De Voorzitter. − Aan de orde is de spreektijd van één minuut over kwesties van politiek belang.
Rumiana Jeleva (PPE-DE). - (BG) Bulgaria’s Abandoned Children, de documentaire op BBC 4, waarin de omstandigheden in een tehuis voor lichamelijk en geestelijk gehandicapte kinderen in het dorp Mogilino en de omgang met deze kinderen worden beschreven, heeft geleid tot heftige reacties in de Bulgaarse en internationale gemeenschap. Daarom wil ik vertellen welke stappen zijn ondernomen.
Allereerst hebben we vragen gesteld aan de minister van Arbeid en sociaal beleid en aan de voorzitter van het overheidsorgaan voor kinderbescherming. We hebben geëist dat het tehuis wordt gesloten en dat het proces van deïnstitutionalisering wordt versneld. Het ministerie heeft antwoord gegeven op onze vragen.
Ten tweede hebben we een beroep gedaan op internationale niet-gouvernementele organisaties die sociale diensten aan gehandicapten verlenen. Een van die organisaties is Betel, de grootste charitatieve organisatie in Europa die 150 jaar ervaring heeft met de verlening van zorg aan verstandelijk gehandicapten. De deskundigen van Betel hebben gereageerd op mijn verzoek om het tehuis samen te bezoeken en specifieke oplossingen voor de problemen te bedenken.
De regering is primair verantwoordelijk voor het verschaffen van de nodige materiële en technische uitrusting van deze tehuizen en voor de ondersteuning van de kinderen. Wat we echter nodig hebben, is een andere opvatting van sociale dienstverlening aan kinderen met ernstige verstandelijke handicaps en een andere houding tegenover deze kinderen van de kant van de samenleving en de instellingen. Het afzonderen van deze kinderen in nauwelijks toegankelijke dorpen en kleine steden is een praktijk die in de rest van Europa allang niet meer wordt toegepast. Problemen worden niet opgelost door de waarheid te verbergen maar door de gezamenlijke inspanningen van ons allemaal.
Luis Yañez-Barnuevo García (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, dit Parlement wordt internationaal erkend als een instelling die zich sterk maakt voor vrijheid en mensenrechten en het internationale recht en het systeem van de Verenigde Naties respecteert.
Met het oog hierop willen velen van ons graag weten hoe het Parlement, en zijn Voorzitter, denken over het schandaal dat is ontstaan door de openbaarmaking van de gesprekken tussen de presidenten Bush en Aznar in 2003 op Crawford Ranch kort voor de invasie in Irak.
Sommige aspecten van die gesprekken zijn uitermate bedenkelijk omdat zij getuigen van een totaal gebrek aan respect voor de Verenigde Naties, minachting voor de trans-Atlantische betrekkingen en veronachtzaming van het internationale recht.
Allemaal vermoedden we dat iets dergelijks aan de orde was, maar nooit eerder was het bewijs zo duidelijk. Daarom moet het Parlement wel van zich laten horen, al was het alleen maar om te verklaren dat zoiets schandelijks nooit meer mag gebeuren.
Eugenijus Gentvilas (ALDE). – (LT) Dat verslagen van Europese politici over de opwarming van de aarde, energiebesparing en soortgelijke vraagstukken in de meeste Europese landen met een houding van onverschilligheid worden ontvangen, is reden tot zorg. Ook regio’s, provincies en andere bestuurlijke eenheden geven deze problemen niet de aandacht die ze verdienen. Gevallen waarin energie wordt verspild en de gevolgen van de wereldwijde opwarming worden genegeerd, zijn overal waarneembaar. Zo kom ik bijna iedere dag onderweg van Brussel naar Luxemburg over tientallen kilometers straatverlichting tegen, maar niemand, noch Wallonië noch België noch de provincies, neemt daarvoor de verantwoordelijkheid.
Verder stroken onze woorden heel vaak niet met onze daden, zelfs binnen het Europees Parlement. Ik vind het onbegrijpelijk dat bij iedere vergadering in Straatsburg elk Parlementslid een pak papier krijgt met tweehonderd tot driehonderd pagina’s verslagen. Volgens mij moet dit materiaal alleen op het Internet beschikbaar zijn en niet langer worden afgedrukt.
Bogusław Rogalski (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, op 10 oktober werden twee activisten van de Poolse Vereniging in Wit-Rusland, Angelika Borys en Igor Bancer, opnieuw in Grodno gearresteerd. Zij werden van vandalisme beschuldigd, Bancer werd tot tien dagen gevangenisstraf veroordeeld en Borys kreeg een boete van ongeveer vijftienmaal het gemiddelde maandsalaris in Wit-Rusland. De werkelijke reden voor hun arrestatie, en dat is bij iedereen bekend, was evenwel de geplande demonstratie van de oppositie tegen het autoritaire regime van Alexander Loekasjenko. De Wit-Russische autoriteiten hebben opnieuw laten zien dat onafhankelijke organisaties en vrijheid in dat land niet getolereerd worden. Het inboezemen van angst, aanhoudingen onder allerlei voorwendsels en het zwart maken van Westerse landen zijn de methoden die Loekasjenko reeds lange tijd hanteert om zijn tirannieke heerschappij overeind te houden.
Mijnheer de Voorzitter, wij kunnen niet toestaan dat zulke wijdverbreide schendingen van de mensenrechten, namelijk de persoonlijke waardigheid en vrijheid, onmiddellijk naast de Europese Unie plaatsvinden. Europa kan niet democratisch zijn, zolang Wit-Rusland geen vrij land is. Laten we onze uitgaven opschroeven om de Wit-Russische samenleving te helpen aan de tirannie van de dictatuur te ontsnappen. Laten we eisen dat de rechten van etnische minderheden worden geëerbiedigd, dat er een eind komt aan ongerechtvaardigde arrestaties en dat politieke gevangenen worden vrijgelaten. Er is geen andere manier om de enige dictatuur in Europa te hervormen.
Carl Schlyter (Verts/ALE). - (SV) Dank u wel, mijnheer de Voorzitter. Ik wil met u spreken over het besluit van het Turkse parlement om het Turkse leger toestemming te geven de enige tamelijk rustige regio in Irak binnen te trekken. Zoals het er nu uitziet, kunnen we dit punt meenemen in onze bespreking van het algemene verslag aanstaande woensdag. Hopelijk kan iedereen daarbij aanwezig zijn en amendementen indienen, want dit vormt een grote bedreiging voor de vrede in de regio. Het laat zien welke problemen er ontstaan als het leger druk uitoefent en besluiten doordrijft. We moeten er nu voor zorgen dat de regering weerstand biedt, dat er geen troepen komen en dat niemand ertoe wordt aangezet om met militaire eenheden Irak binnen te trekken. Als ze daar ergens iets te veel van hebben, dan is het wel van militairen. En als ze ergens iets te weinig van hebben, is het een normaal gesprek tussen mensen en dat is wat we moeten ondersteunen. Dank u wel.
Willy Meyer Pleite (GUE/NGL). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, het lijkt wel alsof de Europese Unie qua nieuws en activiteiten een black-out heeft als het gaat om de stelselmatige mensenrechtenschendingen die het Koninkrijk Marokko begaat in de bezette gebieden van de Westelijke Sahara.
Ze hebben ons goed getraind. Niettemin is het Koninkrijk Marokko het Parlement uitleg verschuldigd over het feit dat onze delegatie deze bezette gebieden niet kon bezoeken.
Aan de reeds vermelde informatie moeten nog twee andere feiten worden toegevoegd: ten eerste heeft Marokko de mensenrechtenorganisatie CODESA verboden haar congres in de bezette gebieden te houden en ten tweede hebben de Verenigde Naties nog steeds niet het rapport gepubliceerd van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten, die de bezette gebieden heeft bezocht om de situatie daar volledig in kaart te brengen. Tot op heden is dat rapport nog niet uitgekomen.
Ik dring er bij de Europese instellingen – dit Parlement, de Europese Commissie en de Raad – op aan een eind aan deze situatie te maken.
Gerard Batten (IND/DEM). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, Gordon Brown zei vandaag dat er de eerste 10 jaar geen ander EU-Verdrag nodig is. Hij weet heel goed dat er nooit een ander Verdrag nodig is. Het voorgestelde Hervormingsverdrag is een zichzelf wijzigend Verdrag. Het kleine beetje dat nog over is van soevereine macht kan naar de EU worden overgedragen door besluiten van de Europese Raad, zonder een beroep op het Parlement te doen, laat staan op de burgers.
In het Hervormingsverdrag wordt officieel de legitimiteit en superioriteit van de EU-wetgeving boven de nationale wetgeving gesteld. Als het Britse parlement de bepalingen van het Hervormingsverdrag als superieur erkent en ten koste van de bestaande Engelse en Schotse wetgeving toepast, dan is dit verraad volgens de bestaande wetten inzake landverraad. Elk lid van het Lagerhuis of Hogerhuis dat stemt voor ratificatie van het Hervormingsverdrag is bijgevolg, letterlijk, een landverrader.
(Gelach)
Sla de wetten inzake landverraad er maar eens op na, als u mij niet gelooft!
De Voorzitter. − We moeten voorzichtig zijn met het gebruik van zulke termen, mijnheer Batten.
Manolis Mavrommatis (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, een jaar voor aanvang van de Olympische Spelen in Beijing worden er dagelijks zorgwekkende boodschappen uitgezonden naar het grote publiek. Dit keer gaat het niet om mensenrechten of milieuverontreiniging, maar om het besluit van het organisatiecomité en de autoriteiten van de Volksrepubliek China om elke godsdienstige uiting door de deelnemers aan de Olympische Spelen te verbieden. In strijd met de overeenkomsten die bij de eerste Olympische Spelen zijn gesloten en die door de Chinese autoriteiten en het Internationaal Olympisch Comité zijn ondertekend, worden religieuze symbolen als de Bijbel, het Nieuwe en Oude Testament, gebedsplaatsen en zelfs het crucifix om de nek van een mannelijke of vrouwelijke atleet verboden.
Als christen ben ik daar erg verdrietig over. Ik hoop dat de internationale gemeenschap en de EU zullen voorkomen dat het organisatiecomité van de Olympische Spelen van 2008 deze maatregelen, die zonder precedent zijn, daadwerkelijk uitvoert.
(Applaus)
Catherine Trautmann (PSE) . – (FR) Mijnheer de Voorzitter, collega’s, op 3 oktober heeft de Michelin-groep aangekondigd dat hij stopt met de productie van banden in zijn fabriek in Toul. In 2009 zullen waarschijnlijk meer dan achthonderd arbeidsplaatsen verdwijnen, hoewel de industriële prestaties of de financiële resultaten van de onderneming er niet op wijzen dat er een crisis aan deze ontslagen ten grondslag ligt. Na de aankondiging van deze herstructurering verkopen de aandeelhouders nu hun aandelen met winst, terwijl gewone mannen en vrouwen moeten aanvaarden dat alleen zij het kind van de rekening worden. In dit Huis wil ik graag zeggen hoeveel respect ik heb voor de vakbondsvertegenwoordigers en werknemers die vanaf het begin een enorm verantwoordelijkheidsbesef hebben getoond, ondanks de donkere wolken die hun boven het hoofd hangen. Het gaat er nu niet om een humane manier te vinden om een fabriek te sluiten; het gaat erom manieren te vinden om arbeidsplaatsen te behouden in sectoren als deze, die soms bijzonder hard getroffen worden. De werknemers in Toul verwachten dat de EU beschermings- en organisatiesystemen opzet waarmee de sociale rechten van werknemers worden veiliggesteld, mensen geholpen worden een andere baan te vinden en compensatiefondsen worden gebruikt om industriële projecten nieuw leven in te blazen. Zij hebben de door ons, Europese socialisten, vurig bepleite flexizekerheid nodig; het is echter eveneens van wezenlijk belang aanpassing aan industrieel concurrentievermogen te bevorderen en te zoeken naar wegen om een geïntegreerd industriebeleid te stimuleren ten behoeve van alle gebieden in Europa die momenteel met herstructurering te kampen hebben.
Toomas Savi (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de aandacht vestigen op de verslechterende situatie aan de grens tussen Irak en Turkije. Op zondagochtend werden er 12 Turkse soldaten en 32 Koerden in een Koerdische hinderlaag gedood. Zoals wij reeds weten, heeft het Turkse parlement de invasie van de door Koerden bevolkte gebieden in het noorden van Irak goedgekeurd. Tegelijkertijd heeft de minister-president van Turkije, Tayyip Erdogan, gezegd dat zijn regering bereid is orders te geven aan het leger om de basiskampen van de Koerdische Arbeiderspartij in het noorden van Irak aan te vallen. De situatie zal derhalve hoogstwaarschijnlijk escaleren tot een ernstig militair conflict in het noorden van Irak.
Daar Turkije officieel kandidaatland is voor toetreding tot de EU, wordt het geen tijd voor ons om op te treden en te proberen een militair conflict tussen Koerdische strijders en de binnenvallende Turkse troepen een halt toe te roepen? Anders zou de situatie in deze kwetsbare regio echt uit de hand kunnen lopen en onrustbarende en onvoorziene gevolgen met zich mee kunnen brengen.
Ewa Tomaszewska (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, vorige week was een groep mensen met multiple sclerose te gast bij het Europees Parlement. Een expositie, concert en conferentie waren gewijd aan de mensen die deze vreselijke ziekte hebben. Zij vroegen het Parlement om hulp bij hun problemen, maar in Brussel kregen ze met ernstige discriminatie te maken.
De voorzitster van de betreffende vereniging, die slecht kan horen en zien en in een rolstoel zit, had een geleidehond bij zich. Luchtvaartmaatschappij Wizzair wilde de hond niet in het vliegtuig toelaten, hoewel in haar reglement staat dat geleidehonden van blinde of dove personen vervoerd mogen worden. Bovendien had de vrouw online een ticket voor haarzelf plus de hond gekocht. Pas na een uur discussiëren werd uiteindelijk besloten dat het om een uitzonderlijke situatie ging en konden passagier en hond aan boord gaan. Dit incident heeft de gezondheid van de vrouw ongetwijfeld nadelig beïnvloed.
Petya Stavreva (PPE-DE). - (BG) Mijn land Bulgarije staat aan de vooravond van de eerste lokale verkiezingen na de toetreding tot de Europese Unie. Daarom zijn deze verkiezingen anders dan anders en de nieuwe Europese realiteit leidt tot hoge verwachtingen. In de lokale besturen moeten capabele en actieve personen worden gekozen die op deskundige wijze EU-fondsen kunnen hanteren. Er bestaat een gerede kans dat Bulgarije als volwaardig EU-lid voor de periode 2007-2013 een bedrag van bijna zeven miljard euro krijgt toegewezen. Veel belangrijker is echter dat dit geld terechtkomt bij de mensen die dat het meest nodig hebben, en niet in de zakken van bedrijven of politieke partijen verdwijnt. Aangezien Europa een Europa van de regio’s is en decentralisatie een onomkeerbaar proces vormt, groeit de rol van lokale bestuurders.
Bulgarije is herhaaldelijk en terecht bekritiseerd vanwege zijn ontoereikende bestuurlijke capaciteit en de tekortkomingen in de werkzaamheden van zijn instellingen. Nu wij het vertrouwen van onze Europese partners hebben gekregen en deel uitmaken van de grote Europese familie, moeten we ook de volgende belangrijke stap zetten, namelijk burgemeesters en gemeenteraadsleden kiezen die niet alleen op regionaal en nationaal niveau maar ook op Europees niveau kunnen werken. Als vertegenwoordiger van Bulgarije in het Europees Parlement vind ik het erg belangrijk dat hooggekwalificeerde en kundige personen in de lokale besturen worden gekozen. Nu wij het gemeenschappelijke Europese huis zijn binnengetreden, moeten we zelf aan de slag om onze welverdiende plek te bemachtigen en deze niet als een geschenk beschouwen.
Csaba Sándor Tabajdi (PSE). - (HU) Mijnheer de Voorzitter, morgen viert Hongarije de verjaardag van de Hongaarse Revolutie en vrijheidsstrijd in 1956. De afgelopen paar jaar en de debatten, ook in dit Huis, over de aard van de ideologieën van Hitler en Stalin en over de ellende die zij hebben teweeggebracht, hebben één ding duidelijk gemaakt: het meer fortuinlijke westerse deel van Europa heeft de geschiedenis heel anders heeft ervaren dan de tien Midden-Europese landen die onlangs tot de EU zijn toegetreden.
Zo heeft ook 9 mei voor ons een andere betekenis. Voor ons was het niet alleen de datum van de bevrijding maar ook de start van een nieuwe bezetting. Niettemin zijn drie gebeurtenissen in Midden-Europa, daden van verzet tegen de Sovjet-Unie en communistische dictaturen in Sovjetstijl, te weten de Hongaarse Revolutie van 1956, de Praagse Lente van 1958 en de Poolse beweging Solidariteit (Solidarność), deel geworden van onze gemeenschappelijke Europese geschiedenis. Dat 1956 zo uniek was, ligt aan het feit dat bij geen enkele andere opstand een volk de wapens opnam tegen het machtigste leger ter wereld, het Sovjetleger, en dat in geen enkel ander geval een land zich neutraal verklaarde.
Alles waarvoor de helden van 1956 streden – democratie, de rechtsstaat en vrijheid – werd met de verandering van het regime gerealiseerd. Als wij Hongaren op één gebeurtenis in de twintigste eeuw trots kunnen zijn, dan is het wel op de revolutie van 1956 en op de rol die we hebben gespeeld in de hereniging van Duitsland. Dank u wel voor uw aandacht.
Horia-Victor Toma (ALDE). - (RO) Bij de winning van goud en zilver wordt momenteel onder meer gebruikt gemaakt van cyanide. Ik wil graag benadrukken dat een dergelijk winningsproces de onomkeerbare vernietiging van ecosystemen en ernstige schade aan het menselijk lichaam kan veroorzaken. Cyanide is namelijk een van de stoffen die onveranderd in het grondwater terechtkomen, momenteel de voornaamste bron van drinkwater. Wat de opwarming van de aarde betreft, leidt het gebruik van cyanide tot verandering van de temperatuur en neerslagpatronen en tot overstromingen en landverschuivingen. Het ongeval in Roemenië in Baia Mare in het jaar 2000, waarbij ongeveer 100 000 m3 met cyanide en zware metalen verontreinigd water uit een reservoir stroomde, veroorzaakte de grootste ramp in Oost-Europa sinds Tsjernobyl. Daarop vond in Roemenië een hervorming van de mijnwet plaats. Aan het parlement werd een wijziging voorgelegd, die een verbod op het gebruik van cyanide in de mijnbouw inhield.
Mijnheer de Voorzitter, ik zou graag zien dat het Roemeense voorbeeld door de andere landen van de Europese Unie wordt gevolgd, zodat het verbod op cyanide uiteindelijk regel in de EU zal worden.
Richard James Ashworth (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, deze donderdag zal het Parlement stemmen over de begroting voor 2008. Aangezien de Rekenkamer volgende maand verslag zal uitbrengen, wil ik uw aandacht vestigen op de interinstitutionele overeenkomst die in 2006 door de drie instellingen gezamenlijk ondertekend is. Volgens artikel 44 van die overeenkomst zijn alle lidstaten verplicht een verklaring te geven voor financiële transacties waarmee EU-middelen zijn gemoeid. Ik ben geïnformeerd dat volgens het huidige programma de Commissie geen relevante informatie van de lidstaten zal ontvangen vóór 15 februari 2008. Pas dan kunnen de gemeenschappelijke normen voor boekhouding en interne controle worden vastgesteld. Dit betekent dat het onwaarschijnlijk is dat de Rekenkamer de vereiste informatie voor de volgende twee jaar zal ontvangen. Dat is onaanvaardbaar. Niet alleen druist dit in tegen de geest van de interinstitutionele overeenkomst, maar de niet aflatende mislukking om tot een bevredigend controleverslag te komen, ondermijnt in hoge mate de geloofwaardigheid van dit Parlement. Ik verzoek u dringend, mijnheer de Voorzitter, om elke gelegenheid aan te grijpen, om erop aan te dringen dat lidstaten in de toekomst veel meer urgentie aan deze zaak verlenen.
Pierre Pribetich (PSE) . – (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de Verenigde Naties hebben bepaald dat uiterlijk 10 december aanstaande de toekomstige status van Kosovo moet zijn vastgesteld. De situatie is momenteel echter kritiek, omdat de Kosovaarse autoriteiten dreigen eenzijdig de onafhankelijkheid uit te roepen, Servië pleit voor een systeem van uitgebreide autonomie en Rusland zijn veto heeft uitgesproken over het voorstel van de speciale gezant van de VN voor onafhankelijkheid onder toezicht. Ik wil graag de nadruk leggen op de belangrijke rol die de Europese Unie in de oplossing van deze crisis hoort te spelen.
Het is ons aller wens dat de Unie een Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid aanstelt. Maar hoe geloofwaardig is die benoeming als wij niet in staat zijn onze bijdrage te leveren aan een specifieke oplossing voor de situatie in Kosovo, die officieel nog steeds onder buitenlandse zaken valt, maar eigenlijk een interne aangelegenheid van de Unie is? Daarom moet de EU richting geven en een heldere visie formuleren waarbij een compromis wordt gevonden tussen de Servische en Kosovaarse eisen. Zij moet wel oppassen dat met haar oplossing niet de geest van afscheiding uit de fles raakt. Tevens dient zij zich uit te spreken over de toekomst van Kosovo en haar stem in de gemeenschap van de naties te laten horen.
László Surján (PPE-DE). - (HU) Dank u wel dat u mij de gelegenheid biedt om het woord te voeren, mijnheer de Voorzitter. De delegatie van het Europees Parlement heeft eerder deze maand in Santiago niet alleen Chileense parlementariërs maar ook milieuorganisaties ontmoet. Volgens hen handelen bedrijven uit de EU met vestigingen in Chili beslist niet in overeenstemming met de milieubeginselen die zij in Europa toepassen. De wettelijke en ethische visies zijn duidelijk, maar helaas staan beide lijnrecht tegenover elkaar. Wat deze bedrijven doen is wettelijk misschien toegestaan, maar vanuit ethisch oogpunt bezien is het schadelijk. Vaak wordt Europees kapitaal naar het buitenland verplaatst omdat de milieuwetgeving in het betreffende land beperkt is. Dergelijke operaties schaden onze belangen in allerlei opzichten. Daarom moeten we aandringen op strenge milieuregels, niet alleen in de Europese Unie maar ook daarbuiten. De Europese Unie dient het initiatief te nemen. Als wij niet onze verantwoordelijkheid nemen jegens de volgende generatie mensen op deze aarde, berokkent dat de Europese burgers nu reeds materiële en immateriële schade.
Zita Pleštinská (PPE-DE). - (SK) Graag wil ik mijn grote waardering uitspreken voor de vijfde editie van de Europese Week van regio’s en steden die van 8 tot 11 oktober 2007 in Brussel plaatsvond. Dit evenement bood een uniek platform voor regio’s en steden uit de hele Europese Unie. Zij wisselden praktische ervaringen uit en verwierven kennis over vernieuwende initiatieven op het gebied van regionale ontwikkeling.
Als leden van het Europees Parlement kregen wij tevens de kans tijdens interessante programma-activiteiten regionale politici te ontmoeten. Ik wil het Comité van de Regio’s, het Directoraat-generaal Regionaal beleid van de Europese Commissie en de Commissie regionale ontwikkeling van het Europees Parlement bedanken voor de organisatie van dit evenement. Verder wil ik onze Voorzitter, de heer Hans-Gert Pöttering, danken voor zijn toespraak, die dit evenement waardig was. Wat we nodig hebben, zijn dynamische Europese regio’s met een sterk menselijk potentieel, met moedige en enthousiaste regionale politici en goed voorbereide projecten die gericht zijn op innovatie en het scheppen van nieuwe banen waarbij in regionale groepen wordt samengewerkt. Alleen zulke regio’s kunnen de uitdagingen van een geglobaliseerde wereld aangaan.
Marianne Mikko (PSE). - (ET) Vrijdag wordt de tweede Top Europese Unie-Rusland van dit jaar geopend. Er is geen enkel land dat we zo vaak ontmoeten, en toch zijn er nog steeds problemen.
Op de top van vrijdag neemt de heer Poetin geen afscheid: hij blijft de touwtjes in Rusland in handen houden. Laten we de heer Poetin geen lof toezwaaien maar bespreken hoe we het strategisch partnerschap tussen Rusland en de Europese Unie inhoud kunnen geven.
Voor Europa’s veiligheid is het erg belangrijk dat de samenwerking op het gebied van crisisbeheersing die tijdens de bijeenkomst van november 2003 is afgesproken, nu handen en voeten krijgt, vooral met het oog op bevroren conflicten.
In Portugal moet Rusland worden verzocht Transnistrische separatisten die door de Europese Unie tot persona non grata zijn verklaard, te behandelen zoals een echte partner betaamt: Rusland dient zijn grenzen te sluiten voor de Transnistrische elite. Momenteel kan een bende die bezig is Europa’s buurlanden te destabiliseren, vrij via Russische luchthavens reizen.
Dit is een maatregel die Rusland eenvoudig kan treffen en het zou bovendien een teken zijn dat Rusland naar Europa luistert en dat wij echte partners zijn.
Marios Matsakis (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, na de eensluidende uitslag van de topconferentie in Lissabon van vorige week, is het betreurenswaardig dat Nicosia nog steeds een verdeelde stad is, zoals ooit Berlijn was. Sinds 1963 heeft een zogenaamde groene grenslijn de stad verdeeld en haar bevolking in een Grieks Cypriotisch en een Turks Cypriotisch deel gesplitst. Deze grenslijn wordt streng bewaakt door Turkse troepen aan de ene kant en Cypriotische troepen aan de andere kant. De verdeling loopt – heel vreemd – door Ledra Street, een drukke winkelstraat in het centrum van Nicosia, die in tweeën wordt gesplitst door een glazen muur die er dwars doorheen loopt, waardoor de Griekse Cyprioten van de Turkse Cyprioten worden gescheiden.
Mijnheer de Voorzitter, ik verzoek u met klem om de regeringen van Turkije en Cyprus persoonlijk en dringend te verzoeken om de historische stap te nemen - zonder enige gecompliceerde voorwaarden en schijnbaar goedkope politieke excuses - om Ledra Street te openen en de Griekse en Cypriotische Turken zich vrij in hun hoofdstad te laten bewegen. Laat de opening van Ledra Street in Nicosia weer een symbool worden voor vrede en eenheid voor het Europese volk en de katalysator voor de oplossing van de Cyprus-kwestie.
Georgios Papastamkos (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, op de internetsite van de EU staat vandaag het nieuws dat OLAF, in samenwerking met de Oostenrijkse autoriteiten, een netwerk van illegale Chinese kleding- en schoeiselimporteurs heeft opgerold. De schade voor de EU-begroting bedraagt 200 miljoen euro. In het licht van dit actuele nieuws, dat geen op zichzelf staand geval betreft maar een praktijk die overal in Europa voorkomt, roep ik u, dames en heren, op een verzoek tot de Commissie te richten. Er moeten meer douanecontroles komen en de invoerbeperkingen dienen tot na dit jaar te worden verlengd. De beschermende handelsmaatregelen met betrekking tot de import van schoeisel moeten doeltreffender worden toegepast.
Karin Scheele (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het doet mij veel genoegen dat commissaris Stavros Dimas hier aanwezig is. Ik wil graag mijn instemming betuigen met de actie die de Commissie vorige week ondernomen heeft naar aanleiding van de illegale voorjaarsjacht op wilde vogels in Malta. Wij hebben veel aandacht aan deze zaak besteed, niet alleen in het Parlement maar ook in onze Commissie verzoekschriften. Volgens mij is er een belangrijke stap gezet, nu er een laatste waarschuwing naar de Maltese autoriteiten is uitgegaan. Hopelijk zien we volgend voorjaar de vruchten van deze waardevolle en verstandige politieke maatregel en zal dan de Europese wetgeving worden toegepast in de vorm van een afgedwongen verbod op de illegale voorjaarsjacht.
Ryszard Czarnecki (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, vorig jaar hebben de 25 landen van de Europese Unie een gemeenschappelijke stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen Albanië en de EU ondertekend. Vandaag, zestien maanden na de ondertekening, hebben pas tien landen het document geratificeerd. Het is veelzeggend dat van deze tien landen er zes tot de nieuwe EU-lidstaten behoren: Polen, Hongarije, Slowakije, Slovenië, Litouwen en Letland. Vier landen maken deel uit van de oude EU, namelijk Spanje, Ierland, Zweden en Luxemburg. Daarom roep ik de resterende zeventien EU-landen op deze overeenkomst zo spoedig mogelijk te ratificeren, anders blijft het begrip Europese solidariteit een holle frase.
Milan Gaľa (PPE-DE). - (SK) De Italiaanse autoriteiten hebben de lidstaten van de Europese Unie via het Systeem voor vroegtijdige waarschuwing en maatregelen geïnformeerd over een uitbraak van tropische koorts die door het chikungunya-virus in de regio Emilia-Romagna wordt verspreid. Zij hebben 197 gevallen van besmetting met het tropische virus gemeld. Uit laboratoriumproeven is gebleken dat 14 procent van het totaal aantal zieken het virus heeft opgelopen en het virus heeft één slachtoffer geëist.
Hoewel er nu nog geen reden tot paniek is, moet de Europese Unie opnieuw maatregelen treffen om zich voor te bereiden op een mogelijke grote epidemie. Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, dat toezicht houdt op besmettelijke ziekten, stelt dat het virus zich door gunstige weersomstandigheden kan verspreiden, vooral in het Middellandse Zeegebied. Het risico dat het virus naar andere Europese landen overwaait, is eveneens groot. Besmette personen kunnen een nieuwe transmissiecyclus in andere regio’s van de Unie in gang zetten.
Kyriacos Triantaphyllides (GUE/NGL). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, vorige week werd Arat Dink, de zoon van Hrant Dink, de vermoorde Turkse journalist, door een Turkse rechtbank veroordeeld vanwege een reeks artikelen die hij over de Armeense genocide had geschreven. De heer Dink, uitgever van de krant Agos, werd schuldig bevonden op grond van artikel 301 van het Turkse Wetboek van Strafrecht. Dit artikel werd eertijds ook gebruikt om zijn vader te veroordelen. Arat Dink kreeg één jaar voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Daarom is het goed ons af te vragen wat de Europese Commissie doet om Turkije ertoe te bewegen dit artikel uit zijn wetboek van strafrecht te schrappen.
Dames en heren, hoeveel tijd heeft Turkije, gezien zijn hardnekkige houding, volgens ons nog nodig voordat het beseft dat het Europese verplichtingen heeft en zich daarom als een democratische staat moet gedragen?
György Schöpflin (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, er is verontrustend nieuws uit Slowakije. De directeur van het Danube Museum in Komárno, Csaba Fehér, is met ontslag bedreigd. Een van de beschuldigingen is, dat hij mede-organisator was van een tentoonstelling in het Europees Parlement afgelopen jaar. Op die tentoonstelling worden bewijsstukken getoond van het lijden van de Hongaarse minderheid tijdens het Tsjechoslowaakse bewind na 1945 op grond van collectieve schuld. Het begrip collectieve schuld is volstrekt onverenigbaar met burgernormen en mensenrechten die centraal staan bij de democratische grondvesten van de Europese Unie.
Als lidstaat van de Europese Unie heeft Slowakije deze beginselen volledig aanvaard. Waar de Slowaakse autoriteiten mee bezig zijn, druist derhalve niet alleen lijnrecht in tegen het normen-en-waardenstelsel van de mensenrechten, maar hekelt daarmee impliciet ook het Europees Parlement. Slowakije moet deze tegenstellingen zo snel mogelijk oplossen.
Silvia-Adriana Ţicău (PSE). - (RO) Uit statistieken blijkt dat de bevolking in de Europese Unie vergrijst. Vijfendertig procent van de Europese burgers is ouder dan vijftig jaar en niet meer dan zestien procent van de EU-bevolking is jonger dan veertien jaar.
De toekomst van Europa hangt af van het demografische beleid dat de EU voert. Het demografische beleid moet zorgen voor toegankelijke gezondheidsdiensten en een fatsoenlijk pensioen voor gepensioneerden, maatregelen om het geboortecijfer in alle lidstaten te verhogen en fatsoenlijke, stabiele en goed betaalde banen. Daarom verzoek ik de Europese Commissie om samen met de lidstaten op dit punt een Gemeenschapsbeleid en nationale strategieën te ontwikkelen. Het resultaat van zulke maatregelen zal de komende twintig tot dertig jaar zichtbaar worden. Een sociaal Europa heeft al zijn burgers nodig en vooral belangrijk is dat elke burger in de samenleving integreert en een behoorlijk inkomen heeft. Daarom moeten we een koppeling aanbrengen tussen het beleid voor de bescherming en ontwikkeling van de bevolking en het demografische beleid.
Anna Záborská (PPE-DE). - (SK) Opnieuw was de Hongaarse Garde dit weekend een van de belangrijkste gespreksonderwerpen in Slowakije en Hongarije. Alle mensen van goede wil streven naar vrede en verzoening tussen alle naties. Gezien de samenstelling van de huidige regeringen in Hongarije en Slowakije is er in het belang van de democratie een sterke christendemocratische oppositie nodig. Wij zullen echter niet winnen als we ons door sentimenten en emoties laten leiden.
Ik verzoek de Hongaarse regering het vredesverdrag te eerbiedigen dat op 10 februari 1947 in Parijs met Hongarije werd getekend. In dit verdrag beloofde Hongarije op zijn grondgebied nooit meer (activiteiten van) op het fascisme georiënteerde politieke, militaire en semimilitaire organisaties toe te staan, die revisionistische propaganda verspreiden. Dat is volgens mij het beste dat gedaan kan worden in de naam van vrede en wederzijds begrip tussen onze naties.
Marian Harkin (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil iets vertellen over een brief die vorige week gepubliceerd werd in een Iers landelijk dagblad en ondertekend was door, onder andere, verscheidene leden van dit Parlement. De contekst is dat Ierland waarschijnlijk het enige land zal zijn waar een referendum gehouden wordt over het zogeheten “Verdrag van Lissabon”. In deze brief werden drie eisen gesteld. Eén van de eisen is dat het Verdrag in elke lidstaat aan de burgers in een referendum voorgelegd moet worden. Volgens de tweede eis moeten de nationale parlementen van de EU-landen passende juridische en constitutionele voorzieningen treffen om referenda mogelijk te maken.
Ik moet zeggen dat deze eisen mij versteld doen staan. Hoe staat het met het subsidiariteitsbeginsel, waarbij beslissingen op het juiste niveau worden genomen – in dit geval, op het niveau van de lidstaten? Ik vermoed dat, volgens een of andere kromme redenering, degenen die minder bemoeienis van Europa willen, in feite dezelfde zijn die uiterste bemoeienis in de zaken van lidstaten voorstaan door te eisen dat nationale parlementen hun grondwetten en wettelijke bepalingen wijzigen om de wensen van de briefschrijvers in te willigen. Dat zou zeker een democratisch tekort zijn!
Ioannis Gklavakis (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ieder jaar overlijden er in de EU 650 000 mensen door tabaksrook. Het is net een kleinschalige oorlog. Van deze sterfgevallen worden er 80 000 veroorzaakt door passief roken. Tabaksrook blijkt 4 000 stoffen te bevatten, waarvan er vijftig kankerverwekkend zijn. Al tientallen jaren geleden heeft de medische wereld de nadelige en mogelijk fatale gevolgen van roken gedocumenteerd. Het is onze plicht om te proberen het roken terug te dringen en we moeten vooral zien te voorkomen dat jongeren ermee beginnen. Willen we daarin slagen, dan is krachtige wetgeving nodig. Roken op openbare plaatsen dient verboden te worden. Fabriekstoevoegingen in tabak moeten gecontroleerd, onderzocht en beperkt worden. Er dient streng toezicht te worden gehouden op de verkooppunten. Dat zijn we verschuldigd aan de 70 procent van de EU-burgers die niet roken, en aan de overweldigende meerderheid van rokers die willen stoppen.
Geoffrey Van Orden (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, samen met vele leden van het Parlement, - misschien wel de meeste leden, gezien onze resoluties – ben ik verbijsterd dat de Europese Unie voornemens is om de tiran van Zimbabwe, Mugabe, uit te nodigen voor de EU-Afrika-topconferentie in Lissabon in december. Commissaris Michel vertelt mij dat de redenen hiervoor zijn – die ik nogal verkeerd vind – dat wij moeten proberen Mugabe niet te isoleren, omdat dit zijn imago juist ten goede komt, en dat de EU gezien wil worden als een wereldstrateeg. Mugabe uitnodigen naar Lissabon is een aanfluiting van onze principes en is lijnrecht in tegenspraak met de eigen standpunten van de EU. Wij zijn tekort geschoten in de diplomatieke betrekkingen met Afrika als er een Afrikaanse regering is die nog respect heeft voor Mugabe.
Mijnheer de Voorzitter, ik weet dat u onze bezorgdheid over de verschrikkelijke situatie in Zimbabwe deelt. Mag ik u vragen twee dingen te doen: allereerst, nogmaals de duidelijke boodschap van het Parlement overbrengen dat Mugabe niet in december in Lissabon uitgenodigd moet worden, en ten tweede, de wensen van het Parlement respecteren en geen enkele EU-topconferentie bijwonen waarvoor Mugabe of andere verbannen Zimbabweaanse politici uitgenodigd zijn?
Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, vandaag bespreken we in het Europees Parlement het verslag van Richard Corbett over het amendement op artikel 173 van het Reglement van het Europees Parlement betreffende het volledig verslag.
Naar mijn mening gaat de commissie niet de juiste richting op. Ik denk dat ik dat kan zeggen op grond van artikel 96 waarin staat dat het “Parlement zorgt voor een optimale transparantie van zijn werkzaamheden”. Elke poging om de informatievoorziening aan de EU-landen en de toegang daartoe te beperken, ondermijnt dus dit fundamentele recht en is in strijd met de grondgedachte van de Unie, het Reglement van het Europees Parlement en bestaande overeenkomsten, en vormt een schending van fundamentele mensenrechten in de Europese Unie.
Wij bouwen toch niet aan een Europese Unie waarin kleinere landen met minder veerkrachtige culturen worden gediscrimineerd? Als dat wel zo is, hadden we dat die landen vóór toetreding moeten vertellen. Onkosten en financiële middelen vormen ook geen goed argument. We besteden zo veel geld aan onnodige faciliteiten en administratie dat we ons toch op z’n minst een adequate communicatie met de samenleving moeten kunnen veroorloven.
Ilda Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, op 18 oktober vond de grootste demonstratie in Lissabon in twintig jaar plaats, die was georganiseerd door het Algemeen Verbond van Portugese werknemers. Meer dan 200 000 mensen veroordeelden het neoliberale beleid van de Europese Unie, zeiden “nee” tegen flexizekerheid, protesteerden tegen werkloosheid, sociale uitsluiting en de armoede waarin meer dan 20 procent van de Portugezen leven, en eisten een sociaal Europa.
Europese leiders kunnen deze belangrijke demonstratie niet negeren. Daarom spreken wij onze waardering uit voor het Algemeen Verbond van Portugese Werknemers en de leden ervan en verklaren wij ons solidair met de strijd die zij voeren om de waardigheid van werkende mensen te beschermen.
VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS Ondervoorzitter
Bernard Wojciechowski (IND/DEM). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, Howard Stern – sorry, het weekblad Stern liet de Duitse samenleving met de billen bloot gaan door in de laatste editie te publiceren dat elke vierde Duitser nog steeds vindt dat het nationaal socialisme goede aspecten heeft. Welnu, als dit waar is, kan dit betekenen dat of elke vierde Duitser in dit gebouw dit ook vindt – wat op zich schandalig zou zijn – of deze Duitse delegatie in het Europees Parlement is niet de stem van het hele Duitse volk. Onlangs kreeg Duitsland 96 zetels toegewezen. Gelet op de statistieken in Stern, zou het misschien verstandiger zijn om dat land slechts drie zetels toe te wijzen, zodat er geen kans voor de vierde bestaat!
Ik ben het echter met de heer Schulz over één ding eens: in een verenigd Europa is geen plaats voor welke vorm van nationalisme dan ook. Toch dient de heer Schulz beter in zijn eigen achtertuin te kijken, namelijk naar het Duitse vandalisme. Gezien mijn achtergrond, ik ben van Poolse afkomst, wens ik dat alle Duitse leden zoveel het woord tegen het nationalisme zouden voeren als de heer Schulz.
Urszula Krupa (IND/DEM). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, psychologisch gezien zijn gevoelens als verantwoordelijke liefde voor een andere persoon, familie of het eigen land, ook wel patriottisme genoemd, samen met andere hogere emoties het bewijs voor een hoog niveau van persoonlijke ontwikkeling. In tegenstelling tot primitieve emoties die wij met de dieren delen, bevinden hogere emoties zich zelfs op een aparte plaats in de hersenen. Patriottisme is liefde voor nationale tradities, cultuur en taal, betekent een verlangen om deze te bevorderen en houdt respect en toewijding met betrekking tot het eigen land in. Deze waarden hebben absoluut niets van doen met nationalisme en chauvinisme, die gekenmerkt worden door haat jegens andere mensen. Patriottisme leidt niet tot belediging van volken of landen. Het wordt primair getypeerd door openheid voor andere landen en respect voor hun recht op soevereiniteit en autonomie.
Ik wil u graag op de ware aard van patriottisme wijzen, vooral na de toespraken van enkele linkse Parlementsleden die nationale regeringen hebben geschoffeerd en een patriottistische houding belachelijk hebben gemaakt, misschien omdat zij niet het verschil begrijpen tussen liefde voor het eigen land en de haat die bijvoorbeeld het chauvinisme kenmerkt. Gezien de Europese integratie is het bijzonder belangrijk een onderscheid te maken tussen deze twee totaal verschillende begrippen die door veel mensen met elkaar worden verward.
Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het omgaan met de bezorgdheid over de energievoorziening is een van de grote en meest belangrijke kwesties waarmee de Europese Unie geconfronteerd wordt, omdat het gepaard gaat met de bezorgdheid over klimaatverandering. Veiligstelling van de energievoorziening en de kostenstijgingen, met een prijsstijging van 100 procent in de laatste vijf jaar, zijn de grootste zorgen.
Welnu, voor Ierland zijn de uitdagingen bijzonder groot. Wij hebben te maken met een toenemende vraag naar energie en een grote afhankelijkheid van ingevoerde fossiele brandstoffen. Wij zijn voor 90 procent afhankelijk. Wij moeten flink investeren in onze infrastructuur, werken aan het liberaliseren van de markt en onze kooldioxide-uitstoot verminderen.
Het Parlement bestudeert een actieplan voor de tenuitvoerlegging van een energiebeleid voor Europa. In Ierland zijn wij een nationale Ierse energiemarkt aan het opzetten, waarbij elektriciteitsmarkten in het noorden en zuiden fuseren. Dit is positief, maar het is niet genoeg. De schaal van de markt is te klein. Voor een geharmoniseerde energiemarkt is aansluiting bij de rest van de Europese Unie van vitaal belang voor Ierland – maar dat kost geld, en ik zou de Ierse regering dringend willen verzoeken om te denken aan de aanwending van het cohesiefonds voor die investering, omdat het noodzakelijk is voor de voortzetting van de economische groei van Ierland.
De Voorzitter. − Hiermee is dit onderdeel beëindigd.