De Voorzitter. − Aan de orde is de aanbeveling voor de tweede lezing (A6-0162/2008) van Caroline Jackson, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (11406/4/2007 – C6-0056/2008 – 2005/0281(COD)).
Caroline Jackson, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, naar aanleiding van uw uitspraak dat er geen tijd is voor punten van orde, zet ik mijn rede over de kaderrichtlijn afvalstoffen voort. Dit is een beetje moeilijk tegen deze achtergrond, maar ik zal volharden.
Laat ik, aangezien hierover onlangs in de Britse pers bepaalde opmerkingen zijn gemaakt, om te beginnen opnieuw de aandacht vestigen op mijn opgave van belangen, die ik officieel heb geregistreerd en waarin mijn lidmaatschap wordt vermeld van de milieuadviesraad van Shanks plc. Dat bedrijf is werkzaam in een breed spectrum van afvaltechnologieën in Groot-Brittannië en op het Europese vasteland en het hoofddoel van zijn milieuadviesraad is te voorzien in onafhankelijke controles op de activiteiten van zijn vestigingen.
Tot mijn collega-raadsleden behoren de voorzitter van het Wetenschappelijk Comité voor nieuwe gezondheidsrisico’s van de EU en een lid van de Green Alliance.
Zoals veel leden van het Europees Parlement hecht ik waarde aan de mogelijkheid die dit soort ervaring mij biedt om uit de eerste hand kennis te nemen van de kwesties en problemen voor deze bedrijfstak en hen die erin werken.
Dan nu de richtlijn. De weg naar deze tweede lezing is lang en kronkelig geweest en ik feliciteer al mijn collega’s die mij tot het einde van die weg vergezeld hebben. De zaak is heel belangrijk. Verscheidene arresten van het Hof van Justitie ten aanzien van de status van afval dat bestemd was voor behandeling in afvalenergiecentrales moesten worden opgehelderd. Er was behoefte aan nieuwe definities. Twee bestaande richtlijnen betreffende gevaarlijke afvalstoffen en afgewerkte olie zijn ingetrokken en hun bepalingen zijn overgebracht naar de kaderrichtlijn afvalstoffen. Onze commissie was echter niet tevreden met die oorspronkelijke voorstellen en ging een stap verder door de technische richtlijn te veranderen in een campagnerichtlijn. Ik feliciteer mijn collega’s daarmee.
Ik moet zeggen dat de stemming in de Raad erg somber was, mogelijk in reactie op de economische tijdingen. Er was veel verzet tegen onze plannen en de Raad heeft erg hard onderhandeld. Toch hebben we het volgende bereikt.
Ten eerste hebben we doelstellingen voor recycling aan de tekst toegevoegd. Dat is een erg belangrijke uitkomst omdat deze niet in het oorspronkelijke voorstel stonden; het is voor het eerst dat recyclingdoelstellingen voor huishoudelijk afval worden opgenomen in EU-wetgeving. Dat ze er zijn is geheel te danken aan het Parlement.
Het nieuwe artikel 8a verplicht lidstaten de nodige maatregelen te treffen om in 2020 een totaal aandeel recycling van vijftig procent te realiseren voor papier, metaal, kunststof en glas in huishoudelijk en soortgelijk afval. Er zijn sommige lidstaten, zoals Duitsland, waarvoor dit een behoudende doelstelling is, maar voor veel andere is zij een zeer grote uitdaging; ook daarmee moeten we rekening houden.
In hetzelfde artikel is bepaald dat in 2020 zeventig procent van het bouw- en sloopafval moet worden gerecycled. De Groenen en hun aanhangers verspreiden het gerucht dat de doelstellingen niet afdwingbaar zijn. Zij geloven dat misschien zelfs, maar – heel bijzonder – verwerpen daarmee hun eigen succes. De Commissie heeft een verklaring uitgegeven om hen te helpen en de heer Dimas kan dit bevestigen. In de verklaring wordt heel duidelijk gesteld dat als de doelstellingen in 2020 niet zijn gehaald, dat een ernstige aanwijzing voor de Commissie zal zijn dat een lidstaat niet de noodzakelijke maatregelen heeft getroffen om de doelstellingen te bereiken. Op deze basis en gesteund door de conclusies in de driejaarlijkse nationale voortgangsverslagen kan de Commissie lidstaten voor het gerecht dagen omdat zij niet voldoen aan de vereisten van de richtlijn.
Misschien is het voor de Groenen belangrijk om niet gelukkig te zijn omdat Groenen eeuwige actievoerders zijn, maar zij zouden toch enigszins rekening moeten houden met wat de Commissie in die verklaring heeft gezegd.
Ten tweede hebben we in artikel 8a nieuwe bepalingen toegevoegd over de voorkoming van afval. Deze houden in dat de Commissie in 2011 verslag moet doen van de evolutie in de afvalproductie van de EU en de mogelijkheden voor afvalpreventie en uiterlijk in 2014 voorstellen voor de voorkoming van afval en ontkoppelingsdoelstellingen voor 2020 moet presenteren. Het bleek onmogelijk om met de Raad of de Commissie overeenstemming te bereiken over kwantitatieve doelstellingen voor afvalpreventie in deze richtlijn, gedeeltelijk doordat de voor die doelstellingen noodzakelijke gegevens ontbreken, maar het Parlement heeft met zijn amendementen een impuls gegeven voor mogelijke toekomstige wetgeving met doelstellingen voor afvalpreventie.
Het nieuwe artikel betekent al met al een grote prestatie, waarop onze opvolgers kunnen voortbouwen. We kunnen niet alles in deze richtlijn regelen, maar moeten dingen overlaten aan onze opvolgers in de komende tien jaar.
Ten derde hebben we voor het eerst de befaamde afvalhiërarchie van de EU stevig verankerd in Europees recht. We praten er al jaren over maar als je naar het recht in de EU kijkt vind je die hiërarchie nergens. Dat zal echter binnenkort veranderen en we kunnen een kleine overwinning vieren omdat we de Raad zover hebben gekregen dat hij instemt met toepassing van de hiërarchie als prioriteitsvolgorde in wetgeving betreffende afvalpreventie en -verwerking
Ten vierde hebben we overeenstemming weten te bereiken over een betere nadruk op het beheer van gevaarlijke afvalstoffen, zoals verschillende leden wensten.
Ten vijfde hebben we ook zeker gesteld dat prioriteit zal blijven uitgaan naar terugwinning van olieafval – hoewel er geen steun was voor een beleid, naar ik weet door sommige collega’s bepleit, waarin terugwinning verplicht zou worden gesteld in alle lidstaten. We hebben steun van de Raad gekregen voor het amendement van Erna Hennicot-Schoepges en collega’s, dat is bedoeld om het voor kleine en middelgrote ondernemingen eenvoudiger te maken om de afvalstoffenlijst te gebruiken; ook hebben we steun verworven voor een nieuw artikel over bioafval.
Concluderend wil ik zeggen dat de richtlijn criteria specificeert voor de energie-efficiëntie van verbranding, waarbij terugwinning van energie wordt geklasseerd als energieopwekking en niet als afvalverwerking. Dat is de beste afspraak die er mogelijk is. Iedereen die meent dat wij via bemiddeling iets beters hadden kunnen bewerkstelligen, houdt zichzelf voor de gek. Om Jack Nicholson te citeren: “Beter dan dit kan het niet.”
Stavros Dimas, lid van de Commissie. − (EL) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, laat ik om te beginnen de rapporteur, Caroline Jackson, bedanken en haar gelukwensen met haar uitmuntende bijdrage aan de herziening van de kaderrichtlijn afvalstoffen, en ook de schaduwrapporteurs en de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid bedanken voor hun positieve en constructieve bijdragen.
Met deze richtlijn zet de Gemeenschap de eerste substantiële stap op weg naar een samenleving op basis van recycling. De richtlijn introduceert een moderne benadering van afvalverwerking waarin afval als bruikbare grondstof wordt beschouwd en verschaft helderder definities, eenvoudiger regelgeving en nieuwe, ambitieuze doelstellingen.
Dankzij de inlijving van de bepalingen van de richtlijnen betreffende gevaarlijke afvalstoffen en afgewerkte olie draagt deze richtlijn bij tot de bredere inspanning ter verbetering van wetgeving en vereenvoudiging van het acquis communautaire. De volgende stap zal uiteraard de succesvolle uitvoering van de richtlijn moeten zijn.
De aanzienlijke inspanningen en het doorzettingsvermogen van het Parlement zijn beloond. Het was niet gemakkelijk om de lidstaten ervan te overtuigen dat zij de nieuwe recyclingnormen moesten aanvaarden en moesten instemmen met doelstellingen voor afvalpreventie. Toch is dat doel volledig bereikt.
Er is hier en daar betwijfeld of de doelstellingen zullen worden overgenomen door de lidstaten. Ik wil graag onderstrepen dat de Commissie met de huidige formulering van de kwantitatieve doelstellingen in staat is en de politieke wil heeft om lidstaten voor het Europees Hof van Justitie te dagen indien zij niet de maatregelen hebben getroffen die essentieel zijn voor het bereiken van de recyclingdoelen.
Het Parlement heeft vele andere belangrijke punten opgenomen in de tekst van de richtlijn. Daaronder zijn de hiërarchie van vijf categorieën afvalstoffen, nieuwe bepalingen over de gescheiden inzameling van bioafval en gevaarlijke afvalstoffen en veel nuttige verhelderingen. Deze punten hebben het oorspronkelijke voorstel van de Commissie verrijkt en de tekst beter gemaakt, zodat die nu een ambitieus wetgevingsinstrument voor toekomstige generaties wordt. Het feit dat het mogelijk is geweest in tweede lezing tot overeenstemming te komen is uiteraard bijzonder bevredigend. Ik wil nogmaals de constructieve rol benadrukken die het Europees Parlement in dit proces gespeeld heeft.
Deze richtlijn schept een nieuw kader voor afvalverwerking en verschaft een solide basis voor andere communautaire beleidsinitiatieven. De Europese Commissie kan haar steun geven aan het compromispakket teneinde overeenstemming in tweede lezing mogelijk te maken.
John Bowis, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, Caroline Jackson verwees naar een citaat, ik meen van Jack Nicholson. Gezien haar golfvaardigheden dacht ik dat zij misschien Jack Nicklaus zou aanhalen, maar ongetwijfeld zou dat eenzelfde soort citaat hebben opgeleverd: “Beter dan dit kan het bijna niet.” Dat is een groot eerbetoon aan onze rapporteur en ik spreek namens onze fractie mijn hulde voor haar uit.
Het is noodzakelijk dat wij haar steunen en in actie komen. Het is niet zo goed als we het misschien eens hadden willen zien. Toch hebben we enorme vooruitgang geboekt. Commissaris, het is nu aan u om ervoor te zorgen dat het wordt uitgevoerd en om de volgende bepalingen over preventie met uw doelstelling van 2014 naar voren te halen. Ik weet dat u dit proces in gang zult zetten en ook dat is belangrijk.
Het is belangrijk omdat we sinds ik hier ben een massa afvalvoorstellen in dit Parlement voorbij hebben zien komen: we hebben ons beziggehouden met voertuigen, elektrische en elektronische apparatuur, batterijen, verpakkingen en nog veel meer. Toch blijft de hoeveelheid afval toenemen – sneller dan onze economieën groeien. Zij neemt het snelst toe op bepaalde gebieden, zoals stedelijk afval, en daarom moeten we maatregelen nemen.
Mijn eigen land geeft een van de slechtste voorbeelden in termen van afval. We spreken onze lof uit voor Nederland als het beste voorbeeld. Toch moeten we allemaal een inhaalslag maken. We moeten allemaal meer recyclen om te voldoen aan de voorwaarden van de hiërarchie: we moeten de recyclingdoelen en de preventiedoelen halen, enzovoort. Ik geloof dat deze maatregel ons in elk geval op de juiste weg brengt met een betere mentaliteit dan we in het verleden hebben getoond met onze spilzieke economie, spilzieke samenleving en spilzieke politiek.
Guido Sacconi, namens de PSE-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik word geholpen door het feit dat mevrouw Jackson en commissaris Dimas een volledige uitleg hebben gegeven van de belangrijkste elementen van dit compromis, dat ik ook steun. Laat ik daarom een paar gedachten naar voren brengen die in hoge mate politiek zijn.
Ik ben een onderhandelaar en weeg altijd af of het bereikte compromis wel of niet de moeite waard is. Ik heb daarom de teksten met een frisse blik opnieuw gelezen na de nacht van de onderhandelingen. De hemel weet waarom onderhandelingen altijd ’s nachts moeten eindigen. Is een ’s morgens bereikte overeenkomst van minder waarde? Ook dat is iets om over na te denken. In alle oprechtheid – en ik zeg dit tegen onze collega’s van de Groenen en de GUE, en tegen Karl-Heinz Florenz die, zo zie ik, opnieuw een amendement van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid heeft ingediend dat mijn handtekening droeg en dat ik dus slechts kan steunen – in alle oprechtheid, als ik zowel naar het compromis als naar de teksten van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid kijk, hebben we een werkelijk verbazingwekkend resultaat bereikt – en dat is vooral aan u te danken, mevrouw Jackson.
Realiseren wij ons dat er niets over recycling in het Commissievoorstel en vervolgens in het gemeenschappelijk standpunt stond? Niets, behalve een overweging waarin zonder nadere details de recyclingsamenleving werd genoemd. Niets was er! Nu hebben we exacte doelen; we hebben een evaluatie in 2014, wanneer andere materialen, die nu nog niet worden genoemd, kunnen worden opgenomen; we weten zeker, zoals commissaris Dimas zojuist bevestigd heeft, dat juridische stappen kunnen worden ondernomen tegen staten die verzaken bij de uitvoering van de maatregelen die bedoeld zijn om die doelen te halen.
Dat lijkt mij een heel belangrijk feit. Ook is het erg belangrijk dat nu een politiek en wetgevend proces in gang is gezet dat staten dwingt echte plannen voor afvalpreventie op te stellen en dat er eindelijk een hiërarchie van afvalstoffen met respect voor het milieu is opgenomen in het Europese recht en dat die wettelijk bindend is, zodat afval niet langer alleen maar een probleem maar ook een hulpbron is.
In alle eerlijkheid en met volle verantwoordelijkheid geloof ik daarom dat afwijzing van dit compromis en gokken op riskante bemiddeling niet in het belang zou zijn van de Europese burgers maar van het realiseren en consolideren van de hier zo helder en absoluut onweerlegbaar geformuleerde doelen een soort Russische roulette zou maken.
Mojca Drčar Murko, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, met deze tekst hopen we een ommekeer te bewerkstellingen van de trend dat we meer afval produceren dan we recyclen. Dat is de uitkomst van verscheidene jaren debatteren waarbij rekening werd gehouden met de realiteit dat er twee groepen lidstaten zijn als het om afvalverwerking gaat: recyclende staten en stortende staten.
Het bereikte compromis moet in dat licht worden bezien. Voor het eerst krijgen preventie en recycling in de richtlijn een centrale rol. Bovendien bevat de tekst de nodige dynamiek om aangepaste, hogere doelstellingen en doelstellingen voor nieuwe afvalstromen te formuleren. Het is een zorgvuldig uitgebalanceerd en reëel compromis, haalbaar en realistisch. De amendementen achten wij in totaliteit geen gevaar voor de gehele overeenkomst.
Ten aanzien van bijproducten – het artikel in de hoofdtekst van de richtlijn en het artikel betreffende niet langer als afvalstof aan te merken stoffen – vrezen de meeste critici voor schijntoepassing. Omdat deze kwestie niet internationaal is overeengekomen is dat een reëel gevaar. Daarom moet duidelijk worden gemaakt dat de Commissie gebruik zal maken van de richtsnoeren van februari 2007 om deze praktijk te voorkomen.
Ik zou het zeer op prijs stellen als de heer Dimas ons vandaag de verzekering zou geven dat een stof of voorwerp niet als bijproduct buiten de Gemeenschap zal worden vervoerd voordat in de Gemeenschap aan de voorwaarden van artikel 4, lid 1 is voldaan.
Hetzelfde geldt voor niet langer als afvalstof aan te merken stoffen. Wanneer bepaald afval ophoudt afval te zijn, kan de resulterende stof of het resulterende voorwerp als zodanig alleen buiten de Gemeenschap worden vervoerd indien in de Gemeenschap aan de voorwaarden van artikel 5 is voldaan. Deze verzekering zou het voor veel leden van het Europees Parlement gemakkelijker maken om voor het compromis te stemmen.
Tot slot wil ik veel dank betuigen aan de rapporteur en de schaduwrapporteurs voor de vruchtbare samenwerking ten gunste van de burgers van Europa.
Jill Evans, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil graag mevrouw Jackson bedanken. We zijn het misschien uiteindelijk oneens over de belasting, maar ik vind dat er beslist uitstekend is samengewerkt gedurende alle discussies. Wij zijn vandaag niet gelukkig – ik wou dat het wel zo was – en ik wil u enige redenen noemen waarom we niet blij zijn met het compromis.
Wij hebben dertig van de amendementen op het compromis gesteund en zelf andere amendementen ingediend om te trachten het compromis te verbeteren met betrekking tot gevaarlijke afvalstoffen, niet langer als afvalstof aan te merken stoffen, bijproducten en gescheiden inzameling van bioafval. Maar vanaf het allereerste begin waren de belangrijkste kwesties voor ons de aanneming van bindende doelstellingen voor afvalvermindering en recycling en het verzet tegen de herclassificatie van verbranding als terugwinning van energie. Het definitieve compromis bevat geen wettelijk bindende doelstelling voor afvalvermindering. Een studie naar afvalpreventie is geen alternatief voor stabilisatiemaatregelen; de voortdurende groei van het afvalvolume is onhoudbaar en zonder deze maatregel zal de groei doorgaan.
Hoewel voor recycling en hergebruik doelstellingen zijn bepaald van respectievelijk vijftig en zeventig procent en de lidstaten wettelijk gehouden zijn maatregelen te treffen om deze doelstellingen te realiseren, zijn de doelstellingen zelf niet bindend. Ik ben dankbaar voor de uitleg die we hebben gehad van de heer Dimas, maar waarom is er zo gedebatteerd over de formulering hiervan? De reden is dat vermeden moest worden dat de doelstellingen bindend zouden worden.
Afval van nijverheid en industrie, dat enorme mogelijkheden voor hergebruik en recycling biedt, is helemaal buiten beschouwing gebleven. Verbranding kan als afvalverwerkingswijze niet worden beschouwd als gelijkwaardig aan recycling en hergebruik; daardoor worden alleen maar meer investeringen uitgelokt in verbrandingsinstallaties en wordt de hiërarchie van afvalstoffen rechtstreeks ondermijnd. Als dit zwakke compromis wordt aangenomen, zullen we de kans hebben laten lopen om echt optreden en leiderschap van de EU in het afvalbeleid te waarborgen op een moment dat we daaraan zo dringend behoefte hebben.
Bairbre de Brún, namens de GUE/NGL-Fractie. – (GA) Mevrouw de Voorzitter, ik wil mevrouw Jackson danken voor haar werk. We hebben goed samengewerkt om enige verbeteringen aan te brengen in het oorspronkelijke Commissievoorstel, al zijn we het niet over alles eens.
Veel mensen in de hele Unie zullen zich zorgen maken over het voorstel om verbrandingsinstallaties aan te merken als een vorm van terugwinning van energie wanneer ze aan bepaalde efficiëntiecriteria voldoen. Wij blijven gekant tegen de herclassificatie van afvalverbranding en hebben een amendement neergelegd om deze te schrappen.
Ten aanzien van recycling worden in het nieuwste voorstel doelstellingen geformuleerd die heel moeilijk te handhaven kunnen zijn als gevolg van de vaagheid van de bewoordingen als wordt gesteld dat de lidstaten de noodzakelijke maatregelen zullen nemen die zijn bedoeld om de recyclingdoelstellingen te bereiken.
Goede wetgeving vereist dat we exacter zijn in de formulering van doelstellingen en de interpretatie ervan niet overlaten aan het Europees Hof van Justitie. Daarom willen wij de door de commissie gekozen formulering verdedigen en handhaven.
De voorstellen voor afvalpreventie zijn zover afgezwakt dat ze onvoldoende substantieel bijdragen noch lidstaten duidelijk helpen hun afvalvolume te stabiliseren en te verminderen. De magere verwijzing naar preventiedoelen betekent dat een geharmoniseerd preventie-initiatief met indicatoren nog niet wordt vastgelegd in wetgeving.
Daarom kunnen wij medeondertekenaars zijn van een deel van het werk dat we samen hebben verricht. Ten aanzien van andere delen menen wij echter amendementen te moeten indienen. Ik wil mevrouw Jackson graag nogmaals bedanken voor de open en integrale wijze waarop zij heeft gecorrespondeerd met de schaduwrapporteurs.
(Applaus)
Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. – (NL) Mevrouw de Voorzitter, de Milieucommissie heeft een zeer goed verslag gepresenteerd als aanbeveling voor de tweede lezing. Ik denk hierbij vooral aan de prominente plaats voor de afvalhiërarchie, het schrappen van de categorie bijproducten, het verstandig omgaan met het einde-afvalconcept, de beschermende regels inzake gevaarlijk afval en de doelstellingen voor preventie, hergebruik en recycling.
Het enige negatieve in het verslag van de Commissie milieu was het amendement om afvalverbranding te gaan stimuleren door het aan te merken als nuttige toepassing áls er voldoende energie wordt teruggewonnen.
In het onderhandelingsresultaat dat na twee maanden bereikt is, is niet zo veel meer overgebleven van de aanbeveling van de Commissie milieu en dat lag niet aan de rapporteur, maar met name aan de starre positie van de Raad.
Het artikel over bijproducten is niet aangepast en lidstaten kunnen op eigen houtje bepalen wanneer afval geen afval meer is, met alle concurrentieverstoring van dien. Bovendien zijn er geen preventiedoelstellingen vastgesteld en zijn de doelstellingen voor hergebruik en recycling behoorlijk afgezwakt. Om deze reden heb ik mijn steun niet gegeven aan het compromispakket. Ik hoop echter dat we alsnog de betere elementen van de Commissie milieu aannemen bij de stemming van morgen en dan doel ik met name op de amendementen van de GUE/NGL-Fractie en de Groenen. Het milieu is het waard om hiervoor nog een bemiddelingsprocedure te doorlopen waarbij we de Raad wél zo ver krijgen om de noodzakelijke verbeteringen door te voeren. Als we dit als Parlement overtuigend doen, moet het onder leiding van collega Jackson mogelijk zijn om er meer uit te halen dan nu het geval is. Ik wil nogmaals collega Jackson en de andere schaduwrapporteurs bedanken voor de goede samenwerking en ik hoop dat we morgen een goed resultaat boeken bij de stemming.
Luca Romagnoli (NI). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik verwelkom en steun alle amendementen die gericht zijn op de invoering van doelstellingen die onontbeerlijk zijn voor preventie en verbetering van de recycling. Natuurlijk ondersteun ik ook de nadruk op een helder gedefinieerde en gestructureerde hiërarchie van afvalstoffen. Ook is het onontbeerlijk dat we ons kunnen baseren op betrouwbare en vergelijkbare statistische gegevens als we verdere vooruitgang willen boeken ten aanzien van zowel preventie als recycling van industrieel afval.
Dames en heren, ik ben van mening dat wij in het Parlement de toepassing van het hiërarchiebeginsel in het algemeen loyaal moeten steunen en niet als een algemeen richtsnoer moeten opvatten, zoals de Raad bij voorkeur doet. De richtlijn moet gedetailleerd duidelijk maken welke criteria moeten gelden voor afwijkingen die naar mijn mening zo nodig op geordende en afzonderlijke wijze moeten worden ingekaderd, zodat er geen twijfel mogelijk is over wat wordt beschouwd als terugwinning en wat wordt beschouwd als verwijdering van afval.
Ik ben het eens met de rapporteur dat energie uit afvalverwerkingsinstallaties een belangrijke rol kan spelen bij de verwerking van restafval en dat we in dat opzicht nu voor een belangrijke keuze staan, gezien het feit dat de Europese Unie afhankelijk is van onzekere energie-invoer uit zoveel andere delen van de wereld. Ik zou willen afsluiten door te zeggen dat ik ook de amendementen met betrekking tot de terugwinning van olieafval, aanvankelijk uit de plannen geschrapt, verwelkom.
Karl-Heinz Florenz (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, mag ik tegen Caroline Jackson zeggen dat ik ongelukkig ben met het compromis maar dat dit niet te wijten is aan een gebrek aan onderhandelingsvaardigheden van haar kant? Bij deze gelegenheid moet ik tegen Stavros Dimas zeggen dat mijn ongenoegen voor de verandering de Commissie geldt.
Inzake luchtvaart, industrie en motorvoertuigen is de Commissie extreem strikt, marchanderend over elke gram waarmee zij de CO2-emissies kan verminderen, en terecht. Inzake het afvalverwerkingsbeleid komt CO2 echter helemaal niet in het verhaal voor. De feiten wijzen op een potentiële reductie van 100 miljoen ton CO2. Dat is een gouden kans, maar die is in dit document verspeeld.
Mijn tweede reden voor teleurstelling is dat we een soort betonbedrijf zijn geworden. We gieten de uiteenlopende opvattingen in Europa in beton in plaats van ons te richten op harmonisatie. Hoewel we doelstellingen definiëren zijn deze niet bindend. In de komende twintig jaar zullen we in Europa geen echt geharmoniseerde doelstellingen bereiken. Dat is wat mij verontrust aan dit verslag. Twintig jaar is bijna een halve generatie. We hadden veel innovatiever moeten zijn en dat had ook gekund.
Ik geloof, commissaris, dat er maar één groot probleem is, namelijk artikel 14. Ik zou blij zijn als u wat meer zou kunnen zeggen over die bepaling. In een federale staat kan die zaak hoogst complex zijn. Het gaat om de kwestie van gemengde of ongemengde afvalverwerking en hoe die wordt opgelost overeenkomstig het beginsel van zelfvoorziening. Ik vraag u in alle ernst nogmaals op deze kwestie in te gaan in uw afsluitende toelichting.
Op dit moment zeggen een paar mensen uiteraard dat we een grote meerderheid zullen behalen, maar als deze zaken niet worden opgelost zullen sommige grote landen ongetwijfeld worstelen met hun stem. Bedenk alstublieft dat we niet alleen de lezing van morgen hebben; er komt ook een derde lezing en een totaal van 64 ingediende amendementen is erg veel voor een bemiddelingsprocedure.
Dus als u, commissaris, de kans wilt aangrijpen om een paar aspecten van deze onopgeloste kwesties op te helderen, kan ik mij voorstellen dat we tot een succesvol resultaat kunnen komen.
Gyula Hegyi (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, in Europa recyclen we op dit ogenblik maar 27 procent van ons afval en eindigt bijna de helft van het afval op stortplaatsen. Dit toont aan dat we onze afvalverwerking fundamenteel moeten veranderen. Het belangrijkste dat we moeten doen is afvalpreventie aanmoedigen, hergebruik en recycling versterken en de hoeveelheid gestort afval tot een minimum beperken. Daarom juich ik het toe dat de afvalhiërarchie na enige discussie in de nieuwe compromistekst is blijven staan.
Ten aanzien van preventie – het hoofddoel van de wetgeving – mis ik in de nieuwste teksten de doelstellingen voor afvalstabilisatie, maar die hadden we al in de eerste lezing aangenomen. In de oude lidstaten genereert één persoon bijna tweemaal zoveel huishoudelijk afval – 570 kg per jaar – als iemand in de nieuwe lidstaten – 300 tot 350 kg per jaar. De rijke landen zullen dus als eerste hun afvalproductie moeten gaan verminderen.
De hoeveelheid geproduceerd afval neemt op Europese schaal toe. Daarom zijn preventieprogramma’s zoals voorgesteld in het compromis onvoldoende: we moeten bindende doelstellingen opleggen om de groeiende afvalproductie een halt toe te roepen. Daarom overweeg ik amendement 48 te steunen, waarmee de doelstelling voor afvalstabilisatie weer wordt opgevoerd. Ik verwelkom de verplichte doelstellingen voor hergebruik en recycling van afval, maar ik ben bang dat de nieuwe tekst, waarin staat dat de lidstaten “de nodige maatregelen” moeten nemen om de doelstellingen te halen, niet genoeg is. We hebben behoefte aan concrete, uitvoerbare en bindende doelstellingen, zowel voor huishoudelijk als voor industrieel afval. Derhalve stel ik voor amendement 82 te steunen om de handhaving van de recyclingdoelstellingen te waarborgen.
Dit gezegd hebbende verwelkom ik het verslag en het werk van mevrouw Jackson, mijn vriend Guido Sacconi en anderen.
Chris Davies (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, deze overeenkomst kan niet beter volgens de rapporteur en ik complimenteer haar met wat zij heeft bereikt. Er kan om 3 uur ’s morgens tijdens een bemiddelingssessie winst worden geboekt die op andere ogenblikken tijdens het onderhandelingsproces onhaalbaar is.
We erkennen allemaal dat de omvang van onze afvalberg moet worden verminderd. Een Britse supermarktketen heeft onlangs bekendgemaakt van plan te zijn het gebruik van verpakkingsmateriaal tot 2012 met 25 procent te verminderen en het gebruik van draagtasjes met 33 procent. Het bedrijf wil garanderen dat voedselafval wordt omgezet in energie door middel van anaerobe vergisting. Het wil het aantal materialen in verpakkingen beperken tot slechts vier die gemakkelijk te recyclen of composteren zijn, en eenvoudige symbolen op alle verpakkingen afdrukken om klanten te helpen hun afval te recyclen of composteren.
Dit alles is een kwestie van politieke wil. Afvalvermindering is een kwestie van politieke wil en die wil kan worden versterkt door de wetgeving van de Europese Unie.
Ik vermoed dat we de Raad hadden kunnen overhalen ten minste de datum waarop hij voorstellen voor afvalreductie zal presenteren te vervroegen van 2014 tot een paar jaar eerder. Het Parlement heeft het goed gedaan. Het had het misschien nog beter kunnen doen.
Hiltrud Breyer (Verts/ALE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het voorstel is een teleurstelling. Het is niet minder dan een mislukking wat betreft de noodzaak van grotere inspanningen om het klimaatprobleem aan te pakken en natuurlijke hulpbronnen te conserveren. We weten dat het Europees Milieuagentschap voorspelt dat het afvalvolume tot 2020 met vijftig procent zal stijgen. In dit verband betekent het ontbreken van voorgeschreven bindende stabilisatieniveaus of recyclingdoelstellingen een regelrechte flop, een toegeven aan druk van de lidstaten. Het noodzakelijke instrument is onder die druk ontegenzeglijk verwaterd.
Het is eveneens teleurstellend dat afvalverbranding ten koste van afvalvermijding in toenemende mate wordt beschouwd als de ultima ratio. Het was juist deze onbalans die de doelstellingen voor recycling en afvalstabilisatie hadden moeten rechtzetten. Ik hoop dat we met amendementen nog enige verbeteringen in dit voorstel kunnen aanbrengen en feitelijk kunnen doen wat gedaan moet worden, namelijk het soort afvalverwerkingsbeleid formuleren dat we in de Europese Unie nodig hebben.
Roberto Musacchio (GUE/NGL). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, tot mijn spijt moet ik kritiek uiten over een aantal van de bereikte compromissen omdat deze in bepaalde gevallen datgene dreigen te ondergraven waar het Parlement in de eerste lezing terecht vóór heeft gestemd.
Het spijt mij ook omdat deze verslechteringen zijn opgelegd door de Raad en verkeerd en gevaarlijk zijn. Ik zeg dit vanuit mijn eigen gezichtspunt als iemand die in Italië woont. In dit geval is Italië helaas een slecht voorbeeld van afvalverwerking. Het houdt zich niet aan de letter en de geest van het Europese recht op grond waarvan al enige tijd een werkzame hiërarchie bestaat van reductie tot recycling.
Die hiërarchie moet ook worden versterkt met gekwantificeerde en zekere doelstellingen – voor reductie en recycling – voor industrieel afval, en niet verzwakt zoals in zekere zin het geval is nu er ruimte blijft voor een verwerkingsbeleid dat deze filosofie ondermijnt. Italië heeft de laatste jaren bijvoorbeeld miljarden euro’s aan stimulansen beschikbaar gesteld voor afvalverbranding, met gevolgen die voor iedereen overduidelijk zijn en op geen enkele manier als positief beschouwd kunnen worden.
Jim Allister (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, in heel Europa worstelen alle lidstaten met uit de hand lopende energieprijzen. Daarom is het volgens mij verstandig en noodzakelijk om afval te beschouwen als potentieel belangrijke brandstof. Het is beslist een win-winsituatie, die niet alleen iets doet aan onze enorme hopen afval maar ook een alternatieve energievoorziening oplevert, vooral ook omdat we bedreigd worden door een energiecrisis en een toenemende afhankelijkheid van onzekere olieleveranties uit het buitenland.
Ik begrijp daarom de terughoudendheid niet die sommigen tentoonspreiden ten opzichte van het overduidelijke voordeel van de bevordering van energieopwekking uit afval. Ik vrees dat sommige collega’s zo gehecht zijn aan hun dogma’s voor recycling en tegen verbranding dat zij de mogelijkheid van warmte en stroom uit afval daaraan willen opofferen. In dat opzicht, moet ik zeggen, denk ik dat zij zich grondig vergissen.
In dit verband zou ik willen opmerken dat ik er sterk voor pleit om de definitie van “terugwinning” krachtens de richtlijn te maximaliseren, zodat het onbetwistbaar duidelijk is dat energieopwekking uit afval staat voor terugwinning, niet voor verwijdering. We zouden dat in het bijzonder moeten toepassen op onze landbouwsector, waar in dit opzicht veel mogelijkheden bestaan.
Françoise Grossetête (PPE-DE). – (FR) Mevrouw de Voorzitter, eerst wil ik mijn hartelijke dank betuigen aan onze rapporteur, Caroline Jackson, voor het opmerkelijke werk dat zij heeft verricht en dat haar grote deskundigheid op het gevoelige terrein van de afvalverwerking weerspiegelt. Ik complimenteer haar ook met haar aandachtig luisteren, wat zij van het begin tot het einde van de onderhandelingen heeft gedaan, waaraan wij het lastige compromis met de Raad en de Commissie te danken hebben.
We hebben een nieuwe richtlijn die een aantal zaken moet ophelderen. Wij verwelkomen de hiërarchie in de afvalverwerking en de ambitieuze recyclingdoelstellingen voor de lidstaten – vijftig procent voor huishoudelijk afval in het jaar 2020. Afvalverwerking moet zijn gebaseerd op preventie, hergebruik, recycling, terugwinning en, in laatste instantie, verwijdering en deze hiërarchie dient een leidend beginsel te zijn. Ook is het belangrijk dat afvalverbranding wordt onderworpen aan criteria voor energie-efficiëntie, zoals in de tekst uiteengezet, mits die verbranding natuurlijk alleen wordt toegepast als geen enkele andere methode haalbaar is.
Op die basis beschouw ik het als erg positief dat de tekst ook voorziet in zeer strenge controles op gevaarlijke afvalstoffen en stringentere traceerbaarheidsmaatregelen.
Dit is uiteraard een compromis en we hadden op bepaalde punten graag veel verder willen gaan, bijvoorbeeld door milieucriteria op te nemen in de definitie van terugwinning en door strengere voorwaarden te verbinden aan afwijkingen van de afvalstatus; ook is er de kwestie van de bijproducten, waarvan de definitie problemen oplevert. Desalniettemin moeten we dit compromis absoluut steunen omdat we heel goed weten dat het moeilijk te bereiken was en dat we als we voor bemiddeling kiezen, het risico lopen te verliezen en de zaken enorm te vertragen. We dienen ons te realiseren dat het vanwege de mislukking van ons Europese afvalbeleid tot nu toe verre te prefereren is een oplossing overeen te komen die redelijk lijkt en dat de Europese Commissie zeer waakzaam moet zijn om te waarborgen dat deze richtlijn correct wordt uitgevoerd. Dan zullen we zien of we over een paar jaar verder kunnen gaan.
Anne Ferreira (PSE). – (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik van mijn kant ben tevreden met de vorm noch de inhoud van deze compromistekst.
Wat de vorm betreft geloof ik dat wij ons werk niet naar behoren kunnen doen wanneer we, na twee jaar werk te hebben besteed aan de opstelling van een tekst, ontdekken dat de definitieve beslissingen – die meer dan alleen aanpassingen zijn – in stilte worden genomen, veel verder gaan dan wat in de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid is besloten en pas een paar uur voor de stemming bij de leden worden bezorgd.
Wat de inhoud betreft is deze compromistekst een uitvlucht waarin geen heldere definitie van terugwinning staat, niet langer wordt geprobeerd het afvalvolume te stabiliseren, niet langer ambitieuze recyclingdoelen worden gesteld en waaruit helaas het onvermogen van de Commissie en de Raad spreekt om de uiterst ambitieuze verklaringen, afgelegd op Europees en internationaal niveau, om te zetten in daden.
Nee, ik ben niet tevreden; ik maak me eigenlijk zorgen over onze politieke onmacht om echte milieumaatregelen of maatregelen ter bevordering van onze volksgezondheid te treffen. Daarom heb ik ook tegen de tekst gestemd.
Anne Laperrouze (ALDE). – (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, allereerst wil ik eer bewijzen aan het werk van onze rapporteur, Caroline Jackson, en van Mojka Drčar Murko, rapporteur voor onze ALDE-Fractie.
De kwestie van giftige afvalstoffen werpt cruciale vragen op over traceerbaarheid, niet-vermenging en homogene opslag van informatie over afvalbewegingen gedurende een langere periode, dat wil zeggen vijf jaar voor alle onderdelen van de keten. Toch worden al deze zaken tamelijk luchtig behandeld. Dat is in termen van milieu en gezondheid meer dan betreurenswaardig.
Ten aanzien van bijproducten ben ik zeer teleurgesteld. Ik ben niet tegen het begrip bijproducten. In tegendeel, ik erken hun belang, maar ik denk wel dat de definitie die in het gemeenschappelijk standpunt van de Raad wordt gegeven, niet genoeg garanties biedt en dat zij uiteindelijk het begrip zelf dreigt te vernietigen als gevolg van mogelijk misbruik.
Andere kwesties, zoals de status van niet langer als afvalstof aan te merken stoffen en de terugwinning van afval, schijnen mij te zijn geofferd in de naam van overeenstemming in de tweede lezing.
Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf (Verts/ALE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, mevrouw Jackson, wij zullen namens meerdere partijen een amendement indienen dat in de eerste lezing in dit Huis door een meerderheid gesteund werd. Het gaat in op het volgende probleem: in veel landen van de EU worden herhaaldelijk onbehandelde, niet gesteriliseerde voedselresten aan dieren gevoerd of illegaal gestort. Steeds opnieuw brengt dit soort gedrag het risico van ziekten zoals mond-en-klauwzeer met zich mee. Het is daarom essentieel dat we ervoor zorgen dat voedselafval met de juiste methoden wordt gesteriliseerd en veilig wordt verwijderd door erkende bedrijven. Lidstaten zouden het gebruik van dit afval in varkensvoer alleen moeten toestaan als het gedurende 20 minuten is gesteriliseerd bij een temperatuur van 133°C en een druk van 3 bar en als volledig is voldaan aan alle overige vereisten van Verordening 1774/2002. Ik ben er vast van overtuigd dat als het Parlement dit amendement aanneemt, de Raad deze regel in het compromis zal opnemen.
Umberto Guidoni (GUE/NGL). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het bereikte compromis is een stap terug ten opzichte van de tekst die door de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid is aangenomen.
In de oorspronkelijke tekst stond dat de afvalproductie vanaf 2012 zou worden gereduceerd tot het niveau van 2009 en werd een echt preventiebeleid ingevoerd met oplopende maatregelen in de loop van de tijd. Die doelstelling is herroepen in het compromis, dat alles in het vage laat. De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid had minimumdoelstellingen geformuleerd voor de recycling van huishoudelijk en industrieel afval, die moesten worden gerealiseerd voor vastgestelde – zij het ver in de toekomst gelegen – deadlines. Ook die doelstellingen zijn verwaterd; ze blijven beperkt tot sommige typen materialen en gelden niet voor industrieel afval.
Een ander negatief aspect is de promotie van verbrandingsinstallaties ten koste van een zekere mate van efficiëntie van verwijderingsinstallatie tot terugwinningsinstallatie. Deze richtlijn lijkt zich te richten op wat machtige lobby’s willen. De uitkomst van het Ierse referendum laat zien dat je of aan de kant van de burgers en hun zorgen staat, of het risico loopt dat het idee van Europa wordt verworpen en het integratieproces verlamd raakt.
Het Parlement moet acht slaan op de duizenden e-mails van Europese burgers die pleiten voor meer verplichtingen en bindende doelstellingen, anders lopen we het risico opnieuw een grote kans te missen om de geloofwaardigheid van de Europese instellingen te vergroten.
Péter Olajos (PPE-DE). - (HU) Dank u zeer, mevrouw de Voorzitter. Ik verwelkom het compromispakket, maar tegelijkertijd wil ik benadrukken dat het compromis tamelijk zwak is. Het is daarom van levensbelang dat elke lidstaat zich verantwoordelijk gedraagt en niet op zoek gaat naar mazen die wellicht in de wetgeving zijn achtergebleven. In Hongarije wordt momenteel twee procent van al het afval gescheiden ingezameld. Naar mijn mening valt hier niets aan toe te voegen, behalve dat ik de hoop uitspreek dat de uitwerking van deze richtlijn eindelijk zal helpen om de situatie in positieve zin te veranderen ten opzichte van dit lage percentage. In de oostelijke helft van Europa zijn de investeringen in afvalverwerking de laatste jaren toegenomen, vooral dankzij middelen uit het pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid (ISPA) en het Cohesiefonds. De aanleg van stortplaatsen is een belangrijke activiteit geweest, maar in een aantal plaatsen zijn ook programma’s voor afvalscheiding van start gegaan, in sommige gevallen inclusief maatregelen voor de gescheiden inzameling van organisch afval. Aan de andere kant zijn er helemaal geen werkelijke maatregelen en investeringen geweest die waren gericht op afvalvermindering. Een aparte industrie voor de verwerking van recyclebare materialen moet nog van de grond komen. De aard van de richtsnoeren van de Europese Unie zal daarom cruciaal zijn, niet het minst voor Hongarije. Volgens de statistieken zou elke gemeente in principe een reductie van vijftig procent van het geproduceerde afval moeten kunnen realiseren zodra men overgaat tot recycling van droog afval en gescheiden huis-aan-huisinzameling van organisch afval. Wanneer we deze nieuwe verplichtingen schetsen, moeten we echter ook denken aan de uitvoerbaarheid en de bijbehorende kosten. Kunnen de extra investeringen bijvoorbeeld worden gedaan in dezelfde regio’s als de ISPA-projecten? Kunnen de oorspronkelijke contracten worden gewijzigd? Zo niet, dan maakt het weinig verschil of er vraag bestaat naar uitbreiding van de afvalscheiding of dat er wetgeving is ingevoerd om de hoeveelheid afval te verminderen die wordt afgevoerd naar stortplaatsen; volgens de twintigjarige contracten moet het ingezamelde afval worden afgevoerd naar de gebouwde stortplaatsen. Naast het aannemen van deze richtlijn moeten we derhalve niet aarzelen om te gaan werken aan mogelijke manieren om de bestaande contracten te wijzigen. Ik feliciteer de rapporteur met haar uitstekende werk. Dank u zeer.
Horst Schnellhardt (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik vind dat we de rapporteur mogen feliciteren. Zij is er zeker in geslaagd een aanvaardbaar resultaat te bereiken bij de Raad. Ik wil in het bijzonder wijzen op de opname van de divergente afvalhiërarchie.
Er zijn echter minpunten die werkelijk onbegrijpelijk zijn en die in dit document zijn gezet door de Raad. Het eerste daarvan heeft betrekking op dierlijke bijproducten. We hadden in de commissie vastgesteld dat dierlijke bijproducten uit deze kaderrichtlijn afvalstoffen zouden worden weggelaten. Wat de Raad nu heeft gedaan is een bureaucratisch obstakel opwerpen van het soort dat boeren naar de barricaden drijft. Hij bepaalt dat tot biogas verwerkte drijfmest plotseling een afvalproduct wordt. Weet u wat dat betekent? Dat betekent dat boeren een vergunning voor afvalbehandeling moeten hebben en dat zij het exacte volume en de aard van het te behandelen afval en de plaats van behandeling moeten specificeren.
In de verordening inzake dierlijke bijproducten is uitdrukkelijk bepaald dat uitzonderingen worden gemaakt voor drijfmest. Het zou daarom nu voor een boer makkelijker zijn om de drijfmest over zijn velden te verspreiden dan deze te verwerken tot biogas. Met andere woorden, we werpen bureaucratische obstakels op voor een praktijk die we eigenlijk willen aanmoedigen.
Het tweede punt betreft olieafval. De richtlijn inzake afgewerkte olie – die, zoals u weet, nu zal worden ingetrokken – bepaalt dat olieafval moet worden behandeld en geregenereerd. Er worden op grond van die richtlijn grote hoeveelheden verwerkt. Uiteraard is al vastgesteld dat olieafval moet worden behandeld in gevallen waarin regeneratie economisch niet levensvatbaar of technisch onmogelijk is. Thans wordt bepaald dat de lidstaten moeten beslissen. Zijn we nu een Europese Unie of gaan we terug naar een verzameling lidstaten? Feit is dat we heel duidelijk de markt weer aan het opdelen zijn. Ik vind dat erg verontrustend.
Laat ik verder gaan met de kwestie van de toegenomen zelfvoorziening. Plaatselijke autoriteiten bepalen nu wie wat wanneer mag verwijderen. Het behoeft geen betoog dat er veel druk is uitgeoefend door plaatselijke autoriteiten met een overschot aan verbrandingscapaciteit. Dat is echter niet de juiste weg. Het is geen optie en deze uitbreiding brengt de markteconomie op het gebied van afvalverwerking volkomen tot stilstand.
Frieda Brepoels (PPE-DE). - (NL) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat het duidelijk is dat het voorliggende compromis een substantiële stap vooruit is voor de Europese milieuwetgeving. Maar toch ben ik niet onverdeeld gelukkig met het compromis. Waarom niet? Mijn regio Vlaanderen staat samen met bijvoorbeeld Nederland aan de top inzake afvalbeleid en is kampioen in sorteren en recycleren en dus vinden wij de voorziene recyclage en preventiedoelstellingen dan ook absoluut onvoldoende. Het geeft ons eigenlijk geen enkele aanmoediging om het nog beter te doen in de toekomst.
Wij zijn ook niet onverdeeld gelukkig met de mogelijkheid om huisvuilverbrandingsovens als nuttige toepassing te beschouwen op basis van die energie-efficiëntieformule die in de praktijk volgens ons tot heel veel onduidelijkheid kan leiden. Maar toch ben ik ervan overtuigd dat de globale eindbalans als zeer positief moet worden beschouwd en wil ik mevrouw Jackson dan ook van harte feliciteren voor haar enorme inzet; wij zullen het compromis steunen.
Csaba Sándor Tabajdi (PSE). - (HU) Mevrouw de Voorzitter, helaas bedreigt de kaderrichtlijn afvalstoffen in haar huidige vorm de uitbreiding van het gebruik van biogas. Ik ben het volledig eens met ons collega-lid Horst Schnellhardt van de PPE-DE-Fractie, dat de huidige richtlijn ontoereikend is ten aanzien van biogasproductie, alsmede ten aanzien van het gebruik van drijfmest of huishoudelijk afval. In haar huidige vorm zal de kaderrichtlijn afvalstoffen helaas de groei van het biogasgebruik in gevaar brengen. Dit roept twijfels op over het verslag-Jackson. Binnen het kader van de richtlijn afvalstoffen is de definitie van dierlijke mest die gebruikt wordt voor de productie van biogas ambigu. Als de werkingssfeer van de richtlijn zich hiertoe zou uitstrekken, zou het onmogelijk worden om biogas te produceren van dierlijke mest, ondanks het feit dat dit grote voordelen heeft vanuit het oogpunt van energiebeheer, milieu en klimaatbescherming. We zullen deze onduidelijke situatie moeten ophelderen en de consistentie van de wetgeving zo snel mogelijk moeten herstellen en daarom moeten we het Commissiestandpunt over de richtlijn ten aanzien van biogas overnemen.
Adam Gierek (PSE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, mijn felicitaties gaan uit naar de rapporteur voor een realistische inschatting van het groeiende afvalprobleem. De basisaannames in de voorgestelde verordeningen zijn afvalpreventie en materiaalrecycling. Terugwinnen van energie is eenvoudiger maar mag niet in de plaats komen van het moeilijker proces van materiaalrecycling.
Daarom is het nodig de voorwaarden te scheppen die daadwerkelijke materiaalrecycling mogelijk maken en exactere wettelijke onderscheiden te maken waarin bijvoorbeeld wordt beschreven wanneer oud metaal geen afval is maar een grondstof. We hebben behoefte aan betere en goedkopere technologieën voor materiaalrecycling. Producten moeten zo worden ontworpen dat recycling wordt vereenvoudigd. Selectieve inzameling is noodzakelijk, zodanig aangepast aan de markt dat zowel huishoudens als potentiële gebruikers van secundair materiaal ervan kunnen profiteren.
Zonder deze oplossingen lopen we het risico van een herhaling van de huidige toestand in Napels, waar vuilverbranding helaas wel eens de enige optie zou kunnen blijken te zijn.
Stavros Dimas, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil graag alle sprekers in dit debat bedanken voor hun positieve bijdragen.
Op basis van de overeengekomen tekst zullen de lidstaten nu een aantal maatregelen moeten nemen ter verbetering van hun afvalverwerking. De richtlijn geeft heldere definities en beginselen voor afvalverwerking, waardoor naar ik vertrouw de bestaande interpretatieproblemen zullen worden opgelost. Het aantal rechtszaken zal afnemen en er ontstaat een solide wettelijke basis voor het functioneren van de afvalverwerkingssector.
Er is een aantal belangrijke elementen opgenomen in het totale compromispakket dat nu wordt voorgesteld. De belangrijkste daarvan zijn de volgende.
Ten eerste is de milieudoelstelling van de richtlijn nu helder en ambitieus. Het milieubeschermingsniveau is niet alleen gehandhaafd maar in verschillende gevallen, zoals bij de gevaarlijke afvalstoffen, ook versterkt.
De medewetgevers zijn het eens geworden over een aantal fundamentele definities, waaronder die van afval, preventie, recycling en terugwinning. Deze definities zijn helder en begrijpelijk. Bovendien zijn in de richtlijn de bepalingen van twee andere richtlijnen succesvol geïntegreerd om de wetgeving toegankelijker te maken met behoud van de strenge normen voor milieubescherming.
Er wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen terugwinnen en verwijderen, met de mogelijkheid dat de Commissie dit onderscheid nader afbakent indien dat nodig zou zijn.
Er is een duidelijke “afvalhiërarchie” van vijf categorieën opgesteld, die afvalpreventie bevordert en de verwijdering van restafval alleen toestaan als laatste redmiddel. Tegelijkertijd voorziet deze opzet in de juiste mate van flexibiliteit die wordt gerechtvaardigd door gefundeerde overwegingen van levensduur.
Ik wil het belang in herinnering roepen dat het Parlement tijdens de onderhandelingen heeft gehecht aan versterking van de hoogste niveaus van de afvalhiërarchie door invoering van de recyclingdoelstellingen. Als de doelstellingen in 2020 niet worden gehaald, kan de Commissie lidstaten voor de rechter brengen voor niet-naleving van de vereisten van de richtlijn. Bovendien wordt met de huidige formulering een regelmatiger en grondiger proces geïntroduceerd ter monitoring van de maatregelen die de lidstaten treffen om voor de deadline van 2020 de verplichte doelstellingen te halen, in plaats van een simpele controle van de feitelijke naleving in 2020, wanneer de afvalverwerkingssystemen al in gebruik zijn. Een dergelijke vervroegde handhaving kan onplezierige verrassingen in 2020 helpen voorkomen.
Ten slotte – niet onbelangrijk – introduceert de richtlijn een compleet nieuwe dimensie in de vorm van afvalpreventie, die de Commissie graag wil uitwerken zodra de richtlijn is aangenomen en getransponeerd. De lidstaten zullen nu nationale plannen en netwerken voor afvalverwerking moeten opzetten die de beginselen en nieuwe verplichtingen moeten weerspiegelen die in de herziene richtlijn zijn vastgelegd.
Artikel 14 van de kaderrichtlijn afvalstoffen schrijft niet voor of private dan wel publieke autoriteiten moeten deelnemen in de opzet en werking van zulke netwerken, en heeft op geen enkele wijze gevolgen voor de eigendom – publiek of privaat – van operaties en infrastructuren in de afvalverwerking. De verdeling van verantwoordelijkheden tussen de publieke en de private sector is een interne zaak waarover alleen kan worden beslist door de lidstaten. Als er al een adequaat netwerk van verwijderings- en terugwinningsactiviteiten is – of dat nu privaat, publiek of gemengd is – hoeven geen aanvullende maatregelen te worden genomen om er een op te zetten.
Ten aanzien van de zorgen rond het ontbreken van een recyclingdoelstelling voor afval in nijverheid en industrie zullen mijn diensten de mogelijkheid onderzoeken om een dergelijke doelstelling te formuleren als eerste prioriteit in de context van de evaluatie in 2014, die is voorzien in artikel 8a (punt 4).
Wat betreft de kwestie van dieren die worden gevoederd met dierlijke bijproducten zoals voedselresten uit de horeca, deze wordt geregeld in de verordening inzake dierlijke bijproducten, die momenteel wordt herzien. Deze zaak moet in die verordening worden geregeld, aangezien de kaderrichtlijn afvalstoffen niet de juiste plaats is om het gebruik van horeca-afval te regelen.
Wat betreft de kwestie of in de Europese Unie aan eisen voor bijproducten en criteria voor niet langer als afvalstof aan te merken stoffen moet worden voldaan voorafgaand aan verscheping naar derde landen, bevestigt de Commissie dat dit het geval is.
Wat betreft de vraag of drijfmest moet worden uitgesloten van de werkingssfeer van de kaderrichtlijn afvalstoffen: drijfmest wordt niet beschouwd als afval wanneer hij wordt gebruikt om grond te bemesten. Wél als afval wordt drijfmest beschouwd die bestemd is voor nadere verwerkings- of verwijderingsactiviteiten, bijvoorbeeld verbranding, de productie van biogas of compost, en storten. Als drijfmest wordt uitgesloten van de werking van de afvalwetgeving, zou er een ernstig gat in de milieubescherming ontstaan, aangezien er geen wettige middelen zouden bestaan om kwesties te regelen als emissies in lucht en water, vereisten voor stortplaatsen, lawaai, stank, enzovoort.
Ten slotte moet de Europese Unie de productie van biogas en de compostering van afval bevorderen. Maar biogas- en composteringsinstallaties zijn niet milieuneutraal. Zij veroorzaken ook emissies in lucht en water en kunnen een bron van overlast zijn, bijvoorbeeld in de vorm van stank of lawaai. Uitsluiting van mest bestemd voor biogasproductie of composteringsinstallaties van de werkingssfeer van de kaderrichtlijn afvalstoffen zou ertoe leiden dat dergelijke installaties worden uitgesloten van de werkingssfeer van de IPPC-richtlijn.
Afrondend wil ik graag nogmaals mevrouw Jackson gelukwensen en haar bedanken voor haar uitstekende werk. De Commissie is verheugd over de uitkomst van de onderhandelingen en kan de voorgestelde compromisamendementen volledig aanvaarden.
Caroline Jackson, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil graag heel kort alle collega’s bedanken die hebben deelgenomen aan het debat. Er is maar één collega op wie ik wil reageren en dat is Chris Davies – hierna te noemen “Chris ‘Newsnight’ Davies” naar het programma waarin hij graag optreedt – die zei dat ik te snel tevreden was geweest in de Raad. Ik hoop dat mijn collega’s met mij instemmen wanneer ik zeg dat ik niet te snel tevreden ben geweest en dat ik nooit te snel tevreden ben over wat dan ook. Zoals Anne Laperrouze zal bevestigen inzake het watervraagstuk wordt het steeds moeilijker om met de Raad te onderhandelen. Nu de recessie pijn begint te doen, realiseert de Raad zich dat deze wetgeving geld gaat kosten en wordt hij huiveriger om de amendementen van het Parlement te aanvaarden.
We hebben morgenochtend een keuze. We kunnen instemmen met het overeengekomen pakket dat voorligt en ik hoop ten zeerste dat dit zal gebeuren. We kunnen sommige belangrijke amendementen aannemen, bijvoorbeeld over bijproducten, wat betekent dat het pakket uiteenvalt en we allemaal gaan bemiddelen. Zal dat even leuk zijn! Of we worden het misschien eens over een klein amendement, of een amendement dat door de indieners als klein wordt gekenschetst, zoals amendement 88, waarover ik de mening van de Commissie afwacht, die misschien morgen komt.
Ik denk dat het heel erg twijfelachtig is of de Raad enig amendement zal aanvaarden, hoe klein ook. Daarom ben ik voorstander van het ongewijzigde pakket zelf. Tenslotte moet het pakket iets betekenen, want waarom zou de Raad er anders zo krachtig om gestreden hebben? Het is geen betekenisloos pakket, zoals de Groenen ervan proberen te maken; het is een pittig pakket.
Ik wil tot slot de schaduwrapporteurs bedanken – Caroline Jackson & the Shadows, het klinkt als een band uit de jaren zestig – voor hun samenwerking, zonder dat ik hen noodzakelijkerwijs nog eens en nog eens en nog eens wil ontmoeten tijdens de bemiddeling. Ik vind dat we moeten proberen deze zaak morgenochtend af te ronden.
De Voorzitter. − Het debat is gesloten.
De stemming vindt morgen, dinsdag 17 juni, plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 142)
Richard Seeber (PPE-DE), schriftelijk. – (DE) Met de nieuwe kaderrichtlijn afvalstoffen heeft het Parlement nu bereikt dat het vaststellen van hoge, bindende recyclingquota wordt aanvaard. Er was inderdaad dringend behoefte aan die quota en ik kijk met vertrouwen uit naar een toekomst waarin afvalscheiding en recycling op steeds grotere schaal plaatsvinden in heel Europa. Ik geloof dat vijftig procent recycling van huishoudelijk afval en zeventig procent recycling van bouw- en sloopafval in 2020 heel goede doelstellingen zijn die de weg bereiden voor een goed functionerend systeem van milieuvriendelijke en klimaatvriendelijke afvalverwerking in heel Europa. Juist omdat de Oostenrijkers het goede voorbeeld geven met het scheiden en recyclen van afval, ben ik blij dat alle andere lidstaten nu aan deze activiteiten gaan meedoen, wat ons weer een stap dichter bij een doelmatige bescherming van het milieu brengt. We moeten niet vergeten dat afvalproducten ook grondstoffen zijn en dat een doelmatiger gebruik van deze grondstoffen ook kan helpen de klimaatverandering te bestrijden.
Het is nu een kwestie van afwachten tot de Commissie haar specifieke voorstel presenteert voor de wijze waarop we kunnen waarborgen dat economische groei niet gelijkstaat aan een groeiend afvalvolume.