Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Volledig verslag van de vergaderingen
Dinsdag 19 juni 2007 - Straatsburg Uitgave PB

16. Vragenuur (vragen aan de Commissie)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het vragenuur (B6-0125/2007).

Wij behandelen een reeks vragen aan de Commissie.

Eerste deel

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 35 van Manolis Mavrommatis (H-0355/07):

Betreft: Verzekeringsmaatschappijen in de EU

Naar verluidt sluiten verzekeringsmaatschappijen enkel verzekeringspolissen af voor auto's die ingeschreven zijn in en een nummerplaat hebben van het land waar de verzekeringsmaatschappij gevestigd is, ondanks het feit dat de EU in haar regelgeving de mogelijkheid biedt ook auto's te verzekeren met een nummerplaat uit een andere lidstaat. Is de Commissie, gelet op Richtlijn 92/49/EEG(1) (derde richtlijn schadeverzekering) en Richtlijn 2000/26/EG(2)(vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering), van plan een herziening van deze richtlijnen voor te stellen opdat de Europese consument de mogelijkheid heeft zelf de verzekeringsmaatschappij en het land te kiezen waar hij er belang bij heeft zijn auto te laten verzekeren? Is de Commissie van oordeel dat deze vrijheid tevens de mededinging ten goede zal komen waardoor de premies gevoelig zullen dalen?

 
  
MPphoto
 
 

  Charlie McCreevy, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de voornaamste doelen van het wetgevingskader van de EU zijn het bieden van een hoog beschermingsniveau aan slachtoffers van verkeersongevallen, het bevorderen van het vrije verkeer van voertuigen en het aanmoedigen van grensoverschrijdende activiteiten van verzekeringsmaatschappijen.

Het communautaire wetgevingskader voor de verplichte motorrijtuigenverzekering is echt een succesverhaal voor de EU. Dit wetgevingskader, dat vanaf het begin van de jaren zeventig werd opgezet, was van cruciaal belang voor de verwezenlijking van het vrije verkeer van automobilisten en hun voertuigen in de Unie. De richtlijnen motorrijtuigenverzekering hebben het mogelijk gemaakt de grenscontroles voor verzekeringen af te schaffen, zodat voertuigen net zo eenvoudig van de ene naar de andere lidstaat kunnen worden gereden als binnen een land. Ook maken de richtlijnen eenvoudige schadeloosstelling mogelijk in verband met de duizenden ongevallen waarbij voertuigen uit verschillende lidstaten betrokken zijn.

In de richtlijnen motorrijtuigenverzekering is bepaald dat verzekeringsmaatschappijen een nationale vertegenwoordiging moeten hebben voor schadeafwikkeling en verplicht moeten zijn aangesloten bij het nationale garantiefonds en het nationale bureau voor de afgifte van de groene kaart. Een en ander heeft tot doel te voorkomen dat met name slachtoffers grensoverschrijdende onderhandelingen moeten gaan voeren met een in een andere lidstaat gevestigde verzekeringsmaatschappij.

Het lidmaatschap van het nationaal bureau voor de afgifte van de groene kaart garandeert een soepele werking van het systeem zonder dat er verzekeringsbewijzen hoeven te worden gecontroleerd. Alle EU-lidstaten, Zwitserland, Noorwegen, IJsland, Kroatië en Andorra doen mee op basis van de multilaterale overeenkomst.

De koppeling tussen het land waar het voertuig is geregistreerd en de deelname van de verzekeraar aan het garantiefonds van dat land is ook een uitdrukking van de onderlinge solidariteit van de automobilisten in dat land.

Europese consumenten hebben de mogelijkheid in heel Europa een motorrijtuigenverzekering af te sluiten, mits voldaan wordt aan de genoemde specifieke voorwaarden voor verzekeraars. Of verzekeraars bereid zijn verzekeringspolissen af te sluiten voor auto's die geregistreerd staan in een ander land, hangt grotendeels af van het bedrijfsbeleid dat verzekeraars voeren en van hun bereidheid om risico's te dekken die voornamelijk of volledig worden gelopen in een ander land, waar de risicoprofielen aanzienlijk kunnen verschillen van wat zij in hun eigen land gewend zijn.

Met dit in het achterhoofd is het wellicht niet verrassend dat de hoeveelheid grensoverschrijdende handel binnen deze bedrijfstak zeer beperkt is. Er zijn echter mensen die beweren dat er sprake is van een gebrek aan concurrentie en dat meer grensoverschrijdende handel ertoe zou kunnen leiden dat de premies voor motorrijtuigenverzekeringen dalen. We evalueren deze kwestie in het kader van onze lopende openbare raadpleging over financiële diensten voor consumenten.

 
  
MPphoto
 
 

  Manolis Mavrommatis (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik dank u voor uw antwoord. Ik moet alsnog aandringen op mijn vraag, na het debat van vanmorgen en het enorme schandaal van Equitable Life, waardoor miljoenen mensen het slachtoffer werden van het wanbeheer door deze verzekeringsmaatschappij en nu om een billijke schadeloosstelling vragen.

Volstaat dat voorbeeld, mijnheer de commissaris, eigenlijk niet om de Commissie ertoe aan te zetten de markt van autoverzekeringen te liberaliseren en de burger de mogelijkheid te bieden om te kiezen wat hem of haar het beste uitkomt? Dan zal die burger ook geheel de verantwoordelijkheid dragen voor zijn of haar keuze.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlie McCreevy, lid van de Commissie. - (EN) Wat we vanmorgen hebben besproken in verband met het verslag van de Enquêtecommissie crisis bij de Equitable Life Assurance Society was de regulering van verzekeringsmaatschappijen, alsmede de tekortkomingen die de Enquêtecommissie heeft geconstateerd met betrekking tot regelgeving, de omzetting van EU-richtlijnen en andere zaken.

Ik denk echter dat de afgevaardigde hier doelt op het feit dat de burger moet kunnen profiteren van het kunnen sluiten van grensoverschrijdende polissen voor de motorrijtuigenverzekering. Dat is evenwel een wederzijdse transactie. Hij of zij moet dus een verzekeringsmaatschappij bereid vinden de diensten in kwestie aan te bieden, en tot nu toe blijkt uit de gegevens dat veel verzekeringsmaatschappijen vanwege een heel scala aan redenen geen bedrijfsbeleid voeren dat gericht is op grensoverschrijdende activiteiten - ik meen te mogen beweren dat zij waarschijnlijk niet bekend zijn met het declaratiebeleid in andere landen, het rechtsstelsel, en de hoeveelheid schadevergoeding die er kan worden toegekend, zaken die per land aanzienlijk verschillen.

Zoals ik in mijn antwoord heb gesteld, is het volgens de richtlijnen die we hebben mogelijk dat iemand hiervoor kiest, mits aan de diverse regels wordt voldaan. Maar dan moet er natuurlijk wel een verzekeringsmaatschappij zijn die bereid is om op die manier te werk te gaan en die aspecten van de grensoverschrijdende handel te benutten.

Zoals ik in mijn antwoord al zei, erken ik dat het heel goed zou zijn als dat zou gebeuren, en daarom onderzoeken we dit in het kader van het Groenboek over financiële diensten voor consumenten in de interne markt. Als er dingen zijn die we kunnen doen om dat enigszins te vereenvoudigen, zullen we dat meenemen. Tot nu toe is de situatie echter zo dat, ook al willen we de grenzen slechten en willen we ervoor zorgen dat de markt wordt geliberaliseerd, er wel een bedrijf moet zijn dat daartoe op zijn beurt bereid is, en dat is tot nu toe niet het geval geweest. Er zijn beperkte uitzonderingen, maar dit is geen bedrijfstak waarin dergelijke kansen zijn benut.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 36 van Brian Crowley (H-0411/07):

Betreft: Voorlichtingscampagne over koop van onroerend goed in een ander EU-land

Is de Commissie bereid na te denken over de opstelling en verspreiding van een voorlichtingsbrochure waarin wordt ingegaan op de verschillende fiscale, boekhoudkundige en juridische kwesties waarop Europese aspirant-kopers moeten letten bij het kopen van een woonhuis in een andere lidstaat van de EU?

 
  
MPphoto
 
 

  Charlie McCreevy, lid van de Commissie. - (EN) Het kopen van een woonhuis is een grote en tijdrovende uitdaging voor consumenten. Juridische en fiscale aangelegenheden vormen grote uitdagingen, zelfs in de eigen lidstaat. Deze uitdagingen worden alleen nog maar groter wanneer consumenten een woonhuis kopen buiten hun lidstaat: de procedures zijn vaak volslagen anders dan die "thuis" van toepassing zijn.

De Commissie is zich terdege bewust van deze feiten, maar een eenvoudig antwoord is er niet. De belastingen en eigendomswetten die ten grondslag liggen aan deze complexiteit vallen namelijk grotendeels buiten de bevoegdheidssfeer van de Gemeenschap.

Desalniettemin ondersteunt de Commissie initiatieven ter bevordering van de transparantie op de Europese onroerendgoed- en hypotheekmarkten. Transparantie is met name voor consumenten belangrijk, in het bijzonder wanneer de regels per land verschillen. De consumenten hebben behoefte aan volledige en nauwkeurige informatie om een doordachte keuze te kunnen maken bij het kopen van onroerend goed in een andere lidstaat.

Het verzoek om een voorlichtingsbrochure voor consumenten die onroerend goed willen kopen, is ook geuit in het kader van onze lopende evaluatie van de Europese hypotheekmarkten, waarbij belanghebbenden hebben voorgesteld dat de Commissie een internethandleiding opstelt en bijhoudt met betrekking tot de voornaamste juridische en andere kwesties in verband met grensoverschrijdend lenen. Ik ben voorstander van dergelijke initiatieven. Het grensoverschrijdend kopen van onroerend goed is een logisch gevolg van de vrijheden die de kern vormen van de gemeenschappelijke markt. Wanneer consumenten worden geconfronteerd met praktische problemen of een gebrek aan informatie, moeten we proberen hen te helpen, bijvoorbeeld door te wijzen op de problemen waarmee zij te maken kunnen krijgen en door hen de weg te wijzen naar de relevante organen en autoriteiten die hen kunnen helpen.

De Commissie zal deze vraagstukken bekijken om te bezien wat er gedaan kan worden. Maar laat ik eerlijk zijn: dit is geen eenvoudige taak. De Commissie heeft niet noodzakelijkerwijs toegang tot alle benodigde informatie, noch hebben we noodzakelijkerwijs de middelen om te controleren dat dergelijke informatie nauwkeurig of actueel is. Voordat we hiermee verder gaan, moeten we er zeker van zijn dat we deze uitdaging het hoofd kunnen bieden. Ook samenwerking met derden kan een optie zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley (UEN). - (EN) Ik wil de commissaris bedanken voor zijn antwoord. Ik ben van mening dat op dit terrein, zoals op elk ander terrein, in de eerste plaats moet gelden: caveat emptor, de koper zij op zijn hoede. Het is echter ingewikkeld, zoals u terecht opmerkte, en ik juich het toe dat u hebt gekeken naar wat de Europese hypotheekverstrekkers vinden.

Er is echter nog een ander aspect, namelijk de noodzaak om een tweede testament op te maken. Als men onroerend goed bezit buiten het land waar men woont, is het noodzakelijk een tweede testament op te maken voor de afwikkeling van de nalatenschap in dat geval. Ook al zijn er verschillen tussen de 27 lidstaten, en verdere complicerende factoren daarbinnen, er zijn ongetwijfeld bepaalde basisgegevens die op de website van de Commissie zouden kunnen worden geplaatst, zoals u terecht hebt gezegd.

Ik wil u aanmoedigen verder te werken aan de verwezenlijking van dat doel, waarbij ik benadruk dat in de eerste plaats altijd moet gelden: caveat emptor.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlie McCreevy, lid van de Commissie. - (EN) Ik ben het zeker eens met de geachte afgevaardigde. Zoals ik al zei, zou het zeer moeilijk kunnen worden om deze werkzaamheden te verrichten. Zoals de heer Crowley opmerkte, moet het onderliggende beginsel altijd dat van caveat emptor zijn. Op al deze terreinen, of het nu gaat om het kopen van onroerende goederen of financiële producten, is dat iets waarvan iedereen zich bewust moet zijn. Zoals ik eerder vandaag al heb gezegd: als iemand een deal voorstelt die te mooi lijkt om waar te zijn, dan is die doorgaans ook te mooi om waar te zijn. Dat moeten we in ons achterhoofd houden.

De heer Crowley stelde de kwestie van het opmaken van een tweede testament aan de orde. Afgelopen weekend nog las ik een artikel in een vakblad waarin mensen met onroerend goed in bijvoorbeeld Spanje werden gewaarschuwd dat het essentieel is om ook daar een testament op te maken met betrekking tot die specifieke bezitting en waarin werd uitgelegd hoe ze dat moeten aanpakken. Overigens bezit ik momenteel geen onroerend goed in Spanje, maar veel Ieren die ik ken wel, zonder dat zij op de hoogte zijn van deze vereiste. Het betreffende artikel stond in een tijdschrift dat waarschijnlijk alleen wordt gelezen door mensen die op het gebied van accountancy werken. Wat de heer Crowley zegt, is zeer belangrijk. Slechts een heel klein percentage van de Ieren die huizen bezitten in het bijzonder aangename Spanje, zal op de hoogte zijn van deze informatie.

Een van de 48 aanbevelingen van de deskundigengroep was dat er een voorlichtingsbrochure zou moeten komen. Het wordt waarschijnlijk nog een hele opgave om te bepalen wat we op adequate wijze in de brochure kunnen behandelen, maar we zullen daartoe zeker een poging doen. Het gevaar is dat we, omdat we niet alles aan de orde kunnen laten komen, voor het morele dilemma worden gesteld bepaalde informatie achterwege te laten. Maar laten we eens kijken wat we kunnen bereiken. Als we streven naar een gemeenschappelijke markt op alle terreinen, dan is het logisch om de informatie te verstrekken die van grensoverschrijdende aard is.

Verder zou het voor het imago van de Europese Unie goed zijn als gewone mensen kunnen zeggen dat de Europese Unie iets bijzonder waardevols heeft geproduceerd. We zullen een poging doen, maar hoeveel succes we zullen boeken, weet ik niet.

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). - (LT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik ben het ermee eens dat dit een gecompliceerd vraagstuk is. Ik heb zelf een boek geschreven over het opzetten van een bedrijf in de vijftien oude lidstaten van de Europese Unie, en daarin ging ik onder meer in op het kopen van onroerend goed, op belastingen en op andere factoren die daarbij komen kijken. U zei dat er informatieoverzichten bestaan. Kunt u aangeven welke informatieoverzichten er precies zijn? Als ze niet compleet zijn, moeten ze worden bijgewerkt, zodat de mensen die zich vrijelijk binnen de Europese Unie bewegen, kunnen beschikken over alle informatie die ze nodig hebben over deze factoren, met inbegrip van het kopen van onroerend goed.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlie McCreevy, lid van de Commissie. - (EN) Ik vrees dat er een vergissing in het spel is: zij bestaan nog niet. De vraag van de heer Crowley was of we konden overwegen een voorlichtingsbrochure op te stellen en deze aanbeveling is ook gedaan door de deskundigengroep inzake hypothecair krediet. We zijn dit aan het onderzoeken en zullen proberen te bekijken wat we kunnen doen om een goede voorlichtingsbrochure te maken, afhankelijk van de diverse voorbehouden die ikzelf heb gemaakt ten aanzien van de wijze waarop deze brochure zou kunnen worden geproduceerd.

Ik feliciteer de afgevaardigde met haar initiatief om dit in een kennelijke professionele hoedanigheid aan te pakken. Ik kan me voorstelen dat er een aanzienlijke hoeveelheid werk in is gaan zitten. Zoals ik echter in mijn vorige antwoord al heb gezegd, kunnen we proberen de expertise te bundelen die reeds beschikbaar is bij particuliere organisaties die zich kunnen vinden in een bepaald type gezamenlijke aanpak, door gebruik te maken van wat er al is, in plaats van zelf opnieuw het wiel uit te vinden. Wellicht is de geachte afgevaardigde bereid om bepaalde informatie waarover zij beschikt aan mijn diensten te verstrekken, en misschien kunnen we dan haar onmiskenbare talenten op dit terrein benutten.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 37 van Manuel Medina Ortega (H-0362/07):

Betreft: Buitenlandse dienst van de Europese Unie en immigratiebeleid

De bevoegdheden van de Unie op het gebied van immigratie zijn onlangs uitgebreid, en de Commissie heeft haar activiteiten op dit gebied opgevoerd. Beschikt de buitenlandse dienst van de Unie in die context over voldoende middelen om de lidstaten bij te staan bij de nieuwe samenwerkingsvormen die in deze sector zijn opgezet, zoals het contracteren van legale immigranten of de terugkeer van immigranten naar hun land van herkomst en hun re-integratie in de maatschappij waar zij vandaan komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. - (EN) De externe dimensie van het EU-migratiebeleid en het optreden van de Commissie op dit terrein hebben zich de afgelopen paar jaar sterk ontwikkeld, vanwege de behoeften op het vlak van migratie, met name aan een definitie maar ook aan de tenuitvoerlegging van een allesomvattende benadering van migratie. We denken dat dit van belang is voor de toekomst en we stellen alles in het werk om tot een allesomvattende benadering te komen.

In de context van deze allesomvattende benadering ontwikkelen we diverse initiatieven in verband met alle aspecten van migratie, dat wil zeggen inclusief legale migratie, maar in het bijzonder met betrekking tot de strijd tegen illegale migratie, overname en overnameovereenkomsten, terugkeer, reïntegratie, asiel, migratie en ontwikkeling, en migratie en integratie.

Van meet af aan heb ik mij persoonlijk verbonden tot het streefdoel van 3 procent dat is opgenomen in het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument. Ik ben reeds begonnen definitief vorm te geven aan deze inzet met betrekking tot de landen die onder mijn verantwoordelijkheid vallen. Samen met de heren Frattini en Michel heb ik onlangs de thematische strategie voor het thematisch programma voor de samenwerking met derde landen op het gebied van migratie en asiel voor de periode 2007-2010 ter goedkeuring voorgelegd aan de Commissie. In het programma is een indicatief bedrag voorzien van ruim 380 miljoen euro voor de periode 2007-2013 ten behoeve van de samenwerking met derde landen op het gebied van migratie en asiel, met inbegrip van arbeidsmigratie en de reïntegratie van teruggekeerde mensen.

De delegaties van de Commissie spelen een belangrijke rol bij de tenuitvoerlegging van deze ambitieuze agenda, zowel op politiek als op operationeel niveau, en in Brussel gevestigde diensten van de Commissie informeren de delegaties systematisch over, en betrekken hen bij nieuwe ontwikkelingen op het gebied van migratie. De politieke dialoog met derde landen wordt gezamenlijk gevoerd door de delegaties en de in Brussel gevestigde diensten.

Op operationeel niveau zijn de delegaties verder bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het in kaart brengen van behoeften en beperkingen, om ervoor te zorgen dat maatregelen die worden gefinancierd met externe hulp van de Gemeenschap op de juiste manier ten uitvoer worden gelegd. Bovendien worden de delegaties in landen waar migratie is uitgegroeid tot een belangrijk nieuw onderwerp, als het gaat om de externe hulp van de Gemeenschap ook ondersteund door de diensten in Brussel, door middel van opleidingen, thematische netwerken op operationeel niveau en ondersteuningsmissies.

Met deze maatregelen zorgen wij in de Commissie ervoor dat de delegaties kunnen samenwerken met de lidstaten maar ook met derde landen, en dat zij de hulp van de Gemeenschap in verband met migratie kunnen benutten.

 
  
MPphoto
 
 

  Manuel Medina Ortega (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, ik heb de afgelopen maanden goed geluisterd naar de verklaringen die zowel u als commissaris Michel en commissaris Frattini hebben afgelegd, en ik ben zeer positief over de resultaten die u heeft bereikt.

Mijn zorg is dat we in de Europese Unie soms te vaak zeggen dat we iets willen en allerlei verklaringen afleggen, maar die verklaringen vervolgens niet laten volgen door daden vanwege het ontbreken van middelen. Zo is Frontex bijvoorbeeld op enorme problemen gestuit bij het controleren van de illegale immigratie.

De compromissen die zijn bereikt door de drie commissarissen maken een nieuw type buitenlandse dienst van de Europese Unie nodig, die minder economisch en politiek georiënteerd is, maar meer op sociale en arbeidsaspecten is gericht, zoiets als de arbeids- en sociale attachés die alle lidstaten tegenwoordig hebben.

Denkt de commissaris dat ze dit type buitenlandse dienst kan ontwikkelen? Beschikt ze over voldoende middelen? Wat kan het Parlement doen om de commissaris te helpen bij het ontwikkelen van deze nieuwe rol?

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Medina Ortega, u weet dat de Europese Commissie op dit moment delegaties heeft die niet over deskundigen op alle gebieden beschikken. Maar zoals ik gezegd heb, proberen we te zorgen voor scholing, en in de toekomst zou het zeker goed zijn om meer deskundigen in de delegaties te hebben.

Ik heb ook altijd een open houding als de lidstaten deskundigen willen detacheren naar de delegaties van de Commissie. Dat hebben we bijvoorbeeld gedaan in Mauretanië, op verzoek van de vice-premier van de Spaanse regering, die naar mij toe is gekomen en mij dat gevraagd heeft, en ik heb de delegaties onmiddellijk opengesteld.

Wat betreft Frontex weet u dat het om een agentschap van de lidstaten gaat, wat het gecompliceerder maakt, maar Franco Frattini heeft al behoorlijk veel gedaan, met veel inzet en met veel steun, ook van mij, al moet er in de toekomst natuurlijk nog meer worden gedaan.

En u weet ook dat we in Mauretanië en Marokko hebben gewerkt met wat ik een groot budget zou willen noemen, met dit opleidingsprogramma, met grensbeheer, om deze landen, maar ook de lidstaten van de Europese Unie te helpen om de grote uitdaging aan te gaan die de immigratie vandaag de dag is, vooral de illegale immigratie.

 
  
  

Tweede deel

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 38 van Dimitrios Papadimoulis (H-0371/07):

Betreft: Evolutie van het begrotingstekort en de overheidsschuld

In haar antwoord op mijn vorige vraag E-0574/07 stelt de Commissie dat zij verwacht dat het beoordelingsrapport in juli of oktober 2007 zal worden voorgelegd aan het BNI-comité en dat zij de extra bijdrage pas zal kunnen berekenen nadat alle nodige stappen zijn ondernomen die in het antwoord op het vorige deel van de vraag zijn uiteengezet.

Wanneer zal de Commissie zich dan eindelijk beraden over het voorstel van de Griekse regering om het Griekse BBP te herzien? Hoe is de evolutie van het begrotingstekort en de overheidsschuld in het jaar 2007 en wat is de prognose van de Commissie voor 2008? Welke maatregelen moeten volgens haar worden genomen om de daling van het tekort en de overheidsschuld te consolideren?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Papadimoulis, de beoordeling van het herziene BBP en BNP van Griekenland door de Commissie bevindt zich in de afrondende fase, waarbij dezelfde procedure is gevolgd als bij alle andere lidstaten.

De procedure en het tijdschema zijn als volgt:

Op 22 september van het vorig jaar heeft Griekenland de herziene cijfers voor zijn bruto binnenlands product (BBP) en bruto nationaal product (BNP) aan de Commissie overgelegd. De herziening hield een bijstelling naar boven in van ongeveer 26 procent. Eind oktober vorig jaar, dus een maand na de ontvangst van deze documentatie, heeft Eurostat deze gegevens voor een eerste onderzoek doorgegeven aan het BNI-comité van de lidstaten.

Het comité heeft toen een verklaring uitgegeven waarin het aangaf dat het onvoldoende informatie van Griekenland had ontvangen met betrekking tot de herziene cijfers en de veranderingen op methodologisch gebied. Bovendien deed het comité Griekenland het dringende verzoek om volledig met Eurostat samen te werken en een geheel herziene inventaris van zijn BBP en BNP te verstrekken, inclusief een gedetailleerde uiteenzetting van de nieuwe bronnen en methoden die Griekenland gebruikt in zijn nationale rekensysteem, zodat Eurostat een volledige analyse kon maken van de nieuwe gegevens en de resultaten daarvan aan het comité kon voorleggen.

De herziene inventaris werd door Griekenland op 6 februari van dit jaar aan Eurostat overgelegd, in een document van 460 bladzijden dat was opgesteld in het Grieks. Nadat het document was vertaald, is Eurostat het onderzoek van deze documentatie nu aan het afronden, en voor het eind van deze maand zal Eurostat een missie naar Griekenland sturen. Van die missie zullen, net als bij andere missies die zijn uitgevoerd naar andere landen, deskundigen uit andere lidstaten deel uitmaken, om de benodigde mate van transparantie te waarborgen.

De resultaten van de missie zullen in eerste instantie samen met Griekenland worden geanalyseerd, en de opmerkingen die daaruit voortkomen, zullen in aanmerking worden genomen in het definitieve evaluatierapport over de herziene cijfers met betrekking tot het Griekse BBP en BNP. Dit rapport zal door Eurostat aan het comité worden voorgelegd voor een uitgebreide evaluatie. De verwachting is dat dit niet later dan in oktober 2007 zal gebeuren.

Wat betreft het tweede gedeelte van uw vraag: volgens onze voorjaarsramingen, die zijn gemaakt op basis van de niet-herziene cijfers van het Griekse BBP, zal het begrotingstekort voor dit jaar dalen naar 2,4 procent, tegen 2,6 procent vorig jaar. Voor het jaar 2008 voorziet de Commissie, uitgaande van de hypothese dat het huidige beleid niet wordt gewijzigd, een lichte stijging van het begrotingstekort, van 2,4 procent naar 2,7 procent. Dit alles is gebaseerd op de cijfers van voor de herziening.

De overheidsschuld zal volgens de ramingen blijven dalen, van 104,5 procent van het BBP in het jaar 2006 naar ongeveer 100,7 procent in het jaar 2007 en 97,5 procent in het jaar 2008. Op basis van deze cijfers heeft de Commissie aan de Raad voorgesteld om de procedure inzake buitensporige tekorten, die twee jaar eerder was geopend, in te trekken, en op 5 juni van dit jaar heeft de Ecofin-Raad het besluit genomen om het voorstel van de Commissie over te nemen en deze procedure te sluiten.

Ook heeft de Ecofin-Raad op 27 februari van dit jaar, eveneens op aanbeveling van de Commissie, zijn advies uitgebracht over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma voor de jaren 2006 tot en met 2009, en in dat advies doet de Ecofin-Raad Griekenland de aanbeveling om gebruik te maken van de gunstige conjunctuur om de doelstelling voor de middellange termijn - evenwicht op de begroting - dichterbij te brengen, het begrotingsproces verder te verbeteren, de transparantie daarvan te vergroten en een begrotingsstrategie voor de langere termijn te ontwikkelen waarin mechanismen voor het toezicht en de controle op de primaire uitgaven moeten worden opgenomen.

Bovendien wordt aan de Griekse autoriteiten de aanbeveling gedaan om, met het oog op de hoge schuldquote en de verwachte toename daarvan als gevolg van de vergrijzing, zo snel mogelijk een raming te maken van de verwachte kosten van die vergrijzing en om de houdbaarheid van de overheidsbegroting op lange termijn te verbeteren, met inzet van de instrumenten die nodig zijn om de doelstelling voor de middellange termijn te bereiken.

Op 20 april heeft de Griekse minister van Economische Zaken en Financiën, na de vergadering van de Eurogroep in Berlijn, officieel en publiekelijk verklaard dat de regering had besloten om het jaar waarin deze begrotingsdoelstelling voor de middellange termijn moet zijn verwezenlijkt, naar voren te halen van 2012 naar 2010.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord.

Met uw verklaring van 5 juni hebt u uiting gegeven aan de bezorgdheid van de Commissie over het grote tekort op de betalingsbalans van de Griekse economie en strenge maatregelen aanbevolen, opdat het tekort en de schuld gestaag kunnen blijven afnemen. Daarom wilde ik graag weten of u de door de Commissie voorgestelde maatregelen hebt besproken met de Griekse regering. Hebt u antwoorden en toezeggingen gekregen van de Griekse regering in verband met de volgens u noodzakelijke maatregelen?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, formeel gesproken gaat de Commissie niet verder dan wat we aan de Raad hebben voorgesteld, en de Ecofin-Raad heeft de laatste actualisering van het stabiliteitsprogramma goedgekeurd, wat betekent dat de duurzaamheid van de overheidsbegroting in Griekenland op de middellange termijn moet worden verbeterd.

Griekenland is een van de zes landen van de Unie die in het verslag dat we vorig jaar hebben opgesteld, worden aangemerkt als landen die een hoog risico lopen wat betreft de gebrekkige duurzaamheid van de overheidsbegroting. Dat is in hoge mate te wijten aan het feit dat er, gelet op de huidige demografische vooruitzichten, een sterke toename van de uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg wordt verwacht. Dat is niet het enige element, maar het is een duidelijk element, waar het zeer hoge niveau van de Griekse overheidsschuld bij komt. Die overheidsschuld is, zoals ik in mijn eerste interventie heb gezegd, hoger dan 100 procent van het Griekse BBP.

Wat er nu moet gebeuren is dat de Griekse autoriteiten voorstellen moeten doen - die vervolgens door het Griekse parlement moeten worden besproken en aangenomen - voor hervormingen die zijn gericht op het verbeteren van de duurzaamheid. Daarvoor is het nodig - daar twijfelt niemand aan die de Griekse economie en de Griekse overheidsbegroting analyseert - dat het pensioenstelsel en het socialezekerheidsstelsel worden hervormd, om de duurzaamheid en daarmee de levensvatbaarheid op de middellange en lange termijn te verbeteren, en tegelijkertijd meer te doen dan alleen het buitensporig tekort corrigeren.

In de begrotingsstrategieën van Griekenland moet het terugdringen van de overheidsschuld een structurele doelstelling blijven, omdat deze weliswaar afneemt, maar nog steeds op een buitengewoon hoog niveau ligt.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 39 van Danutė Budreikaitė (H-0393/07):

Betreft: Uitvoering verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie

Ingevolge artikel 2 van het eerste deel van het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie zijn vanaf het moment van toetreding de oorspronkelijke verdragen en de door de instellingen vóór de toetreding genomen besluiten verbindend voor de nieuwe lidstaten en in deze staten toepasselijk onder de voorwaarden waarin wordt voorzien door die verdragen en deze (toetredings-) akte.

Dat betekent dat Zweden overeenkomstig het in 1995 bij referendum goedgekeurde Toetredingsverdrag de euro dient in te voeren zodra aan de criteria van Maastricht is voldaan. In weerwil van deze in het Toetredingsverdrag aanvaarde verplichting heeft Zweden de invoering van de Euro bij referendum verworpen.

Kan de Commissie, als waakster over de toepassing van het EU-recht in de lidstaten, enig commentaar geven op het geval van Zweden? Hebben andere lidstaten eveneens het recht om op soortgelijke procedures terug te vallen, bijvoorbeeld om hun energiezekerheid te waarborgen?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, met betrekking tot de bepalingen van het gemeenschappelijk monetair beleid in de eurozone is Zweden momenteel een van de landen die een derogatie hebben. Er zijn op dit moment dertien lidstaten die deze derogatie hebben en daarnaast is er nog het Verenigd Koninkrijk, dat de bekende opt-out-clausule heeft en daarom niet bij de lidstaten hoort die een derogatie hebben.

Behalve Denemarken moeten alle lidstaten die een derogatie hebben, ofwel twaalf lidstaten, de euro invoeren, waarvoor ze aan de convergentiecriteria moeten voldoen die zijn vastgelegd in het Verdrag. In het Verdrag zijn echter geen expliciete termijnen vastgelegd waarbinnen de lidstaten aan deze verplichting moeten voldoen.

Ons meest recente convergentieverslag, dat betrekking heeft op de landen met een derogatie, is gepubliceerd in december 2006, en daarin concludeerde de Commissie dat Zweden voldeed aan het criterium van prijsstabiliteit, het criterium dat betrekking heeft op de overheidsbegroting en het criterium dat betrekking heeft op de convergentie van de langetermijnrentetarieven.

Volgens ons convergentieverslag voldeed Zweden echter niet aan het wisselkoerscriterium, dat inhoudt dat de desbetreffende lidstaat gedurende ten minste twee jaar voorafgaand aan de beoordeling, en zonder dat er sprake is van grote spanningen, de normale fluctuatiemarges van het nieuwe wisselkoersmechanisme (MTC II) in acht heeft genomen.

Bovendien verklaarde de Commissie in het convergentieverslag van december vorig jaar dat de Zweedse wetgeving op het punt van de regulering van de Centrale Bank en de integratie daarvan in het Europees stelsel van centrale banken niet volledig verenigbaar was met de artikelen 108 en 109 van het Verdrag.

In het licht van deze beoordeling concludeerde de Commissie dat het statuut van Zweden als lidstaat met een derogatie in dit opzicht geen wijziging behoefde. In overeenstemming met het Verdrag zullen de Commissie en de Europese Centrale Bank het volgende convergentieverslag publiceren in 2008, in principe in mei 2008.

Wat betreft het laatste deel van uw vraag, waarin u een vergelijking maakt met energiezekerheid, kan ik u zeggen dat het Europees Parlement en de Raad op basis van de bepalingen van de vigerende Verdragen al richtlijnen hebben aangenomen betreffende enerzijds de continuïteit van de aardgasvoorziening en anderzijds het waarborgen van de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening en de infrastructuurinvesteringen. Deze richtlijnen moeten worden omgezet in de nationale wetgeving en in het geval van de laatstgenoemde richtlijn moet dat voor 1 december van dit jaar zijn gebeurd.

Daarom bevinden we ons vanuit juridisch oogpunt niet helemaal in twee identieke situaties. Bij één verplichting, die met betrekking tot de invoering van de euro, worden in het Verdrag geen maximumtermijnen vastgesteld, en ook geen wettelijke regels voor die invoering, maar wordt er verwezen naar dat convergentieverslag dat iedere twee jaar wordt opgesteld, terwijl er in het geval dat u als voorbeeld noemt, de energiezekerheid, richtlijnen bestaan die door de lidstaten moeten worden toegepast en waarbij de bijbehorende inbreukprocedures worden gestart wanneer ze dat niet doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). - (LT) Mijnheer de commissaris, ik ben niet gelukkig met uw antwoord, want in de toetredingsovereenkomst van Zweden staat duidelijk dat Zweden alle overeenkomsten die op dat moment van kracht waren, ten uitvoer moet leggen. Met andere woorden, er zijn wat het beginsel van nauwere samenwerking betreft geen uitzonderingen mogelijk. Nu hebben de Zweden vier jaar na een referendum over het onderwerp besloten dat ze opnieuw tegen de invoering van de euro zullen stemmen. Betekent dit dat landen mogen kiezen welke delen van de toetredingsovereenkomst ze wel zullen nakomen en welke niet? Ik denk aan de Litouwse kerncentrale in Ignalina, die veilig is en die de Litouwers niet willen sluiten. Moeten we de centrale misschien maar gewoon openhouden, zonder de moeite te nemen dit met iemand te bespreken?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, natuurlijk moet Zweden de Verdragen toepassen. Het feit dat er een referendum is gehouden, ontslaat Zweden niet van de verplichting om de Verdragen toe te passen. Ook de Commissie moet het Verdrag toepassen. En wat de Commissie heeft gedaan en zal blijven doen, is iedere twee jaar onderzoeken - zoals in de Verdragen van ons wordt gevraagd - of de lidstaat in kwestie, in dit geval Zweden, al dan niet voldoet aan de criteria voor toetreding tot de euro.

Zweden heeft een probleem omdat de Zweedse munteenheid niet in het wisselkoersmechanisme is opgenomen, waardoor het niet aan het criterium van stabiele wisselkoersen voldoet. En Zweden voldoet ook niet aan het criterium dat zijn wetgeving moet zijn aangepast aan datgene wat in de artikelen van de Verdragen wordt bepaald - waar ik het eerder over heb gehad - en daar wijzen wij op. Wel moet elke lidstaat zijn best doen om zich voor te bereiden op dat moment.

En zoals u en alle andere afgevaardigden weten, blijft het resultaat van het referendum dat in 2003 in Zweden is gehouden, niet eeuwig geldig. We hebben bekende gevallen gezien waarbij in een referendum in een bepaald land een bepaald standpunt werd ingenomen, maar dat standpunt in de loop der tijd veranderde, omdat de wil van de kiezers, die wordt uitgedrukt in verkiezingen of een nieuw referendum, was veranderd.

Ik blijf erbij dat als we de van de Verdragen afgeleide juridische verplichtingen analyseren, de noodzaak om op weg te gaan naar de Economische en Monetaire Unie niet te vergelijken is met de noodzaak om de regels met betrekking tot energiezekerheid na te leven, die onderdeel zijn van onze fundamentele wetgeving.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - We gaan nu over tot de aanvullende vragen. Ik heb meer vragen ontvangen dan kun worden aanvaard en daarom kan ik slechts twee afgevaardigden het woord geven. Ik moet me houden aan de bepalingen die zijn vastgelegd in artikel 109 en bijlage II van het Reglement, die betrekking hebben op de behandeling van vragen aan de Commissie. Ik heb gekozen voor de heer Lundgren en mevrouw Kauppi.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, behalve naar de eigenlijke regelgeving moet men redelijkerwijs ook kijken naar de manier waarop heel deze kwestie over de aansluiting van Zweden bij de monetaire unie is behandeld. Toen het referendum over de eventuele toetreding van Zweden tot de EU in 1994 op touw werd gezet, werd ons duidelijk gemaakt dat we niet verplicht waren om aan de monetaire unie mee te doen als we voor stemden. Dat is iets waarover we hebben onderhandeld en wat we later kunnen wijzigen. Dat is de politieke achtergrond hiervan.

Ik ben het met de commissaris eens dat Zweden niet kan worden gedwongen tot aansluiting bij ERM II, zolang wij niet voldoen aan de voorwaarden voor deelname. Ik wil er echter aan herinneren dat een land dat zich heeft aangesloten daar wél toe kan worden gedwongen, en dat is mijn vraag aan de commissaris: is het werkelijk denkbaar dat…

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik ben er niet zeker van of de geachte afgevaardigde een vraag heeft geformuleerd, maar in ieder geval zijn wij hij en ik het erover eens dat hij in ieder geval dat ene punt heeft genoemd in zijn interventie, en ook is er de wettelijke onverenigbaarheid waardoor er op dit moment niet kan worden gezegd dat Zweden voldoet aan de criteria voor deelname aan de euro.

Ik herhaal dat in het Verdrag nergens maximumtermijnen worden vastgesteld, evenmin als minimumtermijnen. Wel wordt er een algemene verplichting aan landen opgelegd om zich voor te bereiden, om te proberen om aan de voorwaarden te voldoen, maar een exact tijdschema is er niet. Het Verdrag moet daarom worden geïnterpreteerd met de flexibiliteit waarmee het is opgesteld, en niet met behulp van criteria die afwijken van de letter en de geest van het Verdrag. In ieder geval zeg ik dat we ons gezonde verstand moeten gebruiken, zoals zo vaak in de politiek. Als de Zweedse burgers nog maar vier jaar geleden nee hebben gezegd, zullen we aan ze moeten vragen wanneer ze van mening gaan veranderen, als ze dat al gaan doen. Ik denk dat geen enkel land tegen zijn wil een munteenheid kan worden opgedrongen.

 
  
MPphoto
 
 

  Piia-Noora Kauppi (PPE-DE). - (EN) Ik wil graag drie directe vragen stellen. De eerste betreft een puur technische kwestie: is de clausule in het Zweedse toetredingsverdrag volledig identiek met die in de toetredingsverdragen van de twaalf lidstaten die sinds 2004 zijn toegetreden?

Ten tweede begrijp ik dat mevrouw Budreikaitė niet zozeer geïnteresseerd is in de euro als wel in de eerdere uitleg van de toetredingsverdragen. Als er geen termijn bestaat voor iets wat in het primair recht is vastgelegd, kan dit dan voor altijd worden uitgesteld?

Ten derde, denkt u dat het referendum relevant is voor het debat?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Kauppi, ik zal proberen uw vragen te beantwoorden met dezelfde precisie als waarmee u ze gesteld hebt.

In de eerste plaats gelden voor Zweden precies dezelfde regels als voor de twaalf nieuwe lidstaten; de twee enige landen die niet meedoen aan de euro en een andere regeling hebben, zijn Denemarken en het Verenigd Koninkrijk, die allebei een opt-out-clausule hebben, die onderling weer van elkaar verschillen. Het tweede punt is de termijn. Richtlijnen kennen een termijn; de Verdragsverplichting voor een land om zich voor te bereiden op deelname aan de euro is niet gekoppeld aan een termijn. En in de derde plaats, met betrekking tot de vraag over het referendum: dat is afhankelijk van het rechtsstelsel van elk afzonderlijk land.

Als ik goed geïnformeerd ben, zijn referenda in Zweden op dit punt niet bindend. De Zweedse burgers of het Zweedse parlement kunnen moeilijk in hun eentje het Verdrag wijzigen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 40 van Ryszard Czarnecki (H-0435/07):

Betreft: Toetreding van Polen tot de eurozone

Wanneer zal Polen, volgens de Commissie, uiterlijk voldoen aan de criteria om toe te treden tot de eurozone? Is dat wellicht het jaar 2012, eventueel vroeger of misschien later, en zo ja, wanneer?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Czarnecki, zoals ik ook al heb gezegd in het vorige antwoord, brengt het lidmaatschap van de Europese Unie de verplichting met zich mee om de euro aan te nemen, behalve in het geval van Denemarken en het Verenigd Koninkrijk, die bij de toetreding een opt-out-clausule hebben bedongen. De lidstaten die nog niet deelnemen aan de eurozone hebben de verplichting om de gemeenschappelijke munt aan te nemen zodra ze voldoen aan de daarvoor gestelde voorwaarden, en hebben de verplichting om daar naartoe te werken.

Wanneer de Commissie op grond van haar eigen beoordeling (het convergentieverslag) bevestigt dat Polen voldoet aan alle voorwaarden die worden gesteld in artikel 121, lid 1, van het Verdrag, en de Europese Centrale Bank datzelfde doet, zal de derogatie van Polen kunnen worden ingetrokken op grond van artikel 122, lid 2, en kan de zloty worden opgenomen in de euro.

Op dit moment voldoet Polen niet volledig aan de convergentiecriteria op het punt van de overheidsfinanciën, omdat het overheidstekort van Polen hoger is dan 3 procent, en ook niet aan het criterium van stabiele wisselkoersen, omdat de zloty geen deel uitmaakt van het wisselkoersmechanisme. Bovendien is volgens de analyse die we hebben gemaakt in ons meest recente convergentieverslag, van december 2006, de wetgeving met betrekking tot de Centrale Bank van Polen nog steeds niet in overeenstemming met het Verdrag.

De Commissie doet geen voorspellingen over het moment waarop de lidstaten voldoen of zullen voldoen aan de gestelde eisen, maar moedigt lidstaten vanzelfsprekend aan om hun beleid te richten op het bereiken van macro-economische stabiliteit en het bevorderen van de productiviteitsgroei. Een dergelijk beleid bevordert een duurzame economische convergentie, wat de beste basis is voor landen die tot de euro willen toetreden om zich daarop voor te bereiden en om na de toetreding tot de euro te profiteren van alle voordelen die het deelnemen aan de gemeenschappelijke munt met zich meebrengt.

 
  
MPphoto
 
 

  Ryszard Czarnecki (UEN). - (PL) Mijnheer de commissaris, ik wil u hartelijk danken voor uw toelichting. Ik zou hier echter aan willen toevoegen dat wij ons terdege bewust zijn van de voorwaarden die wij moeten vervullen om in de eurozone opgenomen te kunnen worden. Mijn land heeft duidelijk gemaakt dat de tijd hiervoor vanuit economisch oogpunt nog niet rijp is, en dat er naar alle waarschijnlijkheid over enkele jaren een beslissing zal worden genomen. Ik begrijp uiteraard dat de Europese Commissie geen data kan noemen, maar zouden we algemeen genomen kunnen stellen dat 2012 een datum is die voor beide partijen min of meer aanvaardbaar is?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik blijf erbij dat het niet aan de Commissie is om deze vraag te beantwoorden. Ik denk dat dit een vraag is die moet worden gesteld - en dat doe ik soms - aan de Poolse autoriteiten. Wanneer ik de Poolse autoriteiten spreek, vraag ik ze: zijn de doelen, het tijdschema en de streefdatum voor de toetreding tot de euro al vastgesteld? En dat doe ik niet simpelweg uit nieuwsgierigheid; dat doe ik omdat ik ervan overtuigd ben dat het voor een economie als de Poolse, en voor veel andere economieën van lidstaten van de Europese Unie die zich nog niet bij de euro hebben aangesloten, heel nuttig is om zo’n streefdatum vast te stellen, om vervolgens het macro-economisch beleid en de structurele hervormingen op een consistente en coherente manier te richten op het voldoen aan de voorwaarden, teneinde een economie te creëren die maximaal profiteert van de voordelen van deelname aan de euro.

Sinds de uitbreiding hebben we te maken met zeer positieve ontwikkelingen op de valutamarkten en de financiële markten, maar dat zal niet altijd zo blijven, en de financiële markten, de ratingbureaus en de investeerders zullen deze vragen ook stellen aan de Poolse autoriteiten. Niet alleen u, leden van het Europees Parlement, of wij, commissarissen, stellen die vragen, maar ook de economische agenten, de waarnemers en de investeerders stellen die vragen en zullen die vragen steeds vaker stellen.

Daarom denk ik dat het voor alle landen die zich bij de euro gaan aansluiten, niet alleen op grond van een verplichting, maar vooral uit overtuiging, en die zich in een fase van convergentie, groei en modernisering bevinden die gepaard gaat met grote hervormingen, goed is om dat element van hun strategie duidelijker te definiëren; vooral omdat het goed is voor die landen, omdat het in hun eigen belang is.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE). - (EN) Zou de commissaris dezelfde vraag opnieuw willen beantwoorden, maar dan met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk? Zoals u eerder al duidelijk hebt gemaakt, is het Verenigd Koninkrijk niet verplicht de euro in te voeren, maar heeft het het recht dat te doen, mits het aan de voorwaarden voldoet. Hoe ver is het Verenigd Koninkrijk daadwerkelijk verwijderd van het voldoen aan die voorwaarden?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, het is waar dat de situatie van het Verenigd Koninkrijk - zoals ik al gezegd heb en zoals u heeft herhaald - niet hetzelfde is. Het Verenigd Koninkrijk heeft een opt-out-clausule. Om die reden is wat ik heb gezegd in verband met de twaalf landen die die clausule niet hebben, niet van toepassing op het Verenigd Koninkrijk.

Maar zelfs met die clausule zal er een dag komen - en ik hoop dat u en ik die dag spoedig zullen zien aanbreken -waarop de Britse autoriteiten, los van die clausule, zullen besluiten om zich gereed te maken voor toetreding tot de euro, omdat ze dat positief vinden voor de Britse economie. Wanneer zal die dag komen? Als u mij vraagt of ik denk dat dat nog dit jaar zal gebeuren, is mijn antwoord ‘nee’: ik denk niet dat dat nog dit jaar zal gebeuren.

Mijn indruk is dat, gezien de fase van de economische cyclus waarin de Britse economie en de economie van de eurozone zich op dit moment bevinden, de argumenten ten gunste van toetreding in de komende maanden en in de nabije toekomst niet aan kracht zullen winnen. Maar ik antwoord altijd op die vraag met de volgende opmerking. Ik denk dat de omstandigheden die de Britten, als echte pragmatici, maand na maand analyseren met het oog op de voors en tegens van deelname aan de euro, op een gegeven moment zullen veranderen en dat de Britse burgers, de Britse politici en de Londense City, om de drie belangrijkste actoren op dit gebied te noemen, dan zullen concluderen dat het goed is voor de Britse economie om op een bepaald moment tot de euro toe te treden. Ik ben er zeker van dat we dat moment gaan meemaken, hoewel ik, om de waarheid te zeggen, denk dat dat moment pas zal komen na de volgende crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (PSE). - (LT) Mijnheer de commissaris, ik wil ook graag inhaken op de twee laatste onderwerpen en u een specifieke vraag stellen. Persoonlijk twijfel ik niet aan de voordelen van de euro, maar in bepaalde landen waar de euro nog niet is ingevoerd, denkt het publiek er anders over. Welke gevolgen zou het hebben als bijvoorbeeld in Polen of Litouwen, of Hongarije of Tsjechië referenda werden gehouden waarin de mensen tegen de invoering van de euro stemden? Wat dit zou betekenen voor het morele klimaat is duidelijk, maar wat zouden de juridische en praktische gevolgen zijn?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, afgezien van de politieke problemen die de negatieve resultaten van de referenda veroorzaken - en die op dit gebied en ook op andere gebieden evident zijn - denk ik dat de consequenties van een “nee” in de landen die u hebt genoemd, heel anders zouden zijn dan de consequenties die dat heeft gehad voor de Zweedse economie of de consequenties die de opt-out-clausule heeft voor het Verenigd Koninkrijk of Denemarken.

In het geval van het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Zweden hebben we het over in hoge mate geïndustrialiseerde landen - postindustriële landen zouden we zelfs kunnen zeggen - die geen nominaal en reëel convergentieproces hoeven te doorlopen, die al veel van de structurele hervormingen hebben doorgevoerd die nodig zijn om maximaal te kunnen profiteren van de deelname aan de gemeenschappelijke munt, en die groot vertrouwen genieten op de financiële markten, bij de beleggers, bij de ratingbureaus. Helaas is op dit moment geen enkele van deze kenmerken te vinden in Polen, Hongarije of de Tsjechische Republiek, landen met een zeer hoge groei, maar met nog een langdurig nominaal en reëel convergentieproces voor de boeg, waarbij van die landen, van hun burgers en van hun autoriteiten belangrijke hervormingen en inspanningen zullen worden gevraagd. Deze landen moeten een beroep doen op buitenlandse besparingen om hun investerings- en groeiproces te financieren en daarvoor is vertrouwen bij de markten en bij de beleggers nodig. Daarom denk ik dat het loslaten van toetreding tot de euro als de strategie voor de middellange termijn voor het macro-economisch beleid en het beleid in het algemeen, zeer grote ongemakken en problemen voor deze landen met zich mee zou brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 42 van Sarah Ludford (H-0365/07):

Betreft: Plannen voor een derde baan op Heathrow (Londen)

Welke maatregelen neemt de Commissie om ervoor te zorgen dat de plannen voor een derde baan op het vliegveld Heathrow in Londen niet worden ingediend zonder dat de EU-verordeningen inzake vervuiling en lawaai worden nageleefd?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ludford, in overeenstemming met de wetgeving van de Europese Unie is het aan de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk om de effecten van infrastructuurprojecten te beoordelen en te waarborgen dat alle hierop van toepassing zijnde milieuwetten worden nageleefd, voor, tijdens en na de tenuitvoerlegging van die projecten. De Commissie volgt de wijze waarop in het Verenigd Koninkrijk de bepalingen van de communautaire wetgeving worden toegepast echter van nabij.

Aan het project voor de duurzame ontwikkeling van Heathrow is voor de regering van het Verenigd Koninkrijk de verplichting gekoppeld om geen derde baan aan te leggen zonder voorafgaande inspraakprocedure en om strikte voorwaarden op het gebied van lawaai en luchtkwaliteit in acht te nemen. Daarom is een volledige milieueffectbeoordeling in gang gezet, die moet voldoen aan de bepalingen van de richtlijn van 1985 over dit soort beoordelingen, evenals aan de bepalingen van de richtlijn van 2001 over strategische milieueffectbeoordelingen.

De richtlijn van 1996 over de luchtkwaliteit en de daarvan afgeleide richtlijnen vereisen dat er in gevallen waarin dat nodig is, luchtkwaliteitsplannen ten uitvoer worden gelegd om te waarborgen dat de vastgestelde grenswaarden niet worden overschreden. De milieueffecten van Heathrow vallen onder het luchtkwaliteitsplan van Londen. In 2005 zijn de grenswaarden voor PM10-deeltjes in deze regio echter verschillende malen overschreden.

Op grond van de richtlijn van 2002 over omgevingslawaai moet Heathrow voor eind juli 2007 een strategische geluidsbelastingkaart overleggen met een analyse van mogelijke toekomstige situaties. Een jaar na het overleggen van deze kaart moet er, in overleg met het publiek, een adequaat actieplan zijn ontwikkeld.

Samengevat volgt de Commissie de ontwikkeling van de grootste luchthaven van de Europese Unie met belangstelling en houdt zij nauwlettend toezicht op de toepassing van de bepalingen van de communautaire wetgeving. Specifieke bepalingen met betrekking tot de uitbreiding van de luchthaven, zoals bijvoorbeeld de bepaling met betrekking tot de aanleg van een derde baan, vallen echter onder de bevoegdheid van de nationale autoriteiten, in dit geval de Britse autoriteiten.

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford (ALDE). - (EN) Ik wil de commissaris bedanken voor zijn antwoord. Dit zal de inwoners van Londen de geruststelling geven dat de Commissie inderdaad een oogje in het zeil houdt, ook al berust de uiteindelijke verantwoordelijkheid, zoals u zegt, bij de Britse regering.

Een extra baan op Heathrow zou betekenen dat er nog eens vijfhonderd vluchten per dag over Londen zouden mogen vliegen. De optimistische bewering van de Britse regering dat de luchtvervuiling binnen de wettelijke EU-grenzen kan worden gehouden, lijkt gebaseerd op de hoop op schonere vliegtuigen en de beperking van het autoverkeer rond het vliegveld. De luchtvaart is nu al goed voor een derde van alle koolstofuitstoot van Londen. We willen de Commissie dan ook vragen nauwkeurig te volgen wat er gaat gebeuren. We verwachten dat de raadpleging binnenkort zal plaatsvinden, maar de Commissie moet de zaak zéér nauwkeurig volgen om te garanderen dat de inwoners van Londen worden beschermd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Het is natuurlijk eenvoudig om plannen voor nieuwe start- en landingsbanen de grond in te boren, maar is de Commissie ervan op de hoogte dat de directeur van British Airways vorige week, om aan te geven hoe essentieel een derde baan op Heathrow eigenlijk is, heeft gezegd dat er zonder derde baan geen vooruitzicht bestaat op herstel van de vluchten van BA tussen mijn kiesdistrict in Belfast en de hoofdstad van mijn land, Londen? Zouden degenen die niets liever doen dan zich verzetten tegen de vooruitgang niet eens rustig moeten nadenken over de schade en problemen die zij kunnen veroorzaken voor burgers van het Verenigd Koninkrijk en andere landen, die behoefte hebben aan de moderne, efficiënte luchtvaartverbindingen die een project als dit kunnen opleveren?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ludford, ik kan alleen maar herhalen wat ik heb gezegd in mijn antwoord op de vraag van mevrouw Ludford.

De Commissie moet waken over de naleving van de communautaire wetgeving. Er is een aantal richtlijnen van toepassing, die ik heb genoemd, en de toepassing daarvan in de praktijk is onze verantwoordelijkheid.

Maar in het concrete geval waarop de vraag van mevrouw Ludford betrekking heeft, de aanleg van een derde baan door Heathrow, zeg ik nogmaals dat het om een bevoegdheid van de Britse autoriteiten gaat, en op grond van het subsidiariteitsbeginsel mag de Commissie zich niet bemoeien met zaken die onder de bevoegdheden van de autoriteiten van een lidstaat vallen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 43 van Georgios Papastamkos (H-0366/07):

Betreft: Europees 'green governance'

Denkt de Commissie serieus na over een alomvattend en coherent actieplan voor 'green governance' voor het codificeren, vereenvoudigen en voor de betrokkenen zichtbaar maken van het bestaande regelgevingskader voor milieu? Over het daarin opnemen van de nieuwe wetgevingsinitiatieven voor het milieu? Over het daarin tot uitdrukking doen komen van de internationale verplichtingen van de EU op het vlak van het milieu en over het in dat actieplan waarborgen van samenhang tussen het milieu-, het handels- en het industriebeleid van de Unie?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Papastamkos, sinds de Commissie in 2001 haar Witboek heeft gepubliceerd, heeft zij bij voortduring gewezen op het belang dat zij hecht aan de kwaliteit van de ‘governance’ in haar acties die zijn gericht op het waarborgen van een doelmatig en democratisch functioneren van de Europese instellingen, in vruchtbare samenwerking met het maatschappelijk middenveld.

Governance is een onderwerp dat is verbonden aan alle beleidsterreinen, niet alleen aan het milieubeleid. We moeten echter erkennen dat burgers en niet-gouvernementele organisaties speciale nadruk leggen op de kwaliteit van hun omgeving, en dat het maatschappelijk middenveld geïnformeerd wil worden en mee wil beslissen over milieukwesties.

In dit verband is het Verdrag van Aarhus van 1998 van bijzonder belang, aangezien daarin de toegang tot informatie, de inspraak van de bevolking in de besluitvorming en de toegang tot justitie in milieuaangelegenheden zijn geregeld. Dit Verdrag van Aarhus, waarin de Europese Gemeenschap en de lidstaten partij zijn, versterkt de afspraken over governance die in het Witboek worden genoemd. De Commissie heeft de beginselen van governance volledig toegepast in haar beleidsinitiatieven.

Met betrekking tot de kwesties die heer Papastamkos in zijn vraag heeft aangeroerd, wil ik u op het volgende wijzen: alle belangrijke maatregelen die de Commissie wil voorleggen aan andere instellingen zijn opgenomen in haar jaarlijkse werkprogramma. Dit programma wordt aan de andere instellingen voorgelegd, waaronder uiteraard het Europees Parlement, dat dat programma ieder jaar bespreekt, en is ook toegankelijk voor het publiek. De meeste milieumaatregelen zijn gebaseerd op het zesde milieuactieprogramma.

Alle voorstellen van de Commissie weerspiegelen op hun beurt volledig de verplichtingen die de Gemeenschap is aangegaan in internationale overeenkomsten, waaronder die met betrekking tot het handelsbeleid en het milieu.

Tot slot neemt de Commissie actief deel aan het debat over de verbetering van het internationale milieubeheer. De Europese Unie heeft een concreet voorstel op tafel gelegd om op basis van een VN-milieuprogramma een milieuorganisatie van de Verenigde Naties op te richten.

Deze organisatie zou duidelijke regelgevende bevoegdheden moeten krijgen op het gebied van vroegtijdige opsporing, toezicht en het recupereren van gegevens, en zou moeten functioneren op basis van geconsolideerde wetenschappelijke informatie, zodat de besluitvorming en de ontwikkeling van beleid worden verbeterd en gebaseerd zullen zijn op wetenschappelijke bewijzen.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papastamkos (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het milieuacquis omvat ongeveer 400 teksten afgeleid recht en internationale overeenkomsten. Degenen die deze gebruiken en toepassen zijn natuurlijk de regeringen, de lokale overheden, de ondernemingen, en het maatschappelijk middenveld. Wat heeft de bekende strategie van beter wetgeven, van better regulation, tot nu toe opgeleverd?

Twee jaar geleden heb ik hier in deze zaal gesproken over de noodzaak om een internationale milieu-organisatie op te richten. Wat is het standpunt van de Commissie terzake? Zoals bekend is het milieu een openbaar goed dat geen grenzen kent. Wat is het standpunt van de Commissie inzake de oprichting van een internationaal milieutribunaal?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Papastamkos, zoals ik zojuist in mijn eerste antwoord heb gezegd, werkt de Commissie samen met anderen en heeft de Commissie voorstellen gepresenteerd om een multilaterale milieuorganisatie in het leven te roepen, onder auspiciën van de Verenigde Naties, die duidelijke wetgevende bevoegdheden moet krijgen. Wij denken dat dit tot een betere besluitvorming en beter beleid leidt, dat gebaseerd is op wetenschappelijke bewijzen.

Wat betreft uw voorstel voor een tribunaal, heeft de Commissie op dit moment nog geen standpunt ingenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 44 van David Martin (H-0373/07):

Betreft: EU-doelen concentratie uitstoot broeikasgassen

De Europese Unie heeft zichzelf de meest strikte doelen van de wereld gesteld ter beperking van de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer. Volgens de Commissie zal de opwarming van de planeet via haar doelstelling van 550 deeltjes koolstofdioxide-equivalent per miljoen (ppm) beperkt blijven tot niet meer dan twee graden boven het peil van vóór de industrialisering.

In zijn onlangs gepubliceerde onderzoeksdocument stelt de klimatoloog Malte Meinshausen echter dat de kans dat de opwarming van de aarde via deze doelstelling tot 2°C beperkt blijft, slechts 12% is. In een concept van het IPCC-verslag wordt de waarschijnlijkheid zelfs nog lager ingeschat. In 2005 bleek uit onderzoek van de Commissie zelf dat het nodig kan zijn de concentraties CO2 ver onder de 550 ppm te stabiliseren om een redelijke kans te hebben de opwarming van de aarde tot ten hoogste 2°C te beperken.

Kan de Commissie mededelen hoe zij doelen kan stellen waarvan zij weet dat zij onhaalbaar zijn? Welke plannen heeft zij om de nagestreefde concentratie broeikasgassen te verlagen tot 400 ppm - het door Malte Meinshausen aanbevolen cijfer - ten einde haar kansen de opwarming van de aarde tot 2°C te beperken zo groot mogelijk te maken?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Martin, de Commissie baseert haar beleid op het gebied van het klimaat en haar wetenschappelijke en economische analyse van de klimaatverandering op de meest nauwkeurige en geactualiseerde informatie die beschikbaar is. De Commissie is zich ervan bewust dat volgens de resultaten van recent onderzoek bij een stabilisering van de uitstoot van broeikasgassen op het niveau van 550 deeltjes koolstofdioxide-equivalent per miljoen, de kans klein is dat we de doelstelling zullen verwezenlijken dat de opwarming van de aarde beperkt blijft tot maximaal 2 graden.

Als gevolg daarvan heeft de Commissie in haar mededeling getiteld “De wereldwijde klimaatverandering beperken tot 2 graden Celsius”, die dit jaar is aangenomen, vastgesteld dat, om een kans van 50 procent te hebben dat die grens van 2 graden Celsius niet wordt overschreden, de concentratie van broeikasgassen gedurende de komende decennia onder het niveau van 550 deeltjes koolstofdioxide-equivalent per miljoen moet worden gehouden, en dat de emissies vervolgens verder zullen moeten worden teruggedrongen om uit te komen op een stabiel niveau van rond de 450 deeltjes per miljoen.

Dat betekent dat vanaf nu tot het jaar 2050 de uitstoot van broeikasgassen op mondiaal niveau met minstens 50 procent moet dalen ten opzichte van het niveau van 1990.

Uit de analyse van de Commissie is gebleken dat deze doelstelling technisch haalbaar en economisch levensvatbaar is als degenen die het meest verantwoordelijk zijn voor die uitstoot snel handelen. Die technische haalbaarheid is enkele dagen geleden bevestigd door het rapport van werkgroep 3 van het Internationale Panel voor klimaatverandering.

Het wetenschappelijk onderzoek van de heer Mainhausen, dat de heer Martin noemt in zijn vraag, ondersteunt eveneens deze ambitieuze doelstelling. Om de klimaatverandering te beperken tot 2 graden, tot een stijging van 2 graden, moeten de ontwikkelde landen het initiatief nemen en tegen 2020 collectief hun emissies van broeikasgassen met 30 procent hebben verlaagd ten opzichte van het niveau van 1990, wat de doelstelling is die we hebben vastgesteld in de voorstellen die we in januari van dit jaar in de Commissie hebben aangenomen, en die daarna de steun van de Europese Raad hebben gekregen.

Parallel daaraan moeten de emissies van de ontwikkelingslanden hun maximumniveau bereiken tussen de jaren 2020 en 2025. We staan voor een wereldwijde uitdaging waarbij de Europese Unie, die verantwoordelijk is voor 14 procent van de totale emissies van broeikasgassen op aarde, bereid is om op het internationale toneel de leiding te nemen.

De Europese Unie vertrouwt erop dat de VN-conferentie over de klimaatverandering, die dit jaar in Bali zal worden gehouden, een impuls zal kunnen geven aan de onderhandelingen over de internationale samenwerking op het gebied van het klimaat na 2012, wat moet uitmonden - of zou moeten uitmonden - in een overeenkomst over de inspanningen die nodig zullen zijn om tot een wereldwijde reductie van de emissies te komen.

En daar kan ik aan toevoegen dat wij op basis van de conclusies van laatste G8-Top - gelet op de vooruitgang en de stilstand die kunnen worden afgeleid uit die conclusies - denken dat er enkele dagen geleden in Heiligendamm belangrijke vooruitgang is geboekt op het concrete punt van deze overeenkomst.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE). - (EN) Ten eerste wil ik de commissaris bedanken voor zijn zeer gedetailleerde en, in bepaalde opzichten, bemoedigende antwoord. In zijn antwoord heeft hij echter erkend dat met de doelstelling van 550 deeltjes per miljoen zijn doelen waarschijnlijk niet zullen worden gehaald. Zal de Commissie, in de aanloop naar Bali, voorstellen dat Europa het voortouw neemt door te streven naar een doelstelling van vierhonderd deeltjes per miljoen, teneinde het goede voorbeeld te geven aan de rest van de wereld? Verder kan ik mij vinden in zijn opmerking dat het onvoldoende zal zijn als Europa op eigen houtje optreedt.

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, wij zijn, zoals ik in mijn eerste antwoord aan de heer Martin heb gezegd, ervan overtuigd dat er in dit opzicht zo veel mogelijk vooruitgang moet worden geboekt, en dat de Europese Unie een leidende rol op mondiaal niveau op zich moet nemen.

Als we samen handelen, kunnen we veel ambitieuzere doelstellingen verwezenlijken dan wanneer andere grote veroorzakers van broeikasgasemissies niet bereid zijn om zich vast te leggen - op die conferentie van december over het post-Kyoto-tijdperk - en Europa alleen komt te staan met zijn verplichtingen.

Europa moet voor zichzelf - zoals we dat in onze voorstellen van januari hebben gesteld - ambitieuze doelstellingen blijven vaststellen, maar die doelstellingen kunnen nooit zo ambitieus zijn als de doelstellingen die mogelijk worden als de andere partijen zich bij ons aansluiten, wat ze naar ik hoop zullen doen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 45 van Bernd Posselt (H-0381/07):

Betreft: Afvaltoerisme

Hoe beoordeelt de Commissie de ontwikkeling van het afvaltoerisme tussen Beieren en de Tsjechische Republiek en welke maatregelen wil zij nemen om het afvaltoerisme binnen de EU en naar direct aan de EU grenzende regio's te verminderen?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Posselt, de Europese Unie past strikte regels toe op de overbrenging van afvalstoffen tussen de lidstaten en naar derde landen.

De communautaire verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen heeft als doel om het illegale vervoer van afval tegen te gaan, met inbegrip van die gevallen waarin het afval illegaal van de ene lidstaat naar de andere wordt vervoerd, wat wel, zoals u in uw vraag ook doet, “afvaltoerisme” wordt genoemd

Er wordt alleen toestemming gegeven voor het vervoer van afvalstoffen als de daaropvolgende recyclings- of vernietigingsactiviteiten voldoen aan de milieueisen van de Europese wetgeving en de wetgeving van de lidstaten.

De Europese wetgeving is zeer streng als het gaat om het vervoer van gevaarlijke afvalstoffen en afvalstoffen die bestemd zijn om te worden verwijderd. Op grond van deze wetgeving is het illegaal om dit soort afvalstoffen naar een andere lidstaat over te brengen zonder voorafgaande schriftelijke kennisgeving daarvan aan de bevoegde autoriteit van het land van herkomst. Bovendien moeten alle bevoegde autoriteiten van het land van herkomst, het land van bestemming en de doorvoerlanden toestemming hebben gegeven voordat dit vervoer kan plaatsvinden.

Belangrijkste prioriteiten van de Commissie zijn om erover te waken dat de lidstaten de Europese wetgeving met betrekking tot het vervoer van afvalstoffen op een correcte manier toepassen en om het illegale vervoer van afvalstoffen te voorkomen en terug te dringen. De Commissie heeft een aantal maatregelen genomen om deze doelstellingen te verwezenlijken.

Er zijn dit jaar bewustwordingsactiviteiten en -bijeenkomsten georganiseerd met de lidstaten om de uitvoering en naleving van de regels voor het vervoer van afvalstoffen in de lidstaten te verbeteren.

Het aannemen door de Commissie van een voorstel voor een richtlijn inzake de bescherming van het milieu met behulp van strafrechtelijke wetgeving zal ook een belangrijke stap zijn.

We kunnen het illegale vervoer van afval van Duitsland naar de Tsjechische Republiek niet accepteren, evenmin als het illegaal storten van afval op de plaats van bestemming. Het ontgaat ons niet dat er vergelijkbare situaties kunnen bestaan in andere lidstaten, naast de situatie die u in uw vraag noemt. De Commissie zal de situatie nauwlettend volgen, teneinde de correcte toepassing van de Europese milieuwetgeving te waarborgen.

Zowel de Commissie als de lidstaten zijn verantwoordelijk voor het waarborgen van de praktische toepassing van deze regels. De lidstaten moeten ter plekke inspecties en controles op het vervoer van afval uitvoeren en effectieve, proportionele en ontmoedigende sancties instellen ingeval van inbreuken op die regels.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Ik dank u voor dit goede en uitvoerige antwoord, mijnheer de commissaris. Ik heb nog twee aanvullende vragen. Ten eerste: denkt u dat er genoeg wordt gedaan tegen illegaal afvaltoerisme? Ten tweede: is het waar dat dit fenomeen zich alleen maar verplaatst, en wel naar de nieuwe buitengrenzen, bijvoorbeeld met Oekraïne, of Zuidoost-Europa?

 
  
MPphoto
 
 

  Joaquín Almunia, lid van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik ben geen expert op dit gebied, maar ik kan u wel zeggen dat bij dit soort illegale handelingen, en gezien het feit dat zowel u in uw vraag als ik in mijn antwoord constateer dat er illegale transporten plaatsvinden, alles wat nog meer kan worden gedaan dan wat er nu al gebeurt, welkom is, en dat geldt zowel voor onze eigen taak om te waken over de naleving van de Europese wetgeving als - en dat heb ik ook in mijn eerste antwoord gezegd - voor de activiteiten van de lidstaten, die de instrumenten hebben om controles en inspecties ter plaatse uit te voeren.

Wat betreft de plaatsen waar dit soort illegale activiteiten plaatsvinden: volgens de informatie waarover we beschikken, vinden illegale transporten niet alleen plaats tussen Duitsland en de Tsjechische Republiek - zoals ik al gezegd heb in mijn antwoord - maar ook tussen Duitsland en enkele andere nieuwe lidstaten. En mogelijk vinden dit soort transporten ook plaats over de buitengrenzen van de Europese Unie heen.

In ieder geval is het bijzonder nuttig dat we door middel van dit debat vanuit de Europese instellingen nog eens bevestigen dat het onze intentie en ons doel is om met maximale inzet onze taken op het gebied van het vervoer van afvalstoffen tussen de lidstaten uit te voeren, en om van de verantwoordelijke autoriteiten in de lidstaten te vragen om hetzelfde te doen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 54 van Claude Moraes (H-0357/07):

Betreft: Kankeronderzoek

Twee miljoen mensen in de EU lijden aan kanker, van wie er 276 678 in het VK woonachtig zijn. Beschikt de Commissie, gezien de aanbevelingen die de Raad onlangs heeft gedaan over kanker, over gegevens over de vraag hoe doelmatig de lidstaten met deze aanbeveling omgaan?

 
  
MPphoto
 
 

  Markos Kyprianou, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de afgevaardigde bedanken voor de vraag, hoewel ik eerlijk gezegd zou willen dat hij deze zes maanden later had ingediend, want we zijn op dit moment bezig met de voorbereiding van ons verslag over precies deze zaak, te weten de tenuitvoerlegging van de aanbeveling van de Raad, en we verwachten dat het verslag tegen het einde van dit jaar zal zijn aangenomen. We verwachten het verslag hoofdzakelijk tijdens het Sloveense voorzitterschap, in de eerste helft van het volgend jaar, te bespreken.

Dit verslag zal informatie bevatten over de tenuitvoerlegging en mogelijke effecten van de aanbeveling in de lidstaten, de staten van de Europese Economische Ruimte en de kandidaat-lidstaten. Daarnaast zal, waar mogelijk, verslag worden gedaan van de mate van tenuitvoerlegging op nationaal niveau in verband met de bestaande Europese benchmarks voor de screening op borst- en baarmoederhalskanker. We verwachten de feiten voornamelijk te ontlenen aan twee bronnen: de lidstaten, waarmee de Commissie rechtstreeks contact zal opnemen, en het Europees Kankernetwerk, dat verantwoordelijk is voor het verkrijgen van bewijs over het effect en de mate van tenuitvoerlegging van onafhankelijke deskundigen uit de praktijk.

Ik wil bovendien van de gelegenheid gebruik maken om u ervan op de hoogte te stellen dat we ook epidemiologische gegevens over kanker verzamelen via het in 2005 opgerichte EU-netwerk voor de informatie over kanker, dat wordt medegefinancierd door de Commissie en wordt beheerd door het Internationaal Instituut voor kankeronderzoek. Het doel is informatie bijeen te brengen die relevant is voor het monitoren van de verspreiding van kanker onder de bevolkingen van de Europese landen. Het einde van dit project staat gepland voor eind augustus 2007 - over twee maanden. Alle gegevens zullen in beginsel dan ook vanaf die datum beschikbaar zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Claude Moraes (PSE). - (EN) Ik heb de commissaris deze vraag gesteld, omdat ik wist dat er aan de horizon een aantal zeer goede activiteiten gloren, en ik wil hem daarvoor bedanken. Ik heb de vraag ook gesteld, omdat ik heb gesproken met doktoren, specialisten en oncologen in mijn eigen stad, Londen, en we in het Verenigd Koninkrijk een onevenredig groot aantal kankergevallen hebben voor wat toch een welvarende lidstaat is.

De vraag die ik u wil stellen is: wat zeg ik tegen die oncologen als ik ze weer spreek? Zal ik hun vertellen dat u alles in het werk stelt om ervoor te zorgen dat de aanbeveling van de Raad ten uitvoer wordt gelegd, en dat de Commissie de onevenredig hoge cijfers die we in onze lidstaat zien serieus neemt, en dat u een vergelijkend overzicht zult maken van de lidstaten, zodat we iets kunnen doen aan een aantal van deze cijfers, die veel te hoog zijn?

 
  
MPphoto
 
 

  Markos Kyprianou, lid van de Commissie. - (EN) Ik kan u ervan verzekeren dat ik mijn uiterste best zal doen om ervoor te zorgen dat de aanbevelingen op het gebied van screening zo veel mogelijk worden opgevolgd en ten uitvoer gelegd. Het blijven echter aanbevelingen en we moeten dit zwakke punt in het Europese systeem erkennen. Uiteindelijk is het dan ook de verantwoordelijkheid van elke individuele lidstaat om deze aanbevelingen zo doeltreffend mogelijk toe te passen en ten uitvoer te leggen. Misschien zal het verslag enige druk op de lidstaten uitoefenen. Het blijft echter een feit dat uit de informatie die we inmiddels hebben, blijkt dat er nog altijd grote verschillen bestaan tussen de lidstaten als het gaat om de tenuitvoerlegging van hun richtsnoeren op het gebied van screening, en helaas is de situatie in veel van de nieuwe lidstaten het slechtst.

Op basis van het verslag zal er tijdens het Sloveense voorzitterschap een bespreking plaatsvinden die binnenkort aan het Parlement zal worden aangekondigd. Kanker zal gedurende het voorzitterschap het belangrijkste gezondheidsthema vormen. Ik vertrouw er dan ook op dat we nog vaker over dit onderwerp zullen kunnen debatteren. Ik zal er van mijn kant alles aan doen om ervoor te zorgen dat deze richtsnoeren en aanbevelingen zo doeltreffend en nauwkeurig mogelijk worden toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  Reinhard Rack (PPE-DE). - (DE) Screening is goed, preventie is beter. In de afgelopen maanden is het gelukt om een vaccin te ontwikkelen tegen baarmoederhalskanker, een vorm van kanker die vooral voor jonge vrouwen heel gevaarlijk is. De lidstaten pakken dit op heel verschillende manieren aan. In sommige landen betaalt de ziektekostenverzekering de inenting, in andere landen moeten de vrouwen dit zelf betalen. Dat is heel duur, en heeft dus sociale gevolgen. Kan de Commissie op de één of andere manier druk uitoefenen op de lidstaten om deze inenting voor zoveel mogelijk jonge vrouwen en meisjes toegankelijk te maken?

 
  
MPphoto
 
 

  Markos Kyprianou, lid van de Commissie. - (EN) Ja, ik weet het, en we hebben ook de gelegenheid gehad om hierover te spreken tijdens de Informele Gezondheidsraad in Aken in april. We hebben het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC), dat aan dit vraagstuk werkt, verzocht richtsnoeren op te stellen en advies uit te brengen over dit onderwerp. Wat er al dan niet gedekt wordt door de gezondheidszorgstelsels is, zoals u weet, uiteraard de verantwoordelijkheid van de lidstaten, maar ik ben van mening dat we, op basis van het advies van het ECDC, de kwestie verder kunnen bespreken met de lidstaten en van een wetenschappelijke basis kunnen voorzien. Het uiteindelijke besluit over de financiën blijft echter voorbehouden aan de lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE). - (EN) Een van de belangrijkste sterke punten van de Europese Unie op het gebied van gezondheid is haar vermogen om beste praktijken te verspreiden. Zal de Commissie naast het onderzoeken van de uitkomst van de aanbevelingen inzake screening, het land dat als beste uit de bus komt wat betreft screening, behandeling en lage sterftecijfers tot voorbeeld nemen en niet alleen analyseren hoe het die positie heeft verworven, maar ook hoe de daar gebruikte methoden in andere lidstaten kunnen worden toegepast? Het heeft immers geen zin om alleen maar statistieken te verzamelen en te zeggen: "Deze landen doen het goed" of "deze landen doen het slecht". We moeten ook weten waarom de beste landen succesvol zijn en hoe we dat wellicht kunnen overbrengen naar andere gezondheidszorgstelsels in de gehele Gemeenschap.

 
  
MPphoto
 
 

  Markos Kyprianou, lid van de Commissie. - (EN) Ja, gelet op de beperkingen die ik eerder heb genoemd met betrekking tot de verantwoordelijkheid voor de gezondheidszorg, is de uitwisseling van beste praktijken een van de beste manieren waarop de Europese Unie op dit terrein meerwaarde kan opleveren.

Uitwisseling van beste praktijken, netwerken, referentiecentra - dat alles kan ertoe bijdragen dat we van elkaar leren en dat de ene lidstaat gebruik kan maken van de expertise en kennis die is opgedaan in een andere. Zoals u weet, hebben we enkele weken geleden een debat gehouden over communautaire maatregelen op het gebied van gezondheidsdiensten. Grensoverschrijdende samenwerking, netwerken, uitwisseling van beste praktijken en referentiecentra zullen, op een gestructureerde manier, een belangrijk onderdeel van die maatregelen vormen. Helaas zijn er nog altijd enkele juridische obstakels voor dergelijke vormen van samenwerking. Hopelijk zullen ook die met die maatregelen worden aangepakt. Dit zal een van de fundamentele prioriteiten vormen van die maatregelen, die we verwachten voor het einde van het jaar, in het najaar, te kunnen presenteren. We zullen dan ook de gelegenheid hebben hierover in het Parlement te debatteren.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 55 van Marie Panayotopoulos-Cassiotou (H-0359/07):

Betreft: Nieuwe gezondheidsstrategie

Welke concrete acties omvat de nieuwe gezondheidsstrategie van de Commissie, met name voor kinderen en gericht op het voorkomen en bestrijden van voor de gezondheid van kinderen gevaarlijk gedrag (roken, drinken, te veel eten)?

Is de Commissie van mening dat kinderen zelf, ongeacht het inkomen en de arbeidssituatie van hun ouders, recht op verzorging in het ziekenhuis en met geneesmiddelen hebben?

 
  
MPphoto
 
 

  Markos Kyprianou, lid van de Commissie. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, inderdaad is de Europese Commissie van plan een nieuwe gezondheidsstrategie voor 2007 goed te keuren, en deze strategie zal een meer algemeen kader zijn met meetbare doelstellingen, die tezamen een geïntegreerde aanpak zullen vormen voor alle initiatieven op gezondheidsgebied op Europees niveau. Ik ben het eens met hetgeen wordt gesuggereerd in de vraag van de geachte afgevaardigde, namelijk dat kinderen en jongeren een bijzondere prioriteit zouden hebben voor de Europese Commissie.

In de strategie zal het gaan om vraagstukken als de betekenis van een gezonde levenswijze, de bestrijding van zwaarlijvigheid, roken en drankmisbruik, maar daarin zal ook specifiek worden verwezen naar deze sectoren in verband met kinderen en jongeren.

Zoals ik in mijn antwoord op de vorige vraag al zei, zal ons initiatief voor kwalitatieve gezondheids- en socialezekerheidsdiensten binnenkort worden goedgekeurd, en in dat kader zal rekening worden gehouden met alle gemeenschappelijke fundamentele waarden die de ministers van Gezondheidszorg een jaar geleden hebben goedgekeurd en die ten grondslag liggen aan de gezondheidszorgsystemen in de Europese Unie. Tot de in het besluit van de ministers genoemde waarden behoren ook gelijkheid, universaliteit en gelijke toegang tot gezondheidsdiensten voor iedereen - dus zeker ook voor kinderen - ongeacht zijn of haar economische toestand. Deze waarden zullen in alle relevante initiatieven van de Europese Commissie in ogenschouw worden genomen. De verlening van gezondheidsdiensten valt natuurlijk onder de bevoegdheid van de lidstaten, maar de Commissie zal de lidstaten bijstaan in deze inspanningen. Ook in onze eigen initiatieven - voor zover deze de gezondheidsector betreffen – zal echter met deze beginselen rekening worden gehouden.

Wij zijn van mening dat dit alles een nuttige referentie zal zijn voor elke communautair optreden op gezondheidsgebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, wat met name kinderen betreft, en aangezien de strategie inzake de rechten van het kind momenteel besproken wordt, en op gezondheidsgebied de bevoegde commissie geen advies uitbrengt, wilde ik u vragen of men van plan is om op gezette tijden bepaalde pan-Europese screenings door te voeren om het gezondheidsniveau te verzekeren en tijdig ziekten te kunnen opsporen.

 
  
MPphoto
 
 

  Markos Kyprianou, lid van de Commissie. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, dat is natuurlijk de bevoegdheid van de lidstaten, maar via de uiteenlopende strategieën die zullen worden goedgekeurd, en in het kader van de uitwisseling van goede praktijken op verschillende gebieden, zal natuurlijk ook de vraag worden besproken hoe men het beste preventie kan bedrijven. Tijdig screenen is een belangrijke methode van preventie. Wij zijn echter van plan om dit in elke sector apart aan te pakken. Ik geloof niet dat er een horizontale aanpak zal zijn speciaal voor kinderen, maar voor elke gezondheidssector, voor elk vermijdbaar gezondheidsprobleem zal in de strategie en in het initiatief in het bijzonder gewag worden gemaakt van kinderen en preventie.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, u heeft het over alcoholisme gehad. In Oostenrijk is er onder jongeren een nieuw fenomeen ontstaan, maar het komt tegenwoordig al vaker voor, en wel het zogenaamde “comadrinken”. Het schijnt de bedoeling te zijn om zo snel mogelijk door zo veel mogelijk alcohol bewusteloos te worden. Is dat een zuiver Oostenrijks fenomeen, of heeft u dezelfde trend in andere Europese landen ook vastgesteld? Als dit een Europese trend is, heeft u dan al nagedacht over bepaalde maatregelen om deze extreme vorm van drinken aan te pakken, en het uiteindelijk te verhinderen?

 
  
MPphoto
 
 

  Markos Kyprianou, lid van de Commissie. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, het probleem van het overmatig drankgebruik dook inderdaad voor het eerst op in de noordelijke en noordwestelijke lidstaten, maar breidt zich nu ook uit tot de meer zuidelijke landen. Wij weten dat Spanje reeds te kampen heeft met het probleem, en ik heb de gelegenheid gehad daarover met de Spaanse minister van Gezondheid van gedachten te wisselen.

Dit thema wordt aangepakt met de strategie voor de bestrijding van de schadelijke gevolgen van overmatig drankgebruik, die vorig jaar is aangenomen en de steun heeft gekregen van de lidstaten. Wij wachten nu op het standpunt van het Europees Parlement terzake. Meer algemeen zijn het vraagstuk van de jongeren en de bestrijding van deze vorm van overmatig gebruik een van de hoofddoelstellingen van de strategie. Ik moet hier echter herhalen wat ik zojuist al zei: de lidstaten zijn hier bevoegd. Wij zijn evenwel van mening dat wij met de uitwisseling van goede praktijken en de overdracht van ervaringen van de ene lidstaat naar de andere, evenals met de samenwerking van alle betrokken instanties, goede resultaten kunnen bereiken. Daarom ook hebben wij de vorige week de eerste vergadering belegd van het Europees Forum voor gezondheid en alcohol, en het door de geachte afgevaardigde genoemde probleem was een van de thema’s waarmee het Europees Forum voor gezondheid en alcohol zich heeft beziggehouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Rübig (PPE-DE). - (DE) Het is eigenlijk de bedoeling om lang te leven en gezond te blijven. Kunt u voorstellen doen om de bestaande programma’s van de Europese Unie, zoals het zevende kaderprogramma voor onderzoek of het programma voor mededinging en innovatie, te gebruiken om deze doelstellingen te bereiken? Wat zijn in dit verband uw plannen tot het jaar 2013?

 
  
MPphoto
 
 

  Markos Kyprianou, lid van de Commissie. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, meer algemeen is in deze tijd op gezondheidsgebied preventie natuurlijk de fundamentele strategie van de Europese Unie. Daarom concentreren wij ons op inspanningen voor de aanpak van de negatieve gevolgen voor de gezondheid van - zoals ik zojuist al zei - bijvoorbeeld alcohol, roken, zwaarlijvigheid en mentale gezondheid. Dat alles zal echter deel uitmaken van de strategie. De aanpak zal betrekking hebben op alle Europese beleidsvormen op alle gebieden, en met name op het door u genoemde gebied van het onderzoek, maar ook op andere gebieden van de Europese Unie als de landbouw, het vervoer en het regionaal beleid.

Met name wat het gebied van het onderzoek betreft, is er een nauwe samenwerking met mijn collega. Een heel groot deel is gewijd aan onderzoek op gezondheidsgebied. Ik noem bij wijze van indicatie het onderzoek naar kanker, het onderzoek naar vogelgriep, het onderzoek naar andere gezondheidsproblemen. Wij zijn namelijk van mening dat onderzoek een van de hoofdprioriteiten is en dat komt ook tot uitdrukking in het zevende financieringsprotocol.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 56 van Marc Tarabella (H-0360/07):

Betreft: Gezondheidsdiensten

Op 20 april 2007 heeft de Commissie de uitslag bekend gemaakt van de raadpleging over de gezondheidsdiensten die zij in september 2006 heeft gehouden.

De meeste respondenten blijken voor een communautaire bemoeienis met de gezondheidszorg te zijn. Kan de Commissie meedelen welke maatregelen zij naar aanleiding hiervan zal nemen, met name om de voorlichting aan patiënten te verbeteren, zodat dezen met kennis van zaken een keuze kunnen maken, en om meer duidelijkheid te scheppen over de stappen die patiënten moeten zetten om zich in een andere lidstaat te laten behandelen en welke termijnen hiervoor gelden? Welke voorstellen zal zij doen inzake het recht op beroep als de nationale autoriteiten weigeren voorafgaande goedkeuring te verlenen?

 
  
MPphoto
 
 

  Markos Kyprianou, lid van de Commissie. - (EN) Zoals gezegd, hebben we in mei tijdens het debat over het verslag van mevrouw Vergnaud de gelegenheid gehad om deze gezondheidsdiensten te bespreken, wat voor ons bijzonder nuttig was. Ik kan het Parlement vertellen dat we momenteel bezig zijn met het opstellen van een voorstel. Na enkele ministeriële besprekingen is hieraan goedkeuring verleend door de ministers van Volksgezondheid tijdens de laatste bijeenkomst van de Raad, waar de verwachting werd uitgesproken dat de Commissie het voorstel op exact dezelfde wijze zou presenteren als het Parlement. We verwachten dit dus zo snel mogelijk te doen, in ieder geval voor het einde van dit jaar.

We hebben eerder al een brede openbare raadpleging gehouden, en ook met het resultaat daarvan zal rekening worden gehouden, maar de voornaamste uitkomst is dat een initiatief op Europees niveau meerwaarde oplevert. Een belangrijk deel daarvan zal uiteraard betrekking hebben op het onderwerp voorlichting, en we willen graag dat deze plaatsvindt op een zo nauwkeurig en objectief mogelijke manier. Het is onze bedoeling oplossingen te vinden die echt meerwaarde opleveren voor patiënten, gezondheidswerkers en zorgverleners, zonder nieuwe bureaucratische barrières op te werpen, en met eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel. We zullen de samenhang garanderen tussen het voorstel inzake gezondheidsdiensten en de parallel lopende initiatieven van de Commissie wat betreft sociale diensten van algemeen belang, diensten van algemeen belang in bredere zin, en de voortdurende modernisering en vereenvoudiging van de verordeningen met betrekking tot de coördinatie van socialezekerheidsstelsels.

Zoals ik eerder al zei, is voorlichting van burgers een belangrijk onderdeel, en er zal dus worden geprobeerd om toegang te krijgen tot informatie. Er zijn al enkele inspanningen verricht en die hebben geresulteerd in een onlangs gelanceerde website over de dekking van kosten van gezondheidszorg in het buitenland. Deze website, die inmiddels beschikbaar is in het Frans, Engels en Duits, zal zeer binnenkort in alle officiële talen beschikbaar worden.

We zullen het Parlement uiteraard op de hoogte houden van nieuwe voorstellen, zodra zij binnen de Commissie zijn afgerond, maar ik kan al wel in algemene termen de voornaamste kwesties beschrijven die in de voorstellen aan de orde zullen komen: betere voorlichting van patiënten, met name over grensoverschrijdende gezondheidszorg; de algemene kwaliteit en veiligheid van gezondheidsdiensten; de rechten van de patiënten op schadeloosstelling wanneer zij letsel oplopen; eerbiediging van de privacy; procedurele garanties voor patiënten in verband met grensoverschrijdende gezondheidszorg; verzameling van gegevens over grensoverschrijdende gezondheidsdiensten, en steun voor Europese samenwerking met betrekking tot kwesties als Europese referentienetwerken, de ontwikkeling van kwaliteits- en veiligheidsrichtsnoeren en de ontwikkeling van gegevens en indicatoren die met elkaar kunnen worden vergeleken.

 
  
MPphoto
 
 

  Marc Tarabella (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik had graag willen weten of de Commissie al over jaarlijkse statistieken beschikt over het aantal burgers in elke lidstaat dat gebruik wenst te maken van gezondheidszorg in een andere lidstaat, en zo ja, wat de voornaamste redenen daarvoor zijn. En bovendien, wil ik graag weten of, zolang deze statistieken niet voorhanden zijn, de Commissie beschikt over het aantal klachten dat mogelijk is ingediend door burgers in een lidstaat die geen toestemming hebben gekregen om zich in een andere lidstaat te laten behandelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Markos Kyprianou, lid van de Commissie. - (EN) Een van de problemen is dat we niet beschikken over voldoende statistische gegevens over deze kwestie. We weten echter op basis van het bewijs dat aan ons voorligt, dat het gaat om ten minste 1 procent van de gezondheidszorg, dus dit zal de verwachtingen doen stijgen. De voornaamste reden tot nu toe is het gebrek aan informatie. Mensen weten niet dat zij dit recht hebben, en hoe meer zij zich hiervan bewust worden, hoe vaker zij zich zullen willen laten behandelen in het buitenland. Dit is voor ons een kans om regelgeving op te stellen voordat dit een te groot probleem wordt, voor het te laat is.

Ik ben bang dat ik geen enkele aanwijzing heb van klachten van mensen aan wie geen toestemming is verleend. Zoals u weet, zijn er zaken aangespannen bij het Europees Hof van Justitie omdat burgers ontevreden waren over een negatief besluit. Aan de andere kant geeft dit ook geen nauwkeurig en helder beeld, omdat veel patiënten niet weten dat zij op Europees niveau om schadeloosstelling kunnen verzoeken. Daarom had ik, toen ik uw vraag eerder beantwoordde, alleen de verzamelde gegevens over de grensoverschrijdende gezondheidsdiensten voor me, die een van de prioriteiten van de komende maatregelen zullen zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - De vragen die wegens tijdgebrek niet zijn beantwoord, zullen schriftelijk worden beantwoord (zie bijlage).

Het vragenuur is gesloten.

(De vergadering wordt om 19.40 uur onderbroken en om 21.00 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: MARIO MAURO
Ondervoorzitter

 
  

(1) PB L 228 van 11.8.1992, blz. 1.
(2) PB L 181 van 20.7.2000, blz. 65.

Juridische mededeling - Privacybeleid