Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2003/0257(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0345/2006

Debatten :

PV 11/12/2006 - 14
CRE 11/12/2006 - 14

Stemmingen :

PV 13/12/2006 - 8.2
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0553

Debatten
Maandag 11 december 2006 - Straatsburg Uitgave PB

14. Europees Agentschap voor chemische stoffen - Wijziging van Richtlijn 67/548/EEG inzake gevaarlijke stoffen (REACH) (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- de aanbeveling voor de tweede lezing (A6-0352/2006), namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (07524/8/2006 C6-0267/2006 2003/0256(COD)) (rapporteur: Guido Sacconi), en

- de aanbeveling voor de tweede lezing (A6-0345/2006), namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen teneinde deze aan te passen aan Verordening (EG) nr. …/2006 inzake de registratie en beoordeling van en de vergunningverlening en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen (07525/3/2006 C6-0268/2006 2003/0257(COD)) (rapporteur: Guido Sacconi).

 
  
MPphoto
 
 

  Guido Sacconi (PSE), rapporteur. (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, na het bereiken van het akkoord met de Raad – dankzij de steun van de Commissie – heb ik me de afgelopen dagen afgevraagd waarmee we deze lange mars, die voor mij drieënhalf jaar geleden is begonnen en die ons tot hier heeft gebracht, zouden kunnen vergelijken. Om die vraag te beantwoorden heb ik mijn toevlucht moeten nemen tot mijn grote passie, het bergbeklimmen. Misschien is de meest treffende vergelijking de beklimming van een zeer hoge berg. En zonder te overdrijven kunnen we zeggen dat we waarschijnlijk een berg van 8000 meter in de Himalaya hebben bedwongen.

Zo’n hoge berg heb ik nog nooit beklommen en ik geloof niet dat ik ooit zo hoog zal reiken, want ik ben een bescheiden alpinist. Ik weet echter wel wat je voelt als je de top bereikt. De vermoeidheid en de gelopen risico’s tellen dan niet meer mee. Misschien is zelfs de frustratie die je vaak hebt ten gevolge van het beperkte uitzicht door de mist niet meer van belang. Mij is het zeer vaak overkomen dat ik eenmaal boven aangekomen niks zag! Desalniettemin is de voldoening dan toch groot.

Het is belangrijk dat twee zaken duidelijk zijn. Ten eerste moeten we weten of we echt de top hebben bereikt en ten tweede moeten we ons opmaken voor de afdaling, die vaak niet minder zwaar is dan de beklimming.

Als aanvoerder van het bergbeklimmersteam wil ik over deze twee punten mijn mening geven. Hebben we echt de top bereikt? Ik denk dat we met het pakket hoofdstukken waarvoor we in de eindfase van de onderhandelingen een oplossing hebben gevonden, we deze vraag volmondig met ja kunnen beantwoorden. Duty of care, dierenwelzijn en met name de intensieve bevordering van alternatieve methoden voor dierproeven, het Agentschap, de communicatie van informatie en de aanpassing aan de nieuwe interinstitutionele overeenkomst inzake comitologie zijn geregeld. Daarmee hebben we derhalve de rol van het Parlement veiliggesteld. We hebben echter ook wat moeten inleveren en ervan moeten afzien om het chemische veiligheidsrapport uit te breiden tot kleine hoeveelheden. Dat is echter geen slachtoffer van deze beklimming, maar een vervroegde terugkeer naar het basiskamp. We hebben immers een regeling getroffen voor de herziening, zodat we over zeven jaar – na de nodige controles van de hele bevoorradingsketen – de mogelijkheid hebben die verplichting opnieuw in te voeren.

Bij dit akkoord zijn we er met name in geslaagd een goede oplossing te vinden voor het meest omstreden thema: de doelstelling van REACH, namelijk regelgeving via de vergunningsprocedure voor de stoffen die het meeste zorgen baren. Dat is de reden waarom we wel degelijk de top hebben bereikt.

Bij het bepalen of we echt de top hebben bereikt, moeten we niet vergeten dat we vanuit een zeer diep gelegen dal zijn vertrokken. Het oorspronkelijke voorstel van de Commissie bepaalde namelijk dat alle vergunningsplichtige stoffen krachtens het principe van de adequate controle een vergunning konden krijgen. Vervolgens hebben we een lange weg afgelegd. Al in het gemeenschappelijk standpunt van de Raad, dat het Parlement in positieve zin had beïnvloed, was dat aantal stoffen ingeperkt. Met het akkoord van 30 november hebben we weer een stap voorwaarts gezet en is het aantal stoffen dat langs deze kortere en eenvoudiger weg kan worden aangepast, verder beperkt. Alle stoffen maken nu deel uit van een vervangingsproces, met inbegrip van de stoffen die een vergunning krijgen op grond van het principe van de adequate controle. Als er een alternatief bestaat, dient er een vervangingsplan te worden ingediend. Indien er op het moment dat de vergunning wordt verstrekt geen alternatieven bestaan, moet het bedrijf in ieder geval de richtlijnen voor onderzoek en ontwikkeling melden die het voornemens is te volgen.

Op basis daarvan zal per geval de duur van de vergunning bepaald worden. Als er een alternatief bestaat, dient de Commissie het verstrekken van die vergunning te motiveren. Mocht er gedurende de looptijd van de vergunning een alternatief ontstaan, dan treedt de plicht in werking een vervangingsplan te maken.

Ik zou willen benadrukken dat de Commissie voor elk geval een apart besluit neemt. Daarvoor moet zij het advies inwinnen van het Agentschap en rekening houden met de adviezen van het Comité sociaaleconomische analyse en het Comité risicobeoordeling. Die comités dienen op hun beurt rekening te houden met de bijdragen van derde partijen. Het is dus een uiterst transparant proces, dat niet alleen gebaseerd is op verklaringen van de aanvrager zelf.

Bij de afdaling is het mijns inziens belangrijk de beste weg te kiezen, daar in vergelijking met de beklimming bij het afdalen de moeilijkheidsgraad veel groter kan zijn. Met deze metafoor wil ik zeggen dat we het bereikte compromis dienen goed te keuren, zodat de verordening nog voor het einde van het jaar kan worden gepubliceerd en de datum voor de volledige inwerkingtreding van REACH, 1 juni 2007, kan worden gerespecteerd.

Het is een complexe zaak, waar we niet overhaast een oplossing voor kunnen vinden. REACH is zo gecompliceerd dat de eis alle problemen al op te lossen bij het goedkeuren van de verordening een vergissing is. Nu is het van belang een begin te maken met de toepassing. Het voorstel bevat heel wat mechanismen en termijnen voor zogenaamde zelfregulering, waardoor we kunnen bijsturen op basis van de concrete ervaring die tijdens de tenuitvoerlegging wordt opgedaan.. We hebben de balans via de verschillende fases van deze procedure verbeterd. Daarbij denk ik onder meer aan het antwoord dat we hebben gegeven op de problemen van de kleine ondernemingen en de betere bescherming van de gezondheid en het milieu, met name wat de risico’s voor de werknemers betreft.

Het komt me voor dat we al met al een zeer positief oordeel kunnen uitspreken over dit eindproduct. Ik heb vastgesteld dat mijn vrienden van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie en de GUE/NGL-Fractie een pakket amendementen hebben ingediend dat over het geheel genomen prijzenswaardig is. Die amendementen vertonen grote gelijkenissen met de voorstellen die ik bij de onderhandelingen met de Raad en de Commissie heb gedaan om het resultaat te bereiken dat we nu voor ons hebben.

Waartoe dienen deze amendementen? Waar moeten ze ons naartoe brengen? Welke top zouden we ermee kunnen bereiken bij een onwaarschijnlijke bemiddeling? Wij weten allemaal wat het echte alternatief is: of we keuren het overeengekomen compromispakket goed – waarmee we het gemeenschappelijk standpunt verbeteren – of we aanvaarden het gemeenschappelijk standpunt. Het is misschien beter dat gewoon openlijk te zeggen. Dat is het echte alternatief dat we hebben en ik ben er zeker van dat het Parlement woensdag bij de stemming de juiste keuze zal maken.

Mijnheer de Voorzitter, met mijn betoog van vandaag heb ik mijn werk beëindigd. Ook de stemlijst zal kort zijn. Het is deze keer niet veel werk en de lijst zal slechts twee pagina’s beslaan. Dat is een record voor REACH, als we terugdenken aan de 5000 amendementen die we tijdens de eerste lezing hebben behandeld.

Vandaag beëindig ik dus mijn werk, en mij resteert alleen nog degenen te danken die met uiteenlopende taken deel hebben uitgemaakt van deze Himalaya-expeditie. De deelnemers waren talrijk: ik heb zes voorzitterschappen meegemaakt en talrijke hoge ambtenaren en commissarissen van de Commissie leren kennen. Ik was er altijd bij als leider van het bergbeklimmersteam, hoewel men mij soms naar beneden probeerde te trekken in plaats van mij te steunen. Hoe het ook zij, we hebben de top bereikt.

Alle gekheid op een stokje; ik wil iedereen danken: de voorzitter van de Milieucommissie, de heer Florenz, alle schaduwrapporteurs, ook degenen die het niet eens zijn met dit resultaat, de voorzitterschappen, in het bijzonder het Finse, dat echt een essentiële gesprekspartner is geweest en de Commissie die misschien niet vol gas heeft gegeven maar desalniettemin in de eindfase doorslaggevend is geweest voor het bereiken van dit resultaat. Ik wil echter vooral de medewerkers bedanken die met mij hebben samengewerkt. Twee Italiaanse vrouwen – onder wie mijn persoonlijke assistente, mevrouw Sabina Magnano – hebben een zeer belangrijke rol gespeeld hebben bij dit project. Als het mogelijk zou zijn de naam van het verslag te wijzigen, zou ik hun namen en de namen van al degenen die met mij hebben samengewerkt erop zetten.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Mauri Pekkarinen, fungerend voorzitter van de Raad.–- (FI) Mijnheer de Voorzitter, commissarissen Verheugen en Dimas, dames en heren, mijnheer Sacconi, de verordening inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) is een van de belangrijkste wetgevingsprojecten in de geschiedenis van de Europese Unie. Deze verordening zal een grote sprong voorwaarts zijn in vergelijking met het huidige controlesysteem voor chemische stoffen, dat ongeveer veertig jaar oud is. Zij maakt van Europa wereldwijd een voorloper en wegbereider op dit gebied.

Bijna exact drie jaar lang hebben het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in moeilijke omstandigheden samengewerkt om de REACH-verordening aangenomen te krijgen. Het onderhandelingsproces heeft moeilijke fasen gekend. Ik kan zonder overdrijven zeggen dat wij zonder de sterke verbondenheid van alle partijen hier vandaag niet zouden zijn.

In de Raad is de verordening door niet minder dan zeven voorzitterschappen voorbereid. Ik wil alle voorzitterschappen bedanken die in de Raad de basis voor het onderhavige besluit hebben gelegd. De politieke consensus die tijdens het Britse voorzitterschap in de Raad werd bereikt, was een uitstekend uitgangspunt voor het afronden van de onderhandelingen tijdens het Finse voorzitterschap.

Ik ben zeer blij dat de lidstaten hun krachtige steun hebben gegeven aan het overeengekomen compromispakket. Ik hoop ook van harte dat de verschillende fracties in het Europees Parlement in de stemming van woensdag het compromis zo breed mogelijk steunen.

Ik wil in dit verband het Europees Parlement bedanken voor de uitstekende samenwerking tijdens de onderhandelingen van dit najaar. Mijn dank gaat vooral uit naar de rapporteur, de heer Sacconi, en de voorzitter van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de heer Florenz, de schaduwrapporteurs alsmede de talrijke andere leden die actief betrokken waren bij het vinden van gezamenlijke oplossingen. Ik wil ook de commissarissen Verheugen en Dimas bedanken, die een grote persoonlijke bijdrage aan de onderhandelingen hebben geleverd.

Het is nu een goed moment om het proces te beoordelen van de wijze waarop de aan de REACH-verordening gestelde doelen in het algemeen worden bereikt.

De verordening zal de bescherming van de volksgezondheid en het milieu aanzienlijk verbeteren. Het REACH-stelsel vergroot onze kennis over de eigenschappen van stoffen, verbetert de beheersing van de risico’s van chemische stoffen en vereist een vergunning voor het gebruik van de allergevaarlijkste stoffen. De nieuwe veiligheidseisen worden de strengste ter wereld. Het is in het gemeenschappelijk belang van de Europese consumenten en industrie om de productontwikkeling van nieuwe, veiliger chemische stoffen te bevorderen. Hiervoor is de huidige aangifteprocedure voor nieuwe stoffen in het voorstel herzien. Het REACH-stelsel houdt ook in dat ondernemingen meer verantwoordelijkheid en taken hebben en het biedt ondernemingen de mogelijkheid de verplichtingen inzake de veiligheid van chemische stoffen op zelfstandiger wijze na te komen.

De transparantie van de controle op chemische stoffen wordt aanzienlijk groter door het Europees Agentschap voor chemische stoffen te voorzien van moderne informatiesystemen en registers, waardoor ook de burgers gemakkelijk toegang tot informatie over stoffen en hun eigenschappen kunnen krijgen. De informatiesystemen zullen uniek in de wereld worden.

Om de effecten van stoffen beter te kunnen vaststellen, is het nodig dat er betere informatie over de eigenschappen ervan beschikbaar is. De REACH-verordening brengt dit op een nieuw niveau door een breed gebruik van alternatieve onderzoeksmethoden en -programma's mogelijk te maken. Deze nieuwe onderzoeksmethoden zullen waarschijnlijk ook op mondiaal niveau van invloed zijn op het testen van chemische stoffen.

Ook de consumenten zullen meer informatie kunnen krijgen over gevaarlijke stoffen in producten. Met de REACH-verordening wordt ook een stelsel gecreëerd waarin ondernemers op verzoek van de consument gedetailleerde informatie moeten verstrekken over stoffen van grote zorg in producten.

Het vraagstuk van de autorisatieprocedures en vervangingen was een van de laatste open kwesties in de onderhandelingen. Overeenkomstig het voorstel van het voorzitterschap moet de aanvrager of degene die in het bezit is van een autorisatie met een vervangingsplan komen wanneer de analyse van de alternatieven aantoont dat er geschikte alternatieven bestaan. Het vervangingsplan moet worden ingediend ongeacht of de vergunning wordt verleend op basis van een adequate risicobeheersing of van sociaaleconomische voordelen. Bovendien is de route van een adequaat risicobeheer zodanig beperkt in vergelijking met de versie in het aangenomen gemeenschappelijk standpunt, dat het niet van toepassing is op PBT- en vPvB-stoffen. Wat hormoonontregelende stoffen betreft, is overeengekomen dat deze binnen zes jaar opnieuw moeten worden beoordeeld. Ik ben van mening dat deze oplossing op evenwichtige en realistische wijze rekening houdt met de zorgen van het Parlement over de vervanging van de allergevaarlijkste stoffen.

Als fungerend voorzitter van de Raad ben ik blij te kunnen zeggen dat er gestemd wordt over een pakket amendementen dat gebaseerd is op de resultaten van de tripartiete onderhandelingen. Ik kan ook bevestigen dat de Raad deze amendementen heeft goedgekeurd. Wat de overige amendementen betreft, hoop ik dat het onderhandelingsresultaat ongewijzigd blijft.

Ik hoop dat het Parlement op zijn vergadering van woensdag het compromispakket inzake de verordening aanneemt dat het met de Raad is overeengekomen. Op die manier zal het voor de Europese burgers en industrie zo belangrijke wetgevingsproject een grote stap dichter bij zijn realisatie komen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Verheugen, vicevoorzitter van de Commissie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, dit debat is de laatste stap op een lange weg, en ons doel is een echte vooruitgang voor de gezondheid, voor het milieu, en ook voor het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven, dat wil ik met nadruk zeggen. Ik koester zelfs de hoop dat dit grote project voor de hele wereld een maatstaf wordt voor het milieu- en gezondheidsbeleid. Dat we dit resultaat hebben kunnen bereiken, hebben we zeker ook te danken aan de enorme inzet en invloed van het Europees Parlement, en vooral van de heer Sacconi, die zich heeft ontpopt als zeer vaardig onderhandelaar en groot kenner van de materie. Ik zou ook de heer Florenz, de voorzitter van de Commissie milieubeheer, willen bedanken. Hij heeft ons begeleid door de buitengewoon moeilijke, en soms ook moeizame, trilogen. Ik zou de rapporteur van de Commissie industrie, mevrouw Ek, willen bedanken voor haar waardevolle bijdrage, en ook de heer Nassauer, de rapporteur van de Commissie interne markt en consumentenbescherming. Zij hebben beiden een sleutelrol gespeeld.

Dit resultaat draagt duidelijk het stempel van het Parlement, en ik heb er absoluut geen moeite mee om te zeggen dat het beter is dan het oorspronkelijke voorstel. Dat houdt vooral verband met het feit dat het systeem voor de autorisatie is aangescherpt, en dat we meer impulsen bieden om stoffen te vervangen, wanneer er een geschikt alternatief bestaat. Ik wil nogmaals heel duidelijk zeggen dat het economische winst oplevert wanneer we goede alternatieven gebruiken voor gevaarlijke stoffen. Dat is geen nadeel, het is juist een voordeel. Ik ben ook heel blij dat het tijdens de behandeling is gelukt om meer aandacht te besteden aan de dierenbescherming. Een van de grote problemen van REACH was voor mij van het begin af aan dat we daardoor veel meer proefdieren nodig zouden hebben dan nu al het geval is. Ik kan echter meteen al ingaan op de vraag die de heer Davies tijdens het vorige debat heeft gesteld. Bij de uitvoering van REACH zullen we zeker ook proberen om het aantal proefdieren drastisch te reduceren. We hebben er ook voor gezorgd dat de consument betere informatie krijgt. Het Parlement heeft echter altijd geweten dat we ook rekening moeten houden met de belangen van de honderdduizenden kleine en middelgrote bedrijven, die verplicht zijn om REACH toe te passen.

Bepaalde milieuorganisaties hebben telkens weer beweerd dat REACH het probleem van de grote industriële bedrijven in Europa is, maar dat is een misverstand. De grote industriële bedrijven in Europa hebben helemaal geen moeite met REACH, niet met het eerste voorstel, en niet met het resultaat dat nu op tafel ligt. Het was altijd het probleem van het midden- en kleinbedrijf, het gaat om hun concurrentievermogen, en zelfs om hun overleven. Dat staat op het spel wanneer we niet heel precies vaststellen wat ze aankunnen, en wat niet. Daarom zijn de veranderingen van het allergrootste belang, niet alleen de risicobeoordeling voor stoffen die in vrij kleine hoeveelheden worden gemaakt, maar ook de sterkere impulsen om gegevens voor de registratie en voor een betere bescherming van intellectuele eigendomsrechten met anderen te delen.

De Commissie is van mening dat er een goed evenwicht is bereikt tussen het concurrentievermogen enerzijds, en de nodige vooruitgang op het gebied van milieu en gezondheid anderzijds. Daarom staan wij achter het voorstel dat vandaag wordt behandeld, en achter de amendementen die aan het voorstel van de heer Sacconi ten grondslag liggen.

Tot slot wil ik de heer Sacconi nog in een ander opzicht gelijk geven. We staan kort voor de goedkeuring van deze wet, maar daarmee hebben we de problemen nog lang niet opgelost. Het is heel goed mogelijk dat we de grootste problemen nog voor ons hebben, want we zullen deze wet heel zorgvuldig, creatief en krachtdadig moeten toepassen. We moeten ervoor zorgen dat het Agentschap in Helsinki binnenkort aan de slag kan. Het probleem daarbij is vooral de gegevensverwerking. We moeten ervoor zorgen dat de uitvoeringsverordeningen snel in werking treden, en dat de betrokken bedrijven snel te horen krijgen wat er van ze verwacht wordt. We moeten er vooral voor zorgen dat degenen die zich aan REACH moeten houden ook weten wat dat betekent. De Commissie is al begonnen met het verstrekken van alle nodige praktische informatie aan het midden- en kleinbedrijf. Tot slot wil ik erop wijzen dat dit een richtlijn is, en daarom moeten we ervoor zorgen dat de lidstaten die allemaal op dezelfde manier uitvoeren, anders kunnen er nieuwe problemen en complicaties ontstaan. Ik zou het Parlement ook om steun willen vragen voor wat er nu nog moet gebeuren. Als we blijven samenwerken, zullen we er zeker in slagen om een Europees model uit te werken voor een sterke en moderne industrie, waar de werkgelegenheid gehandhaafd wordt, terwijl we tegelijkertijd de hoogste kwaliteitsnormen kunnen vastleggen voor het milieu en de volksgezondheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, er komt een wetgevende procedure van lange adem en REACH neemt zijn definitieve vorm aan.

De Commissie feliciteert Raad en Parlement met het bereiken van deze overeenkomst, zoals vice-voorzitter Verheugen heeft gezegd. Deze overeenkomst levert een betere bescherming van de volksgezondheid en van het milieu op en bevordert de innovatie en het concurrentievermogen van de industrie.

De Commissie steunt de bundel met compromisvoorstellen die Raad en Parlement op 30 november 2006 zijn overeengekomen.

Ik wil het voorzitterschap en minister Pekkarinen danken en uiteraard ook het Europees Parlement, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, haar voorzitter, de heer Florenz, en in het bijzonder de rapporteur, de heer Guido Sacconi, voor zijn indrukwekkende inspanningen en zijn vastberadenheid, waardoor dit dossier positief is afgesloten.

REACH is een van de volledigste, meest geïnspireerde en ambitieuze wetsteksten die tot nu toe is tot stand gekomen in de Europese Unie. REACH zal invloed hebben op alle industrietakken, maar ook direct en indirect op het leven van de gewone burger, omdat chemische producten zo wijdverbreid zijn in ons dagelijkse leven.

Voor burgers en consumenten houdt REACH betere informatie in over de stoffen in producten voor dagelijks gebruik, maar het betekent vooral dat gevaarlijke stoffen geleidelijk zullen worden vervangen door veiligere substanties. Bovendien zullen de risicobeoordelingen rekening houden met kwetsbare groepen, zoals kinderen, zwangere vrouwen en ouderen. Zo zal de gezondheid van de burgers beter worden en kan milieuschade worden vermeden. Het aanpakken en beheersen van die schade kost niet alleen veel, vaak is die schade ook onherstelbaar.

REACH maakt de industrie algemeen verantwoordelijk voor het vermijden van negatieve gevolgen voor gezondheid en milieu door de productie, het gebruik en de verkoop van chemische producten. Het betekent ook een betere informatiestroom in de productieketen, zodat latere gebruikers betere en vollediger informatie wordt verschaft over de kenmerken en eigenschappen van de stoffen die zij gebruiken. Zo zullen preciezere doelstellingen kunnen worden geformuleerd voor de maatregelen voor risicobeheer, wat de bescherming van de werknemers zal vergroten en bijgevolg de problemen met gezondheid en beroepsactiviteit zal verminderen.

Hoewel de kosten wel enigszins zullen toenemen, zullen die uitgaven en investering worden gespreid over een lange periode, dat wil zeggen elf jaar in het geval van registratie of nog langer in het geval van een lening.

Wij verwachten dat het nieuwe systeem de burger opnieuw vertrouwen zal geven in chemische producten en de chemische industrie. Daarenboven zal REACH impulsen geven aan de concurrentiekracht en aan innovatie, iets wat het grootste deel van de initiële kosten en investeringen ruimschoots zal compenseren.

REACH wil proeven met dieren beperken tot het strikt noodzakelijke. Het akkoord hierover tussen Parlement en Raad is bevredigend. Het beklemtoont het belang van alternatieve methoden en voorziet in 45 dagen openbare raadpleging voor elk voorstel voor dierproeven.

De stemming op woensdag wordt het laatste stadium van een procedure die het doel wil verwezenlijken dat de staatshoofden en regeringsleiders op de voorjaarstop van 2006 hebben gesteld, namelijk REACH tegen eind 2006 voltooien. Ik hoop dus dat we deze procedure zoals gepland zullen kunnen afronden, dat de verordening in werking kan treden en we deze grote uitdaging kunnen aangaan, namelijk het geleidelijke verzamelen van informatie kennis over de duizenden stoffen die vandaag in gebruik zijn zodat we betere maatregelen kunnen nemen voor het beheersen van de risico’s.

Tot slot moeten we snel beginnen te werken aan het geleidelijke vervangen van gevaarlijke stoffen. Als alternatieven beschikbare zijn, moet vervanging onze eerste keuze vormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ria Oomen-Ruijten, namens de PPE-DE-Fractie. Voorzitter, REACH is een van de belangrijkste, meest omvangrijke en ook meest complexe stukken wetgeving die we de laatste tijd hier in dit Parlement behandeld hebben. Als eerste wil ik mijn collega Guido Sacconi feliciteren met het resultaat dat is bereikt. Hij heeft de laatste weken vaak gesproken over zijn hond, die zo graag had dat hij wat minder zou gaan REACH'en en wat meer thuis zou blijven. Die hond, Guido, moet een terriër geweest zijn, getuige de vasthoudendheid waarmee jij dit dossier hebt behandeld; het was dan ook voor de schaduwrapporteurs niet altijd even gemakkelijk om toch datgene te krijgen wat ze wilden.

Voorzitter, wij krijgen met REACH wetgeving die de 30 000 chemische stoffen die er op de Europese markt zijn, opnieuw in kaart brengt, de informatie daarvan gaat verifiëren en vervolgens ook de toepassingen waar nodig gaat reguleren. En het gaat daarbij om alle stoffen geproduceerd in een hoeveelheid van 1 ton of meer per jaar. Anderen doen ons anders geloven. REACH vervangt ook een complex van heel ondoorzichtige wetgeving die de onwerkbaarheid op de Europese markt teweegbracht.

Voorzitter, wat er zal moeten gebeuren is dat we REACH zullen gaan laten functioneren. Het is belangrijk genoeg, 1,3 miljoen mensen werken in de chemische industrie, 27 000 vooral kleine, maar ook grote bedrijven werken met REACH, gaan werken met REACH; er is een omzet van 440 miljard euro mee gemoeid. Het is dus belangrijk dat we een goed wetgevend pakket hier neerleggen. Het compromis wat nu voor ons ligt, is naar mijn gevoel de beste balans die we konden vinden na heel lange en heel moeizame onderhandelingen waar uitersten bijeen zijn gebracht tot het midden.

Het compromis is heel precair, beschermt aan de ene kant mens, milieu en consument, het beperkt dierproeven, maar het biedt ook een kans voor het scheppen van een optimaal klimaat voor de Europese industrie; we kunnen zeggen tegen de Finse minister dat we voorloper zijn, maar we moeten er wel voor zorgen dat we geen doodloper worden.

REACH zorgt ervoor dat de verantwoordelijkheid wordt verplaatst van de lidstaten naar de bedrijven zelf, de meest belangrijke verbetering ten opzichte van het gemeenschappelijk standpunt. We hebben een betere bescherming van vertrouwelijke bedrijfsgegevens, de registratie sluit meer aan bij het pakket Nassauer/Sacconi – jammer dat daar niet meer is uitgekomen – we minimaliseren de bureaucratie, voor de EVP belangrijke punten; ook op het terrein van de autorisatie en substitutie is er een goede balans bereikt. Het ligt nu bij de Europese Commissie om ervoor te zorgen dat het ook een werkbaar geheel gaat worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Dagmar Roth-Behrendt, namens de PSE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, waarschijnlijk zullen 99,9 procent van de leden van mijn Fractie voor het compromis stemmen dat de heer Sacconi heeft uitgewerkt. Als iemand goed kan laveren tussen Scylla en Charybdis, dan is het wel de heer Sacconi, die altijd open stond voor een gesprek, die wist wat hij wilde, en desondanks alles heeft gedaan om een compromis te sluiten, om rekening te houden met de wensen van een grote meerderheid in het Parlement en onder de Europese burgers.

Waarover hebben we het? We krijgen nieuwe informatie over chemische stoffen. We kunnen de natuur beschermen, en vooral de gezondheid van de burgers die als consument of als werknemer met chemische stoffen te maken hebben. Daarom is dit een goed compromis.

Een compromis is en blijft echter een compromis. Wanneer uiteindelijk niemand helemaal tevreden is, is het bewijs geleverd dat het waarschijnlijk een goed compromis was. De heer Sacconi is zeker niet voor de volle honderd procent tevreden, en wij zijn het ook niet. Toch ben ik ervan overtuigd dat dit het beste resultaat is dat haalbaar was. Het is in ieder geval veel beter dan veel andere voorstellen die ik heb gezien. Daarom kan ik u verzekeren dat ik op woensdag voor dit voorstel zal stemmen.

Maar wat hebben we nu op papier? Velen zeggen dat het een monster is. Dat is natuurlijk niet waar. De veertig wetten die we tot nu toe hadden, die waren een monster. Dit is een compact pakket, en de inhoud is niet voor iedereen meteen duidelijk. Wie er echter moeite voor doet, kan het lezen. Ik ben ook blij dat we hebben gezegd dat we het toepassingsgebied over vijf jaar nog eens bekijken. Dan zullen we zien wat we doen met medische apparatuur en met andere producten, of ze onder het toepassingsgebied moeten blijven vallen, of dat ze er beter uit kunnen worden gehaald. Dat is een goed idee. Het is ook een goede zaak dat we de gegevensbescherming hebben verbeterd. Transparantie en informatie zijn belangrijk, maar gegevensbescherming is dat ook. We moeten garanderen dat we actief steun geven aan het onderzoek, en dat onderzoekers aan universiteiten en elders hun werk kunnen blijven doen. Dat is allemaal goed.

Wat is er niet goed? De toekomst van het midden- en kleinbedrijf is niet goed. De heer Verheugen heeft het gezegd, en ik ben hem daar dankbaar voor. Als we niet oppassen, zal het midden- en kleinbedrijf het gelag moeten betalen voor onze ambitieuze wetgeving, daar moeten we nu iets aan doen. Ik doe een beroep op u, mijnheer Dimas en mijnheer Verheugen, pas de definitie van het midden- en kleinbedrijf aan. Het is de hoogste tijd, en sommige bedrijven hebben daar ook iets aan. Ik doe echter ook een beroep op u om een loket te openen om kleine ondernemingen daadwerkelijk te helpen, te ondersteunen, want de betrokken bedrijven weten niet welke overgangsperiode op hen van toepassing is, en wanneer ze wat moeten registreren.

Tot slot wil ik nog het volgende zeggen, niet alleen tegen mevrouw Oomen-Ruijten, maar tegen iedereen: als we dit serieus willen nemen, moeten we ervoor zorgen dat er snel een krachtdadig Agentschap komt. Ik zeg bewust: als. Dat kost geld. Geacht voorzitterschap van de Raad, vat de stier bij de hoorns, vertel uw collega’s dat we daarvoor geld nodig hebben. Wij in het Parlement moeten dat ook doen. Het spijt me, mijnheer Ouzký, meestal blijf ik tot het einde van een debat waarin ik het woord heb gevoerd, maar ik moet nu naar een vergadering van het Bureau van het Parlement.

 
  
  

VOORZITTER: MIROSLAV OUZKÝ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Chris Davies, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het lijkt een kalme afsluiting van zo’n stormachtig debat.

Het is zo’n zeven jaar geleden dat REACH tijdens de Milieuraad voor het eerst onder de aandacht van de ministers werd gebracht. Ik herinner me nog de angst over alle effectbeoordelingen, de wilde schattingen van wat REACH zou gaan kosten en de dreiging dat de Europese chemische industrie uit dit werelddeel zou verdwijnen en in China zou neerstrijken. Binnen dit Parlement zijn er door de jaren heen allerlei parlementaire tactieken toegepast om REACH uit te stellen en om zeep te helpen en nu hebben we over de hele linie dan een opmerkelijke mate van overeenstemming bereikt. Al doende hebben we waarschijnlijk de nodige aanpassingen aangebracht. We zitten op het juiste spoor.

Ik verwacht veel van REACH. Ik hoop dat het ons in staat stelt om chemische stoffen die schadelijk zijn voor onze gezondheid en het milieu, te onderscheiden, te beheersen en te vervangen. Ik hoop dat de tenuitvoerlegging ervan zonder al te veel problemen zal verlopen, met name voor KMO’s, en dat de kosten het concurrentievermogen van onze industrie niet in gevaar brengen. Ik hoop dat REACH de validatie en ontwikkeling van alternatieve proefdiervrije testmethoden zal stimuleren. Ik hoop dat het de innovatie binnen de industrie zal bevorderen en Europa een voorsprong zal geven op de wereldmarkt. Ik hoop dat het niet zal leiden tot een verplaatsing van werkgelegenheid maar dat het consumentenvertrouwen in de chemische stoffen die onze industrie produceert, hier in Europa en ook in de rest van de wereld erdoor toeneemt. Ik hoop dat voldoende wetenschappers de donkere Finse winters willen trotseren om van het Europees Agentschap voor chemische stoffen het succes te maken dat we ervan verwachten. Ik hoop dat dit de hele wereld tot voorbeeld zal dienen en dat dit regelgevingsmechanisme als referentiepunt zal dienen voor regeringen elders. Ik hoop dat het pakket dat we, de afgelopen maanden met de nodige steun van het Finse voorzitterschap en natuurlijk onder leiding van de heer Sacconi, zijn overeengekomen, de industrie zal aanzetten tot het vervangen van risicovolle chemische stoffen door veiliger alternatieven en dat het de ontwikkeling van deze alternatieven zal bevorderen.

Ik hoop dat al deze dingen zullen worden verwezenlijkt, maar er moet nog veel gebeuren voordat mijn hoop werkelijk is geworden. Een heleboel zaken zijn nog onzeker. Hoe gaat het Europees Agentschap voor chemische stoffen zijn opdracht werkelijk vorm geven en hoe zal REACH in de praktijk worden gedefinieerd? De tijd zal het leren.

Ik ben niet overenthousiast over het resultaat. Ik ben akkoord gegaan met compromissen die ik liever had vermeden. Ik had liever gezien dat de nadruk meer op vervanging was gelegd. Het was een vreselijke vergissing dat wij als Parlement het aanbod dat de Raad ons aan het slot van de onderhandelingen deed om hormonale disruptoren – endocriene disruptoren – in de sociaaleconomische categorieën – de vervangingscategorieën – op te nemen, hebben afgewezen en akkoord zijn gegaan met een herziening over zes jaar. Dat is onvoorstelbaar!

Toch ben ik het niet eens met een woordvoerder van het WNF, die het eindresultaat van REACH onlangs afdeed als een blamage. In tegendeel, het is een flinke stap in de goede richting en als onze hoop werkelijkheid wordt, zou wel eens kunnen blijken dat het een van de belangrijkste maatregelen is die de Europese Unie ooit heeft genomen, met echt voordeel op de lange termijn voor onze economie en ons milieu.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter, namens de Verts/ALE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, het oorspronkelijke doel van REACH was het beschermen van mens en milieu. Het positieve effect van meer kennis en van de ontwikkeling van een beter gebruik van chemicaliën zou zelfs economische voordelen opleveren. The Lancet publiceerde in november een verslag waaruit blijkt dat 200 gewone chemicaliën leiden tot hersenschade, concentratieproblemen, gedragsstoornissen en een lagere intelligentie. Hoe kunnen wij samenleving baseren op kennis, innovatie en ontwikkeling als wij onnodig chemicaliën toestaan die onze intelligentie aantasten en die ons concentratieproblemen opleveren?

Beste collega’s, we hebben vele langdurige vergaderingen gehouden. Keer op keer is bevestigd dat een gekwalificeerde meerderheid in dit Parlement het vanzelfsprekend vindt dat consumentenproducten die gevaarlijke stoffen bevatten altijd moeten worden vervangen door minder gevaarlijke alternatieven als die beschikbaar zijn. Keer op keer waren we het erover eens dat er veiligheidsrapporten moeten komen over stoffen in geringe hoeveelheden. Keer op keer hebben we met nadruk gewezen op het belang van openbaarheid en openheid, en we hebben gelachen om het absurde feit dat de raad van bestuur die belangrijke besluiten moet nemen over de toekomst van chemicaliën geheim moet zijn en geheime financiële belangen heeft.

We vonden het vanzelfsprekend dat ondernemingen verantwoordelijk moeten zijn voor hun producten en we hebben ook besluiten genomen die kleine ondernemingen eerlijke voorwaarden zouden bieden. Nu echter het uur van de waarheid is aangebroken, heeft een meerderheid ervoor gekozen om zich niets meer van deze doelstellingen aan te trekken en zich in plaats daarvan in de griezelige omarming van de Duitse chemische industrie te koesteren. Hoewel de Milieucommissie krachtige verbeteringen van REACH heeft geëist, ging het laatste tripartiete overleg alleen maar over verslechteringen. De PPE-DE-Fractie trad op als loopjongen van de chemische industrie, maar waarom accepteerden de anderen dat spel?

REACH kan zijn naam nu beter veranderen in RISK; de chemicaliën worden immers wel geregistreerd, maar niet vervangen. De vorige keer dat we over REACH stemden, sloten de sociaaldemocraten en de liberalen een verbond met rechts over het registratieaspect. Deze keer werd u het eens over heel REACH. De vorige keer zei de heer Sacconi dat een overeenkomst net een appel is – hij moet worden geplukt als hij rijp is. Na het debat gaf u mij die appel. Een jaar later is het een volstrekt onappetijtelijke slijmerige kluit. Daarom heb ik een nieuwe appel voor u meegenomen. Bewaar die een paar jaar tot de herziening van REACH. Dan zal hij stinken en verrot zijn en u er bij de herziening aan herinneren dat u zich bij een andere meerderheid moet aansluiten. Of nog liever, sluit u een overeenkomst met ons over het alternatieve compromis. Dat wordt gesymboliseerd door het klokhuis van deze appel. Laten we dit klokhuis beschouwen als een symbool voor een REACH dat groeit en wortelt, een REACH waarvan we nog tientallen jaren de vruchten kunnen plukken voor de volksgezondheid en het milieu, in plaats van dat we valappels verkopen aan de volkeren van Europa.

De keus is aan u. Wilt u een rottende REACH-appel of een groeiende pit? In de politiek win je niets zonder risico’s te nemen. U moet de laatste kans durven aangrijpen om een duidelijke meerderheid in het Parlement te krijgen en om in alle openbaarheid met de Raad te onderhandelen. We kunnen onmogelijk iets slechters krijgen dan het gemeenschappelijk standpunt van de Raad, maar we kunnen wel iets veel beters krijgen. Een voordeel van een bemiddeling is dat die in elk geval meer democratie oplevert dan deze rottige overeenkomst die achter gesloten deuren is bereikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Francis Wurtz, namens de GUE/NGL-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zal het compromis over REACH dat ons wordt voorgelegd, niet uitvoerig analyseren: dat zal mijn collega, de heer Holm, zo dadelijk doen. Zelf wilde ik uitsluitend stilstaan bij deze gedachte: REACH is enerzijds een goed voorbeeld van wat Europa zou kunnen zijn en bevestigt anderzijds helaas welke tegenstrijdigheden er momenteel binnen Europa bestaan.

Een paar weken geleden nog leek REACH de voorbode te zijn van een waarachtige ambitie voor Europa: de Europese Unie zou voor een wetgeving zorgen waarin de volksgezondheid en het milieu eindelijk zwaarder zouden wegen dan economische berekeningen voor de korte termijn; zij zou ondernemingen dwingen om in hun haastige streven om zich een goede concurrentiepositie te verwerven, eindelijk rekening te houden met de sociale kosten; zij zou eindelijk lering trekken uit het asbestschandaal, en gezien het feit dat de nieuwe wetgeving ook zou gelden voor op grote schaal geïmporteerde producten, zou Europa de industrie wereldwijd dwingen zich aan zijn nieuwe normen aan te passen.

Hiermee kreeg Europa een belangrijke kans om zich – op een terrein dat onze burgers bijzonder aanspreekt – een vooruitstrevende identiteit aan te meten, door zowel binnen als buiten Europa nieuwe voorwaarden te scheppen. Vanuit die gedachte hebben veel NGO’s, vakbonden en volksvertegenwoordigers zich actief ingezet voor het welslagen van dit mooie project. Bij velen van hen is de teleurstelling momenteel groot, gezien de buitensporige concessies die aan de grote Europese fracties zijn gedaan.

Wat overeind blijft – en dat is belangrijk – is natuurlijk de omgekeerde bewijslast: het is niet langer aan de overheid om te bewijzen dat de gebruikte chemische stoffen toxisch zijn, maar aan de industrie om aan te tonen dat ze geen gevaar vormen.

Hoe valt het dan te rechtvaardigen dat het ondernemingen wordt toegestaan om – al is het dan onder controle – stoffen te blijven gebruiken die als zeer gevaarlijk worden aangemerkt, zelfs als er minder schadelijke alternatieven op de markt zijn? Na het verschrikkelijke precedent met het asbest is dit ethisch gezien onaanvaardbaar. Zoals het ethisch gezien eveneens onaanvaardbaar is dat aan directies van ondernemingen het recht wordt toegekend om de hun ter beschikking staande informatie over de mogelijke toxiciteit van chemische stoffen die in een hoeveelheid van minder dan tien ton per jaar worden geproduceerd – hetgeen voor de overgrote meerderheid van de stoffen opgaat – geheim te houden. En beroept u zich u nu niet meer op het excuus dat kleine en middelgrote ondernemingen in financieel opzicht kwetsbaar zijn! Mijn fractie heeft een amendement ingediend waarin van de grote ondernemingen werd geëist dat zij de in hun bezit zijnde informatie over de betreffende stoffen beschikbaar stellen aan het MKB, teneinde onnodige uitgaven voor het MKB te voorkomen. Dit amendement is door de opstellers van het door de meerderheid gesteunde compromis verworpen.

Een laatste opmerking die het overdenken waard is. Dit tweederangs compromis is geen uitvloeisel van een zwakke conjunctuur tegenover een ongelijke machtsverhouding: het slechte voorbeeld komt van boven. De REACH-wetgeving is te ambitieus: het is het soort project dat de Commissie in de toekomst niet meer zou voorleggen, zoals de vice-voorzitter van de Commissie die belast is met industrie, de heer Verheugen, half september al had verklaard. Het meest verontrustende is wel dat hij deze aankondiging deed tijdens een toespraak over het initiatief “Beter wetgeven”, hetgeen veelzeggend is voor de beleidsrichting die deze verderfelijke slogan aangeeft. We hebben de gevolgen ervan op sociaal gebied gezien, bijvoorbeeld met de Dienstenrichtlijn of het Groenboek over het arbeidsrecht. Nu zijn het de volksgezondheid en het milieu die erdoor worden getroffen. Het is duidelijk dat het debat over wat er aan de Europese integratie moet veranderen, meer dan ooit actueel is.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward, namens de UEN-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben vlak na de afgelopen verkiezingen van bijna tweeënhalf jaar geleden tot de Commissie milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid toegetreden en heb toen uit de eerste hand kennisgenomen van de verdeeldheid en de meningsverschillen over REACH. Ik moet zeggen dat ik zeer onder de indruk ben van de inspanningen van een heleboel mensen en ik dank met name de heer Sacconi, de schaduwrapporteurs, de voorzitter van onze fractie, de heer Florenz, de Commissie en de Raad en iedereen die compromissen gesloten heeft om dit pakket tot stand te brengen. Mijns inziens blijkt hieruit dat de Europese Unie en haar instellingen in staat zijn om op één lijn te komen als het gaat om kwesties van gemeenschappelijk belang. We blijken compromissen te kunnen sluiten en te kunnen debatteren. Als onze kiezers ons in dit licht zouden bezien, zouden ze onder de indruk zijn.

Het lijdt geen twijfel dat we in ons dagelijks leven steeds meer met allerlei chemische stoffen in aanraking komen. Door de huidige mengelmoes van wetgeving en het ontbreken van voldoende informatie over het merendeel van de bestaande chemische stoffen is het moeilijk te stellen in welke hoeveelheden deze stoffen worden toegepast en wat het effect ervan is op onze gezondheid en het milieu. Op het gebied van regelgeving is dit een baanbrekende overeenkomst waarvan consumenten en ons milieu dankzij de strengere veiligheidscontroles duidelijk zullen profiteren. We zullen beter op de hoogte zijn. Door middel van onderzoek en ontwikkeling en vervangingsplannen zullen bedrijven meer worden gestimuleerd om te investeren en te evolueren. Er is een zorgvuldig evenwicht bereikt, maar het stemt mij ook tevreden dat er meer steun is voor KMO’s en dat alternatieven voor dierproeven worden gestimuleerd en ik ben blij met de etikettering op Gemeenschapsniveau en de oprichting van een EU-agentschap voor het coördineren van de technische, wetenschappelijke en administratieve aspecten van het REACH-stelsel op Gemeenschapsniveau.

We moeten echter niet vergeten dat deze wetgeving ook tot doel heeft om het concurrentievermogen van de chemische industrie te verbeteren. In mijn eigen land is deze industrie van groot belang en zorgt ze direct en indirect voor veel werkgelegenheid. De instellingen hebben er hard aan gewerkt om de lastendruk voor de industrie, met name KMO’s, te beperken en ervoor te zorgen dat vertrouwelijke bedrijfsinformatie wordt beschermd, de bureaucratie wordt teruggedrongen en de werkgelegenheid niet in gevaar komt, terwijl tegelijkertijd een win-winsituatie ontstaat voor burgers, werknemers en ons ecosysteem. De grote uitdaging is nu om de REACH-verordening in de respectievelijke lidstaten ten uitvoer te leggen zodat onze kiezers goed worden vertegenwoordigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. Voorzitter, graag spreek ik mijn waardering uit voor rapporteur Sacconi. Onder zijn leiding heeft het Europees Parlement het maximaal haalbare resultaat bij de onderhandelingen binnengehaald. Het was lastig onderhandelen met een verdeeld Parlement en een Raad die krampachtig vasthield aan zijn gemeenschappelijk standpunt. Dat er uiteindelijk na moeizaam onderhandelen op meerdere fronten een resultaat ligt waar we mee lijken te kunnen leven, is een felicitatie waard.

Dat én de milieubeweging én de chemische industrie ontevreden zijn met het compromis valt goed te begrijpen, maar in dit geval gaat zeker op dat het betere de vijand is van het goede. Geen compromis in tweede lezing had ofwel tot aanvaarding van een vrijwel ongewijzigd gemeenschappelijk standpunt geleid of tot een langdurige conciliatie met als mogelijk gevolg het intrekken of verwerpen van het hele voorstel. In dit geval is een half ei beter dan een lege dop.

Op één punt wil ik nog wijzen en dat is, dat ik vind dat lidstaten een strenger milieubeleid moeten kunnen voeren dan nu is vastgelegd; dat geldt zeker, als landen als Zweden en Denemarken al zulke strengere wetgeving hanteren. Daarom zal ik het mede door mij daarover ingediende amendement steunen.

Voorzitter, vanwege een stemming in LIBE zal ik niet de rest van het debat kunnen bijwonen, waarvoor mijn excuses zeker in de richting van de commissaris en de heer Sacconi.

 
  
MPphoto
 
 

  Hartmut Nassauer (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in dit compromis herkent men de hand van het Parlement. Dit is de tweede keer dat het Parlement de doorslag heeft gegeven bij de behandeling van een belangrijk stuk wetgeving, de eerste keer is dat bij de Dienstenrichtlijn gebeurd. Ik ben blij dat deze oplossing uit de pen van het Parlement is gekomen.

Het is echter een compromis, een andere oplossing is op dit moment niet haalbaar, en ook de bemiddeling zou zeker tot problemen hebben geleid. Daarom is het juist om met dit compromis in te stemmen, hoewel het me heel wat moeite kost. Deze REACH-regeling is een revolutionaire stap, we bundelen de kennis over meer dan 30 000 stoffen die door het bedrijfsleven worden gebruikt. Dat is een ongelofelijke vooruitgang voor het milieu en de gezondheid in Europa. Dat hebt u namens het voorzitterschap van de Raad volkomen terecht gezegd, mijnheer Pekkarinen.

Ik vraag me echter af waarom u met geen woord heeft gerept van het feit dat de ondernemingen niet alleen de verantwoordelijkheid voor de stoffen op zich moeten nemen, maar dat ze ook hoge kosten zullen moeten dragen. Waarom zegt u niet dat we nieuwe bureaucratische procedures invoeren, en op die manier het tegendeel doen van wat we in onze fraaie toespraken telkens weer vertellen over het verminderen van de bureaucratie en over het bereiken van de Lissabon-doelstellingen? Als we eerlijk zijn moeten we ook zeggen dat we op deze manier inderdaad vooruitgang boeken voor het milieu, maar dat het aanzienlijke kosten met zich mee zal brengen voor het bedrijfsleven en de industrie. Mijnheer Verheugen en ik hopen dat hun concurrentievermogen daar tegen kan, we zullen zien of dat inderdaad zo is.

In ieder geval hadden de kosten lager kunnen zijn. Het Finse voorzitterschap van de Raad heeft nee gezegd tegen minder strenge testvereisten voor producten waarvan maar een kleine hoeveelheid wordt gemaakt. Deze tests zijn ten eerste duur, ten tweede zijn de resultaten niet bijzonder veelzeggend, en ten derde zijn er enorm veel dierproeven voor nodig. Het zou beter zijn geweest om de oplossing van het Parlement te volgen, die we samen met de heer Sacconi – die ik bedank voor zijn werk – in eerste lezing hadden goedgekeurd.

Wat gebeurt er nu? Deze kolossale verordening hoeft niet eerst te worden omgezet in het nationale recht, maar is meteen rechtsgeldig, en moet dus meteen worden toegepast. Daarbij is essentieel hoe de Commissie en het Agentschap met de betrokken bedrijven omgaan. Ik zou vooral de twee commissarissen, de heren Dimas en Verheugen, die beter dan wie dan ook weten dat de methode van REACH in principe nadelig is voor het midden- en kleinbedrijf, willen vragen om bij de toepassing ervan als partner met het midden- en kleinbedrijf samen te werken, en ervoor te zorgen dat het Europese bedrijfsleven deze last daadwerkelijk kan dragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Riitta Myller (PSE).(FI) Mijnheer de Voorzitter, na langdurige en complexe debatten, onderhandelingen, commissiestemmingen en compromissen zien wij nu de vorm die REACH krijgt. Op de achtergrond speelt de situatie mee dat wij, zoals hier is gezegd, eenvoudigweg te weinig weten over bijna alle chemische stoffen op de interne markt. In de loop van de geschiedenis zijn er tienduizenden chemische stoffen op de markt gekomen waarvan de effecten op het milieu en de volksgezondheid onbekend zijn.

Onze huidige wetgeving inzake chemische stoffen belemmert de toegang van nieuwe, betere chemische stoffen tot de markt, omdat deze een situatie in stand houdt waarin het mogelijk en goedkoper is oude chemische stoffen te gebruiken. Dit is dus een belemmering voor innovatie overeenkomstig de strategie van Lissabon. Het belangrijkste instrument van REACH is de registratieplicht van industrieën die chemische stoffen gebruiken en importeurs.

De afgelopen weken hebben wij vooral gesproken over de autorisatieprocedure en de daarmee samenhangende vervangingsprocedure. Het Europees Parlement en zijn rapporteur, de heer Sacconi, hebben er alles aan gedaan om het oorspronkelijke voorstel van de Commissie en het gemeenschappelijk standpunt van de Raad zodanig te verbeteren dat gevaarlijke en zorgwekkende chemische stoffen kunnen worden vervangen door chemische stoffen die beter zijn voor het milieu en de volksgezondheid. Dit werk is consequent geweest en wij moeten erkennen dat het een uitstekend resultaat heeft opgeleverd. Na de stemming in eerste lezing geloofden slechts weinigen dat wij daadwerkelijk een resultaat konden bereiken. Nu hebben wij een goed resultaat.

Volgens het onderhavige compromis zullen alle gevaarlijke stoffen onder de vervangingsprocedure vallen en de gevaarlijkste chemische stoffen zullen altijd moeten worden vervangen als er een alternatieve chemische stof beschikbaar is en het gebruik ervan financieel en technisch mogelijk is. Bovendien moeten er van andere zorgwekkende stoffen vervangingsplannen of onderzoeksplannen worden gemaakt als voorwaarde voor de toegang tot de markt.

Ik wil nog een opmerking maken over de vergelijking met appels. Ik wil zelf in ieder geval liever een appel plukken en eten wanneer deze rijp is en niet wachten tot de appel aan het rotten is. Op dezelfde manier is het naar mijn mening belangrijk in te zien wanneer er besluiten moeten worden genomen, wanneer het beste moment is om deze rijpe appel te plukken.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek (ALDE). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, de stemming van woensdag is het slot van een lang proces met belangrijke bijdragen van vele zijden. Ik vind dat wij de aandacht moeten vestigen op commissaris Wallström, die het voorstel heeft opgesteld, en op haar democratische creatie in de vorm van de grote internetraadpleging, die heel veel heeft betekend voor de verbetering van het REACH-voorstel zelf. We moeten wijzen op de leden die zich nachtenlang enorm hebben ingespannen en met wie we stevige discussies hebben gevoerd: de heer Langen van de Industriecommissie, rapporteur Nassauer en anderen, speciaal de hoofdrapporteur de heer Sacconi, en de commissarissen, zowel de heer Verheugen als de heer Tiras, die een grote inzet hebben vertoond om dit voorstel voorafgaand aan de stemming te verbeteren.

Toch sta ik hier met zeer gemengde gevoelens. Als ik het moet samenvatten, zou ik “trots maar niet blij” zeggen, om een Zweedse uitdrukking te gebruiken die de laatste jaren veel gebruikt wordt. Ik van mijn kant ben trots dat ik aan dit werk heb bijgedragen in mijn hoedanigheid van rapporteur voor de Commissie industrie. Daarbij ging ik van drie thema’s uit. Ten eerste moest het voorstel worden versterkt op het punt van de milieuaspecten, speciaal waar het om vervanging ging. Ten tweede moest het voorstel worden verduidelijkt. Er stonden ongelooflijk veel onduidelijkheden en overlappingen met andere wetgeving in, en we hebben nu “paper and pulp” en ”minerals and ores” verwijderd. Dat zijn weliswaar belangrijke zaken, maar ze horen niet in dit verslag thuis. We hebben REACH ook vereenvoudigd, wat een groot voordeel heeft opgeleverd voor het midden- en kleinbedrijf. Het voorstel inzake één registratie per stof, “one substance one registration”, zal in de toekomst denk ik van enorme betekenis zijn.

Mijn uitgangspunt was dus dat deze drie v’s – versterking, verduidelijking en vereenvoudiging – goed waren voor de Europese industrie, voor Europese consumenten en voor Europese burgers. Mijn uitgangspunt is dat een sterk beleid waarin marktoverwegingen samengaan met milieuoverwegingen, een zeer belangrijke factor voor succes is.

Op drie punten ben ik teleurgesteld. Allereerst vind ik dat we de mogelijkheid hadden kunnen gebruiken om de consumenten duidelijker informatie te geven en op die manier tegemoet te komen aan de groeiende milieu- en consumenteneisen. Dat had gekund, want we hadden het werk gedaan en de kosten op ons genomen. In het thans voorliggende compromis worden die voordelen niet volledig benut, en dat vind ik zeer betreurenswaardig. Ik zou willen vragen wat de reactie van de Commissie en de Raad is op de eis van een limiet van 0,1-procent. Is het de auto zelf die als deels gevaarlijk moet worden beschouwd, of het gevaarlijke auto-onderdeel? Het is belangrijk dat dat wordt verduidelijkt. Dan is er de kwestie van de vervangingseis. Waarom konden we niet een stap verder gaan wat betreft de substanties die wij CMR noemen, die zowel carcinogeen als mutageen zijn en die het reproductievermogen aantasten? Mijn derde vraag betreft het aansprakelijkheidsbeginsel, de “duty of care”. Dat beginsel maakt al sinds de Romeinse tijd deel uit van het Europese aansprakelijkheidsrecht en is echt geen nieuwe creatie. Volgens mij was het goed geweest dat de duty of care niet alleen als een beginselverklaring in de overwegingen staat, maar dat hij ook in de wetstekst had gestaan. Helaas zijn we niet zover gekomen op deze punten. Ik wijs nog op een vierde punt, namelijk dat het belangrijk is dat de ontwikkelingslanden nu de kans krijgen om deze informatie te gebruiken, zodat er geen handelsbelemmering wordt opgeworpen.

Kortom, ik ben trots maar niet blij. Het grote werk ligt er nog steeds, en om een Amerikaanse van een paar weken geleden te citeren: “We zijn de Rubicon niet overgestoken om daar te gaan zitten vissen.” Dames en heren, het echte werk komt pas na de stemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Caroline Lucas (Verts/ALE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, het is dit jaar al vroeg kerst voor de Duitse chemische industrie, want met zijn steun voor dit ongelooflijk afgezwakte compromis geeft het Parlement de industrie een vroeg en onverwacht groot kerstgeschenk als beloning voor de aanhoudende lobby die ertoe heeft geleid dat dit voorstel volledig is uitgehold.

Dankzij de lobby en de inschikkelijke politici, in de Raad en met name ook in de PPE-DE-Fractie, blijven gevaarlijke stoffen nog jaren op de markt, ook al zijn er soms al veiliger alternatieven voorhanden. Ik denk dat dit moeilijk uit te leggen valt aan de Europese burgers. Het is een schandaal dat ze bij elkaar twintig jaar hebben moeten wachten op regels die het nog steeds mogelijk maken om gevaarlijke chemische stoffen in allerlei producten te gebruiken, zelfs wanneer er vervangingsstoffen beschikbaar zijn. Het was ook volstrekt onnodig: bij de tweede lezing in de Commissie milieu kreeg de rapporteur een duidelijk mandaat om de verplichte vervanging van alle risicovolle chemische stoffen waarvoor veiliger alternatieven bestaan, af te dwingen. Maar daar zijn we tijdens de onderhandelingen gewoon van afgestapt.

En dat niet alleen: de hele wetgeving is ook gehuld in geheimzinnigheid. Het is volstrekt onaanvaardbaar dat sleutelfiguren bij het Agentschap dat deze wetgeving ten uitvoer gaat leggen, hun naam en hun belangenverklaring geheim kunnen houden. Dat is schandalig en het is bovendien buitengewoon ironisch dat dit uitgerekend komt op een moment dat we de Europese burgers ervan moeten overtuigen dat de EU open, transparant en controleerbaar is. Hoe kunnen we dat nu ooit beweren terwijl we hier geheimhouding afspreken?

Mijn fractie is van mening dat het Parlement de compromisovereenkomst had moeten afwijzen en had moeten blijven aandringen op een overeenkomst via een volledige tweede lezing en bemiddeling. Dit pakket bevat niets wat niet via bemiddeling tot stand had kunnen worden gebracht en we hadden er veel bij kunnen winnen. In plaats daarvan was er sprake van een ondoorzichtig, ondemocratisch en zeer eenvoudig te manipuleren proces.

Mijn fractie heeft twee alternatieve compromispakketten ingediend. Dat is niet onrealistisch, zoals sommigen beweren. Ons voorstel is in feite zwakker dan wat het Parlement in de eerste lezing heeft aangenomen, maar nog steeds beter dan het bleke en zwakke compromis dat nu op tafel ligt. Het is gebaseerd op de hoofdpunten die gedurende het hele proces door een meerderheid in het Parlement werden gesteund tot op het laatste moment werd besloten om tegemoet te komen aan de rest van de PPE.

Mijnheer Sacconi, als u ons vraagt welke berg we nu willen nemen, is het antwoord dus: de berg die vanaf het begin van dit proces op al onze kaarten heeft gestaan, die we volgens u aan het beklimmen waren, waarbij u ons zo goed en vakkundig de weg wees, tot u zich op het allerlaatst verstapte, uitgleed en een verkeerde richting in sloeg. En nu zijn we allemaal in nood.

Nog één laatste opmerking over dierwelzijn. Tijdens de eerste lezing in de Commissie heb ik een strategie voor proefdiervrije testmethoden ingediend, die werd aangenomen. Het voorstel kwam vervolgens niet door de plenaire stemming, maar er ging wel een duidelijk signaal vanuit dat we veel meer nadruk willen leggen op proefdiervrije alternatieven. Het bevorderen van proefdiervrije testmethoden is nu een van de doelstellingen van de REACH-verordening en dat is van groot belang. Het moet meer dan een gebaar zijn; het moet een juridische verplichting worden om dierproeven veel sneller te vervangen dan tot nu toe het geval was. Dierproeven zijn niet alleen wreed, maar ook ze zijn ook inefficiënt, verouderd en vaak misleidend. Ze moeten zo snel mogelijk worden vervangen. Dat is niet alleen een kwestie van dierenrechten maar ook een kwestie van menselijke gezondheid en mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm (GUE/NGL). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, mijn vader heeft meer dan twintig jaar in de zware chemische industrie in Sundsvall in Noord-Zweden gewerkt. Soms kwam hij ’s avonds thuis met pijn in zijn armen en benen. Soms was hij bijna helemaal verlamd en kon hij ze nauwelijks bewegen. Acute metaalvergiftiging, zoals de dokter zei. Mijn vader is tegenwoordig gepensioneerd en een aantal zware metalen waardoor hij werd getroffen zijn vandaag de dag verboden, maar nog steeds worden miljoenen Europese arbeiders op hun werk door chemicaliën getroffen. Volgens een Finse studie worden 32 miljoen Europese burgers elke dag op hun werk blootgesteld aan kankerverwekkende chemicaliën. Voor al die arbeiders hebben we een sterk REACH nodig.

We hebben ook een sterke REACH nodig voor alle consumenten en voor het milieu, zoals hier al eerder in diverse zeer goede toespraken is aangekaart. Juist daarom ben ik echter zo teleurgesteld dat de PSE-Fractie en ook de ALDE-Fractie bezweken zijn voor de PPE-DE-Fractie en de chemische industrie. Dit voorstel laat arbeiders, consumenten en het milieu in de steek. Mijnheer Sacconi, u weet wat de arbeiders eisen, u weet dat waarschijnlijk beter dan iemand anders van ons. De arbeiders willen een sterke REACH, waarin gevaarlijke chemicaliën worden vervangen als er betere alternatieven zijn, om maar een voorbeeld te noemen. Toch hebt u het fundamentele beginsel losgelaten. Waarom? Omdat de macht en de loyaliteit jegens de PPE-DE-Fractie belangrijker zijn? Ik weet het niet.

Wij van de GUE/NGL-Fractie kunnen hier geen steun aan verlenen. Waarom niet? Een paar concrete voorbeelden. In dit compromis komt geen veiligheidsrapport voor stoffen in geringe hoeveelheden voor. Dat betekent dat duizenden chemicaliën nog steeds zullen worden verspreid zonder dat we de eigenlijke gevaren ervan kennen. Er is geen juridisch bindend aansprakelijkheidsbeginsel, en daarbij moeten we niet vergeten dat dat juist de grondgedachte van Reach was, namelijk dat de aansprakelijkheid voor de chemicaliën bij de ondernemingen moest liggen en niet bij de autoriteiten. Grote ondernemingen kunnen de gegevens over hun chemicaliën nog steeds geheimhouden als de PPE-DE-Fractie haar eisen inzake een sterk intellectueel eigendomsrecht erdoor heeft gekregen. De kleine ondernemingen worden de grote verliezers, die niet kunnen profiteren van grotere openheid.

De vanzelfsprekende eis dat de lidstaten een verder reikende wetgeving moeten kunnen hebben, heeft evenmin steun gekregen. Vooral datgene wat een winst voor de volksgezondheid en het milieu had kunnen zijn, namelijk het vervangingsbeginsel, klinkt nu als een holle kreet. Dit beginsel, dat zegt dat gevaarlijke chemicaliën moeten worden vervangen als er minder gevaarlijke alternatieven zijn, is nu zo beperkt dat slechts een uiterst klein aantal chemicaliën op termijn zal worden afgeschaft. Dat zal betekenen dat duizenden gevaarlijke chemicaliën die kanker verwekken of de hormoonhuishouding en reproductievermogen aantasten, in ons midden zullen blijven.

Wij van de GUE/NGL-Fractie willen REACH redden. Daarom hebben we samen met de Groenen een gemeenschappelijk REACH-pakket ingediend met amendementen waarin op al deze gebieden krachtiger eisen worden geformuleerd. Om de dierproeven te minimaliseren eisen wij ook investeringen in geheel nieuwe diervrije methoden met “toxigenomics”. Het zijn geen onredelijke eisen die wij stellen, want ze zijn een jaar geleden voor een groot deel gesteund door een meerderheid van dit Parlement. Tot slot: woensdag zullen wij stemmen over wat de meest omvangrijke chemicaliënwetgeving ter wereld zal worden. Er is nog een kans om REACH te redden, en ik roep u op – vooral u sociaaldemocraten, u die zegt dat u de arbeiders en het milieu beschermt – om deze overeenkomst van de PPE-DE-Fractie naar de prullenbak te verwijzen en om met uw stem REACH te redden.

 
  
MPphoto
 
 

  Urszula Krupa (IND/DEM). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, het debat over de REACH-verordening wekt als vanouds veel emoties en conflicten op, die nog eens extra geaccentueerd worden door niet alleen het monsterlijk hoge aantal ingediende amendementen – meer dan vijfduizend- maar met name ook door feit dat de ware aard van de REACH-verordening, namelijk het verdedigen van de belangen van grote chemische concerns met enorme financiële reserves en structuren voor wetenschappelijk onderzoek, nu duidelijk is geworden. Het gaat er enkel en alleen om een instrument te creëren dat deze wereldwijd opererende concerns in staat stelt nog meer winst te maken.

Onder het mom van mooie praatjes over milieubescherming en volksgezondheid proberen de grote spelers het midden- en kleinbedrijf, de motor van de Europese economie, uit te schakelen. Met name de nieuwe lidstaten van de Unie zijn hier de dupe van.

We staan ook sceptisch ten aanzien van compromissen die alleen maar uitstel van executie betekenen voor de kleinere ondernemingen en die dientengevolge veel mensen van werk en de kans op een beter leven beroven.

 
  
MPphoto
 
 

  Karl-Heinz Florenz (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, beste Guido Sacconi, geachte commissarissen Verheugen en Dimas, mijnheer de voorzitter van de Raad, ik ben dankbaar dat we vandaag vast kunnen stellen dat we een compromis hebben kunnen sluiten. Wat heb ik de afgelopen week niet allemaal moeten horen: “Florenz is de handlanger van de bondskanselarij, hij is van plan om de ideeën van de Duitse chemische industrie er door drukken, en hij heeft de onderhandelingen zelfs onderbroken.” Het is allemaal onzin! Ik heb alleen maar een beetje druk op de ketel willen zetten, om te proberen om alle neuzen in het Parlement één kant op te krijgen. Aan de ene kant hebben we leden die terecht strijden voor het gezondheids- en milieubeleid, en aan de andere kant degenen die zich concentreren op het economisch beleid. Het was niet zo makkelijk om dat probleem op te lossen.

Ik geloof dat dit een heel redelijk compromis is. Iedereen moppert, niemand is tevreden, maar zo gaat dat met compromissen. Wie daar moeite mee heeft, moet niet deelnemen aan een parlementair proces. Het is nu eenmaal allemaal niet zo eenvoudig als sommige van de door mij trouwens zeer gewaardeerde groene collega’s geloven. Er zijn bij ieder onderwerp verschillende partijen, en daarom hebben we de afgelopen drie jaar heftige debatten gevoerd over het witboek. Ik heb dat bij andere verslagen nog nooit zo meegemaakt als bij REACH, en ik zit hier nu al achttien jaar. We hebben ons zelfs laten misbruiken om volkomen onzinnige oorlogjes te voeren om andermans belangen te verdedigen, en dat heeft tot heel wat irritatie geleid.

Eén ding is echter altijd duidelijk geweest: de industrie heeft nooit aan REACH getwijfeld, dat stond als een paal boven water. Daar ben ik heel blij mee. Ik zou de twee commissarissen eraan willen herinneren dat ze hebben aangekondigd om veertig richtlijnen en verordeningen in te trekken die nu achterhaald zijn. Ik zal natrekken of dat ook is gebeurd. Dat is namelijk een uitdaging voor u, u moet niet alleen zorgen voor de nodige uitvoeringsverordeningen, u moet ook de oude regels intrekken, anders levert dit geen voordeel op, dan blijft het bij het ondoordringbare oerwoud aan regels op dit vlak. We hebben een procedure in drie stappen, van registratie, evaluatie en autorisatie, en dat is absoluut juist. De industrie moet aantonen dat ze het leveren van eigen gegevens aan het Agentschap niet als een doel op zichzelf ziet, maar als een onderdeel van een modern economisch beleid. Als er ecologische alternatieven bestaan, die ook financieel een echt alternatief zijn, zullen ze van nu af aan ook daadwerkelijk worden gebruikt, daarvan ben ik overtuigd. Dat is wat wij willen bevorderen. Ik hoop en verwacht dat dit de industrie geen pijn zal doen, maar juist een impuls zal opleveren.

Wij hebben altijd sterk de nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid van de producent. Dat is geen doel op zichzelf, dat is van nu af aan een verplichting voor de industrie. De kwestie van de geïmporteerde producten is volgens mij nog niet goed genoeg geregeld. Tot slot wil ik nog een twistpunt noemen, mijnheer de Voorzitter, en wel het leveren van gegevens. Daarover moeten we een politiek debat voeren, hoeveel van hun knowhow moeten de bedrijven prijsgeven? De consumentenbescherming is natuurlijk belangrijk, maar de bescherming van de ondernemingen, waar de consumenten van maandag tot vrijdag werken, is dat ook!

 
  
MPphoto
 
 

  Linda McAvan (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, in het toonaangevende Britse medisch tijdschrift The Lancet stond vorige maand een artikel waarin werd gesproken over een stille pandemie onder kinderen die neurologische aandoeningen krijgen ten gevolge van de blootstelling aan industriële chemische stoffen. Er is nog veel onderzoek nodig op dat punt, maar we hebben nu de kans om iets te doen op het gebied van chemische stoffen en die kans moeten we grijpen.

Het Parlement en de Raad zijn een heel goed compromispakket overeengekomen. Mijn lof voor de kundigheid van de heer Sacconi, onze hoofdonderhandelaar, die gedurende deze onderhandelingen op bijzonder doorzichtige en bereidwillige wijze te werk is gegaan. De beschuldiging dat zijn werkwijze ondoorzichtig was, wijs ik van de hand. Hij bracht altijd verslag uit aan zijn schaduwrapporteurs en aan de commissie en de mensen werden, veel beter dan bij andere wetgeving, op de hoogte gehouden.

Er is gezegd dat het compromis niet ver genoeg gaat, dat het tekortkomingen vertoont. Het is geen volmaakt compromis. De groenen en de GUE/NGL-Fractie hebben gezegd dat ze het compromis niet zullen steunen, wat mij niet verbaast. Maar politiek is er niet om voor de tribune te spelen of om compromissen af te wijzen en glorieus ten onder te gaan en politiek puur te blijven, maar om dingen voor elkaar te krijgen, om echte veranderingen tot stand te brengen die echte mensen raken. Dat is wat deze wetgeving doet.

Er werd gesproken over het nemen van bergen, maar ze laten ons naar de top klimmen zoals Sisyfus, die een steen tegen een berg op moest duwen. We zouden nooit overeenstemming bereiken en dus zouden we weer met steen en al naar beneden rollen en nooit iets tot stand brengen. Ik heb gezien wat voor meerderheid er was in de Commissie milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid. Dat was geen meerderheid waarmee we meer hadden kunnen bereiken dan er nu op tafel ligt.

Ik ben het eens met commissaris Verheugen, die sprak over de noodzaak om deze wetgeving uitvoerbaar te maken, en ik hoor graag wat hij van plan is te gaan doen en hoe we met de chemische industrie en de regeringen gaan samenwerken om er een succes van te maken.

Door deze week voor REACH te stemmen kunnen we een begin maken met de tenuitvoerlegging van de wetgeving die nodig is om het agentschap op te zetten. Ik wil niet gaan zitten wachten tot er een keer iemand met een wonderoplossing komt aanzetten. Ik doe een dringend beroep op de collega’s om deze week “ja” te stemmen om zo iets voor elkaar te krijgen, zonder dat ze zich al te druk maken om de krantenkoppen.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, op 20 september 2003, dat wil zeggen voordat wij hier met onze werkzaamheden begonnen, hebben de heren Chirac, Blair en Schröder een brief aan de Europese Commissie geschreven om haar te vragen geen afbreuk te doen aan het concurrentievermogen van de chemische industrie. Inmenging – en druk uiteraard – op dit niveau was nog niet eerder voorgekomen in onze geschiedenis van de medebeslissing, en ik moet zeggen dat op dat moment de teerling geworpen was: REACH zou ver, zeer ver achterblijven bij de ambities die al in 2001, bijvoorbeeld in het Witboek, waren verkondigd.

Er is natuurlijk geen sprake van dat wij belemmeringen willen opwerpen voor deze sector, die tot de meest concurrerende en dynamische sectoren van onze industrie behoort. Wij hebben altijd naar hun zorgen geluisterd; dat geldt voor ieder van ons. REACH zal uitvoerbaar zijn. Zoals blijkt uit de minder strenge registratieprocedure voor stoffen die in hoeveelheden van een tot tien ton worden geproduceerd, de versterking van het toekomstige Agentschap in Helsinki, en de bekrachtiging – zoals al vaak is gezegd – van het OSOR-beginsel (één stof, één registratie), teneinde de informatie-uitwisseling tussen ondernemingen te vergemakkelijken.

Het is ook belangrijk om de kosten voor het invoeren van gegevens te beperken. Dit is inderdaad van essentieel belang voor het MKB. Daarnaast is er deze mogelijkheid tot opt-out, tot vrijstelling, die door de aanvrager naar behoren gerechtvaardigd moet worden. Dat zijn aanzienlijke verbeteringen, en ik zou mij daarover vandaag verheugd hebben, als wij niet gezwicht waren wat het vervangingsbeginsel betreft. Wat ervan overblijft, is niet eens een slap aftreksel; ik zou liever spreken van een illusie, een selectieve en geleidelijke vervanging, per geval, inclusief voor carcinogene, mutagene en reproductietoxische stoffen, indien er sprake is van adequate controle – en ik citeer hier de tekst.

REACH is – ook en vooral – een blanco cheque voor stoffen met hormoonontregelende eigenschappen ( weekmakers, insecticiden, brandvertragers, allemaal chemische agentia die tot de meest gevaarlijke voor de menselijke gezondheid behoren), een blanco cheque die ondertekend is door ons Parlement, terwijl het Finse voorzitterschap op dit punt bereid was om vervanging verplicht te stellen. Ik vind dit echt verbijsterend!

Europa heeft zijn eigen burgers de rug toegekeerd. Probeer hun tegenwoordig maar eens uit te leggen dat een stof die een gevaar vormt voor de gezondheid, niet uit de handel wordt gehaald, vooral als er een veiliger alternatief bestaat. Ook ik schaam mij ervoor dat de Europese autoriteiten weigeren te luisteren naar de twee miljoen artsen, naar de autoriteiten en prominente figuren uit de wetenschappelijke wereld die ons voortdurend waarschuwen voor deze stille pandemie die – onder andere – door chemische verontreiniging wordt veroorzaakt. Ik heb hetzelfde artikel in de Lancet gelezen als mevrouw McAvan en de heer Schlyter. Onze afspraak met het Europa van de burgers op deze woensdag 13 december zal dus een gevoel van tekortschieten opleveren, om een eufemisme te gebruiken. En al diegenen die er – net als ik – op inzetten om gezondheid en duurzame werkgelegenheid te combineren in plaats van deze zaken op een dergelijke vruchteloze en achterhaalde wijze tegenover elkaar te blijven stellen, krijgen vandaag slechts een of twee minuten om hun teleurstelling uit te spreken.

 
  
MPphoto
 
 

  Hiltrud Breyer (Verts/ALE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, vandaag is vaak de beeldspraak gebruikt van de berg. Ik kan alleen maar zeggen dat de berg een muis heeft gebaard. Dit compromis is ondeugdelijk, dat kan niemand mooipraten. Het Parlement is door de knieën gegaan, dat is duidelijk, zeker wanneer we kijken naar de uitgangssituatie tijdens de eerste lezing.

Dit compromis is een kerstcadeau voor de Europese chemische industrie, en men herkent de hand van de Duitse chemielobby er heel duidelijk in. Aan de Europese burgers wordt niet uitgelegd waarom het Europees Parlement is afgestapt van de verplichting om bepaalde stoffen door andere te vervangen. REACH zal geen impuls bevatten om bijzonder risicovolle chemische stoffen te vervangen door veilige alternatieven. Het hoofdelement, de vervanging, is opgeofferd aan de belangen van de chemische industrie.

Dit is werkelijk schandalig, want men zal de mens, de natuur en ook de dieren blijven gebruiken voor een groot experiment. Het is een schandaal dat chemische stoffen niet hoeven te worden vervangen, zelfs wanneer er bruikbare alternatieven bestaan. Fraaie termen zoals “vervangingsplan” of “adequate controles” kunnen dat ook niet verdoezelen. Dat is een dwaallicht, het is boerenbedrog, want het gif uit de Europese chemische industrie duikt overal op waar het niets te zoeken heeft, in het bloed van baby’s en volwassenen, in de moedermelk, in het drinkwater, en in het vetweefsel van ijsberen.

Wie – zoals de vorige spreekster – denkt dat er met name onderzoek wordt verricht op het gebied van zenuwgiffen, die in dit alarmerende verslag over hersenletsel worden genoemd, die vergist zich. Daarvoor wordt geen enkele test voorgeschreven. Deze stoffen blijven dus op de markt, ook als er bruikbare alternatieven bestaan, en dat is het eigenlijke schandaal.

Dit compromis is echter ook een slag in het gezicht van degenen die voor transparantie strijden. Het is niet alleen onzinnig dat de leden van het Agentschap voor chemische stoffen hun naam en hun financiële belangen kunnen verbergen, het betekent ook dat de consumenten worden behandeld alsof ze onmondig zijn. Zij tasten met deze regeling namelijk in het duister. Ze worden niet alleen aan risico’s blootgesteld, ze kunnen zich daartegen ook niet verdedigen. De consument kan namelijk maar bij heel weinig chemische stoffen achterhalen wat de gevolgen ervan zijn, en dan nog is dat een heel moeizaam proces. In het Internettijdperk zijn we er niet in geslaagd om de consument online toegang te geven tot deze gegevens, vooral over stoffen die schadelijk zijn voor de zenuwen en voor de lever, daarover krijgen ze niets te horen. REACH is dus een lege dop. Het Parlement is gesprongen als een tijger, en geland als een slaapkamerkleedje.

 
  
MPphoto
 
 

  Diamanto Manolakou (GUE/NGL).(EL) Mijnheer de Voorzitter, wat we nu bespreken heeft niets te maken met de oorspronkelijke doelstelling van REACH. Het is algemeen bekend dat honderden chemische stoffen mee verantwoordelijk zijn voor beroepsziekten en sterfgevallen. Wat hier echter vooral is gediend, na een koehandel met amendementen en met onwetenschappelijke criteria, dat zijn de belangen van de zakenlui uit de chemische industrie, belangen die ten koste van de gezondheid van de werknemers en van het milieu gaan.

Elementaire bepalingen zijn geschrapt, zodat voor 90 procent van de chemische stoffen geen controle en effectbeoordeling meer is vereist. In feite wordt hiermee de deur opengezet voor het volstrekt willekeurige toepassen van de verordening, naar de wens van het bedrijfsleven. Het akkoord tussen de christendemocraten, de socialisten, de liberalen en het Finse voorzitterschap is een nieuwe stap in het omzeilen van oppositie en concurrentie om zo het grootkapitaal en zijn winstgevende zaken ter wille te zijn. De grenswaarden waaronder geen stoffen hoeven te worden aangegeven, worden opgetrokken. De langetermijngevolgen voor werknemers en milieu blijven ongecontroleerd en de lidstaten wordt verhinderd strengere regelingen te treffen.

Tegelijk worden wijzigingen en vervanging gemakkelijker voor de groten, maar niet voor het midden- en kleinbedrijf, dat de kosten niet zal kunnen dragen en dus uit de markt geprijsd zal worden. Zo wordt de concentratievorming in de sector bevorderd ten voordele van de kapitalisten die hun positie als Gemeenschapsmonopolisten op de internationale markten zullen versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Tadeusz Masiel (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, deze belangrijke stemming over de REACH-verordening vindt plaats in december, terwijl een groot deel van Europa verlangend uitkijkt naar sneeuw en we ons zorgen maken over de hoge temperaturen. Het is de hoogste tijd om onze inspanningen om het milieu en de volksgezondheid te beschermen, in een hogere versnelling te brengen.

Het moeizame compromis dat we over REACH hebben bereikt, is een grote stap in die richting. Om zover te komen hebben we concessies moeten doen en moesten er veel tegenstrijdige belangen met elkaar verzoend worden. Zo bijvoorbeeld de belangen van het midden- en kleinbedrijf en die van de grote concerns. Of de belangen van armere en die van rijkere landen. Of de belangen van fervente milieubeschermers en die van de pleitbezorgers van een agressievere economie.

Wat eveneens opgemerkt dient te worden is het feit dat dit debat over deze zo belangrijke verordening wordt gehouden in een uitgebreide Unie met tien nieuwe lidstaten erbij.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin (IND/DEM). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, het Europees Parlement had een milieuvriendelijker lijn kunnen kiezen en verzet kunnen bieden tegen de Raad in de onderhandelingen over de chemicaliënrichtlijn. De grote fracties hebben er echter voor gekozen om te buigen voor de Raad door het armzalige compromis te aanvaarden dat voor ons ligt. In dit compromis wordt het vervangingsbeginsel geschrapt en er wordt slechts één belang mee gediend, namelijk dat deel van de Europese chemische industrie dat ouderwets is en niet aan langetermijnplanning doet. Dat is onaanvaardbaar.

Het meest verassende is dat de PSE-Fractie heeft besloten om dit compromis te steunen. De fractie heeft zich hiermee wel zeer inschikkelijk opgesteld. Ze is op de knieën gegaan voor de PPE-DE-Fractie fractie en voor de speciale kortetermijnbelangen van de chemische industrie. Dit compromis begunstigt het ouderwetse deel van de Europese chemische industrie, terwijl de burgers van Europa en de moderne Europese industrie tot de verliezers behoren. Daarom zal de Zweedse partij Junilistan de voorstellen van de Verts/ALE-Fractie steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  John Bowis (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, onze rapporteur, de heer Sacconi, ging in zijn toespraak berg op, berg af, net als een berggeit. Hij nam ons mee op zijn tochten en vertelde ons dat je versterkt de top bereikt. Ik kan hem vertellen dat de meesten van ons uitgeput zijn. Hij heeft ons echter dapper door 140 artikelen, 17 bijlagen en negen aanhangsels van de REACH-voorstellen geloodst en hij mag zich terecht versterkt voelen als hij ons naar een samenhangend stelsel brengt waarmee we de risico’s van chemische stoffen kunnen vaststellen en beheersen. Het is een zware marathon geweest. Ik weet niet of je een marathon kunt houden door de bergen, maar als dat mogelijk is, duurt die waarschijnlijk negen jaar, zoals het ook negen jaar heeft moeten duren voordat we deze wetgeving in april 2007 ten uitvoer gaan leggen.

We zijn van ver gekomen en onze ambities waren hoog, hoewel we ze niet allemaal hebben gehaald. Dat verklaart een aantal van de uitbarstingen achter zijn rug waarvan hij zich wellicht gewaar werd. We hebben ernaar gestreefd om zoveel mogelijk ambities te verwezenlijken, maar we moeten een evenwicht zien te vinden – een evenwicht tussen een krachtige bescherming van het milieu en de gezondheid, het op gefaseerde maar uitgebreide wijze verzamelen van gegevens over alle chemische stoffen, rechtszekerheid, de bescherming van de intellectuele eigendom van bedrijven en het minimaliseren van het gebruik van dierproeven door het delen van gegevens en het bevorderen en valideren van proefdiervrije testmethoden. Dat is een compromis en zo staan de zaken ervoor. De kern van dat compromis is vervanging en de autorisatieprocedures met plannen voor verplichte vervanging zullen ervoor zorgen dat risicovolle chemische stoffen gefaseerd worden vervangen wanneer er veiliger en haalbare alternatieve stoffen en technieken bestaan. Als op bepaalde terreinen nog geen onderzoeksplannen bestaan, zullen die moeten worden ontwikkeld.

We hebben vooruitgang geboekt. Ik feliciteer het Finse voorzitterschap met zijn aandeel daarin. Ik betreur het dat de Britse regering op een zeker moment het kleed onder de voeten van het Finse voorzitterschap heeft weggetrokken. Als dat niet was gebeurd, hadden we misschien iets meer kunnen bereiken.

Zoals gezegd is het sleutelwoord voor de toekomst tenuitvoerlegging. De toekomst wordt bepaald door wat de markt ermee gaat doen. Ik denk dat de markt zal reageren en de weg zal wijzen als fabrikanten, winkeliers en consumenten op veiliger alternatieven aandringen. Wat betreft de groenere producten waar consumenten om vragen, hebben we veel te verwachten van de concurrentiewerking bij bedrijven. De driejaarlijkse herziening door het agentschap zal ook leiden tot een ontwikkeling in de richting van proefdiervrije testmethoden.

Het is binnenkort weer kerst. Het mooiste kerstgeschenk is een REACH-vrij 2007. De Commissie zal geen REACH-vrij jaar hebben, maar de agenda van het Parlement is volgend jaar wel REACH-vrij. Die adempauze hebben alle marathonlopers op zijn minst verdiend!

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Ferreira (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, we weten dat chemische producten gevaarlijk kunnen zijn en rampzalige gevolgen voor de gezondheid en het milieu kunnen hebben; het leek dus vanzelfsprekend dat deze tekst, los van economische druk en politieke tegenstellingen, een voorbeeld moest stellen. Daarom betreur ik het vandaag, dat de langdurige discussies zijn uitgelopen op een compromis dat achterblijft bij onze verwachtingen en geen recht doet aan de stemming binnen de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. Dat betreur ik inderdaad, en ik betreur het in het bijzonder dat het beginsel van vervanging bij aanwezigheid van alternatieven is afgezwakt door het voorstel voor een vervangingsplan en een sociaaleconomische analyse, twee zaken die de vervanging van gevaarlijke stoffen zullen vertragen. Ik hoop dat het agentschap zich in deze kwesties vastberaden zal opstellen.

Evenzo deel ik de mening van het Europees Verbond van Vakverenigingen. Ik betreur het dat een chemisch veiligheidsrapport uitsluitend verplicht is in gevallen waarin de productie hoger ligt dan tien ton, waardoor er over talloze stoffen geen duidelijkheid zal bestaan en er geen risicobeheersmaatregelen kunnen worden genomen.

Tot slot: de aangebrachte nuanceringen met betrekking tot carcinogene, mutagene en reproductietoxische (CMR) stoffen, die suggereren dat deze stoffen minder gevaarlijk zijn dan het lijkt, doen mij perplex staan. Ik vind het eveneens teleurstellend dat een deel van de Europese industrie niet meteen de uitdaging heeft willen aangaan om te innoveren en om haar imago bij de burgers te verbeteren. Ik zeg bewust “een deel van de Europese industrie”, omdat ik weet dat sommige fabrikanten al op REACH hebben geanticipeerd. Daarom blijft mij vandaag niets anders over dan te hopen dat deze ontwerpverordening, als zij woensdag in de geconsolideerde versie wordt aangenomen, op zo stringent en transparant mogelijke wijze ten uitvoer wordt gelegd. Ik wil afsluiten met een woord van dank aan de heer Sacconi, voor wie deze taak niet gemakkelijk is geweest.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Laperrouze (ALDE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de minister, commissarissen, rapporteurs, ik heb gehoord hoe mijn collega’s blijk gaven van hun teleurstelling. In mijn ogen is het compromis dat deze week ter stemming voorligt evenwel een aanvaardbaar akkoord, omdat het op basis van wederzijdse concessies tot stand is gekomen. In dit opzicht wil ik graag de aandacht vestigen op het werk van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. Wat het begrip “vervanging” betreft: dit was een noodzakelijk onderdeel van het debat over autorisatie waarvan het belang voornamelijk ligt in de afschaffing op termijn van zeer gevaarlijke stoffen. Verplichte vervanging was een mooie doelstelling, maar vanuit technisch oogpunt niet echt een realistische oplossing. Een gevolg van het compromis dat wij hierover hebben bereikt, is volgens mij dat ondernemingen met elkaar zullen gaan wedijveren om stoffen met veiligere eigenschappen te ontwikkelen. De ondernemingen die deze alternatieve stoffen ontdekken, zullen dus een gunstigere positie op de markt krijgen, en zij zullen het onderzoek naar alternatieve stoffen als een uitdaging gaan zien.

Ik denk dat artikel 137 van het compromis, over evaluatie, een belangrijk onderdeel is. Het is absoluut noodzakelijk dat er na de eerste paar jaar een evaluatie wordt uitgevoerd van de tenuitvoerlegging van dit kolossale stuk wetgeving. Dan zijn wij namelijk al in staat om te beoordelen wat we hebben bereikt. Daarnaast denk ik dat een evaluatie de gelegenheid biedt om meer inzicht te krijgen in de behandeling van bepaalde producten waarvan de intrinsieke eigenschappen en toepassingen al lange tijd bekend zijn. Ik denk daarbij aan kalk of batterijen en accu’s, waarover wij onlangs wetgeving hebben aangenomen. Volgens mij worden deze producten in de huidige tekst niet op de juiste wijze behandeld. Met name het feit dat stoffen die in natuurlijke toestand voorkomen op dezelfde wijze worden behandeld als stoffen die volledig kunstmatig worden vervaardigd, baart mij zorgen.

Een ander punt waarover ik mij zorgen maak, is hoe het MKB deze wetgeving in de praktijk zal brengen. Tijdens mijn vorige betoog in deze vergaderzaal heb ik gezegd dat wij succesvol zouden zijn op het moment dat er een evenwichtig, eenvoudig en doeltreffend systeem zou zijn aangenomen dat werkbaar is voor de ondernemingen. Ik betwijfel enigszins of wij hierin geslaagd zijn. Om die reden wil ik dat de lidstaten en de vakcentrales, maar ook de NGO’s, een klimaat scheppen waarin het MKB aan de eisen van deze wetgeving kan voldoen, en dat zij daarnaast meehelpen om de doelstellingen ervan te verwezenlijken. Een ander punt: aangezien deze wetgeving ook van toepassing is op geïmporteerde producten, moet zij navolging vinden in derde landen, die zelf ook chemische producten moeten gaan ontwikkelen en vervaardigen die niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid en het milieu. Ik denk dat dit een uiterst belangrijk punt is. Tot slot hoop ik dat de Europese Unie tijdens de volgende ronde van de WTO-onderhandelingen, waar zij verdacht zou kunnen worden van het opwerpen van niet-tarifaire handelsbelemmeringen, REACH zal promoten als een wetgeving die noodzakelijk is voor het voortbestaan van de mens en de natuur.

 
  
MPphoto
 
 

  Satu Hassi (Verts/ALE).(FI) Dames en heren, mijn complimenten voor de rapporteur, de heer Sacconi, voor zijn lange en lastige klim naar de top van de berg. De Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie heeft twee verschillende voorstellen over REACH ingediend. Het ene is het model dat de groenen eigenlijk promoten en het tweede is het amendement dat wij achter de hand hebben gehouden en dat de verbeteringen bevat die door de Raad zijn goedgekeurd, maar niet de verslechteringen die in de laatste onderhandelingsnacht op verzoek van de conservatieven zijn aangebracht en in strijd zijn met de wensen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. Ons alternatieve compromis is dus de top van de berg zonder de mist die de vreugde van Guido Sacconi bedekt.

Twee weken geleden kreeg Finland het in de Raad voor elkaar dat de eerste kleine stap werd gezet in de richting van het vervangen van gevaarlijke stoffen, zoals het Parlement eist, toen de lijst van chemische stoffen die vervangen moeten worden werd aangevuld met hormoonontregelende stoffen. Ik was geschokt toen deze stap vooruit in de laatste onderhandelingsnacht door de conservatieven werd tegengehouden. Bovendien werd de informatie met betrekking tot de identificatie van chemische stoffen als bedrijfsgeheim beschouwd. Gedurende de hele behandeling van de chemicaliënwetgeving hebben de conservatieven op brutale en schaamteloze wijze opgetreden als loopjongens en -meisjes van de chemische industrie.

Dames en heren, ik begrijp iedereen die nu een definitieve oplossing wil. De inhoud van het voorstel dat in mijn naam is ingediend, is door de Raad al goedgekeurd. Daarin ontbreken slechts de verslechteringen die de afgelopen nacht zijn aangebracht. Degenen van u die voor de strikte substitutieprocedure hebben gestemd en de gevaarlijkste chemische stoffen uit onze leefomgeving willen verwijderen, als u consequent bent, steunt u dit voorstel en verwijdert u de mist rondom de bergtop. Onze burgers zullen u vragen wat u hebt gedaan om hun gezondheid te beschermen tegen gevaarlijke chemische stoffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL).(EL) Mijnheer de Voorzitter, de laatste dagen viert de lobby van de chemische industrie feest. Zij heeft minstens 90 procent van haar doelstellingen gerealiseerd. REACH is onherkenbaar veranderd. Van het oorspronkelijke Commissievoorstel blijft weinig over. De tegenstanders van gisteren zijn nu vurige minnaars van het voorstel geworden. Het substitutiebeginsel is ondermijnd ten koste van de volksgezondheid, het milieu en de werknemers in de chemische industrie.

Het huidige compromis is een knieval van de socialisten voor Europees rechts en de chemische industrie. Het heeft veel minder om het lijf dan het oorspronkelijke voorstel van de Commissie, maar ook stukken minder dan wat wij hebben goedgekeurd in de Commissie milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid.

Eerlijk gezegd, ondanks mijn waardering, begrijp ik niet waarom commissaris Dimas en rapporteur Sacconi in de wolken waren. Tot gisteren stonden zij achter een heel anders voorstel.

Commissaris Verheugen, gefeliciteerd! U bent erin geslaagd REACH de nek om te draaien.

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, het aantal gevallen van chronische ondervoeding in de wereld is sinds 1945 met de helft gedaald en dit ondanks de enorme bevolkingsaanwas. De gemiddelde levensduur is een stuk langer geworden. De opwekking en het gebruik van energie is efficiënter waardoor het milieu beschermd wordt. Dit hebben we allemaal te danken aan de industriële en wetenschappelijke ontwikkelingen in de negentiende en twintigste eeuw. Alleen daarom al zouden we in onze zoektocht naar oplossingen die goed zijn voor mens en milieu, geen regels moeten steunen die te duur en te streng zijn.

Door de voorschriften op het vlak van registratie en vergunningen te verstrengen, zadelen we de industrie met hoge kosten op en zal er zo minder geld overblijven voor innovatie. Minder innovatie betekent dan weer meer gevaarlijke stoffen in ons leven en in dat van onze kinderen.

Dit is de afweging die we moeten maken. Strenge, op milieuoverwegingen gebaseerde verbodsbepalingen en voorschriften geven geen garantie op een gezondere en schonere toekomst. Technische en wetenschappelijke vooruitgang doet dat wel. Makkelijker te verkrijgen vergunningen, een beoordeling van de sociaal-economische factoren in de vergunningsprocedure, soepelere procedures – dit zijn de grote voordelen het compromis van 30 november ons biedt en daarom stemmen we voor het behoud ervan.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Železný (IND/DEM). (CS) Dus het REACH-verhaal is nu rond… Mooi, dan zullen onze ondernemers, in plaats van te innoveren, zich nu fijn door de zeshonderd pagina’s van deze verordening moeten zien te worstelen. Alweer een beslissing waardoor de hele Europese concurrentiekracht wordt verzwakt – kunnen we hier in het Europees Parlement mooi nog wat extra tranen plengen over de deconfiture van de Lissabonstrategie. Voor concurrenten uit landen die zich niet deze REACH-onzin op het dak hebben gehaald, wordt het opnieuw weer een stukje makkelijker om het met regeltjes dichtgetimmerde Europa te beconcurreren. REACH is een cadeautje aan onze concurrenten. Maar ook bínnen Europa is REACH een hemels geschenk – wel een beetje duur, dat wel – namelijk voor de grote ondernemingen en de grote en rijke landen. Voor een Duitse industriereus zijn de uit de verordening voortvloeiende verplichtingen financieel te overzien, maar een middelgroot Tsjechisch bedrijf wordt hierdoor al snel de nek omgedraaid, aangezien de kosten hoger zijn dan de gemiddelde winst van zo’n bedrijf. REACH zal leiden tot de liquidatie van kleine en middelgrote ondernemingen, en dat hoofdzakelijk in de nieuwe lidstaten, terwijl deze goed zijn voor wel tachtig procent van de werkgelegenheid. REACH verwordt hiermee tot een geraffineerd wapen in de interne concurrentiestrijd binnen de EU, een zwiepende zweep van de groten en rijken over de armen en kleinen. Daarom deze plotselinge aandoenlijke eensgezindheid over dit stupide stuk regelgeving.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE-DE). – Voorzitter, commissarissen, collega’s, vertegenwoordigers van de Raad, als het deze week lukt om het REACH compromis goed te keuren, dan zal het Parlement voor de tweede keer in deze legislatuurhelft bewezen hebben dat het luistert naar de verzuchtingen van de mensen en dat het in staat is om ook in heel ingrijpende en complexe technische dossiers zijn verantwoordelijkheid te nemen en die dossiers mee tot een goed einde te brengen. De onderhandelaars stonden voor een heel moeilijke opdracht en ik wil ze heel oprecht feliciteren met het bereikte akkoord. Dat er in tweede lezing een akkoord komt, is volgens mij een goede zaak. Alles was immers gezegd en het was tijd om af te ronden en om de uitvoerders en de mensen op het veld aan de slag te laten gaan.

Voorzitter, als EVP-ED-Fractie hebben wij er altijd voor gehuiverd om ons eenzijdig aan de ene of aan de gene lobbykant op te stellen. We hebben voortdurend gestreefd naar een evenwicht. Een evenwicht tussen de wens naar een betere bescherming van gezondheid en milieu, enerzijds, en het bewaren van concurrentievermogen en het voorkomen van overbodige administratieve lasten, anderzijds. En we zijn daar mijns inziens redelijk in geslaagd. Dat niemand voor 100procent tevreden is, is eigen aan een compromis.

Ik ben van mening dat we met het pakket dat woensdag ter stemming voorligt, op diverse fronten vooruitgang boeken ten aanzien van eerdere teksten die we gemaakt en gestemd hebben in de loop van deze wetgevingsprocedure. Op het vlak van het vergunningenbeleid zetten we zeker stappen vooruit, zowel wat de condities betreft waaronder de vergunningen voor gevaarlijke stoffen verleend worden, als wat de looptijd van deze vergunningen betreft.

De bescherming van intellectuele eigendom is versterkt – en dit was nodig – en onnodige dierproeven worden voorkomen. Ik ben ervan overtuigd dat de grote ondernemingen zich wel raad weten met onze compromistekst, maar wat de kleinere betreft, ben ik daar minder zeker van en hier rekenen we als EVP op de uitvoeringsmaatregelen en op de nodige begeleidingsmaatregelen; als de Commissie terzake al iets in petto heeft, dan zou ik dat graag straks vernemen.

Voorzitter, wij hebben alles afgewogen en wij zullen het pakket goedkeuren, omdat we weten dat we daarmee over 11 jaar het chemische stoffenbeleid drastisch vernieuwd en transparant zullen hebben gemaakt. De Europeanen zullen leven met minder gezondheidsrisico's en wij rekenen er ook op dat het bedrijfsleven zijn competiviteit niet verzwakt zal zien, maar eerder versterkt. Natuurlijk betalen de ondernemingen een prijs en geen kleine prijs. Maar de grondstroom in de samenleving vraagt nu eenmaal naar meer gezondheidsinformatie en meer gezondheidsbescherming en die vraag zal niet afnemen.

Een REACH tested label kan op termijn een commercieel voordeel worden in plaats van een economisch nadeel. En onze wetgeving kan, zoals hier al eerder gezegd is, normerend worden wereldwijd. Daar moeten wij in elk geval werk van maken, onder meer door goede informatiecampagnes naar de consumenten toe.

 
  
MPphoto
 
 

  Dorette Corbey (PSE). – Voorzitter, na bijna vier jaar en na duizenden amendementen is REACH eindelijk een feit. Alle waardering natuurlijk voor onze rapporteur, Guido Sacconi, die dit alles tot een heel goed resultaat heeft gebracht. Het resultaat mag er inderdaad zijn.

Vervanging is een van de doelstellingen van REACH geworden. Het gaat bij REACH niet alleen om kennis van duizenden chemische stoffen, maar ook om vervanging van 2 500 gevaarlijke stoffen. Hoog tijd dat gevaarlijke stoffen eindelijk gediskwalificeerd worden. Er bestaat veel ongerustheid over gevaarlijke stoffen. De toename van het aantal kankerpatiënten, allergieën en vruchtbaarheidsstoornissen bij mens en dier worden met gevaarlijke stoffen in verband gebracht. Het overgrote deel van de chemische industrie doet er alles aan om zo zorgvuldig mogelijk om te gaan met gevaarlijke stoffen, maar helaas is zorgvuldige omgang met stoffen niet altijd vanzelfsprekend.

Natuurlijk heb ik begrip voor het standpunt van de industrie dat vervanging niet op stel en sprong te realiseren is. Het is goed dat in het nieuwe akkoord wat meer flexibiliteit ingebouwd is. Van geval tot geval wordt nu bekeken hoe lang een vergunning voor een gevaarlijke stof mag duren. Dat is winst voor producenten. Er moet een onderzoeksplan komen om veilige alternatieven te ontwikkelen. Dat is goed voor het milieu, maar ook voor de innovatie. Het is een enorme uitdaging om de komende jaren de gevaarlijkste stoffen uit het productieproces en uit producten te halen.

REACH geeft de aanzet tot deze innovatie die zowel onze concurrentiekracht als het milieu ten goede komt. Natuurlijk komt alles nu aan op een goede implementatie. Het is zaak ervoor te zorgen dat het midden- en kleinbedrijf de verandering mee kan maken.

Over zeven jaar is er een eerste herziening. Dan kunnen we kijken of het alsnog mogelijk is meer stoffen onder REACH te krijgen. Dan kunnen we kijken of de hormoonontregelende stoffen toch nog onder vervangingsregimes kunnen komen. Dan komt hopelijk ook de zorgplicht aan de orde en kan de informatieplicht naar werknemers en consumenten toe nog worden verbeterd. Tot die tijd zullen we hiermee moeten werken en ik denk dat een heel goed compromis is bereikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Anne Isler Béguin (Verts/ALE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, wij allen, inclusief de heer Sacconi, onze rapporteur, hebben met REACH enorme verwachtingen gewekt: wij zouden ons milieu verlossen van persistente, bioaccumulerende en toxische (PBT) chemische stoffen die onze gezondheid en de natuur vergiftigen. Het plan om regelgeving op te stellen voor chemische producten heeft gezorgd voor een opleving van het sociale en milieubewustzijn in Europa, en zelfs buiten onze grenzen. Dankzij de omvangrijke dialoog met het maatschappelijk middenveld – vakbonden, NGO’s, ondernemingen en fabrikanten – zijn alle partijen overtuigd geraakt van de noodzaak om de volksgezondheid en de kwaliteit van het milieu te verbeteren en om het publiek en de werknemers te informeren over de chemische producten in onze omgeving.

Ondanks een bemoedigende boodschap van onze Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid zullen de huidige compromissen dit REACH-project helaas verzwakken. Hoe moeten wij onze landgenoten uitleggen dat wij de verantwoordelijkheid voor de verspreiding van toxische stoffen niet bij de fabrikanten neerleggen, maar dat de consumenten en de werknemers die met gevaarlijke stoffen werken deze verantwoordelijkheid moeten dragen? Hoe moeten wij uitleggen dat het Parlement vervanging van carcinogene en mutagene moleculen en hormoonontregelende stoffen voorstaat, zonder te eisen dat dit stelselmatig wordt toegepast? En wat te zeggen over het gebrek aan transparantie bij de voorlichting over de meest gevaarlijke stoffen? Voor ons is dat onbegrijpelijk en onaanvaardbaar. Terwijl tal van kleine en middelgrote industrieën en ondernemingen voor de toegevoegde waarde van groene chemicaliën hebben gekozen, weigeren de zwaargewichten van de Europese chemische industrie zich aan te passen. Zij blijven invloed uitoefenen op onze werkzaamheden, ondanks de financiële lasten die het toegenomen aantal ziekten voor onze gezondheidszorg met zich meebrengt, iets waaraan de heer Nassauer overigens volledig voorbijgaat.

Wij hebben momenteel een grote verantwoordelijkheid en wij moeten dat bij onze stemming tot uiting laten komen. De amendementen van de Groenen zijn gericht op een krachtigere REACH-verordening, die zin heeft en waarbij vervanging van de meest gevaarlijke producten niet op de lange baan wordt geschoven, hetgeen ook door de heer Sacconi wordt onderschreven. Tot slot wil ik opmerken dat dit compromis dan een grote stap voor de chemische industrie mag zijn, voor ons Parlement blijft het echter een achteruitgang.

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL).(EN)

(Spreekster spreekt in het Iers)

De REACH-richtlijn was oorspronkelijk bedoeld om werknemers, consumenten en het milieu goede bescherming te bieden zonder het concurrentievermogen van de Europese industrie te schaden. Het is zeer betreurenswaardig dat de chemische industrie zoveel Parlementsleden ervan heeft weten te overtuigen dat de hoogste veiligheidsnormen niet nodig zijn. REACH is zodanig afgezwakt dat de voorstellen die nu ter tafel liggen onaanvaardbaar zijn. Waar veiliger alternatieven voor risicovolle stoffen bestaan, moeten die zonder meer als vervanging worden toegepast. Het is niet genoeg om over vervangingsplannen en adequate controles te praten. Ook moeten fabrikanten transparant en open zijn over de stoffen die in hun producten aanwezig zijn.

(Spreekster spreekt in het Iers)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Ik zag dat een aantal collega's aangaf dat er geen vertolking was. Dat was geen vergissing van onze tolken. In haar bijdragen spreekt mevrouw de Brún doorgaans Iers, dat nog geen officiële taal is in dit Parlement. Dat zal volgend jaar veranderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Karatzaferis (IND/DEM). (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de twee commissarissen en het Parlement gelukwensen, omdat zij een verbazend record hebben gevestigd: met dit verslag – het wetsontwerp dus – hebben zij het grootste aantal lobbyisten ooit bij elkaar gebracht.

Een journalist heeft mij hier, buiten de zaal, gezegd dat er nog nooit zoveel lobbyisten in Straatsburg zijn geweest. Ik zal die lobbyisten alvast niet steunen met mijn stem. Woensdagavond na de stemming willen zij een feestje bouwen. Zo is dat. Kunnen wij dit product van lobbyisten, dat enkel hun belangen dient, als realiteit aanvaarden? Wie wint hier eigenlijk bij? Alleen de grote industrieën uit de grote lidstaten. Kan Griekenland of Tsjechië beantwoorden aan de voorwaarden in dit wetsontwerp?

Ik ben erg verontrust door de brief die de heer Verheugen 25 dagen geleden heeft gestuurd naar de heer Barroso, waarmee hij het terrein van de heer Dimas betreedt. Sindsdien heb ik het idee dat deze hele toestand de toets van serieuze kritiek niet kan doorstaan. Beslist niet.

 
  
MPphoto
 
 

  Werner Langen (PPE-DE). – (DE) Weet u nog dat we op 13 februari 2001 van mevrouw Wallström en de heer Liikanen het witboek kregen? Dan kunt u ook wel inschatten hoe ver we sindsdien zijn gekomen. Ik zou de twee commissarissen hartelijk willen bedanken, omdat ze het initiatief en de moeite hebben genomen om sterker de nadruk te leggen op ons eigen bedrijfsleven en op de werkgelegenheid. Bij de voorzitter van de Raad heb ik altijd de indruk gehad dat hij zich gebonden voelt aan het gemeenschappelijk standpunt. Nu heb ik naar de sprekers in dit debat geluisterd, en krijg de indruk dat de communistische fractie en de groenen de meerderheid hebben. Daar is geen sprake van! Ze hebben in het Europees Parlement minder dan honderd stemmen. Daarom is dit compromis, dat door de heer Sacconi heel verdienstelijk is uitgewerkt, en waar meerdere fracties achter staan, een goed compromis, hoewel het niet in ieder opzicht aan mijn wensen voldoet.

Mijnheer Verheugen, mijnheer Dimas, we moeten verhinderen dat er door de toepassing van deze verordening een enorm bureaucratisch monster ontstaat. Dit moet een voorbeeld worden van betere wetgeving, en dat kan alleen maar als de toepassing in de praktijk eenvoudig blijft. Daarop heeft mevrouw Roth-Behrendt ook al gewezen.

Nu wordt er gevraagd wat we niet hebben bereikt. Volgens mij is het grootste probleem wat we doen met chemische stoffen in geïmporteerde producten. Daarvoor heeft niemand een oplossing. Wat kopen we voor een keiharde Europese wetgeving, wanneer bepaalde stoffen in geïmporteerde producten toch de Europese Unie binnen kunnen komen, en wanneer de productie naar landen buiten de Europese Unie wordt verplaatst? Dit is een redelijk compromis. We hebben al die tests voor kleine en middelgrote ondernemingen eigenlijk niet nodig, en het systeem had ook kunnen worden vereenvoudigd door een systeem van blootstellings- en gebruikscategorieën, en dat is helaas niet gebeurd. Toch zullen we voor dit compromis stemmen, en ik hoop dat deze Europese wetgeving inzake chemische stoffen een ijkpunt kan worden voor de wetgeving overal ter wereld. Dat is onze taak. Als dat lukt, hebben we iets gedaan voor onze werkgelegenheid, en hebben we het concurrentievermogen van ons bedrijfsleven niet verzwakt, maar juist versterkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Gyula Hegyi (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst complimenteer ik de heer Sacconi, die zijn uiterste best heeft gedaan om met deze goede wetgeving te komen. Ik ben het REACH-debat drie jaar geleden als waarnemer gaan volgen. Het is meer dan bemoedigend om te zien dat dit lange proces tot een aanvaardbare uitkomst heeft geleid. Het stemt mij als inwoner van een nieuwe lidstaat tevreden om te zien dat mijn amendementen in de tekst zijn opgenomen. Het Hongaars-Britse initiatief moet hier ook worden genoemd als een relatief succes voor mijn landgenoten.

Hopelijk keuren het Parlement en de Raad de definitieve versie in december goed, maar dat is niet het einde van het proces. Over zeven jaar wordt de wetgeving herzien. Dat biedt een goede gelegenheid om, zoals ik en andere socialistische collega’s al eerder hadden voorgesteld, de stoffen in de klasse 1 tot 10 ton in het chemische veiligheidsrapport op te nemen, zodat het veilige gebruik van dergelijke stoffen is gegarandeerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Miloslav Ransdorf (GUE/NGL). (CS) De voormalige Russische premier Tsjernomyrdin zei ooit: “We wilden het allemaal zo goed mogelijk doen, maar het resultaat was weer als vanouds”. Dat geldt ook voor deze richtlijn. In de huidige gedaante is die slecht voor de Lissabonstrategie, in het voordeel van de allergrootste concerns – die zich erbij neergelegd hebben in de hoop de markt volledig naar zich toe te kunnen trekken – en schadelijk voor het midden- en kleinbedrijf. Ook wat betreft het overigens correcte principe van gegevensuitwisseling stuiten we op de volledige afwezigheid van sancties ter zake. Werkgelegenheid dreigt verloren te gaan in landen als het mijne, en ook dreigen er problemen in aanverwante sectoren. Ik heb zo het idee dat er hier een paar mensen zijn die gelukkig zullen worden van deze normen.

Aldous Huxley heeft eens gezegd dat geluk een bijproduct is, net als cokes. Dat zal ook in dit geval wel eens op kunnen gaan. En als de heer Langen zegt dat het erop lijkt dat onze fractie een meerderheid heeft, dan zou ik zeggen: doe nog maar meer van dit soort regelgeving, dan halen we die meerderheid zeker.

 
  
MPphoto
 
 

  Godfrey Bloom (IND/DEM).(EN) Mijnheer de Voorzitter, het is weer zover. Volgens mij is de heer Sacconi niet zozeer bezig met de aanleg van een berg als wel met het graven van een put. Ik hoop met het oog op de feestdagen dat hij zijn martini’s net zo enthousiast mixt als zijn beeldspraak. Wat hij ook zegt, we hebben het wel over een verordening voor meer dan dertigduizend stoffen, waarop wordt toegezien door een zoveelste leger zelfingenomen inspecteurs die de door overbelasting en overregulering geplaagde belastingbetaler toch al leegzuigen.

De omvang van de verordening zal onvermijdelijk de aandacht afleiden van de betrekkelijk weinige gevallen die serieuze actie vereisen. Hoe je het ook draait of keert, wij Britten zien in deze richtlijn wederom een ontwikkeling die bedoeld is om een eind te maken aan de veronderstelling van onschuld, waarbij Britse bedrijven de mogelijkheid wordt ontzegd om opgelopen schade te verhalen, om nog maar te zwijgen over de gruwelijke experimenten op miljoenen dieren.

Ik smeek mijn Britse federalistische collega’s, die deze ondoordachte wetgeving allemaal steunen, om voor de verandering eens uit hun luie stoel te komen en in het geweer te komen voor ons eigen nationale burgerlijk recht en tegen het sovjetbewind van dit Parlement. We weten allemaal welke gevolgen het Russische sovjetbewind heeft gehad voor het milieu van Rusland en dat van de hele wereld.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Sonik (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, chemische stoffen zijn niet weg te denken uit onze omgeving en je vindt ze dan ook overal. In de twintigste eeuw hebben de enorme industriële ontwikkelingen ervoor gezorgd dat dagelijks contact met deze stoffen onmogelijk te vermijden is, maar daar staat dan ook weer veel comfort tegenover. Veel van deze stoffen zorgen echter slechts voor een schijnbare verhoging van onze levenskwaliteit, omdat ze gevaarlijk en schadelijk voor onze gezondheid zijn.

We kunnen ons een leven zonder chemische stoffen niet meer voorstellen. Juist daarom moeten we hogere eisen stellen aan transparantie en kennis van de chemische stoffen die in producten voor menselijk gebruik zitten. REACH moet gebaseerd worden op preventie en het voorzorgsbeginsel. Het idee achter de nieuwe wetgeving is in de eerste plaats dat de consument er zeker van moet kunnen zijn dat de door hem gebruikte producten onschadelijk zijn, waarbij de bewijslast rust bij de industrie.

Elke producent die een nieuw product op de markt wil brengen of die zijn vergunning wil behouden zal moeten bewijzen dat de door hem geproduceerde stoffen onschadelijk zijn voor mens en milieu.

Het bereikte compromis, komt in grote mate aan deze verwachtingen tegemoet en daarom verdient het onze steun, hoewel er, zoals dat altijd gaat met compromissen, ook wel wat voorbehouden kunnen worden gemaakt. Met name de voorschriften over het delen van informatie zorgen bij mij voor de nodige bezorgdheid, omdat hiermee de positie van de ongeveer vijfentwintigduizend kleine en middelgrote ondernemingen in de Europese Unie aanmerkelijk verzwakt wordt.

De pogingen om de duur van het octrooi te verlengen, in eerste instantie tot vijftien jaar en dan tot twaalf, zijn funest voor innovatie, aangezien hierdoor het economische overwicht van rijke ondernemingen wordt vergroot. Hoe langer een octrooi geldt, hoe minder het bedrijfsleven zich gedwongen zal voelen om op zoek te gaan naar nieuwe mogelijkheden of om nieuw onderzoek te doen.

Kortom, ondanks de vele voordelen, met name op het vlak van de volksgezondheid, worden niet alle marktdeelnemers in de REACH-verordening gelijkelijk behandeld. Toch verdient het compromis onze steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Åsa Westlund (PSE). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik onze rapporteur en mijn collega de heer Sacconi bedanken. Ik geloof dat ik hem in de loop van de tijd wat problemen heb gegeven door steeds om meer te vragen: meer vervanging, meer informatie, de registratie van meer chemicaliën, en meer veiligheidsbladen voor chemische producten in kleine hoeveelheden Guido, bedankt voor je werk en voor het feit dat je steeds je goede humeur hebt bewaard als ik met mijn eisen kwam. Ik wil ook alle anderen bedanken met wie ik tijdens mijn werk aan REACH heb samengewerkt. Samen hebben we hard gewerkt om een sterke REACH te bereiken.

De tegenstand, vooral van de rechtse partijen hier in het Parlement en van de chemische industrie, was echter enorm sterk. Het thans bereikte compromis moet in het licht van deze harde tegenstand als een succes worden beschouwd, ook al voldoet het eigenlijk niet aan de eisen die volgens mij aan vervanging en informatie moeten worden gesteld. Want, geachte collega’s, politiek is de kunst van het mogelijke. Je kunt niet alles krijgen wat je wilt, maar het gaat erom dat je zo ver mogelijk komt op de weg die je wilt gaan, en dat doen wij met het compromis dat nu ter tafel ligt. Dat is het beste wat we kunnen krijgen en bevat veel betere regels dan de huidige chemicaliënregelgeving in Zweden en de EU.

Met REACH wordt de verantwoordelijkheid voor het testen van chemicaliën bij importeurs en producenten gelegd. We zullen meer kennis en informatie over chemicaliën krijgen, en de eis dat gevaarlijke stoffen moeten worden vervangen, is een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Niets duidt erop dat we een sterkere REACH zouden krijgen door het proces te vertragen. Ook het feit dat Duitsland na Nieuwjaar het voorzitterschap van de EU overneemt en dat de Duitse regering, fiks aangemoedigd door de Duitse chemische industrie, de grote tegenstander van een sterke REACH was, is een reden om verder uitstel te vermijden. Daarom zullen wij Zweedse sociaaldemocraten morgen onze verantwoordelijkheid op ons nemen en voor het compromis stemmen. We zijn zo ver gekomen als we op dit moment kunnen komen en dan moeten we het niet op het spel zetten door het proces te vertragen. Over zeven jaar, wanneer REACH op gang is gekomen en functioneert, kunnen we echter terugkomen met onze eisen inzake een verdere aanscherping.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens-Peter Bonde (IND/DEM). – (DA) Mijnheer de Voorzitter, de hervorming van de wetgeving inzake chemicaliën is nu omgevormd tot een totale harmonisatie die lidstaten verhindert betere bescherming van de burgers en het milieu in te voeren. 38 lidstaten hebben amendementen ingediend om in plaats daarvan een voorstel voor een minimumrichtlijn in te dienen, zodat de landen de burgers de betere bescherming kunnen geven die de kiezers zich zouden mogen wensen. Wij hebben een hoofdelijke stemming aangevraagd om te zien wie er verantwoordelijkheid neemt voor bijvoorbeeld meer gevallen van kanker en allergieën.

Wij hebben momenteel een lijst van 150 ongewenste stoffen in Denemarken. Dit zijn stoffen die een negatief effect op de gezondheid en het milieu hebben, en deze lijst kan nauwelijks gehandhaafd worden in een systeem met totale harmonisering. De bescherming van het milieu en de volksgezondheid wordt binnen de interne markt gezien als concurrentieverstorend. REACH verbiedt ons niet alleen stoffen te verbieden, maar ook om te waarschuwen tegen gevaarlijke stoffen. Bovendien wil REACH nieuwe dierproeven uitvoeren voor stoffen waarvan we al weten dat ze gevaarlijk of overbodig zijn. De hervorming waar we woensdag over stemmen leidt dus ook tot de dood van dieren. Het compromis kan alleen worden verdedigd, als de voorgestelde regels minimumregels worden. In de zin van een totale harmonisatie is het voorstel ons te mager.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, politiek is de kunst van het mogelijke. We moeten dit zwaarbevochten compromispakket dat voor ons ligt, steunen. Bij de zevenjaarlijkse herziening zal er een open en heel eerlijke evaluatie moeten plaatsvinden. Na drieënhalf jaar, zevenhonderd pagina’s ontwerpvoorstellen en duizenden amendementen wisten we dat het niet eenvoudig zou zijn om met een dergelijk complex stuk wetgeving het juiste evenwicht te vinden tussen gezondheid en milieudoelstellingen enerzijds en het behoud van het concurrentievermogen van de Europese industrie anderzijds.

De huidige verordening inzake chemische stoffen, die veertig verschillende richtlijnen bestrijkt die min of meer los staan van elkaar, is zeer verwarrend en inefficiënt. Kijk maar naar de kroniek van de risicobeoordeling voor zink, waaraan al vijftien jaar wordt gewerkt en die nog steeds niet rond is. Met behulp van REACH kunnen we dit systeem rationaliseren en kunnen chemische stoffen die nooit eerder zijn getest op het effect op de menselijke gezondheid, worden geregistreerd, beoordeeld en geautoriseerd.

Het wetgevingsdebat loop op zijn eind, maar de serieuze uitdagingen in verband met de tenuitvoerlegging van REACH en het opzetten van het agentschap hebben we nog voor de boeg. Als REACH volgend jaar van kracht wordt, worden bedrijven geconfronteerd met nieuwe en veelal lastige verantwoordelijkheden in verband met de stoffen die ze produceren, importeren, distribueren of gebruiken. Dit zal bijzonder moeilijk zijn voor bedrijven die nog niet weten hoe ze moeten omgaan met de wetgeving inzake chemische stoffen, met name downstreamgebruikers van chemische stoffen en de duizenden KMO’s die onder REACH moeten zien te overleven, maar ik zou ook willen zeggen ‘floreren’, commissaris Verheugen.

Het is aan de Commissie, de bevoegde autoriteiten en de lidstaten, het Agentschap en het Europees Parlement om ervoor te zorgen dat REACH soepel en effectief ten uitvoer wordt gelegd. De Commissie werkt nog aan de ontwikkeling van instrumenten voor de technische begeleiding en IT-instrumenten die de industrie en de autoriteiten in staat moeten stellen om de wetgeving vanaf het begin effectief ten uitvoer te leggen. De bevoegde autoriteiten moeten zelf of in samenwerking met de industrie ook nationale helpdesks opzetten. Deze voorbereidingsinstrumenten moeten ruim vóór de uiterste tenuitvoerleggingstermijn van REACH gereed zijn om ervoor te zorgen dat alle noodzakelijke ondersteuningsstructuren volledig operationeel zijn. Ik ben het ermee eens dat deze REACH-richtlijn wereldwijd een zeer positieve invloed zal hebben op de normen. Ik dank alle betrokkenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Karin Scheele (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zou Guido Sacconi van harte willen bedanken voor zijn uitstekende werk. REACH is ongetwijfeld verreweg het moeilijkste dossier tijdens deze zittingsperiode. Ik ben ervan overtuigd dat onze rapporteur tijdens de onderhandelingen met de Raad en de Commissie het optimale resultaat heeft weten te bereiken. De onderhandelingen binnen het Europees Parlement waren trouwens ook niet bepaald makkelijk. Wie goed heeft geluisterd, heeft wel gehoord dat bijna geen enkele fractie volledig op één lijn ligt. Uit de kritiek is wel gebleken hoe moeilijk het is om in het Parlement een compromis te sluiten.

Net als de heer Sacconi en veel andere afgevaardigden heb ik altijd gestreden voor een goede bescherming van de werknemers, van het milieu en van de consumenten. Ik had liever een strenger compromis gewild. Dat heb ik tijdens en na de eerste lezing trouwens ook al gezegd. Nu moeten we afwegen of we met het compromis willen instemmen – en dat zullen ik en mijn Fractie doen – of de voorkeur geven aan het gemeenschappelijk standpunt. Ik denk niet dat de amendementen die zijn ingediend om het gemeenschappelijk standpunt aan te scherpen een kans maken om een gekwalificeerde meerderheid te halen. Al tijdens de eerste lezing hebben we geprobeerd om verder te gaan dan het compromis van de heer Sacconi, en we hebben zelfs de eenvoudige meerderheid niet gehaald.

Als ik zo kijk naar de standpunten van bepaalde lidstaten, vraag ik me af wat die collega’s verwachten die zeggen dat dit compromis een cadeau is voor de Duitse chemische industrie. Wanneer we kijken naar de meerderheden in de Raad, en in overweging nemen dat Duitsland vanaf 1 januari 2007 het voorzitterschap van de Raad over zal nemen, dan vraag ik me af wat we überhaupt kunnen verwachten van de bemiddelende rol van het Duitse voorzitterschap van de Raad. Ik zou de rapporteur en het Parlement nogmaals willen feliciteren met het resultaat; het compromis is volgens mij een kleine stap in de juiste richting.

 
  
MPphoto
 
 

  Antonios Trakatellis (PPE-DE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, na jaren van procedures en onderhandelingen staan we eindelijk dicht bij de goedkeuring van een verordening betreffende chemische stoffen.

Natuurlijk is de verordening niet volmaakt, ze is wel erg goed. Ze kan in de toekomst nog worden verbeterd, zoals al is gebeurd met talloze richtlijnen en verordeningen van de Gemeenschap. Ik wil de heer Sacconi gelukwensen, omdat de verordening in wezen voorziet in de bescherming van de menselijke gezondheid en van het milieu en wel oplopend in de tijd. Ik ga ervan uit dat alle stoffen die de meeste collega’s op dit moment zorgen baren, op de lange termijn zullen worden vervangen.

Het is heel goed dat de verordening voorziet in controle op gevaarlijke stoffen waar dat mogelijk is. Ze voorziet in vervanging, die verplicht is, terwijl in de gevallen waarin geen vervangers beschikbaar zijn, wordt voorzien in onderzoeksplannen, wat ook heel belangrijk is.

Ik wil u eraan herinneren dat de chemie als wetenschap erg veel heeft gedaan ter verbetering van de levenskwaliteit van de mens op aarde. En dat is gelukt dankzij innovatie. In feite eist de verordening op termijn hetzelfde; innovatie om nieuwe, betere, minder gevaarlijke of volstrekt ongevaarlijke stoffen te ontdekken, die ten dienste staan van de mens.

Opnieuw wil ik de heer Sacconi gelukwensen, want hij heeft een verordening voor chemische stoffen tot stand gebracht die niet met ongeduld mag worden beoordeeld. Verwacht niet meteen een perfecte wereld! Mettertijd zullen we de volksgezondheid en het milieu wel degelijk zien verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Gierek (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, een van de belangrijkste bepalingen uit de ontwerpverordening aangaande REACH is het vervangingsbeginsel, dat door de industrie in praktijk gebracht moet worden. Dit principe kan het enorme innovatiepotentieel vrijmaken waarover zowel de chemische industrie – die hier een centrale rol speelt – als de eindafnemers van haar producten beschikken.

Veel bepalingen kunnen echter op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Dit is bijvoorbeeld het geval met de suitable safer alternatives. De bepaling aangaande het onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma van een onderneming, waarvan ondernemingen zonder een eigen onderzoekscentrum vrijgesteld kunnen worden, zou ook een probleem kunnen vormen.

Het risico is namelijk niet ondenkbeeldig dat een deel van het midden- en kleinbedrijf dat een degelijke onderzoekscapaciteit heeft, die zal afstoten, om zo aan de verplichting van het opstellen van zo’n programma te ontkomen.

Verder rijst de vraag wie er op zoek moet gaan naar een vervangende stof: de chemische industrie, de eindafnemer of allebei? Als dit laatste het geval is, hoe zijn dan volgens het huidige octrooirecht – dat overigens aan vervanging toe is – de intellectuele eigendomsrechten geregeld?

Het voorzichtig geformuleerde substitutiebeginsel is het meest logische antwoord op het gebruik van toxische stoffen. De procedures uit de verordening die innovatie bij het zoeken naar nieuwe, veilige stoffen, verplicht maken, zijn dan ook zeker op zijn plaats.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Seeber (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, de Franse filosoof Voltaire verafschuwde iedere vorm van fanatisme. Ik denk dat dit debat aantoont dat hij gelijk had. Als ik zo luister naar mijn groene collega’s, naar de collega’s van de Fractie Unie voor een Europa van Nationale Staten, of ook naar extreem links, dan krijg ik de indruk dat alleen slappelingen kunnen instemmen met een dergelijk pakket. Laten we de voordelen van REACH echter eens naast de nadelen plaatsen. Dan is toch wel duidelijk dat we met REACH allemaal samen een stap in de juiste richting zetten: meer milieubescherming, meer consumentenbescherming en een groter concurrentievermogen.

Daarom zou het voor iedereen zeker een slechte zaak zijn om REACH af te wijzen, en het is onze taak om dat uit te leggen. Wanneer we de media bekijken ontstaat de indruk dat iedereen verliest. Het is aan ons om die indruk op een vaardige manier te ontkrachten. Uiteindelijk zullen de mensen, de dieren en ook het milieu de grote winnaars van deze wetgeving zijn. Daarom moeten we ons werk voortzetten. Hier ligt volgens mij ook een taak voor de media, juist in deze fase moeten zij het juiste beeld geven van deze nieuwe wetgeving. In een volgende fase moeten we de wetgeving dan op de juiste manier toepassen. Dat zal nog heel moeilijk worden, want we kennen het klassieke spelletje: alles is de schuld van de Unie.

Deze wetstekst is een richtlijn, die door de lidstaten moet worden omgezet, en dat moet correct gebeuren, en aan de nationale uitvoeringsverordeningen moet ook de hand worden gehouden. Dat is voor ons allemaal een grote taak. Ik doe ook een beroep op onszelf: we moeten zorgen voor een sterk Agentschap, zodat we overal dezelfde regels krijgen, en niet weer een lappendeken van 25 of 27 verschillende regelingen. Dat is een zware taak voor ons, en onze wens om van 2007 een REACH-vrij jaar te maken zal wel niet in vervulling gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Noëlle Lienemann (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, laten wij eens kijken wat wij hebben bereikt met het project dat vandaag voorligt. REACH zal onze verhouding tot chemische verontreiniging aanzienlijk veranderen: allereerst door de omgekeerde bewijslast en vervolgens door een systematische informatie-uitwisseling in alle stadia van de keten. Zojuist werd het asbestschandaal ter sprake gebracht. Wij weten heel goed dat een dergelijk schandaal met de tekst waarover wij nu gaan stemmen, vandaag de dag niet meer zou kunnen voorkomen. Dat is wat wij aan het publiek moeten vertellen!

Dit alles mogen wij dan verworven hebben, maar er zijn natuurlijk ook zaken waarover wij niet, of in onvoldoende mate, tevreden zijn. Wat stoffen in natuurlijke toestand betreft, om te beginnen, had ik liever gehad dat wij wat duidelijker waren geweest, want dit zou wel eens problemen kunnen opleveren. Ik denk niet dat een natuurlijke stof echt een chemische stof is. Wat de invoer vervolgens betreft, had ik ook liever gezien dat wij meer garanties hadden gekregen dat wij importeurs vergelijkbare normen kunnen opleggen.

Verder is er natuurlijk deze belangrijke kwestie van de vervanging. Zoals velen van u had ik ook liever gezien dat vervanging automatisch en stelselmatig werd toegepast en onmiddellijk inging. In de eerste lezing heb ik vóór alle amendementen gestemd die hierop gericht waren, maar ik heb gemerkt dat er geen gekwalificeerde meerderheid voor bestond. En als onze collega, de heer Sacconi, er niet in geslaagd was dit compromis te bereiken, dan was het risico groot geweest dat de tenuitvoerlegging van dit beginsel bij de stemming in de tweede lezing had ontbroken. Want dat moet gezegd: in het compromis is het beginsel wel degelijk opgenomen! Wat ter discussie wordt gesteld, is niet het vervangingsbeginsel zelf, maar de trapsgewijze, geleidelijke – in mijn ogen ontoereikende – tenuitvoerlegging ervan. Het beginsel bestaat dus echter wel degelijk voor alle gevaarlijke stoffen. Laten wij dus niet voorbijgaan aan de inspanningen die onze collega zich heeft getroost en aan de overwinning die wij in dat opzicht hebben behaald.

Nu dit beginsel is vastgesteld, moeten wij ervoor zorgen dat het op adequate wijze wordt geïmplementeerd. Dat zal afhangen van de middelen van het Agentschap – financiële en personele middelen –, van de druk van de publieke opinie, maar ook van de middelen die aan onderzoek zullen worden besteed. Op dit punt hopen wij voorts dat de Commissie zich bijzonder proactief zal opstellen, om ervoor te zorgen dat dit compromis alle gewenste vooruitgang brengt waarop wij hopen.

 
  
MPphoto
 
 

  Péter Olajos (PPE-DE). (HU) Na drie jaar onderhandelen kunnen we eindelijk het definitieve oordeel vellen over het wetsontwerp dat onder de naam REACH bekend is geworden.

Voor de stemming van woensdag zijn er meerdere mogelijkheden. Eén: we steunen het gemeenschappelijk standpunt van de Raad. Twee: we verwerpen het hele voorstel. Drie: we nemen het compromispakket aan en zodoende kunnen we REACH in het leven roepen.

De eerste en tevens belangrijkste vraag is of er überhaupt een nieuwe richtlijn nodig is of dat de huidige richtlijnen toereikend zijn om onze ongerustheid op het gebied van milieubescherming, gezondheid en diergeneeskunde weg te nemen en om de beschikbaarheid van de gewenste hoeveelheid informatie te garanderen. Anders gesteld: hebben we een nieuwe richtlijn nodig om meer te weten te komen over de dertigduizend chemische stoffen die ons in ons dagelijks leven omringen? Het antwoord is duidelijk ja. We hebben nieuwe, allesomvattende wetgeving nodig in het kader waarvan ook de grootschalige herziening van chemische stoffen kan plaatsvinden, die tot nu toe steeds op de lange baan werd geschoven.

De andere belangrijke vraag is of het compromis wel goed genoeg is. Zijn er betere oplossingen gevonden vergeleken bij de tekst in eerste lezing, of is de wetgeving gedurende de zes trialogen slechts uitgekleed en nog verder afgezwakt? Welnu, laten we een voor een onze belangrijkste doelen na de eerste lezing doornemen. We wilden een sterkere en strengere vervanging, dat is gelukt. We wilden dat het aantal dierproeven zou worden verminderd, dat is gelukt. We wilden een strenger maar toch werkbaar registratiesysteem, dat is gelukt. We wilden het OSOR-principe en de ondersteuning van het MKB tot een succes maken en ook dat is ons gelukt.

Al met al kan dus gezegd worden dat het compromispakket veel beter is dan het voorstel in eerste lezing was, we hebben een nog sterkere en nog strengere REACH kunnen bewerkstelligen. Dames en heren, juist daarom kan de enige conclusie zijn dat we het compromis moeten goedkeuren.

 
  
MPphoto
 
 

  Dan Jørgensen (PSE).(DA) Mijnheer de Voorzitter, er zijn ongeveer honderdduizend chemicaliën op de markt. Over verreweg de meeste van deze chemicaliën hebben we geen enkele kennis. We weten niet welk effect ze hebben op het milieu en we weten ook niet welk effect ze hebben op de volksgezondheid. Dat is natuurlijk totaal onacceptabel, maar daar gaan we nu wat aan doen met REACH. REACH introduceert namelijk twee basisprincipes. Ten eerste draaien we de bewijslast om, dat wil zeggen in de toekomst is het aan de industrie om te bewijzen dat een stof niet gevaarlijk is, voordat men toestemming kan krijgen om de stof op de markt te brengen, terwijl het nu aan de autoriteiten is om te bewijzen dat een stof gevaarlijk is, voordat men toestemming kan krijgen om de stof te verbieden.

Het tweede basisprincipe, het allerbelangrijkste principe, is dat de allergevaarlijkste stoffen – de stoffen waardoor mensen kanker krijgen, de stoffen waardoor mensen allergieën krijgen, de stoffen waardoor mensen geschaad worden in hun voortplantingsvermogen – moeten worden vervangen. Als er een veiliger alternatief kan worden gevonden, moet men dat alternatief gebruiken in plaats van de gevaarlijke stof. Dit is een zeer belangrijk basisprincipe.

Het is ook verheugend dat het gebruik van dierproeven in de toekomst beperkt zal worden. Als we REACH doorvoeren, zal dat leiden tot veel minder dierproeven. Op de korte termijn zullen er meer proeven worden uitgevoerd, omdat we nog wat gegevens nodig hebben die we op dit moment nog niet hebben, maar op de lange termijn zal REACH resulteren in veel minder proeven, omdat we verplichte gegevensdeling invoeren. Dat is ook een belangrijk punt om mee te nemen.

Wij zijn in deze kwestie allemaal beïnvloed door vele verschillende belangengroepen. Dat is duidelijk. Het gaat om grote belangen en zo moet het ook zijn. Het ging tussen de milieuorganisaties aan de ene kant en de chemicaliënorganisaties en hun industrie aan de andere kant. De vraag is wat voor soort compromis we hebben gekregen: is de stand nu 1-1, zoals ik in een krantenartikel las? Het antwoord is nee, de stand is niet 1-1. We hebben uiteindelijk een compromis bereikt waarbij de milieubelangen duidelijk hebben gewonnen. Het zijn duidelijk de gezondheids- en milieuaspecten die gewonnen hebben. Voorheen hadden we een open poort die toeliet dat men zonder meer allerlei chemicaliën op de markt kon brengen en toepassen naar eigen goeddunken. Die poort is nu bijna gesloten. De poort is niet helemaal gesloten, omdat er nog een klein kiertje openstaat. Natuurlijk zouden we dat kiertje in een ideale wereld ook hebben moeten afsluiten, maar we leven nu eenmaal niet in een ideale wereld. We hebben een compromis bereikt dat goed is voor de volksgezondheid en het milieu.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte commissarissen, geachte leden van de Raad, beste collega’s, we zitten midden in een lang debat over het omvangrijkste wetsontwerp waar het Parlement ooit zijn tanden in heeft gezet. Ik zou de heer Sacconi een compliment willen maken voor zijn werk. De vorige sprekers hebben wel echter wel bewezen dat er nog heel veel ruimte voor interpretatie over is gebleven, al hebben we nu een omvangrijke tekst.

Het Parlement heeft heel sterk zijn stempel gedrukt op dit voorstel. Sinds Seveso en Bhopal is de wereld van de chemische stoffen enorm veranderd, en de burger heeft minder vertrouwen in de veiligheid. Alle sprekers tot nu toe waren slechts ten dele tevreden met het compromis, en dat bewijst dat het waarschijnlijk tamelijk evenwichtig is. Nu is het de taak van de Raad en de Commissie om zo snel mogelijk een goed functionerend en krachtdadig Agentschap op te bouwen. Dat zal geld kosten en tot bureaucratie leiden. Het Agentschap is de sleutel voor het goed functioneren van REACH, maar het zal niet eenvoudig zijn om voldoende gekwalificeerde deskundigen in dienst te nemen.

Het Agentschap moet snel, nauwkeurig en foutloos werken, om ervoor te zorgen dat REACH een goede reputatie krijgt als model voor andere staten en gemeenschappen van staten. De kwestie van de intellectuele eigendomsrechten is volgens mij afdoende geregeld. Of we op de lange termijn uit de voeten kunnen met de huidige vorm van vervanging zal moeten blijken. We moeten ook heel zorgvuldig vaststellen hoe zwaar de last van deze wetgeving voor de middenstand is.

Dat moet ons allemaal lukken, en allemaal met elkaar in evenwicht zijn. Slechts dan kan REACH onze verwachtingen vervullen in verband met het proces van Lissabon. REACH mag geen letterkast worden die ook na twintig of dertig jaar nog niet gevuld is. Het succes van Europa zal worden gemeten aan de manier waarop zulke wetten worden omgezet.

Verschillende regels overlappen elkaar, en daarom stel ik voor om de medische apparatuur uit deze tekst te halen. De regels daarvoor vormen namelijk een geheel, en zijn afdoende. Als we dit niet, doen zullen er onvoorziene vertragingen ontstaan bij de toelating van medische apparatuur.

We zullen te zijner tijd vaststellen of REACH in zijn huidige vorm voldoende is, of de voorschriften te streng zijn, of juist te laks. We mogen de verdere ontwikkeling niet aan de comitologie overlaten, we moeten de toepassing regelmatig en kritisch toetsen.

 
  
  

VOORZITTER: MANUEL ANTÓNIO DOS SANTOS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Andres Tarand (PSE). – (ET) Ik wil onze rapporteur de heer Sacconi begroeten en hem complimenteren met zijn goede werk en zijn overtuigingskracht gedurende de vele onderhandelingen.

De weg die naar dit resultaat heeft geleid, was verre van gemakkelijk, maar uiteindelijk is alles bereikt wat wij wilden. Daarmee bedoel ik niet alleen de instrumenten voor vergunningsverlening en vervanging, maar ook de tot op zekere hoogte verplichte registratie.

REACH is een van de omvangrijkste rechtskaders die ooit door de Europese Unie in het leven zijn geroepen. Wellicht is het zelfs een van de grootste rechtskaders waarover ooit in een parlement, waar ook ter wereld, is gedebatteerd. REACH dient een hoger doel in Europa en zal zich ontpoppen als een goed voorbeeld voor de rest van de wereld. Gezien de aanbeveling van de Commissie en het aanvankelijke standpunt van de Raad is het verslag van het Parlement niet zonder slag of stoot tot stand gekomen.

Het belangrijkste is wellicht dat het vervangingsproces voor alle verboden gevaarlijke stoffen zal gelden, dan wel voor stoffen waarop een vergunning voor bepaalde tijd rust, met de verplichting om vervanging voor te bereiden of, indien dat onmogelijk is, alternatieven te ontwikkelen.

De wapenfeiten van de wet zijn te danken aan het actieve werk van het Parlement gedurende de afgelopen drieënhalf jaar. Mijn eigen land, Estland, behoorde in de beginfase van het proces niet tot de onderhandelaars, maar ik heb het proces dat tot de compromissen heeft geleid met grote belangstelling gevolgd. Daarom wil ik het Parlement van harte gelukwensen met het behaalde compromis, en ik hoop echt dat de nationale parlementen ons voorbeeld zullen volgen.

Ik hoop dat het compromispakket tijdens de stemming van woensdag zal worden goedgekeurd in de vorm waarover overeenstemming is bereikt gedurende de voorbereidende werkzaamheden. Dit zou de kwaliteit van het leven van de burgers van Europa verbeteren en zou als stimulans dienen voor kleine en middelgrote ondernemingen om nieuwe banen te creëren met nieuwe en hoge standaards voor een duurzaam milieu, wat de industriële sector innovatiever en concurrerender zou maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Erna Hennicot-Schoepges (PPE-DE).(FR) Mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, mijnheer de Voorzitter van het Parlement, ik wil mijn gelukwensen overbrengen aan de rapporteur, aan de schaduwrapporteurs en aan al diegenen die betrokken waren bij het langdurige en lastige karwei om deze tekst op te stellen. De tekst bevat beslist meer positieve dan negatieve punten, maar ik betreur het dat er voor de 17 000 stoffen die in hoeveelheden van een tot tien ton worden geproduceerd, geen chemisch veiligheidsrapport hoeft te worden opgesteld. Het lijdt geen twijfel dat het compromis dat wij op het punt van de autorisatie hebben bereikt, een ultieme poging was om tot een akkoord te komen.

Wat echter de carcinogene, mutagene en reproductietoxische stoffen (CMR-stoffen) betreft, is de afdoende risicobeheersing waarvoor gekozen is, aanvaardbaar, afgezien van het feit dat de tekst wordt verzwakt door het akkoord, waarin wordt bepaald dat het verplicht is een vervangingsplan op het gebied van onderzoek en ontwikkeling op te stellen, zonder dat aan deze verplichting de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van een dergelijk plan wordt gekoppeld. . Daarom zal er binnen zes jaar een eerste rectificatie moeten worden opgenomen. Gezien het feit dat er over het algemeen sprake is van een toename van bepaalde soorten kanker en van een verminderde vruchtbaarheid, vraag ik mij af of het in ethisch opzicht niet tot onze gezamenlijke verantwoordelijkheid behoort om het voorzorgsbeginsel toe te passen, met name wat hormoonverstorende stoffen betreft.

Laten wij ons realiseren dat – ondanks de verbeteringen die in de tekst van de Commissie zijn aangebracht – de Europese chemische industrie dankzij REACH haar koppositie op de wereldmarkt kan behouden, dat REACH op een geheel nieuwe manier zal bijdragen aan het herstel van het consumentenvertrouwen, en dat de zwakke punten van het systeem dankzij de aanpassingen in REACH verbeterd kunnen worden. Mijnheer de Voorzitter, het is nu de beurt aan de Commissie en de lidstaten, die erop moeten toezien dat het Agentschap zo snel mogelijk operationeel is.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, in de loop van dit debat hebben enkele sprekers van de GUE/NGL-Fractie en de Verts/ALE-Fractie zich in heftige bewoordingen uitgelaten over de heer Sacconi, leden van de PSE-Fractie en anderen. Ik voel me genoodzaakt om hen op een paar politieke realiteiten te wijzen.

Ten eerste is het pakket Sacconi beter dan het huidige wetgevingsstelsel. Het is beter dan het gemeenschappelijke standpunt van de Raad. Als ze erin slagen om het pakket door middel van amendementen tegen te houden, met als mogelijke gevolg dat we weer terug bij af zijn, dan zijn de GUE/NGL-Fractie en de Verts/ALE-Fractie overgeleverd aan een paar van de meest smerige en achtergebleven chemische industrieën in Europa. We streven in dit Parlement naar vooruitgang, niet naar achteruitgang.

De kracht van Europa en van dit Parlement ligt in het streven naar consensus over een kwestie. Ik denk dat de heer Sacconi, zijn personeel en alle andere Parlementsleden die aan dit proces hebben deelgenomen, de weg naar de consensus hebben gevonden en daarop verder hebben geborduurd en dat we vooruitgang hebben geboekt bij het reguleren van de chemische industrie in Europa. We hebben niet allemaal alles bereikt wat we voor ogen hadden, maar zolang er verschil van mening bestaat over de vraag hoe we kunnen zorgen voor een schoon en gezond milieu in Europa, beschikken we over de democratische processen om te zoeken naar een oplossing. Ik beveel het pakket van de heer Sacconi van harte aan en feliciteer hem en iedereen die erbij betrokken was.

 
  
MPphoto
 
 

  Evangelia Tzampazi (PSE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, collega’s, na een jaren durende en uiterst moeilijke procedure staan we nu voor een oplossing betreffende de verordening voor de registratie, evaluatie en toelating van chemische stoffen.

De onderhavige verordening is een unieke gelegenheid voor ons allemaal om een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid en het milieu te verwezenlijken, zowel voor ons als voor de toekomstige generaties.

Ik wil mijn steun uitdrukken voor het resultaat dat is bereikt door collega Sacconi, waarvoor wij hem hartelijke gelukwensen verschuldigd zijn.

Misschien hadden we strengere regelingen gewild of een breder toepassingsgebied voor de verordening. De hoofdzorg is echter dat het controlesysteem voor gevaarlijke stoffen zo snel mogelijk in werking moet treden, ook al moeten sommige punten in de toekomst opnieuw worden ingevuld.

Met de goedkeuring van REACH zal het bestaande wetgevende kader voor de controle op gevaarlijke stoffen worden versterkt, om zo de gezondheid van de Europese burgers te beschermen. Ook zal dit het concurrentievermogen van de Europese industrie versterken door innovatie en onderzoek naar de ontwikkeling van veiligere chemische stoffen.

REACH is een nieuw, realistisch voorstel, dat wij allemaal moeten steunen door het te blijven verbeteren. Willen we REACH groener en linkser maken, dan mogen we het zeker niet terugsturen naar de wandelgangen, waar het jaren heeft doorgebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE).(CS) Het bereikte compromis is noch een catastrofe voor de Europese industrie, noch een gemiste kans om de gezondheid van een half miljard Europeanen beter te beschermen. Het is een blijk van de sterke wil van de afgevaardigden en de vijfentwintig lidstaten om een evenwichtige oplossing te vinden; een weg vooruit, en geen doodlopende weg. Hiervoor verdienen zij alle lof, en geen kritiek. De verordening zal ook in deze administratief gestroomlijnde versie onvermijdelijk tot de nodige, altijd sterk bekritiseerde, nieuwe bureaucratie leiden. Maar dit is de logische prijs die zal moeten worden betaald voor datgene dat de Europese burger wenst, namelijk gedetailleerdere informatie over de chemische stoffen die in zijn producten zitten. We zullen zien wat het effect zijn zal op het consumentengedrag.

Ik ben er echter van overtuigd dat deze duur betaalde informatie een nieuwe impuls zal geven aan Europees onderzoek ter ontwikkeling van interessante vervangende stoffen, hetgeen er eveneens op een geleidelijke en natuurlijke wijze voor zal zorgen dat ook in die producten waar dat volgens de verordening niet hoeft, allerlei schadelijke stoffen niet meer toegepast zullen worden. Toch zullen artsen erop blijven hameren dat er een strenge controle moet bestaan op gevaarlijke stoffen, en daar hebben ze gelijk in. Maar alleen de zon gaat voor niets op, en dus heeft de industrie gelijk als ze zegt geen hogere kosten te wensen. Want we kunnen natuurlijk niet zomaar onze ogen sluiten voor de invloed op de concurrentiepositie en de werkloosheid in de Unie, want daar zijn wij als politici – en niet de artsen of de industrie – verantwoordelijk voor.

Een ernstig zwak punt van dit nieuwe systeem, waar ik hier opnieuw op zou willen wijzen, is het feit dat het slechts om een Europees en niet om een wereldwijd systeem gaat, en dat REACH ondanks de onbetwistbare voordelen ervan, op de liberale wereldmarkt een comparatief nadeel zal inhouden voor de sterk gereguleerde Europese economie. Bovendien zal REACH juist daardoor de consument niet weten te beschermen tegen gevaren die verscholen kunnen liggen in producten die in derde landen zijn vervaardigd, zeker als massa’s werklozen legaal of illegaal goedkope producten gaan kopen.

Daarom doe ik een oproep aan de Commissie en de zevenentwintig landen om de Europese verordening in overeenstemming te brengen met onze ambities op het wereldtoneel, want wij dragen hiervoor de politieke verantwoordelijkheid. Het is onze plicht ervoor te pleiten dat ook bij de productie in derde landen, en dus niet alleen in de Europese Unie, de milieu-, veiligheids- en sociale standaarden worden verhoogd.

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen zou ik mijn gelukwensen willen overmaken aan collega de heer Sacconi. Hij heeft zich uitstekend van deze moeilijke en belangrijke taak gekweten. Ik zou tevens het Finse voorzitterschap willen feliciteren. Het verheugt me dat we onder dit voorzitterschap acht lange jaren van hectische werkzaamheden om deze verordening uit te werken, tot een goed einde kunnen brengen. Het feit dat niemand helemaal tevreden is met deze tekst geeft alleen maar aan dat de REACH-verordening klaar is om goedgekeurd te worden.

Volgens de chemische industrie houdt REACH te veel rekening met het milieu. Milieuactivisten verwijten ons dat de verordening op maat van de industrie is geschreven. Dit betekent dat we een compromis hebben bereikt. Het best mogelijke compromis dat in de gegeven sociale en politieke omstandigheden mogelijk is.

Ik zou nog twee opmerkingen willen maken. Ten eerste, als we REACH objectief bekijken, dan kunnen we niet anders dan toegeven dat we in plaats van veertig verschillende wetteksten, nu alles in een enkel document hebben staan waarmee we het leven en de gezondheid van de mens goed kunnen beschermen. Ten tweede is deze verordening veel beter dan wat we tot dusver hadden. Als we ons voornemen de tekst in de toekomst nog verder te verbeteren, dan vind ik dat hij nu goedgekeurd moet worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Libor Rouček (PSE).(CS) Dames en heren, er wordt vaak over de Europese Unie gesproken in termen van een onmachtig en niet functionerend instituut, dat na de uitbreiding niet in staat zou zijn om belangrijke, effectieve, voor Europa noodzakelijke beslissingen te nemen. Ik ben ervan overtuigd dat het debat van vandaag en de hierna volgende stemming over de REACH-verordening juist het tegendeel zal bewijzen.

Het opstellen en het goedkeuren van de REACH-wetgeving is iets dat niet alleen van pan-Europese, maar ook van wereldwijde betekenis is. Europa creëert hiermee duidelijke en transparante regels – duidelijke en eerlijke normen voor de registratie, beoordeling, en goedkeuring van chemische stoffen, en zo nodig ook voor de beperking van de toepassing ervan. Deze normen zullen uiteindelijk leiden tot een betere bescherming van de volksgezondheid en het milieu, en tegelijkertijd wordt niet alleen het voortbestaan van de Europese chemische industrie gewaarborgd, maar wordt tevens de positie ervan op de wereldmarkt versterkt. De reden daarvan is dat Europa dankzij de REACH-wetgeving degene zal zijn die in de toekomst de normen en de standaarden, alsook de ontwikkelingsrichting van de chemische industrie in de wereld zal bepalen.

Zoals te doen gebruikelijk bij wetgeving is ook REACH een compromis, in dit geval een compromis tussen vertegenwoordigers van de chemische industrie, de consumenten, de milieubescherming en de dierenbescherming. REACH is tevens een compromis tussen grote chemische concerns aan de ene, en het klein- en middenbedrijf aan de andere kant. Als vertegenwoordiger van het middelgrote land Tsjechië, waar de chemische sector voornamelijk uit kleine en middelgrote bedrijven bestaat, ben ik ervan overtuigd dat REACH zal bijdragen aan de consolidering en verdere uitbouw van deze kleine en middelgrote bedrijven – nadat deze bedrijven over de initiële kosten heen zijn – en dat de werkgelegenheid er geleidelijk zal stijgen. Mede om deze reden zal ik tijdens de stemming op woensdag mijn hand opsteken vóór REACH.

 
  
MPphoto
 
 

  Edit Herczog (PSE). (HU) Collega’s, staat u mij toe de rapporteur te feliciteren samen met alle anderen die hem de afgelopen jaren in zijn werk hebben bijgestaan en aangevuld met hun vragen en hun steun. Ik wil graag benadrukken dat dit voor ons, vertegenwoordigers uit Oost-Europese landen, een belangrijk wetsvoorstel is aangezien op twee essentiële plaatsen onze eigen voorstellen uit het debat met de Raad voorkomen, die we ook in het Parlement hebben weten te introduceren.

Het eerste is het Maltees-Sloveense voorstel, het andere het Hongaars-Britse zogenaamde OSOR-initiatief. Dit maakt alleen al voor het Hongaarse midden- en kleinbedrijf een besparing van ongeveer 10 miljard Hongaarse forint mogelijk. Hiermee is bewezen dat het is gelukt om de doelen aangaande gezondheidszorg en milieubescherming in overeenstemming te brengen met de draagkracht van kleine ondernemers.

Ik juich dit compromis dus van harte toe. Als lid van de Commissie interne markt ben ik bijzonder verheugd dat het eindelijk is gelukt de noodzaak van informatievoorziening voor consumenten te integreren in het compromisvoorstel. Ik ben van mening dat dit van groot belang zal zijn voor alle deelnemers, aangezien we pas dan de resultaten van REACH op waarde kunnen schatten. Ik hoop van ganser harte dat al het werk dat we tijdens de wetgevingsprocedure hebben verzet, niet verloren zal gaan bij de implementatie. Mijn felicitaties.

 
  
MPphoto
 
 

  Guido Sacconi (PSE), rapporteur. (IT) Mijnheer de voorzitter, geachte collega’s, tegen al degenen die hier hun standpunt, met inbegrip van de meest kritische geluiden, naar voren hebben gebracht en tegen hen die zich opmaken om voor het gemeenschappelijk standpunt te stemmen – zonder steun te geven aan het pakket dat het verbetert – wil ik zeggen dat er in dit Parlement vrijheid heerst en dat we even goede vrienden zullen blijven.

Er is echter een argument in de strijd geworpen dat ik moet weerleggen. Iemand heeft het gehad over honderden gevaarlijke stoffen die vrije toegang zouden krijgen tot de markt. Er is zelfs beweerd dat 90 procent van de gevaarlijke stoffen een vergunning zou krijgen, met andere woorden het compromis zou een soort vrijbrief zijn om te moorden. Die ingrijpende verandering zou hebben plaatsgegrepen tijdens de laatste nacht van de onderhandelingen. Dat is niet waar. We kunnen slechts bepaalde ramingen geven, want alleen REACH zal ons leren wat de effectieve hoeveelheden zijn. De meest betrouwbare ramingen hebben het over ongeveer 2 500 stoffen die aan de vergunningsprocedure zouden worden onderworpen.

Volgens het compromis zouden minder dan tweehonderd stoffen een vergunning kunnen krijgen volgens het principe van de adequate controle. Dat is geen vrijbrief om te doden, maar betekent dat de risico’s gecontroleerd worden. Zoals het compromis nu luidt, bestaat er ook voor die stoffen de plicht een vervangingsplan – als er een alternatief voorhanden is – of een onderzoeks- en ontwikkelingsplan – als er geen alternatief bestaat – in te dienen.

Niemand kan dan ook betwisten dat de stoffen die een vergunning krijgen, deel uit zullen maken van een proces dat op kortere of langere termijn zal leiden tot hun vervanging. Als iemand soms heeft gedacht aan een vervangingsplicht bij decreet, dan heeft die persoon voor een voorstel gestemd dat ik nooit heb ingediend, noch bij de eerste lezing noch in de Milieucommissie.

De opmerkingen die gemaakt zijn over een weinig transparant en democratisch onderhandelingsproces kan ik echt niet aanvaarden. Ik heb de schaduwrapporteurs voor en na elke onderhandelingsronde ontmoet Ik heb hen bij die ontmoetingen voortdurend geïnformeerd en tot aan de laatste onderhandelingsronde bestond er brede overeenstemming over het mandaat dat ik had aan de onderhandelingstafel.

Tot slot wil ik mijn vriend Carl Schlyter ervoor danken dat hij mij de appel van een jaar geleden heeft teruggegeven. Ik zal hem morgen opeten, terwijl hij hem heeft bewaard. Hij heeft mij een glazen potje laten zien dat een echte ecologische bom bevat. Om bij groente en fruit te blijven zou ik hem iets willen zeggen dat mijn oude leermeester voor vakbondsonderhandelingen mij heeft bijgebracht. Die leermeester was een oudere arbeider, had heel wat meegemaakt en vele offers gebracht. Hij zei me het volgende: “je moet niet als een walnoot zijn, hard van buiten maar zacht van binnen, maar als een perzik, zacht van buiten maar hard van binnen”. Op basis van dat uitgangspunt heb ik onderhandeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Mauri Pekkarinen, fungerend voorzitter van de Raad.–- (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de leden van het Parlement bedanken voor dit zeer interessante en zeer open debat. Er is hier heel eerlijk en direct gesproken. Het debat heeft aangetoond dat de meningen over REACH in het Parlement nog steeds uiteenlopen, en waarom zou dit niet zo zijn? Naar mijn mening is het heel logisch dat dit zo is.

Anderzijds toonde het debat aan dat heel veel leden van het Parlement bereid zijn via compromissen het best mogelijke eindresultaat te bereiken. Het lijkt erop dat in de stemming van overmorgen, op woensdag, de hoop in vervulling gaat die ik in mijn eerste toespraak heb geuit. Het ziet ernaar uit dat er nu voldoende draagvlak voor een compromis is.

Ik ben er zeker en overtuigd van dat het resultaat van deze compromissen is dat wij in de Europese Unie de vooruitstrevendste chemicaliënwetgeving ter wereld krijgen. Na de stemmingen begint het serieuze werk: de tenuitvoerlegging van de verordening. Het praktische werk zal beginnen om de dertigduizend chemische stoffen die zich momenteel op de Europese markt bevinden te beheren. Ik denk dat wij met dit werk onze kinderen, kleinkinderen, de natuur, het milieu en alles waarmee wij leven een dienst bewijzen.

Dit gezegd hebbende bedank ik nogmaals alle leden van het Parlement en vooral de rapporteur, de voorzitter van de parlementaire commissie en onze andere partners in het Parlement en de Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Verheugen, vicevoorzitter van de Commissie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik zou slechts twee korte opmerkingen willen maken. Een aantal sprekers, die ik nu echter niet meer zie, hadden kritiek op de volgens hen nadelige gevolgen van REACH voor de bescherming van de werknemers in de chemische industrie. Ik kan in alle duidelijkheid wel zeggen dat dit gewoon onzin is. REACH kan niets afdoen aan de bescherming van die werknemers, want de regels daarvoor blijven volledig intact. REACH staat niets toe wat tot nu toe verboden was. Integendeel, allerlei stoffen waarmee de werknemers tot nu toe te maken hadden, blijven hun nu bespaard. REACH verhoogt de veiligheid van de werknemers dus significant. Daarom moet ik dit argument, dat komt van afgevaardigden die pretenderen dat ze opkomen voor de belangen van de werknemers, met kracht van de hand wijzen.

Ik zou nog op een tweede punt in willen gaan. Veel sprekers hebben er terecht op gewezen dat we REACH nu onbureaucratisch, transparant, vastberaden en ook volledig moeten omzetten. Dat vergt een enorm aantal initiatieven, projecten en maatregelen. Ik zou ze kunnen noemen, maar daarvoor is de tijd te kort. Ik heb de voorzitter van de Commissie milieubeheer al aangeboden dat ik in februari naar de commissie kan komen om uitvoerig verslag uit te brengen over de maatregelen die de Commissie met het oog op de omzetting van REACH al heeft genomen, of zal nemen. Daarbij zal ik zeker ook ingaan op alle vragen die vandaag zijn gesteld, en die betrekking hebben op de faciliteiten en steunmaatregelen voor het midden- en kleinbedrijf in Europa, en voor de honderdduizenden werknemers die hiermee geconfronteerd zullen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb goed geluisterd naar de toespraken van de geachte afgevaardigden en ik waardeer de positieve en constructieve bijdragen en de goedbedoelde kritiek.

De Commissie steunt de compromisamendementen, die aan de ene kant gericht zijn op aanzienlijke verbeteringen op het gebied van de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu en die aan de andere kant de innovatie en de economische groei moeten stimuleren.

Ik geloof dat vervanging van de gevaarlijkste stoffen door veiliger alternatieven waar die beschikbaar zijn, een van de belangrijkste elementen is van de overeenkomst die ter tafel ligt, zoals mevrouw Corbey al onderstreepte. Ik kan u zeggen dat bepaalde aspecten van dit compromis een verbetering zijn ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie. De autorisatie is in het algemeen bijvoorbeeld strenger geregeld.

Ik stem er van harte mee in dat bedrijven verplicht worden gesteld om hun autorisatieaanvragen te voorzien van vervangingsplannen voor – geproduceerde of geïmporteerde – zeer risicovolle stoffen, als de bedrijven hebben vastgesteld dat er geschikte alternatieven beschikbaar zijn. Ik ben het er ook volkomen mee eens dat deze vervangingsplannen een sleutelrol dienen te vervullen bij de besluitneming over de verlening van autorisaties en bij de eventuele verdere herziening van deze autorisaties.

Zoals de heer Bowis zei, was de stemming afgelopen oktober in de Commissie milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid wellicht een aanleiding om te hopen op een nog ambitieuzer plan. Zoals veel van de sprekers vanavond wil ik graag boven op de berg blijven en had ik liever gezien dat bepaalde kwesties uiteindelijk op een andere manier waren geregeld. De regels voor stoffen die de hormoonhuishouding ontregelen – de zogenaamde endocriene disruptoren – hadden bijvoorbeeld strenger gekund, zoals de heer Davies en mevrouw Hassi hebben benadrukt.

Mevrouw Lucas en anderen zijn het er niet mee eens dat de mogelijkheid om de wetenschappelijke namen van nieuwe gevaarlijke stoffen zes jaar geheim te houden, de overeenkomst als geheel ten goede komt. Op deze manier wordt consumenten het recht ontzegd om te weten met welke stoffen ze te maken hebben en wordt het gebruikers moeilijker gemaakt om de stoffen in diverse databanken op te sporen.

Tot slot nog dit: zoals mevrouw Ek, mevrouw Ferreira en anderen aangaven, zou de verplichting om een chemisch veiligheidsrapport op te stellen voor de gevaarlijkste stoffen in de kleinste geproduceerde hoeveelheden, hebben kunnen bijdragen tot een verdere bescherming van werknemers. Een compromis is evenwel een compromis, zoals mevrouw Roth-Behrendt onderstreepte, en ten opzichte van de huidige situatie is dit compromispakket een duidelijke verbetering voor de bescherming van de gezondheid en het milieu.

De Commissie kan het compromispakket volledig steunen en ik hoop van harte dat het Parlement dit pakket tijdens de stemming van woensdag steunt.

Gedurende het hele proces heeft de Commissie haar best gedaan om overeenstemming tussen de Raad en het Parlement te bereiken en tot evenwichtige compromissen te komen. Wij verwelkomen de convergentie tussen het Parlement en de Raad en steunen deze overeenkomst volledig zodat REACH in juni 2007 van kracht kan worden. Ik dank de heer Sacconi en de schaduwrapporteurs nogmaals voor hun inspanningen om tot dit compromis te komen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag om 12.00 uur plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid