Index 
Debatten
Donderdag 29 maart 2007 - Brussel Uitgave PB
1. Opening van de vergadering
 2. Samenstelling fracties: zie notulen
 3. Ingekomen stukken: zie notulen
 4. Van de Raad ontvangen verdragsteksten: zie notulen
 5. Vooruitzichten voor het gemeenschappelijk buitenlands beleid van de Europese Unie in 2007, met inbegrip van de uitbouw van raketafweersystemen door de Verenigde Staten in Europa (debat)
 6. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
 7. Onderzoek van de geloofsbrieven van de nieuwe leden van het Europees Parlement
 8. Stemmingen
  8.1. Bemiddeling in burgerlijke en handelszaken (stemming)
  8.2. Deelneming van de Gemeenschap in de kapitaalverhoging bij het Europees Investeringsfonds (stemming)
  8.3. Verzoek om verdediging van de parlementaire immuniteit van de heer Giuseppe Gargani (stemming)
  8.4. Herziening van de richtlijnen inzake medische hulpmiddelen (stemming)
  8.5. Structurele bedrijfsstatistieken (stemming)
  8.6. Naleving van de vlaggenstaatverplichtingen (stemming)
  8.7. Wettelijke aansprakelijkheid en financiële zekerheden van scheepseigenaars (stemming)
  8.8. Biologische productie en etikettering van biologische producten (stemming)
  8.9. Veiligheid bij voetbalwedstrijden (stemming)
  8.10. De toekomst van Kosovo en de rol van de EU (stemming)
  8.11. De toekomst van de eigen middelen van de Europese Unie (stemming)
  8.12. Begrotingsrichtsnoeren voor 2008 (stemming)
  8.13. De toekomst van het professionele voetbal in Europa (stemming)
  8.14. De integratie van de nieuwe lidstaten in het GLB (stemming)
 9. Stemverklaringen
 10. Rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag: zie notulen
 11. Bekendmaking gemeenschappelijke standpunten van de Raad: zie notulen
 12. Samenstelling interparlementaire delegaties: zie notulen
 13. Samenstelling Parlement: zie notulen
 14. Verzending van de tijdens deze vergadering aangenomen teksten: zie notulen
 15. Rooster van de volgende vergaderingen: zie notulen
 16. Onderbreking van de zitting


  

VOORZITTER: HANS-GERT POETTERING
Voorzitter

 
1. Opening van de vergadering

2. Samenstelling fracties: zie notulen

3. Ingekomen stukken: zie notulen

4. Van de Raad ontvangen verdragsteksten: zie notulen
  

(De vergadering wordt om 9.10 uur geopend)

 

5. Vooruitzichten voor het gemeenschappelijk buitenlands beleid van de Europese Unie in 2007, met inbegrip van de uitbouw van raketafweersystemen door de Verenigde Staten in Europa (debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is de verklaring van de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid over de vooruitzichten voor het gemeenschappelijk buitenlands beleid van de Europese Unie in 2007, met inbegrip van de uitbouw van raketafweersystemen door de Verenigde Staten in Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Javier Solana, Hoge Vertegenwoordiger. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, het is mij een genoegen om hier voor dit Parlement te mogen verschijnen. Dit is de eerste keer dat ik hier spreek onder uw Voorzitterschap. Ik wil u nogmaals feliciteren en u alle succes wensen met uw Voorzitterschap, evenals met de institutionele betrekkingen die wij zonder enige twijfel met u en met het door u voorgezeten Parlement zullen blijven onderhouden. Als ik naar de feiten kijk, dan zie ik dat we in de korte tijd dat u Voorzitter van het Parlement bent, al verschillende bijeenkomsten hebben gehouden, die zonder uitzondering productief waren, en ik hoop dat dit zo zal blijven in onze toekomstige samenwerking.

Ik wil ook de voorzitter van de fractie van de Europese Volkspartij (Christen-Democraten) en Europese Democraten feliciteren, die ik al een keer heb mogen ontmoeten, evenals de nieuwe voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken, die ik onlangs in mijn kantoor heb mogen begroeten. Ik wens u veel geluk en sterkte, en hoop dat onze samenwerking vruchtbaar zal zijn.

Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik ben net terug uit Riyad, waar een heel belangrijke bijeenkomst van de Arabische Liga heeft plaatsgevonden en waar naar mijn mening de Europese Unie ook een niet onbelangrijke rol heeft gespeeld. Deze bijeenkomst is nog niet afgelopen, en wellicht zal ik u tijdens deze vergadering nog kunnen informeren over de laatste ontwikkelingen aldaar.

Nu ik voor het eerst hier ben, wil ik u zeggen dat het me zeer veel genoegen doet om hier bij u te mogen zijn en met u te mogen debatteren over de onderwerpen van het buitenlands beleid die voor het Europees Parlement van fundamenteel belang zijn, over de onderwerpen die u interesseren, waarbij u betrokken bent en waarbij wij, naar ik hoop, onze samenwerking kunnen voortzetten op dezelfde wijze als altijd: met een zo groot mogelijke toewijding.

Ik wil in de ruime tijd die we vanochtend hebben met u debatteren over enkele van de belangrijkste en meest brandende kwesties van buitenlands beleid waar wij als Europeanen mee te maken hebben.

Ik denk dat het daarvoor een goed moment is, mijnheer de Voorzitter. Enkele dagen geleden hebben we immers in Berlijn een Verklaring aangenomen over de vijftigste verjaardag van de Europese Unie. Het was een schitterende plechtigheid, tijdens de welke bondskanselier Merkel - die hier gisteren aanwezig was - ons een mijns inziens belangrijke Verklaring heeft voorgelegd die in de toekomst de weg kan plaveien voor de verdere ontwikkeling van de Europese Unie op alle terreinen.

Het lijdt voor mij geen enkele twijfel, mijnheer de Voorzitter, dat de ontwikkeling van een gemeenschappelijk buitenlands beleid een van de grote uitdagingen is waarvoor de Europese Unie staat. Er zijn vele redenen om zo’n beleid te ontwikkelen, maar ik hoef er waarschijnlijk maar twee te noemen: ten eerste merk je, als je over de wereld reist, dat er in de rest van de wereld grote behoefte bestaat aan een Europese Unie die een steeds grotere rol op het wereldtoneel speelt. U bent degene bij uitstek die daar getuige van kan zijn, want u heeft ook over de hele wereld gereisd, en bent zich hiervan bewust.

Onze aanwezigheid wordt gevraagd op de meest uiteenlopende plaatsen en in de meest uiteenlopende conflicten. Er wordt gevraagd om een Europese manier van optreden, met een goed werkend buitenlands beleid. Er wordt gevraagd om iets dat we allemaal willen, en uiteindelijk denk ik dat we allemaal moeten erkennen dat het feit dat dit zo is, een succes is.

Maar ook onze eigen burgers vragen dit van ons. Als je de eurobarometer systematisch volgt, zie je duidelijk dat ook de Europese burgers heel graag willen dat het buitenlands beleid van de Europese Unie zo Europees mogelijk, zo gemeenschappelijk mogelijk en zo zichtbaar mogelijk is, en dat het zo goed mogelijk wordt gecoördineerd. Dames en heren, daarover wil ik met u spreken. Mijns inziens is het een succes dat de Europese Unie op dat spoor zit, en dit moet ook erkend worden.

Om u een idee te geven wil ik vermelden dat wij op dit moment tien missies hebben in de wereld: van Kinshasa tot Bosnië en van Gaza tot Irak. We staan op het punt om te beginnen met de voorbereiding van een missie naar Afghanistan, evenals met die van twee missies naar Kosovo, die ongetwijfeld het moeilijkst zullen worden, niet alleen vanwege hun omvang maar ook vanwege het belang dat Kosovo in de toekomst zal hebben voor de stabilisatie van de Balkan.

Ik ben er zeker van dat er daarna weer andere missies zullen komen. Er zal in de toekomst vraag zijn naar nieuwe missies, naar civiele en militaire missies, of naar een combinatie van beide. Dus moeten we kunnen voldoen aan die verwachtingen, aan wat wordt verwacht van de Europese Unie. En daarvoor is het, geachte afgevaardigden, nodig dat we over adequate middelen beschikken. Onze debatten daarover zijn belangrijk, omdat het Parlement daarbij zonder meer een belangrijke rol zal moeten spelen.

Ik wil vanochtend spreken over de meest brandende kwesties - als ik deze term mag gebruiken - van het internationale leven, bijvoorbeeld over het Midden-Oosten en over alle daarmee samenhangende problemen. Ik zal ook enkele woorden wijden aan Iran en aan de recente gebeurtenissen. We zullen zeker ook over de Balkan moeten spreken, maar ik wil het ook hebben over Afrika, evenals - kort - over enkele kwesties met betrekking tot Oost-Europa die momenteel onder ons onderwerp van gesprek zijn.

Ik zal beginnen met het Midden-Oosten. Zoals ik u zojuist al zei, kan de top van de Arabische Liga, die gisteren is begonnen en nog niet is afgelopen, en waarbij ik de eer had om de Europese Unie te mogen vertegenwoordigen, naar mijn oordeel een van de belangrijkste bijeenkomsten worden die de Arabische Liga in de zestig jaar van haar bestaan heeft gehouden. Die zestig jaar geschiedenis zijn enkele dagen geleden, op 3 maart, gevierd, terwijl onze eigen Unie vorige week vijftig jaar geschiedenis heeft gevierd.

In die periode hebben we gedurende zeker meer dan dertig jaar nauw samengewerkt met de Arabische Liga. Mijns inziens is het belangrijk dat te onderstrepen, en mijns inziens is het ook belangrijk hier te beklemtonen dat die samenwerking tussen de Europese Unie en de Arabische Liga steeds belangrijker zal worden.

De bijeenkomst van gisteren bevatte enkele belangrijke elementen, die ik graag met u wil bespreken. Het belangrijkste element was naar mijn oordeel - en ik ben al bij veel bijeenkomsten van de Arabische Liga aanwezig geweest - het duidelijke leiderschap waarvan Zijne Majesteit de koning van Saoedi-Arabië op elk moment blijk heeft gegeven.

Zoals u weet, was Saoedi-Arabië altijd al een belangrijk land in de regio, maar het is in politiek opzicht niet een van de meest actieve landen geweest. Het was eerder in economisch opzicht een belangrijk land. Nu is er een koning, koning Abdallah, die lange tijd - vanwege de ziekte van zijn voorganger - een soort ongekroonde koning was maar nu de gekroonde koning is en in de boezem van de Arabische Liga belangrijke activiteiten ontplooit om tot een oplossing te komen van de problemen waar de Arabische wereld, het Arabische volk en de Arabische regio mee te kampen hebben.

De Arabische Liga wordt dus nieuw leven ingeblazen - wat voor ons belangrijk is - en buitengewoon belangrijke zaken worden aangepakt. Ik zal er daarvan drie specifiek noemen tijdens mijn interventie.

Vanuit het vredesproces redenerend is het allerbelangrijkste dat het initiatief van de Arabische Liga nieuw leven wordt ingeblazen. U zult zich herinneren dat er na de top van Beiroet, van 2002, al een Arabisch initiatief was, waarin wederzijdse erkenning van de Arabische landen en Israël werd aangeboden in ruil voor volledige terugtrekking van Israël tot achter de grenzen van 1967. Dat initiatief, dat gedurende een aantal jaren in diverse fora is besproken, is door Israël nooit helemaal geaccepteerd, maar is nu door de Arabische landen weer op tafel gelegd, zij het dan met veel meer energie en vastberadenheid.

Zoals u weet, zijn wij er als Europa in geslaagd om het Arabische initiatief op te nemen in de fameuze routekaart. Daardoor vormt dat initiatief een fundamentele pijler van een mogelijke definitieve regeling in het Midden-Oosten. Ik heb het dan met name over het vredesproces als geheel, en niet alleen over het Palestijns-Israëlische vredesproces, maar ook over de kwesties met betrekking tot Libië, Libanon of Syrië. Daarom is dit ook het belangrijkste onderwerp dat vanochtend nog wordt besproken in Riyad. Ik denk dat een nieuwe impuls aan dat initiatief van fundamenteel belang kan zijn voor het geven van een nieuwe impuls aan het vredesproces.

Er is ook gesproken over de kwesties met betrekking tot Libanon. Het is interessant om te zien dat ook in de Arabische Liga een debat in gang is gezet over de kwesties die zowel voor de Arabische Liga als de Afrikaanse Unie van belang zijn, kwesties die een Afrikaanse component en een Arabische component hebben, zoals Soedan of Somalië. Ik zal straks enkele minuten aan deze twee kwesties wijden.

Met betrekking tot het Midden-Oosten wil ik u om te beginnen zeggen dat naar de overtuiging van de Europese Unie het Arabisch-Israëlisch conflict de kern vormt van de problemen van de regio. Daar is Europa al heel lang volledig van overtuigd, en ik zie wat dat betreft niets nieuws. Op dit moment hebben we onze steun gegeven aan het Akkoord van Mekka, dat eveneens tot stand is gekomen onder leiding van de koning van Saoedi-Arabië. We denken dat het Akkoord van Mekka bijdraagt aan de beëindiging van de interne strijd onder de Palestijnen, en aan het vinden van een oplossing voor het conflict. Zoals u weet, en zoals we al heel vaak hebben gezegd, moeten de beëindiging van de in 1967 begonnen bezetting, de oprichting van twee staten en een brede, allesomvattende regeling voor de regio deel uit maken van een dergelijke oplossing.

We steunen zonder enige terughoudendheid de onvermoeibare pogingen van president Abbas - met wie ik gisterenochtend ruim een uur heb kunnen spreken - om de doelstellingen van het Palestijnse volk te verwezenlijken in overeenstemming met de beginselen die hij zelf keer op keer, en in het bijzonder op twee sleutelmomenten, heeft herhaald: tijdens de laatste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en bij het aantreden van de nieuwe Palestijnse regering op 17 mei.

Zoals u weet, gaat het hierbij om drie beginselen, die de president zelf heeft opgesomd: ten eerste eerbiediging van de reeds door de PLO en de Nationale Palestijnse Autoriteit gesloten akkoorden, ten tweede wederzijdse erkenning en ten derde het afzien van geweld en het zich verbinden tot onderhandelingen. U weet dat de Europese Unie het Palestijnse volk nooit in de steek heeft gelaten, en dat ook nooit zal doen. Dat is al heel lang onze opstelling, en dat zal ook onze opstelling blijven.

Ik geloof oprecht dat we een nieuwe kans hebben om een impuls te geven aan de oplossing van het conflict, om te proberen om wat we een fase van crisisbeheer zouden kunnen noemen, achter ons te laten en een nieuwe fase van oplossing van het conflict in te gaan. Ik denk dat de objectieve voorwaarden aanwezig zijn om die fase in te luiden en om met de hulp van de leden van het Kwartet te proberen dat proces vooruit te helpen.

Dames en heren, met de komst van de nieuwe Palestijnse regering van nationale eenheid komen we voor verschillende problemen te staan. Wij zullen die moeten bespreken en oplossen. We komen voor nieuwe vragen te staan: hoe moeten we met deze regering omgaan, en hoe moeten we deze regering financieren? Ik wil u heel kort schetsen wat mijn standpunt zou zijn, wat het standpunt is dat ik bereid ben dit weekend te verdedigen wanneer de ministers van Buitenlandse Zaken, op verzoek van het Duitse voorzitterschap, bijeen zullen komen in Chemnitz.

In de nieuwe regering zullen personen zitten die we al lange tijd goed kennen. Andere personen kennen we niet, omdat ze tot Hamas behoren, en aangezien Hamas op de lijst van terroristische organisaties staat, onderhouden we geen betrekkingen met deze personen en kennen we ze niet. Veel personen uit deze regering kennen we echter wel al heel lang, en goed. Ik ken ze, en velen van u kennen ze.

Als we zouden zeggen dat de nieuwe minister van Financiën ons onbekend is, zou dat in strijd met de waarheid zijn. We gaan immers al lange tijd met hem om en we hebben heel effectief met hem gewerkt. Het zou dan ook werkelijk absurd zijn als we nu zouden doen alsof hij onbekend was.

De minister van Buitenlandse Zaken zelf is afkomstig uit Gaza, en ik heb vele jaren met hem gewerkt. Hij behoort tot geen enkele politieke groepering, hij is een intellectueel, iemand die zelfs een paspoort van een ander land heeft - niet van het land waarvan de Palestijnen normaal gesproken een paspoort hebben -, en al jarenlang bijeenkomsten organiseert tussen velen van u en leden van de Palestijnse Autoriteit. Daarom denk ik dat we een vergissing zouden begaan als we elk contact zouden verbreken met personen die gedurende lange tijd nauw met ons hebben samengewerkt en die nu deel uitmaken van de nieuwe regering.

Als u mij zou vragen wat we moeten doen of hoe we de financieringsinstrumenten moeten gebruiken, dan denk ik niet dat we ons standpunt met betrekking tot de financiering van de ene dag op de andere moeten veranderen, maar ik denk wel dat het in ieder geval een van onze doestellingen moet zijn om te luisteren naar de nieuwe minister van Financiën. Hij is een oude vriend van ons, een eerlijk mens, iemand wiens politieke loopbaan we kennen. Wij moeten luisteren om te weten te komen wat hij denkt, hoe we de financiële steun op de meest effectieve wijze kunnen geven, en om ervoor te zorgen dat die steun niet alleen zo goed mogelijk bijdraagt aan het welzijn van de Palestijnen, maar ook het vredesproces weer in beweging helpt komen.

Ik denk dat wat we in het Kwartet hebben gezegd, ook nu ons standpunt moet zijn, namelijk dat op dit moment niet woorden, maar feiten het belangrijkst zijn. We moeten bekijken hoe de Palestijnse regering zich nu gaat gedragen, en we moeten ons optreden aanpassen aan het gedrag van de Palestijnse regering en niet aan zijn woorden.

Ik wil u ook zeggen dat we vastbesloten zijn om een sprong voorwaarts te maken, in de richting van een oplossing van het conflict, en om de fase van crisisbeheer achter ons te laten.

Zoals u weet, heeft het Kwartet sinds het begin van dit jaar aan vitaliteit gewonnen. We zijn al verschillende malen bij elkaar geweest, en we hebben enkele belangrijke bijeenkomsten gehouden, zowel met Abbas als met Olmert. Ik wil u ook graag zeggen dat we in de loop van de komende weken een bijeenkomst in het gebied zullen houden met de landen die het dichtst bij ons staan, en waarmee we zeer nauwe betrekkingen onderhouden, bij het vinden van een oplossing voor het probleem, zoals Egypte, Saoedi-Arabië, de Verenigde Emiraten en Amman. Ik denk dat dat de landen zijn die het nauwst met ons samenwerken, en met die landen willen we een bijeenkomst houden.

We hopen dat het Kwartet, samen met de vier genoemde landen, in de niet al te verre toekomst - nog voor de zomer - een bijeenkomst zal beleggen met beide partijen, dat wil zeggen een bijeenkomst met de Palestijnen en een bijeenkomst met Israël. Het zou de eerste keer zijn dat Israël het Kwartet ontmoet. Israël heeft tot op heden nog nooit het Kwartet ontmoet - de Palestijnen wel, maar Israël nog niet.

Dit is ons werkprogramma voor de komende maanden. Die maanden zullen uitermate belangrijk zijn en bij mijn weten zal ook de Voorzitter van het Parlement een reis naar de regio maken. Het lijkt mij essentieel dat we onze werkzaamheden goed op elkaar afstemmen.

Aangezien het straks bij de vragen en antwoorden ongetwijfeld vooral over het Midden-Oosten zal gaan, laat ik het vredesproces hier verder rusten, en zal ik nu iets zeggen over Iran.

Gisterochtend heb ik in Riyad ook een gesprek gehad met de minister van Buitenlandse Zaken van Iran, de heer Motaki. Ik heb hem heel duidelijk gemaakt dat de detentie van vijftien Britse mariniers en matrozen door de Iraanse autoriteiten voor de Europese Unie onaanvaardbaar is. Er is geen enkele reden voor deze maatregel. Er is geen enkele onwettige handeling gepleegd en de Europese Unie moet solidair zijn met onze vrienden in het Verenigd Koninkrijk bij hun pogingen om die mariniers en matrozen vrij te krijgen.

En dan nu enkele woorden over het kernprogramma. Zoals u allen weet, heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties afgelopen zaterdagavond, op 24 maart toen wij in Berlijn waren, unaniem resolutie 1747 aangenomen.

Resolutie 1747 is al de derde resolutie over Iran die de Veiligheidsraad unaniem heeft aangenomen om het land te dwingen zijn verplichtingen na te komen, verplichtingen die voortvloeien uit de rapporten en opvattingen van de heer El Baradei, die hij als directeur van het Internationaal Atoomagentschap in Wenen, ter stemming aan de Raad van Bestuur voorlegt.

Ik kan u zeggen dat het feit dat bij deze laatste zitting de resolutie unaniem is aangenomen door de hele in de Veiligheidsraad vertegenwoordigde internationale gemeenschap, uitermate belangrijk is. Gezien de huidige samenstelling van de Veiligheidsraad had de beoordeling van de Iraanse kwestie in principe een complexere aangelegenheid kunnen zijn dan in de vorige Veiligheidsraad. Op dit moment maken landen als Qatar, Indonesië - een belangrijk islamitisch land - en Zuid-Afrika - de symbolische vertegenwoordiger van de niet-gebonden landen - deel uit van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, naast veel andere landen, waaronder ook vijf Europese landen.

Mijns inziens hebben we de plicht om ons standpunt heel duidelijk uit te leggen, zodat er onder ons geen misverstand bestaat en duidelijk is dat wij heel goed begrijpen welke problemen het beginsel van non-proliferatie voor de wereld met zich meebrengt, niet alleen voor een bepaald soort landen, maar voor de wereld in het algemeen. Dit moet goed worden begrepen opdat we een goed debat kunnen voeren met de niet-gebonden landen of met landen als de zojuist door mij genoemde.

Het is een succes dat er in zo korte tijd consensus is bereikt over deze resolutie. Dit is een heel duidelijke boodschap aan het adres van de autoriteiten van Iran, in de zin dat het kernprogramma waar Iran aan werkt in overeenstemming moet zijn met de resoluties van de Veiligheidsraad.

Toen bekend werd dat de resolutie was aangenomen, heb ik vanuit Berlijn namens de Europese leden en ook namens de permanente leden van de Veiligheidsraad een verklaring afgelegd waarin ik stelde dat wij nog steeds van mening zijn dat een politieke oplossing de beste oplossing van dit probleem met Iran is, dat we bereid zijn om onderhandelingen te starten of voort te zetten en dat er geen andere oplossing is dan een politieke oplossing.

48 uur daarna heb ik de gelegenheid gehad om met de heer Larijani, onze Iraanse gesprekspartner, te spreken niet om het probleem op te lossen, niet om onderhandelingen of vooronderhandelingen te beginnen, maar wel om in ieder geval deze duidelijke boodschap van onze kant over te brengen, een boodschap die door de heer Larijani ook goed werd ontvangen. Hopelijk zullen wij in de komende weken kunnen zien dat de Iraanse leiders zo verstandig zijn om niet alleen het probleem met het Verenigd Koninkrijk op te lossen, maar ook om weer terug te keren naar de onderhandelingstafel en te streven naar een definitieve oplossing van dit probleem. Er is geen andere weg, dames en heren, dan de weg van onderhandelingen, en die moeten we zo snel mogelijk weer inslaan.

Nu ik het toch over Iran heb, zou ik kort iets willen zeggen over non-proliferatie. Zoals ik u heb gezegd, wordt non-proliferatie geleidelijk aan een onderwerp dat verdeeldheid kan zaaien in de internationale gemeenschap. Het ergste wat er kan gebeuren is dat er meningsverschillen ontstaan, dat er verschillende visies ontstaan op een zo belangrijk onderwerp als non-proliferatie, al naar gelang een land tot het Noorden of tot het Zuiden behoort, tot de ontwikkelde landen of de minder ontwikkelde landen. Daarom moeten we ons uiterste best doen om dat goed uit te leggen en onze bezorgdheid met hen te delen. Non-proliferatie treft niet enkel bepaalde landen, maar de wereld in zijn geheel.

Dames en heren, naar mijn oordeel is het een van de fundamentele plichten van ons, Europeanen, om het debat over non-proliferatie vanuit drie invalshoeken te benaderen. In de eerste plaats vanuit die van non-proliferatie zelf. In de tweede plaats vanuit de invalshoek van ontwapening. Ik denk dat we het onderwerp ontwapening te lang hebben laten rusten en te veel de nadruk hebben gelegd op non-proliferatie, in plaats van op iets anders, dat ook in het non-proliferatieverdrag staat, namelijk dat de kernmachten moeten beginnen na te denken over de manier waarop ze zichzelf kunnen ontwapenen en kernwapens van onze planeet kunnen beginnen te verdwijnen. Daarom moeten we blijven beklemtonen - ik denk dat dit een fundamentele waarde is die de Europeanen heel duidelijk moeten begrijpen - dat het onderwerp ontwapening van cruciaal belang is.

In de derde plaats moeten we ook de overdracht van technologische kennis een rol laten spelen in dit debat, want juist dit punt geeft sommige landen het gevoel dat er met twee maten wordt gemeten als het om het gebruik van kernenergie gaat.

Ik denk dat als we deze drie elementen als pakket op tafel leggen en als wij, onder leiding van de Europese Unie, serieuze onderhandelingen beginnen met landen van buiten de Europese Unie, we een geweldige bijdrage kunnen leveren aan het tot stand brengen van een wereld waarin vrede heerst en waarin de problemen niet meer worden opgelost met wapens, maar met woorden, dialoog en normale taal, de taal waarvoor de Europese Unie zich sterk maakt.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil u ook kort verslag doen van de meest recente gebeurtenissen op de Balkan, vooral met betrekking tot Kosovo en Servië.

Zoals u weet heeft Martti Ahtisaari, oud-president van Finland - een groot man die wij allemaal kennen, en destijds een groot president van Finland - van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties de opdracht gekregen om te proberen de problemen rond het definitieve statuut van Kosovo op te lossen. Hij heeft lang met de partijen gewerkt, zowel met Servië als met Kosovo, om te kijken of er via onderhandelingen een oplossing kon worden gevonden.

Ik wil u eraan herinneren dat de uiterlijke termijn voor het opstarten van de laatste onderhandelingsfase zelfs is verschoven naar 21 februari, om rekening te kunnen houden met de verkiezingen in Servië die in die periode gehouden zouden worden.

In zijn definitieve verslag aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties zegt president Ahtisaari min of meer dat het, hem althans, heel moeilijk zo niet onmogelijk lijkt om via onderhandelingen een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Daarom zal de internationale gemeenschap misschien gedwongen worden na te gaan hoe een oplossing opgelegd kan worden.

Zoals de geachte afgevaardigden weten, kan een oplossing alleen worden opgelegd met een resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op grond van hoofdstuk 7. Dat betekent dat alle leden van de Veiligheidsraad er mee moeten instemmen. U weet echter ook dat er al problemen gerezen zijn met bepaalde leden van de Veiligheidsraad, meer concreet met Rusland en zeer waarschijnlijk ook met China. Daarom komt, na de afsluiting van de fase onder leiding van de heer Ahtisaari, nu een nieuwe fase, namelijk die van een debat in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Zoals u weet heeft de Europese Unie permanent contact onderhouden met de heer Ahtisaari. We hebben op een aantal gebieden met hem samengewerkt, hoewel de verantwoordelijkheid bij hem lag, en nu moeten wij ons standpunt bepalen.

Ons standpunt is tot nu toe geweest dat we president Ahtisaari en zijn proces volledig steunen, en nu is het moment gekomen om te besluiten of we ook zijn eindconclusies steunen. Daarna moeten we afwachten hoe de gebeurtenissen in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zich verder zullen ontwikkelen.

Wel kan ik u zeggen dat de Europese Unie op het moment dat de definitieve status van Kosovo wordt vastgesteld, een enorme verantwoordelijkheid op haar schouders krijgt. Kosovo ligt op ons continent, het heeft een Europees perspectief, en daarom hebben wij, hoe de resolutie van de Veiligheidsraad er ook uit moge zien, enkele fundamentele plichten, in de eerste plaats met betrekking tot het bureau dat de internationale gemeenschap moet vertegenwoordigen in Kosovo. Daarnaast zullen we, afgezien van de u welbekende economische aspecten, ook taken hebben op het gebied het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en op het gebied van politie en justitie, kortom, bij alles wat te maken heeft met de wet en de wetshandhaving in Kosovo.

Dit gaat zonder meer de belangrijkste missie in de geschiedenis van het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie worden. We zullen daar naar alle waarschijnlijkheid meer dan 1500 personen gaan inzetten, op alle zojuist door mij genoemde terreinen.

Het Parlement, dames en heren, zal een grote verantwoordelijkheid hebben bij het vinden van de benodigde middelen. Die middelen zijn er, maar ze zijn mogelijk niet voldoende om deze moeilijke taak - de waarschijnlijk moeilijkste taak die de Europese Unie ooit heeft gehad als het gaat om het bestuur op de grond - tot een goed einde te brengen.

Dames en heren, we mogen niet falen. Als de Europese Unie faalt bij de stabilisering van de Balkan, als we falen bij de stabilisering van Kosovo en Servië, worden de kansen voor Europees optreden in de rest van de wereld ernstig beperkt. Als we er niet in slagen om de problemen in onze onmiddellijke omgeving op een goede, effectieve en snelle manier op te lossen, zal het veel moeilijker worden om dat ook buiten onze grenzen te doen.

Dan nu enkele woorden over Servië. Dames en heren, Servië is een groot land in de Balkan, een groot land waaraan we alle steun moeten geven. Servië gaat ongetwijfeld een paar moeilijke momenten beleven: het referendum in Montenegro en de definitieve oplossing van het Kosovo-probleem. Ik denk dat we de plicht hebben om Servië zo effectief mogelijk te helpen.

De onderhandelingen met Servië over een stabilisatie- en associatieovereenkomst moeten worden voortgezet, maar ik zou graag willen, dames en heren, dat we dat land op een zo genereus mogelijke wijze hielpen. Servië is, zoals ik al gezegd heb, een groot land, dat de roeping en de wil heeft om deel uit te maken van de familie van Europese landen.

Als u de recente verkiezingscampagne heeft gevolgd, dan weet u dat de opstelling van de huidige president Tadic - met wie wij zeer nauwe betrekkingen onderhouden - volkomen pro-Europees was. Ik denk dat we na de gebeurtenissen van de komende periode de Servische regering - die nog niet is gevormd na de afgelopen verkiezingen - zo goed mogelijk moeten helpen om een pro-Europese regering te blijven, een regering die onze waarden uitdraagt, een regering die Servië de weg wijst naar het lot dat het land toekomt, en dat is om te zijner tijd het perspectief op aansluiting bij Europa te krijgen.

Met president Tadic hebben we zeer frequent contact. Hij was onlangs nog hier, en hij was ook in Berlijn bij de vijftigste verjaardag van de Verdragen van Rome. Hij is een grote vriend van Europa, en zoals ik al gezegd heb, zie ik hem relatief vaak. Dan bespreken we al deze onderwerpen, in alle openheid en tot in de kleinste details.

Ook spreek zo nu en dan met de heer Kostunica. Hij is weliswaar nu nog minister-president van een demissionaire regering, maar hij is niettemin minister-president van de regering, en president Tadic zal zonder enige twijfel vroeg of laat tot een vergelijk met hem moeten komen om een coalitie te kunnen vormen die het land zo goed en zo stabiel mogelijk regeert, samen met de partij G17, wat dus dezelfde coalitie is als de vorige regering van Servië.

De heer Tadic heeft tijdens de verkiezingscampagne ook beloofd om volledig en effectief samen te werken met het Internationaal Strafhof. Het is namelijk van essentieel belang dat de personen die zo duidelijk schuldig zijn aan de gepleegde misdaden - waarvan sommigen nog maar enkele dagen geleden door het Internationaal Strafhof in Den Haag zijn veroordeeld - opgespoord worden en ter beschikking van justitie worden gesteld.

Dames en heren, Kosovo zal waarschijnlijk iedere week onderwerp van gesprek zijn. Tot de zomer zal er bijna elke week een belangrijke beslissing over Servië en over Kosovo moeten worden genomen. Ik wil u zeggen dat de voorbereidingen voor de Europese aanwezigheid in Kosovo zijn afgerond en dat wij op het moment waarop de resolutie van de Veiligheidsraad wordt aangenomen, klaar zullen staan om die operatie in gang te zetten.

We maken ons dan ook geen zorgen over de operatie zelf, maar wel over de duur ervan en over de vraag of er voldoende middelen beschikbaar zullen zijn om de operatie in zijn geheel en ook op tijd uit te voeren. Ik wil u echter wel de garantie geven dat het voorbereidende werk is gedaan, en dat we op het moment dat de resolutie van de Veiligheidsraad wordt aangenomen, klaar zullen zijn om die operatie uit te voeren.

Dan kort iets over enkele andere belangrijke onderwerpen die te maken hebben met Oost-Europa. In de afgelopen dagen en weken heb ik ontmoetingen gehad met de president en de minister-president van Oekraïne. Ik wil mijn bezorgdheid over de ontwikkelingen in Oekraïne met u delen.

Zoals u weet, heeft het in Oekraïne na de verkiezingen enige tijd geduurd voordat er een regering kon worden gevormd. Er is een coalitie gevormd, waarop niet was gerekend maar die er uiteindelijk toch is gekomen. Deze coalitie is begonnen met haar werk, maar de hervormingen en de grondwettelijke stabiliteit moeten onze aandacht behouden. Oekraïne is een zeer belangrijk land voor ons, een groot land in fysiek opzicht, een potentieel groot land in economisch opzicht, maar ook een groot land in strategisch opzicht. Daarom moeten we het grootst mogelijke belang hechten aan Oekraïne. We moeten een deel van onze energie aan Oekraïne besteden. Ik probeer evenveel energie te besteden aan Oekraïne als aan de oplossing van een aantal hardnekkige conflicten in het gebied.

De meeste aandacht besteden wij aan Transdnjestrië. Op de laatste top hebben we een akkoord bereikt met president Poetin, en ik hoop dat we tijdens de komende top, die in mei zal plaatsvinden, dat akkoord samen met de Russische Federatie nieuw leven in zullen kunnen blazen en in relatief korte tijd een impuls kunnen geven aan de oplossing van het Transdnjestrië-probleem. Daar is een nieuw schema voor, er is een groter engagement van beide partijen en er is ook een groter engagement van de regering van Oekraïne. Ik hoop dan ook dat we enkele successen kunnen boeken bij het oplossen van deze hardnekkige conflicten in het oostelijke deel van Europa.

Hetzelfde kan gezegd worden van Wit-Rusland. Bondskanselier Merkel heeft gisteren met grote vakkundigheid en warmte over Wit-Rusland gesproken, wat ze bij de viering van de vijftigste verjaardag ook al had gedaan. Ik sluit me volledig bij haar woorden aan.

Dames en heren, ik denk dat het in deze dagen onmogelijk is om van gedachten te wisselen over het buitenlands beleid zonder over Afrika te spreken, met name over twee problemen die mogelijkerwijs grote humanitaire gevolgen zullen hebben. Het eerste is het aloude, het al bijna aloude probleem van Darfoer, waar we gisteren in Riyad ook een belangrijk deel van de tijd aan hebben besteed. Dit probleem heeft, zoals ik al eerder heb gezegd, een Afrikaanse component maar ook een Arabische component. De betrokkenheid van deze twee grote unies, de Afrikaanse Unie en de Arabische Liga, samen met de internationale gemeenschap, is van fundamenteel belang.

Wij Europeanen kunnen ons, ik zou niet willen zeggen trots - want niemand mag trots zijn op wat daar gebeurt - maar wel enigszins tevreden voelen over het feit dat we ons van het begin af aan gecommitteerd hebben aan het vinden van een oplossing voor het probleem in Darfoer. We hebben hard gewerkt om de akkoorden van Aboeja tot stand te brengen, en we hebben de troepenmacht van de Afrikaanse Unie die is uitgezonden naar het gebied zo genereus mogelijk gefinancierd. De situatie is echter, zoals u allen weet, nog steeds bijzonder zorgwekkend.

Gisteren hebben we opnieuw gesproken met de heer al-Bashir, de president van Soedan, over de mogelijkheid om de Verenigde Naties de veiligheidstroepen van de Afrikaanse Unie in Darfoer te laten aflossen. Er is geen volledig akkoord bereikt maar ik heb goede hoop, aangezien ook de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de heer Ban Ki-moon, gisteren in Riyad aanwezig was, en de gisteren genomen besluiten de goede kant op gaan.

In ieder geval moet Darfoer voor ons Europeanen in humanitair opzicht het belangrijkste punt van zorg zijn, en niet alleen in humanitair opzicht, maar ook omdat we een formule moeten vinden waarmee het land kan worden gestabiliseerd. Het vinden van die formule wordt bemoeilijkt door het - laten we zeggen - Oost-West probleem, dat in Darfoer een rol speelt, maar ook door een ander fundamenteel probleem dat opnieuw op tafel komt te liggen: het Noord-Zuid probleem.

Over het Noord-Zuid probleem is een akkoord bereikt, maar daar moet nog een referendum over worden gehouden. Dat referendum zal misschien tot resultaat hebben dat het land in tweeën wordt opgedeeld. Als dat uiteindelijk de oplossing wordt, zou dat betekenen dat een heel groot en belangrijk land als Soedan, dat over zeer grote energievoorraden beschikt, wordt opgedeeld, hetgeen voor ons allemaal een grote ramp zou zijn.

De betrekkingen met China zijn in dit opzicht fundamenteel, net als de betrekkingen met India. Soedan voorziet voor het grootste deel, of een belangrijk deel, in de oliebehoeften van die twee landen. De bijdrage van deze beide landen aan de stabilisatie van Soedan is van cruciaal belang, en daarom moet dit onderwerp deel uitmaken van alle onderhandelingen die we voeren in het kader van ons buitenlands beleid ten aanzien van China en India. Dit is namelijk een belangrijk onderwerp voor de mensenrechten en voor de stabiliteit van een belangrijke Afrikaanse regio.

Dames en heren, ik weet niet hoeveel tijd ik nog heb, maar ik zou graag nog twee onderwerpen kort willen bespreken. Het eerste onderwerp betreft de structuur voor crisisbeheer die we aan het opzetten zijn, waarbij de Raad een van de meest moderne structurele operaties van crisisbeheer aan het implementeren is. We hebben die structuur al in zekere zin uitgeprobeerd in Kinshasa - waar onze Duitse vrienden zo genereus zijn geweest om de leiding over die operatie op zich te nemen - maar we proberen nu een structuur op te zetten die van meet af aan alle elementen van crisisbeheer omvat, zowel de civiele als de militaire elementen. Daarom moeten we nu al een orgaan creëren voor de planning van de operaties, een orgaan waarin alle elementen aanwezig zijn om een herhaling van de situaties die wij in het verleden op andere plaatsen hebben meegemaakt, situaties waarin het civiele aspect geen gelijke tred hield met het militaire aspect, of het economische aspect met de opbouw van de samenleving, kan worden voorkomen. Alles moet vanaf het begin goed zijn uitgedacht.

Het zou interessant zijn om in een speciale vergadering, of anders in de Commissie buitenlandse zaken, een meer gedetailleerde uitleg te geven van iets dat zich naar mijn oordeel afspeelt in de voorhoede van het huidige denken van de Europese Unie en dat verder gaat dan datgene wat sommige lidstaten van de Europese Unie of derde landen buiten de Europese Unie op dit gebied proberen te doen.

Dames en heren, volgens de titel van dit agendapunt wilde u van mij indrukken of overwegingen horen over het punt van de raketafweersystemen. Ik zal met het grootst mogelijke genoegen kort mijn gedachten over dit onderwerp weergeven. Er is nog geen besluit genomen door de Europese Unie. Tijdens de komende Raden zullen er waarschijnlijk debatten over dit onderwerp worden gevoerd, maar ik kan u wel al kort mijn opvattingen geven over drie mijns inziens heel duidelijk punten.

Het eerste punt is dat de Europese Unie geen militaire alliantie is - dat weten we heel goed -, maar wel een buitenlands beleid en een veiligheidsbeleid heeft, en een intern debat over dit onderwerp kan en moet voeren. Daarom ben ik er voor dat er binnen de Europese Unie een debat over dit onderwerp gevoerd wordt. Ik ben van mening dat dit debat gevoerd moet worden.

Het tweede punt is dat, zoals ik al heb gezegd, de Europese Unie geen militaire alliantie is en beslist niet de instantie is waarin over dit punt een besluit moet worden genomen. Dit is namelijk zuiver een aangelegenheid voor een militaire alliantie. Toch zou het volgens mij een vergissing zijn als we ons hier niet mee bezig hielden, en we niet een zo helder en open mogelijk debat over dit onderwerp voerden.

Het derde punt is dat het hele systeem van invloed kan zijn op onze betrekkingen met een derde land, Rusland. Gelukkig heeft er zich gisteren een goede ontwikkeling voorgedaan tussen Rusland en de Verenigde Staten. Voor het eerst hebben president Bush en president Poetin met elkaar contact gehad over dit onderwerp.

Mijn laatste opmerking is dat veiligheidsthema’s, in overeenstemming met de geldende Verdragen, weliswaar een zaak van de soevereine lidstaten blijven, maar het in ieder geval essentieel is dat dit recht op soevereiniteit van de individuele lidstaten verenigbaar wordt gemaakt met het algemeen belang van de Europese Unie op het gebied van veiligheid. Daarom beveel ik aan - en ben ik er voor - dat we over de raketafweersystemen niet alleen hier een debat voeren, maar, zo nodig, ook in het Noord-Atlantische bondgenootschap.

Ik denk dat de meeste politieke leiders van de Europese Unie dat willen, en ik denk dat we dat ook zouden moeten doen.

Dames en heren, hiermee sluit ik af. Het programma dat we in het kader van het buitenlands en veiligheidsbeleid voor de boeg hebben in het reeds begonnen jaar 2007, is buitengewoon druk. De maanden tot de zomer gaan bijzonder belangrijk worden, alleen al vanwege de vier of vijf onderwerpen ik hier genoemd heb, echt heel belangrijk. Bovendien denk ik dat als we er met de politieke wil van het voorzitterschap en de bondskanselier in slagen om ook de institutionele onderwerpen een impuls te geven, we nog een inspanning moeten doen en de grootst mogelijke steun moeten geven aan het buitenlands en veiligheidsbeleid.

Dames en heren, ter afsluiting wil ik u zeggen dat wij van onze kant al het mogelijke zullen doen om in samenwerking met het Europees Parlement al deze belangrijke kwesties, waarvan we ongetwijfeld iedere dag meer de invloed zullen ondervinden, tot een goed einde te brengen. De Europese Unie is vijftig jaar geleden geboren als een vredesproject en moet een vredesproject blijven. De Europese Unie is geboren als een vredesproject tussen onze landen, en moet ook in het vervolg een vredesproject zijn, niet alleen tussen onze landen maar in de hele wereld. We hebben onze waarden, we hebben de middelen, we hebben het vermogen en we zijn rijk genoeg om onze ogen niet te sluiten voor wat er in de wereld gebeurt.

Daarom is het onze fundamentele plicht om in de geglobaliseerde wereld waarin we leven, een steeds actievere en steeds consequentere speler te worden, om steeds meer als een geheel op te treden en om steeds zichtbaarder te worden in de internationale gemeenschap. Als we daar niet in zouden slagen, zou dat in mijn visie een enorme mislukking voor de Europese Unie inhouden, en dat wil niemand van ons. We willen allemaal dat dit een succes wordt.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Mijnheer Solana, u heeft een uitgebreid en volledig verslag uitgebracht. Daarmee is nog eens duidelijk geworden hoe omvangrijk uw taak is, en wij wensen u dan ook alle sterkte toe daarbij. Als aanvulling op uw verwijzing naar de vijftien Britse soldaten wil ik namens het Europees Parlement een beroep doen op de president en de leiders van Iran om hen vrij te laten en af te zien van alle handelingen die het vertrouwen in de Iraanse leiders verder zouden kunnen ondermijnen. Als Europees Parlement zijn wij solidair met de vijftien soldaten en met het Verenigd Koninkrijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Meglena Kuneva, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, sta mij toe om eerst mijn verontschuldigingen aan te bieden voor het feit dat ik de eerste minuten van de interessante en belangrijke toespraak van de Hoge Vertegenwoordiger heb gemist. De Commissie sluit zich aan bij de standpunten die de Hoge Vertegenwoordiger heeft ingenomen in het door hem gepresenteerde jaarprogramma.

De Europese burgers hebben van tijd tot tijd wellicht een ambivalente houding ten opzichte van de EU. In een wereld waar de bedreigingen voor vrede en veiligheid steeds groter worden en onze normen en waarden onder vuur liggen, kunnen de lidstaten in hun eentje weinig betekenen. Wij vieren dit jaar de vijftigste verjaardag van het Verdrag van Rome en inmiddels is de Europese Unie uitgegroeid tot een mondiale speler met een bevolking van een half miljard mensen verdeeld over zevenentwintig landen. De EU neemt een kwart van het wereldinkomen, meer dan een vijfde van de wereldhandel en ongeveer 60 procent van de wereldwijde ontwikkelingshulp voor haar rekening. Wij beschikken over de middelen om onze rol op het mondiale toneel naar behoren te spelen.

De interne markt is de grootse bron van onze kracht. Die interne markt is ook de cruciale motor geweest achter de uitbreiding, achter het meest succesvolle vredes- en veiligheidsinitiatief dat ooit in Europa heeft plaatsgevonden, en achter het Europese nabuurschapsbeleid, dat erop gericht is om de Oost-Europese en mediterrane landen dichter bij ons en onze normen en waarden te brengen.

De nieuwe uitdagingen voor de lange termijn houden met name verband met de strijd tegen terrorisme, tegen proliferatie van wapens, armoede en ziekte, tegen georganiseerde misdaad en illegale migratie, tegen klimaatverandering en voor continue energievoorziening. Om tegen deze uitdagingen opgewassen te zijn, hebben wij een volledig geïntegreerd beleid nodig, een beleid dat niet alleen beperkt blijft tot ons gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), maar ook vele andere aspecten omvat.

Het uitgangspunt van dat beleid moet een grotere coherentie zijn bij het gebruik van onze instrumenten. Zoals ook al is opgemerkt in de mededeling van de Commissie “Europa in de wereld” zal de totale effectiviteit en dus de totale invloed van de Europese Unie afhangen van de vraag of wij optimaal gebruik weten te maken van alle beschikbare middelen voor de ondersteuning van de externe doelstellingen.

De Commissie is daarmee bezig. Uit ervaring is gebleken dat het oplossen van crises niet alleen een kwestie is van het sturen van militairen en politie. Die oplossing moet ook voorzien in de wederopbouw en versterking van de instellingen, in beter bestuur, in de bevordering van de mensenrechten en de democratie en in de verwezenlijking van de voorwaarden voor economische activiteiten. Dat zijn taken voor de lange termijn, en die zijn niet alleen gericht op veiligheid, maar ook op humanitaire en ontwikkelingshulp, op handel en investeringen, en op alle relevante aspecten van de interne beleidsterreinen.

Wij zijn in vrijwel alle brandhaarden in de wereld aanwezig. Wij blijven een belangrijke rol spelen in Afghanistan, waar wij de afgelopen vijf jaar meer dan een miljard euro hebben besteed, in het Midden-Oosten, waar wij gebruik maken van het zogeheten tijdelijke internationale mechanisme om de Palestijnen te ondersteunen, en in Irak, waar wij ons voorbereiden op engagement op lange termijn.

Op institutioneel gebied zijn er vele recente voorbeelden van positieve synergie: de bijdrage van de EU aan het vredesproces in Atjeh is een combinatie van ons gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en onze communautaire instrumenten. De missies voor de ondersteuning van het grensbeheer in de Palestijnse gebieden en in Moldavië en Oekraïne illustreren de wijze waarop de communautaire steun de effecten van het GBVB versterkt, en omgekeerd. De belangrijkste operaties in Kosovo en Afghanistan in het kader van het Europees veiligheids- en defensiebeleid zullen door communautaire initiatieven ondersteund worden. Wij zullen ook financiële steun verstrekken aan het toekomstige International Civilian Office in Kosovo.

Daar wil ik echter onmiddellijk aan toevoegen dat de grootste uitdagingen voor het GBVB nog steeds voor ons liggen. Het is veel eenvoudiger om overeenstemming te bereiken over het opzetten van mechanismen om de instabiliteit in de ontwikkelingswereld aan te pakken en een effectief multilateralisme te ondersteunen dan om gemeenschappelijke besluiten te nemen die van invloed zijn op de cruciale bilaterale betrekkingen van de lidstaten met landen buiten de Europese Unie. Het risico op verdeeldheid is altijd aanwezig. Wij moeten dan ook vertrouwen op onze eigen kracht.

Mijn conclusies zijn simpel: als wij nog consequenter te werk gaan en nog duidelijker met één stem spreken, zal onze kracht alleen maar toenemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Joseph Daul, namens de PPE-DE-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, Hoge Vertegenwoordiger Solana, commissaris Kuneva, geachte collega’s, wij zijn vastbesloten om de fundamenten te leggen voor vrede en veiligheid, en om de stabiliteit van ons continent te waarborgen.

De uitbreidingen behoren tot de belangrijkste successen van ons buitenlands beleid, aangezien zij de nieuwe lidstaten ertoe hebben aangezet om zich los te maken uit decennialang totalitarisme.

Wij zijn zeer tevreden over het tempo van de onderhandelingen met Kroatië en hebben er vertrouwen in dat zowel Kroatië als de Europese Unie klaar zullen zijn om de Kroatische burgers in staat te stellen aan de Europese verkiezingen van 2009 deel te nemen.

Na tien jaar van etnische conflicten in de Balkanlanden is het de plicht van de Europese Unie om een bijdrage te leveren aan vrede en stabiliteit in deze regio. Onze fractie steunt het door de heer Ahtisaari voorgelegde plan, dat van essentieel belang is voor een Kosovo dat politiek gezien stabiel en economisch gezien levensvatbaar is, en dat tevens de rechten van de minderheden eerbiedigt.

Daarnaast moeten wij ons alle mogelijke inspanningen getroosten om de democratische oppositie in Wit-Rusland te hulp te komen. Ik maak mij met name grote zorgen over de intriges waarmee de strijdkrachten in Minsk zich zondag inlieten, en over de wijze waarop Alexander Milinkevich, die de Sacharov-prijs van het Europees Parlement heeft ontvangen, en zijn vrouw zijn toegetakeld. Alexander weet evenwel dat hij op onze steun kan rekenen.

Europa moet blijven strijden voor de mensenrechten. Onze fractie is zeer bezorgd over de aanhoudende schendingen van de mensenrechten in Noord-Korea, en veroordeelt de opsluiting van meer dan 200 000 politieke gevangenen in dat land. Noord-Korea ontwikkelt wapens en streeft naar een nucleair overwicht, terwijl zijn burgers aan ondervoeding lijden. Wij moeten onze waakzaamheid op dit punt vooral niet laten verslappen.

In Darfoer hebben wij te maken met een echte volkenmoord. De Soedanese regering moet de milities ontwapenen en met het Internationaal Strafhof en de internationale gemeenschap samenwerken, terwijl de Europese Unie zich dringend moet uitspreken vóór het sturen van aanzienlijke versterkingen.

Daarnaast verdient de crisis in Zimbabwe al onze aandacht. De brute wijze waarop vertegenwoordigers van de Beweging voor Democratische Verandering (MDC) werden behandeld, is een belediging voor ons allen. Als wij niet reageren, bestaat het gevaar dat de chaos zich over heel Zimbabwe uitbreidt.

De Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten pleit voor een krachtiger Europa in een veiligere wereld. De verspreiding van kernwapens maakt onze wereld echter steeds gevaarlijker. Wij moeten ons blijven inspannen om door middel van onderhandelingen een oplossing voor het Iraanse kernprogramma te vinden. Iran kan pas een volwaardig lid van de internationale gemeenschap worden, als het zich volledig aan de resoluties van de Veiligheidsraad houdt.

Het feit dat afgelopen week vijftien Britse mariniers en matrozen door de Iraanse strijdkrachten gevangen werden genomen, is een onaanvaardbare en bijzonder verontrustende ontwikkeling. Wij moeten alles in het werk stellen om al deze Britten zo snel mogelijk vrij te krijgen. Tot slot moeten wij het partnerschap met de Verenigde Staten versterken, nieuwe stappen zetten om een transatlantische markt te verwezenlijken en, bovenal, de Doha-ronde binnen de Wereldhandelsorganisatie afsluiten. Deze ronde moet daadwerkelijk worden beëindigd, aangezien het hier om een ontwikkelingsronde voor de armste mensen ter wereld gaat. Ik hoop dan ook dat wij heel snel een oplossing voor deze ronde vinden.

Mijnheer Solana, wij hebben vertrouwen in u en wij steunen u in uw streven om de vrede in het Palestina-vraagstuk snel dichterbij te brengen. Zoals u vanmorgen hebt gezegd, is dat heel belangrijk voor ons.

Namens alle Europeanen dank ik u voor uw optreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Schulz, namens de PSE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik kort een opmerking aan het adres van de heer Daul maken. Ook wij willen dat Kroatië in 2009 kan deelnemen aan de Europese verkiezingen, maar de fundamentele voorwaarde daarvoor is - en daarover zijn wij het mijns inziens ook vanmorgen nog eens; dat was althans gistermiddag het geval - dat eerst de noodzakelijke hervormingen binnen de EU worden doorgevoerd, voordat er nog meer landen kunnen toetreden. Dat betekent dat wie wil dat Kroatië in 2009 kan toetreden en deelneemt aan de Europese verkiezingen, de heren Kaczyński en Klaus duidelijk moet maken dat zij zich anders zullen moeten opstellen ten aanzien van het constitutioneel debat. Anders wordt dat niets. Ik hoop dat we daar deze morgen nog net zo over denken.

(Applaus)

Hartelijk dank, mijnheer Solana, Hoge Vertegenwoordiger, voor de uitvoerige toelichting op de rol van de Europese Unie in de internationale politiek. Namens onze fractie wil ik graag op twee punten ingaan, en u daarbij onze volledige solidariteit en ondersteuning toezeggen. Ten eerste heeft u gesproken over de Britse soldaten in Iranees gevangenschap en ik dank u voor uw heldere woorden van solidariteit. Namens mijn fractie wil ik Iran uitdrukkelijk zeggen dat de waarde van iedere verbale toezegging - op welke wijze dan ook gedaan - wordt gemeten aan het feit of deze soldaten al dan niet worden vrijgelaten. Het hoeft helemaal geen tijd te kosten om aan te tonen dat Iran bereid is deel te nemen aan een constructieve internationale dialoog.

Ten tweede heeft u aangegeven dat de EU geen verdedigingsunie is, maar een bondgenootschap dat internationale conflicten allereerst tracht op te lossen door middel van dialoog. Een identiteitsbepalend buitenlands beleid - dat wij voor onszelf kunnen ontwikkelen - is een beleid dat voorrang geeft aan het ‘Europees model’ van civiele en diplomatieke - in tegenstelling tot militaire - oplossingen. Het feit dat u zich daar uitdrukkelijk voor heeft uitgesproken toont aan dat uw aanpak daadwerkelijk steun verdient, in ieder geval van mijn fractie.

Dat betekent echter ook dat als er een dialoog moet worden gevoerd, en als dialoog primeert, iedereen aan die dialoog moet deelnemen. Ik was daarom zeer verheugd u te horen zeggen dat wij de dialoog met de nieuwe regering van de nationale eenheid in Palestina niet kunnen weigeren, waarvan u de minister van Financiën en de minister van Buitenlandse Zaken bij naam heeft genoemd en met wie wij al jarenlang gesprekken voeren. Hoe zouden wij dan nu kunnen zeggen dat wij niet met hen willen praten, alleen omdat ze tot een regering behoren waarin ook Hamas is vertegenwoordigd? Wij moeten u er dankbaar voor zijn dat u daar een duidelijk standpunt over heeft ingenomen. Onze fractie zal een delegatie naar Palestina afvaardigen, die onder anderen ook met deze partners in de dialoog gesprekken zal voeren.

U heeft een hele reeks kwesties ter sprake gebracht. U heeft gesproken over Riyad, over de kwestie-Kosovo, over de situatie op de Balkan, over Iran, Oekraïne en de crisis in Darfoer. U heeft een heleboel zorgwekkende ontwikkelingen beschreven, waar de Europese Unie mee te maken heeft. Terwijl ik aandachtig naar u luisterde, mijnheer Solana, vroeg ik me af, welk van deze problemen nu eigenlijk wordt opgelost door een raketafweersysteem in Polen en Tsjechië. Niet een daarvan!

(Applaus)

Een heleboel zaken die problemen veroorzaken, hebben echter te maken met de wijze waarop wij - de Westerse wereld - ertoe besluiten miljarden uit te geven aan alles behalve het wegnemen van de oorzaken van deze conflicten, die zoals altijd armoede, honger, epidemieën, ziekten en onderontwikkeling zijn. Wij hebben voor alles geld en volgens de berichten die ik vanochtend heb gelezen, wil de Amerikaanse president zijn Russische ambtgenoot nu de mogelijkheid tot een dialoog aanbieden. Dat is mijns inziens geweldig, dat strookt met onze ideeën, maar in plaats van te praten over waar ze deze systemen gaan stationeren, zouden ze moeten praten over het feit dat het niet nodig is om deze systemen überhaupt ergens te stationeren. Het niet veroordelen van Russische clusterbommen moet immers evenzeer worden veroordeeld als het stationeren van een raketafweersysteem dat geen enkele zin heeft.

Mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger, u heeft ons een indrukwekkende impressie van uw werk gegeven, maar één ding is ons duidelijk: elk raketafweersysteem, hoe het ook wordt gestationeerd - bilateraal, onder auspiciën van de NAVO, onder de vlag van de Europese Unie, of op welke andere wijze ook - leidt tot niets anders dan een nieuwe vicieuze wapenwedloop, die geld kost, geld dat ons ontbreekt om de conflicten op te lossen die u heeft beschreven.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Graham Watson, namens de ALDE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, reeds bij het begin van zijn mandaat heeft de Hoge Vertegenwoordiger aangegeven in zijn werkzaamheden de nadruk te willen leggen op het Midden-Oosten. Onze complimenten daarvoor, mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger. Wij hebben bewondering voor uw nimmer aflatende energie en uw diplomatieke kwaliteiten, en wij hopen dat de Europese Unie, nu de nieuwe Palestijnse regering een feit is, daadwerkelijk in staat zal zijn om dit land een stevige duw in de goede richting te geven, op weg naar een duurzame vrede en een vreedzame co-existentie met Israël.

Mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger, u zei dat daden belangrijker zijn dan woorden, en dat wij onze houding ten opzichte van de nieuwe Palestijnse regering moeten bepalen aan de hand van haar optreden. Ik zou er echter op willen aandringen om ten opzichte van deze regering zelf meer initiatief te nemen. Het is namelijk dringend noodzakelijk dat er op Palestijns grondgebied een goed functionerend overheidsapparaat wordt gecreëerd. Het tijdelijke internationale mechanisme is zowel duur als omslachtig, en het is nog zeer onduidelijk of Israël bereid is om de nieuwe regering haar werk te laten doen.

Mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger, het ontbreekt u zeker niet aan moed. U moet uw inspanningen om in het Midden-Oosten vrede, democratische vooruitgang en een rechtsstaat tot stand te brengen onder de meest moeilijke omstandigheden verrichten. Mijn fractie is het met u eens dat een politieke oplossing voor de nucleaire kwestie het beste zou zijn voor onze betrekkingen met Iran. Wij hebben alle waardering voor uw pogingen om de onderhandelingen met de heer Larijani weer op te pakken. Sancties van de VN zijn in onze optiek het allerlaatste redmiddel, en wij dringen er dan ook op aan dat u bij de contacten en betrekkingen die u opbouwt alle mogelijkheden van de Unie aanwendt om de Britse mariniers vrij te krijgen die in Iran worden vast gehouden. De thuisbasis van de HMS Cornwall bevindt zich in mijn kiesdistrict. Veel van de betrokken personen zijn mijn kiezers. Wij hechten er grote waarde aan dat zij zo snel mogelijk worden vrijgelaten. Wellicht dat u uw aandacht ook op Libië kunt richten om ervoor te zorgen dat de Bulgaarse verpleegkundigen op tijd in Bulgarije terug zijn om op 20 mei hun stem uit te kunnen brengen bij de Europese verkiezingen.

(Applaus)

U had het ook over Darfoer. Die kwestie moet de hoogste prioriteit krijgen, niet alleen vanwege de veiligheidsredenen waarnaar u verwees, maar vooral ook omdat ons onvermogen om de eerste genocide van deze eeuw te voorkomen een verkeerd signaal zou geven over de rol en de mogelijkheden van Europa in de wereld. Ik verzoek u dringend om samen met de Verenigde Staten en andere grote landen voor een oplossing in Darfoer te zorgen. Ik denk daarbij met name aan het inzetten van VN-troepen om de veiligheid te herstellen, aangezien de Afrikaanse Unie daartoe niet in staat blijkt.

Wij verwelkomen uw hernieuwde nadruk op het Verdrag inzake non-proliferatie van kernwapens. Als het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk hun kernwapens vernieuwen en de Verenigde Staten een raketafweersysteem ontwikkelen, geven wij de Russen en anderen het signaal dat wij een nieuwe wapenwedloop willen beginnen. Nog helemaal los van het feit dat deze “zoon van Star Wars” wel eens zou kunnen uitdraaien op een Marginot-linie in de lucht, is dit niet het soort diplomatie waar wij ons toe moeten laten verleiden.

U zei dat de Europese Unie geen juridische machtsmiddelen heeft, maar ik vind dat wij desalniettemin dat raketafweersysteem ter sprake moeten brengen. Als u niet zelf het initiatief hiertoe neemt en een agenda opstelt, zal die agenda voor u worden ingevuld door het optreden van de afzonderlijke lidstaten. Wij vonden het initiatief van commissaris Rehn een goede zaak toen hij, met het oog op de al maar toenemende problemen met Turkije, als sanctie een aantal onderhandelingshoofdstukken opschortte en zo de lidstaten aan zijn zijde kreeg. Wij zouden graag zien dat u net zo te werk ging en ervoor zorgde dat er een gemeenschappelijk standpunt wordt ingenomen over de ontwikkeling van dat raketafweersysteem.

Mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger, u bent ook verantwoordelijk voor de toegang tot documenten. Er is al veel gesproken over de noodzaak van een akkoord over de toegang tot documenten in de tweede en derde pijler. Die documenten zijn niet toegankelijk voor de nationale parlementen en het Solana/Brok-akkoord geeft ons geen solide rechtsgrondslag daarvoor. Toen onze “Tijdelijke Commissie verondersteld gebruik door de CIA van Europese landen voor het vervoer en illegaal vasthouden van gevangen” u vorig jaar verzocht om overlegging van de notulen van het Comité van juridische deskundigen van de lidstaten, kregen wij een document van twee pagina’s. Wij ontdekten later echter dat die notulen uitgebreider waren en zes pagina’s besloegen. Ik zou u vandaag dan ook in de geest van een loyale samenwerking overeenkomstig artikel 10 willen vragen of u dit Parlement - of zijn Conferentie van voorzitters - opheldering kunt geven over de vraag of de notulen die de Tijdelijke Commissie ontvangen heeft, een volledig verslag van het verloop van die bijeenkomst bevatten of slechts een deelverslag zijn. U zult begrijpen dat dit voor ons een belangrijke kwestie is.

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański, namens de UEN-Fractie. - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het is duidelijk dat er in 2007 enige spanningen zullen ontstaan in het buitenlands beleid van de Europese Unie. Het raketafweersysteem zelf is echter niet de oorzaak van deze spanningen. Het probleem zit hem in het feit dat bepaalde lidstaten de Russische visie op deze kwestie hebben overgenomen. Rusland gebruikt bewust valse argumenten.

Het is duidelijk dat tien onderscheppingsraketten op Pools grondgebied geen bedreiging voor de Russische defensie vormen. In tegenstelling tot wat is beweerd, is en wordt Rusland wel degelijk geraadpleegd. Door met deze valse argumenten te komen wil Rusland duidelijk verdeeldheid zaaien in de Europese Unie. Paradoxaal genoeg zal het plaatsen van onderdelen van het raketschild in Europa de uitvoering van soortgelijke NAVO-plannen op dit gebied wellicht alleen maar versnellen. Dat zou een onbedoelde, maar zeer gunstige uitkomst zijn.

Polen zal voor dit soort initiatieven net zo open blijven staan als nu. Daarom verbaast het me zo dat de Duitse SPD - de partij van oud-bondskanselier Schröder - zo enthousiast de argumenten van president Poetin herhaalt. Het zou voor de sociaaldemocraten veel natuurlijker zijn om naar hun EU-partners uit Denemarken, de Tsjechische Republiek, Groot-Brittannië en Polen te luisteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik nogmaals mijn solidariteit betuigen met de gevangengenomen Britse mariniers en de Bulgaarse verpleegsters. Wij moeten zowel op Iran als op Libië druk uitoefenen om al deze mensen vrij te laten.

(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik schakel nu over op het Frans, zodat onze collega, de heer Solana, mij goed kan volgen.

Wij moeten “ja” zeggen tegen nucleaire ontwapening. Iedereen weet echter dat als een groot land over kernenergie voor civiele doeleinden beschikt, het uiteindelijk ook over kernenergie voor militaire doeleinden wil kunnen beschikken. De sleutel tot nucleaire ontwapening is de ontmanteling van kerninstallaties voor civiele doeleinden. Gebeurt dit niet, dan zal er geen nucleaire ontwapening plaatsvinden. Wij hebben dit gezien met Korea, en we zien het nu bijvoorbeeld met Iran, India en Pakistan.

In veel landen zijn die twee aspecten met elkaar verbonden. Dat heeft men kennelijk nog altijd niet begrepen, maar dat is wel - dat verzeker ik u - het probleem dat ons boven het hoofd hangt.

Wat Darfoer vervolgens betreft, moet de Europese Unie het initiatief nemen. Ik ben het eens - en dat zeg ik ook namens de fractie - met onze oud-collega, Chris Patten, die een uitstekend artikel over dit onderwerp heeft geschreven. Ik ben het eens met de intellectuelen die de Europese Unie hebben opgeroepen om initiatief te nemen. De tijd van praten is voorbij. Wij moeten voorkomen dat er iedere dag weer honderden mensen worden gedood, worden afgeslacht door de Soedanese strijdkrachten. Dat moet worden benadrukt. Hoe meer tijd wij met praten doorbrengen, hoe meer mensen er sterven. Daarom ben ik het eens met de heer Watson: wij moeten binnen de VN het initiatief nemen. Wij moeten op zijn minst de vluchtelingenkampen beschermen en een no-fly zone instellen, zoals we dat voor de Koerden in Irak hebben gedaan, om de moorden en verkrachtingen te voorkomen die plaatsvinden tussen het landen en weer opstijgen van de helikopters. Dat is wel het minste dat wij voor Darfoer moeten en kunnen doen! Tegelijkertijd moet er ook naar een oplossing worden gezocht.

Op dezelfde manier moeten wij ons uitspreken tegenover de Chinezen. De Chinezen nemen alle moordpartijen voor lief, omdat ze olie willen. Mensenlevens worden verkocht per liter olie! Dat is onaanvaardbaar voor de Europese Unie.

Vervolgens het antiraketschild. Ook op dit punt moeten wij duidelijk zijn. Ik weet niet of dit antiraketschild tegen Rusland is gericht; ik weet niet tegen wie het is gericht, maar als het tegen Iran is gericht, is dat volstrekt belachelijk. Echt belachelijk! Als de Iraniërs ons op dit moment willen aanvallen, hoe zullen ze dat dan doen? Door middel van zelfmoordaanslagen! Welk zelfmoordaanslagschild denkt u in godsnaam te verzinnen in uw Star Wars-scenario? Dat werkt niet. Het zou miljarden kosten, en waarvoor? Voor niets! Het probleem is dat de Amerikanen, eens te meer, eenzijdig bepalen wat nodig is voor een deel van Europa. Dat is het politieke probleem. Europeanen, Polen, Fransen, Tsjechen en Duitsers moeten begrijpen dat, om een multilaterale wereld tot stand te brengen, Europese politieke eenheid de sleutel - en tevens de enige mogelijkheid - is om onze onafhankelijkheid veilig te stellen.

Dit is een politiek debat, omdat het gaat om het bestaan zelf van de Europese Unie. Ik verwijs naar artikel 16 van onze Verdragen. Als het om het buitenlandse beleid gaat, moeten wij elkaar raadplegen. Laten wij met elkaar overleggen, om te voorkomen dat unilateralisme de overhand krijgt in Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Francis Wurtz, namens de GUE/NGL-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger, ik wil mij in mijn betoog beperken tot één onderwerp, dat echter van essentieel belang is, namelijk het Midden-Oosten.

Nog maar een paar weken geleden waren wij op het ergste voorbereid, toen er geen enkele politieke uitweg meer leek te zijn voor een bezetting die onhoudbaar was geworden voor het Palestijnse volk, en wij het spookbeeld van een burgeroorlog zagen opdoemen. Dit verschrikkelijke gevaar is weliswaar bezworen, maar dat was - helaas - niet te danken aan de inspanningen van de internationale gemeenschap, inclusief de Europese Unie. Het embargo waartoe het Kwartet had besloten, had er juist toe geleid dat het water de slachtoffers aan de lippen stond en het extremisme werd aangewakkerd.

Neen, dit onverwachte sprankje hoop hebben wij te danken aan de opstellers van het gevangenendocument, in het bijzonder Marwan Barghouti, aan de onvermoeibare inzet van president Mahmoud Abbas - zoals u hebt gezegd -, aan de gezamenlijke actie van alle Palestijnse democratische krachten en tevens - zoals u ook hebt gezegd - aan de hernieuwde diplomatieke initiatieven van de Arabische landen. Het resultaat ligt er: het Akkoord van Mekka heeft de weg vrijgemaakt voor de vorming van een regering van nationale eenheid.

Overigens vereert een vooraanstaande vertegenwoordiger van deze democratische krachten het Europees Parlement op dit moment met een bezoek: ik heb het over de heer Bassam al-Salhi, secretaris-generaal van de Palestijnse Volkspartij, die nu minister is in deze regering. Hij volgt onze debatten vanaf de tribune, en ik wil hem graag begroeten, terwijl ik, via hem, deze regering van nationale eenheid in haar geheel welkom wil heten.

(Applaus)

Dit regeringsakkoord kwam tot stand dankzij veelomvattende politieke toezeggingen van de hele regering: toezeggingen die hun gelijke helaas niet hebben van Israëlische zijde en die een afspiegeling zijn van de voorwaarden van het Kwartet.

Naar mijn mening, naar onze mening en ik denk ook naar de mening van veel van mijn collega’s, mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger, zou het een ernstige fout zijn indien wij deze kans om de hoop weer nieuw leven in te blazen, lieten liggen. Daarom roepen wij de Europese Unie op om de rechtstreekse steun aan de Palestijnse Autoriteit te hervatten, om de nieuwe regering van nationale eenheid te erkennen, en om - binnen het Kwartet - voor deze erkenning te pleiten.

Dit verzoek vormt de kern van de oproep van een aantal leden van het Europees Parlement. De aanvankelijke ondertekenaars van deze oproep vertegenwoordigen een breed politiek spectrum en nemen - wat de uitdagingen in het Midden-Oosten betreft - vaak belangrijke verantwoordelijkheden op zich.

In de hoop, mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger, dat de Zevenentwintig - na de aanneming van de Verklaring van Berlijn - hun ambities om een wereldspeler ten dienste van de vrede te zijn, graag concreet vorm willen geven, heb ik de eer u nu al de tekst van deze oproep te mogen overhandigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bastiaan Belder, namens de IND/DEM-Fractie. - Voorzitter, Europa's veiligheid is slechts gediend met een nuchter, feitelijk debat over het Amerikaanse voornemen tien verdedigingsraketten in Polen te stationeren en een daarmee samenhangend radarsysteem in Tsjechië te plaatsen. Heftige negatieve reacties binnen de Unie, vooral ingegeven door vrees voor Poetin's Rusland, versterken niet slechts de eigen kwetsbaarheid, maar creëren tegelijk nieuwe politieke spanningen tussen de lidstaten en dat moet na de Europese Irak-crisis toch wel een waar schrikbeeld zijn voor de Hoge Vertegenwoordiger, de heer Solana.

Welke feiten spreken nu vóór het raketproject? Dat is allereerst het vaste voornemen van de Islamitische Republiek Iran in de nabije toekomst over een arsenaal aan moderne ballistische raketten met een reikwijdte tot 5.500 km te kunnen beschikken. Voeg hier Teheran's dubbelzinnige nucleaire inspanning aan toe en de dreiging, ook voor Europa, is op termijn gegeven.

Kortom, Voorzitter, een krachtig transatlantisch signaal aan Iran is stellig geboden. Een raketafweersysteem op ons continent is een legitieme preventieve actie contra gevaarvolle Perzische machtsprojecties. Bij de verwezenlijking van die nationale ambities is Teheran weer sterk afhankelijk van Russische en Chinese technische expertise.

Hoge Vertegenwoordiger, ik vertrouw erop dat u Moskou en Peking op hun specifieke verantwoordelijkheid voor de wereldvrede als leden van de Veiligheidsraad in dezen zult aanspreken.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniela Buruiană-Aprodu, în numele grupului ITS. Uniunea Europeană a încheiat la 1 ianuarie 2007, prin aderarea României şi Bulgariei, o importantă etapă a dezvoltării sale, sporindu-şi influenţa pe plan internaţional, ceea ce impune şi o regândire a organizării sale instituţionale, care să permită dezvoltarea statelor membre într-o lume aflată în plin proces de globalizare. Apariţia şi acutizarea în viaţa internă a Uniunii Europene a unor probleme cum ar fi energia şi mediul impun o regândire a strategiilor care să întărească rolul său de super-putere pentru promovarea intereselor cetăţenilor statelor membre.

O Uniune Europeană puternică şi influentă la nivel internaţional implică, pe de o parte, o regândire a mijloacelor şi metodelor de obţinere a informaţiilor necesare, asigurării securităţii cetăţenilor statelor membre şi, pe de altă parte, protejarea intereselor acestora. În prezent, ameninţările asimetrice nu mai vizează o ţară, un obiectiv anume sau o categorie socială, ci au devenit globale, urmărind distrugerea instituţiilor şi valorilor democratice în ansamblul lor. Terorismul, traficul de persoane şi arme, precum şi cel de narcotice şi de substanţe de distrugere în masă necesită răspunsuri colective, care să permită identificarea cu anticipaţie a ameninţărilor la adresa statelor membre.

Apreciez, domnule preşedinte, oportunitatea lansării unor teme de analiză asupra modului de redimensionare a inter-operabilităţii între serviciile de informaţii naţionale, eventual într-o structură de comunitate de informaţie, cu o componentă preventivă puternică, fapt ce ar determina creşterea capacităţilor comune de acţiune, pentru a face faţă cu eficienţă magnitudinii şi complexităţii ameninţărilor asimetrice. Urmare a înfiinţării acestei structuri informative, apreciez că s-ar face mari economii de resurse umane şi materiale, care ar putea fi redirecţionate spre alte sectoare deficitare.

 
  
MPphoto
 
 

  Jana Bobošíková (NI). - (CS) Dames en heren, ik ben een afgevaardigde uit de Tsjechische Republiek, het land dat overweegt om op zijn grondgebied radars van het Amerikaanse antiraketsysteem te installeren. Ik wil hier met nadruk zeggen dat ik wat dit betreft zeer ingenomen ben met de recente verklaring van de heer Solana dat de desbetreffende landen zelf moeten beslissen of ze aan het Amerikaanse raketsysteem willen deelnemen.

Het is mijn stellige overtuiging dat er in de wereld van vandaag geen alternatief bestaat voor het Amerikaanse defensiesysteem. Uit de gebeurtenissen in Joegoslavië is maar al te goed gebleken dat de Europese Unie met politieke noch militaire middelen in staat was de slachtpartijen daar te voorkomen. Bovendien hebben we de ervaringen van de vorige eeuw, toen mijn land door een aantal Europese landen werd overgeleverd aan de nazi’s. Dat geeft de Tsjechische Republiek en Polen het legitieme recht om zelf te beslissen over hun eigen verdediging.

Ik wil daarom onze buren, die wegens de radars Europa in twee kampen dreigen op te delen, verzoeken om even na te denken en zich af te vragen wie op welke manier Europa in het verleden heeft verdeeld. En de overigen die zich ermee wensen te bemoeien, zou ik met de woorden van president Chirac willen vragen om niet te vergeten te zwijgen. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra (PPE-DE). - (ES) Het feit dat de Hoge Vertegenwoordigerbij, de heer Solana, aanwezig was bij de top van de Arabische Liga is naar mijn mening op zichzelf al een succes.

Het is een succes op een bijzonder moment, zoals het fungerend voorzitterschap van de Europese Unie ons gisteren heeft duidelijk gemaakt, op een moment waarop de Unie zichzelf na het debat over de Grondwet intern probeert te versterken en, zoals de heer Solana heeft gezegd, ook naar buiten toe haar rol probeert te vergroten door middel van een effectief en zichtbaar beleid.

Ik wil voortborduren op het beeld dat de heer Solana ons heeft geschetst, en een opmerking maken en enkele vragen formuleren met betrekking tot de punten die hij aan de orde heeft gesteld.

Ik denk dat zijn opmerking over de regering van nationale eenheid en de nieuwe situatie die is ontstaan in Palestina, heel verstandig is, in de zin dat het verstandig is om de bijbelspreuk “aan hun vruchten zult gij hen herkennen” toe te passen en de opstelling van de Europese Unie niet van de ene op de andere dag te veranderen, maar om alert te blijven, goed te luisteren en open te staan voor de signalen die we in deze nieuwe situatie zullen opvangen.

Het zou wellicht interessant zijn, mijnheer Solana, wanneer u ons, in dit debat over de vooruitzichten voor het gemeenschappelijk buitenlands beleid van de Europese Unie, behalve over Kosovo en Servië kort iets wilde zeggen over de Europese perspectieven van de Westelijke Balkan. Ik weet dat daar mogelijk niet veel tijd voor is, maar misschien is het goed als u kort iets over dit onderwerp zegt.

Met betrekking tot de raketafweersystemen hebben we gezien dat u blij bent met het gesprek dat president Bush en president Poetin gisteren hebben gevoerd, en gelet op het gebrek aan bevoegdheden van de Europese Unie op dit gebied - zoals u in dit debat heeft erkend - denk ik dat het goed zou zijn om te weten of de Unie ook het soort raadplegingen gaat houden dat nu heeft plaatsgevonden tussen Rusland en de Verenigde Staten.

Ook zou ik uw reactie willen vernemen over de uitspraak die de minister van Kazachstan gisteren heeft gedaan, in het bijzijn van de trojka van de Gemeenschap, namelijk dat als het Westen een energiecorridor wil openen naar de Kaspische Zee zonder dat Rusland en Iran daarmee akkoord gaan, dat een heel moeilijke zaak zal worden.

Tot slot, mijnheer de Voorzitter - en hier sluit ik mee af -wil ik graag weten wanneer de richtsnoeren voor de onderhandelingen over de associatieovereenkomsten met de Andesgemeenschap en de Midden-Amerikaanse Gemeenschap beschikbaar zullen zijn, en of de Raad het Parlement zal uitnodigen om de volgende ministeriële bijeenkomst met de Groep van Rio bij te wonen, zoals bij eerdere gelegenheden ook is gebeurd, want we hebben nog geen uitnodiging mogen ontvangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Marinus Wiersma (PSE). - Voorzitter, ik wil de heer Solana bedanken voor de opmerkingen die hij heeft gemaakt over het raketschild. Vooral zijn vaststelling dat het wel degelijk een onderwerp van discussie is, ook binnen de Europese Unie, omdat het ook een relatie kan hebben - en in onze opvatting ook heeft - met de veiligheidsstrategie waar de heer Solana zich de afgelopen jaren zo voor heeft ingezet.

De onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en twee lidstaten van de Europese Unie over de plaatsing van een raketschild in Europa baren ons zeer grote zorgen. We zijn niet overtuigd van de noodzaak van een dergelijk systeem. We vrezen integendeel dat de plannen voor verdeeldheid zorgen. Internationale inspanningen om proliferatie van nucleaire wapens tegen te gaan, zouden hierdoor ernstig kunnen worden ondermijnd. De verspreiding van massavernietigingswapens vormt een toenemende bedreiging voor de internationale vrede en veiligheid en ik ben blij met de opmerkingen die de heer Solana daarover maakte meer in zijn algemeenheid.

De Europese Unie heeft non-proliferatie tot een van haar topprioriteiten gemaakt en we beseffen dat het in stand houden van het non-proliferatiesysteem enkel haalbaar is als er gezamenlijk multilateraal wordt opgetreden. Multilaterale samenwerking is geen keuze, maar een noodzaak. Juist in dat licht zijn we zeer ongerust over de plannen van Washington. Doorgaan met het ontwikkelen van een raketafweersysteem dat terecht of onterecht als provocatie wordt ervaren door andere erkende nucleaire machten, is contraproductief. Het zou zelfs kunnen leiden tot een nieuwe wapenwedloop.

De nucleaire aspiraties van landen als Noord-Korea en Iran baren ons natuurlijk óók grote zorgen en wij steunen daarom de inspanningen van de Europese Unie en de VN om via een dialoog, maar ook via politieke en economische dwang, dit streven te dwarsbomen. Het raketschild zou volgens de Verenigde Staten moeten beschermen tegen aanvallen uit Iran. Maar ondermijnt dat niet de geloofwaardigheid van de internationale gemeenschap aan de onderhandelingstafel? Tenslotte is het in tegenspraak met het voornemen Iran ervan te weerhouden een nieuw nucleair wapenarsenaal te ontwikkelen.

Kortom, wij zijn zeer ongelukkig met de recente Amerikaanse defensieplannen en de unilaterale manier waarop de Amerikanen te werk gaan. Maar we hebben ook grote zorgen over de bereidheid van Polen en Tsjechië om op een dergelijke eenzijdige dialoog in te gaan. Bondskanselier Merkel heeft terecht de twee landen opgeroepen om het binnen de NAVO te bespreken. We steunen het voorstel van het Duitse voorzitterschap, maar willen ook de heer Solana verzoeken met zijn collega's in de Raad hierover verder te praten.

Het staat lidstaten vrij om bilateraal samen te werken met derde landen op het gebied van defensie, menen sommigen. De politieke effecten van een dergelijk systeem beperken zich echter niet tot Polen en Tsjechië en de plaatsing van zo'n raketschild zal onaangename consequenties hebben voor de veiligheid van de hele Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Annemie Neyts-Uyttebroeck (ALDE). - Voorzitter, Hoge Vertegenwoordiger, collega's, de terugkeer van Chamberlain en Deladier uit München in 1938 en de woorden die toen werden gesproken: "We bring you peace in our time" behoren tot de zwartste bladzijde, niet alleen van Europa, maar ook van de wereldgeschiedenis. Laat het voor iedereen duidelijk zijn dat wij dat heel scherp en heel pijnlijk beseffen.

Dit gezegd zijnde, is dit debat, waarvoor ik de Hoge Vertegenwoordiger en al de collega's wil danken, een heel interessant debat, omdat het via de tussenkomsten van de ene en de andere aantoont hoe groot het risico is dat wij ons laten instrumentaliseren. De ene door Washington, de andere door Rusland. U kiest maar.

Maar hoe dan ook, wij lopen hier het grote gevaar dat we door die twee grootmachten uit elkaar worden gespeeld. Waar het nu op aankomt, is om dat te voorkomen. We moeten voorkomen dat we opnieuw in een situatie terechtkomen waarin we meteen een kamp kiezen, daarin dan niet meer willen bewegen, en waarin we dan opnieuw zich een hele spiraal laten ontwikkelen die mogelijk een nieuwe wapenwedloop kan zijn. Wij bevinden ons op een punt waar we dit kunnen voorkomen, wanneer wij ervoor waken ons niet te laten instrumentaliseren en kijken wat het beste is voor ons allemaal samen en wat het beste is voor de wereld en voor de wereldvrede.

Ik behoor tot een generatie - ook al ben ik niet direct een pacifiste - voor wie woorden als ontwapening, wapenbeheersing en non-proliferatie uitermate belangrijk waren en wij hebben ook geprobeerd ernaar te handelen en daarom wil ik u, Hoge Vertegenwoordiger, bedanken dat u daar vrij uitgebreid over heeft gesproken; ik wens u het beste en zeg u dat u op onze steun kunt rekenen.

Een ding heeft me getroffen in uw uiteenzetting, dat is de elegantie waarmee u over de besprekingen in de VN-Veiligheidsraad over de toekomstige resolutie over Kosovo bent heen gewalst. Kunt u daar toch wat meer over zeggen?

 
  
MPphoto
 
 

  Ģirts Valdis Kristovskis (UEN). - (LV) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Solana, graag zou ik u willen bedanken voor uw melding van het feit dat de hoogste EU-organen een debat aan het voorbereiden zijn over de plaatsing van een raketafweersysteem in de Europese Unie. Daarbij wil ik wel de kanttekening maken dat dit naar mijn mening te laat komt, want het is geen geheim dat dit proces zich al aan het ontwikkelen is in Europa en dat het publiek geïrriteerd begint te raken.

Ik denk dat u veel actiever dient te zijn in het pareren van de argumenten en speculaties van Rusland over dit onderwerp. Er vallen woorden als “koude oorlog” en er wordt druk uitgeoefend op Polen en de Tsjechische Republiek. Ik vind dit volledig onacceptabel. De Europese Unie dient een ondubbelzinnig standpunt in te nemen over deze kwestie, want anders komen er gesjeesde politici als Schröder - die natuurlijk door Poetin wordt betaald - om de hoek kijken met opmerkingen die het Europese publiek irriteren. Ook vind ik het nogal onbevredigend dat deze kwestie aan de secretaris-generaal van de NAVO wordt overgelaten, aangezien ik er geenszins aan twijfel dat de Verenigde Staten van Amerika daadwerkelijk spreken over de verdediging van Europa en niet zozeer over verdediging van de Verenigde Staten van Amerika. De Verenigde Staten hebben het over de verdediging van Europa! De Europese burger verwacht van u, mijnheer Solana, van de verantwoordelijke voor de tenuitvoerlegging van het Europees gemeenschappelijk buitenlands beleid, een duidelijk standpunt. En dat is wat ook ik persoonlijk van u verwacht. Dank u.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Beer (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de interessante toespraak van de heer Solana heeft mij duidelijk gemaakt, wat het feitelijke dilemma in Europa is. Wij praten immers veel over het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, maar uiteindelijk slagen wij er op geen enkel punt in om een gemeenschappelijk standpunt in te nemen. Mijnheer Solana, ik ben blij met hetgeen u over het Midden-Oosten heeft gezegd. Als wij proberen te onderhandelen met landen als Iran of organisaties als de Arabische Liga, dan moeten wij dat ook doen met Hamas, dat per slot van rekening gekozen is.

U sprak over proliferatie: dat ligt het Europees Parlement na aan het hart. Waar blijft echter de gemeenschappelijke stem om de modernisering door Groot-Brittannië van het Trident-programma te veroordelen? De regeringen van twee landen, van de VS en Groot-Brittannië, die binnenkort niet meer gekozen zullen worden, willen herbewapenen en de wereld blootstellen aan nieuwe dreigingen. U heeft over Kosovo gesproken en daarbij aangegeven dat u Ahtisaari steunt. Maar hoe ziet die steun eruit? Waarom heeft Europa niet de moed om te zeggen wat er nu moet gebeuren? Waarom blijft het zich schuilhouden? Onafhankelijkheid onder toezicht is nodig, en toch mijden wij deze term als de pest. Het wordt tijd dat met name Europa en het Europees Parlement - dat vandaag over deze kwestie zal stemmen - eindelijk duidelijk maakt dat er geen weg terug is, dat Kosovo niet wordt teruggegeven aan Servië, dat de status quo niet langer functioneert en dat wij deze lastige weg moeten gaan, in plaats van politiemissies voor te bereiden en te wachten tot anderen hun standpunt duidelijk maken.

Er moet een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad komen en de oude, nog geldende resolutie 1244 moet worden vervangen. Wij hebben het mandaat nodig voor de EVDB-missie. Het is niet voldoende om te wachten tot anderen hier duidelijkheid verschaffen en wat dat betreft ben ik blij met uw toespraak, maar ik verzoek u eveneens te zeggen of u ook de brief van Ahtisaari aan de VN-Veiligheidsraad, waarin hij spreekt van supervised independance, en de verklaring van Ban Ki Moon ondersteunt. Waarom probeert Europa zich hier aan zijn verantwoordelijkheid te onttrekken?

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Maštálka (GUE/NGL). - (CS) Geachte collega’s, zo te bezien is er op dit moment niets dat de politiek in de Tsjechische Republiek meer verdeelt dan de kwestie van de Amerikaanse militaire bases. De tegenstelling is tweeledig. Ten eerste is, naar het zich laat aanzien, de regering bereid om de bases toe te laten, waar echter de afkeuring door de bevolking tegenover staat. Ten tweede is er een tegenstelling in het parlement, waar de linkse oppositie voor een referendum is en tegen de bases, en de rechtse regeringspartijen tegen een referendum en voor de bases.

Ik zeg dit hier, omdat het noodzakelijk is dat ook de Europese Unie een duidelijk standpunt inneemt in deze kwestie. De handen ervan afhouden met de bewering dat het hier gaat om een bilaterale aangelegenheid tussen Tsjechië en Polen aan de ene en de Verenigde Staten aan de andere kant, is hetzelfde als het hoofd in het zand steken voor een kwestie die morgen een pan-Europese kwestie zal zijn. De Unie moet ook vervelende dingen over de lippen weten te krijgen. Ze zegt met Rusland in gesprek te zijn, maar tot nog toe wijst alles erop dat men met deze gesprekken slechts het feit wil verdoezelen dat er al aan het wereldwijde antiraketsysteem gebouwd wordt. De heer Solana voerde ook gesprekken voordat bevel werd gegeven om Joegoslavië te bombarderen, en ook voor de interventie in Irak werd onderhandeld. De ervaring leert dat dit soort praatrondes nutteloos zijn, als men niet bereid is om compromissen te sluiten. Laten we tot slot niet uit het oog verliezen dat er een Stichtingsakte bestaat tussen de NAVO en Rusland uit 1997, waarin dreiging met geweld wordt uitgesloten.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerard Batten (IND/DEM). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, kennelijk is de heer Solana op zoek naar een nieuwe baan. Los van de keuze die hij maakt, wens ik hem persoonlijk alle succes in zijn nieuwe carrière. Ik ben echter wel blij dat een functie als Europees minister van Buitenlandse Zaken niet meer tot de mogelijkheden behoort, sinds de voorgestelde Europese grondwet in 2005 is verworpen.

Dit idee is eigenlijk vanaf het begin niet van de grond gekomen. Er kan namelijk nooit sprake zijn van een gemeenschappelijk Europees buitenlands beleid, omdat wij allemaal een andere geschiedenis en verschillende internationale verplichtingen, belangen en bondgenoten hebben. Laten wij Groot-Brittannië eens als voorbeeld nemen. Wij hebben niet noodzakelijkerwijs dezelfde kijk als onze Europese buren op de internationale crises waar wij tegenwoordig mee worden geconfronteerd. Zoals u ongetwijfeld weet, zit Groot-Brittannië met betrekking tot Iran in een buitengewoon moeilijk parket, omdat dit land op onwettige gronden Britse mariniers vasthoudt. Het zou bespottelijk zijn als een minister van Buitenlandse Zaken van de EU zou gaan onderhandelen over de vrijlating van Britse mariniers. Groot-Brittannië bevindt zich echter thans in een net zo bespottelijke situatie als gevolg van ons lidmaatschap van de Europese Unie. Indien de vrijlating van die Britse mariniers middels diplomatieke inspanningen niet lukt, dienen er wellicht sancties genomen te worden als gevolg van het illegaal optreden van Iran. Zelfs als Groot-Brittannië zou willen, zou ze geen sancties tegen Iran kunnen nemen, aangezien ons land geen controle meer heeft over de eigen handelsregels. Het handelsbeleid wordt nu immers bepaald door de Europese Unie.

Dit is weer een voorbeeld, zo dat nog nodig mocht zijn, waarom Groot-Brittannië uit de Europese Unie moet stappen om het heft weer in eigen handen te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - U zou de Europese solidariteit met de vijftien mariniers moeten waarderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ashely Mote (ITS). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, Mahatma Gandhi, de dappere, vreedzame en zeer vastberaden vader van de Indiase onafhankelijkheid, liep in de tijd van de Britse heerschappij op een dag het kantoor van de gouverneur-generaal binnen en uitte recht in zijn gezicht de beschuldiging dat de Britten de baas speelden in het huis van iemand anders. Wij Britten weten nu hoe hij zich voelde, en wellicht dat sommigen onder u bij die gedachte zelfs enige zelfvoldoening voelt.

Als wij nu echter naar de Europese Unie en haar vertegenwoordigers kijken, die overal ter wereld gewichtig optreden en als nieuwkomers een rol op een steeds groter toneel willen spelen, weten wij hoe dit zal aflopen. Wij weten waar een dergelijke gewichtigdoenerij toe zal leiden.

Ik heb drie vragen aan u, mijnheer Solana. Wie heeft de EU toestemming gegeven om boetes aan buitenlandse bedrijven op te leggen zonder rekening te houden met de gevolgen voor de economie, de welvaart en het behoud van banen in landen die niet eens deel uitmaken van de Europese Unie? Dan is er de kwestie van de economische partnerschapsovereenkomsten van de EU die zoveel schade toebrengen aan gezinnen in landen in de derde wereld. De leiders van die landen worden slapend rijk door deze overeenkomsten, terwijl lokale producenten en handelaren moeten worstelen om het hoofd boven water te houden in hun strijd tegen goedkope importen. Hetzelfde geldt voor de vissers voor de kust van Afrika. Terwijl lokale ministers rijk worden, is het gebruik van de kustwateren voor de lokale vissers door de aanwezigheid van onze trawlers gedecimeerd en kunnen zij nauwelijks in hun levensonderhoud voorzien.

Gandhi had gelijk. Het geeft geen pas dat de EU zich als baas door andermans huis beweegt.

 
  
MPphoto
 
 

  Roger Helmer (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben geboren in 1944, toen de Tweede Wereldoorlog ten einde liep. Gedurende mijn hele leven hebben de NAVO en het transatlantisch bondgenootschap de vrede in Europa bewaard. Het waren niet de Europese Unie of de Commissie die de USSR hebben verslagen of de Berlijnse muur hebben neergehaald. Dat is te danken aan de moed en vastberadenheid van leiders als Ronald Reagan en Margareth Thatcher. Het GBVB en zijn militaire instelling dreigen het transatlantisch bondgenootschap te ondermijnen. Dat beleid is geboren uit jaloezie, rancune en anti-Amerikaanse gevoelens. Het zit boordevol met strategieën, planningsdocumenten en stafopleidingen, maar ontbeert de benodigde mankracht en schepen, tanks, geweren en vliegtuigen. Het GBVB vormt een bedreiging voor de fundamenten van de westerse veiligheid en stelt ons allen bloot aan de gevaren van een onvoorspelbare wereld. Dat is wederom een reden waarom mijn land beter af zou zijn als het uit de EU stapte.

 
  
MPphoto
 
 

  Karl von Wogau (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het debat over het raketafweersysteem doet mij steeds weer denken aan mensen die in het duister tasten, en als een debat op die wijze wordt gevoerd, is dat altijd een goed excuus voor polemiek.

Om te beginnen praten we hier niet over ‘een’ raketafweersysteem, maar over twee raketafweersystemen. Het ene is van de Verenigde Staten, dat reeds 100 miljard dollar heeft gekost en waarvan de geplande installaties in Polen en Tsjechië deel uitmaken. Tot dusver is dit jaar 9 miljard uitgegeven aan dit afweersysteem. Wij moeten ons afvragen wat dat voor de veiligheid van Europa betekent, en dat is een aangelegenheid waarvoor wij, als gekozen vertegenwoordigers, verantwoordelijk zijn. Dan rijst mijns inziens de vraag, of met dit systeem Europese landen worden beschermd, en zo ja, of daadwerkelijk alle landen hiermee beschermd kunnen worden. Het mag immers niet zo zijn dat Europa wordt verdeeld in twee zones, waarbij de ene zone veiliger is dan de andere. Dat moeten wij voorkomen.

Een tweede vraag doet zich voor in verband met het NAVO-raketafweersysteem, dat tot dusver niet verder is gekomen dan een haalbaarheidsstudie. Wat zal de NAVO, wat zal Europa op basis van die haalbaarheidsstudie gaan doen? Het is zonder meer de NAVO, niet de Europese Unie, die hiervoor verantwoordelijk is, maar als wij deze weg verder willen volgen, dan moeten wij erover nadenken hoe de Europese landen in het kader van de NAVO actief moeten worden. Immers, als wij bijvoorbeeld besluiten ten aanzien van ontwikkeling en industrie moeten nemen, hebben wij de keuze om als zevenentwintig landen binnen het NAVO-raamwerk tegenover de Verenigde Staten op te treden of gezamenlijk als de Europese Unie. In het eerste geval zullen wij zeker geen partner van de Verenigde Staten zijn; in het tweede geval wel, weliswaar met een junior status, maar in ieder geval met de kans hun partner te zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique De Keyser (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger, het in Mekka gesloten akkoord tussen Fatah en Hamas was in december 2006, toen een delegatie van het Parlement Palestina en Israël bezocht, nog ondenkbaar.

Het lijkt op een wonder dat er een regering van nationale eenheid is gevormd, maar deze is natuurlijk niet toevallig tot stand gekomen, gezien het feit dat wij sommige leden ervan zo goed kennen.

Velen hebben deze politieke vooruitgang toegejuicht. Ook het Europees Parlement heeft gereageerd. Vorige week heeft de Commissie buitenlandse zaken een advies goedgekeurd, waarin wordt verzocht de economische sancties tegen het Palestijnse volk op te heffen. Daarnaast heeft zij het verslag-Rocard over de betrekkingen tussen Europa en de Arabische wereld goedgekeurd, waarover om twaalf uur zal worden gestemd en waarin eens te meer wordt gepleit voor dialoog en openheid.

Gisteren werd een door leden van het Europees Parlement ondertekende brief met een pleidooi voor de erkenning van de nieuwe regering overhandigd aan de Palestijnse minister van Cultuur, die een bezoek bracht aan Brussel. De ondertekenaars, onder wie de heer Borrell, voormalig Voorzitter van het Europees Parlement, zijn noch fanatieke aanhangers, noch tegenstanders van Israël. Het zijn mannen en vrouwen die verlangen naar vrede, die weten dat sprankjes hoop zo dun gezaaid zijn dat men zich eraan moet vastklampen.

Het klopt dat de woorden die premier Haniyeh bij zijn officiële benoeming sprak, niet letterlijk aansloten bij de voorwaarden van het Kwartet, maar ze weerspiegelden wel de geest ervan. We moeten deze kans grijpen. Als wij echt willen, leiden alle wegen naar vrede, of dat nu via de “routekaart” of via het initiatief van Beiroet is.

U bent net teruggekeerd uit Riyad, mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger, en wij danken u voor uw inzet. U weet dat het aanbod dit keer serieus is, en dat wij in staat moeten zijn om deze te grijpen. Het is noodzakelijk om Israël en de Amerikanen te overtuigen, en wij verzoeken u dit te doen.

Wat wij niet moeten doen, is selectief zijn jegens de nieuwe Palestijnse regering, om het kaf van het koren te scheiden en Hamas van Fatah af te zonderen. Daarmee zou opnieuw de Palestijnse eenheid, die een garantie vormt tegen burgeroorlogen, bedreigd worden.

Mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger, ik wil niet verhullen dat wij het afgelopen jaar ontdaan waren over het Europees beleid ten aanzien van de Palestijnse gebieden. Wij wilden dit niet; wij wilden niet zoveel chaos, zoveel onnodig leed en zoveel vernietiging. Soms was het zelfs moeilijk om ‘s morgens naar onszelf in de spiegel te kijken. Wij willen weer trots zijn op de Europese Unie. Brengt u deze boodschap alstublieft over aan de Raad.

 
  
MPphoto
 
 

  István Szent-Iványi (ALDE). - (HU) Een van de belangrijkste uitdagingen van het buitenlands beleid van dit jaar is dat de fundamenten voor een gemeenschappelijk buitenlands energiebeleid moeten worden gelegd. Het zou een misvatting zijn te denken dat het kortetermijnbelang van een lidstaat af mag wijken van, of een gevaar mag betekenen voor de gemeenschappelijke energievoorzieningszekerheid van de Europese Unie. We zijn gebaat bij een geharmoniseerde aanpak, bij effectieve coördinatie en bij de ontwikkeling van besluitvormingsmechanismen.

Een belangrijke taak is het instellen en versterken van de voor diversificatie van energiebronnen noodzakelijke partnerschappen. We moeten ons buitenlands beleid consolideren niet alleen in de traditionele regio’s, dat wil zeggen in het Midden-Oosten en in Oost-Europa, maar minstens zo veel aandacht besteden aan de Kaukasus, aan Centraal-Azië, Afrika en Latijns-Amerika.

We hebben het al jaren over de Nabucco-pijpleiding. Sinds maart is het een prioritair project. Het is de hoogste tijd om eindelijk een begin te maken met de concrete planning en uitvoering ervan. Elke lidstaat heeft een grote verantwoordelijkheid en mag dit uitermate belangrijke project niet in gevaar brengen door unilateraal optreden, aangezien dit initiatief juist de diversificatie van de energiebronnen in de Europese Unie dient.

Het is voor Europa van fundamenteel belang dat er vakkundigheid wordt ontwikkeld of versterkt, om het eigen grondgebied te beschermen en mogelijke dreigingen af te wenden. Daar is het continent voorlopig niet toe in staat, of niet toe bereid. Zolang dit het geval is, hebben de lidstaten het recht zelfstandig op te treden. Dit recht mag ook Polen of Tsjechië niet worden ontzegd. Natuurlijk zou het beter zijn als we gezamenlijk tot een oplossing zouden komen om deze ernstige dreigingen af te wenden.

Ten slotte is solidariteit het belangrijkste fundament van het Europese buitenlands beleid. Het is weliswaar heel belangrijk dat wij hier onze solidariteit hebben betuigd met de vijftien Britse mariniers en hebben aangedrongen op hun onmiddellijke vrijlating, maar dit mag niet alleen in woorden worden uitgedrukt maar moet ook in daden worden omgezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Mirosław Mariusz Piotrowski (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de kwestie van het raketafweersysteem bevindt zich op dit moment in een fase waarin sprake is van een voorstel van de Verenigde Staten aan bepaalde NAVO-leden. Dit voorstel wordt momenteel grondig onderzocht. Ik moet er echter op wijzen dat het nemen van een besluit over deze kwestie uitsluitend de bevoegdheid is van de betrokken landen en regeringen. De heer Solana heeft daar vandaag al over gesproken.

De definitieve afwijzing van het Grondwettelijk Verdrag door Frankrijk en Nederland heeft de plannen van de Europese Unie voor een buitenlands en veiligheidsbeleid getorpedeerd. Het zou jammer zijn als bepaalde lidstaten, die dit feit niet hebben aanvaard en zich willen verschuilen achter het schild van de Europese Unie, zouden proberen de soevereine besluiten van de regeringen van de landen waaraan het voorstel is gedaan, te beïnvloeden.

Ik wil ook waarschuwen tegen een heropleving van de anti-Amerikaanse gevoelens in Europa, van het soort dat we onlangs hebben gezien naar aanleiding van het merkwaardige verslag over CIA-vluchten.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, er moet een stokje worden gestoken voor de installatie van nieuwe raketafweersystemen op Europees grondgebied. Dat zou èn Europa èn de vrede schade berokkenen. Het zou leiden tot een nieuwe bewapeningswedloop en de deling uit de koude oorlog weer doen opleven. De Amerikaanse leiders negeren de Europese Unie op een krenkende manier, en zij gaan zelfs aan de NAVO voorbij.

Uit alle opiniepeilingen blijkt dat de overgrote meerderheid van de burgers, zelfs in Polen en Tsjechië, zich ongerust maakt en vierkant gekant is tegen dit avonturisme. De late en halfhartige verklaringen van de heer Solana volstaan niet. De Raad mag zijn ogen en oren niet sluiten of zijn handen in onschuld wassen. De Europese Unie moet onmiddellijk een duidelijk standpunt innemen. De Europese Raad moet snel in beweging komen en druk uitoefenen door een helder standpunt in te nemen.

Tot mijn voldoening stel ik vast dat bijna alle fracties het met de publieke opinie eens zijn en zich verzetten tegen deze plannen van de regering-Bush. Mijn fractie heeft gevraagd om een resolutie over dit vraagstuk.

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik spreek namens de nieuwe Italiaanse Socialistische Partij. Gisteren heeft kanselier Merkel ons het resultaat voorgelegd van de besprekingen die vorig weekend in Berlijn zijn gehouden. Daarbij hebben alle lidstaten en de drie Europese instellingen afgesproken om voor eind 2009 het juridisch fundament van de Unie te vernieuwen. Vandaag heeft Javier Solana ons plannen gepresenteerd om de rol van de Unie op het internationale toneel te versterken. De manier waarop hij dat deed, heeft onze volledige instemming.

Het is mijn overtuiging dat deze twee vraagstukken gezamenlijk moeten worden aangepakt. Volgens mij kan een geloofwaardige buitenlandse politiek niet zonder een sterk juridisch fundament waar alle betrokkenen achter staan en waarnaar zij refereren. Daarom vind ik dat de datum van 2009 niet uitgesteld mag worden en misschien moet er zelfs op nog kortere termijn naar een duurzame oplossing worden gezocht.

Gezien het energievraagstuk en de verschillende situaties van geopolitieke instabiliteit - sommige ook binnen onze grenzen - kunnen wij niet zonder een Europa dat met één stem, met een ferme stem, spreekt in de VN en in alle andere internationale circuits.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacek Saryusz-Wolski (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb de Hoge Vertegenwoordiger voor de eerste keer ontmoet toen hij minister van Buitenlandse Zaken van Spanje was en het voorzitterschap vertegenwoordigde. Wat het lot van het Grondwettelijk Verdrag ook moge zijn, mijnheer Solana, u bent onze minister van Buitenlandse Zaken.

Ik dank u voor uw uitgebreide presentatie en diepgaande analyse. Wij moeten alles in het werk stellen om het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU in overeenstemming te brengen met de ambities en de rol van de EU als speler op het wereldtoneel, en met het belang van de waarden van de Unie zoals die in de Verklaring van Berlijn zijn neergelegd ter viering van de vijftigste verjaardag van de EU. Tegen die achtergrond dient ons buitenlands beleid gebaseerd te zijn op het ontwikkelen en consolideren van de democratie, op de rechtsstaat en op de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. Het dient dus een buitenlands beleid te zijn dat op waarden is gebaseerd, als het een echt Europees beleid wil zijn. Onze Parlementaire diplomatie levert daar een bijdrage aan. Onze debatten in het Parlement dienen echter wel zoveel mogelijk op consensus gericht te zijn in plaats van op het creëren van verdeeldheid, zoals ook in dit gebat weer is gebeurd. Wij moeten niet slechts onze standpunten kenbaar maken, maar als dat noodzakelijk is ook gezamenlijk en onverwijld actie ondernemen.

Juist in deze dagen dienen onze gedachten uit te gaan naar Wit-Rusland. Wij moeten reageren op hetgeen daar in het afgelopen weekend is gebeurd: terwijl wij de vijftigste verjaardag van de Europese integratie aan het vieren waren, werden, voor onze voordeur, Wit-Russische democraten geslagen en opgepakt.

Het huidig gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid is een rijk geschakeerd iets. Het bestrijkt immers niet alleen de klassieke buitenlandse en veiligheidsaspecten, maar ook een zeer breed scala aan onconventionele bedreigingen voor de democratie, de vrede en de veiligheid. Ik heb het dan over terrorisme, armoede, continue energievoorziening, klimaatverandering, enzovoort. Geachte Hoge Vertegenwoordiger, ik wil niet ingaan op alle punten die u aan de orde heeft gesteld - wat ook onmogelijk zou zijn gezien de beschikbare tijd - maar wel zeggen dat wij in het algemeen de weg volgen en ondersteunen die bent ingeslagen met betrekking tot alle buitenlandse beleidskwesties, waar dan ook ter wereld.

De boodschap die ik de Raad en u persoonlijk wil meegeven is de volgende: het Parlement eist een invloedrijke rol op in het GBVB. Dat is in het belang van niet alleen het Parlement maar de gehele Unie. Wij hoeven geen nieuwe bevoegdheden. Wij willen veeleer voortbouwen op onze ervaringen uit het verleden en onze invloed op het buitenlands beleid vergroten in samenspraak en samenwerking met u en de Commissie. Daardoor zal dat beleid aan legitimiteit winnen en dichter bij de Europese burgers komen te staan. Het zal immers inzichtelijker worden en op een bredere en democratischere steun en grondslag kunnen rekenen.

Wij willen dat in samenwerking met de Europese instellingen verwezenlijken, met de Raad en met de Commissie. Zoals u weet, ontwikkelen wij met uw steun en met die van de Commissie nauwe banden met de Raad. Wij willen deze gelegenheid graag benutten om onze beide partners de verzekering te geven dat wij soepele en effectieve betrekkingen erg belangrijk vinden. Wij moeten dan ook bij dit extreem belangrijke, problematische en zeer gevoelige gedeelte van het beleid van de Unie samenwerken, synergie creëren en elkaar aanvullen en ondersteunen.

Tot slot nog kort iets over de raketafweersystemen. U zei dat wij niet bevoegd zijn om besluiten over defensie te nemen, maar dat wij wel bevoegd zijn om over defensie te discussiëren. Tegen die achtergrond stelt de Commissie buitenlandse zaken voor om op 7 mei een debat over raketafweersystemen en crisisbeheer te organiseren, met uw aanwezigheid en met die van de voorzitters van de commissies buitenlandse zaken en defensie van de nationale parlementen en, indien mogelijk, met de heer De Hoop Scheffer. Op 28 juni zullen de Commissie buitenlandse zaken en de Subcommissie veiligheid en defensie nog een bijeenkomst over raketafweersystemen organiseren, deze keer in aanwezigheid van generaal Obering van de VS.

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de Hoge Vertegenwoordiger feliciteren met zijn inzet voor het Midden-Oosten. Mijnheer Solana, uw taak op dat gebied is van essentieel belang en ik wens u daarbij veel succes. Uiteraard kunnen wij als afgevaardigden hier in het Parlement enigszins flexibeler en vrijer denken, en daarom wil ik inhaken op wat mevrouw De Keyser heeft gezegd. Wij zijn vertegenwoordigers van de democratie. Verkiezingen betekenen democratie, of vormen daar een deel van. Daarom moet hetgeen wij na de verkiezingen in Palestina hebben gedaan - en waarop wij ook hadden aangedrongen - met een zeer kritisch oog worden bekeken. Ik ben het absoluut eens met degenen die eisen dat de Palestijnse regering zich uitspreekt voor het vredesproces en terrorisme verwerpt.

Nu hebben we kans dat er een dergelijke regering komt. Wij verwachten van Israël niet dat het definitief alle pogingen om nederzettingen te bouwen staakt. Israël erkent evenmin de grens van 1967 als scheidslijn tussen twee staten die elkaar wederzijds erkennen. Omdat Israël dit niet doet - ofschoon wij hebben geëist dat het dit wel zou doen - moeten wij rechtvaardig en evenwichtig zijn en van beide partijen verlangen dat ze een bijdrage aan de vrede leveren en elkaar daarin wederzijds ondersteunen. Daarom moet de Europese Unie duidelijk maken dat ze deze richting op gaat. Hoe onsympathiek we een aantal vertegenwoordigers ook mogen vinden - ik moet zeggen dat ik ook niet bepaald een voorstander ben van de heer Liebermann van Israël - deze regering biedt ons een kans die wij niet door onze vingers mogen laten glippen. Het is niet in de laatste plaats in het belang van Europa dat wij deze kans op vrede met beide handen aangrijpen, hoezeer sommige personen ons ook tegenstaan.

Nu ik toch over democratie spreek, moet ik ook zeggen dat wij er allemaal grote problemen mee hebben om, in het belang van vrede, te moeten samenwerken met landen die niet op democratische leest geschoeid zijn. Saoedi-Arabië is een van die landen en is vandaag reeds genoemd. Ik hoop dat het erin zal slagen een wezenlijke bijdrage aan vrede te leveren. Dat geldt ook voor Egypte. Dat mag voor ons echter geen reden zijn onze strijd voor democratie op te geven. Egypte moeten wij bijvoorbeeld duidelijk maken dat het voor ons onaanvaardbaar is dat een wijziging van de grondwet wordt doorgevoerd op basis van een referendum dat slechts een paar dagen van tevoren is uitgeschreven en waaraan niet meer dan 30 procent van de bevolking heeft deelgenomen, zoals de afgelopen dagen is gebeurd. Wij moeten ons inzetten voor zowel vrede als democratie in het Midden-Oosten; wij moeten beide aspecten met elkaar verbinden. Dat is de taak van Europa!

 
  
MPphoto
 
 

  Anneli Jäätteenmäki (ALDE). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, vijftig jaar na de ondertekening van het Verdrag van Rome staat het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie nog maar in de kinderschoenen. Op dit gebied van intergouvernementele samenwerking hebben alle communautaire actoren slechts beperkte bevoegdheden. Momenteel is de houding ten opzichte van het Amerikaanse raketschild een zeer belangrijke factor voor de toekomst van de Europese Unie en de Europese landen. Heeft de Europese Unie een eensgezind antwoord of is het zo, dat wanneer minister van Buitenlandse Zaken Rice Europa belt, zij verschillende antwoorden krijgt? Op deze manier staat de Europese Unie toe dat de Verenigde Staten besluit wat goed is voor de Europese Unie en haar lidstaten. Het zou ons hierbij zelfs niet helpen als er een nieuwe grondwet van kracht was en de Europese Unie een gemeenschappelijke minister van Buitenlandse Zaken had, want als er geen gemeenschappelijke wil is, dan is er ook geen gemeenschappelijk beleid.

Ik wil ook graag een andere zaak aan de orde stellen, namelijk illegale immigratie en immigratiebeleid. De laatste tijd wordt veel verwacht van nauwere samenwerking in de Europese Unie om de grenscontrole te verbeteren en de toegang van illegale immigranten te voorkomen. Het is niet verwonderlijk dat er in de afgelopen zomer in de Atlantische Oceaan nabij de Canarische eilanden meer mensen, illegale immigranten, omkwamen dan in de oorlog in Libanon. Er moet dus veel worden gedaan op het gebied van het nabuurschapsbeleid, om ervoor te zorgen dat de welvaart en veiligheid die de Europese Unie biedt, zich uitbreidt.

 
  
MPphoto
 
 

  Seán Ó Neachtain (UEN). - A Uachtaráin, is pobal seacht mBallstát agus fiche an tAontas Eorpach anois agus dá réir, tá seasamh níos láidre againn ar an ardán idirnáisiúnta. Creidim gur chóir go mbeadh ról mar idirghabhálaí macánta ag an Aontas Eorpach in aighneas an Mheánoirthir agus go háirithe sna hiarrachtaí atá á ndéanamh chun síocháin a chothú idir muintir na Palaistíne agus muintir Iosrael.

Ar an gcuma chéanna, ba chóir dúinn súil a choinneáil ar an bpolaitíocht san Iaráin, mar tá sí sin ag déanamh imní agus mioscaise sa Mheánoirthear trí chéile. Níos gaire do bhaile, caithfimid ár ndóigh cabhair a thabhairt do na tíortha balcánacha lena chinntiú go ndéanfar dul chun cinn eacnamaíochta agus polaitíochta iontu agus go neartófar an ceangal eadrainn. Caithfidh an tAontas Eorpach a bheith ina cheannródaí i gcur chun cinn spriocanna forbartha na Mílaoise, agus sa chomhthéacs seo a chinntiú go mbeidh muintir na hAfraice neamhspleách i gcúrsaí forbartha agus i gcearta daonna.

(Bualadh bos)

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik verwelkom de verwijzing van de heer Solana naar Afrika en Darfoer en naar het gebrek aan respect voor de mensenrechten in Darfoer, maar hij is helaas vergeten om ook Zimbabwe te noemen.

De Arabische Liga in Riyad, waaraan hij gisteren nog een bezoek heeft gebracht, heeft een nieuw initiatief toegezegd met het oog op het Arabisch-Israëlische conflict. Die Liga blijft echter vasthouden aan het recht op terugkeer voor alle Palestijnse vluchtelingen, dus eigenlijk is er voor zover ik kan zien niets nieuws onder de zon.

Als Kosovo unilateraal onder de soevereiniteit van Servië wordt weggegrist - een land dat nog steeds bezig is met verwerken van de afscheiding van Montenegro - vrees ik dat wij de instabiliteit in de regio alleen maar zullen vergroten. Daardoor wordt tevens een precedent gecreëerd dat Rusland met beide handen zal aangrijpen in verband met de bevroren conflicten in de Zuid-Kaukasus en zelfs met betrekking tot de Krim. Oekraïne is een land dat op dit moment onze steun hard nodig heeft en het is hoog tijd dat de Raad het de status van potentiële kandidaat-lidstaat verleent, net als de Westelijke Balkan.

Wat het Midden-Oosten betreft, wil ik aandringen op behoedzaamheid bij het hervatten van de rechtstreekse steun aan de Palestijnse regering van nationale eenheid. Men moet net zolang wachten totdat Hamas expliciet de drie voorwaarden daarvoor accepteert, inclusief het erkennen van het bestaansrecht van de staat Israël.

Ik wil ook iedereen in dit Parlement bedanken - met name de Voorzitter van dit Parlement - die zich solidair heeft betoond met de vijftien Britse mariniers die in een hinderlaag zijn gelokt en in Iraakse territoriale wateren opgepakt zijn, ofschoon zij alle recht hadden om daar te zijn, zowel uit hoofde van de beide VN-resoluties als omdat daarvoor expliciete toestemming was gegeven door de Iraakse regering.

Iran vormt nog steeds een ernstig probleem aangezien het de internationale gemeenschap tart met zijn vastbeslotenheid om eigen nucleaire wapens te ontwikkelen. Iran zal over deze kwestie de waarheid verdraaien, zoals het onlangs ook heeft gedaan met betrekking tot de exacte locatie waar de Britse mariniers zich bevonden toen zij werden opgepakt.

Het is hoog tijd dat de EU samen met de VS zware economische sancties aan dit brute regime oplegt, een regime dat mensen in het openbaar executeert vanwege seksuele misdrijven en waarvan president Ahmadinejad verklaard heeft dat Israël van de aardbodem geveegd moet worden. Het beëindigen van de exportkredietgaranties door Duitsland zou een goed begin zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Ana Maria Gomes (PSE). - (PT) Mijnheer Solana, wat blijft er over van het doeltreffende multilateralisme waarvoor u samen met het Parlement hebt gestreden, als de unilaterale plannen van de Verenigde Staten om op Europees grondgebied raketafweersystemen te installeren als een louter bilaterale aangelegenheid worden afgedaan of, zoals u zelf vandaag hebt gezegd, deel uitmaken van een defensieve alliantie?

Die plannen zijn bedoeld om het Europese buitenlands en defensiebeleid te verzwakken. Zelfs als zij in het kader van de NAVO zouden worden vastgesteld - hetgeen voorlopig niet het geval is -, dan nog zouden zij negatieve gevolgen hebben voor de defensie-industrie van de Europese Unie. Daarom vraag ik me af hoe het mogelijk is dat de Raad een harmonieuze aanpak van deze kwestie in onderling overleg tussen alle lidstaten van de hand wijst? Hoe kan de Raad nu akkoord gaan met plannen die zogenaamd bedoeld zijn om Europa te beschermen, maar in feite berusten op dubieuze technologie en verdeeldheid zaaien binnen de Europese Unie doordat sommige lidstaten worden uitgesloten. Welke dreiging houdt een groter risico in voor Polen en de Tsjechische Republiek dan voor Griekenland, Cyprus, Spanje of Portugal?

Mijnheer Solana, zoals u vandaag terecht hebt gesignaleerd, willen wij hier in de Europese Unie de proliferatie van wapens aan banden leggen. Deze plannen - die onze betrekkingen met Rusland overigens over de gehele lijn nadelig zullen beïnvloeden - zullen echter juist het tegenovergestelde effect hebben. Daarom zijn er ook in de Verenigde Staten, en met name in het Congres, een hoop mensen die tegen deze initiatieven protest aantekenen. Dat zijn de mensen met wie wij moeten samenwerken.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Zahradil (PPE-DE). - (CS) Dank u wel, mijnheer de Voorzitter. Ik heb met grote belangstelling geluisterd naar de uitgebreide toelichting van de heer Solana, waarvoor mijn hartelijke dank. Hij sneed hierin een aantal interessante, zeer gewichtige thema’s aan. Ik zou daar graag een aantal opmerking over willen maken.

Ten eerste benadrukte de heer Solana dat de Europese Unie, wat betreft Kosovo, zich in de eigen regio geen mislukking kan veroorloven. Ik ben het hier volledig mee eens en zou dat als volgt willen verwoorden: de Europese Unie moet allereerst bewijzen in staat te zijn problemen in haar eigen onmiddellijke omgeving op te lossen en bij te dragen aan stabiliteit en welvaart in gebieden in haar onmiddellijke nabijheid. Pas als zij hiertoe daadwerkelijk in staat is, kan zij bredere, veelomvattende ambities koesteren, want anders blijft het slechts bij loze woorden.

Ten tweede een opmerking over de antiraket-, en in het geval van de Tsjechische Republiek, de radarbases van de Verenigde Staten. De regering van de Tsjechische Republiek heeft gisteren ermee ingestemd om de onderhandelingen met de Verenigde Staten over de bouw van deze radarbases als defensiesysteem officieel te openen. De regering van de Tsjechische Republiek zal ongetwijfeld bereid zijn om haar collega’s en partners in de Europese Unie in te lichten over het lopende proces, maar uiteraard heeft de regering van de Tsjechische Republiek het laatste woord in deze zaak.

Het staat voor mij als een paal boven water dat wanneer deze bases worden gerealiseerd, niet alleen de Midden-Europese regio veiliger zal zijn, maar heel de Europese Unie. Iedereen weet dat deze bases niet gericht zijn tegen Rusland, iets dat ook Rusland drommels goed weet. Dit soort argumentatie wordt dus alleen maar gebruikt om zand in de ogen te strooien. Ook ben ik ervan overtuigd dat met deze actie tevens de transatlantische betrekkingen zullen worden aangehaald.

Natuurlijk leggen door deze bases de Tsjechische Republiek en Polen straks internationaal meer gewicht in de schaal, maar ik neem aan dat niemand daarvan wakker zal liggen. Ik wil mijn collega’s er graag aan herinneren dat de Europese Unie, zowel op het terrein van de veiligheid alsook op politiek gebied, haar grenzen heeft, en in deze kwestie is zij op één ervan gestuit. Dank u.

 
  
MPphoto
 
 

  Libor Rouček (PSE). - (CS) Dames en heren, de heer Solana heeft hier vanmorgen gezegd dat de burger belang hecht aan een gecoördineerd buitenlands- en veiligheidsbeleid van de EU. Ik ben het daar absoluut mee eens. Inderdaad, de Europese burgers, ook de burgers in de nieuwe lidstaten, verwachten dat de EU haar buitenlands- en veiligheidsbeleid coördineert, ook in kwesties als het genoemde Amerikaanse antiraketsysteem op het grondgebied van de EU. Dit systeem is helemaal geen bilaterale aangelegenheid tussen de Verenigde Staten aan de ene en Polen en de Tsjechische Republiek aan de andere kant, in tegenstelling tot wat sommige afgevaardigden hier denken. Het systeem raakt aan de fundamenten van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, het heeft alles te maken met de betrekkingen tussen de landen van de Europese Unie, met de betrekkingen EU-VS, EU-NAVO, EU-Rusland, alsook met allerlei ontwapenings- en antiprofileratieprocessen met betrekking tot massavernietigingswapens.

Daarom wil ik de heer Solana oproepen om dit Parlement vanuit het perspectief van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid een analyse te overleggen van al deze aspecten en van de mogelijke oplossingen ervoor. Ik weet zeker dat de burgers dit van de Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands- en veiligheidsbeleid verwachten.

 
  
MPphoto
 
 

  Stefano Zappalà (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil de heer Solana danken voor de informatie die hij ons vanochtend gegeven heeft, maar uit ons debat blijkt wel opnieuw dat wij geen buitenlands beleid hebben, en dat wij dus ook geen gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid in de Europese Unie hebben.

Ik geef uiting aan mijn volledige solidariteit met Groot-Brittannië vanwege de gijzeling van hun matrozen in Iran, een solidariteit die trouwens ook andere landen verdienen. Maar ik wil tevens opmerken dat als wij een gemeenschappelijk buitenlands en defensiebeleid hadden, wij zeker meer stem in het kapittel zouden hebben bij de aanpak van internationale problemen. Tevens is het in sommige landen zo - onder meer in mijn land - dat door het uitblijven van een gemeenschappelijk buitenlands beleid zelfs gebeurtenissen van binnenlandse politiek zwaar kunnen meetellen, vanwege individuele standpunten. Als wij voortgaan op de weg van het Grondwettelijk Verdrag, die kanselier Merkel in gang heeft gezet, zullen wij naar mijn mening iets heel positiefs doen.

De heer Solana wil ik op een fundamentele kwestie wijzen. Vanochtend is meerdere malen verwezen naar het probleem van een hypothetisch Amerikaans raketschild, dat op het grondgebied van de Republiek Polen en van de Republiek Tsjechië moet worden geplaatst. Mij is ter ore gekomen - maar ik weet niet in hoeverre dat op waarheid berust - dat sommige landen van de Unie waarschijnlijk niet in aanmerking worden genomen voor dat raketschild, bijvoorbeeld Italië en Griekenland. Ik heb daarover verschillende standpunten gehoord en dat is volkomen terecht.

Alhoewel ik persoonlijk voor dit systeem ben, geloof ik, mijnheer Solana, dat het belangrijk is echte informatie te verkrijgen, niet het soort informatie dat u voor uzelf hebt gehouden. Ik verzoek u daarom om onze Subcommissie onverwijld alle mogelijke informatie te verstrekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Adrian Severin (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, Hoge Vertegenwoordiger, ik heb vier beknopte gedachten die ik binnen één minuut tot uitdrukking wil brengen.

Nummer één: het is hoog tijd dat het nieuwe conservatisme in internationale kwesties vervangen wordt door realisme en dat wij de extreme ideologische aanpak die wij hier vandaag hebben gehoord, vervangen door een pragmatische benadering gebaseerd op onze beginselen en waarden.

Nummer twee: multilateralisme is een cruciaal streven en wij mogen in dat streven niet falen.

Nummer drie: de vele bevroren crises in onze oostelijke buurlanden hangen met één enkel probleem samen, en dat is de status van Rusland na het uiteenvallen van de Sovjet Unie. Wij zullen nu eindelijk een visie op dit vlak moeten ontwikkelen.

Ten vierde: de Europese Unie is geen defensieve alliantie, maar wij kunnen wel de politieke omstandigheden creëren waaronder Rusland en de Verenigde Staten een mondiaal partnerschap kunnen ontwikkelen om ons te verdedigen tegen de bedreigingen van deze tijd. Dat betekent dat wij alle bilaterale overeenkomsten over raketafweersystemen moeten afwijzen, aangezien die tot verdeeldheid zullen leiden en meer risico’s dan veiligheid opleveren.

 
  
MPphoto
 
 

  Elmar Brok (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger, dames en heren, u, mijnheer Solana, heeft - op intelligente wijze - duidelijk gemaakt waar de crisisgebieden zich bevinden en waar de belangen van Europa liggen. Ik zal u slechts enkele voorbeelden geven: het Midden-Oosten, Kosovo, Iran, de kwestie van de energievoorzieningszekerheid, enzovoort. Wij moeten nu echter bepalen hoe de zaken verder moeten gaan. Ten eerste zullen wij op vele van deze gebieden, als de soft power die wij willen zijn, niets bereiken indien wij met betrekking tot het buitenlands beleid niet met een sterke gemeenschappelijke stem spreken en onze partners over de hele wereld beïnvloeden, en daarbij denk ik met name aan de transatlantische betrekkingen.

Ten tweede zullen wij niet vooruitkomen als wij doen alsof de Europese Unie uit verschillende zones bestaat, alsof het niveau van veiligheid niet overal gelijk is. Ten aanzien van de energievoorzieningszekerheid moeten wij ervoor zorgen dat ieder land in dezelfde mate wordt beschermd, maar het is onaanvaardbaar dat het ene deel van Europa minder beschermd wordt door een raketafweersysteem dan het andere.

Met andere woorden, dergelijke vraagstukken kunnen niet op bilaterale basis worden besproken. Integendeel, er moet duidelijk worden gemaakt dat de Grondwet de Europese Unie betere mogelijkheden biedt en dat de Europese Unie daardoor beter in staat is met één stem te spreken. Met deze ene stem moeten wij ook bereid zijn om de NAVO in de richting van strategische debatten te loodsen. Niet door afzonderlijke oplossingen maar door een combinatie daarvan kunnen wij meer invloed krijgen! Dikwijls heb ik de indruk dat er mensen zijn die - terecht - meer solidariteit eisen als het gaat om energie, maar dan moeten diezelfde mensen ook blijk geven van meer solidariteit op andere gebieden, zodat wij een gemeenschappelijk Europees standpunt kunnen innemen. Alleen dan hebben wij kans om te overleven in deze wereld.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Dank u zeer, mijnheer Brok. Het is weliswaar niet aan mij om te oordelen, maar uw woorden raken volgens mij aan de kern van het beleid van de Europese eenwording.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (PSE). - (LT) De huidige regering in Washington heeft haast met het oprichten van een antiraketschild. Met de installatie van verdedigingsraketten en radars in de Tsjechische Republiek en Polen wordt een deel van de Europese Unie bestreken. Dit alles zal naar verwachting 58 miljard dollar kosten. Als al dit geld anders zou worden aangewend, dan zouden miljoenen hongerlijdende mensen kunnen worden geholpen of gevaarlijke en wispelturige landen tot inkeer worden gebracht.

De regeringen en de mensen in de Europese Unie hebben meer dan één bedenking bij dit soort plannen. Deze zouden wel eens kunnen leiden tot een nieuwe wapenwedloop en gevaar kunnen opleveren voor de hele regio. Letland ligt in deze regio, maar toch is er in de nieuwe lidstaten nauwelijks sprake geweest van een publiek debat over het onderwerp. De plannen van Washington moeten open en eerlijk worden besproken door de NAVO en de EU-landen, en ook Rusland moet bij deze besprekingen worden betrokken.

Een dergelijk unilateraal beleid, waarin geen aandacht wordt geschonken aan de mogelijke gevaren en gevolgen, heeft al meer dan eens situaties gebaard die men slechts met grote moeite weer te boven is gekomen. Zo waren bijvoorbeeld de Star Wars-projecten een product van de Koude Oorlog. Als we er mee doorgaan, dan zouden we daarmee toegeven dat de wereld is opgedeeld in onverzoenlijke kampen, en dat we opnieuw grijpen naar op geweld en wapens gestoelde oplossingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogdan Klich (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het was oorspronkelijk mijn bedoeling om iets te zeggen over de voorwaarden voor het effectief functioneren van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, maar de demagogische toespraken van de heer Schultz en de heer Cohn-Bendit roepen om een reactie en dwingen me om bepaalde fouten te corrigeren.

In de eerste plaats hebben de Amerikanen een paar jaar geleden het oorspronkelijke National Missile Defence-project omgevormd tot het Missile Defence-project. Het doel was om niet alleen het grondgebied van de Verenigde Staten, maar ook dat van de Europese Unie en de NAVO-lidstaten onder dit beschermende schild (ook wel paraplu genoemd) te brengen. Dat werd gedaan op uitdrukkelijk verzoek van de West-Europese landen, waaronder Duitsland. Waar komt dan toch die golf van kritiek vandaan?

In de tweede plaats zijn wij als Europeanen al enkele jaren bezig met het bouwen van ons eigen Europese schild, namelijk door middel van het Theater Ballistic Missile Defence-programma (TBMD). Als u hierover twijfels heeft, verwijs ik u naar de slotverklaring van de NAVO-Top die onlangs in Riga is gehouden. Het moet in 2010 klaar zijn en op een of andere manier protesteert noch de heer Schulz, noch de heer Cohn-Bendit hiertegen.

In de derde plaats zijn de Russische bezwaren tegen het schild gewoon weer een voorbeeld van de kritiek die dat land bijna altijd op Amerikaanse strategische initiatieven heeft. Denk maar aan de zware kritiek die de Russen ten tijde van de regering van Reagan hadden op het Strategic Defense Initiative (SDI) of aan de kritiek die ze hadden toen de Amerikanen zich uit het ABM-Verdrag terugtrokken.

Ik ben een hartstochtelijke voorstander van besprekingen met Rusland over het raketafweerschild, maar ik wil u op het hart drukken om toch vooral kalm te blijven.

In de vierde plaats ben ik ook voor debatten over dit onderwerp in het Europees Parlement, maar we moeten niet vergeten dat het de soevereine regeringen van de Europese landen zijn bij wie de beslissing ligt. Ik wil de linkse partijen en de Groenen vragen om in deze discussies geen argumenten te gebruiken die niet kloppen en om de publieke opinie niet te misleiden. Dat zou betreurenswaardige consequenties kunnen hebben. Het kan leiden tot grotere verdeeldheid binnen de Europese Unie en tot een opleving van het anti-Amerikanisme zoals we dat in 2002 en 2003 hebben gezien.

 
  
MPphoto
 
 

  Giulietto Chiesa (PSE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de oproep tot Europese eenheid om het extern optreden van de Unie te versterken is natuurlijk terecht, maar ook overbodig. Het gaat erom erachter te komen welke groepen de Europese eenheid in de weg staan en waar deze zich bevinden. Dat die groepen bestaan, staat als een paal boven water, en het is ook duidelijk dat ze zowel binnen als buiten Europa te vinden zijn. Een paar van hen hebben wij in dit debat beluisterd.

De raketten die Washington in Polen wil installeren - raketten die ertoe moeten dienen om onbestaande Iraanse raketten neer te halen - zijn in feite gericht op de Europese eenheid, die ondermijnd zo niet afgebroken moet worden. Dit is geen kwestie van toeval; het is geen vergissing, maar een plan dat van tevoren is beraamd door de extremisten die het commando van de Verenigde Staten in handen hebben. Toch had zo’n provocerende actie niet eens van de grond kunnen komen als er in Europa geen groepen bereid waren om hiervoor hand- en spandienst te verlenen.

Deze groepen moeten eerst worden opgespoord en uitgeschakeld, en dan lukt het om een sterk internationaal optreden van Europa te garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Alma Anastase (PPE-DE). – Domnule Preşedinte, doamnelor şi domnilor, doresc în primul rând să mulţumesc Înaltului Reprezentant pentru informarea cuprinzătoare cu privire la perspectivele politice externe comune în 2007. Fără îndoială, una din priorităţile noastre este stimularea creării unui spaţiu de stabilitate, securitate şi democraţie în vecinătatea Uniunii Europene.

În ceea ce priveşte frontiera de est, provocările sunt legate în primul rând de gestionarea problemei conflictelor îngheţate. În afară de eforturile existente, instrumentele de cooperare regională, inclusiv cooperarea cu şi în cadrul zonei Mării Negre, trebuie dezvoltate şi implementate încă din 2007. Succesul politicii externe comune depinde în primul rând de succesul nostru în securizarea frontierei noastre externe şi zonei de vecinătate, iar implicarea noastră mai activă în 2007 este nu numai o prioritate, dar şi o obligaţie.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het raketafweerschild dreigt een nieuw ijzeren gordijn te creëren en vormt daarom geen garantie voor internationale vrede en veiligheid. Het kan zelfs leiden tot escalatie van bestaande conflicten in de hele wereld. We moeten geen nieuwe wapenwedloop beginnen: het raketschild is in de allereerste plaats bedoeld om de Verenigde Staten te beschermen.

Als iemand mij zou vragen of we de vrede moeten verdedigen, of bijvoorbeeld de VS tegen terroristen moeten verdedigen, dan zou mijn antwoord ‘ja’ zijn. Maar het raketafweersysteem roept vele vragen op. We kunnen niet toestaan dat er nieuwe verdeeldheid in Europa ontstaat, en we moeten zoeken naar een vreedzaam compromis, niet een conflict, met Rusland.

Ik heb de Poolse regering verschillende malen over deze kwestie aangesproken en voorgesteld om een maatschappelijk debat over deze kwestie te houden in Polen en in Europa. De huidige rechtse regering van Polen houdt echter vast aan zijn anti-Europese en allesbehalve constructieve houding, zoals deze regering dat ook heeft gedaan bij het Grondwettelijk Verdrag. Ondanks het feit dat de Europese Unie geen militaire alliantie is, moet publiekelijk worden opgehelderd of de kwestie van het raketafweersysteem niet een zaak is waarover de EU en de NAVO gezamenlijke besluiten moeten nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jana Hybášková (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, we weten wat de Iraanse Revolutionaire Gardes doen: ze zijn verantwoordelijk voor de aanslag op het AMIA-gebouw in Argentinië, voor de aanslag op de Khobar Towers, voor Shebab III en voor het gevangennemen van vijftien Britse militairen als vergelding voor de arrestatie van vijf leden van de Revolutionaire Gardes in Erbil. De internationale leider van Hezbollah, Imad Mughniyah, is Iraniër.

Een raketafweersysteem gaat over dreigingsanalyses en prioriteiten. De dreiging is er. We moeten Europa beschermen en versterken. Zuidwest-Europa heeft bescherming tegen het terrorisme nodig. Zuidoost-Europa heeft een Active Layered Theatre Ballistic Missile Defence-programma nodig. Binnen de NAVO moeten we nationale verdedigingssystemen tegen ballistische raketten bouwen, maar we moeten de derde pijler daar een plaats in geven. Wat betreft Noord-Europa, de Tsjechische Republiek, Polen en de oostkust van de Verenigde Staten, kunnen we een complexe raketafweerarchitectuur opbouwen door gegevens en informatie te delen binnen het NAVO-bureau voor commando, controle en consultatie. U weet dat. Het is uitvoerbaar. Het delen van informatie kost minder dan een miljard euro. Om het uit te kunnen voeren hebben we bilaterale consultaties en NAVO-consultaties, maar soevereine besluiten van landen nodig. Maar bovenal hebben we verantwoordelijkheid nodig: mijn verantwoordelijkheid en uw verantwoordelijkheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Javier Solana, Hoge Vertegenwoordiger. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de geachte afgevaardigden graag voor hun bijdragen bedanken. Het is een lang debat geweest met veel speeches. Niet iedereen heeft het hele debat bijgewoond, maar volgens mij zijn er veel belangrijke dingen gezegd. Ik wil ook graag mijn dank tot uiting brengen voor de constructieve houding van de meeste afgevaardigden van dit Parlement. Ik wil nog een keer benadrukken dat ik bereid blijf om de discussie over de belangrijkste kwesties voort te zetten. Vanochtend hebben wij in ieder geval al een begin gemaakt met de strategische bespreking van deze onderwerpen.

Ik zal mijn uiteenzetting kort houden omdat ik weet dat u om 11.30 uur een belangrijke stemming heeft.

Wij moeten op niet mis te verstane wijze de ontvoering van Britse mariniers door Iran veroordelen en eisen dat zij onmiddellijk worden vrijgelaten. Naar mijn idee bestaat hierover, na het debat van vandaag, volledige overeenstemming, en hebben wij onze boodschap luid en duidelijk laten horen.

Sta mij toe om ook de kwestie van het Midden-Oosten te noemen, omdat ik denk dat dit tot september een van de belangrijkste onderwerpen zal zijn. Indien er sprake zal zijn van voldoende goede wil, van een goede samenwerking met de Verenigde Staten en de Arabische landen en van een goede onderlinge samenwerking in de EU, denk ik dat er in deze periode iets bereikt kan worden.

Inmiddels is de situatie veranderd. Een paar uur geleden dineerde ik nog in Riyad en ik ben pas kort voor dit debat hier in Brussel gearriveerd. Ik had graag gezien dat er ook enkele afgevaardigden van dit Parlement in Riyad aanwezig geweest waren om het politieke buitenlandse beleid van de Europese Unie in actie te zien. Geloof mij als ik zeg dat onze aanwezigheid daar, onze deelname aan dergelijke besprekingen, meetelt en wel zwaar meetelt. Dat moet u van mij aannemen. Als ik de mogelijkheid had, zou ik u uitnodigen om mij de volgende keer te vergezellen.

(Applaus)

Een aantal uren geleden debatteerde ik in Riyad nog over zeer belangrijke onderwerpen, waarover u morgen in de kranten zult kunnen lezen. Ik hoop dat de resultaten van de onderhandelingen de komende dagen tot wasdom zullen komen.

In de tweede plaats wil ik in dit Parlement wederom de kwestie-Libanon aan de orde stellen. Wij hebben een grote verantwoordelijkheid ten opzichte van Libanon. Daar is nog niet vaak genoeg op gewezen. Ik herhaal nogmaals dat voor ons de regering van minister-president Siniora de wettige regering van Libanon is en wij moeten die regering blijven ondersteunen.

(Applaus)

Ik denk dat de steun die wij Libanon geven door de aanwezigheid van de Europese UNIFIL-troepen in het zuidelijk deel van het land en de conferentie die onlangs in Parijs heeft plaatsgevonden met het oog op de wederopbouw van Libanon, voldoende bewijs is voor onze betrokkenheid bij dat land. Dat is een fundamenteel iets. Het is daarnaast van fundamenteel belang dat wij de regering in Libanon blijven steunen. Ik doel dan op een regering die daadwerkelijk resultaten kan boeken en niet op een regering die aan banden wordt gelegd, iets waar sommige mensen de voorkeur aan lijken te geven.

Het is van belang dat er een internationaal tribunaal wordt opgezet in verband met de moorden op Libanese leiders, te beginnen met de moord op minister-president Rafik Hariri drie jaar geleden. Wij moeten op dit punt via onderhandelingen tot een oplossing zien te komen. Wij doen ons best om die oplossing dichterbij te brengen. Die onderhandelingen zullen bijgewoond worden door vertegenwoordigers van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad, plus iemand van de Europese Unie, die u allen - dus de gehele Europese Unie - vertegenwoordigt. Nog nooit heeft iets dergelijks in onze recente historie plaatsgevonden.

Wij hebben ook verantwoordelijkheden in Afrika. Die verantwoordelijkheden zullen tot de zomer van fundamenteel belang zijn. Tot die tijd hebben wij dan ook een zeer intensieve en overvolle agenda. Indien de voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken daar prijs op stelt, zal ik ook in de toekomst in dit Parlement graag een toelichting op de resultaten van die agenda geven. Zoals gezegd, het is een zeer drukke agenda die echter fundamenteel is voor de stabiliteit en de vrede, niet alleen in de wereld, maar ook in het nabuurschap van ons eigen continent.

Ik wil u nogmaals bedanken, mijnheer de Voorzitter. Dit is de eerste keer dat ik onder uw Voorzitterschap een bijdrage aan een debat in dit Parlement heb mogen leveren. U kunt erop rekenen dat ik deze instelling, waar ik groot respect voor heb, waar nodig zal steunen. Iemand zei dat ik op zoek was naar een andere baan, maar dat klopt niet. U mag mij in ieder geval wel iets vaker uitnodigen om hier in de toekomst aanwezig te zijn!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Hoge Vertegenwoordiger, dank u zeer voor uw toespraak en uw deelname aan dit lange debat. We zijn u erkentelijk voor het feit dat u meteen na terugkomst uit Saoedi-Arabië naar het Europees Parlement bent gekomen.

U hebt een van de zwaarste taken in de Europese Unie: u bent het gezicht van ons buitenlands beleid. Het glas is niet halfleeg, het is halfvol, en het is onze gezamenlijke ambitie om het glas helemaal vol te krijgen. Daarom geniet u de volledige steun van het Europees Parlement en wensen wij u het beste toe.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL) , schriftelijk. - (PT) Met de installatie van Amerikaanse raketafweersystemen in Europa bewijzen de Verenigde Staten eens te meer dat zij actief deelnemen aan de wapenwedloop en er niets op tegen hebben om de militaire uitgaven drastisch te verhogen teneinde hun beleid van interventionisme, agressie en imperialistische bezetting te ondersteunen, met de hulp van hun bondgenoten, met name in het kader van de NAVO.

Dit initiatief moet gezien worden in de context van de verandering van het strategische concept van de NAVO, de uitbreiding ervan tot aan de grenzen van de Russische Federatie en het steeds agressievere imperialisme, zoals gebleken is uit zowel de interventies in Joegoslavië, Afghanistan, Irak en het Midden-Oosten als de recente bedreigingen van andere soevereine staten. Los van de bestaande meningsverschillen binnen de Europese Unie zal deze situatie de politieke verdeeldheid van het continent alleen nog maar verder aanscherpen.

De Russische Federatie geeft duidelijk te kennen dat de ‘rode lijn’ (sinds lang) overschreden is.

Het plan van de Verenigde Staten om een ‘wereldwijd’ raketafweersysteem op te bouwen en in het kader daarvan nieuwe basissen in Europa te installeren - radars in de Tsjechische Republiek en raketten in Polen - stuit op steeds meer weerstand. Het protest van de Tsjechische en Poolse bevolking tegen de intenties van de Verenigde Staten wordt luider en luider.

Laten wij de vredesbeweging mobiliseren!

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik wil de nadruk specifiek leggen op de installatie van raketafweersystemen in Europa door de VS. Ik heb soortgelijke ontwikkelingen gevolgd met betrekking tot de installatie in Japan van tactische defensieve raketten, om “verdediging” te bieden tegen de vermeende dreiging vanuit Noord-Korea. Op basis daarvan kan ik u zeggen dat wij misleid worden door het woord “defensieve”. De plaatsing van die systemen in Japan en Europa zijn bedoeld om de VS in staat te stellen een preventieve aanval op Noord-Korea of Iran uit te voeren. Zij zijn niet geschikt voor de verdediging tegen een grootschalige aanval van China of Rusland - niet dat ik suggereer dat het waarschijnlijk is dat zoiets gebeurt - maar wel als bescherming tegen deze of gene raket of kernkop die nog over is na een preventieve aanval op een land met een beperkt aantal raketten en kernkoppen. Door het installeren van dergelijke technologie wordt Europa veeleer een gevaarlijker dan een veiliger plaats om te leven en dat alles uitsluitend in het belang van het neoconservatieve Amerikaanse buitenlandse beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Diamanto Manolakou (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) Enkele dagen na de feestelijkheden rondom de vijftigste verjaardag van de EU wordt met de verklaringen van de heer Solana in het Europees Parlement over de vooruitzichten van het GBVB weer eens de imperialistische aard van de EU bevestigd. De vertegenwoordiger van het buitenlands beleid van de EU heeft herhaald van plan te zijn de imperialistische rol van de EU in heel de wereld te versterken. De EU versterkt de militarisering en zet meer vaart achter de organisatie van haar militaire structuren en de snelle-interventiemachten. In dit kader bevordert zij ook de totstandkoming van een “onafhankelijk” protectoraat in Kosovo, en bereidt zij zich voor op de versterking van de EU/NAVO-bezetting met 1500 man. Zij zet de economische wurggreep waarin zij het Palestijnse volk vasthoudt, voort. Zij maakt plannen voor een nieuwe ronde van imperialistische interventies in Wit-Rusland en Oekraïne. Zij versterkt haar interventionistisch beleid in Afrika om de natuurlijk hulpbronnen beter te kunnen plunderen maar ook om de toenemende handel van de Afrikaanse landen met China en India, op met name energiegebied, tegen te kunnen gaan.

Zij wringt zich in alle bochten om het hoofd te kunnen bieden aan het volksverzet tegen de installatie van antiraketsystemen door de VS in Tsjechië en Polen, en zij verwijst het probleem door naar de bevoegdheden van de lidstaten, waarbij zij echter de mogelijkheid open laat dat het besluit over de installatie wordt genomen in het kader van de NAVO, over de rug van de volkeren heen.

De volkeren moeten waakzaam zijn en hun strijd intensiveren, want de imperialistische plannen van de EU, de NAVO en de VS moeten en kunnen onderuit gehaald worden.

 
  
  

VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS
Ondervoorzitter

 

6. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen

7. Onderzoek van de geloofsbrieven van de nieuwe leden van het Europees Parlement
MPphoto
 
 

  Giuseppe Gargani (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik zal meteen zeggen dat de Commissie juridische zaken tijdens de vergaderingen van 26 en 27 februari en van 19 en 20 maart de geloofsbrieven van 56 leden heeft onderzocht. De namen van die leden staan in de bijlage bij de notulen. Aangezien er zoveel geloofsbrieven moesten worden onderzocht en de parlementaire kalender ons maar heel weinig tijd gunde, vonden wij het verstandig om de voorzitter van de commissie een mondeling verslag te laten indienen.

De procedure van onderzoek van de geloofsbrieven is toegepast op 18 leden benoemd door Bulgarije en 35 leden benoemd door Roemenië. Bij deze nieuwe leden komen er nog eens 3, die benoemd zijn door de bevoegde nationale autoriteiten, ter vervanging van anderen die hun functies hadden neergelegd. De Commissie juridische zaken heeft dus de geloofsbrieven van in totaal 56 leden onderzocht en goed bevonden.

Het is uiteraard een bijzonder genoegen voor mij verslag te mogen uitbrengen over de bevestiging van het mandaat van al deze leden, en ik denk dat niet alleen de voorzitter van de Commissie juridische zaken maar het hele Parlement zich mag verheugen over de toetreding van de leden van de twee nieuwe lidstaten.

 
  
  

(Het Parlement bekrachtigt het mandaat van deze leden)

 

8. Stemmingen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde zijn de stemmingen.

(Voor de uitslagen en nadere bijzonderheden van de stemmingen: zie notulen)

 

8.1. Bemiddeling in burgerlijke en handelszaken (stemming)
  

- Vóór de stemming:

 
  
MPphoto
 
 

  Arlene McCarthy (PSE), rapporteur. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou het waarderen als mijn collega’s een beetje respect voor de rapporteur zouden tonen.

Ik zal het zeer kort houden. Het is onmogelijk gebleken om een debat over dit verslag in te plannen; er waren geen amendementen. Wij stemmen hierover omdat wij de discussies met de Raad en de Commissie over deze kwestie in gang willen zetten.

Ik wil daaraan toevoegen dat hiermee niet het laatste woord wordt gezegd. Wij behouden ons het recht voor om een aantal van deze compromissen in heroverweging te nemen als uit onze discussies met de Raad en de Commissie blijkt dat dit noodzakelijk is om te waarborgen dat die bemiddeling in de praktijk positieve effecten voor onze burgers heeft, én om ervoor te zorgen dat wij onze doelstellingen verwezenlijken. Dan kunnen wij nu overgaan tot de stemming.

 

8.2. Deelneming van de Gemeenschap in de kapitaalverhoging bij het Europees Investeringsfonds (stemming)

8.3. Verzoek om verdediging van de parlementaire immuniteit van de heer Giuseppe Gargani (stemming)

8.4. Herziening van de richtlijnen inzake medische hulpmiddelen (stemming)
  

- Vóór de stemming:

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE-DE), rapporteur. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om alle betrokkenen te danken voor de uitstekende samenwerking - de schaduwrapporteurs, de medewerkers van de commissies en de administratie van het Parlement, de Commissie en het Finse en Duitse voorzitterschap van de Raad. Wij zijn erin geslaagd de geplande doorslaggevende verbeteringen door te voeren, namelijk opheldering over reprocessing - waarbij de Commissie ons verzekerd heeft dat er een richtlijn speciaal voor dit onderwerp zal komen -, opheldering over de positie van software, over databanken en phasing out en labelling van CMR-stoffen.

Ik heb nog twee opmerkingen van technische aard. Allereerst is een amendement op in lid 4, waarin een passage niet is verwijderd, zoals was afgesproken. Deze passage luidt in het Engels:

(EN) ‘alsmede een transponeringstabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn’

(DE) evenals cijfer 12, dat door 15 moet worden vervangen. Ten tweede is er amendement 78. Ik verzoek u tegen de eerste helft daarvan te stemmen, aangezien hier een fout in is geslopen. De inhoud wordt hierdoor niet gewijzigd.

 

8.5. Structurele bedrijfsstatistieken (stemming)
  

- Vóór de stemming:

 
  
MPphoto
 
 

  Elisa Ferreira (PSE), rapporteur. - (PT) Misschien maak ik mij niet populair door het woord te nemen, maar ik wil van de gelegenheid gebruik maken om twee boodschappen uit te dragen. In de eerste plaats wil ik de schaduwrapporteurs en de leden van de Commissie danken voor hun medewerking. Tevens wil ik mijn dank betuigen aan de drie Raadsvoorzitterschappen die aan deze medebeslissingsprocedure hebben deelgenomen - namelijk het Oostenrijkse, het Finse en het Duitse voorzitterschap - en die nauw met ons hebben samengewerkt. Het Duitse voorzitterschap heeft ons op het laatste moment nog geholpen met een comitologieprobleem en verdient derhalve een bijzondere vermelding. Ten tweede wil ik onderstrepen dat de 170 amendementen de rol van het Parlement eer aandoen, aangezien daarmee in tal van opzichten wordt bijgedragen aan een vermindering van de administratieve lasten voor bedrijven: minder relevante variabelen worden geëlimineerd, bepaalde kleine en middelgrote ondernemingen worden vrijgesteld van de verplichting om mee te doen aan onderzoeken en het gebruik van administratieve bestanden wordt aangemoedigd.

Dit is slechts een van de punten die het Parlement er mijns inziens toe zouden kunnen en moeten bewegen om dit voorstel in eerste lezing aan te nemen.

 
  
  

- Na de stemming over amendement 142:

 
  
MPphoto
 
 

  Reinhard Rack (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, u heeft er terecht op gewezen dat wij een groot aantal stemmingen moeten afhandelen en blijkbaar krijgen wij nu stemmingen waarbij bijna telkens unanieme goedkeuring zal worden verleend. Wie heeft gevraagd om aparte stemmingen? Of, om het anders te zeggen: zouden we niet en bloc kunnen stemmen?

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Als de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement hiermee akkoord gaat, kunnen we en bloc over de amendementen stemmen, maar hiervoor is de instemming van die fractie nodig.

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, wij stemmen daarmee in, maar ik zou het volgende willen voorstellen. Het gaat om amendementen waarover we met de Raad overeenstemming hebben bereikt. Dit zo zijnde, moet de commissie kort bijeenkomen en daartoe een besluit nemen. Dan kunnen wij dit in een minuut afhandelen. Wij kunnen immers niet het werk van de commissie gaan doen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraagt u om een onderbreking van een minuut?

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, wij gaan akkoord met stemming en bloc. Maar een volgende keer moet de commissie hier vóór de plenaire vergadering over discussiëren en een besluit nemen, zodat we dat vervolgens binnen een minuut kunnen afhandelen. Ik verzoek u dit door te geven aan de voorzitter van de commissie.

 
  
  

(Het Parlement stemt in met het verzoek van de heer Rack)

(Applaus)

 

8.6. Naleving van de vlaggenstaatverplichtingen (stemming)

8.7. Wettelijke aansprakelijkheid en financiële zekerheden van scheepseigenaars (stemming)

8.8. Biologische productie en etikettering van biologische producten (stemming)
  

- Na de stemming over amendement 111:

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Angelilli (UEN). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, aangezien het door mijn fractie ingediende amendement 167 volledig is verwerkt in amendement 171 van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, en aangezien het volgens mij belangrijk is om zoveel mogelijk stemmen te vergaren teneinde accidentele besmetting met GGO’s voor biologische producten te voorkomen, wil ik namens mijn fractie en in de zin van artikel 155 ons amendement intrekken, indien wij amendement 171 van de Sociaal-democratische Fractie mede mogen ondertekenen.

 
  
  

(De Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement stemt in met de opneming van amendement 167 van de Fractie Unie voor een Europa van Nationale Staten in haar amendement 171)

- Vóór de eindstemming:

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Hélène Aubert (Verts/ALE), rapporteur. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, op grond van artikel 53 van het Reglement verzoek ik om terugverwijzing van het verslag naar de commissie.

Amendement 1, waarin om een dubbele rechtsgrondslag wordt verzocht - te weten de artikelen 37 en 95 - heeft namelijk zeer brede steun in ons Parlement gekregen, aangezien dit met 585 stemmen vóór is aangenomen. De commissaris heeft gisteren echter geantwoord dat zij dit amendement niet kon aanvaarden. Daarom denk ik dat wij verder moeten gaan in de onderhandelingen met de Commissie, en tegelijkertijd het verslag in zijn huidige vorm moeten handhaven, want - en daar ben ik blij om - het is een prima verslag. Wij moeten echter verder gaan, en daarom verzoek ik om terugverwijzing naar de commissie.

(Applaus)

 
  
  

(Parlement besluit om het verslag terug te verwijzen naar de bevoegde commissie)

 

8.9. Veiligheid bij voetbalwedstrijden (stemming)

8.10. De toekomst van Kosovo en de rol van de EU (stemming)

8.11. De toekomst van de eigen middelen van de Europese Unie (stemming)

8.12. Begrotingsrichtsnoeren voor 2008 (stemming)

8.13. De toekomst van het professionele voetbal in Europa (stemming)

8.14. De integratie van de nieuwe lidstaten in het GLB (stemming)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Hiermee zijn de stemmingen beëindigd.

 

9. Stemverklaringen
  

Verslag-Ulmer (A6-0332/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik heb voor het verslag van mijn collega, de heer Ulmer, gestemd over de herziening van verschillende richtlijnen inzake medische hulpmiddelen.

De term “medische hulpmiddelen” bestrijkt een brede reeks producten, waaronder injectiespuiten, brillen, diagnoseapparatuur voor medisch onderzoek, implantatieapparatuur, diagnostische beeldapparatuur, enzovoort, en het was absoluut noodzakelijk om de concurrentiepositie van en de veiligheid in deze sector te versterken. Om dit te bereiken moest het huidige wettelijke kader - bestaande uit drie richtlijnen die bepalen aan welke essentiële eisen medische hulpmiddelen moeten voldoen - worden verbeterd, met name wat betreft klinische evaluatie, transparantie, markttoezicht, conformiteit van op maat vervaardigde hulpmiddelen, het gebruik van menselijk weefsel, de coördinatie van onafhankelijke organen, enzovoort.

De praktische voorstellen die wij in dit document hebben aangenomen, zullen zorgen voor een betere harmonisering in deze en simpelere regels behelzen. Er dient op gewezen te worden dat veel industriële bedrijven in deze sector op de wereldmarkt opereren. Daarom moet ernaar worden uiterst complexe en gediversifieerde sector, omdat ze duidelijkere gestreefd het proces van internationale samenwerking te bevorderen, met name door het harmoniseren van normen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hiltrud Breyer (Verts/ALE), schriftelijk. - (DE) Door de huidige overeenstemming in eerste lezing inzake medische hulpmiddelen wordt een enorme kans gemist voor een verbod op zeer gevaarlijke stoffen in die middelen. Het is een armzalige vertoning dat carcinogene, mutagene en voor de voortplanting vergiftige stoffen (CMR-stoffen) vanwege een blokkade door de EU-lidstaten verder mogen worden toegepast, zelfs als veilige alternatieven al lang beschikbaar zijn.

Deze duidelijke beperkingen voor het gebruik van gevaarlijk zacht pvc in beademingsslangen, maagsondes en infusen hadden al lang moeten worden ingevoerd, aangezien deze materialen hoge concentraties van de weekmaker DEHP bevatten, die giftig is voor de voortplanting en die met name voor baby’s, kinderen en dialysepatiënten gevaarlijk is. Te vroeg geboren baby’s nemen uit slangen een DEHP-dosis op die 200 maal hoger is dan de toegestane norm.

Een sprankje hoop is het feit dat de verplichting om gevaarlijke weekmakers te etiketteren, is aangenomen, waardoor medisch personeel heel bewust de keuze kan maken hulpmiddelen zonder zacht pvc te gebruiken en consumenten dit nu ook actief kunnen eisen. Bovendien worden producenten nu aan strengere verplichtingen onderworpen. Ze moeten rechtvaardigen waarom medische hulpmiddelen met zacht pvc bij kinderen en zwangere vrouwen gebruikt kunnen worden.

Dit is in ieder geval niet meer dan een tijdelijke oplossing, want deze week heeft de Commissie eindelijk - op basis van een risicobeoordeling die al sinds 2001 beschikbaar was - geadviseerd het gebruik van DEHP in medische hulpmiddelen voor bepaalde risicogroepen te verbieden. Dit verbod had er weliswaar al lang moeten zijn, maar beter laat dan nooit. De Commissie moet nu uiterlijk eind dit jaar een wetsvoorstel presenteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Grossetête (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik heb voor deze herziening gestemd.

Het is betreurenswaardig dat het voorstel voor een verbod op alle stoffen in medische hulpmiddelen die carcinogeen, mutageen of toxisch voor de voortplanting zijn, is verworpen. Dit compromis is niettemin een eerste, beslissende stap, die een bijdrage zal leveren aan het uitbannen van toxische chemische stoffen die in medische hulpmiddelen worden gebruikt en die vervolgens in het lichaam van patiënten worden aangetroffen. De wetgeving zal fabrikanten van medische hulpmiddelen voorschrijven hun hulpmiddelen te etiketteren als deze ftalaten bevatten, een groep chemische stoffen die gebruikt wordt als weekmaker in plastics.

De Europese Unie heeft het ftalaat DEHP geclassificeerd als een stof die toxisch is voor de menselijke voortplanting, en er bestaat grote ongerustheid over de mogelijkheid dat deze stof zich via de hulpmiddelen verplaatst naar patiënten, met name naar baby’s en dialysepatiënten.

Dankzij etikettering van de hulpmiddelen worden artsen gewezen op de risico’s waaraan hun patiënten worden blootgesteld, en kunnen de inkoopmanagers van ziekenhuizen de plastic hulpmiddelen zonder DEHP die reeds beschikbaar zijn op de markt, gemakkelijk herkennen. Wat gevoelige patiënten betreft, dienen fabrikanten uitleg te geven over de risico’s van het gebruik van hulpmiddelen die toxische chemische stoffen bevatten, en dienen zij voorzorgsmaatregelen aan te bevelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Seeber (PPE-DE), schriftelijk. - (DE) Nu de Europese richtlijn inzake medische hulpmiddelen is herzien, wil ik opmerken dat ik er voorstander van ben dat het Europees Parlement zich uitspreekt voor een logische scheiding van de regulering, en dat het vraagstuk van reprocessing in een afzonderlijke richtlijn wordt geregeld. Als volksvertegenwoordigers moeten wij ons sterker inzetten voor zinvolle en begrijpelijke regelingen en de verleiding weerstaan om verschillende regelingen in één richtlijn te willen samenvoegen. Nu moet de Commissie zo spoedig mogelijk - en niet pas over drie jaar - een voorstel voor een afzonderlijke richtlijn presenteren.

Onze rapporteur, de heer Ulmer - die ik bij deze gelegenheid wil danken voor zijn uitstekende werk - heeft een goed en evenwichtig compromis ten aanzien van de gevaarlijke stoffen in medische hulpmiddelen weten te bereiken. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen het met mij eens is dat geneesmiddelen geen, of in ieder geval zo min mogelijk, schadelijke stoffen mogen bevatten, en daarom moeten wij streven naar een effectieve phasing out van alle CMR-stoffen.

Met name in dit verband wil ik nogmaals wijzen op de absolute noodzaak van zinvolle productetikettering. Mijns inziens heeft de Commissie niet de juiste keuze gemaakt door te kiezen voor etikettering op basis van de Global Medical Device Nomenclature. Als gevolg van deze code zullen de kosten ongetwijfeld stijgen en daarvoor zullen hoofdzakelijk de Europese fabrikanten en de samenleving moeten opdraaien. Dat is schadelijk voor de concurrentie en evenmin van voordeel voor de patiënten.

 
  
  

Verslag-Vincenzi (A6-0058/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (ITS). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, het verslag van mevrouw Vicenzi heeft ten doel de regels te harmoniseren, met name wat betreft uitzonderingen op de normen die de Internationale Arbeidsorganisatie en de Internationale Maritieme Organisatie hebben uitgevaardigd, die vlaggenstaten in de Unie kunnen toestaan.

Hoewel dit een bijzonder loffelijk streven is, blijkt in de praktijk dat lang niet alle problemen hierdoor worden opgelost. Het is algemeen bekend dat het voornaamste probleem van de koopvaardij dat van de goedkope vlaggen is. Denk met name aan de manier waarop een staat als Liberia, waar volslagen anarchie heerst, over een van de grootste vloten ter wereld kan beschikken, waarover deze staat - uiteraard - geen enkele daadwerkelijke controle kan uitoefenen.

Wij moeten een einde maken aan deze bizarre situatie, die tot sociale dumping leidt, en aandacht schenken aan de vraag hoe het in dit geval met de veiligheidsvoorwaarden is gesteld. De staat in kwestie blijft weliswaar bepalen onder welke voorwaarden hij het gebruik van zijn vlag toestaat of weigert, en welke regels hij voorschrijft aan schepen die zijn vlag voeren en aan de bemanningen ervan, maar die vrijheid is niets meer of minder dan het recht van staten om de toegang tot hun territoriale wateren, tot hun exclusieve economische zones en tot hun binnenwateren te ontzeggen aan schepen die de minimumregels overduidelijk niet naleven en die een gevaar vormen voor de veiligheid van aangrenzende staten.

Wij zouden graag zien dat de overwegingen van ons Parlement deze kant opgingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI), schriftelijk. - (EN) Ik heb tegen het voorstel voor een richtlijn betreffende de naleving van de vlaggenstaatverplichtingen gestemd, aangezien deze alleen maar meer ballast betekent in de EU-regelgeving voor de scheepvaart, zonder dat het echte probleem wordt aangepakt. Dat probleem wordt veroorzaakt door het gedrag van vlaggenstaten van buiten de EU met een grote vloot. De lidstaten van de EU houden zich aan de IMO-voorschriften en zijn dus ook niet de veroorzakers van het probleem.

Ik verwerp dit voorstel voor een richtlijn tevens omdat het de soevereiniteit van de lidstaten ondermijnt doordat er bevoegdheden aan de Commissie worden overgedragen. Elke lidstaat is al als partij gebonden aan de verplichtingen die voortvloeien uit het IMO-Verdrag. Dat is voldoende en daar dient het ook bij te blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Dit verslag maakt deel uit van het derde maatregelenpakket voor de veiligheid in de scheepvaart, dat hoofdzakelijk bedoeld is om scheepsrampen te voorkomen en de gevolgen van eventuele rampen te bestrijden.

Het is aan de lidstaten om ervoor te zorgen dat de schepen die in hun nationale registers zijn opgenomen, voldoen aan de internationale normen. De initiatieven die op Europees niveau ten uitvoer worden gelegd om scheepsrampen te voorkomen en te bestrijden mogen deze verplichting niet ondermijnen.

Uitgaande van deze premisse kunnen wij ons over het geheel genomen vinden in de voorgestelde maatregelen. Zo moeten de lidstaten bijvoorbeeld eisen dat schepen die opgenomen willen worden in het nationale register documenten voorleggen waaruit blijkt dat zij de internationale voorschriften en normen naleven; zij moeten een controle- en toezichtsprogramma ontwikkelen en toepassen voor schepen die onder hun vlag varen, en bovendien moeten zij voorzien in de opleiding van en het toezicht op inspecteurs en onderzoekers.

De Gemeenschap moet evenwel bijdragen in de kosten die aan de uitvoering en toepassing van deze maatregelen verbonden zijn, een punt dat in dit voorstel niet duidelijk uit de verf komt.

Met de recente schipbreuken van de Erika en de Prestige nog vers in het geheugen zijn wij van oordeel dat alle voorstellen die op dit gebied worden geformuleerd, besproken moeten worden in het kader van een breed debat waaraan ook de werknemers uit de sector en de bevolking als zodanig deelnemen.

 
  
  

Verslag-Savary (A6-0055/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Emanuel Jardim Fernandes (PSE), schriftelijk. - (PT) Naar aanleiding van de ramp met de Erika en de ramp met de Prestige, die in 2002 aan de rand van de exclusieve maritieme zone van Portugal plaatsvond, heeft de Europese Unie een reeks wetgevingsvoorstellen vastgesteld om herhaling van dergelijke rampen te voorkomen, of althans om de gevolgen ervan tot een minimum te beperken, en om te achterhalen wat er precies gebeurd is en wie voor de ongevallen aansprakelijk moet worden gesteld.

De heer Savary behandelt een van deze voorstellen in dit uitstekende verslag, dat uiteraard mijn steun heeft gekregen. Het gaat mijns inziens om een essentiële tekst, aangezien wordt voorzien in enerzijds gemeenschappelijke minimumnormen voor alle lidstaten met betrekking tot de wettelijke aansprakelijkheid en de financiële zekerheid van reders (en van alle andere verantwoordelijken) en anderzijds maatregelen om rampen te voorkomen en te waarborgen dat bepaalde internationale overeenkomsten geratificeerd worden, met name het Verdrag inzake de beperking van de aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, het Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in samenhang met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen en het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie.

Ik kan mij tevens vinden in het voorstel om een solidariteitsfonds op te richten, zodat wordt gewaarborgd dat ook schepen zonder financiële dekking passende bescherming bieden en in een schadeloosstelling voorzien.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Dit verslag maakt deel uit van hetgeen bekendstaat als het derde maatregelenpakket voor de veiligheid in de scheepvaart, een reeks wetgevingsmaatregelen die bedoeld zijn om rampen en verontreiniging te voorkomen en de gevolgen van eventuele rampen te bestrijden.

Doel van dit voorstel is de oprichting van een systeem voor wettelijke aansprakelijkheid van reders in geval van schade aan derden en de vaststelling van voorschriften ter voorkoming van scheepsrampen.

Belangrijk is dat alle lidstaten worden opgeroepen om tal van internationale verdragen te ondertekenen en te voorzien in een ruimere schadeloosstelling voor slachtoffers van scheepsrampen en bemanningsleden. Tevens wordt voorgesteld om een solidariteitsfonds op te richten voor de schadeloosstelling van slachtoffers van ongevallen met schepen die niet gedekt zijn door een certificaat van financiële zekerheid, aangezien het in dat geval niet de plicht is van de lidstaat waar de scheepsramp plaatsvindt om in een schadeloosstelling te voorzien. Het is aan de lidstaten om te waarborgen dat alle criteria worden nageleefd en om eventuele overtredingen te bestraffen met sancties.

Het gaat hier in essentie om positieve maatregelen die onze goedkeuring wegdragen. In het verslag wordt evenwel de mogelijkheid opengelaten om de controlebevoegdheden in de toekomst alsnog over te hevelen van de lidstaten naar een communautair orgaan - in concreto een communautair agentschap -, en dat voorstel roept in ons midden ernstige twijfels op.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. - (EN) Er is weliswaar iets voor te zeggen om de wettelijke aansprakelijkheid van derden tot standaard te verheffen, maar niet als er nog aperte tegenstrijdigheden zijn die eerst opgelost moeten worden voordat er verdere stappen gezet kunnen worden.

Het grootste probleem is dat het LLMC-verdrag niet door de lidstaten is geratificeerd en dat betekent dat de EU op dit punt dringend actie moet ondernemen. De Raad dient het belang dat hij aan de ratificatie van het verdrag op lidstaatniveau hecht, te onderstrepen voordat hij kritiek kan leveren op de bevoegdheden van de EU, die hij op dit gebied in twijfel trekt.

 
  
  

- Verslag-Aubert (A6-0061/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, wat de biologische landbouw betreft, hechten de consumenten er veel waarde aan dat er natuurlijke, in plaats van synthetische stoffen worden gebruikt. Synthetische stikstofmeststoffen mogen dan ook niet gebruikt worden.

Er is echter geen enkele reden voor een verbod op alle soorten natuurlijke minerale meststoffen, zoals stikstofmeststoffen. Daarom betreur ik het dat de amendementen 168 en 169, die door de heer Tarabella zijn ingediend, niet zijn aangenomen. Dit is een ernstige verzwakking van de logica van het standpunt dat wij hebben aangenomen, en ik ben blij dat deze kwestie naar de commissie ten principale is terugverwezen. Ik hoop dan ook dat de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling deze kwestie in heroverweging zal nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson en Anna Hedh (PSE), schriftelijk. - (SV) Wij hebben gestemd tegen bepaalde amendementen betreffende verlaagde percentages voor GGO- etikettering op biologische producten. Ofschoon we van mening zijn dat biologische producten geen GGO’s mogen bevatten, vrezen wij dat verschillende grenswaarden voor biologische en andere levensmiddelen een nadeel voor de biologische productie kan betekenen.

Wij zijn van mening dat GGO’s met voorzichtigheid behandeld moeten worden en dat men maatregelen moet treffen om het risico op incidentele besmetting te verkleinen. Wij willen echter geen onnodig zware bewijslast scheppen die de biologische teelt zou kunnen doen inkrimpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luis Manuel Capoulas Santos, Fausto Correia, Edite Estrela, Emanuel Jardim Fernandes, Elisa Ferreira, Jamila Madeira en Manuel António dos Santos (PSE), schriftelijk. - (PT) Het voorstel voor een verordening van de Commissie en het verslag dat in de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling is goedgekeurd, leveren over het geheel genomen een positieve bijdrage aan de vaststelling van de gemeenschappelijke principes en voorschriften die van toepassing zijn op de biologische productie en hoofdzakelijk gericht zijn op het vergroten van het vertrouwen van de consument. Toch schieten zij ons inziens op bepaalde punten nog steeds tekort.

Wij zijn evenwel van oordeel dat besmetting van biologische producten door genetisch gemodificeerde organismen een ernstig probleem is, en aangezien het amendement van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement is aangenomen, waarin op weldoordachte en realistische wijze wordt voorgesteld om een plafond van 0,1 procent vast te stellen - uitsluitend voor gevallen van incidentele aanwezigheid - hebben wij voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (PSE), schriftelijk. - (FR) Ik heb gestemd vóór terugverwijzing van het verslag-Aubert over de biologische productie en de etikettering van biologische producten naar de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Wij moeten ervoor zorgen dat de drempel voor toevallige besmetting met genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) niet dezelfde is als in de conventionele landbouw, dat wil zeggen rond 0,9 procent, want dan zouden wij feitelijk erkennen dat wij besmetting niet langer kunnen voorkomen, en dat wij evenmin kunnen garanderen dat een product, zelfs als dat als biologisch is geclassificeerd, vrij van GGO’s is.

In dit opzicht heb ik mijn steun gegeven aan het voorstel van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, waarin werd geëist dat de aanwezigheid van GGO’s in biologische producten uitsluitend moet worden beperkt tot toevallige en technisch onvermijdbare hoeveelheden met een maximum van 0,1 procent, en dat de term “biologisch” niet zou mogen worden gebruikt voor producten waarvan de toevallige besmetting met GGO’s hoger ligt dan de detecteerbare drempel van 0,1 procent.

Tot slot steun ik het verzoek om de rechtsgrondslag voor deze kwestie van de biologische landbouw te wijzigen. Het Europees Parlement wil in deze problematiek in plaats van “geraadpleegde” “medebeslisser” worden, hetgeen een vooruitgang zou betekenen op dit gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Het is bekend dat 70 procent van de Europese consumenten geen genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) wenst te consumeren. Het is dan ook onaanvaardbaar dat met deze verordening het licht op groen wordt gezet voor biologische producten die maar liefst 0,9 procent GGO’s bevatten. Dat is een zware klap voor het biologische landbouwbedrijf. Het feit dat de besmetting met GGO’s, zoals in het verslag wordt voorgesteld, 0,9 procent mag bedragen (of 0,1 procent zoals door sommigen is gesuggereerd en in de plenaire vergadering is aangenomen), betekent dat wij accepteren dat biologische producten met GGO’s worden besmet. Deze beslissing zal ontegenzeglijk gevolgen hebben voor de consumenten en betekent een ernstige en onaanvaardbare bedreiging voor de biologische landbouwindustrie.

De consumenten kiezen voor biologische producten omdat zij op meer duurzame wijze geproduceerd worden, volledig zonder pesticiden en GGO’s. Als wij de aanwezigheid van GGO’s toestaan, zelfs in minimale hoeveelheden, bedriegen wij de consumenten, met alle gevolgen van dien voor het milieu en de menselijke gezondheid in het algemeen.

In tegenstelling tot de weg die met dit verslag en het voorgestelde ‘productivistische model’ wordt ingeslagen, hebben wij meer duurzame landbouwproductiemodellen nodig die gebaseerd zijn op de productiediversiteit van elk land en elke regio en waarin meer rekening wordt gehouden met kleine en middelgrote boeren en familiebedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Ik ben van oordeel dat producten die als ‘biologisch’ geëtiketteerd worden, helemaal geen genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) mogen bevatten. Consumenten die als ‘biologisch’ geëtiketteerde producten kopen, hebben recht op een dergelijke garantie.

Sterker nog, als producten die 0,9 procent GGO’s bevatten als ‘biologisch’ geëtiketteerd worden, bestaat het risico dat een ander soort etikettering opduikt - zonder GGO’s -, hetgeen de positie van het biologische landbouwbedrijf zou aantasten.

Daarom heb ik voor de amendementen gestemd die tot doel hebben het gebruik van GGO’s in de biologische landbouw en de etikettering van biologische producten te verbieden.

Ik heb tevens mijn steun verleend voor het amendement waarmee producten zoals zout, wol, visconserven, cosmetica, voedingssupplementen en etherische oliën in de verordening worden opgenomen, aangezien deze producten minstens tijdens één fase van het productieproces met de natuurlijke omgeving verbonden zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Mathieu Grosch (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) De nieuwe verordening zal in de plaats komen van Verordening (EEG) nr. 2092/91 inzake biologische landbouw.

Het voornaamste punt van zorg blijft de aanwezigheid van GGO’s in producten met het etiket ”biologisch”: de Commissie had bepaald dat de drempelwaarde voor de aanwezigheid van GGO’s 0,9 procent moest bedragen, hoewel hoeveelheden vanaf 0,1 procent reeds detecteerbaar zijn. Wij moeten voorzichtig blijven met GGO’s in het algemeen, en wij moeten er vooral voor zorgen dat de consumenten op de juiste wijze worden geïnformeerd over hetgeen zij eten en gebruiken. Het is dan ook absoluut noodzakelijk dat de verwachtingen van de consumenten die voor biologische producten kiezen, worden gerespecteerd, dat wil zeggen dat zij er zeker van moeten kunnen zijn dat hun product geen GGO’s bevat.

Daarom ben ik blij dat het Parlement in het verslag-Aubert deze drempelwaarde van 0,1 procent heeft opgenomen, en ik roep de ministers van Landbouw ertoe op deze verordening ingrijpend te herzien, om recht te doen aan de uitkomst van deze stemming.

Bovendien steun ik het verzoek van het Parlement om deze verordening volgens de medebeslissingsprocedure tussen Raad en Parlement aan te nemen, en ik verwacht dat de Commissie het Parlement hierin volgt, want de mening van gekozen volksvertegenwoordigers dient zwaarder te wegen dan de mening van ambtenaren.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Biologische productie is erg belangrijk zowel vanuit een milieu- als vanuit een gezondheidsstandpunt. Wij hebben echter tegen het verslag gestemd, omdat wij van mening zijn dat landbouwproducten op een vrije markt zonder inmenging op EU niveau verkocht moeten worden. Het is onze overtuiging dat een door bewuste Europese consumenten aangedreven, vrije marktwerking zelf de nodige omschakeling naar een biologische, en op de lange termijn duurzame landbouw kan bewerkstelligen. Wij denken verder dat die ontwikkeling versneld zou worden, indien de etikettering van ecologische producten overgelaten zou worden aan de nationale parlementen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb dit verslag gesteund omdat het de voorschriften in het voorstel van de Commissie over de productie en etikettering van biologische voedingsmiddelen versterkt. Ik steun het gebruik van het Europese logo (“EU-biologisch”) voor producten die voor minimaal 95 procent uit biologische ingrediënten bestaan. Ik ben ook voorstander van de verplichting voor exploitanten in derde landen om aan hun nationale instanties een certificaat te overleggen dat is uitgegeven door een daartoe bevoegd communautair controleorgaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk. - (FR) De meeste Europese burgers (58 procent) staan nog steeds wantrouwend tegenover genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen. Deze sceptische houding van de Europeanen tegenover de aanwezigheid van GGO’s in de conventionele landbouw kan worden opgevat als steun voor de biologische landbouw.

Daarom is het van essentieel belang dat de Europese Unie de biologische landbouw stimuleert, omdat daarmee tegemoet wordt gekomen aan de toenemende vraag van de consument en een stap wordt gezet op weg naar een drastische hervorming van het GLB in de richting van een waarachtige duurzame ontwikkeling.

Om biologische producten te promoten moeten bepaalde regels die van gezond verstand getuigen, voorop staan. Daar wordt in het verslag van mevrouw Aubert op gewezen. Om te beginnen moeten wij ons verzetten tegen de ontwerpverordening van de Europese Commissie waarin wordt voorgesteld om voor de verschillende sectoren een zelfde drempelwaarde voor de toevallige besmetting met GGO’s vast te stellen, namelijk 0,9 procent.

Vervolgens, en als tegengestelde maatregel - een maatregel waar de biologische sector om vraagt en die al in tal van Europese landen en regio’s is ingevoerd -, moeten wij de drempelwaarde voor de toevallige aanwezigheid van GGO’s zo laag mogelijk vaststellen, namelijk op 0,1 procent, hetgeen overeenkomt met de wetenschappelijk haalbare detectiegrens.

Tot slot moet het beginsel “de vervuiler betaalt” worden toegepast, want er kan geen sprake van zijn dat boeren uit de biologische sector de rekening moeten betalen voor de risico’s die samenhangen met de coëxistentie van beide vormen van landbouw.

 
  
  

- Verslag-Catania (A6-0052/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag-Catania gestemd en daarbij heb ik gedacht aan het Europees kampioenschap voetbal dat volgend jaar in Oostenrijk wordt gehouden, omdat er in het profvoetbal diverse zorgwekkende ontwikkelingen plaatsvinden. Daarbij denk ik niet alleen aan fraude, dubieuze financiële praktijen en oneerlijke concurrentie, die wij op Europees niveau doelgericht moeten bestrijden. Ook de bereidheid om geweld te gebruiken in verband met voetbal overstijgt alle grenzen. Een kleine groep zogenaamde fans houdt honderden agenten op de been, agenten die op andere plaatsen nodig zijn en handenvol geld kosten.

Het zou verstandig zijn om hooligans al aan de grens tegen te houden, en stadions zouden gescheiden in- en uitgangen voor de verschillende groepen moeten hebben. Niet alleen spandoeken en plakkaten die oproepen tot geweld, moeten worden geweerd, maar ook de straffen tegen dergelijke ordeverstoringen moeten aanzienlijk strenger worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Helaas blijft geweld tijdens voetbalwedstrijden niet beperkt tot sporadische incidenten, maar hebben wij hier te maken met een verschijnsel dat de laatste jaren herhaaldelijk de kop heeft opgestoken, bijvoorbeeld tijdens de Wereldbeker van 2006 in Duitsland en de recente incidenten in de nationale voetbalcompetitie van Italië, Spanje, Kroatië en Engeland.

Daarom is het noodzakelijk dat er passende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat deze sportevenementen zo vreedzaam mogelijk kunnen verlopen, zonder onnodig geweld en racisme.

Ik verleen dan ook mijn steun voor dit initiatief van de Republiek Oostenrijk ter herziening van het besluit waarmee wordt voorzien in de oprichting in iedere lidstaat van een nationaal informatiepunt betreffende voetbal, dat moet fungeren als een contactpunt voor de uitwisseling van politiegegevens met betrekking tot voetbalwedstrijden.

Het is van vitaal belang dat de bevoegde overheden nauwer met elkaar samenwerken en het systeem voor gegevensuitwisseling professionaliseren, en dat elke lidstaat een doelmatige risicobeoordeling uitvoert.

Bij het bestrijden van dit soort geweld moet preventie prevaleren boven de gangbare repressieve aanpak en de aanwezigheid van agenten van de oproerpolitie in de voetbalstadia.

 
  
MPphoto
 
 

  Stephen Hughes (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb steun gegeven aan het verslag-Catania (A6-0052/2007) en hoop van ganser harte dat de internationale politiële samenwerking bij het bestrijden van geweld in verband met voetbalwedstrijden aanzienlijk wordt verbeterd.

Onschuldige fans en gezinnen uit Middlesborough kwamen in maart 2006 in Rome klem te zitten tussen gewelddadige voetbalsupporters bij de Europacupwedstrijd tussen Middlesborough en Roma. Drie Engelse fans werden neergestoken als gevolg van zinloos geweld door Roma-fans. De Commissie verzoekschriften van dit Parlement heeft de afgelopen herfst een verzoekschrift van fans uit Middlesborough behandeld. Ik betreur ten zeerste dat de voorzitter van de Commissie verzoekschriften nog steeds geen antwoord heeft ontvangen op zijn brief aan het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken, waarin hij om waarborgen vraagt dat de fouten die zijn gemaakt waardoor het geweld kon ontstaan, in de toekomst voorkomen zullen worden.

Ik hoop, zelfs in dit late stadium, van ganser harte dat de minister alsnog een reactie zal geven, vergezeld van oprechte verontschuldigingen aan het adres van de mensen in Middlesborough.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb mijn steun gegeven aan het verslag-Catania, dat tot doel heeft de veiligheid rondom voetbalwedstrijden te vergroten via een betere politiële samenwerking. Ik ben voor een versterkte rol van de nationale informatiepunten als contactpunt voor de uitwisseling van politie-informatie bij de bestrijding van geweld tijdens internationale voetbalwedstrijden. Het dient echter boven alle twijfel verheven te zijn dat bij elke uitwisseling van persoonsgegevens de bestaande wet- en regelgeving voor de bescherming van die gegevens in acht wordt genomen. Dergelijke gegevens mogen ook nooit voor andere doeleinden worden gebruikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Martine Roure (PSE), schriftelijk. - (FR) Gezien de huidige situatie in het voetbal is er daadwerkelijk sprake van een veiligheidsprobleem tijdens voetbalwedstrijden met een internationale dimensie, en het is een feit dat Europa wordt geconfronteerd met gewelddadigheden in voetbalstadions, met name bij Europese of internationale wedstrijden. Om drama’s of vechtpartijen tussen hooligans te voorkomen, is de Europese Unie op het idee gekomen om een netwerk van informatiepunten op te richten in verband met mogelijke risico’s op dergelijke gewelduitbarstingen. Op die manier zullen de Europese solidariteit en vooruitziende blik een zeer belangrijke rol spelen bij het waarborgen van de veiligheid van Europese burgers die voetbalwedstrijden bezoeken.

Wij mogen niet toestaan dat “nep”-supporters de waarden van het voetbal in een kwaad daglicht stellen. Dit verslag maakt de oprichting van nationale voetbalinformatiepunten mogelijk, die moeten fungeren als contactpunt voor de uitwisseling van gegevens. Deze uitwisseling geschiedt met het oog op het voorbereiden en het nemen van de gepaste maatregelen ter handhaving van de openbare orde naar aanleiding van een voetbalwedstrijd. De uitwisseling kan in het bijzonder informatie betreffen over individuele personen die een reëel gevaar vormen of kunnen vormen voor de openbare orde en veiligheid.

Bij voetbalwedstrijden doen zich herhaaldelijk en voortdurend gewelddadigheden voor, waardoor de evenementswaarde van dergelijke sportmanifestaties danig wordt aangetast. De Europese Unie kan dit niet langer door de vingers zien.

 
  
  

Verslag-Lagendijk (A6-0067/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Eugen Mihăescu (ITS). – Marele Napoleon spunea: „Dacă este posibil, este ca şi făcut, iar dacă este imposibil, se va face oricum.” Aşa este şi cu Serbia, şi cu Kosovo. Sunt naţionalist şi mă interesează Serbia mai mult decât politica. Kosovo este inima naţiunii şi nu poate fi smulsă din pieptul Serbiei decât cu riscuri nebănuite.

Filozoful francez Régis Debray a vorbit primul, fiind martor la tragedia Serbiei în momentul atacului de către forţele care erau împotriva ei. Europa nu poate să rişte o instabilitate în Balcani. Monsieur Athisaari nu ne spune adevărul. După cel de-al doilea război mondial, în Kosovo erau 15% albanezi şi 85% (majoritatea) erau sârbi. Albanezii erau veniţi de peste munţi, din Albania. Thaçi şi ai lui, maoişti crescuţi de Enver Hoxha şi Mehmet Shehu, se folosesc de doctrina divide et impera. Este paradoxal, pentru că vor să întemeieze o Albanie compusă din bucăţi rupte din teritoriul Serbiei, Macedoniei şi Greciei. Americanii care învaţă geografia făcând războaie ştiu mai bine unde se găseşte America, dar nu ştiu unde se găseşte Kosovo. Din fericire, trecutul nu vrea să treacă.

 
  
MPphoto
 
 

  Димитър Стоянов (ITS). – Гласувах против доклада относно бъдещето на Косово, защото ми омръзна да слушам колко зле и дискриминирани са албанците. Никой не е пресметнал колко много сърби бяха избити и изхвърлени от Косово от албанските главорези. Колко православни църкви бяха унищожени и превърнати в складове и в конюшни от тези наркотрафиканти, които това е основното нещо, с което се занимават, трафик на наркотици.

Аз искам да ви припомня `99 година, защото в момента сме пред най-светлия християнски празник за православните християни, Великден. `99 година натовските бомбардировачи потъпкаха и се погавриха с този християнски празник, като не спряха своите бомбардировки, а продължиха да хвърлят своите клъстерни бомби, предназначени не срещу инфраструктурата, а да убиват хора и при това ги надписаха с обидни надписи спрямо православното християнство.

Европа трябва да спре да се меси на Балканите, защото предизвиква само по-лоши неща. Оставете Балканите на мира.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE). - (SK) Ik heb voor het verslag van de heer Lagendijk over de toekomst van Kosovo en de rol van de Europese Unie gestemd. Ik ben het eens met de rapporteur dat het Europees Parlement eensgezind en eenduidig moet optreden, want het gaat hier om onze toekomstige EU-grens en -grondgebied. Iedereen begrijpt dat de huidige situatie onhoudbaar is en dat er verdere tactvolle en geduldige onderhandelingen nodig zijn, met inbegrip van een verregaande Europese betrokkenheid.

Ik zie het Ahtisaari-document als een eerste grondslag voor de besprekingen over en inspanningen voor het bewerkstelligen van een compromis. Europa moet een standpunt innemen dat ondubbelzinnig de kant van een overeenkomst opgaat. Ik weet zeker dat de eindoplossing niet kan worden opgelegd met het dreigement van radicalisering in Kosovo of Servië, maar dat deze een weerspiegeling moet zijn van de belangen van zowel het Servische volk als de Kosovaarse Albanezen.

De twee volkeren mogen niet in haat samenleven, want haat leidt tot geweld en vormt een obstakel voor stabiliteit en veiligheid in de regio. Ik ben ervan overtuigd dat het verslag van het Europees Parlement een sterk signaal zal doen uitgaan en de Westelijke Balkan een Europees perspectief zal bieden, en dat het zal leiden tot een acceptabel compromis gebaseerd op de beginselen van het internationaal recht en de Europese democratische waarden. Wij, de Parlementsleden uit de nieuwe lidstaten, weten maar al te goed hoe groot voor onze landen de motiverende werking was van het vooruitzicht op toetreding tot de Europese Unie, hoe sterk de aansporing was tot verregaande politieke en economische hervormingen. Een terugkeer naar de periode van voor maart 1999 is onmogelijk en daarom geloof ik dat er een akkoord zal worden bereikt en de vrede en dat de veiligheid in de westelijke Balkan zullen worden gewaarborgd.

 
  
MPphoto
 
 

  Árpád Duka-Zólyomi (PPE-DE). - (SK) Ik heb om verschillende redenen voor het document over Kosovo gestemd. Het voorstel voor een onder toezicht staande soevereiniteit, dat na een definitief besluit van de Veiligheidsraad wordt ondersteund met een permanente internationale aanwezigheid, is een buitengewoon belangwekkende oplossing. Tegelijkertijd is de vorming van een maatschappij van burgers met gelijke rechten de enige juiste weg.

Ik ben een fervent voorstander van gelijke rechten voor etnische minderheden en gemeenschappen, alsook van duidelijke gedefinieerde rechten wat betreft het behoud en de ontwikkeling van hun identiteit en hun eigen overheidsorganen. Tegelijkertijd ben ik echter ook sterk voorstander van maximale rechten en veiligheid, met andere woorden, van een uitgebreide autonomie voor de Servische gemeenschap.

Aangezien de Europese Unie in dit proces een sleutelrol zal spelen, is het noodzakelijk te beschikken over een duidelijk strategisch actieplan. Aan de andere kant is het onze taak er nadrukkelijk op te wijzen dat er voor de Balkan, of Servië en Kosovo een toekomst in de Europese Unie in het verschiet ligt. Voor het echter zover kan zijn, is het noodzakelijk te zorgen voor vrede en stabiliteit in de regio. We moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat de Balkan onderdeel wordt van de Europese Unie. Als ons dat niet lukt, dan blijft onze Gemeenschap onvoltooid.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb eveneens tegen het verslag-Lagendijk gestemd, omdat het mijns inziens buitengewoon gevaarlijk is te zeggen dat de mogelijkheden voor onderhandelingen nu zijn uitgeput en dat aangedrongen moet worden op onafhankelijkheid van Kosovo. Dat lijkt mij een gevaarlijk experiment.

De huidige situatie doet mij sterk denken aan het begin van de oorlog in Kroatië, die immers ook is begonnen na een roep om onafhankelijkheid van Kroatië. Als wij hier niet uiterst omzichtig te werk gaan, en als er met name geen doeltreffende oplossingen zijn voor een mogelijk machtsvacuüm na de terugtrekking van het VN-bestuur, zullen de Serviërs hun landgenoten willen beschermen, of de Albanese Kosovaren hun zelfbeschikkingsrecht. In dat geval zullen in een mum van tijd niet alleen mogelijke vooruitgang en toenadering teniet worden gedaan, maar is het eveneens zeer wel mogelijk dat de gehele regio gedestabiliseerd raakt. Daarom heb ik tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson en Anna Hedh (PSE), schriftelijk. - (SV) Wij staan achter het streven van de VN naar vrede in Kosovo en achter het werk van Matti Ahtisaari. Wij hebben ervoor gekozen om tegen de formulering te stemmen waarin staat dat soevereiniteit voor Kosovo de beste weg is om politieke stabiliteit en een politieke oplossing voor Kosovo te bereiken. Wij zijn van mening dat dit niet het juiste verslag is om dit te bespreken en dat het dom is zich nu vast te leggen op een dergelijke formulering, ook al is dat een nastreefbaar doel voor de toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) De Junilijst is van mening dat de kwestie-Kosovo via de VN opgelost moet worden, en dat proces komt er ook aan. Indien daarna de VN de EU vraagt een belangrijke rol in deze kwestie te spelen, stellen wij ons positief hiertegenover op.

Dit verslag bevat een aantal goede formuleringen, maar ook veel slechte. Wij hebben er onder andere bezwaar tegen dat het Europees Parlement vraagt om een toezichthoudende verantwoordelijkheid bij de vaststelling van de status van Kosovo. Dit is geen kwestie voor de EU.

Er wordt zelfs uitdrukking gegeven aan de hoop dat er een pro-Europese regering wordt gevormd in Servië. Dat kan wenselijk zijn, maar het is het Servische volk dat de regering kiest en dat moet, in naam van de democratie, gerespecteerd worden, ongeacht de uitslag.

Verder dient het Europees Parlement geen standpunten in te nemen over de houding van de lidstaten in de Raad of over de manier waarop de lidstaten dienen te handelen in de VN-Veiligheidsraad.

Aangezien we vinden dat het aantal onderdelen van het verslag die te wensen overlaten te groot is, hebben wij tijdens de stemming van vandaag tegen het verslag in zijn geheel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) De uitermate ernstige situatie in de Balkan, en met name in de Servische provincie Kosovo, is het resultaat van een langdurig proces van inmenging, agressie en militaire bezetting onder leiding van de Europese Unie en de Verenigde Staten, die hun heerschappij over de regio hebben gevestigd door de bestaande conflicten en moeilijkheden uit te buiten.

De situatie in Kosovo is in dit verband bijzonder veelbetekenend. Na de militaire agressie van de NAVO hebben de Verenigde Staten en de Europese Unie in die Servische provincie een protectoraat opgericht en strategische militaire basissen geïnstalleerd, hetgeen regelrecht indruist tegen resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad.

De oplossing voor de toekomst van Kosovo die is opgelegd door Martti Ahtisaari, de speciale gezant van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, gaat in dezelfde richting. Hij stelt voor om de Servische soevereiniteit over een gedeelte van het huidige grondgebied van Servië op te heffen en de (pseudo)-‘onafhankelijkheid’ uit te roepen van een door Europese en Amerikaanse troepen bezet Kosovo. Daartoe zal gebruikt gemaakt worden van de zogeheten ‘civiele’ aanwezigheid van de Europese Unie in het kader van het Europese veiligheids- en defensiebeleid, met de steun van de NAVO-troepen en van een ‘internationale civiele vertegenwoordiger’ met volledige bevoegdheid.

Wij zijn van oordeel dat de oplossing voor de situatie in Kosovo moet berusten op de naleving van het internationale recht en de eerbiediging van de soevereiniteit van Servië, die overigens gewaarborgd is door resolutie 1244 - laten wij dat niet vergeten. Elke andere (verkeerde) oplossing kan onvoorspelbare gevolgen hebben voor deze strategische regio.

Daarom hebben wij tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Howitt (PSE), schriftelijk. - (EN) De leden van de Labour-partij in het Europees Parlement steunen deze resolutie, met name omdat sterke steun wordt gegeven aan het VN-proces en de speciale gezant voor Kosovo, Martti Ahtisaari, en zijn uitgebreide voorstel voor een regeling met betrekking tot de status van Kosovo een hart onder de riem wordt gestoken. Bij amendement 13 hebben wij ons echter van stemming onthouden, aangezien de formulering niet in overeenstemming is met het voorstel van de heer Ahtisaari. Gezien het feit dat de discussies in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties nog niet zijn afgerond, levert dit amendement geen positieve bijdrage.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb mijn steun gegeven aan dit verslag over de toekomst van Kosovo en de rol van de EU. Om de verwezenlijking van een vreedzaam, autonoom Kosovo te waarborgen, dient de EU een rol te spelen in de toekomstige internationale onderhandelingen over een regeling voor de status van Kosovo. Mijn steun heeft met name betrekking op de leidende rol die de VN wordt toebedeeld bij het bepalen van de definitieve status, en op het voorstel van de heer Ahtisaari.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. - Het onderwerp Kosovo verdeelt politieke stromingen. Mijn Fractie Europees Verenigd Links en de daarbij aangesloten partijen hebben zich eensgezind verzet tegen de oorlog die de NAVO in 1999 voerde tegen Joegoslavië. Die oorlog was niet gericht op bevrijding van Kosovo, maar op meer zeggenschap van buitenaf over Servië en Montenegro. Een deel van mijn fractiegenoten vreest ook nu nog dat de VS het probleem Kosovo misbruiken om Europese landen op te splitsen in kleine militaire protectoraten. Zij beroepen zich bovendien op het volkenrecht, dat ervan uitgaat dat zonder voorafgaande instemming van de staat die grondgebied verliest, geen nieuwe staten kunnen worden gevormd.

Als we die redenering volgen, zijn veel van de huidige Europese staten, zoals Griekenland, België, Bulgarije, Ierland, Polen, Tsjechië en Slovenië, eveneens illegaal. Ik maak liever een vergelijking met het onafhankelijk worden van voormalige Europese koloniën zoals Indonesië, Algerije of Angola. Links in Europa heeft hun onafhankelijkheidsstrijd ondersteund. Als de democratie en de gelijkberechtiging van de inwoners van Kosovo nodig maken dat zij onafhankelijk worden, moet links daarin vooroplopen in plaats van achterop. Evenzo erken ik het zelfbeschikkingsrecht van de in meerderheid Servische inwoners van Kosovska Mitrovica en de noordpunt van Kosovo die duurzaam in Servië willen terugkeren.

 
  
  

- Verslag-Itälä (A6-0069/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen dit verslag over de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2008 gestemd, omdat het, wat de begroting van het Europees Parlement betreft, opnieuw opmerkingen bevat over de drie plaatsen waar het Parlement zijn werkzaamheden verricht, waar ik het niet mee eens ben. Ik wil erop wijzen dat deze drie plaatsen overeenkomstig het Verdrag zijn vastgesteld. Ik behoor niet tot degenen die, zoals in dit verslag op overdreven wijze wordt gesteld, de geografische verspreiding van onze administratie over de drie plaatsen waar het Parlement zijn werkzaamheden verricht, betreuren. Ik zie geen negatieve gevolgen in de geografische structuur van het Europees Parlement, integendeel.

Ik heb bezwaar tegen paragraaf 33, met name tegen het voorstel betreffende het aantal dienstreizen van ons personeel tussen de drie plaatsen waar het Parlement zijn werkzaamheden verricht. Ik weet dat de administratie op dit gebied bijzonder karig is. Ik ben het niet eens met het verzoek aan de secretaris-generaal om vóór 1 juli 2007 een verslag voor te leggen over de dienstreizen van het personeel tussen de drie plaatsen waar het Parlement zijn werkzaamheden verricht. Hij heeft - net als wij - wel wat anders te doen, en ik trap hier niet in.

De onderliggende bedoeling is zogenaamd om tot meer rationalisering te komen, met als doel de werkplekken Luxemburg en Straatsburg hun betekenis te ontnemen. Ik kan niet anders dan mijn afkeuring uitspreken over het absurde voornemen, dat in paragraaf 40 wordt genoemd, om een verdere groei van ons onroerendgoedbezit op te schorten en om niet over te gaan tot een uitbreiding van onze gebouwen. Dankzij ons onroerendgoedbeleid - dat erin bestaat dat wij de gebouwen die wij nodig hebben om correct te kunnen functioneren, kopen in plaats van huren - hebben wij de belastingbetaler veel geld - duizenden euro’s - bespaard. Ik kan mij er dan ook alleen maar over verbazen, mijnheer de Voorzitter, dat een meerderheid van de Begrotingscommissie niet lijkt te begrijpen - of niet wil begrijpen - dat wij in 2008 de marge waarover wij binnen het begrotingsplafond van twintig procent beschikken, moeten gebruiken om te anticiperen op uitgaven voor onroerend goed. Zoals u weet, mijnheer de Voorzitter - en het is belangrijk dit hier te zeggen -, kunnen wij dankzij deze aanpak met betrekking tot onroerendgoeduitgaven aanzienlijke besparingen realiseren, en daar profiteert de belastingbetaler van.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb mijn steun gegeven aan dit verslag en aan de amendementen met betrekking tot het statuut van de medewerkers van de Leden van het Parlement, evenals aan de amendementen met betrekking tot het beperken van de energiekosten van onder andere het wagenpark van het Parlement. Helaas is dat laatste amendement verworpen. Het wordt interessant om te zien of degenen die het amendement hebben gesteund en die enige zeggenschap hebben over de keuze van de auto die zij gebruiken, dat wil zeggen de fractieleiders, hun idealen in praktijk zullen brengen, of dat zij het gebruik van hun huidige “benzineslurpers” gewoon zullen voortzetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Ofschoon zij geen betrekking hebben op wat wij de voornaamste begroting van de Europese Unie zouden kunnen noemen - namelijk de begroting van de Europese Commissie - zijn deze richtsnoeren een belangrijke indicator voor de prioriteiten en de vooruitzichten van het komende jaar.

Verwacht wordt dat de richtsnoeren voor de begroting van de instellingen voor 2008, met name voor wat betreft het personeelsbeleid, niet veel zullen verschillen van het niveau van de vorige jaren.

Ofschoon er in opdracht van het Parlement een reeks verslagen over de ontwikkeling van het wervingsbeleid en het statuut van het aangeworven personeel in de maak zijn, zijn er nog geen concrete maatregelen genomen. Wij stellen met bezorgdheid vast dat overeenkomsten van onbeperkte duur steeds vaker vervangen worden door dienstverleningscontracten, dat werknemers na tientallen dienstjaren nog steeds geen aanspraak kunnen maken op een arbeidsovereenkomst van onbeperkte duur en dat vele werknemers worden ‘overgeheveld’ naar uitzendbureaus.

De vernietiging van de rechten van arbeiders, het veelgeprezen (en bedrieglijke) ‘Nieuwe Sociale Europa’ dat op de werknemers van het Europees Parlement moet worden toegepast..., en de volslagen onaanvaardbare ‘flexicuriteit’ zorgen er in wezen alleen maar voor dat de arbeidsverhoudingen onzekerder worden.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb mijn steun gegeven aan dit verslag over de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2008. In dit verslag wordt de nadruk gelegd op een efficiëntere communicatie in het Europees Parlement, om de Europese burgers bewuster te maken van de rol die het Parlement speelt. Ik steun met name de speciale aandacht die uitgaat naar een betere informatievoorziening voor de lokale en regionale media. Een ander belangrijk aspect van dit verslag is de steun voor de totstandkoming van een concreet en inhoudelijk statuut van de medewerkers van de Leden van dit Parlement. Naar mijn idee levert een dergelijk statuut een bijdrage aan de verhoging van de kwaliteit van de activiteiten van de Leden.

 
  
  

- Verslag-Lamassoure (A6-0066/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, met de stemming van vandaag wordt de eerste fase van het werk om de toekomst van onze eigen middelen veilig te stellen, afgesloten. Naar mijn mening is dit de allereerste fase van het proces, en hoewel ik het niet eens ben met veel van de opvattingen die erin worden geuit, heb ik voor het verslag gestemd, omdat ik denk dat in latere fasen nog veel kan worden veranderd.

Het voorgestelde stelsel van eigen middelen moet transparant en rechtvaardig zijn. We moeten goed gebruik maken van de lessen die we gaan trekken uit de herziening van de begroting van de Europese Unie die gepland staat voor 2008 en 2009 en van de prioriteiten die we zullen vaststellen voor de Europese Unie na 2013. Tot slot moeten we het fundamentele beginsel van de Unie, namelijk cohesie, hoog houden en daarom het ontwikkelingsniveau in de minst ontwikkelde regio’s verhogen. Er moet speciaal aandacht worden besteed aan het stelsel voor de financiering van voedsel- en energiezekerheid en het aanpakken van milieuproblemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI), schriftelijk. - (EN) Ik heb tegen het verslag-Lamassoure over de eigen middelen gestemd, omdat hierdoor getracht wordt de bevoegdheden van de EU te vergroten door een proces in gang te zetten van soevereine financiering dat uiteindelijk tot een ultieme absurditeit zal leiden, te weten een communautaire belastingheffing. Door de aanval op de volledig terechte Britse “korting” wordt daarnaast van mijn Britse kiezers verwacht dat zij nog meer geld gaan doneren aan de hebberige EU, met al haar verkwistende, onnodige uitgaven. Het Verenigd Koninkrijk is al meer dan vier miljard pond per jaar kwijt aan de financiering van de EU en dat is echt de limiet.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson en Anna Hedh (PSE), schriftelijk. - (SV) Wij vinden het over het geheel genomen een goed verslag. Wij hebben er echter voor gekozen tegen alle formuleringen met betrekking tot een EU belasting te stemmen. Wij hebben er ook voor gekozen om gemeenschappelijke financiering in het kader van het gemeenschapslandbouwbeleid te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward, Brian Crowley, Seán Ó Neachtain en Eoin Ryan (UEN), schriftelijk. - (EN) Wij, de Fianna Fáil-delegatie, hebben het verslag-Lamassoure om de volgende redenen verworpen:

De belangrijkste reden is dat de door de rapporteur voorgestelde hervorming een duidelijke opstap vormt naar een geharmoniseerde EU-belasting, en daar is de Ierse regering absoluut op tegen.

In feite geeft de meerderheid van het Europees Parlement vandaag toestemming aan de Europese Unie om de fiscale soevereiniteit van elke lidstaat, zoals verankerd in de Verdragen, op elk moment voor bepaalde tijd in te trekken. Dat kunnen wij niet accepteren. Integendeel, in het stemgedrag van de Fianna Fáil-delegatie en van 153 andere afgevaardigden komt het onschendbare recht van elke lidstaat op fiscale soevereiniteit tot uiting. Daarbij dient de kanttekening geplaatst te worden dat unanimiteit van de lidstaten vereist is bij het invoeren van elke vorm van Europese belasting, waarbij elk lidstaat ook over een vetorecht beschikt.

Daarnaast is er hard onderhandeld om overeenstemming over het huidige financiële pakket tot stand te brengen, een pakket dat gunstig is voor Ierland. In het verslag wordt getracht om dit type financiering in de toekomst te hervormen. Ierland heeft tot nu toe uitsluitend profijt gehad van eerdere overeenkomsten over de financiële vooruitzichten. Daarnaast worden de armere landen door de voorstellen in dit verslag benadeeld. Naar ons idee zal een directe Europese belasting ten laste van onze burgers door alle burgers in Ierland en de EU met afkeuring worden begroet.

 
  
MPphoto
 
 

  Luis Manuel Capoulas Santos, Fausto Correia, Edite Estrela, Emanuel Jardim Fernandes, Elisa Ferreira, Jamila Madeira en Manuel António dos Santos (PSE), schriftelijk. - (PT) Wij hebben om twee belangrijke redenen tegen het derde gedeelte van paragraaf 25 van het verslag-Lamassoure gestemd:

Ten eerste kunnen wij als Portugese socialisten niet aanvaarden dat een poging wordt ondernomen om het communautaire karakter van het meest communautaire van alle Europese beleidsterreinen terug te schroeven, want per slot van rekening heeft dit voorstel tot doel het GLB te renationaliseren.

Het cofinancieringsvoorstel, waarin de lidstaten worden opgeroepen om een financiële bijdrage te leveren aan de begroting van de eerste pijler van het GLB, is ongerechtvaardigd, omdat er andere oplossingen bestaan om te waarborgen dat de financiële verplichtingen die de Raad in oktober 2002 is aangegaan, worden nagekomen. Het is helemaal niet nodig dat de vijftien lidstaten die vóór de uitbreiding van 2004 deel uitmaakten van de Europese Unie een bijdrage leveren uit hun nationale begroting.

Als alternatief voor cofinanciering kunnen er bijvoorbeeld plafonds worden vastgesteld voor de steun die op individuele basis aan landbouwers wordt toegekend - naar voorbeeld van het VS-model, waar de limiet is vastgesteld op 250 000 Amerikaanse dollar -, in combinatie met de instelling van een ‘verplicht modulatiesysteem’ dat moet leiden tot een procentuele verlaging van de steun die aan de belangrijkste ontvangers van directe steun uit het GLB wordt toegekend, zodat de hierdoor vrijgekomen middelen gebruikt kunnen worden om de aangegane financiële verplichtingen na te komen.

Ten tweede bevat de formulering van dit punt een onherroepelijke contradictie. Enerzijds wordt plechtig beloofd dat het GLB niet gerenationaliseerd zal worden en anderzijds wordt voorgesteld om een eind te maken aan het voor honderd procent communautaire financieringsmodel dat thans van toepassing is, door het beginsel van nationale cofinanciering in te voeren. Dat is echter juist het belangrijkste instrument om het GLB te renationaliseren, aangezien landbouwers uit lidstaten met een omvangrijke begroting op die manier bevoordeeld zullen worden ten opzichte van collega’s uit lidstaten met een beperkte begroting.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (PSE), schriftelijk. - (FR) Ik heb voor het verslag-Lamassoure over de toekomst van de eigen middelen van de Europese Unie gestemd.

Met het huidige systeem is de begroting van de Unie namelijk te zeer afhankelijk van wat de natiestaten willen. Ik steun de analyse van de rapporteur, dat dit systeem in de loop der tijd veel te gecompliceerd is geworden en vooral dat het ongeschikt is om de nieuwe uitdagingen waarvoor de EU staat, aan te gaan, waardoor het dus noodzakelijk is terug te keren naar een echt systeem van eigen middelen, zoals bepaald bij de Verdragen ter oprichting van de Europese Unie.

Ik ben blij met het voorstel om in een eerste fase alle vormen van korting en compensatie die aan de lidstaten zijn toegekend, af te schaffen, en om op termijn gebruik te maken van een reeds in de lidstaten geheven belasting, die rechtstreeks in de EU-begroting zal vloeien. Dat zou de beste manier zijn om een levensvatbare financiering van de EU te waarborgen, die tegelijkertijd aanvaardbaar zou is voor de nationale parlementen.

Ik heb echter tegen paragraaf 25 van de ontwerpresolutie gestemd, die door een krappe meerderheid is verworpen. Hoewel ik niet opnieuw de discussie wil aangaan over een nieuw financieringssysteem, ben ik tegen het idee om gebruik te maken van de mogelijkheid om in de EU-15 geleidelijk een verplichte financieringsprocedure voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid in te voeren, hetgeen zou neerkomen op een renationalisering van het eerste gemeenschappelijke Europese beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias de Rossa (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb mijn steun gegeven aan het verslag-Lamassoure over de toekomst van de eigen middelen van de Europese Unie, omdat ik van mening ben dat het een goede bijdrage levert aan het dringend noodzakelijke, bredere debat over de EU-uitgaven. Een begroting van 1 procent van het BBP is gewoonweg niet toereikend om berekend te zijn op de politieke uitdagingen waarmee Europa wordt geconfronteerd, inclusief het bevorderen van een sterkere sociale en onderzoeksdimensie. Daarvoor is minimaal 3 procent vereist. Deze uitgangspunten dienen centraal te staan in de hernieuwde pogingen om de Verdragen te hervormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Emanuel Jardim Fernandes (PSE), schriftelijk. - (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik van oordeel ben dat het huidige systeem van eigen middelen van de Europese Unie, dat haast uitsluitend gebaseerd is op bijdragen uit de lidstaten, onvoldoende transparant, efficiënt en rechtvaardig is. Het moet dan ook dringend hervormd worden. Anders lopen wij het risico dat het gebrek aan evenwicht van de begroting en de ongelijkheden nog worden aangescherpt. Om de bestaande problemen te verhelpen moeten wij eindelijk erkennen dat een betere Unie alleen maar tot stand kan worden gebracht door meer en betere beleidsmaatregelen, ook op begrotingsniveau, en dat daarvoor passende middelen moeten worden uitgetrokken.

Ik heb me over deze kwestie uitgesproken in de Commissie regionale ontwikkeling, die advies heeft uitgebracht aan de Begrotingscommissie. Ik heb met name enkele amendementen ingediend, die door een ruime meerderheid zijn goedgekeurd. Doel van deze amendementen was om enerzijds een directe link tot stand te brengen tussen de Europese Unie en haar burgers via de betaling van een deel van een bestaande heffing, teneinde de zware belastingdruk waaronder de Europese belastingbetalers gebukt gaan niet verder te verhogen, en anderzijds de begrotingskorting op te heffen die aan sommige landen wordt toegekend. Tal van deze landen hebben immers een welvaartniveau dat boven het Europese gemiddelde ligt. Ik denk bijvoorbeeld aan het Verenigd Koninkrijk.

Ten slotte heb ik ook gesuggereerd dat bij toekomstige debatten over de eigen middelen van de Europese Unie rekening wordt gehouden met de bijzondere belastingvoorschriften die in de Verdragen vervat zijn met betrekking tot de ultraperifere regio’s van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Het Parlement probeert een debat te openen over de eigen middelen van de Europese Unie, in een poging om de discussie die in feite voor 2008/9 gepland is te vervroegen. Dit wordt mogelijk gemaakt door de herzieningsclausule die vervat is in het interinstitutionele akkoord voor de financiële vooruitzichten 2007/2013.

Het Parlement oefent kritiek uit op het huidige systeem, dat echter eerder door dit Parlement is goedgekeurd, en plaatst een vraagteken bij de vereiste unanimiteit van de Raad, die nodig is om veranderingen te kunnen brengen. Het stelt met name voor om de inkomsten van de communautaire begroting op termijn geheel of gedeeltelijk te betrekken uit de belastingen die thans in de lidstaten worden geïnd, ofschoon het de mogelijkheid openlaat om te dien einde nieuwe belastingen in te voeren. Immers, volgens de nationale parlementen is het ‘nog te vroeg om op de korte termijn een zuiver Europese belasting in te voeren’.

Wij verzetten ons tegen elke poging om of op de korte of op de lange termijn directe of indirecte Europese belastingen in te voeren.

Wij zijn van oordeel dat een rechtvaardig systeem van eigen middelen gebaseerd moet zijn op nationale bijdragen die in verhouding staan tot de relatieve welvaart van elk land (berekend aan de hand van het BBP). Op die manier wordt gewaarborgd dat alle burgers van de lidstaten van de Europese Unie met een soortgelijke belastingdruk worden geconfronteerd. Wij moeten ervoor zorgen dat de communautaire begroting de middelen op passende wijze herverdeelt en daarbij prioritaire aandacht verleent aan de verwezenlijking van de doelstellingen van reële convergentie en economische en sociale cohesie.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne E. Jensen en Karin Riis-Jørgensen (ALDE), schriftelijk. - (DA) We hebben voor het verslag gestemd, omdat het een praktische weg aangeeft om te ontsnappen aan het huidige ingewikkelde systeem voor de eigen middelen van de EU, met kortingen en speciale regelingen. Het zelfbeschikkingsrecht van de landen op fiscaal gebied moet in een nieuw systeem uiteraard worden gerespecteerd. Bovendien is het belangrijk dat een nieuwe eigen-middelenbron voor de EU geen hogere belastingen betekent.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Noëlle Lienemann (PSE), schriftelijk. - (FR) Ik heb mij wat het verslag van de heer Lamassoure betreft van stemming onthouden, omdat ik het niet eens ben met de in paragraaf 25 genoemde cofinanciering van de eerste pijler van het GLB, waarmee de deur wordt opengezet voor een zekere renationalisering van een van de weinige, echt gemeenschappelijke beleidsvormen. Overigens was dit idee al eerder ter sprake gebracht - maar terecht verworpen - bij het Akkoord van Berlijn in 2000.

Het lijkt me niet verstandig om bij het vaststellen van de nieuwe koers van het GLB - die geacht wordt rechtvaardiger en meer in overeenstemming met duurzame ontwikkeling te zijn - uit te gaan van deze cofinanciering door de lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Diamanto Manolakou (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) Met het verslag over de toekomst van de eigen middelen van de EU effent de EU voor de regeringen van de lidstaten het pad om de belastingschroeven verder aan te draaien. De werknemers zullen dus een nog hoger gelag moeten betalen voor de bevordering van de volksvijandige beleidsvormen van de EU.

Door de fundamentele voorstellen, zoals de BTW-verhoging en de verbruiksbelasting op energie vanaf 2014, zullen de werknemers in een nog moeilijker parket verzeild raken. In Griekenland hebben de BTW-verhoging met een procent en de voortdurende stijgende energieprijzen er mede toe bijgedragen dat de impasse waarin de volksgezinnen verkeren steeds groter wordt.

De in het verslag genoemde correctie van het begrotingsevenwicht komt neer op een vermindering van de landbouwuitgaven - waardoor kleine boerenbedrijven gedwongen zullen worden het bijltje erbij neer te leggen - en wordt gepresenteerd als een billijkere verdeling van de middelen. Tegelijkertijd wordt het beleid van de EU versterkt, zogenaamd wegens het terrorisme maar in werkelijkheid omdat men een aanval wil plegen op de individuele rechten en vrijheden van de volkeren.

Er wordt een rangorde aangebracht in het communicatiebeleid van de EU, omdat men een “Europees bewustzijn” wil creëren en, met andere woorden, de werknemers wil onderwerpen aan het volksvijandige beleid.

In het verslag wordt gesproken over indirecte ontvangsten van de lidstaten via het beleid van de EU. Dat zijn cadeautjes van de kapitalistische EU aan het kapitaal. De werknemers zien hun toestand namelijk alleen maar slechter worden.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb mijn steun gegeven aan dit verslag, omdat hierin voorgesteld wordt om het systeem van eigen middelen te hervormen op basis van gelijkheid tussen de lidstaten. Het huidige systeem is complex en niet inzichtelijk voor de burgers. Daarom ben ik blij dat er een hervorming van dat systeem plaatsvindt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Martinez (ITS), schriftelijk. - (FR) In tegenstelling tot de EGKS, die werd gefinancierd door een echt systeem van eigen middelen, heeft de Europese Unie in het kader van de mondiale vrijhandel het innen van douanerechten vrijwel afgeschaft. Deze vertegenwoordigen slechts 9,8 procent van haar eigen middelen. Hierdoor wordt de Europese begroting op dezelfde wijze gefinancierd als een doodgewone, door staatsbijdragen gefinancierde intergouvernementele organisatie, namelijk door een BBP-bijdrage, die 73,8 procent van de communautaire middelen vertegenwoordigt.

Op dit moment geldt er een plafond voor de eigen middelen van 1,24% van het BBP, en dat blijft zo. Er is eenvoudigweg bepaald dat er na 2014 een nieuw systeem zou gelden, dat is afgeleid van de klassieke federale oplossing om de opbrengst van een belasting tussen de Unie en de natiestaten te verdelen. Voor deze verdeling worden twaalf belastingen naar keuze in overweging genomen: van BTW tot belasting op financiële transacties (Tobin-belasting), en van vennootschapsbelasting tot ecotaks.

Dit komt overeen met het Franse systeem van 1791 tot 1917, met opcenten op staatsbelastingen om de lokale overheden te financieren.

Als de Unie een beleid voerde dat gericht was op omvangrijke investeringen in gezondheidszorg, onderzoek, universiteiten en spoorwegen, in plaats van vast te houden aan het malthusianisme van artikel 104 C van het Verdrag van Maastricht, dan zou de steun van de burgers op nationaal niveau een financiering door middel van een lening mogelijk maken, of zelfs door middel van een belasting met een specifieke bestemming, waarvoor de winst van de ondernemingen de juiste grondslag zou zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. - (SV) Ik heb me onthouden bij de stemming over het verslag van de heer Lamassoure over de toekomst van de eigen middelen van de EU. Ik ben het er mee eens dat het EU-stelsel voor ontvangsten en uitgaven herzien en transparanter moet worden, maar dit verslag gaat te ver. Ik blijf erbij dat de EU gefinancierd moet worden via lidmaatschapsbijdragen, en ik wil geen ontwikkeling zien in de richting van een EU-belasting.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. - (PL) Ik stem voor het verslag van de heer Alain Lamassoure over de toekomst van de eigen middelen van de Europese Unie.

Het verslag is een belangrijk onderdeel van de voorbereidingen voor een grondige herziening van alle aspecten van de financiering en de uitgaven van de Europese Unie, aangezien er aan het huidige stelsel van eigen middelen fundamenteel iets schort.

Dit stelsel omvat vier verschillende financieringsbronnen en diverse kortingsmechanismen. Bedacht moet worden dat bijna 70 procent van de ontvangsten van de Europese Unie niet door dit stelsel gegenereerd wordt, maar rechtstreeks uit de nationale begrotingen afkomstig is. Bovendien kunnen we, gezien de huidige begrotingstekorten van vooral de grotere lidstaten, niet garanderen dat de Europese Unie over voldoende middelen beschikt om alle beleidsstrategieën te implementeren.

De Europese Unie heeft een effectief en transparant financieringstelsel nodig. Het doel van de hervorming van de Gemeenschapsontvangsten moet het creëren van echte eigen middelen voor de Europese Unie zijn. Deze middelen moeten zijn gebaseerd op bestaande belastingen die worden geheven in de lidstaten en die ten goede moeten komen aan de begroting van de Unie. Naar mijn mening moeten we ook de mogelijkheid overwegen om een echte EU-belasting in te voeren.

 
  
  

- Verslag-Belet (A6-0036/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Jaroslav Zvěřina (PPE-DE). - (CS) Dank u wel, mijnheer de Voorzitter. Samen met de afgevaardigden van de Tsjechische ODS-partij heb ik tegen het verslag van de heer Belet gestemd. Naar mijn mening is het een nogal voorbarige stap op weg naar een debat over de mogelijkheden tot een zekere mate van harmonisering in de lidstaten van het o zo complexe onderwerp professioneel voetbal.

In het verslag wordt gesteld dat gekeken zal worden naar het zogeheten Europese voetbalmodel. Maar van zo’n model is nagenoeg geen sprake. Het profvoetbal is vandaag de dag bij uitstek een gemondialiseerde aangelegenheid. En pogingen om het op een of andere manier vanuit de Europese Unie te reguleren zijn mijns inziens tot mislukking gedoemd. Het Europees Parlement is vooralsnog verre van een soort directiekamer van de wereld waarin wereldwijde problemen kunnen worden opgelost.

Ik sluit mij volledig aan bij de passages van het verslag waarin wordt gesproken over botsingen van het profvoetbal met onze bestuurlijke en economische regels. Daarentegen kan ik me niet vinden in de delen van het verslag waarin wordt voorgesteld om over te gaan tot regulering van zaken die niet onder de bevoegdheid vallen van de Europese Unie. Ik denk daarbij in het speciaal aan het voorstel om speciale toezichthoudende organen op te richten. Dank u wel voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de leden van de Labour-partij hebben hun steun gegeven aan het verslag-Belet, ondanks onze twijfels over een of twee punten in het dat verslag. De reden hiervoor is dat het verslag beoogt om steun te geven aan de voetbalautoriteiten bij de grote, concrete problemen waarmee zij worden geconfronteerd door ervoor te zorgen dat voor andere doeleinden aangenomen Europese wetten geen belemmerend effect hebben op de oplossing van die problemen. Met andere woorden, de situatie is precies tegenovergesteld aan hetgeen de vorige spreker ons wil doen geloven. Wij proberen niet om de regels met betrekking tot voetbal te harmoniseren of om controle over voetbal te krijgen. Wij proberen alleen om de voetbalautoriteiten wat extra ruimte te geven, zodat zij de problemen zelf kunnen oplossen.

Tegen die achtergrond wil ik graag mijn verbazing tot uitdrukking brengen over het amendement dat de heer Heaton-Harris heeft ingediend op instigatie van een lobbyist van Real Madrid. Door individuele verkoop van tv-rechten door afzonderlijke clubs toe te staan, in plaats van collectieve verkoop per competitie met een verdeling van de opbrengst over alle clubs, zal alleen Spanje het effect daarvan voelen, niet de 26 andere lidstaten. Niet alleen wordt door deze beslissing de sportieve concurrentie in de Spaanse competitie de das om gedaan - omdat Barcelona en Real Madrid de komende paar jaar allebei een miljard euro zullen opstrijken - maar deze maatregel heeft ook een verstorend effect op de sportcompetitie op Europees niveau, omdat deze twee clubs een onevenredig groot voordeel hebben ten opzichte van de clubs in alle andere Europese competities. Ik ben verbaasd dat de heer Heaton-Harris een dergelijk amendement heeft ingediend.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson en Anna Hedh (PSE), schriftelijk. - (SV) Wij geven onze steun aan het verslag over de toekomst van het profvoetbal in Europa. Het is in hoofdzaak een goed verslag, dat onder andere de problematiek van de behoefte van kleine voetbalclubs aan betere economische voorwaarden voor jeugdopleidingen, bespreekt. In het verslag staat ook dat nationale teams spelers kosteloos moeten kunnen gebruiken. Andere belangrijke aspecten in het verslag houden verband met de inspanningen om uitbuiting van jonge spelers, geweld op de tribunes, racisme, doping en corruptie tegen te gaan. Wij zijn van mening dat de EU moet samenwerken met de voetbalbonden op nationaal en Europees niveau, zoals UEFA, om die problemen op te lossen.

Wij zien echter niet in dat er behoefte zou zijn aan nieuwe juridische instrumenten om de problemen op te lossen, met uitzondering van een eventuele richtlijn betreffende spelersagenten. Wij zien ook niet in dat de lidstaten hun sociale- en belastingwetgeving zouden moeten veranderen, omdat de verschillen tussen de landen problemen zouden scheppen bij grensoverschrijdende transfers van voetballers. Bovendien leggen wij het begrip “gedwongen prostitutie” in het verslag uit als het omvatten van alle prostitutie, aangezien alle vormen van prostitutie plaatsvinden onder een bepaalde vorm van dwang.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Roland Clark (IND/DEM), schriftelijk. - (EN) De Independent Party van het Verenigd Koninkrijk kan niet accepteren dat de EU zeggenschap krijgt over sport. Daarom zijn wij tegen het verslag als geheel. Wij willen de rechten van alle EU-lidstaten en van hun clubs en supporters beschermen en sport en politiek van elkaar gescheiden houden. De Independent Party:

accepteert dat de inkomsten uit de verkoop van uitzendrechten grotendeels worden bepaald door de omvang van de nationale omroepmarkten;

verwerpt het uitgangspunt dat vakbewegingen, “supporterkartels” en de EU zeggenschap krijgen over sport. Supporters steunen winnende elftallen, niet de elftallen met een goed bestuur;

verzet zich tegen bemoeienissen met de interne besluitvorming binnen de FIFA en de UEFA;

steunt een collectief verzekeringsstelsel voor internationals;

is tegen het hijsen van de EU-vlag en het spelen van het Europees volkslied bij voetbalwedstrijden;

is erop tegen dat de EU zich met de financiering van voetbalclubs bemoeit;

steunt het verbeteren van het onderwijs aan jonge spelers die buiten de jurisdictie van de EU vallen;

steunt naties binnen lidstaten met een eigen nationaal elftal (bijvoorbeeld Schotland);

verwerpt het “Independent European Sport Review”;

steunt de samenwerking tussen de lidstaten om voetbalgeweld te bestrijden, maar is categorisch tegen elke bevoegdheid van de EU op dit gebied, aangezien de EU geen bevoegdheden heeft met betrekking tot justitie en binnenlandse zaken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Ofschoon dit verslag tal van positieve voorstellen bevat, hebben wij bedenkingen bij de formulering van sommige punten.

Wij zijn van oordeel dat de benadering van het professionele voetbal die in het verslag wordt gebezigd, enige reflectie verdient. Ons inziens is het verkeerd om deze kwestie te reduceren tot de context van de georganiseerde competitie, aangezien de belangrijkste aspecten van het voetbal op die manier terzijde worden gelaten. Het gaat hier immers in de eerste plaats om een spel dat bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Het voetbal leert hen vooruit te denken, hun verbeelding te gebruiken, samen te werken met anderen en zich uit te drukken. Het bevordert met name de kennis en het bewustzijn van zichzelf en van de anderen.

De kunstmatige scheiding tussen beroeps- en amateursport (die van toepassing is op sommige sporten, ook in een competitieve context, waarin de deelnemers hun inkomsten uit een ander beroepsbezigheid betrekken) ondermijnt de rechten die logischerwijs voortkomen uit de verplichtingen die verbonden zijn aan dit soort sportactiviteiten ten opzichte van de clubs, de fans, de bestuursorganen, de sportverenigingen, de regels, de normen en de structuren van het professionele voetbal. Zo ziet de situatie eruit, en zolang hierin geen verandering komt, mogen wij onze kop niet in het zand steken en doen alsof alles op wieltjes loopt.

Daarom moeten wij alles in het werk stellen om, evenwel zonder paternalisme, de voorwaarden te scheppen die nodig zijn om te waarborgen dat beroepsspelers kunnen opkomen voor hun rechten in een industrie met een hoog risico op snelle lichamelijke slijtage en vroegtijdige sociale uitsluiting.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik geef mijn steun aan het verslag-Belet, omdat hiermee naar mijn idee op de beste manier het belang van het voetbal in Europa wordt gediend, en wel op een wijze die in grote lijnen in overeenstemming is met de visie van de UEFA over deze kwestie. Ik steun het verslag ondanks de recente schaamteloze discriminatie door de UEFA van de staat Gibraltar, die ik vertegenwoordig. In de laatste vergadering van de UEFA is de aanvraag voor het lidmaatschap door Gibraltar verworpen, ondanks het feit dat Gibraltar evenveel inwoners als San Marino telt (een land dat al lang lid van de UEFA is) en ondanks het feit dat de Nederlandse Antillen, een kolonie, in 1938 heeft deelgenomen aan de eindronde van het derde wereldkampioenschap.

Ik ben ook voorstander van een bulkverkoop van de uitzendrechten door nationale competities om de steeds groter worden ongelijkheden tussen clubs tegen te gaan. Ik ben echter tegen de bulkverkoop van die rechten aan één enkele omroeporganisatie waardoor deze een monopolie krijgt om die rechten te exploiteren ten koste van de kijkers.

Voetbal kan ook niet uitgezonderd worden van de Europese wetgeving om een beperkt aantal clubs in staat te stellen hun winst te vergroten ten koste van andere clubs. Een versoepeling van de regels dient in het openbaar belang te zijn, en niet in het belang van de winst van particuliere organisaties.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Dit verslag had algemeen gesproken niet in het Europees parlement behandeld mogen worden. Dit is een kwestie voor de nationale voetbalbonden en hun samenwerkingsorganisaties, alsook voor de desbetreffende nationale parlementen.

Wij hebben er ook bezwaar tegen dat in het ontwerpverslag onder andere verwezen wordt naar de ontwerp-Grondwet voor Europa, dat met twee referenda in Europa werd verworpen. Verder zijn wij het er niet mee eens dat voor voetbal een rechtskader op EU-niveau moet worden uitgewerkt en dat de invoering van een Europese juridische status voor sportvennootschappen overwogen moet worden.

De Junilijst stemt daarom tegen dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb mijn steun gegeven aan dit verslag over de toekomst van het beroepsvoetbal in Europa. Ik steun met name de oproep aan de Commissie om duidelijkheid te verschaffen over de rechtsstatus van dat voetbal. Ik steun ook de aanbevelingen om pogingen te ondernemen om meer transparantie en goed bestuur in het Europese beroepsvoetbal te waarborgen. Ik vind het belangrijk dat het Schotse voetbal over een afzonderlijk bestuurlijk orgaan beschikt - de Schotse voetbalbond - en ik steun dan ook de amendementen van de Verts/ALE-Fractie om te waarborgen dat dergelijke onafhankelijke organen in de huidige vorm behouden blijven en niet opgaan in één enkele voetbalbond voor het gehele Verenigd Koninkrijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Eoin Ryan (UEN), schriftelijk. - (EN) Ik steun de opvatting van de voormalige voorzitter van de UEFA, Lars Olsen, die zei dat spelersagenten een van de grootste uitdagingen van het beroepsvoetbal zijn. Tegen de achtergrond van de aanbevelingen van het recente verslag-Stevens in het Verenigd Koninkrijk is het noodzakelijk dat er strenge normen en criteria worden gehanteerd voor transacties die door spelersagenten worden uitgevoerd. Op basis van het huidige systeem is er nog steeds een dubbele vertegenwoordiging mogelijk. Dat systeem is ook niet doorzichtig genoeg, met name met betrekking tot transfers buiten Europa. De conclusie moet dan ook zijn dat ofwel de EU de huidige situatie reguleert en wijzigt, ofwel dat er een oproep aan de Commissie wordt gedaan om een richtlijn voor te stellen voor een gemeenschappelijk licentiesysteem voor agenten.

Een van de belangrijkste doelstellingen van het verslag is aan te geven op welke manieren een competitief evenwicht in het voetbal bevorderd kan worden. Als de Charleroi-zaak die momenteel voor het Europees Hof van Justitie ligt, gewonnen wordt, zal dat naar mijn idee een negatieve invloed hebben op het competitief vermogen van de kleinere internationale voetbalbonden in Europa. Ik vind het boven alle twijfel verheven dat clubs hun spelers voor het nationale elftal moeten afstaan zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. Daarom steun ik de oproep aan de Commissie om steun te geven aan het ontwikkelen van een collectief verzekeringsstelsel voor spelers.

 
  
MPphoto
 
 

  José Albino Silva Peneda (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) De passie voor het voetbal kent geen grenzen. Zij is wereldwijd aanwezig, van de moderne, gesofisticeerde westerse steden tot de Australische outback, de uithoeken van de Stille Oceaan en het kleinste dorpje in Midden-Azië of het hart van het Afrika.

Voetbal is niet alleen een passie, het is tevens een van de krachtigste universele talen.

Het is uit deze kenmerken - passie en universele taal - dat het voetbal zijn kracht put en zijn uitzonderlijke vermogen om mensen bij elkaar te brengen.

Het voetbal bezit een enorm potentieel, dat in geen geval over het hoofd mag worden gezien, namelijk het vermogen om zijn kracht en sterkte niet alleen ten dienste te stellen van het spektakel en zijn eigen legitieme economie, maar ook van sociale doeleinden met een even universele dimensie en reikwijdte.

Ik steun dit verslag en wil onderstrepen dat sportorganen weliswaar een legitieme wens kunnen hebben om hun eigen sportprocedures te verdedigen, maar dat een beroep op een burgerrechter, zelfs wanneer een dergelijk beroep in sportief opzicht niet gerechtvaardigd is, niet kan worden bestraft op grond van disciplinaire regels.

Daarom roep ik alle bestuursorganen van het voetbal op om hun statuten te herzien, teneinde naar een goed evenwicht te streven tussen enerzijds het legitieme recht van alle sportlieden om zich tot de burgerrechter te wenden en anderzijds het normale functioneren van de competities.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. - (EN) Het beroepsvoetbal in de Europese Unie wordt met vele uitdagingen geconfronteerd. Er is dringend behoefte aan meer transparantie en democratie binnen de bestuurlijke structuren van het voetbal. Er dient daarnaast steun gegeven te worden aan spelers uit de eigen opleiding. Ik ben echter wel van mening dat wij de autonomie en het recht op zelfbestuur van de voetbalsport moeten erkennen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jeffrey Titford (IND/DEM), schriftelijk. - (EN) De Independent Party van het Verenigd Koninkrijk kan niet accepteren dat de EU zeggenschap krijgt over sport. Daarom zijn wij tegen het verslag als geheel. Wij willen de rechten van alle EU-lidstaten en van hun clubs en supporters beschermen en sport en politiek van elkaar gescheiden houden. De Independent Party:

accepteert dat de inkomsten uit de verkoop van uitzendrechten grotendeels worden bepaald door de omvang van de nationale omroepmarkten;

verwerpt het uitgangspunt dat vakbewegingen, “supporterkartels” en de EU zeggenschap krijgen over sport. Supporters steunen winnende elftallen, niet de elftallen met een goed bestuur;

verzet zich tegen bemoeienissen met de interne besluitvorming binnen de FIFA en de UEFA;

steunt een collectief verzekeringsstelsel voor internationals;

is tegen het hijsen van de EU-vlag en het spelen van het Europees volkslied bij voetbalwedstrijden. Er is geen EU-team en Zwitserland is een van de organisatoren van Euro 2008;

is erop tegen dat de EU zich met de financiering van voetbalclubs bemoeit;

steunt het verbeteren van het onderwijs aan jonge spelers die buiten de jurisdictie van de EU vallen;

steunt naties binnen lidstaten met een eigen nationaal elftal (bijvoorbeeld Schotland);

verwerpt het “Independent European Sport Review”;

steunt de samenwerking tussen de lidstaten om voetbalgeweld te bestrijden, maar is categorisch tegen elke bevoegdheid van de EU op dit gebied aangezien de EU geen bevoegdheden heeft met betrekking tot Justitie en Binnenlandse Zaken.

 
  
  

- Verslag-Tabajdi (A6-0037/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). - (LT) Bij de uitbreiding van de EU in 2004 met tien nieuwe lidstaten werden discriminerende voorwaarden ingevoerd voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Er werd besloten voor de nieuwe lidstaten een overgangsperiode van negen jaar in te voeren. De steun in het eerste jaar bedroeg slecht 25 procent van hetgeen in de oude lidstaten werd ontvangen. Dit heeft de nodige gevolgen gehad voor de concurrentieverhoudingen tussen de nieuwe en de oude EU-landen op de markt van landbouwproducten.

De sterkste boodschap die uitgaat van het verslag is dat de nieuwe landen geen negatief effect hebben gehad op de landbouwproductie van de oude landen in de markt. En het effect op de nieuwe landen dan? Er werd alleen gewag gemaakt van Polen - en wat de Commissie betreft, die is huiverig om iets aan de problemen te doen.

Litouwen heeft zijn traditionele vlasmarkt verloren als gevolg van het GLB. Litouwen werd ertoe verplicht de steun aan vlasproducenten met een factor anderhalf te verminderen. De vlasoogst is twee keer zo klein geworden.

De oude lidstaten kregen gunstig voorwaarden voor de toegang tot de landbouwmarkten van de nieuwe lidstaten. Ik ben van mening dat dit verslag geen goede afspiegeling is van de feitelijke situatie, en daarom heb ik tegen de tenuitvoerlegging van het GLB in de nieuwe lidstaten gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Wij zijn van mening dat het gemeenschappelijke landbouwbeleid afgeschaft dient te worden. Het is onredelijk om nieuwe lidstaten in een verouderd systeem te loodsen en hen te laten wennen aan de regels en subsidies van dat systeem. Wij gaan daarentegen akkoord met economische steun aan de nieuwe lidstaten, mits deze wordt gekanaliseerd naar achtergebleven regio’s en gericht op opleiding, infrastructuur en rechtsinstanties.

 
  
MPphoto
 
 

  Diamanto Manolakou (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) Met hun toetreding werden de tien nieuwe lidstaten gedwongen om de uitvoersubsidies en de douanerechten bij invoer uit de vijftien oude lidstaten van de EU af te schaffen en hun markten open te stellen voor de uitvoerders en investeerders van de EU-15. Op die manier konden de handelaren en industriëlen van de EU-15 hun markten uitbreiden en meer gaan investeren in de landbouw- en levensmiddelensector in de tien nieuwe lidstaten.

Het gevolg hiervan wordt in het verslag beschreven: door de toekomstige vermindering van het aantal landbouwbedrijven zullen de kleine boeren in de nieuwe lidstaten massaal het bijltje erbij neer moeten gooien. Tegelijkertijd wordt natuurlijk ook het mes gezet in de reële subsidies voor de kleine boeren in de oude lidstaten.

Van de uitbreiding profiteren alleen de handel en de industrie, met name in de oude lidstaten. De kleine boeren in de nieuwe - maar ook de oude - lidstaten van de EU zullen evenwel het kind van de rekening worden.

In het verslag wordt vastgesteld dat er in de nieuwe lidstaten niet voldoende coöperaties zijn en dat hun rol niet sterk genoeg is. Ook staat daarin dat de boeren zo goed als geen aandeel hebben in de levensmiddelenindustrie. Welbewust wordt verzwegen dat een van de fundamentele voorwaarden die de EU de voormalige socialistische landen bij hun toetreding oplegde, was dat de productiecoöperaties die toen in de landbouweconomie overheersten, werden opgedoekt en dat de tot de overheid behorende coöperaties voor de verwerking van landbouwproducten werden geprivatiseerd. Daarmee werden rechtstreeks de belangen van de handelaren en industriëlen gediend, en daarvoor moeten nu de kleine boeren en de consumenten het gelag betalen.

Daarom hebben wij tegen het voorstel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb mijn steun gegeven aan dit verslag, waarin de Europese Commissie wordt opgeroepen om meer rekening te houden met de behoeften van de nieuwe lidstaten bij de besluitvorming over het gemeenschappelijk landbouwbeleid. De behoeften van die nieuwe lidstaten variëren enorm en houden bijvoorbeeld niet alleen verband met aanzienlijke problemen bij het voldoen aan de communautaire regels op het gebied van gezondheid en hygiëne, maar ook met hogere productiekosten. Naar mijn idee leidt de geringe omvang van de directe steun die deze landen ontvangen tot ongelijke mededingingsomstandigheden. Daarom is het een goede zaak dat wij er nu bij de Commissie op aandringen om deze kwestie nader te bestuderen.

 

10. Rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag: zie notulen

11. Bekendmaking gemeenschappelijke standpunten van de Raad: zie notulen

12. Samenstelling interparlementaire delegaties: zie notulen

13. Samenstelling Parlement: zie notulen

14. Verzending van de tijdens deze vergadering aangenomen teksten: zie notulen

15. Rooster van de volgende vergaderingen: zie notulen

16. Onderbreking van de zitting
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Ik verklaar de zitting van het Europees Parlement te zijn onderbroken.

(De vergadering wordt om 13.15 uur gesloten)

 
Juridische mededeling - Privacybeleid