Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/0244(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0251/2006

Ingediende teksten :

A6-0251/2006

Debatten :

PV 24/10/2006 - 20
CRE 24/10/2006 - 20

Stemmingen :

PV 25/10/2006 - 6.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0444

Volledig verslag van de vergaderingen
Dinsdag 24 oktober 2006 - Straatsburg Uitgave PB

20. Beperkingen op het op de markt brengen en het gebruik van perfluoroctaansulfonaten (debat)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is het verslag (A6-0251/2006) van Carl Schlyter, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende beperkingen op het op de markt brengen en het gebruik van perfluoroctaansulfonaten (wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad) (COM(2005)0618 - C6-0418/2005 - 2005/0244(COD)).

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Verheugen, vicevoorzitter van de Commissie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil allereerst de rapporteur, de heer Schlyter, bedanken voor zijn intensieve bemoeienis met dit voorstel, waardoor het mogelijk werd in eerste lezing met de Raad tot overeenstemming te komen.

Dit is een belangrijke richtlijn. De bedoeling ervan is het op de markt brengen en het gebruik van perfluoroctaansulfonaten (PFOS) en daarmee verwante stoffen te beperken. Deze stoffen zijn persistent, sterk bioaccumulerend en toxisch. Ze bezitten eigenschappen waardoor ze onaanvaardbare risico's kunnen opleveren voor de volksgezondheid en het milieu.

De voorgestelde richtlijn is gebaseerd op gerichte risico- en effectbeoordelingen van mogelijke maatregelen. Er is uitvoerig overleg gevoerd met alle betrokkenen. Met de richtlijn wordt het op de markt brengen en het gebruik van PFOS en daarmee verwante stoffen in principe verboden. Uitzonderingen worden slechts in zeer beperkte mate toegestaan. Uitzonderingsregelingen zijn alleen van toepassing op die gevallen waarin het gebruik van kleine hoeveelheden absoluut noodzakelijk is en waarbij volgens het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico's geen onaanvaardbare risico's ontstaan.

Al eerder heeft de industrie een einde gemaakt aan grootschalige toepassingen, bijvoorbeeld voor textiel en tapijten. Door deze richtlijn kunnen we ervan op aan dat dergelijke toepassingen niet opnieuw zullen worden ingevoerd.

De voorgestelde richtlijn zorgt niet alleen voor de bescherming van de gezondheid en het milieu, maar draagt ook bij aan een versterking van de interne markt. Hiermee worden immers overal in de Gemeenschap geharmoniseerde regels voor het op de markt brengen en het gebruik van PFOS en daarmee verwante stoffen ingevoerd.

Ten aanzien van de uitzonderingsregelingen die in het voorstel zijn opgenomen, ben ik het ermee eens dat het gebruik van PFOS en daarmee verwante stoffen blijft toegestaan in lichtgevoelige coatings en fotografische materialen, bij verchroming met Cr (VI) en galvanisatie met andere metalen, en in hydraulische vloeistoffen. De risico's die aan deze toepassingen zijn verbonden, zijn namelijk aanvaardbaar en er zijn geen gelijkwaardige alternatieven. Ook is het niet zeker dat het toxicologisch profiel van eventuele alternatieven gunstiger is.

Verder kan ik instemmen met het voorstel om het op de markt brengen en het gebruik van nieuwe brandbestrijdingsschuimen te verbieden en een periode van 54 maanden toe te staan voor het opmaken van nog bestaande voorraden.

Aan de andere kant wil ik op dit moment niet zo ver gaan om de voorgestelde beperkingen ook van toepassing te verklaren op andere geperfluoreerde verbindingen zoals PFOA. Dat zou prematuur zijn, omdat een definitieve risicobeoordeling ontbreekt en er over de huidige toepassingsmogelijkheden en alternatieven nog te weinig bekend is. We kunnen echter op dit onderwerp terugkomen.

Tot slot wil ik nog opmerken dat de nauwe samenwerking tussen Parlement, Raad en Commissie in hoge mate aan het veranderingsproces heeft bijgedragen. De Commissie kan daarom ook instemmen met alle amendementen die door de rapporteur, de heer Schlyter, zijn voorgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), rapporteur. (SV) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik alle schaduwrapporteurs bedanken voor de zeer constructieve en goede samenwerking. Daardoor hebben we in eerste lezing een oplossing kunnen vinden in samenwerking met de Raad, die in dezen ook goed werk heeft verricht.

Deze oplossing is een verbetering ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie, en ik ben blij dat ook de Commissie zich nu achter het compromis schaart. PFOS en daarmee verwante stoffen zijn in hoge mate gefluoreerd en extreem moeilijk afbreekbaar. Ze zijn bovendien sterk bioaccumulerend. We hebben geleerd dat gechloreerde organische verbindingen toxisch zijn en tot problemen leiden in de natuur, en we hebben gezien dat gebromeerde organische verbindingen schadelijk zijn. Blusmiddelen bedreigen ons meer dan de branden die ze geacht worden te bestrijden.

Nu zijn de gefluoreerde organische verbindingen aan de beurt. Die zijn extreem stabiel en de verbinding tussen fluor en koolstof is de sterkste van alle verbindingen in de organische chemie. Hun stabiliteit en oppervlakteactiviteit maken PFOS tot een veelgevraagde chemische stof. Jarenlang is deze stof, zoals de commissaris zei, gebruikt bij de oppervlaktebehandeling van chemicaliën en textiele stoffen. De grootste producent zag de gevaren voor zijn werknemers en de consumenten. Zijn werknemers hadden hoge gehalten van de stof in hun lichaam. De producent besloot het PFOS-product Scotchguard van de markt te halen.

Met dit voorstel beoogde de Commissie de herintroductie van PFOS te voorkomen, maar het compromis gaat verder. We hebben nu strengere concentratieregels en leggen de grens voor preparaten op 0,005 procent. Dat is redelijk, omdat zijn eigenschappen als oppervlakteactieve stof maakt dat PFOS in lage concentraties wordt gebruikt. Als de grens bij 0,1 procent was gelegd, zou het gevaar bestaan dat er meer toepassingen door de mazen van het wetgevingsnet zouden glippen. De definitie van oppervlakten met 1 microgram per vierkante meter dient hetzelfde doel.

Het compromis met de Raad houdt ook in dat PFOS in blusschuim wordt verboden. Dat is volstrekt logisch. Er zijn op dit moment immers al alternatieven op de markt zonder gefluoreerde organische verbindingen. Ook een geleidelijke afbouw van de voorraden is op zijn plaats, en in het compromis heeft het Parlement de termijn daarvoor verlengd tot 54 maanden. Iedereen heeft er zelf belang bij om de geleidelijke afbouw te versnellen. De grote oliebrand in Engeland, die ertoe heeft geleid dat miljoenen liters water met PFOS zijn verontreinigd, heeft laten zien welke kosten verbonden zijn aan het gebruik van PFOS. De enige manier om PFOS te vernietigen is verbranding onder hoge temperatuur. Iedereen kan zelf uitrekenen hoe moeilijk het is om miljoenen liters water onder hoge temperaturen te verbranden.

Verchroming is het andere grote toepassingsgebied. Hier beperkt het voorstel het gebruik van hexavalent chroom tot niet-decoratieve bekleding met hard chroom. Deze uitzondering moet bovendien worden herzien na een inventarisatie van overblijvende essentiële toepassingen, een inventarisatie die binnen twee jaar door de lidstaten moet zijn verricht. Ook hier zijn er alternatieven, bijvoorbeeld grotere gesloten systemen, meer ventilatie en in de toekomst hopelijk ook andere processen. Wat betreft overige uitzonderingen zoals fotolithografische processen en antireflecterende coatings en industriële behandeling van fotografische films, gaat het om zeer kleine hoeveelheden. Ook deze uitzonderingen zullen echter niet langer van toepassing zijn als dat technisch en financieel mogelijk is.

Ik wil het ook nog hebben over PFOA, oftewel de zuren en zouten die tot de dezelfde groep stoffen behoren. In Duitsland weten vele Duitsers in het Roergebied hoe het is als het water verontreinigd is. Daar moeten ze hun drinkwater nu uit tankauto's halen en dat is een kostbare en onhoudbare oplossing. We kunnen proberen een eind te maken aan deze verontreinigingen door de toevoeging die is opgenomen in het compromis over PFOA. Volgens dit compromis zal de Commissie de ontwikkeling van de alternatieven analyseren en permanent inventariseren. Als er betrouwbare alternatieven zijn, zullen deze voor PFOA in de plaats komen. Ik geloof dat we hiermee onze tijd vooruit zijn. We moeten deze kwestie aanpakken, want het volgende grote milieuprobleem kan de chemie op het gebied van gefluoreerde organische stoffen en de verschillende varianten daarvan zijn. Dit is de eerste stap op weg naar de bescherming van de mens en het milieu tegen een deel van deze stoffen.

Ik wil er ook op wijzen dat dit een overeenkomst in eerste lezing is, en als het Parlement dit compromis nu steunt, betekent dat ook dat de Raad het steunt en dat we klaar zijn voordat Reach van kracht wordt. Dan wordt deze overeenkomst een bijlage bij de Reach-richtlijn. Als we er morgen niet in slagen om deze overeenkomst tot stand te brengen, dan betekent dat eenvoudigweg het einde van het voorstel, omdat Reach de regie dan overneemt.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle, namens de PPE-DE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik hoop dat we nog tijdens de eerste lezing tot overeenstemming zullen komen. Ik wil de rapporteur, de heer Schlyter, bedanken voor de uitstekende samenwerking waarvan bij de opstelling van dit verslag sprake was. Het deed mij veel genoegen te horen dat de Commissie instemt met alle compromisamendementen van onze rapporteur. De kans is dan ook groot dat we in eerste lezing een akkoord zullen bereiken.

Perfluoroctaansulfonaten (PFOS) zijn gechloreerde verbindingen met talrijke toepassingen in consumentenproducten als textiel en papier. Zij staan onder meer bekend om hun afstotende eigenschappen en worden dagelijks in vele consumentenproducten gebruikt. Zij kennen ook enkele specifieke industriële toepassingen in uiteenlopende producten en procedés als microchips, blusschuim, verchroming en hydraulische vloeistoffen die in de luchtvaart worden gebruikt. Deze chemische stoffen zijn erg toxisch, persistent en bioaccumulerend.

We hebben verscheidene belangrijke wijzigingen aangebracht in het ontwerpvoorstel, zodat betere bescherming wordt geboden aan mens en milieu. Met name is de maximale hoeveelheid PFOS die als stof of preparaat op de markt kan worden gebracht, aanzienlijk beperkt vergeleken met het oorspronkelijke Commissievoorstel.

Ik ben blij dat perfluoroctaanzuur (PFOA) in de werkingssfeer van deze richtlijn is opgenomen. Volgens een recent onderzoek van de OESO heeft deze stof een soortgelijke structuur en toxiciteit als PFOS; daarom moet ook deze stof geleidelijk worden verboden. De industrie heeft vrijwillig voorgesteld het gebruik van PFOA vanaf 2014 te beperken. Dit is op zichzelf al een duidelijk teken dat wij intuïtief juist hebben gehandeld toen wij erop hamerden dat deze stof in de wetgeving moest worden opgenomen.

Door de wijzigingen die het Parlement heeft voorgesteld, is het voorstel verbeterd en het verslag van de heer Schlyter is zowel evenwichtig als objectief. In het verslag wordt erkend dat er gedurende een beperkte tijd uitzonderingen voor specifiek gebruik nodig zijn voor kritische toepassingen van stoffen waarvoor momenteel geen alternatief bestaat. Zo zijn zeer kleine hoeveelheden PFOS essentieel in de halfgeleidersector en in hydraulische vloeistoffen die in de luchtvaart worden gebruikt. De geleidelijke uitbanning van deze stoffen zal per geval worden beoordeeld, waarbij rekening wordt gehouden met nieuwe informatie over het gebruik en over veiligere alternatieven. Dat is een constructieve en realistische manier om de betrokken sectoren aan te sporen actief op zoek te gaan naar alternatieven.

