De Voorzitter. Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de situatie in Pakistan.
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. (PT) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik ben verheugd dat ik hier in de gelegenheid ben om over Pakistan te praten, zonder twijfel een zeer belangrijk land dat, zo gaat dat nu eenmaal, niet altijd de aandacht krijgt die het verdient. Ik weet dat sommige van de geachte afgevaardigden de betrekkingen met Pakistan zien als betrekkingen van bijzonder belang, dus het doet mij deugd dat ik het standpunt van de Raad over het land uiteen kan zetten en naar uw opvattingen hierover kan luisteren.
De situatie in Pakistan is volop in ontwikkeling in de aanloop naar de verkiezingen en we hopen dat de samenwerking met het Europees Parlement de komende maanden goed zal blijven. De EU kent een lange geschiedenis van betrekkingen met Pakistan, die teruggaat tot 1976, toen onze eerste samenwerkingsovereenkomst werd gesloten.
Om meerdere redenen zijn de betrekkingen de afgelopen jaren helaas niet zo nauw geweest als we beiden gewild zouden hebben. Daarom heeft de EU in 2005 een begin gemaakt met de herziening van haar Pakistan-beleid, aangezien de Raad onderkende dat bepaalde kwesties in het land Europa voor uitdagingen stelden. Er bestond ook duidelijke overeenstemming over het feit dat het enige beleid dat effect zou sorteren, een beleid zou zijn waarbij regelmatig contact onderhouden zou worden met de Pakistaanse regering. Uit dit besluit vloeide de gezamenlijke verklaring van de EU en Pakistan voort, die op 8 februari in Berlijn werd aangenomen. Onze politieke dialoog werd dus geformaliseerd en de weg was vrij voor de volledige uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst van 2004, ook wel bekend als de derde-generatieovereenkomst.
Als gevolg hiervan zijn de betrekkingen tussen de EU en Pakistan sinds het begin van dit jaar op een nieuwe leest geschoeid. We hopen dat dit zal bijdragen tot een beter wederzijds begrip. Dit is een stap voorwaarts in een langetermijnproces dat moet uitmonden in een, naar wij hopen, vruchtbare samenwerking. Het is ook een erkenning van het belang dat de EU hecht aan Pakistan als partnerland.
We hebben dus de richting voor de lange termijn bepaald, maar dat neemt niet weg dat er ook een aantal zaken zijn die op korte termijn om een oplossing vragen. We weten dat er in het Parlement een zekere bezorgdheid bestaat over de recente gebeurtenissen, en we kunnen daar voor een deel in meegaan. Onze aandacht ging de afgelopen week volledig uit naar de onlusten rond de Rode Moskee in Islamabad. Ik wil niet in discussie treden over wat de aanleiding was voor de huidige situatie. Liever spreek ik mijn waardering uit voor het besluit van de regering om de strijd aan te binden met degenen die intolerantie prediken. Natuurlijk hadden we allemaal liever een vreedzame uitweg uit de impasse gezien, maar het feit dat de regering een bepaalde houding heeft aangenomen tegen radicaal extremisme, is belangrijk. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen mensen die geweld prediken en mensen die vreedzaam betogen.
De Raad was uiterst bezorgd over het geweld dat in mei in Karachi uitbrak. Het is essentieel dat al het mogelijke wordt gedaan om een herhaling van deze gebeurtenissen te voorkomen. De Raad volgt de situatie in Pakistan op de voet via zijn permanente contacten met EU-ambassades in Islamabad. We hopen dat alle partijen zich terughoudend zullen opstellen, maar vooral dat de oproerpolitie proportioneel zal optreden en zo weinig mogelijk geweld zal gebruiken wanneer het om burgers gaat.
De Raad volgt ook de affaire rond opperrechter Iftikhar Chaudhry op de voet. Belangrijk is dat de gerechtelijke stappen tegen de heer Chaudhry een eerlijk verloop hebben zonder ongepaste inmenging. De media moeten ook hun informatietaak in vrijheid kunnen vervullen zonder bloot te staan aan intimidatie. Al met al zou de EU graag zien dat Pakistan zijn weg vervolgt in de richting van gematigdheid gebaseerd op informatie, met inachtneming van de internationale normen waar het gaat om democratische beginselen en de rechtsstaat. Dit is de afspraak waarop onze betrekkingen zijn gebaseerd. Zoals gesteld in artikel 1 van de samenwerkingsovereenkomst van 2004 maakt de eerbiediging van mensenrechten en democratische beginselen een essentieel onderdeel uit van de overeenkomst. We willen op deze grondslag te werk gaan.
De algemene verkiezing betekent dat Pakistan in 2007 voor een keuze staat. De EU ondersteunt ten volle alle stappen in de richting van een duurzame democratie in Pakistan, de versterking van zijn democratische instellingen en een goed landsbestuur. De EU vindt het dan ook belangrijk dat de komende verkiezingen in Pakistan vrij en eerlijk verlopen. We vinden het even belangrijk dat de volgende president van Pakistan volgens de wet wordt gekozen. Het saillante punt is dat de regering haar kracht moet ontlenen aan democratische legitimiteit. Dit is nodig als zij de talrijke uitdagingen voor Pakistan met succes wil aangaan.
Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, we zijn allemaal getuige geweest van de gebeurtenissen rond de Rode Moskee in Islamabad, zoals de Raadsvoorzitter zojuist al zei, en volgens de laatste verslagen is het grootste gedeelte van het complex inmiddels ontruimd en is de operatie de laatste fase ingegaan. Ik hoop van ganser harte dat er geen levens meer verloren zullen gaan. Het was een schok voor mij te zien dat deze gebeurtenissen plaatsvonden in het hart van de Pakistaanse hoofdstad, waarbij honderden mannen en vrouwen aanwezig waren. Het is zeer spijtig dat degenen die het verzet hebben voortgezet de vreedzame oplossing niet aanvaardden, zoals de heer Lobo Antunes al zei.
Ik waardeer het geduld van de regering zeer waarmee wordt geprobeerd via onderhandeling tot een oplossing te komen om bloedvergieten te vermijden, vooral omdat kinderen tegen hun eigen wil en die van hun ouders gedwongen werden in de moskee achter te blijven. Dit voorval heeft de Pakistani en de wereld duidelijk laten zien welke gevaren geloofsfundamentalisme en intolerantie voor ons kunnen betekenen en wat eigenlijk de essentie van een gematigde en vreedzame samenleving is.
De afgelopen paar maanden hebben de studenten en de geestelijken van de Rode Moskee in feite geprobeerd het recht in eigen hand te nemen. Ik ben ervan overtuigd dat dit niet de weg is die de Pakistani met hun land willen inslaan. De regering behandelt dit fenomeen terecht op een zelfverzekerde manier. Andere gebeurtenissen, zoals verscheidene bombardementen in de noordwestelijke grensprovincie en de vermeende aanval op het vliegtuig van president Musharraf afgelopen vrijdag, tonen duidelijk aan dat Pakistan waakzaam en vastbesloten moet blijven om te voorkomen dat terrorisme en extremisme de overhand zullen krijgen.
Het beleid van de EU is om constructief betrokken te blijven bij Pakistan. De hoofddoelen van onze betrokkenheid zijn om de regionale en interne stabiliteit te bevorderen, democratisering aan te moedigen en Pakistan te ondersteunen bij het consolideren van zijn positie als gematigd moslimland. Ik deel het Parlement met vreugde mede dat we op 24 mei de eerste bijeenkomst van de Gemengde Commissie Pakistan-EG hebben gehouden in Islamabad onder de samenwerkingsovereenkomst van de derde generatie. De bijeenkomst bood een goede kans om nieuwe wegen in te slaan voor samenwerking met Pakistan, bijvoorbeeld door het opzetten van een subgroep bestuur en mensenrechten bij wijze van forum voor een intensievere dialoog op dit vlak.
Tevens hebben we de omvang van onze samenwerking met Pakistan aanzienlijk uitgebreid naar 200 miljoen euro voor de komende vier jaar, met name op het gebied van plattelandsontwikkeling en onderwijs. Ons doel is daarbij om bij te dragen aan een welvarender en stabieler Pakistan.
Het politieke klimaat van Pakistan wordt momenteel gekenmerkt door onzekerheid. Het land gonst van de speculaties over de mogelijke verkiezingsscenario's. Een van die scenario's is gebaseerd op het plan dat president Musharraf heeft afgekondigd om herkozen te worden door de zittende volksvertegenwoordigingen, voorafgaand aan de parlementsverkiezingen. Een ander scenario is een mogelijke regeling tussen de president en de oppositiepartijen die zou kunnen leiden tot vervroegde parlementsverkiezingen en de mogelijke herverkiezing van Musharraf door de nieuwe volksvertegenwoordigingen.
Nu Pakistan afstevent op cruciale parlementsverkiezingen die later dit jaar zullen worden gehouden, denk ik dat het nodig is om de nadruk te blijven leggen op het belang dat de democratische instellingen worden verstevigd en er gewerkt wordt aan een politiek proces waarin groepen niet worden buitengesloten. Zoals u weet geldt Pakistan als prioriteitsland voor het sturen van een mogelijke EU-verkiezingswaarnemingsmissie. Ik zal de bevindingen van de onderzoeksmissie die afgelopen maand zijn opgestuurd, zorgvuldig bekijken en dan een beslissing nemen of er op termijn een missie moet worden uitgezonden.
Er zijn ernstige bezwaren tegen de manier waarop de verkiezingslijsten zijn opgesteld. Schijnbaar ontbreken er een paar miljoen kiezers op de lijst en er moet dringend actie worden ondernomen om deze fout recht te zetten.
Samenvattend kan ik zeggen dat we grondig moeten bekijken of het raadzaam is om een verkiezingswaarnemingsmissie uit te zenden naar een gebied waar, zoals ik net heb toegelicht, enkele ernstige bezwaren bestaan omtrent de voorwaarden voor democratische verkiezingen. Daarom moeten we de ontwikkelingen de komende weken en maanden op de voet volgen.
Charles Tannock, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik volg de Pakistaanse regering al geruime tijd met een kritische blik. Van het tolereren van de proliferatie van kernwapens door A.Q. Kahn tot de erbarmelijke behandeling van religieuze minderheden. Ik heb me ook wel eens sceptisch uitgelaten over de werkelijke vastbeslotenheid van president Musharraf, die ogenschijnlijk onze bondgenoot is in de strijd tegen het terrorisme, om de radicale islamitische Jahadi’s uit te schakelen en te zorgen dat jongeren, onder wie EU-burgers, niet langer onderwijs krijgen in de strenge madrassa’s van de Deobandi-sekte.
We konden nu getuige zijn van de bloedige bestorming van de Rode Moskee, waar gewapende islamieten zich schuilhielden met vrouwen en kinderen. Musharraf verklaarde dat deze strijders verbonden waren met Al Qaida. Waarom kon deze kwestie dan sinds januari doorzeuren, aangezien de veiligheidstroepen de illegale bezetting van land, de opslag van wapens en de ontvoering van vrouwen naar de moskee negeerden? Was dat bedoeld om een bloedige confrontatie te beramen? Of om te wijzen op het risico van extremisten, en het anti-terroristische standpunt van de president tegenover het westen te bewijzen, waar de laatste tijd meer kritische geluiden te horen waren, bijvoorbeeld beschuldigingen dat de almachtige militaire inlichtingendienst van Pakistan in het geheim Taliban-troepen heeft geholpen op krachten te komen in de grensgebieden met Afghanistan?
Er wordt ook beweerd dat Abdul Aziz, de geestelijke die de strijders bij de Rode Moskee aanvoerde, familiebanden had met de ISI. Deze crisis betekent absoluut een welkome afleiding voor president Musharraf, die nu onder druk staat omdat hij de opperrechter van het Hooggerechtshof heeft geschorst, en probeert een rechtvaardiging te vinden om nog vijf jaar aan de macht te blijven en hij is er natuurlijk op gebrand dat het Pakistaanse leger zijn alomtegenwoordige invloed kan behouden.
De EU moet terecht vrezen voor instabiliteit in een islamitische staat met kernwapens, en ik wil president Musharraf oproepen twee voormalige civiele, seculiere premiers uit hun ballingschap te laten terugkeren zodat ze bij democratische verkiezingen campagne kunnen voeren tegen gevaarlijke extremisten en mee kunnen bouwen aan een tolerant en democratisch land dat president Musharraf kan overleven.
Robert Evans, namens de PSE-Fractie. – (EN) Dit is een belangrijk debat dat op het juiste moment wordt gevoerd. Het is interessant dat er drie Britse sprekers zijn, maar dat weerspiegelt de groeperingen die wij vertegenwoordigen. We weten dat in heel Europa veel mensen bezorgd zijn over de situatie in Pakistan en de onzekerheid waardoor president Musharraf momenteel wordt omgeven - zijn toekomst - en wij zien in dat dit in grote mate is verbonden met de toekomst van zijn land.
Ik wil niet zo kritisch zijn als de heer Tannock, maar de motie die we hebben ingediend voor een resolutie drukt die geest van bezorgdheid uit, aangezien velen van ons het land hebben bezocht - we hebben de president zowel hier als in Pakistan ontmoet - en we wensen Pakistan het allerbeste toe. Wij erkennen de zeer reële uitdagingen waar Pakistan mee te kampen heeft, niet in de laatste plaats de zware taak om het terrorisme op eigen grondgebied het hoofd te bieden. Wij respecteren de internationale rol die het land heeft gespeeld in de strijd tegen het mondiale terrorisme. Wij zwaaien ze alle lof toe voor wat ze al hebben gedaan en we zeggen onze steun toe bij toekomstige inspanningen.
Maar de strijd tegen het terrorisme kan niet worden aangewend als een rookgordijn om verkeerde praktijken en slechte daden te bedekken. De commissaris sprak over het ernstige incident bij de Rode Moskee, evenals dr. Tannock die ook een opmerking maakte over de schorsing van opperrechter Chaudry van het Hooggerechtshof, en waar dat toe leidde.
Ik wil graag inhaken op het onderwerp verkiezingen, waar zowel de commissaris als de heer Lobo Antunes over gesproken hebben. De vertegenwoordiger van de Raad gaf aan dat we stappen in de richting van duurzame democratie ondersteunen – natuurlijk doen we dat. Ik onderschrijf en verwelkom de toewijding van de commissaris aan een subgroep over bestuur en mensenrechten in Pakistan.
Vandaag wil ik er bij president Musharraf op aandringen dat hij ervoor moet zorgen dat de op stapel staande verkiezingen niet alleen gehouden worden, maar dat dat gebeurt onder omstandigheden die ertoe bijdragen dat zij groen licht kunnen krijgen van een internationale waarnemingsmissie, of deze nu gestuurd is door de Europese Unie of door iemand anders. Dit is cruciaal voor de geloofwaardigheid van om het even welke president of regering in Pakistan, of sterker nog: van eender welke regering waar dan ook.
Meer specifiek hoop ik dat er met de voorbereidingen voor deze verkiezingen wordt gegarandeerd dat de verkiezingen op een adequate manier plaatsvinden, wat ook inhoudt dat meer vrouwen zich verkiesbaar mogen stellen. Zoals de commissaris al zei, moet de kieslijst niet alleen onder streng toezicht komen te staan, maar mogen mensen niet het gevoel hebben dat ze zijn overgeslagen.
Bij verkiezingen is een vrije en onafhankelijke pers noodzakelijk waar journalisten zich veilig voelen om te zeggen en te schrijven wat ze willen. Ik hoop dat in de tussenperiode, als de verkiezingen plaatsvinden, de interimregering zich geheel neutraal zal opstellen.
Pakistan is een groot land met trotse mensen en een veel te roerige geschiedenis. Ik weet zeker dat ik namens iedereen in dit Parlement spreek als ik zeg dat het Europees Parlement bereid is alles in het werk te stellen om Pakistan in moeilijke tijden te steunen, zodat het land kan uitgroeien tot een volwaardige en vreedzame democratie.
Sajjad Karim, namens de ALDE-Fractie. – (EN) De zich ontwikkelende en tragische gebeurtenissen bij de Rode Moskee in Islamabad laten zien dat Pakistan te maken heeft met een even duidelijke als actuele dreiging vanuit extremistische hoek. Ze vormen een gevaar voor de uit gematigde Pakistani bestaande meerderheid van de bevolking en de in Afghanistan gestationeerde NAVO-strijdkrachten. De kettingreactie die door deze gebeurtenissen is veroorzaakt in Peshawar, Balochistan, Waziristan en Bajor, vertaalt zich in de steunpunten die de extremisten nu in een groot deel van het land hebben.
Uit het feit dat de meerderheid van de Pakistani het geweld van de militanten veroordeelt, blijkt dat het extremisme een marginale activiteit van een kleine minderheid blijft in Pakistan. De gematigde kern, de meerderheid, moet door de regering worden omarmd als zij een breed gedragen politieke consensus wil bereiken.
De betrekkingen van de EU met Pakistan zijn gebaseerd op het onderschrijven van democratie, vrede en stabiliteit, handel en ontwikkeling en eerbiediging van de mensenrechten. Dit jaar hebben de Raad en de Commissie belangrijke stappen gezet in de richting van de versterking van die banden, en we moeten onze invloed als belangrijke donor in de regio blijven aanwenden om het bestaan van de Pakistani naar een hoger plan te tillen.
De EU moet ook ondersteuning blijven bieden aan gezondheids- en onderwijsprojecten in Pakistan, zodat de armsten een echt alternatief hebben voor de madrasas, de religieuze scholen. We moeten er bij de regering op aandringen dat zij de onafhankelijkheid van het gerechtelijk apparaat, de rechtsstaat en de mensenrechten van de Pakistani eerbiedigt, nu het land op weg is naar democratische verkiezingen. We moeten alle pogingen om de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid te beknotten, veroordelen en onze solidariteit betuigen met de gehele juridische beroepsgroep in Pakistan, terwijl we tevens de schorsing van opperrechter Chaudhry betreuren.
Tot slot moet de Europese Unie een duidelijk signaal afgeven aan de president dat de overgang naar een burgerbestuur via vrije en eerlijke verkiezingen ...
(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)
VOORZITTER: MAREK SIWIEC Ondervoorzitter
De Voorzitter. – Tot besluit van het debat zijn er zes ontwerpresoluties(1) ingediend, overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement.
Het debat is gesloten.
De stemming vindt op donderdag 12 juli plaats.
Schriftelijke verklaring (artikel 142)
Neena Gill (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik ben er heel erg bang voor dat Pakistans broze democratie in gevaar is. Het aan de kant schuiven van de opperrechter van Pakistan en de daaruit voortvloeiende inperking van de media voorspelt niet veel goeds voor vrije en eerlijke verkiezingen. Er zijn veel meldingen van intimidatie, al dan niet van overheidswege, van mensen uit de juridische wereld, en er is sprake van misbruik van de antiterrorismewet om politieke tegenstanders te vervolgen.
Ik heb van Pakistani gehoord dat gematigde politieke partijen, journalisten en maatschappelijke organisaties worden gemarginaliseerd, terwijl de extremistische groeperingen worden ondersteund om een grotere greep op de samenleving te krijgen.
Ik betreur ten zeerste dat er bij de recente onlusten burgerslachtoffers zijn gevallen, en roep president Musharraf op ervoor te zorgen dat de Pakistaanse autoriteiten de mensenrechten onverkort eerbiedigen. Verder verzoek ik de president zich niet te onttrekken aan de garantie die hij de delegatie van het EP tijdens het bezoek aan Pakistan in december 2006 heeft gegeven over de overgang naar een burgerbestuur en overeenstemming over de opbouw van democratische instellingen, en bovenal de garantie die hij ons heeft gegeven over de persvrijheid. Ik roep de Raad en de Commissie op er krachtig bij Pakistan op aan te dringen de democratie te herstellen en de mensenrechten te eerbiedigen.