Index 
Volledig verslag van de vergaderingen
PDF 1394k
Woensdag 25 april 2007 - Straatsburg Uitgave PB
1. Opening van de vergadering
 2. Transatlantische betrekkingen (debat)
 3. Voortgangsverslag 2006 betreffende Kroatië (debat)
 4. Mandaat van een lid
 5. Stemmingen
  5.1. Indiening van gegevens van de nationale rekeningen (stemming)
  5.2. Totstandbrenging van een Gemeenschappelijke Europese Luchtvaartruimte (ECAA) (stemming)
 6. Mandaat van een lid (vervolg)
 7. Stemmingen (voortzetting)
  7.1. Aanpassing bepalingen ten aanzien van het Hof van Justitie op de gebieden van Titel IV van het derde deel van het EG-Verdrag (stemming)
  7.2. Kaderverdrag inzake een multilateraal nucleair milieuprogramma in de Russische Federatie en van het Protocol inzake vorderingen, gerechtelijke procedures en vrijwaring bij het Kaderverdrag inzake een multilateraal nucleair milieuprogramma in de Russische Federatie (stemming)
  7.3. Gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart (stemming)
 8. Welkomstwoord
 9. Stemmingen (voortzetting)
  9.1. Beoordeling en beheer van overstromingsrisico's (stemming)
 10. Plechtige vergadering - India
 11. Stemmingen (voortzetting)
  11.1. Geneesmiddelen voor geavanceerde therapie (stemming)
  11.2. Strafrechtelijke maatregelen ter waarborging van de handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten (stemming)
  11.3. Communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart (stemming)
  11.4. Onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector (stemming)
  11.5. Aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee en de binnenwateren bij ongevallen (stemming)
  11.6. Havenstaatcontrole (herschikking) (stemming)
  11.7. Organisaties voor de inspectie en controle van schepen (herschikking) (stemming)
  11.8. Internationale standaarden inzake financiële informatie (stemming)
  11.9. Instelling van een Tijdelijke Commissie klimaatverandering (stemming)
  11.10. Groenboek inzake schadevorderingen wegens schending van de communautaire antitrustregels (stemming)
  11.11. Totstandbrenging van een Gemeenschappelijk Europese Luchtvaartruimte (ECAA) (stemming)
  11.12. Thematische strategie voor het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen (stemming)
  11.13. Transatlantische betrekkingen (stemming)
  11.14. Voortgangsverslag 2006 betreffende Kroatië (stemming)
 12. Stemverklaringen
 13. Rectificaties stemgedrag voorgaande vergaderingen: zie notulen
 14. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
 15. Mensenrechten in 2006 en het EU-beleid inzake de mensenrechten - Moratorium op de doodstraf (debat)
 16. Oekraïne (debat)
 17. Homofobie in Europa (debat)
 18. Vragenuur (vragen aan de Raad)
 19. Snelle-grensinterventieteams (debat)
 20. Overheidsfinanciën in de EMU in 2006 (debat)
 21. Versterking van de Europese wetgeving inzake voorlichting en raadpleging van werknemers (debat)
 22. Vereenvoudiging en rationalisatie van de verslagen over praktische tenuitvoerlegging (debat)
 23. Agenda van de volgende vergadering: zie notulen
 24. Sluiting van de vergadering


  

VOORZITTER: GÉRARD ONESTA
Ondervoorzitter

 
1. Opening van de vergadering
  

(De vergadering wordt om 9.00 uur geopend)

 

2. Transatlantische betrekkingen (debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de transatlantische betrekkingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, “tezamen optredend kunnen de Europese Unie en de Verenigde Staten een ontzagwekkende kracht ten goede in de wereld vormen.” Dit citaat heb ik ontleend aan de Europese veiligheidsstrategie.

Sterker gemeenschappelijk transatlantisch optreden en uitbreiding van onze betrekkingen met de Verenigde Staten behoren tot de programmapunten die tijdens ons voorzitterschap centraal staan. Dat geldt zowel op het politieke en economische vlak als op het vlak van energiezekerheid en klimaatbescherming. Dat moet ook de boodschap zijn van de EU-VS-Top die op 30 april in Washington plaatsvindt.

Het is goed dat we vandaag - enkele dagen voor de Top - met elkaar van gedachten wisselen en vanuit het Europees Parlement dit belangrijke signaal afgeven.

Het Europees Parlement speelt een actieve rol in de transatlantische betrekkingen. Ik noem slechts de Transatlantic Legislators Dialogue, een belangrijk onderdeel van het netwerk van bilaterale contacten dat beide zijden van de Atlantische Oceaan op een groot aantal verschillende niveaus met elkaar verbindt. Voor deze actieve inzet wil ik zowel u, mijnheer de Voorzitter, als het hele Parlement hartelijk danken.

Voor de EU blijven de Verenigde Staten de partner met wie wij de nauwste en meest gevarieerde betrekkingen onderhouden. De transatlantische relatie staat op een stevig fundament, een fundament dat wordt gevormd door gemeenschappelijke historische ervaringen en gelijksoortige belangen, en vooral door de gemeenschappelijke waarden van vrijheid, democratie, rechtsstaat en verdraagzaamheid. De ervaringen hebben geleerd dat dit fundament - dat soms flink op de proef wordt gesteld - tegen het een en ander bestand is. Des te belangrijker is het om de transatlantische betrekkingen voortdurend te hernieuwen en af te stemmen op de toekomst. Concreet gemeenschappelijk optreden is mijns inziens ook voor de toekomst de meest duurzame manier om het belang van de transatlantische samenwerking te onderstrepen.

Het transatlantisch partnerschap beperkt zich daarbij niet tot bilaterale vraagstukken, maar heeft ook een sterk mondiale dimensie. Er is nauwelijks een crisis - of het nu om Afghanistan, Iran of Kosovo gaat - waarbij de transatlantische partners niet samen naar oplossingen streven. Terwijl we het in onze analyse van de belangrijkste bedreigingen en uitdagingen en over de hoofdlijnen van ons beleid grotendeels eens zijn, koesterden en koesteren de EU en de Verenigde Staten nog steeds verschillende opvattingen over de prioriteiten, instrumenten en methoden. Dat zal ook in de toekomst zo blijven. Het zou niet realistisch zijn om te denken dat we altijd op dezelfde lijn zitten.

We gaan moeilijke onderwerpen niet uit de weg, maar voeren juist over die kwesties een intensieve dialoog met de Verenigde Staten. We wijken daarbij niet af van onze opstelling dat maatregelen op het gebied van terrorismebestrijding onverkort in overeenstemming moeten zijn met onze internationale verplichtingen, waaronder de mensenrechten, het vluchtelingenrecht en het internationaal humanitair recht, en dat die maatregelen op basis van onze gemeenschappelijke waarden moeten worden uitgevoerd. Het Europees Parlement heeft zich over deze kwesties herhaaldelijk zeer duidelijk uitgesproken en wij zullen deze zaken in de besprekingen met onze Amerikaanse partners ook aan de orde blijven stellen.

Belangrijk is dat we ons bij dit soort vraagstukken niet tegen elkaar laten uitspelen, want een hecht partnerschap tussen de EU en de Verenigde Staten is voor beide partijen essentieel. Dat moet ook het signaal zijn van de komende EU-VS-Top op 30 april in Washington.

Behalve samenwerking bij politieke en veiligheidskwesties zullen ook het versterken van de transatlantische handel en het intensiveren van de samenwerking op het gebied van klimaatbescherming en energiebeleid centraal staan.

In de marge van de topontmoeting zullen we de luchtvaartovereenkomst tussen de EU en de Verenigde Staten ondertekenen. Dit is weer een belangrijke stap op weg naar liberalisering van de transatlantische markten, waarvan burgers en ondernemers zullen profiteren.

In dit verband lijkt mij ook de mobiliteit van onze burgers een belangrijke factor. Zoals u weet hebben de burgers van twaalf EU-lidstaten nog altijd een visum nodig voor de Verenigde Staten, ook wanneer het gaat om een kortdurend verblijf. Het voorzitterschap dringt er bij de Verenigde Staten op aan in de toekomst alle burgers van de EU te laten profiteren van het “US Visa Waiver Programme”. Ook dit zal op de agenda van de Top staan. Ik wil dat vanaf deze plaats nog eens onderstrepen, omdat er de afgelopen dagen in bepaalde lidstaten irritaties waren ontstaan omdat men dacht dat het voorzitterschap dit niet zou willen. Ik onderstreep nadrukkelijk - en ik heb dat met de komende Raadsvoorzitters afgestemd - dat wij alle lidstaten in het US Visa Waiver Programme willen opnemen.

De Verenigde Staten en de Europese Unie zijn mondiaal gezien nu al de nauwst met elkaar vervlochten economische ruimten. Wij denken - en ik weet dat velen van u er net zo over denken - dat het potentieel voor economische samenwerking nog lang niet is uitgeput. De verschillen tussen de wijze van regulering in de EU en de Verenigde Staten leiden tot onnodige transactiekosten, en een verdere opheffing van niet-tarifaire handelsbelemmeringen is dringend geboden. Daarom willen we tijdens de EU-VS-Top een initiatief lanceren ter versterking van de transatlantische economie. Kern van het initiatief is een wederzijdse politieke verplichting tot meer samenwerking om meer convergentie op het gebied van regulering te bewerkstelligen en de economische banden verder te versterken. We willen proberen om met dit initiatief aan de samenwerking op een groot aantal terreinen een nieuwe dynamiek te geven, bijvoorbeeld waar het gaat om investeringsvoorwaarden, de regulering van de financiële markten, nieuwe technologieën voor de industrie en intellectuele eigendom.

We verwachten dat we een ambitieus pakket kunnen samenstellen, waardoor de transatlantische economische samenwerking een nieuwe impuls krijgt.

Laat ik benadrukken dat dit initiatief multilaterale inspanningen op het gebied van handelsbevordering niet wil tegenwerken. Integendeel: het is juist bedoeld als een aanvulling daarop, en als een steun voor een succesvolle afronding van de Doha-ronde.

Een ander belangrijk agendapunt op de Top vormen de onderwerpen energiezekerheid en klimaatbescherming. Deze vraagstukken betreffen onze toekomst en dienen naar de opvatting van het voorzitterschap een centrale plaats in te nemen in de transatlantische samenwerking. We zijn het tijdens de Voorjaarstop van 8 en 9 maart eens geworden over vergaande doelstellingen voor klimaatbescherming en we hebben een energieactieplan vastgesteld. In het licht van deze besluiten willen we de EU-VS-Top benutten om onze samenwerking met de Verenigde Staten op deze terreinen te intensiveren.

Ik hoef er hier in het Parlement niet op te wijzen dat de EU en de Verenigde Staten de afgelopen jaren en decennia juist over vraagstukken op het gebied van klimaatbescherming vaak fundamenteel van mening verschilden. Als ik me niet vergis, lijkt er in dit opzicht in de Verenigde Staten echter het nodige te veranderen. Ook de Amerikanen is er veel aan gelegen om de samenwerking met de EU op het gebied van onderzoek en technologie te intensiveren. We moeten proberen onze krachten te bundelen en de innovatiecycli voor nieuwe procédés en technologieën drastisch te verkorten, niet in de laatste plaats omdat het hierbij ook om een belangrijke markt voor de toekomst gaat. De transatlantische partners moeten op dit terrein het voortouw nemen. Dat is in de eerste plaats in hun eigen belang, en dit zeg ik ook met het oog op de Europese onderzoeksgemeenschap en de invloedrijke rol van het Parlement op dit gebied. Naar mijn overtuiging behoren energiezekerheid en klimaatbescherming tot de transatlantische projecten van de eenentwintigste eeuw.

Een vreedzame en stabiele ontwikkeling in alle delen van de wereld is een basisvoorwaarde voor veiligheid en welvaart in Europa en Amerika. We willen de EU-VS-Top daarom ook benutten om het signaal af te geven dat er tussen beide partners de grootst mogelijke eensgezindheid bestaat over de vraagstukken op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid.

Door het Kwartet nieuw leven in te blazen hebben we de deur naar een oplossing in het Midden-Oostenconflict in ieder geval weer een op een kier gezet - laat ik me voorzichtig uitdrukken. Met betrekking tot Iran en zijn nucleaire programma is de internationale gemeenschap erin geslaagd haar eensgezindheid te bewaren, wat naar mijn opvatting een eerste voorwaarde is om toch nog in goed overleg met Iran tot een oplossing te komen. Bij de civiele en militaire stabilisering van Afghanistan werken we nauw samen met de NAVO en de Verenigde Staten. We willen die samenwerking verder verdiepen, vooral waar het gaat om de opleiding van politiepersoneel. Hetzelfde geldt voor de geplande EVDB-missie in Kosovo.

Dit is slechts een klein deel van de internationale vraagstukken die een nauwe afstemming vereisen tussen de transatlantische partners.

Laat ik tot slot nog eenmaal terugkeren naar de Europese veiligheidsstrategie. Daarin wordt gezegd: “Geen enkel land is in staat de huidige complexe problemen alleen op te lossen.” Dat geldt voor de EU en dat geldt ook voor de Verenigde Staten. Alleen wanneer we erin slagen de invloed, ervaringen en mogelijkheden van Europa en Amerika te bundelen en onze beste krachten en ideeën te mobiliseren, zullen we antwoorden vinden die solide genoeg zijn voor onze gezamenlijke toekomst en de toekomst van de generaties na ons.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. - (DE) Allereerst laat mevrouw Ferrero-Waldner zich verontschuldigen. Zij moest naar de begrafenis van de voormalige president van de Russische Federatie, Boris Jeltsin.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de EU-VS-Top op 30 april is een nieuwe kans om de politieke en economische banden met de Verenigde Staten aan te halen. Laat ik daarom kort de doelen van deze topontmoeting uiteenzetten.

In de eerste plaats zullen we ons inzetten voor transatlantische economische convergentie. Met een aandeel van 40 procent in het wereldhandelsvolume behoren de economische betrekkingen tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie tot de belangrijkste in de wereld. Toch hebben ze nieuwe politieke impulsen nodig. Het opheffen van handels- en investeringsbelemmeringen zou voor onze consumenten en ondernemers grote voordelen opleveren.

De Commissie juicht daarom het initiatief van bondskanselier Merkel toe. Zij heeft zich uitgesproken voor een nieuw en ambitieus economisch partnerschap tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. De wetgevingsorganen en reguleringsinstanties zouden daarbij moeten worden betrokken en de deelnemers aan de Top zouden belangrijke toezichthoudende en leidinggevende taken op zich moeten nemen.

We zullen tijdens de Top concrete beleidsterreinen vaststellen waarop we duurzame vooruitgang kunnen boeken. Daartoe behoren onder andere reguleringssamenwerking op het gebied van industriële goederen, energie, innovatie, financiële markten en investeringen.

In de tweede plaats zullen we op het terrein van het buitenlands beleid een aantal kernthema’s verkennen waarover met de Verenigde Staten overeenstemming bestaat. Zowel in Kosovo als in Afghanistan zullen we nauw blijven samenwerken bij onze inspanningen voor stabiliteit en welvaart en onze inzet voor de rechtsstaat.

Als leden van het Kwartet voor het Midden-Oosten werken de Europese Unie en de Verenigde Staten constructief samen om tussen de Israëlische en Palestijnse regeringsleiders weer een politiek proces op gang te brengen. Of we bereid zijn om met de regering van nationale eenheid te onderhandelen en deze regering te steunen, zal niet alleen afhangen van het beleid dat die regering voert, maar ook van de vraag of zij de beginselen van het Kwartet in acht neemt.

Het ontwikkelen van een internationaal hulpmechanisme voor de Palestijnse bevolking heeft tot doel de bevolking te steunen en het Palestijnse bestuur te verbeteren en daarbij is voor de Commissie een bijzondere rol weggelegd.

Een ander hoogtepunt tijdens de topontmoeting zal de ondertekening zijn van de historische open luchtvaartovereenkomst die de Europese Unie en de Verenigde Staten onlangs hebben gesloten. Deze overeenkomst zal aan beide zijden van de Atlantische Oceaan grote economische voordelen opleveren: naar schatting twaalf miljard euro en ongeveer 80 000 nieuwe banen. Tegelijkertijd zullen wij herhalen dat we graag bereid zijn te beginnen met de tweede fase van de onderhandelingen over een alomvattende overeenkomst inzake luchtverkeersdiensten, waardoor het economische profijt van de liberalisering van deze belangrijke sector verder wordt vergroot.

De voorbereidingen voor de topontmoeting zijn nog niet afgerond. Een belangrijk onderwerp daarbij vormen klimaatbescherming en energie. Ons doel is dat de Verenigde Staten zich verbinden tot een beleid dat is gericht op marktmechanismen, schone technologieën en een mondiale aanpak. De inspanningen van Europese zijde zijn gebaseerd op het akkoord dat de Europese Raad op 9 maart bereikte, waarin staat dat een mondiale aanpak nodig is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

De komende topontmoeting moet een impuls geven aan de Europees-Amerikaanse samenwerking op dit gebied. Ik hoop dat de verklaring van de transatlantische Top duidelijke standpunten zal bevatten, als voorbereiding op de G8 en de VN-klimaatconferentie van Bali in december 2007. Verder zullen we spreken over energiezekerheid en energie-efficiëntie en gemeenschappelijke doelen vaststellen voor de ontwikkeling van schone technologieën en de toepassing daarvan op de korte en middellange termijn.

Ten aanzien van het visumbeleid zullen we tijdens de Top president Bush verzoeken zich in te zetten voor de mogelijkheid van alle EU-burgers om zonder visum naar de Verenigde Staten te reizen. Voor burgers uit de Verenigde Staten die naar de Europese Unie reizen, bestaat geen visumplicht meer. We zouden het zeer toejuichen wanneer de Verenigde Staten de visumplicht voor alle EU-lidstaten zouden opheffen en daarmee een eind zouden maken aan de feitelijke discriminatie van EU-burgers.

Bovendien zullen we de Verenigde Staten ertoe oproepen om met betrekking tot het doorgeven van passagiersgegevens aan de Verenigde Staten in te stemmen met een oplossing die voldoet aan de hoogste eisen op het gebied van bescherming van persoonsgegevens. Dit nieuwe kader moet in de plaats komen van de huidige overgangsregelingen.

Tot slot zullen wij uiteraard de noodzaak tot nauwere samenwerking in de strijd tegen het terrorisme onderstrepen, waarbij we erop wijzen dat de inspanningen op dit gebied in overeenstemming moeten zijn met de door ons zelfs aangegane verplichtingen van internationaal recht. Dat is voor de geloofwaardigheid van onze gemeenschappelijke maatregelen van cruciaal belang.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Joseph Daul, namens de PPE-DE-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, waarde collega’s, ik ben zestig jaar geleden in de Elzas geboren, en behoor dus tot een generatie die uit eigen ondervinden weet hoeveel de Europeanen te danken hebben aan de Amerikanen en die daar getuigenis van kan afleggen.

De zeer sterke transatlantische betrekkingen die onze twee continenten met elkaar veremigen, berusten op miljoenen persoonlijke verhalen als het mijne. Deze hebben onze geschiedenis en onze gemeenschappelijke waarden medebepaald.

Tijdens de recente viering van de vijftigste verjaardag van de Verdragen van Rome heeft de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten haar voldoening geuit over de doorslaggevende rol die de Verenigde Staten hebben gespeeld bij de totstandbrenging van wat uiteindelijk de Europese Unie zou worden. Het staat buiten kijf dat zonder de steun van het Marshallplan en zonder de beslissende rol die de Verenigde Staten en Canada in de NAVO hebben gespeeld, de wederopbouw van Europa nooit mogelijk zou zijn geweest. Zelfs in moeilijke tijden bleven wij geloven in het vitale belang van het transatlantisch partnerschap, van een op dialoog en respect gegrondvest partnerschap.

In het Europees Parlement is onze fractie de meest vastberaden voorstander van nauwe transatlantische betrekkingen. Daarom was het ook mijn wens dat de eerste reis buiten de Europese Unie naar Washington zou gaan. Het Europees Parlement moet sterkere betrekkingen ontwikkelen met het Congres en de regering van de Verenigde Staten, opdat er sterker proactief kan worden samengewerkt bij vraagstukken van gemeenschappelijk belang. Ik wil dan ook de Voorzitter van het Europees Parlement vragen de nieuwe voorzitter van het Congres van de Verenigde Staten uit te nodigen voor een toespraak in deze voltallige vergadering.

Tot mijn genoegen heb ik nu vernomen dat het Amerikaanse Congres, net als wij, een Tijdelijke Commissie klimaatverandering in het leven heeft geroepen.

Geachte collega’s, de totstandbrenging van een gemeenschappelijke transatlantische markt tot 2015 is een van onze prioriteiten. Wij moeten aan beide zijde van de Atlantische Oceaan de zware last van regelingen verminderen, concurrentie aanmoedigen en technische voorschriften harmoniseren. Laten wij een bindende routekaart vaststellen en deze vergezeld doen gaan van een nauwkeurig tijdschema met 2015 als uiterlijke datum voor de lancering van een transatlantische markt zonder barrières.

Het Europees Parlement moet bij dit proces in sterke mate worden betrokken. Omdat wij echter vrienden zijn, hebben wij ook de plicht om open en eerlijk met elkaar te spreken en zelfs kritiek te oefenen.

Zoals president Kennedy in 1963 opmerkte, mogen wij onze verschillen niet miskennen, maar moeten wij ons veeleer inzetten voor de middelen om onze meningverschillen op te lossen. Ik wil tevens uiting geven aan mijn bezorgdheid over het risico dat striktere Amerikaanse douanecontroles uitmonden in verkapte handelsbarrières.

Wij moeten waakzaam blijven zonder inbreuk te plegen op het streven naar eerlijke handelsbetrekkingen. Zo laat bijvoorbeeld de Amerikaanse wetgeving inzake bescherming van persoonsgegevens nog twijfels bestaan over de volledige eerbiediging van de bescherming van het privé-leven en de burgerlijke vrijheden.

Europa is vastbesloten om de strijd aan te binnen tegen terrorisme en georganiseerde misdaad, maar deze strijd moet stoelen op gepaste rechtsgrondslagen. De eerbiediging van de grondrechten zal ons optreden en onze invloed in de wereld alleen maar kunnen versterken.

Wij staan ook achter de inspanningen om in het nabuurschap van de Europese Unie voorwaarden van stabiliteit, vrede en welvaart tot stand te brengen. Wij hebben reeds op positieve wijze samengewerkt in Wit-Rusland, Oekraïne en Kosovo. Wij moeten echter ook optreden in Afrika. Het is onze morele en historische plicht om de armste mensen van deze planeet nieuwe hoop te geven.

De genocide in Darfoer of de tirannie in Zimbabwe toont aan dat wij niet tegen de gebeurtenissen zijn opgewassen. Wij moeten ook andere landen als China, India, Brazilië of Zuid-Afrika, ervan overtuigen onze inspanningen in de ontwikkelingslanden te begeleiden.

Wij moeten er trouwens voor zorgen dat de overeenkomst van Doha wordt beklonken, want deze gaat over de ontwikkelingscyclus voor de armste landen. Europa en de Verenigde Staten moeten ervoor zorgen dat er zo snel mogelijk een alomvattende overeenkomst wordt gesloten.

Tot slot gelooft onze fractie in de mogelijkheden van een veiligere wereld. Door kernproliferatie is onze wereld gevaarlijker geworden. Wij geven steun aan een oplossing via onderhandelingen met betrekking tot het nucleair programma van Iran. De Europeanen en Amerikanen hebben gemeenschappelijke wortels. Die wortels hebben in grote mate bijgedragen aan de wereld zoals deze er nu uitziet. Wij moeten onze rang en stand in een multipolair geworden wereld handhaven. Zoals Jean Monnet al zei, moeten de Amerikanen en Europeanen samen een gemeenschappelijke beschaving verdedigen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Marinus Wiersma, namens de PSE-Fractie. - Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat we allemaal kunnen vaststellen dat er een andere wind waait in Washington en dat biedt kansen, ook voor de samenwerking met de Europese Unie. Om te beginnen natuurlijk met de overwinning van de democratische meerderheid in beide huizen van het Congres, waarmee we ze nogmaals willen feliciteren. Maar ook in de Bush-administratie is sprake van veranderingen. De toon is veranderd en wat we kunnen vaststellen is dat de invloed van het State Department en van Condoleezza Rice sterk gegroeid is. Er wordt naar meer samenwerking gezocht en daarop moeten we inspelen.

Ik was vorige week met de delegatie in Washington en het was duidelijk merkbaar dat daar een omslag aan de gang is. In de eerste plaats is er meer steun voor iets wat voor ons altijd heel belangrijk is geweest, een effectief multilateralisme. De steun daarvoor groeit, ook het zoeken naar samenwerking op dat punt met de Europese Unie. Men beseft dat de Irak-methode heeft gefaald en dat wij zoeken naar andere wegen voor samenwerking voor het aanpakken van veiligheidsproblemen.

Afghanistan wordt door velen genoemd als een voorbeeld; wij denken dat de Europese Unie en landen van de Europese Unie in het kader van de NAVO kunnen samenwerken met Amerikanen in projecten waar zowel voor veiligheid wordt gezorgd als voor reconstructie. Er is ook daar een debat gaande over missile defence. Wat ons opviel is dat er meer gezocht wordt naar dialoog met de Europeanen, maar ook met de Russen, maar we blijven kritisch over de uitkomst van dat proces.

Een ander belangrijk punt dat door ons aan de orde is gesteld, is het Midden-Oosten conflict. We willen nogmaals benadrukken - en we hopen ook dat het voorzitterschap dat meeneemt - dat we ervoor moeten zorgen dat de nieuwe regering van nationale eenheid in Palestina niet in de kou blijft staan en we zoeken naar mogelijkheden om deze nieuwe ontwikkeling te ondersteunen.

Wat ons ook opviel is dat er, met name door de democraten, gezocht wordt naar een nieuwe sociale agenda voor de Verenigde Staten waarin veel nadruk wordt gelegd op het probleem van de gezondheidzorg, maar ook wordt gekeken naar Doha. Wat kunnen we samen doen om ervoor te zorgen dat ook in het handelsoverleg milieu en arbeidsvoorwaarden een belangrijke rol spelen?

Er blijven natuurlijk ook punten van kritiek. Die hebben we ook gemeld als het gaat over rendities en geheime gevangenenkampen, als het gaat om afspraken over dataprotectie. Dat zijn zaken die onze aandacht moeten blijven vragen. Uiteindelijk, als je alles bij elkaar optelt, is er een belangrijke agenda voor samenwerking, op basis ook van de gemeenschappelijk waarden, die hier al genoemd zijn.

Tenslotte nog een klein puntje: hopelijk kan het voorzitterschap als dat nog nodig is, op de top ook de zaak Wolfowitz aan de orde stellen, want volgens ons is die man onhoudbaar geworden als directeur van de Wereldbank, gezien de belangrijke rol van de Wereldbank, als het gaat om de strijd tegen corruptie.

(Applaus van links)

 
  
MPphoto
 
 

  Graham Watson , namens de ALDE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, na 11 september schreef Le Monde: ‘Nous sommes tous Américains’. De tijden zijn veranderd.

De waarden op economisch, milieu- en ethisch gebied waarmee Amerika ons respect verdiende, zijn door de regering van de VS aan flarden gescheurd. Nu rust op de EU-lidstaten de zware taak om tegenstand te bieden aan het toenemende Amerikaanse unilateralisme, zowel op het gebied van het handelsbeleid en Kyoto als op dat van het internationaal recht. Dit vereist een oprechte, openhartige en soms ook ongemakkelijke transatlantische dialoog over kwesties als visumontheffing (Visa Waiver Program), uitlevering en open skies, waar onze lidstaten zich tot nu toe tegen hebben verzet. President Bush slaagt in zijn verdeel-en-heers strategie ten opzichte van Europa inderdaad op z’n minst zo goed als president Poetin.

Deze Top is het moment om de harde waarheid onder ogen te zien. De opheffing van reguleringsbelemmeringen en de harmonisering van normen tussen de twee grootste handelspartners ter wereld moet onze belangrijkste prioriteit zijn. Dit mag echter niet ten koste gaan van een succesvolle afsluiting van de Doha-ronde voor het einde van het mandaat van president Bush op 1 juli.

Wij moeten de Top ook gebruiken om ervoor te zorgen dat de grootste bedreiging voor de veiligheid van de moderne tijd - klimaatverandering - wordt erkend en de Amerikanen ertoe worden overgehaald om in te stemmen met de stabilisering en vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. De VN-Veiligheidsraad heeft deze kwestie vorige week voor het eerst besproken en daarbij de ernst van de situatie onderstreept.

Wij moeten er echter ook op aandringen dat de Amerikaanse regering haar standpunt verduidelijkt met betrekking tot beschuldigingen van martelingen, geheime gevangenissen en buitengewone uitlevering in het kader van de oorlog tegen het terrorisme. Dat is niet enkel nodig omdat het juist is, maar ook omdat dit het enige is wat we kunnen doen om de Amerikaanse reputatie te herstellen.

Op de lange termijn kan alleen een grotere democratische controle - met deelname van dit Parlement en het Amerikaanse Congres en de Senaat, en wellicht op grond van een soort transatlantisch Schengensysteem - onze strategische relatie versterken en de onzekere juridische situatie voorkomen waarin wij nu verkeren met de PNR-gegevens of de SWIFT-betalingstransacties.

Het succes in de oorlog tegen het terrorisme is gebaseerd op een evenwicht tussen vrijheid en veiligheid, zonder opoffering van onze burgerrechten.

De onrust in Irak bewijst wat er gebeurt als dat evenwicht er niet is. De VS en de Europese Unie zouden moeten helpen bij het herstel van de schade en solidariteit moeten tonen met de twee miljoen Irakese vluchtelingen. De Amerikanen hebben sinds 2003 precies 466 vluchtelingen opgenomen. Zoals wij weten willen zij niet erkennen dat de mensen op de vlucht slaan, want dat is een symptoom van hun falen. Wij hebben echter een duidelijke en ruime begroting voor hulpverlening nodig, evenals een overeenkomst inzake lastenverdeling op het gebied van asielaanvragen.

Tot slot moeten onze onderhandelaars niet bang zijn om het initiatief te nemen. Paul Wolfowitz heeft de morele autoriteit van de Wereldbank ondermijnd. Onze boodschap aan hen moet zijn dat het tijd is dat hij opstapt.

Tot slot dank ik aan de Amerikaanse dichter Ralph Waldo Emerson de gedachte dat er geen geschiedenis bestaat, maar enkel biografie. Europese leiders zouden in gedachten moeten houden dat zij als personen worden gemeten aan de moed die zij in Washington tonen.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Beer, namens de Verts/ALE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, we zullen morgen met eenparigheid van stemmen een resolutie aannemen waarmee het brute optreden van Russische veiligheidstroepen tegen demonstranten wordt veroordeeld. Wij verwachten dat tijdens de EU-VS-Top dezelfde duidelijke taal wordt gesproken. Natuurlijk willen we nieuwe economische betrekkingen en een hechter, op nieuwe leest geschoeid, transatlantisch partnerschap. Die leest moet echter worden gevormd door ondubbelzinnige waarden, door de democratische waarden die de EU naar eigen zeggen wil verdedigen.

Na Guantanamo, na de martelingen en ontvoeringen van onschuldige mensen, moet er een brug worden geslagen. Die brug kan er alleen uit bestaan dat wij de Amerikaanse regering oproepen haar beleid voortaan te baseren op de democratische beginselen. Wanneer we - zoals in de afgelopen weken, maar ook in de toekomst - praten over een moratorium op de doodstraf, doen we dat niet alleen om potentiële slachtoffers in Iran van een dergelijke dood te redden, maar ook omdat wij verwachten dat de Amerikanen met een moratorium op de doodstraf zullen instemmen.

Wanneer we het over terrorismebestrijding hebben, verwachten we ook dat de fundamentele waarden opnieuw, in gemeenschappelijk overleg, worden gedefinieerd en dat de parlementaire controle - in de nationale parlementen, maar ook in het Europees Parlement - wordt uitgebreid. De vorm van terrorismebestrijding die we hebben gezien, kunnen we immers niet accepteren, omdat we daarmee de fundamentele vrijheden van Europa, van mensen en samenlevingen aantasten.

Ten aanzien van Afghanistan en Kosovo doe ik een oproep aan beide partijen. Wij hebben een andere strategie nodig in Afghanistan, maar dat mag niet alleen lippendienst zijn, maar moet ook in praktijk worden gebracht. De operatie Enduring Freedom heeft geen rechtsbasis meer en moet veranderd worden. Om een vreedzame ontwikkeling in Afghanistan überhaupt nog mogelijk te maken, moeten de Europeanen meer geld vrijmaken voor drugsbestrijding en onderwijs en voor steun aan democratische burgers, met name vrouwen.

Dit geldt ook voor Kosovo. We kunnen niet wachten tot de Amerikanen deze knoop voor ons doorhakken. Ik doe nogmaals een beroep op de Europese Unie en de ministers van Buitenlandse Zaken om Kosovo eindelijk de weg van de onafhankelijkheid te laten bewandelen. Anders zal het niet aan een volgende oorlog ontkomen.

Wat Iran aangaat, wordt het tijd om af te stappen van het idee van een regime change, dat Bush nog altijd aanhangt. Alleen door onderhandelingen kan een volgende oorlog worden voorkomen. Ik hoop dat de EU in deze kwestie een ondubbelzinnig standpunt inneemt.

 
  
MPphoto
 
 

  Francis Wurtz, namens de GUE/NGL-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, wat heeft het transatlantisch economisch partnerschap eigenlijk voor ons in petto?

Volgens mevrouw Merkel gaat het niet om vrijhandel, noch om een gemeenschappelijke markt, maar om marktregulering, octrooibescherming, harmonisatie van de regels en samenwerking ter verbetering van de economische governance op wereldschaal. Haar staatssecretaris, de heer Würmeling, was wat rechter door zee toen hij verklaarde dat het doel was geleidelijk aan tot een transatlantische markt zonder barrières te komen. De kanselier had trouwens zelf al laten doorschemeren dat de met de Europese interne markt opgedane ervaring als model zou kunnen dienen voor deze nieuwe ruimte.

Welnu, moet ik u dan nog herinneren aan de definitie die de bevoegde commissaris, de heer McCreevy, heeft gegeven van deze interne markt? Hij zei namelijk dat de interne markt “de verreweg meest ingrijpende dereguleringsinspanning in de recente geschiedenis van Europa is”. Is dat de ervaring die overgedaan moet worden op transatlantisch vlak?

Deze vraag is volkomen legitiem, gezien de tumultueuze geschiedenis die dit project reeds achter de rug heeft. In maart 1998 zette commissaris Leon Brittan - het boegbeeld van het liberale Europa van toen - het project van de New Transatlantic Market op stapel, dat was geschoeid op de leest van NAFTA, van de Noord-Amerikaanse vrijhandelsovereenkomst. Parallel daarmee werd echter in de OESO in het grootste geheim onderhandeld over de multilaterale investeringsovereenkomst (MAI), waarmee elke wetgeving moest worden opgespoord die door de investeerders werd ervaren als een belemmering voor hun steeds sterker vertakte financiële operaties.

Deze twee projecten deden zoveel stof opwaaien onder de Europese publieke opinie dat zij over boord gegooid moesten worden. Sindsdien hebben lobbies zoals de Transatlantic Business Dialogue onophoudelijk geprobeerd om dit strategische project opnieuw weer boven water te halen, zij het dan in een andere vorm. De uitvaardiging van Amerikaanse boekhoudnormen vorig jaar en de opkoop van de Europese Euronext-beurzen door de beurs van New York maken deel uit van deze verontrustende tendens.

Dit is ver verwijderd van het beeld van constructieve samenwerking dat men ons wil verkopen. Veeleer zijn wij geconfronteerd met een breed front waarop een hevige strijd woedt om de manier waarop de toekomst van Europa gezien moet worden. Op het spel staat zowel het samenlevingsmodel van Europa als zijn democratische identiteit. Ik herinner eraan dat in het verslag dat vorig jaar juni door ons Parlement werd aangenomen, staat dat de banden tussen de Unie en de Verenigde Staten sterk gebukt gaan onder conflicten van politieke aard en heel vaak gekenmerkt worden door grote verklaringen.

Zullen wij nu, in naam van de gemeenschappelijke waarden van de Transatlantic Business Dialogue, zwijgen over de oorlog in Irak of over Guantanamo, over de doodstraf of het Internationaal Strafhof , over Kyoto of de GGO’s , over persoonsgegevens, de SWIFT-affaire of de CIA-vluchten ? Nu het proces dat moet uitmonden in een nieuwe Europees verdrag in gang is gezet, is de aard van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten een onderwerp van cruciaal belang, dat in alle duidelijkheid moet worden behandeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Godfrey Bloom , namens de IND/DEM-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, in de zeer korte tijd die mij is toebedeeld, wil ik graag enkele opmerkingen maken en misschien ook enkele waarschuwende woorden laten horen. In de laatste paar jaar heb ik gezien dat het maken van politieke gebaren een soort verslaving is, en daar moeten wij enorm mee oppassen in onze betrekkingen met de Verenigde Staten van Amerika. Wetgeving heeft bijvoorbeeld wereldwijde gevolgen. Alles wat wij doen heeft een mondiale dimensie. Een echte groei van het bruto binnenlands product vinden wij in de Pacific Rim, in India en China, in weerwil van andere delen van de Stille Oceaan en Japan. Wij moeten dus buitengewoon voorzichtig zijn dat wij de schepen niet achter ons verbranden tijdens onze onderhandelingen met de Verenigde Staten, die ook een zeer protectionistisch element in hun samenleving hebben. De Britten weten maar al te goed dat de Verenigde Staten al jarenlang de grootste handels- en investeringspartner van het VK zijn. Het is een schande dat de Britten tegen hun wil zijn gedwongen om afstand te doen van het Angelsaksische maatstelsel, dat wij natuurlijk gemeen hebben met de Verenigde Staten van Amerika en dat ons daar een bijzonder voordeel bood. Dat is echter iets wat moet wachten tot een andere dag.

 
  
MPphoto
 
 

  Frank Vanhecke, namens de ITS-Fractie. - Voorzitter, zoals de meesten hier hoop ik dat de Top van 30 april en het nieuwe transatlantische partnerschap een succes worden. Maar we moeten natuurlijk wel zeggen dat dat nieuwe partnerschap gebaseerd moet zijn op wederkerigheid en op respect voor wederzijdse essentiële belangen. Zo zullen de Amerikanen, zal de Amerikaanse diplomatie bijvoorbeeld moeten leren dat Turkije geen Europees land is en ook geen lid van de Europese Unie kan worden, wat de Amerikaanse belangen in dat dossier ook mogen wezen.

Er zal in Washington in april gesproken worden over onze handelsbetrekkingen met de Verenigde Staten, over energie en over klimaatverandering, maar het is ook een gelegenheid, denk ik, om verder na te denken over de gemeenschappelijke strijd die we moeten voeren tegen het internationale terrorisme en vooral tegen het oprukkende islamitische fundamentalisme. Laten we niet vergeten dat die strijd gebaseerd is op de westerse waarden die wij delen en dat het die westerse waarden zijn die geviseerd worden door het islamitische fundamentalisme en door het terrorisme en dat wordt maar al te vaak vergeten, ook in dit Parlement.

Het buitenlands beleid van de Verenigde Staten is heel dikwijls vatbaar voor kritiek, maar de manier waarop die kritiek hier vaak in dit Parlement eenzijdig negatief geformuleerd wordt, is bijzonder weinig constructief. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de eenzijdige werkzaamheden en aan de eenzijdige conclusies van de tijdelijke commissie CIA-activiteiten in Europa of over de kwestie van de persoonsgegevens. Laten we ons in godsnaam niet van vijand vergissen. Met de Verenigde Staten van Amerika hebben we veel misverstanden, verschillende opinies, maar zij zijn geen vijand, maar een bondgenoot.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley, thar ceann an Ghrúpa UEN. – A Uachtaráin, tá an gaol eacnamaíochta idir an tAontas Eorpach agus Meiriceá ar an ngaol eacnamaíochta is tábhachtaí ar domhan. Is dhá chóras pholaitiúla sinn, le haidhm láidir a chinntíonn caomhnú agus cur chun cinn an daonlathais ar fud an domhain. Bíonn ár naimhde ag iarraidh aird a tharraingt ar an difríocht pholaitiúil atá idir an dá réimeas. Ní mór dóibh cuimhneamh, áfach, go bhfuil i bhfad níos mó nithe comónta eadrainn ná mar atá difríochtaí.

Als wij kijken naar de huidige banden tussen Europa en de VS en naar hetgeen wij op het wereldtoneel kunnen doen, zien wij hoe belangrijk het is dat vooruitgang wordt geboekt, ondanks de moeilijkheden en de meningsverschillen die wij in het verleden hebben gehad.

Kijkt u eens naar wat er overal in de wereld gebeurt! In Afghanistan moeten wij samenwerken met de VS niet alleen omdat de situatie in het land gestabiliseerd moet worden - wat niet alleen in het belang van het land zelf is - maar ook omdat 90 procent van de momenteel in Europa gebruikt heroïne uit Afghanistan afkomstig is. Evenzo moeten wij in Zuid-Amerika gezamenlijk optreden om ervoor te zorgen dat er alternatieve gewassen worden gevonden voor de boeren daar, omdat grote hoeveelheden cocaïne uit die regio afkomstig zijn.

Met name als wij naar Darfoer kijken, zien we dat de internationale gemeenschap er niet in slaagt om actie te ondernemen tegen de genocide die daar plaatsvindt. Het is aan ons, in Europa, om de VS ertoe aan te zetten sterker op te treden. Ook met het oog op de Wereld Malaria Dag, die wij vandaag vieren, kunnen wij collectief veel meer doen dan individueel.

Om een eerlijke en billijkere maatschappij voor iedereen te realiseren is echter vooral de wereldhandel van groot belang. Ik roep de Commissie en anderen hier op om de overeenkomsten die wij met andere landen hebben niet op te zeggen, teneinde de armste mensen in de wereld te kunnen helpen en beschermen. Wat wij samen kunnen bereiken is veel meer dan hetgeen ons verdeelt, en op die manier kunnen wij onze politieke meningsverschillen over kleine zaken overwinnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Roger Helmer (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, wij doen in dit Parlement niets liever dan onszelf op de borst slaan, vanwege onze ‘groene’ staat van dienst, en de VS en president Bush bekritiseren vanwege hun milieuvandalisme. Per slot van rekening hebben wij het Kyoto-protocol ondertekend, en zij niet.

Laten wij echter even stilstaan bij de feiten. In werkelijkheid heeft de VS het Kyoto-protocol wel ondertekend maar niet geratificeerd. Hier in Europa hebben wij het wel geratificeerd, maar wij houden ons er niet aan. Hoewel de Commissie de afgelopen tien jaar druk is geweest met het sjoemelen van cijfers, ziet het er nog steeds naar uit dat wellicht slechts twee lidstaten hun Kyoto-doelstellingen daadwerkelijk zullen halen.

Wij zeggen dat de VS de grootste vervuiler ter wereld is, maar enkel omdat het de grootste economie ter wereld is. Sinds de invoering van Kyoto heeft de VS de CO2-uitstoot beter aangepakt dan wij! Ik herhaal vooral aan het adres van de heer Watson dat de Amerikaanse uitstootcijfers de afgelopen jaren beter zijn dan die van de EU. Het energiegebruik van de Amerikaanse economie is vergelijkbaar met het onze, en op basis van de bestaande trends zal de Amerikaanse economie in 2010 groener zijn dan de Europese. De VS heeft een groot biobrandstofprogramma. Zij investeren in groene technologie en hebben bij hun AP6-Partnership ook China en India betrokken, zonder wie geen enkel mondiaal programma kans van slagen heeft. Commissaris Špidla roept de VS op om voor een alomvattende benadering te kiezen, maar dat is al gebeurd.

Het is tijd dat wij in dit Parlement stoppen met onze morele verontwaardiging en onze Amerikaanse bondgenoot iets beleefder en respectvoller behandelen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat het belangrijk is dat we dit debat over de transatlantische betrekkingen ontdoen van zijn ideologische ballast.

Ik weet niet of - zoals in de gezamenlijke resolutie staat die uit de bus is gekomen bij de onderhandelingen - de president van de Wereldbank moet aftreden of niet, maar het lijkt me wel belangrijk dat de Europese Unie haar strategische overwegingen verder ontwikkelt en een meer volwassen rol op het internationale podium gaat spelen. Ik weet dat commissaris Ferrero-Waldner al haar capaciteiten - en dat zijn er niet weinig - hiervoor inzet.

Wij mogen daarbij echter niet vergeten dat de transatlantische band niet in de genetische code van de Europese Unie staat geschreven en dat het altijd de Verenigde Staten zijn geweest - misschien vanwege ons eigen onvermogen - die garant stonden voor de veiligheid in Europa. Evenmin mogen wij vergeten dat er op dit moment op het gebied van de veiligheid geen alternatief is voor de transatlantische band.

Mijnheer de Voorzitter, mijns inziens zullen wij, als we van de Europese Unie de grootmacht Europa willen maken, nooit ons doel bereiken als wij tegen de Verenigde Staten ingaan. Daarvoor moeten wij met de Verenigde Staten samenwerken, als twee partners die elkaar respecteren, die een aantal waarden delen en dezelfde kijk op de wereld hebben.

Natuurlijk wil dat niet zeggen dat we een blanco cheque moeten geven, en de Europese Unie niet moet vasthouden aan haar beginselen met betrekking tot de doodstraf, het Internationaal Strafhof, het Kyoto-protocol en de kwestie van de extraterritoriale wetten.

De Verenigde Staten moeten anderzijds ook leren om de Europese Unie te respecteren, want de EU is tegenwoordig een stabiliserende factor in de wereld en moet een fundamentele rol spelen door in veel regio’s haar invloed uit te oefenen.

Commissaris Patten heeft in deze vergaderzaal ooit eens gezegd, mijnheer de Voorzitter, dat als de Europese Unie haar doelstellingen wil verwezenlijken - waarvan de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden overal ter wereld een van de belangrijkste is - het absoluut noodzakelijk is dat zij met de Verenigde Staten samenwerkt, net zoals de Verenigde Staten hun doelstellingen alleen kunnen verwezenlijken als zij met de Europese Unie samenwerken.

Als de Europese Unie en de Verenigde Staten samenwerken, mijnheer de Voorzitter, zal dat goed zijn voor de welvaart, de stabiliteit en de veiligheid in de wereld, en ik denk dat dit de doelstellingen zijn waaraan deze transatlantische top moet bijdragen en waarvoor samenwerking op deze transatlantische top noodzakelijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Poul Nyrup Rasmussen (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de commissaris en de heer Gloser graag willen bedanken voor hun verklaringen over de Amerikaans-Europese betrekkingen.

Ik heb het gevoel dat de stemming in de Verenigde Staten en hun strategie geleidelijk aan, bij stukjes en beetjes, aan het omslaan is van unilateralisme naar multilateralisme. Zes jaar geleden nog bracht ik samen met mijn beste collega Wiersma, de ondervoorzitter van onze fractie, en met andere collega’s een bezoek aan het Amerikaanse Congres en de Amerikaanse Senaat, maar nu is wel duidelijk dat de stemming sindsdien is veranderd. Dit betekent een nieuwe kans voor de Europese Unie.

Ik wil graag drie ideeën met u delen. In de eerste plaats denk ik dat er alleen vooruitgang kan worden geboekt in de WHO-onderhandelingen als wij de Decent Work Agenda er op een of andere manier in opnemen. Laten wij onder ogen zien dat er zonder de DWA geen nieuwe en substantiële vooruitgang kan worden geboekt.

Ten tweede wordt het tijd dat wij ons realiseren dat de financiële markten en de ontwikkelingen die zich recentelijk voordoen op het gebied van de hedge funds en zeer grote en machtige particuliere aandelenfondsen, niet volledig stroken met de Lissabon-doelstellingen en met onze investerings- en financieringsbehoeften op de lange termijn. Dit wordt niet enkel zo gezien door Europa, maar in toenemende mate ook door de Democratische Partij, die de meerderheid heeft in het Amerikaanse Congres en de Senaat. Wij hopen dan ook dat dit een duidelijk signaal is en dat de kwestie zal worden besproken tijdens de komende vergadering van de G8 in Heiligendamm.

Ten derde moeten wij wat betreft het Midden-Oosten niet naïef zijn en in de komende twee weken geen grote veranderingen verwachten in het Amerikaanse beleid. Het zou echter de moeite waard zijn om onze dialoog met onze Amerikaanse vrienden en collega’s te intensiveren en aan te dringen op steun aan de Palestijnse eenheidsregering. Het falen van die regering betekent de overwinning van Hamas, en dat wil niemand.

(Applaus van links)

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, tijdens een parlementair bezoek aan Washington vorige week zijn wij over de contactgroep op hoog niveau inzake veiligheid meer te weten gekomen dan in Brussel. De hemel zij dank voor de vrijheid van informatie in de Verenigde Staten. Wij hebben ook vernomen dat het transatlantische overleg op ambtenarenniveau over de rechtsgrondslag voor uitlevering is hervat. Congresleden en leden van het Europees Parlement moeten niet alleen worden geïnformeerd maar ook worden betrokken bij het debat.

De tactiek van de Global War on Terrorism heeft volgens het hoofd terrorismebestrijding van Scotland Yard gefaald. Gisteren zei hij dat Al Qa’ida niet alleen de zesjarige aanval heeft overleefd maar bovendien niet aan kracht heeft ingeboet.

Wij moeten zeker streven naar een gemeenschappelijke transatlantische ruimte voor justitie en reizen, een ruimte waarin sprake is van maximale informatie-uitwisseling. Wij moeten echter ook aandringen op maximale beschermingsmaatregelen en respect voor de grondrechten. Wat voor waarde heeft het delen van informatie indien deze informatie is gebaseerd op onbetrouwbaar profiling of data-mining, of als ze is bezoedeld door marteling. Zoals een van de ambtenaren in Washington op die verfrissende, directe Amerikaanse manier zei, ‘garbage in, garbage out’. De potentiële schade voor de individuele rechten is enorm.

Er moet meer samenwerking komen tussen het Amerikaanse Congres en het Europees Parlement, opdat democratische verantwoording wordt afgelegd en het gewenste doel van een transatlantische ruimte naar Schengen-model wordt bereikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, onder de belangrijkste politieke en economische problemen van Europa bevindt zich er niet één dat kan worden opgelost zonder dialoog en samenwerking met de Verenigde Staten. Alleen met een Europees-Atlantische gemeenschappelijke markt zullen we kunnen concurreren met China en India. Alleen met Amerikaans-Europese samenwerking zullen we de bedreiging van onze veiligheid door Iran, een nucleaire macht en een gezworen vijand van de westerse beschaving die op dit moment het grootste gevaar voor de wereldvrede vormt, het hoofd kunnen bieden. Alleen samen zullen we Korea kunnen afhouden van onbeheerste agressie. En - alles in de juiste verhoudingen natuurlijk - alleen samen zullen we Rusland ervan kunnen weerhouden om zijn militaire macht en zijn macht op energiegebied te misbruiken in Europa en zijn buurlanden. Vandaag hebben we de kans om op een pragmatischer manier invloed uit te oefenen. Het gaat niet alleen om een regeringswisseling in Washington, maar er zitten nu ook andere regeringen in Parijs en Berlijn. Ik leef in de hoop dat ons dat gaat lukken, en dat de Europese identiteit nooit zal worden gereduceerd tot een goedkope, kunstmatige en schadelijke confrontatie met de Verenigde Staten ten overstaan van zulke ernstige bedreigingen van onze veiligheid en onze waarden.

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Voggenhuber (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, partnerschap is gebaseerd op wederzijds respect, en dat begint met de eerbiediging van ieders wetgeving en van de gemeenschappelijke waarden. Het beeld van de transatlantische harmonie dat in dit debat door menigeen wordt opgeroepen, zou op dit moment in Oostenrijk waarschijnlijk grote verbazing en bevreemding wekken.

Twee gebeurtenissen houden in Oostenrijk de gemoederen bezig: een grote bank die door een Amerikaans fonds is opgekocht, werd van de ene op de andere dag gedwongen de relatie met klanten van Cubaanse afkomst te beëindigen: met onmiddellijke ingang en alleen vanwege hun nationaliteit. Dat is in strijd met het internationaal recht, het Europees recht en het Oostenrijks strafrecht. Ook een groot olieconcern zou gedwongen worden om geen zaken meer te doen met Iran. Dat is in strijd met het Oostenrijks recht, het Europees recht en het internationaal recht.

Het verbaast mij zeer dat deze belangrijke kwestie in dit debat niet ter sprake is gebracht. Als onze partners onze rechtsorde en onze waarden erkennen, dan zijn we partners. Is dat niet het geval, dan is er sprake van een heer-knecht-relatie. De reactie van de Commissie op deze twee voorvallen in Oostenrijk, die groot opzien baren en veel onrust teweegbrengen, is niet de manier om het publiek het vertrouwen te geven dat de Commissie in staat en bereid is om het Europese recht te beschermen en te handhaven. Dat is echter wel de basis van partnerschap.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Miguel Portas (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, in een wijk in Bagdad is het Amerikaanse leger zogenaamd om veiligheidsredenen een muur aan het bouwen die Irakezen van Irakezen moet scheiden, en zulks ondanks protesten van de buurtbewoners en kritiek van de zijde van de eerste minister van Irak. De regering-Bush is verzot op muren, of dat nu in Bagdad is of Palestina, of langs de eigen grens met Mexico. Wij Europeanen moeten het toch anders zien. Hier is in Berlijn immers de muur gevallen die aan alle muren een einde moest maken.

Bij de transatlantische betrekkingen zou het om politiek moeten gaan. In het Europa van het economische liberalisme hebben de zaken de plaats van de politiek ingenomen, en dat terwijl de goedkope dollar, de milieudumping van degenen die Kyoto niet hebben geratificeerd, en ongelijk verdeelde sociale rechten toch wel aantonen hoe gevaarlijk het is om in een wereld van muren alle obstakels die het vrije verkeer van kapitaal in de weg staan, te slechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Bastiaan Belder (IND/DEM). - Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie en de Verenigde Staten zien zich vandaag gelijkelijk geplaatst voor immense problemen in de wereldpolitiek. Allereerst het alom loerende gevaar van het islamitisch terrorisme. Wat ligt meer voor de hand dan gedeelde bedreigingen gezamenlijk het hoofd bieden? Zo eenvoudig ligt het echter al jaren niet binnen de transatlantische betrekkingen. Het is te simpel om daarvoor met een beschuldigende Europese vinger naar Amerika te wijzen. Telkens weer steken binnen de Europese Unie stereotiepe anti-Amerikaanse reflexen de kop op. Zij dreigen de transatlantische samenwerking keer op keer te verlammen. Let wel, het draait hier om niet minder dan noodzakelijke overlevingsstrategie.

Raad en Commissie, voor het scheppen van een goed transatlantisch werkklimaat wens ik u derhalve alle succes toe. Die inspanning onzerzijds weerspreekt de Amerikaanse idee van onhandelbare exotische Europeanen. Het bundelen van de transatlantische krachten levert hoe dan ook een constructieve werkrelatie op. De inzet toch van elke transatlantische top?

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, in de periode die voorafging aan de invasie in Irak, had de Europese Unie de mogelijkheid om het bedenkelijke kielzog van de Verenigde Staten te verlaten en een eigen, door rede ingegeven, bemiddelende koers te varen. In ieder geval had men zich naar aanleiding van de CIA-vluchten en de geheime martelgevangenissen moeten distantiëren van de mensonterende praktijken van Bush & Co. Men had deze praktijken, die in strijd zijn met het internationaal recht, moeten veroordelen in plaats van te proberen de Europese belastingbetaler te laten opdraaien voor het oorlogszuchtige beleid van de Amerikanen.

Met de geplande verscherping van de sancties tegen Iran zou men opnieuw blind gehoorzamen aan wat Washington voorschrijft. De islamitische wereld zal ons daardoor alleen maar nog meer als vijand zien. De tot nu toe verrichte terroristische aanslagen en de recente, tegen Duitsland en Oostenrijk gerichte dreigingen maken dat duidelijk. De moeizaam bereikte positie van bemiddelaar wordt - waarschijnlijk met het oog op het welslagen van de EU-VS-Top - zonder bezwaar over boord gegooid. Dat is alles wat over ons zelfstandige en zelfbewuste buitenlands beleid kan worden gezegd.

Steeds weer hebben de Verenigde Staten laten blijken dat hun aan een EU als partner weinig gelegen is. Men zou veel liever zien dat de Europese Unie wordt verzwakt door te vergaande uitbreiding, interne problemen en crisishaarden aan de buitengrenzen, zoals die bijvoorbeeld door toetreding van Turkije zouden ontstaan. Onderlinge verdeeldheid moet ervoor zorgen dat de Unie geen vuist meer kan maken. De geplande raketafweersystemen passen precies in dat plaatje.

Politieke mogendheden hebben geen vrienden, maar belangen. De Verenigde Staten proberen hun belangen bikkelhard door te drijven, ook ten koste van de zogenaamd bevriende Europeanen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jana Bobošíková (NI). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, ik sta volledig achter de economische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de Verenigde Staten.

Gemeenschappelijke regels en normen in de industriële en financiële sfeer zorgen er niet alleen voor dat het economisch verkeer eenvoudiger wordt, maar bespaart ook nog eens miljarden euro en dollar. Het is mijns inziens daarom niet meer dan logisch dat de visa voor EU-burgers uit hoofde van deze overeenkomst worden afgeschaft.

Maar het gaat bij de transatlantische betrekkingen om meer dan alleen visa en economisch verkeer. We moeten een oplossing zien te vinden voor de situatie in Irak en gezamenlijk werken aan energievormen die onze planeet niet vervuilen en garant staan voor een duurzame ontwikkeling.

Dames en heren, het staat voor mij als een paal boven water dat er geen plaats meer is voor rivaliteit tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Het levert de burgers van de Unie ten ene male niets op als we elkaar te lijf gaan in een boxring die nota bene gebaseerd is op door beide partijen gedeelde waarden: vrijheid, democratie, mensenrechten en de rechtsstaat.

Wat wel nodig is, is een gezamenlijk antwoord op de door India en China gestelde uitdagingen. We beginnen het economisch en politiek af te leggen tegen deze op andere milieutechnische en sociale waarden gefundeerde landen. De EU en de Verenigde Staten hebben sociale systemen die zijn gebaseerd op het verleden.

We staan nu voor de moeilijke taak om deze systemen te verduurzamen en op de lange termijn houdbaar te maken, en wel zodanig dat deze geen belemmering vormen voor het concurrentievermogen van ons gemeenschappelijke culturele model en niet ten koste gaan van de levensstandaard van onze burgers. Daarom ligt naar mijn mening de grootste uitdaging van de transatlantische betrekkingen in het verdedigen van de positie als Leitkultur in de wereld. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de volgende EU-VS-Top zal historisch blijken te zijn, en ik sta volledig achter het initiatief van het Duitse voorzitterschap voor een veelomvattend economisch partnerschap tussen de EU en de Verenigde Staten, waarvan de onderlinge handel nu zo’n 40 procent van de wereldhandel beslaat. Ik steun met name de ambitieuze doelstelling van kanselier Merkel om een transatlantische vrije markt tot stand te brengen voor 2015 via de wederzijdse erkenning van dezelfde regels voor verschillende industrieën en diensten, met name in de financiële sector.

Sommigen in dit Parlement zullen dit spijtig genoeg eerder een transatlantische ‘wedijver’ noemen dan een ‘partnerschap’, omdat zij vinden dat de EU concurreert met de Verenigde Staten. Als dat inderdaad het geval is, dan is Amerika duidelijk aan de winnende hand. De gezonde langetermijnvooruitzichten van de free-enterprise economie staan in scherp contrast met de EU, die langzamerhand verzuipt in een zee van overregulering, waar wij iets aan moeten doen voor het te laat is. De betrekkingen tussen de EU en de VS zijn net als de betrekkingen tussen de EU en India - en ik stel het bezoek van president Kalam van India later vandaag aan ons Parlement zeer op prijs -, een partnerschap dat stoelt op onze gemeenschappelijke waarden op het gebied van democratie, mensenrechten, vrijheid en veiligheid.

Op het wereldtoneel zouden wij de VS dankbaar moeten zijn dat het bereid is om een buitenproportioneel zware last te dragen in de strijd tegen het wereldwijde terrorisme, met zijn onverzoenlijke standpunt inzake de verwerving door Iran van een atoombom, waar nu dringend een soortgelijk antwoord van de EU-regeringen op moet komen. De VS heeft als eerste opgeroepen tot sancties tegen Soedan in verband met de genocide in Darfoer en heeft zich verzet tegen wapenuitvoer naar China. Amerika helpt ook om Europa veiliger te maken door de opstelling van raketten en raketschilden en werkt nu samen met de EU aan de verdediging van de uitgangspunten van het Kwartet voor een blijvende Arabisch-Israelische vrede. De betrokkenheid van de VS bij landen als Georgië, Moldavië, Wit-Rusland en Oekraïne, in een poging om bevroren conflicten op te lossen, stellen wij ook zeer op prijs.

Tot slot moeten wij gezamenlijk Rusland oproepen om zich als een betrouwbare energieleverancier te gedragen en de democratie en mensenrechten te blijven respecteren.

 
  
  

VOORZITTER: EDWARD McMILLAN-SCOTT
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Erika Mann (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil slechts op enkele aspecten ingaan die betrekking hebben op het idee van de transatlantische markt. Wanneer ik naar de medeafgevaardigden luister, merk ik steeds weer dat er bij de betrekkingen tussen Europa en de Verenigde Staten sprake is van een merkwaardig spanningsveld: de verwachtingen worden gekenmerkt door blijvende frustraties aan de ene kant en permanent enthousiasme aan de andere kant. Dat is geen gezonde basis. We hebben behoefte aan een gezond realisme. Daarom wil ik het Duitse voorzitterschap uitdrukkelijk complimenteren met het feit dat het het idee van de transatlantische markt heeft opgepakt. Het Europees Parlement heeft dat idee in talrijke resoluties verwoord en spant zich daar al vele jaren intensief voor in, samen met de Amerikanen, en uiteraard ook samen met een groot aantal eerdere voorzitters van de Raad en met de Commissie. Daarom wil ik iedereen bedanken die hieraan heeft meegewerkt.

We hebben in de toekomst dit gezonde realisme nodig. We hebben een model nodig, een reguleringsklimaat waarin beide partijen sterker kunnen samenwerken, op economisch gebied maar ook op andere gebieden, en naar de toekomst kunnen kijken. We hoeven daarbij geen coherentie na te streven. Het gaat erom dat beide economische ruimten en samenlevingen zich verder ontwikkelen, binnen een autarkische context. Ook in de toekomst zullen er geschilpunten zijn. Dat hoort er nu eenmaal bij. We vormen geen uniforme economische ruimte, maar verschillen op een groot aantal terreinen van elkaar. We hebben dit gezonde pragmatisme echter nodig. Ik hoop dat de toekomstige voorzitters van de Raad en de Commissie bereid zullen zijn om zich krachtig in te spannen voor de verwezenlijking daarvan op verschillende terreinen.

We zien ook dat dit niet alleen op de economie betrekking heeft. In veel dialogen - over onderwerpen die variëren van consumentenbescherming tot vakbonden - heeft men dit model omarmd. Het heeft een brede maatschappelijke basis. Ik pleit ervoor dat u de Parlementsleden op verstandige wijze bij deze samenwerking betrekt. Anders kunt u een dergelijk toekomstgericht model natuurlijk niet ontwikkelen. De door enkele afgevaardigden geuite zorg dat dit nadelig zou kunnen uitpakken voor de ontwikkelingslanden, mist naar mijn mening iedere grond. Dat is onzin. Integendeel: we zullen de ontwikkelingslanden door deze samenwerking niet uit elkaar drijven, maar juist helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophia in 't Veld (ALDE). - Voorzitter, de EU is terecht kritisch over de methode die de regering Bush toepast in het gevecht tegen terrorisme. Maar dat is geen anti-Amerikanisme zoals sommige holle en goedkope verwijten hier in deze zaal klinken, want in de Verenigde Staten zelf is de houding tegenover de regering Bush en de manier waarop de mensenrechten met voeten worden getreden uitermate veel kritischer dan hier in Europa. Maar klagen dat de Verenigde Staten hun beleid aan Europa opleggen en dat wij het er niet mee eens zijn, is niet genoeg. In plaats van te zeuren en te klagen, moet de Europese Unie eindelijk eens met één stem gaan spreken, want alleen dan kunnen we onze eigen principes doorzetten. We moeten een sterke en geloofwaardige gesprekspartner zijn voor de Verenigde Staten, want protesteren met 27 piepstemmetjes, maakt geen enkele indruk. Ik wou er maar eens op wijzen dat de CIA-rendition schandalen, het SWIFT-schandaal, het illegaal afluisteren, misbruik door de FBI van National Security Letters niet door de Europeanen aan de kaak is gesteld, maar door de Verenigde Staten zelf.

Tenslotte, Voorzitter, samenwerking met de Amerikanen ja, maar niet in geheime ondemocratische kleine groepjes zoals de High Level Contact Group, maar gewoon in een democratische procedure.

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Borghezio (UEN). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het Duitse voorzitterschap heeft de sfeer in de transatlantische betrekkingen verbeterd en de toon gezet voor een sterk engagement tegen terrorisme. Dit alles steekt schril af tegen het beleid dat in één lidstaat wordt gevoerd, tegen het buitenlands beleid van de regering Prodi-D’Alema, dat halfslachtig, gevaarlijk en misschien zelfs suïcidaal is. Deze regering is bevriend met de Hezbollah en onderhandelt met Hamas, om maar niet te spreken over de steun die Chávez en Morales wordt gegeven en de dubieuze onderhandelingen die met de Talibaan zijn gevoerd met het oog op de bevrijding van een Italiaanse journalist. Dit alles strookt niet met de verbetering van de transatlantische betrekkingen en brengt onduidelijkheid in het Europees beleid.

Ik geloof dat het Europa van de volkeren dat wij trachten te vertegenwoordigen, zeker geen totale onderworpenheid aan de Verenigde Staten wil, zeker niet wat betreft de GGO’s, het handelsbeleid en het dossier over Turkije, waarop de Verenigde Staten zich ons inziens dieper zou moeten bezinnen. Ik denk juist dat de betrekkingen van Europa met de Verenigde Staten onderdeel moeten worden van een beleid van volledige solidariteit, wederzijds vertrouwen en loyaliteit, volgens de visie van Edmund Burke. Dat zijn namelijk de solide waarden die ons binden aan Amerika, aan het echte, reële Amerika dat trouw is aan zijn tradities, zijn geschiedenis en cultuur.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Karatzaferis (IND/DEM). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, nog niet zo lang geleden zei Bush het volgende aan het adres van de Europese Unie: wie niet met mij is, is tegen mij. Zelfs Hitler heeft zoiets nooit gezegd.

Doen wij nu of onze neus bloedt en smeken wij hem om samenwerking? Heeft het Amerikaanse Congres een soortgelijke resolutie over ons goedgekeurd? Hebben wij misschien het gedrag van die persoon en van dat land vergeten met zijn geheime vluchten over Europa? Welke samenwerking willen wij voor de industrie en de economie van Europa, wanneer Amerika doet wat zij wil? Onze eigen bedrijven eerbiedigen de regels van Kyoto, de Amerikaanse niet. Hoe kan er sprake zijn van samenwerking als wij zo’n dure munt hebben en niet kunnen uitvoeren, maar de Amerikanen wel?

Als we willen streven naar samenwerking, naar transatlantische handel moeten wij de twee munten aan elkaar aanpassen. De ene munt mag niet overvleugeld worden door de ander. Alleen Amerikaanse producten raken overal ter wereld verkocht. Als we willen dat de Europese dromen van vrijheid, democratie en internationale betrekkingen bewaarheid worden, moeten we het ontslag eisen van Wolfowitz en van Bush.

 
  
MPphoto
 
 

  Jonathan Evans (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als voorzitter van de transatlantische wetgeversdialoog (Transatlantic Legislators’ Dialogue) had ik vorige week dinsdag de eer om de delegatie van het Parlement te mogen leiden bij de briefing van het Congres in Washington over de bevindingen van de Tijdelijke Commissie inzake het vermeende gebruik van Europese landen door de CIA voor het vervoer en de illegale detentie van gevangenen. Wij hebben een stevig antwoord gekregen van de voorzitter van de subcommissie internationale organisaties, congreslid Delahunt uit Massachusetts, die ons niet enkel zijn steun toezegde maar het Parlement ook bedankte voor zijn werk aan deze kwestie.

Dit was de eerste keer dat er zo’n ontmoeting plaatsvond - in dit geval van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken - onder de paraplu van de TLD en in de vergaderzaal van het Congres. Zoals onze rapporteur, de heer Fava, al zei tegen onze Amerikaanse collega’s, was het een grote verdienste van het Congres dat het de eerste parlementaire instantie was dat een commissie van het Europees Parlement vroeg om zijn bevindingen te delen en te bespreken. Onze kritiek was ook gericht op Europese regeringen en nationale parlementen, die tot op de dag van vandaag het voorbeeld van het Congres niet hebben gevolgd.

Zoals ik al tegen het Congres zei, zijn wij bondgenoten die gemeenschappelijke waarden als vrijheid, democratie en gerechtigheid met elkaar delen. Indien wij deze waarden elders in de wereld propageren, moeten wij er ook voor zorgen dat zij in onze eigen landen worden gerespecteerd. Ik hoop dat dit initiatief van het Congres, dat is genomen onder de paraplu van de TLD, in de komende weken en maanden zal worden opgepakt door andere commissies van dit Parlement.

Dit weekend zal ik een kleine parlementaire delegatie leiden die naar Washington zal gaan voor besprekingen op hoog niveau, in de marge van de EU-VS-Top van maandag aanstaande. Ik weet dat de Raad en de Commissie hoge prioriteit geven aan de substantiële verdieping en intensivering van de dialoog tussen de transatlantische parlementsleden. Bij de voorbereiding van deze Top is een aantal ideeën naar voren gebracht. Wij zullen tot maandag moeten wachten om te kunnen vaststellen hoeveel daarvan succesvol zijn. Het is evenwel van cruciaal belang dat in de verklaring van de Top duidelijk wordt aangegeven dat de dialoog moet worden geïntensiveerd.

Tot besluit wil ik zeggen hoe opmerkelijk het is dat voorzitter Barroso, voorzitter Merkel en president Bush wel een formele briefingbijeenkomst zullen houden met de Trans Atlantic Business Dialogue en met CEO’s van mondiale ondernemingen, maar een dergelijke bijeenkomst nog niet hebben belegd met de Amerikaanse en/of Europese parlementsleden. Ik hoop dat zij dit verzuim bij toekomstige toppen recht zullen zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Veel succes met uw delegatie, mijnheer Evans.

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik herinner me nog heel goed een van de eerste toespraken van Commissievoorzitter Barroso, waarin hij zei dat we de Verenigde Staten als onze gelijke moeten bejegenen. Ik ben het daarmee volledig eens, want we hebben een economisch partnerschap nodig. Ik ben er absoluut voor dat we een gemeenschappelijke markt tot stand brengen, een markt die ook de algemene internationale regels - bijvoorbeeld die van de WTO - erkent.

Zoals al werd gezegd, is het echter onaanvaardbaar dat Amerika, of in ieder geval de regering-Bush, soms - en de laatste tijd zelfs steeds vaker - probeert om, buiten de resoluties van de Verenigde Naties en andere regels om, druk uit te oefenen op ondernemingen in Europa en hun voor te schrijven hoe ze zich moeten gedragen.

Er speelt een concreet geval in Oostenrijk, waarop al werd gewezen. De nieuwe eigenaren van een grote Oostenrijkse bank - BAWAG - werden gedwongen alle zakenrelaties met Cubanen te beëindigen. Dat is schandalig! Het is niet aan de Amerikaanse regering om uit te maken wat Europese banken moeten doen, net zo min als wij mogen uitmaken hoe Amerikaanse banken zich moeten gedragen. Ik verwacht van de Commissie en de Raad een duidelijk standpunt ten aanzien van deze kwestie.

Naar aanleiding van een andere, hieraan gerelateerde zaak heb ik van de Commissie een volstrekt helder antwoord gekregen. Het antwoord van het secretariaat van de Raad was echter enigszins vaag. Onze opstelling in deze kwestie moet duidelijk zijn, niet om het antiamerikanisme aan te wakkeren maar om ervoor te zorgen dat Amerika en Europa een goede en fatsoenlijke relatie blijven onderhouden.

Overigens ben ik van mening dat de heer Wolfowitz moet aftreden. Iemand die corruptie bestrijdt, moet zuiver op de graat zijn. Ook dat dienen Amerika en de Europese Unie samen te regelen.

(Applaus van links)

 
  
MPphoto
 
 

  Anneli Jäätteenmäki (ALDE). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, het is goed dat aan beide kanten van de Atlantische Oceaan wordt ingezien dat er opnieuw bruggen voor samenwerking moeten worden gebouwd. Gemeenschappelijke waarden en een gedeelde geschiedenis zijn tot nu toe de basis voor transatlantische betrekkingen geweest. Wij moeten echter erkennen dat wij niet kunnen voortleven met aanbevelingen en successen uit het verleden.

In de Tweede Wereldoorlog en daarna hadden wij een gemeenschappelijke visie op de mensenrechten. Naar mijn mening moeten wij ons nu afvragen wat er met deze gemeenschappelijke visie is gebeurd. Een voorwaarde voor het succes van de strijd tegen het terrorisme is dat wij de rechten en fundamentele vrijheden van de burgers niet opofferen, en ik hoop dat dit ook op de Top wordt besproken.

De verkiezingen voor het Congres van afgelopen najaar zorgen voor nieuw elan, en het hier geopperde idee om voorzitter Nancy Pelosi uit te nodigen voor een toespraak in het Parlement, is naar mijn mening heel goed. Het zou de bruggen voor samenwerking tussen het Europees Parlement en het Congres versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Miloslav Ransdorf (GUE/NGL). - (CS) Hartelijk dank, mijnheer de Voorzitter. De huidige ontwikkelingen in Irak tonen onomstotelijk aan dat de Amerikaanse denker Santayana volledig gelijk had toen hij zei dat degene die de geschiedenis niet kent, gedwongen is deze over te doen.

Toen Amerika overging tot de aanval op Irak, weigerde een aantal landen zoals Frankrijk, Duitsland en België met dit roekeloze avontuur mee te doen. Minister van Defensie Rumsfeld deelde Europa toen op in een oud en een nieuw Europa, en schreef daarmee in feite landen als Frankrijk en Duitsland volledig af. Maar in werkelijkheid vormden juist de landen die zich achter de aanval op Irak schaarden, het oude Europa, omdat zij zich met hun standpunt in feite aansloten bij een traditie van koloniale oorlogen en machtsarrogantie.

Ik denk dat het nieuwe Europa gebaseerd is op tolerantie, dialoog en wederzijds begrip, zonder daarbij al datgene waardoor ons continent groot is geworden te verloochenen. We mogen als Europese Unie - wereldwijd de spreekbuis van redelijkheid en menselijke waardigheid - hopen dat de Verenigde Staten zich na de presidentsverkiezingen aansluiten bij deze redelijkheid en menselijke waardigheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Marie Coûteaux (IND/DEM). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, wat wij deze morgen te horen krijgen over de zogenaamde transatlantische betrekkingen - een bedrieglijke uitdrukking want de betrekkingen die onze hoofdsteden met de Verenigde Staten onderhouden lopen sterk uiteen - stelt ons allesbehalve gerust.

Deze uitdrukking kan ternauwernood verhelen dat het in feite gaat om een relatie van ondergeschiktheid, van een mijn inziens zelfs steeds groter wordende ondergeschiktheid. Overal geven wij toe, of het nu gaat om het doorgeven van persoonsgegevens om welke reden dan ook, om die verbazingwekkende afstand van stukjes soevereiniteit in de vorm van geheime CIA-gevangenissen en soortgelijke zaken - die een schande zijn voor heel Europa en trouwens veel te vlug in vergetelheid zijn geraakt -, of om de al te grote inschikkelijkheid bij het aanvaarden van de term ‘internationale gemeenschap’, die in feite niets anders betekent dan de cohort van het rijk en zijn vertrouwelingen, of om, meer algemeen, de veel te weinig bekende plaats die de ambassade van de Verenigde Staten inneemt in de centrale organen van de Unie. Nergens kunnen deze betrekkingen echter verhullen dat onze belangen uiteenlopen en wij verschillende visies op de wereld hebben.

Ik vraag de lidstaten om in het belang van heel Europa blijk te geven van iets meer waardigheid en een onafhankelijkere geest ten aanzien van Washington, zoals Frankrijk probeert te doen, zij het dan met wisselend succes.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Radwan (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik spreek vandaag vooral namens de Commissie economische en monetaire zaken, en wel over het vraagstuk van de financiële markten. Wat de financiële markten betreft maken we in Europa al geruime tijd deel uit van een internationaal en transatlantisch netwerk. Ik spreek dan ook als iemand die praktijkervaring heeft met een project van Europees-Amerikaanse economische samenwerking, waar wij steun aan geven en mee instemmen.

Vooral op wetgevingsgebied hebben we een aantal voorwaarden en ervaringen. Als trefwoorden noem ik Bazel II en AFAS. Ik richt me in het bijzonder tot de Raad, tot mijnheer Gloser. We moeten erop toezien dat de rechten van het Parlement en de Europese wetgeving worden geëerbiedigd en wij op voet van gelijkheid met de Amerikanen de regels kunnen vaststellen. Bij Bazel II besloten de Amerikanen immers uiteindelijk om het pakket niet om te zetten.

Het gaat om regulering: waar worden welke regelingen toegepast? Het voorbeeld is de Sarbanes-Oxley-wet. We hebben de Commissie meermaals benaderd met de vraag wat de consequenties zijn van de entree van newest stock exchange in Euronext. Gaat daar de Amerikaanse regelgeving gelden? Het antwoord van de Commissie tot nu toe is dat de kapitaalmarkt dat beslist.

Met BAWAG hebben we een recent voorbeeld van de manier waarop de Amerikaanse regelgeving direct ingrijpt in de Europese markt, met de bedoeling om deze onafhankelijk van de Europese voorschriften te regelen. Daartegen moet de Commissie nu eens heel duidelijk stelling nemen. Ze moet vragen wat ze zich daarbij voorstellen. Dat geldt natuurlijk ook voor de Raad, mijnheer Gloser. Denkt u aan SWIFT. Ook hier heeft de Amerikaanse regelgeving de Europese voorschriften verdrongen.

Ik verzoek de Commissie eindelijk eens iets te doen aan de hedge funds. De Amerikanen veroveren onze markt. We voeren discussies op nationaal niveau, maar het is een mondiaal thema. Intussen gaat het gewoon door, maar de Commissie zwijgt in alle talen. De verantwoordelijke commissaris zegt telkens: “Zo werkt de markt”.

Wanneer internationale samenwerkingsverbanden ontstaan, is het vooral van belang dat de parlementaire controle niet wordt uitgehold. Ik zeg dit met name tegen de Raad. Met de comitologiediscussies en de ondemocratische opstelling van de ministeries van Buitenlandse Zaken in Europa in het achterhoofd sta ik erop dat het Parlement in de toekomst tijdig bij dergelijke projecten wordt betrokken en niet voor voldongen feiten wordt geplaatst.

 
  
MPphoto
 
 

  Martine Roure (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken heeft afgelopen week een delegatie op pad gestuurd om de kwesties van visumvrijstelling en gegevensbescherming te bespreken, met name met het oog op de onderhandelingen over een PNR-overeenkomst en natuurlijk op de door SWIFT gestelde problemen. Deze delegatie is heel nuttig gebleken te zijn, ofschoon wij het betreuren dat wij gedwongen waren om naar Washington te gaan om antwoorden te krijgen op de vragen die wij onze instellingen tevergeefs hadden gesteld.

Voor het Europees Parlement is het noodzakelijk een onderscheid te maken tussen de onderhandelingen over visumvrijstelling en die over PNR. De van visumvrijstelling uitgesloten landen worden gechanteerd. Bij deze twee vraagstukken zijn bilaterale onderhandelingen echter uit den boze. Alleen overeenkomsten op het vlak van de Europese Unie kunnen in ogenschouw worden genomen. De Amerikaanse burgers zijn beschermd via de Europese wetgeving inzake gegevensbescherming maar de Amerikaanse wetgeving sluit Europeanen uit en biedt hun geen enkele mogelijkheid van beroep.

Daarom moet Europa mijns inziens een voorstel doen tot onderhandelingen over een alomvattende overeenkomst inzake uitwisseling en bescherming van persoonsgegevens met de Verenigde Staten. Wij moeten de gegevens van onze burgers beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jerzy Buzek (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, vandaag aarzelen de lidstaten van de EU tussen twee uitersten: een gereserveerde en afstandelijke houding jegens de VS, of onvoorwaardelijke steun voor de VS, ongeacht de Europese belangen. Geen van beide opties is de goede. Het antwoord op de eeuwige vraag - meer concurrentie of meer samenwerking met de VS - is duidelijk: in de wereld van vandaag is geïnformeerde en verstandige samenwerking de enige optie voor zowel de VS als de EU.

Laten we beginnen met oprechte en duidelijk omschreven samenwerking op economisch en technologisch gebied. Onderzoek dat aan de overkant van de Atlantische Oceaan is gedaan, hoeft hier niet over te worden gedaan - wij zijn bijvoorbeeld verder op het gebied van hernieuwbare energie en de VS zijn verder op het gebied van schone kolentechnologie.

Laten we onze markten volledig openstellen voor elkaar en voor de uitwisseling van technologie. Laten we de samenwerking binnen het zevende kaderprogramma en met de Amerikaanse National Science Foundation verbreden. Laten we niet zo koppig blijven concurreren om olie- en gasmarkten. Laten we besluiten om samen op te treden. Diversificatie is belangrijk voor beide zijden van de Atlantische Oceaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de emoties lopen altijd hoog op als het gaat om de betrekkingen tussen twee belangrijke wereldmachten als de VS en de EU, niet alleen vanwege hun invloed op de wereldorde, maar ook vanwege hun complexiteit en het grote aantal kwesties waarop ze van invloed zijn.

Alle punten die in de resolutie worden genoemd, moeten als belangrijk worden beschouwd en tijdens de komende Top uitgebreid aan de orde komen. De betrokkenheid van beide partners bij het versterken van de transatlantische markt is een zeer positief aspect. Ik ben het er ook mee eens dat deze betrekkingen een nieuwe impuls nodig hebben, en een manier om dit te doen is het actualiseren van de nieuwe agenda.

We leven in een tijd waarin de internationale concurrentie van landen als China, India en Rusland enorm toeneemt. Daarom is de verbetering van onze samenwerking op handels- en economisch gebied via de vaststelling van een gemeenschappelijke methodologie en de vermijding van wettelijke discrepanties in het belang van de economische ontwikkeling van zowel de EU als de VS.

Ik wil ook de aandacht richten op wat op dit moment een groot knelpunt in de betrekkingen tussen de EU en de VS vormt, en dat is het raketafweerschild. We moeten in alle openheid bepalen of er over de kwestie van het raketafweerschild niet een gezamenlijk politiek besluit door de NAVO en de EU moet worden genomen, in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Ik ben het ermee eens dat we de VS moeten steunen in hun strijd tegen het terrorisme en bij het beschermen van de internationale veiligheid, maar dat betekent niet dat we moeten toestaan dat er nieuwe scheidslijnen in Europa ontstaan. Die scheidslijnen zijn er namelijk nog steeds in de Europese Unie, bijvoorbeeld in de regels voor visumverstrekking. De burgers van de nieuwe lidstaten en Griekenland worden nog steeds gediscrimineerd als ze naar de VS willen reizen. Ik roep op om de beginselen van loyale samenwerking en non-discriminatie te eerbiedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogdan Klich (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, we vragen nu al een aantal jaren dat de VS de visumplicht voor de burgers van enkele lidstaten opheft. Het gebrek aan vooruitgang heeft echter begrijpelijkerwijs tot frustraties geleid in de betrokken landen, waarvan Polen er één is. Het visumbeleid van de VS mag geen eerste- en tweederangsburgers in Europa creëren door de ene groep zonder visum naar de VS te laten reizen en de andere groep te dwingen geduldig in de rij te gaan staan voor een visum.

Sinds afgelopen december tonen de VS enige bereidheid om hun Visa Waiver Program te veranderen. Dit hebben we van zowel Capitol Hill als van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Binnenlandse Veiligheid vernomen. We moeten deze kans aangrijpen en er tijdens de komende Top bij de VS op aandringen om daadwerkelijk actie te ondernemen en de visumverplichting voor alle burgers van de EU af te schaffen. Ik roep het voorzitterschap en de Commissie hiertoe op. Tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat bij de uitwisseling van persoonlijke gegevens van mensen die naar de VS reizen, de regels inzake gegevensbescherming niet worden geschonden.

 
  
MPphoto
 
 

  Helmut Kuhne (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil inhaken op de aankondiging van de fungerend voorzitter van de Raad dat op de Top een verzoek wordt gedaan om het Visa Waiver Program uit te breiden naar alle EU-burgers. Dit is een zeer belangrijke aankondiging, want als dit gebeurt, kunnen alle EU-burgers de praktische gevolgen van het Europees beleid ondervinden en kan de reeds genoemde ongelijkheid op dit gebied worden opgeheven.

Wat het veiligheidsbeleid betreft, kunnen wij Europeanen er terecht trots op zijn dat de politieke benadering die wij hebben voorgesteld - een combinatie van diplomatie, druk en aanbiedingen aan Iran -, nu het beleid is geworden waarover de Europese Unie en de Verenigde Staten overeenstemming hebben bereikt. Deze benadering heeft de wereldgemeenschap verenigd, terwijl een ander uitgangspunt een wig zou hebben gedreven tussen de leden van die gemeenschap.

Als er echter een beleid is waarover iedereen het eens is, rijst vanzelfsprekend een vraagstuk met betrekking tot het herhaaldelijk genoemde raketafweerprogramma. Als we ervan overtuigd zijn dat deze gemeenschappelijke benadering zoden aan de dijk zet, moeten we alvorens een debat te houden over de plaatsing van de raketten en over de vraag wie erbij betrokken moeten worden, de volgende vraag beantwoorden: als we Iran met vreedzame middelen en onderhandelingen ertoe kunnen bewegen af te zien van atoomwapens, waarom moeten we dan reeds nu een beslissing nemen over de plaatsing van die raketten? Tot nu toe heb ik van geen van de deelnemers aan deze discussie over het veiligheidsbeleid een oplossing gehoord voor deze kwestie. Daarom zou ik het zeer toejuichen wanneer dit punt op de agenda werd gezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals mevrouw Merkel al zei, is het tijd voor een nieuw, ambitieus partnerschap tussen de VS en de EU. Dat partnerschap moet echter hand in hand gaan met een nieuw, ambitieus milieupartnerschap.

Er was sprake van transatlantische overeenstemming op de recente G8-bijeenkomst van milieuministers, toen zij instemden met het door 2 500 wetenschappers uit de hele wereld getoetste wetenschappelijke rapport, waarin staat dat de door mensen veroorzaakte klimaatverandering in snel tempo toeneemt en niet alleen gevolgen heeft voor de natuurlijke omgeving maar ook voor de economische groei en ontwikkeling, voor de armoedeniveaus in de wereld, de internationale veiligheid en de energievoorziening. Men was het er unaniem over eens dat klimaatverandering ‘onmiddellijk optreden vereist en ‘snelle en vastberaden politieke antwoorden’. Er was - helaas, maar wel begrijpelijk - minder overeenstemming over de vraag waarover die politieke antwoorden moesten gaan. In paragraaf 16 van onze ontwerpresolutie staat dat wij teleurgesteld zijn over het feit dat de Verenigde Staten weigeren om concessies te doen bij kwesties als de uitstootstreefcijfers en de invoering van een mondiale regeling voor CO2-handel.

Gezien het Stern-rapport, de recente verkiezingen in de VS, het IPCC-rapport en de toegenomen eisen van burgers aan beide zijden, heb ik echter het gevoel dat de transatlantische dialoog en samenwerking op het gebied van klimaatverandering wel toeneemt. Deze moet en zal leiden tot een overeenkomst voor de periode na Kyoto, vanaf 2012, waar ook de VS aan meedoet.

 
  
MPphoto
 
 

  Adrian Severin (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik kom uit dat deel van Europa waar Amerika werd - en wordt - gezien als een Europese macht.

Er bestaat geen enkel mondiaal probleem - van het Midden-Oosten en de Balkan tot energie en klimaatverandering - dat niet zou kunnen worden opgelost als de Europese Unie en de Verenigde Staten samenwerkten. Dat zou het belangrijkste principe moeten zijn waarop het transatlantische partnerschap wordt gestoeld.

De democratische denkbeelden en retoriek van de Verenigde Staten en de Europese Unie verschillen vaak, maar het zijn gewoon twee verschillende dialecten van dezelfde taal, en deze taal is geworteld in dezelfde grondwaarden. Daar moet wij op voortbouwen, en tijdens de top moeten wij erop aandringen dat onze Amerikaanse vrienden terugkeren naar het principe van ‘samen indien mogelijk, alléén indien noodzakelijk’ en afstappen van het florerende principe ‘alléén indien mogelijk, samen indien noodzakelijk’.

Een van de problemen van de transatlantische dialoog is dat wij niet met één stem spreken. Een bijkomend probleem is dat wij niet vaak genoeg erkennen dat er sprake is van verschillende denkrichtingen in Amerika. Wij moeten degenen die terugwillen naar realisme aanmoedigen, en degenen die het neoconservatief unilateralisme willen voortzetten ontmoedigen.

Om hierin te kunnen slagen moeten we een einde maken aan de asymmetrie en ongelijkheid in de uitgaven voor onderzoek, technologische verbetering en veiligheid.

Tot slot prijzen wij de ambitieuze ideeën van het Duitse voorzitterschap met betrekking tot een transatlantisch partnerschap. Het is tijd om te werken aan een transatlantische vrijhandelszone, die de weg kan vrijmaken voor institutionele transatlantische samenwerking. Er moet meer partnerschap komen en minder rivaliteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papastamkos (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, zoals bekend zijn Europa en de VS hoofdrolspelers in het internationale handelsbeleid. Als lid van de Commissie internationale handel wil ik zeggen dat een goede verstandhouding tussen beide partners en gecoördineerde en functionele betrekkingen niet alleen bilaterale voordelen met zich meebrengen, maar tevens het multilaterale handelsstelsel beïnvloeden en daarmee ook het internationale handelsevenwicht, niet in termen van politieke macht maar in de vorm van onderlinge economische afhankelijkheid.

Hoe sterker de convergentie in het handelsbeleid, hoe zichtbaarder het effect op de internationale economische en politieke samenwerking. Al wie tegen het multilaterale handelsstelsel is, bevordert de versnippering van het internationale handelsbeleid, en dan blijft uiteindelijk geen andere keuze meer over dan terug te keren naar het bilateralisme.

Beste collega's, zouden de disciplines van de WTO bestand zijn tegen een grote, geliberaliseerde euro-atlantische markt, die goed is voor 40 procent van de internationale handel? Wat zouden de gevolgen zijn voor de andere landen, vooral de ontwikkelingslanden?

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Falbr (PSE). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, leden van de Tsjechische brandweer. Gedurende het gehele bestaan van de Verenigde Staten strijden er twee concepten in het buitenlands beleid om voorrang: het vuurtorenconcept en het kruistochtconcept. De Monroe-doctrine van 1823, het optreden van Roosevelt in 1904, met andere woorden het recht op inmenging en de interventies in het Caraïbisch gebied (Haïti, Panama, de Dominicaanse Republiek, Cuba, Guatemala) zijn allemaal sprekende voorbeelden van een honderd jaar oude en onlangs weer opgerakelde doctrine. Sinds die heuglijke NAVO-top in Washington, toen Servië werd gebombardeerd, is wel duidelijk dat de Verenigde Staten ook wel zonder de Veiligheidsraad en de NAVO kunnen.

Naast een gemondialiseerde economie hebben we nu ook mondialisering op het vlak van militaire interventies. De regering Bush gaat daarmee honderd jaar terug in de tijd. Dat kan zo niet langer. Daarom dient de Verenigde Staten erop te worden gewezen dat “het internationaal recht alles behalve in de prullenbak thuishoort, dat het gebruik van marteling niet tot betrouwbare resultaten leidt, en dat het gewapenderhand exporteren van de democratie tot mislukken gedoemd en uit den boze is.”

Transatlantische betrekkingen, dat zeker, maar dan als gelijken onder elkaar, dus zonder de voor enkele nieuwe lidstaten o zo kenmerkende slaafsheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Antonio Tajani (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in Italië vieren wij vandaag nationale bevrijding, het einde van de dictatuur en van de oorlog. Maar wij hadden 25 april 1945 nooit kunnen gedenken als duizenden jonge Amerikanen zich daarvoor niet hadden opgeofferd. Zonder de inzet van de Verenigde Staten, was het Europa nooit gelukt om na het nazidom ook nog het communisme te verslaan.

Als wij spreken over transatlantische betrekkingen, mogen wij niet voorbijgaan aan degenen die voor onze vrijheid gevochten hebben, degenen dus die zich volkomen herkennen in de fundamentele normen en waarden van onze westerse maatschappij. Daarom moeten de betrekkingen met de belangrijkste democratie van de wereld de hoeksteen worden van een Europees beleid dat naast de bestrijding van terrorisme en drugshandel en de bevordering van veiligheid ook het streven naar energiezekerheid en de aanpak van de klimaatverandering behelst.

In deze context moet Europa zich scharen achter het voorstel van mevrouw Merkel om een transatlantische vrijhandelszone tot stand te brengen. Ik ben er tevens van overtuigd dat de oprichting van een toekomstig Europees leger niet in strijd hoeft te zijn met de NAVO, dat een nuttig instrument voor de VN en voor de veiligheid van ons allen is.

Maar net zoals Europa Amerika nodig heeft, zo kan Amerika niet zonder een sterk Europa, dat een loyale, betrouwbare en geloofwaardige partner moet zijn maar tegelijkertijd een hartstochtelijke pleitbezorger van de gemeenschappelijke normen en waarden waarop onze democratieën en die van de Verenigde Staten gebaseerd zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte afgevaardigden, ik wil het gezien het late uur zeer kort houden, maar ik wil u wel bedanken voor dit levendige en open debat.

Uit dit debat is een essentieel punt naar voren gekomen: het is beter met elkaar te praten dan over elkaar. Uit de manier waarop leden van dit Parlement en leden van het Amerikaanse Congres contacten onderhouden, blijkt dat we uitsluitend van elkaar kunnen leren en elkaar beter kunnen begrijpen als we met elkaar praten.

De transatlantische betrekkingen waren in het verleden belangrijk en zullen ook in de toekomst belangrijk zijn, met name gezien de uitdagingen waarvoor wij allen in de Europese Unie staan, zoals energie en klimaatverandering, maar bijvoorbeeld ook bestrijding van het internationale terrorisme. Uit onze betrekkingen met andere grote economische actoren blijkt dat we al deze zaken uitsluitend met elkaar en niet tegen elkaar kunnen regelen. Mevrouw Mann heeft reeds gezegd dat noch onverholen enthousiasme noch frustratie hierbij soelaas biedt. De pragmatische houding waaraan u hebt gerefereerd, is de juiste manier om met deze zaken om te gaan, omdat een pragmatische houding belangrijk is in elke permanente dialoog met de Verenigde Staten.

U hebt enkele kritische kanttekeningen geplaatst, niet alleen bij de veiligheidskwesties die belangrijk zijn voor de Verenigde Staten, maar ook bij de kwesties die belangrijk zijn voor de Europese Unie, zoals de normen voor gegevensbescherming, passagiersgegevens en SWIFT. Deze onderwerpen stellen wij openlijk aan de orde. Wij winden er geen doekjes om. De Commissie en het voorzitterschap hebben reeds duidelijk gemaakt dat ze allemaal besproken zullen worden met de Amerikanen. Ik wil nog een keer de nadruk leggen op het vraagstuk van de visumvrijstelling. In de Europese Unie mag er geen ongelijke behandeling bestaan als besloten moet worden wie zonder visum naar Amerika mag reizen. Die mogelijkheid moeten de burgers van alle lidstaten van de Europese Unie hebben, want Amerika heeft te maken met de Europese Unie.

Ik wil nog ingaan op enkele andere kritische opmerkingen. Naar mijn mening is het de Europese Unie gelukt zich bij sommige internationale conflicten te ontworstelen aan het unilateralisme en een vorm van multilateralisme te omarmen. Op deze wijze is de Europese Unie er bijvoorbeeld in geslaagd Amerika te betrekken bij haar initiatieven ten aanzien van Iran, waarvoor ook overleg en samenwerking met China en Rusland noodzakelijk waren. Aldus zijn belangrijke stappen gezet. Ik weet dat parlementariërs nooit tevreden mogen zijn met hetgeen nu toe hebben is bereikt ten aanzien van het Midden-Oosten, maar na het conflict tussen Libanon en Israël is er een intensief pleidooi geweest voor het opnieuw mobiliseren van het Kwartet. Wij doen er goed aan deze zaken samen met Amerika aan te pakken. Ik hoop dat deze Top van de Europese Unie en de Verenigde Staten ertoe zal leiden dat er een duurzame basis wordt gelegd voor de toekomst. Dan kunnen ook cruciale zaken worden besproken. Wij moeten niet denken dat een bondgenootschap, of betrekkingen een knak krijgen omdat er sprake is van meningsverschillen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, natuurlijk was dit een debat met diepgang, en ik ben zo vrij om iets langer te spreken dan ik gewoonlijk doe. Er zijn zeer vele, interessante thema’s naar voren gebracht, en ik denk dat ik er goed aan doe hierop adequaat te reageren.

Ik juich het standpunt van uw Parlement toe dat wij ons samen met de Verenigde Staten moeten inzetten voor het vinden van multilaterale oplossingen voor de gemeenschappelijke uitdagingen, en ik ben het daar onvoorwaardelijk mee eens. Ik wil u verzekeren dat wij werkelijk alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat in de verklaring ter afsluiting van de EU-VS-Top helder en duidelijk tot uitdrukking wordt gebracht dat wij er samen vastberaden naar streven de macht van de Verenigde Naties te versterken en deze te voorzien van de middelen die zij nodig hebben om zich van hun taken te kunnen kwijten.

Op de EU-VS-Top zullen wij er bij de VS op blijven aandringen dat bij de oplossing van crises zoals in Iran, Soedan en Afghanistan bij voorkeur de Verenigde Naties worden ingeschakeld, en dat bij het vredesproces in het Midden-Oosten vanzelfsprekend de aanpak van het Kwartet wordt gevolgd.

Een ander voorbeeld is klimaatverandering, waaraan wij uitsluitend op multilateraal niveau effectief het hoofd kunnen bieden. Wij zullen tijdens de Top de steun van de VS proberen te krijgen, zodat wij tijdens de besprekingen die aanstaande december op Bali, Indonesië, zullen plaatsvinden onder het beschermheerschap van de Verenigde Naties, onderhandelingen kunnen beginnen over een mondiaal kader.

De Commissie heeft telkens weer steun gegeven aan de inspanningen van de opeenvolgende voorzitterschappen van de Raad om de Verenigde Staten duidelijk te maken dat wij verplicht zijn de toepassing van het internationale recht op humanitaire kwesties en mensenrechtenkwesties onvoorwaardelijk te steunen. Ik wil het Parlement eraan herinneren dat de EU tijdens de Top in 2006 president Bush ertoe kon bewegen te verklaren dat hij de sluiting van Guantanamo wenste en dat de nog aanwezige gedetineerden ofwel voor de rechtbank moesten worden gebracht ofwel moesten worden vrijgelaten. De door u naar voren gebrachte wensen waren één van de belangrijkste redenen om een dialoog op gang te brengen tussen de Trojka van de EU en de juridisch adviseur van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Ik juich tevens het idee toe met betrekking tot een intensievere dialoog tussen uw Parlement en het Amerikaanse Congres. De parlementaire dialoog tussen beide partijen is een belangrijke pijler van de betrekkingen tussen de EU en de Verenigde Staten. De Commissie heeft zich er voortdurend voor ingespannen om de wetgevingsinstanties meer te betrekken bij de transatlantische betrekkingen, en met name heeft de Commissie een transatlantische dialoog tussen de wetgevingsinstanties op gang gebracht. Degenen die deel uit maken van deze instanties zouden hun positie zelfs kunnen versterken indien zij de jaarlijkse Top Level Domains-vergadering vlak voor de EU-VS-topbijeenkomsten zouden houden, zoals het geval is bij de transatlantische economische dialoog.

Zoals altijd heeft de Commissie ook dit jaar geprobeerd om onze Amerikaanse gastheren ertoe te bewegen de wetgevingsinstanties te betrekken bij de evenementen in de marge van de Top. Voor zover ik nu weet, willen de Amerikanen de vertegenwoordigers van de TLD ′s middags na de Top uitnodigen voor een briefing van hoge ambtenaren uit de Europese Unie en de Verenigde Staten.

Het is onze bedoeling dat, op grond van de nieuwe politieke overeenkomst ter bevordering van de bilaterale economische betrekkingen, beide partijen een politieke persoonlijkheid benoemen om het proces van de EU-VS-topbijeenkomsten te bevorderen. Wij hebben de Verenigde Staten voorgesteld om deze zogenaamde contactpersonen te laten bijstaan door een klein informeel groepje bestaande uit vertegenwoordigers van wetgevingsinstanties en bedrijfs- en consumentenorganisaties.

Onze gemeenschappelijke doelstellingen voor de ontwikkeling en het gebruik van milieuvriendelijke energie hebben op middellange termijn betrekking op, en beperken zich tot, de bevordering van het gebruik van grotendeels emissievrije kolen, de ontwikkeling en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, met name biobrandstoffen, en de bevordering van energie-efficiëntie. Wij zullen proberen om op elk van deze gebieden zowel voor de Europese Unie als voor de Verenigde Staten doelstellingen vast te stellen. De EU zal te werk gaan op basis van het solide politieke platform waarover de Europese Raad tijdens zijn vergadering op 9 mei overeenstemming heeft bereikt.

Met betrekking tot visa moet ik onderstrepen dat wij de toezegging van de Amerikaanse regering om dit systeem te hervormen, toejuichen. Het is echter te vroeg om nu een standpunt in te nemen ten aanzien van de hervorming van het Amerikaanse visumprogramma. Wij moeten wachten op de definitieve tekst, die het Amerikaanse Congres waarschijnlijk zelfs nog voor de zomer zal aannemen. Dan pas is de Commissie in staat te beoordelen of het nieuwe programma een stap vooruit is met betrekking tot meer wederkerigheid tussen de EU en de Verenigde Staten.

Ons standpunt was van meet af aan duidelijk: alle EU-burgers moeten in staat zijn om zonder visum naar de Verenigde Staten te reizen, net zoals Amerikaanse burgers zonder visum naar de EU mogen reizen. Wij hebben deze kwestie herhaaldelijk op alle niveaus bij de Verenigde Staten aangekaart en aangedrongen op uitbreiding van visumvrijstelling naar alle EU-lidstaten, zodat gelijke behandeling van alle EU-burgers gewaarborgd wordt.

De onderhandelingen over passagiersgegevens zijn op 26 februari begonnen in Washington. Wij verwachten dat wij deze eind juli kunnen afsluiten, dat wil zeggen voordat de bestaande PNR-overeenkomst afloopt. Afgelopen week hebben wij nog constructieve gesprekken gevoerd met de Verenigde Staten. Vice-voorzitter Frattini kan u gedetailleerde informatie hierover verstrekken.

Wij streven tevens naar soortgelijke veiligheidsmaatregelen ten aanzien van SWIFT, om te waarborgen dat de gegevens van Europese burgers adequaat worden beschermd in de Verenigde Staten, en blijven met de VS werken aan een reeks algemene beginselen inzake gegevensbescherming voor de lange termijn. De dialoog tussen deskundigen van beide zijden heeft tot nu toe vruchten afgeworpen, maar wij hebben nog niet genoeg vooruitgang geboekt om een formele overeenkomst te kunnen sluiten.

Er is ook gewag gemaakt van het raketafweerschild. Ik sluit me aan bij hetgeen de heer Solana op 29 maart hierover heeft gezegd in uw Parlement, namelijk dat de EU geen defensiegemeenschap is en dat de soevereiniteit op dit gebied op grond van de Verdragen bij de lidstaten ligt. Dit betekent echter niet dat de EU helemaal niets te maken heeft met deze zaak. Aangezien de EU een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en een veiligheids- en defensiebeleid heeft en zaken van gemeenschappelijk belang in het geding zijn, zoals de betrekkingen tussen de EU en Rusland, lijkt het mij belangrijk dat we een gelegenheid vinden om op EU-niveau een debat te voeren over dit onderwerp.

BAWAG is een interessant geval. De Commissie heeft echter nog geen enkele informatie waaruit zou blijken dat BAWAG daadwerkelijk dergelijke maatregelen heeft genomen. Als zij een dergelijke beslissing neemt, moet zij de Commissie hierover informeren, omdat een dergelijke extraterritoriale toepassing niet aanvaardbaar is op grond van onze wetgeving. De feiten zijn nog onduidelijk, maar over het algemeen laten de regels van de Europese Unie dergelijke maatregelen of een dergelijke extraterritoriale toepassing niet toe.

“Economische contacten” betekent niet alleen deregulering, maar veeleer het regelen van zaken van gemeenschappelijk belang, en wel dusdanig dat wij echt gebruik kunnen maken van het economische potentieel aan beide zijden van de Atlantische Oceaan.

Ik ben er rotsvast van overtuigd - en tijdens het debat is dit ook gebleken - dat de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie en hun gemeenschappelijke uitdagingen van grote betekenis zijn, en dat er voor Europa geen belangrijkere betrekkingen bestaan. Er bestaat praktisch geen belangrijke kwestie waarbij Europa en de Verenigde Staten niet een gemeenschappelijk belang hebben en betrokken zijn. Daarom moeten wij - zoals ook duidelijk is gezegd - op voet van gelijkheid omgaan met de Verenigde Staten en hen betrekken bij een werkelijk rationele dialoog, maar tegelijkertijd mogen wij onze gemeenschappelijke Europese waarden niet uit het oog verliezen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Mijnheer de commissaris, hartelijk dank voor u pogingen om uw toespraak, die naar het schijnt oorspronkelijk veel langer was, in te korten.

Tot besluit van het debat zijn zeven ontwerpresoluties(1) ingediend, overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement.

Het debat is gesloten. De stemming vindt later vandaag plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Een van de belangrijkste gebeurtenissen bij het begin van het Duits voorzitterschap was het bezoek van mevrouw Merkel aan de VS. Zij ondernam deze reis om haar voorstel voor een strategisch partnerschap tussen de EU, Duitsland en de VS voor een gedeeld "wereldleiderschap" te herhalen, en dat op een moment dat de regering-Bush in grote moeilijkheden verkeerde en steeds verder geïsoleerd raakte.

Bij de elkaar afwisselende rivaliteit en toenadering tussen de grote Europese mogendheden - Duitsland voorop - en de VS wordt nu een poging ondernomen om de zogenaamde transatlantische betrekkingen weer op gang te helpen. Op de EU-VS-Top, die op 30 april zou moeten plaatsvinden, zal al het nodige worden ondernomen om een oplossing te vinden voor meningsverschillen, om afwijkende gezichtspunten naar het tweede plan te verwijzen en de agenda's voor beide zijden van het Noord-Atlantische gebied op elkaar af te stellen, zowel in de politieke en economische als in de militaire sfeer.

Er zal over veel onderwerpen worden gesproken, waarbij het versterken van het zogenaamde “Nieuwe Transatlantische Economische Partnerschap” één van de prioriteiten van mevrouw Merkel zal zijn. Het is de bedoeling om zo in de komende jaren een “barrièrevrije transatlantische markt” te scheppen.

Al deze acties worden - onder leiding van mevrouw Merkel en haar rechtse en sociaal-democratische coalitieregering - ondernomen op een moment dat de VS hun militaire apparaat in Europa aan het versterken zijn, nieuwe militaire bases willen oprichten en plannen maken voor het installeren van antiraketsystemen die een nieuwe bedreiging voor de vrede vormen.

Imperialistisch gekonkel …

 
  

(1)Zie notulen


3. Voortgangsverslag 2006 betreffende Kroatië (debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag (A6-0092/2007) van de heer Swoboda, namens de Commissie buitenlandse zaken, over het voortgangsverslag 2006 betreffende Kroatië (2006/2288(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE), rapporteur. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, om te beginnen wil ik mijn collega’s van met name de Commissie buitenlandse zaken bedanken voor de werkelijk zeer goede en vruchtbare samenwerking.

Tevens wil ik alle Kroatische vertegenwoordigers bedanken die het hunne ertoe hebben bijgedragen om het pad te effenen voor de toetreding van hun land tot de Europese Unie. Ik noem de ambassadeur bij de Europese Unie, het hoofd van de onderhandelingen, de minister van Buitenlandse Zaken, en vooral minister-president Sanader, die in de laatste jaren van zijn ambtsperiode zeer veel werk heeft verzet om de onderhandelingen op gang te houden. Mijn dank gaat echter ook naar de vroegere minister-president Račan, een persoonlijke vriend van mij, die helaas zeer ernstig ziek is. Hij is begonnen met de voorbereidingen voor de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie. Al deze mensen zijn niet alleen Kroatische maar Europese persoonlijkheden, omdat zij het pad effenen voor toetreding van heel de regio Zuidoost-Europa tot de Europese Unie, zodra aan de relevante criteria is voldaan.

Sommigen hebben mij gevraagd of ik niet te vriendelijk ben tegen Kroatië. Ik heb inderdaad een zeer sterke emotionele band met dit land, maar ik verlies al wat voor kritiek vatbaar is en nog opgelost moet worden, niet uit het oog. Daarom ben ik tegen het voorstel om sommige punten van kritiek gewoon uit dit verslag te schrappen. Laten we eerlijk zijn tegen Kroatië. Wij bewijzen het land geen dienst als wij de zaken met de mantel der liefde bedekken, maar wel als wij de aandacht vestigen op de nog openstaande kwesties.

Hoewel reeds veel in gang is gezet, moeten er nog veel hervormingen plaatsvinden, en ik denk hierbij niet alleen aan de rechtspraak, maar ook aan economische hervormingen. Ik hoop dat deze hervormingen, ondanks de verkiezingen die vandaag worden gehouden, zullen doorgaan. Het verheugt mij dat Kroatië samenwerkt met het Internationaal Strafhof in Den Haag. Dit was een grote stap vooruit, en hoewel ik graag zou zien dat buurland Servië hetzelfde deed, moeten wij de komende tijd toch doorgaan met deze werkzaamheden.

Een andere kwestie die wij nog moeten regelen, is de terugkeer van vluchtelingen. Als we bedenken dat nog steeds dorpen verstoken zijn van water of stroom, begrijpen wij dat het voor vluchtelingen niet bepaald aantrekkelijk is om naar huis terug te keren. Hiervoor moet derhalve nog heel veel worden gedaan.

Er zijn nog steeds grensproblemen. Het is niet verwonderlijk dat de grenzen na het uiteenvallen van Joegoslavië niet voor 100 procent vastliggen. Het verdient de voorkeur deze problemen op te lossen via een bilaterale aanpak. Met andere woorden, Kroatië moet met ieder van zijn buurlanden een oplossing zien te vinden. Als de zaken echter niet op deze wijze met elk van de landen geregeld kunnen worden, zou men de hulp moeten inroepen van derden om te bemiddelen, te arbitreren en om de kwesties op een Europese wijze op te lossen, dat wil zeggen zonder een principiële strijd te laten ontstaan, en de zaken op een praktische, economische en politieke wijze te benaderen.

Ik heb er in mijn verslag bewust op gewezen dat Kroatië alles in het werk moet stellen om de onderhandelingen uiterlijk in 2008 af te sluiten, zodat dit Parlement nog voor de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni 2009 zijn principiële instemming kan verlenen. Ik twijfel er niet aan dat de vraag of wij dit werkelijk met overtuiging kunnen doen, in de eerste plaats door Kroatië zelf beantwoord moet worden.

De Kroatische politici van zowel de regering als de oppositie weten dat het steeds moeilijker wordt om instemming te krijgen voor uitbreiding met nieuwe lidstaten, omdat er sprake is van een bepaalde “uitbreidingsmoeheid”. Wij moeten echter eerlijk en oprecht zijn, omdat wij in het kader van het proces van Thessaloniki hebben gesteld dat landen die voldoen aan de criteria van Kopenhagen en samenwerken met het Internationaal Strafhof, recht hebben op lidmaatschap. Het lidmaatschap van Kroatië zou het juiste signaal kunnen zijn voor de andere landen, niet het signaal dat zij automatisch of gemakkelijk lid kunnen worden maar wel het signaal dat een land kan toetreden tot de Europese Unie als het zijn huiswerk doet. Niemand van ons kan er belang bij hebben in deze regio een zwart gat te creëren.

Wij staan vierkant achter de gedachte dat ook de Europese Unie haar huiswerk moet doen en de noodzakelijke institutionele hervormingen in gang moet zetten om het grondwettelijke proces af te sluiten. Ik kan slechts herhalen wat de heer Schulz tegen mevrouw Merkel heeft gezegd tijdens zijn laatste toespraak in Brussel, namelijk dat de Raad en de Commissie alles moeten doen wat in hun vermogen ligt om dit proces tegelijk met, en parallel aan de onderhandelingen met Kroatië af te sluiten, zodat wij Kroatië in staat stellen lid te worden van de Europese Unie en niet de deur voor zijn neus dichtslaan. Wij mogen niet doen alsof de uitdieping van de Europese Unie en de hervorming van haar instellingen overbodig zijn. Alles moet hand in hand gaan, zodat wij Kroatië als een nieuwe lidstaat van een versterkte Europese Unie welkom kunnen heten.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte afgevaardigden, namens het Duitse voorzitterschap van de Raad wil ik u, en met name de heer Swoboda, bedanken voor de evenwichtige ontwerpresolutie van het Parlement over het laatste voortgangsverslag van de Commissie betreffende Kroatië. Ik vind - zoals u ook in uw opmerkingen naar voren bracht - dat in dit ontwerp de licht- en schaduwpunten net zo duidelijk uit elkaar worden gehouden als in het voortgangsverslag van de Commissie zelf. Bovendien wordt een expliciet politiek standpunt ingenomen, met name ten aanzien van de stand van zaken betreffende de politieke criteria van Kopenhagen, en dat juich ik toe.

Het Europees Parlement doet belangrijk werk in het kader van het uitbreidingsproces. Uw actieve en kritische begeleiding hiervan levert zonder meer een bijdrage aan de transparantie van het uitbreidingsproces, maar ook aan de totstandkoming van een groter draagvlak onder de Europese burgers. Wij weten dat zij af en toe kritiek uiten, bijvoorbeeld op het tempo van de uitbreiding, maar het is belangrijk dat het Europees Parlement dit proces begeleidt.

Het verheugt mij dat de opvattingen van uw Parlement en van de Raad op dit gebied grotendeels overeenkomen. Dit is namelijk van groot belang voor de voortzetting van het uitbreidingsproces, zoals bedoeld in de conclusies van de Europese Raad. Zoals u reeds hebt vermeld, vervult de Gemengde Parlementaire Commissie van het Europees Parlement en de Kroatische Sabor een eminente rol bij het door middel van dialoog overbrengen van ideeën.

Kroatië blijft grote vooruitgang boeken op zijn weg naar de EU, en er zit schot in de toetredingsonderhandelingen. Maar het spreekt vanzelf dat de voortgang van de gesprekken afhankelijk blijft van de snelheid waarmee Kroatië voldoet aan de eisen die voortvloeien uit de screening en de onderhandelingen.

De Commissie stelt in haar voortgangsverslag van 8 november 2006 vast dat Kroatië ondanks alle vooruitgang nog steeds veel werk voor de boeg heeft en zijn inspanningen op sommige gebieden moet bespoedigen. De heer Swoboda heeft gezegd dat dit met name geldt voor de hervorming van de rechtspraak en het openbaar bestuur, voor de bestrijding van corruptie en voor massale ondersteuning van de economische hervormingen. Ik wil kort ingaan op enkele punten.

Wij zien dat bij de hervorming van de rechtspraak weliswaar sprake is van vooruitgang, maar dat een aantal problemen nog opgelost moet worden. Ik wil onderstrepen dat de opbouw van een onafhankelijke, onpartijdige, betrouwbare, transparante en doelmatige rechtspraak van primordiaal belang is en tevens een eerste vereiste is voor de versterking van de rechtsstaat en voor de correcte toepassing van het communautair acquis. Vooruitgang op dit gebied is belangrijk om uiteindelijk te kunnen beoordelen of Kroatië klaar is voor lidmaatschap van de EU.

Hetzelfde geldt voor de corruptie, die nog steeds een ernstig probleem vormt. Wij eisen nadrukkelijk grotere inspanningen om corruptie te voorkomen, op te sporen en effectief te bestrijden.

Een professioneel, verantwoordelijk, transparant en onafhankelijk openbaar bestuur vormt de essentiële basis voor een succesvolle toepassing van het acquis. Dit is bovendien van zeer groot belang voor de burgers, en uiteindelijk ook voor de investeerders die het land zo nodig heeft. Die les hebben wij kunnen trekken uit onze ervaringen met vorige toetredingen.

Daarom moet Kroatië blijven streven naar goede betrekkingen met zijn buurlanden en daarom roepen wij het land ook nadrukkelijk op zich meer in te spannen voor een definitieve oplossing van alle nog niet opgehelderde bilaterale kwesties met zijn buurlanden, met name grenskwesties. Die oplossingen moeten voor beide partijen acceptabel zijn.

Wat de economische criteria betreft, verheugt het ons dat er een algemene consensus is bereikt over de belangrijkste onderdelen van het economisch beleid, en dat er sprake is van positieve indicatoren, zoals lage inflatie, stabiele wisselkoersen en snellere groei. Kroatië zal waarschijnlijk op middellange termijn opgewassen zijn tegen de concurrentiedruk en de marktmechanismen in de EU. Het land moet dan echter wel zijn hervormingsprogramma’s op een vastberaden wijze verwezenlijken en de nog aanwezige zwakke punten uit de weg ruimen. In dit verband hebben wij Kroatië opgeroepen het tempo van de structurele hervormingen, inclusief de herstructurering van het bedrijfsleven, op te voeren.

Tot slot stellen wij met tevredenheid vast dat Kroatië beter in staat is het acquis om te zetten. Op de meeste gebieden is vooruitgang geboekt, maar bij de harmonisatie van de wetgeving en bij de bestuurscapaciteiten zijn nog steeds vastberaden inspanningen absoluut noodzakelijk. Op vele gebieden zijn zelfs de doelstellingen op korte termijn van het toetredingspartnerschap nog niet verwezenlijkt.

Daarom juichen wij het zeer toe dat Kroatië onlangs een nationaal programma heeft aangenomen voor zijn opneming in de Europese Unie. Dit is een geactualiseerde reactie van Kroatië op de aanbevelingen in het kader van het toetredingspartnerschap. Wij zien de uitvoering van dit programma vol verwachting tegemoet.

Tot slot wil ik u nogmaals hartelijk bedanken voor uw medewerking op het gebied van de uitbreiding. De bedachtzame houding van het Europees Parlement levert een duurzame bijdrage aan een weldoordacht uitbreidingsbeleid. Ik verheug mij erop onze samenwerking ook in de toekomst te mogen voortzetten. Er zijn immers nog enkele projecten die wij samen tot een goed einde moeten brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie is blij met het verslag van de heer Swoboda over Kroatië. Dit is een evenwichtig verslag, een verslag waarin de belangrijkste uitdagingen op met name politiek gebied worden behandeld waaraan Kroatië op weg naar toetreding tot de Europese Unie het hoofd moet bieden. Ik ben ervan overtuigd dat het Europees Parlement met de aanneming van de resolutie in dit verslag op belangrijke wijze zal bijdragen aan het uitbreidingproces met Kroatië.

De toetredingsonderhandelingen met Kroatië zijn goed van start gegaan. De screening is in oktober met succes afgesloten en heeft ons een overzicht gegeven van de mate waarin het acquis is overgenomen en van de vraagstukken waarvoor extra inspanningen nodig zijn. Het tempo waarmee Kroatië op de weg van toetreding zal vorderen, hangt in grote mate af van zijn vermogen om aan alle noodzakelijke criteria te voldoen. Dat is geen gemakkelijke taak. Kroatië moet zijn wetgeving aanpassen aan talloze regelgevingen van de Europese Unie en moet toezien op de uitvoering en de naleving daarvan. Ook moet het zijn inspanningen in het kader van de politieke en economische criteria voortzetten.

Van de drieëndertig hoofdstukken zijn er momenteel zes geopend. Voor twee van deze zes hoofdstukken zijn de onderhandelingen voorlopig afgesloten. Voor negen hoofdstukken zijn de doelstellingen vastgesteld die moeten worden bereikt voordat de onderhandelingen in sectoren als het mededingingsbeleid, overheidsopdrachten en vrij verkeer van kapitaal geopend kunnen worden. Bij talrijke andere hoofdstukken zijn de Europese Unie en Kroatië bezig met de voorbereiding van hun onderhandelingspositie. Wij hopen nog tijdens Duits voorzitterschap onderhandelingen te kunnen openen over andere hoofdstukken.

Algemeen gesproken beschikt Kroatië over een solide basis voor verdere vorderingen. Toch is er nog heel wat werk aan de winkel, met name met betrekking tot de politieke en economische criteria, waar zich nog steeds moeilijkheden voordoen. Ons inziens is het met name urgent dat Kroatië zijn inspanningen op het gebied van de hervorming van de rechtspraak, het openbaar bestuur en de strijd tegen corruptie voortzet en daar concrete resultaten boekt.

Kroatië is begonnen met de uitvoering van zijn strategie voor de justitiële hervorming, en er zijn al eerste resultaten. Dat is een positief punt. De rechtspraak in Kroatië laat echter - zoals ook de heer Swoboda terecht in zijn verslag zegt - nog veel te wensen over en moet in velerlei opzicht worden verbeterd. Er is een grote achterstand in de rechtspraak. De procedures zijn veel te langzaam en er moet toezicht worden uitgeoefend op de goede uitvoering van de gerechtelijke beslissingen, evenals op de versterking van de onafhankelijkheid en het professionalisme van rechters. De regering moet eveneens een plan presenteren voor de stroomlijning van de organisatie van de rechtspraak. Ook de procesvoering in geval van oorlogsmisdaden moet worden verbeterd. Corruptie is en blijft een zorgwekkend probleem. Er zijn bepaalde maatregelen genomen in het kader van het programma voor de bestrijding van corruptie, maar de uitvoering daarvan is nog maar pas begonnen.

Het is noodzakelijk het programma geheel ten uitvoer te leggen. Ook moet er een sterke politieke wil zijn om de inspanningen op te voeren. Door de talrijke zwakke plekken in de overheidsadministratie wordt de strijd tegen corruptie er niet gemakkelijker op. Het is hoognodig dat Kroatië meer vaart zet achter het hervormingsproces op dit gebied. Kroatië gaat de goede kant uit wat de minderheidsrechten betreft, maar het heeft nog enkele bijzondere uitdagingen voor de boeg, met name met betrekking tot de terugkeer van vluchtelingen. Daarbij doen zich nog steeds onopgeloste problemen voor. Ik denk vooral aan het toewijzen van huizen aan de vluchtelingen die voor hun vertrek uit Kroatië woonrechten en huurrechten hadden.

In het verslag wordt terecht de positieve invloed genoemd die Kroatië in de regio uitoefent, met name in zijn hoedanigheid van voorzitter van het samenwerkingsproces in Zuidoost-Europa. Toch staat in het verslag dat Kroatië aangemoedigd moet worden in zijn inspanningen voor goede nabuurbetrekkingen en met name meer vaart moet zetten achter de werkzaamheden voor de oplossing van de nog hangende bilaterale problemen en vooral de problemen in verband met de grensafbakening.

Wat de economische criteria betreft is over het geheel genomen tevredenstellende vooruitgang geboekt. Kroatië mag worden beschouwd als een land met een functionerende markteconomie. Het is evenwel in zijn eigen belang dat het vooruitgang blijft boeken in de richting van een open en concurrentiekrachtige economie, omdat het te zijner tijd opgewassen moet zijn tegen de concurrentiedruk vanuit de Europese Unie. Het moet zijn economische hervormingen voortzetten en een aantal moeilijke beslissingen nemen, met name met betrekking tot de industriële herstructurering in met name de staalsector en de scheepsbouw.

De vooruitgang in de onderhandelingen is afhankelijk van Kroatië. Alleen de toekomst kan uitwijzen of dit land klaar is voor toetreding. Het standpunt van de Commissie is dat geen streefdatum voor toetreding moet worden vastgesteld zolang de toetredingsonderhandelingen niet in een afrondingsfase komen. Kroatië heeft nog heel veel werk voor de boeg. De vorderingen in de onderhandelingen zullen afhankelijk zijn van het vermogen van het land om aan de toetredingsvereisten te voldoen. De Commissie zal alles in het werk stellen om Kroatië te helpen bij het bereiken van dit doel.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt, namens de PPE-DE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, indien er historische gerechtigheid was geweest, zouden de Kroaten - een Europees volk - nu tot de oprichters van de Europese Unie hebben behoord, maar het communisme en de Unie van de Zuid-Slaven hebben dit verhinderd. Indien er historische gerechtigheid was geweest, zou Kroatië in ieder geval drie jaar geleden zijn toegetreden tot de Europese Unie, samen met Hongarije, Slovenië, de Tsjechische Republiek en andere landen, waarmee het een geschiedenis en een cultuur deelde en waarmee het altijd verenigd is geweest. Dat is echter niet gebeurd omdat een derde van het land jarenlang bezet is geweest door een buurland.

Nu is Kroatië eindelijk op weg naar de Europese Unie, en wij dienen bij te dragen aan de historische gerechtigheid door dit land in staat te stellen voor het einde van dit decennium toe te treden. Het is namelijk het enige Europese land dat kan toetreden, en daartoe ook in staat moet worden gesteld. Dit betekent niet dat wij blind zijn voor de zaken waarop kritiek uitgeoefend moet worden. Wij moeten die punten van kritiek aan de orde stellen, en ik wil de heer Swoboda bedanken voor de goede samenwerking.

Commissaris, wij moeten alles doen wat in ons vermogen ligt om te voorkomen dat Kroatië kunstmatige hindernissen op zijn weg vindt, hindernissen waarmee andere kandidaat-lidstaten niet te kampen hadden. Wij moeten duidelijk inzien dat we op Kroatië niet onze, sinds de laatste uitbreiding ontstane frustraties mogen afreageren. We mogen Kroatië niet op een hoop gooien met de rest van Zuidoost-Europa, en ook niet met Turkije. Het staat buiten kijf dat dit land ondanks bepaalde gebreken in menig opzicht meer vooruitgang heeft geboekt bij de voorbereiding op zijn toetreding dan menige lidstaat. Daarom moeten wij orde op zaken stellen in ons eigen huis en de Europese Unie in staat stellen Kroatië zonder uitstel welkom te heten.

Ik wil duidelijk stellen dat het niet aan twijfel onderhevig is dat Kroatië - met zijn viereneenhalf miljoen inwoners en gezien de stand van zaken bij de voorbereidingen op de toetreding - niet buitensporig veel zal eisen van de opnamecapaciteit van de Europese Unie. Integendeel, het zal een belangrijke stabiliserende factor zijn in een door problemen geteisterde regio, en de Europese Unie sterker zal maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Marinus Wiersma, namens de PSE-Fractie. – Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mijn geachte collega en vriend, rapporteur Swoboda, bedanken voor het werk dat hij geleverd heeft en hem complimenteren met zijn verslag. Uit het verslag blijkt dat de rapporteur de ontwikkelingen in kandidaat-lidstaat Kroatië nauwgezet volgt. Kroatië heeft grote vooruitgang geboekt en belangrijke stappen genomen op weg naar de EU, hetgeen terecht wordt benadrukt in het voorliggende verslag. Tegelijkertijd is de rapporteur eerlijk en open over wat er nog moet gebeuren en over de hervormingen die wij van de Kroatische regering in de komende periode verwachten.

Mijn fractie houdt vast aan het Europees perspectief van de landen van de Westelijke Balkan en ondersteunt nogmaals en met nadruk de kandidatuur van Kroatië volmondig. Over de toezeggingen van de Europese Raad en de vraag of Kroatië lid kan worden van de Europese Unie, bestaan bij mijn fractie dan ook geen twijfels. Daarbij zij wel aangetekend dat wij uitgaan van de toetredingscriteria en de hernieuwde uitbreidingsstrategie, waarover we in dit Parlement afgelopen december vergaande consensus hebben bereikt en die ook door de Commissie en de Raad gedragen worden. Dat betekent allerminst dat voor Kroatië andere criteria gelden dan voor eerdere kandidaten. Het betekent wel dat we van de Kroatische regering verwachten dat ze doorwerkt op de basis die voor een belangrijk deel is gelegd door de vorige regering onder leiding van premier Racan.

Dan rest ons een laatste gezamenlijke uitdaging: de synchronisatie van de road maps voor de afronding van de onderhandelingen met Kroatië enerzijds en die voor de noodzakelijke institutionele hervormingen binnen de EU anderzijds. We kunnen geen van beide processen forceren, maar aangezien het ook op dat vlak het streven is om medio 2009 een oplossing op zijn plaats te hebben, als het gaat om de toekomst van de grondwet, zien wij, mijn fractie en ik, geen onoverkomelijke obstakels om het toetredingsproces van Kroatië zonder onnodige vertraging af te ronden.

 
  
MPphoto
 
 

  István Szent-Iványi, namens de ALDE-Fractie. - (HU) Kroatië verdient erkenning voor de resultaten die het land de afgelopen jaren heeft behaald. De interne hervormingen zijn begonnen, de harmonisatie van de wetgeving verloopt voorspoedig en het Internationaal Strafhof voor voormalig Joegoslavië kan rekenen op volledige medewerking. Maar Kroatië heeft nog veel te doen alvorens het lidstaat kan worden. We staan pas aan het begin van de bestuurlijke hervormingen. Bij de hervormingen van het justitiële apparaat zijn al belangrijke stappen gezet, maar er is er meer nodig. De strijd tegen de corruptie heeft tot nog toe weinig resultaat opgeleverd, de terugkeer van vluchtelingen moet in grotere mate worden gesteund dan nu het geval is, en ook op het gebied van milieubescherming is er veel te doen. Ook voor de Kroatische regering is er dus werk aan de winkel.

Het tempo van de onderhandelingen blijft achter bij eerdere verwachtingen aan beide kanten, en dit kan niet alleen Kroatië worden aangerekend. Ook wij moeten meer doen om op schema te blijven en de toekomstige toetreding van Kroatië tot de instellingen van de Europese Unie voor te bereiden. Wij achten het van belang dat Kroatië de kwesties die nog lopen met buurlanden - inclusief de grenskwesties - zo snel mogelijk oplost. Hiervoor is constructief denken en flexibiliteit nodig, niet alleen aan Kroatische zijde maar ook aan die van haar partners. Als het land hier geen resultaten kan behalen, lijkt de tussenkomst van een derde partij zinvol. Momenteel bestaat er onder de partijen overeenstemming over het EU-lidmaatschap, maar onder een groot deel van de publieke opinie heerst onzekerheid.

De regering moet meer doen om de publieke opinie te overtuigen. Kroatië staat aan de vooravond van verkiezingen en er woedt een lange verkiezingsstrijd. Die is al begonnen, en juist daarom moeten wij erop toezien dat we in gevoelige interne politieke kwesties neutraal blijven. In plaats van partij te kiezen voor een van beide kampen moeten we heel Kroatië een boodschap meegeven. Dit moet naar mijn mening een positieve boodschap zijn. Ik feliciteer Hannes Swoboda met zijn evenwichtige verslag, dat zowel ingaat op de voordelen als de problemen en Kroatië aanmoedigt om zijn inspanningen voort te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Milan Horáček, namens de Verts/ALE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zou graag de heer Swoboda willen bedanken voor het verslag, dat een overzicht geeft van zowel de tekortkomingen als de vooruitgang van Kroatië op weg naar de EU.

We moeten bij het vervullen van de toetredingscriteria de kritische punten zeer precies benoemen en controleren, niet alleen met betrekking tot de hervorming van het overheidsbestuur en de economie, de strijd tegen corruptie en de hervorming van de rechtspraak, maar op alle terreinen van de wetgeving en de omzetting.

Enkele voorbeelden: democratisering betekent ook dat men in het reine komt met zijn verleden. Daarom hebben we een amendement ingediend waarin wij aandringen op een diepgaand en onpartijdig onderzoek naar nog vele onbestrafte oorlogsmisdaden tegen de menselijkheid. Er werd gerapporteerd dat verschillende niet-gouvernementele organisaties en andere activisten in het oog gehouden en geïntimideerd werden. Een levendig maatschappelijk middenveld en een actieve deelname van NGO’s aan het politieke leven zijn onontbeerlijk voor een pluralistische en democratische maatschappij en moeten voor de toetreding stevig verankerd zijn. Ook seksuele minderheden worden vaak nog in het openbaar geschoffeerd en misdrijven in deze context worden niet voldoende vervolgd.

Maar ik wil ook duidelijk maken dat het land op de juiste weg is om in de nabije toekomst lid te worden van de EU, omdat het de politieke, ecologische en economische uitdagingen van de criteria van Kopenhagen aangaat. Als we Kroatië willen aanmoedigen om zich van zijn taken te kwijten en te zorgen voor de ontwikkeling van de rechtsstaat, de democratie en de mensenrechten, moeten we onze hervormingen bewust en vastbesloten omzetten, zodat we het tegen 2009 samen halen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pál Schmitt (PPE-DE). - (HU) Als voorzitter van de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Kroatië, wil ik de aandacht vestigen op het feit dat Kroatië als een voorbeeld kan worden gezien voor zijn buurlanden op de Westelijke Balkan die zichzelf ook EU-lidmaatschap ten doel hebben gesteld. Juist daarom is het de plicht van het Europees Parlement om deze bondgenoot, die de Europese waarden ter harte neemt, met alle mogelijke middelen te steunen, en het land met een duidelijke, bemoedigende boodschap aan te zetten tot de uitvoering van de benodigde hervormingen.

De Parlementsleden die hebben deelgenomen aan de laatste bijeenkomst van de delegatie in de Gemengde Parlementaire Commissie in maart, hebben zich ervan kunnen vergewissen met hoeveel toewijding de Kroatische regering zich voorbereidt op de toetreding. Zij hebben vastgesteld dat er op elk gebied aanzienlijke vooruitgang is geboekt om aan de politieke, juridische en economische toetredingscriteria te kunnen voldoen. De onderhandelingen getuigen van een goede dynamiek en de delegatie heeft de ambitieuze doelstelling van Kroatië gesteund om zijn burgers deel te kunnen laten nemen aan de volgende Europese verkiezingen in 2009. Het is duidelijk merkbaar dat de regering effectieve maatregelen treft om corruptie af te schaffen en het bestuurlijke en justitiële apparaat te hervormen, en dat er belangrijke resultaten zijn geboekt in verband met de terugkeer van vluchtelingen, het garanderen van de rechten van minderheden alsmede op het gebied van regionale samenwerking.

De toetreding van Kroatië heeft al te veel vertraging opgelopen. Eerst werd als reden de haperende samenwerking met het Strafhof in Den Haag opgegeven. Momenteel beroept de EU zich op haar beperkte opnamecapaciteit en het ontbreken van de wettelijke- en verdragstechnische fundamenten. Op deze manier wordt Kroatië in onzekerheid gehouden, met als gevolg dat de populariteit van de Europese Unie onder de bevolking minimaal is. Ik ben er voorstander van dat de Kroatische regering in het kader van een nieuwe communicatiestrategie samen met de oppositie voorlichting geeft over de verwachte voordelen van toetreding. Ik stel voor dat ook de EU een consequent voorlichtingsplan uitwerkt voor de lange termijn, om het scepticisme en de onzekerheid onder de 4,5 miljoen Kroaten jegens de EU te doen afnemen.

Terugkomend op het verslag van de heer Swoboda wil ik de rapporteur feliciteren en steun betuigen aan zijn verslag. Ik hoop ook dat de door de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese democraten ingediende amendementen zullen worden aangenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Veel succes met uw delegatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Borut Pahor (PSE). - (SL) Allereerst feliciteer ik collega en rapporteur Swoboda van harte.

Tot nu toe heeft het Europees Parlement in zijn documenten Kroatië er steeds toe opgeroepen om de openstaande grenskwesties met zijn buurlanden aan de hand van bilaterale verdragen op te lossen. Toch is er niets veranderd. Waarschijnlijk is er niets veranderd omdat de Kroatische politiek de verantwoordelijkheid voor de oplossing van die openstaande grenskwesties met bilaterale verdragen niet wil of niet kan nemen, hoewel enkele buurlanden, waaronder Slovenië, er al het mogelijke aan gedaan hebben om deze verdragen tot stand te laten komen.

Daarom is het goed en juist dat rapporteur Swoboda een consensus heeft gevonden en gewag maakt van eventuele bemiddeling door derden bij alle grenskwesties en met alle landen die aan Kroatië grenzen en over het algemeen met dat land geen oplossing hebben voor grenskwesties.

Terecht hebben we de vooruitgang van Kroatië geprezen en de Europese Unie opgeroepen om alles te doen wat in haar vermogen ligt om een rechtsgrondslag uit te werken voor de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Jelko Kacin (ALDE). - (SL) Kroatië verdient gelukwensen voor alles waarover dit verslag het heeft. Er werd namelijk op velerlei gebied aanzienlijke vooruitgang geboekt. Zagreb moet nu bevestigen dat het vastberaden is om zijn verplichtingen te eerbiedigen met betrekking tot de hervorming van de rechtspraak, de invoering van een niet-discriminatoire markteconomie, de bescherming van de minderheden en de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden.

De betrekkingen met onze Kroatische buur zijn goed ontwikkeld. Daarom kijk ik uit naar het moment waarop onze collega's uit Zagreb zich als waarnemers in dit halfrond bij ons kunnen voegen. Met het oog op de consolidering van de bilaterale betrekkingen steun ik evenwel amendement 23 van mijn collega uit de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa Fractie, de heer Andria. Italië en Slovenië zijn namelijk verontrust over het besluit van het Kroatische parlement van december om een beschermde ecologische en visserijzone uit te roepen. Deze eenzijdige provocatie berokkent de geloofwaardigheid van Kroatië ongetwijfeld schade en verslechtert de voor het overige goede betrekkingen in de regio. Het amendement van de heer Andria is belangrijk omdat daarin het belang wordt benadrukt van de afspraak die de drie partijen Italië, Kroatië en Slovenië, op 4 juni 2004 in Brussel hebben gemaakt.

Ik ben ook tevreden met de positieve reactie van de heer Swoboda op het initiatief om amendement 24 aan te vullen met een mondeling amendement. Op die wijze is hij erin geslaagd evenwicht te brengen in het verslag, aangezien Kroatië ook open grenskwesties heeft met Bosnië, Montenegro en Servië. En laten we niet vergeten dat ook Bosnië, Montenegro en Servië een Europese toekomst verdienen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alojz Peterle (PPE-DE). - (SL) Ik wil allereerst mijn waardering uitspreken voor rapporteur Hannes Swoboda en schaduwrapporteur Bernd Posselt die degelijk werk hebben verricht en de basis hebben gelegd voor de ruime steun voor dit verslag.

Tot mijn voldoening begint het verslag met de erkenning dat Kroatië goede vooruitgang heeft geboekt op verschillende gebieden. Tegelijkertijd is dit echter een realistisch en nauwkeurig verslag over de veeleisende opgaven die de kandidaat-lidstaat op weg naar toetreding nog moet uitvoeren. Onder andere wordt melding gemaakt van de openstaande vraagstukken met betrekking tot buurlanden.

Ik verwacht dat Kroatië, in de geest van dit verslag, de afspraken die voortvloeien uit reeds gesloten overeenkomsten met Slovenië en andere buurlanden, volledig zal uitvoeren en zich samen met hen zal inzetten voor de oplossing van de bilaterale kwesties en voor een goed, duurzaam nabuurschap, vooral ten behoeve van de inwoners van grensgebieden. Geen eenzijdig, maar gemeenschappelijk optreden moet goed nabuurschap tot stand brengen.

Ik ben verheugd over het streven om, zodra aan de voorwaarden is voldaan, het onderhandelingsproces zo af te sluiten dat dit Parlement nog voor de volgende Parlementsverkiezingen zijn instemming kan geven. Het project voor de vereniging van Europa moet doorgaan. Wij moeten er ons van bewust zijn hoe belangrijk en heuglijk voor Europa elke vooruitgang is die in Kroatië en in de landen van Zuidoost-Europa wordt geboekt met de uitvoering van de Europese waarden en principes en de gemeenschappelijke spelregels.

Ik ben erkentelijk voor het feit dat in het verslag de nadruk wordt gelegd op het belang van de vooruitgang van Kroatië voor alle andere landen, die dankzij de beslissingen in Thessaloniki een perspectief gekregen hebben voor volledige opneming in de Europese Unie. We moeten er ons ook van bewust zijn dat we een verslag gaan aannemen dat gaat over de vooruitgang in een van de landen die in de jaren negentig nog geteisterd werden door oorlog. Een aantal gevolgen van de oorlog kan enkel overwonnen worden door een echt engagement voor de Europese geest, hetgeen ook verzoeningsinspanningen omvat. Ook in die zin is het succes van Kroatië van belang voor de ontwikkeling in heel het gebied.

We weten dat de geschiedenis niet altijd onze bondgenoot is. Als ik echter kijk naar sommige voorgestelde aanvullingen, moet ik zeggen dat naar mijn stellige overtuiging dit verslag Kroatië - dat zich als democratisch land heeft uitgesproken heeft tegen elke vorm van totalitarisme - geen taken mag opleggen die voordien aan geen enkel ander land door westerse democratieën waren opgelegd.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Pier Antonio Panzeri (PSE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik ga akkoord met het hele verslag van de heer Swoboda.

Er is zeker sprake van een belangrijke kentering in de samenwerking met het Strafhof in Den Haag, maar de regering en alle politieke partijen in Kroatië moeten zich nog meer inspannen om in te werken op de publieke opinie, zodat de nationalistische oprispingen definitief ophouden.

Wij zijn voor het toekomstige lidmaatschap van Kroatië, want wij willen dat dit land zijn saamhorigheid met Europa versterkt en het waardenstelsel en het beleid van Europa overneemt. Op die manier kan het land een grotere bijdrage leveren tot de stabilisering van de Westelijke Balkan, waaraan Italië veel waarde hecht.

In die zin heeft het weinig nut om oude wonden weer open te rijten. Wij willen daarentegen een groots proces in gang zetten van waarheid en verzoening tussen alle betrokken partijen, in Kroatië en in de Balkan. Aan de wettige aanspraken van de minderheden in Kroatië - van onder meer de Italiaanse minderheid - moet volledig tegemoet worden gekomen via de eerbiediging van het internationaal recht en alle communautaire wetgevingen. Dat is overigens ook het doel van de huidige onderhandelingen. Een volledige integratie van de minderheden op alle niveaus van ’s lands leven blijft een fundamenteel doel. Ook om die reden zullen wij de onderhandelingen in de gaten houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Annemie Neyts-Uyttebroeck (ALDE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik wil heel kort alleen het volgende zeggen. In de onderhandelingen tussen de Commissie en Kroatië mag Kroatië niet de gegijzelde worden van de perikelen in de onderhandelingen met Turkije, noch van het eventuele onvermogen van de Europese Unie om haar instellingen te hervormen alvorens dit land toetreedt.

Mijn fractie steunt Kroatië en hoopt dat het kan toetreden zodra de onderhandelingen zijn afgesloten. Mijn fractie hoopt, nogmaals, dat deze onderhandelingen in hoog tempo - wat standvastigheid niet uitsluit - worden gevoerd. Kroatië heeft er alle belang bij zich goed voor te bereiden op een zo spoedig mogelijke toetreding.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het Parlement is de heer Gloser als vertegenwoordiger van de Raad, en de heer Špidla als vertegenwoordiger van de Commissie dankbaar voor het feit dat zij afzien van hun spreektijd aan het einde van het debat.

Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Stubb (PPE-DE), schriftelijk. - (EN) Ik zou mijn collega Hannes Swoboda graag willen feliciteren met zijn verslag over de voortgang die Kroatië heeft geboekt op de weg naar het EU-lidmaatschap.

Zoals gewoonlijk heb ik drie opmerkingen:

Ten eerste is uitbreiding het meest effectief extern beleid van de EU. Het EU-lidmaatschap is een stimulans en heeft buurlanden van de EU geholpen om hun maatschappijen te ontwikkelen op basis van eerbiediging van de mensenrechten, de markteconomie, de rechtsstaat en een effectief bestuur. Veel van de voormalige buurlanden zijn nu EU-lidstaten.

Ten tweede herinnert het verslag ons eraan dat Nice geen adequate grondslag is voor uitbreiding. Wij moeten ons huis op orde brengen. De verantwoordelijkheid ligt bij de Unie en niet bij de kandidaten. Het Grondwettelijk Verdrag - of welke naam het ook mag krijgen - vormt de benodigde remedie.

Ten derde hoop ik, met de recente geschiedenis in gedachten, vanuit de grond van mijn hart dat het succes van Kroatië de eerste stap betekent voor lidmaatschap van de gehele Westelijke Balkan. Dit proces vormt het hart van de EU, die zelf ook is begonnen als een project van verzoening.

Het verslag van de heer Swoboda geeft duidelijk aan dat Kroatië in politieke en economische zin aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt. Een felicitatie aan het adres van Kroatië is daarom op zijn plaats.

 
  
  

VOORZITTER: PIERRE MOSCOVICI
Ondervoorzitter

 

4. Mandaat van een lid
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Voordat wij gaan stemmen geef ik het woord aan de heer Watson voor een motie van orde.

 
  
MPphoto
 
 

  Graham Watson , namens de ALDE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik vraag het woord omdat het mandaat van de heer Geremek, die lid is van mijn fractie, door zijn regering met ingang van 19 april is ingetrokken. De bevoegdheden op grond waarvan de Poolse regering het mandaat van de heer Geremek als lid van het Europees Parlement heeft ingetrokken, zijn ontleend aan een ‘doorlichtingswet’ die een aantal maanden geleden is aangenomen en momenteel wordt aangevochten in het Poolse constitutionele hof. Deze wet vereist dat alle journalisten, academici en gekozen leden van het Europees Parlement een verklaring ondertekenen waarin zij stellen nooit te hebben samengewerkt met de veiligheidsdiensten uit het communistische tijdperk.

Mijnheer Geremek heeft in het verleden dergelijke verklaringen ondertekend. Zijn weigering om in dit geval te ondertekenen, berust eerder op morele dan politieke gronden. Hij verzet zich terecht tegen de heksenjacht waar de Poolse regering op uit is.

(Luid en langdurig applaus)

Ik wil graag drie vragen stellen, mijnheer de Voorzitter. Ik wil graag weten of, ten eerste, de heer Kaczyński, die vorige week een ontmoeting had met de heer Poettering, deze kwestie met hem heeft besproken, ten tweede, het juist en inderdaad mogelijk is om een lid van dit Parlement op deze manier zijn met democratische verkiezingen verkregen mandaat te ontnemen en, ten derde, u dit Parlement de verzekering kunt geven dat het met gezwinde spoed zal optreden om het recht van de heer Geremek om zijn via democratische verkiezingen verkregen mandaat uit te oefenen, te beschermen.

(Luid en langdurig applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - De heer Watson heeft, naar mij dunkt, in grote mate uitdrukking heeft gegeven aan iets dat wij allen voelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Schulz, voorzitter van de PSE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik ga in op wat collega Graham Watson zonet zei. Namens mijn fractie wil ik het volgende verklaren - mijnheer Geremek, ik richt me persoonlijk tot u. We zijn het niet eens met veel van uw politieke opvattingen. Dat weet u, maar in één opzicht kunt u rekenen op de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, namelijk als het gaat om de onbeperkte solidariteit van onze fractie - en ik geloof van het hele Parlement - in geval een regering in de Europese Unie mannen vervolgt die, als geen ander in hun land, gestreden hebben voor de bevrijding en de democratische ontwikkeling van Polen. Het is een schande dat dit grote land geregeerd wordt door deze regering!

(Langdurig applaus)

Mijnheer Watson heeft het belangrijkste gezegd. Ik verwacht dat de Voorzitter van het Parlement morgen de regering Kaczyński duidelijk maakt dat we verwachten dat de Poolse regering Bronisław Geremek als lid van het Europese Parlement, beschermt! In de toekomst zullen we alles wat Polen aangaat, afmeten aan de manier waarop met deze collega wordt omgegaan! Ik verwacht dat de heer Poettering dit morgen net zo duidelijk naar voren brengt!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Cohn-Bendit, medevoorzitter van de Verts/ALE-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega’s, niet alleen zijn wij het eens met de heer Geremek maar wij hebben jarenlang met de heer Geremek het stalinisme bevochten en daarom moet …..

(Rumoer)

…en daarom moet dit Parlement voet bij stuk houden.

(Het rumoer houdt aan, de afgevaardigde richt zich tot de Voorzitter)

Kunt u die idioten niet zeggen dat ze moeten zwijgen?

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Collega’s, de heer Cohn-Bendit heeft het woord. U gedraagt zich bij dit vraagstuk op een weinig verheffende manier voor het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Cohn-Bendit, medevoorzitter van de Verts/ALE-Fractie. - (FR) Dit Parlement kan slechts één standpunt innemen: als een regering stalinistische of fascistische methoden gebruikt, moeten wij onze collega zonder enige aarzeling beschermen tegen alle idioten in dit Parlement. Wij zijn solidair.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Francis Wurtz, voorzitter van de GUE/NGL-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega’s, ik was en ben het politiek gezien niet altijd met de heer Geremek eens, maar juist daarom heb ik er geen enkel probleem mee om blijk te geven van mijn diep respect voor zijn politieke moed. Namens mijn fractie wil ik hem mijn volledige solidariteit betuigen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het woord is nu aan de voorzitter van de Commissie juridische zaken, de heer Gargani.

(Protest)

 
  
MPphoto
 
 

  Giuseppe Gargani (PPE-DE), voorzitter van de Commissie juridische zaken. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, als voorzitter van de Commissie juridische zaken wil ik het Parlement en alle collega’s geruststellen en verzekeren dat zodra dit probleem is onderzocht, wat hopelijk heel gauw...

(Interruptie)

...zodra het Bureau het dossier doorstuurt naar de commissie, zullen wij alle stukken zorgvuldig bestuderen. Wij zullen daarbij de autonomie van het Parlement volledig eerbiedigen, zoals de Commissie juridische zaken altijd doet. Wij zullen borg staan voor de autonomie van dit Parlement en ervoor zorgen dat zijn leden, die Europa vertegenwoordigen, in volledige onafhankelijkheid en vrijheid kunnen handelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Joseph Daul, voorzitter van de PPE-DE-FRactie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega’s, ik wil alleen zeggen dat alle hier aanwezige collega’s, ongeacht hun partij, parlementaire immuniteit geniet. Wij zijn een parlement en houden ons aan de regels! Zoals de heer Gargani al zei, is er op dit moment geen enkel verzoek gedaan, en is er geen enkele juridische analyse. De heer Geremek heeft onze volledige steun, en ik kan hem ook de steun bevestigen van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten. Wij houden ons aan de rechtsregels van dit Parlement, ten behoeve van alle collega’s - ook van de heer Geremek!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Uit de toespraken is duidelijk gebleken hoe de vork, zowel formeel als inhoudelijk, in de steel zit.

Dames en heren, wij hebben tot de dag van vandaag geen kennisgeving van dit besluit van de Poolse regering ontvangen, hetgeen overigens uitermate bedenkelijk is. Het is de taak van het Parlement om de uitoefening van het parlementair mandaat door een van zijn leden te waarborgen en te beschermen.

Ik neem aan dat nu de Conferentie van voorzitters zich over de kwestie zal moeten buigen en dat de Commissie juridische zaken - precies zoals de heer Gargani gezegd heeft - er nauwlettend op zal toezien dat de onafhankelijkheid van het Parlement wordt geëerbiedigd. Derhalve beschouw dit debat als gesloten.

(Protest)

Het debat is gesloten.

Wij gaan over tot de stemmingen.

(Ondanks de vermaningen van de Voorzitter houden de protesten aan)

 

5. Stemmingen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde zijn de stemmingen.

(Uitslagen en nadere bijzonderheden betreffende de stemmingen: zie notulen)

 

5.1. Indiening van gegevens van de nationale rekeningen (stemming)
  

- Verslag-García-Margallo y Marfil (A6-0122/2007)

(Een aantal afgevaardigden blijft protesteren en het woord vragen)

 

5.2. Totstandbrenging van een Gemeenschappelijke Europese Luchtvaartruimte (ECAA) (stemming)
  

- Verslag-Lichtenberger (A6-0060/2007)

(Na de stemming neemt het rumoer toe)

 

6. Mandaat van een lid (vervolg)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Goed, aangezien u aandringt, zal ik het woord geven aan de fractievoorzitters die zich nog niet over deze zaak hebben uitgesproken.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley , medevoorzitter van de UEN-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb een motie van orde, Ik wil de vergadering niet al te lang ophouden, maar ik moet wel zeggen dat u de ondervoorzitter van de UEN-Fractie, de heer Kaminski, die aangaf over dit onderwerp te willen spreken, ten onrechte niet het woord hebt gegeven. Het is niet relevant of u het wel of niet eens bent met de opmerking die hij wil maken. Andere leden hebben de gelegenheid gekregen om te spreken, en hij had die gelegenheid ook moeten hebben.

Niet iedereen in dit Parlement heeft dezelfde mening over de door vorige sprekers naar voren gebrachte interpretatie, en er zou naar hun mening moeten worden geluisterd, net zoals ook naar andere meningen is geluisterd.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Mijnheer Crowley, we zouden elk van de 765 leden van dit Parlement wel aan het woord kunnen laten over dit onderwerp. Ik heb het woord gegeven aan de fractievoorzitters, en u heeft het woord gevoerd namens uw fractie.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch, voorzitter van de ITS-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik geloof dat ik als fractievoorzitter niet minder rechten heb dan een ander. Onze collega Cohn-Bendit zei dat fascistisch en stalinistisch gekonkel veroordeeld moet worden. Welnu, volgens mij moeten wij in deze zaak alleen maar nagaan of - en zo ja, in welke mate - de heer Geremek medeplichtig was aan stalinistisch gekonkel, aan gekonkel van het meest afschuwelijke totalitarisme.

Ik wil opmerken dat de verdediging van de rechten van parlementariërs - die voor ons niet minder belangrijk is dan voor eenieder onder u - door u vaak als een rekbaar begrip wordt opgevat. Toen Jean-Marie Le Pen uit de gratie raakte na een onbillijk proces wegens een belachelijk campagne-incident, riep u de nationale soevereiniteit in. Toen een van onze collega’s, de heer Ruiz Mateos, belet werd de eed af te leggen in Spanje omdat hij vervold werd, riep u de nationale soevereiniteit in. Toen de heer Gollnisch werd vervolgd wegens vrije meningsuiting, weigerde u zijn immuniteit te verdedigen en riep u de nationale soevereiniteit in.

Hodie mihi, cras tibi : vandaag is het mijn beurt, morgen de uwe!

(Applaus van de ITS-Fractie)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Deze zaak zal worden doorverwezen naar de Conferentie van voorzitters, waar ze morgenochtend wordt besproken. Mijns inziens heeft de grote meerderheid van het Europees Parlement steun betuigd aan de heer Geremek, en nu ik de vergadering voorzit, wil ik hem eveneens mijn volmondige steun betuigen - één keer kan geen kwaad.

(Applaus van links)

 

7. Stemmingen (voortzetting)

7.1. Aanpassing bepalingen ten aanzien van het Hof van Justitie op de gebieden van Titel IV van het derde deel van het EG-Verdrag (stemming)
  

- Verslag-Szájer (A6-0082/2207)

- Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 
 

  József Szájer (PPE-DE), rapporteur. - (HU) Het is de plicht van het Europees Parlement om de burgers van Europa rechtsbescherming te bieden. In het Europees Parlement bestaat brede steun voor het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, dat een stap vooruit zou betekenen voor de bevoegdheden van het Hof. Gelukkig hoeven wij voor deze kwestie niet te wachten tot de uitvaardiging van het Grondwettelijk Verdrag, aangezien het Verdrag van Amsterdam een overgangsmogelijkheid biedt, de zogenaamde ‘passarelle’.

In het door mij ingediende verslag heb ik duidelijk gepleit voor een dergelijke overgang of 'passarelle', en voor uitbreiding van de bevoegdheden van het Europees Hof naar vraagstukken in verband met het Europees visumbeleid, het vluchtelingenbeleid en het immigratiebeleid. Hierdoor wordt volledige rechtsbijstand van de Europese burgers gewaarborgd. Mijn voorstel zou dus de Europese rechtsbijstand met betrekking tot grondrechten consolideren. Op deze manier wil ik stimulansen bieden voor een uniforme interpretatie en toepassing van de gemeenschapsregels, alsmede voor de totstandkoming van een homogeen systeem van rechtsbijstandsregels. Het is niet de eerste keer dat het Parlement de Raad oproept de passerelle-clausule versneld aan te nemen met als doel de beperkingen ten aanzien van de bevoegdheden van het Hof op te heffen, in lijn met artikel 4 uit het Verdrag. Ik vraag het Parlement dan ook mijn voorstel te steunen.

 

7.2. Kaderverdrag inzake een multilateraal nucleair milieuprogramma in de Russische Federatie en van het Protocol inzake vorderingen, gerechtelijke procedures en vrijwaring bij het Kaderverdrag inzake een multilateraal nucleair milieuprogramma in de Russische Federatie (stemming)
  

- Verslag-Remek (A6-0126/2007)

 

7.3. Gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart (stemming)
  

- Aanbeveling-Costa (A6-0134/2007)

- Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Goebbels (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, gisteren heeft vice-voorzitter Barrot tijdens het debat aangekondigd dat hij een schriftelijke versie van het standpunt van de Commissie ten aanzien van de door de afgevaardigden ingediende amendementen zou voorleggen. Ik stel echter vast dat dit document niet is rondgedeeld. Ik wil u vragen erop toe te zien dat de standpunten van de Commissie toegankelijk zijn voor alle afgevaardigden, aangezien een groot aantal leden zit te wachten op het standpunt van de Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Wij zullen ervoor zorgen, mijnheer Goebbels.

 

8. Welkomstwoord
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Waarde collega’s, het verheugt mij u te kunnen meedelen dat de delegatie van de Knesset, onder leiding van mevrouw Amira Dotan, voorzitter van de delegatie voor de betrekkingen met het Europees Parlement, deze dagen een bezoek brengt aan ons Parlement, in het kader van de interparlementaire betrekkingen. Ik heet mevrouw Dotan en de leden van haar delegatie hartelijk welkom. Ik zou willen onderstrepen dat wij zeer veel belang hechten aan dit bezoek.

(Applaus)

De delegatieleden zitten links en ik heet hen van harte welkom.

 

9. Stemmingen (voortzetting)

9.1. Beoordeling en beheer van overstromingsrisico's (stemming)
  

- Aanbeveling-Seeber (A6-0064/2007)

 
  
  

VOORZITTER: HANS-GERT POETTERING
Voorzitter

 

10. Plechtige vergadering - India
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - (DE) Mijnheer de President, beste collega’s, tot mijn groot genoegen mag ik vandaag de president van de republiek India, de heer Abdul Kalam, van harte welkom heten in het Europese Parlement. Hartelijk welkom, mijnheer de president!

Mijnheer de President, voor uw verkiezing was u al bekend als de architect van het Indiase ruimtevaart- en atoomprogramma. U geniet internationale bekendheid als één van de belangrijkste wetenschappers van India. Het grootste deel van uw leven hebt u tot nu toe aan wetenschap en technologie gewijd. U hebt altijd de mening verkondigd dat de ontwikkelingslanden niet mogen onderdoen voor anderen als het erom gaat de vruchten van geavanceerde technologieën te plukken. Technologie creëert immers - wanneer ze goed wordt ingezet - groei en kan het dagelijkse leven van de armen helpen verbeteren. We delen zeker uw mening, en we zijn daarom erg blij dat India deelneemt aan door de EU gefinancierde onderzoeksprogramma’s, en bijvoorbeeld ook voor GALILEO met de Europese Unie samenwerkt.

U speelt een sleutelrol in het stimuleren van wetenschap en technologie, maar afgezien daarvan waren we ook sterk onder de indruk van uw verkiezing tot president van de Republiek India in 2002. U hebt een overweldigende meerderheid gekregen, over alle partijgrenzen heen. Dat was voor u, mijnheer de President, als Tamil en moslim, in een land waarin Hindoes de meerderheid vormen, geen gering succes. Daaruit blijkt dat u over het vermogen beschikt om mensen samen te brengen, ongeacht hun afkomst, cultuur en godsdienst. India is een land met vele volkeren en godsdiensten en als grootste democratie ter wereld kan dit land een voorbeeld zijn voor nieuwe, jonge democratieën.

De betrekkingen tussen de Europese Unie en India gaan al terug tot het begin van de jaren ’60. India hoorde bij de eerste landen die diplomatieke betrekkingen aanknoopten met de toenmalige Europese Economische Gemeenschap.

Ook onze contacten en samenwerking op parlementair niveau zijn het positieve resultaat van een lang, gestaag proces. De eerste ontmoeting tussen het Europese Parlement en de Lok Sabha vond plaats in 1981. De parlementaire contacten tussen het Europese Parlement en India verlopen sinds enkele jaren via een delegatie van het Europese Parlement voor de betrekkingen met de landen van Zuid-Azië en de Associatie voor Regionale Samenwerking in Zuid-Azië (SAARC). De voorbije jaren zijn zowel de Europese Unie als India ingrijpend veranderd.

Het verheugt mij ten zeerste u vandaag te mogen zeggen dat het Europese Parlement vorige maand een delegatie heeft opgezet voor de betrekkingen met India, die onafhankelijk is van de SAARC-delegatie. Op die manier houdt de Europese Unie rekening met het steeds groeiende belang van uw land. Mijnheer de President, we zouden het ten zeerste waarderen als in de Lok Sabha ook een delegatie zou worden opgezet voor de betrekkingen met het Europese Parlement. Op die manier kunnen deze sterke banden zo goed mogelijk benut worden en kunnen interparlementaire contacten vergemakkelijkt worden.

Mijnheer de President, u bent uitgenodigd door mijn gewaardeerde voorganger, de heer Borell Fontelles, die hier vandaag ook aanwezig is, en het was voor mij een groot genoegen om deze uitnodiging aan u nogmaals te mogen bevestigen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Abdul Kalam, president van India. - (EN) Vrienden, ik groet u allen. In het bijzonder wil ik de heren Hans-Gert Poettering, Harald Rømer, Klaus Welle en Ciril Stokelj begroeten.

Goedemiddag, dames en heren.

Het verheugt mij dat ik tijdens het gouden jubileumjaar van de Europese Unie in gezelschap van de geachte afgevaardigden van het Europees Parlement mag vertoeven. Ik vroeg mij af welke gedachten ik met u zou kunnen delen. Zoals u weet heeft India als democratisch land ervaring met het geven van leiderschap aan meer dan een miljard burgers, die leven in multilinguïstische, multiculturele en multireligieuze bestellen. Die ervaring, vrienden, wil ik met u delen.

De Europese beschaving neemt een bijzondere plaats in de geschiedenis van de mensheid in. De Europese volken begaven zich vol moed op het avontuurlijke pad van de ontdekkingsreizen om de planeet aarde te verkennen. Daaruit kwamen veel nieuwe ideeën en systemen voort. Europa is de geboorteplaats van grote wetenschapspioniers en heeft aldus de ontwikkeling van technologieën mogelijk gemaakt. Europa was honderden jaren lang het strijdtoneel van conflicten tussen verschillende landen en kreeg twee wereldoorlogen te verduren. Tegen die achtergrond en deze gebeurtenissen hebt u de Europese Unie opgericht, om vrede en welvaart te brengen in heel het gebied. De Europese Unie is een voorbeeld van onderlinge verbondenheid tussen de landen, van een verbondenheid zonder oorlog - die waarschijnlijk niet meer mogelijk is - en duurzame vrede in heel het gebied.

Voordat ik begon aan mijn reis naar Europa vroeg ik mij af waarom Europa en India zulke unieke en natuurlijke partners van elkaar zijn. Delen wij een gemeenschappelijke geschiedenis en erfgoed en, wellicht in de toekomst, een gemeenschappelijke bestemming? Dat was de vraag waarover ik nadacht, en ik was verrast door mijn eigen bevindingen: de diepgang en vitaliteit van onze onderlinge verbondenheid, die gevormd wordt door onze taal en cultuur, door onze eeuwenoude overtuigingen en ideologieën en door het menselijke verkeer, hebben de tand des tijds weten te doorstaan. Deze verbondenheid is uitgemond in een hechte band via drukke handelsrelaties en een intellectueel bevredigende samenwerking op veel wetenschappelijke en technologische gebieden. Op 23 april 2007 werd bijvoorbeeld, in het kader van een Italiaans wetenschappelijk programma, de satelliet Agile gelanceerd door een Indiaas draagraketsysteem, de Polar Satellite Launch Vehicle, en in een uiterst precieze baan om de aarde gebracht. De wetenschappers uit India en Europa zijn uiterst opgetogen, en laten we hen gelukwensen.

India is een land dat door de jaren heen geleerd heeft om een unieke eenheid in diversiteit te ontplooien en te behouden. Op dezelfde wijze heeft de Europese Unie de wereld laten zien dat het mogelijk is om, met behoud van de nationale identiteit, een krachtige unie van landen te verwezenlijken. Dat is Europa’s grootste bijdrage. Deze unie is een bron van inspiratie, een model en voorbeeld dat navolging verdient in iedere regio in de wereld. De Europese Unie en India steunen een sociale vorm van economische ontwikkeling. Wij moedigen een model van billijke groei aan en zijn ons ervan bewust dat groei gepaard moet gaan met respect voor het milieu, en dat wij een duurzaam milieu voor de toekomstige generaties mogelijk moeten maken. Met de waardevolle ervaringen die India en de Europese Unie eeuwenlang hebben opgedaan, kunnen we een doctrine ontwikkelen van internationale samenwerking, van een internationale samenwerking die regionale samenwerking en uitmuntendheid van onze landen tot fundament heeft.

De Europese Unie en India stralen een boodschap uit naar de rest van de wereld, namelijk dat regionale samenwerking en interregionale samenwerking voor iedereen winst opleveren. Daardoor kan er een politieke en socio-economische beschaving ontstaan. Onze bijdrage zal succesvol zijn als we ervoor kunnen zorgen dat, voor het einde van de eenentwintigste eeuw, iedere regio is omgevormd tot een gelukkige unie, en er een wereld van unies ontstaat. In dit verband herinner ik mij een droom van een Indiase dichter die drieduizend jaar geleden in de Tamil klassieker zei: wat betekent: “Ik ben een burger van de wereld. Elke burger is met mij verbonden en verwant.” Hij sprak deze woorden drieduizend jaar geleden.

Tegen deze achtergrond heb ik een boodschap meegenomen uit India: laten wij drie belangrijke Indo-europese projecten op touw zetten, projecten die kunnen leiden tot vrede en welvaart in heel de wereld. De projecten die ik nu voorstel zijn gebaseerd op de ervaring van India en de dynamiek van de Europese Unie.

Het eerste project is het streven naar een verlichte maatschappij, een maatschappij met burgers die leven volgens een waardenstelsel en een wereld van welvaart en vrede kunnen verwezenlijken.

Het tweede project is het streven naar energieonafhankelijkheid. Normaliter wordt dit energiezekerheid genoemd, maar ik heb het over energieonafhankelijkheid. Deze houdt een driedimensionale benadering in, wat de energiekeuze betreft, en heeft tot doel een schone wereld te bewerkstelligen.

Het derde doel is de totstandbrenging van een Wereldkennisplatform om de uitmuntendheid die de Europese Unie en India op bepaalde gebieden hebben, te bundelen. Daarbij moeten wij oplossingen zien te vinden voor cruciale kwesties als water, gezondheidszorg en capaciteitsopbouw.

Als verschillende landen kun krachten bundelen om samen een inclusieve maatschappij op te bouwen, is het noodzakelijk ervoor te zorgen dat alle lagen van de maatschappij profijt trekken van de voordelen hiervan. Wereldwijde armoede, analfabetisme, werkeloosheid en ontbering brengen krachten voort die woede en geweld koesteren. Deze krachten spelen in op eerdere - echte of vermeende - historische vijandschap, tirannie, onrechtvaardigheid, ongelijkheid, etnische kwesties en religieus fundamentalisme, en sturen aan op een wereldwijde explosie van extremisme. Zowel India als de Europese Unie waren, en zijn, getuige van de verwerpelijke daden van bepaalde, misleide samenlevingsgroepen. Samen moeten we de diepe oorzaken van deze verschijnselen aanpakken, zodat we duurzame oplossingen kunnen vinden voor de bevordering van de vrede. Hoe doen wij dat?

Er is eeuwige goedheid en heilzaamheid nodig in het menselijk handelen - het voertuig daarvoor is wat “rechtvaardigheid” wordt genoemd. Zoals we in India zeggen:

“Als er rechtvaardigheid is in het hart,

is er schoonheid in het karakter.

Als er schoonheid is in het karakter,

is er harmonie in het huis.

Als er harmonie is in het huis,

is er orde in het land.

Als er orde is in het land,

is er vrede in de wereld.”

(Applaus)

Geachte afgevaardigden, dit geldt voor de gehele wereld. We hebben behoefte aan harmonie in het huis. Of het nu om Europa, India of een ander deel van de wereld gaat, rechtvaardigheid in het hart is de oorsprong van alles. Hoe kunnen wij rechtvaardigheid inboezemen in het hart van iedere mens op aarde? Dat is waar ik in gespecialiseerd ben, en ik wil u er graag over vertellen.

Allereerst wil ik iets zeggen over de totstandkoming van een verlichte maatschappij. Met de geest van ‘rechtvaardigheid in het hart’, wil ik aan deze vooraanstaande vergadering een methode presenteren om een gelukkige, welvarende en vreedzame maatschappij in onze wereld te ontwikkelen en deze methode noem ik: “Ontwikkeling van een verlichte maatschappij”. Ik heb deze gedachten met vele intellectuelen in nationale en internationale kringen besproken. We moeten een verlichte maatschappij creëren die bestaat uit drie componenten: 1) onderwijs uitgaande van een waardensysteem, 2) religie die omvormt tot spiritualiteit en 3) economische ontwikkeling die leidt tot maatschappelijke transformatie.

Ik begin met de eerste component. We hebben gezien dat de kiem voor wereldvrede ligt in rechtvaardigheid in het hart van iedere mens. Rechtvaardige burgers zorgen voor de opkomst van een verlichte maatschappij. Op een waardensysteem gebaseerd onderwijs moet zo worden opgezet dat rechtvaardigheid wortel kan schieten in het hart van jonge geesten. Dat zou de taak van het onderwijs moeten zijn. De eerste leerfase is de leeftijd van vijf tot zeventien jaar. Dat herinnert mij aan wat een meester uit de Griekse oudheid een paar duizend jaar geleden zei: "Geef mij zeven jaar lang een kind. Daarna mag God of de duivel het kind hebben: zij zullen mijn kind niet meer kunnen veranderen."

Dit toont de macht van goede meesters. Dit toont wat zij jonge geesten kunnen inprenten. Ouders en onderwijzers moeten kinderen moreel leiderschap geven. Daarvoor is het evenwel nodig dat men inzicht heeft in de unieke en universele aard van het menselijk bewustzijn. Echte opvoeding is leren hoe men de verlichte gevoelens en verlichte vermogens verwerft die nodig zijn om de gebeurtenissen van het dagelijks leven te begrijpen en te begrijpen dat er een permanente waarheid is die de mens met zijn menselijke en planetaire omgeving verbindt.

Ik kan mij de lezingen herinneren die ik lang geleden - ongeveer 57 jaar geleden - als student mocht bijwonen op de jezuïetenschool van het St Joseph’s College in Tiruchirappalli, in Zuid-India, die werden gegeven door de hoogste autoriteit van het college, rector Kalathil. Ieder maandag gaf deze pater een vier uur durende les. Hij placht te spreken over goede mensen uit het heden en het verleden en over wat een mens tot een goed mens maakt. Dan sprak hij over mensen als Boeddha, Confucius, Sint Augustinus, kalief Omar, Mahatma Gandhi, Einstein en Abraham Lincoln, en moraliseerde hij over de erfenis van onze beschaving. Tijdens de lessen zedenleer lichtte pater Kalathil de belangrijke aspecten toe van de manier waarop deze grote geesten zich ontwikkeld hadden tot goede mensen, dankzij ouderlijke zorg, onderwijs en het gezelschap van goede boeken. Deze lessen, die ik in 1950 tijdens mijn studiejaren genoot, zijn tot op de dag van vandaag een bron van inspiratie voor mij.

Het is van essentieel belang dat op alle scholen en universiteiten in elk land vooraanstaande leraren wekelijks een uur lang lezingen geven over de erfenis van de beschaving en het daarvan afgeleide waardensysteem. Deze les zou zedenleer genoemd kunnen worden, en gedurende deze les kunnen jonge geesten onderricht worden in liefde voor hun land en voor andere mensen, en zich verheffen tot hogere niveaus. Ik heb deze methode aan onderwijsexperts in mijn land voorgelegd. De Europese Unie zou wellicht kunnen overwegen om een systeem te ontwikkelen dat studenten de mogelijkheid biedt om deze fundamentele lessen te leren, in het belang van iedereen.

Dan kom ik nu bij de kwestie van de religie die moet worden omgevormd tot een spirituele kracht. Velen in de wereld denken dat dit een moeilijke taak is, maar ik ben het daar niet mee eens. Ik wil een ervaring met u delen, die mij ervan overtuigde dat het mogelijk is om religie om te vormen tot een spirituele kracht.

Hoe doen we dit? Zoals u allen weet, heeft religie twee bestanddelen: theologie en spiritualiteit. Ofschoon de theologische onderbouwing van iedere religie uniek is, gaat er van het spirituele element iets uit dat door alle mensen overgenomen kan worden, en waarmee men een goed leven kan leiden en het welzijn van de maatschappij in haar streven naar materiële zaken kan bevorderen. Ik beschouw het samenkomen van religie en wetenschap als een van de belangrijkste taken.

In het begin van de jaren zestig hadden de grondlegger van het Indian Space Research Programme, professor Vikram Sarabhai, en zijn team de technisch meest geschikte locatie voor ruimteonderzoek gevonden, nadat ze allerlei alternatieven hadden overwogen. Voor ruimteonderzoek viel de keuze op de stad Thumba in Kerala in Zuid-India. Deze plaats was dichtbij de magnetische evenaar, en daarmee optimaal geschikt voor ionosferisch onderzoek en ‘electrojet’-onderzoek in de hoogste lagen van de atmosfeer. Ik had het geluk om ongeveer acht jaar met professor Vikram Sarabhai samen te mogen werken.

De grote uitdaging waar Vikram Sarabhai voor stond was een plek aan te wijzen in een bepaald gebied. Zoals gebruikelijk, benaderde professor Sarabhai allereerst de regeringsautoriteiten van Kerala. Hij bracht een bezoek aan het land en de kust, en toen werd hem verteld dat er duizenden vissers woonden en dat er op die plek een oude kerk stond, de St Mary Magdalene Church, het huis van een bisschop en een school. Het zou daarom heel moeilijk zijn om die plek toe te wijzen, en de overheid was bereid om een plek elders te vinden. Ook de politici waren ervan overtuigd dat het een moeilijke plek was, omdat er belangrijke instellingen waren en men bezorgd was over de mensen die naar elders overgebracht moesten worden. De professor was echter vastbesloten.

Toen werd geopperd dat hij de enige persoon zou benaderen die hem advies en hulp zou kunnen geven. Dat was bisschop Peter Bernard Pereira. Professor Sarabhai bezocht de bisschop op een zaterdagavond. Ik kan me hun ontmoeting, die historische waarde zou krijgen, nog goed herinneren. Velen van ons waren daarbij aanwezig. Bisschop Pereira riep uit: "Oh Vikram, je vraagt om het huis van mijn kinderen, het huis van de vissers, om mijn huis - het huis van de bisschop - en God’s huis, de kerk. Hoe is het mogelijk?". Beiden hadden een bijzondere kwaliteit: ze konden glimlachen, zelfs in lastige situaties. Bisschop Pereira vroeg professor Sarabhai zondagochtend om negen uur naar de kerk te komen, en hij kwam die zondag met zijn team naar de kerk. Er werd gebeden en vader Pereira las een stuk uit de Bijbel voor. Na de gebeden nodigde de bisschop professor Sarabhai uit om naar de preekstoel te komen en stelde hij hem voor aan de gelovigen. "Lieve kinderen", zei de bisschop, "dit is een wetenschapper, professor Vikram Sarabhai. Waar houdt de wetenschap zich mee bezig? Iedereen, ook deze kerk, heeft licht, dankzij de elektriciteit. Ik kan tegen u door deze microfoon praten, dankzij de technologie. Dokters kunnen patiënten behandelen, dankzij de medische wetenschap. De wetenschap bevordert, via de technologie, het gemak en de levenskwaliteit van de mens. Wat doe ik als geestelijk leider? Ik bid voor u, mensen, voor uw welzijn en uw vrede. Om een lang verhaal kort te maken, Vikram en ik doen hetzelfde: zowel wetenschap als spiritualiteit vragen om God´s zegen voor het welzijn van de mens - in lichaam en geest. Professor Sarabhai zegt dat hij binnen een jaar alternatieve voorzieningen bij de kust zal bouwen. Lieve kinderen, kunnen wij onze huizen, mijn huis, God´s huis geven voor een belangrijke wetenschappelijke missie?"

Hij stelde de vraag. Er heerste grote stilte, net als nu. Toen stonden alle gelovigen op en zeiden "Amen". Het deed de gehele kerk galmen.

Dat was de kerk waar ons onderzoekscentrum kwam te staan en waar we raketten begonnen te bouwen. Het huis van de bisschop was de plek waar de wetenschappers werkten. Later leidde het Thumba Equatorial Rocket Launching Station (TERLS) tot de oprichting van het Vikram Sarabhai Space Centre (VSSC) en de ruimteactiviteiten zorgden voor het opzetten van meerdere ruimtecentra in het gehele land. Deze kerk is een belangrijk kenniscentrum geworden, waar duizenden mensen leren over de dynamische geschiedenis van het ruimteprogramma in India en over de grote geesten van de wetenschapper en de geestelijk leider. Uiteraard kregen de mensen uit Thumba, zoals beloofd, elders goede voorzieningen, een godshuis en een onderwijscentrum.

Wanneer ik aan deze gebeurtenis denk, dan zie ik dat verlichte, spirituele en wetenschappelijke leiders samen kunnen komen om het menselijk leven te huldigen. Uiteraard kon het land dankzij TERLS en VSSC voertuigen en ruimtevaartuigen lanceren en ruimtetoepassingen ontwikkelen, die vaart hebben gezet achter de sociale en economische ontwikkeling van India en deze naar ongekende hoogte hebben getild.

Professor Vikram Sarabhai en bisschop Peter Bernard Pereira leven niet meer, maar degenen die ervoor moeten zorgen dat gecreëerd wordt en dat bloemen kunnen bloeien, zullen zelf een bijzonder soort bloem zijn - zoals beschreven staat in de Bhagwat Gita. Daar staat: "Zie de bloem, hoe rijkelijk zij parfum en honig verspreidt. Zij geeft iedereen; zij geeft iedereen haar liefde weg. En als haar werk af is, valt zij stil uiteen. Probeer te zijn als de bloem, pretentieloos ondanks al haar kwaliteiten". Wat een prachtige boodschap aan de mensheid over de zin van het leven. Hierin wordt het spirituele element weerspiegeld. Kunnen wij het spirituele element van de religies gebruiken als brug om vrede te brengen onder de volkeren in de wereld?

Er is mij gevraagd te spreken over de culturele dialoog, en ik zou een gebeurtenis in herinnering willen roepen - soortgelijke gebeurtenissen vinden regelmatig plaats in vele delen van mijn land - die ik heb meegemaakt als jongetje van tien. In ons huis was ik regelmatig getuige van een ontmoeting tussen drie unieke personen: Pakshi Lakshmana Shastrigal, een veda-geleerde die opperpriester was in de beroemde Rameshwaram tempel, pater Bodal, die de eerste kerk op het eiland Rameshwaram had gebouwd, en mijn vader die imam was in de moskee. De drie zaten bij elkaar, bespraken de problemen van het eiland en zochten naar oplossingen. Zij bouwden echter ook geestdriftig aan religieuze contacten. Zachtjesaan breiden deze contacten zich, als de geur van een bloem, uit naar anderen op het eiland. Dat beeld duikt op in mijn geest als ik met mensen spreek over de dialoog tussen godsdiensten. India heeft dit voordeel van de integratie van geestesgesteldheden al duizenden jaren gehad. In de gehele wereld moeten wij, nu meer dan ooit, een open dialoog voeren tussen culturen, religies en beschavingen.

Deze twee voorbeelden geven mij het vertrouwen dat het spirituele element een brug kan slaan tussen verschillende godsdiensten. Telkens wanneer ik in mijn land jongeren en ouderen ontmoet, vertel ik over deze twee ervaringen. Velen in mijn land en in de rest van de wereld hebben misschien vergelijkbare ervaringen. Wij moeten zulk “blij nieuws” naar ieder deel van de wereld overbrengen.

Laten we het nu hebben over het derde element van de verlichte maatschappij: economische ontwikkeling om de maatschappij te veranderen. Laat ik India als voorbeeld nemen, maar hetzelfde geldt voor vele delen van de wereld, waaronder de Europese Unie.

De economie van India bevindt zich in een groeifase. Er is sprake van een aanzienlijke groei in de industrie- en dienstensector. Het is ons doel deze economische groei te verspreiden over het hele land, ook het platteland. De levenskwaliteit van bijna 220 miljoen mensen, op een totaal van een miljard, zowel op het platteland als in de steden, moet beter worden. Onze economische groei wordt weliswaar weergegeven door ons BBP, maar de participatie van alle mensen is onmisbaar om de benodigde doelstellingen te halen. Het is van essentieel belang ervoor te zorgen dat de burgers in staat worden gesteld een goede levensstandaard te genieten, en dat houdt in: voedzaam voedsel, een goed onderkomen, een schoon milieu, betaalbare gezondheidszorg, onderwijs van goede kwaliteit en productieve banen. Dat moet gecombineerd worden met het waardensysteem dat voortkomt uit de erfenis van onze beschaving. Op die manier bereiken we de ontwikkeling van heel het land en een glimlach op het gezicht van een miljard mensen. Dit zijn de indicatoren voor de groei van de National Prosperity Index. Om die groeicijfers te halen, hebben we vijf gebieden vastgesteld voor geïntegreerd optreden: 1) landbouw en voedselverwerking; 2) onderwijs en gezondheidszorg; 3) informatie- en communicatietechnologie; 4) ontwikkeling van de infrastructuur, met inbegrip van het PURA-programma (Providing Urban Amenities in Rural Areas), en 5) kritische technologie in eigen beheer. Wij hebben ons voorgenomen om India te veranderen in een ontwikkeld land voor het jaar 2020. Om die visie te realiseren moeten wij de geest van 540 miljoen jongeren onder de vijfentwintig jaar stimuleren en doen ontvlammen.

Tot nu toe hebben we gesproken over de driedimensionale benadering - op waarden gebaseerd onderwijs, religie als transformerende spirituele kracht en economische ontwikkeling voor maatschappelijke verandering - die leidt tot de totstandbrenging van een verlichte maatschappij. Deze geïntegreerde driedimensionale aanpak voor de totstandkoming van een verlichte maatschappij zal het pad effenen voor vreedzame, welvarende, gelukkige naties en daarmee voor een wereld zonder extremisme en zonder nieuwe kiemen van extremisme. Op mijn website www. presidentofindia.nic.in heb ik uiteengezet dat een van bevoegdheden voorzien wereldorgaan essentieel is voor de totstandkoming van naties met verlichte burgers. Als de geachte afgevaardigden mijn website willen bekijken, ben ik graag bereid om met hen van gedachten te wisselen over de uit deze taak voortvloeiende ideeën en acties.

Laat ik nu de tweede taak bespreken: ‘Op weg naar energieonafhankelijkheid’. Als we de kritieke problemen bekijken waar onze planeet vandaag de dag mee te maken heeft, zien wij dat er twee belangrijke kwesties zijn. Allereerst de gestage uitputting van fossiele brandstoffen als aardolie, aardgas en koolvoorraden - en dat is ook voorspeld door het Wereld Energie Forum, dat u allen kent. De tweede is de voortdurende achteruitgang van het milieu, wat in eerste instantie te wijten is aan het buitensporig gebruik van fossiele brandstoffen voor de opwekking van energie. De oplossing voor deze problemen is gelegen in energieonafhankelijkheid, een idee dat ik in mijn land heb gepresenteerd en dat op veel landen van toepassing kan zijn. Welke vorm van energieonafhankelijkheid stel ik voor in India?

India heeft 17 procent van de wereldbevolking maar slechts 0,8 procent van nu bekende olie- en gasbronnen. Gezien de groei die de komende twee decennia voor het land wordt voorspeld, moet het huidige stroomopwekkingsvermogen van 130 000 megawatt tegen het jaar 2030 zijn opgetrokken tot 400 000 megawatt. Daarbij wordt rekening gehouden met de geplande energiebesparingen en de ontwikkeling en productie van energiezuinige apparaten en systemen.

Ik heb verschillende systemen voorgesteld. De efficiëntie van zonne-energie - een probleem dat de Europese Unie en India gemeen hebben - moet van het huidig niveau van 20 procent worden opgetrokken tot 55 procent door middel van versterkt onderzoek op het gebied van op carbon-nanotube gebaseerde zonnecellen. Wat thorium reactoren betreft, thorium is geen splijtstof. Het moet worden omgezet in splijtstof door gebruikmaking van snellekweektechnologie. Op het gebied van biobrandstoffen ligt de uitdaging in het aanplanten van biobrandstoffen met een hoger rendement, in veresteringstechnologieën voor een hogere productie, en in veranderingen in het productieproces in de automobielindustrie. Voor deze drie onderzoeksgebieden is een nauwere samenwerking tussen de Europese Unie en India nodig. Ik stel voor om met het oog op de ontwikkeling van hernieuwbare energie een India-EU-programma op te zetten voor geavanceerd O&T van alle vormen van hernieuwbare energie. Daarmee zullen in het komende decennium grootschalige commerciële krachtcentrales beschikbaar worden.

(Applaus)

Ik zou willen afsluiten met het Wereldkennisplatform. Gezien de succesvolle ervaring die India heeft opgedaan met twee internationale samenwerkingsverbanden - van concept tot uitvoering en marketing - zou ik willen voorstellen een Wereldkennisplatform op te zetten om de uitmuntendheid van de EU-landen en India op het gebied van wetenschap en technologie te bundelen. Daaruit zullen unieke systemen voor toepassing op mondiaal niveau voortvloeien. Het Wereldkennisplatform zal kunnen zorgen voor gezamenlijke design en ontwikkeling, kosteneffectieve productie en marketing van kennisproducten, systemen en diensten op verschillende gebieden - gebaseerd op de uitmuntendheid van de partnerlanden in de internationale markt. Het Wereldkennisplatform is een ontmoetingsplek voor wetenschap, technologie, industrie, management en marketing.

U zult wellicht meer willen weten over de doelstellingen van het Wereldkennisplatform. De convergentie van biotechnologie, nanotechnologie en IT zal, naar verwacht, elk gebied betreffen dat van belang is voor de mensheid. Het Wereldkennisplatform zal taken vervullen op nader te bespreken gebieden, gebieden die voor ons allen van het grootste belang zijn, als wij willen dat onze wereld een veilige, duurzame, vreedzame en welvarende plek wordt om te leven.

Het eerste gebied is water: het ontzouten van zeewater met gebruik van zonne-energie, kanalisatie, netwerkvorming van rivieren en kosteneffectief, veilig drinkwater.

Het tweede is gezondheidszorg: diagnose, medicijnenlevering, ontwikkeling en productie van vaccins voor hiv, tuberculose, malaria en hartkwalen.

Het derde gebied is landbouw en voedselverwerking: stijging van de graanproductie onder omstandigheden die gekenmerkt worden door minder land, minder water en minder arbeidskrachten; voedselbewaring, voedselverwerking, en kosteneffectieve opslag en distributie

Het vierde gebied omvat de kennisproducten: hardware, software en netwerk- en opslagproducten, waaronder kleine micro- en nano-apparaten.

Het vijfde gebied betreft transportsystemen: transportsystemen met gebruikmaking van niet fossiele brandstoffen maar hernieuwbare energie, veiligheidssystemen, hardware en ingebouwde software integratie.

Het zesde gebied betreft de leefomgeving: een energie-efficiënte, waterefficiënte leefomgeving zonder verontreiniging.

Het zevende gebied is het voorspellen en beheersen van rampen: de voorspelling van aardbevingen, het van tevoren inschatten van de hoeveelheid regenval bij bepaalde weersomstandigheden.

Tot slot, capaciteitsopbouw: het ontwikkelen van menselijke hulpbronnen van goede kwaliteit voor alle bovengenoemde gebieden, met inbegrip van kaders van wereldklasse.

De Europese Unie heeft een rijkdom aan wetenschappelijk potentieel en een rijke onderzoekscultuur. India heeft zich opgeworpen als een leidinggevend land met enorme wetenschappelijke en technologische mogelijkheden op talloze maatschappelijke gebieden, en klimt verder naar boven. De gecombineerde kracht van de landen kan gebruikt worden in het voordeel van zowel India als de EU, als zij als partners deelnemen aan de opzet van het Wereldkennisplatform.

Kortom, zoals we hebben gezien, loopt er duidelijk een rode draad door onze dromen en problemen. Wanneer ik bij u ben, heb ik het gevoel dat goede koppen goede oplossingen kunnen voortbrengen. Goede koppen brengen creativiteit voort. Dit is een gemeenschappelijke erfenis van India en de Europese Unie.

Ik heb drie taken gepresenteerd: de verwezenlijking van een maatschappij, de weg naar energieonafhankelijkheid en het opzetten van een Wereldkennisplatform. Deze India-EU-doelstellingen zullen ons strategisch partnerschap verder uitdiepen en de basis leggen voor de verandering van de levens van 1,5 miljard mensen. Dat zal uitmonden in een samenvloeien van verschillende beschavingen.

Om de met deze taken gepaard gaande uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, kunnen we inspiratie vinden in de woorden die Maharishi Patanjali ongeveer 2 500 jaar geleden sprak. Hij zei: “Wanneer u geïnspireerd wordt door een groot doel, door een buitengewoon project, kennen uw gedachten geen grenzen meer. Uw geest neemt een vlucht en overstijgt beperkingen, uw bewustzijn dijt uit naar alle richtingen, en u vindt zichzelf terug in een nieuwe, grote, prachtige wereld. Sluimerende krachten, vermogens en talenten komen tot leven en u komt tot de ontdekking dat u een rijker persoon bent dan u ooit had kunnen dromen.”

Ik heb grote bewondering voor de Europese Unie. In dit verband heb ik een gedicht geschreven dat ik graag met u zou willen delen.

(Applaus)

De titel van het gedicht is “De boodschap van moeder India aan de Europese Unie”.

"Een mooie omgeving brengt mooie geesten voort.

Een mooie omgeving brengt mooie geesten voort.

Mooie geesten zorgen voor frisheid en creativiteit,

Zij creëerden de ontdekkers van land en zee,

Zij creëerden de Europese Unie,

Zij creëerden de ontdekkers van land en zee,

Zij creëren geesten die innoveren,

Zij creëren overal grote wetenschappers. Waarom?

Ga terug naar de vele ontdekkingen.

Ontdek het continent.

Realiseert u zich dat u een continent ontdekt hebt?

Ontdek het continent en onbekende gebieden.

Waag uzelf in nog niet ontdekte gebieden.

Bouw nieuwe snelwegen.

In de geest van de besten,

in de geest van de besten, ook onder ons, werd geboren

en ontkiemde het zaad van strijd en haat,

Honderden jaren van oorlog en bloed.

Miljoenen van mijn prachtige kinderen verdwenen op land en in zee.

Tranen overstroomden vele volkeren,

Velen werden verzwolgen door een oceaan van verdriet.

Toen kwam de visie van de Europese Unie.

Zij zwoor de kennis van de mens nooit tegen zichzelf of tegen anderen te zullen keren,

verenigd in hun denken en in hun streven naar een

welvarend Europa.

En vrede verbond de Europese Unie.

Dit goede nieuws bekoorde de volkeren van de planeet van mijn melkwegstelsel.

Dit goede nieuws bekoorde de volkeren van de planeet van mijn melkwegstelsel.

Oh, Europese Unie verspreid uw missie overal, opdat zij wordt als de lucht die wij inademen.

Dit is mijn gedicht.

(Applaus)

Tot slot, vrienden, wil ik namens de miljard burgers uit mijn land de hartelijke groeten overbrengen aan alle afgevaardigden van het Europees Parlement en, via u, aan alle burgers van de landen in de Europese Unie.

God zegene u allen.

(Staande ovatie)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - President Kalam, namens het Europees Parlement dank ik u voor deze belangrijke en inspirerende toespraak. Dit was een van de meest buitengewone toespraken die wij ooit hebben gehoord.

(Applaus)

Het was een unieke toespraak, de toespraak van een staatsman, wetenschapper en dichter. Dank u wel. Het allerbelangrijkste is mijns inziens dat we naar elkaar luisteren, om elkaar beter te begrijpen, elkaar te respecteren en met elkaar samen te werken. Dat was uw boodschap. Ik wens u en uw geweldige natie het allerbeste, ook wat de samenwerking tussen het grootse India en de Europese Unie betreft.

(Langdurig applaus)

 
  
  

VOORZITTER: PIERRE MOSCOVICI
Ondervoorzitter

 

11. Stemmingen (voortzetting)

11.1. Geneesmiddelen voor geavanceerde therapie (stemming)
  

- Verslag-Mikolášik (A6-0031/2007)

- Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE), rapporteur. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als rapporteur wil ik de gelegenheid van de stemming over het verslag aangrijpen om een verklaring af te leggen.

Ik wil het gedrag van enkele van mijn schaduwrapporteurs veroordelen en mij daar fel tegen verzetten. Door de rapporteur te passeren en het eerste bloc als een zogenaamd compromis met de Raad te presenteren ondermijnen ze de rol van het Parlement.

Dit Parlement heeft acht fracties, maar slechts drie daarvan - de PSE-fractie, de ALDE-fractie en de GUE/NGL-fractie - hebben ingestemd met deze meer dan zeventig amendementen. Wij hebben niet van de Raad vernomen of het Coreper dit pakket heeft aanvaard. Ik vraag u daarom dringend om bij de stemming tegen het eerste bloc en vóór het tweede bloc te stemmen, dat het resultaat is van het werk van de parlementaire commissies.

Tegelijkertijd wil ik heel duidelijk verklaren dat ik zal luisteren naar de stem van dit Parlement en als hoofdrapporteur mijn ondubbelzinnige steun zal geven aan dit voorstel.

 
  
MPphoto
 
 

  Dagmar Roth-Behrendt (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil slechts benadrukken dat ikzelf en leden van enkele andere fracties ons democratische recht hebben gebruikt om op het daarvoor geëigende moment amendementen in te dienen. Ik wil onderstrepen dat alle amendementen in bloc 1 een afspiegeling vormen van de stemmingen in de commissie en stroken met het akkoord dat is bereikt in de technische trialoog met de rapporteur, die vervolgens besloot om die trialoog niet voort te zetten. Nergens zijn we onze bevoegdheden te buiten gegaan, en ik wil voorstellen om te gaan stemmen. Ik respecteer altijd de toepasselijke democratische procedures.

(Applaus)

 
  
  

- Vóór de stemming over amendement 66

 
  
MPphoto
 
 

  Hartmut Nassauer (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijns inziens wordt amendement 66 niet gedekt door het compromisamendement en ik zou u dankbaar zijn indien wij daar apart over zouden kunnen stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Uit de gemaakte analyse blijkt dat amendement 66 wordt gedekt door amendement 127, waarin sprake is van afwijkingen voor ziekenhuizen. Daarom is volgens ons hier al over gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alejo Vidal-Quadras (PPE-DE) - (ES) Mijnheer de Voorzitter, om een goed verloop van de stemmingen te verzekeren, wil ik u verzoeken om ons bij aankondiging van een hoofdelijke stemming iets meer tijd te geven voordat

(Applaus)

Dus geeft u ons alstublieft enkele seconden meer tussen de opening en de sluiting van de stemming. Hartelijk dank!

 
  
  

- Vóór de stemming over het geamendeerde voorstel van de Commissie

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE), rapporteur. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, volgens mijn stemlijst hadden wij ook moeten stemmen over de amendementen 24, 35, 44, 45, 61, 62 in twee onderdelen en amendement 66, en dat hebben wij niet gedaan. Ik verzoek u daarover te laten stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Deze amendementen zijn, mijnheer Mikolášik, gedekt door het eerste pakket.

 

11.2. Strafrechtelijke maatregelen ter waarborging van de handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten (stemming)
  

- Verslag-Zingaretti (A6-0073/2007)

- Vóór de stemming over amendement 46

 
  
MPphoto
 
 

  Ignasi Guardans Cambó (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil duidelijk maken dat de werkingssfeer van deze richtlijn moet worden beperkt tot piraterij en namaakpraktijken. Aangezien de richtlijn in verschillende lidstaten en dus in verschillende rechtsstelsels moet worden toegepast, stellen wij voor om waar in dit amendement “intellectuele-eigendomsrechten”staat, deze term te vervangen door “auteursrechten en verwante rechten”. Intellectuele-eigendomsrechten zijn niet alleen auteursrechten, maar auteursrechten en verwante rechten. Dit is een mondeling amendement.

 
  
  

(Het mondeling amendement wordt niet in aanmerking genomen)

 

11.3. Communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart (stemming)
  

- Verslag-Sterckx (A6-0086/2007)

- Vóór de stemming over amendement 46

 
  
MPphoto
 
 

  Luis de Grandes Pascual (PPE-DE). - (ES) Ik zal kort uitleggen waarom wij dit mondelinge amendement indienen. De Commissie vervoer en toerisme keurde op een gegeven moment het door mij ingediend amendement 46 en amendement 50 van de heer Sterckx goed. Vervolgens wezen de diensten ons erop dat er een zekere onverenigbaarheid was tussen beide amendementen, met betrekking tot enkele data.

We zijn uiteindelijk tot een akkoord gekomen en hebben afgesproken dat de beste oplossing is om een mondeling amendement in te dienen op amendement 46, dat ik nu voorleg aan dit Parlement. Het bestaat alleen uit een toevoeging, te weten: “en in elk geval niet later dan 1 juli 2008”.

Daarmee zou niets worden veranderd aan de strekking van beide amendementen, maar zou wel een wettelijk aanvaardbare oplossing worden gevonden voor dit conflict.

 
  
  

(Het mondeling amendement wordt in aanmerking genomen)

 

11.4. Onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector (stemming)
  

- Verslag-Kohlíček (A6-0079/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Jaromír Kohlíček (GUE/NGL), rapporteur. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag de stemvolgorde veranderen. Wat overweging 11 betreft, zou het beter zijn indien wij eerst stemden over amendement 26, omdat dit verder gaat dan amendement 1.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - De stemlijst is opgesteld overeenkomstig het Reglement, maar als het Parlement geen bezwaar heeft, zal ik gevolg geven aan de wens van de rapporteur.

 

11.5. Aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee en de binnenwateren bij ongevallen (stemming)
  

- Verslag-Costa (A6-0063/2007)

- Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 
 

  Paolo Costo (ALDE), voorzitter. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik vraag enkel het woord om voor alle duidelijkheid te zeggen dat ik als rapporteur eenieder vraag om in alle hoofdelijke stemmingen te stemmen tegen alles wat niet door de commissie is voorgesteld.

Ik doe dat om te voorkomen dat de Europese Unie de volgende keer in het geweer moet komen als er op een grote Europese rivier een ongeluk gebeurt. Dat is namelijk mogelijk, als wij de bescherming van de consumenten niet ook tot deze sector uitbreiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Georg Jarzembowski (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dat was een heel korte beschrijving van het probleem. Zowel mijn fractie als de andere fractie zijn van mening dat we passagiers op binnenschepen beter kunnen beschermen met een specifieke regeling. De onderhavige bepalingen zijn namelijk van toepassing op het zeevervoer. Daarom wijs ik er op dat we de veiligheid van passagiers niet tekort doen door onze amendementen in te dienen, waarvoor wij hopelijk een meerderheid krijgen.

 

11.6. Havenstaatcontrole (herschikking) (stemming)
  

- Verslag-Vlasto (A6-0081/2007)

 

11.7. Organisaties voor de inspectie en controle van schepen (herschikking) (stemming)
  

- Verslag-de Grandes Pascual (A6-0070/2007)

 

11.8. Internationale standaarden inzake financiële informatie (stemming)
  

- Ontwerpresolutie (B6-0157/2007)

- Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 
 

  Pervenche Berès (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie economische en monetaire zaken vraagt op grond van artikel 170, lid 4, van ons Reglement om uitstel van de stemming over deze resolutie tot de tweede vergaderperiode van september aanstaande. Dit uitstel heeft tot doel ons in staat te stellen ons tijdschema aan te passen aan het nieuwe tijdschema dat de diensten van de Commissie op ons verzoek hebben opgesteld voor de goedkeuring van de IFRS 8-boekhoudnorm ter vervanging van de IAS 14-norm.

Het voorstel van de Commissie om de IFRS 8 goed te keuren, zou betekenen dat de equivalente Amerikaanse boekhoudnorm in het Europees recht wordt opgenomen zonder dat een impactstudie is verricht naar de gevolgen van een dergelijke norm voor de aan de beurs genoteerde Europese bedrijven.

De Commissie economische en monetaire zaken wil eraan herinneren dat de convergentie van de IFRS- en de US GAAP-boekhoudnormen - die commissaris McCreevy zo vurig wenst - moet leiden tot normen die een kwalitatief betere financiële informatie mogelijk maken. Reële convergentie betekent veel meer dan dat de ene partij de boekhoudnormen van de andere partij klakkeloos overneemt.

In deze context hebben de diensten van de Commissie ermee ingestemd hun tijdschema te herzien en aldus toestemming te geven voor het verrichten van een impactstudie. Die informatie hebben wij gisteren per brief ontvangen. De Commissie economische en monetaire zaken wil er tevens aan herinneren dat de voorstellen van de Commissie met betrekking tot de toepassingsmaatregelen op tenminste financieel gebied, met inbegrip van de normen inzake financiële informatie, binnen een termijn van drie maanden behandeld moeten worden. Wij willen dat de Commissie deze toepassingsmaatregel op 10 september aanstaande aan onze commissie kan voorleggen, samen met de resultaten van de gevraagde impactstudie, opdat ons Parlement tijdens zijn vergaderperiode van september de toepassing van deze norm in het Europees recht al dan niet definitief kan goedkeuren.

 
  
  

(Het Parlement besluit de stemming uit te stellen)

 

11.9. Instelling van een Tijdelijke Commissie klimaatverandering (stemming)
  

- Ontwerpbesluit (B6-0158/2007)

 

11.10. Groenboek inzake schadevorderingen wegens schending van de communautaire antitrustregels (stemming)
  

- Verslag-Sánchez Presedo (A6-0133/2007)

 

11.11. Totstandbrenging van een Gemeenschappelijk Europese Luchtvaartruimte (ECAA) (stemming)
  

- Ontwerpresolutie (B6-0148/2007)

 

11.12. Thematische strategie voor het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen (stemming)
  

- Verslag-Liotard (A6-0054/2007)

 

11.13. Transatlantische betrekkingen (stemming)
  

- Ontwerpresolutie (RC-B6-0149/2007)

- Vóór de stemming over paragraaf 13

 
  
MPphoto
 
 

  Sophia in ’t Veld (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de volgende wijzigingen in paragraaf 13 voorstellen. Ten eerste moet “is daarom ingenomen met” worden vervangen door “neemt akte van”. Ten tweede moeten we aan het eind toevoegen: “betreurt echter het gebrek aan democratische controle vanwege de uitsluiting van het Europees Parlement en de nationale parlementen van deze dialoog”. En tot slot stellen we ook voor dat het woord “politiek” voor “kader” wordt geschrapt.

 
  
MPphoto
 
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alleen zeggen dat mijn fractie akkoord kan gaan met twee van de wijzigingen die mevrouw in ’t Veld voorstelt: het vervangen van de woorden “is daarom ingenomen met” door “neemt akte van” en het schrappen van het woord “politiek”.

Om instemming met dit voorstel mogelijk te maken zouden wij het positief willen formuleren en wel als volgt: “vraagt echter dat het Europees Parlement hierbij betrokken wordt, om meer democratische legitimiteit aan deze dialoog te geven”.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophia in ’t Veld (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat dat aanvaardbaar is.

 
  
  

(De mondelinge amendementen worden in aanmerking genomen)

 

11.14. Voortgangsverslag 2006 betreffende Kroatië (stemming)
  

- Verslag-Swoboda (A6-0092/2007)

- Vóór de stemming over amendement 18

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE), rapporteur. - (DE) Mijnheer de Voorzitter. Met de schaduwrapporteurs is afgesproken dat wij in plaats van: the government and local authorities gewoon zeggen: the Croatian authorities.

 
  
  

(Het mondeling amendement wordt in aanmerking genomen)

- Vóór de stemming over amendement 24

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE), rapporteur. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil nog iets verduidelijken, en de schaduwrapporteurs zij het daarmee eens: deze regeling moet van toepassing zijn op alle grensproblemen. Daarom zou ik willen vragen om „with neighbouring countries“ toe te voegen. Deze regeling om een beroep te doen op een derde zou in principe ook moeten bestaan voor alle niet opgeloste grensproblemen.

(Het mondeling amendement wordt in aanmerking genomen)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Hiermee zijn de stemmingen beëindigd.

 
  
  

VOORZITTER: LUIGI COCILOVO
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Reinhard Rack (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb een vraag. Op dinsdag hebben we altijd vrij weinig en op woensdag altijd zeer veel stemmingen. Waarom hebben we altijd op woensdag plechtige zittingen? Kunnen we deze niet naar de dinsdag verplaatsen? Dat zou net zo goed gaan, en dan kunnen we onze tijd beter organiseren.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Ik zal uw opmerking doorgeven aan de bevoegde persoon en proberen uw vraag te beantwoorden.

 

12. Stemverklaringen
  

- Verslag-Lichtenberger (A6-0060/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Deze overeenkomst houdt verband met het reeds in gang gezette initiatief voor een Gemeenschappelijk Europees Luchtruim. Eén van de centrale aspecten van deze overeenkomst is - net als bij andere overeenkomsten van deze aard het geval is - de geleidelijke liberalisering van het vervoer tussen de partijen, wat eufemistisch het "aanpassen" van de overheidsmonopolies wordt genoemd.

Wij herhalen daarom onze gehechtheid aan het beginsel dat iedere staat zelf behoort te kunnen beslissen hoe het luchtvervoer wordt geregeld en welke regels er bij het verlenen van deze diensten dienen te worden gerespecteerd. Dat betekent ook dat de staat zichzelf kan aanwijzen als de belangrijkste verlener van dit type diensten.

We wijzen er opnieuw op dat acties die binnen het kader van dit soort overeenkomsten worden ontwikkeld, op het samenwerkingsbeginsel moeten zijn gebaseerd, met respect voor de soevereiniteit van de staten, ook als het gaat om het beheer van het eigen luchtruim.

De liberalisering van het luchtverkeer heeft geleid tot kwaliteitsvermindering bij de dienstverlening en ondermijning van de rechten van de werknemers in deze strategische sector. Die liberalisering heeft intussen wel de belangen van de grote internationale ondernemingen gediend. In deze sector heeft namelijk concentratie plaatsgevonden, ten koste van de kleinere ondernemingen.

Tot slot wijzen we erop dat wij het onbegrijpelijk vinden dat de Missie van de Verenigde Naties voor interim-bestuur in Kosovo als partij aan deze overeenkomst deelneemt.

 
  
  

- Aanbeveling-Costa (A6-0134/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, hoe vaak horen we niet het argument dat, omdat een bepaald beleidsterrein een internationale dimensie heeft, we Europese wetgeving nodig hebben? Dat argument klinkt op het eerste gezicht plausibel, maar is bij nadere beschouwing misleidend, en nergens blijkt dit duidelijker dan in het luchtvaartbeleid.

Dit is zonder meer een onderwerp met grensoverschrijdende aspecten, maar zoals we in dit verslag hebben kunnen lezen, hebben we eerder een internationale dan supranationale aanpak nodig, waarbij niet alleen EU-landen, maar ook landen van buiten de EU zijn betrokken.

Dit is ongetwijfeld een beter model voor de organisatie van ons continent dan een model waarbij alles wat grensoverschrijdend is, vanuit Brussel wordt geregeld. Laten we dit ook op andere gebieden dan de luchtvaart toepassen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. - (DE) Ik heb voor de verordening betreffende de veiligheid in de burgerluchtvaart gestemd.

Verder wil ik er voor pleiten dat de gedetailleerde maatregelen, bijvoorbeeld het verbod op drank en vloeistoffen aan boord, na zes maanden opgeheven worden. De huidige toestand, waarbij de luchthavens deze regeling op een uiteenlopende en onprofessionele manier toepassen, waardoor veel reizigers niet weten welke voorwerpen ze wel mogen meenemen en welke regels echt van toepassing zijn, is niet houdbaar en zorgt voor begrijpelijke wrevel bij de bevolking. Het is absoluut noodzakelijk om de reizigers precieze informatie te geven over de rechten en plichten van het veiligheidspersoneel op de luchthaven, zodat een rustige en efficiënte werking van de luchthaven gegarandeerd kan worden.

Wanneer een lidstaat hier niet mee instemt, moeten wij van tevoren een grondige beoordeling van het veiligheidsrisico en een grondige toetsing van de kosten en gevolgen van deze maatregel voor de luchtvaart krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. - (PL) Ik stem voor de aanbeveling voor een gemeenschappelijk standpunt van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002.

De heer Paolo Costa heeft er terecht op gewezen dat de extra veiligheidsmaatregelen die de Commissie voorstelt, niet inhouden dat er gewapende beveiligingsagenten aan boord van vliegtuigen moeten zijn. Volgens de rapporteur is een besluit daarover een zaak van de bevoegde autoriteiten in de lidstaat.

Het probleem van de financiering van de extra veiligheidsmaatregelen wordt ook op een goede manier aangepakt. De kosten van de beveiliging moeten gedeeltelijk worden betaald door de lidstaten en niet alleen door de luchtvaartmaatschappijen, zoals de Europese Commissie had voorgesteld. Alle kosten in verband met de beveiliging aan boord, die in de prijs van een vliegticket zijn inbegrepen, moeten afzonderlijk worden vermeld op het ticket of op een begrijpelijke wijze aan de passagier kenbaar worden gemaakt.

Ik ben het ook eens met het voorstel in het verslag op grond waarvan de speciale instrumenten voor de toepassing van de gemeenschappelijke basisnormen, zoals het besluit van de Europese Commissie om het meenemen van vloeistoffen aan boord te beperken, zes maanden na de inwerkingtreding ervan moeten aflopen. Als ze worden verlengd, zal eerst een gedegen, nieuwe evaluatie van de veiligheidsrisico’s en de kosten van deze maatregelen moeten worden gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb tegen alle amendementen gestemd waarmee beoogd werd om het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart een rol te geven in de beveiliging van de luchtvaart. Dat is een afzonderlijke kwestie en die twee kwesties mogen niet met elkaar worden verward.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Het versterken van de gemeenschappelijk regels voor de veiligheid in de lucht is één van de belangrijkste doelstellingen van het vervoersbeleid.

We moeten op basis van duidelijke doelstellingen een heel nauwkeurig antwoord formuleren op terroristische bedreigingen. De veiligheid van reizigers dient op de best denkbare wijze te worden gegarandeerd en we moeten terroristische misdaden onvermoeibaar blijven bestrijden.

Onze belangrijkste doelstelling dient daarom te bestaan in het formuleren van doeltreffende, duidelijke en samenhangende Europese bepalingen.

Er moet nog steeds een aantal belangrijke zaken worden opgelost, zoals de verdeling van de kosten voor de veiligheid van het luchtverkeer, het feit dat één of meer staten strengere regels opleggen dan andere, of het meenemen van vloeistoffen aan boord. We moeten bij het oplossen van deze problemen echter steeds blijven vasthouden aan onze belangrijkste doelstelling: het verzekeren van de veiligheid van onze burgers (ook als dat negatieve gevolgen heeft voor het comfort en de stiptheid van de luchtvervoerdiensten). We moeten dus een evenwicht zien te vinden tussen deze twee factoren - de veiligheid en de kwaliteit van het luchtverkeer. Wat hebben we aan vervoer van goede kwaliteit als dat vervoer niet voldoet aan strenge veiligheidseisen?

 
  
  

- Verslag-Seeber (A6-0064/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Met deze richtlijn wordt beoogd een wetgevend kader te scheppen voor de beoordeling en het beheer van overstromingsrisico's, en daarbij de bescherming van de menselijke gezondheid, het milieu, het cultureel erfgoed en de economische bedrijvigheid te garanderen. Voor de verwezenlijking van dit doel wordt gekozen voor een drieledige aanpak: als eerste stap wordt een overstromingsrisicobeoordeling gemaakt om gebieden die gevaar lopen aan te wijzen, vervolgens worden zogeheten overstromingsrisicokaarten opgesteld en daarna worden er plannen opgesteld voor het beheer van de overstromingsrisico's in de betrokken stroomgebieden.

We hebben geen kritiek op de beginselen en de doelstellingen van dit voorstel voor een richtlijn. We vragen ons echter af waarom er geen gelijkaardig instrument wordt gecreëerd voor met droogte verband houdende problemen. Droogte treft jaarlijks miljoenen EU-burgers, met vaak ernstige gevolgen voor de landbouw en de watervoorziening aan de burgers.

Dit verzuim is des te laakbaarder als je bedenkt dat het Europees Parlement in zijn resolutie van 18 mei 2006 over natuurrampen de Commissie - onder andere - de aanbeveling heeft gedaan om een strategie voor droogte te ontwikkelen en zo een Europees beleid mogelijk te maken voor het voorkomen en beheren van droogterisico's, waaronder inbegrepen maatregelen om de gevolgen van droogte zoveel mogelijk te beperken.

We hebben vóór dit verslag gestemd. We betreuren het echter dat gemeld verzuim is begaan, en dringen daarom aan op een strategie voor droogte.

 
  
MPphoto
 
 

  Christa Klaß (PPE-DE), schriftelijk. - (DE) Water is een natuurkracht, wanneer we met hoogwater te maken krijgen. Dan zijn onze gezondheid, het milieu, de infrastructuur en onze eigendommen in gevaar. Water kent geen grenzen. Het is belangrijk dat de EU met het voorstel dat nu op tafel ligt voor een “richtlijn betreffende beoordeling en beheer van overstromingsrisico’s” over de grenzen heen oproept tot meer samenwerking. Die samenwerking moet tot stand komen op basis van de beschikbare plannen en informatie van de lidstaten. Deze kaarten en plannen moeten gebaseerd zijn op de best beschikbare gegevens, procedures en technologieën die op het vlak van overstromingsrisicobeheer bestaan.

Ik ben blij dat er over de laatste openstaande vragen overeenstemming is bereikt. Op die manier kan de nieuwe richtlijn snel worden toegepast.

Hoogwater is een steeds aanwezig risico voor de mensen die in een rivierdal wonen. Tot op een bepaalde hoogte kan men zijn eigendom tegen hoogwater beschermen. In een dorp in de buurt van mijn dorp aan de Moezel werd een dijk gebouwd om het dorp te beschermen. Preventieve maatregelen waarbij alle burgers betrokken worden, zijn veel beter en efficiënter.

Het Parlement maakt in het verslag gewag van het solidariteitsbeginsel. Deze solidariteit bestaat in de dorpen als hoogwater op til is. Iedereen helpt elkaar, en de vrijwillige brandweer treedt op met indrukwekkend engagement. Dit solidariteitsbeginsel moet uitgebouwd en ondersteund worden, over de grenzen van de betrokken dorpen heen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Gemeenschappelijk optreden op het gebied van klimaatverandering zijn voor de toekomst van het grootste belang. Daarom geloof ik dat de maatregelen van de communautaire instellingen en de lidstaten geen specifieke maatregelen mogen zijn, die uitsluitend op bepaalde verschijnselen zijn gericht, zonder aandacht voor de al de andere.

Ik moet dus aandringen op geïntegreerde maatregelen voor klimatologische verschijnselen. Als we stemmen over het beoordelen en beheren van overstromingsrisico's verliezen we uit het oog - en dat zou toch eigenlijk duidelijk moeten zijn - dat overstromingen vaak worden gevolgd of voorafgegaan door andere verschijnselen, zoals droogte of branden.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk. - (FR) Een knipoog van de natuur: terwijl Noord-Europa in april 2007 getroffen wordt door een ongekende hittegolf, zegt op dit middaguur het Europees Parlement JA tegen een betere coördinatie van de lidstaten bij de bestrijding van overstromingen.

Dat is een concreet antwoord op de steeds frequenter en dramatischer wordende natuurrampen op ons grondgebied. Mijn Belgische landgenoten zullen zich nog de overstromingen van december 2002 herinneren, waarbij ik natuurlijk ook de overstromingen in Midden- en Oost-Europa gedurende de zomer van 2002 en die van 2005 niet onvermeld mag laten. Die twee drama’s rechtvaardigden de activering van het Europees mechanisme voor civiele bescherming.

Daarom ben ik ingenomen met de coördinatietaken waarvan de Commissie zich bij het beheer van grote natuurrampen kwijt via het Informatie- en Controlecentrum in Brussel.

Een suggestie: met het oog op de efficiëntie zou het Europees Centrum gecoördineerd moeten worden met de meteorologische instituten en de diensten van waterstaat van de zevenentwintig lidstaten.

Om te voorkomen dat Europa te vaak met de voeten in het water staat, en om te doen waar het verslag-Seeber om vraagt, is het mijns inziens hoogstnoodzakelijk dat in de risicobeheersplannen rekening wordt gehouden met bouwvergunningen in overstromingsgebieden, ontbossing of landbouw.

 
  
  

- Verslag-Mikolášik (A6-0031/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE). - (SK) We hebben zojuist gestemd over een verslag, waarin ik opriep tot aanneming van een tekst en van amendementen die, zowel nu als in de toekomst, uitsluiten dat alle EU-lidstaten gedwongen kunnen worden in te stemmen met het gebruik van menselijke embryo’s voor onderzoek en mogelijk voor behandeling, met het creëren van menselijk-dierlijke hybrides die voor hun weefsels worden verhandeld en met ingrepen in de menselijke kiembaan.

Uit het stemgedrag van de meerderheid van dit Parlement wordt duidelijk dat er een tekst is aangenomen die vooralsnog ethisch neutraal is, maar dat slechts zal blijven zolang er geen op stamcelonderzoek gebaseerde producten op de markt komen. Als mens, vader en arts zal ik altijd aandringen op het recht van naties om af te zien van bovengenoemde praktijken. Ik wijs elke toekomstige mogelijkheid van de handel in menselijke weefsels, het kopen en verkopen van embryo’s, de toepassing van eugenetica of het eugenetisch wijzigen van het menselijk genoom met kracht van de hand.

Op 23 april verzekerde de Europese Commissie ons in het Parlement dat de commercialisering van het menselijk lichaam uit den boze is, omdat deze materie onder de Europese wetgeving valt. Ik kan u verzekeren dat het Europees Parlement en ik er nauwlettend op toe zullen zien dat dit beginsel wordt nageleefd.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). - (CS) Het Parlement heeft besloten tot de harmonisatie van producten, gentherapie en celtherapie, alsook van weefselmanipulatie Dankzij gecentraliseerde registratie wordt de markt gestandaardiseerd, de kosten verlaagd, het Europese concurrentievermogen versterkt en de hoop op de genezing van ernstige ziektes aanzienlijk vergroot. Tot zover de voordelen.

Waar ik het echter diametraal mee oneens ben, is het feit dat een aantal collega’s vandaag geweigerd heeft te bepalen wat nu wel en wat nu geen veilige experimenten met het menselijk genoom zijn. De Europese liberalen, socialisten en extreem links hebben met hun weigering om goedkeuring te verlenen aan onze amendementen, die tot doel hadden de productie van chimaera’s, oftewel de transplantatie van menselijk DNA in dierenembryo’s te verbieden, het advies van wel drie deskundige commissies in de wind geslagen. Ook is er nu ruimte ontstaan voor de manipulatie van menselijke embryo’s en de handel in delen van het menselijke lichaam. Ik vraag u, volgens welke criteria vindt straks de registratie in Londen plaats?

Hoe kunnen we nu ons doel van een gemeenschappelijke markt bereiken, wanneer in een aantal oude lidstaten het klonen van mensen met dieren en andere experimenten die een bedreiging vormen voor de mensheid, geen strafbaar feit vormen? Helaas heeft een aantal landen totnogtoe niet eens het Verdrag inzake de rechten van de mens en de diergeneeskunde geratificeerd. Mijn “nee” bij de eindstemming is een kwestie van puur gezond verstand, dat mij zegt dat dit een buitengewoon onverantwoordelijk en overhaast besluit is.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI), schriftelijk. - (EN) Ik heb vandaag voor het pakket amendementen gestemd dat is bedoeld om belangrijke ethische waarborgen in te bouwen in de wetgeving inzake geneesmiddelen voor geavanceerde therapie. De amendementen zijn bedoeld om het beginsel van non-commercialisatie van het menselijk lichaam of delen daarvan te beschermen door de donatie van weefsel en cellen te laten plaatsvinden op vrijwillige en onbetaalde basis, om alle ingrepen in de menselijke kiembaan te verbieden die kunnen worden doorgegeven aan toekomstige generaties en om te waarborgen dat geen enkel materiaal dat is afgeleid van menselijk-dierlijke hybride embryo’s of chimaera’s kan worden gebruikt voor onderzoek. Tot slot verwelkom ik het amendement over het subsidiariteitsbeginsel, dat in dit geval aan de lidstaten de rechtszekerheid geeft om het gebruik van bepaalde, ethisch controversiële cellen te verbieden of te beperken.

 
  
MPphoto
 
 

  Hiltrud Breyer (Verts/ALE), schriftelijk. - (DE) De meerderheid van het Europese Parlement heeft zich door een alliantie van sociaal-democraten, Europese Commissie en Duitse Bondsregering laten verblinden en het licht op groen gezet voor de juridisch vage regeling inzake geavanceerde therapieën. Dit is een uitverkoop van waarden. Het is een schande dat de afgevaardigden het duidelijke verbod op het in de handel brengen van het menselijk lichaam, op ingrepen in de kiembaan en het creëren van menselijk-dierlijke hybriden gewoon van tafel vegen.

De Bondsregering heeft door intensief lobbywerk onze stemming zeer sterk beïnvloed. Als huidig voorzitter van de Raad draagt de Bondsregering eraan bij dat de Europese waarden, die nog zoveel betekenis kregen in de Verklaring van Berlijn, vernield worden en dode letter worden.

Enkel het voorstel van de Commissie juridische zaken van het Europese Parlement (waarvoor is rapporteur was) om menselijke stamcellen uit embryo’s uit het toepassingsgebied van de verordening te halen, had voor juridische duidelijkheid en zekerheid kunnen zorgen. Het vermoeden is bevestigd dat vertegenwoordigers van de Bondsregering via de Europese Unie de Duitse wetgeving op stamcellen teniet willen doen. De uitzonderingsregeling van de Europese Commissie, die het Parlement nu in beginsel steunt, is juridisch gezien niet hard te maken.

Het Europese Parlement heeft nu een stap achteruit gezet ten opzichte van de bestaande Europese consensus over het Handvest van de grondrechten van de EU en de jurisprudentie inzake de bio-octrooirichtlijn. Het Europese Parlement heeft de deur open gezet voor de commercialisering van de mens. Laten we hopen dat andere EU-landen in de Raad de moed zullen hebben de vandaag ingeluide bioethische glijbaan te doen stoppen en het tij te doen keren.

 
  
MPphoto
 
 

  Niels Busk, Anne E. Jensen en Karin Riis-Jørgensen (ALDE), schriftelijk. - (DA) Stemverklaring namens Karin Riis-Jørgensen, Anne E. Jensen en Niels Busk, ALDE-Fractie.

Er zijn enige ethische amendementen ingediend, die geheel overbodig zijn, en die er hooguit toe leiden dat ze verknoeien waar het in deze zaak nu net om gaat.

Het beginsel van de donatie van weefsel en cellen zonder betaling is reeds neergelegd in de richtlijn inzake weefsel en stamcellen. Wij steunen dit beginsel, dat zowel vóór als tijdens en na deze stemming van kracht is.

De lidstaten hebben beslissingsbevoegdheid in ethische kwesties, en die bevoegdheid moeten ze behouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Marco Cappato (ALDE), schriftelijk. - (IT) Wij hebben samen met de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement en de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links voor de compromisamendementen van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa gestemd, omdat wij geloven dat alleen een snelle uitvaardiging van een Europese regeling inzake geavanceerde therapieën borg kan staan voor de vrijheid van het wetenschappelijk onderzoek en garanties kan bieden aan miljoenen burgers die wachten op doeltreffende behandelingen. Artsen en onderzoekers moeten kunnen opereren in de context van een duidelijke wetgeving, van een wetgeving die hun werk op Europese grondslag erkent en toegang tot behandeling verleent aan alle zieken die dat nodig hebben.

Het Parlement heeft met grote meerderheid de zogeheten “ethische amendementen” verworpen. Deze amendementen waren in feite tegen de wetenschap gericht, en waren alleen maar bedoeld om aan de rem te trekken en te voorkomen dat er een regeling werd aangenomen die de zieken meer hoop geeft en het Europees wetenschappelijk onderzoek functioneler en concurrerender maakt.

De zogenaamd ethische bezwaren zijn ruimschoots achterhaald door het feit dat de onafhankelijkheid van de lidstaten de mogelijkheid openlaat om het wetenschappelijk onderzoek beperkingen op te leggen, zoals in Italië nog steeds gebeurt met het gebruik van embryonale stamcellen. De stemming van vandaag is dus alleen maar een noodzakelijke stap om de Europese burgers gelijke toegang tot behandeling te garanderen. Dit opent perspectieven voor de velen die momenteel gedwongen worden dure reizen te ondernemen om een geschikte behandeling te vinden, en tegelijkertijd wordt daarmee de vrijheid van wetenschap versterkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL), schriftelijk. - (EN) Ons stemgedrag van vandaag, met name met betrekking tot bloc 3, is gebaseerd op een aantal factoren, waaronder de opvatting dat dit soort kwesties op nationaal niveau moet worden geregeld en het feit dat onze partij nog geen officieel standpunt heeft ingenomen ten aanzien van een aantal vraagstukken die naar aanleiding van de stemming van vandaag aan de orde zijn gekomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Goebbels (PSE), schriftelijk. - (FR) Ik heb steun gegeven aan alle amendementen waarin een lans wordt gebroken voor geavanceerde therapieën en met name voor producten van celtherapie. Ik heb tegen de amendementen van de eeuwig reactionaire mensen gestemd die de verdediging van wordend leven, van het embryo, als voorwendsel gebruiken om een verbod uit te vaardigen op elk gebruik van cellen die - zelfs indirect - van embryo’s afkomstig zijn. De verdedigers van wordend leven willen dat elke embryonale cel als heilig wordt vereerd. Daarbij verliezen zij echter het reeds gevormde leven, de genetische ziekten en al het menselijk lijden uit het oog, die vermeden of verlicht kunnen worden dankzij geavanceerde therapieën.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE-DE), schriftelijk. - Voorzitter, ik heb vóór, wat ik gemakshalve het pakket van de triloog zal noemen, gestemd. Wij willen met deze wetgeving en deze aanpak zieke of lijdende mensen zo snel mogelijk de kans geven om gebruik te maken van nieuwe geavanceerde therapieën. Ik heb het voorstel voor een verordening en de amendementen goed bekeken en kom tot de conclusie dat wij, zonder in te grijpen in de autonomie van de lidstaten, met een goed geweten deze wetgeving konden goedkeuren.

Ik ben dan ook blij, en met ons vele patiënten, dat de stemming goed is afgelopen.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE-DE), schriftelijk. - (DE) Ik stem voor het verslag, ook al zullen niet alle amendementen van de Commissie Juridische Zaken overgenomen en positief beoordeeld worden. De ethische kwestie is subsidiair voldoende geregeld. De regeling, die bijna enkel producten betreft die ethisch omstreden zijn, moet van kracht worden om patiëntenbescherming en patiëntenveiligheid in Europa te garanderen.

Ik spreek me uit tegen de commercialisering van het menselijk lichaam of delen hiervan.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk. - (DE) Met het zogenaamde “compromispakket” van communisten, socialisten en liberalen worden belangrijke eisen op basis van gemeenschappelijke ethische normen afgewezen. Bovendien wordt de verantwoordelijkheid die de lidstaten hebben op het gebied van de nationale gezondheidszorg ondermijnd.

Het aangenomen compromis is helemaal niet doeltreffend. Kleine en middelgrote ondernemingen, die op nationaal niveau samenwerken met ziekenhuizen, worden uitgesloten van de vereiste inzake een Europese vergunning. Andere bedrijven worden echter gedwongen om naar het Bureau in Londen te gaan. Het compromis is gedicteerd door de grote industrie en de ziekenhuislobby en druist in tegen de belangen van de middenstand.

Bovendien verliezen de lidstaten hun zelfstandigheid op het vlak van de volksgezondheid, want een Bureau in het Verenigd Koninkrijk beslist nu of geneesmiddelen al dan niet worden toegelaten. Dit is in tegenspraak met de subsidiariteit en met de nationale verantwoordelijkheid op essentiële vlakken zoals volksgezondheid en consumentenbescherming.

We hebben de kans voorbij laten gaan om de ethische basisbeginselen voor heel Europa vast te leggen. Tot hiertoe was het zo dat ingrepen in de menselijke kiembaan in Europa niet ondersteund werden en dat de commercialisering van het menselijk lichaam en van lichaamsdelen dus uitgesloten was. Het bereikte compromis wijst deze beginselen van eerbiediging van het menselijk leven van de hand. Er zijn echter essentiële aspecten die een onzuiver politiek compromis niet dulden. De manipulatie van het menselijk leven is er daar één van. Daarom stem ik tegen dit verslag.

 
  
  

- Verslag-Zingaretti (A6-0073/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Zingaretti gestemd, hoewel bescherming van intellectuele eigendom natuurlijk belangrijk en voor bedrijven een essentiële factor voor succes is. Als de Europese Unie de bescherming van intellectuele eigendom - die is verankerd in het Handvest van de grondrechten - ernstig wil aanpakken, moet zij krachtiger optreden tegen de schending hiervan, bijvoorbeeld in China. In plaats van het probleem eindelijk op grote schaal aan te pakken, wil men blijkbaar nieuwe uitvindingen tegenhouden en schendingen door particulieren zonder duidelijk winstoogmerk bestraffen als misdrijf. Dat is immers precies het gevolg van de richtlijn in deze vorm. De huidige vage formuleringen kunnen volgens mij schadelijk zijn voor de concurrentiekracht, de economische groei inperken en de deur openzetten voor censuur.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). - (CS) Graag zou ik willen toelichten waarom ik tegen de richtlijn inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te handhaven, heb gestemd. De oorspronkelijke intentie was goed, en ook ben ik een zeer warm voorstander van sancties tegen namaak en merkenpiraterij.

Helaas echter maakt de uiteindelijk vorm waarin de richtlijn is gegoten, deze zo goed als tandeloos tegenover namaak uit Azië. Erger nog, de paragrafen in kwestie bieden de mogelijkheid tot misbruik in de concurrentiestrijd, in plaats van dat innovatieve ondernemers bescherming wordt geboden. Het gaat zelfs zo ver dat Europese bedrijven in de toekomst flinke klrachten aan hun broek kunnen krijgen, bijvoorbeeld van Aziatische vervalsers. De Unie zou zich juist moeten inzetten voor naleving van intellectuele eigendomsrechten buiten haar grenzen, en niet haar eigen burgers en ondernemers moeten criminaliseren.

Wat ik ook helemaal niet zie zitten is het feit dat de Unie voor het eerst in haar bestaan door middel van een richtlijn ingrijpt in het strafrecht van de lidstaten. Ik ben ertegen dat de Unie in landen zoals de Tsjechische Republiek, waar het rechtssysteem niet in deze mogelijkheid voorziet, rechtspersonen strafrechtelijk verantwoordelijk maakt. Ik ben er fel tegen gekant dat op basis van de zogeheten “afgeleide strafrechtelijke aansprakelijkheid” normale burgers, journalisten, wetenschappers, gewone consumenten en dergelijke een straf kunnen oplopen.

Tot slot wil ik verzoeken om mijn eerste stemming over artikel 43 en 44 te corrigeren. Ik was voor, dus het rode lichtje brandde ten onrechte.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. - (SV) Wij hebben bij de eindstemming voor de amendementen 43 en 44 gestemd en tegen het verslag, omdat wij vinden dat onvoldoende bewezen is dat er in het kader van de eerste pijler een rechtsgrondslag is voor gemeenschappelijke strafrechtelijke bepalingen op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten. Er zijn vraagtekens geplaatst bij de ruime interpretatie door de Commissie van het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-176/03, en dit arrest kan niet zomaar zonder nader onderzoek mede van toepassing worden geacht op het gebied van het recht inzake intellectuele-eigendom.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik heb mijn stem gegeven aan het uitstekende verslag van collega Zingaretti over het gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake strafrechterlijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen. Natuurlijk heeft de Europese Commissie, afgezien van het voeren van onderhandelingen met de lidstaten, geen strafrechtelijke bevoegdheid, en mag deze ook niet hebben. De strafrechtspraak is een zaak voor de volkeren en niet voor de Europese Unie. Dat betekent niet dat er geen richtlijnen uitgevaardigd mogen worden met aanwijzingen aan het adres van de lidstaten met betrekking tot het waarborgen van een effectieve toepassing van het communautair recht. Dit geldt bijvoorbeeld voor octrooien en meer algemeen voor intellectuele eigendom, waar een betrouwbaar en nageleefd Europees rechtskader broodnodig is. Namaak, piraterij, kopiëren, diefstal, enzovoort, zijn te ernstig om ongestraft te laten.

 
  
MPphoto
 
 

  Marco Cappato (ALDE), schriftelijk. - (IT) Als radicale leden van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa Fractie hebben wij samen met onze fractie tegen het verslag van de heer Zingaretti gestemd. Volgens ons moet er namelijk voorzichtig en evenwichtig worden opgetreden, nu voor de eerste keer strafmaatregelen worden toegepast op de schendingen van auteursrechten, maar in de aangenomen amendementen is daar niets van terechtgekomen.

De strijd tegen internationale misdaadorganisaties die zich bezondigen aan namaak, is uiteraard een prioriteit, maar het risico dat tientallen miljoenen burgers worden gecriminaliseerd, doordat bijvoorbeeld mensen die gewoon wat muziek downloaden van internet op peer-to-peer-netwerken strafrechtelijk vervolgd kunnen worden, toont dat dit beleid ver van de realiteit staat en een averechts effect sorteert, ook op de bestrijding van misdaadorganisaties.

Als ALDE-fractie hadden wij een aantal praktische amendementen ingediend om het verslag evenwichtiger te maken, door de werkingssfeer van de richtlijn te beperken tot copyright en handelsmerken en door duidelijk te verwijzen naar verzwarende omstandigheden, zoals georganiseerde misdaad of aanslagen tegen de volksgezondheid en de veiligheid, die aanleiding geven tot strafvervolging. Wij hadden ook geprobeerd het mandaat te omschrijven van de “gemeenschappelijke onderzoeksteams”, die de bedrijven de bevoegdheid geven om actief mee te doen aan het onderzoek en de vorming van bewijsmateriaal.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld, Lena Ek, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark, Anna Ibrisagic, Olle Schmidt, Anders Wijkman en Lars Wohlin (PPE-DE), schriftelijk. - (SV) De PPE-DE-Fractie heeft gestemd tegen het verslag-Zingaretti, omdat het strafrecht volgens de EU-Verdragen een nationale bevoegdheid is. In de gevallen waarin de lidstaten toch willen samenwerken op dit gebied (bijvoorbeeld bij bepaalde grensoverschrijdende misdaad) moeten de desbetreffende besluiten worden genomen in de Raad, en de rechtsgrondslag moet derhalve terug te vinden zijn in de derde, intergouvernementele pijler (justitie en binnenlandse zaken) en niet in de eerste pijler, die wordt gevormd door het supranationale EG-recht

Zolang we geen Grondwettelijk Verdrag met grondrechten op EU-niveau hebben, kunnen we ook geen gemeenschappelijk Europees strafrecht hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Ole Christensen, Dan Jørgensen, Poul Nyrup Rasmussen, Christel Schaldemose en Britta Thomsen (PSE), schriftelijk. - (DA) De Deense sociaal-democratische leden van het Europees Parlement hebben gestemd voor amendement 43, dat is ingediend door Umberto Guidoni, Jens Holm, Athanasios Pafilis, Vladimir Remek en Ilda Figueiredo namens de GUE/NGL-Fractie.

Onze delegatie is van mening dat de richtlijn onvoldoende kwaliteit heeft. Enerzijds kan men er de georganiseerde misdaad op dit gebied niet afdoende mee bestrijden, wat de bedoeling van het voorstel is, en anderzijds biedt de richtlijn onvoldoende bescherming voor de burgers die de intellectuele-eigendomsrechten onopzettelijk hebben geschonden.

De Deense sociaal-democratische leden van het Europees Parlement hebben zich bij de eindstemming over het voorstel onthouden, omdat de delegatie vindt dat het voorstel in strijd is met de geldende regels. De delegatie wil echter wel benadrukken dat zij de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten steunt.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley (UEN), schriftelijk. - (EN) Ik ben het niet eens met het vandaag genomen besluit op grond waarvan de Europese Unie de bevoegdheid krijgt om strafrechtelijke sancties op te leggen aan mensen die intellectuele-eigendomsrechten schenden.

Ik hoop dat de Raad van de EU een standpunt zal innemen dat tegengesteld is aan het standpunt dat het Europees Parlement vandaag heeft ingenomen. De reden hiervoor is dat we in Ierland een rechtsstelsel hebben dat is gebaseerd op wat wel gewoonterecht wordt genoemd, terwijl veel andere EU-lidstaten een rechtsstelsel hebben dat is gebaseerd op wetboeken. In het Ierse rechtsstelsel geldt dat iemand onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen, terwijl in veel andere EU-lidstaten het tegenovergestelde geldt.

We mogen niet toestaan dat er een stelsel wordt ingevoerd waarin de Europese Unie de vrije hand krijgt om strafrechtelijke sancties op te leggen in Europa.

Het Europees Hof van Justitie heeft gezegd dat de EU strafrechtelijke sancties mag opleggen voor ernstige inbreuken op de milieuwetgeving van de EU. De interpretatie van dit arrest mag echter niet betekenen dat de Europese Unie nu naar eigen inzicht strafrechtelijke sancties kan opleggen bij inbreuken op welke maatregel dan ook.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Wij wijzen de rechtsgrondslag die de Commissie heeft gebruikt voor dit voorstel inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen, geheel van de hand. We zijn ernstig teleurgesteld over het feit dat ons voorstel tot verwerping niet is aangenomen.

Op basis van een arrest van het Hof van Justitie in een milieuzaak (een arrest dat overigens enige vragen oproept) doet de Europese Commissie een voorstel voor een richtlijn waarin strafrechtelijke maatregelen zijn opgenomen die de lidstaten moeten overnemen indien inbreuk wordt gemaakt op intellectuele-eigendomsrechten. Het strafrecht behoort echter tot de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten. We menen daarom dat de Commissie niet bevoegd is om wetgevingsteksten op dit gebied voor te stellen.

We betreuren het dat het merendeel van onze voorstellen is verworpen. Deze waren bedoeld om de kwalijkste aspecten van het voorstel van de Commissie te elimineren, al zijn we bereid toe te geven dat het door de meerderheid aangenomen verslag wel één of twee positieve punten bevat. De algehele balans valt echter negatief uit. Wij vinden het ook onaanvaardbaar dat particulieren deelnemen aan strafrechtelijk onderzoek (zoals de Commissie voorstelt).

Vandaar onze stem tegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) De Zweedse partij Junilistan heeft er bij diverse gelegenheden op gewezen dat het strafrecht niet tot de bevoegdheid van de EU dient te behoren. Dat is in grote lijnen bevestigd in het arrest van het Hof van Justitie van 13 september 2005, in de zaak C-176/03 Europese Commissie tegen de Raad. De rapporteur vindt daarentegen dat initiatieven op strafrechtelijk gebied op EU-niveau volledig sporen “met de brede interpretatie die de Commissie aan het arrest van het Hof heeft willen geven.”

Het verslag is vanuit juridisch perspectief niet verdedigbaar. Wij hechten grote waarde aan de vrijheid van meningsuiting en aan het recht op de uitwisseling van informatie. Het is duidelijk dat de Commissie en vele leden van het Europees Parlement buigen voor de bijzondere belangen van de machtige muziek- en filmsector. Dat doen ze zonder inachtneming van de duidelijke interpretatie door het Hof van de bevoegdheden van de EU, en tevens zonder inachtneming van de rechtszekerheid van de burgers. Afgezien van een aantal amendementen waar Junilistan zich achter schaart, is het moeilijk om iets te vinden wat in het voordeel van de burgers is, waar het gaat om vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van informatie-uitwisseling. Daarom hebben wij besloten om ons te onthouden van stemming over de amendementen waar we de keus hadden tussen twee kwaden.

Junilistan verdedigt de bescherming van het auteursrecht, maar wij vinden het voorstel van de Commissie een bedreiging van de democratie.

Junilistan stemt daarom tegen het verslag in zijn geheel.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb tegen dit verslag gestemd omdat hiermee beoogd wordt om strafrechtelijke sancties op te leggen aan de eindgebruikers van nagemaakte producten, dat wil zeggen aan de consumenten. Ik ben van mening dat het de producenten van deze goederen zijn die gestraft dienen te worden, niet de consumenten.

 
  
MPphoto
 
 

  Arlene McCarthy (PSE), schriftelijk. - (EN) Ofschoon de Labour-delegatie in het Europees Parlement is ingenomen met het werk van de rapporteur, de heer Zingaretti, met betrekking tot het voorstel voor strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen, blijven we grote bedenkingen houden bij het voorstel van de Commissie om het opleggen van strafrechtelijke sancties overhaast uit te breiden naar wetgeving van de eerste pijler, nog voordat de terechtzittingen die momenteel bij het Europees Hof van Justitie plaatsvinden, zijn afgerond.

Bovendien dreigen enkele van de voorstellen die vandaag zijn aangenomen aangaande de definities van opzettelijke inbreuk en commerciële schaal, een streep te halen door de discretionaire macht van goed opgeleide en gekwalificeerde nationale rechters om rekening te houden met de omstandigheden van elk individueel geval. Dit soort beslissingen kunnen het best worden overgelaten aan nationale rechtbanken en nationale rechters die een schat aan ervaring hebben in dit soort zaken. De tekst waarover het Parlement heeft gestemd, leidt ertoe dat onschuldige consumenten het risico lopen om in de gevangenis te belanden, terwijl er tegelijkertijd mazen in de wet worden gecreëerd voor individuele criminelen die zich bezighouden met georganiseerde en zware criminaliteit.

Het compromis dat de rapporteur heeft bereikt, zal tot rechtsonzekerheid leiden en rechters en nationale rechtbanken een essentiële, discretionaire macht afnemen. Daarom heeft de Labour-delegatie in het Europees Parlement tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) De richtlijn komt neer op een poging om cruciale, reactionaire bepalingen van de door de volkeren verworpen Europese Grondwet via de achterdeur weer binnen te brengen. Op slinkse wijze proberen de Europese Commissie en het Europees Parlement het beginsel van unanimiteit tussen de lidstaten af te schaffen, om zo strafrechtelijke maatregelen op Europees niveau te kunnen nemen, waardoor een van de elementaire beginselen van de nationale soevereiniteit van de lidstaten wordt tenietgedaan.

Anderzijds is de inhoud van de richtlijn zelf - die is goedgekeurd door de intussen welbekende “heilige alliantie” van de Europese Volkspartij, socialisten en liberalen in het Europees Parlement - niets anders dan een knieval voor de provocerende eisen van de monopolisten, die het volledig voor het zeggen willen hebben op het gebied van intellectuele creativiteit. Met opzettelijk vage definities van “inbreuken” op intellectuele eigendomsrechten, met het opleggen van vernietigende sancties (minimaal vier jaar gevangenisstraf en een geldboete van minstens 300 000 euro) en de nooit geziene privatisering van strafprocedures in de vorm van deelname van grote bedrijven aan gerechtelijk en politieonderzoek naar de schending van hun rechten, willen de monopolisten hun verstikkende controle opleggen aan alle sectoren van intellectuele creativiteit. De EU gaat zelfs zover om de vrije toegang van werknemers tot geestesproducten te bestraffen, zodat ook dat domein van menselijke creativiteit wordt verstikt, in het belang van de winsten van het Europese kapitaal.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. - Volgens het voorstel voor een richtlijn inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te waarborgen zijn lidstaten verplicht elke opzettelijke schending van intellectuele eigendomsrechten te bestraffen, als deze handelingen op commerciële schaal worden verricht. Vervalsingen en piraterij zijn duidelijke misdrijven. Tot zover geen probleem.

Ik kan me echter niet scharen achter het verslag-Zingaretti en wel om diverse redenen. De limitatieve lijst van eigendomsrechten vergroot de rechtsonzekerheid. Het kan niet dat innovatie, creativiteit en investeringen van bedrijven worden ontmoedigd, als blijkt dat ze ongewild deze rechten schenden en hiervoor meteen strafrechtelijk worden vervolgd.

Ook het begrip 'commerciële schaal' is niet duidelijk genoeg geformuleerd. Valt hier ook de straatmuzikant onder? Is persoonlijk gebruik uitgesloten?

Ik stel me verder ernstige vragen bij de subsidiariteit én de proportionaliteit. Het is niet aan de EU om de aard en de hoogte van de straffen vast te leggen, zeker niet als het persoonlijke vrijheden betreft. Het kan ook niet dat strafrechtelijke vervolging wordt geprivatiseerd, zoals het verslag laat vermoeden in artikel 7 (onderzoeksteams in hoofde van de collectieve rechtenbeheerders).

Mensen hebben recht op duidelijke wetgeving, en dit verslag is daar niet in geslaagd.

 
  
  

- Verslag-Sterckx (A6-0086/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Het Europees beleid voor veiligheid op zee staat sinds 1999 bovenaan de Europese politieke agenda. Elkaar opvolgende rampen (de Erika in 1999 en de Prestige in 2002) hebben op dramatische wijze aangetoond in welke mate het Europees beleid en de strategieën van de lidstaten tekort schieten als er zich een scheepsramp voordoet.

Ik geloof dat dit verslag zal bijdragen tot meer veiligheid en efficiëntie in het vervoer over zee.

Wat de gevolgen voor de visserijsector betreft: ik geloof dat dit een evenwichtig verslag is dat rekening houdt met kleinere schepen (deze zouden niet verplicht worden het AIS te installeren).

Dit verslag verdient daarom mijn steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Wij zijn het in grote lijnen eens met dit voorstel voor de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart, met het oog op de verbetering van de veiligheid op zee en het voorkomen van ongevallen.

We zijn het evenwel niet eens met een aantal van de voorgestelde amendementen. Het gaat met name om de amendementen waarin wordt voorgesteld om het besluit tot bijstand aan schepen die in gevaar verkeren over te laten aan een "onafhankelijke autoriteit". Zo'n autoriteit zal nooit onafhankelijk zijn, gezien de belangenconflicten, zoals het geval was met de ramp met de Prestige, toen ook een conflict bestond over de naam van de vluchthaven.

Wij houden vast aan het principe dat communautaire initiatieven op het gebied van maritieme veiligheid - en daar hebben we dringend behoefte aan - altijd in samenwerking met de lidstaten moeten worden gerealiseerd. We geloven verder dat zulke initiatieven nooit inbreuk mogen maken op de soevereine bevoegdheden van de lidstaten.

 
  
  

- Verslag-Costa (A6-0063/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. - (EN) Ondanks pogingen van veel collega’s van de eurosceptische UK Independence Party om dit verslag te demoniseren, zal ik voor het verslag stemmen op grond van het feit dat de poging van de Commissie en de rapporteur om ook de binnenlandse waterwegen erin op te nemen, is verijdeld. Wat betreft het binnenlandse zeevervoer, zijn de nieuwe regels al grotendeels van toepassing in het Verenigd Koninkrijk, waardoor er geen gevaar bestaat voor de veerdiensten in mijn regio, of dat nu de Scilly-eilanden of Lundy betreft, en ook zal de internationale dimensie geen invloed hebben op diensten vanuit Gibraltar. Ik zie geen reden waarom reizigers aan boord van schepen uiteindelijk niet dezelfde bescherming zouden mogen genieten als reizigers die met de trein of het vliegtuig reizen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Ons oordeel over dit voorstel betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee is in het algemeen positief.

Dit voorstel is eerst en vooral gericht op het verbeteren van de rechtspositie van reizigers die van dit type vervoer gebruik maken, op een wijze die vergelijkbaar is met het systeem dat in het luchtvervoer reeds is ingevoerd. Er wordt bijvoorbeeld voorgesteld de reders te verplichten een verzekering te nemen; op die verzekering kan dan bij ongevallen een beroep worden gedaan. Bovendien zullen de plafonds voor de aansprakelijkheid van reders wordt verhoogd, en dat geldt in het bijzonder voor de maximumbedragen die in geval van een ongeluk als schadeloosstelling kunnen worden uitgekeerd.

Minder positief is volgens ons dat bij de stemming van vandaag het vervoer via de binnenwateren buiten het toepassingsbereik van deze verordening is komen te vallen.

Wij geloven dat er voor dit type vervoer ook een instrument moet worden geschapen, aangezien ook hier sprake is van een geleidelijke verslechtering van de veiligheid, wat dan weer het gevolg is van het feit dat overheidsbedrijven zijn verdwenen -of nog maar een deel van de diensten waarnemen - en particuliere ondernemers de dienstverlening hebben overgenomen. Deze particuliere ondernemingen houden zich vaak niet aan de kwaliteitsnormen of de voorschriften betreffende de arbeidsomstandigheden van het personeel. Er wordt steeds vaker gebruik gemaakt van tijdelijke contracten. Als we de naleving van de veiligheidsnormen voor de passagiers willen garanderen is respect voor de rechten van de werknemers evenwel een eerste vereiste.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb voor dit verslag over bescherming bij ongelukken op zee gestemd. Ik heb echter tegen de amendementen gestemd waarin beoogd werd om binnenlandse waterwegen van de wetgeving uit te sluiten, omdat ik de indruk heb dat er een verschil bestaat tussen de dekking van de aansprakelijkheid bij ongelukken op zee en de dekking bij ongelukken die gebeuren op binnenwateren als rivieren.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Simpson (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb gestemd voor het buiten de werkingssfeer van deze richtlijn houden van de binnenlandse waterwegen, en wel om een aantal redenen.

Ten eerste is dit verslag bedoeld om een adequate aansprakelijkheidsregeling voor zeevarende schepen te bevorderen, en niet voor schepen die binnenlandse waterwegen als rivieren en estuaria bevaren.

Ten tweede zou iedere uitbreiding van de werkingssfeer van dit voorstel naar de binnenlandse waterwegen niet alleen ernstige problemen hebben veroorzaakt voor de pleziervaart op de binnenwateren van het Verenigd Koninkrijk, maar ook voor de veerdiensten over rivieren, die een essentieel onderdeel vormen van ons openbaarvervoersnetwerk.

Ten derde zou het opnemen van het bevaren van estuaria in deze wetgeving een aanzienlijke lastenstijging voor de dienstverleners met zich meegebracht hebben, waardoor niet minder dan de levensvatbaarheid van sommige diensten op de tocht zou komen te staan.

Het heeft mij verbaasd dat de Britse Liberal Democrats de poging om de binnenlandse waterwegen in de richtlijn op te nemen hebben gesteund, omdat dit negatieve effecten had kunnen hebben voor de veerdiensten over de rivier de Mersey, die zij beweren te steunen.

Gelukkig heeft de plenaire vergadering in haar wijsheid de visie van onze liberale rapporteur verworpen en voorkomen dat de problemen die ik heb genoemd zouden ontstaan.

Dat betekent dat ik met genoegen voor het door de plenaire vergadering geamendeerde verslag kon stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. - (EN) Samen met mijn collega’s van de Labour-delegatie in het Europees Parlement heb ik gestemd voor het buiten deze maatregelen houden van de binnenlandse waterwegen. Dat is gelukt ondanks het verzet van de Britse Liberal Democrats, die deze kleine vaartuigen onder het toepassingsgebied van de richtlijn wilden brengen, wat tot disproportioneel hoge kosten, een verminderde economische levensvatbaarheid en een verlies van diensten zou hebben geleid.

Ik veroordeel vooral de schandelijke persberichten die voorafgaand aan deze stemmingen door bepaalde politieke partijen zijn ingefluisterd en die mensen onnodig bezorgd hebben gemaakt. Natuurlijk is het zo dat veerdiensten zoals die van het Isle of Wright door deze opportunistische persberichten naar hun economische aansprakelijkheid hebben moeten kijken. Daarom is het goed dat, zoals ik al eerder heb gezegd, deze maatregelen niet van kracht zullen worden voor de binnenlandse waterwegen.

 
  
  

- Verslag-Vlasto (A6-0081/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik heb mijn stem gegeven aan het uitstekende verslag van mijn dierbare collega Dominique Vlasto over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende havenstaatcontrole. Ik ben geen deskundige op dit gebied maar ik juich het belangrijke werk toe dat Dominique Vlasto heeft verricht om ervoor te zorgen dat er in de regelgeving met betrekking tot de inspectie van schepen die een haven van de Europese Unie binnenvaren een evenwichtig standpunt werd opgenomen. Gezien helaas de ernstige rampen die hebben plaatsgevonden begrijpt iedereen dat vlaggenstaatcontrole moet worden aangevuld met havenstaatcontrole. Dankzij de door mevrouw Vlasto geleide werkzaamheden is er uiteindelijk een veel ambitieuzere herschikking van de richtlijn uit de bus gekomen dan de Europese Commissie had voorgesteld. Deze maakt het mogelijk steeds meer vorderingen te maken op het gebied van de veiligheid in de scheepvaart, hetgeen in het belang is van de Europese kusten, het milieu, het bedrijfsleven en de burgers.

 
  
  

- Verslag-Sánchez Presedo (A6-0133/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Grossetête (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik heb voor dit verslag gestemd.

Met dit verslag wordt de discussie geopend over de verbeteringen die aangebracht kunnen worden aan het mededingingsklimaat in de EU,met name met betrekking tot schade- en rentevorderingen door particulieren voor civiele rechtbanken wegens schending van het mededingingsrecht. Ik ben het ermee eens dat dergelijke schade- en rentevorderingen vergemakkelijkt moeten worden. Het doel is om “de mededinging te bevorderen en niet de geschillen”. Het zou goed zijn indien werd gestreefd naar snelle oplossingen in de vorm van buitengerechtelijke, minnelijke schikkingen. 90 procent van de geschillen tussen beroepsbeoefenaars en consumenten worden opgelost met een minnelijke schikking. Bedrijven neigen tot inschikkelijkheid, zelfs indien zijn geen verantwoordelijkheid hebben, omdat ze een lang proces willen vermijden. Het zou ongewenst zijn indien Europa het Amerikaanse proceduremodel rechtstreeks overnam. Voorkeur moet worden gegeven aan alternatieve geschillenregeling. Iedereen denkt natuurlijk aan de grote groepen, die op deze manier aangevallen kunnen worden, maar het MKB staat zeker niet buiten schot. Daarom moet men goed oppassen dat het overleven van de kleine en middelgrote bedrijven niet in gevaar wordt gebracht.

 
  
  

- Verslag-Liotard (A6-0054/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik heb voor het verslag over een thematische strategie voor het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen gestemd. Niemand betwist nog dat onze natuurlijke hulpbronnen bedreigd worden. De bevolking op de planeet, die momenteel 6,5 miljard bedraagt, groeit met een miljard in twaalf jaar. Alleen dit gegeven is al een rechtvaardiging voor de aandacht die wij schenken aan onze natuurlijke hulpbronnen. Het verslag had weliswaar ambitieuzer, beter gestructureerd en beter gedocumenteerd kunnen zijn, maar het is niettemin een goed document dat deel moet gaan uitmaken van het moeilijke dossier inzake duurzame ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE-DE), schriftelijk. - (SV) We hebben vandaag tegen dit verslag gestemd. De hoofdboodschap daarvan is dat we ons gebruik van natuurlijke hulpbronnen drastisch moeten verminderen en dat de beste manier om dat te verwezenlijken een omvangrijke politieke regelgeving is. Daar hebben wij Zweedse conservatieven onze twijfels over.

Wij vinden daarentegen dat een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen geen politieke besluiten vooronderstelt, maar duidelijke eigendomsrechten, die een door marktmechanismen gestuurd gebruik van natuurlijke hulpbronnen mogelijk maken. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen in een markteconomisch systeem stimuleert de economie en de technologische ontwikkeling veel meer dan politieke regelingen.

Het leven en de activiteit van de mens zijn erop gericht sporen achter te laten. De triomf van de mensheid is dat we ideeën en technieken hebben ontwikkeld die de productiviteit hebben vergroot en de armoede op de wereld in vijftig jaar met twee derde hebben verminderd. Wij Zweedse conservatieven geloven dat we door productie en handel niet alleen een eind kunnen maken aan de armoede, maar ook ons milieu kunnen verbeteren. Het zijn juist de welvaart en de technologie die ons de wil en de methoden geven om dat te doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Het voorstel van de Commissie over de strategie voor het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen is volgens Kartika Liotard, lid van de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links, te beperkt. Daarom heeft ze met een aantal voorstellen geprobeerd de reikwijdte van dit voorstel te vergroten. Het gaat hier immers om essentiële goederen, zoals bomen, water, grond en olie. Dat zijn niet alleen vitale onderdelen van onze economie maar ze zijn ook van elementair belang voor ons bestaan zelf.

Daarom is het volgens ons belangrijk dat haar verslag over duurzame ontwikkeling wordt goedgekeurd. Van belang is ook dat de verdeling van de opbrengsten van natuurlijke hulpbronnen, de toegang tot deze hulpmiddelen en de toegang tot de markten op een eerlijke en rechtvaardige wijze worden geregeld, om de armoede te verminderen en het welzijn van de mensen te bevorderen. We betreuren het daarom dat niet alle voorstellen die de rapporteur heeft gedaan - en die wij hebben gesteund - in de uiteindelijke resolutie zijn opgenomen.

Positief is dat er behalve aan recyclage ook aan hergebruik aandacht is besteed, en dat de Commissie wordt verzocht technologieën voor duurzame, herstelbare, herbruikbare en recycleerbare producten te bevorderen. Daaronder valt ook de oproep om het nabijheidsbeginsel in alle wetgeving te verwerken.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. - (SV) Ik stem voor verschuiving van de belastingdruk als beginsel, ook al is die ongelukkig geformuleerd in de tekst. Volgens mijn is belasting op kapitaal en verbruik gunstig voor de welvaart en gerechtigheid, en de EU moet de lidstaten toestaan om de belastingdruk te verschuiven.

 
  
MPphoto
 
 

  Lars Wohlin (PPE-DE), schriftelijk. - (SV) Ik heb vandaag besloten om te stemmen voor amendement 3 van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie op het verslag-Liotard over het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Ik steun het beginsel van verplaatsing van groeibelemmerende belasting op arbeid, kapitaal en verbruik naar belasting op activiteiten met een negatief effect op het milieu. Bovendien moet er belastingverschuiving plaatsvinden, van belasting op arbeid naar belasting op alcohol en tabak.

Ik kon het verslag-Liotard echter niet in zijn geheel steunen, en wel vanwege een aantal ongelukkige formuleringen. Onder andere wordt er gewezen op de onwenselijkheid van transport over lange afstand van landbouwproducten en verbruiksgoederen. De handel waarvan deze transporten het resultaat zijn, heeft miljoenen mensen uit de armoede geholpen. Wat daarentegen moet worden beperkt, is de uitstoot waartoe deze transporten leiden.

 
  
  

- Transatlantische betrekkingen (RC-B6-0149/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik zal dit verslag steunen. Een kwestie waar Europa met spoed op moet reageren is het verzoek van de Verenigde Staten om Theatre Ballistic Missile Defence-faciliteiten te plaatsen aan onze oostgrens. Dit voorstel dreigt de stabiliteit van onze betrekkingen met Rusland in gevaar te brengen, moedigt Rusland aan om zijn eigen raketsystemen en kernwapens te moderniseren en te actualiseren, en vormt tegelijkertijd eerder een aanmoediging dan een ontmoediging om een islamitische kernbom te maken. De reactie van Europa zal een belangrijke test worden voor ons vermogen om onze eigen belangen na te streven in een eigen buitenlands beleid, in plaats van ons neer te leggen bij de Amerikaanse neoconservatieve agenda, die een bedreiging voor ons allemaal vormt.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Deze resolutie over de transatlantische betrekkingen - ondertekend door rechts en de sociaal-democraten en nu door de meerderheid van het EP aangenomen - verschaft ons een goede manier om vast te stellen wat er op dit moment bij de betrekkingen tussen de EU en de VS aan de orde is. De meerderheid van het EP stelt vast wat er op de agenda staat en wat de prioriteiten zijn. Ik noem hier:

- De tevredenheid over “het verbeterde klimaat in de betrekkingen tussen de EU en de VS op basis van gelijkheid” en de wens om de verantwoordelijkheid voor het zogenaamde "wereldbestuur" te delen;

- De “versterking van de transatlantische markt”, waarbij de liberalisering van de financiële diensten van “fundamenteel belang” wordt genoemd en wordt opgeroepen tot het “naar elkaar toegroeien van de regelgeving en gelijke voorwaarden”, met een verwijzing naar de “multilaterale investeringsovereenkomst”;

- De bevestiging dat er “serieuze mogelijkheden voor nauwe samenwerking” bestaan met betrekking tot de “Westelijke Balkan, het zuidelijk Kaukasus-gebied, Centraal-Azië, het Midden-Oosten, Afghanistan, het Middellandse-Zeegebied, Latijns Amerika en Afrika”;

- De versterking van de samenwerking in het kader van de zogenaamde “strijd tegen het terrorisme en de proliferatie van massavernietigingswapens”, twee zaken die “voor beide partners de grootste uitdagingen zijn op het gebied van de veiligheid”, met de NAVO als het “transatlantisch forum voor politiek debat in een echt partnerschap van gelijken”.

Dat is een agenda waarin de ambities van de grote kapitalistische mogendheden van Europa - Duitsland voorop - ten aanzien van de VS tot uitdrukking komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer Pleite (GUE/NGL), schriftelijk. - (ES) Ik heb tegen de resolutie over de transatlantische betrekkingen gestemd, vanuit de overtuiging dat deze betrekkingen gebaseerd moeten zijn op gemeenschappelijke waarden, terwijl de Verenigde Staten keer op keer hebben laten zien dat ze deze waarden niet respecteren, zoals blijkt uit het mislukte militaristische buitenlands beleid van president Bush, waarvan de plannen om raketten te plaatsen in enkele landen van de Unie een voorbeeld zijn. De Amerikaanse regering is verantwoordelijk voor ernstige schendingen van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in Afghanistan, Irak en Guantanamo en voor de illegale aanhoudingen en overdrachten in het geval van de CIA-vluchten.

Volledig respect voor het internationale recht zou een absolute voorwaarde moeten zijn voor de betrekkingen tussen de EU en de VS. In het geval van Irak moet worden gepleit voor terugtrekking van de troepen en respect voor de natuurlijke hulpbronnen. De EU zou van de VS moeten eisen dat ze verschillende internationale verdragen ratificeren, zoals het Verdrag inzake een algeheel verbod op kernproeven, het Verdrag van Ottawa inzake antipersoonsmijnen en het Protocol van Kyoto. Ook moet de EU het onwettige karakter van de Helms-Burton-wet en het handelsembargo dat de Verenigde Staten tegen Cuba hebben ingesteld, aan de kaak stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Zoals de resolutie terecht stelt, zijn de transatlantische betrekkingen de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd en weer uitgekomen op het niveau dat we het liefst zien, al zullen deze betrekkingen natuurlijk nooit geheel probleemvrij kunnen zijn. Men kan dat ook niet verlangen. Van belang is dat we in een goede verhouding investeren. Als we om ons heen kijken, of dat nu de oude wereld van de jaren zeventig, tachtig en negentig is, of de nieuwe wereld zoals die ontstaan is na de val van de Muur van Berlijn en de mondialisering, dan begrijpen we dat de Verenigde Staten nog steeds onze belangrijkste bondgenoten zijn, onze beste partners en onze medestanders bij onze pogingen de wereld vrijer te maken en verder te ontwikkelen. Het belang van ons bondgenootschap met de Verenigde Staten is iets waar je niet omheen kunt - er is niets vergelijkbaars. Het bestaansrecht van dit bondgenootschap mag niet in twijfel worden getrokken door politieke overtuigingen die nu - net als vroeger - de VS eigenlijk als het probleem zien, en niet als een essentieel onderdeel van de vergelijking waarvan vrede, welvaart, democratie en vrijheid de elementen vormen.

In een wat ruimere context wil ik hier graag tot uitdrukking brengen dat ik het eens men met het pleidooi van de leider van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten voor het opzetten van een transatlantische merkt vóór 2015. Hij heeft er terecht op gewezen dat de parlementen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan zich een grotere inspanning moeten getroosten om deze doelstelling via wetgeving invulling te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. - (EN) De betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika zijn de afgelopen tien jaar zeer vruchtbaar gebleken. Vooral de financiële diensten vormen een zeer positief punt, waarbij regeringen en politici aan beide zijden van de Atlantische Oceaan wezenlijke vooruitgang hebben gezien.

Als de doelstellingen van het OESO-werkdocument van 29 mei 2005, dat door beide zijden is aangenomen, kunnen worden verwezenlijkt, zou dat grote voordelen met zich meebrengen. Als de obstakels die daarin worden genoemd zouden worden weggenomen, zou dat elk jaar, jaar in jaar uit, tot een groei van meer dan 3 procent van het BNP leiden. De transatlantische markt is iets waar beide zijden hard aan moeten werken. Als het ons echter niet lukt om die tot stand te brengen, zal dat betekenen dat we onze bedrijven en onze volken in de steek laten en aan grote economische risico’s blootstellen in een geglobaliseerde omgeving.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey Van Orden (PPE-DE), schriftelijk. - (EN) Door mijn ontmoeting met de president van India heb ik niet over deze resolutie kunnen stemmen. Als overtuigd voorvechter van de transatlantische betrekkingen zou ik vóór hebben gestemd. Ik heb echter grote bezwaren tegen een gevaarlijke goocheltruc, die steeds vaker wordt gebruikt in beleidsdocumenten van de EU en waarbij onze nationale regeringen worden verdrongen door de EU, in dit geval bij haar pogingen om de enige ‘partner’ van de VS te worden in de transatlantische relatie. Dit is in het bijzonder van belang voor het Verenigd Koninkrijk. Dit soort taal wordt ook gebruikt als het over de NAVO gaat. Bovendien moet in herinnering worden gebracht dat het idee van één enkele transatlantische markt al jaren geleden is gelanceerd door de Britse conservatieven en dat het in meer recente verslagen is opgenomen dankzij door mijzelf ingediende amendementen. Omdat ik geen enkele rechtvaardiging zie voor het openen van kantoren van het Europees Parlement in andere landen, ben ik zeker tegen het dure voorstel, in paragraaf 40, om een permanente officiële vertegenwoordiging van het Europees Parlement in Washington DC te installeren.

 
  
  

- Verslag-Swoboda (A6-0092/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag enkele korte opmerkingen maken over het voortgangsverslag betreffende Kroatië. Met het openstellen van de onroerendgoedmarkt voor Slovenië is Kroatië een van de verplichtingen nagekomen uit de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst, waarmee dit twistpunt dus is opgelost. Ook op het gebied van het omgaan met oorlogsmisdaden zijn toch enkele zaken in beweging gebracht. Tot slot heeft zelfs het Comité van de regio’s in het gisteren aangenomen verslag gesteld dat de toetreding van Kroatië slechts beperkte financiële gevolgen zou hebben.

Daarom vind ik het een schande dat men Kroatië, een land dat duidelijk bij de familie van Europese volken hoort, zo lang in het ongewisse heeft gelaten. In plaats van tijd te verspillen met Turkije, een land dat niet in staat is en niet bereid is om aan de EU-voorwaarden te voldoen maar toch brutaal een datum voor toetreding eist, moeten we volgens mij alle energie gebruiken voor het snel afsluiten van de onderhandelingen met Kroatië.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, we hebben zojuist een zeer belangrijk verslag aangenomen over de stappen die Kroatië heeft gezet om zich bij de zevenentwintig EU-lidstaten aan te kunnen sluiten. Er kan bij niemand twijfel bestaan over het feit dat Kroatië bij Europa hoort en volledig lid van de Gemeenschap moet worden.

Hoewel sommige landen negatief zijn over een verdere uitbreiding met Turkije en Oekraïne, en ondanks de noodzaak om de instellingen van de EU te hervormen, zodat deze soepel kunnen functioneren, kan het integratieproces dat vijftig jaar geleden is begonnen, niet worden stopgezet.

Ik ben ervan overtuigd dat Kroatië zal doorgaan met de begonnen hervormingen, ook met de hervorming van de rechtspraak en de overheid en het bestrijden van de corruptie, waardoor het aan alle politieke en economische voorwaarden voor het lidmaatschap van de EU zal kunnen voldoen, met name aan de Kopenhagen-criteria en de voorwaarden die zijn neergelegd in het stabilisatie- en associatieproces. Ik hoop dat Kroatië het achtentwintigste lid van de EU zal worden, en dat wens ik voor Kroatië en voor ons allemaal.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Wij vinden uitbreiding van de Europese Unie een goede zaak. Deze uitbreiding kan echter niet plaatsvinden voordat de kandidaat-landen de facto voldoen aan alle eisen die aan het lidmaatschap worden gesteld. De laatste uitbreiding, waarbij Roemenië en Bulgarije lid werden, heeft veel te vroeg plaatsgevonden, want deze landen en hun systeem waren er niet rijp voor


Ook Kroatië heeft nog een lange weg te gaan, onder andere bij de hervorming van het openbaar bestuur en de rechterlijke macht, voordat er sprake kan zijn van lidmaatschap. Het is positief om te zien dat er vorderingen worden gemaakt, maar het gaat erom dat we dit belangrijke en onherroepelijke proces niet overhaasten, zowel omwille van Kroatië als omwille van de EU.

Verder is het beangstigend dat het Europees Parlement zoiets belangrijks als de uitbreiding gebruikt om op ondemocratische wijze propaganda te maken voor de Europese Grondwet. In overweging G staat dat het huidige ontwerp voor een Grondwettelijk Verdrag van kracht moet worden, hoewel de Franse en de Nederlandse bevolking daar duidelijk tegen zijn. Bovendien wordt in paragraaf 7 gewezen op “de verflauwende steun voor toetreding onder de Kroatische bevolking”. Als daarvan sprake is en de meerderheid in Kroatië tegen het lidmaatschap van de EU is, moet een aansluiting bij de EU om democratische redenen niet doorgaan.

Wij hebben daarom tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) De EU heeft de aanzet gegeven tot het uiteenvallen van Joegoslavië. Men denke aan de rol die Duitsland heeft gespeeld bij de erkenning van Kroatië. Daarna heeft de NAVO op brute wijze ingegrepen en er zo voor gezorgd dat er op het Europese continent voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog weer oorlog werd gevoerd. Vervolgens hebben de EU en de NAVO de Balkan jarenlang militair bezet gehouden. En nu wil de EU - of liever: de groep grote mogendheden binnen de EU - de overheersing op een andere wijze voortzetten, en wel door de politieke en economische absorptie van de landen in deze strategisch belangrijke regio, met andere woorden: door ze te "integreren".

Van de in het verslag opgenomen doelstellingen zijn vooral de volgende van belang:

- de poging om nieuwe uitbreidingen van de EU te koppelen aan de zogenaamde noodzaak de Verdragen te herzien (wat uiteindelijk zou leiden tot het wederom opleggen van het zogenaamde "Grondwettelijk Verdrag");

- het blijven aandringen op de overname van het communautair "acquis", ofwel het neoliberale handboekje met z'n "open en competitieve markt". Zo wordt de autonome, nationale ontwikkeling ondergeschikt gemaakt aan de belangen van de grote mogendheden en hun grote financiële en economische concerns. Kroatië moet dus "hervormingen" uitvoeren en zich bijvoorbeeld openstellen voor "sterke particuliere investeringen". Er wordt verder aangedrongen op de "verkoop van minderheids- en meerderheidsbelangen van de staat in ondernemingen".

Dit toont eens te meer aan dat de EU er niet zozeer op uit is de belangen van de werkers en de volkeren te dienen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd waarin Kroatië gefeliciteerd wordt met een aantal van de veranderingen die het land heeft doorgevoerd om te voldoen aan de toetredingscriteria.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. - Mijn fractie had vanmorgen voor Kroatië helaas geen spreektijd beschikbaar. Wij betreuren dat de onderhandelingen met dit land ernstig zijn vertraagd als gevolg van de oorlog in de jaren negentig en dat het niet tegelijk met Slovenië in de EU kon worden toegelaten. Inmiddels wordt dit land niet meer gedomineerd door extreme nationalisten en aanvaardt het bescherming en terugkeer van minderheden. Kroatië is thans beter voorbereid op het EU-lidmaatschap dan sommige reeds toegetreden staten. Kroatië wordt vooral benadeeld, doordat sommigen binnen de EU geen nieuwe lidstaten willen toelaten, zolang de door de Nederlandse en de Franse kiezers afgewezen EU-grondwet niet wordt ingevoerd. Verontwaardigd over dit uitstel keert de Kroatische publieke opinie zich nu van de EU af.

Mijn fractie vindt dat het verslag-Swoboda extreme eisen stelt aan verkoop van staatsbedrijven en sluiting van scheepswerven. Tot nu toe is altijd beweerd dat de EU geen voorkeur uitspreekt over het eigendom in de economie, en dat overheidsbedrijven en private bedrijven vrij naast elkaar kunnen voortbestaan. Aan nieuwkomers dreigen we nu scherpe eisen te stellen. Mijn fractie wijst ook alle amendementen af die berusten op Italiaanse aanspraken op Kroatisch grondgebied en op het ontkennen van de oorlogsmisdaden tijdens de bezetting onder Mussolini.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. - (PL) Ik stem voor het verslag van Hannes Swoboda over de vooruitgang die Kroatië heeft geboekt in 2006.

De rapporteur heeft een inzichtelijke analyse gemaakt van de huidige politieke, economische en sociale situatie in Kroatië. Het verslag is objectief omdat er aan de ene kant wordt gewezen op de inspanningen van de Kroatische regering om te voldoen aan de eisen van de EU, bijvoorbeeld met betrekking tot de politieke toetredingscriteria, maar aan de andere kant ook de problemen worden opgesomd die nog moeten worden opgelost.

Een belangrijk element hierbij is de implementatie van het communautair acquis op alle gebieden van het nationale rechtsstelsel, gelet op het feit dat het gezamenlijke raadplegingsproces in oktober 2006 met succes is afgerond en de onderhandelingen over specifieke aspecten van het acquis nu aan de gang zijn.

De rapporteur heeft terecht ook gewezen op de positieve voortrekkersrol die Kroatië in Zuidoost-Europa speelt.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE), schriftelijk. - (EN) De Britse conservatieven hebben het verslag-Swoboda gesteund, maar hebben tegen de amendementen gestemd die betrekking hebben op overweging G. De Britse conservatieven zijn een uitgesproken voorstander van de uitbreiding van de EU, en in het bijzonder met Kroatië, waarvan het toetredingsproces relatief soepel zal kunnen verlopen, maar zijn uitgesproken tegenstander van het idee dat een Grondwet een noodzakelijke voorwaarde is voor toekomstige uitbreidingen, zoals in overweging G wordt gezegd.

 
  
  

- Verslagen-Sterckx (A6-0086/2007), Kohlìček (A6-0079/2007), Costa (A6-0063/2007), Vlasto (A6-0081/2007), Luis de Grandes Pascual (A6-0070/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Arlette Carlotti (PSE), schriftelijk. - (FR) Onmiddellijk na de schipbreuken van de olietankers Erika en Prestige zijn de Europese socialisten gaan vechten voor een Europese wetgeving ter verbetering van de maritieme veiligheid en ter voorkoming van verontreiniging van haar territoriale wateren door ongelukken.

Deze strijd werpt nu vruchten af, maar de totstandbrenging van een echte ruimte van Europese maritieme veiligheid is nog niet voltooid.

Het derde pakket maatregelen voor maritieme veiligheid is een beslissende etappe in de verwezenlijking van dit doel. De vijf verslagen die aan het Europees Parlement zijn voorgelegd bevatten enkele belangrijke stappen vooruit, zoals :

- een duidelijk en nauwkeurig rechtskader voor vluchthavens voor schepen in moeilijkheden, onder toezicht van een onafhankelijke autoriteit;

- een permanente onderzoekinstantie om onderzoek te vergemakkelijken;

- een hoog niveau van bescherming van passagiers, overeenkomstig hetgeen van kracht is voor andere vervoersmiddelen;

- kwalitatief betere en efficiëntere controle in de Europese havens, met bijzondere aandacht voor hoogrisicoschepen.

Ik heb dus voor dit verslag gestemd. Ik hoop echter dat de EU nu ook zal zorgen voor een verbetering van haar wetgeving om de ‘zeeschurken’ aan te pakken die in de Middellandse Zee dagelijks aardolieverontreiniging veroorzaken. Elk jaar komen 650 000 ton ruwe-olieresten in zee terecht ten gevolge van illegale lozingen door tankspoeling, oftewel 75 Erika’s.

 

13. Rectificaties stemgedrag voorgaande vergaderingen: zie notulen
  

(De vergadering wordt om 14.00 uur onderbroken en om 15.00 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 

14. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen

15. Mensenrechten in 2006 en het EU-beleid inzake de mensenrechten - Moratorium op de doodstraf (debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- het verslag (A6-0128/2007) van de heer Coveney, namens de Commissie buitenlandse zaken, over het jaarverslag over de mensenrechten in 2006 en het EU-beleid inzake de mensenrechten [2007/2020(INI)], en

- de verklaringen van de Raad en de Commissie over het moratorium op de doodstraf.

 
  
MPphoto
 
 

  Simon Coveney (PPE-DE), rapporteur. - (EN) Dank u, mevrouw de Voorzitter. Mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, het is mij een eer om u, in mijn hoedanigheid van rapporteur, het verslag van het Europees Parlement betreffende het jaarverslag over de mensenrechten in 2006 te mogen presenteren.

Dit verslag is de uitvoerigste en belangrijkste politieke verklaring die het Europees Parlement ieder jaar aflegt over de mensenrechten en de bevordering daarvan. Als rapporteur heb ik de directe evaluatie gehandhaafd die vorig jaar is ingevoerd voor het verslag betreffende 2005. Het jaarverslag is in essentie een constructieve en kritische analyse van de wijze waarop de Raad, de Commissie en het Parlement overal ter wereld zijn opgekomen voor de mensenrechten en de mensenrechten hebben bevorderd. Het verslag is het resultaat van vijf maanden werk in de Subcommissie mensenrechten en de Commissie buitenlandse zaken, waarin - dat moet worden opgemerkt - een hoge mate van consensus is bereikt door middel van discussie, debat en compromisamendementen.

Een van de punten waarop het verslag zich concentreert, betreft de rol van de EU in de nieuwe Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (UNHRC). De opvattingen waaraan in het verslag uitdrukking wordt gegeven, zijn gebaseerd op het bijwonen van een aantal bijeenkomsten van de UNHRC in Genève door leden van het Parlement. In het recente jaarverslag van de Raad en de Commissie was geen plaats voor de UNHRC, en daarom was het naar mijn mening passend om er in dit verslag en in het debat van vandaag aandacht aan te besteden.

In ons verslag wordt erkend dat de UNHRC het potentieel heeft om zich te ontwikkelen tot een waardevol kader voor de multilaterale inspanningen op mensenrechtengebied van de EU, maar dat de eerste twaalf maanden van de UNHRC geen onverdeeld succes zijn geweest. De UNHRC is er niet in geslaagd consensus te bereiken en aanvaardbare compromissen te sluiten in belangrijke kwesties als het Midden-Oosten, Darfoer, Birma en vele andere. In plaats daarvan is hij een aantal malen gebruikt om politiek te scoren, en we moeten nagaan hoe we kunnen voorkomen dat de UNHRC wordt gebruikt als politiek forum voor het uitvechten van conflicten tussen geografische of ideologische coalities.

Een goed voorbeeld hiervan is de zwakke UNHRC-resolutie over Darfoer. Het stoppen van de verspreiding van het geweld en het beschermen van onschuldige mensen in Darfoer hadden de enige prioriteiten moeten zijn van een VN-organisatie voor de mensenrechten, maar dat is helaas niet het geval geweest. Debatten en pogingen om overeenstemming te bereiken over Darfoer zijn gebruikt om politieke deals te sluiten over andere resoluties. Ik wil in dit verband de Europese Raad vragen te bekijken of er geen hardere maatregelen kunnen worden genomen, als reactie op de humanitaire crisis in Darfoer. Ik heb dit punt gisteren, in een commissievergadering, onder de aandacht gebracht van de vertegenwoordiger van de Raad, die hier vandaag aanwezig is.

De kern van het verslag is de vraag hoe de EU omgaat met de richtsnoeren inzake mensenrechten die zij voor zichzelf heeft opgesteld. Er zijn vijf EU-richtsnoeren die Europa moet bevorderen. Deze betreffen de doodstraf, foltering, kinderen en vrouwen in gewapende conflicten, mensenrechtenactivisten en natuurlijk de dialoog met derde landen. Het was naar mijn mening belangrijk om het optreden van de Raad aan een kritische analyse te onderwerpen, vooral als het gaat om de tenuitvoerlegging van die richtsnoeren, omdat de Raad zich specifiek heeft gecommitteerd aan deze instrumenten voor de bevordering van de mensenrechten in derde landen. In het bijzonder moeten de Raad en de Commissie ervoor zorgen dat de EU-ambassades en -missies in derde landen beter bekend raken met de richtsnoeren. Het blijft zorgwekkend dat sommige delegaties weinig of geen kennis hebben van de richtsnoeren en niet of nauwelijks weten hoe ze deze het best kunnen bevorderen in de omstandigheden van de betrokken derde landen.

In het verslag wordt ook opgeroepen tot meer overleg tussen de Raad en het Europees Parlement, en de Subcommissie mensenrechten in het bijzonder, met betrekking tot het verslag van de Raad en de Commissie over de mensenrechten, zodat we wezenlijke vooruitgang kunnen boeken op weg naar een situatie waarin er één allesomvattend verslag is waarin zowel de visie van het Parlement als de visies van de Raad en de Commissie zijn opgenomen. Dat is ook wat wij proberen te bewerkstelligen met de wijziging van de structuur van het verslag.

Ook wordt in het verslag benadrukt dat de mensenrechtendialoog tussen de EU en China aanmerkelijk versterkt en verbeterd moet worden. We erkennen dat China nu heeft besloten om alle doodstrafzaken door het hooggerechtshof te laten beoordelen, wat erop wijst dat er langzaam vooruitgang wordt geboekt op het gebied van de doodstraf, maar we zeggen ook dat het verontrustend blijft dat China wereldwijd nog steeds het grootste aantal executies voltrekt.

We verwelkomen de door het Parlement aangenomen resoluties waarin wordt opgeroepen tot het sluiten van het detentiecentrum van Guantanamo Bay, evenals de bijdragen van het Parlement waarmee het geprobeerd heeft de zorgen omtrent de mensenrechten in verband met dat centrum sterker onder de aandacht te brengen. Alleen al het bestaan van Guantanamo Bay blijft een negatief signaal uitzenden voor de wijze waarop de strijd tegen het terrorisme door het Westen, onder leiding van de Verenigde Staten, wordt gevoerd.

Met veel genoegen heb ik in het verslag gewezen op de noodzaak van een helder en efficiënt gemeenschappelijk beleid inzake controle op wapenuitvoer, ook binnen de Europese Unie, omdat de gevolgen van de handel in met name kleine wapens op de mensenrechtensituatie in verschillende delen van de wereld heel duidelijk zijn. We moeten zeker blijven streven naar een internationaal verdrag inzake wapenhandel, iets waartoe het Parlement herhaaldelijk heeft opgeroepen.

Ik wil afsluiten door alle andere fracties te bedanken voor hun samenwerking. Dit is geen PPE-DE-resolutie over de mensenrechten. Deze resolutie vormt - hoop ik - een afspiegeling van de opvattingen van heel het Parlement en van alle fracties in het Parlement. Ik wil iedereen bedanken die bij dit verslag met mij heeft samengewerkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte afgevaardigden, het is mij een genoegen om namens het voorzitterschap deel te mogen nemen aan het debat in dit Parlement over het jaarverslag 2006 over de mensenrechten en de mensenrechtensituatie in de wereld.

Net als de verslagen uit eerdere jaren werpt ook dit verslag een kritische blik op de activiteiten die de Europese Unie in het kader van het mensenrechtenbeleid ontplooid heeft. Wij zijn voorstander van een dergelijke kritische benadering, omdat we ervan overtuigd zijn dat die bijdraagt tot een versterking en verbetering van ons gezamenlijke optreden ter bescherming van de mensenrechten. Wij zijn ons maar al tegoed bewust van de uitdagingen waar dit terrein ons elke dag weer voor stelt. Hoe beter de dialoog tussen onze instellingen verloopt, des te eerder zullen we in staat zijn ons gezamenlijke optreden op het terrein van de mensenrechten effectiever te maken.

Ik zou gelijk willen beginnen met een praktisch voorstel: ik zal de bevoegde werkgroep van de Raad (COHOM) vragen het verslag van het Europees Parlement te bespreken en zich diepgaander bezig te houden met de eisen en adviezen die voor haar werkterrein van belang zijn. Op basis van de definitieve versie van het verslag en het commentaar van de bevoegde werkgroep van de Raad zou het debat dan op een later tijdstip voortgezet kunnen worden. Daarom zou ik vandaag willen volstaan met enkele aanbevelingen.

In het verslag wordt erkend dat er een nauwere samenwerking is tussen het Europees Parlement en de voorzitterschappen van de EU bij het opstellen en bespreken van het jaarverslag van de Europese Unie over de situatie van de mensenrechten. Het feit dat het Europees Parlement zijn mensenrechtenactiviteiten in een apart hoofdstuk van het EU-jaarverslag toelicht, is een van de punten waarop onze samenwerking verbeterd is. Het is ons streven deze samenwerking en de dialoog met het Europees Parlement, met name in de Subcommissie mensenrechten, voort te zetten. Wij zijn ons ervan bewust dat het Europees Parlement een belangrijke bijdrage levert aan de bescherming van de mensenrechten en vinden dat daarvoor waardering moet worden uitgesproken in het jaarverslag van de Europese Unie over de situatie van de mensenrechten. Ik wil er echter wel op wijzen dat onze samenwerking gestalte dient te krijgen binnen het wettelijk kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en dat de rol van het Europees Parlement gelegen is in het kritisch beoordelen van het optreden van de Europese Unie op het terrein van de mensenrechten, zoals in de toelichting in het verslag van de heer Coveney terecht wordt vermeld.

Een belangrijk aspect van het mensenrechtenbeleid in het verslagjaar betreft de onlangs in het leven geroepen Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Het verslag van het Europees Parlement benadrukt het belang van deze raad en wijst er terecht op dat dit orgaan het potentieel heeft om uit te groeien tot een belangrijk forum voor het multilaterale optreden van de Europese Unie in het kader van haar inspanningen ter bescherming van de mensenrechten. Het verslag betreurt dat de nieuwe Mensenrechtenraad niet slagvaardig genoeg is gebleken om een gepast antwoord te vinden op de verschillende mensenrechtencrises in de wereld. Ik zou daar tegenover willen stellen dat het nog te vroeg is voor een dergelijk oordeel en dat we de uitkomst van het institutionele besluitvormingsproces af moeten wachten, die voor eind juni voorzien is. De Europese Unie zal alles doen wat in haar vermogen ligt om ervoor te zorgen dat de Mensenrechtenraad zich kan ontwikkelen tot een doeltreffend, maar ook geloofwaardig bestanddeel van het mensenrechtensysteem van de Verenigde Naties.

Ten aanzien van de situatie in Darfoer - een van de belangrijkste kwesties die tijdens de laatste Mensenrechtenraad besproken werd - spreekt het verslag de wens uit dat de Europese Unie en haar lidstaten hun positie met meer klem naar voren te brengen, zodat de Mensenrechtenraad - na het rapport van de bijzondere missie die men gestuurd heeft - adequaat kan reageren op de humanitaire catastrofe in Darfoer. Ik zou daarover willen opmerken dat de eensgezinde aanvaarding door de vierde Mensenrechtenraad van de tekst over Darfoer als belangrijk succes voor de EU aangemerkt kan worden.

Ik wil nu kort ingaan op andere belangrijke instrumenten van ons EU-mensenrechtenbeleid, te weten de richtsnoeren inzake de afschaffing van de doodstraf en de bestrijding van foltering, de bescherming van mensenrechtenactivisten en de positie van kinderen in gewapende conflicten, die de EU met het oog op de betrekkingen met derde landen opgesteld heeft. In het jaarverslag van het Europees Parlement wordt de betekenis van deze EU-richtsnoeren onderstreept en gewezen op de noodzaak meer aandacht te besteden aan de uitvoering ervan. Wij delen deze mening, en waarderen ook het werk dat de Subcommissie mensenrechten van het Europees Parlement tot nu toe verricht heeft. Het Duitse voorzitterschap zal aan het eind van zijn ambtstermijn gedetailleerd verslag doen van de manier waarop de verschillende richtsnoeren zijn uitgevoerd.

Ik vraag uw bijzondere aandacht voor de inspanningen die het voorzitterschap zich op het punt van de afschaffing van de doodstraf getroost heeft. Dit punt is een van de voornaamste prioriteiten van de Raad voor wat de maatregelen van de Europese Unie ten aanzien van de mensenrechten betreft. Om verdere voortgang op dit terrein te boeken heeft het voorzitterschap een actieplan voor het jaar 2007 opgesteld waar al uitvoering aan gegeven wordt en dat tot doel heeft de afschaffing van de doodstraf op het meest geschikte niveau bij de Verenigde Naties aan de orde te stellen. Ik kom daar nog op terug.

Tot de voornaamste instrumenten van ons mensenrechtenbeleid behoren ook de dialoog en het overleg met derde landen, waaraan het Europees Parlement een apart verslag zal wijden. Wij verwelkomen dat initiatief en zullen terdege kennis nemen van de aanbevelingen van het Europees Parlement. Ondanks de moeilijkheden die de mensenrechtendialoog met zich meebrengt, geloven wij dat dit een niet te onderschatten instrument is, waarmee wij onze bedenkingen ten aanzien van de mensenrechtensituatie in een derde land naar voren kunnen brengen en daarin verandering kunnen brengen, ook al is dat vaak pas op lange termijn.

In dit verband kan ik u meedelen dat het voorzitterschap het besluit van de Raad begroet om een mensenrechtendialoog tussen de Europese Unie en Oezbekistan op gang te brengen. De voorbereidingen voor de eerste ronde van deze nieuwe mensenrechtendialoog zijn gaande. De volgende rondes in de mensenrechtendialoog tussen de EU en China en het mensenrechtenoverleg met Rusland vinden eveneens op korte termijn plaats, dat wil zeggen begin en midden mei en wel in Berlijn. Wat het overleg met Rusland betreft, kan ik u meedelen dat Europese en Russische NGO’s hier, conform de eisen in het EP-jaarverslag, bij betrokken zijn.

Een andere eis in het EP-jaarverslag is dat de leden van het Europees Parlement sterker betrokken worden bij de dialoog en het overleg. Men roept de Raad op deze betrokkenheid te waarborgen. Staat u mij toe daar het volgende op te antwoorden: de samenstelling van de EU-delegaties die de dialoog met derde landen voeren, weerspiegelt de verdeling van de bevoegdheden in het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Het is daarom niet mogelijk om leden van dit Parlement bij de dialoog te betrekken. Daarmee is echter niet gezegd dat er geen permanente rapportage en permanent overleg over de ontwikkelingen plaatsvinden.

Mevrouw de Voorzitter, met uw welnemen zou ik nu graag iets willen zeggen over de verklaring van het voorzitterschap over het moratorium op de uitvoering van de doodstraf.

De strijd tegen de doodstraf vormt reeds lange tijd de kern van het gemeenschappelijke EU-mensenrechtenbeleid. De eerste EU-richtsnoeren terzake werden in 1998 door de Raad aangenomen en betroffen de strijd tegen de doodstraf. De voortzetting van de diverse maatregelen waarmee de Europese Unie zich sinds 1998 stelselmatig inzet voor de afschaffing van de doodstraf, is ook een van de prioriteiten van het Duitse voorzitterschap voor het EU-mensenrechtenbeleid.

We hebben het thema van de doodstraf voor het laatst op onze minizitting van januari ter sprake gebracht. Ik had u daarbij een weldoordacht actieplan van het Duitse Raadsvoorzitterschap in het vooruitzicht gesteld voor de manier waarop wij ons in de eerste helft van 2007 dachten in te spannen voor de verplaatsing van de strijd tegen de doodstraf naar de Verenigde Naties. Ik kan u nu meedelen dat we de maatregelen zoals aangekondigd uitgevoerd hebben.

Op basis van een door de hoofden van de permanente vertegenwoordigingen van alle EU-partners in Genève en New York verrichte analyse en talrijke gesprekken met vertegenwoordigers van NGO’s heeft Duitsland eind februari een actieplan 2007 gepresenteerd, dat concrete stappen omvat voor een gefaseerde thematisering van de doodstraf in de Verenigde Naties. Het plan werd eenstemmig aangenomen door alle EU-partners, en sindsdien wordt er door het voorzitterschap stelselmatig uitvoering aan gegeven.

De eerste stap die uit dit actieplan voortvloeide, was de prominente plaats die de doodstrafproblematiek bij de opening van de vierde zitting van de Mensenrechtenraad in Genève innam. Minister Steinmeier van Duitsland is in de toespraak die hij in zijn hoedanigheid van fungerend voorzitter van de Raad van de Europese Unie hield, stelselmatig ingegaan op het thema van de doodstraf. Verscheidene ministers van EU-lidstaten die eveneens aan de vierde zitting van de Mensenrechtenraad deelnamen, hebben met evenveel klem als het voorzitterschap voor de afschaffing van de doodstraf gepleit. Bovendien werd de verklaring tegen de doodstraf, die op initiatief van de Europese Unie december 2006 in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties afgelegd is en door in totaal 85 landen uit alle delen van de wereld ondertekend werd, in maart nogmaals voorgelezen bij de Mensenrechtenraad, onder vermelding van nieuwe ondertekenaars.

In april is het voorzitterschap overgaan tot de tweede stap uit het actieplan en begonnen met wereldwijd lobbyen. Daarmee willen wij nog meer stemmen verzamelen voor de verklaring tegen de doodstraf van december 2006 en een wereldomspannende alliantie smeden die bereid is een resolutie in de Verenigde Naties te ondersteunen.

Eind mei, na het afsluiten van deze wereldwijde demarche, zal de Europese Unie de resultaten van het lobbyen grondig evalueren. Op grond daarvan zal de EU vervolgens besluiten wanneer zij de tijd rijp acht om een resolutie bij de Verenigde Naties in te dienen.

Ik onderstreep nog eens mijn woorden van januari: het zou strategisch onverstandig zijn het debat in de Verenigde Naties nu al, voor het beëindigen van onze demarche, te heropenen. Het is namelijk niet erg waarschijnlijk dat een dergelijk voorstel de benodigde steun van tweederde van de ledenlanden haalt. Bovendien zou daarvan een negatieve precedentwerking kunnen uitgaan. Andere ledenlanden zouden zich hierdoor aangemoedigd kunnen voelen om op hun beurt netelige kwesties buiten de normale zittingen van de Algemene Vergadering opnieuw op de agenda te zetten. Maar het belangrijkst is dat we nog niet weten of we voor een dergelijke resolutie wel de noodzakelijke meerderheid van ondertekenaars uit diverse delen van de wereld bij elkaar krijgen. Doel van de demarche die momenteel op mondiaal vlak wordt ondernomen, is nu juist om dit vast te stellen, en wij moeten de uitkomst daarvan afwachten voordat we verdere stappen kunnen ondernemen.

Laat ik daarom nogmaals onderstrepen dat de Europese Raad even zwaar tilt aan de strijd tegen de doodstraf als het Europees Parlement. Onze wens om deze wrede, onmenselijke, maar ook ineffectieve straf zo snel mogelijk overal ter wereld afgeschaft te zien is net zo sterk als de uwe. Maar we voeren geen gemakkelijke strijd: goede wil alleen volstaat niet. We kunnen dit doel alleen via een strategische benadering bereiken, en daartoe zijn wij, als het Duits voorzitterschap van de Raad, samen met onze partners in de Raad, vastbesloten. Wij hopen dan ook zeer dat we daarbij op de volle ondersteuning van het Europees Parlement mogen rekenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Joe Borg, lid van de Commissie. - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik verwelkom het verslag van de heer Coveney over de mensenrechten in de wereld in 2006 en het EU-beleid op dit gebied, evenals de resolutie die vandaag aan het Parlement wordt voorgelegd. Het verheugt me in het bijzonder dat de innovatieve aanpak van het verslag is gehandhaafd en dat het verslag zich concentreert op een kritische toetsing van de activiteiten die de instellingen van de Europese Unie bij het ten uitvoer leggen van hun mandaat op het gebied van de mensenrechten ontplooien. Ook juich ik de aanbeveling toe dat dient te worden gestreefd naar een echt interinstitutioneel jaarverslag van de EU, waarin de activiteiten worden weergegeven van zowel de Raad, de Commissie als het Europees Parlement bij het bevorderen van de mensenrechten en de democratie in de wereld.

Dit voorstel - dat ik volledig onderschrijf - betekent geenszins dat het Parlement zijn voorrecht verliest om een eigen verslag over dit onderwerp uit te brengen, en evenmin dat de verdeling van bevoegdheden tussen Raad, Parlement en Commissie wordt aangetast. Het doel van het voorstel - waar hopelijk tijdens het komende Portugese voorzitterschap op zal worden voortgeborduurd - is om de burgers van de EU en onze partners in de wereld één allesomvattend verslag aan te kunnen bieden, een verslag dat recht doet aan het hele scala van de door de drie instellingen ondernomen activiteiten en waarmee onze gedeelde waarden en doelstellingen op dit terrein worden uitgedragen.

De Commissie verwelkomt de voorstellen die in dit verslag zijn vervat met betrekking tot de vergroting van de synergie tussen de drie instellingen en de volledige benutting van hun specifieke doelstellingen bij het bevorderen van de mensenrechten. In dit verband wil ik met name wijzen op de studie van het Europees Interuniversitair Centrum, waar wij het mee eens zijn. In deze studie wordt een aantal praktische voorstellen gedaan die onze volledige aandacht verdienen. Dezelfde goede samenwerking tussen onze instellingen op het gebied van de mensenrechten is tot uiting gekomen bij de invoering van de nieuwe democratische toets met betrekking tot de geografische en thematische samenwerkingsstrategieën.

De decembervergaderperiode van het Europees Parlement, wanneer het jaarverslag van de EU wordt gepresenteerd, is een goede gelegenheid om ons gezamenlijk engagement voor de mensenrechten en de democratie verder te ontwikkelen.

Ik wil twee voorbeelden aanhalen uit het verslag dat ons vandaag is voorgelegd: de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties en de mensenrechtendialoog. In paragraaf 22 van het verslag wordt de EU opgeroepen om effectiever gebruik te maken van haar invloed om de belangrijke agendapunten van de UNHRC onder de aandacht te brengen en de lobby- en dienstverlenende activiteiten beter af te stemmen. Zoals u weet, was de Commissie in eerste instantie enigszins sceptisch ten aanzien van deze raad, en vond de Commissie de raad, zelfs al toen deze in 2005 werd ingesteld door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, niet ambitieus genoeg. Er blijven hier twijfels over bestaan, en wel om de volgende redenen.

De samenstelling is nauwelijks verbeterd. Het aantal landenkwesties dat in het middelpunt van de belangstelling staat neemt af, en er is een vraagteken met betrekking tot de toekomst van het mandaat van de speciale mechanismen. Maar er zijn ook positieve signalen, zoals de missie naar Darfoer en de unanieme resolutie die daarop volgde. Ik denk dat het verkeerd zou zijn om onze strijd op te geven voor wat nog steeds het belangrijkste mondiale mensenrechtenforum is. Integendeel, we zullen onze inspanningen moeten verdubbelen om de raad beter te laten functioneren, in het belang van alle volken waarvan de rechten iedere dag op ernstige wijze worden geschonden.

De EU en haar gelijkgezinde partners moeten de vicieuze cirkel van politisering doorbreken en op een effectievere manier de partnerlanden in de G27 zien te benaderen.

Het Parlement heeft de ontwikkelingen in het nieuwe VN-orgaan vanaf het begin van nabij gevolgd. Het heeft missies gestuurd en het huidige voorzitterschap van de Raad uitgenodigd om te debatteren over kwesties van gemeenschappelijk belang. Met het oog op de voor komende juni geplande missie wil ik voorstellen om een informele bijeenkomst van de drie instellingen te houden, waarop wij u op de hoogte kunnen brengen van de situatie en onze volledige steun kunnen aanbieden bij de voorbereiding van de missie.

In paragraaf 78 van het verslag wordt ook gevraagd om een grotere betrokkenheid van het Europees Parlement bij de mensenrechtendialoog met derde landen. Deze dialoog is voor ons een essentieel instrument geworden bij het bevorderen van het respect voor de mensenrechten, hoewel de resultaten natuurlijk uiteenlopen, afhankelijk van wie de dialoogpartner is. Het zou onze invloed zeker vergroten als we onze gedachtewisseling met deze landen zouden kunnen uitbreiden naar anderen partners dan regeringsvertegenwoordigers. Hoewel er in de praktijk obstakels kunnen bestaan voor een volledige deelname van het Europees Parlement aan de formele bijeenkomsten in het kader van de mensenrechtendialoog, zou een interparlementaire dialoog zeker een aanvulling vormen op de bestaande gesprekken. Ik zie uit naar het initiatiefverslag dat het Parlement over dit onderwerp opstelt en naar de constructieve voorstellen daarin. In ieder geval zie ik voordelen in een betere informatie-uitwisseling tussen de instellingen van de Europese Unie bij de voorbereiding, tenuitvoerlegging en follow-up van de mensenrechtendialoog.

Dan ga ik nu over naar het tweede punt van de agenda. Ik wil benadrukken hoe belangrijk het is dat de Europese Unie doorgaat met het streven naar de universele afschaffing van de doodstraf. Dit is een hoofddoelstelling van ons mensenrechtenbeleid, en ik zal er persoonlijk op toezien dat de Europese Unie een voortrekkersrol speelt op dit gebied, met name binnen de Verenigde Naties. Daarom verwelkom ik ieder initiatief voor een debat over de wijze waarop we een universeel moratorium op de doodstraf kunnen bereiken. Een resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over deze kwestie zou zeker een belangrijke stap zijn, maar zoals deze week ook is gezegd tijdens de bijeenkomst van de Raad, moeten we het tijdstip voor dit initiatief zeer zorgvuldig plannen. Een resolutie zet alleen zoden aan de dijk als zij wordt gesteund door een duidelijke meerderheid van de ledenlanden van de VN, en het zal veel voorbereidend werk vergen voordat we een ontwerp kunnen voorleggen.

Laten we bij deze en bij alle andere kwesties die wij het hoofd moeten bieden, niet uit het oog verliezen wat ons gemeenschappelijk, overkoepelend doel is: de bevordering van de mensenrechten en de democratie en pragmatisch samenwerking bij het streven daarnaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Alma Anastase, în numele grupului PPE-DE. – Doresc în primul rând să mulţumesc colegului Simon Coveney pentru concluziile constructive din raportul său şi, mai ales, pentru recomandările făcute cu privire la dialogul şi consultările Uniunii Europene în domeniul drepturilor omului cu ţările terţe, subiect al unui viitor raport la care am onoare să fiu shadow rapporteur. Respectarea drepturilor omului, a principiilor democratice şi a bunei guvernări reprezintă însăşi esenţa Uniunii Europene. Este obligaţia noastră morală de a promova aceste valori în numele păcii şi dezvoltării în întreaga lume. Intensificarea continuă a eforturilor noastre în promovarea democraţiei în vecinătatea Uniunii Europene trebuie să constituie, fără îndoială, o prioritate a politicii Uniunii Europene în domeniul drepturilor omului. Crearea unui spaţiu veritabil de democraţie la frontiera noastră externă şi asigurarea ireversibilităţii acestui proces este una dintre condiţiile necesare pentru a asigura stabilitatea şi dezvoltarea durabilă în ţările vecine. În sfârşit, promovarea drepturilor omului în vecinătatea Uniunii Europene trebuie să beneficieze de toate instrumentele Uniunii Europene care îi stau la dispoziţie.

Salut şi eforturile recente de a impulsiona aceste activităţi prin instrumente de cooperare regională, inclusiv prin cooperare cu şi în cadrul zonei Mării Negre. Îmi exprim în acest sens speranţa că acţiunile propuse în domeniul democraţiei şi drepturilor omului în cadrul noii comunicări a Comisiei Europene privind sinergia în Marea Neagră vor fi implementate cât mai rapid şi mai eficient.

 
  
MPphoto
 
 

  Józef Pinior, namens de PSE-Fractie. - (PL) Mevrouw de Voorzitter, om te beginnen wil ik Simon Coveney feliciteren met de grote bijdrage die hij levert met de indiening van dit verslag aan het Parlement. Als schaduwrapporteur van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement wil ik de heer Coveney ook bedanken voor de samenwerking. De samenwerking van de heer Coveney met de andere fracties kan als model dienen voor het politieke werk in dit Parlement, iets wat ik graag onder de aandacht breng van eenieder die hier aanwezig is.

Het onderhavig verslag is een van de belangrijkste documenten van het Europees Parlement. Bij het verslag over de mensenrechten in de wereld gaat het vooral om de manier waarop het materiaal is georganiseerd, omdat we veel verschillende rapporten over mensenrechtenschendingen in de hele wereld onder ogen krijgen. Die rapporten worden bijvoorbeeld gepubliceerd door internationale organisaties als Human Rights Watch en Amnesty International, maar ook door de parlementen van de lidstaten en het Congres van de VS. Dit Parlement heeft nu de moeilijke taak om alle belangrijke mensenrechtenkwesties op een logische manier in één verslag onder te brengen.

We hebben zeer nauw samengewerkt met internationale organisaties - Human Rights Watch en Amnesty International - en de nationale parlementen van de lidstaten. Ook hebben we in de delegatie voor de betrekkingen met de VS een dialoog gevoerd met congresleden en senatoren over de mensenrechtenschendingen die in dit verslag worden beschreven.

Een van de belangrijkste zaken waar we ons nu op moeten concentreren, is de vraag hoe effectief het Europees Parlement is op het gebied van de mensenrechten. Ik wil graag wijzen op wat ik beschouw als de successen die we het afgelopen jaar hebben geboekt. Het opkomen voor de mensenrechten in Wit-Rusland bijvoorbeeld, of de activiteiten van de Tijdelijke Commissie met betrekking tot het gebruik van Europese landen door de CIA om gevangenen te vervoeren en illegaal vast te houden, en haar verslag aan het Parlement over deze kwestie. Het Parlement kan zonder meer trots zijn op deze prestaties. De mensenrechten moeten een fundamenteel onderdeel van het buitenlands beleid van de Europese Unie vormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anneli Jäätteenmäki, namens de ALDE-Fractie. - (FI) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ook ik de heer Coveney bedanken voor de uitstekende samenwerking. Het debat is goed verlopen en wij kunnen redelijk tevreden zijn met het resultaat. Ik ben het met de heer Pinior eens dat het een zeer belangrijk document betreft. Het probleem is alleen dat wij het belang van de mensenrechten en grondrechten misschien pas zien als wij deze behandelen en er problemen zijn.

Een groot probleem van het Parlement en de Europese Unie is dat de Europese Unie niet durft te controleren en de mensenrechtensituatie in haar eigen lidstaten niet rechtstreeks onder ogen durft te zien. Worden de mensenrechten en de grondrechten in de Europese Unie geïmplementeerd op de wijze die wij buitenstaanders leren en die wij van derde landen verwachten?

Dit verslag is dus uitstekend. Het brengt veel misstanden in de wereld naar voren die moeten worden aangepakt en waarbij de Europese Unie verdienstelijk werk heeft verricht. Ons werk in de strijd voor de mensenrechten zal echter slechts uit loze woorden bestaan als wij niet in de spiegel durven kijken.

Een probleem dat vorig jaar aan het licht kwam, was de samenwerking van Europese landen met de Amerikaanse inlichtingendienst. In de strijd tegen het terrorisme heeft de Verenigde Staten meer op de Europese Unie en de afzonderlijke lidstaten kunnen vertrouwen dan wij misschien willen toegeven.

Een gezamenlijk document over mensenrechten, waartoe de Commissie een voorstel heeft gedaan, is naar mijn mening een uitstekend idee. Dat maakt het ons ook mogelijk om op het juiste moment op te treden, als één orgaan van drie samenwerkende instellingen. Ik vind dat wij dit beslist moeten overwegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Inese Vaidere, namens de UEN-Fractie. - (LV) Dames en heren, allereerst wil ik Simon Coveney bedanken voor het ronduit excellente werk dat hij met dit verslag heeft geleverd. Het is realistisch en gezond kritisch tegelijk. We kunnen het alleen maar eens zijn met zijn beoordeling van de werkzaamheden van de VN-Raad voor de rechten van de mens in het eerste jaar. Dat was geen onverdeeld succes, en de aangenomen resoluties waren zwak. Een ander positief aspect is dat het verslag getuigt van zelfkritiek waar het gaat over de activiteiten van het Parlement op mensenrechtengebied. Gezien de achteruitgang op het gebied van de democratie, de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de mensenrechtensituatie in Rusland moeten de Commissie en de Raad in het kader van de nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst duidelijkere verplichtingen aan Rusland opleggen, naast de mensenrechtenclausule, waarbij efficiëntere bewakingsinstrumenten moeten worden vastgesteld. De Raad en de Commissie moeten alles in het werk stellen om mensenrechtenschendingen in Wit-Rusland zoveel mogelijk te beperken. Het commentaar van president Loekasjenko deze week, toen hij het had over de verbetering van de betrekkingen tussen Wit-Rusland en Rusland – 'We hebben geen behoefte aan inspecteurs, controleurs of schoolmeesters!' – is een signaal dat de Europese Unie niet alleen de situatie op de voet moet blijven volgen, maar ook de steun voor de activiteiten van het maatschappelijk middenveld en de oppositie in Wit-Rusland moet opvoeren. Dank u.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Flautre, namens de Verts/ALE-Fractie. - (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik schaar mij zonder enig voorbehoud achter de gelukwensen aan het adres van de heer Coveney. Hij heeft opmerkelijk werk verricht. In zijn verslag heeft hij, zoals u hebt gezien, geen lijst opgenomen met schendingen in de wereld. Veeleer heeft hij zich tot taak gesteld een echte evaluatie te maken van het door de Europese Unie gevoerd beleid inzake mensenrechten en democratie. Ik wil dan ook nadrukkelijk wijzen op de toegevoegde waarde van een dergelijke analyse, die de coherentie en de impact van ons optreden kan versterken. Tot mijn genoegen heeft het voorzitterschap van de Raad nu aangekondigd dat het van plan is gevolg te geven aan dit verslag.

Vanuit deze optiek bekeken is het Parlement van mening dat zijn betrokkenheid, in deze of gene vorm, bij de dialoog over de mensenrechten en bij de tenuitvoerlegging van de richtsnoeren onontbeerlijk is voor meer efficiëntie. Ik moet er trouwens op wijzen dat de effectiviteit van de richtsnoeren wordt ondermijnd door de soms gebrekkige kennis die EU-missies in bepaalde landen hiervan hebben. Daarom is het nog steeds heel belangrijk en zelfs onontbeerlijk dat deze worden geïnformeerd en ertoe worden aangezet hier maximaal gebruik van te maken.

Zoals u allen hebt gedaan, wil ook ik aandringen op de zorgen met betrekking tot de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Nu zou deze veelbelovende hervorming concreet haar beslag moeten krijgen en de Verenigde Naties een geloofwaardige, efficiënte instantie moeten geven voor de bescherming van de mensenrechten en de democratie. Teveel landen, leden van de raad, liggen dwars. Zij willen de creatieve draagwijdte en het onafhankelijk karakter van de speciale procedures verzwakken en houden er een partijdige visie op na. De Unie moet alles in het werk stellen - en wij zullen haar daarbij steunen - om deze internationale instantie prestige te geven. Deze is immers de enige die nog de oren kan spitsen voor de klachten van de slachtoffers van schendingen van de mensenrechten in de wereld.

Dit verslag biedt mij ook de mogelijkheid om aan te dringen op ons engagement voor de mensenrechtenverdedigers. De nieuwe maatregelen in het kader van het Europees Initiatief voor de democratie en de mensenrechten (EIDHR) bieden de Unie de gelegenheid om haar optreden in concrete vorm te gieten. Daarmee kan in noodsituaties steun worden gegeven aan mensenrechtenverdedigers en snel bescherming worden geboden.

 
  
MPphoto
 
 

  Miguel Portas, namens de GUE/NGL-fractie. - (PT) Mevrouw de Voorzitter, over vrijwel de gehele wereld wachten 5 186 veroordeelden de dag af waarop ze de onherroepelijke gang naar hun executie zullen moeten maken. Op 19 april van dit jaar nog zijn familieleden van vijf Bulgaarse verpleegsters hier in dit Parlement verschenen om de onduidelijke procedure die tot de terdoodveroordeling van deze verpleegsters door de Libische autoriteiten heeft geleid, aan de kaak te stellen. En toen we vanochtend over onze betrekkingen met de Verenigde Staten discussieerden, werd er vaak verwezen naar gedeelde waarden, maar nauwelijks kritiek uitgeoefend op het gegeven dat in 38 deelstaten van deze federatie de doodstraf nog steeds van kracht is.

De doodstraf bestaat nog in meer dan 100 landen en in een aantal landen dat deze straf reeds heeft afgeschaft, wordt geroepen om herinvoering ervan. Populisme, autoritaire denkwijzen en de illegale strijd tegen het terrorisme hebben onze maatschappij doen afglijden naar een veiligheidsobsessie. Dit Europees initiatief voor het invoeren van een wereldwijd moratorium op de doodstraf is niet alleen een stap in de richting van de afschaffing van deze straf. Het is in deze tijden ook een signaal van hoop tegen de zojuist genoemde, overdreven veiligheidstendens.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerard Batten, namens de IND/DEM-Fractie. - (EN) Mevrouw de Voorzitter, met betrekking tot de mensenrechten wil ik wijzen op de situatie van een politieke gevangene in de Europese Unie. Hij zit nu vier maanden in de gevangenis in Rome. Het gaat zowel lichamelijk als psychisch niet goed met hem. Om zijn wil te breken wordt hij vastgehouden, zonder uitzicht op vrijlating of een proces, met de bedoeling om hem te dwingen valse verklaringen af te leggen tegen zichzelf en tegen anderen. Zijn naam is Mario Scaramella en de delicten die hem ten laste worden gelegd zijn gebaseerd op ongefundeerde en gemanipuleerde beschuldigingen.

De heer Scaramella is de man die in november 2006 naar Londen ging om Alexander Litvinenko te waarschuwen dat hij op korte termijn zou worden vermoord. De heer Scaramella en de heer Litvinenko waren beiden betrokken bij de commissie-Mitrochin, die onderzoek deed naar banden tussen Italiaanse politici en de KGB. De heer Scaramella moet onmiddellijk in vrijheid worden gesteld en worden herenigd met zijn familie, in afwachting van een eventueel proces.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het doet mij genoegen dat ik in mijn honderdste toespraak in dit Parlement mag spreken over de mensenrechten. Die beschouwen we allemaal als iets vanzelfsprekends, maar miljoenen mensen kunnen er alleen maar op hopen. Als grote speler, vooral in de handel, heeft de EU een belangrijke rol te vervullen. We zijn goed in het uitspreken van allerlei platitudes over mensenrechten, maar geven we ook een praktische invulling aan onze woorden? Neem bijvoorbeeld China, met welk land we op zeer grote schaal handel drijven. Eerlijk gezegd doen we maar weinig om, afgezien daarvan, ook aan te dringen op eerbiediging van de mensenrechten. We zouden zoveel meer kunnen doen.

Gevestigde belangen vormen geen excuus, ook niet als het om een land gaat dat het Westen vriendelijk gezind is, zoals Pakistan. Christenen worden daar steeds feller vervolgd, onder het mom van de strijd tegen het islamitisch extremisme en met behulp van weerzinwekkende blasfemiewetten en gedwongen bekeringen. Hier mag de rol van de EU niet alleen maar bestaan uit zelfgenoegzaam of ambivalent toekijken. Hier zijn we medeplichtig omdat wij miljoenen euro’s in de madrassa-scholen pompen. Op veel van deze scholen, zoals die van Lalmasjid, worden islamitische extremisten opgeleid. Waarom blijven we dan ze financieren?

Zowel in onze handelsovereenkomsten als in onze ontwikkelingshulp moeten we ons optreden sterker toetsen aan echte mensenrechtennormen.

Ik sluit af met lof aan de rapporteur voor opnieuw een veelomvattend verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Assunção Esteves (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Het was in het hart van Europa, in het oude Königsberg, dat de wijsgeer Immanuel Kant zijn meest universele rechtsbeginsel formuleerde: de mens is een doel op zich. De Europese Unie is ontstaan uit, en bouwt voort op een cultuur van rechten, gebaseerd op de idee dat ieder individu een uniek en onvervangbaar wezen is. Dat is het uitgangspunt dat het Europese project karakteriseert; het is tegelijkertijd een politiek en een moreel uitgangspunt.

Meer dan ooit wordt het lot van Europa bepaald door zijn vermogen om in de strijd voor rechten in deze wereld een leidersrol te vervullen. Europa is in dat opzicht een enorme bron van hoop. De grenzen die we daarbij moeten overschrijden zijn nu juist de grenzen die barbaarsheid van beschaving scheiden. De Europese Unie moet trouw blijven aan haar Verlichtingsidealen en mag niet toegeven aan de verleidingen van strategische belangen en Realpolitik.

We zullen moeten aanvaarden dat Europa leemten vult die andere democratische mogendheden in de strijd voor de mensenrechten hebben gelaten. Juist daarom hebben we behoefte aan politieke integratie, aan het vermogen om besluiten te nemen en aan een kosmopolitisch recht. Europa heeft dus een Grondwet nodig. De mensenrechten moeten bij alle maatregelen die we nemen, meespelen. Ze moeten op elk beleidsterrein verdedigd worden. We mogen niet vergeten dat de grondrechten niet alleen in louche, onderontwikkelde landen en dictaturen worden geschonden. De doodstraf bestaat ook in democratische landen die zich ontwikkeld achten, terwijl wij er het zwijgen toedoen. De Europese Unie kan het zich echter niet veroorloven op dit punt met twee maten te meten.

Er vindt nu een Top plaats tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, en het zou daarom een goed idee zijn als de doodstraf op de agenda werd geplaatst, en het zou ook goed zijn als deze resolutie van het Europees Parlement over de doodstraf meer reikwijdte kreeg en niet langer een dode letter bleef. Want één ding is zeker: de wijze waarop we de grote problemen die ons bedreigen, interpreteren hebben een weerslag op de wijze waarop de mensenrechten concrete invulling krijgen. De dialoog tussen de volkeren, het beëindigen van alle conflicten, veiligheid en vrijheid: het zijn allemaal zaken die alleen in een rechtvaardiger wereld verwezenlijkt kunnen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Raimon Obiols i Germà (PSE). - (ES) De kwaliteit van het verslag-Coveney wordt duidelijk bevestigd door de zeer brede steun die het heeft gekregen bij de stemming in de Commissie buitenlandse zaken.

De heer Coveney heeft de visies van de verschillende fracties met elkaar weten te verzoenen en heeft naar onze mening heel terecht voortgeborduurd op de nieuwe opzet van dit soort verslagen, waar onze collega Richard Howitt in zijn verslag over het jaar 2005 mee is begonnen.

Het resultaat van de stemming over de amendementen laat een redelijke consensus tussen de standpunten van de fracties en de betrekkelijke afwezigheid van geschilpunten zien, waardoor naar buiten toe duidelijk het beeld kan worden geprojecteerd dat het Parlement op het gebied van de bescherming en bevordering van de mensenrechten als een eenheid opereert, en dat is iets dat we allemaal willen.

Om onze autoriteit te vergroten en om van deze tekst een baken te maken, een tekst waarnaar wordt uitgekeken, zijn soberheid, precisie en een zo groot mogelijke consensus nodig. Ik denk dat dit verslag-Coveney een duidelijke stap in die richting is.

We moeten ons inspannen om een belangrijke boodschap uit te dragen: Europa kan het zich niet veroorloven om de mensenrechtensituatie in de wereld te meten met voor elk land een andere maatstaf. Welke belangen er ook op het spel staan, de houding van de Europese Unie op het gebied van de bescherming en bevordering van de mensenrechten moet ondubbelzinnig en glashelder zijn.

Ik moet zeggen dat de tekst wat ons betreft onvoldoende het feit weerspiegelt dat we in de wereld van nu, in de strijd tegen het terrorisme, helaas getuige zijn van een verbreiding van detentiecentra die niet onder het gezag van de wet vallen en waarvan de praktijken zich onttrekken aan het gezag van de wetgeving van het land die ze zelf heeft ingesteld. Ik heb het over Guantánamo en ik heb het over de geheime gevangenissen.

Voor ons socialisten is het beëindigen van deze illegale situaties in de wereld een doelstelling die onder geen enkele voorwaarde mag worden opgegeven.

Een even grote prioriteit voor ons is het voorstel voor een besluit inzake een wereldwijd moratorium op de doodstraf. Het is goed nieuws dat de Raad deze week te kennen heeft gegeven dat hij het werk waar alle fracties van dit Parlement om hebben gevraagd, een impuls wil geven en wil ondersteunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marco Pannella (ALDE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Borg, mijnheer Gloser, dames en heren, ik heb zestig seconden om het belangrijke thema van een moratorium op de doodstraf te bespreken.

Aangezien ik dit vraagstuk niet naar behoren kan behandelen, zal ik zodadelijk in een ander bestek bewijzen leveren dat de Raad in deze tien jaar flink heeft gesjoemeld met regels en beloften. In de VN probeert men al veertien jaar lang het uitroepen van een moratorium op de doodstraf tegen te houden.

In 1994 hebben wij namelijk met vier tegenstemmen een resolutie op een moratorium verloren, vier stemmen die afkomstig waren van fundamentalistische aanhangers van de afschaffing, terwijl het moratorium eigenlijk al realiteit was. Mijnheer de Voorzitter van de Raad, veertien jaar geleden waren er in de VN 97 staten voor de doodstraf. Nu zijn het er 51.

Sinds 1988 leveren wij u bewijzen dat er een duidelijke meerderheid is, en het kan me niet schelen of u uw plichten ten opzichte van het Parlement verzaakt omdat er belangen op het spel staan, belangen met China, met Amerika of belangen van een Europa dat geen Europa meer is.

Om 18.30 uur zal ik de pers bewijzen leveren dat u op 16 en 17 april in de Raad een uiterst bedenkelijke poging hebt gedaan om op een listige manier terug te komen op wat u officieel had geaccepteerd. Ik heb geen Italiaanse term om dat te bestempelen: dit is een regelrechte forfaiture, en daar beschuldig ik u van: “Ou pas ça, ou pas vous”!

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (UEN). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, als er één gebied is waarop de Europese Unie een leidende rol moet spelen, is het de bescherming en bevordering van de mensenrechten in het Midden-Oosten. Als Gemeenschap van zevenentwintig lidstaten, die vijfhonderd miljoen mensen vertegenwoordigt, bevindt de Europese Unie zich in een positie om als eerlijke bemiddelaar in het Midden-Oosten op te treden.

Ik verwelkom de recente vorming van een Palestijnse regering van nationale eenheid. Dat is een positieve ontwikkeling, die kan leiden tot het ontstaan van een politieke consensus in die regio en tot de opbouw van vreedzame betrekkingen tussen het Palestijnse en het Israëlische volk.

De mensenrechten van het Palestijnse volk moeten echter wel worden gerespecteerd. Israël moet onmiddellijk alle Palestijnse wetgevers vrijlaten die gevangen zitten. Tegelijk moet ook de Israëlische korporaal Shalit, die in Palestina wordt vastgehouden, onmiddellijk worden vrijgelaten.

De eerste prioriteit moet nu zijn dat er weer een geloofwaardig politiek proces op gang wordt gebracht dat voor vrede en veiligheid voor het Israëlische en het Palestijnse volk kan zorgen. De Europese Unie moet op een constructieve manier samenwerken met de nieuwe Palestijnse regering van nationale eenheid. We moeten niet alleen politieke steun geven, maar ook het economisch herstel in de Palestijnse gebieden financieel kunnen steunen.

Tot slot wil ik mijn Ierse collega, de heer Coveney, complimenteren met zijn uitstekend verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (NI). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, als rapporteur van de Commissie ontwikkelingssamenwerking voor het financieringsinstrument voor de mensenrechten heb ik bijzonder gehamerd op de rol van de democratie en de naleving van de mensenrechten voor de bevordering van de economische, politieke en maatschappelijke ontwikkeling in vele derde landen.

Het onderhavige verslag biedt echter een kans om ook een kijkje in onze eigen landen te nemen, waar incidenten van onverdraagzaamheid op grond van religie, gender of rassenverschil helaas nog aan de orde van de dag zijn. Kinderen die op straat leven of in vervallen inrichtingen worden gedropt, geweld binnen het gezin, homofobische incidenten - om maar een paar voorbeelden te geven - blijven een probleem en het is dus noodzakelijk activiteiten te bevorderen waarmee dit soort problemen teruggedrongen kan worden.

Wat de externe dimensie aangaat, is het duidelijk dat er een kloof gaapt tussen de intenties en goede voornemens aan de ene kant en het handelsbeleid, de ontwikkelingshulp en de buitenlandse politiek aan de andere kant. In Latijns-Amerika wordt de ontwikkelingshulp op prioritaire wijze verstrekt aan de handel en het middelbaar onderwijs, terwijl miljoenen kinderen niet eens toegang hebben tot het lager onderwijs of voortijdig de school verlaten. Ik wil er in dit verband aan herinneren dat alfabetisering een recht is en tevens één van de millenniumdoelstellingen.

In de betrekkingen met China, de Verenigde Staten en Rusland wordt het dossier van de mensenrechten maar al te vaak onvoldoende belicht. Bovendien wordt de ernst van de situatie in sommige landen zoals Cuba en Wit-Rusland onderschat, net zoals de resoluties van het Parlement en de debatten over urgente kwesties die in ons Parlement plaatsvinden, niet genoeg in acht worden genomen.

Het verslag van 2006 lijkt dus meer op een waslijst van dingen die niet konden worden verwezenlijkt, dan op een lijst van successen. Maar wij moeten hier wel bij vermelden dat, zolang de Unie op het vlak van het extern beleid niet met één krachtige stem spreekt, veel doelstellingen toch nooit verder dan doelstellingen zullen komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kinga Gál (PPE-DE). - (HU) Allereerst wil ik collega Coveney feliciteren met zijn subliem opgesteld verslag, waarin een zeer belangrijk onderwerp wordt behandeld. Het is de rapporteur gelukt om in het jaarverslag over 2006 onze aandacht te vestigen op concrete terreinen waar een grotere inzet van de EU-instellingen en de lidstaten er daadwerkelijk toe zou kunnen bijdragen dat problematische situaties op het gebied van de bescherming van mensenrechten wereldwijd worden opgelost. Zelfs de methoden waarmee dit kan worden aangepakt, staan stuk voor stuk in dit verslag vermeld. De instrumenten die hieraan in de praktijk een bijdrage kunnen leveren, zijn bekend: regionale handelsovereenkomsten, het systeem van bilaterale contacten tussen de lidstaten, alsmede de vijf EU-richtsnoeren voor de mensenrechten, die systematisch over de hele wereld zouden moeten worden toegepast door de ambassades van de lidstaten en de EU-missies.

Ik hecht grote waarde aan een passage in de tekst waarin staat dat “de staat van dienst op het gebied van de mensenrechten binnen de EU rechtstreeks invloed heeft op de geloofwaardigheid en de mogelijkheid om een effectief buitenlands beleid te voeren”. Ik wil hier graag de aandacht vestigen op de gebieden waar de mensenrechtenproblemen buiten de EU sinds geruime tijd ook onze eigen, interne problemen zijn geworden, zoals het bevorderen van kinderrechten en het bestrijden van vrouwen- en kinderhandel, waarvan ook nu nog jaarlijks 100 000 à 120 000 mensen binnen de Europese Unie het slachtoffer worden, waaronder 40 procent kinderen. Evenzeer van belang is dat blijk wordt gegeven van een grotere gevoeligheid en meer aandacht voor het lot van etnische en inheemse nationale minderheden, waarvoor tevens een oplossing wordt verwacht zowel vanuit de EU als vanuit de regio’s die direct aan de EU grenzen, zoals Vojvodina en Karpato-Oekraïne. Als het gaat om nationale en etnische minderheden is het verbod op discriminatie namelijk de minimaal noodzakelijke, maar niet afdoende voorwaarde voor de bescherming van deze gemeenschappen.

Geachte collega’s, ten slotte wil ik als vertegenwoordiger van de Europese Volkspartij in het Europees Bureau voor de grondrechten mijn hoop uitspreken dat dit EU-orgaan, dat op 1 maart van start is gegaan, zowel door zijn eigen werk als door middel van samenwerking geloofwaardigheid voor de door de EU gezette stappen kan genereren en aldus kan bijdragen aan de verbetering van de situatie van mensenrechten over de hele wereld.

 
  
MPphoto
 
 

  Csaba Sándor Tabajdi (PSE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de heer Coveney feliciteren. Het grootste probleem van de Europese Unie - dat ook goed wordt weergegeven in het verslag - is dat zij niet beschikt over normen of over een mechanisme voor de bescherming van de nationale minderheden. De Raad van Europa, nog geen 500 meter hier vandaan, heeft dat goed begrepen, maar hier heeft men nog steeds niet door dat de rechten van de mens en de rechten van de nationale minderheden weliswaar twee verschillende dossiers zijn, maar wel nauw met elkaar verband houden.

Ik ben het geheel eens met mevrouw Gál en mevrouw Jäätteenmäki. De geloofwaardigheid van de Europese Unie is afhankelijk van haar interne situatie. In welke situatie verkeren de Slovenen in Oostenrijk of Italië? Zij vormen een traditionele autochtone nationale minderheid. In Letland wonen 450 000 mensen van Russisch afkomst, die geen burger zijn van dit land, van een lidstaat van de Europese Unie. Frankrijk heeft de twee documenten van de Raad van Europa die onontbeerlijk zijn voor de nieuwe lidstaten, niet geratificeerd.

Daarom meten wij met twee maten en zijn wij niet geloofwaardig als wij kritiek uiten op derde landen. Ons Bureau voor de grondrechten in Wenen moet zich hierover buigen, opdat deze leemte in het volgend verslag opgevuld kan worden.

En dan heb ik nog niets gezegd over de totale crisis waarin de integratie van de nieuwe migrantenminderheden in Frankrijk, Nederland of Groot-Brittannië verkeert. Dat is de grootste uitdaging voor Europa: de mogelijkheid voor migrantenminderheden om te integreren in de West-Europese landen. Ik denk dat wij ons in de toekomst niet aan deze problemen kunnen onttrekken. Dit zijn problemen van levensbelang voor heel Europa, voor heel de Europese Unie.

 
  
  

VOORZITTER: MIGUEL ANGEL MARTÍNEZ MARTÍNEZ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de rapporteur levert met zijn verslag niet alleen een uitstekende en kritische analyse, maar hij komt ook met conclusies en dringt erop aan dat daar consequenties uit worden getrokken. Dat beoordeel ik positief. Ik zou in dit verband de blik willen richten op het hoofdstuk gewapende conflicten en Europees veiligheids- en defensiebeleid.

Waarom? Het is zonneklaar dat overal waar zich gewapende conflicten afspelen, mensenrechten met voeten worden getreden, zoals momenteel bijvoorbeeld in tal van Afrikaanse landen het geval is. De gevolgen daarvan merken we in Europa. Veel mensen zijn op de vlucht, op zoek naar een beter leven. Dikwijls vallen zij in handen van mensensmokkelaars en stranden als illegalen op de kusten van Spanje - alleen al in het afgelopen jaar waren dat er 31 000. Ook in de eerste maanden van dit jaar kregen we met een vergelijkbaar dramatische situatie te maken.

De heer Coveney prijst het Oostenrijkse voorzitterschap in zijn verslag, omdat er onder Oostenrijks voorzitterschap uitvoeringsstrategieën zijn opgesteld, waarin staat dat er bij de planning van operaties in het kader van het Europees veiligheids- en defensiebeleid rekening gehouden moet worden met mensenrechtenkwesties. Nu is het zaak dat we de uitvoering van dit besluit ook afdwingen. Ik doe dan ook een dringend beroep op de Raad om voortaan in meer landen de mogelijkheid open te houden om militaire en politionele middelen in te zetten, zoals in Kinshasa. Op die manier dragen we namelijk bij aan de opbouw van basisstructuren in deze landen en zorgen we ervoor dat de fundamenten worden gelegd voor stabiliteit en veiligheid.

Ten eerste worden zo democratische structuren geschapen, ten tweede worden als gevolg daarvan de mensenrechten daadwerkelijk gerespecteerd en ten derde scheppen we zo de voorwaarden voor de vorming van economische basisstructuren. Dit alles heeft een positieve uitwerking op de landen in kwestie. Dat is goed voor de mensen daar, maar ook voor ons, want op deze manier wordt illegale migratie naar Europa teruggedrongen.

Als het ook nog lukt om de externe hulpprogramma’s van de Commissie hierbij te betrekken, is er gegronde hoop dat de mensenrechten in deze landen veel meer dan tot nu het geval was gerespecteerd worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Howitt (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik de heer Coveney gelukwensen. In zijn verslag heeft hij voor de innovatieve aanpak gekozen waarover we het vorig jaar eens waren geworden, in de zin dat het de taak van het Parlement moet zijn, in het kader van een jaarverslag over de mensenrechten, om de activiteiten van de Raad en de Commissie aan een kritische analyse te onderwerpen en de bevordering van de mensenrechten binnen de hele Europese Unie een stap verder te brengen, en dus niet alleen om vanaf de zijlijn commentaar te geven.

Ik wil hem daarvoor bedanken. Ik vind het een verlies dat hij in de toekomst een carrière in zijn nationale parlement gaat nastreven en zich niet meer verkiesbaar zal stellen voor dit Parlement. Ik wil hier officieel verklaren dat hij een goede voorvechter van de mensenrechten en een goede collega is geweest.

Ik denk dat we in dit debat nadrukkelijk kunnen stellen dat de Europese Unie meer kan doen om de mensenrechten te bevorderen. Velen van ons maken zich zorgen. Het Parlement zal nauw betrokken blijven bij het effectiever maken van het optreden van Europa en de rol die Europa in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties speelt. Die raad heeft niet de start gemaakt waar we allemaal op gehoopt hadden. In de resolutie wijzen we op het feit dat de Commissie voorzitter van het Kimberley-proces is. Laten we dat gebruiken om het onafhankelijke verificatiesysteem in te voeren waar de NGO’s op Valentijnsdag 2007 om hebben gevraagd, want dat is een goede doelstelling.

We verwelkomen het feit dat de Commissie na onze kritiek van vorig jaar op de houding van Europa tegenover Wit-Rusland en de ILO, en gegeven de aanvallen op en intimidatie van vakbondsleden, nu heeft aanbevolen om de handelspreferenties voor Wit-Rusland in te trekken. U hebt geluisterd; dank u daarvoor, maar we kunnen meer doen.

In het kader van de mensenrechtenverdragen maken wij ons zorgen over clusterbommen. Onder aanvoering van België zijn veel Europese landen, waaronder tot mijn grote genoegen ook mijn eigen land, het Verenigd Koninkrijk, nu voorstander van een bindend verdrag om clusterbommen te verbieden.

Ik ben zeer ingenomen met het feit dat Europa de campagne voor het VN-Verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap heeft geleid. Nooit eerder in de geschiedenis van de VN is zo snel overeenstemming bereikt over een mensenrechtenverdrag. Voor het eerst hebben de Europese Gemeenschappen het verdrag ondertekend. Laten de Gemeenschappen en de lidstaten volgend jaar het facultatieve protocol ondertekenen, zodat er een klachtenprocedure kan worden ingesteld. Laat ons zien dat u blijft luisteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Gaubert (PPE-DE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega’s, als ondervoorzitter van de Subcommissie mensenrechten wil ik graag allereerst de heer Coveney gelukwensen met zijn omvangrijk en uitstekende werk, waardoor een uitvoerige, volledige tekst kon worden opgesteld. Ik wil hem echter ook gelukwensen met de open houding waarvan hij blijk heeft gegeven in zijn streven naar een zo breed mogelijke consensus in het Parlement ten aanzien van deze uitermate belangrijke tekst. Hij was bereid om bijna alle amendementen die ik in de commissie heb ingediend, in overweging te nemen en mede te ondertekenen, waarvoor ik hem wil bedanken.

De verdienste van deze tekst is dat hierin alle problemen aan de orde komen en meerdere geografische gebieden worden gedekt. Ik ben het vooral eens met de klemtoon die hij legt op de activiteiten van de nieuwe Mensenrechtenraad van de VN, de dramatische situatie in Darfoer of de herhaalde schendingen van de mensenrechten in Rusland.

Wat de activiteiten van het Europees Parlement, en met name die van de Subcommissie mensenrechten betreft, geloof ik dat wij allen verheugd mogen zijn met het constructief optreden. Daardoor was het bijvoorbeeld mogelijk om snel het nieuw financieel instrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten aan te nemen.

Ik geloof trouwens dat in dit verslag op pertinente wijze wordt herinnerd aan de absolute wisselwerking die bestaat tussen de interne en de externe dimensie van het Europees mensenrechtenbeleid. Meer dan ooit moet elk van onze lidstaten het voorbeeld geven op dit gebied. Hiervan zijn onze verantwoordelijkheid en onze geloofwaardigheid naar buiten toe afhankelijk. Daarom ben ik verheugd over het feit dat de ministers van Justitie vorige week het besluit inzake gemeenschappelijke strafrechtelijke sancties op racisme en revisionisme hebben aangenomen. Ik wil nogmaals de rapporteur gelukwensen met deze tekst en hem mijn steun geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Sonik (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, een EU die is gebaseerd op waarden als de verdediging van de menselijke waardigheid, op democratische beginselen en individuele vrijheid moet voortdurend een duidelijke boodschap uitzenden, de boodschap dat zij bereid is om niet alleen te zeggen dat ze opkomt voor deze waarden, maar ook actief te strijden voor die waarden en voor allen die worden vervolgd vanwege hun overtuigingen of geloof, of gevangen worden gezet of gemarteld vanwege hun opvattingen.

In het verslag wordt gewezen op de noodzaak van een internationale vredesstrategie voor Darfoer, die de EU samen met de Mensenrechtenraad van de VN moet coördineren. Alleen door daadwerkelijk optreden van de EU op VN-niveau kunnen er snel doelmatige maatregelen worden genomen en een gericht antwoord worden gegeven op deze humanitaire tragedie in Afrika.

Er is echter een groot aantal onopgeloste kwesties waarin in het afgelopen jaar geen vooruitgang is geboekt. Voorbeelden hiervan zijn het lot van de vijf Bulgaarse verpleegkundigen en de Palestijnse arts die in Libië gevangen zijn gezet en de doodstraf hebben gekregen op basis van de belachelijke aanklacht dat ze bewust kinderen met HIV zouden hebben geïnfecteerd; de schending van de rechten van minderheden in China; de beperking van de vrijheid van meningsuiting en de onderdrukking van pro-democratische activisten in Rusland; de terreur in het communistische Cuba en tot slot Turkije. De situatie in dat laatste land is zeer zorgwekkend.

Turkije, met zijn aspiraties om lid van de Europese Unie te worden, heeft op het gebied van de mensenrechten geen substantiële vooruitgang geboekt. De vrijheid van religie is zelfs aanmerkelijk ondermijnd, zoals blijkt uit de tragische gebeurtenissen van de afgelopen dagen, waarbij drie christenen zijn vermoord die werkzaam waren bij een uitgeverij die de bijbel uitgeeft. De Turkse media lijken geheel op te gaan in een heksenjacht waarvan de christenen het slachtoffer zijn.

In mijn optiek vormen de vijftigste verjaardag van de Europese gemeenschappen en het debat over het toekomstige Verdrag een goede gelegenheid om een nieuw en doelmatig beleid te ontwikkelen voor het opkomen voor de mensenrechten buiten onze grenzen. De internationale rol van de Europese Unie moet in dit opzicht worden versterkt, de desbetreffende wetgeving moet in het nieuwe Verdrag worden opgenomen en in het bijzonder moeten we de rol van het Europees Bureau voor de grondrechten op dit gebied heroverwegen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE-DE). - (MT) Mijnheer de Voorzitter, dank u wel. Als we over de mensenrechten spreken, denken we vaak meteen aan de ontwikkelingslanden, en het is ook goed dat wij de nodige stappen ondernemen om te kijken wat we kunnen doen om de inwoners van deze landen bescherming te bieden en het respect te geven dat zij verdienen.

Ik moet echter mijn bezorgdheid uiten over het feit dat deze rechten met voeten worden getreden in lidstaten van de Europese Unie of in landen die willen toetreden tot de Unie.

Enkele dagen geleden bijvoorbeeld zijn in een land dat graag wil toetreden tot de Europese Unie, vier mensen op beestachtige wijze vermoord vanwege hun religieuze overtuigingen. Dit is onaanvaardbaar en moet worden veroordeeld. De Europese Unie moet onbuigzaam zijn en de hulp staken aan een land dat de rechten van minderheden niet respecteert. Dit geldt voor ieder land dat de rechten van minderheden niet respecteert, voor ieder land dat de minderheden binnen zijn grenzen niet erkent en respecteert, en voor ieder land dat het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie niet respecteert.

We dienen onmiddellijk actie te ondernemen. We kunnen domweg niet aanvaarden dat er, anno 2007, landen zijn die worden geregeerd door dictators die het recht op vrijheid van meningsuiting ontkennen, zoals helaas in Venezuela het geval is. Het is betreurenswaardig dat in dit tijdsgewricht etnische minderheden worden genegeerd. Iemands ras, huidskleur en geloofsovertuigingen moeten altijd worden gerespecteerd. We moeten zorgen dat niemand achterblijft en dat iedereen deze onvervreemdbare rechten eerbiedigt. Het is onaanvaardbaar dat de Commissie de door het Parlement aangenomen resoluties naast zich neerlegt. Dit Parlement is de enige instelling met democratisch gekozen leden. Met deze resoluties wil het Parlement een boodschap overbrengen, en de Raad en de Commissie dienen deze boodschap te accepteren en geen resoluties naast zich neer te leggen die zijn aangenomen door deze instelling, zoals helaas in het verleden is gebeurd.

Tot slot, mijnheer de Voorzitter, wil ik mijn collega Simon Coveney gelukwensen met zijn magnifieke verslag over het onderwerp van dit debat.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte afgevaardigden, ik dank u hartelijk voor het levendige debat, waarvoor het verslag van de rapporteur de basis heeft gelegd. Niemand - ook niet het voorzitterschap - heeft tijdens het debat gezegd dat we tevreden kunnen zijn met de situatie van de mensenrechten in de wereld. Integendeel, we zien elke dag hoe die rechten met voeten worden getreden!

Het verwijt - dat volgens mij afkomstig was van collega Allistair - dat de Europese Unie daarvoor de ogen zou sluiten, kan ik niet onbeantwoord laten. Het feit dat we niet tevreden kunnen zijn met de situatie en dat we tegenslagen moeten incasseren, neemt niet weg dat de Unie in het verleden zeer veel activiteiten heeft ontplooid om de situatie te veranderen en verbeteringen voor de mensen te bewerkstelligen. Ik zal u een voorbeeld noemen dat de afgelopen twee dagen een rol heeft gespeeld in verschillende commissies, maar ook vanmorgen nog in het plenaire debat. De besprekingen over een vervolgstrategie voor Centraal-Azië in de Raad Buitenlandse Zaken van afgelopen maandag draaiden niet alleen om de - herhaaldelijk bekritiseerde - belangen in verband met de energie- en grondstoffenreserves, maar er werd ook uitdrukkelijk gesteld dat we met de landen van Centraal-Azië een intensieve mensenrechtendialoog moeten voeren. Tegenover China stellen we ons precies zo op, ook al zijn de nodige vorderingen niet altijd direct waar te nemen.

Afgelopen dinsdag vond er in Luxemburg een ontmoeting plaats tussen de EU en ECOWAS, de landen van de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie. Toen is nogmaals duidelijk geworden hoe belangrijk het mensenrechtenproces in deze landen is. Een ander voorbeeld is de topconferentie van de Afrikaanse Unie en de Europese Unie over het migratievraagstuk, die vorig jaar in Tripolis plaatsvond en waarbij gezocht werd naar mogelijkheden om de oorzaken van vlucht weg te nemen.

Een feit is dat wij niet alles alléén aan kunnen! Het is weliswaar belangrijk dat we over beschermingsmaatregelen beschikken, maar good governance, vooruitzichten voor de bevolking en bescherming van vrijheid en grondrechten zijn de wezenlijke punten die de mensen er uiteindelijk toe brengen om in eigen land te blijven. Ik denk dat de Europese Unie er ook door vele maatregelen op het terrein van het EVDB het nodige toe bijgedragen heeft dat de mensenrechten geëerbiedigd worden.

Voor een ander punt wend ik mij tot collega Pannella: het voorzitterschap heeft geen complot gesmeed. Ook voor de Raad - die zich aanstaande maandag nogmaals over de kwestie van het moratorium op de doodstraf zal buigen - geldt onomwonden dat we ons voor een dergelijk moratorium sterk maken. Er zijn ook geen vertragingstactieken, en ik durf dan ook zonder meer te stellen dat het Duitse voorzitterschap, gesteund door alle lidstaten, zijn demarches nog nadrukkelijker uitvoert en zijn inzet voor het bereiken van ons gemeenschappelijke doel verder zal vergroten, zodat we in mei een eindverslag kunnen voorleggen waarmee het doel, dat ons allen verenigt, naderbij wordt gebracht.

Het zou alleen jammer zijn als we door een overhaast optreden in de Verenigde Naties dat gemeenschappelijke doel uiteindelijk toch niet zouden bereiken, omdat de daarvoor de nodige meerderheden ontbreken.

Ik dank het Europees Parlement nogmaals uitdrukkelijk voor de levendige discussie. U hebt in diverse bijdragen duidelijk gemaakt dat u voet bij stuk houdt en ervoor wilt zorgen dat het voorzitterschap, de lidstaten, de nationale regeringen, maar ook de parlementen dit thema niet naar de achtergrond laten verdwijnen, maar juist hoog op hun agenda houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Joe Borg, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben ingenomen met de aanneming van dit verslag en zal de waardevolle suggesties die u in het debat en in het verslag heeft gedaan, doorgeven aan commissaris Ferrero-Waldner.

Ik wil benadrukken dat de Commissie de steun van het Europees Parlement voor de EU-richtsnoeren voor de mensenrechten volledig deelt, omdat deze potentieel een van de meest effectieve instrumenten vormen waarover de EU op dit gebied beschikt.

In dit kader kan ik met veel genoegen aankondigen dat de EU-richtsnoeren voor de mensenrechten dit jaar het voornaamste onderwerp zullen vormen van het interne opleidingsprogramma op het gebied van de mensenrechten voor het personeel van de Commissie, en ook onze delegaties zullen dienovereenkomstige instructies ontvangen.

De Commissie heeft bedenkingen bij het voorstel in het verslag om, in de context van het jaarverslag, een lijst van problematische landen op het gebied van mensenrechtenschendingen op te stellen. We moeten vermijden om lijsten op te stellen op dit gebied, aangezien het moeilijk is om criteria vast te stellen op basis van zulke algemene gronden. Dat is iets anders dan het opstellen van lijsten van bijvoorbeeld landen die de rekrutering van kindsoldaten toestaan, waar heel duidelijke indicatoren voor bestaan. De Commissie geeft er de voorkeur aan om de praktijk te steunen waarbij van geval tot geval wordt bekeken of er diplomatieke stappen en politiek optreden noodzakelijk zijn tegen een land.

Dan wil ik nu kort iets zeggen over enkele punten die tijdens dit debat naar voren zijn gekomen.

Wat betreft Guantanamo Bay heeft de Europese Unie verschillende malen onderstreept dat de strijd tegen het terrorisme moet worden gevoerd in overeenstemming met het internationale humanitaire recht en de internationale wetgeving op het gebied van de mensenrechten. De Commissie is van mening dat de Verdragen van Genève van toepassing zijn op alle personen die op het slagveld krijgsgevangen worden gemaakt. De Commissie is van mening dat de bepalingen van het internationale convenant inzake burgerlijke en politieke rechten en het VN-Verdrag tegen foltering op Guantanamo Bay van toepassing zijn. De status van iedere persoon die wordt vastgehouden moet stroken met het internationaal recht. Niemand mag willekeurig worden gevangengezet en iedereen heeft het recht op een behoorlijk en eerlijk proces. Guantanamo is een anomalie en de Europese Unie blijft oproepen tot sluiting ervan.

Met betrekking tot Wit-Rusland zal de Commissie haar werk voorzetten om de mensenrechtenschendingen in Wit-Rusland tegen te gaan. Hoewel de autoritaire aard van de huidige regering het voor de Europese Unie onmogelijk maakt om Wit-Rusland volledige deelname aan het Europees nabuurschapsbeleid te kunnen aanbieden, is de Commissie van mening dat de lancering van het alternatieve actieplan voor Wit-Rusland in het kader van dat Europees nabuurschapsbeleid, heel succesvol is geweest bij het vergroten van het bewustzijn onder de Wit-Russische burgers van de voordelen die het Europees nabuurschapsbeleid te bieden heeft, als de autoriteiten respect zouden tonen voor de democratische waarden en de mensenrechten. De Commissie financiert ook een breed scala aan projecten om het maatschappelijk middenveld te ondersteunen, zoals projecten om de mediavrijheid in Wit-Rusland te bevorderen en om de European Humanities University in ballingschap te steunen. De Commissie zal natuurlijk proberen om in de toekomst vergelijkbare initiatieven te steunen.

De Europese Unie blijft twee maal per jaar een mensenrechtenoverleg met Rusland houden. Dat overleg geeft de Europese Unie de kans om een groot aantal punten van zorg aan de orde te stellen, zoals de situatie in Tsjetsjenië, de behandeling van mensenrechtenactivisten en de gevolgen van de herziening van de wetten tegen NGO’s en extremisten. Bovendien stelt de Europese Unie mensenrechtenkwesties niet alleen tijdens dit overleg aan de orde, maar waar mogelijk ook tijdens andere bijeenkomsten.

Met betrekking tot China verwelkomt de Commissie de constructieve opmerkingen van het Parlement over de mensenrechtendialoog tussen de EU en China. Ook de Commissie erkent dat de mensenrechten aanmerkelijk versterkt en verbeterd moet worden en heeft dat met zoveel woorden gezegd in haar recente mededeling: “EU-China: Hechtere partners, groeiende verantwoordelijkheden”.

Enkele van de meest zwaarbevochten successen van de afgelopen tien jaar mogen niet onvermeld blijven. Op het bezoek van de speciale rapporteur van de VN voor foltering in december 2005 had de EU meer dan vijf jaar aangedrongen. Zijn aankomst in Peking was daarom een belangrijk succes. De beoordeling van alle doodstrafzaken door het hooggerechtshof die in het verslag wordt genoemd, is een belangrijk resultaat van de dialoog.

Met betrekking tot dwangarbeid is de Commissie, net als het Parlement, bezorgd over het grote aantal Laogai-kampen en de export van goederen die in die kampen geproduceerd worden.

Wat betreft de Mensenrechtenraad (UNHCR), dit blijft - zoals ik al eerder heb gezegd en het aanvankelijke scepticisme ten spijt - nog steeds het belangrijkste forum voor de mensenrechten, en er zijn ook positieve signalen, zoals in het geval van Darfoer. De Commissie wil samenwerken met de andere instellingen van de EU en met gelijkgezinde partners om de politisering van de UNHRC te doorbreken, en wil ook samenwerken met andere partnerlanden.

Wat betreft het Bureau voor de grondrechten, bleek in het debat in de Raad bij de aanneming van de verordening voor de oprichting van het Bureau duidelijk dat de heersende opvatting was dat het mandaat van dat Bureau niet moest worden uitgebreid naar derde landen. Desondanks voorziet de verordening er wel in dat er drie jaar na de aanvang van de werkzaamheden van het Bureau een evaluatie van die werkzaamheden moet plaatsvinden. Met die evaluatie zal ook de vraag worden beantwoord of het toepassingsgebied of de taken van het Bureau moeten worden uitgebreid.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Tot besluit van het debat is er één ontwerpresolutie(1) ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 12.00 uur plaats.

Aangezien wij gehoord hebben dat de heer Coveney ons Parlement gaat verlaten, wil ik deze gelegenheid te baat nemen om hem niet alleen te feliciteren met zijn verslag, dat zoals alle sprekers erkend hebben uitmuntend is, maar ook met het werk dat hij gedaan heeft. Ik wens hem alle succes en veel geluk in de uitoefening van zijn nieuwe verantwoordelijkheden en activiteiten.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE-DE), schriftelijk. - (FI) Mijnheer de Voorzitter, de opmerkingen in het mensenrechtenverslag over de situatie in Turkije moeten nu worden aangevuld met het laatste nieuws. Ik verwijs naar de brute moord van vorige week in Malatya. Vijf jonge moslimstudenten drongen het kantoor van een kleine christelijke uitgeverij binnen, bonden drie mannen aan handen en voeten aan stoelen vast, martelden hen en sneden uiteindelijk bij allen de keel door. Een van de vermoorde mannen was een Duitser van 46 jaar met drie schoolgaande kinderen. De twee anderen waren Turken. Er zaten meer dan 160 steekwonden in het lichaam van de Duitser.

Helaas kan deze gebeurtenis niet slechts als een incidenteel geweldsdelict zonder politieke dimensie worden beschouwd. Het verband met de propaganda die in het land wordt beoefend en getolereerd, is zeer duidelijk: voorafgaand aan de moord was er in Turkije en vooral in Malatya sprake van jarenlange propaganda tegen christenen en vooral missionarissen. Aan deze propaganda werd deelgenomen door de media in al hun vormen en de autoriteiten, de politie, de gouverneur, imams en docenten. Dezelfde propaganda is te zien in de media in het hele land en heeft af en toe absurde vormen aangenomen, zoals de bewering dat missionarissen Turkije proberen te verdelen om de grote voorraden mineralen in handen te krijgen.

De gebeurtenissen zijn het logische gevolg van het nationalisme en de xenofobie die in de media ten toon worden gespreid. Het doelwit zijn de ene keer de Koerden en de andere keer de joden of christenen. Het is opvallend dat, terwijl de vrijheid van meningsuiting op basis van artikel 301 van het Turkse Wetboek van Strafrecht in sterke mate wordt beperkt, hetzelfde artikel betreffende het kleineren van de Turkse identiteit mensen aanzet tot het schrijven van ongefundeerde artikelen die als brandstof dienen voor deze geweldsdaden.

Ik wil benadrukken dat ik niet tegen het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie ben. Turkije moet de Europese Unie er echter van overtuigen dat het een eind wil maken aan deze propaganda die onderdeel is geworden van het dagelijks leven en nu mensenlevens kost.

 
  
MPphoto
 
 

  Jules Maaten (ALDE), schriftelijk. - Ik verwelkom van harte dit mensenrechtenverslag, en in het bijzonder de gekozen lijn van zelfevaluatie erin. Het is belangrijk dat er goed gekeken wordt naar de doelmatigheid van het Europees mensenrechtenbeleid, en dat er inderdaad een kritische evaluatie wordt gemaakt.

Ik ben er eveneens van overtuigd dat een consistent Europees buitenlands beleid een absolute prioriteit moet geven aan het bevorderen van democratie, aangezien een democratische samenleving de enige voedingsbodem is voor het respect van mensenrechten.

Ik ben ook voorstander van een onafhankelijk operationeel Europees instrument voor het promoten van Democratie, met het voorbeeld van de ‘Endowment for Democracy’ in de Verenigde Staten in het achterhoofd. Want we hebben een mensenrechtenbeleid nodig dat onafhankelijk is van diplomatieke of economische relaties.

 
  

(1) Zie notulen.


16. Oekraïne (debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over Oekraïne.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, wij verwelkomen uw besluit om het debat over de huidige situatie in Oekraïne en ook de betrekkingen van de Europese Unie met dit land op de agenda te zetten. Het belang van Oekraïne voor de stabiliteit in Europa is niet te onderschatten en ik ben dan ook blij dat u mij de gelegenheid biedt om het standpunt van het voorzitterschap van de Raad hierover mee te delen.

De Oranjerevolutie was een indrukwekkende demonstratie van de kracht van de burgerbewegingen in Oost-Europa, en de democratische parlementsverkiezingen in maart 2006, die over het algemeen vrij en eerlijk zijn verlopen, waren een voorbeeld voor andere landen in deze regio.

Dit was echter niet de eerste keer dat Oekraïne op een zeer moeilijk punt in zijn moeizaam overgangs- en transformatieproces aanbelande. Het had de Oranjerevolutie meegemaakt, die op zich al de kritieke culminatie was van een politiek conflict, gevolgd door de maandenlange politieke touwtrekkerij en de problemen rond de vorming van een coalitie en een regering na de parlementsverkiezingen in maart 2006, die een debat waren over de binnenlandse en buitenlandse oriëntatie van het land, en nu het decreet van president Joesjtsjenko van 2 april 2007 om het parlement te ontbinden, met de weigering van de regering en het parlement om hieraan gehoor te geven.

De houding van beide zijden stuit op aanzienlijke constitutionele bezwaren in Oekraïne zelf, en het Oekraïense parlement heeft het constitutionele hof gevraagd om een uitspraak te doen over de grondwettelijkheid van het presidentiële decreet tot ontbinding.

De Raad volgt de gebeurtenissen in Kiev natuurlijk op de voet, maar wij zijn er ook bezorgd over. De Europese Unie onderhoudt nauwe contacten met beide partijen in het conflict sinds het uitbreken van de crisis. De heer Solana heeft meerdere malen gesproken met de betrokkenen en daarbij het standpunt van de Europese Unie naar voren gebracht, en ons voorzitterschap heeft, daags na bekendmaking van het ontbindingsdecreet, opgeroepen tot matiging en bereidheid tot dialoog op basis van democratische regels en de Oekraïense grondwet. Het voorzitterschap heeft ook nauw contact met de bij de crisis betrokken groepen en met vooraanstaande persoonlijkheden van beide zijden. De Europese Unie zal deze contacten ook voortzetten.

Het constitutionele hof van Oekraïne staat voor een moeilijke taak en kan deze alleen uitvoeren als het zonder druk van buitenaf in staat wordt gesteld om een besluit te nemen over de grondwettelijkheid van de ontbinding van het parlement. Voor een langetermijnoplossing van de politieke crisis zijn evenwel politieke compromissen nodig, en wij zijn dan ook blij dat president Joesjtsjenko en premier Janoekovitsj onverminderd bereid zijn tot dialoog, en juichen het toe dat beide zijden hebben verzekerd dat geweld als middel om het conflict bij te leggen, is uitgesloten. Wij verwachten dat beide zijden zich zullen houden aan hun publieke uitspraken en aan hun toezeggingen aan de Europese Unie om een verdere escalatie van de crisis te voorkomen.

Welke veranderingen in het politieke klimaat in Kiev er ook zullen komen, democratie, vrije en eerlijke verkiezingen, vrijheid van meningsuiting en persvrijheid blijven de basis van het politiek en maatschappelijk bestel, en dat is een van de redenen waarom wij er alle vertrouwen in hebben dat Oekraïne een uitweg zal vinden uit deze politieke crisis, een uitweg die gebaseerd zal zijn op onze gemeenschappelijke ideeën over democratie en rechtsstaat, een weg waarbij Oekraïne kan blijven rekenen op de steun van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik dank u voor de uitnodiging om te komen spreken over de betrekkingen tussen de Europese Unie en Oekraïne. Dit debat is van groot belang en actueler dan ooit. Een van redenen daarvoor is dat wij op 5 maart de onderhandelingen hebben geopend over een nieuwe uitgebreide overeenkomst, met de bedoeling onze betrekkingen met Oekraïne op een nieuwe leest te schoeien.

Een andere reden houdt verband met de manier waarop de binnenlandse politieke situatie in Oekraïne zich ontwikkelt. Voor de verdere consolidatie van de democratische omstandigheden in dat land en voor de continuïteit van het hervormingsproces is het van groot belang dat er een oplossing wordt gevonden voor de huidige crisis. De Commissie heeft de laatste ontwikkelingen in de Oekraïense binnenlandse politiek op de voet gevolgd en is bezorgd over de ontbinding van het parlement door president Joesjtsjenko, die heeft geleid tot een verharding van de fronten tussen hem en premier Janoekovitsj.

Wij vinden het heel belangrijk dat Oekraïne doorgaat met zijn hervormingskoers in de richting van volledige democratisering, stabiliteit en welvaart. Oekraïne, en zijn toekomst in Europa, hangen volledig af van stabiliteit. Stabiliteit is echter ook essentieel voor de Europese Unie, omdat wij in de landen om ons heen stabiliteit nodig hebben, samen met welvaart.

De Oekraïense democratie moet nu eindexamen doen. De heer Barroso, de voorzitter van de Commissie, heeft bij zijn ontmoeting met president Joesjtsjenko afgelopen week gezegd dat er in een democratie geen politiek probleem bestaat waarvoor geen politieke oplossing gevonden zou kunnen worden die in overeenstemming is met de wet. Het openlijk gevoerde politieke debat en de - tot dusverre - veelal vreedzame demonstraties in de straten van Kiev hebben aangetoond dat het Oekraïense volk begrijpt dat interne politieke meningsverschillen op een verantwoordelijke en democratische wijze moeten worden bijgelegd.

Nu komt het erop aan dat alle relevante politieke krachten constructief samenwerken en oprecht moeite doen om een politiek compromis te bereiken, met volledig respect voor het principe van democratie en rechtsstaat. Alle politieke krachten moeten zich houden aan de democratische spelregels, corruptie bestrijden en de onafhankelijkheid van het constitutionele hof en zijn besluiten respecteren.

Oekraïne heeft ook een langetermijnproces nodig, een proces waaraan iedereen kan deelnemen en dat zal leiden tot een grondwettelijke hervorming die gebaseerd is op een politiek compromis nieuwe stijl en het politiek bestel zal voorzien van duidelijke controle- en reguleringsmechanismen. Het kan niet de rol van de Europese Unie zijn om rechtstreeks in te grijpen in deze crisis, maar we kunnen en moeten wel een beroep doen op terughoudendheid en het gezonde verstand van alle betrokkenen in de Oekraïense politiek en hen ertoe aanzetten een compromis te bereiken.

Dat is de boodschap die wij moeten uitdragen. Wij vertrouwen erop dat de jonge Oekraïense democratie voor dit examen zal slagen en dat haar politici zich zullen blijven inzetten voor het welzijn van het land en voor de toekomstige betrekkingen met de Europese Unie. Sinds de zogenaamde Oranjerevolutie en de aanvaarding van het actieplan EU-Oekraïne zijn de EU en Oekraïne veel dichter bij elkaar komen te staan en zijn de betrekkingen tussen hen verbeterd.

Oekraïne is een voorbeeld van het succes van het Europese nabuurschapsbeleid: onze politieke dialoog is behoorlijk intensief geworden en het aantal terreinen waarop wij samenwerken, neemt toe. Wij hebben besloten om onze steun in het kader van het nieuw Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument te verhogen tot 120 miljoen euro per jaar. Wij hebben de overeenkomsten inzake visumfacilitering en overname geparafeerd en bereiden op handelsgebied verdere stappen voor die ons, samen met de nieuwe en uitgebreide overeenkomst, dichter bij een vrijhandelszone zullen brengen.

Onlangs zijn we begonnen met werkzaamheden die onze betrekkingen nog nauwer moeten maken. Op 5 maart heeft de Commissie namelijk onderhandelingen met Oekraïne geopend over een nieuwe uitgebreide overeenkomst, die - als zij wordt gesloten - het belang van de betrekkingen tussen ons en de nieuwe perspectieven moet weerspiegelen, onder andere het perspectief op een verdiept partnerschap in de energiesector.

Een tweede onderhandelingsronde vond plaats in Kiev op 2 en 3 april. De gesprekken zijn tot onze volste tevredenheid verlopen, want we hebben substantiële vooruitgang geboekt en Oekraïne toonde zich zeer geëngageerd. De Commissie heeft het voornemen om de onderhandelingen over de nieuwe uitgebreide overeenkomst zoals gepland voort te zetten, omdat Oekraïne een sleutelpartner is voor de Europese Unie en wij vastbesloten zijn om onze betrekkingen met dit belangrijke buurland verder te ontwikkelen en te consolideren.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacek Saryusz-Wolski, namens de PPE-DE Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, de politieke crisis in Kiev baart eenieder zorgen die de politieke vooruitgang sinds de Oranjerevolutie toejuicht. Ik wil de hier aanwezigen herinneren aan de voortrekkersrol die het Parlement in 2004 vervulde.

Het is essentieel dat de huidige situatie wordt opgelost in overeenstemming met de rechtsstaat en met de democratische beginselen die stroken met de Europese waarden, en bovenal conform de op democratische wijze geuite wensen van het Oekraïense volk.

Mijns inziens hadden we meer kunnen doen om te voorkomen dat deze crisis zich verder zou ontwikkelen. Wij hadden met name meer substantiële, morele en financiële steun moeten geven en Oekraïne moeten helpen bij zijn inspanningen om de uiterst moeilijke politieke erfenis van zijn sovjetverleden te boven te komen.

We moeten alles in het werk stellen om de democratische groei in Oekraïne te bevorderen en aan te moedigen. Europa moet nu een grotere, consequentere betrokkenheid tonen. De nieuwe uitgebreide overeenkomst moet voorzien in een nieuwe, versterkte grondslag voor de betrekkingen tussen de Europese Unie en Oekraïne, een grondslag die strookt met de reële uitdagingen.

De Europese Unie moet de context waarin deze crisis is ontstaan, begrijpen en erkennen. Het heeft niet veel zin om de leiders van Oekraïne op te roepen tot een verstandig intern akkoord als niet alle bij het conflict betrokken partijen bereid zijn om de macht te delen en als de normale constitutionele mechanismen in verval zijn geraakt.

Sommigen grijpen de crisis in Oekraïne misschien aan als een voorwendsel om niets te doen, en beweren dat de situatie daar serieuzere betrokkenheid onzerzijds in de weg staat. Dat moeten we juist niet doen. De problematische interne situatie is een uitdaging voor de Europese Unie. Wij moeten een praktische koers uitzetten en ons inzetten voor de beëindiging van de crisis, die gevolgen kan hebben voor heel Europa. Het is hoog tijd meer te doen voor Oekraïne. Er is concrete vooruitgang geboekt sinds de Oranjerevolutie, maar die vooruitgang kan verloren gaan als daar geen gevolg aan wordt gegeven. Laten we Oekraïne steunen in zijn keuze voor Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Marinus Wiersma, namens de PSE-Fractie. - Mijnheer de Voorzitter, ook wij zijn verontrust over de voortdurende politieke instabiliteit in Oekraïne. De situatie die is ontstaan uit het conflict tussen de president en het parlement, doet het land geen goed. Het zal zonder twijfel ook een impact hebben op de samenwerking tussen de Europese Unie en Oekraïne. Zolang het land zich in een constitutionele impasse bevindt, zal het moeilijk zijn verdere gesprekken te voeren over nauwere samenwerking, laat staan om concrete vooruitgang te boeken.

Maar ik denk dat we ons niet moeten laten verleiden tot de gedachte dat deze crisis de resultaten van de ingrijpende gebeurtenissen van de winter van 2005 en 2006 teniet zou doen. De Oranjerevolutie heeft geleid tot een fundamentele democratisering van het land. Oekraïne vandaag is een wezenlijk ander land dan het Oekraïne van voor de Oranjerevolutie en de Europese Unie heeft in deze verandering een belangrijke positieve rol gespeeld. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat die Oranjerevolutie de grote tegenstellingen in dat land niet heeft overbrugd. Een consensus over de koers van het land ontbreekt vooralsnog. Het huidige conflict is een uitdrukking van de verdeeldheid van dat land. Het is ook een uitdrukking van het feit dat er klaarblijkelijk nog geen stabiele balans is gevonden tussen de rol van de verschillende politieke spelers, de macht van de verschillende instituties en de uiteenlopende visies over de toekomst van het land.

Het is niet in de eerste plaats aan ons om nu partij te kiezen. Op dit moment ligt de zaak al bij het constitutionele hof in Kiev. Op dit moment zie ik geen zwaarwegende reden om er nu op te vertrouwen dat zij in staat zullen zijn een correcte uitspraak te doen over de juiste institutionele balans. Dat hof heeft eerder bewezen zich onafhankelijk te kunnen opstellen. Een zeer belangrijk deel van de verantwoordelijkheid ligt echter bij de politieke spelers en bij de politieke klasse.

Zonder een compromis aan die kant zullen ook constitutionele oplossingen niet werken. Dat betekent dat zij alles zullen moeten doen om te investeren in een compromis dat de groepen niet verder uit elkaar drijft, maar dichter bij elkaar brengt. Daarin kunnen en moeten de Europese spelers wel degelijk een rol spelen, een bemiddelende rol, en ik verwelkom de opmerkingen die minister Gloser daarover gemaakt heeft.

Ook wij hebben daar belang bij, want voortmodderen op de huidige basis levert enkel verliezers op in Oekraïne, maar het maakt ook de EU tot een verliezer, omdat wij onze rol met moeite daar kunnen vervullen. De uitdaging is nu om interne tegenstellingen te overwinnen, zodat men door kan gaan met de hervormingen die nodig zijn voor nauwere banden met de EU, die nodig zijn om invulling te geven aan de eigen ambitie van Oekraïne om lid te worden van de Europese Unie. Dit is de enige geloofwaardige basis om de ambitie die alle politieke partijen hebben te realiseren.

 
  
MPphoto
 
 

  István Szent-Iványi, namens de ALDE-Fractie. - (HU) Oekraïne is een strategisch belangrijke partner voor de Europese Unie. We hebben er fundamenteel belang bij dat Oekraïne een stabiele, democratische staat is met een functionerende markteconomie. Daarom hebben we de gebeurtenissen tijdens de Oranjerevolutie met grote belangstelling gevolgd en gesteund. Helaas heeft de sedertdien verstreken tijd uitgewezen dat de democratische, maatschappelijke en economische transformatie veel gecompliceerder en tegenstrijdiger is dan wij hadden gehoopt. Hiervan geeft ook de huidige crisis blijk. De crisis in Oekraïne is voornamelijk een aangelegenheid van binnenlandse politiek en de oplossing hiervoor moet dan ook gevonden worden in de binnenlandse politieke sfeer, door Oekraïense politici, via vreedzame onderhandelingen.

Wij kunnen ons steentje bijdragen door middel van actieve neutraliteit. Wij zijn neutraal ten opzichte van beide partijen, maar niet als het gaat om het eindresultaat van dit debat. Het is immers in ons belang dat Oekraïne uiteindelijk een stabiele, democratische rechtsstaat wordt die nauwe banden onderhoudt met Europa.

Wij kunnen voor de oplossing van de situatie weinig van het constitutionele hof verwachten, aangezien dit zelf deel uitmaakt van het probleem. De grootste verantwoordelijkheid is dus weggelegd voor de binnenlandse krachten in de politiek van Oekraïne en de politici aldaar. Momenteel voeren Europa en Oekraïne onderhandelingen over een intensievere samenwerking. Deze onderhandelingen laten een gunstig verloop zien.

Wij hebben er belang bij dat de onderhandelingen zo spoedig mogelijk met succes worden bekroond, maar de leiders van Oekraïne moeten inzien dat de contacten tussen de Europese Unie en Oekraïne slechts kunnen worden versterkt als Oekraïne het pad terugvindt waarvan het als gevolg van de recente crisis is afgedwaald. We benadrukken dan ook dat de crisis in de binnenlandse politiek zo snel mogelijk moet worden bezworen door middel van vreedzame onderhandelingen en dat wij graag helpen bij het zoeken naar een oplossing. Wij zullen steun verlenen aan alle processen die leiden tot de consolidatie van een democratisch Oekraïne.

 
  
MPphoto
 
 

  Guntars Krasts, namens de UEN-Fractie. - (LV) Dank u, mijnheer de Voorzitter. De ontwikkelingen in Oekraïne zijn uiterst belangrijk voor het Europees Parlement, en niet alleen omdat Oekraïne een buurland van ons Europa is. Hoewel Oekraïne in de nabije toekomst niet kan worden beschouwd als een kandidaat-land voor de Europese Unie, is zulks op de middellange termijn niet geheel en al uitgesloten als de democratische processen zich positief ontwikkelen en het economisch potentieel van het land blijft groeien. De ontwikkeling van de democratische processen in Oekraïne, de integratie van het land in de wereldeconomie en de ontwikkeling van de betrekkingen met de Europese Unie op tal van terreinen hebben een degelijke basis gelegd voor het ombuigen van de interne politieke tegenstellingen van het land in constructieve oplossingen en in verbroedering van de Oekraïense samenleving. De huidige politieke crisis is een toetssteen voor de mate van ontwikkeling van de democratie in Oekraïne, en de manier waarop die crisis wordt opgelost zal bepalend zijn voor de richting waarin het land zich zal ontwikkelen. De Europese Unie moet de strijdende politieke facties in Oekraïne ertoe aanzetten om een tot compromis te komen. De politieke rivalen moeten overeenstemming zien te bereiken over de noodzaak de tekortkomingen in de constitutionele hervorming ongedaan te maken en zodanig op te lossen dat het evenwicht tussen de instellingen van de nationale overheid blijft behouden, en de stabiliteit van het staatsbestel te waarborgen. De oplossing van de politieke crisis moet gebaseerd zijn op democratische methoden, waaronder vervroegde verkiezingen. Daardoor krijgt het Oekraïense volk het laatste woord bij de oplossing van de politieke crisis. Dank u.

 
  
MPphoto
 
 

  Rebecca Harms, namens de Verts/ALE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, als u zich een oordeel wilt vormen over de weg die Oekraïne al heeft afgelegd in de richting van democratie, volstaat het dat u uw blik vandaag tegelijkertijd op Moskou en op Kiev richt. Als we deze twee hoofdsteden met elkaar vergelijken, wordt al snel duidelijk dat ze, wat de eerbiediging van de democratie betreft, lichtjaren van elkaar verwijderd zijn en dat de democratie in Kiev, ondanks de chaos en de onlusten, nu veel stabieler is dan we drie of vier jaar geleden hadden durven hopen.

Zoals alle vorige sprekers reeds zeiden, heeft Europa bijzonder veel belang bij een stabiele democratische ontwikkeling in Oekraïne. Daarom wil ik de beslissing van president Joesjtsjenko niet op een neutrale manier bekijken. Ik ben van mening dat zijn politieke motivatie voor nieuwe verkiezingen correct is. Wanneer een politieke kracht als de partij van de regio’s aankondigt dat ze in het Oekraïense parlement driehonderd stemmen wil verzamelen, dan heeft de president het volste recht om te verklaren dat, als de partij een dergelijke meerderheid wil, ze dan maar moet proberen om die via verkiezingen te behalen.

Ik ben ervan overtuigd dat deze verkiezingen noodzakelijk zijn, dat president Joesjtsjenko gelijk heeft als hij deze politieke crisis laat culmineren, en dat dit ook in het belang is van Europa. Als de nieuwe verkiezingen er daadwerkelijk komen, is het van cruciaal belang dat alle partijen de verkiezingsuitslag respecteren en bereid zijn om eindelijk werk te maken van de constitutionele hervormingen die al geruime tijd zijn aangekondigd, maar voortdurend op de lange baan werden geschoven.

Ik wil nog kort het woord richten tot de Parlementsleden uit Polen, aangezien Warschau de belangrijkste pleitbezorger is van Oekraïne in de Europese Unie. Het is duidelijk dat Warschau, wat Oekraïne betreft, zeer continentaal, zeer Europees ingesteld is. Ik zou graag zien dat de Poolse Parlementleden - met wie ik het over talrijke kwesties eens ben - deze Europese benadering, dit continentale denken, deze Europese gezindheid ook in andere conflictsituaties tot uiting zouden brengen, zodat we samen weer een goed beleid kunnen voeren voor de landen in het oosten, niet alleen in Oekraïne, maar ook in de andere landen van de regio.

 
  
MPphoto
 
 

  Helmuth Markov, namens de GUE/NGL-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, wanneer de president van een land zijn nationale parlement ontbindt, spreekt het vanzelf dat hij dat in overeenstemming met de bepalingen van de grondwet van zijn land moet doen. Dat heeft president Joesjtsjenko gedaan. Hij heeft gehandeld overeenkomstig artikel 90 van de Oekraïense grondwet, waarin zeer duidelijk is vastgelegd onder welke omstandigheden het Oekraïense parlement ontbonden kan worden. Dat was zijn goede recht. Anderzijds heeft ook het parlement het recht om zich tot het constitutioneel hof te wenden en te zeggen: “Wij zijn een andere mening toegedaan. Dit artikel is niet overeenkomstig de tekst van de grondwet toegepast.” Daarom is er ook in elke democratische samenleving een machtenscheiding. Daardoor wordt gegarandeerd dat uiteindelijk de rechterlijke macht bepaalt hoe de tekst moet worden uitgelegd. Het resultaat is dan in de eerste plaats een juridische interpretatie en geen politiek oordeel.

Het is tevens het goede recht van elk parlementslid om moreel te oordelen over het feit of het goed is of niet wanneer afgevaardigden voor het andere kamp kiezen. Ik zou erop willen wijzen dat er ook in dit Europees Parlement in de loop der tijd nieuwe fracties tot stand gekomen zijn, en dat sommige leden hun fractie hebben verlaten om lid te worden van een andere. Dat is in talrijke landen van de Europese Unie een zeer normale gang van zaken.

De leden van het Oekraïense parlement zijn niet gebonden door een vast mandaat! Zolang dat het geval is, kunnen ze wel moreel ter verantwoording geroepen worden, maar niet juridisch.

Mevrouw Harms, u hebt gelijk, er bestaat een hemelsbreed verschil tussen Moskou en Kiev. Laat ons niet vergeten dat wijlen Boris Jeltsin, toen hij president van Rusland was, op het Russische parlement heeft laten schieten omdat het weigerde zijn wensen in te willigen. Zoiets is in Oekraïne ondenkbaar! In Oekraïne zijn er democratische krachten die dat zouden verhinderen. En dat is maar goed ook!

Wat mij af en toe ergert aan dit debat, is dat we de rivaliserende partijen veel te overhaast een etiket opplakken - ja, ook wij maken ons daar schuldig aan -, in de veronderstelling dat president Joesjtsjenko de uitgelezen partner is voor de Europese Unie en dat premier Janoekovitsj de beschermeling van Rusland is, de man die de Russische belangen behartigt. We weten allemaal dat beide heren een verschillende nationaliteit hebben. De ene is Oekraïner, de andere Rus. Ze zijn echter allebei Oekraïense staatsburgers en vertegenwoordigen beiden de belangen van hun land. Dat ze er verschillende meningen op nahouden over de manier waarop ze hun ideeën in praktijk willen brengen, is volkomen normaal. Dat is in elke lidstaat van de Europese Unie zo.

Daarom staan er ons, mijns inziens, vier dingen te doen. Ten eerste moeten we er bij het constitutioneel hof op aandringen dat het in afzienbare tijd een beslissing neemt. Ten tweede zouden we moeten nadenken en moeten debatteren over de mogelijkheid om een delegatie naar Oekraïne te sturen. Ten derde is het misschien mogelijk om alle fracties van de Verkhovna Rada, het Oekraïense parlement, in dit Parlement uit te nodigen en met hen in debat te treden. Ten vierde zouden we de bekvechtende protagonisten kunnen uitnodigen om op dezelfde dag naar het Europees Parlement te komen en de kwestie samen te bespreken. Het lijkt ons geen goed idee dat de heer Janoekovitsj de ene dag komt, mevrouw Timosjenko de daaropvolgende dag en de heer Joesjtsjenko nog een dag later. Wij willen een echt gemeenschappelijk debat.

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Bastiaan Belder, namens de IND/DEM-Fractie. - Mijnheer de Voorzitter, de toekomst van de Europese Unie én de toekomst van Oekraïne liggen, mijns inziens, in elkaars politieke verlengde. De EU-27 zal verdragsmatig kleur moeten bekennen over haar geografische reikwijdte, haar grenzen. Oekraïne dient daar als Europees land in principe binnen te vallen.

Met het scheppen van deze helderheid openen zich tegelijk Europese toekomstperspectieven voor Oekraïne. Stellig een wezenlijke stimulans voor de Oekraïense hervormingskrachten. Trouwens, een eerlijke keus voor álle Oekraïense burgers.

Dit alles, mijnheer de Voorzitter, klinkt als zeer verre toekomstmuziek, gelet op de algehele politieke crisissituatie waarin Oekraïne zich momenteel bevindt. Echter, ook binnen het kader van het Europees nabuurschapsbeleid vergt de kakofonie in Kiev al een krachtige en creatieve Brusselse inbreng. Omwille van duurzame stabiliteit aan de eigen oostgrens kunnen Raad en Commissie het daar richting Oekraïne niet louter bij laten! Hoe verzoent u deze strategische interesses van de Unie met een wenkend perspectief voor Oekraïne?

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik had het voorrecht om in 2006 de parlementsverkiezingen in Oekraïne bij te mogen wonen, die op voorbeeldige wijze gehouden werden. Spijtig genoeg leverde de uitslag daarvan noch een stabiele regering, noch een klimaat van financiële integriteit op. Veel parlementsleden van de Verkhovna Rada hadden maar weinig belangstelling voor de politiek en wilden eigenlijk alleen maar hun zakelijke belangen beschermen of gerechtelijke vervolging vermijden via hun parlementaire onschendbaarheid. Ik keek dan ook niet op van de aantijgingen dat parlementsleden door de regerende coalitie met hoge bedragen werden omgekocht om van partij te veranderen in een poging de magische driehonderd zetels te behalen. Dat is namelijk de constitutionele meerderheid die nodig is om president Joesjtsjenko uiteindelijk alle macht uit handen te nemen.

Persoonlijk heb ik altijd het wezenlijke recht van Oekraïne om op grond van artikel 49 van het Verdrag een aanvraag in te dienen tot lidmaatschap van de EU, verdedigd. Dat zal, gezien de uitbreidingsmoeheid en de vrees van sommige lidstaten om Rusland voor het hoofd te stoten, wel nog even duren. Desondanks ben ik van mening dat de Raad niet overal van op de hoogte was, toen hij Oekraïne, in de heftige tijd van de Oranjerevolutie, niet dezelfde status van potentieel kandidaat-land voor uiteindelijke toetreding tot de Europese Unie verleende als aan een aantal landen van de Westelijke Balkan, zoals Albanië. Hiermee zou de democratische, hervormingsgezinde en pro-westerse krachten een grote worst zijn voorgehouden. Het is zeer spijtig dat dit niet is gebeurd.

Ik ben van mening dat Oekraïne deze laatste constitutionele crisis geweldloos zal overleven, en de Europese normen van democratie, mensenrechten en de rechtsstaat ten volle zal respecteren. Ik veroordeel nadrukkelijk de vermeende pogingen om de rechters van het constitutionele hof te intimideren met het oog op hun juridische beraadslagingen over de rechtmatigheid van de ontbinding van de Verkhovna Rada door president Joesjtsjenko. Ondertussen juich ik de Europese plannen toe voor een door vrijhandel en visumfacilitering gekenmerkt reisruimte, nadat Oekraïne is toegetreden tot de Wereldhandelsorganisatie. Idealiter wordt de in 2008 verstrijkende Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst vervangen door een associatieovereenkomst. Hoe dan ook, de inwoners van Oekraïne moeten dichter tot de Europese Unie worden gebracht, waar ze rechtmatig thuishoren. Voor mij is het duidelijk dat de duurzame erfenis van de Oranjerevolutie, namelijk vrije pers en democratische verkiezingen, intact blijft.

 
  
MPphoto
 
 

  Adrian Severin (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de essentie van de crisis in Oekraïne ligt in het verschil tussen de standpunten van de politieke spelers met betrekking tot de controlemechanismen en de machtenscheiding. De crisis wordt gevoed door de zwakheden in het interinstitutionele evenwicht en de manier waarop de overheidsinstellingen functioneren.

De Europese Unie moet haar rol vervullen en haar verantwoordelijkheid nemen, want zij heeft weinig gedaan om het democratisch tekort of de kwetsbaarheid van de democratie, die tot deze crisis leidden, te voorkomen.

Het goede nieuws is dat alle partijen nu in onderhandeling lijken te zijn, en er uitzicht is op een compromis. We moeten geen partij kiezen. We moeten de bevolking van Oekraïne niet zien als pro-westers of niet pro-westers. Ik ben van mening dat we haar, overeenkomstig onze waarden, niet moeten beoordelen op haar woorden, maar op haar daden.

Tegelijkertijd moeten we koste wat kost persoonlijke initiatieven vermijden, die misleidend kunnen zijn of misbruikt kunnen worden. Eveneens moeten we vermijden de situatie in Oekraïne te benaderen met nationale agenda’s in gedachten, en er mag ook geen concurrentie binnen de Europese Unie en het Parlement plaatsvinden, want dat zou een averechts effect hebben.

Aan de andere kant mogen we ons niet onverschillig opstellen tegenover bepaalde waarden. Zoals ik al zei, hebben we bepaalde waarden, en die mogen we gerust naar voren brengen bij de aanpak van deze crisis.

We moeten alle betrokkenen aanmoedigen bereidheid te tonen tot het sluiten van een compromis en respect voor de rechtsstaat en democratie aan de dag te leggen. Ook moeten we hen vragen de beslissingen van het constitutionele hof te accepteren, zelfs indien dit hof nog niet volledig functioneel is.

We moeten hen aanmoedigen om door middel van onderhandelingen tot een pakket van constitutionele wijzigingen en verbeteringen te komen, waar bij voorkeur overeenstemming over moet zijn bereikt voordat het constitutionele hof uitspraak doet.

De delegatie van het Europees Parlement voor de betrekkingen tussen de Europese Unie en Oekraïne heeft voortdurend contact met de betrokkenen en is bereid te helpen. We hebben duidelijk gemaakt dat het resultaat een toetsing zal zijn van het vermogen van Oekraïne om met de Europese Unie samen te werken en in onze structuren opgenomen te worden.

Daarnaast hebben we duidelijk gemaakt dat de rechtsstaat niet mag worden opgeofferd op het altaar van een beter institutioneel evenwicht, of vice versa. Aan de andere kant moeten we naar onszelf kijken. Hebben we een helder beeld van de toekomstige status van de betrekkingen tussen de Europese Unie en Oekraïne? Weten we werkelijk wat voor soort staat Oekraïne moet worden? Hebben we onze verwachtingen duidelijk genoeg kenbaar gemaakt? Beschikken we over een strategie met betrekking tot de manier waarop we de samenwerking tussen Oekraïne en de Europese Unie moeten bevorderen? Hebben we een plan met betrekking tot de manier waarop we Oekraïne en zijn eurosceptici nader tot ons kunnen laten komen? Zijn we een Europese Unie van interactie, en niet slechts van reactie? Ik vrees dat het antwoord op veel van deze vragen wel eens ‘nee’ zou kunnen zijn.

Als we onze aanpak niet veranderen, vrees ik dat de vooruitzichten op zijn minst twijfelachtig zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Grażyna Staniszewska (ALDE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het Europees Parlement heeft zich aan Oekraïne gecommitteerd tijdens de Oranjerevolutie. We waren allemaal diep ontroerd door de oproep vanaf het Onafhankelijkheidsplein in Kiev tot de eerbiediging van de menselijke waardigheid, tot een democratisch, op de rechtsstaat gegrondvest land, tot een land zonder financiële en politieke corruptie. Dat was het Oekraïne waar we allemaal op hadden gewacht.

Vanuit dit Parlement wil ik nu beide zijden van het conflict in Oekraïne - president Joestsjenko en Julia Timosjenko, beiden symbolen van de Oranjerevolutie, en premier Janoekovitsj, de vertegenwoordiger van de regerende coalitie - oproepen om door middel van onderhandelingen een oplossing te vinden voor deze crisis.

Het streven naar compromissen wordt in de EU hoog aangeslagen en heeft zijn waarde bij het vermijden van conflicten herhaaldelijk bewezen. Het is goed dat beide partijen vandaag aan de onderhandelingstafel hebben plaatsgenomen. We hopen dat de onderhandelingen spoedig en succesvol zullen worden afgerond. Hier in het Europees Parlement willen we graag alle redenen en heel de overtuiging blijven houden om te kunnen verklaren dat we openstaan voor de Europese aspiraties van de Oekraïners.

 
  
MPphoto
 
 

  Jerzy Buzek (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, drie jaar geleden hebben we terecht de democratische veranderingen in Oekraïne gesteund. Vandaag heeft Oekraïne mediavrijheid en efficiëntere democratische instellingen. Het is nu aan de Oekraïners zelf om te beslissen welke weg hun land moet inslaan, en welke oplossingen er moeten worden gevonden voor de democratische spanningen en crises. Dat betekent echter niet wij alleen maar met onze armen over elkaar moeten toekijken. Door de veranderingen in Oekraïne te steunen, hebben we een zekere morele verplichting op ons genomen en het is onze taak om goede betrekkingen met dat land te onderhouden.

Daarom moeten we in de eerste plaats beginnen met serieuze onderhandelingen over nauwere samenwerking met Oekraïne op energiegebied. Daardoor zal de EU beter in staat zijn om, via Oekraïne en onafhankelijk van Rusland, haar olie- en gasaanvoer veilig te stellen.

In de tweede plaats moeten er actief in Oekraïne worden geïnvesteerd, met name in olie- en gaspijpleidingen waarvoor te weinig financiering beschikbaar is, of die niet zijn afgebouwd.

In de derde plaats moet de EU een diplomatiek offensief inzetten in de landen rond de Kaspische Zee, die mogelijk via Oekraïne olie en gas aan de EU kunnen leveren.

Het vierde en belangrijkste punt is dat we een opendeurbeleid moeten voeren ten aanzien van Oekraïne en Oekraïne moeten behandelen als onze naaste strategische partner en als toekomstig lid van de EU. Op deze manier kunnen we echte steun geven aan een onafhankelijk, stabiel en democratisch Oekraïne met een vrije markt. Het is aan ons, en het is onze plicht, om ervoor te zorgen dat dit functioneert.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ik stel vast dat we het over talrijke punten in de beoordeling van de situatie in Oekraïne eens zijn. Ik ga akkoord met wat velen van u in de loop van dit debat hebben gezegd, namelijk dat niet wij, maar de politieke machthebbers het nu voor het zeggen hebben, dat zij moeten beslissen, en dat ze dat moeten doen met respect voor de instellingen die inmiddels in Oekraïne tot stand gekomen zijn, waaronder ook het constitutioneel hof. Ze mogen daarbij niet onder druk gezet worden.

Het lijkt me op dit moment niet opportuun dat de Europese Unie een soort van bemiddelende rol speelt, aangezien dit in de eerste plaats een interne kwestie is, waarbij de verantwoordelijken, de president en de premier van Oekraïne, op enigerlei wijze tot een vergelijk moeten komen en een uitweg uit deze crisis moeten vinden. Anderzijds - en dat heeft commissaris Špidla zeer duidelijk gesteld - heeft de Europese Unie ook zelf de weg naar nauwere samenwerking getoond door onderhandelingen met het land te openen. Ze heeft Oekraïne tevens duidelijk gemaakt dat er vele mogelijkheden zijn voor de economische en politieke ontwikkeling van het land. Dat is de weg die we ook in de volgende weken moeten inslaan.

Zoals ik al heb gezegd, onderhoudt de heer Solana met beide groepen nauwe contacten. Het is belangrijk dat we ons niet afzijdig houden, maar ook dat we ons - hoe zou ik het zeggen? - neutraal opstellen tegenover wat anderen in Oekraïne tot een goed einde moeten brengen.

Ik hoop echter dat de Oekraïense bevolking zich zal kunnen vinden in het perspectief dat de Europese Unie hun heeft geboden. Het stemt me optimistisch dat geen van beide politieke kampen de weg richting Europa uit het oog verloren heeft en dat daarover eensgezindheid bestaat.

 
  
  

VOORZITTER: MECHTILD ROTHE
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de Europese Commissie is het over het algemeen eens met de beoordeling van het Europees Parlement van de huidige politieke crisis. Ze juicht de voorzichtige aanpak die het Europees Parlement tot dusver in deze situatie heeft gevolgd, toe. De Commissie, van haar kant, zal nauwlettend toezien op het verdere verloop van de crisis en zal haar steentje bijdragen door de machthebbers in Oekraïne aan te sporen om in het belang van hun land naar een duurzaam politiek compromis te zoeken.

Zoals al werd benadrukt, staat de Commissie nog steeds volledig achter de onderhandelingen over de nieuwe uitgebreide overeenkomst. Ze beschouwt Oekraïne zonder enige twijfel als een van onze sleutelpartners. We zullen het verdere debat over Oekraïne in dit Parlement met belangstelling volgen en kijken uit naar de definitieve versie van het verslag-Kamiński.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

 

17. Homofobie in Europa (debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over homofobie in Europa.

Ik moet u meedelen dat de Fractie Unie voor een Europa van Nationale Staten het verzoek heeft ingediend om geheel niet te beraadslagen wegens niet-ontvankelijkheid van het betrokken onderwerp. De heer Szymański zal dit verzoek toelichten en ik geef hem nu het woord.

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik verzoek om geheel niet te beraadslagen en het betrokken onderwerp met betrekking tot homofobie niet-ontvankelijk te verklaren, op grond van artikel 167 van ons Reglement. Dit Parlement is namelijk misleid ten aanzien van de reden van dit debat. De wet waarover het debat zou gaan, bestaat namelijk niet. Ze heeft ook nooit bestaan en zal ook nooit bestaan, zoals de Poolse premier heel duidelijk heeft verklaard.

Er is voorgesteld om een debat te houden over de uitspraken van bepaalde Poolse politici. De Poolse premier heeft deze echter gecorrigeerd door heel duidelijk te zeggen dat de Poolse regering nooit enig voorstel heeft gedaan voor een beleid dat homoseksuele kringen discrimineert. In mijn opvatting moet dit voldoende zijn om niet te beraadslagen over dit onderwerp, want er is geen reden voor dit debat.

 
  
MPphoto
 
 

  Manfred Weber, namens de PPE-DE-Fractie. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten heeft een zeer uitgesproken standpunt ten aanzien van antidiscriminatie. Mijn fractie staat volledig achter de beslissingen die dit Parlement heeft genomen en in verschillende resoluties en wetteksten tot uitdrukking heeft gebracht.

Toen er in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Europees Parlement een debat gaande was over de uitlatingen van de Poolse minister, hebben we de juridische dienst van het Parlement om advies gevraagd over de manier waarop we dit soort uitspraken moesten beoordelen, en of deze al dan niet in strijd waren met het Europese recht. Het antwoord van de juridische dienst luidde dat hierover helaas geen standpunt kon worden ingenomen, omdat het geen juridische aangelegenheid betrof, zoals de collega van de Fractie Unie voor een Europa van Nationale Staten duidelijk heeft gemaakt.

De Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten wil graag dat deze kwestie serieus genomen wordt. Daarom hebben wij ook erop aangedrongen dat we het Bureau voor de grondrechten, dat we onlangs in het leven geroepen hebben om dergelijke kwesties te behandelen, de opdracht geven om de verdere ontwikkelingen op dit gebied van nabij te volgen en om een oogje in het zeil te houden. Ik zou duidelijk willen maken dat de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten deze beslissingen onderschrijft. Wij zijn echter van mening dat er geen reden is om het Europees Parlement nogmaals met deze kwestie te belasten. Wij steunen derhalve het voorstel om dit punt van de agenda te schrappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathalijne Maria Buitenweg, namens de Verts/ALE Fractie. - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat de PPE-DE-Fractie ook wel weet dat we het vandaag niet alleen maar hebben over één uitlating van één minister. Het is een veel breder debat. Ik denk dat het voor de meerderheid van dit Parlement duidelijk is dat dit verzoek alleen is gedaan omdat er hier mensen zijn die discriminatie van homoseksuelen niet willen bespreken. We zijn echter politici in een democratie, en als je je niet in een resolutie kunt vinden, dan stem je er simpelweg tegen.

Ik begrijp niet waarom dit niet-ontvankelijk zou zijn. Straks verklaren we een debat over de interne markt nog niet-ontvankelijk! Het onderwerp valt onder het mandaat van de Europese Unie. Gelijke rechten behoren tot de kern van de Europese Unie. Sinds het Verdrag van Amsterdam - ik weet niet of iedereen zich hiervan bewust is - bepaalt artikel 13 dat we een rol spelen in antidiscriminatiewetgeving. Het is niet de eerste keer dat we homofobie bespreken, en spijtig genoeg zal het ook de laatste keer niet zijn.

Mijn punt is dat het heel duidelijk is: het is wel ontvankelijk, want het valt onder ons mandaat. De enige reden waarom het niet-ontvankelijk zou zijn, is omdat u het niet wil bespreken. Laten we er vanmiddag over debatteren en er rekening mee houden bij de stemming, maar laten we het debat niet verdraaien.

(Applaus)

 
  
  

(Het Parlement verwerpt het verzoek)

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ‘Europa – samen slagen’, dat is de leus van het Duitse voorzitterschap van de Europese Unie. ‘Europa - samen slagen’. Wat betekent dat precies? Het betekent dat we in Europa steeds opnieuw de aandacht moeten vestigen op de positieve aspecten van diversiteit, respect, erkenning en tolerantie, omdat diversiteit, respect, erkenning en tolerantie de kernwaarden zijn die aan de basis liggen van ons gemeenschappelijke Europa.

Op het eerste gezicht lijkt het alsof homoseksualiteit vandaag de dag meer dan ooit aanvaard en getolereerd wordt. De activiteiten van verenigingen spelen hierin zonder enige twijfel een cruciale rol. De homo- en lesbiennegroeperingen zijn steeds beter georganiseerd en moedigen hun leden aan om openlijk voor hun seksuele geaardheid uit te komen. Na eeuwen van systematische discriminatie is dat een heuglijke ontwikkeling. Ik spreek hier namens Duitsland en net wij, Duitsers, dragen ten gevolge van onze geschiedenis een bijzondere verantwoordelijkheid, aangezien zestig jaar geleden ook homoseksuelen tot de slachtoffers van het nationaal-socialistische vernietigingsapparaat behoorden.

Bij nader inzien wordt echter snel duidelijk dat homofobie in vele delen van Europa nog steeds springlevend is. De recente voorvallen zijn daar schandelijke voorbeelden van. Homoseksuelen zijn nog steeds het slachtoffer van vooroordelen, van intolerantie en officieel goedgekeurde discriminatie. Haattirades en gewelddaden tegen seksuele minderheden zijn nog steeds schering en inslag, vaak zonder enige strafrechtelijke consequenties.

Met het oog hierop kan ik me volledig vinden in de woorden van Hans Winkler, die minder dan een jaar geleden als vertegenwoordiger van het Oostenrijkse EU-voorzitterschap in dit Parlement het volgende onderstreepte: “Zodra de veiligheid en de waardigheid van één enkele man of van één enkele vrouw in de Europese Unie wordt bedreigd, is de veiligheid en de waardigheid van ons allen in gevaar en staan ook de geloofwaardigheid van de Unie, haar beginselen en instellingen op het spel.” Dat is vandaag nog steeds het geval.

(Applaus)

De discriminatie van homoseksuelen is een probleem dat we met alle beschikbare middelen moeten bestrijden. De strijd tegen homofobie is een werk van lange adem. Er moeten onophoudelijk inspanningen geleverd worden om de muren van vooroordelen en intolerantie in de hoofden van de mensen stap voor stap te slechten. Tegelijkertijd moeten er nieuwe structuren in het leven geroepen worden, die gebaseerd zijn op aanvaarding, gelijke rechten en respect. Het spreekt vanzelf dat de mentaliteit van de mensen niet van de ene op de andere dag zal veranderen, maar officiële standpunten en wetten kunnen - en moeten - wel gewijzigd worden, zeker wanneer het om de bescherming van de fundamentele mensenrechten gaat. Op dat gebied is er in Europa al heel veel vooruitgang geboekt.

De Europese Unie is gebaseerd op de beginselen van vrijheid, democratie en eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. In het bijzonder artikel 13 van het EG-Verdrag, maar ook artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, verbieden uitdrukkelijk elke vorm van discriminatie op basis van seksuele geaardheid. Daarenboven hebben de EU-lidstaten zich er als leden van de Raad van Europa toe verbonden om het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens te respecteren.

Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam in 1997 heeft de Europese Unie de bevoegdheid om op te treden tegen discriminatie om een groot aantal redenen, waaronder discriminatie op basis van seksuele geaardheid. Sindsdien heeft de Europese Unie, dankzij de uitvaardiging van de richtlijnen inzake gelijkheid, een brede waaier van regelingen aangenomen die het mogelijk maken om in de hele Europese Unie in te grijpen in geval van discriminatie. Zo is onder meer discriminatie op basis van religieuze overtuiging, handicap of seksuele geaardheid op de werkvloer met een EU-richtlijn verboden.

Inderdaad hebben we reeds behoorlijk wat vooruitgang geboekt bij de aanpassing van de wetgevingssituatie met betrekking tot de bescherming tegen discriminatie en de bevordering van gelijke kansen op communautair niveau. Dit is echter geen reden om op onze lauweren te rusten, aangezien zelfs de meest verfijnde wetgeving geen zoden aan de dijk zet, zolang het aan politieke wil ontbreekt om ze consequent ten uitvoer te leggen en zolang ze niet door de hele bevolking ondersteund wordt.

(Applaus)

Hier is een belangrijke taak weggelegd voor de Europese Commissie. Het is aan de Commissie om te controleren of de richtlijnen, waaronder de richtlijnen die ik net heb vernoemd, tijdig en correct door de lidstaten worden omgezet. Het onlangs opgerichte Bureau voor de grondrechten zal op dit gebied in de toekomst voor extra ondersteuning zorgen, zodra het volledig slagvaardig is. Toch wil ik onderstrepen dat dit niet uitsluitend de verantwoordelijkheid van de Europese Commissie is.

Ook wij, als politieke leiders op Europees, nationaal of regionaal niveau, kunnen en moeten het goede voorbeeld geven, door tolerantie, begrip, wederzijds respect en een vreedzaam samenleven te bevorderen. Daarbij moeten we ook aandachtig toezien op de toetsingsactiviteiten die de Europese Commissie in de huidige en mogelijke toekomstige kandidaat-lidstaten verricht. Zowel met het oog op mogelijke toetredingsonderhandelingen als in het kader van de Stabilisatie- en associatieovereenkomsten moet aan alle voorwaarden worden voldaan. Dat geldt ook en in het bijzonder voor de mensenrechten van seksuele minderheden.

Ten slotte is het onze taak om invloed uit te oefenen op de manier van denken, om de muren van vooroordelen en intolerantie in de hoofden van de mensen te slechten. Het doet me plezier dat, op gezamenlijk initiatief van de Commissie en het Duitse voorzitterschap, op 30 en 31 januari laatstleden in Berlijn de eerste Europese Gelijkheidstop heeft plaatsgevonden, die het begin heeft ingeluid van het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen. Dat jaar vormt een unieke gelegenheid om een solidaire maatschappij te promoten en om alle betrokkenen te mobiliseren voor de uitvoering van de nieuwe kaderstrategie van de Europese Unie voor non-discriminatie en gelijke kansen voor iedereen, zowel nu als na 2007.

Het programma is bedoeld om de publieke opinie bewuster te maken van het recht op gelijkheid en de strijd tegen discriminatie. Het wil tevens de boodschap uitdragen dat elk individu recht heeft op gelijke behandeling, ongeacht geslacht, ras, etnische afkomst, godsdienst of wereldbeschouwing, ongeacht een eventuele handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. Laten we van deze gelegenheid gebruik maken om gezamenlijk de strijd aan te binden tegen intolerantie en discriminatie en om de positieve aspecten van diversiteit, respect, erkenning en tolerantie te promoten.

Alleen samen kunnen we ervoor zorgen dat de Europese Unie trots van zichzelf kan beweren dat ze ‘eenheid in verscheidenheid’ hoog in het vaandel heeft.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. - (CS) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, om te beginnen wil ik eraan herinneren dat de Commissie in haar verklaring over homofobie van 17 januari 2006 en de verklaring over de toename van racistisch en homofoob geweld in Europa van 14 juni 2006 alle uitingen van homofobie - die allen een inbreuk zijn op de menselijke waardigheid - streng heeft veroordeeld.

De Commissie wil hier opnieuw luid en duidelijk uitdrukking geven aan haar vastberadenheid om de grondrechten waarop de EU is gebaseerd te doen naleven. De Commissie gebruikt alle middelen en bevoegdheden die tot haar beschikking staan om te strijden tegen homofobie. Bestrijding van discriminatie op grond van de seksuele geaardheid is een absolute noodzaak. In artikel 21 van het Handvest van de grondrechten staat een regelrecht verbod hiertoe en tevens is het dankzij artikel 13 van het EG-verdrag mogelijk om tegen discriminatie op grond van geslacht de nodige maatregelen te treffen.

In 2000 heeft de Raad op basis van artikel 13 een richtlijn aangenomen waarmee het algemeen kader werd gecreëerd voor de strijd tegen discriminatie in verband met arbeid en beroep op welke grond dan ook, waaronder seksuele geaardheid. De Commissie ziet erop toe dat de richtlijn in de lidstaten correct wordt geïmplementeerd, eveneens in Polen. Ze zal niet aarzelen om de nodige stappen te ondernemen tegen elke lidstaat die de richtlijn niet goed ten uitvoer legt. De Commissie wil in verband hiermee erop wijzen dat zij in 2005 tevens een onderzoek is gestart naar de regelgeving in de lidstaten met betrekking tot het verbod op discriminatie van allerlei aard, waaronder op grond van seksuele geaardheid anders dan in verband met arbeid en beroep.

Uit dit onderzoek blijkt dat alle lidstaten waarop het betrekking had op een aantal gebieden verder, ja vaak zelfs vele malen verder gaan dan de regelgeving van de Gemeenschap. Desondanks bestaan er grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de mate van bescherming die wordt geboden. Verder heeft de Commissie aangekondigd in haar jaarlijkse beleidsstrategie voor 2008 nieuwe initiatieven voor te zullen leggen ter preventie van discriminatie buiten de arbeidsmarkt, waaronder discriminatie op grond van seksuele geaardheid.

In het kader hiervan is de Commissie in februari 2007 begonnen met een effectrapportage, waarmee moet worden vastgesteld of aanvullend optreden door de EU op andere gebieden dan verband houdend met arbeid en beroep gerechtvaardigd is. Op dit moment houdt de Commissie een omvangrijke raadpleging van het algemene publiek en de betrokken partijen, zoals NGO’s en de sociale partners. De resultaten van de effectrapportage worden voor het einde van 2007 verwacht. De Commissie is zich ervan bewust dat voor feitelijke bescherming van de personen in kwestie wettelijke bescherming op zich niet volstaat. Evenzo belangrijk is dat wordt gestreden tegen vooroordelen en stereotypen.

Het Europese jaar van gelijke kansen voor iedereen, nu in 2007, heeft de volgende doelstellingen: de burgers informeren over hun rechten, verscheidenheid neerzetten als een voordeel, gelijke kansen bewerkstelligen voor iedereen op economisch, sociaal, cultureel en politiek vlak. De Commissie is ingenomen met de nationale strategieën die door de lidstaten zijn opgesteld in samenhang met het Europese jaar. Alle landen, inclusief Polen, hebben alle mogelijke gronden van discriminatie onderdeel gemaakt van hun strategieën.

De Commissie heeft kennis genomen van de uitspraak van een lid van de Poolse regering met betrekking tot het voornemen een wetsvoorstel in te dienen met als doel het propageren van homoseksualiteit op scholen en alle andere instellingen voor jeugd en vrijetijdsbesteding, te verbieden. Volgens de informatie die de Commissie ter beschikking staat, is er vooralsnog geen sprake van een dergelijk wetsvoorstel en zijn de uitspraken van de Poolse regering hieromtrent niet bindend. Ingeval er daadwerkelijk een dergelijke wet mocht worden ingediend, dan zou deze strijdig kunnen zijn met de grondrechten zoals neergelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Ook zou een dergelijke wet strijdig kunnen zijn met het beginsel van non-discriminatie op het gebied van arbeid en beroep, oftewel strijdig met richtlijn 2078/EG.

De Commissie zal de verdere ontwikkelingen met aandacht blijven volgen en zal niet aarzelen in te grijpen ingeval van inbreuk op het Gemeenschapsrecht.

 
  
MPphoto
 
 

  Manfred Weber, namens de PPE-DE-Fractie. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik wil - misschien iets rustiger dan zojuist - duidelijk maken dat wij als Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten vierkant achter de resoluties van het Europees Parlement en achter de richtlijnen staan die wij hier hebben aangenomen en die de Commissie heeft beschreven. Europa is een ruimte van recht en die moeten wij verdedigen.

Maar de aanleiding voor de discussie van vandaag, namelijk de uitspraak van een Poolse minister - die onaanvaardbaar is en die de Fractie van de Europese Volkspartij van de hand wijst - is geen reden voor een dergelijk debat. Zoals commissaris Špidla reeds heeft gezegd, hebben wij tijdens onze discussie over de discriminatie van homoseksuelen enkele weken geleden gezien dat enkele Europese politici helaas uitspraken doen die onaanvaardbaar zijn, en wij moeten die met politieke middelen bestrijden.

Ik wil erop wijzen dat het ons tot nadenken moet stemmen wanneer Poolse afgevaardigden uit alle fracties - ik denk met name aan de discussie bij de liberalen - zeggen dat datgene wat in Polen is gebeurd, onaanvaardbaar is, maar dat het debat in de eerste plaats in Polen zelf gevoerd moet worden en dat Polen zelf een oplossing moet zoeken voor die onaanvaardbare uitspraken. Naar verluidt, heeft Polen geen big brother nodig die zich bemoeit met zijn zaken, en zullen ze deze zaak zelf oplossen. Dat geeft ons tijd om na te denken. Wanneer wij deze zaak hier opblazen, bewijzen we degenen die discriminatie in Polen bestrijden zoals wij zouden willen, geen dienst.

Daarom verzoek u vriendelijk - en dit is een procedurele kwestie die wij aan de orde stellen - te aanvaarden dat het voor ons onjuist is vandaag te discussiëren over dit onderwerp, aangezien wij genoeg besluiten en richtlijnen hierover hebben. Nee tegen discriminatie, nee tegen homofobie in Europa! Daarom stellen wij voor ons Bureau te vragen de situatie te volgen en een oogje in het zeil te houden. De Fractie van de Europese Volkspartij zal morgen dienovereenkomstig handelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Martine Roure, namens de PSE-Fractie. - (FR) Mevrouw de Voorzitter, op 16 januari 2006 heb ik hier vanaf dezelfde plaats het woord gevoerd om de resolutie over homofobie te verdedigen. Dat was niet de eerste keer, en ik vrees dat dit ook niet de laatste keer zal zijn. Wij willen namelijk een eind maken aan de verschillende behandeling van homoseksuelen op het grondgebied van de Unie, en wij beseffen maar al te goed dat wij nog een lange weg te gaan hebben. Ik herinner u eraan dat ons slechts enkele dagen scheiden van de Werelddag tegen homofobie.

De vandaag aan ons voorgelegde tekst maakt gewag van gevallen van homofobie in verschillende landen van de Unie, maar ook van een verklaring van de Poolse vice-premier. Wij willen geen regering of lidstaat stigmatiseren, maar deze hekelschriften onthullen dat homofobie weer de kop op steekt in de Europese Unie. Deze verklaringen tonen namelijk aan dat er een onaanvaardbare gemoedsgesteldheid heerst, en ze komen uit de mond van niet zomaar iemand, maar van een regeringslid.

Daar moet een eind aan worden gemaakt. Wij moeten ons opnieuw tegen deze walgelijke uitlatingen verzetten, en ik wil dan ook hier en nu de nieuwe, weerzinwekkende en verwerpelijke publicatie van de heer Giertych, lid van ons Parlement, aan de kaak stellen. Hij heeft zijn tweede boekje uitgedeeld waarin hij suggereert dat homoseksuelen zieken zijn. Al degenen die zich terecht gekwetst voelen door deze daden en deze hatelijke uitlatingen, alle jongeren die ontdekken dat zij anders zijn en die soms zelfs tot het uiterste gaan en zichzelf ombrengen, moeten weten dat Europa niet zo is.

Wij mogen niet onze tijd verliezen met het aannemen van resoluties om discriminatie van homoseksuelen te bestrijden. In de toekomst moeten wij nagaan welke instrumenten nodig zijn om efficiënt op te kunnen treden. Eenieder in de Unie moet nu zijn of haar verantwoordelijkheid nemen.

(Applaus van links)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophia in 't Veld, namens de ALDE-Fractie. - Voorzitter, ik wil even een misverstand uit de weg ruimen: deze resolutie gaat niet over Polen, maar over homofobie. Jammer genoeg heeft Polen niet het monopolie op homofobie, het komt helaas overal voor. Maar het is wél zo dat we al anderhalf jaar geleden hebben gesproken over de problemen in Polen en dat we het daar vandaag de dag nog steeds over hebben. Zoals Martine Roure terecht net zei, het is niet zomaar iemand die dit soort uitspraken heeft gedaan, het zijn opinieleiders, het zijn leden van de regering die bijdragen aan een klimaat waarin haat en geweld normaal worden.

Twee weken geleden is er in mijn eigen land - een land dat buitengewoon tolerant en liberaal is - een homoseksuele man op straat doodgeslagen, omdat iemand vond dat hij er te vrouwelijk uitzag. Doodgeslagen! Kunt u zich dat voorstellen? Zulke dingen gebeuren er in een klimaat dat wordt geschapen door mensen, die zich schuldig maken aan homofobe uitspraken. Dus je kunt niet zeggen: omdat er nog geen wetsvoorstel voorligt, is er niets aan de hand. Ik ben wat dat betreft ook buitengewoon tevreden dat mijnheer Weber, namens de EVP, evenals de ombudsman zo krachtig afstand hebben genomen van de uitspraken van de Poolse minister in kwestie.

Ik zou graag net zo'n krachtige uitspraak willen van de Raad en van de Commissie. De Commissie en vooral de Raad hebben gezegd, we hebben wetten en we hebben regels en verdragen; dat is allemaal prachtig, maar dat heeft tot nu toe die mensen er niet van weerhouden om dit soort homofobe uitspraken te doen. We willen graag wat meer actie. We willen graag dat de Raad bijvoorbeeld aangeeft wat hij gaat doen met die minister van Onderwijs. Gaat u tolereren dat die minister van Onderwijs aanzit bij de vergaderingen van de ministers van Onderwijs van Europa of bent u bereid om te overwegen deze minister te schorsen zolang hij geen afstand neemt van zijn uitspraken?

Voorzitter, het is voor de eerste keer dat we dit soort uitspraken doen over lidstaten, want er zijn er meerdere in de Europese Unie; we zijn er altijd als de kippen bij om naar andere landen met de vinger te wijzen, maar ik denk, dat, als wij als Europa serieus zijn, als we een gemeenschap van waarden zijn, we eerst in eigen huis orde op zaken moeten stellen. Ik hoop dat wij vandaag als Europees Parlement een heel helder signaal geven aan Europa en aan de wereld dat wij voor die waarden staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański, namens de UEN-Fractie. - (PL) Mevrouw de Voorzitter, agressief gedrag tegen homoseksuelen is een probleem in veel Europese samenlevingen, maar is zeker niet het grootste probleem. We hebben ook problemen met zulk gedrag door overheidsinstanties in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Italië, om enkele voorbeelden te noemen. Dat moge zo zijn, maar ik zou nooit op het idee komen om daar een debat in het Europees Parlement aan te wijden en advies uit te brengen. De regeringen van de lidstaten weten zelf het best hoe ze dit moeten aanpakken.

Het is jammer dat sommige collega’s hier denken dat dit niet geldt voor bijvoorbeeld Polen. Daar kan maar één reden voor zijn. Dit Parlement wordt bij de neus genomen door een groep extremistische afgevaardigden die onmiddellijk op hun achterpoten staan zodra ook iemand iets polemisch zegt en het woord homoseksualiteit valt (applaus). Ik wil erop wijzen dat homoseksuelen niet automatisch gevrijwaard zijn van kritiek. Dat is de basis van de democratie. Buigen voor homoseksuele censuur is een kenmerk van dit Parlement geworden. Ik denk niet dat onze autoriteit hier ook maar enigszins bij gebaat is.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Kathalijne Maria Buitenweg, namens de Verts/ALE-Fractie. - Voorzitter, allereerst misschien voor de laatste collega, misschien ter geruststelling, we hebben wel degelijk in het Parlement ook wel eens gesproken over hooliganism, maar er is hier wel wat anders aan de hand. Want in dát geval is het niet zo dat de regering ertoe oproept om allerlei geweld te plegen, terwijl ik in dit geval, zeker in het geval van Polen, toch wel begin te vinden dat de homofobie als het ware door de staat wordt georganiseerd. Als je kijkt wat voor uitspraken er soms werden gedaan door de leden van de Poolse regering: "homoseksualiteit zou demoraliserend zijn, pervers, een psychische afwijking, een bedreiging voor de samenleving".

Ik heb goed geluisterd naar wat commissaris Špidla zei; hij zei: "als er een wet wordt voorgesteld, dan ga ik reageren". Ik waardeer dat en ik zie ook wel dat commissaris Špidla ziet waarom zo'n wet een bedreiging zou zijn voor de Europese waarden en een inbreuk op de Europese wetten. Maar ook nù is er al iets aan de hand en dat mis ik nog een beetje in het betoog, want het is natuurlijk niet zo dat regeringen vrijblijvend allerlei voorstellen kunnen doen en die dan weer kunnen terugnemen en dat wij dan kunnen zeggen: nou, er is uiteindelijk toch niks aan de hand.

Want er wordt natuurlijk wel iets in gang gezet: homofobie wordt natuurlijk op die manier wel wat meer wijdverbreid in de samenleving en u bent ook verantwoordelijk voor de naleving van de antidiscriminatiewetgeving op de arbeidsmarkt. U denkt toch niet werkelijk dat er sprake kan zijn van gelijke kansen op een arbeidsmarkt, als de homofobie wijdverbreid is in de samenleving? Dus hoe gaat u daarmee om? Hoe gaat u om met regeringen die homofobie in feite stimuleren? Wat zijn de gevolgen daarvan voor de arbeidsmarkt? Dat hoor ik graag van u.

Tot slot aan de PPE: ik vind het jammer dat jullie de UEN hebben gesteund. U zegt, het is alleen om procedurele redenen. Het zou ontzettend goed zijn als we dan met een hele delegatie van het Parlement, inclusief van uw fractie, bij een aantal van de gay pride marches aanwezig zullen zijn in Warschau, in Riga en in een hoop andere landen. Ik zou het ontzettend waarderen als we hand-in-hand daar kunnen staan. Bij deze de uitnodiging! Misschien kunnen we het waar maken!

 
  
MPphoto
 
 

  Giusto Catania, namens de GUE/NGL-Fractie. - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik geloof dat het heel hypocriet zou zijn geweest als het Europees Parlement dit onderwerp vandaag niet besproken zou hebben; als wij dus niet gesproken zouden hebben over het feit dat in de afgelopen jaren de publieke manifestaties en uitspraken tegen homo’s in Europa zijn toegenomen.

De uitspraken van de Poolse minister zijn ronduit gênant en volgen op het verbod van de Poolse regering om de Gay Pride te houden. Ondanks de verontwaardiging van de publieke opinie heeft de minister zijn ernstige uitspraken nooit ontkend.

Helaas is dit niet het enige voorval in Europa. In het beschaafde Europa nemen de uitingen van onverdraagzaamheid toe. Dikwijls lezen wij van gevallen van geweld tegen mannen en vrouwen vanwege hun seksuele geaardheid, of moeten wij machteloos toezien hoe er steeds vaker gepest wordt op scholen, waardoor jongeren zelfs tot zelfmoord gedreven kunnen worden, zoals onlangs in Italië is gebeurd.

Daarom mogen politici geen tekenen van onverdraagzaamheid geven, en mogen zij geen verklaringen afleggen, zoals de Poolse minister heeft gedaan, want dan loopt men het risico dat homofobe gedragingen gelegitimeerd worden.

Dit geldt voor de politiek, maar het geldt ook voor de leiders van de kerk, die steeds vaker de gelegenheid aangrijpen om hun afkeer van homoseksuelen te uiten, door deze mensen als zondaars aan te merken. Geen enkele discriminatie is aanvaardbaar, en des te meer is het onaanvaardbaar te discrimineren op grond van seksuele geaardheid.

Dit Parlement heeft destijds Rocco Buttiglione afgewezen vanwege zijn uitspraken. Ik geloof dat er behoefte is aan een sterke boodschap van de Commissie, zodat deze haar beloften nakomt en concrete maatregelen neemt tegen iedere vorm van discriminatie.

De Europese geschiedenis en cultuur hebben veel te danken aan de gevoeligheid van mannen en vrouwen die door autoritaire regimes zijn vervolgd en nog steeds door reactionaire en racistische culturen worden gecriminaliseerd in Europa. Wij hebben veel te danken aan Sappho, Pasolini, Oscar Wilde, Michel Foucault, André Gide. Ik vind het triest te moeten beseffen dat, als het aan deze obscurantistische culturen had gelegen, deze grote artiesten niet eens hun mond hadden kunnen opendoen.

Ik denk en hoop dat ook dit Parlement het ermee eens is dat een anti-homoseksuelencultuur niet aanvaard kan worden en met geweld moet worden bestreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin, namens de IND/DEM-Fractie. - (SV) Mevrouw de Voorzitter, dat homofobie in 2007 nog steeds een probleem is in Europa, is zeer betreurenswaardig en onrustbarend. En nog betreurenswaardiger is het dat er collega’s in dit Parlement zijn die ertoe bijdragen om de situatie voor homo-, bi- en transseksuelen te verergeren door hun duidelijk homofobe uitspraken. Die uitspraken worden hier in het Parlement gedaan, maar ook op grote schaal in hun land van herkomst. Als deze homofobe toon wordt opgezweept, brengt dat ook het gevaar met zich mee dat homo-, bi- en transseksuelen worden blootgesteld aan zowel fysiek als psychisch geweld, zoals vorig jaar is gebeurd bij diverse Gay Pride optochten in heel Europa.

Nog erger is het wanneer geloof en religie als excuus worden gebruikt om EU-burgers te discrimineren. U begrijpt ongetwijfeld wat ik bedoel. Het gaat hier om middeleeuwse waardeoordelen die niet thuishoren in onze moderne samenleving. Het Europa van 2007 zou ontwikkelder moeten zijn. Laten we de homofobie overal bestrijden waar die voorkomt, in de politiek, de media en in de kringen waarin wij allen dagelijks verkeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys, namens de ITS-Fractie. - Mevrouw de Voorzitter, in januari vorig jaar hebben wij al een debat gehouden over homofobie in Europa. Ik heb toen onder meer gezegd dat niemand in het Europees Parlement mag aanvaarden dat homoseksuelen omwille van hun geaardheid worden achtergesteld, aangevallen, geïntimideerd of wat dan ook. Ik heb toen tegelijkertijd ook gewaarschuwd tegen de geest van politieke correctheid die de vrije meningsuiting stilaan aan het versmachten is. Er begint zich inderdaad, naast homofobie en andere fobieën, ook een soort freedom of speech-fobie te ontwikkelen, een irrationele angst om mensen vrijuit hun mening te laten verkondigen. Wat mijn fractie niet bevalt in het debat van vandaag en in de resoluties die werden ingediend, is dat men één specifieke lidstaat viseert en dan nog op basis van informatie waarvan de juistheid wordt betwist. Dat is geen correcte manier van handelen. Men zou hier beter wat voorzichtiger te werk kunnen gaan om te vermijden dat de bevolking in die lidstaat zich nog meer afkeert van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Michael Cashman (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik neem het woord uit verdriet, niet uit woede. Zelfs na de Tweede Wereldoorlog hebben we nog onze les niet geleerd. In de jaren dertig van de vorige eeuw keken we toe hoe joden, communisten, vakbondsleden en homoseksuelen werden afgevoerd naar de kampen. We stonden erbij en keken ernaar. We deden of zeiden niets.

Tegenwoordig weten we beter. Tegen de landen die onder overheersing en onderdrukking hebben geleefd, wil ik zeggen dat van alle landen juist zij de waarde van fundamentele mensenrechten, vrijheid van vereniging, vrijheid van meningsuiting en het recht op een persoonlijke levenssfeer zouden moeten kennen.

(Applaus)

U zou ons moeten onderrichten met betrekking tot fundamentele waarden. Daarom zullen we niet aarzelen om de mensenrechten en zij die daarvoor opkomen, te verdedigen, waar ter wereld zij zich ook bevinden.

Tegen allen die zich aangevallen voelen, waar ook ter wereld - en ik, als homoseksueel, had geboren kunnen worden in Polen, Letland of de Tsjechische Republiek, waar ik zou hebben moeten vrezen voor mijn baan en mijn leven - wil ik zeggen dat ze niet alleen staan. Wij staan achter ze, en we zullen winnen om de simpele reden dat goedheid en rechtvaardigheid uiteindelijk altijd zegevieren.

Als we verwijzen naar regerende politici en de uitspraken die werden gedaan, hebben we het niet over een eenmalige uitspraak, maar over een reeks uitspraken die in de loop der jaren bewust zijn gedaan. Haatdragende taal creëert een klimaat waarin bepaalde mensen om de een of andere reden minderwaardig zijn, waarin die personen een bedreiging vormen voor de samenleving. Er wordt een klimaat gecreëerd dat angst met zich meebrengt, en waarin bepaalde rechten worden bedreigd. Eens gezegd, blijft gezegd: de berokkende schade blijft doorwerken, en door hetgeen wat gezegd is, nemen misdadigers maar al te vaak het heft in eigen hand, wat tot geweld leidt.

Ik hoor dat de heer Weber zich uitspreekt tegen homofobie. Het is echter betreurenswaardig dat hij er zich ook tegen uitspreekt er hier vandaag iets tegen te doen in dit Parlement.

Ik wil besluiten met te zeggen dat we zullen slagen, maar dat betekent dat we onze verantwoordelijkheid moeten nemen om de mensenrechten te verdedigen en schendingen daarvan te beëindigen, waar ter wereld ze ook plaatsvinden.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Jerzy Kułakowski (ALDE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik wil iets zeggen namens de Poolse delegatie in het liberaal-democratische smaldeel van de fractie van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa.

In de eerste plaats accepteren we geen enkele vorm van discriminatie en zijn we voor totale tolerantie in dit soort zaken.

In de tweede plaats willen we benadrukken dat er een groot verschil bestaat tussen het niet discrimineren van homoseksuelen en het stimuleren van homoseksualiteit als levenswijze. Tolerantie ja, non-discriminatie ja, maar stimulering nee, want dat is geen maatregel die de eerbiediging van de mensenrechten bevordert.

En tot slot is dit geen politieke kwestie, die ook niet als zodanig moet worden behandeld. Dit is een morele kwestie die ten diepste verbonden is met het pluralisme, dat kenmerkend moet zijn voor de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogdan Pęk (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, degenen die net zo graag wilden stemmen over de noodzaak van dit debat, hebben nu als eersten de zaal verlaten. Dat is de beste illustratie voor het feit dat hun intenties niet oprecht waren en dat hun argumenten kunstmatig zijn en bedoeld voor politieke doeleinden. Het is een poging om een regering aan te pakken die niet naar de zin is van een aantal politieke groeperingen: de liberalen, links, uiterst links, enzovoorts.

Dat kan ik nog begrijpen, maar in hemelsnaam, toen in het nog niet zo verre verleden in uw landen duizenden brandstapels brandden, verzamelden de vluchtelingen zich in Polen. De joden, die in heel Europa vervolgd werden, vluchtten naar Polen. Polen is een symbool van tolerantie. De poging die hier wordt gedaan om de wereld en Europa ervan te overtuigen dat Polen een broeinest van intolerantie jegens homoseksuelen is, is obsceen en politieke laster, een cynische manoeuvre om de publieke opinie om de tuin te leiden. Ik protesteer hiertegen, omdat het fundamenteel onjuist is.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE). - (ES) Ik denk dat de heer Cashman de gevoelens van de meerderheid van dit Parlement heel goed heeft verwoord, en daarom denk ik dat nogmaals herhaald moet worden dat we onze stem moeten verheffen tegen bepaalde denkwijzen.

Het probleem is hier niet de vrijheid van meningsuiting; het probleem is dat bepaalde tegen de seksuele vrijheid gerichte uitspraken afkomstig zijn van overheidsinstellingen, van staten en regeringen die deel uitmaken van de Europese Unie, die verdragen hebben ondertekend, zoals het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarin in artikel 6 duidelijk het recht is neergelegd op het maken van een eigen keuze, ook op seksueel gebied.

Laten we propaganda niet verwarren met het recht van personen om vrij te kiezen wie of wat ze willen zijn, op elk moment, in elke omstandigheid en in elke lidstaat van de Europese Unie.

Ik denk dus dat deze uitspraken, zoals de heer Cashman dat ook heel goed heeft verwoord, geen geïsoleerde uitspraken zijn, maar deel uitmaken van een tendens, van een welbewuste strategie om de fundamentele waarden van de Europese Unie in twijfel te trekken. Ze kunnen niet ongestraft blijven.

Dit Parlement moest wel reageren - en ik denk dat het dat aan het doen is - hoewel ik vrees dat het helaas niet de eerste keer is. Maar we zullen hier altijd op blijven hameren, en hoewel het vervelend is om steeds maar te hameren op zaken die vanzelfsprekend zijn, moeten we dat toch doen, omdat - zoals de heer Cashman ook heeft gezegd - we gelijk hebben en ook gelijk gaan krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Witold Tomczak (IND/DEM). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, iedereen heeft het recht om te leven en verdient respect en hulp. Dat geldt ook voor misleide en beschadigde mensen die bezweken zijn voor homoseksuele neigingen. De oplossing is echter niet blinde acceptatie, en ook niet intolerantie, maar begrip en vriendelijkheid. De oplossing is om mensen die ziek zijn te helpen om beter te worden, en dat is wat er van ons wordt verwacht.

Het accepteren van homoseksualiteit als iets natuurlijks en normaals is het verheerlijken van pijn en lijden. Dat is verkeerde en gevaarlijke politieke correctheid. Homoseksuele praktijken gaan in tegen de wetten van de natuur, omdat ze het geschenk van het leven uitsluiten. Het stimuleren ervan is een aanval op het gezin en leidt tot abnormaliteiten.

Geachte Europeanen, in plaats van onterechte kritiek te uiten op Polen, zou u het voorbeeld van Polen moeten volgen waar het gaat om moraliteit, tolerantie en normaliteit. In dit land is het boek Coming out Straight. Understanding and Healing Homosexuality gepubliceerd. De auteur is Richard Cohen, die zichzelf van zijn homoseksualiteit heeft bevrijd en nu een gelukkig man en vader is. Laten we lering trekken uit zijn ervaring.

De zogenaamde verdedigers van de mensenrechten die vandaag zo’n drukte maken en het probleem uitvergroten vraag ik: waarom negeert u de morele decadentie van de media, de discriminatie van normale gezinnen, waarom sluit u uw ogen voor de massamoord op kinderen in de schoot van hun moeders?

 
  
MPphoto
 
 

  Józef Pinior (PSE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, de Campagne tegen homofobie en Lambda Warschau hebben een rapport gepubliceerd over de situatie van biseksuelen en homoseksuelen in de Poolse samenleving in de jaren 2005 en 2006. In het rapport wordt een beeld van vervolging geschetst. Eén of de vijf homoseksuelen was geduwd of geslagen. De helft van de ondervraagden was beledigd, lastiggevallen of gechanteerd. De aanvallen op homoseksuelen zijn de afgelopen tijd toegenomen. Van de personen die fysiek geweld hadden ondervonden, had bijna 42 procent dat meer dan drie keer meegemaakt in de afgelopen vijf jaar.

Ik moet helaas bevestigen dat homoseksuelen vandaag de dag voor bescherming niet kunnen vertrouwen op de instanties van de Poolse staat, die door een conservatief-nationalistisch-populistische coalitie wordt geleid. Vertegenwoordigers van de regering geven vaak openlijk uiting aan een ideologie van haat, intolerantie en discriminatie van homoseksuelen. Daarom is de resolutie van vandaag zo belangrijk, zeg ik tegen mijn Poolse vrienden van rechts! Voor deze mensen is het Europees Parlement een voorvechter van rechtvaardigheid geworden, een baken in het duister waardoor ze kunnen blijven hopen dat hun fundamentele burgerrechten gerespecteerd zullen worden en ze een waardig leven kunnen leiden.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Iemand vraagt het woord voor een motie van orde.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Stubb (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, neen, dat kan ik niet omdat ik geen motie van orde heb. Ik wilde slechts zeggen dat hetgeen de heer Tomczak zegt, precies aantoont waarom we in dit Parlement een debat moeten voeren over homofobie. Dat waren de meest homofobische uitspraken die ik sinds zeer lange tijd heb gehoord in dit Parlement, en ze stemmen mij oprecht somber.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ik wil gebruik maken van dit debat om terug te komen op een toespraak die de voorzitter van de Raad hier in dit Parlement heeft gehouden over een Europa van waarden en tolerantie. Dit is een zeer belangrijk punt dat voor zeer veel gebieden geldt

Wij hebben vandaag uitvoerig gediscussieerd over verschillende andere onderwerpen, waarbij wij ons hebben beziggehouden met problemen buiten de Europese Unie. Wanneer wij dit doen - en wij doen dit terecht –, is het volkomen legitiem tevens te kijken naar datgene waaraan wij in ons eigen huis nog steeds niets hebben gedaan, namelijk de intolerantie ten opzichte van homoseksualiteit. Daarom wil ik u vragen - ook al hebben velen een andere mening over dit onderwerp - in ieder geval te tolereren dat we een debat voeren en in te zien dat het eveneens belangrijk is dat de Commissie beschikt over instrumenten op basis waarvan zij adequate stappen kan nemen ter bestrijding van deze discriminatie.

Namens het voorzitterschap kan ik slechts uitdrukkelijk herhalen dat wij verplicht zijn dit niet aan de Commissie of de parlementen alleen over te laten, maar dat wij ook actief moeten proberen onze samenleving bewust te maken van dit onderwerp, zodat er een eind komt aan deze discriminatie. Ik hoop dat het debat van vandaag in ieder geval een klein steentje hiertoe heeft bijgedragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. - (CS) Dames en heren, mensenrechten zijn onvervreemdbaar en mijns inziens vormen zij de basiswaarde waarop het hele Europese bouwwerk gefundeerd is.

Gezien de zeer diepgaande en emotionele discussie, zou ik graag nog eens willen citeren wat de Poolse vice-minister nu precies gezegd heeft. Volgens de woorden van de Poolse vice-minister zal het wetsvoorstel voorzien in de vervolging van eenieder die homoseksualiteit en andere afwijkingen propageert. Mij dunkt dat dit detail er genoeg aanleiding toe geeft om aan te nemen dat indien een dergelijke wet wordt ingediend, een specifieke groep mensen zal worden gestigmatiseerd op grond van hun seksuele geaardheid. Om die reden zou iets dergelijks vanuit het oogpunt van het Europees recht onacceptabel zijn.

Dames en heren, de Commissie zal alle middelen waarover zij beschikt aanwenden om het recht van alle burgers in alle landen te beschermen, en ik denk dat hier zeer terecht werd gesteld dat homofobie niet iets is dat slechts in een bepaald land voorkomt, maar dat het een meer algemeen voorkomend fenomeen is. Maar het is natuurlijk wel zo dat we ons hier vandaag buigen over een uitspraak die gedaan is door een lid van de regering van een specifiek land.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Tot besluit van het debat zijn vier ontwerpresoluties(1) ingediend, overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement

Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag om 12.00 uur plaats.

(De vergadering wordt om 17.50 uur onderbroken en om 18.00 uur hervat.)

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
  

(1) Zie notulen.


18. Vragenuur (vragen aan de Raad)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het vragenuur (B6-0017/2207).

Wij behandelen een reeks vragen aan de Raad.

Vraag nr. 1 van Manuel Medina Ortega (H-0177/07):

Betreft: Versterking van het Europees Agentschap Frontex

Welke maatregelen heeft de Raad getroffen om het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex) beter te laten functioneren ten einde de komende maanden een massale toestroom van immigranten net als vorig jaar te voorkomen?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer Ortega, op uw vraag kan ik het volgende antwoord geven. De Europese Raad heeft in zijn conclusies van december 2006 het volgende vastgesteld: de capaciteit van het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen - het Europees buitengrenzenagentschap Frontex - wordt snel opgevoerd. Met het oog daarop zal gezorgd worden voor de nodige economische en personele middelen, die doeltreffend moeten worden gebruikt. Er worden procedures voor noodsituaties vastgelegd, het operationele instrumentarium wordt versterkt, de banden met het netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen worden aangehaald en de geplande aanpassing van het Agentschap en zijn taken krijgt in 2007 haar beslag.

De begroting van het Agentschap voor 2007 is aanzienlijk verhoogd en bedraagt thans in totaal 22,2 miljoen euro. Ook het aantal medewerkers stijgt voortdurend en zal in 2007 in totaal 87 bedragen. Wat het vastleggen van procedures voor noodsituaties betreft, heeft de Raad onlangs de beraadslagingen met het Europees Parlement afgesloten over een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een mechanisme voor de oprichting van snelle grensinterventieteams en tot wijziging van de verordening van de Raad wat betreft dat mechanisme. Het Europees Parlement zal eind april stemmen over deze verordening. Vervolgens zal de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken zich in juni buigen over de verordening.

Naast het delegeren van personeel is Frontex momenteel een centraal register aan het opzetten van de bestaande technische apparatuur in de lidstaten voor de controle en de bewaking van de buitengrenzen, de zogenaamde tool box, die zij op vrijwillige basis en op verzoek ter beschikking willen stellen van een andere lidstaat. De Raad heeft op 15 februari 2007 de vooruitgang bij het opzetten van deze tool box beoordeeld en de lidstaten opgeroepen een actieve bijdrage te leveren. Op zijn vergadering van 19 en 20 april heeft de Raad de situatie nogmaals beoordeeld.

Met de conclusies van de Raad van 14 en 15 december 2006 heeft Frontex de opdracht gekregen uiterlijk medio 2007 in samenwerking met de lidstaten uit de regio een permanent netwerk op te bouwen van kustpatrouilles voor de zuidelijke maritieme buitengrenzen van de Europese Unie. De invoering van dit netwerk is een belangrijke stap om gemeenschappelijk en met name in samenwerking met de lidstaten maatregelen te nemen tegen de illegale immigratie aan de zuidelijke maritieme buitengrenzen. Dit netwerk is een effectief instrument om de migratiedruk in deze regio op te vangen, die de komende weken en maanden naar verwachting zal toenemen. Volgens de planning wordt het netwerk van kustenpatrouilles op 24 mei 2007 in gebruik genomen.

Tot slot zal de Commissie in overeenstemming met het Haags Programma, dat de Europese Raad op 4 november 2004 heeft goedgekeurd, voor eind 2007 aan de Raad een evaluatie van het Agentschap voorleggen, en in het kader van die evaluatie zouden wij kunnen overwegen extra taken of bevoegdheden te geven aan Frontex.

 
  
MPphoto
 
 

  Manuel Medina Ortega (PSE). - (ES) Mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, ik spreek mijn erkenning uit voor het werk van de Raad op dit terrein en ik denk dat u het heel duidelijk heeft uitgelegd.

De enige zorg die we hebben is echter dat naar het schijnt de in gang gezette operaties - ERA 1, ERA 2 en ERA 3 - op een bepaald moment zullen worden onderbroken, als het gaat om de bescherming van de Atlantische maritieme grens. Bij de bevolking ontstaat nu het gevoel dat, omdat het om tijdelijke maatregelen gaat, de bescherming alleen maar tijdelijk is en niet permanent.

Is het voorzitterschap van mening dat met deze maatregelen een permanente controle van deze grens - die op dit moment een gevoelige grens is - kan worden gewaarborgd voor de gehele Europese Unie?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) In de eerste plaats valt de bescherming van de buitengrenzen vanzelfsprekend onder de verantwoordelijkheid van de betrokken lidstaten. In bijzondere situaties kan echter een beroep worden gedaan op Frontex. Dit orgaan is immers hiervoor in het leven geroepen. Dit betekent dat zich gevallen kunnen voordoen waarbij Frontex geen actie hoeft te ondernemen, omdat de betrokken lidstaat het wel alleen afkan. Maar wij willen natuurlijk duidelijk maken dat de Europese Unie zich in bepaalde situaties, bijvoorbeeld bij illegale immigratie, solidair opstelt, en daarom ging het bij dit Europese initiatief. Er kan echter geen sprake zijn van permanente inzetbaarheid. Frontex moet echt alleen in bepaalde gevallen optreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Stubb (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, dank u zeer voor uw antwoord over de manier waarop het Europees Agentschap Frontex beter zou kunnen functioneren. U heeft het veel gehad over het inzetten van meer personeel, of met andere woorden, het inzetten van meer geld. Als dat uw standpunt is, hoe zou dan volgens u de personeelsbezetting van Frontex moeten worden uitgebreid? En hoeveel geld zouden we dan in de Frontex-begroting moeten steken?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Ik kan momenteel geen concrete cijfers noemen, geachte afgevaardigde. Nu we dit agentschap hebben opgericht, moeten we bekijken wat ervan geëist wordt, welke taken de lidstaten op zich kunnen nemen en welke taken door Frontex vervuld kunnen worden. Maar dit blijft nog open in de gesprekken over dit onderwerp.

In ieder geval moeten wij, wanneer ik de geachte afgevaardigde goed heb begrepen, ook een signaal afgeven dat wij niet slechts een pseudo-orgaan in het leven hebben geroepen, en de burgers aantonen dat de Europese Unie de noodzaak van een agentschap dat doelgericht kan optreden, heeft ingezien. Dan moeten wij vanzelfsprekend ook in staat zijn de vereiste middelen ter beschikking te stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag 2 is ingetrokken.

Vraag nr. 3 van Sarah Ludford (H-0183/07):

Betreft: Onderzoek naar en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden

Om de instanties voor rechtshandhaving in staat te stellen personen die verantwoordelijk zijn voor genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, doeltreffender te kunnen opsporen en vervolgen heeft de Raad Besluit 2002/494/JBZ(1) tot instelling van een Europees netwerk van aanspreekpunten inzake personen die voor genocide verantwoordelijk zijn, alsmede Besluit 2003/335/JBZ inzake opsporing en vervolging van ernstige internationale misdrijven goedgekeurd.

Welke plannen heeft de Raad om de institutionele infrastructuur van het netwerk te verbeteren, de samenwerking tussen nationale autoriteiten te versterken en bij te dragen aan een consistente aanpak van de lidstaten als het gaat om bestrijding van straffeloosheid voor ernstige internationale misdrijven? Wat is de houding van de Raad ten aanzien van een voorstel om Eurojust met het secretariaat van het netwerk te belasten? Overweegt de Raad om het netwerk op de agenda te zetten van vergaderingen van comités overeenkomstig artikel 36 (CATS) om te zorgen voor de follow-up van conclusies inzake het netwerk? Hoe wil de Raad, gelet op artikel 4 van het Besluit van de Raad 2003/335/JBZ(2), het huidige gebrek aan gespecialiseerde eenheden inzake oorlogsmisdaden in de lidstaten aanpakken?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Momenteel beraadslagen wij niet over een voorstel ter verbetering van de institutionele infrastructuur van het Europees netwerk van aanspreekpunten. Tot nu toe worden de vergaderingen van dit netwerk voorbereid in samenwerking met het voorzitterschap en het secretariaat-generaal van de Raad. Aan de Raad is evenmin een voorstel voorgelegd om Eurojust te belasten met het secretariaat van het netwerk. Mocht een dergelijk initiatief worden ingediend, dan zal de Raad dit bespreken.

Het voorzitterschap kan u, geachte afgevaardigde, mededelen dat de volgende vergadering van het Europees netwerk van aanspreekpunten inzake personen die verantwoordelijk zijn voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, plaatsvindt op 7 en 8 mei. Zoals gebruikelijk worden de conclusies van die vergadering aan het Comité artikel 36 gestuurd ter verdere bespreking.

Op grond van het besluit van de Raad uit 2003 zijn de lidstaten verantwoordelijk voor het instellen van gespecialiseerde eenheden inzake oorlogsmisdaden. Alle lidstaten hebben reeds aanspreekpunten aangewezen voor het onderzoek naar genocide, oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford (ALDE). - (EN) Dat is inderdaad redelijk bemoedigend. Ik hoop dat u tot de conclusie zult komen dat Eurojust inderdaad het secretariaat op zich moet nemen, of ten minste een aanspreekpunt moet zijn. Ik ben verheugd dat er in mei een bijeenkomst is van de groep aanspreekpunten. Tijdens het vorige voorzitterschap is dat helaas niet gebeurd. Kunt u mij beloven dat het Europees Parlement van de uitkomsten van die bijeenkomst op de hoogte zal worden gebracht?

Welke stappen worden er, nu de Raad begint aan de ontwikkeling van de opvolger van het Haags JBZ-programma, genomen om ervoor te zorgen dat de toezegging van de Europese Unie om straffeloosheid voor internationale misdrijven, genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, zowel binnen de Europese Unie als daarbuiten, te bestrijden als essentieel onderdeel aan de agenda van justitie, vrijheid en veiligheid wordt toegevoegd om een enkele rechtsruimte te creëren voor slachtoffers van zware misdrijven?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Wat het eerste punt betreft is het, zoals ik reeds zei, belangrijk dat het Parlement op grond van artikel 36 adequaat wordt geïnformeerd over deze vergadering. Uiteindelijk kan ik nog niet zeggen welke conclusies wij hieruit zullen trekken, hoe wij deze zullen verwerken en in welke processen. Dat kunnen wij pas als die eerste vergadering op 7 mei heeft plaatsgevonden.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 4 van Glenis Willmott (H-0184/07):

Betreft: Type-1-diabetes

Type-1-diabetes, een aandoening die het vaakst bij kinderen wordt vastgesteld, is een ziekte die vooral voorkomt onder de Europese bevolking, in veel grotere mate dan de veelbesproken type-2-diabetes. Finland telt het grootste aantal geregistreerde gevallen ter wereld, terwijl het Verenigd Koninkrijk de vierde plaats op de ranglijst inneemt. Er is weinig bekend over de oorzaken van type-1-diabetes, en er dient voor te worden gezorgd dat patiënten een zo goed mogelijke kwaliteit van leven hebben. Hiertoe zijn een vroege en juiste diagnose en doeltreffende controle nodig.

Welke maatregelen is de Raad voornemens te treffen om niet alleen te waarborgen dat diabetespatiënten toegang hebben tot een minimumniveau van zorg in alle lidstaten, maar ook dat de insulinepomp - algemeen beschouwd als het beste middel op dit moment om gemotiveerde diabetespatiënten betere controle en meer levenskwaliteit te bieden - beschikbaar is voor alle patiënten die er een zouden moeten hebben?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Op deze vraag zou ik willen antwoorden dat het initiatiefrecht op het vlak van openbare gezondheid uitsluitend bij de Commissie ligt. Op dit moment ligt bij de Raad ook geen wetgevend voorstel betreffende diabetes op tafel. Ik wijs erop dat een dergelijk voorstel volgens artikel 152, lid 4, samen met artikel 251 van het EG-verdrag onder de medebeslissingsprocedure zou vallen. Overigens zou ik willen verwijzen naar het antwoord van de Raad op de schriftelijke vraag uit 2006.

 
  
MPphoto
 
 

  Glenis Willmott (PSE). - (EN) Gezien het feit dat type-1-diabetes voornamelijk kinderen treft, en dat een slechte behandeling van diabetes bij kinderen op lange termijn tot problemen als nierfalen, blindheid en amputaties kan leiden, vraag ik de Raad welke maatregelen hij kan nemen om ervoor te zorgen dat juiste voorlichting wordt gegeven aan de patiënt en zijn of haar gezin, en ook voorlichtingscampagnes worden gehouden over de ziekte, teneinde de discriminatie die veel diabetespatiënten ondervinden, te voorkomen?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Terecht heeft u de omvang van type-1-diabetes, vooral onder kinderen, aangehaald. Ik wil er echter op wijzen - en begrijpt u mij nu niet verkeerd - dat dat in de eerste plaats een taak van de lidstaten is.

Het is echter belangrijk om aan onderzoek te doen, kennis te verzamelen en die resultaten op Europees niveau uit te wisselen, hoewel de bevoegdheid op gezondheidsvlak bij de lidstaten ligt. Het gaat om het welzijn en de toekomst van kinderen en dan bestaat de juiste aanpak erin om de resultaten snel en doeltreffend uit te wisselen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford (ALDE). - (EN) De fungerend voorzitter van de Raad antwoordde dat de Europese Unie geen wetgevende bevoegdheid heeft en dat is waar, maar zij beschikt wel over een kaderprogramma voor onderzoek.

Is de Raad van mening dat de Europese Unie voldoende financiële steun verleent aan onderzoek naar type-1-diabetes? Naar ik begrepen heb, zijn wetenschappers van mening dat er een geneesmiddel gevonden kan worden voor type-1-diabetes, hoewel dit door middel van gezamenlijke inspanningen moet worden bereikt. Het is waarschijnlijk wereldwijd de ziekte waarvoor de grootste kans bestaat een geneesmiddel te vinden.

Ik moet hieraan toevoegen dat ik hier belang bij heb, aangezien mijn man voorzitter is van de Britse tak van de Juvenile Diabetes Research Foundation, die onderzoek naar type-1-diabetes steunt.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Ik ben het volledig met u eens, mevrouw de afgevaardigde, dat uiteraard gezocht moet worden naar de oorzaken en daarbij is onderzoek onontbeerlijk. Zoals u zei, is het in het kader van het zevende kaderprogramma voor onderzoek mogelijk om deze ziekte nauwkeurig op te sporen en behoorlijk te onderzoeken.

Het initiatief gaat natuurlijk eerst uit van de lidstaten, maar er kunnen via dit instrument, dat zeker noodzakelijk is, in het kader van het zevende kaderprogramma voor onderzoek, passende initiatieven opgestart worden.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 5 van Philip Bushill-Matthews (H-0186/07):

Betreft: Kinderopvang

Kan de Raad, naar aanleiding van de Europese Raad van Barcelona in 2002 toen de lidstaten besloten hebben dat in 2010 kinderopvang voor minstens 90% van de kinderen tussen de 3 en de 6 jaar en voor minstens 33% van de kinderen onder de 3 jaar beschikbaar zou moeten zijn, en in het licht van de nieuwe mededeling van de Commissie over demografische veranderingen in Europa, rapporteren hoe ver de verschillende lidstaten gevorderd zijn met de verwezenlijking van deze doelstellingen?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) De Commissie heeft in haar voorjaarsverslag van 2007 vastgesteld dat de beschikbaarheid van een betaalbare kinderopvang in sommige lidstaten een probleem vormt, waardoor het moeilijk is om beroepsleven en gezin met elkaar te combineren. Het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid 2006-2007 wijst er uitdrukkelijk op dat sommige lidstaten nationale doelstellingen voor kinderopvang uitgewerkt hebben. Deze inspanningen moeten gewaardeerd worden. Tegelijkertijd echter moeten we de verdere ontwikkeling in de lidstaten op de voet volgen en nagaan of de verbintenissen van het proces van Barcelona nageleefd worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Bushill-Matthews (PPE-DE). - (EN) Dank u, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, maar neemt u mij niet kwalijk: dat was wel een zeer algemeen antwoord. Wellicht kunt ons op dit moment niet meer vertellen, maar mag ik u dan vriendelijk verzoeken om mij via e-mail de details waarover u beschikt toe te sturen, of anders aan te geven hoe ik een analyse van de details per lidstaat kan bemachtigen? Zoals u namelijk terecht zegt, is het verbeteren van het evenwicht tussen werk en gezin een prioriteit, en het is in ons aller belang om ervoor te zorgen dat die prioriteit brede ingang vindt. Ik hoop dat u, op uw beurt, het u opvolgend voorzitterschap zult aanmoedigen om dit ook als prioriteit aan te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Enkele weken geleden hebben we een debat gevoerd tegen de achtergrond van de Alliantie voor het gezin en de doelstellingen die we in Barcelona vastgesteld hebben. Tijdens dat debat heb ik namens het voorzitterschap voorgesteld dat volgend jaar een verslag over de verwezenlijking van die doelstellingen in de verschillende lidstaten moet worden gepresenteerd. Ondertussen hebben we ook een lijst met criteria uitgewerkt op basis waarvan dat verslag in 2008 moet worden opgesteld. Dat is een belangrijk punt.

Ik ben ook verheugd dat in de afgelopen weken, tijdens verschillende conferenties - ook in het kader van het debat over de Alliantie voor het gezin - juist kinderopvang zo’n belangrijke rol heeft gespeeld. Zoals u weet, kom ik uit Duitsland en ben ik op de hoogte van het debat dat op dit moment bij ons wordt gevoerd. We hebben echter ook vastgesteld dat het niet enkel een Duits probleem is.

Wat kunnen we nu doen? Wel, wij moeten, volgens de best practices, de ervaringen die zijn opgedaan en de resultaten die zijn geboekt bij het behalen van deze doelstellingen, volgend jaar in het genoemde verslag presenteren.

De informatie die u nodig hebt, zullen we u toesturen.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (PSE). - (DE) Mijnheer de Minister, u heeft Duitsland vernoemd. Ik zou graag weten hoe het staat met de kinderopvang in de nieuwe en de oude lidstaten. Volgens mij is de slechte situatie van de kinderopvang in de nieuwe lidstaten een probleem voor de Europese Unie. Hoe staat u tegenover dat probleem?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Er zijn natuurlijk uiteenlopende ontwikkelingen in de Europese Unie en er hoeft niet eens een onderscheid gemaakt te worden tussen oude en nieuwe lidstaten. We hebben vastgesteld dat in sommige lidstaten gedurende vele jaren een goed doordachte infrastructuur werd opgebouwd - dat was een politieke doelstelling - maar dat andere landen achter zijn gebleven. De Oost-Duitse deelstaten beschikten reeds voor de hereniging over een andere structuur en er waren al faciliteiten.

Natuurlijk hebben we in de Oost-Duitse deelstaten te maken met een ander probleem, namelijk met de kwestie van de ontvolking. De mensen trekken weg uit bepaalde gebieden, omdat de economische situatie niet is zoals de mensen het zich hadden voorgesteld. Het is een algemene opgave voor Duitsland om een weg te vinden waarbij kinderopvang en opvang van kleine kinderen jonger dan drie jaar worden verzekerd. Op dit moment beraadslaagt men in het Duitse parlement over hoe we de doelstellingen, die we ons in het kader van Barcelona gesteld hebben, kunnen bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, ik wil opmerken dat het gezin niet vervangen maar slechts ondersteund kan worden door kinderopvang. Daarom heb ik een vraag betreffende de kwaliteit van de aangeboden diensten: hoe kunnen we garanderen en zeker zijn dat het personeel van die instellingen eventuele leerproblemen of andere stoornissen weet te herkennen, zodat zij de kinderen kunnen beschermen bij het opgroeien en hun goede opvoedkundige kansen kunnen bieden in de rest van hun leven?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Het gaat er niet om de ouders voor te schrijven dat ze hun kinderen naar kinderdagverblijven moeten brengen. We hebben echter eenvoudigweg de ervaring opgedaan dat ouders - en in sommige lidstaten vooral de vrouwen - de keuze zouden moeten krijgen om te beslissen of ze een beroep willen uitoefenen, eventueel uit economische nood. Dan moeten ze ook gepaste inrichtingen voor kinderopvang vinden.

Het is niet aan het voorzitterschap om hun inrichting of kwaliteit te beoordelen. Elke lidstaat zal er zelf voor instaan dat het personeel opgeleid is om de te volbrengen opgaven aan te kunnen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 6 van Marie Panayotopoulos-Cassiotou (H-0188/07):

Betreft: Actualisering van de richtlijn "Televisie zonder grenzen" en bestrijding van geweld en discriminatie

Zal de Raad in het kader van de actualisering van de communautaire richtlijn over audiovisuele mediadiensten, gekend onder de titel "Televisie zonder grenzen", een gemeenschappelijk beleid goedkeuren tegen het gebruik van geweld en de aantasting van de menselijke waardigheid, met name wanneer het gaat over mediadiensten die zich richten tot kinderen of jongeren of wanneer de inhoud van de programma's betrekking heeft op vrouwenthema's en achtergestelde sociale groepen?

Kan het dat de sensibilisering van de leden van de Raad voor hoger genoemde onderwerpen belangrijker is dan de vrijemarktregels, de mededinging en de internationale verplichtingen van de Unie?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Vooreerst zou ik erop willen wijzen dat de wijziging van de richtlijn “Televisie zonder grenzen” volgens de medebeslissingsprocedure plaatsvindt. Het Europese Parlement is dus, net als de Raad, als medewetgever bevoegd om invloed uit te oefenen op de inhoud van het wetgevingsbesluit.

In het kader van de herziening van de richtlijn heeft de Raad rekening gehouden met uw bijzondere verzoek. De Raad overweegt met name om het toepassingsgebied van de richtlijn te verruimen, opdat gepaste regelgeving voor de bescherming van minderjarigen en voor een verbod op het aanzetten tot haat ook van toepassing is op nieuwe opvraagdiensten en op diensten die via nieuwe verdeelplatformen, zoals mobiele netwerken en het internet, worden aangeboden. De Raad stelt voor om in de herziene richtlijn te erkennen dat co- en zelfreguleringsinstrumenten daartoe een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren. U weet ook dat samen met het Parlement een akkoord bereikt moet worden over het uiteindelijke toepassingsgebied van de herziening.

Gisteren heb ik tijdens de vergadering van de voorzitters nog eens duidelijk gemaakt dat het voorzitterschap groot belang hecht aan een snelle besluitvorming met het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de vertegenwoordiger van de Raad een concrete vraag stellen over de vrije markt en de vrije concurrentie met dergelijke producten en de belemmeringen die deze richtlijn kan opwerpen door het verbieden van sommige voor kinderen gevaarlijke producten.

Ook wil ik vragen of zal worden voorzien in een regeling voor de handelsbetrekkingen met derde landen, zodat ingevoerde producten aan controle kunnen worden onderworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Dat thema wordt op dit moment nog behandeld. Natuurlijk speelt ook het grensoverschrijdend uitzenden een belangrijke rol. Over de belangrijke vraag hoe we kinderen en jongeren kunnen beschermen tegen bepaalde producten, voeren we met het Europees Parlement nog steeds een intensieve dialoog.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS). - (DE) Mijnheer de Minister, is er een mogelijkheid om in het kader van deze richtlijn minstens één keer de publiekrechtelijke media in de Europese lidstaten ertoe aan te zetten om zo weinig mogelijk geweld op televisie en radio te vertonen?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Eerst en vooral gaat het erom geen onderscheid te maken tussen private en publiekrechtelijke televisiezenders, maar eerder om een algemene televisierichtlijn op Europees niveau. Voorts ga ik ervan uit dat een reeks televisieomroepen zichzelf een zekere verplichting opgelegd heeft, opdat niemand door dergelijke uitzendingen tot haat of iets dergelijks wordt aangezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). - (LT) De programma’s van onze lokale tv-omroeporganisaties bevatten veel materiaal uit de Verenigde Staten. Juist uit dat land komen tal van gewelddadige en agressieve programma’s en films, die een verderfelijke invloed hebben op jongeren en kinderen. We zien gebeurtenissen uit het dagelijks leven in de Verenigde Staten zelf: bloedbaden op scholen en universiteiten. Kunnen we enige invloed uitoefenen om de hoeveelheid van dit soort materiaal dat in Europa wordt geïmporteerd en uitgezonden, in te perken?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Ik ben niet helemaal zeker of een richtlijn alles kan verhinderen. In de gesprekken tussen het voorzitterschap en het Europees Parlement gaat het erom manieren te vinden waarop we het gevaar tot een minimum kunnen beperken.

Ik herhaal: we zullen vast en zeker een evenwicht moeten vinden tussen de zogenaamde vrijheid van informatie enerzijds en de bescherming van kinderen en jongeren anderzijds. Natuurlijk moeten kinderen beschermd worden. We zullen zien wat tijdens de volgende dagen bij de gesprekken bereikt kan worden.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 7 van Bernd Posselt (H-0189/07):

Betreft: Toenadering van Macedonië tot de EU

Welke mogelijkheden ziet het Raadsvoorzitterschap om de toenadering van de Republiek Macedonië tot de EU te bespoedigen en welke praktische vooruitgang zou de status van kandidaat-lid dit land binnen afzienbare tijd kunnen opleveren?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer Posselt, het besluit van de Europese Raad van 15 en 16 december 2005 om de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de status van kandidaat-lidstaat te geven, is een erkenning van de resultaten van de hervormingen van het land. De Europese Raad heeft benadrukt dat verdere stappen voor toenadering tot de EU overwogen worden zodra de in de conclusies vastgelegde voorwaarden en eisen zijn uitgevoerd.

De Commissie zal in haar voortgangsverslagen informatie verstrekken over deze ontwikkelingen. Na een analyse van de ontwikkelingen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan de hand van de voortgangsverslagen van de Commissie heeft de Raad tijdens de vergadering van 11 en 12 december van vorig jaar zijn ontgoocheling uitgesproken over het langzamere hervormingstempo in 2006.

Op 14 en 15 december jongstleden bevestigde de Europese Raad dat de vooruitgang van de afzonderlijke landen op de weg naar de Europese Unie afhangt van hun inspanningen om de criteria van Kopenhagen en de voorwaarden van het stabilisatie- en associatieproces te vervullen. De Raad riep de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië op om het tempo van de hervormingen in sleutelgebieden op te voeren en de prioriteiten die vastgelegd zijn in het Europese partnerschap om te zetten, om zo vooruit te komen in het toetredingsproces.

De regering van het land moet het hoofd bieden aan grote uitdagingen, vooral met het oog op de politiële en justitiële hervorming en de strijd tegen corruptie. Zoals ik hier reeds in maart als antwoord op een vraag van Parlementslid Ryszard Czarnecki beklemtoonde, moeten nu de openstaande vraagstukken snel aangepakt worden. Het tempo van het toetredingsproces hangt bijgevolg in de eerste plaats af van de inspanningen en prestaties van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zelf. Het volgende voortgangsverslag van de Commissie zal daarover informeren. De Unie zal het land ook verder actief steunen bij de realisatie van dat streefdoel.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Drie korte opmerkingen bij dat uitstekende antwoord. Ten eerste zou ik u willen vragen hoe het staat met de implementatie van het akkoord van Ohrid, vooral wat de gemeentelijke hervorming betreft. Bent u tevreden met de interne ontwikkelingen?

Ten tweede: wat denkt u over de aankondiging van het toekomstige Sloveense voorzitterschap van de Raad om aan te sturen op een datum?

Ten derde: zijn er signalen die op een verzachting in de heikele kwestie betreffende de naam wijzen?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend Voorzitter van de Raad. - (DE) Ik begin bij het laatste punt, omdat ik weet dat het een zeer omstreden punt is. Het zou het beste zijn indien tussen beide landen een regeling werd gevonden. Maar er is nog geen resultaat waar men het met elkaar over eens zou kunnen worden.

Wat de datum betreft, kan ik het volgende zeggen. Als ik u goed begrepen heb, ging het om het Sloveense voorzitterschap. Wat ik eerder al gezegd hebt, geeft aan dat de Europese Raad wel een signaal gegeven heeft om dit land de status van kandidaat-lidstaat te geven, maar dat de toetredingsonderhandelingen nog niet geopend zijn, in de hoop om na deze uitspraak meer vooruitgang te kunnen boeken. Ik vind het niet gepast om nu al een datum vast te leggen.

Wanneer aan de genoemde voorwaarden is voldaan, wanneer het gevraagde tempo van de hervormingen bereikt is, wanneer de resultaten op tafel liggen, dan is de Europese Raad bereid een datum te bepalen en over te gaan tot de volgende stap.

Mijnheer Posselt, wat het akkoord van Ohrid betreft kan ik u nu nog niet precies zeggen hoe de stand van zaken is, maar ik zal graag later een antwoord geven op uw vraag.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS). - (DE) Mijnheer de Minister, indien Macedonië inderdaad in de toekomst lid zou worden van de EU, zou dat voor een soort Babylonische spraakverwarring kunnen zorgen, aangezien dit land alleen al zes officiële talen heeft. Is de Raad zich eigenlijk bewust van de problematiek van deze dreigende taalexplosie?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend Voorzitter van de Raad. - (DE) Op de Top van Thessaloniki heeft de Europese Unie eensgezind gezegd dat het, in het licht van de ontwikkelingen die in de landen van de Westelijke Balkan plaatsgevonden hebben, nodig was om deze landen een perspectief op toetreding te bieden. Deze beslissing werd ingegeven door het idee om stabiliteit in deze regio te brengen.

Alle zaken die u zojuist in het kader van de talendiversiteit noemde, zullen niet meteen aan de orde worden gesteld. Belangrijk is echter dat we in deze regio bijdragen tot stabiliteit, en daarom is de problematiek die u aankaart in eerste instantie van ondergeschikt belang. De Europese Unie heeft overigens al heel andere problemen opgelost.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (PSE). - (DE) Gelooft u ook dat de voorbereiding en goedkeuring van een nieuw basisverdrag of grondwettelijk verdrag, of gewoon van een nieuw verdrag, een vereiste is voor de toetreding van Macedonië, Kroatië en andere landen van de Westelijke Balkan?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend Voorzitter van de Raad. - (DE) We hebben hier in het Parlement al meerdere keren over de snelheid van de uitbreiding en natuurlijk ook over de grenzen van de uitbreiding gesproken. Maar tegelijkertijd hebben we - met de reeds eerder genomen besluiten in het achterhoofd, zoals het besluit van Thessaloniki - gezegd dat de Europese Unie bij verdere uitbreidingen nog moet kunnen blijven functioneren.

Het was al duidelijk dat de EU-15 nood had aan andere structuren om te kunnen blijven functioneren. Dat is nog meer het geval bij 25 of 27 lidstaten. Wanneer verdere uitbreidingen in zicht komen, moet de Europese Unie eerst aan al deze voorwaarden voldoen, dus transparant zijn en goed kunnen functioneren.

Ik zeg dus - net als de fungerend voorzitter van de Raad dat in Straatsburg heeft gedaan - telkens weer dat degenen die aandringen op een snelle uitbreiding van de Europese Unie, vaak precies degenen zijn die problemen hebben met het grondwettelijk verdrag. Als men echter wil dat de toetredingslanden snel of toch op middellange termijn toetreden tot de Europese Unie - en dat zou om politieke redenen absoluut gerechtvaardigd kunnen worden - moet men er ook voor zorgen dat de Europese Unie over een kader beschikt waardoor ze kan blijven werken. Dit kader bestaat tot op dit moment nog niet!

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 8 van Sajjad Karim (H-0192/07):

Betreft: Darfoer

Niet alleen komt de Soedanese regering nog steeds haar verantwoordelijkheid voor de bescherming van haar burgers in Darfoer niet na, ook blijft zij steun verlenen aan de Janjaweed-milities die samen met Soedanese regeringstroepen de grootste verantwoordelijkheid dragen voor de ernstige schendingen van de mensenrechten en het internationale humanitaire recht in dit gebied. De Soedanese regering heeft onlangs geweigerd visa af te geven voor de missie op hoog niveau naar Darfoer van de VN-Raad voor de mensenrechten, terwijl zij daarvoor consequent bezwaar heeft gemaakt tegen de noodzakelijke stationering van een VN-vredesmacht. Is de Raad in het licht hiervan bereid gerichte sancties tegen Khartoem in overweging te nemen en kan hij bevestigen dat hij al het mogelijke doet om Rusland en China tot handelen te brengen, aangezien zij wegens hun strategische oliebelangen in Soedan in een goede positie verkeren om de Soedanese regering te beïnvloeden?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend Voorzitter van de Raad. - (DE) De Raad heeft krachtig gereageerd op de weigering van de Soedanese regering om de leden van de evaluatiecommissie van de VN-Mensenrechtenraad een visum te geven voor Soedan en betreurt de gebrekkige bereidheid tot samenwerking van de Soedanese regering.

Voordien had de Europese Unie herhaaldelijk stappen ondernomen bij de minister van Buitenlandse Zaken van Soedan en hem gevraagd om mee te werken met deze missie. De Raad is ingenomen met het feit dat de VN-Mensenrechtenraad op zijn vierde vergadering nota heeft genomen van het verslag van de missie en met consensus een resolutie over de situatie van de mensenrechten in Darfoer heeft aangenomen, waarmee een orgaan van speciale rapporteurs belast wordt met de herziening van alle tot nu toe gedane aanbevelingen tot verbetering van de mensenrechtensituatie in Darfoer te herzien, en met de bevordering van de uitvoering ervan.

De Raad heeft op 15 maart 2007 nogmaals bevestigd dat hij steun geeft aan een dringend onderzoek naar verdere maatregelen tegen Soedan door de VN-Veiligheidsraad. De Raad heeft er op gewezen dat volgens resolutie 1591 van de VN-Veiligheidsraad personen die het vredesproces bemoeilijken, ter verantwoording geroepen moeten worden en gepaste maatregelen genomen moeten worden. De Raad heeft ook gezegd vastbesloten te zijn om, vooral binnen het kader van de VN, aanvullende maatregelen te overwegen tegen elke partij in het conflict die een belemmering vormt voor de uitvoering van de steun van de Verenigde Naties aan de missie van de Afrikaanse Unie in de regio Darfoer in Soedan, met inbegrip van het uitvoeren van de overeengekomen gecombineerde AU-VN-operatie.

Het conflict in Darfoer is ook ter sprake gebracht in besprekingen met China en met Rusland, bijvoorbeeld tijdens de vergaderingen in het kader van de politieke dialoog. Daarbij werd steeds het standpunt vertegenwoordigd dat de Soedanese regering zich moet inspannen tot een politieke oplossing voor het conflict en haar duidelijke toestemming moet geven voor de uitvoering van het hele pakket ondersteunende maatregelen van de VN voor de AMIS-missie.

 
  
MPphoto
 
 

  Fiona Hall (ALDE), ter vervanging van de auteur. - (EN) De situatie in Darfoer bevindt zich in een vreselijke impasse: er worden veel handen geschud, maar geen vooruitgang geboekt, en recente gebeurtenissen hebben daar nog aan bijgedragen.

Neemt de Raad, aangezien er geen overeenkomst bestaat over een VN-vredesmacht, naast de verdere maatregelen die hij momenteel onderzoekt de mogelijkheid in overweging van een door de Europese Unie gehandhaafd overvliegverbod boven Darfoer? De voor de handhaving noodzakelijke vliegtuigen staan over de grens in Tsjaad. Dit is sinds 2004 regelmatig besproken. Is de fungerend voorzitter van de Raad van mening dat nu het moment is gekomen om dit ten uitvoer te leggen?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) De Raad Buitenlandse Zaken heeft zich afgelopen maandag in Luxemburg nogmaals met de onderwerpen Soedan en Darfoer beziggehouden. Zoals u misschien weet, heeft de speciale gezant van de Verenigde Naties, Jan Eliasson, daaraan deel genomen.

De situatie, die in de regio al heel moeilijk was, is inderdaad niet verbeterd, want naast de al bestaande conflicten tussen de verschillende partijen in Soedan is er nog een conflict bijgekomen. Ook stammen beginnen nu plots met elkaar te vechten.

De Raad heeft op uitdrukkelijk verzoek van de speciale gezant voorlopig geen verdere maatregelen getroffen. De speciale gezant pleitte ervoor om nogmaals de politieke en diplomatieke weg te bewandelen, in een poging om, gezien de veranderde houding van China, alsnog toestemming te krijgen voor een door de VN gesteunde missie.

De ministers van Buitenlandse Zaken hebben verklaard dat de Europese Unie nadenkt over andere doeltreffende maatregelen tegen Soedan, als er binnen afzienbare tijd geen signalen in de goede richting komen. En daarmee mag men niet wachten tot sint-juttemis. Dit is geen probleem dat men weken- en maandenlang voor zich uit kan schuiven.

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). - (LT) Bij het bekendmaken van de Verklaring van Berlijn noemde bondskanselier Merkel Darfoer een gemeenschappelijke wond, en ze zei dat het voor de Europese Unie tijd werd om eenzijdig op te treden.

Ik vraag nogmaals: hoe lang moeten we nog op deze besluiten wachten? Is het diplomatieke overleg nog steeds gaande, hoewel dat tot nu toe niets heeft opgeleverd en dat waarschijnlijk ook niet zal opleveren?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend Voorzitter van de Raad. - (DE) Ik heb proberen duidelijk te maken - overeenkomstig de intentie van de voorlaatste Raad van Ministers van Buitenlandse Zaken - dat we alles nog eens willen bekijken, op basis van de informatie van de speciale gezant van de Verenigde Naties maar ook van de speciale gezant van de Afrikaanse Unie. Ik geef grif toe dat het echt een open wonde is, maar ik vraag u om de intenties van deze speciale gezant ernstig op te vatten en te proberen in te schatten of bepaalde bewegingen die de voorbije dagen hebben plaatsgevonden, eventueel toch kunnen leiden tot een oplossing en een gezamenlijke missie mogelijk wordt.

Maar ik herhaal dat het geen project is waarbij we nog wekenlang, tevergeefs, moeten blijven wachten. Er moeten vanuit de Europese Unie stappen gezet worden wanneer het proces dat de heer Eliasson en wij graag zouden zien plaatsvinden, niet op gang komt.

 
  
MPphoto
 
 

  Esko Seppänen (GUE/NGL). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie heeft strijdkrachten waarin vandaag de dag Duitse, Finse en Nederlandse troepen beschikbaar zijn. Kunt u zich een situatie voorstellen waarin strijdkrachten worden ingezet om de situatie in Darfoer te kalmeren?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend Voorzitter van de Raad. - (DE) De soldaten uit Europa hebben een heel nauw omschreven taak. Eigenlijk gaat het om een taak van de Afrikaanse Unie. Daarom hebben we vorige maandag opnieuw duidelijk gemaakt dat het geld voor het in stand houden van deze missie, stilaan opraakt en dat de Europese Unie dan natuurlijk de Afrikaanse actie financieel moet blijven ondersteunen. Het voorzitterschap van de Raad heeft er ook duidelijk op aangedrongen dat wordt nagedacht over de manier waarop de lidstaten bilateraal nog eens geld kunnen geven om de actie van de Afrikaanse Unie in Soedan, in Darfoer, te steunen wanneer het geld van het Europese niveau niet volstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 9 van Tobias Pflüger (H-0196/07):

Betreft: Buitengerechtelijke executies op de Filippijnen

Hoe beoordeelt de Raad de situatie op de Filippijnen, waar sinds de ambtsaanvaarding van Gloria Macapagai-Arroyo in 2001 meer dan 830 linkse politieke activisten, journalisten, advocaten, rechters, mensenrechtenactivisten, geestelijken en vakbondsmensen het slachtoffer zijn geworden van buitengerechtelijke executies, die nog onlangs scherp bekritiseerd zijn door de bijzondere VN-rapporteur Phillip Alston? Hoe denkt de Raad in dit verband over de openlijk passieve houding van de regering-Arroyo en de berichten dat het Filippijnse leger achter deze moorden zou zitten?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend Voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer Pflüger, zoals reeds is uitgelegd in het antwoord op vraag 619/2007, is de Raad op de hoogte van de illegale terechtstellingen op de Filippijnen. De Europese Unie brengt regelmatig haar diepe bezorgdheid tot uiting over deze gebeurtenissen en vraagt de autoriteiten nadrukkelijk om het probleem snel aan te pakken en daarbij ook in te stemmen met onafhankelijke bemiddelingen teneinde de daders voor het gerecht te kunnen brengen en preventieve maatregelen te treffen.

Zoals al in het genoemde antwoord staat, is de EU bereid de Filippijnen te steunen bij het uitbouwen van een justitieel systeem. De EU weet heel goed dat er niet alleen deskundigheid nodig is om de illegale terechtstellingen op de Filippijnen een halt toe te roepen, maar dat er ook een beslissende politieke wil moet zijn onder de hoogste gezagsdragers. De EU zal ook uitdrukkelijk aandringen op die wil. We hopen dat een correct onderzoek en vervolging van deze misdrijven een preventief effect zullen hebben.

De lidstaten van de EU en de Commissie gaan in april van start met de voorbereidingen voor een verkenningsmissie, die op korte termijn naar Manilla moet gaan om te onderzoeken of er nood is aan deskundige steun. Dit gebeurt op vraag van minister van Buitenlandse Zaken Romulo, die om steun heeft gevraagd om de aanbevelingen van de Melo-commissie, die zich buigt over de onopgeloste moorden, te kunnen omzetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger (GUE/NGL). - (DE) Heeft de Raad weet van volgende illegale terechtstellingen? Cipriano Ligaspo, vermoord op 14 maart; Carlito Getrosa, vermoord op 11 maart; Che Che Gandinao, vermoord op 10 maart; Felisa Timog Ocampo en Renato „Atong“ Torrecampo Pacaide, vermoord op 2 maart.

Ik vraag me af of er eigenlijk sancties worden opgelegd. U zei net dat de Filippijnse regering zelf vraagt om steun. Het probleem schuilt eigenlijk in het feit dat de regering hierbij betrokken is. Is dit dan de juiste aanpak?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend Voorzitter van de Raad. - (DE) Ik weet dat er veel betreurenswaardige terechtstellingen hebben plaatsgevonden. Ik ken de individuele namen niet, maar we kunnen de zaak onderzoeken. Ik geloof dat het in het proces tussen de EU en de Filippijnen nodig is het politieke adres te hebben, aangezien die zeker een invloed heeft op bepaalde ontwikkelingen. Het is ook juist en belangrijk dat de Europese Unie maatregelen treft ter ondersteuning van een land dat vaststelt dat er tekortkomingen zijn in het rechtssysteem en dat de Europese Unie kan bijdragen tot het ophelderen van deze zaken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 10 van Sahra Wagenknecht (H-0199/07):

Betreft: Aanvallen op anti-oorlogsactivisten in Sri Lanka

Op 9 januari werden leden van het United People's Movement (UPM) in Sri Lanka bij een openbare demonstratie aangevallen en achtervolgd door een bewapende knokploeg. Volgens berichten in de media werd aan deze aanvallen ook deelgenomen door een vice-minister, de heer Mervyn Silva.

Wat is het oordeel van de Raad over deze rechtstreekse aanvallen van leden van de Sri Lankaanse regering op vredesactivisten in Sri Lanka? Welke consequenties trekt de Raad uit deze voorvallen in verband met verdere ondersteuning van de regering van Sri Lanka?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) De Raad heeft geen enkel bewijs dat de regering van Sri Lanka verbonden is met dit voorval. Er kunnen dus ook geen conclusies worden getrokken met betrekking tot de gevolgen van dit voorval voor de betrekkingen tussen de EU en de regering van Sri Lanka.

Meer algemeen gesproken is de Raad echter wel diep bezorgd over de ontwikkelingen in Sri Lanka. De Europese Unie roept beide partijen uitdrukkelijk op om onmiddellijk een einde te maken aan het geweld en terstond terug te keren naar de onderhandelingstafel, opdat aan de hand van opbouwende voorstellen een aanvaardbare oplossing voor het conflict kan worden gevonden. Niettegenstaande de duidelijke moeilijkheden blijft de Europese Unie in het kader van haar rol als een van de covoorzitters van de donorconferentie van Tokyo alle mogelijkheden onderzoeken om steun te verlenen aan het vredesproces in Sri Lanka.

 
  
MPphoto
 
 

  Sahra Wagenknecht (GUE/NGL). - (DE) U hebt zojuist gezegd dat de Raad diep bezorgd is, maar dan heb ik een heel concrete vraag: wat zal de Raad doen om invloed uit te oefenen op Sri Lanka en ervoor te zorgen dat het militaire offensief tegen de Bevrijdingstijgers van Tamil Eelam - dat reeds zoveel slachtoffers heeft geëist onder de burgerbevolking - wordt stopgezet en zij gedwongen worden om naar de onderhandelingstafel terug te keren?

Tweede vraag: is het de Raad bekend dat ook wapens uit EU-lidstaten in dit conflict worden gebruikt?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Over dat laatste punt is mij niets bekend. Wij zullen echter nagaan of informatie hierover beschikbaar is.

Verder vroeg u welke maatregelen de Raad denkt te nemen. Ik kan u zeggen dat de Raad steun geeft aan het werk van de Monitoring Mission in Sri Lanka en aan de Noorse bemiddelaar. Wij hebben de partijen in het conflict herhaaldelijke opgeroepen om het wapenstilstandsakkoord van 2002 na te leven en de mensenrechten te eerbiedigen.

Bovendien heeft de Europese Unie in de Mensenrechtenraad in Genève een eigen ontwerpresolutie ingediend over de situatie van de mensenrechten in Sri Lanka. Dit ontwerp brengt de zorgen van de EU over de escalatie van het geweld in Sri Lanka tot uiting en roept op tot een onmiddellijke stopzetting van het geweld en van de daarmee gepaard gaande schendingen van de mensenrechten en de humanitaire grondrechten.

Ik hoop dat daarmee de volgende stap gezet kan worden. Wij zullen u eerste vraag nog eens onderzoeken en u daarover informatie doen toekomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger (GUE/NGL). - (DE) Aan het begin van de huidige escalatie van het conflict in Sri Lanka is ook in dit Parlement een debat gevoerd over de vraag in hoeverre de EU er goed aan had gedaan de LTTE op de EU-lijst van terroristische organisaties te zetten. Hoe oordeelt u nu over deze maatregel om de LTTE op de lijst van terroristische organisaties te zetten, nu het conflict enorm is geëscaleerd? Was dat achteraf bekeken wel zinvol, en was dat vooral op dat tijdstip zinvol?

Tweede vraag: Noorwegen speelt met name op het vlak van de onderhandelingen een zeer positieve rol in dit conflict, en langs diplomatieke weg heeft Noorwegen kritiek geuit op de EU, omdat de rol van de EU toch wat eenzijdig regeringsvriendelijk zou zijn. Wat is uw mening daarover?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Ik kan mij niet achter die laatste vaststelling scharen. Ik heb zojuist gezegd dat, gezien het conflict en de problemen, het ook voor de burgerbevolking noodzakelijk is dat beide partijen bij de oplossing van het conflict betrokken worden. De Europese Unie heeft daarbij niet méér vertrouwen gesteld in een van de partijen, ook niet in de regeringspartij. Op de lijst met maatregelen van de EU en van andere daar actieve instellingen moet sprake zijn van een duurzame oplossing van het conflict.

Over de eerste vraag kan ik persoonlijk geen oordeel vellen. Ik zal het echter nog eens laten natrekken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 11 van Danutė Budreikaitė (H-0201/07):

Betreft: Milieugevolgen van de noordelijke pijpleiding

In het kader van het nieuwe beleid van de noordelijke dimensie, waartoe ook de Oostzeestrategie behoort, wordt veel aandacht besteed aan milieubescherming en klimaatverandering. De Oostzee is één van de meest vervuilde zeeën ter wereld. Bovendien is de bodem van de Oostzee bezaaid met 282.000 ton gevaarlijke wapens uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Economische activiteiten in de Oostzee, en met name de geplande aanleg van de noordelijke pijpleiding, zouden een milieuramp met ernstige, niet te voorspellen gevolgen kunnen veroorzaken.

Is Duitsland, dat op dit moment voorzitter van de Raad is en bovendien bij het project betrokken is, niet van oordeel dat de EU alvorens met de uitvoering van dit project te beginnen onafhankelijk en deskundig advies had moeten inwinnen over de mogelijke milieugevolgen van de aanleg van de gaspijpleiding? De rapporten van de initiatiefnemers van het project, die dus een beoordeling geven van de plannen van de opdrachtgevers, zullen de burgers van de Unie zeker niet kunnen overtuigen van de veiligheid van het project.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) De Raad speelt bij de planning of de bouw van de pijpleiding geen rechtstreekse rol, want de toepassing van de rechtsvoorschriften van de Gemeenschap valt onder de bevoegdheid van de lidstaten, en het is de taak van de Commissie om ervoor te zorgen dat die lidstaten deze rechtsvoorschriften naar behoren toepassen.

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). - (LT) Ik ben uiteraard niet tevreden met dit antwoord. Dat betekent niet dat EU-lidstaten kunnen doen wat ze willen op EU-grondgebied. Russische deskundigen hebben al vastgesteld dat er veel op de zeebodem gedumpte wapens liggen, en ze denken momenteel erover na om de route van de gaspijpleiding te verleggen.

De Russen denken dat Gazprom gewapende militie-eenheden zal mogen opzetten, die samen met de marines van de Oostzeelanden controle zullen gaan uitoefenen op de hele pijpleiding en iedereen die in het betreffende gebied vaart en het milieu belast.

De Oostzee is van ons allemaal, dus dit is volgens mij geen zaak voor slechts twee landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Ik wil nogmaals verduidelijken dat deze pijpleiding niet door een overheid is gepland maar door particuliere ondernemingen. Deze ondernemingen moeten de noodzakelijke aanvragen indienen. Aangezien hier diverse lidstaten bij zijn betrokken, moeten de desbetreffende voorschriften worden nageleefd.

Ik heb hier enige tijd geleden reeds gezegd dat er meerdere aspecten zijn. U zei dat munitie was aangetroffen en dat is inderdaad ook zo. Het ecosysteem moet samen met andere vraagstukken in ogenschouw worden genomen. Men kan dit echter alleen aan de Europese rechtsvoorschriften toetsen als een aanvraag wordt ingediend en de noodzakelijke procedures op gang worden gebracht. Er zijn geen speciale rechten voor deze of gene onderneming, maar de nationale en ook Europese voorschriften moeten worden nageleefd vooral als het om het milieu gaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM). - (SV) Als er een geschil ontstaat en er een milieutest wordt verricht in Zweedse wateren, is het dan het Hof van Justitie van de EG of de Zweedse milieurechtbank die uitspraak moet doen in de zaak?

Er zijn zeer uiteenlopende inlichtingen verschaft over de vraag of de Raad de aanleg van een Duits-Russische gasleiding door de Oostzee heeft goedgekeurd. Heeft de Raad een dergelijk besluit genomen?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Als ik het wel heb zou geen enkele Raad hier een oordeel vellen. Ten eerste gaat het om een bedrijfsbesluit van particuliere ondernemingen. Het is niet de Bondsrepubliek Duitsland die gaat bouwen. Degenen die bouwen - of willen bouwen - zijn consortia uit Duitsland met Nederlandse aandelen. Als procedures op gang worden gebracht en de lidstaten met betrekking tot hun terrein moeten nagaan of de bouwmaatregelen stroken met deze voorschriften, of indien de aanvragende instantie niet akkoord gaat met dit besluit, dan moet men in eerste instantie natuurlijk naar de nationale rechter gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Vraag nr. 12 van Georgios Papastamkos (H-0203/07):

Betreft: Territoriale agenda van de EU

Een van de prioriteiten van het programma van het Duitse EU-Voorzitterschap is de goedkeuring van een "Territoriale agenda van de EU".

Welke maatregelen denkt de Raad in de praktijk te nemen voor een geïntegreerd beleid voor de steden en de plattelandsontwikkeling. Zal het nagestreefde "Handvest van Leipzig" effectief een link leggen tussen dit beleid en een regionaal beleid dat op ontwikkeling gericht is en zo ja, op welke manier?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) De Raad is als dusdanig niet betrokken bij de initiatieven die verband houden met het Handvest van Leipzig inzake een duurzame Europese stad en met de territoriale agenda van de EU. Deze initiatieven worden door de lidstaten in een informeel kader getroffen.

De Europese ministers voor ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling hebben het Handvest van Leipzig en de territoriale agenda van de EU aangeboden om beter rekening te kunnen houden met de stedelijke en territoriale omstandigheden, als het EU-beleid moet worden toegepast en zich bijvoorbeeld de vraag stelt hoe een geïntegreerd beleid voor ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling kan bijdragen aan de doelstellingen van Lissabon en Götenborg voor meer duurzame economische groei en versterking van het Europees sociaal model. Daarom moeten de resultaten van de informele ministerbijeenkomst worden voorgelegd aan alle Europese instellingen. Deze kunnen dan uitgaande van hun eigen verantwoordelijkheid onderzoeken of het met het oog op het bewerkstelligen van hun politieke doelstellingen nuttig is rekening te houden met de belangen van steden en grondgebieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papastamkos (PPE-DE) . - (EL) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de minister danken voor zijn antwoord. Het territoriale Handvest is beslist een prioriteit van het Duitse voorzitterschap en het heeft een belangrijke plaats op het programma. Dus wil ik de minister vragen ons meer te vertellen over de doelstellingen van een dergelijke territoriale agenda. Hoe ziet het Duitse voorzitterschap dat en welke plaats neemt het in bij de verdere uitvoering van uw programma tot einde juni 2007?

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Eerst moet een evaluatie worden gemaakt van bepaalde resultaten en dan kan men die doorgeven aan de betrokken instellingen, tenminste in de gevallen waarin bepaalde thema’s zijn afgesproken.

Het uitgangspunt is dat er juist op grensoverschrijdend vlak mogelijkheden tot geïntegreerde stadsontwikkeling en ruimtelijke ordening bestaan. Ons voorzitterschap heeft nog iets meer dan twee maanden voor de boeg. Ik ga ervan uit dat de fungerend voorzitter aan het einde van zijn voorzitterschap resultaten kan voorleggen en aan de betrokken instellingen ter beschikking zal stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - De vragen die wegens tijdgebrek niet zijn beantwoord, zullen schriftelijk worden beantwoord (zie bijlage).

Ik wil de fungerend voorzitter van de Raad en mijn collega’s bedanken.

Het vragenuur is gesloten.

(De vergadering wordt om 19.00 onderbroken en om 21.00 hervat)

 
  
  

VOORZITTER: GÉRARD ONESTA
Ondervoorzitter

 
  

(1)PB L 167, 26.06.2002. blz. 1
(2) PB L 118, 14.05.2003. blz. 12


19. Snelle-grensinterventieteams (debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0135/2007) van Gérard Deprez, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een mechanisme voor de oprichting van snelle-grensinterventieteams en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad wat betreft dat mechanisme (COM(2006)0401 - C6-0253/2006 - 2006/0140(COD)).

 
  
MPphoto
 
 

  Joe Borg, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie is zeer ingenomen met het uitstekende compromis dat het Europees Parlement en de Raad hebben gesloten over de verordening voor de oprichting van snelle-grensinterventieteams.

Zoals u weet is de Europese Unie in de afgelopen jaren steeds vaker gevraagd om operationele bijstand te geven aan de lidstaten die vanwege hun geografische ligging en de complexiteit van hun buitengrenzen de zwaarste lasten moeten dragen waar het de grenscontroles betreft. Als antwoord daarop, en om de solidariteit tussen de lidstaten en de Gemeenschap op het gebied van operationele samenwerking te kanaliseren, heeft de Europese Unie in 2004 het Agentschap Frontex opgericht. Bovendien zal er vanaf volgend jaar een nieuw Buitengrenzenfonds in gebruik worden genomen om de financiële solidariteit te garanderen en ervoor te zorgen dat alle lidstaten voldoende capaciteit hebben om de uitdagingen waarvoor hun verschillende buitengrenzen hen stellen, het hoofd te kunnen bieden.

De instelling van een mechanisme voor de oprichting en inzet van snelle-grensinterventieteams is een verdere maatregel in het kader van de solidariteit. Dit is een belangrijke stap vooruit in de samenwerking tussen de lidstaten en de Gemeenschap, door het bewaken van de buitengrenzen van de Europese Unie en het controleren van mensen aan deze grenzen.

De snelle-grensinterventieteams zullen een zeer goed getrainde en gespecialiseerde reserve-eenheid van grenswachten vormen, die op zeer korte termijn door Frontex kunnen worden ingezet in lidstaten die bijstand nodig hebben. Als in dit verband nieuwe en baanbrekende operationele eenheden, zullen de snelle-interventieteams alle taken kunnen uitvoeren die nodig zijn bij het controleren van mensen aan de buitengrenzen, op dezelfde manier waarop de nationale grenswachten van de ontvangende lidstaat dat doen.

In verband hiermee wil de Commissie de volgende mondelinge verklaring afleggen met betrekking tot het internationale zeerecht en de internationale beschermingsverplichting.

Elke lidstaat die deelneemt aan door Frontex gecoördineerde operaties op zee blijft volledig gehouden, door een individuele verplichting, aan de eerbiediging van het beginsel van non-refoulement, zoals dat met name is vervat in het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het VN-verdrag ter voorkoming van foltering en andere wrede, onmenselijke of mensonterende behandeling of bestraffing, vis-à-vis alle mensen die onder de jurisdictie van die lidstaat vallen. Bij onderscheppingen of reddingsoperaties in de territoriale wateren van een lidstaat is het communautaire acquis inzake asiel van toepassing. Hieronder valt ook de Dublin-verordening. Op grond daarvan is, bij afwezigheid van andere relevante criteria, de lidstaat in wiens territoriale wateren de onderschepping of reddingsoperatie plaatsvindt, verantwoordelijk voor de behandeling van eventuele asielaanvragen. Deze beginselen blijven ook na de aanneming van deze verordening volledig geldig in alle gevallen waarbij de snelle-grensinterventieteams zullen worden ingezet.

Zoals de Commissie heeft benadrukt in haar mededeling van 30 november 2006 over de versterking van het beheer van de zuidelijke maritieme grenzen van de Europese Unie, is het niet duidelijk onder welke omstandigheden een lidstaat kan worden gedwongen om de verantwoordelijkheid voor het beoordelen van een asielaanvraag op zich te nemen wanneer de reddingsoperatie plaatsvindt in de internationale wateren of in de territoriale wateren van een derde land. Ook is het onduidelijk onder welke omstandigheden de lidstaat waarin Frontex een operatie uitvoert in laatste instantie verantwoordelijk kan worden gesteld voor het naleven van dit beginsel.

De verdere ontwikkeling van een geïntegreerd systeem voor het beheer van de maritieme grenzen moet uiteraard gebaseerd zijn op een duidelijke en gemeenschappelijke opvatting over wat de beschermingsverplichting van lidstaten inhoudt. Met dit doel heeft de Commissie voorgesteld dat de lidstaten een collectieve en pragmatische oplossing voor deze kwesties vinden, hetzij in de context van bredere bilaterale of regionale overeenkomsten, hetzij door het ontwikkelen van praktische richtsnoeren in nauwe samenwerking met de Internationale Maritieme Organisatie, de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties en andere belangrijke spelers.

Om dit proces te ondersteunen zal de Commissie binnenkort een studie over het internationale zeerecht publiceren waarin deze en andere kwesties aan bod zullen komen. De publicatie van de studie zal worden gevolgd door een bijeenkomst van deskundigen met de lidstaten om te bepalen welke praktische follow-up eraan moet worden gegeven, rekening houdend met de grenzen aan de verantwoordelijkheid van de Gemeenschap op dit gebied en met de mondelinge verklaring.

Tot slot wil ik nogmaals benadrukken dat de Commissie zeer is ingenomen met de goede samenwerking tussen de drie instellingen bij het bereiken van overeenstemming over dit uitermate belangrijke nieuwe stuk Gemeenschapswetgeving en ik wil de rapporteur, de heer Deprez, de schaduwrapporteurs en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken zeer bedanken voor hun uitmuntende bijdragen aan het welslagen van dit dossier.

 
  
MPphoto
 
 

  Gérard Deprez (ALDE), rapporteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, sta me toe om het meteen te vermelden omdat ik me erop verheug: indien de ontwerpverordening over de snelle-grensinterventieteams vanaf morgen in ons Parlement ter stemming kan voorliggen met het oog op een akkoord in eerste lezing, is dat te danken aan de voorbeeldige – zo mag ik het wel omschrijven – samenwerking van onze drie instellingen.

Eerst en vooral de Commissie: haar oorspronkelijke voorstel was uitstekend en in de loop van de hele discussie heeft ze onophoudelijk haar goede wil aan de dag gelegd om de scherpe kantjes bij te schaven en een compromis te vereenvoudigen. De Raad heeft vooral tijdens het Finse en nu tijdens het Duitse voorzitterschap voortdurend zijn wil beklemtoond om alles tot een goed einde te brengen en heeft geen inspanningen gespaard om alle lidstaten te overtuigen. Ik bedank vooral de laatste voorzitter, mevrouw Monika Schmitt-Vockenhausen. En van mijnentwege heb ik van meet af aan namens het Parlement kunnen rekenen op een degelijke steun en op het vertrouwen van de meeste schaduwrapporteurs van andere fracties van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. Ik wil hen daarvoor publiekelijk bedanken en hun hier mijn erkentelijkheid betuigen.

De kern van het probleem dat behandeld moet worden, Mijnheer de Voorzitter, is tegelijkertijd eenvoudig en dringend. Het gaat erom bijstand vanwege lidstaten van de Unie te organiseren voor die landen die het hoofd moeten bieden aan een plotse en massale toestroom van illegale migranten die de buitengrenzen van de Unie willen overschrijden. Dat probleem belangt vandaag de landen van Zuid-Europa aan, dat weten we – en dramatische beelden brengen ons dat voortdurend in herinnering. Niemand kan echter uitsluiten dat morgen andere grenzen, vooral in het zuidoosten en oosten, dezelfde plotselinge en herhaaldelijke druk zullen meemaken.

De ontwerpverordening die in dit Parlement op tafel ligt, bevestigt vier grote principes, die ik altijd met verve heb verdedigd in naam van het Parlement. Eerste principe: de solidariteit betreffende de controle van de buitengrenzen is geen optie, het is een verplichting. Daarom wordt in de ontwerpverordening voorzien dat de lidstaten een bijdrage leveren aan de snelle pool en dat ze op verzoek van Frontex grenswachten ter beschikking stellen van Frontex, behalve wanneer ze zelf geconfronteerd worden met een noodsituatie waaraan ze het hoofd moeten bieden.

Tweede grote principe: de grenswachten die toegewezen zijn aan de pool, zijn bij hun inzet op het grondgebied van een andere lidstaat in het kader van de snelle- interventieteams geen hulppersoneel of tweederangsagenten in vergelijking met de grenswachten van de lidstaat. Uiteraard, en dat is vanzelfsprekend, zullen de teamleden hun instructies ontvangen van de ontvangende lidstaat, maar voor het overige staan ze op voet van gelijkheid met de nationale grenswachten. De taken die ze mogen uitvoeren zijn dezelfde. Ze hebben het recht om hun eigen uniform te dragen met toevoeging van een Europese armband. Ze mogen hun dienstwapens dragen, in overeenstemming met de nationale wetgeving van hun lidstaat van herkomst, behalve bij meningsverschil tussen de twee betrokken lidstaten. Ze mogen de toestemming krijgen om de nationale en Europese gegevensbanken te raadplegen en hun accreditatiedocument bevat geen hinderlijke elementen meer zoals dat – naar mijn gevoel – in het oorspronkelijke ontwerp het geval was.

Derde belangrijke principe, en dat vermeld ik vooral voor de heer Catania: het respect voor fundamentele rechten wordt onder alle omstandigheden toegepast. Daarom voorziet de ontwerpverordening het volgende: ten eerste: de teamleden en de nationale grenswachten moeten alle discriminerend gedrag achterwege laten. Ten tweede: ze moeten handelen met inachtneming van de verplichtingen van de lidstaten inzake internationale bescherming en non-refoulement. Ten derde: de teamleden moeten handelen met volledige naleving van de uit het internationale zeerecht voortvloeiende verplichtingen, met name wat opsporing en redding betreft. Dat heeft de commissaris in ons bijzijn nog eens bevestigd. Bijgevolg, mijnheer Catania, is het amendement dat u heeft ingediend niet noodzakelijk. Ik zou zelfs stellen dat het beledigend is omdat het veronderstelt dat de grenswachten, inclusief de Spaanse, Italiaanse of Maltese grenswachten op dit moment, zich niet bekommeren om het redden van mensen wanneer ze boten in nood ontdekken. Ten slotte voorziet de ontwerpverordening dat de Europese richtlijnen over de bescherming van persoonlijke gegevens volledig van toepassing zijn.

Vierde principe: als het dringend is, is het dringend voor iedereen. Gezien het feit dat het erom gaat noodsituaties aan te kunnen, worden in het regelgevende gedeelte van de verordening heel korte termijnen voorzien voor de uitvoering van de interventies. De directeur van Frontex beschikt over maximum vijf werkdagen om een beslissing te nemen over een interventie. Zodra het operationele plan is opgesteld, moeten de snelle- interventieteams binnen maximum vijf werkdagen ingezet worden. In het geval van een interventie die gerechtvaardigd is, maar waarvoor Frontex niet over voldoende financiële middelen beschikt om die op zich te nemen, is het normaal dat de begrotingsautoriteit het initiatief neemt om – overeenkomstig de bepalingen van het Financieel Reglement – met spoed een budgettaire oplossing te vinden. Dat is de betekenis van het amendement dat aan de tekst van de ontwerpverordening werd toegevoegd en dat vorm geeft aan de overeenkomst hieromtrent tussen de Commissie, het Parlement en de Raad.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, dat is het ontwerp waarover het Parlement morgen moet stemmen. Ik twijfel er niet aan en ik hoop dat het zal kunnen rekenen op een ruime toestemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra, namens de PPE-DE-Fractie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik ga de drie minuten die ik tot mijn beschikking heb niet gebruiken, want we hebben hier te maken met een zeer goed verslag, dat is opgesteld op een wijze die alle lof verdient, en daarom wil ik mijn eerste woorden gebruiken om de heer Deprez te feliciteren.

In de tweede plaats wil ik mijn tevredenheid uitspreken over het geweldige akkoord dat is bereikt tussen de Raad, de Commissie en het Europees Parlement.

En tot slot wil ik enkele overwegingen naar voren brengen.

Mijn stelling is - en daar houd ik aan vast, zoals ik dat vorige week in Granada tijdens een bijeenkomst op het partijbureau van mijn partij ook heb gedaan - dat het bewaken van de grenzen en van de buitengrenzen een bevoegdheid is die bij de lidstaten en uitsluitend de lidstaten ligt.

Wat dan is Frontex? Frontex en de snelle-grensinterventieteams staan in essentie voor coördinatie, samenwerking en onderlinge bijstand.

En de snelle-grensinterventieteams zijn een extra instrument voor samenwerking en bijstand, en zijn bedoeld om te voorkomen dat de buitengrenzen even poreus zijn als de binnengrenzen en de combinatie van beide tot troosteloze humanitaire panorama’s leidt. Laten we niet vergeten dat het aantal doden dat tijdens deze onmenselijke oversteek van de Atlantische Oceaan - met behulp van misdadige maffiapraktijken - is gevallen, door de Europese Unie al op tienduizend is becijferd.

De snelle-grensinterventieteams waarover deze consensus en dit akkoord zijn bereikt, zijn een extra instrument voor samenwerking en onderlinge bijstand.

Verplichte solidariteit is geen contradictio in terminis, mijnheer de Voorzitter, maar een noodzakelijke realiteit die we vandaag vorm hebben gegeven in het akkoord dat morgen hopelijk door een grote meerderheid van dit Parlement zal worden gesteund.

Het financiële instrument dat de heer Deprez heeft genoemd, is veel meer dan alleen een intentieverklaring om het hoofd te bieden aan kritieke situaties en een massale invasie van illegale immigranten in een deel van ons grondgebied. Het is een onmiddellijk antwoord waarmee solidariteit wordt getoond en middelen beschikbaar worden gesteld.

Mijnheer de Voorzitter, ik sluit af zoals ik ben begonnen, met het uitspreken van mijn tevredenheid over het feit dat we dit instrument in het leven hebben geroepen, een instrument waarmee we de grenzen van de Unie op een heel solidaire en effectieve wijze kunnen controleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Javier Moreno Sánchez, namens de PSE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik spreek in de moedertaal van onze rapporteur om hem te feliciteren en te bedanken voor zijn zorgvuldige werk en het resultaat ervan: het uitstekende verslag dat we morgen zullen goedkeuren.

Mijnheer Deprez, ik wil geen loze woorden laten vallen, maar ik ben van mening dat u samen met de schaduwrapporteurs een echte snelle-interventieploeg binnen de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken heeft weten te creëren. Daardoor konden we vlug te werk gaan om zo in eerste lezing een tekst te behandelen die bij de stemming in de commissie op een heel ruime consensus kon rekenen.

We hebben ook onze voorstellen bij de Raad kunnen laten gelden dankzij de constructieve dialoog met het Duitse voorzitterschap, dat deze verordening op zijn prioriteitenlijstje gezet heeft en zich heel ontvankelijk opgesteld heeft voor onze voorstellen.

(ES) Dames en heren, we hebben samen de tekst verbeterd, wat eens te meer laat zien hoe volwassen dit Huis is geworden als het aankomt op wet geven op een zo delicaat gebied als de strijd tegen de illegale immigratie. Daarom moet de werkingssfeer van de medebeslissingsprocedure worden uitgebreid naar alle onderdelen van het immigratiebeleid.

We verwelkomen het feit dat de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken afgelopen donderdag in Luxemburg zijn goedkeuring heeft gehecht aan de verordening en de verbintenis die door de drie instellingen is bereikt om een adequate financiering van de operaties te waarborgen.

We hopen dat de teams deze zomer operationeel zullen zijn en zelfs al eerder, zoals de vicevoorzitter van de Commissie, de heer Frattini, heeft gevraagd.

Dames en heren, ik denk dat we op de goede weg zijn. De weg is nog lang, maar we zijn wel op de goede weg. We hebben weer een kleine stap gezet op weg naar een gemeenschappelijk immigratiebeleid.

Onze respectieve regeringen hebben begrepen dat immigratie een gemeenschappelijke Europese uitdaging is waarop we een integraal en gezamenlijk antwoord moet geven op basis van solidariteit, onderling vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid.

In dit opzicht is het beginsel van verplichte solidariteit tussen de lidstaten, zoals neergelegd in artikel 3 van de verordening, uitermate belangrijk. Dit instrument is geen wondermiddel, maar betekent wel een verbetering in de strijd tegen de illegale immigratie en de mensenhandel.

Deze teams zullen bijdragen aan een verhoging van de solidariteit en de onderlinge bijstand met het oog op het bewaken van de buitengrenzen van de Europese Unie, het redden van levens - vooral in de Atlantische en mediterrane wateren - en het geven van een waardige behandeling aan de immigranten die proberen illegaal de Unie binnen te komen.

Onze burgers willen dat de Europese Unie de problemen aanpakt waarover zij zich zorgen maken. Met de snelle-grensinterventieteams doen we dit concreet.

Onze burgers en de immigranten verdienen het dat wij het onderwerp immigratie op een serieuze manier behandelen. Daarom wil ik de fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten vragen om consistent te zijn. Je kunt niet in Granada het generaal pardon bekritiseren dat de Spaanse regering ten uitvoer heeft gelegd, terwijl tegelijkertijd twee regeringen die worden geleid door personen uit uw eigen politieke familie in Luxemburg aankondigen dat ze ook een generaal pardon gaan invoeren, waar wij als socialisten overigens alle begrip en respect voor hebben.

Dames en heren van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, laat u niet op sleeptouw nemen door de Partido Popular, die met losse flodders op de Spaanse regering aan het schieten is.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernat Joan i Marí, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zou in de eerste plaats de rapporteur, de heer Deprez, willen bedanken voor zijn werk. Ik ben de mening toegedaan dat het een heel nauwkeurig, heel interessant en heel goed verslag is over een echt moeilijk onderwerp. Ik denk dat we hier kunnen spreken over een akkoord in verschillende stappen.

(EN) We kunnen het over de lange termijn, de middellange termijn of de korte termijn hebben. Ik denk dat dit een goed verslag is en dat dit een goede oplossing is voor de problemen die zich in de Europese Unie voordoen, en zeker niet voor het eerst. De snelle-grensinterventieteams zullen een goed instrument zijn waarmee we op basis van gemeenschappelijke regels de noodzakelijke maatregelen kunnen nemen als het gaat om de vraag hoe we moeten omgaan met mensen die de Europese Unie willen binnenkomen.

Anderzijds denk ik dat Europa een gemeenschappelijk immigratiebeleid nodig heeft. Als lid van de Europese Vrije Alliantie ben ik het niet eens met de opvatting dat de lidstaten de eigenaars van de grenzen zijn. Ik ben van mening dat de grenzen van de Europese Unie in de toekomst een gemeenschappelijke aangelegenheid moeten worden. We moeten met elkaar samenwerken op dit gebied en een gemeenschappelijk immigratiebeleid in overweging nemen, steeds in overeenstemming met de belangrijkste Europese waarden en de beginselen van de Europese Unie. De Europese Unie heeft meer samenhang nodig om in deze gevallen de beste maatregelen te kunnen nemen.

We moeten ook de ACS-landen, en vooral onze buurlanden in het zuidelijke Middellandse Zeegebied, helpen bij hun ontwikkeling. Het vinden van een oplossing in dat deel van de wereld is een garantie voor het vinden van een oplossing voor het probleem dat wij dit moment hebben. Het oplossen van problemen in de landen van waaruit mensen naar de Europese Unie migreren, is de belangrijkste manier waarop we deze soms tragische situaties kunnen voorkomen.

Niet alleen de lidstaten, maar de hele Europese Unie moeten zich bewust zijn van een immigratiebeleid, en ook de regio’s die grondwettelijke bevoegdheden hebben, zoals de Canarische Eilanden. De regering van de Canarische Eilanden had iets te zeggen moeten hebben tijdens de recente crisis in dat deel van de wereld. Ik wil opmerken dat het vandaag driehonderd jaar geleden is dat de slag van Almansa plaatsvond, waarbij het land Valencia werd verslagen en het einde van de Catalaanse natie werd ingeluid. Ik denk dat de regio’s, de statenloze naties en alle politieke organen van de Europese Unie zeggenschap moeten hebben in dit soort zaken.

Zoals ik al heb gezegd, denk ik dat dit een compleet, zeer goed en ook zeer interessant verslag is. Op sommige punten maken we ons wel enigszins zorgen, misschien uit een gevoel van verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld over het feit dat de acties van de teams mensen er mogelijk van zouden kunnen weerhouden om bescherming te zoeken, waardoor ze hun recht om op grond van de internationale verdragen asiel aan te vragen niet zouden kunnen uitoefenen. Dat hebben we gezien toen we met migranten spraken die illegaal naar de Canarische Eilanden waren gekomen. Het is voor deze mensen niet gemakkelijk om asiel aan te vragen wanneer ze dat echt willen, omdat informatie hen niet bereikt en vanwege allerlei andere omstandigheden.

Het standpunt van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie is dat de snelle-grensinterventieteams deel uitmaken van het instrumentarium dat is ontwikkeld op basis van de Frontex-verordening en vooral moeten worden gebruikt om spoedeisende bijstand te geven aan de buitengrenzen. We zouden daarom kunnen stellen dat de voors en tegens nauw verbonden zijn met het fractiestandpunt over de operaties van Frontex. In deze zin zien wij de verordening als een instrument voor onmiddellijke actie.

 
  
MPphoto
 
 

  Giusto Catania, namens de GUE/NGL-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil de heer Deprez bedanken voor zijn werk, waardoor wij dit verslag in eerste lezing kunnen aannemen. Hiermee toont hij aan te kunnen bemiddelen tussen de fracties, de Raad en de Commissie.

Ik wil hem bedanken ook al heb ik nog wel mijn bedenkingen over deze verordening, omdat ik denk dat het enige doel in werkelijkheid alleen maar is om een functie te geven aan Frontex, dat nutteloze kleine Agentschap dat door de Gemeenschapsinstellingen is opgezet en dat tot gisteren nog geen enkele functie heeft gehad. Ik denk dat het inzetten van snelle- grensinterventieteams grotendeels een reclamestunt is, want het is duidelijk dat de illegale immigratiecrisis binnen de EU niet door immigranten uit Zuid-Europa of door de boten die via zee aankomen, wordt veroorzaakt. Dit blijkt duidelijk uit de beschikbare gegevens en statistieken. Zelfs de Commissie beweert dat slechts 14 procent van de in Europa levende illegale immigranten via zee arriveert.

Ik zie daarom het nut niet in van de inzet van deze snelle-interventieteams. Hetzelfde geldt voor de Zuid-Europese landen Italië, Spanje en ook Malta, een land dat we zouden moeten helpen. De heer Borg realiseert zich meer dan ik dat we moeten proberen om Malta te helpen, wellicht door de verordening Dublin II aan te passen en niet door snelle-interventieteams in te schakelen, waarvoor het lastig is om in dat zeegebied in te grijpen en te onderscheiden of ze zich in Italiaanse of Maltese wateren bevinden.

Ik ben daarom van mening dat we moeten proberen om een consistent en serieus beleid met betrekking tot dit onderwerp in te voeren, wellicht door een compleet andere koers te gaan varen. Ik benadruk daarom nogmaals dat de enige serieuze functie die deze snelle- interventieteams kunnen hebben, het redden van levens op zee is.

Mijnheer Deprez, de vraag is niet of politieagenten goed of slecht zijn. Er is duidelijk aangetoond dat het aantal rampen op zee toeneemt in de afgelopen jaren. Statistieken laten geen twijfel bestaan over het feit dat duizenden en duizenden mensen zijn verdronken in de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan. De inzet van snelle-interventieteams waarbij de prioriteit ligt bij het redden van mannen en vrouwen die Europa proberen te bereiken, zou naar mijn idee dus een doel dienen.

In mijn optiek zou het niet overbodig zijn om die behoefte te benadrukken in het verslag waar we ons over buigen, en ik roep daarom het Parlement en de heer Deprez op om mijn amendement te steunen, waarin ondubbelzinnig staat vermeld dat redding op zee een van de voornaamste taken van deze teams zou moeten zijn.

Als we deze denkwijze hanteren, denk ik dat we er serieus voor kunnen zorgen dat het immigratiebeleid en de externe grenscontrole een gezamenlijke actie kunnen worden die nuttig is voor de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. – Voorzitter, allereerst wil ik de rapporteur feliciteren met de snelle behandeling van zijn verslag. Dat belooft ook wat voor de snelle-interventieteams.

Vorig jaar mocht ik samen met collega Deprez en anderen een bezoek brengen aan het Agentschap Frontex in Warschau. Dat was een bijzonder leerzame ervaring. Het Agentschap bestond nog maar kort en het werk was volop in ontwikkeling. Daarbij zijn de verwachtingen van publiek en politiek hooggespannen. Die hooggespannen verwachtingen kunnen leiden tot teleurstellende resultaten. Het mandaat van Frontex is namelijk beperkt. Voor de invoering van snelle- interventieteams is het Agentschap afhankelijk van de medewerking van de lidstaten.

Op twee punten heb ik echter zorgen over de uitvoering van het voorstel. Misschien kan commissaris Borg antwoord geven en mijn zorg hierover wegnemen. Mijn eerste zorg is de beschikbaarheid van mensen en materieel. De lidstaten worden door Frontex ingeschakeld en hebben zich verplicht mee te werken. Alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen lidstaten zich aan die verplichting onttrekken. Ik hoor graag van de commissaris welke uitzonderingen de lidstaten bedongen hebben. En is dit voldoende omschreven, zodat Frontex wel binnen de gestelde termijn mensen en materieel beschikbaar krijgt?

Mijn tweede zorg betreft de coördinatie in de lidstaten. Frontex vraagt immers om specifiek opgeleide mensen. Daarnaast is in het bijzonder in het Middellandse Zeegebied zeewaardig materiaal noodzakelijk. Het lijkt mij dat vooral de defensieorganisatie van de lidstaten in staat is om deze mensen en dat materiaal ter beschikking te stellen. En dat terwijl de ministers van justitie hierover toezeggingen doen in Raadsverband. Zo moet in mijn land de minister van justitie overleg voeren met de ministers van defensie en binnenlandse zaken over de toezegging van mensen en materieel. Elke minister heeft daarbij zijn eigen belangen. Kan de commissaris aangeven of dit coördinatieprobleem zich ook in andere lidstaten voordoet en in welke mate de defensieorganisaties betrokken zijn?

 
  
MPphoto
 
 

  Giuseppe Castiglione (PPE-DE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, allereerst wil ik de heer Deprez bedanken voor het harde werk dat hij heeft verricht met betrekking tot dit verslag en ik wil hem oprecht complimenteren met het compromis dat hij op zo’n korte termijn over een dergelijk belangrijk en dringend onderwerp heeft weten te bereiken met de Raad.

De golven van illegale immigratie, zoals we die afgelopen zomer hebben gezien aan de zuidelijke grenzen van de Europese Unie, hebben niet alleen hun weerslag op de direct betrokken lidstaten, maar eerder op alle lidstaten binnen de Unie. In Sicilië, zoals de heer Catania ook maar al te goed weet, zien we hoe noodzakelijk het is om het probleem aan te pakken en op te lossen.

De komende maanden, zoals elk jaar gebeurt, zullen illegale immigranten op Lampedusa en ongetwijfeld ook op andere eilanden arriveren, dag en nacht, door weer en wind en onder extreem onveilige omstandigheden. Het doeltreffende beheer van onze externe grenzen vereist daarom een realistisch preventiebeleid voor de interne veiligheid en beleid om illegale toegang en mensenhandel te bestrijden.

De inzet van snelle-grensinterventieteams is een eerste praktische en gezamenlijke maatregel, gebaseerd op solidariteit, respect voor mensenrechten en wederzijdse steun onder de lidstaten, die worden verzocht om deel te nemen aan deze teams door financiële en personele middelen te leveren. We kunnen onze landelijke politiemachten niet langer alleen de enorme taak laten dragen van de verdediging van onze grenzen en daarbij, wat nog belangrijker is, het ontvangen en het helpen van illegale immigranten.

Onze burgers kunnen niet langer leven met dit gebrek aan veiligheid en stabiliteit en verzoeken ons continu om concrete maatregelen in te stellen om georganiseerde criminele bendes aan te pakken die in illegale mensenhandel zitten en te dikwijls de zwarte arbeidsmarkt en de prostitutie voeden. Om aan deze verzoeken te voldoen, hoop ik dat de leden van de snelle-interventieteams deze zomer direct met hun werk kunnen beginnen.

Tegelijkertijd moeten we ons op dit gebied blijven inzetten en zoeken naar de beste oplossingen voor het immigratievraagstuk. Het wetsvoorstel van de Italiaanse regering lijkt hier niet aan bij te dragen; in plaats van samen met ons een serieuze strijd te voeren tegen illegale immigratie, heeft die regering ervoor gekozen om verder te gaan met een tegenstrijdig, geïmproviseerd beleid dat ongetwijfeld serieuze reacties in de rest van de Europese Unie zal oproepen.

Mijnheer de commissaris, aangezien er een dringende behoefte is om de continuïteit tussen de Europese Unie en haar lidstaten veilig te stellen, verzoek ik u dringend om al uw aandacht te richten op dit urgente vraagstuk, zodat onze onaflatende betrokkenheid om de zwakken te helpen steeds beter gecombineerd kan worden met onze toenemende behoefte aan veiligheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Wolfgang Kreissl-Dörfler (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ook ik bedank collega Deprez zeer hartelijk voor zijn – zoals altijd – uitstekende werk aan dit onderwerp en op andere terreinen.

Met dit project hebben we een stap in de goede richting gezet. De solidariteit tussen de lidstaten wordt versterkt en de verantwoordelijkheid gedeeld. Spanje, Malta of Italië mogen niet alleen worden gelaten met dit probleem. Verder zullen wij ons bezig moeten houden met het probleem van de grootscheepse illegale immigratie.

Wij als sociaaldemocraten vinden het heel belangrijk dat al die standpunten over de mensenrechten niet enkel op papier worden beleden, dat er niet wordt gediscrimineerd en dat wij als Parlement controleren hoe een en ander vervolgens in praktijk wordt gebracht. Wat gebeurt er met de mensen die teruggestuurd worden? Zijn ze daarmee weer overgeleverd aan halfcorrupte regeringen? We hebben in Marokko gezien welke rampzalige gevolgen dat kan hebben; uitgezette personen werden gewoon de Sahara in gestuurd en het liefst had men ze van dorst laten omkomen! Ook met dit soort zaken zullen we rekening moeten houden.

Frontex en de snelle-grensinterventieteams mogen niet als wondermiddel worden beschouwd. Ze vormen louter instrumenten en niet de oplossing van het probleem. Er moet een gemeenschappelijk migratiebeleid komen, niet enkel een gemeenschappelijk uitzettingsbeleid. Waar Europa geen behoefte aan heeft, is een nieuwe scheidingswal, een IJzeren Gordijn in de Atlantische Oceaan of de Middellandse Zee. We moeten dit probleem op fundamentele wijze aanpakken en daar hoort bij dat we meer moeten werken aan probleemoplossing in de betreffende landen.

Ik geef u één ding op een briefje: als de klimaatverandering verder doorzet en de regeringen in de oorsprongslanden nog corrupter worden en corrupt blijven, moeten we op een nog grotere toestroom van mensen rekenen. Wij zouden namelijk hetzelfde doen als zij; wij zouden aan de honger en ellende ontsnappen en ons geluk elders beproeven.

Ik feliciteer de rapporteur nogmaals met zijn verslag. Ik ben verheugd dat het ons is gelukt. Wij als Parlement moeten nu ook het verdere verloop controleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, denkt men nu echt dat, om een stelletje armoedige immigranten het hoofd te bieden of om immigranten te redden die op zoek zijn naar een beter leven en op zee dreigen te verdrinken, streng geselecteerde snelle-interventiemachten nodig zijn, met het recht om arrestaties te verrichten, wapens te dragen en wapens te gebruiken voor zelfverdediging, die geweld gaan gebruiken, uitgerust zijn met geavanceerde technologische middelen en als een militaire macht optreden? Denkt men nu echt dat wij geloven dat die machten voor dat doel gebruikt zullen worden?

Volgens ons komt ook in deze verordening en in dit verslag de ware aard van uw beleid naar boven: uw beleid is agressief. U richt snelle-interventieteams op voor extern optreden, snelle-interventieteams die in ongeacht welke crisis ingezet kunnen worden, zelfs tegen de volkeren. Daarom zijn wij het hier niet mee eens.

Het argument dat met deze teams de maffia aangepakt kan worden, betekent dat men ons voor onnozel houdt. Als de politieke wil er was, zouden al deze smokkelaars gevonden kunnen worden en zou deze maffia het hoofd geboden kunnen worden. Als de illegale immigranten ze weten te vinden, waarom weten de verschillende politiemachten ze dan niet te vinden? Van politieke wil is echter geen sprake. Dankzij deze maffia wordt namelijk het Europees kapitaal gevoed met goedkoop vlees, met goedkope werkkrachten, want immigranten zijn goedkope werkkrachten. Als het lot van de illegale immigranten u echt aan het hart gaat en u hen wilt redden, waarom geeft u dan niet meer geld om nationale interventiemachten op te richten om die mensenlevens te redden? Wij zijn het hier niet mee eens. Wij zijn van mening dat dit ondemocratisch is, dat het, net als heel uw beleid trouwens, een repressieve richting uitgaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE).(PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ik wil me om te beginnen aansluiten bij de heer Díaz de Mera en de heer Castiglione en het werk van de rapporteur, Gérard Deprez, prijzen. Deze legt ons zoals altijd een uitstekend verslag voor en heeft zich bovendien een aanzienlijke inspanning getroost om een compromis te bereiken tussen de verschillende fracties en de Raad teneinde reeds in eerste lezing overeenstemming te bereiken.

Dit is een uiterst welkom initiatief op een moment dat Europa de belangrijkste migratiecrisis uit zijn geschiedenis doormaakt. De massale toevloed van illegale immigranten naar de Europese kusten noopt ons tot het nemen van dringende maatregelen. Het Zuiden van Europa is de regio die het meest rechtstreeks met dit probleem te kampen heeft, maar dat wil niet zeggen dat dit een probleem is dat alleen deze lidstaten en deze regio aangaat. Massale illegale immigratie – en de humanitaire tragedie die daarachter schuil gaat – hebben gevolgen voor de veiligheid en de samenhang van geheel communautair Europa.

Ik ben voorstander van de verschillende operationele maatregelen voor het beheer van de maritieme buitengrenzen in het zuiden, zoals het opzetten van een operationeel commandocentrum voor de coördinatie van een patrouillenetwerk langs de Middellandse Zeekusten en het instellen van een centraal register van de beschikbare technische apparatuur die gebruikt kan worden voor de controle en het toezicht op de buitengrenzen om zo de nodige hulpmiddelen (vaartuigen, helikopters, vliegtuigen) voor gemeenschappelijke operaties te verschaffen. Ik ben ook voorstander van het creëren van snelle- grensinterventieteams – een heel goed idee – die binnen een heel kort tijdsbestek technische en operationele bijstand kunnen verlenen aan lidstaten die daaraan behoefte hebben.

Op die wijze – door het verbeteren van de wederzijdse bijstand – dragen we bij tot meer solidariteit tussen de lidstaten. Deze verordening bevat een regeling voor het uitzenden van snelle-grensinterventieteams om snel hulp te verlenen in situaties zoals die zich – bijvoorbeeld – op de Canarische Eilanden hebben voorgedaan. Ik ben het ermee eens dat deze hulp voor een beperkte duur moet worden verleend, in uitzonderlijke en dringende situaties, en op verzoek van een getroffen lidstaat.

Mijnheer de Voorzitter, ik geloof dat het Europees Agentschap Frontex een cruciale rol dient te spelen bij de coördinatie van dit type bijstand. Het moet die coördinatie snel en op een efficiënte wijze kunnen realiseren. We gaan ervan uit dat binnen een termijn van vijf dagen een besluit wordt genomen. Er moet binnen die termijn een operationeel plan worden opgesteld, waarin wordt vastgelegd hoe lang de operatie in beslag zal nemen, op welke geografische locatie en wat de missie precies inhoudt. Er zal dan ook moeten worden vastgesteld hoeveel deskundigen elke lidstaat aan het team zal bijdragen en wat de vaardigheden van die teamleden moeten zijn. We zullen allemaal – Parlement, Commissie en Raad – de nodige middelen moeten vrijmaken (en dan niet alleen in institutionele zin, maar ook als het gaat om menselijke hulpbronnen en financiële middelen) om ervoor te zorgen dat deze teams hun missie op een doeltreffende wijze kunnen uitvoeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Ryszard Czarnecki (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik dank u zeer voor uw geduld. Poolse afgevaardigden van verschillende fracties hebben net vandaag een ontmoeting gehad met het hoofd van de Poolse grenswacht, die tevens verbindingsofficier is op onze ambassade in België. Hij maakte ons nog meer bewust van de urgentie van het probleem waarover we vandaag discussiëren.

Ik vertegenwoordig Polen, een land dat na Finland de langste landgrenzen van de Europese Unie heeft. Een doeltreffend beheer van de buitengrenzen door controle en bewaking is daarom des te belangrijker. Ook het bestrijden van illegale immigratie en mensensmokkel ligt ons na aan het hart.

Naarmate de Europese Unie een steeds aantrekkelijker economisch paradijs wordt voor emigranten uit een aantal continenten, waaronder uit de voormalige Sovjet-Unie, zullen de teams waarover we vandaag discussiëren steeds meer nodig worden. Ik sluit me aan bij de vorige spreker, de heer Coelho, die sprak over de grote crisis die de Europese Unie te wachten staat. De enige voorwaarde voor het opzetten van zulke snelle- interventieteams is dat we volmondig akkoord gaan met het voorstel van de lidstaat die dit probleem aan zijn grenzen ondervindt.

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de illegale immigratie heeft zo onderhand dramatische vormen aangenomen. Volgens serieuze schattingen zouden er ongeveer vijftien miljoen illegalen in Europa zijn. Als u alleen al de cijfers van 2005 en 2006 vergelijkt, ziet u dat er sprake is van een verzesvoudiging.

Mensensmokkel is tegenwoordig big business en maakt deel uit van de georganiseerde criminaliteit. Menige lidstaat is niet meer tegen de situatie opgewassen. Ze mogen niet aan hun lot overgelaten worden en hebben hulp nodig. Hier is een rol weggelegd voor de Europese Unie.

Ik verwelkom de oprichting van Frontex en des te meer de creatie van een werkzaam instrument, en daarmee doel ik op de snelle-grensinterventieteams, die op verzoek van de lidstaten tijdig en plaatselijk hulp bieden. Wel moet – zoals de heer Díaz de Mera García Consuegra al zei – duidelijk zijn dat de bevoegdheid voor de grensbewaking bij de lidstaten blijft. De snelle- grensinterventieteams verlenen kortstondige hulp – laat dat duidelijk zijn. Voor de middellange en lange termijn zijn aanvullende maatregelen nodig. Ik reken erop dat er een samenwerkingsovereenkomst komt tussen Frontex en Europol om mensensmokkel beter te kunnen bestrijden, dat illegaliteit bepaald beleid met zich meebrengt – waarbij te denken valt aan hulp bij terugkeer – en dat er geen massale legalisering meer wordt afgekondigd, want dat heeft alleen maar een aanzuigende werking en zorgt ervoor dat de problemen zich naar andere landen verplaatsen.

Daarnaast moeten er voorlichtingscampagnes komen met het oog op preventie die potentiële migranten informatie bieden over de werking van legale immigratie en over de gevolgen en risico's van illegale immigratie. Bovendien moeten we werk maken van stabilisatie- en hulpprogramma's in de landen waar de immigranten vandaan komen. Met de snelle-grensinterventieteams laat de Europese Unie in ieder geval zien dat we een weg hebben ingeslagen die leidt naar een veiligheidsunie, terwijl er tevens over nagedacht wordt hoe wij op middellange en lange termijn de problemen op het gebied van legale en vooral illegale migratie het hoofd kunnen bieden.

Ik bedank de rapporteur voor zijn voortreffelijke coördinatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Simon Bussutil (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil me bij mijn collega’s aansluiten en de heer Deprez, de rapporteur, bedanken voor zijn uitstekende werk en met name voor het feit dat hij het verslag op tijd voor de eerste lezing heeft voltooid.

Ik juich deze wetgeving toe, omdat het een instrument voor solidariteit is. Als iemand die afkomstig is uit een zuidelijke lidstaat verwelkom ik haar zelfs nog meer, omdat ik begrijp dat solidariteit geen vanzelfsprekendheid is en niet goedkoop is.

Met deze wetgeving verbinden de lidstaten zich hulp te verlenen aan andere landen die problemen hebben. Zoals de heer Deprez heeft gezegd, is dit gedwongen solidariteit en geen vrijwillige. Dat maakt het tot èchte solidariteit. Het is geen liefdadigheid, want liefdadigheid is vrijwillig. Dit is een bindende afspraak. Dankzij deze wetgeving zullen landen die met noodsituaties op het gebied van immigratie te maken hebben, eindelijk het gevoel krijgen dat ze er niet meer helemaal alleen voor staan.

Daarom is deze wetgeving een stap in de goede richting. Op zichzelf is zij echter niet voldoende om de uitdaging van de illegale immigratie het hoofd te kunnen bieden. Daarom moeten we waken voor te hooggespannen verwachtingen bij het publiek en voorkomen dat het beeld ontstaat dat deze wetgeving een oplossing voor alles is: dat is niet het geval. Daarom moeten we ook meer doen om de zuidelijke grenzen van de Unie te versterken. Afgelopen november heeft de Commissie een mededeling over de versterking van de zuidelijke maritieme grenzen gepubliceerd en ik roep de Commissie op om de initiatieven die in deze mededeling worden genoemd door te zetten. Laten we niet vergeten dat de bewaking van de buitengrenzen in het belang is van alle lidstaten en niet alleen van de landen die problemen hebben, en omdat het in ieders belang is, moet het ook ieders verantwoordelijkheid zijn - een gedeelde verantwoordelijkheid.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Hartelijk dank, mijnheer Busuttil en dank u wel ook voor uw begrip. Ik weet dat u Maltees had willen spreken vanavond maar helaas waren onze teams niet beschikbaar. Ik dank u voor uw flexibiliteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Francesco Musotto (PPE-DE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ik denk dat we vanavond een belangrijke doelstelling hebben bereikt, want de overeenkomst over de snelle- grensinterventieteams heeft laten zien dat alle EU-instellingen zich ervan bewust zijn dat illegale immigratie een serieus probleem is dat niet alleen voor rekening mag komen van de gebieden die door hun geografische ligging met deze enorme migratiegolven te maken krijgen We hebben in het verslag over eilanden, dat door dit Parlement is aangenomen, naar voren gebracht dat Europa niet langer onverschillig tegenover de aanhoudende noodsituatie kan blijven staan in gebieden, zoals waar ik bijvoorbeeld vandaan kom, Sicilië - met als brandpunt Lampedusa -, of op de Canarische eilanden of Malta, die onafgebroken belast worden door de komst van illegale immigranten. De menselijke tragedie die schuilgaat achter de zelfgemaakte boten die op Middellandse Zee zinken, of achter de georganiseerde misdaad die misbruik maakt van de wanhoop van deze mensen, kan niet worden ontkend. Door het openstellen van onze interne grenzen, zijn de externe grenzen onze gemeenschappelijke buitengrenzen geworden en daarom kunnen passende, langetermijnoplossingen voor het immigratievraagstuk alleen op Europees niveau worden gevonden.

Het opzetten van snelle-interventieteams is zeker slechts een begin. Europa moet snel een beleid voor legale immigratie aannemen, aangezien een belangrijk vraagstuk als dit niet alleen onder de verantwoordelijkheid van de regeringen mag vallen. De Italiaanse regering heeft onlangs een wet aangenomen dat voorgaande wetgeving aanpast en wijzigt, maar dit zijn geen permanente oplossingen die aangenomen kunnen worden en tot een betere toekomst kunnen leiden.

Europa moet in zijn geheel het tegenovergestelde doen. Het moet een beleid voor legale immigratie opstellen voor het beheer van alle immigratie die, net als de wind, niet stopgezet kan worden, maar wel beheersbaar moet worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Barbara Kudrycka (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, snelle-grensinterventieteams kunnen een nuttig instrument worden voor de lidstaten en Frontex. Voor Frontex is dit overigens niets nieuws. We hebben tot nu toe al te maken gehad met gemeenschappelijk georganiseerde operaties. Snelle-grensinterventieteams zijn nodig, mits deze geen manier worden om zich te onttrekken aan de basale verantwoordelijkheden voor grenscontrole, die overeenkomstig de Verdragen berust bij de lidstaten. Daarom is het belangrijk dat de teams gebruikt worden in daadwerkelijke crisissituaties die niet zijn voorzien door eerdere risico-analyses. Pas dan hebben de lidstaten immers het recht en de plicht het mechanisme van Europese solidariteit in werking te stellen.

Ik realiseer me heel goed dat de last van de controle van de buitengrenzen ongelijk verdeeld is over de lidstaten. Er zijn zuidelijke lidstaten met een moeilijk te bewaken maritieme grens, en lidstaten met een lange landgrens. In samenwerking met andere elementen van het geïntegreerde grensbeheer, waaronder het belangrijke Buitengrenzenfonds, kunnen de teams bijdragen aan een steeds betere samenwerking en coördinatie ter bestrijding van illegale immigratie en mensensmokkel. Maar ik verwacht ook dat Frontex en de snelle-grensinterventieteams de rechten en behoeften van mensen die te goeder trouw de grenzen zijn overgestoken, respecteren. Daarom moet er ook voor deze categorie reizigers een betere coördinatie van de dienstverlening aan de grenzen komen. In verband met de snelle-grensinterventieteams wil ik erop wijzen dat het noodzakelijk is de samenleving te informeren over de aard ervan en wat hun rechten en plichten zijn als zij in contact komen met gewone mensen die de grens oversteken. Informatiecampagnes op dit gebied zijn noodzakelijk omdat ze misverstanden en onduidelijke situaties helpen vermijden. Tot besluit wil ik zeggen dat ik tevreden ben met de overeenstemming die bestaat over het oprichten van de teams en wil ik de heer Deprez feliciteren met zijn geweldige verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Joe Borg, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals ik al eerder heb gezegd, is de Commissie zeer ingenomen met het compromis dat door de drie instellingen in dit dossier is bereikt. Dit is een belangrijke stap in de samenwerking tussen de lidstaten en een uitstekend voorbeeld van solidariteit op het gebied van de grensbewaking.

Met betrekking tot de punten die tijdens het debat naar voren zijn gebracht, met name door de heer Blokland, wil ik zeggen dat tijdens de Raad van ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken van vorige week de meeste lidstaten al technische apparatuur en dergelijke ter beschikking van Frontex hebben gesteld voor gezamenlijke operaties. Bovendien heeft vicevoorzitter Frattini de lidstaten die dat nog niet hadden gedaan, gevraagd een bijdrage te leveren.

Met betrekking tot de andere punten over de coördinatie, wil ik duidelijk stellen dat Frontex de operaties zal coördineren in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de vele lidstaten die erbij zijn betrokken.

Ik wil afsluiten door de heer Deprez, de rapporteur, te bedanken voor zijn harde werk, en ik verwelkom de overeenkomst die tussen de instellingen is bereikt over de snelle-grensinterventieteams. Ik herhaal dat dit een uitstekend voorbeeld van solidariteit en operationele samenwerking is.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Dank u, commissaris.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen, donderdag, om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (PSE), schriftelijk. – (EN) De middelen die beschikbaar zijn voor de huidige bewaking van de buitengrenzen zijn niet geschikt en niet voldoende om de illegale immigratie en de mensenhandel effectief te bestrijden. Dit is niet een probleem van één land of één regio, maar dit is een probleem van alle lidstaten.

In deze context wordt in het verslag van de heer Deprez op verschillende tekortkomingen gewezen en wordt ingegaan op de echte problemen rond de inzet van de snelle-grensinterventieteams. De oprichting van deze snelle-grensinterventieteams is een positieve stap in de goede richting en daarom moeten er voldoende middelen worden vrij gemaakt om dit tot een levensvatbaar project te maken.

Doeltreffend beheer van de buitengrens middels controle en bewaking lost slechts een klein gedeelte van dit fundamentele probleem op. Ik heb helaas het gevoel dat de instellingen, met name de Raad, dit tragische probleem niet aanpakken met de noodzakelijke overtuiging en het gevoel van urgentie dat het verdient. Het beginsel van lastendeling wordt absoluut niet op een concrete en tastbare manier toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de lidstaten, waaronder Polen, zijn krachtens het Gemeenschapsrecht nog steeds verantwoordelijk voor de controle van de buitengrenzen.

De huidige mogelijkheden voor bijstand op Europees niveau bij de controle en bewaking van de buitengrenzen moeten helaas als ontoereikend worden beschouwd. Dat mogen we niet vergeten, aangezien een correct beheer van de buitengrenzen enerzijds mensensmokkel en illegale immigratie tegengaat en anderzijds helpt voorkomen dat de binnenlandse veiligheid, de openbare orde, volksgezondheid en internationale relaties van de lidstaten worden bedreigd. Derhalve is deze controle niet alleen in het belang van de betrokken lidstaten, maar evengoed van de lidstaten die alle controles van de binnengrenzen hebben opgeheven.

Overeenkomstig een verordening van de Raad is het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex) al opgericht. Nu moeten we een stap verder gaan. We moeten snelle-grensinterventieteams oprichten, die verplaatst kunnen worden naar de lidstaat die hun bijstand nodig heeft. De teams zijn niet bestemd voor ondersteuning op langere termijn. Het Agentschap moet de bevoegdheid krijgen de samenstelling, opleiding en detachering van de snelle-grensinterventieteams te coördineren.

Zo’n benadering draagt bij aan een grotere solidariteit en wederzijdse bijstand tussen de lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (ITS), schriftelijk. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, immigratie wordt veel te vaak afgeschilderd als een middel, zelfs als een essentieel middel, maar daarmee worden de verschrikkelijke effecten die het verschijnsel heeft op de mensen die er echt onder lijden, miskend. Degenen die hun eigen volk en hun eigen land achterlaten, zijn meestal niet de armsten, maar juist gekwalificeerde jonge mensen en - demagogie daar gelaten -, mensen die potentiële arbeidskrachten zijn voor de georganiseerde misdaad in de gastlanden.

De behoefte om gemeenschappelijke regels in te stellen voor de taken van grenswachters en snelle- interventieteams wordt verklaard door de stromen individuele personen die zich verdringen voor de grenzen van de Unie. Deze migratiestromen werken de afschuwelijke mensenhandel in de hand, onder tragische omstandigheden die we maar al te goed kennen, en ik acht politici moreel medeplichtig als ze beweren dat het correct en gepast is, of zelfs onze taak is, om deze mensen te ontvangen zonder rekening te houden met hun beweegredenen of met het feit of ze wel ontvangen kunnen worden. Italië heeft zelfs besloten om iedereen die zich aan zijn grens meldt, binnen te laten, zonder dat iemand moeten garanderen dat de betrokkene werk en gastvrijheid krijgt.

In dat geval vraag ik me af waar de maatregelen die zijn aangekondigd, goed voor zijn. In Italië zullen ze alleen maar dienen om bijstand te verlenen en ze zullen bijdragen aan de illegale komst van mensen die vervolgens de kassen van de ngo's zullen spekken. Welk nut heeft een Europees agentschap dat de samenwerking aan onze externe grenzen moet beheren, als het immigratiebeleid van de lidstaten zo uiteen loopt? Dit heeft totaal geen nut, tenzij het nog meer geld van belastingbetalers wil uitgeven en demagogie in de hand wil werken, hetgeen alleen maar zal leiden tot sociale onrust en wanorde.

 

20. Overheidsfinanciën in de EMU in 2006 (debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0076/2007) van Kurt Joachim Lauk, namens de Commissie economische en monetaire zaken, over de overheidsfinanciën in de EMU in 2006 (2007/2004(INI)).

Ik wijs erop dat de heer Schwab als plaatsvervanger van de rapporteur optreedt.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Schwab (PPE-DE), plaatsvervangend rapporteur. (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het doet me deugd dat wij te elfder ure debatteren over de economische en monetaire ruimte van de Europese Unie. Met dit initiatiefverslag reageert het Europees Parlement voor het eerst op de herziening van het Stabiliteits- en groeipact, die in maart 2005 door de staatshoofden en regeringsleiders is vastgesteld. De herziening had betrekking op het preventieve en het corrigerende deel van dit Pact.

Doel van dit Pact is onverminderd een buitensporig tekort te vermijden, op middellange en lange termijn voor een begrotingsevenwicht te zorgen en gezonde overheidsfinanciën te bewerkstelligen. Met het onderhavige verslag wordt de balans van één jaar opgemaakt. Die periode is heel kort, eigenlijk te kort en zij valt in een jaar, het jaar 2006, dat wordt gekenmerkt door een zeer gunstige economische conjunctuur. Deze gunstige ontwikkeling heeft een positieve effect gehad op het financieel beleid van de lidstaten. Het is duidelijk dat een beoordeling over een dergelijk korte periode niet definitief kan zijn. De vuurproef voor het herziene Pact volgt in de komende jaren.

Het verslag bevat een beoordeling van de huidige situatie. De rapporteur, Kurt Joachim Lauk, die vandaag helaas niet aanwezig kan zijn, heeft er bewust van afgezien namen van lidstaten en hun prestaties te noemen. Dit verslag was immers niet bedoeld om landen cijfers te geven; dat zou volgens de rapporteur niet dienstig zijn geweest. Het lijkt nuttiger om een totaalbeoordeling op te maken van wat er tot nu tot is bereikt.

De Commissie economische en monetaire zaken heeft zich uitgebreid met dit verslag beziggehouden en de gedachtewisseling in dit verband was zeer opbouwend en vruchtbaar. Namens collega Lauk wil ik vooral dank betuigen aan de schaduwrapporteur van de sociaaldemocraten, de heer Rosati, en de schaduwrapporteur van de liberalen, mevrouw In 't Veld, voor hun goede en constructieve samenwerking. Het verslag is in de commissie met overweldigende meerderheid aangenomen.

Ik zal kort ingaan op de essentie van dit verslag. De statistische onderzoeken onderstrepen dat de bandbreedte tussen tekort en groei te groot is en dat er een correlatie tussen een hoog tekort en een lage groei bestaat. De cijfers over 2006 laten zien dat 21 van de 25 lidstaten met een laag tekort of een klein overschot tegelijkertijd een hoge groei kennen. Dit feit bevestigt de opvatting dat terugdringing van het begrotingstekort de economische activiteit stimuleert en de werkloosheid doet afnemen.

Tegen deze achtergrond zijn in dit verslag drie hoofdpunten uitgewerkt. Om te beginnen pleit de Commissie economische en monetaire zaken er krachtig voor om in economisch voorspoedige tijden de overheidsfinanciën structureel op orde te brengen. De lidstaten moeten de hogere belastinginkomsten als gevolg van de conjuncturele opleving gebruiken om de schulden te verkleinen. Wij moeten ervan doordrongen blijven dat stimulering van de groei de vraag en de werkgelegenheid doet toenemen. Dat het gunstige conjuncturele klimaat onvoldoende wordt gebruikt ter consolidering van de begroting, is vatbaar voor kritiek.

Ten tweede dringen wij er bij de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat het hebben van een nieuwe overheidsschuld uiterlijk in 2015 onwett