Samengevat lijkt het erop dat dit stuk wetgeving tijdens het Finse voorzitterschap zal worden aangenomen, zodat deze toxische chemicaliën niet aan de wachtlijst van Reach hoeven te worden toegevoegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Gyula Hegyi, namens de PSE-Fractie. – (HU) Ik juich het door de Raad en het Europees Parlement opgestelde compromispakket toe, dat het voorstel van de Commissie in tal van opzichten aanscherpt. Het is goed om te zien dat het Parlement zo eensgezind is over de kwestie van het verbieden of beperken van een gevaarlijke stof.

Gezondheid, milieubescherming en de hang naar een gezond leven zijn belangrijker dan de beperkte belangen van de industrie. Er bestaat geen enkele twijfel meer over het probleem dat chemische stoffen vormen. Er is strengere wetgeving nodig op het gebied van chemicaliën, en dit is precies het centrale aandachtspunt van Reach, waarmee niet wordt getracht slechts één bepaalde stof te reguleren, maar circa 30 000 verbindingen. Wat het vandaag voorliggende voorstel betreft: het is wetenschappelijk bewezen dat perfluoroctaansulfonaat een gevaarlijke stof is, die de gezondheid van de mens bedreigt en persistent is, ofwel niet biologisch afbreekbaar, en bioaccumulerend, dat wil zeggen dat hij zich ophoopt in lichaamscellen. Daarom moet het gebruik ervan aan banden worden gelegd.

Ik zie het als een belangrijk resultaat dat er meer toepassingen van de stof worden verboden dan in het oorspronkelijke voorstel, terwijl het gebruik ervan voor andere toepassingen slechts gedurende een bepaalde overgangsperiode toegestaan blijft. Bij gevaarlijke branden mogen brandbestrijdingsschuimen nog enige tijd worden toegepast. Als er mensenlevens op het spel staan, moeten we natuurlijk gebruiken wat er voorhanden is. Op de langere termijn echter is het van levensbelang dat de chemische stof wordt vervangen door stoffen die niet schadelijk zijn voor het menselijk lichaam. Ik vind het van een zeer vooruitziende blik getuigen dat het vervangingsbeginsel is opgenomen in deze richtlijn, wat betekent – zoals iedereen ongetwijfeld weet – dat de toxische chemische stof vervangen moet worden door een andere, onschadelijke stof, en dat het onderzoek naar en de invoering van een dergelijke stof de verantwoordelijkheid van de fabrikant is. Op de langere termijn zal het gebruik van PFOS dus alleen nog maar zijn toegestaan als vervanging onmogelijk is, en dan alleen nog voor zover de stof niet rechtstreeks in aanraking komt met het menselijk lichaam.

Ik hoop dat degenen die nu voor het vervangingsbeginsel in deze richtlijn stemmen, dat ook zullen doen met betrekking tot andere verbindingen, zoals die zijn vervat in de Reach-richtlijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Holger Krahmer, namens de ALDE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, allereerst wil ik de rapporteur, de heer Schlyter, bedanken voor de goede samenwerking. Het is bekend dat we het niet altijd met elkaar eens zijn. Toch juich ik het toe dat we morgen zullen stemmen over een compromis dat ons in staat stelt in eerste lezing tot overeenstemming te komen.

Wat ik ook toejuich is dat een aantal aanbevelingen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid niet in het compromis is opgenomen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de voorbarige suggestie om ook PFOA in de richtlijn op te nemen, zonder dat een risicobeoordeling heeft plaatsgevonden. De toxiciteit van PFOS staat buiten kijf en wordt ook door de industrie niet ter discussie gesteld. Per slot van rekening was het de industrie zelf die heeft afgezien van het gebruik van PFOS in bijzonder kritische toepassingen zoals consumentenproducten.

Sommige sectoren die aan de top van de keten van hoogwaardige toepassingen staan, zoals de lucht- en ruimtevaart en de halfgeleiderindustrie, kunnen echter op dit moment niet zonder PFOS. Een verbod op PFOS of een strikt afgebakende uitzonderingsperiode zou sommige sectoren waarin geavanceerde technologieën worden toegepast, de mogelijkheid ontnemen om op de toekomst in te spelen. Het voorstel van de Commissie voorziet al in passende uitzonderingsregelingen, die beslist moeten worden gehandhaafd zolang er geen geschikt alternatief is.

Het probleem met PFOS is echter niet zozeer het gebruik van de stof in deze sectoren, als wel het feit dat de stof nog altijd wordt aangetroffen in oude textielproducten zoals tapijten en kledingstukken en van daaruit in het milieu terechtkomt.

Laat ik met het oog op het komende debat over Reach tot slot nog enkele woorden wijden aan het EU-beleid inzake chemische stoffen. In de chemicaliënwetgeving van de EU moet een evenwicht worden gevonden tussen een in sociaaleconomisch opzicht nuttige toepassing van bepaalde stoffen enerzijds en strenge milieunormen anderzijds. Wanneer er geen geschikte alternatieven voorhanden zijn, moeten uitzonderingen altijd mogelijk zijn, zoals bij PFOS. Doel van het beleid inzake chemische stoffen moet immers een veilig en op risicoanalyses gebaseerd gebruik van chemicaliën zijn en niet een door ideologische motieven ingegeven algemeen verbod op chemische stoffen.

Ik hoop, mijnheer de commissaris, dat u zich zult blijven inzetten voor een verstandig beleid inzake chemische stoffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm, namens de GUE/NGL-Fractie. (SV) Mijnheer de Voorzitter, geachte Commissie en leden van het Europees Parlement, we moeten nu een besluit nemen over de beperking van de gevaarlijke en schadelijke stoffen perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en de daaraan nauw verwante stof perfluoroctaanzuur (PFOA).

Ik ben bijzonder verheugd dat er zo'n brede steun bestaat voor het gedegen werk dat mijn landgenoot Carl Schlyter heeft verricht. Goed werk, Carl!

Ik vind dat we dit gezamenlijke standpunt in gedachten moeten houden als wij later dit najaar een ander ongelooflijk belangrijk besluit zullen nemen – belangrijk voor zowel het milieu als voor onze gezondheid – namelijk over de chemicaliënwetgeving die bekendstaat als Reach. Ik hoop ook dan weer op een grote steun van links tot rechts, van de Commissie tot de Raad.

PFOS is zoals reeds gezegd een schadelijke stof. Het is bioaccumulerend, dat wil zeggen dat het lang in het milieu en in ons lichaam aanwezig blijft. Bij onderzoek van het Wereldnatuurfonds bij personen uit zeventien landen, werden PFOS en zes andere perfluorverbindingen aangetroffen. Het is dus hoog tijd dat er een beperking komt. Ik ben dan ook blij dat Carl Schlyter en een in beginsel unanieme Milieucommissie de drempelwaarde hebben aangescherpt voor de mate waarin PFOS op de markt mag worden gebruikt. Ik had ook graag gezien dat de commissie duidelijker tijdsaanduidingen had opgenomen voor de geleidelijke afschaffing van PFOS. Afgezien van deze kanttekening vind ik dit verder een uitstekend verslag, en ik en mijn fractie, de GUE/NGL-Fractie, zien ernaar uit om het te steunen.

Ik wil afsluiten met datgene waarmee ik ook begon. Het is goed dat het Parlement beperkingen oplegt aan stoffen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid en het milieu. En het is werkelijk uitstekend dat er zo'n brede steun is voor deze maatregelen. Ik hoop dan ook dat wij dat in gedachten houden als we een besluit moeten nemen over Reach, later dit najaar. Laten we ook dan zorgen voor brede steun voor een krachtige chemicaliënwetgeving.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Liese (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ook ik wil me aansluiten bij de woorden van dank aan het adres van de rapporteur.

Dames en heren, stelt u zich eens voor dat u de ouder bent van een jong kind en dat de gezondheidsautoriteit in het district waar u woont zegt: "U mag het drinkwater dat u al maanden of misschien al jaren zelf drinkt, niet meer gebruiken voor de bereiding van babyvoeding en niet meer aan uw kind geven, omdat het zeer hoge concentraties PFOS bevat." Of stelt u zich eens voor dat u burgemeester bent van een middelgrote stad en dat u miljoenen euro's aan publieke middelen – verkregen uit belastingen en leges – moet uitgeven om het drinkwater weer PFOS-vrij te maken. Dan zou u beslist een groot probleem hebben.

Precies dat is een paar weken geleden gebeurd in mijn kiesdistrict Zuid-Westfalen. We hebben er aanzienlijke problemen met de stof PFOS en dat heeft geen lokale oorzaken. We hebben ontdekt dat het spoor van deze ernstige verontreiniging naar andere lidstaten leidt, waarschijnlijk naar België en Nederland.

Het is daarom zeer waarschijnlijk – indien men dat nader zou onderzoeken – dat de problemen waarmee ouders en lokale politici momenteel in mijn regio worden geconfronteerd, ook in een groot aantal andere Europese regio's bestaan. We moeten daarom in dit concrete geval de precieze oorzaak opsporen. Wanneer er mogelijkerwijs geknoeid is met herkomstaanduidingen, dan moet dat worden onderzocht. We moeten het probleem echter ook bij de wortel aanpakken, want de concentratie is in dit geval bijzonder hoog. De stof is echter ook op Antarctica aangetroffen en ook al op de plek waar de Rijn ontspringt, waar nog helemaal geen industrie is.

We moeten hier heel goed naar kijken. Daarom ben ik blij dat we erin geslaagd zijn het voorstel van de Commissie te preciseren en te verbeteren en dat we enkele uitzonderingen die niet terecht waren – zoals de uitzondering voor blusschuim, waarvoor alternatieven bestaan – hebben geschrapt. Het compromis dat we nu hebben bereikt, is goed en dient te worden gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de heer Schlyter verdient beslist onze complimenten voor zijn uitstekende verslag, waar ik volkomen achter sta. Het belangrijkste aspect van dit wetgevingsvoorstel is waarschijnlijk dat het verhaal van PFOS helaas een schande voor de EU en de internationale consumentenbescherming is en dat de beschreven gang van zaken nooit meer mag worden toegestaan. Hoewel men heel goed wist dat PFOS persistente bioaccumulerende toxische verbindingen vormden, werden zij tientallen jaren op grote schaal gebruikt in talrijke consumentenproducten en diverse industriële toepassingen. Dit heeft geleid tot een onomkeerbare verontreiniging van het milieu en besmetting van zowel dieren als mensen.

Laten we allemaal hopen dat de richtlijn die we hier bespreken, zo snel mogelijk volledig zal worden uitgevoerd. Laten we daarbij echter bedenken dat er ook passende wetgeving nodig is voor de honderden andere geperfluoreerde verbindingen die eveneens erg toxisch zijn en die min of meer vrij kunnen worden gebruikt. Deze verbindingen vergiftigen ons en zullen dat in de nabije toekomst blijven doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, allereerst wil ik de heer Schlyter hartelijk danken voor zijn verslag, waaruit een grote betrokkenheid blijkt. PFOS, een halogene koolwaterstof, is een voor mensen toxische stof die carcinogeen en mutageen is.

Voor deze categorie stoffen bestaan geen wetenschappelijke grenswaarden, maar alleen empirische drempelwaarden. De stoffen zijn niet biologisch afbreekbaar, ze zijn in vet oplosbaar en als ze eenmaal zijn geproduceerd, zijn ze zeer persistent. Wanneer ze in het menselijk lichaam zijn opgenomen, kunnen ze vrijwel niet meer worden uitgescheiden.

Naar alle waarschijnlijkheid heeft PFOA in medisch en toxicologisch opzicht een zeer vergelijkbaar of zelfs identiek effect, ook al leveren de wetenschappelijke gegevens daarvoor nog geen harde bewijzen. Reach zal hierop waarschijnlijk van toepassing zijn en het substitutiebeginsel zal een doorslaggevende rol spelen, ook al heb ik daarbij zelf zo mijn bedenkingen. Ondanks alle enthousiasme over de economie en de toegevoegde waarde zou ik als christen die toegevoegde waarde niet willen afwegen tegen het menselijk leven.

Ik ben geschrokken van de concentraties waarin deze stoffen volgens metingen zowel in zee- als zoetwatervissen voorkomen. We gaan – volkomen terecht en met een zuiver geweten – verder dan het oorspronkelijke voorstel van de Commissie en de Raad. De drempelwaarde wordt flink verlaagd tot bijna een honderdste deel. Het aantal uitzonderingen voor verchroming is duidelijk teruggebracht. De uitzondering voor blusschuim is terecht geschrapt, aangezien hierbij onbeperkte hoeveelheden in het milieu terecht kunnen komen. De uitzondering voor gesloten systemen is geschrapt, aangezien nauwelijks te bewijzen valt dat deze inderdaad gesloten zijn.

Alles overziend, wil ik graag mijn dank uitspreken voor de prettige samenwerking en vooral voor de vlotte afhandeling, want we waren in staat om binnen drie maanden tot een werkbaar compromis te komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Verheugen, vicevoorzitter van de Commissie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil kort ingaan op de kwestie van PFOA en afsluiten met een zeer principiële opmerking.

Over het onderwerp PFOA is het laatste woord nog niet gezegd. Het was niet mogelijk om een verbod van deze stoffen in de richtlijn op te nemen, omdat we niet over een toereikende risicobeoordeling beschikken en er ook geen effectrapportage voorhanden is. Op dit moment wordt er echter een internationale risicobeoordeling uitgevoerd op het niveau van de OESO. Wij zullen de resultaten daarvan uiteraard zorgvuldig bestuderen en indien nodig voorstellen op dat gebied doen.

Ik woon in dezelfde Duitse deelstaat als de geachte afgevaardigde Liese. De zaak die hij hier heeft geschetst, heb ik zelf met grote interesse gevolgd. Ik kan daarover op dit moment slechts het volgende zeggen: het onderzoek door de Duitse autoriteiten is nog niet afgerond, maar ik heb sterk de indruk dat we hier gewoon te maken hebben met een geval van milieucriminaliteit. Er zijn giftige stoffen in het milieu geloosd, wat in strijd is met de bestaande wetgeving. Of we dat met deze richtlijnen hadden kunnen voorkomen, is een ander verhaal, maar het is denk ik belangrijk dat de heer Liese aandacht voor deze zaak heeft gevraagd. Het bevestigt nog eens duidelijk de risico's die door hem werden genoemd.

In een moderne geïndustrialiseerde samenleving zullen we altijd moeten leven met bepaalde risico's. Dat is onvermijdelijk. We zullen altijd weer opnieuw moeten bepalen welke risico's we aanvaardbaar vinden en welke niet. Er zijn diverse beoordelingscriteria die ons daarbij kunnen helpen.

Ik wil echter één argument noemen dat ik niet accepteer – en dit zeg ik als commissaris voor Ondernemingen en industrie. Wat ik afwijs, is het argument dat we het risico van zeer giftige stoffen in ons milieu moeten accepteren omdat er investeringen zijn gedaan. Ik verwerp het argument dat we zulke stoffen moeten accepteren omdat dat inkomsten oplevert. Ik verwerp zelfs het argument – ook al maak ik daarmee misschien geen vrienden – dat we deze stoffen moeten gebruiken omdat daardoor arbeidsplaatsen worden behouden. Ik vind het volledig misplaatst om de werkgelegenheid in de industrie en het gebruik van giftige stoffen waarvoor alternatieven bestaan, met elkaar in verband te brengen. In een dergelijke situatie is er altijd maar één optie, namelijk de onvoorwaardelijke bescherming van mens en milieu tegen vermijdbare risico's.

Dat is de lijn die in ieder geval aan mijn beleid ten grondslag ligt, als het om dit soort vraagstukken gaat. U zult dat merken wanneer we binnenkort in deze plenaire vergadering zullen debatteren over de belangrijkste, omvangrijkste en modernste wetgeving ter wereld op het gebied van chemische stoffen, namelijk Reach.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag om 12.30 uur plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid