De Voorzitter. - Aan de orde is het vragenuur (B6-0133/2007).
Wij behandelen een reeks vragen aan de Raad.
Vraag nr. 1 van Manuel Medina Ortega (H-0448/07):
Betreft: Steun voor het redden van schipbreukelingen
Een van de lidstaten van de Unie komt zijn internationale verplichtingen met betrekking tot het redden van schipbreukelingen duidelijk niet na. Het heeft geweigerd personen tot zijn grondgebied toe te laten, waarna deze uiteindelijk door vaartuigen van andere lidstaten zijn opgepikt. Is de Raad voornemens maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de internationale verplichtingen op het gehele grondgebied van de Unie worden nageleefd, met inbegrip van steun aan particulieren en overheidsinstanties die de taken verrichten die voortvloeien uit de humanitaire verplichtingen van het internationale recht?
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) Zoals u weet, is de Raad niet in staat om te controleren of de lidstaten hun verplichtingen uit hoofde van internationale verdragen al dan niet naleven.
De Raad heeft op 12 juni 2007 een discussie gewijd aan de huidige situatie rond de zuidelijke zeegrenzen van de Europese Unie. De Raad is nu van plan een aantal voorstellen te behandelen die Malta heeft gedaan in de context van de recente incidenten op de Middellandse Zee. Daarbij zal ook gekeken worden naar de relevante internationale instrumenten, zoals het SOLAS- en het SAR-verdrag. We zullen verder rekening houden met het onderzoek dat de Commissie heeft uitgevoerd naar de internationale rechtsinstrumenten op het gebied van clandestiene immigratie via zee.
We hebben bovendien vastgesteld dat Frontex meer middelen behoeft om zich naar behoren van zijn taken te kunnen kwijten. De Commissie is daarom van plan de operationele begroting voor Frontex voor het jaar 2007 te verhogen. Tot slot zijn de lidstaten opgeroepen hun belofte om de beschikbaarheid van materieel aan het centraal register van beschikbaar technisch materieel door te geven, gestand te doen.
Manuel Medina Ortega (PSE). - (ES) In de eerste plaats, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, wil ik u bedanken voor het feit dat u mijn vraag als eerste beantwoordt. Ik wens het Portugese voorzitterschap veel succes tijdens het komende half jaar, want dat hebben we allemaal nodig.
In de tweede plaats, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, wil ik mijn grote verontrusting uitspreken over de ontoereikendheid van de afspraken van 2 juni. De rijkste landengemeenschap van de wereld - de Europese Unie - kan zich het niet veroorloven dat een land tientallen schipbreukelingen in zee laat omkomen vanwege gebrek aan materiële middelen. Ik denk dat de Europese Unie middelen genoeg heeft, maar dat de middelen waarover we op dit moment beschikken - vooral in het kader van Frontex - absoluut ontoereikend zijn. Het is beschamend en niet te tolereren dat de Europese Unie zoiets laat gebeuren vanwege gebrek aan financiële middelen.
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) Ik wil u om te beginnen bedanken voor het feit dat u zo vriendelijk was om het Portugees voorzitterschap alle succes toe te wensen.
Ik verzeker u dat deze kwestie voor het Portugees voorzitterschap heel belangrijk is. Sterker nog: het is voor ons een prioriteit. Tijdens de uiteenzetting van de prioriteiten van het Portugees voorzitterschap voor dit semester heeft de Portugese premier vanochtend in dit Parlement duidelijk gemaakt dat alles wat te maken heeft met de bestrijding van clandestiene immigratie, prioriteit geniet. We zullen aan dit onderwerp alle nodige energie en aandacht besteden. Dat zal steeds vanuit een humanitair perspectief geschieden. Dat vinden wij essentieel.
Zoals u weet, zijn er tijdens de laatste Europese Raad al enige maatregelen op dit gebied genomen. Uiteraard is het altijd mogelijk meer te doen, en misschien moeten we inderdaad meer doen. Ik herhaal daarom dat alles wat met dit onderwerp te maken heeft, voor ons prioriteit heeft. Deze kwesties krijgen in het kader van de prioriteiten van het Portugees voorzitterschap alle nodige aandacht. U kunt er dus zeker van zijn dat we al het mogelijke zullen ondernemen om iets te doen aan de zojuist door u genoemde punten. De ernst van de situatie rechtvaardigt dat beslist.
De Voorzitter. -
Vraag nr. 2 van Marie Panayotopoulos-Cassiotou (H-0451/07):
Betreft: Aanbod van voldoende, kwalitatief hoogwaardige kinderopvangplaatsen in de lidstaten
Het ontbreken van voldoende, kwalitatief hoogwaardige en betaalbare kinderopvangplaatsen zet niet zelden een rem op de gelijke participatie van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt en op de gelijke verdeling van de taken binnen het gezin.
In het 18-maandenprogramma van de drie voorzitterschappen (document 17079/06, december 2006) staat dat het Portugese voorzitterschap zich in zal zetten voor steun voor kwalitatief hoogwaardige kinderopvangplaatsen op basis van het besluit van de Raad van Barcelona (2002), alsook voor opvangplaatsen voor andere hulpbehoevende personen.
Wat gaat de Raad concreet doen voor het vergroten van het aantal kwalitatief hoogwaardige opvangplaatsen?
Op welke wijze zullen de voorstellen voor het combineren van privé- en beroepsleven door middel van opvangplaatsen voor kinderen en andere hulpbehoevende personen bijdragen aan de inzetbaarheid, de erkenning van atypisch werk en de erkenning van vaardigheden die zijn verworven middels praktijkervaring, eventueel aangevuld met een theoretische, aanvullende opleiding?
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) U roert hier een uiterst relevante kwestie aan. In de context van de Strategie van Lissabon worden er nu op de arbeidsmarkt immers veranderingen doorgevoerd.
Met betrekking tot uw specifieke vraag over de actie die de Raad wil ondernemen en de impact die dergelijke voorstellen voor de sector zullen hebben, moet ik u wijzen op het gegeven dat de Raad alleen via wetgeving iets kan ondernemen, en dan uitsluitend op initiatief van de Commissie. Zo is het in de Verdragen geregeld.
Er wordt op dit moment niet gewerkt aan wetsvoorstellen over de opvang van kinderen. Het verzorgen van een adequate en kwalitatief hoogwaardige dienstverlening op dit gebied blijft tot de nationale bevoegdheden van de lidstaten behoren. De doelstellingen van Barcelona zijn overal in de Europese Unie gerealiseerd, maar de Raad heeft ze opnieuw verwerkt in het Europees Pact voor gendergelijkheid dat in maart 2006 is goedgekeurd. De Raad heeft toen besloten dat er iets moest worden ondernomen om meer kwalitatief hoogwaardige opvangplaatsen voor kinderen te scheppen, overeenkomstig de nationale doelstellingen van elke lidstaat.
Ik wijs er verder op dat de Raad in zijn conclusies van 30 maart 2007 over het belang van een gezinsvriendelijk beleid in Europa en het aangaan van een verbond voor gezinnen opnieuw heeft aangegeven zich te zullen inzetten voor een beleid ten gunste van gezinnen. Opvangplaatsen voor kinderen vallen daar ook onder.
U heeft verwezen naar het 18-maandenprogramma van het Duitse, Portugese en Sloveense voorzitterschap, waarin wordt gesteld dat één van de belangrijkste doelstellingen van deze drie voorzitters de versterking is van het Europese sociale model, dat integraal deel uitmaakt van de Strategie van Lissabon. In deze specifieke context zal de klemtoon dan komen te liggen op een betere afstemming tussen werk, gezin en privé leven, op geschikte infrastructuren voor kinderopvang en op hulp voor bejaarden en gehandicapten.
In zijn pogingen om deze doelstelling te verwezenlijken zal het Portugees voorzitterschap een conferentie organiseren over het combineren van beroeps-, privé en gezinsleven: nieuwe uitdagingen voor de sociale partners en het openbaar beleid. Die conferentie zal in Lissabon gehouden worden, op 12 en 13 juli 2007, en morgen dus reeds aanvangen.
Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE). - (EL) Ook ik wil het nieuwe voorzitterschap van harte welkom heten en de vertegenwoordiger van het Portugees voorzitterschap bedanken voor zijn antwoord.
Inderdaad, 12 en 13 juli is morgen, respectievelijk overmorgen. Om ons aller belangstelling wat op te warmen, wil ik vragen of maatregelen uitgewerkt kunnen worden in het kader van de kwalificaties. Er zijn immers ook andere wetgevende besluiten van de Raad en het Parlement ten aanzien van dat thema.
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) Hartelijk dank, mevrouw, voor uw gelukwensen aan het adres van het Portugees voorzitterschap. U zult uit de presentatie van de prioriteiten voor het semester onder Portugees voorzitterschap beslist hebben kunnen afleiden dat we aan sociale kwesties veel belang hechten en er dus ook veel aandacht aan willen besteden. En dat geldt zeker voor de vraagstukken die te maken hebben met het combineren van werk en gezin.
Met betrekking tot uw specifieke vraag kan ik u verzekeren dat de Raad een open houding aanneemt en alle voorstellen zal onderzoeken. Uiteraard speelt de Commissie op dit vlak een heel belangrijke rol. Zodra de Commissie ons een voorstel doet voor aanvullende of andersoortige maatregelen op dit gebied, is de Raad bereid die voorstellen te bespreken. Het Portugees voorzitterschap heeft aangegeven dat het in het kader van zijn programma veel belang hecht aan het sociale beleid en het Europees sociaal model. We zijn daarom gaarne bereid de voorstellen die ons worden gedaan te overwegen.
De Voorzitter. -
Vraag nr. 3 van Sarah Ludford (H-0454/07):
Betreft: Niet bereiken van overeenstemming over kaderbesluiten inzake procedurele rechten
Beroemt de Raad zich erop geen overeenstemming te hebben kunnen bereiken over een maatregel inzake wettelijke rechten voor verdachten in de gehele Europese Unie (het voorstel voor een kaderbesluit inzake procedurele rechten in strafprocedures)? Welk signaal wordt afgegeven aan de partners van de Europese Unie, wanneer de 27 lidstaten geen overeenstemming kunnen bereiken over waarborgen voor een eerlijke behandeling en procesvoering in het kader van een maatregel die wordt gezien als een essentiële en toegezegde aanvulling op het Europese arrestatiebevel? In hoeverre wordt hierdoor de inzet van de Europese Unie voor mensenrechten in de wereld versterkt? Welke maatregelen nis het Portugese voorzitterschap van plan te nemen om dit zo broodnodige instrument nieuw leven in te blazen?
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) De Raad betreurt het dat er tijdens de in Luxemburg gehouden vergadering van 12 en 13 juni geen akkoord is bereikt over dit onderwerp. De bespreking en aanneming van dit kaderbesluit was immers niet alleen voor het Duitse voorzitterschap een prioriteit, maar ook voor de daaraan voorafgaande voorzitterschappen, die zich vanaf het moment waarop de Commissie dit voorstel heeft ingediend - 28 april 2004 - met deze kwestie hebben bezig gehouden.
Ik wil u er in dit verband graag op wijzen dat de Raad op 1 en 2 juni een akkoord heeft bereikt over de beginselen die bij de behandeling van dit voorstel voortaan in acht moeten worden genomen. Er is toen besloten dat de werkingssfeer van het voorgestelde kaderbesluit beperkt dient te blijven tot het recht op informatie, het recht op rechtsbijstand, het recht op gratis rechtsbijstand, het recht op een tolk en het recht op vertaling van de gerechtsstukken. Tijdens de Raadsvergadering van de 15 en 16 juni 2006 is besloten de onderhandelingen over procedurele rechten in het kader van strafrechtelijke procedures af te ronden. De Raad heeft op 19 april 2007 geconcludeerd dat het werk op dit gebied moest worden voortgezet, teneinde tijdens de Raad van juni een akkoord te bereiken over de werkingssfeer van dit instrument. Uitgezocht moest worden of de Unie bevoegd is om wetgeving uit te vaardigen met betrekking tot strikt nationale procedures of - anders - dat deze wetgeving uitsluitend mocht worden toegepast op grensoverschrijdende procedures. Dat laatste was de mening van tenminste 21 lidstaten, moet ik hieraan toevoegen.
Ik wijs erop dat het Duitse voorzitterschap al het mogelijke heeft ondernomen om een consensus over dit onderwerp te bereiken, maar helaas tevergeefs. Nu is het aan het Portugees voorzitterschap om een manier te vinden waarop we deze kwestie verder kunnen behandelen. We zijn nu aan het onderzoeken hoe de situatie met betrekking tot dit onderwerp er na de debatten in de Raad van 12 en 13 juni precies uitziet.
Sarah Ludford (ALDE). - (EN) In enkele lidstaten worden de rechten die zijn neergelegd in het Europese Verdrag inzake de bescherming van de rechten van de mens onvoldoende gerespecteerd, en daarom hebben we een maatregel nodig waarin het recht op informatie, het recht op rechtsbijstand, het recht op een tolk, enzovoorts, nauwkeurig worden vastgelegd. Het kaderbesluit is toegejuicht door de Raad van Europa, waarmee de bewering - van bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk - als zou dat besluit het Europese Verdrag inzake de bescherming van de rechten van de mens ondermijnen, volledig wordt weerlegd. Ik verwelkom wat het voorzitterschap heeft gezegd.
Mijnheer Lobo Antunes, denkt u dat de verwachte wijzigingen van het Verdrag, die zullen leiden tot meer besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid en tot meer medebeslissing, zullen helpen? Bent u voornemens om naar een manier te zoeken om een nauwere samenwerking tot stand te brengen? Bent u voornemens om iets als een Verdrag van Prüm voor de rechten van verdachten te bevorderen - misschien op basis van een initiatief van een lidstaat? Hoe gaat u er in de praktijk voor zorgen dat we deze absoluut cruciale maatregel krijgen als een soort tegenhanger voor het Europees aanhoudingsbevel en voor de andere maatregelen die vervolging gemakkelijker hebben gemaakt, zodat onze burgers weten dat hun rechten belangrijk zijn in de EU?
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) Het is volgens mij nog een beetje te vroeg om een heel precies antwoord op uw vragen te geven. Uw stelde weliswaar een enkele vraag, maar het was wel een vraag met verschillende onderdelen en met meer dan een mogelijk antwoord. Ik heb gezegd dat ons voorzitterschap pas enige dagen geleden is begonnen. We zijn nu aan het onderzoeken hoever we met de verschillende onderwerpen zijn opgeschoten, en wij proberen tegelijk vast te stellen op welke wijze we met dit onderwerp verder kunnen gaan.
U heeft het bijvoorbeeld gehad over de mogelijkheid om de besluitvorming te vergemakkelijken door in het kader van de medebeslissingsprocedure bij gekwalificeerde meerderheid te stemmen, of dat althans vaker te doen. Voor zover mij bekend, bieden de Verdragen die mogelijkheid thans nog niet, maar het zogenaamde hervormingsverdrag zou dat wel moeten doen. We zijn met dat laatste verdrag echter nog niet eens in de onderhandelingsfase in de context van de Intergouvernementele Conferentie beland. Wat ik u wel kan verzekeren - en u heeft dat uit mijn interventie ook kunnen opmaken - is dat we aan dit onderwerp bijzonder belang hechten en het dus ook spoedig zullen behandelen. Gelet op het hele proces dat met betrekking tot deze materie tot nu toe is doorlopen, zullen wij proberen een oplossing te vinden die de meeste kans maakt op instemming van de zijde van alle lidstaten.
De Voorzitter. - Aangezien de indiener van vraag nr. 4 afwezig is, komt deze te vervallen.
Hoe beoordeelt het voorzitterschap van de Raad de door de Franse president Sarkozy naar voren gebrachte idee van een sterkere samenwerking in het Middellandse-Zeegebied en welke maatregelen plant de Raad om te voorkomen dat het proces van Barcelona schipbreuk lijdt?
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) Het voorzitterschap is uiteraard ingenomen met elk initiatief of voorstel dat erop gericht is de samenwerking met de landen in het Middellandse-Zeebekken te versterken. Deze regio heeft voor de Europese Unie altijd de hoogste prioriteit gehad, en dat zal zo blijven.
We beschikken op dit moment nog niet over gedetailleerde en specifieke gegevens aangaande de ideeën en voorstellen die de Franse president over dit onderwerp heeft gepresenteerd, zodat ik er nu althans nog niets over kan zeggen.
Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Ik heb twee korte aanvullende vragen. Ten eerste, wat kunnen we volgens u doen om de samenwerking met Noord-Afrika te verbeteren? Daaraan schort het op dit moment nogal. Ten tweede, kunt u zich voorstellen dat een mediterrane gemeenschap een alternatief zou kunnen zijn voor het volledige lidmaatschap van de EU van Turkije?
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) In het document waarin de prioriteiten van het Portugees voorzitterschap worden uiteengezet, heeft u ongetwijfeld gelezen dat we het versterken van de banden met de landen van het Middellandse-Zeegebied als een prioriteit beschouwen en dat wij van plan zijn in het kader van het Euromediterrane partnerschap met betrekking tot een aantal onderwerpen een reeks ministeriële ontmoetingen op hoog niveau te organiseren. Dit onderwerp en deze regio zijn voor het Portugees voorzitterschap heel belangrijk. De Portugese premier heeft tijdens het debat over de prioriteiten van het Portugees voorzitterschap aangegeven dat we er grote aandacht aan zullen besteden.
Met betrekking tot een Euromediterrane samenwerking of unie - ofwel het door de Franse president geopperde voorstel - moet ik herhalen wat ik reeds gezegd heb, en dat is dat we geïnteresseerd zijn en graag willen weten wat de voorstellen die ons zullen worden voorgelegd precies zullen inhouden. Vervolgens kunnen wij dan het geheel van de betrekkingen tussen de Europese Unie en het Middellandse Zeegebied onder de loep nemen.
De Voorzitter. - Vraag nr. 6 zal niet worden beantwoord, aangezien het desbetreffende onderwerp reeds op de agenda van vandaag staat.
Aangezien zij over hetzelfde onderwerp gaan, worden de volgende vragen tezamen behandeld:
Vraag nr. 7 van Mairead McGuinness (H-0464/07):
Betreft: Invoer van Braziliaans rundvlees in de EU
Er zijn steeds meer bewijzen dat de normen en controles die in de Braziliaanse rundvleessector worden gehanteerd, ernstige gebreken vertonen, aanleiding geven tot misbruik op grote schaal en in de verste verte niet zo stringent zijn als vergelijkbare regels die gelden voor Europese veehouders. En toch keurt de EU de invoer van Braziliaans rundvlees nog steeds goed.
Is de Raad van plan om in dit verband actie te ondernemen om de producenten en consumenten van rundvlees in Europa te beschermen en ervoor te zorgen dat zowel producenten als consumenten erop kunnen vertrouwen dat al het rundvlees op de Europese markt aan dezelfde hoge normen voldoet?
Vraag nr. 8 van Liam Aylward (H-0468/07):
Betreft: Aparte overeenkomst tussen de EU en Brazilië inzake de rundvleessector
Kan de Europese Raad aangeven of hij voornemens is te komen tot een afzonderlijke overeenkomst tussen de EU en Brazilië inzake de invoer van Braziliaans rundvlees in de EU, voor het geval er bij de WTO-onderhandelingen de komende maanden geen vorderingen worden geboekt? Moet de Europese Raad, om een dergelijke overeenkomst tussen Brazilië en de EU doorgang te kunnen laten vinden, commissaris Mandelson het mandaat geven om een dergelijk akkoord te sluiten of beschikt commissaris Mandelson al over de daartoe vereiste bevoegdheid in het kader van zijn onderhandelingsopdracht?
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) Mijnheer de Voorzitter, ik verwijs naar het antwoord van het Duits voorzitterschap op mondelinge vraag H-0394/07. Dat antwoord dateert van 20 juni 2007 en is dus vrij recent.
De Raad wil er in de eerste plaats op wijzen dat het aan de Commissie is om haar recht van initiatief uit te oefenen als het gaat om het indienen van nieuwe wetgevingsvoorstellen. Wat uw specifieke vraag over de invoer van rundvlees betreft, mogen wij niet vergeten dat volgens het communautair recht de Commissie bevoegd is de vrijwaringsclausule al dan niet te activeren. De Raad kan geen rechtstreekse invloed uitoefenen op de beslissingen die de Commissie in deze context neemt.
Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Het antwoord was kort, maar de vraag was serieus en blijft op tafel liggen. Het gaat hier over het gebrek aan evenwicht tussen de normen die worden gehanteerd in Brazilië en de normen die worden gehanteerd in Europa. Het gaat over wat wij van onze producenten eisen en wat onze consumenten verwachten, en over wat er aan rundvlees uit Brazilië de EU binnenkomt.
Ik begrijp uit uw prioriteiten, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, dat u een bijzondere relatie met Brazilië hebt en een specifieke politieke dialoog met dat land wilt beginnen. Ik benadruk dat we een verbod op zulke importen overwegen, en ik denk dat als het gaat om de veiligheid en bescherming van consumenten, dit wel het minste is dat we moeten doen.
Met betrekking tot de handelsovereenkomst wil ik u vragen om die specifieke vraag te beantwoorden en ons te vertellen hoe groot de kans is dat zo’n overeenkomst er komt.
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) Mijnheer de Voorzitter, ik zal heel kort zijn. Om te beginnen mijn dank voor de gelukwensen die u het Portugees voorzitterschap heeft overgebracht. Verder wil ik u er graag op wijzen dat kort geleden op initiatief van dit voorzitterschap de eerste top tussen de Europese Unie en Brazilië heeft plaatsgevonden. Die Top zal een stempel drukken op de wijze waarop de betrekkingen tussen de Europese Unie en Brazilië voortaan zullen verlopen. Uiteraard willen wij die betrekkingen op een hoger niveau brengen. We willen een strategische dialoog met Brazilië voeren over alle mogelijke onderwerpen, of het nu gaat om economische of handelsaangelegenheden, energie of klimaatverandering. Ik ga ervan uit dat de kwestie die u aan de orde brengt, ook besproken zal worden. Dat is mijn antwoord op uw vraag.
De Voorzitter. - De vragen nrs. 9 en 10 worden niet behandeld, aangezien het desbetreffende onderwerp reeds op de agenda van vandaag staat.
De vragen nrs. 11 tot en met 13 zijn ingetrokken.
De vragen nrs. 14 tot en met 18 komen te vervallen, aangezien de indieners afwezig zijn.
De Turkse Raad van State heeft op 14 juni jl. besloten de Koerdische burgemeester Abdullah Demirbaş te ontslaan en de gemeenteraad van Sur (agglomeratie Dyarbakır) te ontbinden omdat de gemeentelijke diensten het gebruik van de talen Turks, Koerdisch, Engels en Syrisch toestonden. Volgens een onderzoek uit 2006 is 72% van de bevolking in het betrokken gebied Koerdischtalig.
Elke persoon heeft het recht zijn moedertaal te gebruiken. Hiermee schendt Turkije de cultuur- en taalrechten en de uitingsvrijheid van minderheden, waarvan de eerbiediging een fundamentele voorwaarde voor het lidmaatschap van de Europese Unie vormt.
Is de Raad voornemens naar aanleiding van deze ernstige schending stappen te ondernemen en de zaak met de Turkse autoriteiten op te nemen om te bereiken dat de burgemeester en de gemeenteraad in hun functie worden hersteld en het vreedzaam samenleven van alle mensen in Turkije wordt gewaarborgd?
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) Dankzij de efficiëntie van mijn medewerkers hebben we snel en gemakkelijk een antwoord kunnen vinden op vraag 19, de vraag waar u naar verwezen heeft en waar ik graag een antwoord op geef.
Wij vinden dat Turkije een restrictief beleid blijft voeren met betrekking tot de rechten van minderheden. Zoals bekend zijn er op het gebied van de culturele rechten enige wijzigingen doorgevoerd, als gevolg waarvan het nu toegestaan is onderwijs aan te bieden en uitzendingen te verzorgen in andere talen dan het Turks. Binnen het openbaar onderwijssysteem gelden er echter nog beperkingen voor het leren van deze talen. Verder is het zo dat de algemene beperkingen met betrekking tot het gebruik van andere talen blijven gelden, zowel in de politieke sfeer als bij de toegang tot openbare diensten.
Het is duidelijk dat Turkije op dit gebied nieuwe en belangrijke veranderingen zal moeten doorvoeren. Het dient de culturele verscheidenheid te eerbiedigen en respect voor en bescherming van minderheden te garanderen, overeenkomstig de bepalingen van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, de principes zoals die zijn vastgelegd in het Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van nationale minderheden, en de beste praktijken van de lidstaten.
De Europese Unie hecht beslist grote waarde aan dit onderwerp. Het is een onmisbaar bestanddeel van het hervormingsproces zoals dat op dit moment in Turkije wordt uitgevoerd. De Unie zal de vooruitgang die er in Turkije op dit gebied wordt geboekt van dichtbij volgen.
Luisa Morgantini (GUE/NGL). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het antwoord is in principe heel juist, maar ik had ook gevraagd of de Raad van plan was concrete stappen te ondernemen.
Ik heb een concreet voorbeeld aangehaald van een Koerdische burgemeester die ontslagen is omdat hij gemeentediensten had verleend in zijn taal, op een plaats waar 72 procent van de bevolking Koerdisch is. Ik wil dus vragen of de Raad van plan is stappen te ondernemen, en of hij de zaak tijdens de dialoog aan de orde zal stellen, om bijvoorbeeld te vragen dat de burgemeester in zijn functie wordt hersteld. Er is inmiddels ook een verbod gekomen om dorpsnamen in het Koerdisch te schrijven. Het Bureau van de gouverneur van Dyarbakir heeft zich daar gisteren tegen verzet: hij heeft de provinciale raad, die de straatnamen in het Koerdisch in plaats van het Turks wilde schrijven, praktisch uit zijn ambt ontheven.
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag heel kort het woord om u te verzekeren, mevrouw de afgevaardigde, dat de Europese Unie alles wat met de dialoog over de mensenrechten en het respect voor minderheden te maken heeft, nauwlettend volgt, en niet alleen in dit specifieke geval. U kunt erop vertrouwen dat we dit blijven doen.
Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Ik had het woord gevraagd voor een aanvullende vraag. Turkije kondigt telkens weer wetswijzigingen aan, maar stemt niet over de wetsontwerpen, en de concrete omstandigheden worden al slechter. Daarom heb ik een concrete vraag. Denkt u dat deze talenwet, die u heeft genoemd, en ook de godsdienstwet, waar wij om hebben gevraagd, nog dit jaar zullen worden uitgevaardigd? Wat doet de Raad als dat dit jaar niet gebeurt?
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) Mijnheer de afgevaardigde, met betrekking tot dit onderwerp kan ik alleen maar zeggen dat ik oprecht hoop dat dit inderdaad gebeurt. Natuurlijk is het wel zo dat de Turkse autoriteiten zelf kunnen beslissen welke wetgeving ze aannemen. U weet ook dat de Raad Turkije niet kan dwingen bepaalde wetgeving aan te nemen. We kunnen wel aangeven wat we graag zien gebeuren, en onze instemming uitspreken als aan onze wensen wordt voldaan. Zoals u weet is dat precies wat we in het kader van de toetredingsonderhandelingen met Turkije hebben gedaan. Uiteraard hebben de door u genoemde kwesties gevolgen voor die onderhandelingen.
De Voorzitter. -
Vraag nr. 20 van Leopold Jósef Rutowicz (H-0497/07):
Betreft: Veiligheid van de energievoorziening voor de EU in de komende 20 jaar
Het vinden van de traditionele energiebronnen wordt steeds moeilijker. Deze grondstoffen beginnen het onderwerp van politieke druk te vormen.
Welke graad van veilige energievoorziening voor de Europese Unie wenst de Raad te bereiken? Bestaat er een operatief actieprogramma op dit gebied, dat een dergelijke veiligheid voor de komende 20 jaar kan verzekeren?
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag duidelijk maken dat zekere energievoorziening één van de drie doelstellingen van het energiebeleid van de Gemeenschap is. We kunnen wel stellen dat dit beleid erop gericht is een zo hoog mogelijke mate van zekerheid te garanderen. Net als bij elk ander beleid moeten we ook bij het energiebeleid rekening houden met andere factoren, zoals de kosten, de regels voor de interne markt en vooral de belangrijkste streefcijfers van de Europese doelstellingen met betrekking tot klimaatverandering. Zekere energievoorziening is overigens geen objectief meetbaar doel, waarvoor je een bepaalde numerieke waarde kunt vastleggen. Je moet die zekerheid beoordelen vanuit een dynamisch perspectief, dat voor een deel samenhangt met de wisselwerking tussen de Europese Unie en andere landen, maar dat ook te maken heeft met de technologische ontwikkeling en de voorkeuren van de Europese burgers bij het samenstellen van hun energiepakket.
Als antwoord op de eerste vraag kan ik dus zeggen dat de Raad geen streefcijfer heeft vastgelegd voor zekere energievoorziening, tenminste niet in de zin die u daar aan geeft. Voor zover de Raad bekend, is de Commissie geen wetgevingsvoorstel in die richting aan het voorbereiden. Het voorzitterschap van de Raad wil graag benadrukken dat er bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het interne en externe energiebeleid van de Gemeenschap - ook voor de eerstvolgende decennia - vooral aandacht zal worden besteed aan het garanderen en verdiepen van zekere energievoorziening van de Europese Unie. Dat wordt, zoals bekend, bevestigd door de conclusies van de Europese Raad van 8 en 9 maart 2007. Deze conclusies kunnen in dat opzicht wel als historisch worden beschouwd.
Een aantal elementen van het energiebeleid van de Gemeenschap draagt direct, dan wel indirect bij tot een verhoogde voorzieningszekerheid, en diezelfde elementen zullen ook de eerstvolgende 20 jaar - in de door u genoemde periode - de belangrijkste bijdragen leveren tot meer energiezekerheid in de Europese Unie. Het gaat hier om de volgende elementen: ten eerste diversificatie, met betrekking tot zowel de energiebronnen als de energieleveranciers, ten tweede een hoger gebruik van hernieuwbare energiebronnen, ten derde efficiënter energiegebruik, en ten vierde de versterking van de energienetwerken binnen de Gemeenschap.
Dat zijn de belangrijkste doelstellingen en richtsnoeren voor het beleid. Het actieplan van de Europese Raad noemt ook nog een aantal andere maatregelen, zoals onderzoek naar installaties voor de opslag van gas, het ontwikkelen van efficiënte mechanismen voor respons op crisissituaties en het opzetten van een waarnemingspost voor energie. Deze maatregelen zullen leiden tot een verhoogde energievoorzieningszekerheid, zowel voor de Europese Unie als geheel als voor de lidstaten afzonderlijk.
Leopold Józef Rutowicz (UEN). - (PL) Eerst en vooral zou ik u van harte willen bedanken voor dit zeer gedetailleerde antwoord. Verder zou ik u willen vragen of er misschien een investeringsprogramma bestaat, aangezien investeringen in energie meerdere jaren in beslag kunnen nemen en bijzonder duur zijn. Bestaan er plannen voor een dergelijk programma?
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) Mijnheer de Voorzitter, wat we nu bijna gereed hebben is, wat ik zojuist heb gezegd, en dat is het resultaat van de Europese Raad van maart jongstleden.
Nu is het aan de Raad om op basis van voorstellen van de Europese Commissie praktische en concrete invulling te geven aan wat tot nu toe vooral strategische en politieke beslissingen en richtsnoeren waren. De energieproblematiek is een uiterst belangrijk en actueel onderwerp, en u hoeft er niet aan te twijfelen, geachte afgevaardigde, dat de daarmee samenhangende vraagstukken tijdens dit voorzitterschap en de daarop volgende voorzitterschappen zowel op de interne als de externe agenda van de Europese Unie heel veel aandacht zullen ontvangen. Ik herhaal: het is boven elke twijfel verheven dat de Europese instellingen dit onderwerp zowel in de diepte als de breedte gaan bestuderen, zeker gedurende de eerstvolgende paar jaar.
De Voorzitter. - De vragen nrs. 21 tot en met 24 komen te vervallen, aangezien de indieners afwezig zijn.
Vraag nr. 25 van Marian Harkin (H-0515/07):
Betreft: Protocol VK inzake Handvest van de grondvesten
Zou de Raad in het licht van het protocol inzake het Handvest van de grondrechten dat de Britse premier Tony Blair onlangs heeft weten te bereiken en het feit dat twee delegaties zich het recht hebben voorbehouden om tot het Britse protocol toe te treden, kunnen meedelen of hij van mening is dat de rechten van de burgers in deze drie lidstaten op enige wijze zullen verschillen van de rechten van de burgers in de andere lidstaten? Zo ja, in hoeverre?
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) Mijnheer de Voorzitter, ik wil er graag op wijzen dat het niet aan de Raad of de fungerend voorzitter van de Raad is om commentaar te leveren op het mandaat voor de Intergouvernementele Conferentie, zoals dat tijdens de Europese Raad van juni is vastgelegd, en dat geldt zeker voor al hetgeen met het Handvest verband houdt.
Ik kan echter wel verwijzen naar dit mandaat zelf, waarmee alle lidstaten hebben ingestemd. Bijlage 1 bij Mandaat 5, voetnoot 19, is ook in het Protocol opgenomen. Het komt er dus op neer dat de reikwijdte van het Protocol in dat Protocol zelf wordt gedefinieerd.
Marian Harkin (ALDE). - (EN) Om te beginnen wil ik het Portugese voorzitterschap bedanken voor zijn korte antwoord en succes wensen tijdens zijn semester. Ik zie uit naar een goede werkrelatie.
U zegt weliswaar dat de Raad deze vraag niet kan beantwoorden, maar ik ga er, met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk en Polen, en ook Ierland, vanuit dat het Verenigd Koninkrijk bepaalde redenen moet hebben gehad om een derogatie te bedingen, en Polen en Ierland hebben zich het recht voorbehouden om dat ook te doen.
Of het Handvest van de grondrechten heeft enige inhoud en betekenis, of het heeft dat niet. Of het is voor de bühne, of het heeft echte invloed. Ik vind het als Ierse afgevaardigde erg verontrustend dat de burgers in mijn land misschien minder rechten zullen hebben dan burgers in andere EU-lidstaten, als mijn land dat Handvest niet ondertekent.
Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. - (PT) Ik wil ook graag vermelden dat het Portugees voorzitterschap een mandaat van de Raad heeft ontvangen, en dat dit mandaat door alle zevenentwintig lidstaten is overeengekomen. Het Portugees voorzitterschap moet proberen dit mandaat tot een nieuw hervormingsverdrag om te vormen. Wij hopen daar spoedig in te slagen, aangezien de Europese Unie zo’n hervormingsverdrag dringend nodig heeft.
De Voorzitter. - Hiermee is het vragenuur beëindigd.
(De vergadering wordt om 21.40 uur onderbroken en om 22.00 uur hervat)