Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2205(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0066/2007

Ingediende teksten :

A6-0066/2007

Debatten :

PV 28/03/2007 - 17
CRE 28/03/2007 - 17

Stemmingen :

PV 29/03/2007 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0098

Debatten
Woensdag 28 maart 2007 - Brussel Uitgave PB

17. De toekomst van de eigen middelen van de Europese Unie (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is het verslag (A6-0066/2007) van Alain Lamassoure, namens de Begrotingscommissie, over de toekomst van de eigen middelen van de Europese Unie (2006/2205(INI)).

Mij is medegedeeld dat de rapporteur vanavond helaas niet aanwezig kan zijn hier wegens familieomstandigheden. De heer Böge vervangt hem.

 
  
MPphoto
 
 

  Reimer Böge (PPE-DE), plaatsvervangend rapporteur. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, voordat ik begin, wil ik graag namens de Begrotingscommissie, en trekt u dat alstublieft niet van mijn spreektijd af, het ongenoegen uitspreken over de vertraging die de agenda heeft opgelopen. Dat heeft ertoe geleid dat de heer Lamasourre om de genoemde redenen hier niet meer aanwezig kan zijn. Ik verzoek u dan ook om begrip voor het feit dat ik ook nog maar net te horen heb gekregen dat ik zijn bijdrage in de oorspronkelijke versie, dat wil zeggen in het Frans, zal moeten uitspreken. De cabines hebben een kopie gekregen. Daarom wordt het met de toegewezen vijf minuten een beetje krap, omdat Frans slechts mijn derde vreemde taal is.

(FR) Mevrouw de Vooorzitter, dames en heren, het verslag over de toekomst van de eigen middelen is erg belangrijk. Uw Begrotingscommissie heeft gekozen voor een oorspronkelijke politieke benadering. Het verslag dat aan het Parlement wordt voorgelegd, is een algemeen overzicht van de gang van zaken.

In de eerste plaats gaat het om een belangrijk onderwerp: achter de politieke crisis van de Unie gaat een even ernstige budgettaire crisis schuil. De overeenstemming over de financiële vooruitzichten heeft haar prijs: de budgettaire stagnatie van de Gemeenschap. In de begroting zijn fondsen gereserveerd voor het GLB en ondersteuning van de nieuwe lidstaten, maar niet voor bijvoorbeeld de transportnetwerken of Galileo, terwijl vrijwel in het geheel geen gelden zijn vrijgemaakt voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.

We hebben onlangs de vijftigste verjaardag gevierd van het Verdrag van Rome. We hebben ons verheugd over de successen van de Unie, een steeds hechtere Unie die is geïntroduceerd met het Verdrag. Laten we nu de moed hebben om te erkennen dat op het terrein van begrotingen de Unie in de afgelopen vijftig jaar steeds minder 'hecht' is geworden: de budgettaire solidariteit is niet toegenomen, zij is globaal genomen kleiner geworden. Tien jaar geleden vormde de Europese begroting 1,17 procent van het bbp, terwijl de begroting voor 2007 slechts 0,99 procent bedraagt.

In de eerste Verdragen is vastgelegd dat de uitgaven van de Gemeenschap in principe gefinancierd moesten worden uit de inkomsten van de Gemeenschap, dat wil zeggen, uit de fiscale inkomsten die direct aan de Unie werden toegewezen: ofwel nationale inkomsten als invoerrechten, of zelfs een echte Europese belasting, bijvoorbeeld een belasting op de omzet in kolen en staal in het kader van EGKS.

Bepaalde collega’s voor wie de nationale soevereiniteit erg belangrijk is, lijken volledig te zijn vergeten dat van de Verdragen waar zij zich aan vastklampten, soms na een referendum, nu juist ook een Europese belasting deel uitmaakte. Die belasting bestaat echter niet meer, zij is geen nieuw leven ingeblazen en de invoerrechten maken vandaag de dag maar 10 procent uit van de inkomsten van de Unie. Tegenwoordig is het grootste deel van de inkomsten afkomstig uit de nationale bijdragen, en dat is de oorzaak voor deze begrotingscrisis. De enige manier om het probleem op te lossen is een terugkeer naar de letter en de geest van het Verdrag van Rome, door de nationale begrotingen te verlossen van deze last en de uitgaven van de Gemeenschap te financieren met nieuwe belastinginkomsten die direct worden aangewend voor de uitgaven.

De Europese leiders zijn zich bewust van het probleem en hebben afgesproken dat zij elkaar in 2008-2009 zullen ontmoeten om het dossier over de Europese begroting opnieuw te openen en de hoofdstukken over inkomsten en uitgaven samen te voegen. Die belofte is expliciet uitgesproken in het akkoord over de financiële vooruitzichten.

Vervolgens is de politieke benadering, die nieuw is, aan de orde. Tegen de achtergrond van het gevoelige karakter van deze kwestie heeft de Begrotingscommissie voorgesteld er de financiële commissies van de nationale parlementen bij te betrekken vanaf het allereerste begin van de werkzaamheden. In twee jaar tijd hebben we vier keer gezamenlijk vergaderd en de rapporteur heeft reizen gemaakt naar de hoofdsteden van de helft van de lidstaten. Het doel is niet om overeenstemming te bereiken met alle nationale parlementen. Dat zou juridisch noch politiek mogelijk zijn. Er bestaat daarnaast geen procedure die regelt hoe nationale parlementen hun mening kunnen geven, maar we kunnen wel de weg bereiden voor de Commissie en de Raad, misverstanden uit de wereld helpen, luisteren naar punten van overeenkomst en gemeenschappelijke politieke benaderingen, en het eens worden over welke initiatieven terzijde geschoven zouden moeten worden of welke juist bezien moeten worden.

Het verslag van vandaag geeft daarom de stand van zaken weer, en stelt zich ten doel de onderwerpen te inventariseren waarover een redelijke brede consensus bestaat onder de gesprekspartners die ons waren toegewezen door de nationale parlementen. Die consensus neemt drie vormen aan: consensus over de zwakke plakken in het huidige systeem, consensus over de politieke richting van een hervorming en consensus over de inhoud van een eerste fase, die snel zou moeten beginnen, en die in de allereerste plaats gericht zou moeten zijn op vereenvoudiging van het huidige systeem. Zo zouden de bijdragen uit de nationale begrotingen eenvoudigweg moeten worden gebaseerd op het bbp in plaats van op regels die in de loop van de jaren onontwarbaar complex zijn geworden.

Er is echter nog geen consensus over de dringende noodzaak en de inhoud van een tweede fase. Wat ons betreft is die tweede fase cruciaal. Zij zou moeten bestaan uit het selecteren van die fiscale bronnen uit de huidige, die geleidelijk in de plaats zouden kunnen komen van de nationale bijdragen, zonder de fiscale lasten van de burger te verhogen. Op dit moment bevat het voortgangsverslag slechts een overzicht van belastingen die in aanmerking zouden kunnen komen voor deze operatie, zonder dat daaraan een aanbeveling is gekoppeld. Dat zal het doel zijn van een tweede verslag, dat ik aan het einde van dit jaar zal indienen, in vervolg op een interparlementaire conferentie die aan deze kwestie zal worden gewijd en die door het Portugese voorzitterschap is aangekondigd voor 4 en 5 november.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Dank u zeer, mijnheer Böge. Ik denk dat het applaus van onze collega’s alles zegt.

 
  
MPphoto
 
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, namens de Europese Commissie wil ik de Begrotingscommissie en haar vaste rapporteur, Alain Lamassoure, bedanken voor het indrukwekkende resultaat van hun werkzaamheden met betrekking tot een bijzonder gevoelig onderwerp, dat in dit verslag zijn neerslag heeft gekregen. Ik sluit mij aan bij het applaus dat de heer Böge voor zijn uitstekende presentatie heeft gekregen.

Tevens wil ik benadrukken dat de Commissie zich ertoe verplicht rekening te houden met een uitgebreide gedachtewisseling, die zij met het Europees Parlement zal voeren wanneer zij de situatie beoordeelt. Dit is in overeenstemming met het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 en zal plaatsvinden in het kader van de raadplegingen en overwegingen die voorafgaan aan de herziening van het financieel kader. Daarom ben ik blij met het debat van vandaag.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisa Ferreira (PSE), rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken . (PT) Het huidige systeem is onrechtvaardig en voor de burgers onbegrijpelijk. Dat is ook de conclusie van de Commissie economische en monetaire zaken. We zullen het systeem dus moeten herzien, reden waarom ik heel blij ben met dit initiatiefverslag. Ik wil de rapporteur graag gelukwensen met zijn uitstekende werk.

Europa moet over de nodige middelen kunnen beschikken om zijn strategische doelstellingen te kunnen verwezenlijken, en dat geldt vooral voor de Lissabon-strategie en de sociale en territoriale cohesie. Het is tijd dat we het idee van een juste retour opgeven. Dat idee staat immers op gespannen voet met de essentie van een gezamenlijke begroting. Het houdt ook geen rekening met de voordelen die uit de interne markt voortvloeien: in de begroting klinken die immers niet door.

Duidelijk is ook dat we voor dit debat over inkomsten opnieuw zullen moeten gaan kijken naar onze prioriteiten bij de uitgaven. Het is nog te vroeg om te discussiëren over specifieke nieuwe bronnen van inkomsten en tijdsschema's. We moeten nu echter wel reeds garanderen dat de heffingen progressief en transparant zullen zijn, en dat ze belastingdruk op de burgers niet verder zullen opvoeren.

Het Parlement heeft vandaag laten zien dat het in dit proces een sleutelrol wil – en kan – spelen. En het moet dat blijven doen – in het belang van Europa en dat van de Europese burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerardo Galeote (PPE-DE), rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling. (ES) In de eerste plaats wil ik mijn collega, de heer Böge, feliciteren met zijn uitstekende Frans, waar ik zeer jaloers op ben, en natuurlijk ook de rapporteur, de heer Lamassoure, met zijn poging om een debat op gang te brengen dat van cruciaal belang is. We zullen zien of de andere communautaire instellingen op een gegeven moment de moed zullen hebben om dat debat aan te gaan.

Ik denk dat we vrijwel allemaal de basisdoelstellingen van het verslag onderschrijven: een Europees stelsel dat de burgers kunnen begrijpen en dat, uiteraard, de belastingdruk niet verhoogt. Ik wil me echter concentreren op een eis die prioriteit heeft voor de Commissie regionale ontwikkeling, namelijk het behoud van de solidariteit als fundamentele pijler van de Europese integratie, en dat geldt des te meer na de laatste uitbreidingen.

De economische, sociale en territoriale cohesie vereisen een rechtvaardig en billijk financieringsstelsel waarin naar behoren rekening wordt gehouden met enerzijds de relatieve welvaart en anderzijds het bijdragevermogen van de lidstaten. Daarvoor moeten de regressieve elementen van het huidige stelsel worden geëlimineerd, moet een eind worden gemaakt aan de terugstortingen uit de communautaire begroting aan de meest welvarende landen en moet, zoals in het verslag wordt voorgesteld, de toekomst van de eigen middelen worden gebaseerd op de criteria van billijkheid en progressiviteit.

De voordelen van het EU-beleid, mevrouw de Voorzitter, kunnen niet worden gemeten door alleen de netto saldi te berekenen, omdat daarbij geen rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld de handelsbalansen tussen de landen van de Gemeenschap. Kortom, ik ben van mening dat het centrale element van de toekomstige financiering van de Europese Unie moet zijn dat de bijdragen van de lidstaten gerelateerd worden aan hun bruto nationaal product.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Carnero González (PSE), rapporteur voor advies van de Commissie constitutionele zaken. (ES) We streven allemaal naar hetzelfde: een effectiever en democratischer Europese Unie, en daarvoor hebben we twee instrumenten nodig: de Grondwet, die zich in het ratificatieproces bevindt, en de materiële middelen om onze doelstellingen te verwezenlijken.

Onze middelen zijn niet toereikend en niet transparant, en daarom is de huidige situatie onhoudbaar. Het is waar dat in de Europese Grondwet een nieuwe balans wordt gevonden waarbij het Europees Parlement meer bevoegdheden krijgt als begrotingsautoriteit. Maar die krijgt het nog steeds niet als het om de eigen middelen gaat. Die balans mag nu misschien aanvaardbaar lijken, maar dit Huis moet in de toekomst de mogelijkheid hebben om wetgeving te maken over die eigen middelen, op grond van twee overwegingen: in de eerste plaats moet er een directe relatie worden gecreëerd tussen de burgers en de middelen, en in de tweede plaats moet het afgelopen zijn met de uitzonderingen, de terugstortingen en de cheques.

Als het verslag-Lamassoure in die richting gaat, wat ik denk, zullen wij in de Commissie constitutionele zaken, met deze tekst en met de uiteindelijke tekst, in diezelfde richting werken.

 
  
MPphoto
 
 

  Salvador Garriga Polledo, namens de PPE-DE-Fractie. (ES) Het is spijtig dat onze rapporteur, de heer Lamassoure, niet aanwezig kan zijn bij het debat over dit belangrijke initiatiefverslag, en het is heel spijtig dat het mogelijk is dat parlementaire werkzaamheden met anderhalf uur vertraging beginnen, want daar hebben we allemaal last van.

In ieder geval zal de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten het verslag van collega Lamassoure steunen, vooral op basis van één constatering: het recente akkoord over de financiële vooruitzichten heeft laten zien dat we over onvoldoende middelen beschikken. En dat is zo ondanks dat collega Lamassoure ons in paragraaf 10 zelf meedeelt dat als de Raad het besluit van Edinburgh van 1992 had gevolgd, waarin 1,24 procent van het bruto binnenlands product van de Europese Unie voor de communautaire begroting werd gereserveerd, we 240 miljard euro meer hadden gehad, wat voldoende zou zijn geweest om in deze jaren een veel ambitieuzer beleid te voeren, dat veel effectiever zou zijn geweest voor alle lidstaten.

Dat besluit van Edinburgh van 1992 bevatte dus al de oplossingen, maar de lidstaten zijn er vervolgens niet in geslaagd om die toe te passen, zoals collega Lamassoure zelf zegt.

Daarom moeten we zoeken naar de optimale omvang van de communautaire begroting en niet alleen nieuwe eigen middelen vaststellen – wat in het verslag-Lamassoure wordt voorzien voor de tweede fase en waar wij het volledig mee eens zijn – maar moet er ook, zoals de rapporteur heel duidelijk stelt, een directe koppeling worden aangebracht tussen de eigen middelen en het beleid dat door die middelen wordt gefinancierd, ofwel de uitgaven, maar wel op basis van een fundamenteel idee, mevrouw de Voorzitter: solidariteit. Dit veronderstelt dat degenen die profiteren van de structuurfondsen of van de landbouwsubsidies, niet hoeven te betalen voor de tekorten waar de lidstaten ons mee opzadelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Guy-Quint , namens de PSE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het initiatiefverslag waarover we vandaag debatteren heeft betrekking op een terrein dat van cruciaal belang is voor de toekomst van de Unie – dat van de eigen middelen. Wanneer we het hebben over de eigen middelen van de Unie, hebben we het over haar bestaansmogelijkheden, maar bovenal hebben we het over de middelen waarover ze beschikt om taken uit te voeren en maatregelen te nemen. We hebben het over de continuïteit van de Europese gedachte en van het innovatieve beleid dat we alleen dankzij Europa kunnen voeren.

Het streven van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement is om deze twee ambitieuze doelstellingen te verwezenlijken: verder bouwen aan Europa en politieke en economische innovatie. Het Parlement moet de lidstaten laten zien dat het Europa van projecten, het Europa van saamhorigheid en solidariteit, mogelijk is. Mits we niet terugvallen op onze nationale voordelen. Mits we een verantwoord parlementair voorstel goedkeuren in de hoop dat de Raad zal aansturen op een transparant, eerlijk en effectief systeem. De eigen middelen van de Unie moeten hoognodig worden vereenvoudigd. Dit complexe systeem is onbegrijpelijk geworden voor de burger en de Europese beleidsmakers. Het is een oneerlijk en ongeschikt systeem.

Onze samenwerking met de nationale parlementen heeft ons ervan overtuigd dat de invoering van een nieuwe begroting voor eigen middelen een zaak van lange adem zal worden en dat deze in twee fasen moet plaatsvinden. Momenteel is het communautair begrotingsoverleg niet veel meer dan een botsing van nationale ego’s. Hier doet een principe opgeld dat ons op een dwaalspoor zet: het principe van eerlijke bijdragen, dat de Europese solidariteit ondermijnt en indruist tegen ons project. Het is het kwaad van de Europese Gemeenschap. We moeten het hele concept netto begrotingssaldo overboord gooien.

Dankzij de rapporteur en de amendementen die zijn ingediend door de Begrotingscommissie benadrukt de tekst hoe belangrijk het is om alle vormen van compensatie en kortingsmechanismen eens en voor altijd af te schaffen. Het is dan ook logisch om de btw-middelen tijdelijk af te schaffen omdat deze in hun huidige vorm alle gevallen legitimeren waarin een restitutie wordt toegekend. Ook scharen we ons achter de in het verslag-Böge genoemde opties over de financiële vooruitzichten. Het is van cruciaal belang om deze hervorming van de opbrengsten te koppelen aan de hervorming van de uitgaven. In dit verband kan cofinanciering van het GLB worden overwogen, zij het zonder renationalisatie.

We moeten eerst het oneerlijke systeem overboord gooien zodat we Europa vervolgens middelen kunnen verschaffen die berusten op degelijke en billijke grondslagen. Pas als dat gebeurd is, stelt de heer Lamassoure voor om met behoud van de fiscale soevereiniteit van de lidstaten een belasting in te voeren die diverse vormen kan aannemen. Zo steunen wij het idee van een geconsolideerde belasting, zoals de vennootschapsbelasting of de milieuheffing, die Jacques Delors al in 1991 voorstelde, of een belasting op financiële transacties, een belasting op valutatransacties.

In dit verslag houden we alle opties open. We bereiden ons voor op de tweede fase van onze werkzaamheden. We maken dan ook de balans op van een misleidend systeem, zodat we er korte metten mee kunnen maken. Met uitzondering van douanerechten en bepaalde landbouwheffingen zijn de andere ontvangsten geen eigen middelen.

Tot slot betekent het verschaffen van echte middelen aan de Unie het vergroten van de autonomie van Europa als het gaat om middelen, zodat het niet langer onderworpen is aan de blokkeringsbevoegdheid van een bepaalde lidstaat. Het betekent ook dat er weer samenhang in de begroting komt. Wie beslissingen neemt over uitgaven moet tegenover de publieke opinie verantwoording afleggen over de inkomsten. En dat betekent afstappen van het 'voor wat hoort wat' idee dat al onze Europese projecten al jarenlang ondermijnt en funest is voor de solidariteitsgedachte die ten grondslag ligt aan Europa, waarvan we het vijftigjarig bestaan vieren.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Mulder, namens de ALDE-Fractie. Voorzitter, mijn complimenten in zijn afwezigheid aan de heer Lamassoure en in zijn aanwezigheid aan de heer Böge voor zijn voordracht. We hebben allen in ons geheugen de ervaringen met de recente top van 2005 en de bewegingen die eraan vooraf gingen. Ik denk dat het gehakketak geen waardig schouwspel is voor Europa. Wij moeten komen tot een andere manier van eigen inkomsten en het verslag-Lamassoure geeft daartoe een goede aanleiding.

De Liberale Fractie kan in overgrote meerderheid de voornaamste conclusies van het verslag-Lamassoure delen. Wij vinden dat het bruto nationaal inkomen waarschijnlijk de beste methode is om de rijkdom van de landen te meten en daarop vervolgens ook de afdracht te meten. Dat hoeft niet te verhinderen dat we later andere middelen onderzoeken en, zoals al door velen gezegd is, het zal niet mogen leiden tot een verhoging van de belastingdruk, maar we zullen de bestaande belastingen moeten gebruiken om een deel van de inkomsten aan Europa te verschaffen.

Wij delen niet de mening dat het jammer is dat we de 1,24 procent die in 1992 in Edinburgh werd vastgelegd, niet hebben gebruikt. Tot nu toe is het al moeilijk geweest voor de Commissie om de bestaande begroting uit te voeren. Ieder jaar wordt er zoveel miljard euro teruggestort aan de lidstaten en met dat gegeven is het moeilijk om te rechtvaardigen dat er nog meer moet worden begroot en meer moet worden uitgegeven.

Je moet een begroting maken op basis van de reële behoeften en voorlopig hebben we die 1,24 procent nog niet bereikt. Het is toeval dat de commissaris verantwoordelijk voor landbouw hier vanavond zit; ik kan haar mededelen dat de Liberale Fractie van mening is dat de verplichte cofinanciering van bepaalde landbouwuitgaven een groot voordeel is voor Europa en dat we dat zeker moeten bevorderen in de toekomst, en wie weet krijgt zij vanavond nog een idee voor haar healthcheck volgend jaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk, namens de UEN-Fractie. (PL) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, ik zou enkele kanttekeningen willen plaatsen bij het debat over de toekomst van de eigen middelen van de Europese Unie.

Eerst en vooral is het huidige stelsel van eigen middelen van de Unie ondoorzichtig en, meer nog, onrechtvaardig. De zogenaamde 'kerstcadeautjes' van de Europese Raad van Brussel in december 2005 hebben de situatie er bovendien niet eenvoudiger op gemaakt.

Ten tweede toont dit systeem duidelijk aan dat de afzonderlijke lidstaten nauwelijks bereid zijn om beleidsmaatregelen te financieren waar ze zelf weinig voordeel bij hebben. De Britse korting is hiervan het meest treffende voorbeeld.

Ten derde vind ik de voorgestelde oplossing om een nieuw stelsel van eigen middelen te creëren – en in het bijzonder het voorstel voor een nieuwe Europese belasting – om minstens twee redenen onaanvaardbaar. Een dergelijke aanpak zou niet alleen de belastingsdruk voor de burgers vergroten, maar de lidstaten eveneens een deel van hun fiscale bevoegdheden ontnemen.

Ten vierde wordt in het verslag beweerd dat de uitgaven voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid niet het gewenste resultaat opleveren. Deze zienswijze baart mij ernstige zorgen. Het probleem van de voedselveiligheid in de Europese Unie is een van de basisredenen voor het bestaan van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en alleen al vanuit dat oogpunt zouden de uitgaven voor de landbouw niet ter discussie mogen worden gesteld. Het voorstel om het gemeenschappelijk landbouwbeleid te hernationaliseren is eveneens onaanvaardbaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Gérard Onesta , namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, er waren daarstraks vele mensen aanwezig in deze vergaderzaal: we hadden het over de Verklaring van Berlijn. Hedenavond, in een veel legere zaal, gaan we mogelijk handen en voeten geven aan deze verklaring, want als we menen Europa vorm te kunnen geven zonder onszelf hiertoe de middelen te verschaffen, dan komen we niet ver. Begrotingsmiddelen waren tot nu toe afhankelijk van structuren die werkten met zes landen, maar met zevenentwintig landen volledig achterhaald zijn. De grote verdienste van het verslag van de heer Lamassoure is dat het dit op niet mis te verstane wijze aan de kaak stelt. Financiering werkt niet wanneer deze zozeer wordt genationaliseerd dat telkens als we een euro geven, we deze in een nationale vlag wikkelen en proberen meer terug te krijgen dan we gegeven hebben. Deze kritiek is het aspect van het verslag dat de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie aanspreekt.

Er zijn daarentegen ook zaken die ons veel minder aanspreken. Wij begrijpen niet waarom we ons beperkingen opleggen terwijl het een initiatiefverslag is. We hadden inderdaad graag de term 'Europese belasting' gezien. Ik weet zeker dat binnen dit Parlement een meerderheid bestaat die vindt dat we deze term moeten durven gebruiken in plaats van die verkapte Europese belasting: een snufje btw hier, een kleine bijdrage daar. We hadden het lef moeten hebben deze term op te nemen in dit verslag. En waarom praten over een overgangsperiode terwijl we maar al te goed weten waar we heen zouden moeten? Door koste wat kost sommige mensen te willen paaien en anderen gerust te stellen ontdoen we dit verslag van al zijn zeggingskracht, terwijl de uitgangspunten uitstekend waren.

Ik wil graag nog een laatste punt aan de orde stellen, dat erg belangrijk is voor onze fractie: waarom leggen we onszelf al voor het begin van de wedstrijd een handicap op door de drempel op 1,24 procent te leggen? Waarom deze heilige koe waarvoor het Parlement, dat er steeds tegen gekant is geweest, eerbiedig moet buigen? Wij weten – en daarover gaan we in 2008 een debat voeren – dat deze drempel een obstakel vormt om Europees beleid met echte middelen te ondersteunen. Laten we vergelijken wat onze buren doen: in de Verenigde Staten brengen ze 20 procent van hun bbp bijeen.

Het is dan ook duidelijk dat het verslag-Lamassoure jammer genoeg enkele concessies heeft moeten doen, zozeer dat het zichzelf aan banden heeft gelegd. Onze vraag is: hoe kunnen we de heer Lamassoure een duwtje in de rug geven zonder hem te laten struikelen? Het beste antwoord is: door ons van stemming te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Esko Seppänen, namens de GUE/NGL-Fractie. (FI) Mevrouw de Voorzitter, de rapporteur, de heer Lamassoure, heeft de juiste conclusie getrokken: het is nu niet de tijd voor lidstaten om hun soevereiniteit op het gebied van fiscale zaken op te geven. Het huidige systeem van eigen middelen kent veel gebreken. De rebate van het Verenigd Koninkrijk is niet gerechtvaardigd. De speciale voordelen die enkele andere lidstaten onder de schaduw daarvan op de top van 2005 hebben gekregen, zijn dat ook niet. Zeer terecht wordt gewezen op het zogeheten Rotterdam-effect, de overcompenserende premie van 25 procent voor het innen van douanetarieven. Het systeem kan niet worden hervormd zonder tegelijkertijd rekening te houden met de toewijzing van communautaire uitgaven en vooral de teruggave aan de lidstaten in de vorm van landbouwsubsidies. De cofinanciering van de landbouw wordt in het verslag onder het tapijt geveegd en zal daar zeker te vinden zijn bij de tussentijdse evaluatie van de financiële vooruitzichten voor 2007-2013. Dan moet er aandacht komen voor deze problemen, die niet mogen worden opgelost door de Europese Unie het recht op belastingheffing te geven of door een gemeenschappelijke Europese belasting in te voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin, namens de IND/DEM fractie. (SV) Mevrouw de Voorzitter, de kwestie van de invoering van een EU-belasting is opgeworpen, aangezien er duidelijk mensen zijn die vinden dat de EU veel te weinig geld heeft. Dat wil men oplossen door de EU een belasting direct uit de zakken van de burgers te laten kloppen. In paragraaf 6 van het verslag wordt de eis dat alle lidstaten het eens moeten zijn over zulke vraagstukken, bekritiseerd. Landen die hier terughoudend tegenover staan, moeten duidelijk gepasseerd kunnen worden. Dat is een betreurenswaardige stellingname, niet op de laatste plaats vanuit een democratisch perspectief.

De Junilijst verzet zich sterk tegen het innemen van een deel van de nationale belastingen door de EU. Het verslag is geschreven als een verdere stap in de richting van een EU-staat met recht van belastingheffing, een gemeenschappelijke minister van Buitenlandse Zaken, gemeenschappelijke strijdkrachten en een gemeenschappelijke munteenheid. Een verschrikkelijke gedachte! Wij hebben een amendement ingediend waarin we de onaantastbare soevereiniteit van de lidstaten op het gebied van belastingen benadrukken. Wij zijn van mening dat de lidstaten het er unaniem over eens moeten zijn voordat er enige vorm van EU-belasting ingevoerd zal worden. Dat sluit aan bij de standpunten van de burgers in tal van EU-landen.

Wij leden van het Europees Parlement dienen gevolg te geven aan de wensen van onze kiezers, dat wil zeggen gehoor geven aan de standpunten van de burgers en handelen in overeenstemming daarmee. Dames en heren, ik hoop dat we luid en duidelijk nee zeggen tegen dit verwerpelijke verslag tijdens de stemming morgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Petre Popeangă, în numele grupului ITS. – Raportul Lamassoure, excelent prezentat de domnul Böge, este o continuare logică a demersurilor anterioare în acest deosebit de seducător domeniu al reformării sistemului resurselor financiare proprii Uniunii Europene.

Demersul este, cel puţin în plan teoretic, deosebit de interesant, motivat de faptul că, pornind de la realitatea insuficienţelor actualului sistem de finanţare a bugetului Uniunii Europene, prezintă o foarte curajoasă propunere de reformare a acestuia. Am limitat aprecierea la planul teoriei, deoarece consider că în stadiul actual de dezvoltare economică diferită a statelor membre, adoptarea unui sistem de finanţare bazat în întregime pe surse de natură fiscală, nu mi se pare total realistă.

Fără a nega necesitatea reformei, mult mai pragmatică mi s-ar părea o abordare progresivă a acestei acţiuni, bazată pe menţinerea resursei tradiţionale, descrescătoare în timp, dublată de resurse de natură fiscală în pondere crescătoare. Menţionez, de asemenea, că propunerea privind extinderea principiului adiţionalităţii asupra unor politici a căror implementare antrenează resurse consistente de la bugetul comunitar, este puternic defavorabilă statelor membre mai puţin dezvoltate, precum România, deoarece antrenează în mod automat cofinanţări de la bugetul naţional în detrimentul finanţării propriilor programe.

În sfârşit, dintre mai multe observaţii pe care le am în legătură cu modificarea sistemului resurselor proprii, propusă de autori pentru etapa a doua a reformei, o să mă opresc doar la două: cea privind posibila alegere a TVA ca sursă proprie a bugetului Uniunii, acţiune pe care o apreciez ca fiind complicată, chiar în condiţiile înscrierii în documente a cotei-părţi destinate bugetului comunitar şi, de asemenea, cea privind impozitul pe profit, datorită faptului că în această materie nu există armonizare legislativă necesară, fiecare stat membru având în prezent reglementări proprii, fapt ce face ca această resursă să fie, cel puţin deocamdată, de neluat în considerare.

 
  
MPphoto
 
 

  Hans-Peter Martin (NI).(DE) Voorzitter, ik kijk in de ogen van een man, de heer Böge, die door mij en vele anderen als zeer intelligent wordt ingeschat, en met mij in deze zaal zijn er nog een paar die één plus één bij elkaar kunnen optellen. Vervolgens bekijk ik dit verslag en dan denk ik: wat is er aan de hand? Wat is dat griezelig onrealistisch. Als academische verhandeling mag het waarde hebben, maar daarvoor zijn we hier niet bij elkaar.

Wie koopt er nu in hemelsnaam een product waarvan hij niet stellig overtuigd is, dat het de prijs waard is? We moeten toch zeker om te beginnen alles wat de EU doet, en vooral alles wat de EU niet doet, corrigeren en samenvatten, en er dan snel toe overgaan om de financiering op het juiste niveau te brengen: landbouw, Cohesiefonds, de voortzetting van tal van fondsen en programma’s die eigenlijk zichzelf al zouden moeten kunnen bedruipen. Daar moeten we toch mee beginnen.

Ik acht het voorstel – dat ook uit uw land komt, ik geloof zelfs uit uw fractie, mijnheer Böge – om te kijken of we op een aantal terreinen niet eenvoudigweg van doen hebben met nettobetalingen, verstandig, omdat het controle mogelijk maakt. Als er dan nog niet genoeg is en we eigen middelen nodig hebben, kan er over veel gepraat worden, maar niet onder valse voorwendselen, zoals nu het geval is.

Overigens ben ik van mening dat we dringend behoefte hebben aan minder bureaucratie en meer democratie, juist ook in deze zaak.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard James Ashworth (PPE-DE). (EN) Mevrouw de Voorzitter, in principe mogen we blij zijn dat de EU haar stelsel van eigen middelen eenvoudiger, transparanter en begrijpelijker voor burgers wil maken. Ik wil Alain Lamassoure complimenteren met het werk dat hij heeft verricht om een stimulans aan dit debat te geven en om duidelijk te maken dat verandering nodig is.

Ik deel zijn visie dat de huidige btw-component te ingewikkeld is en moet worden aangepast. Wat betreft de overige traditionele eigen middelen zien wij evenwel geen noodzaak tot wijziging. Volgens ons is een op het bruto nationaal inkomen (BNI) gebaseerd financieringssysteem logisch en eerlijk en wij willen dat systeem graag steunen. Wij vinden echter dat hier geen sprake kan zijn van echte eigen middelen. Integendeel. Wij denken dat een gezond debat tussen de lidstaten als betaalmeesters en de Commissie als ontvanger heel nuttig is. Op die manier wordt het voor het publiek heel duidelijk dat de EU geen instelling is die in haar eigen behoeften voorziet, maar dat zij tot doel heeft de lidstaten te helpen hun gemeenschappelijke doelen te bereiken.

We juichen ook de gelegenheid toe om het gemeenschappelijk landbouwbeleid te herzien. Dit is onvermijdelijk een ingewikkelde exercitie, omdat via een hervormd GLB de nieuwe lidstaten moeten worden geholpen hun landbouw te ontwikkelen, terwijl de EU-15 de mogelijkheid dienen te krijgen om financiële middelen over te hevelen ten behoeve van milieumaatregelen die door de bevolking worden ondersteund, en om de totale kosten voor de Gemeenschap te beperken.

Daarom sta ik achter het beginsel van verplichte medefinanciering. Het is de meest logische aanpak voor de hervorming van de uitgaven en, zoals het verslag al aangeeft, biedt het de mogelijkheid om de noodzaak van kortingen weg te nemen.

Ik wil echter nogmaals benadrukken dat de onderhandelingen complex zullen zijn en beter gevoerd kunnen worden in het kader van de begrotingsherziening die voor 2008-2009 gepland staat. Daarom zal ik tegen het verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jutta Haug (PSE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, we bespreken vandaag opnieuw de kwestie van de toekomst van onze eigen middelen. Dat doen we op dit moment eigenlijk alleen omdat het protocol dat vereist. De verantwoordelijke commissaris is niet aanwezig, de bank van de Raad is helemaal leeg, en alle Parlementsleden die ik hier rondom mij zie, zijn de collega’s waarmee ik al vele uren in de Begrotingscommissie heb gediscussieerd over het tussentijdse verslag van de heer Lamassoure. We hebben nog eens alle argumenten uitgewisseld die we al in 1990, 1994, 2001 en 2005 hebben aangemerkt als punten die van wezenlijk belang zijn voor de hervorming van de eigen inkomsten. We willen een eenvoudiger systeem dan we nu hebben. We willen meer rechtvaardigheid, meer gelijkheid tussen lidstaten, ook aan de inkomstenzijde, een einde aan alle uitzonderingen, en we willen meer transparantie aan de inkomstenkant van de begroting. Transparantie voor alle afgevaardigden in het Parlement, voor de leden van de Raad, en vooral voor de burgers. Het kan toch niet zo moeilijk zijn voor de Raad om zich achter deze wensen te scharen. We kunnen niet blijven doorgaan met het beklimmen van onze zeepkisten en ondertussen geen stap dichter bij de burgers komen. Bovendien maakt dit het natuurlijk niet gemakkelijker voor de burgers om de Europese begroting te begrijpen. Het gaat ook om meer democratie.

Het Europees Parlement kan als vertegenwoordiger van de Europese volkeren alleen over de uitgaven van de Europese Unie meebeslissen, niet over de inkomsten. Dat leidt tot de tamelijk verwarrende situatie dat de Raad ons een deel van onze verantwoordelijkheid ontneemt, maar het Parlement tegelijkertijd afschildert als spilziek, dat alleen maar voor het verhogen van de uitgaven kan zijn omdat het geen verantwoordelijkheid draagt voor de inkomsten en zich daar dus ook niet voor hoeft te verantwoorden. Maar zo is het toch niet, zullen sommigen van u zeggen. Maar zo is het wel. Ik heb het zelf meegemaakt. Binnen een half uur kwamen beide uitspraken uit de mond van een en dezelfde minister van Financiën.

Het Parlement is ook nog eens altijd bereid te onderhandelen. We hebben nog nooit tegen de keer in onze wil doorgedreven. Dat heeft Alain Lamassoure nu ook weer op zijn charmante manier gedaan met zijn zeer bescheiden voorstel voor een hervorming van de eigen middelen in twee fasen. We steunen hem daarin op vrijwel ieder punt, ook zijn wens om nu niet de nationale fiscale bevoegdheden aan te tasten door een Europese belasting te eisen. Deze steun, dat geef ik graag toe, krijgt hij ook van mij. Van mij, terwijl ik toch, zolang als ik al lid van dit Parlement ben, het standpunt No representation without taxation heb verdedigd. U ziet het, het Europees Parlement is al opgeschoven nog voordat de onderhandelingen met de Raad zijn begonnen. We verwachten nu dan ook dat de Raad ook in beweging zal komen in de aanloop naar de gezamenlijk overeengekomen herziening. De Raad moet eindelijk eens bereidheid tot samenwerking tonen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gérard Deprez (ALDE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik zou graag mijn instemming willen betuigen met het uitstekende verslag van onze collega, de heer Lamassoure, die eminent vertegenwoordigd wordt door onze collega, de heer Böge.

Ten eerste kan ik me vinden in de gehanteerde methode. Onze rapporteur heeft goed begrepen dat de hervorming van de financiering van de Unie niet buiten de lidstaten om kan plaatsvinden, met andere woorden zonder de goedkeuring van de nationale parlementen. We moeten met hen in contact blijven omdat we ze moeten overtuigen.

Ten tweede kan ik me vinden – en dat is het belangrijkste – in de opzet van het verslag, dat een algehele hervorming voorstelt, maar een die wordt ingedeeld in twee fasen. Een eerste, meest dringende fase om het huidige systeem te ontdoen van alle kwalen die het door de jaren heen heeft opgelopen. Daarmee zou een einde komen aan de cadeautjes tussen vrienden, aan de kortingen, de kortingen op kortingen, de vrijstellingen, de plafonds en het meelijwekkende gemarchandeer. Zuiveren, dat is de eerste prioriteit. Over de tweede fase komen we later nog te spreken.

Ik wilde nog een laatste opmerking plaatsen, mevrouw de Voorzitter. Onze prioriteit is het Grondwettelijk Verdrag. Indien dit begrotingsdebat dit zou bemoeilijken, moeten we de moed hebben het uit te stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pierre Jonckheer (Verts/ALE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, meneer Böge, ik denk dat de heer Lamassoure en de Begrotingscommissie nuttig werk hebben verricht. Wij onderschrijven zijn kritiek en wij onderschrijven – al geruime tijd overigens – het centrale idee dat een nieuw stelsel van eigen middelen nodig is.

Persoonlijk zou ik mijn bittere teleurstelling kenbaar willen maken over met name de paragrafen 28 en volgende, die in mijn ogen tot doel hebben de bevolking gerust te stellen, maar op basis van een verkeerde voorstelling van zaken. Een verkeerde voorstelling van zaken als het gaat om de bewering dat de fiscale soevereiniteit van de lidstaten moet worden gehandhaafd, terwijl die soevereiniteit in werkelijkheid niet bestaat vanwege de belastingconcurrentie binnen de Unie. Een verkeerde voorstelling van zaken als het gaat om fiscale neutraliteit, omdat dit een extra handicap gaat vormen voor de begroting van de EU, terwijl het fiscale beleid van de lidstaten kan verschillen en mettertijd kan veranderen. Een verkeerde voorstelling van zaken ten slotte betreffende de omvang van de begroting.

Op dit punt ben ik het totaal oneens met het door de heer Mulder te berde gebrachte argument; nee, we hebben niet genoeg geld voor Life+. Nee, we hebben niet genoeg geld voor buitenlands beleid. Nee, we hebben niet genoeg geld voor onderwijs en onderzoek. En nee, we hebben niet genoeg geld voor de trans-Europese netwerken. Dit was een van de standpunten van het Parlement, en ik begrijp niet dat we, in een initiatiefverslag, een stap terug zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Jeffrey Titford (IND/DEM). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, een goede ondertitel voor dit verslag zou zijn: "de eerste stap in de ondermijning van de soevereiniteit van de lidstaten". Ik ben altijd wantrouwig tegenover EU-verslagen waarin staat dat bepaalde beginselen worden geëerbiedigd, in dit geval het beginsel van de fiscale soevereiniteit van de lidstaten. Gewoonlijk blijkt dan dat precies het tegenovergestelde gebeurt. Ondanks dat in dit verslag bovengenoemd grondbeginsel wordt genoemd, wordt onmiddellijk het voorbehoud gemaakt dat de lidstaten de Unie toestemming kunnen geven om voor een beperkt tijdsbestek een bepaald gedeelte van een belasting zelf te gebruiken, een toestemming die op ieder moment weer kan worden ingetrokken.

Met andere woorden, de Europese Commissie tracht het beginsel vast te leggen dat de EU rechtstreeks belastingen int van de belastingbetalers in de lidstaten. Dit vormt een uiterst gevaarlijk precedent, en de onthullingen van gisteren over invallen van de politie bij de Commissie, en wel gelijktijdig in verschillende landen, maken de zaak alleen maar erger.

Men heeft mij wel eens eerder de les gelezen omdat ik in dit Parlement het woord "fraude" gebruikte. Het is echter duidelijk dat de politie dit woord hier op zijn plaats acht.

In dit verslag wordt ook gepleit voor een geleidelijke afschaffing van de Britse korting, waar ik fel op tegen ben en waar ik mij met hand en tand tegen zal verzetten. 40 miljoen pond per dag is genoeg. Men kan niet van Groot-Brittannië verwachten dat het nog meer geld in het lekkende financiële stelsel van de EU pompt.

 
  
MPphoto
 
 

  Sergej Kozlík (NI).(SK) Er bestaat niet zoiets als 'eigen' en 'niet-eigen' middelen van de Europese Unie. Er is het geld van de Europese belastingbetaler en de min of meer verfijnde systemen om die middelen toe te wijzen aan de begroting van de Europese Unie, iets waarvoor de Europese burger geen enkele belangstelling heeft.

Wat de burgers wel interesseert, is hoe dergelijke middelen worden besteed. Niet alleen zij uiten twijfels over de doelmatigheid waarmee dit gebeurt, maar ook wij leden van dit Parlement doen dat. Als wij niet eerst het probleem weten op te lossen hoe de begrotingsmiddelen van de EU doeltreffend en geloofwaardig kunnen worden gebruikt, is er geen manier van middelenverschaffing voor uitgavendekking die in de ogen van de Europese belastingbetalers transparant genoeg zal zijn.

De conventionele boekhoudformule van 'te betalen rekeningen – betaalde bedragen' wordt dan vervangen door 'te betalen rekeningen – schoorvoetend betaalde bedragen'. Dit is iets wat we nu al zien gebeuren. Het debat over de toekomst van onze 'eigen' middelen valt zonder meer toe te juichen. Het probleem houdt echter nauw verband met de hervorming van de uitgaven van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Valdis Dombrovskis (PPE-DE). – (LV) Mevrouw de Voorzitter, geachte dames en heren, het stelsel van eigen middelen voor de Europese Unie is ingrijpend veranderd sinds het in 1970 werd geïntroduceerd. Traditionele eigen middelen en de begrotingsontvangsten van de EU zijn geleidelijk aan een minder belangrijke rol gaan spelen, terwijl de rol van de op het bruto nationaal inkomen (BNI) gebaseerde eigen middelen aanzienlijk is versterkt. Deze middelen, die welhaast kunnen worden omschreven als een extra categorie eigen middelen, vormen nu circa 75 procent van de begrotingsontvangsten van de Europese Unie. Hoewel het overwicht van de op het bruto nationaal inkomen (BNI) gebaseerde eigen middelen waarborgt dat de betalingsverplichtingen van de lidstaten stroken met hun relatieve welvaartsniveau, maakt dit de financiering van de EU-begroting aanzienlijk moeilijker. In plaats van zich te concentreren op de belangrijke vraagstukken die kunnen worden opgelost in het verband van de Europese Unie, besteden de lidstaten het grootste deel van hun tijd aan gesteggel over de hoogte van hun bijdrage.

De uitkomsten van dit gesteggel bepalen in sterke mate het niveau van de financiering van de EU-begroting, waarbij vaak de eerder door de lidstaten gegeven garanties worden genegeerd. Als gevolg hiervan groeit de EU-begroting beduidend minder snel dan de begrotingen van de lidstaten en hebben veel speerpunten van de Europese Unie te kampen met een onvoldoende toestroom van middelen. Voor de tenuitvoerlegging van een hervorming van het stelsel van de eigen middelen voor de EU is het zaak om voldoende jaarlijkse groei van de begrotingsinkomsten van de EU te waarborgen. Deze toename dient gelijke tred te houden met de groei van de economie van de Unie en dient automatisch te worden gekoppeld aan de structuur van het stelsel van eigen middelen en geen uitkomst te zijn van gekissebis tussen de lidstaten. Een dergelijke structuur stelt uiteraard het bestaande plafond van de eigen middelen van 1,24 procent van het BNI van de Unie niet ter discussie. Dit is een belangrijk beginsel dat, samen met de beginselen van gelijkheid van en solidariteit tussen de lidstaten, dient te worden benadrukt, en bovendien is het een eenvoudig stelsel dat valt uit te leggen aan de inwoners van de EU. Wat betreft de specifieke oplossingen ter verhoging van de EU-begrotingsinkomsten zou een groter deel kunnen voortspruiten uit, bijvoorbeeld, btw-eigen-middelen, indien een nader bepaald deel van de btw-inkomsten naar de EU-begroting zou worden gesluisd. Het is van belang dat de betalingslasten eerlijk worden verdeeld, dat wil zeggen: naar rato van het welvaartsniveau van de individuele lidstaten. Het verbruik van energiebronnen of natuurlijke hulpbronnen houdt geen gelijke tred met het welvaartsniveau en dus zijn milieu- en energieheffingen niet geschikt voor het EU-stelsel van eigen middelen. Auto’s in armere lidstaten verbruiken niet minder brandstof dan in rijkere landen. Sterker nog, waarschijnlijk verbruiken ze meer omdat het wagenpark ouder is. Hierdoor zou de betalingslast voor de minder ontwikkelde EU-landen buitenproportioneel hoog worden. Dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 
 

  Neena Gill (PSE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de rapporteur bedanken voor zijn samenwerking. Hij heeft een complete en eerlijke beoordeling van de huidige situatie gemaakt en de deur geopend voor overleg over mogelijke toekomstige oplossingen.

Mijns inziens komt het Parlement echter te vroeg met zijn standpunt. Onze visie van dit moment vormt slechts een eerste bijdrage aan het debat, omdat we in 2008 de begroting volledig kunnen herzien. We moeten een systeem bedenken dat transparant en begrijpelijk is en gebaseerd op gelijkheid tussen de lidstaten en op rechtvaardigheid. Daarin moeten de prioriteiten en ambities van onze succesvolle toekomstige EU, die volop in beweging is, tot uitdrukking komen.

Ik ben erg blij dat in het verslag – en dat is heel belangrijk – de nadruk wordt gelegd op het verband tussen uitgaven en inkomsten en de noodzaak om beide zaken gelijktijdig aan te pakken, als we echte vooruitgang willen boeken bij de herziening van de EU-begroting. Ook is het van belang te erkennen dat het vraagstuk van de eigen middelen niet louter over de Britse korting gaat. Dat is een oversimplistische en onjuiste visie die ons niet zal helpen het overleg betekenisvol en constructief te laten verlopen.

Ten slotte doet het mij deugd dat de rapporteur erkent dat de idee van een nieuwe EU-belasting niet haalbaar en evenmin populair is. Hieruit blijkt dat het Parlement rekening heeft gehouden met de opvattingen van nationale parlementariërs, die zij tijdens onze uitgebreide raadplegingen hebben verwoord.

 
  
MPphoto
 
 

  Kyösti Virrankoski (ALDE).(FI) Mevrouw de Voorzitter, de rapporteur, de heer Lamassoure, heeft een zeer verdienstelijk verslag opgesteld over de eigen middelen van de Europese Unie, waarvoor ik hem hartelijk wil bedanken. In het verslag wordt een duidelijk, transparant en evenwichtig systeem van eigen middelen geëist. Daar zijn goede redenen voor: het huidige systeem is complex en moeilijk te doorgronden. Er wordt voorgesteld een duidelijk plafond voor eigen middelen in te stellen, namelijk 1,24 procent van het bruto nationaal inkomen. Dat is de beste garantie om ervoor te zorgen dat de middelen niet op onbeheersbare wijze toenemen. Op die manier kan geen enkele inkomstenbron voor de Europese Unie uitkomen boven het maximum, dat in begrotingsakkoorden doorgaans nog verder wordt verlaagd.

De grootste misstand in het huidige systeem is de teruggave van de bijdrage aan Groot-Brittannië. Bijvoorbeeld mijn eigen kleine lidstaat, dat armer is aan natuurlijke hulpbronnen en een lager nationaal inkomen heeft, moet ongeveer 130 miljoen euro per jaar betalen om deze teruggave te dekken. Dat bedrag staat gelijk aan de operationele kosten van een universiteit van gemiddelde omvang. Naar mijn mening moet elke lidstaat zijn verantwoordelijkheid dragen, want de voordelen van de Europese Unie kunnen niet alleen worden afgemeten aan de inkomsten uit de begroting, maar vooral aan de veelzijdige en alomvattende effecten van de interne markt en de politieke Gemeenschap.

 
  
MPphoto
 
 

  José Albino Silva Peneda (PPE-DE).(PT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik geloof dat het huidige systeem voor de financiering van de EU zijn beste tijd heeft gehad. Als we met het huidige systeem verder moeten, zal het volgens mij erg lastig zijn een financieel kader voor de periode ná 2013 overeen te komen, als gevolg waarvan de burgers een steeds grotere afstand tot de Europese instellingen zullen gevoelen. Dat komt omdat het bestaande systeem is gebaseerd op regels die zo ondoorzichtig zijn dat de gemiddelde burger ze niet dan met moeite zal begrijpen. Een aantal van die regels is overigens het gevolg van bijzondere politieke omstandigheden; het zijn regels die aanvankelijk van tijdelijke aard waren, maar uiteindelijk permanente status hebben verworven. Als we het huidige systeem aanhouden, zullen we de essentiële waarden die typerend zijn voor het succes van de EU gedurende de afgelopen decennia volledig uithollen.

We bespreken nu per geval wie wel en wie geen nettobetaler is. Het is bijna vernederend. Ik ben daarom heel blij met het verslag-Lamassoure, een overzichtelijk en intelligent verslag dat de blik op de toekomst gericht houdt. Het bevat een opsomming van beginselen, methodes en aanbevelingen waar ik mij in kan vinden. Ik wil er wel graag de aandacht op vestigen dat deze hervorming niet beperkt blijft tot de financiële sfeer. Ze gaat veel verder en is in wezen politiek. Het debat mag dus niet beperkt blijven tot het Parlement en de Raad, en nog minder tot de Raad Ecofin.

Deze hervorming kan alleen met succes bekroond worden als alle instellingen – zowel de Europese als de nationale – van begin tot eind bij de procedure betrokken blijven. Daarom sluit ik af met een woord van lof voor de voorgestelde methodologie. Die legt de nadruk op de deelname van de nationale parlementen en moedigt die deelname ook aan.

 
  
  

VOORZITTER: MANUEL ANTÓNIO DOS SANTOS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Göran Färm (PSE). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, de financiering van de EU-begroting is een chaos geworden. Er zijn maar een paar experts die begrijpen hoe het systeem werkt. Maar één ding weten we, dat het kortzichtig en onrechtvaardig is. Daarom zijn er gegronde redenen om het te hervormen in de richting van rechtvaardigheid, openheid en de lange termijn.

Alain Lamassoure heeft een belangrijk verslag opgesteld waar wij, Zweedse sociaaldemocraten, op hoofdlijnen mee instemmen. Niet op de laatste plaats willen wij, net als de heer Lamassoure, een eenvoudige, rechttoe rechtaan en rechtvaardigere vorm van financiering, bijvoorbeeld een systeem gebaseerd op het BNI zonder kortingen. Wij willen daarentegen niet de EU het recht verschaffen belastingen te heffen of afbreuk doen aan de soevereiniteit van de lidstaten in belastingaangelegenheden. Voor mij bestaat het specifieke karakter van de EU hierin dat zij fundamentele nationale soevereiniteit weet te verenigen met het vermogen om op bepaalde gebieden de krachten te bundelen om grensoverschrijdende maatschappelijke problemen op te kunnen lossen.

Een echte EU-belasting invoeren zou erop neerkomen dat we op de feiten vooruitlopen. Als we ooit die weg willen inslaan, moet de overtuiging van de voordelen hiervan van onderop komen, van de burgers en de lidstaten. Zo ver zijn we nog niet. Ik ben blij dat wij in de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement ver zijn gekomen in de richting van een gemeenschappelijk standpunt dat aansluit bij de benadering van de heer Lamassoure. Daarmee heeft die een breed draagvlak in het Parlement, hetgeen heel belangrijk kan zijn in de toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  László Surján (PPE-DE). (HU) De Hongaarse christendemocraten steunen dit verslag. Graag reageer ik op de zaken die in het debat naar voren zijn gekomen. Het verslag dat hier voor ons ligt neemt geen beslissing over de hoogte van de begroting en pleit ook niet voor de invoering van een Europese belasting, maar zet alleen de mogelijkheden en eventuele gevolgen daarvan op een rijtje.

We behandelen deze kwestie in geen geval te vroeg, eerder te laat! De hervormingen laten op zich wachten omdat het doorbreken van de delicate balans van uitzonderingen de belangen schaadt van degenen die hun eigen specifieke behoeften in vluchtige deals veilig hebben gesteld. Daar moeten we vanaf!

Het uitstekende voorstel van Alain Lamassoure wil orde scheppen in de chaos die er nu heerst en een meer rechtvaardige lastenverdeling bewerkstelligen. Als we dit verslag aannemen, laten we zien dat we ons hard maken voor een Europese Unie die sterker, effectiever en transparanter voor de burgers is.

 
  
MPphoto
 
 

  Herbert Bösch (PSE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, eerder is de samenhang tussen de nieuwe grondwet en het debat dat we nu voeren aan de orde gesteld. Wie betaalt, bepaalt, luidt het spreekwoord. We hebben in het verleden meegemaakt dat een Unie, die nog voor zo’n 85 tot 90 procent van haar financiële middelen afhankelijk is van nationale bijdragen, machteloos is. Dat weten we en daarom hebben we meer Europese eigen middelen nodig. Wie beweert dat we zo verder kunnen met dit systeem, zaken kunnen verbeteren, de integratie kunnen vergroten, meer beleid kunnen voeren, pleegt kiezersbedrog. Daarom ben ik van mening dat we in de toekomst krachtiger verslagen zullen moeten opstellen.

Ik denk dat de heer Lamassoure goed werk heeft verricht. Maar wie kan de moed opbrengen om uitspraken te doen die de tabloids wellicht niet zinnen? We hebben meer eigen middelen nodig, dat betekent ook dat we de moed moeten opbrengen om Europese belastingen te heffen. De meningen kunnen hierover uiteenlopen, er zijn verschillende uitgangspunten mogelijk. De Commissie heeft al een paar verstandige voorstellen gedaan. Ik steun dit verslag ietwat halfslachtig, omdat we meer Europese eigen middelen nodig hebben om ervoor te kunnen zorgen dat het werk van de Europese integratie ook een toekomst heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Maria Iacob-Ridzi (PPE-DE). – Domnule Preşedinte, doamnelor şi domnilor, doresc să îl felicit şi eu pe domnul Lamassoure pentru munca sa, chiar dacă nu este prezent, şi mai ales pentru dialogul său permanent cu parlamentele naţionale. Mă bucură mult faptul că acest raport a inclus ideile lor, precum şi cele exprimate în Comisia pentru bugete, de către parlamentarii europeni din noile state membre.

În primul rând, trebuie să recunoaştem deficienţele sistemului actual de resurse bugetare, ce s-a vrut iniţial a fi unul de tranziţie. Este un sistem opac, complex, dificil de explicat cetăţenilor Uniunii, unde fiecare stat are propriul său rabat britanic şi propria sa excepţie. Poate cel mai mare inconvenient este faptul că numai 15% din resursele bugetare sunt veritabil europene. Este o situaţie inacceptabilă. O perioadă de tranziţie este necesară; eliminarea, în primă fază, a resursei calculate din TVA şi înlocuirea ei cu contribuţii naţionale este un pas înainte. Acest lucru reduce complexitatea actuală şi face mai uşoară trecerea la a doua fază, a resurselor europene veritabile.

În etapa a doua, din punctul de vedere al României, este preferabilă alegerea unui impozit simplu, care să nu crească presiunea fiscală asupra cetăţenilor europeni, sau să permită unor state membre să beneficieze de compensări injuste.

 
  
MPphoto
 
 

  Szabolcs Fazakas (PSE). (HU) Zoals uit het verslag van de heer Lamassoure en de reacties daarop al blijkt, staat het Europees Parlement voor een historische mogelijkheid, nu het dankzij het interinstitutioneel akkoord bij de hervorming van de begroting niet alleen bij het bepalen van de uitgaven, maar ook bij het creëren van eigen middelen een doorslaggevende rol kan spelen.

Het vaak kleingeestige, onwaardige debat dat tijdens de uitwerking van het financiële kader voor 2007-2013 werd gevoerd, heeft aangetoond dat we over bronnen van inkomsten moeten beschikken die transparant zijn en kunnen worden berekend voor de lange termijn om tot een evenwichtige besluitvorming te komen.

Het Europees Parlement heeft deze mogelijkheid op voorbeeldige wijze aangegrepen. We steunden daarbij niet alleen op onze eigen kracht, maar hebben ook de nationale parlementen bij deze taak betrokken en verscheidene gezamenlijke vergaderingen en raadplegingen georganiseerd. Aanvankelijk waren de nationale parlementen op grond van hun dagelijkse politieke beslommeringen voornamelijk geïnteresseerd in kortetermijnoplossingen, maar inmiddels hebben ook zij ingezien dat er op de lange termijn moet worden gedacht en dat we moeten samenwerken om een oplossing te vinden waarbij vooruit wordt gekeken en die ten dienste staat van de toekomst van heel Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie deelt de opvatting van het Parlement dat het huidige stelsel van eigen middelen niet optimaal is. De Commissie heeft herhaaldelijk aangegeven dat zij bereid is verschillende opties te bekijken om het huidige financieringssysteem te verbeteren en te vereenvoudigen. De Commissie neemt nota van het feit dat dit verslag een eerste stap vormt op basis waarvan het Parlement het onderzoek naar mogelijke opties in de toekomst, in nauwe samenwerking met de nationale parlementen, zal voortzetten en pas daarna een definitief standpunt zal innemen.

De Commissie zal de uitkomst van interparlementaire conferenties als een bijdrage aan het raadplegingsproces beschouwen.

De Commissie wijst erop dat zij de uitsluitende verantwoordelijkheid voor haar voorstel draagt, zoals expliciet staat vermeld in de verklaring bij het Interinstitutioneel Akkoord betreffende de begrotingsdiscipline en een gezond financieel beheer van mei 2006 en zoals ik eerder al heb aangegeven.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 11.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE) , schriftelijk.(EN) Ik ben blij met de pogingen die zijn ondernomen om ons al vroeg te bezinnen op de toekomstige inkomstenbronnen van de Europese Unie en ik waardeer het dat er een uitdrukkelijk verband wordt gelegd met de noodzaak om gelijktijdig de uitgavenkant te hervormen, en toch heb ik mijn twijfels over bepaalde aspecten van dit verslag. Er is nog steeds te veel aandacht voor de Britse korting zonder te erkennen dat deze korting op zichzelf niet abnormaal is, maar de correctie op een abnormale situatie vormt.

Tevens wordt in het verslag gesuggereerd dat het op het BNI gebaseerde middel geen echt "eigen middel" van de Unie vormt, omdat deze belasting niet van individuen maar van lidstaten wordt geheven en daarom voor burgers minder zichtbaar is. Toch gaat het hier, juridisch gezien, wel degelijk om een middel dat aan de Unie verschuldigd is. Hoewel minder zichtbaar, is het rechtvaardiger dan veel van de andere voorgestelde inkomstenbronnen, omdat het gekoppeld is aan het welvaartsniveau in de lidstaten. Het is ook een stabielere bron van inkomsten dan enkele van de andere voorgestelde inkomstenbronnen. Dit middel moet blijven bestaan!

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. – (FR) Dit verslag, dat alle mogelijkheden in kaart brengt voor een in twee fasen verlopende hervorming, is een nuttig overzicht van de werkhypotheses over de hervorming van de eigen middelen van de Unie. We moeten goed kijken naar de onderdelen inkomsten en uitgaven, door de nadruk te leggen op economisch, sociaal, onderzoeks- en innovatiebeleid, zonder voorbij te gaan aan de ontwikkelingskansen die in de afgelopen vijftig jaar mogelijk zijn gemaakt door het GLB. Ik hoop dat de akkoorden, die gebaseerd zijn op eerlijkheid en solidariteit onder de lidstaten, zullen breken met de unanimiteitsregel als het gaat om belastingkwesties.

Met het oog op de flagrant onevenwichtige bijdragen van de lidstaten aan de begroting van de EU, is het cruciaal dat we zonder verder aarzelen het stelsel van eigen middelen hervormen, waarbij wordt gegarandeerd dat elke lidstaat minstens 1,24 procent van het bruto nationaal inkomen inbrengt. Het is tijd om een einde te maken aan het achterhaalde compensatiestelsel, dat heeft geleid tot ongerechtvaardigde voordelen en gulle cadeautjes.

Europa, dat vijftig jaar na de ondertekening van het Verdrag van Rome nog in de steigers staat, moet zich laten inspireren door de geest van zijn grondleggers, zodat de financiering van de Unie in de ogen van onze medeburgers weer een eerlijker en transparanter imago krijgt en ons streven belichaamt om solidariteit te bevorderen en samen verder aan de weg te timmeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Stubb (PPE-DE), schriftelijk. (FI) Allereerst wil ik Alain Lamassoure complimenteren met zijn uitstekende verslag. Hierin brengt hij de gebreken in het huidige systeem goed naar voren.

Kort gezegd is het huidige financieringssysteem ondemocratisch. Ten eerste begrijpen de burgers van de Europese Unie niet voor welk bedrag en op welke manier de Europese Unie wordt gefinancierd.

Ten tweede fungeren de nationale parlementen in de begrotingsonderhandelingen slechts als stempelmachines. Wanneer de regeringen de onderhandelingen over het financiële kader hebben beëindigd, wordt het door geen enkel parlement verworpen.

Ten derde is in de begrotingsonderhandelingen de positie van het Europees Parlement, dat via rechtstreekse democratische verkiezingen wordt gekozen, op z’n minst opmerkelijk. Het Europees Parlement is het enige parlement ter wereld dat besluiten neemt over uitgaven maar niet over inkomsten.

Zoals wij weten, komen de middelen van de Europese Unie uit heffingen op de landbouw en de suikerproductie, douanetarieven die aan de buitengrenzen worden geïnd, btw en bijdragen van de lidstaten op basis van hun BNP.

Er wordt veel aandacht gevestigd op de bijdragen. Elk relativeringsvermogen gaat verloren in de treurige begrotingsonderhandelingen. Elke lidstaat rekent uit hoeveel de Europese Unie hem kost en hoeveel hij krijgt. De totale begroting van de Europese Unie bedraagt echter slechts 1 procent van het BNI van de hele regio.

De Europese Unie wordt zo slechts een boekhoudkundige exercitie. Wij vergeten dat de Europese Unie een vredesproject is. Vanuit die optiek is de Europese Unie een goedkoop project. Wij hebben een financieringssysteem nodig dat het doel van de Europese Unie steunt.

Daarom moeten wij het verslag van de heer Lamassoure steunen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid