De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag (A6-0341/2007) van de heer Cappato, namens de Commissie buitenlandse zaken, met een ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad betreffende de productie van opium voor medische doeleinden in Afghanistan (2007/2125(INI)).
Marco Cappato, rapporteur. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, in dit verslag stellen wij voor dat het Parlement het initiatief neemt en een voorstel indient bij de Raad, hoofdzakelijk in de sfeer van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, inzake de opiumproductie in Afghanistan.
Ons uitgangspunt is het besef dat de tot nog toe behaalde resultaten ontoereikend zijn. De productie van opium die wordt gebruikt om heroïne te produceren, is de laatste twee jaar met vijftig procent toegenomen. Het lijkt erop dat we niet in staat zijn een doeltreffend middel te vinden om deze gigantische productie te verlagen, die natuurlijk niet de telers en boeren ten goede komt, maar de grote internationale drugsmaffia’s, de terroristen en de Taliban.
Het verslag gaat daarnaast nog van een andere veronderstelling uit: dat er tegelijkertijd een zeer ernstig tekort aan pijnstillers is. Ongeveer tachtig procent van de wereldbevolking kan helemaal geen pijnstillers krijgen. Natuurlijk is het mogelijk om deze twee kwesties volkomen los van elkaar te zien, maar ik ben van mening dat het de taak is van politieke instellingen om pragmatisch te zijn en daarom in te zien dat we, nu er gelijktijdig sprake is van een enorme productie voor heroïnedoeleinden en een zwaar tekort aan een product van dezelfde herkomst, deze twee uitgangspunten zouden moeten kunnen combineren.
De amendementen van de Commissie buitenlandse zaken en van mevrouw Gomes namens de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, alsmede de bij de plenaire vergadering ingediende amendementen van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese democraten, hebben ertoe bijgedragen dat het huidige voorstel geen alternatief voorstel is, oftewel een negatief voorstel dat oproept tot de onmiddellijke vervanging van het tot nu toe gevoerde beleid.
We vragen u, de Raad en de Commissie, om een experiment uit te voeren, om proefprojecten op ze zetten waarbij een deel van de gewassen die nu worden gebruikt om heroïne te produceren, wordt aangewend voor de productie van pijnstillers. Aan de vraagzijde kunnen er eveneens beleidsmaatregelen genomen worden om te proberen pijnstillers op continenten als Afrika en Azië te introduceren, waar dergelijke medicijnen nauwelijks voorhanden zijn.
Dat is waarom het verslag, als vrucht van de Commissie buitenlandse zaken en de voorgestelde amendementen, volgens mij in essentie zeer evenwichtig is. Het gaat uit van de zeer eenvoudige aanname dat het waarschijnlijk – en in mijn optiek zeker – makkelijker is om met boeren samen te werken als we voorstellen om een gedeelte van hun productie voor legale doeleinden te gebruiken, in plaats van simpelweg een beleid te voeren van verdelging, bespuiting en vernietiging. Een dergelijke reactie creëert juist een extra aanleiding voor conflicten met de plaatselijke bevolking en is, in ieder geval tot op heden, contraproductief en nutteloos gebleken.
Ik hoop daarom dat we verder durven te kijken dan het begrijpelijke officiële standpunt van de Europese regeringen en de Afghaanse regering dat we opiumproductie moeten bestrijden, en dat we een ander signaal durven af te geven. Het Europees Parlement beschikt wellicht over de meeste vrijheid om een dergelijk voorstel te doen. We hebben deze verantwoordelijkheid reeds aanvaard en ik hoop dat we deze door de stemming van morgen zullen herbevestigen. Wij zijn vrijer dan anderen om voorstellen te doen voor de uitvoering van alternatieve experimenten en de pragmatische, in plaats van ideologische, evaluatie daarvan.
Ieder van ons heeft zijn of haar eigen ideeën over internationale politiek en drugs, en over internationaal beleid in Afghanistan. Dit verslag is niet bedoeld als een ideologisch voorstel, maar als een concrete poging om bij te dragen aan een oplossing voor een echte mondiale tragedie.
Benita Ferrero-Waldner,lid van de Commissie. −(EN) Voorzitter, ik wil de heer Cappato hartelijk danken: tante grazie!
Ik ben blij met dit goed-getimede debat over het drugsprobleem – en met name over het drugsprobleem in Afghanistan – dat, zoals we weten, een groot en complex probleem is in politiek opzicht en in veiligheidsopzicht.
Onlangs hebben we in New York heel wat gediscussieerd. Tijdens de Algemene Vergadering van de VN heeft een aantal heel belangrijke discussies plaatsgevonden met president Karzai, met VN-secretaris Ban Ki-moon en met een groot aantal landen. Deze discussies gingen allemaal over dezecomplexe kwestie.
De discussie die we hier vanavond voeren draagt bij aan het bredere debat over de wederopbouw van Afghanistan, maar ook over de rol van drugs. Ik wil u ook bedanken voor het opzetten van de EP-Delegatie voor betrekkingen met Afghanistan. We volgen uw werk met grote belangstelling en we zijn van mening dat het heel belangrijk is dat u dit gedaan heeft.
De drugssector in Afghanistan vormt een grote uitdaging voor de voortgang van de opbouw van de staat. Het nieuwste verslag van het UNDP (United Nations Development Program, Ontwikkelingsprogramma van de VN) vormt aanleiding tot grote zorg. Helaas zijn de papaverteelt en de productiecapaciteit aanzienlijk toegenomen. In de zuidelijke provincies van Afghanistan is het effect hiervan het grootste, met 70 procent van de totale productie. Het sterke verband tussen de opstand en de drugseconomie moge nauwelijks een verrassing zijn. Maar we moeten ook de positieve ontwikkelingen niet over het hoofd zien, met name in de stabielere delen van het land, waar echt veel verbeterd is op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en economische groei.
Dertien provincies in noord- en centraal Afghanistan zijn papavervrij. Dat mag op zijn minst veelbelovend genoemd worden en het is iets waar we op verder kunnen bouwen. Het verslag Cappato schetst een volledig beeld van de situatie – en ik wil u danken voor uw bemoedigende woorden over hetgeen de Commissie aan het doen is – en het wijst ook terecht op de verantwoordelijkheid die Afghanistan heeft voor het aanpakken van de opiumsector. Daar staan we volledig achter.
Ik moet echter zeggen dat ik – althans vooralsnog – de conclusies uit het verslag niet kan delen, waarin wordt voorgesteld de productie van opium voor medische doeleinden te legaliseren, zij het op experimentele basis. Dat kan op het eerste gezicht een aantrekkelijk voorstel lijken, maar helaas zijn er geen eenvoudige antwoorden op het complexe drugsprobleem van Afghanistan.
Laat mij enkele van mijn zorgen met u delen. In landen als Australië, Turkije en India, waar reeds ruwe opium wordt geproduceerd voor medische doeleinden, is doorgaans sprake van een effectief rechtsapparaat en het ontbreken van wijdverbreide conflicten. En zelfs daar is de implementatie erg moeilijk. Daar waar niet aan deze voorwaarden is voldaan, wordt opium die legaal wordt geteeld onmiddellijk naar elders geëxporteerd, zoals we hebben gezien in het geval van Peru en Bolivia. In het geval van Afghanistan vrezen we - dat moge duidelijk zijn - dat legale teelt simpelweg naast de illegale teelt zal plaatsvinden, en niet deze laatste zal vervangen. Ook is de legale teelt van opium niet aantrekkelijk voor lokale boeren, omdat hun inkomsten slechts ongeveer 25 tot 30 procent zouden bedragen van wat ze nu op de zwarte markt kunnen krijgen.
De implementatie van zo’n aanpak is complex en is alleen mogelijk met subsidies voor kwaliteitsbewaking en distributie van medische producten. Moeten we het geld van de belastingbetaler daaraan besteden? De Afghaanse regering is zoals bekend zwak en heeft zwakke instituties en beschikt op dit moment – en daarom zei ik “vooralsnog” – nog niet over de capaciteit om een dergelijke aanpak te beheersen.
Er is op het moment in sommige delen van het land gewoon geen sprake van een bestuur, laat staan van goed bestuur. Dit geldt met name voor de labiele zuidelijke provincies, waar het overgrote deel van de opium geproduceerd wordt. Tot slot – en dat is een belangrijk argument – is de Afghaanse regering zelf een fel tegenstander van elke vorm van legale opiumproductie.
Tegen deze achtergrond geeft de politieke boodschap in dit verslag niet echt het juiste signaal af aan onze Afghaanse partners. Het kan zelfs een averechts effect hebben. De harde waarheid, die we niet kunnen ontkennen, is dat er voor de wederopbouw van Afghanistan meer tijd en meer middelen nodig zijn. En er zal doorzettingsvermogen nodig zijn, als we blijvende ontwikkeling in dit door oorlog verscheurde land nastreven.
Voortgang bij het opbouwen van de staat is slechts mogelijk als nog meer vastberadenheid aan de dag gelegd wordt, óók door de politieke leiders van Afghanistan en met name op plaatselijk niveau. Dat was overigens de boodschap die we in New York hebben uitgedragen. Ik ben het er mee eens dat het de hoogste tijd wordt om de corruptie echt zichtbaar aan te pakken. Dat hebben we niet alleen gezégd; we proberen er ook aan bij te dragen door een goed rechtssysteem op te bouwen en een politiemacht die echt functioneert, om de gewone Afghaan te overtuigen, die hier vaak sceptisch tegenover staat.
Het is duidelijk welke weg we moeten bewandelen. Dat is die van het Afghaanse nationale drugsbestrijdingsbeleid, waar de internationale gemeenschap achter is gaan staan en dat alle elementen bevat die nodig zijn. Dit verdient echt onze volledige steun, omdat het een alomvattende strategie is die zowel een verbod inhoudt als informatie aan de bevolking, vervolging van bekende drugdealers en de stimulering van plaatselijke ontwikkelingen.
Op plaatsen waar een dergelijke zorgvuldige mix van maatregelen is toegepast zijn boeren al blijvend gestopt met de papaverteelt. In die context is de Commissie van mening dat een voorstel voor de legalisering van de opiumpapaver het werk dat ze op het moment in andere sectoren doet, met name op het gebied van de verbetering van de rechtsstaat en politietoezicht, slechts zal ondermijnen.
Carlo Fatuzzo, namens de PPE-DE-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik twijfel er in het geheel niet aan dat de heer Cappato, met wie ik sinds lange tijd bevriend ben, zijn uiterste best doet om bij te dragen aan de bestrijding van drugs in deze wereld en om de beklagenswaardige jongeren of ouderen te helpen die op het randje van de dood liggen en baat zouden hebben bij medicijnen. Ik kan het echter helaas niet met hem eens zijn.
Ik herhaal dat ik het betreur de rapporteur niet te kunnen steunen. Ik heb er problemen mee dat zijn voorstel betrekking heeft op Afghanistan, een land dat verkeert in de grootst mogelijke onzekerheid. Ja, Irak is wellicht nog onveiliger, maar Afghanistan is bepaald niet de aangewezen plek om boeren te proberen te overtuigen de zeer lucratieve teelt van papavers op te geven en over te stappen op gewassen die deugdzamer zijn en meer in de geest van het Oude Testament en de beschaafde landbouwpraktijken waar wij vertrouwd mee zijn.
In het verslag zelf wordt er nadrukkelijk op gewezen dat de helft van alle drugs in de wereld afkomstig is uit Afghanistan, dat daarmee de grootste bijdrage levert, en dat het verbouwen van opium verboden is in Afghanistan. Ondanks dit verbod vormt het land de bron van de helft van de grondstoffen voor substanties die onze jongeren doden of ten prooi laten vallen aan drugshandelaren, die hen zoals bekend tot het gebruik van drugs aanzetten, hetgeen schadelijk is voor hen en voor de gehele maatschappij.
Ik denk dat er maar één doeltreffend wapen is voor de bestrijding van alle drugshandelaren, beginnend bij de Afghaanse boeren, die in mijn optiek de initiële drugshandelaren zijn. Ons onvermogen om hen te controleren, betekent dat drugs alleen kunnen worden bestreden door middel van preventie, door te helpen de opiumteelt zoveel mogelijk terug te dringen.
Daarom is de PPE-DE-Fractie tegen dit gedeelte van het verslag van de heer Cappato en ik denk dat iedereen inmiddels zal begrijpen wat ik wil zeggen, wat het resultaat morgen ook zal zijn.
(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)
Ana Maria Gomes, namens de PSE-Fractie. – (PT) Ik moet de rapporteur, de heer Cappato, niet alleen feliciteren met dit zeer nuttige verslag maar ook met zijn bereidheid om bijdragen te aanvaarden teneinde tot een zo veelzijdig mogelijk resultaat te komen.
Zijn oorspronkelijke intenties waren prijzenswaardig omdat hij probeerde twee vliegen in één klap te slaan: het legaliseren van de papaverteelt en opiumproductie voor medische doeleinden zou niet alleen de heroïneproductie in Afghanistan stilleggen maar ook een oplossing betekenen van het wereldwijde tekort aan pijnstillers.
Helaas kregen we te kampen met verschillende praktische problemen, zoals de broosheid van de Afghaanse instellingen en hun onvermogen de opiumproductie te reguleren, de onzekerheid over de economische levensvatbaarheid van een dergelijk plan en de gevaren van de herinvoering van opium in sommige van de dertien Afghaanse provincies waar de productie al is stopgezet.
De amendementen van mijn fractie hadden als doel om de aandacht van het verslag weer te vestigen op de essentie: de bestrijding van de opiumproductie in Afghanistan, die niet alleen gevolgen heeft voor Afghanistan maar ook voor buurlanden. De drugs die op illegale wijze uit deze opium worden geproduceerd, worden door sommigen omschreven als de echte massavernietigingswapens, met name in Europa.
In onze strijd tegen opiumproductie moeten we rekening houden met de verschillende kenmerken van de verscheidene Afghaanse regio’s. Alleen een combinatie van maatregelen zal succesvol zijn. Ten eerste moet de corruptie die alom aanwezig is in het Afghaanse centrale bestuur, met name in het ministerie van Binnenlandse Zaken en de politie, uitgeroeid worden omdat deze het gehele beleid voor bestrijding van opiumproductie heeft lamgelegd. Ten tweede moeten de omstreeks dertig belangrijkste drugshandelaren, bij naam genoemd in een verslag van de VN en de Wereldbank uit 2006, worden opgespoord, gevangengenomen en berecht, zodat deze dodelijke handel kan worden stopgezet. Ten derde moet de NAVO steun verlenen aan de inspanningen van Afghanistan om deze handel te bestrijden, door laboratoria en voorraden te vernietigen en drugstransporten te verhinderen. Ten vierde moet de verdelging van papaver weloverwogen en selectief geschieden en zich concentreren op gebieden waar boeren echte alternatieven hebben.
Dit brengt ons op de punten waarop we het eens zijn met de rapporteur. We zijn allemaal tegen de bespuiting van alle papaverplantages, waar de VS op aandringt, omdat dat de productie van heroïne nauwelijks zou beïnvloeden maar wel tot gevolg zou hebben dat nog meer mensen zich bij de Taliban zouden aansluiten.
Ten slotte moet het voorstel van de rapporteur voor een proefproject voor de legale productie van pijnstillers op opiumbasis worden bestudeerd in het kader van een pakket van maatregelen tegen het Afghaanse drugsprobleem. Bovenal is dit verslag een uitdaging aan het adres van de Europese Raad om de heroïneproductie in Afghanistan op een creatieve en gedurfde manier te bestrijden. Er bestaan geen eenvoudige oplossingen voor dit probleem, maar we weten dat het terrorisme en gewelddadig obscurantisme waar de Taliban en Al-Qaeda zich mee bezig houden, alleen overwonnen kan worden als Afghanistan uit de greep van de drugs wordt bevrijd.
Ik ben bijna klaar, mijnheer de Voorzitter. Dit verslag moet worden gezien als een dringende oproep aan de lidstaten om al het mogelijke te doen aan de economische en politieke heropbouw van een land dat zo erg te lijden heeft gehad van bloedige conflicten en dat zo belangrijk is voor de regionale en mondiale veiligheid.
Marios Matsakis (ALDE).-(EN) Voorzitter, ik spreek hier op persoonlijke titel en niet namens mijn Groep.
De productie van illegale opium bloeit meer dan ooit sinds de troepen van de VS en de geallieerden in dat land zijn. Dit ondanks de verschillende autoriteiten en programma’s die voor drugsbestrijding in het leven geroepen zijn en waar soms veel geld van de EU-belastingbetaler in gestoken wordt.
Dus zelfs een blinde kan zien dat het Afghaanse volk hoe dan ook zal doorgaan met de productie van opium. De reden daarvoor is heel simpel. De drugsbestrijdingsinstanties groeien overal ter wereld in omvang, aantal en expertise en ze doen hun werk steeds beter. Ze nemen daardoor steeds grotere hoeveelheden drugs in beslag. Maar aangezien de vraag van verslaafden niet verandert en criminele drugsmokkelaars enorme winst maken door opium illegaal aan deze zieke mensen te verstrekken, stijgt de prijs van opiaten en stijgen de winsten in de drugshandel.
Het Afghaanse volk volgt dus gewoon de grondbeginselen van de vrije markt. Ze voeren hun productie op om te kunnen voldoen aan de vraag uit de illegale handel en om hun winst op te kunnen voeren. We houden onszelf dus voor de gek als we verwachten dat het invoeren van meer drugsbestrijdingsprogramma’s in Afghanistan enig effect zal hebben.
De enige manier om echt iets aan de opiumproductie in Afghanistan of waar dan ook te doen, is door het drugsprobleem wereldwijd aan te pakken. De enige verstandige manier om dat te doen is door het legaliseren van drugs en door te erkennen dat drugsverslaafden geen misdadigers zijn, maar zieke mensen die geholpen moeten worden.
Als die verslaafden drugs verstrekt zouden krijgen op therapeutische basis in een gecontroleerde medische setting, zouden de kans op het voorkómen van ernstige neveneffecten en de kans om af te kicken aanzienlijk toenemen. Tegelijkertijd zou de enorme criminaliteit in verband met drugshandel verdwijnen en konden alle drugsbestrijdingsinstanties geschrapt worden, wat een gigantische besparing op de begroting zou betekenen.
Dit is zo logisch, maar politici over de hele wereld blijven het maar moeilijk vinden dit in te zien.
Salvatore Tatarella, namens de UEN-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de kwestie die in het verslag van de heer Cappato wordt besproken, is bijzonder delicaat en moet zeer nauwkeurig bestudeerd worden door het Europees Parlement om te voorkomen dat er misplaatste en rampzalige oplossingen worden aangedragen, ook al zijn die wellicht goed bedoeld.
Ik wil twee punten onderstrepen. Ten eerste kan een verhoging van de productie van opium en zijn derivaten een gevaar vormen voor de heropbouw van het land en de op zichzelf al problematische stabilisering van de rechtsstaat in die onfortuinlijke regio. Ten tweede is er tegenover die verhoogde opiumproductie, die dit jaar met dertig procent is toegenomen, geen toereikende antidrugsstrategie gezet.
Derhalve vind ik het voorstel dat gedaan wordt in dit verslag volkomen onaanvaardbaar, en ik wil het volgende benadrukken:
1. de nodige hoeveelheden morfine worden al geproduceerd in Afghanistan, krachtens speciale vergunningen en onder toezicht van het antidrugsagentschap van de Verenigde Naties en het ministerie van Drugsbestrijding van de Afghaanse regering;
2. het Internationaal Comité van toezicht op verdovende middelen meldt dat er al een mondiaal overschot aan opiaten voor medisch gebruik bestaat;
3. legale morfineproductie op grote schaal zou leiden tot een hogere drugsproductie, die uiteindelijk gebruikt zou worden om tegemoet te komen aan de vraag naar drugs op de wereldmarkt. Wanneer deze drugs goedkoop op de markt worden gebracht, zijn ze voor iedereen verkrijgbaar.
We zouden drugs juist moeten bestrijden – altijd, zonder uitzonderingen en met alle mogelijke middelen – van de productie, tot de handel, tot de illegale verspreiding. De vraag moet worden beperkt middels een op waarden gebaseerd beleid en doorlopend en wijdverbreid preventiewerk en informatiecampagnes, met name gericht op jongeren.
Gezien de huidige omstandigheden in Afghanistan zou de oplossing die dit verslag aandraagt, kunnen worden beschouwd als een teken dat we ons overgeven en onze nederlaag aanvaarden; zij zou ook de inspanningen teniet kunnen doen van de internationale gemeenschap, de Europese Unie, de Verenigde Naties en de agentschappen voor de wederopbouw, die via programma’s met een premiestelsel de overstap van opiumplantages naar de verbouwing van andere gewassen aanmoedigen.
Ten slotte wil ik nog noemen dat het Internationaal Comité van toezicht op verdovende middelen zijn steun heeft uitgesproken voor de beslissing van de Afghaanse regering om het voorstel tot legalisering van de clandestiene papaverteelt te verwerpen en zo haar streven naar nakoming van de internationale verdragsverplichtingen kracht bij te zetten.
Raül Romeva i Rueda, namens de Verts/ALE-Fractie. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik wil beginnen met te benadrukken dat dit verslag buitengewoon belangrijk, nuttig en moedig is. De twee dringende kwesties die erin worden besproken, verdienen beide politieke aandacht en een politieke reactie, die tot op heden duidelijk zijn uitgebleven.
Terwijl de veiligheidssituatie en de situatie met betrekking tot de opiumproductie in Afghanistan steeds zorgwekkender vormen aannemen, is de noodzaak van verstrekking van pijnstillers op wereldwijde schaal een van de belangrijkste dringende humanitaire kwesties van onze tijd, maar helaas ook een van de meest genegeerde.
De rapporteur, de heer Cappato, heeft het niet makkelijk gehad bij het opstellen van dit verdrag en daarom is het resultaat des te opmerkelijker. Ik benadruk nogmaals mijn steun en die van mijn fractie. Zoals de heer Cappato zelf heeft gezegd, bestaat er tussen deze twee kwesties geen eenvoudig of onmiskenbaar verband, maar hebben wij als politici de verantwoordelijkheid om complexe feitelijkheden te analyseren teneinde complexe oplossingen te vinden voor complexe problemen. Dat is precies wat er in dit verslag gedaan wordt.
De veiligheid in Afghanistan moet ongetwijfeld een prioriteit zijn als we in de toekomst zeker willen zijn dat wederopbouw- en ontwikkelingsprogramma’s resultaten opleveren. Het probleem is echter dat bepaalde gewapende groeperingen kunnen worden gefinancierd doordat de opiumproductie te weinig gereguleerd wordt. We weten ook dat opium illegaal geteeld en verhandeld wordt en dat hiermee veertig procent van het bruto binnenlands product van Afghanistan wordt verdiend.
Met het oog op deze situatie denk ik dat het gepast zou zijn om initiatieven zoals die van de Senlis Council, die een stelsel heeft uitgedacht voor de legalisering van opiumteelt voor medische doeleinden in Afghanistan, op zijn minst te bestuderen en in overweging te nemen. In dit stelsel zou de nadruk met name liggen op de productie van pijnstillers als morfine en codeïne, die ook verkocht zouden kunnen worden aan landen waar dit soort essentiële medicijnen op dit moment nauwelijks of niet voorhanden zijn door preferentiële handelsovereenkomsten.
Het is jammer dat dit voorstel op dit moment niet kan rekenen op meer echte steun van de Commissie en de Afghaanse regering. Wat nog zorgwekkender is, is dat de maatregelen die als alternatieven worden gepresenteerd vaak chemische verdelging inhouden, waar de Amerikaanse overheid maar op blijft hameren. Het doorzetten van deze maatregel zou de Taliban een nieuwe reden geven haar standpunten te verdedigen en zou er uiteindelijk waarschijnlijk toe leiden dat boerengemeenschappen veranderen in rebellenkampen.
Ook zou dit ernstige gevolgen hebben voor de volksgezondheid en het milieu. Het is volkomen duidelijk dat door het sproeien vanuit de lucht, wat vermoedelijk in het geval Afghanistan wordt beoogd, mensen die in de behandelde gebieden of vlak daarbuiten wonen ook vergif zullen binnenkrijgen. Dit werd begin dit jaar aangetoond toen Colombia dit middel inzette om de cocaïneproductie aan de grens met Ecuador te bestrijden en dit laatste land vervolgens naar de rechter in Den Haag stapte.
Ik ben geen deskundige en deze chemische kwestie is natuurlijk veel gecompliceerder, maar ik ben van mening dat we op dit moment nog eens moeten terugdenken aan de gruwelijkheden als gevolg van het gebruik van napalm en verarmd uranium. Ik hoop niet dat we dit ons een derde keer zullen laten gebeuren.
Miroslav Mikolášik (PPE-DE). – (SK) De productie van opium moet worden gecontroleerd. De gehele internationale gemeenschap moet zich veel meer bezig gaan houden met de controle op de wereldwijde opiumproductie. De pogingen van de VN en haar Economische en Sociale Raad (ECOSOC) en die van de Wereldgezondheidsorganisatie om het gebruik van opiaten voor pijnbestrijding te reguleren, zijn noodzakelijk maar ontoereikend. Tegelijkertijd mag de internationale gemeenschap niet toestaan dat opiaten onbeperkt gebruikt worden en misbruikt worden door drugsverslaafden.
In mijn optiek is het onze plicht om te blijven strijden tegen het misbruik van hard drugs, die de levens van mensen kapotmaken. Evenmin deel ik de opvatting dat de maatschappij drugs zou moeten verstrekken aan verslaafden in plaats van hen te heropvoeden en te herintegreren. Waar gaat het verslag Cappato nu eigenlijk over? Volgens sommigen heeft de internationale gemeenschap te kampen met een tekort aan opiaten, of zal zij hier in de nabije toekomst mee te kampen krijgen, en is het daarom noodzakelijk deze drugs, onder bepaalde voorwaarden, van Afghanistan te kopen.
Het is waar dat opiaten nodig zijn voor de behandeling van verscheidene ziekten, voor verlichting van postoperatieve pijn en, niet te vergeten, voor de behandeling van mensen met kwaadaardige aandoeningen. Deze theorie heeft echter een aantal wezenlijke gebreken, die onder de huidige omstandigheden niet kunnen worden genegeerd. Ten eerste is de huidige politieke situatie in Afghanistan instabiel. In Afghanistan moet er enerzijds tegen de Taliban worden gestreden en anderzijds tegen de zwarte markt voor opium. Deze zwarte markt is niet alleen bepalend voor de Afghaanse economie maar ook voor de Afghaanse politiek en buitenlandse betrekkingen. Hier heb ik ernstige twijfels en zorgen over en ik zal nu uitleggen waarom een dergelijke benadering in mijn optiek geen kans van slagen heeft. Projecten voor legale papaverteelt voor de productie van opium zullen niet functioneren omdat het Internationaal Comité van toezicht op verdovende middelen een land pas naderhand sancties kan opleggen maar het land een deel van de gewassen zal verliezen aan de zwarte markt.
De internationale vraag is constant. De Afghaanse regering is niet in staat om zelfstandig de opiumoogst te beheren. Het is duidelijk dat de regering het onder deze omstandigheden zal moeten afleggen tegen de handelaren. De concurrentie zal de opiumprijs opdrijven en boeren die legaal papaver telen zullen zich tot de zwarte markt wenden. Daarnaast – en dit is zeer belangrijk – kunnen de Afghaanse prijzen niet concurreren met die van Australië, India of Turkije, waar een kilo morfine respectievelijk 56 USD, 159 USD en 250 USD kost. In Afghanistan kan de prijs oplopen tot 450 USD per kilo.
Wat het gebruik voor medische doeleinden betreft, zou het gebruik van Afghaanse opium voor medische producten alleen maar bijdragen aan de verzadiging van deze markt. Ik ben bijna klaar, mevrouw de Voorzitter. Er zijn op zijn minst vier redenen waarom ik tegen de steun van de EU en haar lidstaten voor papaverteelt in Afghanistan ben: ontoereikende infrastructuur, gebrek aan economisch concurrentievermogen, enorme uitbreiding in de verkeerde richting en, ten slotte, het feit dat er op dit moment geen tekort aan opiaten bestaat op de wereldmarkten.
Józef Pinior (PSE). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, ik zou willen beginnen met de heer Cappato te bedanken voor zijn werk aan dit verslag. Dit verslag vormde een grote uitdaging omdat het een antwoord tracht te vinden op een van de moeilijkste vraagstukken van vandaag de dag.
De opiumproductie in Afghanistan neemt elk jaar toe. Volgens het vorige jaarverslag is de productie nu dubbel zo hoog als twee jaar geleden. In feite heeft Afghanistan op dit moment een monopolie op de verstrekking van de dodelijkste drug ter wereld. 93 procent van alle opium komt hier vandaan. Onze president is een van de mensen die van mening zijn dat het lot van Afghanistan ons allemaal aangaat. De heroïsche strijd van de Afghaanse bevolking tijdens de Koude Oorlog heeft bijgedragen aan de verbreiding van vrijheid in de hedendaagse wereld en de val van het IJzeren Gordijn. De Europese Unie is nu moreel verplicht om Afghanistan van militaire, bestuurlijke en economische steun te voorzien.
Dit houdt ook steun bij de bestrijding van de drugsproductie in Afghanistan in. We moeten goed bedenken dat de belangrijkste reden voor Afghaanse telers om opiaten te produceren, financieel gewin is. Dit moeten we in ons achterhoofd houden bij de ontwikkeling van een Europees hulpprogramma voor oplossing van dit probleem. Dat is waarom ik de heer Cappato in het bijzonder wilde prijzen om de moedige voorstellen die hij doet in dit verslag. Deze zullen allicht helpen de situatie in kwestie op te lossen.
Een van deze voorstellen houdt in dat er hulp verleend wordt via de invoering van een wetenschappelijk proefproject voor de productie van papaver voor medische doeleinden, waardoor nader onderzocht kan worden of het afgeven van vergunningen kan bijdragen aan armoedevermindering, de diversificatie van de plattelandseconomie, de algemene ontwikkeling en verhoging van de veiligheid. Kortom, het gaat hier niet om moralisering maar om een doeltreffende bijdrage van de Europese Unie aan de oplossing van dit probleem in Afghanistan.
Horia-Victor Toma (ALDE).-(RO) Volgens het verslag getiteld “Afghanistan: Opium Survey 2007” van het VN-Bureau voor drugs- en misdaadbestrijding heeft de opiumproductie in Afghanistan een recordhoogte van 8200 ton bereikt, oftewel 93 procent van de opiumproductie in de wereld. Veertig procent van het bruto binnenlands product van Afghanistan komt derhalve voort uit de productie en illegale verhandeling van opium, waarbij 2,9 miljoen mensen betrokken zijn. Desalniettemin nemen slechts tien landen tachtig procent van de consumptie van alle legaal verkrijgbare opiumderivaten in de wereld voor hun rekening, terwijl er in 150 landen ernstige behandelingstekorten bestaan als gevolg van de illegale handel in opium.
Benadrukt moet worden dat de belangrijkste bron van inkomsten voor de Taliban en terroristische groeperingen de illegale drugshandel is. Daarnaast worden de maatregelen om drugs te verdelgen of te vernietigen, die financieel worden ondersteund door de internationale gemeenschap, door de plaatselijke politieke en militaire leiders ingezet voor hun eigen gewin en eliminatie van de concurrentie. Op basis van wat er tot nu toe gezegd is, ben ik ervan overtuigd dat een strategische en evenwichtige benadering van de verlaging en beheersing van de opiumproductie sociale en economische alternatieven zou moeten bevatten om de totstandkoming van een rechtsstaat en democratische instellingen in Afghanistan te bevorderen. Dat is waarom een dergelijke maatregel een van de eenvoudigste manieren zou kunnen zijn om terrorisme te voorkomen en uit te roeien.
Mevrouw de Voorzitter, ik ben van mening dat een antidrugsplan in Afghanistan, bestaande uit de beheersing van de opiumhoeveelheden door deze te gebruiken voor de productie van pijnstillers en andere derivaten, een maar niet het enige economische alternatief zou kunnen zijn, alsmede een middel om de papaverteelt terug te dringen.
Ryszard Czarnecki (UEN). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik zou willen beginnen met commissaris te feliciteren met het geweldige optreden van de Altenburger Sängerknaben. Ik ben erg onder de indruk.
Nu moet ik echter iets zeggen over een minder plezier onderwerp, het verslag Cappato. De voorgaande sprekers hadden het steeds over veertig procent, omdat dat het percentage van het BBP van Afghanistan zou zijn dat voortkomt uit de productie van verdovende middelen. Dat cijfer wordt algemeen aanvaard, maar ik zou willen benadrukken dat onze vertegenwoordigers in Afghanistan vorig jaar tegenover de Commissie buitenlandse zaken van het Parlement duidelijk iets anders zeiden. Zij beweerden dat het om vijftig procent van het BBP ging, wat dus nog meer is. Ik waag mij niet aan een verklaring, maar ten minste tien procent van de Afghaanse bevolking leeft van de productie en verhandeling van drugs. We moeten tevens erkennen dat er soldaten van de internationale vredesmachten betrokken zijn bij deze handel, evenals Amerikanen die in het land verblijven.
Ik vind dit een risicovol voorstel, hoewel ik natuurlijk wel inzie dat het bepaalde voordelen met zich meebrengt. Ik ben er echter volkomen van overtuigd dat het voorstel uiteindelijk zal resulteren in de legalisering van de drugshandel in plaats van verbetering van de gezondheidszorg.
Vittorio Agnoletto (GUE/NGL). – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het is niet een kwestie van simpelweg constateren dat 92 procent van de opium in de wereld wordt geproduceerd, maar van het onderkennen van de tendens: volgens gegevens van het antidrugsagentschap van de VN werd in 2001 8000 hectare gewijd aan de opiumteelt en in 2006 maar liefst 165 000 hectare; de oogst in 2001 bedroeg 185 ton en in 2006 6100 ton.
Hieruit blijkt natuurlijk dat de huidige strategie van gewasvernietiging door bespuiting niets oplost. Integendeel, deze heeft maatschappelijke gevolgen die er uiteindelijk voor zullen zorgen dat de opiumproductie uit de hand loopt. Andere gewassen dan opiumpapaver worden vernietigd, waardoor boeren nog armer worden en in de armen worden gedreven van de drugshandelaren: de Taliban en de drugsbaronnen die comfortabel in de regering zitten.
Het doel is daarom om boeren van steun te voorzien die, in ieder geval aanvankelijk, van hetzelfde financiële niveau moet zijn als nu, waardoor ze zich los kunnen maken van de drugshandelaren. Dit plan zal het probleem natuurlijk niet oplossen, maar dat wordt ook door niemand beweerd. We hebben het hier over een beperkt experiment, en dat kan ook niet anders in een door oorlog verscheurd land waar rivaliserende bendes over het grondbezit gaan. Desalniettemin is het een stap voorwaarts, omdat op zijn minst een gedeelte van de opium zo niet zal eindigen als heroïne, maar als morfine. Dat is in mijn optiek gunstig voor het westen en voor de hele wereld.
Daarnaast moet het duidelijk zijn dat er al regelgeving bestaat voor morfineproductie. Commissaris, ik ben niet op de hoogte van deze problemen in India en Turkije; als ze bestaan, is regulering noodzakelijk. De huidige resolutie voorziet echter in een regelgevende taak voor internationale lichamen: niet met betrekking tot heel Afghanistan, dat op dit moment niet te beheren valt, maar tot een uitermate beperkt gebied.
Daarnaast wijzen internationale medische organisaties erop dat er nog steeds een tekort aan morfine bestaat, niet alleen in het zuidelijke gedeelte van de wereld, maar paradoxaal genoeg ook in het noorden. Morfine moet natuurlijk tegen officiële prijzen verkocht worden, maar het is een pijnstiller en naar mijn mening heeft iedereen er recht op, met inbegrip van Afrikanen en arme mensen. Als het om het kostenplaatje gaat, kost het ongetwijfeld minder om dergelijke maatregelen te nemen en prijsbeperkingen voor morfine op te leggen dan om te besluiten gewassen te vernietigen met de bestaande methoden waar we niets aan hebben.
Een laatste commentaar: ik ben erg verheugd dat dit een pragmatisch debat is geweest, niet een ruzie tussen degenen die drugs willen liberaliseren of legaliseren en degenen die ze willen verbieden. We proberen praktische, pragmatische maatregelen te nemen om een gedeelte van de Afghaanse bevolking te helpen.
Charles Tannock (PPE-DE).-(EN) Voorzitter, het is belangrijk dat opiumderivaten, zoals diamorhine (beter bekend als heroïne), verkrijgbaar zijn voor medische doeleinden zoals pijnbestrijding, maar de Talibanterroristen halen 20-40 procent van de financiële middelen die ze gebruiken om NAVO-soldaten te doden uit de teelt van papavers. Helaas is de Afghaanse opiumproductie dit jaar met 34 procent gestegen en is deze goed voor ruim 90 procent van het wereldaanbod.
Troepen uit mijn land, het Verenigd Koninkrijk, leiden de strijd tegen de Taliban, als onderdeel van de ISAF-veiligheidsmacht van de NAVO. Ze beschikken niet over het mandaat, noch over de mankracht, om toezicht te houden op een grootschalig medisch papaverteeltproject of, overigens, om de oogst te vernietigen. Ze hebben genoeg te stellen met het ontwijken van kogels, zonder dat ze ook nog parttime tuinier moeten worden.
Als dokter kan ik echter wel enige sympathie opbrengen voor de argumenten van de British Medical Association, die achter de teelt van papavers staat – mits onder streng toezicht – om te zorgen voor een voldoende aanbod aan pijnstillende middelen. Mijn collega-parlementslid Tobias Ellwood van het Engelse parlement heeft hard gewerkt aan een zesjarenplan waarin papaveroogsten in Afghanistan gericht worden vervangen door papaverteelt tegen betaling voor medische doeleinden.
We dienen daarom op zijn minst het idee te onderzoeken van een zeer beperkt pilotproject voor legalisering, waarbij we ons heel bewust moeten zijn van het gevaar dat hierin schuilt, namelijk dat de Taliban zo’n project kunnen overnemen voor illegale doeleinden. Een eventueel experiment moet dan ook noodzakelijkerwijze beperkt worden tot een uiterst klein gebied. Om te kunnen slagen moet het project de steun hebben van een brede groep partnerorganisaties. We mogen onze dappere troepen absoluut niet afleiden van hun taak die van levensbelang is, namelijk die van terrorismebestrijding, maar misschien heeft een dergelijk experiment over de hele linie een positief effect.
Wat de EU-Afghaanse hulp betreft: de ontwikkeling van de infrastructuur in Afghanistan en de bestrijding van corruptie moet door de EU veel beter gecoördineerd worden; anders zullen de Taliban inderdaad winnen. Nu al kunnen we de Taliban in het zuiden van het land nauwelijks onder controle houden.
Het Westen moet wakker worden en de Afghaanse realiteit onder ogen zien. Internationale instanties stemmen hun activiteiten niet voldoende af. Vanwege de wijdverbreide corruptie binnen de Afghaanse regering beginnen de provincies hun geduld met de regering van president Karzai in Kabul te verliezen.
Het huidige gecentraliseerde bestuursmodel sluit niet aan op de uiteenlopende belangen en de verscheidenheid aan etnische groeperingen in het hele land, dat nooit een traditie heeft gekend van een sterke centrale overheid. De provincies krijgen momenteel geen operationele financiële middelen om doelstellingen na te streven die niet door Kabul zijn opgesteld. Er bestaat geen enkel economisch plan van aanpak voor het beheer van de enorme watervoorraden, waarvan 92 procent - het is te gênant en te belachelijk voor woorden – het land uitstroomt. Door dammen en irrigatiesystemen aan te leggen zouden er op industriële schaal groenten en fruit geteeld kunnen worden.
Afghanistan was ooit beroemd om zijn granaatappelen, een product dat momenteel erg in is bij lobbyisten voor gezonde voeding. Indien er een spoorwegstelsel zou worden aangelegd, wat hard nodig is, zouden dergelijke goederen getransporteerd kunnen worden naar de internationale markt.
Er liggen nog heel veel dringende zaken te wachten, mevrouw de commissaris, als we dit land willen redden van de politieke en economische ondergang.
Richard Howitt (PSE).-(EN) Voorzitter, als iemand die zich lang heeft verzet tegen het uitroeien van drugs door verdelging van de oogst, omdat dit onefficiënt en vaak contraproductief is en altijd verwoestende neveneffecten heeft voor de menselijke gezondheid, betreur ik het dat deze resolutie een combinatie is van die instelling en een naar mijn mening ongelukkige poging om de legale productie van opium in Afghanistan te stimuleren. In deze resolutie wordt het verslag van de Senlis Council aangehaald om te suggereren dat er een wereldwijd tekort aan papavers is. Dat lijkt mij je reinste onzin. Het Internationaal Comité van toezicht op verdovende middelen laat zien dat de wereldvoorraad aan legale opiaten voldoende is om twee jaar lang aan de vraag te voldoen, terwijl Johnson Matthey, de grootste morfineproducent ter wereld, gevestigd in Londen, het heeft over een overschot op wereldniveau van meer dan 250 ton.
De commissaris heeft gelijk als zij zegt dat Afghaanse boeren hier niet bij gebaat zijn, gezien de omstandigheden in Afghanistan. En dit is nog maar één van de vele vergezochte aannames in de ontwerpresolutie. Opiumpapavers worden op minder dan 4 procent van de landbouwgrond geteeld. Legale teelt zou bovenop de illegale teelt komen en deze niet vervangen. Volgens het onderzoek van de onafhankelijke Asia Foundation is 80 procent van de Afghaanse bevolking tegen de drugshandel. De Afghaanse regering is ertegen: president Karzai noemt opium “de vijand van de mensheid”. Deze resolutie zou een volstrekt verkeerd signaal afgeven, slechts enkele weken voor de papaverzaaitijd.
Ik heb alle respect voor de rapporteur, maar het Huis zal op dit punt helaas verdeeld zijn. Papavers voor medicijnen klinkt wellicht aantrekkelijk, maar in werkelijkheid financiert opium het geweld en de onveiligheid in Afghanistan. Papavers voor corruptie en terrorisme zou de lading beter dekken.
Bogdan Golik (PSE). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, ik wil mijn steun uitspreken voor de ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad betreffende de productie van opium voor medische doeleinden in Afghanistan. Ik wil de rapporteur ook feliciteren met zijn moed. De bestrijding van de illegale handel in drugs is een van de grootste mondiale uitdagingen in de hedendaagse wereld. De Europese Unie zou haar activiteiten zo moeten organiseren dat zij enerzijds streeft naar de doeltreffende controle op drugs en de vermindering van hun hoeveelheid en anderzijds naar de vergroting van de beschikbaarheid van pijnstillers en de verlaging van hun prijzen.
Het voorstel om de opiumproductie te legaliseren om te voldoen aan de behoeften van de internationale farmaceutische industrie zou een goede manier kunnen zijn om de zojuist genoemde doelen te verwezenlijken. Zoals in Turkije en Australië zouden er ook Afghanistan vergunningen kunnen worden verleend voor de teelt van papaver die wordt gebruikt voor de productie van nuttige pijnstillers als morfine of codeïne. Er moet dan echter wel rekening worden gehouden met de bijzondere omstandigheden in Afghanistan.
Afghanistan is de grootste verstrekker van de grondstoffen voor de productie van opiaten ter wereld. De productie en verhandeling van opium zijn uitgegroeid tot een belangrijke factor voor de groei van het BBP van Afghanistan, alsmede tot de basis van grensoverschrijdende handel, de belangrijkste inkomstenbron voor telers en de enige manier voor de meeste mensen om land, werk en krediet te krijgen. De legalisering van de papaverteelt in Afghanistan heeft alleen zin als de juiste omstandigheden worden geschapen. De veiligheidssituatie moet worden verbeterd en de politiek in het land moet worden gestabiliseerd om te zorgen dat de nationale overheid de opiumproductie daadwerkelijk kan beheersen. Er moet een daadwerkelijke democratie tot stand worden gebracht en staatsleningen moeten beschikbaar worden gesteld aan boeren. Daarnaast moet de economische activiteit gereguleerd worden.
Inger Segelström (PSE).-(SV) Mevrouw de Voorzitter, ik wil beginnen met Marco Cappato te bedanken voor een interessant verslag. In de Commissie LIBE ben ik verantwoordelijk voor de begroting op de lange termijn van het antidrugsprogramma. In deze commissie proberen we ons te richten op wat de EU in praktische zin zou kunnen doen om misbruik en verstrekking terug te dringen. Ik denk daarom dat het debat over Afghanistan cruciaal is, want uit dat land is de meerderheid van heroïne (93 procent) afkomstig waar onze jongeren op straat aan dood gaan. Als het mogelijk is om de beheersing en de productie voor sommige boeren onder toezicht van de EU en de VN te reorganiseren door middel van opiumproductie voor medische doeleinden, laten we dan ja zeggen tegen het project. Dit zeg ik, iemand uit Zweden, dat een zéér sterk antidrugsprogramma en antidrugsbeleid heeft. Helaas denk ik niet dat dit volstaat, maar we moeten natuurlijk ook naar andere mogelijkheden kijken, zoals energieproductie. De boeren hebben werk en bestaansmiddelen nodig en wij in het Europees Parlement moeten daarom onze verantwoordelijkheid nemen en meer maatregelen eisen. We zullen veertig procent van het BBP vervangen en dat brengt een verantwoordelijkheid met zich mee! Ik ben het niet eens met paragraaf 1 a), waarin de Raad wordt opgeroepen om zich te verzetten tegen bespuiting om papaver te verdelgen. Ik denk dat we ook deze maatregel moeten overwegen om de impasse waar we ons nu in bevinden, deze situatie waarin niets gebeurt, te doorbreken. Ten slotte enkele woorden over de overproductie. Het is niet per definitie zo dat er een grotere behoefte aan pijnstillers bestaat onder de armsten van deze wereld, onder vrouwen en kinderen. Vergeleken met de EU gebruiken zij zeer weinig pijnstillers. Laten we dus uitgaan van een mondiale invalshoek en samen met Afghanistan constructieve oplossingen proberen te vinden in de EU en de VN, om vrede en democratie te ondersteunen en terrorisme en drugs te bestrijden. Dank u.
Marco Cappato (ALDE). – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik zou iets willen zegen over de vraagzijde en iets over de aanbodzijde.
Aan de vraagzijde hebben de heer Tatarella, die niet meer aanwezig is, en de heer Howitt gesproken over het probleem van overproductie: het feit dat de opium die op dit moment voorhanden is, de vraag voor de verwerking tot opiaten voor medicijnen overstijgt. Dat is waar, maar alleen voor bepaalde vraagniveaus.
Het verslag gaat over de potentiële vraag. Ongeveer tachtig procent van de wereldbevolking heeft geen enkele toegang tot pijnstillers, zelfs niet voor de eenvoudigste operaties, amputaties of de behandeling van kankerpatiënten. Dat is waar we het over hebben, en het Internationaal Comité van toezicht op verdovende middelen is medeverantwoordelijk voor het ontbreken van een mondiaal beleid voor de verspreiding van pijnstillers.
Wat de aanbodzijde betreft, hoop ik dat ik zo vrij mag zijn om de commissaris te bevestigen dat dit proefproject inderdaad belastinggeld zou kosten. Dat is een feit, maar het bestaande beleid kost de belastingbetaler ook enorm veel geld.
Het probleem is dus eenvoudig. We vragen u om na te gaan of het moeilijker en kostbaarder is een gewas met harde hand te verwijderen uit één gebied, waarna dit hoogstwaarschijnlijk zal opduiken in het naastgelegen gebied, of om de oogst op te kopen en ter plaatse te verwerken, onder toezicht van de internationale gemeenschap, zodat deze niet gebruikt kan worden om heroïne te produceren maar ter plaatse wordt geprepareerd voor de medicijnproductie. Het tweede alternatief is in mijn optiek goedkoper, ook voor de Europese burgers en belastingbetalers.
Benita Ferrero-Waldner,lid van de Commissie.−(EN)Voorzitter, ik vond dit een heel interessante discussie. Nogmaals, ik heb waardering voor het moedige idee van de heer Cappato. Maar laat me ook het volgende zeggen: ja, het is waar dat onze strategie nog niet succesvol is gebleken. Maar, zoals ik al eerder zei, het is niet alleen een strategie ten aanzien van drugs; het gaat om een enorm complexe situatie. We hebben te maken met een situatie net na een conflict en alle verschillende partijen zijn natuurlijk aanwezig: de NAVO, de Europese Unie en de VN. De bijeenkomsten in New York gingen nou juist daarover.
Ik wil nu terugkomen op het drugsvraagstuk. Er zijn inderdaad problemen aan de vraagzijde en aan de aanbodzijde. Aan de vraagzijde is er momenteel volgens het Internationaal Comité van toezicht op verdovende middelen geen vraag naar méér legaal opium voor medische doeleinden. En ik heb gehoord dat momenteel aan de vraag op wereldniveau volledig voldaan kan worden en dat Turkije en India in 2005 hun productie hebben moeten verminderen. De voorraden waren zo groot dat er voor twee jaar genoeg was voor de hele wereld. Dat is één punt. Ik heb er begrip voor dat u zegt dat er in andere delen van de wereld misschien mensen zijn die niet eens een medische behandeling kunnen ondergaan, vanwege het ontbreken van middelen voor pijnbestrijding. Dat begrijp ik. Maar u haalt dat uit zijn context. Dat is de realiteit van vandaag.
Ook aan de aanbodzijde moeten we de proporties een beetje in de gaten houden. Afghanistan is, zoals sommige collega’s hebben gezegd, het land dat het overgrote deel van de opium en drugs produceert: 8 200 ton. Áls er al legale productie zou worden toegestaan, zou dat slechts om een heel kleine hoeveelheid gaan, héél erg klein. Dus zelfs als het mogelijk was, denk ik dat het om de productie van hooguit vijf ton opium zou gaan. Vergelijk die 8 200 ton eens met vijf ton: dat is niks. U ziet dus, dat er noch aan de aanbodzijde noch aan de vraagzijde sprake is van een echte balans.
Dus afgezien van deze zeer complexe situatie vind ik uw idee moedig; ik ben het ermee eens. Maar ik denk dat het misschien voor Afghanistan op dit moment niet nuttig is. Integendeel: ik denk dat onze strategie eruit moet bestaan dat we moeten streven naar een combinatie van het ondersteunen van de lange termijnontwikkeling van Afghanistan, het bieden van alternatieven aan boeren voor de papaverteelt en een verbetering van het bestuur. We moeten ons dus richten op het rechtssysteem en de politie. Dat zullen we proberen te doen en daar zijn we al mee begonnen.
We zijn ook de voortrekkers geweest bij het opstellen van de agenda voor alternatieve middelen van bestaan op het plattelanden bij de stimulering van legitieme arbeid. Voor dit doeleind heeft de Europese Commissie ook het nationale drugsbestrijdingsbeleid van de Afghaanse regering gesteund, dat bestaat uit initiatieven gericht op het terugdringen van het aanbod, het reduceren van de vraag en het verbeteren van het bestuur. We steunen bijvoorbeeld het Law en Order Trust Fund (Trustfonds openbare orde), tot dusverre met zo’n 135 miljoen euro en voor de komende twee jaar is een bedrag van 70 miljoen euro gepland.
Maar ik moet ook zeggen dat we als Europese Unie en Europese Commissie, gezien het feit dat we ons hebben geconcentreerd op plattelandsontwikkeling, gezondheidszorg en het rechtssysteem, alsmede op het helpen bij de hervorming van het politie- en justitieapparaat én op alternatieve productie, niet alles alleen kunnen doen in Afghanistan. Dat zou ik tegen de geachte afgevaardigde de heer Tannock willen zeggen, omdat ik denk dat hij zich alleen tot ons richt, de Europese Commissie en de Europese Unie, maar er zijn vele andere belangrijke actoren in deze kwestie. Ik denk dat we allemaal onze eigen bijdrage moeten leveren. Daarom proberen we steeds meer voor elkaar te krijgen door een goed gecoördineerde strategie die, enerzijds, gericht is op drugsbestrijding. Maar, nogmaals, ik denk dat het misschien nog te vroeg is.