Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/0199(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0253/2008

Debatten :

PV 08/07/2008 - 12
CRE 08/07/2008 - 12

Stemmingen :

PV 09/07/2008 - 5.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0346

Volledig verslag van de vergaderingen
Dinsdag 8 juli 2008 - Straatsburg Uitgave PB

12. Voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten – Interne markt voor aardgas – Een Europees strategisch plan voor energietechnologie (debat)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het gecombineerd debat over

– het verslag van Atanas Paparizov, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1775/2005 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot de aardgastransmissienetten (COM(2007)0532 – C6-0319/2007 – 2007/0199(COD)) (A6-0253/2008),

– het verslag van Romano Maria La Russa, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/55/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas (COM(2007)0529 – C6-0317/2007 – 2007/0196(COD)) (A6-0257/2008), en

– het verslag van Jerzy Buzek, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over het Europees strategisch plan voor energietechnologie (2008/2005(INI)) (A6-0255/2008).

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Kosciusko-Morizet, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, rapporteurs, dames en heren, de toekomst van Europa op energiegebied moet het hoofd bieden aan twee uitdagingen. De eerste is te zorgen voor een veilige, duurzame, concurrerende voorziening via een effectief, operationeel en onderling verbonden netwerk. De tweede is een verandering die nodig is om broeikasgasemissies en klimaatverandering te bestrijden.

Met betrekking tot het eerste punt, in het bijzonder, en in dit gebied als geheel, zou ik de aandacht willen vestigen op de vooruitgang die geboekt is door het Sloveens voorzitterschap, die in de Raad van juni geleid heeft tot het aannemen als geheel van een algemeen kader voor het pakket “interne energiemarkt”. Het belangrijkste element van het compromis dat bereikt werd, heeft te maken met de effectieve scheiding – en ik benadruk het woord “effectieve” – van productie- en leveringsactiviteiten, aan de ene kant, en netwerkbeheer aan de andere kant. Ik vermeld hier de oplossingsvorm die de Raad mutatis mutandis heeft aangenomen voor de gas- en elektriciteitssectoren.

Ofschoon verschillende lidstaten en de Commissie de voorkeur geven aan volledige loskoppeling van de eigendomsverhoudingen, wilden de lidstaten enige flexibiliteit bewaren en de Raad was het eens met een optie die voorzag in een onafhankelijke transmissiebeheerder. Deze optie zou beschikbaar zijn voor de lidstaten wier transmissiesysteem toebehoort aan verticaal geïntegreerde bedrijven op de datum waarop de richtlijn van kracht wordt. Deze optie houdt belangrijke aanpassingen in om de onafhankelijkheid van de transmissiebeheerders te garanderen in termen van besluitvorming, natuurlijk, maar ook van financiering.

Het lijkt erop dat het goedgekeurde mechanisme het mogelijk maakt belangenconflicten tussen de verschillende organen van een geïntegreerd bedrijf te vermijden en te zorgen voor evenwicht tussen de onafhankelijkheid van de transmissiebeheerder, zijn ontwikkelingsplan en zijn investeringsbehoeften, aan de ene kant, en de financiële belangen van het moederbedrijf, aan de andere kant.

In dit opzicht werd speciaal aandacht besteed aan systeemontwikkeling en de garantie van een compromis dat geen onderscheid maakt tussen systeembeheerders. De activiteiten van deze beheerders zullen worden gecontroleerd door de regelgevende instanties. De rol en de activiteiten van de regelgevende instanties zullen worden versterkt door de oprichting van het Agentschap voor de samenwerking van energieregulators, waarop we lang hebben moeten wachten en waarvan de oprichting vorige maand door het Europees Parlement is goedgekeurd.

Ik wil de aandacht vestigen op enkele andere belangrijke elementen van dit pakket “liberalisering van de interne mark”: ten eerste, de cruciale kwestie van infrastructuren en de nadruk op het Europabrede tienjarig investeringsplan. Dit is een essentieel nieuw element dat integratie en modernisering moet bevorderen.

Een ander belangrijk aspect is echter de investering van derde landen in de transmissiesystemen, die nauw verbonden is met energiezekerheidskwesties. Wij moeten een pragmatische oplossing zoeken die voor elk geval wordt aangepast. De discussies in de Raad zijn net op dit ogenblik bezig en ik ben er zeker van dat zij zullen leiden tot een compromis dat aanvaardbaar is voor alle lidstaten.

De volgende fase, dames en heren, zal zijn de bevestiging van deze algemene elementen door middel van het aannemen van een politieke overeenkomst op 10 oktober in de Energieraad, gevolgd door het overbrengen van de communautaire positie in november of december. Daardoor zullen dan discussies tussen onze instellingen in de context van een tweede lezing kunnen beginnen.

Ik wil nu overgaan tot het tweede punt. Ik geloof dat het van wezenlijk belang is een koolstofarme economie te stichten, waarin elke lidstaat natuurlijk vrij is om de energiebronnen te kiezen die hij wenst te gebruiken. De doelstellingen van, en investeringen in, deze mondiale transformatie van de economie moeten zich richten op de lange termijn en zij zullen ons de komende 10 jaar voor talrijke technologische uitdagingen stellen.

Ik wil een aantal ervan noemen: het commercieel gebruik van CO2-opvang en opslag, de verdubbeling van de productiecapaciteit van de grootste windmolenparken, de commerciële volwassenheid van fotovoltaïsche of thermodynamische zonne-energie, duurzaam geproduceerde biobrandstoffen van de tweede generatie, de introductie op de publieke markt van mechanismen die een efficiënter eindgebruik van energie mogelijk maken op het gebied van de bouw, het vervoer en de industrie, de cruciale vooruitgang op het gebied van de energie-efficiëntie van materialen, biowetenschappen en informatietechnologieën.

In februari heeft de Raad, op basis van richtsnoeren van de Commissie, commissaris, conclusies aangenomen die een aantal operationele elementen bevatten die ik hier zal vermelden. De eerste is de introductie en lancering van de zes industriële initiatieven die door de Commissie zijn voorgesteld: wind, zonne-energie, bio-energie, CO2-opvang, -vervoer en -opslag, hoogspanningsnetten en, ten slotte, duurzame kernsplijting. De maatregelen beogen ook onderzoek te steunen en te stimuleren, met name op het gebied van energie-efficiëntie, en het tot stand brengen van overeenkomsten tussen publieke overheden, de industrie en onderzoekers met het oog op het steunen van de doelstellingen die zijn neergelegd in het strategisch plan.

Tot slot wil ik de Commissie en de rapporteur danken voor het werk dat ze tot nu toe gedaan hebben en ik hoop dat onze posities met betrekking tot de interne energiemarkt bij de tweede lezing bij elkaar zullen uitkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben zeer blij vandaag weer hier te zijn voor de bespreking van het tweede deel van het pakket interne energiemarkt, namelijk gas.

Vorige maand heeft dit Huis gesproken over elektriciteit en het Agentschap. Veel amendementen zijn zeer vergelijkbaar voor gas en ik zal dan ook niet ingaan op alle punten die ter tafel zijn gebracht tijdens de discussie over elektriciteit.

Ik wil allereerst de rapporteurs, de heren La Russa en Paparizov, feliciteren met hun voortreffelijke verslagen, alsook de schaduwrapporteurs en alle leden van de betrokken commissies. U bent erin geslaagd een hoogwaardig debat gaande te houden, waarbij u rekening moest houden met zeer korte deadlines voor nogal gecompliceerde wetgeving.

Ik wil uitleggen waarom liberalisering van de gasmarkt even essentieel is als liberalisering van de elektriciteitsmarkt voor een concurrerende, duurzame en veilige energievoorziening in de Europese Unie. Ik zal ook benadrukken dat ze om dezelfde wetgevende maatregelen vragen.

Gas is een van de belangrijkste energiebronnen in de EU voor zowel de industrie als voor de huishoudens. Energieprijzen vertonen een sterke stijging: meer dan ooit hebben EU-consumenten nu behoefte aan een concurrerende gasmarkt zodat ze alleen de kosten betalen voor een efficiënte voorziening.

Bovendien zal de elektriciteitsmarkt niet goed functioneren als de gasmarkt niet goed functioneert. Ik wil het Internationaal Energie Agentschap citeren: “In veel regio’s bepaalt de gascentrale verhoudingsgewijs dikwijls de prijs van de elektriciteit. Duur gas betekent dus dure elektriciteit. ... Beleidsmakers moeten zich bewust zijn van de groeiende verstrengeling van gas- en elektriciteitsindustrieën en het ontwerpen van markten en regelgevingsstelsels daarop afstemmen.”

Dit is nog meer het geval in een tijd waarin we meer duurzame energie nodig hebben. Omdat de wind en de zon niet altijd functioneren zoals wij dat zouden willen, is elektriciteitsproductie moeilijk te voorspellen. Zij heeft de ondersteuning nodig van een bron voor de productie van elektriciteit die voorspelbaar en zeer flexibel en dit is gas.

Gas is ook de schoonste fossiele brandstof. Als we koolstofemissies willen verminderen en klimaatverandering bestrijden, is het een van de zeer efficiënte manieren, maar we moeten ervoor zorgen dat onze gasvoorziening concurrerend is.

Voorzieningszekerheid is ook belangrijk. De beste manier om de continuïteit van de gasvoorziening aan de EU te garanderen is te zorgen voor één interne markt voor vijfhonderd miljoen consumenten. De EU is heel duidelijk als zij spreekt met één stem. Zij is zeer onbegrijpelijk als 27 stemmen tegelijkertijd spreken. In een gemeenschappelijke markt moeten we samenwerken omdat we één gemeenschappelijk belang hebben.

Al deze argumenten onderstrepen het belang van maatregelen waarover we vandaag een positie zullen innemen. Ik ben blij dat zij de meeste van uw amendementen steunen.

We hebben daadwerkelijke onafhankelijkheid van netbeheerders nodig om te zorgen voor investeringen en optimaal gebruik van het netwerk.

Voor de Commissie is loskoppeling van de eigendomsverhoudingen de meest efficiënte manier om deze onafhankelijkheid te bereiken. Maar niet iedereen is het daarmee eens en, zoals u weet, is de Raad het eens geworden over de optie van onafhankelijke transmissiebeheerders. Ik geloof dat een alternatief voor alleen maar loskoppeling van de eigendomsverhoudingen een kans moet krijgen, net zoals Europa gebouwd is met een stap voor stap aanpak.

U hebt gevraagd om een sterker Agentschap. Ik ben het met u eens wat betreft het principe, maar we moeten blijven binnen de grenzen van het Verdrag. We zijn gebonden door het Verdrag en de zogenaamde Meroni-jurisprudentie van het Hof van Justitie. In het bijzonder hebben we comitologie nodig om codes bindend te maken. Het Agentschap kan dan de procedure en de tenuitvoerlegging controleren. Een sterk Agentschap is niet in strijd met comitologie. Integendeel, het Agentschap heeft richtsnoeren nodig om zijn bevoegdheden te formuleren zodat het individuele bindende besluiten kan nemen met betrekking tot de spelers in de markt.

Toegang tot opslag en LNG is even belangrijk als toegang tot de netten. We verwelkomen uw inspanningen om toegang tot opslag in de richtlijn te verbeteren. Om ervoor te zorgen dat deze regels inzake netwerktoegang echt werken, hebben we juridische loskoppeling van de eigendomsverhoudingen van de opslagbeheerders nodig.

Transparantie is ook het belangrijkste element van onze voorstellen dat u bij de vorige stemmingen hebt onderstreept. Transparantie moet de regel zijn en vertrouwelijkheid de uitzondering, niet alleen voor het gebruik van het netwerk maar ook voor balancering, opslag en LNG.

Ik ben blij te zien dat veel van de bezorgdheid over horizontale effecten, met betrekking tot de bescherming van kwetsbare burgers en de strijd tegen energiearmoede, ook is opgenomen in het gasverslag. Deze elementen zijn van essentieel belang bij de tenuitvoerlegging van de openstelling van de markt en moeten worden versterkt. De Commissie zal zorgvuldig kijken naar de formulering om het subsidiariteitsbeginsel in acht te nemen. Het is belangrijk om opnieuw te bevestigen dat ons beleid goede investeringssignalen en markttoegang niet in de weg moet staan.

Ik denk dat de Raad duidelijk zijn wens te kennen heeft gegeven om te proberen in tweede lezing een oplossing te vinden. Ik kan u verzekeren dat de Commissie een zeer constructieve rol zal spelen bij het zoeken naar de oplossing die alle EU-burgers tot voordeel strekt en bij het ontwikkelen van ons sterke punt, wat de interne energiemarkt is.

Met betrekking tot het tweede verslag wil ik de heer Buzek feliciteren met zijn uitstekende verslag en mijn waardering uitdrukken voor de steun van de Commissie industrie, onderzoek en energie voor het initiatief voor het strategisch plan voor energietechnologie (SET).

Het lijkt erop dat ik mijn tijdslimiet al overschreden heb. Wij hebben zeer nauw samengewerkt met mijn collega Janez Potočnik en dus zal ik met hem meegaan in zijn opvattingen over dit zeer belangrijke voorstel, niet alleen omdat ik zeer waardeer wat de heer Buzek gedaan heeft maar omdat we in de Commissie echt samengewerkt hebben om met dit dossier vooruitgang te boeken.

 
  
MPphoto
 
 

  Janez Potočnik, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag een paar woorden zeggen over onze gezamenlijke onderneming – het SET-plan.

We weten allemaal dat we met betrekking tot energie en klimaatverandering voor een enorme uitdaging staan. Het is misschien wel de allesbepalende uitdaging van de 21e eeuw. We moeten ons geen illusies maken dat het gemakkelijk zal zijn. De doelen die we gesteld hebben voor Europa voor 2020 zijn een belangrijke mijlpaal, maar niet meer dan dat. Op de langere termijn is een veel dieper ingrijpende verandering nodig: een complete revisie van de energiesystemen die onze huidige welvaart en rijkdom gebracht hebben.

Om onze beloften te vervullen zullen we nieuwe kennis en nieuwe instrumenten nodig hebben. Die zullen worden geleverd door onderzoek en innovatie in energietechnologieën. Daarom is het SET-plan zo belangrijk voor Europa. We moeten een eind maken aan de lethargie die in de afgelopen decennia kenmerkend is geweest voor energie-innovatie. We moeten meer en beter investeren. We moeten anders gaan denken over de manier waarop we in Europa samenwerken om zulke technologieën te ontwikkelen en te gebruiken.

Ik verwelkom het verslag van het Parlement over het SET-plan zeer. Het laat zien dat er op EU-niveau een stevige consensus is voor doeltreffend beleid op dit gebied. Natuurlijk zijn we het niet allemaal eens over welke technologieën we nodig hebben maar het is, zoals we weten, aan iedere lidstaat om te beslissen over zijn eigen voorkeuren op basis van zijn favoriete energiemix, inheemse middelen en exploitatiepotentieel.

Maar belangrijker dan waarover we het oneens zijn, is voor mij, waarover we het allemaal wel eens zijn. We zijn het eens over het cruciaal belang van energiebesparingen en energie-efficiëntie

We zijn het erover eens dat de capaciteit van de Europese onderzoeksbasis moet worden uitgebreid, versterkt en vrij gemaakt zodat zij veel dynamischer en transnationaler kan werken. We zijn het eens over de noodzaak van meer overheids- en particuliere middelen. En we zijn het eens over de noodzaak van betere internationale samenwerking zodat we een mondiale uitdaging het hoofd kunnen bieden.

U kent mijn ambities voor het EU-onderzoeksbeleid en de ontwikkeling van de Europese Onderzoeksruimte (ERA).

Het SET-plan en de ontwikkeling van ons onderzoeksbeleid gaan hand in hand. Ik beschouw het in vele opzichten als wegbereider, waaronder ERA-initiatieven zoals gezamenlijke programmering. Ik geloof dat het SET-plan een proces zal starten dat als model zal dienen voor de organisatie van onderzoeks- en innovatieactiviteiten binnen Europa, een proces dat de manier waarop wij in Europa onderzoek doen zal veranderen en dat uiteindelijk Europa zal veranderen.

Vorige week was ik aanwezig op de jaarvergadering van de DFG – de Duitse Onderzoeksraad. Hun voorzitter, Matthias Kleiner, zei iets gedenkwaardigs: Een visie zonder actie is een dagdroom; actie zonder visie is een nachtmerrie. Er is waarschijnlijk geen beter voorbeeld van hoe waar die verklaring is dan het SET-plan dat wij hier vandaag bespreken. We hebben een duidelijke visie nodig en we moeten dringend handelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Atanas Paparizov, rapporteur. (BG) Mijnheer de Voorzitter, de discussie over het derde energiepakket zal worden afgerond met de discussie en stemming over de verordening betreffende toegang tot transmissienetten tijdens de plenaire zitting van juli, samen met het verslag van de heer La Russa.

Ik denk dat ik op deze basis boven alles mijn dankbaarheid kan uitspreken aan alle schaduwrapporteurs met wie ik gewerkt heb tijdens het proces van het opstellen van het verslag, en ook aan de rapporteurs over de andere twee verordeningen, met wie wij een gemeenschappelijke aanpak tot stand hebben gebracht van de oplossing van de problemen van het derde energiepakket. Ik wil nog speciaal het feit vermelden dat wij in het kader van onze activiteiten de voorstellen van de Commissie hebben bevestigd die te maken hebben met de oprichting van een netwerk van transmissiesysteembeheerders, maar hun functies hebben beperkt tot precies hun verplichtingen om hun technische taken uit te voeren en het netwerk te ontwikkelen, niet om handelsregels vast te stellen.

In onze voorstellen hebben we een zeer grote rol gereserveerd voor het toekomstige Agentschap voor samenwerking tussen nationale regulators. Het is precies dit agentschap dat wij zien als de belangrijke instantie die, aan de hand van de Commissie, de belangrijkste trends en richtsnoeren moet bepalen voor de ontwikkeling van de energiemarkt, inclusief de gasmarkt. In deze zin zal het agentschap niet alleen functies uitvoeren met betrekking tot de goedkeuring van de codes, die in deze fase vrijwillig zijn, maar volgens de laatste voorstellen die we gemaakt hebben, zal het via de Commissie mogelijk zijn door middel van comitologie voor te stellen dat sommige van de codes verplicht worden.

Ik vind dat de teksten met betrekking tot regionale initiatieven van enorm belang zijn voor de ontwikkeling van de markt. Dit regionale investeringsplan, dat ontwikkeld moet worden op basis van het tienjarig investeringsplan, zal lidstaten echt helpen om samen te werken op regionaal niveau als podium voor een toekomstige communautaire energiemarkt. Vele andere belangrijke zaken die te maken hebben met transparantie en met het stimuleren van de interactie tussen de deelnemers op de markt, zijn in dit verslag opgelost.

(EN) Ik voel me zeer bemoedigd door wat commissaris Piebalgs heeft gezegd over zijn houding ten opzichte van onze voorstellen betreffende het Agentschap en ik geloof dat wij, binnen de grondslagen van het Meroni-arrest en binnen de voorstellen van het Parlement, een Agentschap kunnen oprichten dat levensvatbaar zal zijn – een Agentschap dat parallel zal lopen met de inspanningen van de Commissie in de ontwikkeling van de markt.

Tegelijkertijd voel ik me zeer bemoedigd door wat er op 6 juni in de Raad is gebeurd en ik geloof dat er een goede basis is gevonden voor een compromis. Ik ben blij dat commissaris Piebalgs vandaag dit mogelijk compromis heeft genoemd in tegenstelling tot de vorige vergadering toen we een discussie hadden over elektriciteit. Ik geloof dat het, met de steun van de Commissie en natuurlijk in de trialoog die zich zal ontwikkelen, mogelijk zal zijn wellicht tegen het einde van het jaar een oplossing te vinden.

Ik voel me enigszins ontmoedigd door de vertragingen die door het Franse voorzitterschap zijn veroorzaakt. Ik geloof dat we vlotter zouden kunnen werken om ons te houden aan de wens van de vorige Europese Raad dat we het werk tegen het einde van dit jaar zouden afhebben, en niet tegen het einde van deze zittingsperiode, wat zou betekenen midden volgend jaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Romano Maria La Russa, rapporteur. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, hier zijn we dan uiteindelijk op het laatste rechte stuk naar de finish na veel lange maanden werken. Het is zeker niet gemakkelijk geweest. Ik geloof, zij het met enige twijfel, dat de voorstellen van de commissie de zware taak aankunnen om de gevestigde monopolies te ontmantelen. Deze monopolies hebben lange tijd investeringen en de capaciteit voor netwerkverbindingen beperkt en ook verhinderd dat nieuwe concurrenten toegang kregen tot de markt.

Iedereen die mijn toespraken in de commissie heeft gehoord, weet dat ik de loskoppeling van de eigendomsverhoudingen vanaf het begin het beschouwd als een prioritair recht om ervoor te zorgen dat bedrijven die gas transporteren volledig onafhankelijk zijn van bedrijven die het produceren, ook al is het loskoppelen van eigendomsverhoudingen natuurlijk geen wondermiddel voor alle kwalen. Het spreekt vanzelf dat, wanneer eenmaal een verticaal geïntegreerd bedrijf toestemming krijgt – zelfs als het slechts tijdelijk is – de eigendom van de transportsystemen te behouden, het nodig is regelgevings- en toezichtsmechanismen vast te stellen die noch te lastig noch te indringerig zijn.

Natuurlijk zullen, zoals wij allemaal weten, de tenuitvoerleggingsmaatregelen voor de gasrichtlijn onvermijdelijk een ander tijdschema volgen dan die voor elektriciteit. Dit verschil kwam duidelijk naar voren in de Commissie industrie, die koos voor de ITO – de Onafhankelijke Transmissiebeheerder – als alternatief voor het loskoppelen van de eigendomsverhoudingen. Het is een compromisvoorstel, zeker niet mijn eigen voorkeursoptie, maar een die gaat in de richting van grotere liberalisering. In feite zal de ITO, in tegenstelling tot de ISO, verantwoording verschuldigd zijn aan een apart orgaan met echte toezichtbevoegdheden. Ik hoop dat de Raad het ITO-voorstel zal oppikken zoals goedgekeurd door de Commissie industrie. De fundamentele rol die aan het Agentschap wordt gegeven door het aanstaande wetgevend kader moet worden benadrukt: het moet geen zuiver adviserende rol zijn – zoals naar ik vrees de bedoeling van de Raad zou kunnen zijn – maar een die een bredere opdracht voor het Agentschap voorziet in de toekomst.

Als wij het doel van de vermindering van onze energieafhankelijkheid willen bereiken, hebben wij een gemeenschappelijke energiemarkt en een gemeenschappelijk geïntegreerd netwerk nodig. Ik doe daarom een beroep op de collega’s om de amendementen te steunen die door mij en door andere collega’s van diverse fracties ter tafel zijn gebracht, betreffende de mogelijkheid om de verschillende transportbeheerders te combineren tot één gemeenschappelijk Europees netwerk, om ervoor te zorgen dat er een gemeenschappelijk wetgevend kader is en markttoegang te garanderen voor alle beheerders, zodat we op deze wijze het obstakel van “loskoppeling van de eigendomsverhoudingen ja; loskoppeling van de eigendomsverhoudingen nee” kunnen overwinnen.

Een ander heel belangrijk aspect van mijn verslag is de centrale rol van de consumenten. Ik zal het kort houden. Er moet een transparant, begrijpelijk middel zijn om de tarieven te bepalen, waarbij consumenten op ieder willekeurig moment toegang hebben tot verbruiksgegevens en de vrijheid krijgen van leverancier te veranderen als zij dat wensen. Wat betreft de comitologieprocedure ben ik blij dat de Commissie mijn standpunt heeft geaccepteerd: ik geloof dat het aan de lidstaten is de richtlijnen vast te stellen, in plaats van een commissie die alleen namens de Commissie spreekt.

Ten slotte wil ik nog de overeenstemming vermelden die bereikt is tussen de fracties, en uiteengezet in mijn verslag, met betrekking tot de bevoegdheden en de rol van nationale regulators: ik vind dit een belangrijke overeenstemming, vooral met betrekking tot de mogelijkheid om sancties op te leggen. Het is aan ons, dames en heren, om te beslissen of wij willen dat morgen de herinnering in zal gaan als een sleutelmoment in het tot stand brengen van een gemeenschappelijke geïntegreerde energiemarkt, die Europa nodig heeft om de uitdagingen van het volgende millennium het hoofd te bieden, of, aan de andere kant, dat het de zoveelste stap terug zal markeren, het resultaat van een bange, laffe hervormingsinspanning die in feite zal worden uitgesteld tot de volgende wetgevende zittingsperiode. Ik hoop bovendien dat de Raad gepaste aandacht zal schenken aan de beslissingen van het Parlement. Dat is niet altijd het geval

 
  
MPphoto
 
 

  Jerzy Buzek, rapporteur. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik was nogal verbaasd toen ik las dat zowel het SET-plan en ons energiepakket als blok in hetzelfde programma zouden komen. Dat zou hetzelfde zijn als in een blok spreken over mensenrechten en menselijke ziektes omdat ze allebei “menselijk” zijn, wat geen erg goed idee is. Op dezelfde manier is het feit dat ze allebei gaan over “energie” niet genoeg om energietechnologie en het energiepakket met elkaar te verbinden omdat het zeer verschillende onderwerpen zijn.

Maar omdat ik beide commissarissen hier zie, ben ik blij over dit besluit, omdat het SET-plan heel belangrijk is voor de Europese Unie en krachtige steun behoeft van enkele commissarissen en van de hele Commissie. Zoals u aan de stemming in de Commissie industrie, onderzoek en energie kunt zien, hebt u steun van het Europees Parlement.

Ik zal nu de inhoud van het SET-plan bespreken. Het zou waarschijnlijker gemakkelijker zijn als ik overschakel op mijn moedertaal, wat ik nu ga doen.

(PL) De Europese Unie heeft besloten om een vergoeding te vragen voor kooldioxide-emissies. Dit is een cruciale beslissing. We laten zien dat we klimaatverandering zullen bestrijden. We laten zien dat we een leidende rol spelen in deze strijd. Aan de andere kant moeten we niet vergeten dat heffingen op kooldioxide-emissies moeilijkheden veroorzaken voor de economie en leiden tot hogere productiekosten in vrijwel elke sector. Ik zou willen benadrukken dat de energiesector zelf het hardst getroffen zal worden, met name in landen waar elektriciteit of warmte wordt opgewekt met kolen.

Het voorstel dat door de Europese Commissie ter tafel wordt gebracht betreffende een strategisch programma voor energietechnologie is naar mijn mening een uitstekend antwoord op de bedreigingen voor de Europese economie. Het gaat allemaal over vermindering van de energiekosten. De Europese Commissie heeft steun geïntroduceerd voor nul- en lage emissietechnologieën op het gebied van “energie, productie en energieverwerking”. Voor het eerst hebben we alle methoden voor de bestrijding van klimaatverandering en voor energiezekerheid gepresenteerd in één document. Dit betekent dat kernenergie er ook bij zit. In feite wordt de aanhoudende bezorgdheid van onze collega’s, in de eerste plaats onze collega’s van de Groene Partij, alle risico’s die worden geassocieerd met de opwekking van kernenergie, hier gepresenteerd. Vandaag de dag echter is de derde generatie kerncentrales totaal anders dan wat er in Tsjernobyl is gebouwd.

Het lijkt erop dat er volledige overeenstemming is met betrekking tot een andere grote uitdaging en kwestie, namelijk de opvang en opslag van kooldioxide. Dit is een nieuwe technologie, dus stimuleringsmaatregelen zijn van essentieel belang, zoals voor elke nieuwe en veelbelovende technologie. Wat betreft steun voor duurzame technologieën in the sector van de elektriciteitsproductie, daar bestond in het Parlement nooit twijfel over. Het Parlement behandelt energie-efficiëntie en energiebesparing als de belangrijkste kwestie. Misschien zal hierdoor het bouwen van een of twee kerncentrales vermeden kunnen worden, omdat wij efficiëntie en energiebesparing zullen verbeteren.

Ik wil eindigen met het noemen van twee punten. De organisatie van het onderzoek op Europees niveau is een voortreffelijk idee en wij zijn ervóór. Dit zou de eerste sector kunnen zijn waarin de Europese Unie dit doet. Het is het begin van een gemeenschappelijke energiemarkt, ook op dit gebied, en ook van het vrije verkeer van kennis. In dit verslag heb ik specifieke financiële middelen voorgesteld om nieuwe technologieën te steunen. Dit is van wezenlijk belang als we onze industrie, de energiesector, willen helpen en als we de Lissabonstrategie tot een succes willen maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Christian Ehler, rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissarissen, het debat over de gasmarkt en de gasvoorzieningsnetten, dat gehouden is in de Commissie economische en monetaire zaken, werd niet in die mate geïdeologiseerd. Wij in de ECON-commissie zijn heel duidelijk en met grote meerderheid tot ons besluit gekomen. Het compromis met betrekking tot de loskoppeling van de eigendomsverhoudingen dat tevoorschijn komt, kan duidelijk niet in zulke ideologische termen gezien worden.

Ons verslag legt veel grotere nadruk op de vraag van hoe geschikt de nationale goedkeuringsprocedures echt zijn, realistisch gezien, wanneer het aankomt op het veiligstellen van toekomstige vooruitgang op het gebied van grensoverschrijdende netwerken, ontwikkeling van netwerken en investering in netwerken. Wij geloven dat er in dit opzicht nog heel wat achterstand weg te werken is en betreuren het bijvoorbeeld dat in het standpunt dat werd ingenomen tijdens de plenaire zitting heel weinig nadruk is gelegd op de noodzaak het goedkeuringsproces op nationaal niveau te versnellen.

Een tweede aspect dat ons belangrijk voorkomt is de kwestie van de regulator. Staten zouden veel meer bereid zijn een regulator te accepteren als die een grote mate van onafhankelijk zou krijgen. Bezorgdheid met betrekking tot contracten zijn in dit opzicht geuit. Als men echter alles bekijkt qua regelgeving, is het alleen mogelijk te argumenteren vóór een regulator als zo’n instantie ook gepaste interventiebevoegdheden zou hebben.

Nog steeds over dit specifieke onderwerp, ik wil graag nogmaals mijn oprechte dank uitspreken aan mijn collega de heer Buzek. We hebben een geïntegreerde discussie gehad over het onderwerp energiebeleid en de heer Buzek heeft een aantal zeer constructieve voorstellen ter tafel gebracht als onderdeel van het SET-plan. Als rapporteur voor CCS-demonstratie zal ik die ook ondersteunen met degelijke financieringsvoorstellen.

Na zo’n verhit en ideologisch debat denk ik dat we nu voorrang moeten geven aan de vraag wat deze concrete stappen nu precies moeten zijn. Dit betekent dat we nu een overgangsperiode hebben waarin we ook moeten onderzoeken of de voorgestelde maatregelen eigenlijk werken. Dit lijkt mij veel belangrijker dan elke ideologisch beladen discussie over loskoppeling van eigendomsverhoudingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Inés Ayala Sender, rapporteur voor advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, mevrouw de fungerend Raadsvoorzitter, in principe verwelkomt de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid het Europees strategisch plan voor energietechnologie omdat helpt vorm te geven aan een gemeenschappelijke energiemarkt en aan steun voor het Verdrag van Lissabon en speciaal hulp biedt bij de strijd tegen klimaatverandering.

We vinden ook dat het consultatieproces dat is uitgevoerd, uiterst positief was en naar onze mening moet dit hierna doorgaan.

We betreuren echter dat het SET-plan zich voornamelijk bezig houdt met op maatregelen met betrekking tot de voorziening in plaats van met maatregelen ter vermindering van de energievraag, vooral energiebesparingen en energie-efficiëntie en wij vragen om meer aandacht voor deze twee aspecten. Hiertoe willen wij dat een hiërarchie wordt gecreëerd tussen de EII’s (Europese industriële initiatieven), waarbij inspanningen worden geconcentreerd op die met groter potentieel om op korte termijn emissies te verminderen, een vermindering van twintig procent in 2020, natuurlijk zonder maatregelen op langere termijn te verwaarlozen met het oog op het bereiken van de doelen die voor 2050 zijn gesteld.

Met betrekking tot deze prioriteiten, vinden wij dat ook gekeken moet worden naar de levenscyclus van elke technologie en naar de invloed op het milieu tijdens het productieproces en dat de overdracht van deze technologieën naar ontwikkelingslanden in overweging moet worden genomen om de technologiekloof met deze landen te verkleinen. We vinden het ook nodig om de EII’s uit te breiden naar andere sectoren met belangrijk potentieel voor emissievermindering zoals warmtekrachtkoppeling, waterstof, bouw- en huisvestingsector, verwarmings- en koelsystemen, en betere energieopslag- en distributie-infrastructuren.

Ten slotte willen wij zeggen dat wij vinden dat financiële middelen voor deze technologieën onderdeel zouden moeten zijn van het debat over de toekomstige financiering van EU-beleid en dat daarom van de lidstaten gevraagd moet worden dat ze een grotere inspanning leveren, ten minste van dezelfde orde van grootte als die ze leverden als antwoord op de energiecrisis tijdens de jaren tachtig.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernhard Rapkay, rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zal over een ogenblik de besluiten presenteren van de Commissie economische en monetaire zaken, een enigszins onzinnige onderneming en even onzinnig als de manier waarop enkele van onze debatten zijn georganiseerd, met zulke resultaten. Hierom wil slechts één opmerking maken, want er is niet genoeg tijd voor meer.

De commissaris heeft er zojuist wederom op gewezen dat naar de mening van de Commissie loskoppeling van de eigendomsverhoudingen op een of andere manier – om zijn woorden te gebruiken – de meest efficiënte oplossing is. Dat betwijfelen wij, omdat het niet hetzij empirisch hetzij theoretisch geverifieerd kan worden; zeker niet empirisch, want er zijn heel wat voorbeelden om aan te tonen dat zelfs na loskoppeling van de eigendomsverhoudingen ondernemingen niet zo soepel functioneren. Noch kan het theoretisch geverifieerd worden. Het is en blijft een monopolie, een natuurlijk monopolie, en monopolies hebben niet veel te maken met vrije concurrentie.

Wat daarom van belang is, is niet zozeer de kwestie van eigendom maar eerder van regulering. De sector moet strikt gereguleerd worden en dit moet gelden voor volledig onafhankelijke netwerkbeheerders (met loskoppeling van eigendomsverhoudingen) evenzeer als voor niet-onafhankelijke netwerkbeheerders. We hebben speciaal daarvoor in de ECON-Commissie een aantal voorstellen gemaakt en wij hopen dat deze voorstellen ook meegenomen zouden kunnen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Emmanouil Angelakas, rapporteur voor advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, als rapporteur voor advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming wil ik ook wat opmerkingen maken over deze zaak, met betrekking tot de voorwaarden voor toegang tot de aardgastransportnetten en de heer Paparizov feliciteren met zijn voortreffelijk werk bij het bestuderen van het pakket voorstellen dat binnen onze commissie besproken is.

Ons criterium is geweest bescherming van de consumenten en goedkeuring van sociaal gepaste en transparante maatregelen om hen te beschermen.

Ik wil er nog aan toevoegen dat dit een verslag is dat niet werd beïnvloed door onenigheid of negatieve reacties en dat werd aangenomen door de parlementaire commissies waarin het werd bestudeerd, in tegenstelling tot de rest van het energiepakket waar de kwestie van loskoppeling van eigendomsverhoudingen op de voorgrond kwam.

Onze commissie richtte zich meer specifiek op de consumenten en concentreerde zich op zaken die betrekking hadden op consumentenbescherming en op voorstellen die een ware Europese interne aardgasmarkt bevorderen en veiligstellen.

Ons standpunt met betrekking tot de bevordering van doeltreffende regionale samenwerking onder de lidstaten is een hoogst belangrijk aspect van het veilig stellen van een ware interne grensoverschrijdende markt. Het is daarom noodzakelijk een Europees netwerk te creëren van transportsysteembeheerders, waarbij samenwerking gebaseerd is op het veiligstellen van een efficiënte, representatieve en transparante Europese aardgasmarkt.

Hierbij wil ik de aandacht vestigen op het feit dat samenwerking bij transportsystemen geen scheiding vereist van de activiteiten van het netwerk van productie en voorziening. Het transportnetwerk kan gemakkelijk effectief worden zonder enige loskoppeling van eigendomsverhoudingen in alle deelnemende lidstaten.

We hebben betoogd dat het belangrijk is dat het Europees netwerk van transportsysteembeheerders overleg pleegt met de betreffende organen en vooral met consumenten en consumentenverenigingen, omdat dit belangrijke betrokken organen zijn voor zover zij ook de huishoudelijke eindgebruikers zijn.

We hebben de transparantie van informatie en van de aardgasopslagcapaciteit gesteund, zodat billijke prijzen en een waarachtige open markt tot hun voordeel zullen worden aangehouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Toine Manders, rapporteur voor advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming. – (NL) Ook ik vind één minuut wel erg kort, maar ik dank de commissaris, mevrouw de minister, de collega’s en ook collega La Russa voor de voorbereiding.

Ik zal het kort houden. De markt voor energie moet op Europees niveau kunnen werken om de eindgebruikers vooral te verzekeren van de levering van energie tegen marktconforme prijzen. Dat is ons doel. De ontkoppeling is geen doel op zich maar wij denken dat deze misschien wel de weg kan zijn naar een functionerende markt. Als de zogenaamde derde of vierde weg, zoals de Raad heeft voorgesteld, voor een werkende markt kan zorgen, is dat natuurlijk ook prima.

Echter, om klaar te zijn voor een mogelijke andere oplossing als die derde of vierde weg niet functioneert, hebben wij al een voorstel gedaan, waarvan ik hoop dat het dat morgen toch gaat halen, voor een zogenaamde Europese netwerkbeheerder die wordt aangestuurd en gecontroleerd door de Europese Unie. Ik hoop dat dit door zowel de Commissie als de Raad kan worden gesteund opdat wij over een aantal jaren in ieder geval een alternatief hebben klaarliggen. In oktober, voorzitter, willen wij een rondetafel organiseren waarbij alle belanghebbenden aanwezig zijn en wij hopen dat dit een breed gedragen idee wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Herbert Reul, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, dit debat over het energiepakket zal in mijn herinnering voortleven als een debat dat niet in alle onderdelen op de juiste wijze is gevoerd, want we zijn er doorheen gejaagd. We hebben niet altijd de tijd genomen die ervoor nodig was. Ik zeg dat nu hier in dit debat en op dit specifieke moment. Ik hoop niet dat er we ooit in de toekomst last mee krijgen.

Ik heb nu weer gezien dat er in de politiek een echt gevaar bestaat om alles in te zetten op een wondermiddel en het dan met alle kracht erdoor te jagen waarbij de mensen wordt beloofd dat dit al hun problemen zal oplossen. Ik hoop dat we uiteindelijk echt een oplossing zullen vinden voor de problemen waarvoor we staan, namelijk hoe we meer investeringen kunnen verwerven en meer redelijke prijzen kunnen krijgen en hoe we kunnen zorgen voor voorzieningszekerheid in de Europese energiesector. Van ’s morgens vroeg tot ‘s avonds laat lezen we in de kranten en horen we op de televisie over de zorgen en ellende die dit alles in de hele wereld teweeg brengt. Is dat de oplossing waar we al deze tijd in deze debatten naartoe gewerkt hebben? Ik betwijfel het.

Ik ben daarom blij dat we wat opgeschoten zijn met betrekking tot de gasrichtlijn, dat we wat dichterbij een compromis gekomen zijn, dat we beter naar de verschillen gekeken hebben en gezien hebben dat elektriciteit en gas anders zijn, dat er niet langer een wondermiddel is. Het is goed dat we nu mikken op de derde weg en loskoppeling niet langer louter zien als de eerste optie en dat we erin geslaagd zijn een aantal amendementen te maken met betrekking tot veel van wat de Commissie had voorgesteld. Of dit genoeg is, zal de tijd slechts leren.

Ik ben blij dat de Raad in juni heeft laten zien, door middel van zijn nieuwe voorstel, dat wij zelfs in zulke moeilijke situaties in staat zijn boven nationale grenzen en meningsverschillen uit te stijgen om met oplossingen voor de dag te komen. Ik hoop dat wat we nu afgesproken hebben over gas morgen enigszins zal worden herzien en wat dichter bij het compromis zal komen dat in de Raad al gevonden is. Als we een snelle afwikkeling willen bereiken, dan moeten we uiteindelijk een compromis tot stand brengen tussen de Commissie, de Raad en het Parlement. Ik geloof dat wat ons door de Raad is gepresenteerd heel dicht ligt bij wat wij nu hebben gevonden voor gas. Misschien moeten we dit ook nemen als maatstaf voor de elektriciteitsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst wil ik de drie rapporteurs hartelijk danken voor hun voortreffelijke werk. U moet mij vergeven dat ik mij voornamelijk richt op het verslag van mijn collega, de heer La Russa over de gasrichtlijn. Er is heel goed samengewerkt tussen de rapporteur, de heer La Russa, en de diverse schaduwrapporteurs.

We hebben het punt van de loskoppeling, netwerkscheiding en gasvoorziening al besproken. Dat is niet een van de meest belangrijke of centrale kwesties. Ik ben tevreden met het compromis dat we gevonden hebben, ook al is het zeer strikt, omdat het aan de ene kant nog steeds de optie geeft om niet echt te gaan voor volledige scheiding, hoewel dit gebonden is aan zeer strenge voorwaarden, terwijl aan de andere kant de Commissie in elk geval een herzieningsclausule kan gebruiken om heel wat druk uit te oefenen om ervoor te zorgen dat er concurrentie bestaat en dat concurrentievoorwaarden ook echt worden gehandhaafd.

Natuurlijk moeten we de zaak ook op wat langere termijn bekijken. In dit opzicht zijn wij het geheel eens met de basisopvattingen die zijn uitgesproken door onze collega de heer Manders in die zin dat wij moeten onderzoeken of misschien naar tevredenheid een gemeenschappelijke Europese infrastructuur kan worden gevonden. Dat is echter een mogelijk alternatief voor de toekomst en een waarbij we nog niet in details kunnen treden.

Het is belangrijk dat we ook afwijkingen hebben, zoals die gelden voor alle belangrijke investeringen waarbij veel kapitaal betrokken is en waarbij we nog niet in staat zijn te zeggen of dit echt tot een oplossing zal leiden, zoals in het geval van het Nabucco-project. Hier moeten we ook voldoende flexibel zijn. Investeringen van dit soort zijn op lange termijn basis en wij weten niet precies wanneer we de contracten kunnen sluiten. Dat is vooral belangrijk.

Ik hoop dat een meerderheid in dit Huis onze amendementen morgen zal steunen. Anders zullen wij het verslag aannemen zoals erover gestemd is met betrekking tot transparantie, consumentenbescherming, energie en armoede. Wanneer ik kijk naar wat de Commissie en de voorzitter van de Commissie het laatst gezegd hebben over dit onderwerp, zou het belangrijk zijn als wij een duidelijke verklaring op dit gebied zouden krijgen, op de eerste plaats, met betrekking tot het krijgen van transparante informatie voor consumenten, wat niet altijd het geval is, op de tweede plaats, met betrekking tot het opzetten van een hulplijn voor netwerkgebruikers, zodat ook zij informatie kunnen vragen, op de derde plaats, met betrekking tot een onafhankelijk meldpunt voor klachten, want er zijn altijd klachten – en elk van ons weet van zulke gevallen, ook al treft het ons niet persoonlijk, wat ook heel belangrijk is – en op de vierde plaats met betrekking tot de bescherming van kwetsbare klanten, vooral gepensioneerden, gehandicapten en anderen.

Dit zijn allemaal echte zorgen, met name met het oog op de stijgende energieprijzen. Ik begrijp niet dat aan de ene kant de commissie dit helaas niet heeft meegenomen, vooral in de gassector, en dat aan de andere kant de conservatieven en uiteindelijk voorzitter Barroso zelf bij herhaling hebben gezegd dat wij ernaar moeten streven de consumenten te helpen en, meer in het bijzonder, de meer kwetsbare klanten. Ik wil er niet over speculeren of dit betekent gesubsidieerde tarieven of een andere optie. Dit zou ook overgelaten worden aan individuele landen. De lidstaten moeten niet altijd de verantwoordelijkheid afschuiven op de Commissie maar moeten ook bereid zijn hun eigen beslissingen te nemen. De Europese Commissie en het Parlement moeten echter de leiding nemen door te laten zien dat zo’n optie mogelijk is en waarschijnlijk ook heilzaam als we ook de sociale belangen van consumenten willen beschermen ten tijde van zulke hoge energieprijzen.

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė, namens de ALDE-Fractie. – (LT) De EU heeft geen gemeenschappelijke gasmarkt; het is een zeer gefragmenteerde en voornamelijk regionale markt. Sommige gebieden in de EU hebben echter zelfs geen regionale gasmarkt. Dit zijn de Baltische staten – Estland, Letland, Litouwen en Finland – die niet algemeen geïntegreerd zijn en geen verbindingen hebben met het gasnetwerk van de EU.

Afhankelijkheid van een enkele leverancier met een neiging tot het gebruiken van energievoorziening voor politieke doeleinden is heel gevaarlijk voor zowel energiezekerheid als voor de algemene zekerheid van de EU.

Energie-eilanden elimineren en schakels scheppen tussen staten en regio’s moet de belangrijkste prioriteit van het energiebeleid van de EU zijn, met steun van de financiën en politieke wil van de Unie.

Het derde energiepakket voor de gasmarkt zou alleen ten uitvoer kunnen worden gelegd met hulp van de EU en vormt het instrument dat de Europese Unie zekerder zou maken.

De derde weg – dit is de periode van vijf jaar tijdens welke de lidstaten van de EU de politieke wilskracht en de financiën moeten vinden om energie-eilanden in de gasmarkt te elimineren.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberts Zīle, namens de UEN-Fractie. – (LV) Dank u mijnheer de Voorzitter. Op de eerste plaats wil ik zowel commissaris Piebalgs en de heer La Russa, de rapporteur, feliciteren met het nemen van een belangrijke stap in de liberalisering van de gasmarkt, ofschoon het zeker niet perfect is. Voor mij is het probleem hetzelfde als waar de vorige spreker naar heeft verwezen met betrekking tot de “eilanden” in de Europese gasmarkt – de Baltische staten en Finland. Ik ben niet echt overtuigd door de overeenkomst die 6 juli in de Raad is bereikt, voor zover bestaande eigenaars, hoofdzakelijk Gazprom en de bedrijven die ermee verbonden zijn, hun eigendomsrechten pas hoeven af te scheiden wanneer andere verbindingen in deze staten verschijnen. Deze situatie heeft iets van de kip-of-eikwestie, aangezien nieuwe verbindingen zeer waarschijnlijk niet zullen verschijnen als het niet mogelijk is vooraf tot overeenstemming te komen en volledige duidelijkheid te krijgen over toegang tot bestaande netwerken. Het is daarom mogelijk dat we hier gebruik moeten maken van een specifieke deadline, met de introductie van een onafhankelijke transmissiebeheerder in zulke situaties waar een monopolie bestaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Claude Turmes, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, het is de gasmarkt die hier vandaag op het spel staat. Met betrekking tot gas moeten we onderscheid maken tussen twee markten. Op de eerste plaats hebben we het feit dat we gas naar Europa moeten brengen. Daar hebben we een stabiel investeringsbeleid voor nodig dat ook rekening houdt met de gasleverende landen. Hiervoor hebben we lange termijn contracten nodig en moeten we Europese bedrijven de kans geven te investeren in pijpleidingen om dit gas naar Europa te transporteren. Wat we nodig hebben – en met een beetje meer inspanning van iedereen en in het bijzonder van de nationale regeringen – is een eensgezind Europees beleid met betrekking tot gas waardoor de 27 stemmen van de EU op internationaal niveau dezelfde lijn kunnen volgen. Dat is waarschijnlijk een betere definitie van wat we nodig hebben.

Als Nord Stream wordt gebouwd, zullen we gas hebben bij de grensovergang in Greifswald en in feite overal elders in Europa. Dan hebben we de LNG-markt, dat wil zeggen de Europese gasmarkt. De vraag die zich dan voordoet is of we beleid moeten opstellen voor de consument of voor de bedrijven die bij de Europese gasmarkt betrokken zijn.

Wat heeft een bedrijf nodig om een kartel te vormen? Het eerste is controle over de pijpleidingen zodat concurrenten geen toegang kunnen krijgen tot hun binnenlandse markt. Het tweede is controle over de gasopslagfaciliteiten, zodat een bedrijf dan geen moeilijkheden heeft om te leveren terwijl het vlot in staat is een buffervoorraad aan te leggen. Op de derde plaats is er marktdominantie: op het ogenblik controleert E.ON zestig tot zeventig procent van de Duitse markt terwijl Gaz de France een aandeel van zeventig tot tachtig procent van de Franse markt heeft en er zijn geen mechanismen voorhanden om hier iets aan te doen. Op de vierde plaats hebben we een zwak Europees regelgevingssysteem wat betekent multinationals en nationale regelgevende instanties die altijd op de tweede plaats eindigen. Dan, op de vijfde plaats, is er gebrek aan transparantie.

Wat stellen de heer Reul en anderen nu voor? Precies deze dingen! Met andere woorden, we zijn bezig beleid te ontwerpen voor de bedrijven in plaats van voor de consumenten. Daarom zijn wij van de Fractie van de Groenen/Vrije Europese Alliantie voor twee basisbenaderingen. We moeten gas naar Europa brengen, maar wanneer het gas eenmaal binnen de Europese gemeenschappelijke markt is, moet er concurrentie zijn: scheiding van de netwerken, betere toegang tot opslagfaciliteiten en een programma voor het vrijgeven van het gas.

Mijn beste conservatieven en liberalen, u kunt niet langer een situatie laten voortduren waarin we zeventig, tachtig of negentig procent dominantie op de nationale markten hebben en het enige wapen hiertegen is het vrijgeven van gas. Wij hebben een amendement voorgesteld om het programma voor het vrijgeven van gas opnieuw in te voeren en dat hebben we nodig. Wat betreft punt vier, natuurlijk hebben we een Europese regelgevende instantie nodig. Dit betekent dat voor de leden van de FDP en de CDU/CSU, alsook voor de liberalen en conservatieven, morgen de dag des oordeels is: of we maken beleid voor de consumenten of we maken beleid voor de bedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Esko Seppänen, namens de GUE/NGL-Fractie. (FI) Mijnheer de Voorzitter, commissarissen, het doel van het verslag dat ter discussie voor ons ligt, is de liberalisering van de energiemarkten, dit keer voor gas.

De meerderheid van het Parlement vraagt om scheiding of “loskoppeling” van de eigendomsverhoudingen van productie en netwerken in verband met de liberalisering van de elektriciteitsmarkten. De Raad heeft zich echter helemaal niets aangetrokken van het Parlement en dat is prima zo.

Loskoppeling van eigendomsverhoudingen garandeert helemaal geen verlaging van de consumentenprijzen. Wat er ook met het gas gebeurt, de lidstaten zullen nog steeds de optie hebben om eigendomsverhoudingen te ontkoppelen of op min of meer dezelfde wijze als nu door te gaan.

De bouw en het onderhoud van netwerken zijn geen winstgevende bedrijfsactiviteiten en dit moet men begrijpen als de huidige eigenaren bereid zijn daarmee te stoppen. Bedrijfswinsten groeien via de prijsstelling van elektriciteit en gas en het voorstel van de Commissie biedt hiertegen geen bescherming noch beschermt het consumenten tegen energiearmoede.

Bij het liberaliseren van de markten wil ik u nogmaals herinneren aan de situatie in de Verenigde Staten. Volgens de berekeningen van de NGO Public Citizen, is de prijs van elektriciteit in de veertien staten waar hij niet gereguleerd is, 52 procent hoger dan in de 36 staten waar hij wel gereguleerd is. Liberalisering, concurrentie en loskoppeling van eigendomsverhoudingen zullen niet automatisch leiden tot prijsverlaging.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Roland Clark, namens de IND/DEM-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit debat gaat ervan uit dat de EU voor energie heel erg afhankelijk is van aardgas. Ik bestrijd dat, niet in het minst omdat vrijwel al het aardgas moet worden ingevoerd. Het plaatst ons in de handen van anderen van wie niet allen nu wel zo vriendelijk zijn. Moet ik er u aan herinneren hoe Rusland twee jaar geleden met kerstmis de gaskraan voor Oekraïne dichtdraaide?

Hoe zit het met alternatieve inheemse bronnen? West-Europa is rijk aan steenkool, die slechts over korte afstand naar een krachtcentrale hoeft te worden vervoerd. Steenkool heeft een slechte naam, deels vanwege de vervuiling en deels vanwege het extra kooldioxide die zij vergeleken met gas per kilowatt produceert.

Maar u loopt achter. Steenkool kan tegenwoordig veel efficiënter verbrand worden, waarbij veel minder CO2 vrijkomt dan bij vroegere methodes. Persoonlijk heb ik liever dat zij niet verbrand wordt, maar tot cokes verwerkt. Steenkool omzetten in cokes levert twee rookvrije bronnen op: gas en cokes, die wanneer ze op de juiste wijze samen verbrand worden, meer energie produceren dan de steenkool waar ze vanaf komen, in de verhouding 5:4. Bovendien worden door grondige zuivering van het gas stoffen verwijderd die anders mileuverontreinigend zouden zijn. Het zijn in feite precies dezelfde bijproducten die we van olie krijgen. En dat alles bevindt zich onder onze voeten.

Dan is er verder kernenergie voor elektriciteit. Die heeft ook een slechte naam vanwege één weliswaar ernstig incident in Tsjernobyl, maar dat was een oude slecht ontworpen Sovjetinstallatie in de handen van exploitanten die probeerden de centrale zonder toezicht te sluiten en dat ging fout.

Waarom bestaan er twijfels over kernenergie, vooral hier in Frankrijk, waar kerncentrales zeventig procent van onze elektriciteit produceren? Neem er nota van dat Finland, zeer milieubewust, zojuist goedkeuring heeft gegeven voor de derde kerncentrale.

Meer recentelijk hadden we het schouwspel van de EU-promotie van biobrandstoffen die nu zwaar in twijfel worden getrokken. Biobrandstoffen worden of geproduceerd op nieuw land dat het resultaat is van de vernietiging van de regenwouden of op geconverteerde bestaande landbouwgrond. De eerste produceert meer CO2 dan de biobrandstoffen sparen, terwijl de tweede voedseltekorten veroorzaakt, vooral in de minder ontwikkelde landen.

Natuurlijk hebben we aardgas nodig, niet in het minst voor huishoudelijk gebruik, maar de strekking van deze verslagen is dat de gaslevering aan de EU via regulering moet worden gecontroleerd door de EU zelf. Welnu, als het ook maar een beetje lijkt op het GVB (het gemeenschappelijk visserijbeleid), waar de maatregelen die bedoeld waren om de visserij in stand te houden, hebben bijna geleid tot de vernietiging ervan, de hemel sta ons bij. Ongetwijfeld zullen de gasvoorzieningsregels een bureaucratische nachtmerrie worden, net wanneer de Commissie heeft gezegd dat zij dat allemaal wil verminderen. Hoe zul je anders een situatie creëren waar de gasvoorziening in tweeën wordt gesplitst: transport en opslag? Het meest efficiënte systeem is toch zeker dat degene die opslaat vervolgens levert – maar nee, je wilt het opsplitsen en de bureaucratie vergroten.

Het verslag stelt vergunningen voor de pijpleidingbeheerders voor terwijl aan de andere kant slimme meters worden geïnstalleerd zodat de consument nauw gevolgd kan worden. Door wie precies? Zo wordt het staatstoezicht opgeschroefd, terwijl energiestoring een punt van openbare orde wordt, waarbij de politie bevoegdheden krijgt om in te grijpen.

Afgezien van het feit dat deze verslagen de consument in de onzekere handen plaatsen van onbetrouwbare regimes, breiden zij de macht van de staat over het individu uit. Om kort te gaan, het gaat allemaal over controle.

Intussen moet worden opgemerkt dat eerder vandaag nog het Parlement heeft gestemd om onderzoek goed te keuren naar de milieueffecten van de voorgestelde gaspijpleiding onder de Baltische Zee. Dit is vergelijkbaar met het goedkeuren van een project om Russisch aardgas rechtstreeks naar Duitsland te brengen, waarbij Polen wordt overgeslagen, en zo hun voorraad te bewaren en wij geheel worden genegeerd. Noemen ze dat solidariteit?

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik steun de methode en de inhoud van het voorstel van de heer La Russ volledig. Uiteindelijk besluiten we dan de eigendomsverhoudingen met betrekking tot de activiteit van het produceren van aardgas te scheiden van die van het transport, of wij vertrouwen op zijn minst de herdistributie toe aan een aparte beheerder. Dit is geheel terecht de strekking van het parlementaire amendement dat het concept van onafhankelijk transmissiebeheerder introduceert.

Dit is een welkome poging om gevaarlijke monopolies te ontmantelen – zoals de heer Zīle zojuist heeft gezegd – en derhalve belangenconflicten op de meest doelmatige manier te regelen: het is van vitaal belang om dat te doen om voorzieningszekerheid te garanderen. Verder wordt een prijzenswaardige poging gedaan om een einde te maken aan geo-economische en geopolitieke inmenging door beheerders van derde landen te verbieden – zij het met verklaringen van afstand die naar ik hoop van korte duur zullen zijn – het netwerk van gaspijpleidingen te controleren die van strategisch belang zijn voor de Unie.

Eén verdienste van het La Russa-verslag is dit: als het waar is, en het is waar, dat het doel van de Gemeenschapsbrede interne gasmarkt is alle EU-consumenten vrijheid te bieden hun eigen leverancier te kiezen en tegelijkertijd nieuwe commerciële kansen te scheppen, moeten we verwachten dat een meer doelmatige dienst wordt verschaft en dat die vervolgens terug te zien is in een concurrerende prijsstelling. De bijdrage aan voorzieningszekerheid lijkt ook duidelijk. Ten slotte, nog een aspect dat waard is opgemerkt te worden met het oog op het enorme sociale belang ervan is de versterking van de bescherming van gebruikers op nationaal niveau: meer kwetsbare gebruikers en zij die wonen in benadeelde of afgelegen gebieden en regio’s. Zulke bescherming moet geboden worden dankzij preferentiële leveringstarieven.

Ik feliciteer mijn collega en ik hoop dat zijn verslag de brede steun zal krijgen die het verdient.

 
  
  

VOORZITTER: ADAM BIELAN
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Alejo Vidal-Quadras (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, morgen stemmen we over het tweede en laatste deel van het derde wetgevingspakket voor de liberalisering van de energiemarkt, met andere woorden, het gedeelte betreffende de gassector.

Dit Huis heeft altijd beweerd dat de werkelijkheid van de gasmarkt verschilt van de elektriciteitsmarkt, aangezien een sector die al zijn gebieden van activiteit van productie tot einddistributie controleert, niet hetzelfde is als een sector die, onderhevig aan intense geopolitieke druk tijdens de winnings- en productiefase, alleen transport en eindverkoop controleert.

Daarom vond, en vindt nog steeds, een grote meerderheid van het EP dat we naar een ander alternatief voor loskoppeling van de eigendomsverhoudingen voor gas moeten kijken. Hiertoe nam de Commissie industrie, onderzoek en energie een compromisamendement van het La Russa-verslag aan en zorgde zo voor een positie die aanvaardbaar was voor de grote meerderheid van de leden die dit zien als een geloofwaardig alternatief voor de loskoppeling van de eigendomsverhoudingen; een alternatief dat effectieve onafhankelijkheid garandeert van de systeembeheerder, aangezien alleen dit ervoor kan zorgen dat meer investeringen ter beschikking zullen komen om de capaciteit te vergroten en dit verwijdert op zijn beurt de grootste barrière voor nieuwkomers en zorgt voor betere en grotere concurrentie.

Degenen van ons die loskoppeling van de eigendomsverhoudingen steunen, hebben altijd gezegd dat wij een geloofwaardig alternatief zouden kunnen accepteren dat dezelfde resultaten zou garanderen. Ik denk dat we erin geslaagd zijn een geschikt plan op te stellen met dit gascompromis.

We zijn ons er echter van bewust dat bepaalde personen de voorkeur geven aan het alternatieve plan dat is voorgesteld door de Raad, die het beheerderconcept niet steunt en van plan is een aparte stemming voor te stellen. Ik wil de Raad laten weten dat zonder dit concept zijn alternatief geen echt alternatief vormt voor loskoppeling van de eigendomsverhoudingen, maar eerder een juridische formule die bepaalde lidstaten zal toestaan meer gelijk te zijn dan andere in termen van het openen van hun markten. Natuurlijk lijkt deze mogelijkheid niet zo samenhangend.

Ten slotte wil ik mijn onverdeelde steun geven aan het gasverordeningsverslag van Paparizov en mijn dankbaarheid uitspreken aan de heer Paparizov voor zijn uitstekende hulp aan ons tijdens de eerste lezing.

 
  
MPphoto
 
 

  Teresa Riera Madurell (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, commissarissen, mevrouw de fungerend Raadsvoorzitter, ik wil beginnen met het Europees strategisch plan voor energietechnologie en de heer Buzek feliciteren en hem danken voor het opnemen van amendementen die naar de mening van mijn fractie van wezenlijk belang zijn. We zijn tevreden over de manier waarop we samen de financiën hebben aangepakt, een gemeenschappelijke zorg binnen zo’n belangrijk plan. We moeten ook nog melding maken van personeel, niet alleen omdat dat moet worden uitgebreid, maar omdat het Plan ook andere aspecten betreft zoals opleiding, mobiliteit en coördinatie.

Eén uiterst belangrijke doelstelling is bereikt in die zin dat een belangrijkere rol is toegewezen aan technologieën die energie-efficiëntie verhogen en aan onderzoek in het algemeen, waarbij het volledig potentieel van het Europees onderzoeksveld wordt ingezet. Het verslag versterkt onderzoek en basiswetenschappen die onmisbaar zijn voor het maken van vorderingen in de energietechnologie en vraagt de particuliere sector meer te investeren in onderzoek en grotere risico’s te nemen zodat de EU in deze sector voorop loopt.

Er moeten ook verbeteringen tot stand gebracht worden met betrekking tot technologieoverdracht, een taak die ter hand moet worden genomen door het nieuwe Europese instituut voor innovatie en technologie en er moet meer samenwerking komen met de lidstaten en andere Gemeenschapsinstrumenten om onderzoek, ontwikkeling en innovatiecapaciteiten op die terreinen te ondersteunen. Coördinatie moet zich uitstrekken tot alle terreinen die, vanwege de multidisciplinaire aard ervan, een rol spelen in energietechnologieonderzoek en -ontwikkeling, vooral informatie- en communicatietechnologieën.

Met betrekking tot gas moet eenvoudigweg worden gezegd dat LNG-installaties en de opslaginfrastructuren ervan, mits die onderling verbonden zijn met transportnetwerken, opereren als complementaire faciliteiten die een essentiële rol spelen doordat ze nieuwe beheerders toegang garanderen en het creëren van een echte interne Europese markt bespoedigen. Het lijkt daarom logisch op dit terrein dezelfde behandeling toe te passen.

Binnen deze context komt opereren op basis van het “alles-onder-één-dak” principe dat door het Huis wordt gehuldigd, een gecombineerde beheerder van onafhankelijke infrastructuren, als de meest effectieve optie naar voren. Het gebruik van een gemeenschappelijke beheerder geeft gebruikers toegang tot gasinfrastructuren, aangezien zij gelijksoortige contracten en codes zullen tegenkomen, hetzelfde niveau van transparantie en de kans diensten in groepen te rangschikken.

Dit is de redenering achter de drie amendementen die wij in de plenaire vergadering voorstellen en ik vraag mijn collega’s ervóór te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Adina-Ioana Vălean (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als schaduwrapporteur voor het SET-plan verwelkom ik dit initiatief van harte. We stellen een nieuwe energieonderzoeksagenda vast voor Europa, die heel erg nodig is met het oog op de uitdagingen waarvoor wij in het volgende decennium gesteld worden.

De Commissie gelooft dat Europa de kosten van schone energie moet verlagen en de industrie moet plaatsen in het voorste gelid van de koolstofarme technologiesector. Terwijl ik het eens ben met deze doelstellingen, zeg ik ook dat de beste bedoelingen nooit werkelijkheid worden zonder de juiste financiering. Daarom betreur ik het dat de Commissie niet de mededeling over de financiering voor nieuwe koolstofarme technologieën heeft gepubliceerd. Hoe is de Commissie van plan deze maatregelen te financieren? Ik kan u in elk geval vast verzekeren dat het Parlement niet zal accepteren dat middelen uit het Zevende Kaderprogramma of het GLB worden hertoegewezen.

Deze vraag met betrekking tot financiering wordt ook opgeworpen in verband met de twaalf CCS-projecten. Terwijl ik geloof dat deze technologie de industrie zou kunnen helpen CO2-emissies te verminderen, kan ik niet accepteren dat het geld van de Europese belastingbetalers gebruikt wordt om de ontwikkeling van een CCS-infrastructuur te financieren die uiteindelijk iemands bedrijf zal worden. Als liberaal geloof ik dat we de markt moeten laten functioneren en dat we, indien nodig, een billijk partnerschap met de industrie moeten ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Dariusz Maciej Grabowski (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de benadering van de Europese Unie van energiekwesties zit vol inconsistenties. We horen een steeds sterkere vraag naar vriendschappelijke, gezamenlijke samenwerking en strategie voor de lange termijn, terwijl we tegelijkertijd te maken krijgen met voorbeelden van ongecoördineerde maatregelen, eenzijdige voorstellen en investeringen die de belangen dienen van de ene partij ten koste van andere.

De verslagen die op tafel zijn gelegd zijn een poging dit probleem aan te pakken of anders de aandacht te vestigen op kwesties en dilemma’s die nog niet voldoende zijn bekeken. De rapporteur verdient hiervoor onze lof. In de geschiedenis van de wereld hebben wij nooit een voorbeeld gezien van een ander artikel waarvan de prijs in zulke korte tijd zo gestegen is als de prijs van olie en gas. Om deze reden kunnen we duidelijk zeggen dat er fouten zijn gemaakt met betrekking tot toekomstverwachtingen.

Er bestaat geen twijfel over dat dit economisch dilemma moet worden opgelost door twee kanten op te gaan: allereerst door het aanbod te vergroten van energiebronnen, waaronder nieuwere en meer efficiënte, en, op de tweede plaats, door de groeiende vraag af te remmen door middel van nieuwe, meer economische technologieën. De Europese Unie moet zich in dit opzicht effectiever betonen en mag niet toelaten dat het privilege van toegangsmonopolie op grondstoffen of een meerderheid van aandelen over de situatie in de markt beslist. Om deze reden zijn toegang tot gasdistributienetwerken, onderzoek naar nieuwe technologieën en nieuwe agentschappen nuttige suggesties.

Het is op dit moment dat wij dringend maatregelen en tenuitvoerlegging nodig hebben. Daarom moet de bedreiging van de stabiliteit van het klimaat, die wordt gevormd door CO2-emissies, opnieuw door wetenschappers geanalyseerd worden om te verifiëren of die juist is, zodat wij in de toekomst niet tot de ontdekking komen dat verminderingen van emissies slechts voordelen opleveren voor een paar uitverkorenen, dat wil zeggen, hoofdzakelijk grote bedrijven en niet consumenten, terwijl we tegelijkertijd de steenkolensector te gronde richten.

 
  
MPphoto
 
 

  Rebecca Harms (Verts/ALE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, we hebben onlangs nieuws gehad uit Japan dat zeker de rapporteur, de heer Buzek, in verrukking zal hebben gebracht. Dat nieuws hield in dat mijn land, Duitsland, geheel geïsoleerd stond met betrekking tot het gebruik van kernenergie. Ik vraag mij soms af hoe zulke berichtgeving mogelijk kan zijn en of mensen niet weten hoe weinig landen in de wereld eigenlijk kernenergie gebruiken.

Als je het goed bekijkt, zie je dat drie kwart van alle kernenergie in de wereld wordt geproduceerd in slechts zes landen, terwijl er één of twee andere zijn die een marginaal aandeel van de kernenergiemarkt hebben. Dit betekent dat op mondiaal niveau kernenergie tot nu toe weinig of geen bijdrage heeft geleverd. Zij speelt slechts een rol in een deel van Europa en Noord-Amerika, waar zij een belangrijke rol speelt.

Er zijn veel factoren die bepalen of deze stand van zaken zal veranderen of niet en één hiervan is hoeveel overheidsgeld opnieuw in deze stervende industrie gepompt moet worden. De VS, die zo opvallend aanwezig was in Hokkaido, heeft nu – dankzij de vertrekkende president Bush – achttien miljoen dollar toegezegd om twee of drie reactorprojecten te promoten. Er is daar twintig jaar lang niets van dien aard gebouwd en de nucleaire industrie heeft heel wat overheidsgeld nodig om kunstmatig een markt te creëren.

Zo’n zes miljard euro is aangekondigd voor het Verenigd Koninkrijk. Dit is naar men zegt wat een reactor daar kost, als de Duitse firma E.ON die bouwt. Als we elders rondkijken, zien we dat de kerncentrale van Belene voor minder gebouwd wordt, hoewel Bulgarije zeshonderd miljoen euro van Brussel wil om het plan in praktijk te brengen.

We moeten echt beslissen of we in de komende jaren overheidsgeld in toekomstige technologieën en nieuwe markten moeten steken of dat we ons houden bij de technologie van de vorige eeuw die ons voor enorme risico’s stelt. Ik pleit vóór de toekomst en tegen kernenergie omdat ik ervan overtuigd ben dat de risico’s die deze technologie oplevert, niet overwonnen kunnen worden. Het bericht vandaag van weer een ongeluk in de kerncentrale van Paks in Hongarije bevestigt simpel mijn mening opnieuw. Dank u allen voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 
 

  Miloslav Ransdorf (GUE/NGL). - (CS) Dames en heren, commissarissen, vertegenwoordigers van de Raad, ik wil vandaag zeggen dat we ons in dezelfde situatie bevinden als de mensen in het boek The Pilgrim’s Progress van John Bunyan, dat de vraagt stelt: “Waren jullie Doeners of alleen maar Praters?” Ik denk dat het nu tijd is voor actie en dat de Europese kiezers willen dat wij maatregelen nemen die leiden tot billijke prijzen in de energiemarkten. Het aandeel van speculatie tegenwoordig maakt dertig tot veertig procent van de uiteindelijke prijs uit en het zou goed zijn een moratorium op de energieprijs in te voeren wanneer de jaarlijkse stijging boven de dertig procent is, zoals nu het geval is. Ik denk dat de mensen van ons verwachten dat wij dit doen. Het is duidelijk dat redding niet alleen in de markten te vinden is en het oude gezegde dat “financiers de staat steunen zoals een touw een gehangene steunt” wordt bevestigd. Naar mijn mening zal liberalisering ons in de huidige situatie niet helpen. Wat ons zal helpen is het bouwen van nieuwe capaciteit (inclusief de veel veroordeelde kernenergie) en investeringen, zeer grote investeringen in nieuwe technologieën. Hier in kunnen we wellicht een echte uitdaging zien: de basis creëren voor een nieuw, technologisch tijdperk voor de lange termijn in de energiesector. Crises, waaronder energiecrises, worden overwonnen door middel van innovatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Jana Bobošíková (NI). - (CS) Dames en heren, ik vrees dat wij vandaag opnieuw bezig zijn met het oplossen van deelproblemen van de energiemarkten in plaats dat wij de tijd nemen om, op complexe wijze, na te denken over de strategische problemen. Weten wij echt wat realistisch gezien de energiebehoeften van de landen van de Europese Unie in de komende decennia zullen zijn en wordt deze kennis weerspiegeld in onze verordeningen en richtlijnen? Weten wij echt hoe een stabiele Europese energiesituatie er als geheel moet uitzien? Kunnen wij duidelijk die landen herkennen die actief op zoek zijn naar de oplossingen van hun energiebehoeften en tegelijkertijd de vinger leggen op de herrieschoppers die alleen maar energie-importeur zijn maar tegelijkertijd schaamteloos energieproducenten en –exporteurs bekritiseren. Zijn wij op zijn minst wat realistischer geworden in het licht van de laatste studie van de Wereldbank, over de onzinnige doelstellingen van de Unie op het gebied van biobrandstoffen?

Dames en heren, geen markt functioneert als de vraag het aanbod overtreft. Dat kan de Unie tamelijk snel op het gebied van energie overkomen. Daarom moeten we beginnen met het steunen van onderzoek en ontwikkeling en, allerbelangrijkst, alle schakels in de energieketen oplossen, zoals productie, transmissie, distributie en verbruik. Wat de bronnen betreft, of we het nu leuk vinden of niet, het is nodig dat we beginnen met de bouw van nieuwe centrales om de bestaande te vervangen die het eind van hun levensduur naderen om aan de groeiende energievraag tegemoet te komen. Ik geloof dat we moeten beginnen te praten over een energiemix die geen enkele energiebron, inclusief kernenergie, discrimineert, die de geografische en politieke kaarten van de eigenaren van grondstoffen respecteert en die gebaseerd is op moderne wetenschappelijke kennis die in de praktijk gebruikt kan worden in plaats van op groene dromen.

Dames en heren, natuurlijk steun ik de zogenaamde derde weg, volgens welke lidstaten hun recht behouden om vrijelijk de eigendomsbetrekkingen tussen energieproducenten en transmissienetten te definiëren. Ik verwelkom ook de stimulans die gegeven wordt aan de onafhankelijkheid van competenties en plichten van de potentiële beheerders van de transmissienetten. Ik geloof dat we op deze manier erin zullen slagen groeiende eenzijdige afhankelijkheid van gasleveringen uit Rusland te voorkomen en tegelijkertijd te investeren in de distributie en zekerheid van de aardgasvoorziening.

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Rübig (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, energie is de bron van de toekomst en het is daarom van belang dat we de zaak op lange termijn bekijken wanneer we debatteren over het onderwerp energievoorziening van Europa. Het is ook bijzonder belangrijk lange termijn contracten niet uit te sluiten maar eerder ervoor te zorgen dat deze in overweging worden genomen bij het plannen van stabiele energievoorziening aan Europa.

We moeten ook nadenken over de productie- en leveringsvoorwaarden voor de trans-Europese netwerken. Door het verschaffen van steun en stimuleringsmaatregelen aan de ene kant, zouden we, aan de andere kant, kunnen eisen dat loskoppeling, zelfs loskoppeling van eigendomsverhoudingen, als basis dient voor het stellen van de productie- en leveringsvoorwaarden. Er zijn talloze modellen die hierbij gebruikt zouden kunnen worden om de toekomstige markten veilig te stellen.

Een zeer belangrijke kwestie – en een die vandaag al besproken is – betreft de exploitatie van kerncentrales. Het is hoog tijd dat de Europese Commissie op dit gebied een actieve rol speelt door een agentschap of regulator op te zetten die verantwoordelijk zou zijn voor de veiligheid en beveiliging van kerncentrales. Deze regulator zou ook de bevoegdheid moeten hebben onveilige kerncentrales uit het netwerk te verwijderen.

Het Franse agentschap zou in dit opzicht als model kunnen dienen. Frankrijk heeft ons een uitstekend voorbeeld gegeven van hoe men een onafhankelijke regulator kan opzetten. Het zou nuttig zijn als deze Franse regulator een stem zou krijgen in de werkzaamheden van de regulators in de andere 26 landen. Dit zou de nationale regulators versterken en de gezondheids- en veiligheidskwesties in Europa aanpakken. Hiervoor delen we met zijn allen de verantwoordelijkheid. We moeten nadenken over een strategie voor de lange termijn over hoe we de mensen van Europa in de komende jaren kunnen beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Reino Paasilinna (PSE). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, commissarissen, dames en heren, rapporteurs en schaduwrapporteurs, het compromis dat bereikt is in de gasrichtlijn is goed en wij kunnen het steunen.

Er is echter niet voldoende aandacht besteed aan klanten en consumenten, die zich in een zwakke positie bevinden; dit geldt voor de armen en voor degenen die in afgelegen gebieden wonen. Ik vraag u daarom de door ons voorgestelde amendementen te steunen. Op de tweede plaats is het goed dat er een compromis bereikt is met de Raad, waardoor de landen van waaruit geen pijpleiding naar de andere EU-lidstaten loopt, uiteindelijk niet alle regelgeving inzake de interne markt ten uitvoer leggen omdat zij niet deel nemen aan de interne markten.

Een strategisch programma voor energietechnologie is echt nodig en ik feliciteer de rapporteur met het feit dat energie-efficiëntie erin opgenomen is. Er is onvoldoende financiering voor energietechnologie geweest. Dit heeft ertoe geleid dat vraag en aanbod niet goed met elkaar in overeenstemming zijn. De crisis die heeft plaats gevonden in alle sectoren van de energie-industrie heeft ertoe geleid dat de industrie, die zich bewust is geworden van klimaatverandering, niet de technologie heeft verkregen die zij vlug genoeg nodig heeft. Er zijn heel eenvoudig niet voldoende leveranciers van onderdelen.

Het feit dat we ons bewust geworden zijn van de realiteit van klimaatverandering heeft getoond hoe slecht we erop voorbereid zijn. De verandering in de houding van de burgers is echter duidelijk en nu is op hetzelfde moment samenwerking nodig van de kant van de Gemeenschap, de Unie, haar lidstaten en industrie omdat we moeten voorkomen dat zich ontwikkelende economieën onze levensomstandigheden bederven door ze te vervuilen.

We moeten samenwerking met de Verenigde Staten verbeteren op het gebied van het milieu en tegelijkertijd moeten we een energiesamenwerkingsovereenkomst sluiten met Rusland. Het is daarom belangrijk om rekening te houden met consumenten, industriële ontwikkeling en samenwerking met de Verenigde Staten en Rusland.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Laperrouze (ALDE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, met betrekking tot de gasmarkt wil ik de aandacht vestigen op twee elementen. Het eerste betreft langlopende contracten. Dit type contract is een belangrijk instrument voor zowel huishoudelijke als industriële consumenten. Hierdoor kunnen we de markt over langere termijn bekijken en dat zorgt er zo voor dat die op meer stabiele en efficiënte wijze functioneert.

Het tweede betreft de zekerheid van de systemen en bovenal de zekerheid van de gasvoorziening. Gastransmissienetten zijn van nog groter strategisch belang dan elektriciteitsnetwerken. Het vraagstuk van het eigendom is zeer belangrijk in verband met de samenstelling van het Europese model, dat gekenmerkt wordt door grote afhankelijkheid van producerende landen, die buiten de Europese Unie liggen.

Om deze redenen steun ik het amendement voor de derde optie, die niet-discriminerende netwerktoegang garandeert. Daarnaast stelde mijn fractie voor, net zoals in het geval van elektriciteit, een gemeenschappelijke Europese transmissiesysteembeheerder te creëren die onze strategische belangen zou beschermen. In dit opzicht wil ik mijn collega Claude Turmes geruststellen. Deze richtlijn met betrekking tot de gasmarkt beoogt niet nationale historische beheerders te beschermen maar hun de gelegenheid te geven de grote energiekampioenen van Europa te worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (UEN).(GA) Mijnheer de Voorzitter, investeren in nieuwe en schonere technologieën moet een centraal element in de strategieën van de EU zijn om ervoor te zorgen dat wij de EU-doelstelling kunnen halen dat 25 procent van de energievoorziening afkomstig is uit de duurzame energiesector. Het is even belangrijk dat andere handelsblokken in de hele wereld in de nabije toekomst gelijksoortige toezeggingen ondertekenen. De brandstofprijzen zijn nu echter een punt van ernstigere zorg voor de burgers van Europese landen. De Europese Unie moet zorgen voor innovatief beleid om te helpen de stijging van de olieprijzen te stuiten. De olieproductie verhogen is een zeer belangrijk element van dit proces.

(EN) Mijnheer de Voorzitter, er is op het ogenblik duidelijk onzekerheid in de internationale financiële markten. Veel speculanten hebben hun investeringsstrategieën naar de goederenmarkten verplaatst en deze speculatie heeft bijgedragen aan de verhoging van druk op de olieprijzen in een opwaartse spiraal. Stijgende olieprijzen zijn het laatste wat het Europese bedrijfsleven en consumenten kunnen gebruiken in een tijd van groeiende economische moeilijkheden. De Europese Unie moet zorgen voor een progressief nabuurschapsbeleid dat ervoor zorgt dat we onze energiebehoeften naar de toekomst toe kunnen beschermen en veiligstellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacky Hénin (GUE/NGL). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, wanneer het gaat over gas en energie in het algemeen, hebben we te maken met twee lijnrecht tegenover elkaar staande benaderingen. De liberale benadering bestaat eruit gas en de voorziening ervan te behandelen als een goed en een dienst zoals alle andere, die leidt tot ongeremde concurrentie en geheel buitensporige ontmanteling van geïntegreerde openbare nutsdiensten.

Onvermijdelijk stijgen dan de prijzen, de verleende diensten gaan achteruit, en commerciële investeringen schieten omhoog ten nadele van onderzoek en ontwikkeling en ten nadele van zekerheid. Erger nog, het produceert schadelijke concurrentie tussen de diverse vormen van energie en stimuleert zo korte termijn keuzes op basis van het enige criterium van zo groot mogelijke winst in zo kort mogelijke tijd.

Die benadering vormt de basis voor de verslagen die ons zijn voorgelegd. Er is echter een andere benadering die eruit bestaat energie, gas en de levering ervan te behandelen als een openbare dienst die aan allen moet worden verleend op basis van gelijkheid en aanpassingen van territoriale aard. Dat zou leiden tot een echt Europa van energie gebaseerd op samenwerking en het algemeen belang. Het zou gebouwd worden rond een Europees energieagentschap dat alle onderzoeksinspanningen van de lidstaten zou coördineren en bundelen en gelijke toegang tot energie voor alle burgers zou garanderen. Het zou gebaseerd zijn op een economisch samenwerkingsverband dat Europese energiebedrijven, zowel openbare als particuliere, integreert. Dit EESV zou binnen een kader van samenwerking grote industriële projecten op EU-niveau uitvoeren en het mogelijk maken dat onze bronnen zouden worden gebundeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Romana Jordan Cizelj (PPE-DE). - (SL) Op het gebied van energie worden we geconfronteerd met minstens drie uitdagingen: de milieu-uitdaging, de uitdaging ervoor te zorgen dat de Europese economie concurrerend is en de uitdaging een regelmatige energievoorziening veilig te stellen.

De wezenlijke voorwaarde en een noodzakelijke eis voor het beantwoorden van deze uitdagingen is dat de spelers opereren in een transparante interne markt en op basis van uniforme regels.

Er is natuurlijk een verschil tussen de elektrische energiesector en de gassector. In de gassector is onze afhankelijkheid van invoer wel zestig procent en, volgens sommige schattingen, zal deze afhankelijkheid in 2030 tachtig procent zijn. Alleen al uit Rusland importeren wij veertig procent van de totale gasinvoer en sommige lidstaten importeren al hun gas, wat betekent dat hun afhankelijkheid van import honderd procent is. Om deze reden is het uiterst belangrijk dat wij ervoor zorgen dat een geïntegreerd Europa een competente en gelijkwaardige partner voor Rusland is.

Met liberalisering in de energiesector introduceren wij verschillende onafhankelijke hoofdrolspelers. Gegeven het feit dat het in Europa nu al een aanzienlijke uitdaging is om te zorgen voor een kritische massa goed opgeleide arbeidskrachten, zal het door verdere liberalisering nog moeilijker worden in de toekomst deskundigen te krijgen. Dit geldt in het bijzonder voor kleinere lidstaten met betrekkelijk kleine stroomproducerende ondernemingen. Een extra uitdaging in dit opzicht is de politieke verantwoordelijkheid voor het welzijn binnen een land te bewaren ondanks de veranderingen op de Europese energiemarkten.

Een goed opgeleide beroepsbevolking is ook vereist om de mogelijkheden te benutten die beschikbaar zijn binnen het SET-programma. Alleen al tijdens de afgelopen vier jaar hebben we een aantal mechanismen voor de bevordering van onderzoek en ontwikkeling in de energiesector uitgewerkt. Ik verwacht daarom dat de Commissie speciale aandacht zal wijden aan de harmonisering van diverse contracten.

Dames en heren, het Sloveens voorzitterschap heeft aanzienlijke pogingen in het werk gesteld om het derde pakket voor marktliberalisering te bevorderen. Ik hoop dat het Franse voorzitterschap het werk met dezelfde overtuiging zal voortzetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Šarūnas Birutis (ALDE).(LT) De enige manier om een soepel functionerende, zekere gasmarkt tot stand te brengen is te kiezen voor de verticale loskoppeling van monopolies. Er is ongetwijfeld een heel verschil tussen de elektriciteits- en de gasmarkt en we moeten er in onze documenten onderscheid tussen maken, zoals terecht gedaan is door de Commissie industrie, onderzoek en energie. Helaas hebben we maar een paar gasleveranciers en als we niet iets doen om afhankelijkheid zoveel mogelijk te verminderen, zullen we in belangrijke mate afhankelijk zijn van hen, zowel nu als, hoogst waarschijnlijk, in de toekomst. Onze afhankelijkheid verminderen is van het uiterste belang en de documenten die voor ons liggen, zullen een zeer grote rol spelen in het proces.

Laten we de zaak realistisch bekijken en de derde weg kiezen. Het is noodzakelijk de realiteit van de positie van de gasmarkten van de lidstaten in overweging te nemen. Litouwen, bijvoorbeeld, is, samen met de rest van de Baltische staten, afhankelijk van één enkele leverancier voor zijn gasvoorziening, Gazprom. Zonder twijfel is het Kremlin klaar staat om zijn autoriteit in de gasvoorzieningssector van de EU te handhaven en te vergroten. Er worden geen financiële middelen gespaard. Iedereen is getuige geweest van het niveau van lobbyen met betrekking tot het Nord Stream- en andere projecten. Dit is geen economie, het is politiek, en nog behoorlijk agressief ook.

De enige manier waarop we deze dictatuur kunnen weerstaan, is door middel van solidariteit in onze daden en het creëren van een gemeenschappelijk EU-energiesysteem en eveneens door het steunen en ten uitvoer leggen van de alternatieve en, natuurlijk, kernenergieprojecten. Hiervoor zullen we politieke wilskracht en communautaire gelden nodig hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Guntars Krasts (UEN).(LV) Dank u, Mijnheer de Voorzitter. Dit is een tijd waarin de Europese Unie moet reageren op de stijging van gasprijzen door middel van liberalisering van de markt, wat het enige instrument is dat precies de verhouding tussen vraag en aanbod weerspiegelt. Helaas kunnen we nog steeds zien dat de energiesector zich in de greep bevindt van Europese energiebedrijven die verticaal en op het niveau van staatsbeleid geïntegreerd. Ik wil daarom de dankbaarheid van het Parlement uitspreken aan de betreffende commissie voor haar inspanningen om hervormingen in de richting van marktliberalisering te sturen. De heer Piebalgs heeft echter gelijk wanneer hij zegt dat we de verdeling van eigendomsrechten een kans moeten geven. Een extra argument is het feit dat zeven EU-lidstaten deze stap in feite gemaakt hebben. De Raad heeft ontheffingen van de richtlijn vastgelegd voor kleine, geïsoleerde gasmarkten. In elk geval kan Letland, de staat die ik vertegenwoordig in het Europees Parlement, niet spreken van volledige isolatie, aangezien het een gemeenschappelijke gasmarkt heeft dat het deelt met twee andere EU-lidstaten en een gasopslagplaats die aan de regio levert. Dit zijn voldoende eerste vereisten om de elementen van een markt in de regio te creëren. Ik doe daarom een beroep op u niet de voorstellen van de Raad in die richting te steunen, tenminste niet voor de drie Baltische staten, maar een ontheffing te verlenen van de richtlijn. Zij moeten zich voorbereiden op de integratie van de EU-gasmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL).(PT) Mijnheer de Voorzitter, het fundamentele punt waarover wij hier discussiëren, is de liberalisering van de aardgasmarkt door druk uit te oefenen op de lidstaten om het proces van privatisering van wat nog steeds openbaar is te versnellen. Om dit sneller te bereiken, dringen de voorstanders van het voorstel aan op loskoppeling van de eigendomsverhoudingen van de netwerken, zonder enige bezorgdheid omtrent energiezekerheid.

Het feit is dat de erkende resultaten van de tot stand gebrachte liberalisering van de elektriciteitsmarkt laten zien dat noch werknemers noch consumenten profiteren van liberalisering. Integendeel, zij heeft werkgelegenheid met rechten verminderd en de prijzen betaald door de consumenten verhoogd. Het is duidelijk dat de winsten van economische groepen in de elektriciteitssector zijn toegenomen, maar dat brandstofarmoede ook is toegenomen, met andere woorden, meer mensen en gezinnen hebben moeite toegang te krijgen tot energie. Wij betreuren het daarom dat dezelfde route nu wordt genomen met aardgas. Hoewel dit verschillende sectoren zijn, zullen de economische en sociale gevolgen identiek zijn, vandaar dat wij tegen zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Gunnar Hökmark (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, waar we ook over praten, of het nu milieu- of veiligheidskwesties zijn, klimaatverandering of Europees concurrentievermogen, de energiemarkten en hoe die functioneren in de toekomst, zijn van levensbelang. Dit geldt ook voor de discussie over de volgende fase van onze wetgeving met betrekking tot kooldioxide-emissies: hoe moeten we de lasten verdelen en hoe moeten we een plan ontwikkelen van de Europese handel in emissierechten.

Daarom wil ik mij wenden tot het voorzitterschap en benadrukken dat, wanneer we hier vandaag gedebatteerd hebben en morgen gestemd hebben over het tweede deel van het energiepakket, het van het grootste belang is dat het voorzitterschap de discussies start tussen het Parlement en de Raad. Er mag geen vertraging zijn, omdat het nodig is dat deze markten functioneren voorzien van nieuwe wetgeving. We kunnen ons afvragen of de Europese energiemarkten zo goed functioneren als ze eigenlijk moeten. Het antwoord is heel gemakkelijk: nee.

Er is verschil tussen de elektriciteitsmarkt en de gasmarkt. Elektriciteit is afhankelijk van een aantal verschillende energiebronnen en verschillende producenten, terwijl gas eerder afhankelijk zal zijn van distributeurs. Daarom is het verschil in wetgeving waarover wij nu spreken – namelijk dat we volledige loskoppeling van de eigendomsverhoudingen hebben met betrekking tot elektriciteit en dit plan waartoe de Commissie industrie, onderzoek en energie in het Parlement besloten heeft – aanvaardbaar. Maar wat belangrijk is, is ervoor te zorgen dat hierover zo spoedig mogelijk wordt gesproken en onderhandeld. Het is belangrijk ervoor te zorgen dat de wetgeving met betrekking tot gas een scheiding mogelijk maakt tussen productie en distributie die ook de derde landen clausule van het energiepakket echt sterk maakt.

Ik wil nogmaals met nadruk tot het voorzitterschap zeggen dat onderhandelingen zo snel mogelijk moeten beginnen. Niet uitstellen tot oktober. We moeten nu beginnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Trautmann (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ofschoon ik spreek na mijn collega de heer Hökmark, deel ik niet het standpunt dat hij zojuist heeft uiteengezet. Ik geloof dat nu wij net op het punt staan dit energiepakket aan te nemen, wij drie uitdagingen in gedachten moeten houden.

De eerste is de energie-uitdaging of de klimaatuitdaging, die de aandacht vestigt op de mate waarin wij moeten denken aan de aard van gas als bron en er op zeer specifieke wijze mee moeten omgaan. De tweede uitdaging is die onze medeburgers onder onze aandacht brengen: de prijs. Hun koopkracht wordt op het ogenblik aangetast door de prijs van de olie; zij willen toegang tot een hoogwaardige, betrouwbare, constante bron en zij willen dat hun belangen in het bijzonder worden beschermd. Dan hebben we natuurlijk de uitdaging van bedrijven en de uitdaging van werknemers. Er bestaan op het ogenblik veel gevoelens van vrees: zowel bij consumenten wat betreft hun toegang tot energie en bij werknemers die geconfronteerd worden met het vooruitzicht dat gasbedrijven ontmanteld worden. Daarom, Mijnheer de Voorzitter, geloof ik dat wij zeer grote aandacht moeten besteden aan alle oplossingen die worden voorgesteld.

Aangezien het belangrijk is erover te spreken, noem ik de kwestie van de derde optie. Ik wil allereerst mijn collega’s in de ITRE-Commissie bedanken, die vorige maand in hun wijsheid het Vidal-Quadras/Laperrouze compromis hebben aangenomen. Ik geloof vast dat deze eensgezinde aanpak die het elk van de lidstaten mogelijk maakt de noodzakelijke verbeteringen in hun gasmarkt aan te brengen, in overeenstemming met hun tradities, een nuttige basis voor discussie met de Raad zal zijn en ik wil een beroep doen op mijn collega’s die basis te bevestigen.

Wanneer de prijzen hoger zijn, wordt natuurlijk het bewustzijn van het netelige karakter van klimaatverandering groter. We moeten echter reageren op deze drie uitdagingen, de ecologische dimensie en de dimensie van voorzieningszekerheid en we moeten daarom de beste optie kiezen en dat betekent de derde.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladko Todorov Panayotov (ALDE). - (BG) Ik doe een beroep op de Commissie om bij de ontwikkeling en toepassing van nieuwe energietechnologieën rekening te houden met het potentieel van de nieuwe lidstaten, zoals Bulgarije. De Commissie moet mechanismen introduceren ter ondersteuning van onderzoek zodat de doelstellingen voor 2020 kunnen worden bereikt en broeikasgassen tegen 2050 kunnen worden verminderd met zestig tot tachtig procent. Koolstofarme en ontkolingstechnologieën voor de productie van elektriciteit en warmte moeten op de markt komen.

Deze doelstellingen zowel als de duurzame energiebronnen zijn slechts te bereiken door middel van het gecoördineerd gebruik van het gehele potentieel voor innovaties van de Europese Unie. Ik vraag om betere interactie tussen lidstaten bij de ontwikkeling van nieuwe energietechnologieën. De verscheidenheid van nationale regelgeving en technische specificaties verdelen de markt en bemoeilijken industriële investeringen in risicotechnologieën. Daarom doe ik nogmaals een beroep op de Commissie om rekening te houden met het potentieel van de nieuwe lidstaten, zoals Bulgarije, bij de ontwikkeling en toepassing van de nieuwe energietechnologieën.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Kosciusko-Morizet, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik dank u dat u mij het woord geeft omdat ik een heel druk programma heb dat mij dwingt u te verlaten omdat ik een trein moet halen en ik bied hiervoor het Huis mijn verontschuldigingen aan.

Ik wil allereerst de Europese Commissie en de leden danken voor dit interessante debat en voor al het werk dat gedaan is met betrekking tot dit “interne energiemarkt” pakket.

Zoals meerdere sprekers vóór mij al hebben aangegeven, zal het aannemen van dit pakket directe gevolgen hebben voor het leven van onze medeburgers. We zijn bezig met een onderwerp dat de verwachtingen van de mensen van Europa weergeeft. Naar mijn mening kunnen de verbeteringen die onze burgers verwachten uit twee hoeken komen. De eerste is de noodzaak voor consistente regels en mechanismen in heel de Europese Unie, waaraan dit pakket zal bijdragen.

De tweede is de noodzaak voor duidelijkheid en zichtbaarheid van de actoren in de markt en consumenten. Wat betreft de consumenten moeten in het bijzonder bijlagen A bij de richtlijnen door de lidstaten worden omgezet; zij geven betere informatie, houden meer rekening met de zorgen van de burgers en, natuurlijk, meer rekening met de situatie van de kwetsbare consumenten.

Het werk is echter nog niet af. Er moet nog overeenstemming worden bereikt over een aantal punten, met name de toepassing van een effectieve scheiding niet alleen met betrekking tot gas, aangezien onze standpunten daar al heel dicht bij elkaar liggen, maar ook met betrekking tot elektriciteit. Het Franse voorzitterschap zal het algemene kader dat op 6 juni in de Energieraad is aangenomen op 10 oktober uitwerken. Pas op die datum zullen wij in de Raad een verenigd standpunt hebben. We moeten in het bijzonder werken aan de derde landen clausule om rekening te houden met de zorgen van de lidstaten.

Het voorzitterschap zal vervolgens zijn gemeenschappelijk standpunt doorsturen naar het Europees Parlement zodat het “interne markt” pakket kan worden afgesloten voor het eind van de parlementaire zittingsperiode; dat is in elk geval onze bedoeling. Ik hoop dat onze gezamenlijke inspanningen beloond zullen worden met een constructieve geest en een verlangen naar compromis tussen al onze instellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Březina (PPE-DE). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, commissarissen, ik wil allereerst alle bij ons debat betrokken rapporteurs bedanken voor hun inspanningen. Twee verslagen die gaan over de aardgasmarkt zijn vóór liberalisering van deze markt in Europa. De wetgeving biedt een alternatief voor volledige loskoppeling van de eigendomsverhoudingen, door middel van het ISO-model. De positieve kenmerken zijn onder andere, in het bijzonder, de plichten van de nationale overheden om duurzame energiebronnen op te nemen in transmissienetten, richtsnoeren voor toegang van derden, vaststellen van tarieven voor toegang tot netten en het opleggen van sancties voor discriminerend gedrag. De schepping van het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor gas, dat wil zeggen de instantie die actief is op het gebied van samenwerking, en het Agentschap voor samenwerking tussen energieregelgevers is ook waardevol. Deze instellingen zijn een eerste vereiste voor het creëren van een geïntegreerde aardgasmarkt.

We moeten er echter aan toe voegen dat de voordelen van marktliberalisering alleen vrucht kunnen dragen waar nu al een gediversifieerde leveranciersmarkt bestaat en dat betekent de meeste landen van West-Europa. Daarentegen hebben de aardgasleveranciers van de meeste nieuwe lidstaten bijna een monopolie. Paradoxaal genoeg kunnen deze landen uiteindelijk te lijden krijgen als gevolg van het liberaliseringspakket omdat de voorgestelde wetgeving de positie van de transmissiebeheerders die contracten hebben met producenten met monopolies zal verzwakken. De zogenaamde derde weg is beter geschikt voor dit model van economische verhoudingen. Ik steun marktliberalisering, maar wanneer het gaat over aardgas, moeten we in de meeste nieuwe lidstaten eerst de marktmonopolies opruimen en meer leveranciers binnenhalen; pas dan kunnen we zonder risico verder (bijvoorbeeld) met de loskoppeling van de eigendomsverhoudingen.

Ten slotte wil ik nog een paar woorden zeggen over het Europees strategisch plan voor energietechnologie. Het is nauw verbonden met het energieverbruik in de Unie, met de vermindering van CO2-emissies, met Europa’s energieafhankelijkheid. Echter, zoals de rapporteur heeft betoogd, wordt weinig aandacht gegeven aan economische productie, warmtekrachtkoppeling of polygeneratie, besparingen van eindgebruikers en industriële energie-efficiëntie en het budget voor de vastgestelde doelstellingen is zeer klein. Er zijn ook geen middelen voor technologiedemonstraties, bijvoorbeeld van de opvang en opslag van koolstof. Het zou mooi zijn als de geweldige Europese gebaren en verklaringen over energieonderzoek gepaard zouden gaan met de overeenkomstige financiële middelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Gierek (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, elk plan moet besluiten bevatten omtrent zijn plaats zowel in de tijd als in de ruimte, maar de huidige besluiten van de Commissie remmen de tenuitvoerlegging van eerdere plannen af, bijvoorbeeld, plannen voor investeringen in warmtekrachtkoppeling worden door de markt tegengehouden, omdat het niet loont stoomcentrales om te bouwen tot efficiënte stoom- en elektriciteitscentrales die gebukt gaan onder emissieheffingen en netwerkproblemen. Verder heeft de Commissie EU-landen verdeeld in betere landen, die hun emissies kunnen vergroten, en slechtere, die ze moeten verminderen. Deze laatste zijn natuurlijke in hoofdzaak de landen van Midden- en Oost-Europa. Volgens het protocol van Kyoto moet het referentiejaar voor het berekenen van de emissies op grond van het ETS (emissiehandelssysteem) 1990 zijn, niet 2005, zoals door de Commissie is opgelegd. Dit zou eerlijker zijn en getuigen van meer solidariteit. Leider zijn op het gebied van de twijfelachtige invloed van emissies op klimaatverandering moet niet gebeuren ten koste van de armere bevolkingen. Efficiëntie en energievermindering moeten echter prioriteiten zijn, terwijl duurzame energie een aanvulling zou moeten zijn in plaats van een alternatief. Op middellange termijn behoort de toekomst toe aan schone steenkoolenergie en, op langere termijn, zoals al duidelijk is, aan kernenergie.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek (ALDE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, de Europese energiemarkt heeft enorme problemen. We hebben een importbehoefte die zal stijgen tot 65 procent in 2030. We hebben consumenten die niet kunnen kiezen wat voor soort energie ze gaan krijgen en die getroffen worden door stijgende energieprijzen en de gevolgen van broeikasgassen en klimaatverandering.

Het Paparizov-verslag waarover we vandaag spreken, concludeert dat er een noodzaak is voor grotere samenwerking tussen systeembeheerders en voor grotere investeringen in de gasmarkt. Dat is allemaal prima, maar niet genoeg. Het Buzek-verslag dat gaat over onderzoek en innovatie concludeert dat we veel te weinig investeren. Ik herinner u eraan dat het Parlement ook de investeringen in onderzoek wilde verhogen en dat wij spoedig zullen beginnen aan nieuwe begrotingsonderhandelingen. Het La Russa-verslag gaat ook over de loskoppeling van de eigendomsverhoudingen en de verbetering van het functioneren van de gasmarkt. Degenen die hier tegen zijn, denken dat energieprijzen zouden stijgen als eigendom- en distributiemonopolies zouden worden doorbroken. Dus moet ik de volgende vraag stellen: wanneer we de energieprijzen hebben verhoogd en het gevolg van klimaatverandering vergroot, gaan we dan het probleem oplossen met meer monopolies? Absoluut niet! De uitkomst van de stemmingen in de commissie heeft iets opgeleverd van wat we nodig hebben, maar we hebben nog heel wat stappen te nemen voordat we een functioneel efficiënte en milieuvriendelijke energiemarkt in Europa krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Alma Anastase (PPE-DE). - (RO) Ik wil de rapporteurs bedanken voor de strategische lange termijn aanpak van de aardgaskwestie in de Europese Unie en voor het onderzoek op het gebied van energie.

In 2006 bedroeg de hoeveelheid importgas van de Europese Unie 62 procent en haar vraag en afhankelijkheid van de gasimport zal stijgen tot tachtig procent in 2030. Daarom is het belangrijk concrete antwoorden te vinden op vragen met betrekking tot het veiligstellen van de energieveiligheid van de Europese Unie en de efficiënte exploitatie van de energiemarkt.

Ik geloof dat drie elementen in de voorstellen van de rapporteurs van wezenlijk belang zijn. Allereerst wil ik, als rapporteur over de Zwarte Zeesynergie, het belang benadrukken van de succesvolle ontwikkeling van regionale samenwerking en grensoverschrijdende interconnectie. De regionale dimensie is het geschikte kader om gemeenschappelijke regels en principes vast te stellen en ook om te zorgen voor de coördinatie en transparantie van de gassector.

Op de tweede plaats is het van wezenlijk belang de tenuitvoerlegging van zulke normen uit te breiden naar bedrijven van derde landen die opereren op het gebied van energie in de Europese Unie.

En ten slotte steun ik volledig het idee om de sector van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van energie te versterken als essentieel onderdeel van het gegeven beleid voor de lange termijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanna Corda (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissarissen, dames en heren, onze doelstelling moet zijn om niet-discriminerende regels vast te stellen voor het bepalen van de voorwaarden voor de toegang tot gastransmissiesystemen, vloeibaarmakingsfaciliteiten en opslagfaciliteiten.

Het doel van de regels moet daarom zijn de verhouding tussen bedrijven transparanter te maken door het harmoniseren van tarieven, de methodes voor het berekenen van deze tarieven en het beheer van de gastransmissiesystemen. Bovendien moeten alle systeembeheerders samenkomen in een Europees netwerk dat investeringen kan garanderen om optimale gastransmissie in heel Europa te behouden.

De elementen van deze nieuwe Europese wetgeving zijn van fundamenteel belang voor de burger op een moment dat we te maken hebben met een explosie van de energieprijzen. Als schaduwrapporteur leg ik de meeste nadruk op consumentenrechten. De concurrentie moet eigenlijk in het voordeel van de consumenten werken; we hebben maatregelen nodig om de markt te reguleren en prijzen te beheersen, vooral voor de meest kwetsbare mensen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anni Podimata (PSE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, ook al concentreert de discussie zich vandaag natuurlijk op de interne energiemarkt, wil ik, omwille van het evenwicht, wijzen op het grote belang van het Europees strategisch plan voor energietechnologie met betrekking tot het vermogen van Europa om het hoofd te bieden aan de enorme uitdagingen waarmee zij op het ogenblik geconfronteerd wordt op het gebied van energie en milieu.

We moeten onze prioriteiten herzien, maar we moeten ook ons huidige ontwikkelingsmodel opnieuw definiëren, een koers volgen met lage of nulemissies van koolstof, terwijl we tegelijkertijd ontwikkelingskansen creëren voor de Europese industrie, die de capaciteit heeft de zich snel ontwikkelende sector van lage en nulemissiestechnologie te leiden.

Verhoging van het EU-budget voor onderzoek in de energiesector en bevordering van innovatie in sectoren zoals duurzame energiebronnen en intelligente netwerken zijn absoluut noodzakelijk om de uitdagingen van vandaag het hoofd te bieden.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Pierre Pribetich (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik wil beginnen met al mijn collega’s te bedanken, in het bijzonder Jerzy Buzek voor zijn verslag.

Zoals Aristoteles heeft gezegd, “een goed begin is het halve werk”. Werkelijk beginnen in plaats van het stimuleren van een stel heilzame doelstellingen zal zodoende een fundamentele stap zijn bij het leggen van de fundamenten van de levensbelangrijke verbintenis om klimaatverandering te bestrijden.

Deze dringende taak vereist een nieuwe definitie van het Europees strategisch plan voor energietechnologie, gebaseerd op twee opnieuw gedefinieerde pijlers: zorgen voor betere, schonere productie met betrekking tot CO2-emissies door middel van innovatieve technologieën; en minder gebruiken door het energiegebruik in al zijn vormen te verminderen en door alle oplossingen te bevorderen. Dit primaire gezond verstand wordt helaas niet voldoende onderkend in ons belangrijk beleid en maatregelen om het energieverbruik te verminderen krijgen niet voldoende steun in het SET-plan of in het belangrijke structurele beleid van de EU.

Nog een cruciaal element is de dringende noodzaak om zowel de personele als de financiële middelen te vergroten die nodig zijn om werkelijk onze Europese doelstellingen te bereiken. Wanneer zullen wij eindelijk een concreet antwoord geven op de cruciale vraag, de enorme uitdaging die gevormd wordt door klimaatverandering? We liggen achter wanneer het gaat over het financieren van onderzoek met betrekking tot koolstofarme technologieën. Om de woorden van Aristoteles nogmaals te gebruiken, Mijnheer de Voorzitter, als we beginnen op grote schaal gelden beschikbaar te stellen voor onderzoek naar deze technologieën, hebben we al de halve slag in deze nieuwe wereld gewonnen. We zullen volledige energie-efficiëntie hebben en, in minder dan geen tijd, buitengewone energie-efficiëntie.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE). - (RO) De Unie heeft een gemeenschappelijk energiebeleid nodig.

Prioritaire projecten, zoals Nabucco, dat ook door de Europese Raad erkend wordt, zullen de voorzieningsbronnen van het aardgas van de Europese Unie diversifiëren en die moeten gerealiseerd worden.

Regionale samenwerking is essentieel om de energievoorziening van de Unie veilig te stellen. Daarom vind ik en heb ik erom verzocht door middel van een amendement dat het geografisch gebied dat door elke regionale samenwerkingsstructuur wordt bestreken, door de Commissie alleen wordt gedefinieerd na overleg met de lidstaten in het gegeven geografisch gebied.

Om deze reden heb door middel van een amendement verzocht dat, voor elk project van aardgaspijpleidingen die door de zeeën gaan die grenzen aan de Unie, de Commissie en de betrokken lidstaten een onderzoek naar de gevolgen voor het milieu uitvoeren.

Ik acht het van wezenlijk belang dat de openbaredienstverplichtingen en de gemeenschappelijke minimumnormen die daaruit voortvloeien, worden versterkt om te kunnen garanderen dat de gasdiensten toegankelijk zijn voor de bevolking en voor kleine en middelgrote ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Dragoş Florin David (PPE-DE). - (RO) Vandaag debatteren we over drie belangrijke verslagen voor het energiebeleid van de Europese Unie, verslagen die verwijzingen bevatten naar energietechnologie, energieveiligheid en bestrijding van energiearmoede als belangrijke factoren voor het halen van de doelstellingen met betrekking tot energie en klimaatverandering.

Het verslag van onze collega Paparizov definieert een nieuw concept van toegang tot de aardgastransportnetten; het verslag van collega La Russa levert een belangrijke bijdrage aan het definiëren van de middellange en lange termijn strategie van de interne aardgasmarkt en het verslag van collega Buzek benadrukt de noodzaak om strategische energietechnologieën te ontwikkelen.

De snelle tenuitvoerlegging van deze verslagen zal een meer efficiënte en transparante interne markt ontwikkelen met direct gevolgen omdat hierdoor concurrentievermogen, transparantie van de prijzen bij de eindgebruiker en bescherming van de rechten van de consumenten zullen toenemen.

Het is nu tijd dat de Commissie en de Raad expliciet en concreet de diversificatie van voorzieningsbronnen en de ontwikkeling van nieuwe gasopslagplaatsen stimuleren om de energieafhankelijkheid en veiligheid van de Unie veilig te stellen.

Ten slotte wil onze drie collega’s feliciteren voor de manier waarop zij erin geslaagd zijn de verslagen op te stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het doel van de verordeningen die we vandaag bespreken is om het gemakkelijker te maken de gasmarkten van individuele markten te integreren en controle van de uitvoering op Europees niveau te verhogen. De gasmarkt moet apart worden bekeken van de elektriciteitsmarkt vanwege de aanzienlijke afhankelijkheid van de Europese Unie van import. Loskoppeling van de eigendomsverhoudingen zou een uitermate nuttig instrument kunnen zijn voor het creëren van een verenigde gasmarkt in de Europese Unie en voor het scheppen van echte concurrentie in de energiemarkt van de EU en zou, in de praktijk, kunnen leiden tot vermindering, of ten minste tot een stabilisering, van de energieprijzen.

We moeten echter ook voorzichtig zijn. Het liberaliseringsproces vereist concrete structurele veranderingen, waar niet alle landen van de Europese Unie klaar voor zijn. Marktliberalisering en loskoppeling van eigendomsverhoudingen alleen in Polen, zonder dat dit gebeurt bij alle belangrijke energieproducenten in de EU, zou West-Europese bedrijven een voordeel in vergelijking met Polen kunnen geven. Europa heeft een energiemodel nodig dat niet alleen ervoor zorgt dat er concurrentie is in regionale markten en in de communautaire Europese markt, maar dat ook bescherming garandeert voor de eindgebruiker en dat, bovenal, energiezekerheid garandeert.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Mircea Paşcu (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de zaak in kwestie in een groter politiek perspectief plaatsen. Vandaag is energie bijna synoniem aan buitenlands beleid en neigt er zelfs naar klimaatverandering naar de tweede plaats te verdringen. Het is duidelijk dat de huidige situatie Europa heeft verrast. Onze nationale energiesystemen zijn provinciaal, monopolistisch, ingewikkeld en ondoorzichtig. De neiging dus om individueel te proberen de huidige uitdagingen te beheersen is onweerstaanbaar. Zo worden inspanningen om een gemeenschappelijke, geïntegreerde energiemarkt te creëren steeds meer belemmerd en wordt Europa’s doelstelling om haar afhankelijkheid van buitenlandse voorzieningsbronnen te verminderen bijna onhaalbaar. Proberen nieuwe oplossingen te integreren in oude kaders zou evenzeer onze taak alleen nog maar moeilijker maken. Daarom moet Europa dringend de huidige regelingen grondig onder handen nemen, vastberaden streven naar een gemeenschappelijke energiemarkt en beginnen met op grote schaal te investeren in onderzoek met betrekking tot alternatieve energiebronnen. Voor Europa is dit eenvoudig een kwestie van overleving.

 
  
MPphoto
 
 

  Theodor Dumitru Stolojan (PPE-DE). - (RO) Ik wil de drie rapporteurs feliciteren en, tegelijkertijd, zeggen dat Roemenië geheel overeenkomstig de eisen van de gemeenschappelijke aardgasmarkt heeft gehandeld door volledig scheiding, ook vanuit het oogpunt van de eigendomsverhoudingen, van de transportactiviteit van de aardgasproductieactiviteit.

Helaas hebben we in de Europese Unie nog geen concurrerende gemeenschappelijke aardgasmarkt en sommige lidstaten willen de productieactiviteit helemaal niet scheiden van de distributieactiviteit.

De afwezigheid van een gemeenschappelijke aardgasmarkt maakt het belangrijke aardgasleveranciers mogelijk de onderhandeling van het leveringscontract met iedere lidstaat anders te behandelen, waarbij ze soms politieke besluiten opleggen of die proberen te beïnvloeden.

Daarom vind ik dat deze richtlijnen zo snel mogelijk moeten worden aangenomen en dat op volledige naleving ervan moeten worden toegezien.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, een van de fundamentele kwesties die bekeken moet worden is de garantie van voorzieningszekerheid. Energiebeleid moet rekening houden met het feit dat er belangrijke verschillen zijn in het potentieel van verschillende landen om bronnen van importgas te diversifiëren. Er zijn verschillende mogelijkheden deze grondstof te verkrijgen en te kopen. Ik heb er vaak op gewezen dat het van levensbelang is een verenigd energiebeleid op te zetten dat individuele lidstaten energiezekerheid garandeert. Maatregelen die gericht zijn op loskoppeling van de eigendomsverhoudingen in de aardgasmarkt zullen zeker concurrentie en de kwaliteit van de geleverde diensten verbeteren. Vanwege de aanzienlijke verschillen in de gas- en energiemarkten zou ik echter vóór het voorstel van de rapporteur zijn dat deze sectoren apart gereguleerd worden. De gasmarkt zal slechts echt concurrerend zijn wanneer klanten volledig toegang tot informatie hebben over de hoeveelheid aardgas die zij gebruiken en de mogelijkheid van leverancier te veranderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Inés Ayala Sender, rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken. (ES) Mijnheer de Voorzitter, door gebrek aan tijd ben ik niet in staat geweest de rapporteur, de heer Buzek, te bedanken voor zijn grootmoedigheid omdat hij ermee instemde voorstellen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid mee te nemen, vooral kwesties met betrekking tot energie-efficiëntie, de levenscyclus van de verschillende vormen van energie en meest in het bijzonder aspecten van personeel, opleiding en samenwerking met ontwikkelingslanden.

Ik wil daarom de heer Buzek mijn hartelijke dank uitspreken, aangezien de tijdsfactor mij heeft verhinderd dat eerder te doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Rübig (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het is uitermate belangrijk er wat betreft de gasvoorziening voor te zorgen dat deze activiteiten worden ingebed in een juiste, concurrerende omgeving. Aan de ene kant moet duurzame energie hier een belangrijke rol spelen, terwijl aan de andere kant aardgas zorgt voor concurrentie voor duurzame energiebronnen. Ik geloof dat juist deze concurrentie ons een mogelijkheid geeft de prijzen in de juiste richting te duwen en door dit met efficiëntiemaatregelen te steunen kunnen we ook een overeenkomstige prijsvermindering bewerkstelligen.

Voor goede energiedistributie in Europa is in de komende jaren een steeds grotere rol weggelegd en onze kleine en middelgrote ondernemingen in het bijzonder zullen een groeiende bijdrage moeten leveren aan energie-efficiëntie, omdat het renoveren van gebouwen en het opknappen van oudere eigendommen in dit alles natuurlijk een belangrijke rol speelt en er zal ook een aanzienlijk niveau van concurrentie zijn voor de levering van gas aan de huishoudelijke markt.

 
  
MPphoto
 
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. Mijnheer de Voorzitter, het is heel duidelijk dat de meningen over de drie verslagen in grote mate samenvallen. Ik wil de rapporteurs, de heren Buzek, La Russa en Paparizov, nogmaals danken voor het ontwikkelen van zo’n soort eensgezindheid. We weten dat we zoeken naar een zekere, duurzame en betaalbare energievoorziening en tegelijkertijd beseffen we nu ook dat de verandering in de energiesector iets eerder kwam dan iedereen had voorzien. Dat vraagt van ons dat we veel sneller handelen en dat we meer vastberadenheid tonen.

Ik wil een bepaalde synergie vermelden die ik heb gezien en die heel relevant is. Gisteren heb ik, niet ver van Straatsburg, in Stuttgart, het instituut voor technische thermodynamica bezocht. Ze hebben een onderzoeksproject over hoe we de efficiëntie van de energievoorziening kunnen verhogen, waarbij de cyclus van gasturbines en brandstofcellen wordt gecombineerd, dus in zekere zin proberen ze te vertrouwen op bestaande energiebronnen en verhogen ze de efficiëntie ervan met nieuwe technologie. Ze maken redelijke vorderingen maar er zijn een heleboel technische uitdagingen. Om echt vooruit te komen moeten we meer steun hebben voor zo’n soort project. Maar tegelijkertijd begrijpen we ook dat, als er geen concurrentie in de markt is, deze projecten altijd in de laboratoria zullen blijven. Dus we moeten op beide manier handelen om door te gaan.

Voor het interne marktpakket geloof ik dat nu, na de stemming, het zeer noodzakelijk is dat alle drie de instellingen snel vaart maken en deze zaak afwikkelen en overgaan tot de fase van tenuitvoerlegging.

De Commissie heeft toegezegd alles te doen om bij tweede lezing een snel compromis te vinden en overeenstemming over het pakket te krijgen.

Wat betreft de strategische evaluatie van de energiesituatie: die ligt bij het begin van het proces. Het technologieplan is slechts het startpunt. We zullen nog heel wat maatregelen nodig hebben om echt vooruit te komen. Een van de maatregelen die ik mijn collega’s en ook hier in het Parlement beloofd heb, is een mededeling over de financiering van koolstofarme energiebronnen, maar dit is niet de enige. Wij geloven dat er nog veel andere maatregelen nodig zijn willen we echt vooruitkomen. Tijdens de eerste oliecrisis zijn hele wijze woorden gesproken. We hebben niet te veel olie maar we hebben ideeën.

Ik geloof – althans dit is mijn mening en het werd ook tijdens het debat gezegd – dat we echt de ideeën moeten gebruiken die we hebben. We hebben niet te veel olie over in de bodem in de Europese Unie.

Paparizov-verslag (A6-0253/2008)

De Commissie kan de volgende amendementen aanvaarden: 2, 3, 5, 6, 8, 9, 10, 12, 14, 16, 17, 25, 31, 39, 41, 43, 44.

De Commissie kan de volgende amendementen gedeeltelijk aanvaarden: 1, 11, 18, 19, 20, 21, 22, 24, 26, 27, 29, 30, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 46, 47, 49, 50, 51, 53.

De Commissie kan de volgende amendementen niet aanvaarden: 4, 7, 13, 15, 23, 28, 40, 42, 45, 48, 52, 54.

La Russa-verslag (A6-0257/2008)

De Commissie kan de volgende amendementen aanvaarden: 2, 3, 7, 16, 20, 24, 27, 31, 32, 33, 34, 36, 40, 44, 50, 56, 60, 64, 73, 74, 87, 92, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 112, 120, 122, 124, 136, 140, 142.

De Commissie kan de volgende amendementen gedeeltelijk aanvaarden: 5, 6, 8, 9, 11, 12, 13, 17, 21, 23, 25, 26, 28, 29, 35, 45, 46, 48, 49, 51, 52, 53, 55, 61, 63, 64, 68, 69, 75, 76, 77, 78, 80, 81, 84, 85, 86, 88, 91, 93, 94, 95, 96, 104, 107, 111, 115, 117, 118, 119, 125, 127, 132, 135, 138, 139, 141, 143.

De Commissie kan de volgende amendementen niet aanvaarden: 1, 4, 10, 14, 15, 18, 19, 22, 30, 37, 38, 39, 41, 42, 43, 47, 54, 57, 58, 59, 62, 65, 66, 67, 70, 71, 72, 79, 82, 83, 89, 90, 97, 105, 106, 108, 109, 110, 113, 114, 116, 121, 123, 126, 128, 129, 130, 131, 133, 134, 137, 144, 145.

 
  
  

VOORZITTER: MECHTILD ROTHE
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Atanas Paparizov, rapporteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben zeer gerustgesteld door het debat en door wat mijn collega’s hebben gezegd vóór regels, vóór sterke eisen die verplicht gesteld kunnen worden, vóór een sterk agentschap. Het is duidelijk dat gas geen markt is waarin vrije concurrentie bestaat; negentig procent van de contracten is voor de lange termijn, dus het is heel belangrijk sterke regels te hebben en niet de problemen op te lossen door middel van een gemeenschappelijk model van loskoppeling van de eigendomsverhoudingen. Dat is in deze Kamer gezegd en ik denk dat dit een goede boodschap was voor de volgende fase van de onderhandelingen.

Wat erg belangrijk was, was de steun voor mijn voorstellen met betrekking tot het tienjarenplan, met betrekking tot de ontwikkeling van regionale initiatieven die de basis zullen worden voor een gemeenschappelijke markt: we moeten niet ideologisch zijn; zoals veel van onze collega’s hebben gezegd, we moeten pragmatisch zijn en een transparante markt ontwikkelen met een duidelijk pakket regels.

Wat in het debat gezegd is over de rol van de verschillende deelnemers in de markten was ook erg belangrijk. Het is waar dat ENTSOG, de nieuwe instantie, een heleboel technische codes kan ontwikkelen, maar het is ook waar dat het Agentschap, op basis van initiatieven van de nationale regulators en hun ervaring, heel belangrijke principes zou kunnen ontwikkelen voor de ontwikkeling van deze codes en samen met de Commissie ervoor zorgen dat deze markt gereguleerd wordt door regels die door allen zullen worden toegepast.

Ik zou niet zo graag de controlemechanismen binnen de verschillende bedrijven te sterk ontwikkelen, dus ik geloof dat het compromis dat ontwikkeld is in de Raad een basis zou zijn die toepasbaar zou kunnen zijn zowel voor gas als elektriciteit en de weg zou kunnen openen naar een snellere afwikkeling over het derde energiepakket, omdat het een groot aantal nieuwe verbeteringen bevat zowel voor consumenten als wat betreft transparantie. Het zou jammer zijn om zuiver ideologische redenen dit pakket uit te stellen, dat zeer belangrijk is en hard nodig voor de ontwikkeling van onze energieonafhankelijkheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Romano Maria La Russa, rapporteur. (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik heb vanaf het eerste begin geweten dat dit geen gemakkelijke of ongecompliceerde discussie zou worden. Deze richtlijn kan zonder twijfel gerealiseerd worden, maar na het debat van vandaag – dat zeker zeer intensief en van een hoog gehalte was – geloof ik dat ik, en wij allen, er nu wat meer vertrouwen in kunnen hebben dat er een positieve oplossing gevonden kan worden.

Een groot aantal collega’s heeft gesproken en het zou minimaal nog een werkdag in beslag nemen ieder van antwoord te dienen. Ons programma laat dat niet toe. Er is bovendien heel wat – te veel – lof en vleierij in mijn richting uitgesproken: ik vertrouw erop dat het me niet te zeer naar het hoofd zal stijgen. Ik denk dat de complimenten die mij gemaakt zijn eigenlijk eerder gericht moeten worden tot de hele Commissie industrie, die al deze vele lange maanden zeer gewetensvol gewerkt heeft.

Ik wil daarom mijn bijzondere dankbaarheid uitspreken aan mijn collega’s, de heren Manders, Swoboda en Reul, commissaris Piebalgs natuurlijk en ook de heer Vidal-Quadras. Allen bedankt. Ik vind dat ons werk tijdens deze periode absoluut transparant en in goede samenwerking is geweest, waarbij we geprobeerd hebben iedereen te raadplegen en iedereen bij de richtlijn te betrekken. Ik geloof inderdaad dat we duidelijkheid en transparantie hebben bewerkstelligd. Bij een paar gelegenheden heb ik wellicht enkele collega’s wel gevraagd de mantel van nationaal parlementslid af te leggen, met andere woorden, om hun partijloyaliteit af te werpen, om een beetje meer te functioneren als leden van dit Huis ten dienste van alle EU-burgers.

Ik wil nog slechts afsluiten met het wegnemen van de vrees van de heer Zīle, die het probleem van Gazprom en Rusland ter tafel heeft gebracht. Wij zijn ons er natuurlijk heel goed van bewust dat dit een uiterst ernstige kwestie is die zeer zorgvuldig en bovenal zeer grondig moet worden aangepakt, onderzocht en opgelost.

Wat betreft de consumenten geloof ik dat ik in elke toespraak die ik in de loop van de maanden gehouden heb, en ook in mijn verslag, heb gepleit voor transparantie en hulp voor de consumenten, zonder natuurlijk de exploitanten te vergeten, die ook hun verdiensten hebben. Daarom moeten wij niet toegeven aan grote mogendheden of Europese monopolies, en niet alleen Europese.

 
  
MPphoto
 
 

  Jerzy Buzek, rapporteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik dank al mijn collega’s voor de discussie – het was een zeer goede, zeer diepgaande discussie – vooral de schaduwrapporteurs en alle collega’s die adviezen voorbereid hebben in andere commissies. Ik feliciteer de beide rapporteurs, de heren Paparizov en La Russa. Ik steun uw verslagen volledig – en natuurlijk steun ik mijn verslag ook, maar daar ben ik waarschijnlijk niet objectief over.

Zoals u uit de discussie kunt opmaken, is er niet veel onenigheid over het SET-plan, maar er is één ding waarop ik wil reageren. Adina-Ioana Vălean is niet vóór de CCS-installaties – de commerciële CCS-demonstratie-installaties – omdat de bedrijven die wij zouden willen helpen, zakelijk bezig zijn.

Ik wil een voorbeeld geven. Dezelfde bedrijven krijgen enorme premies voor duurzame energiebronnen uit de belastinggelden van de burgers. Er zijn ook commerciële installaties voor duurzame energie en bedrijven doen zaken – niets anders – en ik steun deze stimuleringsmaatregelen voor duurzame energiebronnen zeer. Als je echt het klimaatveranderingsprobleem op onze planeet wilt oplossen, moeten we de CCS-kwestie oplossen omdat we daar het echte antwoord niet voor weten. Vanuit dat oogpunt moeten we dus, net zoals in het geval van duurzame energiebronnen, stimuleringsmaatregelen hebben voor degenen die het eerst met CCS beginnen.

Ik dank en feliciteer beide commissarissen. U doet fantastisch werk met betrekking tot het energievraagstuk en ook met betrekking tot O & O en innovatie

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt op woensdag 9 juli 2008 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Bielan (UEN), schriftelijk. — (PL) Mijnheer de Voorzitter, de fundamentele zwakte van Europa in haar betrekkingen met Rusland komt voort uit de afwezigheid van een vrije en verenigde energiemarkt. Op het ogenblik zijn er een aantal energiecentra in Europa, die allemaal beheerd worden door nationale regulators. Het is normaal dat nationale regeringen voor zichzelf voor een goedkope energievoorziening willen zorgen en ook voor banen in een sector die zij als prioriteit behandelen. Op deze manier echter lijden wij, verdeeld door nationaal egoïsme, verlies in het Europese energieoffensief van Gazprom. Een geïntegreerde Europese markt en een verenigd front tegenover leveranciers van buiten de EU zouden ervoor zorgen dat wij energiezekerheid zouden hebben nog voordat wij de energievoorziening gediversifieerd hadden.

Tot nu toe wordt het onvermogen van de EU om een vrije en concurrerende energiemarkt te scheppen ongetwijfeld door Rusland uitgebuit. Openstelling van de Europese interne gasmarkt voor concurrentie zal leiden tot grotere efficiëntie en versterking van consumentenrechten alsook van nationale regulators. Het creëren van een soort systeem van verbonden tanks zal het gemakkelijker maken om te reageren als er zich voor individuele lidstaten een crisis in de energievoorziening voordoet en dit zal het gevaar voor energiechantage minder waarschijnlijk maken.

We moeten de expansie van Russische bedrijven in Europa een halt toe roepen en Rusland dwingen mutualiteit te respecteren bij de behandeling van investeringen in de energiesector.

Ik ben het volledig eens met de rapporteur dat lidstaten integratie moeten steunen in nationale markten en samenwerking tussen transmissiesysteembeheerders op zowel Europees als regionaal niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  András Gyürk (PPE-DE), schriftelijk. (HU) De plotseling stijging van de energieprijzen vestigt onze aandacht scherper dan ooit tevoren op het gebrek aan effectieve regelgeving in de energie markt. Dit is niet anders in de gassector. Juist hierom kan het als een belangrijke stap voorwaarts beschouwd worden dat het Europees Parlement spoedig het verslag over de gasmarkt zal aannemen. We zijn van mening dat het document opgesteld door de Europese Commissie een goede stap voorwaarts is in de richting van meer effectieve regelgeving.

Het nieuwe wetgevingspakket kan helpen echte concurrentie in de Europese markt tot stand te brengen. Hiervoor bestaat slechts een grote noodzaak omdat de lidstaten grotendeels overgeleverd zijn aan de genade van externe leveranciers. Met betrekking tot aardgasimport heeft Europa al vijftig procent afhankelijkheid en dit kan nog verder groeien in de komende decennia. Ik wil uw aandacht vestigen op het feit dat de weerloosheid van sommige lidstaten zelfs dit ernstige niveau overschrijdt. Hongarije, bijvoorbeeld, is voor tachtig procent afhankelijk van één enkele leverancier, Rusland. De nieuwe verordening zal deze afhankelijkheid niet in één klap wegnemen, maar niettemin zal zij meer transparante betrekkingen scheppen. Zij zal sterkere concurrentie bevorderen en de lasten van de consumenten verminderen.

We zijn van mening dat het een belangrijke stap voorwaarts is dat de voorgestelde wetgeving de cosumentenbeschermingsmaatregelen die al van kracht zijn zullen versterken. Dit is bijzonder belangrijk als we weten dat stijgende energieprijzen een van de belangrijkste oorzaken van armoede zijn geworden. Wij hopen dat de nieuwe verordening het mogelijk zal maken dat consumenten in de toekomst niet geconfronteerd hoeven te worden met ondraaglijke prijzen.

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE-DE), schriftelijk. (PL) Bij de pogingen om een gemeenschappelijke interne energiemarkt te creëren, is liberalisering van de aardgasmarkt bijzonder belangrijk. Momenteel wordt de aardgasmarkt gedomineerd door grote ondernemingen, die vaak zowel de productie als de distributie van het gas controleren.

Een efficiënte interne energiemarkt is van belang voor verwezenlijking van de doelen van de strategie van Lissabon en om verzekerd te zijn van redelijke prijzen voor energieconsumenten. We moeten in dit debat echter ook oog hebben voor de energiezekerheid, die moet worden gegarandeerd door diversificatie in de voorraad van geïmporteerde energiegrondstoffen.

Dit wil niet zeggen dat de energiemarkt in iedere sector gelijk is. Er is een belangrijk verschil tussen de aardgasmarkt en de elektriciteitsmarkt en daarom kunnen de bepalingen die voortkomen uit het werken aan de bepalingen voor de elektriciteitssector niet worden omgezet in de aardgassector.

Een werkelijke liberalisering van de aardgassector moet zijn gebaseerd op eigendomsontvlechting van transmissiesysteembeheerders. Alleen dan kan onnodige belangenverstrengeling worden vermeden en is er sprake van een rechtvaardige toegang tot het netwerk, zonder discriminatie. In het belang van eerlijke concurrentie op de gemeenschappelijke energiemarkt moet vooral worden benadrukt dat investeerders uit derde landen, op het gebied van eigendomsontvlechting en onafhankelijkheid, aan dezelfde criteria moeten voldoen als bedrijven in lidstaten.

Ik hoop dat de Europese markt spoedig een open markt zal zijn, met een effectieve scheiding van activiteiten die verband houden met energieproductie en voorraad aan de ene kant en exploitatie van het netwerk aan de andere kant, waardoor ook meer transparantie ontstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Dominique Vlasto (PPE-DE), schriftelijk. (FR) De gasmarkt bezit bepaalde kenmerken waarmee rekening moet worden gehouden. Deze hebben betrekking op de zeer grote beperkingen in het aanbod, waardoor het noodzakelijk is langetermijncontracten met de producerende landen veilig te stellen, maar ook op de bijzonder hoge investeringskosten in transmissie- en distributienetwerken, die consumenten de grootst mogelijke zekerheid moeten verschaffen. Op dit punt staat de politiek daarom voor de uitdaging om investeringen en innovatie te stimuleren, onze vaardigheden en kennis te bevorderen en ervoor te zorgen dat we verzekerd zijn van levering.

Door – geheel in overeenstemming met haar obsessie voor concurrentie – haar voorstel te richten op eigendomsontvlechting, heeft de Europese Commissie op geen enkele manier een antwoord op deze uitdagingen geformuleerd. Haar tekst heeft een specifieke strategische markt instabiel gemaakt: we zijn in hoge mate afhankelijk van buitenlandse import en bedrijven waarmee we vanuit een sterke positie zouden moeten kunnen onderhandelen, en niet vanuit een positie die door het vooruitzicht op industriële ontmanteling is verzwakt.

Door het amendement voor een effectieve en efficiënte scheiding van activiteiten aan te nemen, als mogelijk alternatief voor een volledige eigendomsontvlechting, zouden we een evenwichtiger tekst krijgen en vooral een die meer in verhouding is. We moeten daarom absoluut steun verlenen aan dit standpunt, dat het uitstekende werk dat ook op het gebied van investeringen, toegang tot het systeem en exploitatie van het systeem is verricht, zal versterken. Op die manier kunnen zekerheid en concurrentie hand in hand gaan.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid