De Voorzitter. – Aan de orde is de spreektijd van één minuut over kwesties van politiek belang.
Tunne Kelam (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, zeven oktober vorig jaar zal in onze herinnering gegrift blijven als de dag waarop wij op dramatische wijze wakker werden geschud over wat er gaande is in Rusland. Op die dag namelijk werd Anna Politkovskaya, algemeen gezien als een levend symbool van eerlijke journalistiek, op beestachtige wijze vermoord. President Poetin deed de rol van Anna Politkovskaya af als marginaal en nog altijd is haar zaak niet opgelost.
Vorig jaar oktober riepen de leden van dit Parlement de Commissie en de lidstaten ertoe op om eer te bewijzen aan de nalatenschap van Anna Politkovskaya door van het herstel van de vrije media in Rusland een cruciale voorwaarde te maken voor de verdere ontwikkeling van onze wederzijdsebetrekkingen. Want alleen als wij een duidelijk signaal uitzenden dat voor ons de zoektocht van Anna Politkovskaya naar waarheid en vrijheid van grotere waarde is dan olie en gas, zal er iets in Rusland kunnen beginnen te veranderen.
Het staat volledig buiten kijf dat wij hier in Europa dezelfde waarden delen als waarvoor Anna Politkovskaya het leven liet. Helaas lijkt het er niet op dat de heer Poetin deze waarden deelt. Uit respect voor Anna Politkovskaya kunnen wij niets anders dan bij de komende topontmoetingen dit aan president Poetin duidelijk maken.
Eduard Raul Hellvig (ALDE). – (RO) Ik wil over het onderwerp dierentuinen in Roemenië spreken.
Volgens door sommige non-gouvernementele internationale organisaties uitgevoerde onderzoeken wordt de omzetting van de Richtlijn betreffende het houden van wilde dieren in dierentuinen in de Roemeense wetgeving als een van de beste in Europa beschouwd.
Toch schijnt het naar de Europese norm te brengen van de 41 Roemeense dierentuinen bijna niet bereikbaar te zijn.
Onder de druk van deze deadline en de voorwaarden van een bestaande publiek-private partnerschap, ondersteun ik het belang van het onmiddellijk ten uitvoer leggen van het communautair actieplan, dat uit de volgende geprioriteerde stappen bestaat: het doorvoeren van een nationaal onderzoek dat de bestaande dierentuinen classificeert, het organiseren van een noodreddingsteam en het tijdelijk verhinderen van de voortplanting van de dieren.
Ik ben ook van mening dat het noodzakelijk is om meer tijd te besteden aan de tenuitvoerlegging van dit plan, voordat men het besluit neemt om de dierentuinen te sluiten die niet aan de wettelijke vereisten voldoen.
Andrzej Tomasz Zapałowski (UEN). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, ondanks de talrijke opmerkingen die in deze zaal over de heer Schulz te horen waren, is hij niet opgehouden met zijn aanvallen op en beledigingen van lidstaten van de Europese Unie, wat in dit Huis niet thuishoort.
Als iemand die een belangrijke positie in een instelling van de Gemeenschap bekleedt, mengt hij zich in de binnenlandse zaken van een lidstaat en beledigt voortdurend zijn vertegenwoordigers. De meeste mensen in dit Huis zouden er niet over dromen om zich in de democratische verkiezingen van de bevolkingen van de EU te mengen. Ik ben er benieuwd naar hoe dit heerschap het zou vinden wanneer een lid van het Europees Parlement de Duitse bevolking oproept om van Kanselier te wisselen, omdat er organisaties zijn die wettelijk geoorloofd Nazi-gedachtengoed verspreiden en de grenzen tussen de Europese staten ondergraven. Ik denk dat dit heerschap het jammer vindt dat hij zo laat, in het verkeerde historisch tijdperk is geboren.
VOORZITTER: LUIGI COCILOVO Ondervoorzitter
Gerard Batten (IND/DEM). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, eerder vandaag heeft de heer Pöttering een verklaring afgelegd over de Werelddag c.q. Europese dag tegen de doodstraf, waarbij hij zei “elke vorm van” doodstraf af te wijzen.
Hij lijkt ervan uit te gaan dat wij het allemaal met hem eens zijn. Maar ik niet. Afgelopen zondag werd er nog geen mijl van mijn huis in Londen vandaan een onschuldige jongen van 17 jaar, Rizwan Darbar heette hij, in West Ham Park door messteken om het leven gebracht, naar verluidt omdat hij had geprobeerd te verhinderen dat de mobiele telefoon van een vriend van hem werd gestolen.
Dit is niet zo ongebruikelijk in Groot-Brittannië. Er worden steeds vaker onschuldige mensen neergeschoten, neergestoken en doodgeslagen. Wat zit daar achter? Het komt doordat al die misdadigers en criminelen geen respect hebben voor de wet. Zelfs als zij worden opgepakt en veroordeeld, krijgen zij vaak maar zeer milde straffen. Ikzelf ben voorstander van herinvoering van de doodstraf in Groot-Brittannië voor de daders van dit soort moorden.
Natuurlijk zou dat pas kunnen als we niet meer in de Europese Unie zaten. Nog weer een goede reden dus om eruit te stappen dus.
Jim Allister (NI). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, er is vandaag al op een eerder moment over Libië gesproken, en dat wil ik nog eens dunnetjes overdoen. Libië heeft zeer terecht de rekening moeten betalen voor de afschuwelijke Lockerbieaanslag, maar in de hoedanigheid van wereldwijde financier van terrorisme heeft het land nog volledig rekenschap af te leggen. De afschuwelijke terreurcampagne van de IRA bereikte zijn dodelijkste hoogtepunt met behulp van Libische Semtex en wapentuig. Hierdoor konden Martin McGuinness en andere leiders van de Army Council de meest gewelddadige fase van hun campagne op poten zetten. Zonder Libië zouden honderden onschuldigen niet gedood zijn. Daarom ben ik hier vanavond in het Parlement om mijn steun te betuigen aan de huidige campagne van de Noord-Ierse slachtoffergroepering FAIR om Libië internationaal rekenschap te laten afleggen door het land ertoe te dwingen schadevergoedingen uit te keren, zoals ook gebeurd is in het geval van Lockerbie. Op dezelfde manier als de EU in de kwestie van de Bulgaarse verpleegsters Libië onder druk zette, dient zij zich eveneens in te zetten voor gerechtigheid voor de IRA-slachtoffers, en wel door het land zodanig onder druk te zetten dat het tot een vergelijk komt in de onlangs door FAIR in de Verenigde Staten aangespannen rechtszaak.
Monica Maria Iacob-Ridzi (PPE-DE). – (RO) Met behulp van de Begrotingscommissie heeft het Parlement een uiterst belangrijk besluit genomen.
Door de reserves van dertig procent, tot stand gekomen uit de administratieve uitgaven voor het Europees Sociaal Fonds, Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Cohesiefonds, zenden we een sterk signaal naar de Europese Commissie.
De toestemming voor de operationele programma’s moet in de door de Europese richtlijnen vastgelegde tijd kunnen plaatsvinden, in dit geval vier maanden.
Alhoewel Roemenië een van de eerste landen was die deze documenten al in januari heeft voorgelegd, zijn op het moment twee van de meest belangrijke operationele programma’s nog niet goedgekeurd. Ik praat over het operationele programma ter ontwikkeling van de administratieve capaciteit en het operationele programma voor menselijke hulpbronnen.
Wanneer we ervan uitgaan dat we niet de enige lidstaat in deze situatie zijn, zou ik graag de redenen willen weten, wanneer het geen bureaucratische zijn, die de Commissie ertoe nopen om hun goedkeuring tot november uit te stellen.
Volgens de communautaire verklaring die we samen met de Raad na beslechting van 13 juli goedkeurden, moet de Commissie voor een snelle goedkeuring van de programma’s en de projecten van de lidstaten zorgen en een stappenplan voor hun goedkeuring voorleggen.
Marian Harkin (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik neem graag van de gelegenheid gebruik om te spreken over het rapport over de arbeidsverhoudingen in de postsector dat zojuist is uitgebracht door de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden. Ik wou maar dat we dit verslag al gehad hadden voorafgaand aan onze stemming over de postdiensten. Dat neemt niet weg dat het ook nu nog op tijd komt om al die regeringen die van plan zijn in de komende jaren hun postdiensten te privatiseren, wakker te schudden.
We zetten ons in de EU allemaal in voor de Lissabonagenda, voor meer en betere banen. Helaas blijkt uit dit rapport dat de privatisering van de postsector tot nog toe alleen maar minder - en erger nog - slechtere banen met slechtere arbeidsomstandigheden heeft opgeleverd.
In dit rapport wordt gesteld dat sinds de aanvang van het liberaliseringsproces de loonontwikkeling in deze sector in op drie na alle landen ondergemiddeld is geweest. En het allerbelangrijkste is nog wel dat in alle landen een zeer groot verschil bestaat tussen de lonen bij de grote postbedrijven aan de ene kant en de nieuwkomers of de alternatieve postbedrijven aan de andere.
Als dit zijn vrije loop wordt gelaten, dan zal deze situatie - en ik citeer uit het rapport – “leiden tot afkalving van de arbeidsvoorwaarden en tot conflictueuzere arbeidsverhoudingen”. Tot dusverre is de privatisering van de postdiensten gezakt voor het Lissabonexamen.
Urszula Krupa (IND/DEM). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, tijdens de huidige zittingsperiode van het Europees Parlement heb ik al meerdere malen ertoe opgeroepen om de discriminatie tegen de Polen, vooral tegen katholieken, te beëindigen. Ook dit keer hebben we met aanklachten van doen die door bepaalde media worden geuit, eisen om aan de Universiteit voor sociale en mediacultuur geen subsidies te geven. Dit is een schaamteloze uiting van discriminatie en gemotiveerd door andere criteria dan de intrinsieke waarde.
De door bepaalde media opgeworpen beschuldigingen tegen deze instelling zijn niet anders dan lasterpraatjes die door de mensen worden geformuleerd die ooit Polen en de Polen knechtten. Nu, in democratische tijden, kunnen ze het verlies van de absolute macht niet aanvaarden. De universiteit die een aanvraag voor financiële ondersteuning heeft ingediend, biedt onderwijs en opleiding volgens een universeel waardenstelsel aan, in het bijzonder voor scholieren uit arme families.
Een verscherpen van de criteria en de weigering om middelen toe te wijzen op grond van de heksenjacht in de media, zou vanuit ons oogpunt vooral in het Jaar van de gelijke mogelijkheden voor allen niet alleen een uiting van discriminatie op grond van religie en levensopvatting zijn, maar ook een blijk van de toepassing van totalitaire methodes, die in tegenstelling tot de verkondigde waarden, normen en vereisten van de Europese wetgeving staan.
Sylwester Chruszcz (NI). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de aandacht vestigen op een zeer belangrijk probleem in de Europese Commissie, en een probleem dat voortdurend hier in het forum van het Europees Parlement wordt verwaarloosd: het gaat om verkeersverbindingen.
De snelste vervoersroute van Skandinavië, het noorden van Europa, naar het zuiden – naar Turkije, Griekenland en Bulgarije – gaat via de Centraal-Europese transportcorridor. Dit is een corridor die in Ystad, in Zweden, zou beginnen, daarna door de Poolse steden Szczecin en Wrocław, de Tsjechische stad Praag, de Slowaakse stad Bratislava, Wenen zou lopen, en verder door Constanţa, Thessaloniki en Triëst. Deze route wordt steeds weer genegeerd, en naar mijn mening zou de opname van deze route in de lijst van Europese straat- en spoorwegroutes de vervoersroutes over deze lijn versnellen en verkorten, en het zou ook een duw in de rug zijn voor de gehele Centraal-Europese corridor en voor al de steden en regio’s die aan deze lijn liggen.
Mairead McGuinness (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, eerder vandaag is het verslag van de Europese Raad voor Transportveiligheid uitgebracht inzake de vooruitgang in de EU als het gaat om het terugdringen, tegen 2010, van het aantal verkeersslachtoffers met de helft. Het bevat zowel goed als slecht nieuws.
In een aantal landen is vooruitgang geboekt, dat zeker, en daarvoor verdienen ze onze lof, maar er zijn nog steeds veel te veel verkeersdoden in de EU. Bij voortzetting van de huidige trend kunnen de doelstellingen onmogelijk worden gehaald. Slechts drie lidstaten, namelijk Luxemburg, Frankrijk en Portugal, zullen in staat zijn de doelstellingen te realiseren. Deze landen zijn erin geslaagd het aantal verkeersdoden elk jaar met meer dan acht procent te doen dalen.
In het afgelopen jaar kwamen er op de Europese wegen wel meer dan 39 000 mensen om het leven. Als wij onze doelstellingen hadden gehaald dan zouden nu nog vijfduizend mensen daarvan in leven zijn. Tot mijn grote teleurstelling heb ik moeten constateren dat Ierland, mijn eigen land, zich als het gaat om het aanbrengen van de noodzakelijke verbeteringen nog steeds in de onderste helft bevindt.
We zouden kunnen leren van de best presterende landen. Zij hebben zich er hard voor ingezet en veel politieke wil aan de dag gelegd om op een aantal cruciale punten voor betere rechtshandhaving te zorgen. De EU heeft nog maar drie jaar te gaan om maatregelen in te voeren waarmee onze doelstellingen om het aantal verkeersdoden met de helft terug te brengen, gehaald kunnen worden. De praktijk wijst uit dat het haalbare kaart is, maar daarvoor is wél een frisse impuls vereist op EU-niveau.
Pierre Pribetich (PSE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de aandacht van het Parlement op het probleem van Kosovo willen richten, en vooral erop dat het nodig is dat het Europees Parlement in staat is om een antwoord op deze interne Europese kwestie te geven, en ervoor te zorgen dat de rechten van de mensen om over hun eigen toekomst te beschikken, terecht worden gerespecteerd. Er komen veel politieke subjecten te voorschijn en oefenen druk uit om de deling van Kosovo teweeg te brengen, wat geen oplossing is. Dat is ons zeer duidelijk bewust, vooral in verband met de problemen die met de Palestijnse gebieden en de deling van dat territorium in 1946 samenhangen. Daarom moet er sterke druk worden uitgeoefend, met het Europees Parlement, om een deling te verhinderen, om een conflict te verhinderen dat op deze manier zou worden voortgebracht en om de mensen in staat te stellen om over hun eigen lot te beslissen, ervoor te zorgen dat het Europees Parlement aanwezig is, aanwezig op het Europees toneel, en ook aanwezig op ons gehele territorium.
Marios Matsakis (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, helaas zullen tegen het einde van mijn bijdrage weer twee mensen de hand aan zichzelf hebben geslagen. Wereldwijd pleegt er namelijk elke halve minuut één persoon zelfmoord. Dus elk jaar brengt een onvoorstelbaar aantal van één miljoen mensen, veelal jongemannen en vrouwen, een einde aan hun leven. Ook de EU heeft hier ten volste mee te maken, want vijf van de tien landen met het hoogste aantal zelfmoorden zijn EU-landen. Het gaat om Litouwen, Estland, Hongarije, Slovenië en Letland. Het aantal zelfmoorden in Litouwen is zelfs het allerhoogste in de wereld.
Dit zijn buitengewoon trieste getallen voor de EU, want in de meeste gevallen kan zelfmoord voorkomen worden. De EU is het aan haar burgers verplicht om heel snel iets te doen aan het aantal zelfmoorden in haar lidstaten. Ik zou u, meneer de Voorzitter, willen vragen om persoonlijk alle regeringen en nationale parlementen in de lidstaten toe te spreken, en dan met name die van de vijf genoemde landen, en er bij hen op aan te dringen om alles op alles te zetten om te voorkomen dat hun burgers de hand aan zichzelf leggen. Op die manier kunnen er elk jaar duizenden levens worden gered.
Maria Petre (PPE-DE). – (RO) Een recent onderzoek toont aan dat in Roemenië ongeveer 170 000 kinderen in de 5e tot 8e klas één of twee ouders hebben die vertrokken zijn om in het buitenland te werken.
Het grote aantal kinderen dat bij hun grootouders en families is achtergelaten neemt in de nieuwe lidstaten van de Europese Unie iedere dag toe, evenals in de kandidaatlanden.
Daarom zou ik willen benadrukken dat er een behoefte bestaat aan het opzetten van adequate structuren, die de kinderen en ouders erbij behulpzaam zijn om samen te zijn, evenals een behoefte aan een sociaal beleid dat zich op de solidariteit richt.
Ik ben van mening dat het vergemakkelijken van gezinsherenigingen, een factor voor de economische en sociale integratie, een wezenlijk aspect van het beleid voor legale immigratie moet zijn.
Tezelfdertijd, verzoek ik de Europese Commissie om zowel een strategie op te zetten betreffende de situatie van de kinderen die in hun herkomstlanden bleven nadat hun ouders zijn vertrokken alsook ondersteuning te geven voor het opzetten van adequate structuren in de lidstaten om de kinderen en ouders erbij te helpen om zich aan hun nieuwe gezinssituaties aan te passen.
De Voorzitter. − Dit besluit de spreektijden van één minuut.