De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0513) van Paolo Costa, namens de Commissie vervoer en toerisme, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening nr. 11 ter uitvoering van artikel 79, lid 3, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de opheffing van discriminaties inzake vrachtprijzen en vervoervoorwaarden en Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake levensmiddelenhygiëne - Vervoersaspecten (COM(2007)0090 - C6-0086/2007 - 2007/0037A(COD)).
Günter Verheugen , vicevoorzitter van de Commissie. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil eerst de heer Costa bedanken voor dit verslag. De vermindering van de administratieve lasten die door EU-verordeningen ontstaan, is een van de effectiefste maatregelen om te komen tot een verbetering van het regelgevingskader voor de 24 miljoen ondernemingen in Europa. Zodoende levert ook dit initiatief een belangrijke bijdrage aan het bereiken van onze ambitieuze doelstellingen in het kader van het partnerschap voor groei en werkgelegenheid.
De Commissie juicht de steun van het Parlement voor een spoedige invoering van deze dringende maatregel daarom zeer toe. Op deze wijze worden onnodige elementen uit de documentatie geschrapt die vereist is bij het vervoer van goederen over de nationale grenzen binnen de EU. De maatregel waar het hier vandaag om gaat, stelt verordeningen buiten werking die achterhaald zijn en nog dateren uit 1960.
Volgens de nu nog geldende verordeningen moeten vervoerders momenteel talloze gegevens over tarieven, prijsafspraken en overeenkomsten overleggen, zodra de goederen die ze vervoeren binnen de Gemeenschap nationale grenzen passeren. Het door de Commissie voorgestelde vereenvoudigde systeem zal voor 300 000 Europese vervoerders een aanzienlijke verlichting van de administratieve rompslomp en een kostenbesparing van jaarlijks ten minste 160 miljoen euro betekenen. Dat is niet mis.
Wat de procedure betreft, neemt de Commissie notitie van het feit dat het Parlement het gecombineerde voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van zowel Verordening nr. 11 betreffende de opheffing van discriminaties inzake vrachtprijzen en vervoervoorwaarden, en Verordening nr. 852/2004 inzake levensmiddelhygiëne heeft opgesplitst in twee aparte delen.
Ik wil daar nog aan toevoegen dat de Commissie om twee redenen de voorkeur geeft aan een gecombineerd voorstel, dus het behandelen van meerdere maatregelen ter vermindering van administratieve lasten in één voorstel. Ten eerste omdat zo duidelijk wordt dat niet de wijziging van de inhoud van de betreffende wetstekst het doel is, maar dat het uitsluitend - ik herhaal: uitsluitend - gaat om de vermindering van de administratieve lasten. Ten tweede willen we op deze manier komen tot een snellere invoering van de maatregelen.
De Commissie hoopt daarom dat de twee wetgevers nu snelle vorderingen zullen maken met het tweede deel van het voorstel, het deel inzake de levensmiddelenhygiëne.
Dank voor uw aandacht.
Paolo Costa, rapporteur. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik zou in principe veel kunnen herhalen van wat al door commissaris Verheugen is gezegd, maar ik zal dit niet doen. Dit is een aanbevelenswaardig initiatief. Kleinschalige maatregelen zoals deze vertegenwoordigen vaak grote resultaten, dat is hier het geval.
Het gaat hier duidelijk om regels die werden ingesteld in een ander Europa. De basisverordening voert terug tot 1960 toen onze landen gescheiden waren en toen discriminatie en concurrentiebeperkingen verhuld konden worden in regels voor hygiëne en levensmiddelen. Daarom was het nodig om aan te geven welke weg gekozen moest worden en waar grenzen gepasseerd konden worden. Veel dingen moesten worden gemeld en veel details opgeschreven, maar omdat veel hiervan geen enkel nut meer heeft is het een goed idee dat we ons ontdoen van deze regels en dat we ze aanpassen.
We zijn ons ervan bewust dat iedere wetgeving betreffende levensmiddelenhygiëne gevoelig ligt en daarom veel tijd kost. Dat is de reden achter deze oplossing die denk ik zeer logisch is, namelijk dat we de transportregels eruit lichten, omdat die makkelijker te accepteren en hopelijk ook te implementeren zijn.
De commissie, waarvan ik het voorrecht heb voorzitter te zijn, heeft mijn verslag unaniem aangenomen. Ik zie dit als een bemoedigend teken dat het Huis morgen hetzelfde zal doen, zodat in de zeer nabije toekomst de juiste stappen kunnen worden gezet.
Het gaat hier om een werkzame vereenvoudiging. Het is een vereenvoudiging die tegelijkertijd een aanpassing aan huidige omstandigheden inhoudt met nieuwe manieren voor het aanreiken van informatie waarbij veel bureaucratische procedures overbodig worden en we er hopelijk aandachtiger voor kunnen zorgen dat levensmiddelen op hygiënische wijze van het ene naar het andere deel van de Unie worden vervoerd.
Silvia-Adriana Ţicãu, namens de PSE-Fractie. – (RO) Het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en van de Raad tot wijziging van Verordening nr. 11 betreffende de opheffing van discriminaties in vrachtprijzen en vervoervoorwaarden schrijft voor dat vervoerders van goederen per spoor, over de weg en over de binnenwateren binnen de Gemeenschap informatie moeten verstrekken over de tarieven, relevante overeenkomsten, vervoervoorwaarden en ook de noodzakelijke documentatie moeten overleggen.
Vervoerondernemers mogen dus geen discriminatie toepassen door verschillende prijzen te hanteren (waar het gaat om hetzelfde product dat via hetzelfde transportsysteem op dezelfde route wordt vervoerd), maar discriminaties ontstaan naargelang van het land van bestemming of herkomst.
Dit is een zeer belangrijke verordening, maar deze is al sinds 1960 van kracht en moest nodig worden bijgewerkt. De ontwerpwijziging vereenvoudigt de bestaande wetgeving en zorgt voor meer stabiliteit in de voorwaarden die gelden voor het goederenvervoer.
Volgens de statistieken van de Commissie klopt het, zoals de commissaris al zei, dat de verordening invloed zal hebben op of van enige betekenis zal zijn voor de activiteiten van ongeveer 300 000 transportbedrijven en dat deze wijziging de Europabrede administratieve kosten met ongeveer 160 miljoen euro per jaar zal verlagen.
Het Europees Parlement stelt zich ten doel om de administratieve lasten voor ondernemingen tegen het jaar 2012 met 25 procent te verlagen. Het voorstel voor de wijziging van de twee verordeningen, zoals voorgesteld door de Commissie is een van de maatregelen om dat doel te bereiken.
Het klopt echter dat het voorstel krachtens de medebeslissingsprocedure bij de Commissie vervoer en toerisme is ingediend, wat in strijd is met artikel 73, lid 3, van het Verdrag. Vandaar dat het voorstel dat de heer Costa als rapporteur heeft ingediend, unaniem werd aangenomen.
Reinhard Rack (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de gelegenheid niet voorbij laten gaan om namens mijn fractie te wijzen op hetgeen de commissaris aan het begin van zijn interventie zei, namelijk dat onze voorzitter van de Commissie vervoer en toerisme zich bij het weliswaar onspectaculaire, maar daarom niet minder belangrijke onderwerp van de luchtverkeersdiensten uitstekend heeft gekweten van zijn taak als voorzitter van de commissie. Dit is vooral vermeldenswaardig, omdat hij er ook in geslaagd is de commissie op dit punt bijna in haar geheel op één lijn te krijgen.
Hopelijk hebben we hem het leven en het werk veraangenaamd met het unanieme stemresultaat. Daar wilde ik nog eens nadrukkelijk op wijzen.
VOORZITTER: MAREK SIWIEC Ondervoorzitter
Derek Roland Clark (IND/DEM). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de Commissie feliciteren – en dat hoort u niet vaak vanuit deze kant, of wel? Maar dit is een zeldzaam voorbeeld van een verslag dat op de goede weg is – naar Damascus?
Wij staan er op dat we over dit voorstel in debat gaan omdat men regelgeving wil verminderen. Er wordt toegegeven dat kleine bedrijven te lijden hebben onder onnodige wetgeving, die soms teruggaat tot 1960. In de toelichting wordt gesteld dat deze onnodige administratieve lasten de economische activiteit belemmeren en negatieve gevolgen hebben voor de concurrentiepositie van bedrijven. Ik ben het daar absoluut mee eens, maar waarom hier stoppen? Waarom zouden we die overbodige papierwinkel alleen beperken vanaf tien werknemers of minder? Laten we het grondig aanpakken en dit toepassen op de hele levensmiddelenindustrie! Vooruit, gooi nog eens 100 000 stuks wetgeving op de brandstapel! Nu u toch bezig bent kunt u gelijk de Commissie, het Parlement en de Raad schrappen. Ik meen het. Door in regelgevende lasten te snijden, stelt u de Europese landen in staat om de kettingen af te leggen die ons anders zeker zullen maken tot de economische verliezers van de 21e eeuw.
Paolo Costa (ALDE), rapporteur. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil slechts zeggen dat we hier meer woorden gebruiken dan nodig is.
Het lijkt mij dat we het volledig eens zijn. De wijzigingen moesten worden gemaakt en gaan in de juiste richting; het is correct om de twee verschillende stukken wetgeving te scheiden om zo discriminerende vervoervoorwaarden af te schaffen. Mijn enige aanbeveling is dat ik morgen herhaal wat ik in de commissie heb gezegd en ik hoop met hetzelfde resultaat: een unanieme, of vrijwel unanieme, stemming over dit voorstel.