Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/0310(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0447/2007

Debatten :

PV 16/01/2008 - 9
CRE 16/01/2008 - 9

Stemmingen :

PV 17/01/2008 - 6.2
CRE 17/01/2008 - 6.2
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0015

Volledig verslag van de vergaderingen
Donderdag 17 januari 2008 - Straatsburg Uitgave PB

8. Stemverklaringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Ik doe met betrekking tot de stemming het volgende voorstel: we beginnen met de stemverklaringen en onderbreken de vergadering om 13.00 uur. De resterende stemverklaringen kunnen dan vanmiddag aan het eind van de vergadering worden afgelegd, nadat alle stemmingen hebben plaatsgevonden.

(Levendig applaus)

(De vergadering stemt in met het voorstel)

 
  
  

VOORZITTER: M. GÉRARD ONESTA
Ondervoorzitter

 
  
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

Verslag-Cashman (A6-0514/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Roger Helmer (NI). − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik moet zeggen dat ik tegen deze specifieke maatregel heb gestemd. Hoewel de heer Cashman een zeer innemend persoon is, overkomt mij toch telkens enige mate van scepticisme wanneer ik iets zie met zijn naam erop.

We hebben het hier over een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten alsof een dergelijke bescherming voor mensenrechten er in de lidstaten niet zou zijn. Ik betwijfel dat dit instituut op Europees niveau nodig is. Gaat het hier niet slechts om het uitbreiden van bureaucratie en het maken van nieuwe quango’s (quasi-autonome non-gouvernementele organisaties) zoals we die in Groot-Brittannië noemen? Dit legt een last op de belastingbetaler die, ook volgens vele anderen, niet werkelijk zal bijdragen aan de mensenrechten.

Bovendien is er geen basis voor omdat de grondwet die ons is beloofd, waarvan u nu voorstelt om die erdoor te drukken zonder referendum, ontbreekt.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Roland Clark (IND/DEM). − (EN) Mijnheer de Voorzitter ik heb tegen dit verslag gestemd omdat het Verenigd Koninkrijk de mensenrechten al respecteert. Het heeft vele internationale verdragen ondertekend; het hoeft niet te worden verteld hoe men zich moet gedragen door een EU die de resultaten van perfect constitutionele referenda in Frankrijk en Nederland naast zich neer heeft gelegd.

Ze verwierpen de Grondwet. Die is vervangen door een vergelijkbaar verdrag dat nu is goedgekeurd zelfs voordat het volledig is gezien door hen die het hebben ondertekend.

De EU heeft duidelijk geen respect voor democratische rechten en kan daarom niet worden gezien als een veilige of betrouwbare hoedster van de mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Wise (IND/DEM). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dank u voor deze mogelijkheid om mijn stem te verklaren. Dit is voor het eerst dat ik iets dergelijks doe. Ik heb tegen het voorstel gestemd omdat de betreffende commissie dan wel de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken heet, maar zij geen vrijheden biedt aan burgers, zij geen recht biedt en zich bemoeit met binnenlandse zaken. In Groot-Brittannië werd ons een referendum beloofd. Wij zullen dat niet krijgen. Wat gaat de Europese Unie daaraan doen?

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, hartelijk bedankt voor deze mogelijkheid om mijn stem in deze belangrijke kwestie te verklaren.

U bent zich dit misschien niet bewust, maar ik vertegenwoordig het kiesdistrict Londen, de beste stad ter wereld, hoofdstad van het beste land ter wereld.

U moet begrijpen dat Londen eigenlijk een behoorlijk diverse stad is. Laat me dit uitleggen: we hebben reeds driehonderd talen en veertien religies en al met al kunnen we het zeer goed met elkaar vinden. De EU zou dus een hoop van Londen kunnen leren en over hoe men gezorgd heeft dat de waardigheid van mensen wordt gerespecteerd.

We hebben het niet nodig dat dergelijke kwesties op EU-niveau worden opgelost. Wat zou Londen, de meest diverse stad in Europa en wellicht zelfs ter wereld, nu van deze instelling kunnen leren? Wat zou het over mensenrechten kunnen leren? Wat zou het over grondrechten kunnen leren? Helemaal niets!

Laat me het volgende toevoegen. De aanstaande goedkeuring van de Europese Grondwet, ondanks de afwijzing in twee referenda is ondemocratisch, laf...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (PPE-DE). − (EN) Mijnheer de Voorzitter, wat is de rechtsgrondslag voor het oprichten van dit Bureau? Het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten zou zijn wettige macht hebben ontleend aan de Europese Grondwet. Het zou wettige macht hebben verkregen bij het Verdrag van Lissabon. Maar de enige rechtsgrondslag op dit moment is een wirwar van communiqués, persberichten en resoluties in de Raad.

De Europese Unie heeft geen last van de systematische schending van de mensenrechten. Zij heeft wel last van de systematische schending van de democratische rechten. Het probleem dat we hebben is dat een mensenrechtenhandvest op papier geen betekenis heeft tenzij er ook mechanismen zijn om de leiders ter verantwoording te roepen.

Als we de grondwetten van voormalig Oost-Duitsland en van de Sovjet-Unie bekijken, dan stonden die vol prachtige beloften van vrijheid. Maar zoals de mensen in die ongelukkige landen ontdekten, had dat zonder democratie geen inhoud.

Daarom zou u, als u dit mensenrechtenhandvest wilt opleggen, eerst het Europese volk in een referendum moeten raadplegen. Pactio Olisipio censenda est!

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb ook tegen dit belachelijke voorstel voor een bureau voor het beschermen van de mensenrechten in de EU gestemd.

Wij in de Verenigd Koninkrijk hebben zoals vele andere landen het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens ondertekend. Daarin zijn rechten te vinden waarvoor externe supervisie nodig is en elk hof dat vereist is, is in deze stad te vinden en onder dat Verdrag tot stand gekomen en niet uit hoofde van een of andere door de EU vereiste autoriteit.

Het is dus volledig onnodig en een verspilling van overheidsmiddelen. De primaire bedoeling is om nog een organisatielaag van soevereiniteit aan de EU toe te voegen zodat men kan pronken als een soort superstaat binnen een Europa dat rechten aan zijn inwoners geeft, rechten die ze al hebben.

Als men rechten wil geven, erken dan het fundamentele recht om te stemmen over zaken zoals deze: om “ja” of “nee” tegen een grondwet te zeggen.

 
  
  

Verslag-Díaz de Mera García Consuegra (A6-0447/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE) . – (SK) Mijnheer de Voorzitter, gezien het feit dat de criminaliteit voortdurend toeneemt en het gevaar van terrorisme eveneens groeit, dient Europol flexibeler te worden.

De drie protocollen van 2000 tot 2003 die de Europol-overeenkomst hebben gewijzigd en aangevuld, zijn nog steeds niet ten uitvoer gelegd. Natuurlijk kan een organisatie die staat voor het bevorderen van de openbare orde niet effectief zijn als wijzigingen in haar rechtsgrondslag pas jaren na het besluit hiertoe in werking treden. Het voorstel voor een besluit van de Raad brengt verandering in deze situatie, daarom stem ik ervoor.

Een van de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie is het plan om Europol te financieren ten laste van de communautaire begroting en het personeel onder het statuut van de ambtenaren van de EU te laten vallen. Dit betekent dat het Europees Parlement een grotere rol gaat spelen in het beheer van Europol en dat het beheer van de begroting en het personeel wordt vereenvoudigd. Verder zal de positie van het Europees Parlement worden versterkt als gevolg van de betere democratische controle op Europol. De kosten voor de Gemeenschap zullen vergelijkbaar zijn met de huidige uitgaven van de lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Oldřich Vlasák (PPE-DE) . – (CS) Mijnheer de Voorzitter, ik zou graag willen uitleggen waarom ik niet heb deelgenomen aan de stemming over dit verslag. Ten eerste ben ik van mening dat Europol goed functioneert op basis van bilaterale overeenkomsten en bilaterale samenwerking. Ten tweede is Tsjechië net als enkele andere lidstaten toegetreden tot de Schengenzone. Het is daarom nu eerst van belang om te wennen aan deze samenwerking, deze te analyseren en geleidelijk te verbeteren. Bovendien vereist elke nadere integratie die tot doel heeft Europol te veranderen in een Europese politiedienst de ratificatie van het Verdrag van Lissabon. Pas dan kunnen we het hebben over eventuele wijzigingen in de rechtsgrondslag van Europol.

 
  
MPphoto
 
 

  Roger Helmer (NI). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik vond het fascinerend om te zien hoe u mijn collega de heer Kamall na precies 60 seconden onderbrak terwijl u veel vrijgeviger bent als men dingen zegt die aangenamer voor u zijn.

Een van de fouten die we in de Europese Unie maken is dat we “samenwerking” verwarren met “supranationalisme”. Ik ben helemaal voor samenwerking van politie. Dat is elk weldenkend mens vandaag de dag. Ik ben echter absoluut tegen het creëren van supranationale autoriteiten, zoals de bedoeling is met Europol. Dat is, zoals een van mijn collega’s zei betreffende het Bureau voor de grondrechten, een van de eigenschappen van de soevereiniteit die door de Europese Unie wordt geclaimd.

Het probleem is dat de democratische legitimiteit voor deze organisaties ontbreekt en dat is uiterst gevaarlijk. Zowel Europol als de Europese Unie heeft geen democratische legitimiteit totdat u een referendum over het Verdrag van Lissabon houdt.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Roland Clark (IND/DEM). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het ontzettend oneens met dit rapport. Ik heb tegen gestemd. Samenwerking tussen politiekorpsen: ja. Gedwongen samenwerking en verplichting: nee. Vooral als deze politiemacht onder haar leden gewapende politie heeft die overal in de Europese Unie kan worden ingezet.

Wij hebben in het Verenigd Koninkrijk geen gewapende politie. We zullen niet accepteren dat gewapende politie binnenkomt in opdracht van Europol. Wij geloven daar niet in. Zo gaat dat in ons land niet!

Ik ben bijzonder teleurgesteld om te zien dat amendementen 56 en 57 zijn weggestemd, omdat deze de immuniteit van deze politiemacht zouden hebben weggenomen als ze waren goedgekeurd. In het Verenigd Koninkrijk zijn we een politiemacht gewend die als ze schade aan eigendommen toebrengt, of een persoon geweld aan doet of zonder reden arresteert, nadien kan worden gedaagd voor overtredingen. Het verbaast me hoe dan ook niet omdat u immers ook bereid bent om zonder iemand te vragen een grondwet erdoor te drukken.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Wise (IND/DEM). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ten tweeden male wil ik mijn stem tegen deze ontwerpresolutie uitspreken.

In Groot-Brittannië hebben we als eenvoudige regel dat niemand boven de wet staat. Zelfs de koningin, de vorstin van Engeland, staat niet boven de wet. Er is een juridisch correcte rechtsgang voor nodig. Met deze wetgeving ontstaat een situatie waarbij mensen boven de wet staan die wettelijk niet kunnen worden vervolgd.

Ik heb al eerder in dit Huis gezegd dat wanneer de Europese Unie het antwoord is, het wel een verdomd domme vraag moet zijn geweest. Nog nooit was dit zo waar als nu.

Ik laat Kennedy voor u aan het woord: ‘Diegenen die vreedzame protesten onmogelijk maken, maken gewelddadige protesten onvermijdelijk’.

 
  
MPphoto
 
 

  Nirj Deva (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is essentieel om grensoverschrijdend samen te werken tegen internationale misdaad, terrorisme, drugs enzovoort. Europol voert deze taak nu samen met andere politiekorpsen uit.

Door een Europees politiebureau te creëren dat de centrale macht vergroot, zullen de problemen die zijn ontstaan in lokale gemeenschappen in Groot-Brittannië echter niet worden opgelost. Mijn land, mijn partij, heeft vandaag als trouwe Conservatieven tegen deze resolutie gestemd.

Mijn partij heeft ook verzocht om een referendum over het Europees Grondwettelijk Verdrag. Ik kan nergens anders dan in dit Huis protesteren tegen wat de heer Brown doet door zijn woord dat dit referendum er zou komen, te breken.

Ik verzoek daarom dat we de heer Brown vragen om het Britse volk het referendum te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik begrijp dat dit voorstel voor een besluit van de Raad, zoals beschreven in het verslag, het mogelijk maakt dat Europol omgevormd wordt tot een EU-bureau.

We moeten erkennen dat dit twee gevolgen zal hebben. Ten eerste zal het gefinancierd moeten worden door het budget van de Gemeenschap en zal Europol-personeel de status van Gemeenschapsambtenaar verkrijgen. Het verslag bevat ook voorzieningen voor coördinatie, waar we allemaal voor zijn, en organisatie en implementatie van onderzoeken en operationele activiteiten die samen met de relevante autoriteiten van de lidstaten of door gezamenlijke onderzoeksteams worden uitgevoerd.

De Conservatieven zijn voor open samenwerking tussen politiekorpsen in de EU en daarbuiten voor het bestrijden van misdaad. Maar wij accepteren absoluut geen enkele rol van de EU bij het centraliseren van een dergelijke samenwerking. Europol is daarom een bureau dat niet noodzakelijk is omdat er al andere organisaties bestaan die deze functie mondiaal vervullen.

Om deze reden zou ik willen toevoegen dat de aanstaande goedkeuring van de Europese Grondwet ondanks de afwijzing in twee referenda ondemocratisch, laf en onwettig is

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het verheugt mij om deze mogelijkheid te hebben om mijn stem te verklaren. Ik heb om spreektijd in het debat over deze kwestie gevraagd, maar een van de consequenties van de ongelukkige mesalliance van mijn partij met de Europese Volkspartij is dat de Britse Conservatieven categorisch spreektijd wordt ontzegd bij belangrijke debatten.

Wat ik wilde zeggen is dat dit verslag gebaseerd is op een conceptueel misverstand. Men zegt dat we grensoverschrijdende politie nodig hebben omdat er grensoverschrijdende misdaad is en omdat misdaad internationaal is.

De oplossing bestaat reeds. De politiekorpsen van nationale staten werken al tientallen jaren met veel succes samen. We hebben Interpol, we hebben het Verdrag van ‘s-Gravenhage, we hebben uitleveringsverdragen, we erkennen de tijd die doorgebracht is in de gevangenis in een ander land als onderdeel van de straf, enzovoort.

Het verschil is dat deze zaken zijn gebaseerd op democratische besluiten tussen onafhankelijke staten terwijl wat wordt voorgesteld met Europol de federalisering is van wat een gevoelige nationale zaak zou moeten zijn, namelijk toezicht uitoefenen op het strafrecht.

Als we dat willen doen, moeten we eerst het volk raadplegen in een referendum, daarom hebben we een referendum over het Verdrag van Lissabon nodig.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, enkele van de redenen voor dit voorstel over Europol zijn behoorlijke onzin. Er wordt voorgesteld dat we de rechtsgrondslag moeten veranderen, dat we Europol moeten voorzien van financiering vanuit de EU, dat diegenen die ervoor werken ambtenaren van de EU worden, dat we de taakomschrijving moeten uitbreiden en dat we een bureau nodig hebben zodat we de georganiseerde misdaad en het terrorisme kunnen bestrijden. Wat een onzin! We bestrijden reeds met goed resultaat misdaad en terrorisme door goede, langdurige samenwerking tussen politiekorpsen.

Dit gaat er alleen maar om dat er weer een aspect toegevoegd wordt aan de organisatie van de EU als staat zodat zij in feite een EU-politiemacht heeft. Dat is wat deze ambtenaren zullen zijn, ze zullen zich mengen in interne zaken van lidstaten en, zoals al is genoemd, met immuniteit voor hun daden, zelfs buiten het bereik van gerechtelijke toetsing in nationale staten. Het is een absurd voorstel en absoluut onnodig.

 
  
  

Verslag-Polfer (A6-0516/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Nirj Deva (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ten aanzien van het verslag-Polfer hebben de Conservatieven voor de rapporteur gestemd betreffende de kwestie van de zuidelijke Kaukasus.

Maar het is toch wel raar dat we zo graag de democratische vrijheden en de rechten van de mensen in de zuidelijke Kaukasus willen beschermen en ervoor willen zorgen dat zij legitimiteit en zelfbeschikking hebben, maar dat wanneer het aankomt op zo’n serieuze zaak als het Grondwettelijk Verdrag voor de Europese Unie, de heer Brown, die ons een referendum heeft beloofd, nu terugkomt op die belofte.

Mijn partij, de Conservatieve Partij, is ernstig ontstemd over deze verbroken belofte en daarom sta ik hier om de Labour-regering te vragen om ons een referendum te geven over deze belangrijke grondwetkwestie, net zoals we ons druk maken over wat er in de zuidelijke Kaukasus gebeurt.

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik begrijp dat dit verslag de opname van Armenië, Azerbeidzjan en Georgië in het Europees nabuurschapsbeleid voorstaat en bilaterale actieplannen voor het Europees nabuurschapsbeleid steunt.

Ik begrijp ook dat de rapporteur de EU oproept om een regionaal beleid te ontwikkelen voor de zuidelijke Kaukasus om dit samen met de landen uit deze regio in te voeren. Natuurlijk zal het sleutelwoord “democratie” in veel van de verslagen verschijnen. Ik vertegenwoordig Londen, zoals u wellicht weet. Ik vertegenwoordig Londen, de geweldigste stad ter wereld, hoofdstad van het geweldigste land ter wereld en toevallig hebben wij in Londen een zeer diverse gemeenschap, waaronder velen uit Armenië, Azerbeidzjan en Georgië.

Een van de dingen die maakt dat zij in Londen willen wonen, is democratie en het recht op inspraak in essentiële zaken. Ze vragen me steeds: “Waarom preekt u over democratie, maar ontneemt u de burgers van Groot-Brittannië datzelfde recht wanneer het gaat om een referendum over de Grondwet?”. Die Grondwet die toch in twee referenda is afgewezen, is dus ondemocratisch, laf en onwettig.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil u bedanken voor het geduld en gevoel voor humor dat u laat blijken tijdens deze zitting. Mag ik ook, net als gisteren, mijn dank uitbreiden naar de diensten en de tolken die ons ter wille zijn?

De belangrijkste kwestie in de regio van de zuidelijke Kaukasus is op dit moment het meningsverschil over verkiezingsresultaten. Het westen zag min of meer oogluikend toe bij de eerste Saddam-achtige verkiezingsoverwinning van de huidige Georgische regering met meer dan 90 procent van de stemmen vóór, maar nu zij beweert te zijn herkozen, ruziën we erover of de stemming wel vrij en eerlijk verliep.

Wat voor voorbeeld geven we als Europese Unie aan deze worstelende democratieën, wanneer we zoveel minachting tonen voor ons eigen democratische proces hier in de Europese Unie? Het lijkt van tijd tot tijd nodig om dit Huis in herinnering te brengen dat 55 procent van de Franse en 62 procent van de Nederlandse stemmers “nee” stemde tegen de Europese Grondwet, maar toch komt het document nu bij ons terug als het Verdrag van Lissabon, dit keer zonder referendum.

Ik zeg nogmaals: het is nodig om het volk een referendum over het Verdrag van Lissabon te geven. Pactio Olisipio censenda est!

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Mijnheer Hannan, u bent al net zo geestig als ik. Ik vraag me elke keer opnieuw af hoe u er in slaagt een verwijzing naar een “referendum” op te nemen in de tekst. U slaagt er telkens weer in, bij elk onderwerp.

 
  
  

Verslag-Anastase (A6-0510/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Roger Helmer (NI). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb vóór deze maatregel gestemd, niet vanuit eigen vaste overtuiging, maar omdat ik als trouwe Conservatief het stemadvies heb gevolgd.

Als het aan mij lag zou ik waarschijnlijk niet hebben gestemd, of misschien tegen. Ik moet zeggen dat kwesties betreffende de Zwarte Zee geen hoge prioriteit zijn voor mijn kiezers in de East Midlands van het Verenigd Koninkrijk en, naar ik vrees, ook geen tweede of derde prioriteit. Je zou daarom in zekere zin kunnen zeggen dat dit geen zaak van het grootste belang is.

Ik geloof echter niet dat de Europese Unie een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid moet hebben. Ik geloof dat nationale staten hun eigen buitenlandse beleid moeten hebben maar ik vind het prima als ze samenwerken als dat in hun belang is – of dit nu met staten in de Europese Unie of daarbuiten is.

Hoe dan ook: het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid heeft geen democratische legitimiteit als er geen referendum komt over het Verdrag van Lissabon.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Roland Clark (IND/DEM). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit beleid is zonder twijfel onder andere gericht op het faciliteren van de toevoer van olie en gas door deze regio naar West-Europa.

Het zou dan om Russisch gas en Russische olie gaan, maar daarmee staat u toe dat u zich mogelijk laat gijzelen. We weten allemaal dat Rusland de gaslevering aan Oekraïne twee jaar geleden met de kerst afsneed. Als het eenmaal een nog groter aandeel in de gaslevering naar West-Europa krijgt, dan doet het ons dat wellicht in de toekomst allemaal aan.

Hier in Frankrijk zit men tenminste op het goede spoor door tenminste 70 procent van de elektriciteit met kernenergie op te wekken en het is hoog tijd dat de EU een beleid uitstippelt om dat recht overal in de Unie te bevorderen.

In plaats daarvan gaat u natuurlijk lopen ploeteren in de zuidelijke Kaukasus, zo rond de Zwarte Zee, met regeringen die niet al te stabiel zijn en ons daar niet hebben willen. Uiteraard doet u dat liever dan een referendum te steunen over de nieuwe Grondwet bij uw eigen volk.

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het verheugt mij te zeggen dat ik hier nog steeds ben, zelfs als u en anderen niet in die vreugde over mijn aanwezigheid delen. Ik wil u bedanken voor al uw geduld.

Ik begrijp dat dit initiatiefverslag feitelijk de mededeling “Synergie voor het Zwarte-Zeegebied – Een nieuw regionaal samenwerkingsinitiatief” van de Commissie omarmt, die samenwerking met en binnen de Zwarte Zee-regio wil bevorderen door bestaand bilateraal beleid aan te vullen met een regionale aanpak. Er wordt van uitgegaan dat voor een dergelijke aanpak de mededeling moet worden gevolgd door verdere consistente stappen vanuit de EU om een echte regionale dimensie aan te moedigen die past bij deze tijd.

Over welke regio praten we eigenlijk? Laat me dat verhelderen: de Zwarte Zee-regio bestaat uit de lidstaten Bulgarije, Griekenland en Roemenië mat daarnaast Turkije en de ENB-partners Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, de Republiek Moldavië en Oekraïne, alsmede de Russische Federatie. De grote filosoof Brook Benton – gevolgd en gekopieerd door de grote filosoof Randy Crawford zei ooit: “Het is een regenachtige avond in Georgië”. Het is werkelijk een regenachtige avond voor de democratie in de EU als de mensen in Europa en in Groot-Brittannië niet hun stem mogen laten horen in een referendum over de Grondwet.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik waardeer uw beleefdheid. Het verheugt mij om over dit verslag te mogen spreken omdat het mij lijkt dat de Europese Unie in haar behandeling van Turkije een generatie- en mogelijk een epische fout begaat.

Het lijkt nu zeer duidelijk dat we Turkije nooit volledig lidmaatschap zullen geven. Dat is duidelijk vanwege de meerderheden in dit Huis, dat is duidelijk vanwege de beloften van referenda in Oostenrijk en Frankrijk waar er een meerderheid van respectievelijk 70 procent en 80 procent tegen lidmaatschap is.

Als we dit vanaf het begin tegen Ankara hadden gezegd en dat we zouden werken aan een alternatief, dan hadden we wellicht in vriendschap en partnerschap verder kunnen gaan. In plaats daarvan houden we de Turken aan het lijntje, leggen we ze tienduizenden pagina’s acquis communautaire op en laten we hen zich vernederen over Armenië, over Cyprus, over de behandeling van minderheden, en dan steken we, mogelijk tien of zelf vijftien jaar later na dit alles, onze middelvinger naar hen op. Door dit te doen lopen we het risico juist dat te creëren waar we bang voor zijn: een islamitische staat.

Turkije is democratischer dan de Europese Unie. Het is vredig van regering gewijzigd. Ik zou willen dat we de moed hadden om ons eigen volk te raadplegen. Pactio Olisipio censenda est!

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE) . – (SK) Het Zwarte-Zeegebied, een productie- en doorvoergebied, is van strategisch belang voor de diversificatie en zekerheid van de energielevering voor de Europese Unie. Ik ben ervan overtuigd dat naast Turkije en Rusland ook de EU-lidstaten als gelijkwaardige partners betrokken moeten worden bij de regionale samenwerking. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

Ik maak me zorgen over de aanhoudende conflicten in deze regio, die een gevaar vormen voor de stabiliteit en ontwikkeling van dit gebied. Daarom wil ik de Europese Unie verzoeken om een actievere rol te gaan spelen in het oplossen van de conflicten in dit strategisch gebied, met name door deel te nemen aan vredeshandhavingsoperaties en door nauwer samen te werken met de regeringen van Rusland en Oekraïne. Er zijn enkele voor de hand liggende problemen zoals de onevenwichtige ontwikkeling van de particuliere sector in diverse landen rondom de Zwarte Zee. Het is nodig om het investeringsklimaat in de regio voor zowel lokale als internationale bedrijven te verbeteren door de strijd tegen corruptie en fraude te intensiveren en de hervorming van de markteconomie te stimuleren.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Overeenkomstig het besluit van dit Huis zullen de stemverklaringen na de stemming van vanmiddag worden voortgezet.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

Verslag-Cashman (A6-0514/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE) , schriftelijk. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil mijn volledige steun betuigen voor dit verslag, het resultaat van langdurig en uitstekend werk van onze collega Michael Cashman.

Het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat is omgezet in een bureau dat tot taak heeft de mensenrechten te beschermen en te bevorderen; het werd officieel ingesteld op 1 maart 2007. Zoals we moesten vaststellen, is het Bureau echter nog steeds niet operationeel omdat het nog geen directeur en geen meerjarenkader heeft.

Als antwoord op deze traagheid en bureaucratische inefficiëntie stelt de rapporteur voor het meerjarenkader op een minimumaantal gebieden te amenderen. Hij dringt er bij de Commissie en de Raad op aan om het proces van het selecteren van kandidaten voor de functie van directeur te bespoedigen en een snelle overeenstemming met de andere instellingen te bereiken, teneinde dit essentiële instrument voor de bescherming van de mensenrechten te reactiveren.

Ik doe een beroep op de leden van dit Huis om instemming te betuigen met dit verslag, aangezien het een eerste stap is om het Bureau weer operationeel te maken.

Steun voor het Europese mensenrechtenbeleid en de ontwikkeling ervan kan en mag niet afhankelijk worden gemaakt van politieke en economische overwegingen en vertragingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Ik heb de oprichting in februari 2007 van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten gesteund omdat ik denk dat dit Bureau een belangrijke bijdrage kan leveren aan het vergroten van de logische samenhang van het EU-beleid inzake mensenrechten.

Het Bureau is op 1 maart 2007 officieel ingesteld, maar wacht nog steeds op de basiselementen die het in staat zouden stellen om volledig operationeel te worden, ofwel de benoeming van zijn directeur en de goedkeuring van een meerjarenkader.

Het doel van dit initiatief is het vaststellen van dit meerjarenkader dat de koers van het Bureau voor de komende vijf jaar moet uitstippelen door de afbakening van de thematische werkterreinen waarbinnen het Bureau moet opereren.

Ik steun dan ook de enorme inspanningen van de rapporteur, de heer Cashman, om de onderhandelingen te vergemakkelijken en ik hoop dat dit de Commissie en de Raad stimuleert de discussie over dit meerjarenkader en tezelfdertijd de selectieprocedure van kandidaten voor het ambt van directeur zo snel mogelijk af te ronden.

De Europese burgers kunnen geen begrip meer opbrengen voor verdere vertragingen die het onmogelijk maken dat het Bureau voor de grondrechten volledig operationeel wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylwester Chruszcz (NI), schriftelijk. (PL) Ik ben tegen de oprichting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten. Om die reden heb ik het meerjarenkader voor de periode 2007-2012 niet gesteund.

Ik ben van mening dat de voorgestelde oprichting van dit Bureau en zijn werkzaamheden niet alleen neerkomen op een verspilling van onze middelen, maar dat dit ook een gevaarlijk politiek initiatief is, waarvan de gevolgen op lange termijn nadelig zullen zijn voor de landen van de Unie. De voornaamste taken van dit Bureau betekenen een duidelijke inbreuk op de soevereiniteit van de lidstaten. Het Bureau heeft geen enkele reden van bestaan. We beschikken in elk Europees land al over instellingen die tot taak hebben de democratie te bewaken en de mensenrechten te beschermen.

Het is voor mij overduidelijk dat de activiteiten van het Bureau verder zullen gaan dan de thematische gebieden waarvoor het ingesteld werd. Dat bleek eerder vandaag al tijdens de stemming over amendement 6 op de overwegingen, bij het beantwoorden van de vraag wat een menselijk wezen is en op welk ogenblik het de mensenrechten verwerft.

Ik beschouw dergelijke maatregelen als een ongehoorde poging om binnen de Europese Unie op een verholen manier gevaarlijke ideologische concepten op te leggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ondersteun dit verslag, ondanks het feit dat ik teleurgesteld en er tegen was dat het voormalig Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat, dat werd opgestart na aanbevelingen van het Raadgevende Comité voor racisme en vreemdelingenhaat van de Raad van ministers en waarin ik het Europees Parlement vertegenwoordigde, nu is opgelost in een breder Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten.

Het Waarnemingscentrum in Wenen deed zeer waardevol werk in het bevorderen van beste praktijken om racisme, xenofobie en antisemitisme te bestrijden en te voorkomen dat deze zouden toenemen, alsmede in het rapporteren over de huidige stand van zaken in de Unie en in kandidaat-landen. Het gevaar is dat dit verloren zal gaan of tenminste zal verwateren in dit nieuwe Bureau. Ik zal de ontwikkelingen zorgvuldig volgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Gaubert (PPE-DE), schriftelijk.(FR) De Franse delegatie in de PPE-DE-Fractie is blij met de goedkeuring van het verslag-Cashman over de vaststelling van een meerjarenkader voor het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor de periode 2007-2012.

De tekst definieert onder andere de thematische werkterreinen van het Bureau opdat het zijn taak en zijn doelstellingen beter zal kunnen vervullen.

De meerderheid van de Franse delegatie is de fractie gevolgd en heeft de amendementen van de liberale fractie verworpen, die de taken wilde uitbreiden naar enerzijds homofobie en homofoob geweld en anderzijds naar racisme ten opzichte van de Roma. Dit heeft zij niet zo gedaan om aan te geven dat ze gekant is tegen deze legitieme en terechte strijd, maar omdat deze taak al vervat is in het voorstel voor een beschikking waarin als thematische werkterreinen van het Bureau nu precies racisme, vreemdelingenhaat en onverdraagzaamheid genoemd worden, alsook discriminatie op basis van geslacht, ras of etnische afstamming, geloof of overtuiging, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid of het behoren tot een minderheid.

We verwelkomen de goedkeuring van dit verslag, waardoor het Bureau volledig operationeel zal kunnen worden en zijn taak zal kunnen uitvoeren en de mensenrechten in de Unie zal kunnen garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ambroise Guellec (PPE-DE), schriftelijk.(FR) De Franse delegatie in de PPE-DE-Fractie is blij met de goedkeuring van het verslag-Cashman over de vaststelling van een meerjarenkader voor het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor de periode 2007-2012.

De tekst definieert onder andere de thematische werkterreinen van het Bureau opdat het zijn taak en zijn doelstellingen beter zal kunnen vervullen.

De Franse delegatie is de fractie gevolgd en heeft de amendementen van de liberale fractie verworpen, die de taken wilde uitbreiden naar enerzijds homofobie en homofoob geweld en anderzijds ze gekant is naar racisme ten opzichte van de Roma. Dit heeft zij niet zo gedaan om aan te geven dat ze gekant is tegen deze legitieme en terechte strijd, maar omdat deze taak al vervat is in het voorstel voor een beschikking waarin als thematische werkterreinen van het Bureau nu precies racisme, vreemdelingenhaat en onverdraagzaamheid genoemd worden, alsook discriminatie op basis van geslacht, ras of etnische afstamming, geloof of overtuiging, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid of het behoren tot een minderheid.

We verwelkomen de goedkeuring van dit verslag, waardoor het Bureau volledig operationeel zal kunnen worden en zijn taak zal kunnen uitvoeren en de mensenrechten in de Unie zal kunnen garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Afgezien van de punten van kritiek die we al hebben kunnen belichten, zal duidelijk worden wat precies het doel van dit Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten is, zodra het operationeel is geworden.

De thematische werkterreinen zijn in het kader van het debat rondom het vaststellen van de doelstellingen en prioriteiten voor zijn meerjarenkader voor 2007-2012 duidelijk geworden. Deze zijn: racisme, vreemdelingenhaat en onverdraagzaamheid; discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid of van personen die tot minderheden behoren; schadeloosstelling van slachtoffers, criminaliteitspreventie en daarmee samenhangende aspecten die relevant zijn voor de veiligheid van burgers; bescherming van kinderen, met inbegrip van de rechten van het kind; immigratie en integratie van migranten; asiel; visum- en grenscontrole; deelname aan de democratische werking van de Unie; mensenrechtenkwesties in verband met de informatiemaatschappij; toegang tot efficiënte en onafhankelijke rechtspraak.

Het Europees Parlement heeft daar extreme armoede en sociale uitsluiting aan toegevoegd, maar sociale rechten met inbegrip van de rechten van werknemers werden bijvoorbeeld niet als prioriteit beschouwd, zelfs niet op een moment waarop de sociale grondrechten in gevaar komen door het beleid van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Morin (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Net zoals de Franse delegatie van de PPE-DE-Fractie ben ik erg verheugd over de goedkeuring van het verslag-Cashman over de vaststelling van een meerjarenkader voor het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor de periode 2007-2012.

De tekst definieert onder andere de thematische werkterreinen van het opdat het zijn taak en zijn doelstellingen beter zal kunnen vervullen.

Net zoals de Franse delegatie en de PPE-DE-Fractie heb ik de amendementen van de liberale fractie, die de taken wilde uitbreiden naar enerzijds homofobie en homofoob geweld en anderzijds naar racisme ten opzichte van de Roma, verworpen. Deze taak is immers al vervat in het voorstel voor een beschikking waarin als thematische werkterreinen van het Bureau nu precies racisme, vreemdelingenhaat en onverdraagzaamheid staan, alsook discriminatie op basis van geslacht, ras of etnische afstamming, geloof of overtuiging, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid of het behoren tot een minderheid.

Ik verwelkom de goedkeuring van dit verslag, waardoor het Bureau volledig operationeel zal kunnen worden en zijn taak zal kunnen uitvoeren en de mensenrechten in de Unie zal kunnen garanderen.

 
  
  

Verslag-Díaz de Mera García Consuegra (A6-0447/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) Ik heb voor het gewijzigde voorstel gestemd omdat het verbeteringen bevat op het gebied van gegevensbescherming.

Ik ben het echter niet eens met het in toenemende mate verplaatsen van kwesties op het gebied van justitie en binnenlandse zaken van de lidstaten naar de EU. Om deze reden heb ik tegen de ontwerpwetgevingsresolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Gérard Deprez (ALDE), schriftelijk.(FR) Ik steun het verslag van onze prima collega, de heer Díaz de Mera, met volle overtuiging.

De omvorming van Europol tot een communautair bureau is een verzoek van het Europees Parlement dat ik altijd heb ondersteund.

Het betekent eigenlijk dat de financiering van Europol vanaf nu zal gebeuren vanuit de communautaire begroting en dat het statuut van de ambtenaren ook van toepassing zal zijn op het personeel van Europol. In beide gevallen krijgt ons Parlement aanzienlijk meer bevoegdheden.

Bij het besluit van de Raad worden de werkingssfeer en de mogelijkheden tot interventie van Europol overigens aanzienlijk uitgebreid en ook dit is een feit waar ik het mee eens ben.

Kortom, ik kies zonder voorbehoud voor een Europol dat meer operationeel is en dat onderworpen zal worden aan een echte democratische controle.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk.(FR) Het goochelkunstje dat de Raad ons voorstelt is perfect gelukt: de Europese Politiedienst, Europol, krijgt in plaats van de status van intergouvernementeel agentschap dat gefinancierd wordt via de begrotingen van de lidstaten nu de status van agentschap van de Europese Unie dat gefinancierd wordt via de begroting van de Unie en waarvoor het statuut van de ambtenaren van de Gemeenschappen van toepassing wordt, dit alles om technische, niet politieke vereisten.

De taken van Europol hebben zich inderdaad steeds meer uitgebreid naar andere domeinen dan enkel de georganiseerde misdaad en de Raad is van mening dat deze nieuwe doelstellingen beter nagestreefd kunnen worden op het niveau van de Unie dan op het niveau van de lidstaten. Op die manier wordt, in naam van het twijfelachtige subsidiariteitsbeginsel, de Europese logica van het systematisch afnemen van bevoegdheden van de lidstaten en het uitdiepen van het transnationale model toegepast.

Dit is nu precies de filosofie en de bedoeling van de hervormingen van het Verdrag van Lissabon dat de Europese en nationale leiders willen opdringen aan de bevolking en aan de landen, tegen hun wil in.

Europa luistert niet meer naar zijn volkeren. Het is zelfs nog erger, Europa minacht en beliegt hen. 26 landen hebben al aangegeven dit Verdrag niet via een referendum te zullen ratificeren, laten we hopen dat de naties en volkeren van Europa gered zullen worden door een afkeuring van deze belachelijke tekst door de Ieren, de enigen die het recht krijgen zich hier over uit te spreken.

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE), schriftelijk. (PL) De lidstaten van de Europese Unie hebben Europol opgericht als een institutioneel instrument om de georganiseerde misdaad te bestrijden. Vandaag, twaalf jaar na de oprichting van Europol, debatteren we over de uitbreiding van zijn bevoegdheden en het stroomlijnen van zijn werkzaamheden.

De rapporteur heeft de huidige juridische en feitelijke situatie van Europol zorgvuldig beoordeeld. Hij uit terecht kritiek op de veel te ingewikkelde en lange procedure die is voorzien voor de wijziging van de status van Europol en de inpassing van de instelling in de organisatiestructuur van de Europese Unie. De in het verslag voorgestelde corrigerende maatregelen verdienen eveneens onze aandacht en steun.

Uit eerdere pogingen om de bevoegdheden van Europol te wijzigen, blijkt hoe moeilijk het voor de lidstaten is om overeenstemming te bereiken wanneer ze tot het unanimiteitsbeginsel gehouden zijn. Ik ben bijgevolg de mening toegedaan dat we pas in staat zullen zijn om procedurele veranderingen door te voeren en deze situatie recht te trekken als het Verdrag van Lissabon geratificeerd is en in alle 27 lidstaten van kracht wordt, aangezien het Verdrag ook het besluitvormingsproces van de Europese Unie zal hervormen.

Daarenboven zou het toekennen van de status van Europees agentschap aan Europol – met alle consequenties die dat besluit met zich meebrengt, dus ook financiële gevolgen – de Europese Unie als geheel in staat stellen om de georganiseerde misdaad doeltreffender te bestrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Ondanks dat het voorstel voor het Verdrag nog niet is geratificeerd, noch het daarin opgenomen voorstel om met gekwalificeerde meerderheid de nodige besluiten te nemen over verordeningen betreffende de structuur, de operaties, het werkterrein en taken van Europol, sloven de instellingen van de EU zich tot afmattens uit om te proberen om de Europese Politiedienst te transformeren tot een Europees agentschap.

We verzetten ons tegen dit proces en we zijn ernstig bezorgd over:

- de mogelijkheid dat de “verwerking van speciale categorieën gegevens betreffende ras of etnische afkomst, politieke standpunten, religieuze of filosofische overtuigingen, lidmaatschap van partijen of vakbonden, seksuele geaardheid of gezondheid” niet wordt uitgesloten;

- het verzuim om garanties in te bouwen met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking op Europees niveau en in relatie tot derde landen, met name de VS (bijvoorbeeld gegevens over vliegtuigpassagiers);

- het gebrek aan garanties dat de burgers toegang kunnen krijgen tot gegevens die hen aangaan en dat zij geïnformeerd worden over het feit dat hun persoonsgegevens door Europol worden verwerkt;

- de onduidelijkheid omtrent de controle door nationale parlementen.

Dat zou duiden op een flagrante schending van de rechten, vrijheden en waarborgen van de burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Antonio Masip Hidalgo (PSE), schriftelijk. (ES) Ik heb voor het verslag gestemd zoals dat met de bijdragen van de fracties op basis van consensus is overeengekomen. Het gaat hier om essentiële samenwerking bij de misdaadbestrijding. Ik wil echter wel aangeven – zoals mijn collega’s, de heren Fava en Moreno, ook hebben gedaan – dat de verheven doeleinden van de ontwerpresolutie in schril contrast staan met de recalcitrante houding van de rapporteur, de heer Díaz de Mera, die op 11 maart 2004 directeur-generaal van Politie was en geweigerd heeft zijn medewerking te verlenen aan de rechtbank die de ernstigste aanslag die ooit in Europa heeft plaatsgevonden, op zulk een voorbeeldige wijze heeft behandeld.

Erger nog: de rapporteur is een van de belangrijkste pleitbezorgers van de schaamteloze theorie volgens welke niet islamitische cellen, maar ETA-terroristen verantwoordelijk zouden zijn geweest voor dit bloedbad. De heer Díaz de Mera en andere peones negros – zo noemen ze zichzelf: zwarte pionnen – hebben op die manier geprobeerd de internationale publieke opinie te misleiden. Hun optreden is niet als delict vervolgd (al zijn ze door de rechtbank wel bestraft en streng terecht gewezen), maar het is toch zaak dat het Parlement van al deze dingen op de hoogte is. Hun felle persoonlijke aanvallen bewijzen wel dat ze geen argumenten hebben. Tot slot betreur ik het dat de heer Díaz de Mera niet de waardigheid van zijn collega Jaime Mayor heeft kunnen opbrengen: die heeft zijn naam onder de tekst over het terrorisme verwijderd.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI) , schriftelijk. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil graag mijn instemming betuigen met het verslag-Díaz de Mera García Consuegra over oprichting van de Europese Politiedienst (Europol). De veranderende omstandigheden in de Europese Unie, nieuwe vormen van misdaad en nieuwe terroristische dreigingen vereisen een reorganisatie van de bestaande dienst. Desondanks ben ik van mening dat bepaalde punten verduidelijking verdienen.

De omzetting van Europol in een EU-agentschap mag geen extra financiële wissel trekken op de lidstaten en mag bovenal geen beslag leggen op de toch al onvoldoende overheidsmiddelen voor de nationale politiediensten. Aan de andere kant is het zo dat instanties die belast zijn met de opsporing en de openbare orde en veiligheid meer aandacht verdienen en versterkt moeten worden. De activiteiten van Europol moeten inderdaad bestaan in het ondersteunen en coördineren van het essentiële en onvervangbare werk van de diverse politiediensten van de lidstaten. Daarom ben ik blij dat het voorstel bepalingen bevat voor de coördinatie, organisatie en uitvoering van onderzoeksactiviteiten en operaties in overleg met de bevoegde instanties van de lidstaten of in het kader van gemeenschappelijke onderzoeksteams.

 
  
  

Verslag-Polfer (A6-0516/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit initiatiefverslag weerspiegelt de werkelijke ambitie van het “Europees nabuurschapsbeleid”, met name voor de zuidelijke Kaukasus.

Het gaat om de verduidelijking van de geostrategische agenda inzake politieke, economische en militaire aspecten, ofwel het interventieplan van de EU voor dit probleemgebied, waarbij de druk op China en Rusland wordt vergroot.

Dit vertaalt zich in een grotere inmenging in en manipulatie van de conflicten die zijn ontstaan na het uiteenvallen van de Sovjetunie met de bedoeling om de grootmachten en de financieel-economische groepen van de EU controle te geven over dit gebied waarmee de kapitalistische wedijver duidelijk tot uiting komt.

Getuige de “aanbevelingen”, zoals het stimuleren van het sluiten van vrijhandelsovereenkomsten en het nastreven van meer liberaliseringen of de duidelijke oproep tot inmenging door middel van “steun” aan de strijd van het “maatschappelijk middenveld”, terwijl er tegelijkertijd voor wordt gezorgd dat “de communautaire! middelen……worden verdeeld… zonder... tussenkomst van de overheid”.

Bijzonder relevant is de aanpak van het energievraagstuk met de nadruk op energiecorridorprojecten die Rusland en de bestaande infrastructuren en energiebronnen omzeilen.

Tot slot nog een opmerking over de incoherentie tussen de onvoorwaardelijk steun aan de territoriale integriteit en de onaantastbaarheid van de internationaal erkende grenzen van Georgië en een dringend beroep op de beginselen van het VN-Handvest, terwijl dit voor Servië niet gebeurt.

 
  
  

Verslag-Anastase (A6-0510/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit is weer een ander initiatiefverslag van het EP dat dezelfde logica volgt als het verslag over de zuidelijke Kaukasus en het “Europees nabuurschapbeleid”. Met andere woorden: tussenkomst en druk uitoefenen om toegang tot (en controle over) de markten (vooral de energiemarkten) te waarborgen en verdere liberalisering.

Het verslag pleit tevens voor de bevordering van hervormingen ter invoering van een markteconomie en moedigt maatregelen voor harmonisatie en verdere liberalisatie aan en ondersteunt de totstandbrenging van een vrijhandelsgebied volgens de beginselen van de WTO. Dit is een proces waarbij de EU naar verluidt een “vooraanstaande rol dient te spelen” als het erom gaat de “regio aan te moedigen de nodige maatregelen te nemen”.

Tegelijkertijd legt het verslag de nadruk op “het cruciale belang van het tot stand brengen en ontwikkelen van goed nabuurschap tussen de landen van het Zwarte-Zeegebied en hun buurlanden, op basis van wederzijds respect, territoriale integriteit, niet-inmenging in elkaars interne aangelegenheden en het verbod op het gebruik van geweld en dreigingen met geweld als fundamentele beginselen voor de bevordering van de regionale samenwerking” en benadrukt het de noodzaak van het bevorderen van de “Europese waarden”, “ongeacht de mate van bereidheid die de partnerregeringen aan de dag leggen”. Dit is een duidelijke tegenstrijdigheid/incoherentie tussen wat wordt aanbevolen (voor anderen) en wat er wordt gedaan. De EU eist dat anderen datgene respecteren wat zij zelf niet respecteert. Wat een cynisme!

 
  
  

Ontwerpresolutie: Situatie in Kenia (B6-0024/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Karin Scheele (PSE), schriftelijk. (DE) Kenia was tot voor kort voor veel mensen een vakantieparadijs. Toeristen werden goed afgeschermd voor de grootschalige corruptie en de verschrikkelijke armoede waarin de grote meerderheid van de bevolking moet leven. Sinds de gebeurtenissen van eind december en de frauduleuze presidentsverkiezingen liggen Kenia en de politieke problemen van het land opeens op ieders lippen.

Hoewel de parlementsverkiezingen door de waarnemers bij de verkiezingen over het algemeen als een succes werden beschouwd, werden er twijfels geuit over de resultaten van de presidentsverkiezingen. Met de ontwerpresolutie van vandaag over de situatie in Kenia veroordelen we nogmaals de onregelmatigheden die op grote schaal hebben plaatsgevonden. Ook betreuren we de houding van de zittende president Kibaki, die door zijn afwijzing van het aanbod van president Kufuor om de crisis te helpen oplossen, de bemiddelingspogingen ernstig heeft ondermijnd. Wij roepen de politieke leiders van Kenia op alles te doen wat in hun vermogen ligt om verder geweld in het land te voorkomen en de naleving van de mensenrechten te garanderen. Tijdens het debat over deze kwestie werd opnieuw de effectiviteit van directe begrotingssteun ter discussie gesteld. Dit onderwerp zal evenals Kenia de komende maanden onze aandacht blijven vragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Deze stemverklaring is bedoeld om te benadrukken dat wij denken dat het Keniaanse volk in staat zal zijn om zijn eigen weg te vinden en te bepalen door de erkenning van de bemiddelingspogingen die door de buurlanden, de Ontwikkelingsgemeenschap van zuidelijk Afrika en de Afrikaanse Unie zijn gestart. Het is aan het Keniaanse volk om zelf oplossingen te vinden om een eind te maken aan de huidige situatie in zijn land.

Bijgevolg beschouwen wij iedere poging van de EU om in te grijpen als negatief, met name rekening houdend met de doelstellingen die de EU in haar “Strategie voor Afrika” heeft verkondigd en het overduidelijke kader van overleg/rivaliteit tussen de imperialistische mogendheden met betrekking tot dit continent, een kader dat in deze regio sterk voelbaar is.

Tot slot, vestig ik in dit verband de aandacht op het weglaten van een verwijzing in de ontwerpresolutie naar de ernstige en verslechterende sociaal-economische situatie in dit land – die aan de basis ligt van het ongenoegen van de bevolking dat in de verkiezingen tot uitdrukking kwam – en de verantwoordelijkheid van het neoliberale beleid voor deze situatie, dat in het bijzonder wordt bevorderd door de internationale financiële instellingen, de grote kapitalistische mogendheden en hun transnationale bedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE) , schriftelijk. – (CS) Ik sta volledig achter onze ontwerpresolutie over de situatie in Kenia, die is gebaseerd op een actueel onderzoek van de verkiezingswaarnemingsmissie van de EU in Kenia begin van dit jaar.

We moeten ervoor zorgen dat de Keniaanse autoriteiten, zonder enig uitstel, onderzoek doen naar de omstandigheden waaronder de verkiezingen plaatsvonden en verder geweld voorkomen. We moeten erop aan dringen dat rechtstreekse uitzendingen weer worden toegestaan en de mensenrechten en het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren worden geëerbiedigd. Deze ontwerpresolutie laat de verantwoordelijkheid van de Europese Commissie echter onverlet om een oplossing te vinden voor de overdracht van 400 miljoen euro aan de Congolese regering. Ik denk dat we het spoedig weer zullen hebben over deze kwestie.

 
  
  

Verslag-Figueiredo (A6-0519/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór paragraaf 20 van het verslag gestemd over de rol van vrouwen in de industrie, omdat het belangrijk is dat de Commissie onderzoek doet naar de negatieve gevolgen van te lange werktijden voor het persoonlijke, gezins- en maatschappelijke leven, bijvoorbeeld wanneer kinderen lang allen thuis blijven en op zichzelf zijn aangewezen. Dit leidt vaak tot slechte prestaties op school en tot criminaliteit. De lidstaten moeten beter toezicht houden op ondernemingen die hun werknemers verplichten langer dan de vastgestelde arbeidstijd te blijven en zij moeten met harde hand optreden tegen deze ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het Europees Parlement keurde vandaag mijn verslag over de rol van vrouwen in de industrie goed. Dit is zeer positief, hoewel ik enkele minder belangrijke amendementen betreur.

Maar het verslag erkent de belangrijke rol van vrouwen in de industrie en verzoekt de Commissie en de lidstaten om de nodige maatregelen te treffen, met inbegrip van effectief toezicht om de traditionele rollenpatronen en discriminatie, met name loondiscriminatie, te bestrijden. Deze situatie is nog ernstiger gezien het feit dat het loon van vrouwen ongeveer 30 procent lager is dan het loon van mannen in de industrie, waar het gemiddelde in andere sectoren 15 procent is, ondanks dat de richtlijn inzake gelijke beloning al meer dan dertig jaar bestaat.

Het onderstreept het belang van collectieve arbeidsonderhandelingen in de strijd voor uitroeiing van vrouwendiscriminatie, met name ten aanzien van werk, loon, arbeidsvoorwaarden, loopbaan en beroepsopleiding.

Het onderstreept het belang van communautaire programma’s die de creatie van merken stimuleren, alsmede de bescherming van de indicatie van herkomst van producten en de promotie buiten de EU van communautaire producten van industriesectoren waarin voornamelijk vrouwen werken.

Tot slot is het ook erg belangrijk om het recht van vrouwelijke en mannelijke werknemers bij bedrijfssaneringen te erkennen door hun organisaties, met name de Europese ondernemingsraden, volledige toegang te geven tot informatie en de mogelijkheid van beslissende interventie, waaronder het vetorecht, beschikbaar te stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) Dit verslag behandelt een aantal aspecten die op zich belangrijk zijn, maar waarvoor de lidstaten bevoegd zijn en de taak hebben hun eigen wetgeving te ontwikkelen en te verbeteren. De spreiding van mannen en vrouwen in de bestuursraden van ondernemingen, de ontwikkeling van actieplannen voor gelijke kansen in grote ondernemingen en het aantal vrouwelijke leden in bestuursraden van ondernemingen zijn geen thema’s die de EU op de beste en meest efficiënte manier kan regelen. Daarom stemmen wij tegen het onderhavig verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE), schriftelijk. (PL) Het is overduidelijk dat de Europese industrie ingrijpende veranderingen ondergaat. We kunnen daarom niet anders dan oog hebben voor het strategische belang van deze sector voor de ontwikkeling van alle EU-lidstaten en van hun burgers, ongeacht hun geslacht.

De rol van vrouwen die in de Europese industrie werken en de mogelijkheden waarover zij beschikken, zijn niet alleen afhankelijk van het economische ontwikkelingsniveau van een land, maar ook van de heersende tradities aangaande de aanvaarding van gelijke kansen en de naleving van regelingen inzake mensenrechten. Vrouwen zijn sterk vertegenwoordigd in de industrie en leveren in nagenoeg alle sectoren een niet te onderschatten bijdrage. Desondanks kan ik niet anders dan akkoord gaan met de rapporteur die van mening is dat de participatie van vrouwen in geavanceerde industriesectoren, zoals de luchtvaartindustrie of de chemische industrie, absoluut onvoldoende is.

Het is daarom geheel terecht dat dit aspect in het verslag wordt benadrukt en dat er voldoende aandacht wordt besteed aan genderkwesties. Het verslag onderstreept eveneens dat de participatie van vrouwen in de industrie niet uitsluitend beperkt mag blijven tot sectoren waarvoor geen specifieke kwalificaties vereist zijn en waar vrouwen de eerste slachtoffers zijn in het geval van herstructureringen.

De rapporteur vraagt steun, voornamelijk voor kleine en middelgrote ondernemingen, zodat de relatief hoge werkgelegenheid voor vrouwen er gehandhaafd kan blijven, in het bijzonder voor vrouwen die in een onzekere beroepssituatie verkeren. Alleen al om deze reden verdient dit voorstel, alsook het volledige verslag, onze steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Harkin (ALDE) , schriftelijk. (EN) Ik onderschrijf paragraaf 33 omdat dergelijke proactieve maatregelen moeten worden genomen, tenminste op tijdelijke basis, om de participatie van vrouwen op alle niveaus in het besluitvormingsproces te garanderen. Daarnaast ben ik een groot voorstander van paragraaf 20 omdat er een grote behoefte is aan een uitgebreid onderzoek naar de impact van lange werkdagen op de zowel fysieke als mentale gezondheid en op het gezinsleven. Als we evenwicht tussen werk- en privéleven willen en gezinsvriendelijk beleid willen bevorderen, dan hebben we een dergelijk onderzoek nodig.

 
  
MPphoto
 
 

  Mieczysław Edmund Janowski (UEN), schriftelijk. (PL) De mensenrechten vormen de hoeksteen van de democratie. Een van deze rechten is het uiterst belangrijke beginsel van gelijkheid tussen mannen en vrouwen, dat uiteraard rekening houdt met de bijzonderheden die voortvloeien uit de biologische verschillen tussen beide geslachten. Een van de aspecten van deze kwestie betreft de werkgelegenheid en de rol van de vrouw in de industrie. Het is absoluut onmogelijk om hier een rekenkundige verdeling in twee gelijke helften toe te passen.

Het gaat voor ons in de eerste plaats om gelijke kansen. Die zijn afhankelijk van de toegang tot onderwijs en beroepsopleiding in technische en economische onderwerpen. Nog een andere, erg belangrijke kwestie is het verlenen van bijstand aan moeders die kinderen opvoeden. We moeten ervoor zorgen dat zij niet gediscrimineerd worden op de werkplek. Het is van essentieel belang om flexibelere bepalingen in te voeren aangaande de pensioenen van vrouwen die kinderen grootbrengen. De periode van het zogenaamde ouderschapsverlof moet volledig worden meegeteld en toegevoegd aan de periode die als gewerkte tijd voor het pensioen in aanmerking wordt genomen.

In talrijke Europese landen worden vrouwen nog steeds veel minder betaald dan mannen voor werk van gelijke kwaliteit en kwantiteit. Er is geen enkele rechtvaardiging voor het opwerpen van hinderpalen die vrouwen ervan weerhouden om management- of controlefuncties uit te oefenen in de raad van bestuur van bedrijven. Er moeten dringend maatregelen worden genomen om de stereotypen op dit gebied te doorbreken. Aangezien het voorgestelde document een stap in de goede richting is, heb ik voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Vele overwegingen en paragrafen in deze lange ontwerpresolutie zijn eigenlijk open deuren. Er wordt gevraagd om maatregelen die, gelukkig, al een hele tijd geleden werden genomen. Sommige richtlijnen op het vlak van gelijke behandeling en gelijke kansen voor mannen en vrouwen worden inderdaad slecht toegepast. Maar bij wie ligt de schuld als er nog steeds discriminatie bestaat op vlakken die sinds 1975 onder deze brede waaier aan richtlijnen vallen? Alle richtlijnen bevatten mogelijkheden tot beroep. Personen die gediscrimineerd worden, moeten gewoon naar de rechtbank gaan, waar zij hun zaak zullen winnen, wat gelukkig vaak genoeg is bewezen in de talrijke zaken in mijn land.

In dit verslag wordt helaas gewag gemaakt van bepaalde ongepaste eisen, die niets te maken hebben met de rol van de vrouw in de industrie.

De eis om quota van 40 procent vrouwen in de raad van bestuur van ondernemingen is een inmenging die indruist tegen het subsidiariteitsbeginsel in zaken die voorbehouden blijven aan de lidstaten.

Wij hebben niet de taak de delokalisering van bedrijven te “controleren”. Vragen om “een grotere keuze op de werkplek” is een utopie. Als mijn bedrijf gevestigd is in de stad Luxemburg, zonder bijkantoor, kan ik niet eisen om in Schifflange te werken, waar ik woon.

In het verlengde van deze opmerkingen heb ik mijn stem uitgebracht voor dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE) , schriftelijk. – (CS) Ik ben het eens met tal van ideeën in het verslag over de rol van de vrouw in de industrie. Ik ben echter niet blij dat dit verslag geen bijzondere aandacht besteedt aan de regionale werkloosheid van vrouwen die hun baan hebben verloren in Europese textielfabrieken. Ik denk niet dat dit probleem kan worden opgelost door het invoeren van quota’s voor de participatie van vrouwen.

Mijn tweede commentaar betreft de verdeling van de beschikbare tijd tussen het werk en het gezinsleven. Dit betreft zowel vrouwen als mannen. Volgens mij ligt de oplossing niet in resoluties, maar in de toepassing van het Europese concept flexizekerheid. Nederland is hier een goed voorbeeld van. Hier werd namelijk een uitstekend wettelijk kader ontwikkeld voor deeltijdwerk. Het resultaat was daling van de werkloosheid en meer tijd voor zowel mannen als vrouwen voor hun gezin. Een doelmatig gebruik van kortere werktijden toont ook aan dat dit niet gepaard hoeft te gaan met lagere inkomens.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. − (SV) Als liberaal en lid van de liberale Zweedse partij Folkpartiet heb ik het met de verslagen van dit Parlement over gelijke kansen altijd een beetje moeilijk. De Zweedse liberale partij is altijd voorstander geweest van de vrijwillige weg, hoewel we erkennen dat er soms meer nodig is. Zweden is met zijn actief beleid op dit vlak bekend geraakt als een van de meest geëmancipeerde landen. Willen wij ons succes dan niet delen met de rest van de EU?

Natuurlijk willen we dat! De vraag is alleen met welke methodes. Wat dit verslag betreft, werd ik gedwongen tegen een aantal punten te stemmen, omdat ik de geest ervan steunde maar de omvang en invalshoek twijfelachtig vond. Ik denk dat gelijke-kansenprogramma’s en meetbare aantallen belangrijke instrumenten kunnen zijn voor de ondernemingen. Ik ben echter van mening dat een centralistische EU zich hiermee in eerste instantie niet hoeft bezig te houden. Hetzelfde geldt voor de oprichting van een door de EU gesponsorde “methode” die de “werktaken in detail moet analyseren” om een gelijk loon te “garanderen”. Het globaliseringsfonds, waarover ik sinds het begin mijn twijfels heb, kan niet specifiek rekening houden met het geslacht – dat zou een dubbele onrechtvaardigheid zijn.

Ik kan natuurlijk niet verlangen dat elk verslag geschreven is zoals ik het zelf zou willen, maar in dit geval heb ik er toch wel veel op aan te merken. Toch is het onderwerp zo belangrijk dat ik in de eindstemming voor het verslag als geheel heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. (PL) Ik heb voor het verslag van mevrouw Figueiredo gestemd over de rol van de vrouw in de industrie. Ik zou de rapporteur van harte willen gelukwensen met dit uitstekende en erg grondige verslag.

Het probleem van gelijke rechten voor mannen en vrouwen is van buitengewoon belang. Aangezien de Europese Unie gebaseerd is op het beginsel van non-discriminatie, moeten we zoveel mogelijk aandacht aan deze kwestie blijven besteden. We zouden prioriteit moeten verlenen aan het wegwerken van alle tekenen die erop duiden dat dit beginsel niet wordt gerespecteerd. Dit is van buitengewoon belang omdat het karakter van de industrie verandert nu we streven naar een op kennis gebaseerde maatschappij. De sectoren waarin traditioneel veel vrouwen werkten, houden vaak verband met de verwerkende industrie, terwijl de nieuwste industriesectoren gebaseerd zijn op de ontwikkeling van de meest recente technologieën, zoals informatie- en communicatietechnologieën. We moeten al het mogelijke doen om te verzekeren dat het beginsel van gelijke kansen ook in deze nieuwe sectoren wordt nageleefd.

 
  
  

Ontwerpresolutie: resultaten van het Internet Governance Forum

 
  
MPphoto
 
 

  Cristiana Muscardini (UEN) , schriftelijk. (IT) De resolutie waarover we zodirect gaan stemmen zal de steun en de stem van de UEN-Fractie krijgen. We hopen dat er al spoedig een betere regeling voor internetbeheer komt ter bescherming van kinderen, die tevens doelmatiger maatregelen bevat tegen providers die kinderpornografie op hun internetsites toestaan. Alle lidstaten moeten onmiddellijk actie ondernemen om illegale websites te sluiten, door betere coördinatie tussen de betrokken politiediensten.

Bovendien hopen wij dat we het gevoelige thema van informatie-uitwisseling tussen terroristische organisaties via het Internet kunnen gaan aanpakken, en dat deze kwestie centraal zal staan op aanstaande fora. Er kan geen sprake zijn vrijheid als we geen regels hebben en, wat nog belangrijker is, het Internet kan en mag geen ruimte van vrijheid zijn voor diegenen die misdaden begaan en haat en intolerantie prediken. Dringende gevallen moeten te lijf worden gegaan met gedecideerde noodmaatregelen, niet met geïmproviseerde. De strijd tegen het terrorisme en tegen haat tussen de volkeren moet een gewoonte en een doelstelling zijn van de Europese Unie en alle vrije en democratische landen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid