Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2003/0153(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0145/2007

Ingediende teksten :

A6-0145/2007

Debatten :

PV 09/05/2007 - 19
CRE 09/05/2007 - 19

Stemmingen :

PV 10/05/2007 - 7.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0176

Debatten
Woensdag 9 mei 2007 - Brussel Uitgave PB

19. Hoorn van Afrika (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag (A6-0146/2007) van Filip Kaczmarek, namens de Commissie ontwikkelingssamenwerking, over de Hoorn van Afrika: een regionaal politiek EU-partnerschap voor vrede, veiligheid en ontwikkeling (2006/2291(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE-DE), rapporteur. - (PL) Mevrouw de Voorzitter, dit verslag over de Europese strategie voor de Hoorn van Afrika en een regionaal politiek EU-partnerschap voor vrede, veiligheid en ontwikkeling is het antwoord van het Europees Parlement op de mededeling van de Europese Commissie van november vorig jaar. Doel van deze mededeling was het opzetten van een regionaal politiek partnerschap met de Hoorn van Afrika, dat als basis moest dienen voor een alomvattende aanpak voor conflictpreventie in de regio. Het uitgangspunt hiervoor is de veronderstelling dat zonder duurzame vrede geen ontwikkeling mogelijk is en zonder ontwikkeling geen duurzame vrede.

De keuze van deze regio als testcase voor de regionale EU-strategie in Afrika is op twee overwegingen gebaseerd. Ten eerste is de regio van groot strategisch belang voor de Europese Unie. Ten tweede zijn de drie belangrijkste conflicten in de regio - in Soedan, Ethiopië-Eritrea en Somalië - politiek en cultureel erg complex en houden ze onderling verband. Dit impliceert dat een regionale aanpak waarschijnlijk de enige haalbare manier is om een einde te maken aan de conflicten. Anders gezegd, er kan niets opgelost worden als niet alles wordt opgelost.

De door de Commissie voorgestelde strategie is gericht op een alomvattende aanpak voor conflictpreventie in de Hoorn van Afrika, waarbij op de korte tot middellange termijn de diepere oorzaken van de instabiliteit moeten worden aangepakt, zowel op nationaal als op regionaal niveau, en de regionale samenwerking moet worden versterkt. We kunnen ons echter terecht afvragen of dit wel mogelijk is in een regio waar vijf van de zeven landen in conflict zijn met hun buurlanden en het ene conflict het andere aanwakkert, waar één land al meer dan vijftien jaar niet in staat is om normaal te functioneren en waar een extreem hoog percentage van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Is samenwerking door regionale partnerschappen het wondermiddel voor al deze complexe, onderling verweven problemen? Ik ben er stellig van overtuigd dat het in elk geval het proberen waard is. Ondanks bepaalde tekortkomingen in de mededeling van de Commissie, die allicht voor een gedeelte onvermijdelijk waren en die we in ons verslag aan de orde hebben gesteld - bijvoorbeeld een sterkere betrokkenheid van de Parlementsleden en van de Afrikanen zelf bij het uitwerken van de gemeenschappelijke strategie - zouden we het eens moeten zijn over de vier veronderstellingen die aan deze strategie ten grondslag liggen. De eerste veronderstelling is dat zonder duurzame vrede geen duurzame ontwikkeling mogelijk is - en omgekeerd - en dat zonder de daadwerkelijke betrokkenheid van de Afrikaanse regionale instellingen geen duurzame vrede tot stand kan komen. Ten tweede moeten de afzonderlijke plaatselijke conflicten vanuit regionaal gezichtspunt worden opgelost. Er moeten dus regionale afspraken worden gemaakt. Ten derde zullen initiatieven voor regionale integratie pas succesvol zijn wanneer ze gericht zijn op de gemeenschappelijke uitdagingen, en niet enkel op de aanpak van de bestaande conflicten. De regionale integratie zou zich moeten concentreren op kwesties als water, voedselzekerheid en het tegengaan van woestijnvorming, en niet alleen op etnische verschillen en conflicten. Ten vierde dient de Europese Unie een sleutelrol te spelen in de regio door er haar eigen model van regionale integratie te exporteren, een model dat succesvol is gebleken bij het tot stand brengen van duurzame vrede. In het licht van de huidige vijftigste verjaardag van de Europese Unie is dat, naar mijn mening, van bijzonder belang.

Ik ben me er uiteraard van bewust dat zowel de mededeling van de Commissie als het huidige verslag van het Europees Parlement slechts het begin zijn van een langer proces en dat het uiteindelijke doel het ontwikkelen van een regionale strategie voor dit gebied is. Er moet eveneens op gewezen worden dat afzonderlijke EU-lidstaten hun eigen activiteiten in de Hoorn van Afrika ontplooien. Dit verslag is derhalve niet alleen gericht tot de Europese Commissie, maar eveneens tot de lidstaten van de Europese Unie.

Het is de bedoeling van dit verslag om de ideeën uit de mededeling van de Commissie verder uit te werken. Ik zou met klem willen benadrukken dat het van cruciaal belang is om wensdenken te vermijden en om geen eenzijdige instellingen te creëren. Ik ben van mening dat we zo veel mogelijk moeten voortbouwen op bestaande initiatieven en op beproefde ideeën. Er moet een Speciale Vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de Hoorn van Afrika worden benoemd, die verantwoordelijk is voor de belangrijkste kwesties uit het verslag. Zo kan niet alleen duplicatie van EU-activiteiten worden vermeden, maar is het tevens mogelijk om een grondigere analyse door te voeren en om de minimale politieke doelstellingen in de afzonderlijke landen te bereiken. We moeten ten volle gebruik maken van de politieke dialoog op basis van artikel 8 van de Overeenkomst van Cotonou. Voorts moeten het Parlement en de Commissie samenwerken bij het opzetten van een gemeenschappelijke strategie, waarbij ook Afrika zelf betrokken wordt, en moet er gezocht worden naar Afrikaanse oplossingen en versterkte Afrikaanse organisaties.

Ik zou ook iedereen willen bedanken die een bijdrage heeft geleverd aan dit verslag: de leden van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, het secretariaat van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de schaduwrapporteurs, het Duitse voorzitterschap, evenals de deskundigen en niet-gouvernementele organisaties met wie we een intense dialoog hebben gevoerd.

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel, lid van de Commissie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, in zijn verslag volgt de heer Kaczmarek in grote lijnen de analyse van de Commissie, en die luidt dat we behoefte hebben aan een alomvattende regionale aanpak. De ideeën die de heer Kaczmarek aandraagt over de te volgen benadering sluiten in de meeste gevallen aan bij de voorstellen van de Commissie, zeker als het gaat om de functionele samenwerking en de regionale samenwerking.

Conflictoplossing en -preventie in de Hoorn van Afrika is volgens ons alleen mogelijk als we op twee niveaus actie ondernemen. Op het eerste niveau vinden we de klassieke benadering: bemiddeling en diplomatiek optreden. Het is echter duidelijk dat de huidige situatie in de Hoorn oproept tot veel rigoureuzer en eensgezinder optreden door de internationale gemeenschap. Met dat tweede niveau bedoel ik gestructureerd optreden dat is gericht op conflictpreventie op de middellange termijn. Het is bedoeling om de problemen waar deze landen mee te kampen hebben, bij de wortel aan te pakken, en we doen dat door oplossingen te zoeken voor de ontwikkelingsproblematiek van al deze landen. Die problematiek heeft immers ook gevolgen voor de veiligheid en de stabiliteit.

In het kader van de regionale strategie voor de Hoorn van Afrika, die de Commissie in haar mededeling van oktober 2006 presenteerde, wordt voorgesteld deze tweede benadering te volgen. Ik wil graag duidelijk maken dat die mededeling er eerst en vooral op gericht was een politiek kader te verschaffen dat rekening houdt met de aard van de uitdagingen waarmee deze landen te maken hebben. We wilden tegelijkertijd aangeven wat de belangrijkste mogelijkheden zijn voor optreden door de Europese Unie.

In de mededeling worden drie mogelijkheden voor interventie genoemd. We moeten om te beginnen nationale problemen met regionale vertakkingen aanpakken. Daarnaast moeten we oplossingen zoeken voor de regionale en transversale problemen die aanleiding geven tot instabiliteit en conflicten. Tot slot zullen we regionale integratie moeten aanmoedigen. In het verslag wordt terecht opgemerkt dat er naar ownership moet worden gestreefd: de landen in de Hoorn van Afrika moeten deze strategie concrete politieke invulling geven, en dat zal ook op het niveau van de Europese Unie moeten geschieden.

De Commissie heeft deze mededeling in oktober vorig jaar gepresenteerd. Ik heb daarna de debatten in het Parlement over de regionale strategie voor de Hoorn met belangstelling gevolgd. In februari van dit jaar heb ik in de Commissie ontwikkelingssamenwerking zelf aan de discussie deelgenomen. Ook in de werkgroepen van de Raad, die zich sinds oktober vorig jaar met deze materie bezighouden, zijn vruchtbare discussies gevoerd.

We proberen een steeds sterkere dynamiek te creëren. Het is niet de bedoeling om zo’n dynamiek op te leggen. Waar het om gaat is dat dit proces in gang is gezet, met de steun van de staatshoofden of regeringsleiders in de regio. De Commissie heeft op 23 april al een werkbespreking georganiseerd met de persoonlijke vertegenwoordigers van deze staatshoofden of regeringsleiders. Deze bespreking is heel goed verlopen en houdt daarom een belofte in.

Deze uitgebreide en intensieve raadplegingsprocedure moet ertoe bijdragen dat we zelfverzekerd en goed voorbereid tot de fase van de concrete invulling overgaan. We zitten dus op het juiste spoor. Het verslag dat u morgen zult aannemen, zal daarbij een belangrijke steun zijn. Het zal verder een bron van inspiratie en oriëntatie zijn bij de dialoog die we in de loop van de volgende maanden in gang zullen zetten.

Ik moet er op wijzen dat de regionale programmering van het 10de Europese Ontwikkelingsfonds voor de Hoorn voor een belangrijk deel bepaald zal worden door de resultaten van dit proces, dat erop gericht is vast te stellen wat de prioritaire activiteiten zullen moeten zijn. Ik wil er ook op wijzen de door de Commissie voorgestelde strategie voor de Hoorn niet bedoeld is om de plaats in te nemen van de strategieën die in het kader van het 10de Europese Ontwikkelingsfondsen zijn geformuleerd. Eerstbedoelde strategie zal deze laatste strategieën in zekere zin aanvullen. Ze zal ook niet de plaats innemen van het noodzakelijk parallel optreden voor conflict- en geschiloplossing. Dat zal, zoals ik bij aanvang van mijn interventie al heb opgemerkt, op politiek en diplomatiek niveau moeten worden voortgezet.

Ik sluit mij dus van ganser harte aan bij de in dit verslag opgenomen aanbevelingen met betrekking tot governance en het versterken van de politieke dialoog. Dit verslag noemt ook twee punten die volgens mij van groot belang zijn, maar het regionale kader van de Hoorn en de voorgestelde strategie overstijgen: de gemeenschappelijke strategie EU-Afrika en de agenda voor vrede en veiligheid in Afrika.

Ik zou ook over deze twee punten en over andere onderwerpen die verband houden met de Hoorn van Afrika en de activiteiten die we daar kunnen ondernemen iets kunnen zeggen, maar mijn spreektijd laat dat niet toe. Misschien is daar later een gelegenheid voor, wanneer ik antwoord geef op uw vragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Glenys Kinnock, namens de PSE-Fractie. - (EN) Mevrouw de Voorzitter, mijn hartelijke dank aan de heer Kaczmarek, evenals aan de commissaris voor zijn reactie op dit verslag.

In de Hoorn van Afrika weet je nauwelijks waar je moet beginnen. We hebben hier te maken met een dodelijke cocktail van conflicten en armoede, waarin van een rechtsstaat, van democratie en mensenrechten nauwelijks sprake is, en waar vijf van de zeven landen in conflict zijn met hun buurlanden. Zoals de rapporteur al zei, kan er ook geen sprake zijn van echte veiligheid en ontwikkeling zonder vrede. De hoofdzaak is dat er vrede wordt gesticht, dat conflicten worden voorkomen en opgelost: dat zijn de centrale thema’s in het verslag.

Ik moet erop wijzen dat, zoals de commissaris ongetwijfeld weet, in andere delen van Afrika, bijvoorbeeld in West-Afrika - ik was onlangs in Ivoorkust - en in het Grote Merengebied, de vrede geleidelijk aan doorzet. De Hoorn van Afrika onderscheidt zich echter als de enige regio waar wij niet in staat waren om de situatie onder controle te krijgen met conflictbeheersing en -preventie. Het idee van een gezant en andere suggesties zijn inderdaad zeer welkom.

Wij hebben hier te maken met de ergste voorbeelden van conflict. De VN zegt dat er in Darfoer ongeveer 200 000 mensen zijn gestorven en dat twee miljoen hun huis zijn ontvlucht sinds het begin van het conflict in 2003. De regering van Soedan blijft pogingen tot bemiddeling negeren, met inbegrip van de poging van de secretaris-generaal van de VN. De grensconflicten tussen Eritrea en Ethiopië zijn nog steeds niet opgelost. De regering van Ethiopië blijft het internationaal recht - voor zover dat van toepassing is - met voeten treden. De leiders van Eritrea en Ethiopië weigeren om de bevolking het recht te geven om hun eigen regering te kiezen en de verkiezingen te respecteren. Wij hebben nu te maken met hevige gevechten in Somalië, waarbij ongeveer duizend mensen zijn omgekomen en waar Ethiopische troepen, die strijden namens de overgangsregering van Somalië, zeer actief zijn geweest. Dat gebeurt - zoals wij allemaal moeten erkennen - met de heimelijke steun van de Verenigde Staten. De Eritreeërs steunen intussen de islamitische milities.

Ik heb de commissaris geschreven over dit onderwerp en wil nog steeds graag weten waarom wij steun hebben gegeven aan de overgangsregering in Somalië en waarom wij geen serieuze vragen stellen over het bloedige proces, dat wij in veel opzichten klaarblijkelijk blijven toelaten. Er tekent zich een menselijke ramp af in Somalië en wij roepen degenen in de overgangsregering die dat op hun geweten hebben, nog steeds niet ter verantwoording voor hun daden. Commissaris, waarom stellen wij geen vragen? Worden wij daarvan weerhouden door politiek opportunisme? Waarom vertrekken de Ethiopiërs niet? Waarom kan er geen veiligheid worden gebracht? Waarom is er geen sprake van echte machtsdeling en dringt de EU erop aan dat gematigden in de islamitische gerechtshoven worden betrokken bij elke mogelijke oplossing in Somalië?

Tot slot moet ik vragen of de EU de staatsopbouw in de Hoorn van Afrika serieus neemt of dat we ons momenteel concentreren op andere prioriteiten. Mag ik opperen dat de andere prioriteiten in de Hoorn van Afrika de zogenaamde oorlog tegen het terrorisme is?

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė, namens de ALDE-Fractie. - (LT) In haar in 2006 verschenen mededeling "Strategie voor Afrika: Een regionaal politiek EU-partnerschap voor vrede, veiligheid en ontwikkeling in de Hoorn van Afrika" geeft de Commissie toe dat ze onmachtig is de problemen in de Hoorn van Afrika op te lossen. Ze stelt immers dat er zonder een duurzame vrede geen ontwikkeling kan zijn en zonder ontwikkeling geen duurzame vrede. Dat is een vicieuze cirkel. Beide elementen in de vergelijking moeten op hetzelfde moment worden gerealiseerd. We weten echter dat dit in werkelijkheid niet mogelijk is. De Strategie voor Afrika en de artikelen 8 en 11 van de Overeenkomst van Cotonou werken niet in de Hoorn van Afrika. Regionale instabiliteit en gewapende conflicten waaraan meer dan één land deelnemen - inzonderheid de wel zeer dramatische toestand in Darfoer - tonen aan dat er voor de Hoorn van Afrika een speciaal model voor crisisbeheer moet worden ontwikkeld. De gewapende conflicten moeten worden gestaakt en er moet een vreedzaam economisch, sociaal en politiek klimaat worden geschapen.

De EU verschaft meer dan 55 procent van de humanitaire ontwikkelingshulp in deze wereld. Zolang er in de Hoorn van Afrika militaire activiteiten plaatsvinden is het niet goed mogelijk vast te stellen wat voor humanitaire hulp nodig is, wanneer die hulp moet worden gegeven, wanneer ze niet langer nodig is, en vanaf welk moment er weer vorderingen kunnen worden gemaakt bij het verwezenlijken van de werkelijke doelstellingen van het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking. Ik heb het dan over de millenniumdoelstellingen en het terugbrengen van de armoede in de landen van de Hoorn van Afrika. Ik wijs er verder op dat de Europese Unie haar bijstand en acties in de Hoorn van Afrika moet coördineren met landen als bijvoorbeeld China, India en de VS, die allemaal economische belangen hebben in de Hoorn van Afrika. Anders is de kans op werkelijke vooruitgang bij het verwezenlijken van vrede en veiligheid in deze regio wel erg gering. Voornoemde drie landen moeten samen met de Europese Unie, de Verenigde Naties en andere organisaties een speciaal model voor crisisbeheer ontwerpen ten behoeve van de landen in de Hoorn van Afrika.

 
  
MPphoto
 
 

  Józef Pinior (PSE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik de heer Kaczmarek van harte gelukwensen met dit verslag. Het is een buitengewoon moeilijk en belangrijk document over een gebied waar de Europese Unie tot dusver nog maar weinig heeft gerealiseerd. Het verslag betreft de Hoorn van Afrika, een regio bestaande uit een groep landen die voortdurend met elkaar in conflict zijn, een territorium waar er moeilijk sprake kan zijn van rechtsstaten, democratische instellingen of mensenrechten. De Hoorn van Afrika is een van de minst ontwikkelde regio’s ter wereld.

Voor de Europese Unie is het op dit moment van fundamenteel belang dat er instellingen worden opgericht, die kunnen garanderen dat er een einde komt aan de gewapende conflicten in de regio, dat er een minimum aan mensenrechten wordt gerespecteerd en dat er op termijn rechtsstaten ontstaan.

Mevrouw de Voorzitter, ik zou u willen herinneren aan de grote politieke tradities, aan de grote tradities van het ontwikkelingsmodel dat na de Tweede Wereldoorlog door Europa en de Verenigde Staten in de strijd tegen het kolonialisme werd gebruikt om nieuwe staten en democratieën op te richten in voormalige koloniale gebieden. Misschien vormen kwesties als natievorming, evenals het creëren van nationale instellingen en sterke regeringen die aan het hoofd staan van een rechtsstaat, wel het antwoord dat de Europese Unie in deze situatie moet geven.

Ik ben het volkomen eens met de voorstellen van de heer Kaczmarek betreffende de benoeming van een Speciale Vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de Hoorn van Afrika en het ondersteunen van de Afrikaanse landen door de Europese Unie bij de oprichting van instellingen voor regionale samenwerking.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel, lid van de Commissie. - (FR) Mevrouw de Voorzitter, beste collega’s, mijn antwoord zal vrij beknopt zijn, al is het inderdaad waar dat er over deze vraag eigenlijk een heel debat zou moeten worden gevoerd.

Ik ben het eens met uw beoordeling van de democratische kwaliteit van een aantal landen in de Hoorn van Afrika. Ik stel me echter wat gereserveerder op met betrekking tot de implicaties die dit gegeven moet hebben voor de Commissie en de Europese Unie.

Als er één regio is waarbij de Commissie volledig is betrokken, dan is het wel de Hoorn van Afrika. Ik besteed beslist de meeste tijd aan de Hoorn van Afrika. Mevrouw Kinnock, u heeft zojuist natuurlijk over Ethiopië gesproken en terecht. Er is met dit land een probleem met betrekking tot het internationaal recht. Ik blijf de aandacht op deze kwestie vestigen, via mijn contacten en in het kader van de bilaterale betrekkingen met de Ethiopische minister. Ik werk bijna elke dag aan dit onderwerp. Ik breng de boodschappen over die moeten worden overgebracht, zeker als het gaat om politieke gevangenen. Ik weet daarom dat we vergeleken bij vroeger meer doen om op dit terrein vorderingen te maken.

Wat Somalië betreft moet ik u, met uw permissie, zeggen dat ik toch wel wat verbaasd ben als men te kennen geeft dat wij niets tegen de overgangsregering zouden zeggen. Staat u mij toe eraan te herinneren dat men mij verplicht heeft om vrijwel zonder enige voorwaarden 15 miljoen euro ter beschikking te stellen aan de Oegandese stabiliseringstroepen in Somalië, alhoewel ik daar beslist tegen was, tenzij het inclusiviteitsbeginsel van meet af aan werd gerespecteerd. Toen we ons standpunt eenmaal duidelijk hadden gemaakt en ik dit beginsel als voorwaarde had opgelegd, beloofde president Youssouf ons dat hij een nationaal verzoeningscongres zou organiseren. Daar wachten we nog steeds op. Het debat dat we nu voeren is er juist om over dit soort dingen te praten, en ik moet u zeggen dat als het in Somalië niet goed gaat en er geen echte vorderingen worden gemaakt, zulks het gevolg is van welbeschouwd twee omstandigheden.

Om te beginnen worden Somalië en de conflicten in dat land niet bekeken in de context van de Hoorn van Afrika zijn geheel. Somalië is een aantal malen het slachtoffer geworden van conflicten tussen derde landen en dat is nu ook weer het geval. Het geschil tussen Ethiopië en Eritrea heeft ook een weerslag op Somalië.

Er is echter nog een reden waarom men er niet in slaagt vorderingen te maken en een oplossing te vinden. Mevrouw Kinnock heeft daar al een paar voorbeelden van gegeven. Binnen de internationale gemeenschap zijn er twee houdingen waar te nemen. Men probeert de schijn op te houden alsof er maar één standpunt bestond, maar het is gewoon een feit dat er binnen de internationale gemeenschap twee standpunten worden aangehouden: het standpunt van de Europese Unie en dat van Verenigde Staten. Tekens wanneer één van de belangrijke mogendheden binnen de internationale gemeenschap kiest voor een strategie van, laten we zeggen, een preferentieel partnerschap met een ander land en onze eigen lidstaten er bij ons op aandringen dat wij hetzelfde doen met andere landen - en dat wordt ons nu gevraagd - , dan blijkt vaak dat we achter de zaken aanlopen. Dan kunnen we niet echt zelfstandig handelen, op basis van ons eigen oordeel en zoals wij zelf graag zouden willen. Zo zit het in elkaar. Ik geloof dat die benadering niet langer mag worden aanvaard. Het is veel te gemakkelijk om te zeggen: “Jullie doen niet genoeg, jullie moeten de coördinatie met onze partner, de Verenigde Staten, regelen”. Daarmee bekritiseer ik de Verenigde Staten niet. Die hebben het recht hun eigen strategie te volgen. Maar ik ben er wel van overtuigd dat wij, als de Europese Unie op dit gebied af en toe wat meer strategische autonomie en zelfstandigheid bezat, meer zouden kunnen bereiken.

Dat is wat ik wilde vertellen. Nu wil ik u ook graag zeggen dat ik me de afgelopen maanden vooral met de Hoorn van Afrika heb bezig gehouden, zeker in het kader van de politieke dialoog. Ik leg u deze strategie voor - en het onderhavige verslag, dat overigens uitmuntend is, steunt deze strategie -, omdat ik geloof dat de Europese Unie niet het recht heeft om hier geen initiatief te nemen. Ik weet dat de situatie enorm moeilijk en gecompliceerd is. Daarom moeten we om te beginnen proberen alle betrokken partijen om één onderhandelingstafel te krijgen, teneinde vast te stellen welke problemen ze gemeen hebben. Dan kunnen we daar gemeenschappelijk oplossingen voor vinden. Het is de bedoeling om ze in een zodanige positie te manoeuvreren dat er een kans op dialoog ontstaat, en daarmee bedoel een ander soort dialoog dan doorgaan met discussiëren zonder op te houden met vechten. Het komt er dus op neer dat er over infrastructuur wordt gepraat, over voedselveiligheid, droogte, het weiden van kudden, water en alles wat met gemeenschappelijke belangen te maken heeft. En dan is er misschien een kans dat er iets bereikt kan worden op politiek terrein.

Dat is wat ik wilde zeggen. Het is beslist waar dat we ons optreden moeten afstemmen op dat van de andere belangrijke besluitmakers. Dat geloof ik zeer zeker, maar het is ook van belang dat we af en toe met eigen standpunten komen met betrekking tot vraagstukken als Somalië. Ik geloof dat we in een veel sterker positie zouden verkeren als wij onze eigen ideeën tot hun logische conclusie hadden kunnen voeren en hadden gezegd: “We geven geen cent aan deze stabiliseringsmacht, zolang het nationale verzoeningscongres nog niet op gang is gebracht”.

Ik wil ook zeggen - en daarmee sluit ik af - dat ik een even zorgvuldig als streng geredigeerde brief naar president Youssouf heb gestuurd om hem eraan te herinneren aan zijn belofte om inclusiviteit te betrachten bij de oplossing van dit conflict.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen, donderdag, plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid