Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2553(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

O-0022/2008 (B6-0016/2008)

Debatten :

PV 23/04/2008 - 11
CRE 23/04/2008 - 11

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 23 april 2008 - Straatsburg Uitgave PB

11. Europese strategie met betrekking tot de biologische diversiteit (COP 9) en bioveiligheid (COP-MOP 4) (debat)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde zijn

– de mondelinge vraag van Miroslav Ouzký, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, aan de Commissie inzake de strategie van de Commissie voor de negende gewone vergadering van de conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit (COP 9) en de vierde vergadering van de partijen bij het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid (COP-MOP 4) (O-0023/2008 - B6-0017/2008);

– de mondelinge vraag van Miroslav Ouzký, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, aan de Raad inzake de strategie van de Raad voor de negende gewone vergadering van de conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit (COP 9) en de vierde vergadering van de partijen bij het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid (COP-MOP 4) (O-0022/2008 - B6-0016/2008).

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Ouzký, auteur. (CS) Mevrouw de Voorzitter, minister, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, ik zou willen beginnen met iets dat niets te maken heeft met mijn vraag en mij ergens over willen beklagen. Terwijl in alle landen de politie er als onderdeel van haar taken voor zorgt dat politici en parlementsleden hun werk kunnen doen, probeert de Franse politie de leden van het Europees Parlement juist van hun werk af te houden. Bij de ingang van dit gebouw probeerde een politieagent mij van binnenkomst te weerhouden, zelfs na mijn pasje te hebben gezien, naar zeggen om mij te beschermen tegen een demonstratie die buiten de ingang van het Parlement aan de gang was. Ik vind dit schandalig en ik hoop dat deze zaak zal worden besproken in het Parlement. Uiteraard is het niet relevant voor mijn vraag, maar ik kan u zeggen dat ik hier niet had gestaan als ik niet had geprobeerd via een ander deel van het gebouw alsnog naar binnen te komen.

Namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid ben ik gerechtigd een vraag te stellen aan zowel de Raad als de Commissie met betrekking tot de komende vergadering van de conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit in Bonn. Mijn vraag, aan zowel de Commissie als de Raad, gaat in principe om opheldering van de doelstellingen van de conferentie. Ook willen wij graag weten of de Commissie en de Raad van plan zijn leden van het Europees Parlement bij deze conferentie te betrekken. Ik moet erbij zeggen dat mijn commissie wil dat er meer gebeurt dan dat er alleen maar resoluties en afzonderlijke overeenkomsten worden aangenomen: zij wil weten hoe deze worden uitgevoerd en doorgevoerd, d.w.z. hoe deze in praktijk worden gebracht.

Ik zou willen vragen of de Europese Unie en de Europese instellingen zich bewust zijn van hun leidende rol op dit vlak, namelijk de strijd tegen verlies van biologische diversiteit. Als wij een voortrekkersrol willen vervullen, zullen wij dit goed duidelijk moeten maken. Ik zou willen vragen of men wel beseft dat de financiering van al deze programma’s en beslissingen van cruciaal belang is en dat deze niet kunnen worden uitgevoerd zonder passende financiële ondersteuning. Ook hoop ik dat zowel de Commissie als de Raad begrijpt wat het effect van de waterschaarste in het Middellandse Zeegebied is, en wat de effecten van droogte en klimaatverandering op de biologische diversiteit als zodanig zijn.

De commissie zou graag willen weten of er speciale aandacht uitgaat naar de mariene en de kustbiodiversiteit en of de Commissie en de Raad doordrongen zijn van het belang om regionale en plaatselijke overheden en ondernemingen te betrekken in de strijd tegen het verlies van biologische diversiteit. Ook zou ik willen weten of men beseft hoe belangrijk duurzaam bosbeheer en duurzame gewassenproductie zijn, met specifieke nadruk op de duurzame ontwikkeling van biobrandstoffen, hetgeen een zeer actuele onderwerp aan het worden is. Zoals u weet is de productie van biobrandstoffen deel van het pakket voor klimaatverandering dat wij momenteel bespreken, en zijn duurzaam gebruik en duurzame ontwikkeling van biobrandstoffen belangrijke kwesties. Aan de andere kant weten wij ook dat het een zeer negatief effect heeft op de biologische diversiteit.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Dank u. Ik zal uw klacht doorgeven. Wellicht neemt men contact met u op over de kwestie.

 
  
MPphoto
 
 

  Janez Podobnik, fungerend voorzitter van de Raad. (SL) Laat ik beginnen met mijn dank uit te spreken aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en haar voorzitter, de heer Ouzký, voor zijn mondelinge vraag aan mij, de Raad en de Commissie. Met deze vraag brengt u de gevoelige kwestie van de biologische diversiteit voor het voetlicht.

Biologische diversiteit heeft tezamen met de klimaatverandering de hoogste prioriteit van de milieutaken van het voorzitterschap. De negende gewone vergadering van de conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit (COP 9), die in mei in Bonn zal plaatsvinden, is daarom een belangrijk evenement voor de Europese Unie in het algemeen en het Sloveense voorzitterschap in het bijzonder.

In het kader van het meerjarenprogramma van het Duitse, Portugese en Sloveense voorzitterschap heeft de Raad uitgebreide voorbereidingen getroffen om deze belangrijke bijeenkomst tot een succes te maken in de zin van betere bescherming en duurzaam gebruik van biologische diversiteit op mondiaal niveau. De Raad heeft aangegeven dat de Europese Unie vastberaden is om aan de mondiale doelstellingen te voldoen, en hierbinnen is zij ook van plan het tempo waarmee de biologische diversiteit verloren gaat uiterlijk 2010 aanzienlijk te hebben afgeremd. Ook is zij vastberaden het EU-doel te verwezenlijken om per 2010 de afname van biologische diversiteit te hebben gekeerd. Het antwoord op uw vraag is dan ook: ja, de Europese Unie wil en moet haar rol als mondiaal leider op dit vlak blijven vervullen.

De Raad heeft beklemtoont dat de Europese Unie ernaar streeft een actieve en constructieve rol te spelen en dat de Unie op de conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit zal streven naar een vergaand, maar realistisch resultaat van de vergadering. Ook heeft de Raad aangegeven dat teneinde de doelstelling inzake biologische diversiteit in 2010 te halen, het dringend nodig is om op alle niveaus nadere concrete maatregelen te treffen.

Het verdrag zal zowel op nationaal als EU-niveau moeten worden uitgevoerd. De Europese Unie heeft de politieke toezegging gedaan om alledrie de doelstellingen van de conferentie inzake biologische diversiteit te verwezenlijken, d.w.z. bescherming en duurzaamheid van het gebruik van biologische diversiteit, toegang tot de genetische hulpbronnen en het billijke delen van de voordelen van het gebruik daarvan.

De besluiten waarin de prioritaire taken van de Europese Unie voor de negende conferentie van de partijen primair zijn vastgelegd, zijn in juni vorig jaar en daarna in maart dit jaar door de Raad aangenomen. Ik zal een aantal van deze prioritaire taken voor u opsommen. Wij moeten het belang benadrukken van versnelde uitvoering van alle werkprogramma’s van het Verdrag inzake biologische diversiteit en wij moeten de synergie verbeteren tussen klimaatveranderingsbeleid en biologische diversiteit teneinde zoveel mogelijk gemeenschappelijke voordelen te verwezenlijken. De Raad blijft wijzen op het belang van cohesie op alle niveaus bij de uitvoering van internationale milieuovereenkomsten .

Wij moeten benadrukken dat het voor de negende conferentie van belang is het probleem te bespreken van de productie, de handel en het gebruik van biobrandstoffen en biomassa en het effect daarvan op de biologische diversiteit en ecosysteemdiensten. In dit opzicht is het nog belangrijker de duurzaamheidscriteria voor de productie van biobrandstoffen vast te stellen. Wij moeten benadrukken hoe belangrijk het is een programma uit te voeren voor biologische diversiteit in de bossen en voor vermindering van de ontbossing en van de verslechtering van de ecosystemen in de bossen. De Raad onderschrijft het belang van bossen voor de aanpassing aan en beperking van klimaatverandering en het behoud van de biologische diversiteit.

Wij moeten zorgen voor een snelle en uitgebreide uitvoering van het werkprogramma voor beschermde regio’s. In dit kader moeten wij technische en financiële steun bieden – en u vroeg immers naar de financiering – d.w.z. de financiële steun om in de gehele wereld beschermde regio’s in het leven te kunnen roepen. Tijdens de negende vergadering moeten wij ecologische criteria aannemen om de mariene regio’s in de open zee vast te stellen die bescherming behoeven. Het is van belang de rol van de particuliere sector bij de uitvoering van het Verdrag te benadrukken, met name die van het midden- en kleinbedrijf.

Tot slot is de Europese Unie vastbesloten om haar actieve betrokkenheid voor te zetten bij de planning van en onderhandeling over de internationale procedure voor toegang tot de genetische hulpbronnen en het billijke delen van de voordelen van het gebruik daarvan. De Europese Unie streeft ernaar de onderhandelingen af te ronden voor de tiende vergadering van de conferentie van de partijen bij het Verdrag.

Ter afronding kan ik zeggen dat er meer dan 20 onderwerpen op de vergadering worden besproken. Ik heb alleen die genoemd die de Raad van cruciaal belang acht voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag, met name de doelstellingen voor biologische diversiteit in 2010. Dit zal de laatste vergadering zijn voordat de uiterste datum van 2010 afloopt, dus is het ook de laatste mogelijkheid om concrete maatregelen te nemen. Aangezien de vergadering plaatsvindt in Europa, is het voor de Europese Unie van nog groter belang om haar prioriteiten en inspanningen op de agenda te zetten.

Ik heb uw voorstel voor de resolutie waarover u morgen in het Europees Parlement gaat stemmen, grondig bestudeerd. Naar onze mening vormt de resolutie een goede samenvatting van de belangrijkste prioriteiten en de door de Europese Unie in Bonn te verwezenlijken doelstellingen.

 
  
  

VOORZITTER: EDWARD McMILLAN-SCOTT
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Margot Wallström, vicevoorzitter van de Commissie. (EN) Mijnheer de voorzitter, allereerst zou ik de heer Ouzký willen danken voor zijn belangwekkende vraag. Ik denk dat wij allemaal wel hebben gezien hoe in 2007 milieukwesties zich nestelden aan de top van de politieke agenda’s. Klimaatverandering domineerde de krantenkoppen en het publieke debat.

Maar het verlies aan biologische diversiteit is een wereldwijde dreiging die met evenveel urgentie moet worden aangepakt. En de twee zijn aan elkaar gelieerd: klimaatverandering en biologische diversiteit zijn aan elkaar gelieerd. Als wij deze relatie niet onderkennen, ondergraven wij onze inspanningen op beide vlakken.

Hoe stoppen wij het verlies aan biologische diversiteit? Welnu, ik denk dat Europa enige vooruitgang op dit vlak heeft geboekt door de activiteiten uit te voeren die vielen onder de mededeling van de Commissie van 2006, getiteld “Het biodiversiteitsverlies tegen 2010 — en daarna — tot staan brengen”. Wij zullen echter meer moeten doen. Er is bovenal behoefte aan een grotere financiële betrokkenheid van andere sectoren dan die van natuurbehoud, zoals landbouw, visserij en energie.

Effectieve internationale samenwerking is eveneens essentieel en wij willen er dan ook alles aan doen om op basis van het Verdrag inzake biologische diversiteit de mondiale biologische diversiteit wereldwijd te beschermen.

De negende gewone vergadering van de conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit, die parallel verloopt aan de vierde vergadering van de partijen bij het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid, biedt een uitgelezen kans om de bescherming van biologische diversiteit te intensiveren, en aangezien deze vergaderingen worden gehouden in Duitsland en worden voorgezeten door dit land, speelt Europa een bijzondere rol. Wij zullen daarom aandringen op intensivering van de internationale inspanningen om de mondiale doelstelling van een aanzienlijke reductie van het verlies aan biologische diversiteit per 2010 te verwezenlijken.

Begin maart heeft de Raad de conclusies goedgekeurd waarin een breed politiek mandaat en de belangrijkste prioriteiten voor de EU op deze vergaderingen werden vastgelegd. Deze kunnen in zeven punten worden samengevat.

Ten eerste willen wij nieuwe toezeggingen overeenkomen om de uitvoering te verbeteren, met name de uitvoering van de programma’s van het Verdrag inzake biologische diversiteit met betrekking tot beschermde gebieden en de biologische diversiteit van bossen.

Ten tweede willen wij zorgen dat de aanpassings- en beperkingsmaatregelen inzake klimaatverandering ook de doelstelling inzake biologische diversiteit voor 2010 ondersteunen. De in Bonn te nemen beslissingen moeten bijdragen aan het debat naar aanleiding van Bali over de reductie van uitstoot in verband met ontbossing en verslechtering van de bossen.

Ten derde zullen wij bevorderen dat er criteria worden vastgelegd voor het aanwijzen van kwetsbare mariene gebieden die bescherming behoeven. Daarnaast zijn wij ook van plan alle partijen van de overeenkomst vast te leggen in de zin van hoe deze criteria moeten worden gehanteerd.

Ten vierde willen wij internationale richtsnoeren ontwikkelen ter bevordering van manieren ter verbetering van de productie en consumptie van biomassa, met inbegrip van biobrandstoffen, die vriendelijk zijn voor de biologische diversiteit.

Ten vijfde willen wij de belangrijkste componenten vastleggen voor een internationaal stelsel inzake toegang tot genetische hulpbronnen en het billijke delen van de voordelen van het gebruik daarvan.

Ten zesde streven wij naar een overeenkomst over het opzetten van een internationaal mechanisme voor wetenschappelijke deskundigheid van biologische diversiteit.

Ten zevende, en tot slot, zullen wij streven naar een besluit op het gebied van aansprakelijkheid en verhaal voor schade als gevolg van grensoverschrijdende verplaatsing van gemodificeerde levende organismen.

Verder maakt de Commissie het ook mogelijk dat leden van het Parlement worden opgenomen in de communautaire delegaties voor de onderhandeling van internationale overeenkomsten. Zelf heb ik hier hele positieve ervaringen mee. Ik verwelkom de deelname van leden van het Europees Parlement aan zowel COP 9 als MOP 4, zoals deze bijeenkomsten in deze context heten. Ik zou natuurlijk graag uw prioriteiten en verwachtingen voor deze bijeenkomsten horen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pilar del Castillo Vera, namens de PPE-DE-Fractie.(ES) Mijnheer de Voorzitter, minister, commissaris, vanmiddag voer ik namens mevrouw Gutiérrez-Cortines het woord.

Ten eerste wil ik benadrukken dat het EP de VN-conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit nadrukkelijk en onvoorwaardelijk steunt.

In dit verband is de resolutie waarover wij morgen stemmen een poging de belangrijkste doelstellingen en bedoelingen van de internationale conferentie als volgt kracht bij te zetten: ten eerste door te zorgen voor een zo goed mogelijke bescherming van de flora en fauna; ten tweede door duurzaam gebruik van land ten behoeve van het behoud van diersoorten en natuur; en ten derde door behoud van ons natuurlijk genetisch kapitaal.

Een aantal natuurbehoudsprogramma’s dient in dit verband in overweging te worden genomen, met name de modellen die al in de EU zijn toegepast. Hierbij refereer ik met name aan Natura 2000 en Habitat, die beide al zeer nuttig zijn gebleken.

Ook ben ik van mening dat wij moeten komen tot een alomvattende aanpak voor ons werk, waarbij wij gebruik maken van flexibele modellen, aangezien de natuur uiteindelijk een dynamisch systeem is dat voortdurend evolueert en wordt beïnvloed door alle vereisten waar zij voor komt te staan, zowel ten aanzien van de landbouw als anderszins.

Ook denk ik dat er meer op wetenschap en training gebaseerde criteria moeten worden gehanteerd, en dat alle economische aspecten en aspecten van uitvoerbaarheid in overweging moeten worden genomen.

De opvattingen van eigenaars en de prikkels voor eigenaars vormen eveneens een belangrijk onderwerp. In dit opzicht heb ik twee vragen aan de Commissie: Hoe ziet zij de toepassing van wetenschappelijke modellen in de catalogisering en vaststelling van variëteiten van te behouden diersoorten of ruimtes? Wat denkt zij van prikkels voor eigenaars op alle niveaus?

 
  
MPphoto
 
 

  María Sornosa Martínez, namens de PSE-Fractie.(ES) Mijnheer de Voorzitter, minister, commissaris, wij realiseren ons allemaal dat het verlies aan biologische diversiteit vergaande ecologische, sociale, economische en culturele gevolgen heeft, die verder verergerd worden door de negatieve invloed van klimaatverandering.

De gevolgen van deze situatie komen het hardst aan bij de armen. Het Verdrag inzake biologische diversiteit is wereldwijd het belangrijkste wettelijke instrument in de strijd tegen het verlies van biologische diversiteit. Er speelt echter nog een ander probleem: het gebrek aan financiële middelen vormt een ernstig struikelblok bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag. Daarom doe ik een beroep op zowel de Raad als de Commissie om de financiering voor het behoud van biologische diversiteit binnen alle relevante begrotingen van hun mandaat uit te breiden.

Ik wil een aantal aspecten uitlichten waarop in deze ontwerpresolutie specifiek de nadruk wordt gelegd: de erkenning van het voortdurende verlies van biologische diversiteit in de Europese Unie, die inmiddels gegeven is; de stap naar een eerlijk, rechtvaardig en wettelijk bindend internationaal rechtstelsel inzake genetische hulpbronnen en het billijke delen van de voordelen van het gebruik daarvan; en de bevordering van de toepassing van bestaande toezeggingen inzake beter duurzaam beheer en behoud van de mariene biodiversiteit, met het oog op de bescherming tegen destructieve praktijken en niet-duurzame visserij die de mariene ecosystemen aantasten.

Ik zou willen eindigen met te zeggen dat het de hoogste tijd is dat wij ferme maatregelen treffen om te proberen al deze problemen op te lossen. Want al geloof ik dat het nog altijd niet te laat is, we weten allemaal dat wij bezig zijn met een race tegen de klok, en dat geldt zeker ook voor de biodiversiteit die wij willen beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Lebech, namens de ALDE-Fractie. (DA) Mijnheer de Voorzitter, de negende COP-vergadering inzake biologische diversiteit had niet op een beter tijdstip kunnen vallen. De afgelopen weken is er een hoop over biobrandstoffen gezegd en geschreven en laat het heel duidelijk zijn: de productie van biobrandstoffen mag niet ten koste gaan van de biodiversiteit. Natuurlijk overwegen we momenteel de voorstellen voor een richtlijn van de Commissie ter bevordering van het gebruik van duurzame energie, zoals biobrandstoffen. Het Parlement moet ervoor zorgen dat er strenge criteria voor de productie van dergelijke biobrandstoffen worden opgesteld in verband met de ecologische duurzaamheid. We schieten er niets mee op als we in de strijd tegen de opwarming van de aarde de uitstoot van CO2 afkomstig van auto’s verminderen en tegelijkertijd de uitstoot van CO2 verhogen door bossen en planten te gebruiken voor de productie van benzine, waardoor grote hoeveelheden CO2 uit de grond vrijkomen. De vergadering in Bonn biedt een goede gelegenheid om het belang van de productie van biobrandstoffen overeenkomstig duurzaamheidscriteria, zowel binnen als buiten de EU, te benadrukken.

In 2002 hebben de partijen toegezegd ervoor te zullen zorgen dat het verlies aan biodiversiteit in 2010 op mondiaal, regionaal en nationaal niveau sterk is teruggedrongen. Het is van belang dat de partijen naar dit doel blijven toewerken. Het Verdrag van de Verenigde Naties inzake biologische diversiteit biedt een mondiaal kader voor de bescherming van de biodiversiteit. Helaas worden veel internationale overeenkomsten gesloten op basis van de kleinste gemene deler. Dat is onaanvaardbaar als het gaat om de bescherming van de natuur. De EU moet hoge normen voor zichzelf stellen en proberen de normen in internationale overeenkomsten te verscherpen. De EU moet ook meer doen voor de bescherming van de biodiversiteit. Momenteel zeggen we soms het ene en doen we het andere. Dat kan onze geloofwaardigheid schaden. Desalniettemin moeten de Commissie en de lidstaten streven naar een betere bescherming van de biodiversiteit, met name in bosrijke streken en landbouwgebieden, aangezien deze gebieden enorm onder druk komen te staan doordat er steeds meer biobrandstoffen worden geproduceerd.

Hoe kunnen we voorkomen dat er rond biodiversiteit en biobrandstoffen een of/of-situatie ontstaat? Dat kunnen we doen door strengere eisen te stellen. Dan worden beide wellicht mogelijk. COP 9 draagt hiertoe bij.

 
  
MPphoto
 
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański, namens de UEN-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, het behoud van de biologische diversiteit vormt een uitdaging voor de wereld van vandaag. Het gaat niet alleen om schoonheid, maar ook om het evenwicht van de natuur en het welzijn van de mens.

We zijn al jaren op de hoogte van het probleem van chemische vervuiling en andere nadelige gevolgen van de beschaving, zoals de verslechtering van het milieu, klimaatverandering, verontreiniging, ontbossing en schade aan habitats. Het broeikaseffect is de laatste tijd een actueel onderwerp. Helaas hebben we het probleem van de biologische vervuiling ten gevolge van genetisch gemodificeerde organismen genegeerd en daar zijn we allemaal medeschuldig aan. Chemische vervuiling kan na verloop van tijd ongedaan worden gemaakt, maar we hebben er niet bij stilgestaan dat biologische vervuiling vaak onomkeerbaar is.

Daarom moeten we een ondubbelzinnig besluit nemen over de vraag of we vóór biologische diversiteit zijn of vóór GGO’s. We moeten besluiten waar we de meeste waarde aan hechten: mensen en hun omgeving of de belangen van Monsanto en dergelijke bedrijven die enorme winsten behalen met GGO’s. Als we de biologische diversiteit wensen te behouden, zullen we de ernstigst bedreigde soorten in kaart moeten brengen. Dan wordt het mogelijk doelen te stellen om ze te beschermen en te voorkomen dat in de toekomst andere soorten uitsterven. We moeten niet vergeten dat het heel eenvoudig is schade te veroorzaken maar vaak onmogelijk de schade ongedaan te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Anne Isler Béguin, namens de Verts/ALE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dit is bepaald niet de eerste keer dat we het over biodiversiteit hebben en dat we de Raad en de Commissie vragen de biodiversiteit te beschermen. Het is een positieve zaak dat we erin geslaagd zijn klimaatverandering tot een prioriteit van de EU te maken, maar we moeten ons wel realiseren dat de verdragen inzake biodiversiteit en woestijnvorming ietwat overschaduwd worden door de klimaatverandering.

We weten hoe belangrijk biodiversiteit of, in feite, natuurbescherming is voor ons eigen voortbestaan omdat we zien dat de achteruitgang van de biodiversiteit doorzet, ondanks de maatregelen die op Europees of mondiaal niveau zijn genomen, en er nog steeds soorten uitsterven. We moeten de feiten onder ogen zien: de klimaatverandering kunnen we proberen te bedwingen, maar dat gaat niet op voor het uitsterven van soorten. Als een soort eenmaal is uitgestorven, is deze voor altijd verdwenen.

Deze kwestie, dit bewijs moet volledig worden geïntegreerd. Als je bijvoorbeeld nagaat dat we uitstekende instrumenten zoals Natura 2000 en de vogel- en habitatrichtlijn hebben om de achteruitgang van de biodiversiteit in de Europese Unie tegen te gaan en als je dan ziet dat er nu nog steeds bepaalde lidstaten zijn die Natura 2000 niet ten uitvoer willen leggenen die niet voor Natura 2000 willen betalen, is het heel duidelijk dat we nog een lange weg te gaan hebben.

Daarom hoop ik oprecht dat de Commissie deze twee richtlijnen en Natura 2000 blijft steunen. Ik zou ook graag zien dat u in het kader van het Verdrag van Bonn criteria voor biobrandstoffen opstelt en dat u aandringt op een overeenkomst over de vorming van een groep intergouvernementele deskundigen op het gebied van biodiversiteit, zoals het IPCC inzake klimaatverandering, zodat we anderen kunnen helpen instrumenten ten uitvoer te leggen die wij zelf al hebben ingevoerd maar zij nog niet.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm, namens de GUE/NGL-Fractie. (SV) Er komen naar schatting veertien miljoen verschillende dieren- en plantensoorten voor op aarde. Hieruit blijkt dat we op een fantastische planeet wonen en dat wij een verantwoordelijkheid hebben voor het beheer ervan. Deze biologische diversiteit wordt echter bedreigd. Meer dan dertigduizend soorten worden momenteel bedreigd met uitsterven. Wij mensen en het economische systeem dat we hebben opgebouwd, dat is gebaseerd op voortdurende groei en consumptie, vormen de voornaamste dreiging. We menen een en ander te kunnen realiseren door middel van concurrentie in plaats van planning en door middel van vervoer in plaats van plaatselijke productie. Geen wonder dat we geconfronteerd worden met een klimaatramp en biologische verarming.

We kunnen deze trend keren. Het is natuurlijk goed dat de EU en haar lidstaten het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit hebben getekend. Dat kan als een belangrijk instrument dienen. Daarmee verbinden we ons tot het opstellen van actieplannen ter bescherming van de biologische diversiteit en het opzetten van een wereldwijd netwerk van beschermde gebieden op het land en in de zee, om zomaar een voorbeeld te geven. Het meeste werk moet echter op EU-niveau worden verricht. Als we niet bij de basis beginnen, zullen we de milieuproblemen waarvoor we gesteld staan, nooit kunnen oplossen.

Ik wil graag drie punten naar voren brengen. De vervoersgekte – het is een uitgangspunt van de EU dat er geen hindernissen tussen de lidstaten worden opgeworpen. Een product moet worden geproduceerd waar dit het goedkoopst is. Als gevolg hiervan is het langeafstandsvrachtvervoer alleen al tussen 1993 en 2000 met niet minder dan dertig procent toegenomen. Als de EU en haar lidstaten de infrastructuur subsidiëren, gaat er altijd veel meer naar de snelwegen dan naar duurzame vormen van vervoer. In het voormalige Oost-Europa, de nieuwe lidstaten, volgt de EU een waar asfaltbeleid met gigantische subsidies voor snelwegen. De spoorwegen zouden moeten worden gestimuleerd, niet de snelwegen. Daarom zeg ik tegen de Commissie: kijk eens naar het subsidiebeleid.

En nu ik het toch over subsidies heb: er kan ongelooflijk veel worden gedaan aan de landbouwsubsidies, 55 miljard euro per jaar. Subsidies die een rechtstreeks negatief effect hebben op het milieu, zouden niet moeten worden uitbetaald en landbouwsteun zou moeten worden gereserveerd voor milieumaatregelen en biologische landbouw. In plaats van maximum opbrengsten zouden biologische diversiteit en klimaatvriendelijke oplossingen hoofddoelstellingen van het landbouwbeleid moeten zijn.

Het derde fundamentele probleem dat moet worden aangepakt, is de interne markt. Ik weet dat dit vloeken in de kerk is, maar de EU kan eenvoudigweg niet blijven toestaan dat de markt belangrijker is dan een vooruitstrevend milieubeleid. Enkele weken geleden vertelde EU-commissaris Verheugen mij dat de Commissie de afgelopen vijf jaar negentien keer een afzonderlijk land voor het Europees Hof van Justitie heeft gedaagd in verband met milieukwesties of de volksgezondheid. Wat werkelijk beangstigend is, is dat in alle negentien gevallen het Hof de lijn van de Commissie volgde, met andere woorden, dat de lidstaten geen maatregelen ten uitvoer mochten leggen ter bescherming van het milieu of de volksgezondheid. Als we het serieus menen, moet er een milieugarantie komen die deze benaming waard is. Zo’n garantie hebben we nu niet en het Verdrag van Lissabon zal daar helaas ook niet voor zorgen. Het marktbeleid staat daar ook voorop.

Samenvattend: in onze resolutie eisen we duurzame normen voor biobrandstoffen. Ik maak van de gelegenheid gebruik door de volgende vraag te stellen, misschien vooral bedoeld voor de Raad: bent u bereid naast milieucriteria ook maatschappelijke normen voor biobrandstoffen op te stellen, bijvoorbeeld de garantie op een aanvaardbaar loon, vakbondsrechten en dergelijke voor de biobrandstof die we inkopen in de EU?

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. (NL) Voorzitter, Raadsvoorzitter, commissaris, twee weken geleden heb ik de Milieucommissie en de Klimaatcommissie vertegenwoordigd op de informele Milieuraad in het najaar in Slovenië. Daar stonden twee onderwerpen centraal: enerzijds de aanpak van klimaatverandering en anderzijds de bescherming van de biodiversiteit. De meeste nadruk kregen daarbij de biodiversiteit, biomassa en biobrandstoffen in relatie tot de biodiversiteit in bossen. Er werd gedebatteerd over de mogelijkheden van biomassa uit bossen voor energievoorziening, met name voor de tweede generatie biobrandstoffen en over duurzaamheidscriteria voor het gebruik van biomassa uit bossen. Het was een geslaagde conferentie, met dank aan de Sloveense voorzitter, minister Podobnic.

We zien dat door ontbossing en illegale houtkap veel soorten met uitsterven worden bedreigd. Zij ervaren een ingrijpende verandering in hun leefomgeving en kunnen dientengevolge niet overleven. Bossen zorgen voor een zeer gevarieerde soortenrijkdom van zowel planten als dieren. In het kader van de bescherming van de biodiversiteit is het dan ook van essentieel belang om de ontbossing een halt toe te roepen, voor zover dat mogelijk is. Dit geldt overigens niet alleen voor landen buiten de Europese Unie, maar zeker ook voor de Europese lidstaten. Goed bosbeheer moet daarbij bevorderd worden, te meer daar bossen ook op andere terreinen zeer waardevol zijn. Ontbossing leidt namelijk ook tot ernstige bodemerosie, zeker ook in berggebieden, en tot een verstoring van de waterhuishouding, waardoor de biodiversiteit verder sterk aangetast wordt.

Ook de opwarming van de aarde kan de soortenrijkdom aantasten. Er vinden grote verschuivingen plaats in verspreidingsgebieden van soorten, waardoor sommige soorten ernstig bedreigd worden, met name in de noordelijke regio’s. Boskap in tropische regio’s lijkt de opwarming alleen maar te versterken, mede doordat de opslagcapaciteit van CO2 sterk verminderd wordt. Studies die in de afgelopen jaren gepubliceerd zijn in onder meer Nature and Science tonen echter aan dat een toename van bos ook leidt tot een hogere uitstoot van methaan, een broeikasgas dat 23 keer sterker is dan CO2. Naarmate de temperatuur hoger wordt en de zon meer schijnt, wordt meer methaan uitgestoten. Voornamelijk in tropische gebieden wordt er fors meer methaan uitgestoten. Extra bosaanplant leidt tot een extra opnamecapaciteit van CO2, maar een deel van die CO2-opname wordt dus teniet gedaan door een toename van methaanuitstoot. Desondanks blijft de balans wel positief, zeker in de niet-tropische gebieden.

Ten slotte, de genoemde factoren die een negatief effect hebben op de biodiversiteit worden helaas versterkt door de huidige productie van biobrandstoffen, die een aanslag pleegt op vooral tropisch regenwoud. De soortenrijke bossen worden vervangen door soortenarme plantages, die daarnaast negatieve effecten met zich meebrengen op het gebied van broeikasgas, opnamecapaciteit en voedselprijzen. Ik ben blij dat dit in deze resolutie naar voren komt. Overigens moeten we ook waakzaam zijn bij de tweede generatie biobrandstoffen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Dat u het hebt opgeschreven wil nog niet zeggen dat u het allemaal moet oplezen als de tijd dit niet toelaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE) – (EN) Mijnheer de Voorzitter, naar aanleiding van dit debat en de Dag van de Aarde gisteren benadruk ik dat het van groot belang is dat we het begrip biodiversiteit en de gevolgen ervan voor onze samenleving beter leren begrijpen. Hierover heerst veel onbegrip.

Nagenoeg alle ecosystemen en ecosysteemdiensten op aarde zijn door toedoen van de mens ingrijpend veranderd. Het verlies van biodiversiteit verloopt momenteel sneller dan ooit tevoren in de geschiedenis van de mens en niets wijst erop dat dit proces zal vertragen. En dat terwijl 2010 steeds dichterbij komt!

Veel dieren- en plantenpopulaties zijn in aantal en geografische spreiding afgenomen. Het uitsterven van diersoorten vormt een natuurlijk onderdeel van de geschiedenis van de aarde, maar door toedoen van de mens is de snelheid van uitsterven de laatste jaren ten minste verhonderdvoudigd ten opzichte van de natuurlijke snelheid. Binnen uitvoerig bestudeerde groepen wordt volgens de rode lijst van de IUCN tussen 12 en 52 procent van de soorten met uitsterven bedreigd. In het algemeen worden soorten die hoger in de voedselketen zitten, een lage populatiedichtheid hebben, langer leven, zich langzaam voortplanten en binnen een beperkt geografisch gebied voorkomen het meest met uitsterven bedreigd.

Binnen veel soortgroepen, zoals amfibieën, Afrikaanse zoogdieren en vogels in agrarische gebieden, is bij het merendeel van de soorten sprake van een terugloop van de populatie en de geografische spreiding. De uitzonderingen zijn bijna altijd het gevolg van menselijk ingrijpen, zoals bescherming in reservaten, of betreffen soorten die het goed doen in door mensen overheerste landschappen.

Mensen moeten zich er bewust van worden dat ze een steeds grotere ecologische voetafdruk nalaten, die ver voorbij de grenzen van de EU reikt, en dat onze levensstijl rechtstreekse gevolgen heeft voor de inheemse bevolking in ontwikkelingslanden. De meesten van ons hebben tegenwoordig wel enig idee van de omvang van het probleem klimaatverandering, maar velen hebben nog niet het verband gelegd tussen klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit.

Ik denk dat we op dit terrein een koppeling moeten maken tussen het werk van het Verdrag inzake biologische diversiteit en de conferentie van de partijen inzake klimaatverandering. Ik vraag me zelfs af of er nog steeds behoefte is aan een afzonderlijke COP inzake biodiversiteit. Dat moeten we ons afvragen en ik heb de COP vorig jaar in New York zelf bijgewoond.

Ja, ik ben het ermee eens dat maatregelen ter vermindering van en aanpassing aan de klimaatverandering, waaronder ontbossing, de biodiversiteit moeten ondersteunen. Ik juich het commentaar van commissaris Wallström over mariene biodiversiteit toe. Hieronder moeten ook koudwaterkoralen en zeebergen vallen, die plaats bieden aan rijke en vaak unieke ecosystemen. Onze wetenschappelijke kennis vertoont grote leemten als het gaat om de gevolgen van klimaatverandering in mariene gebieden. We moeten niet vergeten dat meer dan zeventig procent van het aardoppervlak bedekt wordt door oceanen, dat 97 procent van al het water van de planeet zich in de oceanen bevindt en dat de oceanen 99 procent van alle levensruimte bieden.

Om uw bloeddruk niet verder op te jagen zal ik afsluiten, mijnheer de Voorzitter. Laten we eerlijk tegen elkaar zijn. Het is onmogelijk de doelstellingen die zes jaar geleden in Johannesburg zijn vastgesteld, te halen. Laten we onszelf niet langer voor de gek houden en erover ophouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Ferreira, (PSE) – (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, minister, dames en heren, de Commissie milieubeheer heeft een uitstekende resolutie aangenomen en ik hoop dat de Europese Commissie en de lidstaten de diverse aanbevelingen die erin staan in overweging nemen, met name de roep om leiderschap en overtuiging tijdens de conferentie van Bonn, maar ook de roep om inspanningen van de zijde van de Europese Unie om het verlies van biodiversiteit in haar territorium tegen 2010 een halt toe te roepen.

Ik wil stilstaan bij drie van de punten die in de resolutie aan de orde worden gebracht. Het eerste punt betreft de kwestie biobrandstoffen, waarnaar enkele van mijn collega’s al verwezen. Biobrandstoffen hebben een groot ecologisch effect op bossen en landbouwgronden, en het effect van de ontwikkeling ervan op voedselbronnen zal blijven toenemen. Er zou geen concurrentie moeten bestaan tussen landbouwproducten bedoeld voor voedsel en die voor de industrie, of het nu voor de productie van biobrandstoffen is of voor de agrochemische industrie. Het verband tussen voedsel en landbouw moet duidelijk zijn.

Het volgende punt betreft de mariene biodiversiteit. Het heeft lang geduurd voordat we ons over deze kwestie bogen. Ik steun de roep om snelle actie van harte, met name het aanwijzen van beschermde mariene gebieden.

Het laatste punt betreft GGO’s. Uit recente studies blijkt dat ze een negatief effect hebben op het milieu en met name op de bodem. We weten dat de verspreiding van GGO’s leidt tot vervuiling onder traditionele gewassen, wat het behoud van de biodiversiteit in de weg staat.

Daarnaast is de industriële concentratie in de zaadsector en het feit dat deze wordt beheerst door een paar multinationals, zorgwekkend. De Commissie en de lidstaten moeten aandacht besteden aan deze situatie.

Tot slot is tijdens de conferentie van de partijen in Curitiba, Brazilië, in maart 2006 besloten het moratorium op terminatorzaden te handhaven. Dat was een uitstekend besluit, maar we moeten ons nu afvragen of het moratorium toereikend is en of we het gebruik van deze soorten genetisch gemanipuleerde zaden die slechts één oogst opleveren, niet moeten verbieden.

Wat gaan de Commissie en de lidstaten met deze punten doen tijdens de conferentie van de partijen in Bonn? Hebt u al enig idee van de duurzaamheidscriteria inzake biobrandstoffen die in Bonn zouden kunnen worden gepresenteerd?

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, net als mevrouw Doyle eerder dacht ik dat ik meer tijd had, maar ik waardeer uw royale gebaar en zal genoegen nemen met een halve minuut.

Biodiversiteit is van essentieel belang om het overleven van de ecosystemen op aarde veilig te stellen en een genetische poel van onderscheidende soort-specifieke eigenschappen van onschatbare waarde in stand te houden. Dit Parlement heeft opnieuw uiting gegeven aan zijn bezorgdheid over het verlies van biodiversiteit door middel van zijn desbetreffende resolutie van 22 mei 2007, maar ik ben bang dat het gebrek aan effectieve actie van de Commissie en de Raad een van de voornaamste obstakels is die het tot staan brengen van het verlies aan biodiversiteit in de weg staan. Beide wekken ze de indruk dat ze eigenlijk alleen in theorie met de kwestie begaan zijn en dat het ze, in de praktijk, ontbreekt aan de wil en vastberadenheid om er, in praktische termen, voor te zorgen dat de ter zake doende richtlijnen volledig ten uitvoer worden gelegd en dat internationale en interne verplichtingen worden nageleefd.

Laten we hopen dat de Commissie en de Raad, zelfs in dit late stadium, besluitvaardig en constructief optreden en, deels door middel van een vastberaden houding tijdens de naderende conferentie in Bonn, de biodiversiteit effectief helpen beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Matsakis, de tijden die ik opgaf, waren afkomstig van mevrouw Doyle en uw fractie. Het ligt dus aan de door uw fractie ingediende tijden en de slechte communicatie met u, want ik pas altijd de regel toe dat een Parlementslid die niet in zijn eigen taal spreekt, extra tijd krijgt – en dat geldt niet alleen voor het Engels.

 
  
MPphoto
 
 

  Hiltrud Breyer (Verts/ALE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, degenen van ons die hier hebben gesproken, hebben allemaal onze betrokkenheid bij meer bescherming van de soorten en meer biodiversiteit geuit. We weten dat de richtlijnen inzake natuurbehoud en het netwerk van beschermde natuurgebieden dat door middel van Natura 2000 tot stand is gebracht, een succesverhaal zijn voor de Europese Unie. Maar al deze mooie woorden en deze betrokkenheid mogen de aandacht niet afleiden van het feit dat – zoals u zei, commissaris – niet alleen de klimaatkwestie in het nieuws komt. Dat geldt helaas ook voor het behoud van de soorten en de natuur.

Maar al te vaak worden bedreigde soorten maar lastig gevonden omdat ze bouwprojecten vertragen of tegenhouden. Daarom vind ik het een schande dat uitgerekend in Duitsland, waar de conferentie van de partijen zal worden gehouden, door conservatieven geleide deelstaatregeringen zoals Hessen en Neder-Saksen een initiatief in de Bondsraad hebben gelanceerd dat lijnrecht tegen dit EU-succesverhaal indruist.

Duitsland verliest alle geloofwaardigheid als het vraagt om meer beschermde natuurgebieden en meer bescherming van bedreigde soorten in armere landen terwijl het het natuurbehoud in de Europese Unie wil afzwakken. Helaas geldt dat niet alleen voor Duitsland! De liberale fractie in het Europees Parlement moest ook opeens een seminar over deze kwestie houden. De aanval van de heer Stoiber op het natuurbehoud in Europa voltrok zich op precies dezelfde manier, onder het mom van “vereenvoudiging”.

Mevrouw de commissaris, ik verwacht van u dat u nogmaals een duidelijke toezegging doet aan de Europese Unie dat alle pogingen ...

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Péter Olajos (PPE-DE). – (HU) Dank u, mijnheer de Voorzitter. De heer Matsakis noemde de problemen rond de tenuitvoerlegging al en ik wil graag een paar voorbeelden geven. In Europa en het Karpathische bassin wordt de bescherming van onze bossen een steeds grotere uitdaging. Op sommige plaatsen worden bossen in de brand gestoken, terwijl ze elders worden vernietigd of gewoon worden gestolen. In de Karpaten of bijvoorbeeld in Sajólád is dertig tot veertig procent van de bossen al gestolen. Illegale houtkap gaat ten koste van de biodiversiteit, veroorzaakt erosie en draagt bij aan twintig procent van de uitstoot van broeikasgassen. Om dit een halt toe te roepen hebben vier van onze Parlementsleden een schriftelijke verklaring naar de Commissie gestuurd over een wet die het verbiedt hout en producten van bomen die niet afkomstig zijn van legale en gecontroleerde houtkap, in de EU te verkopen. Ik zou mijn medeparlementsleden willen vragen ter ondersteuning van de verklaring van de drieëntwintigste hun handtekening te zetten.

Het behoud van de biodiversiteit is een belangrijke nationale doelstelling. Het standpunt van de Hongaarse regering ten aanzien van de verwaarlozing van de Natura 2000-gebieden is van dien aard dat de Centraal-Europese Rally, die onderdeel uitmaakt van de Dakar-reeks, deze week, waarin de Dag van het Land valt, ongehinderd door beschermde gebieden en zelfs dwars door Natura 2000-gebieden ging. Er is geen milieueffectbeoordeling uitgevoerd, er lagen geen plannen voor herstel of bescherming en er was niet eens een vergunning voor het organiseren van de race. Geen enkele vorm van inkomsten kan de hierdoor veroorzaakte milieuschade goedmaken. Maar als het om onze vogels gaat, doen we het al niet beter. Nog maar twee weken geleden stuurde de Europese Commissie Hongarije een laatste schriftelijke waarschuwing. Dit werd gedaan omdat Hongarije had nagelaten nationale maatregelen te nemen ter bescherming van wilde vogels.

Ik wil echter niet alleen slechte voorbeelden geven. Onlangs werd in Europa, dankzij mijn initiatief, ook een unieke, vrijwillige overeenkomst getekend, over het tot staan brengen van het verlies van vogellevens veroorzaakt door elektriciteitskabels. In het kader van dit project voor een obstakelvrije lucht zijn het publiek, de elektriciteitsindustrie en de overheid overeengekomen dat er door middel van het ordenen van kabels, isolatie en dergelijke in 2020 in Hongarije sprake moet zijn van een veilige luchtcorridor voor vogels. Dit is een baanbrekende overeenkomst van groot belang, die de aandacht en steun van Europa verdient. Dank u.

 
  
MPphoto
 
 

  Magor Imre Csibi (ALDE). – (RO) Tijdens de vergadering in Bonn van de partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit zal ook de kwestie bosbiodiversiteit worden besproken.

Dit is een gevoelig onderwerp waarvoor nog geen duurzame oplossing is gevonden. De bosbiodiversiteit wordt bedreigd door wereldwijde illegale ontbossing met als gevolg een aanzienlijk, grotendeels onomkeerbaar, verlies aan biodiversiteit. Bovendien vormt ontbossing de derde belangrijke factor voor de opwarming van de aarde.

PECH verwoordt in haar resolutie van november 2007 over handel en klimaatverandering haar standpunt inzake de significante invloed van ontbossing op het klimaat en het belang en de economische voordelen op de lange termijn van het intact houden van de bossen.

Ik waardeer ook het EU-initiatief van het Actieplan voor wetshandhaving, bestuur en handel in de bosbouw.

Ik heb Europese acties genoemd die, helaas, niet tot de gewenste resultaten leiden. Bij het ten uitvoer leggen van het Actieplan ging zeventig procent van de EU-landen pas in april 2007 daadwerkelijk tot actie over.

Er moet zo snel mogelijk een mondiale oplossing komen. Ik nodig de EU-afgevaardigden naar de conferentie van Bonn uit de formulering van een standaarddefinitie van illegale houtkap te steunen. Dat zou het rationeel gebruik van bossen stimuleren.

Bovendien steun ik de aanvang van besprekingen over het lanceren van een mondiaal mechanisme voor toezicht op de houtkap en -handel.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Seeber (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, het motto van de Europese Unie is “eenheid in verscheidenheid”, maar, zoals we weten, is deze verscheidenheid in de natuur de afgelopen honderdvijftig jaar onrustbarend sterk afgenomen. Het verlies is momenteel tussen de duizend en tienduizend maal zo hoog als het gemiddelde in de geschiedenis van de aarde. Volgens de Internationale Unie voor het behoud van de natuur en de natuurlijke hulpbronnen (IUCN) worden wereldwijd momenteel ongeveer 15 600 soorten met uitsterven bedreigd. De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) schat dat in de voornaamste tarwe- en maisproducerende landen meer dan tachtig procent van de oorspronkelijke soorten verloren gegaan is en deze cijfers zijn nog maar het tipje van de ijsberg, want we weten dat tot op heden slechts ongeveer 1,7 miljoen van de naar schatting 13 miljoen levende soorten op aarde zijn geïdentificeerd en beschreven. We weten ook dat de situatie nog wordt verergerd door de klimaatverandering. Maar we weten ook dat we door dit verlies aan biologische diversiteit slechter in staat zijn met name op de klimaatverandering te reageren. We staan dus voor een moeilijk dilemma.

Helaas moet ik de Commissie dus vragen: waarom integreren we duurzaamheid en de diversiteit van de soorten niet in alle beleidsterreinen? Waarom doen we niet meer aan onderzoek en ontwikkeling op het gebied van de co-existentie van de soorten en ook van de mens?

Iemand die dit debat volgt, zou de indruk kunnen krijgen dat de instelling van een paar Habitat-gebieden en de bescherming van vogels genoeg moeten zijn. Dat is echter maar het tipje van de ijsberg. Waarom betrekken we onze burgers niet bij het aanpakken van deze taken, waar we met zijn allen voor staan? De Commissie heeft huiswerk te doen en dat geldt ook voor ons hier in het Europees Parlement en voor de Raad. We komen er echt niet door alleen maar conferenties te bezoeken en verklaringen te ondertekenen. Het is tijd om te handelen en dat moeten we met zijn allen doen!

 
  
MPphoto
 
 

  Anders Wijkman (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, als we één ding kunnen doen om het verlies aan biodiversiteit tot staan te brengen, is het de vernietiging van de tropische regenwouden een halt toeroepen. Elk jaar verdwijnt er 14 à 15 miljoen hectare. We praten al jaren over deze kwestie zonder enige echte vooruitgang te boeken.

Het echte probleem is dat ecosysteemdiensten, of het nu gaat over koolstofputten, biodiversiteit of regulering van het regionale klimaat of hydrologische systeem, geen echte marktwaarde hebben. Dat is een tekortkoming van ons economische model en zolang we bosbezitters niet voor deze waarden compenseren – zodat het winstgevender wordt bossen in stand te houden dan ze te kappen – zal de ontbossing in hetzelfde tempo doorgaan.

Er is een oplossing: neem bossen op in de emissiehandel. De Commissie is hier echter tegen en daar hebt u uw redenen voor. Het probleem is dat u geen alternatief biedt en we weten allemaal dat het Verdrag inzake biologische diversiteit zeer beperkte financiële middelen biedt – en dat zal in de toekomst waarschijnlijk niet anders zijn.

Ik weet dat de Commissie zich net zo goed over de ontbossing in de tropen bekommert als de rest van ons, maar het probleem is: wat is uw alternatief? We hebben een pakket nodig. Er moet een alomvattende benadering komen voor de klimaatverandering, koolstofputten, biodiversiteit en de bescherming van het levensonderhoud van de armen. DG Milieu en DG Ontwikkeling zouden nauw moeten samenwerken. Tot nu toe is daarvan geen sprake. Biedt ons alstublieft een alternatief zodat er iets op tafel ligt waarover we kunnen praten. Ik vrees dat de ontbossing en ook het verlies aan biodiversiteit anders gewoon doorgaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de landbouwproductie is intensiever geworden om te kunnen voldoen aan de grotere vraag naar landbouwproducten en grondstoffen voor niet-consumptief gebruik. Deze intensivering is met name te wijten aan de productie van biobrandstoffen en biomassa. We weten dat intensieve landbouw ten koste gaat van de biologische diversiteit. Tegen deze achtergrond rijst de vraag hoe het behoud van biologische diversiteit overeengebracht kan worden met de intensieve ontwikkeling van de economie en de infrastructuur.

Modern beheer van de biologische diversiteit vraagt om meer toezicht op de processen die worden ontwikkeld en passende investeringen in wetenschappelijk onderzoek. We hebben geprofiteerd van de economische ontwikkeling en zouden een deel van dit voordeel, dat wil zeggen, een deel van de behaalde winst, dus moeten besteden aan het in stand houden van de biologische diversiteit. We moeten ervan doordrongen zijn dat voor het behoud en de bescherming van het milieu actie op mondiaal en lokaal niveau vereist is. Ieder van ons moet als individu actie nemen en dat geldt ook voor hele sectoren van de economie. Dit is een uitdaging voor ons allemaal.

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Rübig (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik zou graag willen weten of de Commissie, in het kader van de “gezondheidscontrole” van de GLB-hervorming, al heeft nagedacht over hoe we nu verder moeten, vooral in het volgende financiële vooruitzicht. Het punt is dat hernieuwbare energie en biobrandstoffen natuurlijk grote uitdagingen voor ons zijn en die moeten worden opgenomen in het financiële kader van de “gezondheidscontrole”.

Dit zal ook een grote rol spelen in verband met de ontwikkelingen rond de CO2-uitstoot, die we op grond van het Protocol van Kyoto natuurlijk moeten terugdringen. Mijn specifieke vraag is deze: met wat voor voorstellen komt de Commissie in dit verband?

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, we debatteren over het in stand houden van de biologische diversiteit voor de volgende generatie, maar tegelijkertijd nemen we maatregelen die volslagen contraproductief zijn. Na de eerste euforie rond de productie van agrodiesel weten we nu dat er contraproductieve effecten optreden en niet alleen omdat er 9 000 liter water voor nodig is om één liter agrodiesel te produceren en dat bij de productie stikstofoxide vrijkomt, dat veel schadelijker is dan CO2. We weten ook dat door de teelt van energiegewassen de biodiversiteit in gevaar komt en zelfs wordt vernietigd.

Overweegt u in het licht van deze nieuwe bevindingen en in het belang van de biodiversiteit om het besluit dat we hebben genomen over de toevoeging van agrodiesel aan conventionele brandstoffen, in te trekken? Overweegt u geld te stoppen in nieuw onderzoek en wellicht een alternatieve strategie te ontwikkelen, nu we de negatieve effecten en uitkomsten kennen?

 
  
MPphoto
 
 

  Janez Podobnik, fungerend voorzitter van de Raad. (SL) Om te beginnen dank ik u voor uw zeer betrokken debat. Ik ben het met u eens dat het een hele kunst is op bondige, synthetische en eenvoudige wijze te spreken over zo’n ernstig en ingewikkeld probleem als biodiversiteit. Dat was een van de redenen, mijnheer de Voorzitter, waarom u moeite had alles in de tijd die voor het debat beschikbaar was, te passen.

Staat u mij toe kort op uw debat te reageren. Ik zal beginnen met de eerste uiteenzetting, waarin u het standpunt van de Raad dat klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit met elkaar in verband staan en onderling afhankelijk zijn, onderschrijft. Uw debatten waren breed en bestreken talrijke kwesties waaronder de beperktere agenda van de vergadering in Bonn. Het ging ook over de levensstijl van de moderne mens in de eenentwintigste eeuw, beginnend bij het afval- en vervoersbeleid en zo naar de kwestie duurzame productie, duurzame consumptie enzovoorts.

Ik kan u met persoonlijke overtuiging verzekeren dat de Europese Unie goede mechanismen en maatregelen tot haar beschikking heeft. Tijdens mijn inleiding zei ik al dat ons voornaamste doel was in Bonn aanwezig te zijn, tenuitvoerlegging na te streven, de realiteit onder ogen te zien en woorden in daden te blijven omzetten.

U vroeg naar financiële middelen. We hebben op Europees niveau financiële mechanismen opgesteld en afgesproken. Ik benadruk dat de Raad zich in Bonn zal inspannen voor nieuwe en innovatieve financiële middelen. Ik bedoel mondiaal en niet alleen op Europees niveau. Ik wijs op de noodzaak de sectoren die van invloed zijn op de biodiversiteit, aan elkaar te koppelen. Ik benadruk met name de rol van de particuliere sector. De drie voorzitterschappen, dat wil zeggen Duitsland, Portugal en Slovenië, hebben getracht ervoor te zorgen dat de kwestie van de betrokkenheid van de particuliere sector bij het probleem van de biodiversiteit in Bonn aan de orde wordt gesteld. De in Portugal gehouden conferentie over bedrijfsleven en biodiversiteit was een groot succes. We hopen dat we in Bonn verder kunnen werken aan de in Portugal aangedragen oplossingen.

Ik dank de heer Blokland, die de informele vergadering van ministers van milieu in Ljubljana noemde. De heer Blokland nam deel namens twee van uw commissies en daar ben ik hem erkentelijk voor. We hebben stilgestaan bij de bossen, de duurzame exploitatie van de bossen, de invloed die bossen hebben op de biodiversiteit en de mogelijkheid ze te benutten voor biomassa en biobrandstoffen van de tweede generatie.

Ik wijs u erop dat de Raad doordrongen is van de ernst en complexiteit van duurzame criteria voor de productie van biobrandstoffen en biomassa. Om die reden waren we het eens met de Commissie en hebben we samen met haar gewerkt aan de vorming van een werkgroep die volgende maand in COREPER goede oplossingen zal voorstellen voor duurzame criteria voor de productie van biobrandstoffen. Die zullen vervolgens deel gaan uitmaken van de twee richtlijnen die zich momenteel in het aannemingsproces bevinden. Mijn bijzondere dank gaat uit naar iedereen die, naast de maatschappelijke gevolgen en de negatieve effecten van de productie van biobrandstoffen, ook de invloed ervan op de biodiversiteit noemden. Dat willen we wel eens vergeten.

Ik sluit dit korte commentaar af door nog eens te herhalen dat we, op mondiaal niveau, werken aan de vorming van een netwerk van beschermde regio’s op het land en in de zee. De Europese Unie beschikt over een goed en effectief instrument genaamd Natura 2000 en het is van belang dat dit instrument op nationaal en Europees niveau consequent ten uitvoer wordt gelegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Margot Wallström, vicevoorzitter van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat dit levendige en goed geïnformeerde debat weergeeft dat dit Huis veel belang hecht aan deze kwesties. Ik dank u daarvoor. Ik weet zeker dat ik namens commissaris Dimas spreek als ik u bedank voor de belangstelling die het Parlement heeft voor deze kwesties. Ik herken enkele oude collega’s in de strijd voor milieubescherming en biodiversiteit.

Homo sapiens is een interessante soort: we vliegen naar de maan, we doen aan massacommunicatie met behulp van informatietechnologie en praten kunnen we als de beste. Maar we kunnen geen neushoorn of een paling of een klein blauw bloempje maken en als deze soorten verdwenen zijn, zijn ze dat voor altijd, zoals u terecht aangaf.

Ik zal ingaan op een paar dingen die volgens mij van groot belang zijn. Ik zal beginnen met de kwestie biobrandstoffen, omdat daar op het ogenblik in alle media ook levendig over wordt gedebatteerd en de kwestie een groot probleem en een uitdaging voor ons allen is. Zoals u weet, is de Europese Raad onder zeer duidelijke voorwaarden akkoord gegaan met het doel van tien procent biobrandstof en ons standpunt in de Europese Unie is dat we duurzame biobrandstoffen willen die geen negatief effect hebben op het milieu of de voedselproductie. Wij in de Commissie zien de voordelen van biobrandstoffen op de lange termijn in termen van minder uitstoot van CO2. We moeten namelijk niet vergeten dat het alternatief momenteel olie is. Wat de zekerheid van de levering en de landbouw betreft, bieden de beginselen die werden vastgesteld, nieuwe kansen. Een beperkt doel van tien procent, strenge duurzaamheidscriteria en streven naar biobrandstoffen van de tweede generatie – dat is de echte uitdaging: ervoor zorgen dat we zo snel mogelijk kunnen overgaan op het gebruik van biobrandstoffen van de tweede generatie.

Maar we zullen ten aanzien van deze kwesties ook internationaal moeten handelen en moeten zorgen voor duurzame criteria en voorkomen dat de voedselcrisis wordt verergerd.

In antwoord op de heer Wijkman zou ik willen zeggen dat deze hele ontbossingskwestie in een mededeling aan de orde zal komen, naar ik heb begrepen deze zomer of vroeg in het najaar, dus deze kwestie zal ook in de onderhandelingen aan de orde komen.

Tegelijkertijd moeten we het hele debat dat nu gaande is, volgen en een goede discussie en een goed besluit over ontbossing voorbereiden, ook met het oog op de klimaatonderhandelingen.

Tegen mevrouw Doyle kan ik zeggen dat het er misschien niet zozeer om gaat de onderhandelingen tussen de verschillende conferenties van de partijen samen te voegen maar dat we in de eerste plaats de bijkomende voordelen zo goed mogelijk moeten benutten wanneer we beide maatregelen inzake de klimaatverandering ten uitvoer leggen en dat we ervoor moeten zorgen dat we onze biodiversiteitsdoelen blijven halen.

Ik denk dus dat we dit nu moeten doen, vooral als het gaat om de bescherming van de tropische regenwouden en het nastreven van de duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen.

Ik denk dus dat we ons niet moeten richten op zaken waarvan we weten dat die toch niet haalbaar zijn of die ons in een administratief en anderszijds onmogelijke politieke situatie brengen, maar dat we ons moeten toespitsen op de tenuitvoerlegging. Dat geldt voor het hele debat over wet- en regelgeving en ambitieuze doelen. Die hebben we. Die zijn er al, maar nu moeten ze nog ten uitvoer worden gelegd en, zoals ik heb geprobeerd uit te leggen, moeten we natuurlijk werken aan de zeven punten waarop we ons tijdens de onderhandelingen richten, om ervoor te zorgen dat we ook met internationale partners werken, zodat we een goede wetenschappelijke basis hebben die tot een zeer concrete tenuitvoerlegging leidt. Dat is wat ik er in het algemeen van kan zeggen.

Tot slot dit: het opgestelde actieplan gaat over mainstreaming en daarbij is ook het gemeenschappelijk landbouwbeleid van belang.

Ik denk dus dat het er ook hier weer om draait dat we de lidstaten en al onze instellingen ervan moeten overtuigen alles in het werk te stellen om onze doelen ten uitvoer te leggen.

Ik zal verder geen tijd in beslag nemen. Ik ben ervan doordrongen dat we ons aan het tijdschema moeten houden. Ik dank u nogmaals voor het debat en ik verzeker u dat commissaris Dimas van plan is het ministeriële segment van COP9 persoonlijk bij te wonen. Ik weet zeker dat hij zich erop verheugt een aantal van u daar te zien en ik reken op uw steun voor een geslaagde uitkomst van deze belangrijke vergaderingen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE), schriftelijk. (PL) Ik steun de resolutie in kwestie volledig.

In mei 2008 wordt in Bonn de negende conferentie van de partijen bij het VN-verdrag inzake biologische diversiteit gehouden. Vertegenwoordigers van verschillende landen zullen een beoordeling maken van het verlies aan biologische diversiteit dat wereldwijd gaande is. De deelnemers zullen zich ook buigen over een eerlijke manier om de uit de exploitatie van genetische bronnen voorvloeiende voordelen te verdelen. Verlies aan biologische diversiteit in de bossen heeft grote negatieve gevolgen. Het is van invloed op de snelheid van de ontbossing en versnelt de klimaatcrisis. Ik deel de zorg dat klimaatverandering zal leiden tot een nog verdere verslechtering van de biologische diversiteit op aarde en tot een verslechtering van het milieu en het uitsterven van bepaalde soorten. Dat zal op zijn beurt een negatief effect hebben op de menselijke ontwikkeling en de strijd tegen de armoede. We weten al dat ontbossing en de achteruitgang van de bossen verantwoordelijk is voor twintig procent van de uitstoot van kooldioxide op aarde.

Tegen deze achtergrond komt de geloofwaardigheid van de Europese Unie ernstig in gevaar doordat lidstaten de wetgeving inzake biologische diversiteit en richtlijnen zoals de vogel- en habitatrichtlijn op ondoelmatige wijze ten uitvoer leggen. De weerstand tegen bepaalde politieke actie heeft ook dergelijke negatieve effecten. Als voorbeeld noem ik het feit dat niet genoeg moeite wordt gedaan om verplichtingen ten uitvoer te leggen die erop gericht zijn het verlies aan biologische diversiteit in EU-gebieden in 2010 tot staan te brengen. Ook heerst er onwil om onderhandelingen aan te gaan over het instrument dat de voordelen toegankelijk moet maken en het mogelijk moet maken deze te verdelen, en onwil om aanvullende gerichte financiering te bestemmen voor de tenuitvoerlegging van verdragen in ontwikkelingslanden.

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
Juridische mededeling - Privacybeleid