Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2021(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0082/2008

Ingediende teksten :

A6-0082/2008

Debatten :

PV 09/04/2008 - 29
CRE 09/04/2008 - 29

Stemmingen :

PV 10/04/2008 - 9.7
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0115

Debatten
Woensdag 9 april 2008 - Brussel Uitgave PB

29. Begrotingsrichtsnoeren 2009 - (Afdelingen I, II, IV, V, VI, VII, VIII en IX) (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Het volgende punt is het verslag (A6-0082/2008) van de heer Lewandowski over de begrotingsrichtsnoeren 2009 – (afdelingen I, II, IV, V, VI, VII, VIII en IX).

 
  
MPphoto
 
 

  Janusz Lewandowski, rapporteur. − (PL) Mevrouw de Voorzitter, wij zetten de eerste stap in een begrotingsprocedure die afwijkt van de vorm van de voorgaande jaren in tenminste twee opzichten – vandaag, met het aannemen van en de discussie over de richtsnoeren, en morgen, met de stemming over de richtsnoeren voor 2009.

De eerste afwijking is dat wij een nieuwe samenwerkingsformule testen tussen de administratie van het Parlement en de Begrotingscommissie; wij zien dit als een proefproject, maar dit moet voldoen aan de algemeen bindende voorwaarden voor de begrotingsprocedure na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Ten tweede brengt 2009 nieuwe uitdagingen met zich mee, hetgeen niemand betwijfelt. Een van die uitdagingen is de vermoedelijke inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, en daarmee een essentiële uitbreiding van de bevoegdheden volgens de medebeslissingsprocedure van het Europees Parlement, wat het voor het Parlement gemakkelijker maakt om als echt wetgevend lichaam op te treden. Ten derde, dit is een verkiezingsjaar, zodat er kosten gemoeid zijn met de verkiezingscampagne en ook bepaalde kosten – naast ongetwijfeld ook besparingen - met het einde van de huidige zittingsperiode van het Parlement. Ten vierde, zal het statuut voor Parlementsleden in werking treden, wat de last van de personele kosten - onze kosten in de begroting van het Europees Parlement - zal doen toenemen.

In veel van deze zaken hebben wij al bepaalde kwantificeringen, bepaalde berekeningen zodra, volgens de regels, de prognoses, de eerste voorontwerpen van de begroting voor 2009 voor ons bekend zijn. Op het meest belangrijke gebied echter – in andere woorden, op het gebied van de toename van de bevoegdheden van het Europees Parlement na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon – hebben wij een werkgroep kunnen formeren die de extra kosten die hiermee gemoeid zijn zal vaststellen.

Aangezien wij de specifieke uitdagingen die ons in 2009 te wachten staan erkennen, kunnen wij ons niet vrijstellen van de plicht tot zuinig beheer van het geld van de Europese belastingbetalers, ofwel van bepaalde zelf opgelegde beperkingen die wij ook verwachten van andere Europese instellingen. Uitbreiding van de administratie is in een verkiezingsjaar niet bepaald iets dat de Europese kiezers willen horen – de kiezers tot wie wij ons richten voor een verlenging van het mandaat van het Europees Parlement. Nog een essentieel aspect van de richtsnoeren is binnenlandse verplichtingen, het zoeken naar mogelijkheden voor de herschikking van bestaand personeel - geen uitbreiding van personeel - en het concentreren op die functies die de toekomst van het Europees Parlement aangeven, wat wij benoemen met de term correctivity, en die met wetgeving verband houden.

Vandaag moeten wij ook een kwestie bespreken die een bepaalde weerklank vindt bij de media en zeker ook aspecten bevat die buiten de begroting liggen. Wat wij nodig hebben, zijn drie nieuwe regelingen. De eerste is de invoering van een statuut voor leden, met een duidelijk begrotingsaspect; de tweede is nieuwe pensioenfondsbasisvoorwaarden; en de derde is tewerkstellingsregels voor assistenten, die transparant genoeg moeten zijn om geen verkeerde verwachtingen te wekken en het Europees Parlement niet in een verkeerd daglicht te stellen.

Als rapporteur stel ik voor hierbij te verwijzen naar de resolutie van het Parlement van 25 oktober 2007 en naar de unanieme besluiten van het Praesidium en de Conferentie van voorzitters van het Europees Parlement. Ik weet dat onze interesse meer geprikkeld wordt door berekeningen dan door richtsnoeren, en ik hoop dan ook dat dit document probleemloos door de stemmingen komt morgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Maria Iacob-Ridzi, namens de PPE-DE-Fractie. (RO) De begroting van het Europees Parlement zal in de herfst van 2008 worden vastgesteld op basis van de begrotingsvooruitzichten voor het jaar 2009.

Desalniettemin, naast bedragen en programma’s, brengen de begrotingsvooruitzichten van dit jaar ook een discussie met zich mee over een kwestie die ik heel belangrijk vind: de juridische positie van assistenten van het Europees Parlement. Ik wil de heer Lewandowski bedanken voor zijn bijdrage aan de behandeling van deze kwestie.

Ik geloof dat het tijd wordt dat het oude systeem duidelijker en transparanter wordt en dat deze jonge mensen sociale en fiscale rechten krijgen gelijk aan die van de andere EP-personeelsleden. Wat de laatstgenoemden betreft, is er het Statuut van de Europese Gemeenschappen, een veelomvattend document, dat het personeel van EU-instellingen voldoende sociale bescherming biedt.

De meeste van de parlementaire assistenten zijn ook buitenlandse burgers in het land waar zij werkzaam zijn, en bijgevolg zouden zij de bescherming moeten krijgen die alle werknemers van internationale organisaties geboden wordt. Ik vind het niet normaal dat er gevallen bestaan waarbij de Belgische staat assistenten extra belastingverplichtingen oplegt, terwijl zij alle verplichte belastingen en sociale premies in hun land van origine betalen.

Het Parlement heeft ook nog duidelijke regelingen nodig voor assistenten met betrekking tot situaties als ziekte of zwangerschap. In verschillende resoluties heeft het Europees Parlement de secretaris-generaal en de Werkgroep statuut leden en assistenten en pensioenfonds reeds gevraagd om een nieuwe reeks regels op te stellen die de problemen die de assistenten nu ondervinden zullen oplossen.

Ik ben van mening dat het onze verantwoordelijkheid jegens de Europese burgers is om duidelijke en transparante regels bij deze instelling te hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Thijs Berman, namens de PSE-Fractie. – (NL) Mevrouw de Voorzitter, de begroting van het Europees Parlement voor 2009 wordt heel bijzonder, omdat àls het nieuwe verdrag in 2009 in werking treedt, dit Parlement voor het eerst over bijna alle terreinen medebeslist. Met het Verdrag van Lissabon wordt bereikt wat onze voorgangers meer dan 50 jaar geleden al vroegen, zonder het te krijgen, meer dan adviesrecht, meer dan instemmingsprocedures, medebeslissing en democratische controle door dit Parlement op vrijwel alle beleidsterreinen van Brussel.

De neiging om meer personeel te vragen is daarom groot. Medebeslissing betekent een zwaardere procedure in elke commissie en toch betekent het geen verdubbeling van het werk. Deze begroting blijft daarom voorzichtig en dat is goed. Waar extra personeel nodig is, wordt gezocht naar verschuiving van posten. Er komt weinig nieuw personeel bij. Dat is ook moeilijk verdedigbaar met bijna 6.000 medewerkers.

Het werk van dit Parlement moet wél zichtbaarder worden. De web-tv gaat na de zomer van start en ik wens de redactie uit naam van de Socialistische Fractie een onafhankelijke positie toe, waarin in alle vrijheid de debatten kunnen worden getoond die zich hier afspelen. Die openheid zijn wij aan onze kiezers verplicht. Wat we ook aan onze kiezers verplicht zijn is volledige controleerbaarheid van onze uitgaven en goed personeelsbeleid.

Assistenten moeten een behoorlijk contract hebben met de sociale zekerheid en de pensioenvoorzieningen die normaal zijn in elke Europese instelling. Minstens 1 op de 10 medewerkers werkt hier zonder enige sociale bescherming. Dat móet veranderen. Er moet een medewerkersstatuut komen, liefst nog dit jaar, en het is onbegrijpelijk dat een deel van de PPE-Fractie zich hiertegen, tegen de sociale en solidaire geest van de Europese Unie in, probeert te verzetten.

Er zal nog gewerkt moeten worden aan lange-termijnstrategieën, voor de aankoop van gebouwen, voor technologische vernieuwingen. Het ledenstatuut heeft bovendien gevolgen voor de begroting. Subsidies aan de Sacharov-stichting in Moskou kunnen niet meer dan eenmalig zijn en het is evenmin de primaire rol van dit Huis om musea voor de Europese geschiedenis te financieren. Dat moet het Europese budget dragen. Hierover moeten we nog debatteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne E. Jensen, namens de ALDE-Fractie. – (DA) Mevrouw de Voorzitter, ik wil graag eerst de rapporteur, de heer Lewandowski, bedanken voor een goed verslag, en ook mijn voldoening uitspreken over de nieuwe procedure en de – duidelijk merkbare – meer open dialoog en vroegtijdige briefing van de Begrotingscommissie. Zoals verscheidenen in dit Huis hebben opgemerkt, is 2009 een bijzonder jaar. Zelfs al is het Verdrag van Lissabon nog niet geratificeerd in alle landen, moeten wij bij onze begroting rekening houden met de inwerkingtreding ervan in 2009.

De nieuwe bevoegdheden van het Europees Parlement, waardoor het bijvoorbeeld invloed heeft op de landbouwbegroting en het juridisch beleid, betekent dat een aantal van de prioriteiten moeten worden aangepast om de nieuwe verantwoordelijkheden aan te kunnen. Vervolgens zijn er de verkiezingen voor het Europees Parlement en het statuut voor de leden, die ook een aanslag doen op de begroting.

De Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa is er blij mee dat de ontwerpbegroting van het Parlement binnen de twintig procent van de administratieve uitgaven van de EU blijft. Er is geen garantie dat dit in de volgende paar jaar haalbaar is, maar het is van belang dat wij de administratieve uitgaven onder controle houden.

Ik wil tevens de grote voldoening van de ALDE-Fractie uiten met de komst van een nieuw model voor de bezoldiging van de assistenten van de leden. Onze fractie heeft lang uitgezien naar een statuut voor de assistenten van de leden. Het is de juiste oplossing dat het Parlement de administratie op zich neemt, en dit wordt weergegeven in de begroting voor 2009.

Er is aanzienlijk bespaard met de verkoop van gebouwen gedurende de afgelopen tien jaar, maar ik ben het ermee eens dat wij nu op een punt beland zijn dat het gebouwenbeleid herzien moet worden, en dat dit beleid in het algemeen opgepoetst moet worden. Wij hebben nog niet zo’n voorstel voor de andere instellingen gezien, maar er is reden om de toenemende uitgaven voor gebouwen van die instellingen ook nauwlettend in het oog te houden.

Tot slot, blijf de kwestie van de financiering van de toekomstige EU-minister van Buitenlandse Zaken en de voorzitter van de Europese Raad van belang, maar wij komen hier later op terug.

 
  
MPphoto
 
 

  Wiesław Stefan Kuc, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, de door de rapporteur, de heer Lewandowski, ingediende richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2009 hebben hoofdzakelijk betrekking op het Europees Parlement, maar kunnen op andere afdelingen van toepassing zijn.

Gelet op de financiële beperkingen die aangenomen zijn en de onmetelijkheid van de aan het Verdrag van Lissabon gekoppelde nieuwe taken, de verandering in het statuut voor de leden en de voorgestelde invoering van een statuut voor assistenten, zal 2009 een heel moeilijk jaar worden. Er zijn veel onzekere factoren, dus de uitvoering van de richtlijnen krijgt prioriteit. Gedetailleerde analyses van behoeften en de bijbehorende kostenanalyses stellen ons in staat binnen het financiële kader te blijven en moeten er tegelijkertijd voor zorgen dat het Parlement zonder problemen functioneert en dat de nieuwe taken uitgevoerd kunnen worden. Onze fractie zal vóór het verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gérard Onesta, namens de Verts/ALE-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, 2009 is het jaar van nieuwe dingen, en derhalve van onzekerheden en gevaar. Het zal al het talent vereisen van onze rapporteur, de oud-voorzitter van de Begrotingscommissie, om deze uitdaging het hoofd te bieden.

Een nieuw Verdrag dat de reikwijdte van de medebeslissingsbevoegdheid van het Parlement zal verdubbelen. Stel je voor hoeveel inspanning hiervoor benodigd is, met name qua begroting. Een nieuw statuut voor de leden. En vooralsnog totaal onbekend: welke landen zullen hun toekomstig gekozen vertegenwoordigers toestaan in dit nieuwe systeem terecht te komen, en welke gekozen vertegenwoordigers willen dit ook? Een verkiezingscampagne, een nieuwe gedragscode, met name voor assistenten.

Ik heb het Bureau hier bijna tien jaar lang om verzocht en ik ben verheugd dat dit dossier bijna gereed is. Het is eenvoudig genoeg, omdat wij allen weten dat het financiële plaatje de belastingbetaler niets kost: het bezoldigen van assistenten die in Brussel werken op communautaire grondslag en het rechtstreeks onder Parlementaire controle bezoldigen van degenen die in de kiesdistricten werken. Hier moet een vaste post op de begroting voor komen, omdat eerlijkheid niet meer geld kost maar alleen een beetje politieke inspanning.

Ik ben ook een fervent aanhanger van nieuwe werkmethoden, met name wat de gebouwenkwestie betreft. Zoals veel van mijn collega’s ben ik na een aanbesteding namelijk altijd verbaasd over hoe verbazingwekkend hoog de bouwkosten zijn als het gaat om bouwwerkzaamheden van de Europese instellingen. Als wij echt willen besparen, is het wellicht niet noodzakelijk om alles wat ik net gezegd heb te vertalen in het Maltees, Lets en Hongaars, omdat het over acht maanden door niemand meer gelezen wordt, en dat zou ons EUR 17 miljoen per jaar besparen.

 
  
MPphoto
 
 

  Esko Seppänen, namens de GUE/NGL-Fractie. (FI) Mevrouw de Voorzitter, het verslag-Lewandowski biedt een evenwichtig overzicht van de omvang van de begroting van het Parlement. De sociaal-democraten en de groenen hebben geheel onnodig amendementen ingediend die een minder beheerste wijze van besteding der middelen zouden betekenen.

Het in het verslag ingenomen standpunt over het “Huis van Europese geschiedenis” treft de juiste toon als de rapporteur vermeldt dat het niet aan het Parlement is om een dergelijk project te financieren, al is het idee van de huidige Voorzitter afkomstig.

Het verslag bevat ook een standpunt over de begroting van de Commissie. Er wordt vermeld dat ongeveer 2 000 werknemers, die zijn uitbesteed aan diverse organen, niet onder de administratieve uitgaven van de Commissie vallen. Deze uitgaven komen niet ten laste van het totale bedrag, waarvan twintig procent naar het Parlement gaat. Het Parlement kan niet op dezelfde manier werk uitbesteden, en het moet ook de steun voor de pan-Europese politieke partijen uit de eigen begroting financieren.

 
  
MPphoto
 
 

  Sergej Kozlík (NI). – (SK) Ik ben het eens met het standpunt van de rapporteur en de Begrotingscommissie dat bij het opstellen van de EP-begroting voor 2009 prioriteit moet worden gegeven aan de uitgebreide bevoegdheden van het Parlement na de ratificatie van het Verdrag van Lissabon.

Zo is er met name de nieuwe taak van het Parlement om een bijdrage te leveren aan de wetgeving, net als de Raad van de Europese Unie. Ofschoon de overgang van de raadplegingsprocedure naar de medebeslissings-procedure niet noodzakelijkerwijs een verdubbeling van de werklast van de parlementaire commissies inhoudt, moeten wij voor ogen houden dat de toename aan medebeslissingsbevoegdheden ongekend is en dat het Parlement verantwoordelijkheden op zich zal nemen voor het opstellen van wetgevingsbesluiten. De politieke prioriteiten van het Parlement moeten derhalve naar behoren gefinancierd worden. Wij dienen uiteraard, voor zover mogelijk, geld te besparen, maar alleen onder voorwaarde dat de begroting toereikend blijft.

 
  
MPphoto
 
 

  Brigitte Douay (PSE). (FR) Mevrouw de Voorzitter, bij lezing van het zeer uitvoerige verslag-Lewandowski, was ik met name geïnteresseerd in de parlementaire begroting voor dit verkiezingsjaar – met het oog op het communicatiebeleid van de instelling.

Het verbeteren van de communicatie naar de Europese burgers was een van de prioriteiten van het Parlement voor 2009. Het is belangrijk voor de parlementsleden om nauw betrokken te zijn bij een gedecentraliseerde voorlichtingscampagne in de lidstaten, teneinde zich meer betrokken te voelen bij de komende verkiezingen en optimale resultaten te boeken.

Wij hopen tevens dat de lokale media volledig aan deze campagne zullen deelnemen, omdat zij een belangrijke rol vervullen bij het verstrekken van informatie. Het budget voor communicatie en de geplande acties voor 2009 moeten er voor zorgen dat zij de interesse wekken van en een snaar raken bij de Europese burgers, die vaak het gevoel hebben dat de Europese instellingen “te ver van hun bed zijn”.

Deze acties zijn over het algemeen het vervolg op de acties die in 2008 gestart en gefinancierd zijn. Wij hopen voorts dat het nieuwe informatiecentrum en de web-TV binnenkort toegankelijk zijn, opdat er betere informatie over de activiteiten van het Parlement kan worden verstrekt en de betrekkingen tussen de burgers en de Europese Unie verbeterd worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Valdis Dombrovskis (PPE-DE). – (LV) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, bij het opstellen van de begroting van het Europees Parlement voor 2009 is opnieuw de kwestie aan de orde gekomen van de maximaal toegestane totale budgettaire uitgaven van het Parlement, en of deze niet boven twintig procent van de totale administratieve uitgaven van de EU mogen uitkomen. Ik wil evenwel de door de rapporteur gevolgde benadering onderschrijven, namelijk dat de hoogte van de uitgaven van het Parlement gebaseerd moet zijn op vereisten die na zorgvuldige evaluatie gerechtvaardigd zijn. Het jaar 2009 brengt absoluut aanzienlijke veranderingen in het takenpakket van het Parlement met zich mee. Na de ratificatie van het Verdrag van Lissabon, zal de hoeveelheid wetgevingswerkzaamheden aanzienlijk toenemen, en de verandering in het bezoldingssysteem van de parlementsleden zal extra kosten veroorzaken, evenals de voorlichtingscampagne in verband met de Europese verkiezingen.

Door ons echter op de belangrijkste actieterreinen te concentreren, en de financieringsverzoeken zorgvuldig te onderzoeken, alsmede de mogelijkheden voor het intern overplaatsen van ambtenaren na te gaan, alvorens nieuwe permanente posten te creëren, is het mogelijk om de hoogte van de uitgaven van de begroting van het Parlement binnen de 20 procent-limiet te houden. Er zijn ook nog mogelijkheden om onnodig papier- en energieverbruik bij het Parlement te beperken. Ik ben verheugd over de steun die vorig jaar gegeven is aan het voorstel om de automatische verspreiding van papieren versies van afzonderlijke documenten aan alle leden en ambtenaren te beperken, onder voorwaarde dat dit op verzoek wel mogelijk blijft. Door aan dit voorstel gevolg te geven kan ruim drie miljoen vellen papier per jaar worden bespaard. Dit uitgangspunt kan op veel meer soorten documenten worden toegepast. Wat de begroting voor volgend jaar betreft, kan niet voorbij worden gegaan aan de kwestie van de uitgaven voor de assistenten van de leden, en ik doe derhalve een beroep op de door het Bureau opgezette werkgroep om met voorstellen te komen om de betaling van deze kosten transparanter te maken en gemakkelijker te controleren. Dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk (UEN) . – (PL) Mevrouw de Voorzitter, er zijn drie kwesties in dit debat waar ik de aandacht op wil vestigen.

Ten eerste, het inflatiepercentage is sterk stijgende in de afzonderlijke EU-landen, en dientengevolge zal het gemiddelde inflatieniveau in de EU circa vier procent zijn in 2008, dus het jaarlijks indexeren van de uitgaven met twee procent betekent in feite een daling van de uitgaven.

Ten tweede, een gevolg van het aannemen van het Verdrag van Lissabon zal een duidelijke toename van de bevoegdheden van het Europees Parlement zijn, de medebeslissingsprocedure op alle terreinen, en ook de bevoegdheden van de parlementen van de lidstaten, hetgeen een sterke stijging van de operationele kosten van het Europees Parlement met zich mee zal brengen.

Ten derde en tot slot, 2009 is het jaar van de verkiezingen van het Europees Parlement. Tot dusver is de opkomst voor deze verkiezingen buitengewoon laag geweest, met name in de nieuwe lidstaten. Daarom zijn er extra uitgaven nodig voor een voorlichtingscampagne, die voornamelijk wordt gericht op regionale en lokale media, via welke de kiezers het meest effectief kunnen worden bereikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Ingeborg Gräßle (PPE-DE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik wil van de gelegenheid gebruik maken om steun te winnen voor het amendement van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese democraten over de secretariaatstoelage. Ik weet dat de Fractie van de Groenen/Vrije Europese Alliantie en de Socialistische Fractie in het Europees Parlement een ander amendement hebben ingediend; dat van ons heeft dezelfde formulering als de besluiten van het Bureau en de Conferentie van voorzitters, waar alle fractievoorzitters unaniem vóór stemden. Ik vind het eigenlijk niet eerlijk dat er nu over de Begrotingscommisie wordt gezegd dat zij zoals gewoonlijk weer haar eigen gang gaat. In het amendement van de Verts/ALE-Fractie wordt gewag gemaakt van een statuut voor assistenten van de leden. Maar voor het zover is, moet eerst het amendement van het Bureau, ofwel het resultaat van de onderhandelingen met de Raad, bekend worden gemaakt.

Wij beijveren ons ook voor dit statuut voor assistenten van de leden, maar wij weten nog niet of het lukt, of wij kunnen komen tot een akkoord met de Raad. Ik wil derhalve verzoeken om deze zinsnede niet te laten leiden tot het verwerpen van de hele tekst van het amendement van het Bureau. Ik vind het heel belangrijk dat wij te werk gaan in dit Huis met zoveel mogelijk overeenstemming en dat wij niet onnodig redetwisten over details die wij toch niet kunnen waar maken. Vandaar mijn hartgrondig pleidooi om ons amendement te steunen. Er is geen enkel woord aan toegevoegd of uit weggelaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Janusz Lewandowski, rapporteur. − (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik wil mijn dank betuigen aan allen die aan het debat hebben deelgenomen.

Het probleem dat het vaakst ter sprake kwam in het debat, afgezien van de specifieke uitdagingen van 2009 en de noodzaak om het geld van de Europese belastingbetalers op spaarzame wijze te beheren, was absoluut de kwestie van de bezoldiging van de assistenten van de leden. Ik hoop dat deze kwestie kan worden opgelost zonder strijd tussen rivaliserende fracties, omdat alle fracties in het Parlement verbonden zijn door het besef van de noodzaak om tot een oplossing te komen zonder te vervallen in corruptie en achterdocht, waarbij tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de heterogeniteit van de 27 landen die de Europese Unie vormen.

Ik wil mijn college de heer Kuźmiuk geruststellen dat de uitgaven geïndexeerd zijn op 4,8 procent, wat waarschijnlijk meer is dan het Europese inflatiepercentage. Voorts wens ik mevrouw Gräßle succes bij het afronden van haar verslagen vóór middernacht.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen, donderdag 10 april 2008, plaats.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik wil eerst mijn erkentelijkheid betuigen over het uitstekende verslag van mijn Poolse collega, de heer Lewandowski, over de begrotingsrichtlijnen 2009 van de “andere instellingen”, ofwel het Europees Parlement, de Raad, het Hof van Justitie, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, de Europese ombudsman en de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming.

Dit document behandelt de belangrijkste uitdagingen die op de agenda van het Parlement staan voor 2009, met name de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Alles moet in het werk worden gesteld om ervoor te zorgen dat in de begroting, na de ratificatie van het verdrag van Lissabon, rekening gehouden wordt met de uitgebreide verantwoordelijkheden van het Parlement. Ik vraag mij echter af of er, voorafgaand aan de begrotingsprocedures, een controle uitgevoerd moet worden onder de personele middelen die aan de activiteiten van het Parlement zijn toegekend. De politieke leiders van het Parlement worden steeds belangrijker en het is noodzakelijk dat de Europese Parlementsleden de middelen hebben om geheel onafhankelijk te werken.

Het lijkt erop dat de huidige toegekende middelen niet langer toereikend zijn voor de ruimere politieke verantwoordelijkheden die het Europees Parlement nu – en in de toekomst - op zich moet nemen, om de Europese burgers naar behoren te vertegenwoordigen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid