Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/0304(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0220/2008

Ingediende teksten :

A6-0220/2008

Debatten :

PV 08/07/2008 - 6
CRE 08/07/2008 - 6

Stemmingen :

PV 08/07/2008 - 8.19
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0333

Volledig verslag van de vergaderingen
Dinsdag 8 juli 2008 - Straatsburg Uitgave PB

6. Wijziging Richtlijn 2003/87/EG ter opneming van de luchtvaartactiviteiten in de communautaire regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten (debat)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de aanbeveling voor de tweede lezing (A6-0220/2008), namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (05058/3/2008 - C6-0177/2008 - 2006/0304) (Rapporteur: Peter Liese).

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Kosciusko-Morizet, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik zou mij allereerst bij het Sloveense voorzitterschap, de rapporteur van het Parlement en de Commissie willen bedanken die met vereende krachten een overeenkomst ter opneming van de luchtvaart in de Europese regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten hebben bereikt, waarvan ik weet dat dit moeilijk was.

Deze overeenkomst is een zeer belangrijk politiek signaal en een instrument om de ambitieuze doelstellingen te bereiken die we hebben aangenomen om de klimaatverandering te bestrijden. Het is ook een ambitieuze onderneming die deel uitmaakt van een breder politiek kader, namelijk de lopende onderhandelingen inzake het energie/klimaatpakket in Europa en de lopende onderhandelingen die rondom de wereld betreffende de bestrijding van de klimaatverandering plaatsvinden.

De internationale en politieke context is moeilijk en heeft de onderhandelingen van deze tekst nogal lastig gemaakt. Er moest met verscheidene factoren rekening worden gehouden: allereerst de stijgende olieprijs, eveneens de noodzaak om het mondiale mededingingsvermogen van de Europese luchtvaartmaatschappijen te bewaren, de wens en het engagement van de Unie om de klimaatverandering te bestrijden, en het in 2009 afsluiten van een internationaal verdrag in Kopenhagen. Het is van wezenlijk belang geweest om met de belangen van iedere partij rekening te houden, waaronder de belangen van de regio’s die op grond van hun geografische ligging voor hun ontwikkeling of voor hun verbindingen met het vasteland afhankelijk zijn van de luchtvaart.

We hebben ook met de luchtvaartmaatschappijen in de nieuwe lidstaten rekening gehouden, waar de mate aan mobiliteit op het ogenblik laag is, maar een snelle groei doormaakt. Tot slot, is er ook met de specifieke situatie van de kleine en middelgrote ondernemingen rekening gehouden, wat tot gevolg heeft dat het compromis dat heden voor ons ligt een evenwichtig maar ambitieus maatregelenpakket is. Dit compromis erkent dat de luchtvaartindustrie aan de inspanningen tot vermindering van de CO2-uitstoot moet bijdragen, en zorgt er eveneens voor dat de deze duidelijk zeer belangrijke sector, in staat is om zich aan de nieuwe milieueisen aan te passen en zich erop voor te bereiden.

De omvang van de handel in emissierechten is gematigd, zeer gematigd, en de norm die voor de berekening van de toewijzing van de emissierechten aan de afzonderlijke exploitanten wordt gebruikt, is zeer realistisch. Deze overeenkomst heeft een mondiale omvang: zij gaat om Europese bedrijven, maar ook om bedrijven uit derde landen. Aan de ene kant moet ze rekening houden met soortgelijke maatregelen die deze derde landen ten uitvoer zouden kunnen leggen, en aan de andere kant zal ze en moet ze vooral als een voorloper van een toekomstige mondiale overeenkomst over de deelname van internationale luchtvaartactiviteiten aan de koolstofmarkt worden gezien. Dat is waarnaar we streven.

De lidstaten en de Commissie willen dus het overleg in de internationale organen voortzetten om de voorwaarden voor zo’n mondiale overeenkomst, of bilaterale overeenkomsten op te zetten, met de bedoeling dat er verbindingen tussen het Europese stelsel en toekomstige andere nationale of regionale stelsels worden gelegd.

Ten einde hebben we ervoor gezorgd om een specifieke boodschap in richting van de ontwikkelingslanden te sturen, waarvan vele luchtvaartmaatschappijen op grond van de in de tekst van de overeenkomst opgenomen de minimis-clausule van het stelsel kunnen worden vrijgesteld.

Ten slotte, geeft de tekst in dezelfde geest aan dat de inkomsten uit de veilingen moeten worden gebruikt om de uitwerkingen van de klimaatverandering binnen Europa en buiten Europa door een hele reeks maatregelen aan te pakken die in de tekst zijn vastgelegd. Bijzondere nadruk werd gelegd op maatregelen die de aanpassing aan de klimaatverandering in de ontwikkelingslanden vergemakkelijken, op luchtvaartkundig onderzoek en vervoersmiddelen met lage uitstoot.

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. – (EL) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik de rapporteur, dr. Liese, mijn dank en felicitaties uitspreken voor zijn uitstekende werk inzake de opname van de luchtvaart in de Europese regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, evenals aan het Europees Parlement voor zijn positieve en constructieve bijdrage.

Ik ben tevreden dat het mogelijk was om in tweede lezing een overeenkomst te bereiken. De leden van het Europees Parlement hebben een rol van doorslaggevende betekenis gespeeld bij het waarborgen van de integriteit van het voorstel van de Commissie en bij het opstellen van hogere milieudoelstellingen voor bepaalde belangrijke punten.

Door het bereiken van een overeenkomst over de richtlijn hebben de instellingen van de Gemeenschap aangetoond dat de Europese Unie in staat is om specifieke maatregelen aan te nemen om haar ambitieuze doelstellingen inzake klimaatverandering te vervullen.

Deze doelstelling is de eerste van een reeks van maatregelen die erop gericht zijn om de EU-streefdoelen voor 2020 inzake broeikasgassen te bereiken. De aanneming ervan is een positief signaal voor de aanstaande onderhandelingen over het klimaatpakket en de energiemaatregelen.

Alle sectoren van de economie zijn verplicht om hun bijdrage aan het bereiken van de streefdoelen van de EU inzake de klimaatverandering te leveren. De opname van de luchtvervoerssector in de regeling voor de handel in emissierechten is een onontbeerlijk bestanddeel van de algemene aanpak van de Europese Unie in de omgang met de uitwerkingen van het luchtvervoer op de klimaatverandering.

De emissies door het luchtvervoer nemen snel toe; sinds 1990 zijn ze bijna verdubbeld en de verwachtingen zijn dat ze tot 2020 nog eens verdubbelen. Het is daarom noodzakelijk om vastberaden te handelen, wat alleen op het niveau van de Europese Unie, en niet op het niveau van de lidstaten mogelijk is.

Het bereiken van een overeenkomst in tweede lezing bevestigt ook de kracht van de Gemeenschapsregeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, die de grootste ter wereld is. Door de internationale onderhandelingen die op het bereiken van een internationaal verdrag inzake het klimaat na 2012 gericht zijn, kan de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten de grondslag zijn waarop de mondiale koolstofmarkt zal worden opgebouwd.

Door de deelname aan de Gemeenschapsregeling voor de handel in broeikasgasemissierechten hebben de luchtvaartmaatschappijen de mogelijkheid om ervaringen op te doen die zullen worden benodigd voor de toekomstige beperkingen inzake koolstofuitstoot op mondiaal niveau.

Naast de aanneming en de tenuitvoerlegging van de richtlijn, zal de Commissie, volgens het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering en samen met de internationale Burgerluchtvaartorganisatie, zijn inspanningen voortzetten die op de aanpak van de emissies van het luchtvervoer zijn gericht.

We zullen doorgaan met druk uitoefenen zodat het luchtvervoer in een internationale beheersregeling inzake klimaatverandering wordt opgenomen, wanneer de streefdoelen van Kyoto uitlopen.

Er kan echter geen mondiale overeenkomst worden bereikt, wanneer bij dit wereldwijd streven niemand het voortouw wil nemen. Door de opname van het luchtvervoer in de Gemeenschapsregeling voor de handel in broeikasgasemissierechten nemen we dit voortouw, maar we benadrukken tegelijkertijd dat we open staan voor overleg met onze partners, waarvan we hopen dat het tot een wereldwijde regeling zal leiden.

Het Europees Parlement is op bepaalde wezenlijke punten succesvol geweest en daarom gaat het definitieve wetgevingsbesluit verder dan het oorspronkelijke voorstel van de Commissie, vooral met betrekking tot de bovengrens en de hoeveelheid van geveilde emissierechten.

Ik ben er vooral over verheugd dat het Europees Parlement gedurende het gehele onderhandelingsproces heeft aangedrongen op de noodzaak om voor een ambitieuze richtlijn te zorgen om de effecten van het luchtvervoer op het klimaat aan te pakken. De overeenkomst over deze richtlijn betekent voor de bestrijding van de klimaatverandering een belangrijke stap voorwaarts. De Europese Commissie is daarom in staat de compromisvoorstellen te aanvaarden zodat in tweede lezing een overeenkomst kon worden bereikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Liese, rapporteur. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, mevrouw de fungerend voorzitter van de Raad, dames en heren, broeikasgasemissies zijn sinds 1990 verdubbeld, en misschien meer dan verdubbeld, omdat de meest actuele cijfers op het moment nog niet beschikbaar zijn. Dit past in het geheel niet bij het doel van de Europese Unie tot een vermindering van 20 procent aan broeikasgassen tegen 2020, wat zelfs nog tot 30 procent zal worden verhoogd wanneer anderen eraan deelnemen. Het besluit om de luchtvaart in de handel in broeikasgasemissierechten op te nemen was zo gezien al over tijd, en het doet goed dat we nu in tweede lezing een compromis hebben bereikt.

Deze overeenkomst is een belangrijk signaal voor het algemene klimaat- en energiepakket dat we, zo mogelijk, dit jaar ook nog willen afsluiten. Ik zou al degenen die een bijdrage aan dit succesvolle resultaat hebben geleverd willen bedanken, met name de schaduwrapporteurs, de afgevaardigden van andere commissies, zoals de heer Jarzembowski van de Commissie vervoer en toerisme, de verschillende personeelsleden, de afgevaardigden van de Commissie en de Raad, en vooral het Sloveense voorzitterschap, dat naar mijn mening een meesterzet heeft afgeleverd, wanneer men naar de moeilijke debatten kijkt die op Raadsniveau hebben plaatsgevonden.

We hebben ons met veel belangrijke vraagstukken beziggehouden en erover in tweestrijd gestaan, maar aan het eind hebben we een solide compromis bereikt. Het compromis bevat zeer veel onderdelen die algemeen als positief kunnen worden aangezien. De handel in emissierechten van het luchtverkeer zal van begin af aan beter functioneren dan bij de stroomproducenten en bij de energie-intensieve ondernemingen. Er zullen ook geen nationale toewijzingsplannen komen en zodoende ook niet de hiermee verbonden problemen als te grote toewijzing, mededingingsvervalsing en dergelijke. Na het benchmarken en de handel zullen we in Europa een homogene verdeling krijgen, wat ook betekent dat ondernemingen die vandaag al in schone techniek hebben geïnvesteerd, hiervoor worden beloond, en niet zoals tot op heden gedeeltelijk worden bestraft.

Het is belangrijk dat we de Raad van ministers ertoe hebben kunnen overhalen dat zij voor een formulering over de oormerking van de middelen hebben gestemd, die verder gaat dan alles wat de Raad tot nu toe op andere gebieden bereid was te accepteren. Het gaat om klimaatbescherming: we willen hier geen nieuwe belasting invoeren, maar de middelen voor bepaalde doeleinden vastleggen. Persoonlijk ben ik er zeer mee begaan dat wij de mensen die milieuvriendelijke vervoersmiddelen als bus en trein gebruiken vooral ondersteunen, omdat die ook onder de hoge prijzen voor aardolie te lijden hebben, en in tegenstelling tot de vliegtuigmaatschappijen, gedeeltelijk met zeer veel belastingen te kampen hebben, zoals bijvoorbeeld in mijn land de ecobelasting. Hier moet men nog eens over veranderingen nadenken, en hiervoor bestaat nu de mogelijkheid.

Het is revolutionair dat de vluchten en luchtvaartmaatschappijen uit derde landen hierbij betrokken worden. Dit is noodzakelijk op grond van de milieubescherming, omdat twee derde van de emissies die door onze regeling worden gedekt niet worden veroorzaakt door vluchten binnen Europa, maar door intercontinentale vluchten. En we willen de derde landen ook op grond van de mededinging erbij betrekken. We zijn ervan overtuigd dat onze regeling met internationaal recht, bijvoorbeeld de Conventie van Chicago verenigbaar is, en er is voldoende juridisch advies om dit te boekstaven.

We zullen ermee moeten leven dat de huidige regering van de Verenigde Staten het anders ziet. Ik ben geen mens die bij elk punt kritiek levert op president Bush – ik zie dat genuanceerd - , maar op dit punt vind ik het echt niet te harden, wanneer de regering van de Verenigde Staten nu zegt dat we toch op internationaal niveau, op het niveau van de ICAO, dienen te onderhandelen. De ICAO heeft sinds 1997, sinds Kyoto, de opdracht om de emissies in het luchtverkeer te verminderen, en ze hebben in het geheel niet, maar ook werkelijk niets tot stand gebracht, en een belangrijke reden was het verzet van de huidige Amerikaanse regering.

Daarom wil ik het nog eens zeer duidelijk zeggen: we willen een internationale overeenkomst, maar wanneer we realistisch zijn, weten we dat we die eerst zullen krijgen wanneer met John McCain of Barack Obama iemand in het Witte Huis komt die de klimaatbescherming werkelijk serieus neemt. Dan zullen we hier ook een stap verder komen. Alles bij elkaar genomen geloof ik dat iedereen concessies moest doen, maar dat het een goed compromis is, en het zou mij zeer verheugen, wanneer dit Huis er straks met grote meerderheid voor zal stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Georg Jarzembowski, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de fungerend voorzitter van de Raad, commissaris, namens de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten zou ik de rapporteur, de heer Liese, hartelijk willen danken voor dit resultaat. En wel heeft dit twee aspecten: Het is aan de ene kant een evenwichtig onderhandelingsresultaat tussen het Parlement en de Raad, maar het is ook een evenwichtig resultaat wat zowel de milieubelangen alsook de economische en vervoersbelangen aangaat, en we moeten begrijpen dat het hier om een zeer complexe reeks van zaken gaat.

Ik ben er vooral over verheugd dat men het eens is geworden over 2012 als jaar van tenuitvoerlegging. Hierdoor hebben wij de mogelijkheid om vooruitgang te boeken bij de onderhandelingen met derde landen. Mijnheer de commissaris, ik richt volgend appel aan u: We mogen niet alleen het standpunt innemen dat wij gelijk hebben, dat de anderen ons moeten volgen, omdat ons dan tegenmaatregelen van andere landen tegen onze luchtvaartmaatschappijen te wachten zullen staan. Dat mag niet gebeuren! We mogen niet de luchtvaartmaatschappijen en vanwege translocatie- effecten de Europese luchthavens tot slachtoffers van een eenzijdig milieubeleid maken.

Ik doe een beroep op u dat u de opdracht aan de Raad en het Parlement zeer serieus neemt om in de komende jaren snel te onderhandelen. Ik geef toe dat u zich met Amerika tijd kunt laten tot 2010, maar met de andere staten – Rusland, China – moet worden gepraat, om te vermijden dat onze alleenstaande oplossing onze luchtvaartmaatschappijen, onze luchthavens met hun vele duizenden en miljoenen van werknemers in de problemen brengt.

Ik ben ook verheugd dat het ook inhoudelijk evenwichtig is, omdat we weliswaar de jaren 2004 tot 2006 als basisjaren nemen voor het toewijzen van de certificaten, we echter bij de plafonnering met 97 procent respectievelijk 95 procent zeer redelijk zijn, en door het feit dat we aanvankelijk 85 procent van de certificaten gratis verdelen en slecht 15 procent in de veiling geven, bereiken we verminderingen van de uitwerkingen op het milieu door het luchtvervoer. Tegelijkertijd houden we de kosten voor de luchtvaartmaatschappijen en de kosten voor de passagiers op een redelijk niveau.

Gelet op de gewoonweg dramatisch stijgende prijzen voor kerosine moeten we oppassen dat we de belangen van de burgers met betrekking tot het milieu en vervoer en de mobiliteit met elkaar in overeenstemming houden. Daarom nog eens mijn hartelijke felicitaties aan de rapporteur!

 
  
MPphoto
 
 

  Matthias Groote, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de fungerend voorzitter van de Raad, commissaris, dames en heren. Allereerst wil ik Peter Liese, de verantwoordelijke rapporteur, voor de erg collegiale en goede samenwerking danken. Dat geeft voor het aanstaande klimaatpakket de hoop dat we hier in het Parlement, maar ook met de Raad tot een goed resultaat zullen komen en dat nog tijdens deze zittingstermijn.

Het huidige compromis toont aan dat het Europa ernst is met de strijd tegen de klimaatverandering. Dit compromis is ook buiten onze grenzen, internationaal gezien, een goed teken dat we bij de kwestie klimaatbescherming, maar ook bij het vraagstuk energie-efficiëntie vooruitgang boeken. Ik ben er vooral over verheugd dat alle vliegtuigen met een startgewicht vanaf 5,7 ton hierin worden opgenomen, en dat er geen uitzonderingen worden gemaakt voor bepaalde vliegtuigen, zoals bijvoorbeeld zakenvliegtuigen. Dit zou tot onbegrip bij de bevolking hebben geleid, wanneer we voor geprivilegieerde groepen uitzonderingen zouden hebben gepland.

In de afgelopen weken en maanden zijn er in dit Huis veel hoorzittingen over het thema klimaatverandering geweest. Iedere expert op zich heeft verteld: we moeten de trend bij de emissies een halt toeroepen, en dit binnen het komende decennium. Bij dit compromis is het ons gelukt om deze trend in de luchtvaartsector te stoppen. In 2012 zullen we bij de toewijzing van de certificaten een bovengrens van 97 procent invoeren, en vanaf 2013 95 procent. Dit zal de trend stoppen, juist in deze sector die zo snel gegroeid is – van 1990 tot 2003 een groei van 73 procent. Dit zal de kentering in de trend teweegbrengen.

Een paar van de collega’s hebben het net al aangestipt: 85 procent van de certificaten worden gratis verdeeld, 15 procent komen in de handel. Hier zou ik me een ambitieuzere aanpak hebben gewenst. Maar dit is een compromis waarmee we allemaal kunnen leven, en een compromis is beter dan in de derde lezing te gaan.

De inkomsten zullen voor de bestrijding van de klimaatverandering, evenals voor de aanpassingsmaatregelen worden gebruikt. Dat staat ook uitdrukkelijk in deze richtlijn vermeld. Ik richt nog een appel aan de lidstaten dit geld ook werkelijk hiervoor te gebruiken en hiermee niet het een of andere gat in de begroting te stoppen! Deze middelen moeten hiervoor worden gebruikt, omdat het anders als een aanvullende belasting zou worden gezien.

Ik juich het uitdrukkelijk toe dat in 2014 een herziening van deze richtlijn zal plaatsvinden, wanneer we kunnen kijken of we haar nog ergens beter moeten afstellen of dat we ambitieuzer te werk moeten gaan.

Ik ben tijdens de gehele wetgevingsprocedure over de NOx –uitstoot een voorstander van de invoering van een vermenigvuldigingsfactor geweest. Mijn vraag aan de commissaris luidt daarom: wanneer zal de Commissie hierover een wetsontwerp presenteren?

 
  
MPphoto
 
 

  Holger Krahmer, namens de ALDE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik ben tegelijkertijd verrast, verheugd en bezorgd. Ik ben verrast over de snelheid waarmee de rapporteur van het Parlement in een achterkameroverleg met het voorzitterschap van de Raad bijna alles van tafel heeft geveegd wat voor het Parlement bij deze zaak in de laatste twee jaar belangrijk is geweest. Dit mag niet de maatstaf zijn voor ons debat over het voor ons liggende klimaatpakket zijn, omdat het hier om politiek uit het achterkamertje gaat en niet om transparante democratie.

Ik ben er echter over verheugd dat we realistisch zijn gebleven. Het is bij de opname van de luchtvaartmaatschappijen zeer belangrijk om bij de kosten van de regeling realistisch te blijven, omdat iedere luchtvaartmaatschappij die op het moment geen efficiënt brandstofmanagement voert dit bij straffe van haar ondergang doet.

Ik ben bezorgd over het wensdenken dat sommigen van ons hebben met betrekking tot de internationale situatie. Mijnheer Liese, in de Verenigde Staten is de emissiehandel niet vanwege de president mislukt, maar in de senaat, waar de partij die waarschijnlijk de volgende keer de president levert de meerderheid heeft. Het gaat hier om het probleem van een realistische schatting; want zelfs wanneer het ons lukt om de Amerikanen ervan te overtuigen ook aan de emissiehandel deel te nemen, dan hebben we nog met een hele reeks van andere staten op deze wereld te maken, waarvan ik in het geheel niet weet, hoe we met hen willen praten. Ik denk hier bijvoorbeeld aan de Emir van Dubai.

Deze regio is voor ons, economisch gezien, de veel sterkere uitdaging. De concurrentie met haar is veel belangrijker dan met een paar – excusez le mot – failliete luchtvaartmaatschappijen van de VS. Dit hebben we hier volledig buiten beschouwing gelaten. Het is echter zeer belangrijk om een gevoel voor proportie te behouden, een gevoel voor proportie dat we in deze kwestie met zekerheid voorwaarts moeten gaan, maar niet zover voorwaarts dat de anderen niet meer achter ons aanlopen. We provoceren hier een handelsoorlog. Ook u hebt dat, mijnheer Liese, bij de hoorzittingen in het congres van de Verenigde Staten te horen gekregen – vreemd dat u dit hier nooit openlijk zult zeggen.

Daarom hebben we nu een compromis dat tamelijk dicht bij de realiteit ligt, maar die hopelijk uit het zicht van de procedure niet...

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Roberts Zīle, namens de UEN-Fractie. – (LV) Mevrouw de Voorzitter, fungerend voorzitter van de Raad, commissaris, ik zou aan het begin de heer Liese, de rapporteur, willen danken voor zijn goede samenwerking met de Raad om dit goede compromis te bereiken. Ik wil slechts twee opmerkingen maken. Het is ten eerste natuurlijk een resultaat – het feit dat vanaf 2012 de handel in quota in de gehele sector zal beginnen, en ook bij de drie staatsbedrijven die vluchten binnen de Europese Unie uitvoeren. Ik zou echter ten tweede de speciale drie procent quota willen benadrukken die aan de jonge en zeer snel groeiende bedrijven van de EU, met een gemiddelde groei van meer dan 18 procent in vier jaren, extra mogelijkheden zullen geven. Ik denk dat dit hun de mogelijkheid geeft om op deze markten te concurreren en tegelijkertijd zal het een bovengrens voor de quota van één miljoen voor dit soort bedrijven vastleggen. Daarom is dit een uitstekend resultaat, en een uitstekend compromis. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 
 

  Caroline Lucas, namens de Verts/ALE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, aan het begin zou ik graag de heer Liese voor zijn uitstekende werk aan dit dossier willen danken. Ik vind het alleen jammer dat de overeenkomst die we vandaag voor ons hebben liggen ondanks zijn beste inspanningen door mijn fractie slechts zeer terughoudend kan worden ondersteund. Dit is een direct uitvloeisel van het grote gebrek aan ambitie van de kant van de Raad.

De regeringen hebben nu al sinds jaren met veel enthousiasme over de ETS gesproken als dé oplossing om ervoor te zorgen dat de luchtvaart een werkelijke bijdrage aan de vermindering van de uitstoot levert. De handel heeft inderdaad het vermogen om een nuttige rol te spelen, maar alles hangt af van het ontwerp van de regeling. Vanwege de onverzettelijkheid van de Raad is de overeenkomst die we op het moment hebben volkomen verschillend van hetgeen er werkelijk nodig is en dit is een goed voorbeeld van de enorme kloof tussen de frasen van de regeringen over de klimaatverandering en de mate aan politieke wil om er werkelijk wat aan te doen.

In deze overeenkomst ontbreekt het aan wezenlijke zaken, zoals bijvoorbeeld een bepaling om paal en perk te zetten aan de mate waarin de luchtvaart door de aankoop van emissierechten uit andere sectoren met haar gewone gang van zaken door kan gaan. De volledige veiling van de emissierechten ontbreekt, hoewel dit aan het criterium van de Commissie zou voldoen en de kosten volledig zouden kunnen worden doorberekend; en het ontbreekt aan een plafonnering die in de buurt komt van de vele eisen die aan andere sectoren worden gesteld.

Het Parlement heeft nu zijn best gedaan, en de voor ons liggende overeenkomst vertegenwoordigt in ieder geval een paar verbeteringen ten opzichte van het gemeenschappelijk standpunt. Het is een kleine stap in de juiste richting, maar het is ook een echt gemiste kans van hetgeen men had kunnen bereiken. Om ervoor te zorgen dat het zinvol is en dat de luchtvaartemissies werkelijk worden aangepakt, moeten we nu veilig stellen dat de inspanningen snel opgevoerd worden en de ecologische integriteit krijgen die ze dringend nodig hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm, namens de GUE/NGL-Fractie. (SV) Mevrouw de Voorzitter, dit zou de eerste zomer zonder ijs in het noordpoolgebied kunnen zijn. Een paar van de grootste gletsjers van de wereld glijden nu van de ijskap van Groenland in de Noord Atlantische Oceaan. Nooit tevoren is er zoveel ijs en sneeuw gesmolten als in de laatste paar jaren. Ik heb het met mijn eigen ogen gezien toen ik verleden jaar Groenland bezocht. Iedereen, waaronder de deskundigen van de intergouvernementele Werkgroep van de Verenigde Naties inzake de klimaatverandering, is verbaasd over de smelting die plaatsvindt.

Deze angstaanjagende ontwikkeling staat natuurlijk in direct verband met onze emissies en het wereldwijde opwarmingsproces. Wij in de rijke wereld zijn het – de VS, Australië, Japan en natuurlijk de EU – die hiervoor verantwoordelijk zijn. Daarom moeten we alle sectoren die aan de uitstoot van koolstofdioxide en broeikasgassen bijdragen aan een kritisch onderzoek onderwerpen.

De luchtvervoersindustrie heeft sinds 1990 haar emissies om rond 100 procent verhoogd. De luchtvervoersindustrie is er tot nu toe gemakkelijk van afgekomen. De kerosine is vrijgesteld van belastingen, en locale en regionale overheden subsidiëren vaak luchthavens in Europa. We vliegen hier in Europa als nooit tevoren.

Het compromis waarover we nu moeten besluiten blijft ver achter bij de noodzakelijke handelingen die wij van de GUE/NGL-Fractie hadden willen zien. De streefdoelen voor vermindering door de luchtvaart hadden hoger moeten liggen; de emissies naast de CO2 hadden ook moeten worden opgenomen; de emissierechten hadden niet gratis mogen worden verdeeld. Dit is op de keeper beschouwd een overeenkomst die een kleine stap in de juiste richting is. De luchtvaart zal worden gedwongen om zijn emissies te verminderen, en een klein aandeel van de emissierechten moet in de veiling worden gegooid. Het handelsproces zal inkomsten opleveren die zullen worden gebruikt voor klimaatmaatregelen in Europa en de ontwikkelingslanden.

Ten slotte zou ik graag nog een vraag aan de Commissie willen stellen: kunt u plechtig beloven dat landen die parallelle maatregelen om de uitstoot door de luchtvaart te verminderen willen aannemen, zoals de luchtpassagierdienst van het Verenigd Koninkrijk, hiermee verder kunnen gaan?

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie.(NL) Voor ons ligt het akkoord in tweede lezing over de opneming van de luchtvaartsector in de emissiehandelsregeling. Ik wil rapporteur Peter Liese van harte bedanken voor de wijze waarop hij de onderhandelingen met de Raad heeft gevoerd en voor de inspanningen die hij heeft verricht om tot dit resultaat te komen.

Wat nu voor ons ligt is weliswaar niet zo ambitieus als het Parlement heeft voorgesteld. Het emissieplafond is bijvoorbeeld hoger dan het Parlement voorstelde, terwijl de veilingpercentages juist minder groot zijn. Toch getuigt dit akkoord van meer ambitie dan het oorspronkelijke Commissievoorstel en dat is volgens mij een goede zaak.

Ook de luchtvaartsector moet een schonere sector worden en zijn uitstoot van broeikasgassen verminderen. In onze strijd tegen milieuvervuiling en klimaatverandering is dit akkoord een belangrijke stap in de goede richting, zeker in het licht van de voortgang binnen het klimaatpakket waar wij ons als Parlement nu actief in verdiepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Grossetête (PPE-DE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de fungerend voorzitter van de Raad, commissaris, dames en heren, vandaag hebben we het over het onderhandelde compromis dat ervoor zorgt dat de luchtvaartactiviteiten in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten worden opgenomen. Dit is een positieve zet, omdat we allen het Europees engagement tegen de klimaatverandering ondersteunen en we het allemaal erover eens zijn dat we de CO2–emissies moeten verminderen, echter niet tegen elke prijs. Daarom is er een internationale overeenkomst nodig en zonder twijfel moet het ICAO hierin zijn rol vervullen. De Europese Unie moet bij de debatten binnen het kader van de ICAO een beslissende rol spelen om voor een realistische aanpak te zorgen.

We willen nog steeds een sterker concurrerend Europa zien; we moeten ons zeker niet in de knie schieten en daarom dus voet bij stuk houden om de luchtvaartmaatschappijen uit derde landen op te nemen. We moeten oppassen om niet aan onze goedkope maatschappijen of zelfs onze grote luchtvaartmaatschappijen schade te berokkenen, die ertoe zouden kunnen overgaan om bepaalde markten die te duur zijn niet meer te bedienen. Per slot van rekening is het de klant, de zwakste schakel van de keten, die eronder te lijden heeft en die misschien zou kunnen beginnen het luchtvervoer als luxe op te vatten. We hebben daarom een compromis dat wezenlijk is voor de gesprekken eind 2009 in Poznań, en natuurlijk voor ons engagement in 2009 in Kopenhagen.

Er is echter één zeer belangrijk thema: de inkomsten die de veilingen opleveren. Het Europees Parlement zal zeer strijdlustig tonen over het gebruik van deze inkomsten, die voor schoon vervoer moeten worden gebruikt, die voor onderzoek en ontwikkeling in de luchtvaartsector moeten worden gebruikt, maar die bovenal niet voor andere doeleinden moeten worden gebruikt; anders zullen de uitwerkingen bijzonder verschrikkelijk zijn en het afsluiten van een internationale overeenkomst belemmeren. Het is daarom belangrijk om de strijd tegen de CO2 –uitstoot op te voeren door gelijktijdig voor de tenuitvoerlegging van de andere onderdelen van het beleid te zorgen: het technologisch onderdeel en het “single sky” onderdeel.

 
  
MPphoto
 
 

  Linda McAvan (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, hartelijk dank aan jullie, Peter Liese, Matthias Groote en de andere schaduwrapporteurs, dat jullie voor ons een overeenkomst, die ik als goed beschouw, in de wacht hebben gesleept. Zij had beter kunnen zijn, maar zij legt een aantal belangrijke beginselen vast over de handel en over het gebruik van de middelen. Het toont ook aan dat Europa het serieus meent met de klimaatverandering. Mevrouw de minister, u hebt gezegd dat we de wereld willen aantonen dat we de klimaatverandering kunnen aanpakken, dat we niet slechts mooie woorden op Europese toppen van ons geven, maar dat we hierop in de wetgeving van de Europese Unie ook daden laten volgen. Ik geloof dat de vandaag voor ons liggende overeenkomst een goed teken is dat we tot het eind van het jaar een pakket over de klimaatverandering kunnen krijgen, wanneer we dit willen.

Maar u zult hebben gehoord, net zoals de commissaris, dat de mensen in dit Huis van mening zijn dat ze niet zo gelukkig zijn met de door de heer Liese in elkaar gezette overeenkomst. Ik vraag ze wat het alternatief is. Wat stellen ze in plaats hiervan voor, wanneer ze van mening zijn dat Europa het voortouw bij de luchtvaart zou moeten nemen? Waarbij nemen wij het voortouw? Wat zullen we met de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten doen? Gaan we zitten wachten totdat er iets in het Witte Huis verandert? Minister en commissaris, ik hoop dat u allebei voet bij stuk zult houden en met mevrouw Doyle zult samenwerken over de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten. Dit is een overeenkomst over de luchtvaart. We willen eveneens aan de scheepvaart werken. Wanneer we de burgers vragen om hun deel aan de bestrijding van de klimaatverandering bij te dragen, dan moeten we hier in de Europese Unie ons deel inzake de wetgeving doen. Dus vraag ik degenen aan de andere kant van het Huis, die nu niet hier zijn, maar die twijfel naar voren hebben gebracht, om met alternatieven te komen, wanneer ze betere hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Urszula Krupa (IND/DEM). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat de vliegtuigen van vandaag weinig gevolgen voor het klimaat hebben, vanwege de lage mate aan door de mens veroorzaakte uitstoot van koolstofoxide en stikstofoxide in hun emissies, met een effect van slechts 0,1 procent op de wolkenvorming door condensatiestrepen, of cirruswolken. De stijgende olieprijzen hebben de mate waarin de vliegtuigmaatschappijen hun prijzen voor vervoersdiensten zouden kunnen verhogen aanzienlijk verminderd, wat, samen met de extra voorwaarde om de kosten voor de aankopen volgens de emissiehandelsregeling te dekken, voor een sterke domper op de groei in deze sector zal zorgen. Het zal ook de invoering van ecologische oplossingen vertragen of zelfs onmogelijk maken. Daarom zou het verstandig zijn om plotselinge en riskante maatregelen in de luchtvervoerssector te vermijden, vooral in de nieuwe lidstaten, die nu net met een inhaalrace zijn begonnen. Er bestaat in het geheel geen reden om het luchtvervoer te beperken wanneer er geen praktisch alternatief of de noodzakelijke tijd voor systematische aanpassing wordt aangeboden.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldis Kušķis (PPE-DE).(LV) Dank u wel, mevrouw de Voorzitter. De opname van de luchtvaartactiviteiten in de Gemeenschapsregeling voor de handel in broeikasgasemissierechten is een logische stap. 85 procent van de rechten zullen gratis worden verdeeld, maar aan het eind van de rekening betaalt de vervuiler. Dit geeft ons de mogelijkheid om de klimaatverandering een halt toe te roepen. We zullen betere mogelijkheden hebben om onze levenskwaliteit in Europa overeind te houden. Ik ben de heer Liese, de rapporteur, zeer dankbaar; door met hem samen te werken, hebben we een uitstekende oplossing gevonden voor de bijzondere reserve, die wordt aangeboden voor snel groeiende luchtvaartmaatschappijen. De toetreding van Litouwen tot de Europese Unie heeft van dit land een van de snelst groeiende staten gemaakt, en ik ben ook trots op onze nationale luchtvaartmaatschappij, die in de afgelopen jaren een groei van tegen de 50 procent heeft doorgemaakt. Het Europees Parlement ontwikkelt een milieubeleid van hoge kwaliteit, in verbinding met een verantwoordelijk vervoersbeleid. Natuurlijk zal dit uitwerkingen op de Europese toerisme-industrie hebben. Ik ben ervan overtuigd dat verantwoordelijk toerisme tot een veel betere levenskwaliteit kan leiden. Verantwoordelijk toerisme van hoge kwaliteit is de grondslag van het Europese toerismebeleid en een drijfveer voor de economie, en het veroorzaakt veel minder schade aan het milieu, de infrastructuur en de cultuur. De aanneming van de Richtlijn ter opneming van de luchtvaartactiviteiten in de communautaire regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten ondergraaft met zekerheid de status van de luchtvaartindustrie, en vooral de “heilige koe”-status van de nationale luchtvaartmaatschappijen. Misschien dat het hiervoor echter de hoogste tijd was. Ik wil nog eens de heer Liese bedanken en roep u op om dit verslag te ondersteunen, de eerste reeks van compromisamendementen en de bijzondere reserve van 3 procent voor de nieuw op de markt gekomen en snel groeiende bedrijven. Namens de snel groeiende bedrijven, hartelijk dank.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Casaca (PSE).(PT) Mevrouw de Voorzitter, we praten over een zaak van buitengewoon belang voor de ultraperifere regio’s. In deze regio’s, op deze verre eilanden, is de prijs van een luchtvaartticket de prijs voor de afstand tot vrijheid en dat is iets wat we dienen te begrijpen.

Ik wil onze rapporteur, Peter Liese, danken voor zijn ogenschijnlijk groot begrip voor de standpunten van de ultraperifere regio’s. Ik betreur echter de ongevoeligheid van de Commissie ten opzichte van de toestand van onze regio’s en ik moet zeggen dat we ondanks dat we een compromis hebben bereikt dat positief is en een paar stappen in de juiste richting heeft gezet, het gevoel hebben dat deze kwestie nog in het geheel niet is geregeld. Ik wil daarom een oproep doen, vooral aan Avril Doyle die verantwoordelijk is voor het verslag dat we binnenkort in overweging zullen nemen, dat we rekening houden met de ultraperifere regio’s en dat we voor ogen houden dat het bestaan in een regio die volledig van de continenten is afgesneden iets geheel anders is dan hier te zijn, in het midden van Europa. Wanneer we niet in staat zijn om dit te begrijpen, dan geloof ik dat we niet in staat zullen zijn om een goede wetgeving te bereiken, dus roep ik mevrouw Doyle op om zich door de geest van het verslag van Peter Liese te laten inspireren, zodat we een positieve boodschap aan deze regio’s kunnen sturen.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE-DE). - (FI) Mevrouw de Voorzitter, het is behoort bijna tot de gedragsregels om de rapporteur voor zijn werk te danken. Ik dank hem dus, niet alleen omdat de etiquette het verlangt, maar vanwege de eigen verdiensten van de rapporteur. De heer Liese is een collega die de plicht van een rapporteur heeft begrepen. Het is niet het de fractie dwingen om naar zijn eigen ideeën te luisteren, maar om ervoor te zorgen dat de mensen naar de ideeën van de fractie willen luisteren en willen weten waarom het gaat en hun recht te laten wedervaren. De heer Liese heeft dit zeer goed gedaan, daarvoor mijn dank.

We hebben sinds een aantal jaren inzake luchtvervoer samengewerkt. We kunnen relatief ingenomen zijn met het eindresultaat, wanneer men bedenkt dat de emissiehandel als unilaterale activiteit nooit een wenselijke manier van werken kan zijn. Een unilateraal besluit kan handelstwisten veroorzaken, en ook in het ergste geval geschillen over het luchtruim. Koolstoflekken zijn een gevaar, aangezien ze een directe invloed op het milieu hebben, maar vooral op de Europese economie en werkgelegenheid.

Hierbij gaat het om een werkelijk gevaar, omdat de luchtvaartmaatschappijen op het ogenblik al door hogere olieprijzen worden gestraft. Er zijn veel faillissementen geweest en het verkeer werd opgeheven. We willen dat dit besluit snel wordt genomen en in deze zaak niet wachten op de resultaten die hierover in Kopenhagen worden genomen, en we willen een internationale sectorovereenkomst bereiken. In plaats daarvan wacht het verenigde Europese luchtruim, dat onmiddellijk besparingen van koolstofdioxide zou opleveren – 12 procent per jaar – al meer dan tien jaar op ratificatie. Dit toont aan dat het bij de emissiehandel niet altijd om de bescherming van het milieu gaat, maar meer om de politiek.

Ik hoop dat onze zienswijze zal worden geaccepteerd zodat de wereldwijde emissiehandel voor het luchtvervoer zo snel als mogelijk plaatsvindt, en dat het geen koolstoflekken zal veroorzaken, maar met het milieu in het achterhoofd werkelijk een vermindering aan uitstoot en de rationalisering van alle soorten werkzaamheden zal opleveren. Nu bestraft de emissiehandel vooral de Europese bedrijven, die over het algemeen gezien met zeer nieuwe vloten vliegen. Op grond hiervan was het verstandig om in deze fase afstand te doen van het gebruik van de vermenigvuldigingsfactor, omdat het tot bedrog zou hebben geleid en de voordelen voor het milieu zeer gering zouden zijn geweest.

Ik ben met name verheugd dat mijn advies om de winsten uit de emissiehandel vooral in het onderzoek naar de vermindering van de uitstoot van het luchtverkeer te pompen in het slotcompromis is aangenomen. Het zou een ernstige fout zijn geweest om het luchtverkeer hier niet aan deel te laten nemen en de middelen in concurrerende vervoersmiddelen te investeren, zoals aan het begin werd voorgesteld. Wanneer we werkelijk...

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik mijn collega Peter Liese bedanken voor al het geweldige werk dat hij voor dit dossier heeft verricht. Hij is erin geslaagd om een compromis met de lidstaten bij de Raad te bereiken, en ook wanneer het niet zo ambitieus is als sommigen dit zouden hebben gehoopt (misschien dat dit het kenmerk van een goed compromis is), zo levert het toch het kader om de snelstgroeiende vervoerssector vanaf 2012 in het emissiehandelssysteem op te nemen. Als rapporteur voor herziening van het voorstel over de ETS-regeling van de EU begrijp ik de achterliggende ingewikkeldheden van dit vraagstuk en de moeilijkheden een goed en evenwichtig compromis te onderhandelen. Peter heeft aangetoond dat het doenbaar is en het is een uitdaging voor mij om zijn succes in mijn verslag te herhalen.

Sinds de door de EU bevorderde deregulering van de sector hebben de burgers van de EU rond 80 miljard euro per jaar aan tickets uitgegeven, en in deze getallen zijn de goedkope maatschappijen nog niet eens opgenomen. Er kan geen twijfel over bestaan dat de toegang tot lagere prijzen, in de laatste tijd zelfs gratis prijzen, het reizen toegankelijker heeft gemaakt.

Echter gezien de problemen waarmee we in het licht van de mondiale klimaatverandering te maken hebben, en het doel van 2°C, lijkt het me onverantwoordelijk om een uitzondering voor de luchtvaartsector te maken, en inderdaad voor de maritieme sector, dat ze geen bijdrage leveren aan de dringende oplossing van het snelst groeiende mondiale probleem.

We moeten voorwaarts gaan naar een bloeiende koolstofarme economie, en de emissiehandel is de manier die het meeste rendement oplevert om deze doelen te bereiken.

Aangezien de luchtvaartsector in staat is om de kosten aan de consument door te berekenen, is het zinvol dat de rechten door veiling worden toegewezen, zelfs in het huidige klimaat van brandstofprijzen, wat het bijzonder gevoelig maakt om het over het doorberekenen van kosten te hebben.

De nieuwe regeling zal zowel op vluchten binnen de EU alsook op internationale vluchten van toepassing zijn, waaronder ook die van luchtvaartmaatschappijen uit derde landen, wat ervoor zorgt dat het mededingingsvermogen van de luchtvaartmaatschappijen van de EU is gewaarborgd. Het beheer van de luchthavens, de luchtverkeerscontrole en een verenigd Europees luchtruim moeten allen een enorme bijdrage leveren aan de daling van het brandstofgebruik, waardoor de brandstofkosten en de behoefte aan koolstofcertificaten voor de luchtvaartmaatschappijen worden verminderd.

 
  
MPphoto
 
 

  John Purvis (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de ETS met plafonnering en veiling moet alle luchtvaartbelastingen, vliegtuigpassagierbelastingen en iedere mogelijk dreigende belasting op kerosine vervangen. De emissiehandelsregeling is veel effectiever dan belastingen, wanneer we daadwerkelijk onze streefdoelen voor uitstoot willen bereiken. De kosten voor de passagiers, vrachtexpediteurs en luchtvaartmaatschappijen worden in een direct verband gebracht met de door hun veroorzaakte emissie en de regeringen kunnen het niet langer rechtvaardigen om hun gaten in de schatkist te dichten met pseudogroene belastingen op de luchtvaart en voor het reizend publiek.

Het emissiehandelssysteem is de eerlijkste manier om onze streefdoelen voor uitstoot te bereiken, en de luchtvaart ETS is voor de luchtvaart en zijn klanten de eerlijkste manier om hun deel eraan bij te dragen, en niet meer dan hun deel, aan dit belangrijke doel.

 
  
MPphoto
 
 

  Saïd El Khadraoui (PSE).(NL) Is dit een perfect akkoord? Neen. Is dit een stap in de goede richting? Absoluut wel. En dank aan de onderhandelaars daarvoor. Wij willen namelijk dat de luchtvaartindustrie bijdraagt tot het behalen van onze ambitieuze klimaatdoelstellingen. De emissiehandelsregeling zal de luchtvaartmaatschappijen ertoe aanzetten om zich beter te organiseren en om meer zuinigere en meer nieuwe vliegtuigen in te schakelen om extra kosten te vermijden.

Het project staat natuurlijk niet op zichzelf. Wij moeten dit zien in combinatie met een aantal andere maatregelen, zoals de vorige maand gelanceerde voorstellen om het Europese luchtruim efficiënter te organiseren en vele andere.

Tenslotte zou ik nog willen zeggen dat het voor zichzelf spreekt dat wij vanaf nu ook inspanningen moeten doen om derde landen hierbij te betrekken en een soortgelijke regeling in te voeren, zodat wij over een wereldwijde emissiehandelsregeling voor de luchtvaart zullen beschikken. Pas in dat geval zullen wij echt resultaten behalen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mieczysław Edmund Janowski (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, dank u voor dit verslag en voor de gevoerde onderhandelingen, alhoewel ik moet zeggen dat ik een beetje ontevreden ben. De genomen maatregelen moeten zorgvuldig worden overwogen en moeten rekening houden met zowel de milieubescherming en de kosten van het luchtvervoer. Het zou niet juist zijn wanneer dit enkel discriminerend voor de Europese luchtvaartmaatschappijen en Europese passagiers zou zijn, vooral in de nieuwe lidstaten. We moeten ons eraan herinneren dat het luchtruim de gehele aarde omspant, dus moeten onze handelingen met de handelingen van andere landen worden gecoördineerd. Anders krijgen we met verliezen te maken en de andere luchtvaartmaatschappijen zullen ons uitlachen. Laat ons hopen dat dit ook handelingen zal bevorderen die tot de bouw van nieuwe vliegtuigmotoren, een nieuwe generatie van motoren zullen leiden, evenals tot onderzoek naar andere aandrijvingsbronnen voor vliegtuigen. Bij dit soort zaken moeten we voorzichtig te werk gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL).(PT) Mevrouw de Voorzitter, het moet in het achterhoofd worden gehouden dat de opneming van de luchtvaartactiviteiten in de Europese regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten problemen oplevert voor de landen die in economische moeilijkheden verkeren, vooral wanneer het over ultraperifere gebieden beschikt, zoals bij Portugal het geval is, dat de Azoren en Madeira heeft. We mogen niet vergeten dat het luchtvervoer belangrijk is om een verbinding tussen het continent en deze eilanden aan te bieden zodat de eilandbewoners zich niet zo gevangen voelen. Het is daarom van wezenlijk belang dat er op zijn minst een waarborg is voor een uitzonderingsregeling voor de ultraperifere regio’s. We dringen er daarom op aan dat de luchtvaartverbindingen van de ultraperifere gebieden, niet alleen onderling, maar ook met het continent, van de toepassing van deze regeling worden vrijgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE). - (RO) De door Peter Liese opgestelde compromistekst is een stap in de goede richting voor het bereiken van het klimaatveranderingsprogramma van de Europese Unie.

Allereerst wil ik de overeenkomst benadrukken dat er een bijzondere reserve van gratis emissierechten is ingericht voor de snelgroeiende luchtvaartmaatschappijen. Deze maatregel is ertoe bedoeld om deze sector in de nieuwe lidstaten te consolideren, waar namelijk juist uitbreiding en ontwikkeling het meest nodig zijn.

Ik wil ook het vooruitzicht benadrukken dat een deel van de inkomsten uit veilingen voor de ontwikkeling van de luchtvervoerssector wordt gebruikt. We moeten voor een verenigd, schoon en veilig luchtruim samenwerken door technische en operationele maatregelen te ontwikkelen en ten uitvoer te leggen die voor een beter rendement zouden zorgen.

De snelle hereniging van het Europese luchtruim zal uitlopen op een verkorting van de routes, impliciet op een daling van het brandstofverbruik, de vermindering van emissies, daardoor lagere kosten in de emissiehandelsregeling, en uiteindelijk tot lagere prijzen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Kosciusko-Morizet, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, waarop al een aantal van u heeft gewezen, er bestaat geen perfect compromis. Dit compromis is echter een evenwicht tussen de milieuvereisten en de economische verplichtingen die met de kwaliteit van doen hebben. Wanneer u dit compromis aanneemt, dan neemt u een belangrijke stap voor de Europese Unie. U zult bewijzen dat Europa in staat is om zijn eigen wetgeving voor de bestrijding van de klimaatverandering te ontwikkelen en het is een goed voorteken voor de discussies over het klimaat/energiepakket.

U zult de leidende rol van Europa in het mondiale beleid tegen de door de mens veroorzaakte koolstofuitstoot versterken, wat ook een goed voorteken voor de internationale onderhandelingen in december 2008 in Poznań en in december 2009 in Kopenhagen zou zijn. Ten slotte zult u hiermee de persoonlijkheden en politieke krachten onder onze internationale partners aanmoedigen die frisse impulsen aan de inspanningen ter vermindering van de broeikasgasemissies willen geven. Hierbij denk ik natuurlijk aan het bilateraal overleg dat we met landen zouden kunnen voeren die een zelfde soort regeling ten uitvoer willen leggen, maar ook aan de multilaterale besprekingen binnen het kader van het ICAO. Om al deze redenen verzoek ik u om deze overeenkomst te ondersteunen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou graag alle woordvoerders voor hun zeer welwillende standpunten willen danken. Met het bereiken van een overeenkomst over deze richtlijn tonen de instellingen van de Gemeenschap hun vastberadenheid aan om concrete maatregelen aan te nemen die noodzakelijk zijn om de ambitieuze klimaatveranderingsdoelen van de Europese Unie ten uitvoer te leggen.

Deze richtlijn is de eerste in een reeks van maatregelen die erop gericht zijn om de doelstellingen van de Europese Unie inzake de broeikasgassen in 2020 te halen. De aanneming van de richtlijn is een positief signaal naar de komende onderhandelingen over het klimaat en energiepakket en de internationale onderhandelingen in Poznań en Kopenhagen. Ik kreeg net de informatie dat de G8 een akkoord hebben bereikt over een streefdoel op lange termijn van 50 procent in 2050. Alhoewel we hiermee zeer ingenomen zijn, is het slechts een gedeeltelijke stap voorwaarts, omdat ze het niet eens konden worden over een streefdoel op de middellange termijn, ondanks dat zowel de lidstaten van de Europese Unie en de Commissie op de noodzaak van een streefdoel op middellange termijn hebben aangedrongen.

Vandaag zullen op de grondslag van de overeengekomen tekst vanaf 2012 alle vluchten naar en van de luchthavens van de Europese Unie volledig in de Gemeenschapsregeling voor de handel in emissierechten worden opgenomen. Dit betekent dat de vliegtuigexploitanten vanaf 2012 emissierechten nodig zullen hebben om hun vluchten naar en vanuit de Europese Unie af te dekken. In 2012 zal het aantal aan de luchtvaartsector toegewezen emissierechten 3 procent onder de gemiddelde jaarlijkse uitstoot van de sector in de jaren 2004 tot 2006 liggen. Vanaf 2013 zal het aantal emissierechten 5 procent lager liggen. Net zoals de andere industrieën in de regeling zullen ze in staat zijn om door hen niet benodigde emissierechten op de markt te verkopen, maar wanneer hun emissies hoger liggen, dan zullen ze meer emissierechten moeten kopen of overnemen uit schone energieprojecten in derde landen.

Dit is de wijze waarop de emissiehandelsregeling de deelnemers stimuleert om hun uitstoot te minimaliseren. De meerderheid van de emissierechten zal voor de luchtvaartmaatschappijen gratis zijn, maar 15 procent van de rechten zal worden geveild. De inkomsten uit deze veiling moeten worden gebruikt om de klimaatverandering in de Europese Unie en derde landen aan te pakken, vooral in de ontwikkelingslanden. Dit niveau kan vanaf 2013 in het kader van de lopende debatten over de herziening van de emissiehandelsrichtlijn worden verhoogd.

In januari van dit jaar heeft de Commissie voorgesteld dat in 2013 twintig procent van de emissierechten voor de luchtvaart moeten worden gehandeld, oplopend tot honderd procent in 2020. Terwijl zij deze overeenkomst ondersteunt, blijft het standpunt van de Commissie in de context van de herziene emissiehandelsrichtlijn dat het veilingsniveau van de luchtvaartsector in 2013 twintig procent moet zijn, en dat het overeenkomstig alle andere sectoren; uitgezonderd de stroomsector; moet worden verhoogd. Voor deze sectoren is voorgesteld om twintig procent van de emissierechten tot 2013 te veilen, oplopend tot honderd procent in 2020.

Ten aanzien van de uitstoot van stikstofoxide heeft de Commissie in zijn oorspronkelijke voorstel duidelijk te kennen gegeven dat er een afzonderlijke maatregel zou worden voorgesteld om de uitstoot van stikstofoxide aan te pakken en kan de volgende verklaring afleggen:

De Commissie herinnert eraan dat het in december 2008 van plan is om een wetsvoorstel uit te vaardigen ter invoering van maatregelen ter beperking van de uitstoot van stikstofoxide door de luchtvaart, met name voor een doeltreffende aanpak van de uitwerkingen op de klimaatverandering en ter vermijding van negatieve prikkels om de koolstofdioxide-uitstoot te verminderen ten koste van de stikstofoxiden.

Tot slot deel ik mee dat de Commissie zeer verheugd is. Ik zou vooral Dr. Liese voor zijn uitstekende werk en resultaten willen danken. We zijn zeer tevreden met de uitkomst van de onderhandelingen. De Commissie kan de voorgestelde compromisamendementen volledig aanvaarden.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Liese, rapporteur. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, mevrouw de fungerend voorzitter van de Raad, dames en heren, ik wil u graag voor uw complimenten danken en ze op mijn beurt verder willen geven aan allen die bij dit project hebben geholpen. Ik zou u ook hartelijk willen danken voor de op sommige plaatsen geopperde kritiek.

Ik kan hier nog een paar zaken rechtzetten: één spreker heeft gezegd dat het hier om politiek uit het achterkamertje gaat. Ik geloof dat dit niet waar is. Het procedé was zeer open en de spreker was zelf bij iedere afzonderlijke stap aanwezig, de schaduwrapporteurs werden over alle details op de hoogte gehouden, en in mijn fractie hebben we dit ook met elkaar besproken. Ik weet niet of dat in de fractie van de spreker het geval was, maar bij ons was het in ieder geval – ook intern – zeer open.

We hebben bij de Raad van de ministers zeer veel kunnen doorzetten. De commissaris heeft gezegd dat het ambitieuzer dan het oorspronkelijke voorstel van de Commissie is, en alleen al het aantal amendementen dat we hebben kunnen doorzetten – dertig – toont aan dat we het communautair standpunt hebben veranderd, op sommige punten zelfs zeer wezenlijk.

Mevrouw Lucas en de heer Holm en anderen hebben gezegd dat het niet aan de verwachtingen van de milieuverenigingen beantwoordt. Dat is juist, maar het zou ook geen goed compromis zijn geweest, wanneer we alles zouden hebben opgenomen wat de milieuverenigingen en de Groenen op dit vlak hebben geëist.

Op twee gebieden – waarop ook door de commissaris werd gewezen – kunnen we nog eens fijn afstellen. Bij het verslag van Avril Doyle hebben we de mogelijkheid de plafonnering en het veilingsniveau nog eens aan te passen, zodat het eerlijk is ten opzichte van de andere deelnemers aan de emissiehandelsregeling. Hierop zullen we in de tweede helft van het jaar bijzonder goed moeten letten.

Tot slot wil ik nog eens benadrukken: we willen concurrentiegelijkheid. We willen een mondiale overeenkomst, en we willen hier ook de vluchten uit derde landen bij betrekken. Het wordt nu langzaam tijd dat de luchtvaartmaatschappijen ons hierbij helpen. Ik kreeg een brief van de AEA onder ogen – de vereniging van Europese luchtvaartmaatschappijen – waarin na het afsluiten van het compromis nog werd gezegd dat andere regeringen dit begrijpelijkerwijs van de hand zouden wijzen. Men moet erover nadenken of men deze mensen nog verder in dienst neemt, omdat dit zeer slechte lobbyisten zijn.

We zullen het resultaat nu met zeer grote meerderheid aannemen, en daarna zullen we het gezamenlijk tegenover de derde landen verdedigen, waarna we zullen samenwerken. Maar wanneer een democratisch besluit van het Parlement niet wordt geaccepteerd, dan moeten we tegen de luchtvaartmaatschappijen zeggen dat ze zichzelf schade berokkenen. Ik verzoek om goedkeuring en dank voor de sterke ondersteuning.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL) , schriftelijk. (GA) Sinds 1990 is de uitstoot van broeikasgassen door de internationale luchtvaart van de EU meer dan verdubbeld en neemt nu 5 tot 12 procent van de totale CO2–uitstoot van de EU voor zijn rekening. Alhoewel de compromismaatregel verre van perfect is, stelt hij ons in staat om vanaf 2012 grenzen vast te leggen voor de uitstoot van de luchtvaartindustrie.

Door de opneming van de luchtvaart in de Gemeenschapsregeling voor de handel in broeikasgasemissierechten (ETS) geven we een signaal dat we het ernstig menen met de oorzaken van de klimaatverandering. De volgende tien jaren zullen wezenlijk zijn bij de bestrijding van de klimaatverandering en het vermijden van onomkeerbare schade. Het is belangrijk dat in de algemene herziening met betrekking tot de luchtvaartsector een striktere eis wordt opgenomen samen met strengere reductiedoelstellingen in en vanaf 2013.

Volgens de nieuwe verordeningen, mogen de lidstaten de inkomsten uit de veiling van emissierechten gebruiken voor de vermindering van en aanpassing aan de klimaatverandering binnen de EU en de ontwikkelingslanden en ter bevordering van klimaatvriendelijk onderzoek en ontwikkeling inzake het vervoer. Deze investering is noodzakelijk wanneer we de voordelen van de opneming van de luchtvaart in de ETS volledig willen benutten.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Gurmai (PSE) , schriftelijk. (HU) De aanpak van de grote uitdagingen van de klimaatverandering, ervoor te zorgen dat de op dit gebied in werking gezette maatregelen strenger worden en het versnellen van hun ontwikkeling zijn wezenlijke taken. Het verminderen van de broeikasgasuitstoot door het luchtverkeer en het opstellen van precieze bovengrenzen voor de uitstoot na 2012 zijn van wezenlijk belang. Er kan alleen een toonbaar resultaat bij de vermindering van de broeikasgassen worden bereikt wanneer het ook om de bindendheid van de regeling voor de handel in emissierechten gaat.

De inkomsten uit de veilingen moeten pragmatisch worden gebruikt (bijvoorbeeld voor de ontwikkeling en het gebruik van milieuvriendelijke technologie), vooral in sectoren die door de Europese Unie worden gefinancierd, en in verband hiermee zou het de moeite waard zijn om de schepping van een afzonderlijk monetair fonds te onderzoeken. Wanneer de Galileo-, SES- en ETS-programma’s zo snel mogelijk gezamenlijk ten uitvoer zouden worden gelegd, dan zou dit ook het efficiënte gebruik van brandstoffen bevorderen.

De klimaatverandering is een mondiaal fenomeen. Alle mogelijke politieke instrumenten en onderhandelingsmethodes moeten worden gebruikt om alle grote uitstoters van broeikasgassen op de wereld bij het wereldwijd verminderen van de vervuilingsniveaus te betrekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Daciana Octavia Sârbu (PSE), schriftelijk. (RO) Deze richtlijn staat voor een ambitieus initiatief, waardoor de luchtvaartsector een belangrijke rol bij de bestrijding van de klimaatverandering zou kunnen spelen.

De onderhandelingen voor dit compromis zijn moeilijk geweest, omdat ze rekening moesten houden met de olieprijs, het concurrentievermogen van de Europese luchtvaartmaatschappijen en milieubescherming, bij een poging om wereldwijd gezien als eerste een modelsysteem op te zetten ter opneming van de luchtvaart in de ETS. Toch mag de regeling niet juist de Europese luchtvaartmaatschappijen in gevaar brengen, die hun concurrentievermogen ten opzichte van de concurrerende luchtvaartsector in de VS of Dubai zouden kunnen verliezen. Door de bestraffing van de binnenlandse luchtvaartindustrie zou het fenomeen van “koolstoflekken” kunnen optreden, namelijk de oriëntering in richting van markten met minder strenge regels dan de in de EU vastgelegde, waardoor een handelsoorlog zou beginnen. Wanneer we willen dat het Europees luchtruim efficiënter wordt, moeten we een evenwicht tussen milieubescherming, consumentenbescherming en de luchtvaartsector vinden.

Ook dienen de inkomsten uit de veilingen van emissierechten te worden gebruikt voor de vermindering van broeikasgasemissies en de aanpassing aan de klimaatverandering, zonder dat de lidstaten de mogelijkheid krijgen om dit geld voor andere doeleinden te gebruiken.

Wanneer we het redden om de inkomsten uit veilingen correct te gebruiken en enkel als ecologisch instrument, zullen we boetes op grond van een internationale overeenkomst kunnen vermijden.

 
  
  

VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS
Ondervoorzitter

 
Juridische mededeling - Privacybeleid