Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Maandag 11 december 2006 - Straatsburg Uitgave PB

13. Opmerkingen van één minuut over kwesties van politiek belang
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde zijn de opmerkingen van één minuut over kwesties van politiek belang.

Er staan veel leden op de lijst, maar zij zullen niet allemaal het woord kunnen voeren. Ik zal streng de hand moeten houden aan de spreektijd en wil u eraan herinneren dat aan leden die tijdens een of beide voorgaande zittingen het woord hebben gevoerd geen voorrang zal worden verleend. Leden die tijdens de vergaderingen van 13 of 29 november het woord niet hebben gevoerd, krijgen voorrang.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE).(SK) Meteen toen de Commissie afgelopen oktober aankondigde dat het vrije verkeer van burgers uit de nieuwe lidstaten tot 2009 zou worden uitgesteld, hebben we in het Europees Parlement onze bezwaren hiertegen geuit. Daarnaast hebben we diverse initiatieven ontplooid, waaronder het stellen van vragen aan de Raad en de Commissie, en vervolgens hebben we verklaring nr. 72 opgesteld, die nog in behandeling is. Deze verklaring heeft tot doel te waarborgen dat de oorspronkelijke termijn voor de toetreding tot het Schengengebied wordt gehandhaafd.

Daarom beschouw ik het besluit dat de ministers van Binnenlandse Zaken vorige week op sinterklaasdag hebben genomen en dat burgers uit de negen nieuwe lidstaten vanaf 1 januari 2008 de mogelijkheid biedt vrij te reizen binnen de Europese Unie, als een groot succes voor de Europese Unie en als het resultaat van de tussenkomst van de leden van het Europees Parlement.

Collega’s, ik wil u bedanken voor uw steun. Ik ben ervan overtuigd dat alle landen, met inbegrip van Slowakije, binnenkort overeenstemming zullen bereiken over de strikte veiligheidseisen die gepaard gaan met de tijdelijke inzet van een verbeterde versie van het bestaande systeem, zoals door Portugal is voorgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Kyriacos Triantaphyllides (GUE/NGL).(EL) Mijnheer de Voorzitter, afgelopen week heeft Turkije een “diplomatieke stap” gezet door ermee in te stemmen een haven en een luchthaven te openen voor de handel met de Republiek Cyprus.

De timing was wel een beetje vreemd, het voorstel is gedaan tijdens de Coreper-vergadering. Het Turkse aanbod is in elk geval niets anders dan een onhandige, onaanvaardbare en provocerende zet om onder de verplichtingen uit te komen die Ankara op zich heeft genomen tegenover de Europese Unie en haar lidstaten. Ankara blijft niet alleen zijn verplichtingen ontkennen, maar stelt op arrogante wijze voorwaarden om in Cyprus zijn slag binnen te halen.

De verplichtingen van Turkije tegenover de Europese Unie zijn erg concreet. Er kan niet over onderhandeld worden. Daarom zou de Europese Unie zonder verder omhaal de zogenaamde Turkse voorstellen moeten verwerpen. Ik vind dat de Europese Unie dit onaanvaardbare en provocerende aanbod unaniem moet verwerpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI).(FR) Mijnheer de Voorzitter, op dit moment begint het proces tegen Vojislav Seselj, die voorzitter is van de belangrijkste partij in Servië, de Servische Radicale Partij. De heer Seselj heeft zich in januari 2003 – vier jaar geleden dus – vrijwillig aangegeven, meteen na het openbaar maken van de tenlastelegging tegen hem. In deze tenlastelegging was slechts sprake van toespraken en een politiek plan om alle Serviërs binnen één land te verenigen; dit idee mag dan discutabel zijn, maar we kennen de bijzonder pijnlijke omstandigheden die dit land heeft doorgemaakt. De heer Seselj zit sinds december 2004 in eenzame opsluiting, omdat hij interviews had gegeven aan Servische kranten, maar de aanklaagster, mevrouw Uertz-Retzlaff, neemt het in de pers vrijelijk tegen hem op.

De heer Seselj eist dat hij zijn familie mag zien, waar hij recht op zou moeten hebben, en dat hij zich vrijelijk mag vertonen. Hij eist dat hij in zijn moedertaal, het Servisch, met het tribunaal mag corresponderen. Ook dat is zijn recht en dat recht is hem ontzegd. De heer Seselj is doctor en professor in de rechten en wil daarom zijn eigen verdediging voeren, hetgeen een fundamenteel recht is. Hij weigert advocaten die hem door het tribunaal worden toegewezen, omdat de praktijk heeft geleerd dat zij welwillend tegenover de aanklacht staan. Wat is hierop de reactie van voorzittend rechter Alphons Orie van het Joegoslaviëtribunaal? Ik citeer hem: “Het tribunaal vindt dat het feit dat de beschuldigde zichzelf wil verdedigen...”

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Mikko (PSE). – (ET) Geachte dames en heren, gisteren heeft Igor Smirnov, die vijftien jaar geleden met hulp van de Russische strijdkrachten de macht greep in Transnistrië, zichzelf voor nog eens vijf jaar laten kiezen tot president van een onwettig land. De dictator, die een Russisch paspoort heeft en is getraind door de KGB, beweerde tachtig procent van de stemmen te hebben behaald.

De verkiezingen waren georganiseerd door een onwettige regering op een grondgebied dat wordt beheerst door buitenlandse strijdkrachten. De uitslag is dan ook van nul en generlei waarde volgens de maatstaven van het internationaal recht. Dat er drie zwakke tegenstanders mochten meedoen aan een vergelijk waarvan de uitslag al bij voorbaat vaststond, wat in de zomer in Moskou is besloten, maakt het Smirnov-regime geen spat legaler. De enige serieuze tegenstander van Smirnov, de heer Shevchuk, voorzitter van de Opperste Sovjet van Transnistrië, trok zijn kandidatuur in op dringend verzoek van het Kremlin.

De Europese Unie moet de territoriale integriteit van Moldavië blijven steunen. Onze border assistance mission is succesvol gebleken waar het Russische veto de facto de doeltreffendheid van de OVSE heeft verlamd. Het grote obstakel op de weg naar zelfbeschikking van de inwoners van Transnistrië is de aanwezigheid van Russische troepen. Wij moeten sterk aandringen op hun vertrek.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papastamkos (PPE-DE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, artikel 49 van het verdrag van de Europese Unie, dat de clausule voor toetreding tot de Europese Unie bevat, legt ook de rol vast van de instellingen van de Unie. Volgens het betreffende artikel is de Raad het orgaan dat het laatste woord heeft in onderhandelingen.

Ik heb twee vragen voor het Parlement en de hier aanwezige Europese Commissie: ten eerste, met welke rechtsgrond voert de Europese Commissie toetredingsonderhandelingen met kandidaat-lidstaten namens de Europese Unie? Ten tweede, mag de Europese Commissie politieke standpunten innemen over het al dan niet in aanmerking komen voor lidmaatschap van een kandidaat-lidstaat tijdens tussentijdse, maar toch beslissende stadia van de onderhandelingsprocedure?

 
  
MPphoto
 
 

  Rodi Kratsa-Tsagaropoulou (PPE-DE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, ik wil uw aandacht vestigen op de tragische ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de onmiddellijke behoefte aan snelle en efficiënte interventie. We moeten de regio stabiliseren of ten minste vermijden dat de toestand verslechtert, want dat zou onvoorziene gevolgen hebben.

Europa is niet afwezig in de regio. Europa is aanwezig: met zijn diplomatie, met ontwikkelingshulp en humanitaire hulp, met partnerschapsbetrekkingen in het Middellandse Zeegebied, met vredestroepen. Desondanks is Europa er niet in geslaagd een efficiënte rol te spelen, dat euvel moeten we meteen verhelpen, want de hoop dat militaire interventies een nieuw Midden-Oosten met democratie en stabiliteit zullen creëren, vervliegt. We moeten dus aan een nieuw soort interventie denken; ik geloof ook dat het Europees Parlement de nodige gesprekken kan bevorderen en resultaten kan eisen die een positieve invloed zullen hebben voor het welzijn van de volkeren in de regio en natuurlijk ook voor ons, omdat alles wat zich in onze buurregio afspeelt, ook ons aangaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik spreek mijn zorg uit over de bemoeienis van commissaris McCreevy met de Ierse politiek vorige week, toen hij in een publieke verklaring het beleid van de Ierse regering inzake de ziektekostenverzekering op de Ierse markt ter discussie stelde. Het terrein waarnaar hij verwees, valt niet onder zijn verantwoordelijkheid: hij is verantwoordelijk voor de interne markt, niet voor mededinging. Bovendien is het door de regering gevolgde beleid goedgekeurd door de Commissie en onlangs ook goedgekeurd door de Ierse rechtbank.

Ik kan alleen maar concluderen dat commissaris McCreevy zijn bevriende voormalige medekabinetslid, minister Harney, een handje helpt bij een verschuiving van haar beleid inzake de ziektekostenverzekering, zodat ze Brussel de schuld van die beleidsverschuiving kan geven. Dat is een onaanvaardbaar geval van rechtstreekse bemoeienis van een commissaris met de Ierse politieke besluitvorming. Voorzitter, ik verzoek u om voorzitter Barroso van deze bezorgdheid op de hoogte te stellen. Ik zal de correspondentie die ik met de voorzitter en met commissaris McCreevy heb gevoerd over deze kwestie, te uwer beschikking stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Ik zal uw opmerkingen doorgeven aan de heer Barroso, zodat hij de maatregelen kan nemen die hij gepast acht, mijnheer De Rossa.

 
  
MPphoto
 
 

  James Nicholson (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, excuses voor het feit dat ik er niet was toen u mij de eerste keer opriep.

Toen Europa een aantal jaren geleden fondsen beschikbaar stelde voor een onderzoek naar de mogelijkheden van een veerdienst tussen Ballycastle in County Antrim in Noord-Ierland en Campbeltown in Schotland, was ik daar, samen met een aantal andere leden van dit Parlement, bij betrokken. Het onderzoek is plichtsgetrouw uitgevoerd, de uitkomst was positief en de veerdienst werd opgezet en voor korte tijd onderhouden.

Het Schotse parlement stemde ermee in om 700 000 Britse pond beschikbaar te stellen en de uitvoerende macht van Noord-Ierland was bereid om 300 000 pond bij te dragen, zodat er in totaal één miljoen pond beschikbaar was als startsubsidie bedoeld om de veerdienst op te zetten. De Schotse uitvoerende macht is bereid om haar toezegging na te komen en met het geld over de brug te komen, maar nu blijkt staatssecretaris Maria Eagle te weigeren om haar deel van de overeenkomst na te komen. Dat is onaanvaardbaar en verkeerd. Ik heb deze kwestie onder de aandacht van de minister en van commissaris Barrot gebracht en ik zal me diepgaand met deze zaak blijven bezighouden.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Ik zie dat de Ierse bank wakker wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley (UEN).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de aandacht van de Commissie vestigen op – en, zo mogelijk, tot een resolutie komen over – een probleem waarmee Ierse vissers momenteel te kampen hebben vanwege een inflexibele interpretatie van de “honderdkilometerregel”, die voorschrijft dat vis binnen een straal van honderd kilometer aan land moet worden gebracht en verwerkt. Het probleem is dat een groot deel van de verwerkingscapaciteit in Ierland zich niet bepaald aan de kust of in de havens bevindt maar verder landinwaarts. Dit zorgt voor vervoersproblemen, aangezien wegvervoer onder de honderdkilometerregel wordt meegeteld.

Ik verzoek commissaris Borg om deze kwestie heel zorgvuldig te bekijken en de regel flexibeler te interpreteren zodat de succesvolle Ierse visserij behouden blijft. Bovendien is de regel niet alleen van invloed op de Ierse vangsten maar treft hij ook andere schepen die in de Ierse Zee opereren en hun vangst in Ierland aan land willen brengen. Dit betekent dat ze grotere afstanden moeten afleggen, meer brandstof verbruiken en gedwongen zijn om hun vangsten elders aan land te brengen, wat wellicht schadelijk is voor de Europese Unie als geheel.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Tadeusz Masiel (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, Turkije verkeert in de veronderstelling dat het afgelopen donderdag een belangrijke stap heeft gezet in de richting van verdere onderhandelingen met de Europese Unie. Een jaar lang mogen de Grieks-Cyprioten gebruik maken van één haven en één vliegveld. Deze aanfluiting is het zoveelste bewijs van de arrogante houding die premier Erdogan aanneemt ten opzichte van Europa.

Turkije doet net alsof Europa tot Turkije wil toetreden. Maar het is nog altijd Turkije dat wil toetreden tot de Unie. Misschien is Turkije wel vragende partij omdat het onze Europese beschaving, die vooral is gebaseerd op het christendom, hoger aanslaat dan de eigen beschaving. Het land is in ieder geval niet immuun voor de charmes van Europa. En dus zou Turkije aan onze voorwaarden moeten voldoen en niet andersom.

Gezien dit alles zouden de onderhandelingen met Turkije niet alleen tijdelijk moeten worden opgeschort, maar zouden de toetredingsonderhandelingen volledig stopgezet moeten worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Caroline Lucas (Verts/ALE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de aandacht vestigen op de benarde positie waarin de bevolking van West-Papoea nog steeds verkeert. Anderhalve week geleden was het in West-Papoea de dag van de onafhankelijkheid. Op deze dag, die traditiegetrouw op 1 december valt, wordt gevierd dat de Nederlanders West-Papoea in december 1961 onafhankelijkheid beloofden. Die onafhankelijkheid is er natuurlijk nooit gekomen en in plaats daarvan is er al meer dan veertig jaar sprake van een militaire bezetting door Indonesië, die veelvuldig gepaard gaat met martelingen, verdwijningen, opsluiting zonder proces en het vermoorden van inwoners van West-Papoea.

Voorzitter, ik doe een beroep op u en op de Commissie en de Raad om de kwestie rond de zelfbeschikking van West-Papoea bij de Indonesische autoriteiten aan de orde te stellen en alles in het werk te stellen om de terugtrekking van het Indonesische leger uit West-Papoea tot stand te brengen en ervoor te zorgen dat er een vrij en democratisch referendum over zelfbeschikking wordt gehouden, waaraan de inheemse bevolking van West-Papoea ook kan deelnemen.

Naar aanleiding van de dag van de onafhankelijkheid in West-Papoea heeft een aantal collega’s een schriftelijke verklaring ingediend voor deze vergaderperiode en ik verzoek mijn collega’s deze schriftelijke verklaring te tekenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mary Lou McDonald (GUE/NGL).(EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals de collega’s wellicht weten, sleept het Ierse vredesproces zich voort in de richting van de volledige tenuitvoerlegging van het Goede Vrijdag-akkoord, waaronder ook het herstel van de gedeelde macht en de pan-Ierse instellingen valt.

De betekenis van het voorwaardelijke “ja” van Ian Paisley van de DUP tegen het delen van de macht met de Ierse nationalisten en republikeinen moet niet worden onderschat. We hebben echter nog een lange weg te gaan er liggen nog talrijke uitdagingen in het verschiet.

Het is nu zaak om de politieke instellingen te herstellen zodat lokale besluiten door lokale mensen kunnen worden genomen, zonder tussenkomst van ongekozen en niet-verantwoordelijke Britse regeringsministers. Ook is het belangrijk dat de DUP met Sinn Féin in overleg treedt om een oplossing te zoeken voor andere lopende kwesties, waaronder die van het toezicht. Ik zou de EU willen aansporen om het proces in deze cruciale fase te blijven steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Józef Pinior (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, 25 jaar geleden, op dertien december 1981, werd in Polen de staat van beleg uitgeroepen, waardoor de vakbond Solidariteit buiten de wet werd gesteld. De noodtoestand kenmerkte zich door geweld, repressie en pesterijen aan het adres van vakbondsactivisten, academici en kunstenaars, aan het adres van al diegenen die zich niet wilden laten knechten door het totalitaire bewind in Polen.

Tijdens de staat van beleg werden in het Polen van generaal Jaruzelski de burger- en politieke rechten alsmede de mensenrechten, op grote schaal geschonden. Meer dan tienduizend mensen werden in die tijd opgesloten in interneringskampen of in de gevangenis gegooid. Velen hebben hun trouw aan Solidariteit met hun leven moeten bekopen.

Op zestien december hebben speciale gemotoriseerde reserve-eenheden van de burgermilitie bij het gewelddadig neerslaan van een demonstratie in de Wujek-mijn, negen mijnwerkers doodgeschoten en 21 anderen verwond.

Ik zou hier vandaag in het Europees Parlement een eerbetoon willen brengen aan al diegenen die zijn gesneuveld in hun strijd voor vrijheid en gerechtigheid. Aan alle slachtoffers die zijn vervolgd tijdens de staat van beleg en ook aan al diegenen die niet zijn gezwicht voor het geweld en die door hun onafhankelijke inspanningen hebben bijgedragen tot de totstandkoming van een democratisch en vrij Polen.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, David Wilson, een ingezetene van mijn kiesdistrict, werd in 2003 gevangen gezet omdat illegale migranten zich in een Griekse haven achter in zijn vrachtwagen hadden verstopt. Hij werd volgens een snelrechtprocedure binnen 24 uur in staat van beschuldiging gesteld en veroordeeld, zonder voldoende juridisch advies, met een plaatselijke winkelier als tolk en zonder advies van de Britse ambassade.

Aangezien hij volkomen onschuldig was, werd hij in hoger beroep vrijgesproken, maar daarvoor had hij in de gevangenis maandenlang gruwelijk afgezien, ver weg van zijn gezin en in de wetenschap dat hij zijn baan kwijt was. Hij is die beproeving nooit te boven gekomen en heeft zichzelf vorige maand op tragische wijze van het leven beroofd.

Dit drama zou zich nooit hebben afgespeeld als het EU-kaderbesluit over procedurele rechten in strafprocedures voor personen die in een andere lidstaat moeten terechtstaan, al van kracht was geweest. Dit voorstel garandeert dat iemand die in het buitenland terecht moet staan, toegang heeft tot de consulaire diensten van zijn eigen land en professionele juridische bijstand ontvangt. Daar was in dit geval allemaal geen sprake van.

Ik dring er bij de Raad op aan om haast te maken en dat voorstel met spoed aan te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernadette Bourzai (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag mijn afkeuring laten blijken over de uitspraken van de Europees commissaris voor Gezondheid en consumentenbescherming, de heer Kyprianou, tijdens een persconferentie op 9 november 2006. De commissaris heeft toen namelijk vier multinationals uit de voedingsmiddelensector – die ik hier niet zal noemen – hartelijk gelukgewenst met hun inzet in de strijd tegen obesitas; bovendien heeft hij deze ondernemingen de gelegenheid geboden zichzelf te promoten door middel van stands die waren opgesteld bij de ingang van de zaal waar de persconferentie werd gehouden.

Wij moeten ons realiseren dat een op de vijf kinderen in Europa te zwaar is en dat dit aantal ieder jaar toeneemt door slechte voedingsgewoontes die worden aangewakkerd door fastfood-artikelen, frisdranken en chocoladerepen die voornamelijk door deze vier multinationals op de markt worden gebracht. Zij zouden meer gebaat zijn bij een bindende wetgeving om Europese consumenten informatie te verschaffen over de voedingswaarde van producten, dan bij loftuitingen aan het adres van ondernemingen die decennialang aan de explosieve toename van obesitas hebben bijgedragen. Er bestaan andere oplossingen om obesitas te bestrijden, zoals meer groenten en fruit eten en sport beoefenen, hetgeen beter moet worden gepromoot.

Ik kan de heer Kyprianou dan ook alleen maar aanraden zich bij zijn collega, mevrouw Fischer-Boel, aan te sluiten om een bijdrage te leveren aan de hervorming van de Gemeenschappelijke marktordening (GMO) in de sector groenten en fruit, in het belang van een gezonde en evenwichtige voeding.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, bij het vergelijken van uw verklaringen naar aanleiding van bezoeken aan Italië en Ierland is verwarring ontstaan over uw standpunt over het Grondwettelijk Verdrag.

In uw toespraak tot de Italiaanse kamer van gedeputeerden en de Italiaanse senaat op 9 november 2006 gaf u aan dat er vier mogelijke scenario’s zijn voor het grondwettelijk verdrag: de tekst behouden met hier en daar een paar aanvullingen; de hoofdelementen redden en een korter verdrag opstellen; de onderhandelingen over bepaalde punten heropenen;of afzien van het verdrag en wachten op een beter moment om de onderhandelingen te hervatten.

U gaf ook categorisch aan dat wel vaststaat dat de tekst zoals die er nu ligt, niet ten uitvoer zal worden gelegd. Maar op 30 november drong u er in Dublin Castle bij Ierland op aan om de huidige tekst van het Grondwettelijk Verdrag te ratificeren. Dat is dan toch een zinloze operatie, als de huidige tekst toch niet ten uitvoer wordt gelegd, zoals u in Italië zei!

Mijnheer de Voorzitter, u werkt op zijn minst in de hand ervan te worden beschuldigd tegenstrijdige boodschappen af te geven of de boodschap aan te passen aan het publiek dat u toespreekt. Als leden van het Europees Parlement hebben wij het recht om te weten wat het heldere standpunt van onze Voorzitter is ten aanzien van deze uiterst belangrijke kwestie. Als vertegenwoordiger van een kleine lidstaat vind ik stellig dat alle lidstaten bij het reflectieproces moeten worden betrokken. Ik wil niet dat er een situatie ontstaat waarbij de grotere lidstaten, zoals Italië, worden geraadpleegd en mogen beslissen over de toekomst van de Grondwet en over de toekomst van Europa, terwijl de kleinere lidstaten simpelweg te verstaan krijgen dat ze de tekst die hen wordt voorgeschoteld, moeten ratificeren. Ik zou graag uw visie hierop willen horen, mijnheer de Voorzitter.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Dank u zeer. Ik denk dat ik mijn standpunt heel duidelijk heb gemaakt tijdens een interessant debat in Ierland, dat u, ongetwijfeld om zeer goede redenen, niet kon bijwonen. Ik heb het over het “European Forum on Ireland”, waar ik in de gelegenheid werd gesteld gelijksoortige vragen als die van u te beantwoorden.

Ik denk dat ik heel duidelijk ben geweest en dat alle aanwezige leden het begrepen, maar we weten allemaal dat het heel moeilijk is om mensen die het niet willen snappen dit te laten begrijpen. Ik heb tegen de Europese Raad bij diverse gelegenheden namens het Europees Parlement gezegd dat elk land zou moeten proberen het Verdrag te ratificeren. Dat is het standpunt van het Europees Parlement: we roepen alle regeringen op te proberen het Verdrag te ratificeren.

Voor zover ik weet, is dat tevens het standpunt van uw fractie, zoals haar leiders zo vaak hebben uitgelegd. Dat, en dat alleen, heb ik gezegd: dat elk land moet proberen het Verdrag te ratificeren. Twijfelt u hieraan nog, mevrouw Doyle?

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE). – (PT) De Commissie is ervan op de hoogte dat de vliegverbindingen met de eilanden Madeira en Porto Santo in de Atlantische Oceaan nog steeds onder de regeling voor openbare diensten vallen. Dat betekent dat de Portugese overheid compenserende vergoedingen betaalt aan de maatschappij die het alleenrecht heeft op het onderhouden van die verbindingen.

Onlangs is er voor de vluchten tussen die eilanden en het Portugese vasteland een hoge toeslag ingevoerd ter compensatie van de gestegen olieprijzen. Wij plaatsen de nodige vraagtekens bij dat besluit van de Portugese regering, daar het indruist tegen de geest van de Raadsverordening die dit soort verplichte openbare diensten regelt. Dat is dan ook de reden waarom ik deze kwestie hier aan de orde stel. Waarom moeten de passagiers deze brandstoftoeslag gaan betalen juist op het moment dat de olieprijzen dalen en de waarde van de euro stijgt? Hun beperkte mobiliteit wordt er nog verder door bemoeilijkt. Aan de andere kant weten de Portugese regering en de communautaire instanties dat Madeira en Porto Santo geen enkele maritieme verbinding hebben met het vasteland die als alternatief zou kunnen dienen voor de reizigers.

Dat zijn al meer dan voldoende redenen voor het Parlement en de Commissie om met aandacht en waakzaamheid dat besluit – met zijn nadelige effecten voor de inwoners van een van de ultraperifere regio’s van de Europese Unie – te bezien. Wij wensen dat er over deze zaak opheldering verschaft wordt en dat het besluit de nodige correcties ondergaat. Daarom wil ik de aandacht van de hier aanwezige commissaris op deze kwestie vestigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Chris Davies (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik vraag om uw hulp. Op 17 oktober heb ik een schriftelijke vraag bij de Commissie ingediend over dierproeven in het kader van REACH. Die vraag stelde ik niet omwille van mijn eigen gezondheid, maar omdat ik hoopte dat we zo vóór de stemming van deze week informatie konden krijgen over het aantal dieren dat waarschijnlijk sterft ten gevolge van de dierproeven in het kader van REACH.

Ik meen dat ik uiterlijk 18 november een antwoord had moeten ontvangen. Mij is verteld dat het antwoord op de een of andere manier is blijven steken bij de diensten van de Commissie. Sommigen zouden geneigd zijn om te zeggen dat dit de Commissie goed uitkomt en dat het een oefening in nieuwsbeheersing is. Voor degenen die zich druk maken over dierproeven zullen de betreffende cijfers vermoedelijk verontrustend zijn. Ik wil vragen of u mij kunt helpen om vóór de stemming van woensdag een antwoord op mijn vraag te krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioannis Gklavakis (PPE-DE) . – (EL) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, op 2 mei 2006 is in Canada de jaarlijkse begroting voorgelegd aan het Parlement, met de aanbeveling de belasting op Canadese wijn en bier af te schaffen. Over deze begroting wordt nu gedebatteerd. Zulk een begroting zal echter oneerlijke concurrentie veroorzaken voor wijn en bier uit de Europese Unie. Dat druist in tegen de WTO-regels. De uitvoer naar Canada is erg belangrijk voor de Europese Unie. Concreet heeft de Europese Unie in 2005 voor 446 miljoen euro wijn en voor 110 miljoen euro bier uitgevoerd naar Canada.

De Commissie moet een actievere rol spelen en de nodige stappen zetten om de Canadese regering te verplichten tot het honoreren van haar WTO-verplichtingen.

Wij blijven steeds trouw aan onze WTO-verbintenissen. De andere landen moeten dat ook doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos José Iturgaiz Angulo (PPE-DE). – (ES) Mijnheer de Voorzitter, op 2 juli dit jaar, meer dan vijf maanden geleden dus, vonden in Mexico presidentsverkiezingen plaats. Zoals u allen bekend is, zijn de verkiezingen gewonnen door de heer Felipe Calderón, die inmiddels president van Mexico is.

De kandidaat van de linkse oppositie, de heer López Obrador, heeft sinds de verkiezingen zijn verlies willen erkennen noch accepteren en, wat erger is, de oppositie heeft geprobeerd de inhuldiging van president Calderón te saboteren en vormt tot op de dag van vandaag een bedreiging voor de rechtsgeldige regering door aan te zetten tot rellen, demonstraties en sabotage. Daarom veroordeel ik deze antidemocratische houding van links, onder aanvoering van de heer López Obrador, en veroordeel ik deze ongekende en onverantwoorde boycot door links in Mexico.

Als Europese instellingen mogen we onze blik niet afwenden, en met name het Europees Parlement dient de legitieme Mexicaanse regering van president Calderón te steunen. Als Parlement moeten we initiatieven nemen om te bereiken dat de democratie in Mexico wordt gerespecteerd en dat links zijn verlies erkent en oppositie voert op democratische, opbouwende manier, niet op antidemocratische manier.

 
  
MPphoto
 
 

  Milan Gaľa (PPE-DE).(SK) Ik heb mij verheugd over het verslag waarin de Amerikaanse president, George Bush, aankondigde dat hij ernaar zou streven de visumplicht voor de nieuwe EU-lidstaten in Midden-Europa te versoepelen. Het besluit van president Bush om dit programma te initiëren is onder andere het resultaat van de langdurige druk die de nieuwe lidstaten hebben uitgeoefend. Hun leiders hebben elke gelegenheid aangegrepen om president Bush te herinneren aan het feit dat zij graag zouden zien dat de visumplicht vereenvoudigd of helemaal afgeschaft zou worden, zodat hun burgers naar de Verenigde Staten zouden kunnen reizen onder het visumontheffingsprogramma, net als de onderdanen van de West-Europese landen.

Met betrekking tot Slowakije moet erop worden gewezen dat het land, ten gevolge van de hervormingen die de regering van Mikuláš Dzurinda heeft doorgevoerd, aanzienlijke economische vooruitgang heeft geboekt. Hierdoor zijn er niet meer zulke zwaarwegende economische redenen voor Slowaken om hun visumvoorwaarden te schenden en illegaal naar de Verenigde Staten te emigreren. De vereenvoudiging van het reizen naar de VS en de afschaffing van de visumplicht voor burgers van de nieuwe lidstaten zal onder meer gepaard moeten gaan met de naleving van nieuwe, strengere, veiligheidseisen. Ik denk dat president Bush het Amerikaanse Congres ervan zal weten te overtuigen dit programma te aanvaarden.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, er wordt hier in deze zaal vaak gesproken over de verwezenlijking van de Lissabon-doelstellingen en over het concurrentievermogen van de Europese Unie ten opzichte van de grootste economieën ter wereld, zoals de Verenigde Staten, China of India. Veel resultaten hebben al die debatten vooralsnog echter nog niet opgeleverd en onze dromen over een sterke economische groei kunnen we dan ook maar beter vergeten, ook al omdat er niemand meer zal zijn om die droom mee te helpen verwezenlijken.

Uit een recent VN-rapport van 2005 blijkt dat Europa het in het jaar 2050 met honderd miljoen burgers minder zal moeten stellen dan nu. Er worden maar weinig kinderen geboren, de Europese maatschappij vergrijst en een steeds kleiner wordend aantal werknemers moet de pensioenen van een steeds grotere groep gepensioneerden betalen.

De Lissabon-doelstellingen moeten dan ook hand in hand gaan met een passend demografisch beleid voor de Unie. Wat dit betreft zouden we de mosterd kunnen gaan halen in landen als Finland, Frankrijk of Letland, die momenteel midden in een „baby boom” zitten, omdat stellen met een kinderwens daar op juiste wijze worden gestimuleerd en er maatregelen zijn genomen om dit ook financieel mogelijk te maken. Op die manier kunnen deze mensen werk en gezin met elkaar combineren.

Om de economische groei in Europa te stimuleren, hebben we kwantitatief en kwalitatief goede arbeidskrachten nodig. Met het oog daarop is het van wezenlijk belang dat er een gemeenschappelijk beleid voor de toekomst van de Europese maatschappij wordt uitgewerkt, waarin zowel het demografische aspect als de immigratie van geschoolde arbeidskrachten van buiten de Unie, een plaats moeten krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Karatzaferis (IND/DEM). (EL) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, de jongste tijd is er veel discussie over de vraag of nu Brussel of Straatsburg de zetel van het Europees Parlement en de Europese Unie moet zijn. Beide steden vormen een verkeerde keuze. Zetel van de Europese Unie moet de stad zijn waar de beslissingen worden genomen en de laatste tijd worden de beslissingen over de toekomst van de Europese Unie genomen in Ankara. Dat is de waarheid. Toen grote landen lid werden van de Unie, zoals Engeland, stelde Europa de voorwaarden. Nu Turkije lid wil worden, stelt het zelf voorwaarden aan Europa. Dat is onaanvaardbaar. Turkije erkent de vijfentwintigste lidstaat niet, het wil een haven, daarna twee havens en wij kijken lijdzaam toe. Snappen wij nu echt niet dat dit beleid de arrogantie van Ankara versterkt? Zien wij echt niet in dat dit land een rotte appel is, hoewel het nog niet is toegetreden? Wat denk je dat er te gebeuren staat als het Turkije van Erdogan morgen toetreedt? Dan duwt het ons meteen allemaal opzij.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, van zeven tot negen december is in Porto het zevende congres van de Partij van Europese Socialisten gehouden met als motto “Een nieuw sociaal Europa”. Tijdens dit congres is er een hele reeks kwesties aan de orde gesteld die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa en de Europese Unie. Goede en betaalbare kinderopvang werd uitgeroepen tot een prioritair punt, omdat jonge ouders zo kunnen blijven werken. Als we investeren in de toekomst van onze kinderen, investeren we in onze eigen toekomst.

Er is ook een groot aantal documenten goedgekeurd, waarvan de belangrijkste zijn: een resolutie met daarin tien principes voor een nieuw sociaal Europa, een resolutie over het Midden-Oosten, een resolutie over Wit-Rusland en een resolutie over een nieuw sociaal-democratisch energiebeleid. Deze laatste resolutie is mijns inziens zeer treffend verwoord en is bijzonder belangrijk gezien de steeds groter wordende afhankelijkheid van Europa van een klein aantal energieleveranciers.

Mijnheer de Voorzitter, tijdens dit congres hebben de socialisten eens te meer laten zien dat zij de belangrijkste politieke kracht in Europa zijn. Een drijvende kracht die aan de toekomst van Europa werkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Witold Tomczak (IND/DEM). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, 25 jaar geleden, in de nacht van twaalf op dertien december, werd in Polen de staat van beleg afgekondigd. Er verschenen tanks in het straatbeeld, de vrijheid van een volk werd aan banden gelegd, onschuldige Polen werden vernederd, geslagen en vermoord.

De machthebbers waren hier verantwoordelijk voor. Zij waren ervan overtuigd dat zij beter wisten dan het volk zelf wat het volk nodig had. Voor hen was de instandhouding van een bondgenootschap, of eigenlijk de onderwerping aan een vreemde mogendheid, belangrijker dan de wil van het volk. In wezen ging het om het behoud van de macht en alle privileges die daarmee gepaard gingen. Dit kwaadaardige regime werd gesteund door buitenlanders die zo hun eigen imperiale ambities waar wilden maken, wat het volk met zijn vrijheid moest bekopen.

Ik hoop dat de herdenking van deze gebeurtenis voor Europa een gelegenheid zal zijn om de hand in eigen boezem te steken. Overkomt het ons namelijk nooit dat we denken de wijsheid in pacht hebben, dat we vinden dat wij beter in staat zijn te beoordelen wat een volk nodig heeft dan dat volk zelf? En de afspraken die de leiders met elkaar maken, dienen die echt altijd de belangen van hun volkeren? En laten politici de macht met alle privileges van dien, vaak niet primeren op het belang van het volk, wat voor hen toch het hoogste goed zou moeten zijn?

Laten we het leven, de vrijheid en de waardigheid van elk individu in ere houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, als Europees burger en als Europees politicus maak ik me over twee dingen zorgen. Ten eerste heeft de Europese Unie structurele tekortkomingen in het energiebeleid, en nog begin november zijn we meerdere malen geconfronteerd met de gevolgen daarvan.

Ten tweede maak ik me zorgen over de kwaliteit van de relaties tussen Europa en Rusland. Het zou natuurlijk nalatig zijn om te ontkennen dat we nu afhankelijk zijn van genationaliseerde buitenlandse energieconcerns. Het is zeer betreurenswaardig dat de economische en politieke belangen in de volgende fase met elkaar verstrengeld raken, met alle gevolgen van dien voor het politieke level playing field.

Een centraal en volgens ons onontbeerlijk element van onze Gemeenschap is dat we aan economische belangen nooit voorrang geven boven Europese waarden. De relaties tussen de EU en Rusland mogen er niet toe leiden dat we onze bezwaren vanwege de schendingen van de mensenrechten en van de persvrijheid opzij zetten, in de hoop dat we daardoor resultaten bereiken tijdens de energiegesprekken. Eén ding moet duidelijk zijn: we krijgen ofwel een Europa van waarden, ofwel we hebben binnenkort geen Europa meer.

 
  
MPphoto
 
 

  Ryszard Czarnecki (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, dit is een frequent flyer kaart van British Airways. Ik heb geprobeerd er iets mee te doen toen onlangs honderd leden van het Lagerhuis een protestactie voerden tegen het feit dat een werknemer van British Airways werd gediscrimineerd omdat die een kruis droeg.

Dat zoiets kan gebeuren in ons Europa dat toch kan bogen op een eeuwenoud christelijk gedachtegoed, vind ik ontoelaatbaar. Ik betuig dan ook mijn solidariteit met onze collega’s uit het Verenigd Koninkrijk en met alle Britse politici en journalisten die hiertegen protesteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, eind 2000 zijn in Turkije isolatiecellen van het type F voor politieke gevangenen in gebruik genomen met als doel om gevangenen psychologisch te breken en vervolgens te heropvoeden. De afgelopen zes jaar zijn er 28 mensen vermoord, 122 tijdens een hongerstaking om het leven gekomen en zijn er duizenden protesten geweest, zowel binnen als buiten Turkije.

De heer Behiç Aşçi, een advocaat uit Istanboel die gedetineerden in gevangenissen van het type F vertegenwoordigt, is al 251 dagen in hongerstaking. Mijnheer de Voorzitter, u hebt enkele weken geleden zelf een paar protestacties ondernomen, maar de Turkse autoriteiten hielden zich doof. De heer Aşçi is nu in levensgevaar. Ik doe een dringend beroep op u om met spoed rechtstreeks contact op te nemen met de Turkse minister-president en hem te vragen of hij zich persoonlijk over de zaak van de heer Aşçi wil buigen in een laatste poging om het leven van deze Europagezinde Turkse idealist te redden.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerard Batten (IND/DEM).(EN) Mijnheer de Voorzitter, afgelopen zomer heeft de Russische Doema twee wetten ingevoerd die het mogelijk maken om stappen te ondernemen tegen Russische en niet-Russische burgers in het buitenland. Op grond van een besluit van de president van de Russische Federatie mogen de zo eufemistisch aangeduide “eenheden met een speciale missie” van de federale veiligheidsdiensten worden ingezet tegen zogenaamde terroristen of personen die de staat zouden hebben beledigd. Deze wetten zijn een vrijbrief om te doden en de eerste openbare executie van een Brits staatsburger is vorige maand voltrokken toen Alexander Litvinenko in Londen stierf aan de gevolgen van een vergiftiging. Maar doordat die moord knoeiwerk was, loopt er nu als bewijs een radioactief spoor van Londen naar Moskou.

Tony Blair reageerde door te zeggen dat niets de betrekkingen tussen Groot-Brittannië en Rusland in gevaar mag brengen. Rusland reageerde door te zeggen dat het geen enkele verdachte aan Groot-Brittannië zou uitleveren, ongeacht het bewijs. Maar wat de wereld moet doen, is Rusland uit de beschaafde internationale gemeenschap buitensluiten zolang deze internationale moordeskaders actief zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE).(EL) Meneer de Voorzitter, alleen vandaag kan ik zeggen wat ik wil zeggen. Vandaag, 11 december, is het 60 jaar geleden dat Unicef is opgericht en vieren wij de Internationale Dag van het Kind. De Verklaring over de Rechten van het Kind, het Verdrag over de Rechten van het Kind zijn ondertekend – maar nog niet door alle landen – en de Commissie heeft al haar strategie voor de rechten van het kind op Europees niveau voorgesteld.

Wij hopen dus op gecoördineerde actie in het binnenlandse en buitenlandse beleid van de Europese Unie, maar ook op een inspanning van elke lidstaat om de rechten van het kind te beschermen. Het is duidelijk dat kinderen niet alleen worden bedreigd door armoede, analfabetisme of conflicten in landen buiten de Unie, maar ook gevaar lopen in onze eigen beschaafde landen door kwaadwillige aanvallen van personen die geen collectieve verantwoordelijkheid hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Commissie heeft op 22 juni 2006 een mededeling gepresenteerd als reactie op de crisis inzake de overproductie in de Europese wijnsector. De Commissie dringt er met name op aan dat er de komende vijf jaar 400 000 hectare wijngaarden worden gerooid, oftewel bijna 12 procent van de 3,4 miljoen hectare wijngaarden die de Europese Unie omvat.

Ik wil vandaag uw aandacht vestigen op het bestaan van illegale wijngaarden in Europa die in de hele Europese Unie een oppervlakte van 150 000 hectare zouden beslaan. Volgens de cijfers van de Commissie zelf, in een verslag van maart 2004, zouden deze illegale wijngaarden goed zijn voor een productie van 5 à 8 miljoen hectoliter, terwijl de Europese overproductie op 12 miljoen hectoliter wordt geschat. Als deze illegale wijngaarden definitief werden gerooid, zou het evenwicht in zekere zin hersteld kunnen worden.

Ik verzoek de Commissie dan ook om eerst de exacte balans op te maken met betrekking tot deze illegale wijngaarden, alvorens enig besluit over rooiingsmaatregelen te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). (LT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het belangrijkste onderwerp dat momenteel op de agenda van de Europese Unie staat is nog altijd energiezekerheid en het gemeenschappelijk energiebeleid. De formulering en tenuitvoerlegging van een dergelijk beleid is echter een langetermijnproject.

Duitsland en Rusland zijn een bilaterale overeenkomst aangegaan over de aanleg van een gaspijpleiding over de bodem van de Oostzee, een pijpleiding die vanuit milieuoogpunt allesbehalve veilig is, omdat er zich op de zeebodem overblijfselen van de Tweede Wereldoorlog bevinden die vreselijke gevolgen dreigen te hebben voor de Baltische Staten. Tegelijkertijd eist de EU dat veilige, gemoderniseerde kernreactoren worden gesloten.

Wetenschappers schatten dat er rond het jaar 2010 in de Oostzeeregio een tekort aan elektrische energie zal zijn ontstaan van 3,5 miljard kilowatt. Waar gaan we die energie vandaan halen, hoeveel gaan we ervoor betalen en zullen we ons dan nog veilig voelen? Heeft iemand berekend in welke mate het tekort aan elektrische energie van invloed zal zijn op het concurrentievermogen van de EU?

Ik verzoek alle lidstaten om, na de veranderingen op de energiemarkt in overweging te hebben genomen, steun te geven aan de toepassing van artikel 37 van het Toetredingsverdrag van Litouwen tot de EU met betrekking tot de mogelijkheid om de operationele levensduur van de kerncentrale van Ignalina te verlengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik hoop dat u tijd heeft gehad voor een paar wandelingen in de heuvels toen u in Ierland was.

Een van de kwesties waar u zich tijdens uw bezoek wellicht niet bewust van bent geweest is de diepe onrust die op het platteland heerst over de manier waarop de Commissie in verband met het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de cross compliance-controles uitvoert op boerderijen. Er gaapt een grote kloof tussen wat de Commissie zegt te doen op het gebied van vereenvoudigingsinitiatieven en wat op de grond gebeurt in het kader van cross compliance-controles.

De checklist waaraan boeren moeten voldoen is zeer lang en verwarrend. Gekoppeld daaraan bestaat de angst dat je een boete moet betalen als je een van de regels overtreedt. Consumenten hebben er recht op om te weten dat boeren voldoen aan hoge normen voor voedselveiligheid en productie, maar ik vraag me af of de onaangekondigde uitgebreide steekproeven die ik zojuist heb beschreven, de juiste manier zijn om die doelstelling te bereiken. Het is aan de Ierse regering te wijten dat er een lange vertraging is ontstaan bij de tenuitvoerlegging van de nitraatrichtlijn, met als gevolg dat we nu genoodzaakt zijn om alle controles op boerderijen naar het eind van 2006 te verschuiven.

Ik zou de Commissie willen vragen om aan te geven wat het precies van de boeren verlangt en ervoor te zorgen dat alle lidstaten zich aan de regels houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Margarita Starkevičiūtė (ALDE).(LT) Ik wil graag uw aandacht vestigen op het werk van onze uitstekende vertalers en op de kwaliteit van hun werk. De laatste tijd horen we veel ontevreden stemmen die beweren dat de kwaliteit van de vertalingen achteruitgaat. U weet ongetwijfeld, mijnheer de Voorzitter, dat we grote geldbedragen uittrekken voor vertalingen en we zijn met recht trots op de mogelijkheid om binnen de Europese instellingen verschillende talen te spreken. Mijns inziens is een van de problemen die zorgt voor een toename van het aantal klachten over de kwaliteit van vertalingen het feit dat in ons Parlement het controlesysteem voor de vertaalkwaliteit niet op de juiste wijze is ingericht en niet adequaat functioneert. De kwaliteit van vertalingen wordt immers doorgaans gecontroleerd door collega's. Dat wil zeggen dat zij elkaars werk nakijken, hetgeen waarschijnlijk niet een erg objectieve manier is. Vragen van leden van het Parlement worden door de medewerkers van de vertaaldienst vaak niet beantwoord. Ik heb in ieder geval nog nooit antwoord gekregen. Ik hoop dat het Bureau van het Parlement dit bij hen onder de aandacht zal brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Zaleski (PPE-DE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, de situatie aan de oostgrenzen van Europa, met name in Rusland en Oekraïne heeft onze volle aandacht nodig. Ik weet dat we ons de laatste tijd sterk geconcentreerd hebben op de onderhandelingen met Rusland, maar onze aandacht voor wat er gaande is in Oekraïne mag daardoor niet verslappen.

Ik zou graag zien dat het Parlement onomwonden duidelijk maakt dat we achter Oekraïne staan en dat we de democratische krachten in dit land steunen. Met andere woorden, we zouden niet graag zien dat antidemocratische krachten meer terrein winnen. Het lot van onze grote buur Oekraïne ligt ons na aan het hart en dit land mag niet uit ons gezichtsveld verdwijnen.

Daarom denk ik dat elk signaal dat uitgaat van deze instelling, van leden van andere instellingen naar de regering, en meer in het bijzonder naar de Oekraïense samenleving, van bijzonder groot belang is.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, volgend jaar zullen we de vijftigste verjaardag van de Verdragen van Rome vieren. Dat zal waarschijnlijk een goede gelegenheid zijn om een diepgaand debat over de toekomst van de Europese Unie te houden. We zouden ons daarbij moeten laten inspireren door de uitgangspunten die aan de basis liggen van het idee van integratie en zo een antwoord vinden op een aantal fundamentele vragen. Welke kant gaat Europa op? Welke verdere uitbreidingsmogelijkheden zijn er? We zouden een duidelijk beleid moeten uitstippelen ten aanzien van de Balkanlanden, Oekraïne, Turkije en ook Georgië en Moldavië. De Unie zou nauwer met deze landen moeten samenwerken en de hervormingen in deze landen sterker moeten steunen.

De interne hervormingen in de Unie, zoals de versterking van de rol van het Europees Parlement en de verbetering van het besluitvormingsproces, vormen nu een belangrijkste beleidskwestie. Tijdens het volgende half jaar zullen we onder Duits voorzitterschap ook een oplossing moeten vinden voor het Grondwettelijk Verdrag en het probleem van de continuïteit van de energievoorziening.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Goed, dat is het laatste woord en dit is tevens de laatste keer dat ik de eer heb de opmerkingen over kwesties van politiek belang voor te zitten. Daarom zijn we iets royaler omgesprongen met de spreektijd, en ik vraag de Commissie en de Raad om enig begrip. Ik dank u voor uw geduld, maar aan het einde van het feest is de drank gratis, en ik wil deze gelegenheid te baat nemen om mijn verontschuldigingen aan te bieden aan die mensen die bij eerdere gelegenheden het woord wilden voeren, maar toen niet aan bod zijn gekomen.

Hiermee is dit onderdeel beëindigd.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid