De Voorzitter . – Aan de orde is het debat over zes ontwerpresoluties met betrekking tot Iran.(1)
Ryszard Czarnecki (UEN), auteur.–(PL) Mijnheer de Voorzitter,wederom spreken we over Iran. Ik ben de medeauteur van een resolutie van de Fractie Unie voor een Europa van Nationale Staten.De situatie in Iran is een verhaal zonder eind van schendingen van de mensenrechten. Het Europees Parlement komt regelmatig op deze kwestie terug, met de namen van nog meer slachtoffers en nog meer voorbeelden van schendingen van de mensenrechten. Ik moet met enige spijt zeggen dat sommige politici in de Europese Unie en sommige regeringen met twee maten meten, in de zin dat veel wordt gezegd over de mensenrechten in de landen waarmee geen handel wordt gedreven, waar men geen zaken kan doen. In het geval van landen waarmee economische banden worden onderhouden, zelfs onofficieel, zonder iets te zeggen, maar waarmee wel geld wordt verdiend, lijkt men wat rustiger te spreken over de mensenrechten, op fluistertoon. Het is heel goed dat het Europees Parlement niet de fluistertoon bezigt wanneer het gaat over Iran.
Wat ik los van de politieke verschillen wil beklemtonen in de gezamenlijke resolutie die wij voorstellen, is dat wij nieuwe, specifieke en tragische feiten noteren die het drama illustreren dat zich voor onze ogen in dat land afspeelt. De aandacht van de publieke wereldopinie is gericht op iets anders, op bepaalde pogingen om een kernmacht in dat land te creëren of op de duidelijk antisemitische uitspraken van de president van Iran. Helaas zien wij niet de schendingen van de mensenrechten in dat land, dus het is goed dat wij deze kwestie vandaag in het Europees Parlement bekijken.
Marios Matsakis (ALDE), auteur.–(EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is niet de eerste keer dat dit Parlement wordt gevraagd zich te buigen over de situatie in Iran en ik vrees dat het ook niet de laatste keer zal zijn. Iran beschikt over voldoende natuurlijke hulpbronnen om zijn bevolking een jaloersmakende levensstandaard te bieden, maar helaas glijdt het land steeds verder naar de afgrond van een middeleeuws aandoend totalitair regime, met de daarmee gepaard gaande schendingen van de mensenrechten van zijn burgers, en raakt het steeds verder geïsoleerd van de rest van de wereld.
De voortdurende barbaarse praktijken zoals het ter dood stenigen van burgers, waaronder vrouwen en kinderen, en het niet-erkennen van de rechten van vrouwen en van politieke tegenstanders, zijn een schandvlek voor de beschaving. Ieder dag bereiken ons meldingen van nieuwe arrestaties, martelingen en moorden op onschuldige burgers door de autoriteiten van Iran.
(De spreker wordt door de Voorzitter verzocht langzamer te spreken)
Ik hoop dat dit niet van mijn tijd af gaat, mijnheer de Voorzitter. De reden dat ik Engels spreek is trouwens dat de mensen me verstaan zonder tolk.
(Applaus vanuit sommige banken)
Dank u, mijnheer Tannock.
Vrijheid van mening en vrijheid van de pers bestaan in dat land nagenoeg niet en ondertussen wordt, tegen alle gezond verstand en internationale protesten in, in het geheim verder gewerkt aan de ontwikkeling van kernwapens.
Het Iraanse regime, dat verblind wordt door kortzichtig nationalisme en extreem godsdienstfanatisme, volgt een weg die alleen maar kan leiden tot confrontatie en daaruit voortvloeiend leed, vooral voor zijn eigen volk. Laten we bij de stemming over deze resolutie opnieuw onze steun betuigen aan al de Iraniërs die vechten voor vrijheid en democratie en laten we de extremistische leiders van Iran opnieuw duidelijk maken dat door hun onbezonnen, gevaarlijke gedrag ons geduld snel op zal raken.
Tot slot wil ik mijn collega’s graag op de hoogte brengen van goed nieuws dat ik zojuist uit de Verenigde Staten heb ontvangen, namelijk dat de Amerikaanse regering heeft besloten de Revolutionaire Garde op de lijst van terroristen te plaatsen.
Paulo Casaca (PSE), auteur.–(PT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren,deze week hebben wij het genoegen gehad te luisteren naar de winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur, Doris Lessing, die zoals we weten van Iraanse afkomst is en die zei wat wij allemaal denken: “Ik haat de Iraanse regering. Het is een wrede en boosaardige regering”. Doris Lessing zei ook dat olie de reden is dat niemand de Iraanse regering durft te bekritiseren. Ik vind dat ze het niet preciezer had kunnen uitdrukken en het niet beter had kunnen zeggen.
Dit beleid van verzoening is dodelijk, niet alleen voor de belangen van het Iraanse volk maar ook voor iedereen die vrede wil. De voortzetting van dit beleid en het voeden van de expansionistische en fanatieke instincten van het Iraanse regime zullen de grootste tragedie zijn waarmee wij in de naaste toekomst geconfronteerd worden. Ik geloof dat wij ons allen bewust moeten zijn van dat feit en dit beleid moeten terugdraaien.Doen we dat niet, dan ziet de toekomst er somber uit, en ik zou alleen nog willen zeggen, Mijnheer de Voorzitter, dat dit Huis een zeer speciale groet zou moeten sturen naar de Nobelprijswinnares voor haar zeer verstandige woorden.
Erik Meijer (GUE/NGL), auteur. – (NL) Voorzitter, bij de beoordeling van wat er nu in en rondom Iran gebeurt, gaat het om vier zaken. Ten eerste de afschuwelijke mensenrechtensituatie, ontstaan als gevolg van een regime dat niet uitgaat van democratie en gelijkwaardigheid van mensen, maar van hun eigen interpretatie van de wil van God, die ze het recht geeft om andere mensen op te sluiten, te martelen en te vermoorden.
Ten tweede, de poging van het regime om ondanks zijn rol als gewelddadige minderheid toch een massa-aanhang te verwerven. Het probeert kunstmatig een nationale trots op te roepen. De reden voor die trots is het bezit van kernenergie en eventueel zelfs kernwapens, net als India, Pakistan en Israël, die het Non-proliferatieverdrag niet hebben ondertekend.
Ten derde gaat het om de oppositie tegen dit regime. Zowel de gematigde oppositie die een iets minder streng regime wil - zoals dat het geval was onder de vorige president - als de echte democratische oppositie, die binnenlands leeft onder arbeiders en studenten en daarnaast onder de intellectuelen die naar het buitenland zijn gevlucht.
En in de vierde plaats gaat het om de Amerikaanse dreiging om op Iran hetzelfde model toe te passen als in Irak en Afghanistan, door middel van een militaire invasie of op zijn minst door bombardementen. Zo’n aanval door buitenlandse tegenstanders is contraproductief. Die zou de inwoners van Iran stimuleren om zich uit vaderlandsliefde te scharen achter het gehate regime en zijn eventuele kernwapens.
Mijn fractie wijst zowel een militaire invasie tegen dit regime, als het vanuit eigenbelang zoeken van vriendschap met dit regime, af. Onze solidariteit ligt bij de slachtoffers en de oppositie. Het regime mag op geen enkele wijze de indruk krijgen dat er kan worden onderhandeld over inperking van de rechten van de oppositie in ballingschap die zich in Europa bevindt, en mag geen propaganda kunnen maken met de bewering dat democratische landen hun wanbestuur ondersteunen.
De uitspraak van het Europees Hof van Justitie om de organisatie van de Volksmojahedin te verwijderen van de terroristenlijst, moet volledig worden nageleefd, zodat deze organisatie of andere oppositiegroepen geen last hebben van juridische of financiële belemmeringen.
Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE),auteur. –(ES) Mijnheer de Voorzitter, ik geloof dat er drie elementen zijn – minstens drie – die deze urgentie rechtvaardigen.
Op de eerste plaats, zoals al is opgemerkt, de groeiende verslechtering in de mensenrechtensituatie.Op de tweede plaats, het recordaantal executies, niet alleen getalsmatig maar ook wat betreft de bruutheid waarmee ze worden uitgevoerd. Op het ogenblik hebben we meer executies gehad dan er in heel 2007 zijn geweest – 244 in 2007 en 177 in 2006. Het derde element is de vervolging waaraan organisatiesvoor mensenrechtenactivisten worden onderworpen, vooral die organisaties die opkomen voor de rechten van de vrouw.
Ik geloof dat dit alles niet alleen deze resolutie rechtvaardigt maar ook, zoals de resolutie zegt, om er bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op aan te dringen om te stemmen over een resolutie die de schending van de fundamentele rechten in Iran expliciet en zonder voorbehoud veroordeelt. Dit is een zaak waarom wij al lange tijd vragen. We begrijpen niet waarom hierover zo’n terughoudendheid bestaat en ik hoop dat deze resolutie op zijn minst zal helpen sommige mensen van gedachten te doen veranderen.
Tadeusz Zwiefka (PPE-DE), auteur.–(PL) Mijnheer de Voorzitter, de koran, het heilige boek van de moslims, wordt door eminente specialisten beschouwd als een boek van de liefde. Maar wat gebeurt er in die landen die zichzelf islamitische landen noemen? Ze worden geregeerd door extreme radicalen. De enige boodschap die uit deze landen komt, is er een van haat van de buitenwereld, van medemoslims en van hun eigen burgers. Wat er in het hedendaagse Iran gebeurt, is absoluut onaanvaardbaar. Bij vele gelegenheden hebben wij in deze Kamer al gesproken over de noodzaak drastische maatregelen te nemen om verschillende soorten schendingen van de mensenrechten in Iran te voorkomen.
Wat bijzonder schokkend is, is de manier waarop de doodstraf wordt uitgevoerd. De doodstraf voltrekken door middel van steniging is onbeschaafd, onmenselijk en geheel onaanvaardbaar voor elke democratie. De doodstraf uitvoeren met betrekking tot minderjarigen, wat verboden is in de hele democratische en beschaafde wereld, gaat in Iran gewoon door, ondanks de beloften van de Iraanse regering en parlement.
Verdere handelingen van haat zijn gericht op alle oppositie – zowel de zeer kleine interne oppositievan individuele burgers en de veel grotere en meer georganiseerde oppositie zowel in het land zelf als van over de grenzen. Arrestaties van journalisten, gebrek aan vrijheid van meningsuiting, verboden op drukken of zelfs spreken onder bedreiging van opsluiting of zelfs de dood, dit is een situatie die we op geen enkele wijze kunnen accepteren. Op dit ogenblik lijkt ieder beroep bijna te laat te zijn. We moeten denken aan meer specifieke beperkingen die de Iraanse regering zouden dwingen haar handelwijze te veranderen.
Benita Ferrero-Waldner,lid van de Commissie.−(EN) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen juichen wij in de Commissie deze nieuwe gezamenlijke ontwerpresolutie van het Europees Parlement toe.
Ik kan u vertellen dat wij allen meermalen onze bezorgdheid over de mensenrechtensituatie in Iran hebben uitgesproken – ikzelf nog zeer recentelijk tijdens de algemene vergadering van de VN, waar ik tussen de bedrijven door met de Iraanse minster van Buitenlandse Zaken heb gesproken en hem nogmaals nadrukkelijk heb gewezen op alle feiten die er liggen.
Ik moet zeggen dat het respect voor de fundamentele mensenrechten in Iran het afgelopen jaar nog veel verder is afgenomen en om deze reden steunen wij, zoals ieder jaar, ook de nieuwe resolutie van de algemene vergadering van de VN over de mensenrechtensituatie in Iran, die Canada waarschijnlijk zal indienen.
De vrijheid van meningsuiting, vreedzame vergadering en politieke contestatie wordt voortdurend ingeperkt. Er is opnieuw sprake van marteling en executies van mensen die minderjarig waren op het moment dat ze de vermeende misdaad pleegden. Er heeft ook een toenemend aantal openbare executies plaatsgevonden, zoals de heer Romeva i Rueda opmerkte, waaronder één geval van steniging, ondanks garanties van Iraanse zijde dat steniging op grond van bestaande verordeningen verboden was. Ik noemde dit specifieke geval ook tijdens mijn ontmoeting met de Iraanse minster van Buitenlandse Zaken. In Iran zijn dit jaar tot nu toe ten minste 250 executies voltrokken – dat is het op één na hoogste aantal executies wereldwijd.
De voortdurende discriminatie van minderheden, toenemende intimidatie en de sluiting van onafhankelijke niet-gouvernementele organisaties moeten natuurlijk ook worden genoemd. De gedocumenteerde intimidatie en vervolging van verdedigers van de mensenrechten uit alle lagen van de Iraanse samenleving zijn toegenomen, evenals de repressie van intellectuelen, leraren, studenten, vrouwenactivisten en vakbonden. Onlangs werd een van de bekendste verdedigers van de mensenrechten in Iran, de heer Emaddedin Baghi, opnieuw gevangengezet op beschuldiging van propaganda tegen de regering. En de heer Mansour Osanlou, voorzitter van de Iraanse vakbond van buschauffeurs en de belichaming van een onafhankelijke vakbeweging in Iran, wordt al sinds juli vastgehouden. De heer Osanlou heeft met spoed medische hulp nodig en we hebben redenen om aan te nemen dat die hem nog steeds wordt onthouden.
Maar we houden onze mond niet over dergelijke ontwikkelingen. We hebben diverse maatregelen genomen en meermalen publieke verklaringen afgelegd waarin we onze afkeuring uitspreken over de aanhoudende schendingen van de mensenrechten en fundamentele vrijheden in Iran en het hardnekkig negeren van de internationale normen op het gebied van de rechtspraak door het land. Ik doe opnieuw een beroep op de Iraanse regering om alle mensenrechten en fundamentele vrijheden volledig na te leven, overeenkomstig de verplichtingen van Iran op grond van internationaal recht en de verdragen die het land heeft geratificeerd.
Ik wijs ook opnieuw op onze bezorgdheid over het feit dat Iran weigert de bilaterale dialoog over de mensenrechten, die het in 2004 opschortte, te hervatten, zoals de Europese Unie keer op keer vraagt. Wij van onze kant zijn nog steeds bereid dit te doen, aangezien we geloven in het belang van een dergelijke dialoog en betrokkenheid.
Ter afsluiting: de Commissie is het onmiskenbaar eens met het Parlement, of het nu gaat om de ontwikkelingen inzake de kernwapens of om andere kwesties van belang voor de Europese Unie. We hanteren een tweesporenbenadering, waaraan momenteel door Javier Solana en zijn nieuwe tegenhanger wordt gewerkt, en tegelijkertijd onderzoeken we in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de mogelijkheid om de sancties verder te versterken. Zolang de mensenrechtensituatie niet verbetert, kan er geen sprake zijn van voortgang in de betrekkingen met Iran.
De Voorzitter . – Het debat is gesloten.
De stemming vindt spoedig plaats, tijdens de stemmingen.