Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2016(REG)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0139/2007

Debatten :

Stemmingen :

PV 22/05/2007 - 9.4
CRE 22/05/2007 - 9.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0189

Debatten
Dinsdag 22 mei 2007 - Straatsburg Uitgave PB

10. Stemverklaringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde zijn de stemverklaringen.

 
  
  

- Verslag-Isler Béguin (A6-0180/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Wij hebben vóór dit akkoord gestemd, omdat het Europees Parlement instaat voor 40 miljoen euro extra in vergelijking met het gemeenschappelijk standpunt van de Raad. De begroting voor LIFE+ is nu ongeveer 1,894 miljard euro.

Aan de andere kant is een gedeelte van het LIFE+-budget bestemd voor projecten betreffende “natuur en biodiversiteit”. Het EP heeft kunnen garanderen dat op zijn minst 50 procent van het LIFE+-budget zal worden gebruikt voor het subsidiëren van projecten die gericht zijn op het behoud van natuur en biodiversiteit. De Raad had in zijn gemeenschappelijk standpunt voorgesteld 40 procent van de begroting aan dergelijke projecten te besteden.

Zoals het verslag meldt, heeft commissaris Dimas in het bemiddelingscomité een verklaring voorgelezen, volgens welke de Commissie vóór de herziening van het financieel kader een overzicht zal opstellen van de reeds vastgelegde en geplande uitgaven, zowel op nationaal als op EU-niveau, voor het beheer van de Natura 2000-netwerken. Dit overzicht zal worden gebruikt voor de aanpassing van de communautaire instrumenten, waaronder LIFE+, en voor het verzekeren van een hoog niveau van cofinanciering.

Tot slot, het resultaat is veel bevredigender dan een akkoord dat eventueel in een eerdere fase van de wetgevingsprocedure had kunnen worden bereikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Ik vind het resultaat van de bemiddeling zeer positief. De gecentraliseerde opzet overheerst, daar de Commissie verantwoordelijk blijft voor het beheer van het programma. Met deze aanpak zijn zaken verzekerd als de meerwaarde voor Europa als geheel, gelijke criteria en selectie van de beste projecten. De secundaire uitgaven lopen terug door het oprichten van beheersorganen op nationaal niveau.

Ik noem nog andere positieve aspecten, zoals de verhoging van 40 miljoen euro in de algemene begroting en de toewijzing van 15 procent van de gelden voor grensoverschrijdende projecten.

Ik stem derhalve vóór het gemeenschappelijk voorstel dat het bemiddelingscomité voor LIFE+ heeft goedgekeurd.

 
  
  

- Verslag-Gröner (A6-0147/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dankzij het Daphne III-programma beschikken wij over nog een adequaat instrument om mensenhandel en seksuele uitbuiting te bestrijden. Het is nog steeds een feit dat meer dan 100 000 vrouwen in de Europese Unie slachtoffer van mensenhandel en geweld zijn. Daarom is het noodzakelijk dat een dergelijk programma over effectieve middelen beschikt.

Ik ben dan ook zeer verheugd dat de begrotingsmiddelen van 50 miljoen naar 114 miljoen EUR zijn verhoogd. Daardoor kunnen wij voorlichtingscampagnes voeren in de landen waar vrouwen en kinderen naar de Europese Unie gelokt worden om vervolgens slachtoffer van seksueel geweld te worden.

Met deze op preventie gerichte informatiecampagnes kunnen wij vrouwen beter voorlichten en tegen uitbuiting beschermen. Als wij er dan ook nog in slagen om dit te combineren met steun in het kader van programma’s om de positie van vrouwen in risicogroepen te verbeteren, dan wordt dankzij Daphne III een grote stap gezet bij het bestrijden van geweld, mensenhandel en uitbuiting.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb het verslag-Gröner gesteund omdat wij er absoluut in zijn geslaagd om vooruitgang te boeken bij het bestrijden van geweld tegen vrouwen. Het Daphne-programma heeft daar ongetwijfeld een bijdrage aan geleverd.

Geweld tegen vrouwen komt nog steeds vaker voor in culturen waar het patriarchale machtsbeginsel stevig geworteld is, en waar dat geweld nauwelijks als een probleem wordt gezien. Door de immigratiestromen van de afgelopen jaren zijn ook wij geconfronteerd met schendingen van de mensenrechten van vrouwen, niet alleen door genitale verminking, maar ook door gedwongen huwelijken. Het is volgens mij niet toereikend om alleen maar de bewustwording van de problematiek te verbeteren of gedwongen huwelijken in de EU strafbaar te stellen. Wij mogen ook geen uitzonderlijke rechterlijke uitspraken accepteren die op culturele overwegingen zijn gebaseerd. Als het gaat om het bestraffen van criminelen mag geen onderscheid gemaakt worden tussen autochtonen en allochtonen, ongeacht ras of geloof. Op dit punt mag Vrouwe Justitia blind noch doof zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. - (PL) Ik stem voor het verslag van mevrouw Gröner over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van het besluit van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een speciaal programma tot voorkoming en bestrijding van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen en tot bescherming van slachtoffers en risicogroepen in de periode 2007-2013 (Daphne III-programma), als onderdeel van het algemeen programma “Grondrechten en justitie”.

Het Daphne-programma werd in 1997 in het leven geroepen. Dankzij dit programma hebben we meer dan 350 projecten kunnen financieren, die tot doel hadden niet-gouvernementele organisaties, instellingen en verenigingen te steunen die actief waren op het vlak van de bescherming van kinderen, jongeren en vrouwen tegen geweld. Ik verleen mijn volledige steun aan de derde fase van dit project, waaraan het verslag van mevrouw Gröner is gewijd.

De voornaamste doelstellingen van Daphne III zijn: de ontwikkeling van het communautaire beleid met betrekking tot de bescherming van de volksgezondheid, de gelijkheid van mannen en vrouwen, het bestrijden van huiselijk geweld, het beschermen van de kinderrechten, evenals het bestrijden van seksueel geweld in conflictsituaties, mensenhandel en seksuele uitbuiting.

Deze ambitieuze doelstellingen voor de periode 2007-2013 zullen gerealiseerd kunnen worden dankzij een begroting van 116 850 000 euro. De verhoging van de beschikbare middelen met 20 miljoen in vergelijking met de begroting van Daphne I, en met 50 miljoen in vergelijking met de begroting van Daphne II, toont aan dat het belang en de resultaten van het programma algemeen worden erkend.

Daarenboven vestigt de rapporteur terecht de aandacht op de noodzaak om het programma open te stellen voor samenwerking met niet-gouvernementele organisaties, meer bepaald door meer transparantie te verzekeren, de administratieve last te verlichten en advies te verstrekken aan projectindieners die op zoek zijn naar financiering.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb deze wijzigingen in Daphne III, het speciale programma van de EU tot voorkoming en bestrijding van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen, gesteund. Ik ben blij dat de derde fase van Daphne (2007-2013) een groter budget - 116,85 miljoen euro - heeft. Ik ben ook blij dat de bureaucratie zal worden verminderd, zodat NGO's gemakkelijker toegang hebben tot het programma.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik steun het werk van de rapporteur op het gebied van de bestrijding van geweld tegen vrouwen volledig. Het Daphne-programma helpt dit probleem in de hele EU aan te pakken. Ieder die dit verslag vandaag niet steunt, zou moeten worden veroordeeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Margie Sudre (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) De verlenging van het Daphne-programma tot 2007-2013 wijst op de wil van het Europees Parlement om de voortzetting van het in 2000 uitgewerkte plan te verzekeren.

Geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen vormt een dramatisch sociaal fenomeen. Sommige, uiterst gevoelige groepen moeten beter tegen geweld beschermd worden, en ook huiselijk geweld of vrouwelijke genitale verminking mogen we niet uit het oog verliezen. Op het eiland Réunion, bijvoorbeeld, is het aantal strafbare feiten tegen vrouwen in twintig jaar tijd verdubbeld, en meer dan één vrouw op vijf is in de voorbije twaalf maanden slachtoffer geworden van minstens één vorm van geweldpleging in een openbare ruimte. Ik wens dan ook dat de Europese Commissie een Europees Jaar aan dat type geweldpleging wijdt.

Ik juich de inzet van de Commissie toe, die de begroting tot bijna 117 miljoen euro heeft verhoogd, hoewel dat bedrag lager ligt dan wat het Europees Parlement gevraagd had. De verdubbeling van de middelen getuigt evenwel van een zekere ambitie met betrekking tot de doelstellingen.

Deze inspanning moet er echter nog voor zorgen dat het programma transparanter en gemakkelijker toegankelijk wordt maken voor het maatschappelijk middenveld, dat te weinig technische bijstand krijgt om projectvoorstellen voor te bereiden, vooral in de ultraperifere gebieden. Ik hoop dat in de toekomst een deskundigencomité evaluaties zal maken.

 
  
  

- Verslag-Corbett (A6-0139/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE), schriftelijk. - (EN) In plaats van enkele van de meer verstrekkende voorstellen die ons waren gedaan, op tafel te leggen, heeft de Commissie constitutionele zaken besloten een bescheiden wijziging voor te stellen van artikel 47 (dat zou worden omgedoopt in ‘Procedure medeverantwoordelijke commissie’). Volgens deze meer bescheiden wijziging zouden de voorzitters en rapporteurs van de betrokken commissies bijeen moeten komen om gezamenlijk vast te stellen welke onderdelen van de tekst onder hun exclusieve of gezamenlijke bevoegdheid vallen. De voorzitter van de ten principale bevoegde commissie zou met het gevonden akkoord rekening moeten houden wanneer hij beslist over de eindverantwoordelijkheid voor de verschillende onderdelen van de tekst. Het artikel zou het de partijen ook mogelijk maken om, als zij dit wensen, preciezere samenwerkingsvoorwaarden af te spreken, wat de deur opent naar mogelijkheden zoals een gezamenlijke werkgroep. De wijziging van het artikel waarborgt ook dat ingeval van een bemiddelingsprocedure de medeverantwoordelijke commissies in elke delegatie van het Parlement vertegenwoordigd zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (ITS), schriftelijk. - (FR) Wij hebben ons onthouden bij de stemming over de verslagen van de heren Corbett en Leinen over de versterkte samenwerking tussen commissies en de praktische modaliteiten van de medebeslissingsprocedure.

Concreet gezien worden met deze verslagen inderdaad pogingen ondernomen om de werkzaamheden van dit Parlement binnen zijn institutionele en juridische kader te vereenvoudigen. Deze verslagen zijn echter kenmerkend voor de parlementaire gewoonte om bijna alles vooraf, in besloten kring, te beslissen via een compromis tussen de instellingen of tussen bepaalde fracties, in naam van de efficiëntie en de rationaliteit. Ze zijn evenzeer kenmerkend voor een parlementaire vergadering waarin de “grote” fracties - of ten minste degenen die als dusdanig erkend worden - de lakens uitdelen en waarin de individuele rechten van Parlementsleden herleid worden tot hun eenvoudigste vorm, en zelfs onbestaande zijn als het op regelgeving aankomt.

Dit Parlement lijdt reeds onder een gebrek aan nationale en politieke representativiteit en staat niet dicht bij de burgers. Door al dat polijsten van zijn procedures loopt het Parlement het risico zijn aard verliezen, de aard van een door en voor het volk gekozen vertegenwoordiging.

 
  
  

- Verslag-Laperrouze (A6-0125/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ook ik heb voor het verslag-Laperrouze gestemd, omdat het, als het om water gaat, uiteraard beter is om problemen te voorkomen dan achteraf dure saneringsmaatregelen te moeten nemen. Als Oostenrijker en burger van een land met zeer grote waterreserves ben ik van mening dat wij met het oog op een duurzaam en milieubewust waterbeleid de intensieve landbouw niet langer financieel mogen ondersteunen, met name gezien alle problemen die een dergelijke vorm van landbouw met zich meebrengt, zoals overbemesting. Wij moeten veeleer steun geven aan de landbouwers die de landbouwgrond met traditionele methoden bewerken. Ook bij het bosbeheer kunnen wij meebepalen welke, en hoeveel schadelijke stoffen in welk tempo in het grondwater terechtkomen, waardoor wij tevens een bijdrage leveren aan de bescherming tegen overstromingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. - (PT) Ik heb gestemd vóór het verslag-Laperrouze (A6-0125/2007) over het voorstel voor een richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG, omdat volgens mij de Europese Unie een fundamentele rol moet blijven spelen bij het beschermen van het milieu, en omdat dit voorstel tot doel heeft de kwaliteit van het milieu te beschermen en te bevorderen, overeenkomstig het beginsel van duurzame ontwikkeling.

Er zijn maatregelen nodig als follow-up van de kaderrichtlijn water om een eind te maken aan de chemische verontreiniging van water, waardoor waterecosystemen worden verstoord, met als gevolg de teloorgang van biodiversiteit en toenemende blootstelling van de mens aan verontreiniging.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Dit nieuwe voorstel voor een richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid is een follow-up van de in 2000 uitgevaardigde kaderrichtlijn water. Het bevat de milieukwaliteitsdoelstellingen voor oppervlaktewater die tegen 2015 moeten zijn bereikt, zonder dat echter de bestaande wetgeving op dit vlak formeel wordt getoetst, en zonder dat zelfs sprake is van een geïntegreerde aanpak van het waterbeleid.

Het gaat om een pakket onsamenhangende maatregelen met een aantal positieve aspecten en correcte verwijzingen naar de noodzaak rekening te houden met de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens, de milieuomstandigheden van de verschillende regio’s en een evenwichtige economische en sociale ontwikkeling. Het kader voor die maatregelen vormt echter een bekrachtiging van het neoliberalisme, waardoor de voorgestelde maatregelen ondergeschikt zijn aan de “handhaving van eerlijke concurrentievoorwaarden op de interne markt” en het principe de vervuiler betaalt.

Het voorstel introduceert ook een aantal niet erg duidelijke begrippen als de “beste beschikbare technieken” die ingezet kunnen worden om het gebruik van technologieën en apparatuur waarvoor octrooi is verleend, verplicht te maken. Dat lijdt tot het creëren van afhankelijkheid en kan de werknemers zonder productiemiddelen laten, gezien de hoge prijs van geavanceerde technologische apparatuur.

Hoewel het Europees Parlement een aantal verbeteringen heeft aangebracht in de Commissietekst, zijn de meeste voorstellen van onze fractie verworpen. Daarom hebben we ons bij de eindstemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Diamanto Manolakou (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) De titel milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid komt niet overeen met de inhoud. De aandacht is immers gericht op de schadelijke stoffen in oppervlaktewater en sedimenten die enkel en alleen afkomstig zijn van pesticiden.

Alle andere verontreinigingsbronnen ontrekken zich aan de controle, zoals vloeibaar industrieel afval, stadsafval, vuilnis-percolatiewater, thermische verontreiniging uit thermische bronnen, verontreiniging van meren door neerslag van luchtverontreiniging door verbrandingscentrales, enzovoort. De chemische verontreiniging van het oppervlaktewater kan echter tot gevolg hebben dat de waterecosystemen worden verstoord en aldus de biodiversiteit wordt vernietigd, of dat verontreinigende stoffen via vissen in de voedselketen terechtkomen. Het is trouwens zonder meer duidelijk dat de Commissie het gemunt heeft op de landbouwproductie. Volgens de Commissie is de landbouw de enige verantwoordelijke voor de chemische verontreiniging van het oppervlaktewater. Het beginsel ‘de vervuiler betaalt’ houdt verontreiniging trouwens niet tegen, maar legitimeert het ongebreideld optreden van de industrie en van andere monopolies.

Er worden geen concrete maatregelen voorgesteld voor controle op de lozingspunten van de al dan niet gevaarlijke “prioritaire stoffen”, op de concentratielimieten, waar zich de ontwerprichtlijn mee bezighoudt.

Met het verslag wordt de beperkte inhoud van de richtlijn uitgebreid, met als doel een betere waterbescherming. Toch blijft men met de inhoud en de richting van het verslag ver achter bij de hedendaagse behoeften op het gebied van de bescherming van de waterkwaliteit. Water is een sociaal goed dat volledig moet worden beschermd, en niet halfslachtig en met onsamenhangende maatregelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. - (EN) De waterkwaliteit is van essentieel belang voor ons milieu, en het doet mij genoegen te zien dat er door Europees optreden verbeteringen zijn opgetreden. Ik ben van mening dat het voorstel van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid om te kijken naar de effectiviteit van alle communautaire verordeningen met directe of indirecte gevolgen voor de waterkwaliteit, een stap in de goede richting is.

 
  
  

- Verslag-Aubert (A6-0061/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Agnes Schierhuber (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, hoewel de rapporteur, mevrouw Aubert, zich veel moeite heeft getroost om een goed verslag samen te stellen, heeft de delegatie van de Oostenrijkse Volkpartij in het Europees Parlement vandaag tegengestemd. Wij vinden namelijk dat dit verslag nog steeds te veel problematische elementen bevat. Wij zijn bijvoorbeeld nog steeds van mening dat de grenswaarde voor GGO’s 0,0 procent moet bedragen. Daarnaast vinden wij dat importen uit derde landen aan dezelfde criteria moeten voldoen als producten uit landen van de EU. Dat moet dan ook gecontroleerd worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (PSE), schriftelijk. - (FR) Ik heb gestemd voor het voorstel tot terugverwijzing van het verslag Aubert, over biologische productie en etikettering van biologische producten, naar de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Mijns inziens is het noodzakelijk te stellen dat de drempel voor toevallige contaminatie met GGO’s niet dezelfde mag zijn als de drempel voor de conventionele landbouw, namelijk 0,9 procent. In dat geval zouden we immers de facto toegeven dat contaminatie niet meer vermeden kan worden, en dat niet meer gegarandeerd kan worden dat een product, zelfs met een bio-etiket, vrij is van GGO’s.

In deze context heb ik het voorstel van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement gesteund, waarin gesteld werd dat de aanwezigheid van GGO’s in biologische producten beperkt moet zijn tot onvoorspelbare en technisch onvermijdbare hoeveelheden, met een maximale hoeveelheid van 0,1 procent. De term "bio" zou niet meer gebruikt mogen worden voor producten waarvan de hoeveelheid toevallige contaminatie met GGO’s hoger ligt dan de traceerbare drempel van 0,1 procent.

Tot slot steun ik het verzoek tot wijziging van de rechtsgrondslag voor deze kwesties van de biologische landbouw. Het Europese Parlement wil in deze problematiek niet alleen geraadpleegd worden maar ook mee kunnen beslissen. Dat zou een stap vooruit zou zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Wij hebben ons bij de eindstemming onthouden, gezien hetgeen er in de tussentijd tijdens deze procedure is gebeurd. Aan de ene kant zijn we het - naast andere negatieve voorstellen - niet eens met het standpunt van de Commissie in de ontwerpverordening om 0,9 procent genetisch gemodificeerde organismen in biologische producten toe te staan. Wij vinden dat nog steeds onaanvaardbaar, met name als het gaat om de biologische landbouw. Het tolereren van 0,9 procent besmetting met GGO’s staat gelijk met het accepteren van de transgene besmetting van biologische producten. Dat heeft onmiskenbaar gevolgen voor de consument en vormt een ernstige en onaanvaardbare bedreiging voor de overlevingskansen van de biologische productie.

De consument kiest voor biologische producten, omdat die op duurzamere wijze en zonder gebruik van pesticiden zijn geproduceerd en volledig vrij zijn van genetisch gemodificeerde organismen. Het aanvaarden van het gebruik van GGO’s, zij het in minieme hoeveelheden, is een vorm van manipulatie van de consument met ernstige gevolgen voor het milieu en de gezondheid in het algemeen.

Aan de andere kant is het echter mogelijk geweest het voorstel van de Europese Commissie in de plenaire vergadering te verbeteren, hoewel de Raad geen positief antwoord heeft gegeven en geweigerd heeft de rechtsgrondslag te wijzigen. Daarom hebben we ons bij de eindstemming onthouden, in de hoop dat er enkele concessies zullen worden gedaan ten aanzien van de voorstellen die de oorspronkelijke tekst verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik zal voor het verslag-Aubert over biologische productie en de etikettering van biologische producten stemmen. Ik ben van mening dat de consumenten recht hebben op een duidelijke identificatie van de producten die ze van plan zijn te kopen. Desalniettemin moeten verordeningen inzake etikettering de dagelijkse werkelijkheid weerspiegelen. We kunnen geen specifieke eisen stellen als we deze niet op een zinvolle manier kunnen uitvoeren en als daarin de beste praktijken die momenteel beschikbaar zijn, niet worden weerspiegeld. Anders zijn wij medeverantwoordelijk voor de beperking van de beschikbaarheid van producten die veel consumenten mogelijk zouden willen kopen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ambroise Guellec (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Biologische productie is vandaag goed voor 1,4 procent van de totale landbouwproductie van de vijfentwintig lidstaten en voor 3,6 procent van de gebruikte landbouwoppervlakte (1,8 procent van de landbouwoppervlakte in Bretagne). De vraag van de consumenten stijgt, en doordat er nieuwe producten met verschillende etiketten, die soms zelfs buiten de EU geproduceerd worden, op de markt komen, rijzen nieuwe problemen op het vlak van controle, certificering en etikettering. Bovendien lopen de overheidssteun en de normen op dit gebied in de verschillende landen sterk uiteen, waardoor het concurrentievermogen van de biologische landbouwers die minder steun ontvangen, wordt verstoord.

Ik ben dus zeer blij dat in de plenaire vergadering het advies van het Europese Parlement aan de Raad is aangenomen, waarin gevraagd wordt snel bepalingen op te stellen voor de biologische landbouw. Deze nieuwe verordening moet zorgen voor verduidelijking van het communautair kader dat in 1991 voor de biologische landbouwproductie werd vastgesteld. Het Parlement wil dat de nationale inspectiesystemen uitgebouwd worden om de traceerbaarheid van de producten in elke fase van het productieproces mogelijk te maken. Als het gebruik van het Europese logo (voor voedingsmiddelen met meer dan 95 procent biologische ingrediënten) en de vermelding "EU-biologisch" verplicht worden, moet het mogelijk blijven ook nog andere logo’s op de verpakking te zetten. Tot slot moet het gebruik van GGO’s in de biologische productie verboden worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Diamanto Manolakou (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) De alom geroemde verbetering van de landbouwproductie, en de kwaliteitsverbetering van de landbouwproducten dankzij de biologische teelt dreigen uit te lopen op een kolossale fraude ten koste van producenten en consumenten.

De scepter wordt gezwaaid door een uitermate gering aantal multinationals - die omwille van de winst gebruik maken van gemodificeerde organismen en aldus de voedselketen in heel de wereld onder hun controle willen brengen - en daarvoor zijn alle fractie van het EP verantwoordelijk, met inbegrip van de PASOK en de Nieuwe Democratie.

Met de toegestane hoeveelheid GGO’s in biologische levensmiddelen en de toevoeging van uit GGO’s verkregen supplementen (vitamines, enzovoort) is het hek van de dam. Nu zullen ook in de landen en regio’s die zich verzetten tegen het gebruik van GGO’s, omdat deze gevaarlijk zijn, gemodificeerde organismen kunnen worden gebruikt.

Er wordt een limiet vastgesteld voor toegestane GGO-sporen in biologische producten. Deze is weliswaar nu heel laag, maar kan zonder controle worden opgetrokken, aangezien zelfs het Europees Parlement geen recht op medebeslissing is gegeven. Deze limiet zal in het vervolg door de multinationals worden vastgesteld omdat er door de toegestane coëxistentie van conventionele, gemodificeerde en biologische teelten natuurlijke besmetting met GGO’s zal plaatsvinden, welke beschermingsmaatregelen men ook neemt.

Op die manier zullen de biologische landbouwers de kwaliteit van hun producten naar beneden zien gaan, en zullen de consumenten bedrogen uitkomen omdat zij biologisch producten met GGO’s kopen.

Onze voorstellen voor een verbod op GGO’s in biologische levensmiddelen zijn helaas niet overgenomen, maar wij zullen samen met de werknemers blijven strijden voor gezonde teelten en gezond voedsel.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb de ontwerpresolutie over biologische levensmiddelen gesteund, die voortbouwt op het verslag van maart jongstleden, waarin werd voorgesteld om strengere regels in te voeren voor biologische levensmiddelen. Ik ben van mening dat dit de consumentenbescherming kan verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. - (SV) Ik stem voor het verslag, omdat het in tegenstelling tot het voorstel van de Commissie de mogelijkheid van nationale etikettering handhaaft. Ik betreur het evenwel dat in het verslag desondanks wordt bepleit om de EU-etikettering tot de dominerende etikettering te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM), schriftelijk. - (EN) Ik heb voor het verslag over de etikettering van biologische producten gestemd, omdat het verslag nationale etiketten blijft toestaan. Dit betekent dat het voorgestelde EU-etiket weliswaar een afgezwakte versie van biologische levensmiddelen erkent, vooral met betrekking tot het gehalte aan GGO's, maar dat nationale etiketten op de eigen markten van de lidstaten van de EU nog steeds kunnen worden gebruikt om aan te geven dat een biologisch product geen GGO's bevat.

 
  
MPphoto
 
 

  Alyn Smith (Verts/ALE), schriftelijk. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik steun vandaag met groot genoegen de bewering van mijn collega-fractielid in haar verslag dat biologische productie en etikettering een cruciaal gebied van de EU-productie zijn dat moet worden beschermd. Aangezien de markt voor biologische levensmiddelen groeit, is het van groot belang dat consumenten zekerheid hebben over wat nu biologisch is en wat niet. We hebben in Schotland een biologische sector die het goed doet, en ik wil die ook zien floreren. Een stabiel raamwerk voor de etikettering en de definities zal daartoe bijdragen.

 
  
  

- Verslag-Post (A6-0161/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) De Europese Gemeenschap en Groenland onderhouden al geruime tijd visserijbetrekkingen daar de kaderovereenkomst, die op 31 december 2006 is afgelopen, uit 1985 dateert.

Het nieuwe protocol dat sinds 1 januari 2007 voor een periode van zes jaar van kracht is, stelt de vangstmogelijkheden voor communautaire schepen en de financiële tegenprestaties vast en beschrijft de vissoorten en de voorwaarden voor de visserijactiviteiten van communautaire vissersschepen in de Groenlandse EEZ.

Het hoofddoel van de nieuwe overeenkomst is het handhaven en aanhalen van de visserijbetrekkingen tussen de Gemeenschap en de autonome regering van Groenland. Het middel daarvoor is een kader voor partnerschap en dialoog ten bate van een duurzaam visserijbeleid en een rationele exploitatie van de visbestanden in de Groenlandse visserijzones. Dat is in het belang van beide partijen.

Portugal heeft specifiek belang bij deze visserijsector en is daarom voor het sluiten van deze nieuwe overeenkomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Hoewel wij vóór dit verslag hebben gestemd - waarmee de desbetreffende verordening wordt goedgekeurd -hebben wij een voorbehoud bij artikel 3, lid 2 van de ontwerpverordening. Daarin wordt de Commissie de mogelijkheid gegeven licentieaanvragen van andere lidstaten in overweging te nemen, als rechthebbende lidstaten hun quota van de overeenkomst niet volledig benutten.

Volgens ons dient de Commissie bij onderbenutting van vangstmogelijkheden die een lidstaat heeft verkregen op basis van quota en licenties, de betrokken lidstaat te raadplegen over de beste wijze om een optimaal gebruik van de vangstmogelijkheden te verzekeren. Daarbij moet ook de mogelijkheid bestaan de niet gebruikte vangstmogelijkheden over te hevelen naar andere lidstaten.

Die mogelijkheid mag evenwel het principe van relatieve stabiliteit niet in gevaar brengen. Met andere woorden, het benutten van deze mogelijkheid mag geen gevolgen hebben voor toekomstige toewijzingen van vangstmogelijkheden aan de lidstaten in het kader van deze partnerschapsovereenkomsten.

Daarom steunen wij het amendement dat dit punt verduidelijkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. - (EN) Aangezien amendement 7 niet is aangenomen, had de Labour-delegatie in het Europees Parlement geen andere keus dan tegen het verslag te stemmen. Dit verslag zou de historische visserijrechten van de Schotse vloot in gevaar kunnen brengen, en het schept een gevaarlijk precedent voor toekomstige visserijovereenkomsten.

 
  
  

- Verslag-Leinen (A6-0142/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. - (PL) Ik stem voor het verslag over de wijze van uitvoering van de medebeslissingsprocedure. Eerst en vooral zou ik de rapporteur, de heer Leinen, hartelijk willen bedanken voor dit erg grondig voorbereide document.

We moeten alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat de Europese Unie zo doeltreffend mogelijk functioneert en om het systeem van interinstitutionele samenwerking te vereenvoudigen. Het moet ons streefdoel zijn om de besluitvorming en de ontwikkeling van de Europese wetgeving door de drie instellingen van de Europese Unie - Europese Commissie, Raad en Europees Parlement - zo transparant mogelijk te maken voor de Europese burgers.

De medebeslissingsprocedure is een belangrijk onderdeel van het wetgevingssysteem van de Europese Unie. Ze garandeert dat nieuwe EU-wetgeving op een democratischere manier tot stand komt. De voorstellen uit het verslag ter verbetering van deze procedure zijn erg nuttig en zouden moeten helpen bij het vereenvoudigen van het verloop van het besluitvormingsproces.

 
  
  

- Verslag-Adamou (A6-0089/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) In principe dienen we het tot staan brengen van het verlies aan biodiversiteit tegen 2010 te steunen. Daarvoor zijn gepaste maatregelen nodig, want we weten dat de soorten en ecosystemen ruimte nodig hebben voor hun ontwikkeling en herstel. De handhaving van de ecosystemen dient derhalve een doelstelling te zijn van al het sectoraal en horizontaal beleid van de EU. Gezonde ecosystemen zijn immers van levensbelang voor de welvaart en het welzijn in de Europese Unie en de hele wereld. Om te voorkomen dat ons landschap gedomineerd wordt door beton en vervuiling kan de stedelijke en plattelandsontwikkeling de natuur daarom niet langer negeren.

Biodiversiteit is een fundament voor duurzame ontwikkeling en daarom is het nodig biodiversiteitsproblemen te integreren in alle politieke besluitvormingsprocessen.

Hoewel er tegenspraken bestaan tussen de communautaire beleidsvormen, dienen de lidstaten alle beschikbare mogelijkheden in het kader van het GLB, het GVB, de cohesie- en structuurfondsen, LIFE+ en het zevende kaderprogramma te baat te nemen om de doelstellingen op het vlak van biodiversiteit te steunen. Bovendien is het dringend noodzakelijk meer aandacht te schenken aan de financiële behoeften bij het doorlichten van de communautaire begroting in 2008-2009. Dan zal de (on)toereikendheid van de communautaire financiering voor de biodiversiteit moeten worden beoordeeld, met name de gelden ten behoeve van het “Natura 2000-netwerk”.

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Ik stem vóór het verslag-Adamou, omdat ik het verlies aan biodiversiteit een probleem van levensbelang vind voor de toekomst van de EU en dit actieplan een fundamenteel instrument zal zijn om de noodzakelijke maatregelen in de praktijk te brengen, teneinde het verschijnsel tegen 2010 tot staan te brengen. Desalniettemin zal het mijns inziens ongetwijfeld zeer moeilijk zijn aan die termijn te voldoen.

Ik ben het eens met de beschreven gevolgen van de klimaatveranderingen. De ecosysteemdiensten en de specifieke rol van het het GLB en het GVB moeten worden meegewogen gezien hun belang voor het realiseren van de doelstellingen en als garantie voor de handhaving van de biodiversiteit op lange termijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Diamanto Manolakou (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) De belangstelling van de EU voor het beteugelen van het verlies aan biodiversiteit komt te elfder ure en is hypocriet, aangezien de EU geen echte maatregelen neemt, noch de noodzakelijke middelen ter beschikking stelt.

De EU doet alsof biodiversiteit haar na aan het hart ligt, maar eigenlijk is de bevordering van GGO’s voor haar hoofdprioriteit. Terecht worden in het verslag de gevaren genoemd van genetisch gemodificeerde vissen, maar er wordt met geen woord gerept over de enorme bedreiging die uitgaat van resistente genetisch gemodificeerde planten die de plantaardige biodiversiteit aantasten en gevaren veroorzaken voor de volksgezondheid.

Uit een hoop gegevens blijkt dat er een massa soorten verloren is gegaan. Het tempo waarmee dit verlies zich voltrekt is 100 à 1000 keer hoger dan normaal, met alle tragische gevolgen van dien voor de genetische stroom tussen flora en fauna.

Als hoofdoorzaken voor het verlies van biodiversiteit worden genoemd: klimaatverandering, milieuverontreiniging, intensieve landbouw en een slecht bos- en waterbeheer. Dit verlies is echter het resultaat van het plunderen van de natuur door de winsthongerige monopolies. Tegelijkertijd zorgt het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’ ervoor dat de vervuiler uit zijn schuld wordt ontslaan, milieuvervuiling wordt gelegaliseerd en onderwerp wordt van een koehandel, met alle winst van dien voor het kapitaal.

De verantwoordelijkheid van de regeringen van de EU wordt op de schouders gelegd van de burgers, via ondersteuning van opleiding en voorlichting. De volkeren moeten de verantwoordelijkheden zoeken in het milieuvijandige beleid van de EU en de regeringen van de lidstaten. Zij moeten dit beleid veroordelen en ongedaan maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Alyn Smith (Verts/ALE), schriftelijk. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij dat dit belangrijke verslag een dergelijke meerderheid heeft gekregen, want het geleidelijke verlies aan biodiversiteit zou ons allemaal zorgen moeten baren. Vooral de gevolgen van de overstap op biobrandstoffen moeten onze aandacht houden. Niemand zal weliswaar ontkennen dat we het gebruik van fossiele brandstoffen moeten terugdringen, maar de domino-effecten van grote verschuivingen in de productie naar een monocultuur van (vaak genetische gemodificeerde) biobrandstoffen zouden langetermijneffecten kunnen hebben die nog schadelijker zijn, en dit verslag houdt dit punt terecht op onze agenda.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. - (EN) Het feit dat 52 procent van de zoetwatervissoorten met uitroeiing wordt bedreigd, terwijl de stand van kabeljauw en andere vissoorten zorgwekkend laag is, zou ons wakker moeten schudden en moeten aanzetten tot actie. Ik ben het met de rapporteur eens dat het verlies aan biodiversiteit net zo belangrijk is als de klimaatverandering, en dat de lidstaten grotere politieke bereidheid moeten tonen om het verlies aan biodiversiteit te voorkomen. Ik constateer ook tot mijn genoegen dat het amendement dat diepzeevisserij met bodemtrawl en andere niet-duurzame vismethoden veroordeelt, is aangenomen.

 
  
  

- Verslag-Caspary (A6-0149/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de totstandbrenging van een interne markt in onze Gemeenschap - een zeer omvangrijke markt die in verschillende fasen is uitgebreid - heeft alle betrokken actoren voordeel opgeleverd. Deze uitbreiding werd voorafgegaan door de instelling van een interne markt, door de invoering van nieuwe wetgeving en door een veeleisend aanpassingsproces. Kortom, we hebben getracht om voorwaarden te creëren die eerlijke concurrentie garanderen.

De opening van de markt is een absolute voorwaarde voor globalisering. Om te garanderen dat iedereen baat heeft bij een dergelijke ontwikkeling, moet de opening van de markt worden voorafgegaan door een proces dat niet alleen bestaat uit onderhandelingen, maar ook uit aanpassingen. Een voorbeeld hiervan zijn educatieve en informatieve activiteiten voor geïnteresseerde sociale groepen. De oprichting van een mondiale markt moet gebaseerd zijn op beginselen die vergelijkbaar zijn met de beginselen die we bij de totstandbrenging van de Europese markt hebben aangenomen. Dat was een succesverhaal. Het is van cruciaal belang dat we normen en voorwaarden vastleggen die de geïnteresseerde partijen kunnen vervullen. Ik doel onder andere op milieunormen, innovatieve beginselen en voorwaarden met betrekking tot werk en lonen. Met het oog op dit proces zouden we een zogenaamd stappenplan moeten uitwerken, dat de verschillende fasen vastlegt en verdere ontwikkeling mogelijk maakt. Er moet eveneens gezorgd worden voor volledige monitoring door de betrokken partijen.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (PSE), schriftelijk. - (FR) Met dit verslag wordt de Europese Unie en haar handelspartners gevraagd het pad van het triomfantelijk liberalisme te bewandelen, tegen de stroom van het Europese handelsbeleid in.

Ik vind het jammer dat de Europese Parlementsleden nu laten varen wat ze eerder verdedigd hadden, namelijk een handelsbeleid dat er in bestond sociale en milieugerelateerde eisen een hogere prioriteit te geven dan handelsovereenkomsten, door de soevereiniteit te respecteren van de ontwikkelingslanden bij het beheer van bepaalde sectoren die cruciaal zijn voor hun ontwikkeling (overheidsdiensten, investeringen, openbare aanbestedingen en mededingingsregels). Door deze stemming is dit beleid vervangen door een ruime liberaliseringstrategie van diensten en investeringen in ontwikkelingslanden, die de Europese industrie ten goede zal komen en de behoeften aan economische ontwikkeling zal schaden. Het vrijhandelsbeginsel moet een instrument zijn ten dienste van ontwikkeling en geen doel op zichzelf.

Ik betreur het dat de Singapore-thema`s, die waren uitgesloten van de multilaterale onderhandelingen van Doha, door de Europese afgevaardigden opnieuw aan dit verslag zijn toegevoegd als prioriteit voor toekomstige bilaterale onderhandelingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. - (PT) Hoewel het verslag-Caspary vatbaar is voor verbetering, heb ik voorgestemd omdat de meeste socialistische doelstellingen zijn bereikt: preferentie voor het multilateralisme en het afsluiten van de Doha-ronde, speciale behandeling van landen met ontwikkelingsproblemen, wederzijdse erkenning van regelgeving, eerbiediging van minimumregels op sociaal en milieuvlak en het bestrijden van de huidige dumping, bescherming van de intellectuele eigendom, toepassing van gedragscodes en goede praktijken door de Europese ondernemingen en grotere participatie van het Europees Parlement.

Ik vind een actieve en opbouwende rol van de socialistische fractie in het begeleiden van de bilaterale onderhandelingen met grote opkomende economieën als Korea, India, China en Rusland, van fundamenteel belang. Daarbij eisen wij een brede en evenwichtige mate van wederkerigheid, terwijl de steunmaatregelen voor de minst ontwikkelde landen - met inbegrip van het scheppen van de juiste voorwaarden voor hun positieve deelname aan de wereldhandel - met spoed versterking behoeven.

Mijns inziens zijn deze elementen, evenals het belangrijke standpunt om een eenzijdige herziening van de handelsbeschermende instrumenten van de hand te wijzen, in de eindtekst toereikend behandeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisa Ferreira (PSE), schriftelijk. - (PT) Hoewel het verslag voor verbetering vatbaar is, heb ik voorgestemd omdat de meeste socialistische doelstellingen zijn bereikt: preferentie voor het multilateralisme en het afsluiten van de Doha-ronde, speciale behandeling van landen met ontwikkelingsproblemen, wederzijdse erkenning van regelgeving, eerbiediging van minimumregels op sociaal en milieuvlak en het bestrijden van de huidige dumping, bescherming van de intellectuele eigendom, toepassing van gedragscodes en goede praktijken door de Europese ondernemingen en grotere participatie van het Europees Parlement.

Als schaduwrapporteur van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement vind ik een actieve en opbouwende rol van onze fractie in het begeleiden van de bilaterale onderhandelingen met grote opkomende economieën als Korea, India, China en Rusland, van fundamenteel belang. Daarbij eisen wij een brede en evenwichtige mate van wederkerigheid, terwijl de steunmaatregelen voor de minst ontwikkelde landen - met inbegrip van het scheppen van de juiste voorwaarden voor hun positieve deelname aan de wereldhandel - met spoed versterking behoeven.

Mijns inziens zijn deze elementen, evenals het belangrijke standpunt om een eenzijdige herziening van de handelsbeschermende instrumenten van de hand te wijzen, in de eindtekst toereikend behandeld. Dat was mogelijk, omdat zowel de rapporteur als de schaduwrapporteurs openstonden voor het sluiten van compromissen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (ITS), schriftelijk. - (FR) Bij het lezen van het nieuwe verslag van dit Parlement over de weldaden van de globalisering - ondanks het toenemend aantal oneerlijke praktijken die de Europese ondernemingen benadelen, de bedrijfsverplaatsingen en de werkloosheid - viel mij iets te binnen dat ik de nieuwe president van de Franse Republiek mee wil geven om over na te denken.

In zijn verkiezingstoespraken over Europa sprak hij over de “bescherming” die nodig is. Hij durfde zelfs de woorden “communautaire preferentie” in de mond te nemen!

Ik weet niet wat Mijnheer Sarkozy de voorbije vijf jaar gedaan heeft, maar hij heeft zeker de verslagen van dit Parlement of de notulen van de vergaderingen van de Raad, of de interventies van de heer Mandelson en zijn voorganger niet gelezen. Daarin wordt nergens over “preferentie” gesproken, behalve wanneer het gaat om het nog meer openstellen van onze markten. Er wordt nergens gesproken over bescherming, hoewel de handelsbeschermende instrumenten van de EU berucht zijn, omdat zij niet krachtig genoeg zijn en naar believen gebruikt worden. Er wordt enkel gesproken over het nastreven van globalisering en over risicobeheer. Maar de Europese Unie beheert helemaal niets, zeer zeker niet de miljoenen werklozen, de vernietigde industriesectoren en de bijna vernietigde landbouw. In de ogen van de heer Sarkozy horen die verliezen bij de aanvaardbare risico’s.

En ik vraag me af: leidt de heer Sarkozy in deze zaken het publiek om de tuin, of wordt hij zelf om de tuin geleid?

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Vrijhandel en liberalisering op wereldschaal worden hier als bedrieglijke wondermiddelen gepresenteerd, samen met dogma’s als prijsstabiliteit, lagere belastingen op het uitbuiten van arbeid en meer concurrentie.

Het verslag stelt onder meer dat “bilaterale en regionale vrijhandelsovereenkomsten een oplossing vormen”, die dan wel niet “ideaal” is maar indien nodig moet worden gecontinueerd om “de concurrentiepositie van de EU-exporteurs op cruciale buitenlandse markten te verbeteren”. Die overeenkomsten dienen “allesomvattend, ambitieus en verenigbaar met de WTO te zijn” en “een ruime liberalisering van diensten en investeringen te waarborgen, die verder gaat dan de bestaande multilaterale verbintenissen en de nieuwe verbintenissen in het kader van de WTO”. Met andere woorden, nu de onderhandelingen bij de WTO vastzitten, luidt het bevel wanneer en waar mogelijk voort te gaan met het liberaliseren van de handel, tot vreugde en voordeel van de grote financieel-economische groepen in de EU.

Het verslag verdoezelt evenwel de rampzalige gevolgen van de kapitalistische liberalisering - met zijn “structurele hervormingen”, de afschaffing van douanerechten en het voorschrijven van de zogenaamde “intellectuele-eigendomsrechten” - zoals het schreeuwend onrecht van de toegenomen ongelijkheid in de wereld, de groeiende werkloosheid, onzeker werk en armoede, evenals de schadelijke gevolgen voor het milieu en de biodiversiteit.

Daarom heb ik tegengestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Dit verslag bevat weliswaar enkele negatieve elementen, zoals de oproep om de herziening van de handelsbeschermende instrumenten uit te stellen en de onnauwkeurige formulering op het punt van liberalisering (die de mogelijkheid heeft gecreëerd dat kan worden onderhandeld over bepaalde aspecten van liberalisering die controversieel waren op het niveau van de WTO), maar ik vond dat het per saldo een verslag was dat moest worden gesteund.

De opneming in het commissiestadium van paragrafen over de noodzaak de kernnormen voor arbeid en milieu te integreren in de handelsovereenkomsten van de EU en van aanvullende verwijzingen naar overwegingen met betrekking tot ontwikkeling, heeft het verslag vollediger gemaakt. Het verslag had weliswaar verder kunnen gaan in zijn overwegingen op het gebied van de ontwikkelingsvraagstukken, maar ik ben van mening dat de doellanden (Zuid-Korea, India en de ASEAN, gelet op het feit dat er in de ASEAN sprake zal zijn van een speciale en gedifferentieerde behandeling om rekening te houden met de ontwikkelingslanden) bij de huidige generatie bilaterale handelsovereenkomsten in een goede positie zullen verkeren om tijdens de onderhandelingen hun belangen te verdedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) In een geglobaliseerde wereld zijn de problemen die dit verslag aan de orde stelt uiterst belangrijk. Hoewel ik het niet eens ben met een aantal standpunten in het verslag, vind ik de opsomming van de problemen en de mogelijke antwoorden erop in wezen getuigen van een realistische aanpak. Dat is geloof ik één van de belangrijkste aspecten van dit voorstel.

De discussie over de externe concurrentiekracht van de EU of over de EU en de mondiale economie dient gebaseerd te zijn op realisme. Het is een illusie te denken dat de grenzen gesloten kunnen worden, dat op alle lengte- en breedtegraden identieke regels als de onze kunnen worden voorgeschreven of dat het effect van de concurrentie op sociaal vlak kan worden genegeerd. Aan die vergissing hangt een onbetaalbaar hoog prijskaartje.

Daarom dient volgens mij de strategie gericht te zijn op het maximaliseren van de voordelen en het minimaliseren van de negatieve effecten van de nieuwe situatie. We moeten tegelijkertijd mikken op geavanceerde ideeën en tradities, op het specifieke en niet-verplaatsbare en op de aantrekkingskracht van de levensomstandigheden in de Europese ruimte. Het modieuze idee dat de eurocentrische wereld (of gewoon het economisch en strategisch belang van Europa) is gestorven met de komst van de gemondialiseerde economie is geen vonnis. Het is een opinie die de feiten - en de politieke wil geeft vorm aan de feiten - kunnen logenstraffen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Albino Silva Peneda (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Ik steun dit verslag, evenals de aanpassing van het handelsbeleid van de Europese Unie aan de toekomstige uitdagingen.

De leidende positie van Europa op de wereldmarkt stelt ons in staat de voorwaarden te creëren voor verandering, om een antwoord te geven op de mondialisering zonder af te zien van onze belangen en ons sociaal model.

De groeiende liberalisering van de handel moet evenwel vergezeld gaan van een beter gebruik van de instrumenten ter bescherming van onze handelspositie tegenover oneerlijke handelspraktijken.

Zonder een beroep te willen doen op protectionistische maatregelen - die overigens de effecten van de mondialisering niet zouden verzachten - is het essentieel dat Europa een krachtig standpunt inneemt wat betreft de noodzaak de gesloten internationale handelsovereenkomsten nauwgezet na te leven.

Het is voor ons onaanvaardbaar dat onze concurrenten met overheidssubsidies de export steunen, hun munt kunstmatig devalueren en elementaire milieuregels overtreden. Het is ook onaanvaardbaar dat die landen de rechten van werknemers niet eerbiedigen en zelfs kinder- en dwangarbeid gebruiken.

De opening van de internationale handel en de markttoegangsvoorwaarden dienen allesomvattend en wederkerig te zijn. Aan de andere kant dient het opnemen van minimumnormen op sociaal en milieuvlak in onze handelsovereenkomsten gewaarborgd te zijn.

We mogen niet vergeten dat het Europees project gestoeld is op solidariteit, eerbiediging van de mensenrechten en duurzame ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Wise (IND/DEM), schriftelijk. - (EN) Ik steun de oproep om dit voorstel te verwerpen, waarmee de herziening overbodig wordt.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid