Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0189/2007

Debatten :

PV 09/05/2007 - 10
PV 09/05/2007 - 11
CRE 09/05/2007 - 11

Stemmingen :

PV 10/05/2007 - 7.14
CRE 10/05/2007 - 7.14
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


Debatten
Woensdag 9 mei 2007 - Brussel Uitgave PB

11. Verklaring van de Voorzitter (Estland)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Mij is verzocht om een korte verklaring af te leggen over de situatie in Estland, en als ik het wel heb, willen de fractievoorzitters hierna eveneens een korte verklaring afleggen. Kennelijk is dat inderdaad het geval. De verklaring van Schuman van 9 mei 1950 gaf Europa het fundament voor de opbouw van een partnerschap in vrede en vrijheid tussen landen die voorheen op vijandelijke voet met elkaar stonden. Toen ons voorheen verdeelde continent vreedzaam aaneen was gegroeid, werd de Europese Unie de waarborg voor vrede, vrijheid en welvaart in heel Europa. Tot onze grote trots mogen wij vandaag Schuman-dag vieren met zevenentwintig lidstaten van de Europese Unie. 9 mei is echter ook, om andere redenen, een controversiële datum, zoals onlangs is gebleken bij het geschil rond het monument voor de sovjetsoldaten in de Estse hoofdstad Tallinn. Daarom herinneren wij aan onze resolutie van 12 mei 2005, waarin het Europees Parlement stelde dat het einde van de Tweede Wereldoorlog voor sommige landen onderwerping betekende aan een nieuwe tirannie, namelijk aan die van de Sovjet-Unie. Eveneens herinneren wij onszelf eraan dat meningsverschillen over historische gebeurtenissen nooit met geweld mogen worden uitgevochten, en wij veroordelen de ongeregeldheden en plunderingen ten scherpste.

De huidige president van de Republiek Estland, voormalig lid van het Europees Parlement Toomas Hendrik Ilves, sloeg naar aanleiding van de gebeurtenissen voor de Estse ambassade de spijker op zijn kop: „In Europa is het niet gebruikelijk om het aftreden te eisen van een democratisch gekozen regering in een buurland. In Europa is het ondenkbaar dat het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer wordt geschonden.“

We herinneren aan onze resolutie van 8 juni 2005 over de bescherming van minderheden en maatregelen ter bestrijding van discriminatie van deze minderheden, waarin wij onder andere verklaarden dat nationale minderheden een verrijking zijn voor Europa. De Europese Unie is gegrondvest op waarden. De bescherming van deze waarden is onze gemeenschappelijke taak. Wanneer een land van de Europese Unie onder druk wordt gezet, gaat ons dat allen aan, en Estland kan rekenen op onze solidariteit.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam, namens de PPE-DE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil u bedanken voor uw steun en solidariteit.

Ik wil ook graag uiting geven aan mijn dankbaarheid jegens alle collega’s voor de uitzonderlijke steun aan en solidariteit met Estland. Wat er gebeurt tussen een lidstaat van de EU, Estland, en de Russische Federatie is namelijk geen bilaterale kwestie, maar een kwestie die heel de EU aangaat. Het is een testcase die moet uitwijzen of de EU werkelijk een politieke Unie is, een in solidariteit en eenheid gewortelde Unie. Vandaag wordt getest of de reactie van de EU duidelijk en eensgezind is en op het juiste tijdstip komt. Wij verwachten dat de EU zich krachtig zal uitspreken voor onvoorwaardelijke solidariteit.

In de eerste plaats moeten we ons bevrijden van wensdenken. De manier waarop de Russische Federatie een lidstaat van de EU bejegent, is geen uitzondering. President Poetin heeft in zijn toespraak in München een nieuwe, veel assertievere Russische buitenlandse politiek aangekondigd. Je zou het een neo-imperialistische of revanchistische politiek kunnen noemen. Het doel is om - tenminste gedeeltelijk - de macht die Rusland in het verleden uitoefende over de Baltische koloniën, en daarna over de landen van het voormalige Warschaupact, te heroveren. Daarbij vertrouwt het op de huidige explosieve groei van de energiemarkt, waardoor de Russische invloed weliswaar wordt versterkt maar ook misbruik wordt gemaakt van een deel van de Russische bevolking dat buiten Rusland woont.

Ik wil onomwonden duidelijk maken dat president Poetin deze Russen zijn medelandgenoten noemt. Dat wil ik ten zeerste bestrijden. De Russen die in Estland leven, zijn mijn landgenoten, en ik ben er trots op dat 99 procent van hen loyaal is gebleven aan de Estse staat, niet aan Poetin.

(Applaus)

Het gaat daarom niet alleen om solidariteit: het sleutelwoord is ‘soevereiniteit’. Het gaat om de soevereiniteit van de nieuwe lidstaten van de Europese Unie. Deze kunnen we alleen maar bereiken als we met één stem spreken en eensgezind optreden. Als een lidstaat heeft besloten een duidelijker beeld te scheppen van zijn verleden, en dat openlijk en op een waardige manier doet, en dan plotseling het doelwit wordt van gerichte druk van de kant van een gigantisch buurland, als de ambassade in Moskou een hele week min of meer wordt gegijzeld, als oproer met het doel de rechtsorde te destabiliseren door een buitenlandse mogendheid wordt geïnspireerd en met diens steun wordt georganiseerd, als Russische ambtsdragers een democratisch gekozen regering oproepen om af te treden, als een economische blokkade wordt ingesteld, als de websites van Estse overheidsinstellingen nog steeds worden lamgelegd door massale cyberaanvallen - een innovatieve vorm van propagandaoorlog -, dan is bezorgdheid over de soevereiniteit van de staat in kwestie op zijn plaats.

Samenvattend: er is nog een andere vorm van soevereiniteit die we moeten verdedigen: het zelfbeschikkingsrecht over ons eigen verleden en ons recht daar zelf een oordeel over te vellen. U hebt verwezen naar de resolutie van het Europees Parlement van twee jaar geleden over de vele Europese landen die het slachtoffer zijn geworden van de door de Sovjet-Unie van Stalin uitgeoefende nieuwe tirannie. Er loopt nog steeds een scheidslijn door Europa, namelijk tussen enerzijds de westerse democratieën die de illegale inlijving van de Baltische staten in de Sovjet Unie in 1940 en de bezetting daarvan, als gevolg van het pact tussen Hitler en Stalin, nooit hebben erkend en anderzijds de Russische Federatie, die het bestaan van het pact nog steeds ontkent en bovendien probeert haar voormalige slachtoffers het recht op zelfbeschikking over het eigen verleden te ontnemen. Daarom hebben we solidariteit nodig, en ik ben u allen zeer veel dank verschuldigd voor de solidariteit waarvan u blijk geeft.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Dank u zeer, mijnheer Kelam. Aangezien u een burger en eerbare persoonlijkheid uit Estland bent, heb ik u tweemaal zoveel spreektijd gegeven als u eigenlijk was toegewezen. Ik hoop echter dat anderen uw voorbeeld niet zullen volgen!

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda, namens de PSE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik hoop dat ook ik eerbaar ben, al ben ik niet uit Estland afkomstig. Ik heb de voorzitter van onze Estse delegatie, de heer Tarand, gevraagd het woord te voeren. Omdat hij echter later in de vergadering het woord zal voeren, heeft hij mij verzocht duidelijk te maken dat de gehele Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement volledig achter Estland en achter de afgevaardigden uit Estland staat, en dat wij iedere interventie van buitenaf en iedere interventie van Russische zijde van de hand wijzen.

Wij staan niet alleen achter het beginsel dat ambassades en diplomatieke gebouwen en percelen met respect dienen te worden behandeld, maar we staan eveneens achter het beginsel dat de soevereiniteit van een land en van diens bevolking dient te worden gerespecteerd.

Ik wil hier graag een persoonlijke opmerking aan toevoegen. Ikzelf ben enkele maanden na het einde van de oorlog in een destijds door de Sovjets bezette zone in oostelijk Oostenrijk geboren. Ik weet nog goed dat mijn ouders, familieleden en vrienden vertelden hoe blij zij waren dat de Russische soldaten ons waren komen bevrijden van het nazi-regime. Ook weet ik nog goed dat diezelfde mensen bang waren dat de sovjettroepen zouden blijven als bezetters. In Oostenrijk hadden wij het geluk - een geluk dat de geschiedenis ons toebedeelde - dat ons land werd bevrijd. Vele anderen - zoals de mensen die slechts twintig kilometer ten oosten van mijn woonplaats woonden - hebben geen bevrijding meegemaakt maar bezetting.

Daarom vinden wij dat Rusland eindelijk moet erkennen dat veel Russische soldaten weliswaar als bevrijders zijn gekomen, maar dat zij een regime met zich mee brachten dat diezelfde bevrijders tot bezetters maakte. Rusland moet ook erkennen dat vele volken onderdrukt zijn, niet alleen in de Sovjet-Unie zelf, maar ook in veel naburige landen. Indien dit inzicht aanvaard werd, zou dat de dialoog veel gemakkelijker maken. Ik hoop dat alle burgers aan beide kanten van de voormalige grens van het Oostblok deze twee waarheden kunnen aanvaarden.

Het deed onze fractie veel verdriet de heer Ilves te verliezen als lid van onze fractie, maar nu zijn wij blij dat een zo verstandig man als hij president van Estland is. Ik geef twee korte citaten van hem. Hij vestigde de aandacht op de website van een jonge Russische vrouw die schreef: „Wij zijn Russen, maar Estland is ons land.“ Hij voegde hier aan toe: „Dank je, Maria.“ De laatste zin van zijn redevoering, die zeer opmerkelijk is, luidt als volgt:

(EN) ‘Het is gebruikelijk dat de verschillen die zo nu en dan opduiken tussen staten, worden opgelost door diplomaten en politici, niet op straat of met aanvallen via internet. Dat is het gedrag van andere landen, of, ik zou willen zeggen, van andere tijden, elders, niet in Europa.’

(DE) In Europa moeten wij met elkaar een dialoog aangaan en met elkaar spreken, in plaats van ambassades aan te vallen of voor die ambassades demonstraties te houden. Het is immers de dialoog die het wezen van Europa uitmaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir, namens de ALDE-Fractie. - (ET) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst hoop ik dat ik, aangezien ik namens mijn fractie spreek, niet beduidend minder tijd krijg dan de vorige spreker.

Wij spreken vandaag over de betrekkingen tussen Estland en Rusland en in verband hiermee moeten wij natuurlijk spreken over de gebeurtenissen die eind april in Estland plaatsvonden. Wij mogen ook de oorzaak van deze gebeurtenissen niet negeren: de Bronzen Soldaat. Dit standbeeld werd door de Sovjetautoriteiten opgericht ter ere van de bevrijders van Tallinn. De bevrijding van Tallinn was in feite het bombarderen van Tallinn op 9 maart 1944, waarbij 40 procent van het bewoonde gebied van Tallinn werd verwoest en honderden mensen omkwamen.

Dit werd bevrijding genoemd, terwijl Esten in de ene na de andere deportatiegolf naar Siberië werden gebracht. Er was geen gezin dat niet door de repressie werd getroffen. Mijn vader werd in 1941 naar Siberië gedeporteerd en keerde pas 21 jaar later naar huis terug. Na de dood van Stalin ging mijn overgrootmoeder, die ook naar Siberië was gedeporteerd, lopend en alleen terug naar haar vaderland Estland. Toen mijn familie op een avond terugkwam van het werk, vonden zij haar zittend op de trap van ons huis, maar helaas was mijn overgrootmoeder toen al overleden. Ik kan mij die tijd nog goed herinneren.

Als monument dat voor een bevrijder was opgericht, was de Bronzen Soldaat voor veel Esten een symbool van zeer pijnlijke ervaringen. Toch stond het nog vijftien jaar, dus vijftien jaar nadat Estland zijn onafhankelijkheid had herwonnen, op een centraal plein in onze hoofdstad.

Wat gebeurde er op 26 april? Wat gebeurde er die nacht? De crisis rondom het monument begon in feite ongeveer een jaar geleden, toen een samenkomst van extremisten, die met vlaggen van de Sovjet-Unie zwaaiden, het monument veranderden van een monument voor de gevallenen in een symbool van de overwinning van de Sovjetbezetting, waardoor het een permanente bron van spanning werd. Tot dan toe kwamen er elk jaar veteranen bijeen, en ondanks het feit dat er op het graf soms alcohol werd gedronken en er zelfs op het graf werd gedanst, greep de politie nooit in.

In de nacht van 26 april braken er echter rellen uit in het centrum van Tallinn en deze breidden zich later, gelukkig op kleinere schaal, uit naar enkele grenssteden. De relschoppers vernielden alles wat zij tegenkwamen, zoals auto’s en bushaltes, maar vooral ramen. Groepen jongeren braken in bij winkels en stalen er alles. Vooral slijterijen waren populair, maar ook andere winkels, zoals van Armani en Hugo Boss en juwelierswinkels.

Aangezien wij in een mediatijdperk leven, werd dit allemaal opgenomen en live op televisie uitgezonden. Er is nu een grote hoeveelheid videomateriaal van deze gebeurtenissen. De politie greep pas in toen de jeugdbendes te agressief werden. De politie gebruikte gummiknuppels en waterkanonnen, maar geen vuurwapens. Die nacht werd de Bronzen Soldaat van het Tõnismägi-plantsoen overgebracht naar de militaire begraafplaats, waar het beeld sinds gisteren weer voor publiek toegankelijk is. Daarna begonnen de aanvallen uit Rusland, de propaganda-aanvallen die de vorige sprekers al noemden, die uitliepen in de eis van de Russische Doema om de Estse regering te vervangen. Ik rond nu af. Mijn excuses, mijnheer de Voorzitter.

(Spreker wordt onderbroken)

Tot slot wil ik iedereen bedanken die Estland heeft gesteund en blijft steunen. Dat is voor ons een grote eer en steun. Bedankt, mijnheer de Voorzitter, en nogmaals mijn excuses.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley, namens de UEN-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats wil ik mij graag aansluiten bij mijn collega’s en solidariteit en steun betuigen aan het adres van de Estse regering en het Estse volk, en in de tweede plaats de ‘pestkop’-tactiek van de Russische regering aan de kaak stellen, die onzekerheid en instabiliteit probeert te creëren, niet alleen in Estland maar in alle Baltische staten.

In veel opzichten zien wij hier een nieuwe vorm van een totalitair of autoritair systeem dat het gepeupel inzet om een ambassade aan te vallen, dat misbruik maakt van zijn macht op energiegebied om anderen te laten zwichten voor de invloed van de Russische regering en dat - het belangrijkste van alles - wordt gekenmerkt door een voortdurend verlangen om symbolen van overheersing en onderwerping op te dringen overal waar mensen zich hebben ontworsteld aan totalitaire regimes.

Vandaag is het onze taak en rol naar onze Estse collega’s te luisteren. Wij moeten luisteren naar hun roep en smeekbede om steun en solidariteit. Het allerbelangrijkst is het echter dat wij, omdat Rusland voor ons een waardevolle partner is bij de toekomstige ontwikkelingen, een beroep doen op Rusland en het vragen de maatregelen te nemen die nodig zijn om te garanderen dat de rechten van alle lidstaten van de Europese Unie gelijkelijk worden gerespecteerd, of het nu grote of kleine staten zijn, buurlanden of geen buurlanden, voormalige kolonies of geen voormalige kolonies.

Tot slot zou onze meest dringende boodschap moeten gaan naar de burgers van Estland, om hun te laten zien dat ze, nu Estland volwaardig lid is van de Europese Unie, niet in de steek zullen worden gelaten, zoals dat in het verleden is gebeurd.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, wij hebben deze discussie over de geschiedenis van Europa al veel vaker gevoerd. De vorige keer ging het debat over de inschatting van de Sudeten-problematiek in de Tsjechische Republiek. Destijds zeiden wij al - ik herhaal - dat wij een Europese interpretatie van de oorlog nodig hadden en afstand moesten doen van nationale interpretaties. De Europese interpretatie is in dit geval eenvoudig. Het Rode Leger heeft zijn bijdrage geleverd aan de bevrijding van Europa van het nationaal-socialistische fascisme. Dat is gewoon een feit, en hiervoor heeft het grote offers gebracht. Laten we buiten beschouwing laten welke verantwoordelijkheid Stalin droeg voor de opkomst van Hitler, want dat is een ander debat.

Vervolgens werd het Rode Leger echter een bezettingsleger, een leger dat vrijheid onmogelijk maakte. Ook dat is een deel van de Europese geschiedenis. Als je lelijke bronzen beelden verwijdert, is dat voor het culturele landschap van een stad ook geen ramp; dat draagt eerder bij aan de verfraaiing van de stad. Wij moeten echter in dit debat heel duidelijk maken - en ik hoop dat we dat dan in het debat over Rusland ook zullen horen - dat Poetin op dit punt uit alle macht op onenigheid probeert aan te sturen. Wij moeten ons allemaal solidair verklaren met de regeringen van Letland en Estland.

Tegelijkertijd moeten we echter, hoe solidair we ook zijn, erkennen dat er in de Baltische staten een probleem speelt rond de Russische minderheid. De geschiedenis heeft ons allen geleerd dat er een sociaal conflict ontstaat als een minderheid - in dit geval gaat het om dertig procent van de bevolking - erbij wil horen, maar zich van haar rechten beroofd voelt.

Ik weet dat meerderheden dit altijd negeren. De Turken hebben ons ook altijd verteld dat er geen Koerdisch probleem is in Turkije. Toch bestaat er wel degelijk een Koerdisch probleem in Turkije, en er bestaat ook een probleem van de Russische minderheid en haar rechten. Daarmee wil ik niet zeggen dat de Russische minderheid goed is, maar als minderheid dient zij rechten te hebben. Als deze rechten niet worden erkend, is het moeilijk om een consensus in de samenleving te bewerkstelligen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gabriele Zimmer, namens de GUE/NGL-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, inderdaad is het vandaag 62 jaar geleden dat de vertegenwoordigers van nazi-Duitsland de onvoorwaardelijke capitulatie hebben ondertekend, waarmee er een einde kwam aan een van de zwartste hoofdstukken van de Europese geschiedenis. De volkeren van de toenmalige Sovjet-Unie hebben een beslissende bijdrage geleverd aan deze overwinning en daarvoor ook een enorme tol betaald. Dit alles dienen wij op passende wijze te waarderen en het dient ons tot nadenken te stemmen. Daarom ben ik het van harte eens met wat de directeur van het Wiesenthal-centrum in Jeruzalem zei over de gebeurtenissen in Tallinn, woorden die mij diep raakten:

(EN) ‘Hoewel het centrum ondubbelzinnig misdaden tegen Esten van welke overtuiging en welke nationaliteit dan ook, begaan onder het Sovjetbewind, veroordeelt, mag nooit worden vergeten dat het het Rode Leger was, dat een einde heeft gemaakt aan de massamoord die door de nazi’s en hun collaborateurs ter plaatse werd gepleegd op Ests grondgebied, tot op de laatste dag van de bezetting door nazi-Duitsland. Het door de regering verwijderen van het monument uit het centrum van Tallinn getuigt dan ook van een betreurenswaardig gebrek aan inlevingsvermogen in de omvang van de misdaden van de nazi’s en kan als beledigend worden opgevat door de slachtoffers daarvan.’

(DE) Mijn fractie vindt het uiterst betreurenswaardig dat de geschillen in Tallinn over binnen- en buitenlandse aangelegenheden op een dergelijke crisis zijn uitgelopen, en wij roepen alle partijen op om tot bedaren te komen en een dialoog te beginnen. Dat een vreedzame demonstratie in de Estse hoofdstad in rellen is ontaard en er door politieoptreden een dode en vele gewonden zijn gevallen, is buitengewoon verontrustend. Uit het feit dat het zover heeft kunnen komen, blijkt wel dat het ontbreekt aan een dialoog tussen de Estse meerderheid en de Russische minderheid. Daarom wil ik onderstrepen dat wij als Europees Parlement hiervoor mede verantwoordelijk zijn, omdat wij ons te weinig hebben verzet tegen deze achterstelling van de Russische minderheid in de Baltische staten.

Al even betreurenswaardig zijn de buitenproportionele reacties uit Rusland. Mijn fractie steunt krachtig het verzoek aan Rusland om zijn internationale verplichtingen op grond van de toepasselijke verdragen na te komen en niet alleen het terrein, maar ook het personeel van de Estse ambassade te beschermen en onbelemmerde toegang hiertoe mogelijk te maken. Wij doen eveneens een beroep op het Duitse voorzitterschap van de Raad om bij te dragen aan een deëscalatie en een dialoog tussen Estland en Rusland. Met de Top EU/Rusland in het verschiet moeten er geen barrières worden opgeworpen maar juist bruggen worden gebouwd.

 
  
  

VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren, namens de IND/DEM-fractie. - (SV) Mijnheer de Voorzitter, het eerste en belangrijkste dat hier naar voren moet worden gebracht, is dat Estland een zelfstandige natie is en geen Russische vazalstaat. Dat houdt in dat wij niet binnensmonds moeten mompelen dat we Rusland en de geschiedenis van het land moeten begrijpen. We moeten eerder begrijpen dat Rusland Estland een blokkade oplegt en eist dat diens regering, de regering van een ander land, aftreedt. Ik benadruk dat wij voor dit soort zaken geen begrip dienen te hebben. De Russische regering, de Russische minderheid in Estland en alle anderen hebben natuurlijk het recht om kritiek uit te oefenen op de verplaatsing van een bronzen beeld, maar Estland is geen Russische vazalstaat die binnen de Russische belangensfeer valt, maar een vrije en zelfstandige natie.

Het is ongelukkig dat de heer Cohn-Bendit in dit Parlement begint te praten over heel andere kwesties, namelijk over de toestand van de Russische minderheid in de drie Baltische republieken. Zeker, dat is een interessante discussie op zich, maar nu praten we over de vraag of Rusland het recht heeft om te handelen zoals het gehandeld heeft. Dat recht heeft het namelijk helemaal niet. Het - op zich uitstekende - feit dat het Rode leger Hitler overwonnen heeft, is niet relevant. Die overwinning is iets dat we kunnen vieren, maar daarna heeft het Rode leger zich in Estland gevestigd voor een langdurige onderdrukking.

In 1939 lag Finland ten noorden van de Finse golf en Estland ten zuiden van de Finse golf. De landen hadden ongeveer dezelfde levensstandaard en leken in veel opzichten op elkaar. Aan het eind van de Russische bezetting was Finland één van de rijkste en succesvolste landen, terwijl Estland diep in de put zat, waar het zich nu succesvol uit opwerkt. Die kosten mogen niet vergeten worden. We zijn nu dus niet verplicht om Rusland te begrijpen. Waar we wel aan moeten denken is dat wij spreken over de zelfstandige natie Estland, en niet over een Russische vazalstaat.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch, namens de ITS-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, er bestaat nog steeds geen geschiedschrijving met als enig doel de benadering van de waarheid. Tot nu toe heeft zij altijd een ideologisch doel gehad. Daarom wordt voortdurend het essentiële feit verzwegen dat het verderfelijke bondgenootschap tussen Molotov en von Ribbentrop, tussen Stalin en Hitler, dat wil zeggen tussen het communisme en het nationaal-socialisme, heeft geleid tot de gewelddadige invasie van Estland, waar de aanwezigheid van het Rode Leger is uitgemond in arrestaties, deportaties, willekeurige executies en decennialange miskenning van alle burgerrechten.

Tegenwoordig is iedereen voor de vrijheid van de Baltische staten. Maar toen de heer Le Pen en de leden van de door hem voorgezeten fractie in oktober 1987 in het Franse parlement de Baltische staten wilden uitsluiten van de werkingsfeer van de met Rusland gesloten verdragen - omdat zij vonden dat hun annexatie illegaal was en deze met geweld tot stand was gekomen - waren alle andere politieke partijen tegen. In werkelijkheid, dames en heren, waren de Esten en de Russen het slachtoffer van het communisme. Gezien de grote offers die het Russische leger later heeft gebracht, kunnen wij uiteraard begrijpen dat de Russische minderheid, en met name de oud-strijders, zich vernederd voelen. De grote Franse dichter Baudelaire zei ooit: de doden, arme doden: hun verdriet is zwaar.

Laten we Estland de vrijheid geven zelf een manier te vinden om degenen te eren wier offer uiteindelijk geen andere legitieme betekenis heeft dan dat zij hun naties hebben verdedigd - de onafhankelijkheid, de soevereiniteit en de identiteit van ieder van die naties.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid