Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/0197(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0041/2008

Ingediende teksten :

A6-0041/2008

Debatten :

PV 11/03/2008 - 8
CRE 11/03/2008 - 8

Stemmingen :

PV 11/03/2008 - 10.9
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0081

Debatten
Dinsdag 11 maart 2008 - Straatsburg Uitgave PB

8. Europees instituut voor innovatie en technologie (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is is de aanbeveling voor de tweede lezing van Reino Paasilinna, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, betreffende het Europees Instituut voor innovatie en technologie (15647/1/2007 - C6-0035/2008 – 2006/0197(COD) (A6-0041/2008).

 
  
MPphoto
 
 

  Reino Paasilinna, rapporteur. (FI) Mijnheer de Voorzitter, geachte commissarissen, dames en heren, ik wil u allen danken voor de uitstekende samenwerking. Bij ons werk is dat altijd van vitaal belang om tot een goed resultaat te kunnen komen.

Inmiddels is er bijna drie gediscussieerd over de de oprichting van een Instituut voor innovatie en technologie (EIT), en er is veel tijd verstreken omdat het oorspronkelijke voorstel van de Commissie op vele punten moest worden gewijzigd. De commissies van het Parlement, met name de Commissie industrie, onderzoek en energie, hebben het voorstel een nieuwe gezicht gegeven. Het Parlement en de Raad hebben grotere bevoegdheden gekregen, zonder dat evenwel de autonomie van het EIT in het gedrang is gekomen. De verkiezing van de raad van bestuur lijkt meer op het verkiezingssysteem dat wordt toegepast bij de Europese Onderzoeksraad, dat door de wetenschappelijke wereld wordt geprezen. Zoals een spreker zojuist heeft opgemerkt staat inmiddels ook vast dat kleine en middelgrote ondernemingen kunnen participeren in de werkzaamheden van het EIT en in het genot kunnen komen van de voordelen daarvan. In KMO’s zal de impact voor de werkgelegenheid het grootst zijn en juist deze bedrijven beschikken over de nodige flexibiliteit en efficiency voor een snelle innovatie.

Bovenal zijn de prioriteiten van het instituut gewijzigd. Het Instituut voor innovatie en technologie moet zich, zoals de naam al zegt, in de eerste plaats met innovatie gaan bezighouden. De twee andere elementen van de kennisdriehoek, onderwijs en onderzoek, zijn weliswaar belangrijk, maar innovatie vormt duidelijk de top van de driehoek; dit is het brandpunt en de belangrijkste doelstelling. We moeten in de toekomst in kwalitatief hoogstaand onderwijs en fundamenteel onderzoek investeren , maar zoals wij allen weten is innovatie de achilleshiel van Europa.

De Amerikanen dienen ruim een derde meer octrooiaanvragen in bij het Europees Octrooibureau dan de Europeanen zelf. We moeten meer kennisintensieve producten en diensten ontwikkelen.

Binnen 10 jaar heeft China het percentage van het BNP dat aan onderzoek en ontwikkeling wordt besteed, van rond nul opgeschroefd tot thans anderhalf procent. In meer dan 17 lidstaten van de EU ligt dit percentage lager dan in China. Het aandeel van investeringen in onderzoek en ontwikkeling in het BNP van de EU is nog steeds duidelijk lager dan dat van de andere economische wereldmachten.

Nog verontrustender is het feit dat het investeringspercentage hier in de afgelopen jaren niet is gestegen, maar is teruggelopen. Met betrekking tot risicokapitaal is de situatie al bijna even slecht. De strategie van Lissabon vergt een dynamische aanpak. Waarom hebben wij geen vertrouwen in onze eigen plannen? Hoewel het niveau van onderwijs en onderzoek hoog is, worden veel te weinig commerciële en functionele toepassingen ontwikkeld. Tenminste worden dergelijke toepassingen minder vaak in de praktijk omgezet dan in concurrerende landen. Ons octrooistelsel is bovendien ingewikkeld. Zou de braindrain niet een belangrijke aangelegenheid moeten zijn voor een Unie die ernaar streeft de toonaangevende kenniseconomie van de wereld te worden?

Het EIT zal deze problemen niet uit de wereld helpen, maar wel verlichten, door een goed voorbeeld te geven. Het voorziet het bedrijfsleven van een nieuw soort toegang tot samenwerking op het gebied van onderwijs en onderzoek. Het zal mogelijkheden scheppen voor de commerciële exploitatie van onderzoek en voor nauwere bilaterale betrekkingen zorgen. Het EIT wordt geen superuniversiteit die de beste onderzoekers inlijft; de amendementen van het Parlement garanderen dat. Na aanvankelijke problemen met de financiering is de situatie nu duidelijk. Eén van de kennis- en innovatiegemeenschappen die ik heb voorgesteld, zal zich op informatie- en communicatietechnologie concentreren. Hiervoor ontvangen wij reeds significante bedragen van het bedrijfsleven. De financiering is daarom niet het probleem. Onderzoek en experimenten alleen zijn niet genoeg: we moeten samenwerken, en daarvoor is het EIT opgericht.

Het compromis dat wij met de Commissie hebben bereikt is uitstekend, zodat wij kunnen zeggen dat wij ervoor zijn, en ik zou daarom iedereen willen verzoeken zijn steun tot uitdrukking te brengen bij de stemming die straks plaatsvindt. Ik dank u allen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Ján Figeľ, lid van de commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben echt blij – en dat is geen diplomatieke frase – om hier vandaag te kunnen spreken ter gelegenheid van deze mogelijkheid om een impuls te geven aan de innovatie in Europa. Het votum van het Parlement is van groot belang.

Zoals de heer Paasilinna heeft gezegd zijn we al een heel eind op weg, maar ik wil het Huis eraan herinneren dat velen sceptisch, terughoudend en besluiteloos waren ten aanzien van het voorstel om de innovatie een impuls te geven door de oprichting van het instituut. Ik ben dan ook blij dat we deze aanvankelijke standpunten hebben kunnen veranderen in een door de lidstaten, het Parlement, de instellingen en de partners gesteunde consensus voor het voorstel. Ik herinner aan de inspanningen van het Finse en daarna het Duitse en Portugese en nu het Sloveense voorzitterschap. In het bijzonder wil ik hier mijn dank uitspreken aan de rapporteur van het Parlement, de heer Paasilinna, die zeer behulpzaam is geweest en het project zeer heeft ondersteund, en aan de voorzitster van de Commissie industrie, onderzoek en energie, mevrouw Niebler, alsmede aan de heer Böge, de voorzitter van de Begrotingscommissie, en de rapporteur van de Commissie cultuur en onderwijs, mevrouw Hennicot-Schoepges. Zonder hun inspanningen en bijdragen zouden we niet zo ver zijn gekomen.

Dit is een gelegenheid om te laten zien dat Europa in staat is en zich ervoor inzet zijn innovatievermogen in de geglobaliseerde wereld te versterken. Technologische innovatie is de sleutel tot groei, banen en concurrentievermogen, die de basis vormen voor het welzijn van onze burgers. Wij stellen voor om de drie zijden van de kennisdriehoek – onderwijs, onderzoek en innovatie – volledig te integreren via de samenwerking tussen partners uit het bedrijfsleven, het onderzoek en de academische wereld. Zij zullen gaan samenwerken in zogenaamde kennis- en innovatiegemeenschappen.

Het is nu tijd om na alle voorbereidingen een begin te maken met de werkzaamheden van het Europees Instituut voor innovatie en technologie. Zoals u weet hebben wij reeds een aantal stappen genomen, en ik heb de commissie geïnformeerd dat we een procedure hebben gestart om de bestuursraad samen te stellen. Hiervoor is een onafhankelijk, uit vooraanstaande deskundigen bestaand comité van aanbeveling in het leven geroepen dat de criteria opstelt. Vervolgens zullen we proberen een groep van 18 personen samen te stellen die als bestuursraad zal fungeren. Het comité van aanbeveling doet zijn werk volledig onafhankelijk en autonoom. Dit is essentieel voor het welslagen van het EIT en de legitimiteit van de raad van bestuur.

Het Parlement en de Raad zullen volledig op de hoogte worden gehouden van de selectieprocedure en de uitkomst daarvan. De Commissie zal na de afronding van de eerste fase van de selectieprocedure een interimverslag en na de beëindiging van de complete procedure een definitief verslag opstellen. Het Parlement en de Raad hebben daarna een maand de tijd om kennis te nemen van de voorgestelde leden van de raad van bestuur van het EIT. Hun excellentie, hun algemeen erkende reputatie, hun totale onafhankelijkheid en hun vermogen om de belangen te behartigen van de sectoren die zij vertegenwoordigen – universiteiten, onderzoeksinstellingen en het bedrijfsleven – zijn essentiële onderdelen van de geloofwaardigheid van het instituut op korte en lange termijn.

Ik zou nog een aspect willen onderstrepen dat van het allergrootste belang is. Ik wil formeel verklaren dat de Europese Commissie vastbesloten is om de in de verordening verankerde beginselen van autonomie en onafhankelijkheid van het bestuur te eerbiedigen en dat zij geen enkele rol zal spelen bij de strategische besluitvorming van het EIT. Op deze basis zal de Commissie de raad van bestuur voor zover dit in de opstartfase nodig is en op diens verzoek administratief en financieel ondersteunen. In het begin is een zekere ondersteuning noodzakelijk.

Deze steun heeft ten doel de raad van bestuur in staat te stellen om de eerste kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG’s) binnen een termijn van 18 maanden op te zetten, en heeft geen enkele invloed op de strategische besluitvorming van het instituut. Het is in ons aller belang dat het EIT binnen de in de verordening beoogde termijn operationeel is. Ik zie werkelijk uit naar de succesvolle start van het EIT, en ik wil nogmaals mijn dank betuigen voor de inzet en de bijdrage van het Parlement.

 
  
  

VOORZITTER: LUIGI COCILOVO
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Romana Jordan Cizelj, namens de PPE-DE-Fractie. (SL) Er zijn reeds twee jaar verstreken sinds het idee om een Europees Instituut voor innovatie en technologie in het leven te roepen voor het eerst werd geopperd. Het bewustzijn voor het feit dat de sleutel tot een groter concurrentievermogen en meer innovatie gelegen is in een goed beheer van menselijke hulpbronnen, is echter veel ouder. Het EIT vormt een oplossing voor dit probleem op Europees niveau.

De basis daarvoor is reeds gelegd. Nu is het tijd om de overeengekomen maatregelen snel en doeltreffend uit te voeren. Ik wil de leden van het EP, de rapporteur en vooral mijn fractiegenoten bedanken voor het feit dat zij het mogelijk hebben gemaakt een akkoord te bereiken en, samen met de Commissie en de Raad, en goed voorstel voor te bereiden waarin de onze belangrijkste ideeën voor het merendeel zijn opgenomen.

Innovatie staat in het EIT centraal. Bovendien heeft ons initiatief ertoe geleid dat het instituut een symbool van excellentie en een duidelijk teken van Europese kwaliteit wordt. De netwerkstructuur van de onafhankelijke kennis- en innovatiegemeenschappen is een van de belangrijke resultaten van het voorstel. We hebben ook een goede oplossing weten te vinden voor het ingewikkelde en moeilijke probleem van de operationele organisatie van het instituut.

Het huidige voorstel biedt een oplossing in de vorm van een strategisch innovatieprogramma dat voor een optimaal evenwicht zorgt tussen de verantwoordelijkheid voor het beleid en de onafhankelijkheid van de deskundigen. Daarnaast zijn de bevoegdheden met betrekking tot de strategische planning voor de lange termijn duidelijk gedefinieerd.

Met de eerder genoemde financiële middelen komen we een heel eind. Het uitgangspunt is goed, maar de effectieve tenuitvoerlegging hangt zoals gewoonlijk van onze wil en vasthoudendheid af.

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mij allereerst verontschuldigen voor het feit dat ik na mijn spreekbeurt moet vertrekken omdat ik een afspraak heb met Voorzitter Pöttering. Ik wil mijn collega Paasilinna hartelijk danken voor zijn inzet voor deze kwestie, evenals de commissaris, die daaraan altijd zijn steun heeft verleend.

Ik geloof dat het EIT echt een belangrijk Europees instrument is. De heer Paasilinna heeft het al gezegd: we besteden in Europa te weinig aan excellentie in het onderzoek. In Europa als geheel en in de meeste landen – ten minste in de meeste lidstaten – kunnen en moeten we hier meer voor doen. Het EIT is, geen concurrerende instelling, maar dient een drijvende kracht te zijn voor dit onderzoek en nieuwe initiatieven te nemen. Zo is het bijvoorbeeld zeer belangrijk dat wij ons alleen al in de energiesector grote onderzoeksinspanningen getroosten om nieuwe energietechnologieën te ontwikkelen.

En omdat het van zo’n groot belang is wil ik de commissaris verzoeken erop toe te zien dat de nodige besluiten snel worden genomen. Een van die besluiten betreft natuurlijk de vraag waar het hoofdkantoor van het orgaan wordt gevestigd. Als Wener en Oostenrijker zou ik natuurlijk graag willen zien dat het hoofdkantoor in Wenen komt te staan. Maar hoe dan ook, het besluit over deze vraag moet snel worden genomen zodat het EIT spoedig aan het werk kan.

 
  
MPphoto
 
 

  Jorgo Chatzimarkakis, namens de ALDE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mijn hartelijke felicitaties uitspreken aan Reino Paasilinna, onze rapporteur, en commissaris Figeľ. Dat we dit varkentje in zo’n korte tijd hebben gewassen is echt een hele prestatie! De rapporteur was zeer toegewijd en omzichtig heeft ons allen sterk bij deze zaak betrokken.

Ik wil echter zeer speciale gelukwensen uitspreken aan het adres van de voorzitter van de Commissie, de heer Barroso. We moeten inderdaad duidelijk erkennen dat dit project te danken is aan zijn initiatief van januari 2005. We hebben het project binnen drie jaar op poten gezet. Dat is geweldig. Wij werken snel in Europa, en het moet gezegd dat wij hiermee een knappe prestatie hebben geleverd. Hoewel het onderwerp moeilijk lag, hebben we het in drie jaar geklaard. Dit onderwerp valt onder onderwijs, en in Duitsland, het land dat ik het best ken, valt onderwijs onder de culturele soevereiniteit van de deelstaten, en natuurlijk bekijken de deelstaten met argusogen wat er op dit gebied gebeurt.

Toch is het ons gelukt om een compromis te bereiken. Ik verwijs hier naar de financiële kant van het project. We hebben lang geworsteld over de vraag waar het geld vandaan moet komen. Bovendien zijn we erin geslaagd de EU-begroting van begin af aan op een heel ander fundament te plaatsen. In het verleden werd er altijd geroepen: subsidies, subsidies, subsidies! U kunt die debatten! Maar nu zegt men voor het eerst: innovatie in plaats van subsidie! Dat is geweldig! Ik wil met name mijn collega’s van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling danken, omdat zij hiermee moesten instemmen en compromissen moesten aanvaarden.

We zijn er tevens in geslaagd om snel een oplossing te vinden voor geschillen, bijvoorbeeld met betrekking tot de vraag hoe onafhankelijk het EIT moeten worden, hoe lang de proeffase moet duren, hoe de verhouding tussen het EIT en het zevende kaderprogramma dient te zijn, en met betrekking tot het risico van kannibalisatie en zelfs wat betreft het zogenaamde EIT-keurmerk, d.w.z. de vraag wat er allemaal op dit label moet worden aangegeven wanneer een project onder EIT-auspiciën wordt gestart. Al deze punten hebben wij weten op te lossen.

Nu gaat het om de uitvoering. Momenteel wordt – zoals commissaris Figel’ reeds heeft gezegd – de vorming van de raad van bestuur voorbereid, en het Parlement – dat u gelukkig bij deze procedure heeft betrokken, waarvoor mijn dank – zal nauwlettend volgen wie van deze raad deel gaat uitmaken. Wij achten dit van zeer groot belang.

Ook moet er keus gemaakt worden met betrekking tot de thematische gebieden. De heer Swoboda heeft zojuist het thema energie genoemd. Inderdaad moeten we erop letten dat het globale antwoord van Europa op de klimaatverandering gestalte krijgt via het EIT, bijvoorbeeld wat betreft het thema energie-efficiëntie, enzovoorts. Maar we moeten het ook over de locatie hebben. Ik beschouw Straatsburg nog steeds als uitstekende locatie voor het EIT. Niemand heeft het tot dusver ooit zo duidelijk gezegd, maar het wordt hoog tijd om dat toch eens te doen: dit gebouw zou een prima behuizing vormen voor een EIT en een Europese Onderzoeksraad. Strasbourg zou “Scienceburg” kunnen worden, en dat zouden we allemaal in ons vaandel moeten schrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański, namens de UEN-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, het is een goede zaak dat we vandaag de wetgevingsactiviteiten voor de oprichting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie afronden. De bijeenkomst van de raad van bestuur en de kennis- en innovatiegemeenschappen zal de volgende stap vormen op weg naar een gemeenschappelijke kennismarkt in de Europese Unie.

Commissaris Verheugen heeft onlangs tijdens zijn bezoek aan Polen herhaald dat de integratie van de nieuwe lidstaten in de structuren van de gemeenschappelijke markt het marktpotentieel hebben vergroot en een succes vormt voor alle partijen. Ik pleit er nadrukkelijk voor dat deze positieve ervaring ons ook in dit verband tot voorbeeld strekt.

De vestiging van de raad van bestuur in Wrocław zou een stap zijn die de cohesie in Europa ten goede komt. Het zal op die manier ook gemakkelijker worden om de steun van de nieuwe lidstaten te verkrijgen voor een verhoging van de middelen voor onderzoek en ontwikkeling in de komende begroting van de Unie.

Mijn pleidooi voor de kandidaatstelling van Wrocław is niet een kwestie van kortzichtige zelfzuchtigheid, maar een logische gevolgtrekking uit overwegingen die op de behartiging van de belangen van de hele Europese Unie doelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Miloslav Ransdorf, namens de GUE/NGL-Fractie. (CS) Ik zou erop willen wijzen dat sinds Kondratieffs lange-golftheorie bekend is dat de ontwikkeling en toepassing van innovaties in de maatschappij een objectief proces vormen, een proces waarin specifieke objectieve patronen te herkennen zijn. Als actieve participanten in de politieke arena kunnen wij het innovatieproces bevorderen. Ik ben persoonlijk van mening dat het – waar het om instellingen gaat – het EIT van groter belang voor de toekomst van Europa is dan bijvoorbeeld de Europese Commissie. Volgens mij zijn er drie fundamentele punten die de samenleving bewuster kunnen maken van het belang van wetenschap en de populariteit van wetenschap kunnen vergroten:

Ten eerste dienen wetenschappers in de samenleving als voorbeeld te worden beschouwd. Het is van vitaal belang dat wetenschappers zoals de heer Holý, een vermaarde Tsjechische chemicus, die tientallen octrooien op zijn naam heeft staan, meer dan sporters of zangers als model wordt gepresenteerd aan de jeugd. We moeten derhalve – om een soort slogan te gebruiken – naar een nieuw ‘waardenpatroon’ streven.

Ten tweede moeten we eraan werken om een nieuw, op waarden gebaseerd leiderschap tot stand te brengen. Europa heeft meer vooraanstaande wetenschappers voortgebracht dan alle andere continenten tezamen. Europeanen hebben altijd al een fundamentele waarde toegekend aan wetenschappelijk onderzoek. We moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat Europa op dit gebied weer een leidende rol speelt.

Ten derde moeten we het ook van een ‘pioniersgeest’ hebben die Europa de weg wijst.

 
  
MPphoto
 
 

  Jana Bobošíková (NI). – (CS) Dames en heren, uit cijfers van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom blijkt dat het probleem van Europa niet gelegen is in een gebrek aan ideeën; wat ontbreekt, is de omzetting van ideeën in kansen voor ondernemingen.

Het Europees Instituut voor innovatie en technologie zal er niet voor zorgen dat wij succes hebben in de wereldeconomie. Het concurrentievermogen op het vlak van innovatie is alleen gebaat bij de beschikbaarheid van meer middelen, met inbegrip van risicokapitaal, en bij een creatieve omgeving en werkelijke academische vrijheid en vrijheid van ondernemerschap, in combinatie met een adequaat beloningsstelsel voor excellente wetenschappelijke resultaten.

Dames en heren, ik ben faliekant tegen de oprichting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie. Dit instituut zal er niet voor zorgen dat Europa een concurrentievoordeel krijgt. Het is een overbodige organisatie, die bestaande structuren ter bevordering van onderzoek, ontwikkeling en onderwijs dupliceert. Het is het zoveelste orgaan dat het geld van de belastingbetaler opslokt zonder dat er enige meerwaarde wordt gecreëerd.

Bovendien dreigt dit project een even grote mislukking te worden als het Galileo-systeem. De particuliere sector, die volgens de plannen van de Commissie en de Raad voor de kosten moet gaan opdraaien, ziet niet in waarom hij een onzinnige droom van politici en ambtenaren zou moeten financieren.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Niebler (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ik wil mij allereerst verontschuldigen voor het feit dat ik niet vanaf het begin van dit debat aanwezig kon zijn. De vorige spreekster heeft het zojuist over Galileo gehad. Ik moest vandaag onderhandelingen voeren in het kader van de Galileo-trialoog en was daarom te laat.

Mijn dank gaat natuurlijk in de eerste plaats uit naar onze rapporteur, de heer Paasilinna, die samen met zijn schaduwrapporteur uitstekend werk heeft geleverd. Mijn dank gaat echter ook uit naar commissaris Figel’, die intensief bij de beraadslagingen was betrokken die ertoe hebben geleid dat wij hier vandaag over een verslag kunnen stemmen dat ook in dit Parlement op brede steun kan rekenen.

Drie jaar geleden begonnen we ons debat met de vraag: hebben wij behoefte aan een Europees Instituut voor innovatie en technologie? Ik zeg heel duidelijk: ja, wij hebben behoefte aan zo’n instituut. We moeten onze achterstand op het gebied van technologie-overdracht inlopen. Wij hebben excellente wetenschappers in alle 27 lidstaten. Wat ontbreekt is evenwel de omzetting van excellente onderzoeksresultaten in commerciële producten en diensten. Het Technologie-instituut – het Innovatie-instituut dient hiertoe een bijdrage te leveren.

Het voorstel van de Commissie voorzag aanvankelijk in de oprichting van een geïsoleerd instituut. In het Parlement hebben we toen gezegd, dat willen we zo niet! We willen een netwerk opbouwen waarin ondernemingen, onderzoeksinstellingen en universiteiten in Europa zijn geïntegreerd. Met ons verslag hebben we hiervoor gezorgd. Ik hoop dat dit voorstel brede steun krijgt. We zijn hiermee op de goede weg.

Het was bovendien ook goed om tijdens onze debatten niet over de locatie te discussiëren. Anders waren we vandaag nog niet klaar, mijnheer Chatzimarkakis, noch zouden we in staat zijn dit project af te ronden, en waarschijnlijk zouden we er ook over vijf jaar nog over debatteren of we een Instituut voor technologie nodig hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Gyula Hegyi (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, op het vlak van wetenschap en technologie liggen onze concrete kansen om de mondiale concurrentie het hoofd te bieden. Sinds vele eeuwen is ons werelddeel het centrum van wetenschappelijke en technologische ontwikkeling, en de Europese wetenschap had altijd al een internationaal karakter. Er heeft altijd een intensieve uitwisseling van gedachten en ideeën plaatsgevonden, zelfs ten tijde van het IJzeren Gordijn, en de wetenschappelijke gemeenschap kent heden ten dage nauwelijks nog grenzen.

De oprichting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie is een belangrijke stap waarmee deze oeroude traditie van ons werelddeel wordt voortgezet. Ik ben hierover zeer verheugd en ben natuurlijk zeer ingenomen met het uitstekende verslag van collega Paasilinna.

Namens mijn regering, mijn land en onze wetenschappers stel ik Boedapest voor als zetel voor het hoofdkantoor van het EIT. Onze prestaties in de biowetenschappen, in de strijd tegen de klimaatverandering en op het gebied van milieu-onderzoek zijn hiervoor de beste argumenten. Maar mijn woonplaats Boedapest zou ook een plezierige en opwindende ambiance bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, wij staan een Europa voor dat concurrerend, milieuvriendelijk en sociaal verantwoord is. Op de wereldmarkt vindt echter een harde concurrentieslag plaats, en om aan deze concurrentie deel te kunnen nemen, moeten wij Europese projecten opzetten en onze krachten bundelen, zoals de VS dit hebben gedaan toen zij besloten mensen naar de maan te sturen. Ik denk dat het Europees Instituut voor innovatie en technologie ons platform kan zijn voor een ‘mensen-naar-de-maan’-project, dat wil zeggen voor de uitwisseling tussen excellente wetenschappers en de bundeling van onze krachten.

De tot nu toe omlijnde gebieden, zoals klimaatverandering en telecommunicatie, zijn van belang voor Europa en het concurrentievermogen van Europa en voor de verwezenlijking van de toekomst van Europa die wij voor de Europese burgers moeten zien te bereiken. Ik ben van mening dat ons amendement met betrekking tot de waarborging van academische opleidingen van extreem groot belang is.

Ten slotte spreek ik mij uit voor het voorstel van mijnheer Chatzimarkakis om gebruik te maken van de gebouwen waarover wij reeds beschikken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ryszard Czarnecki (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, over slechts drie maanden zal er een besluit worden genomen over de locatie van het hoofdkantoor van de raad van bestuur van het Europees Instituut voor innovatie en technologie.

Dit besluit heeft zowel politieke als feitelijke aspecten. Een hele groep landen die onlangs tot de Europese Unie zijn toegetreden, zal pogen de ongelijkheden tussen de oude en de nieuwe lidstaten te verminderen. Maar uitgaand van de feiten, en niettemin in lijn met dat politieke criterium, ben ik van mening dat de Poolse stad Wrocław met haar door de eeuwen heen door Tsjechen, Oostenrijkers, joden, Duitsers én Polen beïnvloede historie de perfecte, de ideale locatie zou zijn.

Argumenten voor Wrocław zijn: het aanwezige intellectuele potentieel; het feit dat de stad reeds een belangrijk academisch centrum is; de sterke concentratie in de regio Neder-Silezië van kapitaal en grote ondernemingen, ook buitenlandse ondernemingen, die partners voor het EIT zouden kunnen worden; en ten slotte de nabijheid van twee andere lidstaten van de EU: Duitsland en de Tsjechische Republiek. Een aantal Nobelprijswinnaars van verschillende takken van wetenschap is afkomstig uit Wrocław. Momenteel neemt de stad deel aan een goed ontwikkeld samenwerkingsproject met vele Europese en niet-Europese onderwijsinstellingen en wetenschapscentra.

De keuze voor Wrocław als als hoofdkwartier van de raad van bestuur van het Europees instituut voor innovatie en technologie zou optimaal zijn voor een harmonische wetenschappelijke en technologische ontwikkeling in de EU, die de ongelijkheden tussen het oude en het nieuwe Europa moet overwinnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zdzisław Kazimierz Chmielewski (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, natuurlijk heeft het bepaalde consequenties als de spreektijd wordt beperkt tot één minuut. Zo moet ik bijvoorbeeld het vraagstuk van de financiering buiten beschouwing laten. De idee van innovatie, die door de kennisgemeenschappen dient te worden gerealiseerd, is het cement van de discussies over het programma, waartoe de rapporteur veel heeft bijgedragen. Mijn land, dat zijn rechtstreekse belang bij de oprichting van het instituut niet onder stoelen of banken steekt, ziet veel in de mogelijkheid om de gemeenschappen te laten werken in het kader van een slim opgezet dwarsverband met het instituut waarbij hun verregaande onafhankelijkheid niet in het gedrang komt.

Overheidsorganisaties leggen de nadruk begrijpelijk genoeg op de praktische voordelen van de gemeenschappen en behandelen deze als een soort ondersteunende kracht voor de kennisdriehoek: onderwijs, onderzoek en industrie. Tegelijkertijd bevestigen zij dat de Europese onderzoekscentra bereid zijn om gemeenschappen op te zetten die zich in eerste instantie op drie sectoren zullen concentreren: hernieuwbare energie, klimaatverandering en informatietechnologie. Als lid van het EP heb ik de plicht, maar is het mij ook een genoegen, om u te verzekeren dat het bekende Poolse wetenschapscentrum Wrocław wat dit betreft kan bogen op een bijzondere positie.

 
  
MPphoto
 
 

  Teresa Riera Madurell (PSE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik natuurlijk mijnheer Paasilinna feliciteren met de bereikte overeenstemming over een onderwerp dat aanvankelijk helemaal niet eenvoudig was. De financiering vormde in de eerste lezing het grootste probleem, en wij zijn verheugd dat er een gemeenschappelijk standpunt is bereikt.

Het oorspronkelijke idee voor dit instituut is ontegenzeggelijk ingegeven door andere, reeds bestaande modellen van excellentie, maar er moet ook worden gezegd dat veel inspanningen nodig waren om van dit idee een haalbaar project te maken dat naar behoren is afgestemd op de complexiteit en diversiteit van Europa. Het resultaat is een nieuw instrument met behulp waarvan de drie zijden van de kennisdriehoek – onderwijs, onderzoek en innovatie – kunnen worden geïntegreerd en dat als katalysator dient te fungeren voor de cultuur van interdisciplinaire innovatie die essentieel is voor de verbetering van het concurrentievermogen.

Daarom zijn wij overtuigd van het nut van het scheppen van kennis- en innovatiegemeenschappen als strategische geïntegreerde netwerken van universiteiten, onderzoekscentra en ondernemingen, waar studenten, onderzoekers en kennis vrij kunnen circuleren en waar kan worden gewerkt op gebieden die van het grootste wetenschappelijke en strategische belang zijn, zoals hernieuwbare energie of informatie- en communicatietechnologieën.

Wij hopen dat het EIT, in de niet al te verre toekomst, de vruchten zal afwerpen waar wij allen op hopen.

 
  
MPphoto
 
 

  Grażyna Staniszewska (ALDE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil nogmaals uiting geven aan mijn genoegen over het feit dat de Gemeenschap zoveel belang hecht aan innovatie in Europa. Dit is van bijzonder groot belang voor de nieuwe lidstaten, waarvoor innovatieve technologieën uitstekende kansen bieden om een sprong voorwaarts te doen in het civilisatieproces en hun eigen ontwikkeling te versnellen. Daarom zijn wij fervent voorstander van het uitstekend uitgewerkte project van de stad Wrocław, die zich opwerpt als vestigingsplaats voor de kantoren van de raad van bestuur van het instituut.

Welke plaats, afgezien van Straatsburg, zou ons elke maand dure reizen besparen? Wrocław, dat op de grens tussen het oude en nieuwe Europa ligt. Wrocław is geen hoofdstad, maar een bloeiende stad met excellente universiteiten en bijna 150 000 studenten. De Poolse nationale overheid, de lokale autoriteiten van Wrocław en de Poolse academische wereld zijn volledig op deze taak voorbereid. De vestiging van het hoofdkantoor van het instituut voor innovatie en technologie in Wrocław zou een symbolische daad zijn die volledig in overeenstemming is met het criterium van excellentie.

Het netwerk van kennis- en innovatiegemeenschappen dat deel uitmaakt van het Europees Instituut dient ook gelijkelijk over de hele Europese Unie te worden verdeeld. Het instituut dient een instrument te vormen dat het hele grondgebied van de Gemeenschap bestrijkt en dat bijdraagt tot de verhoging van het concurrentievermogen en de versterking van innovatie en technologische vooruitgang , en dient een voortrekkersrol te spelen voor de economische ontwikkeling van de hele Europese Unie. Ik ben overtuigd dat we met initiatieven als het EIT het hoofd kunnen bieden aan de uitdagingen van een kennisgebaseerde wereldeconomie door de ambitieuze doelstellingen van de strategie van Lissabon te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Pierre Pribetich (PSE). (FR) Mijnheer de Voorzitter, wij bereiken thans de laatste fase van de oprichting van het EIT. Ik juich de onderhandelingen toe die tussen de verschillende instellingen hebben plaatsgevonden om een evenwichtige oplossing te vinden opdat van dit instituut een symbool voor innovatie kan worden gemaakt dat aan onze hoogste verwachtingen voldoet. De nadruk wordt derhalve op innovatie gelegd, een fundamentele waarde in Europa. De eerste kennis- en innovatiegemeenschappen zullen zich concentreren op cruciale gebieden als klimaatverandering en hernieuwbare energiebronnen, en niet te vergeten nanotechnologieën, die naar behoren dienen te worden gesteund.

De Europese Unie gaat zich op ondubbelzinnige wijze op innovatie toeleggen. Een Europa van innovatie, de innovatie van Europa – het EIT vormt de ontbrekende schakel tussen deze twee concepten: een schakel die, als het instituut in de stemming morgen wordt goedgekeurd, Europa vooruit zal helpen. Zoals Anatole France heeft gezegd: door in rozen te geloven brengt men ze tot bloei. Het EIT is als een roos in de tuin van Europa. Om het EIT te laten bloeien moet voor een passend klimaat worden gezorgd.

In de eerste lezing heb ik mijn beklag gedaan over de krappe financiële middelen die voor het EIT werden uitgetrokken en over de ontoereikendheid van deze steun: 308 miljoen euro volstaan niet om onze ambities te verwezenlijken. Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, we moeten het financiële klimaat derhalve veranderen en in de nodige middelen voorzien om gestalte te geven aan onze zeer concrete ambities.

 
  
MPphoto
 
 

  Lambert van Nistelrooij (PPE-DE).(NL) Ik ben blij dat ik even de gelegenheid krijg. Het is eigenlijk prima met deze groeidiamant te beginnen, die klein is in het begin, maar een grote potentie heeft, zeker van onderuit, als dat in de toekomst erkend wordt als een speciaal predicaat voor kwaliteit.

Tweede punt: ik heb me samen met de heer Paasillina ingespannen voor die brug naar de industrie, voor die naamgeving rond innovatie en wat dat betreft ben ik heel blij met de naam "instituut voor innovatie en technologie". Wat mij opvalt bij het lezen van de stukken is dat we er nog wat moeite mee hebben. Soms lees je de naam wél in de Commissiestukken, maar niet in de Parlementsstukken, het is dan ook van belang dat vanaf vandaag de goede, juiste benaming voor het instituut wordt gebruikt.

Tenslotte, derde punt: de zetel. Ik sluit mij heel graag aan bij de non-native speakers , non-French speakers die vandaag hebben gesproken, zoals mevrouw Ek en mijnheer Chatzimarkakis, die zeiden: laten wij ons aansluiten bij Straatsburg, Scienceburg, zoals de heer Chatzimarkakis zei, een stad met een bestuurlijk karakter, en het gaat hier om een bestuurlijke vestiging. Het gaat niet om hét grote instituut. Dat lost ook politiek veel op.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, het idee om een Europees Technologie-instituut op te richten werd drie jaar geleden, toen het voor het eerst werd geopperd, zeer sceptisch ontvangen, zodat we de huidige compromistekst van de verordening als een groot succes moeten beschouwen. Het instituut zou na het besluit van de Raad in juni over de locatie van het hoofdkantoor reeds in deze zomer van start kunnen gaan met zijn werkzaamheden, en de voorgestelde structuur van het netwerk van kennis- en innovatiegemeenschappen belooft een excellente stimulator van Europa-wijde innovatie te worden.

Als rapporteur van de Commissie juridische zaken behoorde het tot mijn prioriteiten om voor een solide rechtsgrondslag te zorgen en zo een doorlopende financiering van het instituut te waarborgen. Ik ben blij dat de Raad deze voorstellen heeft aanvaard. Bij de herziening van de financiële vooruitzichten 2007-2013 is reeds een bedrag van 309 miljoen euro vrijgemaakt voor het instituut, en dat is een goed begin. Ik hoop dat tijdens de tussentijdse herziening de 2 miljard euro zullen worden gevonden die nog nodig zijn voor het project.

De vorming van een elite is van bijzonder groot belang voor de wetenschappelijke wereld in de nieuwe lidstaten, die over een groot ongebruikt potentieel beschikt. Ik ben derhalve van mening dat het voorstel om een van de EIT-organen in Wrocław te vestigen – in een stad met meer dan 140 000 studenten – en uitstekende investering zou zijn in de toekomst van Europa. Tenslotte wil ik mijnheer Paasilinna van harte feliciteren en hem bedanken voor de geweldige samenwerking.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacek Protasiewicz (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, mijn Hongaarse collega, een lid van het EP uit Boedapest, heeft gezegd dat er zelfs ten tijde van het IJzeren Gordijn sprake was van samenwerking tussen wetenschappelijke instellingen in Europa, maar het tegendeel is waar: het IJzeren Gordijn heeft de wetenschap in Europa in twee kampen verdeeld – het westelijke kamp, dat zich in de vrije wereld kon ontwikkelen en financieel werd ondersteund, en het oostelijke kamp. Het zou goed zijn als het Europees Technologie-instituut, dat vandaag of morgen in het leven wordt geroepen, de Europese Unie niet alleen in staat stelt om deel te nemen aan de mondiale concurrentie op het gebied van innovatie, aan de mondiale kenniswedloop, maar er tevens toe dient deze twee kampen, die door de geschiedenis uiteengedreven zijn, te herenigen.

Ik sluit mij aan bij mijn Poolse collega’s die de stad Wrocław hebben aanbevolen als locatie voor het hoofdkwartier of een van de afdelingen van het instituut, en ik zou mij verheugen als de autoriteiten in die stad bereid zouden zijn om het geld te investeren dat nodig is voor het welslagen van dit project.

 
  
MPphoto
 
 

  Erna Hennicot-Schoepges (PPE-DE). (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur, de heer Paasilinna, en de commissaris feliciteren en ik wil op een punt wijzen dat tijdens het debat nog niet is genoemd, namelijk dat wij hier vandaaf zonder de academische wereld en haar ondersteuning niet zouden staan. Indien de universiteiten de oprichting van dit nieuwe instituut hadden geblokkeerd dat voor het eerst een samenwerkingsverband tussen de industrie, de particuliere sector, onderzoeksorganisaties en academische instellingen creëert, zou het instituut het levenslicht nooit hebben aanschouwd.

Gezien het feit dat onze voorzitter de oprichting van het instituut nogal plotseling heeft aangekondigd zonder daarvoor een passende begroting voor te stellen, en gezien het feit dat de commissaris voor Wetenschap en Onderzoek er helemaal niet voor was, komt u, mijnheer Figel’, alleen de verdienste van de oprichting van het instituut toe, omdat u als commissaris voor Onderwijs zich ervoor heeft ingespannen om de kringen te kalmeren die zich zorgen maakten wat betreft de verlening van titels en diploma’s en hun eigen bevoegdheden.

Ik hoop dat dit instituut een groot succes wordt en dat u de witte raven moge vinden waar u naar op zoek bent, aangezien u voor de raad van bestuur mensen zoekt die ervaring op verschillende – zowel academische als industriële – terreinen hebben zonder daar direct bij betrokken te zijn, en die bovendien jong zijn. Ik wens u veel succes bij het zoeken!

 
  
MPphoto
 
 

  Marusya Ivanova Lyubcheva (PSE). – (BG) Mijnheer de Voorzitter, het document dat het Europees Parlement op het punt staat aan te nemen, is inderdaad van groot belang. Ik feliciteer u, ik feliciteer de rapporteur en alle collega’s die hebben bijgedragen tot het indienen en het goedkeuren van de bestaande voorstellen.

Het is van groot belang dat er een centraal beleid wordt gecreëerd. Voor de ontwikkeling van de Europese economie is technologische innovatie noodzakelijk. Innovatie is een motor voor ontwikkeling in de wereld. Het is met name van belang dat de kennismaatschappijen die op basis van het projectbeginsel te werk gaan, rekening kunnen houden met de prioriteiten van het gemeenschappelijk Europees ontwikkelingsbeleid enerzijds en de capaciteiten van de lidstaten anderzijds.

Het is noodzakelijk om de beste praktijken van de individuele onderzoeksinstellingen en universiteiten te integreren en te ontwikkelen om te zorgen voor samenhang met de prioriteiten in de energiesector, de klimaatverandering en de nieuwe materialen, die onontbeerlijk zijn voor de mondiale ontwikkeling.

Dit instituut dient een echt symbool voor eenheid te worden, en een mobiliteitscentrum voor de beste onderzoekspraktijken. En misschien zou het van goed Europees beleid getuigen indien het in een van de nieuwe lidstaten van de EU zou worden gevestigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylwester Chruszcz (NI). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, we zijn het er hier vandaag allen over eens dat we er alles aan moeten doen om een open, kennisgebaseerde maatschappij te bevorderen teneinde de mondiale standaard te kunnen evenaren en gelijke tred te kunnen houden met de ontwikkeling van de wereldeconomie: we moeten zoveel mogelijk middelen investeren en overleg voeren om het concurrentievermogen van Europa op peil te houden.

Ik wil er tevens op wijzen dat de locatie van het toekomstige instituut geen triviale kwestie is. Het moet worden gevestigd in een innovatieve regio, en regio met jonge, open geesten, met groot potentieel, een regio die – en dit is zeer belangrijk – over pioniersgeest beschikt, een regio die een verbindingsschakel vormt tussen Oost- en West-Europa.

Tot slot wil ik de rapporteur feliciteren evenals al diegenen die tot dit inspirerende debat hebben bijgedragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE). – (SK) De strategie van Lissabon heeft in de eerste plaats ten doel het concurrentievermogen in Europa te verhogen en zodoende gelijke tred te houden met andere economische wereldmachten zoals de VS en de opkomende Aziatische centra (China, India).

Onderdeel van deze strategie is de oprichting van het Europees Technologie-instituut, dat sterke steun geniet binnen de PPE-DE-Fractie. Met steeds grotere belangstelling heb ik de geboorte van dit instituut gevolgd, dat grote financiële steun nodig heeft om zijn doelstellingen te kunnen verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn van essentieel belang om een goede basis voor de industriële sector, het concurrentievermogen en innovatie te leggen. Daarom pleit ik voor een verhoging van de reeds goedgekeurde begroting.

Ik wil benadrukken dat dit project moet slagen, en in deze context is het mijns inziens bijzonder belangrijk om innovatie, die voor vooruitgang en concurrentievermogen zorgt, te bevorderen. In dit opzicht acht ik het gepast om de term ‘innovatie’ op te nemen in de naam van het instituut, dat oorspronkelijk het Europees Instituut voor technologie en innovatie moest gaan heten. Dit instituut moet een belangrijke rol gaan vervullen op het gebied van de kenniseconomie en bij de bevordering van onderzoek en innovatie in de EU.

Ik wil mijn bewondering uitspreken voor de energie en vastberadenheid die commissaris Figel’ bij de ontwikkeling van dit project aan de dag heeft gelegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nina Škottová (PPE-DE). – (CS) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst wil ik commissaris Figeľ en de rapporteur, mijnheer Paasilinna feliciteren met hun werk in verband met dit project.

We hebben positieve en negatieve standpunten ten aanzien van het EIT gehoord, en er zullen ongetwijfeld nog meer discussies plaatsvinden voordat het EIT het licht ziet. In dit kader wil ik nog een argument voor het EIT noemen: alle communautaire begrotingsmiddelen die aan wetenschap, ontwikkeling en onderwijs worden toegekend, zijn goed besteed en worden geenszins verkwist. Dit geldt vooral als de knapste Europese koppen deelnemen aan het EIT-project.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de totstandbrenging van een samenhangende economische ruimte, een interne Europese markt, was de oorspronkelijke reden voor de oprichting van de Gemeenschappen en later van de Europese Unie. In een volgende stap moet de Europese economie een moderne en een concurrentiedimensie krijgen.

Dit is alleen mogelijk wanneer we ons geld in onderwijs, onderzoek, nieuwe technologieën en innovatie in de ruimste zin van het woord steken. Wij kunnen deze uitdagingen niet het hoofd bieden indien de industrie geen steun verleent aan wetenschappelijke ontwikkelingen en nieuwe technologieën en indien de lokale overheden niet in onderwijs investeren.

De overheden dienen zich te engageren in het tertiair onderwijs en dienen fundamenteel wetenschappelijk onderzoek te ondersteunen. De Europese Unie dient zich er ondertussen op te concentreren steun te verlenen en sturing te geven aan innovatie. Deze taken berusten zowel bij de lidstaten als bij de instellingen van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Ján Figeľ, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank dit Huis voor een zeer interessant en stimulerend debat. Hoewel er ook kritiek was op het gebrek aan middelen en op het feit dat we alweer een orgaan willen oprichten.

Mijns inziens begint de meest belangrijke innovatie met openheid en de bevordering van creativiteit. Het resultaat van het raadplegings- en wetgevingsproces is een echt voorbeeld van openheid, samenwerking, inzet en zelfs van een creatieve innovatieve aanpak. We hebben voor innovatie gezorgd door deze consensus te bereiken, en ook in de context en de inhoud van de uitkomst van dit proces. Dat is het allerbelangrijkste.

Het EIT is in de eerste plaats op innovatie gericht. Het is een van de punten of follow-ups van de top van Lahti van oktober 2006, waar wij pas één dag voor het begin van de top een ontwerptekst hebben voorgesteld. Wij waren van begin af aan tegen “green field”-investeringen om iets geheel nieuws op te zetten. In plaats daarvan wilden we een nieuwe aanpak ontwikkelen voor het stimuleren, organiseren motiveren en mobiliseren van middelen en partners teneinde van innovatie in Europa een succesvoller proces te maken.

Ik wil eraan herinneren dat het voor de Commissie nooit een optie was om nieuwe gebouwen voor het EIT neer te zetten, maar dat zij met een nieuwe aanpak moest komen. Dit heeft anderhalf jaar geduurd: we zijn met dit project begonnen in het kader van de strategie van Lissabon in februari 2005, en sindsdien hebben we – ook in dit gebouw – heel wat kopjes koffie gedronken en gesprekken gevoerd die zeer inspirerend en interessant waren en ons hebben geleerd dat er vele opties en opinies zijn als het erom gaat innovatie te bevorderen. Ik ben blij dat we nu dit sterke gemeenschappelijke plan hebben geformuleerd.

Velen hebben het over de locatie van het instituut gehad. Dit is een kwestie voor de Raad. Ik denk dat het Sloveense voorzitterschap zal proberen om het desbetreffende besluitvormingsproces te kanaliseren. Er is reeds een aantal locaties genoemd – soms op het niveau van de lidstaten. Sommige steden op regionaal niveau hebben zich eveneens kandidaat gesteld. Het is een goed signaal dat er vele ambitieuze kandidaten zijn voor de zetel van het EIT. Er zijn tevens vele universiteiten, ondernemingen, onderzoeksinstellingen en technologiecentra die erop gebrand zijn niet alleen aan het raadplegingsproces deel te nemen, maar ook aan de selectie van de raad van bestuur en later aan de werkzaamheden van het EIT. Zoals mevrouw Hennicot-Schoepges heeft gezegd, zullen de betrokkenen hun identiteit niet verliezen: veeleer stellen wij voor de identiteit te verdelen tussen de universiteiten of de bestaande centra en het nieuwe EIT.

Dit is ongeveer wat ik nog wilde toevoegen in antwoord op uw opmerkingen en bijdragen. Ik wil nogmaals het belang onderstrepen van convergente, horizontale werkzaamheden. Zo heeft u het in dit Parlement aangepakt, en wij hebben het ook zo gedaan in de Commissie. Ik stond hierbij niet alleen. Ik sta niet alleen. Dit project werd gesteund door de voorzitter, de commissaris voor Industrie, de commissaris voor Onderzoek, de Commissaris voor Begroting en vele anderen. Ik ben van mening dat dit een zeer belangrijk signaal voor de toekomst is: laten we samenwerken, laten we ruimdenkend zijn en creativiteit stimuleren.

Deze maand wil ik voorstellen dat we 2009 tot het Europese Jaar van creativiteit en innovatie uitroepen. Dit voorstel is sterk gekoppeld aan de voorstellen, ideeën en beleidsmaatregelen die we in Europa dienen te bevorderen en in de praktijk dienen te brengen.

Ik wil u nogmaals hartelijk danken. Dit project is geen fait accompli, maar veeleer zitten we in de oprichtingsfase, waarna het echte werk moge beginnen – en ik hoop dat het goed van start gaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Reino Paasilinna, rapporteur. − (FI) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, we mogen niet vergeten dat in het begin een groter meerderheid tegen dit hele project was. Inmiddels hebben we het in samenwerking met de Commissie en de Raad uitgewerkt. Inmiddels hebben we een dynamisch plan ontwikkeld dat in stemming kan worden gebracht, en ik hoop dat een grote meerderheid voor zal stemmen. Dit is een goed voorbeeld voor samenwerking.

Wat betreft de locatie heb ik geen voorkeur, maar ik wil erop wijzen dat dit een modern netwerksysteem wordt in het kader waarvan onderzoekers en gemeenschappen onafhankelijk van elkaar werkzaam zijn. Zijn worden niet in de hoofdstad samengetrokken die als hoofdkantoor van het instituut wordt aangewezen. Bovendien zal de administratieve staf relatief klein zijn, minder dan 100 personen, zodat er geen grote gebouwen nodig zullen zijn.

Een punt is echter van groot belang. Er moet voor goede vervoersverbindingen worden gezorgd, bij voorkeur rechtstreekse vliegverbindingen, aangezien wij allen maar al te goed weten hoe lastig het is om ergens te werken waar geen rechtstreekse vliegverbindingen bestaan, zodat vergaderingen zelfs op een luchthaven moeten worden gehouden.

Vervolgens moeten we het over de financiering hebben. Dit is een belangrijk punt, hoewel voor een van de voorgestelde thematische gebieden, de communicatietechnologie reeds een financieringsmodel is gevonden. Met andere woorden: als belangstelling kan worden gewekt voor het thema, kan vast en zeker ook het nodige geld worden gevonden. Het kapitaal daarvoor ontbreekt in geen geval.

Velen hebben hier gezegd dat dit project een nieuwe vorm van samenwerking betekent. Het instituut zal dan ook geen concurrentie vormen voor andere instellingen, maar zal samenwerkingsverbanden creëren, zoals mevrouw Ek heeft opgemerkt. De heer Ransdorf en sommige anderen hebben geopperd dat het Europese model, dat het hoogtepunt vormt van een eeuwenlange traditie van Europese wetenschap, het culminatiepunt van de mondiale wetenschap moet gaan worden. Dit is ook een manier om uit te drukken wat voor kwaliteitsstandaards wij moeten zien in te voeren. Ik wil u allen danken voor uw samenwerking. Dit project moet slagen, omdat dit voor Europa van cruciaal belang is. Dank u wel.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt later vandaag plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Edit Herczog (PSE), schriftelijk. (HU) De revolutionaire ontwikkeling van de informatiemaatschappij en de technologie, de sociaaleconomische transformatie van de post-industriële samenleving, heeft de regeringen, de economie en de politici in de meeste landen uit hun doornroosjesslaap gewekt, en sindsdien wordt met toenemende belangstelling onderzocht waarom bepaalde gemeenschappen, grotere regio’s of landen zo succesvol zijn.

Recepten voor succes zijn creativiteit, creatieve energie en nieuwe ideeën die de basis kunnen vormen voor geheel nieuwe ontwikkelingen. Creativiteit die in de praktijk wordt omgezet, is innovatie. Laten we hopen dat het Europees instituut voor innovatie en technologie (EIT) zich als een creatief geesteskind van het Europees Parlement zal ontpoppen. De voornaamste doelstelling van het EIT is de ontwikkeling van het innovatievermogen van de Europese Unie door het scheppen van dwarsverbanden tussen het hoger onderwijs, de onderzoeksgemeenschap en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Het EIT kan er in belangrijke mate toe bijdragen dat Europese innovatie weer wereldfaam verwerft en dat men weer rekening moet gaan houden met Europese ondernemingen en onderzoekers. De hoofdstad van Hongarije dingt mee als mogelijke vestigingsplaats voor het Europees instituut voor innovatie en technologie. Ik ben er zeker van dat mijn land een goede gastheer voor het instituut zou zijn gezien de inspanningen van de overheid voor onderzoek en innovatie/ontwikkeling, gezien de onderzoeksinfrastructuur in het land, gezien de rol die Hongarije in het verleden heeft gespeeld voor de bevordering van de wetenschappen, en niet in de laatste plaats vanwege de Hongaarse gastvrijheid. Met een citaat van de Hongaarse geleerde en Nobelprijswinnaar Albert Szent-Györgyi verzoek ik u de kandidatuur van Hongarije als vestigingsplaats voor het EIT te steunen: “Hongarije is weliswaar klein qua bevolking, maar een grote mogendheid in termen van grijze cellen.”

 
  
MPphoto
 
 

  Janusz Lewandowski (PPE-DE), schriftelijk. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de tweede lezing in het Europees Parlement brengt ons een stap dichter bij de oprichting van een Europees instituut voor innovatie en technologie. Er is veel tijd verstreken sinds José Barroso het voorstel daarvoor in februari 2005 heeft ingediend. De bedoeling was om een instituut in het leven te roepen ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de Lissabon-strategie, die destijds halverwege de rit was en niet tot de beoogde resultaten had geleid.

Ik ben mij ervan bewust dat de Poolse stad Wrocław tot de steden behoort die erop hopen het hoofdkantoor van het EIT te kunnen herbergen. Ik ben mij er tevens van bewust dat men in Polen, evenals in de andere steden die het instituut met open armen zouden ontvangen (Wenen, München, Sant Cugat-Barcelona, Parijs, Oxford, Brussel, Boedapest, Neurenberg en Aaken), al te grote verwachtingen koestert met het oog op de geschatte som van 2,4 miljard euro die het zal kosten om dit instituut te financieren. Dit is het totale bedrag dat wordt uitgetrokken voor het instituut en het netwerk van kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG’s), die naar verwachting het grootste deel van de uitgaven zullen opslokken. Bovendien ben ik er van overtuigd dat de oprichting van het instituut er niet toe zal bijdragen de structurele hervormingen in te voeren die van cruciaal belang zijn voor innovatie en het concurrentievermogen in de Europese Unie.

Niettemin ben ik er, gezien de ambities van Wrocław en de kwaliteit van het bestuur van die stad, van overtuigd dat dit de juiste locatie voor het EIT zou zijn, en ik ben ingenomen met de vooruitgang die is geboekt met betrekking tot de oprichting van dit instituut.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Stubb (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Onderwijs, onderzoek en innovatie zetten deuren open naar de toekomst. Zij vormen de bouwstenen van de zogenaamde kennisdriehoek. Wij moeten concurrerend blijven. De kennisdriehoek is een sleutel daartoe.

Ik steun de ingediende tekst aangezien het voorstel van de Commissie tot oprichting van een Europees Technologie-instituut (EIT) erop is gericht een van Europa’s voornaamste zwakke punten aan te pakken: het gebrek aan innovatie. Ik beschouw het EIT als investering in de toekomst.

Aanvankelijk was er sprake van enige scepsis met betrekking tot de meerwaarde die het EIT zou opleveren. De voorgestelde netwerkstructuur is een goede oplossing. De expertise ligt bij de betrokken universiteiten en instellingen voor hoger onderwijs.

Op grond van mijn eigen academische ervaringen ben ik er voorstander van dat de ‘kennis- en innovatiegemeenschappen’ (KIG’s) van het EIT onafhankelijk blijven. De selectie van dergelijke centra gebeurt op basis van excellentiecriteria. Ik ben hier voor, omdat de KIG’s van de EIT op deze manier de beste impulsen zullen geven voor de innovatie in Europa.

 
  
  

(De vergadering wordt om 11.15 uur onderbroken en om 11.30 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: EDWARD McMILLAN-SCOTT
Ondervoorzitter

 
Juridische mededeling - Privacybeleid