Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/0276(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0270/2007

Ingediende teksten :

A6-0270/2007

Debatten :

PV 09/07/2007 - 21
CRE 09/07/2007 - 21

Stemmingen :

PV 10/07/2007 - 8.37
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0325

Debatten
Maandag 9 juli 2007 - Straatsburg Uitgave PB

21. Inventarisatie, inaanmerkingneming en bescherming van Europese kritieke infrastructuur (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0270/2007) van Jeanine Hennis-Plasschaert, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een richtlijn van de Raad inzake de inventarisatie van Europese kritieke infrastructuur, de aanmerking van infrastructuur als Europese kritieke infrastructuur en de beoordeling van de noodzaak de bescherming van dergelijke infrastructuur te verbeteren (COM(2006)0787 – C6-0053/2007 – 2006/0276(CNS)).

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik dank de rapporteur voor dit belangrijke verslag naar aanleiding van een initiatief van de Commissie.

Het is duidelijk dat de bescherming van kritieke infrastructuur zowel voor de lidstaten als voor de Europese Commissie een prioriteit vormt. We mogen namelijk niet vergeten dat de noodzaak kritieke infrastructuur te beschermen tegen bijvoorbeeld een terroristische aanval een gevolg is van de aard van die voorzieningen en hun onderlinge koppeling en afhankelijkheid. Bij een aanval op een fysieke of technologische infrastructuur van een lidstaat worden de effecten daarvan onvermijdelijk doorgegeven aan andere lidstaten. Daarom is een Europees kader voor preventie en bescherming nodig.

Volgens ons is de beste weg die we kunnen bewandelen allereerst het inschakelen van de particuliere sector. Dat betekent het gebruik maken van de huidige beschikbare technologieën en het versterken van het technologisch onderzoek door de medewerking te vragen van de ondernemingen en de onderzoekslaboratoria teneinde die onderzoeksresultaten ter beschikking te stellen van het gemeenschappelijk Europees kader. De gedachte is dat we moeten beschikken over echte speciale veiligheidsprogramma’s voor de verschillende sectoren met infrastructuur en een echt specifiek netwerk van verbindingsofficieren die garant kunnen staan voor dat gemeenschappelijk Europees kader.

Wij willen alleen de infrastructuur in aanmerking laten komen die echt een transnationaal karakter heeft en niet infrastructuur die beperkt is tot één lidstaat, behalve wanneer de effecten van die kritieke infrastructuur de grenzen van die desbetreffende lidstaat overschrijden.

Zoals u al weet hebben wij in december een mededeling goedgekeurd voor het instellen van een Europees programma ter bescherming van kritieke infrastructuur, tegelijk met een ontwerprichtlijn betreffende de inventarisatie van de infrastructuur die bescherming behoeft. Ik ben het Parlement derhalve dankbaar dat het de voorstellen voor deze uiterst belangrijke materie als één pakket heeft behandeld. De mededeling stelt de principes, de te volgen processen en de instrumenten om die processen te realiseren vast, terwijl de richtlijn regels vastlegt om te inventariseren welke infrastructuur, op grond van een gemeenschappelijke Europese aanpak, bescherming behoeft. Het ligt in onze bedoeling dit actieplan te ontwikkelen op basis van een brede publiek-private samenwerking.

Wij denken dat de lidstaten geholpen moeten worden bij het ontwikkelen van de verschillende initiatieven in het actieplan. Wij zijn ervan overtuigd dat de internationale dimensie in aanmerking genomen moet worden en dat er financiële maatregelen moeten worden getroffen. Wij beschikken natuurlijk over een financieel programma betreffende preventie, paraatheid en beheer van de gevolgen van de risico’s van het terrorisme. Dat programma kan gepaste financiering voorzien voor beschermingsmaatregelen van kritieke infrastructuur.

Ik kan nu al laten weten dat ik instem met een aantal belangrijke amendementen die het Parlement zo gaat behandelen. Het eerste amendement betreft de noodzaak om in de richtlijn te bevestigen dat het de taak is van elke lidstaat om vormen en methodes te kiezen die passen bij zijn situatie. Het gaat dus om het flexibiliteitsprincipe bij de uitvoering van de richtlijn, op basis waarvan de al of niet verplichte maatregelen in de praktijk moeten worden gebracht zonder overdreven strengheid.

Het tweede punt dat mij aanvaardbaar schijnt, is de noodzaak de ontheffingsbepalingen voor bepaalde sectoren van een aantal plichten in de richtlijn te verduidelijken. De Commissie heeft de mogelijkheid voorzien bepaalde sectoren ontheffing te verlenen en de ontwerpamendementen van het Parlement vragen in feite beter te specificeren wanneer een dergelijke ontheffing geldt voor een bepaalde sector. Ik denk akkoord te kunnen gaan met de noodzaak meer specificaties te introduceren en zo meer duidelijkheid te creëren.

Ik ben het bovendien eens met het voorstel om de lijst in bijlage I van de ontwerprichtlijn met sectoren waar de kritieke infrastructuur beschermd wordt, te wijzigen. Ik meen dat het voorstel van het Parlement om die bijlage te wijzigen aanvaardbaar is, evenals het voorstel om een aantal wijzigingen aan te brengen in de sectoren waarvoor de comitologieprocedure geldt. Daarvoor is een specifiek voorstel ingediend, hoewel we dienen te beseffen dat door het beperken van het gebruik van de comitologie de noodzakelijke tijd voor de tenuitvoerlegging van de richtlijn toeneemt. Comitologie is misschien dan wel enigszins gecompliceerd als instrument, maar het bespaart wel tijd bij de tenuitvoerlegging. Ik ben echter niet tegen het idee om dergelijke amendementen te aanvaarden.

Tot slot, mijnheer de Voorzitter, spreek ik mijn tevredenheid en waardering uit over dit verslag en ik hoop dat het Parlement het met een zeer brede meerderheid zal goedkeuren. Wij moeten bij een strategische maatregel als het Europese initiatief voor de bescherming van kritieke energie-, vervoers- en technologische infrastructuur onze samenhang tonen. Voor die infrastructuur zijn krachtige maatregelen inzake preventie en bescherming nodig, omdat de dreiging van het terrorisme zich helaas vooral richt tegen kritieke infrastructuur. Daarom ben ik het Parlement dankbaar voor de bijdrage die het al heeft geleverd en nog zal leveren aan ons werk.

 
  
MPphoto
 
 

  Jeanine Hennis-Plasschaert (ALDE), rapporteur. – Voorzitter, al in juni 2004 lag er een verzoek van de Raad waarin de Commissie werd gevraagd om een algemene strategie ter bescherming van kritieke infrastructuur voor te bereiden. In de afgelopen drie jaar is het onderwerp dan ook niet van de Commissie-agenda verdwenen en dat is zeer terecht. Conform de wensen van de Raad en ook het Europees Parlement is de Commissie tenslotte met een voorstel gekomen voor een Europees programma ter bescherming van kritieke infrastructuur ofwel de richtlijn waarover we het nu hebben.

Als rapporteur ondersteun ik het idee van een gemeenschappelijk kader in dezen. Een effectieve bescherming van kwetsbare kritieke infrastructuren, alsook van diensten vereist communicatie, coördinatie en samenwerking waarbij alle belanghebbenden betrokken worden, zowel op nationaal als op Europees niveau. De complexe processen en interfaces van kritieke infrastructuur met een transnationale dimensie zijn ook wat mij betreft legitieme aandachtspunten.

En zoals commissaris Frattini, al verschillende keren duidelijk heeft gemaakt: schade aan of verlies van een bepaalde infrastructuurvoorziening in een lidstaat kan negatieve gevolgen hebben voor verscheidene andere lidstaten en zelfs voor de Europese economie als geheel. Nieuwe technologieën, bijvoorbeeld internet, evenals de verdergaande liberalisering van de markt, bijvoorbeeld als het gaat om de levering van elektriciteit en gas, leiden ertoe dat veel infrastructuurvoorzieningen inmiddels in een groter netwerk zijn opgenomen.

En inderdaad, in die omstandigheden wordt de doeltreffendheid van al die beschermingsmaatregelen bepaald door de zwakste schakel. Wel ben ik van mening, en dat heeft de heer Frattini al opgemerkt, dat de Commissie op bepaalde onderdelen van de richtlijn iets te voortvarend ofwel iets te enthousiast is geweest. Duidelijk moet zijn dat de primaire en ultieme verantwoordelijkheid bij de lidstaten en de eigenaren van die kritieke infrastructuur ligt.

In dat opzicht acht ik een bottom-up-benadering van cruciaal belang. Een gemeenschappelijk optreden kan mijns inziens alleen gerechtvaardigd worden als tenminste drie lidstaten nadelige gevolgen zouden ondervinden, of tenminste twee andere lidstaten dan die waarin de kritieke infrastructuur zich bevindt. Op bilateraal niveau is immers al veel geregeld, en dat is eerlijk gezegd ook de meest flexibele oplossing.

Verder ben ik van mening dat overlappingen of tegenstrijdigheden met reeds bestaande wetten en/of bepalingen tot elke prijs voorkomen moeten worden. Bestaande criteria en mechanismen dienen derhalve in acht te worden genomen. Ook is het voor mij van belang dat de particuliere sector niet met onnodige administratieve lasten wordt geconfronteerd. Maak gebruik van de expertise die er reeds is en probeer het wiel vooral niet opnieuw uit te vinden! Ik pleit dus voor die pragmatische, doch structurele aanpak.

Na het debat in de parlementaire commissies is tussen bepaalde fracties van het Parlement verder overeengekomen om in te zetten op de zogenoemde prioritaire sectoren. Ook is besloten, inderdaad, om de voorgestelde comitologieprocedure te schrappen. Het gebruik van de comitologieprocedure heeft ons in het verleden te vaak op een hellend vlak gebracht. Ik ben de commissaris dan ook heel erg dankbaar voor zijn opmerkingen hierover en over de andere amendementen, en voor het feit dat hij blijk heeft gegeven van zijn tevredenheid. Wel zou ik graag nog een reactie willen op de definitie van twee naar drie lidstaten, omdat dat naar mijn mening het belangrijkste amendement is.

Tot slot nog een opmerking aan het adres van de Raad. Deze schittert weer door afwezigheid. Het akkoord over een gemeenschappelijk standpunt blijkt daar nog een brug te ver. Opmerkelijk, want de Raad heeft immers zelf om dat gemeenschappelijk kader gevraagd. En vreemd ook, want als er iets gebeurt, loopt de Raad maar al te graag voorop met het onmiddellijk afkondigen van allerhande regels zonder echt oog te hebben voor de kwaliteit van de voorstellen, de gevolgen daarvan voor bijvoorbeeld de interne markt, dan wel de gevolgen ervan voor de Europese burgers.

Visie en slagkracht mogen in dezen toch wel van de Raad verwacht worden. En bij de opening van de plenaire vergadering eerder vandaag sprak Voorzitter Pöttering wijze woorden. Op ad hoc- en door paniek ingegeven wet- en regelgeving zit echt helemaal niemand te wachten. Daarentegen is een structurele aanpak, met inachtneming van de beginselen van de rechtsstaat – en dat laatste is buitengewoon belangrijk – van harte welkom. Dank u wel en dank aan de commissaris.

 
  
MPphoto
 
 

  Harald Ettl (PSE), rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, grensoverschrijdende crises – of ze nu door terreur of door een ramp worden veroorzaakt – nopen ons ertoe kritische infrastructuren in de hele Unie te beschermen. Kritische infrastructuren kunnen niet geheim worden gehouden door ze niet te noemen. Het zou volkomen naïef zijn om dat te denken.

Psychologisch gezien leidt vernietiging van kritische infrastructuur bij het publiek tot een verlies van vertrouwen in de Europese Unie. Bescherming tegen crises is daarom niet alleen een nationale aangelegenheid, maar vraagt – zoals door de Commissie wordt beoogd – ook om crisisbeheersing op Europees niveau.

Daarnaast werd er door de Commissie economische en monetaire zaken duidelijk op gewezen dat de vestiging van elementen van Europese infrastructuur buiten de Unie de kans op terroristische aanslagen verhoogt en dat met name de toegang tot gegevens de hele infrastructuur kwetsbaarder maakt. Dat geldt ook voor het bank- en verzekeringswezen. Hoewel de veiligheidsmaatregelen en controles in deze sector voortdurend worden verbeterd, is ook hier een complementaire gecoördineerde Europese aanpak nodig. Op een duplicering van maatregelen zit niemand te wachten. Wat we nodig hebben, zijn maatregelen die extra veiligheid opleveren. Het directoraat-generaal Interne markt en diensten kan beter dat als leidraad nemen dan de door kortzichtigheid ingegeven wensen van het bedrijfsleven.

 
  
MPphoto
 
 

  Renate Sommer (PPE-DE), rapporteur voor advies van de Commissie vervoer en toerisme. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie vervoer en toerisme is, voorzover het haar aandachtsgebied betreft, van mening dat de Europese Commissie met deze ontwerprichtlijn haar bevoegdheden overschrijdt, want ze gaat bij haar taakopvatting van onjuiste veronderstellingen uit. De Commissie heeft het over het behoud van de stabiliteit van de interne markt, maar de richtlijn is hoofdzakelijk bedoeld als bijdrage aan de bescherming tegen terroristische aanslagen.

Bovendien schendt het voorstel van de Commissie het subsidiariteitsbeginsel. Het is namelijk niet alleen de bedoeling om bestaande maatregelen aan te vullen, maar ook om deze gedeeltelijk te vervangen. Het voorstel lost tot slot niet het eigenlijke vraagstuk op, maar delegeert dit aan een comitologiecomité.

Daarom heeft de Commissie vervoer en toerisme het voorstel van de Europese Commissie verworpen, hoewel we beseffen dat Europese samenwerking natuurlijk nodig is. De vraag is alleen: hoe? Mijn belangrijkste punt is ervoor te zorgen dat de lidstaten er niet toe worden verplicht om hun Europese kritische infrastructuren bij de Commissie te melden, zodat deze een complete lijst van gevoelige infrastructuren in de EU opstelt, er beveiligingsplannen aan vastniet en vervolgens alles ergens in een kantoor in Brussel bewaart. Dat zou in strijd zijn met nationale veiligheidsbelangen. Een dergelijke lijst zou een interessante bron van informatie zijn voor terroristen.

Op het niveau van de Commissie zouden slechts in algemene zin de belangrijkste sectoren in Europa die gevaar lopen, moeten worden gedefinieerd en geïnventariseerd. Het is echter aan de lidstaten om vast te stellen om welke sectoren het concreet gaat, want zij zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor de bescherming van kritische infrastructuur en zij dragen de eindverantwoordelijkheid voor maatregelen ter bescherming van kritische infrastructuur op hun grondgebied. In het belang van de nationale veiligheid moet dat ook zo blijven. Alleen een decentraal beheer van gevoelige infrastructuur kan de risico’s verkleinen waaraan die infrastructuur blootstaat.

Ik ben voor de beperktere definitie van een Europese kritische infrastructuur die zegt dat er sprake moet zijn van betrokkenheid van ten minste drie lidstaten of van twee andere lidstaten dan die waarin de kritische infrastructuur zich bevindt. We moeten de garantie hebben dat de richtlijn niet op nationale infrastructuren, maar uitsluitend op Europese infrastructuren van toepassing is. Uit veiligheidsoogpunt lijkt het mij overigens effectiever wanneer lidstaten op dit terrein bilateraal samenwerken.

Tot slot wil ik de rapporteur, mevrouw Hennis-Plasschaert, heel hartelijk bedanken. Ze kan rekenen op mijn steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Herbert Reul, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mijnheer de voorzitter, commissaris, beste collega’s, met de Europese kritieke infrastructuur hebben we ontegenzeggelijk een zeer moeilijk onderwerp aangesneden. Het lijdt echter geen twijfel dat we ons op Europees niveau met dit vraagstuk bezig moeten houden en dat we samen met de lidstaten oplossingen moeten vinden en uitwerken. De mogelijke bedreigingen die de commissaris zojuist heeft beschreven, zijn alom aanwezig en moeten daarom serieus genomen worden.

Bij dit onderwerp valt echter erg moeilijk te bepalen waar de bevoegdheid van Europa precies ligt, wat er op Europees niveau geregeld moet worden en waar bepaalde decentrale taken vervuld moeten worden. We hebben ons in de commissie zeer lang met deze vragen beziggehouden. We hebben geprobeerd – ik wil de rapporteur graag hartelijk danken voor de zeer faire en open samenwerking – hier een weg te vinden waarmee enerzijds de uitwisseling van beste praktijken tussen lidstaten en een EU-brede coördinatie gegarandeerd worden, maar anderzijds het subsidiariteitsbeginsel centraal komt te staan. Want we willen ook geen concrete kritieke infrastructuren gaan melden en ergens centraliseren, zoals collega Sommer ook al naar voren heeft gebracht, maar we willen ervoor zorgen dat geheimhouding verzekerd is.

We zijn daarom overeengekomen dat de lidstaten steeds kritieke sectoren melden aan de Commissie, maar geen concrete infrastructuren. Het was voor ons van groot belang de comitologieprocedure te schrappen en ik ben de commissaris dankbaar dat hij het Parlement op dit punt tegemoet is gekomen. De rapporteur heeft er al op gewezen dat de geringe doelmatigheid van die procedure geen aanmoediging is om ermee door te gaan. Wij stellen een andere richting voor.

Ik wil nog vermelden dat het voor ons belangrijk is dat onnodige bureaucratie vermeden wordt en dat de contactpunten de infrastructuren inventariseren en aanmerken, zodat daarvoor geen nieuwe bureaucratie in het leven geroepen hoeft te worden. Verder moet de administratieve rompslomp worden beperkt en de flexibiliteit worden geoptimaliseerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Inés Ayala Sender, namens de PSE-Fractie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, vandaag heeft de Voorzitter van het Europees Parlement, de heer Pöttering, dit verslag van mevrouw Hennis-Plasschaert genoemd toen hij de terroristische aanslagen veroordeelde die zeer recentelijk hebben plaatsgevonden, zowel op Europees grondgebied – waar luchthavens het doelwit waren – als in derde landen, zoals Jemen – waar Spaanse toeristen zijn vermoord. In dit laatste geval was het doelwit niet een infrastructureel werk, maar reden de toeristen met een voertuig over een weg.

Met deze verwijzing wordt het belang van dit voorstel van de Commissie, waarvoor ik de commissaris hartelijk wil bedanken, opnieuw onderstreept en versterkt. Het gaat niet om één individuele maatregel, maar om een proces dat al langer aan de gang is – sinds 2004 – en dat nu in concrete maatregelen wordt vertaald die steeds interessanter en effectiever worden.

