Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2067(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0151/2007

Ingediende teksten :

A6-0151/2007

Debatten :

PV 20/06/2007 - 18
CRE 20/06/2007 - 18

Stemmingen :

PV 21/06/2007 - 8.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0285

Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 20 juni 2007 - Straatsburg Uitgave PB

18. Onderhandelingen over het kaderbesluit ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat (debat)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0151/2007) van Martine Roure, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, met een ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad betreffende de onderhandelingen over het kaderbesluit ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat (2007/2067(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Martine Roure (PSE) , rapporteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie is gebaseerd op humanistische waarden, tolerantie, multiculturalisme en bescherming van de grondrechten. Wij hebben krachtige waarden met elkaar gemeen waar we voor op moeten komen. De strijd tegen racisme en vreemdelingenhaat is een van onze prioriteiten, maar we mogen artikel 10 van het Handvest van de grondrechten niet uit het oog verliezen, dat gewijd is aan vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst met inachtneming van het onvervreemdbare recht op vrijheid van meningsuiting, overeenkomstig artikel 11 van hetzelfde Handvest.

De Commissie heeft in november 2001 een voorstel gedaan voor een kaderbesluit ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat, teneinde de wettelijke bepalingen van de lidstaten met betrekking tot racistische en xenofobe overtredingen te harmoniseren en doeltreffender op te treden tegen racisme en vreemdelingenhaat. Tot op heden, en ondanks een eerste standpunt van het Parlement in juli 2002, bevindt dit kaderbesluit zich in een impasse. Ondanks de inspanningen van meerdere voorzitterschappen kunnen de lidstaten het nog niet eens worden over de definitie van strafbare gedragingen en de sancties die daarvoor moeten worden opgelegd. Het is dan ook absoluut essentieel te beschikken over een Europees instrument waarmee racisme en vreemdelingenhaat bestreden kunnen worden.

Uit recente cijfers blijkt namelijk dat racisme en onverdraagzaamheid toenemen. De opkomst van extreemrechtse partijen in Europa en jammer genoeg binnen ons eigen Parlement, verplicht ons ertoe alle uitlatingen die aanzetten tot haat scherp te veroordelen. Dit kaderbesluit verplicht ons er echter toe een gulden middenweg te vinden tussen vrijheid van meningsuiting en het bestraffen van beledigende gedragingen. De vrijheid om bepaalde uitwassen belachelijk te maken en te bekritiseren, of ze nu politiek of religieus van aard zijn, is een vereiste in elke democratie.

De Europese Raad heeft eindelijk een akkoord weten te bereiken op dit punt en dat doet ons deugd. De Europese Unie moet namelijk een krachtige politieke boodschap afgeven om racistische en haatdragende uitlatingen tegen te gaan. We kunnen ons niet nóg een fiasco veroorloven bij een tekst die symbolisch is voor de Europese Unie. Ik wil het Duitse voorzitterschap bedanken voor deze krachtige boodschap, die bevestigt dat Europa meer is dan een grote markt, en zich sterk maakt voor de grondrechten van alle Europese burgers. Dit nieuwe compromis is het resultaat van lange en moeizame onderhandelingen, en wij zijn ons ervan bewust dat het onvermijdelijk zijn zwakke punten kent.

Desalniettemin hoop ik dat dit politieke compromis een minimaal niveau van harmonisatie vormt waarop de lidstaten in de toekomst kunnen voortborduren, en ik ben met name verheugd over het toevoegen van een herzieningsclausule waarmee in de komende jaren een hoger niveau van harmonisatie kan worden bereikt. Om deze zwakke punten te compenseren verzoek ik de Commissie een voorstel in te dienen voor een richtlijn betreffende de strijd tegen alle vormen van discriminatie die opgesomd worden in artikel 13 van het Verdrag, teneinde de Europese wetgeving op dit gebied te versterken. Ik meen overigens te weten dat commissaris Špidla hiermee bezig is. Ik hoop dat we spoedig zullen beschikken over een voorstel voor een richtlijn.

Tot slot heeft dit politieke akkoord over het kaderbesluit wezenlijke veranderingen met zich meegebracht in de tekst vergeleken met het eerste voorstel van de Commissie, waarover het Parlement advies heeft uitgebracht. Het is dan ook zaak dat het Parlement in de komende weken opnieuw wordt geraadpleegd. Wij zullen ons advies snel uitbrengen, daar kunt u zeker van zijn, want wij zijn allemaal al maandenlang druk in de weer. Wij staan in de startblokken.

Dit instrument hebben we absoluut nodig om te leven in een vreedzame wereld waar iedereen wordt gerespecteerd met zijn verschillen, zijn opvattingen en zijn leefwijze. Dit instrument is essentieel om haat en racisme een halt toe te roepen in een verenigd en verbroederd Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vicevoorzitter van de Commissie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil mevrouw Roure bedanken voor haar toespraak en haar verslag. Het politieke akkoord dat afgelopen april, na vijf jaar van onderhandelingen, in de Raad is bereikt, was buitengewoon belangrijk.

Dit akkoord is weliswaar een iets minder ambitieuze versie van het kaderbesluit dan het originele voorstel van de Commissie, maar het stelt in feite veilig dat vanaf het moment dat het kaderbesluit van kracht wordt en in iedere lidstaat wordt omgezet, Europa niet langer een vrijplaats kan zijn voor degenen die aanzetten tot rassenhaat, racisme en vreemdelingenhaat. Dit is een politiek succes.

Ik besef dat de tekst van het kaderbesluit strafbepalingen bevat die veel scherper hadden kunnen zijn. Ik zou voorstander zijn geweest van een strengere wetgeving. Zoals de rapporteur al aangaf, moesten we echter een compromis sluiten, omdat het om een kaderbesluit gaat en het eenparigheidsbeginsel ertoe noopt, dat we niet zo hoog konden inzetten als we hadden gewild.

Desalniettemin hebben we voor het eerst een gemeenschappelijke regeling, waarin is vastgesteld dat op gedragingen die aanzetten tot haat of discriminatie op grond van ras, huidskleur of religie strafsancties moeten worden gesteld in alle lidstaten. Denk aan hoe belangrijk het is om gedragingen die aanzetten tot antisemitisme of islamofobie te bestraffen, juist op het moment dat we het hebben over de integratie binnen onze gemeenschappen van immigranten die afkomstig zijn van buiten de Europese Unie.

Eén van de belangrijkste punten is ongetwijfeld het vinden van een balans tussen strafrechtelijke maatregelen voor dergelijke gedragingen - waar de vrijheid van meningsuiting niet onder valt maar wel het direct aanzetten tot het plegen van gewelddadige handelingen, dat als dusdanig bestraft moet worden - en gepast respect voor de vrijheid van meningsuiting. We hebben hard gewerkt aan dit aspect en ik denk dat het eindresultaat tot tevredenheid stemt.

Deze maatregel is niet genomen om ideeën af te straffen, maar wel gedragingen die mensen ertoe aanzetten criminele handelingen te verrichten, andere mensen aan te vallen, te verwonden of te doden en echte geweldsdelicten te plegen. Dit heeft absoluut niets te maken met de vrijheid van denken. We bestraffen niet de ideeën, maar degenen die, op basis van een – wellicht legitieme – misvatting, vanuit dit idee overgaan op gedrag waarbij ze mensen aanzetten om andere mensen aan te vallen en criminele daden te plegen. Hier ligt de grens tussen de vrijheid van meningsuiting, die beschermd moet worden, en het direct aanzetten tot geweld.

Naar mijn mening is dit besluit daarom belangrijk. En vandaar ook dat we het beginsel hebben vastgesteld – dat in het verslag van mevrouw Roure naar voren komt – dat een racistisch motief bij alle delicten als verzwarende omstandigheid gezien zal worden. Wanneer een gewoon vergrijp met fysiek geweld uit racistische motieven is gepleegd, moet dit zwaarder worden bestraft, omdat zowel de aansporing als de racistische motieven een dergelijk vergrijp ernstiger maken dan de handeling zelf.

Dit is een belangrijk beginsel en ik ben van mening dat het feit dat alle 27 lidstaten dit unaniem hebben aangenomen, de Europese Unie een beter uitgangspunt biedt om deze kernwaarde, die staat opgenomen in het Handvest van de grondrechten, hoog in het vaandel te blijven dragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Gaubert , namens de PPE-DE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, geachte collega’s, ik wil om te beginnen mijn verontschuldigingen aanbieden namens mevrouw Esteves, rapporteur voor advies van mijn fractie, die helaas niet zal kunnen deelnemen aan dit debat.

Ik bedank mevrouw Roure voor haar werk, haar toewijding en haar doorzettingsvermogen want doorzettingsvermogen was beslist nodig om de Raad voortdurend aan te sporen een buitengewoon belangrijk akkoord te sluiten. Meer dan vijf jaar is er onderhandeld over een voorstel voor een kaderbesluit ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat: is het wel reëel om maatregelen die zo wezenlijk zijn voor het leven van onze medeburgers zo lang tegen te houden?

Ik wilde ook het Duitse voorzitterschap hartelijk danken, dat erin geslaagd is de patstelling rondom deze tekst te doorbreken. De Europese Unie is gebaseerd op gemeenschappelijke waarden, universele waarden van menselijke waardigheid, vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Door ons te verenigen hebben we allemaal besloten deze waarden te delen.

Dames en heren, verklaringen van goede wil hebben niet veel zin als ze niet gevolgd worden door krachtige daden. Om die reden moesten we overgaan tot daden, concrete daden, zodat onverdraagzaamheid, in welke vorm dan ook, ons continent niet langer verziekt. Harmonisatie van de wetgeving van lidstaten als het gaat om racistische vergrijpen was cruciaal. Voortaan moet elke lidstaat gevangenisstraffen opleggen voor het openlijk rechtvaardigen, ontkennen of op grove wijze bagatelliseren van volkenmoord, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, en dat stemt me tevreden.

Toch moet ik bekennen dat mijn tevredenheid niet absoluut is: zeker, de goedkeuring van deze tekst is een krachtig signaal, vooral in dit Europese jaar van de gelijke kansen, maar ik ben bang dat de toegevoegde waarde ervan minimaal zal zijn. De verwachting is namelijk dat vrijstellingen zullen worden toegekend en dat de bepalingen soepel mogen worden toegepast. Zo wordt een gedraging pas bestraft wanneer deze dreigt aan te zetten tot geweld of haat jegens een groep mensen. Maar hoe kunnen we toestaan dat een revisionist in sommige Europese landen nog spreektijd krijgt uit naam van de vrijheid van meningsuiting? De vrijheid van meningsuiting houdt op wanneer de rechten van anderen met voeten worden getreden. Ik begrijp best dat er binnen onze lidstaten verschillende culturele en juridische tradities bestaan, maar in de strijd tegen racisme mag geen enkel compromis worden gedaan. Bepaalde haatdragende uitlatingen toestaan betekent in feite ze accepteren.

Dames en heren, als gekozen vertegenwoordigers zullen we duidelijk moeten zijn en deze gewelddaden krachtig veroordelen. We moeten alert blijven, want onze strijd ter bescherming van de mensenrechten, voor het eerbiedigen van het Handvest van de grondrechten, is nog lang niet gestreden. Ik vraag u morgen met een ruime meerderheid vóór deze tekst te stemmen. Deze strijd is de onze. Ze strekt onze Europese democratieën en ons Parlement tot eer.

 
  
MPphoto
 
 

  Emine Bozkurt, namens de PSE-Fractie. Voorzitter, ik dank mevrouw Roure niet alleen voor haar verslag, ik steun het ook volmondig. Racisme is een hardnekkig en groeiend probleem in de Europese samenlevingen. Daarom zijn er ook meer en betere instrumenten nodig om het aan te pakken, ook als dat nodig is op Europees niveau. Racisme kent geen grenzen. Maatregelen om het aan te pakken daarom ook niet.

Afgelopen jaar kreeg mijn resolutie over racisme in het voetbal overweldigende steun in het Europees Parlement en ik hoop dat dat morgen ook zal gelden voor het verslag van mevrouw Roure.

In de resolutie over voetbal riepen we op tot een strengere aanpak, maar een Europese aanpak van racisme moet niet beperkt blijven tot voetbal alleen. Europa moet staan voor de verdediging van de gelijke behandeling van al haar burgers. Daarvoor is goede scholing nodig en de actieve inzet van Europa voor sociale inclusie om de pleitbezorgers van racisme en xenofobie te isoleren en te streven naar een tolerante en diverse samenleving.

Ik ben blij dat hate crimes speciale aandacht krijgen in het verslag van mevrouw Roure. Daarnaast ondersteun ik de oproep om geen hiërarchie aan te brengen in de verschillende discriminatiegronden. Alle vormen van discriminatie moeten even hard worden aangepakt, dus ook islamofobie.

Voorzitter, het verslag noemt 9 miljoen slachtoffers van racisme en xenofobie. Vast een terecht cijfer, maar volgens mij zijn 494 miljoen burgers het slachtoffer van racisme, want als racisme ongestraft blijft, schaadt het de maatschappij als geheel. Europa is er voor iedereen en dat moeten we vooral zo houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophia in ’t Veld, namens de ALDE Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik Martine Roure complimenteren, die wederom uitstekend werk heeft geleverd. Daarnaast wil ik het Duitse voorzitterschap lof toezwaaien voor het sluiten van deze overeenkomst, maar wederom moet ik tot mijn grote spijt vaststellen dat de Raad niet bij dit belangrijke debat aanwezig is.

Ik ben echter zeer verheugd over het feit dat dit belangrijke rechtsinstrument eindelijk is aangenomen. We hebben er lang op moeten wachten en het wordt van harte toegejuicht, maar nu hangt er veel van af of en op welke manier het in de praktijk zal worden gebruikt, want een rechtsinstrument dat haatmisdrijven als een strafbaar feit beschouwt, is slechts een laatste redmiddel. Een rechtsinstrument zal racisme niet uitbannen. Dat kunnen we alleen met onze eigen houding en met onze eigen mentaliteit, en er is veel meer nodig dan alleen dit kaderbesluit.

We moeten gelijkheid, respect en tolerantie bevorderen, en dat moeten niet alleen loze woorden zijn, maar ook daden. Elk van ons heeft een verantwoordelijkheid in Europa. Wetgeving is niet genoeg en we moeten een voorbeeld stellen. Ik ben het roerend eens met de heer Gaubert, die verwees naar verklaringen van personen in het openbaar. Dat geldt niet alleen voor de gemiddelde burger, maar ook, en zelfs nog meer, voor vooraanstaande politici en religieuze leiders: om kort te gaan, opinieleiders. Het valt zodoende te betreuren dat zelfs vooraanstaande personen in Europa onlangs verklaringen hebben afgelegd die aanzetten tot haat en geweld. Zij dragen bij aan een klimaat van onverdraagzaamheid en haat. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de president van een van onze lidstaten, die zeer denigrerende opmerkingen maakte over het Roma-volk. Dit is onaanvaardbaar en ik ben van mening dat het Parlement zich op zijn minst moet uitspreken tegen dergelijke onaanvaardbare verklaringen.

Ik verwijs ook naar een afgevaardigde van dit Parlement, de heer Giertych, die een antisemitisch foldertje publiceerde. Gelukkig reageerden we daar zeer misnoegd op. Ik denk ook aan de heer Wilders in mijn eigen land, die gisteren tijdens het debat de meest ongehoorde opmerkingen maakte, waarop niemand reageerde. Ook dat is een probleem: we staan extremisten toe de politieke agenda te bepalen. Zelfs de centrumpartijen spreken nu de taal van extremisten. We moeten onze eigen verklaringen en ons eigen gedrag dus zeer nauwkeurig onder de loep nemen.

Tot slot ben ik het roerend eens met het verzoek om de wetgeving uit te breiden zodat die ook andere groepen omvat, want we weten allemaal dat haat en geweld tegen homoseksuelen helaas hoogtij viert in Europa, zelfs in mijn eigen land, evenals haat en geweld tegen vrouwen. Soms zijn we geneigd dat te vergeten, maar er zijn vele verklaringen die geweld tegen vrouwen op de een of andere manier aanvaardbaar lijken te maken. De volgende stap moet zijn om een rechtsinstrument in het leven te roepen dat aanzetting tot haat en geweld tegen alle bevolkingsgroepen veroordeelt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Lambert, namens de Verts/ALE Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur bedanken voor haar betrokkenheid bij dit groeiende dossier, dat nu al in de wettenverzameling had moeten staan. Zoals andere sprekers al zeiden, zijn ook wij van mening dat dit een belangrijke actie is.

Vorig jaar zagen we in vele delen van de Europese Unie een toename van het aantal antisemitische en antimoslim haatmisdrijven, of tenminste in die delen die zulke misdrijven doeltreffend registreren. Zoals voorgaande sprekers al zeiden, is dit het Europese Jaar van gelijke kansen voor iedereen, en veel van onze burgers, inwoners en gasten hebben nog steeds te maken met discriminatie en haatmisdrijven, simpelweg vanwege hun huidskleur, hun overtuigingen of het feit dat ze schuldig zijn aan de zogenaamde misdaad buitenlander te zijn. De directeur van Human Rights First stelde dat "het slachtofferen van een lid van een bepaalde groep een gevaar vormt voor alle leden van die groep en immense schade toebrengt aan de samenleving in het algemeen".

Mijn fractie ziet dit kaderbesluit als een aanvulling op bestaande wetgeving, maar we zien ook graag dat bestaande wetgeving volledig ten uitvoer wordt gelegd. We steunen het verzoek om wederom te worden geraadpleegd met betrekking tot dit dossier, en een aantal zaken baart ons zorgen, bijvoorbeeld het feit dat bepalingen voor wederzijdse rechtshulp tussen lidstaten zijn geschrapt, waardoor het moeilijker kan worden grensoverschrijdend racisme te bestrijden. We weten dat er een aanmerkelijke internationale organisatie bestaat, bijvoorbeeld tussen groeperingen die gebaseerd zijn op verachtelijke noties van rassensuperioriteit.

We hebben de constructieve amendementen op dit verslag mede ondertekend. Andere amendementen zijn voor ons deel van het probleem, maar we rekenen erop dat de Raad in samenwerking met het Parlement constructieve en krachtige actie onderneemt.

 
  
MPphoto
 
 

  Giusto Catania, namens de GUE/NGL-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil mevrouw Roure bedanken voor haar voortdurende inzet om samen met de Raad dit kaderbesluit in elkaar te zetten. Het heeft even geduurd, maar we kunnen zeggen dat we eindelijk een belangrijke mijlpaal hebben bereikt.

Het is wel zo dat we racisme en vreemdelingenhaat met rechtsinstrumenten moeten bestrijden, maar ik denk dat we vooral wijdverspreide culturele maatregelen moeten instellen. Dit Parlement heeft naar mijn idee ook de intentie om een effectieve voorlichtingscampagne in de lidstaten op te zetten om ervoor te zorgen dat dit kaderbesluit zich ontpopt tot een grote culturele ideeënbus.

Het is naar mijn idee noodzakelijk om racisme en vreemdelingenhaat te bestrijden, omdat de gegevens die zijn vrijgegeven door het Europees Waarnemingscentrum alarmerend zijn. Het aantal meldingen van racistische en xenofobe gedragingen neemt toe en ik vind dat we degenen die veelvuldig tot racistische en religieuze haat aanzetten, aan moeten pakken. Dit kan grotendeels aan de hand van de media worden gedaan, die maar al te vaak berichten naar buiten brengen die uiterst gevaarlijk zijn voor de maatschappij.

Ik denk dat het initiatief dat door de Raad is aangenomen, en bovenal het werk dat door mevrouw Roure in het Parlement is uitgevoerd, als bruikbare middelen kunnen dienen bij de politieke inzet en bij de voortzetting van dit werk. Zoals de heer Frattini al zei, moeten we de grenzen vaststellen waarbinnen er een evenwicht is tussen de vrijheid van meningsuiting en de strijd tegen racisme en vreemdelingenhaat. Ik denk dat dit essentieel is en dat we krachtige politieke actie moeten ondernemen en hoogstaande culturele maatregelen moeten instellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE-DE). - (LT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, in de Verklaring van Berlijn, die op 25 maart van dit jaar is aangenomen, wordt gesteld dat “de Europese integratie aantoont dat wij lering hebben getrokken uit onze geschiedenis, die zo vol is van bloedige conflicten en menselijk leed”. Ik vind ook dat dit zo is en een bewijs hiervan is het document dat wij vandaag behandelen.

Het kaderbesluit heeft betrekking op de volgende delicten: het aanzetten tot haat en geweld, het publiekelijk vergoelijken, ontkennen of verregaand bagatelliseren van het misdrijf genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Het kaderbesluit is beperkt tot delicten die worden gepleegd wegens ras, huidskleur, godsdienst, afstamming, dan wel nationale of etnische afkomst. Het is echter niet van toepassing op soortgelijke delicten die worden gepleegd op andere gronden, zoals haat en geweld tegen bepaalde mensen vanwege hun politieke overtuiging of hun band met een bepaalde sociale groep of de maatschappelijke status van groepen personen, bijvoorbeeld de misdrijven begaan door totalitaire regimes.

Ik denk dat de tijd rijp is voor een aanvullend document dat betrekking zou moeten hebben op het aanzetten tot haat en geweld, het publiekelijk vergoelijken van het misdrijf genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden gericht tegen groepen personen die worden gedefinieerd op basis van andere criteria dan ras, huidskleur, godsdienst, afstamming, dan wel nationale of etnische afkomst, die ik al heb genoemd. Een dergelijk document kan zich bijvoorbeeld richten op maatschappelijke status of politieke overtuiging en de ontkenning of bagatellisering van deze misdrijven. Criminele verantwoordelijkheid kan in deze gevallen worden vastgesteld.

Het initiatief van de Europese Commissie om een Europese openbare hoorzitting te organiseren over het misdrijf genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden die worden gepleegd door totalitaire regimes en degenen die deze vergoelijken, ontkennen of verregaand bagatelliseren is welkom en de moeite waard om te steunen. Op basis van deze debatten moet het na twee of drie jaar mogelijk zijn een ander voorstel in te dienen met betrekking tot een kaderbesluit over deze misdrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (PSE). - (LT) Mijnheer de Voorzitter, ik complimenteer de rapporteur, mevrouw Roure, met haar moed, en een extra groot compliment gaat naar Duitsland, dat heeft verklaard dat het aannemen van het kaderbesluit ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat een prioriteit van zijn voorzitterschap is.

Het idee van de Europese Unie is gebaseerd op tolerantie, vertrouwen en de vreedzame coëxistentie van landen. Helaas neemt de laatste tijd het aantal racistische en xenofobe aanvallen niet af, maar nadert het de 10 miljoen per jaar. Racistische, xenofobe en antisemitische elementen worden niet alleen door extremistische partijen gebruikt - zelfs de schijnbaar stabielere grote partijen en hun leiders gaan deze niet uit de weg. Zelfs in dit Parlement en in sommige nationale parlementen is het niet ongewoon om toespraken te horen die vol zitten met extreem nationalisme en extreme vreemdelingenhaat.

Ik ben het met de rapporteur eens dat in een cultuur die gebaseerd is op rechten en vrijheden, het strafrecht idealiter zo weinig mogelijk moet worden toegepast. Het is echter onvermijdelijk straffen te gebruiken om deze kwestie aan te pakken. Ik ben het volledig met commissaris Frattini eens dat een racistisch motief voor een misdrijf een zwaardere straf voor dat misdrijf moet inhouden.

Niet minder belangrijk is onderwijs evenals een dialoog tussen verschillende godsdiensten en culturen en een weloverwogen kijk op het verleden. Zelfs als mensen zich heel tolerant voelen, zijn discussies over wiens tragedie de grootste en wiens pijn de ergste is de weg naar het vertrappen van tolerantie en het gebrek aan vertrouwen in elkaar.

Voor de nieuwe landen van de Europese Unie ligt de kwestie van het rechtzetten van historisch onrecht buitengewoon gevoelig. De tijd is rijp voor een poging om de houdingen van de oude en nieuwe EU-lidstaten ten opzichte van de tragedies en pijnlijke gebeurtenissen in de twintigste eeuw met elkaar te verzoenen. Dit moet gebeuren zonder dat sommige partijen denken een monopolie op moraliteit te hebben en hun mening aan andere landen kunnen opleggen. Het allerbelangrijkste doel is de zaak niet op de spits te drijven, maar wonden te helen, van de geschiedenis te leren en de weg te versperren voor een wedergeboorte van racisme en vreemdelingenhaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Sajjad Karim (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, of het nu de toename van islamofobie is of de sterke stijging van het aantal antisemitische aanvallen, de onverdraagzaamheid in Europa neemt toe. Het is nu hoog tijd en belangrijker dan ooit voor de Europese Unie om standvastig te blijven door wetgeving aan te nemen om deze verontrustende verschijnselen tegen te gaan. Deze tekst vertegenwoordigt op zich niet de concrete actie die nodig is om de hardnekkige problemen van racisme en vreemdelingenhaat die zich tegenwoordig voordoen in Europa aan te pakken. De tekst zou krachtiger kunnen zijn door het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie als referentiepunt te gebruiken.

Ten tweede moet deze wetgeving de betrokkenheid van Europa bij onze kernwaarden van respect voor diversiteit en intolerantie jegens discriminatie opnieuw bevestigen, een betrokkenheid die zo veel meer moet zijn dan de som van de politieke compromissen van de tekst van de Raad. In het huidige politieke klimaat, waarin steun voor rechtsextremisme in heel Europa extremisme in het centrum heeft gebracht, moeten gematigden gebruikmaken van deze wetgeving en de dialoog die de tenuitvoerlegging ervan zal omringen, om de discussie rond diversiteit weer naar zich toe te trekken. We moeten de vertrouwensband tussen de verdeelde gemeenschappen herstellen en ervoor zorgen dat gevoelens van vervreemding worden vervangen door een gevoel van veiligheid, dat hard nodig is.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE).(PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de vicevoorzitter Frattini, beste collega's, ik sluit me om te beginnen graag aan bij de lovende woorden die de heer Gaubert heeft uitgesproken met betrekking tot mevrouw Roure. We zijn van mevrouw Roure werk van zeer goede kwaliteit gewend en ze heeft nu opnieuw blijk gegeven van haar vermogens en – zoals de heer Catania terecht heeft opgemerkt – haar vasthoudendheid.

Racistische misdrijven zijn in alle lidstaten een blijvend en constant probleem. De eerste stap bij de bestrijding ervan is preventie. We moeten proberen racisme en vreemdelingenhaat tegen te gaan door een beleid dat gericht is op opvoeding vanaf een heel vroeg stadium. We zullen bovendien een politiek en maatschappelijk discours moeten ontwikkelen dat de verspreiding van haat en het bevorderen van racistische en xenofobe reacties tegengaat.

De cijfers die ons door het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat worden voorgelegd confronteren ons met een realiteit zoals die zich in de Europese Unie voordoet. Het is waar dat de lidstaten elk voor zich over wetgeving beschikken, maar we moeten ook erkennen dat er tussen die wetgevingen grote verschillen bestaan, en dat het tijd wordt deze bepalingen te harmoniseren. Dit kaderbesluit is daarom uiterst welkom, aangezien het een bepaalde mate van harmonisatie aanbrengt in het strafrecht van de lidstaten en de wederzijdse bijstand bij de bestrijding van de racisme en vreemdelingenhaat verbetert.

Het Europees Parlement doet via dit initiatief een aantal aanbevelingen en formuleert daarbij een standpunt inzake een onderwerp met betrekking waartoe wij – laten we eerlijk zijn – veel consistenter zijn dan de Raad.

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). - (LT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, nazisme en communisme zijn als twee oevers van dezelfde rivier. Het nazisme is door academici en politici tot in detail onderzocht; het is overbekend en door de internationale gemeenschap veroordeeld. Duitsland, dat zijn historische fouten erkent, heeft zelf aan dit proces meegewerkt.

Wij weten echter weinig over de andere oever van de ergste misdrijven van de vorige eeuw: het communisme. Er is weinig over gesproken en daarom worden haar misdaden tegen de menselijkheid nog niet wereldwijd erkend. Ongeveer 20 miljoen mensen stierven tijdens de naziperiode en de holocaust, terwijl 100 miljoen mensen van verschillende nationaliteiten het slachtoffer werden van het communisme.

Ik steun het kaderbesluit van de Raad en de verklaring die met het kaderbesluit werd aangenomen en waarin de Raad de misdrijven die door totalitaire regimes zijn gepleegd, veroordeelt.

Ik spoor de lidstaten aan door te gaan met het werk de misdrijven die door communistische regimes zijn gepleegd aan het licht te brengen, ze juist te beoordelen en het kaderbesluit aan te vullen. Ik nodig het Europees Parlement uit debatten te beginnen over de misdrijven van het communisme en zijn eigen bijdrage te leveren door te erkennen dat communisme een misdrijf tegen de menselijkheid is.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur, mevrouw Roure, feliciteren met haar uitstekende verslag over dit belangrijke, maar kennelijk zeer controversiële onderwerp. Het is belangrijk vanwege het feit dat jaarlijks naar schatting miljoenen mensen het slachtoffer worden van racistische misdrijven. Het is controversieel omdat er een evenwicht moet worden gevonden tussen doeltreffende actie om racisme en vreemdelingenhaat te bestrijden aan de ene kant en respect voor vrijheid van meningsuiting aan de andere kant.

In feite is het onderwerp kennelijk dermate controversieel dat de tekst die we nu behandelen het resultaat is van vele jaren onderhandelen. Uiteraard werpt dit de vraag op of al die tijd strikt noodzakelijk was, en nog steeds is, om een passende oplossing te vinden. Denk aan de miljoenen mensen die geleden hebben onder deze ernstige vertraging. Ligt aan deze extreme vertraging een louter politiek-technische oorzaak ten grondslag, of misschien zelfs achteloze onverschilligheid? Of ligt de oorzaak in een poging om de boel te rekken vanwege het feit dat bepaalde invloedrijke politieke machten niet zo welwillend tegenover dergelijke acties staan en die zelf aanschuren tegen racisme en vreemdelingenhaat?

Wellicht kan de commissaris ons geruststellen door te zeggen dat het laatste zeer zeker niet het geval is en dat mijn angsten volkomen ongegrond zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. – (EN) De opkomst van racisme en vreemdelingenhaat in de hele Europese Unie, zowel in nieuwe als gevestigde lidstaten, baart mij steeds meer zorgen. In een Europese Unie die vrij verkeer van personen als centrale pijler heeft, is dit ongetwijfeld een kwestie die communautaire actie vereist. Sterker nog, initiatieven als het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen, dat we nu beleven, zijn van essentieel belang om beste werkwijzen te verspreiden voor het uitroeien van discriminatie. Het is van groot belang dat deze inspanningen worden verdubbeld teneinde de opkomst van islamofobie, antisemitisme en discriminatie van andere minderheden, vooral die uit nieuwe lidstaten, tegen te gaan. Wij als Parlement en alle instellingen van de Europese Unie moeten ons uiterste best doen om Europa te bevrijden van de gesel van racisme en vreemdelingenhaat, en duidelijk maken dat dit niet getolereerd wordt.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid