Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 6 juni 2007 - Brussel Uitgave PB

14. VN-Raad voor de mensenrechten (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de vijfde zitting van de VN-Raad voor de mensenrechten die van 11 tot en met 19 juni 2007 in Genève wordt gehouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Ferrero-Waldner, dames en heren, de Europese Unie heeft de oprichting van de nieuwe Raad voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties in 2006 van meet af aan verwelkomd, maar zij heeft altijd gezegd te verwachten dat de Mensenrechtenraad een doeltreffend en geloofwaardig orgaan wordt dat een echte bijdrage kan leveren aan de bescherming en bevordering van de mensenrechten in de hele wereld. Tijdens de vergaderingen van de Mensenrechtenraad van de VN heeft de Europese Unie steeds evenveel belang gehecht aan inhoudelijke debatten over mensenrechtenvraagstukken als aan dialoog en goede samenwerking. Gedurende de vierde reguliere zitting kon de door de Europese Unie en de Afrikaanse Groep gezamenlijk ingediende resolutie over Darfoer met een consensus worden aangenomen. Dit is het resultaat van langdurige inspanningen van de Europese Unie, en de uitkomst weerspiegelt niet alleen het mandaat, maar ook de verantwoordelijkheid die van de raad verwacht mag worden.

Het vermogen van de Mensenrechtenraad om zijn mandaat uit te voeren, is onlosmakelijk verbonden met zijn samenstelling. Ik wil u graag wijzen op het feit dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van de lidstaten van de Mensenrechtenraad verwacht dat deze de hoogste normen ten aanzien van de mensenrechten hanteren. Bovendien heeft zij alle staten opgeroepen om slechts diegenen in de raad te verkiezen die beschikken over een goede mensenrechtensituatie. Hoewel dit ideaal nog lang niet is verwezenlijkt, wil ik de voldoening van de Europese Unie kenbaar maken over het feit dat het in mei is gelukt om te voorkomen dat Wit-Rusland in de Mensenrechtenraad werd verkozen. Dit succes is niet in de laatste plaats te danken aan het verzet van de Europese Unie tegen de kandidatuur van Wit-Rusland. De Europese Unie beschikt, hoewel zij getalsmatig in de minderheid is, over een leidende rol in de Mensenrechtenraad en heeft haar naam gevestigd als een belangrijke partij.

Ondanks enkele positieve ontwikkelingen, zoals het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van personen tegen gedwongen verdwijning, zijn er nog verdere stappen nodig om de Mensenrechtenraad uit te rusten met de werkwijzen en instrumenten die hij nodig heeft om te kunnen voldoen aan de verwachtingen van de internationale gemeenschap en in het bijzonder van de Europese Unie. De institutionele opbouw van de Mensenrechtenraad heeft de hoogste prioriteit voor de Europese Unie. Zij werkt daarom intensief toe naar de succesvolle afsluiting van dit opbouwproces aan het einde van het eerste jaar. De aanstaande vijfde zitting zal daarom van cruciaal belang zijn. Daar zal de raad de afsluitende besluiten nemen over de institutionele opbouw en daarmee uiteindelijk beslissen over zijn eigen doeltreffendheid en geloofwaardigheid gedurende de komende vijf jaar.

De Europese Unie werkt op dit moment in Genève nauw samen met alle betrokkenen om tot een resultaat te komen dat de Mensenrechtenraad in staat stelt zijn mandaat volledig uit te oefenen. Bij de contacten van het voorzitterschap met de voorzitter en met andere delegaties van de Mensenrechtenraad zetten wij ons in voor een centrale, doeltreffende en geloofwaardige rol van de raad binnen het VN-systeem. In dit verband wil de Europese Unie aandringen op het scheppen van een doeltreffende, universele en periodieke evaluatieprocedure, alsmede op het behoud van thematische mandaten en landenmandaten. De onafhankelijkheid van de speciale rapporteurs mag niet worden aangetast door de geplande gedragscode; deze code moet hun onafhankelijkheid juist waarborgen en dient gericht te zijn op de verplichtingen van de staten waarmee de rapporteurs samenwerken. Bovendien willen we door een geschikte selectieprocedure van de nationale vertegenwoordigers niet alleen hun deskundigheid, maar ook hun onafhankelijkheid waarborgen.

Wij zijn ons bewust van de moeilijkheden die deze doelstellingen met zich meebrengen. Ik mag u echter verzekeren dat onze inzet voor het bereiken van deze doelen niet zal afnemen. De Europese Unie blijft ook stellig hopen dat de Mensenrechtenraad zich met zijn regelmatige, over het jaar gespreide vergaderingen, zijn nieuw en verbeterd instrumentarium, en de voortzetting van de actieve dialoog met speciale rapporteurs en de Hoge Commissaris voor de mensenrechten, zal ontwikkelen tot een hoeksteen van het mensenrechtensysteem van de Verenigde Naties. Het is nu aan alle leden van de Mensenrechtenraad om zich verantwoordelijk op te stellen en toe te werken naar het bereiken van deze doelstelling.

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, Commissie. - (DE) Mijnheer de voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, dames en heren, de Europese Unie behoort al sinds haar oprichting tot de belangrijkste motoren van de bescherming van de mensenrechten en was dan ook actief betrokken bij het verwezenlijken van de doelen van de Mensenrechtenraad en bij de inspanningen om te waarborgen dat deze raad een werkelijke verbetering zou zijn ten opzichte van de Mensenrechtencommissie.

Allereerst moest ervoor worden gezorgd dat tijdens de zittingen van de raad dringende mensenrechtenkwesties aan de hand van concrete gevallen zouden worden behandeld, en de interne coördinatie binnen de EU en het bewustmakingswerk van de EU tegenover derde landen, de zogeheten outreach, werden verbeterd. Op dit terrein is werkelijk vooruitgang geboekt en die vooruitgang heeft ons in staat gesteld om enerzijds coherent en geloofwaardig op te treden in de Mensenrechtenraad en anderzijds de samenwerking te versterken met de internationale partners, ook bij bilaterale ontmoetingen en door middel van een breed opgezette bewustmakingscampagne in vele hoofdsteden van de wereld.

Tot de belangrijkste opgaven gedurende het eerste jaar behoorden daarom het veiligstellen van de mandaten en de mechanismen van de Mensenrechtenraad in het kader van het evaluatieproces, alsmede de instelling van een nieuw systeem ter beoordeling van de mensenrechtensituatie in alle landen, dat wij aanduiden als universal periodic review.

Het pakket met het algeheel compromis, dat juist gisteren door het voorzitterschap van de Mensenrechtenraad is gepresenteerd, geeft werkelijk de juiste richting aan en is voor ons een eerste, zij het nog voor verbetering vatbare, maar vanuit ons gezichtspunt toch al bijzonder goede onderhandelingsbasis. De vijfde zitting van de Mensenrechtenraad die volgende week zal worden gehouden, zal daarom van bijzonder belang zijn voor de toekomst van dit orgaan. Daarom verheug ik mij ten zeerste op de deelneming van een delegatie van het Europees Parlement als onderdeel van de delegatie van de Europese Gemeenschappen.

Hoe is het gesteld met de prestaties van de Mensenrechtenraad? Op die vraag kan geen zwart-wit antwoord worden gegeven, maar de raad dient naar mijn mening een zich voortdurend ontwikkelend project te zijn, work in progress als het ware. Graag wil ik enkele korte opmerkingen maken. De eerste zittingen van de raad waren nogal teleurstellend. De oude gedragspatronen, zoals we die van de Mensenrechtencommissie gewend waren, staken opnieuw de kop op. Vooral de zittingen over het Midden-Oosten waren gekenmerkt door een gebrek aan bereidheid tot samenwerking van de kant van de landen die nota bene zelf om deze zittingen hadden verzocht. Het gevolg waren onevenwichtige ontwerpresoluties die wij in de Europese Unie niet konden steunen.

Laat mij daarom duidelijk zijn: confrontaties over mensenrechtenkwesties kunnen soms noodzakelijk zijn, in de gevallen dat de grondrechten van mensen worden bedreigd, maar dat ligt anders wanneer onder de dekmantel van de mensenrechten een politiek conflict wordt uitgevochten. Evenals het voorzitterschap van de Raad hebben ook wij echter gezien dat door de bijzonder goede resolutie over Darfoer deze ongunstige indrukken enigszins werden goedgemaakt. Naar mijn stellige overtuiging was dat de belangrijkste resolutie die de Mensenrechtenraad heeft aangenomen. Deze is na zeer langdurige onderhandelingen tot stand gekomen, in nauwe samenspraak met de Afrikaanse Groep. Dat was een aanzienlijke prestatie, als we bedenken op wat voor netelige kwestie zij betrekking had, plus het feit dat de EU nu gemakkelijk kan worden weggestemd in de Mensenrechtenraad.

Het bewakingsorgaan van vijf onafhankelijke VN-rapporteurs dat met deze resolutie is ingesteld, zal de raad de komende weken - vermoedelijk volgende week -een eerste verslag voorleggen.

Laten we echter niet vergeten dat het Internationaal Strafhof onlangs ook twee Soedanese verdachten heeft aangeklaagd. Kortom, er gebeurt op dat front tenminste iets met betrekking tot Darfoer. Wij hopen zeer dat dit voorbeeld navolging zal vinden en dat het ook de normen stelt voor het toekomstige werk van de Mensenrechtenraad. Ten slotte zijn de interactieve dialogen met de Hoge Commissaris en de Speciale Rapporteur van de VN een bijzonder positieve ontwikkeling gebleken. Zij hebben ons in staat gesteld om de mensenrechtensituatie in individuele landen op een zeer zichtbare, maar tegelijk minder op confrontatie gerichte wijze aan te pakken. We moeten echter nog meer manieren vinden om te waarborgen dat op deze dialogen praktische vooruitgang ter plekke kan volgen.

Met hoeveel ongeduld wij ook mogen uitzien naar snelle vooruitgang in de VN-Mensenrechtenraad, ik wil ervoor waarschuwen om in dit stadium al een oordeel over deze raad te vellen. We kunnen alleen zeggen dat er tot nog toe positieve en negatieve punten waren. Wij zijn ervan overtuigd dat de EU verdere inspanningen zal blijven leveren om voort te bouwen op de bemoedigende ontwikkelingen, die zonder meer aanwezig zijn, en om in het kader van een intensieve dialoog met haar VN-partners een doeltreffende en vooral in het belang van de betrokken mensen handelende VN-Mensenrechtenraad te ontwikkelen. Deze blijft het belangrijkste internationale forum voor de behandeling van mensenrechten, en wij in de EU hebben de verantwoordelijkheid om actief gebruik te maken van de raad, teneinde onze waarden en idealen te versterken en onze belangen te behartigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė, namens de PPE-DE-Fractie. - (LT) Om te beginnen wil ik de vertegenwoordigers van de Raad en de Commissie bedanken voor hun verslagen over het eerste jaar en de vijfde zitting van de Raad voor de mensenrechten van de Verenigde Naties. Morgen zal het Europees Parlement stemmen over een resolutie over dit onderwerp waarin alle fundamentele problemen aan de orde komen, zoals onze wensen met betrekking tot de ‘modus operandi’, de mechanismen, de speciale procedures, de speciale rapporteurs en de universele periodieke evaluatie van de Raad, en de rol van de Europese Unie. Het Europees Parlement had, en heeft, ongetwijfeld hoge verwachtingen van de Raad voor de mensenrechten, om de eenvoudige reden dat mensenrechten van speciaal belang zijn, aangezien het respect en het opkomen voor de mensenrechten een fundamenteel onderdeel zijn van de ethiek en de statuten van de EU en in het algemeen het fundament van de eenheid en integriteit van de EU vormen. De Raad voor de mensenrechten van de Verenigde Naties kan zeer goede mogelijkheden bieden voor effectief optreden op het gebied van het opkomen voor en waarborgen van de mensenrechten en het bevorderen daarvan namens de Verenigde Naties. In dit verband is de vijfde zitting vooral belangrijk omdat het éénjarige functioneren van de Raad voor de mensenrechten problemen en tekortkomingen aan het licht heeft gebracht waar onmiddellijk een oplossing voor moet worden gevonden. Dat is nodig om de raad tot een betrouwbare structuur te maken die adequaat en zo nodig ook snel kan reageren op mensenrechtenschendingen overal ter wereld, en doelmatige manieren kan vinden om invloed uit te oefenen op de regeringen van de landen waar de mensenrechten op grove wijze worden geschonden. In het eerste jaar van het bestaan van de raad voor de mensenrechten hebben we kunnen vaststellen of de Raad voor de mensenrechten bij de toepassing van de geplande procedures en mechanismen in staat zal zijn om het ambitieuze programma ten uitvoer te leggen dat de raad zelf heeft aangenomen. De ervaringen van dit eerste jaar - de resoluties over Darfoer, Iran en Oezbekistan, de toepassing van de vertrouwelijkheidseisen bij de bespreking van de mensenrechtenschendingen in deze twee laatste landen, evenals andere besluiten - hebben aangetoond dat de procedures van de Raad zo transparant mogelijk moeten zijn en dat de speciale rapporteurs en deskundigen volledig onafhankelijk moeten zijn. Bovendien is het essentieel dat er duidelijke criteria worden toegepast bij de verkiezing van de leden van de Raad. Het is niet meer dan logisch dat de landen waarin de mensenrechten op grove wijze worden geschonden, niet mogen worden gekozen als lid van de Raad voor de mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Raimon Obiols i Germà, namens de PSE-Fractie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat we heel blij mogen zijn met de consensus die is bereikt tussen de fracties in dit Parlement met betrekking tot de tekst waarover we morgen gaan stemmen ter gelegenheid van de vijfde zitting van de VN-Raad voor de mensenrechten.

Deze raad functioneert al sinds de oprichting ervan niet optimaal. Daarom is het belangrijk dat het Europees Parlement zich opnieuw eensgezind toont als het gaat om de vraag hoe we in het algemeen verder te werk moeten gaan bij het bevorderen en waarborgen van de mensenrechten en in concreto hoe we het werk van de VN-Raad voor de mensenrechten gemakkelijker kunnen maken en kunnen versterken.

De balans van de activiteiten van de raad voor de mensenrechten vertoont enkele tekorten, die moeten worden goedgemaakt, en die in essentie te maken hebben met twee problemen.

Enerzijds wordt zwak en onvoldoende gereageerd op dramatische en spoedeisende kwesties, als een veel energiekere aanpak nodig is. Ik heb het in de eerste plaats over de dramatische situatie in Darfoer, die eenieders voortdurende en maximale aandacht en waakzaamheid verdient.

In de tweede plaats is het noodzakelijk om de interne mechanismen van de raad substantieel te verbeteren, en om de dynamiek in de betrekkingen tussen de leden te versoepelen, zodat de raad doelmatiger en ambitieuzer kan werken.

Aan beide kwesties ligt een fundamenteel probleem ten grondslag, en zowel het Parlement als de Europese Unie kunnen belangrijk werk verrichten op dit terrein. Ik heb het over de politieke verschillen, die niet ten koste mogen gaan van het gemeenschappelijke en cruciale doel om overal ter wereld de kwetsbaarheid van bevolkingsgroepen voor misbruik en schending van de mensenrechten substantieel te verminderen.

Het gaat om een cruciaal aspect, omdat Europa vooraan moet staan als het gaat om het gelijk behandelen van alle landen op het gebied van de dialoog over mensenrechten.

Wij denken dat deze filosofie moet worden toegepast op de raad en dat het komende voorzitterschap van Roemenië van de VN-Raad voor de mensenrechten een goede gelegenheid kan vormen om deze verbeteringen te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis, namens de ALDE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de eerbiediging van de mensenrechten is een universeel beginsel dat van universeel belang is, en het is een van de fundamenten van de EU. Het is dan ook niet verrassend dat dit Parlement speciale aandacht aan dit beginsel besteed. Dat blijkt ook uit de periodieke verslagen en ontwerpresoluties over de schendingen van de mensenrechten over al ter wereld.

Met lede ogen hebben wij jarenlang moeten toezien op welke, nogal ineffectieve wijze de Commissie voor de mensenrechten te werk is gegaan. Met grote opluchting hebben wij dan ook ongeveer een jaar geleden de vervanging van die Commissie door de Raad voor de mensenrechten begroet. De Commissie voor de mensenrechten was - in de woorden van een vertegenwoordiger van “Human Rights Watch” - in feite uitgegroeid tot een club van overtreders, aangezien regeringen die de mensenrechten met voeten traden graag lid wilden zijn van die Commissie om maatregelen tegen hun eigen land en tegen andere landen te blokkeren. Helaas werd de hoop op verbetering enigszins de bodem ingeslagen na de verkiezingen voor de raad, aangezien Angola, Egypte en Qatar werden gekozen. Deze drie landen staan bekend om hun afschuwelijke staat van dienst wat het schenden van de mensenrechten betreft. Het was een opluchting dat Wit-Rusland niet is gekozen, maar ook dat scheelde niet veel.

Tijdens het eerste jaar van het bestaan van de Raad voor de mensenrechten hebben wij enkele veranderingen kunnen zien waardoor die Raad beter is gaan functioneren, maar het moet gezegd dat het geen spectaculaire veranderingen waren. Wij verwachten en hopen dat er aan meer aansprekende verbeteringen wordt gewerkt. De in Genève gevestigde raad heeft tot nu toe alert en snel gehandeld bij problemen overal te wereld en heeft ook meerdere keren ingegrepen als dat noodzakelijk was. Wij moeten de effectiviteit van die optredens echter wel kritisch evalueren. Zo heeft de raad afgelopen jaar niet minder dan acht resoluties aangenomen waarin kritiek op Israël werd geuit wegens de militaire acties in Palestijnse gebieden en Libanon. Vanuit praktisch oogpunt hebben deze resoluties enig, maar niet veel effect gehad. Dat is niet de fout van de VN-Raad voor de mensenrechten, maar die raad moet wel een bepaalde mate van verantwoordelijkheid nemen voor het feit dat niet wordt geprobeerd ervoor te zorgen dat die resoluties serieuzer worden genomen. Andere voorbeelden hebben betrekking op de problematische wijze waarop de Raad de situatie in Oezbekistan en Irak heeft afgehandeld.

Aangezien de volgende bijeenkomst van de Raad gepland is voor ....

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Tadeusz Masiel, namens de UEN-Fractie. - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie heeft de Verenigde Staten afgelost als bewaker van de mensenrechten in de wereld. Van alle beleidsterreinen van de Unie levert dit beleid ons op wereldniveau zonder enige twijfel de meeste populariteit op.

Jammer genoeg kan de Europese Unie bij internationale ontmoetingen niet altijd de plaats innemen die haar toekomt. Op de Wereldtop over klimaatverandering in Kenia in november van vorig jaar bijvoorbeeld zat de delegatie van de Europese Unie op de plaats van Finland, dat op dat moment voorzitter was van de Unie. Wij moeten als Europese Unie bij dergelijke bijeenkomsten onze rechtmatige plaats kunnen innemen om te verzekeren dat onze stem duidelijk wordt gehoord wanneer we een oplossing zoeken voor de talrijke problemen van onze huidige wereld. Een zorgwekkend voorbeeld hiervan is het conflict in het Midden-Oosten, waar Hamas dreigt Israël te vernietigen, terwijl de Israëli’s al lang begonnen zijn met het vernietigen van de Palestijnse natie.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda, namens de Verts/ALE-Fractie. - (ES) De Raad voor de mensenrechten is opgericht als vervanger van de Mensenrechtencommissie en was geconfronteerd met de niet eenvoudige uitdaging om te veel politisering en inmenging van regeringen op een zo belangrijk gebied als het waarborgen van het universele respect voor de mensenrechten tegen te gaan. De vooruitgang die is tot nu toe is geboekt is op zijn minst zorgwekkend.

Gisteren nog hebben we Jody Williams - speciaal rapporteur van de Mensenrechtenraad voor Darfoer - horen klagen over de enorme druk die op haar werd uitgeoefend om haar rapport voor iedereen acceptabel te maken.

Iedereen weet wat dat betekent. Dat betekent kritiek weglaten of in ieder geval verminderen, en een lagere toon aanslaan om niemand tegen de schenen te schoppen.

Maar het ergste is dat ze die verzoeken kreeg om de continuïteit van de Raad niet in gevaar te brengen.

We zijn niet goed bezig als een structuur als de Raad voor de mensenrechten aan zijn eigen voortbestaan meer prioriteit geeft dan aan wat zijn eerste en belangrijkste verantwoordelijkheid zou moeten zijn: het waarborgen van de bescherming van de mensenrechten in de wereld, wat onder andere inhoudt dat de verantwoordelijken voor de schendingen moeten worden aangewezen, ook als dit regeringen zijn, of juist als dit regeringen zijn.

Bij de eerste verjaardag van de Raad moeten we deze risico’s goed in gedachten houden, als we niet willen dat deze Raad ook weer zo’n structuur wordt die dient om de schaamte te bedekken van degenen die voortdurend de meest fundamentele mensenrechten schenden, zowel binnen als buiten de grenzen van hun eigen land.

Met deze resolutie, waarover in het Europees Parlement consensus bestaat en waar ik erg tevreden mee ben, vragen wij de Raad en moedigen we de Raad aan om tijdens deze vijfde zitting van de Raad voor de mensenrechten een duidelijke leidersrol op zich te nemen. We weten dat dat niet eenvoudig zal worden, maar er zijn ten minste twee kwesties die volgens ons prioriteit moeten krijgen.

Ten eerste moet gewaarborgd wordt dat de aanstelling van de speciale rapporteurs plaatsvindt op grond van hun onafhankelijkheid en capaciteiten en dat ze in die hoedanigheid van speciale rapporteurs ook goed kunnen blijven functioneren.

Ten tweede moeten bij de universele periodieke evaluaties ook onafhankelijke deskundigen worden betrokken.

Alleen op die manier kunnen we de geloofwaardigheid van deze Raad waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE-DE). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, de resultaten van het werk in het eerste jaar van de VN-Raad voor de mensenrechten worden momenteel beoordeeld. De verwachtingen van de internationale gemeenschap zijn nog niet beantwoord. Het droevigste voorbeeld is waarschijnlijk de resolutie over de situatie in Darfoer, waarvan de inhoud deels als gevolg van voortdurende compromissen verwaterde. Het werk werd begrijpelijkerwijs belemmerd door het feit dat de activiteiten en praktijken nog worden ontwikkeld.

Onze ontwerpresolutie brengt op verdienstelijke wijze de probleempunten in het werk van de Raad voor de mensenrechten naar voren. Vooral aan twee punten moet aandacht worden besteed. Ten eerste moeten wij van de geschiedenis leren. Het werk van de voorloper van de huidige Raad van de mensenrechten, de VN-Commissie voor de rechten van de mens (UNCHR), verloor haar geloofwaardigheid, omdat hierin landen zaten die de mensenrechten op ernstige wijze schonden. De Europese Unie moet er dan ook op blijven hameren dat lidmaatschap van de Raad van de mensenrechten gebaseerd moet zijn op een objectief criterium en dat de lidmaatschapseisen streng genoeg moeten zijn. Het begrip mensenrechten dekt een breed scala aan vraagstukken. Bepaalde fundamentele mensenrechten moeten onvoorwaardelijk in de lidmaatschapscriteria worden opgenomen. Ik denk dat vooral de landen waar sharia-rechtbanken deel uitmaken van het rechtssysteem een probleem zijn. De Europese Unie moet ervoor strijden dat de Raad voor de mensenrechten niet net als zijn voorganger een club voor misbruikers van mensenrechten wordt.

De andere kwestie heeft betrekking op de verhouding tussen de Universele Periodieke Evaluatie (UPR) en de specifieke procedures die in afzonderlijke landen worden gevolgd. De Europese Unie moet er streng op blijven toezien dat het werk van de specifieke deskundigen in de afzonderlijke landen van de Verenigde Naties ook in de toekomst apart wordt gehouden van de UPR en daadwerkelijk onafhankelijk is van regeringen. Ik vind het zorgwekkend dat lidstaten in een debat over de situatie in een bepaald land het indirecte vetorecht in de UPR kunnen gebruiken door hun landspecifieke verslag niet op te stellen.

Ik begrijp de beperkingen die de samenstelling van de Raad voor de mensenrechten met zich meebrengt voor de mogelijkheden van de Europese Unie om invloed uit te oefenen. Alleen al de landen van Afrika en Azië kunnen samen, met hun 29 zetels, het werk van de Raad in een richting leiden die verschilt van de doelen van de westerse landen op het gebied van de mensenrechten. De Europese Unie moet nu echt leiderschap en een sterke wil tonen. Wij moeten door middel van onderhandelingen proberen regionale blokken af te breken. Ik wil het Duitse voorzitterschap bedanken, dat een voorbeeldige standvastigheid heeft getoond in zijn oproep om de doodstraf te verbieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Józef Pinior (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het is intussen meer dan een jaar geleden dat het Europees Parlement met enig voorbehoud de oprichting van de VN-Raad voor de mensenrechten heeft verwelkomd. Deze raad moest de in diskrediet geraakte Mensenrechtencommissie vervangen. We hoopten niet alleen dat de nieuwe raad zou uitgroeien tot een orgaan dat kon bijdragen tot de hervorming van de Verenigde Naties, maar ook dat hij al het mogelijke zou doen om te garanderen dat de mensenrechten wereldwijd beter zouden worden nageleefd.

De Europese Unie, de EU-lidstaten en de delegaties van het Europees Parlement waren allemaal actief betrokken bij de werkzaamheden van de raad. Het is nu de hoogste tijd om de balans op te maken van het eerste werkjaar van de nieuwe raad. We moeten helaas erkennen dat de oprichting van de raad voorlopig niet heeft geleid tot een radicale ommekeer in de VN-activiteiten met betrekking tot de mensenrechten. De belangen van verscheidene landen zijn nog steeds belangrijker dan de bescherming van bedreigde grondrechten en fundamentele vrijheden.

Het duidelijkste voorbeeld hiervan is het onvermogen van de VN-Raad voor de mensenrechten om een gepast antwoord te bieden op de toestand in Darfoer. Hoewel er in maart een verslag is aangenomen over de tragische situatie in de regio, is de raad er als geheel niet in geslaagd om logische conclusies te trekken uit dat verslag. Hij was evenmin in staat een oplossing te vinden voor het probleem van de politieke verantwoordelijkheid van de Soedanese overheid voor de politieke situatie in het land. Israël is daarentegen al acht keer door de raad veroordeeld. Dit getuigt niet alleen van de onevenwichtige benadering van de raad, maar ook van zijn politieke vooringenomenheid.

De vijfde zitting van de raad begint over enkele dagen. Een delegatie van het Europees Parlement zal aan de zitting deelnemen. Nederland, Slovenië en Italië zijn ondertussen lid geworden van de raad. Nog een ander Europees land, Bosnië en Herzegovina, zal dat binnenkort ook doen. Om controversen te vermijden, is Wit-Rusland, dat op dit moment geleid wordt door het autoritaire regime van de heer Loekasjenko, niet verkozen als lid van de raad.

We moeten ervoor zorgen dat de lidstaten van de Europese Unie sterker betrokken raken bij de werkzaamheden van de raad, zodat die kan uitgroeien tot een orgaan dat zich ten volle inzet om de eerbiediging van de fundamentele vrijheden te bevorderen. Er staat heel wat op het spel: een doeltreffend mensenrechtenbeleid in de hedendaagse wereld, de hervorming van de Verenigde Naties en de geloofwaardigheid van de Europese Unie zelf. Laten we dat in geen geval uit het oog verliezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Lambsdorff (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, dit Parlement heeft, als pleitbezorger van een effectief multilateralisme, het hervormingsproces van de Verenigde Naties altijd constructief begeleid. We willen een sterke VN, we willen veiligheid en stabiliteit, we willen een doeltreffende bestrijding van de armoede, we willen effectieve bescherming van de mensenrechten. Als voorzitter van de werkgroep voor de betrekkingen van het Europees Parlement met de Verenigde Naties hecht ik ook persoonlijk ten zeerste aan de verwezenlijking van deze doelstellingen.

Toen de Mensenrechtenraad werd opgericht als een nieuwe VN-instrument hebben wij het enthousiast verwelkomd, want het leek allemaal bijzonder veelbelovend: echt gekozen leden, rationele werkmethoden, de universele periodieke evaluatie van alle leden. En hoe is het nu? Onze resolutie is uiterst kritisch: Angola, Qatar en Egypte sluiten zich aan bij landen als China en Cuba, en er kan vrijwel nooit tussen verschillende kandidaten worden gekozen. Met pijn en moeite konden we nog voorkomen dat Wit-Rusland werd gekozen. Leden van de Organisatie van Islamitische Landen hebben de meerderheid in zowel de Aziatische als de Afrikaanse regionale groepen. Dit betekent dat zij in feite de activiteiten van de gehele raad beheersen en blokkeren, van de landenverslagen tot de universele evaluatie. Mevrouw de commissaris, ik ben uiterst benieuwd wat er terechtkomt van het pakket dat gisteren is gepresenteerd. Ik hoop dat wij redenen hebben tot optimisme.

Een van uw opmerkingen was van bijzonder groot belang. Zoals u zei, kan de Europese Unie gemakkelijk worden weggestemd. De vraag dringt zich op of het Westen in dit opzicht zijn huiswerk wel heeft gedaan. Dit is een vraag voor de Raad of, beter nog, voor de lidstaten. Zij zijn bij de onderhandelingen bedot, en ze hadden het niet eens in de gaten. Dat was overduidelijk te wijten aan gebrekkig werk van de kant van onze regeringen. Maar wij parlementariërs moeten ons ook afvragen of onze controle en de controle door onze nationale collega’s wel scherp genoeg was. Ik denk van niet. Hieruit blijkt eens te meer dat wij parlementariërs de Verenigde Naties niet mogen overlaten aan de regeringen. Wij moeten de parlementaire dimensie van de VN versterken.

Mevrouw Ferrero-Waldner, ik ben bijzonder blij met uw kritische kijk op het eerste jaar van deze Mensenrechtenraad, want de raad heeft de verwachtingen die in hem werden gesteld niet waargemaakt. Feit is echter dat deze instelling bestaat, en zij blijft het belangrijkste internationale forum. Wij moeten het ermee doen, en ik hoop dat het zal lukken om de raad weer uit het slop te halen. Overigens doet het mij deugd dat wij dit debat in Brussel voeren en niet in Straatsburg.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, ik geef alleen een korte samenvatting omdat wij het eens zijn over de doelstellingen. Ik kan de teleurstelling van de heer Lambsdorff begrijpen over de zaken die hij zojuist opnoemde. U bent niet de enige die teleurgesteld is, want ook wij hadden heel andere verwachtingen.

Ik deel de opvatting van commissaris Ferrero-Waldner, die zei dat de Mensenrechtenraad nu sinds een jaar bestaat en dat wij het ons allemaal anders hadden voorgesteld, maar dat we niet in dit stadium al een oordeel over de raad moeten vellen. Ik pleit ervoor om nu geen wig te drijven tussen de parlementen en de regeringen. Daar schieten we niets mee op. Integendeel!

Hoewel er op dit terrein nog het een en ander verbeterd kan worden, moet de Europese Unie - en daartoe behoren de nationale parlementen, het Europees Parlement, de regeringen en de Commissie - één lijn trekken en het duidelijke signaal afgeven dat wij ons niet tegen elkaar laten uitspelen, omdat wij de mensenrechten daarvoor te belangrijk vinden. Ik kan alleen maar hopen dat er gedurende het tweede jaar vooruitgang kan worden geboekt op het een of andere terrein, hoewel de tussentijdse evaluatie na een jaar ontnuchterend is. Toch zeg ik luid en duidelijk dat we er samen een succes van zullen maken, samen met u, die zich zo sterk inzet voor de mensenrechten. Ik hoop dat wij dan in het verslag over het volgend jaar een ietwat positievere conclusie kunnen trekken dan vandaag het geval was.

 
  
  

VOORZITTER: MARIO MAURO
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, Commissie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik beschouw de Mensenrechtenraad als een orgaan dat nog in de kinderschoenen staat, en dat daarom ook zekere kinderziekten kent. Het is tegenwoordig voor de Europese Unie niet gemakkelijk om in de VN steun te vinden voor onze normen ten aanzien van de mensenrechten. Waarom niet? Omdat wij daar maar weinig permanente bondgenoten hebben. De steun die wij krijgen, komt doorgaans van Canada, Zwitserland, Noorwegen, de kandidaat-lidstaten en de landen waarop ons nabuurschapsbeleid van toepassing is, om er maar enkele te noemen. Deze opsomming is niet volledig. Wij zien ons echter vaak geconfronteerd met een gesloten front van G77-landen, en als er een confrontatiekoers wordt gevaren, kunnen we meestal niet veel bereiken.

Daaruit moeten we onze eigen conclusies trekken. Waar ligt het probleem precies? Wat kunnen we doen? We zouden bijvoorbeeld de speciale rapporteur kunnen versterken, de Hoge Commissaris voor de mensenrechten kunnen ondersteunen, universele evaluaties kunnen uitvoeren, maar we kunnen ook de ernstigste gevallen veroordelen en de zwaarste schendingen aan de kaak stellen. Met andere woorden, in individuele gevallen moeten wij bijzonder duidelijke taal blijven spreken, in het belang van de slachtoffers van mensenrechtenschendingen.

Vaak zou ik willen dat wij sneller konden reageren op ontwikkelingen. Van meet af aan heb ik bijvoorbeeld verzocht om een soort waarschuwingsmechanisme. Ik hoop ten zeerste dat wij ons geleidelijk aan in die richting kunnen bewegen. Op de lange termijn echter is de verwezenlijking van de doelen van de Mensenrechtenraad afhankelijk van een nieuwe benadering van de mensenrechten binnen de Verenigde Naties.

De overgang naar deze nieuwe benadering vormde ook het hart van de resolutie ter oprichting van deze nieuwe raad. Daarin heet het namelijk dat de Mensenrechtenraad zich in zijn werk zal laten leiden door de beginselen van universaliteit, onpartijdigheid, objectiviteit en niet-selectiviteit, door een constructieve dialoog en samenwerking. Natuurlijk moeten we ook beseffen dat er nooit een apolitiek VN-forum zal bestaan. Daarom spreekt het vanzelf dat wij niet alleen onze waarden moeten propageren, maar ook al onze belangen moeten verdedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Er zijn twee ontwerpresoluties(1) ingediend, overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag plaats.

 
  

(1) Zie notulen.

Juridische mededeling - Privacybeleid