Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-0031/2008

Ingediende teksten :

O-0031/2008 (B6-0151/2008)

Debatten :

PV 23/04/2008 - 15
CRE 23/04/2008 - 15

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Debatten
Woensdag 23 april 2008 - Straatsburg Uitgave PB

15. Nultolerantiebeleid ten aanzien van niet-toegestane GGO’s en de economische gevolgen daarvan (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het debat over de mondelinge vraag aan de Commissie door Neil Parish, namens de Commissie internationale handel over het nultolerantiebeleid t.a.v. niet-toegestane GGO’s en de economische gevolgen daarvan (O-0031/2008 - B6-0151/2008).

 
  
MPphoto
 
 

  Struan Stevenson, ter vervanging van de auteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik mijn collega, de heer Parish, voorzitter van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, heel hartelijk bedanken omdat hij mij de kans heeft gegeven hier op dit late tijdstip te verschijnen om deze mondelinge vraag te stellen. Hij had helaas een al vele maanden geleden gemaakte afspraak om met commissaris Fischer Boel naar Denemarken te gaan en is deze middag vertrokken naar Kopenhagen. Hij biedt u dus zijn verontschuldigingen aan voor zijn afwezigheid en ik moet namens hem ook de hartelijke groeten overbrengen aan mevrouw Vassiliou en haar welkom heten in de Commissie.

Dit is een “reality check”. De EU kent een zeer concurrerende en succesvolle pluimvee- en varkensindustrie. Deze worden absoluut niet ondersteund. Ze krijgen geen enkele bedrijfstoeslag, ze ontvangen absoluut geen subsidies en ze staan er alleen voor op de markt.

Bij pluimvee en varkens worden de grootste productiekosten gevormd door het voedsel. Varkens en pluimvee grazen niet in weilanden en alles wat ze eten is dus op basis van granen. Als je een industrie hebt die niet wordt ondersteund, moet je er voor zorgen dat er toegang is tot concurrerend voedsel uit de hele wereld.

In Europa duurt het gemiddeld meer dan twee jaar om een vergunning te verlenen voor een volledig veilig genetisch gemodificeerd product. Voor Herculex, een van de weinig toegestane genetisch gemodificeerde zaden, heeft het 33 maanden geduurd voordat het de goedkeuring van de EU kreeg. In de VS is de gemiddelde goedkeuringstijd de helft: 15 maanden.

Hier is geen excuus voor. Nu de voedselprijzen en kosten voor de pluimvee- en varkensindustrie beiden stijgen, kunnen we ons deze vertraging in het verlenen van vergunningen voor diervoeders niet permitteren. We moeten de zaken echt versnellen.

In de VS zijn veel van deze genetisch gemodificeerde producten bijproducten uit de bio-ethanolindustrie en deze zijn aanzienlijk goedkoper dan het diervoeder dat hier in de EU kan worden gekocht door onze pluimvee- en varkensproducenten. We ontzeggen ons dus alleen maar toegang tot goedkoper diervoeder op de wereldmarkt, waardoor het voor onze producenten vrijwel onmogelijk wordt om te concurreren en we lopen dus een ernstig risico op banenverlies en het uitvoeren van onze industrie naar landen buiten de EU.

De puristen die vinden dat we geen pluimvee- of varkensvlees moeten hebben dat is geproduceerd met genetisch gemodificeerd diervoeder, zullen geen enkele overwinning hebben behaald als we ons dit voedsel ontzeggen. Uiteindelijk zullen we onze industrie zijn kwijtgeraakt aan onze concurrenten buiten de EU terwijl wij pluimvee- en varkensvlees blijven invoeren van dieren die zijn gevoerd met precies hetzelfde genetisch gemodificeerde diervoeder dat onze producenten niet mochten gebruiken. Dit is het beleid van een gekkenhuis.

We hebben ook een duidelijke etikettering en producten nodig zodat consumenten een bewuste keuze kunnen maken. Ze moeten weten of het vlees dat ze eten afkomstig is van dieren die met genetisch gemodificeerde diervoeders zijn gevoerd. Nu de voedselprijzen stijgen, is veel vlees dat afkomstig is van dieren die zijn gevoerd met genetisch gemodificeerd diervoeder goedkoper en kunnen consumenten kiezen voor goedkoop vlees, als ze dat willen.

De andere belangrijke kwestie voor wat diervoeder betreft is de nultolerantie ten opzichte van de invoer van niet-genetisch gemanipuleerd diervoeder in de EU. Nogmaals, de geitenwollensokkenbrigade kan zich op de borst kloppen en zeggen dat we er voor zorgen dat er geen sporen van genetisch gemodificeerde producten voorkomen in al het niet-genetisch gemodificeerde diervoeder dat de EU binnenkomt. Maar wat is het effect van nultolerantie wanneer een scheepslading niet-genetisch gemodificeerde soja in Brazilië wordt geladen om naar de EU verscheept te worden? Er bestaat een kans dat er een heel kleine hoeveelheid genetisch gemodificeerde soja wordt meegenomen via de laadapparatuur in de haven in Brazilië. Wanneer dat schip aanmeert in de EU en wanneer zelfs maar het kleinste spoortjes genetisch gemodificeerde soja wordt aangetroffen, zelfs wanneer er voor die soja een vergunning is afgegeven in de EU, kan de hele lading worden weggegooid.

Het resultaat van het nultolerantiebeleid is dus om de hoeveelheid niet-genetisch gemodificeerd diervoeder die in de EU wordt ingevoerd, drastisch te verlagen. Dus zelfs voor de pluimvee- en varkensproducenten die niet-genetisch gemodificeerd diervoeder willen gebruiken, is het ongelooflijk moeilijk om toegang te krijgen tot de hoeveelheden die ze nodig hebben, wanneer ze die nodig hebben. Nogmaals, dit maakt het voor hen veel moeilijker om eerlijk te concurreren in de open wereldmarkten.

Als we werkelijk onze pluimvee- en varkensindustrie willen uitvoeren naar landen buiten de EU, en onze burgers Braziliaanse kippen en varkensvlees en zelfs kippen uit Thailand willen laten eten, die allemaal zijn gevoerd met genetisch gemodificeerd diervoeder, dan zijn het huidige nultolerantiebeleid voor niet-genetisch gemodificeerd diervoeder en de afschuwelijk trage verlening van vergunningen voor genetisch gemodificeerd diervoeder precies de manieren om dit voor elkaar te krijgen.

Commissaris, we zijn verheugd over uw klinkende benoeming tot commissaris voor het DG Gezondheid en consumentenbescherming. We wensen u het allerbeste maar we hopen dat u de eerste bent die de mythe over Frankenstein-voedsel in de sensatiepers kunt weerstaan en beleid ontwikkelt waardoor onze boeren internationaal op gelijkwaardige wijze kunnen concurreren.

 
  
MPphoto
 
 

  Androula Vassiliou, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, de Commissie erkent het risico dat diervoederimporten moeilijker en duurder kunnen worden als gevolg van de asynchrone goedkeuringen van genetisch gemodificeerde organismen in uitvoerende landen en in de EU. Ik ken het onderzoek van het DG Landbouw en plattelandsontwikkeling over de kwestie van diervoedertekorten. Ik moet hier benadrukken dat de gevolgen van een nultolerantiebeleid voor niet-toegestane genetisch gemodificeerde organismen bij diervoederimports alleen een kwestie worden bij zogenaamde asynchrone goedkeuringen van genetisch gemodificeerde organismen. Een van de belangrijkste factoren is het verschil in de duur van de goedkeuringsprocedure voor genetisch gemodificeerde organismen in derde landen en in de EU, in combinatie met het gebrek aan passende segregatiemechanismen in uitvoerende landen en de marktstrategieën van de zaadindustrie in deze landen. Het toegenomen gebruik van genetisch gemodificeerde organismen door de belangrijke handelspartners voor grondstoffen heeft ook een belangrijke invloed.

Tegen deze achtergrond richt de Commissie haar inspanningen op het aanpakken van deze belangrijke factoren. Er zijn gesprekken gestart met de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid met als doel het maken van efficiëntiewinst in de duur van de goedkeuringsprocedure, zonder af te doen aan de kwaliteit van de wetenschappelijke beoordeling door de EFSA. Ik wil u in dit opzicht herinneren aan het belang van de samenwerking van lidstaten in het Permanent Comité en in de Raad.

Tot slot, maar daarom zeker niet minder belangrijk, wil ik erop wijzen dat de Commissie onlangs de goedkeuring van maïs GA21 heeft aangenomen, wat de invoer met de onvoorziene aanwezigheid van dit genetisch gemodificeerde graan uit Argentinië zal vergemakkelijken. De Commissie legt op dit moment ook een voorstel voor aan de Raad voor de goedkeuring van een genetisch gemodificeerde sojaboon, nadat het Permanent Comité geen gekwalificeerde meerderheid bereikte. Door de goedkeuring van deze sojaboon wordt ook een aantal diervoederimporten mogelijk en dit draagt dus bij aan de tijdelijke verbetering van het probleem van diervoedertekort dat het geachte lid naar voren bracht.

Het wetgevingskader van de EU inzake genetisch gemodificeerd voedsel en diervoeder is primair gericht op het waarborgen van de veiligheid van producten die op de markt worden gebracht. Daarom moeten genetisch gemodificeerde voedsel- en diervoederproducten toestemming krijgen voordat ze op de markt worden gebracht. De nultolerantieaanpak voor niet-toegestane genetisch gemodificeerde organismen die op dit moment door de EU wordt gehanteerd, is neergelegd in EU-wetgeving, en is goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad als zijnde de beste manier om de gezondheid van mens en dier en het milieu te beschermen. Deze aanpak is vergelijkbaar met de aanpak die is gehanteerd door de grote meerderheid van derde landen, inclusief de grote producenten van genetisch gemodificeerde organismen.

Op internationaal niveau blijft de Commissie, in nauwe samenwerking met de lidstaten, de ontwikkeling van Codex-richtsnoeren voor deze kwestie ondersteunen. De Commissie is zich echter bewust van de mogelijkheid van incidenten van het soort dat u als een van de redenen voor uw vraag aangaf, en erkent dat deze voorvallen steeds makkelijker te ontdekken zijn vanwege de voortdurende verbeteringen in de meettechnieken. De Commissie onderzoekt of het passend en haalbaar is om een individuele oplossing te bedenken voor dit specifieke probleem, waarbij de bestaande wetgeving volledig in acht wordt genomen.

In het geval van de klacht die in 2003 door de WTO is aangespannen tegen de Europese Gemeenschap, waren er in het verslag van de studiegroep, dat in 2006 werd afgesloten, geen twijfels over de EU-wetgeving, maar meer over de manier waarop deze in het verleden was uitgevoerd. De Commissie heeft dit geschil tot nog toe binnen de context van een normale dialoog over biotechnische kwesties met de klagers kunnen houden. We hebben de klagers duidelijk getoond dat er op dit moment geen moratorium of onnodige vertraging bestaat in het goedkeuringssysteem van de EG voor biotechnische producten.

Sinds de oprichting van de studiegroep van de WTO zijn er zestien producten goedgekeurd, waarvan slechts zeven in 2007. We kunnen niet uitsluiten dat klagers, met name de Verenigde Staten, rekening zullen houden met de handelsgevolgen van de kwestie van onvoorziene aanwezigheid bij hun besluit over het doorgaan met verdere geschillenbeslechting. De Europese Unie zou echter in een goede positie verkeren om zijn zaak te verdedigen, en de huidige dialoog maakt deze mogelijke gebeurtenis onwaarschijnlijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Esther De Lange, namens de PPE-DE-Fractie. (NL) Voorzitter, commissaris, gisteren hebben wij in dit Huis gesproken over de stijgende voedselprijzen en de gevolgen daarvan in de Europese Unie en voor ontwikkelingslanden. Nu staan we hier vanavond weer en we spreken over genetisch gemodificeerd diervoeder. Het was wellicht een idee geweest om die beide debatten met elkaar te combineren. Dit nogal technische thema over diervoeders kadert immers uiteraard in de bredere discussie over voedselzekerheid en stijgende voedselprijzen. Hoe verantwoord is het namelijk nog om hele scheepsladingen diervoeders te vernietigen of te weigeren wegens onopzettelijke aanwezigheid van sporen, zeer kleine hoeveelheden, van genetisch gemodificeerd product? Weinig verantwoord lijkt me dat, zowel met het oog op de voedselzekerheid die ik noemde, als met het oog op stijgende prijzen.

Want de diervoederprijzen nemen toch de laatste tijd al flink toe, en dat zullen ze nog meer doen als we deze houding blijven aanhouden. Veel producenten zien hun kosten hierdoor alleen maar toenemen en ik denk dat het hier geen kwaad kan om nogmaals te onderstrepen dat de stijgende prijzen waar we het steeds over hebben niet automatisch betekenen dat ook de boeren een beter inkomen ontvangen. Het is namelijk al gezegd, bijvoorbeeld in de varkenssector nemen de kosten voor het voer wel toe en worden de marges eigenlijk alleen maar kleiner.

Hoe kunnen we nu uit deze impasse komen? Niet door nu ineens onzorgvuldig met toelatingsprocedures om te gaan. Nee, dat zeker niet. Maar de schoen wringt naar mijn mening op twee punten, en daar moeten we een oplossing voor zien te vinden. Allereerst, het is al gezegd door Struan Stevenson, duurt het in de Europese Unie aanzienlijk langer voordat een GGO diervoeder kan worden toegestaan: bij ons twee-eneenhalfjaar, in de VS ruim een jaar. Ik heb de Commissie wel gehoord over het efficiënter maken van EFSA, maar dat is natuurlijk niet het hele probleem. Het probleem zit hem ook in het gepingpong in de Raadscomités die dan noch een gekwalificeerde meerderheid vóór toelating, noch een gekwalificeerde meerderheid tegen toelating kunnen vinden, waarna dan eindelijk na heel veel getouwtrek het besluit aan de Commissie toekomt. Dus daar zit ook een deel van het probleem, en die procedure moet sneller. Dit is zeker geen pleidooi voor een automatische toelating van de producten, maar ik denk dat mensen er recht op hebben om sneller te weten, ja of nee, of een product kan worden toegelaten op de Europese markt.

Ten tweede zullen we een oplossing moeten vinden voor de onopzettelijke aanwezigheid van genetisch gemodificeerde sporen in diervoeders, bijvoorbeeld via een drempelwaarde, zeker als het om GGO’s gaat die al een positieve beoordeling van de EFSA hebben ontvangen. En zeker als je bedenkt dat de karbonades van de varkens die buiten de Europese Unie dat voer hebben gegeten, bij ons gewoon in de winkel liggen. Over oneerlijke concurrentie gesproken! Ik vind het jammer dat ik de Commissie niet over drempelwaarden heb gehoord. Ze verwijst naar bestaande wetgeving. Maar laten we wel wezen, bij de etikettering gebruiken we wél een drempelwaarde, dus ik denk dat het mogelijk is.

Kortom, laat producenten en consumenten niet de dupe worden van de besluiteloosheid van de Raadscomités. Nu is de tijd om duidelijkheid en snelheid te bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernadette Bourzai, namens de PSE-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, zoals de titel al zegt, gaat deze vraag over de economische gevolgen van de goedkeuringsprocedure voor genetisch gemodificeerde organismen.

Ik zou de commissaris dan ook willen vragen of de Commissie onderzoeken heeft aangevraagd over de oorzaak van de prijsstijging van diervoerders en ik wil ook weten welk gedeelte van het diervoer dat in de afgelopen jaren is ingevoerd, sporen bevatte van genetisch gemodificeerde organismen die niet zijn toegestaan in Europa, en waar deze producten vandaan kwamen. Dat zou nuttig zijn bij het beoordelen van de omvang van deze incidenten.

In tegenstelling tot mevrouw De Lange, die hier zojuist heeft gesproken, wil ik weerleggen dat er een causaal verband is tussen het nultolerantiebeginsel voor genetisch gemodificeerde organismen en de aanzienlijke stijgingen van de prijs van diervoeders. Deze twee moeten niet bij elkaar worden gegooid omdat we heel goed weten dat deze stijging wordt veroorzaakt door een combinatie van meerdere factoren, waar ik nu niet op zal ingaan, maar voornamelijk door beursspeculatie over toekomstige landbouwmarkten. Bovendien heeft deze stijging gevolgen voor alle landen, inclusief de landen met een zeer flexibele wetgeving inzake genetisch gemodificeerde organismen.

Het is niettemin waar dat Europese veehouders in grote problemen verkeren en de belangrijkste reden hiervoor is het feit dat de EU zeer afhankelijk is van de invoer van diervoeders. Mijn belangrijkste vraag luidt dan ook als volgt: waarom zijn we zo afhankelijk en hoe moeten we reageren? Ik wil de Commissie vragen of er een analyse is uigevoerd van de economische gevolgen van het Blair House-akkoord, waarvoor de Europese Unie zijn eigen productie van diervoeders opgaf.

Naar mijn mening zijn er twee mogelijkheden om deze afhankelijkheid te verminderen. De eerste is om al het mogelijke te doen om de laatste Europese voeder- en proteïnegewassen te redden, en daarmee bedoel ik echt redden, en om herstructurering te stimuleren, waarbij bijvoorbeeld het volledig ontkoppelen van de steun tijdens de “check-up” van de GLB wordt voorkomen, met name omdat deze gewassen onbetwistbare milieukwaliteiten voor gewasrotatie en als gevolg daarvan ook voor de grond bieden.

Aan de andere kant moet de Commissie onderzoek doen naar de diversificatie van onze aanvoerbronnen. In december 2007 heb ik deelgenomen aan een conferentie die werd georganiseerd door het GGO-vrij-netwerk, dat heeft aangetoond dat er voorraden bestaan van diervoeders zonder genetisch gemodificeerde organismen en dat er contacten moeten worden gelegd tussen producenten en importeurs.

Ik hoop dat iedereen zich er van bewust is dat consumenten het recht hebben…

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Mulder, namens de ALDE-Fractie. (NL) Voorzitter, ik zou in de eerste plaats de Commissie landbouw en deze plenaire vergadering willen bedanken dat ze gevolg hebben gegeven aan mijn initiatief om dit onderwerp vanavond hier te bespreken.

Een van de merkwaardige dingen is dat overal in de wereld de verbouw van genetisch gemodificeerde gewassen toeneemt, maar dat alleen wij in Europa geweldig veel koudwatervrees hebben op dat punt. De grote vraag is hoe dat komt. De commissaris zegt met grote stelligheid: de wetgeving is nu eenmaal zo, en dus moeten wij ons eraan houden. Maar als de veranderde omstandigheden het nodig maken dat de wetgeving veranderd wordt, dan zal de Commissie het toch moeten doen. Ik denk dat de tijd daarvoor nu rijp is. Ik heb er onlangs nog vragen over gesteld, maar het ene genetisch gemodificeerde gewas is het andere niet. Er is een groot verschil tussen transgenese en cisgenese: de ene is soorteigen en de andere niet. Beide vallen onder dezelfde wetgeving en de Commissie moet zich een keer daarover buigen om de wetgeving in dit opzicht te veranderen.

De essentie van het hele verhaal is volgens mij nultolerantie. Er zijn weinig situaties in de wereld waar je absoluut nultolerantie kunt eisen. Er moet altijd een mogelijkheid zijn om een bepaalde marge van verschil te laten. Als ik te hard rijd over een afstand van 50 km dan is er in de meeste landen een marge van tolerantie van ongeveer 3 km voordat ik een bekeuring krijg. Waarom is dat niet mogelijk voor de import van goederen? Waarom is een tolerantie van bijvoorbeeld 0,8 of 0,9 procent niet mogelijk? Kan de commissaris mij hierop een duidelijk antwoord geven?

Ook ik juich het toe dat er een gesprek aan de gang is met EFSA om de procedures te verkorten zonder dat de kwaliteit in gevaar wordt gebracht. Maar zijn er al indicaties van EFSA of dat mogelijk is of niet? Een gesprek alleen is niet voldoende want de tijd dringt.

En dan is er nog een volgend punt. Misschien kan de commissaris mij uitleggen hoe ik als politicus aan het grote publiek kan verklaren dat wij hier een heleboel producten mogen consumeren die wij hier niet mogen produceren. Wij mogen onbeperkt alle producten uit de hele wereld invoeren die afkomstig zijn van dieren die gevoerd zijn met producten die hier verboden zijn. Wat is het nut daarvan? Wat is de uitleg daarvoor? Misschien dat de commissaris mij een idee aan de hand kan doen voor de komende verkiezingscampagne.

Ik zou ten slotte willen vragen wat de gevolgen zijn van de houding van de Commissie in WTO-verband? Mogen wij dit zomaar doen?

 
  
MPphoto
 
 

  Janusz Wojciechowski, namens de UEN-Fractie. (PL) Mevrouw de Voorzitter, er zijn drie gebieden waarop genetisch gemodificeerde organismen gevaarlijk kunnen zijn.

De eerste is de volksgezondheid. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat genetisch gemodificeerde organismen schadelijk kunnen zijn voor de menselijke gezondheid, maar deze aanwijzingen worden genegeerd. Overtuigende bewijzen van schadelijke effecten van genetisch gemodificeerde organismen kunnen op elk moment naar boven komen. Er was een tijd waarin er geen bewijs was voor de schadelijke aard van asbest, en toen het bewijs er wel was, waren de kosten enorm. Er moesten miljarden worden uitgegeven om de asbest te verwijderen. Het probleem met genetisch gemodificeerde organismen is, dat wanneer hun gebruik wijdverspreid wordt, het onmogelijk is om ze te laten verdwijnen.

Het tweede gebied is het milieu. Veel wetenschappers geloven dat genetisch gemodificeerde organismen desastreuze gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Dit is een van de redenen waarom traditionele zaden worden opgeslagen in diep ijs op het Noorse eiland Spitsbergen, voor het geval traditionele zaden worden beschadigd door het toenemende gebruik van genetisch gemanipuleerde organismen.

Het derde gevaar heeft te maken met de economie. Het verhogen van het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen is een manier om landbouwers financieel afhankelijk te maken van grote biotechnische concerns. Landbouwers zullen genetisch gemodificeerde gewassen gaan verbouwen onder voorwaarden die worden opgelegd door machtige concerns die de patenten op de zaden hebben.

Europa lijdt op dit moment nog geen honger. Voedsel wordt steeds duurder, maar het landbouwbeleid van de Unie blijft vasthouden aan het opleggen van administratieve beperkingen voor landbouwproducten. Europa hoeft niet te streven naar zeer intensieve technologieën voor voedselproductie. In plaats daarvan zou Europa moeten kiezen voor de productie van gezond voedsel op basis van traditionele methoden.

Natuurlijk speelt ook het probleem van de concurrentie. In deze kwestie ben ik het volledig eens met de heer Stevenson en andere eerdere sprekers. Onze boeren mogen niet de enigen zijn die worden getroffen door een verbod op gewassen met genetisch gemodificeerde organismen en het gebruik van diervoeders met genetisch gemodificeerde organismen. Een dergelijk verbod zou moeten worden vergezeld door een verbod op de invoer van zowel plantaardige als dierlijke producten die genetisch gemodificeerde organismen bevatten. Er moet een duidelijk beginsel worden toegepast, namelijk het beginsel dat producenten die hun producten uitvoeren naar de Europese markt, aan dezelfde vereisten moeten als die waaraan onze eigen producenten moeten voldoen.

 
  
MPphoto
 
 

  Caroline Lucas, namens de Verts/ALE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, om te beginnen wil ik de aanname die achter deze mondelinge vraag lijkt te liggen, sterk betwisten. De poging om de stijging van diervoerderprijzen in Europa en de bijbehorende crisis in de veehouderij te koppelen aan de wetgeving inzake genetisch gemodificeerde organismen van de EU in het algemeen, en het nultolerantiebeleid in het bijzonder, is volledig onjuist en oneerlijk.

Het is zeker waar dat er moeilijke tijden zijn aangebroken voor veehouders, maar ik wil hier aanvoeren dat dit niets te maken heeft met Europa’s beleid inzake genetische modificatie, maar alles met een combinatie van factoren, inclusief slechte weersomstandigheden die leiden tot kleinere oogsten, deregulering van markten, toegenomen vraag door landen als China, de snelle en misplaatste toename van de productie van biobrandstoffen en de groeiende financiële speculatie.

Binnen de industrie van genetische modificatie is ook veel te doen over het verslag van het DG Landbouw over de potentiële gevolgen van het regime voor genetische modificatie van de EU voor de beschikbaarheid en prijs van diervoeders. Het ongunstigste scenario in het verslag is gebaseerd op de aanname dat Brazilië snel een genetisch gemodificeerde sojaboonvariant zal commercialiseren die niet is goedgekeurd in de EU. Maar er wordt geen enkel bewijs aangevoerd waaruit blijkt dat Brazilië nieuwe genetisch gemodificeerde sojabonen zelfs maar overweegt.

Uit het verslag blijkt dat goedkeuringen in de VS niet worden beïnvloed door EU-beleid en dat Brazilië en Argentinië in feite veel voorzichtiger zullen zijn met het goedkeuren van nieuwe genetisch gemodificeerde gewassen die de uitvoer naar de EU anders zouden kunnen benadelen. Argentinië heeft bijvoorbeeld een certificeringsstelsel ingevoerd voor de maïsuitvoer naar de EU, juist om niet-goedgekeurde eigenschappen te voorkomen.

Er is bovendien geen bewijs van grote verstoring of concurrentie die wordt veroorzaakt door de invoer van vlees van dieren die misschien zijn gevoerd met genetisch gemodificeerde organismen die niet zijn goedgekeurd in de EU.

Dus, eerlijk gezegd zijn al deze vragen slecht geïnformeerd en tendentieus. Maar ik heb zelf wel een aantal vragen met betrekking tot eventuele voorgestelde drempelwaarden voor niet-goedgekeurde genetisch gemodificeerde organismen in de EU. Ten eerste, hoe kan de commissaris er zeker van zijn dat niet-goedgekeurde genetisch gemodificeerde organismen in de EU veilig zijn?

Ten tweede, welke instelling of welk bedrijf moet er betalen in geval van schade? De EU, die een dergelijke besmetting toestaat? Het bedrijf dat het genetisch gemodificeerd organisme heeft ontwikkeld maar tot dusverre nog geen geldige goedkeuring voor de markt heeft ontvangen? Of het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de invoer?

Tot slot, moet een dergelijke drempelwaarde ook van toepassing zijn voor genetisch gemodificeerde planten waaruit farmaceutische stoffen worden geproduceerd? Welke beoordeling is er uitgevoerd over de besmetting van dagelijks voedsel door actieve farmaceutische stoffen?

Ik kijk uit naar de volledige antwoorden op deze cruciale vragen aan het eind van dit debat.

 
  
MPphoto
 
 

  Kartika Tamara Liotard, namens de GUE/NGL-Fractie. (NL) Voorzitter, commissaris, u en ik weten eigenlijk nog veel te weinig over de gezondheidsrisico’s van genetisch gemanipuleerde organismen. Willen we zulke GGO’s - ik noem het knutselvoedsel - dan toch toelaten, puur omdat dit een economisch belang dient? Wat mij betreft niet. Ik geeft echt voorrang aan volksgezondheid, aan het milieu en aan biodiversiteit. Brussel verplicht landen nu al om bepaalde GGO’s toe te laten, dus ook als ze daar niet toe bereid zijn. Dit staat haaks op het protocol van Cartagena, waarmee landen nieuwe GGO-producten kunnen weigeren als ze twijfels hebben over de veiligheid daarvan. Laat de lidstaten zelf bepalen welke risicoproducten ze toelaten.

Ik sta niet alleen in mijn protest. GGO’s brengen grote groepen burgers in beroering. We zien dat in Polen, in Roemenië, in Oostenrijk en op Cyprus. Zo is er in Nederland in plaatsen als Raalte en Gemert-Bakel een groeiend verzet tegen de proefvelden van Monsanto. Het risico is reëel dat gemanipuleerde zaden van Monsanto overwaaien naar nabij gelegen akkers van traditionele of biologische landbouwers, en dat terwijl deze boeren dat onkruid nooit willen hebben. Zorgwekkend vind ik ook de overnameplannen door Monsanto van het Nederlandse zadenbedrijf De Ruiter, een bedrijf uit de wereld top 10. Het is overduidelijk dat Monsanto zo zijn infiltratie in Europa wil vergroten. Ofwel in afwachting van soepeler regels, of juist om de politiek onder druk te kunnen zetten om die regels toch maar heel snel te versoepelen. Daar moeten we ons fel tegen verzetten. Volksgezondheid, milieu en biodiversiteit zijn voor ons belangrijker dan bedrijfswinsten.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, wat een lachertje moet de EU zijn voor zijn concurrenten! Met een schijnheilige ijver verbieden we de genetisch gemodificeerde organismen in diervoeders, zelfs tot aan het belachelijke punt van nultolerantie voor elk spoor van niet-toegestane genetische modificatie, maar tegelijkertijd kan vlees dat afkomstig is van dieren die buiten de EU zijn grootgebracht en die zijn gevoerd met dezelfde genetisch gemodificeerde organismen die we weigeren goed te keuren, overal in de 27 lidstaten vrijelijk worden ingevoerd.

Dat klinkt voor mij als het ontbreken van elk spoor van gezond verstand. De EU zift de mug uit en verzwelgt de kameel, en wie is hiervan de dupe? Onze eigen producenten die torenhoge prijzen moeten betalen voor diervoeders die vrij zijn van genetisch gemodificeerde organismen. Het lijkt er op dat we binnen de EU blij zijn als de vakjes voor politieke correctheid kunnen worden aangevinkt, ongeacht de waanzin die we creëren.

 
  
MPphoto
 
 

  Rosa Miguélez Ramos (PSE). – (ES) Mevrouw de Voorzitter, hoewel de Europese veehouderij meer dan veertig procent aan toegevoegde waarde genereert in onze landbouwproductie, is het ook waar dat er nu onvoldoende grondstoffen zijn om onze dieren te voeren. In mijn land, Spanje, dat afhankelijker is van diervoeder dan andere lidstaten, is de situatie van het rundvlees verschrikkelijk. In het geval van varkensvlees en pluimvee is de afschuwelijke situatie in heel Europa gelijk.

Zoals al is gezegd staat de communautaire wetgeving de verkoop van diervoeder met genetisch gemodificeerde organismen toe, mits deze zijn goedgekeurd in de EU, maar beoogt zij geen minimumniveaus voor niet-toegestane genetisch gemodificeerde organismen. Dit veroorzaakt problemen in de handel met exporteurs uit derde landen en ook met de Europese veehouderijsector op zichzelf, die, zoals ik al zei, te maken heeft met tekorten.

Dit is niet de eerste keer dat ik het met de heer Mulder eens ben, en deze keer heb ik naar hem geluisterd en denk ik dat we het ook over deze kwestie eens zijn, want een mogelijke oplossing zou kunnen worden gevonden in het accepteren van onbedoelde besmettingen met genetisch gemodificeerde organismen tot een bepaalde drempelwaarde, mits deze positief zijn beoordeeld door de EFSA en goedgekeurd door een derde land, overeenkomstig de Codex-beginselen en met een duidelijk etiketteringsbeleid.

Een andere oplossing zou kunnen worden gevonden in het meer op Europees grondgebied produceren, maar het lijkt erop dat de Commissie die mogelijke weg heeft afgesloten door haar controlevoorstellen. De kwestie van gedroogd diervoeder als een essentiële component van diervoeder is paradigmatisch. Zelfs al erkent de Commissie het gevaar dat schuilt in het afzien van productie, staat zij nog steeds op het toepassen van losgekoppelde toeslagen.

Ik wil daarom benadrukken dat we te maken hebben met een ernstig probleem van tekorten in diervoeders, en de Europese Commissie is verantwoordelijk voor het afhandelen van de situatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Kyösti Virrankoski (ALDE). – (FI) Mevrouw de Voorzitter, een genetisch gemodificeerd gewasras wordt gekweekt door het genotype ervan te veranderen met behulp van precieze wetenschappelijke technologie. Deze technologie is gebaseerd op ontwikkelingen in de genetica die al meer dan een halve eeuw oud zijn. De technologie heeft geholpen om rassen te kweken op een wijze die minder inspanningen en minder bestrijdingsmiddelen vereist en die het mogelijk heeft gemaakt om grotere oogsten te produceren. Om die reden is het kweken van dergelijke gewassen snel toegenomen.

De Europese Unie is niet in staat gebleken om betrokken te raken bij deze ontwikkeling omdat het vasthoudt aan een stelsel van strikt bureaucratisch toezicht. Wanneer proeven en onderzoek door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid hebben aangetoond dat een ras risicovrij is en gunstig voor de consument, moet het nog steeds een langdurig proces ondergaan voordat het wordt goedgekeurd. Het voorstel van de Commissie gaat eerst naar een permanent comité, dat dit voorstel met een gekwalificeerde meerderheid goed- of afkeurt. Als dit comité niet tot een besluit kan komen, is de volgende stap de Raad, en als die ook niet tot een besluit kan komen, gaat het voorstel terug naar de Commissie, die uiteindelijk een besluit neemt. Dit heeft echter allemaal tijd gekost.

Veel genetisch gemodificeerd diervoeder wordt ingevoerd in de Europese Unie. Zelfs landen die het kweken van genetisch gemodificeerde rassen proberen te beperken, vinden het geen probleem om dit diervoeder te gebruiken. Omdat de EU geen tijd heeft gehad om alle rassen goed te keuren die nu worden gebruikt, kan het diervoeder hier kleine sporen van bevatten. In dergelijke gevallen wordt de volledige lading teruggezonden. Hierdoor moet de industrie kosten maken en dit is van invloed op het concurrentievermogen van de Europese voedselproductie. Daarom moeten we op dit gebied het gezond verstand gebruiken. Minieme sporen van rassen die in andere landen zijn goedgekeurd, zouden niet zulke onredelijke gevolgen mogen hebben, met name wanneer de Europese landbouw het toch al moet opnemen tegen wereldwijde concurrentie.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitar Stoyanov (NI). – (BG) Volgens een Latijns spreekwoord is natuurlijk goed. Uiteraard wil dit niet zeggen dat genetisch gemodificeerde organismen, die kunstmatig zijn, slecht zijn, maar tot nog toe zijn er nog geen overtuigende wetenschappelijke gegevens die onomstotelijk kunnen aantonen dat ze goed voor je zijn. In tegendeel, we kennen het voorbeeld van de Verenigde Staten, waar de hoogste tolerantie ten aanzien van genetisch gemodificeerde organismen hand in hand gaat met de grootste verspreidingsgraad van obesitas. De genetica en de biotechnologie zijn nog steeds geen exacte wetenschappen. Ze houden veel beloften in, maar tegelijkertijd lopen we door het gebruik ervan het enorme risico om veel te verliezen, misschien meer dan we ons kunnen veroorloven.

Het huidige EU-beleid van voorzichtigheid ten aanzien van genetisch gemodificeerde organismen is een goed beleid voor nu, waarbij beschikbare wetenschappelijke prestaties worden overwogen. Maar ik vind wel dat we aan onze Europese producenten moeten denken. De huidige situatie is in zekere zin nogal onnatuurlijk, en de Commissie zou een evenwicht moeten vinden waarbij Europese producenten niet worden gediscrimineerd, terwijl tegelijkertijd een situatie wordt bereikt waarbij Europese consumenten inderdaad kunnen kiezen uit gewassen met of zonder genetisch gemodificeerde organismen. Ik ben blij dat ik een jongere in de Europese Unie ben en ik zou het prettig vinden om die bewuste keuze te kunnen maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, hoe kan de Commissie, gezien de grote invoerafhankelijkheid van de EU van proteïnerijke diervoeders zoals sojameel en maïsglutenvoeder, de huidige situatie rechtvaardigen waarin zelfs diervoeders met slechts het geringste spoortje niet-toegestane genetisch gemodificeerde organismen worden verboden en vernietigd in onze havens, terwijl vlees dat afkomstig is van dieren die worden gevoerd met precies dezelfde niet-toegestane genetisch gemodificeerde organismen vrijelijk de EU kan binnenkomen, in de voedselketen terecht komt en wordt geconsumeerd door onze consumenten, waardoor een enorme verstoring van de concurrentie wordt veroorzaakt, ten nadele van Europese landbouwers?

Er zou een drempelwaarde, zoals al het geval is voor de onvoorziene aanwezigheid van sporen van toegestane genetisch gemodificeerde organismen voor de etikettering van producten als vrij van genetisch gemodificeerde organismen, moeten worden toegepast voor de onvoorziene aanwezigheid van sporen van niet-toegestane genetisch gemodificeerde organismen die een positieve beoordeling van de EFSA hebben gekregen of die een risicobeoordeling voor diervoeder- en voedselveiligheid hebben ondergaan overeenkomstig de Codex-richtsnoeren voor genetisch gemodificeerde planten. Is de Commissie voornemens om hiertoe concrete voorstellen te doen, en wanneer?

Het ontbreekt ons langdurige goedkeuringsproces aan wetenschappelijke hardheid en integriteit en het is de weg naar ernstige geschillen in de wereldhandel en dit komt tot onze schande voort uit interinstitutioneel gemanoeuvreer over deze kwestie. Geen enkel ander handelsblok verzet zich op deze manier tegen verandering.

 
  
MPphoto
 
 

  Csaba Sándor Tabajdi (PSE). – (HU) De tijd is nu voor ons aangebroken om een serieus en waardevol debat te voeren over genetische technologie in Europa, want tot nog toe hebben we uitsluitend religieuze polemiek gehoord, die in veel gevallen alleen maar de hysterie opzweept. De wetenschap kan en mag niet worden tegengehouden. Met een explosie van de bevolking en de voedselprijzen kunnen we de mogelijkheden die ons worden geboden door de biotechnologie en genetische modificatie niet van de hand wijzen. We kunnen geen groene revolutie hebben zonder deze mogelijkheden.

Mijn verslag over biogas, dat in maart werd aangenomen, toont aan dat er in het Europees Parlement overeenstemming was over het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde planten die worden geteeld voor de bio-energie. Hoewel er overeenstemming was bij de parlementsfracties in Hongarije over het behoud van een landbouw die vrij is van genetisch gemodificeerde organismen, moeten we inzien dat dit een illusie is. 85 procent van de soja die als diervoeder wordt ingevoerd, is nu genetisch gemodificeerd.

Het is duidelijk dat genetische modificatie geen spelletje is, de risico’s zijn enorm. Het is van essentieel belang dat er een geloofwaardig, wetenschappelijk, specialistisch toezichtsagentschap wordt opgezet op Unie-niveau, onafhankelijk van grote bedrijven, dat in staat is om genetisch gemodificeerde producten te inspecteren, bescherming kan bieden tegen risico’s en een eind kan maken aan ongegronde ongerustheid. Enerzijds zijn de multinationale bedrijven die betrokken zijn bij genetisch gemodificeerde organismen wat terughoudend om gedetailleerde documentatie over hun producten te verstrekken, en zijn zij geen partners bij wetenschappelijke proeven, hoewel dit voor de consumentenbescherming een essentiële vereiste zou zijn. Anderzijds bestaat er ook veel verwarrende informatie en zijn er onwetenschappelijke paniekverhalen die worden verspreid door tegenstanders van genetische modificatie. Daarom is dit debat zo belangrijk. Dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Casaca (PSE).(PT) Ik zou eveneens de extreme ongerustheid willen uitdrukken die in de landbouwsector in de Azoren, mijn regio, bestaat over de huidige situatie. Ik ben van mening dat in dit debat is aangetoond dat niets het bestaan kan rechtvaardigen van een beleid dat het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen in diervoeders verbiedt terwijl tegelijkertijd de consumptie wordt toegestaan van vlees dat is geproduceerd met deze genetisch gemodificeerde organismen.

Ik ben eveneens van mening dat het overdrijven dat gebeurt in het nultolerantiebeleid, duidelijk is gemaakt. Tot slot zou ik willen zeggen dat iedereen die de diervoederindustrie kent, niet kan twijfelen aan het duidelijke gevolg dat beide factoren zullen hebben op de voedselprijzen. Dit gevolg is zeer duidelijk, met name voor maïsglutenvoeder en de verspilling van het gebruik van maïs om alcohol te produceren. Ik heb de Europese Commissie al opgeroepen om rekening te houden met de situatie van landbouwers in heel Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Rübig (PPE-DE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, in het landbouwdebat hebben we nu te maken met de uitdaging die door de “check-up” wordt gesteld. Ik zou wel eens willen weten of het debat over genetisch gemodificeerde organismen een rol speelt, en in hoeverre hierover wordt gesproken in die context.

We weten allemaal dat wereldwijd een verhit debat wordt gevoerd over de kwestie van voedsel- en energievoorziening op dit moment. We moeten zien wat de gevolgen van dit debat voor ons zijn.

Ik ben zelf altijd een voorstander van nultolerantie wat etikettering betreft. De consument moet duidelijk kunnen zien wat hij of zij koopt. Vanuit dat perspectief zouden we er voor moeten zorgen dat de wetgevingsinstanties op regionaal niveau ook een kans krijgen om besluiten te nemen over deze kwestie.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis (ALDE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, zelfs op dit late tijdstip, luisterend naar het debat, voel ik de behoefte om slechts drie dingen te zeggen.

Ten eerste is het waar dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat genetisch gemodificeerde organismen een gevaar opleveren voor de gezondheid van mens of dier. Maar, zoals een eerdere, reeds vertrokken spreker al meldde, van asbest werd ook gedacht dat het niet gevaarlijk was, en toch weten we vandaag de dag dat het mesothelioom, lonkanker veroorzaakt. En natuurlijk dachten we tot enkele jaren geleden dat roken onschadelijk was en nu weten we uiteraard dat het lonkanker, longziekte en kransslagadervernauwing veroorzaakt. Voorkomen is dus beter dan genezen.

Ten tweede, de heren Allister en Casaca hebben gesproken over het verschil tussen genetisch gemodificeerde organismen in diervoeders en dieren die zijn gevoerd met genetisch gemodificeerde organismen. Er is een groot verschil tussen die twee. Er is een verschil omdat in diervoeders het genetisch gemodificeerd organisme in een heel andere staat verkeert dan het genetisch gemodificeerd organisme dat aan het dier is gevoerd, door het dier is verteerd en door het dier is gemetaboliseerd, en dan nog net, waarschijnlijk, aanwezig is (maar dit is niet zo) in het vlees van het dier in een volledig andere vorm dan in het diervoeder.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE). – (FR) Mevrouw de Voorzitter het is duidelijk dat dit onderwerp van genetisch gemodificeerde organismen een democratische urgentie, een economische noodzaak en een wettelijke verplichting is. Ik feliciteer onze commissie met het aanpakken van dit onderwerp.

Voor wat ons debat betreft, is het duidelijk dat de Europese Unie zeer afhankelijk is van de invoer van proteïnerijke diervoeders. Dat gaat terug naar de wetenschappelijke debatten, en de invoer van dieren die zijn gevoerd met diervoeders die niet voldoen aan de Europese regels doet ons afvragen of de Europese Unie zijn burgers wel kan beschermen.

Het beschermingsregime is geen protectionisme, het is slechts een vraag, en ik zou de Commissie willen vragen of zij van mening is dat de kwaliteit van ons douanestelsel, dat naar mijn mening aanzienlijk is verslechterd, in staat zou zijn om het te laten reageren op alle overwegingen die in dit uitstekende debat aan de orde zijn gekomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Mulder (ALDE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, wanneer de commissaris antwoordt, kan zij dan iets zeggen over de mogelijkheden om het tolerantieniveau te verhogen van nul naar een hoger percentage, laten we zeggen 0,7 of 0,9 procent of wat het ook moge zijn? Als ik zo naar het debat luister, denk ik dat dit de kern is van wat er is gezegd. Nultolerantie in de huidige omstandigheden is wat te streng.

 
  
MPphoto
 
 

  Androula Vassiliou, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb zeer aandachtig geluisterd naar de diverse opmerkingen die de geachte leden hebben gemaakt.

We erkennen in de Commissie dat asynchrone goedkering van genetisch gemodificeerde organismen een probleem kan betekenen voor de beschikbaarheid en kosten van diervoederimporten. Hoewel de stijgende kosten in deze sector het gevolg zijn van verschillende, complexe en soms veel bredere factoren, is met al deze factoren rekening gehouden in het onderzoek dat werd uitgevoerd door DG AGRI.

De inspanningen van de Commissie zijn gericht op het aanpakken van enkele belangrijke factoren achter deze kwestie, zowel intern, door het toestaan van nieuwe genetisch gemodificeerde organismen met volledige inachtneming van het wetgevingskader van de EU, en internationaal, door middel van besprekingen met onze belangrijke handelspartners.

Meerdere sprekers hebben de vraag gesteld of de Commissie bereid zou zijn om de nultolerantie iets te verhogen. Ik moet u er aan herinneren dat om dit te doen we de medebeslissing nodig hebben van zowel het Parlement als de Raad, en we moeten de steun van de lidstaten hebben. U weet wat het standpunt van de lidstaten is geweest in diverse permanente comités, waar we zelden, voor zover ik weet zelfs nooit, een gekwalificeerde meerderheid hebben behaald.

Ik zou willen zeggen dat het opleggen van beperkingen voor ingevoerde dierlijke producten die het product zijn van dieren die zijn gevoerd met genetisch gemodificeerde organismen, waarschijnlijk niet zou voldoen aan onze internationale verplichtingen.

Tot slot wil ik nog iets zeggen over de vertragingen in het goedkeuringsproces, die door een aantal sprekers werden genoemd. Er is een voortdurende discussie tussen de Commissie en de EFSA om de mogelijkheid van efficiëntiewinst in de goedkeuringsprocedure te verifiëren zonder af te doen aan de kwaliteit van de wetenschappelijke beoordeling.

Een van de elementen die naar voren zijn gehaald is de noodzaak om de goedkeuringseisen beter over te brengen aan de aanvragers om vanaf het begin de kwaliteit van hun dossiers te verbeteren.

Verder heeft de Autoriteit ook als gevolg van deze discussie toegezegd om de inleidende validiteitscontrole binnen zes weken na de indiening van de aanvraag uit te voeren, waardoor de tijdslijn voor de goedkeuringsprocedure aanzienlijk wordt versneld.

Het is ook van belang om op te merken dat het goedkeuringsproces aanzienlijk zou kunnen worden verkort als de Commissie meer steun kreeg van de lidstaten in de comitéprocedure voor de goedkeuring van genetisch gemodificeerde organismen.

Tot slot wil ik reageren op een opmerking van een spreker, dat we bij ons risicobeheer uitsluitend rekening houden met economische gronden. Ik zou willen zeggen dat de primaire factor voor ons de veiligheid van de gezondheid van mens en dier is, en de veiligheid van het milieu.

Dit gezegd hebbende, zou ik willen zeggen dat de Commissie nog steeds openstaat om mogelijke suggesties op dit gebied te bespreken, maar uitsluitend op voorwaarde dat eventuele voorgestelde oplossingen rekening houden met het fundamentele doel om de veiligheid van producten die op de Europese markt worden gebracht, te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Dank u wel , commissaris.

Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Diamanto Manolakou (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) Het EU-beleid inzake genetisch gemodificeerde organismen is gunstig voor multinationals, ten koste van consumenten. Landbouwers worden steeds afhankelijker van monopolievorming en multinationals nemen de landbouw over.

Genetisch gemodificeerde organismen zijn schadelijk voor de volksgezondheid. Van sommigen van deze organismen is wetenschappelijk aangetoond dat ze zijn betrokken bij allergieën en het immuunsysteem ondermijnen.

De onomkeerbare gevolgen voor het milieu maken de gevaren van genetisch gemodificeerde organismen nog vele malen groter. De biodiversiteit is beperkt en de beperking van besmetting kan zeker niet worden gegarandeerd.

Dit beleid is schadelijk voor de economie. Genetisch gemodificeerde organismen vormen een van de bijdragende factoren aan de stijgende voedselprijzen en de honger in de wereld, zoals internationale economische organisaties nu openlijk beweren.

Het voorstel om een nultolerantie aan te nemen is vals en niet effectief; het is het resultaat van een compromis in het belang van multinationals. Hierdoor wordt het kweken van bepaalde genetisch gemodificeerde organismen mogelijk evenals de consumptie van producten die afkomstig zijn van genetisch gemodificeerd diervoeder, zoals vlees uit niet-lidstaten.

Dit beleid heeft als specifieke doel het inperken van de felle protesten van arbeiders in de EU-lidstaten die veilig voedsel eisen, vrij van genetisch gemodificeerde organismen, en tegen haalbare prijzen.

Wij zijn van mening dat genetisch gemodificeerde gewassen volledig zouden moeten worden verboden in lidstaten, net zoals de invoer van producten met sporen van genetisch gemodificeerde organismen. Tegelijkertijd moeten er echter maatregelen worden genomen om de productie en consumenten in de Gemeenschap te beschermen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid