Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 25 oktober 2006 - Straatsburg Uitgave PB

14. Vragenuur (vragen aan de Raad)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het Vragenuur (B6-0437/2006).

Wij behandelen een reeks vragen aan de Raad.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 1 van Marie Panayotopoulos-Cassiotou (H-0779/06):

Betreft: Dienstverlening aan en vrij verkeer van gezinnen met kinderen

Er zijn steeds meer klachten van Europese gezinnen over de discriminerende manier waarop zij worden behandeld bij de dienstverlening en bij de uitoefening van het recht van vrij verkeer binnen de EU wegens het feit dat ze kinderen onder de 15 jaar bij zich hebben.

In een aantal recente artikelen in de Griekse pers wordt erop gewezen dat de aanwezigheid van kinderen effectief worden verboden in openbare commerciële ruimtes zoals hotels, restaurants, enz.

Welke maatregelen denkt de Raad te nemen om een eind te maken aan de discriminerende behandeling en het 'leeftijdsracisme' tegen kinderen, jongeren en hun medegezinsleden? Komt er een harmonisering van de voorschriften ínzake dienstverlening en het garanderen van vrij verkeer binnen de EU, zodat de rechten van minderjarige Europeanen en hun medegezinsleden niet geschonden worden?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, in antwoord op deze vraag wil de Raad eerst iedereen erop wijzen dat in artikel 18, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap staat dat iedere burger van de Unie het recht heeft vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen die bij dit Verdrag en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld. Zoals de geachte afgevaardigde zeker weet, moet de Commissie, als hoedster van het Verdrag, waarborgen dat de bepalingen in het Verdrag en de regels en bepalingen die de instellingen op basis hiervan uitvaardigen, worden nageleefd. Zodoende zou de vraag van de geachte afgevaardigde in feite aan de Commissie moeten worden gesteld.

In juli van dit jaar heeft de Commissie een mededeling gepubliceerd waarin staat dat zij streeft naar een strategie voor de rechten van het kind. Het is de bedoeling de rechten van het kind effectief te bevorderen en te beschermen in het interne en externe beleid van de Europese Unie en de maatregelen van de lidstaten op dit gebied te steunen. Besluiten over het eigenlijke kind- en gezinsbeleid worden op nationaal niveau genomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil op mijn beurt de vertegenwoordiger van de Raad eraan herinneren dat de Commissie wel een strategie kan uitwerken maar dat het aan de lidstaten is om deze toe te passen. Aangezien in de Raad alle lidstaten nota moeten nemen van de situatie en de problemen van de gezinnen met kinderen, heb ik de Raad deze vraag gesteld, waarbij ik heel goed weet wat er in de Verdragen en in de nieuwe mededeling van de Commissie staat.

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, wij beschikken over wetten om discriminatie van alle bevolkingsgroepen en leeftijden te bestrijden, zoals de richtlijn betreffende rassengelijkheid en de richtlijn betreffende discriminatie in werk en beroep. Deze bevatten bepalingen voor bijvoorbeeld het verbieden van discriminatie in verscheidene dagelijkse situaties.

Wat betreft de voorbeelden die de geachte afgevaardigde in haar vraag geeft van bijvoorbeeld de restaurantcultuur, moeten wij beseffen dat afgezien van de Raad ook de burgers van de lidstaten, als consumenten en, als puntje bij paaltje komt, als degenen die voor deze diensten betalen, ook grote invloed hebben op welke cultuur er ontstaat uit het oogpunt van gezinnen met kinderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik wil u er alleen maar op wijzen dat dit probleem niet alleen in Griekenland voorkomt, maar ook op grote schaal in Oostenrijk. Hotels maken er openlijk reclame van dat kinderen of gezinnen met kinderen niet welkom zijn.

Mijn vraag luidt: kunnen we niet op z’n minst iets doen op het gebied van reclame? Er zijn tenslotte ook andere onderwerpen waarvoor reclame kan worden beperkt. Misschien liggen daar mogelijkheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, er is natuurlijk veel discussie geweest over reclame met betrekking tot kinderen, vooral met betrekking tot marketing en tot de vraag welk soort marketing in welke situatie geschikt is wanneer die op kinderen is gericht. Wat echter het voorbeeld van hotels betreft, dat de geachte afgevaardigde in zijn aanvullende vraag naar voren heeft gebracht, wil ik herhalen wat ik in mijn vorige antwoord heb gezegd, namelijk dat consumentenorganisaties en betalende klanten natuurlijk kunnen beïnvloeden welke diensten er worden aangeboden.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 2 van Manuel Medina Ortega (H-0781/06):

Betreft: Versterking van Frontex

Het Europees agentschap voor het beheer van de buitengrenzen van de Unie (Frontex), dat vorig jaar werd opgericht, heeft zijn werkzaamheden met zeer beperkte middelen en een overduidelijke zwakheid aangevat.

Is de Raad voornemens maatregelen te nemen zodat het agentschap doeltreffender kan optreden, ofwel door samenwerking tussen de lidstaten, ofwel door toekenning van bijkomende begrotingsmiddelen?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, de verordening van de Raad van 26 oktober 2004 tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie voorziet in de oprichting van Frontex en regelt zijn taken, structuur en de eisen inzake financieel beheer. Overeenkomstig de verordening krijgt de Raad informatie over het actieprogramma van het agentschap, de algemene en specifieke risicoanalyses die het opstelt, een algemeen jaarverslag en de begroting van het agentschap. Maatregelen om de bepalingen van de verordening te wijzigen kunnen alleen door de Commissie worden voorgesteld.

Het is in eerste instantie de taak van de Raad van Bestuur van Frontex om maatregelen met betrekking tot zijn organisatorische structuur, personeelsbeleid en actieprogramma goed te keuren en de Raad is hier niet bij betrokken.

Het is nog steeds de verantwoordelijkheid van de Europese instellingen om communautair beleid en regelgeving inzake het controleren van de buitengrenzen te ontwikkelen. Nauwe samenwerking tussen het agentschap en de instellingen moet daarom worden gewaarborgd en de Frontex-verordening bevat regelingen hiervoor. In dit verband wil ik u wijzen op het in behandeling zijnde voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een mechanisme voor de oprichting van snelle grensinterventieteams. Het doel hiervan is het doeltreffender maken van de operationele activiteiten van het agentschap en het bevorderen van de samenwerking tussen de lidstaten en de Gemeenschap in crisissituaties.

De Europese Raad heeft afgelopen december voorgesteld dat de lidstaten, de Raad en de Commissie voor het eind van het jaar bepaalde maatregelen nemen om de praktische samenwerking tussen de lidstaten te verbeteren. Hiertoe behoren versterkte controle op en bewaking van de zuidelijke zeegrens van de Europese Unie en het Medsea-onderzoek met betrekking tot het kustwachtnetwerk in de Middellandse Zee, dat Frontex al heeft voltooid.

De Raad heeft de afgelopen maanden - bijvoorbeeld in zijn bijeenkomst van 24 juli en op de informele ministervergadering in september - specifieke aandacht geschonken aan het verbeteren van de operationele samenwerking tussen de lidstaten en Frontex en vooral aan de situatie in het Middellandse Zeegebied en Afrika. Bij deze gelegenheden werd onder meer gesproken over de rol van Frontex en zijn deelname aan de operationele activiteiten, vooral in de Middellandse Zee en met betrekking tot de situatie in Afrika. De Raad was voldaan over de maatregelen die Frontex en de Raad al hadden genomen en heeft benadrukt dat de operationele samenwerking verder moet worden ontwikkeld.

Begin oktober heeft de Raad ook zijn conclusies over het versterken van de externe zeegrens in het zuiden aangenomen. In zijn conclusies riep de Raad Frontex op om een haalbaarheidsonderzoek te doen naar de oprichting van een Europees controlesysteem die in de beginfase de gehele zuidelijke zeegrens van de Gemeenschap en de Middellandse Zee moet dekken. De Raad vroeg Frontex ook te overwegen onderling verbonden regionale centra op te richten die tot de beschikking staan van Frontex bij operationele zaken in verschillende zeegebieden of delen daarvan.

Het is echter niet de taak van de Raad om toewijzing van kredieten aan de begroting van Frontex voor aanvullende maatregelen voor te stellen.

Overeenkomstig artikel 33 van de verordening van de Raad tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie en het Haag Programma zal het werk van Frontex voor het eind van volgend jaar worden beoordeeld op basis van een evaluatieverslag van de Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Manuel Medina Ortega (PSE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik vind het antwoord van de Raad geruststellend, en ik zal iets zeggen dat u zal verbazen: Frontex heeft gefunctioneerd. Ondanks de experimentele fase waarin Frontex verkeerde, is het in de Canarische Eilanden, in de wijde strook zee om de Canarische Eilanden heen, toch doeltreffend geweest.

Het verontrustende aspect is het precaire karakter van de instellingen en het gebrek aan economische en financiële middelen. Het voorzitterschap heeft hier wel op gewezen, maar mijn concrete vraag aan u is of u het mogelijk acht dat de operatie-Frontex in het Atlantisch Zeegebied wordt voortgezet na 1 januari, en of de Raad werkelijk denkt dat het de moeite waard is om geld uit te geven aan hulpmiddelen om dit agentschap te handhaven, dat - ik herhaal - daadwerkelijk gefunctioneerd heeft, dat nog steeds functioneert en dat zijn doeltreffendheid bewezen heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, allereerst is het natuurlijk goed om te horen dat Frontex goed heeft gefunctioneerd. Wij moeten weliswaar toegeven dat het ook enkele problemen, of in ieder geval uitdagingen het hoofd moest bieden, maar wij moeten ook beseffen dat het agentschap nog erg jong is, dat het tegelijkertijd zijn administratie moet opbouwen en zijn taken moet uitvoeren. Bovendien is het al betrokken geweest bij zeer veel operaties in het Middellandse Zeegebied en elders. Of de omvang en effectiviteit van deze operatie kan voortduren, is natuurlijk ook afhankelijk van aanvullende financiering.

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de voorzitter van de Raad, u hebt verteld hoe moeilijk het is om financiële middelen voor Frontex te vinden. Frontex krijgt subsidie. Denkt u er ook over om preventieve acties te starten, zoals voorlichtingscampagnes in de landen van herkomst om daar potentiële migranten te wijzen op de gevolgen van illegale immigratie of de mogelijkheden voor legale immigratie? Overweegt u ook preventieve maatregelen te nemen die de bestaande mogelijkheden voor legalisatie van illegalen in de toekomst aan banden leggen?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, een zeer belangrijke vraag in verband met illegale immigratie of immigratie in het algemeen betreft natuurlijk de mate waarin wij moeten samenwerken met de landen van herkomst of doorvoer. De afgelopen tijd probeert men in de Europese Unie specifieke aandacht te schenken aan de band tussen immigratie en ontwikkeling, met de gedachte dat wij onze samenwerking met de landen van herkomst moeten verbeteren om de emigratiedruk daar te verminderen.

Een onderdeel van deze samenwerking met de landen van herkomst is natuurlijk het verstrekken van informatie over de bestaande mogelijkheden en onmogelijkheden. In november vindt in Tripoli de volgende conferentie op hoog niveau plaats tussen de Europese Unie en de Afrikaanse landen en het hoofdthema zal immigratie zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford (ALDE). - (EN) Ik heb twee punten. Eerst en vooral hoorden wij enkele maanden geleden dat er problemen waren met het onderbrengen van het agentschap in Polen; er was geen adequate accommodatie, enzovoort. Zijn deze problemen inmiddels opgelost?

Ten tweede, zal het Finse voorzitterschap zich verbinden tot ondersteuning van de amendementen die het Europees Parlement zal aannemen op de Frontex-begroting, en zal het proberen de lidstaten hiervan te overtuigen? Dat is amendement 836, waarin opnieuw het bedrag is opgenomen dat de Commissie had voorgesteld. Anders gezegd, er wordt geen gevolg gegeven aan de besnoeiingen van de Raad en er worden niet nog meer middelen in de reserve opgenomen. Zal het Finse voorzitterschap deze stijging van middelen steunen?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, de mogelijkheden van Frontex en van de Europese Unie in het algemeen voor een goed beheer van de situaties van illegale immigratie hangen natuurlijk enorm af van de mate waarin de lidstaten zich hiertoe willen verbinden. Hierover is de afgelopen tijd zeer veel gesproken op verschillende niveaus in de Europese Unie, laatst nog op de EU-Top in Lahti afgelopen vrijdag. Dit debat is echter nog steeds aan de gang, en daarom is het wat lastig om nu al een heel nauwkeurig antwoord op deze vraag te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 3 van Sarah Ludford (H-0783/06):

Betreft: Informatieverstrekking over veroordeelde pedofielen

Hoe staat het er voor in de Raad met het voorgestelde kaderbesluit betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging in de Europese Unie van verboden die het gevolg zijn van veroordelingen wegens seksuele misdrijven tegen kinderen? Dit besluit zou tot gevolg hebben dat wanneer in een lidstaat een pedofiel of iemand die kinderen heeft misbruikt, niet meer met kinderen mag werken na een veroordeling wegens seksueel misbruik of omdat hij betrokken was bij kinderpornografie, deze informatie zou worden gedeeld zodat de naam op andere nationale lijsten van seksuele delinquenten komt te staan en het verbod in de hele EU van kracht kan worden.

Kan de Raad meedelen waarom hij blijkbaar tot dusver niet in staat is geweest overeenstemming te bereiken over dit belangrijke voorstel dat het Europees Parlement in juni 2006 ondersteunde en dat een praktisch voorbeeld zou geven aan de Europese burgers van de waardevolle rol van de EU in de strijd tegen de misdaad en de toenemende onveiligheid? Heeft de Raad de doelstelling die hij zich heeft gesteld om de bestrijding van de seksuele uitbuiting van kinderen voorrang te verlenen, opgegeven?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, het initiatief dat het Koninkrijk België in november 2004 aan de Raad heeft voorgelegd om een kaderbesluit aan te nemen betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging in de Europese Unie van verboden die het gevolg zijn van veroordelingen wegens seksuele misdrijven tegen kinderen, wordt momenteel in werkgroepen van de Raad behandeld. Recentelijk - in oktober, ruim een week geleden - werd het nog besproken in de groep voor samenwerking in strafzaken. De behandeling van het initiatief maakt ook deel uit van de gesprekken die in de werkgroepen worden gevoerd over andere voorstellen, zoals het voorstel voor een kaderbesluit betreffende de inachtneming van veroordelingen in de lidstaten van de Europese Unie in nieuwe strafrechtelijke procedures en het voorstel voor een kaderbesluit van de Raad betreffende de organisatie en inhoud van de uitwisseling van gegevens van strafregisters tussen de lidstaten. Er worden dus nog twee andere voorstellen voor kaderbesluiten behandeld.

Het gemeenschappelijke doel van deze instrumenten is het creëren van structuren om te waarborgen dat gegevens over de criminele achtergrond van een persoon algemeen en direct beschikbaar zijn. Wanneer alle lidstaten deze bepalingen te zijner tijd in hun nationale wetgeving hebben omgezet, moet het makkelijker zijn om te verhinderen dat een veroordeelde persoon met kinderen gaat werken of nog een keer een misdrijf tegen kinderen pleegt. De Raad gaat op werkgroepniveau dus door met de behandeling van deze voorstellen voor kaderbesluiten.

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford (ALDE). - (EN) Ik heb de indruk dat de Raad niet snel vooruitgang boekt met deze voorstellen. Bijna twee jaar geleden was er een ambitieus programma van de Commissie, als antwoord op de sterke oproep van het publiek om te vermijden dat misdadigers, zoals zedendelinquenten, de grenzen uitbuiten en hieruit voordeel halen. Ik heb de indruk dat de lidstaten hun standpunten hierover niet op één lijn krijgen. Ik begrijp niet hoe wij de mensen kunnen vertellen dat de EU de misdaad doeltreffend bestrijdt, als de Raad zoveel tijd nodig heeft om een besluit te nemen over deze maatregelen van topprioriteit, waarmee ervoor moet worden gezorgd dat misdadigers overal achterna gezeten worden, waar zij ook naar toe gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, de bescherming van kinderen, vooral tegen de mogelijkheid van nieuwe aanvallen door voor seksuele misdrijven veroordeelde personen, is natuurlijk zeer belangrijk. Aan deze voorstellen voor kaderbesluiten kleven echter behalve principiële ook veel praktische bezwaren, zoals het feit dat het principe van het beroepsverbod niet eens in alle lidstaten bestaat. Wij moeten daarom zoeken naar een wijze om met dit probleem om te gaan die in alle lidstaten van de Europese Unie kan worden toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  Manuel António dos Santos (PSE). - (PT) Mevrouw de voorzitter van de Raad, ik wil u graag bedanken voor uw informatie. Mijn vraag is heel duidelijk en direct, en erop gericht te weten te komen wat uw standpunt is.

Is de Raad, het Fins voorzitterschap, het niet met me eens dat vrije toegang tot persoonsgegevens van mensen die veroordeeld zijn wegens pedofilie of seksueel geweld tegen minderjarigen, een heel goed instrument kan zijn bij het bestrijden van dit soort delicten?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, wij zijn het met elkaar eens dat kinderen moeten worden beschermd tegen veroordeelde mensen. In de lidstaten bestaan verschillende manieren om dit te doen. Bijvoorbeeld in mijn land, Finland, wordt gebruik gemaakt van een systeem waarbij een werkgever het recht heeft de gegevens te krijgen uit het strafregister van personen die naar bepaalde banen solliciteren en op basis daarvan te bekijken of de betrokken persoon geschikt is voor de baan. Zulke banen zijn echter zeer nauwkeurig omschreven. De lidstaten hebben verschillende manieren om dit te doen en dat is een van de redenen waarom er naar de mening van veel leden van het Parlement zo traag vooruitgang wordt geboekt.

 
  
MPphoto
 
 

  James Hugh Allister (NI). - (EN) Ik wil verwijzen naar een specifiek geval om aan te tonen dat het delen van informatie niet volstaat. Paul Hunter Redpath is een veroordeelde pedofiel die de gevangenisstraf waartoe hij was veroordeeld, uitzat in mijn kieskring in Noord-Ierland. Onlangs is hij gevlucht naar de Ierse Republiek, waardoor hij een inbreuk heeft gepleegd op zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling. Hij kan daar in alle vrijheid leven en kan niet gearresteerd worden, terwijl in Noord-Ierland de straf voor het verbreken van zijn proeftijd de onmiddellijke terugkeer naar de gevangenis is.

Toont dit geval niet duidelijk aan dat een volledige uitleveringsregeling nodig is? Zoniet wordt het gerecht ontweken en krijgen de kwetsbaren geen volledige bescherming. Kan de fungerende voorzitter aanvaarden dat een behoorlijke uitlevering het optimale vereiste is?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, het gaat er in dit vragenuur natuurlijk niet om wat ik persoonlijk kan aanvaarden, maar welk soort debatten en besluiten de Raad moet nastreven. De Raad is nu echter van plan ook wat dit betreft vooruitgang te boeken overeenkomstig het assimilatieprincipe, wat betekent dat een lidstaat de plicht heeft op buitenlandse vonnissen dezelfde juridische gevolgen toe te passen als op nationale vonnissen, hoewel dit uiteindelijk alles te maken heeft met de algemene samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken en hoe wij op andere manieren vorderingen kunnen maken op het gebied van uitleveringen en de wederzijdse erkenning van vonnissen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Daar de vraagsteller afwezig is, komt vraag nr. 4 te vervallen.

Vraag nr. 5 van Liam Aylward (H-0787/06):

Betreft: Luchtvaartsector

Kan de Raad aangeven welke nieuwe maatregelen hij wil nemen om tegen de achtergrond van de aanhoudende internationale terreurdreiging de veiligheid van de passagiers van Europese luchtvaartmaatschappijen te verhogen?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, Verordening (EG) nr. 2320/2002 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart vormt het huidige communautaire wetgevingskader op het gebied van de veiligheid in de burgerluchtvaart. De verordening, die is opgesteld naar aanleiding van de terroristische aanslagen op 11 september, is sinds januari 2003 van kracht.

Om de problemen op te lossen die bij de uitvoering van de verordening zijn opgedoken, heeft de Commissie in september 2005 een voorstel ingediend tot vervanging van de verordening door een nieuwe. In maart van dit jaar heeft de Raad een algemeen standpunt ingenomen ten aanzien van dit voorstel van de Commissie. Het Europees Parlement heeft toen in juni in eerste lezing een standpunt ingenomen waarin 85 amendementen waren opgenomen. Op basis van dit standpunt heeft de Raad op 12 oktober een politieke consensus over het voorstel bereikt. De aangenomen tekst zal officieel als gemeenschappelijk standpunt worden bevestigd op een komende vergadering van de Raad en vervolgens aan het Europees Parlement worden voorgelegd, zodat in tweede lezing snel consensus kan worden bereikt.

Met inachtneming van de veiligheidsproblemen waarmee het Verenigd Koninkrijk in augustus van dit jaar te kampen had, hoopt de Raad dat de instellingen zo snel mogelijk consensus zullen bereiken over de nieuwe verordening. De effecten van de nieuwe veiligheidsmaatregelen die de Commissie en haar comité voor de beveiliging van de burgerluchtvaart onlangs hebben ingevoerd, moeten bovendien voortdurend worden bewaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (UEN). - (EN) Is er volgens de Raad voldoende samenwerking tussen de lidstaten van de EU in de strijd tegen het internationale terrorisme? Bent u het ermee eens dat Europol en het Antiterrorismebureau van de EU voldoende financiering krijgen?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, natuurlijk kunnen wij onze activiteiten in de strijd tegen het terrorisme altijd verbeteren. Er zijn natuurlijk veel verschillende maatregelen genomen, vooral in de afgelopen jaren, maar er is beslist altijd ruimte voor verbetering.

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). - (LT) Mevrouw de fungerend voorzitter van de Raad, de meesten van ons komen hier naar toe door de lucht. Ik geloof niet dat het vliegtuig de afgelopen jaren ook maar één keer geen half uur of een uur vertraging had. Meestal worden veiligheidsredenen aangevoerd, maar zou de werkelijke reden - en misschien is dat echt wel het geval - niet slecht georganiseerd en slecht uitgevoerd werk kunnen zijn?

Kunnen we na aanneming van dit document nog steeds nagaan of de veiligheidseisen werkelijk worden nageleefd?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, naast het nemen van besluiten is het natuurlijk zeer belangrijk dat wij toezicht houden op de tenuitvoerlegging en voortdurend de wijzigingen in de operationele omgeving in de gaten houden. Het is natuurlijk ook van wezenlijk belang dat wij identieke regels voor verschillende luchthavens en verschillende lidstaten kunnen opstellen. Met een goede voorspelbaarheid zijn wij zeker in staat in de dagelijkse praktijk van tevoren aan te geven hoeveel tijd bijvoorbeeld veiligheidscontroles in beslag nemen en daardoor het ongemak voor passagiers te reduceren. Ik denk echter dat al degenen die veel reizen, er aan moeten wennen dat het vliegen een bezigheid is geworden die met veel meer uitdagingen gepaard gaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE). - (DE) Mevrouw de voorzitter van de Raad, als rapporteur voor de uitbreiding van bevoegdheden van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart wil ik u mededelen dat de Commissie vervoer en toerisme met betrekking tot dit onderwerp ook overleg heeft gevoerd over de vraag of het zinvol is het EASA op lange termijn ook veiligheidstaken te laten uitvoeren. Ik ben benieuwd naar de visie van het voorzitterschap van de Raad.

Mijn tweede vraag: iets wat mij persoonlijk opvalt, is het feit dat ook de privatisering van veiligheidscontroles op luchthavens ertoe heeft geleid dat deze er soms niet in slagen extreme situaties net zo efficiënt aan te pakken als bijvoorbeeld de politie. Kunnen we deze privatisering niet beter terugdraaien en de veiligheidscontroles weer door de overheid laten uitvoeren?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, het is natuurlijk goed dat de Raad bekijkt en bespreekt op welke wijze bijvoorbeeld de werkzaamheden van het Europees Agentschap voor veiligheid in de luchtvaart doeltreffender kunnen worden gemaakt, maar natuurlijk kan het alleen meer bevoegdheden krijgen als de lidstaten bereid zijn die te verlenen. Ik vind het zeer moeilijk te geloven dat de snelheid van een veiligheidscontrole ervan afhangt of wij te maken hebben met een particuliere speler of een staatsinstelling. Het gaat meer om het toewijzen van middelen en de omvang van de middelen in het algemeen. Het is logisch dat luchthavens vooral op drukke tijden moeite hebben met het verwerken van grote aantallen passagiers.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 6 van Seán Ó Neachtain (H-0789/06):

Betreft: De status van de Ierse taal

Per 1 januari 2007 a.s. wordt Iers een officiële werktaal van de EU-instellingen.

Kan de Europese Raad een verklaring afleggen over de voorbereidingen die zijn getroffen om te kunnen garanderen dat de EU-instellingen alle noodzakelijke systemen op orde zullen hebben zodat het Iers in de praktijk per 1 januari a.s. een officiële werktaal van de Europese Unie kan worden?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, op verzoek van de Ierse regering heeft de Raad in juni 2005 de taalregels gewijzigd en het Iers toegevoegd aan de lijst van officiële en werktalen van de communautaire instellingen. De Raad heeft besloten dat de instellingen niet alle bepalingen in het Iers hoeven op te stellen of ze in deze taal in het Publicatieblad van de Europese Unie hoeven te publiceren. Dit besluit is dus een uitzondering op de regel. Het zal vijf jaar van kracht blijven en die periode kan worden verlengd. Er is ook besloten dat de uitzondering niet van toepassing is op de verordeningen die in de medebeslissingsprocedure tot stand komen.

In overeenstemming met het besluit om het Iers toe te voegen aan de lijst van werktalen, heeft de Raad alle noodzakelijke praktische maatregelen genomen om een adequate uitvoering van de besluiten te waarborgen per 1 januari 2007 wanneer de verordening van kracht wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Seán Ó Neachtain (UEN). - (EN) Ik dank de fungerende voorzitter voor haar antwoord. Mag ik ervan uitgaan dat, behalve de genoemde uitzondering, de Ierse taal gelijk behandeld zal worden als de andere talen in dit Parlement?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, zoals ik zei, is het Iers toegevoegd aan de lijst van officiële en werktalen van de Europese Unie, met inbegrip van de door mij genoemde uitzondering. Het Parlement heeft zelf ook het recht te bepalen hoe het dit in de praktijk uitvoert. Toen ik echter zei dat de Raad alle noodzakelijke maatregelen heeft genomen om het besluit te implementeren, refereerde ik aan de meest uiteenlopende praktische zaken. Ik heb in mijn eerste antwoord niet in detail willen beschrijven wat er allemaal gebeurt, maar wat er volgens dit besluit noodzakelijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (PSE). - (LT) Ik heb een vraag aan mevrouw Lehtomäki over de toekomst. Hoewel de eenentwintig officiële talen in de Europese Unie natuurlijk een afspiegeling vormen van onze kostbare nationale verscheidenheid, wordt het aan de andere kant een kostbare en steeds complexere aangelegenheid.

Wat denken de Raad en het land dat het voorzitterschap bekleedt van de toekomst? Wordt deze kring steeds verder uitgebreid, of zullen er misschien maatregelen worden getroffen om de taalgerelateerde procedures te vereenvoudigen?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, zoals de geachte afgevaardigde zegt, is taaldiversiteit een zeer belangrijk onderdeel van de Europese cultuur en het pluralisme van de Europese culturen. Men moet echter erkennen dat de Raad, wanneer het om informele bijeenkomsten gaat, om praktische en financiële redenen beperktere regelingen voor talen en vertolking heeft en dat er soms slecht twee, soms vijf of zes talen worden gebruikt. Dit systeem werkt in de praktijk zeer goed.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 7 van Johan Van Hecke (H-0791/06):

Betreft: Over de verstrengde perscensuur in China

Recentelijk heeft de Chinese overheid de buitenlandse pers nog verder aan banden gelegd. De pers moet zich nu aan strenge interne regels moet onderwerpen. Het door buitenlandse persbureaus verspreide nieuws wordt eerst gecontroleerd en zo nodig gecensureerd, zo luidt het letterlijk, zogenaamd om de stabiliteit, nationale eenheid en soevereiniteit van het land niet in het gedrang te brengen. Het is een zoveelste schending van mensenrechten. De Europese Commissie heeft reeds haar bezorgdheid geuit en zou de kwestie bij komende contacten ter sprake brengen.

Zal de Raad hierin volgen en welke maatregelen stelt de Raad voor tegen deze totaal onterechte perscensuur?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, de Raad is net als de geachte afgevaardigde bezorgd over de verstrengde perscensuur in China. Bij elke onderhandelingsronde in het kader van de mensenrechtendialoog tussen de Europese Unie en China, die twee keer per jaar plaatsvindt, heeft de Europese Unie China systematisch en herhaaldelijk opgeroepen het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten te ratificeren. Hierin staan regels voor de vrijheid van meningsuiting. De Europese Unie heeft China ook opgeroepen de reisbeperkingen voor buitenlandse journalisten en de restricties met betrekking tot het interviewen van Chinese burgers op te heffen. Deze kwestie werd aan de orde gesteld tijdens de onderhandelingsronde op 19 oktober in Peking in het kader van de dialoog tussen de Europese Unie en China.

 
  
MPphoto
 
 

  Johan Van Hecke (ALDE). - Voorzitter, mevrouw de Raadsvoorzitter, als de persvrijheid aan banden wordt gelegd in een arm Afrikaans land, dan is de Raad er als de kippen bij om dit in de scherpst mogelijke bewoordingen te veroordelen en te dreigen met sancties. In het geval van China spreekt men gewoon zijn bezorgdheid uit. Het lijkt heel sterk op twee maten en twee gewichten. Mijn vraag is concreet: gaat u de schending van de persvrijheid in China opnieuw agenderen op de eerstvolgende Top EU-China ? Ten tweede: welke zeer concrete maatregelen gaat u nemen om respect voor de persvrijheid en voor de mensenrechten in het algemeen in China effectief af te dwingen?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, de ministers van Buitenlandse Zaken van het Fins voorzitterschap en China hebben elkaar op de ASEM-Top in Helsinki op 10 september ontmoet. Toen was juist het onderwerp persvrijheid veel in het nieuws en in de besprekingen tussen de ministers van Buitenlandse Zaken heeft dit veel aandacht gekregen. Wij kunnen zodoende vaststellen dat de reactie van de Europese Unie net zo snel en van gelijke strekking is als wanneer zij met andere landen spreekt.

Begin september vond een topbijeenkomst plaats tussen de Europese Unie en China en op die top werden de mensenrechten in het algemeen besproken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 8 van Brian Crowley (H-0793/06):

Betreft: EU-Bureau voor de grondrechten

Kan de Raad mededelen welke vooruitgang er wordt geboekt bij de oprichting van het nieuwe EU-Bureau voor de grondrechten en welke bevoegdheden dit bureau waarschijnlijk zal bezitten?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, op zijn bijeenkomst in juni 2006 heeft de Europese Raad verklaard verheugd te zijn over de vorderingen in de onderhandelingen over het voorstel van de Commissie van juli vorig jaar voor een verordening tot oprichting van een Europees Bureau voor de grondrechten en een voorstel voor een besluit van de Raad om het Europees Bureau voor de grondrechten toe te staan zijn activiteiten uit te breiden naar sectoren die vallen onder de derde pijler van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarin het gaat om samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. De Europese Raad heeft erop aangedrongen dat de noodzakelijke maatregelen zo snel mogelijk worden genomen, zodat het Bureau op 1 januari kan worden opgericht en met zijn werkzaamheden kan beginnen.

Het Finse voorzitterschap heeft in overeenstemming met de besluiten van de Europese Raad in juli, augustus, september en oktober een aantal bilaterale ontmoetingen georganiseerd om de belangrijkste nog overgebleven kwestie op te kunnen lossen. Hierbij gaat het om vooral om de uitbreiding van de werkzaamheden van het Bureau naar gebieden die vallen onder de derde pijler van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Tijdens zijn bijeenkomst begin oktober heeft de Raad een overzicht gegeven van de gevoerde onderhandelingen en om steun gevraagd voor het idee om het werk van het Bureau uit te breiden naar gebieden die vallen onder de derde pijler van het Verdrag betreffende de Europese Unie, zij het dan in een beperktere vorm dan in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie was voorzien. De meerderheid van de delegaties die hun standpunt hebben ingenomen, hebben hun steun uitgesproken voor deze benadering van het voorzitterschap, hoewel sommige delegaties zich afvroegen of hiervoor een goede rechtsgrondslag kon worden gevonden. Het voorzitterschap blijft de opties bekijken en zal de delegaties binnenkort een interim-voorstel doen.

Wat de bevoegdheden betreft, heeft het Bureau tot doel advies en kennis over grondrechten te geven aan communautaire instellingen, organen en agentschappen en de lidstaten te ondersteunen bij de toepassing van de communautaire regelgeving en hen op deze manier te helpen de grondrechten te doen eerbiedigen als zij binnen hun bevoegdheden maatregelen nemen of beleid vaststellen.

Er bestaat grote eensgezindheid over het feit dat de oprichting van een dergelijk Bureau meerwaarde zal creëren voor het communautair mensenrechtenbeleid en daarin meer coherentie brengen. Het Bureau zal ook het belangrijkste contactpunt in de Europese Unie zijn voor zaken met betrekking tot de grondrechten. Als de besluiten voor de oprichting van het Bureau worden genomen, zal het Bureau zijn taken uitvoeren in synergie met de Raad en hierbij het werk van de Raad van Europa aanvullen.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley (UEN). - (EN) De punten die u aanhaalde, geven de zorg weer van velen hier in het Parlement, namelijk dat, zodra wij dit Bureau voorstellen, de rol die wij ervoor oorspronkelijk in gedachten hadden, zal worden afgezwakt tot het uiteindelijk een denktank wordt of een contactpunt dat hoofdzakelijk informatie doorgeeft van de ene lidstaat naar de andere, in plaats van een leidende rol te spelen in het verdedigen van de fundamentele rechten. Misschien kunt u verduidelijken of dit een correcte interpretatie is van uw algemene uitleg over de bilaterale bijeenkomsten.

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, allereerst moet worden gezegd dat het de bedoeling is dat dit Bureau een adviserend orgaan van deskundigen wordt. Wij zijn echter ook van mening dat wij het tegenover onze burgers moeilijk kunnen rechtvaardigen dat er een Bureau voor de grondrechten wordt opgericht dat niet over de bevoegdheden kan beschikken die noodzakelijk zijn om het werk te doen en om actie te ondernemen op gebieden die onder de derde pijler vallen. Daarom wordt het werk met betrekking tot dit onderwerp voortgezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE). - (EN) Ik heb de indruk dat de lidstaten maar wat aanmodderen en een Bureau aan het opzetten zijn dat uiteindelijk niet verantwoordelijk zal zijn voor precies dat gebied waarop de EU-acties het meest waarschijnlijk tot problemen bij de mensenrechten zullen leiden.

Ik heb nog een vraag: vindt de Raad ook niet dat wij kennelijk almaar meer agentschappen oprichten? Zij worden als confetti over de lidstaten uitgestrooid, zodat iedereen er eentje heeft, waarbij niet zozeer wordt gekeken of er echte nood aan bestaat - wat hier misschien niet zozeer het geval is, maar wel geldt voor vele andere agentschappen. Ze hebben allemaal een loodzware structuur: een raad van bestuur met vertegenwoordigers uit iedere lidstaat en een administratie die soms kleiner is dan die raad van bestuur.

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, misschien gaat dat soms en in sommige contexten inderdaad op. Het Finse voorzitterschap streeft echter naar een zo licht mogelijke administratieve structuur. Zoals ik in het begin al zei, bestaat er wat het Bureau voor de grondrechten betreft grote consensus over het feit dat dit noodzakelijk is. Daarom moeten wij ons inspannen om ervoor te zorgen dat de besluiten worden genomen, dat het Bureau vanaf 1 januari kan functioneren en dat het beschikt over bevoegdheden die voor zijn werkzaamheden van groot belang zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 9 van Eoin Ryan (H-0795/06):

Betreft: Betrekkingen EU- Iran

Kan de Raad mede delen hoe de betrekkingen tussen de EU en Iran momenteel zijn, met name hoe de toekomst van de nucleaire industrie in Iran er uitziet?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, de Raad wil meer doen om langetermijnbetrekkingen met Iran op te bouwen die gebaseerd zijn op vertrouwen en samenwerking. Verbetering van de betrekkingen vereist vooruitgang bij alle problematische kwesties, zoals de mensenrechten, het terrorisme, de houding van Iran ten opzichte van het vredesproces in het Midden-Oosten, regionale aangelegenheden en het nucleaire programma van Iran.

Wat de nucleaire industrie van Iran betreft, heeft de Raad vele malen gezegd te willen streven naar een diplomatieke oplossing waarin rekening wordt gehouden met de internationale zorg over het nucleaire programma van Iran en waarin tegelijkertijd het recht van Iran wordt bevestigd op een vreedzaam gebruik van kernenergie overeenkomstig het Non-proliferatieverdrag. Wat dit betreft heeft de Raad op 17 oktober zijn grote waardering uitgesproken voor de volharding waarmee de Hoge Vertegenwoordiger Javier Solana sinds juni Iran ertoe aanzet te voldoen aan de eisen van de Raad van Beheer van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) en de VN-Veiligheidsraad en de gesprekken over langetermijnregelingen voort te zetten.

De Europese Unie neemt de evaluatie van het IAEA zeer serieus, volgens de welke het niet in staat is geweest enige vooruitgang te boeken in het al bijna vier jaar durende intensieve onderzoek naar de strekking en juistheid van de verklaringen van Iran met betrekking tot de vreedzame aard van haar nucleaire programma.

De Europese Unie maakt zich ook grote zorgen over het feit dat Iran niet alle activiteiten met betrekking tot de verrijking en verdere verwerking van uranium heeft beëindigd, zoals de Raad van Beheer van de IAEA en de VN-Veiligheidsraad hebben geëist. De Veiligheidsraad verklaart in zijn resolutie 1696 dat hij van plan is relevante maatregelen overeenkomstig artikel 41 te nemen als Iran niet aan de eisen voldoet. De Raad is dienovereenkomstig van mening dat als Iran doorgaat met zijn activiteiten met betrekking tot het verrijken van uranium, de Europese Unie niets anders rest dan steun te geven aan de onderhandelingen over deze sancties. De Raad heeft echter in oktober gezegd dat de deur naar de onderhandelingstafel nog steeds open staat voor Iran en heeft Iran nadrukkelijk opgeroepen om te kiezen voor de positieve aanpak die het land is voorgesteld.

De Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie heeft Iran op 6 juni voorstellen gedaan die waren opgesteld door zes landen. Deze verstrekkende voorstellen kunnen een basis vormen voor een langetermijnovereenkomst en Iran alles geven wat het nodig heeft om zijn huidige sector van civiele kernenergie te ontwikkelen. Daarin wordt ook rekening gehouden met de internationale zorgen. De keuze voor deze positieve aanpak zou de weg vrijmaken voor nieuwe betrekkingen met Iran, die gebaseerd zijn op wederzijds respect en uitgebreide samenwerking in politieke en economische zaken. De Raad hoopt dat er langs deze positieve weg vorderingen kunnen worden gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Eoin Ryan (UEN). - (EN) Ik begrijp dat u vertrouwenwekkende maatregelen probeert te bewerkstelligen in de relatie tussen Europa en Iran, teneinde de onderlinge relaties te kunnen verbeteren en in deze ernstige situatie op te kunnen treden als een eerlijke bemiddelaar. Het idee van sancties werkt echter niet goed. Het heeft niet in Irak gewerkt en het zal ook niet in Iran werken. Iran is een erg rijk land met grote aardoliereserves. Het zal dan ook gewoon zijn zin doorzetten. Sancties kunnen wellicht wel enig effect hebben, maar op lange termijn zullen ze niet veel uithalen.

U hebt reeds een aantal zaken aangekaart. Een ervan is het vervoer van heroïne uit Afghanistan via Iran. Daarbij moet men beseffen dat Iran zo’n drie miljoen heroïneverslaafden telt en dat het al ongeveer 3000 soldaten aan de grens heeft verloren om die trafiek te stoppen…

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, de discussie over mogelijke sancties is natuurlijk gerelateerd aan het feit dat ook de Europese Unie gebonden is aan resolutie 1696 van de VN-Veiligheidsraad.

De doorvoer van drugs heeft te maken met de algemene situatie in Afghanistan, wat zelfs een onderwerp voor een aparte vraag kan zijn. De Commissie heeft gezegd zich naast vredeshandhaving en crisisbeheersing ook te willen inzetten voor een veelzijdige ontwikkeling van Afghanistan op de lange termijn, waardoor de drugsproductie daar kan worden beteugeld.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 10 van Sajjad Karim (H-0799/06):

Betreft: EU-steun aan vergemakkelijking van de handel als vertrouwen scheppende maatregel tussen India en Pakistan

In mijn verslag over de economische en handelsrelatie van de EU met India (A6-0256/2006) riep ik "India en Pakistan op vertrouwenstimulerende maatregelen op handelsgebied verder te stimuleren door de bestaande administratieve belemmeringen af te bouwen en (…) de EU op in dit verband waar nodig technische bijstand aan te bieden". Vergelijkbare nadruk op het belang van regionale samenwerking als "prioritair terrein" voor steun en als belangrijke sector voor economische samenwerking wordt gelegd in Verordening (EEG) nr. 443/92(1) van de Raad.

Welke rol kan handel volgens de Raad vervullen bij het streven om India en Pakistan dichter bij een vreedzame oplossing voor het Kasjmir-vraagstuk te brengen? Is dit onderwerp op de recente EU-India-top te Helsinki aan de orde gesteld, en welke conclusies zijn er bereikt? Kan de Raad programma's of voorstellen voor programma's noemen die handelsgerelateerde, vertrouwen scheppende maatregelen tussen India en Pakistan ondersteunen, met name met betrekking tot Kasjmir en de wederopbouw na de aardbeving, alsmede ter ondersteuning van nauwere economische integratie in SAARC in het algemeen?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, de Raad is het ermee eens dat handel zeer belangrijk kan zijn om India en Pakistan dichter bij elkaar te brengen.

In zijn conclusies van februari 2004 heeft de Raad herhaald steun te geven aan de pogingen om de regionale samenwerking te bevorderen in het kader van de Zuid-Aziatische Associatie voor regionale samenwerking (SAARC) en vooral het akkoord inzake de oprichting van een vrijhandelszone in Zuid-Azië in 2006. De Europese Unie is tevreden met het onlangs gesloten Zuid-Aziatisch vrijhandelsakkoord (SAFTA), maar begrijpt dat sommige leden van SAARC nog steeds onopgeloste bilaterale problemen hebben. Met een oplossing hiervan krijgen de leden van de Associatie de mogelijkheid om volledig te profiteren van de overeenkomsten waarbij zij partij zijn.

In het algemeen steunt de Europese Unie nog steeds alle pogingen die worden ondernomen om de multilaterale handel te vergemakkelijken. Deze zijn namelijk een belangrijke manier om de contacten tussen de verschillende landen op het gebied van handel en investeringen te versterken.

Het besluit van de ministerraad van SAARC om de Europese Unie de status van waarnemer te verlenen, is een uitstekende mogelijkheid om de samenwerking tussen SAARC en de Europese Unie te ontwikkelen. De samenwerking tussen de Europese Unie en SAARC werd behandeld op de zevende EU-India-top in Helsinki op 13 oktober.

De Europese Unie wil de praktische steun die zij aan SAARC geeft, verbeteren. De Commissie heeft al een programma opgesteld voor economische samenwerking met SAARC. Het programma omvat handelsfaciliteiten, normen en samenwerking tussen nieuwe handelsondernemingen. Het doel is de handel binnen de regio te bevorderen via de ondersteuning van de implementatie van SAFTA. Naar men hoopt zal dit een impuls zijn voor de verbetering van de politieke betrekkingen in de regio. Het secretariaat van SAARC en de lidstaten van de Europese Unie zijn van plan dit programma binnenkort aan te nemen.

De Europese Unie moedigt een brede dialoog tussen India en Pakistan aan en hoopt dat de handels- en andere betrekkingen zich gunstig zullen ontwikkelen, want dat zal de stabiliteit in de hele regio bevorderen. Wij verwelkomen het feit dat er de laatste tijd veel is ondernomen om het vertrouwen tussen India en Pakistan te vergroten. Daardoor zijn ook vrijere contacten tussen mensen, directe bus- en treinverbindingen en bezoeken van parlementsleden and sportteams mogelijk geworden.

De presidenten van India en Pakistan hebben elkaar afgelopen september in Havana ontmoet. De betrekkingen tussen beide landen werden op hoog niveau besproken op een topbijeenkomst op 13 oktober.

 
  
MPphoto
 
 

  Sajjad Karim (ALDE). - (EN) Eerst wil ik het voorzitterschap van de Raad bedanken voor het zeer gedetailleerde antwoord op mijn vraag. Ik zou echter nog iets meer informatie willen. Die heeft te maken met mijn oorspronkelijke vraag of het vraagstuk betreffende Pakistan/India en Kashmir specifiek besproken is op de EU-top met India in Helsinki. De reden waarom ik dit vraag, is dat beide naties uitvoerige besprekingen voeren op het niveau van de ministers van Buitenlandse Zaken op 14 en 15 november. Is er een specifieke boodschap van de Raad voor hen?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, ik was weliswaar de meeste tijd op deze top aanwezig, maar ik herinner mij niet hoe de kwestie-Kasjmir werd behandeld. Ik heb echter de bevestiging gekregen dat ook deze kwestie in de marge werd besproken, als onderdeel van de regionale stabiliteit en de situatie in de regio.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (PSE). - (LT) Mevrouw de fungerend voorzitter, ik heb een vraag over het bezoek dat een delegatie van het Europees Parlement volgende week op uitnodiging van de Indiase regering aan Kasjmir zal brengen.

Wat denkt u dat de grootmachten, met name de Verenigde Staten en Rusland, ondernemen om een oplossing van het probleem van Kasjmir dichterbij te brengen, en wat zou de Europese Unie nog meer kunnen doen in dit verband?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, wat betreft deze vraag en vele andere vragen die vandaag werden gesteld, moet worden gezegd dat, aangezien het hier om een kwestie tussen de twee landen gaat, het van wezenlijk belang is dat deze partijen zelf actief naar een oplossing zoeken. De Europese Unie en de andere grootmachten kunnen dit proces wel steunen. Omdat ik hier vooral namens de Raad vragen beantwoord, is het onmogelijk voor mij een stevig standpunt in te nemen namens de Verenigde Staten van Amerika.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 11 van Jacek Protasiewicz (H-0803/06):

Betreft: Arbeidskampen waar de rechten van werknemers worden geschonden

In juli dit jaar rolde de Italiaanse politie, in samenwerking met de Poolse gerechtelijke autoriteiten, in Zuid-Italië een arbeidskamp op waar Italiaanse werkgevers Poolse werknemers vasthielden, die zelfs niet van de meest elementaire hygiënische en sanitaire voorwaarden konden genieten en aan wie ook de meest elementaire arbeidsrechten werden onthouden die in Italië van kracht zijn. Uit verder onderzoek bleek dat het hier niet ging om een geïsoleerd geval, maar dat ook in andere delen van Italië en in andere lidstaten van de EU werknemers worden geconfronteerd met dergelijke praktijken (niet-naleving van de arbeidswetgeving).

Is de Raad voornemens om in deze aangelegenheid stappen te ondernemen die ertoe zullen leiden dat personen die de arbeidswetgeving schenden worden bestraft en dat op effectieve wijze wordt voorkomen dat dergelijke arbeidskampen ook in de toekomst zullen blijven bestaan op het grondgebied van de Europese Unie?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, de geachte afgevaardigde stelt in deze vraag een belangrijke zaak aan de orde. De Raad - en sinds de herziening van het Verdrag de Raad samen met het Europees Parlement - heeft uitgebreide communautaire regelgeving uitgevaardigd op het gebied van gezondheid en veiligheid op de werkplek. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van deze regelgeving. De Raad verwelkomt het feit dat in het geval waar de geachte afgevaardigde naar verwees de Italiaanse en Poolse rechtshandhavingsautoriteiten samen hebben gewerkt om de in de vraag genoemde werkkampen te sluiten. Hoewel wij ons hier net als de geachte afgevaardigde zorgen over maken, moet worden gezegd dat de verantwoordelijkheid voor het toezicht op de implementatie van de communautaire regelgeving in de lidstaten bij de Commissie ligt en niet bij de Raad.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacek Protasiewicz (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik heb een vraag voor het voorzitterschap. Is het niet mogelijk om mechanismen te activeren, misschien via Eurojust, waarmee de oprichting van een speciaal controleorgaan kan worden vergemakkelijkt, voornamelijk wanneer het vermoeden bestaat dat de lokale overheden, en zelfs de lokale politie, onder één hoedje hebben gespeeld met de organisatoren van criminele activiteiten, zoals bij de werkkampen voor burgers uit Centraal- en Oost-Europa?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, de communautaire regelgeving die voor deze sector bestaat en de secundaire regelgeving die hieraan is toegevoegd, vereist dat met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden gelijke behandeling wordt gewaarborgd van burgers van andere lidstaten. Het gaat hierbij om controle die door de autoriteiten van de lidstaten moet worden uitgevoerd. Overeenkomstig het rechtsstaatbeginsel en de principes van goed bestuur mogen wij in de Europese Unie verwachten en eisen dat deze controlerende autoriteiten ook in overeenstemming met de regels handelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). - (LT) Mevrouw Lehtomäki, ik zou willen vragen of zulke kampen feitelijk leiden tot een beperking van het vrije verkeer van personen. Dit is de situatie waarin de oude lidstaten verkeerden na de invoering van de overgangsperioden voor de nieuwe landen. Denk u niet dat we door een dergelijke overgangsperiode toe te passen voor Roemenië en Bulgarije, zwartwerk in de hand werken?

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, de lidstaten nemen besluiten over de toepassing van overgangsperioden voor nieuwe lidstaten met betrekking tot het vrij verkeer van werknemers. Er zijn ook lidstaten die bij de vorige uitbreiding een overgangsperiode hebben toegepast, maar dat niet meer doen bij de nieuwe uitbreiding. De reden is dat volgens de bevindingen het beter is dat arbeidskrachten zich binnen het kader van een gemeenschappelijke Europese regelgeving bewegen dan dat er uitzonderingsregelingen worden gecreëerd. Zoals ik al in mijn antwoord op de vorige vraag heb gezegd, is de gelijke behandeling van werknemers zeer goed gereguleerd, maar wij moeten steeds meer aandacht schenken aan implementatie en toezicht.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijn kritiek is niet aan uw adres gericht, aangezien ik veel waardering heb voor de manier waarop u het vragenuur leidt. Toch wil ik afgelopen maandag nogmaals in herinnering roepen. Op maandag hebben we het Reglement vastgesteld. De Conferentie van voorzitters had in haar voorstel anderhalf uur uitgetrokken voor het vragenuur. De Voorzitter kortte dit in tot één uur. Meerdere collega’s hebben toen geprotesteerd, maar er is niet over gestemd. Ik ben er toen vanuit gegaan dat we anderhalf uur hadden voor het vragenuur.

Ik vraag u of de Raad niet nog een kwartier of twintig minuten kan blijven. Of is er een vakbond van Raadsvoorzitters die het de Raad verbiedt om na 19 uur nog vragen te beantwoorden? Vroeger begon het vragenuur met de Raad toch ook pas om 21 uur, en dat was nooit een probleem. De Raad bleef gewoon tot de volgende dag. Ik ben niet te spreken over de huidige gang van zaken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Waarde collega, dank u voor uw compliment, maar wat ons debat van maandag betreft, vergist u zich, want het ging over de agenda, niet over het Reglement, en we hebben ook over de agenda gestemd. U kunt het allemaal nog eens nalezen in het verslag.

Wij moeten het vragenuur - dat een belangrijk recht is van alle afgevaardigden - allemaal serieus of serieuzer nemen en er met z’n allen voor zorgen dat bij de vaststelling van de agenda het vragenuur niet al te vaak in het gedrang komt.

De vragen die wegens tijdgebrek niet zijn beantwoord, zullen schriftelijk worden beantwoord (zie bijlage).

Het vragenuur is gesloten.

(De vergadering wordt om 19.05 uur onderbroken en om 21.00 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: MANUEL ANTÓNIO DOS SANTOS
Ondervoorzitter

 
  

(1) PB L 52 van 27.2.1992, blz. 1.

Juridische mededeling - Privacybeleid