Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0241/2008

Debatten :

PV 22/05/2008 - 14.3
CRE 22/05/2008 - 14.3

Stemmingen :

PV 22/05/2008 - 16.3

Aangenomen teksten :


Volledig verslag van de vergaderingen
Donderdag 22 mei 2008 - Straatsburg Uitgave PB

14.3. Stijgende spanning in Burundi (debat)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter . – Aan de orde is het debat over zes ontwerpresoluties inzake de oplopende spanningen in Burundi(1).

 
  
MPphoto
 
 

  Alain Hutchinson, auteur. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, oorspronkelijk was het niet onze bedoeling om de aandacht van het Parlement te vestigen op de situatie in Burundi, aangezien de Burundese overheid op dit moment onderhandelingen voert met het FNL, het Nationaal Bevrijdingsfront. Ze zijn op een punt gekomen waarop er eindelijk uitzicht is op een positieve afloop en dat zou, naar we hopen, moeten leiden tot de praktische implementatie van de akkoorden van Dar-es-Salaam. Die akkoorden moeten een eind maken aan de gevechten, aan het geweld en aan de onveiligheid waarmee het land te kampen heeft. Zoals we intussen weten, kan een vlinder die in Straatsburg met de vleugels slaat duizenden kilometers verderop een orkaan ontkenen.

Maar het zou ook ondenkbaar zijn om te zwijgen over de toestand in dit kleine land dat inzake ontwikkeling verweesd is achtergebleven en dat is beroofd van de natuurlijke rijkdommen die gewoonlijk donoren aantrekken. Daarom wilden we, in samenspraak met de andere fracties, van deze resolutie een oproep maken om positieve actie te ondernemen met betrekking tot dit bevriende land in de geteisterde regio van de Grote Meren. We wilden wijzen op de vastberadenheid die de Europese Unie, en vooral het Parlement, en uzelf, commissaris, aan de dag hebben gelegd om nieuwe oplossingen te zoeken voor de ontwikkelingshulp. Die oplossingen moeten efficiënter zijn in die landen die verzwakt zijn door conflictsituaties - in dit geval de burgeroorlog - en in landen waar thema’s zoals de heropbouw van de democratie, het herstel van de verwoeste openbare diensten en de vernieuwing van het beleid inzake fundamentele kwesties zoals gezondheidszorg en onderwijs efficiënter en vlugger moeten worden aangepakt en ondersteund. We wilden dat deze resolutie deel zou uitmaken van het actieplan dat Nederland zal opstellen voor Burundi. Het land is geselecteerd, en daar kunnen we alleen maar blij om zijn, als een van de drie proeflanden onder deze nieuwe aanpak. Daarom hebben we onze wensen duidelijk gemaakt. We willen dat Burundi een toonbeeld van ontwikkeling wordt. Om dat te verwezenlijken, willen we dat de overheid van dit kleine land de nodige financiële middelen en steun krijgt voor de civiele, politieke en economische wederopbouw.

Het Parlement zal de ontwikkelingen op de voet volgen, maar wil ook de Burundese parlementsleden van alle fracties oproepen om dringend op zoek te gaan naar manieren en middelen om hun instellingen na maanden van inactiviteit weer aan de praat te krijgen. Dat moet leiden tot debatten en verkiezingen, en het moet de Burundese regering toelaten om projecten inzake de wederopbouw te implementeren. Daarbij denken we aan de langverwachte hervorming van de rechtspraak en van de gezondheidszorg, en aan andere gebieden waar dringend iets moet worden gedaan.

Ten slotte willen we er ook op wijzen dat Burundi, een van de armste landen ter wereld, het kleinste bedrag aan ontwikkelingshulp per hoofd krijgt. Die situatie kan niet blijven duren. We willen vragen om dringend bijkomende financiële middelen vrij te maken om prioritaire en ontwikkelingsprogramma’s te kunnen uitwerken en om, in het bijzonder, de verwoeste infrastructuur opnieuw op te bouwen. Samen met de EU zijn maar vijf lidstaten vertegenwoordigd in Burundi, een land waar alles nog moet worden gedaan. We hopen dat die landen hun inspanningen gericht op elkaar afstemmen voor er beslissingen worden genomen in de Europese hoofdsteden en dat de afvaardigingen die ter plaatse belast zijn met de implementatie van het ontwikkelingsbeleid blijven samenwerken en extra personeel krijgen.

Om af te sluiten, zou ik graag nog even de nadruk willen leggen op de paragraaf in onze resolutie die verwijst naar het behoud, en zo mogelijk de uitbreiding, van de broodnodige humanitaire hulp. Ik zou er ook op willen aandringen alle afspraken omtrent de terugtrekking van die hulp te maken in het kader van de uitbreiding van het ontwikkelingsbeleid waarvan de implementatie complexer is. In dit verband wilden we ons er ook van verzekeren dat de zichtbaarheid van de maatregelen genomen door de Burundese overheid, met de steun van de Europese Unie en de lidstaten, duidelijk wordt onderkend. Behalve de resolutie inzake het conflict met de FNL en het herstel van de veiligheid, moet de bevolking van Burundi de verbeteringen in de ontwikkeling van hun land dringend weerspiegeld zien in hun eigen dagelijkse leven.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda , auteur. (ES) Mevrouw de Voorzitter, de herneming van de vijandelijkheden in Burundi is een stap achteruit in wat hoe dan ook al een broos proces is.

De tientallen doden en de duizenden ontheemden wijzen er duidelijk op dat de inspanningen om vrede te brengen, althans op dit moment, niet volstaan. We horen de verantwoordelijkheid voor deze stand van zaken te delen.

Het valt te betreuren dat de FNL de wapens opnieuw heeft opgenomen, maar we kunnen er ook niet omheen dat er geregeld berichten opduiken over schendingen van de mensenrechten door het Burundese leger en de Burundese politie.

Het is ook duidelijk dat onstabiliteit in Burundi grote en ernstige gevolgen kan hebben voor de hele regio. Daarbij denk ik vooral aan de Democratische Republiek Kongo en Rwanda.

Ik ben het ermee eens dat de stabiliteit in Burundi is toegenomen sinds de nieuwe grondmacht in voege is getreden en de algemene verkiezingen die daarop volgden. Toch versterkt dat ook de behoefte aan de oprichting van een Commissie voor Vrede en Verzoening als een instrument om het vertrouwen op te krikken. De Europese Unie moet een dergelijk initiatief zowel financieel als logistiek ondersteunen.

Het is dan ook in die context, en te meer nog aangezien de Europese Unie Burundi heeft uitgekozen als pilotland voor de implementatie van een prioritair Actieplan dat de snelheid en de doeltreffendheid van de hulp moet verhogen, dat ik vind dat deze resolutie bijzondere aandacht verdient. Niet alleen van de Europese Commissie, maar ook, en vooral, van de lidstaten. Daarbij denk ik vooral aan twee van de opgenomen voorstellen.

In de eerste plaats is er het voorstel om de financiële steun van de Europese Unie aan Burundi te verhogen, vooral ter gelegenheid van het tussentijdse verslag van het tiende EDF.

In de tweede plaats moeten we binnen het kader van het broodnodige actieplan prioritaire steun verlenen aan de programma’s voor een beter bestuur en een beter democratisch staatsmanagement, aan de gezondheidszorg door de oprichting van gezondheidscentra en de vernieuwing van het ziekenhuisnetwerk, aan de beslissing van de regering van Burundi om gratis basisonderwijs te organiseren, en aan de voortdurende inspanningen om de infrastructuur van het land opnieuw op te bouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer, auteur. (NL) Mevrouw de Voorzitter, net als Soedan, waarover wij eerder vanmiddag hebben gesproken, is Burundi een land van etnische verscheidenheid waarin vanouds elke harmonie tussen de verschillende bevolkingsgroepen ontbreekt.

De daaruit voortvloeiende problemen zijn in Burundi veel moeilijker oplosbaar dan in andere Afrikaanse landen. Je kunt er moeilijk een geografische grens trekken tussen gebieden die typisch het woongebied zijn van verschillende bevolkingsgroepen. Het is beter vergelijkbaar met het kastenstelsel zoals dat traditioneel in India bestond. Al in de tijd vóór de Duitse en de Belgische kolonisatie bestond in Burundi en Rwanda een meerderheid van Hutu’s en een minderheid van Tutsi’s. De Tutsi’s, die ook uiterlijk herkenbaar verschillen van de Hutu’s, waren de heersers. De Hutu’s waren hun ondergeschikten.

In de tijden van Europese kolonisatie is wel geprobeerd om daarin iets te veranderen, maar dat was niet gericht op gelijkwaardigheid en gelijkberechtiging van de Hutu’s. Het ging toen vooral om het tegen elkaar uitspelen van de twee bevolkingsgroepen ten gunste van de macht voor het Duitse of het Belgische bestuur. Ook na de onafhankelijkheid is voor die oude tegenstellingen nooit een duurzame oplossing gevonden. Een massale campagne van de Hutu-meerderheid om de voor hen hinderlijke Tutsi-minderheid uit te roeien, zoals in het noordelijke buurland Rwanda, is Burundi bespaard gebleven. Maar dat kan ook verklaard worden uit de minder vergaande emancipatie van de Hutu’s.

Als wij in de resolutie spreken over veertien jaar burgeroorlog, over vredesonderhandelingen, over de oppositiebeweging FNL, over de ontwapening van opstandelingen en over de nieuwe gevechten die op 17 april zijn uitgebroken, moeten wij ons bewust zijn van die voorgeschiedenis en de onopgeloste problemen. De belangrijkste strekking van de resolutie is dat het geweld moet ophouden en dat er overeenstemming bereikt moet worden. Ik ben het daarmee eens, maar ik zie juist op dat punt weinig reden tot optimisme. Daarnaast wordt in de resolutie terecht aangedrongen op Europese steun voor democratisch bestuur, onderwijs en gezondheidszorg. Daartoe kunnen wij zelf iets bijdragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek , auteur. (PL) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, het doet ons veel plezier te vernemen dat de onderhandelingen en de vredesgesprekken tussen de FNL en de Burundese overheid opnieuw zijn opgestart. Dit is niet de eerste poging die de rebellen en de regering ondernemen om samen tot een akkoord te komen. We kunnen nu alleen maar hopen dat het akkoord een eind zal maken aan het bloederige conflict.

Dat conflict heeft niet alleen veel onschuldige slachtoffers gemaakt, maar heeft ook, en vooral, het delicate evenwicht verstoord en drijft de spanningen in het land op, een land dat na de vredesakkoorden van 2003 positieve veranderingen zag plaatsvinden. Na vele jaren van oorlog probeert Burundi zichzelf opnieuw op te bouwen en zijn plaats op te eisen in de internationale arena, en niet helemaal zonder succes.

Een nog grotere paradox wordt gevormd door het feit dat het probleem waarmee Burundi op dit moment af te rekenen krijgt niet het gevolg is van een stammenconflict tussen Hutu’s en Tutsi’s. Het conflict is daarentegen veroorzaakt door één enkele, uiterst radicale vleugel van de Hutu-FNL die het vredesakkoord niet goedkeurde en nog altijd strijd probeert te voeren tegen de coalitieregering, waarin ook Hutu’s zetelen. De internationale gemeenschap moet haar steun verlenen aan het vredesakkoord en mee een eind helpen maken aan het conflict.

 
  
MPphoto
 
 

  Marcin Libicki , auteur. (PL) We hebben het nog maar eens over misdaden die in verschillende landen wereldwijd worden gepleegd en we zullen dit soort gesprekken blijven voeren tot de Europese Unie een gemeenschappelijk buitenlands beleid heeft uitgewerkt. Bovendien kan een gemeenschappelijk buitenlands beleid alleen maar effect hebben als de Europse Unie ook over een legermacht beschikt. Het Verdrag van Lissabon, dat voorziet in de oprichting van een soort ministerie van Buitenlandse Zaken, zal het probleem niet oplossen, omdat we niet over een militaire macht beschikken.

President Lech Kaczyński heeft in zijn ambtstermijn gezegd dat de Europese Unie over een eigen leger dient te beschikken. Onlangs heeft ook president Sarkozy het daarover gehad. Ik ben van oordeel dat we over dit thema een debat moeten aangaan in de Europese Unie. We moeten specifieke voorstellen doen voor politieke, en bijgevolg ook voor wettelijke oplossingen. Zonder leger kunnen we geen buitenlands beleid voeren. Als we de integriteit en de kracht van de EU belangrijk vinden, moet de Europese Unie haar eigen leger oprichten, zodat ze kan tussenkomen in situaties zoals we die nu in Burundi meemaken.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis , auteur. Mevrouw de Voorzitter, de toestand in Burundi is al een paar jaar ronduit benard te noemen. De beelden van de gruwelijkheden die in de jaren negentig hebben plaatsgevonden tussen de Hutu’s en de Tutsi’s zullen op ons netvlies gebrand blijven staan en zullen ons voorgoed blijven achtervolgen. De inspanningen van de internationale gemeenschap en van de regionale spelers hebben de regio geen langdurige vrede en stabiliteit gebracht. Toch wordt er gezegd dat er al heel wat vooruitgang is geboekt.

De recente militaire confrontaties tussen de nationale militaire troepen en de Forces Nationales de Libération hebben onschuldige mensen het leven gekost en zijn erg verontrustend. Beide partijen moeten beseffen dat ze hun meningsverschillen aan de onderhandelingstafel, en niet op het slagveld, moeten bijleggen. Ze moeten ook inzien dat geweld alleen maar tot nog meer geweld leidt. De rebellengroepering moet het geweld afzweren en de wapens neerleggen, maar tegelijkertijd moet de Burundese regering ook een einde maken aan de straffeloosheid en mag ze de criminelen in de veiligheidstroepen die zich schuldig maken aan martelingen en illegale hechtenis niet langer de hand boven het hoofd houden.

Laten we hopen dat het gezond verstand uiteindelijk zal zegevieren en dat de belangrijkste partijen die bij dit gewelddadige conflict in Burundi betrokken zijn erin zullen slagen om hun meningsverschillen op een vreedzame manier op te lossen, en dat in het belang van de veiligheid en het welzijn van de mensen van hun land.

 
  
MPphoto
 
 

  John Bowis , namens de PPE-DE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, in mijn verbeelding zie ik een mooi land. Ik zie mensen die hun best doen om de nasleep van de gruwelijke burgeroorlog te boven te komen. Ik zie gedenktekens die herinneren aan het geweld. Ik zie arme mensen vechten om het hoofd boven water te kunnen houden. Ik zie hoe Bujumbura ‘s nachts afgesloten is. De mensen proberen voor de avondklok terug te zijn omdat geweld er aan de orde van de dag is. Ik zie de gezondheidsproblemen, de malaria, de ademhalingsproblemen en de erbarmelijke hygiëne. Ik zie de vluchtelingenkampen, mensen die terugkeren, maar niet goed weten waar hun thuis is, mensen die terugkeren uit Tanzania en mensen die van Kivu in Kongo komen.

Nu zien we natuurlijk ook weer het geweld, de FNL die de gesloten akkoorden met voeten treedt. Ook nu weer zien we de berichten over martelingen en mishandelingen opduiken. Burundi heeft onze hulp nodig. Maar het moet ook zichzelf in bedwang leren te houden en het mag nooit meer de weg van de onverdraagzaamheid en de onmenselijkheid inslaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford , namens de PSE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, we betreuren de recente conflicten tussen de nationale troepen en de Forces Nationales de Libération in Burundi. We roepen beide partijen op om het staakt-het-vuren van 7 september vorig jaar te respecteren en we roepen de leider van de FNL, Agathon Rwasa, met aandrang op om zich ten volle in te zetten voor het vredesproces. We willen de Commissie ook vragen om voldoende middelen vrij te maken voor de reïntegratie van de FNL-soldaten in de maatschappij, om hulp te bieden aan de vluchtelingen en, vooral, om de kindsoldaten die we in dit land vinden naar huis terug te brengen.

We moeten de regering van Burundi oproepen om respect op te brengen voor de rechtspraak, om een eind te maken aan het klimaat van straffeloosheid en om te garanderen dat diegenen die schuldig zijn gauw voor hun rechters verschijnen. Dat is wat we verwachten van de Commissie en van de Burundese overheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE-DE). - (FI) Mevrouw de Voorzitter, zoals we hebben vernomen heeft de oorlog in Burundi, die nu al veertien jaar aansleept, geleid tot een groot aantal vluchtelingen in het land, tot voedseltekorten en tot onnoemelijk geweld, zelfs van de kant van diegenen die de mensen horen te beschermen.

De recentste gewapende conflicten hebben de hoop op harmonie in het land weer de kop ingedrukt. Een mens zou zich dan ook gaan afvragen of er bij beide partijen wel voldoende vertrouwen en politieke wil aanwezig zijn om vredesgesprekken aan te knopen. Toch lijken er ook al een aantal belangrijke stappen in de goede richting gezet te zijn. De lange en harde onderhandelingen tussen de verschillende partijen hebben de rebellen ertoe aangezet akkoord te gaan met de vrijlating van een aanzienlijk aantal kindsoldaten tegen begin mei.

Burundi heeft dringend de hulp van de lidstaten van de EU nodig om de humanitaire crisis de kop in te drukken, zoals daartoe wordt opgeroepen in de resolutie, en daarom roep ook ik iedereen op om deze resolutie te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ewa Tomaszewska (UEN) . (PL) Mevrouw de Voorzitter, er moet meteen een einde komen aan de oplopende spanningen in Burundi, aan de burgeroorlog tussen de verschillende etnische groepen en aan het geweld. Dit conflict heeft honderden ongewapende burgers gedood en verwond. Het staakt-het-vuren moet koste wat het kost worden gerespecteerd en de vredestroepen moeten bij dit conflict worden betrokken. De financiële steun die de Europese Unie aan Burundi moet geven, moet heel gericht zijn en moet in de eerste plaats humanitaire doeleinden dienen. Daarbij denk ik hoofdzakelijk aan gezondheidszorg, veiligheid en onderwijs.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel, lid van de Commissie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de Europese Unie heeft opgeroepen tot een herneming van de dialoog tussen de partijen, omdat dat de enige manier is om te komen tot de vrede en verzoening waar het Burundese volk reikhalzend naar uitziet. De Europese Commissie is daarom verheugd dat een delegatie van de Palipehutu-FNL - de Parti pour la Libération du Peuple HutuForces Nationales de Libération - op 16 mei 2008 naar Bujumbura is teruggekeerd. Ik hoop dan ook dat beide partijen de onderlinge gesprekken weer zullen kunnen aanknopen.

Het antwoord dat ik had voorbereid, zal ik aan de kant leggen, want nu ik een aantal commentaren heb gehoord, vind ik het mijn plicht om u op een paar feiten te wijzen.

Ik zal het kort houden en vermijden dat ik de uitstekende toespraken die ik heb gehoord, vooral die van de heer Hutchinson, de heer Kaczmarek en de heer Bowis, herhaal. In de eerste plaats wil ik u erop wijzen dat de situatie zoals we die op dit moment in Burundi kennen niks te maken heeft met etnische problemen. Wie suggereert dat dit een etnische crisis is, bekijkt de toestand uit een ander en uiterst gevaarlijk perspectief. Ik ben dan ook veeleer geneigd om de heer Hutchinson bij te treden, hoewel ik het iet of wat betreur dat dit debat hier en nu wordt gevoerd. Dit is een nogal ongelegen moment, omdat ik vind dat we de politieke dialoog nu een kans moeten geven. Wie zoals u, mijnheer Meijer, over een etnische zaak spreekt, bezondigt zich aan erg gevaarlijk nattevingerwerk.

Daarnaast heeft mijnheer Hutchinson onze aandacht ook op het volgende feit gevestigd: de internationale gemeenschap, verstrengeld als we zijn, en dat geldt zowel voor de Wereldbank – ik heb het thema besproken met Bob Zoellick – als voor de Commissie, verstrengeld als we zijn in onze procedures die ons verhinderen om, als een land een formele democratie wordt, fondsen vrij te maken om hen te laten zien dat vrede wel degelijk iets oplevert. Dat is een van de redenen waarom Burundi het zo moeilijk heeft om opnieuw de goede weg in te slaan. Dat is, bijvoorbeeld, ook het geval in Liberia, in de Democratische Republiek Kongo, en in welk land ook dat als post-conflictland wordt bestempeld. We zitten verstrengeld in onze procedures en we missen flexibiliteit. Daarom kunnen we niet vlug reageren op de behoefte naar wederopbouw van deze landen. Dat is namelijk het echte probleem van Burundi.

Ik zal me uiteraard onthouden van commentaar op de toespraak waarin wordt opgeroepen voor het inzetten van Europese militairen. Ik zeg niet dat dat een andere discussie is, maar toch is het een thema dat hier niet echt thuishoort. We blijven Burundi actief steunen, zowel politiek als financieel, in zijn inspanningen om de vrede te herstellen en om er sociaal-economisch weer bovenop te raken. Graag wil ik er ook op wijzen dat onze samenwerkingsengagementen voor de periode 2008-2013 op dit moment goed zijn voor 188 miljoen euro. Er is al geopperd om dat bedrag nog op te trekken tijdens de tussentijdse evaluatie. In dit verband wil ik u ook zeggen dat we dat soort verhoging alleen kunnen doorvoeren als Burundi alle fondsen heeft opgenomen die het land in het oorspronkelijke hulppakket zijn toegekend. Dat is de regel, en ik hoop dat het land zijn voordeel zal kunnen halen uit die tussentijdse evaluatie.

De strategie die we in deze nieuwe periode zullen volgen, brengt een verhoging van de budgettaire steun met zich mee en stelt twee prioritaire thema’s voorop: in de eerste plaats de rehabilitatie en de plattelandsontwikkeling, die duidelijk van cruciaal belang zijn als we het overleven van de bevolking willen vrijwaren, en, in de tweede plaats, de sector van de gezondheidszorg. Met onze inspanningen om dit land te steunen in zijn socio-economische herstel willen we de bevolking van Burundi laten zien wat ze kan verwachten van de vredesdividenden. Dat kan een stimulans zijn om te werken aan hun eigen situatie. Burundi is uitgeroepen tot pilootland. Bijgevolg zullen de beslissingen van de Raad van November 2007 er worden geïmplementeerd. Dat is hier al eerder aangestipt en ik ben verheugd dat Burundi een van die pilootlanden is. Samen met het Wereld Voedsel Programma van de VN zullen we in Burundi ook een pilootoperatie uitvoeren, meer bepaald op het vlak van het onderwijs en van de oprichting van kantines voor schoolkinderen. Als kinderen gratis maaltijden krijgen, zullen ze vanzelf graag naar school gaan. We zullen ook een pilot-case study uitvoeren die Burundi zal omvatten.

Bovendien zal ik in de nabije toekomst een bezoek brengen aan Burundi, aangezien de Commissie heel nauw betrokken is bij al die bemiddelingsinspanningen. Graag wil ik daar nog aan toevoegen dat ik, toen ik minister van Buitenlandse Zaken was, rechtstreeks heb deelgenomen aan de onderhandelingen omtrent het Arusha-akkoord met president Mandela. Ik ben dus goed op de hoogte van dit thema, en ik kan u, mijnheer Meijer, vertellen dat de Burundese Grondwet, het Burundese wetgevende systeem en het Burundese parlement – de Nationale Vergadering en de Senaat – alle institutionele oplossingen aanreiken die we nodig hebben om het etnische probleem stevig in de hand te houden. Daarom is dit geen etnische kwestie, maar een kwestie van onzekerheid binnen een van de bevolkingsgroepen. Het is duidelijk ook niet alleen het probleem van de FNL. De FNL moet nu plaatsnemen aan de onderhandelingstafel, zichzelf omvormen tot een echte politieke partij en deelnemen aan het herstel en de wederopbouw van het land.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming zal plaatsvinden aan het einde van de debatten.

 
  

(1) Zie notulen.

Juridische mededeling - Privacybeleid