De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0173/2007) van Bernadette Vergnaud, namens de Commissie interne markt en consumentenbescherming, inzake de impact en gevolgen van uitsluiting van gezondheidsdiensten uit de richtlijn betreffende diensten op de interne markt (2006/2275(INI)).
Bernadette Vergnaud (PSE), rapporteur. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte collega’s, de gezondheidsdiensten vormen een van de pijlers van het Europees sociaal model. Daarom zijn ze uitgesloten van de Dienstenrichtlijn en moeten ze apart worden behandeld, in het kader van een bredere beschouwing van de gezondheidszorgsector in Europa.
De raadpleging die de Commissie uitvoert, mag niet beperkt blijven tot louter de mobiliteit van patiënten, maar zou moeten worden aangegrepen om vast te stellen wat de rol en de toegevoegde waarde van de Europese Unie kan zijn om aan alle burgers niet alleen gelijke toegang tot medische hulp, maar ook een hoog niveau van bescherming van de gezondheid te waarborgen, met inachtneming van de bevoegdheden van de lidstaten en het subsidiariteitsbeginsel.
Het Europese gezondheidsbeleid mag zich niet beperken tot de mobiliteit van patiënten en gezondheidswerkers, en mag niet uitsluitend ten doel hebben een interne markt voor gezondheidsdiensten te creëren, omdat dit tot een zorgstelsel met twee snelheden zou leiden, waar alleen de rijkste patiënten baat bij zouden hebben, terwijl de zorginstellingen zouden proberen de meest welgestelde patiënten aan te trekken. Bovendien zouden de inkomensverschillen van medisch personeel tot problemen in de medische demografie kunnen leiden, waardoor de toegang tot gezondheidszorg zou worden bemoeilijkt in lidstaten waar zorgverleners minder goed worden betaald, aangezien deze zorgverleners dan geneigd zijn zich in het buitenland te vestigen. Patiënten moeten – krachtens de vrijheid van verkeer – het recht hebben om voor medische hulp naar een andere lidstaat te gaan, maar er is geen sprake van het bevorderen van medisch toerisme.
Hoewel de gezondheidsdiensten onderworpen zijn aan de regels van het Verdrag, kunnen zij niet als gewone diensten in het kader van handelsverkeer worden beschouwd, omdat hun missie gericht is op het algemeen belang. Er moet sprake zijn van een evenwicht tussen vrij verkeer en de belangrijkste nationale doelstellingen met betrekking tot het beheer van de capaciteit van de ziekenhuizen, de kostenbeheersing van de gezondheidszorg en de financiële balans van de sociale zekerheidsstelsels. Bovendien blijven de lidstaten verantwoordelijk voor het organiseren, plannen en financieren van hun gezondheidsstelsels.
Alle Europese burgers, ongeacht hun inkomensniveau en plaats van vestiging, dienen gelijke en betaalbare toegang te hebben tot medische hulp, krachtens de beginselen van universaliteit, kwaliteit, veiligheid, continuïteit en solidariteit. Op die manier leveren wij een bijdrage aan de sociale en regionale samenhang in de Unie, terwijl wij tegelijkertijd zorgen voor de financiële duurzaamheid van de nationale gezondheidsstelsels. De mobiliteit van patiënten mag namelijk niet door de lidstaten als excuus worden aangegrepen om hun eigen gezondheidszorgsystemen te verwaarlozen.
Door de arresten die het Hof van Justitie in bepaalde zaken heeft gewezen, is een aantal concepten geïntroduceerd die verduidelijking behoeven. Dat is het geval met het onderscheid tussen intramurale en extramurale zorg, evenals met het begrip “redelijke termijn”. Ik betreur het dat de Commissie slechts vluchtig heeft verwezen naar de mobiliteit van gezondheidswerkers, terwijl dit onderwerp diepgaand onderzoek vereist. Het tekort aan personeel in de Europese gezondheidsdiensten zal in de loop der tijd alleen maar groter worden. Bovendien hebben wij te maken met een vergrijzing van de bevolking. Is het dan verstandig om deze kwestie niet nu meteen te behandelen? Ik denk het niet.
De Unie moet zich ertoe verbinden patiënten te voorzien van volledige informatie, opdat zij met kennis van zaken kunnen kiezen: wie kan hen behandelen en volgens welke procedures? Vanaf dat moment – als al deze vragen over procedures en criteria zijn opgelost – zal er op ons grondgebied daadwerkelijk sprake zijn van “Europese patiënten zonder grenzen”. Op het gebied van samenwerking zou de Unie kunnen aansporen tot het opzetten van een Europees netwerk van referentiecentra, of tot het uitwisselen van kennis tussen de diverse landen over de beste behandelmethoden.
Het valt te betreuren dat maatschappelijke diensten in de raadpleging op een restrictieve manier zijn beschreven, omdat er – als het om integratie gaat – een dimensie aan deze diensten is die verder gaat dan louter het verlenen van bijstand aan en het opkomen voor de minstbedeelden. Bovendien wordt met het kunstmatige onderscheid tussen gezondheidsdiensten en maatschappelijke diensten van algemeen belang voorbijgegaan aan de feitelijke situatie waarin de diensten worden verleend. In veel gevallen worden maatschappelijke en gezondheidsdiensten op dezelfde wijze verleend. Dat is met name het geval bij gezondheidsdiensten met maatschappelijke begeleiding. Hoe zit het met het verlenen van medische zorg voor bejaardencentra en gespecialiseerde instellingen voor gehandicapten?
In tegenstelling tot wat de raadpleging van de Commissie liet doorschemeren, schrijven de arresten van het Europees Hof van Justitie geenszins voor dat het Parlement zich louter dient te beperken tot de rol van codificeerder van de jurisprudentie, terwijl ze het Parlement evenmin beletten om zijn recht van wetgever volledig uit te oefenen. De besluiten van het Hof, waarvoor specifieke zaken het uitgangspunt vormden, volstaan niet om een gezondheidsbeleid vast te stellen. Besluiten moeten in het kader van een democratisch besluitvormingsproces worden genomen.
Gezien de talloze inbreukprocedures die door het DG Interne markt worden ingeleid op het gebied van de gezondheidszorg, en gezien de onbevredigende juridische situatie waarin burgers die gebruikmaken van zorg verkeren, is het – omwille van de samenhang – noodzakelijk een richtlijn inzake gezondheidsdiensten op te stellen, waarin de gemeenschappelijke waarden en beginselen die ten grondslag liggen aan de gezondheidsstelsels in Europa, worden verduidelijkt. Dit zou ertoe moeten leiden dat de burgers weer vertrouwen krijgen in Europa, als het gaat om een aspect van hun dagelijks leven, namelijk gezondheid, dat hun kostbaarste goed is. In die zin kan de toegevoegde waarde van de Unie van essentieel belang zijn, terwijl deze toegevoegde waarde tevens een impuls kan geven aan de strategie van Lissabon.
Markos Kyprianou, lid van de Commissie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben erg blij dat ik deze kwestie opnieuw met u kan bespreken. We hebben het onderwerp al bij diverse gelegenheden aangeroerd, waaronder in de commissie.
Het gaat vandaag om een heel concreet punt. Enerzijds hebben we te maken met een reeks arresten van het Europees Hof van Justitie en de jurisprudentie op dit gebied en anderzijds met het besluit van het Europees Parlement om de gezondheidsdiensten niet in de Dienstenrichtlijn op te nemen, waaraan de Commissie haar goedkeuring heeft verleend.
Zoals beloofd hebben we tijdens het debat en na de uitsluiting van de gezondheidsdiensten uit de Dienstenrichtlijn op een bepaald gebied van gezondheidszorg in Europees verband actie ondernomen; vandaar ons initiatief met een consultatiedocument te beginnen, een openbare raadpleging te starten en vervolgens een meer specifiek voorstel te formuleren.
De openbare raadpleging is inmiddels beëindigd en de uitkomsten ervan zijn reeds bekend. We hebben al tweemaal met de betreffende ministers over dit vraagstuk gesproken en het debat dat u vandaag voert, zal ons een completer beeld verschaffen, niet alleen van het standpunt van de instellingen maar ook van de Europese burgers. Dan zijn we klaar voor de volgende fase, de formulering van het voorstel. Ik verzeker u dat de discussie van vandaag en uiteraard ook het verslag in belangrijke mate mee bepalen hoe we op dit punt te werk zullen gaan. Daarom wil ik de rapporteur bedanken en haar feliciteren met een zeer gedetailleerd en alomvattend verslag en ik wil tevens de overige commissies bedanken die daaraan een bijdrage hebben geleverd.
We zitten nu midden in dit proces, dat het ons mogelijk maakt het vaststellen van beleid weer over te laten aan de beleidsmakers. Op dit belangrijke terrein zullen degenen die daartoe bevoegd zijn, besluiten nemen en beleidsvoorstellen doen.
Zoals ik al zei, hebben we het raadplegingsproces beëindigd. We hebben meer dan driehonderd bijdragen ontvangen van lidstaten, regionale autoriteiten, organisaties die patiënten en gezondheidswerkers vertegenwoordigen, en zelfs van ziekenhuizen en individuele burgers. Ook al waren er verschillende gezichtspunten, afhankelijk van de achtergrond van iedere bijdrage, toch was er één gemene deler: Europese actie op dit gebied zorgt voor toegevoegde waarde. Het debat gaat niet alleen over de mobiliteit van patiënten maar bestrijkt ook talrijke andere gebieden, zoals patiëntenvoorlichting, de rechten van patiënten, het verkeer van gezondheidswerkers, de samenwerking van zorgassistenten, topcentra en de uitwisseling van beste praktijken op alle terreinen die kunnen bijdragen tot een doeltreffende grensoverschrijdende gezondheidszorg voor de patiënten, de burgers – onze belangrijkste zorg – zonder de zorgstelsels in de lidstaten onnodig te belasten.
Al deze bijdragen en uw verslag dat vandaag wordt besproken, vormen een zeer belangrijk referentiepunt voor onze volgende stap, een specifiek voorstel.
Wij erkennen dat gezondheidsdiensten een specifiek karakter hebben en zich onderscheiden van andere diensten in de Europese Unie. Daarom is het een uitdaging om te bekijken hoe een keuze kan worden gemaakt tussen de interne markt en sociale waarden en hoe een kader kan worden gecreëerd waarin de voordelen van de vrijheid van verkeer en de eerbiediging van gezondheidsdoelstellingen en sociale waarden samenkomen. Dit geldt vooral nu de gezondheidsministers zich tijdens de recente informele bijeenkomst van de Raad in Aken ook in deze zin hebben uitgelaten.
Volgens mij komen in het verslag van het Parlement de zaken die door talrijke belanghebbenden en de ministers zijn aangekaart, uitgebreid aan de orde. Dit onderstreept de noodzaak om op Europees niveau actie te ondernemen.
Welk instrument kunnen we hanteren? Zoals ik in het begin al zei, werden de gezondheidsdiensten vorig jaar op verzoek van het Europees Parlement buiten de werkingssfeer van de Dienstenrichtlijn gehouden en de Commissie werd verzocht specifieke voorstellen voor gezondheidsdiensten aan te dragen. De Commissie schaarde zich achter deze aanpak en daarom is zij niet van plan de discussie over mogelijke wederopneming in de Dienstenrichtlijn te heropenen. Integendeel, we zijn nu bezig de laatste hand te leggen aan een voorstel over deze specifieke kwesties. Het pakket zal uit diverse maatregelen bestaan, maar de eerste stap behelst specifieke wetgevingsvoorstellen op dit punt, waarom in het verslag wordt verzocht. Daarna zullen allerlei andere maatregelen volgen.
Zoals ik echter reeds heb gezegd, is ons aller hoofddoel dat de Europese burgers, de Europese patiënten er beter van worden en daarbij dient altijd rekening te worden gehouden met het subsidiariteitsbeginsel.
Harald Ettl (PSE), rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris, hoogwaardige gezondheidsdiensten zijn voor alle Europese burgers van het grootste belang. Gezien het feit dat heel Europa te kampen heeft met een verouderende bevolking, wordt gezondheidszorg nog belangrijker. Gezondheidsdiensten beogen ongeveer hetzelfde als andere sociale diensten van algemeen belang en zijn gebaseerd op het solidariteitsbeginsel, fundamentele waarden en gelijke toegang. Universaliteit, gelijke behandeling en solidariteit dienen gewaarborgd te blijven.
De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken heeft nogmaals bevestigd dat uitsluiting van gezondheidsdiensten uit de richtlijn betreffende diensten op de interne markt bedoeld was om te onderstrepen dat de gezondheidsdiensten voor de Europese Unie een hoger goed vormen. De correctie van de uitslag van de stemming in de Commissie interne markt en consumentenbescherming in de plenaire vergadering is noodzakelijk om geen verkeerd signaal af te geven voor het verdere proces. De diensten dienen te worden erkend door middel van nieuwe wetgeving op Europees niveau en mogen niet onderhevig zijn aan vrije mededinging.
Wij hebben een voorstel voor een wettelijk kader nodig, bijvoorbeeld in de vorm van een sectorale richtlijn inzake de gezondheidszorg, waarbij de sociale partners en besluitvormers worden geraadpleegd. Er dienen duidelijke aansprakelijkheidsregels te komen voor schade die patiënten oplopen tijdens behandelingen.
De vergoeding van kosten dient transparant en begrijpelijk te zijn. Wanneer dienstverleners zich vestigen, dienen gelijke sociale, werkgelegenheids- en kwaliteitsnormen te worden toegepast. Gezondheidsdiensten zijn niet zomaar diensten. Wij moeten er voorzichtig mee omspringen. Uiteindelijk gaat het ook om uw eigen gezondheid.
VOORZITTER: GÉRARD ONESTA Ondervoorzitter
Jules Maaten (ALDE), rapporteur voor advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. – Voorzitter, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid wil ik op mijn beurt met een aantal punten tot dit debat bijdragen. Het is duidelijk dat gezondheidsdiensten een fundamenteel onderdeel zijn van de Europese sociale infrastructuur. Als Europa al ergens specifiek door wordt gekenmerkt en als het zich al ergens specifiek door onderscheidt van anderen, is het doordat wij een hoog niveau van gezondheidszorg beschikbaar maken voor alle burgers, onafhankelijk van hun persoonlijke achtergrond.
Ons vertrekpunt bij de hele discussie is dan ook dat patiënten uiteindelijk op een hoog niveau geholpen moeten worden en het liefst zo dicht mogelijk bij de plaats waar zij wonen, omdat ook blijkt dat de meeste patiënten daar behoefte aan hebben. Maar er zijn natuurlijk situaties waar je er niet onderuit komt om het anders te doen, bijvoorbeeld als er wachtlijsten zijn of als het gaat om zeldzame ziektes die alleen maar Europees kunnen worden opgelost.
En hoewel gezondheidszorg toch in de eerste plaats de verantwoordelijkheid is van de lidstaten, verwelkomt de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid het initiatief van de Commissie om de consultatieprocedure te beginnen, om te zien wat de beste vorm van actie voor de Europese Unie is.
Charlotte Cederschiöld, namens de PPE-DE-Fractie. – (SV) Het gaat hier niet over de Dienstenrichtlijn, al zou men dat kunnen denken bij het luisteren naar dit debat. Waar het echt om gaat, is de vraag hoe we de problemen moeten oplossen die worden veroorzaakt doordat gezondheidsdiensten niet onder de Dienstenrichtlijn vallen, en vooral de kwestie hoe patiënten en dienstverleners desondanks hun grensoverschrijdende rechten zullen kunnen behouden. De huidige rechten zijn gebaseerd op de Verdragen en diverse rechtszaken en mogen niet verslechteren door afgeleide wetgeving, tenminste niet zonder dat de burgers daarover worden geïnformeerd. Het gaat niet om het invoeren van nieuwe diensten en rechten, maar om het verdedigen van de rechtsstaat en van bestaande rechten.
Volgens het Hof is voorafgaande toestemming een gebruikelijke beperkingsmethode. Wij van de PPE-DE-Fractie willen het gebruik van voorafgaande toestemming niet vergroten. Wij vinden dat kan worden volstaan met de weinige gevallen die het Hof heeft goedgekeurd als legitieme beperkingen van de hoofdregel van vrij verkeer van personen en diensten.
Geavanceerde ziekenzorg vereist vaak planning met vaste structuren en financiering. Op dat gebied moeten de lidstaten wel een zekere eigen vrijheid van handelen hebben.
Zoals vele sprekers al hebben aangekaart, zijn er grote verschillen tussen de lidstaten. De Commissie moet geschikte instrumenten kiezen om de verschillende onderdelen van dit grote pakket aan te pakken en zij moet zich concentreren op oplossingen die bevorderlijk zijn voor de bewegingsvrijheid, handelingsvrijheid en veiligheid van de afzonderlijke burger van de EU. Het zijn de mensen die moeten worden beschermd, niet de nationale bureaucratie. We hebben er niets op tegen dat specialisatie in de EU ertoe leidt dat patiënten een hogere zorgkwaliteit krijgen. Als EU-burgers kunnen wij gebruik maken van grensoverschrijdende oplossingen. Daar hebben we recht op, als patiënten en als dienstverleners. Deze oplossingen bestaan en moeten gebruikt kunnen worden, ook al valt de gezondheidszorg niet onder de Dienstenrichtlijn. Het is de verantwoordelijkheid van de Commissie om met voorstellen voor oplossingen te komen. Ik roep de Commissie op om de jurisprudentie te codificeren en met nadruk te wijzen op de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de zorginhoud, en niet akkoord te gaan met minder rechten voor de burgers dan ze op dit moment hebben. Het Parlement en de Commissie moeten elkaar steunen.
Evelyne Gebhardt, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte commissaris, het Europees Parlement heeft de gezondheidsdiensten weloverwogen uit de Dienstenrichtlijn uitgesloten. Deze bijzondere diensten moeten namelijk een bijzondere kwaliteit en een hoog niveau hebben. En zij dienen voor alle mensen, ongeacht waar ze wonen en wat hun financiële draagkracht is, daadwerkelijk toegankelijk te zijn.
Dat is hun wezenlijke functie, en daarom hebben wij gezegd: dat zijn geen commerciële diensten, en daarom dienen ze te worden uitgesloten uit de Dienstenrichtlijn. Des te verbaasder waren wij dat de liberalen en conservatieven in de commissie gezamenlijk besloten de gezondheidsdiensten weer op te nemen in de Dienstenrichtlijn. Dat is een grote misstap. Ik verzoek u dan ook om nog eens over dit besluit na te denken en het terug te draaien. Zoals commissaris Kyprianou heel juist opmerkte, gaat het er namelijk om dat wij een juist antwoord vinden op kwesties omtrent de gezondheidsdiensten, waarbij rekening wordt gehouden met de hele bandbreedte die moet worden geregeld. Dat is de taak die ons wacht. Laten we dus vooruit kijken en niet achteruit. Laten we zorgen dat gezondheidsdiensten werkelijk op een hoger niveau gestalte kunnen krijgen.
Ik roep de conservatieven en liberalen op om ervoor te zorgen dat paragraaf 71 wordt geschrapt uit deze resolutie, die voor het overige uitstekend is.
Ik wil rapporteur Bernadette Vergnaud gelukwensen met haar verslag, want het is in grote lijnen een positief en richtinggevend verslag dat ons een manier laat zien om met deze materie om te gaan. Het doet mij veel deugd dat zowel commissaris Kyprianou, namens de Commissie, als de ministers in de Raad van Ministers hebben laten weten dat zij bereid zijn om deze weg te volgen. Laten we dus vooruitgang boeken en deze zaken in een afzonderlijke sectorale richtlijn behandelen. Dan kunnen wij een goed werk voltooien voor de burgers van Europa.
Toine Manders, namens de ALDE-Fractie. – Voorzitter, commissaris, u bedankt voor uw introductie. Ik wil ook mevrouw Vergnaud bedanken voor de prettige samenwerking.
Waar gaat het hier over, want ik heb al een paar keer gehoord dat gezondheidsdiensten niet onder de Dienstenrichtlijn moeten vallen. Het voorstel met het huidige artikel is het resultaat van de compromissen die zijn gesloten en er wordt dus rekening in gehouden met de voorwaarde die door de PPE-DE, de PSE- en de ALDE-Fractie is bepaald, namelijk dat de gezondheidsdiensten als een lex specialis onder de Dienstenrichtlijn worden gebracht.
Maar goed, ik heb begrepen dat er nogal wat commotie is ontstaan, en om die reden heb ik een vervangingsamendement ingediend waarmee in feite wordt voorzien in hetgeen de commissaris net heeft gezegd. Er moet namelijk een juiste balans zijn tussen het vrije verkeer van diensten, de eerbiediging van patiëntenrechten, de vrijheid van uitoefening van een medisch vak in Europa en de vrijheid van vestiging.
En daarin voorziet het nieuwe amendement en ik hoop dat ook de PSE-Fractie en de PPE-DE-Fractie dat kunnen accepteren, dat we het amendement gezamenlijk aannemen en dat we zo uiteindelijk een nieuw voorstel krijgen dat zorgt, Voorzitter, voor gelijke behandeling en solidariteit voor alle Europeanen, en dan bedoel ik voor álle Europeanen, en voor alle Europese patiënten.
En niet dat de medische diensten enkel en alleen worden beschouwd als een dienst van algemeen belang waardoor zij buiten het Europees Verdrag worden geplaatst, zodat elke lidstaat weer een eigen systeem gaat opzetten, de grenzen worden gesloten, er geen vrijheid is, patiëntenrechten niet worden erkend en de rijken zich niet in Europa laten behandelen, maar een retourtje Peking nemen en daar de beste kwaliteit kopen die ze willen.
Als dat het doel is van Europa, dan denk ik dat we terugschakelen naar de zeventiende eeuw – dat was wel een gouden eeuw – maar dat is volgens mij niet het doel dat Europa nastreeft.
Ik hoop dus dat het amendement dat door de Liberale Fractie ter vervanging van artikel 71 is ingediend, breed wordt gesteund, zodat er een aparte richtlijn voor gezondheidsdiensten kan komen, en dat alle compromisamendementen worden gesteund, dat worden zij in elk geval door ons, het gaat om een prima pakket. Ik hoop dat wij zo in onze opzet slagen.
Pierre Jonckheer, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie in het Europees Parlement heeft haar steun gegeven aan de werkzaamheden van mevrouw Vergnaud, die ik graag wil bedanken voor haar open houding.
Dit gezegd hebbende, moet ik toegeven dat ik de voorkeur gaf aan haar oorspronkelijke verslag, dat uit minder dan dertig paragrafen bestond. Ik verzoek de commissaris en onze collega’s de toelichting in het verslag te lezen, die niet veranderd is en die mij veel duidelijker lijkt dan de 72 paragrafen waarover wij thans beschikken.
Mijn fractie heeft een aantal amendementen opnieuw ingediend. In sommige daarvan wordt de uitsluiting van gezondheidsdiensten uit de Dienstenrichtlijn bevestigd. In andere wordt duidelijk ingestemd met de noodzaak van een specifieke wetgeving, waarbij wordt onderstreept dat er reeds een aantal verordeningen bestaat, zoals met name Verordening (EG) nr. 883/2004, op basis waarvan mobiliteit en de vergoeding van een aantal gezondheidsdiensten – voor een deel – worden geregeld.
Het probleem dat volgens mij duidelijk naar voren komt in dit debat – en dat ook bij andere onderwerpen speelt – heeft twee kanten: enerzijds hebben niet alleen de nationale regeringen, maar ook de actoren in de gezondheidsstelsels in de landen afzonderlijk er belang bij om de organisatie en de financiering van de gezondheidszorg in het algemeen in eigen hand te houden, en anderzijds willen zij voorkomen dat louter op basis van arresten van het Hof van Justitie richtsnoeren tot stand komen die ongewenst zijn. Ik denk hierbij met name aan wat wij “bevorderen van het medisch toerisme in de Europese Unie” noemen. Ik denk – en veel actoren denken dat ook – dat dit een ontwikkeling is die niet wenselijk is.
Ik vind echter wel – en ook hier vraag ik uw aandacht niet alleen voor onze eigen amendementen, maar ook voor de amendementen die door de GUE/NGL-Fractie zijn ingediend – dat wij nogmaals zeer duidelijk moeten bevestigen dat het de verantwoordelijkheid van alle lidstaten afzonderlijk is om te waarborgen dat hun burgers en alle ingezetenen van hun grondgebied toegang hebben tot gezondheidszorg van hoge kwaliteit. Het lijkt me niet wenselijk om 300, 500 of 2 000 km te moeten reizen om – bijvoorbeeld – een goede tandartsbehandeling te krijgen, zoals dat momenteel gebeurt. Dat lijkt me niet echt een optimale oplossing.
Vanuit die gedachtegang maken wij dus nog een voorbehoud ten aanzien van onze uiteindelijke stemming, afhankelijk van hoe de stemming over de diverse amendementen zal verlopen.
Søren Bo Søndergaard, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DA) Mijnheer de Voorzitter, wat gezondheid betreft is ons standpunt duidelijk. Wij vinden gelijke kansen op hoogwaardige gezondheidszorg in de eigen omgeving een grondrecht van alle burgers. Daarom willen wij er ook aan vasthouden dat elke afzonderlijke regering van elk van de 27 afzonderlijke lidstaten van de EU de verantwoordelijkheid heeft om haar burgers een fatsoenlijke gezondheidszorg te garanderen. Tevens is het ons duidelijke standpunt dat regeringen die hun burgers geen fatsoenlijke gezondheidszorg willen of kunnen garanderen, geen steun van hun burgers verdienen.
Daarom zijn we ook tegen het verslag dat we hier vandaag behandelen. Dat verslag wil de verantwoordelijkheid weghalen bij de afzonderlijke regeringen en aan de krachten van de markt overlaten. Het is beslist geen toeval dat de conclusie van het verslag een oproep aan de Commissie is om de gezondheidsdiensten weer onder de Dienstenrichtlijn te brengen.
Wij zijn niet tegen grensoverschrijdende samenwerking op gezondheidsgebied. We zijn ervoor dat er een nauwe samenwerking in grensregio’s wordt aangegaan, onder andere met het doel om een gemakkelijke toegang tot ziekenhuizen in de plaatselijke omgeving te garanderen. We zijn er ook voor dat er op Europees niveau wordt samengewerkt inzake de genezing van zeldzame ziekten. We zijn echter tegen een ontwikkeling waarbij patiënten door heel Europa moeten worden gesleept, afhankelijk van de plaats waar het financieel gunstig is voor degenen die moeten betalen. Die methode hebben we te lang aanvaard waar het varkens betreft, en die moeten we niet invoeren waar het zieke mensen betreft. Ik roep de collega’s dan ook namens mijn fractie op om tegen het voorstel in zijn huidige vorm te stemmen.
Jens-Peter Bonde, namens de IND/DEM-Fractie. – (DA) Mijnheer de Voorzitter, gezondheid is een door de Verenigde Naties erkend mensenrecht. Het EU-Verdrag garandeert voor alle beleidsterreinen het recht op een hoog gezondheidsniveau. Doch in plaats van de steun voor ongezonde producten af te schaffen willen de aanhangers van de interne markt gezondheid tot een product maken dat vrij te koop is op de voorwaarden van de markt. Dat leidt tot een groter aanbod aan gezondheidsdiensten voor degenen die zich dat kunnen permitteren, maar tot minder gezondheid voor degenen die de marktprijs niet kunnen betalen. Het leidt tot voordelige aanbiedingen voor rijke mensen die naar arme landen reizen om hun gezondheid te laten controleren. Dat maakt het navenant moeilijker voor de meeste inwoners van de arme landen en voor veel arme burgers in de rijke landen om gezondheidsdiensten te betalen. De Dienstenrichtlijn leidt tot loonconcurrentie in de gezondheidssector. Buitenlandse bedrijven kunnen zich dan vrij vestigen en allerlei gezondheidsdiensten aanbieden. Deense belastingbetalers worden dan gedwongen om dezelfde bijdrage aan alle dienstverleners te betalen, ongeacht kwaliteit en loon. Wij kunnen ons overlegmodel met democratisch aangenomen overeenkomsten dan naar het arbeidersmuseum sturen. De burgers kunnen aan verkiezingen deelnemen, maar we kunnen niet langer stemmen voor gezondheid voor allen. Laat de landen liever zelf bepalen hoe ze hun gezondheidszorgstelsel willen verdelen over particuliere en publieke instellingen. Respecteer het Deense model met uit belastinggelden gefinancierde sociale rechten en recht op gezondheidszorg, en met ons overlegmodel op de arbeidsmarkt.
Irena Belohorská (NI). – (SK) In haar verslag behandelt de rapporteur enkele zeer serieuze zaken waar de Europese Unie momenteel mee te maken heeft, zoals het beleid inzake vergoedingen voor medische verrichtingen, de mobiliteit van patiënten of zorgverleners en aansprakelijkheid bij fouten.
Ik wil benadrukken dat patiënten op geen enkele wijze gezien moeten worden als toeristen of zorgshoppers. Patiënten gaan voor medische handelingen naar het buitenland omdat deze niet beschikbaar zijn in hun eigen land, of omdat de wachtlijsten buitengewoon lang zijn. Het gevaar dat medische dienstverlening de aanleiding wordt voor zorgtoerisme is klein. Patiënten worden het liefst behandeld in een vertrouwde omgeving, dichtbij hun familie en waar ze de taal spreken. Statistieken wijzen uit dat patiëntenmobiliteit verantwoordelijk is voor slechts 1 procent van de gezondheidsdiensten. Gezien de waarborging van het vrije verkeer van personen, zal dit percentage in de toekomst echter zeker stijgen. Er kan geen vrij verkeer van personen zijn zonder toegankelijkheid van gezondheidsdiensten. Het is daarom aan ons ervoor te zorgen dat die toegankelijkheid er is en dat die niet gepaard gaat met ingewikkelde onderhandelingen met verzekeringsmaatschappijen. Deze oplossing strookt bovendien met het beginsel van de rechtsgelijkheid van de burgers op het gehele grondgebied van de Unie.
Ik heb in het verslag nergens gezien dat melding werd gemaakt van de verschillen in overlevingskans in de verschillende lidstaten. Waarom maken Slowaakse vrouwen met borstkanker 30 procent minder kans op herstel dan Zweedse vrouwen? Waarom zijn de vooruitzichten op overleving voor Poolse patiënten met rectumkanker 30 procent minder goed dan die voor Franse patiënten?
Voor veel mensen blijkt patiëntenmobiliteit (hoewel deze slechts 1 procent bedraagt) een groot probleem te zijn. Maar niemand schijnt zich druk te maken over het feit dat vele artsen en verpleegkundigen de twaalf nieuwe lidstaten hebben verlaten. Waarom zijn we zo erg bezig met het probleem van patiëntenmobiliteit en gaan we voorbij aan de mobiliteit van medici?
Ik roep de Commissie op te komen met een nieuwe conceptstrategie met een voorstel voor een oplossing voor dit probleem, door e-gezondheid te bevorderen, door de verschillen tussen de lidstaten weg te nemen en door structuurfondsen voor gezondheidszorg te gebruiken.
Marianne Thyssen (PPE-DE). – Voorzitter, commissaris, collega's, het initiatiefverslag dat het voorwerp van dit debat uitmaakt, is er gekomen om de goede reden die we terugvinden in de titel ervan: de uitsluiting van gezondheidsdiensten uit het toepassingsgebied van de Dienstenrichtlijn. Ik wil hierbij graag herinneren aan het feit dat deze uitsluiting er gekomen is als gevolg van de beslissing van een ruime meerderheid in dit Huis en dat we in deze beslissing volmondig zijn bijgetreden zowel door de Commissie als door de Raad.
Het was mijns inziens ook een terechte beslissing, in de eerste plaats omdat gezondheidsdiensten niet op één lijn te stellen zijn met klassieke commerciële diensten, ten tweede omdat een patiënt iets anders is dan een consument en ten derde omdat de lidstaten als eerste bevoegd en verantwoordelijk zijn voor de organisatie en de financiering van de gezondheidszorg op hun grondgebied. Ik reken er dan ook op dat we woensdag tot een resolutie komen die consequent is op dit gebied.
Intussen blijft het natuurlijk zo dat gezondheidsdiensten wel degelijk diensten zijn in de zin van het Verdrag en dat de rechten en vrijheden van het Verdrag erop van toepassing zijn. En, net zoals bij de Dienstenrichtlijn destijds, willen we ook hier niet alles aan het Hof overlaten. En ook hier moeten we verschillende doelstellingen met elkaar verzoenen. Optimale werking van de interne markt aan de ene kant, ruimte voor een in elk opzicht verantwoord gezondheidsbeleid aan de andere kant. Wat we hierbij in het oog moeten houden, is evenwicht en rechtszekerheid.
Een codificatie van de bestaande jurisprudentie over de rechten en plichten zowel van mobiele patiënten als van mobieledienstenverstrekkers is zeker nodig, maar niet voldoende. Ook het creëren van toegevoegde waarde voor de mensen en op het gebied van de kwaliteit van de zorg en het vrijwaren van speelruimte voor de lidstaten, opdat zij in staat blijven de verantwoordelijkheid op te nemen om de keuzes te maken die hen toebehoren, zijn en blijven een uitdaging.
Over wat nu precies in Europese wetgeving moet worden aangepakt en via welke instrumenten, daarover hebben we nog geen gemeenschappelijke visie, maar ik ben er zeker van dat dit verslag, de bevraging die de commissaris georganiseerd heeft en ook de eerdere resolutie over patiëntenmobiliteit goede bijdragen zijn om verder beleid op dit vlak te ontwikkelen en we kijken uit naar initiatieven van uw kant, meneer de commissaris.
Robert Goebbels (PSE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte collega’s, in theorie zou het oorspronkelijke verslag van mijn gewaardeerde collega, mevrouw Vergnaud, de steun van alle afgevaardigden moeten krijgen.
De doelstelling dat iedereen, dat alle Europeanen tijdens hun verplaatsingen – voor beroeps- of privédoeleinden – in heel Europa gezondheidszorg moeten kunnen krijgen, valt gewoon onder de vrijheid van verkeer.
Het recht op mobiliteit van patiënten kan echter uitsluitend worden gewaarborgd, als de EU-lidstaten hun gezondheidszorg zelf kunnen blijven regelen, zodat ze de financiering ervan in de hand kunnen houden. Gezondheid heeft weliswaar geen prijs, maar er zijn wel kosten aan verbonden: toenemende kosten. Die kosten worden alsmaar hoger, en het risico bestaat dat de financiering van sociale bescherming en gezondheidszorg voor iedereen in al onze lidstaten, onbeheersbaar wordt.
Bepaalde politieke krachten binnen dit Parlement hebben een simplistisch antwoord op deze zorg, die door vrijwel alle ministers van Volksgezondheid wordt gedeeld: laat de markt haar werking doen en vertrouw de financiering van de sociale zekerheid toe aan particuliere verzekeringsmaatschappijen.
Ik verdenk ook commissaris Kyprianou ervan dat hij deze enigszins ultraliberale visie deelt. Tegen de Figaro heeft hij gezegd dat concurrentie tussen de Europese gezondheidsdiensten onvermijdelijk is, en tegen de Financial Times zei hij: “People can shop around.”
De Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement is het niet eens met deze visie. Wij zijn vóór het recht op gezondheidszorg voor iedereen in heel Europa, maar tegen een markt die de rijkste mensen in staat stelt de best mogelijke zorg te krijgen, terwijl de armste en minst mobiele mensen slechts recht zouden hebben op minimale zorg.
Degenen die menen dat de markt – uitsluitend de markt – een gezondheidszorg van hoge kwaliteit zou kunnen waarborgen, zouden zich eens moeten bezinnen op de situatie in de Verenigde Staten van Amerika. In dit grote land liggen de kosten van de gezondheidszorg wereldwijd gezien het hoogst. Zij bedragen namelijk ongeveer vijftien procent van het bbp, wat nagenoeg het dubbele is van het Europese gemiddelde. Dit bijzonder dure systeem sluit echter steeds meer Amerikaanse burgers uit: in 2006 hadden 46,6 miljoen Amerikanen geen ziektekostenverzekering. Mijnheer de Voorzitter, dat is beslist geen voorbeeld dat Europa moet volgen.
Antonyia Parvanova (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil mevrouw Vergnaud bedanken voor de geweldige samenwerking bij de voorbereiding van dit verslag. Onlangs heeft dit Parlement een resolutie over grensoverschrijdende gezondheidszorg aangenomen en vandaag bespreken we er nog één. Waarom? Omdat, nu de toegang tot gezondheidszorg en gezondheidsdiensten een belangrijke kwestie voor Europa wordt en de gezondheidsdiensten van de Dienstenrichtlijn zijn uitgesloten, wij er snel voor moeten zorgen dat mensen op grond van toekomstige wetgeving onafhankelijk van landsgrenzen toegang tot gezondheidszorg krijgen.
In het arrest van het Hof van Justitie wordt duidelijk erkend dat de beginselen en vrijheden van de interne markt gelden wanneer patiënten voor behandeling naar het buitenland gaan. We dienen ervoor te zorgen dat in de gehele EU dezelfde normen gelden als het gaat om de veiligheid en kwaliteit van gezondheidsdiensten en om de praktische toepassing van de rechten van patiënten en burgers. De rechten van patiënten moeten in toekomstige gezondheidswetgeving van de Gemeenschap worden vastgelegd. We dienen te erkennen dat grensoverschrijdende mobiliteit twee dimensies heeft en erop toe te zien dat patiënten en gezondheidswerkers niet langer de dupe worden van ongerechtvaardigde belemmeringen. Patiënten moeten in het belang van hun gezondheid toegang krijgen tot innovatieve behandelingen en technologieën. Wij moeten dit proces in goede banen leiden en het krachtig stimuleren.
Om hoogwaardige veiligheids- en kwaliteitsnormen te garanderen, is rechtszekerheid in de geneeskundige praktijk nodig, evenals het recht van vrije vestiging. De huidige EU-wetgeving vult de hiaten in de regelgeving niet op. De Commissie moet met een initiatief komen dat de bovengenoemde beginselen eerbiedigt.
Kartika Tamara Liotard (GUE/NGL). – Voorzitter, twee jaar geleden, bij de behandeling van de Dienstenrichtlijn, was ik voor dit Parlement rapporteur voor gezondheidszorg. Toen volgde het Parlement mijn advies om gezondheidsdiensten uit de Dienstenrichtlijn uit te sluiten. Ik vind het diep treurig dat, nu er een voorstel is om dit ongedaan te maken, het Parlement, als het hiermee instemt, zichzelf volkomen ongeloofwaardig maakt.
Het gaat hier niet alleen om het verderfelijke amendement van de heer Manders om gezondheidsdiensten terug in de Dienstenrichtlijn te brengen – hij krabbelt daar nu ook iets terug, maar blijft in essentie hetzelfde bedoelen – het hele idee van een EU-richtlijn voor gezondheidsdiensten is voor mij overdreven bemoeizucht.
Natuurlijk moet er een voorstel komen om op een nette manier het recht van patiënten om over de grens zorg te halen, te waarborgen, maar dit mag er niet toe leiden dat lidstaten hun verantwoordelijkheden voor een kwalitatief en kwantitatief goede zorg gaan verwaarlozen. Patiënten willen liever dicht bij huis en bij familie goede zorg ontvangen. Juridisch getouwtrek mag zeker niet het excuus zijn om EU-gezondheidsdiensten te liberaliseren.
Gezondheidsdiensten nemen een specifieke plaats in in de samenleving. Altijd moet toegankelijkheid en kwaliteit vooropstaan en niet het maken van winst. De zorg is geen markt en dat moet Europa er ook niet van willen maken. Artikel 152 van het Verdrag stelt dat gezondheidszorg een zaak van de lidstaten is en dat moet het wat mij betreft, in het belang van de patiënt en de werknemers in de gezondheidszorg, zeker ook blijven.
Jeffrey Titford (IND/DEM). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, in dit verslag wordt daadwerkelijk gepleit voor grensoverschrijdende gezondheidszorg op grond van de Dienstenrichtlijn. Er staat dat “de lidstaten onderdanen van een andere lidstaat bij de toegang tot de gezondheidsdiensten op voet van gelijkheid moeten behandelen, ongeacht of het om particuliere of ziekenfondspatiënten gaat”. Er wordt tevens aangedrongen op “codificatie van de bestaande jurisprudentie inzake de vergoeding van grensoverschrijdende gezondheidszorg”.
Ik zal duidelijk maken wat deze beide uitspraken voor Groot-Brittannië betekenen. De eerste uitspraak heeft tot gevolg dat een bezoeker of migrant uit een ander EU-land, die geen cent heeft bijgedragen aan de kosten van de Britse gezondheidsdienst, dezelfde toegang tot gezondheidszorg krijgt als een Britse onderdaan die heel zijn of haar werkzame leven belasting en verzekeringspremies heeft betaald. Het betekent ook nog eens dat de eigen bevolking langer moet wachten op een behandeling. De tweede uitspraak opent de deur voor de EU om nationale regeringen op te leggen hoe zij grensoverschrijdende gezondheidszorg moeten vergoeden en uiteindelijk – dat is onvermijdelijk – hoe de gezondheidszorg als geheel moet worden gefinancierd en beheerd. Eén enkel door de EU beheerd zorgstelsel, ik moet er niet aan denken, het is een vreselijke nachtmerrie. Nooit mag het aan een niets vermoedende bevolking worden opgedrongen.
Malcolm Harbour (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de gezondheidsdiensten blijven het domein van de lidstaten en zorginstellingen vallen onder de verantwoordelijkheid van de nationale overheden. Dat weerhoudt onze burgers er echter niet van om te reizen, al reizende ziek te worden, zich in een ander land te vestigen en toegang tot de gezondheidszorg te verlangen – wellicht iets waarover de heer Titford op een rustiger moment nog eens kan nadenken.
Ik wil mevrouw Vergnaud bedanken voor dit verslag. Het is bijzonder uitgebreid. Het bevat veel waardevolle bijdragen aan het werk dat u, commissaris, bent begonnen en het komt precies op tijd. Het is heel duidelijk dat de gezondheidsdiensten niet opnieuw in de Dienstenrichtlijn worden opgenomen. Wij zullen beslist onze steun geven aan het compromisvoorstel met deze strekking dat de heer Manders morgen zal indienen.
Dat betekent niet dat we de ogen moeten sluiten voor enkele van de zeer belangrijke punten die in dit voorstel worden aangekaart, omdat steeds meer mensen de grenzen van het systeem gaan opzoeken. Een van de principearresten van het Hof van Justitie hield verband met een Britse patiënte die voor een heupvervanging naar een ander land ging omdat haar eigen gezondheidsdienst – helaas in mijn land – die behandeling niet binnen een acceptabele termijn kon aanbieden. Het Hof besliste in haar voordeel en dat geeft de commissaris vast stof tot nadenken. Ik maak geen bezwaar tegen de grondslag van die uitspraak omdat het volgens mij hier een recht betreft dat voor alle burgers binnen de Europese Unie dient te gelden.
We zullen in de toekomst echter met zeer lastige kwesties te maken krijgen. Wat we nu zien, is nog maar een begin daarvan. De innovatieve behandelingen, waar een van de vorige sprekers op doelde, stellen de openbare gezondheidsdiensten nu reeds voor uiterst moeilijke vragen, met name op het gebied van kanker. Stel, in het buitenland wordt een dure levensverlengende behandeling op maat aangeboden, en in je eigen land niet. Je reist naar dat land en vraagt om die behandeling. Wat gebeurt er dan?
Dit is een belangrijk verslag. We zullen steeds vaker met dit vraagstuk worden geconfronteerd. Ik beveel dit verslag bij u aan en ik hoop dat de commissaris met een vindingrijk antwoord zal komen.
Harlem Désir (PSE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik mijn dank uitspreken aan onze rapporteur, mevrouw Vergnaud, die helaas heel wat te stellen heeft gehad met de Commissie interne markt en consumentenbescherming. Want zoals de commissaris, de heer Kyprianou, zojuist opmerkte, hebben wij enerzijds te maken met de jurisprudentie – in feite dus de Verdragen zoals ze door het Hof van Justitie worden geïnterpreteerd – en anderzijds met een tijdens de stemming over de Dienstenrichtlijn ingenomen standpunt van het Europees Parlement, waaruit duidelijk naar voren kwam dat er een keuze moest worden gemaakt tussen datgene wat onder de interne markt valt, en datgene wat – om de sociale waarden van de Unie te beschermen – onder andere mechanismen moet vallen.
In feite vind ik dat de Commissie interne markt en consumentenbescherming – en helaas niet de heer Manders alleen, want om een meerderheid te krijgen had hij beslist de steun nodig van de PPE-DE- en ALDE-leden van de Commissie interne markt – een zeer betreurenswaardige stap hebben gezet door te proberen de gezondheidsdiensten opnieuw binnen het kader van de richtlijn betreffende diensten op de interne markt te brengen. Het komt namelijk in geen enkele EU-lidstaat voor dat commerciële en bouwkundige diensten enerzijds, en diensten van ziekenhuizen, diensten aan patiënten anderzijds, onder dezelfde wetgeving vallen. Het gaat hier daadwerkelijk om verschillende redeneringen.
Het klopt dat wij – in de eerste plaats – moeten uitgaan van de subsidiariteit, de financieringsmechanismen van onze sociale stelsels en de toestemmingsprocedures van de gezondheidsinstellingen, maar wij moeten ook rekening houden met de Europese ruimte en met het verkeer in die ruimte, en derhalve de toegang van iedereen tot de gezondheidsdiensten bevorderen. Dit dient echter onder specifieke mechanismen te vallen. Daarom denk ik dat wij – net als voor maatschappelijke diensten van algemeen belang, en net als voor diensten van algemeen economisch belang trouwens – specifieke richtlijnen nodig hebben, naast de richtlijn die commerciële diensten in de interne markt regelt.
Ik hoop niet alleen dat wij aan de hand van dit compromis duidelijk kunnen maken dat gezondheidsdiensten niet onder de richtlijn betreffende diensten op de interne markt vallen, maar ook dat wij daadwerkelijk zullen eisen dat er een specifieke richtlijn voor gezondheidsdiensten komt.
Eva-Britt Svensson (GUE/NGL). – (SV) Nog maar kort geleden hebben de twee grote fracties een heleboel compromissen gesloten inzake de Dienstenrichtlijn. Sommigen beschreven het als een ongekende vooruitgang dat ze uitzonderingen hadden weten te maken voor de gezondheids- en ziekenzorg. Nu probeert men via de achterdeur toch deze deregulering in te voeren, die inhoudt dat de verzorging en de gezondheid van mensen veranderen van mensenrechten in marktproducten.
Volgens de Verdragen zijn gezondheids- en ziekenzorg de exclusieve verantwoordelijkheid van de lidstaten. Daarom is wetgeving op EU-niveau niet nodig en niet wenselijk. Samenwerking is goed, maar wetgeving is dat in dit geval niet.
Ik hoop dat degenen die dachten dat het een vooruitgang was dat ze de gezondheids- en ziekenzorgdiensten uit de Dienstenrichtlijn wisten te houden, ervoor zorgen dat ze die vooruitgang consolideren door bij de stemming de amendementen van de GUE/NGL-Fractie te steunen.
Othmar Karas (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik hoop dat degenen die in de commissie voor paragraaf 71 hebben gestemd nu merken welke slechte dienst ze het debat daarmee hebben bewezen, want wij discussiëren nu meer over de systematiek dan over de inhoud.
Wij hebben heel bewust de gezondheidsdiensten en sociale diensten van algemeen belang uitgesloten uit de Dienstenrichtlijn. Waarom? Omdat het hierbij niet alleen gaat om vrije markt versus nationaal belang, maar om begrip voor de kwetsbaarheid van de gezondheidszorg en de sociale dienstverlening, en om onze bereidheid om dit heel specifieke terrein te reguleren en niet slechts te beoordelen vanuit het perspectief van marktmechanismen.
We dienen te definiëren om welke gezondheidsdiensten het precies gaat. Op welke diensten is het subsidiariteitsbeginsel van toepassing? Deze diensten kunnen op grond van hun karakter inderdaad niet worden beschouwd als gewone diensten die onderhevig zijn aan marktmechanismen. Het gaat ook om de bescherming van onze burgers.
Het spijt me eerlijk gezegd buitengewoon dat de stemming in de Commissie interne markt en consumentenbescherming over het verzoek van de liberalen voor onzekerheid heeft gezorgd. Paragraaf 71 wordt door de grote meerderheid van dit Parlement verworpen, ook door ons. Deze paragraaf zou een stap terug betekenen, en wij willen een actieve bijdrage leveren aan de raadplegingsproces over de reglementering dat met de Dienstenrichtlijn is begonnen.
Laten we niet voortdurend de patiëntenmobiliteit verwarren met manier waarop wij de vrijheid van dienstverlening behandelen. De patiëntenmobiliteit is geen punt van discussie. De vrijheid van dienstverlening van ondernemers vergt een gedifferentieerde regeling en een zorgvuldige aanpak. Daarbij mogen de lidstaten niet van hun verantwoordelijkheden worden ontslagen, want zij zijn het – en niet de Europese wetgever – die dienen te zorgen voor de hoogste kwaliteitsnormen.
Edit Herczog (PSE). – (HU) Ik juich het toe dat op het moment dat verscheidene lidstaten van de Europese Unie aan de hervorming van hun gezondheidszorg werken, ook het Europees Parlement zich in een apart verslag met de kwestie bezighoudt en ik wil mijn collega, mevrouw Vergnaud, dan ook feliciteren met haar werk.
De gezondheidszorg is een terrein waar de spanning tussen sociale en economische mogelijkheden en verplichtingen zich steeds meer laat gelden. De technologische en digitale revolutie van onze tijd pronkt met steeds veelbelovendere oplossingen op het gebied van preventie, behandeling en genezing, maar de hoge kosten die de ontwikkeling met zich meebrengt, kunnen velen niet opbrengen. We kunnen stellen dat het de taak van een sociaal en solidair Europa is om ervoor te zorgen dat elke inwoner van de Europese Unie toegang heeft tot geavanceerde gezondheidsdiensten, onafhankelijk van nationaliteit, inkomen of landsgrenzen.
Het staat buiten kijf dat de volksgezondheid geen economische, industriële of commerciële dienst is. De diensten die de gezondheidszorg ondersteunen en hiermee in verband staan, zijn bijna zonder uitzondering sectoren met een winstoogmerk en zij hebben die winst ook nodig om verder onderzoek, ontwikkeling en innovatie in stand te kunnen houden.
Europa en wij, Europese politici moeten er dan ook zorg voor dragen dat de markten voor preventie, voeding, vrije tijd, diagnostische hulpmiddelen of zelfs medicijnen en therapeutische hulpmiddelen niet groeien ten laste van het toch al beperkte budget van de volksgezondheid.
Ofschoon we nu pas antwoorden proberen te vinden op bovenstaande uitdagingen, is het hoe dan ook een basisvoorwaarde voor elke oplossing dat de last gezamenlijk gedragen wordt, als een verantwoordelijkheid van alle 485 miljoen inwoners. Het is bijvoorbeeld onacceptabel dat 1 miljoen mensen in Hongarije, en niet de meest armlastigen, gebruik maken van de algemene gezondheidsdiensten zonder daarvoor ook maar een cent te betalen. De sociale en economische solidariteit vereist dat werknemers en werkgevers hun bijdrage leveren aan de verwezenlijking van rechtszekerheid en gelijkheid voor de wet.
Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, gezondheidszorg is een openbaar goed en mag niet worden overgelaten aan de ongebreidelde vrije markt. Er is een goed kader voor patiëntenmobiliteit: Verordening (EG) nr. 1408/71 en Verordening (EG) nr. 883/2004. Alle problemen kunnen met dat kader worden aangepakt – niet met de omverwerping daarvan.
Gezondheidsdiensten behandelen à la Bolkestein zou betekenen dat de kwaliteit van de gezondheidsdiensten steeds verder achteruitgaat, openbare dienstverlening steeds meer het veld moet ruimen voor particuliere dienstverlening en er natuurlijk minder gezondheidszorg is voor de zwakste groepen van de samenleving.
Wij moeten ons resoluut verzetten tegen de pogingen om de gezondheidsdiensten, via de achterdeur, weer in de richtlijn-Bolkestein op te nemen, door middel van de bekende richtlijn-Manders of met de gewijzigde richtlijn waar nu achter de schermen over wordt onderhandeld.
Met zijn houding zal het Europees Parlement – dat hier enkele maanden geleden anders over gestemd heeft – op serieuze wijze blijk kunnen geven van geloofwaardigheid en coherentie. Ik hoop dat wij dit keer niet overstag zullen gaan.
Zuzana Roithová (PPE-DE). – (CS) Dames en heren, de uitspraken van het Europees Hof van Justitie dienen door de lidstaten te worden nageleefd en door de Commissie te worden verwerkt in de richtlijnen inzake sociale bescherming. Ik heb het hier over het recht van de burger op vergoeding van ziektekosten in het buitenland. Voor ambulante zorg hoeven patiënten geen voorafgaande toestemming te vragen aan hun zorgverzekeraar. De Commissie en de lidstaten dienen nu onverwijld vast te leggen wat wel en wat niet wordt verstaan onder non-acute ziekenhuiszorg waarvoor geen voorafgaande toestemming nodig is. Het Parlement is vorig jaar gezwicht voor valse argumenten en heeft onder druk van links, vakbonden en een aantal regeringen het onderwerp gezondheidszorg uit de Dienstenrichtlijn gelicht. Dat heeft tot gevolg dat dit recht tot op heden niet juridisch verankerd is, omdat Verordening (EEG) 1408/71 nog niet geactualiseerd is.
De bewering dat patiëntenmobiliteit zou leiden tot slechtere zorg is klinkklare onzin. Daarom pleit ik voor meer vertrouwen in buitenlands zorg en voor het daarmee samenhangende recht van patiënten op informatie over de kwaliteit van gezondheidsinstellingen. We vragen de Commissie en de lidstaten om een coördinatiesysteem in het leven te roepen voor het meten van de kwaliteit van gezondheidszorg, echter zonder dat er door de EU afbreuk wordt gedaan aan de bevoegdheden van de lidstaten. De Patient Safety-programma’s alsook de nationale en internationale accreditatie van ziekenhuizen en ambulancediensten zijn van cruciaal belang hiervoor. Indien patiënten geïnformeerd worden over welke ziekenhuizen de internationale of nationale vrijwillige standaarden naleven, zullen ze er meer vertrouwen in hebben dat ze op een veilige wijze zullen worden behandeld, ook al spreken ze die vreemde taal niet. Dat is het allerbelangrijkste voor het scheppen van vertrouwen in de Europese gezondheidszorg en voor het weerleggen van opportunistische argumenten tegen patiëntenmobiliteit.
Ik ben me ervan bewust dat mijn voorstel tot het verwijderen van obstakels bij het verstrekken van niet-openbare, oftewel private gezondheidszorgdiensten in het buitenland tot een politieke kwestie geworden is. Ik wens artsen en verpleegkundigen veel moed en sterkte bij het overwinnen van de obstakels die worden opgeworpen door politici die het recht van burgers op een breder aanbod aan geneeskundige diensten niet serieus nemen, en die terugdeinzen voor de door de burger gemaakte keuzes.
Barbara Weiler (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte dames en heren, allereerst mijn complimenten voor de Commissie, want zij raadpleegt het Europees Parlement en alle actoren zeer vroegtijdig over de nieuwe richtlijn. Dat is lang niet altijd zo vanzelfsprekend geweest. Daarom heb ik er ook alle vertrouwen in dat de nieuwe richtlijn zorgvuldig is gepland, waarbij enerzijds de gevolgen worden beoordeeld voor de samenleving, regelgeving en subsidiariteit, en anderzijds rekening wordt gehouden met de rechten van de Europese burger.
Regelgeving voor grensoverschrijdende gezondheidszorg is noodzakelijk geworden, en veel burgers verwachten deze regels ook van ons: werknemers in onze grensstreken, migrerende werknemers, gepensioneerden in Zuidoost-Europa en in Griekenland en – zoals ik zojuist hoorde – internationale vrachtwagenchauffeurs, maar ook alle andere werknemers die vroeger geen toegang tot gezondheidsdiensten hadden omdat deze – zoals reeds enkele malen is gezegd – waren voorbehouden aan particuliere patiënten. Daarom vind ik het des te absurder dan de GUE/NGL-Fractie de privileges van particulier verzekerden wil versterken.
Wij kunnen allemaal profiteren van een voorzichtige, behoedzame opening van de nationale stelsels. Een situatie van constructieve concurrentie voor aanbieders van diensten kan nuttig zijn, net als concurrentie tussen de beste methoden, de zinvolste onderzoeken en de succesvolste strategieën in de gezondheidszorg. Dit alles dient uiteraard te verlopen volgens de criteria die reeds genoemd zijn en die niet voor de interne markt gelden, namelijk kwaliteit, veiligheid, solidariteit en duurzaamheid.
Ik ben ervan overtuigd dat dit Parlement deze criteria onder alle omstandigheden voorrang zal geven.
Milan Gaľa (PPE-DE). – (SK) Ik bedank mevrouw Vergnaud en de schaduwrapporteurs voor hun werk.
Ten eerste wil ik de andere soorten mobiliteit noemen die in de gezondheidszorg mogelijk zijn. Er zijn bijvoorbeeld grensoverschrijdende medische diensten, waarbij diensten worden verricht vanuit het ene land in het andere, zonder dat patiënten of zorgverleners hun eigen grondgebied daarbij verlaten. Dat zijn diensten als telegeneeskunde, diagnose op afstand en het voorschrijven van geneesmiddelen op afstand. Ten tweede is er patiëntenmobiliteit in de gebruikelijke zin van het woord, waar we het vooral over hebben. Het gaat hierbij dan om diensten in het buitenland, waarbij de patiënt naar de dienstverlener toe gaat om behandeld te worden. Ten derde kunnen geschoolde personen tijdelijk aanwezig zijn in andere lidstaten, hetgeen bekend staat als de mobiliteit van gezondheidswerkers met als doel de verrichting van diensten. De vierde mogelijkheid is dat dergelijke diensten permanent worden aangeboden door de opzet van gezondheidszorgfaciliteiten in een andere lidstaat, zoals mijn collega de heer Karas voor mij al heeft aangegeven.
Om voor al deze vormen van mobiliteit geleidelijk regels op te stellen en vervolgens in te voeren, moeten we eerst enkele fundamentele vragen stellen en beantwoorden. Dit zijn de volgende: Zijn er gemeenschappelijke waarden en beginselen op het gebied van de gezondheidszorg waar alle EU-burgers op kunnen vertrouwen? Hoe kunnen we zorgen voor een redelijk mechanisme voor financiële vergoedingen? Hoe kunnen patiënten en deskundigen gezondheidszorgaanbieders vinden en vergelijken? Hoe flexibel zijn de lidstaten bij het wegnemen van onterechte obstakels voor vrij verkeer? Hoe kunnen we zorgverlening op de lange termijn veilig stellen? Er zijn nog veel meer van zulke vragen.
De Commissie, de Raad en het Parlement moeten deze vragen gezamenlijk beantwoorden door middel van wetgeving die het gat opvult dat ontstaan is doordat de gezondheidsdiensten zijn uitgesloten van de Dienstenrichtlijn voor de interne markt.
Maria Matsouka (PSE). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, gezondheid is geen handelswaar. Ze mag ook niet als dusdanig worden behandeld en worden onderworpen aan de markt en de concurrentie.
Gezondheid is een taak van algemeen nut en moet daarom voldoen aan een aantal criteria, zoals kwaliteit, toegankelijkheid, universaliteit en solidariteit.
Er moeten korte metten worden gemaakt met de pogingen om ook de gezondheidsdiensten onder de vrijemarktdoctrine te brengen, onder het voorwendsel dat ze gemoderniseerd moeten worden. Het Europees Hof van Justitie heeft op zijn manier daarvoor het pad geëffend en nu komen de voorstanders van het economisch liberalisme hier opnieuw mee aandraven.
Gedeeltelijk is dit ook gebeurd met de sociale diensten, en daarom moeten wij voorkomen dat met deze sector hetzelfde gebeurt.
De gezondheidsdiensten mogen niet opnieuw worden opgenomen in het toepassingsgebied van de Dienstenrichtlijn. Dat zou ondenkbaar zijn, en het Europees Parlement heeft dat trouwens in november jongstleden van de hand gewezen.
De Europese Commissie moet dapper zijn en gebruik maken van haar initiatiefrecht door een sectorale richtlijn voor gezondheidsdiensten in te dienen. Zij moet dapper zijn en een kaderrichtlijn voorstellen voor sociale diensten van algemeen belang.
U, collega’s van de rechtse meerderheid, hebt de geloofwaardigheid van de Unie nog meer aangetast door plotseling weer te komen aandraven met het vraagstuk van de opneming van de gezondheidsdiensten in de Dienstenrichtlijn, die bekend staat als de richtlijn-Bolkestein.
U moet goed nadenken over uw verantwoordelijkheid. U mag niet spelen met het leven van de Europese burgers. Veeleer moet u met uw stem aantonen dat gezondheid geen handelswaar is.
(Applaus)
Markos Kyprianou, lid van de Commissie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik begin even in het Frans, omdat ik iets tegen de heer Goebbels wil zeggen. Ik ben tijdens mijn politieke loopbaan op allerlei manieren gekwalificeerd, maar dit is de eerste keer dat ik ultraliberaal word genoemd.
Ik zou dan ook even tekst en uitleg willen geven, omdat ik denk dat wat ik tegen de Figaro en ook tegen de Financial Times heb gezegd, niet goed begrepen is. Om er zeker van te zijn dat ik nu wel goed begrepen word, zal ik in het Engels verdergaan.
(EN) Wat ik tegen de kranten heb gezegd, was dat de huidige situatie niet overeenkwam met mijn beleid. Ik beschreef – en daar wil ik graag op terugkomen – de realiteit zoals die zich aandiende na de arresten van het Europees Hof van Justitie, waarin werd gesteld dat de regels van de interne markt voor de gezondheidszorg gelden, zelfs wanneer deze door de overheid wordt gefinancierd.
Waarschijnlijk is het evenmin het beleid van het Parlement, maar het is een realiteit waarmee we moeten leven. Het is onvermijdelijk dat er een zekere vorm van concurrentie ontstaat, wanneer mensen voor een behandeling naar het buitenland kunnen reizen; mensen moeten kunnen kiezen. Voor ons is dus de uitdaging hoe we dit recht, dat door het Europees Hof van Justitie wordt erkend, ten gunste van de Europese burger kunnen laten uitwerken, zonder de zorgstelsels van de lidstaten te ondermijnen en te vernietigen.
Er is veel gezegd over het subsidiariteitsbeginsel in artikel 152 van het EG-Verdrag en ik wil u wijzen op wat het Hof daarover te berde heeft gebracht. Het Hof stelde dat, ook al hebben de lidstaten het recht om gezondheidsdiensten en medische zorg te organiseren en te verstrekken, dit niet uitsluit dat de lidstaten op grond van andere Verdragsbepalingen verplicht kunnen worden hun nationale zorgstelsels aan te passen. Dit gaat dus over de toepassing van de regels van de interne markt.
Dit is de eerste juridische realiteit waarmee we moeten leven, maar er bestaat uiteraard ook een feitelijke realiteit. Helaas is er sprake van ongelijkheid tussen de Europese zorgstelsels: de lidstaten kunnen niet allemaal hetzelfde niveau van gezondheidszorg aan hun burgers aanbieden. Mensen reizen voor een behandeling naar het buitenland en als hun dat recht wordt ontzegd, gaan ze naar het Hof van Justitie. Ik denk dat u het met me eens bent dat we niet de situatie moeten krijgen dat iedere burger naar Luxemburg gaat om het Europees Hof van Justitie een uitspraak te laten doen over de vraag of hij of zij een operatie mag ondergaan.
Daarom is het een uitdaging om te ontdekken hoe we deze door het Hof vastgestelde beginselen voor zowel de burgers als de lidstaten werkbaar kunnen maken. Ik wil benadrukken dat onze belangrijkste doel is iets te doen aan de ongelijkheid die er binnen de Europese Unie bestaat. Daartoe beschikken we over verschillende beleidsvormen en strategieën, die we later dit jaar kunnen bespreken.
Het is ook erg belangrijk dat we erkennen wat reeds eerder is gezegd, namelijk dat burgers liever in eigen land, dicht bij huis worden behandeld; dat is voor ons allemaal de voornaamste prioriteit. Zolang er echter nog sprake is van ongelijkheid, blijft het voor mensen nodig om voor een behandeling naar het buitenland te gaan. Verder – en dat hebben we al eerder gezegd – is het voor inwoners van grensstreken logischer de grens over te steken dan een lange reis te ondernemen naar de hoofdstad van hun eigen land. Wetenschappelijke redenen kunnen eveneens een rol spelen: soms is de kwaliteit van gespecialiseerde behandelingen in een andere lidstaat beter.
De bestaande wetgeving gaat niet op deze vraagstukken in, omdat het niet slechts een kwestie van patiëntenmobiliteit is. We werken ook aan veiligheid, kwaliteit, de rechten van patiënten en het recht van de patiënt op informatie. Al deze onderwerpen vereisen een gedetailleerdere wetgeving dan nu het geval is. Bovendien verschillen de beginselen van de bestaande wetgeving van die van het Hof en dus moeten we ook daarmee aan de slag.
Hoe kunnen we dit in goede banen leiden? Daar ligt voor ons de uitdaging. Mijns inziens bespreken we nu een van de belangrijkste initiatieven op dit terrein. Mobiliteit van patiënten behoort de verlening van zorg in eigen land aan te vullen, niet te vervangen. Dit is het hoofddoel, maar alle burgers moeten dezelfde mogelijkheden krijgen, ongeacht hun inkomen, opleiding of talenkennis. Zij moeten van dit recht kunnen profiteren op een wijze die door de beleidsmakers wordt vastgesteld, waarbij als uitgangspunt dient te gelden dat alle Europese burgers gelijke toegang tot de gezondheidszorg moeten hebben.
Medisch toerisme is van een totaal andere orde. Daar houden wij ons niet mee bezig en we willen het ook niet aanmoedigen. Het is een zaak van de particuliere sector, particuliere burgers en particuliere fondsen. Wij zullen ons niet over dit vraagstuk buigen. Ook hier geldt echter: het is de realiteit. Mensen reizen omdat ze hun vakantie met een medische behandeling willen combineren, maar momenteel behandelen wij dit onderwerp niet.
Het is belangrijk dat we nu zo snel mogelijk, proactief, een oplossing voor de grensoverschrijdende gezondheidszorg vinden, voordat het probleem ons boven het hoofd groeit. Het gaat niet alleen om het betalen van de zorg, maar ook om de beschikbaarheid ervan. Het systeem kan door buitenlandse patiënten overbelast raken. Dat is een ander punt waarmee we rekening zullen houden.
We willen alle belangen van de patiënten recht doen. Gezien de actuele situatie en ondanks verschillende benaderingen en ideologieën op detailniveau is het daarom erg belangrijk dat we samenwerken om de best mogelijke regeling voor de Europese burgers te treffen. Daar maak ik mij in ieder geval sterk voor en hopelijk wil het Europees Parlement er samen met ons de schouders onder zetten om dat doel te bereiken.
Robert Goebbels (PSE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de commissaris, de heer Kyprianou, graag officieel laten weten dat hij geen ultraliberaal is en dat ik zeer aandachtig heb geluisterd naar de uiteenzetting van zijn algemene beleidslijnen.
Dit gezegd hebbende, mijnheer de commissaris, wat mij echt geschokt heeft in de mededeling van de Commissie, is de volgende zin, ik citeer: “De beginselen die het Hof van Justitie op dit gebied al heeft vastgesteld, moeten bij een eventueel communautair optreden worden nageleefd.” Wij moeten inderdaad de jurisprudentie in acht nemen, maar in al onze landen staan wetgevers klaar om de wetsteksten zo nodig te veranderen, als de gerechtshoven zich op glad ijs begeven. Ik vind dat het Hof van Justitie vaak te liberaal oordeelt. Het is aan ons, als medewetgevers, en aan de Commissie, om de koers bij te stellen, als dat nodig is.
Markos Kyprianou, lid van de Commissie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zal het kort houden, want ik ben het daar mee eens, maar het hangt wel van de context af. Ik ga nu niet op de juridische kant van de zaak in, maar we zullen overal rekening mee houden. Ik heb altijd gezegd, en dat durf ik best in het openbaar te herhalen, dat beleidsbeslissingen door beleidsmakers genomen moeten worden en niet door rechtbanken. Wij gaan een specifiek voorstel bespreken, maar we zullen daarbij altijd kijken naar de onderdelen van de arresten van het Hof waarin het Verdrag wordt geïnterpreteerd. Wanneer het Verdrag van toepassing is, het ultieme juridische instrument in de Europese Unie, moet de wetgeving daarmee stroken. Wanneer het Verdrag niet van toepassing is, kunnen we flexibel zijn. Zoals ik al heb gezegd, zijn er echter juridische diensten die ons daarover adviseren. Laten we eerst overeenstemming bereiken over het te voeren beleid en vervolgens bekijken hoe we dat op juridisch verantwoorde wijze handen en voeten kunnen geven.