5. Accreditatie en markttoezicht betreffende het in de handel brengen van producten – Gemeenschappelijk kader voor het in de handel brengen van producten – Toepassing van nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht – Veiligheidsaanduidingen op consumentenproducten (debat)
De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van de volgende verslagen:
– verslag van André Brie, namens de Commissie interne markt en consumentenbescherming, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het in de handel brengen van producten (COM(2007)0037 – C6-0068/2007 – 2007/0029(COD)) (A6-0491/2007),
– verslag van Christel Schaldemose, namens de Commissie interne markt en consumentenbescherming, over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende een gemeenschappelijk kader voor het in de handel brengen van producten (COM(2007)0053 – C6-0067/2007 – 2007/0030(COD)) (A6-0490/2007)
– en het verslag van Alexander Stubb, namens de Commissie interne markt en consumentenbescherming, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van procedures voor de toepassing van bepaalde nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht, en tot intrekking van Beschikking 3052/95/EG (COM(2007)0036 – C6-0065/2007 – 2007/0028(COD)) (A6-0489/2007),
en de volgende mondelinge vraag:
– mondelinge vraag van Arlene McCarthy, namens de Commissie interne markt en consumentenbescherming, aan de Commissie, over veiligheidsaanduidingen op consumentenproducten (O-0009/2008 – B6-0009/2008).
André Brie, rapporteur. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, vertegenwoordigers van het voorzitterschap, dames en heren, zowel inhoudelijk als juridisch gezien is de verordening inzake accreditatie en markttoezicht complex, en ze heeft alle kenmerken van een zeer droog en in hoge mate technisch instrument. Het staat echter buiten kijf dat de verordening zeer belangrijke politieke gevolgen heeft voor de consument en voor de gehele Europese economie. Het is voor iedereen duidelijk welke problemen voor de Commissie aanleiding waren haar voorstel te schrijven, problemen die ook ten grondslag liggen aan de talloze amendementen en besluiten die zijn goedgekeurd door de Commissie interne markt en consumentenbescherming tijdens de debatten over dit onderwerp. Ik zal mijn opmerkingen derhalve beperken tot drie specifieke onderwerpen.
Ten eerste is accreditatie tot dusver nog niet op Europees niveau geregeld, hoewel het in de meeste lidstaten wel in de praktijk wordt toegepast en het de prestaties van de markttoezichtautoriteiten wezenlijk beïnvloedt. Met het oog op de interne markt en het vrije verkeer van goederen in de EU is het voor de consument uiterst belangrijk dat er Europese regels komen voor accreditatie-instanties, opdat de duidelijke verschillen in kwaliteit en doeltreffendheid van de markttoezichtautoriteiten opwaarts kunnen worden geharmoniseerd. Daarom heeft het Europees Parlement het voorstel van de Commissie aangescherpt om zo beduidend strengere verplichtingen op te leggen aan deze instanties en aan de lidstaten. De verordening stelt overduidelijk dat de vercommercialisering van accreditatie-instanties niet is toegestaan, bepaalt dat ze zonder winstoogmerk moeten werken en niet mogen concurreren met andere instanties, en legt hun status als openbare instanties vast.
Ten tweede is aangetoond, onder andere door het voorval met de Amerikaans speelgoedfabrikant Martell vorig jaar, dat ondanks het feit dat de veiligheid en bescherming van consumenten en het milieu zijn geregeld in talrijke Europese richtlijnen en andere bindende normen, de huidige praktijk in veel gevallen ontoereikend is en dat er bovendien grote verschillen bestaan in de mate van handhaving van de regels aan de Europese grenzen en binnen de Europese markt, waarbij het toezicht in sommige gevallen zelfs ontoereikend is. Uiteraard zijn er veranderingen en verbeteringen nodig in afzonderlijke richtlijnen, zoals de richtlijn betreffende de veiligheid van speelgoed. De Commissie had met haar voorstel voor een verordening echter met name tot doel het systeem van markttoezicht te verbeteren, versterken en harmoniseren. Het Europees Parlement heeft dit standpunt niet alleen onderschreven, maar heeft ook vele aspecten ervan verder ontwikkeld en daarmee de verplichtingen van de lidstaten en de markttoezichtautoriteiten aanzienlijk geconcretiseerd en aangescherpt, inclusief de eisen op het gebied van samenwerking met de douaneautoriteiten. Daartoe behoorden naar onze mening ook een strikte informatieplicht voor de autoriteiten en bepalingen met betrekking tot het recht op vrijheid van informatie. Ik ben blij dat de Raad en de Commissie gehoor hebben gegeven aan dit verzoek van het Parlement.
Ten derde is het grootste succes is dat het Parlement heeft behaald en tevens de belangrijkste verbetering naar mijn mening dat nu ook consumptiegoederen zijn meegenomen. De voordelen van deze verordening, die zijn gelegen in haar strikt bindende karakter, kunnen worden gecombineerd met de voordelen van de richtlijn algemene productveiligheid, waartoe onder meer zeer uitgebreide maatregelen voor consumentenbescherming behoren, zij het met een minimaal bindend karakter. Zowel in juridisch als in technisch opzicht was dit het meest heikele punt in onze discussies en onderhandelingen met de Commissie en de Raad. De succesvolle uitkomst was zonder enige twijfel te danken aan het feit dat de drie instellingen het eens zijn geworden over de noodzaak van uitgebreidere consumentenbescherming en doeltreffender markttoezicht, ondanks het feit dat ze alle drie de voorkeur gaven aan een andere aanpak. Daarom wil ik ook graag commissaris Kuneva en commissaris Verheugen, de medewerkers van de Commissie, onze onderhandelingspartners van het Duitse en Portugese voorzitterschap en in het bijzonder die van het Sloveense voorzitterschap bedanken voor hun intensieve, constructieve en respectvolle samenwerking. Graag maak ik ook van de gelegenheid gebruik om mijn dankbaarheid uit te spreken jegens wijlen Michel Ayral. Hij had een groot aandeel in de organisatie van deze samenwerking en dat maakt zijn overlijden tot een nog groter verlies voor ons allen. Ik onderschrijf de visie van het voorzitterschap dat het nu behaalde resultaat zonder de overkoepelende samenwerking tussen de drie recentste voorzitterschappen praktisch onmogelijk zou zijn geweest.
Dankzij deze verordening is de juridische grondslag voor de gezondheid en veiligheid van de consument, de bescherming van het milieu en een behoorlijke productkwaliteit aanzienlijk verstevigd. Nu is het aan de lidstaten en de Commissie om de mogelijkheden die de verordening biedt aan te grijpen en tastbare verbeteringen voor de consument te bewerkstelligen. Ook wil ik graag schaduwrapporteurs Christel Schaldemose en Alexander Stubb nadrukkelijk bedanken voor de voortreffelijke samenwerking tijdens de voorbereiding van dit pakket.
Christel Schaldemose, rapporteur. − (DA) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, fungerend voorzitter van de Raad, dames en heren, eerst wil ik jullie graag allemaal bedanken voor de geweldige samenwerking bij de totstandkoming van dit pakket. Het was in vele opzichten een spannende ervaring. Dit was mijn eerste verslag als lid van het Parlement, zoals de schaduwrapporteurs weten, en ik vond het een zeer leerzame ervaring. Het was een hele uitdaging om aan drie verslagen te werken samen met andere rapporteurs. Een spannende ervaring!
Uiteindelijk hebben we baat gehad bij het feit dat er drie verslagen werden geschreven die elkaar deels overlapten, omdat we nu een coherente wettelijke regeling hebben voor de interne markt die een versterkend effect zal hebben op diezelfde markt. Er wordt momenteel veel gesproken over betere wetgeving en de Commissie zal zich ongetwijfeld wel eens achter de oren gekrabd hebben tijdens onze onderhandelingen, maar ik zou toch durven beweren dat het geleverde werk een voorbeeld is van een goed verlopen proces. Onze samenwerking was bijzonder doeltreffend en heeft tot een goed resultaat geleid. Er waren wel heel veel vergaderingen nodig om dit te bereiken, dat moet gezegd.
Ik zou graag drie punten nader willen toelichten waar we ons in het Parlement hard voor hebben gemaakt in verband met dit kader voor het in de handel brengen van producten; drie dingen die we hebben aangepakt en die van belang zijn om het bereikte compromis te kunnen steunen en er tevreden mee te zijn. In de eerste plaats denk ik dat het een grote overwinning is voor de consument dat we de eisen die worden gesteld aan ondernemingen in de hele toeleveringsketen hebben aangescherpt. Iedereen die in aanraking komt met een product zal er verantwoordelijk voor zijn te garanderen dat het product in kwestie veilig is en voldoet aan de EU-eisen. Dat geldt evenzeer voor de fabrikant in China als voor de importeur in Keulen en de distributeur in Kopenhagen. Meer in het bijzonder betekent dit dat een importeur niet langer kan beweren dat hij niet verantwoordelijk is als een geïmporteerd product gevaarlijk blijkt te zijn of in algemene zin niet aan de EU-voorschriften voldoet.
In de tweede plaats hebben we op de valreep nog overeenstemming weten te bereiken over het versterken van de CE-markering. Het was meteen vanaf ons eerste debat in de commissie duidelijk dat het lastig was te bepalen hoe dit probleem kon worden opgelost. Wat houdt de markering precies in? Hoe kunnen we de controles versterken? Is markering eigenlijk wel een betrouwbare garantie voor veiligheid? De uiteindelijke oplossing stelt ons in staat de CE-markering te handhaven en te versterken. Lidstaten zullen in de toekomst bedrijven en fabrikanten die misbruik maken van de CE-markering gerechtelijk gaan vervolgen. Tegelijkertijd zal dit ook de controle op de markt versterken, niet in de laatste plaats dankzij het verslag van de heer Brie. Alles bij elkaar betekent dit dat wij als consument in de toekomst veel meer vertrouwen kunnen hebben in producten met de CE-markering.
Toch hebben we – en dat is het derde punt – in het voorstel de Commissie ook verzocht het functioneren van de markering te onderzoeken. De CE-markering is niet per definitie de oplossing voor alle veiligheidsproblemen binnen de interne markt. De markering is in eerste instantie gericht op organisaties en autoriteiten op het gebied van markttoezicht. Daarom hebben we door middel van dit besluit de Commissie verzocht een onderzoek uit te voeren naar hoe de markt functioneert en veiligheidsaanduidingen voor de consument in het algemeen grondig te evalueren. De Commissie is momenteel met dit onderzoek bezig en we zijn erg benieuwd naar de resultaten.
Dit besluit is in juridisch opzicht niet wetgevend, maar het bevat wel een duidelijke politieke verplichting die inhoudt dat toekomstige productwetgeving gebaseerd zal worden op het kader dat we met dit besluit hebben geschept. Concreet betekent dit dat we deze definities en bepalingen met betrekking tot ondernemingen zullen meenemen als we met de richtlijn betreffende de veiligheid van speelgoed aan de slag gaan en ze daarin zullen integreren. Daardoor zal de interne markt daadwerkelijk een stuk veiliger worden. Ik ben er volledig van overtuigd dat we hiermee het veiligheidsniveau binnen de interne markt kunnen verbeteren ten gunste van consumenten en ondernemers. Allemaal hartelijk bedankt voor de samenwerking, met name de heer Stubb en de heer Brie.
Alexander Stubb, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, aangezien ik vier minuten de tijd heb, wil ik graag vier punten bespreken. Mijn eerste punt is niet dat het de verjaardag is van Malcolm Harbour, maar dat is het wel en dus moeten we hem feliciteren.
Het eerste punt is een woord van dank, want het is nu eenmaal onmogelijk om een wetgevingspakket als dit in je eentje erdoor te krijgen. Daarom wil ik eerst de heer Brie en mevrouw Schaldemose bedanken, die ik eigenlijk bijna mijn co-rapporteurs kan noemen. De samenwerking met jullie was erg aangenaam. Ook voor mij was dit het eerste wetgevingspakket en het is heel goed verlopen. Daarnaast wil ik ook graag mijn schaduwrapporteurs bedanken, in het bijzonder mevrouw De Vits, mevrouw Rühle en de heer Manders. Ook met jullie heb ik heel prettig samengewerkt. Verder wil ik de drie betrokken voorzitterschappen bedanken. Het Duitse voorzitterschap was als eerste betrokken, met Frank Wetzel. Zij hebben geweldig werk verricht. Daarna kwam het Portugese voorzitterschap, met Fernanda. Ook zij hebben heel goed werk geleverd, net als de Slovenen, die als derde voorzitterschap betrokken waren. Zij hebben laten zien wat nieuwe voorzitterschappen en voorzitterschappen door kleine landen zo buitengewoon maakt. Hartelijk dank Vinka, jullie hebben fantastisch werk verricht. Aan de “politieke kant” wil ik in het bijzonder de Commissie, commissaris Verheugen en Simon Mordue bedanken voor hun bijdrage en “op de werkvloer” Hans, Liliana en in het bijzonder de heer Ayral, die André zojuist al noemde. De heer Ayral is helaas vrij onverwacht overleden. Als het aan mij lag zou ik dit pakket het “Ayral-pakket” noemen als eerbetoon aan zijn werk, omdat hij een geweldige Europese ambtenaar was aan wie we allemaal een voorbeeld kunnen nemen. Tot slot nog een woord van dank aan Luca van de Juridische Dienst, aan Patricia van het secretariaat, en in het bijzonder aan mijn assistent Tuomas, die zo hard gewerkt heeft dat hij er een knieblessure aan heeft overgehouden. Anders gezegd: zijn knieën erkennen elkaar wederzijds niet meer, dus hij hier vandaag niet aanwezig zijn. Hij is de bezielende kracht geweest achter dit hele pakket.
Mijn tweede punt gaat over de achtergronden van wederzijdse erkenning. Kort gezegd is het begonnen in 1979 met het Cassis de Dijon-arrest en sindsdien zijn er 300 rechtszaken geweest, waarmee is aangetoond dat wederzijdse erkenning niet werkt. Van alle goederen is vijfenzeventig procent wel en vijfentwintig procent niet geharmoniseerd. Het aandeel geharmoniseerde goederen is goed voor 1 500 miljard euro oftewel 1,5 biljoen euro en het aandeel niet-geharmoniseerde goederen is goed voor 500 miljard euro. Met 150 miljard van die 500 miljard euro zijn er problemen. Volgens de Commissie zou het BBP met 1,8 procent toenemen als wederzijdse erkenning zou werken. De Commissie heeft hiertoe een goed voorstel gedaan, dat de lidstaten helaas hebben geprobeerd af te zwakken. Gelukkig heeft het Europees Parlement de belangen van de interne markt weten te beschermen en een ambitieus pakket erdoor gekregen.
Het derde punt gaat over wat we concreet hebben gedaan. Wat is er in procedureel opzicht veranderd? Eenvoudig gezegd was het tot nu toe zo dat het een kleine, middelgrote of grote onderneming twee tot drie jaar kostte om een geschil over wederzijdse erkenning te laten beslechten door de rechter. Nu is dat in wezen niet meer nodig, omdat we de bewijslast hebben verlegd naar de lidstaten. Feitelijk is het nu zo dat de lidstaat bewijs – en dat woord wil ik benadrukken – dient aan te leveren om aan te tonen dat een bepaald voorschrift in een andere lidstaat niet van toepassing is, in een procedure die tussen de 20 en 60 dagen duurt. Dus wat we gedaan hebben is de bewijslast verleggen. Ik wil alle kleine en middelgrote ondernemingen in Europa hierbij laten weten dat ze nooit meer een aanvraagformulier hoeven in te vullen om een product in een ander land op de markt te mogen brengen. Het verkeer van goederen is echt vrij. Als u toch problemen ondervindt, bel u ons dan of bel mij. U hoeft geen aanvragen meer in te dienen.
Het vierde en laatste punt dat ik wil aanstippen heeft betrekking op praktijkvoorbeelden en op de gebieden waarop het principe van toepassing is. Fietsen, steigers, brandalarmen, brood, plantaardige producten en ga zo maar door – het principe van wederzijdse erkenning is van toepassing op een zeer brede markt. Daarmee is mijn laatste punt dus, nu ik mijn dank heb uitgesproken, de achtergronden van de procedurele veranderingen heb toegelicht en praktijkvoorbeelden heb gegeven, dat alle Europese bedrijven vanaf nu hun producten zonder problemen op de markt zouden moeten kunnen brengen in een ander land.
(Applaus)
De Voorzitter. – U weet het altijd leuk te brengen mijnheer Stubb!
Arlene McCarthy, auteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil de leden opmerkzaam maken op het voortreffelijke werk dat onze rapporteurs hebben verricht met het goederenpakket. De heer Brie, mevrouw Schaldemose en de heer Stubb zijn, als ik het goed heb, alle drie maagden op wetgevingsgebied. Ik geloof dat dit hun eerste verslag voor dit Parlement was en ik moet zeggen dat ze heel goed werk hebben geleverd, samen met de medewerkers. Uiteraard gaat onze dank ook uit naar de commissaris vanwege zijn toewijding aan en betrokkenheid bij deze kwestie en naar de Raad en het voorzitterschap, die dit alles mogelijk hebben gemaakt.
Dankzij deze overeenkomst zal naar mijn mening het verkeer van veilige goederen op de interne markt vrijer worden. Tegelijkertijd voeren we een strengere regeling in om gevaarlijke producten te kunnen identificeren en te voorkomen dat ze op de markt komen en worden die strenge regels uiteraard gehandhaafd, zoals al gebeurt op het gebied van voedselveiligheid, medische apparatuur en bloedproducten. Enerzijds zal de goedkeuring van dit pakket, zoals mijnheer Stubb zojuist al zei, het voor bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen eenvoudiger maken hun producten te verkopen – gangbare huishoudelijke artikelen, fietsen, ladders, tanks, containers, enz. – en anderzijds zullen de consumenten kunnen profiteren van de grotere keuze aan kwalitatief hoogstaande en veilige producten.
Daarbij hebben we heel duidelijk gesteld dat het vrije verkeer van goederen niet ten koste mag gaan van de veiligheid. Dat is zeker niet gebeurd, want onze rapporteurs hebben in dit pakket getracht de veiligheidsregeling en het handhavingssysteem te versterken door middel van een aantal belangrijke eisen. Zo moeten alle producten die op de markt worden gebracht, ook als ze afkomstig zijn uit derde landen, voldoen aan de wet, ongeacht of dat de richtlijn betreffende de veiligheid van speelgoed is of de richtlijn betreffende elektrisch materieel. Ook zijn alle marktdeelnemers wettelijk verantwoordelijk – en ook aansprakelijk – voor de producten die zij op de markt brengen en voor de nauwkeurigheid van de informatie die zij verstrekken. Verder wordt het bestaande systeem van CE-markering versterkt om de consument meer kennis over en vertrouwen in producten te geven en wordt de coördinatie en de samenwerking van de markttoezichtautoriteiten vergroot, met name om in noodgevallen sneller te kunnen reageren en zo onveilige producten te kunnen identificeren en uit de handel te nemen.
Laten we even teruggaan naar het voorbeeld van speelgoed. De veiligheidswetgeving met betrekking tot testvoorschriften en -normen in de VS is beduidend minder streng dan in de Europese Unie en er zijn in de VS ook meer problemen geweest met defect speelgoed. Desondanks kon het gebeuren dat het terugroepen van dezelfde producten in de VS in juli plaatsvond en de lidstaten pas in september actie ondernamen om de defecte producten in de EU uit de handel te nemen. Daarom zijn de door onze rapporteurs doorgevoerde wijzigingen om sneller actie te kunnen ondernemen echt van wezenlijk belang.
Als we het vertrouwen van de consument willen winnen, moeten we ervoor zorgen dat defecte of gevaarlijke producten niet via sluipwegen alsnog op de markt kunnen komen. Als het Parlement deze nieuwe maatregelen vandaag goedkeurt, dan geven we daarmee naar mijn mening aan dat we een vrij verkeer van goederen wensen, dat we meer mededinging willen en de consument meer keuze willen bieden, maar dat veiligheid daarbij voorop blijft staan. Daarom hebben we het toezicht op de handhaving geïntensiveerd en de CE-markering de wettelijke bescherming gegeven die ze verdient. Op die manier kunnen importeurs en fabrikanten wettelijk worden vervolgd als ze hun verplichting om de consument te beschermen niet nakomen.
Ik wil u dan ook bedanken voor uw constructieve en intensieve werk, commissaris. We stellen het op prijs dat u de het initiatief heeft genomen tot de nieuwe richtlijn betreffende de veiligheid van speelgoed. Het is slechts een van de vele richtlijnen in het pakket van wetten dat we vandaag ter goedkeuring voorleggen en daarom wil ik u in mijn hoedanigheid van voorzitter van de Commissie interne markt en consumentenbescherming vragen aandacht te besteden aan een aantal belangrijke toekomstige kwesties om het vertrouwen van de consument te vergroten en te zorgen voor diens veiligheid en bewustwording.
Ik heb twee producten meegenomen vandaag: een speelgoedzeehond en een waterkoker. Een van beide producten heeft geen CE-markering, het andere wel. Dus het eerste valt waarschijnlijk niet onder de richtlijn betreffende de veiligheid van speelgoed en het laatste valt, naar we aannemen, onder de richtlijn betreffende elektrisch materieel. Toch is dit voor de consumenten verwarrend. Zij denken dat dit automatisch betekent dat de waterkoker veilig is. Dat is echter niet het geval. Het betekent alleen dat de waterkoker voldoet aan de richtlijn betreffende elektrisch materieel. Daarom heb ik vandaag drie verzoeken aan u. Ten eerste wil ik u vragen het idee onder de loep te nemen voor een aanvullende aanduiding op producten om de consument beter te kunnen informeren over de veiligheid ervan. Ten tweede verzoek ik u een grondig onderzoek uit te voeren naar de haalbaarheid van een dergelijke aanduiding en naar de mogelijke voordelen en risico´s die hier voor alle belanghebbenden, met inbegrip van bedrijven en consumenten, aan zijn verbonden. Ten slotte wil ik u vragen de mogelijkheden te onderzoeken om de geloofwaardigheid van de CE-markering te vergroten door maatregelen te treffen voor de versterking van de douanecontrole. Deze drie dingen kunnen ertoe bijdragen dat er voor de consument helderheid wordt geschept omtrent de CE-markering.
Andrej Vizjak, fungerend voorzitter van de Raad. − (SL) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik ben bijzonder vereerd hier vandaag samen met jullie aanwezig te zijn bij de plenaire vergadering van het Europees Parlement om te debatteren over het productenpakket. Het vrije verkeer van goederen is zonder twijfel een van de hoekstenen van de Europese integratie.
Ik ben verheugd te kunnen vaststellen dat we ook in dit jaar, waarin we de 40e verjaardag van de douane-unie vieren, weer een scherfje kunnen toevoegen aan het mozaïek dat de verbeterde werking van de Europese markt is. Het vrije verkeer van goederen was een van de eerste gebieden waarop Slovenië in aanraking kwam met de Europese wetgeving. Daarom doet het mij des te meer deugd dat we nu, tijdens het Sloveense voorzitterschap, de mogelijkheid krijgen om de overeenkomst te bekrachtigen door middel van dit productenpakket, dat een nieuwe mijlpaal is in de ontwikkeling van de interne markt van de Europese Unie.
Dit jaar, tijdens het Sloveense voorzitterschap, hebben er al zo'n 30 tot 35 vergaderingen op alle niveaus plaatsgevonden, en het is pas half februari. Eind november waren er ongeveer 300 amendementen ingediend op de tekst en daar willen we iedereen hartelijk voor bedanken, in het bijzonder de mensen die veel moeite hebben gedaan om deze resultaten te behalen.
Op het eerste gezicht lijkt het productenpakket wellicht erg technisch te zijn, daar kan ik me in vinden. Ik ben er echter van overtuigd dat Europese bedrijven ook zullen inzien dat deze wetgeving hun manier van zakendoen rechtstreeks zal gaan beïnvloeden.
Dit wetgevingspakket geeft de lidstaten hele duidelijke informatie over wat wel en wat niet is toegestaan wanneer ze te maken hebben met bedrijven die producten op de markt willen brengen. Bovendien wordt het voor bedrijven duidelijk wat ze van de nationale autoriteiten kunnen verwachten. Dan weten ze welke procedures er zijn, hoe lang het naar verwachting zal duren voordat de overheid hun zaak in behandeling neemt wanneer hun producten in een categorie vallen waarvoor geen geharmoniseerde communautaire wetgeving bestaat, en welke procedures er gevolgd kunnen worden om zulke producten eventueel uit de handel te nemen.
Dit is met name van belang voor kleine en middelgrote ondernemingen, aangezien zij ten opzichte van andere bedrijven onevenredig zwaar belast worden door de administratieve procedures. Zij zullen merken dat deze procedures dankzij de nieuwe wetgeving veel eenvoudiger zijn geworden en dat het productenpakket ten goede komt aan Europese bedrijven. Dat staat buiten kijf.
Daarnaast zal het ook de Europese consument ten goede komen, wat ik bijzonder belangrijk vind.
Dankzij de verordening inzake de accreditatie van markttoezicht kunnen we het markttoezicht versterken. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat de consument zoveel mogelijk kan beschikken over veilige producten die aan alle eisen voldoen.
Ook zorgen we er op die manier voor dat er gedegen toezicht wordt gehouden op producten die vanuit derde landen de Europese Unie binnenkomen en dat in de toekomst kan worden voorkomen dat er producten op de Europese markt komen die schadelijk zijn voor de gezondheid van de Europese burgers en, erger nog, hun kinderen.
De procedures die beschrijven hoe lidstaten moeten omgaan met onveilige producten zijn veel duidelijker geworden. Verder is ook de relatie met de wetgeving op het gebied van algemene productveiligheid duidelijk. Ik denk dat we zo het vertrouwen van onze burgers in de Europese interne markt het snelst kunnen doen toenemen.
Het productenpakket maakt tevens deel uit van de inspanningen om een beter wetgevingskader te scheppen.
Met het besluit betreffende een gemeenschappelijk kader voor het in de handel brengen van producten beschikken de Europese Commissie en beide wetgevende instanties over een duidelijke plattegrond of handleiding. De belangrijkste onderdelen hiervan zouden in de toekomstige technische wetgeving van de Europese Unie moeten worden opgenomen. Dat zal ertoe leiden dat de wetgeving van de Europese Unie begrijpelijker wordt en het voor de lidstaten eenvoudiger zal zijn deze uit te voeren.
Ik ben ervan overtuigd dat de nieuwe wetgeving ertoe zal bijdragen dat nationale overheden doeltreffender worden georganiseerd en dat bedrijven en burgers op doorzichtigere wijze te werk kunnen gaan. Dat zal de samenwerking tussen de lidstaten versterken en vereenvoudigen en op die manier bijdragen aan betere verhoudingen tussen de accreditatie-instanties en de instanties die toezicht houden op de markt van de Europese Unie.
Tot slot wil ik graag mijn dank uitspreken voor de bijzonder constructieve en flexibele samenwerking met de rapporteurs mevrouw Schaldemose, de heer Stubb en de heer Brie. Ook wil ik de Commissie en commissaris Verheugen bedanken voor hun niet aflatende steun en hun advies bij de totstandkoming van de uiteindelijke overeenkomst tussen het Europees Parlement en de Raad. Dit heeft er allemaal in zeer korte tijd toe geleid dat er nu geharmoniseerde en in mijn ogen uitstekende definitieve teksten liggen voor de drie documenten waarover gedebatteerd is.
We hebben met zijn allen laten zien dat de Europese instellingen saamhorig en doeltreffend functioneren, zeker als het gaat om het welzijn van de Europese burgers en de Europese economie.
Dank voor uw inspanningen en uw aandacht.
Günter Verheugen, vicevoorzitter van de Commissie. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, fungerend voorzitter van de Raad, dames en heren, het doel van dit initiatief, dat we bijna een jaar geleden presenteerden, was het vrije verkeer van goederen binnen de Europese interne markt te optimaliseren en tegelijkertijd het vertrouwen van consumenten en bedrijven in de regelgeving die de interne markt beheerst te vergroten.
Ik wil u dan ook allen bedanken voor uw inzet om dit doel te bereiken. Het is echt een opmerkelijke prestatie dat dit ingewikkelde en af en toe zeer technisch ogende pakket in zo’n korte tijd succesvol is afgerond. Dit succes is te danken aan de buitengewone inzet van alle partijen en van de rapporteurs, mevrouw Schaldemose, de heer Brie en de heer Stubb, die ik hierbij wil bedanken.
Ik ben de drie rapporteurs zeer dankbaar voor het feit dat ze in hun toespraken eer hebben betoond aan onze overleden collega Michel Ayral en de belangrijke rol die hij heeft gespeeld. Hij was feitelijk de architect van dit pakket en ik moet toegeven dat ik soms het gevoel had dat hij de enige was die het in zijn volle omvang begreep.
Tevens wil ik het Sloveense voorzitterschap bedanken dat dit project prioriteit heeft gekregen op de agenda. Het strekt het Sloveense voorzitterschap tot eer dat we vandaag dit pakket kunnen aannemen.
Ook geef ik graag toe dat de kwaliteit van dit omvangrijke wetgevingspakket door de behandeling in het Parlement verder is toegenomen en dat doet me deugd. Het is een schoolvoorbeeld van hoe de wisselwerking tussen de Europese instellingen zou moeten zijn.
Zodoende kunnen we nu een pakket voorleggen waar alle deelnemers aan de interne markt voordeel bij zullen hebben – bedrijven, met name kleine en middelgrote ondernemingen, en ook vooral consumenten.
De verordening inzake wederzijdse erkenning zal het in de toekomst voor bedrijven eenvoudiger maken hun producten in heel Europa op de markt te brengen, zonder dat ze daarbij worden gehinderd door belemmeringen in de vorm van uiteenlopende nationale voorschriften. Wij weten allemaal dat deze uiteenlopende nationale voorschriften meestal voortkomen uit puur protectionistische maatregelen uit vroeger tijden. In dat opzicht zullen de kleine ondernemingen de grootste winnaars zijn, omdat het voor hen het moeilijkst is deze door deze administratieve belemmeringen heen te komen.
Naar mijn mening is dit laatste punt van groot belang in het kader van de algemene politieke situatie. Er zijn momenteel meer dan 23 miljoen kleine en middelgrote ondernemingen, ook wel afgekort als mkb, in Europa. Zij vormen 99 procent van alle Europese bedrijven. Het is zelfs zo dat er maar 44 000 bedrijven zijn in heel Europa die niet tot de categorie van de kleine en middelgrote ondernemingen behoren.
Verrassend genoeg exporteert slechts 8 procent van alle bedrijven hun producten buiten de landsgrenzen, of dat nu naar andere landen binnen de Europese interne markt is of daarbuiten. Anders gezegd: meer dan 90 procent van alle Europese bedrijven is alleen actief op hun binnenlandse markt en maakt helemaal geen gebruik van de voordelen die de interne markt biedt. Ik denk dat een belangrijke reden hiervoor is dat het dagelijks toepassen van de voorschriften die de interne markt beheersen te veel praktische problemen oplevert. En die situatie is het vertrekpunt geweest voor onze voorstellen.
Dankzij de verordening inzake accreditatie en markttoezicht zal de doeltreffendheid van onze regelgeving voor de interne markt duidelijk toenemen en zullen we tevens de veiligheid van producten beter kunnen waarborgen, wat een van de voornaamste redenen was voor deze regels. De nieuwe regels zullen er ook voor zorgen dat de naleving van de toekomstige productnormen en de veiligheids- en kwaliteitseisen voortaan naar behoren kan worden gecontroleerd.
Op die manier vullen we de technische voorschriften voor de interne markt voor het eerst aan met een gemeenschappelijk beleid voor markttoezicht en we doen daarmee een grote stap in de richting van verbeterde productveiligheid.
Tijdens de eerdere beraadslagingen en ook tijdens het debat van vandaag is er veel aandacht besteed aan de CE-markering. Ik ben verheugd dat het Parlement de CE-markering versterkt opdat deze effectiever kan worden ingezet om de veiligheid van producten te kunnen garanderen.
Ondanks dat ben ik het volledig eens met mevrouw McCarthy. Sinds de invoering van de CE-markering zijn er inderdaad diverse vragen opgeworpen ten aanzien van deze markering. Een voorbeeld daarvan is de uniforme Europese veiligheidsaanduiding, waarover mevrouw McCarthy het eerder al had. Het doet mij deugd u te kunnen meedelen dat de Commissie niet alleen bereid is het onderzoek uit te voeren zoals gevraagd door het Parlement, maar dat we zelfs al zijn begonnen met de voorbereidende werkzaamheden omdat dit project in mijn ogen een dringende noodzaak is, en dat we de resultaten zo spoedig mogelijk aan u zullen voorleggen.
Zoals u weet werd de CE-markering destijds niet ingevoerd om als bron van informatie voor de consument te dienen. Dat misverstand blijft echter steeds terugkomen. De CE-markering is niet meer dan een bevestiging van het feit dat een product voldoet aan alle toepasselijke, geldende wetgeving. Voor de consumenten heeft de CE-markering uiteraard geen enkele betekenis, tenzij ze op de hoogte zijn van de bepalingen die op het betreffende product van toepassing zijn. Het lijkt me overduidelijk dat we dat niet van de consumenten kunnen vragen.
Weliswaar is de CE-markering in de meeste gevallen ook een veiligheidsaanduiding, maar dat is niet altijd en niet uitsluitend het geval. Consumenten willen vooral weten of hun product echt veilig is. Ik ben het dan ook helemaal eens met het Parlement. De Commissie ziet ook in dat het volledige systeem van de CE-markering opnieuw onder de loep moet worden genomen.
Ook wordt gekeken naar de mogelijkheid en het nut van een eventuele aanvullende aanduiding. We moeten heel nauwkeurig nagaan of dat haalbaar is en wat de gevolgen zouden zijn voor alle belanghebbenden. De Commissie staat in elk geval open voor suggesties op dit gebied en is volledig bereid met het Parlement en de Raad samen te werken.
Uiteraard behoort het ook tot onze taak te onderzoeken welke kosten zijn verbonden aan het invoeren van een nieuw systeem of het aanpassen van bestaande systemen en, wat nog belangrijker is, op welke manier beide opties ertoe kunnen bijdragen dat consumenten, fabrikanten, handelaren en de overheid meer waar voor hun geld krijgen.
Momenteel onderzoeken we ook een andere zeer belangrijke vraag, die betrekking heeft op het verband tussen een willekeurige specifieke aanduiding voor de consument en alle andere aanduidingen, waaronder de CE-markering.
Wat betreft het verzoek om de geloofwaardigheid van de CE-markering te vergroten door middel van strengere controles op producten van buiten de EU: zodra de lidstaten de verordening inzake accreditatie en markttoezicht hebben omgezet, zal deze daar in hoge mate aan gaan bijdragen. Ik denk dat het heel belangrijk is te onthouden dat de mensen de geloofwaardigheid van het hele interne-marktproject afmeten aan productveiligheid.
Het besluit betreffende een gemeenschappelijk kader voor het in de handel brengen van producten is van uitzonderlijk belang in verband met toekomstige wetgeving. Dit besluit vormt de maatstaf voor onze toekomstige wetgevingsbesluiten. Enerzijds is het besluit bedoeld om een hoog niveau van veiligheid te kunnen garanderen, wat onder meer terug te zien is in de bepalingen met betrekking tot de aansprakelijkheid van importeurs. Anderzijds zal het ertoe bijdragen dat het geheel van bepalingen samenhangender wordt, wat het voor bedrijven weer eenvoudiger maakt in praktijk aan de regels te voldoen.
De richtlijn betreffende de veiligheid van speelgoed, die al door de Commissie is aangenomen, is het eerste concrete resultaat van dit besluit dat we aan het Parlement hebben kunnen voorleggen. Binnenkort zullen er meer volgen.
De Commissie is meer dan tevreden met de politieke resultaten die hier vandaag geboekt zijn. Ik dank u allen voor uw levendige belangstelling en uw bijdragen. Die hebben ervoor gezorgd dat dit pakket, dat de totstandbrenging beoogt van een echt doeltreffende interne markt, een van de kernprojecten van de Europese integratie, een echte sprong voorwaarts is die de interne markt op een hoger kwaliteitsniveau brengt.
Op die manier benaderen we de volledige verwezenlijking van de interne markt het dichtst. Ik zeg bewust “het dichtst”, omdat ik wil benadrukken dat de Europese interne markt nooit volledig geharmoniseerd zal zijn en het de vraag is of dat überhaupt wenselijk zou zijn. Gezien de zeer uiteenlopende gebruiken en behoeften van de lidstaten van de Europese Unie moet er ook een zekere speelruimte blijven om die gebruiken in stand te houden en die behoeften te vervullen.
Het is belangrijk hierin een goed evenwicht te vinden, maar zoals ik al zei benaderen we met onze bepalingen de volledige verwezenlijking van de interne markt het dichtst. Ik ben van mening dat dit ook in hoge mate zal bijdragen aan grotere economische groei en meer werkgelegenheid in Europa. En daarmee is het ook meteen een antwoord op de vraag hoe Europa inspeelt op de economische uitdagingen van de 21e eeuw.
(Applaus)
Helmuth Markov, rapporteur voor advies van de Commissie internationale handel. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, fungerend voorzitter van de Raad, commissaris, de Commissie internationale handel is geheel tevreden met de inhoud van het verslag van mijnheer Brie. Samen met de andere leden van de Commissie interne markt en consumentenbescherming heeft hij zeer goed werk verricht en ze zijn erin geslaagd een evenwichtige positie in te nemen met betrekking tot dit ingewikkelde doch zeer belangrijke onderwerp.
Op het eerste gezicht lijkt de verordening maar heel weinig gevolgen te hebben voor de buitenlandse handel. Ik denk echter wel dat de interne markt en de buitenlandse handel steeds nauwer met elkaar verbonden raken. De kansen en de risico’s die ontstaan als gevolg van de toenemende openheid van onze markt moeten zorgvuldig worden beoordeeld en aangepakt. Er is een belangrijke rol weggelegd voor de Europese Unie bij het waarborgen van de correcte werking van de interne markt. Zij dient ervoor te zorgen dat deze werking niet in gevaar wordt gebracht door spelers van binnen of buiten de Gemeenschap.
Ik ben verheugd dat de ten principale bevoegde commissie de voorstellen van de Commissie internationale handel inzake de beperking van de toegang tot de markt voor producten met valse of misleidende CE-markeringen heeft aangenomen. Dit maakt het namelijk eenvoudiger om te kunnen verzekeren dat de informatie die aan de consument wordt verstrekt betrouwbaar en doorzichtig is. Bovendien schept het een breder kader waarbinnen actie kan worden ondernomen tegen corrupte praktijken die in strijd zijn met de nationale wetgeving en die van de EU.
Dit gezegd hebbende wil ik benadrukken dat er meer aandacht moet worden besteed aan het toezicht op producten afkomstig uit niet-EU-landen. Dat heeft niets te maken met protectionisme, maar het is nu eenmaal een feit dat de aanwezige regels veel vaker worden overtreden in landen waar de controle minder streng is dan in de Europese Unie. Hiermee kunnen we er ook voor zorgen dat fabrikanten die geld proberen te besparen door de technische en wettelijke eisen die de EU stelt ter bescherming van haar burgers te omzeilen en die mogelijk ook buiten de EU zijn gevestigd om van lagere productiekosten te profiteren, niet nog meer worden bevoordeeld.
Overigens kan het vestigen van een bedrijf in een lagelonenland in zakelijk opzicht misschien wel aantrekkelijk en voordelig zijn, maar dergelijke locaties hebben een zeer schadelijk milieueffect en zijn in sociaal opzicht volledig onacceptabel. Terugkomend op het verslag is het ook zeer verheugend dat de Commissie interne markt en consumentenbescherming het voorstel heeft aangenomen dat was ingediend door de Commissie internationale handel om hardere sancties mogelijk te maken voor herhaalde overtredingen.
We zijn ook zeer tevreden met het verslag van mevrouw Schaldemose. De geest van de amendementen die zijn ingediend door de Commissie internationale handel wordt er zeker in weerspiegeld, de letter niet altijd. Vermeldenswaardig is dat dit nieuwe voorstel voorziet in een gelijke verdeling van de verantwoordelijkheid voor alle bij de handel betrokken marktspelers, of het nu om fabrikanten, importeurs of handelaren gaat. Een ander belangrijk punt is dat importeurs van producten die afkomstig zijn uit landen buiten de EU verplicht zijn te verzekeren dat de betreffende goederen aan de toepasselijke communautaire eisen voldoen.
We hebben onze amendementen ingediend omdat we wilden bereiken dat importeurs samen met buitenlandse fabrikanten verantwoordelijk zouden worden gehouden voor al het letsel en alle schade die ontstaat als gevolg van gevaarlijke of niet-conforme producten. Het beoogde effect van dit voorstel is dat importeurs nauwkeuriger zullen gaan controleren of fabrikanten hun wettelijke verplichtingen wel nakomen. Dat willen we bereiken door te kennen te geven dat het een kostbare aangelegenheid voor ze kan worden als ze producten op de interne markt brengen die vooraf niet grondig zijn gecontroleerd. Dit zal niet alleen leiden tot eerlijke mededinging binnen de Europese Unie, maar het zal ook de stimulans verminderen om productiefaciliteiten te verplaatsen naar landen buiten de EU, waar de wet- en regelgeving minder streng is dan hier.
Ik steun dan ook de aanbeveling die wordt gedaan in het verslag om de lidstaten verantwoordelijk te maken voor het instellen van een krachtig en doeltreffend systeem voor markttoezicht dat snel ingrijpen mogelijk maakt en om tevens van hen te eisen dat ze de daartoe benodigde pool van bekwaam personeel en financiële middelen ter beschikking stellen. Als we willen dat onze marktvoorschriften correct worden toegepast en dat de Europese consument wordt beschermd tegen gevaarlijke producten of producten die in strijd zijn met het communautaire recht, dan is strikte handhaving noodzakelijk.
Peter Liese, rapporteur voor advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik spreek hier vandaag in de hoedanigheid van rapporteur voor advies van de Commissie milieubeheer over het Brie-verslag en ik zal me daarbij voornamelijk richten op markttoezicht, wat een belangrijk punt van zorg was binnen onze Commissie.
Er is de afgelopen maanden vaak gevraagd wat “CE” eigenlijk inhoudt, waar die twee letters voor staan. Zoals u weet staat CE voor “conform de Europese regels”, maar tijdens de discussie over de CE-markering heeft ook een grap de ronde gedaan als zou CE eigenlijk staan voor “Chinese export”. Het is treurig te moeten constateren dat de CE-markering wordt gebruikt door fabrikanten die zich niet aan de regels houden. Dat is niet altijd het geval, maar misbruik is wel heel gangbaar in het Verre Oosten. Deze praktijken zijn onaanvaardbaar, omdat ze risico’s inhouden voor de consument, de volksgezondheid en het milieu en omdat ze ook nog eens nadelige gevolgen hebben voor de bedrijven die zich wel aan de regels houden.
Ik wil heel duidelijk stellen dat het niet de bedoeling is dat conformiteit met de Europese regels bedrijven minder concurrerend maakt, net zomin als het de bedoeling is dat bedrijven winst maken door de regels aan hun laars te lappen. Daarom heeft de Commissie milieubeheer in het verleden al gepleit voor strenger markttoezicht, bijvoorbeeld in verband met de richtlijn inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten. Het doet ons dan ook deugd dat de Commissie met dit voorstel is gekomen. Het heeft wel lang geduurd voor het zover was, maar beter laat dan nooit. We stellen het dan ook op prijs dat het zo snel tot een overeenkomst is gekomen. De Commissie miliebeheer is ook van mening, net als de Commissie interne markt en consumentenbescherming, dat de door de Commissie voorgestelde overgangsperiodes veel te lang waren. Wij moeten ervoor zorgen dat deze regels zo snel mogelijk van kracht worden. De compromisdatum van 1 januari 2010 is niet waar we op hadden gehoopt, maar het is in ieder geval beter dan wat de Commissie had voorgesteld, zoals met zoveel andere dingen ook het geval is.
Ik roep de lidstaten op de benodigde mankracht beschikkaar te stellen en de vereiste maatregelen in de wetgeving op te nemen, zodat het markttoezicht echt snel wordt verbeterd en we de overgangsperiode niet nodig zullen hebben. In het belang van de consument en in het belang van eerlijke bedrijven moeten we nu snel actie ondernemen.
Karin Scheele, rapporteur voor advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil graag de rapporteurs feliciteren, als zoveelste in een lange rij felicitaties. Zelden heb ik in dit Parlement een debat meegemaakt met zo weinig confrontaties, terwijl het toch ging om een voorstel voor meer consumentenbescherming en voordelen voor bedrijven.
Ik heb het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid opgesteld over het Schaldemose-verslag. Onze commissie heeft het voorstel van de Commissie voor een besluit verworpen omdat het ons tot op de dag van vandaag niet duidelijk is waarom ze voor dat specifieke instrument heeft gekozen in plaats van wettelijk bindende voorschriften voor te stellen bij zo’n belangrijk onderwerp. Desondanks wil ik de rapporteur van de Commissie interne markt en consumentenbescherming bedanken en geluk wensen. Er waren ook veel sceptische geluiden te horen over de ruime toepassing van de methode die bekend staat als de “nieuwe aanpak”, omdat dat tot gevolg heeft dat de fabrikanten zelf de conformiteit van goederen gaan bevestigen en dat het markttoezicht bovendien zwakker wordt door de nieuwe aanpak omdat de bewijslast is omgedraaid. Wij zijn dan ook groot voorstander van het compromis dat inhoudt dat toepassing van de nieuwe aanpak geval per geval zal worden beoordeeld.
Jan Březina, rapporteur voor advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie. − (CS) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, in de eerste plaats wil ik mijn waardering uitspreken voor het fantastische werk van alle rapporteurs aan dit pakket. Als rapporteur voor advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie over het verslag van de heer Stubb, zal ik me in mijn bijdrage richten op een groep producten die ongeveer 25 procent uitmaken van het totaal en die onderworpen zijn aan het zogenoemde principe van wederzijdse erkenning van technische voorschriften tussen de lidstaten. De goederenmarkt waar het hier over gaat vertegenwoordigt een waarde van ongeveer 500 miljard euro. Tot deze categorie behoren onder meer bouwproducten, edelmetaalproducten en baby- en kinderverzorgingsproducten.
Ondanks het feit dat het Europese Hof van Justitie het principe van wederzijdse erkenning nu bijna 30 jaar geleden heeft vastgesteld in het Cassis de Dijon-arrest, is dit in de praktijk vaak niet terug te zien. Vandaar het belang en de noodzaak van deze wetgeving. Lidstaten maken regelmatig misbruik van hun positie door systematisch te voorkomen dat producten op hun eigen markt worden gebracht die in andere lidstaten volkomen wettig in de handel zijn gebracht. De praktijken van deze lidstaten veroorzaken niet alleen financiële schade voor kleine en middelgrote ondernemingen, die het meest worden beïnvloed door deze wetgeving, maar ze zorgen ook dat de betrokken ondernemers in administratief opzicht extra worden belast. Als ondernemers producten willen importeren in deze lidstaten, dan moeten ze nationale instanties en autoriteiten gehoorzamen en aanvullende veeleisende administratieve procedures doorlopen. Ze zullen hun producten alleen kunnen exporteren als ze zijn aangepast aan het niet-geharmoniseerde terrein.
Het is mogelijk de toepassing van het principe van wederzijdse erkenning doeltreffender te handhaven door een heldere procedure op te stellen, bewijslast, termijnen en verantwoordelijkheden vast te stellen voor zowel de ondernemers als de autoriteiten die een uitzondering willen maken op dit principe. Dit zal mede bijdragen aan de verwezenlijking van het vrije verkeer van goederen, een van de vier fundamentele vrijheden. Het zal ook het verstoorde evenwicht herstellen tussen ondernemers en de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor markttoegang. Ik heb er alle vertrouwen in dat de hoofddoelstelling van dit voorstel behaald zal worden en dat de Europese consument het meest profijt zal hebben van de doeltreffende handhaving en toepassing van dit principe.
John Purvis, rapporteur voor advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, voor twee van de drie verslagen in dit pakket was ik rapporteur voor advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie. Er is veel protest geweest van buitenaf voorafgaand aan de stemming in onze Commissie. Op het eerste oog leken deze protesten, die zogezegd de veiligheid en kwaliteit wilden bewaken, gegrond te zijn, maar in feite was er gewoon sprake van verkapt protectionisme gericht tegen mededinging door importproducten in de EU.
Wij geloven dat een vrije markt haalbaar is voor de Europese Unie en hopelijk ook voor de rest van de wereld en wij geloven ook dat vrije handel van belang is voor de ontwikkeling en de verrijking van zowel de Europese Unie als haar handelspartners, en daarom moeten we heel voorzichtig zijn dat we niet tegen wil en dank meegaan op deze protectionistische weg.
Het advies van de Commissie is wat afgezwakt in dat opzicht en ik ben blij te constateren dat de meest buitensporige protectionistische elementen zijn gematigd, mede dankzij de inspanningen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming.
Het zal mogelijk blijven voor importeurs en distributeurs producten aan te passen om ze geschikt te maken voor de EU-markt, maar in dat geval worden zij terecht verantwoordelijk voor de conformiteit. Daar staat tegenover dat van hen nog steeds wordt geëist dat ze verzekeren – ik herhaal: “verzekeren” – dat de producten die ze zonder aanpassingen op de markt brengen voldoen aan de EU-wetgeving. Ik vind dat “nagaan” hier meer op zijn plaats is dan “verzekeren” en ik zou graag van de commissaris horen of hij denkt dat “verzekeren” in deze context strookt met de bepalingen van de WTO en, in algemene zin, met het streven van de EU naar vrije handel.
Het doet mij ook deugd dat er niet meer wordt verwezen naar de richtlijn algemene productveiligheid (GPS). Zoals ik het begrijp zal de consument via de GPS-richtlijn beschermd blijven tegen gevaarlijke producten, ongeacht of deze is opgenomen in dit specifieke wetgevingspakket.
Het opnemen van de richtlijn zou alleen maar leiden tot nog meer onnodige bureaucratische verplichtingen bij de productie en het beoordelen van producten die niet eens bestemd zijn voor de consumentenmarkt. Daarnaast is het voor de Europese industrie belangrijk dat de ware betekenis en het ware belang van de CE-markering duidelijk worden gemaakt en ik denk dat we in dat opzicht wel vooruitgang boeken. Ik ben blij dat de commissaris heeft aangegeven dat hij in overweging zal nemen wat verder wordt gevraagd, zolang het voorgestelde maar uitvoerbaar is voor de industrie binnen de EU en voor exporteurs naar de EU.
Globaal genomen vind ik de strekking van dit verslag nu aanvaardbaar. Ik verwacht zelfs dat mijn socialistische en democratische collega’s uit de Industriecommissie dit een redelijk aanvaardbaar resultaat zullen vinden waar we blij mee kunnen zijn.
De Commissie industrie ziet uit naar de daadwerkelijke voltooiing van de interne markt voor goederen na de uitvoering van dit pakket, waar dan hoge en doeltreffende normen voor consumentenbescherming zullen gelden. Dit is een groot succes voor de Europese Unie, een succes dat bijna onvoorstelbare economische voordelen zal hebben voor onze ingezetenen.
Jacques Toubon, rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, collega’s, als rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken wil ik in de eerste plaats mijn lof uiten voor de kwaliteit van het werk van onze collega Alexander Stubb, met wie we – dat mag best gezegd worden - zeer nauw en prettig samengewerkt hebben. Ik ben blij dat er, in het verlengde van onze voorstellen, heldere definities zijn opgenomen van wat een technisch voorschrift is en van wat uitsluitingen zijn. Ook ben ik bijzonder blij dat de lastige kwestie van de taal is opgelost.
We weten ook allemaal dat in een van de overwegingen de voorrang van de richtlijn algemene productveiligheid is erkend; daar kom ik zometeen op terug. Daarnaast wordt in het Brie-verslag de verzekering gegeven dat industriële producten zo veilig mogelijk kunnen worden gemaakt.
Met het verleggen van de bewijslast, die de basis vormt van de tekst over wederzijdse erkenning, zijn we er ook in geslaagd de verantwoordelijkheid neer te leggen bij bepaalde marktdeelnemers en niet meer alleen bij administratieve instanties. Tot slot denk ik dat een toepassingstermijn van negen maanden voldoende is voor de verordening. Dat waren de hoofdpunten die zijn overgenomen uit mijn advies.
Als we de drie teksten als totaalpakket bekijken, dan lijkt mij dat ze het openstellen van de interne markt, oftewel het opheffen van belemmeringen, op succesvolle wijze in overeenstemming hebben weten te brengen met de zorg om veiligheid, die steeds duidelijker naar voren kwam, zeker na de gebeurtenissen van vorige zomer. Met betrekking tot wederzijdse erkenning zijn er intelligente oplossingen gevonden voor edelmetalen en wapens, categorieën die in het verleden problemen hadden opgeleverd.
Wat betreft toezicht en productaanduidingen ben ik van mening dat de mogelijkheid om de richtlijn algemene productveiligheid in de komende vijf jaar te herzien van wezenlijk belang is, evenals het aandringen op voorschriften voor nationale aanduidingen en de oproep een onderzoek in te stellen naar de Europese markering. Mevrouw de Voorzitter, ik ben van mening dat we hier te maken hebben met een wetgevingspakket van topniveau.
Othmar Karas, rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik ben de rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken inzake het voorstel voor een gemeenschappelijk kader voor het in de handel brengen van producten. We zijn het er allemaal over eens – en de commissaris heeft dit punt ook al aangekaart – dat productveiligheid met geloofwaardigheid te maken heeft. Geloofwaardigheid schept vertrouwen, geloofwaardigheid en vertrouwen zullen samen een betere interne markt scheppen.
De Commissie juridische zaken heeft zich bij de beoordeling van deze verordening op drie hoofdpunten gericht. Het eerste punt is dat het ontwerp en de fabricage van producten aan de geldende eisen moeten voldoen. Dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van de handelaren, integendeel: het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de fabrikanten. Handelaren en consumenten moeten kunnen vertrouwen op de marktspelers die producten op de communautaire markt brengen. De verplichtingen voor handelaren zouden zich moeten beperken tot specifieke controles.
Ons tweede punt van aandacht, dat ook mijn persoonlijke aandacht had, is de rol van de importeurs, die een bijzondere verantwoordelijkheid dragen. Importeurs hebben namelijk geen controle over het ontwerp van producten of de manier waarop ze gefabriceerd worden, maar zijn ondanks dat wel verplicht te garanderen dat de producten voldoen aan alle toepasselijke wettelijke bepalingen, omdat zij die goederen op de communautaire markt brengen.
Het derde aandachtspunt was het verzorgen van een heldere omschrijving van en het opheffen van de geheimzinnigheid rondom de CE-markering, die geen kwaliteitslabel is, maar slechts een aanduiding voor de conformiteit van producten met de toepasselijke bepalingen van het gemeenschapsrecht. Wij bedanken iedereen die bij dit proces betrokken was voor hun medewerking en wij zijn ingenomen met de verslagen die ter goedkeuring aan ons zijn voorgelegd.
Malcolm Harbour, namens de PPE-DE-Fractie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, mijn collega mijnheer Stubb liet zich eerder ontvallen dat het vandaag mijn verjaardag is. Daarom wil ik alle rapporteurs en alle leden bedanken, want voor mij als schaamteloze enthousiasteling voor de interne markt en de toekomst daarvan bestaat er geen mooier verjaardagscadeau dan de goedkeuring van dit pakket vandaag! Dat cadeau pakken we vandaag uit en ik wil u bedanken dat we die kans krijgen - we pakken het uit vanuit het oogpunt van de consumenten en de burgers.
Mijn collega's hebben alle betrokken personen al bedankt en daarom wil ik daar niet te veel tijd meer aan besteden. Ik wil echter wel de fungerend voorzitter van de Raad speciaal bedanken voor zijn aanwezigheid vandaag. Dat geeft duidelijk aan dat het voorzitterschap hier veel belang aan hecht. Ook wil ik hem bedanken voor zijn zeer grote betrokkenheid bij het werk van deze commissie in het Parlement - dat hebben we bijzonder op prijs gesteld. Ook de Commissie heeft grote inspanningen verricht om dit pakket tot stand te brengen. Daarnaast wil ik persoonlijk mijn eer betuigen aan Michel Ayral, met wie ik heb samengewerkt aan dit en vele andere dossiers. Hij was ook een groot voorstander van het hele project voor betere regelgeving, waar dit pakket feitelijk ook een onderdeel van is.
In zekere zin is dit een voorbereiding op ons debat van vanmiddag over de Lissabonstrategie, want een doeltreffend functionerende en concurrerende interne markt is van het allergrootste belang voor de strategie voor groei en werkgelegenheid. We willen dat bedrijven concurreren en consumenten vertrouwen hebben, om zo het niveau van werkgelegenheid en economische groei in Europa te behouden, en dat kunnen we bereiken met een werkelijk doeltreffende interne markt. Met betrekking tot producten willen we dat er voorschriften komen die voor bedrijven volledig helder zijn, zodat de teams die met de producten bezig zijn door kunnen gaan met het maken van uitmuntende ontwerpen en kwalitatief hoogstaande, veilige producten.
We moeten niet uit het oog verliezen dat bij het merendeel van de bedrijven mensen hun werk doen met dat in gedachten en dat die zeer gefrustreerd zijn doordat ze heel vaak productontwerpen moeten herzien of wederzijdse erkenning moeten aanvragen, zoals de zaken er nu voor staan - en dat is een hele vooruitgang.
De consumenten hebben echter recht op deze kwaliteitsproducten en ze verwachten dat wij zorgen voor de testprocedures om te kunnen garanderen dat producten die op de markt zijn ook aan dergelijke goedkeuringsprocedures zijn onderworpen.
In het verlengde van wat mijn collega de heer Purvis eerder heeft gezegd wil ik ook nog een opmerking maken, met name in reactie op de heer Liese, die nu niet aanwezig is: er zijn op het moment talloze bedrijven die voldoen aan uitmuntende normen voor ontwerp en kwaliteit en die toch samenwerken met Chinese of andere leveranciers. In het kader van mijn verjaardag - dan denkt een mens immers aan leuke dingen – wil ik u nog vertellen dat ik kort geleden een bedrijf heb bezocht dat modeltreinen maakt van twee bekende merken, Fleischmann en Rivarossi, ongetwijfeld bekend bij mijn Duitse en Italiaanse collega's. Dat zijn prachtige modeltreinen van hoogstaande kwaliteit. Producten van deze twee merken worden in Engeland ontworpen, maar in China gefabriceerd. Wie betwijfelt dat China in staat is kwalitatief hoogstaande producten te vervaardigen moet in het weekend maar eens een bezoek brengen aan de plaatselijke modeltreinwinkel en misschien net als ik een cadeautje voor zijn kleinzoon kopen.
Evelyne Gebhardt, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris Verheugen, mijnheer Vizjak, laat ik allereerst Malcolm Harbour feliciteren met zijn verjaardag. Ik ben blij dat we hem dit mooie verjaardagscadeau hebben kunnen geven. We zouden deze week eigenlijk wel “Week van de Interne Markt” kunnen noemen; het is uiteraard zeer belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan de interne markt. Gisteren hebben we twee goede, belangrijke verslagen gezien van de heer Newton Dunn en mevrouw Fourtou inzake het Douanewetboek en douanesamenwerking, gebieden die ook in het kader van de agenda van vandaag een belangrijke rol spelen. We kunnen ook met zekerheid stellen dat we nu een of twee regelknoppen hebben voor de markt en voor de consumenten en dat die nu in een overzichtelijk bedieningspaneel worden verwerkt. En dat is een goede zaak.
De drie voorliggende verslagen en de mondelinge vraag van Arlene McCarthy namens de Commissie interne markt en consumentenbescherming zijn staaltjes van werk die het Europees Parlement tot eer strekken. De rapporteurs en alle leden van het Parlement verdienen daarvoor onze dank. Ik wil graag ook mijn fractieleden Mia De Vits en Barbara Weiler bedanken, omdat zij nog niet zijn genoemd, en uiteraard onze eigen rapporteur Christel Schaldemose. Natuurlijk mag ook u niet ontbreken op mijn bedanklijst, mijnheer Stubb, net zomin als mijnheer Brie.
Ik ben van mening dat we met dit pakket een waardevolle en noodzakelijke bijdrage leveren aan de voltooiing van de wetgeving die de interne markt beheerst. Tegelijkertijd vergroten we de bescherming van de consument binnen de markt. De Sociaal-democratische fractie hecht veel belang aan het behalen van die doelstelling.
We zijn er echter nog lang niet. We zullen continu moeten waken over de veiligheid van producten die op de interne markt worden verhandeld. Wat dat betreft wil ik commissaris Verheugen hartelijk bedanken voor zijn zeer heldere en ondubbelzinnige aanpak van de toekomst van de CE-markering oftewel van hoe we ervoor kunnen zorgen dat er producten op de interne markt en in de Europese Unie worden voorzien van betere aanduidingen. Als we willen bereiken dat de consumenten en de burgers de Unie ook echt als hun Europese Unie gaan beschouwen en waarderen, dan is dit daarbij een heel belangrijk doel. In dit verband is dat een punt van groot belang.
We kijken halsreikend uit naar de resultaten van het onderzoek en het eventuele vervolg dat het zal krijgen, en ik ben bijzonder blij, mijnheer Verheugen, dat u zo duidelijk heeft gesteld dat dit onderzoek heel hoog op de prioriteitenlijst van de Europese Commissie staat. Dat is goed nieuws, want verwarring omtrent de CE-markering heeft bij consumenten al heel wat keren voor misleiding en verkeerde informatie gezorgd - en dat mag niet gebeuren. Aan die situatie moeten we in ieder geval een einde maken.
Verder ben ik blij dat we er, in de onderhavige verslagen en in de overeenkomst die we met de Raad hebben gesloten, in zijn geslaagd het voortbestaan te verzekeren van nationale kwaliteitsaanduidingen – uiteraard op voorwaarde dat deze nationale aanduidingen echt de consumentenbescherming vergroten en niet worden misbruikt of verkeerd worden uitgelegd uit protectionistisch oogpunt.
Een verdere voorwaarde waaraan moet worden voldaan – en daarmee zijn we al een heel eind op weg – is dat er uiteindelijk een Europese veiligheidsaanduiding moet komen die minstens gelijkwaardig moet zijn aan de nationale aanduidingen, zoniet hoogwaardiger. Pas dan kunnen we gaan praten over het afschaffen van de nationale aanduidingen.
Het is ook van groot belang dat we vandaag hierover kunnen stemmen en ik wil dan ook nogmaals minister Vizjak oprecht bedanken. Ik weet dat het ook voor de Raad niet gemakkelijk is geweest, zeker omdat we de Raad zwaar onder druk hebben gezet. Ik ben me er volledig van bewust dat de Raad liever wat meer tijd had gehad om te onderhandelen met het Parlement. Ik stel het bijzonder op prijs dat u alles in het werk hebt gesteld om de stemming nog deze week plaats te laten vinden. Dat is een goede zaak, omdat het de situatie duidelijk maakt. En daarvoor ben ik u dan ook bijzonder erkentelijk.
Janelly Fourtou, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik begin mijn verhaal uiteraard met een woord van dank aan het adres van de rapporteurs, de heer Stubb, de heer Brie en in het bijzonder mevrouw Schaldemose, omdat ze zeer doeltreffend werkt en dat weet te combineren met vrolijkheid, wat we allemaal erg hebben gewaardeerd.
Namens de commissie wil ik ook de heer McMillan bedanken voor zijn zeer ruime beschikbaarheid en het Sloveense voorzitterschap voor het toedienen van de benodigde prikkels om dit pakket er al in de eerste lezing door te krijgen.
De ALDE-Fractie is tevreden met het bereikte compromis, omdat onze aandachtspunten erin aan de orde komen en dan met name de aansprakelijkheid van importeurs en het systeem van de CE-markering.
We zijn allemaal gebaat bij een solide markt met solide marktspelers die veilige producten verkopen. Daarom steunt de ALDE-Fractie de bepalingen die van importeurs eisen dat ze nauwkeuriger te werk gaan bij het op de markt brengen van een product door ze er mede verantwoordelijk voor te maken, met alle consequenties van dien.
Met betrekking tot het systeem van CE-markering zijn we tevreden met het onderscheid dat is gemaakt tussen de bepalingen van de verordening en die van het besluit.
Persoonlijk vind ik het jammer dat we er nog niet helemaal in zijn geslaagd het probleem op te lossen van het aanbrengen van nationale aanduidingen. Dit is een terugkerend probleem. U herinnert zich wellicht nog dat we in februari 2006, toen we hebben gestemd over de aanname van de machinerichtlijn, de Europese Commissie hebben verzocht een verklaring af te leggen met als strekking dat ze “de voorwaarden duidelijk maakt voor het aanbrengen van andere markeringen in combinatie met de CE-markering, ongeacht of ze nationaal, Europees of privé zijn”.
De Commissie is haar toezegging nagekomen, maar het ontbrak ons – de leden van het Europees Parlement – en de lidstaten denk ik aan de politieke wil om een duidelijk standpunt in te nemen over dit onderwerp. Dat we dat verzuimd hebben is te betreuren, maar ik ben blij dat de heer Verheugen heeft aangekondigd dat dit onderzoek grondig zal worden onderzocht, want dat is zeker nodig.
De ALDE-Fractie steunt het compromis in zijn huidige vorm en is zeer tevreden met het verrichte werk aan de tekst.
Leopold Józef Rutowicz, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, er wordt al jaren gediscussieerd over de veiligheidsaanduidingen. Aangezien lidstaten verplicht zijn hun burgers te beschermen tegen producten die levens- of gezondheidsbedreigend zijn, hebben sommige van hen regelingen ingevoerd om bepaalde categorieën goederen te onderwerpen aan verschillende eisen, zoals aanduidingen en certificaten, en hebben ze de toepasselijke nationale autoriteiten verantwoordelijk gemaakt voor controle en toezicht op die regelingen.
Binnen de Europese Unie is de CE-markering voor een grote groep producten verplicht. De CE-markering verklaart dat het product veilig is en het moet net zo goed worden aangebracht op een strijkijzer van 5 euro als op een strijkijzer van 50 euro. Dus het heeft weinig zin om een plus/min-symbool toe te voegen.
Er zijn maar weinig bezwaren tegen de procedures voor het aanbrengen van de CE-markering. Het probleem zit hem in de onwettige veranderingen die worden aangebracht aan producten die al door de fabrikant zijn voorzien van een markering, de onwettige aanbrenging van de CE-markering en de toevoeging van soortgelijke producten aan reeds verkregen certificaten, zonder de benodigde certificatieprocedure.
Daarom is de EU gebaat bij een betere onderlinge afstemming van de maatregelen die door alle instanties op het gebied van consumentenbescherming zijn ingesteld. De grenzen van de EU moeten worden afgesloten om te voorkomen dat niet-gecertificeerde producten op de markt kunnen komen, er moet een doeltreffend informatie- en controlesysteem worden opgezet en er moet een strengere en uniformere sanctieregeling worden ingesteld om ervoor te zorgen dat het omzeilen van het CE-systeem niet loont. Kleine en middelgrote ondernemingen in de Europese Unie zouden, gezien de hoge kosten van certificatie, steun moeten ontvangen om de benodigde markeringen te verkrijgen. De UEN-Fractie steunt alle maatregelen die erop zijn gericht consumentenbescherming en het doeltreffend functioneren van de Europese markt te waarborgen.
Heide Rühle, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijn felicitaties aan de heer Harbour. Op de voortzetting van onze vruchtbare samenwerking! Natuurlijk bedank ik ook alledrie de rapporteurs. Zoals u wellicht weet, was ik namens mijn fractie de schaduwrapporteur voor alledrie de verslagen en daarom weet ik hoe onvermoeibaar u hebt geprobeerd de belangrijkste aspecten van dit Commissievoorstel te verbeteren. Tegelijkertijd bedank ik de heer Verheugen, die nogmaals benadrukte dat het Parlement het voorstel heeft verbeterd. Een belangrijke opmerking, omdat we allemaal hard hebben gewerkt aan deze wetgeving. We hebben echt ons best gedaan om de voorwaarden voor zowel ondernemingen als consumenten te verbeteren.
Dit pakket heeft drie elementen. Het hoofddoel van de verordening betreffende de wederzijdse erkenning van legaal in de handel gebrachte producten is de verwijdering van non-tarifaire belemmeringen ofwel protectionistische barrières. Binnen de commissie hebben wij echter het evenwicht bewaard, iets waarnaar de heer Verheugen heeft verwezen en waaraan ik ook veel belang hecht, hoewel het in dit debat soms over het hoofd is gezien. Enerzijds moeten non-tarifaire belemmeringen worden weggenomen, maar anderzijds zou het ook in de toekomst natuurlijk aan de lidstaten moeten zijn om vast te stellen dat bepaalde voorwaarden al dan niet zijn vervuld. Zo hebben wij in Duitsland bijvoorbeeld een probleem met nazi-symbolen. Als er dus specifieke problemen zijn met bepaalde producten die om ethische redenen niet kunnen worden erkend in afzonderlijke lidstaten, moeten die lidstaten het recht behouden die producten te verbieden. Het evenwicht wordt zo bewaard. Ik vind dit erg belangrijk omdat het de enige manier is om onder consumenten én relevante ondernemers een groot draagvlak te creëren voor de interne markt en het beginsel van één enkele markt. In dit opzicht hebben wij een enorme stap vooruit gezet.
Ook vind ik het belangrijk dat er contactpunten zijn ingesteld, maar dat er tegelijk is aangetoond dat deze niet tot nog grotere bureaucratie zullen leiden, aangezien zij al zijn opgericht in de dienstenrichtlijn en in het kader van de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties. Hoe meer contactpunten wij oprichten, hoe zwaarder de last voor de afzonderlijke lidstaten zou kunnen zijn. Ook in dit opzicht zijn we erg verantwoordelijk te werk gegaan.
Een ander, volgens ons belangrijk punt was te onderstrepen – hetgeen wij natuurlijk hebben gedaan – dat wederzijdse erkenning alleen werkt als de voorwaarden voor markttoegang in alle lidstaten hetzelfde zijn. Het lijdt geen twijfel dat de voorwaarden in de lidstaten uiteenliepen. Sommige lidstaten waren geneigd het markttoezicht al dan niet gedeeltelijk te privatiseren, andere kozen voor certificering, met een min of meer particuliere certificatie-instantie. Wij hebben overduidelijk gemaakt dat marktaccreditatie een louter publieke aangelegenheid moet zijn en wij hebben de afzonderlijke lidstaten grotere verantwoordelijkheid gegeven. Ik beschouw dat als een uiterst belangrijke stap.
Markttoezicht is natuurlijk ook de sleutel tot het creëren en behouden van productveiligheid in de Europese Unie. Wanneer wij het hebben over de aanscherping van richtlijnen en verordeningen moeten wij ons goed realiseren dat de effectiviteit van een richtlijn of verordening staat of valt met die van de instrumenten die uiteindelijk toezien op de naleving ervan, in dit geval de markttoezichtmechanismen in de lidstaten. In dit opzicht rust er nu een grotere verplichting op de lidstaten om hun markttoezichtsystemen te ontwikkelen, te financieren en van uitvoerend personeel te voorzien. Ik beschouw dit als een uiterst belangrijke voorwaarde. Het Parlement moet er de komende jaren op blijven toezien dat het betere markttoezicht echt vorm krijgt.
Een ander belangrijk aspect is het instrumentarium, waarvoor mevrouw Schaldemose verantwoordelijk was. Dit kaderbesluit biedt ons een instrumentarium voor toekomstige richtlijnen, waardoor de wettelijke samenhang in essentiële kwesties wordt gewaarborgd en er in het bijzonder een duidelijk en eensluidend standpunt wordt ingenomen over de CE-markering en ook een over de status van importeurs in de handelsketen. Wij hebben de verantwoordelijkheid van importeurs in de hele Europese Unie vergroot, hetgeen ook een erg grote stap vooruit was.
Alles bij elkaar kunnen wij bijzonder tevreden zijn over het vandaag voor ons liggende pakket, dat bovendien brede steun geniet van alle fracties.
Tot slot bedank ik het Sloveense voorzitterschap van de Raad: zonder de krachtige steun van het Sloveense voorzitterschap hadden we dit onderwerp nooit kunnen afronden in de korte tijd die ons restte voor de eerste lezing. Ik bedank in het bijzonder de Commissie en het secretariaat van de Commissie interne markt en consumentenbescherming, zonder wier hulp wij ons ongetwijfeld niet aan het tijdschema hadden kunnen houden en wij zeker geen echt compromis hadden kunnen opstellen vóór de eerste lezing.
Jaromír Kohlíček, namens de GUE/NGL-Fractie. – (CS) Dames en heren, in tegenstelling tot veel andere economische leren is marketing een echte wetenschap en als zodanig heeft hij zijn eigen vastomlijnde wetten en regels, die hetzelfde blijven voor iedereen die ermee te maken heeft. Bij deze regels moet onder andere worden gedacht aan de duidelijke technische specificatie van een product, de nadruk op het vinden van specifieke verschillen tussen vergelijkbare producten en de inspanningen om in duidelijk gespecificeerde omstandigheden de geografische aanduiding te beschermen. Deze laatste heeft echter over het algemeen niets te maken met de technische parameters van het product. Een van de aspecten van de interne markt is dat ernaar wordt gestreefd te voorkomen dat de verkoop van producten op het grondgebied van een andere lidstaat wordt beperkt doordat er non-tarifaire belemmeringen worden opgeworpen zoals kwantitatieve beperkingen, de verplichting de certificering in ieder land te herhalen, de niet-erkenning van octrooien, specifieke verpakkings- en etiketteringseisen aan producten buiten het douaneregime van de gemeenschappelijke markt, enzovoorts.
Om te helpen een einde te maken aan de verwarring of misschien zelfs aan de kunstmatige barrières voor het vrije verkeer van goederen, moet om te beginnen het bewustzijn worden vergroot. Ik verheug me dan ook over de inspanningen om in de afzonderlijke lidstaten een of meer productcontactpunten op te richten. Zij zullen als belangrijkste taak hebben informatie te verstrekken over de technische voorschriften in andere lidstaten.
Het voorstel spitst zich verder toe op de bewijslast. In deze context behandelt het ook een technische procedure, die erin kan resulteren dat een product geen toegang krijgt tot de markt in een andere lidstaat ondanks het feit dat dit product legaal in de handel is gebracht in een ander land of in de lidstaat van oorsprong. De procedure als geheel berust erop dat de dialoog tussen de bevoegde autoriteiten van de afzonderlijke lidstaten wordt verbeterd. Een effectievere communicatie is het belangrijkste aspect bij het vermijden van risico's in verband met een verbod op de verkoop van een product op de markt van bestemming.
Het probleem met het overigens prijzenswaardige initiatief is dat er wordt geprobeerd een scala van producten op te nemen in de richtlijn. Het zou naïef zijn te veronderstellen dat industriële producten –bijvoorbeeld auto's – en kleding, schoeisel en levensmiddelen op een vergelijkbare of zelfs identieke manier kunnen worden behandeld. Hoewel ik een groot voorstander ben van een uniforme aanpak, ben ik er ook van overtuigd dat de specifieke aanpak voor afzonderlijke producten moet worden gehandhaafd. Ik voorzie geen problemen in de geharmoniseerde sector, maar wel in het geval van producten waarbij de eisen nog niet zijn geharmoniseerd, met andere woorden buiten de geharmoniseerde productsector.
In de verordening krijgen marktdeelnemers twintig dagen de tijd om op besluiten van de bevoegde nationale instanties te reageren, dit op basis van het "openbaar belang", uit hoofde waarvan een product van de markt moet worden gehaald of moet worden verboden of, in sommige gevallen, wijzigingen moeten worden doorgevoerd voordat het product op de markt mag worden gebracht. Een positief aspect van het voorstel is de nadruk die wordt gelegd op de mogelijkheid dat de nationale rechterlijke instanties de besluiten herzien. Het enige onduidelijke aspect van het voorstel – dat ik in zijn totaliteit steun – is volgens mij de verwijzing naar het Verdrag. Zo heeft bijvoorbeeld artikel 5, lid 2 van het Financieel memorandum de titel "Meerwaarde van het communautaire optreden, samenhang van het voorstel met andere financiële instrumenten en mogelijke synergie." Als het voorstel verwijst naar het Verdrag van Lissabon zou ik dit incorrect vinden aangezien de ratificatie van dit Verdrag nog maar net is begonnen.
Tot slot zou ik willen zeggen dat de verordening volgens mij zal helpen een oplossing te vinden voor het probleem van de voortdurende verdubbeling van testen en certificaten, dat ontstaat doordat het ene land de door de andere autoriteit afgegeven certificaten ontoereikend acht. Als vertegenwoordiger van een exportbedrijf heb ik deze problemen in het verleden aan den lijve ondervonden en ik denk dat dit voorstel zal helpen er een oplossing voor te vinden.
Godfrey Bloom, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, vergeeft u mij, maar ik dacht zojuist toevallig terecht te zijn gekomen bij de Oscaruitreiking in Hollywood: iedereen feliciteerde elkaar, klopte elkaar op de schouder, gewoon geweldig! De heer Stubb heeft bijna iedereen bedankt, maar ik geloof dat hij zijn grootmoeder is vergeten. Ja, mijnheer Stubb, u hebt uw grootmoeder overgeslagen!
Ja, is het niet interessant? Wij harmoniseren, homogeniseren, reguleren en legisleren. Het lijkt wel alsof deze instelling ergens een manisch verlangen heeft om haar waarde aan te tonen door onophoudelijk actief te zijn: goed, slecht, middelmatig. Als we maar altijd druk bezig zijn. De veronderstelling hierbij is dat de Europese burger een soort achtergebleven kind is en dat wij de goedbedoelende, doch gebiedende ouders zijn: wij weten alles en wij controleren alles. Maar dat is niet zo, nietwaar? De mate van commerciële ervaring in dit Huis is erbarmelijk. Verpolitiekte ambtenaren en loonslaven zonder enig realiteitsbesef, die manisch gebrekkige en gevaarlijke wetgeving produceren, en wij aanstellers die gulzig drinken aan de publieke borst.
De opkomende landen zoals India en China – die op ditzelfde moment onze industriële productie aan het overnemen zijn – moeten ons wel met open mond gadeslaan. De mondiale mededinging in de handel heeft wel iets weg van een voetbalwedstrijd. Zij zien ons onze positie innemen op het veld, het fluitsignaal klinkt en we beginnen de bal fanatiek in ons eigen doel te schieten. Wat zullen zij ons achter onze rug uitlachen. Niet dat dit Huis ook nog maar enige legitimiteit heeft nu de nieuwe Grondwet erdoor wordt gejaagd, tegen de wil van de burgers in. Maar hun dag komt nog wel en dan staan wij met zijn allen voor het vuurpeloton, ons meer dan verdiende loon!
Jean-Claude Martinez (NI). – (FR) Mevrouw de Voorzitter, terwijl ik de heer Harbour feliciteer met zijn verjaardag, moet ik zeggen dat het wel lijkt alsof wij terug in de tijd zijn gegaan naar de jaren negentig. Toen produceerden wij ook aan de lopende band wetgeving ter voorbereiding op de interne markt en blijkbaar doen wij dat nog steeds, want vandaag liggen er nog eens twee verordeningen en een besluit voor ons, die het vrije verkeer van goederen moeten waarborgen. Feiten zijn feiten en het is een feit dat regeringen gek zijn op bescherming, om niet te zeggen protectionisme. Technische normen, formulieren en veiligheidseisen zijn allemaal non-tarifaire belemmeringen. Zo hebben wij in het autoproducerende Frankrijk bijvoorbeeld jarenlang vastgehouden aan gele koplampen in plaats van witte als een manier om het aantal buitenlandse voertuigen op onze wegen te beperken.
Nu hebben we de Commissie die een gemeenschappelijk kader voorstelt voor het vrij in de handel brengen van fietsen en ladders – waar vaders dan weer af kunnen vallen –, van levensgevaarlijk speelgoed voor kinderen, van ketels om hun moeders te verbranden en van diverse apparaten waarmee oma's en opa's zichzelf kunnen elektrocuteren.
Wij dachten – 23 jaar na ondertekening van de Europese Akte – dat alles in kannen en kruiken was: dat het Cassis de Dijon-arrest van 1979, gevolgd door nog een paar honderd arresten van het Hof van Justitie, had gezorgd voor wederzijdse erkenning van eenieders producten door iedereen. Maar wij hadden het mis! De interne markt is nog steeds een diverse markt en om een einde te maken aan alle regelgevende en technische kinderachtigheden die erin resulteren dat de grenzen op slinkse wijze opnieuw worden gesloten, stelt de Commissie voor het beginsel te hanteren dat de importeurs de kosten dragen: zij moeten verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de door hen ingevoerde producten en de bewijslast moet worden omgekeerd.
Dit gezegd zijnde, zijn de ter tafel liggende teksten weinig verrassend: het concept van wederzijdse erkenning wordt bevestigd en er wordt meegedaan met de mode van etikettering – nu "markering" genoemd – met het CE-logo, zijn goedgekeurde dimensies en sancties voor het oneigenlijke gebruik ervan en ziedaar, vijftien jaar na de ontmanteling van de grenzen en de douanecontroles verzoekt onze rapporteur André Brie om meer middelen voor de douanebeambten. Het is nogal wat om weer douanebeambten te hebben in een vrijhandelszone, hoewel Adam Smith, die nestor van de vrijhandel, naar het schijnt zijn laatste dagen heeft doorgebracht al rondkuierend in het douane-uniform van zijn vader!
En dus zeg ik: we doen het. Laten we de douanebeambte in ere herstellen, compleet met traditionele pet met klep. Die petten zullen we waarschijnlijk uit China moeten importeren, maar we zullen er tenminste voor zorgen dat ze veilig zijn. We zouden het tenslotte niet op ons geweten willen hebben dat een lid van de Commissie een zonnesteek oploopt!
Andreas Schwab (PPE-DE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik zou ook moeten beginnen met het bedanken van de rapporteurs en de andere leden die hun tanden hebben gezet in dit ingewikkelde dossier, maar in dit geval begin ik ergens anders mee. Iemand die ik uitdrukkelijk niet bedank, is de heer Bloom, die met zijn interventie niets constructiefs heeft bijgedragen aan de kern van dit debat. In dat opzicht heeft hij gefaald in zijn eigen streven om de last voor de Europese burger te verlichten. Daarnaast mag ik mijn vriend Malcolm Harbour hopelijk nogmaals mijn gelukwensen van gisteravond voor zijn verjaardag overbrengen.
Of dit pakket een mooi verjaardagscadeau is, staat nog te bezien. We zullen moeten afwachten hoe de lidstaten de besluiten die we nu samen met de Raad hebben genomen, zullen uitvoeren. Mijnheer Vizjak, ik ben u oprecht dankbaar voor uw inspanningen in deze kwestie, waarover wij het in Slovenië hebben gehad, en ik bedank ook de heer Verheugen. Het zal grotendeels draaien om een clausule van de hand van heer Stubb, die alle eer toekomt voor de soepele gang ervan door het Parlement. Ik heb het over de omkering van de bewijslast in de niet-geharmoniseerde sector van de interne markt. Dit beginsel zal het leven binnen de interne markt veel gemakkelijker maken, in het bijzonder voor kleine en middelgrote ondernemingen, met een minimale bureaucratie.
Ik hoop dat alle lidstaten hebben begrepen wat zij zich hiermee op de hals halen. De eigenaars van kleine ondernemingen of fabrikanten hoeven niet langer aan de regeringen te vragen of producten mogen worden ingevoerd; de lidstaten zullen voortaan moeten aantonen dat alle bepalingen die zij hebben vastgesteld noodzakelijk en proportioneel zijn. Ik garandeer u dat sommige lidstaten in dit opzicht ruw uit de droom zullen worden geholpen. Toch is het een bemoedigend signaal voor de interne markt en voor de op deze markt actieve kleine en middelgrote ondernemingen.
Ook ben ik mevrouw McCarthy en mevrouw Fourtou bijzonder dankbaar voor hun mededeling dat het Parlement zich niet pas is gaan bezighouden met de CE-markering en de betekenis ervan toen de kaderwetgeving voor de nieuwe aanpak was aangenomen, maar dat telkens wanneer de laatste jaren een richtlijn betreffende de CE-markering is besproken, wij herhaaldelijk hebben gevraagd of deze markering – die zoals bekend aanvankelijk louter was bedoeld als markering voor markttoezichtautoriteiten – de consument echt vertelt wat hij wil weten als hij een product koopt. De grens tussen consumptiegoederen en industriële goederen is natuurlijk erg moeilijk te trekken. Wij zijn ons er uiteraard van bewust dat we een goedkope, nauwelijks administratieve rompslomp veroorzakende oplossing moeten vinden. Mijnheer Verheugen, we zijn tegelijkertijd dankbaar dat u een studie wilt laten uitvoeren, die de unanieme steun geniet van onze gehele commissie. Wij hopen dat deze studie het overtuigende bewijs zal leveren dat de CE-markering in haar huidige vorm de consument wellicht niet alle informatie verschaft die hij nodig heeft.
Barbara Weiler (PSE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, fungerend voorzitter van de Raad, dames en heren, ongeveer een jaar geleden, op 14 februari, heeft de Europese Commissie dit nieuwe pakket maatregelen voor goederen voorgesteld, met als doel de handel op de interne markt een nieuwe impuls te geven. Het feit dat wij erin zijn geslaagd dit pakket vandaag na iets meer dan een jaar af te ronden, vind ik tekenend voor het erg snelle en efficiënte werk van het team dat dit pakket door het Parlement moest loodsen. De leden daar achteraan – uiterst rechts, als ik het zo mag formuleren – hebben hierbij geen rol gespeeld en hun bijdrage geeft mij de indruk dat zij tot op heden niet weten wat dit pakket inhoudt.
Wat mij in de loop van dit debat opviel, was het grote aantal obstakels dat nog steeds bestaat binnen de interne markt, terwijl Jacques Delors deze al in 1992 heeft geïntroduceerd. Het is verbazingwekkend welke reële moeilijkheden kleine en middelgrote ondernemingen ondervinden wanneer zij de markt van een andere EU-lidstaat proberen te betreden. Volgens de Commissie bestaat dit pakket uit maatregelen voor 22 bedrijfstakken met een gezamenlijke jaarlijkse productie van circa 1 500 miljard euro.
Wij hebben ervoor weten te zorgen dat voor toekomstige verbeteringen van het markttoezichtsysteem uniforme criteria zullen gelden, hetgeen van essentieel belang is. Bij een open markt moet er ook sprake zijn van toezichtmechanismen. Zo kunnen gevaarlijke producten gemakkelijker worden opgespoord en veilig worden gemaakt, kan fraude gerichter worden onderzocht en kunnen fraudeurs beter worden aangepakt. Zoals andere sprekers al hebben gezegd, worden in de toekomst zowel producenten als importeurs verantwoordelijk gesteld. Dit blijft niet slechts een dode letter, want er zal ook een aansprakelijkheidsbepaling komen inclusief sancties wegens niet-nakoming.
Dit markttoezichtsysteem is ook een groot pluspunt voor degenen die zich al aan de regels houden, omdat het een aanzienlijke verbetering inhoudt van de middelen om de rotte appels tussen fabrikanten en importeurs eruit te halen. Tot mijn stomme verbazing schijnen douaneautoriteiten en markttoezichtautoriteiten tot nu toe vrijwel niets te hebben geweten van elkaars activiteiten. Aan deze geheimzinnigheid en de zogenaamde behartiging van bedrijfsbelangen komt hier en nu een eind.
Wat de CE-markering betreft, is het Parlement gelukkig zijn eigen weg gegaan. Wij hebben niet toegegeven aan de overhaaste verzoeken van consumentenorganisaties om de CE-markering af te schaffen of aan de roep van de Commissie om ongerechtvaardigde opwaardering. Dit was niet de juiste weg en ik denk dat we nu wél de goede weg zijn ingeslagen.
In reactie op de tegenstand uit sommige kringen heeft het Parlement ook gezorgd voor het behoud van de nationale markeringen – niet alleen de Duitse, maar ook de andere – totdat we het ideale alternatief zullen hebben gevonden.
Als sociaaldemocrate ben ik daarnaast trots op een bepaald beginsel zowel in onze resolutie als in de verordening zelf. De formulering ervan was tot op het laatst ietwat controversieel, maar we zijn erin geslaagd vast te leggen dat de nationale accreditatie-instanties niet mogen concurreren met andere nationale accreditatie-instanties en dat hun openbare taak hen als het ware heilig moet zijn. Dit was, geloof ik, ook het consensusstandpunt. Wat wij allemaal belangrijk vonden, was de noodzaak van grotere transparantie.
Het is verbazingwekkend hoe weinig er nog steeds wordt samengewerkt en ik denk dat dit pakket ook de weg zal vrijmaken voor een betere samenwerking tussen de overheden.
Tot slot nog een woord over het pakket in zijn geheel. Het is een aanwinst voor Europa's bedrijven en voor zijn burgers. Veel dingen worden gemakkelijker, veel procedures minder bureaucratisch – en dus uiteraard minder kostbaar – en toch wordt de veiligheid voor de consument vergroot. Om een uitdrukking uit het bedrijfsleven te gebruiken: met recht een win-winsituatie.
Toine Manders (ALDE). – (NL) Voorzitter, ik wil de rapporteurs, collega's Stubb, Schaldemose en Brie, hartelijk danken voor hun constructieve en snelle werkwijze, want op deze wijze moet wetgeving gemaakt worden, snel en degelijk. Ik wil ook de Commissie en het Raadsvoorzitterschap bedanken.
Voor dit soort wetgeving hebben we juist Europa samengesteld en het is goed om een enorme boost te geven aan de economie, met name het MKB. Wij krijgen heel vaak klachten van kleine bedrijven die zeggen dat ze belemmerd worden in hun export en hun bedrijfsvoering omdat de grenzen gesloten blijven terwijl iedereen spreekt over de interne markt. Dit zal leiden tot meer draagvlak voor de Europese Unie. De kleine bedrijven zijn toch de kurk waarop onze economie drijft en het is ook de sector die zorgt voor de banen die wij heel erg nodig hebben binnen de Europese Unie.
Ook bij de lidstaten zal dit leiden tot meer draagvlak want we besparen hierdoor veel administratieve lasten, 150 miljard per jaar. De begroting van dit jaar is 120 miljard. Laat dus geen enkele lidstaat meer zeggen dat de Europese Unie te duur is, want ze houden er zelfs geld aan over. Er staan nu niet hele hordes persmensen buiten omdat dit een heugelijk feit is, maar ik denk toch wel dat dit even gezegd moet worden.
Wij als liberalen zijn natuurlijk erg blij dat de interne markt verstevigd wordt. Meer dynamiek in de economie zal leiden tot meer welvaart in Europa, wat goed is voor zowel de bedrijven als de consumenten, dus goed voor de Europese Unie.
Ik zal geen gebruik maken van mijn volle tijd, want inhoudelijk hebben al heel veel collega's de zaak geroemd. Ik zal dus niet op de technische punten ingaan. Het is een prima stuk. Ik hoop dat we het unaniem kunnen aannemen en dat het snel in werking treedt.
De Europese Commissie handelt, nu ook vanwege de omkering van de bewijslast, behoorlijk adequaat als lidstaten misbruik maken van de procedures om de markten te beschermen. Er wordt in dergelijke gevallen snel en accuraat ingegrepen. Ik denk dus dat het goed zal werken.
Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, de Europese Unie is een bonte verzameling van waarden, ervaringen en historische – en sociale – diversiteit. Vaak verschillen wij niet alleen in onze ervaringen uit het verleden, maar ook in onze huidige wetten en verplichtingen, die worden overgeheveld naar de Europese instellingen, werkplekken en burgers.
We leven in een tijd van diepgaande sociale, economische en culture veranderingen, die helaas bepaalde negatieve gevolgen hebben. Er zijn echter ook veel goede en positieve ontwikkelingen uit voortgekomen, waaronder in het bijzonder de liberalisering van kapitaal, goederen en diensten en het vrije verkeer van personen. Deze ontwikkelingen creëren weliswaar goede omstandigheden voor economische activiteiten, maar we zien ook dat kapitaal vaak vóór de mensen komt, waardoor hun gezondheid en zelfs hun leven in gevaar komt.
Daarom moeten we alle mogelijke controleprocedures versterken. Het CE-systeem moet – zoals sommige leden al hebben gezegd – niet alleen worden versterkt aan onze grenzen, maar ook op onze interne markten en dan met name binnen de commerciële netwerken. Er moet rekening worden gehouden met het belangrijke feit dat het scala van nu door super- en hypermarktketens geproduceerde goederen de verbeelding tart. We moeten aandacht hebben voor het markeringsysteem én voor de andere middelen die tot onze beschikking staan om de kennis onder de consumenten en hun vermogen om te kiezen tussen producten, te vergroten.
VOORZITTER: DIANA WALLIS Ondervoorzitter
Kathy Sinnott (IND/DEM). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, deze verslagen zijn erop gericht de regulering van de markt voor producten te verbeteren, vooral door een grotere erkenning van de CE-markering en de uitbanning van het misbruik ervan. Allemaal prima, maar in mijn bijdrage aan dit debat zal ik enigszins uitwijken naar een in deze verslagen over het hoofd gezien aspect dat volgens mij toch uiterst relevant is voor de discussie over producten.
Het doel van de verschillende voorgestelde maatregelen is mensen ertoe aan te zetten producten te kopen en liefst Europese. Hoe kunnen wij deze aanmoediging van meer consumentisme rijmen met de noodzaak om verstandig om te springen met onze hulpbronnen? Dus om te begrijpen dat we deze moeten delen, niet alleen met de rest van de wereld, maar ook met de toekomstige generaties?
Sommige lidstaten zijn hoofdzakelijk bezig met de versterking van hun economie terwijl andere de kwestie van verantwoord milieubeheer op één lijn stellen met de handel. Deze landen proberen concurrerende handel te verenigen met het behoud van een goede en duurzame levensstandaard en een goed en duurzaam productgebruik. Energie-efficiëntie, gebruik van recycleerbare en weinig toxische materialen zijn allemaal een stap in de goede richting, maar een belangrijke aanvulling hierop is de afschaffing van "geplande veroudering": de opzettelijke vervaardiging van niet-duurzame en niet-herstelbare producten.
Toen ik mijn eerste magnetron kocht, koos ik bewust een goede, die een hele tijd mee zou gaan. Dat bleek twee jaar te zijn. Toen ik hem terugbracht, kreeg ik te horen dat het niet de moeite was hem te repareren en dat niemand dit kon doen. En dus kocht ik een andere goede. Die ging ook twee jaar mee. Nu koop ik ieder jaar een zo goedkoop mogelijke nieuwe magnetron, die vervolgens gewoon wordt weggegooid.
We moeten er bij onze harmonisatie op letten dat we verantwoordelijke landen de mogelijkheid laten om producten met een geplande veroudering te verbieden en dat we landen aanmoedigen om alleen duurzame en herstelbare producten toe te laten, aangezien deze anders aan het einde van de cyclus met bergen afval blijven zitten.
Zita Pleštinská (PPE-DE). – (SK) Dames en heren, ik heb vandaag genoten van de prima sfeer tijdens het debat over de interne markt en ik bedank iedereen die er een bijdrage aan heeft geleverd. Democratie vereist natuurlijk wel dat we ook naar andere geluiden luisteren, zoals die van mijn collega, de heer Godfrey Bloom.
Ik heb een zoon die Andrej heet en daarom weet ik dat de naam Andrej "sterk" en "krachtig" betekent. Iemand met dezelfde naam, minister Andrej Vizjak, geeft dit debat een erg dynamisch karakter. Ik wijs erop dat de Raad in dergelijke debatten gewoonlijk niet is vertegenwoordigd. Het eerste vereiste voor een goed functionerende Europese interne goederenmarkt is dat de belemmeringen voor marktdeelnemers worden weggenomen en dat er gunstige omstandigheden worden geschapen voor de bedrijven, in het bijzonder voor de 23 miljoen kleine en middelgrote ondernemingen. Wat het aantal producten uit de ontwikkelingslanden betreft, moeten we de met de globalisering gepaard gaande uitdagingen het hoofd bieden.
Een mogelijkheid is om duidelijke wettelijke voorschriften op te stellen zodat alle tot de Europese markt toegelaten producten aan dezelfde veiligheidseisen voldoen als de binnen de Gemeenschap vervaardigde producten. De grondbeginselen van het wetgevingspakket inzake het in de handel brengen van producten zijn enerzijds de verantwoordelijkheid van de fabrikanten om erop toe te zien dat hun producten voldoen aan de bestaande Europese regels en anderzijds de verantwoordelijkheid van de lidstaten, die moeten zorgen voor het toezicht op de EU-markt. Ik geef toe dat het onderwerp Europese normalisatie mij nauw aan het hart kwam te liggen toen ik namens het Europees Parlement rapporteur was voor de financiering van de Europese normalisatie en ik denk er hier en nu in het Europees Parlement nog steeds hetzelfde over.
Ik ben mij ervan bewust hoe belangrijk dit wezenlijke EU-beleid is en verheug me over de betrokkenheid van commissaris Verheugen. Als rapporteur voor de PPE-DE-Fractie heb ik mijn aandacht ook gericht op de amendementen op het verslag van mevrouw Christel Schaldemose ter vergroting van de verantwoordelijkheden van importeurs, ter verlichting van de administratieve lasten voor kleine en middelgrote ondernemingen en tot gebruik van de nieuwe aanpak als kader voor het in de handel brengen van producten. Daarnaast heb ik gewezen op de noodzaak van effectievere informatiecampagnes ter vergroting van het bewustzijn van de consument: dit is de hoeksteen van een groter consumentenvertrouwen in de interne markt van de EU.
In mijn amendementen heb ik mij met name geconcentreerd op de consument en op het belangrijke feit dat consumenten beschermd moeten worden tegen producten die een gevaar opleveren voor hun gezondheid. Daarnaast heb ik gewezen op de noodzaak van effectievere informatiecampagnes ter vergroting van het bewustzijn van de consument: dit is de hoeksteen van een groter consumentenvertrouwen in de interne markt van de EU. In de praktijk blijkt dat de CE-markering op het moment onvoldoende garanties biedt dat een product echt veilig is. Daarom hebben wij met dit wetgevingspakket geprobeerd de CE-markering een grotere betekenis te geven, sancties in te voeren voor het misbruik ervan, de regels voor de toekenning ervan aan te scherpen en het systeem van marktcontroles aanzienlijk te versterken.
Het overeengekomen compromis houdt onder andere in dat een aantal van de artikelen betreffende de CE-markering wordt overgeheveld naar de verordening, hetgeen een zeer positieve ontwikkeling is. Tot slot bedank ik mevrouw Christel Schaldemose en de andere rapporteurs voor hun constructieve samenwerking die ons heeft geholpen bij de uniformisering van de terminologie, procédés en modellen voor de nalevingsbeoordeling zodat we deze tot tevredenheid van alle Europese consumenten kunnen gebruiken bij de herziening van de sectorale richtlijnen, in het bijzonder de langverwachte speelgoedrichtlijn.
Mia De Vits (PSE). – (NL) Voorzitter, mijnheer de commissaris, minister Vizjak, collega's, ik zou iedereen willen danken voor de goede samenwerking, maar speciaal toch Alexander Stubb, die als rapporteur ons, als schaduwrapporteurs voor zijn verslag, op een zeer open manier betrokken heeft bij alle besprekingen. Dank daarvoor.
De stemming van het goederenpakket is een serieuze stap voorwaarts in het bereiken van de eengemaakte Europese goederenmarkt en de drie voorstellen als een geheel zijn noodzakelijke instrumenten voor de goede werking van een eengemaakte goederenmarkt. Het principe van de wederzijdse erkenning bestaat, maar het bestaat vooral op papier. Al te vaak wordt het principe genegeerd. De interne markt werkt vandaag nog niet zoals Jacques Delors het zich een kwart eeuw geleden voorgesteld had. De Europese Commissie heeft berekend dat bedrijven daardoor 2 tot 10 procent meer moeten betalen om hun goederen in een andere lidstaat op de markt te krijgen en dit door de oncorrecte toepassing van het principe van de wederzijdse erkenning. Jaarlijks komt dit inderdaad neer, zoals u ook, mijnheer Stubb, berekend heeft, op 150 miljard euro voor de hele Unie. Dat is nefast, zowel voor bedrijven en hun werknemers, maar ook voor de consumenten die op die manier hogere prijzen moeten betalen. Het was dus hoog tijd om het principe van de wederzijdse erkenning uit de anonimiteit te halen en het correct toe te passen. Daarom die strakke uitgewerkte procedure met omkering van bewijslast, waarbij de Commissie ook op de hoogte moet worden gebracht op het einde van de procedure over de beslissing van de lidstaat. Ik hoop dat de Commissie ook op het einde van de procedure zal optreden als er nog altijd regeltjes overblijven die niet op objectieve gronden gestoeld zijn.
Een paar zaken voor de toekomst: strenge kwaliteitscriteria voor nationale controle-instanties is een stap voorwaarts maar op termijn moet er gewerkt worden aan meer samenwerking over de grenzen heen op het vlak van de controle. Onze Commissie interne markt bracht een bezoek aan de haven van Antwerpen en we hebben daar gezien hoe de douanediensten langs de ene kant meer middelen vragen - en dat is een kwestie van de nationale lidstaten - maar ook vragende partij zijn om meer grensoverschrijdend te kunnen werken en daar moeten wij aan werken voor de toekomst.
Ten tweede, de duidelijkheid rond de CE-markering is een stap voorwaarts maar ik steun de vraag van collega's McCarthy en Gebhardt om voor de toekomst te werken aan een echt veiligheidslabel. Ik verwelkom, commissaris Verheugen, het positief antwoord dat u daarop gegeven hebt. Wederzijdse erkenning moet nu beter kunnen functioneren en daarvoor zal iedereen op het terrein zijn verantwoordelijkheid moeten nemen, de lidstaten en ook de Commissie. Het blijft echter de second best solution . Wij verwachten dan ook dat er in de toekomst nog harmoniserende wetgevende initiatieven komen tot voltooiing van de interne goederenmarkt.
Frédérique Ries (ALDE). – (FR) Mevrouw de Voorzitter, met alle respect voor de heer Bloom, die inmiddels de benen heeft genomen, sluit ik mij aan bij de loftuitingen aan het adres van onze drie corapporteurs en bedank ik hen voor de door hen geïnvesteerde tijd en voor hun doorzettingsvermogen om dit eerlijke compromis te bereiken, deze win-winsituatie voor de Europese productie en de consumentenveiligheid.
Aangezien ik slechts twee minuten heb en spreek als lid van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid beperk ik mij, zoals u hopelijk zult begrijpen, tot essentiële punten en dan met name tot de kwestie van het CE-markeringssysteem. Zeven maanden na het Mattel-incident en het – zoals reeds gezegd – van de markt halen van meer dan twintig miljoen in China gemaakte stuks speelgoed voorzien van CE-markering staat de Unie onder grotere druk dan ooit om het markeringssysteem te verbeteren. De laatste jaren heeft de Unie een flexibel, vrijwillig systeem op basis van de "nieuwe aanpak" bepleit – een methode die ongetwijfeld haar voordelen heeft, maar die, wanneer zij op zichzelf staat, wellicht niet geheel effectief is als bepaalde fabrikanten tegen de regels in de CE-markering gebruiken en de consument dus duidelijk in gevaar brengen in termen van veiligheid.
Dit pakket maatregelen is dan ook van essentieel belang omdat het de met het probleem belaste autoriteiten – te weten de instanties voor goedkeuring en certificatie en de douanediensten – de wapens in handen geeft om misbruik van het CE-markeringssysteem tegen te gaan.
Het is geen toeval dat het Europees Parlement zich al meer dan eens – recentelijk nog in de resolutie over gevaarlijk speelgoed uit september 2007 – heeft uitgesproken voor strenger markttoezicht. Onze rapporteur, de heer Brie, heeft hierop sterk de nadruk gelegd.
In januari 2004 al heb ik, met de hulp van Peter Liese, Karin Scheele en Claude Turmes, in mijn verslag over de richtlijn betreffende het ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten betreurd dat een zeer groot aantal producten duidelijk niet voldoet aan de veiligheidseisen en dat bepaalde zowel verplichte als vrijwillige markeringssystemen onbetrouwbaar zijn. Vier jaar later lijkt het erop dat we weinig vooruitgang hebben geboekt en ik spreek namens heel veel deskundigen die dit onderwerp bij ons hebben aangekaart als ik zeg dat dit een spijtige zaak is.
Alle maatregelen die de rechtszekerheid vergroten en industriëlen en kleine en middelgrote ondernemingen extra ondersteunen, zijn natuurlijk welkom. Ik denk hierbij aan het in het verslag aangekondigde lokale productcontactsysteem en aan de aankondiging vanochtend van Alexander Stubb van zijn eigen, persoonlijke informatiepunt. Wie weet noemt hij het wel Stubb/SMEs.com; hoe dan ook wens ik hem er alle succes mee en ik moet zeggen dat ik net als mijn collega in de desbetreffende mondelinge vraag mijn reserves heb ten aanzien van de bijkomende aanduiding en de verenigbaarheid ervan met het bestaande systeem.
Ik deel volledig in de bezorgdheid van Arlene McCarthy, met haar leerzame voorbeeld van de ketel vanochtend, en ben blij dat de heer Verheugen heeft aangegeven dat er op dat punt echt dingen aan het veranderen zijn.
Tot slot, mevrouw de Voorzitter, wijs ik erop dat de regels die wij hier opstellen alleen de moeite waard zijn als zij – zoals zou moeten – worden nageleefd door de Europese fabrikanten en distributeurs en ook – een cruciaal punt, zoals Mia De Vits zojuist heeft opgemerkt – door de marktdeelnemers uit derde landen, in het bijzonder de importeurs.
Wiesław Stefan Kuc (UEN). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, de laatste paar jaar zijn er steeds meer gevallen geweest waarin goederen die niet voldoen aan de EU-normen op de EU-markt zijn gebracht. Het gaat niet alleen om Chinees speelgoed. Er is ook sprake van piraterij van pesticiden, plantenverzorgingsproducten en zelfs geneesmiddelen, die niet alleen niet beschermen of genezen, maar vaak ook echt schadelijk zijn. Deze drie verslagen – van de heer Brie, mevrouw Schaldemose en de heer Stubb – gaan over het op de EU-markt in de handel brengen van producten, over de toepassing van technische voorschriften op goederen die legaal in de handel zijn gebracht en over de eisen inzake accreditatie en markttoezicht. Zij maken geen inbreuk op het grondbeginsel van het vrije verkeer van goederen binnen de EU-markt, maar dragen bij tot de bescherming van deze markt en tegelijkertijd die van onze burgers.
Zoals de rapporteurs aangeven, moeten wij ervoor zorgen dat uitzonderingen worden afgeschaft en dat de voorgestelde verordeningen en besluiten op de grootst mogelijke schaal worden toegepast en functioneren. Het zou wenselijk zijn dat er zo mogelijk één enkel document wordt opgesteld naar het voorbeeld van andere verordeningen van dit type, waarin de problemen uitvoerig worden behandeld. Zo zouden we talrijke herhalingen van argumenten en termen en eventueel daaruit voortvloeiende strijdige interpretaties kunnen voorkomen. De ons voorgelegde ontwerpen en verslagen zijn een prima basis voor een allesomvattend homogeen document.
Małgorzata Handzlik (PPE-DE). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik feliciteer alledrie de rapporteurs met hun uitstekende, constructieve verslagen. Het op het grondgebied van de EU in de handel brengen van producten is zonder enige twijfel een erg serieuze zaak. We herinneren ons allemaal de recente problemen als gevolg van het op de EU-markt in de handel brengen van onveilig speelgoed. De controle-instanties van de EU hebben dit speelgoed niet ontdekt omdat het toezichtsysteem zoals in veel andere gevallen ineffectief is gebleken.
Steeds vaker brengen fabrikanten zonder enige controle de CE-markering aan op hun producten, ook al voldoen de betrokken producten niet aan de EU-criteria. De CE-markering wordt bovendien herhaaldelijk vervalst. Dit zijn enkele van de redenen waarom de Commissie dit pakket inzake het op de EU-markt in de handel brengen van producten heeft voorgesteld.
Ik wil even stilstaan bij een van de drie onderdelen van dit pakket, namelijk het verslag van de heer Brie over accreditatie en markttoezicht. De in dit verslag behandelde kwestie van de CE-markering lijkt mij bijzonder belangrijk. Ik ben blij dat de leden zich op het standpunt hebben geplaatst dat de CE-markering de beste garantie moet zijn dat er is voldaan aan de EU-normen en – als allerbelangrijkste – dat zij er voorstander van zijn de rol van deze markering te vergroten.
Een in dit verband behandelde belangrijke kwestie is het probleem van andere op de EU-markt bestaande nationale markeringen. Ik wijs er hierbij op dat toen Polen toetrad tot de EU dit land herhaaldelijk te horen kreeg dat het niet de veiligheidsmerktekens van andere landen over moest nemen in zijn eigen nationale systeem. Wij hebben deze instructies opgevolgd en gingen zelfs zover dat we ons eigen merkteken "B", het Poolse symbool voor productveiligheid, hebben afgeschaft. Het was dan ook belangrijk voor ons dat de EU-aanpak wordt gerespecteerd en dat de nieuwe wetgeving het non-discriminatiebeginsel omarmt en wel doordat zij verbiedt andere veiligheidsmerktekens dan "CE" in te voeren.
Het doet mij bijzonder deugd dat de Raad, de Commissie en het Parlement dit standpunt niet hebben verlaten en de desbetreffende clausules hebben geschrapt en de status-quo hebben gehandhaafd. Toch denk ik dat we gezamenlijk moeten werken aan de Europese CE-markering teneinde op langere termijn andere markeringen van de markt te verwijderen, hoewel er hiertoe pas een initiatief kan worden ontplooid als de Commissie zich over deze kwestie heeft gebogen.
Anna Hedh (PSE). – (SV) Dank u, mevrouw de Voorzitter. Ook ik bedank de rapporteurs bijzonder hartelijk voor hun uitstekende werk. Het was erg opwindend om hun vorderingen te volgen.
Hoewel ik een voorstander ben van samenwerking met een intergouvernementeler karakter realiseer ik mij dat er gevallen zijn waarin onze wetten binnen de Unie zo uniform mogelijk moeten zijn. Het wetgevingspakket betreffende het op de interne markt in de handel brengen van producten is zo'n geval, want wat wij in de EU produceren en invoeren, circuleert vrijelijk op de interne markt. De veiligheid van de consument op de markt gaat voor mij boven alles.
Ik verwelkom dan ook de voorstellen van de rapporteurs in het wetgevingspakket, die de Commissievoorstellen in veel gevallen verbeteren. Zo wil mevrouw Schaldemose bijvoorbeeld dat de importeurs er verantwoordelijk voor zijn dat hun producten voldoen aan de EU-regels.
Dit lijkt mij bijzonder belangrijk, nu we ook de richtlijn inzake de veiligheid van speelgoed moeten herzien in het kader van de problemen op de speelgoedmarkt die recentelijk in het middelpunt van de belangstelling hebben gestaan. Het lijkt mij niet meer dan logisch dat de importeurs verantwoordelijk worden gesteld en sancties riskeren als zij gevaarlijke producten invoeren. Wie anders? Daarnaast moet het CE-markeringssysteem worden gewijzigd en verbeterd. Hoewel juist die kwestie het gevoeligst ligt, vind ik dat de rapporteurs veel vooruitgang hebben geboekt.
Zoals mevrouw Schaldemose heeft gezegd, is het CE-markeringssysteem niet de oplossing voor al onze veiligheidsproblemen op de interne markt. Veel consumenten denken momenteel echter dat de CE-markering betekent dat producten veilig zijn, niet in het minst wanneer het speelgoed en gadgets betreft. We hebben mevrouw McCarthy dit zien aantonen met behulp van een ketel en een stuk speelgoed. Het is onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het markeringssyteem wordt verbeterd en dat het markttoezicht in alle lidstaten echt functioneert.
Tot slot onderstreep ik eens te meer dat onze consumenten op de eerste plaats moeten komen, want zonder beschermde en geruste consumenten zal er geen bloeiende markt zijn.
Magor Imre Csibi (ALDE). – (RO) Ik heb een paar opmerkingen over de CE-markering. Deze is momenteel van toepassing op alle producten die onder een Europese richtlijn vallen. Zolang fabrikanten de meeste producten kunnen markeren zonder enige inspectie door een derde autoriteit of een onafhankelijke instantie zal deze markering niet efficiënt zijn. Dit is het eerste probleem.
We zijn het er dan ook allemaal over eens dat het huidige CE-markeringssysteem voor producten de Europese consument niet de garantie geeft van veiligheid. De CE-markering was in feite niet eens bedoeld als veiligheidsmerkteken.
Geachte commissaris Verheugen, vorig jaar zei u dat we nooit honderd procent productveiligheid zouden hebben. Daarom vraag ik de Europese Commissie om niet alleen na te denken over beter markttoezicht en strengere douanecontroles, maar ook over zwaardere sancties voor bedrijven die producten vervaardigen of importeren die niet voldoen aan de EU-normen en -richtlijnen.
Laten we niet vergeten dat de meeste Europese consumenten denken, zonder hierover geïnformeerd te zijn, dat een product met CE-markering in Europa is vervaardigd of door een Europese onafhankelijke instantie is gecertifieerd. Dit is het tweede probleem. Zelfs de heer Verheugen meent dat de huidige CE-markering wellicht enigszins verwarrend is. Dit is onacceptabel en daarom verzoek ik de Europese Commissie informatiecampagnes te lanceren voor de Europese consument, opdat hij de CE-markering niet langer verwart met een kwaliteits- en veiligheidsmerkteken.
Geachte commissaris en collega's, we zijn het er allemaal over eens dat er een merkteken moet zijn voor productveiligheid. Ofwel wordt de huidige CE-markering verbeterd ofwel komt er een bijkomende aanduiding – er moet zo snel mogelijk een oplossing komen. De interne markt betekent niet alleen het vrije verkeer van goederen, maar ook doeltreffende maatregelen ter bescherming van de consument.
Zuzana Roithová (PPE-DE). – (CS) Geachte commissaris, de dynamische ontwikkeling van de interne EU-markt en de zelfs nog dynamischer invoer van schadelijke producten, met name uit China, nopen ons tot de modernisering van de regels voor het in het handel brengen van producten, inclusief die welke nog niet zijn geharmoniseerd. Dit drieledige wetgevingspakket zal het papierwerk vereenvoudigen en het tegelijkertijd voor de lidstaten gemakkelijker maken om het toezicht te verbeteren op de EU-markt, die tegenwoordig meer dan één niveau kent. Na een uitgebreid debat zullen er dan ook strengere eisen worden gesteld aan de hele leveringsketen, van de fabrikanten in de EU of in China tot importeurs en distributeurs in de EU. De regels voor de accreditatie van instanties en de wederzijdse erkenning van certificatie worden geharmoniseerd.
Naast de toezichtinstanties gaat de bewustwording van de consument een grotere rol spelen: geïnformeerde consumenten zouden ook in staat moeten zijn producten van elkaar te onderscheiden aan de hand van hun markeringswijze en vandaar onze inspanningen om het Europese CE-merkteken te versterken, waardoor toezichtinstanties en geïnformeerde consumenten weten dat een product voldoet aan de Europese kwaliteits- en veiligheidscriteria. Ook moeten we het misbruik ervan tegengaan, waaronder opzettelijke verwarring met andere markeringen zoals “China Export”.
Ik heb ontdekt dat de Europese markering tot nu toe niet is geregistreerd en dus heb ik de Commissie verzocht dit te doen. Hoewel de Commissie heeft aangegeven dat de registratieprocedure is opgestart, maakte de gepubliceerde kennisgeving geen melding van de registratie-aanvraag. Ik verzoek de Commissie nogmaals op dit punt actie te ondernemen.
Geachte commissaris, ik verzoek u ook met klem de Europese markering voor de internationale markten te registreren. Beide maatregelen zullen verdere juridische stappen tegen misbruik vergemakkelijken, ook die met het oog op compensatie. Vertragingen in deze vind ik onvergeeflijk. Ik waardeer het uitstekende werk van de Commissie bij de samenstelling van dit “goederenpakket” en in het bijzonder het grondige werk van alle rapporteurs, die ik prijs vanwege dit prima resultaat.
Manuel Medina Ortega (PSE). – (ES) Mevrouw de Voorzitter, zo'n dertig jaar geleden heeft het Hof van Justitie het beginsel van wederzijdse erkenning vastgelegd in zijn Cassis de Dijon-arrest. Een van de rapporteurs van vandaag, de heer Stubb, zegt dat dit pakket maatregelen een poging is om het Cassis de Dijon-arrest op wetgevingsniveau toe te passen. Het arrest kan echter niet worden vervangen door een wetgevingstekst omdat het in feite een instrument is dat het Hof van Justitie heeft gebruikt om de harmonisatie van de interne markt af te dwingen.
Het huidige pakket maskeert de in dit debat naar voren gekomen grotere noodzaak, namelijk die van echte harmonisatie van de productie binnen de Europese Unie.
Het huidige systeem van wederzijdse erkenning betekent dat we te maken kunnen krijgen met ketens die zo sterk zijn als de zwakste schakel. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de gekkekoeienziekte, toen de Britse regering besloot de procedure voor de productie van vleesbeendermeel te dereguleren. Recentelijk gebeurde het ook op een ander gebied, met Equitable Life, toen de financiële sector onvoldoende was gereguleerd.
Het pakket is geen stap, maar een stapje vooruit want het is niet meer dan logisch dat regeringen de bescherming van hun burgers niet uit handen geven – mevrouw Hedh heeft het precies weergegeven – zolang er, ten eerste, regeringen zijn die er niet in slagen het hoogste controleniveau te bereiken en er, ten tweede, geen EU-controlesysteem is. Kortom, dit is een slecht substituut voor echte regelgeving op EU-niveau die de 27 nationale regelingen vervangt.
Het Europees Parlement zal dit pakket waarschijnlijk goedkeuren. Hoewel dit een goed pakket is, kunnen we nog niet op onze lauweren rusten omdat we zonder echte communautaire regelgeving, zonder echte certificering van de kwaliteit die de burgers in de hele Europese Unie geruststelt, niet veel vooruitgang zullen boeken bij de totstandbrenging van de markt voor Europese producten.
(Applaus)
Anja Weisgerber (PPE-DE). –(DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het feit dat we het goederenpakket bij de eerste lezing kunnen aannemen, spreekt boekdelen over de zeer goede samenwerking die heeft plaatsgevonden binnen het Europees Parlement en tussen het Parlement en de Raad.
Dit is niet alleen een belangrijk wetgevingsproject voor degenen die actief zijn in de handel, maar vooral voor de consument. Met dit pakket nemen wij handelsbelemmeringen weg die het gevolg zijn van uiteenlopende technische voorschriften in de lidstaten en garanderen wij tegelijkertijd de kwaliteit van de op de Europese markt verhandelde producten. De nieuwe wetgeving zal ervoor zorgen dat producten die niet voldoen aan de EU-regels of onveilig zijn, snel van de markt worden gehaald of niet eens op de markt komen. Gevaarlijke producten moeten onverwijld bij de Commissie worden gesignaleerd zodat zij in alle lidstaten uit de handel kunnen worden genomen. De samenwerking met niet-EU-landen – u hoeft maar te denken aan China – zal door de verordening worden verbeterd door middel van maatregelen als gezamenlijke programma's en de uitwisseling van technische expertise.
Met deze nieuwe bepalingen zorgen wij voor een efficiënt markttoezicht en een beter onderzoek in heel Europa en daar gaat het uiteindelijk echt om.
Bij al onze discussies en onderhandelingen hebben we ons in de eerste plaats gericht op de consument. De CE-markering betekent bijvoorbeeld dat de fabrikant heeft voldaan aan de Europese eisen voor het desbetreffende product. Nu moeten importeurs echter een grotere verantwoordelijkheid krijgen naast de fabrikanten. Valse of misleidende CE-markeringen worden met name verboden en degenen die zich hiervan bedienen, worden strafrechtelijk vervolgd in de lidstaten. Dit alles beschermt de consument én de eerlijke ondernemer die zich aan alle regels houdt. Eén van onze grootste successen is het behoud van de beproefde nationale veiligheidsmerktekens zoals het Duitse "GS." Consumenten kennen en vertrouwen deze markeringen.
Donderdag zullen wij een geheel van regels aannemen dat de handel in producten op de interne markt bevordert en tegelijkertijd – en dit is zo belangrijk – de consument beschermt door middel van een beter toezicht.
Bernadette Vergnaud (PSE). – (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, de Europese consument verwacht een betere bescherming op het stuk van de veiligheid van de producten die hij koopt. Op de televisie horen we maar al te vaak dat die-en-die producten uit een niet-EU-land een gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid. Dit pakket maatregelen is een indrukwekkend antwoord op deze problemen en ik benadruk dat onze drie rapporteurs tijdens de onderhandelingen uitstekend werk hebben geleverd door te hameren op het belang van consumentenbescherming.
In het huidige klimaat van productveiligheid zijn nieuwe juridische instrumenten een absolute noodzaak. Ik wijs u met name op de nog te stellen mondelinge vraag over de herziening van de regels voor het gebruik van de CE-markering.
De Europese burgers zagen deze markering tot nu toe als een vertrouwenwekkend merkteken en een veiligheidsgarantie terwijl zij feitelijk slechts een verklaring van de fabrikant is dat het product voldoet aan de Europese wetgeving. Dit betekent dat zij maar al te vaak willens of onwillens is aangebracht en oneigenlijk is gebruikt. We hoeven maar terug te denken aan de affaire van het Mattel-speelgoed. Ik ben erg gebrand op een voorstel van de Commissie voor een bijkomende aanduiding die het systeem geloofwaardiger zou maken en de consument betere informatie zou verstrekken, met als doel ingevoerde producten veiliger te maken. Ik ben er echter van overtuigd dat commissaris Kuneva zich voor deze kwestie zal inzetten; zij heeft altijd aangegeven het consumentenvertrouwen te willen vergroten.
Wat we nodig hebben – en wat mevrouw Schaldemose’s verslag voorstelt – is een beter markttoezicht om misbruik van het markeringssysteem tegen te gaan en de verantwoordelijkheden van importeurs en fabrikanten te verduidelijken omdat alleen zij uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het op de markt brengen van veilige producten en wij ons er terdege van bewust zijn dat de samenwerking tussen nationale markttoezichtautoriteiten en douanediensten nog veel te wensen overlaat.
Importeurs direct verantwoordelijk te stellen voor de veiligheid van de door hen ingevoerde producten moet de hoogste prioriteit hebben. Momenteel is het erg moeilijk stappen tegen hen te ondernemen omdat in sommige gevallen, tegen de tijd dat in Europa de problemen aan het licht komen, producenten hun fabrieken al hebben gesloten en zich uit de voeten hebben gemaakt – een onaanvaardbare situatie.
Tot slot bedank ik mevrouw Schaldemose ervoor dat zij rekening houdt met de omstandigheden van kleine en middelgrote ondernemingen met betrekking tot de conformiteitsbeoordelingsprocedures. De uitdaging bestaat erin het juiste midden te vinden tussen procedures die voor zeer kleine ondernemingen, inclusief de ambachtelijke sector, wellicht belastend en te kostbaar zijn en het feit dat zij hun verantwoordelijkheden niet mogen ontlopen.
Agnes Schierhuber (PPE-DE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, fungerend voorzitter van de Raad, ik ben dankbaar voor dit verslag en herinner dit Huis eraan dat de CE-markering van de Europese Unie betekent dat een product aan de Europese kwaliteits- en betrouwbaardheidsnormen voldoet. Laat er geen twijfel over bestaan dat ingevoerde producten in de toekomst aan precies dezelfde normen moeten voldoen als de in de Europese Unie geproduceerde goederen. Dan pas zijn de spelregels voor iedereen hetzelfde. Het moet echter ook mogelijk blijven producten zichtbaar te markeren met de erkende tekens van de lidstaten, want we weten dat deze groot vertrouwen genieten onder massa's consumenten.
Tot slot wijs ik op het grote belang van bijkomende aanduidingen voor regionale specialiteiten en natuurvoedingsproducten omdat ook deze zoals bekend alom worden erkend en vertrouwd, zowel op als buiten de Europese markt, en deze goodwill moet worden gekoesterd.
Bogdan Golik (PSE). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik verwelkom het vandaag aan ons voorgelegde pakket als een stap vooruit, voor de consumenten en voor de Europese ondernemers. Ik wil graag iets zeggen over het beginsel van wederzijdse erkenning. Dames en heren, ik weet niet of u zich realiseert dat het alweer dertig jaar geleden is dat het Europese Hof van Justitie een arrest heeft gewezen over dat beginsel.
Helaas is de situatie ten aanzien van de uitvoering door de lidstaten van het beginsel van wederzijdse erkenning − dat zo essentieel is voor de goede werking van de gemeenschappelijke markt − verre van bevredigend. Het behoort inmiddels tot de normale gang van zaken dat bedrijven aan belastende administratieve procedures worden onderworpen voordat zij producten op de markt kunnen brengen. Daar ik zelf ondernemer ben, heb ik deze administratieve rompslomp zelf jarenlang aan den lijve ondervonden.
Ik weet niet of u zich realiseert dat de kosten voor bedrijven in de Europese Unie ten gevolge van de niet-naleving van het beginsel van wederzijdse erkenning torenhoog zijn en dat de Unie zelf een verlies lijdt van zo'n 150 miljard euro. Als we de Europese economie dus nog steeds sterk en concurrerend willen maken in het kader van de Lissabonstrategie en in de niet al te verre toekomst ten opzichte van India, China, Brazilië en andere mogendheden, moeten we de wederzijdse erkenning allemaal omarmen als een gemeenschappelijk beginsel en het de waardering geven die het verdient.
Andrej Vizjak, fungerend voorzitter van de Raad. − (SL) Dames en heren, nog een paar laatste gedachten over het belang van dit akkoord over de drie wetgevingsteksten die we bijna hebben voltooid en die aanzienlijk zullen bijdragen tot een goede werking van de interne markt. De heer Ayral zou vandaag zeker blij zijn geweest. Hij wordt erg gemist.
Na het uitgebreide werk van onze Duitse en Portugese collega's namens de Raad voordat Slovenië het voorzitterschap overnam, was het aan dit Sloveense voorzitterschap om de uiteindelijke harmonisatie van de EU-instellingen tot stand te brengen. Ik verheug me over de uitgebreide samenwerking die wij van iedereen hebben gekregen bij de relatief efficiënte en snelle uitvoering van deze – volgens sommigen – moeilijke taak.
Wij hebben ons nog geen vier jaar geleden aangesloten bij de Europese Unie en met de overname van het voorzitterschap zijn we een enorme uitdaging aangegaan, die gepaard gaat met een grote verantwoordelijkheid. Wij verheugen ons er dan ook erg over betrokken te zijn geweest bij de volbrenging van deze omvangrijke, voor alle EU-lidstaten zo belangrijke taak.
Volgens mij zal de toepassing van het pakket ons hoofdzakelijk in staat stellen om het nu volgende te doen. Ten eerste maken we een einde aan het protectionisme op sommige EU-markten, hetgeen het concurrentievermogen van de economie binnen die markten zeker zal vergroten. Ik beschouw protectionisme als de grootste belemmering voor de ontwikkeling van de mededinging en het concurrentievermogen onder de deelnemers op die markten.
Ten tweede zorgen wij voor gelijke behandeling en wederzijdse bijstand tussen de nationale autoriteiten voor het toezicht op in de handel gebrachte producten, doeltreffende veiligheidscontroles van door Europese bedrijven vervaardigde producten en van producten die de EU binnenkomen vanuit derde landen en, uiteraard, samenhangender toekomstige technische voorschriften. Het eindresultaat is een gunstiger klimaat voor de marktdeelnemers, in het bijzonder de kleine en middelgrote ondernemingen. Bovendien zullen er hoge veiligheidsniveaus voor producten op de EU-markt worden gecreëerd, hetgeen van het allergrootste belang is voor onze burgers.
Ik ben er dan ook van overtuigd dat dit pakket een belangrijke eerste stap is bij onze toekomstige inspanningen. Vandaag hebben wij het uitgebreid gehad over die toekomstige stappen vooruit, die ook belangrijke uitdagingen zijn bij het werk dat ons te doen staat.
Günter Verheugen, vicevoorzitter van de Commissie. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, om te beginnen nog enkele opmerkingen over de directe economische gevolgen. Het is inderdaad zo dat de regels inzake wederzijdse erkenning van toepassing zijn op 21 procent van de hele Europese industriële productie, echt een vrij groot percentage.
Als dit systeem van wederzijdse erkenning perfect zou werken − als het met andere woorden overal volledig zou worden toegepast − zou Europa's bruto binnenlands product bovendien met 1,8 procent toenemen, hetgeen zeker een grote macro-economische impact betekent. Het tegenovergestelde is ook waar, namelijk dat de potentiële waarde van de interne markt naar onze schatting met zo'n tien procent zou afnemen als de wederzijdse erkenning níet zou werken, dus niet zou worden toegepast; dit zou in feite neerkomen op een jaarlijks tekort van circa 150 miljard euro.
Mevrouw Roithová stelde een vraag over de registratie van de CE-markering. Dit konden wij in feite pas vorig jaar doen omdat hiervoor een wijziging van de relevante Europese wetgeving nodig was. De procedure is in gang gezet en ik veronderstel dat de beslissingen van vandaag ons zullen helpen deze te versnellen. Wij hebben het niet helemaal in eigen hand, maar we doen wat we kunnen om deze registratie zo snel mogelijk te voltooien.
De heer Csibi merkte – met een kritische ondertoon – op dat ik vorig jaar heb gezegd dat honderd procent productveiligheid onmogelijk was. Ik benadruk dan ook nogmaals dat absolute gegarandeerde productveiligheid niet bestaat. Ook al zouden alle producten worden gecertifieerd door een onafhankelijke derde instantie, dan zou deze onmogelijk ieder afzonderlijk artikel in een productieproces kunnen controleren.
Tests beperken zich altijd tot een prototype en problemen doen zich niet voor wanneer dit wordt gepresenteerd, maar bij de gewone routine van massaproductie. Zelfs bij producten waarvoor de strengste veiligheidsvoorschriften gelden, zoals geneesmiddelen op recept en motorvoertuigen, horen we herhaaldelijk over productiefouten en terugroepingen. Het idee dat we de consument honderd procent productveiligheid in het vooruitzicht kunnen stellen, is een illusie.
Daarom moeten we erop staan – we hebben geen andere keus – dat alle verantwoordelijken in de keten volledig aansprakelijk worden gesteld. Te beginnen met de toeleveranciers, vervolgens de fabrikanten en, in het geval van ingevoerde goederen, ook de importeurs.
Dat is ook het antwoord op de vraag van de heer Purvis: met deze nieuwe regels leggen we vast dat de importeurs in Europa er verantwoordelijk voor zijn dat de door hen ingevoerde producten veilig zijn en voldoen aan alle toepasselijke normen. Europese importeurs zijn met andere woorden verantwoordelijk voor de veiligheid van niet-EU-producten en iedereen die verlies lijdt of letsel opdoet door een gevaarlijk of gebrekkig product hoeft niet in een land ver buiten de EU-grenzen een of andere fabrikant op te sporen, maar kan een schadeclaim indienen tegen de Europese importeur. Ik verzeker u dat deze regel grote praktische gevolgen zal hebben.
Tot zover de specifieke vragen die zijn gesteld. Ik bedank u nogmaals voor het feit dat dit debat op zo'n positieve en constructieve manier is gevoerd. Als Malcolm Harbour nog aanwezig is, wil ik hem graag zeggen dat hij wat mij betreft iedere dag jarig mag zijn als al zijn verjaardagen bekroond worden met zulke buitengewone successen.
(Applaus)
André Brie, rapporteur. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, de eensgezindheid is zo groot dat ik slechts mijn dank wil uitspreken voor de discussie en dat ik niets wens te herhalen. De een of twee uit de toon vallende bijdragen waren inhoudsloos en daarom zal ik ze buiten beschouwing laten. Toch wil ik de duidelijke harmonie van vandaag relativeren. Wij staan op het punt mijns inziens goede wetgevingsinstrumenten aan te nemen. De laatste jaren heeft echter niet zozeer onze wetgeving problemen opgeleverd, als wel de toepassing ervan in de lidstaten. Natuurlijk gaat het niet altijd zoals bij de eerder genoemde Mattel-zaak, waarin miljoenen stuks speelgoed van de markt moesten worden gehaald, maar dergelijke hinderpalen − waar en wanneer dan ook in de Europese Unie − betekenen dat het markttoezicht eenvoudigweg niet werkt.
Neem nu het RAPEX-systeem, dat grote verschillen tussen de markttoezichtsystemen van de Europese landen aan het licht brengt. Dergelijke verschillen zijn evenmin langer aanvaardbaar. Ik roep de lidstaten dan ook op ervoor te zorgen dat de instrumenten die wij hier aannemen echt worden gebruikt, evenals de markttoezichtmechanismen die de veiligheid van de consument al moeten garanderen.
Tot slot nog een persoonlijke noot. We hebben vandaag heel veel mensen bedankt. Bij de opstelling van mijn verslag heb ik tot mijn grote vreugde kunnen werken met fantastische collega's van het secretariaat van onze Commissie interne markt en consumentenbescherming. Zonder hen hadden we dit verslag niet kunnen opstellen en ik bedank dan ook in het bijzonder Peter Traung en Luca Visaggio.
Christel Schaldemose, rapporteur. − (DA) Mevrouw de Voorzitter, ook ik ben dankbaar voor de vele positieve en goede opmerkingen die tijdens de werkzaamheden van vandaag zijn gemaakt. Het geeft eenvoudigweg aan dat we het afgelopen jaar werkelijk uitstekend werk hebben verricht en ervoor hebben gezorgd dat er rekening is gehouden met zoveel mogelijk standpunten, hetgeen mij veel deugd doet.
Toch wil ik even reageren op enkele, tijdens de werkzaamheden van vandaag genoemde punten betreffende de CE-markering. Het is absoluut waar dat deze verwarrend is voor de consument en de studie over een mogelijke markering voor consumentenveiligheid is noodzakelijk. Toch wil ik ook sterk benadrukken dat het CE-stelsel met dit pakket aanzienlijk wordt verbeterd en wel doordat het markttoezicht wordt verbeterd en de lidstaten worden verplicht tot strafrechtelijke vervolging over te gaan ingeval van misbruik van de CE-markering. De CE-markering en het CE-stelsel worden sterk verbeterd ten opzichte van de huidige situatie. De situatie voor de markttoezichtautoriteiten die de markering als hulpmiddel gebruiken, wordt verbeterd. Wanneer een fabrikant weloverwogen de CE-markering gebruikt, verklaart hij daarmee aan de EU-regels te voldoen. Doet hij dit laatste niet, dan kan hij worden bestraft. Hij kan niet beweren dat hij zich niet bewust was van hetgeen hij deed. Dit is een duidelijke verbetering. De kwestie die we nog moeten aanpakken, is de relatie met de consument. De heer Verheugen kwam echter met het zeer positieve bericht dat er op dit punt ontzettend veel werk zal worden verzet.
Er is enige discussie geweest over de vraag of het een goede of een slechte zaak was om voor eerste lezing een consensus uit te werken. Het debat van vandaag heeft volgens mij eenvoudigweg geïllustreerd dat er veel mensen bij betrokken zijn geweest aangezien het hier drie verslagen betreft met veel schaduwrapporteurs, enzovoorts. Een bijzonder groot aantal EP-leden is bij het werk betrokken geweest en heeft dus ook zijn zegje kunnen doen. Ik vind ook dat we best tevreden kunnen zijn over het resultaat.
Tot slot noem ik snel de namen van de schaduwrapporteurs en spreek ik ook mijn bijzondere waardering uit voor hun werk: mevrouw Rühle, de heer Brie, mevrouw Fourtou en mevrouw Pleštinská hebben een erg grote bijdrage geleverd, net als uiteraard de secretariaten van beide fracties en het secretariaat van de commissie. Hartelijk dank. Het was een groot genoegen om bij dit werk betrokken te zijn.
Alexander Stubb, rapporteur. − (FI) Mevrouw de Voorzitter, ter afsluiting van dit debat noem ik vier punten en het eerste betreft, helaas, de heer Bloom van de UK Independence Party, die onder andere mijzelf bekritiseerde omdat ik de mensen die aan dit hele pakket hebben gewerkt, dankbaar ben. Ik weet niet wat hij thuis heeft geleerd, maar ik heb het altijd als beleefd beschouwd om degenen die dit pakket mogelijk hebben gemaakt, te bedanken.
Misschien moet hij zijn speechschrijver maar niet bedanken – want hij las zijn betoog natuurlijk gewoon op van een vel papier – omdat deze duidelijk niet heeft begrepen waar dit pakket over gaat.
Mijn deel van het pakket ging over wederzijdse erkenning, met het vrije verkeer van goederen en het niet alles harmoniseren. De heer Bloom, of zijn speechschrijver, suggereert dus wellicht dat Marmite of Branston Pickle niet vrijelijk zouden moeten circuleren, of Rolls Royce, of Church’s-schoenen of Burberry-kleding – ik weet niet hoe goed dat zou zijn voor de Britse economie. Als u een geloofwaardige tegenstander van de EU wilt zijn, raad ik u dan ook aan de documenten waarop u commentaar heeft ten minste eerst te lezen.
Mijn tweede punt is dat dit waarschijnlijk een Europees record is qua efficiëntie, want ik ken geen ander belangrijk wetgevingspakket dat op Valentijnsdag – 14 februari – 2007 door de Commissie is ingediend en op 13 februari 2008 – op een dag na één jaar later – door het Coreper is goedgekeurd. Tegen al degenen die vreesden dat wij door de uitbreiding ietwat stijfjes en inefficiënt zouden worden, zou ik dus willen zeggen dat dit een goed voorbeeld is van een geval waarin wij erg snel besluiten hebben genomen. Ik teken hierbij bovendien aan dat het hier waarschijnlijk gaat om het grootste pakket met betrekking tot het vrije verkeer van goederen sinds het Delors-pakket uit 1992, zoals u zich zult herinneren. In dat opzicht is dit dus opmerkelijk snel gegaan en ik bedank nogmaals alle betrokkenen omdat hieruit blijkt dat het systeem werkt.
Mijn derde punt heeft betrekking op de opmerking van mevrouw Ries dat bedrijven zich voortaan zullen wenden tot alexstubb.com met eventuele klachten over de niet-toepassing van wederzijdse erkenning! Als u het niet erg vindt, maak ik op die site een directe link naar de homepage van de Commissie. Wendt u zich tot de Commissie ingeval van problemen met de wederzijdse erkenning. Zo zou het moeten en zo moet het.
Mijn laatste punt is dat dit het eerste wapenfeit is van het Sloveense voorzitterschap; dit is het eerste grote wetgevingspakket dat het Sloveense voorzitterschap over de streep heeft getrokken en ik feliciteer het met deze prestatie. Ik weet dat het niet gemakkelijk was in het Coreper en evenmin in de werkgroepen, maar het voorzitterschap heeft uitstekend werk geleverd en hopelijk zullen de laatste maanden van dit voorzitterschap net zo succesvol zijn.
De Voorzitter. − Met dit bijzonder harmonieuze geluid is het debat gesloten. De stemming vindt donderdag plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 142)
Iles Braghetto (PPE-DE), schriftelijk. – (IT) Tijdens deze plenaire vergadering hebben wij het "goederenpakket" besproken, dat een gemeenschappelijk kader biedt voor het in de Europese Unie in de handel brengen van producten en dat de beginselen van wederkerigheid opnieuw bevestigt. Zoals de zaken er nu voor staan, zou het Europees Parlement de CE-markering ("Conformité Européenne", Europese conformiteit) effectiever willen maken omdat zij garanties biedt inzake de veiligheid van producten en het mogelijk maakt producten uit niet-EU-landen te herkennen. Er bestaat echter al een paar jaar een andere markering die op de spatie tussen de twee letters na precies hetzelfde wordt geschreven als de CE-markering, maar iets heel anders betekent, namelijk "China Export." De burgers vragen om initiatieven en sancties en strengere douanecontroles om te voorkomen dat de Europese CE-markering wordt misbruikt.
In alle Italiaanse regio's worden vervalste ingevoerde producten in de handel gebracht die op het eerste gezicht lijken te voldoen aan de eisen voor de marktintroductie ervan. Dit komt ook door de verwarring als gevolg van de gelijkenis tussen de twee markeringen.
Deze verordening betekent dat goederen vrijer kunnen circuleren binnen de EU, waardoor de keuzemogelijkheden en het consumentenvertrouwen worden vergroot en de verkoop van producten wordt vereenvoudigd.
(De vergadering wordt om 11.30 uur onderbroken en om 12.00 uur hervat)
VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS Ondervoorzitter
Daniel Hannan (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik bied hierbij mijn oprechte excuses aan aan de Voorzitter van het Europees Parlement, aan de collega's en aan het Huis indien zij aanstoot hebben genomen aan mijn opmerkingen op 31 januari, toen ik mij heb verzet tegen de aan de Voorzitter verleende nieuwe bevoegdheden met betrekking tot het Reglement. Ik realiseer mij dat mijn verwijzing van toen velen in dit Huis heeft gegriefd. Ik hoop dat u deze excuses naar waarde zult schatten.
(Applaus)
De Voorzitter. − Hartelijk dank, mijnheer Hannan. Uw excuses zijn aanvaard en genoteerd.