Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/0278(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0173/2008

Ingediende teksten :

A6-0173/2008

Debatten :

PV 16/06/2008 - 23
PV 16/06/2008 - 25
CRE 16/06/2008 - 23
CRE 16/06/2008 - 25

Stemmingen :

PV 17/06/2008 - 7.24
CRE 17/06/2008 - 7.24
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0286

Debatten
Maandag 16 juni 2008 - Straatsburg Uitgave PB

25. Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting (voortzetting van het debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het vervolg van het debat over het verslag betreffende het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, we gaan verder met de sprekers namens de fracties.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Mann, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, met al deze aandacht voor de toename van de uitvoer en de globalisatiewinsten, lijkt er een groep over het hoofd te zijn gezien. Ik heb het dan over mensen die in armoede leven, waarvan er 78 miljoen zijn in de EU, inclusief 19 miljoen kinderen. Moeten we dan maar leren leven met deze stand van zaken? Absoluut niet!

Jongeren die het op school niet kunnen bolwerken en hun school verlaten maken deel uit van deze groep, net zoals ouderen die ondanks het feit dat ze tientallen jaren hebben gewerkt, lage pensioenen ontvangen waarvan ze nauwelijks de eerste levensbehoeften kunnen betalen. Ze voelen zich uitgesloten, en worden in feite vaak aan hun lot overgelaten. Het resultaat is dat het dagelijks leven vaak meerdere mentale en fysieke vormen van druk oplegt in de vorm van huisvesting met een onzekere huurtermijn, probleemwijken, het risico van schulden, alcohol en drugs - een leven zonder waardigheid of zelfachting. De jaarlijkse armoedeverslagen in onze lidstaten moeten de alarmbellen doen rinkelen.

Het afgelopen jaar heb ik vanaf de bezoekersgalerij van de Duitse Bundestag geluisterd naar een debat. Het onderwerp van het debat was de onderklasse. Dit gaf aanleiding tot weken van verhitte maatschappelijke discussies. Dat is wat de slachtoffers van armoede nodig hebben: ze hebben mensen nodig die zich bewust zijn van hun bestaan, die hen serieus nemen, die hen laten zien hoe ze kunnen ontsnappen uit de armoedeval. Marie Panayotopoulos-Cassiotou heeft een zeer goed verslag opgesteld - ik kan dat namens de PPE-DE-Fractie zeggen, maar ook op persoonlijk niveau, Marie - dat ons het groene licht geeft om 2010 uit te roepen als het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting.

Als het Europees Jaar niet slechts analyses van de situatie oplevert, maar de bedreigde doelgroepen in staat stelt om actief betrokken te raken en een forum te verkrijgen waardoor ze hun stem kunnen laten horen, als instellingen tastbare successen kunnen presenteren in plaats van het aankondigen van goede bedoelingen, als onderwijsdeskundigen motiverende leermethoden uitzetten die hebben geleid tot meer leerlingen die hun school afmaken, en als er sociale voorzieningen zijn aangewezen die het risico op armoede aantoonbaar en duurzaam hebben verlaagd, zullen veel mensen die zich op dit moment nog buitenspel gezet voelen, zich eindelijk bewust worden van hun rechten als belanghebbenden in onze maatschappij.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Falbr, namens de PSE-Fractie. (CS) Allereerst wil ik mijn collega, mevrouw Panayotopoulos-Cassiotou bedanken voor haar goede verslag en prettige samenwerking. Ik wil twee aspecten noemen.

Veel van onze documenten gebruiken de uitdrukkingen “fatsoenlijk werk” en “fatsoenlijke banen”. In werkelijkheid voldoen banen echter steeds meer aan de beschrijving van ondergeschikte banen, met andere woorden ongeschoold, slecht betaald werk. Het aantal mensen dat in armoede leeft of armoede lijdt met een baan, daalt niet, hetgeen een bewijs is van het feit dat steeds meer werkgevers mensen illegaal in dienst hebben. De onlangs aangenomen ontwerprichtlijn betreffende arbeidstijden, die de mogelijkheid introduceert om te werken zoals mensen in sommige Chinese industriële gebieden doen, is opnieuw een klap die zeker zal leiden tot een toename van het aantal arme mensen.

De andere kwestie die ik wil noemen, heeft betrekking op de noodzaak om rekening te houden, eindelijk, met het feit dat de neiging om overheids- en sociale diensten te privatiseren in sommige landen van de Unie, onopgemerkt blijft. De privatisering van overheids- en sociale diensten leidt eveneens tot een toename van het aantal mensen dat in armoede leeft. Ik moet zeggen dat mijn amendementen, die dit feit onderstrepen, regelmatig worden afgewezen. Ik zou willen dat we daadwerkelijk iets gaan doen, in plaats van het steeds maar weer produceren van meer pagina’s en het stellen van termijnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sepp Kusstatscher, namens de Verts/ALE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik benadrukken dat ik een groot voorstander ben van het idee dat politieke inspanningen om armoede en sociale uitsluiting te bestrijden in 2010 extra sterk onder de aandacht moeten worden gebracht in heel Europa.

Maar sta mij toe hier niettemin enkele kritische opmerkingen te maken. De manier waarop voorstellen voor verbeteringen aan de kant zijn geschoven, veelal onder druk van de Raad, teneinde een overeenkomst te bereiken bij de eerste lezing, heeft me zeer geërgerd. Ik heb gevraagd om meer geld toe te wijzen aan dit belangrijke initiatief in de begroting voor 2010, omdat het bestrijden van armoede en sociale uitsluiting een onmiskenbaar doel van de Agenda van Lissabon is, een doel dat helaas helemaal niet bereikt is.

Ik wilde er ook voor zorgen dat de uitgebreide financiële middelen die zijn verstrekt door de Europese Commissie, werden onderworpen aan nauwkeuriger toezicht, met name in de context van het Europees Jaar in 2010, om vast te stellen of deze middelen hebben gediend als een instrument voor de eerlijkere verdeling of dat ze daadwerkelijk helpen om de rijken rijker te laten worden en vrijwel nooit aankomen bij degenen onder de armoedegrens.

Ik ben een van degenen die een discussie binnen de EU-instellingen over de introductie van een onvoorwaardelijk basisinkomen zou hebben verwelkomd, met name over de vraag of dit een afdoende wapen zou zijn waarmee armoede en sociale uitsluiting kunnen worden bestreden. Ik vind het buitengewoon jammer dat deze voorstellen onmiddellijk van tafel werden geveegd. Ik steun het initiatief voor een Europees Jaar, maar ik vind het allemaal te vrijblijvend en te zeer verstoken van gevolgen op het gebied van sociaal beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Tadeusz Masiel, namens de UEN-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, de aankondiging dat 2010 het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting wordt, is een zeer goed initiatief van de Raad. We moeten onze burgers er aan herinneren dat de uitbanning van armoede een van de hoofddoelen van de Europese Unie is. Dit zal het vertrouwen van de burgers in onze Europese instellingen ongetwijfeld vergroten, en dan denk ik in het bijzonder aan de nieuwe lidstaten.

In mijn eigen land, Polen wordt de toetreding tot de EU in 2004 in de ogen van veel mensen nog steeds gekoppeld aan een toename van armoede, met name voor de mensen die op het platteland en in kleine steden wonen. Dit leidde tot een lage opkomst bij de verkiezingen voor het Europees Parlement en tot de resultaten van deze verkiezingen. Het Europees Jaar van de bestrijding van armoede is een gelegenheid om de situatie in dit opzicht te herzien en om de lidstaten te mobiliseren om concrete stappen te ondernemen om armoede en sociale uitsluiting te bestrijden. Uit een oppervlakkige observatie van de maatschappij lijkt het alsof de kwaliteit van het bestaan van vele individuen en gezinnen in zowel de oude als de nieuwe EU onlangs aanzienlijke veranderingen heeft ondergaan, maar helaas zijn deze veranderingen negatief. Het is bijvoorbeeld steeds moeilijker geworden om huisvesting te vinden. We hebben in dit opzicht nieuwe en recente statistische gegevens nodig.

In een wereld die steeds globaler wordt van aard en steeds moeilijker te beheersen, moet de verantwoordelijkheid van de staat ten opzichte van de burger groter worden. De staat moet er voor zorgen dat burgers zich veilig voelen, in ieder geval op het onderste basisniveau. Ik denk dat het belangrijkste voordeel van dit Europees Jaar is dat iedereen wordt geïnformeerd over het bestaan van het probleem, dat er bewustzijn wordt gecreëerd en dat de solidariteit wordt verhoogd, en dit omvat eveneens financiële solidariteit, met arme en uitgesloten mensen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gabriele Zimmer, namens de GUE/NGL-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, de linkse fractie in het Europees Parlement verleent haar goedkeuring aan het verslag dat door onze geachte collega is gepresenteerd en onderschrijft dan ook het doel van het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. In het verslag wordt zeer duidelijk uitgelegd wat de brede gevolgen zijn van armoede en sociale uitsluiting, niet alleen als sociaal probleem, maar ook en meer in het bijzonder, als een persoonlijk probleem voor degenen die vastzitten in de armoedeval. Er is reeds meerdere keren verwezen naar de 78 miljoen mensen, inclusief 19 miljoen kinderen die in de Europese Unie in armoede leven.

Als er echter serieuze inspanningen moeten worden gedaan om armoede te bestrijden en het uit te bannen als een sociaal probleem, zijn specifieke, bindende politieke strategieën essentieel. Politieke doelen en een gegarandeerd individueel recht om vrij van armoede en sociale uitsluiting te leven, staan op de agenda. Maar dit zijn nu precies de zaken waartegen de Europese Unie geen maatregelen treft. De belangrijkste politieke strategieën van de Europese Unie hebben niets te maken met het bestrijden van armoede. Economische groei en banengroei verminderen de armoede niet. Zelfs de rijkste lidstaten in de Unie registreren toenemende aantallen van mensen die onder de armoedegrens leven, of onder de risicodrempel vallen. Met name in Duitsland kon men in de afgelopen jaren een daling constateren in het niveau van lage inkomens, maar een stijging van het aantal mensen dat dit soort inkomens verdient.

Met andere woorden, de werkgelegenheid in de EU leidt niet automatisch tot de preventie van armoede, en ik moet helaas zeggen dat het bewustzijn van dit feit binnen de Europese Commissie en bij de lidstaten niet heeft geleid tot specifieke pakketten van maatregelen die doelen bevatten zoals het invoeren van een minimumloon boven de risicodrempel of de oplossing van het probleem van basisveiligheid dat de heer Kusstatscher noemde.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott, namens de IND/DEM-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik prijs mevrouw Panayotopoulos-Cassiotou. Ik ben van mening dat de kwestie van kinderarmoede dringend moet worden aangepakt.

Ter benadrukking van de statistische gegevens met betrekking tot het aantal kinderen dat het risico loopt in armoede te leven - 19 miljoen in Europa - moet er een grotere nadruk worden gelegd op het vastleggen van het allerhoogste belang van het gezin en, hieruit voortvloeiend, op het verdedigen van het gezinsleven. Het instituut gezin verdient onvoorwaardelijk respect en bescherming. Het is de natuurlijke omgeving voor kinderen. In ontwikkelde landen zien we dat armoede steeds meer een gezinsfenomeen wordt in plaats van een regionaal fenomeen. De economische status van een kind is nauw verbonden met die van zijn ouders. Werkloosheid van de ouders is een oorzaak van kinderarmoede.

Hoewel gezinnen in Ierland vaak een redelijk inkomen hebben, kunnen de betalingen voor hypotheek, gezondheidszorg en auto de meerderheid van dat inkomen in beslag nemen, en weinig overlaten voor de opvoeding van de kinderen. Andere zaken, zoals verslavingen van ouders, laten onvoldoende middelen over voor een veilige jeugd. Ook scheidingen verstoren de gezinsfinanciën ten nadele van de kinderen. Het is noodzakelijk dat gezinnen effectief worden ondersteund, zowel economisch als sociaal, om de beschamend moderne kritieke situatie van kinderarmoede in Europa te verlichten.

 
  
MPphoto
 
 

  José Albino Silva Peneda (PPE-DE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, ik zie dat het verslag dat we vandaag bespreken expliciet het uitbannen in plaats van het slechts bestrijden van armoede noemt, zoals eigenlijk was voorgesteld. Ik ben dan ook verheugd dat mijn opmerking vruchten heeft afgeworpen, en ik wil de rapporteur, mevrouw Panayotopoulos-Cassiotou, hiervoor bedanken.

De Europese Unie is gewend geraakt aan zeer snel reageren, en met grote solidariteit om bijvoorbeeld de slachtoffers van natuurrampen in de hele wereld te helpen, maar draait nog steeds om de hete brij heen als het gaat om het helpen van slachtoffers van economische en sociale rampen binnen de EU zelf.

Ik zeg dit omdat ik het nogal moeilijk te begrijpen vind waarom een verslag dat de kwestie van armoede behandelt, geen melding maakt van de stijgende voedselprijzen. Ik vind dit schokkend, omdat we allemaal weten dat hoe armer een gezin is, des te groter het gedeelte van zijn budget is dat aan voedsel wordt besteed. Ik denk dan ook dat het nuttig zou zijn om bijvoorbeeld te verwijzen naar de recente mededeling van de Commissie over de stijging van de prijs van levensmiddelen.

Ik geloof ondertussen ook dat we het uitbannen van armoede niet moeten beperken tot uitsluitend het grondgebied van de EU. Deze strijd heeft geen grenzen, we hebben het over waarden die van essentieel belang zijn voor de menselijke waardigheid.

In de loop van de geschiedenis is Europa altijd meer bepaald door zijn uitbreiding in de wereld dan door zijn eigen identiteit. In de 21ste eeuw is van alle taken die de EU kan uitvoeren voor het welzijn van de mensheid, het uitbannen van armoede wellicht de meest nobele. Daarom hoop ik dat deze kwestie in 2010 sterk wordt gestimuleerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson (PSE). - (SV) Dank u zeer, mijnheer de Voorzitter, commissaris. Ik wil allereerst mevrouw Panayotopoulos-Cassiotou bedanken voor haar uitstekende werk. Ik wil eveneens zeggen dat ik vind dat het initiatief om 2010 uit te roepen tot het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting een uitstekend initiatief is.

Zoals Vladimir Špidla al zei kan een dergelijk Jaar het bewustzijn en de kennis van de huidige structuren versterken, maar dat is niet voldoende. Dit moet worden gevolgd door actie, zoals enkele leden al eerder hebben aangegeven. De situatie is in de EU in het algemeen vrij goed, maar tegelijkertijd neemt de armoede niet af. Integendeel, deze stijgt zelfs, en zoals anderen al hebben gezegd, veel van de slachtoffers zijn vrouwen en kinderen. De aanpak is de open coördinatiemethode, maar er zijn maatregelen nodig op een groter aantal gebieden, niet slechts op een paar gebieden. Werkgelegenheid is natuurlijk belangrijk, maar dat geldt ook voor onderwijs, sociale zekerheidsstelsels en een regionaal beleid dat aandacht besteed aan verwaarloosde gebieden. Er is behoefte aan actie die is gericht op speciale groepen, zoals personen met een functionele handicap en personen uit andere delen van de wereld die meer armoede lijden dan anderen. Ik hoop dat dit Jaar, naast het vergroten van het bewustzijn en de kennis, ook het uitgangspunt kan zijn voor concrete maatregelen om de armoede in de EU te verminderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ewa Tomaszewska (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting wordt het hoogtepunt van de sociale agenda van 2005-2010. De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken heeft een reeks algemene indicatoren aangenomen voor het proces van sociale bescherming en integratie, dat de vergelijkbaarheid van gegevens waarborgt.

Ondanks het feit dat de Europese Unie zich bewust is van het probleem van de armoede, evenals van het belang van maatregelen om de sociale cohesie te vergroten, blijven de ongelijkheden in inkomens de economische groei in EU-landen vergezellen. Als gevolg hiervan profiteren de armen weinig van deze groei. In feite betekent dit dat het niveau van de sociale cohesie daalt. Deze situatie wordt vergezeld door andere factoren die eveneens negatieve gevolgen hebben: bijna een vijfde van de kinderen in de Europese Unie loopt het risico in armoede te leven. In een tijd van demografische neergang moeten we in het bijzonder zorgen voor kinderen, met name in gezinnen met veel kinderen die de meeste problemen ondervinden. Het zijn echter met name deze gezinnen die blootgesteld worden aan discriminatie door hoge BTW-tarieven op kinderproducten.

Ik wil de rapporteur met name feliciteren met het vestigen van de aandacht op de kwestie van de bestrijding van armoede.

 
  
MPphoto
 
 

  Edit Bauer (PPE-DE). - (SK) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, ik verwelkom het verslag van mevrouw Panayotopoulos-Cassiotou, evenals de vastbeslotenheid van de Commissie om de armoede te blijven bestrijden.

De grote mate van armoede is waarschijnlijk een van de meest opmerkelijke tegenstellingen in voorspoedig Europa. Het is geen toeval dat alle andere leden het hoge aantal hebben genoemd, de miljoenen mensen die het risico lopen in armoede te leven, maar het meest opvallende is het hoge aantal kinderen dat in armoede wordt geboren en leeft met het risico in armoede te leven. Het komt dan ook niet als een verrassing als deze kinderen vroegtijdig hun school verlaten, als het percentage vroegtijdige schoolverlaters opvallend hoog is. Een ander opvallend statistisch gegeven is het zeer hoge aantal kinderen, honderdduizenden, dat dakloos is of in instituten woont.

Het probleem is dat zowel armoede als sociale uitsluiting geërfd zijn. Dientengevolge blijft voor sociaal uitgesloten mensen de mogelijkheid om onderwijs te krijgen en deel te nemen aan een leven lang leren een onbereikbaar doel.

Laten we hopen dat het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting voldoende aansporing biedt voor het versterken van het solidariteitsbeginsel in nationaal beleid. Wanneer we verdere veranderingen in de bevolkingsstructuur overwegen, zal de tenuitvoerlegging van dit beginsel inderdaad nog gecompliceerder worden. Uit analyses van sommige overheidsuitgaven en verzekeringsstelsels blijkt dat in sommige lidstaten deze stelsels financiële of zelfs sociale risico’s met zich meebrengen, wat er toe kan leiden dat armoede nog wijdverspreider wordt.

Ongetwijfeld plaatst de huidige snelle stijging van de olie- en voedselprijzen een last op de budgets van de mensen in de laagste inkomenscategorie. Dit betekent dat er meer dan voldoende redenen zijn om er voor te zorgen dat het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting niet alleen de aandacht vestigt op armoede maar ook helpt om specifieke verantwoordelijke nationale instanties in het leven te roepen die de coördinatie van diverse vormen van beleid ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting kunnen faciliteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Alejandro Cercas (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil de Commissie en natuurlijk de rapporteur feliciteren, die de mogelijkheid hebben geboden voor dit debat en voor het nemen van de eerste stappen op weg om van 2010 een betekenisvol jaar te maken in de strijd tegen armoede.

Zoals besproken in Lissabon, is dit een van de doelstellingen van de Europese Unie, en we hebben vaak gezegd, en vele Raden hebben gezegd dat er in 2010 een aanzienlijke afname van de armoede moet zijn, maar er zijn helaas niet veel tekenen dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. We moeten ons daarom extra inspannen en deze gelegenheid aangrijpen om te herhalen dat de toename in het creëren van rijkdom niet voor ons allemaal in gelijke mate gunstig is.

Sommige bevolkingsgroepen zijn in het bijzonder kwetsbaar en hebben bescherming nodig tegen armoede omdat het voor mensen heel moeilijk is om aan armoede te ontsnappen op het moment dat ze arm worden.

We hebben daarom een horizontaal beleid nodig dat fatsoenlijke banen en onderwijsmogelijkheden biedt, niet alleen als onderdeel van dit programma, maar als onderdeel van alle programma’s van de Europese Unie, zodat solidariteit de kern van de Unie blijft vormen en niet alleen wordt aangesproken door economisch beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Ryszard Czarnecki (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, er zou kunnen worden gezegd dat de gegevens die we hebben verzameld de omvang van het probleem daadwerkelijk minimaliseren. Dat is omdat zij de armoede in de Europese Unie weergeven op het moment vóór de toetreding van Bulgarije en Roemenië. Na de toetreding van deze twee relatief zeer arme landen, is het niveau van armoede in de EU aanzienlijk gestegen. We mogen dit feit niet verbergen. Verder leeft niet elke zevende persoon in de EU-lidstaten onder de armoedegrens, maar ligt het werkelijke percentage ver boven de 16 procent, het is zelfs meer dan 20 procent.

In dit opzicht zou ik dringend willen vragen dat de financiering van de Europese Unie voor alle projecten die we hebben besproken meer dan 50 procent is. Dit is met name van belang vanuit het oogpunt van de armere landen. Het bedrag beperken tot 50 procent is in werkelijkheid een besluit om de echte strijd tegen de armoede te beperken.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Joel Hasse Ferreira (PSE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Špidla, dames en heren, het lijkt absoluut essentieel om de onvervreemdbare rechten te erkennen van de sociaal meest kwetsbare groepen, en de praktische erkenning van dergelijke rechten betekent de krachtige verplichting van publieke en particuliere sociale belanghebbenden.

De diverse dimensies van sociale cohesie moeten worden beschermd door middel van verplichtingen van de EU en de lidstaten om armoede uit te bannen en sociale uitsluiting te bestrijden, door concrete actie op diverse niveaus te bevorderen.

Ook het volledig en realistisch bewaken van armoede en sociale uitsluiting is vereist, commissaris, hetgeen betekent dat betrouwbare en vergelijkbare indicatoren essentieel zijn die de ontwikkeling van de diverse sociale, economische en culturele dimensies van dat fenomeen laten zien.

Dames en heren, arme vrouwen en eenoudergezinnen zijn in het bijzonder kwetsbaar voor armoede en uitsluiting, en moeten daarom speciale aandacht en de bijbehorende steun krijgen.

Tot slot, mijnheer de Voorzitter, nadat ik de rapporteur heb bedankt, zou ik willen zeggen dat 2010 een uitzonderlijk effectief jaar moet zijn voor het bestrijden van armoede en sociale uitsluiting, een strijd die ook een sterk benodigd hoger profiel moet krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de aandacht vestigen op drie kwesties in dit debat. Ten eerste waren er volgens het meest recente verslag van de Europese Commissie in 2004 ongeveer 100 miljoen EU-burgers, dat betekent 20 procent van de gehele bevolking, die leefden van minder dan 60 procent van het gemiddelde EU-inkomen, wat wil zeggen dat ze van minder dan 15 euro per dag leven. In de nieuwe lidstaten, zoals Polen, Litouwen, Letland en Slowakije, geldt dit voor bijna 80 procent van de bevolking.

Ten tweede zouden oplossingen die vaak worden aangedragen door liberale economen, dat aanzienlijke verschillen in inkomens belangrijk zijn voor economische groei, niet moeten worden aangenomen in de economische en sociale praktijken van EU-landen. In 2006 waren de landen met de minste ongelijkheden in inkomen Denemarken, Zweden, Finland, Slovenië en Tsjechië, en deze landen kennen al vele jaren een stabiele jaarlijkse groei van het BBP, hetgeen heel anders is in de landen met de meeste ongelijkheden in inkomen, zoals Letland, Litouwen, Portugal en Griekenland, en helaas ook mijn eigen land, Polen.

Ten derde wil ik de hoop uitspreken dat 2010, als het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, al onze besluitvormers doet inzien dat armoede en sociale uitsluiting een verwoestend effect hebben op onze economische groei en sociale ontwikkeling.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Gabriela Creţu (PSE).(RO) Beste commissaris, beste collega’s, we zijn ons goed bewust van waar de Commissie ons aan herinnert: er is een groot aantal Europeanen dat in armoede leeft, inclusief extreme armoede. Zij die dit niet weten moeten de verantwoordelijkheid aanvaarden voor het feit dat een rijke maatschappij, die is gebaseerd op de beginselen van rechtvaardigheid en solidariteit, zoals de onze, op een dergelijke manier functioneert dat een land van arme Europeanen meer zetels zou hebben in dit Parlement dan Duitsland. Armoede is geen abstractie, het is een manier van leven die met name vrouwen en kinderen raakt. Vrouwen, inclusief vrouwen met werk, krijgen te maken met hogere risico’s gezien het structurele salarisgat, hun concentratie in slecht betaalde sectoren die niet of nauwelijks door vakbonden zijn georganiseerd, en in de informele industrie, gezien hun oververtegenwoordiging bij eenoudergezinnen. Armoede is geërfd. De economische armoede van ouders is van invloed op de culturele armoede van kinderen, door minder toegang tot onderwijs, op de politieke armoede, door een lage deelname aan of uitsluiting van besluitvorming, op de sociale armoede, door lage deelname aan maatschappelijke activiteiten en isolatie. Armoede creëert grotere ongelijkheden dan de ongelijkheden die voortvloeien uit ongelijke koopkracht. De minimale cohesie tussen uitspraken en acties dwingt ons om meer te doen dan het bewustzijn van burgers te vergroten. Er zijn politieke besluiten nodig om de situatie te herstellen. In de Unie mogen we niet spreken van een gebrek aan middelen, maar soms van een oneerlijke verdeling ervan, van regels die uitsluiting doen voortduren. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, inclusief die van bedrijven die, in hun eigen belang, verder zouden moeten gaan dan de fase waarin het financieren van een stichting ter bescherming van zwerfhonden in de buurt de enige vorm van sociale verantwoordelijkheid is.

 
  
MPphoto
 
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het uitroepen van 2010 tot het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting zal de problemen niet oplossen die worden ondervonden door de 80 miljoen mensen in de Europese Unie die onder de armoedegrens leven. Ook het instellen van commissies, het vergroten van de bureaucratie, vergaderingen en zittingen geven hen geen voedsel.

Teneinde armoede te bestrijden moet de kwestie van het creëren en distribueren van rijkdom op een andere manier worden benaderd. Er moet duidelijk worden gezegd dat globalisatie het creëren van excessieve rijkdom voor sommigen en snelle verarming voor anderen bevordert. Helaas zijn er steeds meer anderen. Het probleem van armoede in de EU zal blijven groeien en hiervoor zijn meerdere redenen, inclusief de oneerlijke verdeling van rijkdom, problemen met de voedseldistributie en stijgende voedselkosten, een algemene stijging van de kosten om een gezin te onderhouden, de demografische situatie in Europa en de wereld, voortdurende ongelijkheden, de achterstand van sommige regio’s vanwege historische redenen en het niet kunnen produceren van een goed model voor hulp aan behoeftigen.

Tot slot, als we dan niet in de positie verkeren om het probleem van de armoede in zijn geheel op te lossen, laat ons dan in elk geval kinderen en jongeren voorzien van gratis onderwijs en extra maaltijden waar nodig.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Zaleski (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, ik wil één specifiek aspect belichten, en ik zal in het Pools spreken:

(PL) Mijnheer de Voorzitter, we proberen de arme landen te helpen in Afrika en Latijns-Amerika, met weinig effect, maar er is geen rechtvaardiging voor het niet helpen van de armen binnen de Europese Unie. Er zijn regio’s waar mensen erg arm zijn, met name kinderen. Ik zou willen wijzen op een kwestie die ernstige gevolgen voor de toekomst heeft, namelijk het fenomeen van Euro-wezen. Dit zijn de kinderen van migranten die van het ene naar het andere land binnen de EU reizen, en vaak hun kinderen aan hun lot overlaten. Ik ben van mening dat de psychologische gevolgen van dit probleem ons in de toekomst duur komen te staan. Daarom zouden we al het mogelijke moeten doen om dit probleem nu uit te bannen.

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Maria Iacob-Ridzi (PPE-DE).(RO) Geachte Voorzitter, het uitbannen van armoede en sociale uitsluiting is een van de belangrijkste doelen van de Europese Unie. Daarom moet 2010 doorslaggevend zijn voor het ten uitvoer leggen van de Europese strategie op dit gebied. Van de 78 miljoen burgers die in armoede leven zijn 19 miljoen kinderen. Helaas zijn er nog steeds geen Europese programma’s en middelen aangewezen voor het verbeteren van de situatie van kinderen. Het is waar dat de Europese Unie middelen verstrekt voor fruit en melkproducten in scholen of geld voor onderwijs aan leerlingen, maar ik denk dat we een samenhangende strategie en actuele programma’s nodig hebben die zijn ontworpen voor kinderen uit arme gezinnen. Tegelijkertijd moeten we ons ook op de andere categorieën van achtergestelden richten, en met name op jongeren, waarvoor we beleid moeten maken en aanzienlijke hoeveelheden geld moeten toewijzen uit de structuurfondsen. Bovendien is het van belang om het feit te benadrukken dat we op dit moment niet de voorwaarden kunnen creëren voor duurzame sociale ontwikkeling als we niet over de benodigde financiële middelen beschikken. Ik ben van mening dat het toegewezen bedrag van 17 miljoen euro onvoldoende is in verhouding tot wat er op dit moment in Europa nodig is voor de bestrijding van sociale uitsluiting en armoede. Tot slot, maar daarom niet minder belangrijk, moet de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting worden gekoppeld aan bestaande programma’s. Zowel het Europees Sociaal Fonds en de Europese programma’s in het kader van Progress moeten worden gebruikt voor de financiering van de prioriteiten van het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik feliciteer u met dit uitstekende voorstel. Ik wil ook mevrouw Panayotopoulos-Cassiotou bedanken voor haar zeer goede verslag. Ik weet zeker dat we unaniem vóór de resolutie zullen stemmen.

Maar ik vraag me af. Hier hebben we alweer een Europees Jaar, dit keer tegen extreme armoede. Het is nu twintig jaar geleden dat de internationale gemeenschap op 17 oktober de Internationale Dag ter uitbanning van armoede vierde. Rondkijkend op het moment van de viering van 17 oktober voor het Europees Parlement in Brussel, zie ik mijzelf daar met mijn collega, Iñigo Méndez de Vigo, die deze delegatie van het Parlement met de Vierde Wereld leidt.

Zoals ik hier sta zou ik u willen vragen om deze dag in uw agenda te schrijven. Ik hoop dat de Europese instellingen op 17 oktober hun sterke solidariteit met de slogan voor die datum zullen laten zien: “Waar mensen gedoemd zijn in armoede te leven, worden de rechten van de mens geschonden. Zich verenigen om die rechten te doen eerbiedigen is een dure plicht.”

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Maňka (PSE). - (SK) In totaal lopen in de Europese Unie 78 miljoen mensen het risico in armoede te leven. Stijgende prijzen van grondstoffen, energie en voedsel vermenigvuldigen het risico nog verder voor de meest kwetsbare groepen.

Kwalitatief goede werkgelegenheid verlaagt het risico op armoede aanzienlijk. Maar vaak lopen zelfs mensen met werk het risico in armoede te leven.

In de geamendeerde Lissabonstrategie worden gelijke kansen voor iedereen gestimuleerd als een drijfkracht voor sociale solidariteit en solidariteit tussen generaties, evenals voor het creëren van een maatschappij die vrij van armoede is. Ik verwelkom dan ook het initiatief om het probleem van armoede meer zichtbaar te maken en de poging om één gecoördineerd beleid op te zetten.

De campagne om armoede te bestrijden moet het bewustzijn vergroten en op de lange termijn een inspanning opleveren om het fenomeen armoede te bestrijden. In dit opzicht kunnen we veel leren van de Scandinavische landen. Zij hebben bewezen dat een van de meest effectieve middelen om de armoede te verkleinen een actief arbeidsmarktbeleid is, gecombineerd met het vaststellen van fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en een sterke sociale bescherming.

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE).(LT) Ik verwelkom het voorstel van de Commissie om 2010 uit te roepen tot het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. Armoede is een probleem in de EU en in de hele wereld.

Ik wil enkele vlijmende aspecten van armoede en sociale uitsluiting onderstrepen waaraan we meer aandacht zouden moeten besteden dan we tot nu toe deden.

Ten eerste zouden we eenvoudigweg door het uitbannen van kinderarmoede in staat zijn om de vicieuze cirkel te onderbreken van generaties die veroordeeld zijn tot een leven van armoede en sociale uitsluiting.

Ten tweede ondervindt bijna 10 procent van arbeiders armoede vanwege lage lonen, deeltijdwerk en lage kwalificaties. Het is essentieel om kwalitatief goede werkgelegenheid te stimuleren op basis van het onderwijzen van werknemers.

Ten derde is het van essentieel belang om solidariteit binnen de maatschappij te bevorderen, door alle leden bewust te maken van de kwesties van armoede en sociale uitsluiting.

Ik zou alle EU-instellingen en lidstaten willen aanmoedigen om de leden van de maatschappij te voorzien van meer gedetailleerde informatie over het bestrijden van armoede en sociale uitsluiting om het gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid te vergroten en het vooroordeel dat arme mensen een financiële last zijn voor de maatschappij, te helpen wegnemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, armoede is een zeer complex probleem en het kan diverse vormen aannemen. Het kan per land verschillen. In Europa hebben we het niet over mensen die verhongeren, maar zijn lage inkomens, slechte huisvesting, slechte gezondheid, vaak alcoholisme, gevoelens van vervreemding of een gebrek aan vooruitzichten hoofdzakelijk de grootste problemen.

Armoede is een gevaarlijk fenomeen, met name onder kinderen, omdat het in veel gevallen erfelijk is. Kinderen die in armoede opgroeien, hebben een moeilijker ontwikkelingspad en zijn zonder hulp van buitenaf tot mislukking gedoemd en veroordeeld tot hetzelfde lot als dat van hun ouders.

Daarom is het belangrijk om alle mogelijke stappen te nemen om de cyclus van armoede, die van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven, te verbreken. Het versterken van de sociale integratie, het terugbrengen van armoede en het bestrijden van sociale uitsluiting zijn enkele van de uitdagingen waarvoor de EU staat, met name wanneer we rekening houden met de demografische veranderingen, waarmee ik een verouderende bevolking en een instroom van migranten bedoel.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) Het is onvoldoende om een Europees Jaar van de bestrijding van armoede uit te roepen wanneer ongeveer 20 procent van de bevolking van de Europese Unie wordt bedreigd met armoede. Wat er nu gebeurt - verergerd door sociale ongelijkheid, stijgende aantallen slecht betaalde werknemers met onzekere banen, waardoor het aantal arme mensen stijgt, en stijgende brandstof- en voedselprijzen - vereist een ander beleid om er voor te zorgen dat kinderen, vrouwen en gezinnen sociaal gezien worden opgenomen in de maatschappij.

Er zijn maatregelen nodig die arbeid aantrekkelijker maken, de werkgelegenheid vergroten met rechten en kwalitatief hoogstaande openbare diensten, fatsoenlijke huisvesting en openbare en universele sociale veiligheid waarborgen.

Er moet dan ook dringend een Europese strategie van solidariteit en sociale vooruitgang worden goedgekeurd om het neoliberale beleid van de Lissabonstrategie en het stabiliteitspact te vervangen, zodat we in 2010 niet nog meer armoede hebben dan op dit moment het geval is.

 
  
MPphoto
 
 

  Juan Andrés Naranjo Escobar (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik onze rapporteur en de commissaris feliciteren met dit initiatief.

Sociale uitsluiting en armoede zijn twee zijden van dezelfde munt, en zijn kenmerken van een maatschappij met zeer behoeftige mensen, een maatschappij die niet sociaal samenhangend is. Uiteindelijk, dames en heren, is vooruitgang een kwestie van ethiek.

Het jaar 2010 wordt het jaar van de bestrijding van de armoede. We weten al dat het uitbannen van sociale uitsluiting en armoede een langdurige en complexe taak is, maar als we alles halen uit elke euro die in dit programma is geïnvesteerd, als we in staat zijn om de groepen mensen te bereiken die de meeste hulp nodig hebben, als we in staat zijn om het geweten van de publieke opinie wakker te schudden, zullen we een nieuw Europees burgerschap creëren. Dat is de grote vraag.

Vorige week hebben de burgers van Ierland het Verdrag van Lissabon verworpen. Demagogische propaganda op basis van een brede reeks meningen hebben de Ierse maatschappij helemaal overhoop gehaald, en ongefundeerde angsten aangewakkerd voor globalisatie en een zekere hoeveelheid verwarring over de bouw van ons gemeenschappelijk huis.

Net zoals we van 2010 het jaar van de bestrijding van armoede maken, moeten we er ook het jaar van het Europees burgerschap van maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. (CS) Dames en heren, dank u voor het diepgaand debat dat vele aspecten van armoede raakte. Ik denk dat het voorstel zelf duidelijk maakt dat de Commissie het probleem van de armoede niet negeert, en dat zij streeft naar het geleidelijk creëren van een zodanige politieke omgeving dat het mogelijk wordt om armoede effectiever te bestrijden. Ik zou ook willen zeggen dat de Commissie het probleem van armoede in al zijn complexiteit behandelt. Hoewel sommige van haar teksten, namelijk onze recente mededeling over actieve insluiting die gaat over armoede op zichzelf gezien, het belang van kwalitatief goede banen benadrukken, gezien het feit dat het doel van de Lissabonstrategie meer banen en meer kwalitatief goede banen is, begrijpt de Commissie niettemin dat de complexe kwestie van armoede niet uitsluitend kan worden opgelost door arbeidsmarktmaatregelen. Het volstaat om hier kinderarmoede te noemen, die ook duidelijk gerelateerd is aan de kwaliteit van onderwijsstelsels. Dan is er ook nog de kwestie van armoede onder gepensioneerden, die uiteraard eveneens niet direct kan worden opgelost door arbeidsmarktmaatregelen.

Sta mij toe hier enkele andere kwesties te noemen die ik van belang acht. De Commissie stelt voor om in totaal 17 miljoen euro te financieren en tijdens het debat hebben we de mening gehoord dat de financiering van nationale projecten moet worden verhoogd, in het bijzonder in enkele landen. De Commissie is het niet met dit standpunt eens vanwege de eenvoudige reden dat het ons doel is om zoveel mogelijke financiële steun beschikbaar te stellen om onze acties zo effectief mogelijk te maken. Het Europees Jaar van de bestrijding van armoede is een klassiek voorbeeld van een gewone democratische politieke procedure. Teneinde een doorbraak te bereiken, teneinde de politieke sfeer ter veranderen, moeten we een gedetailleerd en thematisch debat voeren over dit onderwerp, en dat is het doel van het Europees Jaar.

Sta me toe nu enkele individuele amendementen te bespreken. Ik ben het eens met de amendementen betreffende de herziening van de titels van de doelstellingen in artikel 2 en in de lijst van prioriteiten voor het Europees Jaar, en ik ben ook voor de amendementen die zijn gericht op de kwestie van gendergelijkheid. Verder zou ik, omdat er een zeer groot aantal amendementen is ingediend, het Parlement een exacte lijst van amendementen willen voorleggen, in plaats van terug te vallen op woordelijke citaten.

Ik wil slechts twee artikelen noemen, de artikelen 37 en 52, die ik in mijn rede wil uitkiezen. Met uw permissie wil ik de tekst van deze twee artikelen voorlezen.

De Commissie hecht het grootste belang aan het faciliteren en ondersteunen van een brede deelname op alle niveaus aan activiteiten die verband houden met het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting in 2010 als een praktisch middel om te waarborgen dat de gevolgen positief en blijvend zijn.

Overeenkomstig het besluit betreffende het Europees Jaar zal de Commissie algemene richtsnoeren opstellen in het strategisch kaderdocument waarin de belangrijkste prioriteiten worden vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van activiteiten met betrekking tot het Europees Jaar, inclusief minimumnormen met betrekking tot deelname aan nationale instanties en acties.

Het strategisch kaderdocument is gericht op de nationale uitvoeringsorganen die verantwoordelijk zijn voor het definiëren van de nationale programma’s voor het Europees Jaar en voor het selecteren van individuele acties die moeten worden voorgesteld voor gemeenschapsfinanciering en aan andere betreffende actoren.

In deze context zal de Commissie het belang onderstrepen van het faciliteren van toegang door alle NGO’s, inclusief kleine en middelgrote organisaties. Met het oog op het waarborgen van de breedst mogelijke toegang kunnen de nationale uitvoeringslichamen besluiten om geen medefinanciering aan te vragen maar bepaalde acties volledig te financieren.

Dat was de tekst zelf. Dames en heren, ik wil graag een andere rede noemen, die van de heer Falbr, die de kwestie van de richtlijn betreffende arbeidstijden ter sprake bracht, op een wijze die ver van de realiteit verwijderd is. Om geen misverstanden te laten bestaan: de eenvoudige manier van het opsommen van de resultaten van het compromis dat door de Raad is bereikt, is als volgt: “de 48-urige werkweek blijft en de mogelijkheid om de opt-out te gebruiken werd verminderd van 78 uur per week naar 60 of 65 uur”. Dit is een van de substantiële kenmerken van het compromis, en omdat het gedurende dit debat werd genoemd, dacht ik dat het goed was om hierop te reageren.

Dames en heren, mag ik u tot slot opnieuw bedanken voor het debat, waarin vele aspecten van armoede werden besproken en dat in mijn ogen zeer inzichtelijk was. Helaas denk ik dat het op dit moment niet mogelijk is om op elke rede te reageren, nog afgezien van het feit dat de grote meerderheid van uw standpunten is verwoord in het verslag van de rapporteur. Ik wil haar opnieuw bedanken voor het verslag.

lid van de Commissie. (FR)

Standpunt van de Commissie ten opzichte van de amendementen van het Parlement

Verslag Panayotopoulos-Cassiotou (A6-0173/2008)

De Commissie aanvaard volledig de amendementen 6, 7, 12, 13, 16, 17, 19, 20, 21, 22, 23, 27, 28, 29, 31, 33, 34, 35, 36, 38, 39, 41, 42, 46, 47, 48, 49, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 60, 61, 62 en 63.

De Commissie kan slechts inhoudelijk gedeeltelijk, en afhankelijk van nieuwe bewoording de volgende amendementen aanvaarden: 1, 2, 3, 4, 5, 8, 9, 10, 11, 14, 15, 18, 24, 25, 26, 30, 32, 37, 43, 44, 45, 50, 51, 52, 64 en 66.

Tot slot verwerpt de Commissie de amendementen 40 en 65. Meer in het bijzonder, met betrekking tot de amendementen 37 en 52, betreffende de deelname van kleine en middelgrote organisaties en de mogelijkheid van medefinanciering van de totale kosten van bepaalde projecten, stelt de Commissie voor, als compromisoplossing, om een verklaring in dat verband af te leggen, welke ik u zal voorlezen, waarin de Commissie zich verplicht om de geest van de inhoud van die twee amendementen op te nemen in het kaderstrategiedocument dat de Commissie zal opstellen om de belangrijkste prioriteiten van de activiteiten in het kader van het Europees Jaar te definiëren.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou, rapporteur. − (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik dank de commissaris voor zijn opinie. Ik hoop dat de algemene richtsnoeren in het strategisch kaderdocument de nationale commissies inderdaad zullen begeleiden bij het plannen van effectieve acties. Zoals de commissaris zelf al benadrukte, moet het belangrijkste doel bestaan uit het opnemen van allen die worden geraakt door armoede, zowel nu als in de toekomst.

Tot slot geloof ik dat armoede niet voor altijd kan worden uitgebannen, omdat het kan terugkomen na een natuurramp. We hebben gesproken over de rampen in Griekenland en andere landen als gevolg van overstromingen of branden: armoede kan terugkomen of kan worden teruggebracht door de internationale situatie. We moeten er daarom altijd op voorbereid zijn. Daarom leggen we speciale nadruk op preventie, dit verklaart onze Dag ter uitbanning van armoede op 17 oktober, zoals mevrouw Záborská aangaf. We hebben deze datum opgenomen in ons verslag.

Dit zijn dan ook geen maatregelen met weinig of geen bindende kracht, we willen deze maatregelen gekoppeld zien aan elke nationale behoefte, en we geloven dat het aanpakken van armoede staat voor het bestrijden van de grootste vijand van vrede en welvarendheid van elke gemeenschap. De commissaris is in elk geval een historicus en weet dat de keizer van Byzantium, een keizerrijk dat in Europa 1 000 jaar stand hield, de strijd tegen armoede ondersteunde in elke rede die hij hield. Hij vond het de belangrijkste staatsvijand, na de diverse tegenstanders die hij aan zijn grenzen bestreed.

Ook wij in de EU moeten armoede zowel intern als extern bestrijden. We moeten die beroemde millenniumdoelstellingen halen, zodat we ook het probleem van economische migranten en illegale migranten kunnen aanpakken, die hier komen omdat ze hun eigen situatie met die van ons vergelijken.

Ik weet zeker dat we met een goede planning goede resultaten zullen behalen en ik dank u voor uw uitstekende woorden.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Bielan (UEN), schriftelijk. — (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mevrouw Panayotopoulos-Cassiotou bedanken voor haar uitstekende verslag en met name voor het onder de aandacht brengen van de kwestie van armoedepreventie. Ik ben vóór het uitroepen van 2010 als het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. Bij het bespreken van het hierboven genoemde verslag zou ik de aandacht willen vestigen op het belang om een uitweg uit de armoede te vinden door concrete maatregelen en niet slechts door er over te praten. In Europa leven 78 miljoen mensen in armoede en 19 miljoen hiervan zijn kinderen. We moeten blijven denken aan het belang van het gezin, dat zou moeten worden beschermd en sociale en economische steun zou moeten krijgen om de enorme armoede onder kinderen in Europa uit te bannen.

Op dit punt is het de moeite waard om de oorzaak van armoede te noemen. Armoede wordt veroorzaakt door een aanzienlijke stijging van de prijzen van voedsel en energie, dat voornamelijk gezinnen met veel kinderen en ouderen raakt. Volgens de Europese Commissie leven ongeveer 14 procent Polen, Grieken en Portugezen met vast werk in armoede.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (PSE), schriftelijk.(RO) Ik dank de rapporteur voor de geest van samenwerking bij het opstellen van dit verslag. In Europa leeft een van de zes mensen onder de armoedegrens, een cijfer waarin de statistische gegevens in Roemenië en Bulgarije niet zijn opgenomen.

Hoewel in de meeste lidstaten het verschil tussen vrouwen en mannen, voor wat armoede betreft, steeds kleiner wordt en het gemiddelde verschil 2 procent bedraagt voor wat armoede en persistente armoede betreft, zou ik uw aandacht willen vestigen op de realiteit in de nieuwe lidstaten. In Roemenië en Bulgarije is het aantal vrouwen dat het risico loopt slachtoffer van armoede te worden, meer dan tien procent hoger dan het aantal mannen. Vrouwen worden ook meer blootgesteld aan sociale uitsluiting.

We mogen het feit niet negeren dat de ideeën van solidariteit, sociale rechtvaardigheid en het uitbannen van armoede uitdagingen zijn die niet alleen de landen in de Europese Unie aangaan, maar ook de betrokkenheid ervan bij de wereldeconomie en het politieke toneel.

Daarom zou ik de opname in de definitieve tekst van de kwestie betreffende het verschil tussen mannen en vrouwen, in een meer algemener artikel verwelkomen. Ik ben ook van mening dat de correlatie van het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting met de millenniumdoelstellingen voor ontwikkelingen, en in het bijzonder de Internationale Dag voor de uitbanning van armoede, van belang is.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Gurmai (PSE), schriftelijk. (HU) Armoede is een complex en betrekkelijk probleem met veel facetten: het werpt economische, sociale en culturele vragen op. Niettemin moeten we actie ondernemen om de armoede te bestrijden omdat er in 2006 maar liefst 16 procent (78 miljoen) van de totale bevolking van de 25 lidstaten van de Europese Unie onder de armoededrempel leefde. Toen de Lissabonstrategie in maart 2000 werd gepresenteerd, riep de Raad van de Europese Unie de lidstaten en de Commissie op om stappen te nemen om “een doorslaggevend effect te creëren voor de uitbanning van armoede” in 2010. Het is een belangrijke stap dat we nu een maatregel tegen armoede hebben, want om een probleem aan te pakken is het belangrijk om de precieze aard ervan vast te stellen. Ik verwelkom het feit dat we 2010 hebben uitgeroepen tot het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. Ik weet zeker dat het Jaar zal helpen om de uitwisseling van beste praktijken te bevorderen en de start van nieuwe initiatieven op elk gebied zal meemaken, met name in verband met armoedepreventie, controle, financiële mechanismen en het bestrijden van kinderarmoede.

Er moet met name worden aangetekend dat volgens empirisch bewijs, vrouwen veel kwetsbaarder zijn voor de dreiging van armoede dan mannen, en dit geldt met name voor vrouwen die meerdere achterstanden hebben. Het is van essentieel belang dat het beginsel van gelijke behandeling ook wordt toegepast in de strijd tegen de armoede, en dus ook in het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. Echte gelijkheid voor mannen en vrouwen is een fundamentele voorwaarde voor het verkleinen van het risico op armoede, omdat vrouwen minder snel het slachtoffer van armoede worden als ze geschikt en voldoende beloond werk hebben dat ze kunnen combineren met hun gezinsverplichtingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (PSE), schriftelijk.(RO) In het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie wordt het volgende bepaald: “Armoede betekent overal een gevaar voor de welvaart”. Daarom benadruk ik het belang van het amendement betreffende de preventie van en strijd tegen armoede door verder te gaan met multidimensionaal beleid op nationaal, regionaal en lokaal niveau, dat een actieve deelname van burgers aan de maatschappij en op de arbeidsmarkt zou waarborgen.

De hervormingen op het gebied van sociale bescherming en het beleid voor actieve insluiting hebben op doorslaggevende wijze bijgedragen aan het versnellen van economische groei en het creëren van meer banen in Europa. In het eerste kwartaal van het jaar 2008 kende Roemenië een van de grootste economische stijgingen in de EU, gegroeid met 8,2 procent (terwijl het Europees gemiddelde 2,5 procent is, volgens Eurostat), maar niettemin lopen mensen met een laag opleidingsniveaus, zonder diploma’s, met name op het platteland, kinderen, jongeren, mensen met een handicap en de Roma een aanzienlijk risico op armoede.

Ik feliciteer de rapporteur met haar werkzaamheden en ik acht het noodzakelijk dat het beleid dat door de lidstaten wordt vastgesteld, op grond van Europese aanbevelingen, gericht is op de heilzame verzoening tussen het economisch concurrentievermogen van de burger en het maatschappelijk welzijn.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid