Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Volledig verslag van de vergaderingen
Dinsdag 22 mei 2007 - Straatsburg Uitgave PB

12. Debat over de toekomst van Europa met deelname van de Italiaanse eerste minister, lid van de Europese Raad (debat)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Mijnheer de premier van de Italiaanse Republiek, Romano Prodi, het is met veel genoegen dat wij u hier vandaag in het Europees Parlement begroeten om samen de toekomst van Europa te bespreken.

Italië, een van de oprichtingslanden, heeft altijd vooropgelopen bij het aansturen van het Europese integratieproces, en ook nu, nu wij een oplossing moeten zien te vinden voor de impasse waarin het Europese integratieproces verzeild is geraakt, een oplossing die voor iedereen aanvaardbaar is, speelt Italië een doorslaggevende rol.

Ik zou in het bijzonder de president van de Italiaanse Republiek, Giorgio Napolitano, willen bedanken voor de vruchtbare samenwerking die wij tot stand hebben gebracht om de herziening van de verdragen tot een succes te maken. De Voorzitter van het Parlement weet dat hij in zijn woorden niet alleen gesteund wordt door het Parlement, maar ook door Italië, wat hem alleen maar sterker maakt.

(DE) Mijnheer de minister-president, geachte heer Prodi, in Rome, de hoofdstad van uw land, heeft in maart van dit jaar een aantal festiviteiten plaatsgevonden in verband met de vijftigste verjaardag van het Verdrag van Rome. Met grote vreugde hebben wij toen terug kunnen kijken op vijftig jaar vrede, stabiliteit, welvaart en vooruitgang voor onze burgers. Nu is echter de tijd aangebroken om samen naar de toekomst te kijken. De Europese Unie staat voor grote uitdagingen en om hierop berekend te zijn, zal zij de wil moeten tonen om de noodzakelijke stappen te nemen en hervormingen door te voeren waardoor wij de weg naar een mooie en veilige toekomst in kunnen slaan.

Als voormalig voorzitter van de Europese Commissie heeft u, mijnheer Prodi, in een belangrijke periode mede vorm gegeven aan de ontwikkeling van de Europese Unie. De Commissie die u geleid heeft en die in de Conventie door de commissarissen Vittorino en Barnier is vertegenwoordigd, heeft actief meegewerkt aan het vormgeven van de toekomst van de Europese Unie en heeft tot aan de intergouvernementele conferentie de geboorte van het constitutioneel verdrag begeleid. Op dit moment werkt de Duitse regering hard aan een oplossing die niet alleen voor alle landen acceptabel is die de grondwet verworpen hebben, maar ook voor de achttien lidstaten die de grondwet reeds geratificeerd hebben en die op zich al de meerderheid van de bevolking van de Europese Unie vertegenwoordigen. Het Europees Parlement schaart zich in dit proces zonder voorbehoud achter dat constitutioneel verdrag, niet in de laatste plaats omdat dit het resultaat is geweest van een compromis dat na lange onderhandelingen is bereikt.

Wij beseffen echter ook dat wij er allemaal hard aan zullen moeten werken om een oplossing tot stand te brengen. Daarom ondersteunen wij nadrukkelijk de inspanningen van het Duitse voorzittershap van de Raad, met name die van bondskanselier Angela Merkel, om een hernieuwde consensus tussen de zevenentwintig lidstaten tot stand te brengen. Het zou echter een verkeerde interpretatie zijn van het signaal dat de burgers in Nederland en Frankrijk hebben gegeven door de grondwet in hun referenda te verwerpen, als ons antwoord zou leiden tot een beperking van de democratie, van de besluitvaardigheid en van de transparantie van de Europese Unie. Het Europees Parlement zal dan ook geen genoegen nemen met een resultaat dat niet in het belang van de Europese Unie en haar burgers is. Mijnheer de minister-president, ik ben ervan overtuigd dat wij op basis van de juiste dosis goede wil niet alleen nader tot elkaar, maar ook tot een geslaagd eindresultaat kunnen komen.

(IT) Mijnheer de premier, gaat u gang.

 
  
MPphoto
 
 

  Romano Prodi, eerste minister van Italië. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het huidige tijdsgewricht is cruciaal voor de toekomst van Europa en de Europese opbouw. In dat besef en niet zonder enige ontroering richt ik me vandaag tot u! Ik dank uw Voorzitter, Hans Gert Poettering, voor de kans die mij hier geboden wordt.

Tot aan de verkiezingen van 2009 heeft Europa het heft van zijn eigen toekomst in handen. Over een maand zal de Europese Raad besluiten tot het opstarten van een Intergouvernementele Conferentie, en aan het eind daarvan moeten wij concluderen of wij opgewassen waren tegen de taken die wij allen tezamen op ons hadden genomen op 25 maart jongstleden in Berlijn.

Het gaat erom te beslissen wat Europa nodig heeft en wat wij allen nodig hebben, om de uitdagingen die de wereld ons biedt, te trotseren. Dat lijkt wel heel abstract, maar het is juist uiterst concreet. Het moet onderhand tot ons doordringen dat ons vermogen om de globale wereld te interpreteren en de daarmee gepaard gaande kansen te benutten, afhangt van de manier waarop wij onze gemeenschappelijke instellingen laten functioneren.

Ik wil u meteen in alle eerlijkheid verklappen dat ik het oneens ben met degenen die de noodzaak om resultaten te boeken alsmaar plaatsen tegenover de noodzaak om de Europese instellingen te versterken. Juist om meer resultaten te boeken hoop ik op sterkere en meer slagvaardige gemeenschappelijke instellingen. Daar vecht ik sinds jaar en dag voor!

Dit keer beginnen we niet bij nul. Wij hoeven dit keer niet iets nieuws uit te vinden. In oktober 2004 hebben de Europese landen allemaal een verdrag ondertekend en 18 landen hebben dat zelfs geratificeerd. In deze afgelopen twee jaar heeft men vooral geluisterd naar de redenen van de weifelaars. Nu is het moment aangebroken om te luisteren naar degenen die dat verdrag van 2004 wel hebben geratificeerd, degenen die, ook ten overstaan van hun eigen burgers, de lijn hebben doorgetrokken.

Dat parcours was een paar jaar daarvoor begonnen, in Laken. Het uitgangspunt van destijds was onberispelijk: men stelde dat Europa geen ambitieuze resultaten kon boeken als het geen even ambitieuze hervormingen zou doorvoeren.

Ikzelf ben ervan overtuigd dat dat uitgangspunt nog steeds geldig is, en dat wij dus terug naar af moeten, naar oktober 2004. Er moet nu een punt gezet worden achter alle overpeinzingen en denkpauzes van de afgelopen twee jaar, en er moet een serieuze en verantwoorde bezinning worden opgestart op de toekomst van onszelf en onze kinderen.

Het gaat er niet alleen om afspraken te maken over de nieuwe regels die wij ons moeten aanmeten. Er zijn ook nog andere zaken die evenveel voorrang genieten, omdat Europa anders niet kan functioneren. Ik denk aan een begroting die die naam waard is, en een echt beleid voor de grote uitdagingen waar de huidige tijd ons voor plaatst: energie, klimaatveranderingen, de Noord-Zuidkloof... Maar vandaag beginnen wij met de dringendste kwestie, namelijk het doorbreken van de constitutionele impasse en de hervorming van de instellingen.

Om daarin te slagen, is het hoogst belangrijk een beginsel te respecteren dat aan de basis ligt van ons functioneren binnen de Europese Unie, een beginsel dat zo fundamenteel is dat het de ethiek van ons samenzijn bepaalt.

Dat is het beginsel volgens welke in de ontwikkeling en opbouw van Europa altijd moeite gedaan moet worden om de redenen van de anderen te begrijpen, om in andermans schoenen te gaan staan. Wij hebben ons daar altijd voor ingespannen en zullen dat blijven doen.

Maar wij verwachten van de “anderen” evenveel begrip. Wij verwachten dat de anderen ook hun schouders zetten onder onze aspiraties, en zoals u weet, zijn dat de aspiraties van degenen die een steeds hechtere unie nastreven.

Met dit beginsel in ons achterhoofd zullen wij onze uiterste best doen om het Duitse en het Portugese voorzitterschap bij te staan. Wij willen onze ambitie om eendracht tot stand te brengen op het hoogste niveau handhaven, maar tegelijkertijd zoveel mogelijk rekening houden met de beweegredenen van de anderen.

Dit vooropgesteld wil ik nu zeggen wat wij naar mijn mening niet mogen doen bij de Europese Raad van juni en tijdens de daarop volgende Intergouvernementele Conferentie.

Allereerst moeten we bedenken dat het respect van de termijnen ditmaal rechtstreeks een kwestie van democratie is. In 2009 moeten de Europese kiezers namelijk weten over welk type Europa zij zich gaan uitspreken, welke rol het Europees Parlement zal krijgen en wat zijn taken worden, of er een vast voorzitterschap van de Raad komt, of er een Europese minister van Buitenlandse Zaken komt, hoe de Commissie samengesteld moet worden, enz.

Het mandaat van de Intergouvernementele Conferentie zal dus heel precies en selectief moeten zijn. Daarbij moeten de weinige, maar belangrijke knelpunten van de onderhandelingen nauwkeurig opgespoord worden, en vooral moeten er indicaties komen over hoe die knelpunten opgelost kunnen worden. Alleen op die manier kunnen wij de belofte inlossen om vóór 2009 nieuwe regels op te stellen.

Met een open mandaat is het onwaarschijnlijk dat de Intergouvernementele Conferentie vóór het einde van 2007 afgesloten wordt, en gezien de termijnstelling voor de behandeling van het nieuwe akkoord op nationaal niveau, zal het dan ook niet lukken om het proces in de eerste maanden van 2009 af te ronden. Dan komen wij onherroepelijk in een impasse terecht.

Op dit punt wil ik een opmerking maken, een overpeinzing die spontaan bij me opkwam toen ik in deze dagen het grondwettelijk verdrag van 2004 nog eens doorlas. Ik kan overigens iedereen uitnodigen om daar opnieuw een blik op te werpen, nu er de nodige tijd overheen is gegaan en wij ons er meer van kunnen distantiëren.

Nu, het verdrag van 2004 was een fraaie tekst, echt een fraaie tekst, met een grote Europese draagwijdte. Vooral in het eerste deel formuleert de tekst op heldere en begrijpelijke wijze de zin en visie van de grote gemeenschappelijke onderneming waar wij onze schouders onder hebben gezet.

Wij moeten er dus wel twee keer over nadenken alvorens wij die tekst ergens wegstoppen in een la, om dan op grond van de bestaande Verdragen allerlei nieuwe wegen te beproeven. Onder meer zouden wij een heel kapitaal aan eenvoud en leesbaarheid verliezen, wat niet bevorderlijk is voor het begrip van de burgers en dus evenmin voor hun instemming met het Europees project!

Maar vooral zouden wij een tekst verliezen die beantwoordt aan een samenhangende visie op Europa, een tekst die de idealen en aspiraties van velen van ons weet te combineren met de praktische en door iedereen gevoelde eis om onze Unie te voorzien van sterkere regels en geschikte middelen om de nieuwe opdrachten het hoofd te bieden.

Gezien de manier waarop de onderhandelingen tot nu toe verlopen zijn, denk ik dat wij de tekst van 2004 helaas zullen moeten herzien. En toch wil ik hier ten overstaan van u allen zeggen dat ik ervan overtuigd ben dat als wij dat doen, wij iets heel belangrijks kwijtraken. Wij geloven in het Europees project en vinden dat daarom een enorm offer. Dit is een heel hoge tol die betaald moet worden door degenen die het verdrag geratificeerd hebben en democratisch hebben geïnvesteerd in de ratificatie. Dat is dus iets wat wij niet uit het oog mogen verliezen!

Daarom kunnen wij het niet accepteren dat het bestaande institutioneel pakket als een handschoen wordt omgekeerd. De versterking van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid via een minister van Buitenlandse Zaken, een stabiel voorzitterschap van de Raad, de uitbreiding van de stemming met gekwalificeerde meerderheid, de afschaffing van de driepijlerstructuur en de rechtspersoonlijkheid van de Unie, zijn allemaal aspecten die voor ons essentieel zijn en die dus beschermd moeten worden.

Ik wil hier ook waarschuwen tegen bepaalde aansporingen tot “realisme”, die zo vaak te beluisteren zijn aan de vooravond van een belangrijke Europese Raad en onmiskenbaar de bedoeling hebben verwaterde compromissen op tafel te leggen. Ik vind weliswaar dat de grote, veelomvattende uitdagingen alleen op Europees niveau aangepakt kunnen worden, maar het enige echte realisme is het realisme van degenen die een Europa voorstaan dat opgewassen is tegen deze uitdagingen, niet van mensen die zo’n Europa afwijzen!

Op intern gebied denk ik aan de verdediging van het Europees sociaal model en de totstandbrenging van een authentieke ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Hoe kunnen wij doen alsof we niet zien dat dit een onontbeerlijke aanvulling is op een Europees burgerschap dat niet alleen een economische dimensie heeft?

Op extern vlak denk ik aan de oorlogen, de strijd tegen het internationaal terrorisme, de mondiale uitdagingen van de energievoorziening en klimaatverandering (waterstof). Het valt gewoon niet te ontkennen dat er maar één manier is om onze keuzen en onze waarden op internationaal vlak op de voorgrond te schuiven, namelijk een extern beleid opzetten dat die naam waard is en dat wij met één stem aan de wereld overbrengen.

Voor wat verder de structuur van de Europese Unie betreft, moet u niet denken dat dit slechts een theoretische discussie is. De Unie is zeer complex en dat is één van de eerste oorzaken van de afstand tussen de Unie en de burgers. Hoe kunt u dan niet de voordelen zien van een afschaffing van de pijlerstructuur? Deze zal de duidelijkheid en het goede begrip van de kant van de burgers ten goede komen

Op deze punten levert het Grondwettelijk Verdrag van 2004 overtuigende antwoorden. Willen wij die nu echt opofferen uit naam van een verwaterde aanpak, van een streven naar de minimale gemeenschappelijke noemer? Willen wij echt het risico lopen het systeem nog complexer te maken door af te zien van een ingrijpende wijziging en slechts de buitenkant te retoucheren? Willen wij echt zo doorgaan? Willen wij ‘met een masker op’ voortschrijden - om een uitdrukking van Delors te gebruiken - omdat wij ervoor terugdeinzen de burgers het echte Europa te laten zien?

Dus, geachte afgevaardigden, vertegenwoordigers van de Europese burgers, het is beter om de negatieve retoriek over Europa niet nog meer aan te wakkeren. Wij moeten Europa niet voortdurend verborgen houden voor onze medeburgers.

Wij moeten dit Europa juist etaleren! En ook met de nodige trots! Wij moeten iedereen laten zien wat Europa heeft opgeleverd aan vrede en welvaart, wij moeten uitleggen hoe fundamenteel Europa voor ons aller bestaan is. Laten wij eens en vooral tegen onze medeburgers zeggen dat in een wereld die inmiddels een systeem van continenten is, het voor een staat en voor zijn burgers geen zin heeft om buiten een politiek en economisch aggregaat te leven dat intern sterk en naar buiten toe gezaghebbend is.

Italië zal er dus in deze onderhandelingen voor ijveren om een hoogwaardig compromis in de wacht te slepen. Ik ben ervan overtuigd dat wij dat allemaal tezamen kunnen en moeten klaarspelen.

Uiteraard duikt, als een akkoord met zevenentwintig landen onmogelijk mocht blijken, de vraag op hoe het dan verder moet. En zo’n dilemma kan alleen opgelost worden als wij een beroep doen op dat fundamentele beginsel waarop ik het in het begin van mijn toespraak doelde: juist op grond van de ethiek van de Unie mag niemand de aspiraties van anderen te sterk en te lang tegenhouden.

Daarom denkt Italië - dat van oudsher sterk in Europa heeft geloofd - dat het vandaag de dag een extra plicht heeft. Wij moeten bedenken of beginnen te bedenken hoe de landen, die dat wensen, in de gelegenheid kunnen worden gesteld om werkelijk door te gaan met de opbouw van de eenheid van Europa.

Ik geloof dat wij niet per se allemaal tezamen hoeven voort te gaan, en het hoeft ook niet allemaal met dezelfde snelheid. Ik hoop en zal ervoor ijveren dat dat wel gebeurt. Maar ik geef me er rekenschap van dit niet altijd mogelijk is. Anderzijds zijn nu al enkele van de belangrijkste politieke keuzen van Europa, zoals de euro en de totstandkoming van het Schengen-gebied, door slechts een aantal lidstaten gerealiseerd. Dat was niet tegen een bepaald land gericht; de anderen zijn nooit uitgesloten en de deur was zelfs opengehouden. Deze keuze werd echter gerespecteerd door de degenen die zich indertijd nog niet klaar voelden om meteen een bepaalde richting uit te gaan.

Daarom hoop ik dat diezelfde constructieve aanpak ook in de toekomst wordt gehanteerd en dat deze sterker zal blijken dan iedere neiging tot veto.

Italië heeft, zoals u weet, altijd gedacht dat pro-Europees zijn de beste manier is om ver vooruit te kijken.

Maar momenteel betekent vooruitkijken niet alleen dat er ambitieuze scenario’s voor de toekomst van de Europese opbouw moeten worden uitgedacht. Het betekent ook dat oplossingen moeten worden aangereikt voor de bevolkingen die daar behoefte aan hebben, opdat zij hun ambities van saamhorigheid kunnen verwezenlijken op een manier en in een tijdsbestek waar zij het beste mee uit de voeten kunnen.

Als nooit iemand de taak op zich neemt om ook dergelijke hypotheses te onderzoeken, lopen wij het risico dat het Europees project vastloopt, dat de idealen van degenen die daar tot nu toe sterk in geloofden, gefrustreerd worden. Zelfs landen als het mijne, dat 50 jaar lang zonder voorbehoud heeft geïnvesteerd in de opbouw van Europa, zou uiteindelijk zijn vitale kracht kunnen verliezen.

Ik wil dus met een dubbele boodschap eindigen.

Italië zal maximale steun verlenen aan het Duitse en vervolgens Portugese voorzitterschap, om ervoor te zorgen dat de Europese Raad van 21 en 22 juni en de daarop volgende Intergouvernementele Conferentie een succes worden waarin alle lidstaten zich kunnen herkennen.

Tegelijkertijd weet Italië goed dat een compromis niet een doel op zich is, en dus zullen wij, als zo’n compromis ons niet overtuigt, dat niet onderschrijven. Dan zou kunnen blijken dat een kopgroep van landen de beste manier is om het parcours naar een steeds hechtere Unie voort te zetten, op voorwaarde dat de deur altijd wordt open gehouden voor wie in een later bestek binnen wil komen en mee wil doen.

Tenslotte wil ik een sterke oproep doen tot de parlementsleden, tot de rechtstreekse vertegenwoordigers van de burgers. Ik richt me vooral tot de leden van het Europees Parlement die het Europese volk vertegenwoordigen. Uw rol is onvervangbaar als het erom gaat de burgers uit te leggen wat er op het spel staat.

Alleen als het werk van de regeringen geflankeerd wordt door uw werk, kunnen wij de voorwaarden creëren voor het welslagen van de besprekingen over het Grondwettelijk Verdrag.

Het moet goed tot ons doordringen dat wij niet mogen falen, anders gaan we onderuit en raken we een geavanceerde opvatting van Europa kwijt: een Europa dat weet mee te spelen in de wereld dankzij de normen en waarden die onze grondslag vormen. Kortom, wij lopen het risico dat wij dan opnieuw het kleine westerse aanhangsel van het Aziatisch continent worden, waartoe niet alleen de geografie maar ook de toekomstige geschiedenis ons dan veroordeelt. Ik dank u.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Mijnheer Prodi, wij danken u hartelijk voor deze overtuigende Europese bijdrage. Ik hoop dat iedereen deze heeft kunnen horen.

 
  
MPphoto
 
 

  Joseph Daul, namens de PPE-DE-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter van de Commissie, mijnheer de eerste minister van Italië, beste collega’s, we zien dat het proces van de Europese opbouw in een stroomversnelling is geraakt, of het nu gaat om de versterking van de instellingen, de nieuwe dynamiek die Angela Merkel het klimaatvraagstuk heeft gegeven of om het opzetten van een gemeenschappelijk immigratiebeleid. Europa gaat vooruit. Europa toont dat het als besluitvormingsniveau noodzakelijk, maar ook doeltreffend en legitiem is. Mijnheer Prodi, u heeft ons uw visie meegedeeld, uw opvattingen over de Europese zaken. Via u wil ik het historisch engagement van het Italiaanse volk voor het Europese integratieproject toejuichen. Dit engagement is actueler dan ooit tevoren.

Na een lange, onzekere fase krijgen de instellingen nu nieuw elan. Het Duitse voorzitterschap heeft hiervan terecht een van de prioriteiten gemaakt. Als Europa in staat is om op een efficiënte en democratische manier beslissingen te nemen, kunnen we nuttige beslissingen nemen over gemeenschappelijke beleidsterreinen. Snel vooruitgaan en Europa laten evolueren: dat is de verbintenis die de kandidaat van de UMP, Nicolas Sarkozy, is aangegaan en dat is het mandaat dat het Franse volk de nieuwe president van de Franse Republiek heeft gegeven.

Deze dynamiek is afkomstig uit een lidstaat die de ontwerp-Grondwet heeft verworpen, en deze dynamiek wordt nu gesteund door verschillende andere lidstaten van de Europese Unie. We moeten er gebruik van maken om vooruit te komen. We moeten nu geen vragen meer stellen. Nu moeten we actie ondernemen en soepel zijn. Er resten ons nog maar vier weken tot de cruciale Europese Raad van 21 en 22 juni. Die Raad zal ervoor moeten zorgen dat voor het einde van het jaar een nieuw verdrag is opgesteld. De ratificatie van dit verdrag door de zevenentwintig lidstaten zou voor de Europese verkiezingen van 2009 kunnen plaatsvinden. Hierbij moet soepelheid aan de dag gelegd worden, want er moeten bruggen geslagen worden tussen de achttien landen die, zoals u zei, ‘ja’ hebben gezegd tegen de Grondwet, de twee landen die ‘nee’ hebben gezegd en de landen die zich nog niet hebben uitgesproken. Iedereen zal inspanningen moeten leveren om dichter bij elkaar te komen en om de publieke opinie van informatie te voorzien. We zullen pas succes boeken als we ophouden over semantische kwesties na te denken en ons op de essentie toeleggen: een stemming met dubbele meerderheid, het subsidiariteitsbeginsel en de verdeling van de bevoegdheden tussen de EU en de lidstaten, een stabiel voorzitterschap, een gemeenschappelijke vertegenwoordiging op internationaal vlak, maar ook het Handvest van de grondrechten.

De Europese afgevaardigden van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten zijn van mening dat Europa een politieke entiteit en een autonome speler op wereldvlak moet worden. Europa heeft een economische en commerciële identiteit nodig om ervoor te zorgen dat onze partners dezelfde regels naleven als wij, op het vlak van belastingen, het milieu en sociale zaken. Europa moet ervoor zorgen dat er binnen Europa zelf geen oneerlijke concurrentie bestaat tussen de lidstaten, met name op het vlak van belastingen.

Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, we zitten op het goede spoor. Nu moet men ervoor zorgen dat onder de politieke leiders en de publieke opinie een gevoel van verantwoordelijkheid en algemeen belang de overhand krijgt. We blijven trouw aan onze idealen en principes, en deze zijn het beste gediend als we een praktische aanpak verkiezen boven een dogmatische aanpak, en als de goede wil sterker is dan het wantrouwen en de apathie.

Mijnheer de Voorzitter, ik zou kort de top tussen de Europese Unie en Rusland in Samara willen aanhalen. Veel commentatoren vonden dat deze top een mislukking was voor Europa. Mijn fractie vindt echter dat Europa als winnaar naar huis is gegaan. We hebben gewonnen, niet tegen Rusland, dat een gerespecteerd partner is, maar omdat wij onze overtuigingen en idealen konden handhaven. We zijn tevreden omdat, wat de status van Kosovo, energie, maar ook de soevereiniteitskwestie van Estland betreft, onze leiders de Europese vlag hebben gehesen en met een luide en goed verstaanbare stem hebben gesproken.

Mijnheer de eerste minister van Italië, tot slot wil ik nog zeggen hoe belangrijk de Euromediterrane dimensie voor onze fractie is. In het gebied rond de Middellandse Zee zal ons Europese avontuur slagen of mislukken. We moeten investeren in de betrekkingen met het Middellandse-Zeegebied. We moeten de ontwikkeling van deze regio met zo veel mogelijk menselijk potentieel steunen, en we moeten streven naar vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten. Niets is voor ons, Europeanen, van groter strategisch belang.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Dank u mijnheer Daul, ook voor het feit dat u zich zo stipt aan uw spreektijd hebt gehouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Schulz, namens de PSE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, minister-president Prodi, hartelijk dank voor uw bemoedigende woorden, waar ik als voorzitter van mijn fractie niets aan heb toe te voegen. Uw redevoering weerspiegelt het standpunt van mijn fractie en wij danken u voor uw duidelijke taal.

Als u met diezelfde duidelijkheid de onderhandelingen ingaat, hebben wij niks te vrezen. Wij hebben niets te vrezen, ook omdat wij nu weten dat er tenminste één sterke regeringsleider op deze regeringsconferentie zal zijn die niet bereid is om tegen elke prijs een compromis te sluiten. Een compromis dat korte metten zou maken met de inhoud van hetgeen tijdens het constitutioneel proces is vastgesteld, is geen compromis, maar een nederlaag voor het streven naar Europese eenwording. Daarom dank ik u voor uw duidelijke standpunt.

(Applaus)

Mijn collega Poul Nyrup Rasmussen zat in Nice aan de tafel waaraan onderhandeld werd over het Verdrag van Nice. Ik heb vaak de gelegenheid om daar met hem over te discussiëren. Toen de vijftien regeringsleiders in Nice de zaal verlieten, was iedereen van mening dat het resultaat ontoereikend was. Het ging namelijk om een minimaal compromis, dat gesloten werd om te voorkomen dat nog meer regeringsleiders in slaap vielen.

Dat was ook de reden voor de Conventie. Iedereen die in Nice aanwezig was, was namelijk van mening dat het resultaat de toets der kritiek van de uitbreiding niet zou doorstaan. Die uitbreiding is echter een feit, en als wij daar op een goede wijze mee om willen gaan, hebben wij een andere basis nodig. Dat is ook de reden waarom de partijen die in Nice aanwezig waren, hebben ingestemd met een Conventie, zij het dan met tegenzin. Iedereen wist namelijk dat het onderhandelingsresultaat dat zij als vijftien lidstaten hadden bereikt, niet op zevenentwintig lidstaten berekend was. Vervolgens is de Grondwet aangenomen, waarvan men zei dat het een goede tekst was waaraan steun gegeven kon worden. Het was ook inderdaad een goede Grondwet, maar ja, deze is verworpen, zodat wij nu noodgedwongen moeten terugvallen op het Verdrag van Nice. Ik wil echter graag de volgende vraag stellen: is dat wat in 2000 waar was, namelijk dat Nice ontoereikend is met het oog op de uitbreiding, in 2007 plotseling niet meer waar? Natuurlijk niet. Nice is niet berekend op de uitbreiding, maar desalniettemin hebben wij op basis van een ontoereikend verdrag de uitbreiding toch doorgezet.

Mensen die de Europese Unie in deze toestand willen laten, zijn alleen maar uit op de vernietiging ervan! Dat is de beweegreden van degenen die op geen enkele voorwaarde een nieuw verdrag willen, en hen mogen wij geen enkele speelruimte geven.

(Applaus)

Er zijn mensen die zeggen: “Nice is dan misschien te weinig, maar voor ons is het nog te veel”. Ik heb vandaag een regeringsleider horen zeggen dat er met zulke mensen geen enkel compromis gesloten mag worden. Degenen die terug willen gaan naar de periode vóór Nice, zouden niet eens de moeite moeten nemen om de regeringsconferentie bij te wonen. De tijd is nu aangebroken om duidelijke taal te spreken. Achttien lidstaten van de Europese Unie hebben dit Grondwettelijk Verdrag al geratificeerd. In twee daarvan, namelijk in Spanje en Luxemburg, heeft die ratificatie via een referendum plaatsgevonden. Waarom laten wij het eigenlijk toe dat er voortdurend over Frankrijk en Nederland wordt gepraat? Waarom zeggen wij niet dat er twee landen zijn waarvan de burgers de Grondwet hebben aangenomen? Overigens hebben meer Europeanen vóór dan tegen de Grondwet gestemd. Dat is een andere waarheid over de Europese democratie die op deze plaats eens luid en duidelijk verkondigd moet worden.

Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie is een succesverhaal van interne vrede, van sociale stabiliteit, van een combinatie van economische groei en sociale stabiliteit en van de export van waarden en normen als fundament van het beleid op internationaal gebied. Indien dit succesverhaal een vervolg wil krijgen, moet er veel veranderen in de huidige Verdragstructuur die onze rechtsgrondslag vormt. De Italiaanse schrijver Tomasi di Lampedusa legt in zijn roman De Luipaard Tancredi, de neef van de vorst van Salina, de volgende mooie zin in de mond: Alles moet veranderen, opdat alles blijft zoals het is! Als Europa zo succesvol wil blijven als het nu is, dient het de Verdragen waarop het gegrondvest is, te veranderen. Als u daar als een luipaard voor vecht, kunt u op onze steun in de strijd rekenen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Graham Watson, namens de ALDE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, namens mijn fractie wil ik de heer Prodi opnieuw welkom heten in het Parlement.

Eerste minister, vijftig jaar nadat het Verdrag van Rome is ondertekend, hebt u Italië zijn rechtmatige plaats in het hart van Europa en in het hart van het Europese project teruggegeven. Met president Napolitano hebt u van de osservato speciale een partner speciale gemaakt. Uw kabinet, met namen als Bonino, Amato en Padoa-Schioppa, boezemt mijn collega's en mij vertrouwen in.

We horen wat kritiek op het eerste jaar van uw bewind, maar we herinneren ons de bangeriken die vergelijkbare geringschattende opmerkingen maakten over uw eerste jaar in de Commissie. Ze bleken het bij het verkeerde eind te hebben. Uitbreiding, de euro: dit zijn de parels in de kroon van Europa. We zullen een regering dus beoordelen op haar resultaten, niet op de eerste indrukken. Het was Italië dat de troepen van de Europese Unie naar Libanon voerde, terwijl andere landen aarzelden, en het was Italië dat aandrong op een wereldwijd verbod op de doodstraf. U hebt de wereld laten zien dat Europa de visie en de capaciteit kan hebben om eensgezind op te treden ten behoeve van het gemeenschappelijk goed.

We moeten deze visie vasthouden, want de toekomstige kracht van Europa ligt niet in Europa afschermen van onrecht, maar in het onder ogen zien van de krachten van pijn, ellende en verwoesting in de wereld buiten onze grenzen. Op ons eigen continent hebben we de wonden van naties geheeld. Het is nu in ons belang - misschien hangt zelfs onze overleving er vanaf - de interne successen van de afgelopen vijftig jaar te exporteren naar de komende vijftig jaar. Mondiale uitdagingen zoals de klimaatverandering, de bevolkingsgroei en de verspreiding van kernwapens halen naar voren wat u ‘de ontoereikendheid van unilateralisme’ hebt genoemd. De wereld heeft mondiale mechanismen nodig om tot consensus over deze zaken te komen.

En het model? Geen enkel model is beter dan onze communautaire methode, die meer dan vijftig jaar is beproefd en getest. En toch proberen sommigen ons van binnenuit te verdelen, zelfs nu Europa volwassen wordt op het internationale podium. Wat moeten we zeggen tegen de eurosceptici die zeggen dat de Europese Unie niet langer bruikbaar is, of dat de Europese droom wordt bedreigd door globalisering, of dat integratie onze nationale identiteit bedreigt? Ze luisteren, maar horen niet. Meneer Prodi, u hebt heel verstandig het advies gevolgd van Cavour, die ons vertelde dat hij had ontdekt hoe hij diplomaten voor de gek kon houden. Hij zei: ‘Ik vertel hun de waarheid, en ze geloven me nooit.’

Zoals u in Berlijn hebt verteld bij gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Europa:

(IT) “Om iets tot stand te brengen hebben we niet alleen gezond verstand, geduld en vertrouwen nodig, maar moeten we ook een klein beetje gek zijn.”

(EN) Er zijn inderdaad een vleugje dwaasheid, geloof in onszelf, alsook durf en bastberadenheid nodig om de toekomst tegemoet te treden. Het is nu namelijk niet de tijd voor apathie of egocentrisme. Onze leiders moeten doortasten. Meer Europa, niet minder, is de sleutel tot concurrentievermogen. Meer Europa, niet minder, is de sleutel tot veiligheid. Meer Europa, niet minder, is de sleutel tot een rechtvaardige wereld. Daarom is het ook van groot belang dat we tot een institutioneel akkoord komen tijdens de intergouvernementele conferentie van volgende maand. Alleen sterkere instellingen kunnen een sterker Europa bouwen.

Meneer Prodi, het was Leonardo da Vinci, een landgenoot van u, die ons heeft geleerd:

(IT) ‘Hij die op een ster gefixeerd is, verandert niet van koers'.

(EN) Dank u wel dat u vasthoudt aan uw visie.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Cristiana Muscardini, namens de UEN-Fractie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de goedkeuring van het nieuwe verdrag vereist de nodige spoed. Die spoed moet echter gelijke tred houden met de noodzaak om de Unie te vereenvoudigen en begrijpelijker te maken voor de burgers. Maar het is zeker niet de goede weg om de moeilijkheden te bagatelliseren, want die moeilijkheden zijn er zeker en ze veroorzaken allerlei twijfels, waardoor er tot op heden geen consensus is gevonden.

De Italiaanse premier en oud-voorzitter van de Commissie beseft natuurlijk zelf heel goed dat generieke en schimmige voorstellen antwoorden uitlokken waar je niets mee doet. Dat is dus precies het tegenovergestelde van wat de burgers willen! Wat moet je met zo’n houding waarmee alles mogelijk is, waarmee je een groot aantal opties opentrekt maar geen enkele afmaakt? Wat doe je met al die opties die allemaal op hetzelfde neerkomen, die wij al meer dan tien jaar voorgeschoteld krijgen en die telkens weer in de steek gelaten worden?

Er is duidelijk sprake van een crisis, en die crisis is niet zomaar iets. Daarom zijn er oplossingen nodig die bestand zijn tegen termijnen die steeds krapper worden, en daarom hebben de inspanningen van de Duitse kanselier en de verklaringen van president Sarkozy ons pro-Europeanen weer wat hoop gegeven. Wij streven naar wat haalbaar is, niet wat buiten bereik ligt! Wij geloven dat als een compromis hoogwaardig en eervol is, het aan de basis van de politiek kan staan. Wanneer men zegt: “nee tegen compromissen”, dan komt dat omdat er tot nu toe compromissen zijn gesmeed die onbenullig waren en ethisch niets voorstelden.

Als er duidelijk sprake is van een crisis, is het beter om projecten die op de korte termijn niet haalbaar zijn, aan de kant te schuiven en zaken die op onmiddellijke consensus kunnen rekenen, te consolideren: een grotere soepelheid voor onze instellingen, een ruimere toepassing van het subsidiariteitsbeginsel, een gemeenschappelijk grensbeleid, terreurbestrijding, herstel van de economie en de mededinging met het oog op een onverwijlde aanbouw van infrastructuur, wat vooral nodig is voor de mobiliteit, gemeenschappelijk energiebeleid, verdediging van het sociaal pact, duidelijke regels om oneerlijke concurrentie te voorkomen en een sterkere positie voor de Unie binnen de WTO te verzekeren, harmonisatie van de strafwetgevingen voor wat betreft geweldsdelicten tegen kinderen.

De burgers kunnen geen vertrouwen hebben in regeringsleiders die in Straatsburg Europa in eenvoudige bewoordingen op de kaart zetten, maar die vervolgens in hun eigen land de projecten die Europa heeft goedgekeurd, niet tot stand brengen. Straatsburg vraagt om een gemeenschappelijk buitenlands beleid. Straatsburg vraagt geen op eigen houtje opereren, zoals in Afghanistan is gebeurd. Het vertrouwen van de burgers neemt af als de veiligheid aan onze grenzen niet gegarandeerd wordt vanwege een verward en tegenstrijdig immigratiebeleid: de eersten die daarvan schade ondervinden, zijn de legale immigranten. De hogesnelheidstrein, die in alle communautaire bestekken is goedgekeurd, is in Italië geblokkeerd vanwege meningsverschillen binnen de regering, en ook de ontwikkeling ligt stil.

Mijnheer de Voorzitter, ik geloof dat als men zich tot ons richt sprekende over “de belangrijke rol van de leden van het Europees Parlement”, wij in alle landen - ook ons eigen land - moeten trachten te bedenken dat tot op heden de leden van de Europese Conventie, de Italiaanse leden, nooit uitgenodigd zijn voor een gedachtewisseling of voor een bijdrage. Dat wil ook wel wat zeggen. Minder woorden en meer daden!

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Frassoni, namens de Verts/ALE-Fractie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie heet u welkom in dit Parlement, premier Prodi, ook omdat er in de laatste tijd niet meer zo vaak toespraken te beluisteren zijn die zo overtuigd pleiten voor een hoogwaardige oplossing van de constitutionele crisis. Wij vrezen bijvoorbeeld dat de Nederlandse premier morgen wel met een ander verhaal komt aanzetten.

Het is goed om begrip te tonen voor de beweegredenen van de anderen, maar de ervaring leert ons dat de redenen van degenen die tegen zijn, bijna altijd zegevieren. Wij hebben gezien dat uiteindelijk ook de meest pro-Europese regeringen als de uwe geleidelijk het hoofd hebben gebogen voor de argumenten van degenen die in de intergouvernementele dimensie en in de machtsverhouding tussen staten de echte dimensie van de Europese regering zien. Dat was zo in Maastricht, in Amsterdam en Nice. U heeft gezegd dat uw regering geen verwaterde compromissen zal accepteren. Dat hopen we maar, want we hebben al verschillende precedenten gehad die niet om over naar huis te schrijven waren.

De groenen houden niet van chantage, conflicten en breuken. Wij zouden heel graag een harmonieus, innoverend en echt duurzaam en verenigd Europa zien. Het Europa van de Zevenentwintig is een geweldig resultaat. Maar laten wij eerlijk zijn: de chantage is tot nu toe alleen gekomen van degenen die zich verzetten tegen een oplossing van de constitutionele crisis. Dat is een realiteit die niet verzwegen mag worden. Zelfs de meerderheid van dit Parlement heeft zich in de afgelopen maanden en jaren ervan weerhouden om ook maar één vermetel voorstel te doen, in afwachting van een regeringsinitiatief.

Wij zijn van mening, Voorzitter, dat er twee of drie randvoorwaarden zijn die ons uit deze impasse kunnen halen en wij hopen van harte dat de Italiaanse regering in dit opzicht overtuigd aan onze zijde staat. Er moet een hecht bondgenootschap komen tussen de achttien landen die het Verdrag geratificeerd hebben, dit Parlement, de Commissie en een paar nationale parlementen, om weerstand te bieden aan voorstellen om het Grondwettelijk Verdrag te ontmantelen.

U heeft een lijst van thema’s opgesteld. Ik wil daar nog minstens twee aan toevoegen: het ene betreft het Handvest van de grondrechten, en het andere de hervorming van de herzieningsclausule. Op deze voet kunnen wij niet meer doorgaan, met een verdrag dat steeds unaniem moet worden aangenomen en waarbij het Europees Parlement wordt buitengesloten.

De tweede voorwaarde is dat de regeringen de moed dienen op te brengen om de publieke opinie te informeren over de noodzakelijke keuzen en over de onenigheid die er onder ons heerst over de toekomst van Europa. U moet de steun van de publieke opinie zoeken, en zich niet verstoppen achter mysterieuze geheime onderhandelingen. U moet dit Parlement niet uitsluiten van de hervorming over de Europese Grondwet tijdens de Intergouvernementele Conferentie, die thans in voorbereiding is, ook omdat de ervaring uitwijst dat in het geheim van de intergouvernementele onderhandelingen de anderen het pleit winnen.

Wij - en nu rond ik af, Voorzitter - zijn niet bevreesd voor de discussie over de harde kern, ook al zijn wij er niet blij mee. Wij geloven zelfs dat alleen als men tegen een paar regeringen en volkeren zegt: erin of eruit, dezen ten langen leste zullen besluiten om bij ons te blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Francis Wurtz, namens de GUE/NGL-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik heb drie korte opmerkingen. De eerste opmerking gaat niet rechtstreeks de heer Prodi aan, maar betreft de beruchte twaalf vragen die het voorzitterschap van de Raad aan de staatshoofden en regeringsleiders heeft gesteld. Een van die vragen luidde als volgt, en ik citeer: "Wat vindt u van het voorstel om de terminologie aan te passen zonder de juridische inhoud te veranderen, bijvoorbeeld met betrekking tot de naam van het verdrag?" Hoe kan de burger anders reageren dan denken dat de Europese leiders hem - zacht gezegd - als een domoor beschouwen?

Mijnheer Prodi heeft net de belangrijke opmerking gemaakt dat de Europese kiezer moet weten wat de rol van het Europese Parlement zal zijn, of er een stabiel voorzitterschap van de Europese Raad komt en een Europese minister van Buitenlandse Zaken, en hoe de Commissie samengesteld zal zijn. Dit zijn inderdaad belangrijke vragen. Maar hoort u geen andere vragen, die veel sterker en veel duidelijker klinken, en waar niemand van u ooit een antwoord op geeft? Ik geef een voorbeeld. Zelfs liberale economen vragen zich af waar we naartoe gaan, in de huidige mondiale context, met een onbelemmerd vrijhandelsbeleid en vrij verkeer van kapitaal, een absolute vrijheid om productiemiddelen te delokaliseren en een even grote vrijheid van verkeer voor buitenlandse investeerders, met inbegrip van de meest roofzuchtige. Welke wijzigingen aan het communautair acquis stelt u op dit vlak voor?

Anderen - en niet zomaar de eerste de beste - zijn gekant tegen de belastingsoorlog die de lidstaten voeren, of voor het wijzigen van het statuut van de Europese Centrale Bank, of voor een proactief industriebeleid in de belangrijkste sectoren van de moderne economie, buiten de regels van de vrije concurrentie om. In hoeverre is een breuk met de huidige situatie wenselijk of aanvaardbaar? Moet Europa worden overgelaten aan de markt, of moet Europa een beleid voeren voor de markt? Houdt de democratie soms op te bestaan waar de open markeconomie begint en waar er vrije concurrentie heerst? Dit zijn de vragen die op tafel liggen. Wat denkt u hiervan?

Ik heb nog een laatste opmerking voor de heer Barroso, die vandaag niet aanwezig is. Hij was blij dat - volgens hem - het "ja" tijdens de Franse verkiezingen zegevierde. Dit is een contradictie. De nieuwe Franse president is inderdaad een voorstander van het "ja". Daarom was hij, net als u, bang voor een nieuw referendum. Maar de verbintenissen die hij ten aanzien van Europa moest aangaan om zijn weigering om het volk opnieuw te raadplegen erdoor te krijgen, spreken boekdelen over de diepe wortels die de antiliberale tendensen in dit land hebben geschoten. We moeten hem er bovendien aan herinneren dat zijn toespraak van 21 februari jongstleden hier in Straatsburg, die altijd in dit verband wordt genoemd, de titel droeg "Ik wil dat Europa verandert". De echte vraag luidt als volgt: tot welke veranderingen bent u, afgezien van de vernieuwing van de instellingen, bereid?

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Nigel Farage, namens de IND/DEM-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de heer Prodi heeft, nu hij weer terug is in dit Parlement, in zijn gebruikelijke bezielende stijl zijn geloof in een Verenigde Staten van Europa bevestigd, en duidelijk gemaakt dat we op het wereldtoneel met één stem moeten spreken. Mijnheer Prodi, ik ben het misschien niet eens met deze standpunten, maar ik moet u wel complimenteren met het feit dat u de dingen zo eerlijk zegt. Ik ben verbaasd te horen dat u tijd had om te komen, aangezien Italië in de afgelopen zestig jaar 38 premiers heeft gehad en het ernaar uitziet dat het binnenkort misschien de 39ste zal hebben. We zijn inderdaad heel bevoorrecht dat u vandaag langs bent gekomen.

Wanneer u ons vertelt dat veiligheid zo belangrijk is - deze ‘stuwende kracht naar nauwere samenwerking’ zoals u het noemt - uitgerekend op de dag dat de Britse politie heeft bekendgemaakt dat er aanklachten zullen worden ingesteld in de zaak van de voormalige KGB-agent Alexander Litvinenko, die onlangs in Londen is vermoord, vraag ik me af of we wel echt uw type rechtspraak willen, gelet op het feit dat Mario Scaramella, die de heer Litvinenko probeerde te waarschuwen voor wat hem te wachten stond, nu al zes maanden lang wegkwijnt in een Italiaanse gevangenis. De aanklacht tegen hem blijft maar veranderen, en hij is nog niet echt voor een rechtbank voorgeleid. Als u voorstelt het gewoonterecht en habeas corpus op te geven voor een dergelijk Europees systeem, is mijn antwoord aan u: ‘Nee, feestelijk bedankt.’

Laten we een echt debat voeren, mijnheer de Voorzitter. Mijnheer Schulz, zestien landen hebben de Europese Grondwet goedgekeurd, niet achttien, dus laten we waarheidsgetrouw, eerlijk en open zijn en laten we alstublieft niet doordenderen en de resultaten van de Franse en Nederlandse referenda totaal negeren. De heer Prodi heeft daar in zijn toespraak niet eens naar verwezen.

Mensen hebben ‘nee’ gezegd. Tientallen miljoenen Europeanen zeggen: ‘Geef ons, het volk, een stem in onze toekomst.’ Houd op met u te gedragen als een bulldozer! U mag de publieke opinie niet meer terzijde schuiven. Ga gerust door met uw Verdrag, maar laat de mensen over hun eigen toekomst beslissen. Leg hun die toekomst niet op.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Marie Le Pen, namens de ITS-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de eerste minister, de eurocraten van de Commissie en de Raad hebben vast een zucht van opluchting geslaakt op de avond van 22 april. Voor hen waren Royal of Sarkozy, UMP of PS, een garantie dat de Europese Grondwet, die nochtans in 2005 massaal verworpen is door twee landen, opnieuw op de rails werd gezet. Dit is een minachting van de democratie. Ze waren beiden ideale kandidaten en ideale gekozenen, net als de heer Bayrou trouwens.

Sarkozy en Royal doen alsof ze - net als u - geloven dat de Fransen enkel het beleid vanuit Brussel hebben afgekeurd. In werkelijkheid hebben ze echter ook het institutionele gedeelte afgewezen, dat men ons nu via een achterdeurtje opnieuw wil voorschotelen, namelijk de idee van een minister van Buitenlandse Zaken - deze minister zou ons, als hij had bestaan, allemaal bij de oorlog in Irak hebben betrokken -, de verkozen pseudo-president, de Commissie die beperkt wordt tot ambtenaren uit enkele lidstaten, het communautariseren van alle beleidsterreinen, waardoor de lidstaten geen enkel vetorecht meer hebben. Kortom, een bureaucratische, almachtige Europese superstaat.

Voor u was het zelfs beter dat Sarkozy werd verkozen in plaats van Royal. De eerste wil namelijk de Grondwet door het Parlement laten ratificeren, terwijl de tweede wat meer consideratie leek te hebben voor de wil van het volk.

Na de benoeming van een socialistische minister en staatssecretaris van Europese zaken, en toen de oude president van de republiek zijn functie amper had overgedragen aan de nieuwe, haastte Sarkozy zich naar Berlijn om te bevestigen dat de ratificatie via het Parlement zou gebeuren, om te zeggen hoezeer hij aan de Europese superstaat hecht en om te tonen dat hij slechts gouverneur van een Europese provincie wil zijn. De Duitse kanselier mag zich gerustgesteld voelen: dankzij de heer Sarkozy zal haar voorzitterschap van Europa een succes worden! Ze kan in juni een routekaart voorleggen voor de herbeleving van het grondwettelijk proces en de terdoodveroordeling van de naties en de soevereiniteit van de volkeren.

Mijnheer Sarkozy is verkozen door 53 procent van de Fransen en verraadt de verlangens van een groot deel van deze kiezers, en met name van de 55 procent van de burgers die ter rechter en ter linker zijde in mei 2005 "neen" hebben gestemd.

(De spreker wordt onderbroken en richt zich tot de heer Schulz: :"Wat is er, Mijnheer Schulz, bent u ziek? en gaat dan door: "Oh ja, u bent het, mijnheer Cohn-Bendit, gaat u nu leraar spelen voor de kindjes!")

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Mijnheer Le Pen, zo gaat het nou eenmaal met stemmingen: de ene keer gaat het zus en de andere keer zo. Niemand weet dat beter dan u.

 
  
MPphoto
 
 

  Jana Bobošíková (NI). - (CS) Dames en heren, het doel van de Europese Grondwet was het potentieel van de Unie als speler op het wereldtoneel te vergroten, maar wat gebeurde er? Er kwam een onbegrijpelijk document ter wereld en de maatschappijknutselaars verloren hopeloos de controle over het goedkeuringsproces ervan. In twee verschillende landen heeft de burger luid en duidelijk “nee” gezegd. Een onrechtvaardig document is het, en al jarenlang leidt het de politiek af van de werkelijke problemen, leidt het tot onnodige twisten binnen de Unie, en wordt aldus de bewering gestaafd dat de Unie klein is, niet zozeer in geografisch zin, als wel wat betreft de geestelijke bekrompenheid van haar leiders, die het mislukken van hun project niet onder ogen willen zien en de burger geen nieuw project weten aan te bieden. De regeringleiders en staatshoofden blijven maar om de hete brij heen draaien in plaats van dat ze hun falen openlijk en eerlijk toegeven door te zeggen: “Drie jaar geleden hebben we in Rome een document ondertekend dat door de burgers is afgekeurd. Het is een doodlopende weg en dus moeten we nu een andere weg inslaan.”

De toekomst van Europa als speler op het wereldtoneel wordt niet in gevaar gebracht door de afkeuring van de huidige Grondwet, maar door het feit dat de politici volledig buiten de werkelijkheid staan en dat er oeverloos gepalaverd wordt over een morsdood project. De burgers van de lidstaten begrijpen steeds minder van wat de Europese instellingen en hun vertegenwoordigers allemaal zeggen. Lachende derde bij dit alles zijn de partners op het wereldtoneel. Zij kunnen mooi munt slaan uit de verdeeldheid binnen de EU en de navelstaarderij van haar leiders.

Het staat voor mij geheel buiten kijf dat de instellingen van de Europese Unie moeten worden hervormd en dat er een nieuwe eenheid smedend verdrag nodig is waarin de bevoegdheden van de EU en de lidstaten duidelijk worden afgebakend. Het moet een bondig, begrijpelijk, rechtvaardig en daarmee voor burger acceptabel verdrag worden, en zeker niet weer niet die oude afgekeurde Grondwet met her en der een toevoeging of weglating. Ik ben van mening dat de individuele lidstaten zeggenschap dienen te behouden over de pensioenen, de belastingheffing, de gezondheidszorg, alsook het beleid op zowel sociaal en cultureel gebied, als op het gebied van de rechtspraak en kernenergie. Wat de overige beleidsterreinen betreft dient er te allen tijde tevoren over te worden gediscussieerd. Velen onder ons hebben in het leven en in de politiek mislukkingen moeten wegslikken, en nu is het een keer de beurt van de voorstanders van de Europese Grondwet. Ze moesten eens flink inbinden en eindelijk hun nederlaag onder ogen zien, en vervolgens zo snel mogelijk beginnen te onderhandelen over een geheel nieuw verdrag. Dit is het soort realisme dat ik verwacht van de junitop en het Duitse en Portugese voorzitterschap. Alleen op die manier is het mogelijk het vertrouwen in het Europese project te versterken, zowel in de ogen van de Europese burger als op het wereldwijde economische en politieke toneel.

 
  
MPphoto
 
 

  Romano Prodi, eerste minister van Italië. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik dank u hartelijk voor dit debat, dat zoals alle debatten in dit Parlement kort, constructief en oprecht is geweest. Uit het debat is gebleken dat er zeer uiteenlopende standpunten circuleren met betrekking tot de toekomst van de Europese Unie. Als wij kijken naar een paar van de laatste toespraken, staan sommige standpunten zelfs haaks op elkaar.

Dit probleem moet natuurlijk aangepakt, opengebroken, besproken en op democratische wijze bepleit worden, zoals altijd gebeurt en is gebeurd in het kader van dit Parlement. Juist daarop was het begin van mijn toespraak toegespitst: die grote diversiteit, dat grote scala aan meningen dat wij allemaal hebben gehad. Wij moeten regels hebben om de Europese Unie in goede banen te kunnen leiden.

Wij vergeten momenteel wat voor lange weg er is afgelegd voor de opstelling van het Grondwettelijk Verdrag. Wij vergeten de achttien maanden Conventie, de debatten, de betrokkenheid van de nationale parlementen, van het Europees Parlement. Wij vergeten dat het geen gesloten debat was. Er is wel een resultaat behaald, en nu haak ik in op de woorden van mevrouw Muscardini, die zei: “opgepast, in de politiek moet men tot een compromis komen, een hoogwaardig compromis”. Welnu, het project van de Grondwet was al een compromis!

Als voorzitter van de Europese Commissie had ik er moeite mee dat in dit Verdrag geen grote sprongen naar voren werden gemaakt. Maar wij hadden zelf voor dit compromis gepleit, want wij waren realistisch genoeg om te begrijpen dat we toch niet het onderste uit de kan konden hebben! Wij wisten dat ons idee van Europa nog sterker was, maar op dat moment stonden de historische omstandigheden alleen dit resultaat toe.

De tekst is door alle landen van de Unie ondertekend, ook door Londen, onder de verantwoordelijkheid van de regeringen van de Unie. En dan komt men ons nu verwijten dat dit Verdrag zomaar is ontstaan, dat het ergens in een achterkamertje buiten de wil van de volkeren om is gesmeed! Maar het Verdrag is juist een voortbrengsel van de volksvertegenwoordigers! Het is ondertekend door regeringen die door het volk gekozen zijn! Zo zit de vork aan de steel! Natuurlijk kunnen wij nog verder zoeken naar een compromis, omdat wij in ons leven altijd gezocht hebben naar compromissen, maar zo’n compromis mag het project van Europa niet omlaag trekken en uitwissen.

Dit is een grens die niet overschreden mag worden, een grens die wij voor onszelf hebben getrokken. Dat is ook de reden waarom ik in mijn toespraak een aantal kernkwesties heb geschetst waar we niet omheen kunnen: de wil van het volk, het probleem van de pijlers, het probleem van de minister van Buitenlandse Zaken. Maar wij deinzen er toch hopelijk niet voor terug degene die ons vertegenwoordigt een minister van Buitenlandse Zaken te noemen? Laten we hem desnoods secretary of state noemen, om een Angelsaksische term te hanteren. Maar waar zijn wij eigenlijk bang voor? Beseffen wij dan niet hoeveel het ons in deze jaren heeft gekost om zonder minister van Buitenlandse Zaken te zitten? Beseffen wij dan niet wat wij allemaal niet hebben kunnen doen in het Midden-Oosten, in al onze buurlanden? Hoe hebben wij kunnen toestaan dat de politieke situatie zo verslechterde dankzij onze verdeeldheid?

Willen wij met dit gebrek aan verantwoordelijkheid tegenover de geschiedenis staan? Kijk, in deze dagen staat dit laatste stukje van onze politieke eenheid op het spel, het laatste stukje van onze capaciteit om Europa in de wereld te vertegenwoordigen. Als wij dat nu niet begrijpen, wanneer dan wel? Ik heb die zetel van de Commissie enige tijd geleden verlaten, twee jaar geleden, misschien iets langer. Maar kijkt u nu naar de machtsverhoudingen in de wereld: China, India, Azië. Europa is niet in staat gebleken te spreken tot deze grote volkeren, Europa is niet in staat gebleken om te spreken als gelijken van de Verenigde Staten van Amerika, om hen te overtuigen!

Weegt dat al niet zwaar genoeg voor onze toekomst? Willen wij nog een hele volgende generatie op deze toer laten doorgaan? Mogen wij dan nooit meetellen? Dat is de vraag die ik u stel, zo vlak voor de Intergouvernementele Conferentie en de Europese Raad. Andere vragen stel ik niet. Het gaat mij om het probleem van het verantwoordelijkheidgevoel van Europa ten overstaan van de geschiedenis, ten overstaan van ons leven en dat van onze kinderen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Hartelijk dank, premier Prodi! Aan het applaus merkt u wel wat het Europees Parlement ervan vindt.

 
  
MPphoto
 
 

  Antonio Tajani (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, na maanden van moeilijkheden heeft Europa nieuwe hoop gekregen, dankzij het initiatief van kanselier Merkel en de verkiezingen van Nicolas Sarkozy als president van de Franse Republiek. Ondanks dat er nog wat wordt tegengestribbeld, is er nu een reële kans om een nieuw verdrag in het leven te roepen dat de regels bevat van een absoluut oorspronkelijke organisatie als de Europese Unie! Helaas is onderhand ook duidelijk dat de tekst die destijds was opgesteld onder het door Silvio Berlusconi geleide Italiaanse voorzitterschap en vervolgens in Rome was ondertekend, niet in werking kan treden.

Als men echter wil dat Europa de rol vervult die hem toekomt op het internationaal toneel, zal de kerninhoud van het Verdrag gered moeten worden. Ik denk aan het beginsel van de besluitvorming met meerderheid voor een aantal belangrijke kwesties. Ik denk aan de ene stem op het vlak van de buitenlandse politiek. Ik denk aan de duur van het voorzitterschap. Een gekortwiekte tekst goedkeuren betekent slechts een eerste stap vooruit zetten. Natuurlijk, de lat moet nooit te hoog gelegd worden, maar het is belangrijk door te gaan op de ingeslagen weg en nog vóór de verkiezingen van 2009 te besluiten, liefst door te denken aan de nabije toekomst, aan de nieuwe zittingsperiode van dit Parlement, dat ook een constituerende rol zou kunnen spelen. Velen hebben dat gesuggereerd, te beginnen bij de voorzitter van de Commissie juridische zaken, de heer Gargani, en de heer Brunetta.

Maar het Europa van de Zevenentwintig heeft niet alleen behoefte aan institutionele regels om beter te functioneren. Het moet zich ook kunnen herkennen in de waarden die de echte grondslag van Europa vormen, de fundamenten waarop een Unie gebouwd kan worden die in de toekomst niet meteen stukloopt op moeilijkheden. Het zou een fout zijn als wij van de vrijheid, de solidariteit, de subsidiariteit, de centrale positie van de persoon niet de hoekstenen van de communautaire instellingen zouden maken. Het zou een ernstige fout zijn als wij onze identiteit, onze joods-christelijke wortels en een maatschappelijk model gebaseerd op het gezin, bestaande uit vader, moeder en kinderen, op zouden geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Gianni Pittella (PSE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, collega Tajani gooit argumenten in de strijd die helemaal niets te maken hebben met het thema van vandaag. Van premier Prodi hebben wij daarentegen heldere, krachtige en vastberaden woorden gehoord, die Italië een voortrekkersrol in de Europese integratie bezorgen en een goede stimulans zijn voor het Europees Parlement, dat altijd op de bres springt voor de constitutionele hervormingen van de Unie.

Er is heel duidelijke taal gesproken over één heikele kwestie: wij moeten opnieuw uitgaan van de ontwerp-Grondwet die geratificeerd is door achttien landen, en niet van Nice. De Intergouvernementele Conferentie moet een gesloten mandaat krijgen, geen open mandaat! Een ontwerp-Grondwet die door de overgrote meerderheid van de burgers is aangenomen en precieze antwoorden geeft, kan niet zomaar dood verklaard worden. Dat is dus wel wat anders dan de schimmige voorstellen waar mevrouw Muscardini het over had! Prodi heeft heel precieze antwoorden gegeven, zowel in zijn inleidende toespraak als in zijn repliek.

Zonder grondwet, geachte collega Wurtz, is de Europese Unie zwakker en loopt het meer risico’s af te glijden naar een pure vrijhandelszone. Daarom begrijp ik de standpunten van radicaal links soms niet. Na de toespraak van premier Prodi zijn het Parlement en wij allen meer geruggensteund. Wij voelen ons nu sterker en zullen de nieuwe fase met grotere vastberadenheid en vasthoudendheid ingaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Bronisław Geremek (ALDE). - (PL) Hartelijk dank, mijnheer de Voorzitter. Ik zou in de eerste plaats willen zeggen dat het me veel plezier doet vast te stellen dat premier Prodi Europa nog niet beu is. Een filosoof zei ooit dat een gevoel van desinteresse, van vermoeidheid de grootste bedreiging voor Europa zou vormen. Ik zou u erop willen wijzen dat de heer Prodi, toen hij voorzitter van de Europese Commissie was, de moeilijke taak van de uitbreiding van de Europese Unie op zich heeft genomen. Hij heeft deze uitbreiding ook tot een goed einde gebracht, ondanks de vaak negatieve berichtgeving in de media en de kritische stem van de publieke opinie, althans van een gedeelte ervan. De heer Prodi is in zijn opzet geslaagd omdat hij stellig in de toekomst van Europa geloofde.

Ik zou graag zien dat we ons bij het huidige denkproces over de toekomst van Europa door dezelfde overtuiging lieten leiden. Er zijn veel Parlementsleden hier die, net als ikzelf, van mening zijn dat de Europese Unie op dit moment weldoordachte institutionele hervormingen nodig heeft. In dit licht rijst echter de vraag in hoeverre de communautaire methode, die door de heer Prodi is voorgesteld als het mechanisme dat de Europese Unie vooruitbrengt, zichtbaar is in de activiteiten van de Europese Raad. Of anders gezegd, welke rol speelt dit mechanisme bij de activiteiten van de vertegenwoordigers van de regeringen? De heer Prodi vertegenwoordigde destijds een bepaald standpunt in de Europese Commissie, maar is nu, als lid van de Europese Raad, een heel andere mening toegedaan. Externe waarnemers krijgen soms de indruk dat het nationale egoïsme het enige criteria is dat voor de Raad van belang is, niet het denken in categorieën als het gemeenschappelijk belang.

Naar mijn mening is dit een kwestie van fundamenteel belang. Het Europees Parlement begrijpt wat het betekent om een gemeenschap te zijn. Dat besef is ook aanwezig in de Europese Commissie. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de Europese Raad zich in de toekomst ook door deze overtuiging laat leiden?

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Angelilli (UEN). - (IT) Mijnheer Prodi, ik spreek namens de Fractie Unie van een Europa voor de Nationale Staten, die - het verheugt me premier Prodi daaraan te kunnen herinneren - de vierde grootste fractie is in het Europees Parlement. Ik wil met klem stellen dat Europa ons na aan het hart ligt De voorzitter van de partij die ik vertegenwoordig, de heer Fini, behoorde in de Conventie tot degenen die met enthousiasme hebben bijgedragen aan het huidige ontwerp van de Grondwet. Meer in het algemeen kunnen wij Italianen terugkijken op een lange en ononderbroken pro-Europese traditie. Het is dan ook vanzelfsprekend dat wij gehoor geven aan de oproep die de president van de Italiaanse republiek, Napolitano, een paar maanden geleden in dit Parlement deed, toen hij vroeg om de Grondwet zo gauw mogelijk goed te keuren.

Deze Grondwet is onder meer noodzakelijk om een gemeenschappelijk buitenlands beleid te krijgen. Dat heeft u goed gezegd, premier Prodi, een gemeenschappelijk buitenlands beleid waaraan wij zo’n grote behoefte hebben, vooral op dit moment van internationale crisis.

Ik profiteer van deze gelegenheid om een woord van dank uit te spreken tot al degenen - om te beginnen de ongeveer 8000 Italianen - die in de wereld actief zijn voor vredesmissies, met name in Afghanistan, Libanon en Palestinië. Dat zijn belangrijke missies die in Italië sterk worden gesteund door alle politieke groeperingen, met enige gênante uitzonderingen, mijnheer Prodi, in uw eigen regeringscoalitie.

Terugkomende tot de Grondwet wil ik mijn spijt betuigen maar ook een wens uiten. Mijn spijt is dat het niet mogelijk is gebleken onze christelijke wortels in de tekst te vermelden. Mijn wens is dat wij snel komen tot goedkeuring van de Grondwet. Ik ben ervan overtuigd dat Italië ook dit keer zijn steentje zal bijdragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Voggenhuber (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, hoe vaak heb ik mijzelf de afgelopen maanden niet de vraag gesteld “Waar blijft Romano Prodi?” Waar blijven de regeringen die de Grondwet verdedigen? Vandaag hebt u die vragen beantwoord, mijnheer de minister-president! Op de barricaden ben ik Romano Prodi weer tegengekomen, weliswaar in een laat stadium, maar toch. U heeft zich een voorstander van consensus betoond en bent uit het cordon van regeringen gestapt dat de historische verantwoording voor Europa elke dag opnieuw voor wat wisselgeld wil inruilen.

U heeft gezegd dat wij de argumenten van anderen moeten respecteren, mijnheer de minister-president. Dan zou ik graag van u willen weten: wie zijn die anderen? Als u op de burgers van Europa doelt, inclusief degenen die tegengestemd hebben, maak ik mij geen zorgen. Wij weten immers wat zij willen: meer democratie, meer transparantie, meer sociale verantwoordelijkheid, een beter Europa en een overtuigende grondwet. Of doelt u op de regeringen die de crisis in het ratificatieproces misbruiken om ons weer hun oude hebzucht en machtswellust voor te schotelen? Dat zijn de regeringen die weer terug willen naar alles wat wij in het kader van de Conventie afgenomen hebben van degenen die de ontevredenheid van de burgers bewust op Europa afwentelen om hun macht uit te kunnen oefenen zonder Europese democratie, zonder sociale dimensie en zonder een gemeenschappelijke rol in de wereld. Ik doel daarmee op degenen die de oude machtstrijd tussen het Europa van de politieke wandelgangen en het Europa van de burgers weer nieuw leven in willen blazen.

U heeft gezegd dat wij compromissen nodig hebben en ook dat brengt een brandende vraag met zich mee. Het compromis dat uit de twaalf vragen naar voren komt, is een compromis dat een historische leugen over Europa vertelt. Het is namelijk ook van groot belang dat wij niet alleen de letter, maar ook de geest van de Grondwet in stand houden. Ik ben u bijzonder dankbaar dat u dat onder onze aandacht heeft gebracht, mijnheer de minister-president. Als wij nu beweren dat wetten niet langer wetten, maar verordeningen heten, ontnemen wij de mensen hun aanspraken op hun democratische legitimiteit. Wat de inhoud betreft, gaat het namelijk nog steeds gewoon om wetten. Als wij het beginsel van het Europees recht verloochenen, zijn wij op de verkeerde weg. Dat recht blijft namelijk op de achtergrond aanwezig en de Europese minister van Buitenlandse Zaken doet inhoudelijk precies wat wij oorspronkelijk voorzien hebben. Het compromis mag dus geen bluf en geen leugen zijn. Wij moeten ook vechten voor de geest van de Grondwet!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Roberto Musacchio (GUE/NGL). - (IT) Premier Prodi, juist omdat ik voor Europa dezelfde passie koester als u, ben ik ervan overtuigd dat, als wij het grondwetgevingsproces opnieuw van de grond willen krijgen, er een nieuw, op democratie en rechten gegrondvest elan moet komen. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat de intergouvernementele logica niet de oplossing van de problemen vormt, maar slechts een deel daarvan, en dat wij het risico lopen een miniverdrag of zelfs een Europa met twee snelheden te creëren.

Het zijn de burgers en de parlementen die het heft in handen moeten nemen. Daarbij moet er een nieuw constituerend mandaat worden toevertrouwd aan het Europees Parlement. Er moet een nieuwe tekst worden opgesteld en er moet daarover een Europees referendum plaatsvinden. Wij moeten de tekst en de context veranderen.

In het middelpunt daarvan moeten duidelijk opeisbare, voor het Europees burgerschap kenmerkende rechten worden geplaatst, zoals het recht op werk en het arbeidsrecht, rechten waaruit duidelijk blijkt dat het in Europa normaal is om een goede en duurzame baan te hebben en niet al die onzekere banen die men wil invoeren met de flexizekerheid.

Er moet een zeker recht op milieu komen, een recht dat vraagt om innoverend beleid, gebaseerd op samenwerking en multipolaire visies van het soort dat moet leiden tot de ratificatie van het post-Kyoto-proces en niet alleen tot de logica van handelsconcurrentie!

Er moet een uit de afwijzing van oorlog voorkomend recht op vrede komen. De Unie moet zich baseren op dat soort waarden en deze actief toepassen in het kader van een eigen buitenlands beleid!

Er is een nieuw Europa nodig. Alleen zo’n Europa is mogelijk, maar ook steeds noodzakelijker. Vanuit de bevolking en met de parlementen kunnen wij dat Europa opbouwen!

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Marie Coûteaux (IND/DEM). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, bijna precies twee jaar geleden was het Franse "neen" de doodsteek voor de Europese Grondwet. Daarna werd dit nog eens bevestigd door Nederland, het Verenigd Koninkrijk en daarna kwam nog de weigering van Tsjechië en Polen. Er was ook enig enthousiasme, het enthousiasme van de enige twee landen die via een referendum "ja" hadden gestemd: Luxemburg en Spanje. In Spanje heeft echter slechts 32 procent van de ingeschreven kiezers steun gegeven aan de tekst. Kortom, het was een mislukking, en daarna is het grondwettelijk proces helemaal vastgelopen. Voor die mislukking zijn we vooral Frankrijk dank verschuldigd zijn.

Vanaf dat moment was het voor ons, voorstanders van een onafhankelijk Frankrijk, voor wie ik nu het woord voer, duidelijk dat Frankrijk misleid en de Fransen bedrogen moesten worden! En toen nam men zijn toevlucht tot een gigantische list. Tijdens de presidentsverkiezingen werden twee kandidaten van tevoren uitgekozen om ervoor te zorgen dat de verkozen persoon, met een nieuw mandaat, "ja" zou kunnen zeggen waar de Fransen "neen" wilden zeggen. Dat is de betekenis van het onuitstaanbaar gebaar dat de heer Sarkozy maakte toen hij zich op de dag van zijn installatie nog naar mevrouw Merkel haastte.

U moet weten dat dit "ja" de Fransen werd ontfutseld via de omweg van de presidentsverkiezingen en dat dit dus een onwettig "ja" is. Ik weet best dat alles onderling geregeld wordt, in het kleine, stille aquarium waar het krioelt van de Brusselse oligarchieën en waar een nieuwe tekst zal worden bekokstoofd. Alleen zal die tekst dan zeker niet de naam grondwet krijgen maar "institutionele hervorming" heten, wat op hetzelfde neerkomt.

De neen-stemmers zijn echter nog niet dood. De heer Barroso mag zich niet vergissen, evenmin als u, mijnheer Prodi. Vroeg of laat zal Frankrijk opnieuw zijn stem verheffen, want Frankrijk hecht veel belang aan zijn vrijheden, tegen alles in. Die vrijheden, de nationale vrijheden, zullen overwinnen, ondanks uw armetierig gekonkel.

 
  
MPphoto
 
 

  Koenraad Dillen (ITS). - Voorzitter, eerste minister, meer dan wie ook in Europa kent u het functioneren van de Europese instellingen. Door uw vroegere functie als voorzitter van de Commissie bent u dan ook goed geplaatst om te weten waarom de Europese burgers vandaag het huidige Europa meer en meer de rug toekeren. Bureaucratie, overreglementering, geen enkel respect voor het subsidiariteitsbeginsel, politieke correctheid, geen respect voor de christelijke erfenis van Europa en de obsessie om het islamitische Turkije toe te laten tot de EU hebben ervoor gezorgd dat de meeste Europeanen het Europese ideaal van de founding fathers vandaag gelijkstellen met een opdringerige superstaat die niet meer luistert naar de wil van de burgers.

Wij hebben de laatste jaren enkele frappante voorbeelden van de opzettelijke doofheid van het officiële Europa gekregen. In Frankrijk en Nederland hebben de burgers in een democratisch referendum "nee" tegen de Europese superstaat gezegd. Niettemin gaat het Duitse voorzitterschap gewoon door op de ingeslagen weg. Voor Angela Merkel, en ik vrees ook voor u als lid van de Europese Raad, telt de wil van de bevolking niet. Alle opiniepeilingen wijzen ook uit dat de Europeanen wel bevriend willen zijn met de Turken, maar niet willen dat een niet-Europees en islamitisch land lid wordt van onze Unie. En ook daar gaat men verder op de ingeslagen weg.

Maar maakt u zich geen illusies. Deze weigering om naar de noden en verzuchtingen van de Europeanen te luisteren, zal zich bij een volgende gelegenheid opnieuw tegen het officiële Europa keren, en dan moet men niet komen klagen, mocht de burger weer eens "fout" stemmen, zoals dat heet.

Tenslotte nog dit, meneer de eerste minister, de regering van mijn land heeft zich de voorbije week te schande gemaakt door om commerciële redenen een bezoek van de Dalai Lama aan België te verbieden. Niemand wil China voor het hoofd stoten. Erst das Fressen und dan die Moral heet het dan. Ik hoop dan ook dat u binnen de Europese Raad het woord zult nemen om deze laffe houding van uw regering, die graag de mond vol heeft over mensenrechten, maar als het erop aankomt de eigen economische belangen laat primeren, op de korrel te nemen en België in deze zaak te veroordelen. Als het Europa menens is met de verdediging van de mensenrechten, moet het ook de hypocrisie van sommige lidstaten durven veroordelen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Mijnheer Dillen, u hebt mij persoonlijk aangesproken. Ik heb gisteren hier in de plenaire vergadering al een standpunt ingenomen. Ik zal niemand toestaan een gesprek tussen de Dalai Lama en de Voorzitter van het Europees Parlement te verhinderen. Er is een brief onderweg. Ik verwacht een antwoord daarop en zal te zijner tijd op deze zaak terugkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Irena Belohorská (NI). - (SK) Premier Prodi, ik wil u hier van harte welkom heten.

U bent een politicus met een schat aan ervaring, ervaring met het geven van leiding aan zowel een land en als de Europese Commissie, waar u voorzitter van bent geweest. Ik wil benadrukken dat als de Europese Unie in de toekomst succesvol wil zijn, het noodzakelijk is een Grondwettelijk Verdrag aan te nemen.

Onlangs vierden wij de vijftigste verjaardag van de ondertekening van het Verdrag van Rome. Dit jubileum herinnert ons eraan dat er in de tussenliggende jaren veel is veranderd en dat er nog steeds Verdragen van kracht zijn die gewijzigd moeten worden. De Europese Gemeenschap bestond in die tijd uit zes landen en was in eerste instantie een economisch blok. Vandaag de dag bestaat de Europese Unie uit zevenentwintig lidstaten waaronder twaalf postcommunistische landen. De vorm van de huidige Europese Unie verschilt substantieel van die van 1957.

De Verdragen zijn nu al vijftig jaar oud en niet meer transparant. Ze zijn geschreven in een gecompliceerde taal en kunnen zelfs als achterhaald worden beschouwd. Het is van wezenlijk belang om een nieuw Grondwettelijk Verdrag en nieuwe, duidelijke spelregels aan te nemen. Wij moeten ons realiseren dat de hervormingen die in het Grondwettelijk Verdrag worden voorgesteld - zoals rechtspersoonlijkheid, in bindende voorschriften verankerde fundamentele mensenrechten, de functie van procureur-generaal, hervormingen van de instellingen en het wetgevingsproces - veranderingen zijn die de Europese Unie vooruit kunnen helpen. Het is hoog tijd de denkpauze te beëindigen en actief te worden.

Premier Prodi, ik wil u bedanken voor het vertrouwen dat u in Slowakije hebt gesteld in een tijd waarin dit land begon aan wat u omschreef als een lange reis. Slowakije is een jonge nieuwe lidstaat van de Europese Unie en vertrouwt u op dezelfde manier waarop het Italië en de Europese Unie vertrouwt, als het gaat om het wijzigen van de spelregels.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, eerste minister, we debatteren vandaag opnieuw over grondwetten en instellingen, terwijl de burgers van Europa echt veel meer geïnteresseerd zijn in banen, welvaart, milieu en armoede in de wereld.

Het is een mythe dat de Europese Unie in een crisis verkeert of verlamd is en niet in staat is besluiten te nemen. Enkele regeringen gebruiken deze mythe als excuus om te eisen dat de Grondwet weer op tafel komt. Ik weet dat u dit ook vindt, eerste minister.

Het is geen constitutionele crisis. Zelfs de Britse regering heeft gezegd dat de EU besluiten kan nemen op basis van de huidige Verdragen. De denkpauze na het Franse en Nederlandse ‘nee’ had in mijn ogen moeten worden gebruikt om eens heel lang en goed te kijken naar de redenen waarom de Grondwet is verworpen. In plaats daarvan lijken de discussies zich nu uitsluitend te richten op de vraag welke onderdelen van de Grondwet hoe dan ook kunnen worden behouden.

Ik ben iemand die gelooft in het lidmaatschap van zijn land van de Europese Unie en in het positieve potentieel van Europa, en mij doet dit debat dan ook verdriet. Ik heb altijd geloofd dat het nodig was de besluitvormingsprocessen en de instellingen van Europa te vereenvoudigen en transparanter te maken, zoals met de Verklaring van Laeken werd beoogd. De uitbreiding van de EU mag dan om enkele wijzigingen in de bestaande Verdragen vragen, of van tijd tot tijd om nieuwe verdragen, maar ik accepteer niet dat deze Grondwet nodig is. Evenmin is hij momenteel wenselijk.

Er bestaat geen twijfel dat het Britse volk een referendum zal eisen over een eventueel nieuw verdrag met extra bevoegdheden voor de EU. Mijn partij zal die eis steunen. We zullen de komende weken met grote belangstelling het optreden van de Britse regering volgen. De heer Blair zal aan de vooravond van zijn aftreding aanwezig zijn op de Top in Brussel. Hij mag geen verplichtingen aangaan voor zijn opvolger in diens afwezigheid. De heer Brown zou erop moeten staan de Top samen met de heer Blair bij te wonen, en zou de volle verantwoordelijkheid moeten nemen voor alles waar zijn regering haar handtekening onder zet.

Ik hoop dat de heer Brown zich in zijn optreden in de moeilijke tijden die vlak voor ons liggen, zal laten leiden door dit soort realisme.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Dank u, mijnheer Kirkhope. Voor zover ik weet heeft de Britse premier nauw contact met Gordon Brown!

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, eerste minister Prodi, uw aanwezigheid hier vandaag in dit Parlement is een zeer goede zaak, niet alleen omdat u de regeringsleider van uw land bent, maar ook omdat u heel veel voor Europa heeft betekend.

U heeft over het buitenlands beleid gesproken, mijnheer Prodi, en daar ben ik u bijzonder dankbaar voor. Er zijn veel afgevaardigden in dit Parlement die juist in deze periode van mening zijn dat wij een gemeenschappelijk standpunt ten opzichte van Rusland in moeten nemen. Aan de andere kant zijn er ook veel mensen die zeggen dat wij Amerika geen dominante rol mogen laten vervullen. Wij hebben een sterk Europa nodig. Wij zijn het er allemaal over eens dat India, China en Brazilië sterker en sterker worden, en vragen ons af of wij daar onze belangen niet beter kunnen behartigen. Dan is er het probleem in het Midden-Oosten waar wij zo meteen over zullen discussiëren. Commissaris Ferrero-Waldner heeft inmiddels al haar plaats ingenomen. Hoe kunnen wij op al die punten een Europese bijdrage leveren als wij niet over een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid beschikken? En hoe moet een dergelijk beleid vormgegeven worden als wij in de toekomst geen duidelijk herkenbaar persoon hebben die al onze belangen vertegenwoordigt en als aanspreekpunt fungeert?

Ik verzoek u om met name op dit punt voet bij stuk te houden, mijnheer de eerste minister! U heeft volledig gelijk als u zegt dat niet elk verdrag een goed verdrag is. Wij hebben een verdrag nodig dat verder gaat dan de minimumvereisten, zodat Europa concrete vooruitgang kan boeken. Ik wens u alle succes, mijnheer de eerste minister!

 
  
MPphoto
 
 

  Lapo Pistelli (ALDE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in 1968 circuleerde de leus: “wees realistisch, vraag het onmogelijke”. Vandaag zouden we moeten zeggen: “wees realistisch, vraag wat nodig is om te voorkomen dat dit project van Europa, waarvan u allen de tijdelijke bewakers bent, in de grond wordt geboord”. Mocht het Europees Parlement zich in 2009 voor nieuwe verkiezingen aanmelden zonder een overtuigend institutioneel antwoord, zou heel Europa in een onherroepelijke legitimiteitscrisis belanden, terwijl de burgers vandaag juist in staat zouden moeten zijn om te kiezen op grond van een duidelijk model, zoals u dat hebt gedefinieerd.

Het Parlement heeft zich hier vele malen over uitgesproken en het woord is thans aan de Raad. Premier Prodi moet weten dat hij hier vandaag niet alleen zijn eigen land vertegenwoordigt maar al die Europeesgezinden die de hoop op meer integratie niet hebben opgegeven.

Ter afsluiting wijs ik nog op één ding: wie vandaag niet ja zegt, mag er best uitstappen. De anderen kunnen dan ongedwongen verder gaan. Wij moeten niet vergeten dat Europa gecreëerd is door een kopgroep van landen, en het is niet gezegd dat Europa morgen met precies dezelfde methode nieuw leven kan worden ingeblazen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Borghezio (UEN). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, premier Prodi presenteert zich hier als oud-voorzitter van de Commissie met een heel negatieve balans: uitbreiding, euro, China, hervormingen. Het lijkt wel de balans van het staatsbedrijf waar hij indertijd leiding aan gaf! Waarom heeft u bijvoorbeeld vandaag niet de moed opgebracht om te praten over de institutionele veranderingen in ons land, aangezien u zo overloopt van enthousiasme over de superfederalistische Europese Grondwet? Wanneer besluit u om het federalisme toe te kennen waar het noorden van Italië al zo lang om vraagt? Dat is een kwestie van vrijheid en consequent zijn!

De heer Schulz heeft u vergeleken met de Tijgerkat. Dat lijkt een flater, maar hij heeft juist midden in de roos geschoten. Alleen een grote Tijgerkat als u slaagt erin te regeren met politieke partijen die nog de sikkel en hamer als symbool hanteren, terwijl u bezig was met de opening naar landen die zich hadden bevrijd van het communisme. U slaagt er zelfs in te regeren, ook al hebt u maar een derde van de politieke consensus in ons land.

Maar vanuit de hemel kijken Sturzo en De Gasperi op ons neer en misschien schamen ze zich wel voor die vertegenwoordigers van ons land, die helemaal vergeten zijn dat de founding fathers zich zo hebben ingespannen voor een Europa van de volkeren en de regio’s, niet van de lobby’s. Uw geestelijke horizon, premier Prodi, is die van Goldman Sachs, niet die van kerktorens en kathedralen, waarmee wij redeneren.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Anne Isler Béguin (Verts/ALE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Prodi, het is onze ambitie om de Europese opbouw verder te zetten. We hebben inderdaad een kans gemist. Toen het Grondwettelijk Verdrag werd afgewezen, dachten veel Fransen dat ze het liberale Europa hadden tegengehouden. Op die manier wilden ze het sociale en ecologische Europa een duwtje in de rug geven. We weten nu echter dat het omgekeerde is gebeurd. Het "neen" heeft onze instellingen lamgeslagen, en ik ben het eens met mijnheer Prodi wanneer hij zegt dat we de baby niet met het badwater mogen weggooien.

Europa heeft een grondwet nodig, en het compromis dat door de Conventie werd bereikt moet opnieuw op tafel gelegd en verbeterd worden. Als men met een miniverdrag zoals de nieuwe Franse president voorstelt, het grondwettelijk compromis en het Handvest van de grondrechten bedoeld, dan wordt het ‘ja’, ‘ja’ tegen een minister van Buitenlandse Zaken. Maar, mijnheer Prodi, welk gewicht kan die minister in de schaal leggen als er geen echt Europees buitenlands beleid is?

Ja, mijnheer Prodi, het verdrag moet nog verbeterd worden. Als het een op minimaal verdrag wordt, dat stiekem wordt geratificeerd, zou dat onaanvaardbaar zijn. De toekomst van Europa is een zaak van de Europeanen. Daarom zeggen wij ‘ja’ tegen een Europees referendum, dat overal, in alle zevenentwintig lidstaten op het zelfde moment - en waarom ook niet, tijdens de volgende Europese verkiezingen - georganiseerd wordt!

Wij zeggen ‘ja’ opdat Europa de uitdagingen van deze tijd aan kan - waarbij ik met name denk aan de klimaatverandering - uitdagingen die ons leven op ingrijpende wijze zullen veranderen. Ik ben er van overtuigd dat onze burgers deze uitdagingen zullen begrijpen en dit prachtige Europese project vooruit zullen helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Umberto Guidoni (GUE/NGL). - (IT) Mijnheer Prodi, dames en heren, het proces voor de goedkeuring van de Europese Grondwet kan niet herleid worden tot een reeks amendementen op bestaande verdragen, maar moet belangrijke sociale aspecten behelzen die er nu niet in zitten! Europa moet in staat zijn de grote uitdagingen aan te gaan die de rechten van de burgers, de levenskwaliteit, de gezondheid en de toekomst van de bevolking in gevaar brengen.

Tegenover verschijnselen als bedrijfsverplaatsing, uitputting van waterbronnen, de tomeloze vraag naar energie in de wereld en de klimaatveranderingen, zijn de afzonderlijke staten vleugellam en niet bij machte om winnende strategieën te formuleren. Alleen met optreden op continentaal niveau en nog liever op planetair niveau is er hoop op succes, een succes dat wij niet kunnen missen.

Het is belangrijk dat Europa een voortrekkersrol speelt in de wereld, in de eerste plaats in politiek opzicht, omdat Europa een baken moet zijn voor een inclusief sociaal beleid en een opvangbeleid dat als model kan dienen voor de rest van de wereld, maar ook op het gebied van de technologische keuzen en de toekomstscenario’s, met name in de sector van duurzame energie.

Vijf leden van de belangrijkste fracties van het Europees Parlement hebben een schriftelijke verklaring ondertekend waarin wordt gehamerd op de noodzaak dat Europa een nieuwe weg inslaat, gebaseerd op waterstof. Dat zou een heuse industriële, technologische en maatschappelijke revolutie teweegbrengen en duurzaamheid voor de lange termijn garanderen. U heeft daarop gezinspeeld, en ik geloof dat dit één van de voorbeelden is waarin Europa een hoofdrol op het wereldtoneel kan en moet spelen.

Concluderend, er is geen behoefte aan een compromis dat ten koste van alles bereikt moet worden. Wel is het belangrijk dat de echte problemen, die miljoenen burgers aangaan, worden aangepakt. Alleen zo zullen de Europeanen zich aangesproken voelen door de droom van een verenigd Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Karatzaferis (IND/DEM). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, het is hoog tijd dat er een eind komt aan de necrologie over de Europese grondwet. Die is dood. Laten wij naar de mensen toegaan om te zien wat de behoeften zijn van Europa:

- honderd miljoen Europeanen leven onder de armoedegrens;

- de criminaliteit rijst in alle Europese hoofdsteden de pan uit;

- illegale immigratie steekt overal de kop op.

De mensenrechten worden echter ook flink op de proef gesteld door zichtbare en onzichtbare camera’s.

Mijnheer Prodi, u was vijf jaar lang voorzitter van de Europese Commissie. Zegt u mij eens waar de oostgrens van Europa loopt. Gisteren bevonden twee volledig bewapende onderzeeërs zich ten westen van het eiland Samos, dicht bij Mykonos. Wat zal er morgenvroeg gebeuren? Het is duidelijk dat, wat Turkije betreft, een vonk volstaat om de oorlog te doen ontvlammen.

Daarom moet u initiatieven nemen voor de toekomst van Europa. Anders zal het eengemaakt Europa hetzelfde lot beschoren zijn als de Heilige Alliantie twee eeuwen geleden.

Wij hoeven geen superstaat op te richten. Wij moeten er alleen voor zorgen dat de democratie en het welzijn van onze volkeren worden beschermd. Deze worden immers ondermijnd en met voeten getreden door het kapitaal en de Centrale Bank. Het doel van Europa moet de burger zijn, en niet meer macht voor het kapitaal.

 
  
MPphoto
 
 

  József Szájer (PPE-DE). - (HU) De critici van de Europese Unie verwijten de Europese Unie vaak dat zij te sterk is, zich in te veel zaken mengt. Ik ben ervan overtuigd dat juist het tegenovergestelde het geval is. Wij, de lidstaten die zich onlangs hebben aangesloten bij de Europese Unie, zien dat we een sterker en daadkrachtiger Europa nodig hebben, een Europa dat de middelen heeft om zich van zijn taken te kwijten. Daarvoor hebben we een gemeenschappelijk energiebeleid nodig, een gemeenschappelijk migratiebeleid, een gemeenschappelijke strijd tegen het terrorisme en gesynchroniseerde milieubescherming.

Dit alles is nodig om de vier fundamentele vrijheden van de Europese Unie te verdedigen en tevens de steun van de burgers voor al deze doelen te winnen. Velen kijken naar deze Grondwet alsof het een einddoel op zich is. In werkelijkheid moeten wij oplossingen zien te vinden en het Grondwettelijk Verdrag is niets anders dan een hulpmiddel om deze doelen te verwezenlijken.

We kunnen de steun van de burgers in Europa voor het Grondwettelijk Verdrag pas terugkrijgen als Europa in staat zal blijken de gemeenschappelijke doelen te realiseren. Met het oog hierop is het natuurlijk ook uitermate belangrijk dat wij de gemeenschappelijke wortels van Europa, die in het christendom gelegen zijn, openlijk erkennen, en dat dit tevens in de Europese Grondwet wordt vermeld. We moeten de gemeenschappelijke Europese waarden met betrekking tot de vrijheidsrechten en de bescherming van de rechten van minderheden uitdragen. We moeten de steun van de Europese burgers voor dit Grondwettelijk Verdrag zien te winnen, niet als einddoel maar als hulpmiddel waarmee we gezamenlijk de doelen kunnen bereiken die vijftig jaar geleden zijn gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Poul Nyrup Rasmussen (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, eerste minister, iedereen die de Amerikaanse president tijdens de persconferentie na de Top met de Europese Unie heeft horen zeggen dat ‘we een aardige ontmoeting met deze mensen van de Europese Unie hebben gehad’, zal zich afvragen of hij aan de heer Barroso, kanselier Angela Merkel of aan iemand anders dacht. Niemand die de Amerikaanse president heeft gezien of gehoord, kan eraan twijfelen dat we één stem voor de Europese Unie nodig hebben, en dat is de reden waarom we u bedanken voor de duidelijke taal in uw toespraak vandaag. Zij die in het Midden-Oosten zijn geweest, zullen er evenmin aan twijfelen dat we één stem voor de Europese Unie nodig hebben.

Eerste minister Prodi, in het Europees Parlement spreken is één ding - dat weten wij allemaal, want dit is niet de moeilijkste plaats om voor een beter verdrag te pleiten - maar in een intergouvernementele conferentie spreken wanneer de harde noten gekraakt moeten worden en men oog in oog met elkaar komt te staan, is wat anders.

Ik weet dat u een sterke en vastberaden eerste minister bent. We respecteren u. Houdt u voet bij stuk, eerste minister, en dan zullen wij voet bij stuk houden, samen met u, namens de Europese Sociaal-democraten en de progressieve krachten in heel Europa. Ik denk dat u een grote meerderheid achter u krijgt, die met u voet bij stuk houdt ten behoeve van de Europeanen en hun toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Dat waren de woorden van een voormalig premier die nu lid van het Europees Parlement is.

 
  
MPphoto
 
 

  Marco Cappato (ALDE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de toekomst van Europa ligt in zijn wortels, en voor ons radicalen komt dat neer op het manifest van Ventotene. Daarin wordt gezegd dat het noodzakelijk is om vrede, democratie en welvaart te veroveren door de dimensie van de nationale staat voorbij te streven.

Europa hervormen betekent vandaag de dag dat wij dit project aanbieden aan de volkeren van de overkant, van de andere oever van de Middellandse Zee. Daarom moet ook voor hen het individuele recht op democratie bepleit worden, door middel van toetreding van de democratische landen: te beginnen bij Turkije, maar in perspectief ook Israël, Marokko en de anderen. U had het over de kopgroep. Voor ons is er alleen sprake van een kopgroep als deze de deuren van Europa niet dichtslaat.

Een ander punt: wij stellen voor dat elk plan voor hervorming wordt voorgelegd in een referendum aan het Europese volk als zodanig. Dus geen afzonderlijke nationale referenda, maar één volksraadpleging voor de burgers van het Europese vaderland, tegen het neogaullistische Europa van de nationale vaderlanden.

Ter afsluiting: er heeft zich een voorbeeld voorgedaan van hoe wij als Unie sterk optreden als wij vertrouwen in onszelf hebben. Ik doel op de presentatie van de resolutie over het moratorium van de doodstraf in de Algemene Vergadering die momenteel in de Verenigde Naties gehouden wordt. Hoedt u echter, mijnheer de Voorzitter, voor de sabotage die sommigen momenteel plegen. Kijkt u maar naar de officiële mededeling van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen en de bureaucratie van de Raad. Na de laatste Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen betekent dit dat men de boel aan het saboteren is. Mijnheer de Voorzitter, wij moeten proberen daar een stokje voor te steken.

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE). - (PL) Hartelijk dank, mijnheer de Voorzitter. Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Prodi, dames en heren, het is zonneklaar dat wij behoefte hebben aan een efficiënte en goed geordende Europese Unie, aan een Unie die democratisch is en dicht bij haar burgers staat, aan een solidaire Unie die gebaseerd is op een Grondwettelijk Verdrag. We hebben een Unie nodig naar het voorbeeld dat de heer Prodi ons vandaag heeft beschreven. Ik ben hem daar bijzonder dankbaar voor.

Ik zou graag van de gelegenheid gebruik maken om mijn waardering uit te drukken voor de solidariteit die de Europese Unie onlangs heeft getoond met mijn land, Polen, bij de tenuitvoerlegging van haar communautaire beleid voor de landen in Oost-Europa. De Poolse burgers zijn zich hier ten volle van bewust en waarderen deze houding. De Poolse burgers begrijpen ook dat zij zich, op hun beurt, solidair moeten opstellen in aangelegenheden die belangrijk zijn voor Europa als geheel. Dat is zo omdat 68 procent van mijn landgenoten het lidmaatschap van de Europese Unie als een positieve zaak beschouwt en zelfs meer Europa wil. Meer dan 60 procent van de Poolse bevolking is voorstander van een Grondwettelijk Verdrag.

Daarom zou ik u willen vragen, mijnheer Prodi, om te garanderen dat de Europese Raad tijdens de aanstaande top ook rekening houdt met de mening van de Europese burgers. Het is per slot van rekening voor de Europese burgers dat deze fantastische constructie, de Europese Unie genaamd, tot stand komt - niet voor de regeringen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Wij bedanken de Italiaanse premier! U hebt gezien dat de grote meerderheid van het Europees Parlement uw opvattingen deelt. Belangrijk in de komende weken is dat we deze opvattingen ook in de praktijk brengen. We wensen u, premier, veel succes daarbij, met name tijdens de top vandaag over een maand, op 21 en 22 juni in Brussel.

Het debat is gesloten.

(Applaus)

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE), schriftelijk. - (EN) Als gekozen politici moeten we naar de mensen luisteren, naar alle mensen. Sommigen, zoals de heer Farage, willen slechts naar enkele mensen luisteren, naar degenen die ‘nee’ hebben gestemd in Frankrijk en Nederland. Anderen willen alleen luisteren naar degenen die ‘ja’ hebben gezegd in de achttien landen die het Grondwettelijk Verdrag hebben geratificeerd.

Gelukkig wil een meerderheid in dit Parlement en van de regeringen van de lidstaten naar iedereen luisteren, de meningsverschillen overbruggen en een oplossing vinden die door alle zevenentwintig lidstaten kan worden geratificeerd.

Het Europees Parlement, dat het Grondwettelijk Verdrag met grote meerderheid heeft goedgekeurd, wil natuurlijk zo veel mogelijk van de hervormingen in het Grondwettelijk Verdrag redden. Het is volkomen begrijpelijk dat het Parlement zo weinig mogelijk van het Verdrag wil opofferen, maar uiteindelijk moet er wel genoeg overblijven om te verzekeren dat alle landen ermee kunnen instemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandra Dobolyi (PSE), schriftelijk. - (HU) Wat betekent Europa eigenlijk voor ons? Een gemeenschap zonder grenzen, gebaseerd op vrede, vrijheid en democratie, die zich inzet voor een grotere welvaart voor de burgers die er leven, en die tevens de solidariteit tussen de lidstaten weet te bewerkstelligen.

We hebben grote uitdagingen voor de boeg! We moeten een adequaat actieplan voor Europa uitstippelen, waarmee het kader en het beleid voor de werking van Europa worden bepaald en vorm wordt gegeven aan het Europa waarin we in de toekomst graag willen leven en vooruitkomen. Het is van belang dat we de eenheid, die we na decennia hebben weten te bereiken als resultaat van volhardend werk, behouden en doorgeven aan volgende generaties.

Ik vind het belangrijk dat we het unieke karakter en de uiteenlopende tradities van alle zevenentwintig lidstaten van de Europese Unie behouden, maar ik wil wel benadrukken dat we talloze doelen niet ieder voor zich maar uitsluitend gezamenlijk kunnen bereiken.

Met het oog hierop is het onze plicht onze historische grieven terzijde te schuiven en ons Europa een nieuw fundament te geven. Wij hebben belang bij een sterke Europese Unie, een Unie die effectief kan optreden in alle uitdagingen die wij vandaag de dag het hoofd moeten bieden, zoals terrorisme, georganiseerde misdaad, illegale immigratie, klimaatveranderingen en het energiebeleid. Daarom is een effectief institutioneel bestel onontbeerlijk.

Daarvoor is het nodig dat we consensus bereiken, om door te kunnen gaan met de behartiging van onze gemeenschappelijke zaak, want bij gebrek aan een nieuw basisverdrag (de Grondwet) kan Europa slechts een steeds verder achteruitgaand, westerse verlengstuk van het Aziatische continent zijn. We hebben de mogelijkheid om tot een oplossing te komen. Ik hoop dat we daar dan ook ons voordeel mee doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Magda Kósáné Kovács (PSE), schriftelijk. - (HU) We kunnen het grondwettelijk proces niet meer stopzetten, aangezien dat een ernstige crisis binnen de Europese Unie zou kunnen veroorzaken, de Europese waarden zou kunnen aantasten en Europa op wereldniveau een achterstand zou kunnen berokkenen.

De persoonlijkheid van Romani Prodi en het gezamenlijk doorgebrachte recente verleden vormen het bewijs dat behoud van waarden en samenwerking ook mogelijk zijn in een groter Europa met zevenentwintig lidstaten.

Voor de nieuwe lidstaten in Midden- en Oost-Europa is vooralsnog een Europese toekomst waarin de nationale identiteit zou opgaan in een gemeenschappelijke Europese staatsvorm onvoorstelbaar. Deze landen hebben pas hun nationale identiteit terugverworven, nadat ze met historische schreden uit de grote rode smeltkroes van de Sovjet-Unie zijn gestapt. De inwoners van deze landen willen dan ook Europees zijn met dien verstande dat hun nationale identiteit en hun nieuw gevormde democratische instellingen niet op het spel worden gezet.

Bovendien hebben de Midden- en Oost-Europese landen juist om deze reden een sterk Europa nodig, want hun verdere ontwikkeling en de bescherming van hun nationale waarden komen het beste tot hun recht in een verenigd, flexibel Europa.

Daarom kunnen we niet accepteren dat het Grondwettelijk Verdrag een politieke en juridische zombie wordt. Aan de andere kant staan we ervoor open de nodige wijzigingen aan te brengen om vooruit te komen.

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
Juridische mededeling - Privacybeleid