Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 17 januari 2007 - Straatsburg Uitgave PB

8. Zevende en achtste jaarverslag betreffende wapenuitvoer (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag (A6-0439/2006) van Raül Romeva i Rueda, namens de Commissie buitenlandse zaken, over het zevende en het achtste jaarverslag van de Raad uit hoofde van uitvoeringsbepaling nr. 8 van de Gedragscode van de Europese Unie betreffende wapenuitvoer (2006/2068(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), rapporteur. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, dit is de derde keer dat mij de eer te beurt valt om de Commissie en de Raad de evaluatie te mogen presenteren waaraan het Europees Parlement de uitvoering van de Gedragscode betreffende wapenuitvoer jaarlijks onderwerpt.

Het verheugt mij bovendien dit te mogen doen op een moment waarop, op verzoek van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, een officieel begin is gemaakt met het proces dat moet leiden tot een internationaal verdrag inzake wapenoverdracht, waarop al jaren in brede kring wordt aangedrongen door maatschappelijke organisaties in heel de wereld.

Zoals u zult hebben gemerkt, hebben wij dit keer twee achtereenvolgende jaren, namelijk 2004 en 2005, onder de loep genomen. Zo konden we een einde maken aan het tijdsverschil waarvan bij de vorige verslagen sprake was tussen enerzijds de presentatie van het jaarverslag door de Raad en anderzijds de evaluatie door het Europees Parlement. Toch komt het jaarverslag, ondanks het feit dat de Raad de presentatie ervan aanzienlijk heeft versneld, nog altijd te laat: het verslag van 2005 verscheen pas in de herfst van 2006. Wij herhalen daarom nog eens dat het wenselijk is dat de Raad zijn recente inspanningen voor transparantie en stiptheid voortzet en het jaarverslag in elk geval in de loop van het eerste kwartaal van het volgende jaar beschikbaar stelt. Het Europees Parlement mag hierbij logischerwijs niet achterblijven en moet tijdig reageren op de jaarlijkse presentatie van het Raadsverslag.

Wat betreft de specifieke inhoud van het voorliggende document - dat, zoals gezegd, gaat over het zevende en achtste verslag van de Raad - wil ik ingaan op enkele belangrijke feiten en gegevens.

Allereerst de gegevens. Volgens de verstrekte statistische gegevens zet de tendens zich voort wat betreft het gewicht van de Europese wapenexport in verhouding tot dat van de rest van de wereld, want de Europese Unie is goed voor ongeveer eenderde van de totale wapenexport. In 2004 werd voor bijna tien miljard euro aan Europese wapens uitgevoerd, en in 2005 voor negen miljard euro. Wat voor ons evenwel van belang is, is de totale waarde van de verstrekte vergunningen, want die laat zien of de Gedragscode werkelijk juist wordt toegepast. Dan hebben we het voor 2004 over 24 miljard euro, en voor 2005 over 26 miljard euro.

Anderzijds is het belangrijk en zorgwekkend dat zich onder de kopers van Europese wapens landen bevinden als China, Colombia, Ethiopië, Eritrea, Indonesië, Israël of Nepal. Dat zijn landen die gewoonlijk ter sprake komen tijdens onze debatten over dringende kwesties op donderdagmiddag hier in het Parlement, hetgeen op het eerste gezicht al in flagrante tegenspraak is met de inhoud van de Gedragscode.

Verder, en dit is waarschijnlijk het belangrijkste aspect waarop we in ons verslag wijzen, is het betreurenswaardig dat, ondanks het feit dat het Coreper al in juni 2005 heeft besloten om de Gedragscode om te zetten in een gemeenschappelijk standpunt en aldus de code een communautair rechtskader te geven, en ondanks het feit dat ook het voor deze wijziging noodzakelijke technische werk al maanden geleden is afgerond door de deskundigen van COAR, de Raad deze stap nog altijd niet heeft bekrachtigd. En het belangrijkste is dat, bij gebrek aan een expliciete verklaring, de impliciete verklaring voor deze vertraging lijkt te zijn dat sommige regeringen de omzetting in een gemeenschappelijk standpunt, en daarmee de versterking van de Gedragscode, afhankelijk stellen van de gelijktijdige opheffing van het wapenembargo tegen China.

Staat u mij toe hierover heel duidelijk te zijn. In dit Parlement zijn wij altijd van mening geweest dat deze twee zaken los van elkaar staan. Wat het wapenembargo tegen China betreft, weten de Raad en de Commissie welk standpunt wij altijd hebben ingenomen, namelijk dat opheffing slechts mogelijk is als er sprake is van duidelijke, reële vooruitgang op het gebied van de mensenrechten in China, met name gelet op de gebeurtenissen in Tiananmen in 1989.

Dit is duidelijk een belangrijk onderwerp, en we zullen er nog over debatteren, maar het onderwerp van vandaag is de Gedragscode van de Europese Unie betreffende de uitvoer van wapens, die geldt voor wapenuitvoer wereldwijd, niet alleen in China. Met andere woorden - en neemt u me niet kwalijk dat ik het zeg -, de vertraging is voor ons onbegrijpelijk en onaanvaardbaar, net zoals zij onbegrijpelijk is voor de talrijke maatschappelijke organisaties die zich al jaren inzetten voor een uitgebreider, beter mechanisme voor de controle op de wapenuitvoer, zowel op Europees niveau als wereldwijd, om de veelal nefaste gevolgen van deze handel te beperken.

Al met al hoop ik dat het verslag dat we hier morgen aannemen, inhoudelijk en beleidsmatig zal bijdragen tot verdere verbetering in de controle op de wapenuitvoer, zowel door Europa als door andere landen, in het kader van een - hopelijk spoedig - toekomstig internationaal verdrag inzake wapenoverdracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik zou het Europees Parlement, en vooral uw rapporteur, Raül Romeva i Rueda, willen bedanken voor dit verslag. De Raad en de lidstaten hebben veel respect voor het werk van de heer Romeva, die al vier keer het jaarverslag over de Gedragscode van de Europese Unie heeft geschreven.

Ik wil er ook op wijzen dat de Raad blij is met heel veel ideeën in dit verslag, en ook zal proberen om ze toe te passen. Ik zou er een paar willen noemen: het verder ontwikkelen van de beproefde praktijken voor het toepassen van de criteria in de Gedragscode, het verbeteren van de geconsolideerde jaarverslagen van de lidstaten en van de Europese Unie, de volledige omzetting van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake de controle op de tussenhandel, het voortzetten van de traditie om leden van het Europees Parlement uit te nodigen voor studiebijeenkomsten en workshops, het voortzetten van de gewoonte dat het voorzitterschap van de EU de resultaten van het werk van de werkgroep van de Raad over de uitvoer van wapens voorstelt in de Subcommissie veiligheid en defensie, en de rapporteur uitnodigt voor vergaderingen met de werkgroep.

Bovendien zullen de Europese Unie en de lidstaten de onderhandelingen over een internationaal verdrag inzake wapenhandel volledig steunen, zoals de Raad in zijn conclusies van 11 december 2006 heeft aangekondigd. Daarin staat onder andere dat de Raad verheugd is dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 6 december 2006 een resolutie heeft aangenomen over een internationaal verdrag inzake de wapenhandel en over gemeenschappelijke internationale normen voor de invoer, de uitvoer en de doorvoer van conventionele wapens. Daardoor kunnen de onderhandelingen over het uitwerken van een juridisch bindend internationaal verdrag officieel van start gaan.

De Raad stelt vooral met genoegen vast dat in het dispositief van de resolutie een beroep op de secretaris-generaal wordt gedaan om de lidstaten te vragen wat hun visie is op de haalbaarheid, het mogelijke toepassingsgebied en de voorlopige criteria voor een volledig en bindend juridisch instrument. We zijn ook blij dat een groep regeringsdeskundigen zich in 2008 hierover zal buigen.

Daarom heeft de Raad in zijn conclusies herhaald dat de Europese Unie en haar lidstaten een actieve rol in dit proces zullen spelen. Het is de taak van de Europese Unie en van alle leden van de Verenigde Naties om de onderhandelingen over een verdrag inzake de wapenhandel actief te steunen, de secretaris-generaal mee te delen wat hun ideeën zijn, en deel te nemen aan de werkzaamheden van de groep van regeringsdeskundigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de rapporteur, geachte afgevaardigden, de verantwoordelijkheid voor de controle op en de bewaking van de wapenhandel berust natuurlijk in eerste instantie bij de lidstaten. De Commissie is evenwel bij deze kwestie betrokken vanwege haar rol in het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.

Uw rapporteur, de heer Romeva i Rueda, heeft eens te meer een uitstekend verslag opgesteld, waarin de lidstaten worden opgeroepen meer en betere maatregelen te nemen voor strenge, geharmoniseerde en transparante controle op en bewaking van de wapenuitvoer van de Europese Unie. De verbeteringen die in de Europese controles worden doorgevoerd, kunnen en moeten een aansporing vormen voor andere regio’s in de wereld om - op zijn minst als begin - goede praktijken in te voeren en deze ook toe te passen. Wij moeten ons ervan vergewissen dat wapens die op volstrekt legitieme wijze worden uitgevoerd, niet in verkeerde handen vallen, omdat dit mede kan leiden tot gewapende conflicten of schendingen van de mensenrechten.

Het door u opgestelde verslag, mijnheer Romeva i Rueda, is weliswaar in eerste instantie voor de lidstaten bedoeld, maar het bevat enkele onderdelen waar de Commissie steun aan geeft. Daarom zal ik namens mevrouw Benita Ferrero-Waldner commentaar leveren op deze onderdelen en u onze opmerkingen hierover meedelen.

Om te beginnen verheugt het de Commissie dat er in uw verslag opnieuw aandacht wordt besteed aan de kwestie van de private beveiligingsbedrijven. De Commissie staat positief tegenover de ontwikkeling van een mechanisme voor de regulering van hun activiteiten. Deze kwestie hangt in zekere zin samen met de kwestie van de hervorming van de veiligheidssector, waarin particuliere bedrijven, net als overheidsinstellingen, bij hun werkzaamheden moeten uitgaan van de beginselen inzake democratische controle, verantwoordelijkheid, eerbiediging van de mensenrechten en eerbiediging van de rechtsstaat. De Europese Gemeenschap geeft wereldwijd in veel regio’s op actieve wijze steun aan maatregelen tot hervorming van de veiligheidssector. Doeltreffende controles op het gebied van de wapenuitvoer maken hier deel van uit.

Bovendien speelt de Commissie een actieve rol in de strijd tegen de illegale verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens. Wij delen de visie dat een verbeterde controle op en bewaking van de wapenuitvoer en de aanverwante activiteiten, zoals de tussenhandel, een bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens. De verspreiding van deze wapens leidt namelijk tot wapengeweld en onveiligheid van mensen, en houdt regionale en binnenlandse conflicten in stand.

Daarnaast werken wij in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid met de lidstaten samen aan de tenuitvoerlegging van de EU-strategie ter bestrijding van de illegale accumulatie van en handel in handvuurwapens en lichte wapens en hun munitie, die in december 2005 door de Europese Raad is aangenomen. Samen met internationale en regionale organisaties, onderzoekscentra, NGO’s en het maatschappelijk middenveld spant de Commissie zich al enige tijd in om de gevolgen van foute of illegale wapenhandel te voorkomen. Wij moeten ons bewust zijn van deze problematiek en in staat zijn erop in te spelen. In een aantal regio’s ter wereld kan deze wapenhandel verband houden met de handel in drugs of in grondstoffen zoals tropisch hardhout, mineralen of diamanten.

In 2007 zal de Commissie haar voorzitterschap van het Kimberley-proces benutten om de uitvoering van de controles te helpen verbeteren. Wij moeten voorkomen dat er diamanten worden verhandeld om rebellerende groeperingen in staat te stellen wapens aan te kopen. Daarnaast moeten wij de illegale wapenhandel via het luchtverkeer scherp in de gaten houden. Ik ben mij ervan bewust dat bij veel illegale handelsoperaties gebruik wordt gemaakt van deze vervoerswijze, met name richting het Afrikaanse continent, en wij moeten alle douaneautoriteiten inschakelen om dit te voorkomen.

Het klopt dat het internationale klimaat niet gunstig is voor onderhandelingen over en het invoeren van multilaterale ontwapeningsinstrumenten die juridisch bindend zijn, maar dat mag ons er niet van weerhouden om de controles op de wapenuitvoer te versterken. Wij steunen de inspanningen van de lidstaten om een verdrag inzake wapenhandel tot stand te brengen, ook al zullen de onderhandelingen over dit verdrag enige tijd vergen. Ondertussen is het van essentieel belang dat de Europese Unie zich op nationaal en regionaal niveau inzet voor verbetering en versterking van de bestaande maatregelen.

Tot slot biedt de Commissie op actieve wijze ondersteuning bij de implementatie van de internationale instrumenten en zorgt zij er mede voor dat de diverse landen de hand houden aan deze instrumenten. Met de tenuitvoerlegging van het actieprogramma van de VN-conferentie ter bestrijding van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en het Verdrag van Ottawa dat antipersoonsmijnen verbiedt, wordt een actieve bijdrage geleverd aan de veiligheid van de mens.

Samenvattend, mijnheer de Voorzitter, wil ik opmerken dat dit verslag beslist serieus dient te worden genomen door alle Europese functionarissen die verantwoordelijk zijn voor de controle op de wapenuitvoer. Wij moeten er met elkaar naar toe werken dat onze prestaties op dit gebied verbeterd worden. Voor een coherente aanpak is het noodzakelijk om een breed scala aan instrumenten in te zetten, van internationale diplomatie en politieke invloed tot controle op de uitvoer en ontwikkelingssteun. Omwille van de efficiëntie dienen deze instrumenten als aanvulling te worden ingezet. Waar het om draait en wat in uw verslag heel duidelijk naar voren komt, mijnheer Romeva i Rueda, is dat er zonder deze essentiële veiligheid niet echt sprake kan zijn van menselijke of sociaal-economische ontwikkeling, en in uw verslag wordt nadrukkelijk gewezen - voor zover dat nog nodig was - op onze verantwoordelijkheid op het gebied van de wereldwijde wapenuitvoer.

 
  
MPphoto
 
 

  Karl von Wogau, namens de PPE-DE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, allereerst zou ook ik de heer Romeva i Rueda hartelijk willen bedanken voor zijn waardevolle werk en voor zijn inzet als rapporteur voor dit onderwerp, in de afgelopen jaren, en ook vandaag weer. Ik zou ook u, mijnheer de commissaris, willen bedanken, omdat u bent ingegaan op de activiteiten van de Commissie in de strijd tegen de wapensmokkel, en op een feit waarvan we ons allemaal bewust zijn, namelijk dat economische ontwikkeling in de ontwikkelingslanden pas mogelijk is als eerst de veiligheid gegarandeerd wordt. Zonder veiligheid is economische ontwikkeling niet mogelijk.

Het verslag-Romeva gaat over gemeenschappelijke regels voor de uitvoer van wapens. Het probleem is dat de Gedragscode ons wel gemeenschappelijke regels biedt, maar dat die code niet wettelijk bindend is. Hoe kunnen we dat oplossen? Ten eerste moeten de individuele lidstaten de toepassing van de code verplicht stellen, wat Duitsland bijvoorbeeld gedaan heeft. We kunnen dat echter ook met een gemeenschappelijke Europese regeling aanpakken, met een gemeenschappelijk standpunt. We zijn op deze weg, en we moeten deze weg verder bewandelen.

Het eigenlijke probleem is echter dat we in principe wel gemeenschappelijke regels hebben, maar dat ze door zevenentwintig verschillende autoriteiten in zevenentwintig lidstaten worden omgezet, en dat gebeurt op heel verschillende wijze. De lidstaten houden elkaar wel op de hoogte, maar de besluiten worden niet gezamenlijk genomen. Er is bijvoorbeeld een wapenembargo tegen China. Wat naar China mag worden uitgevoerd, en wat onder het wapenembargo valt, staat echter in regels die in de zevenentwintig lidstaten verschillend worden geïnterpreteerd. De Verenigde Staten hebben ook een eigen interpretatie. Dat kan zo niet verder gaan. We moeten nauwer met elkaar samenwerken.

We proberen bijvoorbeeld een gezamenlijk defensiebeleid te ontwikkelen. Daarbij horen ook gemeenschappelijke strijdkrachten. Niet iedereen heeft gemerkt dat we bijvoorbeeld in Bosnië en Herzegovina nu al strijdkrachten hebben die onder Europees commando staan, en dat ze daar voor vrede en veiligheid zorgen. Bovendien moeten we een gemeenschappelijke markt voor defensieproducten opbouwen. Ook daarvoor hebben we in de afgelopen jaren al heel veel gedaan. Om deze twee doelstellingen te bereiken moeten we echter ook nauwer samenwerken bij de controle op de uitvoer van wapens. Dat is een belangrijke taak voor de komende jaren, en ook voor het Duitse voorzitterschap.

 
  
MPphoto
 
 

  Ana Maria Gomes, namens de PSE-Fractie. - (PT) Mijnheer de Voorzitter, ik feliciteer u van harte met uw herverkiezing. De heer Romeva i Rueda verdient een woord van lof. Hij heeft opnieuw uitstekend werk verricht. Dat verklaart waarom het verslag vrijwel unaniem is goedgekeurd in de commissie.

Er zijn weliswaar tal van redenen waarom in dit Parlement consensus heerst over de toekomstige Gedragscode, maar de belangrijkste is ongetwijfeld de volgende: in tegenstelling tot de tendens van sommige lidstaten om het gebrek aan transparantie in stand te houden en het beleid inzake wapenuitvoer te laten afhangen van kortetermijnoverwegingen, zijn wij hier in dit Parlement van oordeel dat de Europese Unie behoefte heeft aan een gemeenschappelijk, doelmatig en geloofwaardig wapenexportbeleid dat garanties biedt voor de eerbiediging van de fundamentele waarden en met name van de mensenrechten en dat aansluit bij de externe acties en het ontwikkelingsbeleid van de Unie, zodat de coherentie van deze maatregelen bevorderd en versterkt wordt.

Het vermogen van het Parlement om in het kader van dit debat invloed uit te oefenen op de Raad en de publieke opinie heeft alles te maken met het feit dat wij een coherent en principieel standpunt verdedigen waarin geen plaats is voor nationaal eigenbelang, noch voor de nefaste gevolgen van een kortetermijnbenadering. Het Parlement heeft zich in deze kwestie opgeworpen als de stem van Europa. De boodschap die wij met betrekking tot dit laatste verslag hebben uitgedragen, is even duidelijk als altijd. Ten eerste willen wij de Gedragscode verheffen tot de status van gemeenschappelijk standpunt. Dat is een noodzakelijke maatregel. Bewijs hiervan is dat de werkgroep van de Europese Raad sinds juni 2005 over een tekst beschikt die weliswaar klaar is om te worden aangenomen, maar tot dusver nog steeds niet is onderschreven. Anderzijds wordt in de resolutie herhaald dat deze maatregel niet afhankelijk mag worden gesteld van het lot van het wapenembargo tegen China, dat volkomen gerechtvaardigd blijft. Ook de bestaande mechanismen moeten versterkt worden. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk dat de nationale verslagen over de tenuitvoerlegging van de Gedragscode op passende wijze geharmoniseerd worden, zodat kan worden beoordeeld in welke mate zij door de lidstaten wordt nageleefd. De heer Barrot heeft hier het probleem aangekaart van de luchttransporten, met name naar Afrika.

De algemene laksheid in Europese luchthavens - zoals overigens gebleken is uit ons onderzoek naar de CIA-vluchten - doet het ergste vermoeden. Wellicht vinden thans op dit punt de meest onwaarschijnlijke operaties plaats. Na twee jaar van inactiviteit is het moment aangebroken om een systeem van uitzonderlijke maatregelen op te zetten voor landen die uit een embargoperiode komen. Libië is hiervan een goed voorbeeld. Het is hier zojuist nog ter sprake geweest. Sinds 2004 is er een immorele wedloop aan de gang om wapens aan Libië te verkopen. Dat bewijst eens te meer hoe belangrijk het is dat tijdelijke maatregelen worden opgelegd met betrekking tot regimes die de mensenrechten met voeten treden.

Deze resolutie beperkt zich overigens niet tot de Gedragscode. Het Parlement roept de lidstaten op om een leidende rol te spelen bij de totstandbrenging van meer geavanceerde internationale rechtsinstrumenten. Doel is om de internationale wapenhandel te reguleren en, daar waar mogelijk, terug te schroeven. Net zoals Europa een sleutelrol heeft gespeeld bij het Verdrag van Ottawa inzake antipersoonsmijnen moet de Europese Unie het voortouw nemen in het proces voor de opstelling van een verdrag inzake wapenhandel binnen het kader van de Verenigde Naties.

De externe acties van de Europese Unie en haar lidstaten moeten geënt zijn op het streven naar eerbiediging van de mensenrechten, duurzame ontwikkeling en duurzame vrede en veiligheid. Zonder een coherent en doelmatig beleid inzake controle op de uitvoer van wapens zal de Unie niet in staat zijn deze fundamentele doelstellingen in de praktijk te brengen en bij te dragen aan de totstandkoming van een betere wereld.

 
  
MPphoto
 
 

  Annemie Neyts-Uyttebroeck, namens de ALDE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het doet mij genoegen u weer op de voorzittersstoel aan te treffen. Ik wil u daarmee feliciteren.

Eerst en vooral wil ik vooral collega Romeva i Rueda feliciteren met zijn zeer overzichtelijk verslag dat mijn fractie eenparig in de commissie heeft goedgekeurd en dat wij ook morgen hier in plenaire zullen goedkeuren. Het verslag stipt alle vorderingen aan die de jongste tijd dankzij de niet-aflatende inzet van dit Parlement konden worden geboekt. Zo hebben de jongste drie voorzitterschappen hun werkzaamheden in verband met de gedragscode voorgelegd en besproken met onze Subcommissie veiligheid en defensie, en ik nodig het Duitse voorzitterschap graag uit om hetzelfde te komen doen.

Zo noteren wij de verfijningen en verhelderingen van de criteria in verband met de mensenrechtensituatie in het land van bestemming en in verband met de risico's van afwending of heruitvoer van geëxporteerde wapens. Ook mijn fractie is van oordeel dat verdere verfijning nodig is in verband met de interne toestand in het land van bestemming, in verband met de weerslag op de regionale toestand, en in verband met de verenigbaarheid van wapenuitvoer met de technische en economische capaciteit van het land van bestemming.

Onze grootste ontgoocheling geldt het falen van de lidstaten om de gedragscode om te vormen tot een gemeenschappelijk standpunt van de Raad, een gemeenschappelijk standpunt dat diezelfde code natuurlijk veel dwingender zou maken dan nu het geval is. Dat zou ook een veel duidelijker signaal zijn van het feit dat het de lidstaten ernst is met het bijdragen tot wereldwijde wapenbeheersing en ontwapening. Ik heb met grote aandacht kennis genomen van de verklaringen van de Commissie terzake en ik heb ook met genoegen genoteerd dat de Commissie in de nabije toekomst het voorzitterschap zal nemen van het Kimberley-proces. Dat verheugt mij bijzonder, meneer de commissaris, want ik heb zelf in een vorig leven daaraan nog helpen bijdragen.

Tot slot wens ik in alle duidelijkheid te stellen dat mijn fractie gekant is tegen het lichten van het wapenembargo jegens China en dat wij de lidstaten oproepen om met veel meer kracht te werken aan de totstandkoming van een internationaal verdrag inzake wapenhandel onder de koepel van de Verenigde Naties. Het mag dan wel zijn dat de internationale context niet erg bevorderlijk is voor multilaterale akkoorden, zoals de commissaris zeer terecht heeft aangestipt. Dat is echter geen reden voor de lidstaten en de instellingen van de Unie om hun inspanningen terzake te laten verslappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward, thar ceann an Ghrúpa UEN. A Uachtaráin, is mór an onóir dom labhairt i mo theanga dhúchais anseo tráthnóna inniu. An fiú tada an Cód Iompair um Easpórtáil Armlóin, a chairde? Sin í an cheist is tábhachtaí atá le freagairt againn.

Faraoir, is iad na tíortha is saibhre a cheannaíonn an t-armlón is cumhachtaí. Sin é an fáth go bhfuil an oiread sin armlóin sa Mheán Oirthear, armlón atá faighte acu ó Bhallstáit an Aontais Eorpaigh agus ó Rialtas Mheiriceá.

Ní féidir an fhírinne a sheachaint. Tá cogaí san Iaráic, san Iaráin, agus sa Chuáit ó na h-ochtóidí. Deineadh ionsaí ar an Araib Shádach i rith Cogadh na Murascáile.

Tá baint mhíleata ag an tSiria le hachrann na Liobáine.

Bíodh sé ceart nó mícheart, tá blianta caite ag an Iosrael i mbun troda i gcoinne fórsaí na Liobáine, na Siria agus na Palaistíne.

Ach tharla sé seo ar fad toisc go raibh na tíortha seo ábalta teacht ar armlón lena

n-aidhmeanna míleata and polaitiúla a bhaint amach.

Ba chóir d’iarthar an domhain a bheith ag iarraidh easportáil armlóin a laghdú seachas a bheith á méadú. Sin é an fáth go gcaithfear An Cód Iompair um Easpórtáil Armlóin a chur i bhfeidhm níos déine.

Is in olcas seachas chun maitheasa atá an teannas sa Mheán Oirthear ag dul, de réir mar a dhíoltar breis armlóin leo.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter, namens de Verts/ALE-Fractie. - (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur bedanken voor zijn heel duidelijk en volledig verslag. Ik vind het vooral goed dat u de beveiligingsfirma's en de groeiende markt van huursoldaten bespreekt. Indien degenen onder u die op de tribunes zitten, de wapenuitvoerregels van de EU zouden lezen, zou u inzien hoe fantasievol ze zijn. Volgens die regels moeten mensenrechten en internationale verdragen gerespecteerd worden. Wapens mogen niet uitgevoerd worden naar landen waar de sociale ontwikkeling bedreigd wordt. Wapenuitvoer mag enkel plaatsvinden naar landen waar stabiliteit heerst. Maar hoe ziet de werkelijkheid eruit? Het jaarverslag betreffende wapenuitvoer is huichelarij. Veertien EU-landen exporteren wapens naar Israël, twaalf naar Indonesië. Zijn dat voorbeelden van landen waar vrede, stabiliteit en zekerheid heersen? Vijf landen exporteren wapens naar Saoedi-Arabië. Is dat een land van mensenrechten? Saoedi-Arabië, een land waar vrouwen niet de minste invloed op de politiek hebben Volgens criterium 8 van de Gedragscode mag de wapenuitvoer de sociale en economische ontwikkeling in het ontvangende land niet hinderen. Echter, half Afrika staat op de lijst van landen waarnaar wij wapens uitvoeren. Het wordt tijd dat wij de Gedragscode betreffende wapenuitvoer gaan toepassen. Ik ondersteun de amendementen 3 en 4. Strategie van Lissabon en ontwikkeling mogen geen toename van de wapenproductie betekenen. Er mag geen wapenexportbureau komen, als het tot dergelijke resultaten leidt.

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger, namens de GUE/NGL-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijn fractie staat in grote lijnen achter het verslag van Raül Romeva i Rueda. Op dit gebied werken we heel nauw met elkaar samen.

De lidstaten van de EU zijn nu de grootste wapenexporteur ter wereld, vóór de VS en vóór Rusland. In de EU spelen Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië de hoofdrol, maar ook Nederland, Zweden en Italië zijn zeer actief. De uitvoer van wapens is dodelijk, ook als ze uit de EU komen. Dit is een ernstige schending van de mensenrechten, en daaraan moet een einde komen.

Wat hebben we met de Gedragscode bereikt? Ik zou willen citeren uit een document van de Gezamenlijke Conferentie Kerk en Samenleving in Duitsland. Daarin staat: „De Gedragscode heeft de uitvoer van wapens uit Europa echter niet kunnen beperken. Uit onderzoek van SIPRI blijkt dat de lidstaten van de EU de klassieke wapenexporteurs Rusland en de VS hebben overvleugeld.“ Het is een schandaal dat de EU-code nog steeds een vrijwillige verplichting voor de lidstaten is. Er moet een voor iedereen bindend gemeenschappelijk standpunt van de Raad komen.

Nu heeft de Europese Unie een Bureau voor bewapening opgericht, dat bedoeld is om de defensie-industrie in de Europese Unie te ondersteunen. Ik wil citeren uit het verslag dat ik net al heb genoemd: „Bovendien is het nieuwe Europees Bureau voor de bewapening een instrument om de Europese samenwerking op het gebied van de bewapening te bevorderen, terwijl er geen equivalent is voor de wapenbeheersing.“ Dat is het eigenlijke probleem. Daarom hebben we een amendement ingediend waarin we voorstellen dat het Bureau zich niet met bewapening bezig moet houden, maar met ontwapening. Het zou fout zijn om met het Bureau voor bewapening de uitvoer van wapens te bevorderen; we moeten die uitvoer juist stopzetten.

Ik wil een paar concrete voorbeelden noemen van landen waarnaar we wapens uitvoeren. Alleen al in 2004 heeft Duitsland voor 28,9 miljoen euro wapens naar Irak uitgevoerd, en in 2005 voor 25 miljoen euro. Er wordt uitgevoerd naar de volgende landen: Afghanistan, Algerije, Egypte, Bangladesh, India, Indonesië, Irak, Israël, Jordanië, Kazachstan, Qatar, Colombia, Maleisië, Nigeria, Oman, Pakistan, de Russische Federatie, Saudi-Arabië, Singapore, Thailand, Tunesië en de Verenigde Arabische Emiraten. Dat is ongetwijfeld te veel. Daarom zeggen wij: de uitvoer van wapens is dodelijk, en er moet een einde aan komen!

Ik verwacht van de Europese Unie en van het Duitse voorzitterschap van de Raad dat ze de nodige stappen zetten, en hun ondersteuning voor het Bureau voor bewapening stopzetten. Intussen bestaat er namelijk vaak ook een soort interactie tussen militaire operaties van de Europese Unie en de uitvoer van wapentuig door de Europese Unie. Daarom moeten we een einde maken aan onze wapenuitvoer!

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Karatzaferis, namens de IND/DEM-Fractie. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, er bestaan drie regels in verband met wapens. Eerste regel: wapens worden gemaakt om mensen te doden, niet om kippen te slachten.

Tweede regel: wie geld heeft, kan eender welk wapentuig kopen.

Derde regel: er bestaan geen regels in de wapenhandel.

Laten we eerlijk zijn, van wie heeft Israël wapens gekocht om Libanon te kunnen binnenvallen afgelopen zomer? Van wie heeft Turkije wapens gekocht om Cyprus binnen te vallen en 40 jaar bezet te houden? Dat is de realiteit. Wie heeft Saddam Hoessein bewapend? De Amerikanen hebben hem bewapend als werktuig tegen Iran. Wie heeft de grote terrorist bewapend die vandaag door de hele mensheid achterna wordt gezeten, Ben Laden? Amerika heeft hem bewapend en gefinancierd, toen het zijn spelletje speelde met Afghanistan en Rusland. Er zijn dus geen regels. Het heeft geen zin regels vast te leggen, die toch niet zullen worden toegepast.

Vrijdag is een raket ontploft bij de Amerikaanse ambassade in Athene. Dat soort wapen heeft het Griekse leger nooit gekocht. Toch heeft die raket ons heel wat schade berokkend en wij weten niet waar hij vandaan komt. Kwam hij uit Albanië, uit Libanon? Het was namelijk een raket die ook door het Albanese leger en door de Hezbollah wordt gebruikt. In elk geval was hij er. In mijn land circuleren 150 000 kalasjnikovs. Nochtans hebben wij nooit zulke wapens gekocht. Ze komen wel het land binnen. Weet u wat het probleem is met de Schengen-overeenkomst? Het probleem is dat wapens kriskras door Europa circuleren en door geen enkele douanier worden gecontroleerd.

Ik herinner u eraan dat het grootste kanon aller tijden zeven jaar geleden door heel Europa is vervoerd. Een kanon van vijftig meter voor Saddam Hoessein, tegengehouden door een douanier in Patras. We doen dus veel moeite voor niets. Laten we de productie stopzetten en beginnen te ontwapenen, als we echt mensenlevens willen redden. Zoals we nu bezig zijn, lijken we op verkeersagenten die er proberen achter te komen wie waar zal worden gedood.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik hoop dat u er begrip voor heeft dat ik deze vergadering moet verlaten. Ik heb namelijk een andere afspraak in Stuttgart. Ik zou u in ieder geval allemaal hartelijk willen bedanken. De rapporteur heb ik al genoemd, maar ik zou ook de andere leden van het Europees Parlement willen danken voor hun permanente belangstelling voor dit onderwerp. Het blijft volgens mij namelijk belangrijk dat we deze kwestie zorgvuldig aanpakken. Ik kan u verzekeren dat het voorzitterschap van de Raad de dialoog met de leden van het Parlement voort zal zetten.

Meerdere sprekers hebben gezegd dat er een gemeenschappelijk standpunt van de Raad moet komen, maar u weet natuurlijk ook dat alle lidstaten daarmee moeten instemmen, en dat is niet gelukt. Misschien kunnen we echter wel een nieuw geluid laten horen. Het voorzitterschap van de Raad zal in ieder geval onderzoeken of bepaalde standpunten veranderd zijn. Ik kan u nu uiteraard niet zeggen wat het resultaat zal zijn, maar we zullen doen wat we kunnen. Ik dank u nogmaals voor uw belangstelling, en hoop dat u er begrip voor heeft dat ik uw vergadering nu moet verlaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey Van Orden (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het zal u misschien verbazen maar het grootste deel van het verslag van de heer Romeva i Rueda is inhoudelijk onomstreden. Het is echter duidelijk dat de westerse democratieën zeer goed zijn in zelfkastijding. Dat hebben wij ook vanmiddag weer kunnen opmaken uit een aantal toespraken en uit de op nogal selectieve wijze genoemde voorbeelden. Heel vaak zetten we wettelijke en andere structuren op om de regelgevende bevoegdheden van de EU uit te breiden en onszelf beperkingen op te leggen. Als we echter naar de bewegingen van terroristen en rebellen over de hele wereld kijken en naar de personen die werkelijk ellende en lijden veroorzaken, dan zien we dat hun wapens en hun uitrusting niet uit democratieën maar uit andere landen afkomstig zijn. Op die landen zouden we vooral onze aandacht moeten richten. Daarom is er internationaal optreden nodig en moet er een verdrag komen waarmee de echte boosdoeners worden aangepakt. Anders dreigen we een verkeerd signaal af te geven, zowel aan onze eigen bevolking als aan degenen die de wapens leveren waarmee conflicten worden aangewakkerd.

Daarom dienen we onze inspanningen te richten op de totstandkoming van een doelgericht, internationaal verdrag inzake wapenhandel op het niveau van de Verenigde Naties. Een belangrijke aanzet hiertoe is al door de VN gegeven. Op 6 december 2006 heeft de Algemene Vergadering van de VN een resolutie aangenomen waarin de secretaris-generaal wordt opgedragen dit initiatief uit te werken. De heer Ban Ki-moon gaat in 2007 de standpunten van de lidstaten inventariseren en in 2008 komt een groep van regeringsdeskundigen bijeen, waarna de secretaris-generaal een verslag zal presenteren op de 63e zitting van de VN.

De Europese Unie moet dit vuurtje binnen de Verenigde Naties warm houden. Er valt weinig goeds te verwachten van een EU-regeling voor wapenuitvoer waarmee de Europese landen aan allerlei restricties worden onderworpen terwijl landen als China vrij zijn om wapens te verkopen aan wie ze maar willen. China is de meest lichtzinnige leverancier van wapens aan verfoeilijke regimes en andere groepen in Azië en Afrika, waaronder Soedan, Birma, Zimbabwe en andere landen, en zou zeker ingenomen zijn met striktere beperkingen op de wapenuitvoer die louter voor de lidstaten van de EU gelden.

Een gedragscode is waardevol, maar laten we het belang van de defensie-industrie voor de nationale veiligheid en voor onze economieën niet onderschatten, vooral in landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Zweden en enkele andere landen. De Britse defensiebedrijven spelen een vitale en strategische rol en dienen niet onderworpen te worden aan ongepaste wettelijke beperkingen, als die in veel andere landen niet gelden. Het probleem ligt niet bij onze defensie-industrie maar bij de weinig gewetensvolle buitenlandse regeringen en ondernemingen. Het Verenigd Koninkrijk beschikt over een van ’s werelds grootste defensie-industrieën en heeft de plicht dit initiatief van de VN te steunen, en het heeft ook toegezegd dat te zullen doen. De Britse Defence Manufacturers’ Association heeft verklaard de gedachte achter het internationale verdrag inzake wapenhandel toe te juichen. Het Verenigd Koninkrijk was een van de auteurs van de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 6 december 2006.

Willen we een internationaal verdrag realiseren waarmee de door bepaalde wapenexporteurs veroorzaakte ernstige problemen werkelijk kunnen worden aangepakt, dan dient dat beslist onder de vlag van de VN te gebeuren en het verdrag in kwestie moet ook gaan gelden voor China.

 
  
MPphoto
 
 

  Panagiotis Beglitis (PSE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, eerst wil ik zeggen dat het verslag van de heer Raül Romeva i Rueda het probleem goed beschrijft. Hij heeft een erg belangrijk verslag geschreven en de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement zal dit werkstuk steunen, zoals ze dat ook in de Commissie buitenlandse zaken heeft gedaan.

Jammer genoeg heeft de fungerend voorzitter van de Raad, de heer Gloser, de zaal al verlaten. Dat is jammer, want vandaag moesten we debatteren over het grote politieke probleem waarmee wij te kampen hebben: waarom blijft de Raad weigeren de Gedragscode om te vormen tot een voor iedereen bindende wetstekst, tot een doelmatig gemeenschappelijk standpunt? Dat is ons aller kernprobleem en hierop zullen wij worden afgerekend; hierop zal onze politieke verantwoordelijkheid worden afgerekend.

De Europese burgers willen weten door welke nationale, economische of strategische belangen de regeringen en lidstaten worden gedreven die onze wil om de Gedragscode om te zetten in een politiek standpunt en in een veel bindender instrument blijven dwarsbomen. Dit is geen tweederangs probleem. De geloofwaardigheid van de Europese Unie staat op het spel. Dit houdt verband met de waarden en beginselen waarop wij de gemeenschappelijke visie willen stoelen van een Europese Unie van vrede, veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling voor de volkeren in de derde wereld.

Wij, het Europees Parlement en de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, stonden achter het wapenembargo tegen China vanwege de voortdurende schendingen van de mensenrechten. Hierin moeten we voet bij stuk houden. Maar op een gegeven moment moeten we ook eerlijk toegeven dat het embargo en de sancties tegen China geenszins hebben bijgedragen aan de verbetering van de toestand van de mensenrechten in China, en dat moet ons tot nadenken stemmen.

De lidstaten die wapens uitvoeren, vooral naar onstabiele regio's in de wereld, maar ook naar derde landen die de grondbeginselen van de VN schenden door bezettingstroepen te houden in lidstaten van de Europese Unie, zoals Turkije in Cyprus, hebben een reusachtige verantwoordelijkheid. Mocht de Raad vandaag besluiten de Gedragscode om te vormen tot een juridisch bindende tekst, zou dat niet alleen een symbolische maar ook een erg concrete bijdrage van de Europese Unie zijn aan de stabiliteit op wereldvlak.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur feliciteren met zijn uitstekende verslag. Ik acht het evenwel nodig uiting te geven aan mijn vrees dat onze inspanningen om een EU-Gedragscode betreffende wapenuitvoer op te stellen, grotendeels vergeefs zullen zijn.

We mogen ons geen illusies maken. De gigantische wapenproducenten en -handelaars in onze wereld, die hoofdzakelijk gevestigd zijn in de VS, Rusland en China, vallen buiten onze jurisdictie en hanteren bovendien hun eigen wetten. De paranoïde fixatie op veiligheid, de wijdverbreide corruptie en de totale waanzin worden volledig uitgebuit en gemanipuleerd door lieden die methodes verkopen om dood en verderf te zaaien. De export van moordwerktuig is een handel die hun wereldwijd meer dan 1 biljoen dollar per jaar opbrengt, en zij laten zich geen halt toeroepen door de dromerige romantische ideeën van EU-Parlementariërs.

Laten we dus niet langer onze tijd verspillen aan het najagen van ondoelmatige wetgevingsutopieën en gaan nadenken over hoe we dit probleem bij de wortel kunnen aanpakken. Die wortel bestaat uit wapenonderzoek, -productie van -handel, uit de ongebreidelde activiteiten van de boosaardige, levensvernietigende en zich voortdurend uitbreidende wapenindustrie.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE). - Voorzitter, collega's, een goed debat wordt niet in het luchtledige gevoerd en, aanvullend op de voorbeelden die Carl Schlyter en ook Tobias Pflüger ons gaven, drie punten om ons de realiteit in te trekken. Een: jaarlijks sterven meer dan 500 000 mensen door conventionele wapens. Dat is één mensenleven per minuut, 90 mensenlevens gedurende dit debat. Twee: een op de drie landen geeft meer uit aan defensie dan aan gezondheidszorg. Drie: landen in Azië, Afrika, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika besteden gemiddeld 22 miljard dollar aan wapens. Met dit geld kunnen de millenniumdoelstellingen, zoals basisonderwijs voor alle kinderen en het uitbannen van kindersterfte, gerealiseerd worden.

Raul Romeva i Rueda slaat met zijn verslag spijkers met koppen en stelt terecht dat de EU-Gedragscode juridisch bindend gemaakt moet worden en verankerd moet worden in een gemeenschappelijk standpunt. Dit streven koppelen aan de opheffing van het wapenembargo tegen China is, denk ik, een immoreel standpunt.

Om te eindigen Voorzitter, het verslag stelt ook terecht de noodzaak om binnen de VN te komen tot een internationaal wapenhandelsverdrag. Ik hoop dat mijn land, Voorzitter, nu het lid is van de Veiligheidsraad, ook hieraan speciale aandacht zal besteden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jaromír Kohlíček (GUE/NGL). - (CS) Dames en heren, het is mij wel duidelijk dat de Commissie zeer zorgvuldig heeft overwogen welke commissaris dit verslag zou moeten inleiden. De Commissie is zich ervan bewust dat het meest gebruikte wapen in de Europese Unie de auto is en vandaar dat zij de commissaris voor vervoer heeft uitgekozen om dit debat te openen.

Maar nu serieus. De Gedragscode van de Europese Unie betreffende de uitvoer van wapens bevat weinig nieuws. Ik vind dat dit in het verslag uitstekend uit de verf komt en ik zou de rapporteur daar dan ook mee willen feliciteren.

Wat een prachtige titel: Gedragscode van de Europese Unie betreffende de uitvoer van wapens. Maar wat gaat erachter schuil? De grote landen van de Europese Unie behoren tot de grote wapenexporteurs. Dus na de uitbreiding van de Gemeenschap diende er zonder al te veel ophef afgerekend te worden met de concurrentie, concurrentie die nu ook van binnenuit de Unie komt. Dat de Verenigde Staten, een van de grootste wapenexporteurs ter wereld, zich niet inlieten met wapenbeheersing en dat de grote landen van de Europese Unie nog altijd alle uitvoerbeperkingen omzeilen, zijn feiten die in dit verslag helaas nauwelijks aan bod komen.

Minstens vier landen hebben vorig jaar proeven gedaan met kernwapens, maar volgens de rapporteur zijn alleen Noord-Korea en Iran gevaarlijk. De overige landen ontspringen de dans. Aan het embargo tegen China wordt vastgehouden, onder het voorwendsel dat China geen duidelijke en permanente verbetering heeft bewerkstelligd op het vlak van de mensenrechten en de politieke vrijheden. Vergeeft u mij mijn stoutmoedigheid, maar op deze basis kan de uitvoer van wapens naar bijna alle landen van de wereld worden verboden, te beginnen bij de grote landen van de Europese Unie en de Verenigde Staten. Ook Somalië en Saudi-Arabië zouden op zo’n lijst staan. Als ik me vergis, moet u me maar corrigeren.

Nog een laatste opmerking. Van de oude lidstaten van de Europese Unie hebben alleen België en Finland een uitvoervergunning voor wapens aangevraagd. Van de nieuwe lidstaten geldt dat voor de Republiek Tsjechië, Polen, Hongarije, Slowakije en Estland. De grootste wapenexporteurs ontbreken op dit lijstje. Dat is het grootste euvel van de bestaande Verdragen. Niet alleen de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links maakt zich hard voor een redelijke controle op de uitvoer van wapens, maar ook vele andere collega’s pleiten hiervoor. De inzet is echter het pakket maatregelen zoals opgenomen in het huidige voorstel. Tot nog toe is het resultaat bedroevend.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerard Batten (IND/DEM). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie buitenlandse zaken “acht het onaanvaardbaar dat er geen stappen zijn genomen om de Gedragscode als een gemeenschappelijk standpunt aan te nemen”. Een gemeenschappelijk standpunt zou als zodanig niet bindend zijn, maar het zou wel de algemene richtsnoeren vaststellen waaraan de lidstaten zich moeten houden. De rapporteur beschrijft het gemeenschappelijk standpunt als “een sterkere verbintenis (…) dan een gedragscode”.

In het verslag worden het voorzitterschap en de regeringen van de lidstaten opgeroepen om uit te leggen waarom de Gedragscode niet als een gemeenschappelijk standpunt is aangenomen. Het ontbreken van een gemeenschappelijk standpunt wordt betreurd en als reden daarvoor wordt aangevoerd dat de verdere ontwikkeling van de controle van de EU op de uitvoer daardoor is verzwakt en dat er geen stappen konden worden gezet naar de verdere, algehele harmonisatie van de Europese exportcontroles.

In het verslag wordt vermeld dat de opstellers ervan overtuigd zijn “dat de ontwikkeling en uitvoering van een geharmoniseerd Europees beleid inzake de controle op de wapenuitvoer van doorslaggevende betekenis zou zijn voor de versterking van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie”. Kijk, daar komt de aap uit de mouw. De argumenten die in het verslag worden aangedragen, vormen een instrument om het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid verder te ontwikkelen en om te voorzien in de alomtegenwoordige en niet-aflatende behoefte om alles te harmoniseren.

Het verhaal en de achtergrond van het Verenigd Koninkrijk zijn anders dan die van de overige Europese landen. Wij hebben langdurige en historische banden met onze bondgenoten in het Gemenebest en over heel de wereld. Groot-Brittannië is er tot op heden altijd veel beter in geslaagd om zijn fundamentele nationale belangen te behartigen dan welk ander hier vertegenwoordigd land dan ook. De UK Independence Party verwerpt dit verslag omdat Groot-Brittannië zelf zijn wapenexportbeleid moet kunnen bepalen, in het licht van zijn eigen nationaal, internationaal en buitenlandse beleid en zijn defensiebelangen, en in overeenstemming met de legitieme internationale overeenkomsten die het heeft gesloten.

 
  
MPphoto
 
 

  Luis Yañez-Barnuevo García (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het volstrekt oneens met mijn voorganger. Noch het Verenigd Koninkrijk, noch enig ander land, hoe groot en machtig ook, is in zijn eentje in staat de hedendaagse wereldproblemen aan te pakken - en dit is er maar een van -, hoezeer mijn collega ook meent dat het Verenigd Koninkrijk het gemakkelijk alleen af kan.

Zelfs de Europese Unie kan het niet alleen af, maar we staan niet helemaal machteloos. In het verslag doet de heer Romeva een groot aantal voorstellen, zoals hij dat al twee keer eerder heeft gedaan, namelijk als rapporteur over het zevende en het achtste jaarverslag van de Raad over de controle op de wapenuitvoer.

Verder wilde ik reageren op een opmerking die ik enkelen van u heb horen maken. Noch het verslag, noch de rapporteur, noch degenen die vóór het verslag hebben gestemd in de Commissie buitenlandse zaken, zijn tegen de wapenindustrie of tegen wapenuitvoer op zich. Zij zijn tegen het verkeerde gebruik, tegen misbruik van de wapenuitvoer. Daarom is de rapporteur vóór de controle die momenteel is voorzien in de niet-bindende Gedragscode en steunt hij - en velen met hem; morgen ook, dat weet ik zeker - een gemeenschappelijk standpunt van de Europese Unie inzake de controle op de wapenuitvoer.

Dat is absoluut noodzakelijk en draagt uiteraard bij tot de versterking van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie. Op deze manier kunnen wij misbruik, excessen en niet-naleving van de normen voor wapenuitvoer naar bepaalde landen - niet alleen naar landen die in een conflict zijn verwikkeld, maar ook naar landen waarvan de rechtsorde of de internationale betrekkingen tekortschieten - doelmatiger aan de kaak stellen, controleren en inperken.

Ik heb geen tijd meer om verder uit te weiden. Ik wil slechts de heer Romeva nog feliciteren met zijn verslag.

 
  
  

VOORZITTER: EDWARD McMILLAN-SCOTT
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mijn steun geven aan de waarschuwing in dit verslag dat onverantwoorde wapenverkoop tot corruptie kan leiden. Volgens de OESO-overeenkomst tegen omkoping, waarbij het Verenigd Koninkrijk is aangesloten, mag een onderzoek naar een verdenking niet worden beïnvloed door overwegingen van nationaal economisch belang, door het mogelijke effect op de betrekkingen met een andere staat of door de identiteit van de betrokken personen. Op grond van criterium 1 van de EU-Gedragscode dienen de lidstaten hun internationale verplichtingen na te leven en op grond van criterium 2 behoren zij de mensenrechten te eerbiedigen.

Daarom zou ik gisteren maar wat graag mijn oor te luisteren hebben gelegd in het vertrek waar Britse functionarissen aan de werkgroep omkoping van de OESO probeerden uit te leggen waarom de regering korte metten had gemaakt met een onderzoek van onze Serious Fraud Office naar vermeende corrupte betalingen teneinde de verkoop van wapens door het Britse Aerospace aan Saoedi-Arabië te verzekeren. Konden zij de wijdverbreide veronderstelling ontkrachten dat het onderzoek werd gestaakt omdat de Saoedi’s hadden gedreigd het contract te zullen opzeggen en in de toekomst met de Fransen in zee te gaan? Met andere woorden, lag de reden in de bescherming van arbeidsplaatsen? Het standpunt van de regering luidde dat de maatregel nodig was in het belang van de nationale veiligheid; de vrees bestond dat Saoedi-Arabië de contacten op het niveau van de inlichtingendiensten zou verbreken. Helaas voor de regering weigerde het hoofd van MI6 deze redenering te onderschrijven.

De regering-Blair heeft beloofd uiterste onkreukbaarheid te betrachten. In plaats daarvan heeft zij nieuwe en kandidaat-lidstaten een beschamend voorbeeld gegeven van de onlosmakelijke verwevenheid tussen corruptie en wapenverkoop. Hoe sneller het Verenigd Koninkrijk een deel van haar wapenproductie beëindigt, hoe beter.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Howitt (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mijn vreugde uitspreken over het feit dat dit jaar de werkzaamheden met betrekking tot het internationale verdrag inzake wapenhandel zijn begonnen, met de instemming van 153 lidstaten van de Verenigde Naties. Ik waardeer de voortrekkersrol die de Britse Labourregering heeft gespeeld bij het bewerkstelligen van die instemming in de Verenigde Naties, evenals het feit dat de woordvoerder van de Britse conservatieven zich vandaag uiteindelijk toch hiervóór heeft uitgesproken.

De Europese Unie en de lidstaten moeten een krachtige en proactieve aanpak blijven hanteren wat betreft onze steun voor het voorgestelde verdrag, vooral tijdens het komende bilaterale overleg met de nieuwe secretaris-generaal van de VN, en we moeten druk op de regering van de Verenigde Staten blijven uitoefenen opdat zij haar verplichtingen met betrekking tot het verdrag heroverweegt. Wij hebben een solide, doeltreffend en juridisch bindend verdrag nodig dat de handel in alle conventionele wapens bestrijkt en dat duidelijke normen bevat voor de situaties waarin geen wapenoverdracht mag plaatsvinden, inclusief de eerbiediging van de mensenrechten, en we dienen ook over een effectief controle- en handhavingsmechanisme te beschikken.

Ten aanzien van de andere vraagstukken in dit verslag wil ik opnieuw mijn goede vriend en collega, de heer Romeva i Rueda, prijzen met het uitstekende werk dat hij heeft verricht en waaraan ik van harte mijn steun geef. Sinds het debat van vorig jaar hierover zijn er in onze wereld nog eens 45 miljoen mensen het slachtoffer geworden van de verwoestende gevolgen van oorlogen. Er zijn verschrikkelijk veel dodelijke slachtoffers, maar we weten heel goed dat dit niet het enige is. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN zijn gewelddadige conflicten de allerbelangrijkste oorzaak van honger in de wereld van vandaag.

Mijnheer de Voorzitter, dit jaar hebben wij met zijn tweeën namens dit Parlement een bezoek gebracht aan de Democratische Republiek Congo. Uit een onderzoek van dit jaar is gebleken dat de rebellen in het oosten van dit land, ondanks het wapenembargo van de VN, munitie en wapens hebben ontvangen uit Griekenland, een lidstaat van de Europese Unie, en uit Servië, een land waarmee we onderhandelen over een associatieovereenkomst. Tegen de woordvoerder van de Britse conservatieven die in dit debat beweerde dat de Europese landen aan zelfkastijding doen, wil ik het volgende zeggen: wanneer iemand door een illegaal uitgevoerd wapen wordt gedood, noem ik dat gewoon moord. We kunnen ons niet verontschuldigen door te stellen dat het acceptabel is omdat China het ook doet. Europa heeft de plicht moreel leiderschap te tonen. We moeten ervoor zorgen dat dit gemeenschappelijk standpunt wordt aangenomen en volgend jaar in de Raad de landen die weigerden daarmee in te stemmen, openlijk bekritiseren. Ik wil de Duitsers bedanken voor de dingen die zij hebben gezegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Mikko (PSE). - (ET) Dames en heren, de wapenindustrie is een van de meest geavanceerde sectoren van de economie. Dankzij hun technologische voorsprong beheersen de ondernemingen in de westerse landen vandaag de dag de mondiale wapenmarkt. Daardoor hebben wij een grote verantwoordelijkheid, waar wij ons duidelijk geen raad mee weten. Er is geen afname van het aantal gewapende conflicten en deze conflicten worden steeds duurder.

De grote bedragen die aan wapens worden uitgegeven, maken investeringen in onderwijs en gezondheid onmogelijk. Deze vicieuze cirkel voedt al decennialang de conflicten in conflictgebieden. Het geld dat aan de dood wordt uitgegeven, had een leven lang het onderwijs en het voedsel kunnen betalen van degenen die zijn vermoord.

Reeds geproduceerde wapens kunnen uiteindelijk hun logische doel - conflictgebieden - bereiken, ook wanneer ze door een ESDP-missie zijn ingezameld, zoals in Bosnië is gebeurd. Ondertussen bezorgen deze wapens criminelen en illegale regimes winsten.

Als voorzitter van de delegatie in de samenwerkingscommissie met Moldavië weet ik dat de separatisten in Transnistrië zichzelf financieren met illegale wapenhandel. In een gebied in Cobasna dat gecontroleerd wordt door de elite van de voormalige KGB, bevindt zich de grootste munitievoorraad van Europa.

Wat het aantal slachtoffers betreft zijn kleine wapens vandaag de dag echte massavernietigingswapens. Het Kalasjnikov-machinegeweer bijvoorbeeld heeft onder extremisten een icoonstatus bereikt. Extremisten zijn er echter ook al herhaaldelijk in geslaagd geavanceerdere wapensystemen te bemachtigen. Ons gebrek aan verantwoordelijkheid zal zich vroeg of laat tegen ons keren.

Ik steun daarom het plan om de communautaire richtsnoeren inzake wapenuitvoer om te zetten in een juridisch bindend document. Ik weet dat de Raad van de richtsnoeren een gemeenschappelijk standpunt kan maken. Het is jammer dat de heer Gloser deze woorden niet hoort.

Ik hoop ook dat het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk een eind maken aan het gebruik van exportkredieten om de wapenuitvoer te steunen en dat de omkoping die met deze handel gepaard gaat, zal worden gestraft en niet alleen op papier.

De wereld heeft behoefte aan een internationaal verdrag inzake wapenhandel en Europa aan meer transparantie in de wapenhandel, zoals de rapporteur zei. Ik wil de rapporteur complimenteren met en bedanken voor zijn werk.

 
  
MPphoto
 
 

  Józef Pinior (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, een belangrijk feit dat in het Europees geheugen gegrift staat, is de kwalijke rol van de wapenindustrie in de aanloop naar de twee totalitaire oorlogen van de twintigste eeuw. Ik denk aan de schandelijke stemmingen in de Europese parlementen voor het verlenen van bewapeningskredieten aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog.

In de wereld van vandaag moet de Europese Unie dringend een geharmoniseerd Europees beleid voor de controle op de wapenexport uitwerken. Zo’n beleid zal het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid meer diepgang geven en de veiligheid van de Europese Unie verhogen. De Europese Unie mag geen situatie tolereren waarin uit Europa geëxporteerde wapens in bepaalde delen van de wereld leiden tot schendingen van de mensenrechten, tot verergering van de conflicten of tot misbruik van de middelen die bedoeld zijn voor duurzame ontwikkeling.

Ik wil ook onderstrepen dat het toepassingsgebied van de wetgeving betreffende de controle op de wapenexport in de Europese Unie moet worden uitgebreid. Ik vind dat particuliere beveiligingsdiensten daar ook onder moeten vallen. Een dergelijke wetgeving is in de Verenigde Staten al ingevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Joel Hasse Ferreira (PSE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de wapenexport door lidstaten van de Europese Unie mag niet haaks staan op de strijd voor de mensenrechten, en mag al evenmin een stimulans zijn voor dictaturen en oorlogszuchtige regimes. Als wij de veiligheid in Europa en de rest van de wereld willen waarborgen en terrorisme willen voorkomen, moeten wij alles doen wat in onze macht ligt om controle uit te oefenen op de Europese uitvoer van conventionele wapens en van materieel, technologie en goederen die onmiskenbaar voor militaire doeleinden worden aangewend.

Ik attendeer u erop dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan de praktijken en de voorgeschiedenis van de landen en regeringen die wapens en militair materieel aankopen, en dat ook de kwestie van de exportkredieten dient te worden aangepakt. Wij hebben inderdaad een helder, doelmatig en geharmoniseerd Europees beleid nodig. Het is van vitaal belang dat wij bijdragen aan een versterking van de internationale regels inzake wapenlevering. Ik zou mijn toespraak willen eindigen met een zin die ik hier op 16 november 2005 heb uitgesproken: ‘In de toekomst zal niemand begrijpen waarom defensieondernemingen in de Europese Unie in staat waren ongerechtvaardigde oorlogen uit te laten breken en dictatoriale regimes te steunen’. Dat is niet de reden waarom Europa oorspronkelijk is opgezet en dat is dus ook niet wat de Europese Unie behoort te doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE). – A Uachtaráin, ar an gcéad dul síos ba mhaith liom an tuairisc seo a thréaslú leis an tuairisceoir. Níl aon dabht ná go bhfuil dul chun cinn maith déanta leis an gcód saorálach faoi easpórtáil arm. Is í an fhadhb mhór a bhaineann leis, áfach, ná go bhfuil sé saorálach agus nach bhfuil dualgas dleathach ar na Ballstáit cloí leis na hoibleagáidí atá ann. Tá sé in am dúinn an cód seo a aistriú ina chomhbheartas Eorpach. In Éirinn, is oth liom a rá, níor chuir an rialtas i gcrích fós na gealltaí chun reachtaíocht 1983 faoi easpórtálaithe arm a thabhairt suas chun dáta. Dá bhrí sin, tá dreasacht ag déileálaithe arm an Stát a úsáid chun srianta níos láidre i dtíortha eile a sheachaint. Go ginearálta, ní aontaím le Coimeádaigh na Breataine ach caithfidh mé a rá go n-aontaím leis an tUasal Van Orden nuair a deireann sé go mba chóir go mbeadh an tAontas chun tosaigh ins na Náisiúin Aontaithe chun conradh nua faoi thrádáil arm idirnáisiúnta a bhaint amach. Chun críochnú, tugaim lántacaíocht do mhír 28 faoi lánchosc arm ar an tSín. Ar a laghad, ba chóir go gcoimeádfar an lánchosc sin go dtí go mbeidh dul chun cinn sásúil déanta le cearta daonna agus polaitiúla.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Ik wil de tolken bedanken en mijnheer De Rossa feliciteren met zijn fraaie Ierse accent.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, het Parlement heeft tijdens dit debat eens te meer laten zien dat het veel deskundigheid bezit op het gebied van de beheersing van de wapenhandel. Ik wil de heer Romeva i Rueda graag nogmaals bedanken. Hij heeft heel veel kennis weten op te bouwen over dit weliswaar moeilijke, maar zeer belangrijke dossier. Wij zien namelijk dat er her en der allerlei vormen van geweld worden aangewakkerd door de over de hele wereld verspreide wapens.

Velen van u hebben aangegeven dat zij een voortrekkersrol van de Europese Unie willen binnen de Verenigde Naties, opdat er een internationale wetgeving inzake wapenhandel tot stand komt. Ik heb daar goede nota van genomen.

Mijns inziens levert het Parlement op deze manier een bijdrage aan het proces ter versterking van de Europese controle op deze handel, die zo veel gevolgen heeft. Deze hele kwestie heeft een ethische dimensie die beslist van fundamenteel belang is.

Daarom wil ik alle afgevaardigden die een bijdrage hebben geleverd aan dit uitstekende debat graag bedanken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid