De Voorzitter. − Aan de orde is het gezamenlijke debat over:
– het verslag van Cristina Gutiérrez-Cortines namens de Commissie milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raadtot vaststelling van een kader voor de bescherming van de bodem en tot wijziging van Richtlijn 2004/35/EG (COM(2006)0232 – C6-0307/2006 – 2006/0086(COD)) (A6-0410/2007), en
– het verslag van Vittorio Prodi namens de Commissie milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid over de thematische strategie voor bodembescherming (2006/2293(INI)) (A6-0411/2007).
Martin Schulz (PSE). – (DE)Mevrouw de Voorzitter, ik zou niet opnieuw om het woord hebben gevraagd als de commissaris in zijn afsluitende woorden niet het slachtoffer had gespeeld. Commissaris, u zult moeten accepteren dat u in een Europees forum zit waarin u een specifieke plicht heeft uiterst voorzichtig met uw woorden om te gaan. Wat u in het interview met Il Messaggeroheeft gezegd was feitelijk onjuist.
Geen enkele instantie in Europaheeft het recht een kamp binnen te gaan en iemand te vragen “hoe verdient u uw brood?” en als deze persoon niet onmiddellijk antwoordt hem te deporteren. Dat gaat tegen alle regels in, maar het is wel wat u gezegd heeft in het interview met Il Messaggero. Wees dan niet op uw tenen getrapt als men u daarop wijst.
De Voorzitter. − Hoe dan ook is het debat gesloten. Het spijt me, maar het is niet mogelijk. Ik dacht dat u een punt op de agenda wilde plaatsen. Het debat is gesloten, laten we verder gaan. ... Ik ben tegen deze interventie. We kunnen hier niet mee doorgaan. Ik dacht dat de heer Schulz iets op de agenda wilde plaatsen.
Stavros Dimas, lid van de Commissie.−(EL)Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik graag het Europees Parlement en met name de rapporteurs, mevrouw Gutiérrez-Cortines en de heer Prodi, de Commissie milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid en de andere commissies bedanken voor hun bijdrage bij de eerste lezing.
Het voorstel van de Commissie voor een thematische strategie voor bodembescherming komt voort uit de werkzaamheden waarmee in 1998 is begonnen naar aanleiding van een initiatief van het Duitse ministerie van Milieu. Als gevolg van het uitgebreide overleg met de belanghebbenden en de lidstaten werd erkend dat de bodem een belangrijke natuurlijke hulpbron is dat bodemafbraak in Europa een steeds groter probleem wordt.De Commissieen de betrokken partijen, met name het Parlement en de Raad, hebben vervolgens de handen ineen geslagen om meer te weten te komen over bodembeschermingsaspecten en hierover consensus te bereiken.
De resolutie van hetParlementover de mededeling van 2002 over bodembescherming bevatte belangrijke aanbevelingen aan de Commissieover de richting die zij in moet slaan om te zorgen voor een goede bodembescherming in Europa. Na de goedkeuring van de conclusies in Mallorca in 2002, verzocht de Europese Raad de Commissieeen uitgebreide en verstrekkende strategie inzake bodembescherming op te stellen met algemene beginselen, passende kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen en schema’s voor het meten en beoordelen van de geplande maatregelen.
Sta mij toe wat specifiekere kwesties te noemen. Ik vind het zeer bevredigend dat bodemafbraak als een ernstig probleem wordt erkend dat aangepakt moet worden. Met het oog op de huidige interesse van het Parlement in bijvoorbeeld woestijnvorming is het belangrijk dat wij in Europa openlijk onze betrokkenheid tonen bij het oplossen van de oorzaken van dit probleem, zowel in Europa als in de rest van de wereld.Klimaatveranderingen en bepaalde ongepaste bodembeheerspraktijken brengen onze bodem in gevaar. Eerst de mate van afbraak vaststellen en dan methodes ontwikkelen om een duurzaam bodemgebruik te garanderen is een voorbeeld van de directe toepassing van de kennisgebaseerde aanpak die het Parlement terecht waardeert. De inspanningen zijn dan gegarandeerd meer gefocust en hulpbronnen worden efficiënter gebruikt.
Bedrijven verwachten terecht dat de lidstaten het Gemeenschapsrecht consistent toepassen. De door de Commissie opgestelde milieueffectbeoordeling schat dat ongeveer 3,5 miljoen gebieden in de EU zeer waarschijnlijk verontreinigd zijn. Een deel daarvan, zo’n vijftien procent, is zeker verontreinigd. Het is daarom van cruciaal belang dat bedrijven er zeker van kunnen zijn dat vergelijkbare procedures worden gebruikt voor het aanwijzen van verontreinigde gebieden, zodat zij investeringen kunnen plannen.
We moeten ook niet vergeten dat er een direct verband is tussen klimaatverandering en de bodem. Uit een recent onderzoeksartikel, gepubliceerd in het toonaangevende internationale wetenschappelijke tijdschrift Nature, blijkt bijvoorbeeld dat alleen al in het Verenigd Koninkrijk in de afgelopen 25 jaar elk jaar 13 miljoen ton CO2uit de bodem in de atmosfeer is vrijgekomen, evenveel als de uitstoot van 5 miljoen auto’s per jaar meer. Tevens zij opgemerkt dat de capaciteit van de bodem om koolstof op te vangen en die om te zetten in bruikbare humus nog niet ten volle is benut.
Met het oog op het voorgaande wil ik graag de belangrijkste doelen van de door de Commissie voorgestelde maatregelen samenvatten:
Allereerst dient een zeer flexibel, maar consistent en integraal Europees bodembeleid te worden ontwikkeld. Door een kader voor duurzaam bodemgebruik op te stellen en maatregelen aan de bron te nemen, voorkomt dit beleid verdere afbraak van de bodem en blijven zijn belangrijke sociale, milieu- en economische functies behouden.
In de tweede plaats moet de benodigde informatie over de staat van de bodem in Europa worden verzameld, zodat we kennisgebaseerde beleidsbeslissingen kunnen nemen en onze inspanningen kunnen richten op plaatsen waar de zwaarste bodemafbraak is waargenomen.
In de derde plaats moetenaangetaste bodems worden hersteld op basis van een analyse van de bodemconditie, die door de lidstaten moet worden uitgevoerd. Het herstel moet erop zijn gericht een consistente bodemkwaliteit te bereiken die past bij het huidige en het geplande gebruik van de grond.
In de vierde plaats moeten gemeenschappelijke regels voor de hele EU worden aangenomen om te zorgen voor een consistente aanpak onder de lidstaten inzake bodembescherming. Deze gemeenschappelijke voorschriften zullen bijdragen aan transparantie en verstoring van de interne markt vermijden.
Het doel van de strategie en de richtlijn is een bodembeleid voor de lange termijn te lanceren, zodat alle lidstaten over een paar jaar aanzienlijke vooruitgang zullen hebben geboekt op dit gebied.
Ik wil uw aandacht vestigen op bepaalde belangrijke aspecten van de kaderrichtlijn over bodembescherming:
In die eerste plaats moet het document dat na het medebeslissingsproces wordt gepubliceerd ondubbelzinnig zijn en moet het juridische duidelijkheid verschaffen voor de partijen voor wie dit wetgevingsproces gevolgen heeft. We moeten vermijden amendementen in te dienen met rechtsvacuüms, die de reikwijdte van de richtlijn onnodig beperken.
In de tweede plaats bevat het voorstel al een hoog niveau van subsidiariteit en flexibiliteit. Ik begrijp dat bepaalde amendementen nog worden doorgevoerd om de mate van subsidiariteit nog meer te verhogen. U moet er echter voor zorgen dat deze amendementen niet voor problemen zorgen bij de toepassing van de richtlijn door de lidstaten. Dit geldt met name voor de amendementen op het gebied van programma’s van maatregelen op de in de richtlijn vastgelegde prioritaire gebieden.
In de derde plaats moeten wij overeenstemming bereiken over een consistente, door alle lidstaten uit te voeren aanpak voor het identificeren van aangetaste bodems. De voorgestelde schrapping van bijlage II zou ervoor zorgen dat wij dit doel niet kunnen bereiken.
Afsluitend kan ik zeggen dat de Commissie vanaf heden de ontwikkelingen tijdens het overleg over het voorstel in de Raad en in het Europees Parlement zal volgen. Daarna zal zij haar standpunt bepalen.
Cristina Gutiérrez-Cortines (PPE-DE), rapporteur.–(ES) Mevrouw de Voorzitter, alvorens in te gaan op het voorstel waarover wij vanochtend zullen stemmen, wil ik graag de rapporteurs van alle fracties bedanken en ik wil met name mevrouw Sornosa, van de Socialistische Fractie in het Europees Parlement, en onze vriend de heer Prodi bedanken, die nauw hebben samengewerkt en de richtlijn hebben verrijkt, evenals de Fractie De Groenen/Europese Vrije Alliantie en vele andere leden.
Het document waar wij morgen over zullen stemmen bevat verschillende amendementen, als gevolg van een overeenkomst, en is daarom aangevuld met bijdragen van andere politieke partijen. Het is een document dat grotendeels op consensus is gebaseerd, wat niet verwacht werd voor een milieubeleid dat tot een nieuw Europees beleid zal leiden en een nieuwe weg inslaat.
Dit document is extreme innovatief, aangezien het een reactie is op een nieuwe manier om met richtlijnen om te gaan. We werden geconfronteerd met het feit dat van de 27 landen slechts negen wetgeving hadden inzake bodembescherming. En dat is een probleem waar we in de toekomst opnieuw mee te maken krijgen. Europa heeft zich asymmetrisch ontwikkeld en er zijn momenteel veel landen die al ver vooruit zijn op het gebied van bodembeleid, terwijl andere nog een lange weg te gaan hebben.
Hoe te komen tot een consensusbeleid, een gemeenschappelijk beleid, als er zulke grote verschillen zijn? Dat is de uitdaging waar we voor stonden. Wat was de oplossing? We hebben het Verdrag erbij gehaald en zagen dat, wat het opstellen van richtlijnen betreft, artikel 249 stelt dat richtlijnen gemeenschappelijke doelstellingen zijn, maar dat de tenuitvoerlegging of toepassing ervan aan de lidstaten kan worden overgelaten, en dat is wat we hebben gedaan.
Artikelen 1 en 2 zijn versterkt tot aan artikel 6 om de gemeenschappelijke doelstellingen goed duidelijk te maken. Met andere woorden: we hebben ons doel bepaald. We weten wat we willen bereiken en moeten erkennen dat duurzaamheid een proces is dat duidelijke doelen nodig heeft, maar dat niet alle landen dat in hetzelfde tempo kunnen bereiken. We kunnen niet van de landen die nog nauwelijks vooruitgang hebben geboekt vragen hetzelfde te doen als de rest.
Wij verzoeken daarom de tenuitvoerlegging aan de lidstaten over te laten, met maximale inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, om de angst weg te nemen van bepaalde landen die al vooruitgang hebben geboekt dat zij hun officiële regelingen opnieuw moeten opstellen. Landen die een duidelijke bodembescherming hebben hoeven natuurlijk niet alles opnieuw te doen.
Bij dit beleid van flexibiliteit hoort ook de erkenning dat, gezien het specifieke klimaat en de specifieke omstandigheden van elk land, elke lidstaat een overeenkomst moet kunnen sluiten met zijn burgers teneinde deze beleidsmaatregelen uit te voeren. Daarom garanderen wij bijvoorbeeld in artikel 8 dat boeren een overeenkomst met hun overheden kunnen sluiten over bodembescherming en dat degenen die dat al hebben gedaan geen nieuwe wetgeving hoeven op te stellen.
Dit betekent dat we er tegelijkertijd voor moeten zorgen dat er een duidelijk beleid is inzake verontreinigde grond en dat de gezondheid van de burgers in dit verband boven alles gaat. Uiteraard gepaard met de doelstellingen van bescherming van de gezondheid en openheid bij het verstrekken van informatie aan burgers.
Waarom denk ik dat het belangrijk is dat we een richtlijn hebben, terwijl er ook tegenstanders zijn? Een richtlijn is belangrijk, dames en heren, omdat we Europa moeten opbouwen op basis van onze sterke punten. We moeten dus de landen die de zaken goed hebben gedaan volgen. Als we geen wetgeving opstellen, belanden we in een situatie van onzekerheid en onveiligheid, en die twee zaken ondermijnen de markt en de gezondheid
Laten we Europaopbouwen rond zijn sterktes, niet zijn zwakheden. Dat is de weg die we moeten bewandelen.
Bovendien wordt subsidiariteit gewaarborgd en heb ik gezegd dat officiële regelingen of wetgeving niet opnieuw opgesteld hoeven te worden. De lidstaten krijgen de verantwoordelijkheid voor de uitvoering, en vrijheid betekent verantwoordelijkheid.
In eenEuropavan 27 leden moeten we leren dat we geen milieubeleid kunnen creëren door het via het gerechtelijk systeem te implementeren. We kunnen niet alleen vertrouwen op aanklagers en het Hof van Justitie om het beleid ten uitvoer te leggen. We moeten vertrouwen op een gemeenschappelijk beleid en op de geloofwaardigheid en de capaciteit van de lidstaten om het beste beleid uit te voeren. Dit is waarom we zoveel rekening hebben gehouden met goede praktijken.
Een ander innovatief element van deze richtlijn is dat hij voor het eerst klimaatverandering aanpakt in relatie tot bodembeheer, door middel van een effectieve behandeling van de bodem voor overstromingen de bestrijding van woestijnvorming en erosie.Er is nog iets anders waar we rekening mee moeten houden: Europa en zijn platteland zijn het werk van mensenhanden. Ze zijn het resultaat van het werk van boeren als de tuiniers van het platteland. We moeten er rekening mee houden dat het Europa van de toekomst door zijn burgers moet worden opgebouwd en daarom zeg ik opnieuw dat we gemeenschappelijke doelstellingen moeten opstellen, maar we moetende burgers ook helpen het pad te betreden dat leidt tot gezondheid en een streven naar openheid.
Dank uhartelijk. Ook hartelijk dank nogmaals aan de politieke partijen.
Vittorio Prodi (ALDE), rapporteur.–(IT)Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik wil u bedanken en ik wil ook de rapporteur, mevrouw Gutiérrez-Cortines bedanken. Het was een opdracht waar wij samen aan hebben gewerkt en ik hoop dat de samenwerking tot een betere tekst heeft geleid.
De richtlijn die vandaag aan de orde is, is gericht op het beschermen van de Europese bodem tegen fenomenen als woestijnvorming, erosie en verzilting, die steeds vaker het gevolg zijn van klimaatverandering en specifieke bodemverontreiniging. Paradoxaal genoeg was er, ondanks de talloze verordeningen over het gebruik en het vrijkomen in de atmosfeer van verontreinigende stoffen, geen richtlijn die een verplichting bevatte om ernstig verontreinigde bodems te identificeren en te certificeren,alvorens deze te herstellen.
Dit lijkt echter tot irritatie te leiden onder bepaalde personen in het Parlement en elders, die kritiek hebben op wat zij een aanval op het subsidiariteitsbeginsel noemen en op de verstikkende aanwezigheid van de Europese instellingen, die maatregelen als de kaderrichtlijn bodem gebruiken om groepen boeren of bedrijven lastig te vallen met oneerlijke wetten en bepalingen en nieuwe bestuurlijke en/of financiële lasten.
Waar hebben wij het over? We hebben het over dezelfde richtlijn die lidstaten ongeveer 25 jaar de tijd geeft om alle gebieden op het nationale grondgebied aan te wijzen die als ernstig verontreinigd zouden kunnen worden beschouwd en die dus een gevaar op zouden kunnen leveren voor gebruik, zowel openbaar als privé, en alle gebieden die ernstige risico’s lopen op woestijnvorming, erosie, verzilting en vermindering van verdichting.
We hebben het over richtlijnen voor het opzetten van een regeling van systematische verbeteringen, in het belang van iedereen. We hebben het over het beschermen van de volksgezondheid en de bescherming van het milieu. We hebben het over een kaderrichtlijn die niet alleen de autonomie van de lidstaten respecteert, maar ook vrij is van lastige bepalingen.
Ik vraag u dan waarom bepaalde lidstaten en het Parlement – de gebruikelijke tegenstanders – tegen het aanvaarden van een lijst maatregelen en gebieden zijn die uitgebreiddoor de nationale autoriteiten moeten worden onderzocht? Wat hebben zij te verbergen? Waarom zoveel aversie, terwijl hun vertegenwoordigers in de Raad het bindende karakter van het onderzoek naar alle door de Commissie in bijlage II voorgestelde gebieden en het transparantiebeginsel dat bij bodemgerelateerde transacties moet overheersen al hebben aanvaard?
Bovendien heeft een Europa-brede aanpak van het bodemtoezicht een toegevoegde waarde, omdat het de lidstaten de kans geeft meer te weten te komen over hun bodem. In elk geval zullen de verslagen aan de Commissie vrijwel automatisch worden verstuurd, aangezien zij gebaseerd zijn op satelliet-enquêtes. Het is misschien niet algemeen bekend dat een dergelijk project al eerder door de Commissie is uitgevoerd en de Soil Atlas of Europe heeft opgeleverd, een goed voorbeeld van de resultaten die we kunnen boeken als we samenwerken.
Er is echter nog een ander argument voor een gemeenschapsbrede aanpak van de bodem, namelijk klimaatverandering, een probleem waar heel Europa mee te maken heeft. Dit probleem zal bestaan uit extreme klimaatverschijnselen: meer regenval, langere droogteperiodes, minder sneeuwval en een stijging van de zeespiegel. Dit betekent dat wij een taak hebben de bodem te beheren, juist om deze problemen te lijf te gaan, om de waterretentiein heel Europa te verhogen, overstromingen te voorkomen en grondwaterabsorptie te bevorderen, met name langs de kusten, en de infiltratie van zout water, waarschijnlijk het gevolg van de stijgende zeespiegel, te voorkomen.
Bosbeheer om het risico op bosbranden onder controle te houden, aangezien meer droogteperiodes een groter risico op woestijnvorming met zich meebrengen in geval van brand. Overigens zal dit soort grondbeheer bijdragen aan een gebruik van duurzame energiebronnen als waterenergie en biomassa. Tenslotte mogen we niet vergeten welke rol de bodem speelt in het compenseren van de uitstoot van broeikasgassen.
Bij het stemmen op woensdag wil ik u vragen te bedenken dat wij bovenal een strategie en een richtlijn nodig hebben die het gebruik en het plezier van de bodem dat wij nu hebben waarborgt, rekening houdend met het feit dat elke lidstaat voor dezelfde bedreigingen en dezelfde milieurisico’s staat. De bodem is een hulpbron, een hulpbron die schaars is in Europa. We moeten de beschikbaarheid ervan dan ook maximaliseren.
Joan Calabuig Rull (PSE), rapporteur voor advies van de Commissie onderzoek en energie.–(ES) Dank u, mevrouw de Voorzitter. Ik dank ookcommissaris Dimas voor zijn duidelijke steun voor de richtlijn.
Wij zouden blij zijn met het voorstel van de Commissie, aangezien het inderdaad gericht is op bodembescherming en het behoud van zijn milieu-, economische, sociale en culturele functies, die allemaal natuurlijk essentieel zijn voor de mens.
Bovendien stelt de richtlijn, zoals de commissaris terecht opmerkte, flexibele voorschriften voor, die wat doelstellingen betreft ambitieus zijn, maar wat inhoud betreft niet overdreven dwingend. Binnen een gemeenschappelijk kader, een minimale gemene deler, kunnen de lidstaten hun eigen interventieniveau vaststellen, wat leidt tot een efficiënter gebruik van de bestuurlijke capaciteit op nationaal niveau.
Ondanks de overdreven tegenstand tegen deze richtlijn van sommige sectoren is het overduidelijk dat de bodem een niet hernieuwbare hulpbron van levensbelang is, die lijdt onder de steeds grotere milieudruk waar de mens grotendeels verantwoordelijk voor is.
Volgens de verslagen die hier zijn besproken is berekend dat de kosten van de bodemafbraak ongeveer 40 miljard euro per jaar bedragen. Dit zijn kosten die door de maatschappij worden gedragen in de vorm van schade aan infrastructuur, stijgende kosten van de gezondheidszorg en vele andere factoren.
Deze richtlijn is uiteraard gebaseerdop het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen en het beginsel dat milieuschade bij de bron moet worden hersteld en dat de vervuiler betaalt.
Deze wetgeving zal de grensoverschrijdende gevolgen van bodemafbraak, die er ook zijn, beperken en een bijdrage leveren aan het creëren van gelijke voorwaarden op de interne markt.
Ik wil dit aspect benadrukken, omdat de verschillende verplichtingen die economische actoren zouden kunnen opleggen, overeenkomstig de verschillende nationale wetten inzake bodembescherming, de mededinging zouden kunnen verstoren.
Tenslotte is de richtlijn inzake bodembescherming een stap vooruit die zal leiden tot opener concurrentie en tot bescherming van zaken van algemeen belang, zoals water, voedselveiligheid en volksgezondheid.
Neil Parish (PPE-DE), rapporteur voor advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling. −(EN) Voorzitter, het was mij echt liever geweest als deze richtlijn niet aan ons was voorgelegd. Ik zou een afwijzing ervan ondersteunen, maar niet omdat ik niet wil dat de bodem beschermd wordt, want het is in ons aller belang dat dat wel gebeurt. Maar is de richtlijn wel de juiste manier om dit te bereiken?
Commissaris Dimas, u hebt zelf gezegd dat momenteel slechts negen lidstaten beschikken over wetgeving voor de bescherming van de bodem. Ik zou zeggen dat het aan de achttien andere lidstaten is, te zorgen voor wetgeving om de bodem te beschermen en dat we niet maar weer een richtlijn moeten invoeren. We hebben al een grondwaterrichtlijn en een nitraatrichtlijn. Wat de landbouw betreft hebben we al een heleboel cross compliance wetgeving waarin de bodem en bodemverdichting aan de orde komen. Ik weet dat de rapporteur haar uiterste best doet om landbouw uit het voorstel te halen, maar ik vrees dat we nóg meer bureaucratie en nóg meer problemen voor de boeren krijgen.
De commissaris heeft ook gezegd dat er in de hele Europese Unie 300 typen bodem zijn. Het is erg ingewikkeld om al deze uiteenlopende situaties onder één richtlijn te willen regelen. Je hoeft maar naar landbouw te kijken in bijvoorbeeld dit een jaar: in sommige lidstaten was er sprake van droogte en in andere landen is het een uitgesproken nat jaar geweest, met zware regenval. In veel van de noordelijke lidstaten, waar heel veel regen is gevallen, zal er bij het rooien van de aardappels natuurlijk verdichting plaatsvinden. Men moet dat doen om de oogst binnen te halen. Dat kan het volgende jaar gecorrigeerd worden door de ondergrond te woelen en de schade aan de bodem te herstellen.
Bij dit alles is flexibiliteit nodig. Ik vind echt dat wéér een nieuwe richtlijn, waarmee onze boeren en onze landbouwindustrie nóg meer regelgeving te verduren krijgen, de verkeerde weg is.
Karsten Friedrich Hoppenstedt, namens de PPE-DE-Fractie. –(DE)Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de richtlijn inzake bodembescherming en de kaderrichtlijn inzake de bodem, samen met de thematische strategie voor bodembescherming, vormen de belangrijkste onderwerpen van deze deelzitting, en natuurlijk van de afgelopen weken en maanden in de commissies.
Normaliter wordt een strategie – in dit geval over de bodem – vóór de betreffende richtlijn afgehandeld, en met reden. Het voordeel van werken in etappes is meestal dat belangen in een vroege fase al openlijk worden besproken, zodat rekening kan worden gehouden met nieuwe standpunten bij het opstellen van de richtlijn. Wat de hevige kritiek op het voorstel van de Commissie voor een richtlijn inzake bodembescherming betreft, zou overleg vooraf over het onderwerp ongetwijfeld nuttig zijn geweest, onder meer om de gemoederen te bedaren.
In tegenstelling tot een normale kaderrichtlijn bevat het voorstel van de Commissie – ik deel deze mening – zeer strikte, gedetailleerde voorschriften en verplicht de lidstaten tot talloze beoordelingen en verslagen die een enorme administratieve last tot gevolg zouden hebben. Dat is onaanvaardbaar.
De nieuwe lidstaten hebben al wetgeving inzake bodembescherming die goed functioneert. Voor hen zou het voorstel van de Commissie in sommige gevallen een complete herstructurering van hun stelsels inhouden. Met als gevolg een enorme verdubbeling van de regelgeving en extra bureaucratische rompslomp. Daarom zijn vele lidstaten sceptisch over deze richtlijn, zoals al is gezegd.
Toch ben ik de afgelopen maanden uitgebreid betrokken geweest bij de herschrijving van het voorstel van de Commissie. In feite ging het erom de lidstaten meer handelsruimte te bieden, zonder het doel om de groei van de bodemafbraak op Europees niveau te beteugelen uit het oog te verliezen.
Ik hoop dat we uiteindelijk, samen met onze collega, mevrouw Gutiérrez-Cortines, tot een zinvol resultaat zijn gekomen. Een resultaat dat, gezien het belang van het thema bodembescherming, als model kan dienen voor Europa en ook voor de rest van de wereld. Daarom wil ik de rapporteur nogmaals hartelijk danken voor het bieden van een oplossing waarmee we een compromis hebben kunnen bereiken.
María Sornosa Martínez, namens de PSE-Fractie.–(ES) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, in de Europese wetgeving geldt voor belangrijke natuurlijke hulpbronnen (water, lucht, dier- en plantsoorten, de leefomgevingen van flora en fauna) specifieke Gemeenschapswetgeving, terwijl dat niet zo is voor de bodem. Het is tijd om dit gebrek aan evenwicht te herstellen. Daarom dank ik de Commissievoor haar voorstel en dank ik tevens de rapporteur, mevrouw Gutiérrez-Cortines, voor haar werk.
Zoals vele van ons al hebben gezegd is de bodem een niet hernieuwbare en dus eindige natuurlijke hulpbron die belangrijke ecologische en economische functies vervult en tevens de basis is van bijna al het menselijk handelen. Er bestaat geen twijfel dat de betrokkenheid van het Europese institutionele wetgevingsstelsel in deze een impuls zal geven aan de verbetering van de wetgeving die in veel landen wordt ingevoerd, door deze een samenhangend kader te verschaffen dat wordt ondersteund door Europese regelgeving en mogelijk ook met Europese middelen.
Wat de onverplaatsbare aard van de bodem betreft, die door sommigen wordt aangevoerd als bewijs ter rechtvaardiging van hun voorkeur voor een nationale of subsidiaire behandeling in plaats van Europees beleid, biedt de mededeling van de Commissie voldoende argumenten over waarom een strategie op Europees niveau nodig is, en sommige collega’s, zoals de heer Calabuig Rull, hebben dit ook al genoemd.
Er zijn bepaalde lidstaten die niet erg happig zijn op het standaardiseren van bodembescherming op Europees niveau en wij denken dan ook dat zowel de strategie als de richtlijn terecht worden beschreven als flexibele juridische instrumentendie ambitieus zijn, maar niet overdreven dwingend. Dit houdt in dat elke lidstaat ze naar eigen behoefte en sociale en economische situatie kan aanpassen, aangezien een kader is opgesteld en langetermijndoelen zijn vastgesteld.
Kortom, ik denk dat de methodologie van het voorstel voor een richtlijn, gebaseerd op preventie, het creëren van bewustwording onder burgers, het verstrekken van informatie, het aanwijzen van prioritaire gebieden van bodemafbraak en het inventariseren van verontreinigde grond, samen met de programma’s van nationale maatregelen en rehabilitatiestrategieën, een coherente, efficiënte en flexibele aanpak van het probleem van bodemafbraak in Europa vormen, rekening houdend met de diversiteit van nationale situaties en standpunten.
I verzoek dit Huis daarom in de eerste plaats om hartgrondig “nee” te zeggen tegen de volledige afwijzing van dit voorstel in sommige sectoren, en de compromisamendementen, waar we na lang onderhandeling op uit zijn gekomen, te steunen.
Misschien is dit niet de richtlijn die iedereen zou willen, maar juist omdat we allemaal op een bepaalde manier tegen deze richtlijn zijn kan hij ons van dienst zijn in de toekomst.
Holger Krahmer, namens de ALDE-Fractie.– (DE)Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik de rapporteur, mevrouw Gutiérrez-Cortines, graag van harte bedanken. Zij heeft in de afgelopen maanden veel energie in dit project gestoken en als bemiddelaar gefungeerd tussen voor- en tegenstanders van de richtlijn en uiteindelijk is het haar gelukt de basis van een werkbaar compromis op te stellen.
Toch ben ik het, zoals altijd, eens met de leden van dit Huis die het voorstel van de Commissie willen afwijzen. Laat het duidelijk zijn: onze bodem is de basis van ons bestaan. Zonder gezonde grond geen landbouw, geen natuurlijke cyclus van voedingsstoffen en, op de lange termijn, geen leven. Wij zijn ervoor verantwoordelijk onze bodem waar mogelijk te beschermen en deze in goede conditie te houden.
Deze richtlijn is echter niet de juiste manier om dit te bereiken. Ik denk niet dat de vraag hier is of we onze bodem beter willen beschermen of niet. Op Europees niveau moeten wij juist de vraag stellen: valt dit binnen onze jurisdictie of niet? Ik vind van niet.
Vele lidstaten hebben hun eigen, goed functionerende, wetgeving inzake bodembescherming ontwikkeld, met meer aandacht en betere oplossingen voor lokale problemen dan mogelijk zou zijn met gecentraliseerde wetgeving uit Brussel. Daarom wil ik het Huis vragen zijn steun uit te spreken voor de amendementen die de handelsruimte voor de lidstaten behouden.
Los daarvan staan wij op het punt om een enorme nieuwe bureaucratische rompslomp en uitgaven te creëren voor bestuursorganen en bedrijven. Er zijn amendementen die de pure oprichting van een industrieel bedrijf al als reden beschouwen om gedetailleerde onderzoeken en verslagen te eisen.
Ik zal u kort één voorbeeld geven, namelijk de bouw van industriële gasinstallaties. Deze installaties scheiden normale lucht, dat een mix van gassen is, in verschillende deeltjes – wat de bodem geen enkele schade toebrengt. We moeten ons niet over drukmaken over dergelijke dingen, maar juist over dingen waarbij terechte zorg over verontreiniging van de bodem bestaat.
Ik ben van mening dat het hoog tijd is dat we stoppen met het opstellen en publiceren van bodemrapporten. Dat is een inbreuk op contractvrijheid. De verkoop van grond valt terecht onder het burgerlijk recht en dat moet ook zo blijven. Dames en heren, ik hoop dat het ons lukt tot een richtlijn te komen die werkelijk bescherming van de bodem waarborgt en niet in de eerste plaats de administratieve last verhoogt.
Janusz Wojciechowski,namens de UEN-Fractie. – (PL)Mevrouw de Voorzitter, er is een gezegde dat we in veel landen kennen: “beter laat dan nooit”. Wij zijn weliswaar nogal laat met de bodembescherming, na decennia van afbraak, wat het best in industriegebieden te zien is, maar het is goed dat we ons hebben gerealiseerd dat de bodem ons van voedsel voorziet en we hem dus niet mogen vernietigen. We moeten de bodem niet als een commercieel goed beschouwen en een beleid uitvoeren dat gebaseerd is op het aankopen van land en op het bestemmen van grond voor andere doeleinden dan landbouw.
Van dit beleid plukken we nu al de wrange vruchten. Het is goed dat we dat nu eindelijk inzien en kunnen beginnen de bodem, onze leverancier, te beschermen. Laat me u herinneren aan de gedachte in het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling dat een van de voorwaarden voor een doeltreffende bescherming van de bodem het behoud en de ontwikkeling van de landbouw is.Grond dat door boeren wordt verzorgd, behoudt zijn vruchtbaarheid maar wanneer die zorg ontbreekt, verwordt die bodem tot een woestijn. Namens de Fractie Unie voor een Europa van Nationale Staten steun ik de verslagen van mevrouw Gutiérrez-Cortines en de heer Prodi.
Hiltrud Breyer, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE)Mevrouw de Voorzitter, wij zeggen heel duidelijk “ja” tegen EU-brede bodembescherming. We hebben gehoord dat de bodem onze belangrijkste niet-hernieuwbare hulpbron is. Bodemafbraak kost de EU ieder jaar meer dan 38 miljard euro. In Duitsland bevindt nog maar twee procent van de bodem zich in zijn oorspronkelijke staat. Twaalf procent van de bodems in de EU zijn aangetast door erosie.
Bodemafbraak houdt zich niet aan landsgrenzen. Met hoe wij momenteel omgaan met onze bodem snijden we ons dus in de vingers. Het EU-voorstel was goed, het was een stap in de juiste richting, ook al hadden we het graag willen verbeteren. Ik weet dat de rapporteur er voor heeft gevochten, maar helaas heeft de Commissie milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid een groot aantal punten uit het voorstel verwijderd onder druk van de conservatieven en de landbouwlobby. Ik begrijp niet waarom wij er in de Commissie milieu mee akkoord zijn gegaan ons stil te houden over bodems die al jarenlang vervuild zijn. Ik hoop dat we dit morgen alsnog kunnen corrigeren. Het druist in tegen het transparantiebeginsel en ook tegen het Verdrag van Aarhus.
We weten ook dat klimaatverandering en een goedebodemkwaliteit hand in hand gaan, dat de bodem een belangrijke opslagruimte is voor kooldioxide en steeds minder goed in staat is CO2 op te nemen.Vanwege het snijdwerk dat heeft plaatsgevonden in de Commissie milieu vrees ik dateen ambitieuze richtlijn inzake bodembescherming helaas onmogelijk is. We hebben echter wel een doeltreffende bodembescherming nodig, met een gedeeld tijdspad en gemeenschappelijke criteria.
Kortom, we hebben doeltreffende, specifieke doelen nodig om de afbraak van de bodem in de Europese Unietegen te gaan. We mogen de creatie van een wettelijk bindend instrument niet opgeven vanwege dit zogenoemde compromis. Alleen met wettelijk bindende maatregelen kunnen we een ambitieuze bodemstrategie in beweging zetten.
Roberto Musacchio, namens de GUE/NGL-Fractie.– (IT)Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, er ligt een belangrijke en positieve richtlijn voor ons. Ik wilcommissaris Dimas, bedanken voor zijn behandeling van de richtlijn.Als lid van een fractie die vaak kritiek heeft op richtlijnen en op de Commissie, zeg ik tegen mezelf: in dit geval is dat niet nodig.
Deze richtlijn zal een enorme stap vooruit betekenen voor Europa, zowel wat haar beleid als haar doeltreffendheid betreft. Met de voltooiing van de kaderrichtlijnen over de natuurlijke elementen wordt de bodem als een belangrijk onderdeel van de biosfeer beschouwd, een fundamenteel deel van het ecologische en klimatologische evenwicht, en niet alleen een platform om op te bouwen.
De bodem leeft, absorbeert CO2en produceert biomassa: hij moet worden beschermd, zelfs worden verbeterd, omdat de Europese bodem zeer verontreinigd is. Europabegrijpt dit. We hebben langdurige en lastige discussies gevoerd in de Commissie en ik wil graag Cristina Gutiérrez-Cortines bedanken voor haar passie voor het onderwerp.
Het risico bestaat echter dat het Parlementzich zal bemoeien met de tekst van de Commissie. Ik ben hier nooit een voorstander van. Ik heb liever dat het Parlementvooruitloopt op de Commissie. Iemand heeft zelfs aanbevolen de richtlijn te verwerpen, maar dat zou een ernstige fout zijn. Europamoet naar de toekomst kijken. De bodem waarop wij leven is een bodem die we allen samen delen, hij is onderdeel van onze planeet. Het is de enige bodem die we hebben en we moeten er goed voor zorgen.
Kathy Sinnott, namens de IND/DEM-Fractie. −(EN) Voorzitter, ik zie wel een zekere logica in EU-wetgeving voor de kwaliteit van water en lucht. We delen die in de EU en zelfs mondiaal. Maar in het geval van bodembescherming ontgaat die logica mij. Bodems zijn veel minder mobiel en dit zou, afgezien van het stellen van redelijke normen voor bescherming, onder de competentie van de lidstaten en daarmee van de plaatselijke autoriteiten moeten vallen. We moeten hier misschien wat beter naar kijken, voordat de EU teveel controle over de bodem krijgt.
Enkele van de meer problematische maatregelen op het gebied van bodemaantasting in Ierland zijn door Europa van bovenaf opgelegd. Door de suikerhervorming van de EU is bijvoorbeeld de biet verdwenen uit de tarwerotatie. De bietenteelt bracht de bodem in conditie en maakte deze beter geschikt voor granen. En de EU-subsidies voor bosprojecten hebben in de loop der jaren geresulteerd in ongeschikte aanplant, die in de groeifase de zuurgraad van de bodem verhoogd heeft en bij de oogst in sommige gevallen geleid heeft tot bodemverdichting, waardoor deze onvruchtbaar is geworden, en in andere gevallen de grond heeft losgemaakt van de heuvels, vanwaar het vervolgens is weggespoeld naar rivieren en meren.
Bodems variëren enorm, maar ze moeten levend zijn en vernieuwend. De EU moet een verbod instellen op vernietiging van de bodem, maar de zorg en het beheer ervan overlaten aan mensen die verstand hebben van de samenstelling ervan in elk gebied.
Irena Belohorská (NI).-(SK) Alvorens in te gaan op wat er precies in de voorgestelde kaderrichtlijn inzake bodembescherming staat, moeten we eerst bepalen of EU-wetgeving op dit gebied echt nodig is.
We moeten het advies van de Commissie juridische zakenin ogenschouw nemen. In dat advies werd de behoefte aan wetgeving in de EU over bodembescherming nadrukkelijk verworpen, vanwege het feit dat de bodem geen grensoverschrijdende gevolgen heeft en dus een regionale kwestie is. Ondanks het feit dat andere commissies in hun respectievelijke adviezen vóór EU-wetgeving op dit gebied waren, hebben sommige fractie nog hun twijfels. Het amendement op artikel 5 in het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling stelt bijvoorbeeld duidelijk dat de afbraak van de bodem lokale en regionale oorzaken en gevolgen heeft en dat daarom nationale in plaats van Europese maatregelen moeten worden genomen.Dit lijkt strijdig te zijn met de rest van de tekst, die duidelijk vóór de kaderrichtlijn is.Het amendement van de Commissie milieu, volksgezondheid en voedselveiligheidop artikel 2 bevat vergelijkbare woorden.
Anderzijds is het belangrijk te erkennen dat de afbraak van de bodem, als niet hernieuwbare bron, aanzienlijke gevolgen heeft voor andere aspecten, waar al wetgeving voor bestaat, zoals waterkwaliteit, voedselveiligheid, klimaatverandering, etc.Zelfs als beide partijen gedeeltelijk gelijk zouden hebben over de behoefte aan een kaderrichtlijn, denk ik dat het besluit om het Europese kader goed te keuren een politiek besluit zal zijn.
Ik wil ook iets zeggen over de opmerking over de omslag van negatief naar positief in het verslag. Een voorbeeld hiervan is het vervangen van de term “risicogebied” door “prioritair gebied”. Ik denk dat wij voor gebieden waar bodemafbraak zo urgent mogelijk een halt moet worden toegeroepen ook urgente terminologie moeten gebruiken; bodems die gevaar lopen moeten met een negatieve term worden aangeduid, om de ernst van de situatie te onderstrepen.
Jan Březina (PPE-DE).-(CS)Mevrouw de Voorzitter, commissaris, allereerst wil ik graag de rapporteurs bedanken voor hun werk aan het voorstel dat ter tafel ligt. Ik steun echter het standpunt van de Commissie juridische zaken, dat de verantwoordelijke commissie verzoekt voor te stellen het voorstel van de Commissie te verwerpen.
De door de commissies genoemde redenen zijn en blijven geldig, ondanks de aanzienlijke wijzigingen die in de afgelopen maanden in het voorstel zijn aangebracht. Bodem heeft niet echt grensoverschrijdende gevolgen en moet daarom een verantwoordelijkheid van de lidstaten blijven. Ondanks de positieve veranderingen vormt dit voorstel dus nog steeds een inbreuk op het subsidiariteitsbeginsel. Wat proportionaliteit betreft, zou de goedkeuring van dergelijke wetgeving als een verspilling van middelen kunnen worden gezien. Bovendien mogen we niet vergeten dat er verschillende bodemsoorten zijn in de EU, die op diverse manieren worden gebruikt.
Het is waar dat de kaderrichtlijn een soort flexibele kaderrichtlijn is geworden. Bovendien is de richtlijn, als gevolg van onze nieuwe filosofie, bindend betreffende resultaten, maar laat de beslissing over de vorm en methode over aan de lidstaten. Het is zeer positief dat de bestaande wetgeving van de lidstaten die al betrekking heeft op deze doelstellingen niet hoeft te worden herzien. In die zin zijn we werkelijk op weg naar de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. Een positieve bijwerking van deze wetgeving zou de druk zijn op de lidstaten van wie de wetgeving inzake bodembescherming nog niet afdoende is, maar ik weet niet zeker of druk op deze lidstaten de beste manier is. Na alle voors en tegens tegen elkaar te hebben afgewogen denk ik dat we de voorgestelde richtlijn niet hoeven goed te keuren. De lidstaten kunnen hun bodem zelf wel beschermen. Tenslotte wil ik graag de woorden van een Franse filosoof herhalen, die zei dat indien een wet niet nodig is, dan moet deze ook niet worden opgesteld.
Karin Scheele (PSE). – (DE)Mevrouw de Voorzitter, ik ben een van de vertegenwoordigers die vindt dat bodembescherming heel duidelijk een taak is van de Europese Unie, en dathet Europees Parlementdeze kaderrichtlijn dus moet aannemen. Eerlijk gezegd begrijp ik de opmerkingen niet die zijn gemaakt over het feit dat geen rekening is gehouden met de verschillende bodemsoorten in onze lidstaten. Ik zal deze richtlijn nog eens goed doorlezen en proberen te achterhalen waar de andere leden het over hebben, want ik heb deze onflexibele maatregelen en voorstellen niet gezien.
Ik wil ook graag de rol van de landbouw noemen, omdat het compromisamendement van de verschillende partijen erg belangrijk is. Het verplicht de lidstaten, bij gebruik van de bodem voor landbouwdoeleinden, gewassen- en bebossingsmethodes te bevorderen die positieve gevolgen kunnen hebben voor organisch bodemmateriaal en de vruchtbaarheid van de bodem, en dus woestijnvorming en aardverschuivingen voorkomen.
Evenzo moeten landbouwmethodes die verdichting en bodemerosie voorkomen ondersteund worden. We weten dat landbouw vaak problemen met zich meebrengt voor de bodemkwaliteit en ik denk dat deze verduidelijking absoluut cruciaal is. Ik denk niet dat het idee “steun de landbouw, hoe dan ook” voldoende is om de bodems op regionaal, nationaal, of zelfsEuropees niveau te beschermen.
Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk (UEN).– (PL)Mevrouw de Voorzitter, naar mijn mening wordt een kaderrichtlijn inzake bodembescherming een instrument dat de productie van voedsel en de zorg voor voldoende voorraden schoon water voor toekomstige generaties EU-burgers bevordert.
De bodem heeft ook belangrijke andere functies: hij vormt, samen met steden en infrastructuur, de basis van het menselijk handelen, en tevens van de natuur en waardevolle landschappen. Bescherming van de bodem is van essentieel belang voor het behoud van ons natuurlijk erfgoed en onze grondstoffen.
Met het oog op het voorgaande zal een flexibele kaderrichtlijn die het subsidiariteitsbeginsel erkent een instrument zijn dat de lidstaten aanspoort hun bodems te beschermen. Een richtlijn met dergelijke bewoordingen is bindend voor de lidstaten wat betreft de resultaten die op het gebied van bodembescherming worden behaald, maar biedt de lidstaten de mogelijkheid zelf te beslissen welke methodes zij willen gebruiken om deze bescherming te verwezenlijken.
De in de richtlijn vervatte voorstellen waarbij de lidstaten lijsten met verontreinigde gebieden moeten opstellen, onder meer op regionale schaal, die elke vijf jaar moeten worden gepubliceerd en bijgewerkt, zijn het vermelden waard. Dit is belangrijke informatie voor de bescherming van het leven en de gezondheid van EU-burgers.
Marie Anne Isler Béguin (Verts/ALE).-(FR)Mevrouw de Voorzitter, ik wil ook graag eerst onze rapporteursfeliciteren en bewonder de lastige taak die mevrouw Gutiérrez heeft vervuld door een voorstel te presenteren voor de bescherming van onze bodem.
In tegenstelling tot een aantal van mijn collega’s denk ik dat een restrictievere aanpakvoor meer bescherming zou hebben gezorgd.
Ook ik vind het jammer dat onze collega’suit landen die een strengere wetgeving hebben dan hier wordt voorgesteld nog steeds proberen dit verslag af te zwakken met amendementen die ik u met klem wil verzoeken te verwerpen morgen.
Onze landbouw- en industrieactiviteiten en vervoersplannen hebben de kwaliteit van onze bodem drastisch aangetast. Toch is deze bodem de basis van onze biodiversiteit en ons voedsel. Hij dient als filter en opslagplaats voor organisch materiaal en mineralen en biedt ons toegang tot water. De bodem speelt een zeer belangrijke rol bij de bestrijding van klimaatverandering. Bovendien is het van cruciaal belang dat wij, met het oog op een groeiende vraag naar voedsel- en energieproductie, de kwaliteit van onze bodem waarborgen, herstellen en woestijnvorming voorkomen.
Zonder wetgeving op Europees niveau kunnen we geen resultaten verwachten.
Bastiaan Belder (IND/DEM). – (NL)Mevrouw de Voorzitter, namens mijn collega Blokland het volgende.
Ook in dit debat blijkt weer dat het voorgestelde bodembeleid zeer controversieel is. Nu er twee voorstellen liggen, de strategie en de richtlijn, lijkt het alsof een nieuwe tak van milieubeleid wordt geïntroduceerd. Zo lijkt het tenminste, want niets is minder waar. In 33 Europese richtlijnen komt duurzaam bodembeheer reeds naar voren, bijvoorbeeld in de kaderrichtlijn water. Waarom komen we dan met overlappende wetgeving die ook nog eens extra lasten met zich meebrengt, zeker voor lidstaten waar al een goed functionerend bodembeleid is?
De thematische strategie van collega Prodi zal ik ondersteunen. Mijn mening is dat lidstaten die nu nog geen bodembeleid hebben, dat op basis van de strategie moeten ontwikkelen. De kaderrichtlijn daarentegen is buitenproportioneel en mijns inziens ook in strijd met het subsidiariteitsbeginsel. Anders dan lucht en water is bodem namelijk niet grensoverschrijdend en wordt het beleid vaak op regionale of lokale schaal uitgevoerd. Dat is ook de reden waarom ik - dus collega Blokland - het amendement ter verwerping van het Commissievoorstel heb medeondertekend.
Jim Allister (NI).-(EN) Voorzitter, we kennen het begrip landroof als zijnde het zich onwetmatig toe-eigenen van grondgebied dat aan een ander toebehoort. Ik vind dat deze bodemrichtlijn neerkomt op een onwetmatige machtsgreep door Brussel, die natuurlijk weer een onvermijdelijke hoeveelheid nieuwe bureaucratie met zich meebrengt.
Iemand zei al in dit debat: bodems stromen niet, zo als water en lucht, van het ene land naar het andere. Er zit geen grensoverschrijdende dimensie aan. Bodembeleid is dus een zaak van de lidstaten en moet dat blijven.
IPPC, cross-compliance verplichtingen, de richtlijn betreffende het storten van afvalstoffen en de nitraatrichtlijn leveren al meer dan genoeg EU-bemoeienis op. Ik verontschuldig me dan ook niet om achter de volledige verwerping van dit machtsbeluste voorstel te gaan staan.
Maar als de EU gewoontegetrouw toch besluit zich met deze nationale aangelegenheid te bemoeien, zou zij kunnen overwegen boeren te betalen voor koolstofvastlegging bij bodembeheer en in de landbouwpraktijk.
Françoise Grossetête (PPE-DE).-(FR)Mevrouw de Voorzitter, in eerste instantie was ik van plan dit voorstel voor een richtlijn te verwerpen. Ik denk ook dat een kaderrichtlijn niet de juiste oplossing was.
Waarom een nieuwe tekst over bodembescherming aannemen als we al een hele rits voorschriften over bodem, afval, bestrijdingsmiddelen en de bescherming van de natuur hebben? Binnen het kader van betere wetgeving meende ik dat we niet opnieuw door de molen van de Europese Commissiezouden moeten gaan. Ik verplaatste mij in met name de burgemeesters van onze steden, die weer een nieuwe tekst zouden moeten ontleden.
De realiteit is echter als volgt: de mens heeft onvoldoende respect gehad voor de bodem. We hebben de bodem met onze intensieve productie uitgeput. Daarbij hebben we te kampen met klimaatverandering en woestijnvorming. Door ons stedenbouwkundig beleid is de bodem gemineraliseerd, afgebroken en nu zijn onze burgers verbaasd dat er rampzalige overstromingen plaatsvinden omdat de bodem de regen niet meer absorbeert. Wie heeft de open wonden in het landschap niet gezien die zijn veroorzaakt door de steengroeven die ons zulke waardevolle grondstoffen leveren?
Een verarmde, uitgedroogde, aangetaste en verontreinigde bodem – dat is wat er van de grond is overgebleven waar voorgaande generaties met eerbied over spraken omdat het land alles voor hen was: hun arbeid, hun voedsel, hun leven en, voor velen, hun enige eigendom. Wat eens onze Moeder Aarde was, bekijken wij nu met argusogen. Wat zullen de gevolgen zijn van deze afbraak en deze vervuiling voor ons milieu en onze gezondheid?
Mevrouw Gutiérrez heeft uitstekende werk verricht door te proberen een aanvaardbare aanpak te vinden en door te proberen de voor- en tegenstanders van deze richtlijn dichter bij elkaar te brengen. Ze heeft geluisterd naar het Parlement. Ze heeft evenwichtige standpunten geformuleerd die rekening houden met de behoefte aan subsidiariteit bij het kiezen van methodes, omdat er zulke grote verschillen zijn tussen de lidstaten. De definitieve tekst is veel beter geworden. Het voorstel voorkomt een toename van de administratieve kostendoor ons aan te moedigen de fouten van het verleden recht te zetten: onze landbouw-, industriële en stadspraktijken die geen rekening hielden met de bodem. Dit verslag, geheel herzien door mevrouw Gutiérrez, is bevredigend. Er zijn zoveel verschillen tussen bodems in de Europese Uniedat de garantie van subsidiariteit essentieel is, evenals de bescherming en een duurzaam gebruik van de bodem.
Gyula Hegyi (PSE).-(HU)Onze fundamentele doelstelling is het waarborgen van een gezonde leefomgeving voor onze burgers. Voor de meeste aspecten van ons milieu bestaat strenge communautaire wetgeving. De bodem is het enige onderdeel van het milieu dat we nog niet hebben kunnen reguleren. Er is dus momenteel geen EU-instrument om de vervuiling van de bodem en de achteruitgang van de kwaliteit van de bodem een halt toe te roepen, ook al veroorzaakt dit tientallen miljoenen euro’s schade die gevolgen heeft voor ons allemaal.
Volgens de huidige wetgeving zijn lidstaten alleen verplicht tegen bodemverontreiniging op te treden als de vervuiling gevolgen heeft voor andere onderdelen van het milieu, zoals grondwater, zoet water enlandbouwproducten, of wanneer het te laat is om in de praktijk op te treden. Het zou mij daarom verheugen als de Europese Unie deze nieuwe richtlijn zou goedkeuren, en ik ben blij dat er een compromispakket is opgesteld dat vanuit het oogpunt van milieubescherming nog aanvaardbaarder is.
Vanuit Hongaars perspectief is het tevens belangrijk dat de wetgeving, zoals vele van ons hebben voorgesteld, aangeeft hoe bodemverzuring moet worden aangepakt. Die vormt een ernstige bedreiging van de landbouwproductie en moet dus ook met EU-instrumenten worden bestreden.Aanwijzing van verontreinigde gebieden zal herstel bevorderen, zodat we de vervuiling van grondwater voor drinkwater en natuurlijk de groei van verontreinigde planten kunnen voorkomen. Bodemregulering is dus in het belang van de boeren.
Ik hoop dan ook dat bepaalde rechtse parlementsleden, waaronder verrassend genoeg enkele Hongaarse collega’s, niet slagen in hun pogingen om de opstelling van de richtlijn ter bescherming van de belangen van de Hongaarse landbouw en het milieute voorkomen. In de geest van de richtlijn zal de Unie de taak op zich nemen gebieden die als verontreinigd zijn aangewezen, of waar sprake is van bodemafbraak, te herstellen. Daarvoor moeten in de toekomstige communautaire begrotingen middelen worden gereserveerd.
Jeffrey Titford (IND/DEM).-(EN) Voorzitter, in dit voorstel voor een bodemrichtlijn zitten grote gaten als het om de geloofwaardigheid gaat. Ten eerste variëren de inhoud en de kwaliteit van de bodem aanzienlijk in de verschillende delen van een bepaald land. Hoe groot zal de variatie dan wel niet zijn tussen de bodems van 27 verschillende landen met sterk verschillende klimaten? Het is absurd te veronderstellen dat de EU een richtlijn kan invoeren die van toepassing is op de bodem van alle gebieden, van de landen rond de Middellandse Zee tot in Scandinavië.
Nu iets namens onze boeren, die toch al onder grote druk staan en van wie er vele naar het kantoor van mijn kiesdistrict geschreven hebben, met zeer kritische vragen over de noodzaak van een richtlijn voor bodembescherming. Ze wijzen er terecht op dat het beschermen van de bodem bij uitstek in hun eigen belang is, omdat het hun levensonderhoud is. Ze wijzen er ook op dat dit nóg een onevenredige last op hun schouders zou leggen, vanwege het feit dat het bestaande landelijke wetgevingen onvoldoende erkent.
De tweede grote kloof als het om geloofwaardigheid gaat vormt de kortzichtige opengrenzenpolitiek van de EU, waardoor een massale immigratie op gang gekomen is van Oost-Europa naar mijn land. Deze heeft ertoe geleid dat er een overeenkomstig groot programma opgezet moest worden voor nieuwe woningbouw op elke beschikbare vierkante centimeter; zo’n drie miljoen nieuwe huizen tot aan het jaar 2020, zeggen ze. Zelfs de groene long wordt bedreigd. Enorme oppervlakten land begraven onder asfalt en beton is volgens mij niet de beste manier om de bodem te beschermen.
Lambert van Nistelrooij (PPE-DE). – (NL)Voorzitter, geachte commissaris, ik ben voorstander van de bodemstrategie die is uitgewerkt in het verslag-Prodi, maar ik ben tegenstander van de bodemrichtlijn. Dit heel duidelijk op basis van de principes van subsidiariteit en proportionaliteit.
Daarom heb ik een amendement ingediend ter verwerping, maar tegelijkertijd een ander om te kiezen voor een ander instrument, namelijk de open coördinatie. De doelstellingen kunnen hiermee ten volle worden bereikt. Het draait immers overduidelijk om stimulering, kennisuitwisseling en monitoring. Alles is mogelijk, inclusief financiële ondersteuning van de Unie.
Er bestaat nog steeds het gevaar van dubbel werk: er worden opnieuw prioritaire gebieden aangewezen en ook de waterbodems worden opnieuw in het debat betrokken. De burgers van mijn land, Nederland, begrijpen niet waarom onnodige wet- en regelgeving van bovenaf, vanop het Europese niveau, moet worden vastgesteld. Er zijn zoals gezegd al meer dan 30 richtlijnen die zich direct of indirect met de kwaliteit van de bodem bezighouden. Waarom centrale regelgeving als het ook decentraal kan? Waarbij ik wel waardering heb voor mevrouw Gutiérrez-Cortines die de regeling meer op subsidiariteit wil richten.
Tenslotte heb ik met 40 handtekeningen nog een groot aantal voorstellen ingediend, amendementen om nog meer de nadruk te leggen op kwaliteit en bescherming van de bodem en in te spelen op nieuwe uitdagingen zoals de klimaatverandering, maar er mag geen wetgeving komen op Europees niveau. Ik roep de collega’s op om mijn amendementen hierover te volgen.
Dorette Corbey (PSE). – (NL)Voorzitter, dank aan mevrouw Gutiérrez-Cortines, maar ik moet zeggen dat wij het helaas niet met haar eens zijn.
Op heel veel plekken in Europa is de bodem vervuild of is er sprake van erosie of andere bodemproblemen. Die problemen moeten zo snel mogelijk worden opgelost. Ik vermoed dat iedereen het hierover eens is.
De Commissie stelt voor om bodemproblemen op te lossen op Europees niveau en daar zit, wat mij betreft, het probleem. Bodemproblemen zijn immers vaak lokaal en hebben slechts in specifieke gevallen een echte grensoverschrijdende impact.
Europese samenwerking is gewenst voor bodemproblemen met grensoverschrijdende gevolgen. Solidariteit en samenwerking zijn dan belangrijk. Voor lokale en nationale bodemproblemen is Europees beleid echter totaal niet nodig. Vele lidstaten hebben al een goed nationaal beleid om hun bodemproblemen op te lossen en te voorkomen. Hun beleid biedt een beschermingsniveau dat minstens even hoog is als hetgeen dat nu voorligt.
De bodemrichtlijn zou rekening met deze lidstaten moeten houden, zij zouden vrijgesteld moeten worden van Europese verplichtingen en daarom stellen wij voor om tegen deze richtlijn te stemmen.
Mairead McGuinness (PPE-DE).-(EN) Voorzitter, ik ben hier naar dit debat gekomen vanuit de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, waar we de ontwerprichtlijn verworpen hebben. Ik ben voorstander van de Prodi-strategie, met een enkel voorbehoud.
We willen allemaal dat onze bodems beschermd worden, maar ik denk dat degenen die zich zorgen maken over deze richtlijn ervan overtuigd zijn dat dit niet de aangewezen weg is. De heer van Nistelrooij heeft erop gewezen dat er een veel betere manier is, namelijk die van open coördinatie. Het probleem dat ik signaleer op het gebied van bodembescherming is dat we niet genoeg onderzoek doen naar manieren om de bodem te beschermen en dat veel onderzoekers en adviseurs op het gebied van landbouw hun tijd besteden aan het invullen van formulieren; formulieren die hier in de Europese Unie gemaakt worden en die hen afleiden van hun taak, namelijk boeren helpen de beste methoden voor bodembescherming in te zetten.
Het is voor boeren heel moeilijk om met nóg meer bureaucratie te worden opgezadeld. Ze hebben hier al elke dag mee te maken, in het kader van cross compliance. Ik ben van mening dat bodems beschermd worden door een goede manier van landbouw bedrijven. Het is een zaak van de lidstaten. Ik hoopte dat dit debat van vanavond me ervan zou overtuigen dat we een richtlijn nodig hebben, maar tot nu toe ben ik er daarvan niet overtuigd geraakt.
Ik accepteer het werk dat de rapporteur gedaan heeft en ze heeft zeker een heleboel mogelijke zorgpunten weggenomen, maar toch vraag ik me nog steeds af waarom we dit nodig hebben. Ik denk dat Ierse boeren, waarvan het overgrote deel zich nu zorgen maken over het Hervormingsverdrag, dit zullen zien als weer een poging om hen het dagelijks functioneren te bemoeilijken, tenzij we hen ervan kunnen overtuigen dat dit niet het geval is.
Ik herhaal mijn punt, dat ik het zorgelijk acht dat het onderzoek- en advieswerk nagenoeg teniet gedaan wordt door de overdaad aan bureaucratie die de EU heeft geschapen. Ja, we moeten iets doen aan verontreinigde bodems, maar we hebben al richtlijnen die dat doen; die zijn al in werking. Het debat van vandaag heeft me er niet van overtuigd dat we een dergelijke richtlijn nodig hebben. Ik zal de rest van het debat onbevooroordeeld volgen en kijken of ik alsnog overtuigd word, maar tot nu toe niet, vrees ik. Dus ja tegen de strategie, maar nee tegen de richtlijn.
VOORZITTER: MARIO MAURO Ondervoorzitter
Péter Olajos (PPE-DE).-(HU)Dank u, Voorzitter. Allereerst wil ik mevrouw Gutiérrez graag bedanken voor het feit dat zij zoveel tijd en energie heeft gestoken in de opstelling van een ontwerptekst waarover daadwerkelijk in de plenaire vergadering wordt gedebatteerd en gestemd, ondanks het verzet binnen het Parlement.
Juist in deze tijd, waarin extreme weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering en de beschaving, een steeds zwaardere last zijn voor de bodem en daarmee voor de hele levende wereld, is deze wetgeving van groot belang. Wat mij betreft is de richtlijn een van de belangrijkste verklaringen over het belang van agrarische activiteiten en de niet te ontkennen verdienste van mensen die zich inzetten voor het behoud, de bescherming en de verbetering van de bodem. Zonder hen zou het ons niet alleen ontbreken aan voedsel, maar zou onze leefomgeving ook ernstige schade oplopen.
Duurzame landbouw, uitgevoerd met kennis, is een van de pijlers van milieubescherming. Informatie is hiervoor echter een van de belangrijkste voorwaarden. Informatie over de toestand van de bodem die beschikbaar is voor het publiek zou een van de vruchten van de nieuwe wetgeving zijn, die eindelijk mensen en boeren zou beschermen, in plaats van vervuilers te beschermen.
In mijn thuisland Hongarije heeft het plaatje normaliter twee kanten: enerzijds hebben we grond van uitstekende kwaliteit en een hoge mate van wettelijke bescherming, maar anderzijds is er industriële vervuiling als gevolg van veertig jaar communisme, en het opruimen hiervan zou nog minstens veertig jaar vergen en 4 miljard euro. Op dit moment geven we EU-geld uit om de vervuiling tegen te gaan, maar we zouden het proces in de toekomstgraag willen versnellen en deze wetgeving zou daarbij helpen.
Tenslotte, dames en heren, ronden wij ook een theologisch proces af als we de richtlijn inzake bodembescherming goedkeuren. We hebben alle elementen waaruit de aarde bestaat al gereguleerd: lucht, water en vuur (in de zin van energie). Het belang van deze drie zaken wordt grondig en op passende wijze door de Unie gewaarborgd. Nu is het de beurt aan het vierde element, de aarde, om de cirkel te sluiten. Hartelijk dank.
Frieda Brepoels (PPE-DE). – (NL)Voorzitter, mijnheer de secretaris, ik zou eerst onze rapporteur, mevrouw Gutiérrez-Cortines van harte willen feliciteren, maar ook bedanken voor haar enorme inspanningen om in dit toch heel moeilijke dossier een evenwicht te vinden tussen voor- en tegenstanders van deze richtlijn.
Ikzelf ben er erg van overtuigd dat een Europese richtlijn voor bodembescherming nodig is en dit om verschillende redenen. Ik hoop dat ik misschien mevrouw McGuinness ook nog kan overtuigen.
Sommige collega’s wijzen de kaderrichtlijn immers af, omdat hun land al een verregaande bodemwetgeving heeft. Ook mijn regio, Vlaanderen, voert reeds jaren een vooruitstrevend bodembeleid. Wij kennen bijvoorbeeld al lang een verplicht bodemattest bij eigendomsoverdracht, iets wat in vele EU-landen vandaag nog ondenkbaar is.
Ik zou de redenering van de collega’s dan ook willen omdraaien. Deze flexibele richtlijn biedt niet alleen een kader aan de lidstaten die nog geen bodembeleid hebben, maar er kan precies ook mee worden voorkomen dat de concurrentiepositie van de landen en regio’s die vandaag reeds inspanningen leveren, ondermijnd wordt. Om die reden is het erg belangrijk dat alle lidstaten de maatregelen nemen die in het verslag worden voorgesteld.
Grensoverschrijdende impact is er zeker op heel veel plaatsen, erosie in Vlaanderen zou bijvoorbeeld slib in Nederland teweeg kunnen brengen of omgekeerd. De richtlijn biedt ook een coherent kader voor de bestaande wetgeving die betrekking op bodembescherming heeft.
Ik heb nog een aantal andere redenen, maar ik wil om tijdsredenen afronden met de woorden dat het verslag dat we vandaag bespreken, veel meer in al de genoemde noden voorziet dan het oorspronkelijke Commissievoorstel. Ik heb zelf ook heel wat amendementen ingediend en ben heel erg tevreden over het resultaat.
Het voorstel biedt de lidstaten voldoende speelruimte, creëert geen bijkomende administratieve last of dubbel werk en er wordt ook expliciet de rol van de regionale overheden in erkend. Ik hoop dan ook op grote steun van de collega’s morgen bij de stemming.
Robert Sturdy (PPE-DE).-(EN) Voorzitter, ten eerste mijn complimenten aan mevrouw Gutiérrez-Cortines. Ik vind dat ze fantastisch werk geleverd heeft aan een verslag dat bijna niemand nodig heeft of wil en, commissaris Dimas, naar mijn mening dit Huis en de Commissie volledig in diskrediet brengt. U brengt wetgeving uit die volslagen overbodig is.
U zou zich bezig moeten houden met te zorgen dat de wetgeving die we hebben wordt uitgevoerd. De Commissie slaagt er meestal totaal niet in, de reeds bestaande wetgeving te doen uitvoeren. Ik kan u daarvan een aantal voorbeelden geven, maar dat wil ik nu niet doen. Als ik bijvoorbeeld naar uw collega, de heer Kyprianou, kijk: we hebben zojuist weer een uitbraak van mond-en klauwzeer gehad in het Verenigd Koninkrijk; we hebben blauwtong gehad en vandaag werd bekend dat we vogelgriep hebben. Hij heeft beloofd daar allemaal een eind aan te maken. Hij zou alles in het werk stellen om er een eind aan te maken. Ik geloofde hem. Ik geloof de Commissie als deze iets belooft, maar wat er gebeurt, is dat ze niet zorgt voor de uitvoering vanreeds bestaande wetgeving, om een eind te maken aan dit soort dingen. Ik roep dit Huis op deze wetgeving volledig te verwerpen.
Ik vind dat mevrouw Gutiérrez-Cortines absoluut fantastisch werk gedaan heeft en ze kan op mijn volledige steun rekenen als dit Huis besluit het niet te verwerpen, maar ik wil het even hebben over iets dat mevrouw Scheele en mevrouw Corbey over erosie hebben gezegd. Ik ben het helemaal met hen eens. Erosie is een groot probleem, maar niet persé in de Europese Unie. Het is een probleem bij ontbossing en dat is iets waar we iets aan kunnen doen.
Ik vind de punten van de heer Allister volslagen correct. Ik vind dat de Commissie het laat afweten. Ze laat het afweten als het gaat om de uitvoering van de regelgeving.
Nog één laatste gedachte. Als boer is de bodem mijn leven. Ik zal die beschermen met alles wat ik heb. Voer niet nóg meer wetgeving in. Laat me doorgaan met het beschermen van de bodem, die voedsel geeft en die de mensen in plattelandsgebieden een inkomen verschaft.
Horst Schnellhardt (PPE-DE). – (DE)Voorzitter, commissaris, dames en heren, wat de Commissiezegt – namelijk dat de bodem de cruciale basis is voor een langdurige, duurzame productie van voedsel, diervoeding en biomassa – is waar.
Het is ook waar dat we niet tevreden mogen zijn met de staat van de bodems in de Europese Unie, maar om hier de conclusie uit te trekken dat we een Europese richtlijn nodig hebben is een stap in de verkeerde richting. Waarom?We houden geen rekening met het feit dat er al talloze voorschriften in de Europese Uniezijn op het gebied van bodembescherming die wij doeltreffend zouden kunnen gebruiken. Voorbeelden zijn de Habitatrichtlijn, de richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, de kaderrichtlijn waterbeheer, de Grondwaterrichtlijn en de regels inzake randvoorwaarden: met deze voorschriften kunnen wij financiële invloed uitoefenen op de verbetering van de situatie in de verschillende landen. Het zijn allemaal bestaande maatregelen en als wij daar de richtlijn inzake bodembescherming aan toevoegen creëren we verdubbeling van de regelgeving (parallelle wetgeving), die alleen maar tot meer bureaucratie leidt.
We zeggen dat we de bureaucratie tegen 2010 met 25 procentwillen verminderen, maar deze richtlijn doet precies het tegendeel! Het zal de bureaucratie met 25 procent doen toenemen. In het Verdrag hebben wij ons voorgenomen zaken die lokaal geregeld kunnen worden ook lokaal te reguleren en dat moeten we ook doen. We moeten dit proces versnellen. De bewering dat bodemafbraak klimaatverandering veroorzaakt is echter onacceptabel. Wetenschappers zijn het er unaniem over eens dat bodemafbraak het gevolg is van klimaatverandering, niet andersom.
De rapporteur heeft duidelijk een hoop werk gestoken in het verslag, maar wanneer we zien dat regels die door andere richtlijnen zijn ingevoerd prioriteit krijgen is dat onaanvaardbaar: het mag niet zo zijn dat de ene richtlijn een hogere prioriteit heeft dan de andere richtlijn.
Als we werkelijk iets willen bereiken, laten we dan vasthouden aan de methode van open coördinatie, aan het overdragen van expertise van het ene naar het andere land. Dat is de juiste aanpak, die zeker tot resultaat zal leiden. Deze richtlijn levert echter niets meer op dan bureaucratie en verwarrende wetgeving.
Markus Pieper (PPE-DE). – (DE)Voorzitter, waar is de toegevoegde waarde? Wat rechtvaardigt Europese voorschriften over bodembescherming? De argumenten van de Commissie over grensoverschrijdende gevolgen zijn nogal kunstmatig, in elk geval vanuit ecologisch oogpunt. Ook ben ik het niet eens met het argument dat de interne markt wordt verstoord door verschillende nationale voorschriften inzake bodembescherming. Als de Commissiedat echt zou menen, zou zij ons geen kaderrichtlijn voorleggen die de lidstaten de grootst mogelijke zelfstandigheid biedt bij het vaststellen van de doelen inzake bodembescherming. Dat zou het aantal verschillen alleen maar doen toenemen, in plaats van ze te verminderen. Laat deze aanpak niet zien dat de Commissieniet goed weet hoe zij verder moet met het thema subsidiariteit als het aankomt op wetgeving voor bodems op specifieke locaties? Zouden wij in dat geval, wetende dat wij allemaal een betere bodembescherming willen maar te maken hebben met verschillende nationale voorschriften, niet eerst het instrument van open coördinatie moeten gebruiken?
De kaderrichtlijn neemt eerst de tweede stap in plaats van de eerste. We missen de stap waarbij landen zonder wetgeving leren van landen met uitstekende ervaring op het gebied van bodembescherming. Ook zullen we te maken krijgen met bureaucratie, met name in de landen die al strenge wetgeving hebben. Waarom moeten zij hun hele land doorlopen en risicogebieden aanwijzen, terwijl zij al over voorbeeldige wetgeving beschikken? We hebben deze bureaucratie niet nodig, evenmin als het belangrijke bodembeschermingssysteem dat Europa nu van ons eist.
Ik sluit af met een opmerking over het argument dat het Parlementjaren geleden zelf om deze richtlijn heeft gevraagd. Ja, dat was meer dan vijf jaar geleden het geval. In de tussentijd hebben echter ervaring opgedaan met de Habitatrichtlijn, de richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, de kaderrichtlijn waterbeheer en vele andere. Bovendien leggen wij, in tegenstelling tot de commissarissen, op nationaal niveau verantwoording af. Daarom kunnen wij niet vasthouden aan vijf- en tienjarenplannen wanneer bedrijven en lokale overheden ter plaatse ons vertellen dat het te veel van het goede is. Ik erken de inspanningen van de rapporteur om de richtlijn minder streng te maken, maar bureaucratie kun je het best vanaf de bron proberen te voorkomen. Dat kunnen we nog steeds doen, door de richtlijn te verwerpen.
Ik hoop dat we de Raadeen sterk signaal kunnen afgeven dat hij niet van de landen kan verwachten deze golf van bureaucratie te accepteren.
Stavros Dimas,lid van de Commissie. −(EN) Voorzitter, ik wil allereerst alle sprekers bedanken voor hun positieve bijdrage aan dit debat. Ik zou graag een nadere toelichting geven op het standpunt van de Commissie over een aantal essentiële punten die het Parlement aan de orde heeft gesteld.
Laat me zeggen dat de Commissie zal volgen hoe haar ontwerpresolutie zich in de Raad en in het Parlement ontwikkelt en haar standpunt zal bepalen in het licht van die ontwikkelingen.
Ik zal beginnen met die aspecten van de thematische strategie die in het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid aan de orde komen en niet door de richtlijn worden bestreken.
Ik ben blij dat in het verslag steun gegeven wordt aan het op Europees niveau aanpakken van de bescherming van de bodem en het uiterst belangrijke verband tussen bodembescherming en strategieën ter bestrijding van klimaatverandering, diversiteitsverlies van de bodembiota en woestijnvorming.
Ik ben het ook eens met het nader bestuderen van de bestaande milieuwetgeving om de potentiële synergieën met bodembescherming beter te gebruiken en verder te versterken.
De resolutie die u hebt goedgekeurd doet verder een aantal aanbevelingen voor een nieuwe bio-afvalrichtlijn en een mededeling over woestijnvorming.
De Commissie zal deze aanbevelingen meenemen bij de verdere ontwikkeling van maatregelen om de thematische strategie te implementeren.
Ik ga nu over op de kaderrichtlijn bodembescherming en zet uiteen hoe de Commissie momenteel denkt over de punten die naar voren zijn gebracht.
Veel van de door de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid voorgestelde amendementen zijn heel zinvol en brengen meer helderheid in het voorstel. Ik doel daarbij met name op het beter uitwerken van het doel van de wetgeving en de rol van bodemfuncties bij het duurzaam gebruik van de bodem in Artikel 1, overeenkomstig Amendement 36. Verder kunnen aspecten zoals het invoeren van vrijwillige gedragscodes of een niet-bindende bijlage met betrekking tot mogelijke maatregelen om bodemaantasting te bestrijden opgenomen worden in Artikelen 4 en 8, gedeeltelijk overeenkomstig Amendementen 58 en 65.
De toevoeging van bodemverzuring aan de lijst van processen van bodemaantasting die aangepakt moeten worden om rekening te houden met de uiteenlopende bodemtoestanden in enkele nieuwe lidstaten. De Commissie beschouwt ook de nadere uitwerking, die voorgesteld wordt in de bepaling met betrekking tot de inventarisatie van mogelijk verontreinigde locaties in Artikel 10, overeenkomstig Amendement 74, als een verbetering van de tekst.
Er is echter ook een aantal amendementen dat de Commissie zorg baart. Ten eerste: Amendement 38 op Artikel 1, om andere wetgeving van de Europese Unie voorrang te geven boven de kaderrichtlijn bodembescherming, zodat bepalingen uit andere wetgeving van de Gemeenschap voorrang zouden krijgen boven de bepalingen in deze richtlijn.
Ten tweede: het is duidelijk dat er een uiterste datum dient te worden vastgesteld waarop de programma’s van maatregelen voor de aanpak van gevaren voor de landbouw gereed dienen te zijn.
Ten derde: sommige amendementen, zoals Amendement 77 betreffende Artikel 12, sluiten de bepalingen uit met betrekking tot de informatie over bodemvervuiling die bij bepaalde grondverkooptransacties moet worden verstrekt.
Het bodemrapport is een zeer belangrijk onderdeel van het voorstel van de Commissie. Dit zou ten goede komen aan de transparantie bij grondverkooptransacties, de autoriteiten helpen verontreinigde locaties op te sporen en de inventarisatie versnellen. De kosten die gemoeid zijn met het maken van zo’n rapport vallen in het niet bij de bedragen die omgaan bij de transacties van dergelijke industriële locaties.
Ik wil nog eens het belang benadrukken van het opnemen van een gemeenschappelijke lijst van activiteiten in Bijlage 2. Deze bijlage is van essentieel belang voor een zinvolle, uitvoerbare, systematische en kostenefficiënte inventarisatie van verontreinigde locaties.
Veel lidstaten en regio’s gebruiken al een vergelijkbare lijst bij hun onderzoek. Het is van groot belang om een gezamenlijke lijst te hebben, om de implementatie te kunnen harmoniseren en te voorkomen dat de interne markt voor de verschillende sectoren verstoord raakt.
We bieden daarmee investeerders, economische actoren, overheden en de samenleving als geheel juridische zekerheid en een gemeenschappelijke basis op grond waarvan de voortgang van het onderzoek naar verontreinigde locaties kan worden gevolgd.
Ik zal een volledig overzicht van het huidige standpunt van de Commissie over de amendementen aan het secretariaat van het Parlement overhandigen(1). Zoals ik al zei, kan ik u verzekeren dat de Commissie zal volgen hoe haar voorstel zich in de Raad en in het Parlement ontwikkelt en haar standpunt zal bepalen in het licht van die ontwikkelingen.
Ik wil de rapporteurs nogmaals bedanken voor hun inspanningen.
lid van de Commissie.−
Standpunt van de Commissie over de amendementen van het Parlement
(EN) De Commissie zal volgen hoe haar ontwerpresolutie zich in de Raad en in het Parlement ontwikkelt en haar standpunt bepalen in het licht van die ontwikkelingen. Het huidige standpunt van de Commissie over de voorgestelde amendementen luidt dat er 50 amendementen zijn die de Commissie geheel, gedeeltelijk of in beginsel kan aanvaarden.
De stemming over het verslag Gutiérrez-Cortines vindt plaats op woensdag om 12.00 uur en de stemming over het verslag Prodi vindt plaats op dinsdag om 11.30 uur.
Schriftelijke verklaringen (artikel 142 van het Reglement)
Richard Seeber (PPE-DE), schriftelijk. – (DE) In het licht van de recente overeenkomst over het Hervormingsverdrag moet het Europees Parlement, en daarmee de hele EU, deze hernieuwde bevestiging van het idee van een band met de burgers en het waarborgen van het subsidiariteitsbeginsel steunen en versterken, te beginnen met de huidige initiatieven.
Het huidige voorstel over een kaderrichtlijn inzake bodembescherming doet geen recht aan de bedoeling ervan. De bureaucratie die ermee gepaard gaat staat in geen verhouding tot het werkelijke nut van de richtlijn en we kunnen dit op geen enkele manier verantwoorden aan de burgers van Europa. Integendeel, het gaat in tegen het besluit van de Europese Raad om bureaucratie op EU-niveau in 2012 te verminderen met 25 procent. De bodem is in de eerste plaats een nationale bron.
Doeltreffende bodembescherming moet daarom op de meest passende niveaus worden uitgevoerd, op regionaal of lokaal niveau. Alleen op deze niveaus kan men rekening houden met het brede scala aan eigenschappen van de bodem. Ondanks de vele verbeteringen die de rapporteur heeft aangebracht verwerp ik dit voorstel, omdat het inbreuk pleegt op het subsidiariteitsbeginsel. Sommige lidstaten hebben al enorm goede voorschriften, die deze richtlijn zelfs zou kunnen verzwakken. Indien nodig zou de open coördinatiemethode een oplossing kunnen bieden.
Witold Tomczak (IND/DEM).– (PL)Bodemafbraak is een feit. Een van de factoren die dit veroorzaken is… het gemeenschappelijk landbouwbeleid. We hebben zelfvoorziening op voedselgebied bereikt ten koste van intensivering van de landbouw en bodemafbraak.
Een toename van economische efficiëntie leidt tot het verdwijnen van kleine en middelgrote landbouwers, waarvan de grote meerderheid milieuvriendelijker zijn dan de grote, op winst gerichte, landbouwbedrijven. Dit is de laatste oproep om het proces van boeren die stoppen met hun activiteiten een halt toe te roepen en terug te keren naar een rationeel en evenwichtig landbouwmodel dat de bodem beschermt. De huidige verdeling van landbouwsubsidies is echter in strijd met dit model. Subsidies zijn bovenal gericht op landbouwbelangen en op grote intensieve boerenbedrijven; 1,39 procentvan de begunstigden ontvangt bijna 30 procentvan de subsidies!Het GLB moet worden aangepast. Het belangrijkste doel ervan zou de productie van gezonde voedingsmiddelen moeten zijn, niet een toename van concurrentie. Een goede bodem moet een kernonderdeel van dit nieuwe beleid zijn. Daarom steun ik alle maatregelen die gericht zijn op de bescherming van de bodem en het herstel van de vruchtbaarheid.
Laten we niet concurreren met producten uit monoculturen en intensieve veeteelt. Laten we NEE zeggen tegen goedkoop vlees dat vol zit met hormonen. Laten we niet concurreren met fruit dat nauwelijks enige voedingswaarde heeft, met goedkope wijn van slechte kwaliteit of met genetisch gemodificeerd voedsel, waarvan we over de gevolgen nog maar weinig weten. Het Europese landbouwmodel zou een voorbeeld moeten zijn voor de rest van de wereld.