Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2628(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

O-0048/2007 (B6-0319/2007)

Debatten :

PV 24/10/2007 - 14
CRE 24/10/2007 - 14

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 24 oktober 2007 - Straatsburg Uitgave PB

14. Internationaal verdrag tot uitbanning van clustermunitie (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het debat over:

- de mondelinge vraag aan de Raad over een internationaal verdrag tot uitbanning van clustermunitie, follow-up van de verklaring van Oslo van Josep Borrell Fontelles, namens de Commissie ontwikkelingssamenwerking (O-0048/2007 - B6-0319/2007);

- de mondelinge vraag aan de Commissie over een internationaal verdrag inzake een verbod op clustermunitie, vervolg op Verklaring van Oslo van Josep Borrell Fontelles, namens de Commissie ontwikkelingssamenwerking (O-0052/2007 - B6-0320/2007).

 
  
MPphoto
 
 

  Josep Borrell Fontelles, auteur. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, minister, de roep om een verbod op clusterbommen wordt sterker en sterker. Door het gebruik van deze bommen in de zomer van 2006, tijdens de oorlog in Libanon, werd duidelijk welke menselijke rampen ze kunnen aanrichten.

Het gaat hier om wapens die een gevaar zijn voor zowel burgers als militairen, maar die in de praktijk negentig procent van hun slachtoffers onder burgers maken. Daarnaast ontploft tien procent van deze dodelijke bommen niet. Deze onontplofte munitie blijft onder de grond liggen, met hetzelfde effect als landmijnen.

Het opruimen van deze munitie is dan ook zeer gevaarlijk, zowel voor de bevolking als de internationale vredesmachten. Deze bommen worden niet alleen ingezet voor oorlogsdoeleinden; ze functioneren tevens als een langdurig obstakel voor vervoer en landbouw en werpen handelsbelemmeringen en hindernissen voor humanitaire hulp op.

Zo vormt deze munitie een van de belangrijkste problemen bij de ontwikkeling van arme landen: de armste landen hebben er het meest van te lijden en de grootste slachtoffers in deze landen zijn de armste en laagst geschoolde inwoners.

We kunnen niet langer volhouden dat het bombarderen van de vijand vanaf een hoogte van 10 000 meter en hem met bommen bestoken die onder de grond blijven liggen, een doeltreffende vorm van vredesbewaking of militaire actie is.

De inzet van vredesmachten en humanitaire hulp zijn nu van levensbelang voor de stabilisering en wederopbouw van de gebieden die te kampen hebben met de gevolgen van conflicten. Deze bommen kunnen nu geenszins meer gerechtvaardigd worden, ook niet vanuit militair oogpunt.

Vandaag gaan we met de Commissie en de Raad spreken over de initiatieven die zijn ondernomen als gevolg van deze in de internationale gemeenschap wijdverbreide verandering van mening over clusterbommen.

Het Europees Parlement heeft herhaaldelijk een zeer duidelijk standpunt aangenomen: wij willen internationale regelgeving op mondiale schaal die het gebruik, de productie, de overdracht, de financiering en de aanleg van voorraden van clusterbommen uitbant. In afwachting hiervan zouden de EU-lidstaten unilaterale maatregelen moeten nemen voor een verbod op het gebruik en de overdracht van deze bommen, zoals vele landen al gedaan hebben en andere op het punt staan te doen.

Commissaris, minister, het Europees Parlement wil het voorzitterschap van de Raad, de Commissie en de lidstaten bedanken voor hun inzet bij de onderhandelingen over een nieuw protocol betreffende alle humanitaire problemen als gevolg van het gebruik van clusterbommen bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het gebruik van bepaalde conventionele wapens. Helaas moeten we echter onderkennen dat er tot op heden zeer weinig vooruitgang is geboekt.

We hebben derhalve een degelijk proces van Oslo nodig, op basis waarvan de landen, de NGO’s, het Rode Kruis en de internationale organisaties een ambitieuze agenda kunnen opstellen en uitvoeren. Op dit moment wordt Oslo gesteund door tachtig landen, waaronder veel ontwikkelingslanden, maar het is nog helemaal niet duidelijk of dit proces uiteindelijk zal resulteren in een volledig verbod op clusterbommen.

Het is duidelijk dat we behoefte hebben aan een geïntegreerde en allesomvattende benadering met een humanitaire insteek, die zich niet alleen richt op ontwapening maar juist vooral op het beschermen van burgers en die hen helpt om te gaan met de nasleep van een oorlog. Tegelijkertijd moeten de bestaande voorraden van deze bommen worden vernietigd en de verontreinigde gebieden worden schoongemaakt.

Nu er een aantal belangrijke evenementen aankomen, zoals de bijeenkomst in Wenen in december en de bijeenkomst in Brussel de week daarna, evenals 5 november, de wereldwijde actiedag tegen clustermunitie, die in de hele wereld gepaard gaat met allerlei activiteiten, vraag ik me af wat we gaan doen.

In dit kader wil ik de vertegenwoordigers van de Commissie en de Raad vragen wat we gaan doen, wat ons standpunt zal zijn. Wat is het standpunt van de Europese Unie over de stand van zaken in de besprekingen in het kader van het Verdrag inzake het gebruik van bepaalde conventionele wapens?

Zal er een gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake deze kwestie komen? Welke initiatieven ondernemen we om lidstaten aan te moedigen nationale maatregelen tegen clusterbommen te nemen? Wat doen we om derde landen te ondersteunen bij het opruimen van deze munitie, het geven van voorlichting over de risico’s en het vernietigen van voorraden reeds verboden munitie?

Ten slotte, is de Commissie bereid na te denken over het organiseren van een internationale conferentie over de rol van de EU bij het omgaan met de sociaal-economische, humanitaire en ontwikkelingsgevolgen van conflicten waarin deze wapens zijn gebruikt?

 
  
MPphoto
 
 

  Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. −(PT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, mijnheer Borrell, ik zou u allereerst willen bedanken voor uw drie vragen over deze specifieke kwestie van het verbod op clusterbommen. Ik zal proberen om alle drie de vragen aan de Raad zo beknopt en objectief mogelijk te beantwoorden.

Op uw eerste vraag moet ik zeggen dat het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie zoals u weet namens de Europese Unie zijn bezorgdheid over de humanitaire consequenties van clustermunitie heeft uitgesproken, in het kader van het Verdrag inzake bepaalde conventionele wapens, waarnaar ik om mijn redevoering kort te houden vanaf nu zal verwijzen als het “Verdrag”. Meer in het bijzonder heeft de Europese Unie tijdens de derde Herzieningsconferentie van de Staten die partij zijn bij het Verdrag uitgedragen dat clustermunitie een zeer belangrijk onderdeel zal zijn van de verdere werkzaamheden in het kader van het Verdrag inzake bepaalde conventionele wapens.

De EU heeft een voorstel ingediend voor de opzet van een Open Groep regeringsdeskundigen die aanbevelingen zou moeten doen voor verdere maatregelen in het kader van het Verdrag. Dit voorstel werd niet goedgekeurd tijdens de Herzieningsconferentie van de Staten die partij zijn bij het Verdrag. Er werd echter wel overeengekomen om zo snel mogelijk een intersessionele bijeenkomst van de Groep regeringsdeskundigen inzake ontplofbare oorlogsresten te beleggen, waarbij met name over clustermunitie gesproken zou worden.

Deze bijeenkomst werd van 19 tot 22 juni 2007 in Genève gehouden. Bij deze bijeenkomst diende de EU een ontwerponderhandelingsmandaat in voor een wettelijk bindend instrument dat alle humanitaire zorgen omtrent clustermunitie behelst. Dit instrument zou uiterlijk eind 2008 goedgekeurd moeten zijn.

De EU-trojka heeft uitvoerig overleg gepleegd met derde landen om steun te vergaren voor de aanpak van de EU. De Groep regeringsdeskundigen heeft echter besloten om de besluitvorming over een wettelijk bindend instrument uit te stellen tot de jaarlijkse bijeenkomst van de hoge verdragssluitende partijen bij het Verdrag, die volgende maand plaats zal vinden.

Tegelijkertijd met deze inspanningen om de zorgen omtrent clustermunitie weg te nemen, hebben een aantal EU-lidstaten zoals u weet de verklaring van Oslo ondertekend en deelgenomen aan een reeks bijeenkomsten die gehouden zijn in het kader van het zogenaamde “proces van Oslo”, dat een totaal verbod op clustermunitie ten doel heeft.

EU-lidstaten hebben in hun nationale hoedanigheid deelgenomen. Er is tot op heden nog geen overeenstemming bereikt over een EU-standpunt inzake het proces van Oslo. De meerderheid van de lidstaten beschouwt deze twee processen als complementaire, gelijktijdige inspanningen met een gemeenschappelijke doelstelling, namelijk een wettelijk bindend instrument inzake clustermunitie.

Op uw tweede vraag moet ik herhalen dat EU-lidstaten, waaronder het voorzitterschap, desgewenst in hun nationale hoedanigheid deel zullen nemen aan de komende bijeenkomsten in Brussel en Wenen. Er is geen sprake van een gemeenschappelijk standpunt van de EU.

Ten slotte kan ik op uw derde vraag antwoorden dat de recente beslissingen van Oostenrijk en België over het verbod op clustermunitie, waarnaar de heer Borrell in zijn vraag verwijst, zoals u weet op zuiver nationale basis genomen zijn. De Raad heeft op dit gebied geen bijzondere maatregelen genomen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Laten we hopen dat de Raad zijn mening snel kenbaar zal maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. −(EN) Voorzitter, ik wil de heer Borrell Fontelles bedanken dat hij ons deze mondelinge vraag heeft voorgelegd. Ik ben daar blij mee, omdat dit ons de gelegenheid biedt uitgebreid in te gaan op iets dat werkelijk vreselijke gevolgen heeft. Iets dat zeer negatieve gevolgen heeft voor mensen, met name burgers. De vraag ligt me dan ook zeer na aan het hart, omdat vraagstukken van menselijke veiligheid mij altijd zeer na aan het hart liggen. Ik ben het volledig eens met het standpunt dat naar voren gebracht is door de Voorzitter van onze Raad, maar ik zou daar graag nog een paar andere dingen aan toe willen voegen.

In de loop van het afgelopen jaar heb ik dit voor verschillende formele en informele fora kunnen bespreken, onder andere tijdens de bijeenkomsten – eerst in Parijs en daarna in Alexandrië – die georganiseerd zijn door het Instituut voor Vredesvraagstukken, onder voorzitterschap van mevrouw Mubarak. Ze heeft zich erg ingezet voor deze kwestie en ik denk dat ze geprobeerd heeft schot in de zaak te krijgen. Evenals het geval is bij anti-personeelsmijnen, vormen explosieve resten van oorlogen een grote bedreiging voor de levens en de veiligheid van de burgerbevolking en ik zou graag uitgebreid ingaan op de vragen die de heer Borrell Fontelles hier heeft gesteld.

De effecten hiervan zijn zowel onmiddellijk als langdurig. Doordat explosieven over grote gebieden verspreid worden, kunnen - zoals we allemaal weten - grote aantallen burgers, vaak kinderen, gedood of gewond raken. Bovendien imploderen en exploderen veel van de bommetjes of submunities niet op het moment van inslag, waardoor hun dodelijk effect nog lang nadat het conflict beëindigd is doorgaat, waardoor clustermunitie ook nog eens een ernstige belemmering vormt voor internationale humanitaire hulp. Dit hebben we bijvoorbeeld gezien tijdens de oorlog in Libanon.

Wat betreft het crisismanagement en post-conflict wederopbouwprogramma’s tijdens en in de nasleep van conflicten, zijn we met de Commissie de afgelopen jaren uiterst actief geweest bij het bestrijden van de problemen die door landmijnen en andere explosieve resten van oorlogen, waaronder clustermunitie, teweeg gebracht worden

In het kader van de twee mijnactiestrategieën van de Europese Commissie, die de periode 2002-2007 bestrijken, is over de hele wereld 300 miljoen euro gestoken in projecten die activiteiten omvatten zoals ontmijnen, vernietigen van voorraden, voorlichting geven over risico’s van mijnen, hulpverlening aan slachtoffers van mijnen, rehabilitatie en sociaal-economische integratie. Projecten op het gebied van clustermunitie zijn ook uitgevoerd in landen die sterk getroffen zijn door deze wapens, zoals Afghanistan, Laos en Cambodja, om er een paar te noemen.

In de toekomst zullen we deze lijn blijven volgen, door acties tegen antipersoneelsmijnen en explosieve oorlogsresten te integreren in de externe hulpstrategieën en –programma’s van de Gemeenschap; overal dus.

De Commissie maakt ook gebruik van het humanitaire hulpinstrument dat door ECHO wordt aangestuurd om humanitaire initiatieven op het gebied van ontmijnen te financieren. Het meest recente geval van humanitaire steun op het gebied van ontmijning was in Libanon, dat na het conflict van december 2006, waar ik eerder naar verwees, omvangrijke humanitaire steun heeft ontvangen.

Wat de rol van de Commissie bij de onderhandelingen over ontwapeningsverdragen of –conventies betreft, wil ik erop wijzen dat dergelijke onderhandelingen niet altijd tot onze competentie behoren. Als de Gemeenschap geen partij is in de ontwapeningsverdragen of –conventies, kan het juridisch niet méér doen dan partnerlanden stimuleren om zich te engageren voor multilateralisme, met name door deelname in verdragenen conventies. Ik vind dat onze President hier al veel over gezegd heeft.

We hebben deelgenomen in de activiteiten van de EU-Troika in sleutellanden zoals de Verenigde Staten van Amerika, Japan, Brazilië, Zuid-Korea, Canada, Pakistan en de Oekraïne, om de multilaterale initiatieven over clustermunitie te stimuleren binnen het kader van de Conventie inzake Bepaalde Conventionele Wapens, en in het bijzonder een onderhandeling over een wettelijk bindend instrument gericht op humanitaire zorg over clustermunitie. Het plan is deze onderhandelingen tegen het einde van volgend jaar af te ronden.

Tegelijkertijd volgt de Commissie het Osloproces op de voet en is zij voornemens als waarnemer deel te nemen aan de bijeenkomsten die in die context gepland zijn in Brussel en Wenen.

Ter afsluiting wil ik u ervan verzekeren, meneer Borrell Fontelles en ook het Europees Parlement, dat de Commissie haar uiterste best zal blijven doen om alle multilaterale initiatieven te ondersteunen die gericht zijn op een breed en effectief verbod op clustermijnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam, namens de PPE-DE-Fractie.(EN) Voorzitter, ik wil de commissaris zeggen dat ik het bemoedigend vind dat we dezelfde zorgen en doelen hebben en ik bedank haar voor haar presentatie en beschrijving van de ontwikkelingen. Ik ben ook blij met de goede samenwerking tussen de Europarlementariërs bij de voorbereiding van een relevante ontwerpresolutie.

Op de allereerste plaats is het een zeer dringende kwestie. Dit is urgent, zowel op menselijk als op politiek vlak, omdat clusterbommen, ondanks waarschuwingssignalen vanuit de hele wereld, nog steeds actief gebruikt worden. Er zijn dus twee problemen die om onze aandacht vragen.

Ten eerste zit er aan het gebruik van clusterbommen een bij uitstek onmenselijke kant. Degenen die deze bommen lanceren zijn meestal niet in staat ze erg precies te richten. Het percentage missers is veel hoger dan wellicht gedacht wordt. Het tragische gevolg is een extreem hoog aantal burgerslachtoffers: meer dan 90 procent, is al eens gezegd.

Het andere probleem is het grote aantal niet geëxplodeerde clusterbommen in voormalige conflictgebieden. Dit feit vormt een grote handicap voor landen die hun economie weer willen opbouwen na een conflict. Tegen deze achtergrond ben ik van mening dat de EU het voortouw moet nemen bij pogingen een verbod te bewerkstelligen op alle vormen van productie, gebruik en verkoop van clustermunitie.

De eerste stap dient de onmiddellijke invoering van een moratorium op het gebruik van dit soort wapens te zijn. Daarnaast dringt onze resolutie erop aan, dat EU-troepen onder geen enkele omstandigheden gebruik mogen maken van clustermunitie in welke vorm dan ook, totdat de betreffende internationale overeenkomsten tot stand gekomen zijn. We vragen het Parlement en de Commissie dringend, de financiële steun op te voeren aan groepen en individuen die getroffen zijn door geëxplodeerde en niet-geëxplodeerde clustermunitie, en alle beschikbare instrumenten hiervoor in te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Ana Maria Gomes, namens de PSE-Fractie.(PT) Mevrouw de Voorzitter, ik spreek namens de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement. Deze vragen illustreren de voortrekkersrol van dit Huis op het gebied van conventionele ontwapening, controle op het munitieverkeer en versterking van het internationale humanitaire recht.

We hebben gestreden voor de uitbreiding van Verdrag van Ottawa tot alle soorten mijnen. Wij waren de Europese Raad ruim voor bij het pleiten voor een wereldwijd verdrag inzake wapenhandel. En ook heeft dit Parlement herhaaldelijk benadrukt dat het absoluut noodzakelijk is om de EU-gedragscode betreffende wapenuitvoer in een wettelijk bindend instrument om te zetten.

Deze vragen over clusterbommen gaan over de toekomst en over wat Europa moet doen om deze wapens, die geen onderscheid maken tussen burgers en militairen en zoveel mensenlevens verwoesten, uit te bannen. Wij roepen op tot een onmiddellijk moratorium op het gebruik, de productie, de aanleg van voorraden en de uitvoer van deze wapens. Op den duur moet het moratorium worden omgezet in een wettelijk instrument dat deze afgrijselijke munitie op de lange termijn kan weren uit wapenmagazijnen en slagvelden, zoals inmiddels ook gebeurt voor antipersoneelsmijnen.

Niet alleen roepen we de Europese Unie op om een diplomatiek offensief voor dit nieuwe instrument te starten, ook vragen we de lidstaten om het goede voorbeeld te geven door het gebruik van deze wapens door hun strijdmachten te verbieden. Bovendien moeten ze de uitvoer, productie en aanleg van voorraden onmiddellijk staken. In Libanon, Tsjetsjenië, Afghanistan en tientallen andere landen waar al geen oorlog meer woedt, betalen mensen elke dag weer met hun leven voor het misdadige en immorele gebrek aan verantwoordelijkheid van strijdmachten die elk besef van de ethische en wettelijke grenzen van beschaafd gedrag verloren zijn.

Europa zal het voortouw moeten nemen in een wereldwijde samenwerking om deze grenzen opnieuw in te stellen, te herbevestigen en te versterken. We hebben dringend een gemeenschappelijk standpunt nodig om clusterbommen en andere clustermunitie te verdelgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Elizabeth Lynne, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Voorzitter, burgers, waaronder veel kinderen, worden zonder enige vorm van onderscheid gedood of gewond door clusterbommen. Dromen vallen in duigen en levens worden verwoest. Neem het geval van de Iraakse jongen Ahmed Kamel. Nieuwsgierig naar een glimmend voorwerp, pakte Ahmed een bommetje op, dat explodeerde. Hij raakte beide handen kwijt en werd blind. Hoe kan een kind van 12 zoiets begrijpen?

Maar het schokkende feit is dat er in meer dan 15 EU-lidstaten clustermunitie opgeslagen ligt. Het is verschrikkelijk: minstens 10 EU-lidstaten produceren deze wapens: Frankrijk, Spanje, Griekenland, Italië, Nederland, Polen, Roemenië, Slowakije, Zweden en Bulgarije. Ik ben van mening dat deze landen en landen die deze wapens gebruikt hebben, waaronder Groot-Brittannië, bloed aan hun handen hebben.

Ik juich weliswaar het initiatief toe van landen als België om tot nationale wetgeving te komen die clustermunitie verbiedt, maar ik vind dat alle ander EU-lidstaten dit voorbeeld moeten volgen. Ik dring er bij de Raad en de Commissie op aan, achter het Oslo-proces te gaan staan, zoals we al eerder gevraagd hebben.

Er moet korte metten gemaakt worden met diplomatieke manoeuvres van de Britse regering en anderen om te beweren dat er “domme” en “slimme” clustermunitie bestaat: ze doden en verwonden allemaal. Er is in dit verband geen meer misleidend of minder gepast woord denkbaar dan “slim”.

Wat we nodig hebben is een onmiddellijk moratorium op het gebruik van, de investering in, de opslag van en het produceren, transporteren en exporteren van clustermunitie in welke vorm dan ook, door alle EU-lidstaten. Alle staten die deze wapens hebben gebruikt moeten hun volledige verantwoordelijkheid nemen voor het opruimen ervan en de Commissie moet dringend de financiële hulp opvoeren aan groepen die te maken hebben en krijgen met niet-geëxplodeerde bommetjes.Ik roep u allen dringend op deze resolutie te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Frithjof Schmidt, namens de Verts/ALE-Fractie.(DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, het proces van Oslo is een historische gelegenheid om een internationale overeenkomst – niet slechts een verklaring, maar een internationale overeenkomst – tot uitbanning van clusterbommen te sluiten. Twee decennia lang zijn er campagnes en internationale initiatieven geweest, maar deze zijn herhaaldelijk vastgelopen in de diplomatische modder van militaire en economische belangen. Nu hebben we de gelegenheid om in 2008 tot een overeenkomst te komen.

Dit vereist niet alleen de steun van het Parlement, dat een duidelijk standpunt heeft waar alle parlementaire groepen achter staan. Met interesse en genoegen vernam ik, mevrouw Ferrero-Waldner, dat de Commissie dit standpunt ook steunt, hetgeen zeer verheugend is. De Raad moet zich nu ook scharen achter de heldere opvatting van het Parlement en de Commissie; dat is zeer belangrijk. Het gaat niet alleen om het verbieden van het gebruik en de aanleg van voorraden van clusterbommen en de handel in deze wapens; het gaat ook om de productie. Er moet een verbod komen op de productie van deze bommen en de Europese Unie is nog steeds een van de belangrijkste producenten van deze wapens. Ze worden nog altijd vervaardigd in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje en België. In België en Oostenrijk is er nu wetgeving aangenomen om de productie uit te bannen, maar ik weet dat de productie in België nog steeds niet volledig gestaakt is. Ook in deze wetgeving zitten mazen.

We moeten het verbod op deze wapens erdoor drukken. De lidstaten moeten richting een verbod gaan en de Raad moet zijn steun verlenen aan het duidelijke standpunt dat hier is verkondigd. Dat is de enige manier waarop we in 2008 daadwerkelijk een overeenkomst kunnen sluiten.

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger, namens de GUE/NGL-Fractie.(DE) Mevrouw de Voorzitter, de eerste keer dat ik persoonlijk kennis heb gemaakt met deze kwestie was tijdens de aanvalsoorlog van de NAVO tegen Joegoslavië, een van de oorlogen waar ik tegen was en die zoals zoveel oorlogen werd gevoerd door westerse landen.

Ongeveer 98 procent van de slachtoffers van clusterbommen zijn burgers. Tussen vijf procent en veertig procent van de submunitie van clusterbommen komt niet tot ontploffing. Laat ik duidelijk zijn: het zijn met name de grote westerse industrielanden die fragmentatiebommen produceren, hun legers ermee uitrusten en ze tijdens oorlogen inzetten. Er zijn 34 landen die clusterbommen produceren, waaronder dertien lidstaten. Clusterbommen spelen een rol bij oorlogen die EU-landen voeren, bijvoorbeeld in voormalig Joegoslavië, Afghanistan en Irak, dus laten we hierover alsjeblieft geen krokodillentranen huilen.

De EU moet door de zure appel heen bijten, hetgeen in concrete zin betekent dat de Europese Unie een gemeenschappelijk standpunt moet innemen dat deze moordwapens veroordeelt. Dat houdt stopzetting van de productie van clusterbommen in, evenals natuurlijk het niet langer gebruiken van deze bommen, zoals dat wel gebeurde in de Golfoorlog, Joegoslavië, Afghanistan, Irak en Libanon. We moeten dit een halt toeroepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alain Hutchinson (PSE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter, commissaris, er is al veel gezegd over dit onderwerp en natuurlijk verafschuwen – dit woord is nauwelijks sterk genoeg – wij het gebruik van clustermunitie, dat zoveel ernstige schade heeft veroorzaakt in een aantal landen, en ik wil de heer Borrel bedanken voor het aankaarten van deze zorgwekkende kwestie.

Als we echter willen dat dit verbod doel treft en het in de resolutie uitgesproken voornemen succes heeft, moeten we natuurlijk veel verder gaan dan het uitbannen van het gebruik van dergelijke wapens. We moeten ook hun productie en verkoop aanpakken, want we kunnen niet aan de ene kant een humanitair debat voeren – en het is een feit dat deze bommen die niet ontploffen maar overal onder de grond verborgen blijven en daarmee gemeenschappen en vluchtelingen beletten om naar hun thuisland terug te keren, ook de distributie van humanitaire hulp beletten – we kunnen niet een dergelijk debat voeren waarin we proberen de humanitaire kant van het probleem te belichten zonder tegelijkertijd doeltreffende maatregelen te nemen tegen de industrieën bij ons om de hoek die deze wapens helaas nog steeds produceren en verkopen.

Ik zou willen afsluiten door te zeggen dat deze resolutie ons wellicht ook in de gelegenheid stelt een beroep te doen op de lidstaten. In dit opzicht heeft mijn eigen land, België, de noodzakelijke wetgeving reeds aangenomen –ik meen als eerste – en ik denk dat we ons door deze in België aangenomen wetgeving kunnen laten inspireren om de andere 26 lidstaten op te roepen het goede voorbeeld te volgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Annemie Neyts-Uyttebroeck (ALDE).(NL)Voorzitter, commissaris, minister, Raadsvoorzitter, ik neem hier het woord om op mijn beurt steun te betuigen aan zowel de vraag en de manier waarop ze geformuleerd is door collega Borrell, als aan onze desbetreffende gezamenlijke ontwerpresolutie.

Ik besef maar al te goed dat alle inspanningen die men inzake wapenbeheersing levert, altijd erg moeilijk zijn en soms meer weg hebben van een processie van Echternach, waarbij je twee stappen naar voren en dan weer eentje naar achteren zet. Ik vind dat we die inspanningen moeten intensiveren, want het komt mij de jongste jaren voor alsof mensen die ijveren voor ontwapening, voor wapenbeheersing, voor wapencontrole, ouderwetse exemplaren zijn van een voorbije periode, want nu is het allemaal herbewapening wat de klok slaat. Ik vind dat bijzonder beangstigend.

Als men dan bedenkt dat een staatshoofd van dé enige overblijvende supermacht ter wereld onlangs heeft gedreigd met een mogelijke derde wereldoorlog, dan slaat mij de schrik natuurlijk helemaal om het hart. In deze context, die veel minder bevorderlijk is voor gezamenlijke inspanningen, denk ik dat het meer dan ooit belangrijk is dat zowel namens de Raad als namens de Commissie onafgebroken onderstreept wordt dat de lidstaten hier gezamenlijk moeten optreden, hetgeen jammer genoeg tot nog toe niet het geval is.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE).- (SV) Dank u, mevrouw de Voorzitter. Ik spreek mede namens mijn collega Raül Romeva. Hij komt uit Spanje, ik kom uit Zweden, en beide landen produceren deze afgrijselijke wapens en beide landen hebben beloofd ze te verbieden. Maar wat doet mijn eigen land? Bij de besprekingen in Oslo pleitte Zweden voor een beperking van het gebruik in plaats van een verbod. Dat is een schandelijk standpunt. Er is geen enkel beschaafd land dat het gebruik van deze wapens kan rechtvaardigen en ik ben verrukt over de grote eensgezindheid waarmee de Raad, de Commissie en het Parlement zich vandaag hebben uitgesproken voor een totaal verbod.

Als deze wapens toeslaan, vormen zij een wapen tegen onschuldige kinderen. Ze zijn een doeltreffend wapen tegen mensenrechten en economische ontwikkeling. We moeten daarom hoogst doeltreffend optreden in onze strijd om ze uit te bannen. Dit is het begin – laten we het proces zo snel mogelijk afronden, want elke minuut sterft er weer een kind. Dank u.

 
  
  

VOORZITTER: MANUEL ANTÓNIO DOS SANTOS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Luis Yañez-Barnuevo García (PSE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het eens met degenen die reeds hebben gesproken over een verbod om de productie, uitvoer en aanleg van voorraden van deze wapens – clusterbommen – die zo schadelijk zijn voor burgers en wil mijn steun uitspreken voor het proces van Oslo, ondanks dat mijn land, zoals de vorige spreker al aangaf, dit type wapens vervaardigt, opslaat en uitvoert.

Ik moet echter wel één kanttekening plaatsen: op 21 september – een maand geleden – heeft de regering, in de hoedanigheid van de partij die haar ondersteunt, de Socialistische Partij, een amendement ingediend op de wetgeving inzake de controle op buitenlandse handel in defensiemateriaal en goederen voor tweeërlei gebruik. Dit amendement richt zich gedeeltelijk op het beperken – en, waar toepasselijk, het verbieden – van clusterbommen, die bijzonder gevaarlijk zijn voor burgers.

Met andere woorden, er waait een frisse wind door mijn land: de vervaardiging, aanleg van voorraden en uitvoer van deze wapens werden door voorgaande regeringen nog goedgekeurd. De huidige regering zet zich volledig in voor het proces van Oslo en wil deze munitie geleidelijk uitbannen, met als einddoel een compleet verbod op de productie, opslag en uitvoer. Dit belangrijke punt wilde ik nog maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Manuel Lobo Antunes, fungerend voorzitter van de Raad. −(PT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik wil twee cruciale punten maken, maar aangezien we al uitlopen, zal ik het zeer kort houden. Ten eerste heeft dit debat mij het idee en de overtuiging gegeven dat deze kwestie zeer nauwlettend gevolgd zal worden door het Europees Parlement en veel leden aan het hart gaat. Natuurlijk zal ik dit dan ook op gepaste wijze mee laten wegen.

Ten tweede wil ik erop wijzen dat de Europese Unie in deze kwestie ook een voortrekkersrol vervult, ook al toont zij zich daarbij wellicht niet zo energiek als veel leden graag zouden zien en heeft zij zeker met problemen te kampen. Desondanks straalt zij een zeker optimisme uit.

Op de gepaste plaats, oftewel in het Verdrag inzake bepaalde conventionele wapens, hebben wij de zorgen van de Europese Unie over de humanitaire consequenties van dit type wapen reeds uitgesproken. Ook hebben we al voorgesteld om onderhandelingen te starten over een wettelijk bindend instrument dat uiterlijk eind 2008 goedgekeurd zou moeten worden, ook al is dit wellicht minder ambitieus dan velen van u graag zouden zien. Feit blijft echter dat we hier zijn om doorslaggevende maatregelen te nemen. Ik hoop dat dit proces nog meer politieke steun, geestdrift en inzet zal vergaren zodat we uiteindelijk de gestelde doelen kunnen verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie.(EN)Voorzitter, ik wil graag nog één ding toevoegen aan wat ik eerder gezegd heb. Ik kan uiteraard alleen spreken over terreinen die tot de competentie van de Commissie behoren en u weet dat dit een gebied is dat bij uitstek tot de competentie van de lidstaten behoort. Ik kan het echter wel hebben over de financiële steun aan de getroffenen.

Ik kan opnieuw onderstrepen wat ik al eerder zei, namelijk dat we al ons best hebben gedaan de problemen die veroorzaakt worden door explosieve oorlogsresten, waaronder clustermunitie, te verlichten, met name door middel van onze mijnactiestrategieën en de daaraan gerelateerde horizontale begrotingslijn, die goed is voor ongeveer eenderde van de uitgaven op dit terrein.

Ik kan u verzekeren dat de acties tegen mijnen en explosieve oorlogsresten zullen worden voortgezet door middel van de nieuwe geografische instrumenten en dat ze nu zelfs volledig zullen worden geïntegreerd – en dat is nieuw – in onze externe hulpstrategieën en –programma’s.

Sommige acties kunnen ook gefinancierd worden onder het nieuwe stabiliteitsinstrument, dus we beschikken nu over meer instrumenten om dit enorme probleem aan te pakken en we zullen absoluut rekening houden met desterke wens die het Parlement heeft uitgesproken om deze zo effectief mogelijk te gebruiken, waar nodig, omdat ik het volledig eens ben met de doelstelling die u hebt verwoord.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Tot besluit van het debat is er een ontwerpresolutie ingediend, overeenkomstig artikel 108, lid 5, van het Reglement.(1)

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

(In afwachting van het vragenuur wordt de vergadering enkele ogenblikken onderbroken)

 
  

(1) Zie notulen.

Juridische mededeling - Privacybeleid