Gegeven bovendien de complexiteit van onze Europese samenleving, die is gebaseerd op die complexe en open netwerken voor communicatie, distributie en dienstverlening die ook het fundament onder onze economie vormen, moeten we die netwerken verdedigen en onszelf minder kwetsbaar maken voor mogelijke terroristische aanslagen.

Ik wil opmerken dat mijn fractie zich beter kan vinden in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie met betrekking tot de definitie van Europese kritieke infrastructuur, te weten infrastructuur die door twee of meer landen wordt gedeeld of infrastructuur van een lidstaat die negatieve gevolgen ondervindt van de verstoring of vernietiging van infrastructuur van een andere lidstaat.

Voor ons zou bijvoorbeeld de Kanaaltunnel een goed voorbeeld zijn van een infrastructureel werk waarop de maximale bescherming tegen mogelijke aanslagen van toepassing zou moeten zijn, om nog maar te zwijgen over luchthavens, enzovoorts, waar zulke aanslagen al hebben plaatsgevonden.

Daarom zullen we morgen vasthouden aan dit standpunt, dat wil zeggen het oorspronkelijke voorstel van de Commissie, want we willen de hoop nog niet laten varen dat we alsnog een gewilliger oor vinden bij de Raad. In ieder geval blijven we liever streven naar een meer geïntegreerde en Europese aanpak en willen we voorkomen dat we nu ogenschijnlijk een kostenbesparing realiseren waar we later nog spijt van kunnen krijgen.

Wel steunen we alles wat mevrouw Hennis-Plasschaert voorstelt met betrekking tot de bescherming vis-à-vis derde landen; wel steunen we alles wat betrekking heeft op de bescherming van de betrokken persoonsgegevens; en wel steunen we uiteraard alles wat te maken heeft met de noodzakelijke vertrouwelijkheid. We hebben al veel ervaring opgedaan met die vertrouwelijke omgang met gegevens, zowel op nationaal niveau als op het niveau van de Commissie, en we denken niet dat die vertrouwelijkheid in dit geval in gevaar komt. En we zijn het er ook mee eens dat moet worden voorkomen dat door dit voorstel van de Commissie het werk dat al op nationaal niveau is gedaan nog eens wordt overgedaan.

We hopen op deze manier het standpunt te corrigeren dat we in de Commissie vervoer en toerisme hebben moeten aanvaarden en dat een stap terug is en door mijn fractie nog steeds niet wordt gedeeld. We hopen dat we met het voorstel waarover morgen zal worden gestemd weer een stap verder zullen komen en dat we met behulp van zowel de voorstellen van het Parlement – en daarmee dank ik mevrouw Hennis-Plasschaert en alle collega’s voor hun zeer goede werk – als met het voorstel van de Raad een betere bescherming van onze Europese kritieke infrastructuur kunnen verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Margarita Starkevičiūtė, namens de ALDE-Fractie. – (LT) Ik zou graag de commissaris en de geachte rapporteur willen bedanken voor hun suggesties, maar ik wil graag benadrukken dat deze suggesties moeten worden opgevat als niet meer dan het begin van de discussie. Ik weet niet of het internet onder de door de Commissie gehanteerde definitie van kritieke infrastructuur valt. Ik vind het moeilijk te bepalen: als een website in een land geblokkeerd is, betekent dat dan dat het internet niet langer kritieke infrastructuur is? Je hoeft alleen maar de website van een grote bank met haar hoofdkantoor in, pak 'm beet, Duitsland, Frankrijk of Groot-Brittannië heeft, te blokkeren, of alle inwoners van Europa merken het. Het gaat om de consolidering van de financiële sector, de consolidering van de economische activiteit, ja zelfs de consolidering van hotelketens. Met andere woorden: we moeten inzien dat de kritieke infrastructuur in cyberspace is doorgedrongen, en ik denk dat Estland als eerste land ervaring heeft opgedaan met cyberoorlog. Ik vind het jammer dat hier zo weinig aandacht aan is besteed, en nu raakt dit onderwerp buiten het bevoegdheidsgebied van de commissaris die verantwoordelijk is voor communicatie. Ik zou echter willen zeggen dat dit onderwerp uit veiligheidsoogpunt onder de aandacht gebracht moet worden, omdat het moeilijk voor te stellen is hoe de levens van de Europese burgers er zonder internet uit zouden zien. Of het internet Europees is of dat het tot één bepaald land behoort, kunnen we niet zeggen – het is een world wide web, en het is natuurlijk vrij ingewikkeld om te bepalen hoe het web beschermd kan worden tegen een aanval die op ieder moment kan worden uitgevoerd. Dat vraagt ook om een heel ander soort debat. Op dit moment hebben we het voornamelijk over fysieke infrastructuur en ook al laten tragische ontwikkelingen ons niet onberoerd, het leven wordt hoe langer hoe virtueler en dit thema verdient onze aandacht.

 
  
MPphoto
 
 

  Eva Lichtenberger, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte collega’s, niemand in dit Parlement bestrijdt dat een goede samenwerking tussen lidstaten bij het afwenden van terreurdreiging erg belangrijk en nodig is. Wij hebben echter kritiek op de wijze waarop dat moet gebeuren. Met meer bureaucratie begin je niets tegen terrorisme! Ik dank de rapporteur dat ze het voorstel ten minste weer tot reële proporties heeft teruggebracht en het ontwerp van de Commissie sterk heeft verbeterd. Ook heeft ze een aantal zeer nuttige voorstellen gedaan.

We zijn het er allemaal over eens dat verbeterde samenwerking en informatie positief zijn. Dat kan bilateraal of multilateraal gebeuren. Het opstellen van een lijst van alle bedreigde infrastructuren biedt echter geen meerwaarde voor de veiligheid, het kan zelfs contraproductief zijn! Uiteindelijk zijn toch de lidstaten bevoegd en als je het zinnig bekijkt, kan die bevoegdheid helemaal niet naar het Europese niveau overgeheveld worden.

Ik wens ons allemaal toe dat we morgen bij de stemming evenveel inzicht aan de dag leggen als de rapporteur heeft gedaan om in de verdere procedure datgene veilig te stellen wat we nu al hebben: een zinvolle aanpak die oog heeft voor de realiteit en geen illusies kweekt!

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer, namens de GUE/NGL-Fractie. – Voorzitter, diegenen die reeds in het verleden meer overheidsdwang wensten op het gebied van leger, politie, veiligheidsdiensten, allerlei andere controlesystemen en het gevangeniswezen, kunnen sinds de eeuwwisseling hun standpunt kracht bijzetten. Zij kunnen zich nu beroepen op de opkomst van een nieuw soort terrorisme. Iedereen is van dat terrorisme geschrokken en het schept ruimte voor onrijpe oplossingen.

Op alle bestuurlijke niveaus zijn voorstellen gedaan om democratie, vrijheid van vereniging, vrijheid van demonstratie, stakingsrecht, vrij reizen en privacy ondergeschikt te maken aan de veronderstelde garanties voor de veiligheid. De zwakte van die aanpak is dat we daarmee niet de voedingsbodem voor het terrorisme wegnemen, zoals de schrijnende ongelijkheid in welvaart en macht die de wereld verdeelt.

In plaats daarvan gaan we meer inlichtingen verzamelen, meer objecten bewaken, meer bureaucratie organiseren en meer ongenoegen oproepen. In de Europese Unie bestaan op het gebied van kritieke infrastructuur al 32 richtlijnen, verordeningen, verdragen en beschikkingen die een Europese aanpak mogelijk maken. Het daaraan toevoegen van een nieuwe richtlijn met meer bevoegdheden en verplichtingen roept daarom vragen op.

De commissie voor de subsidiariteitstoets van het Nederlandse parlement heeft in januari mijn aandacht hierop gevestigd. Deze commissie trekt artikel 308 van het EG-Verdrag, dat gericht is op de tussentijdse uitbreiding van bevoegdheden, als rechtsgrondslag in twijfel en vindt de bescherming van vitale infrastructuur in de eerste plaats een nationale aangelegenheid.

Als schaduwrapporteur over dit onderwerp in de Commissie vervoer was ik zeer tevreden dat deze commissie besloot om een beroep te doen op de Commissie burgerlijke vrijheden om het voorstel volledig af te wijzen. De voornaamste reden van dat verzoek was dat alles wat in de ontwerprichtlijn staat, beter kan worden geregeld op een kleinschalig niveau, dus door de lidstaten of hun onderdelen. Meer bemoeienis van de Europese Unie betekent in dit geval vooral meer niet-productieve bureaucratie.

Helaas waren de fracties die in de Commissie vervoer unaniem tegenstemden, in de Commissie burgerlijke vrijheden verdeeld. Dat geldt ook voor mijn fractie. De meeste kleinere nationale delegaties vinden het een slecht voorstel. Enerzijds omdat het door overbodige bemoeizucht de taakverdeling tussen de lidstaten en de Unie minder duidelijk maakt. Anderzijds omdat het eventueel zou kunnen worden misbruikt om burgerrechten, zoals de vrijheid van demonstratie en manifestatie, in te perken met een verwijzing naar de bescherming van infrastructuur. Daar raakt het niet het internationale terrorisme, maar de binnenlandse democratie.

In afwijking daarvan zien de leden van onze grotere delegaties uit Duitsland en Italië ook positieve punten in het voorstel. Zij verwachten een inperking van in de praktijk toch al door de Commissie uitgeoefende bevoegdheden en een betere parlementaire controle op de toepassing van de resterende bevoegdheden. Voorstanders en tegenstanders in mijn fractie juichen het toe dat de amendementen overwegend de werking van het ontwerp afzwakken en de toepassing beperken tot zaken die tenminste drie lidstaten raken.

 
  
MPphoto
 
 

  Christian Ehler (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, in tegenstelling tot de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie economische en monetaire zaken heeft de commissie ten principale, de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken het belang van het Europese niveau bij het beschermen van kritieke infrastructuren niet erkend. Ook staat niet meer de bescherming van afzonderlijke infrastructuren centraal, maar worden hele sectoren onder de loep genomen.

De procedure die in het verslag wordt voorgesteld, vind ik wat weifelmoedig. De meerwaarde die ontstaat door het Europese niveau erbij te betrekken, is bijna volledig opgegeven. Het is duidelijk dat de verantwoordelijkheid voor die kritieke infrastructuren bij de lidstaten moet liggen. Door het aanmerken puur door de lidstaten te laten doen, zullen we de zwakke plekken en de structurele afhankelijkheid echter niet opsporen en juist dat is bij de aanmerking van kritieke Europese infrastructuren noodzakelijk.

De voorstelling dat je met een lijst bijna een gebruiksaanwijzing voor aanslagen opstelt, is gewoon naïef. Dergelijke lijsten bestaan er in de lidstaten namelijk allang. Een van de belangrijkste structurele fouten was bijvoorbeeld dat we deze lijsten niet hebben vergeleken met de NAVO. Op militair gebied bestaan dergelijke lijsten met kritieke infrastructuren in het kader van de NAVO al 40 jaar en voor militaire crises zijn de bijbehorende scenario’s allang voorzien.

 
  
MPphoto
 
 

  Inger Segelström (PSE). – (SV) Om te beginnen wil ik de rapporteur bedanken voor haar goede verslag en goed uitgevoerde werk. Het lijkt alsof wij van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken ons systematisch door alle gebieden van de maatschappij heen werken die te maken hebben met terroristische dreigingen voor onze burgers. Dit heeft de Voorzitter vandaag ook ter sprake gebracht.

Het is van groot belang dat we niet kijken naar elke afzonderlijke maatregel op zich, maar naar alle gebieden tegelijk, opdat we gemeenschappelijke veiligheidsbepalingen krijgen die alles dekken, van visumregels en veiligheidscontroles in het vliegtuig dekken tot betere manieren om ons te beschermen tegen dreigingen tegen luchthavens, openbaar vervoer en havens en de hele infrastructuur, die door zijn grote hoeveelheid passagiers getroffen kan worden door een grote catastrofe indien een terroristische aanslag zou plaatsvinden.

De vraag uit het voorstel van de rapporteur die ik wil bespreken is of er geëist moet worden dat drie of meer lidstaten getroffen moeten worden door een storing of vernietiging of dat twee getroffen lidstaten voldoende is. Het voorstel van de rapporteur houdt een toename van twee naar drie in ten opzichte van de richtlijn in het oorspronkelijke voorstel. Ik vind die aanscherping niet redelijk, aangezien een dreiging of ongeluk of vernietiging veel mensen kan treffen ook al gaat het om weinig landen. Voor de getroffen plaats kan het bovendien van meer betekenis zijn dan wanneer het een centraal gelegen plaats in de EU betreft. Dit voorstel maakt het nog moeilijker voor kleinere lidstaten om aandacht te krijgen ook als zij door minstens net zo grote en serieuze crises getroffen dreigen te worden.

Ik denk ook dat naarmate we de gaten dichten en het moeilijker maken om de luchtvaart aan te vallen, dat de terroristen zich gaan richten op andere doelen en centraal gelegen plaatsen binnen de infrastructuur waar veel schade aangericht kan worden. We mogen niet naïef zijn maar we moeten zo goed mogelijk voorbereid zijn. Dat is onze verantwoordelijkheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Mikko (PSE).(ET) De cyberaanvallen op Estland in april en mei van dit jaar waren de eerste van dit soort die wereldwijde aandacht kregen. Toch waren dit niet de eerste aanvallen op de essentiële infrastructuur van Europa. Tot nu toe waren cyberaanvallen gericht op individuele ondernemingen, vooral in de financiële sector, waar internet een onontbeerlijke omgeving voor transacties is geworden.

Om begrijpelijke redenen willen banken dergelijke aanvallen niet aan de grote klok hangen. Een gebrek aan vertrouwen in de betrouwbaarheid van banksystemen zou ernstige gevolgen hebben voor de hele Europese economie.

Sectoren waarin internet een essentieel onderdeel van de infrastructuur is geworden zijn onder meer de overheid en de media. Het onvermogen om een cyberaanval af te slaan kan in het ergste geval de Europese Unie terugwerpen naar de vorige eeuw.

Stel je vandaag de dag, in de 21ste eeuw, een situatie voor waarin de communicatie tussen ministeries wordt verstoord en zowel de regering als de media het publiek niet kunnen informeren. Dat is precies wat in Estland is gebeurd, zoals mevrouw Starkevičiūtė terecht zei.

Ik wil de rapporteur bedanken en haar uitstekende timing onderstrepen. Cyberveiligheid is het beste voorbeeld van de noodzaak samen te werken bij de verdediging van de essentiële infrastructuur van de Europese Unie. Tijdens deze tot nog toe unieke cyberaanval op een soevereine staat werden Estse IT-specialisten geholpen door deskundigen uit de Europese Unie en daarbuiten.

Laat deze samenwerking een voorbeeld en een les in interne veiligheid zijn voor de verantwoordelijke partijen in alle lidstaten. Noch rijkdom noch militaire kracht kan een cyberaanval afslaan. De enige verdediging is samenwerking. Nogmaals mijn hartelijke dank aan de rapporteur.

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, hoewel ik alle sprekers – met inbegrip van de rapporteur – dankbaar ben, vrees ik wat zorgen te hebben om de beperkende aanpak van de Vervoerscommissie te kunnen aanvaarden.

Zoals enkele geachte afgevaardigden terecht hebben gesteld, als laatsten mevrouw Segelström en anderen, zou het beperken van de minimumdrempel voor de definitie van een Europese infrastructuur tot minstens drie of meer lidstaten tot problemen leiden. Er zijn volgens mij twee bezwaren aan verbonden en het eerste is dat de kleinere lidstaten belet zouden worden deel te nemen aan het programma voor de bescherming van kritieke infrastructuur. Het moge duidelijk zijn dat we een dergelijke ontwikkeling willen vermijden. Wij willen alle lidstaten die potentiële doelwitten zijn van terroristische aanslagen de mogelijkheid bieden op enigerlei wijze deel te nemen aan deze Europese strategie.

Ik veroorloof het mij bezwaar aan te tekenen tegen een beperkende aanpak die vijandig staat tegenover het idee dat Europa zich bezighoudt met een gemeenschappelijk kader voor de bescherming van infrastructuur. Het is geen kwestie van subsidiariteit, die wij volledig respecteren. Het probleem is dat heden ten dage infrastructurele voorzieningen onderling nauw met elkaar verweven zijn. Het laatste betoog van de afgevaardigde uit Estland, die heeft gewezen op de cyberaanval in haar land, is daarvan het duidelijkste bewijs. Het ging klip en klaar om een aanval die het hele land heeft getroffen. Hoewel de aanval slechts één land betrof, kunnen we er denk ik geen enkele twijfel over koesteren dat die aanval indirecte gevolgen heeft gehad voor het hele netwerk van betrekkingen van Estland met de andere Europese landen. Als het bankstelsel van slechts één land gedurende een aantal dagen lam ligt, wordt onvermijdelijke een dragende structuur van de Europese Unie geraakt. Daarom geloof ik dat het oorspronkelijke Commissievoorstel, waaraan ik mijn steun bevestig, beter is omdat het een bredere waaier aan kansen biedt.

In verband met cyberaanvallen sluit ik het niet uit dat terroristen een aanval kunnen plannen op een heel land, een bankstelsel, een ministerie of administratieve diensten. Wij zijn aan het onderzoeken wat er in Estland is gebeurd, en ons Agentschap voor computerveiligheid zal ons hierover na de zomer een rapport doen toekomen. Ik ben natuurlijk van plan dat rapport te publiceren, maar naast de analyse van dit specifieke voorval kunnen we niet uitsluiten dat terroristische organisaties een land volledig lam willen leggen met een cyberaanval. Daarom is mijns inziens een enigszins minder beperkende uitleg absoluut noodzakelijk.

Tot slot dank ik nogmaals de rapporteur en alle leden van dit Parlement. Ik geloof dat de goedkeuring van een zo nauwgezet verslag over de door de Commissie ondernomen initiatieven tevens duidelijk zou maken dat we ons zorgen maken om preventie. Zoals terecht is opgemerkt, voeren de Europese Commissie en de instellingen van de Europese Unie sinds 2004 een beleid dat gericht is op het versterken van de preventie. Alleen op die manier kunnen we een echt serieus en gecoördineerd antwoord geven op de dreiging van het terrorisme.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen 10 juli 2007 plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid