De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0321/2007) van Jorgo Chatzimarkakis, namens de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (COM(2007)0122 - C6-0116/2007 - 2007/0045(CNS)).
Siim Kallas, vicevoorzitter van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, hartelijk dank voor het feit dat ik hier even stil kan staan bij het verslag over Verordening 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Allereerst zou ik de heer Chatzimarkakis en de commissieleden willen bedanken voor hun inspanningen.
Het voorstel van de Commissie omvat twee belangrijke onderwerpen van politiek belang. Allereerst dat er navolging dient te worden gegeven aan het desbetreffende deel van artikel 53b inzake het Financieel Reglement, waarin wordt bepaald dat de verplichting die de lidstaten dragen tot transparantie en de publicatie ex post van de ontvangende partijen, dient te worden vormgegeven door middel van sectorspecifieke wetgeving.
Het tweede onderwerp betreft de versterking van het mechanisme dat door middel van een nieuw verminderings- c.q. opschortingsmechanisme voor landbouwsteun zorg draagt voor financiële discipline. Dit is een gestructureerder en transparanter mechanisme dan het mechanisme dat thans in de verordening staat. Tevens wordt met dit mechanisme voor de Commissie de mogelijkheid geschapen om financiële correcties aan te brengen indien geen ex post-controles worden uitgevoerd.
De Commissie is een fervent voorstander van openheid en transparantie. Dit omvat onder meer het recht van het publiek om te weten wat er met de gemeenschapssteun gebeurt en om te zien wie hoeveel geld ontvangt. Artikel 53 van het Financieel Reglement bepaalt dat de lidstaten na verstrekking van de steun een overzicht moeten publiceren van de ontvangers ervan. Hoe verder met deze algemene verplichting wordt omgegaan staat, voor zover de uitgaven uit het EOGFL en het ELFPO betreft, staat beschreven in het Commissievoorstel.
De Commissie hecht er buitengewoon veel belang aan dat de lidstaten deze gegevens openbaar maken. Want uit hoofde van het systeem van gedeeld beheer zijn zij hét contactpunt voor de agrarische sector, en dus veel beter dan de Commissie in staat om de correctheid te beoordelen van de te publiceren gegevens. Ik ben buitengewoon dankbaar voor uw steun in deze kwestie.
Bij de goedkeuring van de invoeringswetgeving zal de Commissie zich zeker laten inspireren door een aantal van de ingediende amendementen. Het zou echter tegen het principe van beter wetgeven en vereenvoudiging indruisen indien alle, soms uitermate technische details in de Raadsverordening zouden worden opgenomen.
Maar om volledig duidelijk te zijn: degenen die steun ontvangen dienen van tevoren te worden ingelicht over het feit dat bepaalde informatie openbaar gemaakt dient te worden, en dat dit geheel en al overeenkomstig de desbetreffende privacywetgeving zal gebeuren.
Zoals u weet bestaat er uit hoofde van Verordening1290/2005 reeds een verminderings- c.q. opschortingsmechanisme. In vergelijking met dat mechanisme biedt de voorgestelde bepaling een nieuw transparant en doeltreffend mechanisme waarmee kan worden gezorgd voor vereenvoudiging van de reeds bestaande mogelijkheid om betalingen aan lidstaten ingeval van ernstige en aanhoudende tekortkomingen in de nationale toezichthoudende systemen te verminderen of op te schorten.
Deze nieuwe bepaling heeft het voordeel dat een aantal elementen van tevoren wordt vastgesteld. Zo kan worden gezorgd voor een doeltreffend gebruik van een dergelijk instrument. Het spreekt voor zich dat het huidige verminderingsmechanisme verder van toepassing blijven zal op de andere soorten gevallen. Amendementen waarmee gepoogd wordt het verminderingsmechanisme af te zwakken, zijn voor de Commissie echter onaanvaardbaar.
Tot slot heb ik opgemerkt dat er een groot aantal amendementen is ingediend waarmee verdere versterking beoogd wordt van het algehele systeem voor het beheer van landbouwuitgaven geen verband houden met ons voorstel. Ik denk dat met het huidig document een goed evenwicht is gevonden. We dienen nu alle betrokken partijen de tijd te gunnen deze in de praktijk toe te passen, alvorens überhaupt na te denken over wijziging van de regels die per slot van rekening minder dan een jaar geleden van kracht zijn geworden.
Jorgo Chatzimarkakis (ALDE), rapporteur. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, hartelijk dat u zich de tijd heeft genomen om hier vanavond ondanks het late uur aanwezig te zijn. Inderdaad de zaak waarover wordt gedebatteerd is geen onbelangrijk thema, nog van ondergeschikt belang – het gaat om het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Ik zou aan het begin het Huis eraan willen herinneren wat dit gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de grote meerderheid van onze bijna 500 miljoen burgers betekent. Per slot van rekening houden wie dit soort plenaire debatten met het oog op deze burgers.
Desondanks kan het worden vastgehouden dat veel burgers het gemeenschappelijk landbouwbeleid allereerst al een reclame voor de EU beschouwen – maar jammer genoeg als een zeer slechte. Exportsubsidies, veronderstelde oneerlijke handel met landen van de “derde wereld”, voedselschandalen, protesten van boeren, buitensporige subsidies, genetisch veranderde planten – het aantal negatief waargenomen thema’s in verband met het gemeenschappelijk landbouwbeleid is enorm en onmetelijk.
Overtredingen in het gemeenschappelijk landbouwbeleid hebben aanzienlijk bijgedragen aan de slechte reputatie van de EU in vele delen van Europa. Dames en heren, deze reputatie is niet iets dat vanavond van de hand kan worden gewezen. Dit verslag echter – vooropgezet dat de Raad het ondersteunt – zou het gemeenschappelijk landbouwbeleid weer op een nieuwe koers kunnen brengen, een koers die dichter bij de voorstellingen van de meerderheid van de burgers staat.
Aan het begin wil ik het nog eens over het voorstel van de Commissie hebben. Het bestaat in wezen uit vier onderdelen: transparantie, dat wil zeggen de bekendmaking van de namen van de begunstigden van landbouwsteun; de invoering van de mogelijkheid om in het geval van ernstige inbreuken in hun beheer- en controlesystemen de betalingen van de eerste pijler aan de lidstaten op te schorten; de verkorting van de tijdsintervallen voor de controles door de Commissie, wanneer lidstaten niet voldoen aan hun controleverplichtingen (uitzonderingen op de zogenaamde 24-maandenregeling); en de aanpassing met betrekking tot de tenuitvoerlegging. In politiek opzicht zijn de voorstellen voor transparantie met zekerheid van uitmuntend belang voor het Europees Parlement. Hiermee legt de Commissie eindelijk het besluit van de Raad en het Parlement inzake de begroting van 2007 ten uitvoer.
In het algemeen draag ik dit project een warm hart toe, alhoewel het voorstel van de Commissie vrij laat komt, waarschijnlijk vanwege de opname van verdere onderwerpen in deze tekst. De uitvoeringsverordeningen van de Commissie inzake het ELFPO zien al de bekendmaking van de namen van alle begunstigden van steun volgens de tweede pijler voor. De andere fondsen (het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Visserijfonds, het Cohesiefonds) bevatten nu ook regels voor bekendmaking. Het begrotingsbesluit heeft er in wezen voor gezorgd dat transparantie niet meer controversieel is: het is geen vraag meer van of maar alleen nog van hoe. Elf lidstaten maken de steuncijfers uitvoerig bekend.
Er moet daarom meer transparantie komen. Het gebrek aan transparantie heeft ervoor gezorgd dat geruchten en leugencampagnes de ronde deden die het landbouwbeleid meer hebben geschaad dan los voorkomende feitelijke fouten. Het enige probleem is het hoe: per slot van rekening maakt de Commissie geen details bekend over de procedures en is zij van plan om de gedetailleerdere bepalingen in de uitvoeringsverordeningen vast te leggen. Aangezien we hier met een inbreuk op het recht van zelfbeschikking over de persoonsgegevens te maken hebben, stelt mijn verslag een paar ophelderingen voor ten aanzien van welke gegevens moeten worden bekendgemaakt en onder welke voorwaarden. Deze volgen opzettelijk een mening van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Ondanks de wens voor snelle tenuitvoerlegging, moet de gegevensbescherming zeer serieus worden genomen – en het Europees Parlement is hiermee bezig.
Het verslag heeft volgende doelstellingen: een grotere transparantie, en tegelijkertijd duidelijkere vereisten ten opzichte van de gegevensbescherming. Bovendien moet het algemeen publiek op de hoogte worden gesteld. Hoe kan deze evenwichtsoefening worden volbracht?
Naar mijn mening is het wezenlijk om de desbetreffende personen van tevoren te informeren, en er bestaat geen transparantie totdat de cijfers iets te betekenen hebben. Daarom doe ik het voorstel om duidelijker te differentiëren, bijvoorbeeld naar aanleiding van het interventiedoel. Mijn verslag stelt de naam, de steun en de plaats van vestiging of bedrijfsregistratie voor. Heden ten dage betekent transparantie bekendmaking in het internet. We praten over het opzetten van een algemeen internetplatform met links en verwijzingen door de Commissie. Het ligt in de verantwoordelijkheid van de lidstaten om de informatie door middel van ter zake doende verklaringen begrijpelijk te maken.
De lidstaten hebben het recht om de informatie ook op regionaal niveau bekend te maken, wanneer ze dit voor passend houden. De verschillende gegevensbanken moeten met elkaar worden verbonden.
In de Raad werd het vraagstuk over wie de informatie bekendmaakt zeer controversieel behandeld. Het financieel beheer is gemengd, dus ligt verantwoordelijkheid duidelijk bij de lidstaten – ook vanwege artikel 53 lid b van het begrotingsbesluit. Bovendien zou de bekendmaking door de Commissie problemen in het kader van de wettelijke bescherming veroorzaken, omdat personen die door onjuiste bekendmaking zijn getroffen anders direct naar het Europees gerecht van eerste aanleg zouden moeten stappen. Dit is noch burgervriendelijk, noch bijzonder transparant. Het voorstel van de Commissie is eenvoudiger, transparanter, minder omslachtig om te beheren en burgervriendelijker, en heeft daarom mijn ondersteuning. Het is overeenkomstig de bepalingen op alle andere gebieden (het Structuurfonds en de hierop van toepassing zijnde regels voor de tweede pijler).
Aangezien de bekendmaking van de informatie in het kader van de controlering van de begroting moet worden gezien, doet mijn verslag het voorstel van een (bescheiden) uniforme boete voor het geval dat er niet aan de bekendmaking van de informatie wordt voldaan. Over het onderwerp van financieringsvermindering als straf zou ik willen zeggen dat ik er een groot voorstander van ben, maar dat er een paar punten zijn waarbij ik graag zou willen dat er meer op het evenredigheidsbeginsel wordt gelet.
In de Commissie begrotingscontrole heeft mijn medelid de heer Mulder voorstellen betreffende de begrotingsomvang van het dossier gedaan, die ik hartgrondig kan bekrachtigen. In het advies van de begrotingscommissie heeft zij haar mening onder woorden gebracht over de aspecten met betrekking tot de transparantie, en deze komen grotendeels overeen met mijn voorstellen.
Dames en heren, en vooral de leden van de Raad, dit verslag werd in de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling unaniem aangenomen. Bij de stemming van morgen hoop ik ook op een grote meerderheid. Ik verzoek de Raad en Commissie dringend om deze stemming van de vertegenwoordigers van de Europese bevolking serieus te nemen.
Er zal dus zonder twijfel een correlatie zijn tussen dit verslag en de wijze waarop alle betrokkenen ermee omgaan en de verwachte “health check”. We zullen zonder twijfel op dit thema nog eens terugkomen wanneer we de “health check” behandelen.
Albert Deß, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, hartelijk dank aan mijn collega, de heer Chatzimarkakis, die een verslag heeft gepresenteerd dat de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten in elk opzicht kan ondersteunen.
Het is echter een terechte vraag of deze verordening in het geheel nodig was. Het zal zeer tot afgunstige debatten bijdragen, omdat het moeilijk is om de achterliggende redenen aan de burgers uit te leggen. Ik vind het daarom goed dat bij de bekendmaking van de betalingen aan de landbouw ook wordt verklaard waarom deze steun wordt gegeven. Onze boeren leveren inderdaad een waardevolle bijdrage aan onze maatschappij, ze verzorgen ons dag voor dag met levensmiddelen, zorgen voor het cultuurlandschap en leveren een grote bijdrage aan het functioneren van plattelandsgebieden.
Transparantie mag echter geen eenrichtingsverkeer zijn – Het moet op beide kanten van toepassing zijn. Daarom ondersteunt mijn fractie de oproep in het verslag om ervoor te zorgen dat de gebruikers zich moeten aanmelden of laten registreren wanneer ze deze informatie gebruiken. Zoals mijn collega terecht heeft benoemd, is het eveneens belangrijk dat deze richtlijn niet de bepalingen inzake de gegevensbescherming buiten werking stelt, vooral niet die van de lidstaten.
In het belang van de gelijke behandeling zou ik de Commissie willen vragen om een verordening voor te stellen om bijvoorbeeld ook bij non-gouvernementele organisaties voor transparantie te zorgen. Ik ben ervan overtuigd dat in het geval van NGO’s meer middelen in duistere projecten worden geleid dan in de landbouwsector gebeurt. Dit verslag geeft ons de gelegenheid om het publiek te laten zien waarom het geld van de belastingbetaler in de landbouw wordt besteed. Het gepast gebruik van het verslag zal het gemakkelijker maken om aan het publiek het grote belang van de Europese landbouw aanschouwelijk te maken, waardoor deze transparantierichtlijn zijn doel zal hebben bereikt.
Bernadette Bourzai, namens de PSE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, betreffende de eerste doelstelling van deze verordening, waarbij het gaat om aan de verplichting tot bekendmaking van de begunstigden van de Gemeenschapsfondsen te voldoen, ben ik van mening dat het volledig juist is dat we eindelijk te weten komen wie wat van het GLB ontvangt. Dit is een maatregel waarop we lang hebben gewacht, en het gaat hier niet om het stigmatiseren van boeren, maar om het scheppen van transparantie bij de financiën, die ons allen, als belastingbetalers en consumenten betreft, en waarover we een recht op informatie hebben.
Ik denk zelfs dat deze bekendmaking uiterst gunstig zou kunnen zijn en de mening van de burgers zou kunnen verbeteren over de boeren en de steun die ze krijgen voor diensten aan de gemeenschap, zoals het leveren van kwaliteitsvoedsel dat aan hoge productienormen voldoet en bijvoorbeeld het onderhoud van het land en de zorg voor het landschap. De door de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling voorgestelde publicatie van een globale toelichting op de redenen van de betalingen en het feitelijke bedrijfsinkomen zal ook zeer nuttig zijn.
Ik ben het volledig eens met de praktische procedures voor de bekendmaking, zoals in het verslag van ons medelid de heer Chatzimarkakis vastgelegd, die bestaan uit het opzetten van een Europees Internetplatform dat verbonden is met de Internetplatformen van de lidstaten, waarop de namen van de begunstigden van regionale steun en hun woonplaats online worden gezet. In het geval van een naamloze vennootschappen of van besloten vennootschappen moeten de namen van de kapitaalverstrekkers en de directieleden ook bekend worden gemaakt.
Ik ondersteun eveneens de evaluatieverslagen waarom de Europese Commissie heeft verzocht voor de jaren na de tenuitvoerlegging van deze verordening, die zeer nuttig zullen zijn, de beoordeling van de voordelen van een centrale bekendmaking van de informatie door de Commissie, en de evaluatie van de verdeling van de middelen, zo mogelijk vergezeld van wetgevingsvoorstellen om een objectievere verdeling van de middelen in de eerste en tweede pijlers te bereiken.
Aan de andere kant, wat de toegangsmethoden tot deze gegevens betreft, ben ik het in het geheel niet eens met de voorstellen voor vertrouwelijkheid of een toegangsbarrière die naar mijn mening de transparantiewerking van deze verordening volledig zou verminderen. Wanneer transparantie wordt ingevoerd, vooral waar het om openbare geldmiddelen gaat, dan vind ik dat iedereen in staat moet zijn om deze informatie te bekijken, zonder beperkingen. Omdat de gegevens eerst door elke lidstaat bekend zullen worden gemaakt en daarna door de EU worden overgenomen, schijnt het praktisch bijna onmogelijk om een registratiesysteem in te voeren, en dertien lidstaten hebben in elk geval deze gegevens al zonder beperkingen bekend gemaakt. Ik verzoek u daarom om de amendementen 4, 20, 21 en 23, geheel of gedeeltelijk te verwerpen die de registrering van de identiteit en de beweegredenen van de gebruikers van deze openbare gegevens verlangen.
Wat de tweede doelstelling betreft – het instrument om de steun voor de landbouw te verminderen of te schorsen, wanneer bepaalde belangrijke onderdelen van een nationaal controlemechanisme niet aanwezig zijn of niet doeltreffend zijn– ben ik van mening dat dit voor de Europese Commissie een bruikbaar middel is om dit aan te pakken. Maar het moet natuurlijk worden gebruikt in verhouding tot de aard, de duur en de ernst van de overtredingen. Op dezelfde manier moet het percentage van de vermindering ook dalen wanneer de lidstaat stappen heeft ondernomen om de tekortkomingen te verhelpen en worden verhoogd wanneer het de eerder gedane aanbevelingen niet toepast.
Ik hoop ook dat het vereiste bewaard blijft dat lidstaten de Commissie ervan op de hoogte moeten houden op welke wijze ze hebben besloten of van plan zijn om gebruik te maken van de na onregelmatigheden ingetrokken geldmiddelen.
Marian Harkin, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik de rapporteur mijn complimenten geven voor zijn uitstekende werk. Met deze regeling zal het nodige positieve bereikt kunnen worden, in die zin dat deze regeling leiden zal tot meer transparantie en rekenplichtigheid. Dat is nodig, want dat zou sowieso voor alle Europese uitgaven moeten gelden, en niet alleen daarom, maar ook omdat mede op die manier alle overdreven mythes die er over het GLB de ronde doen de wereld uit kunnen worden geholpen. Uit het verslag van de Rekenkamer komt naar voren dat het toezicht op de landbouwuitgaven de laatste tijd sterk verbeterd is. Dat dient bij het algemeen publiek onder de aandacht te worden gebracht. Ik ben het eens met de rapporteur als deze zegt dat er soortgelijke regelingen zouden moeten bestaan voor de structuurfondsen, dus niet alleen voor het GLB. Dit initiatief tot transparantie dient ook te gaan over de andere aandachtsgebieden. Het is belangrijk dat wij in afwachting van de zogeheten “gezondheidscontrole” op de GLB nu reeds de koe bij de horens vatten zodat deze kwestie dan alvast is opgelost.
In de pers staat het GLB vaak in een kwaad daglicht. Vaak wordt er alleen gekeken naar de negatieve kanten ervan en wordt helemaal voorbij gegaan aan al het enorm positieve dat het GLB de burger gebracht heeft. Sinds de invoering van het GLB ligt de prijsinflatie van voedsel ver onder de algehele inflatie. Dankzij de GLB is het voedsel dat de EU-burger koopt dus goedkoper. Maar niet alleen dat, het voedsel is ook veilig en traceerbaar. Dat is precies wat wordt bedoeld met “van grond tot mond”. Het GLB leidt tot een verbetering van ons milieu en ook het dierenwelzijn wordt almaar beter. Ook heeft het GLB gezorgd voor continuïteit van de voedselvoorziening in de EU. Veel mensen doen de idee van continuïteit van de voedselvoorziening af als een idee ergens uit het duistere verleden. De wereld heeft genoeg voedsel om zich te kunnen voeden. Voor hoelang? Misschien een week. En denk eens aan wat er gebeuren kan als we daadwerkelijk beginnen brandstoffen te verbouwen in plaats van voedsel. Dat stelt u eens voor wat er gebeurt als opkomende economieën zoals India en China met de EU beginnen te concurreren om voedsel en brandstof dat verbouwd is in plaats van voedsel. Reken maar dat dan van de EU en het GLB verwacht wordt dat zij zorgen voor continuïteit van de voedselvoorziening. Net zoals bij elke vorm van beleid zijn er bij het GLB de nodige problemen. Maar het heeft de EU burgers veel opgeleverd en met deze regeling wordt ervoor gezorgd dat het dat ook zal blijven doen, op een open en transparante manier.
Janusz Wojciechowski, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik ondersteun zowel het verslag van de heer Jorgo Chatzimarkakis alsook de ontwerpverordening zelf. Dit is een belangrijke stap in de juiste richting; we zorgen voor een grotere transparantie bij de verantwoording van de uitgaven van de Europese Unie. De waardevolste bepaling van allen is degene die het mogelijk maakt om de informatie over degenen die van deze middelen gebruik maken en in welk opzicht, als onderdeel van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid bekend te maken, ja het zelfs verplicht stelt om het bekend te maken.
De publieke opinie heeft deze informatie al sinds geruime tijd verlangd, evenals de pers, dus is het zeer goed dat dit specifieke beginsel is ingevoerd. Iedereen die begunstigde van deze openbare steun was, hoeft zich niet te schamen over de informatie die ten inhoud heeft dat hij deze steun heeft ontvangen; en boeren hoeven zich hierover helemaal niet te schamen, omdat ze per slot van rekening duidelijk recht hebben op deze steun en dit ten behoeve van de gehele maatschappij gebeurt.
De verordening doelt erop om een strengere controle op de uitgaven van de EU uit te oefenen, en dat is goed zo! Ik zou graag van deze gelegenheid gebruik willen maken om een paar woorden kwijt te worden over een probleem dat opdook toen de Commissie begrotingscontrole begin oktober een bezoek aan Polen bracht. Het probleem staat in verband met de opsporing van onregelmatigheden door de nationale controlebureaus. Het gaat erom dat deze bureaus correct samenwerken met de Europese Rekenkamer, en dat ze gemotiveerd moeten worden om zulke onregelmatigheden vast te stellen zonder dat dit gevolgen voor hun eigen land heeft.
Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, transparantie is noodzakelijk in de landbouw. De heer Deß zei dat geld in duistere projecten vloeit. Juist, dat willen we door middel van deze transparantie ook openbaren, maar hij is het misschien ook met me eens dat niet te veel geld in de Europese landbouw en de plattelandsgebieden van Europa vloeit, maar dat het in de verkeerde kanalen vloeit. Miljarden euro’s zijn in de begrotingen van de afgelopen jaren toegewezen aan de boeren, maar ze zijn nooit bij de boeren aangekomen. Al die exportsubsidies voor de boeren, al het interventionisme van de Europese Unie met zijn voorraden heeft miljarden opgeslorpt, maar de boeren niet geholpen. Het heeft hoogstens – zoals mevrouw Harkin van de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa heeft gezegd – de prijzen laag gehouden, zodat een stabilisering van de markt in neergaande richting plaatsvond, wat gelijk staat aan een soort rem op de inflatie. Natuurlijk is het ons algemene doel om de prijzen stabiel te houden, maar het kan niet in het belang van de boeren zijn, de voetveeg van de natie of Europa te zijn, om hiervoor te zorgen.
De rapporteur had volledig gelijk toen hij over de behoefte aan een referentiekader sprak, dat men niet alleen kan bekendmaken. Ik zal een referentiekader geven: ook na de hervorming van het landbouwbeleid krijgt een goed gestructureerd bedrijf, waar een arbeidskracht 400 hectare bewerkt – en dat is technisch het hoogst haalbare –, bij 300 euro per hectare ongeveer 120 000 euro per arbeidskracht. Tachtig procent van de boeren krijgen nog niet een tiende van dit bedrag! Het gaat er dus ook om vast te stellen wat er met deze geldmiddelen gebeurt. Dit referentiekader moet door de politici worden gecreëerd – het zal niet automatisch door de bekendmaking opduiken.
Wanneer de Commissie het er in dit voorstel over heeft dat deze betalingen mogelijkerwijs trapsgewijs moeten worden verdeeld, dat er een modulatie in de tweede pijler moet worden ingevoerd – aangezien hier de middelen betere resultaten opleveren ten aanzien van de arbeiders, het milieu – dan is dit een voorproefje van hetgeen ons te wachten staat, namelijk het debat na de bekendmaking van deze informatie. En dan zullen we de politiek weer eens de vrije teugel moeten laten. De cijfers moeten echter eerst eens voor zich spreken, ze moeten worden bekendgemaakt, en we moeten geduldig zijn, en wanneer ze niet kloppend zijn, dan zal het beleid moeten worden veranderd totdat ze kloppen.
Hartelijk dank voor uw verslag – we zullen het ondersteunen.
Kartika Tamara Liotard, namens de GUE/NGL-Fractie. – (NL) Voorzitter, bedankt. Ik wil ook de rapporteur bedanken voor zijn werk. Europese burgers willen weten hoe hun belastinggeld besteed wordt. Het openbaar maken van ontvangers van landbouwsubsidies is absoluut noodzakelijk voor een transparant Europees beleid, zeker gezien het enorme deel dat deze subsidies uitmaken van de EU-begroting. Maar, nog belangrijker, zulke openbaarheid kan het begin zijn van een zeer noodzakelijke, echt grondige hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
Toen de subsidies in Nederland in 2005 openbaar werden gemaakt, kwamen wij erachter dat een onevenredig deel naar een kleine rijke groep ging. Wij geven grote subsidies aan multinationals en grootgrondbezitters, terwijl duizenden gewone boeren nauwelijks rond kunnen komen. Er moet om te beginnen een maximumbedrag komen voor subsidie die één persoon of bedrijf kan ontvangen, en dan niet 300.000 euro, zoals commissaris Fischer Boel onlangs voorstelde. Mijn voorstel is: niet meer dan een gemiddeld jaarsalaris. De meeste subsidies zijn immers bedoeld als inkomensondersteuning.
Lidstaten die niet op een juiste manier openheid van zaken geven, zouden hiervoor als sanctie minder EU-gelden moeten krijgen. Verder is het ook belangrijk dat openbaar wordt gemaakt, wanneer lidstaten slecht functionerende controlemechanismen hebben, zodat boeren en hun belangenorganisaties die overheden erop aan kunnen spreken als zij hierdoor geschaad worden.
Natuurlijk moet dit nog maar het begin zijn van een hele serie transparantie-initiatieven van het Parlement. De verdeling van de structuurfondsen zou evenzeer openbaar gemaakt moeten worden. Ik hoop op een zo breed mogelijke steun van het Parlement voor dit verslag omdat het juist onze primaire controlerende taak zoveel gemakkelijker zou maken. Een transparant landbouwbeleid is een eerste stap naar een eerlijk landbouwbeleid.
Hélène Goudin, namens de IND/DEM-Fractie. – (SV) Dank u wel, mijnheer de Voorzitter. Ik ben net als mijn kiezers van mening dat de EU te gesloten en bureaucratisch is. Daarom juich ik het voorstel van de Commissie toe dat naar grotere openheid en transparantie bij de uitgaven van de instellingen streeft. De subsidies voor de landbouw zijn een omstreden zaak. Het is daarom belangrijk voor de burgers om in staat te zijn om te zien aan wie hun belastinggeld gaat en om hoeveel het gaat. Het is daarom spijtig dat de amendementen van de commissie contrair lopen ten opzichte van de rol van de EU als transparante instelling. De eis van de commissie tot registrering om toegang tot de informatie te krijgen is een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van alle burgers, of ze nu boer, journalist of kleuterschoolleidster zijn. Het toelaten van de registratie van burgers die openbaar toegankelijke document willen raadplegen is een ontwikkeling die we in de EU niet willen zien. Ik dring er daarom bij alle leden op aan om tegen de amendementen 4 en 23 van de commissie te stemmen. Dank u wel.
Jean-Claude Martinez, namens de ITS-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, mijnheer Chatzimarkakis, er zijn graantekorten, er zijn melktekorten, de prijs van mais en boter vliegen omhoog, en wat doen wij? We debatteren over het in het internet stellen van de premies per koe, per ooi of per hectare, en terwijl de wereld honger aan het krijgen is, praten we er als teenagers over de organisatie van financiële en landbouwemails op het internet.
Natuurlijk bestaan er goede redenen voor: transparantie, het recht om te weten en te controleren wat er gebeurd met de miljarden die aan de boeren worden uitgekeerd. In een democratie wordt echter de controle door het Parlement in de Kamer uitgevoerd, en niet door de surfers in het web. Dus wanneer transparantie van toepassing is op de landbouwsubsidies, waarom dan niet ook, in een geest van populisme, transparantie scheppen over de salarissen van de hoge ambtenaren van de EU. Wanneer we de premies van melkkoeien online zetten, waarom zouden we dan niet net zo goed de door de hoge ambtenaren afgeroomde premies online zetten?
Dat is de eerste onrechtvaardigheid. Er is nog een tweede. Kleine boeren zullen transparant zijn, maar bij grote commerciële landbouwbedrijven ligt dit anders. Dat komt omdat transparantie niet de werkelijke doelstelling van deze verordening is. Het is een duivelse oorlogsmachine die over twee verborgen doelen beschikt. Het eerste is het opdelen van de boeren in groot en klein en het vernietigen van hun samenwerking in de vakbonden. Het volgende en belangrijkste doel is de publieke opinie tegenover de boeren door middel van de pers in oproer te brengen, vooral de Britse pers die zich op de premies zal concentreren die prins Charles en Hare Majesteit koningin Elizabeth, de vakbondsleiders, de grote boeren en misschien zelf de man van mevrouw Fischer Boel, die varkensboer is, hebben ontvangen.
Door het gebruik van deze paar voorbeelden van met Brusselse hormonen opgepompte grootgrondbezitters zal men de publieke opinie laten geloven dat de boeren een enorme steun krijgen, vooral omdat het publiek niet weet dat de boeren tegen hun wil worden betaald, omdat ze aan het produceren gehinderd worden. Ze worden gedwongen om het land braak te laten liggen.
Wanneer de publieke opinie tegen de boeren – vanwege de ontkoppeling betaald om niet te produceren– in 2013 het withete stadium heeft bereikt, zonder gevaar in de politiek of bij de kiezers te lopen, dan zal het mogelijk zijn om de steun op te heffen en om ongeveer twintig miljard euro terug te halen om andere activiteiten buiten de landbouw te financieren.
Onder het dekmanteltje van democratische transparantie is deze verordening een morele schanddaad die de verfoeilijke beweegredenen van afgunst en jaloersheid gebruikt in dienste van hetgeen sinds de tachtiger jaren het strategisch plan van de Commissie is: het afschaffen van de landbouwexporten als onderdeel van een belangrijke wereldwijde overeenkomst. De landbouw voor het zuidelijk halfrond, en de financiële, bank- en energiediensten voor het noordelijk halfrond. Dat is waar het werkelijk om gaat bij deze verordening!
Jim Allister (NI). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is maar een hele kleine stap van transparantie naar inbreuk op de privacy. Veel boeren zullen naar mijn mening terecht weerstand voelen tegen de publicatie van hun bedrijfstoeslag op internet, omdat dit de foute indruk kan wekken dat zij zomaar voor niks een zak geld ontvangen.
In werkelijkheid is de bedrijfstoeslag natuurlijk niets anders dan een betaling waarmee ons beleid voor goedkoop voedsel gesubsidieerd wordt. Kijk bijvoorbeeld naar de rundveehouderij. Uit een onderzoek in mijn kiesdistrict blijkt dat alleen al in dat kleine gebied de producenten van rundvlees per jaar een verlies lijden van 260 miljoen euro. Alleen maar doordat de productie met behulp van de bedrijfstoeslag gesubsidieerd wordt, kunnen zij het hoofd boven water houden.
Met andere woorden, als openbaar wordt gemaakt dat een boer 20 000 euro heeft ontvangen dan is dat zeer misleidend, want er valt nergens uit af te leiden dat hij met zijn bedrijfsvoering 40 000 euro of meer verlies lijdt. Dus voor alle eerlijkheid dient de publicatie van de bedrijfstoeslag gepaard te gaan met gegevens over de verliezen en winsten uit de verkoop van de verschillende landbouwproducten in de verschillende sectoren.
Ioannis Gklavakis (PPE-DE). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, het is voor mij een goede ervaring dat we allen zowel transparantie alsook controle willen hebben: we willen allen dat het door de belasting betalende burgers verdiende geld van de EU wordt beschermd en dat het naar degenen gaat die werkelijk een recht hebben op steun. Waar we met onregelmatigheden of illegale handelingen te maken hebben, moeten de vastgelegde sancties worden opgelegd en ik ben van mening dat we op dit punt allen verenigd en vastberaden zijn. Het is echter vanzelfsprekend dat de voorgestelde maatregelen in werking moeten treden nadat de desbetreffende verordening is aangenomen en van betrekking moeten zijn op het volgende financiële jaar. We geloven dat deze opheldering absoluut noodzakelijk is, en daarom hebben we een desbetreffend amendement ingediend. We willen dat dit amendement duidelijk maakt dat de maatregelen betreffende het schorsen van de maandelijkse betalingen zoals vastgelegd in de artikelen 17 bis en 27 bis van de Verordening Nr. 1290/2005, betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, niet voor 16 oktober 2008 ten uitvoer worden gelegd. Dus vinden we het juist dat de maatregelen geen terugwerkende kracht mogen hebben.
Tot slot wil ik benadrukken wat we allemaal willen:
- ten eerste de bescherming van het belastinggeld;
- ten tweede dat het geld naar diegenen gaat die er werkelijk recht op hebben, waar mijn medelid terecht op heeft gewezen;
- ten derde, wetsovertreders moeten worden bestraft;
- ten vierde, laat ons eerlijk zijn, zoals overal op de wereld hebben de wetten geen terugwerkende kracht, nog mogen ze dit hebben.
Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan, zullen we graag voor het verslag van de heer Chatzimarkakis stemmen en het van ganser harte ondersteunen.
Csaba Sándor Tabajdi (PSE). – (HU) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de instellingen van de Europese Unie maken een langdurige nalatigheid weer goed. Wanneer er iemand is die erin geïnteresseerd is dat wij uitvinden wat er in de Europese landbouw aan de hand is, dan is het de Europese landbouwsector.
De rapporteur, de heer Chatzimarkakis, die ik graag zou willen feliciteren heeft het zeer goed uitgedrukt toen hij zei dat de Europese Unie geen goede reputatie in de ogen van de Europese burgers heeft, en dat ze vaak de Europese landbouw tot zondebok hebben gemaakt. Daarom zou ik op dit late tijdstip generaal de Gaulle willen citeren die zei dat we aan de rand van het onvermijdelijke moeten staan. Ja, wij, de mensen voor wie het gemeenschappelijk landbouwbeleid zo belangrijk is, moeten aan de rand van het onvermijdelijke staan, van de transparantie.
Het is een groot probleem voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid – en ik ben het helemaal met de heer Graefe zu Baringdorf eens – dat het gehele Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid een janboel is, nauwelijks transparant, en velerlei opzicht niet eerlijk. We willen beiden, en ik denk ook degenen die in deze zaal zitten, de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid waarborgen, maar het tezelfdertijd ook graag beschermen.
Beste vrienden, wat heeft het ons te vertellen dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn verwende lievelingskinderen heeft, zoals de graan-, suiker- en tabaksectoren, en dat het onbeminde sectoren heeft, zoals de fruit- en groente-, de druiven- en wijn-, de varkens- en de pluimveesector? Niemand die goed bij verstand is zou dit aan een Europese burger kunnen uitleggen.
Vaak zou iemand die bij zinnen is het ook niet aan de Europese burger kunnen verklaren dat een heleboel van deze steun niet naar de producenten gaat, wat de heer Graefe zu Baringdorf al heeft gezegd, maar wordt afgeroomd door de commerciële organisaties. Hierover heeft nog niemand een verslag opgesteld, en het zou goed zijn wanneer de Commissie en de Raad eindelijk een verslag voorbereiden over de bedragen die uit de landbouwsector vloeien. Enorme bedragen.
Dit verslag is daarom zeer belangrijk indien het duidelijk aantoont wie steun ontvangt, en hoeveel, zodat het niet meer voorkomt dat de media over het negatieve voorbeeld berichten van de kudde van 200 koeien die sinds jaren op de zesde verdieping in Rome is geweest, terwijl meerdere honderdduizend Italiaanse boeren hun zaakjes eerlijk regelen.
Beste vrienden, transparantie en gegevensbewerking zijn daarom zeer belangrijk, en de Europese Unie moet dit ook op andere gebieden doen, dus ondersteun ik het verslag van de heer Chatzimarkakis. Dank u zeer.
Hannu Takkula (ALDE). – (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heer Chatzimarkakis meteen feliciteren met zijn verslag. We zouden goed kunnen vragen wat voor soort verslag we konden verwachten van een rapporteur met het gezond verstand van een Duitser, het hart van een Griek en zelfs een beetje van het Finse landschap in zijn ziel. Men zou kunnen zeggen dat in zo’n geval het verslag in velerlei opzicht goed zou kunnen uitvallen, en dat schijnt waar te zijn bij dit verslag. Nog eens mijn felicitaties.
Juist wanneer we over de landbouw en zijn financieringssysteem spreken is het zeer belangrijk om het belang van transparantie te benadrukken. Transparantie ligt aan alles ten grondslag. Natuurlijk is de andere factor die hand in hand moet gaan met de transparantie de redelijkheid. In de paar jaar die ik hier in het Europees Parlement ben, kreeg ik echter vaak mee dat redelijkheid, wanneer überhaupt een relatief begrip is, en dat we het op verschillende wijze waarnemen. In ieder geval hoop ik dat de toegenomen transparantie ook het vertrouwen van het publiek in ons besluitvormingssysteem zal verhogen en voor de opvatting zorgt dat we hier juiste besluiten willen nemen over de financiering van zowel de landbouw alsook van andere gebieden.
Ik zou desondanks mijn zorgen over de landbouw in het algemeen willen benoemen. ik hoop dat we toekomstig niet alleen onze aandacht op de transparantie richten maar ook op de redelijkheid.
Nu, in aanwezigheid van de commissaris, is het zeer belangrijk ervoor te zorgen dat de kleine lidstaten ook behoorlijk behandeld worden. Ook in de toekomst zouden we moeten veilig stellen dat ieder soort van nationale zelfverzorging behouden blijft. Hiermee hebben we in Finland ernstige problemen, vanwege het pas geleden door de Europese Unie genomen besluit inzake de suiker en ook vanwege de besluiten over de landbouwsubsidies. Ze behandelen de kleine en de grote lidstaten niet op dezelfde manier, en op grond hiervan hoop ik dat toekomstig meer aandacht aan de redelijkheid wordt besteed, nu het probleem van de transparantie al in het kader van het verslag van de heer Chatzimarkakis is uitgezocht.
We moeten ervoor zorgen dat de Europese Unie en onze besluitvormingsprocessen open zijn en iets zijn waar de burgers vertrouwen in kunnen hebben en waarvan ze vinden dat ze het in toekomst kunnen ondersteunen.
Andrzej Tomasz Zapałowski (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, het verslag van vandaag over de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de transparantie hiervan, is van enorm belang voor de sociale aanvaarding van de Gemeenschap door de ingezetenen, en allereerst voor de Europese boeren. Door de bekendmaking van de begunstigden van openbare steun, zullen we in staat zijn om en detail te bekijken in welk kader de verdeling van de geldmiddelen plaatsvindt; en vooral in de landen die bekend staan onder de naam oude en nieuwe EU.
Een zeer belangrijk voorstel van de rapporteur was het noemen van een vereiste betreffende de vergelijkbaarheid van de gegevens tussen de lidstaten. Dit zal ons in staat stellen om valse beschuldigingen tussen de lidstaten van de EU over de omvang en de wijze van ondersteuning voor individuele markten te vermijden en zal ons veroorloven om op het gebied van de openbare ondersteuning acties te ondernemen om de verschillen in de mogelijkheden van de boeren weg te nemen. In het algemeen moet worden benadrukt dat een passende heldere financiering van het landbouwbeleid, samen met een passend aantal van dergelijke producten, de voedselveiligheid van de Europese consumenten waarborgt. Dat is de reden waarom Europese boeren een langetermijnzekerheid moeten krijgen en financiële vooruitzichten voor investeringen in boerderijen.
De op het moment vaak gehoorde stemmen die oproepen tot een snellere hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn onverantwoordelijk en zorgen voor een bedreiging van de voedselveiligheid van de EU. We mogen niet de gegeven garanties vergeten dat tot 2013 de landbouwsubsidies voor alle lidstaten van de EU zullen worden gelijkgesteld.
Tot slot zou ik graag de rapporteur willen feliciteren.
Esther de Lange (PPE-DE). – (NL) Voorzitter, ook ik zou onze collega willen bedanken voor dit gedegen verslag dat op het eerste gezicht over zeer technische regels lijkt te gaan, begrotingsregels. Maar eigenlijk gaat het hier in werkelijkheid om regels die het functioneren van onze boeren - de toch legitieme en onmisbare producenten van ons dagelijks voedsel - kunnen beïnvloeden. Ik wil er een paar nader belichten zonder nu een heel brede discussie over de Health Check of wat dan ook te starten. Wel moet mij toch nog eventjes van het hart dat ik me afvraag waar mijn zeer gewaardeerde collega van de SP in een dichtbevolkt land als Nederland die grootgrondbezitters heeft gevonden over wie zij sprak. Maar goed, dat even terzijde.
Ik wil allereerst het voorstel van de Commissie steunen om bij tekortkomingen de lidstaat in kwestie efficiënter te kunnen straffen, te kunnen korten, mogelijk via een opschorting of korting van de tussentijdse betalingen. Naar mijn mening moet de Commissie dan niet alleen kijken naar de ernst en de aard van de niet-naleving, zoals zij schreef, maar ook naar de duur ervan. Bij langdurige overtredingen zou de Commissie bijvoorbeeld elk jaar weer opnieuw die kortingspercentages moeten verhogen. Voorts moeten we ervoor waken dat de nieuwe regels die we nu invoeren, niet leiden tot een verhoging van de administratieve lastendruk.
Tot slot, het heikele thema van de bekendmaking van de ontvangers van steun uit het Europees landbouwfonds. Mijn land doet dit al voor een groot deel en de Commissie stelt nu voor om dit in de hele EU in te voeren met het oog op transparantie en de legitimiteit van deze uitgaven. Ik kan deze inzet steunen, maar wel met twee kanttekeningen die ook in amendementen zijn verwoord. Allereerst kan de bekendmaking van deze gegevens de rechten van de betrokkenen aantasten. We moeten dus zorgen voor een adequate gegevensbescherming waarbij voorkomen dient te worden dat de gegevens in verkeerde handen vallen of worden gebruikt voor de acties van bijvoorbeeld radicale dierenactivisten, een fenomeen waarmee meerdere lidstaten van de EU al geconfronteerd zijn.
En tot slot. De Commissie denkt met dit voorstel ook de begrotingscontrole te kunnen verbeteren. Tot op een bepaalde hoogte kan dat het geval zijn, maar volgens mij is de begrotingscontrole nog meer gebaat bij de invoering van nationale verklaringen over de nationaal beheerde begrotingsmiddelen. Dus ik wil mijn laatste seconde even gebruiken om de Commissie en de Raad op te roepen vaart te maken met de invoering van deze nationale verklaringen.
Gyula Hegyi (PSE). – (HU) Het verhogen van de transparantie van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is een belangrijke doelstelling van de Gemeenschap, en dus ondersteun ik het verslag van mijn medelid, de heer Chatzimarkakis. Maar omdat toch al over het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt gesproken, zou ik uw aandacht willen vestigen op een van de belangrijkste zaken in de milieubewuste landbouw, het Natura 2000-programma.
Zoals u weet ontvangen degenen die landbouw bedrijven op een manier die de beschermde flora en fauna behoudt in het kader van Natura 2000 steun van de Gemeenschap en de lidstaten. Bijna één vijfde van het grondgebied van de Europese Unie, en 21 procent van het grondgebied van Hongarije, vallen onder de bescherming van dit programma. De boeren verwachten deze hulp, aangezien de belangen van de natuur van hun kant financiële zelfbeperkingen vereisen.
Het is echter wezenlijk voor een duurzame toekomst dat we zoveel mogelijk de belangen van de natuur beschermen. Dat is de reden waarom het belangrijk is dat we zoveel mogelijk geld in de steun voor de gebieden steken die onder het Natura 2000 programma vallen.
Ooit was ik de schaduwrapporteur van de Socialistische Fractie voor het Natura 2000 programma. Jammer genoeg is het sindsdien niet mogelijk geweest om het geldbedrag bijeen te krijgen waarop we toentertijd aangedrongen hadden, 3 miljard euro per jaar. Het is echter vijf voor twaalf wanneer we een halt willen toeroepen aan de vernietiging van de natuur, vooral in Europa, dat sowieso al overbevolkt is.
Het zou nuttig zijn wanneer uit de geplande Internetlijst op te maken is hoeveel steun aan boeren is gegeven in het kader van Natura 2000, om zo praktijken populair te maken die op de toekomst zijn gericht. Deze openheid zal ook de milieuvriendelijke landbouw stimuleren en de bescherming van onze unieke natuurlijke belangen. Dank u wel.
Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, we praten over het gemeenschappelijk landbouwbeleid, maar in werkelijkheid bestaat er geen gemeenschappelijk beleid. Ik kan dit beweren, omdat de steun voor de landbouw niet alleen voor afzonderlijke regio’s verschillend is, maar de verschillen ook zeer duidelijk bemerkbaar zijn tussen de oude en de nieuwe lidstaten. Om over een gemeenschappelijk landbouwbeleid te spreken, moeten we gemeenschappelijke en gestandaardiseerde beginselen, plichten en mogelijkheden hebben om steun voor de productie te verkrijgen.
Ik ben echter van mening dat het verslag zeer toe te juichen is en noodzakelijk is, omdat aan het eind van de rit moet worden geopenbaard wie wat krijgt, evenals hoe deze fondsen worden gebruikt. Een verbetering in de statistieken zal niet meteen een verhoging van de landbouwfondsen opleveren, maar het zal voor een zorgvuldiger beleid zorgen, er zal transparantie komen, een groter vertrouwen bij de bevolking, en wij als parlementariërs zullen in een positie zijn om onze eigen conclusies te trekken, zodat we naar gemeenschappelijke oplossingen zouden kunnen zoeken die een werkelijk gemeenschappelijk landbouwbeleid zouden opbouwen op de grondslag van gelijke democratische waarden en de partnerschapsbeginselen voor alle landen van de Europese Unie en voor de boeren, ongeacht in welke regio ze nu werken en leven.
Monica Maria Iacob-Ridzi (PPE-DE). – (RO) Het beperken van de betalingen uit het Europees garantiefonds voor de landbouw en het Europees Fonds voor landbouw en plattelandsontwikkeling mag alleen in buitengewone situaties gebeuren.
In dit opzicht legt het voorstel van de Commissie niet duidelijk de situaties vast die een vermindering of schorsing van de landbouwsubsidies vereisen.
De verordening in de door de Commissie voorgestelde vorm vermeldt alleen dat de schorsing nodig is wanneer de hoofdbestanddelen van het nationale controlemechanisme niet doeltreffend zijn vanwege de zwaarte of de aanhoudendheid van de vastgestelde gebreken.
Ik ben van mening dat dit criterium niet naar goeddunken kan worden gebruikt en voor bepaalde staten gevaarlijke gevolgen kan hebben.
Het is waar dat we een uiterst goede controle van de Gemeenschap moeten hebben over de uitgaven van de middelen, maar het is ook belangrijk om de geboekte vooruitgang door de desbetreffende instellingen die in de lidstaten voor deze controle verantwoordelijk zijn in de overwegingen op te nemen.
Dat is de reden waarom ik van mening ben dat het instrument dat we vandaag aan de Commissie aanbieden zeer voorzichtig moet worden gebruikt, onder zeer duidelijk afgebakende voorwaarden en verdubbeld door een zorgvuldige parlementaire controle.
Bovendien mag de verordening niet met terugwerkende kracht in werking treden. Het jaar 2007 is een uitbreidingsjaar voor de Europese Unie en het zou onrechtvaardig zijn wanneer de bepalingen van deze verordening vanaf heden van kracht zijn, zoals de Europese Commissie dit voorstelt.
Dat is de reden waarom ik voor de afwijkende vorm ben die nog een jaar door het land laat gaan, voordat de verordening in werking treedt.
Ten aanzien van de bekendmaking van de namen van de begunstigden van de Europese geldmiddelen, evenals van de totale bedragen die ze hebben ontvangen, ben ik van mening dat deze maatregel duidelijk bijdraagt aan de transparantie van het subsidiestelsel.
Dit zou van begin af aan mogelijke pogingen tot bedrog of pogingen om Europese middelen voor plattelandsontwikkeling op grond van politieke criteria te verlenen de kop indrukken en verantwoordelijkheid bewijzen bij het besteden van overheidsgeld.
Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, het initiatief van de Europese Commissie om de lidstaten te verplichten om informatie bekend te maken over de begunstigden van de EU-middelen op grond van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is in ieder opzicht respectvol te noemen.
De bekendmaking van zulke informatie op het internet, waarbij normen worden gebruikt die voor de vergelijkbaarheid van de gegevens tussen afzonderlijke landen zorgen, zal niet alleen veel verbeteren aan de transparantie van de begrotingsuitgaven en de doeltreffendheid van de procedure voor budgetcontrole, het zal ook de schijnwerper zetten op tenminste twee ernstige problemen die in verband staan met de landbouwuitgaven in de EU.
Om te beginnen gaat een zeer groot aandeel van de directe subsidies in de afzonderlijke landen niet naar boerderijen, maar naar grote concerns als Smithfield, of grootgrondbezitters zoals de Kroondomeinen van Elizabeth II. Misschien dat gegevens zoals deze op de schaal van de gehele EU het de besluitvormers duidelijk maakt dat het nodig is om de toegewezen subsidies aan een enkele boerderij te begrenzen zodat deze subsidies familieboerderijen meer helpen dan grote landgoederen.
Ten tweede bestaat er een zeer sterke wanverhouding tussen de ondersteuning per hectare bewerkte landbouwgrond in de oude lidstaten en in de nieuwe lidstaten. In de periode tussen 2007 en 2013 zal deze indicator iets boven de zestig procent liggen, en wanneer Roemenië en Bulgarije aan boord worden genomen zal het zelfs nog lager liggen. Dus zullen er voor iedere in de oude EU uitbetaalde euro slechts 60 cent in de landen van de nieuwe EU zijn, ofschoon de nieuwe landen een achterstand moeten wegwerken ten opzichte van de sterker ontwikkelde landbouw in de oude lidstaten.
Mairead McGuinness (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wou maar dat een groep boeren uit het noordwesten van Ierland waarmee ik vanmiddag gesproken heb hier aanwezig was om naar dit debat te luisteren, want het zou heel goed gekund hebben dat zij iets hadden willen zeggen. Laten we eerlijk zijn: niemand wil dat zijn financiële gegevens zomaar op straat komen te liggen. Ik denk dat er hier afgevaardigden zijn die weliswaar spreken over openheid en transparantie, maar die als het om henzelf zou gaan hard weg zouden lopen. Ik kan mij goed vinden in de opmerking die ik eerder deze avond gehoord heb dat het een goed idee is om de betalingen van iedereen die geld krijgt uit de publieke kas openbaar te maken. Ik denk in ieder geval dat de publicatie van betalingen een feit zal zijn en in het algemeen geloof ik in termen als “openheid en transparantie”. Maar het moet wel van beide kanten komen.
Tevens waag ik het te betwijfelen of informatie hetzelfde is als begrip. Juist om die reden is het naar mijn mening belangrijk te weten wat die betalingen eigenlijk precies inhouden. De groep boeren die ik vandaag heb ontmoet waren rundvee- en schapenhouders. Velen van hen gebruikten hun bedrijfstoeslag om hun productie te subsidiëren. Misschien is dat wel erg dom van hen. Misschien zouden ze beter kunnen stoppen met het boerenbedrijf en hun boerderij laten vervallen en vrolijk het geld blijven opstrijken.
Een aantal opmerkingen hier was in de trant van dat het falen van het beleid de schuld was van de boeren. Ik denk echter dat de Europese beleidsmakers de schuld op zich moeten nemen voor de tekortkomingen die zij hebben blootgelegd. Degenen die spreken over interventies en exportsteun zijn zeker de hervormingen van 2003 vergeten. Op dit moment bestaan er tekorten binnen de Europese Unie. We importeren rundvlees. De wereldwijde vraag naar zuivelproducten stijgt, er is een tekort aan graan en we zijn echt een heel stuk verder. Goed, maak de gegevens openbaar, maar geef er uitleg bij. Bescherm de mensen door ervoor te zorgen dat zij niet ten onrechte aan de schandpaal worden genageld voor de betalingen die zij ontvangen. Dit mag niet gebruikt worden als een stok om de boeren mee te slaan. De Commissie doet dit in feite al in het kader van de gezondheidscontrole. Daar wordt bekeken op welke manier, nu dat die de gegevens gepubliceerd worden, geschrapt kan worden in de betalingen. We moeten echt goed bekijken voor welke doeleinden de informatie wordt ingezet.
Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, we debatteren over een belangrijk verslag betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Een beleid waaraan we tegen de 45 procent van de begroting van de EU besteden.
Het voorstel van de Europese Commissie heeft de vergroting van de transparantie en de aannemelijkheid van de uitgaven voor de boeren en plattelandsgebieden van de EU ten doel. Tegelijkertijd dient het de wijze te verbeteren waarop het beleid door de burgers van de EU wordt aanvaard en beoordeeld. Maar er komen steeds mensen te voorschijn die niet goed te spreken zijn over het gemeenschappelijk landbouwbeleid, mensen die koste wat het kost onze boeren de steun willen ontnemen en hun willen blootstellen aan de open en ongelijke concurrentie met de boeren uit derde landen.
De vraag is − wat zou er dan met de voedselveiligheid in de EU gebeuren? Ik weet zeker dat de leden van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling van het Europees Parlement mijn mening zullen delen dat er geen kortingen mogen plaatsvinden in de voorziene begroting van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Deze begroting is gestadig aan het krimpen en zal in 2013 nog bij slechts 33 procent van de totale begrotingsuitgaven liggen. Laten we hopen dat de nieuwe regels erbij zullen helpen om de wetgeving te vereenvoudigen overeenkomstig de door de Commissie gepropageerde slogan “beter wetgeven”. Onze burgers zullen in staat zijn om uit te zoeken voor welke doeleinden we het geld van de EU uitgeven.
In november van dit jaar dient de Commissie een mededeling te presenteren over de kwestie van een health check. Ik ben van mening dat de directe steunstelsels van de EU zeer veel eenvoudiger en ook transparanter moeten zijn, en dat de subsidiehoogte voor alle lidstaten moet worden gestandaardiseerd, met andere woorden eerlijk en begrijpelijk moet zijn.
Ik hoop ook dat onze collega’s uit Roemenië opgewassen zijn tegen de huidige problemen met hun subsidiestelsels. We kunnen het niet toelaten dat Roemeense boeren worden geschaad en gestraft door een korting van de subsidies. Deze zijn in Roemenië net zo nodig als in de andere lidstaten. In plaats van de Roemeense boeren te bestraffen, moeten we erbij helpen om het subsidiestelsel te ordenen.
Siim Kallas, vicevoorzitter van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden. Hartelijk dank voor uw interessante opmerkingen. Het is mij een groot genoegen dat ik hier aan deze discussie deel nemen kan, want toen de Commissie toentertijd het gesprek aanging over het voorstel tot meer transparantie wat betreft de ontvangers van de EU-middelen, werd dergelijke informatie slechts in twee landen openbaar gemaakt, namelijk in Denemarken en Estland, en nu wordt dat in 13 landen gedaan en straks uiteindelijk in alle lidstaten. Voor Europese besluitvorming is dit heel erg snel.
Ik heb slechts enkele feitelijke opmerkingen. Allereerst zal de publicatie van de begunstigden van de steun plaatsvinden met volledige inachtneming van de communautaire wetgeving inzake gegevensbescherming. Dat staat ook als zodanig in het voorstel. Een aantal mensen sprak over de publicatie van informatie met betrekking tot de structuurfondsen, maar op die structuurfondsen is volledig dezelfde logica van toepassing, dus hetzelfde artikel 53b van het Financieel Reglement. Er bestaat geen enkel onderscheid dus.
Alle uitkeringen die betaald worden uit de Europese begroting zullen openbaar worden gemaakt, inclusief de salarissen van de hoogste ambtenaren en de leden van de Commissie. Deze gegevens zijn dus totaal openbaar. Hier is dus helemaal niks aan de hand; sinds de goedkeuring van het personeelsstatuut zijn deze gegevens openbaar.
Ik zou het Parlement verder om goedkeuring willen vragen voor de werkwijze die de Commissie in dit voorstel heeft neergelegd. We kunnen ons vinden in de strekking van een aantal van de ingediende amendementen, en een aantal daarvan zal dan ook terug te vinden zijn in de invoeringswetgeving of in de uiteindelijke versie die na compromistekst van het voorzitterschap zal worden goedgekeurd door de Raad. Ik heb er het volste vertrouwen in dat met de verbeteringen die wij nu voor ons hebben liggen Verordening 1290/2005 een nog doeltreffender instrument zal worden dan het nu al is.
De Voorzitter. − Het debat is gesloten.
De stemming vindt op donderdag, 11 oktober 2007, plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 142)
Gábor Harangozó (PSE), schriftelijk. – (HU) Ik ondersteun om verscheidene redenen de aanbeveling van de Commissie. Ten eerste zal het transparant worden wie voordelen trekt uit het GLB, en de omvang van de landbouwsubsidies onder de lidstaten zal vergelijkbaar worden. Ten tweede zal het de legitimiteit van alle instellingen van de EU versterken en van alle beleidsvormen van de Unie in richting van de Europese burger. Ten derde zal dit initiatief zich niet alleen uitstrekken over de landbouwsubsidies, maar ook op de subsidies in alle sectoren van de EU, en kan daardoor de doeltreffendheid van de begrotingscontrole verhogen.
Ik ben het eens met het tweede punt van de aanbeveling, dat wanneer de controlemechanismen van de lidstaten te kort schieten, de regels met betrekking tot de sancties strenger moeten worden gemaakt. In Hongarije hebben we het door middel van grote inspanningen gered om een institutioneel systeem te ontwikkelen dat zo goed mogelijk werkt en aan de bepalingen van de Commissie voldoet.
Ik ondersteun de aanbeveling van de rapporteur, die de bekendmaking van de gegevens in het internet als dwingend vereist voorschrijft. De internetsites van de betaalorganen in de lidstaten zouden worden verbonden met de websites van de Commissie, of met een gemeenschappelijk netwerk van websites in een lidstaat. Natuurlijk moet zo’n gegevensverzameling voldoen aan de bepalingen van de Europese commissaris die belast is met de bescherming van persoonsgegevens. Onder andere is het wezenlijk dat de desbetreffende partijen van tevoren in kennis worden gesteld over de bekendmaking van de gegevens, zo snel mogelijk en waar mogelijk, eveneens wanneer de gegevens worden verzameld.
Alexander Stubb (PPE-DE), schriftelijk. – (EN) Meer transparantie leidt tot minder ongefundeerde anti-EU-propaganda. Het kost ons dus helemaal geen moeite ons bij de rapporteur aan te sluiten in diens waardering voor het Commissievoorstel ter verbetering van de transparantie en de tenuitvoerlegging van de Europese landbouwuitgaven.
We dienen in het oog te houden dat de landbouwuitgaven een van de grootste uitgaveposten van de EU vormen. Daarom is dit voor de Europese Unie een kwestie van legitimiteit.
Bij gebrek aan duidelijk inzicht in alle uitgaven, dus niet alleen de landbouwuitgaven, ontstaat er een verwrongen beeld van de uitgaven die de EU doet. Tegelijkertijd is bekend dat het hele toezicht op de landbouwuitgaven geleidelijk aan is verbeterd.
Gegevens over communautaire uitgaven dienen eenvoudig toegankelijk te zijn via internet. Voor het budgettair toezicht is volledige transparantie onontbeerlijk. Daarom doet het mij deugd dat de heer Chatzimarkakis in de commissie honderd procent steun kreeg.