Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2017(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0123/2007

Ingediende teksten :

A6-0123/2007

Debatten :

PV 23/04/2007 - 20
CRE 23/04/2007 - 20

Stemmingen :

PV 24/04/2007 - 7.29
CRE 24/04/2007 - 7.29
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0131

Volledig verslag van de vergaderingen
Maandag 23 april 2007 - Straatsburg Uitgave PB

20. Begroting 2008: jaarlijkse beleidsstrategie van de Commissie (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is het verslag (A6-0123/2007) van Kyösti Virrankoski, namens de Begrotingscommissie, over de jaarlijkse beleidsstrategie van de Commissie voor de begrotingsprocedure 2008
Afdeling III – Commissie (2007/2017(BUD)).

 
  
MPphoto
 
 

  Kyösti Virrankoski (ALDE), rapporteur. – (FI) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik het Duitse voorzitterschap en vooral commissaris Dalia Grybauskaitė bedanken voor de goede samenwerking evenals de voorzitter van de Begrotingscommissie, de heer Böge, en alle coördinatoren en schaduwrapporteurs van de fracties.

De mededeling van de Commissie over de jaarlijkse beleidsstrategie is het begin van de voorbereiding van de nieuwe begroting. Het antwoord van het Parlement is zijn eerste standpunt.

Allereerst wil ik iets zeggen over de structuur van de mededeling. De Commissie gebruikt haar eigen verdeling om politieke sectoren te definiëren: welvaart, solidariteit, veiligheid, vrijheid en de versterking van de positie van Europa in de wereldpolitiek. Deze verdeling is lastig te volgen, omdat het niet overeenkomt met de structuur van het meerjarig financieel kader of de begroting. Omwille van de transparantie zou deze verdeling in de toekomst moeten worden overwogen.

De Commissie presenteert een strategie met betrekking tot onder meer klimaatverandering en maatregelen in de energiesector. De strategie van Lissabon is nog steeds belangrijk, net als de beheersing van immigratie en maatregelen die de Europese Unie als internationale medespeler versterken. Dit zijn echter slechts enkele prioriteiten van het Parlement. Andere hoofddoelen van het Parlement zijn onder meer een goede uitvoering van goedgekeurde programma’s, minder bureaucratie en betere, effectieve en doelmatige administratie. In verband met de begroting van dit jaar werd afgesproken de plaatsing van personeel te herzien. Het is de bedoeling deze screeningoperatie deze maand af te ronden. Het Parlement vindt deze maatregel zeer belangrijk.

Een op activiteiten gebaseerde begroting en financieel beheer is de sleutel tot een betere administratie. Na het aftreden van de Commissie-Santer werd begonnen met de ontwikkeling ervan. Het Parlement onderstreept dat deze ontwikkeling moet worden voortgezet. Alleen op die manier kunnen wij de doeltreffendheid vergroten, bureaucratie verminderen en verantwoordelijkheden verduidelijken. De jaarverslagen van de directeuren-generaal vormen een belangrijk onderdeel hiervan.

Administratie is in dit verslag centraal komen te staan, omdat de Commissie weer eens verscheidene speciale agentschappen heeft voorgesteld: twee uitvoerende agentschappen en één agentschap, het Europees Technologie-instituut, voor onderzoek. Daarnaast is het de bedoeling de financiering van verscheidene agentschappen te verhogen ten koste van operationele kredieten.

Speciale agentschappen zijn problematisch, omdat ze worden gefinancierd uit verschillende rubrieken en zelfs uit programma’s. Hun administratieve uitgaven vallen doorgaans dus niet onder rubriek 5, wat onduidelijkheid met zich meebrengt. Ten tweede is het personeel van de agentschappen niet noodzakelijkerwijs terug te zien in de Europese begroting. Het is daarom lastig te zien wat de totale omvang van het personeel van de Europese Unie is. Ten derde kan de verantwoordelijkheid van de agentschappen onduidelijk zijn. Het moet de burgers geheel duidelijk zijn wie voor welke besluiten verantwoordelijk is. Juist de anonimiteit van de besluitvorming is een groot probleem als het gaat om het vertrouwen van de burgers in de Europese Unie. Ten vierde moeten wij ons afvragen welk voordeel een hiërarchische administratie heeft voor de uitvoering en of zij wel voordelen heeft. Het Parlement zal de oprichting van de nieuwe speciale agentschappen en overige administratieve uitgaven daarom nauwgezet volgen. Om deze redenen hebben het Parlement en de Raad al in de trialoog een verklaring opgesteld waarin de aandacht op deze vraagstukken wordt gevestigd en de Commissie wordt aangespoord bepaalde vervolgmaatregelen te nemen.

Een ander probleem vormen de vertragingen in al overeengekomen programma’s. De Commissie heeft in haar beleidsstrategie voor volgend jaar sterk rekening gehouden met de vertraging van al overeengekomen programma’s. Een dergelijke frontloading of backloading is niet gewenst, omdat het meerjarige financiële kader nog maar enkele maanden van kracht is. De overeengekomen programma’s moeten volgens plan worden uitgevoerd. Het wegnemen van geld van de marges vermindert bovendien nog meer de mogelijkheden van het Parlement om bijvoorbeeld te investeren in proefprojecten en voorbereidende maatregelen, vooral in de rubrieken 1a en 3. Nog steeds een gevaar zijn de niet-vervulde betalingsverplichtingen, die de prioriteiten van het Parlement kunnen vertragen en in gevaar kunnen brengen. Een ander gevaar is de voortdurende toename van uitstaande betalingsverplichtingen, RAL’s, die het moeilijker maakt om later politieke doelen te bereiken.

Zoals gezegd, hebben de politieke doelen van het Parlement betrekking op de Strategie van Lissabon, een duurzaam klimaat- en energiebeleid, een snelle uitvoering van het structuur- en cohesiebeleid, een goede beheersing van immigratie, een zakelijk informatie- en communicatiebeleid en een gemeenschappelijk overeengekomen buitenlands- en veiligheidsbeleid. Wij hopen dat het voorontwerp van begroting een vruchtbare bodem is voor de voorbereiding van de begroting voor volgend jaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Dalia Grybauskaitė, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de jaarlijkse beleidsstrategie is opgesteld aan de hand van de vier strategische prioriteiten van de Commissie-Barroso, die wij in het begin met elkaar hebben vastgesteld. De veranderingen ten opzichte van het voorafgaande boekjaar worden echter per beleidsterrein voorgelegd, conform de methode van op activiteiten gebaseerde budgettering. De jaarlijkse beleidsstrategie dient als samenhangend referentiekader bij het voorbereiden van ons voorontwerp van begroting en ons wetgevings- en werkprogramma. Natuurlijk lopen wij hierbij niet vooruit op het eindresultaat, waarin rekening zal worden gehouden met de prioriteiten van het Europees Parlement en de Raad.

Het tweede element dat onze aandacht heeft, is de screening die de Commissie op verzoek van het Parlement onlangs heeft voltooid. Deze zal morgen tijdens de vergadering van de Commissie worden aangenomen. Ik kan echter al aankondigen dat het resultaat van dit grondige en serieuze onderzoek zeer bevredigend is, vooral omdat de noodzaak voor personeelsuitbreiding bevestigd is en de aantallen precies overeenkomen met die waarover wij en het Parlement in 2002 overeenstemming hebben bereikt. In de 1600 aanvullende posten die nodig zijn voor nieuwe prioriteiten van de Raad, het Parlement en de Commissie zal via een interne herverdeling worden voorzien. Dat is een zeer goed resultaat van de taak die wij op verzoek van het Parlement hebben verricht.

Wij zullen ook rekening houden met de bezorgdheid die zowel het Parlement als de Raad hebben uitgesproken over de financiering van de 25 gedecentraliseerde agentschappen, en zullen dat aspect dan ook aanpassen in het voorontwerp van begroting, dat ik volgende week aan u zal voorleggen.

Ten aanzien van de uitvoerende agentschappen – waarvan we er vier hebben en die we met twee willen uitbreiden – zal de Commissie zich, zoals altijd, houden aan de eisen van kosteneffectiviteit en transparantie voordat zo’n agentschap zal worden opgezet. De Commissie staat open voor een discussie met het Europees Parlement hierover en ook, zoals wij al tijdens het tripartiete overleg zeiden, over verdere verbeteringen op het gebied van de afspraken tussen de Commissie en het Europees Parlement wat betreft die uitvoerende agentschappen.

De rapporteur vraagt in zijn verslag om een “resultaatgerichte begroting”, en met die opvatting en de benadering van de heer Virrankoski ben ik het volkomen eens. Daarom zal ik aanstaande woensdag, zoals overeengekomen in de vergadering van de Commissie begrotingscontrole, het voorontwerp van begroting voorleggen, waarin ik de gezichtspunten die vandaag in de discussie naar voren zijn gebracht, zoveel mogelijk zal proberen op te nemen, te honoreren en uit te werken.

Ik hoop dat onze nieuwe procedure voor het nieuwe begrotingsjaar goed van start zal gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Michael Gahler (PPE-DE), rapporteur voor advies van de Commissie buitenlandse zaken.(DE) Mijnheer de Voorzitter, één van de suggesties in het verslag van de Commissie buitenlandse zaken luidt: er moeten voldoende middelen beschikbaar worden gesteld voor het toenemend aantal activiteiten in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid. Ik ben optimistisch, ik denk dat wat de commissaris net heeft aangekondigd voor volgende week ook van toepassing zal zijn op het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid.

We hebben een aantal beleidsvormen met name genoemd, zoals het nabuurschapsbeleid met de landen in het Oosten en het Zuiden, waarmee we ook de democratie en de mensenrechten daar willen bevorderen. We hebben gezegd dat we prioriteit willen geven aan ons beleid voor de westelijke Balkan. Het is te verwachten dat we in 2008 in Kosovo aanzienlijke bedragen nodig zullen hebben om de civiele EVDB-missie en het kantoor van de Internationale Civiele Vertegenwoordiger te ondersteunen. We verwachten dat zo snel mogelijk wordt opgehelderd wat de gevolgen van deze missie zijn voor de duurzaamheid van de bestaande begroting voor het GBVB.

Een ander onderwerp is het extern energiebeleid. We eisen dat er geleidelijk aan een gemeenschappelijk extern energiebeleid moet komen. We hebben ook Afghanistan genoemd. We moeten de veiligheidssituatie in dat land verbeteren, maar tegelijkertijd moeten we de nodige middelen ter beschikking stellen voor de civiele wederopbouw. Anders kunnen we de hoofden en de harten van de burgers in dat land niet echt veroveren. Ook Afrika is belangrijk. In december 2007 vindt in Lissabon de grote Afrika-top plaats, en we mogen er wel van uitgaan dat we concrete gevolgen zullen moeten verbinden aan de besluiten die we daar zullen nemen. Dat is heel belangrijk, ook met het oog op de ondersteuning van de Afrikaanse troepen die helpen om Afrikaanse conflicten met Afrikaanse middelen op te lossen. Daarom moeten we politieke signalen met die inhoud laten horen.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard James Ashworth, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit verslag over de jaarlijkse beleidsverklaringen van de Commissie biedt de leden van dit Parlement de gelegenheid om de Commissie te herinneren aan een aantal punten die wij in het financiële vooruitzicht hebben uiteengezet.

In de eerste plaats herinneren we de Commissie eraan dat het realiseren van de doelstellingen van de strategie van Lissabon de voornaamste prioriteit is en moet blijven. Door de werkgelegenheid te stimuleren, de economische groei te steunen en ons wereldwijde concurrentievermogen te versterken kan de Europese Unie naar mijn mening een zeer belangrijke rol vervullen in het leven van de Europese burger van nu.

In de tweede plaats moeten we er bij de Commissie op aandringen dat de begroting waar voor zijn geld dient te leveren. Ik wijs erop dat we verontrust zijn over de oprichting van de agentschappen: we maken ons ernstig zorgen over de verantwoordingsplicht van die agentschappen alsmede over de efficiënte en effectieve inzet van de medewerkers in de instellingen.

In de derde plaats vind ik dat de Commissie zich veel meer inspanningen zou moeten getroosten om een positieve garantie te kunnen geven. Het Parlement vraagt in dit verslag om meer transparantie en de Commissie moet veel meer doen om de band tussen haar wetgevingswerkprogramma en de begrotingsprocedure te versterken.

Tot slot constateer ik met betrekking tot het Europees Technologisch Instituut met genoegen dat de Commissie vastbesloten is om de doelstellingen van Lissabon te bereiken, en spreek ik mijn bewondering uit voor de visie en het initiatief van de Commissie. Toch zijn er twee belangrijke punten waarover ik mij ongerust maak. Allereerst is dit voorstel pas geïntroduceerd nadat de Commissie haar geplande uitgaven in het financiële vooruitzicht had uiteengezet, en de introductie van zo’n groot project zal dan ook aanzienlijke gevolgen voor andere prioriteiten hebben. Bovendien lijkt mij het gevaar niet denkbeeldig, ook al besef ik dat voorstellen voortdurend worden aangepast, dat dit Instituut als coördinerend orgaan voor de beste praktijk in feite dubbelop doet wat andere coördinerende organen ook al doen, waardoor de positieve bijdrage beperkt is.

 
  
  

VOORZITTER: ADAM BIELAN
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Guy-Quint, namens de PSE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, allereerst wil ik de rapporteur feliciteren met zijn werkzaamheden en de inhoud van zijn verslag over de jaarlijkse beleidsstrategie. Dit verslag vormt het begin van onze begrotingsprocedure en wij delen grotendeels de zorgen die daarin vermeld staan, en vaak stellen wij ook dezelfde prioriteiten.

Ik wil stilstaan bij twee specifieke punten. Zoals ieder jaar formuleert het Parlement een aantal prioriteiten die het graag door de Europese Commissie uitgevoerd wil zien. Dit jaar is een van de doelstellingen van het Parlement voor de begrotingsprocedure dat de begroting resultaatgericht moet zijn. Volgens ons is dat een heldere doelstelling die een nauwkeurige uitvoering vergt. Ik ben het daar mee eens. Het is belangrijk om te laten zien dat wij willen dat de EU-financieringsprogramma's recht doen aan de politieke doelstellingen waarvoor zij zijn goedgekeurd en wel om meerdere redenen: het nakomen van politieke beloften is van fundamenteel belang voor de legitimiteit van de Unie in de ogen van de burger; wij moeten de plannen van de Commissie ondersteunen om in haar nieuwe initiatieven en werkmethoden het beginsel van betere regelgeving toe te passen; ten slotte ben ik er ten zeerste van overtuigd dat een doeltreffend administratief stelsel voor de Europese Unie voorzien moet zijn van voldoende middelen.

Ik heb echter mijn twijfels over de exploitatie van de resultaten van dit begrotingsjaar en daarvoor richt ik mij tot de Raad, die hier helaas afwezig is. Ik vind het prima dat er meer aandacht wordt besteed aan de doelstellingen en het meten van resultaten van het gevoerde beleid. Ik vind ook dat deze beoordeling verder moet gaan dan alleen maar informatie verstrekken over administratieve processen zoals voorheen in de voorontwerpen van begroting (VOB’s) het geval was. Mijn fractie is er echter fel op tegen dat er op grond van deze beoordeling gesneden zou worden in de begroting voor administratieve zaken of personele middelen. De persoonlijke verantwoordelijkheid van EU-ambtenaren vormt een belangrijk element in de op activiteiten gebaseerde budgettering (ABB). We moeten de Europese Commissie echter wel de middelen verschaffen om te kunnen handelen, anders leidt deze verantwoordelijkheid niet tot initiatieven.

Tot slot wil ik u nog eens wijzen op het belang dat mijn fractie hecht aan het vraagstuk van de communicatie. Het is de kerntaak van het communicatie- en voorlichtingsbeleid iedere EU-burger over het werk van de instellingen te informeren. Daarom steun ik het voorstel van de Commissie om campagnes over de politieke prioriteiten van de Unie te lanceren. Deze campagnes kunnen worden gestart zodra het Parlement deze prioriteiten heeft goedgekeurd. Wij verwachten echter veel van de uitkomsten van de hoorzitting die de Begrotingscommissie heeft georganiseerd. De conclusies daarvan moeten als basis dienen voor de uitwerking van een nieuw communicatiebeleid. Democratie is een complexe aangelegenheid en informatievoorziening vormt daar een pijler van.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne E. Jensen, namens de ALDE-Fractie. – (DA) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil graag onze rapporteur, de heer Virrankoski, bedanken voor een verslag dat een zeer heldere uiteenzetting geeft van een aantal probleemstellingen die we in dit Parlement zien nu de Commissie op het punt staat de ontwerpbegroting voor het jaar 2008 te presenteren. In de ALDE-Fractie zijn we het erover eens dat de EU zich via de begroting moet blijven toespitsen op het proces van Lissabon, om ook snel te kunnen reageren wanneer zich nieuwe thema’s voordoen, zoals energie en klimaatveranderingen. We moeten echter allen ronduit erkennen dat het kader van de begroting zeer nauw en strak is. Dat maakt het moeilijk om alle wensen vervuld te krijgen. Ik beveel de Commissie dan ook van harte aan om belangstelling te tonen voor de prioriteiten van het Parlement. De Commissie steunt heel graag op het Parlement als zij gebrek heeft aan personeel en aan geld, maar als het om de prioriteiten van het Parlement gaat, wordt het prompt moeilijker. Dat geldt zowel voor grote zaken als voor kleine. Zo geeft het Parlement een paar jaar geleden een proefproject aangenomen, dat bedoeld is om overvallen op chauffeurs te verhinderen en om chauffeurs fatsoenlijke rustomstandigheden te garanderen. En wat doet de Commissie aan deze kwestie, die aandachtig wordt gevolgd door transportondernemers, chauffeurs en hun familie? Heel weinig, veel te weinig. De Commissie heeft veel te weinig aandacht voor het grote publiek en is veel te arrogant. Als ik mijn kiezers moet gaan uitleggen dat er meer personeel moet komen voor de Commissie, zal het heel erg helpen als ik ook kon zeggen dat dit personeel zich echt interesseert voor de zorgen en wensen van de kiezers. Zegt u dat tegen uw collega’s, mevrouw de commissaris, als u om meer personeel komt vragen. Ik kijk uit naar het komende overzicht van de behoefte aan personeel. We moeten ook nagaan of het personeelsbeleid voldoende flexibel is om de politieke prioriteiten te kunnen verwezenlijken.

Een laatste kwestie: de Commissie heeft nu al een wijziging voorgesteld in de financiële programmering voor de periode 2007-2013. Steun voor groei – in de vorm van bijvoorbeeld gebouwen, bruggen en spoorwegen – moet naar het personeel van agentschappen worden gekanaliseerd. Ook steun voor het rechtsbeleid moet naar agentschappen. Het kader is strak en er is behoefte aan een tussentijdse evaluatie van de financiële perspectieven. Dat is nu al duidelijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, in dit debat over de jaarlijkse beleidsstrategie voor de begroting van 2008 voer ik het woord namens de Fractie Unie voor een Europa van Nationale Staten. Ik zou drie punten onder de aandacht willen brengen.

Ten eerste heeft de rapporteur, ons inziens, voor de juiste aanpak gekozen. Hij suggereert dat de Europese Commissie voor 2008 een “resultaatgerichte” begroting zou moeten voorbereiden, die het mogelijk maakt om de beperkt beschikbare financiële middelen optimaal te benutten.

Ten tweede merkt de rapporteur terecht op dat de uitbreiding van de bestaande gedecentraliseerde agentschappen en de oprichting van nieuwe agentschappen de beschikbare marges in een aantal rubrieken van het financieel meerjarenkader zullen doen krimpen, waardoor de operationele middelen voor de financiering van afzonderlijke programma’s zelfs kunnen verminderen. Dat kan leiden tot een minder flexibele begroting en tot een beperktere tenuitvoerlegging van bepaalde operationele programma’s.

Ten derde hebben wij de indruk dat de rapporteur te hoge verwachtingen koestert ten aanzien van de geplande herziening van de begrotingsuitgaven in 2008-2009. Het idee dat het mogelijk zal zijn om de effectiviteit van de uitgaven van het gemeenschappelijk landbouwbeleid op basis van de eerder vernoemde herziening op losse schroeven te zetten, is absoluut onaanvaardbaar. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid staat immers garant voor de voedselveiligheid van de afzonderlijke EU-lidstaten en van de Gemeenschap als geheel. Het biedt bijgevolg de belangrijkste vorm van veiligheid voor elk individu. Naar onze mening zal het moeilijk zijn om de uitgaven van dit beleid ter discussie te stellen. Op het garanderen van een dergelijke veiligheid staat immers geen prijs.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Anne Isler Béguin, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, de jaarlijkse beleidsstrategie van de Europese Commissie voor de begrotingsprocedure 2008 moet ertoe leiden dat de besluiten van de wetgever strikt worden uitgevoerd. Deze besluiten mogen niet worden afgezwakt. Ondanks dat de actualiteit beheerst wordt door de klimaatverandering – ik wijs op het verslag-Stern en de conclusies van het IPPC – vinden we in het Commissievoorstel een verwaterde versie van het begrip duurzame ontwikkeling. Daarin worden slechts de rubrieken welvaart, solidariteit, veiligheid en externe dimensie genoemd en de inhoud daarvan is tamelijk willekeurig.

Mevrouw de commissaris, wat hebben we een moeite moeten doen om bij de vaststelling van de financiële vooruitzichten een bedrag van honderd miljoen euro voor milieubescherming aangenomen te krijgen, dat door de Commissie meteen met de helft werd verminderd. Zo moeilijk als het was om fondsen voor het milieuprogramma te verwerven, zo eenvoudig was het om extra middelen vrij te maken voor de financiering van Frontex, het agentschap dat illegale immigratie bestrijdt.

Dit laat zien hoe weinig speelruimte de financiële vooruitzichten ons bieden en toont nogmaals aan dat de milieubegroting een ondergeschoven kindje blijft. Ondanks dat onze medeburgers de milieuproblematiek urgent en belangrijk vinden, is het budget voor dit onderwerp uitermate beperkt en daarmee moeten we dan de klimaatverandering en de achteruitgang van de biodiversiteit tegengaan. Laten we niet vergeten dat het Natura 2000-netwerk elk jaar zes miljard euro nodig heeft om goed te kunnen functioneren.

Ondanks deze onvolkomenheden kijk ik met belangstelling naar de nieuwe initiatieven van de Europese Commissie in de rubriek “externe dimensie”. Het Wereldfonds voor energie-efficiency en hernieuwbare energie en de mondiale klimaatalliantie (Global Climate Policy Alliance) moeten de ACS-landen en met name Afrika in staat stellen een ontwikkeling in gang te zetten waarbij, meer dan bij ons, milieuaspecten en sociale aspecten worden geïntegreerd, waardoor het begrip duurzame ontwikkeling werkelijk inhoud krijgt.

Een ander punt is dat de Verts/ALE-Fractie met smart wacht op het verslag van de Commissie over de personeelsbehoeften op middellange termijn. Commissaris, onze fractie heeft zich altijd uitgesproken voor voldoende en stabiele personele middelen. Wat betreft de uitvoerende agentschappen moeten we per geval onderzoeken of de programma’s beter kunnen worden gerealiseerd door een uitvoerend agentschap of dat een gecentraliseerde benadering nodig blijft, zoals het Europees Parlement voor LIFE+ heeft geëist.

 
  
MPphoto
 
 

  Esko Seppänen, namens de GUE/NGL-Fractie. – (FI) Mijnheer de Voorzitter, de rapporteur, de heer Virrankoski, zegt dat de begroting voor volgend jaar goede resultaten moet opleveren. Het meten van resultaten is echter lastig en in de praktijk onmogelijk. Bij het beoordelen van resultaten zou men zich moeten afvragen wat er zou zijn gebeurd als de Europese Unie haar begrotingsmiddelen niet had gebruikt voor de doelen waar zij die in overeenstemming met de begrotingsprocedure voor gebruikt, maar dat weten we niet. Het meten van de resultaten zou kunnen slagen in bepaalde afzonderlijke beleidssectoren met betrekking tot een enkel programma, maar wat de hele begroting betreft is dat een zeer ambitieuze taak. Dit werd in feite al duidelijk ten tijde van de vorige algemeen rapporteur, toen de strenge resultaateisen van het Parlement voortdurend werden versoepeld naarmate men dichterbij de datum van de definitieve begroting kwam.

Een goed begin voor het verbeteren van de resultaten is dat de Commissie vorig jaar minder begrotingsmiddelen van de Europese Unie onbesteed liet dan in voorgaande jaren. De Commissie lijkt de uitvoering van programma’s doeltreffender te hebben gemaakt. Het valt te hopen dat dit niet slechts een tijdelijke verbetering was in het laatste jaar van het vorige financiële kader.

Namens mijn fractie wens ik de opstellers van een resultaatgerichte begroting veel succes. Tegelijkertijd constateer ik dat het eindbedrag van de begroting waarschijnlijk zo klein wordt, dat de Europese Unie geen belangrijke stappen vooruit kan nemen als nieuwe prioriteit in het energiebeleid, zoals op de Top van maart is afgesproken. Het geld zal daarentegen zoals vanouds worden gebruikt voor de militarisering van de Europese Unie en voor europropaganda uit naam van informatie en communicatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Hans-Peter Martin (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, wanneer zo’n klein groepje zo laat op de avond nog bijeenkomt en men elkaars argumenten eigenlijk al heel goed kent, dan zouden we volgens mij ook wel eens kunnen proberen om de Commissie, die inderdaad al in beweging is gekomen, aan te moedigen om er nog een schepje bovenop te doen.

Ik ben het eens met de vorige sprekers, het zou fraai zijn om te werken met een resultaatgerichte begroting, maar we kunnen veel bescheidener zijn, en binnen de context toch revolutionair. Daarmee bedoel ik het volgende: het is voor de burger nog steeds heel moeilijk om te begrijpen wie er binnen de Commissie met hoeveel geld wat doet. Welke instanties zijn waarvoor daadwerkelijk verantwoordelijk? Probeert u maar eens om er via internet snel achter te komen hoe hoog bijvoorbeeld de nettobijdrage van de Bondsrepubliek Duitsland vorig jaar was, of in 2005. U zult heel wat tijd nodig hebben voor u daarover ergens informatie vindt, of over de vraag voor welke projecten waar en hoe subsidies worden verleend. Ik klik op het land, wil weten waarvoor in mijn regio subsidies worden betaald, en ik vind niets. Dat is onaanvaardbaar!

Als we die transparantie al hadden bereikt zouden we over de voor- en nadelen van ons beleid een veel hoogstaandere discussie kunnen voeren dan nu het geval is, daarvan ben ik overtuigd. Ik koester natuurlijk de hoop dat we een eerste stap op die weg kunnen zetten wanneer we deze transparantie bijvoorbeeld voor de landbouwsubsidies in heel Europa voor zouden schrijven. Maar ook daar schort het telkens weer aan de omzetting in de praktijk. Verder zou ik willen verwijzen naar wat anderen na mij zullen zeggen over de agentschappen. Ook daar zouden we op een voorbeeldige manier kunnen aantonen wat transparantie in de praktijk kan betekenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Salvador Garriga Polledo (PPE-DE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, mevrouw de commissaris, ik zou een hulde willen brengen aan het meesterschap in financieel beheer dat het Directoraat-generaal Begroting op dit punt in 2007 bereikt heeft.

Elk jaar weer, elke periode van financiële vooruitzichten weer, wordt de Europese Commissie door de Raad voor omstandigheden gesteld die bijzonder moeilijk te overwinnen zijn. Elk jaar weer wordt de Europese Unie gedwongen steeds ambitieuzere doelstellingen te halen met financiële middelen die almaar lager liggen.

Zo heeft het er alle schijn van dat de lidstaten de Europese Unie beschouwen als een uitstalkast die zich er uitstekend toe leent om de nationale publieke opinies tevreden te stellen, en dat voor niet meer dan een habbekrats.

Wanneer de lidstaten merken dat hun burgers zich ergens bezorgd om maken – of het nu de groei of de werkgelegenheid is – dan komen ze met de strategie van Lissabon op de proppen en zeggen ze de Europese Commissie dat ze financiering moet zoeken.

Wanneer ze ontdekken dat de Europese publieke opinie zich zorgen maakt over de immigratie of over de energievoorraden of over de opwarming van de aarde, vragen ze de Commissie om naar financiering te zoeken voor die spectaculaire maatregelen. Het probleem is dat je eenmaal aangegane verbintenissen niet zomaar ongedaan kunt maken, en dat de prioriteiten van gisteren niet verdwijnen omdat je andere prioriteiten naar voren haalt.

Ooit, eerder vroeg dan laat, zal de Europese Commissie – ondanks haar Algemeen Begrotingscomité – voor het blok worden gesteld, en zal het hele schitterende financiële bouwwerk van backloading en frontloading ontoereikend zijn om zoveel prioriteiten te bekostigen. Dat wordt dan misschien het moment van de grote financiële besluiten, en laten we hopen dat de Europese Commissie op die dag in politiek opzicht hetzelfde niveau heeft als ze nu heeft bereikt wat haar financiële behendigheid betreft.

 
  
MPphoto
 
 

  Göran Färm (PSE). – (SV) Mevrouw de commissaris, mijnheer de Voorzitter, uit de jaarlijkse politieke strategie van de Commissie blijkt dat we worden geconfronteerd met grote en deels nieuwe uitdagingen. Ik denk aan het klimaatvraagstuk, dat inspanningen vereist op het gebied van wetenschappelijk onderzoek, milieu en energie. Ik denk aan onderzoek en innovaties, waarbij het erom gaat een Europa te scheppen dat in de geest van Lissabon even attractief voor onderzoekers zal kunnen worden als de Verenigde Staten en even grote mogelijkheden zal bieden om onderzoeksresultaten in banen en productie om te zetten. De verwezenlijking van het innovatieprogramma CIP en een Europees technisch instituut van topklasse zijn van cruciaal belang.

Ik denk aan de Balkan. We hebben een kandidaat-lidstaat, Kroatië, dat snel lid wil worden en nog steeds grote behoeften op het gebied van veiligheid heeft in Bosnië. We hebben geheel nieuwe lidstaten, onder andere Montenegro en misschien Kosovo, die grote inspanningen van de EU zullen vereisen. Ik denk aan democratie en communicatie, die een bredere samenwerking van de volkeren zullen vereisen: tussen individuen, partijen en volksbewegingen. Met het oog op de verkiezingen voor het Europees Parlement, het debat over een nieuw Verdrag enzovoort, moet het jaar 2008 een doorbraak betekenen voor de middelen voor de nieuwe communicatiestrategie van de EU. Het beeld van wat de EU doet en wil moet duidelijker worden, vooral in de lidstaten.

Deze uitdagingen vereisen dat de EU politieke besluiten kan nemen en begrotingsmiddelen kan toewijzen, en bovendien activiteiten kan verrichten om onze posities te verschuiven. We hebben echter eerlijk gezegd nog een heel stuk te gaan. Nog steeds heeft de Unie een starre begroting. Het is moeilijk om prioriteiten te wijzigen en vooral om nieuwe prioriteiten op te voeren, al is het beginsel van herschikking van personeel voor nieuwe politieke prioriteiten bezig door te breken.

Op termijn, misschien al bij de tussentijdse evaluatie, hebben we behoefte aan meer mogelijkheden om krachtig te investeren in nieuwe gebieden en dienovereenkomstig minder te investeren in andere gebieden. In de wereld van vandaag worden van allen gevraagd om zich aan te passen: van ondernemingen, individuen en regio’s, maar ook van de EU. In dat verband zijn de zeven jaren die onze langetermijnbegroting beslaat, zeeën van tijd. Het wetgevingswerk en de begroting moeten beter op elkaar worden afgestemd. Volgens mij is het EIT, het Europees Technologisch Instituut, daar een goed voorbeeld van. Het instituut is een uitstekend idee, maar het wordt problematisch als andere onderzoeksinspanningen moeten worden ingekrompen.

Naar mijn mening is de regelgeving nog steeds vaak bureaucratisch en moeilijk te hanteren. De papierwinkel en de gedetailleerdheid van de accountantscontrole kunnen niet worden gekarakteriseerd als modern management, en hetzelfde geldt voor de administratie. Velen hebben met spanning de ambities van commissaris Kinnock gevolgd op het punt van een plattere organisatie, een beter personeelsbeleid en meer gendergelijkheid. Nu moeten we de hervormingen in zijn geest voortzetten. De jaarlijkse strategie van de Commissie wijst de juiste gebieden aan, maar nu gaat het erom dat we offensief zij en de plannen verwezenlijken. Daarbij moeten we meer durf tonen, en misschien moet het Parlement die rol op zich nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ook ik wil mijn steun geven aan de toespraak van onze rapporteur voor de begroting, de heer Kyösti Virrankoski, en hem hartelijk bedanken voor zijn kwalitatief hoogstaande werk en zijn voortdurende bereidheid tot dialoog.

Ik zal het vanavond bij vier korte opmerkingen laten. Ten eerste wil ik dat de Commissie nog meer de regels van de begrotingshervorming in acht neemt om tot een jaarlijkse op activiteiten gebaseerde budgettering te komen. Op die manier krijgen elk directoraat en elke afdeling zelf de verantwoordelijkheid voor hun deel van de begroting. Ten tweede kan de Europese Commissie wat betreft de agentschappen, gezien de huidige stand van zaken, geen nieuwe gedecentraliseerde organen in het vooruitzicht stellen zonder eerst te bekijken welke consequenties dit voor de begroting heeft in het licht van de financiële middelen van de Unie. Ten derde moeten de personeelsuitgaven nog transparanter worden en moet er een zodanige personeelsverschuiving plaatsvinden dat de wetgevingsprioriteiten van het Parlement nog beter gestalte krijgen.

Tot slot een vierde en laatste opmerking. Als wij de uitdaging van de globalisering willen aangaan en daarvan profijt willen trekken voor onze economie in de zin van meer werkgelegenheid, moeten wij nog krachtiger inzetten op onderzoek en innovatie. Zolang de Europese Unie echter niet over meer middelen beschikt, dient de Commissie zich te concentreren op de politieke en budgettaire prioriteiten die het Parlement heeft vastgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Reimer Böge (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, allereerst zou ik de rapporteur heel hartelijk willen bedanken. U ziet het, mevrouw de commissaris, de meeste vertegenwoordigers van de fracties staan achter de weg die onze algemeen rapporteur voorstelt voor de begrotingsprocedure voor 2008. Het is juist dat er naast de begrotingsprocedure, die begint met de indiening door de Commissie van het voorontwerp van begroting, in de afgelopen jaren heel wat begeleidende maatregelen en aanvullende structuren gecreëerd zijn, zoals deze jaarlijkse beleidsstrategie, of het verslag inzake de screening, dat volgende week moet worden voorgelegd.

We zijn de Commissie ook heel dankbaar dat ze het initiatief heeft genomen om twee keer per jaar ook hier in het Parlement, in het openbaar, verslag uit te brengen over de daadwerkelijke uitvoering van de begroting. Daardoor kunnen we allemaal horen waar de tekortkomingen liggen, wat er kan worden verbeterd, en wat voor gevolgen we daaraan kunnen verbinden, ook voor de volgende begrotingsprocedure. Dat is buitengewoon zinvol, en daarvan zouden we allemaal gebruik moeten maken. Er zijn echter zoveel instrumenten dat we desondanks moeten overwegen of we de volgorde en de koppeling van deze instrumenten misschien toch nog kunnen verbeteren, en er aldus nog meer van kunnen profiteren. Daar moeten we heel zorgvuldig over nadenken.

Ik zou hebben gewenst dat de Commissie in haar jaarlijkse beleidsstrategie niet alleen van het begin af aan correct formuleert wat de oude en de nieuwe prioriteiten zijn, maar ook dat we de betere wetgeving als rode draad voor ons dagelijks werk beschouwen. Staat u mijn toe, mijnheer de Voorzitter, om er juist met het oog op de gevolgen voor het begrotingsbeleid nogmaals op te wijzen dat we net twee trialogen achter de rug hebben, op 7 maart en op 18 april. Daar hebben we geprobeerd om ervoor te zorgen dat we in de komende maanden voor de agentschappen, voor de uitvoerende agentschappen, voor hun joint undertakings, en voor alle administratieve structuren die in het leven zijn geroepen, een gezamenlijke basis kunnen scheppen voor de wetgeving, voor de overeenkomsten, de financiering, de kosten-batenanalyse en de kwijting. Op dit gebied bestaan er namelijk heel wat tegenstrijdigheden, en die kunnen we ons met het oog op good governance op de lange duur niet permitteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Casaca (PSE). – (PT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, mijnheer de rapporteur, beste collega’s, wij sluiten nu een debat af waar we volgens mij veel lessen uit kunnen trekken. Ik zou er een aantal punten uit willen lichten die mij het belangrijkst lijken. Op de eerste plaats de boodschap dat we op geen enkele manier moeten toestaan dat er gezwicht wordt voor de verleiding Europa te hernationaliseren door banen te schrappen van personeel en kader dat nodig is voor het functioneren van de Commissie.

Dat is een fundamentele zorg, die mijn collega Catherine Guy-Quint hier heeft verwoord. In het kader van de uitvoering van de begroting van 2008 lijkt mij die zorg het belangrijkst. Op de tweede plaats dient er voorrang gegeven te worden aan een voorlichtingsbeleid dat echt laat zien wat Europa op begrotingsvlak doet. Ik feliciteer onze rapporteur Virrankoski met zijn verslag en ik zou willen wijzen op paragraaf 8 in zijn tekst, waarin het belang wordt genoemd van duidelijkheid, consistentie en transparantie in de presentatie van de begroting. De tekst stelt verder dat in de activiteitsgestuurde begroting, de zogenaamde ABB, er voor de lezer geen enkele begrijpelijke overeenstemming valt terug te vinden met de nomenclatuur van het financieel meerjarenkader.

De begroting van de Europese Unie moet op een volmaakt heldere en gecoördineerde wijze worden gepresenteerd, waarin alle begrotingslijnen op verschillende manieren kunnen worden gelezen zonder het totaaloverzicht te verliezen. Dat is een fundamentele zaak die in paragraaf 8 heel goed staat geformuleerd.

Uit het advies dat we hebben ontvangen van de Commissie buitenlandse zaken wil ik paragraaf 12 over Irak noemen. Daarin wordt mijns inziens heel terecht gezegd dat de Europese investeringen in Irak onzichtbaar zijn. Die investeringen moeten zichtbaar worden gemaakt door het ontwikkelingsbeleid – dat waar mogelijk al in de praktijk moet worden gebracht, in Iraaks Koerdistan en elders in Irak – en door met spoed te reageren op de enorme stroom Iraakse vluchtelingen, zoals de Hoge Commissaris voor vluchtelingen, António Guterres, de vorige week terecht heeft gezegd in Genève.

 
  
MPphoto
 
 

  Dalia Grybauskaitė, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur bedanken voor het feit dat onze jaarlijkse procedure op een goede en grondige wijze van start is gegaan. Ik ben het eens met de voorzitter van de Begrotingscommissie, en dan vooral over de strategische aanpak. We beginnen nu aan de jaarlijkse begrotingsprocedure voor 2008, maar tegelijkertijd kunnen we ook meer strategische wegen inslaan en bijvoorbeeld kijken hoe de jaarlijkse begrotingsprocedure in het algemeen kan worden verbeterd, alsmede de relaties tussen de twee instellingen, want sommige dingen kunnen wel degelijk beter. Het moet sneller en minder bureaucratisch en we moeten realistischer omgaan met de beperkte tijd en het aantal documenten dat we produceren.

Gezien de discussies van vandaag over de jaarlijkse beleidsstrategie hebben wij als degenen die bij de begroting betrokken zijn min of meer dezelfde mening, maar we kunnen niet alleen op onszelf vertrouwen – veel dingen zijn ook afhankelijk van de omgevingen waarin we samenwerken. We kunnen zaken verbeteren en ik denk dat we, net als in de afgelopen jaren, veel wederzijds begrip kunnen kweken. Ik hoop dat we een optimaal resultaat voor onze begrotingsprocedures van 2008 zullen bereiken, maar laten we met elkaar ook meer strategische doelstellingen proberen te halen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Het debat is gesloten.

De stemming vindt dinsdag om 12.00 uur plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid