Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 6 juni 2007 - Brussel Uitgave PB

12. Stappenplan voor het grondwettelijke proces van de Unie (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag (A6-0197/2007) van Enrique Barón Crespo en Elmar Brok, namens de Commissie constitutionele zaken, over het stappenplan voor het grondwettelijke proces van de Unie [2007/2087(INI)].

 
  
MPphoto
 
 

  Enrique Barón Crespo (PSE), rapporteur. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil het gezamenlijke verslag presenteren dat is opgesteld door de heer Brok en mijzelf. Wij zijn afgevaardigden uit twee verschillende landen en komen uit twee verschillende fracties maar herbevestigen dat dit Parlement het Grondwettelijk Verdrag vooruit wil helpen, opdat onze Europese Unie, zo direct na de Verklaring van Berlijn ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag, aanzienlijk wordt versterkt.

In essentie zeggen is dat we voor het eerst, door middel van een openbaar debat, samen een Grondwettelijk Verdrag hebben opgesteld. Dat Verdrag werd in oktober 2004 in Rome ondertekend en is op dit moment geratificeerd door tweederde van de lidstaten, door achttien lidstaten. Daarnaast zijn er nog eens vier lidstaten die hebben verklaard bereid te zijn om het te ratificeren, twee lidstaten waarvan de bevolking in referenda met meerderheid tegen het Grondwettelijk Verdrag heeft gestemd, en drie lidstaten die zich nog niet over het Grondwettelijk Verdrag hebben uitgesproken.

Wij zijn van mening dat we na de denkpauze ons werk moeten hervatten. Ons voorstel houdt in essentie in dat we het voornemen van het Duitse voorzitterschap steunen om tijdens de komende Europese Raad een Intergouvernementele Conferentie bijeen te roepen, die aan de hand van een duidelijk en precies mandaat, op basis van de huidige Verdragen, van het Grondwettelijk Verdrag, overeenstemming moet zien te bereiken, zodat we ons werk samen kunnen voortzetten.

Als degenen die van meet af aan gecommitteerd waren aan het Grondwettelijk Verdrag, zijn wij van mening dat het Verdrag uit twee delen bestaat: een door de Conventie opgesteld deel dat wordt gevormd door de Delen I, II en IV, en daarnaast Deel III, dat voornamelijk een overneming en herschikking is van de huidige Verdragen en waarin - en dit is belangrijk voor het Europees Parlement - het aantal rechtsgrondslagen voor medebeslissing wordt uitgebreid van dertig naar zevenentachtig.

Hier kunnen wij ons inziens tot een formule komen waarmee wij echt vooruit kunnen.

Wij mogen echter niet vergeten dat er een nuttige denkpauze is geweest, dat we niet onder een glazen stolp leven maar in de echte wereld, en daarom zijn er verder nog actuele kwesties - klimaatverandering, energiesolidariteit, immigratie, de aanpassing van ons sociale model aan de dalende demografische trend en de globalisering, de strijd tegen het internationale terrorisme, de dialoog tussen beschavingen en de versterking van het economisch bestuur in de eurozone - die ons de kans geven om antwoorden te vinden op de zorgen van de burgers en om hun levens te verrijken.

Dat is in essentie onze boodschap. Wij denken - en dat is een duidelijk boodschap aan het adres van de Raad - dat er na de Conventie niet achter gesloten deuren over het lot van Europa mag worden beslist.

We hebben al een stap gezet door een politiek debat te houden.

(Applaus)

Daarom, mijnheer de Voorzitter, dames en heren, vragen wij - en ik hoop dat de Voorzitter zich voor ons zal inzetten, zoals hij dat op dit gebied altijd heeft gedaan - om een actieve rol in de Intergouvernementele Conferentie. Wij stellen formules voor waarmee gewaarborgd wordt dat het Europees Parlement volledig op de hoogte wordt gehouden van datgene wat de Raad en de Commissie - die wij vragen om zeer actief te zijn - en ook de regeringen doen en denken om vooruitgang te boeken. Op dit moment denken wij, mijnheer de Voorzitter, dat het belangrijk is om niet alleen een boodschap van hoop uit te zenden, maar ook - om een oude uitdrukking te gebruiken - ‘al lopende het pad te vinden’ en samen verder te gaan. Dat verwachten onze burgers immers van ons. Dat is wat we zijn overeengekomen, en dat is ook onze plicht, niet alleen tegenover onszelf, maar ook tegenover de rest van de mensheid. We werken in Europa immers aan de eerste supranationale democratie ter wereld, gebaseerd op staten en mensen., die ons Europeanen vrede en welvaart heeft gebracht - dat hebben we in maart nog gevierd -, maar waarmee we ook een rol als democratische voorhoede moeten kunnen vervullen, met de blik gericht op de toekomst van de mensheid.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Elmar Brok (PPE-DE), rapporteur. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter van de Commissie, dames en heren, ik hoef niet meer te herhalen wat de heer Barón Crespo al heeft gezegd, omdat ik dat woord voor woord onderschrijf.

Zoals ook in de Verklaring van Berlijn wordt vastgesteld, is het aan de Europese Unie te danken dat Europa - om te beginnen in het westelijk deel - de meest vreedzame, liberale, sociale en economisch succesvolle tijd heeft beleefd in de gehele geschiedenis van dit continent. Na de gebeurtenissen van 1989 en de uitbreiding van de Europese Unie in 2004 en 2007 hebben wij nu de geweldige kans om dit ook voor de rest van het continent te verwezenlijken. Het doel van het Grondwettelijk Verdrag is ervoor te zorgen dat ook de Unie van de Zevenentwintig in het genot komt van deze verworvenheden. Dit succesverhaal mag niet in gevaar worden gebracht. De zevenentwintig landen moeten slagvaardig en gelijkwaardig zijn, en wij moeten voorkomen dat Europa opnieuw uiteenvalt in verschillende groepen.

Wij moeten dit ook zien in het licht van de uitdagingen waarvoor wij ons gesteld zien, uitdagingen die geen van onze nationale staten op eigen kracht het hoofd kan bieden: de globalisering en de daaruit voortvloeiende economische en maatschappelijke gevolgen, de strijd tegen de terreur, en de ontwikkeling van ons buitenlands en veiligheidsbeleid. Wij weten weliswaar dat energie, en dus continue energievoorziening, op dit moment niet tot de bevoegdheden van de Europese Unie behoort, maar we weten eveneens dat het hierbij gaat om de continue voorziening van alle lidstaten, en dat wij op dit gebied dus slagvaardig moeten zijn. Ook de kwestie van de Europese minister van Buitenlandse Zaken moet worden aangesneden. Wij hebben een verdragsorganisatie nodig die dankzij haar ene rechtspersoonlijkheid ook slagvaardig naar buiten toe kan optreden. Deze substantiële vraagstukken van het Grondwettelijk Verdrag zijn doorslaggevend als wij niet alleen, zoals in het verleden, oorlog in Europa willen kunnen voorkomen, maar ook, in het belang van onze burgers en volkeren, slagvaardiger willen worden op de terreinen waarop de nationale staat het op eigen houtje niet beter kan.

Dit alles dient op een transparante, democratische wijze te gebeuren als wij de legitimering door de burgers willen waarborgen. Doeltreffendheid, transparantie, democratie en burgerrechten zijn onmisbare bestanddelen van de regeling die gedurende de Top en de Intergouvernementele Conferentie moet worden vastgesteld. Wij moeten duidelijk maken er een redelijk evenwicht moet zijn tussen de instellingen en in de betrekkingen tot de nationale parlementen, die immers juist in het kader van de subsidiariteit een belangrijkere rol dienen te spelen. Wij moeten duidelijk maken dat de Europese Unie weliswaar geen staat is en ook geen staat wil worden, maar wel voldoende slagvaardig moet worden op de terreinen waarvan de lidstaten zeggen dat gemeenschappelijk optreden beter is.

Daartoe behoort ook dat wij de identiteit van onze volkeren in de toekomst aanvaarden en bevorderen. Europa komt niet in de plaats van de nationale staten, maar is een gemeenschappelijke organisatie die tot doel heeft de nationale staten samen sterker te maken. Dat dient het uitgangspunt te zijn. Daarbij moeten wij ook uitgaan van de gelijkwaardigheid van grote en kleine, arme en rijke landen in deze Europese Unie. Vandaar ook dat het dubbele stemrecht zo belangrijk is, op grond waarvan ieder land een stem heeft, of het nu groot is of klein.

Het is echter ook noodzakelijk dat wij oog hebben voor de verdeling van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden, en daarmee ook voor het subsidiariteitsbeginsel en de uitbreiding van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid. Wij kunnen het terrorisme en de georganiseerde misdaad niet succesvol bestrijden als wij op de noodzakelijke terreinen, zoals binnenlands beleid, geen stemming bij gekwalificeerde meerderheid krijgen.

Ik ben echter ook van mening dat dit Europa op waarden dient te berusten. In de ogen van het Europees Parlement maakt het Handvest van de grondrechten daarvan een belangrijk deel uit.

(Applaus)

Wij moeten dit alles invoegen, en daarom zijn de rechtspersoonlijkheid en het verwijderen van de pijlerstructuur ook zo belangrijk. Het succesverhaal van de Europese Unie is gegrondvest op het feit dat wij op de terreinen waarop wij bevoegdheden bezitten een rechtsorde zijn en de Monnet-methode hanteren. De intergouvernementele benadering heeft nooit gewerkt. De Europese Vrijhandelsassociatie is mislukt, maar de Europese Unie is geslaagd, omdat wij de Monnet-methode hebben. Daarom mogen wij nu niet terugvallen in methoden die in het verleden zijn mislukt.

Daarom verdient het Duitse voorzitterschap ook onze steun. Wij moeten voor het nodige inhoudelijk gewicht zorgen en alle zevenentwintig volkeren voor dit doel winnen, zodat dit een Intergouvernementele Conferentie wordt met een duidelijk, vastomlijnd mandaat. De inhoud van het Grondwettelijk Verdrag moet gewaarborgd zijn, zodat alleen op basis van dit Grondwettelijk Verdrag wordt onderhandeld. Ook dient het Grondwettelijk Verdrag voor de volgende verkiezing van het Europees Parlement van kracht te zijn, zodat de burgers met hun nieuwe rechten aan de slag kunnen en voortaan bij de Europese Verkiezingen zelf kunnen bepalen wie de nieuwe voorzitter van de Commissie wordt. Dit draagt in beslissende mate bij aan de versterking van de positie van de burger. De Commissie constitutionele zaken heeft zich met grote meerderheid achter deze strategie geschaard, en ik wil het Parlement verzoeken deze eveneens te steunen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Ik dank de heren Barón Crespo en Brok van harte. Het is mooi om te zien met welk een jeugdig enthousiasme u naar onze gemeenschappelijke toekomst kijkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, vice-voorzitter van de Commissie Wallström, dames en heren, staat u mij toe om te spreken niet over de leeftijd van beide rapporteurs maar over de inhoud van hun redevoeringen. Ik wil het Voorzitterschap, de heer Barón Crespo en ook de heer Brok hartelijk danken voor het stappenplan waarin u het verdere verloop van de discussies over het grondwettelijk proces uiteenzet.

Met de conclusies wordt belangrijke steun gegeven aan het verdere optreden van het voorzitterschap van de Raad in de aanloop naar de top in juni. De steun van het Europees Parlement is eveneens van essentieel belang voor het welslagen van de top, en het is belangrijk dat het Europees Parlement volledig wordt betrokken bij de hervorming van het Verdrag. Zoals u opmerkte, dient het Europees Parlement dan ook op passende wijze te worden betrokken bij de aanstaande Intergouvernementele Conferentie.

Mijnheer de Voorzitter, ik wil nogmaals mijn hartelijke dank uitspreken voor de goede samenwerking. Deze goede samenwerking vindt ook haar weerslag in het vandaag gepresenteerde verslag, dat ik als evenwichtig beschouw omdat het de noodzakelijke balans bewaart tussen een ambitieus resultaat voor de Europese Unie en de in deze kwestie noodzakelijke dosis realisme.

Wij kunnen en willen de uitspraak in het referendum van de Franse en Nederlandse bevolking niet naast ons neerleggen, maar tegelijkertijd wil de meerderheid van de lidstaten vasthouden aan de inhoud van dit Verdrag. Daarom wil ik op dit punt ook nogmaals de bijzondere rol van het Duitse voorzitterschap onderstrepen. Wij vervullen een bemiddelende rol. Wij willen een resultaat dat aanvaardbaar is voor alle lidstaten, maar uiteraard ook voor het Europees Parlement. We moeten rekening houden met de discussie die sinds de negatieve uitkomst van de referenda heeft plaatsgevonden, en niet alleen in Nederland en Frankrijk.

Wij moeten de bezorgdheid van de mensen serieus nemen, maar tegelijkertijd blijkt ook uit de discussie dat er talrijke terreinen zijn waarop de burgers van Europa meer invloed van de Europese Unie wensen. In dit verband wordt er de afgelopen tijd niet alleen intensief gediscussieerd over de onderwerpen klimaat en energie, maar ook over het gemeenschappelijk buitenlands beleid van de Europese Unie en de bestrijding van terrorisme en criminaliteit.

Aan één feit - dat ook wordt bevestigd door talrijke enquêtes - hecht ik veel waarde, namelijk dat de mensen in Europa in meerderheid niet tegen deze Europese Unie zijn. Zij willen een slagvaardige en doeltreffende Europese Unie die zich concentreert op de essentie, een Europese Unie die de problemen die zij aanpakt ook daadwerkelijk oplost.

Het is geen geheim dat er nog geen overeenstemming is bereikt over een aantal belangrijke kwesties. Er wordt bijvoorbeeld een discussie gevoerd over de toekomstige architectuur van de verdragen. Ik verklap evenmin een geheim als ik zeg dat er voorstellen de ronde doen om terug te keren naar een klassiek wijzigingsverdrag. Ook het Europees Parlement heeft zich bereid verklaard na te denken over de presentatie van de toekomstige verdragen. Ik ga ervan uit dat wij hiervoor een oplossing zullen vinden die door alle partners kan worden gesteund, en die tevens voor de burgers aanzienlijk leesbaarder en transparanter is geworden.

Het Europees Parlement is altijd een voorvechter geweest van het Handvest van de grondrechten, zoals de heer Brok zojuist nog eens te kennen gaf. Het Parlement zit dus op één lijn met verreweg de meeste lidstaten als het pleit voor handhaving van het Handvest en vooral voor het juridisch bindend karakter daarvan.

(Applaus)

De Europese Unie, die nu zevenentwintig lidstaten telt, moet besluitvaardiger en slagvaardiger worden om de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw het hoofd te kunnen bieden. Zoals reeds gezegd, zijn wij het er ook over eens dat de Europese Unie democratischer en transparanter moet worden. Daarom wil de grote meerderheid van de lidstaten ook vasthouden aan de inhoud van het Grondwettelijk Verdrag. De meerderheid is van mening dat in het bijzonder het institutionele pakket niet mag worden opengebroken, omdat dat het openen van de doos van Pandora zou betekenen. Maar ook praktische politieke vooruitgang is belangrijk.

Wij willen een resultaat dat voor alle lidstaten aanvaardbaar is, maar daarvoor moeten alle partijen tot compromissen bereid zijn. Ik ga ervan uit dat de gemeenschappelijke wil bestaat om Europa samen verder te helpen. In deze situatie hechten wij uiteraard groot belang aan de steun van het Europees Parlement voor de inspanningen die het Duitse voorzitterschap van de Raad zal nemen om gedurende de top in juni tot een akkoord te komen. In dit verslag wordt onderstreept dat er sprake is van een dergelijke steun.

Dan wil ik nog enkele opmerkingen maken over de procedure en de doelstelling van het Duitse voorzitterschap. Zoals u weet, zijn de beraadslagingen inmiddels de cruciale fase ingegaan. De gesprekken worden nu voornamelijk persoonlijk gevoerd door de voorzitter van de Raad, bondskanselier Merkel, maar ook door de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, de heer Steinmeier. Deze laatste zal morgen het Parlement verslag doen van de voorbereidingen voor de Europese Raad in juni. Daar de beraadslagingen op het hoogste niveau nog voortduren, is het nog te vroeg om nu al inhoudelijk concrete voorstellen van het voorzitterschap te presenteren. Deze zullen en kunnen naar mijn mening ook pas in een later stadium worden voorgelegd door de Europese Raad.

Voor de Europese Raad in juni willen wij duidelijke inhoudelijke doelstellingen voor de geplande Intergouvernementele Conferentie en een zeer exact tijdschema vaststellen. De Intergouvernementele Conferentie moet in 2007 worden afgesloten onder het Portugees voorzitterschap. Uiterlijk begin 2008 dient het Verdrag te worden ondertekend. Daarmee zou er voldoende tijd zijn voor ratificatie van het Verdrag in alle lidstaten en - wat van groot belang is - vóór de verkiezingen van het Europees Parlement in 2009. Dit tijdschema, waartoe ook het stappenplan van het Europees Parlement oproept, kon in de tot nog toe gevoerde besprekingen rekenen op brede instemming. Voor de verwezenlijking hiervan zou het ook belangrijk zijn dat het Europees Parlement zijn standpunt overeenkomstig Artikel 48 nog voor het zomerreces kenbaar maakt.

Maar ik herhaal: als voorzitterschap vervullen wij een bemiddelende rol. Er dient een resultaat te komen dat voor alle partijen aanvaardbaar is. Wij spreken met alle lidstaten, het Europees Parlement en de Commissie. Ik weet dat er nog veel overtuigings- en bemiddelingswerk moet worden verricht, maar ik ben vol vertrouwen. Als alle zevenentwintig lidstaten - net zoals onlangs bij de Verklaring van Berlijn - spreken over de gemeenschappelijke uitdagingen, dan ga ik ervan uit dat zij alle zevenentwintig ook willen dat het een succes wordt.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Mijnheer de voorzitter van de Raad, ik denk dat ik namens het Parlement spreek als ik zeg dat wij ons standpunt spoedig kenbaar zullen maken, als de rechten van het Europees Parlement voldoende in acht worden genomen. Op die basis zijn we bereid om op eender welke goede manier samen te werken.

 
  
MPphoto
 
 

  Margot Wallström, vice-voorzitter van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, staat u mij toe om allereerst de beide rapporteurs, de heren Barón Crespo en Brok, evenals de Commissie constitutionele zaken voor dit verslag en hun werkzaamheden te bedanken. Hiermee wordt een grote bijdrage geleverd in de zeer cruciale fase waarin wij ons thans bevinden. De Commissie verwelkomt uw verslag en steunt in het algemeen de strekking ervan.

Twee jaar zijn verstreken na het begin van de denkpauze, en de wereld en de politieke context blijven veranderen. De Europese Unie is er gelukkig in geslaagd om een nieuwe consensus te bewerkstelligen over een aantal zeer belangrijke politieke dossiers en onderwerpen, zoals het nieuwe financiële pakket voor de komende jaren.

De problemen die via het Grondwettelijk Verdrag aangepakt hadden moeten worden, zijn echter nog niet opgelost. De Unie is nog steeds niet in staat om met één stem op het wereldtoneel te spreken. Wij moeten blijven streven naar meer democratie, efficiëntie en transparantie in de Unie. Wij moeten voor betere resultaten zorgen op belangrijke beleidsterreinen zoals migratie en klimaatverandering. Daarom zijn wij er hartgrondig van overtuigd dat veranderingen in het Verdrag noodzakelijk zijn.

Wij zijn ook van mening dat een betere communicatie met de burgers over het nieuwe herzieningsproces van het Verdrag dringend noodzakelijk is. Dat herzieningsproces is er niet omdat de Europese opbouw een doel op zich is. Het is nodig om berekend te zijn op de toenemende globalisering van de politieke omgeving en om een beleid te kunnen voeren waar onze burgers daadwerkelijk profijt van kunnen trekken.

De belangrijkste taak van de Europese Raad is het bewerkstelligen van een oplossing voor het Verdrag. Het Duitse voorzitterschap heeft zich de afgelopen maanden enorme inspanningen getroost om een nieuwe consensus tussen de lidstaten en de Europese instellingen tot stand te brengen. Wij steunen die inspanningen en hopen dat de Europese Raad overeenstemming zal kunnen bereiken over de bijeenroeping van een nieuwe Intergouvernementele Conferentie.

Waakzaamheid blijft echter geboden: het Grondwettelijk Verdrag is een compromis dat in deze fase moeilijk te verbeteren, maar wel eenvoudig aan flarden te schieten is. Willen die nieuwe onderhandelingen succesvol zijn, dan dient de Intergouvernementele Conferentie niet alleen over een duidelijk en strikt mandaat te beschikken, maar ook een helder doel na te streven, namelijk de inwerkingtreding van een nieuw verdrag vóór de Europese verkiezingen van 2009.

De Commissie zal een centrale rol blijven spelen bij het zoeken naar een oplossing. Indien het startsein voor een Intergouvernementele Conferentie wordt gegeven, kunnen wij begin juli al ons standpunt kenbaar maken. Een nieuwe oplossing moet een concrete en duurzame consensus kunnen bewerkstelligen en een juist evenwicht tot stand kunnen brengen tussen de stemmen van degenen die het Verdrag al wel en degenen die het Verdrag nog niet geratificeerd hebben.

Het is echter ook essentieel dat wij de lat hoog blijven leggen. Een oplossing op basis van de kleinste gemene deler creëert wellicht enige ruimte op de korte termijn, maar zou de problemen in de toekomst alleen nog maar kunnen vergroten. Het aanbrengen van enkele kleine institutionele wijzigingen in het Verdrag van Nice is dan ook niet voldoende.

Het Grondwettelijk Verdrag was de vrucht van gedetailleerde besprekingen in de Conventie. Het is het resultaat van een uitgebalanceerd compromis dat door alle staatshoofden en regeringsleiders ondertekend is, en door het Europees Parlement bekrachtigd is. Wat de inhoud betreft, blijft het grootste gedeelte van dat werk gelden. De innovaties die door het Grondwettelijk Verdrag worden ingevoerd, zijn nog steeds relevant en moeten in de praktijk worden vertaald. De communautaire methode moet beschermd worden, inclusief het initiatiefrecht van de Commissie. De één-pijlerstructuur vormt samen met één enkele rechtspersoonlijkheid een tastbaar instrument om de Unie beter in staat te stellen op te treden in een globaliserende wereld. De verbeteringen op het gebied van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid en een grotere rol voor het Europees Parlement mogen niet ter discussie worden gesteld.

Het Grondwettelijk Verdrag biedt ook een goed antwoord op de vraag op welke wijze de betrokkenheid van de nationale parlementen ingevuld dient te worden. Daarnaast zorgt het Verdrag voor een goed evenwicht tussen de rol van die nationale parlementen en het Europees Parlement.

De Commissie hecht ook nog steeds grote waarde aan het bindende karakter van het Handvest van de grondrechten en aan de ingrijpende innovatie van de beleidsmaatregelen zoals die in het Grondwettelijk Verdrag uiteen worden gezet.

Er mag geen sprake zijn van een verwatering van de interne markt. Wij zijn echter graag bereid om nieuwe ideeën voor ontwikkelingen op bepaalde beleidsgebieden te onderzoeken, als wij daardoor beter kunnen inspelen op nieuwe, belangrijke beleidsuitdagingen of daarmee bestaande maatregelen kunnen ondersteunen. Ik denk daarbij aan kwesties als duurzame ontwikkeling, migratie en energie.

De Commissie is het ermee eens dat het Europees Parlement nauw betrokken moet worden bij de komende Intergouvernementele Conferentie. Het niveau van die betrokkenheid moet minstens gelijk zijn aan dat van de vorige IGC. Wij moeten ons ook gezamenlijk, intensief blijven inspannen om de burgers en het maatschappelijke middenveld bij een effectieve dialoog te betrekken over de toekomst van Europa. Wij moeten onze burgers uitleggen wat er op het spel staat en waarom overeenstemming over een nieuw Verdrag noodzakelijk is. Wij moeten hun uitleggen dat de Unie in staat moet zijn de uitdagingen aan te gaan in een tijdperk waarin de globalisering centraal staat. Dat is zelfs nog belangrijker in de cruciale fase die straks met de besluiten van de Europese Raad zal worden ingeluid. Ik zie ernaar uit om in nauwe samenwerking met u dit doel te verwezenlijken.

(Applaus)

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Iñigo Méndez de Vigo, namens de PPE-DE-Fractie. - (ES) Mevrouw de Voorzitter, in een verhaal van Hemingway - The Old Man and the Sea - is de hoofdpersoon in een hevige strijd verwikkeld met een merlijn, die hij de haven wil binnenslepen. Het is een titanengevecht, maar wanneer hij eindelijk de haven heeft bereikt, is zijn prooi er niet meer: alleen het skelet van de vis is nog over. Dit, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, is wat dit Parlement niet met het Grondwettelijk Verdrag wil zien gebeuren.

Wij prijzen het Duitse voorzitterschap, omdat het een akkoord wil bereiken, maar we willen u duidelijk zeggen dat we weliswaar een akkoord willen, maar niet ongeacht welk akkoord. Daarom geven we in het verslag van de heren Barón Crespo en Brok aan wat voor ons de essentiële onderdelen van het Grondwettelijk Verdrag zijn, die in dat akkoord moeten worden opgenomen. Deze zijn in paragraaf 9 opgesomd.

We zeggen ook dat er naar iedereen moet worden geluisterd, en niet alleen naar degenen die minder Europa willen (want er zijn er die alleen maar minder Europa willen). Luistert u niet alleen naar hen, maar luistert u ook naar degenen die het Grondwettelijk Verdrag willen verbeteren. Er wordt immers alleen maar over kortingen gesproken, alsof de voorjaarsopruiming in de warenhuizen is begonnen.

Een Intergouvernementele Conferentie kan tot een verbetering van het Grondwettelijk Verdrag leiden, bijvoorbeeld door zaken op te nemen die vijf jaar geleden nog niet aan de orde waren, zoals klimaatverandering, energie of energiesolidariteit, of bijvoorbeeld door de taken vast te stellen van de coördinator voor terreurbestrijding, een zeer belangrijke kwestie nu ETA heeft aangekondigd dat het weer gaat moorden. Die aanvullingen zijn mogelijk, en wij sporen u, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, aan om daar werk van te maken.

Zoals de Voorzitter van het Parlement eerder heeft gezegd, willen wij u helpen. Wij willen dat het Europees Parlement betrokken wordt bij die Intergouvernementele Conferentie. Het spreekt vanzelf dat we niet uw plaats willen innemen, maar in paragraaf 12 van het verslag geven we aan hoe onze betrokkenheid eruit zou kunnen zien.

Tot slot, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, zal dit Parlement het resultaat van de Intergouvernementele Conferentie meten aan het Grondwettelijk Verdrag, zoals in paragraaf 11 wordt gezegd. We zullen niet aarzelen om dat resultaat van de Intergouvernementele Conferentie te verwerpen als het niet aan onze verwachtingen voldoet.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Jo Leinen, namens de PSE-Fractie. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, de heer Corbett zal later enkele meer specifieke opmerkingen maken over dit onderwerp. Ik wil de rapporteurs, de heren Barón Crespo en Brok, hartelijk danken omdat dit verslag volledig de koers volgt van het debat dat sinds twee jaar, na het tweevoudige “nee” wordt gevoerd. De boodschap van dit verslag is duidelijk. Inhoudelijk dient behouden te blijven wat er in de loop van de afgelopen drie jaar bij de onderhandelingen uit de bus is gekomen, wat is ondertekend en aanvaard - de inhoud van het Verdrag dus. Maar het staat buiten kijf dat de presentatie van dit Verdrag eventueel kan worden gewijzigd. Concreet betekent dit dat het Europees Parlement een miniverdrag van de hand wijst. Wij zijn er ook op tegen dat er slechts een institutioneel verdrag uit de bus komt, en dat er wordt onderhandeld over een skelet, over een steengroeve waar het een en ander uit wordt gehakt. Wij zeggen heel duidelijk: dit Parlement zal geen raadplegingsresultaat aanvaarden dat in vergelijking met de resultaten waarmee wij hebben ingestemd minder democratie, minder transparantie, minder efficiëntie en minder burgerrechten met zich mee zou brengen.

De ironie van het hele verhaal is dat de burgers, ook in Frankrijk, Nederland en in de andere landen, eigenlijk wel verandering willen. Uit de enquêtes van de eurobarometer blijkt dat de burgers meer democratie willen en meer slagvaardigheid. Zij willen ook de nieuwe Europese beleidsterreinen: energie, gezondheidszorg, civiele bescherming bij rampen en wederzijdse hulp in crisissituaties. Daarom is het onbegrijpelijk dat de regeringen nu iets schrappen wat de parlementen samen met de regeringen hebben uitgewerkt. Dat kan niet, en dat zullen wij ook niet accepteren.

Dit is ook een boodschap aan de Intergouvernementele Conferentie. U kunt niet alleen, zonder ruggespraak met dit Parlement, met onze medeafgevaardigden in de nationale parlementen en het publiek tot een resultaat komen dat fundamenteel afwijkt van het Verdrag dat wij de afgelopen vier jaar hebben uitgewerkt. Wij willen eerder een „Verdrag plus“ dan een „Verdrag min“. Hier is al gezegd dat de onderwerpen die nu al twee jaar lang worden besproken, op de agenda moeten komen. Daarover moeten wij praten.

Wij hebben het altijd over degenen die het Verdrag van de hand hebben gewezen. We moeten het ook hebben over degenen die er al mee hebben ingestemd. Het doel mag niet zijn koste wat het kost een resultaat te bereiken. Dat zullen wij niet toestaan. Het moet een instrument van hoge kwaliteit worden. Wij wensen het Duitse voorzitterschap veel succes daarmee.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrew Duff, namens de ALDE-Fractie. - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de ALDE-Fractie is een groot voorstander van het verslag-Brok/Barón Crespo en verwelkomt de duidelijke, sterke signalen die vanmiddag door de Raad en de Commissie zijn gegeven. Wij zullen met genoegen een ondersteunende rol spelen bij de Intergouvernementele Conferentie, die opnieuw op gerichte wijze zal moeten onderhandelen over het Grondwettelijk Verdrag en dit opnieuw moet inkleden, met als doel het aanzienlijk te verbeteren.

De heer Sarkozy zorgt voor een verfrissend pragmatisme in het Franse Europese beleid. Ik ga er vanuit dat de heer Brown dat ook voor het Verenigd Koninkrijk zal doen, zodra hij tot minister-president is benoemd. De publieke opinie verandert, zeker ook in Nederland en Polen, waar de mensen zich steeds meer bewust worden van het feit dat het niet in het belang van hun land is om van een Unie deel uit te maken die te zwak is om op te treden.

Tot slot zijn er volgens mij twee belangrijke conclusies te trekken uit deze denkpauze. De eerste conclusie is dat wij het democratisch gehalte binnen de Europese instellingen in Brussel en tussen de autoriteiten hier en op nationaal, regionaal en lokaal niveau moeten verbeteren. De tweede conclusie is dat wij verstandigere en flexibelere methoden moeten ontwikkelen voor de wijziging van het Verdrag. De landen die in de toekomst een dergelijk pakket verwerpen, krijgen dan bijvoorbeeld wel nog de mogelijkheid om een juridisch veto uit te spreken, maar beschikken niet meer over de morele en politieke autoriteit om de vooruitgang voor de andere lidstaten te blokkeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley, thar ceann an Ghrúpa UEN. A Uachtaráin, maidir le bunreacht nua a chruthú don Aontas Eorpach, tá sé an-thábhachtach go dtabharfar cluas éisteachta do shaoránaigh uilig an Aontais. Ní hiad muintir na Fraince agus na hÍsiltíre amháin atá buartha faoi bhunreacht an Aontais Eorpaigh - tá go leor tíortha eile buartha freisin. Bhí am againn machnamh a dhéanamh ar an mbunreacht le bliain anuas. Caithfidh ceannairí na mBallstát cinneadh a dhéanamh anois ar bhunreacht nua a bhunú ag an gcéad chruinniú eile den Chomhairle.

(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de beide ervaren rapporteurs, de heren Barón Crespo en Brok, gaarne bedanken voor het werk dat zij in dit initiatiefverslag hebben gestoken. Het verslag komt op een cruciaal moment, nu de leden van de Raad in zekere zin een duwtje in de rug nodig hebben. Dat duwtje is overigens niet nodig vanwege de dingen die het Parlement wenst met het oog op de toekomstige ontwikkeling van de Europese Unie, maar om te waarborgen dat de stemmen van de burgers van de Europese Unie op alle administratieve en operationele niveaus worden gehoord in de Europese Unie van de toekomst.

Het succes van de Europese Unie is in ieder geval te danken aan het unieke karakter van onze instellingen. De grondslag daarvan wordt immers gevormd door consensus, compromissen en gelijkwaardigheid en door de noodzaak om een zodanig evenwicht te handhaven dat er geen Europa met twee snelheden ontstaat, om kortom ervoor te zorgen dat het denkbeeld van Donald Rumsfeld over een oud en een nieuw Europa nooit werkelijkheid zal worden. In plaats daarvan hebben wij een Europa nodig dat samenwerkt, le chéile, op een manier waarvan alle burgers en volkeren profiteren.

De basis hiervoor dient in eerste plaats echter te worden gevormd door de tekst die wij al hebben. Laten wij daarbij eens goed kijken naar het unieke karakter van de Conventie die deze tekst heeft samengesteld. Wij moeten ervoor zorgen dat wij de kern van die tekst behouden maar tegelijkertijd de benodigde aanpassingen doorvoeren opdat alle lidstaten zich hierin kunnen vinden en de tekst kunnen ratificeren zonder dat iemand zich bedreigd voelt.

Vandaag is het onze taak om luid en duidelijk de boodschap uit te dragen dat het Parlement steun geeft aan die toekomstige ontwikkelingen van het Europees Verdrag die recht doen aan de nieuwe lidstaten en het evenwicht handhaven dat noodzakelijk is om het succesvol functioneren van een Europa van gelijkwaardige naties te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Voggenhuber, namens de Verts/ALE-Fractie. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijn fractie wenst dit verslag een grote en overtuigende meerderheid toe, en wij hopen dat het die ook krijgt. Wij danken de rapporteurs voor het voortreffelijke verslag.

Deze resolutie kan grote betekenis krijgen als dit Parlement erin slaagt om aan de regeringen de boodschap over te brengen dat het werkelijk bereid is zich op te werpen als verdediger van de Europese democratie, dat het werkelijk bereid is de verankering van de grondrechten te verdedigen, dat het werkelijk bereid is om de ontbinding van de pijlerstructuur en het behoud van de gekwalificeerde meerderheid in het Grondwettelijk Verdrag door te zetten, ook op het gevaar af „nee“ te moeten zeggen. Ik heb jarenlang in dit Parlement ultimatums horen uitspreken, grote gebaren zien maken en horen roepen dat wij op de barricaden zouden gaan en „nee“ zouden zeggen als bepaalde beslissingen niet zouden worden genomen overeenkomstig de verlangens van de burgers, maar ik heb niet één keer meegemaakt dat dit Parlement daadwerkelijk de barricaden op ging, „nee” zei of consequenties verbond aan een ultimatum. Als wij echter aan dit ultimatum geen consequenties verbinden, dan heeft dit Parlement de historische verantwoordelijkheid te dragen.

De regeringen zijn na een denkpauze van twee jaar - wie er in die tijd ook nagedacht moge hebben - met grote regelmaat de fout ingegaan. We kunnen welhaast van de zeven doodzonden van de regeringen spreken. De parlementen, ook het Europees Parlement, zijn inmiddels al lang uitgesloten van het grondwettelijk proces. Het publiek wordt erbuiten gehouden. Het grondwettelijk proces vindt nu achter gesloten deuren plaats. In veel lidstaten steekt het nationalisme steeds sterker en openlijker de kop op, zonder dat het werkelijk op weerstand stuit.

De discussie over de wijziging van het Verdrag staat ver af van de referenda in Frankrijk en Nederland, van de roep om meer democratie, om meer maatschappelijke verantwoordelijkheid voor Europa, om een antwoord op de globalisering en om meer slagvaardigheid. Alle eisen die vandaag op tafel liggen, hebben niets te maken met hetgeen de mensen wilden. Die eisen hebben echter wel heel veel te maken met hetgeen de regeringen al lange tijd en herhaaldelijk hebben geëist, ook in de Conventie: Ze willen hun eigen autoriteit behouden en de consensus tenietdoen die wij hun in de Conventie hebben afgedwongen. Nee, het gaat hier niet meer om de verdiensten van Europa, om meer maatschappelijke verantwoordelijkheid en meer democratie.

De regeringen maken misbruik van de uitslag van de referenda in Frankrijk en Nederland. Zij doen dat om minder Europa te scheppen, om hun Europa te scheppen, het intergouvernementele Europa en niet het sociale Europa. Dat mogen wij niet zomaar laten gebeuren. Deze Grondwet is een waarborg voor de Europese democratie en daarmee ook voor de oplossing van de maatschappelijke vraagstukken van de toekomst. Ik betwijfel of het centrale beginsel van de onderhandelingen, namelijk om geen referendum te houden, wel een deugdelijk concept is voor een oplossing. Wij zullen de vertrouwenscrisis in Europa niet overwinnen als we de burgers buiten spel laten. Dat lukt ons alleen als we de burgers voor ons winnen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Francis Wurtz , namens de GUE/NGL-Fractie. - (FR) Mevrouw de Voorzitter, in het verslag van onze collega’s Barón Crespo en Brok zijn in overweging H betreffende het Franse en Nederlandse “nee” tegen de ontwerp-Grondwet de volgende woorden te lezen: “Veel van de tot uitdrukking gebrachte bezwaren hadden betrekking op het kader en niet zozeer op de inhoud; en vraagstukken die in belangrijke mate bij het publiek leefden, zijn sindsdien opgelost”. Dat betekent dat men zich er wel heel gemakkelijk vanaf maakt. De conclusie uit een dergelijke diagnose ligt namelijk voor de hand en wordt al in de eerste alinea genoemd, en ik citeer: “herbevestigt zijn steun voor de inhoud van het Grondwettelijk Verdrag”.

In het verslag wordt weliswaar beweerd dat de in een aantal lidstaten ontstane problemen in aanmerking worden genomen, maar paragraaf 6 maakt duidelijk in hoeverre men tot concessies bereid zou zijn. Hierin wordt namelijk nogmaals bevestigd en ik citeer “dat het zich committeert aan de totstandkoming van een oplossing van het lopende constitutionele proces in de Europese Unie die is gebaseerd op de inhoud van het Grondwettelijk Verdrag, maar dan eventueel met een andere presentatie”. De gelijkenis van deze aanpak met die welke voorgestaan werd in een van de twaalf vragen die mevrouw Merkel vorige maand voorlegde aan de staatshoofden en regeringsleiders is frappant. Ter herinnering, en ik citeer: “Wat denkt u van het voorstel om de terminologie te veranderen zonder de inhoud te veranderen?”

Deze drie citaten uit het verslag van de heren Barón Crespo en Brok vatten perfect samen waarom mijn fractie niet kan instemmen met de tekst die ons wordt voorgelegd. Het is niet in het belang van Europa om de ogen te sluiten voor het feit dat onze medeburgers steeds meer bedenkingen hebben bij een wezenlijk deel van het acquis communautaire, namelijk bij een aantal implicaties van wat onze Verdragen een open markteconomie noemen waar de concurrentie geen grenzen kent.

Drie voorbeelden: op 22 mei jongstleden, tijdens het congres van het Europees Verbond van Vakverenigingen, heeft de president van de Europese Centrale Bank, de heer Trichet, dit in hoogst eigen persoon moeten vaststellen, toen zijn argument voor loonmatiging ten behoeve van concurrerende prijzen in een open economie unaniem van tafel werd geveegd. Enkele dagen daarvoor maakte commissaris McCreevy iets soortgelijks mee, in de Raad dit keer, waar steeds meer regeringsvertegenwoordigers verzochten de liberalisering van postdiensten uit te stellen nu de burger zich massaal tegen deze ontwerprichtlijn keert. En een paar dagen geleden kreeg commissaris Mandelson van tien brancheorganisaties, die uiterst kwetsbaar zijn voor de mondiale concurrentie, het verwijt te ijveren voor vrijhandel met, ik citeer, “onaanvaardbare gevolgen”.

Aan deze lawine van protest moest de Duitse minister van economie en financiën, de heer Steinbrück, waarschijnlijk denken toen hij onlangs sprak over, ik citeer: “een mogelijke legitimiteitscrisis van het Europese sociaal-economische model. Daarom is mijn fractie resoluut voorstander van, allereerst, een zeer open publiek debat over wat er moet veranderen in de koers en structuren van de Unie, en vervolgens van een ratificatie van het toekomstige Europese verdrag per referendum.

 
  
MPphoto
 
 

  Bastiaan Belder, namens de IND/DEM-Fractie. - Mevrouw de Voorzitter, het verslag van collega's Barón Crespo en Brok kenmerkt zich door een grote interne spanning en dubbelheid. Enerzijds erkennen de rapporteurs - zij het met de grootst mogelijke tegenzin - het feit dat de grondwet gewijzigd moet worden. Ik constateer daarom met tevredenheid dat zelfs het Europees Parlement van deze werkelijkheid doordrongen raakt.

Anderzijds stel ik met teleurstelling vast dat in paragraaf 6 - collega Wurtz zei het al - blijkt hoe groot, of beter gezegd hoe gering, hun echte bereidheid tot wijziging van de grondwet wel is: de inhoud van de grondwet mag niet gewijzigd worden, alleen de verpakking.

Ik geef direct toe dat het de leden van de Raad zijn (waaronder ook mijn eigen premier) die aanleiding geven tot de gedachte dat de cosmetische wijziging van de grondwet acceptabel zou zijn. Toch roep ik het Europees Parlement op zijn strategie te wijzigen. Vanuit de Raad komen immers steeds meer signalen dat er daadwerkelijk over de inhoud zal worden gesproken. Als het Europees Parlement echt een bijdrage wil leveren aan een succesvolle IGC, zoals de rapporteurs op meerdere plaatsen in hun verslag aangeven, moet het bereid zijn ook over de inhoud compromissen te sluiten, anders zal het Europees Parlement in de komende IGC slechts een rol in de marge blijven spelen. Dat is een scenario dat noch mijzelf noch de beide rapporteurs zal aanspreken.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch , namens de ITS-Fractie. - (FR) Veritas liberavit vos, zegt het evangelie volgens Johannes: de waarheid zal u vrij maken. Wat is deze waarheid? De waarheid is dat u een Europese superstaat wilt creëren, ondanks de ontkenningen van de heer Brok. Want een politieke organisatie met internationale rechtspersoonlijkheid, met een voorzitterschap dat geen roulerend voorzitterschap meer is, met een minister van Buitenlandse Zaken, met één munt, met oneindig uitgebreide bevoegdheden - bevoegdheden die niet langer meer worden toegekend per pijler - en met meerderheidsbesluiten binnen deze bevoegdheden: dat heet een Europese superstaat!

Ik begrijp maar al te goed, geachte collega’s, dat sommigen, en waarschijnlijk de meesten, van u het eens zijn met deze ontwikkeling. Maar in dat geval moet u zo oprecht en eerlijk zijn om dat tegen onze landgenoten te zeggen. Feit is echter, en dat hebben we net nog gehoord in de uiteenzetting van de heer Brok, dat u dit hardnekkig probeert te verdoezelen, en dat is in mijn ogen niet eerlijk en niet netjes. Als u binnen het raamwerk van een internationale organisatie wilt blijven, waarom neemt u dan geen genoegen met de bestaande Verdragen?

We hebben het Verdrag van Parijs gehad dat de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS) tot stand bracht. Daarna kwam het Verdrag van Rome waarmee Euratom en de Europese Economische Gemeenschap een feit werden. Toen kregen we te horen dat de uitvoerende organen van deze internationale organisaties moesten worden samengevoegd om ze meer macht te geven. We hebben ze samengevoegd! Nog later, in 1986, kregen we te horen dat de Europese Akte er moest komen, opdat Europa echt al zijn vruchten kon afwerpen en aan de verwachtingen kon voldoen. En dus kwam de Europese Akte er. Deze Europese Akte was amper aangenomen of we kregen te horen dat deze niet voldoende was, dat we het Verdrag van Maastricht nodig hadden waaruit melk en honing zou vloeien. En na Maastricht kwam Amsterdam. En na Amsterdam kwam Nice. U bent betrokken bij een proces dat tot doel heeft deze Europese superstaat te creëren. Het is in strijd met de geest van Europa, de ruimte die de vrijheid en onafhankelijkheid van naties heeft uitgevonden. Daarom zijn wij er fel tegen gekant.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI) . - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het woordje “nee” laat eigenlijk aan duidelijkheid niets te wensen over. De voortdurende weigering om de politieke realiteit die met de verwerping van de Grondwet is ontstaan, te accepteren, komt tot uiting in paragraaf 3 van dit verslag, waarin nota genomen wordt van de punten van zorg zoals die door de bevolking van Frankrijk en Nederland tot uitdrukking zijn gebracht. Frankrijk en Nederland hebben echter geen punten van zorg tot uitdrukking gebracht: zij hebben de Grondwet verworpen. De weigering om die realiteit te erkennen, is er de oorzaak van dat de EU de afgelopen twee jaar in het slop zat.

Door dit verslag zal geen enkele vooruitgang worden geboekt, omdat hierin nog steeds vastgehouden wordt aan alle aspecten die verworpen zijn, namelijk het mechanisme voor een soevereine staatsvorm van de EU en een verdere aantasting van de nationale bevoegdheden en veto’s. Juist degenen die niet kunnen accepteren dat de Grondwet schipbreuk heeft geleden, brengen een Europa van twee snelheden dichterbij. Als zij dat willen, mogen zij wat mij betreft hun gang gaan, als ze de landen die willen vasthouden aan echte nationale controle en macht maar met rust laten. Laat ons als compensatie een deel van die concrete nationale bevoegdheden zelfs weer terughalen uit Brussel. Dan kunnen degenen die meer Europa willen, dat krijgen, net zo goed als degenen die minder Europa willen, dat ook kunnen krijgen. Het is echter ondenkbaar dat u een Grondwet aan ons op kunt dringen die al verworpen is, hoe fraai u de komende versie ook opnieuw moge verpakken of vermommen.

 
  
MPphoto
 
 

  Panayiotis Demetriou (PPE-DE). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de heren Brok en Crespo van harte gelukwensen. Zij zijn erin geslaagd om in hun verslag de droom met de realiteit te verzoenen.

De droom is het behoud van de fundamentele onderdelen van het Grondwettelijk Verdrag. De realiteit is dat wij door middel van dialoog en onderhandelingen moeten zien te komen tot een nieuw compromis. Dat compromis moet er echter voor zorgen dat de beginselen en waarden worden behouden waarop wij ons in de Conventie voor de toekomst van Europa hebben gebaseerd om het Grondwettelijk Verdrag te creëren.

Terecht hebt u onderstreept dat de mensenrechten niet afwezig mogen zijn in deze tekst, in ongeacht welke tekst. Wat dat betreft, en wat de andere door u genoemde zaken betreft, hebt u gelijk.

Dit Parlement, geachte collega’s, moet het voortouw nemen in de inspanningen voor een oplossing en een uitweg zien te vinden uit de constitutionele crisis waar de Europese Unie mee te kampen heeft. De Europese Unie mag niet doorgaan in deze slakkengang. De uitdagingen van de globalisering zijn zo groot dat, als zij niet heel binnenkort de juiste stappen vooruit zet, zij de rol die haar op grond van onze beginselen en waarden toekomt, niet zal kunnen spelen.

Geachte collega’s, wij hebben het over een compromis, en als wij het over een compromis hebben, moeten wij beseffen dat wij evenwichtig en realistisch moeten zijn. Het mag niet zo zijn dat de achttien landen, plus de vier landen die van plan zijn het Grondwettelijk Verdrag in zijn huidige vorm te ratificeren, bereid zijn een compromis te sluiten, en de andere landen, en de burgers van die landen, ten aanzien van bepaalde punten, waar zij hun argumenten op stutten, spreken over een strijd tot het bittere einde. Wij moeten eerlijk zijn; wij moeten rechtvaardig zijn. Dat geldt voor iedereen, zowel voor degenen die het Grondwettelijk Verdrag hebben goedgekeurd als voor degenen die enigszins sceptisch zijn.

Tot slot geloof ik, mevrouw de Voorzitter, dat de Europese Unie niet zo door kan gaan. Zij moet het voortouw nemen, haar burgers een toekomst geven, en deze Unie een toekomst geven, opdat zij vooruit kan.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE) . - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de heer Allister heeft zojuist gezegd dat het woord “nee” aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Het woord “ja” is echter net zo duidelijk. Wij bevinden ons in een situatie waarin een grote meerderheid van de lidstaten “ja” heeft gezegd. Twee hebben er “nee” gezegd en een aantal heeft een paar twijfels, maar alle zevenentwintig landen hebben afgesproken een proces in gang te zetten om die kloof te overbruggen, om een oplossing te vinden waardoor alle zevenentwintig lidstaten tot ratificatie over kunnen gaan. In dit verslag wordt dat streven bekrachtigd, en derhalve kan mijn fractie dit aanbevelen en steunen. Wij vinden het een goede zaak dat getracht wordt om die kloof te overbruggen en een oplossing te zoeken die ratificatie door alle zevenentwintig lidstaten mogelijk maakt.

Dit door de burgers van de Europese Unie gekozen Parlement heeft het Grondwettelijk Verdrag goedgekeurd door twee jaar geleden met een overweldigende meerderheid het verslag van de heer Méndez de Vigo en mijzelf aan te nemen. Het is dus heel vanzelfsprekend dat wij ons aansluiten bij de tweeëntwintig lidstaten die de tekst zoveel mogelijk intact willen houden. Ik vind dat niet meer dan logisch. Dit Parlement geeft de voorkeur aan een gewijzigde vorm van het Verdrag zonder dat de inhoud wordt opgeofferd. Het Parlement doet liever afstand van de symbolen dan van de inhoud. Dat is duidelijk en dat zal ongetwijfeld ook deel uitmaken van de oplossing, maar dat is zeer waarschijnlijk niet afdoende. In sommige gevallen zal ook de inhoud van de Grondwet aangepakt moeten worden met het oog op eventuele verbeteringen, uitbreidingen of herzieningen. Het is echter essentieel dat wij ernaar streven om de praktische hervormingen in het Grondwettelijk Verdrag te behouden. Het gaat om een pakket van zeer praktische hervormingen waardoor de EU in staat zal worden gesteld om ook na toekomstige uitbreidingen goed te blijven functioneren en om haar democratische verantwoordingsplicht te verbeteren. Die hervormingen zijn essentieel en mogen niet verloren gaan. Het Grondwettelijk Verdrag bevat een dergelijk hervormingspakket. Wij moeten alles in het werk stellen om zoveel mogelijk van die hervormingen te behouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Anneli Jäätteenmäki (ALDE). - (FI) Mevrouw de Voorzitter, ik wens bondskanselier Angela Merkel succes bij haar pogingen om een gemeenschappelijk standpunt te bewerkstelligen met betrekking tot het Grondwettelijk Verdrag en het actieplan van de Europese Unie. Daarvoor zijn dromen nodig, maar je moet ook realistisch zijn. Als er iemand is die in dit werk kan slagen, dan is het volgens mij Angela Merkel wel.

Ik hoop dat zij als leiddraad neemt wat zij zelf voorstelde toen met het werk voor de Verklaring van Berlijn werd begonnen. Toen hoopte en eiste zij dat de Verklaring van Berlijn een document werd dat elke Europeaan zou kunnen en willen lezen. De Grondwet moet ook zo worden. Daarom had ik gehoopt dat de voorbereiding in zowel de lidstaten als op communautair niveau in alle openheid zou plaatsvinden. De Europese Unie verdient geen Grondwet en kan en zal ook geen Grondwet krijgen, als deze niet openlijk wordt voorbereid. Dit mag niet achter de rug van de burger om geschieden.

Verduidelijking en vereenvoudiging van de Verdragen: dat was een van de belangrijkste doelstellingen die op de Europese Raad van Nice in 2000 voor de herziening van de Verdragen werden vastgesteld. Wij moeten nu durven erkennen dat de tekst niet duidelijk is: het is een vaag en verwarrend pakket, en zelfs wanneer je het zorgvuldig leest, wordt het niet helemaal duidelijk.

Mijnheer de Voorzitter, het zou ook interessant zijn te weten hoeveel leden van het Europees Parlement, of leden van de nationale parlementen, de hele tekst van het Grondwettelijk Verdrag hebben gelezen, met al zijn regels voor de werking van de Europese Unie, haar beleid, haar bevoegdheden en besluitvorming. Ik denk dat slechts een klein deel van de leden van dit Parlement het heeft gelezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, zoals de zaken er nu voor staan, is het slagen van de hervorming van de Europese Unie afhankelijk van de flexibiliteit van alle partijen die deelnemen aan het onderhandelingsproces. In dat licht zou ik erop willen wijzen dat het hier voorgestelde standpunt bijzonder hard en onbuigzaam is. Aangezien het Europees Parlement volgens een logica handelt die geen ruimte laat voor compromissen, is het medeverantwoordelijk voor het mislukken van de herziening van het Verdrag.

In plaats van de voorwaarden te verscherpen, moeten we vandaag blijk geven van goede wil tegenover de landen die vraagtekens geplaatst hebben bij de vorige tekst van het Verdrag. Als we deze hervorming tot een goed einde willen brengen, moeten Nederland, Polen, de Republiek Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk een nieuw voorstel krijgen, evenals een flexibeler onderhandelingsmandaat op de Intergouvernementele Conferentie betreffende de externe vertegenwoordiging van de Unie, de bevoegdheidsverdeling en het stemsysteem in de Raad. Het uitoefenen van druk om dit debat tegen te houden, zal er enkel en alleen toe leiden dat er nog meer tijd verloren gaat.

Ook ik heb plezier beleefd aan het boek van Hemingway, waar de heer Méndez de Vigo daarnet naar verwezen heeft, maar ik heb het wel op een heel andere manier geïnterpreteerd. Wanneer de oude held van Hemingway een kleinere, middelgrote vis had gekozen, zou hij ongedeerd de haven hebben bereikt en meer dan voldoende te eten hebben gehad. Zijn personage koos in plaats daarvan voor een veel te grote vis, moest met lege handen naar de haven terugkeren en kwam zelfs bijna om het leven. Ik zou de Europese Unie gelijkaardige ervaringen willen besparen en daarom zal ik dit verslag niet steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernat Joan i Marí (Verts/ALE) . - (EN) Mevrouw de Voorzitter, wij moeten Europa op politiek vlak versterken. Dat is een van de belangrijkste taken van het Europees Parlement.

Voor de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie betekent “meer” Europa een grotere vrijheid voor statenloze naties, constitutionele regionen en nationale minderheden. Europa is het belangrijkste terrein waarop wij samen kunnen werken en samen kunnen leven. Dat is de reden waarom wij voor het Europa van de toekomst niet alleen een Verdrag nodig hebben, maar ook een Grondwet. Wij moeten dan ook steun geven aan de hervorming van het Verdrag, opdat wij Europa sterker kunnen maken en het concept van een Europees burgerschap tot een gemeenschappelijke doelstelling voor alle Europeanen kunnen laten uitgroeien. Daarom dient Europa in de toekomst met één enkele stem te spreken over belangrijke onderwerpen als immigratie, veiligheid, klimaatverandering en werkgelegenheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Esko Seppänen (GUE/NGL). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, met dit initiatiefverslag van de bevoegde commissie neemt het Europees Parlement een standpunt in ten aanzien van een zaak die niet onder zijn bevoegdheid valt, noch wat de inhoud betreft noch wat het eindresultaat betreft. Het verslag is daarom europropaganda voor een Grondwet waarover de politieke elite van mening verschilt met het volk. Volgens een enquête in de hele Europese Unie wil 75 procent van de EU-burgers een referendum over de Grondwet. Daarin zouden de inwoners van elf oude lidstaten de Grondwet afwijzen.

Mijn eigen land Finland heeft het dode Grondwettelijk Verdrag geratificeerd en heeft dat gedaan tegen de wil van de bevolking in. Volgens een nieuwe enquête, die onze fractie in Finland heeft gehouden, zijn de Finnen in het hele land, in alle leeftijdsgroepen, alle beroepen en alle partijen, tegen de toekomstige Grondwet. Het Europees Parlement schaart zich achter de Grondwet tegen de zin van de inwoners van veel landen. Dat zorgt niet voor een verbetering van de legitimiteit van het Europees Parlement of de legitimiteit van de Grondwet in de lidstaten. Men moet de burgers durven raadplegen.

In de geheime lijst van twaalf vragen die het Duitse voorzitterschap aan de lidstaten heeft gestuurd, is het spel duidelijk: de terminologie wordt gewijzigd, maar de inhoud blijft gelijk. Op die manier is de nieuwe ontwerp-Grondwet slechts een goocheltruc.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Železný (IND/DEM). - (CS) Geachte Voorzitter, we hebben hier een verslag voor ons liggen waarin wordt getracht een lijk weer tot leven te wekken. Ik heb het over het stoffelijk overschot van de door het Franse volk omgebrachte en met het volste genoegen door het Nederlandse volk begraven Grondwet.

Het punt is echter dat de Euro-elite dit blote feit maar niet onder ogen wil zien en daarom een proces in gang heeft gezet dat tot doel heeft het besluitvormingsproces te verlossen van dat ene problematische onderdeeltje erin, namelijk het volk in de lidstaten. Dit principe werd als zodanig verwoord in een geheime, door het Duitse voorzitterschap aan de regeringen van de lidstaten toegestuurd vragenlijst. Op een bepaald punt wordt daarin onomwonden gevraagd: “Wat zou u ervan vinden om een verdrag te tekenen dat dezelfde inhoud en dezelfde juridische bindendheid heeft als de Grondwet, maar met een andere naam?” Bonter kan het niet! En om ervoor te zorgen dat het allemaal wat minder confronterend klinkt, doen we er een scheutje klimatologische gealarmeerdheid doorheen, en stoppen we de al te halsstarrigen wat lekkers toe, namelijk een geprivilegieerde solidariteit op energiegebied, zodat die mensen het thuisfront met veel misbaar kunnen meedelen dat ze, in ruil daarvoor, ik weet niet wat binnen hebben gehaald. En om het helemaal compleet te maken, nemen we de kleine landen hun vetorecht af en zorgen voor een nieuwe meerderheid voor de grote landen, en plakken we er een dusdanige naam op dat we geen referendum hoeven te houden.

De auteurs van het verslag vergeten maar al te graag dat Duitsland tot op heden de Grondwet nog niet heeft geratificeerd, omdat daar nog de handtekening van de president voor nodig is. Eveneens vergeten ze maar al te graag dat de Grondwet slechts is goedgekeurd door zestien van de zevenentwintig landen, die samen slechts goed zijn voor 37 procent van de EU-bevolking. Ook sluiten ze maar al te graag hun ogen voor het feit dat de periode van twee jaar, waarin tenminste 80 procent van de landen de Grondwet had moeten ratificeren om het proces te mogen voortzetten, verstreken is. En wat ze liever helemaal niet zien, is dat dankzij dit feit de landen die deze Grondwet kregen opgedrongen als onderdeel van de toetredingsverdragen, er nu niet meer aan gehouden zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Corien Wortmann-Kool (PPE-DE). - Voorzitter, ik wil graag eerst de rapporteurs danken voor hun inspanning.

Het verslag is een verslag met twee gezichten. Het komt sterk op voor de kernelementen van het Grondwettelijk Verdrag, maar het geeft ook rekenschap van de ontwikkelingen in de afgelopen jaren, al zou dat misschien wel wat ruimhartiger hebben gekund. Er leeft immers kritiek onder onze burgers op het functioneren van Europa en dat is niet alleen in Nederland en Frankrijk het geval. Het is heel belangrijk dat ook dit Parlement zich rekenschap geeft van die kritiek. Maar gelukkig groeit er nu in Europa een breed draagvlak voor de idee dat het anders moet. Geen grondwet meer.

Het verslag kan rekenen op onze steun, al hebben we problemen met enkele passages. Wij steunen het verslag omdat het opkomt voor de hoofdpunten van het Constitutioneel Verdrag. Maar dit verslag zet ook - al wordt dat hier door sommige collega's ontkend - de deur open voor veranderingen: het verhelderen van het begrip subsidiariteit, geen grondwettelijke trekken, geen Europese staat en, met betrekking tot een aantal problemen van deze tijd, meer ambitie op Europees niveau, alsook de participatie van de burger en de rol van de nationale parlementen. Die rol moet echter wel in een goede balans gebracht worden met respect voor de rol van dit Parlement.

Een Europa alleen op onze eigen voorwaarden bestaat niet. We moeten er samen uitkomen en onder leiding van een vrouw moet dat lukken. Ik wens Angela Merkel, maar ook onze eigen Hans-Gert Poettering en Commissievoorzitter Barosso veel succes, en wij allen moeten hen steunen om dit tot een goede oplossing te brengen.

 
  
  

VOORZITTER: DE HEER POETTERING
Voorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het verslag van de heren Brok en Barón Crespo is een uitstekend document dat onze volledige steun verdient. Ik sta volkomen achter de tekst en zal dus voor het verslag stemmen. Het Europees Parlement maakt met dit verslag duidelijk dat het een Europese Unie wil zoals beschreven in paragraaf 9 van het document: een efficiëntere Unie die beter functioneert en die bekommerd is om de rechten van haar burgers.

Wij geven een duidelijk signaal aan de Intergouvernementele Conferentie. We bevestigen enerzijds dat we steun verlenen aan de achttien landen die het Verdrag al geratificeerd hebben en aan hun kant staan, maar erkennen anderzijds dat er veranderingen noodzakelijk zijn, als onontbeerlijke voorwaarde voor de ratificatie van het Verdrag door de andere landen. Ook daarvoor staan we open. Deze wijzigingen zijn in grote lijnen weergegeven in paragraaf 12 van de resolutie. Het doet me veel plezier vast te stellen dat er in deze paragraaf eveneens een verwijzing is opgenomen naar solidariteit in het energiebeleid, een aspect dat van cruciaal belang is voor mijn land.

Paragraaf 5 van het verslag verwijst naar de politieke verantwoordelijkheid van de lidstaten, die het Verdrag hebben ondertekend. Ik zou hieraan willen toevoegen dat deze landen ook een juridische verantwoordelijkheid hebben krachtens het internationale recht, in het bijzonder krachtens het Verdrag van Wenen inzake verdragsrecht. Mijn land, Polen, heeft de Europese Grondwet nog niet geratificeerd, maar een grote meerderheid van de Polen steunt Europa. De Poolse samenleving is een van de meest pro-Europese samenlevingen ooit. Als u het mij vraagt, moet het motto van het Duitse voorzitterschap, namelijk dat we samen aan Europa moeten bouwen, zich in de eerste plaats tot de regeringen richten, en niet tot de Europese burgers, want zij zijn daar al lang rotsvast van overtuigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Borghezio (UEN). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, dit is een verslag dat koppig doorgaat met een mond-op-mondbeademing om een Grondwet in leven te houden die door de volkeren is afgewezen en sedertdien overeind wordt gehouden door grote voorvechters van het federalisme. Een daarvan is de Italiaanse premier Prodi, die niet wil dat het noorden van Italië, Padanië, een interne vorm van federalisme krijgt, een fiscaal federalisme om zich te bevrijden van het diefachtige Rome.

Het onderhavige verslag ontwijkt het thema van de criteria die moeten worden toegepast om de uitbreiding te beperken, terwijl dit juist een hot item is in het politieke debat in Europa, zoals premier Balkenende terecht heeft opgemerkt. In plaats van al dat juridische kunst- en vliegwerk toe te passen, zou Europa zich moeten concentreren op de concrete problemen en al zijn energie moeten richten op de bescherming van het productiewezen en de werkgelegenheid. Europa moet met feiten komen en niet met mistige bureaucratische verhalen, zoals de heer Mandelson heeft gedaan als reactie op de heftige, en terechte, kritiek van de Europese industrie. Onze industrie vraagt om beschermd te worden tegen de stopzetting van de antidumpingsmaatregelen die de ultraliberale commissaris voor handel met ingang van dit jaar erdoor heeft doorgedrukt.

Onze werkgelegenheid en het bedrijfsleven zijn de dupe van dat soort verkeerde keuzen. Het huidige besluit van de Europese Centrale Bank om het disconto te verhogen, doet daar nog een schepje bovenop. Het beleid van het Europa van Brussel is verkeerd, omdat het remmend werkt op de vooruitgang, de werkgelegenheid en de welvaart in Europa en dus geen raakvlakken heeft met de diepere gevoelens en meningen van de Europese burgers. Maar uiteindelijk zijn het de burgers die de belastingen betalen om Brussel te kunnen onderhouden!

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvia-Yvonne Kaufmann (GUE/NGL). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het voorzitterschap moet op de top de kwadratuur van de cirkel voor elkaar zien te krijgen. Omdat de Europese eenwording inderdaad alleen kan slagen als alle lidstaten meewerken, kan naar mijn mening de constitutionele crisis alleen worden opgelost als de aanstaande Intergouvernementele Conferentie een mandaat krijgt met duidelijke voorwaarden en een duidelijk tijdschema.

Uitgangspunt van de onderhandelingen kan alleen de bestaande tekst van het Grondwettelijk Verdrag zijn. Deze is ondertekend door alle zevenentwintig staatshoofden en regeringsleiders. Tweederde van alle lidstaten, die een meerderheid van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen, hebben het Verdrag geratificeerd, overeenkomstig de eisen van hun eigen grondwet. Mijn uitdrukkelijke steun gaat uit naar paragraf 11 van het verslag, waarin elk resultaat van de onderhandelingen van de hand wordt gewezen dat, in vergelijking met het Grondwettelijk Verdrag, zou leiden tot een aantasting van de bescherming van de grondrechten van burgers, alsmede tot minder democratie, transparantie en doelmatigheid. Dat geldt vooral voor iedere uitholling van de welvaartsstaat. De horizontale sociale bepaling in deel III van het Grondwettelijk Verdrag mag bijvoorbeeld in geen geval worden geschrapt. Dit geldt eveneens voor de waarden in artikel 1, lid 2, waarin de Unie wordt gedefinieerd als waardengemeenschap. Het is goed dat ons Parlement aan iedereen een rode kaart uitdeelt die zich onder de dekmantel van het “nee” in Frankrijk en Nederland in zijn eigen nationale soevereiniteit wil verschansen.

Er moet een einde worden gemaakt aan de volslagen bespottelijke schijngevechten tegen de symbolen van de Europese eenwording. De mensen in Europa willen geen geruzie over een vlag of een hymne, maar willen moedige oplossingen die tot vooruitgang leiden. Daarom moet er een „Grondwet Plus-oplossing“ komen, vooral ter versterking van het Europees sociaal model.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Dank u zeer, mevrouw Kaufmann. Ik wil hier even kort op inhaken. Toen ik vorige week een bezoek aflegde aan de Knesset, werd ik onthaald met het Europese volkslied en het optreden van een muziekkapel. We zouden tegen de achtergrond van alle onopgeloste vraagstukken eens moeten overwegen of we dat ook hier in het Europees Parlement kunnen doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Witold Tomczak (IND/DEM). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de voorstanders van de Europese Grondwet stellen alles in het werk om de Europese Gemeenschap en de Europese Unie om te vormen tot een continentale superstaat. Dat is het voornaamste knelpunt met betrekking tot de Europese Grondwet. Een dergelijke aanpak staat volkomen haaks op de belangen van de Europese naties. Ondanks de talrijke democratische verklaringen die zijn afgelegd, is dit document synoniem met een eerste stap op het gevaarlijke pad richting totalitarisme op ons continent.

De stapsgewijze eliminatie van de politieke functies van de hedendaagse nationale structuren is een zeer zorgwekkende ontwikkeling. De overdracht van de politieke functies van nationale staten naar supranationale structuren zal een nadelige invloed hebben op het culturele erfgoed van de afzonderlijke naties. Op langere termijn zal deze evolutie er zelfs toe leiden dat de soevereine naties verdwijnen. Er moet bijgevolg dringend een einde worden gemaakt aan de zelfdestructieve plannen van de bouw van een Europese superstaat. De Europese Grondwet en alle mogelijke alternatieven moeten verworpen worden. De vrije naties van Europa hebben geen behoefte aan een Grondwet om te kunnen samenwerken.

Er moet onmiddellijk een debat op gang gebracht worden over hoe de rechten van de naties in de hedendaagse wereld kunnen worden gegarandeerd, met name in Europa. Het is typisch dat de pleitbezorgers van de Europese Grondwet de term soevereiniteit nooit in de mond nemen, alsof ze er panisch bang van zijn. Ze zijn in ruil daarvoor zo gul om ons het recht op een eigen identiteit te gunnen, maar dat is een recht dat zelfs in onvrijheid kan worden behouden. De Europese Grondwet is een regelrechte aanval op de soevereiniteit. Deze Grondwet vormt een bedreiging voor de soevereiniteit van de nationale staten, voor hun vrijheid en hun recht op zelfbeschikking. Ik zou dit Parlement willen vragen dat het de naties niet de mogelijkheid ontneemt om in vrijheid te leven. De Europese naties willen hun soevereine staten behouden!

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Assunção Esteves (PPE-DE). - (PT) De Europese Unie moet bij de volgende Intergouvernementele Conferentie besluiten hoe haar toekomst eruit moet zien en wat ze van nu wil zijn. De Verlichting heeft ons hier in Europa geleerd dat de menselijke waardigheid de doorslag moet geven. Ze heeft ons voor het concretiseren van deze waarde tevens een methode aan de hand gedaan - een vereniging van volkeren.

Kant heeft in de achttiende eeuw al vastgelegd wat de vereisten voor een permanente vrede waren. Hij stelde dat de interne grondwetten van staten niet aan hun opdracht konden voldoen zonder een adequaat extern kader. Zo is de moderne tijd geboren: op basis van een op mensen gericht beleid, met flexibele instellingen die macht als een instrument voor het bewerkstellingen van gerechtigheid gebruiken.

Om de moderne tijd die Europa heeft ingeluid te concretiseren zullen we nu een aantal zaken moeten realiseren, waaronder ook een Grondwet voor Europa. Als we gerechtigheid willen bewerkstelligen zullen we een methode moeten vinden om de politieke macht te verdelen. Een Grondwet is dan de enige mogelijkheid. Alleen een dergelijk tekst kan dienen als basis voor een grootschalige democratie, met meer macht voor het Parlement, een beter evenwicht tussen het centrum en de lidstaten, een Handvest van grondrechten, een netwerk voor het bedrijven van politiek en regels voor de besluitvorming die zodanig zijn vormgegeven dat een vrij en humanitair Europa op een doeltreffende wijze kan worden bestuurd.

De wereld stelt ons telkens weer voor nieuwe realiteiten. De politieke elites hebben de plicht om nieuwe paradigma's te ontwerpen en regels op te stellen voor nieuwe bestaanswijzen. De heren Barón Crespo en Brok hebben het nodige ondernomen om een consensus te bereiken. Ik betreur het echter wel dat men de symbolen voor Europa niet op hun waarde weet te schatten. Bij de burgers bestaat geen enkele vrees die zulks rechtvaardigt. Bepaalde radicale politieke stromingen hebben spookbeelden opgeroepen, en dat heeft ertoe geleid dat men de waarde van zulke symbolen ontkent. Europa maakt nu echter een belangrijke gedaantewijziging door en de symboliek daarvan moet ook tot uitdrukking kunnen komen. Paul Valéry heeft ooit gezegd dat Europa pas tot stand zal worden gebracht als het met ondergang bedreigd wordt.

Misschien kunnen wij daar iets anders tegenover stellen: dat Europa tot stand komt als gevolg van een beredeneerde en morele wilsuiting. Eén ding staat hoe dan ook vast: in deze Odyssee kunnen we met halve maatregelen geen genoegen nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Carnero González (PSE). - (ES) Wij zullen niet moe worden te herhalen dat de Europese Grondwet niet het probleem, maar de oplossing is.

Ik denk dat degenen die aan de Conventie hebben deelgenomen, kunnen bevestigen dat de Grondwet die we daar hebben opgesteld echt de best mogelijke oplossing is, om ten minste drie redenen: vanwege de consensus die daar is bereikt, vanwege de belangrijke stappen vooruit die de Grondwet bevat, en omdat we met die Grondwet de politieke unie kunnen verwezenlijken.

Het gaat er nu om - en dat is ook het doel van het verslag van de heren Barón Crespo en Brok - dat we de Grondwet redden. Wij mogen de Grondwet niet door elkaar te husselen, er een rommeltje van maken, of er een “cosa”, een “ding” van maken, zoals het in de Italiaanse politiek heet. We hebben een Grondwet nodig, niet een ondefinieerbare “cosa”.

En daarvoor moeten we denk ik drie aspecten goed in gedachten houden. In de eerste plaats de boodschap. Kijk, ik ben er niet voor om het woord “Grondwet” te schrappen. Ik ben er niet voor om de symbolen te schrappen. Ik ben er ook niet voor om de Grondwet een andere vorm te geven en daardoor onbegrijpelijk te maken. Maar goed, als er niets anders opzit, laten we dan in ieder geval de inhoud redden. Een inhoud die twee zaken bevat die te vaak worden vergeten: de uitbreiding van de medebeslissing en het Handvest van de grondrechten.

En als wij naar de procedure kijken, beseffen we dan als Parlement wel dat we het over een proces hebben dat omgeven is met geheimzinnigheid, dat te veel een intergouvernementele aangelegenheid is? Wij mogen het hier dan hebben over wat wij willen, maar vaak weten we niet waar zij het over hebben.

Ik denk dat het Europees Parlement tegen de regeringen duidelijk moet zeggen wat er in dit verslag staat, maar wij moeten hetzelfde tegen de nationale parlementen zeggen.

Als wij het resultaat van de Intergouvernementele Conferentie afwijzen, zullen we die nationale parlementen vragen hetzelfde te doen.

Laten we consequent zijn, in ieder geval deze keer.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Karatzaferis (IND/DEM). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, weet u wat Europa het hardst nodig heeft? Licht, meer licht! Wij laten schaduwplekken bestaan in onze besluiten, onze methoden en in ons antwoord op de vraag wat wij uiteindelijk willen bereiken. Meer nog dan licht hebben wij echter behoefte aan democratie, aan volksheerschappij. Wij richten ons niet tot het volk. Noch de arbeider in Polen, noch de boer in Griekenland, noch de dokter in België weet wat er aan de hand is met deze Grondwet. Wij hebben volksheerschappij nodig. U moet niet bang zijn voor het volk. Wij moeten ons tot het volk richten en vragen wat zijn mening is. Iedereen moet zijn mening kunnen geven, door middel van een algemeen referendum op dezelfde dag. Wij besluiten voor het volk. Het mag niet zo zijn dat zevenentwintig leiders - die er morgen misschien niet meer zijn - beslissen over het lot dat de Europese volkeren gedurende de komende eeuwen beschoren zal zijn.

Ik kom uit de stad waar de democratie werd geboren, uit Athene. Daar bevindt zich de Pnyka, waar de besluiten werden genomen. Als iemand het volk negeerde, werd hij verbannen. Als wij niet opgewassen blijken te zijn tegen hetgeen de Europese volkeren van ons verwachten inzake democratie en rechtvaardigheid, zullen zij ons op een goede dag allemaal verbannen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gunnar Hökmark (PPE-DE) . - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb drie opmerkingen. In de eerste plaats is het belangrijk dat wij niet toestaan dat de problemen met het nieuwe Verdrag de ontwikkelingen in de Europese Unie en onze prestaties in het verleden overschaduwen. In zekere zin vormen die prestaties de beste argumenten voor een nieuw Verdrag. Zij geven ons nieuwe verantwoordelijkheden en onderstrepen de noodzaak voor nieuwe bevoegdheden om besluiten te kunnen nemen. Indien de Europese Unie een mislukking zou zijn, zou niemand zich tot ons gewend hebben in verband met de klimaatverandering of om een bijdrage te leveren aan de stabiliteit in het Balkangebied.

In de tweede plaats moeten wij ervoor zorgen dat het nieuwe Verdrag gebaseerd is op politieke uitdagingen en niet op uiteenlopende politieke symbolen. Wij moeten in staat zijn om nieuwe leden op te nemen en een duidelijke, democratische controle en verantwoordingsplicht uit te oefenen met betrekking tot alle gemeenschappelijke besluiten die wij nemen. Wij moeten de mogelijkheid hebben om alle noodzakelijke besluiten te nemen, om criminaliteit te bestrijden, om berekend te zijn op de beleidsmatige uitdagingen op milieu- en energiegebied en om de benodigde stabiliteit in onze regio en in andere delen van de wereld te waarborgen.

In de derde plaats moeten wij erkennen en waarborgen dat het belangrijker is om over een gemeenschappelijk buitenlands beleid te beschikken dan over een gemeenschappelijke minister van Buitenlandse Zaken. Het is belangrijker dat wij cruciale besluiten kunnen nemen dan dat er een gekozen voorzitter van de Europese Raad komt. Het is belangrijker dat wij ervoor zorgen dat wij besluiten kunnen nemen op alle gebieden waar wij vandaag de dag met uitdagingen worden geconfronteerd. Dat is belangrijker dan symbolen. Wij hebben een Verdrag nodig, maar dat hoeft niet per se het Verdrag te zijn dat nu onderwerp van discussie is.

 
  
MPphoto
 
 

  Pervenche Berès (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat als het Parlement zich in dit stadium nuttig wil maken, het op moet komen voor het Handvest van de grondrechten, want ik denk dat dit Handvest er bekaaid af zal komen bij de onderhandelingen tussen de staatshoofden en regeringsleiders. Ik denk ook dat het verslag dat aan ons is voorgelegd door onze collega’s Enrique Barón Crespo en Elmar Brok in de paragrafen 12 en 17 een toekomstperspectief schetst dat we verder moeten vervolgen. Deze paragrafen stellen dat de verwachtingen van onze medeburgers betrekking hebben op wezenlijke zaken en niet op institutionele kwesties. Paragraaf 17 roept de Commissie op om de tekst die momenteel op tafel ligt op een aantal punten te moderniseren, rekening houdende met deze verwachtingen. Dat is wat er op het spel staat.

Het is zaak de conclusies van de Europese Raad van 8 maart jongstleden te vertalen in ons beleid, zodat de Unie kan functioneren en het beleid ten uitvoer kan leggen dat onze medeburgers verwachten. Het gaat daarbij om coherent milieubeleid, beleid waarmee we een oplossing kunnen vinden voor het energievraagstuk, en beleid waarmee we beantwoorden aan de verwachtingen op sociaal vlak.

Dat is concreet wat er op het spel staat en daarom is wat onze collega’s Barón Crespo en Brok ons voorstellen naar mijn idee aanvaardbaar, zolang de mensen niet voor de gek worden gehouden. Genoegen nemen met een voorstel om de presentatie van de tekst te wijzigen, alsof sommige volken alleen vanwege de context ‘nee’ zouden hebben gezegd, zou voorbij gaan aan de uitslag van de stemming in deze landen. Ik hoop dat ons Parlement deze weg inslaat bij de stemming van morgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Simon Busuttil (PPE-DE) . - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het moge duidelijk zijn dat de huidige tekst van de Grondwet het uitgangspunt voor elke herziening van het Verdrag moet zijn. Daar is een heel eenvoudige reden voor: die Grondwet is door alle lidstaten ondertekend. Als een handtekening iets betekent, dan moeten alle leden tonen dat zij daaraan gecommitteerd zijn. Daarnaast is die Grondwet al door achttien lidstaten geratificeerd. Op basis van dat uitgangspunt moeten wij een compromis zien te vinden dat met drie factoren rekening houdt.

De eerste factor heeft betrekking op de punten van zorg van de lidstaten die de Grondwet hebben verworpen en van de lidstaten die nog steeds niet tot ratificatie zijn overgegaan. In de tweede plaats moeten wij rekening houden met de fouten die wij wellicht hebben gemaakt - en inderdaad, hebben wij onderweg her en der wat fouten gemaakt. Wij hebben bijvoorbeeld te snel de Grondwet ondertekend. Het was een brug te ver, om dat slechts vijf maanden na de grootste uitbreiding in de geschiedenis van de Europese Unie te doen. Wij hebben ook te veel ambitie aan de dag gelegd door het Verdrag als Grondwet te betitelen, terwijl ons oorspronkelijke mandaat uisluitend in een vereenvoudiging van dat Verdrag voorzag.

In de derde en laatste plaats moeten wij ervoor zorgen dat het compromis ook een weerspiegeling is van de nieuwe realiteit waarin wij leven en van de nieuwe uitdagingen waarmee wij geconfronteerd worden, en waarmee in de Grondwet wellicht niet voldoende rekening is gehouden. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan een gemeenschappelijk immigratiebeleid en een gemeenschappelijk standpunt met betrekking tot klimaatverandering. Het Duitse en het daaropvolgende Portugese voorzitterschap staan inderdaad voor een moeilijke evenwichtsoefening. Wij wensen hun daarbij alle succes - dat zullen ze ongetwijfeld nodig hebben!

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson (PSE). - (SV). Hartelijk dank mijnheer de Voorzitter. Ik wil beginnen met de rapporteurs te bedanken voor de indiening van een goed uitgebalanceerd voorstel, dat duidelijk maakt dat het Europees Parlement vasthoudt aan zijn standpunten maar tegelijkertijd realistisch is en beseft dat er veranderingen zullen plaatsvinden. Die veranderingen mogen niet plaatsvinden als de prijs daarvoor de aanneming van een miniverdrag is, waarmee alleen maar institutionele kwesties gemoeid zijn. Men moet niet alleen rekening houden met de twee landen die het Grondwettelijk Verdrag verworpen hebben, maar ook met al die landen die ‘ja’ hebben gezegd. Een nieuw verdrag moet de kwesties weerspiegelen die de burgers belangrijk vinden.

De klimaatbedreiging moet erin opgenomen worden, alsook het sociale Europa, en zoals ook anderen hebben gezegd, is het belangrijk dat de uitbreiding uitgevoerd wordt. Ik denk echter niet dat het opnemen van de criteria van Kopenhagen in het verdrag de oplossing zou zijn. Wat wel vereist is, zijn institutionele hervormingen. Bovendien is het belangrijk dat we niet alleen over openheid in Europa praten. Het proces dat nu op gang komt, moet in alle openheid en in dialoog met de burgers plaatsvinden, zodat we in de loop van het proces een discussie kunnen voeren.

Verder wil het volgende zeggen tegen extreem rechts, dat preekt over intergouvernementele samenwerking in plaats van supranationaliteit. Extreem rechts heeft de meeste supranationalistische voorstellen van allen ingediend. Zij wil de lidstaten namelijk dwingen om referenda te houden. Feit is dat het aan de lidstaten is om te bepalen hoe ze met dit Grondwettelijk Verdrag om zullen gaan. Hierin zijn de rechtse krachten te ver gegaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE). – Proiectul Europa a avut succes iar datoria noastră este să-i oferim mijloacele pentru a funcţiona bine şi în viitor. Din acest motiv, proiectul are nevoie de un fundament clar, transparent, solid şi eficient asumat prin consens, prin voinţa şi experienţa politică şi democratică a tuturor membrilor săi, deoarece obiectivul nostru comun este mai presus de orgoliile şi de temerile individuale. Pentru a fi cu adevărat solidari pentru dezvoltare durabilă, cooperare, extindere şi coeziune avem nevoie de instituţii solide şi eficiente care să ne garanteze funcţionarea, avem nevoie de o politică de securitate şi apărare comună, de o politică externă comună. Acceptarea unui acord politic de bază chiar şi într-o formă restrânsă, precum şi continuarea politicii de vecinătate vor face ca Uniunea Europeană să crească şi să se dezvolte nu numai pentru sine, ci şi cu toate statele din jur, oferindu-le astfel nu numai promisiuni, ci şi exemplul elocvent că numai împreună ne putem dezvolta cu adevărat. De aceea consider că iniţiativa raportorilor este extrem de bine venită şi sper că la Consiliul din iunie se va ţine cont de opiniile exprimate în acest raport.

 
  
MPphoto
 
 

  Libor Rouček (PSE). - (CS) Dames en heren, het debat van vandaag vindt plaats met deelneming van het Duitse voorzitterschap. Graag zou ik daarom onze Duitse vrienden willen bedanken voor de enorme inspanningen die zij ondernemen om de Europese Raad ertoe te bewegen tijdens de bijeenkomst van juni een intergouvernementele conferentie bijeen te roepen en een actieplan op te stellen, met het expliciete doel om voor het einde van dit jaar tot overeenstemming te komen.

De Europese Unie heeft na haar historische en succesvolle uitbreiding naar zevenentwintig landen een nieuwe constitutionele basis nodig. Zij heeft instrumenten nodig waarmee ze doeltreffend en op democratische wijze functioneren kan, en middelen om iets te kunnen doen aan de zorgen van de burger op het gebied van kwesties als mondialisering, illegale migratie, en veiligheid van de energievoorziening.

Deze instrumenten en middelen zijn in grote mate terug te vinden in het ontwerp voor een Grondwettelijk Verdrag dat door tweederde van de lidstaten is geratificeerd en waarvan vier lidstaten hebben toegezegd de basisprincipes en de inhoud ervan na te leven. Deze klipklare meerderheid dient de basis te vormen voor de verdere onderhandelingen, en wel zodanig dat de uitkomst ervan niet leidt tot een verminderde bescherming van de mensenrechten, noch tot een inperking van de democratie of tot een beperking van het functioneren van de Unie.

Tot besluit wil ik graag de regeringen van de drie lidstaten - waaronder mijn eigen land, de Tsjechische Republiek - die de Grondwet nog niet hebben geratificeerd, oproepen om zich te houden aan datgene zij hebben ondertekend en om dat Verdrag ter goedkeuring voor te leggen aan de burgers. Indien zij bang zijn voor hun eigen burgers, dan zou het toch wel fijn zijn als ze dan tenminste ophielden met het dwars zitten van degenen die hun best doen om een opbouwende, snelle en democratische oplossing te vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Reinhard Rack (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de afgelopen maanden hebben wij in het debat over de Grondwet veel goede, goedbedoelde en enkele minder goedbedoelde adviezen gekregen. Het meest macabere daarvan was wel het voorstel om het Handvest van de grondrechten uit de kerntekst te schrappen en deze door middel van een verwijzing hooguit technisch in leven te houden. Op het eerste gezicht leek dit voorstel nog wel goedbedoeld. Iedereen die een bondige, eenvoudige, gemakkelijk leesbare tekst wil, zou er blij mee zijn. Vijfenzestig artikelen minder, dat is gezien de afneming van het lezen, die zich volgens de Pisa-studie in heel Europa voordoet, wellicht niet onbelangrijk. Maar bij nadere beschouwing ziet de situatie er heel anders uit.

Waar gaat het eigenlijk om bij het onderwerp grondrechten? Om niet meer en niet minder dan om de bescherming van de persoon tegen degenen die macht bezitten. Dat is altijd een van de historisch belangrijkste taken van iedere gemeenschap geweest, en dat moet ook zo blijven. Juist daarom is zo verontrustend dat wordt voorgesteld om het Handvest van de grondrechten in het verdomhoekje te stoppen en het zo klein en onzichtbaar mogelijk te maken.

In Oostenrijk hebben we sinds vele jaren de actie Licht ins Dunkel (Licht in het donker). Deze is erop gericht sociaal zwakkeren te helpen, vooral in de kersttijd, maar niet alleen dan. Ook voor het Handvest van de grondrechten zouden wij een actie „Licht in het donker“ goed kunnen gebruiken. Ik ben dan ook blij dat velen zich tijdens het debat van vandaag nadrukkelijk hebben uitgesproken voor handhaving van het Handvest in de grondwetstekst en voor een Grondwettelijk Verdrag als hoeksteen van ons toekomstige Gemeenschapsrecht.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Hartelijk dank. Hopelijk is het met kerstmis allemaal beklonken, Reinhard Rack!

 
  
MPphoto
 
 

  Margrietus van den Berg (PSE). - Voorzitter, alleen een nieuw verdrag kan de EU democratischer en slagvaardiger maken. Het Nederlandse nee in 2005 was geen nee tegen Europa: 72 procent van de Nederlanders vindt Europese samenwerking een goede zaak. Daarom zou het een ramp zijn voor Nederland als we in een nee zonder alternatief blijven steken, zoals de SP dreigt te doen. Daarom mijn vijfpuntenplan voor een nieuw verdrag om het Nederlandse nee recht te doen en de meerderheid van de Nederlanders weer aan de ja-kant te krijgen.

Eén: een democratisch Europa, minder veto's, meer medebeslissing van het Europees Parlement, openbaarheid van de besluitvorming, weg met Straatsburg, betere samenwerking tussen EP en nationale parlementen, maar geen rode kaart die de bevoegdheden van beide door elkaar klutst.

Twee: een socialer Europa. Neem een sociale clausule op die vastlegt dat publieke en semi-publieke voorzieningen níet ondergeschikt zijn aan de markt maar ingericht kunnen worden naar de inzichten van de nationale lidstaten en regio's. Zorg dat het Handvest van de grondrechten bindend gemaakt wordt.

Drie: een Europa van de burgers en de regio's door meer decentralisatie en versterkte subsidiariteit. Geef grensstreken en regio's de kans proeftuinen te zijn. Geef Europese burgers het agenderingsrecht via verzoekschriften.

Vier: neem in het nieuw verdrag verscherpte toetredingscriteria op om sjoemelen te voorkomen. Bij eventuele verdere uitbreiding, eerst het Europese Huis op orde.

Vijf: maak het nieuwe verdrag een stuk korter door alle vereenvoudigingen door verwijzing te accorderen, dat scheelt 322 artikelen. En laat het inderdaad een verdrag zijn, want de grondwet gaf de Nederlanders het idee dat ze hun eigen grondwet kwijtraakten.

Op deze manier kan Nederland zijn plek in de voorhoede van Europa weer innemen. Daar horen we thuis, uit eigen belang en uit eigen ideaal.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter van de Commissie, dames en heren, ik wil de rapporteurs die de grondslag voor het debat van vandaag hebben geleverd, nogmaals hartelijk danken. Tevens ben ik blij met de, in mijn ogen, brede steun voor het Europees Grondwettelijk Verdrag, een project waarvoor wij nog heel wat werk moeten verzetten.

Íñigo Méndez de Vigo noemde het verhaal van Hemingway over de visser en de grote vis waarvan uiteindelijk alleen nog de graten over waren. Wellicht ontbrak het de visser aan de nodige technische uitrusting om de grote vis veilig en levend aan wal te krijgen. Maar wij die ons voor grote uitdagingen gesteld zien, hebben alle faciliteiten tot onze beschikking. Wij hebben ingezien dat deze Europese Unie zich anders moet opstellen als het gaat om onze besluitvaardigheid en om onderwerpen die nu anders liggen dan tien of vijftien jaar geleden.

Het zou zonde zijn als het werk dat in de afgelopen jaren is verricht, ineens wordt afgekeurd. Ik heb vroeger zelf als parlementariër gewerkt, en kan u welbewust zeggen dat het niet goed is om bij een dergelijk debat verkeerde woorden te gebruiken. Er wordt niemand iets opgedrongen. Het was de wens van de parlementsleden en parlementen om na de ervaringen van Nice een conventie bijeen te roepen, teneinde een nieuw verdrag op te stellen. Daaraan wilden ook vele parlementsleden en parlementen meewerken.

Ook werd uitdrukkelijk gezegd dat het wenselijk was de parlementsleden en parlementen uit de landen te laten deelnemen die nog geen lid waren van de Europese Unie. Het is niet juist om te proberen met voorbeelden aan te tonen dat er sprake was van een zekere mate van dwang. De Europese Unie wordt gekenmerkt door een democratische wil, en juist daarom wilde men deze landen erbij betrekken, zodat zij geen verdrag opgedrongen zouden krijgen.

De afgelopen dagen is steeds opnieuw gezegd dat het Duitse voorzitterschap op succes uit is. Natuurlijk willen wij succes, echter niet voor onszelf, maar voor deze Europese Unie. Wij hebben namelijk op 25 maart vastgesteld dat ons grote uitdagingen wachten en dat wij nieuwe mogelijkheden moeten hebben op de terreinen van klimaatbescherming en energie. Wie van deze Europese Unie op klimaat- en energiegebied meer solidariteit vraagt, heeft uiteraard ook de middelen daarvoor nodig. Daarom dank ik u voor uw brede steun. Wij hopen dat - zoals een afgevaardigde zei - de staatshoofden en regeringsleiders voor een Intergouvernementele Conferentie een duidelijk mandaat met een vast tijdschema vaststellen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Dank u zeer, minister Gloser. Wij hopen dat het Duitse voorzitterschap succes zal boeken voor ons gemeenschappelijke Europa. Een succesvol Europa betekent een succesvol voorzitterschap, en dat maakt alles bijna perfect.

 
  
MPphoto
 
 

  Margot Wallström, vice-voorzitter van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, twee vrouwen zijn altijd aanwezig bij onze discussies over een nieuwe institutionele oplossing en een nieuw Verdrag: niet alleen mevrouw Merkel, die de hoop op een doorbraak levend houdt, maar ook Pandora en haar doos die hopelijk niet geopend zal worden. U weet ongetwijfeld dat hoop nog het enige overgebleven voorwerp in de doos van Pandora was. Toen alle andere dingen verdwenen waren, was er nog steeds hoop. Wij moeten onze hoop nu op een nieuwe oplossing vestigen. Wij zullen ook de kans moeten grijpen die er op dit moment ligt.

Ik heb ook naar onze bezoekers, onze gasten en toeschouwers gekeken en vroeg mij af wat zij eigenlijk van dit debat zouden vinden. Denken zij dat het een kwestie is van het afwegen van de “nee-stemmen” tegen de “ja-stemmen”? Of denken zij dat wij dit debat gebruiken om uit te leggen waarom het zo belangrijk is de politieke investering te beschermen die gedaan is om een manier te vinden voor het efficiënt, open en transparant maken van de besluitvorming in Europa? Niemand wil die investeringen op dit moment verliezen. Wij willen de jaren van discussiëren en onderhandelen, en de tijd die in dit hele proces is geïnvesteerd, niet verloren laten gaan, omdat wij Europa een grotere rol op het wereldtoneel willen geven. Na de uitbreiding van de Europese Unie van vijftien naar zevenentwintig lidstaten in slechts een paar jaar tijd, willen wij kunnen beslissen wie er wat doet. Daarnaast moeten wij ook besluiten nemen over de beleidsmaatregelen die nodig zijn om de uitdagingen aan te gaan op het gebied van energie, klimaatverandering en migratie.

Dit heeft allemaal te maken met de wijze waarop wij gezamenlijk werken, besluiten en handelen. Het probleem waar wij een oplossing voor moeten vinden, is dat de institutionele kwesties die wij bediscussiëren onlosmakelijk verbonden zijn met de beleidsinhoud.

Wij hebben gewoonweg te veel geïnvesteerd om het allemaal weer kwijt te raken. Wij hopen dat het Duitse voorzitterschap ons zal steunen bij het vinden van een oplossing. De Commissie is in ieder geval bereid om de helpende hand te bieden. Wij hopen dat wij er met ieders hulp in zullen slagen om de burgers het gevoel te geven dat zij goed geïnformeerd zijn. Dat kan alleen als wij zowel goed luisteren als duidelijk uitleggen wat ons doel is. Gezamenlijk kunnen wij daarin slagen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. - (EN) De procedure voor een Grondwettelijk Verdrag is tot stilstand gekomen door de uitslag van de referenda in Frankrijk en Nederland. Een aantal lidstaten heeft desondanks het ratificatieproces voortgezet, maar een aantal andere niet. Vervolgens hebben wij een denkpauze ingelast.

Vandaag krijgt het Grondwettelijk Verdrag weer nieuwe impulsen. Het stappenplan geeft aan dat er vóór de nieuwe verkiezingen van het Europees Parlement in 2009 een Grondwet zal zijn.

Toen de Grondwet verworpen werd, had iedereen daar een mening over. Een van de veelgehoorde standpunten was dat veel Europese burgers zich niet met de EU konden identificeren.

In de eerste plaats is een Europese Grondwet van essentieel belang, tenminste, als wij in het Europese proces blijven geloven.

In de tweede plaats moeten de burgers van de lidstaten van de Europese Unie het gevoel krijgen dat zij op eenzelfde manier deel uitmaken van de EU als dat zij zich burgers van hun eigen land voelen.

In de derde plaats is het essentieel dat de burgers weten wat die Grondwet nu precies inhoudt.

Ik noem deze prioriteiten omdat niet alle Europese lidstaten even enthousiast over dit proces zijn. Veel Europeanen voelen zich geen burgers van de EU op een manier die vergelijkbaar is met de wijze waarop zij zich met hun nationale burgerschap identificeren. Tot slot zijn de meeste Europeanen nog steeds niet op de hoogte van de voor- en nadelen van de Grondwet. Als wij er niet in slagen om deze kwesties in de komende twee jaar op te lossen, vinden wij ons tegen die tijd wellicht weer terug in dezelfde positie als vandaag.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik ben blij met de ontwerpresolutie van het Europees Parlement - waarvan mijn uitmuntende collega’s Elmar Brok (PPE) uit Duitsland en Enrique Barón Crespo (PSE) uit Spanje mederapporteurs zijn - betreffende het grondwettelijk proces van de Europese Unie. Dit beleidsdocument zal bijzonder nuttig zijn voor het Duitse voorzitterschap - dat aangedreven door Angela Merkel een opmerkelijke rol speelt - om zijn stappenplan op de agenda te plaatsen van de volgende Europese Raad op 20 en 21 juni 2007.

Dit voorstel erkent eindelijk dat de Europese volken en hun vertegenwoordigers in het Europees Parlement nauwer betrokken moeten worden bij het institutioneel proces. Als we een technocratisch Europa willen inruilen voor een politiek Europa, dan moeten we niet langer een Europa hebben dat bekokstoofd wordt in achterkamertjes van ambassades, maar de overstap maken van een diplomatiek Europa naar een democratisch Europa.

Ik ben tevens te spreken over de scherpzinnigheid van de nieuwe president van de Franse Republiek, Nicolas Sarkozy, die een vereenvoudigd grondwettelijk verdrag voorstelt. Dat is de enige manier om vooruitgang te boeken en onze instellingen te moderniseren, zodat we vóór de Europese verkiezingen van juni 2009 beschikken over nieuwe regels. We moeten het plan B bedenken dat nooit bestaan heeft. De rede moet voorrang krijgen boven dogmatisme en andere demagogische standpunten. Het Europa van de burgers is in gang gezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandra Dobolyi (PSE), schriftelijk. - (HU) Volgens het Grondwettelijk Verdrag is het doel van de Europese Unie het behoud van de vrede en onze fundamentele waarden, het bevorderen van de welvaart van de volkeren in de lidstaten, het tot stand brengen van een gebied zonder grenzen dat vrijheid en veiligheid kan bieden aan zijn burgers, het bereiken van een evenwichtige economische groei gebaseerd op een sociale markteconomie die volledige werkgelegenheid beoogt, het garanderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en het bevorderen van de solidariteit tussen de lidstaten onderling.

De ‘denkpauze’ is met het Duitse voorzitterschap ten einde gekomen. Berlijn heeft de taak gekregen om voor de top van juni 2007 de basis te leggen voor de totstandkoming van het nieuwe verdrag. Als de junitop succesvol verloopt, geven de lidstaten het mandaat aan de volgende voorzitter van de EU, Portugal, om een intergouvernementele conferentie bijeen te roepen, met als doel de volledige tekst van het nieuwe verdrag aan het eind van het jaar gereed te hebben.

Als de lidstaten overeenstemming kunnen bereiken over het nieuwe verdrag, hebben het Europees Parlement en de Europese Commissie, die in 2009 worden hernieuwd, de mogelijkheid hun functioneren te baseren op efficiëntere, transparantere en door meer democratie gekenmerkte grondslagen. Dit betekent tevens snellere besluitvorming, een eenduidige vaststelling van de bevoegdheden van de EU-instellingen en de lidstaten, de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel en de bevestiging van de gelijkheid van de lidstaten. Verder moeten we een oplossing vinden waarmee wij eindelijk meer aandacht kunnen besteden aan de instrumenten en communautaire beleidsvormen die nodig zijn om onze gemeenschappelijke doelstellingen te verwezenlijken. Het gezamenlijke succes hangt in de eerste plaats af van de politieke intentie om als collectief op te treden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) In dit debat moeten we één ding voorop stellen, en dat is dat de pogingen om een Grondwettelijk Verdrag tot stand te brengen zijn mislukt toen deze Grondwet in 2005 bij referenda in Frankrijk en Nederland is afgewezen. Als je dat Verdrag op welke wijze dan ook verandert, zul je het hele proces weer moeten doorlopen. Elk nieuw voorstel voor een Verdrag zal daarom aan de kiezer moeten worden voorgelegd. Er zal dus in elke lidstaat een referendum moeten worden georganiseerd, op de dag die de bevoegde nationale instellingen daarvoor vastleggen.

Dat is echter niet wat de rapporteurs willen. Ze betuigen opnieuw hun steun aan het bestaande Grondwettelijk Verdrag en proberen zo de beslissing die de Raad op 21 en 22 juni zal moeten nemen te beïnvloeden. Wij zijn daar fel tegen gekant.

Wij herhalen dat we dit project afwijzen, omdat het aandringt op neoliberalisme, militarisme en een steeds sterkere concentratie van de macht. Dat geschiedt door een uit de grote mogendheden van de Europese Unie bestaand directoraat op te zetten, ten koste van de democratie en het vermogen van de volkeren en instellingen van de kleine en middelgrote lidstaten om invloed uit te oefenen.

Wij blijven aandringen op een eerlijker, sterker democratisch en solidair Europa, een Europa dat zich inzet voor de vrede en de samenwerking tussen alle volkeren op deze aarde, en daarbij respect toont voor het beginsel dat staten soeverein zijn en over gelijke rechten beschikken.

 
  
MPphoto
 
 

  Piia-Noora-Kauppi (PPE-DE), schriftelijk. - (EN) Op de bijeenkomst van de Europese Raad van 21 en 22 juni staan de regeringsleiders van de EU voor een grote uitdaging. In feite komt het erop neer dat zij een relatief overtuigend compromis tot stand moeten brengen over de belangrijkste conflictpunten met betrekking tot de institutionele en constitutionele toekomst van Europa. Zij mogen bij deze taak niet falen en vervolgens terugkrabbelen op gebieden waarop de diverse nationale belangen juist terrein prijs hebben gegeven.

Indien de regeringsleiders in hun opdracht slagen en overeenstemming bewerkstelligen over de belangrijkste politieke knelpunten, zou dat wel eens het hoogtepunt kunnen zijn in het bestaan van de Europese Raad tot nu toe. Hierdoor zou tevens het pad geëffend worden voor een relatief korte Intergouvernementele Conferentie om de details uit te werken. Indien dat akkoord er komt, heeft de Raad zijn legitimiteit boven alle twijfel verheven en meteen de matheid afgeschud die de afgelopen jaren zo kenmerkend is geweest voor de Europese besluitvorming op het hoogste niveau.

Ik hoop van ganser harte dat de leiders van de EU deze uitdaging aangaan. Iedereen weet wat er moet gebeuren: de overgrote meerderheid van het Grondwettelijk Verdrag dient overeind te blijven en de punten van zorg die in 2005 tot de twee “mislukte” referenda hebben geleid, dienen weggenomen te worden. Het is nu tijd om op basis van de juiste hoeveelheid politieke wil de benodigde consensus te mobiliseren.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Seeber (PPE-DE), schriftelijk. - (DE) In het kader van het debat over het stappenplan voor het grondwettelijk proces van de Unie juich ik het toe dat in de ontwerpresolutie de steun van het Europees Parlement aan de inhoud van het Grondwettelijk Verdrag uitdrukkelijk wordt herbevestigd. Eveneens wil ik onderstrepen dat reeds tweederde van de lidstaten het Grondwettelijk Verdrag heeft geratificeerd en dat op ons, als vertegenwoordigers van de burgers, de politieke verantwoordelijkheid rust om te luisteren naar alle lidstaten.

Daarom verzoek ik om alle grondbeginselen in deel I van het Grondwettelijk Verdrag ongemoeid te laten.

Ik denk dat iedereen het met mij eens zal zijn dat het Grondwettelijk Verdrag belangrijke verbeteringen bevat, met dien verstande dat de bestaande Verdragen worden geconsolideerd en de pijlers worden samengevoegd, de waarden waarop de Europese Unie is gegrondvest en het juridisch bindend karakter van het Handvest van de grondrechten worden erkend, en de deelname van burgers aan het politieke leven van de Europese Unie wordt bevorderd.

Om deze redenen steun ik de doelstelling van het Duitse voorzitterschap om voor het einde van het jaar tot een akkoord te komen over de uitwerking van een stappenplan, en overeenkomstig het verslag dring ik aan op afronding van het ratificatieproces van het nieuwe Verdrag voor het einde van 2008.

In dit verband verzoek ik de Commissie haar rol bij de komende onderhandelingen volledig te vervullen en het Europees Parlement bij deze onderhandelingen te betrekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Stubb (PPE-DE), schriftelijk. - (EN) Ik wil mijn collega’s, de heer Barón Crespo en de heer Brok, graag feliciteren met dit verslag, omdat daarin de volgende drie aspecten aan de orde komen die ik nog even naar voren wil halen.

In de eerste plaats heeft het Grondwettelijk Verdrag moeilijke tijden gekend. Er zijn aan de ene kant de vrienden van de Grondwet - de achttien lidstaten die de Grondwet al geratificeerd hebben - en andere lidstaten die ook geen moeite met die ratificatie zouden hebben. Wij hebben echter aan de andere kant ook vrienden met problemen: Frankrijk en Nederland. Daarnaast zijn er ook nog onze sceptische vrienden, namelijk het Verenigd Koninkrijk, Polen en de Tsjechische Republiek.

Wat wij dan ook nodig hebben, is leiderschap. Wat dat betreft, heb ik gelukkig het volste vertrouwen in bondskanselier Merkel.

In de tweede plaats dienen wij een duidelijk mandaat vast te stellen voor de IGC, zodat er vóór de verkiezingen van 2009 een oplossing kan worden gevonden. Ook dat wordt in dit verslag aan de orde gesteld.

In de derde plaats willen wij dat de essentiële inhoudelijke aspecten van de ontwerp-Grondwet in het definitieve verdrag worden geïntegreerd. Ik doel daarmee op de institutionele innovaties: de rechtspersoonlijkheid, het Handvest van de grondrechten en buitenlandse zaken. Zelf heb ik niet zoveel met symbolen.

Wij hebben dat Grondwettelijk Verdrag nodig om de EU democratischer, transparanter en efficiënter te laten functioneren.

Daarom kan dit verslag op mijn ondubbelzinnige steun rekenen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid