Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2082(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0347/2006

Debatten :

PV 14/12/2006 - 3
CRE 14/12/2006 - 3

Stemmingen :

PV 14/12/2006 - 6.36
CRE 14/12/2006 - 6.36
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0604

Volledig verslag van de vergaderingen
Donderdag 14 december 2006 - Straatsburg Uitgave PB

7. Stemverklaringen
PV
  

Ontwerp van de algemene begroting van de Europese Unie – 2007, als gewijzigd door de Raad

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) Wij willen voor de zoveelste maal ons principiële standpunt over de begroting van de EU verkondigen.

De Zweedse partij Junilistan vindt dat de begroting van de EU moet worden beperkt tot 1 procent van het gemiddelde BNI van de lidstaten. We hebben daarom besloten tegen alle door het Europees Parlement voorgestelde verhogingen te stemmen. Tegelijkertijd verwelkomt Junilistan de weinige besparingen die ofwel door de Begrotingscommissie ofwel door afzonderlijke leden als amendement zijn ingediend.

Er zijn diverse ongelukkige begrotingsposten, maar Junilistan betreurt speciaal de grote steun voor het landbouwbeleid van de EU, het Cohesiefonds, de visserijbranche en de begrotingsposten ter ondersteuning van diverse vormen van voorlichtingscampagnes.

Junilistan vindt voorts dat het voortdurende gereis van het Europees Parlement tussen Straatsburg en Brussel moet ophouden en dat het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s moeten worden opgeheven.

Op 23 oktober 2006 constateerde de Europese Rekenkamer voor het dertiende achtereenvolgende jaar dat hij niet kan garanderen dat meer dan een klein deel van de begroting van de EU op de juiste wijze of voor het juiste doel is gebruikt. Hoe kan deze waanzinnige toestand voortduren, dat er jaar na jaar financiële middelen worden toegewezen, terwijl slechts voor een klein deel daarvan kan worden gegarandeerd dat ze voor het juiste doel worden gebruikt?

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm, Kartika Tamara Liotard, Erik Meijer en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) We kunnen deze begroting om een aantal redenen niet ondersteunen. Ten eerste uit protest tegen het feit dat de Rekenkamer een paar maanden geleden de boekhouding van de EU weer eens niet goedkeurde. Aangezien de EU er niet in slaagt fraude en inefficiëntie met succes te bestrijden, zou ze haar begroting niet op moeten trekken. Ten tweede zijn we van mening dat in deze begroting de verkeerde politieke keuzes gemaakt worden, zoals een te grote nadruk op industriële landbouw, buitenlands beleid en militaire projecten, en dat er niet genoeg aandacht is voor milieu en sociale projecten. Tot slot brengt deze begroting geen adequate wijziging aan in sommige beleidsterreinen die gewoon pure verspilling zijn, zoals de massale subsidiëring van het vernietigen van wijn en het onverminderd subsidiëren van de tabaksteelt.

 
  
  

- Verslag-Elles/Grech (A6-0451/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE-DE). – (LT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor de begroting van de Europese Unie voor 2007 gestemd. De begrotingsrapporteur van het Europees Parlement, James Elles, vertegenwoordiger van het Verenigd Koninkrijk, heeft ongetwijfeld een eigen visie op de samenstelling van de begroting van de Europese Unie en de toekenning van de begrotingsmiddelen. Ik denk dat dit te wijten is aan de inspanningen die hij heeft geleverd om voor 2007 een innoverende begroting vast te stellen die gebaseerd is op het beginsel dat men waar voor zijn geld moet geven en krijgen. Het verheugt mij dat er een compromis is bereikt over de financiering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de toepassing van het flexibiliteitsinstrument, de verdediging van de buitengrenzen van de Europese Unie en de programma’s inzake levenslang leren. Ik ben blij dat het eerste jaar van de nieuwe financiële vooruitzichten wordt ingezet met een welomlijnde en geconfirmeerde Europese begroting.

 
  
MPphoto
 
 

  Ole Christensen, Dan Jørgensen, Poul Nyrup Rasmussen, Christel Schaldemose en Britta Thomsen (PSE), schriftelijk. – (DA) De delegatie van Deense sociaaldemocraten in het Europees Parlement – de heer Nyrup Rasmussen, mevrouw Thomsen, mevrouw Schaldemose, de heer Jørgensen en de heer Christensen – heeft gestemd tegen amendement 1, ingediend door de heren Tomczak en Bonde van de IND-DEM-Fractie.

De delegatie is van mening dat het amendement onverenigbaar is met geldende regels, zodat wij ons genoodzaakt zien om tegen te stemmen.

De delegatie wil echter wel met nadruk haar steun betuigen aan een algemene stapsgewijze vermindering van de landbouwsteun van de EU, zonder de mogelijkheid van discriminatie tussen de verschillende lidstaten.

De Deense sociaaldemocratische leden van het Europees Parlement – de heer Nyrup Rasmussen, mevrouw Thomsen, mevrouw Schaldemose, de heer Jørgensen en de heer Christensen – hebben gestemd tegen amendement 2 van de heren Tomczak en Bonde van de IND-DEM-Fractie.

De delegatie is van mening dat het amendement onverenigbaar is met het geldende statuut, zodat wij ons genoodzaakt zien om tegen te stemmen.

De Deense sociaaldemocratische delegatie is echter van mening dat er behoefte is aan een hervorming van de regels voor reiskosten, zodat deze voortaan worden vergoed in overeenstemming met de werkelijk gemaakte kosten. De delegatie verwijst in dat verband naar haar werk aan het nieuwe statuut voor de werkzaamheden van het Europees Parlement, dat in 2009 van kracht wordt. De delegatie is in dat verband verheugd dat er met het nieuwe statuut nieuwe regels worden ingevoerd die inhouden dat reiskosten vanaf 2009 zullen worden vergoed conform de werkelijk gemaakte kosten.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Met betrekking tot de ontwerpbegroting voor 2007 kun je wel stellen dat de geschiedenis zich herhaalt. Wat nu gebeurt is echter ernstiger dan wat er eerder is voorgevallen.

Het Parlement had aanvankelijk kritiek op het begrotingsplafond zoals dat door de Commissie en de Raad was voorgesteld, maar hecht nu zijn goedkeuring aan een begroting met toewijzingen die tezamen 0,99 procent van het BNI van de Gemeenschap vertegenwoordigen, en dat is minder dan de 1,06 procent die een jaar geleden in het kader van de financiële vooruitzichten voor 2007 is overeengekomen. Het komt neer op een korting van 8 miljard euro.

2007 is het eerste jaar met een EU van 27 lidstaten, en dit jaar zal als referentie gelden voor toekomstige begrotingen. En juist nu keurt het EP een begroting goed waarin bij lange na niet genoeg middelen zijn gereserveerd om economische en sociale cohesie op een doeltreffende wijze te bewerkstelligen. Daar komt bij dat de prioriteiten van deze begroting niet aansluiten op die doelstelling – integendeel. De korting op de "compensatie" voor Portugal is daarvan het bewijs.

Deze begroting is gericht – en een paar voorbeelden volstaan – op het implementeren van het neoliberale beleid zoals dat in de Strategie van Lissabon tot uitdrukking wordt gebracht. Ik noem hier de liberalisering van de arbeidsmarkt en de interne markt en de financiering van het grootkapitaal. Dit is een begroting die het buiten bedrijf stellen van vissersvaartuigen bevordert, familiebedrijven in de landbouw ontmantelt en bijdraagt tot de militarisering van een steeds vaker tot interventie bereide EU.

Uiteraard hebben wij tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne E. Jensen en Karin Riis-Jørgensen (ALDE), schriftelijk. – (DA) De leden van de Deense liberale partij in het Europees Parlement hebben gestemd tegen de amendementen 1 en 2, ingediend door de heren Tomczak en Bonde van de IND/DEM-Fractie.

De Deense liberale partij is voorstander van een hervorming van de landbouwsteun, maar vindt niet dat dit de manier is en ook niet dat het verslag over de jaarlijkse begroting de plaats is om de wens inzake desbetreffende voorstellen te uiten. Het voorstel van de heer Bonde moet als ondoordacht worden beschouwd.

De Deense liberale partij is tevens voorstander van een zodanige hervorming van de reiskostenvergoedingen dat alle redelijke en noodzakelijke reiskosten worden vergoed. Daartoe is echter al besloten met het nieuwe Statuut van de leden, dat vanaf 2009 van kracht is. Het voorstel van de heer Bonde is in strijd met het geldende statuut en moet daarom als ondoordacht worden beschouwd.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik feliciteer de rapporteur met het samenstellen van een pakket dat op een brede meerderheid kon rekenen in dit Parlement. In de 22 jaar als parlementslid is dit de kortste stemming over de begroting die ik me kan herinneren. Ik betreur het dat het Parlement heeft ingestemd met een aantal verlagingen om binnen de begrotingsgrenzen te blijven. Ik vind het zeer betreurenswaardig dat de begroting voor 'aid for trade' gekort is. Die begrotingslijn is cruciaal om ontwikkelingslanden te helpen aansluiting te vinden bij het wereldhandelssysteem.

 
  
  

- Verslag-Daul (A6-0412/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Jens-Peter Bonde (IND/DEM), schriftelijk. – (DA) Het is diep onrechtvaardig dat men de nieuwe landen discrimineert door ze niet dezelfde steun te geven als de oude lidstaten. Toch heb ik voor de overgangsregeling gestemd, omdat Bulgarije en Roemenië anders misschien niets krijgen als deze niet wordt aangenomen.

Ik ben in zijn algemeenheid tegen de landbouwsteun, die naar mijn opvatting geleidelijk moet worden afgeschaft. Daarom had ik liever gezien dat men de steun aan de oude lidstaten reduceerde, zodat voor alle landen dezelfde voorwaarden zouden gelden. Die reductie zou van bovenaf moeten beginnen, met een plafond van 40 000 euro per juridische eenheid, zoals ik in mijn amendement op de begroting heb voorgesteld.

 
  
  

- Verslag-Segelström (A6-0452/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) Deze verslagen zijn geheel doortrokken van een groot aantal populistische voorstellen met aanvallen op het zelfbeschikkingsrecht over het strafrecht, een van de meest fundamentele beginselen van de rechtsstaat. Onder andere wordt gepleit voor een ware Europese rechtsruimte en een waar Europees strafrecht. De bedoeling van deze voorstellen is ondubbelzinnig. Men wil een EU-staat oprichten, en deze voorstellen vormen een cruciale stap in die richting. Dat is volstrekt onaanvaardbaar.

De Zweedse partij Junilistan verdedigt de soevereiniteit van de nationale staat in juridische aangelegenheden. De Europese samenwerking moet zich beperken tot het zorgen voor een goed functionerende interne markt en tot het aanpakken van grensoverschrijdende milieuproblemen. De EU moet absoluut geen geharmoniseerd rechtsstelsel hebben.

Hierom hebben wij bij de stemming van vandaag tegen deze verslagen gestemd.

 
  
  

- Verslag-Kudrycka (A6-0437/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Bernadette Bourzai (PSE), schriftelijk. – (FR) Naar mijn mening worden de kosten en baten van de toepassing van hernieuwbare energie in het verslag van de heer Langen over de strategie inzake biomassa en biobrandstoffen goed op een rij gezet.

Toch wil ik enkele amendementen onder de aandacht brengen, die in de Commissie landbouw zijn ingediend maar niet in aanmerking zijn genomen.

Ten eerste: hernieuwbare energie kan zeker bijdragen tot de vermindering van de energieafhankelijkheid van de Europese Unie, maar tegelijkertijd moet er in een breder verband ook worden nagedacht over ons energieverbruik, dus over onze leef- en productiewijzen om beter, maar vooral minder, te consumeren.

Ten tweede: we moeten ons niet overgeven aan een intensieve en op productievermeerdering gerichte benutting van hernieuwbare energiebronnen, die nadelige economische, sociale en milieugevolgen zou hebben en niet zou passen binnen de Europese strategie inzake duurzame ontwikkeling.

Voedselproductie dient de voornaamste functie van de landbouw te blijven. De bossen moeten met beleid worden geëxploiteerd. Warmtekrachtkoppeling moet de regel zijn bij de biomassaproductie.

Tot slot moet er werk worden gemaakt van het opzetten c.q. verbeteren van kanalen voor de bevoorrading, distributie en verhandeling van landbouw- en bosbouwgrondstoffen en van lokaal geproduceerde energie om te lange transporttijden te voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk.(PT) De omvang van de illegale immigratie mag niet als excuus dienen om de kop in het zand te steken voor de problemen die vluchtelingen, inzonderheid politieke vluchtelingen, ondervinden. Het recht op asiel is van fundamenteel belang in elke maatschappij die zich sterk maakt voor democratie, waardigheid en mensenrechten. Het is bovendien een uitdrukking van de solidariteit binnen die gemeenschap. Wij moeten een leidersrol vervullen bij het beschermen van de menselijke waardigheid. Als het om waarden gaat zijn woorden alleen niet genoeg: al degenen die vervolging, foltering, oorlog en schending van de mensenrechten ontvluchten moeten weten dat ze in Europa waar mogelijk behoorlijk onthaald zullen worden. Om dat te kunnen doen hebben we dit fonds nodig. Het is dus hoogst welkom.

 
  
MPphoto
 
 

  Alyn Smith (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is mij een genoegen de oprichting van dit vluchtelingenfonds te ondersteunen. Al te vaak zien we dat vluchtelingen verwaarloosd worden en dat ze onderaan het prioriteitenlijstje van lidstaten staan. Het is zeer terecht dat daar waar lidstaten steken laten vallen, de Unie naar voren treedt om ervoor te zorgen dat onze normen worden gehandhaafd. Met dit verslag komen we dichter bij een samenhangend systeem en ik zal het met genoegen ondersteunen.

 
  
  

- Verslag-Le Rachinel (A6-0417/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ondersteun de maatregelen voor dubbelwandige uitvoering, die vervuiling op zee door olietankers moeten helpen voorkomen. Deze zijn met name belangrijk voor de kust van Yorkshire en het estuarium van de Humber.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De delegatie van de Communistische Partij van Griekenland in het Europees Parlement heeft voor het voorstel tot amendering van artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 417/2002 gestemd, zowel tijdens de goedkeuring in de Commissie vervoer en toerisme op 22 november 2006 als in de plenaire vergadering van het Europees Parlement op 14 december 2006. Wij willen dat het vervoer van zware olie uitsluitend met dubbelwandige olietankschepen geschiedt.

Samen met de scheepsarbeiders en meer in het algemeen de werknemers, strijdt de Communistische Partij van Griekenland op consequente wijze tegen het volksvijandige beleid van de EU en de regeringen van de lidstaten, tegen de reders en tegen het kapitaal. Wij willen dat strenge maatregelen worden genomen om de veiligheidsvoorschriften die van toepassing zijn op olietankschepen en meer in het algemeen op alle categorieën van schepen, te verscherpen ter bescherming van het menselijk leven op zee en het milieu.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Veiligheid op zee is voor de EU van uitzonderlijk belang. Het volstaat te verwijzen naar rampen als die met de Prestige en de sociale, economische en milieugevolgen die dit soort ongevallen teweegbrengen. Een herhaling van zulke rampen moet vermeden worden om de duurzaamheid van onze zeeën en grondgebieden te garanderen.

De in het verslag-Le Rachinel voorgestelde maatregelen zullen bijdragen tot meer helderheid, samenhang en stabiliteit van de communautaire bepalingen op dit gebied.

Ook de olietankersector heeft behoefte aan een uiterst duidelijk en stabiel communautair juridisch kader. Alleen zo kunnen we doeltreffende en transparante economische en handelsbetrekkingen in de zeevaartsector garanderen en behouden. Ofschoon de lidstaten in de praktijk reeds een verbod op enkelwandige olietankschepen hanteren, houdt het voorgestelde amendement op de verordening toch een opheldering en consolidatie van de tekst in.

De sociaaleconomische gevolgen van deze maatregel zijn uitvoerig bestudeerd, en daarbij is gebleken dat het een verstandige maatregel is. Het is ook duidelijk geworden dat we de communautaire maatregelen moeten blijven aanscherpen om zo de grootst mogelijke veiligheid voor onze vaartuigen, havens en landen te verzekeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Alyn Smith (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit pakket over dubbelwandige olietankers heeft behoorlijk lang op zich laten wachten, maar ik ben blij dat ik het vandaag kan ondersteunen. In Schotland hebben we gezien welke ramp het wrak van de Braer aanrichtte op de Shetland-eilanden, en we moeten alles doen wat we kunnen om de veiligheid van ons Europees zeemilieu en onze kustlijnen te verzekeren. De EU moet hoge normen opleggen aan deze internationaal opererende maatschappijen en dit verslag helpt ons al een eindje op weg.

 
  
  

- Verslag-Kudrycka (A6-0419/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) In de voorgestelde vorm zal dit fonds slechts de financiering van de versnelde communautarisering van de Europese samenlevingen dienen. Het gaat om een soort krankzinnig "stedenbeleid" op het niveau van de vijfentwintig lidstaten.

In mijn land weten we al wat de gevolgen zijn van dergelijk beleid, dat gericht is op de absolute eerbiediging van het eigen culturele karakter van geïmmigreerde bevolkingsgroepen. Uit naam van dat beleid worden enorme bedragen – waar je niets meer van terugziet – gepompt in maatregelen die zich richten op mensen die niet willen integreren, maar wel, alsof het gaat om iets dat hun vanzelfsprekend toekomt, sociale, economische en politieke rechten opeisen die eigenlijk alleen aan het eigen volk voorbehouden zouden moeten zijn. Met als gevolg gettovorming, etnische conflicten, anti-Frans oproer, plundering van de openbare voorzieningen, soms gepaard gaande met doden, en een islam die steeds meer macht naar zich toetrekt.

Maar omdat de middelen per lidstaat afhankelijk zijn van het aantal immigranten dat de lidstaat opvangt, heeft dit fonds uiteindelijk misschien ook wel enig nut: zo komen we eindelijk achter de ware immigratiecijfers. Want volgens de officiële cijfers, die altijd een rooskleuriger beeld te zien geven dan de werkelijkheid zelf, schommelt het aantal ingezetenen van buiten de Gemeenschap dat op het grondgebied van de EU leeft, tussen de 17 en 40 miljoen.

Op die manier worden we ons bewust van de omvang van het probleem en worden de Europese volkeren misschien wakker voordat het te laat is!

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Eén van de belangrijkste onderdelen van het immigratiebeleid is integratie. Het vermogen immigranten te integreren en het vermogen van de immigranten zelf om daaraan mee te werken is de belangrijkste factor – of in ieder geval één van de belangrijkste factoren – bij het vermijden van risico’s van conflicten en spanningen tussen de verschillende gemeenschappen, een heel actueel onderwerp.

Zoals ik bij een aantal gelegenheden heb aangegeven moeten we om te beginnen erkennen dat het gastland er veel profijt van kan hebben als het mannen en vrouwen die op zoek naar een beter bestaan vele beproevingen hebben doorstaan, welkom heet. Deze mensen verrijken onze gemeenschappen. Dit erkennen betekent evenwel niet dat we onze ogen sluiten voor de keerzijde van medaille, ofwel de problemen die deze mensen bij de integratie ondervinden. Dit fonds kan bij het formuleren van een antwoord op deze problemen een heel belangrijke rol spelen. Het kan gebruikt worden voor het financieren van programma's voor het bevorderen en vergemakkelijken van integratie. Het succes van die programma's hangt natuurlijk af van de politieke visie die bepaalt hoe deze middelen worden gebruikt. Dat is echter een zaak die onder de bevoegdheden van de lidstaten valt.

 
  
  

- Verslag-La Russa (A6-0390/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) Het verslag van de commissie over het financieringsprogamma "Terrorisme: preventie, paraatheid en beheersing van de gevolgen" gaat zelfs nog verder dan het voorstel voor een besluit van de Commissie. Onder de doelstellingen van het programma is nu ook de bescherming van kritische infrastructuur en 'ononderbroken overheidsoptreden' opgenomen! Dit gaat dus deel uitmaken van het herziene actieplan van de EU voor de strijd tegen het terrorisme, dat gericht is op preventie van 'gewelddadige radicalisering' en bescherming van kritische infrastructuur van de lidstaten en de EU. Volgens dit plan vallen ideologische overtuigingen, standpunten en houdingen die haaks staan op de 'heilige koeien' van de kapitalistische barbaarsheid en uitbuiting en van de kapitalistische politieke stelsels onder het begrip 'terrorisme', terwijl ook gewone acties en verworvenheden van de massale volksbeweging, zoals symbolische bezetting van gebouwen of straten, beschouwd kunnen worden als 'terreurdaden' of als daden die de 'kritische infrastructuur' of de onbelemmerde werking van de overheidsdiensten in gevaar brengen.

De programma’s en maatregelen van het Europees kapitaal en zijn politieke spreekbuizen zijn gericht tegen de rechten en vrijheden van de volkeren, tegen het optreden van de volksbewegingen, en zijn dus een uiting van hun angst. Zij zijn lang niet zo sterk als ze beweren te zijn. Onoverwinnelijk zijn alleen de volkeren die besluiten in de tegenaanval te gaan en hun recht op te eisen.

 
  
  

- Verslag-Gröner (A6-0455/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE). – (SK) De beginselen van niet-discriminatie en gendergelijkheid zijn democratische hoekstenen van de Europese Unie. Daarom is het de plicht van de Europese Unie zich in te zetten voor de oprichting van institutionele mechanismen zoals het Europees Instituut voor gendergelijkheid teneinde de gendergelijkheid op efficiëntere wijze te bevorderen. In overeenstemming hiermee heb ik ook in tweede lezing voor dit verslag gestemd.

Wij verwelkomen het besluit van de Commissie om het Europees Instituut voor gendergelijkheid op te richten in een nieuwe lidstaat, aangezien de nieuwe lidstaten op dit gebied achterliggen op de vijftien oude lidstaten. Ik ben echt blij dat de Raad in december besloten heeft om het instituut in Litouwen te vestigen, ook al moet ik toegeven dat ik een beetje ontgoocheld ben omdat Slowakije, ondanks de lage score in de statistieken voor gendergelijkheid en de centrale geografische ligging van het land, uit de boot is gevallen. Ik ben er evenwel van overtuigd dat mevrouw Záborská, mevrouw Bauer, mevrouw Belohorská en ikzelf met onze toespraken en actieve promotie van Slowakije in het Europees Parlement een substantiële bijdrage hebben geleverd aan de inspanningen om de Raad ertoe te bewegen het instituut in Bratislava te vestigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Dit is iets waar vrouwenorganisaties al heel lang op hebben aangedrongen. Het Parlement heeft het idee steeds gesteund, maar het heeft lang geduurd voor het concrete invulling heeft gekregen. Aansluitend op een voorstel van de Commissie om een Europees Instituut voor gendergelijkheid op te zetten, heeft het Parlement op 14 maart 2006 in eerste lezing een gemeenschappelijk standpunt aangenomen, met 50 amendementen op het voorstel van de Commissie (dat op 8 maart 2006 was gepubliceerd). De Raad heeft zijn gemeenschappelijk standpunt op 21 september 2006 aangenomen en heeft daarbij 35 van de door het Parlement ingediende amendementen aanvaard.

Het is de bedoeling dat het instituut in 2007 kan gaan functioneren en daarom is er onderhandeld over amendementen om in tweede lezing snel tot overeenstemming te kunnen komen. Dit is het compromis waaraan we onze goedkeuring hebben gehecht. Het bevat 13 amendementen op het gemeenschappelijk standpunt.

Dit akkoord bevat ook een bepaling dat het voorgestelde bureau komt te vervallen. In plaats daarvan moet het deskundigenforum worden geherintroduceerd. Dit is een raadgevend forum samengesteld uit deskundigen op het gebied van gendergelijkheid. Zowel de Commissie als het Parlement staan achter de herintroductie van dit forum.

De Raad heeft zijn gemeenschappelijk standpunt herzien en de vervanging van het bureau door een forum aanvaard. Elke lidstaat heeft één vertegenwoordiger in het forum; het Parlement wijst twee vertegenwoordigers aan, de sociale partners drie.

 
  
MPphoto
 
 

  Sérgio Marques (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Ik wil mevrouw Gröner en mevrouw Sartori graag gelukwensen met hun verslag voor een aanbeveling voor de tweede lezing betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een Europees Instituut voor gendergelijkheid. Ik steun dit verslag van ganser harte. Ik ben vooral ingenomen met het idee om het bureau te vervangen door een deskundigenforum.

Het is de bedoeling dat het instituut zo spoedig mogelijk (2007) operationeel is. Alle instellingen waren het daarover eens en daarom hebben ze samengewerkt om dat doel te bereiken. De wijze waarop – en de snelheid waarmee – dat gebeurd is, mag beslist lovenswaardig heten.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor dit verslag over de oprichting van een Europees Instituut voor gendergelijkheid gestemd. De haalbaarheidstudie van de Commissie had als conclusie dat er voor een dergelijk instituut een duidelijke rol is weggelegd. Het voorgestelde agentschap zal klein worden, in de orde van grootte van tien medewerkers. De doelstelling van het instituut is drieledig: het ondersteunen van de instellingen van de Gemeenschap, met name de Commissie, en van de autoriteiten van de lidstaten bij de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, het bevorderen van gendergelijkheid en het vergroten van het bewustzijn over gendergelijkheid bij de burgers van de EU.

 
  
  

- Verslag-Grosch (A6-0414/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  James Hugh Allister (NI), schriftelijk. (EN) Ik heb vandaag gestemd voor het verwerpen van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad over het voorgestelde pakket voor een Europees rijbewijssysteem. Nationale vervoerskwesties zijn een zaak voor nationale regeringen en dientengevolge moet iedere lidstaat vrij zijn om te bepalen welke regels en criteria hij hanteert op het gebied van rijbewijzen. Dit overmatig bureaucratisch en overmatig regulerend voorstel lijkt op geen enkele wijze de verkeersveiligheid te vergroten en daarom beschouw ik dit als het zoveelste onnodige en ongegronde stuk wetgeving.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) Verkeersveiligheid is een uiterst belangrijk vraagstuk van grensoverschrijdende aard. De rijbewijsrichtlijn van de EU zou dus concrete meerwaarde kunnen bieden. Zoals gebruikelijk proberen de Commissie en het Europees Parlement in hun regelzucht echter om de regels van de lidstaten tot in detail te sturen.

Wij vinden dat het subsidiariteitsbeginsel en het oorsprongslandbeginsel onverkort moeten worden toegepast. Dat is in het onderhavige verslag niet het geval, bijvoorbeeld op het punt van de gedetailleerde voorstellen over rijbewijsregels voor motorrijwielen en bromfietsen. Wij geloven in het beginsel van wederzijdse erkenning en hebben er dus het volste vertrouwen in dat de lidstaten capabel zijn om weloverwogen en verstandige besluiten te nemen. De harmonisatie van de regels voor rijbewijzen kan plaatsvinden zonder een gedetailleerde ontwerprichtlijn zoals de onderhavige rijbewijsrichtlijn. Wij hebben dus gestemd voor amendement 6, waarin wordt bepleit dat het gemeenschappelijk standpunt wordt afgewezen, met als motivering dat er overdreven veel zaken worden geregeld zonder dat de verkeersveiligheid daardoor verbetert.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik heb vóór de aanneming van het Europees rijbewijssysteem gestemd, aangezien deze nieuwe regeling mijns inziens een belangrijke vooruitgang betekent. De nieuwe rijbewijsrichtlijn zorgt voor meer veiligheid en minder criminaliteit met betrekking tot het rijbewijs, aangezien de mogelijkheid tot zogenaamd rijbewijstoerisme aanzienlijk kleiner wordt. In dit verband is met name de oprichting van een database van verkeersovertreders van wie in hun eigen land het rijbewijs is ontnomen, van belang. Daarmee kan zonder meer worden voorkomen dat dronken bestuurders hun rijbewijs eenvoudig in het buitenland opnieuw kunnen halen.

De termijn van 26 jaar waarin alle nu nog geldige rijbewijzen uit omloop moeten worden genomen, is mijns inziens echter te lang.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor het verslag-Grosch gestemd, dat gericht is op de herziening van de rijbewijsrichtlijn, teneinde alle regels over rijbewijzen bijeen te brengen in één document en ze daarmee transparanter en toegankelijker te maken voor de burgers. Als deze voorstellen het stadium van wet weten te bereiken, zal dat een einde maken aan de praktijk van het rijbewijstoerisme, waarbij iemand die in de ene lidstaat zijn rijbewijs heeft moeten inleveren, in een andere lidstaat gewoon een nieuw rijbewijs krijgt. Ik ken veel motorrijders die zich zorgen maken over de minimumleeftijd van 24 jaar voor zwaardere machines. Ik hoop dat zij het compromis, waarbij ze al eerder op zware motoren mogen rijden als ze over voldoende ervaring beschikken, aanvaardbaar vinden, omdat op die manier de veiligheid op de eerste plaats blijft komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Seán Ó Neachtain (UEN), schriftelijk. (EN) Ik juich deze richtlijn toe, die de meer dan 110 verschillende rijbewijsmodellen zal vervangen die op dit moment in omloop zijn binnen de EU. Ik denk dat dit ene, nieuwe, EU-brede creditcardformaat in hoge mate zal bijdragen aan het tegengaan van het rijbewijstoerisme. Het netto effect hiervan zal zijn dat een lidstaat als Ierland kan weigeren een rijbewijs af te geven aan een aanvrager wiens rijbevoegdheid beperkt, geschorst of ingetrokken is in een andere lidstaat.

Ik steun ook het beoogde verkeersveiligheidsaspect van dit verslag, waarbij vanaf 2013 een verplicht theorie-examen wordt ingevoerd voor bromfietsers. Ook zal het beginsel van de "gefaseerde toegang" betekenen dat motorrijders eerst ervaring moeten opdoen op kleinere motorfietsen voordat ze mogen overstappen op zwaardere motoren.

Ik heb altijd verkondigd dat op bepaalde gebieden uitwisseling van beste praktijken en standaardisering op EU-niveau tot positieve resultaten kan leiden. In dit verband denk ik dat de standaardisering door de EU van de basiskwalificaties en nascholingsprogramma’s voor examinatoren een positieve ontwikkeling is.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk. – (FR) In 2032 zullen onze kleinkinderen allemaal hetzelfde rijbewijs hebben! Eén enkel rijbewijsmodel voor alle Europeanen in creditcardformaat, de driving licence made in USA: een garantie voor meer veiligheid en een tastbaar teken van de Europese identiteit. Jammer genoeg moeten we 26 jaar wachten totdat de harmonisatie is afgerond; desalniettemin zullen de eerste rijbewijzen nieuwe stijl al in 2012 worden afgegeven.

Het werd tijd ook! Er zijn op dit moment 110 verschillende rijbewijsmodellen in de Europese Unie. Goed voor een mate van verwarring waar de minder nobelen onder ons van profiteren, en ook "goed" voor meer gevaar op de weg dan zou hoeven. Harmoniseren van de regelgeving in de lidstaten is de strijd aanbinden met het "rijbewijstoerisme", dat wil zeggen de mogelijkheid voor Europese burgers wier rijbewijs wegens een ernstig vergrijp in hun eigen land is ingetrokken, om elders in de EU een ander rijbewijs te verkrijgen.

De regels voor de opleiding van examinatoren zullen eveneens worden geharmoniseerd. Op die manier zal de kwaliteit van die opleiding in heel Europa gewaarborgd zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Alyn Smith (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik steun dit verslag, zij het met enkele bedenkingen, want ik ben er niet van overtuigd dat de certificering van bestuurders van gemotoriseerde voertuigen moet plaatsvinden op het niveau van de EU, dat wil zeggen mits de wederzijdse erkenning van normen tussen de lidstaten goed geregeld is. Ik ben sceptisch over de zorgen die door anti-Europees rechts zijn uitgesproken over het feit dat dit pakket via de achterdeur de identiteitskaart invoert, maar ik kan me wel enigszins vinden in het idee dat dit pakket tegemoet komt aan een behoefte die in de praktijk niet wordt gevoeld.

 
  
  

- Verslag-Corbett (A6-0415/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Mijn collega Richard Corbett is ongetwijfeld de grootste deskundige van het Parlement op het gebied van constitutionele zaken. Ik verwelkom dit laatste verslag over de wijziging van het Reglement, om het meer in overeenstemming te brengen met het nieuwe comitologiebesluit. Hoewel dit kan worden gezien als een zuiver technische kwestie, is het in feite een zeer politieke zaak, omdat de wijze waarop wij ons Reglement aanpassen direct effect heeft op onze vermogen om de EU-wetgeving te beïnvloeden. Richard is altijd bedreven geweest in het maximaliseren van de invloed van het Parlement.

 
  
  

- Verslag-Leinen (A6-0464/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, u zult gemerkt hebben dat dit verslag, deze wijziging van ons Reglement, is aangenomen met een meerderheid van slechts zeven stemmen. Het heeft erom gespannen. Ik denk dat dit aangeeft dat dit Huis het gevoel heeft dat deze wijziging niet strikt noodzakelijk is, maar van tijdelijke duur zal zijn – er is een uitdovingsclausule, die aan het eind van de zittingsperiode ingaat – en bedoeld is om de wel zeer moeilijke situatie die we nu hebben te helpen oplossen. Ik denk dat de les die we kunnen trekken uit deze krappe overwinning is dat iedere poging aan het eind van deze zittingsperiode om het leven van een vierde ondervoorzitter in elke commissie of een zesde quaestor te verlengen, tot mislukken gedoemd is, en ik ontraad dergelijke pogingen dan ook.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb gestemd tegen het verslag-Leinen over de wijziging van het Reglement om het aantal ondervoorzitters van de commissie van drie naar vier en het aantal quaestoren van vijf naar zes te verhogen. Ik denk eerlijk gezegd dat het belachelijk is om vier ondervoorzitters per commissie te hebben. Er is geen duidelijke rol weggelegd voor een vierde ondervoorzitter en deze toename is gewoon een politiek handigheidje dat ervoor moet zorgen dat de fractievoorzitters genoeg baantjes te verdelen hebben om hun belangrijkste steunpilaren tevreden te houden. De toename van het aantal quaestoren is wellicht iets gerechtvaardigder, maar ik denk dat het gevaarlijk is om een even aantal quaestoren te hebben.

 
  
  

- Verslag-Kudrycka (A6-0427/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Het besluit om een Buitengrenzenfonds voor de Unie op te zetten komt precies op tijd. Ofschoon de grenzen onder de exclusieve nationale bevoegdheden vallen, is het ook zo dat deze grenzen tegelijkertijd buitengrenzen van de EU zijn. Er is hier dus altijd sprake van een dualiteit – we moeten dat erkennen en ernaar handelen. In tijden met een verhoogd risico – of dat nu terroristische dreigingen zijn, illegale immigratie of economische criminaliteit – moet grensversterking een prioriteit zijn, al mag dat er niet toe leiden (en dat zeg ik hier duidelijk) dat er hoge muren rond Europa worden opgetrokken of dat ons werelddeel tot een fort wordt omgebouwd. Waar het hier om gaat is dat de kosten die (voor een deel althans) voortvloeien uit het deel uitmaken van de Unie, eerlijk verdeeld worden. Dat is niet meer dan rechtvaardig. We hopen dat het fonds doeltreffend zal functioneren.

 
  
  

- Verslag-Kudrycka (A6-0425/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Afgaande op de titel van het verslag dacht ik dat de Europese Unie van plan was de lidstaten financieel bij te staan bij het naar hun land van herkomst terugsturen van illegale immigranten waarvoor een uitzettingsmaatregel van kracht is, of om hen op weg te helpen als hun wetgeving de mogelijkheid biedt van hulp bij de terugkeer van legale immigranten naar hun land.

Volgens ons heeft de EU geen bevoegdheden op immigratiegebied en moet zij die ook niet krijgen. Een goede reden voor een voorstel als dit had eventueel nog gelegen kunnen zijn in de, alle Europese landen treffende, gevolgen van het desastreuze legaliseringsbeleid van enkele landen, zoals Spanje en Frankrijk, dat een heuse aanzuigende werking heeft op de illegale immigratie.

Welnu, naast de financiering van de repatriëring van illegale vreemdelingen blijkt het ook te gaan om financiële prikkels en andere vormen van bijstand in verband met herintegratie, werk en weet ik wat al meer, met het oog op, ik citeer, de "persoonlijke ontwikkeling" van de gerepatrieerde illegaal!

Dat is in zekere zin een premie op illegaliteit, en een stimulans om het nog eens over te doen!

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) Het Europees Terugkeerfonds is de zoveelste stap in de bevordering van het antimigratiebeleid van de EU. Dit fonds maakt deel uit van het meer algemene programma "Solidariteit en beheer van de migratiestromen", dat een financieel ruggensteuntje dient te zijn voor het 'Fort Europa'. Dit betekent: intensievere controle en een 'snelle-reactiemacht' aan de buitengrenzen van de EU, feitelijke afschaffing van asiel en vluchtelingenbescherming, en nog meer onderdrukking van economische immigranten.

Het terugkeerfonds dient ter ondersteuning van de mechanismen voor gedwongen terugkeer van 'illegale' immigranten naar de landen van herkomst. Dit is dus in feite een fonds waarmee massale uitzetting van economische immigranten en vluchtelingen wordt ondersteund. Daaruit blijkt hoe hypocriet de EU is als zij spreekt over de maatschappelijke integratie van immigranten.

Het migratiebeleid van de EU beweegt zich uitsluitend in het kader van de Strategie van Lissabon. De invalshoek is dus winstverhoging voor het Europees kapitaal. In het kader van dit beleid wordt een reactionair institutioneel kader van de lidstaten en de EU opgezet, waarmee miljoenen immigranten in heel de EU gevangen zitten in een situatie van illegaliteit of gedeeltelijke legaliteit. Op die manier zijn ze de gegijzelden van het kapitaal. Het kapitaal buit deze mensen op de meest meedogenloze wijze uit, betaalt hun hongerlonen, weigert hen te verzekeren, ontzegt hun de meest elementaire arbeidsrechten en weigert hun toegang tot de meest elementaire sociale en politieke rechten.

 
  
  

- Verslag-Grossetête (A6-0396/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd, dat de aanpassing aan de nieuwe comitologieprocedure tot onderwerp heeft. Ook al is dit een technisch verslag, ik wil benadrukken dat ik achter de inhoud sta, die waarborgt dat geneesmiddelen en andere producten voor kinderen worden afgestemd op hun behoeften en niet gewoonweg variaties zijn (ofwel lagere doses) van geneesmiddelen voor volwassenen.

 
  
  

- Verslag-Mayer (A6-0387/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik juich dit verslag toe, dat beoogt een Europese procedure voor geringe vorderingen vast te stellen. Die is bedoeld om de procesvoering betreffende geringe vorderingen (tot tweeduizend euro) te versnellen en de kosten voor de partijen terug te dringen. Het feit dat het voor schuldeisers in bepaalde landen gemakkelijker is om vorderingen via een procedure te innen dan in andere, leidt tot een verstoring van de interne markt, dus ik sta positief tegenover deze poging om gelijke voorwaarden te scheppen.

 
  
  

- Verslag-La Russa (A6-0389/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik onderschrijf de doelstellingen van dit verslag over misdaadpreventie en -bestrijding volledig. Het specifieke programma "Preventie en de bestrijding van criminaliteit 2007-2013" is een welkome poging om bij te dragen aan een hoog niveau van veiligheid voor de burgers door middel van de preventie en bestrijding van criminaliteit, met name terrorisme, mensenhandel, misdaden tegen kinderen, drugs- en wapensmokkel, corruptie en fraude. Al deze activiteiten hebben duidelijk een grensoverschrijdend aspect en daarom kan coördinatie door de EU echte meerwaarde hebben voor de wetshandhaving op nationaal niveau.

 
  
  

- Verslag-Coelho (A6-0413/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (NI), schriftelijk. – (FR) Voorgesteld wordt het Schengeninformatiesysteem "SIS" aan te passen, dat, hoewel het doorgaat voor een succesverhaal, niet zal kunnen functioneren met meer dan achttien lidstaten. Volgens de eurofielen zou "SIS II" dan ook een uiterst geavanceerd systeem moeten worden, dat ook de nieuwe lidstaten in staat moet stellen het gehele Schengenacquis toe te passen door middel van het afschaffen van de controles aan de binnengrenzen met hun buurlanden.

Met dit instrument, dat aanvankelijk werd opgezet vanuit de voor ons aantrekkelijke invalshoek van samenwerking tussen lidstaten, met name politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, zou het nu best wel eens de verkeerde – federalistische en totalitaire – kant op kunnen gaan. Deze potentiële Europese Big Brother beschikt immers over de meest uitgebreide persoonsgegevens-databank met meer dan vijftien miljoen ingangen die uitgebreide informatie geven, van naam en voornaam en lichamelijke kenmerken tot informatie over verloren, gestolen of verduisterde bankbiljetten.

Afgezien van het feit dat een dergelijke concentratie van informatie een bedreiging kan vormen voor de privésfeer en de vrijheid van denken, is er alle reden om bang te zijn dat SIS II het boekje van zijn voornaamste missie, politiële en justitiële samenwerking, steeds verder te buiten zal gaan en zal verworden tot de subjectieve spion van het eurofiele en globalistische systeem.

 
  
  

- Verslag-Seppänen (A6-0397/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Árpád Duka-Zólyomi (PPE-DE). – (SK) Ik ben tevreden met de uitslag van de stemming over de verordening betreffende nucleaire veiligheid. Kernenergie vormt een belangrijke schakel in het waarborgen van een stabiele en schone elektriciteitsvoorziening voor de wereld.

Na de ongelukken in de kerncentrales van Three Mile Island en Tsjernobyl heeft de Commissie haar aandacht gericht op de landen van Midden- en Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie. De hulp die aan deze landen wordt verleend, heeft op substantiële wijze bijgedragen aan de vergroting van de veiligheid in de lokale kerncentrales. De Slowaakse Republiek heeft ook omvangrijke hulp ontvangen om de veiligheid van de kerncentrales van Jaslovské Bohunice en Mochovce te verbeteren, met als gevolg dat die thans hetzelfde veiligheidsniveau hebben bereikt als soortgelijke kerncentrales in West-Europese landen.

Het is tevens wenselijk dat communautaire bijstand wordt verleend aan ontmantelde kerncentrales en aan installaties die in aanbouw of in bedrijf zijn en dat een veilige behandeling van radioactief afval en verbruikte splijtstof wordt gewaarborgd. Het voorstel voor een verordening sluit aan bij zowel de belangen van de Europese Unie als de doelstellingen en de missie van Euratom. Door de veiligheid van kerninstallaties buiten de grenzen van de Europese Unie te vergroten dragen wij in hoge mate bij aan de bescherming van de gezondheid van de Europese burgers en de non-proliferatie van kernwapens.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor het verslag gestemd dat gaat over hulp en samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid tussen de Gemeenschap en derde landen, voornamelijk landen in Oost-Europa en Centraal-Azië. Het beoogt de invoering van een instrument voor hulp op het gebied van nucleaire veiligheid en beveiliging. Het ongeval in Tsjernobyl in 1986 heeft duidelijk gemaakt dat nucleaire veiligheid van mondiaal belang is. Om de voorwaarden voor veiligheid te scheppen die nodig zijn om de risico’s voor het leven en de gezondheid uit te bannen, moet de EU de nucleaire veiligheid in derde landen kunnen steunen. In het verslag wordt het juiste evenwicht gevonden door de EU toe te staan het gebruik van veiligere technologieën en methoden te bevorderen, terwijl derde landen niet van de plicht worden ontheven om te garanderen dat de nucleaire installaties op hun grondgebied veilig zijn en aan de milieunormen voldoen.

 
  
  

- Verslag-Varvitsiotis (A6-0431/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb mijn steun gegeven aan het voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad tot wijziging van verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van deze plicht zijn vrijgesteld, maar we moeten ook een vrijstelling geven aan personen die onderdaan van geen enkel land zijn, die in een lidstaat verblijven en die houder zijn van een vreemdelingenpaspoort, een paspoort voor niet-burgers of enig ander reisdocument dat is uitgegeven door een lidstaat.

 
  
  

Ontwerpresoluties: B6-0665/2006 en B6-0666/2006

 
  
MPphoto
 
 

  Gerard Batten, Graham Booth, Derek Roland Clark, Nigel Farage, John Whittaker en Thomas Wise (IND/DEM), schriftelijk. (EN) Hoewel we volledig voor democratie zijn en het schenden van mensenrechten veroordelen, erkennen we de morele of politieke autoriteit van de Europese Unie om uitspraken te doen op dit gebied niet.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) De Communistische Partij van Griekenland neemt geen deel aan de procedure voor toekenning van de zogenaamde Sacharovprijs, die een prijs veronderstelt te zijn voor de vrijheid van denken, maar in de praktijk de politieke en ideologische doelstellingen van de EU dient. Voor het Europees Parlement wordt de 'vrijheid van denken' vooral beoefend door degenen die voorstander zijn van het imperialisme en dit dienen. Juist daarom worden 'persoonlijkheden' of 'organisaties' onderscheiden die de imperialistische barbaarsheid bevorderen. Die prijs is bijvoorbeeld gegeven aan Cubaanse antirevolutionairen en in 2006 aan de oogappel van de VS, NAVO en EU, de Wit-Rus Milinkevich, die tijdens de laatste verkiezingen het 'geweldige' resultaat van 6 procent van de stemmen heeft gekregen, dankzij een dik pak geld van miljoenen euro’s van de EU.

Voor ons is de resolutie onaanvaardbaar. Deze is een provocerende interventie in de binnenlandse aangelegenheden van Cuba. Daarmee wordt immers besloten een delegatie van het Parlement naar Cuba te sturen, zonder ook maar enigszins rekening te houden met de regering van dit land, ofschoon deze de volkssteun heeft en op heldhaftige wijze strijdt tegen het embargo en het gekonkel van het imperialisme.

Wij geven uiting aan onze solidariteit met Cuba, dat het socialisme verdedigt en opbouwt, ondanks de verwoede pogingen van de imperialisten om daar een stokje voor te steken.

De fracties van het Europees Parlement – met inbegrip van de meerderheid van de GUE/NGL-Fractie – hebben enorme politieke verantwoordelijkheden. Zij proberen immers de voorwaarden te scheppen waarmee zij de openlijke of geheime oorlog tegen de Cubaanse revolutie kunnen rechtvaardigen. Niet alleen de communisten maar alle progressieve mensen hebben de plicht deze revolutie te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk.(PT) De Sacharovprijs wordt toegekend aan mannen en vrouwen die hun leven hebben gewijd aan de verdediging van de vrijheid van meningsuiting, democratie, vrijheid en de mensenrechten. Ze hebben daar vaak persoonlijke offers voor moeten brengen.

Het wekt dan ook geen verbazing dat sommige van deze mannen en vrouwen van het repressieve regime in hun landen geen toestemming krijgen om de prijs in ontvangst te nemen. Dat we hierop voorbereid zijn betekent niet dat dit ons onverschillig kan laten. Ik ben daarom heel tevreden met het besluit van dit Parlement om een mechanisme te ontwikkelen voor het volgen van al die gevallen waarin een prijswinnaar verhinderd is de – verdiende – prijs in ontvangst te nemen (of naar het Europees Parlement terug te keren, zoals dat met Oswaldo Payá gebeurd is). Ik noem verder Aung San Suu Kyi, die in Myanmar nog steeds onder huisarrest staat, en de Damas de Blanco, die de prijs in 2005 hebben gewonnen, maar van het regime van Fidel Castro op Cuba geen toestemming hebben gekregen de prijs in ontvangst te nemen.

Door de prijswinnaars te verhinderen hun prijs in ontvangst te nemen maken deze regimes duidelijk dat de prijs terecht was toegekend. Daarom is het heel belangrijk dat we de strijd voor de meest elementaire vrijheden in Myanmar en Cuba …

(Verklaring ingekort overeenkomstig artikel 163, lid 1, van het Reglement)

 
  
  

- Verslag-Roure (A6-0456/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, met spijt moet ik zeggen dat de ALDE-Fractie verkeerd gestemd heeft over amendement 1, van de PPE-DE-Fractie, op het verslag-Roure. We hadden tegen dit amendement moeten stemmen en het is een klinkklare fout geweest op de stemmingslijst. Ik aanvaard dat het amendement technisch gesproken is aangenomen en dat we daar niets meer aan kunnen doen, maar ik wil wel zeggen dat de stemming politiek gezien niet de wil van het Huis uitdrukt, die maandagavond wel is uitgedrukt in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, toen een vergelijkbaar amendement duidelijk werd verworpen.

Daar is niets meer aan te doen, maar het standpunt van de ALDE-Fractie blijft dat we niet akkoord zullen gaan met de verordening betreffende het visuminformatiesysteem totdat we een adequaat kaderbesluit over gegevensbescherming hebben, en we staan volledig achter alles wat mevrouw Roure als rapporteur doet om dat besluit over gegevensbescherming te realiseren. We steunen haar oprecht, en het feit dat we dat bij deze gelegenheid niet tot uitdrukking hebben gebracht is een technische - ik zou ook een onbeleefder woord kunnen gebruiken - fout waarvoor waarschijnlijk een aantal van ons, vrees ik, de verantwoordelijkheid dragen.

We zullen proberen ervoor te zorgen dat dit nooit meer zal gebeuren, maar de manier waarop we gestemd hebben geeft niet ons werkelijke standpunt ten aanzien van amendement 1 weer.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk.(PT) We moeten de bescherming van persoonsgegevens garanderen en verhinderen dat deze gegevens oneigenlijk gebruikt worden. Iedereen heeft het recht op zijn of haar identiteit en privacy.

De versterkte samenwerking tussen de justitiële en politiële autoriteiten bij de bestrijding van de transnationale criminaliteit heeft ertoe geleid dat steeds meer persoonsgegevens worden overgedragen.

We hebben er steeds op aangedrongen dat bij deze overdrachten grondrechten als het recht op privacy en de bescherming van persoonsgegevens gerespecteerd worden. Van belang is ook dat het wederzijds vertrouwen tussen de bevoegde politiële en justitiële autoriteiten versterkt wordt.

We zijn daarom voorstander van het opstellen van een kaderbesluit dat aansluit bij hetgeen voor de eerste pijler is vastgelegd. Het zou onzinnig zijn als de Unie onder de eerste pijler een hoog beschermingsniveau voor persoonsgegevens garandeert en vervolgens afwijkende regels opstelt voor de derde pijler.

Waar het om gaat is dat er een hoge mate van bescherming wordt geboden, maar dat daarbij wel rekening wordt gehouden met het bijzondere karakter van het werk van politie en justitie.

Dit onderwerp sleept zich voort van het ene voorzitterschap naar het andere, en het ziet er helaas niet naar uit dat de Raad bereid is een beslissing te nemen.

De Raad dient echter goed te beseffen dat dit kaderbesluit nauw verband houdt met een aantal onderwerpen die nu aan het Parlement worden voorgelegd, zoals het visuminformatiesysteem. Het is niet de bedoeling dat deze voorstellen nu afhankelijk worden van de goedkeuring van het kaderbesluit.

 
  
MPphoto
 
 

  Camiel Eurlings (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De PPE-DE-Fractie is er niet alleen op gebrand dat de Raad een kaderbesluit over gegevensbescherming aanneemt waarin naar behoren rekening wordt gehouden met de mening van het Europees Parlement, maar ook dat dit snel gebeurt, zoals de Raad dat beloofd heeft bij het aannemen van zowel het Schengeninformatiesysteem (SIS)-II-pakket als de overeenkomst met de Verenigde Staten van Amerika inzake het gebruik van persoonsgegevens van passagiers. Wij zijn sterk van mening dat een krachtig kaderbesluit het aannemen van het visuminformatiesysteem (VIS) in hoge mate zal vergemakkelijken. Maar hoewel we het zeer wenselijk vinden dat er snel een kaderbesluit wordt aangenomen, zijn we het eens met de verklaring van de rapporteur dat de aanneming van het kaderbesluit niet kan worden opgevat als een sine qua non voor toekomstig werk. De PPE-DE-Fractie zal alles doen wat in haar macht ligt om een verantwoordelijke en loyale partner in het wetgevingsproces te zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) De ontwerpaanbeveling maakt in feite duidelijk dat het Europees Parlement weigert om de fundamentele mensenrechten ook maar enigszins te beschermen.

Eerst hebben de politieke krachten van het kapitaal hun instemming betuigd met de Schengenovereenkomst, in haar meest recente versie, met het inlichtingensysteem SIS II en met het visuminformatiesysteem, VIS, waarmee het vergaren, verwerken en uitwisselen van persoonsgegevens en zelfs van gegevens met betrekking tot de politieke, ideologische, filosofische, religieuze en andere overtuigingen van de burgers van de EU en de opname van biometrische en DNA-gegevens gelegaliseerd worden, en nu doen ze alsof ze ongerust zijn omdat de Raad de richting uitgaat van een besluit waarmee geen 'hoog niveau van bescherming' van de gegevens kan worden geboden. Eerst hebben zij ingestemd met de mogelijkheid om persoonsgegevens over te dragen aan politie- en geheime diensten van derde landen, bijvoorbeeld via de overeenkomst EU/VS inzake de overdracht van persoonsgegevens van Europeanen die naar de VS vliegen (PNR), en zelfs met de mogelijkheid om dergelijke persoonsgegevens over te dragen aan particulieren, maar nu roepen ze de Raad op om de bescherming van de persoonsgegevens te verzekeren, na rekening te hebben gehouden met de 'bijzondere aard van het werk van de politiële en justitiële diensten'.

De hypocriete aanbevelingen kunnen niet verhullen dat het Europees Parlement zich geheel schaart achter het beleid waarmee de Europese burgers onder voortdurende politiecontrole worden geplaatst en hun persoonsgegevens in politiedossiers worden opgeslagen.

 
  
  

- Verslag-Morgan (A6-0426/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Bernadette Bourzai (PSE), schriftelijk. – (FR) Ik wil mevrouw Morgan feliciteren met haar initiatief om een verslag op te stellen over het door de Commissie gepresenteerde Groenboek over een Europese strategie voor duurzame, concurrerende en continu geleverde energie.

Wij moeten immers een antwoord formuleren op fundamentele vragen voor de toekomst van Europa: hoe de energievoorziening veilig te stellen tegen voorspelbare prijzen die op te brengen zijn, ook door de minst draagkrachtige burgers? Hoe onze afhankelijkheid van fossiele energiebronnen en van slechts enkele, op wereldschaal producerende landen te verminderen?

Ik heb me echter van de eindstemming onthouden, omdat ik denk dat het voorstel van de volledige splitsing van de eigendom van de energienetten niet het juiste antwoord is op deze vragen, met name die op het vlak van de zekerheid van investeringen en voorziening.

Als vicevoorzitter van de Delegatie EU-Centraal-Azië maak ik me zorgen over de roep om een groter aandeel in de energievoorziening van energie uit producerende landen in Centraal-Azië, zoals Kazachstan, Turkmenistan en Oezbekistan.

Het gaat hier immers om landen die de democratie en de rechtsstaat aan hun laars lappen, en met Voorzitter Borrell denk ik dat olie, gas en elektriciteit niet inwisselbaar zijn voor mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Het nu goedgekeurde verslag sluit helaas precies aan bij het voorstel van de Commissie en maakt maar al te duidelijk wat er met de "Europese energiestrategie" wordt bedoeld – liberalisering met controle over de toeleveringsbronnen, waarbij de soevereiniteit van andere volken bedreigd wordt.

Het verslag gaat uit van het idee dat de "markt" het probleem van de voorziening en het verbruik van energie zal oplossen, maar rept met geen woord over iets wat steeds duidelijker wordt, en dat is dat de "markt" uitsluitend de belangen van een zeer kleine groep dient, die enorme winsten opstrijkt, en niet de belangen van de consument, die steeds hogere rekeningen voorgelegd krijgt en steeds vaker met stroomuitval geconfronteerd wordt. Er is geen werkelijke strategie om een oplossing te vinden voor het overmatig energieverbruik en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, en daarom wordt de "markt" als oplossing gepresenteerd.

We vinden het verder onaanvaardbaar dat de oplossing voor de vervuiling bestaat in een systeem voor de handel in emissierechten. Dat zal niet helpen de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Het zal alleen maar leiden tot hogere winsten van degenen die in een positie verkeren om die winsten te realiseren, als gevolg waarvan de ongelijkheid binnen de context van ontwikkeling alleen maar zal toenemen.

Daar komt bij dat een gemeenschappelijk extern energiebeleid een nieuwe bedreiging vormt van de soevereiniteit van die lidstaten die het sterkst afhankelijk zijn van …

(Verklaring ingekort overeenkomstig artikel 163, lid 1, van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Vasco Graça Moura (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Het groenboek over "Een Europese strategie voor duurzame, concurrerende en continu geleverde energie" vormt de basis voor het Europese actieplan inzake energie-efficiëntie, dat begin 2007 moet worden gepresenteerd. Dat actieplan is een uiterst belangrijk document dat een sleutelrol zal vervullen bij het bestrijden van klimaatverandering, milieuvervuiling en het misbruik van natuurlijke hulpbronnen, en het verzekeren van de energievoorziening.

In dit verslag worden glasheldere doelstellingen voorgesteld: tegen 2020 zou 20 procent van de in de EU geproduceerde energie afkomstig moeten zijn van hernieuwbare energiebronnen; in 2040 zou dat 50 procent moeten zijn. De kooldioxide-uitstoot moet tegen 2020 met 30 procent zijn teruggebracht, en met minstens 60 procent in 2050. Het verslag verwijst verder naar de in het Groenboek opgenomen doelstelling met betrekking tot energie-efficiëntie. Het Europese verbruik zou tegen 2020 met 20 procent moeten zijn teruggebracht.

Met betrekking tot hernieuwbare energie doet het verslag het voorstel om vooral in mariene hulpbronnen (energie uit golven en getijden en het enorme potentieel dat offshore windenergie vertegenwoordigt) en zonne-energie te investeren. Het verslag dringt er verder bij de Commissie op aan om een onpartijdig onderzoek uit te voeren naar de (mogelijke) voor- en nadelen van kernenergie en kernenergiecentrales …

(Verklaring ingekort overeenkomstig artikel 163, lid 1, van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Noëlle Lienemann (PSE), schriftelijk. – (FR) Ik heb tegen dit verslag gestemd, dat onder het mom van duurzame ontwikkeling en zekerheid van de energievoorziening een voorstel inhoudt voor een nieuwe liberaliserings- en concurrentiefase in een sector waar de publieke dienstverlening juist versterkt zou moeten worden.

In het verslag wordt gesteld dat de splitsing tussen de bedrijven die zich bezighouden met de verhandeling van energie en de neteigenaren en –beheerders in sterkere mate moet worden doorgevoerd, waarbij er bovendien op wordt gehamerd dat er op beide terreinen onderscheid moet komen voor wat betreft de eigendom. Dit komt neer op het ontkennen van het bestaan van overheidsbedrijven die zich bezighouden met het gehele takenpakket van de publieke dienstverlening op dit gebied.

Ik weiger mijn steun te geven aan zo’n beleid van totale privatisering en concurrentie, dat een verhoging van de energieprijzen in de hand werkt, geen enkele garantie inhoudt voor het terugdringen van het verbruik en het ontwikkelen van hernieuwbare energie, en de ongelijkheid tussen gebieden, maar ook tussen burgers, vergroot.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor het verslag-Morgan over een Europese energiestrategie gestemd. Ik ben ervan overtuigd dat het verslag de juiste weg wijst naar een duurzame, concurrerende en continu geleverde energie voor Europa en dat de regeringsleiders er goed aan doen om de nodige aandacht aan dit verslag te schenken wanneer ze in maart bijeenkomen om de toekomst van het energiebeleid van de EU te bespreken. Mijn enige teleurstelling is dat het Parlement zich niet sterker heeft gemaakt voor de 'ontvlechting' van energie-eigendommen om belangenverstrengeling te voorkomen en gelijkere voorwaarden voor concurrentie op de energiemarkt te creëren.

 
  
MPphoto
 
 

  Mary Lou McDonald (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) Dit verslag bevat een aantal punten waarmee wij het niet eens zijn, met name op het gebied van nucleaire energie en liberalisering. We hebben echter besloten om voor te stemmen, omdat het verslag ook een groot aantal positieve elementen bevat, met name de nadruk die wordt gelegd op hernieuwbare energie, die schoon, kosteneffectief en veilig is. Ook zijn we het ermee eens dat energiearmoede een belangrijkere plaats moet krijgen in de voorstellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd om de consument centraal te stellen in het energiebeleid en bij te dragen tot het effectief aanpakken van schadelijke emissies, zoals die van CO2.

De effectiviteit van een systeem voor de handel in koolstofemissies is afhankelijk van de internationalisering van de markt. Bovendien zijn de ambitieuze doelstellingen met betrekking tot de reductie van de uitstoot van CO2 voor de periode 2020-2050 die in dit verslag worden voorgesteld, de enige verstandige weg vooruit.

Het is echter van cruciaal belang dat de EU zowel de methodologie als de doelstellingen van het Europees systeem voor emissiehandel (ETS) op orde brengt als zij mondiaal leider wil blijven bij het werken aan een schoner milieu, en een pan-Europees energiebeleid tot stand wil brengen. Het gevaar bestaat dat als er nu geen actie wordt ondernomen, zowel ons milieu als ons energiebeleid bedreigd zullen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alyn Smith (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur, mevrouw Morgan, van harte feliciteren met dit verslag, en ik ben haar dankbaar voor het feit dat ze zoveel amendementen heeft opgenomen die tegemoetkomen aan specifieke Schotse zorgen. De energiemarkten van de Unie zijn in toenemende mate met elkaar verbonden en worden steeds afhankelijker van elkaar, en het is terecht dat er een Europees kader wordt ontwikkeld om te waarborgen dat onze consumenten profijt hebben van onze gemeenschappelijke markt. Vanuit een Schots perspectief hebben we een bijzonder belang in het energiedebat, gegeven onze grote energiebronnen en een zelfs nog groter energiepotentieel. Dat potentieel wordt op dit moment onvoldoende aangeboord, door de kortzichtigheid van de regering van het Verenigd Koninkrijk, en dit verslag zal ons, vanuit de EU, helpen bij het ter verantwoording roepen van de regering.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Trautmann (PSE), schriftelijk. – (FR) Ik feliciteer mijn collega Eluned Morgan met haar initiatiefverslag over een Europese strategie voor duurzame, concurrerende en continu geleverde energie.

Dit verslag houdt een aanmerkelijke vooruitgang in op milieuvlak en op sociaal vlak, met name in de vorm van een betere toegankelijkheid van energie voor de minst draagkrachtigen.

Ik heb me echter van de eindstemming onthouden, omdat ik de totale eigendomssplitsing in de gassector betreur. Gezien het geheel eigen karakter van deze strategische sector denk ik dat een wat soepeler splitsing beter zou zijn geweest voor het veiligstellen van voorziening en investeringen.

 
  
  

- Verslag-Langen (A6-0347/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Dit verslag schiet tekort en we zijn het met een aantal punten niet eens. Het bevat echter ook positieve aspecten, onder andere op die punten waar gepleit wordt voor alternatieve en hernieuwbare energiebronnen. We moeten er intussen wel op wijzen dat biobrandstoffen geen duurzame oplossing inhouden voor de belangrijkste problemen die uit energieafhankelijkheid voortvloeien. Ze vertegenwoordigen immers uitsluitend een lokaal technisch belang en hun impact is beperkt. Daar komt bij dat de productie van biomassa en biobrandstoffen niet in de plaats mag komen van de belangrijkste functie van de landbouw – de productie van voedsel.

We mogen de desastreuze gevolgen die de productie van verschillende typen oliehoudende zaden in de zich ontwikkelende landen heeft gehad, niet vergeten. Enorme stukken bos zijn zo verloren gegaan en deze oliehoudende zaden worden in Europa als grondstof voor de productie van biobrandstoffen gebruikt.

Wij zijn het daarom niet eens met de al te sterke nadruk die wordt gelegd op de bevordering van het verbouwen van energetische gewassen als basismateriaal voor het verkrijgen van biobrandstoffen. Zulke gewassen gebruiken immers schaarse productiehulpmiddelen, zoals water, landbouwgrond en verschillende typen bemesting.

Daarom vinden wij dat de Gemeenschap zich vooral dient te concentreren op het bevorderen van de productie van biomassa en –brandstoffen op basis van verschillende soorten organisch afval (afval afkomstig uit de bosbouw, vast afval, stadsafval, eetbare oliën en het afval dat overblijft na waterzuivering).

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Welke hoop we ook vestigen op biomassa en biobrandstoffen, ze zijn slechts een deel van de oplossing van de energieafhankelijkheidsproblematiek van onze landen en van de productie van schone en hernieuwbare energie.

In de eerste plaats omdat het hele Europese landbouw- of bosareaal, en zelfs dat van de hele wereld, nog tekort zou schieten om onze behoeften te dekken, en omdat het geen pas geeft om de ene afhankelijkheid in te ruilen voor een andere die nog ernstiger zou zijn, namelijk afhankelijkheid op voedselgebied. Een tweede punt is dat de wereldwijde koolstofbalans niet per definitie zo positief is als men ons wil doen geloven.

We moeten natuurlijk profiteren van het potentieel van deze energiebronnen, maar niet ten koste van de voedselproductie, niet ten koste van bossen en wouden, van de biodiversiteit, van de andere productievormen op dit gebied, bijvoorbeeld de houtproductie of andere toepassingen, of ten koste van de vooruitgang die zich aandient dankzij het onderzoek naar nieuwe motortypen of waterstoftoepassingen. En om te beginnen moeten we een eind maken aan de absurde situatie dat in mijn land, Frankrijk, gemeenten of landbouwers veroordeeld kunnen worden tot hoge boetes wegens het gebruik van biobrandstoffen in het openbaar vervoer of in tractoren, in strijd met onzinnige belastingregels.

 
  
MPphoto
 
 

  Alyn Smith (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik feliciteer onze rapporteur voor het leiden van de onderhandelingen op dit complexe gebied. Biomassa en biobrandstoffen hebben wereldwijd een enorm potentieel, maar de groei van deze sector moet te allen tijde zorgvuldig worden beheerd. Ik weet zeker dat ik niet de enige ben die brieven ontvangt van kiezers die bezorgd zijn dat een onvoorzien gevolg van dit beleid kan zijn dat de tropisch regenwouden worden gedecimeerd, om plaats te maken voor het eenzijdig telen van gewassen voor de productie van biobrandstoffen. Ik denk dat dit verslag, zoals gewijzigd, deze zorgen naar behoren in aanmerking neemt en ik steun het vandaag dan ook met genoegen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid