Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2112(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0495/2007

Ingediende teksten :

A6-0495/2007

Debatten :

PV 30/01/2008 - 23
CRE 30/01/2008 - 23

Stemmingen :

PV 31/01/2008 - 8.11
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0034

Debatten
Woensdag 30 januari 2008 - Brussel Uitgave PB

23. Een beleid om in de Europese visserij ongewenste bijvangsten te verminderen en de teruggooi uit te bannen (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag van Carl Schlyter, namens de Commissie visserij, inzake een beleid om in de Europese visserij ongewenste bijvangsten te verminderen en de teruggooi uit te bannen (2007/2112(ΙΝΙ)) (Α6-0495/2007).

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter, rapporteur. (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik dank de schaduwrapporteurs voor hun bijdrage om tot een goed verslag te komen. Ik dank tevens commissaris Borg omdat hij eindelijk – eindelijk! – krachtige middelen voorstelt om het teruggooien van vis en ongewenste bijvangsten tegen te gaan.

Met het huidige visserijbeleid worden de wereldzeeën leeggevist, de zeebodems verstoord, ecosystemen overhoop gehaald en zeeën zonder vis achtergelaten. Zelfs zeevogels sterven door het huidig visserijbeleid. Indien we deze ravage op het land hadden aangericht – indien we onze bossen op dezelfde manier hadden aangepakt als we de zee aanpakken – dan zouden de mensen op straat gekomen zijn om te protesteren, maar nu gebeurt de vernietiging van de zee in alle stilte, in het verborgene. Het boek ”Stille lente” van Rachel Carson was een begrip in 1962 en een oproep voor velen om zich voor milieu- en natuurzorg te engageren. Nu gaan we de tijd van de ”stille zee” tegemoet. Vorig jaar publiceerde de journaliste Isabella Lövin een boek met deze titel. Laat ons de strijd nu aangaan om de komende generaties van vissers en vissen te redden.

Het voorstel van de Commissie komt er op neer dat wij korte metten maken met de quota- en detailregelingen die de vissers in feite aanmoedigen om de zee leeg te vissen en daarna ondermaatse vis dood terug te gooien, waarvoor gereedschap was ontwikkeld dat voornamelijk als doel had steeds meer uit de zee te halen. Door de dreiging die de vissers boven het hoofd hangt om hun boot met ondermaatse vis te moeten vullen, worden zij aangemoedigd om selectiever te vissen.

Een succesvol beleid kan echter niet zonder positieve prikkels. Wij kunnen bijvoorbeeld meer vangstdagen toekennen aan vaartuigen die uitgerust zijn om selectief te vissen of we kunnen deze vaartuigen toegang geven tot gebieden die voor vaartuigen zonder selectief vistuig niet toegankelijk zijn.

Het is belangrijk dat wij voor elk soort vis jaarlijkse doelstellingen voor vermindering van de bijvangsten en terruggooi vaststellen en dat wij dit doen in overleg met alle betrokken partijen voor het beste resultaat. In de Golf van Biskaje, het Kattegat en Skagerrak kwamen we zo al tot positieve resultaten. Daar hebben Franse en Zweedse vissers met succes sorteerroosters gebruikt bij het vissen van zeekreeften (Nephrop in het Engels). Hierdoor zijn de bijvangsten in de praktijk volledig verdwenen.

Door de visserijvloot wat meer vrijheid en verantwoordelijkheid te geven kan misschien een intensere samenwerking tussen onderzoekers en vissers ontstaan, wat een positieve ontwikkeling kan bewerkstelligen. Dit moet gecombineerd worden met een betere registratie van de soorten vis die gevangen worden. Wij moeten uitkijken naar systemen met elektronische logboeken en eventueel naar videobewaking mits we een goede methode vinden om de privésfeer niet te schenden.

Een ander belangrijk aspect is de vraag wat er in het geval van een teruggooiverbod moet gebeuren met de vis die als bijvangst naar de havens komt. Deze vis moet op de een of andere manier gebruikt worden, maar het niveau van vergoeding moet zo laag zijn dat er geen stimulans voor bijvangsten ontstaat.

Ik hoop en ben ervan overtuigd dat de Commissie snel werk zal maken van een uitvoerbaar voorstel. Het kan een belangrijk instrument worden in de strijd tegen de overbevissing en het streven naar duurzame visserij. Dit is echter onvoldoende. Er moeten ook algemene beperkingen komen voor de vangst van bedreigde vissoorten, maar over dat thema moeten we het misschien een andere keer hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Joe Borg, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, eerst wil ik graag de rapporteur en alle leden van de Commissie visserij bedanken voor het uitstekende werk.

We delen allen de opvatting dat teruggooien, op zijn minst gezegd, een onnodige verspilling is van goede, natuurlijke en economische bronnen, waar een eind aan moet komen. Iedere visserijtak is anders en vraagt om maatoplossingen. We hebben daarom gekozen voor een op resultaten gebaseerde benadering, wat inhoudt dat we doelen stellen om de overboord gezette hoeveelheid binnen een bepaald tijdsbestek te verminderen en het vervolgens aan de betreffende vissers over te laten te kiezen hoe zij de doelen – zulke maatregelen zouden onder andere kunnen zijn een grotere maaswijdte, het gebruik van selectiviteitsvoorzieningen, onmiddellijke sluiting van gebieden, veranderingen van visgebieden of andere mogelijke maatregelen of combinaties daarvan.

Nu dan specifiek met betrekking tot het verslag. Wat betreft de actieplannen van de gemeenschap met betrekking tot zeevogels en haaien, kan ik u mededelen dat het actieplan met betrekking tot de laatstgenoemde eraan komt en dat mijn diensten op het ogenblik nog informatie en wetenschappelijk advies aan het verzamelen zijn voor het actieplan met betrekking tot de eerstgenoemde, met het doel het plan eind 2009 te voltooien.

Ik ben het er in het bijzonder mee eens dat het teruggooibeleid niet moet worden gezien als een op zichzelf staande actie maar als onderdeel van de algemene aanpak om te komen tot de MSY-doelstelling (maximum sustainable yield - maximale duurzame opbrengst). We zijn het ook eens over een geval per geval-benadering en het belang van deelname van en overleg met de sector op alle niveaus. Hier merk ik met belangstelling uw voorstel op om nieuwe methodes te testen om teruggooipraktijken te controleren zoals in enkele derde landen is gedaan.

Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat stimuleringsmaatregelen echte reductie van teruggooi belonen. Die moeten daarom zorgvuldig worden beoordeeld zodat ze niet tot nadelige gevolgen leiden. In feite hebben lidstaten al de mogelijkheden om schonere visserijtakken te begunstigen via de toewijzing van quota. Verder ben ik ook van mening dat stimuleringsmaatregelen zouden moeten samengaan met de diverse invoeringsfasen om een gedragsverandering te stimuleren totdat het uiteindelijke doel wordt bereikt.

Wat betreft de tenuitvoerlegging van het beleid ben ik het in het algemeen eens met uw suggesties, echter met een ander accent. We moeten vanaf het begin het doel stellen van een teruggooiverbod in elke visserijtak waar dit ook maar mogelijk is en niet als laatste toevluchtsmaatregel, zoals u lijkt te suggereren. Ik moet hier echter duidelijk maken dat in bepaalde gevallen het gestelde doel kan zijn teruggooi te reduceren tot het absolute mogelijke minimum.

Dus waar bevinden we ons nu in het proces? Op basis van het wetenschappelijk advies dat wij op korte termijn verwachten, zullen we in de loop van dit jaar visserijtakken kiezen voor speciale wetgeving en tegelijkertijd een routekaart plannen met een bepaald tijdsbestek voor de verdere voorstellen die – met de tijd – alle Europese visserijtakken zullen beslaan.

Tegelijkertijd zullen de lidstaten, zoals besloten door de Raad in december, teruggooireducties testen in de visserijtak voor witvis in de Noordzee om de teruggooi van witvis met dertig procent te verminderen. Wat betreft kabeljauw, de afspraak met Noorwegen is teruggooi te verminderen tot minder dan tien procent. Andere activiteiten zijn onder andere het voorstel inzake technische maatregelen op de Atlantische Oceaan, het voorstel inzake een herzien kabeljauwherstelplan, de herziening van de controleverordening en verscheidene studies en beoordelingen van de gevolgen voor de wetgevende voorstellen.

Tenslotte, ik kan het eens zijn met amendementen 1, 3, 5, 6, 8 en 10 tot 12. Amendementen 2 en 7 hebben met elkaar te maken en met een geringe verandering kan ik het daarmee eens zijn. Wat betreft amendement 9 moet nog zorgvuldig worden nagedacht aangezien deze technieken nader onderzoek behoeven. Er zijn problemen met hoge kosten en met betrouwbaarheid.

Tenslotte, amendement 4 kan ik als zodanig niet steunen. Met betrekking tot amendementen 13, 14 en 15 moet ik verder nadenken, aangezien de hele kwestie betreffende passende stimuleringsmaatregelen voor vissers om hen te stimuleren een effectief teruggooibeleid toe te passen, nader moet worden bestudeerd en beoordeeld voordat een definitief standpunt wordt ingenomen.

Laat ik eindigen met het herhalen van de dringende behoefte voor wetgevende actie op dit dossier en ik zie uit naar uw voortdurende samenwerking bij het ontwikkelen van dit beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle, namens de PPE-DE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, het teruggooien of dumpen van vis in Europese wateren vernietigt meer dan een miljoen ton vis per jaar, in het bijzonder bij de multispeciesvisserij. Volgens de FAO (Food and Agriculture Organization of the United Nations – Voedsel- en Landbouworgansatie van de Verenigde Naties) worden elk jaar mondiaal miljoenen tonnen ongewenste visbijvangsten in zee teruggegooid. Dit heeft een zeer negatief effect op de economie van de visserij in de toekomst en op de gezondheid van de mariene ecosystemen. Deze praktijk is amoreel, onethisch en geheel onverdedigbaar en is een direct gevolg van het gemeenschappelijk visserijbeleid, dat vissers criminaliseert voor het aanlanden van bijvangst en hen daarmee dwingt tot teruggooien – vissers die wanhopig proberen de kost te verdienen terwijl ze worden geconfronteerd met steeds verder teruglopende visbestanden.

Ons uiteindelijke doel moet zijn de vermindering van deze ongewenste bijvangsten en de feitelijke uitbanning van teruggooi via een teruggooiverbod, met stimuleringsmaatregelen om ervoor te zorgen dat alle ongewenste bijvangst moet worden aangeland. Maar hoe en wanneer we dit punt van een verbod bereiken moet een zaak zijn voor alle betrokken belanghebbenden, waaronder de Commissie, de regionale adviesraden (RACs), de vissers, de wetenschappelijke experts, de nationale regeringen en de NGO’s, en zo nodig per visserijtak. De negatieve spiraal van microbeheer moet worden vermeden en het gemeenschappelijk visserijbeleid moet fundamenteel worden veranderd, omdat de kwestie van de terugggooi het ernstig in opspraak brengt. Het oplossen van het teruggooiprobleem is heilzaam voor alle betrokken actoren, in het bijzonder de vissers. Het is mogelijk verboden ten uitvoer te leggen zoals de voorbeelden van Noorwegen en IJsland ons laten zien.

Ik ben blij dat het verslag benadrukt dat vissers en andere belanghebbenden de verantwoordelijkheid moeten nemen voor en bezit moeten nemen van ieder beleid tot het uitbannen van de teruggooi. Er zouden nieuwe manieren om vissersvaartuigen te controleren kunnen worden gebruikt, zoals elektronische logboeken en het gebruik van gesloten televisie-circuits op de rand van de vissersvaartuigen, wat al met enig succes in Canada en Nieuw-Zeeland is beproefd. De enige succesvolle manier om uiteindelijk een teruggooiverbod tot stand te brengen zal zijn via het betrekken van de vissers bij het monitoren en controleren en, bovenal, door middel van groepsdruk om te zorgen voor gelijke concurrentievoorwaarden. Ik dank de rapporteur voor al zijn samenwerking en zijn evenwichtig verslag, dat ik bij het Huis aanbeveel.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler, namens de PSE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, teruggooi is een verschrikkelijke verkwisting. Er worden elk jaar enorme hoeveelheden vis weggegooid bij de Europese visserij over de hele wereld: wel zeven tot acht miljoen ton. Niets doen om de teruggooi te verminderen is geen optie en we hebben nu het verslag Schlyter als initiatiefreactie op de communicatie van de Commissie in 2007.

De communicatie van de Commissie is welkom, ondanks de vertraging, en de Commissie is nu van plan snel te handelen, waarbij bepaalde aspecten worden opgenomen in een nieuwe verordening inzake technische maatregelen in 2008.

In een ideale wereld zouden we recht afgaan op een totaal en onmiddellijk teruggooiverbod. Maar de werkelijkheid is gecompliceerder. Het verslag van de heer Schlyter erkent de complexiteit van de aanpak van het probleem van de visteruggooi en ik verwelkom zijn veelomvattende benadering echt.

Het legt de nadruk op praktische aspecten waaronder de kosten van het aanpakken van de teruggooi en wat te doen met aangelande teruggooi, de kosten van het overstappen op nieuw, selectiever vistuig, de implicaties voor de totaal toegestane vangsten en het quota regime als teruggooi wordt verboden, en de noodzaak vissers stimuleringsmaatregelen te bieden om op duurzamere wijze te vissen. Het erkent dat, aangezien zowel de oorzaken van de teruggooi en de maatregelen die nodig zijn ze te verminderen, van visserijtak tot visserijtak variëren, geen enkelvoudige oplossing zal werken in de hele Gemeenschap.

Een amnestie met betrekking tot de teruggooi is niet de oplossing omdat die een teruggooimarkt kan creëren in plaats van vissers te stimuleren op duurzame wijze te vissen. Gegeven de niveaus van overbevissing en de zorgen over visbestanden waaronder kabeljauw en gewone tonijn, hebben we nog steeds behoefte aan een goed beheer van de bestaande visbestanden.

Het verslag plaatst de teruggooi ook in de bredere context van het probleem van bijvangsten van zeevogels en haaien en het vraagt om een substantieel scala aan geografisch-gespreide teruggooiproefprojecten.

Ik doe een beroep op de collega’s dit verslag te steunen, dat een belangrijke bijdrage levert aan het aanpakken van de schandelijke teruggooi.

 
  
MPphoto
 
 

  Elspeth Attwooll, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, de ALDE-Fractie verwelkomt de inhoud van het verslag van de heer Schlyter hartelijk. Het verdient aanbeveling vanwege de delicate, en toch hoogst praktische benadering.

Voor gewone mensen is het bijna onmogelijk te begrijpen hoe het kan dat wij toelaten dat vis wordt gevangen en vervolgens dood in zee wordt teruggegooid. Ook vissers hebben grote zorgen over het feit dat dit soort handelwijze hun in zekere mate wordt opgedrongen, want de huidige combinatie van regels en technische mogelijkheden betekent dat sommige vissoorten eenvoudig ongewenst zijn aan boord. Soms komt dit omdat ze economisch onvoldoende waard zijn. We moeten spoedig een gezamenlijke poging doen om het soort teruggooi te voorkomen dat het gevolg is van pogingen tot zogenaamde “high-grading”. Ik vermoed dat er al minder verleiding tot deze praktijk is in die visserijtakken waar het aantal dagen op zee beperkt is.

Soms echter is teruggooi het resultaat van omstandigheden die we zelf opleggen, bijvoorbeeld minimum aanlandingsmaten en quotabeperkingen. Natuurlijk, als we instandhouding ernstig nemen, hebben we totaal toegestane vangsten nodig. Maar we moeten naar mijn mening ernstig kijken naar de methodes die we gebruiken om het vissen binnen de grenzen te houden die zijn gesteld door die TAC’s, om onder andere te bepalen in hoeverre er nu precies een onderling verband is tussen de vaststelling van quota en het probleem van de teruggooi, in het bijzonder waar het gemengde visserijtakken betreft.

Dit zowel als het aannemen van de maatregelen die worden voorgesteld in het verslag moet natuurlijk ter hand genomen worden met de volledige betrokkenheid van de belanghebbenden. Zonder die betrokkenheid kunnen we geen hoop hebben op succes. De sector loopt al voorop. Ik ben in het bijzonder trots op de Schotten vanwege hun vrijwillige systeem van onmiddellijke sluiting van gebieden. We hebben goede stimuleringsmaatregelen voor dit soort positieve acties nodig want er moet nog heel wat gedaan worden. Ik vertrouw erop dat het Parlement zijn volledige steun zal verlenen aan het verslag en dat de Commissie en de Raad werk zullen maken van deze zaken op de manier die het verslag aanbeveelt.

 
  
MPphoto
 
 

  Seán Ó Neachtain, namens de UEN-Fractie. – (GA) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag zeggen dat ik achter dit verslag sta; volgens mij heeft de rapporteur een praktische, brede aanpak voor het probleem van de teruggooi van vis uitgewerkt. Maar zo gemakkelijk is het allemaal niet en iedereen denkt na over de nieuwe methoden die moeten worden toegepast.

Het is tijd om de eindeloze discussies hierover te beëindigen en in actie te komen. Het verslag bevat genoeg praktische aanbevelingen en die kunnen worden uitgevoerd. Wat we zeker niet mogen doen is stilzitten. We moeten iets doen zolang de teruggooi van vis voor problemen zorgt.

Ik wil ook graag de Commissie verzoeken om ervoor te zorgen dat kleine vissers niet op extra kosten worden gejaagd omdat zij maatregelen moeten nemen om het probleem van teruggooi op te lossen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton, namens de Verts/ALE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, het gemeenschappelijke visserijbeleid (CFP – common fisheries policy) is een trieste mislukking geweest. Het is er niet in geslaagd visbestanden in stand te houden, het is er niet in geslaagd onze van de visserij afhankelijke gemeenschappen te steunen en het is er niet in geslaagd publieke steun of geloofwaardigheid te verwerven.

Een van de belangrijkste redenen daarvoor is het schandaal van de teruggooi. Het CFP-quotasysteem zelf is een directe oorzaak van de teruggooi. Het meet niet de hoeveelheid gevangen vis; het meet slechts de hoeveelheid aangelande vis.

Afgezien daarvan verwelkom ik dit verslag van de heer Schlyter in grote lijnen. Ik ben het in het bijzonder zeer eens met het principe van positieve stimuleringsmaatregelen die enige beloning geven aan die vissers die stappen nemen om de teruggooi te verminderen of uit te bannen.

Ik ben het er ook mee eens dat maatregelen moeten worden afgestemd op de verschillende visserijsoorten. Het is lange tijd een belangrijke tekortkoming van het CFP dat het overgecentraliseerd en star is geweest. Ik vestig de aandacht op paragraaf 15, die het plan van de vrijwillige onmiddellijke sluiting van gebieden verwelkomt dat is geïntroduceerd door Schotland, een uitstekend voorbeeld van het soort initiatief dat moet worden aangemoedigd en met maatregelen gestimuleerd door het CFP voor ten minste zo lang als wij daar als beheersmaatregel mee opgescheept zitten.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Wise, namens de IND/DEM-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, teruggooi is maar één aspect van de nachtmerrie die het CFP is. Door haar slecht doordacht beleid is de EU bezig met de vernietiging van de middelen van bestaan in ontwikkelingslanden in de hele wereld. De export van vis is beduidend belangrijker voor de ontwikkelingslanden in termen van handel dan andere producten zoals rijst, koffie en thee.

Mauritanië, bijvoorbeeld, is voor de helft van zijn export afhankelijk van zijn visserijsector, die vijftien procent van zijn BBP vertegenwoordigt. Maar nu de Commissie de Mauritaanse wateren heeft vernietigd, wil ze haar overeenkomst dumpen. Zij vindt niet dat deze nu steriele wateren 86 miljoen euro per jaar waard zijn. Men veronderstelt dat deze opzegging van een visserij-akkoord geheim is; welnu, dat was het tot nu. Ik vind dat de mensen in Afrika op de hoogte moeten zijn van de lage en oneerlijke plannen van de EU. Het is kolonialisme op zijn wreedst en ik beschuldig deze instellingen van racisme en uitbuiting van kwetsbare gemeenschappen. Het niet-keizerlijke imperium van voorzitter Barroso is niet zo minzaam als hij ons zou willen doen geloven, dus, als u vooruit wilt, zet dan Giscard aan de kant en dump zowel het Verdrag van Lissabon als het CFP.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, het schandaal van de teruggooi heeft de EU aan zichzelf te wijten. Onmogelijke quota en beperkingen worden opgelegd in gemengde visserijtakken, verboden visbestanden worden onvermijdelijk gevangen en dientengevolge – dood – terug in zee gegooid. En dit alles terwijl er honger heerst in veel delen van de wereld.

Jarenlang heeft de EU zich de handen gewrongen over deze zaak maar heeft, eerlijk gezegd, niets gedaan om er een eind aan te maken. Zulke vis, geloof ik, moet aangeland worden; die moet verkocht worden tegen een vastgestelde prijs, laag genoeg om bewust vangen te ontmoedigen en hoog genoeg om aanlanden de moeite waard te maken.

Ook is het verstandig en juist dat we het gebruik van selectiever vistuig belonen. Maar ik wijs ten stelligste ieder algemeen teruggooiverbod af omdat het het zoveelste middel betekent om meer van onze vissers werkeloos te maken.

We hebben jarenlang over deze kwestie nagedacht. Nu is het eindelijk tijd er iets aan te doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carmen Fraga Estévez (PPE-DE). – (ES) Mevrouw de Voorzitter, in algemene termen ben ik het eens met het verslag van de rapporteur als uiting van de reeds lang bestaande bezorgdheid over de rigiditeit van het gemeenschappelijk visserijbeleid wanneer het aankomt op het aanpakken van problemen die verankerd zijn in ons systeem van visserijbeheer; teruggooi is daar simpelweg weer een voorbeeld van.

In het bijzonder ben ik het eens met de paragrafen die pleiten voor een invoering per visserijtak van vermindering van ongewenste vangsten en teruggooi en hun geleidelijke uitbanning en voor het invoeren van enig verbod slechts op voorwaarde dat is vastgesteld dat er geen alternatief is, zoals de Raad en alle regionale raadgevende comités hebben gezegd.

We zouden geen andere aanpak kunnen kiezen en we zouden niet kunnen overgaan tot een compleet verbod op teruggooi binnen een beheersysteem dat teruggooi aanmoedigt, zowel door het rigide TAC-systeem en de geldende quota als door de afwezigheid van adequate technische maatregelen die een fundamentele factor vormen in het voorkomen van bijvangsten, op de herziening waarvan we al jaren wachten zodat ze kunnen worden aangepast voor de Atlantische Oceaan.

Wat ik niet kan accepteren, mevrouw de Voorzitter, is amendement 10, dat het creëren van een parallelle visserijmarkt zou toestaan gebaseerd op teruggegooide vis, die derhalve onwettig zou zijn. Ik denk dat we een stevig standpunt moeten blijven innemen in onze verdediging van het principe van non-commercialisering van teruggooi zoals uiteengezet in paragraaf 32 van het verslag, net als landen hebben gedaan die in deze kwestie een langere geschiedenis hebben, zoals Noorwegen.

Prikkels om teruggooi te voorkomen moeten van een andere aard zijn, bijvoorbeeld prikkels die als doel hebben teruggooi te minimaliseren door het gebruik van selectievere uitrusting. Het is veel beter als een jonge vis in zee blijft leven en groot wordt om mensen of andere vissen van voedsel te voorzien in plaats van teruggegooid te worden en het onderwerp te worden van onderhandelingen over vismeelproductie.

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Arnaoutakis (PSE). – (EL) Mevrouw de Voorzitter, allereerst zou ik mijn tevredenheid willen uitspreken met het ontwerpverslag over visteruggooi en willen benadrukken dat dit een van de belangrijkste problemen is in de Europese en internationale visserij.

Staat u mij toe een paar punten over het verslag naar voren te brengen. Ik ben ervan overtuigd dat, afgezien van de voorgestelde punten, een gemeenschappelijk beleid voor de definitieve uitbanning van teruggooi moet worden ingevoerd. Dit beleid zou moeten voortkomen uit een studie van het probleem in alle visserijlanden van de EU en alle nationale studies en wereldwijd onderzoek zouden erin verwerkt moeten worden.

Teneinde het probleem bij de wortel aan te pakken moet de EU onmiddellijk een studie financieren naar alle visserijuitrusting, typen visserij en soorten vangst. De EU moet deze studie door gespecialiseerde onderzoeksinstituten laten uitvoeren. Dit zal de EU in staat stellen de beste en efficiëntste oplossingen centraal aan lidstaten op te leggen door middel van verordeningen. Als dit niet gebeurt, vrees ik dat het probleem bekeken en daarna opgeborgen zal worden, terwijl intussen alle visbestanden worden geruïneerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Philippe Morillon (ALDE). – (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik wil op mijn beurt graag mijn instemming betuigen met de door onze rapporteur voorgestelde aanpak om een oplossing te vinden voor deze verspilling van de visbestanden, die terecht aan de kaak wordt gesteld vanwege de huidige teruggooipraktijken.

De heer Schlyter is zich tijdens de opstelling van zijn verslag voortdurend bewust geweest van de gevolgen die een onmiddellijke toepassing van een volledig teruggooiverbod zou kunnen hebben voor, enerzijds, het kwetsbare financiële evenwicht van de bedrijven in de sector en, anderzijds, de controle op de toepassing van dit verbod door de lidstaten en door de Commissie zelf. Deze controle zou intensievere toezichtmethoden van hun kant noodzakelijk maken, hetgeen niet strookt met de strikte begrotingsdiscipline waaraan zij zich dienen te houden.

Daarom vond hij het passender om de geleidelijke invoering voor te stellen van een reeks maatregelen die de vissers zelf moeten aanmoedigen hun vistuig en vangstmethoden aan te passen, een aanpak die hem de algemene goedkeuring van de Commissie heeft opgeleverd.

 
  
MPphoto
 
 

  Struan Stevenson (PPE-DE). – (EN) (onhoorbaar) … vanaf het begin, vind ik zeer ambitieus. Mag ik ook de heer Schlyter en mevrouw Doyle feliciteren voor de grote hoeveelheid werk die zij beiden aan dit verslag besteed hebben?

Met groot genoegen steun ik het alles-aanlandenbeleid van mevrouw Doyle, waarbij vissers zullen worden gedwongen alles wat ze vangen aan te landen. Dat heeft veel voordelen. Wetenschappers zullen een veel duidelijker beeld krijgen van wat voor soorten vis worden gevangen en waar, wat het mogelijk zal maken preciezere instandhoudings- en herstelplannen te ontwerpen. Ook, wanneer jonge, ondermaatse vis wordt aangeland, zouden visserij-inspecteurs onmiddellijk om tijdelijke sluiting van specifieke visgebieden kunnen vragen om verdere druk op onvolgroeide visbestanden te vermijden.

Bij dit beleid zouden ondermaatse vis en andere soorten die voorheen zouden zijn teruggegooid, kunnen worden verkocht aan de verwerkingssector, die vreselijke behoefte heeft aan grondstoffen voor levering aan de vismeel- en visolie-industrie. Zij zouden dan een symbolisch bedrag betaald krijgen – via een regionaal compensatiefonds – laten we zeggen ongeveer vijftig euro per ton, wat niet genoeg zou zijn om vissers aan te moedigen zich op deze vis te concentreren en de zwarte markt te creëren waar mevrouw Fraga Estévez bang voor is, maar te veel zou zijn om ze, dood, terug in het water te gooien.

De hele operatie zou kunnen worden gecontroleerd door het aanbrengen van weersbestendige bewakingscamera’s op elk vaartuig. In een sector die al gebonden wordt door beperkingen van het aantal dagen dat op zee kan worden doorgebracht, wordt tijd besteed aan het vangen en sorteren van vis, die geen commerciële waarde heeft, door vissers als verloren waardevolle tijd beschouwd. Dus ik denk dat de vissers dit voorstel zullen steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rosa Miguélez Ramos (PSE). – (ES) Dames en heren, ik zou de heer Schlyter willen danken voor zijn werk en ik ben in het bijzonder verheugd dat verschillende van de amendementen die ik naar voren heb gebracht, zijn verwerkt in de tekst van het verslag waar we vandaag over debatteren.

Ik doel in het bijzonder op de amendementen die stellen dat teruggooi niet alleen te maken heeft met het gebruik van een bepaald soort uitrusting, maar ook wordt beïnvloed door de aard van de betreffende visserijtak; bijvoorbeeld in het geval van de Europese visserijtakken, die bijna allemaal op meer vissoorten gericht zijn en waar het risico op teruggooi hoger is. Daarom moet elke maatregel die wordt aangenomen, aan het betreffende geval zijn aangepast.

Het is ook aan mijn amendementen te danken dat we aan het verslag kunnen zien dat teruggooi wordt veroorzaakt door een scala aan factoren, inclusief overbevissing en de huidige TAC-aanpak, die vereist dat vis waarvoor geen quotum is, wordt teruggegooid. Er moeten dus maatregelen worden genomen om te voorkomen dat soorten met een legale grootte die nu eenmaal onvermijdelijk worden gevangen, verplicht worden teruggegooid omdat er geen quota voor zijn.

Dit gezegd hebbende zou ik de heer Schlyter willen waarschuwen voorzichtig te zijn, want na de kritiek die hij in zijn toespraak leverde op vissers en de onzelfzuchtige, eeuwenoude traditie van het vissen, weet ik niet zeker wat wij hier eigenlijk doen en of de heer Schlyter soms de Comissaris, de leden van de Commissie visserij en de vissers werkloos wil maken. (Dat was een grapje, mevrouw de Voorzitter.)

 
  
MPphoto
 
 

  Neil Parish (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik dank de heer Schlyter zeer voor zijn verslag. Ik vind het uitstekend. Mag ik ook de commissaris bedanken voor zijn punten aan het begin, waar hij in de richting van een teruggooiverbod beweegt, omdat hij heel goed beseft dat ik hem vele malen heb benaderd, zoals veel leden van dit Huis, over het indienen van een teruggooiverbod, en ik vind het hoog tijd dat we het doen.

Als we de visbestanden kunnen beschermen, denk ik ook dat het uiteindelijk op lange termijn in feite beter voor de vissers is, omdat we wel duurzame visserij moeten hebben. Natuurlijk kan het wetenschappelijk advies dat we gebruiken, heel vaak tekortkomingen vertonen. Daarom zal het aanlanden van alle vangsten en bijvangsten zodanig dat die grondig kunnen worden onderzocht, ons in feite een veel beter idee geven van wat er zich in de zee bevindt. Ik denk ook dat sommige van de praktijken, zoals spanvisserij en andere, die verschrikkelijk veel bijvangst met zich meebrengen, opnieuw zullen benadrukken wat er aan de hand is. Natuurlijk zal er gewezen worden op de vele problemen bij het vangen van dolfijnen, haaien en schildpadden en veel andere zaken in de bijvangst die wordt aangeland. Dus, als we de juiste hoeveelheid lokmiddelen kunnen bieden om de bijvangst aan te landen en niet te veel om bijvangst aan te moedigen, dan denk ik dat dit de weg vooruit is. Dus ik verwelkom de steun van de commissaris voor dit verslag, ik verwelkom het verslag zelf en wij zouden het allemaal moeten steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Joe Borg, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, op de eerste plaats wil ik de leden bedanken voor hun interessante opmerkingen, die opnieuw laten zien dat wij de gemeenschappelijke doelstelling delen om deze verschrikkelijke praktijk uit te bannen.

Zoals ik al eerder verklaarde, zal ons voorstel geleidelijke maar effectieve invoering betekenen. Realistisch gesproken, kunnen we een teruggooiverbod eenvoudigweg niet van de ene op de andere dag tot stand brengen. Zoals één spreker echter zei, niets doen is geen optie. En ongetwijfeld zullen we in de loop van dit jaar met hopelijk drie wetgevingsvoorstellen komen met betrekking tot het verminderen van de teruggooi voor specifieke visserijtakken, afgezien van het stimuleren en aanmoedigen van de lidstaten om te komen met proefprojecten, op grond waarvan we de invoering van een teruggooivermindering of zelfs, mogelijkerwijs, teruggooiverboden tot stand zouden kunnen brengen.

Het voorbeeld van Schotland, dat in december door de Raad is aangenomen, was zeer prijzenswaardig.

Wat betreft het punt dat gemaakt werd met betrekking tot positieve stimuleringsmaatregelen, ben ik het ermee eens dat deze heel belangrijk zijn, maar we moeten de juiste mix en de juiste niveaus zien te vinden, omdat ze anders contraproductief kunnen werken en we in een situatie terecht zouden kunnen komen waarbij we meer vangsten zouden aanmoedigen wanneer we, om duurzaamheidsredenen, die zouden willen verminderen om te komen tot MSY-niveaus (MSY maximum sustainable yield - maximale duurzame opbrengst).

Ik zou er ook op willen wijzen dat ik het er absoluut mee eens ben dat onze voorstellen op maat moeten worden gemaakt voor de specifieke visserijtakken en ingebouwde stimuleringsmaatregelen moeten bevatten, zoals ik heb gezegd, en steun voor de veranderingen in het gedrag dat de vissers zich eigen zullen moeten maken.

Sterker nog, al in onze TAC en Quotaverordening (TAC total allowable catch – totaal toegestane vangst) hebben we stimuleringsmaatregelen aangenomen voor vissers om selectievere methoden toe te passen en zo teruggooi te vermijden.

Bij de allereerste interventie en bij andere die volgden, werd het punt gemaakt dat teruggooi wordt veroorzaakt door het gemeenschappelijk visserijbeleid. Ik zou willen zeggen dat dit niet echt juist is, omdat de oorzaken van de teruggooi het gevolg kunnen zijn van de “high-grading” van vis door vissers met het doel een betere kwaliteit vis te krijgen, wat onafhankelijk van quota wordt gedaan, en het vangen van jonge vis, wat ook onafhankelijk is van quota. Het geldt alleen als vangstquota worden overschreden, en nogmaals dan hangt het er nog vanaf, omdat als het een schone visserijtak is en het quotum wordt overschreden, dan wordt het quotum ingesteld om duurzaamheidsdoeleinden.

Wanneer je in de praktijk te maken hebt met een gemengde vangst en je hebt een van de vangsttypes die om duurzaamheidsredenen een laag quotum heeft en de andere vangsten zijn doelvangsten, dat je teruggooi ziet als gevolg van de TAC en Quotaverordeningen.

Dit zijn aspecten die we zouden willen aanpakken om selectiever vistuig in te voeren, zodat de vangsten nog schoner kunnen worden – wat een van de methoden is waarmee teruggooi effectief zou kunnen worden verminderd.

Ik zou er ook op willen wijzen dat, volgens schattingen van de FAO, de teruggooi binnen de wateren van de Gemeenschap rond één miljoen ton bedraagt. Wereldwijd bedraagt die rond acht miljoen ton. Dit zijn zeer conservatieve schattingen. Wanneer men bedenkt dat het systeem dat wij gebruiken minder dan een tiende van alle teruggooi produceert – rekening houdend met de TACs en de quota – dan denk ik dat er diverse andere factoren zijn die bijdragen aan de teruggooi naast het systeem dat gebruikt wordt door het gemeenschappelijke visserijbeleid.

Daarnaast zijn wij actief op zoek naar manieren en middelen waarmee we het beheer kunnen verbeteren zodat de TAC’s en quota werken op een manier waarmee de teruggooi wordt verminderd tot een absoluut minimum of volledig wordt verboden.

Tenslotte, wat betreft het punt dat ter sprake is gebracht met betrekking tot Mauritanië, zou ik willen zeggen dat we net een nieuw Memorandum van Overeenstemming met Mauritanië getekend hebben en dat dit zal leiden tot een nieuw protocol dat voor Mauritanië dezelfde hoeveelheid zal garanderen die ze hebben op grond van het bestaande protocol maar dat een meer realistische weergave zal zijn van de werkelijke vismogelijkheden.

Dus we zullen Mauritanië via ontwikkelingsgelden betalen om het te helpen zijn visserij-infrastructuur en zijn economie in het algemeen te versterken, zodat Mauritanië op deze manier de volledige hoeveelheid wordt gegarandeerd. Maar wat we betalen voor de vis zou ten minste de werkelijke hoeveelheid vis weergeven die kan worden gevangen in Mauritaanse wateren.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter, rapporteur. (SV) Dank u, mevrouw de Voorzitter. Ja, mijnheer de commissaris, er zijn inderdaad vele redenen waarom men vis overboord gooit, maar ik ben nog steeds van mening dat bepaalde elementen in ons visserijbeleid de situatie verergerd hebben.

Ik wil u één ding vragen: ik begrijp niet goed waarom u tegen amendement 4 bent, want het gaat in dezelfde richting als wat u zelf beoogt. In het huidig verslag staat dat een teruggooiverbod slechts overwogen mag worden als alle andere maatregelen vruchteloos zijn gebleken. Het amendement houdt in dat een teruggooiverbod slechts een optie is nadat andere negatieve prikkels zijn uitgeprobeerd. Wij gaan altijd uit van dezelfde logica als amendement 4 wordt goedgekeurd, namelijk dat er een beleid inzake het teruggooiverbod bestaat, maar dat de toepassing ervan afhankelijk is van de specifieke situatie van elke soort vis. Ik begrijp niet waarom u hebt gezegd dat u tegen amendement 4 bent, maar we kunnen er later misschien nog eens over praten.

Het stemt mij optimistisch dat wij ondanks alles een zekere consensus hebben bereikt. Ik heb zowel met wetenschappers als met vissers gepraat. Hun meningen over wat er moet gebeuren lopen quasi gelijk. De Commissie en het Parlement denken in dezelfde zin en zelfs de vissers en milieuorganisaties volgen dezelfde redenering. Dat stemt mij toch een beetje optimistisch. Als alle partijen samenwerken, komen we beslist tot resultaten.

Er werd gevraagd om over amendement 10 in delen te stemmen. Ik verwijs hiervoor naar de mogelijkheid die mevrouw Fraga Estévez opperde om voor het eerste deel en tegen het tweede deel te stemmen.

Dank u en dank aan allen die aan dit debat en aan de werkzaamheden hebben deelgenomen. Het was leuk aan dit verslag te werken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats, donderdag 31 januari 2008.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Bogdan Golik (PSE), schriftelijk. (PL) Dames en heren, volgens de rapporteur wordt naar schatting mogelijk een kwart van de totale visvangst teruggegooid. Dit vormt een ernstig economisch en milieuprobleem dat ons niet onverschillig mag laten. De omvang van het fenomeen wijst op een enorme verspilling van visbestanden en een ernstige verstoring van de biodiversiteit ten gevolge van een onverantwoordelijk ingrijpen van de mens.

We zullen niet het gewenste resultaat bereiken door voortdurend aan de regels te sleutelen. In deze context is een veel omvangrijker optreden vereist – een compleet andere aanpak en denkwijze dan tot nu toe het geval is. We moeten onze doelstellingen duidelijk vastleggen, coherente instrumenten voor het gemeenschappelijk visserijbeleid aannemen en de nodige financiële middelen vrijmaken. Situaties als de huidige stand van zaken, waarbij de neveneffecten van sommige juridische instrumenten gewoonweg niet gekend zijn, moeten absoluut vermeden worden. Het opleggen van maximaal toegelaten hoeveelheden of minimale afmetingen bij aanlanding (vooral in het geval van gemengde visserijvormen) is hiervan een treffend voorbeeld, aangezien deze maatregel tot teruggooi leidt.

Ik ben het volledig eens met de rapporteur dat onze aanpak om teruggooi te beperken in de eerste plaats gebaseerd zou moeten zijn op positieve prikkels die vissers aanmoedigen om op zoek te gaan naar nieuwe en innoverende oplossingen voor vangstmethoden en -gereedschappen. We zouden ook meer gebruik moeten maken van hun ervaring en van de kennis van de wetenschappelijke gemeenschap.

Ik zou willen onderstrepen dat een doeltreffende informatiecampagne cruciaal zal zijn voor het slagen van deze strategie. Zonder dat de visserijsector begrijpt waarom het zo belangrijk is om overmatige teruggooi te beperken en zonder de algemene steun van de vissers is deze strategie gedoemd te mislukken.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid