Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 30 januari 2008 - Brussel Uitgave PB

17. Situatie in Gaza (debat)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − In het volgende punt zijn aan de orde de verklaringen van de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de Commissie omtrent de situatie in Gaza.

 
  
MPphoto
 
 

  Javier Solana, Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. − (ES) Dank u, Mijnheer de Voorzitter, dat u mij het woord geeft in dit belangrijke debat dat op het punt staat te beginnen.

Mijnheer de Voorzitter, we beginnen aan een debat met betrekking tot tragische gebeurtenissen die zich de laatste weken en dagen hebben ontvouwd: de kwestie van Gaza, de kwestie van de grenzen tussen Gaza en Egypte en de grensovergangen tussen Gaza en Israël.

Het resultaat waarvan wij de afgelopen dagen getuige zijn geweest is tragisch: de humanitaire situatie is in sterke mate verslechterd en zelfs de veiligheidssituatie is aanzienlijk slechter geworden.

Ik geloof dat het debat van vandaag een debat moet zijn over hoe wij kunnen bijdragen aan het oplossen van problemen.

We hebben in deze Kamer vele debatten gevoerd over de problemen van het verleden en ik geloof dat we vandaag moeten kijken of wij in de Europese Unie in staat zijn bij te dragen aan de oplossing van deze belangrijke kwestie (omdat het ook invloed zal hebben op de Annapolis-conferentie en het vredesproces).

Ik wil er nogmaals op wijzen dat wij, de Europese Unie, consequent gevraagd hebben om de grensovergangen open te stellen en te zorgen voor vrijheid van verkeer en goederen, onderworpen aan veiligheidsgaranties, niet alleen goederen voor humanitaire hulpdoeleinden, maar ook goederen die kunnen helpen bij de economische ontwikkeling van de regio, meer specifiek, de Westoever en Gaza.

Als die drie basiselementen – politieke ontwikkeling, economische ontwikkeling en veranderingen in de situatie ter plaatse – ontbreken, zal het zeer moeilijk zijn voor ons om vooruit te komen. Er moet vooruitgang op deze drie gebieden worden geboekt en die vooruitgang moet tegelijkertijd in alle drie worden geboekt.

Wat kunnen wij Europeanen doen?

Sinds het ontstaan van deze nieuw situatie staan wij voortdurend in contact met de belangrijkste spelers.

Zoals u weet, is er zondag een belangrijke vergadering geweest van de Arabische Liga waar alle kwesties ter tafel werden gebracht en pogingen werden gedaan een formule voor een oplossing op te stellen: een formule die niet te ver afstaat van de formule die minister Fayad een aantal weken geleden aan de Europese Raad heeft voorgelegd en die hij zondag herhaalde tijdens de top van de Arabische Liga of ministeriële bijeenkomst van de Arabische Liga: er moet een manier worden gezocht om de controle over de grenzen terug te krijgen zodat de Palestijnse Autoriteit de verantwoordelijkheid ervoor kan dragen.

Zou dit gebeuren, dan zou naar mijn mening de Europese Unie de kwestie van Rafah opnieuw aan de orde moeten stellen precies zoals we dat in 2005 hebben gedaan.

Zoals u weet, hebben we daar nu geen fysieke aanwezigheid; we zijn beschikbaar om ingezet te worden zodra een beroep op ons wordt gedaan maar op dit moment hebben we daar geen aanwezigheid; die hebben we al niet meer aan de grens sinds Gaza onder de controle van Hamas kwam, omdat we geen toestemming kregen daar te zijn.

Ik geloof dat we zouden moeten handelen overeenkomstig het debat in de Europese Raad van maandag en overeenkomstig de resoluties van de Raad, omdat ik geloof dat de resoluties van maandag zeer goed zijn en een richtingsgevoel hebben gegeven dat door alle partijen is verwelkomd: Egypte, de Palestijnen en Israël.

Daarom geloof ik dat we op de goede weg zijn. Wat we moeten doen is uitwerken hoe we ervoor kunnen zorgen dat de weg die we nu inslaan overeenkomstig de resoluties van de Raad, snel werkelijkheid kan worden.

Het lijden dat de mensen meemaken is verschrikkelijk: en ook het lijden van de mensen in het zuiden van Israël dat ook onder vuur komt te liggen van de raketten die worden gelanceerd vanuit noordelijk Gaza, naar hun eigen mensen, een factor die in feite stabiliteit onmogelijk maakt.

Als we een pakket zouden opstellen dat al deze zaken omvat, inclusief de bevrijding van Al-Haram ash-Sharif, dat er mede in moet worden opgenomen als ons doel is de situatie te stabiliseren, dan zouden we misschien samen kunnen werken, en dit is iets wat ik heel graag weer zou willen doen, om de situatie op te lossen.

Zoals ik heb gezegd, ik sta voortdurend in contact met de meest belangrijke spellers. Ik reis naar Egypte zodra de werksessies tussen de Palestijnen en Egyptenaren, die vandaag zijn begonnen, zijn afgerond. Morgen of overmorgen ben ik daar, zodat ik ook kan deelnemen en in grote trekken onze bijdrage kan weergeven die wij in de Europese Unie zouden kunnen leveren.

Ik geloof eerlijk dat de beste oplossing zou zijn een terugkeer naar een meer globale situatie waarin de Palestijnse Autoriteit de controle over de grenzen zou hebben en er vrijheid van verkeer van goederen en mensen zou zijn; niet alleen voor humanitaire hulp maar ook voor economische ontwikkeling en handel, die nodig zijn om echt vooruitgang te boeken.

Dames en heren, ik geloof dat we te maken hebben met een zeer moeilijke situatie omdat, zoals ik aan het begin al zei, in het Midden-Oosten alles onderling met elkaar verbonden is.

Als we geen vooruitgang kunnen boeken met het oplossen van de kwestie van Gaza, dan zullen we met het vredesproces ook in moeilijkheden komen. Daarom rust er een grote verantwoordelijkheid op onze schouders; besef alstublieft wat er voor ons ligt, en besef dat wij, de commissaris en ik, al het mogelijke zullen gaan doen om de tijd die ons in deze paar weken nog rest te besteden om te kijken of we namens de Europese Unie kunnen helpen met het zoeken naar een oplossing.

Mijnheer de Voorzitter, ik heb er verder niet veel meer aan toe te voegen behalve uitdrukking te geven aan mijn wens te helpen dat doel te bereiken en de steun te krijgen van de leden van dit Huis bij het bereiken van dat doel.

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat er een moment van hoop was toen wij in Annapolis waren. Ik heb altijd gesproken van voorzichtig optimisme, omdat ik wist hoe moeilijk het zou zijn de bilaterale onderhandelingen tussen premier Olmert en president Abbas op gang te brengen, en toen hadden we wat ik zou noemen een zeer succesvolle verbintenisconferentie in Parijs, waar we zoveel steun zagen dat we dachten dat er nu een echt nieuw momentum was. Maar tegelijkertijd wisten we altijd dat dit nieuwe momentum ieder moment kon ontsporen. Ik denk dat de situatie in Gaza en de grote hoeveelheid geweld die we in januari hebben gezien een van die zeer moeilijke situaties is, onder veel andere – waaronder de raket- en mortieraanvallen die hebben geleid tot gewonden onder de Israëlische burgerbevolking – die het hele proces zouden kunnen doen ontsporen. Natuurlijk begrijpen wij de plicht van de staat Israël om zijn burgers te verdedigen. De Israëlische militaire reactie heeft geleid tot veel doden en gewonden onder de Palestijnen van Gaza. We hebben altijd gezegd dat maatregelen om burgers achter omheiningen op te sluiten niet acceptabel zijn en ons altijd uitgesproken voor vrijheid van toegang en beweging. Deze blokkade heeft een zware tol geëist van de burgerbevolking van Gaza. Het is dan ook geen wonder dat de zaak uitermate ver uit de hand liep toen de mensen door de diverse omheiningen en muren braken tussen Egypte en Gaza.

De vraag nu – en hierin steun ik Javier Solana volledig – is: wat kunnen wij doen om echt iets wezenlijks bij te dragen? Lange tijd hebben we daar de EU BAM Rafah (European Union Border Assistance Mission for the Rafah Crossing Point - missie van de EU voor bijstandsverlening inzake grensbeheer aan de grensovergang bij Rafah) gehad, maar die heeft helaas in de laatste maanden niets kunnen doen, dus misschien is er een kans voor ons Europeanen om dit weer op te pakken en te proberen te komen tot een soort oplossing. Ik denk dat het goed is dat Javier Solana naar Egypte gaat en begint met te vragen wat we kunnen doen en wellicht alle verschillende partijen bij elkaar te brengen, wat heel gecompliceerd is. Maar ik denk dat het goed is om te zien dat Salem Fayed al een tijd bereid is de Palestijnse Autoriteit erbij te halen om de grenzen te controleren, omdat dit ook belangrijk is. Tenslotte is het hun verantwoordelijkheid. Om dat mogelijk te maken, denk ik dat de Europese Unie weer een faciliterende factor zou kunnen zijn. Misschien zullen we daar zelfs geen bemiddelaars zijn maar facilitatoren. We hebben zeer recent in Parijs de eerste vervolgvergadering gehad, waar ook Bernard Kouchner, de Noorse minister van Buitenlandse zaken en Tony Blair elkaar ontmoetten. Ik ben ook een van de medevoorzitters van deze Conferentie. We probeerden te zien wat er in de praktijk gedaan kon worden om te situatie vooruit te helpen, om niet alleen negatieve ervaringen te hebben. Wij allen besloten ons te richten op de zogenaamde snelstartprojecten – op de veiligheidsinfrastructuur, aan de ene kant, en aan de andere kant, op scholen in het bijzonder, omdat dit een gebied is waar iedereen kan zien, voelen en misschien zelfs ruiken dat er hoop is, dat wij de mensen hoop willen bijbrengen, en dat vrijheid van toegang en beweging inderdaad een van de noodzakelijke voorwaarden is, omdat anders economische ontwikkeling niet van de grond zal kunnen komen. Daarom steunen wij dit volledig en proberen wij nu deze strategie voort te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, namens de PPE-DE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, als ik in één woord zou moeten beschrijven wat we de laatste paar dagen hebben gezien aan de zuidgrens van de Gazastrook, zou ik het woord “wanhoop” gebruiken.

Twee jaar geleden zijn er in Palestina verkiezingen gehouden. Verscheidene collega’s van dit Parlement – mevrouw De Keyser, de heer McMillan-Scott en anderen — waren tijdens dat verkiezingsproces aanwezig en vandaag, twee jaar later, ligt de Palestijnse zaak in stukken uiteen en is de situatie er een van ellende, vertwijfeling en wanhoop, wat bewijst dat het consolideren van een democratie meer betekent dan alleen het recht uitoefenen om te stemmen maar dat er vertegenwoordigende instellingen moeten zijn, een wettige verdeling van de machten en respect voor de mensenrechten, te beginnen met het recht op leven.

De internationale gemeenschap verzocht Hamas dringend af te zien van geweld. Dat weigerden ze en daarom blijven ze staan op de lijst van terroristische organisaties van de Europese Unie.

Het is duidelijk dat de zaken ook niet goed zijn uitgevoerd aan de andere kant: Israël heeft de verdeeldheid in de Palestijnse zaak verwelkomd, heeft zijn nederzettingbeleid voortgezet, niet-onderscheidende onderdrukking uitgeoefend en heeft ook een wrede blokkade ingesteld die niets heeft opgeleverd behalve dat die de Hamas-organisatie heeft versterkt.

Wat kunnen wij doen? Ik geloof dat de heer Solana de zaak perfect heeft beschreven: steun de inspanningen van de Hoge Vertegenwoordiger, steun de aanpak die is gekozen is door de Conferentie van Napels via het kwartet en de gematigde Arabische landen, steun bovenal een beleid waarvan ik geloof dat wij onze waardering zouden moeten uitspreken aan de Commissie en aan commissaris Ferrero-Waldner, namelijk een beleid dat mensen tot middelpunt maakt van de actie van de Europese Unie, mensen die geleden hebben, pijn lijden, verdriet hebben en sterven en die, naar mijn mening, dit helaas al lange tijd onnodig doen in het Midden-Oosten.

 
  
  

VOORZITTER: MARIO MAURO
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique De Keyser, namens de PSE-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, alle muren storten uiteindelijk een keer in: de muur van Jericho, de muur rond het getto van Warschau, de muur van Berlijn, de Atlantic Wall en ook de muur van onverschilligheid. De muur van Rafah, met zijn symbolische betekenis, maakt deel uit van deze blinde drang van mensen om vrij te zijn.

Wat hebben de inwoners van Gaza echter met hun herwonnen vrijheid gedaan? Zijn ze naar Egypte gevlucht? Hebben ze zich bewapend met kalasjnikovs? Dat was niet het geval, want wapens komen helaas toch wel op hun bestemming terecht, met of zonder muur. De inwoners van Gaza zijn eerste levensbehoeften gaan inslaan. Ze zijn boodschappen gaan doen, op zoek naar medicijnen en melk voor baby’s, die in Gaza niet verkrijgbaar is. Bromfietsen, geiten en koeien werden door kranen opgetild en naar Rafah overgezet, onder luid gejuich van de menigte. Het was een surrealistisch gezicht. En daarna is iedereen gewoon naar huis gegaan. Deze beelden zeggen alles: wat voorheen onmogelijk was, was opeens binnen handbereik, en vervolgens hernam het leven zijn alledaagse gang.

Wij hebben op dit moment een historische verantwoordelijkheid. Het is niet langer de vraag wie de poorten van deze openluchtgevangenis zal openzetten, maar wie ze durft te sluiten, wie de inwoners van Gaza durft terug te sturen naar de plek waar ze langzaam verstikt raken. Sinds de vredesconferentie in Annapolis begon, raakte de Europese Unie haar grip kwijt. De Unie, die aan de basis stond van de roadmap, gaf de controle over het vredesproces over aan de Verenigde Staten. Het was al een hele toer om medevoorzitter te worden van de Donorconferentie in Parijs. Bravo! De Europeanen hebben echter sinds 2005 een mandaat voor toegang tot de Gazastrook gehad. Zullen wij er - samen met de Egyptenaren, de Palestijnse Autoriteit, Hamas en Israël - in slagen de dialoog weer op gang te brengen en de Palestijnen toegang tot de buitenwereld te verschaffen? Of gaan wij daarentegen als waarnemers toekijken hoe de onderdrukking onvermijdelijk weer de kop opsteekt? Dat is de hele kwestie. Los van de EU BAM missie is deze kwestie bepalend voor de toekomst van de Palestijnse eenheid en het vredesproces, voor de eerbiediging van het internationale recht en voor het imago van de Europese Unie. De boodschap die ik namens mijn fractie tot u richt, mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger, is overduidelijk: gaat u alstublieft door!

 
  
MPphoto
 
 

  Chris Davies, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, als lid van de parlementaire delegatie naar de Palestijnse Wetgevende Raad, heb ik proberen uit te zoeken waarom, wanneer wij vragen om stopzetting van de bouw van nederzettingen, de Israëli’s ons negeren en wij niets doen. Waarom, wanneer wij vragen om de verwijdering van controleposten, de Israëli’s ons negeren en wij niets doen. Waarom, wanneer wij vragen om een einde aan de collectieve bestraffing van de mensen in Gaza, de Israëli’s ons negeren en wij niets doen.

Echt dankbaar ben ik dus Marc Otte, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor het Midden-Oosten, die gisteren naar een vergadering van de delegatie kwam en zei dat ons beleid – Europa’s beleid – is de leiding te volgen die wordt gegeven door Amerika.

Welnu, nog maar een paar weken geleden zei de premier van Israël over president Bush: “Hij doet helemaal niets waar ik het niet mee eens ben. Hij steunt niets waar ik tegen ben. Hij zegt niets dat naar zijn mening het leven voor Israël moeilijker zal maken.”

Dus, Amerikaans beleid is Israëlisch beleid en wij Europeanen spelen “volg de leider”. Dus geen wonder dat onze veroordeling van de Israëlische acties zo hol klinkt voor de Palestijnen. En geen wonder dat die zo weinig succes heeft. Deze Europese benadering bracht ons er twee jaar geleden toe de verkiezingen in Palestina te sponsoren, maar vervolgens te weigeren aandacht te schenken aan het resultaat – wat onze steun voor de democratie in heel het Midden-Oosten ondermijnde.

Deze benadering heeft ons ertoe geleid te vragen om de vorming van een Palestijnse eenheidsregering – en toen een eenheidsregering werd gevormd, weigerden wij te spreken met de premier en het halve kabinet en de regering viel.

Deze benadering heeft betekend dat wij weigeren te spreken met vertegenwoordigers van Hamas in Gaza, ofschoon zij de werkelijke macht in dat gebied zijn. Welke lessen hebben wij geleerd uit onze geschiedenis? Is het niet tijd dat Europa de koorden door snijdt die ons blind maken en ons binden aan deze eenzijdige politiek van Amerika en Israël? Is het niet tijd dat wij spreken met onafhankelijkheid en handelen met visie?

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger, mevrouw de commissaris, het in gijzeling houden van een heel volk is op een mislukking uitgelopen. Uit een ander tijdperk hadden wij geleerd dat deze methode niet kon werken, maar het ergste is wel dat de situatie - in politiek en humanitair opzicht - verslechterd is. Daarom moeten wij bij onszelf te rade gaan. Het beleid om Hamas, en daarmee Gaza, te isoleren, is mislukt. Hamas is nog nooit zo populair geweest als op dit moment. Het is heel vreemd: mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger en de commissaris hebben gezegd dat de Palestijnen de controle over de grenzen moeten overnemen, maar hoe kan de Palestijnse Autoriteit de macht in Gaza terugkrijgen? De grenzen, dat is niet de Westelijke Jordaanoever. Dat is een probleem. Het andere probleem, dat zijn de grenzen van Gaza. Bovendien is er een akkoord tussen Egypte en Israël, waarin wordt bepaald dat de Egyptenaren in de Sinaï niet het recht hebben om wapens te dragen. Dat is het akkoord van twintig jaar geleden, uit het vredesverdrag. Dus zelfs al zouden de Egyptenaren terroristen in de Sinaï willen tegenhouden, dan kunnen ze dat niet, want ze hebben het recht niet. We bevinden ons dus in een volkomen krankzinnige situatie, en in deze krankzinnige situatie moeten wij desondanks onze verantwoordelijkheid nemen. De eerste verantwoordelijkheid is dat de bevolking van Gaza de mogelijkheid moet krijgen om te leven, en daarvoor moeten wij onderhandelen met degenen die, bestuurlijk gezien, in Gaza aan de macht zijn. We kunnen niet zeggen: “We willen ze wel eten en drinken geven, en we willen ze wel medicijnen geven, maar we willen niet praten met degenen die ervoor kunnen zorgen dat die medicijnen bij hen terechtkomen.”

Ten tweede moet worden opgemerkt dat de Palestijnse bevolking pas in vrede zal geloven, als deze vrede haar iets oplevert. Op de Westelijke Jordaanoever valt er momenteel geen verbetering te bespeuren wat de grenzen en het vrij verkeer betreft. Vrede is niet iets abstracts. Vrede is concreet. In de huidige situatie zal er geen einde komen aan de raketaanvallen, en omwille van de veiligheid van Israël moeten wij daarom tegen dit land zeggen: “De blokkade maakt het leven voor de Palestijnen onmogelijk en dat brengt dus gevaren voor de veiligheid van Israël met zich mee.” Dat is de waarheid. En tegen de heer Bush moeten wij zeggen: “U bent hoe dan ook over een paar maanden niet meer aan de macht. Houd u daarom gedeisd en laat de politiek over aan anderen, die de situatie beter begrijpen.” Of het Israëlische beleid nu het Amerikaanse beleid volgt of omgekeerd: het is een mislukking, en wij kunnen dit beleid niet steunen. De Europese Unie moet dus niet alleen zeggen: “Ga door”, maar: “Ga door in de juiste richting, praat met degenen die verantwoordelijk zijn en praat met de Israëlische leiders.” De Unie moet zeggen dat onze solidariteit met Israël niet betekent dat wij dit land blijven steunen in een beleid dat absoluut suïcidaal is.

 
  
MPphoto
 
 

  Francis Wurtz, namens de GUE/NGL-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger, mevrouw de commissaris, de helden van Gaza hebben eens te meer bewezen dat de vrije geest van de mensheid zich niet achter versterkte muren laat opsluiten en dat het leven zich niet door geweld laat onderwerpen. Deze woorden zijn van mevrouw Nurit Peled, een Israëlische vredesactiviste die de Sacharov-prijs heeft gekregen. Ze heeft ze afgelopen zaterdag aan de rand van Gaza uitgesproken, temidden van andere demonstranten, zowel van Palestijnse als van Israëlische zijde.

Het kan niet anders of je moet de gevoelens van deze Moeder Courage wel delen, als je ziet hoe dit volk, dat op ondraaglijke wijze onderdrukt en vernederd is, de door Israël opgelegde blokkade doorbreekt en eindelijk vrij kan ademen, lang genoeg om melk voor de kinderen en eten voor de familie te vinden, en iets van een geluksgevoel te ervaren om de moed er in te houden.

En wat gebeurt er nu? Iedereen ziet de twee gevaren die van de zijde van de Israëlische leiders opdoemen. Het eerste is dat men deze beperkte bewegingsruimte met geweld wil afsluiten of laten afsluiten. Het tweede, meer in het algemeen, is dat Israël af wil van de verantwoordelijkheid van bezettende macht in Gaza en deze wil afschuiven op Egypte.

Als wij willen dat de - terechte - woorden uit de verklaring van de Raad van 28 januari een concrete betekenis krijgen, dan moet de Europese Unie accepteren dat zij - rechtstreeks en in het kader van het Kwartet - meer druk op de Israëlische autoriteiten moet uitoefenen dan de gebruikelijke gekunstelde praatjes, opdat zij instemmen met het principe om de grensposten permanent open te stellen, onder de verantwoordelijkheid van de Palestijnse Autoriteit en met de steun van de Europese Unie en de Arabische Liga. Als de Palestijnse Autoriteit verstoken zou blijven van iedere mogelijkheid om haar volk ook maar de minste hoop voor de toekomst te bieden en om naar de nationale Palestijnse verzoening toe te werken die nodig is, dan zou dat erop neerkomen dat wij het slechtst mogelijke scenario accepteren. Ik ben bang dat wij hier op dit moment met rasse schreden op af stevenen.

We begrijpen allemaal dat er nu een impuls moet komen van de internationale gemeenschap, als het gaat om Gaza en de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem. Deze impuls valt niet te verwachten van een Amerikaanse president die uitgerangeerd is en in diskrediet is geraakt. Europa is nu aan zet!

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, Gaza blijft een menselijke tragedie, en in dit Huis kunnen wij het geen van allen haar Palestijnse burgers, die al zo lang te lijden hebben, kwalijk nemen dat ze door het gat in de muur van de grensovergang bij Rafah stormen om spullen te kopen in Egypte.

Niettemin blijft de door de EU verboden, terroristische organisatie Hamas op gewelddadige wijze de macht behouden over het gebied en de burgers van Gaza, en Hamas is doorgegaan met wat ik als een oorlogsmisdaad beschouw, namelijk dat ze in het wilde weg Qassam raketten afvuren op Israëlische burgers, waaronder de laatste tijd hun langere-afstandversie op Ashkelon. Dit betekent dat je het Israël niet kunt kwalijk nemen dat ze een economische blokkade handhaven, waarbij alleen essentiële humanitaire hulp wordt toegelaten.

Het spijt me, mijnheer Davies; het spijt me, mijnheer Cohn-Bendit: als Hamas stopt met de raketten, zal Israël de blokkade opheffen – zo simpel is het.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Mircea Paşcu (PSE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, door de feitelijke scheiding van Gaza van de Westoever, aan de ene kant, wordt een beeld, dat al complex is, nog ingewikkelder. Maar, aan de andere kant, wordt het erdoor vereenvoudigd.

Ik zal uitleggen wat ik met dat laatste bedoel. Op de eerste plaats maakte dat de dialoog mogelijk tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit van de Westoever. Op de tweede plaats zat daar een Islamitische radicale beweging bij die een duidelijke benadering daarvan mogelijk maakte, omdat wij, aan de ene kant, de radicale leiders van Hamas hebben, en de rest van de bevolking, en in dat opzicht is het geen geheim wie we moeten steunen.

Op de derde plaats, daaruit volgend, hebben we nu in plaats van twee factoren in de vergelijking (één heel duidelijke – Israël – de andere, de Palestijnen, een beetje vaag), drie duidelijk omschreven factoren – waaronder Gaza – in een vergelijking met een vermenigvuldigingsteken tussen de factoren, wat betekent dat als één ervan nul is, het product nul is.

 
  
MPphoto
 
 

  David Hammerstein (Verts/ALE). – (ES) Mijnheer de Voorzitter, slechts een paar heel specifieke vragen: hoe kunnen wij teruggaan naar de missie van de Europese Unie voor bijstandverlening inzake grensbeheer aan de grensovergang bij Rafah, gegeven de onveiligheid van de vorige situatie? Dit is een ongewapend Europees korps! Als er ook maar één schot wordt afgevuurd, als er een situatie ontstaat waarbij ook maar het kleinste gaatje in de veiligheid dreigt, gaan dan alle politieagenten terug naar hun hotel in Ashkelon?

Hoe kunnen wij onderhandelen over een akkoord met de Palestijnen, Egypte en Israël om deze situatie te veranderen? Als we niet in staat zijn dat te doen, zal teruggaan naar de vorige situatie weinig zin hebben, zoals mevrouw Ferrero-Waldner heeft gezegd. We moeten een situatie hebben waarbij de veiligheid gegarandeerd is.

Vervolgens, hoe kunnen we nu nader tot vrede komen zonder de situatie in Gaza aan te pakken? Het proces in Napels verbloemde de situatie in Gaza en ik geloof dat we deze houding onmogelijk kunnen handhaven: er kan geen Palestijns gezag bestaan dat de onveiligheid in Gaza accepteert terwijl er geen vrede is.

Tenslotte zou ik een vraag willen stellen over oplossingen op de middellange termijn voor de water- en energievoorziening in Gaza. Zou het niet mogelijk zijn oplossingen voor te stellen in de grensstreek tussen Gaza en Egypte in de trant van het voorstel inzake het bouwen van ontziltingsfabrieken en krachtcentrales?

 
  
MPphoto
 
 

  Luisa Morgantini (GUE/NGL). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, collega’s, gisteren stierf een kind in het Shifa ziekenhuis van Gaza, en er vielen tachtig doden in het Gaza ziekenhuis omdat ze niet in Israël konden worden behandeld. Vandaag heeft het Israëlische Hof van Justitie de regering, dat wil zeggen Barak, in het gelijk gesteld om de levering van brandstof stop te zetten en te reduceren. Dat is de huidige situatie!

Solana vraagt zich af wat wij als Europeanen kunnen doen. De commissaris heeft gezegd dat wij het verschil moeten maken. Het verschil is de waarheid. Het verschil is de moed om niet alleen te zeggen: ik weet dat het een enorme taak is, dat jullie altijd je best doen, dat jullie samen met ons lijden onder het leed van de Palestijnen en de Israëliërs, maar om ook te handelen! Er moet aan de Israëlische regering duidelijk worden gemaakt dat, als zij Salam Faiad en Mahmoud Abbas wil helpen, zij niet alleen een einde moet maken aan de sluiting van Gaza, maar ook moet stoppen met het vermoorden van jonge jongens, zoals gisteren weer in Bethlehem, en moet stoppen met het in getto’s opsluiten van de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever.

Het is niet alleen Gaza. Gaza is alleen maar een sterk beeld geworden, maar de bezetting duurt elke dag voort. De vrede is noodzakelijk voor iedereen, zowel voor de Palestijnen als voor de Israëliërs. We moeten stoppen …

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Reinhard Rack (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, het is goed dat we nu al zo direct na de dramatische gebeurtenissen in de Gaza-strook dit debat kunnen houden. Het is ook goed dat het Parlement haar positie hier tegenover mijnheer de Hoge Vertegenwoordiger en de commissaris kenbaar kan maken. Maar het is ook belangrijk dat we deze gelegenheid benutten om ons beter te informeren. Daniel Cohn-Bendit heeft gezegd dat het niet voldoende is eten te geven, maar dat we ook moeten praten. Nu hebben we nieuwe mechanismen, zoals het Pegasus-programma om hier tot een betere dialoog en een betere samenwerking te komen. Misschien dat mevrouw de commissaris ons hierover verder kan informeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Frieda Brepoels (PPE-DE). – (NL) Voorzitter, Hoge Vertegenwoordiger, commissaris, ik zou mij heel graag willen aansluiten bij de collega’s die gezegd hebben dat de tijd om zich alleen maar bezorgd te tonen over de dramatische gebeurtenissen en de humanitaire situatie in Gaza, voorbij is, en dat enkel geldschieter zijn niet genoeg is.

Integendeel, ik denk dat de situatie in Gaza en de blokkade ook niet los gezien kunnen worden van het totale conflict tussen Israël en Palestina. Het is duidelijk dat de Palestijnen alle hoop gesteld hebben in de EU om eindelijk ook resultaten te boeken. Er zijn in het verleden ook heel veel beloften gedaan, maar wij stellen vast dat de Europese Unie in de opvolging van de implementatie van de onderhandelingen in de Annapolis-conferentie, maar ook in de Verenigde Naties, eigenlijk nalaat om een actieve bemiddelaarsrol op zich te nemen. Ik denk dat dit onaanvaardbaar is en dat de EU niet langer kan aanvaarden dat ze buiten spel wordt gezet door de Verenigde Staten, maar een onafhankelijke houding moet aannemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL). (GA) Mijnheer de Voorzitter, ik heb goed naar commissaris Ferrero-Waldner geluisterd, maar ik denk niet dat kan worden volstaan met praten over facilitering of aanmoediging als de Israëlische regering het beleid voert dat we nu zien op de grens tussen Gaza en Egypte.

De Europese instellingen moet in actie komen; ze moeten zich verzetten tegen de Israëlische regering en luid en duidelijk laten horen dat ze tegen de onmenselijke blokkade zijn die de Gazastrook verstikt.

Dit beleid is extreem wreed en vijandig jegens de gehele bevolking die onder Israëlische bezetting leeft. Voor dit soort optreden is geen rechtvaardiging in de 21e eeuw. En het is belachelijk dat Israël claimt dat het niet meer doet dan zich verdedigen, terwijl gewone Palestijnen alleen maar een leven willen zonder het leed dat hun nu wordt aangedaan.

We moeten handelend optreden in plaats van dagen, weken en maanden lang niets anders doen dan praten.

 
  
MPphoto
 
 

  Rodi Kratsa-Tsagaropoulou (PPE-DE). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, de gebeurtenissen in Gaza zijn tragisch en al mijn collega’s in dit Huis hebben uitdrukking gegeven aan hun geschoktheid. Deze gebeurtenissen zijn ook betreurenswaardig voor de Europese Unie. Niet alleen lijden wij aan politieke zwakheid, maar ik weet ook niet hoe wij onze toezeggingen kunnen nakomen van het geven van effectieve, financiële hulp en humanitaire hulp waar we ons verplicht hebben. TIM (Tijdelijke Internationale Mechanisme) ontwikkelt zich tot PEGASE (Palestijns-Europese mechanisme voor beheer van Socio-economische hulp, een nieuw financieringsmechanisme) en wij investeren in personeel, mechanismen en Gemeenschapsmiddelen.

De vraag is, hoe kunnen we op dit punt slagen.

Hebt u nog nieuws, commissaris? Komt er humanitaire hulp in Gaza aan? Is er sprake van samenwerking met Israël, ook al is het maar alleen op dit punt? Kan de Palestijnse Autoriteit op enige wijze een bijdrage leveren aan het effenen van het pad en de humanitaire hulp mogelijk maken? Logischerwijze zou PEGASE morgen ten uitvoer moeten worden gelegd. Uw diensten hebben geïnvesteerd in de details, in de planning en in het personeel. Hoe kunnen wij deze visie en deze middelen waarmaken, commissaris?

 
  
MPphoto
 
 

  Kyriacos Triantaphyllides (GUE/NGL). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, de situatie in Gaza vraagt de onmiddellijke opheffing van de Israëlische blokkade. De mensen van Gaza moeten hulp krijgen om hun onmiddellijke noden aan te pakken. De Arabische Liga, de Europese Unie en zelfs Israël moeten contact tussen Fatah en Hamas mogelijk maken om eenheid tot stand te brengen onder het Palestijnse volk, zoals dat het geval was toen de regering van nationale eenheid aan de macht was. Om dit mogelijk te maken moeten alle Palestijnse gekozen vertegenwoordigers die lid zijn van Hamas, worden vrijgelaten uit Israëlische gevangenissen. De juiste voorwaarden moeten worden geschapen om algemene verkiezingen te houden. Zowel de Europese Unie als de Verenigde Staten moeten duidelijk toezeggen dat zij zich volledig zullen houden aan de verkiezingsuitslag, wat die ook mag zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. (DE) Mag ik nog één keer heel kort ons standpunt bepalen tegenover deze echt moeilijke problematiek. We hebben ook in de Raad van Ministers van Buitenlandse Zaken daarover weer uitvoerig gediscussieerd. Ik kan u vertellen dat we vanzelfsprekend niet alleen discussiëren, maar we hebben samen met de Verenigde Staten, de Palestijnen, de Israëli’s, met de Europese Unie, en binnen het Kwartet natuurlijk ook met de Verenigde Naties en met Rusland een strategie bedacht. Zoals ik voorheen al even heb aangesneden, toen ik het over Annapolis had, bestond deze strategie uit een bilateraal onderhandelingsproces tussen president Abbas en premier Olmert, enerzijds en anderzijds, dat is meer mijn werk binnen de Commissie, uit het proberen de mensen te doordringen van een nieuwe ontwikkeling, namelijk dat er vorderingen worden gemaakt, ook al weet ik dat dat enorm moeilijk is. Ik ben me daar altijd heel erg van bewust geweest, maar we wilden en willen alles doen om te helpen. Daarom is onze politiek erop gericht president Abbas erin te steunen om met zijn gesprekken een vrede te realiseren, zodat hij deze dan kan gebruiken voor een verzoeningsproces met Hamas. Dat was het eigenlijke idee achter deze strategie.

Nog steeds willen we verdere ontmoetingen steunen. De laatste dagen is er een ontmoeting geweest tussen Olmert en Abbas, waarvan we weten dat ze niet erg substantieel was, maar dat is ook begrijpelijk omdat alle ontmoetingen momenteel worden overschaduwd door een zeer moeilijke situatie. Desalniettemin moeten we voortgaan op deze weg. Tot de volgende ontmoeting in Moskou kunnen we nog het een en ander voor elkaar krijgen als we beide kanten steunen.

Dat is de ene kant. De andere kant is de humanitaire en economische kant. Daarover wil ik tegen degenen die mijn verklaring niet gelezen hebben het volgende zeggen: Op 21 januari heb ik zeer helder mijn standpunt ten aanzien van de situatie in Gaza gegeven, omdat ook ik zag dat het daar gewoon te ver was gegaan. Dat heeft er samen met andere standpunten van ministers van Buitenlandse Zaken en internationale organisaties voor gezorgd, dat de situatie is verbeterd. Natuurlijk is de blokkade niet helemaal opgeheven, maar de situatie is aanmerkelijk beter geworden. Dat betekent – dit ook als antwoord op uw vraag, mevrouw Kratsa-Tsagaropoulou –, dat veel leveranties ook echt Gaza bereiken, om het hier nu alleen maar even over het humanitaire gedeelte te hebben.

Toch weten we dat dat niet genoeg is. En ikzelf ben me er heel erg van bewust, hoe moeilijk dat is, meneer Cohn-Bendit. Natuurlijk hebt u gelijk dat het een uiterst moeilijke situatie is, daarvan is ook de Hoge Vertegenwoordiger voortdurend doordrongen, en misschien zal hij ook daarover zijn standpunt bepalen. Toch blijft het op dit moment bij deze gemeenschappelijke strategie, die we samen hebben gedefinieerd en willen implementeren. En we kunnen eigenlijk alleen nog maar ons best doen de grensovergang te realiseren die Salam Fayyad zelf, zoals u weet, als essentieel heeft betiteld.

Ik wil het nog even hebben over het mechanisme dat we hebben uitgewerkt en dat daadwerkelijk vanaf 1 februari, vanaf overmorgen dus, in werking zal treden. Het is een duurzaam mechanisme, niet zoals het eerdere TIM, dat slechts een voorlopig karakter had en dat we steeds weer hebben verlengd. Dit mechanisme werd ook zeer bewust in partnerschap met de Palestijnse Autoriteit in het leven geroepen. We hebben hier zeer nauw samengewerkt met Salam Fayyad, zodat het tegemoet komt aan wat hij wilde, namelijk een ontwikkelings- en voortgangsplan, niet alleen voor de economie, maar natuurlijk ook voor de infrastructuur.

Het moest een gemeenschappelijke Europese inspanning zijn, d.w.z. dat zowel wij als de andere lidstaten op dit mechanisme, een financieel mechanisme, een beroep kunnen doen. Men zou zich zelfs kunnen voorstellen dat in principe talrijke internationale organisaties of buiten-Europese staten gebruik maken van dit mechanisme. Het is, net als het TIM, een mechanisme dat complete controle- en monitorings-mogelijkheden heeft, omdat wij natuurlijk willen voldoen aan alle criteria ten aanzien van transparantie, en het is zo geconstrueerd dat het directe budgettaire hulp kan geven of dat de steun bijv. naar de UNWRA of naar andere organisaties gaat of naar onze projecten stroomt. Maar ik weet dat dit vraagstuk momenteel moet wijken voor het grote politieke vraagstuk: Hoe kunnen we de situatie oplossen? Ik ben me natuurlijk van het probleem bewust, maar op het moment kan ik u slechts dit antwoord geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Javier Solana, Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb met grote aandacht geluisterd naar wat er is gezegd. Ik zou hetzelfde kunnen zeggen en het zeggen met dezelfde emotie en met hetzelfde gevoel, omdat we onze gevoelens delen.

Maar u zegt dat wij moeten handelen en niet praten. Denkt u dat handelen ons beleid op dit moment 180 graden zal veranderen? Om u de waarheid te zeggen, ik weet niet echt of dit een verstandige benadering is.

Wat is er in de afgelopen paar dagen gebeurd, afgezien van het humanitaire drama? We kunnen urenlang praten en echt onze gevoelens uitdrukken, omdat wij dezelfde gevoelens hebben als u – ik tenminste wel – en ik weet zeker, de commissaris ook.

Eerder deze week, maar een paar uur nadat de spanning tot een uitbarsting kwam, kwam de Arabische Liga bijeen. Ze namen een besluit, een besluit dat maandag werd gesteund door de Raad van Algemene Zaken en Externe Betrekkingen, een besluit dat wij gaan proberen uit te voeren in de komende uren na een vergadering die vanmorgen plaats had tussen de Palestijnse Autoriteit en Egypte – die op dit moment dat wij hier spreken nog voortduurt en vannacht en waarschijnlijk morgen of overmorgen nog zal doorgaan – wanneer ze het punt bereikt hebben waarop wij werkelijk een bijdrage kunnen leveren.

Maar ik denk dat een maand na de Parijse Conferentie, anderhalve maand sinds de Annapolis-conferentie, nu alle Arabische landen bezig zijn, nu andere landen voor de eerste keer een constructieve rol spelen, denk ik dat we ons in die richting moeten aanpassen. Nu zou het van onze kant niet verstandig zijn alleen een rol te spelen. We moeten een rol spelen samen met alle partners die er zijn. We steunen – en de conclusies van de Raad zijn daar zeer duidelijk over – de resolutie van de Arabische Liga van zondag voor zover het de grenzen betreft en dat bleek maandag. We volgen nu de discussies op woensdag en donderdag.

Ik vind dit handelen, maar ik weet niet wat ik kan doen. Het is heel wat anders, als u mij vraagt om

(FR) “door te gaan in de juiste richting”. Dat betekent dat wij op dit moment in de verkeerde richting gaan.

(Interruptie van de heer Cohn-Bendit: “... onbekende richting ...”)

Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat als de heer Cohn-Bendit,

(EN) een eminent lid van het Parlement noemt de strategie van de Europese Unie op dit moment “inconnue, je ne comprends rien”. U kunt zeggen wat u maar wilt. U kunt zeggen dat de strategie van de Europese Unie op dit moment na Annapolis, na de Parijse Conferentie te hebben voorgezeten, na de Arabische Liga te hebben gesteund, “inconnue” is, u kunt nog andere dingen zeggen, maar ik vind niet dat “inconnue” kan worden volgehouden. U vindt het misschien niet leuk –

(Protest)

U bent het er misschien niet mee eens, maar u kunt heel moeilijk zeggen dat het niet bekend is. Ik deel veel van de gevoelens die u zeer welsprekend hebt vertolkt. En ik zou kunnen zeggen dat u, dat wij, in de komende dagen en uren verantwoordelijkheden hebben die we gaan aanpakken. Zijn wij in staat de situatie op te lossen? Ik weet het niet. U weet het niet. Maar u kunt er zeker van zijn dat wij het gaan proberen, en wij gaan proberen de heer Fayyad te steunen, omdat hij deze hele periode onze gesprekspartner is geweest. Hij is een man van goede wil en daarom kan ik hem niet teleurstellen. Ik ga hem niet teleurstellen.

Daarom moeten we blijven werken in deze richting. Er zullen frustraties zijn. Het zal frustrerend zijn. Gaan we alle problemen oplossen? Ik weet het niet. Maar we gaan het proberen met al onze energie en grootst mogelijke vastberadenheid.

Ik deel alle gevoelens waaraan uitdrukking is gegeven. Ik zou niet zeggen dieper maar minstens even diep als u, al onze vrienden hier, omdat we aan dezelfde kant staan, we zijn nu al zo lang samen in deze strijd verwikkeld. Daarom is er geen verschil in gevoel en we moeten blijven doen waar we al zo lang mee bezig zijn.

Ik denk dat wij die kant op moeten gaan. Ik beloof u dat ik die kant op zal gaan. Ik zal proberen een ontmoeting te hebben met de Egyptenaren, de Saudi’s en iedereen – de Amerikanen, de Russen, iedereen – om te zien of we iets kunnen vinden wat niet hetzelfde kan zijn. Het moet iets zijn dat collectief anders is. Anders denk ik dat we geen resultaten kunnen boeken.

U zegt misschien dat u al verscheidene jaren geen successen hebt gezien. Sinds 1967 hebben we collectief, als internationale gemeenschap, geen resultaat behaald. Dat is waar. Dat is onze verantwoordelijkheid. Maar ik denk niet dat we het probleem morgen kunnen oplossen door nu een besluit te nemen dat anders is dan we maandag in de Raad hebben genomen.

We hebben nu een structuur van de Europese Raad op maandag en we moeten proberen die te implementeren. Graag kom ik terug om met u te spreken en om openhartig, zoals we dat hier nu doen, de consequenties van onze daden duidelijk te maken.

Maar denk alstublieft niet dat wij niet dezelfde gevoelens hebben. Die hebben we wel. We hebben ervaring met de situatie daar en meer kunnen we niet zeggen. Wat betreft actie, wees gerust dat wij al het mogelijke gaan doen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt tijdens de vergaderperiode van februari plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. (IT) Dank u Mijnheer de Voorzitter. Te vaak is er in deze vergaderzaal, tijdens lange debatten, over de kwestie Israel-Palestina gesproken. Niettemin moeten we objectief gezien vaststellen dat de rol die de Europese Unie tot nu toe in deze kwestie gespeeld heeft, slechts marginaal is: veel proclamaties, intentieverklaringen, moties en documenten, maar vervolgens in feite slechts weinig consistente acties. Kort geleden heb ik een bezoek gebracht aan Palestina en wat ik aantrof was een klimaat van moedeloosheid, teleurstelling en berusting onder de mensen, die moe zijn van jarenlange loze beloftes: de situatie begint uit de hand te lopen en er bestaat een serieuze kans dat de Palestijnse grondgebieden worden overgeleverd aan de Hamas-extremisten. De lucht die wordt ingeademd is zwaar en het gebruik van geweld is bijna onvermijdelijk. Nu begint de tijd echt te dringen: óf Europa moet de kracht en het vermogen hebben om het tij te keren, of we moeten met zijn allen de verantwoordelijkheid nemen en zeggen dat we niet genoeg hebben gedaan om het ergste te voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Zoals mijn collega Michael Gahler heeft gezegd, de huidige resolutie volgt de lijn van de zes mogendheden om de druk op Iran te handhaven.

Zoals ik het zie, is het praktische probleem hoe deze resolutie zal worden opgevat door het regime van Iran. In een situatie waarin de grote spelers in de internationale politiek niet bereid of in staat zijn het eens te worden over het toepassen van zware sancties op Iran, is er nauwelijks kans dat deze resolutie iets uit zal maken.

Er is echter nog één manier – tot nu toe onbeproefd – om invloed uit te oefenen.

Dit is om de Iraanse oppositiebeweging een kans te geven door een einde te maken aan de politieke onderdrukking ervan door regeringen van de EU. Het Europese Hof van Eerste Aanleg bepaalde in december 2006, en de Britse gerechtshoven afgelopen november, dat er absoluut geen gronden zijn om de Iranese oppositie zo te isoleren. De handen van de Iraanse oppositie vrijmaken voor vredesactiviteiten zal de EU niet alleen een efficiënt werktuig verschaffen om invloed uit te oefenen op het regime van de mullahs maar zal ook een derde en meer realistische optie openen tussen naïeve diplomatie, aan de ene kant, en USA-stijl militaire interventie aan de andere kant.

Als het onze oprechte bedoeling is een positieve verandering tot stand te brengen in Iran, laten we dan deze derde optie een kans geven.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid