Index 
 Volledige tekst 
Debatten
Dinsdag 22 april 2008 - Straatsburg Uitgave PB

De uitvoering van het programma van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds (debat)
MPphoto
 
 

  Marie-Arlette Carlotti, rapporteur. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, ontwikkelingshulp heeft de afgelopen dagen vooropgestaan in het nieuws, maar jammer genoeg om totaal verkeerde redenen.

In 2007 nam de ontwikkelingshulp van de EU voor het eerst sinds 2000 af. Dit is een ontstellende politieke boodschap die we uitdragen naar de landen en volkeren van het Zuiden, in een tijd waarin de meest kwetsbare van deze landen getroffen zijn door een voedselcrisis.

Het Parlement steunt de Commissie en steunt u, commissaris, door op de Europese top in Brussel de betrokkenheid van de EU nogmaals te herhalen, en aan te dringen op een strak tijdsschema. Wij hebben een tweevoudige verantwoordelijkheid inzake internationale solidariteit: allereerst moeten we ons houden aan onze beloften, en ten tweede moeten we garanderen dat onze hulp een concrete en effectieve bijdrage zal leveren aan de bestrijding van armoede. Dit is wat er op het spel staat bij de uitvoering van het tiende EOF en de circa 22,7 miljard euro die gedurende de komende zes jaar te besteden zijn. Ik ben van mening dat de EU hiermee beschikt over een belangrijk wapen voor het bestrijden van armoede en het werken aan een eerlijkere wereld.

Dit is de reden van onze extreme bezorgdheid over de vertragingen in het ratificatieproces. Wij moeten toegeven dat de Commissie zich heeft verplicht tot een continuïteit van de financiering, ten minste voor enige tijd, maar de situatie kan zeer snel onhoudbaar worden voor de meest kwetsbare Afrikaanse landen.

Onze eerste prioriteit voor het tiende EOF is democratische controle. Eerst de democratische controle van het Europees Parlement, door de opname van het EOF in de begroting – en ditmaal hoop ik dat we de uiterste termijn voor de herziening van de financiële vooruitzichten in 2010 niet zullen overschrijden – en vervolgens de democratische controle van nationale parlementen, met een krachtiger programma voor het versterken van de capaciteiten.

We willen ook graag dat onderwijs en gezondheidszorg prioritaire actieterreinen zijn, die twintig procent van de EOF-fondsen toegewezen krijgen. Er bestaan echter plannen om slechts 6,1 procent steun toe te wijzen aan deze terreinen, en dit cijfer is zelfs nog gedaald ten opzichte van het negende EOF. De Commissie zegt dat het de doelstelling van twintig procent zal behalen door middel van begrotingssteun, en wij houden haar aan haar woord.

Het verslag onderstreept ook tekortkomingen met betrekking tot gendervraagstukken, die op dit moment geen individueel actiegebied vormen. We moeten het debat hierover in overleg met onze ACS-partners, en hun parlementen en samenlevingen, heropenen tijdens de tussentijdse herziening in 2010.

Wat betreft begrotingssteun heb ik persoonlijk altijd geloofd dat dit een goed instrument is, er natuurlijk van uitgaande dat hiermee de democratie, goed bestuur en de coördinatie tussen donateurs/donerende landen worden gerespecteerd. Aangezien we van mening zijn dat begrotingssteun ten goede moet komen aan de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, moedigen we de Commissie aan deze weg te volgen bij het behalen van die doelstellingen door middel van haar MDG-contracten.

Met betrekking tot de nieuwe prestatiegerelateerde tranche, die is voorgesteld in het tiende EOF: natuurlijk zeggen we ja tegen een “premie” voor goed bestuur, maar nee tegen een bestuursprofiel, dat voornamelijk de belangen van het Noorden zou weerspiegelen. Ik zou willen praten over de strijd tegen terrorisme, immigratie, enzovoort.

We zullen ook oplettend zijn wanneer er sprake is van financiering door middel van economische partnerschapsovereenkomsten. Hierover hebben de EU en de lidstaten ook een toezegging gedaan: een extra bedrag van twee miljard euro voor hulp voor handel tussen nu en 2010. Het schijnt echter dat deze twee miljard euro is opgelost en dat de Commissie al plannen heeft om EPO’s van geïntegreerde regionale programma’s te financieren. Zij moet haar bedoelingen aangaande dit onderwerp verhelderen, aangezien EOF-fondsen volgens ons niet gebruikt mogen worden als een beloning voor het tekenen van een economische partnerschapsovereenkomst.

In het verslag worden nog een aantal andere zaken aangehaald, en hoewel ik geen tijd heb om op al deze zaken in te gaan, zal ik er nog een tweetal noemen voordat ik een einde maak aan mijn betoog. Als eerste, de steunfaciliteit voor vrede in Afrika. We moeten vanzelfsprekend de inspanningen van de steunfaciliteit voor vrede in Afrika ondersteunen en het voorkomen van conflicten op het continent bevorderen, maar ik vind dat dit instrument onder het GVBV valt, en derhalve gefinancierd moet worden uit de fondsen van het GVBV.

Als het gaat om cofinanciering vraagt het verslag eerst om een concrete toepassing, dat wil zeggen de oprichting van een “pan-Afrikaans ontwikkelingsfonds”, dat door het EOF en het nabuurschapsinstrument gezamenlijk wordt gefinancierd.

Dit is in het kort de inhoud van mijn verslag, in voor- en tegenspoed.

Mijnheer Michel, u zei onlangs dat wij de eerste generatie zijn die de strijd aan kunnen binden met extreme armoede, en met volle overtuiging kunnen zeggen: we hebben het geld, de geneesmiddelen en de wetenschappelijke kennis om een einde te maken aan armoede. De vraag is, hebben we ook de wil? Welnu, mijnheer Michel, wat dit aangaat staat het Parlement volledig achter u.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid