De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0481/2007) van Piia-Noora Kauppi, namens de Commissie economische en monetaire zaken, over de fiscale behandeling van verliezen in grensoverschrijdende situaties (2007/2144(INI)).
Piia-Noora Kauppi, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag eerst benadrukken waar mijn verslag dat vandaag besproken wordt, in essentie over gaat. Hoewel het verslag in naam over fiscale zaken gaat, is de crux ervan het goed functioneren van de interne markt van de EU.
De wereldwijde economie ontwikkelt zich op een manier die een toenemende druk uitoefent op Europa om concurrerend te blijven, een gegeven dat in verschillende gevallen is onderstreept en waar breed mee is ingestemd, met name in de strategie van Lissabon en de herzieningen daarvan. We moeten proactief de uitdaging aangaan en ik geloof dat een volledig functionele gemeenschappelijke markt de eerste prioriteit is om dit te bereiken.
Naast het vrije verkeer van goederen, personen en diensten, impliceert dit in essentie dat er een gelijk speelveld wordt gecreëerd voor Europese bedrijven die op elke locatie in Europa zaken kunnen doen alsof het één land is, een thuismarkt - een echte thuismarkt - waar beslissingen zijn gebaseerd op een werkelijk economisch voordeel en niet een door bureaucratie vertekend voordeel.
Belemmeringen voor deze vrijheid leiden niet alleen tot suboptimale economische keuzes, maar werken ook de uitbreiding van Europese bedrijven tegen. Het valt te betreuren dat er nog steeds zulke belemmeringen blijven bestaan, omdat een Europabrede thuismarkt een opstap is naar groei voor Europese bedrijven en een eerste vereiste is voor het creëren van meer Europese wereldleiders.
Grensoverschrijdende consolidatie van verliezen - het onderwerp van dit verslag - is een stap op weg naar zo’n goed werkende thuismarkt. Op dit moment is, in dit opzicht, de fiscale behandeling van een groep die werkt binnen een enkele lidstaat zeer preferentieel ten opzichte van een grensoverschrijdende situatie. Binnen een enkele lidstaat kan een bedrijf gewoonlijk de verliezen van zijn filialen en dochterondernemingen compenseren in de belasting van het moederbedrijf. Echter, wanneer filialen en dochterondernemingen zich in andere lidstaten bevinden, verschilt de nationale wetgeving behoorlijk.
Waneer consolidatie van verliezen voor fiscale doeleinden binnen dezelfde groep al mogelijk is, wordt die in de meeste gevallen toegekend met diverse en flinke vertragingen. Deze discrepantie heeft grote gevolgen voor het juist functioneren van de interne markt. Zij heeft een verstorend effect op investeringsbeslissingen omdat hierdoor een hindernis wordt opgeworpen voor het betreden van sommige markten, terwijl grote markten waar verliezen gemakkelijker kunnen worden geabsorbeerd, er oneerlijk door worden bevoordeeld. Dit belemmert in het bijzonder het expansievermogen van het MKB omdat dit regelmatig aanloopverliezen lijdt en het deze niet direct kan absorberen; zo is de tijdsfactor van groot belang voor het MKB. Het bestaan van verschillende wetgeving in de lidstaten brengt natuurlijk ook hogere nalevingskosten mee, dit kan het MKB zich moeilijk veroorloven en is bevorderlijk voor belastingconstructies met grotere bedrijven.
Tot slot zijn vertragingen in verliesverrekening uiteraard duur en bezwarend voor alle Europese bedrijven. Er is een behoorlijke kostenlast wanneer kapitaal dat rechtmatig kan worden teruggevorderd, vaak jarenlang opgehouden wordt omdat de huidige nationale wetgeving voor verliesverrekening geen consolidatie zonder een aanzienlijk tijdsverloop toestaat.
Als oplossing hiervoor wordt in het verslag de mogelijkheid geopperd om verliezen in hetzelfde belastingjaar te compenseren. Dit zou de onredelijke tijdslast van het bedrijf naar de openbare sector verleggen. Dit zou tevens zorgen voor een gelijk speelveld en tegelijkertijd de nalevingskosten voor de bedrijven omlaag brengen. Het betekent ook dat het belastingdomein een domein is waar er nog steeds werkt te doen valt om de interne markt het beste te benutten. Dit houdt niet in dat de belastingtarieven moeten worden geharmoniseerd, maar eerder dat belastingconcurrentie een gezonde eigenschap is van de Europese economie. Het betekent echter wel wetgeving om grensoverschrijdende bedrijfsvoering te faciliteren en een gelijk speelveld te creëren waar investeringen gebaseerd zijn op onvervalste economische voordelen.
Ik juich daarom de activiteiten van de Commissie op dit gebied toe bij het ondersteunen van maatregelen voor grensoverschrijdende verliesverrekening. Ik zou willen zien dat het Parlement deze hoognodige wetgeving ondersteunt en ik ben dankbaar voor de steunbetuigingen die we tijdens het proces hebben ontvangen. Ik denk dat het advies van het Parlement over de kwestie ook precies op het juiste moment komt omdat het Europees Hof van Justitie ook heeft opgeroepen tot politieke sturing in deze zaak.
Ik zou verder de Commissie willen aanmoedigen om de CCTB (Gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting) door te zetten als een langetermijnoplossing, waarvan ik hoop dat deze ook door dit Huis in dit verslag ondersteund zal worden. De CCTB is echter een langetermijnproject en de realisatie daarvan ligt ver in de toekomst. In de tussentijd zijn grensoverschrijdende wetten, verrekening en consolidatie van verliezen hoognodig als tussenoplossing voor enkele serieuze problemen die we tegenkomen in het functioneren van de interne markt.
László Kovács, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, u herinnert zich dat we enkele weken geleden de bijdrage van belasting- en douanebeleid aan de strategie van Lissabon voor groei, banen en concurrentie bespraken. Grensoverschrijdende verliesverrekening is een essentieel element in het vestigen van een concurrerende markt en draagt zo bij aan groei en werkgelegenheid.
Laat me het belang uitleggen van het toewijzen van grensoverschrijdende verliesverrekening voor de interne markt. Stelt u zich een kleine of middelgrote onderneming voor die succesvol opereert in de binnenlandse markt. Als deze onderneming van plan is om de bedrijfsvoering uit te breiden naar andere lidstaten, naar de interne markt, dan loopt zij niet alleen tegen problemen aan in verband met extra nalevingskosten. In veel gevallen zal deze KMO dus niet in staat zijn om eventuele aanloopverliezen te compenseren met winsten die wellicht nog steeds gegeneerd worden in de oorspronkelijke lidstaat.
Dat geen rekening wordt gehouden met buitenlandse verliezen heeft dubbele belastingheffing tot gevolg en ontmoedigt veel KMO’s om in andere lidstaten te investeren. Met het nieuwe initiatief voor grensoverschrijdende verliesverrekening kunnen grote bedrijven, maar ook in het bijzonder het MKB, gemakkelijker hun activiteiten naar het buitenland uitbreiden en de volledige voordelen genieten van de interne markt.
Het initiatief voor grensoverschrijdende verliesverrekening is een gerichte oplossing voor de korte tot middellange termijn en vertegenwoordigt een tussenstap. Ik wijs er echter op dat dit initiatief in de toekomst bij zou kunnen bedragen aan de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCTB), met name voor bedrijven die daar niet onder vallen.
Het initiatief voor grensoverschrijdende verliesverrekening is beperkter qua reikwijdte dan consolidatie van de heffingsgrondslag volgens de CCTB zou zijn, omdat deze een automatische en uitgebreide compensatie van alle winsten en verliezen binnen een groep bedrijven geeft.
Ik ben bijzonder blij met de krachtige steun die tot uitdrukking komt in het verslag van mevrouw Kauppi, voor het initiatief van de Commissie op het gebied van grensoverschrijdende verliesverrekening, voor de coördinerende benadering en ook voor ons werk aan de CCTB.
Net als u ben ik ervan overtuigd dat we onze inspanningen om de fiscale belemmeringen in de interne markt uit de weg te ruimen, moeten voortzetten.
Zsolt László Becsey, namens de PPE-DE-Fractie. - (HU) Hartelijk dank, mijnheer de Voorzitter. Ik wil hierbij mijn erkentelijkheid betuigen aan de commissaris en aan mevrouw Kauppi voor dit verslag, aangezien zij een gevoelig en controversieel onderwerp ter sprake hebben gebracht.
Twee opmerkingen: ten eerste vind ik het zelf ook van belang, dat met het oog op een effectieve werking van de interne markt het gevaar moet worden vermeden, dat bedrijven waarvan de dochteronderneming in een andere lidstaat is gevestigd als het moederbedrijf, in het nadeel zijn ten opzichte van bedrijven die slechts in één lidstaat opereren.
Ik pleit er daarom ook voor om dubbele belastingheffing uit te sluiten – zoals de commissaris zelf ook al heeft gezegd – en om desnoods elektronische hulpmiddelen in te zetten ten behoeve van de onderlinge samenwerking. Vanwege de tijdfactor zouden wij doelmatige grensoverschrijdende activiteiten door de marktdeelnemers kunnen stimuleren en gebruik kunnen maken van middelen als vergoedingen of vrijstellingen.
Tegelijkertijd dienen wij ons te verdiepen in de situatie van bedrijven waarvan de dochteronderneming winst maakt, terwijl het moederbedrijf verlies lijdt. Mevrouw Kauppi, in de nieuwe lidstaten is dit bijvoorbeeld vanuit ons standpunt van meer belang.
Mijn tweede opmerking heeft naast het afschaffen van dubbele belastingheffing betrekking op de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag. Wij moeten nog aan het debat beginnen, maar ik heb al mijn bedenkingen: ik wil niet als voorvechter van de belastingsoevereiniteit overkomen, maar voor mij zijn de effecten van deze gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag nog niet helemaal duidelijk. Er valt namelijk voor te vrezen, dat de politieke druk erop gericht zal zijn om ook hier een minimumniveau in te stellen, zoals al bij de btw en de accijnzen het geval is. Dit blijkt wel uit de voorstellen van de socialistische en communistische, oftewel de linksgezinde leden, ofschoon volgens mij de Maastrichtse criteria hieraan een eind hebben gemaakt.
Maar ik ben verder nog bang, omdat ik niet weet wat voor effect dit zal hebben op de nieuwe, minder kapitaalkrachtige lidstaten, gelet op de kapitaalstromen op de interne markt. Waar wordt de administratie gevestigd? En mag er straks nog gebruikt gemaakt worden van de individuele belastingconcessies om de effecten van de slechtere infrastructuur te kunnen compenseren?
Daarom zal ik mij op deze punten van stemming onthouden, maar ik wil de commissaris en de rapporteur nogmaals feliciteren. Hartelijk dank, mijnheer de Voorzitter.
Donata Gottardi, namens de PSE-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, de ontwerpresolutie waar we morgen over zullen stemmen is symptomatisch voor de behoefte aan een fiscaal beleid op EU-niveau.
Dit houdt niet het afzwakken of in bedwang houden van nationaal belastingbeleid in, niemand twijfelt aan de bekwaamheid van de individuele lidstaten in dit opzicht. Het betekent echter wel het parallel laten lopen en coördineren daarvan, vooral wanneer - zoals bij bedrijfsverliezen in grensoverschrijdende situaties -, beslissingen over fusies en verhuizing die door bedrijven binnen en buiten Europa worden genomen, over nationale grenzen heen gaan.
Het is duidelijk dat niet alleen nationale regels, maar ook bilaterale overeenkomsten niet afdoende zijn omdat, in deze tijd van mondiale financiële markten en mondialisering van de productie, zulke fenomenen zich massaal voordoen en de grenzen van individuele landen overschrijden. De inhoud van de ontwerpresolutie is het resultaat van een consensus over vele punten en ik zal enkel de hoofdpunten noemen, met hartelijke dank aan de rapporteur voor haar constante bereidheid om samen te werken.
Zevenentwintig verschillende belastingsystemen belemmeren de soepele werking van de interne markt en vormen een obstakel voor bedrijven, vooral kleine bedrijven zoals commissaris Kovács heeft gezegd. De eerste bewering die in deze tekst wordt gedaan spreekt voor zich, er wordt ernstige bezorgdheid geuit over de negatieve invloed die de verschillende behandeling van grensoverschrijdende verliezen door de lidstaten heeft, op het functioneren van de interne markt.
De voorgestelde oplossing is nog steeds een overgangsstap en tijdelijk omdat de enige perfecte oplossing een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB) is. Daarom ondersteunen wij de mededeling van de Commissie als een belangrijke stap voor de aanpak van de situatie. Daarnaast roepen wij op tot adequate coördinatie tussen de lidstaten ten aanzien van het tijdschema en de oplossingen. Ik citeer uit paragraaf 4.
Het is belangrijk om ons het bestaan te herinneren van algemene Europese instellingen zoals de “Europese vennootschap” en de “Europese coöperatieve vennootschap” en ook van de procedures van de EU betreffende groepen ondernemingen met een communautaire dimensie. Op deze instellingen moeten we verder bouwen omdat ze ons niet slechts in staat stellen de koppeling met arbeidsverhoudingen te maken - en vandaar ook met de invloed op werkgelegenheid -, maar ons ook het bestaan doen erkennen van groepen ondernemingen met een communautaire dimensie die stabiel zijn. We willen tenslotte de ontwikkeling en vestiging van een productiesysteem stimuleren dat Europa en niet de individuele lidstaat als focus heeft. Een productiesysteem dat zo in elkaar zit dat het de lokroep niet volgt en geen tactische beslissingen maakt om naar andere landen uit te waaieren vanwege belastingvoordelen en om waar het maar uitkomt kosten en verliezen te verrekenen. Het productiesysteem moet kunnen vertrouwen op gelijke behandeling zonder dat het te maken krijgt met verschillende boekhoudsystemen naargelang dat de controlerende onderneming in één land is gevestigd of aanwezig is in verschillende landen.
Dit resultaat kan niet worden bereikt zonder de juiste regels en uniforme voorwaarden. Erkennen dat winstgevende belastingconcurrentie de inhoud van dit voorstel fundamenteel zou ondermijnen staat niet gelijk aan het hijsen van een ideologische vlag daartegen.
Olle Schmidt, namens de ALDE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, wij danken Piia-Noora Kauppi voor een uitstekend verslag. Zij heeft een evenwichtig beeld geschetst van de problemen en moeilijkheden die zich op de interne markt met 27 verschillende fiscale systemen voordoen. De globalisering, die ter sprake is gekomen, heeft de noodzaak van een gemeenschappelijk EU-standpunt inzake fiscaliteit nog dringender gemaakt om concurrentievervalsing te vermijden. Verschillende regels en bureaucratie verzwakken de ondernemingen op economisch vlak en laten banen in de EU verloren gaan. Er moeten duidelijkere regels komen en een visie die het ondernemerschap ten goede komt, zoals mevrouw Kauppi voorstelt. Het zou ook niet slecht zijn als bepaalde mensen onder ons hun oogkleppen zouden afzetten.
Belastingen zijn, zoals we weten, een gevoelig onderwerp. De sleutelwoorden zijn fiscale concurrentie en de vrijheid die elke lidstaat heeft om zelf zijn de belastingtarieven vast te stellen. De Commissie wil op lange termijn een geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting. Aangezien dat niet haalbaar is, moeten specifieke maatregelen worden genomen binnen de sectoren die de effectiviteit op de interne markt bevorderen.
Het verslag beschrijft de verschillende actiemogelijkheden en wijst erop dat de lidstaten uiteenlopende benaderingen hebben gekozen, wat nuttig is maar niet voldoende. In principe is er niets op tegen dat ondernemingen de verliezen van een filiaal of tussen de filialen van een groep kunnen compenseren, zelfs indien dit grensoverschrijdend is. Om een dergelijke regeling te vergemakkelijken moet er een consensus zijn over de belastinggrondslag, met andere woorden moet er een geconsolideerde heffingsgrondslag worden vastgesteld. De ALDE-Fractie is van mening dat dit de juiste weg is. De invoering van de CCCTB houdt de fiscale concurrentie op zich niet tegen, eerder het tegendeel zelfs. De grondslag wordt gemeenschappelijk en de transparantie wordt beter. Deze nieuwe regeling biedt vooral KMO’s betere mogelijkheden om hun verliezen te compenseren. Wij kunnen de bezorgde ministers van Financiën – en dat zijn er niet weinig – geruststellen. U kunt in de toekomst ook nog steeds belasting heffen.
Over amendement 1 wil onze fractie graag in delen stemmen, het eerste lid over accijnzen kan apart behandeld worden. Wij overwegen om ons van stemming te onthouden over het amendement van Donata Gottardi betreffende de overwegingen E en F opdat dit voortreffelijk verslag een ruime consensus en uitgebreide steun van dit Parlement mag krijgen.
Dariusz Maciej Grabowski, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, hoewel de rapporteur lof verdient voor haar werk, is dit verslag bijzonder controversieel. Wij zullen tegen dit verslag stemmen en wel om de volgende redenen.
Het verslag is een poging om de belastingstelsels in de Unie te harmoniseren en om de lidstaten bepaalde belastingregelingen op te leggen. Het verslag houdt bovendien in dat grensoverschrijdende bedrijven bevoorrecht worden ten opzichte van kleine en middelgrote ondernemingen. Dit zal vele nationale bedrijven ertoe dwingen om in andere landen filialen en dochterondernemingen op te richten, zonder dat daarvoor een economische rechtvaardiging bestaat, maar met het doel om te kunnen profiteren van de voorschriften die voor grensoverschrijdende bedrijven gelden.
Ik zou u er alleen op willen wijzen dat grensoverschrijdende bedrijven al jarenlang gretig gebruik hebben gemaakt van het gebrekkige opleidingsniveau en de corrupte houding van de ambtenaren in de postcommunistische landen, om via boekhoudkundige en fiscale trucjes verliezen te boeken en geen belastingen te betalen. Dit werd door de Europese Unie oogluikend toegelaten. De nieuwe regelgeving maakt het mogelijk om dergelijke praktijken voort te zetten en verschaft hiervoor zelfs een wettelijke basis. Dit verbaast me des te meer, aangezien de negatieve gevolgen hiervan ook voelbaar zullen zijn in de landen van de oude Unie, aangezien hun belastingen aanzienlijk lager zullen liggen.
Ik ben van mening dat we in de Unie allereerst het probleem van het boekhoudkundige en fiscale geknoei door grensoverschrijdende bedrijven moeten aanpakken en het belastingsysteem moeten verbeteren, voornamelijk in de nieuwe lidstaten. Zo zouden fiscale delicten gemakkelijker voorkomen en opgespoord kunnen worden.
Sahra Wagenknecht , namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, op één punt zijn we het in zekere mate met elkaar eens: de huidige situatie in de EU, waarin 27 verschillende belastingsystemen in een geïntegreerde interne markt en bij volledige vrijheid van kapitaalverkeer naast elkaar bestaan, heeft fatale gevolgen. Maar daarmee houdt onze eensgezindheid ook al op. Belastingconcurrentie is belastingdumping voor de groten en rijken en toenemende belastingdruk op de schouders van de modale inkomens en consumenten. Het verbaast daarom niet dat vermogenden en ondernemingen best wel waardering hebben voor deze situatie.
Het is echter verbazingwekkend en schrikbarend dat ook in dit Huis, dat eigenlijk niet alleen de belangen van de upper ten zou mogen vertegenwoordigen, steeds weer stemmen opgaan die deze situatie bagatelliseren. Ondanks de nuances en genuanceerde beoordelingen is ook het verslag-Kauppi daar weer een mooi voorbeeld van. Het gaat hier om het standpunt over de schijnbaar positieve effecten van belastingconcurrentie en om de omgang met de centrale kwestie, de fiscale behandeling van verliezen in grensoverschrijdende situaties.
Het is een publiek geheim dat de grensoverschrijdende verliesverrekening veelvuldig door ondernemingen wordt gebruikt om belastingen tot een minimum te beperken, door winsten over te brengen naar gebieden en landen met lage belastingtarieven. Dit met doorslaand succes, zoals de statistieken aantonen. Niet in de laatste plaats hebben juist dit soort slimme verliesoverbrengingen ertoe geleid dat het aandeel van de vennootschapsbelasting van multinationals de afgelopen twintig jaar voortdurend is gedaald. Arresten van het Europees Hof van Justitie hebben deze regeling nog eens vergemakkelijkt en zijn zodoende een diepe ingreep in de belastingautonomie van de lidstaten. De dumpingwedloop op het gebied van de vennootschapsbelasting werd zo alsmaar aangewakkerd.
Wie deze ontwikkeling ondersteunt, wil kennelijk een Europa waarin zich bovenaan de ladder ongelooflijk veel rijkdom ophoopt, terwijl de armoede aan de onderkant steeds groter wordt, en ook de voormalige middenklasse te kampen heeft met dalende reële inkomens. Wij willen een ander Europa. Wij willen een belastingbeleid dat in sociaal opzicht eerlijker is. Daarom zal onze fractie tegen het voorliggende verslag stemmen.
John Whittaker, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de rapporteur beweert dat dit initiatief kleine en middelgrote ondernemingen zal aanmoedigen om hun activiteiten over de grens uit te breiden. Ik twijfel er echter niet aan dat de grote multinationals dit vooral steunen omdat zij waarschijnlijk het meeste hiervan zullen profiteren. In mijn land, in Groot-Brittannië, is de grote meerderheid van bedrijven klein en leveren zij ongeveer 70 procent van de werkgelegenheid. Slechts een fractie hiervan heeft interesse in ondernemen in het buitenland. Mijn grootste bezwaar is echter dat deze zaak meer een inmenging van de Europese Unie in fiscale zaken is. Te oordelen naar wat we van de EU gezien hebben met btw, zullen er eindeloos veel veranderingen in de wetgeving komen. We hebben nu al acht richtlijnen over btw gehad en het is nog steeds een rommeltje en vatbaar voor fraude.
Bedrijven functioneren het beste als er eenvoudige, goed begrepen regels zijn, zoals de heer Schmidt net heeft gezegd. De EU kan slechts één ding doen en ze blinkt hierin uit. Dat is dingen ingewikkeld maken. Dus anders dan wat andere leden menen, zou het een veel beter plan zijn om belastingconcurrentie aan te moedigen. Dan zullen die landen die de minste en eenvoudigste belastingen hebben, de meeste bedrijven aantrekken.
Elisa Ferreira (PSE). – (PT) Mijnheer de Voorzitter, de uiteenlopende wijze waarmee tussen de verschillende lidstaten wordt omgegaan met verliezen, vervalst de concurrentie op de interne markt, is onrechtvaardig en bevordert tevens slechte belastingpraktijken. Wij zijn daarom verheugd over het initiatief van de Commissie om een minimumniveau van harmonisatie van deze regels voor te stellen en ik hoop dat de Raad hierin mee gaat. Het gaat om een gebied waarin betere regelgeving noodzakelijk is, mede om de juridische onzekerheid die hiermee gepaard gaat, weg te nemen. Deze onzekerheid heeft er herhaaldelijk toe geleid dat er een beroep wordt gedaan op het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en blijkt een factor te zijn die leidt tot een toename van de onzekerheid ten aanzien van de economische betrekkingen, waardoor schade wordt toegebracht aan ondernemingen en KMO’s.
Er moet in de eerste plaats op worden toegezien dat de verschillende belastingpraktijken verenigbaar zijn met de effectieve werking van de interne markt. De kwaliteit van het verslag van de rapporteur, mevrouw Kauppi, heeft ertoe bijgedragen dat de fracties tot een brede consensus over de fundamentele elementen van het verslag zijn gekomen. Desondanks zijn er bepaalde, niet-fundamentele aspecten in de oorspronkelijke versie van het verslag die deze convergentie zouden kunnen hinderen. Vooral in de ogen van de socialistische fractie strookt dit proces niet met de openlijke verdediging van praktijken met betrekking tot belastingconcurrentie. Dergelijke praktijken bevorderen kunstmatige verplaatsingen van ondernemingen, kapitaal en personen. Dergelijke verplaatsingen laten regelmatig sporen van sociale desintegratie en verval van het milieu en het productieapparaat na. Bovendien levert belastingconcurrentie in sommige economieën ernstige problemen op ten aanzien van het macro-economisch evenwicht met verschillende consequenties. Dit heeft vooral gevolgen voor de kwaliteit en de kwantiteit van de collectieve voorzieningen die door deze landen aan hun burgers beschikbaar zijn gesteld.
De Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement is van mening dat bij een dergelijk onderwerp van strategisch belang het uitermate belangrijk is om aan de Commissie en de Raad een standpunt van het Europees Parlement te laten zien dat op brede steun stoelt. De Europese Unie heeft in het kader van het onderhavige initiatief nog een lange weg te gaan. Vooral ten aanzien van de reeds veelbesproken realisatie van een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB). We moeten de politieke voorwaarden scheppen voor toekomstige acties op dit gebied.
De convergentie met betrekking tot het onderhavige verslag is binnen handbereik. We hopen dat de geest van compromis tussen de fracties tot de eindstemming aanhoudt en dat wij de bereikte consensus daadwerkelijk kunnen volhouden zo dat er uiteindelijk brede goedkeuring komt. De secundaire aspecten die ons politiek gezien verdelen, mogen deze goedkeuring niet tegenhouden.
Dankzij de actieve betrokkenheid bij dit proces van diverse leden van de PPE-Fractie in het bijzonder, haar rapporteur en ieders bereidheid tot compromis en openheid, was het mogelijk om een consensus te bereiken, over de fundamentele onderdelen van dit verslag. Mijnheer de Voorzitter, ik dank u zeer.
Margarita Starkeviciute (ALDE). – (LT) Ik zou uw aandacht willen richten op iets waar we veel over praten: de verschillende tekortkomingen van de interne markt. Ik wil benadrukken dat de ontwikkeling van de interne markt ons veel voordelen biedt. Dit document is belangrijk omdat het voordelen biedt om de arbeidsproductiviteit van bedrijven die werken op de interne markt, te verbeteren. Een ander aspect moet echter niet worden vergeten. Ik vertegenwoordig een land waar de meerderheid van de bedrijven toebehoort aan Europese multinationals, ze zijn niet nationaal. Het is daarom soms zeer moeilijk voor ons om onze economie in de macro-economische betekenis te beheren omdat bedrijfsstrategieën de doelen van de nationale economie zoals de fiscale balans, enzovoorts, op de achtergrond plaatsen. We moeten een geschikt compromis vinden tussen de voordelen van de ontwikkeling van de interne markt en de macro-economische stabiliteit. Ik zou de aandacht van de commissaris willen richten op de noodzaak om de politiek opnieuw te coördineren met de economische kwesties en met de heer Almunia.
Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, in het kader van dit debat over de fiscale behandeling van verliezen bij grensoverschrijdende geschillen zou ik de volgende kwesties onder de aandacht willen brengen.
Ten eerste vallen de rechtstreekse belastingen, zoals de vennootschapsbelasting, niet onder de zeggenschap van de Europese Commissie. Met het oog hierop zou de Commissie zich principieel niet met dit onderwerp mogen inlaten.
Ten tweede verbaast het me dat in het verslag afkeurend wordt gesproken over de verlaging van de vennootschapsbelasting, die in sommige lidstaten, voornamelijk nieuwe EU-landen, is doorgevoerd.
Ten derde spreek ik mijn bezorgdheid uit over het feit dat aan de Commissie wordt gevraagd om vaart te zetten achter de werkzaamheden betreffende de invoering van een geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting in de Europese Unie. De aard van deze belasting, het belastingtarief en het bepalen van de heffingsgrondslag zijn enkele van de weinige instrumenten die nog onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten vallen en gebruikt kunnen worden om de economische ontwikkeling van de minder ontwikkelde landen te bevorderen.
Ten vierde krijg ik, op basis van een analyse van de voorstellen van de Commissie betreffende een geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting, de indruk dat het de bedoeling is om in alle lidstaten een jaarlijkse groei met maximaal 2 procent van het bbp op te tekenen. Hoe zullen de nieuwe EU-lidstaten, die twintig tot dertig jaar achterop zijn in vergelijking met de meer ontwikkelde landen, er in dit scenario ooit in slagen om deze achterstand in te lopen?
Katerina Batzeli (PSE). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, de kwestie van de belasting en de mogelijkheid voor grensoverschrijdende ondernemingen om verliezen over te dragen binnen de Europese Unie kan niet zomaar opgelost worden op door het faciliteren van grensoverschrijdend ondernemen. Dit doel is natuurlijk belangrijk voor de soepele werking van de interne markt, maar waar het gaat om het belasten van ondernemingen, zoals in het verslag van mevrouw Kauppi waarover we het vandaag hebben, dan zou het in het bredere kader van het debat over een grotere harmonisatie van belasting in de Europese Unie moeten worden geplaatst.
Indien belastingconcurrentie op voet van gelijkheid niet bestaat en er geen minimaal vereiste overeenstemming is over een gemeenschappelijke, geharmoniseerde heffingsgrondslag voor bedrijven om zo uniforme, transparante regels te implementeren voor het meten van de heffingsgrondslag, dan vereist de opening van een mogelijkheid zoals deze voor verliesverrekening van grensoverschrijdende aard op dit moment dat we een voorzichtige benadering kiezen. Dit is omdat er een serieus gevaar bestaat dat de belastingsystemen van de lidstaten en de werking van de interne markt en de concurrentie tussen ondernemingen worden verstoord.
Olle Schmidt (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, met deze nieuwe debatvorm zou ik natuurlijk deze minuut kunnen gebruiken om de commissaris te vragen wat de huidige stand van zaken betreffende de CCCTB in de Raad is. We weten immers dat sommige ministers van Financiën niet erg tevreden zijn. Zou u, mijnheer de commissaris, ons kunnen vertellen hoe het debat met de Raad verloopt en wat de 27 lidstaten vandaag voorstellen?
László Kovács, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb het debat met zeer veel interesse gevolgd en het heeft mijn overtuiging gesterkt dat de invoering van grensoverschrijdende verliesverrekening een belangrijke factor is in het verdiepen van de interne markt.
Ik deel de overtuiging van mevrouw Kauppi volledig dat dit op het eerste gezicht over belasting gaat, maar in feite het goed functioneren van de interne markt betreft.
Ik ben zeer dankbaar voor uw steun om in het bijzonder de grensoverschrijdende activiteiten van het MKB te vergemakkelijken, iets wat mij na aan het hart ligt. Ik wil de rapporteur, mevrouw Kauppi, bedanken voor het zeer bemoedigende verslag en ik bedank ook de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie juridische zaken voor hun ondersteuning. De Commissie is het eens met de meeste conclusies.
De steun van het Parlement is welkom als een factor die een positieve impact kan hebben op de hierop volgende discussie in de Raad. Zoals voorgesteld in het verslag, kan ik u verzekeren dat we de inspanningen voor de CCCTB en voor de coördinatie van de directe belastingsystemen van de lidstaten voortzetten. De CCCTB ligt mij ook na aan het hart. De reden hiervoor is dat ik er absoluut van overtuigd ben dat dit systeem relatief meer voordeel op zal leveren voor kleine en middelgrote ondernemingen dan voor grote multinationals.
Ik begrijp echter de heersende bezorgdheid en om de vraag aan het einde van het debat te beantwoorden, wil ik u vertellen dat deze zaak bij de Raad op tafel ligt, maar niet als concreet voorstel. Voor nu staat dit ter discussie als concept en wat het concept betreft, heeft ongeveer twee derde van de lidstaten hun steun uitgesproken en minder dan een derde heeft twijfel uitgesproken of is ertegen.
Elke bespreking hiervan is prematuur, vooral een bespreking die vooruit zou lopen op het huidige debat over de kwestie van de grensoverschrijdende verliesverrekening omdat er, op dit moment, geen concreet wetgevend voorstel is. In het wetgevende werkprogramma van de Commissie is er echter een punt dat stelt dat we in de tweede helft van volgend jaar een concreet wetgevend voorstel zullen indienen voor de CCCTB, met de benodigde effectbeoordeling. Dan kunnen we verder bespreken of de bezorgdheid relevant is of niet.
Nog een punt: als er geen unanieme overeenstemming is, en op dit moment geloof ik dat er geen unanieme overeenstemming komt, kunnen we onze toevlucht nemen tot nauwere samenwerking als oplossing. Er zal dus geen enkele lidstaat gedwongen worden om de CCCTB te accepteren en te gebruiken. En, zelfs in die landen die de CCCTB kiezen, zullen er geen bedrijven gedwongen worden om deze te gebruiken, omdat het geen zin zou hebben om bedrijven die niet op de interne markt opereren, die geen zaken doen op de interne markt, te dwingen om deze gemeenschappelijke heffingsgrondslag te gebruiken. Zij kunnen de nationale binnenlandse heffingsgrondslag die eerder gebruikt werd, blijven gebruiken.
Ik deel dus uw conclusie dat, om een samenhangende ontwikkeling te stimuleren en voor het goed functioneren van de interne markt, belemmeringen die ontstaan door het bestaan van verschillende fiscale systemen voor bedrijven in de lidstaten, weggenomen moeten worden, bij voorkeur door gezamenlijke benaderingen en gecoördineerde acties.
Wat betreft de verliescompensatie, geeft uw verslag verscheidene specifieke gebieden aan waarop meer werk gedaan moet worden, zoals aandacht voor de speciale behoeften van het MKB, de definitie van groepen en de omvang van automatische informatie-uitwisseling.
Mijn diensten zullen deze suggesties en opmerkingen bestuderen en, waar mogelijk, de problemen naar voren brengen. Het MKB-aspect is al een belangrijk deel van het werk van vicevoorzitter Günther Verheugen. Een ander aspect, de definitie van groepen bedrijven is een essentieel element van het werk aan de CCCTB.
Ik kan u ook verzekeren dat uw aanbevelingen voor grensoverschrijdende verliesverrekening binnen bedrijven en groepen bedrijven ons werk in de komende maanden richting zullen geven. Er zijn verschillende verwijzingen in uw verslag naar belastingontduiking. Hierbij kan opgemerkt worden dat de Commissie afgelopen december een mededeling aannam voor de toepassing van antimisbruikmaatregelen op het gebied van directe belasting.
De Commissie deelt de bezorgdheid over belastingontduiking die u in uw verslag uit. De lidstaten moeten in staat zijn om te voorkomen dat hun heffingsgrondslagen uitgehold worden door misbruik en agressieve belastingplanning. Tegelijkertijd is het essentieel om ervoor te zorgen dat er geen buitensporige beperkingen zijn aan de vrijheden van het Verdrag. Door dit initiatief te lanceren, wil de Commissie verdere discussie oproepen met andere instellingen over hoe nationale antimisbruikmaatregelen aan deze vereisten kunnen voldoen. Uw opmerkingen over het gevaar van belastingontduiking worden in aanmerking genomen.
Wat tot slot de voorgestelde amendementen op het verslag betreft, zou de Commissie willen adviseren tegen de amendementen 1, 2, 3, 4, 5 en 6, maar kan ze de amendementen 7 en 8, die in lijn zijn met de geest van de mededeling, ondersteunen.
Piia-Noora Kauppi, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zal het kort houden. Het verheugt mij natuurlijk om te merken dat de meeste fracties morgen het verslag bij de stemming zullen ondersteunen. Mijn fractie heeft voorgesteld om ons bij de amendementen 7 en 8 van stemming te onthouden. Ik denk dat dit ook overeenkomt met de aanbevelingen van de Commissie die ertoe strekken dat 7 en 8 waarschijnlijk aangenomen zullen worden en dat betekent dat we morgen een grote meerderheid zullen hebben die het verslag ondersteunt.
Ik wil ook even teruggaan in het verleden: hoe moeilijk was het voordat we de eerste richtlijnen voor vennootschapsbelasting aannamen, een moeder-dochter-richtlijn en een richtlijn voor rente en royalties in de jaren negentig, om enkele voorbeelden te noemen. Na serieus besproken te zijn, zijn deze tot stand gekomen en ik geloof nog steeds dat we al die praktische dingen zoals antimisbruikmaatregelen kunnen hebben, dat we de moeder-dochter-richtlijn kunnen verbeteren en dat we de werking van het Forum verrekenprijzen kunnen verbeteren en dergelijke initiatieven zijn hard nodig.
Uiteindelijk hebben we echter een zeer brede oplossing en de CCCTB nodig. Op dit moment is dit de best beschikbare optie en moeten we die serieus nemen. Ik hoop dat dit zal gebeuren tijdens deze zittingsperiode van het Europees Parlement, vóór de verkiezingen in 2009. Er moet iets gedaan worden vóór de verkiezingen van 2009 en we kunnen het ons niet veroorloven om te wachten tot lidstaten komen met hun ratificaties en referenda. We moeten nu iets doen voordat de zittingsperiode van dit Parlement afgelopen is.