Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2108(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0090/2007

Debatten :

PV 10/05/2007 - 5
CRE 10/05/2007 - 5

Stemmingen :

PV 10/05/2007 - 7.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0183

Volledig verslag van de vergaderingen
Donderdag 10 mei 2007 - Brussel Uitgave PB

8. Stemverklaringen
Notulen
  

- Verslag-Reynaud (A6-0143/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE), schriftelijk. (EN) Namens de socialistische fractie spreek ik mijn genoegen over dit amendement op ons Reglement uit, waarmee het Parlement in staat wordt gesteld om voorstellen voor de vereenvoudiging van de Europese wetgeving, hetzij door codificatie van bestaande wetgeving zonder inhoudelijke wijzigingen, hetzij door herschikking van voorstellen waarbij inhoudelijke wijzigingen gecombineerd worden met de vereenvoudiging van bestaande wetgeving, veel efficiënter en sneller te behandelen.

De voorstellen voor Europese wetgeving die we in dit Parlement behandelen, gaan steeds meer over het wijzigen of updaten van bestaande Europese wetgeving in plaats van over nieuwe wetgeving over nieuwe onderwerpen. Weinig zaken dragen echter meer bij aan de ondoorzichtigheid en complexiteit van de Europese wetgeving dan de gewoonte om door middel van een aantal richtlijnen eerdere richtlijnen te wijzigen zonder dat de tekst ooit wordt geconsolideerd in één enkel document. De Commissie moet haar programma voor de codificatie van de bestaande Gemeenschapswetgeving versnellen, niet alleen om het aantal pagina’s van het acquis communautaire terug te dringen, maar ook om een grotere transparantie en toegankelijkheid voor iedereen te bereiken. Door vandaag zijn Reglement te wijzigen, geeft het Parlement een krachtig signaal af dat het bereid is om aan dit proces mee te werken en dat met de nodige snelheid en toewijding te doen.

 
  
  

- Verslag-Meijer (A6-0131/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wie twijfels heeft bij de doelstellingen van deze aanbeveling, hoeft alleen maar even de informatie ter zake van het Parlement door te nemen: ‘voor de eerste keer’ krijgen overheden de gelegenheid om exploitanten van zogenaamde ‘openbare diensten’ inzake het personenvervoer per spoor en over de weg vrij te kiezen, ongeacht of het daarbij om publieke of private dienstverleners gaat. Anders gezegd, hiermee wordt ‘de gunning van openbaredienstcontracten’ naar de concurrentiesfeer gekatapulteerd, zodat het begrip openbare diensten op de helling komt te staan, met name in de betekenis van kwaliteitsvolle diensten die door de overheid worden aangeboden tegen aanvaardbare prijzen en met inachtneming van de rechten van de werknemers en de consumenten.

Ofschoon de aangenomen aanbeveling enkele belangrijke punten bevat – onder meer de mogelijkheid die aan de bevoegde instanties wordt geboden om de diensten zelf te verlenen of de opdracht rechtstreeks te gunnen aan een entiteit waarop zij het volledige toezicht uitoefenen –, maakt zij deel uit van het liberaliseringsbeleid en de maatregelen ter bevordering van de privatisering en de monopolievorming die ten koste van de overheidsmiddelen gaan en gevoed worden door het samenspel van de krachten die in elk land aanwezig zijn.

Het stelt ons ten zeerste teleur dat geen rekening is gehouden met onze voorstellen om de rechten van de werknemers uit de sector te beschermen, met name door in de contracten clausules op te nemen waarmee wordt gewaarborgd dat de betrokkenen bij verandering van exploitant hun baan niet verliezen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb mijn steun gegeven aan deze amendementen waarmee beoogd wordt om nieuwe regels aan te nemen voor het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en waarmee naar een nieuwe balans wordt gezocht bij het toekennen van contracten voor deze diensten aan overheids- en particuliere bedrijven. Ik steun met name het voorstel om oude EU-wetgeving in te trekken en de bestaande nationale mededingingsregels voor het openbaar vervoer te vervangen door standaard, Europa-brede regels.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. Het voorstel van de Europese Commissie uit 2000, waarin voor het gehele openbaar vervoer een aanbestedingsplicht zou gaan gelden, paste in de politieke mode van die tijd. Toen overheerste het idee dat de overheid zich uit veel taken moest terugtrekken, dat de belastingen daardoor konden worden verlaagd en dat de markt alles op een toereikende manier zou kunnen regelen. Dat maakte deel uit van de afspraken die enkele maanden voor dit voorstel waren gemaakt op de top van regeringsleiders in Lissabon, in de verwachting dat meer markt en meer winst ook een grotere economische groei en zelfs betere en goedkopere voorzieningen voor de burgers oplevert. Deze neo-liberale ideologie is sindsdien gebotst met de realiteit. De Lissabon-stratregie levert niet op wat men ervan had verwacht. Zeker op het terrein van voorzieningen die én noodzakelijk én verliesgevend zijn, zoals het openbaar vervoer, biedt de markt geen oplossing. Het zou leiden tot het verdwijnen van geïntegreerde netwerken, waarbij alleen de drukst bezette lijnen overblijven. De afgelopen zeven jaar zijn de ervaringen met privatisering en aanbesteding toegenomen, en de daarmee ervaren teleurstellingen hebben bijgedragen aan de groei van tegenkrachten. Mijn doel als rapporteur, behoud van gemeentelijke vervoerbedrijven en keuzevrijheid, kon mede daardoor bereikt worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Het ziet ernaar uit dat het verslag inzake openbare dienstverlening waarover hier vandaag gestemd is, in tweede lezing een gunstige uitkomst zal bieden voor een probleem dat al tientallen jaren aansleept. De juridische onzekerheid van de huidige situatie heeft alleen maar geleid tot conflicten en een belemmering van de ontwikkeling van de markt voor openbaar personenvervoer.

Daarom hopen wij dat in de slotversie van deze tekst de nodige voorwaarden zullen worden geschapen voor een transparante markttoegang zonder artificiële belemmeringen. Die dienen immers alleen maar om de status-quo te beschermen en de bureaucratische rompslomp en de obstakels in stand te houden die een beter en efficiënter openbaar personenvervoer in de weg staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Met de ontwerpverordening betreffende het openbaar vervoer van passagiers over het spoor en de weg wordt een nieuwe aanval gepleegd op het volksinkomen, op de rechten van de werknemers en meer algemeen op de rechten van de mensen die met het openbaar vervoer reizen.

Na de liberalisering van het zeevervoer en de kustvaart – door middel van de volksvijandige Verordening (EEG) nr. 3577/92 – en van het passagiersvervoer door de lucht en over het spoor, zijn nu de lokale vervoersmiddelen, het lokale spoorweg- en wegvervoer, aan de beurt om geprivatiseerd te worden en de winst van het kapitaal op te voeren.

Het grootkapitaal legt de hand op het dagelijkse vervoer van de werknemers met de tram, de metro, de regionale spoorwegen en de bus, met alle gevolgen van dien: dure reisbiljetten en flinke staatssteun voor particuliere, monopolistische vervoersondernemingen. Dit zal een uitermate negatieve weerslag hebben op de veiligheid en de kwaliteit van het vervoer, en daarvan zullen de werknemers, de gebruikers van deze vervoersmiddelen en het volksgezin de dupe worden.

Zoals gebleken is uit de ervaring in de steden en uit de ervaring met de liberalisatie van de kustvaart en het luchtvervoer, heeft de privatisering van het openbaar vervoer uitermate ongunstige gevolgen voor de verafgelegen gebieden en de arme volksklasse.

De arbeiders verzetten zich, ook op vervoersgebied, tegen het volksvijandige beleid van de Europese Unie. Wij strijden voor modern openbaar vervoer van hoge kwaliteit, met goedkope reisbiljetten. Wij strijden voor een vervoer dat tegemoetkomt aan de behoeften van de arbeiders- en volksgezinnen. Daarom hebben wij tegen deze verordening van de EU gestemd.

 
  
  

- Aanbeveling-Toubon (A6-0144/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor het gemeenschappelijk standpunt van de Raad over een voorstel voor deregulering van de omvang van voorverpakte producten gestemd. Wanneer deze wetgeving ten uitvoer wordt gelegd, zal het mogelijk worden om veel alledaagse consumentenproducten in meer verschillende hoeveelheden te verkopen dan nu. Ik denk dat dit in het belang is van de consumenten.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE-DE), schriftelijk. De huidige Europese regelgeving i.v.m. de verplichte verpakkingsmaten is 30 jaar oud en voldoet niet meer aan de hedendaagse consumptiepatronen. De nieuwe regels die wij hier vandaag in 2e en laatste lezing hebben goedgekeurd – in volledig akkoord met de Raad, een dikke pluim hiervoor voor de rapporteur -, sluiten aan bij de vraag van de consument naar meer uiteenlopende verpakkingsformaten. Europawijd zullen concurrentiebelemmeringen worden weggewerkt en innovatie aangemoedigd. Europese producenten zullen zelf kunnen beslissen welke verpakkingsformaten het best aansluiten bij de wensen van hun klanten. Wat de vraag in dit verslag betreft om het toepassingsgebied van de richtlijn prijsaanduiding per meeteenheid uit te breiden naar bepaalde kleine handelszaken, maak ik graag volgend voorbehoud. Ik ben zonder meer voorstander van een goede consumentenvoorlichting. Ik heb er niets op tegen om grote distributieketens, die het leeuwendeel van de markt voor hun rekening nemen, de verplichting op te leggen op hun producten de prijs per meeteenheid te plaatsen. Deze verplichting uitbreiden naar de KMO of buurtwinkels is echter geen goede zaak. Ik zal mij daar dus met hand en tand tegen verzetten, wanneer dit Parlement zich binnenkort buigt over de herziening van de huidige consumentenwetgeving.

 
  
  

- Aanbeveling-Harbour (A6-0145/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb mijn steun gegeven aan deze amendementen voor het aannemen van nieuwe normen voor de productie van motorvoertuigen. Hiermee zullen de milieu- en veiligheidsnormen worden verhoogd en zal het voor producenten gemakkelijker worden om hun voertuigen in heel Europa te verkopen. Het doet me in het bijzonder genoegen dat in de wetgeving meer rekening zal worden gehouden met de behoeften van autogebruikers met een handicap.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE-DE), schriftelijk. Voorzitter, collega's, het verslag-Harbour, waarover vandaag in tweede lezing werd gestemd, verdient mijns inziens de volledige steun van het Parlement. Vandaag wordt immers het groene licht gegeven voor een typegoedkeuring die naast op personenwagens, ook van toepassing zal zijn op, bijvoorbeeld, bussen, coaches of vrachtwagens. Wederzijdse erkenning van goedkeuringen, en dit voor een zeer breed gamma van voertuigen, is alweer een belangrijke stap in de voltooiing van de interne markt. Voorts zal de invoering van deze kaderrichtlijn ook een positief effect hebben op de veiligheid, omdat mede een aantal veiligheidsmaatregelen voor bussen en coaches, versneld in werking zullen treden.

De vereenvoudiging die deze kaderrichtlijn met zich meebrengt, beste collega's, is een goede zaak voor de consument en de producent, omdat ze een waarborg is voor meer interne markt, zorgt voor meer veiligheid en een positief effect heeft op het milieu. Al deze redenen brengen me ertoe om de rapporteur volledig te ondersteunen.

 
  
  

- Verslag-Costa (A6-0124/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. (PL) Ik stem voor het verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de installatie van spiegels op bestaande in de Gemeenschap geregistreerde vrachtwagens.

De heer Costa heeft er terecht op gewezen dat het uitrusten van elke na 2000 geregistreerde vrachtwagen met spiegels om de dode hoek in het gezichtsveld van de bestuurder te verkleinen, tussen nu en 2020 het leven van meer dan duizend personen zou kunnen redden. Zonder deze bindende wetgeving en overeenkomstig de richtlijn uit 2003, die de aanbeveling bevat om vrachtwagens vanaf 2007 van een dodehoekspiegel te voorzien, zouden voertuigen zonder breedtespiegels pas in 2023 uit het verkeer verdwijnen. Dat zou het werk dat op dit gebied verzet moet worden aanzienlijk vertragen.

De methode om deze extra spiegels te financieren, is eveneens nauwkeurig beschreven. De kostprijs om elk voertuig van een spiegel te voorzien, zou niet meer dan 100 tot 150 EUR bedragen, wat overeenkomt met de prijs van één volle benzinetank.

Voorts ga ik volledig akkoord met het voorstel om te onderzoeken of andere voertuigen, zoals bestelwagens of andere voertuigen voor leveringen, ook met dergelijke spiegels zouden moeten worden uitgerust.

 
  
  

- Ontwerpresolutie RC-B6-0190/2007

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE).(CS) Ik wil graag mijn waardering uitspreken voor het feit dat het leeuwendeel van de europarlementariërs zich gedistantieerd heeft van het deel van de motie over de top EU-Rusland waarin door links werd geprobeerd de Europese publieke opinie te manipuleren door te stellen dat met de plaatsing van het Amerikaanse antiraketschild in Polen en Tsjechië de deur wordt opengezet voor een nieuwe wapenwedloop. Het is een typisch links vals argument, en wel om twee redenen. Ten eerste gaat het hier slechts om de completering van een defensiesysteem dat tot doel heeft aanvallen af te slaan van regimes uit het Oosten die een bedreiging vormen voor de vrede. En ten tweede, wat die wapenwedloop betreft: sinds het aantreden van Poetin heeft Rusland zijn defensie-uitgaven stelselmatig verhoogd, zowel in absolute zin, alsook als percentage van het bbp. Die 4 procent vertegenwoordigen een bedrag dat wel 30 procent hoger is dan de defensie-uitgaven van de landen van de Europese Unie bij elkaar. De uiteindelijke motie is een voortreffelijk politiek signaal voor de komende topontmoeting met Rusland dat wij buitengewoon ontzet zijn over het agressieve optreden tegen zowel de Tsjetsjenen als tegen de Esten, de Polen en nog andere landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, het debat dat we in dit Parlement gevoerd hebben vóór de top tussen de Europese Unie en Rusland, was een mooi voorbeeld van onze eensgezindheid en verbondenheid. We hebben onderstreept dat de Unie zal opkomen voor de belangen van elke EU-lidstaat in de betrekkingen met Rusland. Het voorbeeld van Estland werd het vaakst aangehaald en ook het Russische embargo op Poolse vleeswaren kwam regelmatig ter sprake. Er is echter met geen woord gerept van het feit dat bepaalde lidstaten van de Europese Unie op unilaterale basis met Rusland onderhandelen, achter de rug van de andere lidstaten om en zonder rekening te houden met de belangen van de Gemeenschap. Anderzijds is er veel kritiek geuit aan het adres van Rusland als geheel, zonder dat daarbij getracht werd om een onderscheid te maken tussen de rol van de beleidsmakers, die dit beleid opleggen, en de positie van de gemiddelde Russische burger, die gemanipuleerd wordt door de media. Het is in het belang van Europa, van Rusland en van de hele wereld dat we de Russische maatschappij ervan overtuigen om resoluut te kiezen voor waarden als vrijheid, mensenrechten, democratie en internationale samenwerking als gelijkwaardige partners.

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Borghezio (UEN). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de stem die de Lega Nord voor de Onafhankelijkheid van Padanië over de ontwerpresolutie EU-Rusland heeft uitgebracht, houdt mede verband met het feit dat wij fel protesteren tegen de uiterst milde houding die de Europese Unie heeft aangenomen ten aanzien van de Estlandse crisis. Een lidstaat, een kleine en jonge natie, wier volk met moed en vastberadenheid de vrijheid uit de klauwen van het Sovjet-communisme heeft weggegrist, wordt als gevolg van een intern politiek besluit ernstig bedreigd door de voormalige Sovjetbezetter.

En Europa? Europa staat erbij en kijkt ernaar. Europa lispelt een vaag woord van protest tegen de incidenten tegenover de Estlandse ambassadeur in Moskou. De hol klinkende verklaringen waarmee men zojuist het vijftigjarig bestaan van de Verdragen van Rome heeft gevierd, mogen gerust vervangen worden. Er moeten veel fermere en moediger woorden voor in de plaats komen, ter verdediging van deze lidstaat die in zijn vrijheid wordt belaagd.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) De Zweedse partij Junilistan vindt zoals bekend dat de EU en haar instellingen geen buitenlands beleid moeten voeren. Een patroon dat zich in het Europees Parlement steeds weer herhaalt, is dat de betrekkingen met een derde land op het niveau van het handelsbeleid beginnen. Daar staan wij positief tegenover. Het probleem ontstaat wanneer andere beleidsterreinen, zoals het buitenlands beleid, hulpbeleid of visserijbeleid hieraan worden toegevoegd. De EU moet zich strikt beperken tot handelsvraagstukken en grensoverschrijdende milieuvraagstukken.

Amendement 9 van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie is op zich wenselijk. Het zou echter niet door het Europees Parlement moeten worden behandeld, omdat het gaat om een vraagstuk op het gebied van het buitenlands beleid. De heer Ahtisaari heeft in opdracht van de Verenigde Naties een plan voor Kosovo opgesteld. Het is echter niet de taak van dit Parlement om een standpunt in te nemen over dit plan of over de manier waarop Rusland moet optreden.

Met het oog op de heersende problemen in Rusland, onder andere wat betreft de gebrekkige eerbiediging van de mensenrechten en van het rechtsstaatbeginsel, is het positief dat de handel wordt uitgebreid. Als het echter gaat om vraagstukken die puur op het gebied van de buitenlandse politiek liggen, is het de taak van de nationale parlementen en regeringen en de Verenigde Naties om leiding te geven aan de activiteiten in dezen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor deze resolutie gestemd, waarin het belang van Rusland voor Europa wordt erkend, met name op het gebied van energie, maar ook wordt gewezen op de noodzaak om de democratische waarden en mensenrechten te respecteren. Ik steun in het bijzonder de oproep aan Rusland om “zijn verplichtingen in het kader van het Verdrag van Wenen inzake diplomatieke betrekkingen” volledig te eerbiedigen, en daarmee de bescherming van ambassades en diplomaten te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristiana Muscardini (UEN), schriftelijk. – (IT) Rusland is een belangrijke economische en handelspartner voor de Europese Unie. Het is belangrijk dat de Unie steeds nauwere banden met Rusland aanknoopt, zodat onder meer de weg geëffend kan worden naar het proces van democratisering en eerbiediging van de burger- en mensenrechten.

Wij kunnen echter niet verhullen dat wij bezorgd zijn over wat er in deze dagen gebeurt in de betrekkingen tussen Rusland en de Baltische landen, en met name Estland. Het is inmiddels een vaste gewoonte voor de Russische autoriteiten geworden om op economisch en handelsgebied druk uit te oefenen op de buurlanden. Op die manier trachten zij een geopolitiek overwicht in de regio te verkrijgen.

De EU moet als één man in de bres springen voor Estland en meer in het algemeen voor de lidstaten, om die te beschermen tegen handelspressie en dreigementen die van welke derde land dan ook komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. (EN) Er moet nodig een oplossing worden gevonden voor de spanningen tussen Rusland en Estland. Het is uitermate zorgwekkend hoe snel dit probleem naar aanleiding van een plaatselijke Estse beslissing zodanig heeft kunnen escaleren dat Rusland de energietoevoer heeft afgesloten. Onze afhankelijkheid van Rusland voor onze energiebehoeften blijft zorgwekkend voor iedereen die belang heeft bij een continue aanvoer. 60 procent van de olie-uitvoer van Rusland gaat naar de EU, wat overeenkomt met ongeveer 25 procent van onze olieconsumptie. Daarnaast is 50 procent van de uitvoer van aardgas uit Rusland goed voor 25 procent van het totale aardgasverbruik van de EU. Ik hoop dat deze kwesties op 18 mei, bij de top tussen de EU en Rusland, aan de orde zullen komen en opgelost zullen worden.

 
  
  

- Verslag-Rocard (A6-0127/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Frank Vanhecke (ITS). – Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Rocard gestemd, omdat dit document eens te meer bewijst dat er in deze Europese Unie geen wil is om de realiteit van de Arabische wereld onder ogen te zien. Of men dat nu graag hoort of niet, feit is dat er in de Arabische wereld hoegenaamd geen interesse is in politieke hervormingen en nog veel minder in de hier zo geprezen culturele of interculturele dialoog.

Het verslag-Rocard had één grote aanklacht moeten zijn tegen de erbarmelijke toestand van de rechtsstaat, de vrije meningsuiting en de vrijheid van godsdienst in de Arabische landen. Maar in plaats daarvan wordt door dit Parlement en door dit verslag de zogenaamde culturele bepaaldheid van mensenrechten zowaar tot een soort nieuwe norm verheven.

Dat de situatie van religieuze minderheden in de islamitische landen de Europese mandarijnen Siberisch koud laat, zien we trouwens ook en herhaald in de houding van de Europese Unie ten aanzien van Turkije. Ondanks de haatcampagnes die door de Turkse en door de Turkse staat betaalde imams tegen de christenen worden gevoerd, met alle dodelijke gevolgen van dien, gaat het toetredingsproces rustig verder. Het is deze laffe apeasement politiek tegen de agressieve gevolgen van de islam die mijn partij zal blijven bestrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Marco Cappato (ALDE). – (IT) Meneer de Voorzitter, dames en heren, tijdens het debat en de stemming zijn wij getuige geweest van onenigheid over een amendement dat wij hadden ingediend. Wij zijn er zeer voldaan over dat dit amendement is aangenomen. In het verslag wordt gepreciseerd dat wij hopen dat er een inzet komt voor de vrijheid van geloofsbelijdenis en voor het recht van personen en gemeenschappen om vrij hun overtuigingen en geloof te belijden. In het amendement staat: “onder meer door te zorgen voor onafhankelijkheid en scheiding van de instellingen en de politieke macht enerzijds en de religieuze autoriteiten anderzijds”.

Ik was het eens met het mondelinge amendement van mevrouw De Keyser, waarin verduidelijkt werd dat dit voor alle democratieën geldt. Het spijt me dat er bezwaar is gemaakt tegen de stemming, maar volgens mij verandert dat verder niets aan de strekking van het amendement. Als wij het namelijk over de Arabische wereld hebben, spreken wij niet over Arabische staten, Arabische naties of instellingen, maar wij hebben het dan ook over volkeren; dus gaat het ook over Arabische burgers die in de Europese Unie wonen. Als wij het hebben over de scheiding van de instellingen en de politieke macht van de religieuze autoriteiten, hebben wij het ook over onszelf, omdat het probleem natuurlijk, in een heel specifieke vorm en aard, in Mekka bestaat net zoals het in Rome bestaat. Als wij het vraagstuk aanpakken van de scheiding van staat en godsdienst in die landen, geldt dat ook voor onszelf.

Ik sluit af door te zeggen dat ik eveneens tevreden ben over de goedkeuring van het mondelinge amendement over de “democratische Palestijnse staat”: anders dreigt de nationale staat geen grens van vrijheid te zijn zoals wij dat willen.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Gaubert (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Het verslag van de heer Rocard over de hervormingen in de Arabische wereld is zojuist met een grote meerderheid aangenomen en ik wil de rapporteur graag feliciteren met zijn kwalitatief hoogstaande werk en zijn evenwichtige benadering.

In dit verslag wordt een vernieuwende strategie van de Europese Unie jegens de Arabische wereld voorgesteld, die gebaseerd is op een evenwichtig partnerschap, met als doel fundamentele hervormingen te bevorderen die zullen leiden tot veranderingen in het recht en tot de broodnodige betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld.

Een verdienste van het verslag is tevens dat er wordt gewezen op de welwillendheid waarvan sommige regimes in dit deel van de wereld vaak hebben geprofiteerd. Tegelijkertijd worden de inspanningen onderkend om een dialoog tot stand te brengen door middel van de regionale integratiemechanismen, zoals het proces van Barcelona.

Tot slot wordt in het verslag in het bijzonder benadrukt dat deze staten waarden als verdraagzaamheid, eerbiediging van de mensenrechten en democratische beginselen moeten doen gelden, als zij stabiliteit en welvaart in hun land willen waarborgen. Tevens wordt met nadruk gewezen op de nauwe band die bestaat tussen de opkomst van extremistische bewegingen in het politieke landschap en de economische en sociale situatie die in deze staten heerst.

Aangezien ik voorstander ben van deze nieuwe, realistische en evenwichtige benadering, heb ik de aanneming van dit verslag tijdens de eindstemming in de plenaire vergadering gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) Het Europees Parlement heeft vandaag zijn standspunt bepaald inzake de vraag hoe de EU moet optreden om hervormingen in de Arabische wereld tot stand te brengen. Wij zijn hier fel op tegen, omdat dit soort problemen via de Verenigde Naties moet worden opgelost.

In amendement 20 van de ALDE-Fractie wordt voorgesteld dat de EU geen steun zal geven aan “fundamentalistische en extreem nationalistische” bewegingen. Dat spreekt vanzelf, maar de EU moet überhaupt geen buitenlands beleid in andere delen van de wereld voeren. Daarom hebben wij tegen dit amendement gestemd.

Verder willen de liberalen in amendement 21 de Arabische landen ertoe krijgen om te zorgen voor “onafhankelijkheid en scheiding van de instellingen en de politieke macht enerzijds en de religieuze autoriteiten anderzijds”. De EU moet als instelling absoluut geen standpunten hebben over het systeem van een ander land.

Omdat wij dit geen zaak voor de EU vinden, hebben wij bij de stemming van vandaag tegen dit verslag in zijn geheel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben het eens met de algemene strekking van het standpunt van de rapporteur over deze kwestie. Het is absoluut noodzakelijk dat er vrede in het Midden-Oosten komt, en de Europese Unie bevindt zich in een goede positie om dit proces te beïnvloeden.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Ik meen dat het met betrekking tot deze kwestie en dit verslag gerechtvaardigd is om hier een gedachte uiteen te zetten die ik reeds meermaals geformuleerd heb.

Teneinde de vrede, welvaart, democratie en mensenrechten in onze buurlanden te bevorderen, in het belang van zowel de Europese Unie zelf als de universele waarden, pleit ik voor een Europees project dat gebaseerd is op een partnerschap met onze mediterrane buren. Idealiter zou dat partnerschap op de middellange termijn moeten uitmonden in de totstandkoming van een ruimte van vrij verkeer in het Middellandse Zeegebied die zoveel mogelijk aansluit bij het model van de Europese Unie en openstaat voor omliggende landen die voldoen aan de vereisten van democratie, markteconomie en eerbiediging van de mensenrechten, zoals bepaald in de criteria van Kopenhagen. Het zou daarbij met name gaan om een sterk partnerschap in ruil voor hervormingen. Een bijkomend voordeel zou zijn dat ook Turkije hierbij betrokken zou kunnen worden indien het toetredingsproces in een impasse raakt, uiteraard in de veronderstelling dat Marokko, Israël en Tunesië hiermee akkoord gaan.

Ernaar streven omringd te worden door welvarende en democratische buren die aangespoord worden door het vooruitzicht op een verbetering van hun situatie en niet langer koste wat kost willen emigreren, is een goed Europees project. En bovendien is het niet eens helemaal nieuw.

 
  
MPphoto
 
 

  Marc Tarabella (PSE), schriftelijk.(FR) Tijdens de stemming over het verslag-Rocard over de hervormingen in de Arabische wereld, moesten wij ons uitspreken over amendement 21, waarin de Arabische landen die het nog niet gedaan hebben, wordt verzocht zich meer in te zetten voor de godsdienstvrijheid en het recht van personen en gemeenschappen om vrij hun overtuigingen en geloof te belijden, onder meer door te zorgen voor onafhankelijkheid en scheiding van de instellingen en de politieke macht enerzijds en de religieuze autoriteiten anderzijds.

Er werd toen een mondeling amendement ingediend, dat ten doel had deze fundamentele regel uit te breiden tot alle democratieën; iets waar ik volledig achter sta. Leden van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen democraten) en Europese Democraten hebben zich tegen deze uitbreiding verzet. Mijn standpunt was dat ik het volledig eens was met de inhoud van de oorspronkelijke tekst van amendement 21. Daarom heb ik dus besloten om vóór dit amendement te stemmen, en het verheugt mij dat het is aangenomen, met 382 stemmen voor, 222 stemmen tegen en 33 onthoudingen.

 
  
  

- Verslag-Kaczmarek (A6-0146/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb mijn steun gegeven aan het verslag-Kaczmarek over de Hoorn van Afrika: een regionaal politiek EU-partnerschap voor vrede, veiligheid en ontwikkeling (A6-0146/2007), omdat dit initiatief mijns inziens van fundamenteel belang is om de aanwezigheid van de Europese Unie te consolideren in een regio die geteisterd wordt door drie ernstige conflicten – in Soedan, Ethiopië/Eritrea en Somalië – en waar een groot deel van de bevolking, meer dan 22 procent, onder de armoedegrens leeft.

Het partnerschap voor vrede, veiligheid en ontwikkeling heeft slechts kans van slagen als een regionale strategie wordt aangenomen waarbij bestaande regionale organisaties zoals de Afrikaanse Unie en de Intergouvernementele Autoriteit voor ontwikkeling en andere internationale partners betrokken worden, bij voorkeur in het kader van de Verenigde Naties.

Tevens is het van wezenlijk belang dat de internationale gemeenschap de landen in de regio steunt, zodat zij meer mogelijkheden hebben om zich aan te passen aan de ernstige gevolgen van de klimaatverandering. Per slot van rekening heeft Afrika, het continent dat het minst bijdraagt aan de uitstoot van broeikasgassen, het meest te lijden van de opwarming van de aarde vanwege de onderontwikkeling en de heersende armoede.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij zijn van oordeel dat de complexe situatie in de Hoorn van Afrika moet worden aangepakt in overeenstemming met de volgende beginselen: strikte eerbiediging van het internationaal recht en het Handvest van de Verenigde Naties, vreedzame conflictbeheersing en detente.

Om de problemen van de volkeren en de landen in de regio op afdoende wijze te verhelpen moeten oplossingen worden aangedragen die niet rechtstreeks of onrechtstreeks ten dienste staan van de imperialistische agenda voor de regio. Dit soort imperialisme draagt alleen maar bij aan een versterking van de mechanismen van interventie en militarisme, zoals is gebleken uit de recente oprichting door de Verenigde Staten van een apart militair commando voor Afrika en de inrichting in het continent van nieuwe militaire basissen.

Het is tijd dat er een einde komt aan de interventiepolitiek en de buitenlandse inmenging in de conflictbeheersing en de militarisering van het continent, en met name van de bedoelde regio. In plaats daarvan moet steun worden verleend voor de diplomatieke inspanningen – te oordelen naar het recente vredesakkoord tussen Soedan en Tsjaad zijn die verre van uitgeput – waarmee wordt getracht om de problemen die aan de huidige rampsituatie ten grondslag liggen bij de wortel uit te roeien, te beginnen met de onrechtvaardige verdeling van de immense natuurlijke rijkdommen van de regio. Er bestaat ook een dringende behoefte aan humanitaire steun en een ontwikkelingsbeleid dat die naam waardig is.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik stem voor het verslag van de heer Kaczmarek over de EU-strategie voor Afrika, die tot doel heeft een regionaal politiek partnerschap voor vrede, veiligheid en ontwikkeling tot stand te brengen tussen de Europese Unie en de Hoorn van Afrika.

De rapporteur heeft terecht benadrukt dat het van wezenlijk belang is dat er snel oplossingen worden gevonden om de situatie in de Hoorn van Afrika, een regio die verscheurd is door conflicten, te stabiliseren. Vijf van de zeven landen zijn voortdurend in oorlog met hun buurlanden. Het voorstel van de rapporteur om een Speciale Vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de Hoorn van Afrika te benoemen, kan op onze steun rekenen. Deze Vertegenwoordiger zou de initiatieven van de Europese Unie in de regio moeten coördineren.

Ik ben tevens ingenomen met het initiatief om de Raad en de Commissie op te roepen om een proces van overleg op gang te brengen met alle andere partners die bij de regio betrokken zijn, met het oog op de organisatie van een alomvattende vredesconferentie over de veiligheid in alle landen van de Hoorn van Afrika.

De heer Kaczmarek wijst erop dat het bundelen en coördineren van initiatieven, evenals van de samenwerking in de regio, zou kunnen bijdragen tot het oplossen van problemen als illegale vluchtelingenstromen, veiligheid aan de grenzen, voedselzekerheid en milieu, wapenbeheersing, onderwijs en infrastructuur, evenals tot het opstarten van een politieke dialoog tussen de landen in de Hoorn van Afrika.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristiana Muscardini (UEN), schriftelijk. – (IT) Wij hebben voor het verslag-Kaczmarek over de Hoorn van Afrika gestemd. In dat verslag zijn vier amendementen van ons overgenomen die de tragische realiteit van Somalië in een context trachten te plaatsen.

Het verslag in zijn geheel koestert grote hoop inzake een politiek partnerschap van de Europese Unie met de Hoorn van Afrika. Wij hebben echter opgemerkt dat het hoog tijd wordt een alomvattende conferentie bijeen te roepen die zich niet alleen richt op de veiligheid, maar ook op vrede en ontwikkeling, een conferentie dus die deze kwesties samen met alle landen van de Hoorn van Afrika te lijf gaat.

Wij hebben het accent willen leggen op het feit dat vooral vrouwen en kinderen het slachtoffer zijn van conflictsituaties, omdat zij namelijk de kwetsbaarste bevolkingsgroep vormen. Daarom hebben wij ervoor gezorgd dat er aan de tekst een belangrijke verwijzing werd toegevoegd naar de resolutie van de Verenigde Naties over vrouwen in conflicten.

Wij hebben bovendien toegevoegd dat er een ferme strijd moet worden aangebonden tegen de tragische gewoonte van genitale verminking van vrouwen, om langs die weg armoede uit te bannen en economische ontwikkeling te bevorderen.

Ten slotte hebben wij amendementen ingediend over het belang van het zelfbeschikkingsbeginsel van het Somalische volk en van Somaliland, wat het enige democratische gebied in dit land is. Somaliland gaat vreselijk gebukt onder de rivaliteit tussen clans en de poging tot infiltratie door islamitische rechtbanken, die maar één doel voor ogen hebben: het vredesproces in het land te doen mislukken.

 
  
  

- Verslag-Maldeikis (A6-0129/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). – (LT) Anders dan bij de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal is er bij Euratom geen sprake van een datum waarop het geheel afloopt. Ook al zijn niet alle geplande taken geïmplementeerd en zijn niet alle geplande activiteiten op het gebied van kernenergie uitgevoerd, toch kan worden gesteld dat deze taken dankzij samenwerking met andere organisaties inzake kernenergie met succes zijn volbracht. De Euratom-organisatie is als gevolg van de huidige situatie op de energiemarkten van de EU en de wereld, alsook van de door het verbruik van fossiele en organische brandstoffen veroorzaakte klimaatsveranderingen des te relevanter geworden. Er zijn vijftien Europese lidstaten die over een kerncentrale beschikken, en wereldwijd wordt er steeds meer kernenergie geproduceerd. Het vermeende aan kernenergie verbonden gebrek aan veiligheid is gezien het huidige niveau van de veiligheidsvoorzieningen louter een politieke kwestie. De Euratom-organisatie dient onafhankelijk te blijven, hetgeen kan worden bewerkstelligd door haar te voorzien van de bijkomende juridische basis waar zij zo om staat te springen. Ik heb gestemd tegen het bijeenroepen van een intergouvernementele conferentie, omdat deze hoogstwaarschijnlijk maar weinig zoden aan de dijk zal zetten. En zoals de discussies over kernenergie hier wel hebben aangetoond, is het vooralsnog niet nodig de bevoegdheden van het Parlement op dit gebied uit te breiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Rübig (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag zeggen hoezeer ik ingenomen ben met de huidige beslissing van het Europees Parlement, vooral omdat het daarmee ondubbelzinnig bevestigt dat er al vijftig jaar een democratisch tekort bestaat in het Euratom-Verdrag en omdat het Europees Parlement met ruime meerderheid ook medebeslissingsbevoegdheid vraagt in zaken die het Euratom-Verdrag betreffen. De tijd is rijp om veiligheidskwesties niet enkel in de lidstaten te behandelen maar om veiligheid en bescherming van de gezondheid op Europees niveau te bespreken. Daarom heeft de delegatie besloten deze eisen te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik zal mij van stemming onthouden bij dit verslag. Hoewel ik niet wil dat bestaande kerncentrales worden gesloten, ben ik ook niet voor een grootschalige uitbreiding van het aantal kerncentrales, met alle problemen die dat met zich meebrengt voor de gezondheid en het milieu. Het mag dan zo zijn dat de emissies van CO2 en andere broeikasgassen bij kernenergie beperkt zijn, maar de gevaren van het vrijkomen van radioactieve straling zijn maar al te plastisch gedemonstreerd in Tsjernobyl en bij de nucleaire ramp in de Oeral die zo beeldend is beschreven door Roy Medvedev. Ik heb ook bezwaar tegen de ondemocratische aard van de Euratom-besluiten en het pompen van geld in de bodemloze put die het ITER-project is. Ik had liever gezien dat het project in Japan was gevestigd dan in Frankrijk, want dan hadden de Japanners hun geld verspild in plaats van de EU ons geld.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (ITS), schriftelijk. – (FR) Kernenergie is een bijzondere vorm van energie, die militaire en strategische implicaties heeft, die aan strenge eisen moet voldoen op het gebied van milieu en de veiligheid van de installaties en de bevolking, en die een reële politieke en zelfs ‘emotionele’ dimensie heeft. Kernenergie kan in haar eentje geen antwoord bieden op de uitdagingen op energiegebied of de vermeende uitdagingen op het gebied van klimaatverandering waarmee de Europese staten momenteel te kampen hebben, maar blijft in veel opzichten een energievorm waar we niet omheen kunnen.

Dankzij het Euratom-Verdrag bestaat er nu keuzevrijheid: de staten die dat willen, kunnen deze sector en deze technologie, waarin Europa marktleider is, ontwikkelen. De staten die dat niet willen, kunnen niet worden gedwongen een nucleaire sector te creëren. Bovendien voorziet het Verdrag in de mogelijkheid van een samenwerkingskader voor de diverse partijen met betrekking tot onderwerpen van algemeen belang.

Omdat wij vinden dat dit kader, zoals het momenteel functioneert, toereikend is, hebben wij tegen dit verslag gestemd. In het verslag wordt namelijk aanbevolen om van Euratom een specialistische bijlage van het EEG-Verdrag te maken, met institutionele procedures die de staten hun keuzevrijheid zouden ontnemen. Bovendien zou een en ander onder invloed staan van een door Brussel gevoerd energiebeleid, waarvan wij niet alleen de relevantie, maar ook de legitimiteit betwisten. Energiebeleid dient uitsluitend en alleen onder de bevoegdheid van de lidstaten te vallen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Kernenergie staat bekend als een van de energiebronnen die het minste koolstof produceren. Met name kernsplijting wordt beschouwd als een van de beste manieren om de ‘klimaatverandering’ te bestrijden, zozeer zelfs dat het effect van energiebesparing en energie-efficiëntie hierbij in het niet zinkt.

Wij zijn evenwel van oordeel dat energiebesparing, energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen elementen zijn die in om het even welk energiebeleid een centrale plaats dienen in te nemen. Daarom moet het overheidsonderzoek op dit gebied worden aangemoedigd en uitgebreid, zodat kan worden voorzien in doeltreffende alternatieve energiebronnen die beantwoorden aan de behoeften van de burgers en de eis van duurzame ontwikkeling van onze maatschappij.

De toenemende liberalisering van de energiesector die in de Europese Unie wordt bewerkstelligd om tegemoet te komen aan de belangen van de grote multinationals ondermijnt het recht van de burgers op veilige energie tegen betaalbare prijzen. Gezien het belang van deze sector voor de ontwikkeling van onze landen zijn wij van oordeel dat de energievoorziening niet uit het domein van de openbare dienstverlening mag worden gehaald. Daarom verzetten wij ons tegen elke vorm van privatisering.

Bovendien baart het ons zorgen dat in het verslag wordt gepleit voor het gebruik van kernenergie terwijl het alom bekend is dat aan de productie van dit soort energie ernstige gevaren verbonden zijn die betrekking hebben op het milieu en de mens, op de veiligheid van de kerncentrales en de reactoren en op de verwerking en het vervoer van radioactief afval.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE) , schriftelijk. (PT) Het verslag bevat enkele ideeën die ik van fundamenteel belang acht. Zo wordt bijvoorbeeld onderstreept dat “kernenergie op dit moment 32 procent van de elektriciteitsvoorziening in de Europese Unie voor [haar] rekening neemt en dat de Commissie deze vorm van energie (...) beschouwt als een van de belangrijkste koolstofdioxidevrije energiebronnen in Europa, en de op twee na goedkoopste in Europa”. En de conclusie luidt dat “de Europese Unie, overeenkomstig het Euratom-Verdrag, haar vooraanstaande positie op industrieel en technisch vlak dient te beschermen gezien de felle heropleving die de nucleaire activiteiten van andere actoren doormaken (Rusland, VS) en de komst van nieuwe actoren op het nucleaire toneel wereldwijd (China en India), die op middellange termijn de concurrenten van de Europese Unie zullen zijn”.

Ik begrijp en erken dat het hier gaat om een optie met uitvoerig gedocumenteerde problemen die bij de bevolking negatieve reacties veroorzaakt. Toch ben ik van oordeel dat kernenergie niet mag worden uitgesloten van onze beschouwingen over de toekomst van de energievoorziening, al was het maar vanwege de lage kosten, het geringe milieueffect en de beperkte risico’s van de huidige technologische oplossingen.

Mijns inziens is het antwoord op de bestaande uitdagingen inzake energie en aanverwante kwesties tweevoudig: diversiteit en technologische innovatie.

 
  
  

- Verslag-Wallis (A6-0156/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) Omdat de Europese Unie ook een Unie van waarden is, die moet waken over de mensenrechten van elk individu in de Unie, hebben wij besloten om voor het onderhavige verslag te stemmen.

Wij vinden dat we op deze manier een redelijk evenwicht hebben bereikt tussen enerzijds het aangeven van het ethisch-politieke beleid dat wij nodig vinden voor een lidstaat, en anderzijds het eerbiedigen van de soevereiniteit van de lidstaten.

Zo vinden we dat Denemarken de medische verantwoordelijkheid op zich moet nemen voor degenen die in opdracht van de Deense staat de werkzaamheden uitvoerden die kunnen hebben geleid tot stralingsletsel in verband met het ongeluk op de vliegbasis Thule in 1968.

 
  
  

- Verslag-Andria (A6-0090/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE).(MT) Dank u wel, mijnheer de Voorzitter. Ik wil graag een paar woorden wijden aan het regio- en het volkshuisvestingsbeleid. De Europese Unie heeft uit hoofde van het Verdrag geen specifieke bevoegdheden voor volkshuisvesting. Desalniettemin volgt uit de regelgeving van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling voor 2007-2013 dat volkshuisvesting onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komt voor financiering. Het stempatroon was om vier redenen belangwekkend. De eerste betreft de sociale dimensie, inclusief de erkenning van het probleem dat in mijn land bestaat, namelijk een gebrek aan redelijk geprijsde woningen. Vervolgens is er het milieuaspect, met onder meer strategische woningbouw in de steden in plaats van het soort ontwikkeling dat we recentelijk in Malta hebben gezien, namelijk een vergroting van de uitbreidingsgebieden. Bij het milieu gaat het eveneens om zaken als energieveiligheid en redelijke prijzen voor water en elektriciteit. In Malta is hier allesbehalve sprake van; de prijzen zijn er torenhoog. De vierde dimensie heeft betrekking op integratie, met andere woorden een geïntegreerd proces gericht op verbetering van de levenskwaliteit, in tegenstelling tot wat nu gebeurt in het Maltese dorp Marsaskala, waar nu een recyclinginstallatie wordt gebouwd. Dank u.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. – (SV) Wij hebben gestemd voor het verslag over huisvestingsbeleid en regionaal beleid. Het is positief dat in het verslag speciale aandacht wordt geschonken aan het huisvestingsbeleid, teneinde de sociale en territoriale cohesie te versterken. Het huisvestingsbeleid is voor de lidstaten een belangrijk instrument om segregatie tegen te gaan, en het recht op huisvesting is een grondrecht.

Wij beschouwen het huisvestingsbeleid als een belangrijk onderdeel van het welzijnsbeleid van de lidstaten. In Zweden is de woningbouwvereniging een sociaal geïnspireerde ondernemingsvorm, en de Zweedse huurwet is erop gericht de huurders te beschermen. De EU moet het huisvestingsbeleid van de lidstaten beschouwen als een geïntegreerd deel van het welzijnsbeleid en moet het daarom uitzonderen van concurrentieregels op het gebied van staatssteun.

Bovendien vinden wij dat de EU het begrip sociale woningbouw zo moet definiëren dat dat ook het Zweedse model met huisvesting in het belang van iedereen omvat.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (PSE), schriftelijk.(FR) Het gebrek aan fatsoenlijke huisvesting tegen een betaalbare prijs heeft een rechtstreekse invloed op het leven van de burgers, aangezien het hun mogelijkheden op sociale integratie en hun keuzen voor studie, opleiding en beroepsontwikkeling beperkt.

Naar mijn mening blijven huisvestingsproblemen niet beperkt tot de eigenlijke bebouwing en inrichting van het grondgebied. Ze worden eveneens sterk beïnvloed door slechte stadsplanning waardoor bepaalde wijken, die te kampen hebben met aantasting van het milieu (lucht- en waterverontreiniging, lawaai, afval, overlast, enz.) en gebrekkige overheidsdiensten, slechte bereikbaarheid en veiligheid, enz., steeds minder aantrekkelijk worden en in armoede vervallen.

Als het om problemen van slechte huisvesting gaat, zijn het meestal de lokale overheden die in het voorste gelid staan. Met deze bevoegdheid wordt op Europees niveau echter nog onvoldoende rekening gehouden. Daarom moet er een effectieve samenwerking tot stand worden gebracht tussen het lokale en het Europese niveau.

Als Frans lid van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement vind ik het van wezenlijk belang dat sociale en gezondheidsdiensten, scholen, winkels en overheid voor alle burgers goed bereikbaar zijn. Dat is hun recht.

 
  
MPphoto
 
 

  Den Dover (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De Britse conservatieven hebben zich bij de eindstemming over het verslag-Andria onthouden van stemming.

We staan achter veel van de doelstellingen van dit verslag en vooral achter het uitwisselen van goede praktijken in de woningbouw en de daarbij gebruikte technologieën als manier om de energie-efficiëntie te verbeteren.

We blijven er echter aan vasthouden dat het subsidiariteitsbeginsel van toepassing moet blijven op de huisvesting en het huisvestingsbeleid en dat dit daarom een exclusieve bevoegdheid van de natiestaten is en moet blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het verheugt ons dat rekening is gehouden met onze voorstellen om het belang van sociale woningen te onderstrepen en prioritaire aandacht te besteden aan de oplossing van het daklozenprobleem in het huisvestingsbeleid van de lidstaten.

Investeringen in sociale woningbouw zijn onontbeerlijk om woningen ter beschikking te stellen van mensen die anders geen toegang hebben tot de vastgoedmarkt en het recht op huisvesting aan zich voorbij zien gaan.

Sociale woningbouw is een manier om vastgoedspeculatie tegen te gaan, de bouw van sociale voorzieningen te waarborgen en bij te dragen aan een duurzame stadsplanning. In deze context is een belangrijke rol weggelegd voor de structuurfondsen en het regionaal beleid.

Daarom stelt het ons teleur dat ons voorstel voor ondersteuning van de coöperatieve woningbouw is afgewezen. Het model dat in het verslag wordt gehanteerd, is helaas nog steeds gebaseerd op het ontwikkelen van publiek-private partnerschappen, ten koste van de coöperatieve sector.

Gelet hierop is het van wezenlijk belang dat de oplossing van het daklozenprobleem een prioritaire plaats krijgt in het huisvestingsbeleid. Dat is de enige manier om te voorzien in degelijke huisvesting voor alle burgers en deze groeiende vorm van sociale uitsluiting te bestrijden.

Wat betreft het voorstel om op Europees niveau een reeks kwaliteitsindicatoren vast te stellen die het begrip "goede huisvesting" omschrijven, is het belangrijk dat wij de lat hoog leggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Noëlle Lienemann (PSE), schriftelijk.(FR) Ik vind het gunstig dat het Europees Parlement zich voor deze belangrijke kwestie van de huisvesting in de Europese Unie interesseert. Het is een eerste stap, waarbij echter bij lange na niet wordt ingegaan op de belangrijkste kwestie, namelijk het recht op huisvesting garanderen aan al diegenen die in de Europese Unie leven.

Dit recht moest worden erkend in het Handvest van de grondrechten, dat de lidstaten tegenwoordig in ieder geval de mogelijkheid biedt de minstbedeelden te helpen. Dit is een terughoudende visie op het recht op huisvesting – een recht dat universeel en voor iedereen van kracht zou moeten worden. Bovendien heeft het principe van de wijdverbreide concurrentie op de interne markt negatieve gevolgen voor het realiseren van sociale woningen, die niettemin in al onze landen van cruciaal belang zijn.

Ik maak mij in het bijzonder zorgen over het feit dat de belastingheffing op het Livret A – een systeem dat langdurige financiering garandeert voor goedkope huisvesting – in Frankrijk ter discussie wordt gesteld. Ik denk dan ook dat dit verslag oproept tot een nieuwe fase en dat wij een stap verder moeten gaan, om ervoor te zorgen dat het huisvestingsbeleid wordt afgestemd op specifieke omstandigheden.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Het verslag stelt het belangrijke onderwerp huisvesting aan de orde. Hoewel de bevoegdheden van de EU op dit gebied niet ruim zijn, moet de EU ingrijpen waar dat mogelijk is, zoals door middel van het EFRO, om ervoor te zorgen dat er voldoende fatsoenlijke woningen worden gebouwd.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. – (SV) Vandaag hebben wij in het Europees Parlement gestemd over een verslag dat de behoefte aan huisvesting voor allen met een redelijke kwaliteit en een redelijke huur beschrijft. Voor mij als liberaal is het natuurlijk heel belangrijk dat mensen een dak boven hun hoofd hebben, maar dit is een kwestie die op lokaal of regionaal niveau moet worden behandeld en niet op EU-niveau. Daarom heb ik mij vandaag van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. Als we de levenskwaliteit in Europa echt duurzaam willen maken dan is (sociale) huisvesting hierbinnen een belangrijke hefboom. Het verslag-Andria over huisvestingsbeleid en regionaal beleid, plaatst het thema terecht tegen een achtergrond van het Europees Sociaal Model, van het energiebeleid, tewerkstelling, stadsontwikkeling en de interne markt. Met al deze gebieden zijn raakvlakken en wringt er wat. Slechte huisvesting en armoede gaan immers hand in hand, en de armoede neemt nog steeds toe. De woningmarkt ondergaat de laatste jaren grote veranderingen, door het spel van vraag en aanbod, maar ook door sociale en demografische wijzigingen in onze samenleving. Het gebrek aan sociale woningen is groot.

Wonen is nochtans een grondrecht. Het is tevens een fundamenteel aspect binnen regionale, zowel stedelijke als landelijke, ontwikkeling.

Het verslag verwijst expliciet naar de sociale component van huisvesting, de energie-armoede die er vaak mee gepaard gaat, de tewerkstelling die degelijke, milieuvriendelijke woningen kan genereren. Het gaat ook dieper in op de nood aan een integrale aanpak en aan de ondersteuning van lokale overheden. Huisvesting is en blijft een nationale materie, maar de randvoorwaarden kunnen wel Europees gegarandeerd worden. Dit is wat in het verslag wordt gevraagd en waarom het mijn volle steun krijgt.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. (EN) Het verslag-Andria is van belang om het onderwerp huisvesting op de Europese agenda te krijgen. Waar steeds meer mensen uitgesloten worden van de huizenmarkt, moeten we alles doen wat in onze macht ligt om oplossingen te vinden voor het tekort aan woningen. Daarom kan het van elkaar leren, het uitwisselen van goede praktijken tussen de 27 lidstaten en het vinden van gemeenschappelijke oplossingen bijdragen aan het aanpakken van dit groeiende probleem.

 
  
  

- Verslag-Janowski (A6-0096/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. (EN) Regionaal beleid is een onderwerp dat direct van invloed is op de Maltese archipel. Ik ben van mening dat een heel land en niet alleen een deel ervan in aanmerking moet kunnen komen voor de status van regio wanneer bijzondere omstandigheden daarom vragen. Dit moet bovendien voorkomen dat binnen dat land bepaalde afgelegen of geïsoleerde gebieden worden voorgetrokken.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het is geen gemakkelijke opgave om een vaag concept als innovatie te definiëren en de bijdrage ervan aan de economische ontwikkeling te beschrijven.

In dit verslag wordt innovatie, zoals in tal van documenten van de Commissie en de Raad, voorgesteld als een wondermiddel en een nieuw groeimodel, waarbij innovatie verward wordt met technologische ontwikkeling.

Ofschoon het verslag enkele voorstellen bevat waarmee ik akkoord kan gaan, distantieert de rapporteur zich niet van de neoliberale strategie van Lissabon en de bijbehorende commercialisering van kennis, onderzoek en onderwijs. Hij oefent geen greintje kritiek uit. Integendeel, hij pleit voor invoering van (Gemeenschaps)octrooien, concentratie van het onderzoek in zogeheten ‘centres of excellence’, privaat-publieke partnerschappen en ongezonde allianties tussen bedrijven enerzijds en onderzoekscentra en openbare universiteiten anderzijds. Er wordt weliswaar verwezen naar het ‘zevende kaderprogramma’, maar er wordt geen kritiek geuit op de prioriteiten van het programma en de bezuinigingen die het heeft ondergaan in het huidige financiële kader. Voorgesteld wordt om het regionale en lokale openbare vervoer te privatiseren. Bovendien wordt opnieuw de nadruk gelegd op de doelstelling om de structuurfondsen steeds meer te gebruiken voor de financiering van de ‘strategie van Lissabon’.

Daarom hebben wij niet voor het verslag kunnen stemmen.

Ten slotte wil ik op basis van de voorstellen die wij al eerder hebben geformuleerd uw aandacht vestigen op de noodzaak om ook in de ultraperifere regio’s toegang tot breedbandinternet te waarborgen. Dit punt wordt in het verslag genoemd, al zij het in een afgezwakte vorm.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) In dit verslag worden twee belangrijke actiegebieden van de EU met elkaar gecombineerd: regionaal beleid en innoverend vermogen. Ik steun de aanpak van de rapporteur.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. (EN) Innovatie en het toekomstige regionaal beleid zijn van cruciaal belang als we van de EU de meest dynamische kenniseconomie willen maken tegen 2010. Het punt van de rapporteur, waarbij hij Nobelprijswinnaar professor Hunt citeert, dat van de twintig beste universiteiten van de wereld er maar drie in de EU zijn gevestigd en dat die zich alle drie in het Verenigd Koninkrijk bevinden, laat zien dat er een meer strategische benadering van de financiering van onderzoek aan de Europese universiteiten nodig is. Als we innovatie willen, moeten we investeren in de instellingen voor hoger onderwijs van Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. (PL) Ik stem voor het verslag over de toekomst van het regionaal beleid in een innovatieve Europese Unie.

Het regionaal beleid van de Unie zou zich, met het oog op het innovatievermogen van de Europese Unie, tegelijkertijd op de cohesie van de Gemeenschap en op de behoefte aan innovatiebevorderende maatregelen moeten richten. Zonder concrete oplossingen, zullen zowel innovatie in het algemeen als de ambitieuze uitdagingen van de Lissabon-strategie in het bijzonder een dode letter blijven. De resultaten die de afzonderlijke lidstaten bij de tenuitvoerlegging van de Lissabon-strategie hebben bereikt, zijn daar een uitstekend voorbeeld van. We doen er goed aan te onthouden dat de Verenigde Staten vandaag niet meer de enige economische concurrent van de Europese Unie zijn en dat landen als China, India en nog enkele andere klaar staan om de strijd aan te gaan.

De gevolgen van de invoering van het innovatiebeginsel zullen pas over vele jaren merkbaar worden. Velen van ons zullen tegen die tijd niet meer in dit Parlement zitten. Andere beleidsmakers zullen de voordelen plukken van de eventuele successen van dit beleid. Daarom moet elke beslissing hieromtrent blijk geven van vooruitziendheid. Dat is immers wat de Europese burgers van ons verwachten.

 
  
  

- Ontwerpresolutie RC-B6-0189/2007

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (PSE), schriftelijk.(FR) Op een moment dat er in het Europees Parlement over het arbeidsrecht wordt gedebatteerd, en dertien jaar na de aanneming van de richtlijn inzake Europese ondernemingsraden, is de aanneming van deze resolutie een absoluut noodzakelijke voorwaarde.

Als Frans lid van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement vind ik dat er dringend een eind moet worden gemaakt aan de incoherenties en tegenstrijdigheden tussen de diverse Europese teksten op het gebied van informatie en raadpleging van de werknemers, om misbruik door oneerlijke ondernemingen te voorkomen.

Als wij willen dat de werknemers niet langer gegijzeld worden door hand over hand toenemende reorganisaties, dan moeten wij ervoor zorgen dat zij werkelijk gehoord worden in het besluitvormingsproces binnen de bestuursraden van de ondernemingen. Ondernemingen moeten worden gedwongen zich verantwoordelijk te gedragen en de bestaande richtlijnen toe te passen. Doen ze dat niet, dan moeten ze gestraft worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Er bestaan thans richtlijnen betreffende het recht op informatie en raadpleging van werknemers en de Europese ondernemingsraden waarin wordt vastgesteld dat aan de werknemers bepaalde informatie moet worden verstrekt, met name inzake de ontwikkeling van de economische en sociale aspecten van de onderneming en de beslissingen die leiden tot substantiële wijzigingen van de arbeidsorganisatie of de arbeidscontracten. De harde realiteit is evenwel dat deze richtlijnen meestal eenvoudigweg niet worden nageleefd en als ze al worden nageleefd, zijn ze vaak ontoereikend om de rechten van werknemers – met name op arbeid – te beschermen bij de voortdurende verplaatsingen, herstructureringen, fusies en sluitingen van bedrijven, met alle economische en sociale gevolgen van dien.

Zoals wij reeds geruime tijd onderstrepen, moeten wij waarborgen dat de werknemers uitvoerig worden ingelicht en dat de werknemersorganisaties actief betrokken worden bij belangrijke beslissingen. Dat zou de eerbiediging van het recht op informatie ten goede komen en garanties bieden voor een actieve deelname aan het besluitvormingsproces, met inbegrip van het recht op veto, de mogelijkheid om beslissingen tot sluiting van bedrijven te annuleren en het recht op opschorting van ontslag.

Er zijn nog andere maatregelen nodig. Wij moeten erop toezien dat uitsluitend communautaire steun wordt verleend aan bedrijven die investeren en de contractuele verplichtingen inzake stabiele en duurzame werkgelegenheid en duurzame economische ontwikkeling naleven. Het is tevens van fundamenteel belang dat wij ons verzetten tegen elke vorm van ‘flexicurity’ en liberalisering.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. (EN) Er is dringend actie nodig op het gebied van informatie en raadpleging van de werknemers. De huidige wetgeving moet worden herzien en gemoderniseerd en er moet worden gewaarborgd dat de lidstaten de huidige regels voor informatie en raadpleging naar behoren uitvoeren. Het aanvullende punt waarin de Commissie wordt herinnerd aan de noodzaak van een samenhangend industriebeleid en de rol van de sociale partners moet ook worden opgemerkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE-DE), schriftelijk. Vandaag werd in dit huis met grote meerderheid een resolutie goedgekeurd die pleit voor nieuwe wetgeving op het gebied van informatie en raadpleging van werknemers. Helaas collega's werd in mijn land de huidige richtlijn nog niet eens omgezet. De Belgische regering blijft sinds lang in gebreke en is daarvoor onlangs trouwens veroordeeld door het Europees Hof van Justitie. Toen de Commissie in 1999 met dit voorstel voor de dag kwam, bleek al snel dat de zaak politiek gevoelig ligt. Toch is het in essentie eenvoudig. Alle werknemers moeten door middel van een passende vertegenwoordiging en een geëigende instelling worden voorgelicht en geraadpleegd over het ondernemingsgebeuren. Dit is zowel in het belang van de werknemers als van de onderneming zelf. De instrumenten die worden gebruikt om die economische democratie en inspraak gestalte te geven, kunnen uiteraard wel verschillen naargelang de grootte van de onderneming. Het spreekt voor zich dat we een KMO niet over dezelfde kam mogen scheren als een multinational. Hoe de dialoog tussen werkgevers en werknemers precies moet verlopen, is bovendien een zaak van de sociale partners. Ook in de resolutie die we vandaag gestemd hebben, krijgen de sociale partners een belangrijke verantwoordelijkheid toebedeeld. Ik hecht daar veel belang aan.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid