Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2607(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

O-0040/2008 (B6-0166/2008)

Debatten :

PV 09/07/2008 - 15
CRE 09/07/2008 - 15
PV 04/09/2008 - 3

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Debatten
Woensdag 9 juli 2008 - Straatsburg Uitgave PB

15. Palestijnse gevangenen in Israël (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het debat over:

- de mondelinge vraag aan de Raad over Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen (O-0040/2008 - B6-0166/2008);

- de mondelinge vraag aan de Commissie over Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen (O-0041/2008 - B6-0167/2008);

 
  
MPphoto
 
 

  Luisa Morgantini, auteur. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, we hebben aan 47 leden van verschillende fracties de volgende simpele vraag gesteld: wat zijn de Raad en de Commissie van plan te doen aan de schendingen van internationale verdragen waaraan de Israëlische autoriteiten zich met betrekking tot Palestijnse gevangenen schuldig maken? De overgrote meerderheid van de Palestijnse gevangenen zit in gevangenissen op Israëlisch grondgebied, wat in strijd is met artikel 76 van het Verdrag van Genève. Verder is sprake van willekeurige arrestaties, huis-aan-huis-zoekacties, administratieve bewaring en foltering en mishandeling tijdens ondervragingen. Mannen, vrouwen, adolescenten, studenten, parlementariërs en burgemeesters… van een populatie van drieënhalf miljoen zitten er zo’n tienduizend in een Israëlische gevangenis. Personen tussen 16 en 35 jaar oud mogen geen gevangenen bezoeken, waardoor veel gevangenen hun broers, zusters, moeders en vaders al jaren niet hebben gezien.

Dit is allemaal gedocumenteerd door internationale organisaties zoals Amnesty International, de Verenigde Naties en bewonderenswaardige Israëlische organisaties zoals B’Tselem en Hamoked en Palestijnse organisaties zoals Addameer en “Defence for Children International”. Toch worden de Israëlische autoriteiten niet onder druk gezet om de regels en verdragen na te komen die ze zelf, net als wij, op het punt staan om te ratificeren.

Ik wil graag het relaas, de smeekbede, van een moeder voorlezen: “Ik ben de moeder van de gevangene Said Al Atabeh, uit Nablus. Mijn zoon zit sinds 1977 in de gevangenis. Ik ben 78 jaar en heb hoge bloeddruk en diabetes. Ik wordt ook langzaam blind en kan niet echt meer de deur uit. Het verrast u misschien dat ik dit zeg, maar het enige dat ik nog wil in dit leven, is mijn zoon zien en hem een liefdevolle omhelzing geven voordat ik sterf. Al mijn zonen en dochters zijn nu volwassen, gehuwd en het huis uit. Said heeft alles verloren en ik kan hem niet zien. Niet omdat ik oud en ziek ben, maar omdat de Israëlische autoriteiten het niet toestaan, om veiligheidsredenen, zeggen ze. Ik heb Said maar één keer kunnen bezoeken, acht jaar geleden. Hij was toen 29 jaar in de gevangenis. Met de hulp van het Rode Kruis werd ik met een Israëlische ambulance naar de gevangenis gebracht. Dat was de eerste en laatste keer dat ik mijn geliefde zoon heb kunnen omhelzen. Hij nam me in zijn armen en zei: “moeder, het is alsof ik opnieuw geboren wordt”. Die minuten waren voor hem en voor mij het meest dierbare moment van ons leven, maar het moment dat we weer van elkaar werden gescheiden, was het moeilijkste en meest pijnlijke.” Deze moeder doet een smeekbede: “Ik zou hem nog één keer willen zien”.

Kunnen we dit toestaan? Kan een man die al 32 jaar in de gevangenis zit, worden ontzegd zijn moeder te zien? Wat is er gebeurd met de internationale regels? Waar is de menselijkheid gebleven? Ik ben van mening dat we als Raad, als Commissie, als Parlement voet bij stuk moeten houden en ons zo krachtig mogelijk moeten uitspreken voor eerbiediging van de internationale regels, voor vrijlating van de Palestijnse gevangenen – het zijn er tienduizend, zoals ik al zei – om de weg te effenen voor vrede tussen Palestijnen en Israëli’s.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Jouyet, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, mevrouw de Ondervoorzitter, mevrouw Morgantini, dames en heren, u hebt de gevangenhouding en administratieve bewaring van Palestijnen, waaronder minderjarigen, door Israël aan de orde gesteld, alsook hun behandeling in de bezette gebieden en Israël.

De Raad is van mening dat strafbeleid en -praktijken onder alle omstandigheden in overeenstemming moeten zijn met de grondbeginselen van de mensenrechten zoals die zijn verankerd in internationaal recht, in het bijzonder de Universele Verklaring voor de rechten van de mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

Elke detentie die als willekeurig kan worden gekwalificeerd, moet worden verboden, vooral omdat de gedetineerde niet is verteld waar hij van wordt beschuldigd. Het beginsel van een eerlijk en openbaar proces door een onpartijdige en onafhankelijke rechter is een fundamenteel beginsel in een rechtsstaat. De Raad merkt verder op dat de instelling van speciale gerechten slechts in een zeer beperkt aantal en in duidelijk omschreven gevallen is toegestaan.

Het is eveneens van essentieel belang dat aan de verplichting wordt voldaan dat gedetineerden correct worden behandeld, en foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling van gevangenen moeten natuurlijk streng worden verboden en voorkomen.

De Raad is zich bewust van het zorgwekkende karakter van de mensenrechtensituatie in het Midden-Oosten. Desalniettemin is hij erg verheugd dat al deze kwesties, waaronder de situatie in de Palestijnse gebieden, in de dialoog tussen de Europese Unie en Israël aan de orde komen. Het mensenrechtenvraagstuk is in de politieke dialoog tussen de EU en Israël voortdurend onderwerp van gesprek, op alle niveaus.

Zo deed de EU in haar schriftelijke verklaring van 16 juni 2008, die werd gepubliceerd na afloop van de Associatieraad EU-Israël, de oproep om de informele groep die over mensenrechtenvraagstukken discussieert, om te vormen tot een permanent subcomité.

De Raad is op de hoogte van de feiten die door enkele afgevaardigden, in het bijzonder de Ondervoorzitter, zijn genoemd, en die met name onder de aandacht zijn gebracht in het laatste verslag van de heer Dugard, de speciale VN-rapporteur inzake de mensenrechtensituatie in de Palestijnse gebieden, en door diverse NGO’s.

De Raad heeft de gelegenheid gehad zijn bezorgdheid te uiten en heeft verschillende keren gevraagd om meer Palestijnse gevangenen vrij te laten. Bovendien bevestigt de Raad zijn eerder ingenomen standpunt dat het politieke proces dat in november 2007 in Annapolis is begonnen, en dat gepaard moet gaan met praktische maatregelen die het wantrouwen bij de tegenpartij wegnemen, de enige manier is om te komen tot een convenant tussen de partijen dat is gebaseerd op de vreedzame coëxistentie van twee staten, namelijk een onafhankelijke Palestijnse staat die democratisch en levensvatbaar is, en een Israëlische staat met veilige, erkende grenzen.

In deze context, en teneinde het vertrouwen tussen de partijen te herstellen en de burgerbevolking in het lopende politieke proces te betrekken, doet de Raad een oproep aan Israël tot het doen van betekenisvolle gebaren, om te beginnen de vrijlating van Palestijnse kinderen, vrouwen en gekozen vertegenwoordigers die zich in gevangenschap of administratieve bewaring bevinden.

(Applaus)

Wat betreft de oproep van mevrouw Morgantini tot de aanwending van instrumenten van internationaal recht, handhaaft de Raad zijn standpunt dat het internationaal recht moet worden verdedigd en ontwikkeld, zoals verwoord in de Europese veiligheidsstrategie die de Raad in december 2003 heeft aangenomen.

Ik wil graag benadrukken dat het voorzitterschap namens de Europese Unie zijn tevredenheid heeft uitgesproken over de ondertekening van het uitwisselingsakkoord tussen Israël en Hezbollah, waarvan we maandag kennis hebben genomen. Dit akkoord voorziet in de repatriëring van de lichamen van Hezbollahstrijders en de vrijlating van Palestijnse gevangenen in ruil voor de repatriëring van de lichamen van de Israëlische soldaten Ehud Goldwasser en Eldad Regev, die in 2006 gevangen werden genomen.

We hopen dat deze uitwisseling volgens afspraak zal gebeuren. Deze kwestie laat echter ook zien hoe ingewikkeld het vraagstuk van “gevangenen” in het Midden-Oosten is en hoe belangrijk de oplossing ervan.

De Raad wijst erop dat het politieke proces, zoals beschreven in het stappenplan, de enige manier is voor het bereiken van een convenant tussen de partijen en –zoals ik heb aangegeven en onder de voorwaarden die ik heb genoemd – de co-existentie van twee staten.

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik mevrouw Morgantini graag zeggen dat haar vraag een kwestie betreft die mij bijzonder raakt. Ook ik heb in februari van dit jaar met de Palestijnse minister voor Gevangenen gesproken. Dat gebeurde in gezelschap van mevrouw Fadwa Barghouti, de vrouw van Marwan Barghouti, die zich in gevangenschap bevindt. Ik heb heel aandachtig naar ze geluisterd. Hun beschrijving van de situatie van de gevangenen stemt overeen met de beschrijvingen in de verslagen die de geachte afgevaardigden en uzelf in de vraag citeren.

Daarom wil ik benadrukken dat ik zeer verontrust ben over de mensenrechtenschendingen en dat ik me goed kan inleven in wat de Palestijnse gevangenen in de Israëlische gevangenissen ondergaan.

De Commissie is zich heel erg bewust van de verantwoordelijkheid van Israël als bezetter en van de schendingen van internationaal recht die uit de geschilderde omstandigheden blijken. Vandaar dat we bijvoorbeeld regelmatig de kwestie van de administratieve bewaringen aan de orde stellen bij onze Israëlische tegenhangers, zowel bij formele als informele gelegenheden. Het specifieke geval dat u vandaag noemde, raakt me heel erg. Als u mij de relevante stukken geeft, zal ik persoonlijk kijken wat er gedaan kan worden. Misschien kunnen we ervoor zorgen dat die moeder haar zoon nog eens ziet.

De Europese Unie heeft vele malen opgeroepen tot de onmiddellijke vrijlating van Palestijnse wetgevers die door Israël gevangen worden gehouden. De Commissie is ook op de hoogte van het feit dat in Israëlische gevangenissen en detentiecentra Palestijnse kinderen worden vastgehouden. Dit is in strijd met het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, dat bepaalt dat de minimumleeftijd voor gevangenisstraf achttien jaar is, alsook met het Vierde Verdrag van Genève, ingevolge waarvan Palestijnse gevangenen hun gevangenschap in de bezette gebieden moeten doorbrengen. Gedetineerde kinderen zijn extra kwetsbaar. Dat weten we. Hun behandeling dient in overeenstemming te zijn met het internationale recht.

We moeten meer aandacht geven aan de kinderen die het slachtoffer van deze conflictsituatie zijn. Dat is de reden waarom de Europese Unie Israël en de bezette gebieden heeft toegevoegd aan de lijst van landen die bij de toepassing van de EU-richtsnoeren betreffende kinderen en gewapende conflicten prioriteit hebben.

Overeenkomstig deze richtsnoeren zullen in de politieke dialoog met Israël ook alle aspecten van de rechten en het welzijn van door het conflict getroffen kinderen aan de orde komen. Bovendien werkt de Europese Unie nauw samen met instellingen van de VN en Israëlische en Palestijnse NGO’s die nauw betrokken zijn bij de monitoring, verslaglegging en verdediging van de rechten van het kind.

Eerbiediging van mensenrechten en van internationaal recht is een van de basiswaarden van de Europese Unie. Het is een wezenlijk bestanddeel van ons buitenlands beleid. De bescherming van mensenrechten is bijgevolg een belangrijk aandachtspunt in onze betrekkingen met Israël. De mensenrechtendialoog die we op verschillende niveaus met de Israëlische autoriteiten voeren, getuigt daarvan.

De Commissie zal in haar ontmoetingen met de Israëlische autoriteiten zeker aandringen op volledige naleving van het internationaal recht en internationale verdragen. Zelf zal ik dat doen in mijn gesprekken met Israëlische besluitvormers. Tijdens de laatste, zeer recentelijk gehouden bijeenkomst van de Associatieraad EU-Israël gaf de Europese Unie te kennen graag te zien dat een formeel subcomité inzake mensenrechten werd opgericht. Dit zou een belangrijke stap zijn in de richting van een verdere formalisering van de mensenrechtendialoog.

Artikel 2 van de Associatieovereenkomst EU-Israël zal zowel de Europese Unie als Israël eraan blijven herinneren dat eerbiediging van mensenrechten en democratische beginselen de basis zijn van onze bilaterale betrekkingen. Wij geloven dat het voeren van een dialoog met Israël de meeste kans biedt op het uitoefenen van een positieve invloed op dat land. Daarbij schuwen we niet terug voor het aan de orde stellen van moeilijke kwesties, zoals de kwestie waarnaar de geachte afgevaardigden hebben geïnformeerd.

Ik ben het volledig met het voorzitterschap eens wanneer het zegt dat we dit allemaal moeten zien in de context van het Midden-Oostenconflict. Vandaar dat ik denk dat een oplossing van dit conflict uiteindelijk ook het probleem van de gevangen zou verminderen of zelfs helemaal oplossen.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock, namens de PPE-DE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de anti-Israëlkrachten in dit Parlement nemen elke gelegenheid waar om de Joodse staat aan te vallen. Ook nu weer. En degenen onder ons die een evenwichtig debat en werkelijke vrede in het Midden-Oosten willen, zien zich genoodzaakt om voor Israël op te komen. Per slot van rekening is Israël een democratisch land, dat zich in zijn voortbestaan bedreigd ziet door jihad-terroristen en hun fanatieke sympathisanten, dezelfde personen die momenteel in Israël in administratieve bewaring worden gehouden.

Wat de kwestie van de kinderen betreft, is het helaas zo dat in de intifada ook kinderen vechten en dat het zelfs voorkomt dat kinderen door terroristen worden geronseld voor het plegen van een zelfmoordaanslag.

Ik plaats met name vraagtekens bij de noodzaak van deze resolutie omdat ze komt op een moment dat er met Hamas een wapenstilstand is gesloten – die net is gestopt met het afvuren van raketten op burgers vanuit Gaza – en tussen Israël en Hezbollah een gevangenenuitwisseling plaatsvindt, waarbij vijf Palestijnse gevangenen die terreuraanslagen hebben gepleegd, konden terugkeren naar hun gezinnen, terwijl twee Israëlische soldaten in lijkzakken zullen terugkomen. Een van die terroristen, Samir Kuntar, vermoordde een jonge Israëliër door hem te verdrinken en sloeg daarna diens dochter tegen de rotsen om vervolgens met een geweerkolf haar schedel in te slaan. Hij vermoordde ook een politieman. De vrijlating van Kuntar werd geëist door de Palestijnse terroristen die de “Achille Lauro” kaapten, waarbij ze een oudere joodse man vermoordden en zijn lichaam overboord gooiden.

Met terroristen onderhandelen, brengt voor een democratie zware kosten met zich mee. Dat geldt des meer in het geval van Israël. Samir Kuntar heeft gezworen de jihad tegen Israël te hervatten nu hij weer vrij is.

Vandaar dat ik mijn bewondering voor Israël uitspreek dat het deze stap desalniettemin heeft genomen. Ik hoop dat het besluit uiteindelijk tot positieve resultaten zal leiden, maar ik vrees van niet, want het is vrij duidelijk dat degenen die de staat Israël willen vernietigen, goed garen spinnen bij acties van politici zoals mevrouw Morgantini, die op een moment als dit resoluties zoals de onderhavige indienen.

Nu ze toch bezig is met dit onderwerp, zou ze ook eens kunnen kijken naar een bericht in de Britse pers over folterpraktijken in Palestijnse gevangenissen. Volgens dit bericht onderwerpen zowel Hamas in Gaza als, en dat is misschien nog schokkender, de Palestijnse Autoriteit zelf hun eigen mensen regelmatig aan foltering.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique De Keyser, namens de PSE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik heb onlangs de Conferentie van Berlijn bijgewoond, waar hoofdzakelijk werd gepraat over het herstellen van de rechtsstaat in de bezette gebieden. Wat geldt voor Palestina, een staat die zich voordurend verder ontwikkelt, geldt des te meer voor Israël. En op dit punt is het lot van de Palestijnse gevangen een echt paradigma. Want het gaat hier om het lot van 8 500 Palestijnse gevangen en om de redenen waarom en de omstandigheden waaronder ze gevangen worden gehouden.

Ik wil erop wijzen dat 48 gekozen leden van de Palestijnse Wetgevende Raad zich momenteel in gevangenschap bevinden. Dat is onaanvaardbaar. Het is ook onaanvaardbaar dat de overgrote meerderheid van de gevangenen in strijd met het internationale recht naar Israëlische gevangenissen zijn getransporteerd. Het Verdrag van Genève verbiedt immers dat personen die in bezette gebieden gevangen zijn genomen, naar het land van de bezetter worden overgebracht. Het is onaanvaardbaar dat het strafwetboek dat in de bezette gebieden wordt toegepast, alleen voor Palestijnen geldt, en niet voor de kolonisten. Simpel gezegd: of een handeling strafbaar is, hangt ervan of je Palestijn of kolonist bent. Het is onaanvaardbaar dat ongeveer 100 vrouwen gevangen zijn gezet en dat degenen onder hen die zwanger zijn of borstvoeding geven niet de nodige zorg krijgen. Het is onaanvaardbaar dat 310 minderjarigen onder dezelfde omstandigheden gevangen worden gehouden als volwassenen, terwijl Israël toch het Verdrag inzake de rechten van het kind heeft ondertekend. En laat niemand hier zeggen, zoals sommigen hebben gedaan, dat die kleine Arabieren van 15 jaar al volwassen zijn en tot alles in staat.

Wie of wat is hiervoor verantwoordelijk, mijnheer Tannock. Toch zeker de bezetting, die deze jongeren van hun kinderjaren heeft beroofd? Maar de lijst van oorzaken is nog langer: foltering, mishandeling, rechteloosheid, een afwezige rechterlijke macht, enzovoort. Ik herinner u eraan dat deze feiten zowel door Israëlische als internationale organisaties zijn gedocumenteerd. Natuurlijk, het Europees Parlement kan niet bij toverslag een einde maken aan dit conflict. Maar ik kan u wel verzekeren dat mensenrechten de kern van het debat zullen vormen dat het Parlement in de loop van dit jaar zal voeren over de herziening van de Euro-mediterrane Overeenkomst met Israël. Artikel 2 van deze overeenkomst stelt het heel duidelijk: “De betrekkingen tussen de partijen en alle bepalingen van deze overeenkomst berusten op de eerbiediging van de mensenrechten en de democratische beginselen die ten grondslag ligt aan het interne en externe beleid van de partijen en die een essentieel onderdeel van deze overeenkomst vormt”.

Natuurlijk moet er een uitwisseling plaatsvinden. Er moet bijvoorbeeld worden onderhandeld over de uitwisseling en vrijlating van gevangen, zoals Gilad Shalit aan de ene en Salah Hamouri aan de andere kant. En ik ben natuurlijk heel blij dat het uitwisselingsakkoord met Hezbollah is ondertekend. Maar ik wil onze Israëlische partners er toch aan herinneren dat voor het Europees Parlement niet valt af te dingen op mensenrechten. Daarom ben ik zowel de minister, als vertegenwoordiger van de Raad, als de commissaris erkentelijk voor hun krachtige woorden, waaruit blijkt dat de drie instellingen inderdaad een enkele Europese Unie vormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik spreek op persoonlijke titel over deze kwestie.

Opeenvolgende Israëlische regeringen vervolgen een beleid dat erop is gericht om met een ijzeren vuist en kogels en door willekeurige arrestaties, gevangenneming, foltering en vermoording van burgers, waaronder vrouwen en kinderen, de wens van het Palestijnse volk te kop in te drukken om in vrijheid op hun eigen land te leven. Men realiseert zich schijnbaar niet dat de werkelijke veiligheidsproblemen waar Israël mee te maken heeft – en ik bestrijd niet dat die er zijn – niet kunnen worden opgelost met dergelijke inhumane methodes. Integendeel, het leidt alleen maar tot meer geweld en zal de internationale steun die het land in het verleden wellicht heeft gehad, geleidelijk doen eroderen.

De EU-leiders hadden de regerende Joodse politici al lang geleden krachtig moeten waarschuwen dat als ze blijven handelen als nazibevelhebbers en blijven denken dat de Amerikaanse leiding en de degenen in Europa die onder hun invloedssfeer zitten – waaronder leden van dit Huis – ze eeuwig zullen blijven steunen, ze hun staat helaas, maar onontkoombaar en met wiskundige zekerheid, naar de afgrond zullen leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Flautre, namens de Verts/ALE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, Obeida Assida is een Palestijnse student. Hij werd in 2003, op 17-jarige leeftijd, gearresteerd, en wordt sindsdien in Israël in administratieve bewaring gehouden, zonder aanklacht en zonder proces. Saed Yassine is een Palestijnse mensenrechtenverdediger van 34 jaar. Hij zit sinds 2006 in Israël in administratieve bewaring zonder dat hem iets ten laste is gelegd. Zijn vrouw en kinderen hebben hem maar drie keer kunnen bezoeken. Noura al Hashlamoun is een 36-jarige huisvrouw en moeder van zes kinderen. Ze zit sinds september 2006 in Israël in administratieve bewaring. Ook zij is nergens van aangeklaagd en niet voor een rechter verschenen. Marwan Barghouti, de initiatiefnemer en schrijver van het “Gevangenendocument”, wordt sinds april 2002 in Israël vastgehouden. Ik wil mijn collega’s er overigens op wijzen dat ze nog steeds de kans hebben om het verzoek om zijn vrijlating te ondertekenen.

Iedereen weet dat wanneer ik de lijst van duizenden Palestijnen die momenteel in strijd met het internationale recht en de mensenrechtenverdragen in Israëlische gevangenissen zitten, helemaal zou voorlezen, dat ik dan heel wat meer spreektijd nodig zou hebben. Toch zou ieder van hen en elk van hun familieleden een lange toespraak verdienen. Want hen is niets bespaard gebleven: meedogenloze ondervragingen die soms wel 188 dagen doorgaan en waarvan bekend is dat ze gepaard gaan met foltering; gedwongen ondertekening van in het Hebreeuws gestelde bekentenissen en vonnissen; hechtenis buiten het eigen land en zonder aanklacht, die elk half jaar willekeurig wordt verlengd; onderwerping aan discriminerende militaire ad-hocrechtspraak, waarvoor absoluut geen juridische grond kan worden aangevoerd; geen rechtsbijstand gedurende de eerste negentig dagen van de detentie; en nagenoeg geen bezoekrechten.

Mevrouw De Keyser zegt terecht dat de EU dit niet kan accepteren. Dit is allemaal volstrekt onaanvaardbaar. En u praat hier over deze nieuwe dialoog. Waarom zouden we geloven dat de Europese Unie, u, de Commissie en de Raad morgen beter in staat zullen zijn om respect af te dwingen voor de bepalingen die nu al in de overeenkomst zijn voorzien die we morgen...

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Kyriacos Triantaphyllides, namens de GUE/NGL-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, tijdens de vorige plenaire vergadering, op 16 juni in Straatsburg, legde u een verklaring af over de situatie in Palestina. Die verklaring vormde een afspiegeling van de teleurstellende bevindingen van het ad-hoccomité dat op uw initiatief begin juni de bezette gebieden had bezocht en daar had gezien onder wat voor ellendige omstandigheden de Palestijnen door de Israëlische bezetting moeten leven.

Het is nu tijd dat de Raad en de Commissie antwoord geven op de vraag wat ze zullen doen om de bezettende macht, de staat Israël, ertoe te brengen dat ze de Palestijnen in Israëlische gevangenschap behandelt volgens de regels van het internationale recht.

De leden van het Europees Parlement eisen vandaag van de Raad en de Commissie een verklaring voor het feit dat ze op 16 juni de betrekkingen tussen de Europese Unie en Israël op een hoger plan hebben gebracht, op een moment dat 11 000 Palestijnen, waaronder 376 kinderen, 118 vrouwen en 44 leden van de Palestijnse Wetgevende Raad, alsook 800 personen in administratieve bewaring, in strijd met het internationale recht in Israëlische gevangenissen zitten.

Over twee maanden vertrekt opnieuw een Parlementaire delegatie naar Palestina. We willen u vragen om de Israëlische autoriteiten ondertussen, namens het gehele Parlement, te vragen om alle kinderen die in Israël gevangen worden gehouden, onmiddellijk vrij te laten, alsook iedereen bij wie niet de normale juridische procedures in acht zijn genomen…

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Nickolay Mladenov (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat dit Huis net als de Commissie, de Raad en iedere politicus in Europa ervan overtuigd is dat de bescherming van iemands mensenrechten veel meer een fundamentele plicht is in tijd van oorlog en terrorisme dan in tijd van vrede en veiligheid. Ik denk dat we het hier allemaal over eens.

Deze opvatting wordt ook gedeeld door het Israëlisch hooggerechtshof. Het hof heeft in een aantal arresten de rechten bevestigd van zowel Palestijnse gevangen als anderen die zich verzetten tegen acties van het Israëlische leger en de regering.

Laat ik u eraan herinneren dat in 1991, toen Israël een aanval met chemische en biologische wapens verwachtte, het Israëlische hooggerechtshof een vordering ondersteunde waarin stond dat de bevoegdheid van een maatschappij om tegen haar vijanden in het geweer te komen, is gebaseerd op de erkentenis van die maatschappij dat ze strijd voor waarden die bescherming verdienen. De beste partner bij de verdediging van de rechten van Palestijnse gevangen in Israël, is het Israëlische hooggerechtshof. Ik ben van mening dat in het geval van een democratisch land als Israël, de leden van dit Huis zich met hun zorgen en bezwaren dienen te richten tot de gerechtelijke instanties van dat land.

Maar welk verdrag beschermt eigenlijk de rechten van degenen die de afgelopen jaren zijn gekidnapt, geterroriseerd of vermoord? Bij welk gerecht kon Alan Johnson tegen zijn kidnapping in beroep gaan? Welke bezoekrechten had Gilad Shalit? En welke rechten had de zestienjarige Ophir Rakhum? Welke rechtsbescherming kreeg hij?

Ik doe een dringend beroep op de leden van dit Huis, ik verzoek ze in alle oprechtheid en met heel mijn hart om de Commissie en de Raad te ondersteunen in hun evenwichtige benadering van dit conflict en in het beschermen van de rechten van degenen van wie de rechten zijn geschonden. We moeten geen partij kiezen, want dat zou de mogelijkheden van de Europese Unie om het vredesproces in het Midden-Oosten te ondersteunen, ernstig beperken en haar inspanningen op dit terrein ondergraven.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Howitt (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil om te beginnen de fungerend voorzitter van de Raad zeggen dat Amnesty International heeft verklaard dat het feit dat 8 500 Palestijnen uit de bezette gebieden in Israëlische gevangenissen zitten, in strijd is met artikel 76 van het Verdrag van Genève, en dat veel van deze gevangen geen familiebezoek kunnen krijgen door het restrictieve beleid van de Israëlische autoriteiten ten aanzien van reisvergunningen. Ofschoon Israël er volgens internationale mensenrechtennormen voor moet zorgen dat de Palestijnse gevangen bezoek van hun familie kunnen krijgen, worden de weinige bezoeken die worden toegestaan, bekostigd door de internationale gemeenschap, via het Rode Kruis. Vandaar dat wij in het Europees Parlement het volste recht hebben om de Europese Raad te vragen om op treden.

Net als commissaris Ferrero-Waldner heb ik mevrouw Barghouti gesproken en ik dank de commissaris voor haar expliciete verwijzing naar onze collega’s van de Palestijnse Wetgevende Raad die zich in Israëlische gevangenschap bevinden.

Hoewel ik het met de heren Mladenov en Tannock eens ben dat de ontvoering van en weigering van familiebezoek aan Israëlische onderdanen evenzeer een schending van internationaal recht is, betreur ik dat de heer Tannock mijn medeauteur, mevrouw Morgantini, probeert af te schilderen als iemand die de vernietiging van de staat Israël wil, terwijl zij en ik niets anders doen dan mensenrechten en het internationaal humanitair recht verdedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, de eigenlijke vraag die achter dit debat zit, en het is een buitengewoon moeilijke vraag, is hoe we in de strijd tegen het terrorisme onze democratische waarden kunnen behouden. Helaas heb ik niet de tijd om in te gaan op de punten die door mijn collega’s aan de orde zijn gesteld, zelfs niet wanneer dat schriftelijk is gedaan, en ik zal niet de opmerkingen van collega Mladenov over het Israëlische hooggerechtshof herhalen.

Ik wil niettemin wat zeggen over de kwestie van de minderjarigen. Ja, er zitten inderdaad minderjarigen in de gevangenis. Voor het grootste deel zijn dat adolescenten, die door Hamas worden gemanipuleerd en gewapend met granaten of omgord met explosieven de dood worden ingejaagd. U en andere afgevaardigden hebben het internationale recht ter sprake gebracht. Datzelfde recht verbiedt ook het ronselen van kindsoldaten. Iedere keer als een jongere wordt opgesloten, betekent dat dat de maatschappij heeft gefaald. Israël is verplicht om deze uitdaging aan te gaan volgens de regels van het internationale recht. Maar de werkelijke tragedie is dat een hele generatie in Palestina nooit vrede heeft gekend.

Nog een woord over Gilad Shalit, een gevangene die geloof ik zowel de Israëlische als de Franse nationaliteit heeft. Hij verdient de laakbare houding van sommige van mijn collega’s niet die hem het liefst helemaal negeren en wier verontwaardiging geografisch bepaald is. Om nog maar niet te spreken van de mondiale politieke context waar de minister van Binnenlandse zaken en de commissaris naar verwijzen.

Mijnheer de Voorzitter, ik eindig met een verwijzing naar de zeer fragiele, maar reële, wapenstilstanden die aan verschillende fronten worden gesloten. Ik zou alleen nog meer in het algemeen willen zeggen dat ik moeite heb met de schijnbare obsessie van sommige mensen hier om zich bij elke vergadering te willen uitspreken over de wijze waarop een soevereine democratische staat is georganiseerd. Ik keur dat af.

 
  
MPphoto
 
 

  Caroline Lucas (Verts/ALE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik raak de tel kwijt over het aantal keren dat we de Israëlische autoriteiten in dit Huis al hebben veroordeeld voor de systematische schending van de mensenrechten van het Palestijnse volk.

De bezetting, de afscheidingsmuur, het beleg van Gaza en ga zo maar door. Vandaag richten we ons op de vreselijke situatie van de Palestijnse gevangenen. Daartoe behoren ook 44 leden van Palestijnse Wetgevende Raad, onze tegenhangers en partners, die nog steeds zonder aanklacht en zonder proces in de Israëlische gevangenissen wegkwijnen.

Wanneer gaat de Europese Raad hier eindelijk tegen optreden? Hoeveel schendingen van het internationale recht moeten er nog plaatsvinden? Hoeveel Palestijnen moeten er nog worden gearresteerd, gevangengezet en gefolterd voordat de EU stopt met praten over mensenrechten en daadwerkelijk maatregelen gaat nemen om ze te verdedigen?

Om op een moment als dit te overwegen de betrekkingen met Israël op een hoger plan te brengen, getuigt van een verbijsterend gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef jegens het Palestijnse volk. Verzuimen om een beroep te doen op artikel 2 van de associatieovereenkomst getuigt van politieke lafheid.

Mijn argument is niet tegen het Israëlische volk gericht, dat voor een groot deel instemt met onze veroordeling van de Israëlische autoriteiten. Mijn argument is nu zelfs niet tegen die autoriteiten gericht. Het is gericht tegen de Europese Raad en zijn schokkend gebrek aan politiek leiderschap.

 
  
MPphoto
 
 

  Chris Davies (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het volledig met Caroline Lucas eens. Het is ironisch dat het volgende debat over Zimbabwe gaat. Mugabe stonden de resultaten van een verkiezing niet aan en is sindsdien bezig met het “repareren” van die resultaten. Hij arresteert parlementariërs om te proberen een nieuw evenwicht te bereiken, maar daar blijft het niet bij. We zullen hem ongenadig veroordelen.

De vergelijking gaat natuurlijk niet helemaal op, maar ook Israël stonden tweeënhalf jaar geleden de resultaten van een verkiezing niet aan. Het waren de verkiezingen in Palestina, die door de Europese Unie waren gefinancierd. Vanwege de ontevredenheid van Israël over de uitslag weigerden wij om de nieuwe Palestijnse regering te erkennen. Sindsdien heeft Israël meer dan veertig parlementariërs gearresteerd, mensen die bij de “verkeerde” partij horen, mensen die voor het bereiken van hun doel geen kogels maar de stembus hadden gebruikt.

We zullen geen sancties opleggen. Integendeel, we streven juist naar een hechter partnerschap met Israël! Dus, geachte commissaris en mijnheer de minister, de verschillen in aanpak zijn overduidelijk. U zegt dat u een evenwichtige benadering hanteert – maar waar is het bewijs dat dat enig resultaat oplevert?

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik laat Israël echt niet met mensenrechtenschendingen wegkomen, maar het helpt bijzonder weinig wanneer het Europees Parlement er in dit complexe conflict één partij uitpikt – Israël – om die voor mensenrechtenschendingen te veroordelen. Dit vereist een evenwichtige benadering. Het komt ook heel erg ongelegen om juist nu een debat te voeren dat alleen gaat over Israëlische acties.

Zijn we vergeten dat ons hoofddoel is om de partijen te brengen tot een vreedzame tweestatenoplossing? Alleen als onze kritiek juist, opbouwend en onpartijdig is, zullen beide partijen naar ons luisteren en hebben we kans op het vergroten van onze invloed.

Ik denk dat de kritiek van Human Rights Watch en van Martin Scheinin van de VN aan die eis voldoet. Laatstgenoemde wijst op de betekenis van arresten van het Israëlische hooggerechtshof, die in de mondelinge vragen volstrekt buiten beschouwing worden gelaten. Zelfs John Dugard zegt in zijn verslag ernstig verontrust te zijn over en veroordeelt de mensenrechtenschendingen waaraan Palestijnen zich zowel jegens de eigen mensen als jegens Israëliërs schuldig maken. Geen woord hierover in de mondelinge vragen.

Ik betreur het dat Israël nog steeds afhankelijk is van de noodverordeningen van 1945, die het van de Britse koloniale machthebbers heeft overgenomen. Ik constateer wel dat die niet alleen op de Palestijnen maar ook op de Joodse terroristen in Hebron zijn toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  John Bowis (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het gaat hier niet om gearresteerde, berechte, veroordeelde en gevangengezette terroristen, maar om doodgewone burgers die worden opgebracht en vastgehouden. En het gaat met name om kinderen. Die gooien soms met stenen. Dat is waar. Maar het zijn kinderen, en geen kindsoldaten.

Stelt u zich deze zaal eens voor vol met kinderen. Doe de helft daarvan een kap over het hoofd, bind hun handen vast achter hun rug, voer ze weg zonder hun ouders te vertellen waar u ze naartoe brengt, stop ze in cellen van anderhalve vierkante meter zonder ramen, doe het licht aan, geef ze geen medische verzorging, geef ze geen schone kleren, laat geen bezoek toe, enzovoorts. Dat is waar we hier over praten. Dat is wat het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind zou moeten verbieden.

Ik wil de volgende smeekbede aan Israël richten: In ’s hemelsnaam, u maakt hier geen vrienden mee. Alstublieft, ik bid u, laat deze kinderen vrij!

 
  
MPphoto
 
 

  Ignasi Guardans Cambó (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is juist omdat sommigen van ons Israël beschouwen als een democratie – een democratische staat – en omdat de Europese Unie Israël ook als zodanig behandelt, dat we dat land houden aan de regels van een rechtsstaat. Als het geen democratische staat was, zouden we dat niet doen.

Er is geen hooggerechtshof voor degenen die buiten het rechtssysteem vallen. We kennen de uitspraken van het hooggerechtshof. Daar kunnen zich echter alleen de personen op beroepen die de gang naar het hof kunnen maken. Wanneer je onder administratieve bewaring valt en geen toegang hebt tot welke rechter dan ook, is er geen arrest waarop je je kunt beroepen.

Het conflict kan niet als rechtvaardiging voor zulke schendingen worden gebruikt. Neutraal blijven en het bestaan van de Palestijnse gevangenen negeren, getuigt niet van een evenwichtige benadering. Deze personen zijn gearresteerd zonder enigerlei rechtszekerheid, zonder enigerlei procedure. Hun gezinnen zijn de wanhoop nabij. Hun huizen zijn in veel gevallen met de grond gelijk gemaakt en hun gezinnen bestraft voor wat zij hebben gedaan of voor wat men denkt dat ze hebben gedaan. Dat vraagt om een reactie van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Frieda Brepoels (PPE-DE). - (NL) Ik zou toch even aan collega Tannock willen zeggen dat deze vraag niet alleen werd ingediend door mevrouw Morgantini, maar ook door twee ondervoorzitters van het Parlement van de PPE-DE-Fractie, mijnheer McMillan-Scott en mevrouw Kratsa-Tsagaropoulou, door collega Bowis, collega Kasoulides en mijzelf. Voor alle duidelijkheid dit even vooraf. Als lid van de parlementaire delegatie voor de betrekkingen met de Palestijnse autoriteiten heb ik al verschillende keren aan den lijve ondervonden wat het betekent om je democratisch verkozen collega’s niet te kunnen ontmoeten, omdat zij gevangen worden gehouden.

Wat inderdaad te zeggen van de vele vrouwen en kinderen die verspreid zitten over verschillende gevangenissen buiten de Palestijnse gebieden, hetgeen het bezoek door advocaten en familie nagenoeg onmogelijk maakt. Iedereen heeft al gewag gemaakt van de dagelijkse levensomstandigheden en het gebrek aan medische verzorging. Hoe lang zullen de internationale gemeenschap en de Europese Unie dit nog tolereren? Ik wens dan ook een dringende oproep te doen aan de Commissie en de Raad om paal en perk te stellen aan deze onaanvaardbare situatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernard Lehideux (ALDE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, twee korte opmerkingen.

De eerste is dat in dit Huis bepaalde problemen op een wat vreemde manier worden aangegaan. Het zijn steeds dezelfde mensen die worden veroordeeld, steeds dezelfde mensen wier gedrag ter discussie staat. Probeer hier eens Cuba veroordeeld te krijgen voor de politieke gevangenen in dat land, dan zie je hoe in het Europees Parlement tegen de mensenrechten wordt aangekeken.

De tweede opmerking die ik zou willen maken, is dat er voor de Palestijnen een heel effectieve manier is om Israël ertoe te brengen dat het de personen die moeten worden vrijgelaten, eindelijk vrijlaat: stop met de aanvallen, stop met de bombardementen op Israëlische dorpen, stop met het vermoorden van kinderen, stop met de aanvallen met graafmachines, en stop ermee kinderen als wandelende bommen te gebruiken. Dan zal Israël de gevangenen vrijlaten!

 
  
MPphoto
 
 

  Antonio López-Istúriz White (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Morgantini spreekt ontroerende woorden en iedereen zal zich solidair voelen met Palestijnse gevangenen die het slachtoffer zijn geworden van mensenrechtenschendingen die naar behoren zijn gedocumenteerd. Dat laatste is belangrijk, omdat sommige collega’s van Links ernstige en onverdraaglijke beschuldigingen richting de staat Israël hebben geuit. Zijn zij er ooit van beschuldigd vrouwen en kinderen te vermoorden of zich te gedragen als nazi’s? Is dit hun manier om het vredesproces te bevorderen?

Mevrouw Morgantini, ik weet dat uw initiatief op een concreet en ontroerend geval is gebaseerd en dat u goede intenties heeft. Sommige van uw linkse collega’s hebben deze gelegenheid echter eens te meer te baat genomen om te proberen het volk Israël de kop in te drukken en te vernederen.

Het is duidelijk dat het sovjetisch antisemitisme nog steeds niet helemaal is uitgeroeid en nog steeds de mentaliteit van sommige van uw collega’s hier kenmerkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Jouyet, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik kan kort zijn, omdat ik de belangrijkste opmerkingen al in mijn openingsrede heb gemaakt. Maar omdat het in sommige opzichten een erg ontroerend debat is geweest, wilde ik toch van deze gelegenheid gebruik maken om u ervan te verzekeren dat de Raad op de hoogte is van de genoemde feiten en in de dialoog met Israël zijn verontrusting kenbaar zal blijven maken en zich op de instrumenten van het internationaal recht zal blijven beroepen.

In de gesprekken die de Europese Unie en Israël tijdens ons voorzitterschap op politiek niveau zullen hebben, zullen we deze kwestie aan de orde blijven stellen. We merken verder op dat het lopende politieke proces zich alleen kan ontwikkelen als meer praktische maatregelen worden genomen die het wantrouwen bij de tegenpartij wegnemen. Het kolonisatieproces, de aanhoudende daden van terreur en geweld, en de Palestijnse gevangenen, staan de vredesinspanningen in de weg, net als de Israëliërs die door terroristengroepen worden gegijzeld. Daarbij denk ik met name aan Gilad Shalit.

Maar laat ik optimistisch eindigen. Dankzij haar positie als lid van het “Kwartet”, haar status als belangrijkste financier, haar acties ter ondersteuning van de Palestijnse Autoriteit en haar positie als belangrijkste partner van Israël, heeft de Europese Unie een sleutelrol in dit proces. De Unie heeft altijd het recht van Israël op veilige en onbetwiste grenzen erkend, maar wel in co-existentie met Palestina, zoals ik in mijn inleiding heb gezegd.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt tijdens de volgende vergadering in september 2008 plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid