Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/0037A(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0147/2007

Ingediende teksten :

A6-0147/2007

Debatten :

PV 21/05/2007 - 19
CRE 21/05/2007 - 19

Stemmingen :

PV 22/05/2007 - 9.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0188

Volledig verslag van de vergaderingen
Maandag 21 mei 2007 - Straatsburg Uitgave PB

19. Daphne III-programma: specifiek programma ter bestrijding van geweld (debat)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de aanbeveling voor de tweede lezing (A6-0147/2007) van Lissy Gröner, namens de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid, betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van het besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een specifiek programma ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen en ter bescherming van slachtoffers en risicogroepen voor de periode 2007-2013 (het Daphne III-programma) als onderdeel van het algemeen programma "Grondrechten en justitie" (16367/1/2006 – C6-0089/2007 – 2005/0037(COD)).

 
  
MPphoto
 
 

  Lissy Gröner (PSE), rapporteur. (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij dat wij vandaag – al is het niet in een volle zaal, maar meer in een soort familiesfeer – deze goede dag meemaken voor de miljoenen vrouwen, kinderen en jongeren die met geweld te kampen hebben. We hebben het programma Daphne tot voorkoming en bestrijding van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen en tot bescherming van slachtoffers en risicogroepen in de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemeen programma grondrechten en justitie in een versnelde procedure vastgesteld. Aanvankelijk zag het er niet naar uit dat dit ons zou lukken, en ik wil commissaris Frattini bedanken dat hij de argumenten van het Europees Parlement heeft opgepakt en het oorspronkelijke plan heeft verworpen, namelijk om Daphne samen met het antidrugsprogramma in te stellen.

Door intensief onderhandelen met onder andere de Raad en de Commissie zijn wij er samen in geslaagd een helder programma in elkaar te zetten en een grotere EU waarin het geweld toeneemt een belangrijk sturingsinstrument te geven, namelijk Daphne III.

Het Europees Parlement had al in november 2006 met het Finse voorzitterschap van de Raad politieke overeenstemming bereikt. In het gemeenschappelijk standpunt van maart 2007 nam vervolgens ook de Raad verreweg de meest amendementen uit de eerste lezing over, zij het niet altijd naar de letter, maar dan toch naar de geest.

Ik roep nogmaals in herinnering dat juist het eigen thuis voor veel vrouwen de gevaarlijkste plek is. Mishandeling door echtgenoten of partners, vaders of broers behoren voor vrouwen uit alle lidstaten tot de dagelijkse praktijk. Een op de drie of vier vrouwen heeft reeds vormen van fysiek of seksueel geweld ondervonden. De psychische schade is niet in cijfers uit te drukken. Grensoverschrijdende verschijnselen, zoals de handel in steeds jongere vrouwen, verminking van de genitaliën onder de migratiebevolking, gewelddadige misdrijven uit naam van de eer, handel in kinderpornografie op het internet, homofoob geweld: de lijst van actieterreinen voor het nieuwe programma Daphne III is lang, en ik zou nog veel meer kunnen opnoemen.

Als rapporteur die sinds jaren vecht voor Daphne, doet het mij plezier dat wij met de verruimde begroting van nu 116 miljoen EUR veel meer ngo’s zullen bereiken. De Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid heeft aangedrongen op meer transparantie, op de verwijdering van bureaucratische obstakels en op betere toegankelijkheid, vooral voor de kleinere organisaties.

Wij zijn er ook in geslaagd om de helpdesk te handhaven en de aanwezige kennis die in alle lidstaten en bij de partners buiten de EU-grenzen aanwezig is, te bundelen en in een multidisciplinaire denktank te laten vloeien om een betere verweving te bewerkstelligen met ons politieke werk. Naar mijn verwachting zal het nog op te richten genderinstituut zich blijven wijden aan deze prioriteit van de geweldbestrijding.

Niettemin, geachte commissaris, moet op twee punten nog onmiddellijk actie worden ondernomen. Tijdens het debat in de eerste lezing van het Daphne-programma had u ons ook toegezegd zich te zullen inspannen voor een rechtsgrondslag voor de geweldbestrijding. Nu, in 2007 is het nog steeds zo – en dat vind ik onaanvaardbaar – dat Daphne III artikel 152 van het EG-Verdrag, over volksgezondheid, tot grondslag moet nemen. Punt twee is dat – zoals is vastgelegd in de aanvullende verklaring van de Raad over het Daphne-programma, en ook Commissievoorzitter Barroso heeft ons dit op 8 maart nogmaals toegezegd – er een initiatief zou worden gestart voor een Europees jaar van de strijd tegen geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen, geweld dat vele verschijningsvormen kent. Na de ervaring die wij met de intensieve tenuitvoerlegging van Daphne I en II in alle landen al hebben kunnen opdoen – veel landen hebben het Oostenrijkse uitwijzingsrecht ingevoerd en plukken daar de vruchten van – zullen wij ervoor blijven vechten om op Europees niveau te profiteren van de uitwisseling van ervaringen, zodat we met nationale actieplannen en wetgeving wat hoop en licht kunnen brengen op onze weg en in de voormalige taboesferen, namelijk die van de slagvelden in de familiekring.

Daarom adviseer ik het Parlement Daphne III zonder verdere amendementen aan te nemen, zodat we het snel ten uitvoer kunnen leggen en een einde kunnen maken aan de terreur in de privésfeer.

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, de bestrijding van geweld in al zijn vormen, met name tegen vrouwen, jongeren en kinderen, is een belangrijke prioriteit van de Europese Commissie en voor mij persoonlijk.

Het programma Daphne staat centraal bij de inspanningen van de Commissie in het bestrijden van geweld in Europa en het steunen van slachtoffers van geweld. Sinds het eerste Daphne-initiatief in 1997 zijn er ongeveer 460 projecten gefinancierd. Dit is een zeer belangrijke Europese bijdrage. Dit jaar, 2007, bestaat het Daphne-programma tien jaar. Ik ben heel blij dat Daphne III nu gereed is om te worden aangenomen. Dit nieuwe programma stelt de Commissie in staat om haar maatregelen ter bestrijding van geweld te versterken en daarom was ik het er vanaf het begin mee eens dat het Daphne-project niet zou worden gekoppeld aan andere Europese programma’s, zoals het project inzake drugs. Daar ben ik de rapporteur, mevrouw Gröner, zeer erkentelijk voor.

Daphne III gaat van 2007 tot 2013 lopen met een totale begroting van meer dan 116 miljoen EUR, zoals de rapporteur zei. Ten opzichte van Daphne II is dat een verhoging van meer dan 50 procent. Ik dank de rapporteur en het Europees Parlement voor alle ondersteuning die zij gedurende het proces hebben geboden. Ik verheug me op verdere samenwerking met u in onze gezamenlijke strijd tegen geweld. Ik heb nota genomen van het zeer interessante idee voor een Europees jaar van de strijd tegen geweld tegen vrouwen en kinderen.

Ik wil één punt naar voren halen. Het draait bij de bestrijding van geweld en de bescherming van vrouwen en kinderen natuurlijk om bewustwording, maar het is ook een kwestie van betere operationele samenwerking op het gebied van de uitwisseling van informatie. Het is dus een uitstekend idee om een goed forum tot stand te brengen waar ideeën en bijdragen kunnen worden uitgewisseld.

Wij – en ook ikzelf – zullen ons ervoor inzetten om wat betreft de rechtsgrondslag te komen tot een betere aanpak van het probleem van geweld tegen vrouwen. Helaas hebben we tot nu toe slechts beperkt aandacht besteed aan de rechtsgrondslag, maar ik verzeker u dat ik mij er persoonlijk voor zal inzetten om tot een betere rechtsgrondslag te komen zodat de daadwerkelijke ruimte om geweld te kunnen bestrijden kan worden vergroot. Ik denk dat een goede tenuitvoerlegging van Daphne III goede voorstellen en ideeën zal opleveren die we kunnen omzetten in praktijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou, namens de PPE-DE-Fractie. – (EL) Mijnheer de commissaris, het lijdt geen twijfel dat de Europese burgers en al degenen die in de Europese Unie wonen, het fundamentele recht hebben op vrijheid, veiligheid, rechtvaardigheid en bescherming van hun gezondheid.

De dagelijkse werkelijkheid dwingt ons echter om vraagtekens te zetten bij het welslagen van deze doelstellingen. Er doet zich namelijk geweld voor in zowel het particuliere als het openbare leven.

Geweld komt ongetwijfeld voort uit een instinctieve reactie, maar die reactie kan worden bedwongen als eenieders geweten doordrongen is van de waarden en principes die ten grondslag liggen aan het samen leven in een geordende maatschappij en als het menselijke leven en de menselijke waarden worden beschouwd als het hoogste principe en de hoogste waarde, die met geen enkel goed vergeleken kunnen worden.

Als schaduwrapporteur van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten wil ik mevrouw Gröner en al degenen die hebben bijgedragen aan de formulering van het gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van dit nieuwe programma van harte gelukwensen. Ik geloof dat de ruime financiering meerwaarde zal creëren voor de resultaten van de nu al tien jaar lang met succes uitgevoerde Daphne-programma’s en voor de initiatieven van de lidstaten ter bevordering van de waarden, ter preventie van geweldverschijnselen en ter ondersteuning van slachtoffers.

Het voorstel wordt gecombineerd met de samenwerkingsmogelijkheden van de lidstaten en de Europese instellingen, en ik kan deze nieuwe combinatie als succesvol bestempelen. Ik zal slechts enkele opmerkingen maken over de toepassing ervan:

gecombineerde activiteiten op verschillend niveau, voornamelijk afgestemd op onderwijs en op de totstandbrenging van een maatschappelijk geweten dat zich verzet tegen elke vorm van geweld en het menselijke leven eerbiedigt, vanaf de schepping tot het natuurlijk einde;

transparantie en een eerlijke beoordeling bij de selectie van de voorgestelde activiteiten, activiteiten die gecombineerd moeten worden met andere communautaire programma’s en strategieën, zoals Progress en de toekomstige strategie voor de rechten van het kind.

Ik hoop dat bij de bestrijding van geweld binnen de Europese Unie zo snel vorderingen kunnen worden gemaakt dat, indien een van de komende jaren wordt uitgeroepen tot Europees jaar tegen geweld, dit vooral betrekking zal hebben op activiteiten voor het afschaffen van geweld op internationaal vlak.

 
  
MPphoto
 
 

  Christa Prets, namens de PSE-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris, aangezien de financieringskwestie veelvuldig is aangesneden, wil ik iets rechtzetten. Aangezien wij nu 27 lidstaten hebben en het programma twee jaar langer zal lopen, klopt die verhoging van 50 procent niet helemaal, terwijl wij het programma veel effectiever willen maken. Niettemin zijn wij blij dat het programma nu van start kan gaan, al is het met vertraging. Ik denk dat het aan de vasthoudendheid van onze rapporteur is te danken dat enkele van onze zeer belangrijke eisen zijn ingewilligd, namelijk het verwijderen van bureaucratische obstakels, alsmede meer transparantie en het opzetten van een helpdesk.

De gezamenlijke verklaring waarin het instellen van een Europees jaar tegen geweld wordt gesteund, is iets waar wij al heel, heel lang om hebben gevraagd. Ik wil er krachtig op aandringen om dit idee in de praktijk te brengen zodat we alle aspecten van geweld een jaar lang centraal kunnen stellen in onze politieke activiteiten. Zo kunnen wij hopelijk een betere aanpak van de handel in mensen, met name in vrouwen en kinderen, ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anneli Jäätteenmäki, namens de ALDE-Fractie. – (FI) Mevrouw de Voorzitter, een belangrijk onderdeel van het Daphne-programma is seksueel geweld en de bestrijding ervan. Helaas is internationale vrouwenhandel de op twee na grootste grijze economie ter wereld, direct na drugs- en wapenhandel. Naar schatting wordt alleen al in Europa ongeveer 200 miljoen EUR omgezet in vrouwenhandel. Dat is veel geld en het betreft ook veel mensen. Vrouwenhandel is moderne slavernij, het is in feite slavenhandel. Als wij vrouwenhandel in Europa, dat hier de omvang van slavernij heeft bereikt, uit willen bannen, dan moeten wij harde maatregelen nemen. Uit onderzoek blijkt dat slechts een op de vier illegale buitenlandse prostituees van tevoren weet dat zij als prostituee gaat werken. Anderen worden voorgelogen of gedwongen in de prostitutie te gaan werken.

Ik ben blij dat de Commissie en de Europese Unie aandacht aan deze kwestie besteden, maar zowel de Europese Unie als de lidstaten moeten nog veel doen.

Ten tweede wil ik nog iets zeggen over geweld in het gezin. Ik spreek liever over geweld in het gezin dan over geweld tegen vrouwen, omdat helaas ook wij vrouwen gewelddadig kunnen zijn. Onderzoeken tonen aan dat vrouwen soms nog gewelddadiger zijn dan mannen en dat wanneer zij gewelddadig worden, zij geen grenzen kennen. Het is goed om openlijk over geweld in het gezin te spreken, omdat dat de kans vergroot dat vrouwen en mannen hulp gaan zoeken en de geweldpleger aangeven. Het is vandaag de dag echter zo dat slachtoffers zich zo schamen, vooral als de dader iemand uit de naaste omgeving is, dat zij er niet over durven te praten. Maar hoe meer erover wordt gesproken, hoe vaker mensen durven te vertellen dat zij het slachtoffer zijn van geweld.

 
  
MPphoto
 
 

  Hiltrud Breyer, namens de Verts/ALE-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, onze hartelijke dank gaat uit naar de rapporteur. We weten dat Daphne een EU-programma is dat eruit springt. Het mag dan klein zijn, maar het is wel succesvol en heeft in de strijd tegen geweld jegens vrouwen en kinderen al belangrijke vooruitgang weten te boeken.

Via Daphne laat Europa zien hoeveel belang het hecht aan de bestrijding van geweld tegen vrouwen. Het programma moet ons er voortdurend aan herinneren en ons aanmoedigen de strijd tegen geweld – niet alleen tegen vrouwen, maar ook tegen kinderen – in het middelpunt te stellen. In de Europese Unie wordt een op de drie vrouwen en een op de vier kinderen slachtoffer van huiselijk geweld, maar de bestrijding van dit geweld staat nog steeds niet boven aan de politieke agenda.

Daarom zou ik graag zien, commissaris Frattini – ik weet dat u dit onderwerp bij veel gelegenheden hier in het Europees Parlement heeft aangesneden, en de rapporteur vermeldde het zojuist ook nog – dat het programma een onafhankelijke rechtsgrondslag krijgt en dat de strijd tegen het geweld meer in het middelpunt en op de voorgrond komt te staan. Ik had graag gezien dat u vandaag met een tijdschema was gekomen en duidelijk had gemaakt wanneer wij kunnen verwachten dat de Europese Unie een specifiek aan dit terrein gewijd beleid krijgt, zodat de politieke steun ook in daden wordt omgezet.

Duidelijk is dat er een eind moet worden gemaakt aan het geweld tegen vrouwen. Daphne is niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Daarom moet er nu eindelijk een richtlijn inzake de bestrijding van geweld komen. Ik hoop dat we daarop niet al te lang hoeven te wachten.

 
  
  

VOORZITTER: MIGUEL ANGEL MARTÍNEZ MARTÍNEZ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo, namens de GUE/NGL-Fractie. (PT) Mijnheer de Voorzitter, bij dit debat zou ik drie kanttekeningen willen plaatsen. Op de eerste plaats verheugt het mij dat er een speciaal programma is blijven bestaan ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen en ter bescherming van slachtoffers en risicogroepen. Die eis hebben we van begin af aan gesteund en het behalen van dit resultaat vinden we zeer positief.

Er is meer geld uitgetrokken in vergelijking met de vorige programma’s. Toch betreur ik het – en dat is mijn tweede opmerking – dat ons voorstel voor een grotere stijging, zodat naar behoren rekening kan worden gehouden met de uitbreiding van de Europese Unie en met de nog steeds bestaande ernstige problemen in verband met geweld tegen vrouwen, waaronder seksuele uitbuiting en mensenhandel, niet integraal door de Commissie is overgenomen.

Ten derde zou ik de Commissie, die hier aanwezig is, willen oproepen om zo spoedig mogelijk het overeengekomen voorstel in te dienen voor het instellen van een nieuw Europees Jaar van de strijd tegen geweld tegen vrouwen, kinderen en jongeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Urszula Krupa, namens de IND/DEM-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, mensen worden van oudsher geconfronteerd met geweld en agressie. Dat is vandaag nog steeds het geval. Het betreft een ernstig gezondheidsprobleem, dat niet enkel getuigt van een ziekte of van psychologische en persoonlijkheidsstoornissen, maar ook van de aanwezigheid van persoonlijk kwaad.

De diepere oorzaak van dit geweld kan tot in de vroege kindertijd teruggaan. Andere elementen die een invloed kunnen hebben, zijn aangeboren factoren, ziekten en in de eerste plaats een foutieve opvoeding zonder ethische en morele principes. Een dergelijke opvoeding leidt tot gedragingen als narcisme en egocentrisme.

Het spreekt voor zich dat de inspanningen om geweld te bestrijden in de eerste plaats gericht moeten zijn op fysiek geweld. Ze moeten echter ook de strijd aanbinden met psychologisch geweld, dat niet alleen veel vaker voorkomt, maar ook schadelijker is. Psychologisch geweld is niet alleen aanwezig in het private en het dagelijkse leven. Er wordt eveneens gebruik van gemaakt bij verschillende soorten lobbyactiviteiten en bij de druk die in toenemende mate op politiek niveau wordt uitgeoefend. De financiële middelen moeten niet alleen gebruikt worden om de gevolgen van geweld te beperken, maar ook om geweld te voorkomen door het aanleren van empathisch gedrag.

 
  
MPphoto
 
 

  Lydia Schenardi, namens de ITS-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik ben erg blij dat mijn collega’s, en ook de Commissie, zoveel moeite hebben gedaan om de tenuitvoerlegging en het goede functioneren van het Daphne-programma te garanderen – dat bedoeld is om het geweld tegen vrouwen, jongeren en kinderen te voorkomen en te bestrijden – door het onder meer een specifieke begrotingslijn toe te kennen en door het budget aanzienlijk te vergroten.

Ik maak van de gelegenheid gebruik om het accent te leggen op een bijzonder weerzinwekkend fenomeen, dat in onze samenlevingen steeds meer de kop opsteekt: de mishandeling van pasgeboren baby’s. Met name in Frankrijk gaat er namelijk geen week voorbij zonder dat we in de rubriek “Kort nieuws” lezen dat er weer een baby is mishandeld of te vondeling is gelegd. Dit fenomeen, dat samenhangt met armoede en sociale of emotionele problemen, met het inherente geweld dat wordt voorgebracht door onze samenlevingen, maar ook met menselijk gedrag dat steeds meer neigt naar vijandigheid en frustratie, met egoïsme en een gebrek aan respect in het algemeen, zou kunnen worden ingedamd als we meer psychologische maar ook materiële steun zouden geven aan vrouwen en gezinnen die in moeilijkheden verkeren.

Het is dan ook hoog tijd om preventieve maatregelen te nemen voor deze gezinnen en deze vrouwen in nood. We moeten deze maatregelen echter ook koppelen aan echte strafrechtelijke sancties. Of het nu gaat om verkrachtingen of andere vormen van lichamelijk geweld die helaas maar al te vaak een dodelijke afloop hebben, de strafmaat is niet repressief genoeg.

Het tegengaan van geweld moet ook gepaard gaan met het aanpakken van datgene wat dit geweld in de hand werkt. Ik denk aan internet, waar mensen met perverse neigingen en psychopaten hun obsessies de vrije loop kunnen laten; ik denk aan videospelletjes, waar volop seks en geweld in voorkomt; ik denk aan drugs en andere verdovende middelen, die elke gebruiker in trance brengen; ik denk aan alcohol, dat bij overmatig gebruik enorme schade aanricht, niet in de laatste plaats door de ontremmende werking ervan.

De te voeren strijd tegen geweld begint met de opvoeding van onze kinderen en met het vormgeven van de toekomst die we ze willen bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Edit Bauer (PPE-DE). – (SK) Toen enkele jaren geleden vrijwilligersorganisaties in mijn land een campagne begonnen met de slogan 'Iedere Vijfde Vrouw', waren sommige echelons van de politieke elite en van de bevolking zeer verontwaardigd. Men zei dat wat het geval was in Oostenrijk zeker niet zou gelden voor Slowakije. Toentertijd waren er in Slowakije nog geen gegevens beschikbaar over geweld.

De meest recente onderzoeken laten zien dat de situatie nog veel erger is: circa 40  procent van leerlingen zegt getuige of zelfs slachtoffer te zijn geweest van geweld. Vermoedelijk is mijn land in dit opzicht niet beter of slechter dan de buurlanden. Geweld is een bijzonder ernstig maatschappelijk probleem, zoals ook bleek uit de gesprekken die zijn gehouden met duizend kinderen en jongeren bij het opstellen van een strategie voor kinderrechten. Een van de eerste prioriteiten die hierbij werden geformuleerd ging over door kinderen ervaren geweld.

In dit kader ben ik blij met het verslag van mevrouw Gröner, die het met buitengewone toewijding heeft gepromoot. Het verheugt me uitermate dat dit programma zo succesvol is geweest en dat het nu beter is gefinancierd. Het is echter dringend gewenst dat er een beter wettelijk kader komt ter ondersteuning van de strijd tegen geweld. Het verslag over mensenhandel onderstreept het belang van samenwerking en, tot op zeker hoogte, van de harmonisering van Europese en nationale wetten. Ik denk dat dat in dit geval ook essentieel is en ik stel de inspanningen van de heer Frattini dan ook zeer op prijs.

Ik wil graag benadrukken hoe belangrijk en onvervangbaar vrijwilligersorganisaties op dit gebied zijn. Ik zou daarom ook graag zien dat het mogelijk gemaakt wordt dat deze vrijwilligersorganisaties aanspraak maken op financiering.

 
  
MPphoto
 
 

  Teresa Riera Madurell (PSE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, geweld tegen vrouwen is een misstand die in geen enkele democratische samenleving thuishoort. Daarom is het uitbannen van gendergeweld een essentiële vereiste als we een werkelijk rechtvaardige, democratische en solidaire samenleving tot stand willen brengen. Vandaar het belang van dit verslag. In de eerste plaats wil ik de rapporteur dan ook gelukwensen met haar uitstekende werk.

Het Daphne-programma is een cruciaal instrument voor de ondersteuning van vrouwenorganisaties die gendergeweld bestrijden, en de loskoppeling van het preventie- en voorlichtingsprogramma voor drugs heeft het Daphne-programma sterker en zichtbaarder gemaakt.

Hiermee heeft dit Parlement echt een succes behaald, en hetzelfde geldt voor de stijging van het budget, de opneming van mensenhandel en gedwongen prostitutie als vormen van geweld, evenals de verwijzing naar de verwijdering van geslachtsorganen en eerwraak.

Dames en heren, in mijn land, Spanje, hebben we een baanbrekende wet om gendergeweld op alle fronten aan te pakken. Het is een instrument dat naar onze mening noodzakelijk is als we deze misdrijven binnen een redelijke termijn een halt willen toeroepen.

Om al deze redenen is het in mijn ogen van essentieel belang dat er zo snel mogelijk een Europees rechtskader wordt vastgesteld om het geweld tegen vrouwen over de hele linie in alle lidstaten aan te pakken. Ik ben het met mevrouw Gröner eens dat we dringend vorderingen moeten maken in deze richting.

 
  
MPphoto
 
 

  Inger Segelström (PSE). – (SV) Ik wil mevrouw Gröner en commissaris Frattini bedanken voor hun uitstekende werk. Ik was in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verantwoordelijk voor het terugzenden van dit verslag naar de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid, waar het thuishoort.

Ons Zweedse sociaaldemocraten ligt Daphne na aan het hart omdat het de Zweedse commissaris Anita Gradin was die zich zo sterk heeft ingespannen voor de rol van de EU in de bestrijding van geweld tegen vrouwen.

Zolang er geweld tegen vrouwen en kinderen wordt gepleegd en zolang vrouwen en meisjes als seksslavinnen worden verhandeld, zolang niet alle vrouwen in de EU recht hebben op vrije abortus, zolang vrouwen in de EU worden getroffen door eerwraak en zolang vrouwenrechten in de EU moeten worden versterkt, zullen wij sociaaldemocratische vrouwen blijven vechten voor Daphne en voor een fatsoenlijke financiële steun voor dat programma. Ik betreur het dat we geen steun hebben gekregen voor het opzetten van een netwerk voor kinderombudsmannen, maar daarover zal ik commissaris Frattini en anderen opnieuw aanspreken als we besluiten gaan nemen over de strategie voor kinderen. Het fantastische van Daphne is dat we in de strijd tegen geweld in de hele EU gebruik kunnen maken van de mogelijkheid van de organisaties om nieuwe ideeën uit te proberen en inspiratie op te doen uit voorbeelden van goede praktijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, dankzij het programma Daphne, dat in 1997 in het leven werd geroepen, hebben we al meer dan 370 projecten gefinancierd ter ondersteuning van niet-gouvernementele organisaties, instellingen en verenigingen die zich inspannen om geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen te voorkomen en te bestrijden.

Er is voor Daphne III een budget van ongeveer 117 miljoen EUR voorzien. Het is positief dat de Raad beslist heeft om het merendeel van de amendementen van het Parlement uit de eerste lezing goed te keuren, met name de voorstellen om de administratieve last te verlichten en om technische bijstand voor de aanvragen te verlenen. Het is gedeeltelijk dankzij het Europees Parlement dat de bijzonder efficiënte speciale infolijn voor slachtoffers van geweld operationeel zal blijven. Er zal bovendien een team van deskundigen worden samengesteld, dat de slachtoffers steun en advies kan verlenen.

De doelstellingen van Daphne III verdienen onze bijzondere steun. Het betreft onder meer het bevorderen van een gemeenschappelijk beleid voor de bescherming van de volksgezondheid, het tegengaan van huiselijk geweld, het beschermen van de kinderrechten, evenals het bestrijden van de mensenhandel en van seksuele uitbuiting. In dat licht moet de Europese Commissie zich zo snel mogelijk uitspreken over het voorstel van het Parlement en de Raad inzake de mogelijkheid van een initiatief voor een Europees Jaar van de strijd tegen geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen.

Ten slotte zou ik de rapporteur, mevrouw Gröner, van harte willen bedanken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Het debat is gesloten.

De stemming vindt op dinsdag 22 mei plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Gurmai (PSE), schriftelijk. – (HU) Geweld tegen vrouwen binnen het gezin is een ernstig maatschappelijk probleem dat samenhangt met de structureel achtergestelde positie en de discriminatie van vrouwen in een helaas nog altijd door mannen gedomineerde maatschappij. Het gaat hier om een vernederend en onwaardig verschijnsel dat – zij het in verschillende mate – in alle landen en alle sociale lagen voorkomt en schadelijk is voor de levensomstandigheden, het dagelijkse leven en de deelname op de arbeidsmarkt van vrouwen. Ik wil dan ook benadrukken dat geweld van mannen tegen vrouwen onacceptabel is in een moderne, democratische maatschappij!

De eerdere successen van het Daphne-programma laten duidelijk zien dat we hiermee door moeten gaan. Ik beschouw het als een geweldig resultaat en tegelijkertijd als een belangrijke kans dat het nieuwe programma met een twee keer zo hoog budget kan werken als het vorige, en we dan ook zelfs nog meer van dit programma. Bij de implementatie van de programma's moet bijzondere aandacht worden besteed aan het vergroten van de transparantie, een doelgerichte benadering en effectiviteit, en er moet voor worden gezorgd dat een zo groot mogelijk gedeelte van de maatschappij wordt bereikt.

Voorlichting en de uitbreiding van maatschappelijke preventie naar alle gebieden spelen een belangrijke rol in de strijd tegen dit schadelijke fenomeen. Jammer genoeg beschikken we wat betreft het onderwerp geweld tegen vrouwen binnen het gezin nog altijd niet over betrouwbare en sprekende statistische gegevens die op EU-niveau geharmoniseerd zijn en zodoende op de juiste manier met elkaar zouden kunnen worden vergeleken. Alle mogelijke middelen moeten worden aangewend om de voorwaarden hiervoor te creëren.

 
  
MPphoto
 
 

  Katalin Lévai (PSE), schriftelijk. (HU) Ik verwelkom het initiatief van het Parlement en de Raad dat zij in een gezamenlijke verklaring de Commissie oproepen het initiatief voor een Europees Jaar van de strijd tegen geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen in overweging te nemen.

Ik zie het als een belangrijk resultaat dat de Raad, bij de goedkeuring van het gemeenschappelijk standpunt, het succes erkende van het Daphne-programma en unanieme steun verleende aan de voorzetting van het programma in een derde fase die zal duren tot 2013. Als extra positief resultaat wil ik graag de verhoging van het budget naar bijna 117 miljoen EUR noemen, wat een grote vooruitgang betekent vergeleken bij het budget van 50 miljoen EUR voor Daphne II en de 20 miljoen EUR die voor Daphne I werd uitgetrokken.

Ik denk dat we het als een gemeenschappelijk succes kunnen zien dat het Parlement tijdens de onderhandelingen verscheidene amendementen met succes verdedigd heeft, bijvoorbeeld de betere toegankelijkheid voor ngo’s. Het is een belangrijke verdienste dat het is gelukt te garanderen dat de dienstverlening van het aanspreekpunt wordt voortgezet en dat er een denkgroep opgericht wordt om deskundig advies te verlenen.

Daarnaast zie ik mijn eigen inspanningen en initiatieven weerspiegeld in het feit dat er een overeenkomst is bereikt voor het opstellen van een gezamenlijke verklaring over het Europees Jaar van de strijd tegen geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen.

Ten slotte wil ik als woordvoerder van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement voor de situatie van Roma de aandacht vestigen op het feit dat binnen de sowieso vaak machteloze Roma-minderheid de meest weerlozen, kinderen en vrouwen, zich in meerdere opzichten in een ongunstige positie bevinden. Zij zijn het meest kwetsbaar ten opzichte van geweld en ik maak me er dan ook sterk voor dat de steun voor en bescherming van deze groep extra aandacht krijgen binnen het kader van dit programma.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid