Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/2148(INL)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0359/2006

Ingediende teksten :

A6-0359/2006

Debatten :

PV 15/11/2006 - 19
CRE 15/11/2006 - 19

Stemmingen :

PV 16/11/2006 - 6.6
CRE 16/11/2006 - 6.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0496

Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 15 november 2006 - Straatsburg Uitgave PB

19. Erfopvolging en testamenten (debat)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is het verslag (A6-0359/2006) van Giuseppe Gargani, namens de Commissie juridische zaken, met aanbevelingen aan de Commissie betreffende erfopvolging en testamenten (2005/2148 (INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Giuseppe Gargani (PPE-DE), rapporteur. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, met betrekking tot de onderhavige maatregel wil ik meteen zeggen dat er in de Europese Unie jaarlijks tussen de 50 000 en 100 000 erfopvolgingen in verband met overlijden zijn. Deze maatregel zal dan ook stellig een aanknopingspunt bieden voor problemen van internationaal recht.

Grensoverschrijdende erfopvolging is een wijdverbreid verschijnsel dat met steeds grotere moeilijkheden te maken krijgt als gevolg van diepgaande verschillen tussen de stelsels van internationaal privaatrecht en het materieel recht van de lidstaten. Dit werpt dikwijls obstakels op voor het vrije verkeer en de aanspraken op eigendomsrechten. Vandaar dat de Commissie juridische zaken, waarvan ik voorzitter ben, besloten heeft het initiatief te nemen om erfopvolgingen in Europa eenvoudiger te maken. Daarbij maken wij gebruik van een bevoegdheid die onze commissie krachtens artikel 192 van het EG-Verdrag heeft: wij vragen namelijk aan de Commissie om een wetsvoorstel in te dienen.

Aangezien wij, geachte afgevaardigden – en dat zeg ik steevast – helaas nog geen initiatiefrecht bezitten, anders dan alle collega’s van de nationale parlementen, richt ik me tot u, commissaris Frattini. Ik ben ervan overtuigd dat ik gesteund zal worden door de stemming bij gekwalificeerde meerderheid, en met die steun in de rug vraag ik u om gehoor te geven aan deze dringende oproep die wij in het belang van de burgers van Europa doen.

U weet als geen ander dat als rechthebbenden in bezit willen treden van erfgoederen, zij in de huidige situatie procedures moeten opstarten in ieder land waar die goederen zich bevinden: een kostbaar en tijdrovend proces, maar dat niet alleen. De overdracht van goederen via een erfenis is een speciale manier van overdracht van eigendom: daar zijn affectieve en persoonlijke waarden aan gekoppeld, persoonlijke relaties die heel complex zijn en vaak ook verder reiken dan rechtsgronden. In dit verband moet ik onwillekeurig denken aan mijn jeugd, toen ik nog aan de universiteit studeerde. Mijn scriptie ging over erfrecht en mijn professor, Cariota-Ferrara, merkte in dat verband op dat het erfrecht een affectief recht is, een recht waar mensen dikwijls voor geleden hebben. Daarom, beste collega’s en beste Voorzitter, ben ik ervan overtuigd dat ons voorstel een reële bijdrage zal bieden aan de opbouw van het Europa van de burgers.

Ik dank de commissie, die uitgebreid heeft overlegd over dit probleem en alle facetten ervan heeft doorgelicht. Ik geloof echt dat wij het Parlement een heel deugdelijk voorstel bieden, dat wij het politieke Europa en het Europa van de burgers hiermee vooruithelpen. Ik vraag u dan ook om dit verslag te ondersteunen en ik vraag aan commissaris Frattini om namens de Europese burgers hetzelfde te doen.

Ons verslag omvat maatregelen die ervoor moeten zorgen dat er één toepasselijk recht met één bevoegde rechter komt. In de regel moeten toepasselijk recht en bevoegde rechter samenvallen, en het criterium om dat vast te stellen is ook objectief: het is de plaats waar de erflater gewoonlijk verbleef op het moment van overlijden. De individuele keuzevrijheid wordt echter niet uitgesloten. Wie een testament opmaakt kan namelijk kiezen welke wet van toepassing is op de gehele erfopvolging: zijn eigen nationale wet of de wet van het land waar hij op het moment van de keuze zijn gewone verblijfplaats heeft. Voorts, als er een geschil ontstaat, kunnen de betrokken partijen op hun beurt kiezen welke wet toegepast moet worden en wie het bevoegde “forum” wordt.

Maar het belangrijkste punt dat ik naar voren wil brengen en dat volgens mij de hoeksteen van ons voorstel vormt, is dat het verslag een Europese verklaring van erfrecht voorstelt. Op deze verklaring moet op bindende wijze worden aangegeven welke wet van toepassing is op de erfopvolging, wie de begunstigden van de erfenis zijn, welke personen met het beheer ervan belast zijn en welke bevoegdheden zij hebben, alsook welke goederen tot de nalatenschap behoren. Deze verklaring moet worden opgesteld volgens een standaardmodel en maakt overschrijving van de via de erfenis verworven goederen mogelijk in de openbare registers van de lidstaat waar de goederen zich bevinden.

Aangezien collega Berger, die meer dan de anderen dit verslag grondig heeft bestudeerd, juist op dit punt vijf amendementen heeft ingediend, wil ik benadrukken hoe belangrijk het volgens mij is dat deze verklaring een verplicht karakter krijgt en de nodige rechtszekerheid biedt. Als dat namelijk niet zo wordt geregeld, vrees ik dat de maatregel op losse schroeven komt te staan. Ik vrees dat het voorstel in dat geval minder doeltreffend wordt, dat het geen aanknopingspunt biedt en dat niet alle landen van Europa er rekening mee zullen houden. Op den duur wordt het dan gewoon een raadgevende in plaats van een verplichte maatregel. Op die manier zou hij zijn kracht verliezen, terwijl die kracht juist moet voortspruiten uit de rechtszekerheid, uit het vermogen om alle burgers te bereiken en hun een concrete kans te bieden om via deze middelen hun erfenis te verwerven.

De andere amendementen moeten naar mijn mening verworpen worden. Ik doe in het bijzonder een beroep op mevrouw Berger om hier nogmaals over na te denken en dit voorstel meer kracht bij te zetten door haar amendement in te trekken of het in een andere vorm te gieten.

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vicevoorzitter van de Commissie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, geachte rapporteur, dames en heren, in de eerste plaats wil ik de heer Gargani en de Commissie juridische zaken die hij voorzit, van harte feliciteren met dit voorstel. Als het door dit Huis wordt goedgekeurd – en dat hoop ik van harte – zal ik daar zeker een wetgevingsvoorstel van maken.

Ook ik wil beginnen met een opmerking. Wij hebben geruime tijd proberen te peilen wat de mening van de rechtskundigen is, wat de deskundigen maar vooral de burgers van de Europese Unie vinden van de mogelijkheid om een instrument in handen te krijgen dat duidelijk aangeeft welke wet van toepassing is, zodat langs die weg de totstandkoming van een ware Europese ruimte op het vlak van erfopvolging en testamenten bevorderd kan worden.

Uit de resultaten van een enquête die in juli 2006 door Eurobarometer is uitgevoerd naar de verschillende aspecten van het familierecht in Europa, is gebleken dat gemiddeld 80 procent van de Europese burgers het nodig acht dat erfopvolgingswensen en testamenten binnen de gehele Europese ruimte worden erkend. Uiteraard zijn er landen waar de consensus op dit vlak nog hoger is. In Duitsland bijvoorbeeld, een groot land dat tot de oprichters van de Europese Gemeenschap behoort, en in Letland, een kleiner land, staat 92 procent van de respondenten achter een regeling van dit soort. In mijn land, Italië, ging het om 88 procent, net zoals in Hongarije. Uit de talloze reacties kan dus geconcludeerd worden dat gemiddeld vier vijfde van de Europese burgers voorstander is van een vereenvoudiging van de Europese regeling inzake erfopvolging en testamenten.

In maart 2005 heeft de Commissie hierover een groenboek gepubliceerd, waarin honderden belangrijke reacties zijn bijeengebracht van academici, juristen en mensen die in deze sector werken. Wij hebben tevens een aantal goede ideeën opgedaan tijdens de hoorzitting over transnationale erfopvolging die het Parlement heeft georganiseerd, een uitstekend idee overigens. Ik kan u alvast vertellen dat de Commissie ook een openbare hoorzitting over dit thema heeft gepland, die op 30 november gehouden zal worden. Tijdens deze hoorzitting hopen wij nog andere ideeën op te doen: samen met het verslag van de heer Gargani kunnen deze dan een basis vormen om op korte termijn een wetgevingsvoorstel in te dienen.

Het laatste onderwerp waarover ik kort het woord wil voeren, is al door de heer Gargani aangestipt: de Europese verklaring. Evenals de rapporteur ben ook ik de mening toegedaan dat, als wij een Europees instrument willen dat echt zoden aan de dijk zet, dit bindend moet worden op Europees grondgebied. Velen van u zullen nu denken aan andere instrumenten van internationaal privaatrecht waarover wij een akkoord hebben bereikt. Als een bepaald instrument goedgekeurd wordt door één lidstaat maar iedere keer in andere lidstaten waar het moet worden toegepast, ter discussie staat omdat het niet bindend is voor hen, kan daarmee één van de pijlers onder de ruimte van vrij verkeer van besluiten weggehaald worden.

Natuurlijk zou men kunnen tegenwerpen dat een verklaring van erfrecht vanzelfsprekend bindend is, omdat die anders geen situaties zou kunnen regelen. Toch geloof ik dat het in dit geval nuttig is het accent te leggen op het bindende karakter van zo’n verklaring, omdat wij ditmaal misschien voor het eerst een nuttig instrument opzetten om dit probleem van verkeer tussen de Europese burgers op te lossen, een probleem dat ook naar voren komt bij de erkenning van laatste wilsuitingen, dat wil zeggen erfopvolging en testamenten. Ik kan u dan ook bij voorbaat zeggen dat mijn mening in deze materie volledig overeenkomt met die van de heer Gargani.

 
  
MPphoto
 
 

  Manuel Medina Ortega, namens de PSE-Fractie. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Gargani heeft een verslag gepresenteerd waarin de Commissie juridische zaken de wens uitspreekt dat de Europese instellingen ingrijpen op het gebied van het erfrecht.

Commissaris Frattini heeft benadrukt dat 80 procent van de Europese burgers vindt dat er een eenvormige regelgeving en erkenning moet komen binnen het erfrecht in de gehele Europese Unie. Wij hebben het hier niet over theorieën, maar over de werkelijkheid van mensen die in verschillende landen wonen of die familie in verschillende landen hebben, en die zich, wanneer zich een erfopvolgingskwestie voordoet, in een compleet hopeloze situatie bevinden.

Jammer genoeg bieden de Verdragen van de Europese Unie geen mogelijkheid tot harmonisering van het belangrijke erfrecht. Dat is iets wat in de toekomst mogelijk rechtgezet zou moeten worden, aangezien het onbegrijpelijk is dat de gevolgen, het juridische systeem en de rechten van de erfgenamen volledig veranderen als iemand enkele kilometers verderop gaat wonen en afhankelijk zijn van de vraag of iemand in het ene of het andere land is gevestigd.

Voorlopig beperkt de Commissie juridische zaken zich middels het verslag van mijnheer Gargani tot een aansporing aan het adres van de Commissie om actie te ondernemen op wetgevingsgebied. Commissaris Frattini heeft aangegeven dat de Commissie daartoe bereid is. Waarschijnlijk is dat op dit moment het maximaal haalbare.

In de Commissie juridische zaken hebben wij gediscussieerd over de verdienstelijkheid en de inhoud van de voorstellen die mijnheer Frattini in de bijlage toevoegt. Er zijn enkele amendementen voorgesteld door mijn collega, de socialiste Maria Berger, gericht op de correctie van enkele tekortkomingen die in genoemde bijlage worden aangekaart, maar het allerbelangrijkste is dat de Commissie, zoals mijnheer Frattini hier heeft laten weten, bereid is om concrete voorstellen te doen. Bij dit thema kan niet worden geïmproviseerd, aangezien we hierbij moeten bogen op onze ervaring.

Wie al eens te maken heeft gehad met een probleem op het gebied van de internationale erfopvolging binnen de Europese Unie, zal met name op het gebied van de jurisdictie op grote problemen zijn gestuit.

Wij moeten deze kwestie waarschijnlijk eerst aanpakken vanuit het oogpunt van de jurisdictie, de bevoegdheden van de rechter en de erkenning en efficiëntie van de uitspraken, waarbij overeenkomstig de aanbeveling van mijnheer Gargani, de ‘exequatur’-procedure, die geen zin heeft in de Europese Unie, wordt afgeschaft.

Ik hoop daarom dat de inzet van de heer Gargani en de bijdrage van de heer Frattini ons spoedig in staat zullen stellen om concrete voorstellen op tafel te leggen voor de ontwikkeling van communautair recht op dit gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Diana Wallis, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, mijn fractie beschouwt het groenboek als een aanwinst en wil mijnheer Gargani hartelijk bedanken voor zijn verslag en voor al het werk dat is verzet op raadplegingsgebied. Het komt echt zeer gelegen.

Dit is duidelijk een kwestie waar een groeiend aantal burgers mee te maken heeft en die wij aan de orde moeten stellen, maar het is geen eenvoudige kwestie. Als je bedenkt hoe verschrikkelijk het is voor iemand om een verlies te verwerken en dat die daarbovenop te maken krijgt met de problemen rondom de transnationale juridische situatie, is het duidelijk dat wij dit probleem moeten aanpakken om het leven gemakkelijker te maken voor onze burgers, aangezien wij hen op onze manier hebben aangemoedigd tot mobiliteit.

De juridische problemen die hierbij naar voren komen, raken evenwel aan het subsidiariteitsbeginsel. Zij hebben diepgaande gevolgen voor onze verschillende rechtsstelsels. Het is echter duidelijk dat wij, indien wij dit probleem willen aanpakken, moeten toewerken naar een bindende Europese verklaring van erfrecht, zoals mijnheer Gargani al zei en hetgeen denk ik ook door mijn fractie wordt onderschreven. Ons eerste doel moet de wederzijdse erkenning van zo’n bindende verklaring zijn, zoals wij ook wederzijdse erkenning van gewone rechterlijke besluiten kennen. Het zal echter moeilijk worden aangezien dit, zoals ik al zei, gevolgen heeft voor het overheidsbeleid in onze verschillende landen. Het heeft gevolgen voor de belastingwetgeving. Maar ik ben lovend over het verslag en hoop dat de commissaris het verder zal kunnen uitwerken tot een wettelijk instrument.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Berger (PSE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik bedank de rapporteur en tevens voorzitter van onze commissie voor zijn verslag en voor zijn bereidheid om na de debatten in de commissie rekening te houden met enkele amendementen van mijn hand.

Het is vandaag een goede dag om te debatteren over een onderwerp dat niet zo plezierig is: sterven en erven. We hebben de dienstenrichtlijn in tweede lezing aangenomen. Godzijdank is er geen uitzondering gemaakt voor uitvaartdiensten, zoals velen hadden gewild. Vandaag spreken wij over Europese initiatieven op het gebied van het erfrecht.

Om te beginnen wil ik direct een misverstand uit de weg ruimen, dit in verband met een fout van technische aard die kennelijk is opgetreden. Ik wil niet de bindende werking van de verklaring van erfrecht schrappen, maar enkel de woorden "tot bewijs van het tegendeel". Ik wil de bindende werking van de verklaring van erfrecht juist versterken en niet afschaffen. Ik zal een en ander kortsluiten met de diensten van het Parlement en hoop dat de fracties in vervolg hierop eventueel wel voor kunnen stemmen.

Ik hoop dat amendement 3 nu aanvaardbaar is. Als aanknopingspunt stellen wij nu een verblijfsperiode voor van ten minste twee jaar, want mensen mogen niet het slachtoffer worden van onverwachte juridische gevolgen door een verlegging op korte termijn van de woonplaats. We willen ook niet dat iemand het erfrecht van zijn of haar land eenvoudig kan omzeilen ten nadele van zijn familieleden door simpelweg te verhuizen.

Ik wil ook nog mijn andere amendementen aanprijzen, die betrekking hebben op de conformiteitsbeoordeling. In aanbeveling 1 geven wij aan niet in te willen grijpen in het formeel recht van de lidstaten. De conformiteitsbeoordeling beschouw ik als iets dat ingaat tegen het beginsel dat er niet alleen niet in het materieel, maar ook niet in het formeel recht van de lidstaten mag worden ingegrepen.

Ik hoop dat de andere fracties na deze toelichting misschien toch nog met onze amendementen kunnen instemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid