Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/2246(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0084/2007

Debatten :

PV 22/05/2007 - 8
CRE 22/05/2007 - 8

Stemmingen :

PV 23/05/2007 - 5.9
CRE 23/05/2007 - 5.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0204

Debatten
Woensdag 23 mei 2007 - Straatsburg Uitgave PB

6. Stemverklaringen
PV
  

– Verslag-Mauro (A6-0169/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik sta achter het verslag van de heer Mauro. Wat ik echter in het Commissiedocument en het verslag mis, is dat de financiële bijstand van de Gemeenschap gekoppeld wordt aan beschermingmaatregelen tegen lawaai van trein- en wegverkeer. Bij alle – noodzakelijke - uitbreidingsmaatregelen dient ook rekening gehouden te worden met de omwonenden en wel uit het oogpunt van de volksgezondheid en uit het oogpunt van draagvlakverbreding.

Vandaar mijn eis dat er in de regelingen voor bescherming tegen lawaai van railvoertuigen zo snel mogelijk lagere grenswaarden opgenomen worden en dat beschermingsmaatregelen tegen lawaai evenzeer gestimuleerd worden als de uitbreiding van de trans-Europese netwerken.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Mauro gestemd omdat de verkeersdichtheid in Europa enorm toeneemt en overvolle wegen en permanente files de voorbode van een dreigend verkeersinfarct zijn. Hoewel we al vele jaren terug projecten in het kader van de trans-Europese netwerken vastgelegd hebben, zijn we bij de uitvoering daarvan ontzettend achterop geraakt. Zo is bijvoorbeeld de grote spoorwegcorridor voor Europa nog steeds een allegaartje.

We moeten er dus voor zorgen dat het treinverkeer aantrekkelijker wordt en dat geldt volgens mij niet alleen in transnationale context, maar in versterkte mate ook voor het verkeer over korte afstanden.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Ofschoon dit voorstel voor een verordening tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van de trans-Europese netwerken voor vervoer en energie voorziet in een verhoging van het huidige niveau van cofinanciering door de Gemeenschap, ligt het bedrag onder dat van het oorspronkelijke voorstel, voor zowel vervoer als energie, ten gevolge van de nadelige overeenkomst over de financiële vooruitzichten voor de periode 2007-2013.

Er is hier nog een andere fundamentele kwestie in het spel. De tenuitvoerlegging van de “trans-Europese netwerken” wordt gefinancierd door de Gemeenschap en de lidstaten – dat wil zeggen met geld van de overheid – teneinde garanties te bieden voor de verwezenlijking van de interne markt, zoals blijkt uit punt 1 van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad, waarin wordt beklemtoond “dat krachtige en geïntegreerde energie- en vervoersnetwerken de ruggengraat van de Europese interne markt vormen en dat beter gebruik van de bestaande netwerken en voltooiing van de ontbrekende schakels de doeltreffendheid verbeteren en de mededinging vergroten”. Anders gezegd, het hoofddoel van deze projecten is de voltooiing van de interne markt, en de daarmee gepaard gaande openstelling van de markten en het overgaan in privéhanden van de sleutelfactoren van de nationale economie, nadat de overheid uiteraard eerst de nodige investeringen heeft gedaan.

Gelet op het belang van deze sectoren voor de ontwikkeling van om het even welk land zijn wij van oordeel dat zij deel moeten blijven uitmaken van de overheidssector en kanten wij ons tegen privatisering.

 
  
MPphoto
 
 

  Alyn Smith (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, mijn fractie had graag gezien dat onze amendementen in dit verslag waren opgenomen, wat de zeggenschap van het Parlement over toekomstige begrotingen voor trans-Europese energie- en transportnetwerken zou hebben vergroot, maar dat is niet gelukt. Het blijft echter belangrijk dat het Parlement nauwlettend toezicht blijft houden op dit investeringsgebied, omdat het hier om een duidelijk geval van “Europese toegevoegde waarde” gaat. De EU breekt al heel lang in heel Europa allerlei barrières af, maar op energiegebied bestaan er nog veel infrastructurele barrières en daar moeten we iets aan doen. Schotland heeft bijvoorbeeld veel bij te dragen aan de energievoorziening van Europa, maar daar hebben we de nodige verbindingen voor nodig en ik zal alle mogelijke manieren onderzoeken om EU-middelen vrij te maken voor het aanleggen van deze verbindingen om het groene-energiepotentieel van Schotland maximaal te kunnen ontwikkelen.

 
  
  

– Verslag-Rübig (A6-0155/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Gyula Hegyi (PSE). (HU) Mijns inziens was dit een van de belangrijkste stemmingen, in ieder geval vanuit het oogpunt van onze burgers. Eenvoudige burgers hebben namelijk weinig kennis van de rechtsregels binnen de Europese Unie en des te nieuwsgieriger zijn ze om te weten te komen wat het EU-lidmaatschap in hun dagelijks leven eigenlijk betekent.

Als de grenzen wegvallen, als we zonder paspoort van het ene land naar het andere kunnen reizen, dringt de vraag zich op waarom we extra moeten betalen voor grensoverschrijdend telefonisch contact. Volgens mij zou het beter zijn als het Parlement een besluit uitvaardigt waarmee de roamingtarieven volledig worden afgeschaft en de kosten voor mobiele telefonie binnen de grenzen van de Europese Unie gelijk zijn.

Ik zie echter wel in dat het lastig zou zijn geweest dit in één keer voor elkaar te krijgen en daarom ben ik blij dat de roamingtarieven tenminste stapsgewijs worden verlaagd. Er wonen 10 miljoen mensen in Hongarije, van wie er 9,5 miljoen een mobiele telefoon hebben. Daarom vind ik het zeer belangrijk dat we hier vandaag vóór hebben gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ivo Strejček (PPE-DE).(CS) Ik heb om de volgende redenen tegen de roamingvoorstellen gestemd. Ten eerste zijn dit geen economische maar politieke maatregelen. Zij zijn een uiting van protectionisme en modern Europees mercantilisme. Ten tweede druisen deze maatregelen lijnrecht in tegen het principe van vraag en aanbod. Hoewel ik, ten derde, niet verwacht dat de mobiele operators hun verliezen zullen compenseren door hogere prijzen op de thuismarkten is het wel waarschijnlijk dat zij minder zullen investeren in ontwikkeling en dat zal zeer zeker een einde maken aan de neerwaartse prijstendens op de thuismarken.

Het kwalijkst voor de Europese Unie is dat de belegger zijn vertrouwen zal verliezen als hij ziet dat de bestuurders tijdens het spel de goalpalen verzetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI), schriftelijk. (EN) Het is prettig om een stuk EU-wetgeving voor de verandering eens te kunnen verwelkomen. De verplichte verlaging van de roamingtarieven voor mobiel bellen is goed voor consumenten in heel Europa. Hoewel 35 pence per minuut voor het plegen van een gesprek en 17 pence voor het ontvangen van een gesprek nog steeds veel is, zullen deze tarieven in de komende drie jaar verder dalen. Nu moeten we verlagingen van de tarieven voor het verzenden van sms-berichten en e-mails tot stand brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Roland Clark (IND/DEM), schriftelijk. (EN) De leden van de UK Independence Party hebben, zoals alle leden van het Parlement, een gevestigd belang bij het verlagen van de roamingtarieven. Daarom zullen de leden van de UK Independence Party niet stemmen over het verslag-Rübig. De UK Independence Party is van mening dat het moreel verkeerd is voor leden van het Parlement om te stemmen over iets dat tot persoonlijke verrijking kan leiden. Bovendien gaan we nooit akkoord met EU-wetgeving.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben ingenomen met het nieuwe akkoord over de roamingtarieven voor mobiel telefoneren. De leden van de Labour Party in het Europees Parlement hebben twee jaar campagne gevoerd voor deze maatregelen, die een echte overwinning voor de Europese consumenten betekenen en die we zonder de EU nooit hadden kunnen bereiken. De aanbieders van mobiele telefonie hebben veel te lang buitensporig hoge bedragen berekend aan mensen die hun mobiele telefoons in andere landen van de EU gebruiken.

Het is een schande dat de conservatieve Parlementsleden de kant van de mobieletelefoonmaatschappijen hebben gekozen in hun verzet tegen de bescherming van de consumenten en zelfs hebben gepleit voor hogere tarieven.

 
  
MPphoto
 
 

  Brigitte Douay (PSE), schriftelijk.(FR) Ik heb voor het verslag-Rübig betreffende roaming op publieke mobiele netwerken binnen de Gemeenschap gestemd, omdat de standpunten die in dit verslag worden ingenomen het mogelijk zullen maken de positie van de Europese consumenten aanzienlijk te verbeteren. Veel Europese burgers, waaronder ook de bewoners van de grensregio Nord-Pas-de-Calais reizen regelmatig naar het buitenland, hetzij vanwege hun werk, hetzij om persoonlijke redenen. De thans geldende tarieven voor in- en uitgaande gesprekken zijn veel te hoog en niet te rechtvaardigen.

Het verslag-Rübig brengt correcties aan in deze situatie, die de mobiliteit in de weg staat. Ik ben vóór de in dit verslag vastgelegde tarieven. De tarieven die we nu zijn overeengekomen liggen veel lager dan die welke thans worden toegepast en dat is heel bevredigend. We zouden evenwel de voorkeur hebben gegeven aan nog lagere tarieven: dat zou de mobiliteit in Europa bevorderd hebben.

De tarieven zijn dus aanzienlijk verlaagd. Er is echter ook aangedrongen op transparantie, en dat is een heel belangrijk beginsel. De Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement had ook al aangedrongen op meer transparantie met betrekking tot de kosten. We hebben nu bereikt dat de Europese burgers voortaan precies weten hoeveel in- en uitgaande gesprekken in of vanuit het buitenland kosten.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag-Rübig (A6-0155/2007) over roaming op publieke mobiele netwerken binnen de Gemeenschap gestemd. Ik ben van oordeel dat het voorakkoord dat het Parlement en het voorzitterschap van de Raad over de tekst van de verordening hebben bereikt en waarbij de leden van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement een fundamentele rol hebben gespeeld, voor de consument een belangrijke overwinning betekent.

Ik ben van oordeel dat deze maatregelen beslissend zullen zijn voor de toekomst van de informatiemaatschappij. Zij zullen ons in de gelegenheid stellen om miljarden euro’s uit te sparen en de belangen van de consument beter te behartigen. De daling van de roamingtarieven zal het mogelijk maken om de laatste belemmeringen voor de voltooiing van de interne markt weg te werken en het Europese concurrentievermogen te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Verklaard wordt dat “het creëren van een goed werkende Europese interne telecommunicatiemarkt” het uiteindelijke doel is van deze verordening. De reden hiervan is dat, zoals in het verslag wordt gezegd, “zelfregulering niet werkt”.

Het is interessant om vast te stellen dat men erkent dat de markt in dit geval niet werkt en dat het derhalve nodig is om de prijzen te reguleren. Voorgesteld wordt om de regeling op zowel wholesale- als retailniveau in te voeren, met inbegrip van de toepassing van een gereguleerde retailprijs – eurotarief genaamd – die alle operatoren verplicht zullen moeten aanbieden teneinde een aanzienlijke verlaging van de roamingtarieven te waarborgen. Ofschoon de grote bedrijven uit de sector nog steeds grote winstmarges kunnen blijven hanteren, zijn de consumenten in tal van opzichten gebaat bij dit initiatief: zij zullen goedkopere internationale gesprekken kunnen voeren, zonder dat de kosten naar de nationale markten worden overgeheveld, en zij zijn vrij om de voordeligste operator en het voordeligste tarief te kiezen.

Hieruit blijkt nog maar eens dat de “markt” de gebruikers en de consumenten helemaal niet beschermt en dat regulering broodnodig is. Het is hoog tijd dat de Commissie en de lidstaten erkennen dat deze situatie zich ook op andere terreinen voordoet en beslissen om in het voordeel van de consumenten handelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (ITS), schriftelijk.(FR) Het komt voor – in dit Parlement echter maar hoogst zelden – dat de afgevaardigden gevraagd wordt te stemmen over een tekst die voor de Europeanen werkelijk zinvol is en die Europa nu eindelijk eens een keer een toegevoegde waarde verschaft.

Dat was een aantal jaren gelden het geval met de grensoverschrijdende overschrijvingen binnen de eurozone. De Europese wetgeving bepaalde toen dat de kosten voor grensoverschrijdende overschrijvingen gelijk moesten zijn aan die voor nationale overschrijvingen. Dat was vanzelfsprekend en niet meer dan logisch: de eenheidsmunt was immers net geïntroduceerd.

Ook vandaag, met deze verordening over roamingtarieven, hebben we weer met zo’n geval te maken. Net als elk ander compromis is ook deze tekst niet volmaakt, maar hij zal het toch mogelijk maken paal en perk te stellen aan de veel te hoge prijzen die de Europese operatoren voor internationale gesprekken aanrekenen. De tekst bevat bovendien een clausule die bepaalt dat er na 18 maanden een herziening moet komen. Ik hoop dat die gelegenheid zal worden aangegrepen om de belangen van de Europese burgers nog beter te behartigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) Het verslag bevat vele concrete voorstellen om de situatie voor de consumenten te verbeteren. De Zweedse partij Junilistan verwelkomt deze voorstellen, die gunstig zijn voor de burgers wat consumentenvoorlichting en gemakkelijk toegankelijke prijsinformatie betreft.

De roamingtarieven lijken op dit moment inderdaad absurd hoog, maar voordat er tot politieke maatregelen wordt besloten, moet duidelijk worden welk falen van de markt de misstanden verklaart. Is er sprake van gebrek aan concurrentie door zogenaamde implicit collusion? In dat geval is het geheel verkeerd om prijsregulatie in te voeren, omdat dat het probleem volstrekt niet oplost. Een behandeling voorstellen zonder voorafgaande diagnose is absurd. De onderzoekers op dit gebied moeten duidelijk maken met welk falen van de markt we te maken hebben, voordat er populistische maatregelen worden genomen.

Op de lange duur is vrije concurrentie – en niet prijsregulering – het meest gunstig voor de consumenten. De prijzen laten bepalen door politici in plaats van door de markt is bijna nooit een duurzame, goede oplossing.

Bovendien zal het voorstel volgens mij dat deel van de bevolking treffen dat om financiële of andere redenen zelden naar het buitenland gaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. Ik stem voor het verslag over het voorstel met betrekking tot de verordening van de Raad en het Europees Parlement betreffende roaming op publieke mobiele telefonienetwerken binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en –diensten (COM(2006)0382 – C6-0244/2006 – 2006/0133(COD)).

De heer Rübig heeft nauwkeurig uiteengezet dat er spijkers met koppen geslagen moeten worden opdat Europese burgers gebruik kunnen maken van hun mobiele telefoon wanneer zij naar het buitenland reizen. De markt voor mobieletelefoniediensten is momenteel niet uniform, wat mobiel bellen in het buitenland belemmert.

Ik sluit mij aan bij de formule om maximale wholesale- en retailtarieven vast te stellen. Om de onredelijk hoge tarieven voor roaming definitief te kunnen verlagen, is het van groot belang de gebruikers uit te leggen hoe zij de nieuwe tarieven kunnen activeren en hen te informeren over het in werking treden van bovengenoemde wetgeving.

Het is een loffelijk voorstel om consumenten die drie maanden na het in werking treden van de verordening nog geen tarief hebben gekozen, gebruik te laten maken van het gereguleerde Europese tarief. Dit geldt ook voor het initiatief om mobiele telefonie-exploitanten te verplichten iedere consument op de hoogte te brengen van de prijzen van uitgaande en binnenkomende gesprekken die horen bij het gekozen tarief.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Ik heb vóór dit verslag over roaming op publieke mobiele netwerken gestemd, maar wel met een bezwaard gemoed. Het druist namelijk in tegen mijn belangrijkste politieke overtuigingen. Ik zie elke tariefvaststelling door de wetgever als een ongeoorloofde interventie in de markteconomie – een overblijfsel uit vroeger tijden die we niet moeten laten herleven.

De toepassing van een eurotarief zal de operatoren in de kleine lidstaten voor enorme problemen stellen. Deze operatoren zullen namelijk niet gemakkelijk geld vinden voor de investeringen die ze moeten doen om aan de nieuwe roamingvoorwaarden te voldoen. Op de lange termijn kan deze verordening er zelfs toe leiden dat de nationale tarieven worden verhoogd, en dat zou contraproductief zijn en misschien zelfs fnuikend voor het goed functioneren van de nationale economieën.

Ik ben voorstander van transparante prijzen en een verlaging van de roamingtarieven binnen een sfeer van vrije mededinging. Een tariefverlaging mag echter niet bereikt worden door het vastleggen van retailprijzen, en dan ook nog eens ten koste van de nationale communicatietarieven.

Ik ben heel blij dat het “opt-in”-beginsel in het compromis is aangehouden, al had ik de voorkeur gegeven aan een “opt-in” zonder voorwaarden en zonder tijdslimiet.

Deze verordening zal maar drie jaar van kracht zijn – een hele troost!

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) Het verslag bevat vele concrete voorstellen om de situatie voor de consumenten te verbeteren. De Zweedse partij Junilistan verwelkomt deze voorstellen, die gunstig zijn voor de burgers wat consumentenvoorlichting en gemakkelijk toegankelijke prijsinformatie betreft.

De roamingtarieven lijken op dit moment inderdaad absurd hoog, maar voordat er tot politieke maatregelen wordt besloten, moet duidelijk worden welk falen van de markt de misstanden verklaart. Is er sprake van gebrek aan concurrentie door zogenaamde implicit collusion? In dat geval is het geheel verkeerd om prijsregulatie in te voeren, omdat dat het probleem volstrekt niet oplost. Een behandeling voorstellen zonder voorafgaande diagnose is absurd. De onderzoekers op dit gebied moeten duidelijk maken met welk falen van de markt we te maken hebben, voordat er populistische maatregelen worden genomen.

Op de lange duur is vrije concurrentie – en niet prijsregulering – het meest gunstig voor de consumenten. De prijzen laten bepalen door politici in plaats van door de markt is bijna nooit een duurzame, goede oplossing.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb mijn steun gegeven aan dit compromis in eerste lezing. Dit is een belangrijke overwinning die goed is voor de consumenten, die tegen deze zomer zullen kunnen profiteren van lagere roamingtarieven.

 
  
MPphoto
 
 

  Claude Moraes (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor het verslag over het voorstel voor een verordening betreffende roaming op publieke mobiele netwerken gestemd, omdat dit zal leiden tot een prijsverlaging voor miljoenen roamende klanten. Dit initiatief zal goed uitpakken voor zeer veel consumenten die te maken hebben met ongerechtvaardigd hoge roamingtarieven.

De verordening zal ervoor zorgen dat de prijzen die consumenten voor internationale roaming betalen als ze binnen de Europese Unie op reis zijn, niet ongerechtvaardigd hoger zullen zijn dan de tarieven voor binnenlandse gesprekken. De consumenten zullen profiteren van lagere prijzen voor gesprekken in andere landen, naar huis of naar een andere EU-lidstaat. De consumenten zullen ook veel geld besparen bij het ontvangen van gesprekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) De Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links heeft voor het verslag-Rübig over roaming gestemd omdat, na druk door het Europees Parlement, een tevredenstellend compromis is bereikt dat gunstig uitpakt voor de Europese consumenten.

Er moeten natuurlijk nog heel wat stappen worden gezet in de richting van transparante tarieven, uitbreiding van de werkingssfeer en verdere vermindering van de ongebreidelde tarieven die de mobieletelefoonmaatschappijen soms in rekening brengen.

Er moet ook meer vaart worden gezet achter de procedure voor aanneming door de Telecommunicatieraad, opdat de verordening zo spoedig mogelijk kan worden toegepast en de consumenten reeds vanaf deze zomer de vruchten kunnen plukken van de daarmee ingevoerde regelingen.

Het voorbeeld van deze verordening moet navolging verdienen. Ook in andere sectoren waarin de werking van de vrije markt onvoldoende is gebleken en kartels de scepter zwaaien, moet een regelgevend kader worden ingesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  José Ribeiro e Castro (PPE-DE), schriftelijk. (PT) De huidige roamingprijzen straffen gebruikers die van de ene naar de andere lidstaat reizen en vormen een obstakel voor de verwezenlijking van een echte interne markt.

Gelet op het grensoverschrijdende karakter van de contractuele betrekkingen die aan deze diensten ten grondslag liggen, zijn de lidstaten er niet echt in geslaagd om dit probleem aan te pakken. Het zou weliswaar wenselijk zijn dat een oplossing werd gevonden op basis van zelfregulering, maar dat is onmogelijk gebleken.

De Europese consumenten verdienen een eerlijke en transparante behandeling. Daarom moet worden voorzien in een wijziging van de regelgeving op Europees niveau die misbruik voorkomt, transparantie tot stand brengt, de markt in evenwicht houdt, het verkeer en de communicatie bevordert en de economie nieuw leven inblaast.

Ofschoon de maximumprijzen die zijn vastgesteld voor telefoongesprekken, sterk afwijken van het oorspronkelijke voorstel van het Parlement, ben ik van oordeel dat met dit initiatief een eerste stap in de goede richting wordt gezet. Het zorgt voor duidelijkheid en voorspelbaarheid, twee eigenschappen die de markt mist.

Ik hoop dat de operatoren het inkomstenverlies niet zullen compenseren met een ongerechtvaardigde verhoging van de tarieven van de nationale gesprekken, maar deze gelegenheid zullen aangrijpen om hun klantenportefeuille te vergroten en hun diensten op zowel nationaal als internationaal niveau te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk.(FR) Door deze verordening over de tarieven voor roaming op publieke mobiele netwerken goed te keuren heeft het Parlement deze middag wetgeving aangenomen waar miljoenen consumenten, zowel werknemers als toeristen, al heel lang op zaten te wachten. Al deze mensen hadden genoeg van de overdreven hoge kosten van grensoverschrijdende in- en uitgaande gesprekken via de mobiele telefoon. De Commissie is voor deze mensen opgekomen – zij heeft dit wetgevingsvoorstel immers opgesteld.

Als liberaal heb ik enige moeite met interventie in de marktprijzen, maar ik ben nog veel sterker gekant tegen laksheid en de vorming van kartels in bepaalde sectoren.

Deze Europese wetgeving is een belangrijke stap voorwaarts bij de bescherming van de consumenten. Zij zullen hun telefoonrekeningen met 70 procent zien slinken. Een ander positief punt is dat de operatoren hun klanten een optie mogen bieden tussen een gereguleerd tarief en een vast tarief voor zowel sms- als mms-berichten. Eén ding vind ik evenwel beslist jammer, en dat is dat de verlaging van de roamingtarieven deze zomer nog niet van toepassing zal zijn.

Europeanen zullen troost putten uit het feit dat de drie Europese instellingen zich zulke moeite hebben getroost om de burgers voor zich te winnen en zo hun belangrijkste opdracht te vervullen – wetgeving uitvaardigen die het leven van alledag zal verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. – (SV) Ik heb mij vandaag onthouden van stemming over het roamingvraagstuk. Iedereen die wel eens in het buitenland is geweest, weet dat het heel duur is om te bellen en gebeld te worden, maar er zijn risico’s verbonden aan het vaststellen van prijzen door de EU. Ik had akkoord kunnen gaan met regelgeving op het niveau van de groothandel, dus de relatie tussen bijvoorbeeld Telia en een onderneming in Spanje, maar ik ga niet akkoord met een plafond voor de consumentenprijs. Dat wordt geen plafond maar een bodem. Als het plafond op 49 cent wordt gezet, dan zullen de ondernemingen met die prijs komen. De winsten van de ondernemingen zullen dalen, terwijl ze vroeger geld binnenbrachten dat kon worden gebruikt om in de nationale arena te kunnen concurreren. Als de winsten verdwijnen, kan dat ertoe leiden dat de ondernemingen hun nationale prijzen moeten verhogen. Dan heeft de EU de kwetsbare consument, die zij steeds zegt te willen beschermen, juist verzwakt. De markt voor mobiele telefonie is een relatief nieuwe markt en in Zweden heeft de markt zich langzamerhand aangepast en zijn de prijzen markant gedaald. Als men alleen de transparantie van het systeem had vergroot, naar betere technische oplossingen had gezocht en de in het verslag genoemde informatiesystemen had ingevoerd, zou dat waarschijnlijk voldoende zijn geweest om de prijzen te drukken. De roamingprijzen zijn reëel gedaald, weliswaar ongelijk verdeeld over Europa, maar dat is nóg een teken dat de markt zichzelf reguleert.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor deze maatregel gestemd omdat veel Europese burgers roamingtarieven betalen die hoger zijn dan nodig is. De verlaging van de kosten voor al die burgers en bedrijven is een zeer nuttige bijdrage aan de portemonnees van de mensen en leidt tot een verlaging van de bedrijfskosten. De functie van de mobieletelefoniemarkt is om maximale efficiëntie in deze bedrijfstak te bereiken, met inachtneming van de belangen van de consumenten.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. (PL) Ik stem voor het aannemen van de verordening van de Raad en het Europees Parlement betreffende roaming op publieke mobiele telefonienetwerken binnen de Gemeenschap en voor het wijzigen van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en –diensten.

We hebben ons met de Lissabonagenda tot taak gesteld om van de Europese Unie de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld te maken. Daarom moeten we ook instaan voor een dynamische Europese mobieletelefoniemarkt, die goed werkt zonder interne belemmeringen.

Momenteel bezit ongeveer 80 procent van de Europese burgers een mobiele telefoon. Het prijsniveau van roaming tussen mobiele netwerken ligt dusdanig hoog, dat de vraag naar deze diensten beperkt is. Onder mobieletelefoondiensten verstaan we niet alleen spraaktelefonie, maar ook andere, nieuwere mobiele communicatiediensten, zoals gps, Wi-Fi en mobiel internet. Dit zijn zeer veelbelovende ontwikkelingen die cruciaal zijn om de kenniseconomie tot stand te brengen.

We kunnen daarom niet toelaten dat te hoge prijzen het benutten en ontwikkelen van deze diensten dwarsbomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jeffrey Titford (IND/DEM), schriftelijk. (EN) De afgevaardigden van de UK Independence Party (UKIP) hebben, net als alle andere afgevaardigden in dit Parlement, persoonlijk belang bij lagere roamingtarieven. Daarom zullen de afgevaardigden van de UKIP zich van stemming over het verslag-Rübig onthouden. De UKIP acht het moreel onjuist als afgevaardigden stemmen over een onderwerp dat tot zelfverrijking kan leiden. Bovendien stemmen wij nimmer in met EU-regelgeving.

 
  
  

– Verslag-Lulling (A6-0148/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). – (LT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de invoering van accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken in 1992 was het begin van een reeks pogingen om de belastingen te harmoniseren met het oog op de totstandkoming van een gemeenschappelijke markt. Dat is en blijft een moeilijk proces.

Tot dusver is er enige vooruitgang geboekt bij de harmonisatie van de indirecte belastingen. Er is een minimumniveau vastgesteld voor alcohol, alcoholhoudende dranken, tabak en brandstof. In werkelijkheid valt het belastingbeleid echter nog steeds onder de bevoegdheid van de lidstaten.

Het is niet logisch dat de accijnstarieven worden opgetrokken op grond van de inflatiecijfers van de Europese Unie over de periode 1993-2006. Waarom wordt dit inflatieniveau toegepast op landen die pas na 2004 tot de Unie zijn toegetreden?

Ook de volledige afschaffing van de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken op grond van het argument dat deze accijnzen de lidstaten relatief weinig inkomsten opleveren is niet gerechtvaardigd. Rekening houdende met de doelstelling van de invoering van accijnstarieven zouden in dat geval ook de accijnstarieven op tabak en brandstof moeten worden afgeschaft.

Ik ben voor handhaving van de status-quo. Ik ben van oordeel dat de accijnzen niet gewijzigd hoeven te worden en dat de lidstaten, overeenkomstig het beginsel van subsidiariteit, de gelegenheid moeten krijgen om zelf hun belastingniveaus te blijven vaststellen, temeer daar er geen onderlinge overeenstemming bestaat over de afschaffing van de accijnstarieven.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS).(DE) Mijnheer de Voorzitter, zoals de rapporteur, mevrouw Lulling, zelf wilde, heb ik tegen het verslag-Lulling gestemd omdat de belastingen weer eens verhoogd zouden moeten worden. Dit keer wordt het oude argument van stal gehaald dat er anders concurrentievervalsing op zou treden. Terwijl inmiddels bewezen is dat de in 1992 ingevoerde minimumtarieven, geheel volgens de voorspellingen van deskundigen, de kloof tussen de tarieven in de lidstaten alleen maar vergroot hebben. Sommige landen hebben de tarieven keer op keer verhoogd en willen nu dat de anderen gedwongen worden hun voorbeeld te volgen.

Uitvoering van dit voorstel zou in mijn ogen door de burger als de zoveelste Brusselse dwaasheid opgevat worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. – (SV) Wij Zweedse sociaaldemocraten hadden het liefst gezien dat het Parlement zich had kunnen scharen achter het oorspronkelijke Commissievoorstel over een verhoging van minimumtarieven met inachtneming van de inflatie sinds 1993.

Omdat werd voorspeld dat de stemmen zeer gelijkmatig zouden zijn, hebben wij besloten onze steun te geven aan de amendementen over een verhoging van de minimumtarieven met inachtneming van de inflatie sinds de uitbreiding in 2004.

We vinden het positief dat het verslag nu is terugverwezen naar de parlementaire commissie en wij hopen dat die deze keer tot de conclusie komt dat belastingen op alcohol nodig zijn om de schadelijke effecten van alcohol in de EU te reduceren.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het is een goede zaak dat de meerderheid van het Parlement dit verslag verworpen heeft. Wij hebben tegen de invoering van accijnstarieven op supranationaal niveau gestemd omdat een dergelijke ontwikkeling de belastingsoevereiniteit en de soevereine politieke besluitvorming op grond van belasting- en begrotingsgelden aan banden zou leggen.

Het hoofddoel van accijnstarieven, die thans een aanzienlijk deel van de inkomsten van vele lidstaten vertegenwoordigen, is het matigen van het gebruik, in dit geval van alcohol en alcoholhoudende dranken, en de bescherming van de volksgezondheid.

Los van de directe gevolgen van accijnzen voor de activiteiten van de landbouwsector en een aanzienlijk deel van de industriesector moet deze beslissing eerst en vooral op nationaal niveau worden genomen, met inachtneming van de voorkeur van de consument voor traditionele producten, de diverse sociale opties voor wat betreft het gebruik van alcoholhoudende dranken en de uiteenlopende toepassingen van de belastinginstrumenten in de verschillende lidstaten, zoals het geval is met de wijn in Portugal, waar het huidige minimumtarief van nul euro gehandhaafd moet blijven, zoals overigens in de plenaire vergadering is aangenomen.

Wij zijn evenwel gekant tegen zowel het voorstel van de Commissie om de minimumtarieven op te trekken als de suggestie van de rapporteur om een maximumtarief in te voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (ITS), schriftelijk.(FR) Zoals in het verslag zelf wordt opgemerkt heeft de accijnzenrichtlijn van 1992 niet geleid tot enige toenadering tussen de door de lidstaten gehanteerde tarieven. Ze heeft ook geen oplossing weten te verschaffen voor de problemen die – naar beweerd – uit de verstoring van de mededinging zouden voortvloeien. Als de Commissie consistent was en haar programma voor beter wetgeven concrete invulling zou willen geven, zou ze moeten eisen dat deze tekst werd geschrapt.

Het is namelijk zo dat het aan de lidstaten zelf is, en aan niemand anders, om de directe en indirecte belastingen op het eigen grondgebied vast te stellen, overeenkomstig hun budgettaire, economische en sociale behoeften. De door de Commissie nagestreefde belastingharmonisatie dient uitsluitend ideologische doeleinden.

Ik besluit met de opmerking dat het toch wel ietwat paradoxaal is dat degenen die pleiten voor de afschaffing van grenscontroles, voor het vrije verkeer van personen, goederen en diensten en voor vrije mededinging de eersten zijn om te klagen als de afschaffing van die controles en de realisering van dit vrije verkeer de Europeanen aanmoedigen om die mededinging voor hun eigen doeleinden aan te wenden.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) Wij hebben tegen dit verslag gestemd omdat het niet ingaat op de doelconflicten die de kern van dit probleem vormen. Waar het feitelijk om gaat is natuurlijk dat het recht van de lidstaten om in zo’n centrale kwestie als het alcoholbeleid een besluit te nemen, strijdig is met de eis van een vrije interne markt en het recht van de lidstaten om zelfstandig te besluiten over hun belastingstelsel. Alcohol is niet zomaar een product, de interne markt is het hart van de EU en het belastingrecht is een van de belangrijkste hulpbronnen van de soevereine staat.

De rapporteur heeft geen enkele poging gedaan om deze tegenstrijdige doeleinden te analyseren en op te lossen. De kwestie moet daarom serieus worden bestudeerd door experts en politieke vertegenwoordigers met inzicht in dit thema, voordat er nieuwe voorstellen aan het Parlement worden voorgelegd.

 
  
  

– Verslag-Vergnaud (A6-0173/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE). – (SK) Ik heb voor de realistische benadering gestemd die in het Vergnaud-verslag wordt bepleit, aangezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen ter bescherming van het recht van patiënten op behandeling in een ander land wanneer hun gezondheid of hun leven in eigen land gevaar loopt, duidelijk interfereren met de bevoegdheden van de nationale regeringen.

Zoals wij weten, zijn gezondheidsdiensten in de richtlijn betreffende diensten op de interne mark uitgesloten van de bevoegdheden van de Europese Unie en onder de exclusieve verantwoordelijkheid van de nationale staten geplaatst. Het spreekt vanzelf dat de mobiliteit van patiënten in Europa zal toenemen. Logischerwijs zullen patiënten toegang willen hebben tot de gezondheidszorg, met inbegrip van de meest geavanceerde behandelingswijzen. Deze ontwikkeling zal niet beperkt blijven tot werknemers die in een ander land actief zijn. Patiënten zullen in het buitenland behandelingen van hoge kwaliteit zoeken die om objectieve redenen thuis niet beschikbaar zijn en zij zullen naar het buitenland reizen om dergelijke behandelingen te ondergaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI), schriftelijk. (EN) In de overtuiging dat het aanbieden van kwalitatief goede en universele gezondheidsdiensten de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten is, heb ik tegen het verslag-Vergnaud en de poging om de gezondheidszorg weer in de dienstenrichtlijn op te nemen, gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. – (SV) Wij hebben besloten tegen dit verslag te stemmen, onder andere omdat we vinden dat de lidstaten zelf moeten kunnen beslissen voor welke zorgdiensten voorafgaande toestemming nodig is. Wij vinden dat een systeem met geplande zorg waarin men na onderzoek door een arts snel voorafgaande toestemming kan krijgen, in het voordeel van de patiënt is. Dat zou een systeem zijn dat gelijke toegang geeft tot grensoverschrijdende zorgdiensten voor iedereen en niet alleen voor degenen die het zelf kunnen betalen en dan op vergoeding wachten. We hebben gestemd voor amendementen waarin de voorkeur wordt gegeven aan politieke besluiten boven jurisprudentie, ook al vinden we het twijfelachtig dat alle politieke initiatieven moeten worden onderworpen aan medebeslissing door het Parlement. Ook hebben we gestemd voor een passage met verwijzingen naar de vrijheid van vestiging, maar we benadrukken dat we niet vinden dat dat per se toegang tot publieke middelen hoeft in te houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (PSE), schriftelijk.(FR) Ik heb voor het verslag-Vergnaud gestemd.

Uit het stemresultaat in het plenum blijkt opnieuw dat we vinden dat de gezondheidsdiensten een specifieke categorie vormen en dus buiten het toepassingsbereik van de dienstenrichtlijn moeten blijven. De stemming over dit verslag heeft bovendien duidelijk gemaakt dat er niet getornd mag worden aan het principe van gelijke toegang tot de zorg en de financiële degelijkheid van de systemen voor sociale zekerheid.

Ik geloof daarom dat de discussie over de gezondheidsdiensten zoals die nu op communautair niveau in gang is gezet, zich moet gaan concentreren op de rechtsonzekerheid die voortvloeit uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Verder zullen we moeten vaststellen op welke gebieden de Europese Unie een toegevoegde waarde kan creëren.

Een richtlijn inzake de gezondheidsdiensten die aansluit bij de doelstellingen van een kaderrichtlijn over diensten van algemeen economisch belang, is volgens mij nog steeds het enige instrument dat de Europese Unie in staat zal stellen die meerwaarde te bieden. Alleen op die manier kunnen we het vertrouwen van de burgers van Europa herwinnen als het gaat om zaken die voor hen van levensbelang zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Net zoals in andere mededelingen van de Commissie die betrekking hebben op de gezondheidszorg, wordt in dit initiatiefverslag in zekere zin opnieuw getracht om de gezondheidsdiensten op één lijn te stellen met de diensten op de interne markt door een nieuw voorstel voor een afzonderlijke richtlijn over gezondheidsdiensten te formuleren. Daarom hebben wij tegen dit verslag gestemd. Wij vinden het evenwel een goede zaak dat het voorstel om de gezondheidsdiensten op te nemen in de richtlijn betreffende de liberalisering van diensten, verworpen is.

Universele toegang tot universele gezondheidsdiensten van hoge kwaliteit is een fundamenteel recht van alle burgers dat binnen de Europese Unie gewaarborgd moet worden door de bestaande nationale socialebeschermingsstelsels. Gezondheidsdiensten zijn een openbaar goed en het is aan de overheidsinstanties van elke lidstaat om gelijke toegang tot alle gezondheidsdiensten van hoge kwaliteit te waarborgen en te voorzien in adequate overheidsfinanciering. Daarom zijn wij gekant tegen de totstandkoming van een geliberaliseerde interne markt voor gezondheidsdiensten en verzetten wij ons tegen de huidige trend om de toegang tot gezondheidsdiensten te beperken of te privatiseren en gezondheidsdiensten steeds afhankelijker te maken van de wetgeving betreffende de interne markt of de mededingingsregels.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (ITS), schriftelijk.(FR) De gezondheidsdiensten zijn diensten sui generis. Ze mogen onder geen beding onder de Europese regels voor mededinging, staatssteun, openbare aanbesteding of de interne markt komen te vallen. Belangrijker nog is dat de lidstaten zelf exclusief zorg kunnen dragen voor de organisatie en financiering van deze diensten.

Het was te verwachten dat de paragraaf waarin erop aangedrongen wordt de Bolkestein-richtllijn op de gezondheidsdiensten toe te passen, is verworpen. Toch geloven wij dat de tekst nog steeds een gevaar inhoudt. Voorgesteld wordt immers de mobiliteit van gezondheidswerkers aan te moedigen, en dat kan in bepaalde landen tot tekorten leiden en zo een bedreiging vormen voor het recht van iedere burger om een behandeling te ontvangen. Verder wordt aangedrongen op de mobiliteit van patiënten, zonder dat daar enig toezicht op wordt uitgeoefend. Dat kan de kwaliteit van de behandeling negatief beïnvloeden en een te zware belasting van de infrastructuur tot gevolg hebben. Bovendien kan zo het evenwicht tussen de verschillende systemen voor sociale bescherming worden verstoord.

Gelijke toegang tot gezondheidszorg van hoge kwaliteit binnen de Gemeenschap voor alle Europese burgers is een doelstelling die nooit kan worden verwezenlijkt via een Europese richtlijn gebaseerd op uitspraken van het Hof van Justitie inzake een gering aantal grensoverschrijdende geschillen. Voornoemde doelstelling kan alleen worden behaald als we er zeker van kunnen zijn dat Brussel nooit wetgeving zal mogen uitvaardigen op dit gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Lambert (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb tegen het geamendeerde verslag gestemd omdat ik denk dat nog steeds het gevaar blijft bestaan dat liberalisering en rechtsonzekerheid sluipenderwijs bezit zullen nemen van onze nationale gezondheidsdiensten. Ik verwelkom het feit dat het Parlement zijn standpunt handhaaft om gezondheidsdiensten uit te sluiten van het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn. Maar nu weigeren we kennelijk grenzen te stellen aan de rol van de markt als het gaat om het recht van de lidstaten om te besluiten over de methode, de financiering en de reikwijdte van de gezondheidsdiensten die ze aanbieden. Tenzij we een duidelijk wettelijk kader scheppen, het liefst ondersteund door een Verdragswijziging, zijn we actief aan het aanmoedigen dat het Hof van Justitie gaat besluiten wat een medische behandeling is en wat niet, of die medische behandeling moet worden vergoed en of er voorafgaande toestemming nodig is. Als rapporteur voor Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels wil ik het sommige mensen in dit Huis duidelijk maken dat het systeem van vergoedingen niet nieuw is: dat bestaat al dertig jaar en is voor duizenden burgers van onschatbare waarde gebleken, maar over het toepassingsgebied en de werking moet door parlementen en regeringen worden besloten en niet door het Hof, dus ik betreur het dat amendement 24 van de liberalen is aangenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (ITS), schriftelijk.(FR) Met dit verslag probeert men de bepalingen van de dienstenrichtlijn te omzeilen. Die richtlijn is namelijk niet van toepassing op de gezondheidsdiensten, en terecht. Gezondheidsdiensten zijn immers geen commerciële diensten, maar diensten die voor onze verouderende bevolking van vitaal belang zijn. Deze sector dient dus gevrijwaard te worden van de ultraliberale gieren en de Europese federalistische ideologen die alles willen harmoniseren tot je op de laagste gemene deler uitkomt. Dat de gezondheidsdiensten van de richtlijn zijn uitgesloten hangt samen met de bevoegdheden van de lidstaten. Die moeten in dezen bevoegd blijven.

Het is verontrustend te moeten vaststellen dat er bij wijze van rechtvaardiging nog steeds verwezen blijkt te moeten worden naar de tamelijk vage strategie van Lissabon, terwijl toch al lang duidelijk is dat deze strategie symbool staat voor de ondoeltreffendheid van de europeanisering. Als je rekening houdt met de verschillen tussen onze landen begrijp je bovendien dat het zogenaamde Europese sociale model niet meer dan een utopie is. Als je op het gebied van de gezondheidszorg een wettelijk kader opzet komt het er eigenlijk op neer dat je praktisch een interne markt voor gezondheidsdiensten schept of daarvoor in ieder geval de basis legt.

Het is onze plicht te verhinderen dat de kwaliteit van de gezondheidsdiensten wordt aangetast. We moeten ervoor zorgen dat de medische ethiek gehandhaafd blijft en dat er strikt toezicht wordt gehouden op de terugbetaling van de kosten van de zorg, zowel op nationaal niveau als op het niveau van de ministeries.

 
  
MPphoto
 
 

  Diamanto Manolakou (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) Met het verslag over de gevolgen die voortvloeien uit de uitsluiting van gezondheidsdiensten uit de Bolkestein-richtlijn - in naam van de bescherming van patiënten en beroepsbeoefenaars - wordt de commercialisering en de verdere privatisering van een favoriete sector van het kapitaal bevorderd, opdat het kapitaal daarmee zijn winst kan verhogen.

De Europese afgevaardigden van de Communistische Partij van Griekenland hebben reeds duidelijk gemaakt vierkant tegen de Bolkestein-richtlijn te zijn, en hebben samen met de werknemers gestreden voor intrekking daarvan.

Het verslag gaat ervan uit dat de nationale gezondheidsstelsels ontoereikend zijn en dat gezondheidsdiensten niet gratis zullen zijn. Daarom wil men de door ziekenfondsen gedekte gezondheidzorg onder een gemeenschappelijke noemer brengen, maar dan wel op een laag niveau. Het instrument daarvoor is de gezondheidskaart. Men wil de werknemers van de ene baan naar de andere laten zwerven. Men onderschat de behoefte aan veelzijdige wetenschappelijke kennis, en zet daar scholing en de verwerving van vaardigheden voor in de plaats. Ook worden beroepsbeoefenaars gedwongen om zich te verzekeren tegen letsel, waarbij de verplichting van de staat om te voorzien in ziekenhuiszorg wordt omgezet in een persoonlijke verantwoordelijkheid. Ook de keuze van een patiënt voor een bepaalde behandeling wordt een persoonlijke verantwoordelijkheid. Deze keuze moet worden gedaan via informatienetwerken, waarbij de staat van zijn plicht wordt ontslagen.

Daarom hebben de Europese afgevaardigden van de Communistische Partij van Griekenland tegen gestemd. Gezondheid is een sociaal goed, en de werknemers moeten hun strijd tegen de commercialisering van de gezondheid opvoeren. Zij moeten moderne, uitsluitend openbare en gratis gezondheidsstelsels eisen, stelsels die beantwoorden aan de hedendaagse behoeften van de werknemers.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor dit verslag over de consequenties van het uitsluiten van gezondheidsdiensten van de dienstenrichtlijn gestemd. Het doet me met name genoegen dat de Commissie in het verslag wordt gevraagd om te komen met een voorstel voor “een passend instrument” voor de codificatie van de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Ondanks de controverse die er rond dit verslag is ontstaan en die tijdig is opgelost, ben ik van oordeel dat de tekst in zijn huidige vorm de bestaande rechten consolideert en de mobiliteit van patiënten bevordert. En dat was uiteindelijk toch de bedoeling.

Het gaat hier om een bijzonder belangrijke kwestie en het debat moet dan ook het brede scala van de verschillende systemen in de diverse lidstaten van de EU beslaan. Hoe het ook zij, waar het op aankomt, is dat de mogelijkheden die geopend worden door de mobiliteit van patiënten, duidelijk en haalbaar zijn.

Gezondheid is een kwestie die bij de burgers bijzonder gevoelig ligt. Het zou dan ook fout zijn om via de communautaire wetgeving oplossingen aan de lidstaten op te leggen die indruisen tegen de regels waaraan de burgers en de politici hun fiat hebben gegeven. Dat betekent echter niet dat er geen regels mogen worden ingevoerd om het gebruik van de mobiliteit te bevorderen, met name in een vrije ruimte als de Europese Unie, waar mobiliteit op tal van terreinen traditie is.

Daarom ben ik van oordeel dat een positief resultaat is bereikt waarmee de belangen en de rechten van de burgers gediend zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. Het Europese beleid op het gebied van gezondheidszorg mag zich niet beperken tot het regelen van de patiëntenmobiliteit of het creëren van een eengemaakte markt. Geen beleid met twee snelheden: wie het zich kan veroorloven, verplaatst zich om de beste zorgen te krijgen.

Dit is ongepast, want het ondermijnt de sociale en territoriale samenhang en ondergraaft de solidariteit. Gezondheidszorg is - net als andere sociale diensten van algemeen belang - vaak onderdeel van het nationale stelsel van sociale bescherming dat de burgers waarborgt dat hun grondrechten zijn gevrijwaard.

Om die redenen werden de gezondheidsdiensten vorig jaar door dit Parlement uit de dienstenrichtlijn geweerd. Dit mogen we vandaag niet ongedaan maken!

De zopas goedgekeurde tekst die de impact en de gevolgen van die uitsluiting nagaat, roept de Commissie op een geschikt instrument te ontwikkelen om de jurisprudentie inzake de rechten en plichten van mobiele patiënten én zorgverstrekkers te codificeren. Dit gaat volgens mij niet ver genoeg.

Rechtspraak alleen als basis nemen voor een beleid doet afbreuk aan het belang van dit domein in een sociaal Europa. Gezondheid is een basisrecht. Eenieder heeft het recht zich voor de beste zorgen te verplaatsen naar een ander land. Elke zorgverstrekker én de betrokken lidstaten hebben de plicht alle patiënten gelijk te behandelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marc Tarabella (PSE), schriftelijk.(ES) Toen er in de Commissie interne markt en consumentenbescherming moest worden gestemd over het ontwerpverslag-Vergnaud hebben de afgevaardigden van rechts een amendement gesteund dat was bedoeld om de gezondheidsdiensten weer onder te brengen in de dienstenrichtlijn. De PPE-DE-Fractie heeft daarmee afstand gedaan van een eerder tot stand gekomen compromis met de PSE-Fractie. Dat compromis hield in dat we de gezondheidsdiensten zouden beschermen door ze buiten de dienstenrichtlijn te houden.

Gelukkig hebben de afgevaardigden van de PPE-DE-Fractie bij de stemming in het plenum besloten het compromis te eerbiedigen en de gezondheidsdiensten te respecteren door te weigeren van gezondheid handelswaar te maken. Het streven van de socialisten om te garanderen dat alle EU-burgers toegang houden tot betaalbare gezondheidsdiensten van goede kwaliteit heeft bij deze stemming dus getriomfeerd.

 
  
  

– Verslag-Pleguezuelos Aguilar (A6-0150/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben ingenomen met het feit dat de landbouwuitgaven vanaf volgend jaar niet meer de grootste post van de begroting van de EU zullen vormen, maar de verschillende structuurfondsen wel. Dat is een welkome herschikking van middelen - op voorwaarde natuurlijk dat het herschikte geld goed wordt besteed! En ook verwelkom ik de geleidelijke verschuiving binnen de structuurfondsen zelf in de richting van het ontwikkelen van innovatie en ondernemerschap in onze minder welvarende regio’s.

De financiering in het kader van de structuurfondsen moet meer zijn dan een simpele overdracht van middelen van de meer welvarende lidstaten naar de minder welvarende - als dat alles was, zou het gewoon door middel van aanpassing van de begrotingsbijdragen en kortingen kunnen gebeuren. De financiering uit de structuurfondsen moet toegevoegde waarde opleveren en van zichzelf een echt Europees beleidsterrein vormen, dat niet zozeer lidstaten als wel minder welvarende regio’s helpt, door transnationale verbindingen te ontwikkelen en ervoor te zorgen dat iedereen kan profiteren van de Europese interne markt.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De bedoeling is dat met dit verslag een bijdrage wordt geleverd aan het debat over de toekomst van het cohesiebeleid van de Europese Unie. Gelet daarop moeten wij onderstrepen dat wij onmogelijk akkoord kunnen gaan met de volgende belangrijke punten:

- het idee om het toekennen van middelen in het kader van het cohesiebeleid afhankelijk te stellen van de naleving van economische prestatiecriteria die worden vastgesteld op communautair niveau als een middel om extra druk uit te oefenen op de manier waarop de lidstaten hun sociaal en economisch beleid uitstippelen;

- de vaststelling van verplichte plafonds voor het gebruik van de structurele fondsen op zowel communautair als nationaal niveau, bijvoorbeeld de verplichting “om minstens 20 procent van de structuurfondsen te besteden aan verder onderzoek, ontwikkeling en innovatie (RDI)”;

- het bevorderen van het gebruik van structuurfondsen voor de financiering van particuliere investeringen in de vorm van zogeheten publiekprivate partnerschappen;

- het gebruik van nieuwe cohesie-indicatoren zoals werkgelegenheid, het verschil in bbp tussen naburige regio’s, de index van de perifere ligging en van toegankelijkheid, de aanwezigheid van infrastructuur en vervoersmogelijkheden, het niveau van onderzoek en innovatie, onderwijs en opleiding, en de verscheidenheid van de productie in de zone, zonder dat ervoor wordt gezorgd dat het bbp per inwoner de basisindicator blijft om te bepalen wie al dan niet in aanmerking komt voor het cohesiebeleid van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. (PL) Uit het verslag komt duidelijk naar voren dat het cohesiebeleid een cruciale rol speelt bij het ondersteunen van de binnenlandse markt. Dit is te danken aan het handelsverkeer en de arbeidsplaatsen die ontstaan bij het ontwikkelen en realiseren van door de Europese Unie gecofinancierde projecten. De rol van het cohesiebeleid in het vergroten van de zichtbaarheid van de Europese Unie is het waard genoemd te worden, zo ook de groei van steun voor de Europese Unie in gebieden die er dankzij het cohesiebeleid aanzienlijk op zijn vooruitgegaan.

De uitnodiging aan de Commissie en de Raad om te bestuderen of het haalbaar is tenminste 20 procent van de structuurfondsen toe te wijzen aan onderzoek, ontwikkeling en innovatie, verdient onze steun. Ook het voorstel om op lokaal en regionaal niveau technologische coördinatoren aan te stellen, verdient aandacht, want toegang tot de Europese programma’s en steunregelingen zal het voor de bedrijven gemakkelijker maken te innoveren.

Met haar oproep meer zichtbaarheid en ruchtbaarheid te geven aan projecten die door de structuurfondsen worden gesteund, wil Francisca Pleguezuelos Aguilar duidelijk de Europese burgers meer vertrouwd maken met de positieve effecten van het cohesiebeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Het cohesiebeginsel, dat zijn oorsprong heeft in het Verdrag van Rome, vormt een van de hoekstenen van de Europese Unie. Om kort te gaan, de ontwikkeling van enkelen werkt door in de ontwikkeling van allen.

De geschiedenis heeft ons geleerd dat cohesie - een probaat en veelvuldig beproefd concept - gekenmerkt wordt door generositeit en realisme ten opzichte van zowel de lidstaten die pas zijn toegetreden als die welke reeds langer van de Unie deel uitmaken. Daarom ben ik het met de rapporteur en de meeste Europese politici eens dat cohesie, als waarde, bevorderd en verdedigd moet worden. Tezelfdertijd ben ik echter van oordeel dat het concept moet worden bijgesteld. Doelstellingen die tien of vijftien jaar geleden van cohesie werden uitgesloten omdat er andere belangrijkere tekortkomingen en ongelijkheden bestonden, mogen thans niet ontbreken in de context van een groeiende en meer concurrerende economie. Daarom is het van wezenlijk belang dat de cohesie enerzijds bijdraagt aan de versterking van de onderzoeks- en ontwikkelingscapaciteit en anderzijds ondersteuning biedt aan de meest concurrerende segmenten van elke sector.

Cohesie is geen uniforme formule; het komt er bovenal op aan om te investeren in het maximaal benutten van onze verschillen en garanties te bieden voor de duurzaamheid en bestendigheid van deze investering met het oog op een harmonieuze ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Alyn Smith (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb dit initiatiefverslag over het belang van de structuurfondsen voor de samenhang binnen de EU met genoegen gesteund, omdat we in Schotland veel ervaring hebben met het gebruik van de fondsen om onze perifere gebieden te ontwikkelen en onze stadscentra te renoveren. Nu de nieuwe fondsen beschikbaar komen, gebruiken we onze expertise in Europa om onze nieuwe collega’s te helpen bij het opzetten van hun programma’s, en wij blijven natuurlijk een cruciaal belang houden bij dit onderwerp, dus ik zie met genoegen dat het verslag vandaag de meerderheid achter zich heeft gekregen.

 
  
  

– Verslag-Martin David (A6-0088/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik complimenteer mijn collega David Martin met zijn zeer doeltreffende verslag, dat ik zal steunen. De EU heeft een verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de ontwikkelingslanden kunnen meedoen aan en meeprofiteren van de mondiale economie. Het gaat niet alleen om een eerlijker, meer open handelssysteem. Ondanks de enorme voordelen op het gebied van markttoegang die de minst ontwikkelde landen krijgen, met inbegrip van het “Alles behalve wapens”-initiatief van de Commissie, is het aandeel van de minst ontwikkelde landen in de wereldhandel in de afgelopen veertig jaar bijna gehalveerd, van 1,9 procent naar 1 procent.

Handelsgerelateerde steun is nodig om de voorwaarden en infrastructuur te creëren die weer nodig zijn om groei teweeg te brengen, maar de ontvangers van die steun moeten zelf kunnen bepalen hoe ze de steun in hun eigen nationale ontwikkelingsplannen willen inpassen.

Het doet me genoegen dat het Verenigd Koninkrijk de leiding heeft genomen bij het voldoen van zijn bijdrage aan de twee miljard euro per jaar aan handelsgerelateerde steun die de EU-lidstaten in Gleneagles hebben toegezegd tegen 2010. We kunnen de armoede in de derde wereld alleen uitroeien door bedrijven in staat te stellen, vooral de bedrijven die aan “fair trade” doen, om het waardige werk te scheppen dat zo hard nodig is.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij zijn van oordeel dat de “hulpverlening” van de Europese Unie niet kan en niet mag beschouwd worden als een onderdeel van de “vrijmaking van het handelsverkeer”, zoals de rapporteur suggereert. Zij mag ook niet gebruikt worden als “één van de doeltreffendste prikkels voor de economische groei” van de armste landen. En wel om tweeërlei redenen. Ten eerste omdat de hulp afhankelijk wordt gesteld van de “degelijkheid” van de “binnenlandse beleidsvoering” van de betrokken landen en de “daadwerkelijke uitbreiding van de mogelijkheden om goed bestuur te bieden”, hetgeen in het belang is van de machtige Europese en Amerikaanse multinationals. Anders gezegd, er worden voorwaarden gesteld aan de op “hulp” gebaseerde ontwikkeling van de armste landen, hetgeen erop neerkomt dat hun inherente structurele fragiliteit, die het gevolg is van de kolonisatie, wordt uitgebuit ten behoeve van het Europees kapitaal. Zij worden gedwongen om exportgoederen te fabriceren, met name producten met een geringe toegevoegde waarde en een lage financiële opbrengst waarvan de prijs de productiekosten niet dekt. Dit geldt voor tal van landbouwproducten. Tezelfdertijd worden zij verplicht om hun douanetarieven voor invoer van producten uit andere landen op te heffen.

Ten tweede wordt met deze richtsnoeren een hiërarchie tussen de verschillende landen gecreëerd, zodat de kloof tussen de zogenaamde rijke en arme landen nog dieper wordt, met alle gevolgen van dien voor de interne situatie van de lidstaten en de zogeheten derde landen...

(Verklaring ingekort overeenkomstig artikel 163, lid 1, van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Als rapporteur steun ik graag mijn eigen verslag. Er is maar een handvol amendementen ingediend voor de plenaire stemming, waarvan enkele in het verslag zijn opgenomen of de bewoording in positieve zin hebben gewijzigd. Sommige amendementen veranderden echter te veel het accent van het verslag, waardoor ik enkele amendementen niet heb kunnen steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Martinez (ITS), schriftelijk.(FR) Dat het Zuiden nu eindelijk eens van armoede moet worden verlost, daarover zijn we het allemaal eens, ook al worden daarvoor in Zwart Afrika niet altijd de juiste maatregelen genomen. En daarmee bedoel ik: het voor iedereen beschikbaar stellen van water, voedsel, de meest elementaire medicijnen en onderwijs.

Internationale handel is bij de bestrijding van armoede een noodzakelijk instrument, maar het volstaat niet. Misschien wel op de lange termijn, maar zoals Keynes al zei: "Op de lange termijn zijn we allemaal dood".

We moeten de zaken daarom in een versnelling brengen en innovatief zijn. In de eerste plaats door het introduceren van nieuwe douanetechnologieën in de vorm van aftrekbare douanerechten in de vorm van een douanekrediet dat door de importeurs aan de exporteurs wordt verstrekt. Dat krediet kan dan in mindering worden gebracht wanneer er in de economie van het importerende land een aankoop wordt gedaan. De omvang van het krediet is gelijk aan de waarde van de eerder genoemde douanerechten. Voor de landen in het Zuiden zou dit douanekrediet dan gesubsidieerd worden, op dezelfde wijze als dat in het internationale belastingrecht reeds gebeurt met matching credits en sparing credits.

Op die wijze kunnen de arme landen de uiterst belangrijke inkomsten uit douanerechten behouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) In het verslag wordt terecht benadrukt, “dat vrijmaking van het handelsverkeer wel één van de doeltreffendste prikkels voor de economische groei is, die onmisbaar is om de armoede te verminderen en economische groei en werkgelegenheid in het voordeel van de armen te begunstigen, en een belangrijk hulpmiddel voor duurzame ontwikkeling over heel de wereld vertegenwoordigt”. Uiteraard betekent dit niet – en onderschrijf ik niet – dat liberalisering van de handel volstaat om overal stabiele democratieën te doen bloeien in vrije en pluralistische samenlevingen. Dat is hoegenaamd niet het geval, zoals thans onder meer blijkt uit het voorbeeld van China. Anderzijds is bewezen dat er geen vrije, pluralistische en democratische samenleving mogelijk is zonder vrije handel.

Het is deze gedachte – en geen verwaterde of volledig illiberale versie ervan – die ten grondslag moet liggen aan de richtsnoeren van de EU voor steun ten behoeve van de internationale handel.

Wij moeten ons op het wereldtoneel inzetten om de wereld meer en meer open te stellen voor handel, zonder dat dit streven leidt tot het ontstaan van kwetsbare economieën en onbeschermde markten.

 
  
  

– Verslag-Sturdy (A6-0084/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Ondanks het “politiek correcte” taalgebruik slaagt het verslag er niet in om de ware intenties van de Europese Unie te verhullen die schuilgaan achter de huidige economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) met de landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS).

Wat de Europese Unie beoogt met de EPO’s is zoveel mogelijk voordeel te halen uit de onderhandelingen die thans in het kader van de Wereldhandelsorganisatie plaatsvinden, iets wat haar voordien niet is gelukt. Anders gezegd, zij probeert nu door de achterdeur binnen te glippen in plaats van door de voordeur.

Daarom wordt gepleit voor “geleidelijkheid en flexibiliteit in het tempo, het tijdschema en de omvang van de liberalisering”. Er wordt nadrukkelijk gewezen “op de ontwikkelingsvoordelen die de Singapore-thema's kunnen bewerkstelligen”. Tevens wordt gesteld “dat overeenkomsten over investeringen, concurrentie en overheidsopdrachten ... zouden kunnen bijdragen aan gezamenlijke doelstellingen van deugdelijk bestuur en transparantie, waardoor een omgeving wordt gecreëerd waarin grotere publiekprivate samenwerking mogelijk is”. Verder wordt “in herinnering gebracht” “dat solide regelgevingskaders een onmisbaar onderdeel zijn van elk liberaliseringsproces” voor wat betreft diensten en overheidsdiensten. Wij hebben hier met andere woorden een verbloemde versie van de neoliberale agenda voor ons liggen.

Er is een totaal andere agenda nodig, een die leidt tot effectieve samenwerking, solidariteit, onafhankelijke ontwikkeling en sociale rechtvaardigheid.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Economische partnerschapsovereenkomsten hebben in hoge mate tot verdeeldheid geleid en zijn zeer controversieel. Soms lijkt het wel alsof ontwikkelingsoverwegingen niet op de eerste plaats komen in het denken van de Commissie over economische partnerschapsovereenkomsten. Dit Parlementsverslag komt op een goed moment en levert een evenwichtige bijdrage aan het debat, en de rapporteur, Robert Sturdy, moet worden gefeliciteerd met zijn aanpak van het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Binnen het beperkte kader dat door de WTO-regels wordt gecreëerd, kunnen – en moeten – de economische partnerschapsovereenkomsten een doeltreffend instrument zijn voor het bevorderen van de handel en, belangrijker nog, voor het ondersteunen van de uitbouw van infrastructuren die het handelsverkeer versterken. Het gaat hier dan ook om een nuttig verslag, met duidelijke principes en juiste waarden.

Net zoals ik heb gedaan met betrekking tot andere, soortgelijke kwesties die in deze plenaire vergadering besproken zijn, wil ik ook in dit geval nogmaals mijn overtuiging uitspreken dat de bevordering van vrije, open en eerlijke handel de democratisering van de samenleving ten goede komt en de pluraliteit van de maatschappelijke krachten in de hand werkt. Ook daarom zijn deze partnerschapsovereenkomsten bijzonder belangrijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Tokia Saïfi (PPE-DE), schriftelijk.(FR) De onderhandelingen over de economische partnerschapsovereenkomsten zullen op 1 januari 2008 (de datum waarop de bestaande overeenkomsten aflopen) een cruciale fase ingaan.

Deze overeenkomsten zijn van fundamenteel belang, reden waarom ik voor dit verslag heb gestemd. Ik geloof namelijk dat we met deze partnerschapsovereenkomsten een economisch en handelskader kunnen scheppen voor een duurzame ontwikkeling van de economieën van de ACS-landen. Ik leg de nadruk op het ontwikkelingsaspect: deze overeenkomsten mogen niet ontaarden tot WTO-vrijhandelsovereenkomsten. Ze moeten worden gebruikt als instrument voor ontwikkeling, zowel in economische als humanitaire zin. De EPO’s dienen daarom zo asymmetrisch en progressief mogelijk te worden vormgegeven.

Ik heb voor de amendementen 20 en 28 gestemd. Daarin wordt erop aangedrongen dat bij de onderhandelingen rekening wordt gehouden met de bijzondere omstandigheden van de overzeese gebiedsdelen en regio’s zoals bedoeld in artikel 299, lid 2, van het EG-Verdrag. We moeten proberen vast te stellen wat de bijzondere belangen van deze landen zijn en op welke wijze ze van elkaar verschillen als het gaat om de toegang tot de markten. Dan kunnen we de voor deze regio’s gebruikte steunmodaliteiten beter laten aansluiten op die welke we voor de ACS-landen gebruiken. Tot slot wil ik iets opmerken over paragraaf 15 van dit verslag en wijzen op de conclusies die door de Raad zijn aangenomen en waarin overgangsperioden worden voorzien met betrekking tot de toegang tot de EU-markt als het gaat om bepaalde producten die vanuit een EU-perspectief gevoelig liggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. Tot nu toe garandeerde het Stelsel van Algemene Preferenties (SAP) de ACS-landen een bevoorrechte toegang tot de EU-markt, met lagere importtarieven aan de EU-grenzen en een betere markttoegang. De ontwikkelingslanden konden hun producten dus makkelijker naar de rijkere Europese landen exporteren.

Deze afspraak binnen de WTO is een formele uitzondering op de non-discriminatieregel van het Most Favoured Nation-principe. De Overeenkomst van Cotonou van 2000 wil deze uitzondering uiterlijk eind 2007 opheffen. In de plaats komen individueel onderhandelde Economische Partnerschapsovereenkomsten (EPO). Zoniet, kan elk WTO-lid discriminatie melden.

Het voorliggende verslag is terecht kritisch. Essentieel is dat de Europese Commissie over de EPO onderhandelt rekening houdend met de ontwikkeling van de ACS-landen. Niet het principe van de totale liberalisering van de markt mag spelen, want dit is voor hen een reële dreiging, sociaal én economisch.

Het verslag houdt echter te weinig rekening met de omstandigheden op het terrein. Of de EPO een positieve of een negatieve impact zullen hebben, blijft een vraag. Niet verwonderlijk dat de landen in kwestie deze overeenkomsten niet snel voor het einde van 2007 willen tekenen.

Als het Parlement de tijdsdruk niet wegneemt en niet bereid is het SAP+- systeem langer te laten bestaan, kan ik het verslag niet steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Margie Sudre (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Conform de Overeenkomst van Cotonou zijn de EPO's meer dan alleen maar WTO-vrijhandelsovereenkomsten. Het zijn partnerschappen die het mogelijk moeten maken nieuwe economische en handelskaders op te zetten ten behoeve van de ACS-landen.

De overzeese gemeenschappen spelen vanwege hun geografische ligging (vlak bij ACS-landen) een centrale rol in deze preferentiële wederzijdse overeenkomsten met de ACS-landen.

Het is heel belangrijk dat bij de onderhandelingen over deze overeenkomsten overeenkomstig artikel 299 van het Verdrag rekening wordt gehouden met de bijzondere omstandigheden van de overzeese gebiedsdelen.

Speciale aandacht moet worden besteed aan de landen en gebieden overzee die in de buurt van ACS-landen zijn gelegen, een en ander met inachtneming van de associatieovereenkomsten die deze landen ex artikel 299, lid 3, van het Verdrag reeds met de Unie verbinden.

We moeten onderzoeken wat de specifieke belangen van de ultraperifere regio's en de LGO's zijn en proberen deze landen, regio's en gebieden bij de elkaar opvolgende fasen van de onderhandelingen steeds mee te nemen. Dan kunnen we rekening houden met de uiteenlopende mogelijkheden voor marktoegang en de steunmaatregelen voor de onderscheidene regio's coördineren. Dat moet het mogelijk maken deze gebieden beter in hun omgeving te integreren.

Ik ben heel tevreden dat mijn amendement is aanvaard. Dat amendement was erop gericht een intelligent evenwicht te vinden tussen de regionale integratie van de overzeese gebiedsdelen en de banden die deze gebieden met Europa verbonden houden.

 
  
  

– Verslag-Brok (A6-0130/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor dit verslag gestemd omdat de stappen die het vermeldt absoluut gezet moeten worden om van onze Europese Unie een politieke unie te maken die extern met één mond spreekt en zich zo ook tot wereldspeler kan ontwikkelen. Zonder deze stappen zal ze vleugellam blijven.

Wat de Europese Unie in dit verband het dringendst nodig heeft, is een verdere ontwikkeling van het Europees veiligheids- en defensiebeleid in de vorm van gemeenschappelijk onderzoek, een gemeenschappelijk aanschafbeleid, gemeenschappelijke strijdkrachten, die in staat zijn autonoom te handelen, die deelnemen aan gemeenschappelijke operaties, gefinancierd uit de EU-begroting. Voorwaarde daarvoor is echter wel dat er een nieuw regelgevend kader komt, een nieuw Verdrag. Ik hoop dat het Raadsvoorzitterschap van mevrouw Merkel en het pragmatisme van de heer Sarkozy in dit opzicht zullen leiden tot een beslissende stap voorwaarts.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. – (SV) Wij Zweedse sociaaldemocraten vinden het verslag-Brock niet het juiste forum voor discussie over het Verdrag en over de vraag wat daar wel en niet in moet staan. Wij vinden dat de samenwerking op het gebied van het buitenlands beleid moet worden versterkt, maar we vinden het niet gepast om ons in deze situatie te verbinden tot een gemeenschappelijke Europese minister van Buitenlandse Zaken. Daarom hebben we besloten om ons op deze punten van stemming te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) In het verslag wordt onder meer een vurig pleidooi gehouden voor het verworpen (!!!) ‘Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa’. Er wordt sterk aangedrongen op “volledige ratificatie” (?) en “inwerkingtreding” (?) van het Verdrag “teneinde te waarborgen dat de Unie gereed is om het hoofd te bieden aan de mondiale verantwoordelijkheden, dreigingen en uitdagingen van de wereld van vandaag”. Dat is de missie van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en het Europees veiligheids- en defensiebeleid zeggen ze…

Dit standpunt, dat verdedigd wordt door zowel de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten als de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement (waarvan respectievelijk de Portugese sociaaldemocraten, conservatieven en de socialisten deel uitmaken), is des te significanter omdat het juist deze politieke krachten zijn die thans onderhandelen over de opstelling van een “vereenvoudigd” Verdrag dat, naar hun zeggen, inhoudelijk verschilt van de “Europese Grondwet”. Laten wij duidelijk zijn! Hoe kan iets nu verschillend zijn als tegelijkertijd de inhoud wordt onderschreven van datgene waarvan het zogezegd verschilt? Hier schuilt een addertje onder het gras…

In werkelijkheid zijn de politieke krachten en de economische en financiële belangen die de aanzet hebben gegeven tot de Europese kapitalistische integratie er alleen maar op uit om de militarisering van de Europese Unie te bespoedigen in een grondwettelijk kader, uiteraard binnen de NAVO. Dát is de uiteindelijke bedoeling van de zogenaamde “Europese Grondwet”. Daarom berust het “gemeenschappelijk” buitenlands beleid hoofdzakelijk op inmenging, en alle agressie die daarmee gepaard gaat, en wordt het bepaald door de ambities en de belangen van de invloedrijke economische en financiële groepen van de grote mogendheden, met Duitsland op kop.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Hedh (PSE), schriftelijk. – (SV) Ik heb tegen verslag A6-0130/2007 van de heer Brock gestemd, niet alleen om dat de rapporteur heeft besloten de kwestie van de Grondwet erin op te nemen, maar ook omdat hij de kwestie van een eventuele Europese minister van Buitenlandse Zaken aan de orde stelt. Binnen de EU kennen we op dit moment geen ministerfuncties en die moeten we ook niet hebben. Alle lidstaten hebben al een eigen minister van Buitenlandse Zaken. Wat is de volgende stap? Een gemeenschappelijke minister van Milieu en misschien uiteindelijk een gemeenschappelijke minister-president?

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Howitt (PSE), schriftelijk. (EN) De Labour Party in het Europees Parlement (EPLP) steunt een groot deel van deze resolutie, met name de hoge prioriteit die wordt gegeven aan de consolidatie van de democratie, de bevordering van de mensenrechten en non-proliferatie, en de grote rol voor de EU bij conflictpreventie en de opbouw van effectief multilateralisme.

De resolutie is echter te veel gericht op de wijziging van interne procedures in plaats van op de prioriteiten van het buitenlands beleid. De EPLP heeft tegen de paragrafen 1, 5 en 11 gestemd en zich onthouden van stemming over de paragrafen 2, 3, 4 en 5, omdat verwijzingen naar het Grondwettelijk Verdrag en de gedetailleerde bepalingen daarvan niet gepast zijn zolang de toekomst van dat Verdrag nog onderwerp van debat is. De aanneming van het Grondwettelijk Verdrag moet vooral niet worden gezien als een noodzakelijke voorwaarde voor toekomstige uitbreiding. De EPLP heeft zich eveneens van stemming onthouden over paragraaf 8, sub g, omdat de toegevoegde waarde van een diplomatieke academie van de EU nog moet worden aangetoond, en over paragraaf 8, sub h: hoewel wij zeker erkennen dat de externe delegaties moeten worden versterkt, zullen dit geen “ambassades” van de EU worden. De EPLP steunt de hervorming van de VN-Veiligheidsraad ten volle en steunt ook de verbetering van de wijze waarop de EU bij de VN het woord voert - het is echter niet gepast om over één enkele EU-zetel te spreken, zoals in paragraaf 10 gebeurt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jaromír Kohliček (GUE/NGL), schriftelijk. (CS) Het verslag van de heer Brok legt het skelet bloot van het Europese Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Enerzijds roept Brok in zijn verslag op tot meer betrokkenheid van de EU bij de conflicten in de Kaukasus en in Transnistrië en verzet hij zich tegen het ontstaan en de internationale erkenning van nieuwe staten in die regio. Anderzijds pleit hij voor schending van de nooit nageleefde resolutie 1244 en voor het uitroepen van de “beperkte onafhankelijkheid van Kosovo”. Samen met mevrouw Beer van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie opent de rapporteur op deze manier opnieuw de doos van Pandora wat territoriale veranderingen in Europa betreft.

Ik ben benieuwd wat er gebeurt als uit Catalonië, Baskenland en wie weet, Galicië de roep om afscheiding opklinkt, als de autonomisten in Slovenië, Roemenië en Servië van zich laten horen. Hoe gaan wij om met de eis tot deling van Macedonië (of moet dat nog altijd FYROM zijn)? Wordt dit een voorbeeld voor de relatief compacte islamitische leefgemeenschappen in sommige delen van Zuid-Frankrijk? Of zullen de in de grote steden van West-Europa geconcentreerde immigranten als eerste van zich laten horen?

Even contraproductief is de in artikel 25 geuite bezorgdheid over de eerste test van een antisatellietwapen in China. Over de Verenigde Staten maken wij ons helemaal geen zorgen. Dit verslag bevat helaas zoveel soortgelijke, totaal onaanvaardbare passages dat noch ik noch mijn parlementaire fractie bij de eindstemming voor kan stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik stem voor het aannemen van het verslag van Elmar Brok over het jaarlijkse verslag van de Raad aan het Europees Parlement over de voornaamste aspecten en fundamentele keuzes van het GBVB, met inbegrip van de financiële gevolgen ervan voor de algemene begroting van de Europese Unie voor 2005 (paragraaf 40, sub H, van het Interinstitutioneel Akkoord van 6 mei 1999).

De heer Brok geeft in zijn verslag duidelijk aan dat een Europese Unie zonder constitutioneel verdrag niet in staat is de belangrijkste uitdagingen van het hedendaagse Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid het hoofd te bieden. Een minister van Buitenlandse Zaken die tegelijkertijd lid van de Commissie is en voorzitter van de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, komt de efficiëntie ten goede en bevordert een goede positie voor de Europese Unie in de internationale arena. Het bedrag van 1 740 miljoen euro dat voor de periode 2007-2013 is uitgetrokken voor het GBVB, is niet toereikend om de ambities van de Europese Unie als internationale speler te kunnen realiseren.

De rapporteur merkt terecht op dat het Europees Parlement een grotere rol in het GBVB toekomt. De Raad mag zich niet beperken tot informeren, maar moet het Parlement bovenal volledig betrekken bij de belangrijkste keuzes en acties in het kader van het Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd, en het doet me vooral genoegen dat in het verslag de nadruk wordt gelegd op de noodzaak om intern de externe prioriteiten vast te stellen, zoals de strijd tegen de armoede, teneinde met een gemeenschappelijke stem te spreken in internatonale aangelegenheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Marek Siwiec (PSE), schriftelijk. (PL) Mijnheer de Voorzitter, Elmar Brok weet in zijn verslag over de voornaamste aspecten en fundamentele keuzes van het GBVB zeer goed de kern van de zaak te raken. Wanneer het constitutioneel verdrag niet wordt aangenomen, kunnen we een Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid dat is toegesneden op de moeilijke taken die de Europese Unie te wachten staan, wel vergeten.

De rapporteur geeft bovendien correct weer op welke belangensferen de Europese Unie zich moet concentreren. Dat zijn onder andere: de strijd tegen terrorisme, immigratie, een veilige energievoorziening en het voorkomen van verspreiding van massavernietigingswapens. Ik sta vierkant achter het verslag, aangezien het zeer weloverwogen is en de juiste accenten worden gelegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) In het jaarverslag wordt voorgesteld de militaire en politieke sector van het GBVB te versterken en te voorzien van een bedrag van 1,8 miljard euro, dat wil zeggen drie keer zoveel als in de periode 2007-2013. Het doel is het agressief beleid van de EU te escaleren en de EU-monopolies in staat te stellen een groter aandeel op te eisen van de buit die de huidige, tegen de volkeren gerichte imperialistische interventies opleveren.

Opnieuw wordt onderstreept dat de aanneming van de Europese Grondwet - die na de referenda in Frankrijk en Nederland “dood” is - een onontbeerlijk instrument is voor de bevordering van het GBVB. Om de imperialistische honger te stillen en eventuele hinderpalen uit de weg te ruimen wordt voorgesteld om korte metten te maken met unanimiteit en een gekwalificeerde meerderheid toe te passen, opdat de overheersende imperialistische krachten hun plannen kunnen bevorderen.

Om nieuwe interventies te kunnen voorbereiden en verwezenlijken - met als voorwendsel de strijd tegen het terrorisme, het “herstel van de democratie”, enzovoort - wordt gepleit voor een verdere militarisering. Ook wordt gesproken over de voltooiing van de oprichting van vechtgroepen (battle groups) en over de voorbereidingen voor het sturen van een militaire bezettingsmacht naar Kosovo, ter vervanging van de NAVO-strijdmachten.

Nergens wordt echter gesproken over het raketafweersysteem, hetgeen betekent dat dit indirect, maar duidelijk wordt aanvaard, via de NAVO of ook via de EU zelf.

Er wordt voorgesteld om de financiële middelen op te trekken, waarbij in feite de Europese werknemers worden gevraagd om het geld op tafel te leggen dat nodig is voor het agressieve beleid van de EU.

Wij stemmen tegen het verslag over het GBVB.

 
  
  

– Verslag-Panayotopoulos-Cassiotou (A6-0068/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het eens met wat er in dit verslag geëist wordt, vooral de invoering van een minimumloon in alle lidstaten. Dat is een vangnet en met name een goede bescherming van werkenden tegen uitbuiting en armoede. Het is tegelijk een maatregel die ons concurrentievermogen veiligstelt en het schrappen van arbeidsplaatsen in landen met een hogere sociale standaard, zoals Oostenrijk, voorkomt.

Tevens ben ook ik voor de invoering van een keurmerk voor producten uit derde landen die onder menswaardige omstandigheden en zonder kinderarbeid tot stand gekomen zijn. Het is aan de consument om er door de aankoop van zulke producten voor te zorgen dat er in die landen humane en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden komen en dat onze eigen arbeidsplaatsen niet door de invoer van goedkope waar vernietigd worden.

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE). – (MT) Hartelijk dank, mijnheer de Voorzitter, dames en heren. Ik wil u attenderen op het feit dat werk, en met name waardig werk, een kwestie is die in onze Grondwet een fundamentele plaats inneemt. Tevens wil ik duidelijk onderstrepen dat de Labour-regeringen zich in de loop der jaren voortdurend hebben ingespannen om de arbeidsomstandigheden van de werknemers in ons land te verbeteren. Er zij op gewezen dat alle verbeteringen die zijn aangebracht met betrekking tot de kwaliteit van de arbeidsomstandigheden te danken zijn aan het initiatief van de Labour-regeringen. Ten slotte feliciteer ik de Maltese vakbonden, en in het bijzonder de General Workers’ Union, met hun werk en inzet ten behoeve van de Maltese werknemers. Hartelijk dank.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. – (SV) Wij Zweedse sociaaldemocraten hebben onze steun aan dit verslag gegeven. Het is een goed verslag en wij geven onze onvoorwaardelijke steun aan het engagement van de EU op het punt van fatsoenlijke arbeidsomstandigheden. Het is belangrijk dat we de mensen een garantie kunnen bieden op productief werk, uitgevoerd onder vrije, rechtvaardige en veilige omstandigheden, zowel binnen de EU als daarbuiten.

We willen echter een paar zaken verduidelijken. Het is belangrijk om erop te wijzen dat een belasting op financiële transacties en valutatransacties internationaal moet zijn, omdat een Europese belasting ongunstig zou zijn voor landen buiten de eurozone.

Wij zijn tegen gemeenschappelijke standaarddefinities van de begrippen dwangarbeid en misbruik van andermans kwetsbare positie. De definitie van de IAO moet het uitgangspunt zijn en verdere definities moeten aan de lidstaten worden overgelaten.

In het verslag worden de lidstaten opgeroepen om rekening te houden met minimumlonen. Dat hebben we al gedaan in Zweden en we hebben actief gekozen voor een oplossing waarbij dat aan de sociale partners wordt overgelaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Arlette Carlotti (PSE),schriftelijk.(FR) Dit verslag van het Europees Parlement is een stap in de goede richting.

Waardig werk wordt door dit verslag een instrument in het kader van het Europese ontwikkelingsbeleid. We doen dat om te beginnen door samen met de IAO een ontwikkelingsprogramma voor waardig werk te financieren, en verder door een Europees etiket te introduceren en ondernemingen die fundamentele arbeidsnormen schenden, op een zwarte lijst te zetten. Tot slot is het de bedoeling dat er handelssancties worden opgelegd aan landen die de fundamentele sociale rechten op een ernstige wijze schenden.

Het zal ook bijdragen tot het bevorderen van waardig werk in Europa. Ook bij ons moet namelijk nog veel gedaan worden. En dat geschiedt door de lidstaten op te roepen tot ratificatie van IAO-verdragen over de gezondheid en veiligheid van werknemers, moederschapsverlof en migrantenwerknemers; door aan te dringen op een minimumloon en zo een vangnet te creëren om te verhinderen dat werknemers worden uitgebuit; door de toegang tot levenslang leren te verbeteren en op te roepen tot een betere harmonisatie van de pensioenregelingen.

Dat zijn de grondslagen voor het sociale Europa dat de Sociaal-democratische Fractie in dit Parlement graag zou willen opbouwen. Ik zal daarom voor dit verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (PSE),schriftelijk.(FR) Ik heb voor dit verslag over het bevorderen van waardig werk voor iedereen gestemd.

Het begrip "waardig werk" lijkt nu vast onderdeel uit te maken van multilaterale overeenkomsten en verklaringen; in het beleid zelf is dit begrip echter veel minder prominent aanwezig.

Verklaringen en presentaties zijn één ding; politieke besluiten en acties zoals internationale instellingen die elke dag weer (onder)nemen behoren tot een andere categorie. De wereld gaat gebukt onder een tekort aan waardig werk: rechten worden maar al te vaak geschonden en ongelijkheid tussen de geslachten is regel, zeker als het gaat om weinig productieve banen en betrekkingen van geringe kwaliteit waarbij mensen voor een laag inkomen gevaarlijk werk moeten verrichten.

De WTO en de IAO hebben daarom internationale arbeidsnormen aangenomen. Het IMF en de Wereldbank zijn echter niet bereid enig initiatief te steunen dat erop gericht is om te verzekeren dat de fundamentele rechten van werknemers worden gerespecteerd.

Als we willen dat waardig werk overal ter wereld een realiteit wordt zullen internationale instellingen aan dit onderwerp prioriteit moeten verlenen. Deze instellingen zullen voorts moeten samenwerken om dit doel te verwezenlijken.

Waardig werk moet voor alle internationale instellingen een universele doelstelling worden. Het is van cruciaal belang dat deze elementaire zaken – kwalitatief goed werk, rechten en bescherming van werknemers en een sociale dialoog – een doorslaggevende rol spelen bij het bepalen van elk sociaal en economisch beleid op internationaal niveau.

(Stemverklaring ingekort overeenkomstig artikel 163, lid 1, van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag-Panayotopoulos-Cassiotou (A6-0068/2007) over bevordering van waardig werk voor iedereen gestemd omdat productieve arbeid in een sfeer van vrijheid, gelijkheid, veiligheid en waardigheid een van de prioriteiten van de handelsbetrekkingen van de Europese Unie moet zijn.

Ik ben van oordeel dat wij van onze partners moeten eisen dat zij de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie met betrekking tot de rechten van werknemers nakomen, met name voor wat betreft eerlijke salarissen en adequate sociale bescherming. Bovendien is het belangrijk dat de multinationals hun sociale verantwoordelijkheid opnemen, zowel in Europa als elders in de wereld.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De stemming over dit verslag in de plenaire vergadering heeft een betreurenswaardig resultaat opgeleverd. De meerderheid van het Parlement heeft verhinderd dat enkele van de beste paragrafen die de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken heeft goedgekeurd met betrekking tot het thema “Bevordering van waardig werk voor iedereen – Bijdrage van de EU aan de uitvoering van de agenda voor waardig werk over de hele wereld” zijn aangenomen. Ik kan niet nalaten om dat hier te onderstrepen aangezien dat standpunt duidelijk in verband staat met de groeiende belangstelling voor de zogeheten flexicuriteit.

Zoals wij weten, is het aantal werklozen in de Europese Unie tussen 2000 en 2005 met één miljoen gestegen, om nog maar te zwijgen van de massale toename van de precaire werkgelegenheid: meer dan 4,7 miljoen werknemers had een contract van beperkte duur en minsten 1,1 miljoen werkte slechts deeltijds. Het is tevens onaanvaardbaar dat een groot aantal werknemers, mét een inkomen, onder de armoedegrens leeft.

Bevordering van waardig werk voor iedereen houdt in dat aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan: naleving van een progressieve arbeidswetgeving, eerbiediging van de waardigheid van werknemers, totstandbrenging van waardige levens- en arbeidsomstandigheden voor iedereen, zonder discriminatie en ongelijkheid. Goede intenties alleen volstaan niet. Daarom moeten wij de daad bij het woord voegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik zal voor dit verslag stemmen, ondanks het feit dat de conservatieven en liberalen het van zijn meest essentiële elementen hebben ontdaan, bijvoorbeeld door het schrappen van de zinsnede “bindende initiatieven met betrekking tot de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven”, van de noodzaak om “een eerlijk en vernieuwend belastingbeleid” in te voeren en van de aanbeveling om bedrijven die fundamentele arbeidsnormen schenden te onderzoeken en op een lijst te zetten. Ik ben onthutst door hun anti-arbeidersbewegingshouding.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De Britse conservatieven steunen het IAO-beginsel van waardig werk volledig.

We zijn het eens met de stelling dat het aanbieden van de mogelijkheid van levenslang leren belangrijk is, met de noodzaak om de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt proactief aan te pakken en met de noodzaak om veel meer te doen om werk en gezinsleven beter met elkaar te kunnen combineren.

We zijn het echter niet eens met het idee dat het Europees Parlement zijn tijd moet besteden aan het uitgeven van verklaringen over dit onderwerp, hoe eerzaam en goedbedoeld die ook zijn. Het Parlement heeft niet de bevoegdheid om lidstaten te vertellen wat ze moeten doen op dit gebied. Het is aan de lidstaten om hierover te beslissen, en terecht.

Dus hoewel we hebben deelgenomen aan het debat, en ook aan de stemming om de interventionistische uitwassen van links te beteugelen, hebben de Britse conservatieven zich van stemming onthouden bij de eindstemming.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd, maar tegen de amendementen van de liberalen en de Europese Volkspartij waarmee beoogd werd om de opmerkingen over bindende initiatieven met betrekking tot de maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven te schrappen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen moet aan de basis liggen van de Europese bedrijfsactiviteiten, zowel binnen de EU als daarbuiten, en het heeft me zeer teleurgesteld dat deze twee fracties de stappen die in het verslag worden beschreven niet hebben gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Esko Seppänen (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) Ik wil niet dat EU-beleid verplicht wordt opgenomen in nationaal arbeidsmarktbeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) Het voorstel van de EU en het verslag met de misleidende titel “waardig werk” (COM-2006-0249) dat in de plenaire vergadering van het Europees Parlement is besproken, vormen een nieuw reactionair, volksvijandig kader waarmee de EU de doelstellingen van de “Strategie van Lissabon” wil verwezenlijken, de prijs van arbeid tot een minimum wil terugbrengen, een aanval wil plegen op de grondrechten van de werknemers en de monopolistische EU-concerns in staat wil stellen om winst te boeken.

De grondslag van de kapitalistische hervormingen, zoals die in de EU en de internationale imperialistische organisaties door de plutocratie en haar politieke vertegenwoordigers zijn uitgewerkt en vormgegeven voor zogenaamd “waardig werk”, wordt nu overgenomen in het volksvijandige beleid van de EU. Daartoe behoren onder andere:

- levenslang leren, de uitbreiding van soepele arbeidsvormen, aantasting van de collectieve arbeidsovereenkomsten, slechtere voorwaarden voor sociale verzekering en pensioen, verdere privatisering van onderwijs, gezondheidszorg en, meer in het algemeen, diensten van openbaar nut, en

- vaststelling van een minimumloon voor de werknemers, een soort “beschermingsnet” tegen armoede, teneinde verzet hiertegen van de kant van de werknemers en de volksklasse te voorkomen. Daarbij wordt de plutocratie de mogelijkheid geboden om met de uitbuiting van de arbeidersklasse enorme winsten te maken.

Daarom hebben de Europese afgevaardigden van de Communistische Partij van Griekenland tegen het voorstel van de EU gestemd.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid